De meerwaarde van vrouwen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De meerwaarde van vrouwen"

Transcriptie

1 REDACTIONEEL MIES WESTERVELD Levensduursolidariteit, een nobel doel voor een luttel bedrag De meerwaarde van vrouwen 'Pensioen en marktwerking, flexibiliteit en medezeggenschap: waar zitten de vrouwenissues?' vroegen wij ons enige tijd geleden af. In dit nummer gaan we hier uitgebreid op in. Alles rondom het thema vrouw-en-pensioenrecht coveren bleek vanwege de omvang van het onderwerp onmogelijk. We hebben ons dan ook beperkt tot de collectieve pensioenvoorzieningen voor werknemers, de zogeheten tweede-pijlervoorzieningen 1 en de eerste en derde pensioenpijler buiten beschouwing gelaten. Daarmee zij niet gezegd dat over deze pijlers niets belangwekkends te melden valt. Wie realiseert zich, bijvoorbeeld, dat in de AOW de 'witte vlek' - een thema dat doorgaans in verband wordt gebracht met de tweede pijler - overwegend 'zwart' is? Praktisch alle eerste-generatie-migranten (m/v), ook degenen die hun hele arbeidzame leven in Nederland gewoond en gewerkt hebben, hebben leemtes in de AOW-opbouw. Gaten, die nog (onnodig) vergroot worden door het feit dat in deze regeling de opbouw al met vijftien jaar begint, een leeftijd waarop we in Nederland doorgaans nog schoolgaand zijn. Die vlek verdwijnt dan ook niet vanzelf, ook niet na het jaar 2007 als de AOW uit zijn 'overgangsfase' is gekomen. Wordt het, na de publieke erkenning dat Nederland een immigratieland is, niet tijd om de vijftig]aar-opbouw uit deze wet te vervangen door een meer realistische (van veertig jaar, zoals in vrijwel alle aanvullende pensioenregelingen)? Het zou de AOW tot een meer sporende en ook rechtvaardiger eerste pijler maken, iets wat vooral migrantenvrouwen met hun vaak uiterst marginale tot non-existente tweedepijler-opbouw goed zouden kunnen gebruiken. Maar daar gaan we het in dit nummer niet over hebben. Rode draad voor deze special is alles wat er in de tweede pijler speelt ten aanzien van vrouw en recht, zowel nationaal als in Europees verband. Prominent op de agenda, in Nederland, de EG en ook daarbuiten, staat het (laatste?) direkt discriminerende element uit nog steeds het merendeel van de pensioenreglementen: het de deelnemer individueel aanrekenen dat hij of zij, vanwege het man of vrouw zijn, een relatief korte of juist lange levens- en dus pensioen-duurverwachting heeft. Insiders weten dat we het nu over de sekseafhankelijke sterftetafels hebben, een onderwerp waarvoor de diverse gelijke-behandelingsregelingen stelselmatig voorbehouden maken. 2 Fascinerend aan dit onderwerp is vooral de verdeeldheid die er tot de dag van vandaag over dit onderwerp bestaat, ook onder degenen die vrouwenemancipatie en gelijke behandeling hoog in het vaandel hebben staan. Moet, zoals de Commissie Groenman bepleitte, zo snel mogelijk paal en perk aan deze berekeningsformule gesteld worden? 3 Of kunnen we ons er maar beter bij neerleggen dat een vrouw vanwege haar (voor pensioenfondsen) 'hogere waarde' minder pensioen voor haar geld krijgt dan een man? 4 Want anders...? Ja, wat? 1. Het pensioengebouw bestaat uit drie pijlers of lagen waarvan de AOW de onderste is, de werknemerspensioenen de middelste en de particulier aan te kopen voorzieningen (voor 'erbij' of 'in plaats van') de derde of bovenste. 2. Zo'n voorbehoud staat bijvoorbeeld in de Europese pensioen-richtlijn (Rl. 86/378/EEG, art. 6 lid 1 sub h) en nationaal in de Wgb (art. 12c) en de Awgb (KB op art. 2 lid 2a, van , Stb. 657, art. 1 sub h). 3. Aanbeveling 25 uit het (eerste) Verslag van de Rapportagecommissie Internationaal Verdrag tegen Discriminatie van Vrouwen, Per persoon (vrouw) bedraagt deze hogere waarde ongeveer een half miljoen, zo berekenden de 1999 nr 4 101

2 I DE MEERWAARDE VAN VROUWEN MIES WESTERVELD Echt ingewikkeld wordt het op het moment dat het thema flexibiliteit om de hoek komt, zoals ingevolge artikel 2b Psw met de nabestaandenvoorziening staat te gebeuren. 5 Zo ingewikkeld dat de beleidsstukken over dit thema alleen nog voor een handjevol insiders te volgen zijn. Simpel gezegd: moet het feit dat het vrouwennabestaandenpensioen gemiddeld minder waard is dan dat van mannen betekenen dat de 'bonus' om hiervan af te zien voor vrouwen lager is dan voor mannen? Zo nee, waarom niet, als je het naar sekse differentiëren in de pensioenberekening wèl toelaatbaar vindt? En dan hebben we het nog niet eens over de situatie - waarover de Commissie gelijke behandeling onlangs te oordelen had - dat de deelnemende man een mannelijke partner heeft (of de vrouw een vrouw). 6 Voor een zowel ideologische als praktische verkenning steken we niet slechts de landsgrenzen, maar de Europese Unie-grenzen over naar een ander groot handelsblok, de VS. Daar immers heeft de rechter het vrouwen individueel afrekenen op het groepskenmerk van het langer leven als discriminatie bestempeld, vergelijkbaar met het iemand niet aannemen of lager belonen vanwege zijn huidskleur. 7 En dat vond men daar al in 1978! De rechtstheoretische beschouwing over dit thema (van Bruce Chapman) waarvan in dit nummer een (enigszins gecomprimeerde) vertaling is opgenomen, stamt dan ook uit de jaren tachtig, maar is voor ons land nog onverkort actueel. Na deze theoretische excercitie geven Kim Olson en Wijnanda Rutten een exposé over de regelgeving op dit punt in respectievelijk de VS en een aantal EU-landen. Waarna Ewald Breunesse en Marianne van Gelder, beiden werkzaam bij een groot pensioenfonds, hun licht over het onderwerp laten schijnen, vanuit een verschillend gezichtspunt, maar wel steeds met het belang van vrouwen voor ogen. Degenen die zich nog te onervaren achten om deze stellingnames naar waarde te schatten, kunnen zich in het onderwerp laten invoeren door de bijdragen van Margriet Adema (hoe is het nu?) en Mila Hoekstra (hoe gaat het worden?). Dit voor wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak: hoe het zit, hoe het zou kunnen of zou moeten zijn. Maar hoe gaat binnen de pensioenfondsen de besluitvorming over deze en andere kwesties feitelijk in zijn werk? Kun je als deelnemer invloed uitoefenen op beleidsbeslissingen, zoals het (niet) repareren van oud onrecht (de post-barber-verjaringstermijnen), de besteding van premie-overschotten ('premievakanties' of pensioenverbetering?) of de aanpassing van bestaande pensioenvoorwaarden aan gewijzigde arbeidsstructuren? Erica Couvreur, pensioendeskundig en werkzaam op een groot advocatenkantoor, belicht de structuur van en het besluitvormingsproces binnen pensioenfondsen, met bijzondere aandacht voor de vraag hoe democratisch deze is, zou kunnen of zou moeten zijn. Tot slot uiteraard ook aandacht voor reeds bestaand of toegebracht vrouwenpensioenleed. Hoe zit het anno 1999 met het eerder genoemde 'witte-vlekken-fenomeen'? Bestaat dit nog en zo ja, klopt de wel gehoorde stelling dat 'de vlek' binnen afzienbare tijd tot het verleden zal behoren? Margriet Kraamwinkel zei de hiernaar verrichte onderzoeken op een rij en concludeert dat de 'vlek' niet zozeer verdwijnt, als wel verschuift. Echter zonder daarbij zijn seksekleuring (overwegend vrouwen) te verliezen. Een andere oude-gevallenkwestie betreft die van de ex-echtgenoten van deelnemers die ook (of misschien: juist) onder recente pensioen- en inkomenswetgeving gemangeld dreigen te worden. Joke Bol beschrijft de positie van vrouwen die tussen de wal van de Wet pensioenverevening bij scheiding en het schip van de Wet limitering alimentatie terecht komen. Haar conclusie: in beide regelingen wordt veel werk gemaakt van 'rechtszekerheid' en in beide gevallen werkt dit in het voordeel van vooral mannen. Vrouwen hebben het nakijken. Waarna we terecht komen bij de slotconclusie van deze special, dat het oud-en-arm-perspectief ook in de komende veertig jaar meer vrouwen dan mannen zal treffen. De oorzaken zijn inmiddels overbekend maar zullen, hoe eentonig ook, keer op keer genoemd moeten worden. Want of het nu om ongelijke beloning, de onevenwichtige arbeid-en-zorg-verdeling, pensioendiscriminatie of vooroordelen op de arbeidsmarkt gaat, steeds weer blijkt de markt van vraag en aanbod vrouwen aan het kortste eind te laten trekken. Is de overheid dan toch het antwoord, bijvoorbeeld om datgene te bewerken waarover zelfs op Europees niveau moeilijk wordt gedaan: /evenirfmwrsolidariteit van mannen met vrouwen? 8 Waarschijnlijk wel, want bij de marktpartijen roept het onderwerp eerder weerstand op dan een bezieling om deze kwestie nu eens en voor al te regelen. En dat terwijl de omvang van het verschil - en dus macro het kostenaspect van de gevraagde solidariteit - bepaald bescheiden genoemd mag worden. Liever dan nog meer woorden vuil te maken aan iets wat aan de vooravond van de 21e eeuw gerust een grof (pensioen) schandaal genoemd mag worden, laten we een grafische illustratie van het gemiddelde leeftijdsverschil tussen de seksen, eveneens uit een artikel van Chapman, voor zich spreken. economen Groot, Maassen van den Brink en Plug eens. Zie hierover het Nemesis-redactioneel van 1998/5. 5. Deze bepaling, die op 1 januari 2000 effectief wordt, schrijft pensioenfondsen die in hun reglement in een nabestaandenpensioen voorzien, voor om hun deelnemers 'gelijkwaardige keuzemogelijkheden' te bieden tussen nabestaandenpensioen of een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. 6. Uitspraak Commissie gelijke behandeling 2 februari 1999, RN 1999, 1057 (opgenomen in dit nummer) 7. City of Los Angeles et al. v. Marie Manhart et al. d.d. 25 april 1978, in dit nummer onder meer besproken door Kim Olson (rubriek wetgeving). 8. Als het aan Paars II ligt komt er in elk geval wel een verplichting om naar sekse gelijke uitkeringen te verstrekken, ongeacht alle daaraan verbonden haken en ogen. Zie hiervoor de bijdrage van Hoekstra. 102 NEMESIS

3 DE MEERWAARDE VAN VROUWEN MIES WESTERVELD Deaths per hundred male:, >' A. Overlap of 80% It males Age Pensioensystemen Pensioenregelingen kunnen in twee systemen worden onderscheiden, te weten het benefit defined-systeem en het contribution defined-systeem. In het benefit defined-systeem wordt een pensioenuitkering toegezegd. Dit systeem wordt ook wel genoemd de 'toegezegde uitkeringsregeling' of 'eindloon- of middelloonregeling'. In het contribution defined-systeem wordt een pensioenpremie toegezegd. Dit systeem wordt ook wel de beschikbare premieregeling genoemd. Deaths per hundred Deaths per hundred males B. Overlap of 50% females Age females Het Nederlandse pensioensysteem In Nederland kennen we het zogenaamde drie pijlerstelsel voor de oude dag. In dit drie pijlerstelsel is de overheid de eerst verantwoordelijke voor de eerste pijler, de AOW. Sociale partners zijn primair verantwoordelijk voor de tweede pijler, de aanvullende pensioenen. De derde pijler is een individuele aangelegenheid. De eerste en de derde pijler blijven verder buiten beschouwing. Ingegaan wordt op de tweede pijler: het pensioen dat werkgevers en werknemers in de arbeidsvoorwaardensfeer afspreken. C. Overlap of Deaths per hundred males females D. No overlap Age Deaths per hunderd by sex at a given age 1999 nr 4 103

4 ARTIKEL BRUCE CHAPMAN Professor, Faculty of Law, University of Toronto, Canada Seksediscriminatie en de gelijke waarde van pensioenen De prijs van pensioen Inleiding van de redactie De sociale of maatschappelijke waarde van ouderdomspensioen wijkt af van de waarde die daar door een individu met zijn individuele levensverwachting aan gehecht kan worden. In dit opzicht zijn pensioenen te vergelijken met levensreddende technologieën en wijkt een ouderdomspensioenverzekering af van andere verzekeringen. Het artikel van Chapman is gestoeld op de Amerikaanse praktijk, jurisprudentie en regelgeving. Bij lezing dient men er op bedacht te zijn dat de Nederlandse context op onderdelen fundamenteel afwijkt van de Amerikaanse. In 1987 publiceerde Bruce Chapman een artikel onder de titel Pensions, sex, discrimination, and the value oflife after death (International Review of Law and Economics (1987), 7 ( ). Ruim een decennium later is het betoog uit dat artikel nog altijd niet gedateerd. Een verkorte versie van het oorspronkelijke artikel is in 1998 verschenen in The New Palgrave Dictionary of Economics and the Law (P. Newman (ed.), London: Mac Millan Press 1998). Onderstaande is een bewerkte vertaling van de laatst genoemde publicatie. Daar waar dat de leesbaarheid door ons 'continentalen' ten goede kwam heeft de redactie enkele delen uit het origineel weggelaten. Dit is zoveel mogelijk aangegeven met (...). Ook zijn op enkele plaatsen extra kopjes toegevoegd. Het US Supreme Court verbood in de zaak Norris 1 de praktijk om mannen en vrouwen in verband met hun verschillende gemiddelde levensverwachting ongelijke pensioenuitkeringen toe te kennen. In de zaak Manhart 2 had ditzelfde Court reeds bepaald dat het een verboden vorm van discriminatie is om voor vrouwen een hogere premie in rekening te brengen dan voor mannen. In de discussie die naar aanleiding van deze uitspraken in de Verenigde Staten is gevoerd werd veelal uitgegaan van de veronderstelling dat de problematiek die in beide uitspraken aan de orde is een rol speelt bij alle verzekeringen waar sprake is van van sterftekansen afhankelijke risico's. In de opvatting van Chapman is daar sprake van een misvatting. Hij betoogt dat het gebruik van sekse-afhankelijke actuariële berekeningsfactoren in de context van (ouderdoms)pensioen heel anders ligt dan in de context van verzekeren in het algemeen. De argumenten die hij voor deze stelling aanvoert komen in het in Nederland terzake gevoerde debat nog niet naar voren en verdienen alleen daarom al onze aandacht. Chapman is van mening dat de wijze waarop de waarde van een pensioen bepaald wordt cruciaal is bij de discussie over het gebruik van actuariële factoren. Hij betoogt dat de sociale of maatschappelijke waarde van een (ouderdomspensioen afwijkt van de waarde die daar door een individu met zijn individuele levensverwachting aan gehecht kan worden. De prijs moet in zijn opvatting tot stand komen op grond van een middeling of aanpassing van de individuele economische prijs. Hij spreekt over een social discount. Chapman signaleert hier een analogie met de prijs van levensreddende technologieën die ook vanuit maatschappelijke overwegingen gewaardeerd worden op een wijze die niet overeenstemt met de marktwaarde die zij voor een individu kunnen hebben. ( ) 1. Zie nader over de hier genoemde uitspraak de bijdrage van K. Olson elders in dit nummer. 2. Zie noot NEMESIS

5 DE PRIJS VAN PENSIOEN BRUCE CHAPMAN Individuele- en groepsgelijkheid Over de betekenis van sekse-gelijkheid in het geval van pensioenen is veel gezegd en geschreven. Volgens Brilmayer et al. (1980) spitst de discussie zich toe op de vraag, wat het onderwerp van gelijke behandeling zou moeten zijn: het individu of de groep. De voorstanders van het gebruik van sekse-gedifferentieerde sterftetabellen ondersteunen volgens Brilmayer het concept van groepsgelijkheid: gegeven gelijke bijdragen aan een pensioenregeling zou de som van de uitkeringen, uitbetaald aan mannen, gelijk moeten zijn aan de som van de uitkeringen, uitbetaald aan vrouwen. Dit leidt op individueel niveau tot ongelijke behandeling op grond van sekse. Om groepsgelijkheid te garanderen, moet iedere man een gemiddelde hogere periodieke uitkering ontvangen dan iedere vrouw. Mannen en vrouwen die exact even lang leven ontvangen dan echter verschillende periodieke en totale uitkeringen. De andere methode, sterftetabellen waarin gegevens over beide seksen zijn geïntegreerd, bereikt individuele gelijkheid, maar tegelijkertijd een ongelijke verdeling van de totale uitkeringen over de twee groepen. Daarom, stelt Brilmayer, is de juridische vraag of de Civil Rights Act met betrekking tot pensioenen gelijkheid voor individuen of voor groepen voorschrijft. Het antwoord is volgens Brilmayer duidelijk. Verwijzend naar de filosofische achtergrond van de Act, wordt gesteld dat 'de belangrijkste stroming in de burgerrechtentraditie rechten analyseert in termen van individuen. Het meest fundamentele principe daarbinnen is, dat geen enkel individu slechts mag worden beschouwd als deel van een raciale, seksuele, religieuze of etnische groep, of anders behandeld mag worden op grond van het lidmaatschap van zo'n groep.' (Brilmayer et al. 1980:508). Kimball (1980) benadrukt dat bij verzekeringen die per definitie gebaseerd zijn op ex ante schattingen van groepsgemiddelden een rechtvaardige behandeling van individuen onmogelijk is. Iedere voorspellende variabele die de verzekeraar gebruikt zal voor bepaalde individuen onrechtvaardig uitpakken, namelijk voor degenen die volgens de schattingen belast zijn maar voor wie de voorspelling niet uitkomt. Niet alle niet-rokers bijvoorbeeld, leven langer dan rokers. Volgens Kimball is dat nu eenmaal de aard van verzekeren en is de door Brilmayer geclaimde ongelijke behandeling gelijk te stellen is met de onrechtvaardigheid waarmee de kortlevende niet-roker wordt geconfronteerd. (...) Anders dan Kimball, die stelt dat groepsgebaseerde analyses voor het vaststellen van verzekeringen onvermijdelijk zijn, concentreert Benston (1982) zich op het uitgangspunt van het individu dat de verzekering of het pensioen in kwestie koopt. Vanuit dat individuele perspectief ontvangt iedereen, ongeacht sekse, dezelfde verwachte uitkering uitsluitend wanneer deze gebaseerd is op naar sekse gedifferentieerde sterftetabellen. Iedere vrouw kan natuurlijk verwachten dat zij dat tegoed verspreid over een langere periode ontvangt, maar het verwachte tegoed is om die reden niet kleiner. Wanneer daarentegen sekse-geïntegreerde tabellen worden gebruikt zodat mannen en vrouwen dezelfde periodieke uitkering ontvangen, dan zal een vrouw op grond van haar sekse een hoger totaalbedrag ontvangen, omdat ze naar verwachting langer leeft. Op grond hiervan concludeert Benston dat 'beschouwing van het geslacht van de verzekerde noodzakelijk is om zowel de waarde van deze producten voor hemzelf als de kosten voor de verzekeraar te taxeren. Het niet mogen (vanwege een wettelijk verbod) meewegen van deze factor resulteert er dan ook in dat werknemers ongelijk behandeld worden uitsluitend op grond van hun sekse.' (Benston 1982: 508, cursief toegevoegd). Uit deze polemiek blijkt dat het niet voldoende is sekse eenvoudigweg te definiëren als een verboden vorm van classificatie bij verzekeringen. Bovendien blijkt dat, afhankelijk van de manier waarop we de specifieke vorm van verzekering waarderen, zowel het wel als het niet op sekse classificeren als verwerpelijk kan worden neergezet. Voor een goede analyse en beoordeling van het onderwerp is een coherente beschrijving van de waarde van pensioenen noodzakelijk. De waarde van pensioenen en de gelijke waarde van pensioenen Verzekeren is de methode waarmee mensen zich compensatie verwerven voor de mogelijke effecten van een ongewenste situatie. Bij pensioenen is dat de situatie waarbij de verzekerde zonder inkomsten doorleeft. Om het besluit een pensioen te kopen volledig te kunnen begrijpen, is het belangrijk te weten waarom iemand niet gewoon spaart voor zijn eigen toekomst. De kern van de problematiek is onbekendheid met de toekomst. Wie geconfronteerd wordt met de onzekerheid of hij tot aan de leeftijd van tachtig jaar door zal leven, zal weinig gemotiveerd zijn om hiervoor het huidige waarde-equivalent van een dollar van zijn lopende vermogen opzij te zetten. Hij kan er nu met relatieve zekerheid van genieten en ruilt dat liever niet in voor het onzekere vooruitzicht die dollar in de toekomst te kunnen besteden. Iemand die 'risico-neutraal' is zal de waarde van een dollar op zijn tachtigste inschatten op die van vijftig dollarcent in het heden, omdat hij ervan uit gaat dat hij niet meer dan een 50/50 kans heeft, zo lang te zullen leven. Daarom zal hij slechts de helft sparen van wat hij gespaard zou hebben als hij zeker wist dat hij tachtig zou worden. Pensioenregelingen bieden iemand de mogelijkheid het financiële risico van een onbekende levensduur te elimineren. En om exact dezelfde reden waarom iemand niet gemotiveerd is een bepaald deel van zijn huidige inkomen te sparen voor een onzekere toekomst, zal een pensioenverzekeraar bereid zijn te beloven dat bedrag te betalen. Een bepaalde waarschijnlijkheid dat hij door zal leven betekent voor de verzekerde een niet-ideale kans om van zijn eigen spaarcenten te genieten en voor de pensioenverzekeraar de niet-ideale kans dat hij daadwerkelijk de pensioenuitkering volgens afspraak moet betalen. Daarom is de verzekeraar, afgezien van de administratieve kosten, bereid uitbetaling te beloven tegen een prijs die de verzekerde bereid is te betalen. De vijftig procent kans op een dollar kost de verzekerde dan slechts het huidige waarde-equivalent van vijftig dollarcent nr 4 105

6 I DE PRIJS VAN PENSIOEN BRUCE CHAPMAN De waarde van pensioenen - het handhaven van de levensstandaard Iemand die het financiële risico van een lange levensduur wil afdekken zal natuurlijk meer betalen dan de verdisconteerde huidige waarde van vijftig cent voor slechts een vijftig procent kans op een dollar. Het verschil tussen wat actuarieel is vastgesteld en wat risicomijdende personen méér willen betalen is de winst die de pensioenverzekeraar ontvangt. Het streven risico's te vermijden vormt de verklaring voor de winstgevendheid en dus de levensvatbaarheid van het pensioencontract. Hoewel de verzekerde een premie betaalt om het financiële risico van een lang leven af te dekken, betekent dat niet dat hij nu minder te besteden heeft dan in de toekomst. Een dergelijk onevenwichtig patroon van 'levensloop'-consumptie zou, uitgaande van niet wijzigende omstandigheden, irrationeel zijn. Hij geeft er de voorkeur aan zijn pensioen zodanig in te richten dat hij, geconfronteerd met een actuarieel rechtvaardig verzekeringstarief, voor zichzelf verzekerd is van een gelijk inkomen en dus een gelijke consumptie in ieder levensjaar (Arrow 1992). (...) De waarde van het pensioen voor de verzekerde wordt dus niet bepaald door de totale consumptie die op basis van waarschijnlijkheid tijdens zijn leven mogelijk gemaakt moet worden, maar door de zekerheid dat hij gedurende iedere periode van zijn leven dezelfde levensstandaard kan genieten. In feite is het voor een gemiddelde verzekerde, uitgaand van een pensioen dat gebaseerd is op een actuarieel rechtvaardig tarief, onmogelijk ex ante beter af te zijn met een contract dat zijn totale financiële tegoeden regelt, dan zonder contract; een dergelijk contract zou een verliezend voorstel zijn voor de verzekeringsmaatschappij. Ex ante verwachtingen van de totale financiële vergoedingen verschaffen dus niet de basis voor een verklaring voor het bestaan en de wijze van waardering van pensioenen. Dit heeft belangrijke implicaties voor sekse-gelijkheid bij pensioen. In de hierboven besproken discussie tussen Benston (1982) en Brilmayer et al. (1980) stelde Benston zich op het standpunt dat (...) het gebruik van sekse-gedifferentieerde sterftetabellen vereist is om de waarde van de verwachte betaling voor mannen en vrouwen gelijk te trekken. Hiermee miskent hij echter dat de waarde van een pensioen gebaseerd is op de gegarandeerde uitkering en op de periode, waarover deze gegarandeerd is. (...) Benston zou kunnen tegenwerpen dat je de huidige waarde van een verwacht betalingsproces van pensioentegoeden niet als een totaalbedrag mag karakteriseren, dat groter is voor vrouwen dan voor mannen. Hij kan zelfs betogen dat vrouwen nu eenmaal meer kans maken dan mannen om profijt te trekken van uitkeringen die na, bijvoorbeeld, het tachtigste levensjaar verstrekt worden. En dat het om die reden noodzakelijk is om vrouwen een lagere feitelijke periodieke uitkering te geven om gelijke verwachte periodieke uitkeringen voor mannen en vrouwen te kunnen garanderen. Hiertegen kunnen tenminste twee argumenten worden aangevoerd. Waarschijnlijkheidsschattingen van een bepaalde uitkering, zelfs als ze door expert-voorspellers worden gedaan, blijven nog steeds schattingen. Uiteindelijk kunnen ze slechts goed of fout blijken. Alleen als ze goed zijn weten we dat ze een uitkering hebben opgeleverd. Als ze fout zijn weten we dat zo'n uitkering niet was gegarandeerd. Het feit dat de uitkering een hoge waarschijnlijkheid ex ante had maakt het niet meer dan een verwacht tegoed zolang het niet inderdaad ex post materialiseert. Negentig procent kans op een dollar is in werkelijkheid nooit negentig dollarcent; het is of een dollar of niets, afhankelijk van de manier waarop de onzekerheidsfactor uitpakt. Het tweede argument is dat een betoog waarin pensioen wordt gezien als een te ontvangen totaalbedrag de bestaansreden van pensioenregelingen miskent. Voor een beter begrip van deze bestaansreden neme men de risiconeutrale persoon die een vijftig procent kans op het winnen van een dollar kan kopen. Alleen al op grond van die kans zal hij alles tot aan vijftig cent willen betalen. Een risicomijdend persoon echter betaalt iets minder dan vijftig cent voor eenzelfde gok. In een samenleving van risicomijdende personen valt dan ook te verwachten dat weinig individuen op grond van actuarieel juiste cijfers een weddenschap aangaan voor de uitkering van een dollar. Anderzijds zal dezelfde risicomijdende persoon, geconfronteerd met een vijftig procent kans om een dollar te verliezen, iets meer dan vijftig cent betalen om de gok te vermijden. Het ligt dus voor de hand dat in een gemeenschap van risicomijdende personen het merendeel een premie betaalt bovenop het actuarieel juiste bedrag, om het verlies van een dollar te vermijden. Zij kopen in dat geval dus een pensioenverzekering. Het bestaan van pensioenregelingen impliceert dat de premiebetaling voor pensioen door risicomijdende personen beschouwd wordt als een dekking tegen kosten (dat wil zeggen tegen het verlies van een dollar), en niet als een verzekering van een netto-uitkering (dat wil zeggen het verkrijgen van een dollar). Zelfs wanneer de grotere kans op een bepaalde uitkering gelijkgesteld wordt aan een hogere uitkering, dan nog is een grotere kans op pensioenbetaling niet de achterliggende redenering voor het kopen van een pensioen. Een grotere kans dat een periodiek pensioen uitbetaald zal worden betekent alleen, dat de verzekerde verwacht dat bepaalde kosten (namelijk de kosten van levensonderhoud) hoger zullen zijn. Egalisatie van nettovergoedingen van kosten vereist daarom gelijke periodieke betalingen op het moment dat de relevante perioden zich voordoen. Het is waarschijnlijker dat periodieke betalingen uitbetaald worden aan degenen die hogere kosten verwachten - en gegeven de actuele data met betrekking tot de verschillende levensverwachtingen van de beide seksen, betekent dit hogere te verwachten pensioenuitkeringen voor vrouwen dan voor mannen. Maar omdat dit geen hogere netto-uitkeringen voor vrouwen tot gevolg heeft, wordt er geen geweld gedaan aan de gelijke behandeling van de seksen. Dat zou alleen het geval zijn wanneer men er niet in slaagt in gelijke periodieke betalingen te voorzien. Maar is het dan niet gerechtvaardigd om in iedere (denkbare) context verschillende verzekeringspremies in rekening te brengen voor verschillende risicoklassen? Neem bijvoorbeeld de auto-ongevallenverzekering. Heeft de achteloze autorijder niet méér kans op een ongeluk en loopt hij daardoor niet ook een grotere 106 NEMESIS

7 I DE PRIJS VAN PENSIOEN BRUCE CHAPMAN kans op toekomstige kosten? Is het om die reden niet irreëel om hem eenzelfde premie te laten betalen als de voorzichtige autorijder waardoor de verhouding tussen de verwachte verzekeringsuitkeringen en verwachte kosten (inclusief premies en kosten van een ongeluk zelf) voor iedereen gelijk is? Er is evenwel een cruciaal verschil tussen een pensioenregeling, gebaseerd op verschillen in levensverwachting tussen beide seksen en een ongevallenverzekering, gebaseerd op risicocategorieën. Beide vormen van premiedifferentiatie impliceren ongelijke behandeling van verder identieke individuen die geconfronteerd met dezelfde gebeurtenis verschillende premies hebben moeten betalen om de kosten daarvan te dekken. Maar anders dan voor de kosten van een auto-ongevallenverzekering is er bij pensioen een goede maatschappelijke reden om de bestaande verschillen te compenseren en dus een prijsaanpassing toe te passen. Verdisconteren van het leven na de dood: private en sociale visies op pensioenen Pensioenen bieden iemand een manier om om te gaan met het feit dat vermogen, wanneer het niet vandaag wordt geconsumeerd, misschien nooit wordt geconsumeerd omdat er een risico is, eerder te overlijden. De regelingen maken het mogelijk de rechten op een toekomstig inkomen te kopen tegen prijzen, die de onzekerheid dat zij misschien niet lang genoeg leven om er werkelijk van te genieten, reflecteren. Potentiële ontvangers van een pensioen zullen dan ook weinig geneigd zijn om voor hun beloofde pensioen meer te betalen dan een actuarieel redelijke prijs. Vijftig cent betalen voor een kans van vijftig procent op een pensioenuitkering in het tachtigste levensjaar kan bijvoorbeeld aantrekkelijk zijn voor een langlevend persoon die verwacht dat hij vijftig procent kans heeft om tot zijn tachtigste te leven, maar is veel minder aantrekkelijk voor iemand die een kans heeft van dertig procent om die leeftijd te bereiken. Het mechanisme van het vaststellen van pensioenprijzen wordt verklaard door de onmogelijkheid om vermogen postuum te consumeren. Daarom ook kiest men liever voor pensioenen dan voor sparen. Evenmin als iemand bereid is om de huidige waarde van een dollar te sparen voor een niet-ideale kans op consumptie van die dollar in de toekomst, is hij bereid meer dan een actuarieel rechtvaardige prijs voor een pensioenverzekering te betalen. Dit is een privé-verdiscontering van de postume bruikbaarheid van vermogen, die belangrijke implicaties heeft voor mijn opvatting dat pensioenen, althans bezien vanuit het algemeen overheidsbeleid, anders behandeld dienen te worden dan andere vormen van verzekering. Pensioenen moeten in mijn opvatting worden beschouwd als een zaak van overheidsbeleid. Aan de hand van een vergelijking met een ander terrein van overheidsbeleid, zal ik dit uitgangspunt nader verduidelijken. Levensreddende technologieën versus pensioenen Iemand die een grote kans heeft binnen afzienbare tijd te overlijden - een terminale kankerpatiënt bijvoorbeeld - zal bereid zijn een zeer groot bedrag te besteden aan een kuur met maar weinig kans op succes. De reden is dat elke dollar die hij nu weigert uit te geven later, als hij dood is en er niet meer van kan genieten, van geen enkele waarde meer is. Een dergelijke extravagantie is vanuit zijn persoonlijke gezichtspunt begrijpelijk. Vanuit een sociaal perspectief is deze aldus uitgegeven dollar echter een dollar die onttrokken wordt aan andere zaken, inclusief de wellicht grotere kans het leven van iemand anders te redden. Wanneer deze keuzes worden overgelaten aan economische marktprincipes zullen de hoog-risicogroepen stelselmatig de laag-risicogroepen overtroeven in de competitie naar schaarse levensreddende technologie, terwijl toewijzing van de technologie aan laag-risicogroepen waarschijnlijk meer levens zou kunnen redden. Deze systematische discrepantie tussen de private en sociale waardering van een dollar die besteed wordt aan het redden van een leven bestaat ook voor de dollars die besteed worden aan de financiering van de oude dag. Zodra het juiste verdisconteringstarief wordt toegepast op de privé-waardering van pensioenen, is het resultaat de gelijke waarde van pensioenen voor alle individuen, gemeten in periodieke uitkeringen, ongeacht sekse en gegeven gelijke bijdragen. Dit is precies het resultaat dat door Norris werd verordonneerd. (...) Er bestaat dus een zekere analogie tussen een (oudedags)pensioen en levensreddende technologieën. In beide situaties wordt de beslissing om hieraan geld uit te geven mede bepaald door de wetenschap dat alleen bij leven nog van de aanschaf genoten kan worden. En net als hoog-risico personen méér zullen willen betalen om het overlij densrisico te reduceren zullen de naar verwachting korter levende (of hoog-risico) personen voor pensioenen minder willen betalen. Postuum geld is voor beiden immers zonder waarde. Omdat beide beslissingen gebaseerd zijn op dezelfde individuele redenering, zou hetzelfde (sociale verdisconteringstarief hierop moeten worden toegepast. Hoog-risico individuen zouden hun grotere bereidheid te betalen voor levensreddende technologie verdisconteerd moeten zien zodat zij niet de bij deze bereidheid behorende extreem hoge prijs hoeven te betalen. Kortlevende individuen zouden hun grotere weerstand tegen het betalen voor pensioenen niet vertaald moeten zien in een met de weerstand overeenkomende verlaging van de prijs. Op deze wijze bereikt men een, vanuit overheidsperspectief beoordeeld, betere maatstaf voor de waardering van zowel levensreddende technologie als van pensioenen. (Ouderdoms)pensioen versus verzekeringen Deze redenering mag niet zonder meer worden overgenomen voor andere verzekeringsvormen. De argumenten voor een tarief van sociale verdiscontering van pensioenen zijn ontleend aan de neiging van mensen met een hoog overlijdensrisico (vooral mannen) om het sociale nut van de dollar na hun dood te verdisconteren. De redenering heeft alleen waarde wanneer postume consumptie geen essentiële voorwaarde in het verzekeringscontract is. In dit opzicht is de verwerving van een (ouderdoms)pensioen (of van een levensreddende technologie) essentieel anders dan de verwerving van een overlijdensrisicodekking. Neem bijvoorbeeld een vrouw die een levensverzekering wil aanschaffen waarbij een bepaald tegoed wordt 1999 nr 4 107

8 I DE PRIJS VAN PENSIOEN BRUCE CHAPMAN uitbetaald wanneer zij binnen een vastgestelde termijn overlijdt. Aangezien voor mannen de kans dat zij binnen de termijn overlijden groter is dan voor vrouwen, zal mannen een hoger tarief gerekend worden. Als vrouwen voor hetzelfde bedrag als mannen zouden worden aangeslagen, zouden ze de verzekering niet willen kopen. Anders dan bij pensioenen is deze onwil niet gebaseerd op het feit dat een geldsom of het beloofde verzekeringstegoed geen waarde heeft na haar overlijden, want bij deze levensverzekering gaat het om degenen die achterblijven. Haar onwil hangt samen met het feit dat het minder waarschijnlijk is dat degenen die haar overleven de verzekering binnen de termijn krijgen uitgekeerd. Dit heeft niets te maken met private en sociale waardering van een postume dollar. Er is dan ook geen reden om het aangepaste tarief dat bij pensioen gewenst is op de waardebepaling van een levensverzekering toe te passen; zelfs niet wanneer beide vormen van verzekering op dezelfde sterftekansen berusten. De analyse die hierboven is gegeven voor het aangepaste tarief in de pensioencontext heeft dus geen consequenties voor het gebruik van sekse-geïntegreerde kansenreeksen bij ongevallenverzekeringen. Het is gebruikelijk jonge mannen voor een ongevallenverzekering meer premie in rekening te brengen dan jonge vrouwen, omdat mannen statistisch gezien een grotere kans maken op een ongeluk. Iedere poging om van mannen en vrouwen dezelfde tarieven te vragen zou bij vrouwen op onwil stuiten te betalen, omdat zij zichzelf beschouwen als een groep die een kleinere kans heeft te profiteren van het collectieve tegoed. Ook hier geldt weer dat deze grotere weerstand om te betalen niets te maken heeft met de systematische verdiscontering van het postume gebruik van een dollar. 3 Problemen bij het gebruik van seksegeïntegreerde sterftetabellen Wat ook de zeggingskracht is van de hier gepresenteerde analyse met betrekking tot sekse-gelijkheid bij pensioenen; de gebruikelijke efficiency-overwegingen mogen bij de uiteindelijke afweging niet vergeten worden. Als mannen voor een bepaalde pensioenuitkering hogere kosten moeten maken als gevolg van het gebruik van sekse-geïntegreerde sterftetabellen, zullen zij minder willen investeren in pensioenen dan nu het geval is. Terwijl vrouwen alle stimulansen hebben om volledig gefinancierd of verzekerd te blijven, zullen met name mannen minder kopen omdat zij de tarieven ten opzichte van zichzelf als actuarieel onrechtvaardig beschouwen (Rea 1987). Zonder verdere regulering van de door individuen te verwerven pensioentegoeden, zal het uiteindelijk effect van uitspraken als Manhart hierdoor juist niet een gelijke financiering zijn ongeacht sekse in ieder gepensioneerd levensjaar. En dan wordt de bedoeling van het aangepaste- of verdisconteringstarief in wezen ondermijnd. Daarnaast bestaat het gevaar dat werkgevers minder bereid zijn om vrouwen in dienst te nemen, of te belonen op basis van dezelfde salarisinschaling, wanneer het voor vrouwen niet langer meer mogelijk is hun eigen duurdere pensioenen te financieren. Dit zou een ongewenst en ironisch resultaat opleveren voor vrouwen. Ze zouden gelijkheid bereiken wat betreft pensioenvoorzieningen, om die gelijkheid vervolgens ontkend te zien door werkgeversbelangen. Natuurlijk valt deze vorm van discriminatie door werkgevers onder de verboden van de Civil Rights Act, maar discriminatie op het gebied van het contracteren van werknemers is minder gemakkelijk te traceren dan het uitdrukkelijk gebruik van naar sekse onderscheiden sterftetabellen in pensioenen, dat gemakkelijk kan worden opgemerkt en gecontroleerd. Tot slot Deze twee genoemde problemen maken de implicaties duidelijk van het verzekeren van gelijke periodieke pensioenuitkeringen ongeacht sekse. Niets in de hier gepresenteerde analyse kan aan deze problemen af doen. Uit mijn analyse blijkt wel, dat een van de argumenten voor het gebruik van sekse-afhankelijke actuariële tabellen bij overlijdensverzekeringen niet van toepassing is bij pensioenen. Bij pensioenen zullen we, evenals bij levensreddende activiteiten, bereid moeten zijn een tarief te bepalen dat de sociale waarde reflecteert van het leven vóór de dood. (...) Literatuurlijst Statutes Civil rights Act of 1964, s. 703 (a)(l). Cases Arizona Governing Committee, etc. v. Norris, 463 US 1073 (1983). City oflosangeles, etc. v. Manhart, 435 US 702 (1978). Bibliography Arrow, KJ Sex differentiation in annuities: reflections on utilitarianism and inequality. In Rational Interaction: Essays in Honor of John C. Harsanyi, ed. Reinhard Selten, New York: Springer-Verlag Benston, G The economics of gender discrimination in employee fringe benefits: Manhart revisited. University ofchicago Law Review 49: Brilmayer, L. Hekelar, R.W. Laycock, D. and Sullivan, T.A Sex discrimination in employer-sponsored insurance plans: a legal and demographic analysis. University ofchicago Law Review 47: Chapman, B Pensions, sex discrimination, and the value of life after death. International Review of Law and Economics 7: Kimball, S.L Reprise on Manhart. American Bar Foundation Research Journal Rea, S.A., Jr The market response to the elimination of sexbased annuities. Southern Economie Journal 54: Chapman sluit overigens niet uit dat er andere redenen zijn om in de ongevallenverzekeringen gelijke behandeling na te streven. Zijn betoog in dit artikel strekt er slechts toe aan te geven dat de (door hem benoemde) reden die in de pensioencontext noopt tot gelijke uitkeringen/premies niet relevant is voor deze verzekeringscontext. Overigens geldt in de Nederlandse context dat een dergelijk onderscheid terzake van ongevallenverzekeringen in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling. 108 NEMESIS

9 ARTIKEL MARIANNE VAN GELDER Senior beleidsmedewerkster Juridische zaken PGGM Individualiteit versus collectiviteit Sekseneutraliteit in het perspectief van solidariteit Het vraagstuk van de gelijke beloning van mannen en vrouwen kan op het terrein van de pensioenen bezien worden als vraagstuk over de onderlinge solidariteit tussen mannen en vrouwen. Voor de vraag of er sprake is van gelijke beloning is de aard van de pensioentoezegging van groot belang. Hierbij speelt een rol of er een pensioenuitkering is toegezegd, een premietoezegging is gedaan dan wel of er sprake is van een mengvorm. Afhankelijk van deze aard van de pensioentoezegging heeft deze een meer individueel of collectief karakter. Daar waar geen sprake is van solidariteit bij individuele regelingen ligt dit bij collectief toegezegde uitkeringregelingen juist voor de hand. De discussie over sekseneutrale factoren, dus het hanteren van een collectief tarief, vloeit niet zozeer voort uit een streven naar gelijke beloning maar gaat over de grenzen van solidariteit. Sekseneutraliteit hangt, als vorm van solidariteit, af van de keuzen die gemaakt worden binnen de pensioentoezegging. In de discussie over gelijke beloning voor mannen en vrouwen komen ook de pensioenen aan bod. Immers een (op de AOW) aanvullende pensioentoezegging door een werkgever is een vorm van beloning in de zin van artikel 119 EG-verdrag. Deze pensioentoezegging moet op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet (Psw) worden uitgevoerd bij een bedrijfs- of ondernemingspensioenfonds dan wel een verzekeraar, verder te noemen: de pensioenuitvoerder. Pensioenuitvoerders moeten over voldoende vermogen beschikken om de pensioenuitkeringen te kunnen betalen. Op grond van objectieve berekeningselementen, de actuariële factoren, vindt reservering van (pensioen)gelden voor de toekomst plaats. Hierbij wordt rekening gehouden met elementen als levensverwachting, gehuwdheidsfrequenties, loonontwikkelingen etc. Het statistische gegeven dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen betekent in dit verband dat pensioenuitvoerders voor het ouderdomspensioen voor vrouwen meer moeten reserveren dan voor mannen. De sterftetafels waarmee pensioenuitvoerders rekenen zijn daarom sekse-afhankelijk. Als gevolg van het hanteren van deze sekse-afhankelijke factoren is, bij overigens gelijke omstandigheden, de waarde van het ouderdomspensioen van de vrouw hoger dan van de man. De pensioenuitkeringen zijn weliswaar even hoog maar de uitkeringsduur is immers bij vrouwen gemiddeld langer. Het tegenovergestelde geldt voor het nabestaandenpensioen dat op het leven van de vrouw is verzekerd ten behoeve van haar man. De waarde van dit nabestaandenpensioen is lager dan het bij de man verzekerde nabestaandenpensioen voor zijn vrouw vanwege de (statistische) verwachting dat de vrouw haar man zal overleven. Dit werken met verschillende sterftetafels voor mannen en vrouwen geeft bij uitruil tussen de betreffende pensioenvormen grote verschillen in resultaat voor beide seksen. Ook in andere situaties waarbij de waarde van het pensioen een rol speelt of gaat spelen worden de verschillen in waarden bij mannen en vrouwen zichtbaar. Denk hierbij aan de premiestelling, afkoop, waardeoverdracht, vervroeging van pensioen en conversie na echtscheiding. Een alternatief is gebruikmaken van een collectief ofwel sekse-neutraal tarief, dat wil zeggen voor mannen en vrouwen gelijk. De vraag is of gelijke beloning van mannen en vrouwen betekent dat in alle gevallen sekse-neutraal zou moeten worden gerekend. In mijn bijdrage wil ik betogen dat de discussie over het gebruik van sekseafhankelijke dan wel sekse-neutrale factoren in het kader van de gelijke beloning van mannen en vrouwen in wezen niets meer of minder is dan een vraagstuk over onderlinge solidariteit tussen mannen en vrouwen binnen de uitvoering van de (collectieve) pensioentoezegging. Van belang is om goed in beeld krijgen wat de pensioentoezegging, als vorm van beloning, nu precies inhoudt. Na het begrip 'solidariteit' binnen de collectieve pensioentoezegging te hebben belicht, zal ik beargumenteren dat sekse-neutraliteit niet per definitie voortvloeit uit het streven naar gelijke beloning van mannen en vrouwen maar in beginsel een keuze is. Afhankelijk van de gewenste mate van onderlinge solidariteit binnen een collectieve pensioentoezegging zal deze toezegging op een bepaalde wijze moeten worden vormgegeven nr 4 109

10 S E K S E N E U T R A L I T E I T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R I A N N E V A N G E L D E R Uitdrukkelijk ga ik niet nader in op de antidiscriminatie wet- en regelgeving op nationaal en internationaal niveau nu andere bijdragen in deze aflevering van Nemesis daar al op ingaan en het in elk geval thans nog zo is dat niet vaststaat dat het gebruik van sekse-neutrale actuariële factoren verplicht is. De pensioentoezegging Daar de pensioentoezegging door de werkgever de beloning is die gelijk moet zijn voor beide seksen is het zinvol goed in beeld te hebben wat de aard van de betreffende pensioentoezegging precies is. Globaal kunnen we pensioenregelingen in twee systemen onderscheiden, te weten: het 'benefit-definedsysteem' en het 'contribution-definedsysteem'. Bij een benefit-definedsysteem is een pensioenuitkering toegezegd. Een voorbeeld hiervan is een eindloon- of middelloonregeling. In een contribution-definedsysteem is een premietoezegging gedaan. Een voorbeeld daarvan is de beschikbare-premieregeling waarbij het uiteindelijke pensioenresultaat afhankelijk is van de beschikbare premie, de eventueel behaalde beleggingsresultaten en de actuariële grondslagen die worden gehanteerd. Ik zal verder spreken van een toegezegde-uitkeringsregeling en een beschikbare-premieregeling. Ruim 99 procent van de deelnemers (zowel de actieven als de 'slapers') valt thans nog onder een toegezegdeuitkeringsregeling. 1 Mijn bijdrage zal ik dan ook hierop toespitsen. Een pensioentoezegging verzekeren kan zowel individueel als collectief. Bij verzekering in collectiviteit speelt de onderlinge solidariteit van verzekerden een grote rol. Dit begrip 'solidariteit' speelt een cruciale rol in de discussie over het sekse-onderscheid bij het gebruik van actuariële tabellen. Solidariteit binnen een collectieve regeling Van Dale omschrijft solidariteit als: 'bewustzijn van saamhorigheid en bereidheid om de consequenties daarvan te dragen'. Individuen willen bepaalde risico's immers niet alléén dragen maar wel gezamenlijk en sluiten hiervoor collectief een verzekering af. Een voorbeeld hiervan is een brand- en/of inboedelverzekering voor de eigen woning. Dat wordt wel de 'verzekeringstechnische- of kanssolidariteit' genoemd die eigenlijk niets meer inhoudt dan het gezamenlijk dragen van gelijkwaardige risico's. Gelet op het equivalentiebeginsel binnen verzekeringen zal bij een hoger risico een verzekeringnemer ook meer premie moeten betalen. Mogelijkheden om de eigen risico's te laten meewegen bij de keuze voor verzekeringsvarianten, de zogeheten 'risicoselectie', staan op gespannen voet met de bereidheid de risico's samen te delen en ondermijnen daarmee de solidariteit. Een extreem voorbeeld van risicoselectie is het afsluiten van een levensverzekering door een terminale patiënt die zijn toestand niet meedeelt aan de verzekeraar. Een pensioenregeling is in wezen ook niets anders dan een verzekering tegen de financiële gevolgen van bepaalde risico's, zoals overlijden, einde arbeidsleven, arbeidsongeschiktheid, lang leven, inflatie etc. In een collectieve pensioenregeling verzekeren de werknemers binnen een bepaalde onderneming of bedrijfstak gezamenlijk het risico van ouder worden, lang leven, overlijden, arbeidsongeschiktheid etc. De risico's zullen echter onderling behoorlijk verschillen en zijn dus niet gelijkwaardig. Door deze ongelijkwaardige risico' s echter niet door te berekenen in de premie maar iedereen te verzekeren tegen een gelijke premie, een doorsneepremie voor het hele pensioenpakket, is de goedkopere groep verzekerden solidair met de duurdere groep. Deze solidariteit wordt ook wel de 'subsidiërende of overdrachtsolidariteit' genoemd en wordt ingegeven door de sociale doelstelling van een, collectief, pensioen. De vraag is of gelijke beloning van mannen en vrouwen betekent dat in alle gevallen sekse-neutraal zou moeten worden gerekend. In een toegezegde-uitkeringsregeling met een doorsneepremie zijn mannen solidair met vrouwen wat betreft het ouderdomspensioen, dat voor vrouwen immers duurder is omdat zij gemiddeld langer leven. Anderzijds is er solidariteit van vrouwen met mannen bij het nabestaandenpensioen dat voor de mannelijke partners van vrouwen weer goedkoper is dan omgekeerd. Andere vormen van deze subsidiërende solidariteit zijn bv. de solidariteit van gezonde mensen met minder gezonden bij het niet hanteren van een pensioenkeuring maar ook vice versa bij het verzekeren van ouderdomspensioen, solidariteit van jong met oud maar ook vice versa. Binnen een collectieve pensioenregeling vormen de diverse onderlinge solidariteitsoverdrachten een complexe kluwen. Inherent aan subsidiërende solidariteit is dat deze niet in evenwicht is. Nu solidariteit echter alleen werkt bij de gratie van een saamhorigheids- c.q. collectiviteitsbesef zal echter wel gewaakt moeten worden voor (een onevenredige mogelijkheid tot) risicoselectie alsmede voor onverantwoorde solidariteitsoverdracht. Individualisering, een bedreiging voor de solidariteit? Met keuzemogelijkheden binnen pensioenregelingen worden elementen van risicoselectie bewust in de regeling geïncorporeerd. Bij de mogelijkheid nabestaandenpensioen te ruilen tegen meer ouderdomspensioen zal de alleenstaande hier altijd gebruik van maken en een kostwinner juist niet. Mensen met een zwakke gezondheid zullen hun ouderdomspensioen misschien eerder willen laten ingaan (vervroegen) om er optimaal gebruik van te kunnen maken. 1. J.B. Kuné e.a., Studies naar toegezegde uitkering- en defined contribution-regelingen, een uitgave van de Stichting Pensioenwetenschap, Den Haag, NEMESIS

11 S E K S E N E U T R A L I T E I T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R 1 A N N E V A N G E L D E R Hieronder worden de situaties besproken waarbij het gebruik van verschillende actuariële factoren relevant is in de discussie over gelijke beloning van mannen en vrouwen. Financiering door pensioenverzekeraar De pensioenuitvoerder zal om bedrijfseconomische en verzekeringstechnische redenen zo nauwkeurig mogelijk willen vaststellen welke financiële dekking nodig is gelet op de toekomstige verplichtingen. De pensioenuitvoerder zal hoe dan ook altijd rekening houden met de feitelijke man/vrouw-verhoudingen binnen het bestand, en dus in die zin sekse-afhankelijk rekenen. Premiestelling Bij gelijke pensioenuitkeringen in een toegezegde-uitkeringsregeling zal de kostprijs hiervoor voor mannen en vrouwen verschillen in verband met de verschillende sterftekansen. Kostprijsverschillen kunnen óf op de werkgever worden afgewenteld dan wel verdisconteerd worden in een (sekse-neutrale) doorsneepremie. Een doorsneepremie is een gemiddelde premie zonder rekening te houden met individuele verschillen in risico door omstandigheden als leeftijd, geslacht, carrièreverloop etc. Deze doorsneepremie is een vorm van subsidiërende solidariteit. Bij beschikbare-premieregelingen moeten voor vrouwen en mannen, in verband met de gelijke beloning, in beginsel gelijke premies ter beschikking gesteld worden. Afkoop (anders dan in verband met waardeoverdracht) Bij afkoop van een pensioen of pensioenaanspraak wordt de contante waarde van het tot dat moment opgebouwde pensioen ineens uitgekeerd. Afkoop van Pswpensioenen speelt, behalve in het geval van waardeoverdracht, overigens nog maar een zeer geringe rol. Op grond van de Psw is afkoop van een 'klein' pensioen (of pensioenaanspraak bij emigratie) mogelijk op initiatief van de pensioenuitvoerder dan wel op verzoek van de rechthebbenden. Voorts kunnen pensioenuitvoerders de mogelijkheid bieden een pensioenaanspraak af te kopen wanneer korter dan een jaar is deelgenomen in de regeling. Door het werken met sekse-afhankelijke actuariële factoren in de financiering zijn de waarden van de pensioen of pensioenaanspraken voor mannen en vrouwen verschillend. Het ouderdomspensioen van een vrouw heeft een hogere waarde dan dat van de man in een vergelijkbare situatie en voor het nabestaandenpensioen geldt juist het tegenovergestelde. Waardeoverdracht Wat hierboven over afkoop is geschreven geldt ook bij waardeoverdracht, dat in feite niets anders is dan afkoop van de pensioenaanspraak bij de ene pensioenuitvoerder gevolgd door inkoop daarvan bij het andere. Dit laatste aspect onderscheidt afkoop bij waardeoverdracht overigens van de hiervoor genoemde andere vormen van afkoop waarbij de afkoopsom ter hand wordt gesteld van de gerechtigde. Waardeoverdracht heeft als doel het voorkomen van de 'carrièrebreuk' en het samenvoegen van pensioenen bij één pensioenuitvoerder. Door de opgebouwde waarde elders in te brengen in de nieuwe pensioenregeling wordt over de op te bouwen pensioenaanspraak b.v. ook backservice verleend, dat wil zeggen dat het pensioen te zijner tijd wordt berekend over alle, dus ook de ingekochte, dienstjaren. Uitruil ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen Bij uitruilvarianten van nabestaandenpensioen in extra ouderdomspensioen of omgekeerd is het effect van sekse-afhankelijk rekenen heel groot. De waarde van het nabestaandenpensioen bij de vrouw op het leven van haar man is relatief laag omdat zij haar man statistisch gezien zal overleven. Het voor zichzelf in te kopen ouderdomspensioen is echter juist relatief duur vanwege de hogere levensverwachting van de vrouw. Een uitruil van nabestaandenpensioen in een hoger ouderdomspensioen op sekse-afhankelijke basis is voor vrouwen dus een slechte ruil. Bij de omgekeerde variant, inruilen van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen, werken sekseafhankelijke actuariële factoren juist gunstig uit voor vrouwen en leveren zij in bij gebruik van sekse-neutrale tabellen. Vervroeging (en uitstel) van ouderdomspensioen Bij vervroeging van ouderdomspensioen wordt op het pensioen een reductiefactor (ofwel actuariële korting) toegepast. Bij vrouwen is deze reductiefactor lager dan bij mannen omdat de waarde van het ouderdomspensioen van vrouwen hoger ligt en de kosten in het geval van vervroeging bij vrouwen relatief minder toenemen dan bij mannen. Het werken met sekse-neutrale actuariële factoren bij vervroeging van pensioen zou voor vrouwen aldus een verslechtering betekenen en voor mannen een verbetering. Conversie na echtscheiding Op grond van de wet Verevening kunnen ex-echtgenoten ervoor kiezen om het te verevenen (verdelen) ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen om te laten zetten in een eigen recht op ouderdomspensioen voor de ex-echtgenoot. Voor mannen pakt deze conversie gunstiger uit dan voor vrouwen als gevolg van het rekenen met sekse-afhankelijke factoren. Het te verevenen ouderdomspensioen van de vrouw wordt contant gemaakt en omgezet in een eigen recht op bijzonder ouderdomspensioen voor haar ex-man. Voor mannen is conversie gunstiger dan voor vrouwen omdat zij dan én meeprofiteren van de hogere waarde van het ouderdomspensioen van hun vrouw én vergeleken met vrouwen minder betalen aan de inkoop van een ouderdomspensioen op zijn eigen leven. Omgekeerd is de waarde van het te verevenen ouderdomspensioen van mannen lager en moeten vrouwen voor die lagere waarde ook nog eens een ouderdomspensioen terugkopen op het hogere vrouwentarief. Voor vrouwen is conversie dus duurder dan voor mannen nr 4 111

12 I S E K S E N E U T R A L I T E I T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R I A N N E V A N G E L D E R Als we ervan uitgaan dat de calculerende werknemer zal kiezen wat voor hem of haar het meeste oplevert en/of goedkoper is, zal dit leiden tot een kostenverhoging van de betreffende verzekering. Hoe meer pensioen 'maatwerk' wordt voor de individuele werknemer des te meer calculerende keuzen deze kan en ook zal maken. Dit tast op den duur het draagvlak van de solidariteit aan. Wanneer in een toegezegde-uitkeringsregeling zowel mannen als vrouwen op uitkeringsniveau een gelijk deel van hun nabestaandenpensioen voor hun partner mogen inruilen voor een hoger ouderdomspensioen is dit voor vrouwen gunstig. Immers zij leveren als het ware minder in want het nabestaandenpensioen van vrouwen (op het leven van de man) heeft immers een lagere waarde dan dat van mannen. Daarbij komt dat het ouderdomspensioen dat zij ervoor terugkrijgen een hogere waarde heeft dan dat van mannen in een vergelijkbare situatie. Op het niveau van de contante waarden bezien zou dit dus voor vrouwen een goede ruil zijn. Mannen zijn hier dus solidair met vrouwen. Op andere onderdelen binnen de pensioenregeling zullen vrouwen echter weer solidair met mannen zijn. Hoe meer pensioen 'maatwerk' wordt voor de individuele werknemer des te meer calculerende keuzen deze kan en ook zal maken. Voorkomen moet worden dat de ene groep buitenproportioneel belast wordt door de solidariteitsoverdracht naar de andere groep. Het mag bv. niet zo zijn dat een ruil- of een keuzemogelijkheid voor een substantiële groep binnen een collectiviteit goed beschouwd geen reële optie meer is. Degene voor wie de solidariteit té veel kost zal dan de behoefte krijgen uit deze collectiviteit te treden om zich elders te verzekeren. Hij of zij voelt zich immers niet meer solidair. Nu zijn de meeste bedrijfstakregelingen, op verzoek van sociale partners, door de minister verplicht gesteld in de betreffende bedrijfstak. In dat geval wordt de solidariteit als het ware opgelegd aan de collectiviteit in de veronderstelling dat de subsidiërende elementen in de regeling door sociale partners juist gewenst zijn. Ook speelt daarbij het argument om gelijke beloning in de vorm van de werkgeversbijdrage af te dwingen om tegelijkertijd daarmee concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen een sector te voorkomen. Ook en misschien wel juist binnen een verplicht gestelde pensioenregeling moet het draagvlak voor solidariteit behouden blijven en dus gewaakt worden voor onverantwoorde solidariteitsoverdrachten en een onevenredige toename van risicoselectie. Mengvormen van pensioentoezeggingen In een zuivere toegezegde-uitkeringsregeling zou idealiter de pensioenuitkering voor mannen en vrouwen, in overigens gelijke omstandigheden, gelijk moeten zijn. Een gelijk ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen voor mannen en vrouwen (gelijke behandeling) tegen, als het even kan, een gelijke prijs (doorsneepremie en dus solidariteit). Het gegeven dat de pensioenuitvoerder bij het vergaren van voldoende vermogen, de financiering, sekseafhankelijk rekent staat los van de pensioentoezegging en de gelijke beloningsgedachte. Bij de zuivere beschikbare-premieregeling is de toegezegde premie, als beloning, voor mannen en vrouwen gelijk en kunnen de uiteindelijke pensioenuitkeringen verschillen. Solidariteitsaspecten spelen hier nauwelijks een rol. Wanneer we te maken hebben met deze zuivere vormen van beide varianten doen zich geen problemen voor in het licht van de gelijke behandeling. De adder onder het gras bij de discussie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen in aanvullende pensioenen zit echter in het ontstaan van een soort mengvormen van pensioentoezeggingen door de introductie van individualisering en flexibilisering binnen de collectieve regeling. De keuzemogelijkheid om ouderdoms- en nabestaandenpensioen onderling uit te ruilen roept de vraag op of hier nog wel sprake is van een zuivere toegezegde uitkeringsregeling. Of moet deze variant meer worden beschouwd als een mogelijkheid om de waarde van een opgebouwd pensioen te gebruiken als betaalmiddel om een ander pensioen in te kopen? Anders gezegd: door mensen min of meer invloed te geven op de aanwending van de voor hen gereserveerde contante waarde heeft de toegezegde-uitkeringsregeling met individuele keuzemodulen of flexibiliseringsmogelijkheden op zijn minst 'trekjes' gekregen van een beschikbare-premie- (c.q. beschikbare-waarde-)regeling. De gemengde pensioentoezegging benaderd vanuit solidariteitsperspectief De vraag is of gelijke beloning van mannen en vrouwen impliceert dat bij collectieve pensioentoezeggingen gerekend moet worden met sekse-neutrale factoren. Mijns inziens is dit afhankelijk van de aard van de pensioentoezegging en daarmee de gewenste mate van solidariteit in de regeling. Hierbij dwingt het ontstaan van gemengde pensioentoezeggingen tot een nadere afweging van de onderlinge solidariteit in een pensioenregeling. Drie benaderingen zijn hierbij denkbaar. Het zwaartepunt ligt bij individualisering. Solidariteit ligt niet voor de hand Zoals hierboven is aangegeven speelt solidariteit alleen een rol binnen een collectiviteit. Bij een toegezegde-uitkeringsregeling krijgen mannen en vrouwen een gelijke pensioenuitkering tegen veelal dezelfde prijs (doorsneepremie) ook al zijn de kosten verschillend. De financiering van het pensioen komt helemaal niet in beeld. Bij keuze- of nulvarianten wordt dit echter in deze visie een ander verhaal. Wanneer men namelijk de vrijheid heeft de eigen risico's in te schatten en afhankelijk daarvan verschillende keuzen kan maken treedt onvermijdelijk calculerend gedrag, en dus risicoselectie, op. En risicoselectie staat op gespannen voet met solidariteit. Een redenatie is dan ook dat men door te individualiseren als het ware de collectiviteitsgedachte beperkt, zodat er minder 112 NEMESIS

13 S E K S E N E U T R A L I T E 1 T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R I A N N E V A N G E L D E R reden is voor solidariteitsoverdracht. Nochtans zijn een zekere individualisering en solidariteit niet per definitie tegenstrijdig, zeker niet wanneer dit blijkbaar onderdeel uitmaakt van de pensioentoezegging. De gemengde pensioentoezegging verdient naar mijn mening dan ook een genuanceerdere benadering. Het zwaartepunt van de pensioentoezegging ligt bij de toegezegde uitkering. Solidariteit tussen mannen en vrouwen vloeit voort uit gelijke beloningsgedachte Men kan ook redeneren dat als de pensioentoezegging een toegezegde-uitkeringsregeling inhoudt inclusief keuzemogelijkheden, de uitkeringen ook na gebruikmaking van de keuzemogelijkheid voor mannen en vrouwen gelijk moeten zijn. De wijze van financiering komt niet in beeld. De pensioenuitvoerder kan sekseafhankelijk blijven financieren zolang het pensioenresultaat maar voor mannen en vrouwen gelijk blijft. De kosten daarvan worden in solidariteit door de collectiviteit gedragen. In die visie wordt naar mijn mening voorbij gegaan aan het gegeven dat er bij individualisering/flexibilisering niet meer kan worden gesproken van een zuivere toegezegde-uitkeringsregeling. De conclusie van gelijke uitkeringen onder alle omstandigheden is dan wat te kort door de bocht. Daar komt bij dat de solidariteitsstromen die plaatsvinden niet bewust zijn gekozen. Het is echter van groot belang om de solidariteitsoverdracht binnen een collectieve regeling scherp in beeld te houden omdat, zoals hierboven is besproken, onevenredigheid in dit verband uiteindelijk leidt tot afbreuk van de solidariteit. De aard van pensioentoezegging impliceert een bewuste solidariteitsafweging Deze derde variant onderscheidt zich subtiel van de vorige twee door bij de mengvormen van pensioentoezeggingen het al dan niet kiezen voor sekse-neutraliteit niet als vanzelfsprekend te beschouwen maar zichtbaar te maken dat dit niets anders is dan het heroverwegen van de subsidiërende solidariteit tussen mannen en vrouwen. De redenatie is dan dat de pensioentoezegging op de eerste plaats een toegezegde-uitkeringsregeling impliceert maar daarnaast, door het aanbieden van mogelijkheden tot ruil e.d., ook het recht op interne waardeoverdracht. De waarde is echter, zoals hierboven is aangegeven, sekse-afhankelijk. Voor het ouderdomspensioen voor de vrouw is dus meer gereserveerd dan voor dat van de man in verder dezelfde omstandigheden. Is dat logisch? Ja, want dat is een financieringsconsequentie en die staat geheel los van de pensioentoezegging, de beloning, als zodanig. Dit laat echter onverlet dat, vanuit de doelstelling van de toegezegde uitkering, gekozen kan worden om de uitkeringen voor mannen en vrouwen binnen de pensioentoezegging, ook na gebruik van mogelijkheden van individualisering of flexibilisering, gelijk te doen zijn. Naar mijn mening ligt deze subsidiërende solidariteit overigens voor de hand wanneer de regeling als uitgangspunt de toegezegde uitkering heeft. Naarmate het zwaartepunt van een gemengde pensioentoezegging, door toename van individualisering, echter meer opschuift richting beschikbare-premie-(c.q. waarde-) regeling werpt dit een ander licht op de solidariteitsoverdracht. Hieronder worden de situaties besproken waarbij het gebruik van verschillende actuariële factoren relevant is in de discussie over gelijke beloning van mannen en vrouwen. Financiering door pensioenverzekeraar De pensioenuitvoerder zal om bedrijfseconomische en verzekeringstechnische redenen zo nauwkeurig mogelijk willen vaststellen welke financiële dekking nodig is gelet op de toekomstige verplichtingen. De pensioenuitvoerder zal hoe dan ook altijd rekening houden met de feitelijke man/vrouw-verhoudingen binnen het bestand, en dus in die zin sekse-afhankelijk rekenen. Premiestelling Bij gelijke pensioenuitkeringen in een toegezegde-uitkeringsregeling zal de kostprijs hiervoor voor mannen en vrouwen verschillen in verband met de verschillende sterftekansen. Kostprijs verschillen kunnen óf op de werkgever worden afgewenteld dan wel verdisconteerd worden in een (sekse-neutrale) doorsneepremie. Een doorsneepremie is een gemiddelde premie zonder rekening te houden met individuele verschillen in risico door omstandigheden als leeftijd, geslacht, carrièreverloop etc. Deze doorsneepremie is een vorm van subsidiërende solidariteit. Bij beschikbare-premieregelingen moeten voor vrouwen en mannen, in verband met de gelijke beloning, in beginsel gelijke premies ter beschikking gesteld worden. Afkoop (anders dan in verband met waardeoverdracht) Bij afkoop van een pensioen of pensioenaanspraak wordt de contante waarde van het tot dat moment opgebouwde pensioen ineens uitgekeerd. Afkoop van Psw-pensioenen speelt, behalve in het geval van waardeoverdracht, overigens nog maar een zeer geringe rol. Op grond van de Psw is afkoop van een 'klein' pensioen (of pensioenaanspraak bij emigratie) mogelijk op initiatief van de pensioenuitvoerder dan wel op verzoek van de rechthebbenden. Voorts kunnen pensioenuitvoerders de mogelijkheid bieden een pensioenaanspraak af te kopen wanneer korter dan een jaar is deelgenomen in de regeling. Door het werken met sekse-afhankelijke actuariële factoren in de financiering zijn de waarden van het pensioen of pensioenaanspraken voor mannen en vrouwen verschillend. Het ouderdomspensioen van een vrouw heeft een hogere waarde dan dat van de man in een vergelijkbare situatie en voor het nabestaandenpensioen geldt juist het tegenovergestelde. Waardeoverdracht Wat hierboven over afkoop is geschreven geldt ook bij waardeoverdracht, dat in feite niets anders is dan afkoop van de pensioenaanspraak bij de ene pensioenuitvoerder gevolgd door inkoop daarvan bij het andere. Dit laatste aspect onderscheidt afkoop bij waardeoverdracht overigens van de hiervoor genoemde andere 1999 nr 4 113

14 I S E K S E N E U T R A L I T E I T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R I A N N E V A N G E L D E R vormen van afkoop waarbij de afkoopsom ter hand wordt gesteld van de gerechtigde. Waardeoverdracht heeft als doel het voorkomen van de 'carrièrebreuk' en het samenvoegen van pensioenen bij één pensioenuitvoerder. Door de opgebouwde waarde elders in te brengen in de nieuwe pensioenregeling wordt over de op te bouwen pensioenaanspraak bv. ook backservice verleend, dat wil zeggen dat het pensioen te zijner tijd wordt berekend over alle, dus ook de ingekochte, dienstjaren. Uitruil ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen Bij uitruilvarianten van nabestaandenpensioen in extra ouderdomspensioen of omgekeerd is het effect van sekse-afhankelijk rekenen heel groot. De waarde van het nabestaandenpensioen bij de vrouw op het leven van haar man is relatief laag omdat zij haar man statistisch gezien zal overleven. Het voor zichzelf in te kopen ouderdomspensioen is echter juist relatief duur vanwege de hogere levensverwachting van de vrouw. Een uitruil van nabestaandenpensioen in een hoger ouderdomspensioen op sekse-afhankelijke basis is voor vrouwen dus een slechte ruil. Bij de omgekeerde variant, inruilen van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen, werken sekse-afhankelijke actuariële factoren juist gunstig uit voor vrouwen en leveren zij in bij gebruik van sekse-neutrale tabellen. Vervroeging (en uitstel) van ouderdomspensioen Bij vervroeging van ouderdomspensioen wordt op het pensioen een reductiefactor (ofwel actuariële korting) toegepast. Bij vrouwen is deze reductiefactor lager dan bij mannen omdat de waarde van het ouderdomspensioen van vrouwen hoger ligt en de kosten in het geval van vervroeging bij vrouwen relatief minder toenemen dan bij mannen. Het werken met sekse-neutrale actuariële factoren bij vervroeging van pensioen zou voor vrouwen aldus een verslechtering betekenen en voor mannen een verbetering. Conversie na echtscheiding Op grond van de wet Verevening kunnen ex-echtgenoten ervoor kiezen om het te verevenen (verdelen) ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen om te laten zetten in een eigen recht op ouderdomspensioen voor de ex-echtgenoot. Voor mannen pakt deze conversie gunstiger uit dan voor vrouwen als gevolg van het rekenen met sekse-afhankelijke factoren. Het te verevenen ouderdomspensioen van de vrouw wordt contant gemaakt en omgezet in een eigen recht op bijzonder ouderdomspensioen voor haar ex-man. Voor mannen is conversie gunstiger dan voor vrouwen omdat zij dan én mee profiteren van de hogere waarde van het ouderdomspensioen van hun vrouw én vergeleken met vrouwen minder betalen aan de inkoop van een ouderdomspensioen op zijn eigen leven. Omgekeerd is de waarde van het te verevenen ouderdomspensioen van mannen lager en moeten vrouwen voor die lagere waarde ook nog eens een ouderdomspensioen terugkopen op het hogere vrouwentarief. Voor vrouwen is conversie dus duurder dan voor mannen. De theorie in praktijk: een conclusie Op grond van het statistische gegeven dat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen verschilt het prijskaartje van de respectievelijke pensioenen waarbij soms mannen goedkoper zijn (ouderdomspensioen) en soms vrouwen (nabestaandenpensioen). Dat pensioenuitvoerders daar bij hun financiering rekening mee houden staat volgens mij los van de vraag of er sprake is van gelijke beloning van mannen en vrouwen. Wel relevant is hoe deze kostprijsverschillen worden doorberekend in de (werkgeverspremies, de contante waarden van de pensioenaanspraken en de pensioenuitkeringen. Bij collectieve pensioenregelingen waarbij voor eenieder, in overigens gelijke omstandigheden, ongeacht het individuele risico, gelijke uitkeringen zijn toegezegd tegen een gelijke prijs (de doorsneepremie) vindt subsidiëring plaats van de ene groep jegens de andere uit solidariteit. Dit element van solidariteitsoverdracht (of subsidiërende solidariteit) onderscheidt pensioenverzekeren van traditioneel verzekeren waarbij alleen gelijke premie wordt betaald bij gelijkwaardige risico's. Het werken met sekse-neutrale actuariële factoren bij vervroeging van pensioen zou voor vrouwen aldus een verslechtering betekenen en voor mannen een verbetering. Of en zo ja in welke mate subsidiërende solidariteit plaatsvindt is afhankelijk van de inhoud van de pensioentoezegging. Heeft de toezegging een strikt individueel karakter dan is subsidiërende solidariteit uitgesloten. Premie c.q. uitkering is dan afhankelijk van het individuele risico. Mannen zijn solidair met vrouwen maar ook omgekeerd is dat het geval. Bij het streven naar een sociaal doel, zoals gelijke behandeling van mannen en vrouwen, mag de balans van de diverse solidariteits-overdrachten tussen mannen en vrouwen uit evenwicht zijn. Dit is immers inherent aan subsidiërende solidariteit. Dit neemt niet weg dat de solidariteit van de ene groep met de ander proportioneel moet zijn vanwege het draagvlak dat nodig is voor solidariteit. Bij gemengde pensioentoezeggingen waarbij elementen van individualisering of flexibilisering in de regeling zijn opgenomen moet volgens mij de mate van solidariteitsoverdracht afhangen van het zwaartepunt van de regeling. Hoe meer de nadruk ligt op individualiteit des te minder reden er is voor subsidiërende solidariteit. Bij in solidariteit opgebouwde pensioenen in een toegezegde-uitkeringsregeling ligt het, naar mijn mening, voor de hand om bij uitruilvarianten en vervroeging van het ouderdomspensioen te kiezen voor sekse-neutrale factoren als het zwaartepunt van de regeling blijft 114 NEMESIS

15 I S E K S E N E U T R A L 1 T E I T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R I A N N E V A N G E L D E R liggen op de toegezegde-uitkeringsregeling. Enkele individuele accenten binnen een collectieve regeling hoeven de solidariteit tussen mannen en vrouwen niet direct aan te tasten.wanneer de uitruilvariant gepresenteerd wordt als een keuze tussen twee uitkeringen kan dit waarschijnlijk zelfs niet anders gelet op de wettelijke eis van gelijke beloning. Er is dan immers sprake van een, op dit punt, zuivere toegezegde-uitkeringsvariant en geen mengvorm. De tussenstap van de interne waardeoverdracht van de pensioenen zou dan verboden zijn. Krijgen elementen van individualisering en flexibilisering binnen de pensioentoezegging dusdanig de overhand dat het zwaartepunt van de regeling niet meer ligt op de toegezegde uitkering, dan ligt het gebruik van sekse-neutrale factoren, en dus het 'collectieve tarief', minder voor de hand. Bij het streven naar een sociaal doel, zoals gelijke behandeling van mannen en vrouwen, mag de balans van de diverse solidariteits-overdrachten tussen mannen en vrouwen uit evenwicht zijn. Of afkoop van pensioenaanspraken op sekse-afhankelijke tarieven dan wel sekse-neutraal moet plaatsvinden hangt af van de vraag of afkoop van pensioenrechten moet worden geplaatst binnen het kader van de pensioentoezegging of meer ligt in het verlengde van de financiering. Als geredeneerd zou worden dat de afkoopsom, in het verlengde van de pensioentoezegging, als zodanig ook 'beloning' vormt zou een afkoopsom sekse-neutraal moeten worden berekend. Deze redenatie is vooralsnog niet af te leiden uit de jurisprudentie van het EGhof inzake gelijke beloning. Daar komt naar mijn mening bij dat als de inhoud van de pensioentoezegging gelijke uitkeringen impliceert voor mannen en vrouwen dit niet per definitie wil zeggen dat 'dus' ook gelijke afkoopwaarden zijn toegezegd. Dit neemt niet weg dat de collectiviteit kan kiezen om het verschil tussen de sekse-afhankelijke en de sekse-neutrale afkoopwaarde in solidariteit bij te passen vanuit de collectiviteit. Wanneer de afkoop van een pensioenaanspraak louter wordt geplaatst in het kader van de financiering en dus uitsluitend wordt beschouwd als een contant maken van de gereserveerde waarde ligt sekse-neutraliteit niet voor de hand. Bij afkoop van pensioenaanspraken in verband met waardeoverdracht speelt, in mijn optiek, het doel van waardeoverdracht een grote rol bij de beantwoording van de vraag of dit sekse-neutraal of sekse-afhankelijk moet. Bij waardeoverdracht gaat het niet om gelijke beloning voor mannen en vrouwen maar om het voorkomen van pensioenbreuk voor mannen en vrouwen. Dit doel wordt bereikt door als pensioenuitvoerders, betrokken bij de waardeoverdracht, te rekenen met dezelfde actuariële factoren. Of deze sekse-afhankelijk zijn of sekse-neutraal maakt op zich in feite geen verschil. Complicatie bij sekse-neutraliteit is echter dat sekse-neutrale tabellen altijd zijn gebaseerd op het eigen collectieve tarief, afhankelijk van het man/vrouw-bestand bij de betreffende pensioenuitvoerder. Bij verschillende collectieve, sekse-neutrale, tarieven schiet je bij waardeoverdracht je doel voorbij. Landelijke collectieve tarieven leiden tot onbedoelde winsten of verliezen bij pensioenuitvoerders. De conversie valt buiten het kader van de pensioentoezegging als beloning. Als ook bij conversie gestreefd zou worden naar gelijke behandeling (in plaats van beloning) van mannen en vrouwen vergt dit echter niet alleen subsidiërende solidariteitsoverdrachten van mannen naar vrouwen maar ook van niet-scheidenden met scheidenden. Dit lijkt mij niet voor de hand liggen aangezien echtscheiding een persoonlijke aangelegenheid is. Daar komt bij dat conversie van een te verevenen pensioen een vrijwillige optie is en dus achterwege gelaten kan worden. Tot slot De discussie over gelijke beloning tussen mannen en vrouwen in collectieve pensioenen gaat over de grenzen van aanvaardbare solidariteit tussen mannen en vrouwen. Gelijke beloning voor mannen en vrouwen betekent niet per definitie dat in alle gevallen moet worden gerekend met sekse-neutrale tarieven. Een sekse-neutraal tarief is in feite een collectief tarief en impliceert een keuze voor solidariteitsoverdracht tussen mannen en vrouwen. Afhankelijk van de inhoud van de pensioentoezegging ligt die solidariteit al dan niet voor de hand. In feite zou de gewenste mate van solidariteit de inhoud van de pensioentoezegging moeten bepalen waarbij zorgvuldig wordt afgewogen welke solidariteitsoverdracht moet plaatsvinden. Een mooie doelstelling lijkt mij om bij de moderne collectieve pensioentoezegging te streven naar een verantwoord evenwicht tussen individualiteit en collectiviteit. Raakt dit evenwicht door een te sterke drang naar individualisering en flexibilisering uit balans, dan resulteert er een systeem van 'Ieder voor zich en niemand meer voor ons allen' ofwel het einde van de collectieve pensioenregeling. Over sekse-neutraliteit, als vorm van solidariteit tussen mannen en vrouwen, hoeven we dan niet meer te spreken. Literatuurlijst Tweede Kamer Vergaderjaar , (Pensioenregelingen), nrs. 3,4 en 5, inhoudende tweede brieven van de staatssecretaris van Sociale Zaken en werkgelegenheid aan de Tweede Kamer en een verslag van een algemeen overleg over Artikel 2b van de Pensioen- en spaarfondsenwet. P.J. Besseling en M. van de Ven, Defined benefit plus keuzevrijheid is defined contribution?, uit: Studies naar defined benefit- en defined contribution-regelingen, van de Stichting Pensioenwetenschap, Den Haag, Th. J. Boeschoten, Het keuzerecht van artikel 2b PSW, Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken juni 1998/3, p nr 4 115

16 I S E K S E N E U T R A L 1 T E I T I N H E T P E R S P E C T I E F V A N S O L I D A R I T E I T M A R I A N N E V A N G E L D E R H.P. Breuker en AJ. van de Griend, Artikel 2b PSW: de bedoeling is goed, Pensioen & Praktijk 1996/10, p B. Chapman, Sex discrimination & equal good of pensions, vertaald opgenomen in deze special. W. Eikelboom en D. den Heijer, Tafels van onzijdige kunne, het Verzekerings Archief 1995/4, p A.J. van de Griend en D. Bankman, Pensioenrisico's: samen delen of niet?, Pensioen Magazine 1998/2, p W. Klaassen, Het dogma van de gelijkheid, Pensioen Magazine 1998/7/8, p P.M.C, de Lange, Subjectief Pensioenrecht, Rede in verkorte vorm uitgesproken bij aanvaarding van het ambt hoogleraar Pensioenrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, 3 juni E. Lutjens, Levensverwachting en pensioen, geslachtsafhankelijke of sexe-neutrale actuariële factoren?, Pensioenmonografieën 3, uitgeverij FED, E. Lutjens, Het keuzerecht ouderdomspensioen-nabestaandenpensioen, Pensioen & Praktijk 1998/6, p E.H.M. Ponds e.a., Defined contribution versus defined benefit: pensioenfinanciering tussen keuzevrijheid en risicodeling uit Bundel Studies naar defined benefit- en defined contribution-regelingen van de Stichting Pensioenwetenschap, Den Haag, P. Portegies, Naar sexe gescheiden sterven, Nemesis 1993/2 p met de reactie daarop van P. van Yperen. E. Schols-van Oppen, Artikel 2b PSW: kiezen of ruilen?, Pensioen Magazine 1997/12, p G. Stijn, Sexe-neutrale actuariële factoren?, De Actuaris, januari 1996, p P.M. Tulfer, Pensioenen, fondsen en verzekeraars, Monografieën Sociaal recht, tweede druk Kluwer 1997, met name p over de solidariteit. 116 NEMESIS

17 ARTIKEL MARGRIET ADEMA Senior beleidsmedewerkster Juridische zaken PGGM Zowel nationaal als internationaal onder vuur Pensioen en gelijkebehandelingsnonnen De rechtsontwikkeling terzake van gelijke behandeling op het gebied van aanvullende pensioenen verloopt traag maar gestaag. De invloed van het Europese recht is op dit rechtsgebied bijzonder groot. Maar ook de betekenis en invloed van nationale rechtsnormen neemt toe. De auteur bepleit dat de reikwijdte van de Algemene wet gelijke behandeling op dit terrein wordt verduidelijkt. In deze bijdrage zal ik een overzicht geven van gelijke-behandelingsnormen die een rol spelen op het terrein van de aanvullende pensioenen. 1 Na een bespreking van het Europese recht (artikel 119 EU-verdrag en de gewijzigde vierde EG- Richtlijn) volgt een inventarisatie van de relevante Nederlandse wetgeving. Hierbij behandel ik achtereenvolgens de verschillende Nederlandse arbeidsrechtelijke en pensioenrechtelijke normen. Tot slot sta ik in dit kader wat langer stil bij de betekenis van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). Bij de bespreking van de verschillende Europese en Nederlandse rechtsnormen zal blijken dat zowel regelgeving als jurisprudentie vaak ruimte laten voor onduidelijkheid. De toonzetting van het hier te geven overzicht wordt dan ook in hoge mate bepaald door de vraag wat (inmiddels) duidelijk is en wat niet. 2 Welke vormen van onderscheid komen voor? In de afgelopen jaren is er op het terrein van de aanvullende pensioenen veel gedaan om voorkomende vormen van verboden onderscheid te bestrijden. Te denken valt met name aan het laten vervallen van toetredingsgrenzen die aansloten bij de omvang van de dienstbetrekking (de zogenaamde deeltijddrempels), het invoeren van gelijke pensioenleeftijden en nabestaandenpensioenen voor mannen en vrouwen. Vormen van onderscheid die nog steeds voorkomen en waarvan nog lang niet in alle gevallen vaststaat dat het om verboden vormen van onderscheid gaat zijn de volgende. Nog altijd bestaan er voorwaarden voor toetreding verbonden aan leeftijd of functie die vaak minimaal de schijn wekken dat zij discriminerend uitwerken. De wijze waarop omgegaan wordt met de loonbestanddelen die al dan niet tot de pensioengrondslag behoren (met name de overwerkvergoeding) kan leiden tot onderscheid tussen voltijders en parttimers. Hetzelfde kan gezegd worden over de wijze waarop rekening wordt gehouden met het bestaan van de AOW-uitkering. 3 Bij de invoering van de moderne prepensioenregelingen treffen we allerhande eisen die mogelijk indirect discriminerend kunnen uitwerken (denk aan een dienstjareneis of de eis van ononderbroken deelneming). Ook de positie van flexwerkers binnen de pensioenregeling is in dit verband een punt van aandacht. Tenslotte treedt onderscheid op in alle situaties waarbij gebruik gemaakt wordt van naar sekse gescheiden actuariële factoren; hierbij kan onder meer gedacht 1. In dit overzicht besteed ik geen aandacht aan artikel 1 Grondwet, artikel 26 BuPo-verdrag, artikel 14 EVRM en bepalingen uit het VN-vrouwenverdrag die ook een rol kunnen spelen bij de beoordeling van pensioenkwesties. Tot op heden wordt in literatuur en jurisprudentie aan deze rechtsbronnen in het algemeen geen verderstrekkende betekenis verbonden dan aan de normen die in dit overzicht wel aan de orde komen. 2. Zie voor andere overzichtspublicaties bijvoorbeeld P.M. Tulfer, Pensioenen, fondsen en verzekeraars, p , Kluwer 1997 of B.J. Drijber en S. Prechal, Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in horizontaal perspectief, preadvies NVER, SEW , p Hierbij kan gedacht worden aan de wijze waarop de AOW-franchise voor parttimers is geregeld. Veelal geschiedt dit door de franchise naar rato van de omvang van de arbeidsduur in aanmerking te nemen. In de literatuur bestaat verschil van mening over de vraag of dit toelaatbaar c.q noodzakelijk is. Zie o.a. E. Lutjens, Pensioen en Praktijk, 1997/6 p nr 4 117

18 PENSIOEN EN GELIJKE-BEHANDELINGSNORMEN MARGRIET ADEMA worden aan afkoop (bij korte deelneming of lage aanspraken), (interne of externe) waardeoverdracht, ruil van de ene pensioensoort in een andere pensioensoort en verdeling of conversie van pensioenrechten bij scheiding. Europees recht Artikel 119 EU-verdrag De gehele rechtsontwikkeling op het terrein van de gelijke behandeling in de aanvullende pensioenen is in hoge mate beïnvloed door de betekenis van artikel 119 EU-verdrag. In een reeks van jurisprudentie van het Europese Hof is de betekenis in de loop van ruim twintig jaren steeds duidelijker geworden. Toch zijn er nog altijd vragen. Artikel 119 van het EU-verdrag waarborgt 'het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke arbeid' (lid 1). Het tweede lid bepaalt vervolgens wat onder beloning moet worden verstaan namelijk 'het gewone basissalaris en alle overige voordelen in geld of in natura die de werkgever direct of indirect aan de werknemer uit hoofde van zijn dienstbetrekking betaalt'. Uitkeringen die aan werknemers betaald worden op grond van een ondernemings- of bedrijfspensioenregeling vallen onder deze definitie van beloning. Eventuele twijfel hierover is in 1990 weggenomen met het Barber-arrest. 4 Achteraf kunnen we stellen dat ook de zogenoemde Defrenne-toets al uitsluitsel gaf over de toepasselijkheid van artikel 119 op pensioenregelingen. In het eerste Defrenne-arrest gaf het Hof al in 1971 aan wanneer artikel 119 niet van toepassing was. 5 A contrario was daaruit af te leiden dat pensioenregelingen die tot stand komen in overleg tussen werkgevers en werknemers en die bepaald worden door de arbeidsverhouding (en niet door bv. sociaal beleid) onder artikel 119 vallen. Ook de werknemerspremies voor pensioen vallen, voor zover zij het brutoloon beïnvloeden, onder de werking van artikel Uit latere jurisprudentie blijkt dat in beginsel alle elementen uit de pensioenregeling onder artikel 119 vallen. Voor het nabestaandenpensioen blijkt dit uit de uitspraak-ten Oever, voor pensioenleeftijden ondermeer uit de Moroni-casus. 7 In de Beune-zaak wordt bepaald dat ook de inbouw van de AOW-uitkering een dergelijk element is. 8 De reikwijdte van de betekenis van artikel 119 is door met name de jurisprudentie van het Europese Hof op twee manieren ingeperkt. In de eerste plaats heeft een belangrijke beperking van de werking van deze bepaling in de tijd plaatsgevonden. In de tweede plaats is de werking beperkt doordat het Hof een aantal onderwerpen (op pensioengebied) uitdrukkelijk buiten het bereik van artikel 119 heeft gebracht door te bepalen dat deze bepaling op die onderwerpen niet van toepassing is. De beperking in de tijd Om de gevolgen van het Barber-arrest te beperken hebben de lidstaten aan het Verdrag van Maastricht het zogenoemde Barber-protocol gehecht dat er op neer komt dat uitkeringen uit hoofde van een aanvullende pensioenregeling alleen als beloning kunnen worden beschouwd indien en voor zover zij kunnen worden toegerekend aan tijdvakken van arbeid na 17 mei 1990 verricht (behoudens reeds aanhangige rechtsvorderingen van voor die datum). Dit protocol heeft net als artikel 119 EU-verdrag rechtstreekse werking. In de Coloroll-uitspraak heeft het Hof nog uitgelegd welke betekenis aan artikel 119 en het Barber-protocol gegeven moet worden als men te maken heeft met een uitkering die niet (of niet duidelijk) toe te rekenen valt aan perioden van arbeid (bijvoorbeeld een diensttijdonafhankelijke uitkering). In deze zaak is bepaald dat in dergelijke gevallen alleen van beloning kan worden gesproken indien het rechtsfeit dat recht geeft op de uitkering (bijvoorbeeld het overlijden) plaats heeft na 17 mei Een tijd lang was er nog onduidelijkheid of de beperking uit het Barber-protocol alleen gold voor elementen die in de oorspronkelijke Vierde Richtlijn waren uitgezonderd van het gelijke-behandelingsgebod (bv. nabestaandenpensioen, pensioenleeftijden, actuariële factoren). Uit het Barber-arrest was namelijk af te leiden dat pensioenuitvoerders alleen een beroep konden doen op de beperking in de tijd indien het ging om die elementen waarvoor ze er op hadden mogen vertrouwen dat er een uitzondering op het gelijke-behandelingsgebod zou gelden. 10 Maar uit latere jurisprudentie, met name uit het Beune-arrest blijkt dat het Hof de beperking in de tijd zoals die vastligt in het Barber-protocol ook onverkort toepast ten aanzien van elementen die niet in de vierde richtlijn werden uitgezonderd. 11 Op de beperking in de tijd die geldt bij de toepassing van artikel 119 EU-verdrag geldt een zeer belangrijke uitzondering. Deze beperking geldt niet voor het recht op aansluiting bij een pensioenregeling. Voor het recht op aansluiting geldt een andere beperking in de tijd, namelijk de beperking dat geen recht op aansluiting bestaat voor 8 april 1976, de datum van het tweede Defrenne-arrest. Aan het recht op aansluiting zal ik hieronder nog kort specifiek aandacht besteden. De beperking in de materie In het Neath-arrest beperkt het Europese Hof het begrip beloning door daarvan uit te zonderen 'betalin- Daarnaast kan hierbij gedacht worden aan het voorkomende effect dat de AOW-franchise verschillende effecten heeft afhankelijk van burgerlijke staat en één- of tweeverdienerschap. Zie hierover o.a. E. Breunesse, CA de Kam, Markten voorde grijze golf, Academie service, Schoonhoven 1996, p HvJ EG 17 mei 1991, Nemesis 1990, p. 210 m.nt. Elies Steyger (Barber). 5. HvJ EG 25 mei 1971, zaak 80/70, Jurispr. 1971, p. 445 (Defrennel). 6. HvJ EG 11 maart 1981, zaak 69/80, Jurispr. 1981, p. 767 (Worringham). 7. HvJ EG 6 oktober 1993, zaak 109/91, Jurispr, 1993, p ,RN 1993, 360, HvJ EG 14 december 1993, zaak 110/91, RN 1994, HvJ EG 28 september 1994, zaak 7/93, Jurispr., 1994, p , RN 1994, 384, RN 1995, HvJ EG 28 september 1994, NJ 1995, 383, RN 1995, Dit werd indertijd veelal aangenomen. Bijv. S. Prechal, Bommen ruimen in Maastricht: wijziging van art. 119 EEG, NJB 1992, p HvJ EG 28 september 1994, zaak 7/93, Jurispr., 1994, p , RN 1995, NEMESIS

19 PENSIOEN EN GELIJKE-BEHANDELINGSNORMEN M A R G R I E T A D E M A gen en andere voordelen die geen gevolg zijn van de verbintenis van de werkgever tot het betalen van defined benefits (bepaalde uitkeringen) of het toekennen van specifieke voordelen en die dus ook niet binnen de verwachting van de werknemer vallen'. 12 De uitkering valt wél binnen die verbintenis van de werkgever en de verwachting van de werknemer maar de manier waarop deze uitkering gefinancierd wordt niet. Op grond van deze redenering concludeert het Hof dat de werkgeversbijdrage aan het pensioen (in een eindloonregeling) geen beloning is in de zin van artikel 119 en dat daarom het gebruik van voor mannen en vrouwen verschillende werkgeversbijdragen is toegestaan. Aansluitend concludeert het Hof dat artikel 119 dan evenmin van toepassing is bij de bepaling van overdrachtssommen en afkoopsommen omdat - volgens het Hof - de waarde daarvan alleen bepaald kan worden op basis van de financieringsstructuur van de pensioenregeling. In het Coloroll-arrest herhaalt het Hof de redenering uit Neath en breidt de beperking van artikel 119 ratione materiae uit tot omzetting van ouderdomspensioen in een nabestaandenpensioen, vervroeging van ouderdomspensioenen, vrijwillige onverplichte pensioenbijdragen en daarmee te bereiken uitkeringen (althans wanneer de pensioenregeling niet meer doet dan de noodzakelijke voorzieningen voor beheer treffen). 13 De geschetste aanpak van het Hof voorkomt een discussie ten principale over het gebruik van actuariële factoren in het licht van verboden onderscheid naar geslacht. Het is jammer omdat er zo geen ruimte is voor onderzoek naar de vraag of er wellicht een rechtvaardiging is voor het gebruik van dergelijke factoren. De argumentatie van het Hof laat op twee punten ruimte voor twijfel over de precieze betekenis van de uitspraken Neath en Coloroll. In de eerste plaats is onduidelijk of de uitspraken ook betekenis hebben voor die situaties waarin de desbetreffende onderdelen uit de pensioenregeling onderdeel uitmaken van de toezegging van de werkgever en het verwachtingspatroon van de werknemer. Dit zal het geval zijn indien de werkgever of het pensioenfonds zich afficheren met een flexibele pensioenregeling waarin keuzes mogelijk zijn. Dan is de flexibiliteit in mijn optiek onderdeel van de toezegging c.q. het verwachtingspatroon van de werknemer. Ik ben van mening dat Neath/Coloroll de toepasselijkheid van artikel 119 in dergelijke situaties geenszins uitsluit. Een tweede punt van onduidelijkheid is de vraag of de oordelen Neath/Coloroll alleen van toepassing zijn als er een directe link is tussen de financieringsstructuur van de pensioenregeling en de elementen waarbij die financiering een rol speelt. In de Nederlandse praktijk is er veelal een meer verwijderd verband tussen de financieringsstructuur en de wijze waarop de door het Hof genoemde elementen plegen te worden berekend. Zo wordt er bij de bepaling van de financiering vaak meer gekeken naar (bijvoorbeeld) sterftekansen binnen een bepaald bestand, terwijl vervolgens voor de berekening van de genoemde elementen veelal gekeken wordt naar de landelijke sterftekansen. Kan dan toch geredeneerd worden dat afkoop etc. gebaseerd mogen worden op naar sekse gescheiden berekeningselementen? Het lijkt me te verdedigen dat dat dan eerder zou moeten geschieden aan de hand van factoren die ook de financiering bepalen (dus bijvoorbeeld bestandscijfers in plaats van landelijke cijfers). Ook is onduidelijk wat het effect is indien in de financieringsstructuur elementen van solidariteitsoverdrachten zitten ingebakken door het gebruik van (in ons land veel voorkomende) doorsneepremies. Het is mijns inziens onduidelijk welke betekenis gehecht moet worden aan de term 'financieringsstructuur'. Indien men daar ook elementen van solidariteit binnen die financiering onder begrijpt dan ligt het ook in de lijn van Coloroll/Neath om bij de berekening van genoemde elementen een zekere mate van solidariteitsoverdrachten toe te staan. Dit zou dan met name kunnen geschieden door het hanteren van sekse-neutrale berekeningswijzen. Het recht op aansluiting Het recht op aansluiting bij een ondernemings- of bedrijfspensioenregeling valt onder artikel 119 van het EU-verdrag. Artikel 119 verbiedt uitsluiting van gehuwde vrouwen zonder meer. 14 De uitsluiting van deeltijders is, behoudens de aanwezigheid van een objectieve rechtvaardiging, strijdig met artikel De werknemer die aanspraak maakt op de aansluiting moet conform de jurisprudentie van het Europese Hof alsnog de premie betalen die betrekking heeft op de (ontbrekende) periode van aansluiting. 16 Van groot belang is dat het recht op aansluiting niet geraakt wordt door de beperking in de tijd zoals die vastligt in onder meer het Barber-protocol. 17 Dit met dien verstande dat op grond van het tweede Defrennearrest niet verder wordt teruggegaan dan tot 8 april Inmiddels is met de Maggorian-uitspraak weer enige twijfel gerezen wat precies moet worden verstaan onder het recht op aansluiting. 18 In deze zaak waren de desbetreffende deeltijders wel aangesloten maar konden ze vanwege hun deeltijddienstverband niet voldoen aan een bepaalde dienstjareneis die gold om in aanmerking te komen voor een bepaalde gunstigere pensioenberekening. In de opvatting van het Hof betreft het hier ook het recht op aansluiting en daardoor een aspect dat niet geraakt wordt door de bekende beperking in de tijd. Het Hof redeneert dat de deeltijders slechts gedeeltelijk zijn toegelaten en dus ook gedeeltelijk zijn uitgesloten. Het Hof is in elk geval van mening dat er sprake is van een onlosmakelijk verband tussen het in aanmerking komen voor een uitkering en het gedeeltelijk uitgesloten zijn. Dit onlosmakelijke verband leidt er toe dat het Hof de kwestie benadert als een aansluitingskwestie. 12. HvJ EG 22 december 1993, RN 1994, 385, m.nt Marjolein van den Brink. 13. HvJ EG 28 september 1994, RN 1995,455, NJ 1995, HvJ EG 28 september 1994, zaak 57/93, RN 1994,424 (Vroege): HvJ EG 28 september 1994, zaak 128/93, RN 1994, 425 (Fisscher). 15. HvJ EG 13 mei 1986, zaak 170/84, Nemesis 1986, p. 226, m.nt. Sacha Prechal (Bilka). 16. HvJ EG 24 oktober 1996, zaak 435/93, PJ 1996/78, m.nt. WT (Dietz), RN 1997, zie noot H. Breuker, Magorrian: doorbraak voor Nederland?, Pensioen Magazine, april 1998, nr 4, p nr 4 119

20 PENSIOEN EN GELIJKE-BEHANDELINGSNORMEN MARGRIET ADEMA Met deze uitspraak is een wel zeer subtiel onderscheid geïntroduceerd door het Hof. Want wat is het verschil met een pensioenregeling die iedereen toelaat maar mannelijke werknemers een ander opbouwpercentage geeft dan vrouwelijke werknemers, of met een regeling die iedereen toelaat maar alleen de mannelijke werknemers voor weduwepensioen verzekert? Het lijkt er op dat een onderscheid van voor 17 mei 1990 mag blijven bestaan tenzij het direct of indirect te maken heeft met het werken in deeltijd. In dat laatste geval mag onderscheid vanaf 8 april 1976 niet meer voorkomen. De (gewijzigde) vierde EG-richtlijn De Richtlijn 96/97/EG tot wijziging van Richtlijn 86/3778/EEG betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen in ondernemings- en sectoriële regelingen inzake sociale zekerheid wordt wel de gewijzigde vierde richtlijn (of Barber-richtlijn) genoemd. De richtlijn is van 20 december De nationale wetgeving diende uiterlijk op 1 juli 1997 te zijn aangepast aan deze richtlijn. Aan de richtlijn kunnen in beginsel alleen aanspraken worden ontleend die betrekking hebben op periodes van arbeid na 17 mei De richtlijn is naast artikel 119 EU-verdrag van belang omdat de richtlijn anders dan de verdragsbepaling behalve voor werknemers ook de situatie van zelfstandigen regelt. Bovendien zijn er een aantal inhoudelijke aspecten waar de richtlijn meer regelt dan uit artikel 119 kan worden afgeleid. De richtlijn kent een verbod tot onderscheid tussen mannen en vrouwen en noemt in artikel 6 een groot aantal voorbeelden van dergelijke verboden discriminatie. Van belang zijn de uitzonderingen die de richtlijn op het beginsel van gelijke behandeling toestaat. In geval van beschikbare premieregelingen mogen de pensioenrechten verschillen voor zover nodig is om rekening te houden met naar geslacht verschillende actuariële berekeningsfactoren (artikel 6 lid 1 onder h, Ie alinea). Bovendien is het in dergelijke regelingen toegestaan dat de bijdragen verschillen voor zover daarmee wordt beoogd de hoogte van de te verwerven uitkeringen gelijk te trekken (artikel 6 lid 1 onder i, eerste streepje). In de overige pensioenregelingen (dat zijn in Nederland met name de eindloonregelingen) mogen bepaalde elementen verschillen voor zover dit het gevolg is van naar geslacht verschillende actuariële factoren bij de financiering (artikel 6 lid 1 onder h, 2e alinea). Voorbeelden van elementen die in een eindloonregeling mogen verschillen staan niet-limitatief opgesomd in een bijlage bij de richtlijn. Hier treffen we opnieuw de afkoopsom van een deel van het pensioen, de overdrachtswaarde, de omzetting van pensioen in een pensioen ten gunste van een ander en de vervroeging van ouderdomspensioen. Expliciet bepaalt de richtlijn dat in het geval van defined benefit-regelingen de werkgeversbijdragen mogen verschillen wanneer die bijdragen zijn bedoeld om de benodigde financiële dekking voor de pensioenverplichtingen aan te vullen (artikel 6 lid 1 onder i, tweede streepje). Nederlandse wetgeving Specifieke pensioenwetgeving De Pensioen- en spaarfondsenwet (hierna Psw) verbiedt in artikel 2a het maken van onderscheid ten nadele van deeltijdwerkers. In het eerste lid van deze bepaling is dit geregeld voor wat betreft het recht op aansluiting. De wijze waarop het verbod in deze bepaling is geformuleerd geeft geen ruimte voor de aanwezigheid van objectieve rechtvaardigingen voor onderscheid. In het tweede lid van artikel 2a is bepaald dat een loongrens voor de toelating tot de pensioenregeling bij deeltijdwerkers naar evenredigheid dient te worden vastgesteld. Het derde lid van deze bepaling bevat een evenredigheidsnorm voor de aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Het invaliditeitspensioen is uitgezonderd van deze evenredigheidsnorm en krijgt in het vierde lid een eigen norm die inhoudt dat het pensioen niet vanwege het enkele feit dat in deeltijd wordt gewerkt anders mag worden berekend dan het pensioen van voltijders. Deze aanvullende specifieke bepaling is in de wetgeving opgenomen via amendering vanuit de Tweede Kamer en beoogt te voorkomen dat door toepassing van het gewone evenredigheidscriterium een arbeidsongeschiktheidspensioen ontstaat dat hoger is dan zeventig procent van het laatste loon. Het lijkt er op dat een onderscheid van voor 17 mei 1990 mag blijven bestaan tenzij het direct of indirect te maken heeft met het werken in deeltijd. In dat laatste geval mag onderscheid vanaf 8 april 1976 niet meer voorkomen. Artikel 2a Psw is op 8 juli 1994 in werking getreden en kent geen overgangsmaatregel. Over de betekenis van het ontbreken van overgangsrecht zijn de meningen verdeeld. In de literatuur wordt aan de ene kant verdedigd dat dit betekent dat er aan deze bepaling geen rechten ontleend kunnen worden voor toezeggingen gedaan voor 8 juli Zelf meen ik dat de bepaling bij gebreke van wettelijk overgangsrecht van toepassing is op alle pensioenen die na 8 juli 1994 worden toegekend. Dit betekent in mijn opvatting dat voor de na die datum toegekende pensioenen alleen de verschillen in de aansluiting uit perioden van vóór 1976 mogen doorwerken in de uitkering. Een andere gelijke-behandelingsnorm is vervat in artikel 2b Psw. Het betreft in deze bepaling niet het onderscheid m/v, maar het onderscheid naar burgerlijke staat. In deze bepaling die naar verwachting pas op 1 januari van kracht zal zijn is bepaald dat in pen- 19. Pb. EG nr. L. 46/20 van 17 februari Bijvoorbeeld, Tulfer t.a.p, p Anders P. Siegman, Gelijke behandeling van mannen en vrouwen in aanvullende pensioenregelingen, 1996, p De oorspronkelijk geplande inwerkingtreding per 1 januari 2000 wordt naar verwachting met een jaar uitgesteld. Dit kan worden 120 NEMESIS

Seksediscriminatie en de gelijke waarde van pensioenen De prijs van pensioen

Seksediscriminatie en de gelijke waarde van pensioenen De prijs van pensioen ARTIKEL BRUCE CHAPMAN Professor, Faculty of Law, University of Toronto, Canada Seksediscriminatie en de gelijke waarde van pensioenen De prijs van pensioen Inleiding van de redactie De sociale of maatschappelijke

Nadere informatie

PENSIOENSPECIAL JULI/AUGUSTUS Ï999 ALLES OVER GELIJKE BEHANDELING EN NIEUWE WETGEVING NAAR SEKSE GESCHEIDEN LEVENSVERWACHTING MET DE WITTE WERKGEVER

PENSIOENSPECIAL JULI/AUGUSTUS Ï999 ALLES OVER GELIJKE BEHANDELING EN NIEUWE WETGEVING NAAR SEKSE GESCHEIDEN LEVENSVERWACHTING MET DE WITTE WERKGEVER JULI/AUGUSTUS Ï999 PENSIOENSPECIAL ALLES OVER GELIJKE BEHANDELING EN NIEUWE WETGEVING NAAR SEKSE GESCHEIDEN LEVENSVERWACHTING IN NEDERLAND, EUROPA EN DE VS WEG MET DE WITTE WERKGEVER PENSIOEN IS GEEN ZAK

Nadere informatie

Sekseneutraliteit in het perspectief van solidariteit

Sekseneutraliteit in het perspectief van solidariteit ARTIKEL MARIANNE VAN GELDER Senior beleidsmedewerkster Juridische zaken PGGM Individualiteit versus collectiviteit Sekseneutraliteit in het perspectief van solidariteit Het vraagstuk van de gelijke beloning

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 694 Pensioenregelingen Nr. 5 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 711 Wijziging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 101 Besluit van 5 februari 2002 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2b, vijfde lid, 2c, tweede

Nadere informatie

Bijlage A Enquête solidariteit in de pensioenen... 2. Bijlage B Multivariate regressieanalyses... 13

Bijlage A Enquête solidariteit in de pensioenen... 2. Bijlage B Multivariate regressieanalyses... 13 Bijlagen Pensioenen: solidariteit en keuzevrijheid Stella Hoff Inhoud Bijlage A Enquête solidariteit in de pensioenen... 2 Bijlage B Multivariate regressieanalyses... 13 Bijlagen SCP-publicatie Pensioenen:

Nadere informatie

Verslag Mandema Update mei 2014

Verslag Mandema Update mei 2014 Verslag Mandema Update mei 2014 Terwijl de leden van de Eerste Kamer zich op 20 mei jl. bogen over de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen, kregen onze relaties te horen wat de consequenties

Nadere informatie

Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt.

Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt. Startbrief Deelnemen aan de pensioenregeling van bpf GBP Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt. Pensioen bestaat

Nadere informatie

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling 1. Waarom wordt het nieuwe pensioenreglement pas later uitgereikt? Antwoord: De pensioenregeling is gebaseerd

Nadere informatie

(Dossiernummer: 2004-0153) 9 december 2004 CGB-advies/2004/09. op het verzoek schrift van 27 mei 2004 van. gevestigd en kantoorhoudend te

(Dossiernummer: 2004-0153) 9 december 2004 CGB-advies/2004/09. op het verzoek schrift van 27 mei 2004 van. gevestigd en kantoorhoudend te Advies inzake de berekening van de omvang van pensioenen onder artikel 12c Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB) (Dossiernummer: 2004-0153) 9 december 2004 CGB-advies/2004/09 op het verzoek

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling

Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling Wat u moet weten over uw pensioen Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u duidelijkheid over wat u krijgt bij

Nadere informatie

De beschikbare premieregeling: de feiten op een rij

De beschikbare premieregeling: de feiten op een rij De beschikbare premieregeling: de feiten op een rij 3 De beschikbare premieregeling In Nederland bestaan grofweg twee categorieën pensioenregelingen: beschikbare premieregelingen enerzijds en middelloon-

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

De doorsneepremie ZO DENKEN WIJ ER OVER. De doorsneepremie. De doorsneepremie

De doorsneepremie ZO DENKEN WIJ ER OVER. De doorsneepremie. De doorsneepremie Zo denken wij er over is een uitgave van ABP Corporate Communicatie. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.abp.nl. september 2007 ZO DENKEN WIJ ER OVER Collectief versus individueel Juridische

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Hoe is uw pensioen geregeld?

Hoe is uw pensioen geregeld? Hoe is uw pensioen geregeld? De Ahold Pensioenregeling 2015 Geachte heer, mevrouw, Welkom bij Ahold Pensioenfonds! Als u 21 jaar of ouder bent, bouwt u vanaf uw datum in dienst pensioen bij ons op. Dit

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Pensioenfonds Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt

Nadere informatie

AANVULLENDE PENSIOENREGELING

AANVULLENDE PENSIOENREGELING AANVULLENDE PENSIOENREGELING Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel Uw pensioen is onze zorg. Inleiding Voor u ligt de brochure over de aanvullende pensioenregelingen

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1 <Uitkeringsovereenkomst> <Premieovereenkomst> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1 Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

Tentamen Pensioenactuariaat 1, 18-1-2007

Tentamen Pensioenactuariaat 1, 18-1-2007 Tentamen Pensioenactuariaat 1, 18-1-2007 Op dit tentamen kun je 100 punten halen : 25 pt Opgave A, óf je eindcijfer van de opdrachten tijdens het collegeblok. Het maimum van de twee scores is geldig, dus

Nadere informatie

CAPGEMINI PENSIOENFONDS. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld?

CAPGEMINI PENSIOENFONDS. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Stichting PENSIOENFONDS CAPGEMINI Nederland Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

Het Garantie pensioen met vaste collectieve premie

Het Garantie pensioen met vaste collectieve premie Het Garantie pensioen met vaste collectieve premie Inhoudsopgave Het Garantie pensioen met vaste collectieve premie van Delta Lloyd Waarom Collectief Defined Contribution? 5 Wat is het? 5 De kracht van

Nadere informatie

Extra informatie pensioenverlaging

Extra informatie pensioenverlaging Extra informatie pensioenverlaging Wat is de invloed van de verlaging op mijn netto pensioen? Als u nog niet met pensioen bent, kunnen we u nu niet zeggen hoe uw netto pensioen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 711 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1986-1987 Nr. 174d 19638 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds BRIEF VAN

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

Waardeoverdracht. bij indiensttreding. Wat is waardeoverdracht? Is waardeoverdracht. verstandig? Goed om te weten. Een nieuwe baan.

Waardeoverdracht. bij indiensttreding. Wat is waardeoverdracht? Is waardeoverdracht. verstandig? Goed om te weten. Een nieuwe baan. Waardeoverdracht bij indiensttreding Meer weten? www.kpnpensioen.nl Wat is waardeoverdracht? 4 Zoek en vind 11 Een nieuwe baan 3 Is waardeoverdracht verstandig? Goed om te weten 6 Zo vraagt u aan 10 9

Nadere informatie

STANDPUNT VERZEKERINGEN

STANDPUNT VERZEKERINGEN Illustratie 1 logo vrouwenraad STANDPUNT VERZEKERINGEN De Richtlijn 2004/113/EG verbiedt discriminatie op grond van geslacht bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. Er mag dus geen gebruikgemaakt

Nadere informatie

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Pagina 1/6 Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Momenteel bouwt u pensioen op bij uw eigen vennootschap. Dit betekent dat de vennootschap recht heeft op premieaftrek voor uw

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

MEMORANDUM BESCHIKBARE PREMIEREGELING MET BELEGGINGSMOGELIJKHEID: TOETSNORM VOOR HET VERLEDEN

MEMORANDUM BESCHIKBARE PREMIEREGELING MET BELEGGINGSMOGELIJKHEID: TOETSNORM VOOR HET VERLEDEN MEMORANDUM BESCHIKBARE PREMIEREGELING MET BELEGGINGSMOGELIJKHEID: TOETSNORM VOOR HET VERLEDEN 1. Inleiding: de aanleiding De Pensioenwet kent verschillende manieren waarop binnen de tweede pijler pensioen

Nadere informatie

StichtingPensioenfondsNIBC

StichtingPensioenfondsNIBC StichtingPensioenfondsNIBC Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen.

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Hoe is uw Pensioen geregeld?

Hoe is uw Pensioen geregeld? Hoe is uw Pensioen geregeld? Welkom bij de Onderlinge s-gravenhage. U bouwt vanaf 01-06-2016 pensioen bij ons op. Dit doet u via uw werkgever . Elke werkgever heeft zijn eigen pensioenregeling.

Nadere informatie

Welkom bij Pensioenfonds KPN. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in uw pensioenregeling.

Welkom bij Pensioenfonds KPN. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in uw pensioenregeling. 28 november 2015 Welkom bij Pensioenfonds KPN. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in uw pensioenregeling. Wat vindt u in laag 1, 2 en 3? Pensioen 1-2-3 bestaat uit drie lagen. Hieronder

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Basispakket In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming <Uitkeringsregeling> <Premieregeling> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

Pensioen Informatie sessie

Pensioen Informatie sessie Pensioen Informatie sessie Pensioenreglement B Oktober 2013 Voorbehoud De tekst in deze presentatie is louter ter informatie bedoeld. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend. Bij onduidelijkheden

Nadere informatie

Einde dienstverband en uw pensioen

Einde dienstverband en uw pensioen Einde dienstverband en uw pensioen INHOUD PAGINA 1. Inleiding 2 2. Het op de ontslagdatum opgebouwde pensioen 3 3. Het nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum 3 4. Het wezenpensioen 3

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Kom in actie als u: Geachte deelnemer,

Kom in actie als u: Geachte deelnemer, Geachte deelnemer, Vanaf 1 januari 2015 is de pensioenregeling aangepast voor de werknemers van Damco Netherlands B.V. en Damco International B.V.. Nedlloyd Pensioenfonds (NPF) verzorgt ook deze gewijzigde

Nadere informatie

Hoe is uw pensioen geregeld? Geachte heer, mevrouw,

Hoe is uw pensioen geregeld? Geachte heer, mevrouw, Hoe is uw pensioen geregeld? Geachte heer, mevrouw, Welkom bij Pensioenfonds Hoogovens! U bouwt pensioen bij ons op. Dit doet u via uw werkgever. Elke pensioenuitvoerder heeft zijn eigen regeling. In dit

Nadere informatie

Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana

Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana Stichting Weet Wat Je Besteedt (WWJB) Extra uitleg en Q&A Bijlage bij lesbrief Pensioenworkshop Mañana Wat is pensioen? Tekst uit het filmpje Wist je dat je nu waarschijnlijk al pensioen opbouwt? Een klein

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Pensioenreglement A In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die

Nadere informatie

ALV CDAV Brabant 3 oktober 2015

ALV CDAV Brabant 3 oktober 2015 Vrouw en Pensioen anno 2015 e.v. Balans tussen werk, zorg en invloed ALV CDAV Brabant 3 oktober 2015 Mr. Caroline Jones Groeneweg RB Even voorstellen 3 pijlers Nederlands pensioenstelsel 3.Privé 2.De werkgever

Nadere informatie

Wat krijg je in onze pensioenregeling?

Wat krijg je in onze pensioenregeling? Pensioen 1-2-3 Hoe is je pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 lees je wat je wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over je pensioen. Die vind

Nadere informatie

Persoonlijk Pensioen Plan

Persoonlijk Pensioen Plan Persoonlijk Pensioen Plan Brochure voor u als werkgever Als werkgever hebt u behoefte aan een betaalbare pensioenregeling. Tegelijkertijd wilt u een regeling die past in een goed arbeidsvoorwaardenbeleid.

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A <Uitkeringsovereenkomst> <Premieovereenkomst> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

Veelgestelde vragen nettopensioenregeling

Veelgestelde vragen nettopensioenregeling Veelgestelde vragen nettopensioenregeling Vragen en antwoorden over pensioenopbouw en verzekeren nabestaandenpensioen over uw pensioengevend salaris boven 100.000 Pagina 1 van 7 Vragen en antwoorden Wat

Nadere informatie

Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch

Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch Het Garantiepensioen met collectief beleggen en kasstroommatch Pag. /8 Delta Lloyd garandeert de opgebouwde aanspraken en tarieven. Het Garantiepensioen

Nadere informatie

Hoe is uw pensioen geregeld?

Hoe is uw pensioen geregeld? Hoe is uw pensioen geregeld? Mevr. J. Jansen Voorbeeldstraat 51 2056 LG Voorbeeldplaats Geachte mevrouw Jansen, Welkom bij . U bouwt vanaf pensioen bij ons op. Dit doet

Nadere informatie

Pensioen voor de toekomst

Pensioen voor de toekomst Pensioen voor de toekomst KlikPensioen als ideale synthese van premie- en uitkeringsovereenkomsten Inhoud - Inleiding 1. Heldere uitgangspunten voor een goed pensioen 2. Pensioenoplossing voor vandaag

Nadere informatie

Richtlijn houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten

Richtlijn houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten- Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag Inlichtingen Suzanne Koelman T (070) 426 6095 F (070) 426 7634 Uw kenmerk Nr. 131841.1 Onderwerp Richtlijn houdende

Nadere informatie

Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer mr. J.P.H. Donner, Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG. AC/3327A Pens.

Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer mr. J.P.H. Donner, Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG. AC/3327A Pens. Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer mr. J.P.H. Donner, Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG AC/3327A Pens./2337A SPW/27A Den Haag : 8 januari 2009 Ons kenmerk : S.A.09.00199/K Uw Kenmerk

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2009Z02723/2080913600. Kamervragen van het lid Omtzigt

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2009Z02723/2080913600. Kamervragen van het lid Omtzigt De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat u moet weten over uw pensioen Dit pensioenoverzicht ontvangt u omdat

Nadere informatie

Overdracht van opgebouwde pensioenen

Overdracht van opgebouwde pensioenen Overdracht van opgebouwde pensioenen een gegarandeerde pensioenuitkering voor uw deelnemers Overdracht van opgebouwde pensioenen Pag. 3/8 Overdracht van opgebouwde pensioenen Wilt u meer zekerheid voor

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Adviesrapport pensioen en echtscheiding. Gegevens verzekerde. Grondslagen algemeen. Grondslagen verdeling. Grondslagen actuarieel. Versie 2010.06.

Adviesrapport pensioen en echtscheiding. Gegevens verzekerde. Grondslagen algemeen. Grondslagen verdeling. Grondslagen actuarieel. Versie 2010.06. Gegevens verzekerde Naam en adresgegevens Naam verzekerde De heer Naam partner Mevrouw L. Voorbeeld Adres Voorbeeldweg 2 Postcode en plaats 5800 AA VENRAY Grondslagen algemeen Algemene gegevens Datum van

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfondsen: wat doen ze, en wat niet? www.vb.nl

Bedrijfstakpensioenfondsen: wat doen ze, en wat niet? www.vb.nl Bedrijfstakpensioenfondsen: wat doen ze, en wat niet? www.vb.nl inhoud 01 De voor- en nadelen van bedrijfstakpensioenfondsen op een rij 02 Wat zijn de voordelen? 05 Wat zijn de nadelen? 07 Aanvullende

Nadere informatie

Veelgestelde vragen en antwoorden

Veelgestelde vragen en antwoorden Veelgestelde vragen en antwoorden Algemeen 1. Wat is een UPO? UPO staat voor Uniform Pensioenoverzicht. Het UPO geeft u inzicht in uw huidige en toekomstige financiºle situatie (en de situatie voor uw

Nadere informatie

Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling

Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling Dit reglement betreft een: (versie augustus 2012) A. Verplichte PW artikelen

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Dit pensioenoverzicht ontvangt u omdat

Nadere informatie

STICHTING SHELL PENSIOENFONDS

STICHTING SHELL PENSIOENFONDS STICHTING SHELL PENSIOENFONDS Bijlage bij Reglement VI 1 januari 2014 Inhoudsopgave Bijlage bij Reglement VI van de Stichting Shell Pensioenfonds... 3 1. Flexibiliseringsmogelijkheden inzake Pensioengerechtigde

Nadere informatie

3.4. Verplichtstelling en maximale hoogte van het pensioen

3.4. Verplichtstelling en maximale hoogte van het pensioen Bij een eindloonregeling bouwt u veel meer pensioen op als u gedurende uw werkzame leven behoorlijk carrière maakt (lees salarisstijgingen ontvangt). Want u ontvangt het pensioen over uw laatste en dus

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw jaarlijkse

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Pensioenreglement B (basisregeling) In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Nadere informatie

JOUW PENSIOEN VERANDERT Jij kiest je pensioenregeling

JOUW PENSIOEN VERANDERT Jij kiest je pensioenregeling JOUW PENSIOEN VERANDERT Jij kiest je pensioenregeling INHOUD 2 Wie voert de pensioenregeling uit? Het pensioengebouw in Nederland De pensioenregelingen van RELX in Nederland Vergelijking CDC en IDC Welke

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl

Nadere informatie

MKB GarantiePlusPensioen

MKB GarantiePlusPensioen MKB GarantiePlusPensioen Het zekerheidbiedend pensioen voor uw medewerkers MKB GarantiePlusPensioen Zekerheid voor uw personeel Gegarandeerd kapitaal op de pensioendatum Partner- en wezenpensioen als periodieke

Nadere informatie

PSL. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld?

PSL. Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? PSL Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Schoen-, Leder- en Lederwarenindustrie Hoe is uw pensioen geregeld? In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen

Nadere informatie

Van gegarandeerd pensioen naar een pensioenspaarpot

Van gegarandeerd pensioen naar een pensioenspaarpot Van gegarandeerd pensioen naar een pensioenspaarpot Ons pensioenstelsel is van oudsher een stelsel dat voor werknemers zekerheden biedt. Met zekerheden wordt hier verstaan: de werknemer weet al ruim voor

Nadere informatie

Tabellenboek. geldig van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 TRANSPARANT OVER ELKE FASE

Tabellenboek. geldig van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 TRANSPARANT OVER ELKE FASE Tabellenboek geldig van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 TRANSPARANT OVER ELKE FASE Inhoudsopgave Algemeen... 3 Geldigheid... 4 Uitgangspunten...5 Pensioenvervroeging... 6 Uitruil tussen partnerpensioen

Nadere informatie

Waardeoverdracht naar Provisum

Waardeoverdracht naar Provisum Waardeoverdracht naar Provisum INHOUD PAGINA 1. Inleiding 3 2. Wat gebeurt er bij een waardeoverdracht naar Provisum? 3 3. Waarom waardeoverdracht? 3 3.1 Waar moet u op letten bij waardeoverdracht? 3 3.2

Nadere informatie

de pensioengerechtigde leeftijd of bij eerder overlijden, zoals aanspraken op ouderdomsen nabestaandenpensioen en pré-pensioen.

de pensioengerechtigde leeftijd of bij eerder overlijden, zoals aanspraken op ouderdomsen nabestaandenpensioen en pré-pensioen. de pensioengerechtigde leeftijd of bij eerder overlijden, zoals aanspraken op ouderdomsen nabestaandenpensioen en pré-pensioen. De hierna opgenomen bepalingen worden niet alleen toegepast op formeel overeengekomen

Nadere informatie

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

Hoe is uw pensioen geregeld?

Hoe is uw pensioen geregeld? Hoe is uw pensioen geregeld? Welkom bij Delta Lloyd. U bouwt via pensioen bij ons op, zolang u in dienst bent bij deze werkgever. Dit geldt wanneer u 21 jaar of ouder bent. In dit Pensioen

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Waardeoverdracht. bij indiensttreding

Waardeoverdracht. bij indiensttreding Waardeoverdracht bij indiensttreding 1 2 Inhoud 1. Een nieuwe baan! 4 2. Wat is waardeoverdracht? 5 3. Wat kunt u overdragen? 7 4. Waardeoverdracht: wel of niet doen? 8 6. Zo vraagt u waardeoverdracht

Nadere informatie

Uit dienst. Bij uitdiensttreding stopt de opbouw van je pensioen bij Pensioenfonds UWV. Wat verandert er? En voor welke keuzes sta je nu?

Uit dienst. Bij uitdiensttreding stopt de opbouw van je pensioen bij Pensioenfonds UWV. Wat verandert er? En voor welke keuzes sta je nu? Uit dienst Bij uitdiensttreding stopt de opbouw van je pensioen bij Pensioenfonds UWV. Wat verandert er? En voor welke keuzes sta je nu? N.B. Op dit moment ligt de officiële pensioenleeftijd bij UWV nog

Nadere informatie

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen.

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der

Nadere informatie

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

Wat krijgt u in onze pensioenregeling? Hoe is uw pensioen geregeld? Pensioenreglement B (excedentregeling) In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over

Nadere informatie

Grondslagen StiPP verklaring financiële en actuariële gelijkwaardigheid 2016

Grondslagen StiPP verklaring financiële en actuariële gelijkwaardigheid 2016 Grondslagen StiPP verklaring financiële en actuariële gelijkwaardigheid 2016 Inleiding Als, conform artikel 2 of artikel 6 van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, vrijstelling kan worden verkregen,

Nadere informatie

Pensioen Laag 2

Pensioen Laag 2 Pensioen 1-2- 3 Laag 2 Pensioen 1-2- 3 bestaat uit 3 lagen. In de eerste laag leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In deze laag 2 vindt u meer informatie over alle

Nadere informatie

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950;

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950; Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 23 juni 2014, nr. BLKB2014/0351M De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten Dit besluit is een herziening van het besluit

Nadere informatie

Lage wettelijke rekenrente bij waardeoverdracht

Lage wettelijke rekenrente bij waardeoverdracht Door Wim van Kouteren, senior compliance officer Lage wettelijke rekenrente bij waardeoverdracht Bij wisseling van werkgever heeft de werknemer een wettelijk recht op waardeoverdracht. Voor 2011 is de

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH Inhoudsopgave Artikel Titel 1. Algemene bepalingen 1 2. Deelnemers 1 3. Jaarsalaris 2 4. Arbeidsongeschiktheidspensioengrondslag

Nadere informatie

Onderhandelingsresultaat SCO en VSO inzake toekomst ABP-pensioen en financiële

Onderhandelingsresultaat SCO en VSO inzake toekomst ABP-pensioen en financiële Onderhandelingsresultaat SCO en VSO inzake toekomst ABP-pensioen en financiële positie ABP. Algemene uitgangspunten Partijen zijn het eens over het streven naar een structurele pensioenregeling die voldoet

Nadere informatie

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen.

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie