De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit"

Transcriptie

1 CompetenceCentre for Pension Research De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit Z.D.M. van den Boogaard MSc Tilburg University / CompetenceCentre for Pension Research 2013

2 CompetenceCentre for Pension Research De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit Z.D.M. van den Boogaard MSc Tilburg University / CompetenceCentre for Pension Research 2013

3 In de reeks Brochures Toekomstvoorzieningen zijn verschenen: 1. Pensioenregister in zicht? De haalbaarheid van een pensioenregister. 2. Gelijke Behandeling Pensioen en Lijfrente Op weg naar een rechtvaardiger en toegankelijker systeem voor lijfrentepremieaftrek. 3. Pensioenkwalificatie in internationale verhoudingen jaar Wet verevening pensioenrechten bij scheiding 5. Pensioen en werknemersmobiliteit in de EU Fiscale en juridische knelpunten 6. Gefaseerde uittreding Deeltijd (on)mogelijkheden in het driepijlerstelsel van toekomstvoorzieningen 7. De Derde Pijler: een volwassen pijler met toekomst? 8. Pensioen ZZP-er is niet zo bijzonder! Een inventarisatie van het fiscale en juridische pensioenkader voor zelfstandigen zonder personeel 9. Arbeidsvormneutraal pensioenkader: een logische vervolgstap 10. De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 2 De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 3

4 Voorwoord Begin 2012 ben ik door Gerry Dietvorst en Bastiaan Starink benaderd om in vervolg op mijn masterthesis De eigen woning, een aanvulling op het pensioen? nader onderzoek te doen naar de eigen woning in combinatie met de financiering van de oude dag en de fiscaliteit. Deze brochure in de reeks Brochures Toekomstvoorzieningen van het CompetenceCentre for Pension Research is het resultaat van dit onderzoek. Mede doordat de eigen woning en de oude dag zulke dynamische en actuele onderwerpen zijn, heb ik het afgelopen jaar met veel plezier aan deze brochure gewerkt. Verder wil ik graag Gerry Dietvorst, Bastiaan Starink, Michael Visser en Helga van Bijnen hartelijk bedanken voor de wijze woorden en de inspirerende overwegingen. Tot slot wil ik graag Niels Koek bedanken voor zijn praktische hulp. Dit onderzoek is afgesloten op 1 september Culemborg, oktober 2013 Zaira van den Boogaard Alle rechten voorbehouden ISBN: Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier. De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 4 5

5 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inhoudsopgave 6 Lijst met afkortingen 8 Hoofdstuk 1 Inleiding en onderzoeksvraag 9 Hoofdstuk 2 De huidige situatie omtrent de eigen woning en de oude dag De eigen woning anno De pensioenvoorzieningen anno De zorgvoorzieningen anno Conclusie 15 Hoofdstuk 3 Initiatieven op het gebied van de eigen woning en de oude dag Eigen haard is zilver waard Wonen, zorg en pensioenen Wonen, zorg en pensioenen: hervormen en verbinden Naar een drie-eenheid van pensioen, wonen en zorg Wonen, zorg en pensioen: naar een integrale benadering? Enkele macro-economische bedenkingen omtrent wonen, zorg en pensioenen De toereikendheid van pensioeninkomens in Nederland; een meerpijlerbenadering Genoeg pensioen? Nieuw verbindend vermogen; een zoektocht naar nieuwe verknopingen van wonen, zorg en pensioenen Vitaliteit en solidariteit Dorst! Het eigenwoningbezit als onderdeel van de verzorgingsstaat Je huis als pensioen? Mogelijkheden en beperkingen voor verschillende inkomensgroepen in Nederland Conclusie Het eigenwoningbezit als pensioenvoorziening Evaluatie van de beschreven initiatieven Conclusie 33 Hoofdstuk 4 Verzilveren waarde van de eigen woning Gehanteerde uitgangspunten Goedkopere woning Algemeen Aanvullende uitgangspunten Cijfermatige uitwerking Voor- en nadelen Fiscale gevolgen Huurwoning Algemeen Aanvullende uitgangspunten Cijfermatige uitwerking Voor- en nadelen Fiscale gevolgen Vestigen woonrecht Algemeen Aanvullende uitgangspunten Cijfermatige uitwerking Voor- en nadelen Fiscale gevolgen Vestigen huurrecht Algemeen Aanvullende uitgangspunten Cijfermatige uitwerking Voor- en nadelen Fiscale gevolgen Opeethypotheek Algemeen Aanvullende uitgangspunten Cijfermatige uitwerking Voor- en nadelen Fiscale gevolgen Krediethypotheek Algemeen Aanvullende uitgangspunten Cijfermatige uitwerking Voor- en nadelen Fiscale gevolgen Vergelijking verschillende methoden Conclusie 52 Hoofdstuk 5 De fiscaliteit Stimuleren eigenwoningbezit en aflossen hypotheek Vrijstelling overwaardelijfrente in box III Aanvullende (fiscale) wijzigingen Vergelijking verschillende methoden na toepassing fiscale voorstellen Alternatieven benaderingen Pensioenpremies als aflossing eigenwoningschuld Pensioenbox Conclusie 62 Hoofdstuk 6 Conclusie en aanbevelingen Conclusie Aanbevelingen 65 Literatuurlijst 67 Bijlage I Verloop pensioenkapitaal 72 Bijlage II Verloop prijsontwikkeling woningen 73 Bijlage III Verloop verzilverde waarde eigen woning 74 Bijlage IV Verloop pensioenpremies als aflossing eigenwoningschuld 76 De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 6 7

6 Lijst met afkortingen Hoofdstuk 1 Inleiding en onderzoeksvraag Anw Algemene nabestaandenwet AOW Algemene Ouderdomswet AWBZ Algemene wet bijzondere ziektekosten BNB Beslissingen in belastingzaken Nederlandse belastingrechtspraak CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CPB Centraal Planbureau DNB De Nederlandsche Bank e.v. En verder FD Het Financieele Dagblad FOR Fiscale oudedagsreserve HR Hoge Raad der Nederlanden LTV-ratio Loan-to-value ratio Ministerie van BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Milieubeheer Ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport NEA Netspar Economische Adviezen nr. Nummer OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling p. Pagina PW Pensioenwet red. Redactie RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu SER Sociaal-Economische Raad Stcrt. Nederlandse Staatscourant SVB Sociale Verzekeringsbank TROS Televisie en Radio Omroep Stichting UBIB 2001 Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 UBLB 1965 Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 UBSW 1956 Uitvoeringsbesluit successiewet 1956 vol. Volume VP bulletin Vermogende Particulieren bulletin Wet IB 2001 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet LB 1964 Wet op de loonbelasting 1964 Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning WPNR Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie WRR Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid De eigen woning en de oude dag; twee onderwerpen die de laatste jaren flink in de maatschappelijke belangstelling staan. Zo worden de ontwikkelingen van de huizenprijzen iedere maand nauwlettend in de gaten gehouden; de huizenprijzen zijn namelijk sinds 2008 substantieel gedaald waardoor de prijzen van verkochte koopwoningen inmiddels rond het niveau van tien jaar geleden liggen. 1 In combinatie met veelvuldig afgesloten (gedeeltelijk of volledig) aflossingsvrije hypotheken zorgt dit ervoor dat meer dan de helft van de huishoudens met een leeftijd onder de 35 jaar en een kwart van de huishoudens met een leeftijd tussen de jaar, momenteel een negatieve overwaarde op de eigen woning heeft. 2 Daarentegen heeft bijna 60 procent van de huiseigenaren van 65 jaar en ouder meer dan aan overwaarde op de eigen woning. 3 Enerzijds een groot verschil, maar tegelijk ook een verklaarbaar verschil. Zo hebben oudere huiseigenaren hun woning over het algemeen gekocht in tijden dat de huizenprijzen (aanzienlijk) lager waren en dus een lagere hypotheek afdoende was. Daar in het merendeel van de gevallen op de hypotheek is afgelost en de huizenprijzen tot 2008 voornamelijk zijn gestegen, resulteert voor deze groep huiseigenaren veelal een overwaarde op de eigen woning. Gezien het huidige economische klimaat kan het interessant zijn om te bezien welke mogelijkheden deze oudere huiseigenaren hebben om het vermogen dat in de eigen woning besloten ligt, te gelde te (kunnen) maken. Want ondanks dat het relatief illiquide vermogen is, zijn hier verschillende mogelijkheden voor en kan dat net de extra financiële armslag geven die men nodig heeft. Ook op het gebied van de oude dag is een aantal ontwikkelingen gaande. Zo staat de pensioensector door de langdurig lage rente in combinatie met de gestegen levensverwachting zodanig onder druk dat sinds 2008 van veel pensioenfondsen de dekkingsgraad is gedaald tot (ver) onder de 100 procent. 4 Omdat de meeste van deze pensioenfondsen vervolgens in de afgelopen jaren niet in staat zijn gebleken om de situatie te herstellen, is het korten op pensioenen een feit geworden. Zo zijn van honderdduizenden mensen de pensioenen inmiddels tussen de 0,5 procent en 7 procent gekort en hebben zij een verdere daling in het vooruitzicht als de bovenvermelde situatie niet op korte termijn herstelt. 5 Een andere recente ontwikkeling op het gebied van de oude dag is dat de overheid de AOW-leeftijd de komende jaren stapsgewijs verhoogd. Zo is de AOW-leeftijd in jaar, in jaar en wordt de AOW-leeftijd daarna aan de levensverwachting gekoppeld. 6 Verder wordt de pensioenleeftijd voor aanvullende pensioenen per 1 januari 2014 direct naar 67 jaar verhoogd. 7 Het doel van deze verhogingen is om het pensioenstelsel de komende jaren beter betaalbaar en schokbestendiger te maken. 8 Maar ten aanzien van de oude dag verkeert niet alleen de pensioensector in zwaar weer, ook in de zorgsector zal op korte termijn een aantal veranderingen moeten plaatsvinden. Zo stegen de zorguitgaven het afgelopen decennium jaarlijks met ruim 4 procent per jaar, waardoor momenteel ruim 67 miljard euro per jaar aan collectief verzekerde zorg wordt uitgegeven. Voor de komende jaren voorspelt het CPB een verdere stijging van 2,6 tot 4,2 procent per jaar en voorspelt het RIVM zelfs een jaarlijkse stijging van 5 procent. 9 Het gevolg is dat de zorguitgaven een steeds groter beslag op de overheidsfinanciën leggen en dit leidt, als (op korte termijn) geen maatregelen worden getroffen, op enig moment tot een onhoudbare situatie voor de overheid. 1 CBS 2013b. 2 Onder overwaarde wordt in dit onderzoek het verschil verstaan tussen de waarde van de eigen woning en de op de eigen woning rustende hypothecaire lening. Een negatieve overwaarde resulteert als de waarde van de eigen woning lager is dan de hypothecaire lening. Als gevolg hiervan zullen bij de verkoop van een woning met een negatieve overwaarde, de verkopers geconfronteerd worden met een restschuld. Zie Ministerie van BZK & CBS 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p DNBulletin Van der Leij Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p. 5 e.v. Door de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting is het de verwachting dat voor mensen die momenteel 25 jaar zijn, de AOW-leeftijd in ,5 jaar is. Kamerstukken II 2012/13, , nr. 8, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 1, p Ministerie van VWS 2012, p. 6. De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 8 9

7 Ondanks dat het bovenstaande een beperkte weergave is van de huidige problematiek op het gebied van de eigen woning en de oude dag, maakt het duidelijk dat op deze gebieden de komende decennia een aantal (ingrijpende) veranderingen te verwachten zijn. Een aantal van deze veranderingen is naar verwachting stelselspecifiek, maar steeds vaker wordt naar verbindingen tussen deze domeinen gekeken. Zo zijn oudere huiseigenaren wellicht gekort op hun pensioen. Ze bezitten dikwijls wel een interessante overwaarde op de eigen woning. In deze brochure onderzoek ik of en hoe de fiscaliteit ertoe kan bijdragen dat de eigen woning en de oude dag elkaar (op financieel vlak) kunnen aanvullen. 10 Onderzoeksvraag De onderzoeksvraag welke in dit onderzoek centraal staat, luidt als volgt: Kan de fiscaliteit mensen stimuleren om het vermogen dat besloten zit in de eigen woning in te zetten voor de financiering van de oude dag en zo ja, hoe kan de fiscaliteit deze stimulans vormen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, heb ik de volgende deelvragen geformuleerd: Welke initiatieven zijn er op het gebied van de eigen woning en de oude dag? Hoe worden deze initiatieven in de maatschappij ontvangen? Welke methoden zijn er om het vermogen dat in de eigen woning besloten ligt te verzilveren? Welke rol kan de fiscaliteit vervullen bij het verwezenlijken van deze initiatieven? Afbakening Het doel van dit onderzoek is een aanzet te geven tot discussie ten einde initiatieven op het gebied van de eigen woning en de oude dag te verwezenlijken. Daarbij wordt in dit onderzoek primair onderzocht welke rol de fiscaliteit hierin kan spelen. Het is dan ook geenszins mijn bedoeling volledig te zijn. Verantwoording van de opzet Hierna geef ik in hoofdstuk twee een beschrijving hoe de eigen woning en de oude dag er anno 2013 uitzien. Deze uitgangspunten vormen de basis voor mijn verdere onderzoek. Daarna ga ik in hoofdstuk drie in op enkele beschreven initiatieven op het gebied van de eigen woning en de oude dag en evalueren hoe deze initiatieven in de maatschappij worden en/of zijn ontvangen. In hoofdstuk vier omschrijf ik vervolgens een zestal methoden om de waarde van de eigen woning te verzilveren en daarbij ga ik onder andere in op de financiële en de fiscale gevolgen van deze methoden. In hoofdstuk vijf staat aansluitend de fiscale vormgeving centraal en in hoofdstuk zes volgen tot slot mijn conclusies, beantwoord ik de onderzoeksvraag en geef ik aanbevelingen voor eventueel vervolgonderzoek. 10 Doordat dit onderzoek zich expliciet richt op het vermogen dat besloten ligt in de eigen woning en mensen die een woning huren deze financiële buffer in beginsel missen, gaat het in dit onderzoek alleen om eigenaar-bewoners. De eventuele mogelijkheden die huurders in dit verband hebben, valt buiten het bereik van mijn onderzoek. Verder richt ik mij in dit onderzoek vooral op de eigen woning en de pensioenvoorzieningen. Zoals ook uit de aanbevelingen in hoofdstuk zes zal blijken, dienen de mogelijkheden voor de zorgvoorzieningen nader onderzocht te worden. Hoofdstuk 2 De huidige situatie omtrent de eigen woning en de oude dag Alvorens in het navolgende hoofdstuk in te gaan op reeds verschenen publicaties op het gebied van de eigen woning en de oude dag, beschrijf ik in dit hoofdstuk de actuele situatie omtrent deze gebieden. 11 Hierna wordt afzonderlijk ingegaan op de eigen woning, de pensioen- en de zorgvoorzieningen anno De eigen woning anno 2013 Anno 2013 zijn het roerige tijden op de woningmarkt. 13 Zoals in de inleiding aangegeven, dalen de woningwaarden al jaren en stijgt het aantal verkopen van woningen waarbij mensen met een restschuld achterblijven. 14 Waar in 2009 ongeveer 15 procent van de huiseigenaren een negatieve overwaarde had, is nu van 25 tot 30 procent van de woningen de waarde in het economische verkeer lager dan de hypothecaire schuld die op de woning rust. 15 Naast de dalende woningwaarden draagt ook het aantal aflossingsvrije hypotheken bij aan dit stijgende aantal woningen met een negatieve overwaarde. Zo was op 1 januari 2013 circa de helft van de hypotheken gedeeltelijk of volledig aflossingsvrij. 16 Als gevolg van de populariteit van deze hypotheken is de LTV-ratio van 39 procent in 2002 opgelopen naar gemiddeld 60 procent in In combinatie met de jarenlange bereidheid van hypotheekverstrekkers om een (veel) hogere hypotheek te verstrekken dan de waarde van de woning bedraagt, resulteert dit in het feit dat steeds meer huiseigenaren in de financiële problemen (zijn ge)komen. 18 Omdat de financiële stabiliteit van de overheid door onder andere dit toenemende aantal (rest)schulden en betalingsproblemen onder druk is komen te staan, is in het kader van de schuldreductie en in een poging om de woningmarkt vlot te trekken per 1 januari 2013 een aantal fiscale bepalingen omtrent de eigen woning gewijzigd. 19 Zo zijn de vrijstellingen voor de kapitaalverzekering eigen woning, de beleggingsrekening eigen woning en spaarrekening eigen woning uit de Wet IB 2001 vervallen voor mensen die op 31 december 2012 geen gebruik maakten van deze producten. 20 Daarnaast hebben mensen met nieuw af te sluiten hypotheken vanaf 1 januari 2013 alleen recht op hypotheekrenteaftrek als de hypotheek ten minste volgens een annuïtair aflossingsschema in 30 jaar wordt afgelost. 21 Ten aanzien van deze aftrek van hypotheekrente zijn voorts verdere wijzigingen aangekondigd. Het kabinet-rutte-asscher is voornemens om het maximale tarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken in stappen te verlagen naar het tarief van de derde belastingschijf van box I van de inkomstenbelasting. Daarbij wensen zij deze wijzigingen voor zowel nieuw af te sluiten als voor bestaande hypotheken te laten gelden. 22 De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit Omdat het gedetailleerde en complexe vakgebieden zijn, is dit hoofdstuk beperkt tot een globale beschrijving. In het vervolg van dit onderzoek wordt onder oudedagsvoorzieningen zowel de pensioenvoorzieningen als de zorgvoorzieningen (op latere leeftijd) verstaan. 13 Zie voor meer informatie over de huidige ontwikkelingen op de woningmarkt het Woononderzoek Nederland 2012, Ministerie van BZK & CBS Onder de eigen woning wordt in dit onderzoek verstaan de eigen woning zoals deze op grond van artikel Wet IB 2001 is gedefinieerd. Een uitgebreide omschrijving van dit begrip gaat dit onderzoek te buiten, maar voor meer informatie verwijs ik naar J.E. van den Berg, De eigen woning, FED Fiscale brochures, Deventer: Kluwer Ministerie van VROM & CBS 2010, p. 59. Zo stelt het CBS dat op basis van cijfers uit 2011 al van ruim één miljoen woningen de waarde van de woning lager ligt dan de hypothecaire schuld. Dit komt neer op ongeveer 25 procent van de woningen. Zie CBS 2013a. De DNB heeft echter in een recent onderzoek gesteld dat dit percentage al op 30 ligt. Zie Jansen, Bijlsma, Kruidhof & Pattipeilohy 2013, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p Ministerie van BZK & CBS 2013, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p. 2. Overigens zitten voornamelijk jongere huiseigenaren in de gevarenzone. Hoe korter de woonduur is, hoe hoger het risico op een restschuld over het algemeen is. Ministerie van BZK & CBS 2013, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 1, p. 31. Als voorloper op deze wijzigingen is in dit kader per 1 juli 2012 het tarief voor de overdrachtsbelasting al permanent op 2 procent gesteld. Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p Artikel Wet IB 2001 juncto artikel 3.119a Wet IB 2001 juncto 3.119c Wet IB Zie Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 15, p. 32. De Commissie-Van Dijkhuizen gaat op dit punt zelfs verder door een verlaging naar het tarief van de eerste belastingschijf aan te bevelen en deze verlaging zelfs in één keer door te voeren, Commissie-Van Dijkhuizen 2012, p. 77. Met dergelijke wijzigingen wordt overigens tegemoetgekomen aan de aanbevelingen van de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft Nederland namelijk onlangs sterk aanbevolen om beperkingen op de hypotheekrenteaftrek spoedig door te voeren, Europese Commissie 2013, p. 6.

8 Hiertegenover staat dat met deze wijzigingen in de fiscale behandeling van de eigen woning een verandering is ingezet waardoor het verzilveren van de waarde steeds interessanter wordt. Door de wetswijzigingen worden mensen niet alleen gestimuleerd om een eigen woning te kopen, men wordt ook gestimuleerd om de hypothecaire schuld die op de woning rust af te lossen. 23 Zoals later in dit onderzoek zal blijken, zijn dit twee belangrijke voorwaarden om de eigen woning daadwerkelijk een solide onderdeel van de oudedagsvoorzieningen te laten zijn. percentages voor een eindloonregeling per 1 januari 2014 verlaagd naar 1,55 procent, voor een middelloonregeling naar 1,75 procent en worden de percentages voor beschikbare premieregelingen dienovereenkomstig aangepast. Tot slot is in dit wetsvoorstel een maximering van het pensioengevend loon opgenomen. Door deze begrenzing is de omkeerregel niet langer van toepassing op pensioenopbouw over het gedeelte dat het pensioengevend loon hoger is dan Een andere ontwikkeling op de woningmarkt is, dat oudere mensen steeds langer in de oorspronkelijke eigen woning blijven wonen. Ten opzichte van 1998 is de gemiddelde woonduur voor gepensioneerden in 2012 al met drie jaar toegenomen. Enerzijds is dit een gevolg van het feit dat men gemiddeld op een gezondere wijze ouder wordt. Anderzijds is een oorzaak gelegen in het beleid van de overheid om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. 24 Door deze problemen op de woningmarkt wordt echter vergeten dat de totale overwaarde in de Nederlandse woningen ruim 500 miljard bedraagt. Daarvan betreft bijna 80 procent woningen van 50-plussers en hebben gepensioneerden een aandeel van 38 procent in deze totale overwaarde. Doordat de gemiddelde overwaarde van gepensioneerden vervolgens is, is bij hen volop potentie aanwezig om het vermogen besloten in de eigen woning te verzilveren De pensioenvoorzieningen anno 2013 Ook op het gebied van pensioenvoorzieningen is een aantal ontwikkelingen gaande. 26 Zo is het korten op pensioenuitkeringen inmiddels een feit. Door de vergrijzende samenleving in combinatie met de langdurig lage rente zijn de dekkingsgraden van pensioenfondsen onder de 100 procent gezakt. 27 Doordat de pensioenfondsen, ondanks rendementen van 13 procent, niet in staat zijn om het pensioenkapitaal op peil te brengen, is de verwachting dat verdere kortingen zullen volgen als de situatie zich niet op korte termijn herstelt. 28 Verder is naar aanleiding van een alternatief afkomstig van de sociale partners het wetsvoorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen per 27 juni 2013 door de Tweede Kamer aangenomen. Met dit wetsvoorstel blijft de maximering van het pensioengevend loon op gehandhaafd, maar worden ten aanzien van de pensioenopbouw over dit hogere loon zogenoemde pensioenexcedentregelingen voorgesteld. Met een pensioenexcedent-regeling wordt een netto spaarfaciliteit in box III van de inkomstenbelasting geïntroduceerd waar men onder voorwaarden fiscaal gefacilieerd pensioen over het gedeelte dat het loon hoger is dan , kan opbouwen. 34 Of deze wijzigingen daadwerkelijk per 1 januari 2014 worden ingevoerd, zal naar verwachting snel duidelijk worden. Een andere ontwikkeling op het gebied van pensioenvoorzieningen is dat steeds vaker van een vijfpijlerpensioenmodel wordt gesproken, waar het voorheen gebruikelijk was om de verschillende categorieën pensioenvoorzieningen in drie pijlers te verdelen. 35 De eerste pijler bestaat in beide modellen uit AOW en Anw en de tweede pensioenpijler omvat het arbeidsgerelateerde pensioen. De reguliere derde pijler bestaat uit vrijwillige pensioenvoorzieningen; de lijfrenten. 36 Dietvorst omschrijft de vierde pijler vervolgens als het menselijk kapitaal; het vermogen om na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd flexibel al dan niet in deeltijd door te werken met als doel het inkomen en het pensioenkapitaal aan te vullen. De vijfde pijler ziet Dietvorst ten slotte als het zelfgespaarde vermogen en dit kan bijvoorbeeld een spaarrekening, een effectenportefeuille of overwaarde van de eigen woning betreffen. 37 Door andere pensioenbronnen nadrukkelijker bij de pensioenplanning te betrekken kan naar zijn mening een meer gevarieerde beleggingsmix ontstaan. 38 Verder heeft ook op het gebied van pensioenvoorzieningen per 1 januari 2013 een aantal fiscale wetswijzigingen plaatsgevonden. Zo is de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd naar 66 jaar in 2019 en 67 jaar in Verdere verhogingen van de AOW-leeftijd hangen af van de ontwikkeling van de levensverwachting. 29 De pensioengerechtigde leeftijd wordt echter per 1 januari 2014 ineens naar 67 jaar verhoogd. 30 Doordat hierdoor het totale aantal jaren waarin pensioenkapitaal kan worden opgebouwd met twee jaren toeneemt, hebben ook wijzigingen aan het Witteveenkader plaatsgevonden. Zo worden de maximale opbouwpercentages per 1 januari 2014 aangepast, waardoor voor een eindloonregeling in plaats van 2,0 procent maximaal 1,9 procent fiscaal gefacilieerd pensioen kan worden opgebouwd. Voor een middelloonregeling wordt het percentage van 2,25 verlaagd naar 2,15 en voor beschikbare premieregelingen worden de percentages in gelijke zin aangepast. 31 In het regeerakkoord van kabinet-rutte-asscher is evenwel een snellere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd opgenomen, namelijk van 66 jaar in 2018 en 67 jaar in Dit voornemen is inmiddels een wetsvoorstel, welke op 27 juni 2013 door de Tweede Kamer is aangenomen. In dit wetsvoorstel zijn bovendien verdere verlagingen van de maximale fiscale opbouwpercentages opgenomen. Als de Eerste Kamer met dit wetsvoorstel akkoord gaat, worden de opbouw- Zeker als de opbouwpercentages daadwerkelijk per 1 januari 2014 verder verlaagd worden en het maximale fiscale pensioengevend loon gemaximeerd wordt, is de verwachting dat deze vierde en vijfde pensioenpijler een grotere rol gaan spelen. Doordat men hierdoor minder pensioenkapitaal opbouwt wat niet volledig door langer door te werken gecompenseerd kan worden, wordt het steeds belangrijker om zelf aanvullende oudedagsvoorzieningen te treffen. 23 Taskforce Verzilveren 2013, p Ministerie van BZK & CBS 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Zie voor meer informatie over de verschillende soorten pensioenvoorzieningen onder andere naar Bollen-Vandenboorn Van der Leij, Zwarte Zwanen, Omroep MAX, 1 juli Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p. 5 e.v. 30 Dit geldt in principe alleen voor de pensioenopbouw welke na 1 januari 2014 plaatsvindt. De voor 1 januari 2014 opgebouwde pensioenaanspraken worden in beginsel vanaf 65-jarige leeftijd uitgekeerd. Het wordt daarbij evenwel mogelijk om ook deze oudere aanspraken om te zetten naar aanspraken op pensioenuitkeringen vanaf 67 jaar. 31 Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 15, p In lijn met de maximering van het pensioengevend loon zal ook het pensioengevend inkomen in de derde pijler en voor de FOR worden afgetopt. Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p. 6 e.v. De Commissie-Van Dijkhuizen heeft in haar interimrapport zelfs een maximering van het pensioengevend loon op opgenomen. Commissie-Van Dijkhuizen 2012, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p. 2. In de literatuur worden echter veel vraagtekens gesteld aan de effectiviteit van de voorgestelde verlaging van het maximale pensioengevend loon. Zie onder andere Starink & Janssen Dietvorst 2010, p Bollen-Vandenboorn 2013, p Dietvorst 2010, p. 6. Overigens kan de volgorde van deze vierde en vijfde pensioenpijler ook worden omgedraaid. Zo ziet Visser het menselijk kapitaal liever als vijfde pensioenpijler, omdat dit in zijn optiek het luchtventiel vormt om het inkomen voor de oude dag later bij te kunnen sturen. Zie Visser 2011, p Dietvorst 2010, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 13

9 2.3 De zorgvoorzieningen anno 2013 Evenals de gebieden eigen woning en pensioenen staan ook de zorgvoorzieningen anno 2013 voor een aantal uitdagingen. 39 In tegenstelling tot de andere gebieden is het voornaamste probleem van de zorgvoorzieningen gelegen in de snel stijgende collectieve zorguitgaven. Sinds 2001 stijgen de reële zorguitgaven namelijk met gemiddeld meer dan 4,25 procent per jaar waardoor de collectieve zorguitgaven intussen een kwart van de totale collectieve uitgaven beslaan. 40 Voor de periode wordt een verdere stijging van 60 naar 76 miljard voorzien. 41 Voor dit opwaartse effect van de zorguitgaven zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Zo is de stijging niet alleen het gevolg van een snel stijgende levensverwachting, het is ook het gevolg van een kwaliteitsverbetering in de zorg en het feit dat de overheid sinds het begin van deze eeuw sterk stuurt op het verkorten van de wachtlijsten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw beheerste de overheid de zorguitgaven namelijk via aanbodsturing en krappe budgettering. Doordat de resulterende wachtlijsten vervolgens een maatschappelijk probleem werden, is sinds 2001 zowel voor de curatieve als voor de langdurige zorg ingezet op kwaliteitsverbetering en het verkorten van de wachtlijsten. Een deel van de snelle stijging van de collectieve zorguitgaven is dan ook het gevolg van deze inhaalslag. 42 Verder maakt nieuwe technologie steeds meer mogelijk en wordt deze techniek bij een grotere groep mensen toegepast. In combinatie met het meer behandelen van patiënten met een relatief lage ziektelast, resulteert een groter zorgvolume wat vervolgens meer geld kost. 43 Andere oorzaken zijn gelegen in de stijgende welvaart en de toegenomen mondigheid van patiënten. Doordat men minder ongemakken accepteert, neemt de vraag naar zorg toe. Verder wenst men in een ziekenhuis of kliniek vaker een eenpersoonskamer en wenst men uitgebreid geïnformeerd te worden (wat ook meer tijd en dus meer geld kost). 44 Tot slot leiden de zogenoemde welvaartziekten zoals obesitas en daaraan gerelateerde ziekten vaker tot complexe behandelingen waarbij de verzorging (en de kosten) toenemen. 45 Als deze groei van de collectieve zorguitgaven zich de komende jaren op een gelijke wijze blijft voortzetten, zal dit naar verwachting leiden tot een onhoudbare situatie voor de overheid. Om dit te voorkomen zijn in 2013 verschillende maatregelen getroffen. Zo wordt ingezet op een productiviteitswinst welke verder gaat dan alleen het hanteren van lagere tarieven. Belangrijk is vooral dat het zorgvolume beperkt wordt en dat een ander zorglandschap gecreëerd wordt; namelijk meer extramuralisering. 46 Alleen deze mensen kunnen vanaf 1 januari 2015 de benodigde zorg in een beschermende, intramurale omgeving ontvangen. 48 Om daadwerkelijk te zorgen dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven wonen, krijgen gemeenten vanaf 2015 via de Wmo een bredere verantwoordelijkheid. Doordat de aanspraken op door de AWBZ gefinancierde extramurele zorg komen te vervallen, wordt budget overgeheveld naar de Wmo om gemeenten meer vrijheid te geven om de benodigde zorg te organiseren. 49 Verder krijgen zorgverzekeraars op dit vlak meer verantwoordelijkheid Conclusie Ondanks dat in dit hoofdstuk slechts een beperkt beeld is geschetst van de actuele situatie omtrent de eigen woning, pensioen en zorg is wel duidelijk dat op alle drie de gebieden ontwikkelingen gaande zijn. Enerzijds zijn het drie heel verschillende gebieden; ze hebben elk andere uitvoerders, andere belanghebbenden, andere regels en andere doelen. Anderzijds zijn er naar mijn mening een aantal potentiële verbindingen te onderscheiden en punten waarop de drie gebieden elkaar in de toekomst wellicht kunnen aanvullen. Zo staan in 2013 veel eigen woningen onder water, maar zijn er tegelijk ook veel mensen die relatief veel geld bezitten maar wat illiquide vermogen is, omdat het besloten ligt in de eigen woning. De pensioen- en zorgvoorzieningen hebben daarentegen vooral te kampen met tekorten en snel stijgende uitgaven. Omdat de overheid momenteel niet in staat is om dergelijke tekorten te dichten indien dit al wenselijk zou zijn wordt het belangrijker dat mensen zelf hun eigen financiële verantwoordelijkheid gaan nemen. Wellicht is hier zelfs een rol voor de eigen woning voor weggelegd. Nu kunnen de Chinese muren tussen deze drie gebieden niet snel worden weggenomen. Het is naar mijn mening wel belangrijk om een visie voor de toekomst op te stellen en met oplossingen te komen om belemmeringen op korte termijn weg te nemen. In het navolgende hoofdstuk wordt op een aantal van deze visies en voorgestelde oplossingen nader ingegaan en in hoofdstuk vijf beschrijf ik mijn eigen ideeën op dit gebied. De eerste stappen op het gebied van het hervormen en het extramuraliseren van de zorg, zijn in gang gezet. Zo is per 1 januari 2013 een vermogensinkomensbijtelling geïntroduceerd voor het vaststellen van de eigen bijdrage voor zorg via de AWBZ of maatschappelijke ondersteuning via de Wmo. Als gevolg wordt 8 procent van het vermogen in box III van de inkomstenbelasting meegeteld bij de indicatie van de vermogenspositie van de verzekerde. 47 Verder is in april 2013 aangekondigd dat de AWBZ per 1 januari 2015 ingrijpend hervormd gaat worden. Het uitgangspunt bij deze hervormingen is vooral te kijken naar wat mensen wel kunnen in plaats van wat zij niet meer kunnen. Indien op enig moment blijkt dat ondersteuning nodig is, wordt vanaf 2015 eerst gekeken naar het eigen sociale netwerk en de financiële mogelijkheid van de persoon om zelf hulp aan huis in te kopen. Alleen als men echt niet meer zelfredzaam is en voor de meeste kwetsbare personen bestaat nog recht op de nieuwe kern-awbz. 39 Doordat de eigen woning en de pensioenvoorzieningen in dit onderzoek centraal staan, wordt slechts beperkt op de zorgvoorzieningen anno 2013 ingegaan. 40 Taskforce Beheersing Zorguitgaven 2012, p Taskforce Beheersing Zorguitgaven 2012, p Taskforce Beheersing Zorguitgaven 2012, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 1, p Ministerie van VWS 2012, p Taskforce Beheersing Zorguitgaven 2012, p Taskforce Beheersing Zorguitgaven 2012, p Kamerstukken II 2011/12, , nr. 3, p Pagina 4 van de bijlage Hervorming van de langdurige ondersteuning en zorg bij Kamerstukken II 2012/13, , nr Pagina 8 van de bijlage Hervorming van de langdurige ondersteuning en zorg bij Kamerstukken II 2012/13, , nr Pagina 6 van de bijlage Hervorming van de langdurige ondersteuning en zorg bij Kamerstukken II 2012/13, , nr De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 15

10 Hoofdstuk 3 Initiatieven op het gebied van de eigen woning en de oude dag Met het oog op de stijgende zorguitgaven en de toenemende druk op ons pensioenstelsel kan er in de toekomst meer vraag ontstaan naar producten die het mogelijk maken om het vermogen uit de eigen woning vrij te maken. 51 Tegen deze achtergrond heeft het kabinet in de Miljoenennota 2013 drie studies aangekondigd specifiek gericht op de combinatie eigen woning pensioenen zorg. Hoewel deze studies alle drie een andere invalshoek hebben, zijn ze allen gericht op de vraag hoe deze gebieden elkaar in de toekomst kunnen aanvullen dan wel kunnen versterken. In de navolgende paragrafen ga ik op twee van deze studies, namelijk van de Taskforce Verzilveren en de WRR, nader in. 52 Daarnaast ga ik in dit hoofdstuk afzonderlijk in op het proefschrift van Janneke Toussaint. 53 In het kader van haar promotie heeft zij namelijk vanuit een psychologisch oogpunt onderzocht hoe mensen de rol van eigenwoningbezit zien in hun financiële strategie. Aansluitend evalueer ik deze beschreven initiatieven in paragraaf 3.4 en dit hoofdstuk wordt in paragraaf 3.5 afgesloten met een conclusie. 3.1 Eigen haard is zilver waard De Taskforce Verzilveren is een maatschappelijk initiatief waarbij de Vereniging Eigen Huis, het Ministerie van BZK en andere organisaties, deskundigen en wetenschappers onder leiding van Paul Tang een tweeledig onderzoek hebben gedaan op het gebied van de eigen woning pensioenen zorg. Zo heeft de Taskforce Verzilveren eerst een analyse gemaakt van de huidige belemmeringen om het vermogen besloten in de eigen woning te verzilveren en zijn daarna mogelijkheden onderzocht om deze belemmeringen te overwinnen zonder dat de huidige situatie volledig op de schop hoeft. 54 In dit kader heeft de Taskforce Verzilveren in haar studie een onderscheid gemaakt tussen drie manieren om de waarde van een eigen woning te verzilveren, namelijk door te verhuizen, door te lenen (en te blijven wonen) en door te verkopen en te blijven wonen. Vanzelfsprekend kent elke methode eigen voor- en nadelen, waar in dit rapport uitgebreid op in wordt gegaan. Huidige belemmeringen Zo concludeert de Taskforce Verzilveren ten aanzien van de eerste methode verhuizen dat ondanks dat dit wellicht de meest voor de hand liggende methode is, de praktijk anders is. 55 De bereidheid om te verhuizen daalt namelijk naarmate de leeftijd vordert en er blijkt zowel kwantitatief als kwalitatief bezien een tekort te zijn aan geschikte koop- en huurwoningen voor ouderen. 56 De tweede methode lenen (en blijven wonen) is volgens de Taskforce Verzilveren voornamelijk interessant om grote en/of onregelmatige uitgaven te financieren. Een belemmering van deze methode is volgens de Taskforce Verzilveren evenwel dat deze methode niet voor alle huizenbezitters is weggelegd. Voor huizenbezitters met een voldoende en bestendig inkomen zal het afsluiten van een nieuwe of tweede hypothecaire lening over het algemeen niet tot problemen leiden (ondanks dat geen recht bestaat op hypotheekrenteaftrek). Voor huizenbezitters met voldoende inkomen voor levensonderhoud maar met onvoldoende liquiditeit kan de rente- en aflossingslast mogelijk te zwaar zijn. Derhalve concludeert de Taskforce Verzilveren dat het verzilveren in dit verband wellicht het meest lastig is voor de ouderen die er het meest behoefte aan hebben De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit Kamerstukken II 2012/13, , nr. 1, p. 46. Omdat de studie van de SER tot dusver heeft geresulteerd in een interim-rapport dat voornamelijk gericht is op de betaalbaarheid van de zorg, ga ik in dit onderzoek niet nader op deze studie in. Zie voor meer informatie SER Ik heb gekozen om deze drie studies uit te werken, omdat dit drie recente en relatief grotere studies zijn. Daarnaast is de combinatie eigen woning pensioenen zorg een regelmatig terugkerend onderwerp in de vakliteratuur, waarvan een aantal van deze publicaties in dit onderzoek aangehaald wordt. 54 Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p. 29.

11 Ten aanzien van de derde methode verkopen en blijven wonen stelt de Taskforce Verzilveren tot slot dat de belangrijkste belemmeringen zijn, dat de systematische risico s die verkoop op termijn met zich meebrengen over het algemeen leiden tot een lagere verkoopopbrengst en dat transparantie van de verdeling van deze risico s noodzakelijk is voor het vertrouwen van ouderen in dergelijke producten. 58 Mogelijke oplossingen In hoofdstuk vier en vijf van het rapport gaat de Taskforce Verzilveren vervolgens in op mogelijke oplossingen om de hiervoor beschreven belemmeringen op te heffen. Zo stelt de Taskforce Verzilveren ten aanzien van de eerste methode (verhuizen) dat de keuze om te verhuizen vooral een persoonlijke overweging is. Een ruimer aanbod aan betaalbare en toegankelijke koop- en huurwoningen acht de Taskforce Verzilveren in dit verband evenwel van belang om ouderen te stimuleren om het vermogen van de eigen woning te verzilveren. 59 Met betrekking tot de belemmering dat het afsluiten van een lening niet voor alle ouderen is weggelegd, komt de Taskforce Verzilveren in dit rapport met enkele nieuwe voorstellen. Hier ga ik later apart op in. Omtrent de methode van het verkopen en blijven wonen concludeert de Taskforce Verzilveren ten slotte dat de initiatieven op dit vlak vooral gekenmerkt worden door kleinschaligheid en dat een markt voor verzilverproducten hiervoor in ontwikkeling moet worden gebracht. De Taskforce Verzilveren is namelijk van mening dat er een aantal goede initiatieven en producten op dit gebied is en dat deze met de juiste ondersteuning zeker tot wasdom kunnen komen. 60 Nieuwe voorstellen Zoals hiervoor al aangegeven draagt de Taskforce Verzilveren in haar rapport ook enkele nieuwe voorstellen aan om het vermogen dat besloten ligt in de eigen woning te verzilveren. Zo stelt de Taskforce Verzilveren voor om de huidige PW aan te passen, zodat het voor ouderen mogelijk wordt om bij een pensioenfonds een bedrag ineens te lenen in ruil voor een lagere pensioenuitkering. Naar de mening van de Taskforce Verzilveren kan dit namelijk een uitkomst zijn voor ouderen voor wie het niet mogelijk is om een (extra) hypothecaire lening af te sluiten. 61 Een andere optie die in dit verband naar voren komt, is om het aanvullende pensioen als onderpand voor een hypothecaire lening te gebruiken. Deze additionele zekerheid zou weifelende aanbieders naar de mening van de Taskforce Verzilveren over de streep kunnen trekken om verzilverproducten aan te bieden. 62 Een andere vorm van verzilveren welke in dit rapport naar voren komt, is dat ouders hun kinderen aan een hypotheek kunnen helpen door deels garant te staan voor de rente en aflossing van de hypotheek van de kinderen. 63 Ondanks dat dit niet tot een geldelijke uitkering leidt, wordt op deze manier toch het vermogen dat besloten ligt in de eigen woning aangewend. Als variant hierop draagt de Taskforce Verzilveren vervolgens het zogenoemde twee-generatiehuis aan. 64 Dit behelst niet zozeer het te gelde maken van het vermogen van de eigen woning, maar hiermee wordt de woning zelf benut om op latere leeftijd comfortabel te wonen. 65 Tot slot stelt de Taskforce Verzilveren een nieuw te ontwikkelen zorghypotheek voor. De zorghypotheek kan namelijk een uitkomst zijn voor ouderen, die ineens voor onverwacht grote uitgaven komen te staan om zelfstandig en zelfredzaam in de eigen woning te kunnen blijven wonen. Doordat deze mogelijkheid pas op latere leeftijd relevant wordt, is het langlevenrisico voor de aanbieders beter te overzien waardoor de kosten ten opzichte van een reguliere hypothecaire lening lager kunnen zijn. 66 Conclusie Alles overziend concludeert de Taskforce Verzilveren in haar rapport dat regulering en zelfregulering noodzakelijk is om een maatschappelijk verantwoorde markt voor verzilveren te laten ontstaan. Daarbij dienen de transacties maatwerk te zijn en is betrouwbare voorlichting en deskundig advies noodzakelijk om de drempel voor ouderen om het vermogen van de eigen woning te verzilveren, te verlagen Wonen, zorg en pensioenen Wonen, zorg en pensioenen is een verkennende studie door de WRR en het ministerie van BZK waarbij een tiental essays bijeen zijn gebracht welke nader ingaan op mogelijkheden om tot een samenhangende benadering te komen van wonen, zorg en pensioenen. 68 In de navolgende paragrafen ga ik op deze verschillende essays afzonderlijk in Wonen, zorg en pensioenen: hervormen en verbinden Wendy Asbeek Brusse en Cor van Montfort beschrijven in het eerste essay uitgebreid de huidige problematiek van de woning-, zorg- en pensioensector en de hervormingsagenda van het kabinet Rutte II. Aansluitend wordt aan de hand van samenvattingen van de navolgende essays een aantal denkrichtingen afgeleid. De eerste benadering die Asbeek Brusse en Van Montfort destilleren, is een integrale aanpak met een samenhangend financieringsmodel. Door de financiering en consumptie van wonen, zorg en pensioen over de levensloop met elkaar te verbinden zou meer individuele flexibiliteit ontstaan en meer maatwerk om bij de zorg- en woonbehoeften van ouderen aan te sluiten. Bij deze nadering wordt evenwel de kanttekening geplaatst dat het succes voornamelijk afhangt van een gunstige conjuncturele ontwikkeling en indien één element zich niet naar verwachting ontwikkelt, het samenhangende stelsel ondermijnd wordt. 69 Een minder ingrijpende denkrichting is de tweede die Asbeek Brusse en Van Montfort resumeren, waarbij per domein naar kleine aanpassingen wordt gekeken om zo de verschillende domeinen stap voor stap naar elkaar toe te laten groeien. Enerzijds kan hierdoor flexibel op de actualiteit worden aangesloten en anderzijds is men bang dat door deze stapsgewijze benadering de samenhang in de loop van de tijd verloren gaat. 70 Een alternatieve benadering zien de schrijvers vervolgens in het stimuleren van de praktijk om initiatieven te ontwikkelen, te laten groeien en pas waar nodig de stelsels aan te passen. In tegenstelling tot de andere denkrichtingen zou deze alternatieve benadering al op korte termijn tot vernieuwende en innovatieve arrangementen kunnen leiden, maar voor de langere termijn worden evenwel vraagtekens geplaatst of ingrijpendere wijzigingen nodig zijn om de domeinen in hun kern te raken. 71 De laatste denkrichting heeft tot slot een andere invalshoek en wel langs de lijn systeem individu en financiële haalbaarheid inhoudelijke ambities Naar een drie-eenheid van pensioen, wonen en zorg In dit essay van Lans Bovenberg zijn twee macro-economische uitdagingen het uitgangspunt, te weten de stijgende zorgkosten van de ouderenzorg en de hypotheekfinanciering van het eigen woningbezit. Op basis van de levensloopbenadering acht Bovenberg het in dit verband van belang om het pensioenvermogen en het vermogen in de eigen woning verder te mobiliseren. 73 Door de verschillende vermogensvormen beter uit te wisselen houdt men voldoende bestedingsruimte over tijdens het werkzame leven en krijgt men meer eigen verantwoordelijkheid en regie over de manier waarop men op latere leeftijd wil wonen en verzorgd wil worden Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Bij deze mogelijkheid plaatst de Taskforce evenwel de kanttekening dat er momenteel maar één aanbieder van deze mogelijkheid in de markt is. 64 Voor een twee-generatiehuis wordt de woning van ofwel de ouders ofwel dat van één van de kinderen zodanig aangepast dat twee huishoudens de woning delen. 65 Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Taskforce Verzilveren 2013, p Kamerstukken II 2012/13, , nr. 1, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p De levensloopbenadering onderscheidt de volgende vier fasen waarin mensen volgens Bovenberg verschillende behoeften hebben: 1) het begin van het werkzame leven, 2) de rest van het werkzame leven, 3) het begin van de pensioenperiode en 4) de tweede helft van de pensioenperiode waarin men hulpbehoevend kan worden. Zie WRR 2012, p WRR 2012, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 19

12 Zo ziet Bovenberg de aangescherpte hypotheekmogelijkheden als een grote belemmering voor mensen aan het begin van hun werkzame leven. Tegenwoordig moet namelijk relatief veel eigen vermogen in de woning geïnvesteerd worden bij de aankoop en mensen die net aan het werkzame leven beginnen, bezitten dit vermogen meestal niet. Doordat ze wel deelnemen aan verplichte pensioenregelingen ligt het naar de mening van Bovenberg voor de hand om dit vermogen te benutten voor de financiering van de eigen woning, bijvoorbeeld door middel van bouwsparen. 75 In het verlengde hiervan pleit Bovenberg voor een hervorming van het collectieve pensioenstelsel door de doorsneeopbouw te vervangen door een degressieve opbouw van pensioenkapitaal. Hierdoor wordt in de beginjaren meer kapitaal opgebouwd dan premie wordt ingelegd en krijgen jongeren meer kapitaal voor de aankoop van een eigen woning tot hun beschikking. 76 Daarnaast zullen door deze veranderingen de individuele eigendomsrechten van het pensioen beter gedefinieerd moeten worden. Als men dan een woning koopt, dient precies duidelijk te zijn hoeveel pensioenrechten worden opgegeven. 77 Voor de rest van het werkzame leven acht Bovenberg het tevens van belang dat een deel van het pensioenkapitaal kan worden ingezet voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Een woning vrij van schuld is immers pensioen in natura. 78 Hierbij wordt evenwel de kanttekening geplaatst in hoeverre het geheel aflossen optimaal is. Indien men namelijk net voor het pensioen zit en een pensioentekort heeft, dan is aflossen niet optimaal. Deze mensen doen er beter aan om het vermogen liquide te houden, zodat hun pensioen kan worden aangevuld. Daarnaast blijkt uit diverse onderzoeken dat een LTV-ratio van 60 procent al voldoende is om het risico op restschuld zo goed als uit te sluiten. 79 Maar ook na pensionering ziet Bovenberg mogelijkheden waardoor pensioenfondsen een mobielere en dynamischere rol kunnen spelen. Zo kunnen pensioenfondsen producten aanbieden of aanbieders ondersteunen bij producten, die het mogelijk maken om het vermogen uit de eigen woning liquide te maken. Daarnaast ziet Bovenberg een oplossing gelegen in zogenoemde zorgannuïteiten. 80 Voor de tweede helft van de pensioenperiode ziet Bovenberg vervolgens mogelijkheden voor pensioenfondsen om bij te dragen aan de financiering van woon-zorg-arrangementen of dat zij hun inkoopkracht kunnen benutten bij het collectief verkopen van de oorspronkelijke eigen woningen. 81 Kortom, Bovenberg pleit in dit essay voor een dynamischere benadering van besparingen zowel gedurende het werkzame als het gepensioneerde leven Wonen, zorg en pensioen: naar een integrale benadering? Op het huidige gebied van kredietverlening dragen Hans de Boer, Myrthe de Jong en Gijs van der Vlugt in het derde essay aanvankelijk de oplossing aan om institutionele beleggers te stimuleren om hypotheken op te kopen. Doordat deze methode evenwel verschillende nadelen en hoge risico s met zich mee brengt, is naar de mening van De Boer, De Jong en Van der Vlugt een alternatieve oplossing op het gebied van de kredietverlening gelegen in het vergroten van de transparantie van de verhandelde producten. Op deze wijze verkrijgen investeerders niet alleen meer zekerheid, het maakt het ook gemakkelijk om investeerders in de kredietverlening te betrekken WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p Zorgannuïteiten zijn verzekeringen tegen een lang leven in ongezonde toestand en combineren een omgekeerde levensverzekering met een schadeverzekering. WRR 2012, p WRR 2012, p Zie voor een uitgebreidere uitwerking van het initiatief van de dynamische toekomstvoorziening het NEA-paper van de heren Bovenberg, Koelewijn en Kortleve uit 2011 (Bovenberg, Koelewijn & Kortleve 2011). Hierin pleiten de heren niet alleen voor meer dynamiek in de opbouw- en in de uitkeringsfase, maar ook voor meer interactie tussen de domeinen werk, pensioen, zorg en wonen. 83 WRR 2012, p. 60. Een andere belemmering zien De Boer, De Jong en Van der Vlugt gelegen in het feit dat een groot deel van het vermogen van mensen niet liquide is (pensioen en woningen). Door deze vermogensopbouw flexibeler in te richten zou men beter in staat zijn om onverwachte schokken (bijvoorbeeld ontslag of arbeidsongeschiktheid) of toenemende eigen bijdragen in de zorg, op te vangen. 84 De schrijvers benadrukken op dit punt evenwel dat het flankerend beleid goed in ogenschouw moet worden genomen. Aansluitend gaan De Boer, De Jong en Van der Vlugt in op het regelmatig als oplossing voor de integrale benadering van wonen, zorg en pensioenen aangehaalde zorgsparen. Mede door de verschillende vormen waarin dit zorgsparen is geïnitieerd en vanwege enkele uitvoerende complicaties, onderscheiden de schrijvers in dit essay oplossingen voor de cure en de care. Voor de cure zou verplicht individueel zorgsparen een oplossing kunnen zijn, maar kent nadelen vanwege het onvoorziene karakter van zorg. Verder zijn De Boer, De Jong en Van der Vlugt van mening dat deze verplichtstelling zowel voor mensen met lage inkomens als met hoge inkomens, geen werkelijke oplossing biedt. Mensen met een laag inkomen kunnen dit vermogen waarschijnlijk niet opzij leggen en mensen met een hoog inkomen kunnen de zorgkosten (gemakkelijk) uit hun reguliere inkomen en/of vermogen financieren. 85 Zodoende zien de schrijvers een eenvoudigere oplossing gelegen in het verhogen van de eigen bijdragen en/ of het verkleinen van het verzekerde pakket zonder flankerend beleid. 86 Voor de langdurige zorg zien De Boer, De Jong en Van der Vlugt tot slot oplossingen in het liquide maken van het vermogen van de eigen woning en wederom het verhogen van de eigen bijdragen. Maar omdat het eigenwoningbezit over het algemeen daalt naarmate de leeftijd stijgt en het verhogen van de eigen bijdragen de hiervoor beschreven nadelen bevat, zijn de schrijvers van mening dat moet worden nagedacht over een meer specifiek vangnet voor mensen met de allerlaagste inkomens. Alles overziend zijn de schrijvers van mening dat de specifieke problemen om specifieke oplossingen vragen en dat een integrale oplossing vanwege de grote diversiteit aan problemen, wellicht erger is dan de kwaal Enkele macro-economische bedenkingen omtrent wonen, zorg en pensioenen Zoals de titel aangeeft, beschrijft Marnix Amand in dit essay verschillende macro-economische effecten van de beoogde hervormingen op het gebied van wonen, zorg en pensioenen. 88 Het naar mijn mening belangrijkste macro-economische effect dat Amand beschrijft, is de theorie van de asset meltdown. 89 Deze theorie houdt in dat mensen sparen in tijden dat ze meer verdienen dan gebruiken en zodra ze de activa nodig hebben, deze weer verkopen. Daarbij wordt verondersteld dat zowel nu als straks een markt aanwezig is waar gekocht en verkocht kan worden en waar anderen precies de omgekeerde transacties afsluiten. 90 Nu lijkt deze markt aanwezig, maar door de vergrijzing stijgt het aantal verkopers ten opzichte van het aantal kopers, waardoor de prijs van de activa zal dalen. Als gevolg zullen ouderen meer moeite hebben om hun besparingen te verzilveren. 91 Hoewel sparen de meest voor de hand liggende optie lijkt, blijkt het macro-economisch bezien dus tamelijk ineffectief. 92 Daarnaast stelt Amand zichzelf in dit essay de vraag hoeveel eigenwoningvermogen daadwerkelijk voorhanden is en wie de uiteindelijke lasten dragen. Ten aanzien van het beschikbare eigenwoningvermogen is de waardedaling van de afgelopen jaren namelijk een probleem voor het vervroegd verzilveren. Daarnaast dient er voor dit verzilveren een partij te zijn die de woning wil financieren, maar daarbij is het de vraag tegen welke rente en tegen welke risico s deze financiering plaatsvindt. 93 Tot slot beschrijft Amand dat het huidige eigenwoningvermogen vooral vererft en dat door het verzilveren voornamelijk de erfenissen lager worden. Zodoende is de schrijver van mening 84 WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p. 78. De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 20 21

13 dat het verzilveren eigenlijk een indirecte belasting is op erfenissen. Nu is dit naar zijn mening een effectieve methode van belastingheffing, maar dient daarbij wel de kanttekening te worden geplaatst dat de uiteindelijke kosten van het verzilveren door de jongere generatie wordt gedragen De toereikendheid van pensioeninkomens in Nederland; een meerpijlerbenadering Het vijfde essay is van Marike Knoef, Jim Been, Rob Alessie, Coen Caminada, Kees Goudswaard en Adriaan Kalwij en zij hebben in het kader van het OESO-project genaamd Retirement Savings Adequacy empirisch onderzoek verricht naar de vermogenscomponenten die Nederlanders hebben opgebouwd als oudedagsvoorziening. Daarbij hebben ze tevens een vergelijking gemaakt tussen het verwachte inkomen na pensionering en het referentie-inkomen. 95 Hiervoor hebben de schrijvers de AOW-rechten, de aanvullende pensioenrechten, het opgebouwde vermogen in vrijwillige pensioenproducten, de eigen woning en het privévermogen beoordeeld en afgezet tegen verschillende leeftijdscategorieën en sociaaleconomische groepen. Zo blijkt uit het onderzoek dat vóór pensionering arbeid de belangrijkste bron van inkomen is en dat het vermogen op spaarrekeningen over het algemeen oploopt tot dat men 69 jaar oud is. Daarna neemt het vermogen op de spaarrekeningen iets af. 96 Vervolgens hebben Knoef, Been, Alessie, Caminada, Goudswaard en Kalwij de vermogenscomponenten geannuïtiseerd en berekend wat de verschillende leeftijdscategorieën en sociaaleconomische groepen met hun opgebouwde vermogen als inkomen kunnen ontvangen na pensionering. 97 Aansluitend hebben de schrijvers aan de hand van deze vervangingsratio s berekend in welke mate de verschillende categorieën en groepen na pensionering in hun levenstandaard kunnen voorzien. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat als naar de gemiddelde contante waarde van de vermogenscomponenten ten opzichte van de inkomensverdeling wordt gekeken, de AOW nagenoeg vlak is over de inkomensverdeling maar dat de omvang van andere vermogenscomponenten toeneemt naarmate het bruto inkomen van mensen toeneemt. 98 Verder blijkt uit dit onderzoek dat de mediane pensioenannuïteit over alle leeftijdscategorieën en sociaaleconomische groepen tezamen ongeveer 80 procent van het bruto inkomen bedraagt en dat vermogen uit onroerend goed en overige private besparingen een fors positief effect heeft op deze vervangingsratio. 99 te worden betaald en ontstaat recht op de fiscale ouderenkorting. 102 Dat dit percentage per sociaaleconomische groep verschilt, blijkt wel uit de gemiddelde inkomensstijging van 12 procent die mensen die vanuit een uitkeringssituatie pensioneren, ontvangen. 103 Maar niet alleen het inkomen verandert na pensionering, ook het uitgavenpatroon, waarbij over het algemeen geldt dat zodra men ouder wordt, het bestedingspatroon beperkter wordt. Alles overziend is Soede van mening dat de inkomensdaling redelijk in lijn is met de afgenomen behoeften van ouderen, maar dat weinig rekening wordt gehouden met het dalen van de bestedingsbehoeften op latere leeftijd. In dit kader stelt Soede dan ook voor om het hoog-laag pensioen vaker te gebruiken of de indexatie voor gepensioneerden lager vast te stellen dan voor werkende mensen Nieuw verbindend vermogen; een zoektocht naar nieuwe verknopingen van wonen, zorg en pensioenen Taco Brandsen, Jan Kees Helderman en Cor van Montfort zien op de domeinen wonen, zorg en pensioenen al verschillende verbindingen, maar destilleren in dit essay aan de hand van een analyse van de huidige stelsels en de huidige ontwikkelingen op de verschillende domeinen, uitgangspunten voor een meer duurzame verbinding. Zo blijkt uit hun analyse dat mensen verschillende motieven hebben om deel te nemen aan een sociaal verzekeringsstelsel. Deze stelsels staan momenteel niet alleen door de huidige economische crisis onder druk, er is ook sprake van een sterke sociaal-culturele pressie. Deze pressie zou enerzijds het resultaat zijn van de toenemende mismatch tussen de verdeling van de risico s en beschikbare middelen en anderzijds het gevolg zijn van het eroderen van het draagvlak voor de collectieve solidariteit. Zo worden gepensioneerden ook wel als the greedy generation aangeduid, omdat zij niet alleen verwachten in alles gecompenseerd te worden (gestegen kosten etc.), ze menen er recht op te hebben. 105 Daarnaast zorgt het eroderende draagvlak ervoor dat steeds meer naar het Angelsaksische model wordt geneigd, waarbij kapitaal tussen generaties wordt overgedragen maar enkel in de familiaire sfeer. Doordat de collectieve solidariteit hierdoor steeds verder lijkt op te drogen, dreigen de collectieve voorzieningen op termijn onbetaalbaar te worden. 106 Tot slot kwalificeren de schrijvers de eerste generatie allochtonen, alleenstaande vrouwen en mensen die langer dan een jaar zijn aangewezen op werkloosheids-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering, elk om verschillende redenen, als kwetsbare groepen. 100 Ten opzichte van het gemiddelde ligt het vervangingsratio van deze groepen lager dan 70 procent waardoor zij, naar de mening van Knoef, Been, Alessie, Caminada, Goudswaard en Kalwij, het grootste pensioenrisico lopen Genoeg pensioen? In dit essay gaat Arjan Soede in op de inkomensveranderingen die mensen na pensionering ervaren en op de vraag of dit inkomen aansluit bij de gewijzigde (financiële) behoeften na pensionering. Zo is een te laag pensioen vanzelfsprekend niet wenselijk, maar ook een te hoog pensioen is niet efficiënt. De pensioenpremies hadden dan immers lager vastgesteld kunnen worden. 101 Uit diverse onderzoeken waar Soede zich in dit essay op baseert, blijkt dat bij een bruto pensioen van 70 procent van het laatst verdiende loon, de gemiddelde persoon er na pensionering 15 procent op achteruit gaat. Na pensionering hoeven immers geen AOW- en pensioenpremies meer 94 WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p Vervolgens onderscheiden Brandsen, Helderman en Van Montfort drie typen initiatieven welke momenteel bijdragen aan verbindingen op de domeinen wonen, zorg en pensioenen. Zo gaan de schrijvers op verschillende voorbeelden in van organisaties die op zoek zijn gegaan naar niches in de bestaande markten om zo nieuwe diensten, producten en organisatievormen te ontwikkelen (bijvoorbeeld Syntrus Achmea, de omkeerhypotheken voor het dekken van onverwachte zorguitgaven, het Wooninvesteringsfonds en het idee van zorgruil). 107 Het tweede type initiatief dat Brandsen, Helderman en Van Montfort onderscheiden, zijn initiatieven die een reactie zijn op veranderingen in (Europese) wet- en regelgeving. Als voorbeeld van dit type initiatieven wordt onder andere ingegaan op de recente ontwikkelingen binnen de AWBZ, waardoor wonen en zorg gescheiden wordt. De schrijvers verwachten dat deze scheiding op korte termijn tot nieuwe allianties en combinaties zal leiden. 108 Het derde type initiatief is ten slotte het experimenteren en oplaten van proefballonnen. Dit type initiatieven dient overigens naar de mening van de schrijvers vooral uit de markt zelf te komen Zie voor de ouderenkorting artikel 8.17 Wet IB 2001 en voor de alleenstaande ouderenkorting artikel 8.18 Wet IB WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 22 23

14 Brandsen, Helderman en Van Montfort concluderen aansluitend op deze analyse dat de wil om te innoveren en te experimenteren zeker aanwezig is, alleen dat de huidige situatie ver verwijderd is van een duurzame governance met passende sociale voorzieningen. Ten einde deze duurzame governance verder te ontwikkelen extraheren de schrijvers evenwel drie uitgangspunten welke in ogenschouw moeten worden genomen. Zo dienen de collectieve voorzieningen krimpbestendig te zijn en moeten zij niet al te zeer afhankelijk zijn van groeiverwachtingen. Daarnaast dienen de voorzieningen sterker aan elkaar gekoppeld te worden en tot slot achten de schrijvers transparantie en een sluitende governance noodzakelijk om de drie domeinen daadwerkelijk duurzaam te kunnen verbinden. 110 Het duurzaam Nieuw Verbindend Vermogen laat zich naar de mening van Brandsen, Helderman en Van Montfort namelijk alleen binnen verzekerde grenzen verbinden Vitaliteit en solidariteit Met het oog op het creëren van verbindingen tussen de domeinen wonen, zorg en pensioen ziet Diana Monissen echter een belangrijke rol weggelegd voor zorgverzekeraars. Naar de mening van Monissen zijn zorgverzekeraars namelijk vanuit hun maatschappelijke positie uitgegroeid tot instanties die goed in staat zijn om een onderscheidende rol te spelen. Zorgverzekeraars staan immers dicht bij de mensen waardoor ze goed op behoeften kunnen in spelen. 112 In dit kader onderscheid Monissen vervolgens drie actuele uitdagingen waar zorgverzekeraars een verschil kunnen maken. Zo kunnen zorgverzekeraars bijdragen aan de samenwerking tussen mensen in dorpen en wijken op het gebied van vitaliteit en gezondheid. Door preventie en zelfmanagement te stimuleren kunnen zorgverzekeraars ouderen verder ontzorgen en tegelijkertijd empoweren. 113 Als voorbeeld van een zorgverzekeraar die in dit kader al eerste stappen heeft gezet, haalt de schrijver vervolgens De Friesland Zorgverzekeraar aan. Deze zorgverzekeraar investeert onder het motto jong geleerd is oud gedaan namelijk al jaren flink in sport op Friese basisscholen. 114 De tweede uitdaging die in dit kader wordt onderscheiden, is hoe deze betrokkenheid georganiseerd moet worden. Monissen is daarbij van mening dat ontschotting noodzakelijk is en dat zorg meer in de eigen woonomgeving van mensen gaat plaatsvinden. Dit zou namelijk een daling in de zorgkosten kunnen bewerkstelligen en resulteren in een hogere kwaliteit van zorg. In dit kader ziet de schrijver overigens naast zorgverzekeraars ook een rol voor woningcorporaties weggelegd. 115 De derde uitdaging waar zorgverzekeraars ten slotte een rol kunnen spelen is het creëren van solidariteit en van saamhorigheid. Door concreet in te zetten op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van mensen, maar daarbij de aandacht voor bijzondere omstandigheden als onverzekerden, illegalen en wanbetalers niet uit het oog te verliezen, kunnen zorgverzekeraars naar de mening van de schrijver zorgen voor een solidaire eenheid. Alleen door een deel te zijn van een dergelijke solidaire eenheid wordt volgens Monissen ieders belang gediend. 116 Alles overziend is Monissen dus van mening dat zorgverzekeraars vanuit hun maatschappelijke positie een belangrijke rol kunnen spelen om te zorgen dat men een vitaler en solidair leven kan leiden. Voorwaarde is overigens wel dat de zorgverzekeraars lef moeten hebben om de gebade paden te verlaten WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p Daarbij wordt met preventie niet alleen het stimuleren van mensen om een gezonde levensstijl aan te houden bedoeld, het gaat ook om het voorkomen van zorgafhankelijkheid. WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p Dorst! Het eigenwoningbezit als onderdeel van de verzorgingsstaat Vanwege de interessante bandering en conclusies van Marja Elsinga en Janneke Toussaint staat in de volgende paragraaf het proefschrift van Toussaint centraal. Omdat in dit proefschrift de psychologische aspecten van het eigenwoningbezit uitgebreid wordt beschreven, ga ik in deze paragraaf niet afzonderlijk op dit essay van Elsinga en Toussaint in Je huis als pensioen? Mogelijkheden en beperkingen voor verschillende inkomensgroepen in Nederland Het laatste essay welke in de studie van de WRR is opgenomen, is het essay van Caroline Dewilde en Nada Delfani waarin de relatie tussen pensioenen en eigenwoningbezit centraal staat. In het eerste gedeelte van dit essay gaan de schrijvers in op de zogenoemde afruil tussen het eigenwoningbezit en het pensioenvermogen. Hieruit blijkt echter dat indien al sprake is van een afruil, dit voornamelijk historisch gegroeid is in landen waar eigenwoningbezit in een vroeg stadium gestimuleerd werd en waar de pensioenvoorzieningen minder genereus waren. 118 Daarnaast concluderen Dewilde en Delfani dat ondanks dat het bezit van een eigen woning in principe een effectieve bescherming tegen armoede vormt, het bezit niet per definitie leidt tot meer mogelijkheden om de woningwaarde te utiliseren. 119 Zo is het hoge eigenwoningbezit in Zuid-Europese landen voornamelijk ingegeven door het ontbreken van zowel een sociale als een private huursector. Gevolg is dat een woning in principe een familiaire bezitting is en het niet mogelijk is om de waarde van de woning te verzilveren om de persoonlijke financiële situatie te verbeteren. 120 In het tweede gedeelte van dit essay gaan Dewilde en Delfani vervolgens specifiek op de Nederlandse situatie in. Zo blijkt dat in Nederland het eigenwoningbezit over het algemeen daalt naarmate het inkomen lager is en dat het pensioenvermogen hoger is voor mensen met een eigen woning ten opzichte van mensen met een huurwoning. Doordat mensen met een hoger inkomen voorts ook een hoger pensioenvermogen hebben, zijn zij dus minder aangewezen op de eigen woning om de gewenste levenstandaard te kunnen behouden. 121 Een andere belemmering zien de schrijvers vervolgens gelegen in de beperkte woningmarkt. Zo ontbreken in landen waar bijna iedereen een eigen woning heeft alternatieven zoals huurwoningen, terwijl in landen waarbij de woningmarkt wel uit verschillende segmenten bestaat, er altijd een gedeelte van de bevolking is dat niet de mogelijkheid heeft om een eigen woning te kopen. 122 Tot slot hebben mensen met lagere inkomens over het algemeen meer problemen om daadwerkelijk vermogen in de eigen woning op te bouwen. Zo hebben deze mensen over het algemeen hogere hypotheken in verhouding tot de waarde van de woning. Sinds de daling van de huizenprijzen zijn dan ook relatief veel woningen van mensen met lagere inkomens onder water komen te staan. Zij zullen het vermogen uit de eigen woning naar alle waarschijnlijkheid niet als aanvullende oudedagsvoorziening kunnen gebruiken. 123 Daarnaast zijn de winsten op de eigen woning slechts relatief zolang het vermogen niet liquide gemaakt is. Daar komt bij dat bij de verkoop van de oorspronkelijke eigen woning, eerst een eventuele hypotheek moet worden afgelost en daarna ofwel een nieuwe koopwoning moet worden aangeschaft of een woning gehuurd moet worden. Doordat deze nieuwe koopwoning inmiddels ook in waarde is gestegen en de huidige huurmarkt beperkt is, waardoor voor geschikte huurwoningen ook hoge huren worden gevraagd, is het voor mensen met lagere inkomens vaak lastig om daadwerkelijke aanvullingen te realiseren. 124 Al met al zijn Dewilde en Delfani van mening dat de eigen woning als aanvullende 118 WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p WRR 2012, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 25

15 oudedagsvoorziening een aantal belemmeringen kent waarbij mogelijk zelfs de solidariteit tussen verschillende sociale bevolkingsgroepen in het gedrang kan komen Conclusie Alles overziend zijn het naar mijn mening tien interessante maar ook heel verschillende essays. Elke schrijver heeft zijn essay vanuit een andere invalshoek geschreven en als gevolg daarvan zijn ook verschillende oplossingen geboden. Een eenduidige richting of conclusie is naar mijn mening dan ook niet uit dit rapport van de WRR te destilleren. 3.3 Het eigenwoningbezit als pensioenvoorziening In haar proefschrift gaat Janneke Toussaint in op de rol van het eigenwoningbezit in verschillende Europese landen in relatie tot een veranderende verzorgingsstaat. Door allerlei factoren vinden namelijk op het gebied van de oudedagsvoorzieningen grote hervormingen plaats waardoor mensen hun financiële strategie moeten aanpassen om de nieuwe risico s die deze hervormingen met zich mee brengen, op te kunnen vangen. Daarnaast constateert Toussaint op het gebied van het eigenwoningbezit veranderingen. Zo is het aantal Europese huizenbezitters de afgelopen twee decennia zo gestegen dat inmiddels 66 procent van de Europese huishoudens een eigen woning bezit. Doordat voorts blijkt dat deze eigen woning doorgaans het grootste aandeel in het vermogensbezit van Europeanen is, is Toussaint gaan onderzoeken of dit vermogen in de eigen woning een interessant onderdeel is (of kan worden) van de financiële strategie van huiseigenaren. 126 Drie theorieën Alvorens Toussaint op haar bevindingen ten aanzien van de verschillende Europese landen ingaat, beschrijft ze drie theorieën waarvan later de toepasbaarheid wordt onderzocht. Allereerst de levenscyclustheorie. Deze theorie streeft ernaar om het inkomen gedurende de verschillende levensfasen constant te houden. Hierdoor wordt eerst geld geleend, gaat men sparen gedurende het werkzame leven en dient in de laatste fase te worden ontspaard. 127 De vermogensopbouw van de eigen woning volgt deze theorie in principe goed, zij het dat het ontsparen in de laatste fase vaak niet geëffectueerd wordt. 128 De tweede theorie ziet specifiek op de wisselwerking tussen de koopwoning en de oude dag. Jim Kemeny heeft namelijk ontdekt dat in landen met een minder genereuze verzorgingsstaat, meer mensen een eigen woning bezitten. Omdat de gemiddelde huiseigenaar de hypotheek rond pensionering heeft afgelost, resulteert voor hem ten opzichte van een huurder relatief lage woonlasten. Doordat deze huiseigenaren vervolgens de mogelijkheid hebben om dit vermogen te consumeren, verwacht Kemeny in het licht van de huidige versoberingen op het gebied van de oude dag, dat het eigenwoningbezit de komende jaren verder zal stijgen. 129 De derde theorie gaat ten slotte in op de rol van het eigenwoningbezit in het zorgbeleid, het zogenoemde asset-based welfare policies. Deze theorie is vooral afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk waar effectief op het eigenwoningbezit is ingezet als spaarinstrument, maar waarbij de overheid ook het consumeren van het vermogen in de eigen woning actief is gaan stimuleren. Doordat is gebleken dat deze stimulans het meest doeltreffend is voor de minder welvarende mensen, kan volgens deze theorie de gemiddelde welvaart stijgen als dit een actief beleid van de overheid wordt. Als gevolg zou men ook beter in staat zijn om zelf in voldoende mate in oudedagsvoorzieningen te voorzien WRR 2012, p Toussaint 2011, p Modigliani & Brumberg 1954, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p. 6. Vergelijking Nederland Duitsland Na deze theorieën komen de verschillende rechtsvergelijkende onderzoeken naar de overeenkomsten en verschillen in eigenwoningbezit in verschillende Europese landen aan bod. Zo blijken op het gebied van de sociale voorzieningen veel overeenkomsten tussen Nederland en Duitsland te bestaan. In beide landen zijn de voorzieningen de afgelopen jaren versoberd, maar in verhouding tot andere Europese landen zijn het nog steeds genereuze voorzieningen. Er zijn evenwel twee grote verschillen; zo lijkt de Nederlandse arbeidsmarkt gunstiger dan de Duitse arbeidsmarkt, maar een belangrijker verschil is dat de Nederlandse bevolking enigszins groeit. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de Duitse bevolking al een aantal jaren afneemt, wat op termijn zeker invloed gaat hebben op de sociale voorzieningen maar ook op de Duitse woningmarkt. 131 Verder is het eigenwoningbezit zowel in Nederland als in Duitsland relatief laag ten opzichte van het Europese gemiddelde. Verschil op dit punt is evenwel dat de Duitse private huursector een acceptabel alternatief is, terwijl de huursector in Nederland vooral sociale huur betreft. 132 Verder is de waarde van Duitse woningen relatief stabiel terwijl de Nederlandse huizenprijzen tot een jaar of vijf geleden vooral zijn gestegen. 133 Tot slot is nog een interessant verschil dat de Duitsers hun hypotheek het liefst zo snel mogelijk aflossen, terwijl de Nederlanders deze graag behouden. 134 Housing asset-based welfare Uit een ander rechtsvergelijkend onderzoek blijkt voorts dat vooral in Hongarije en Portugal de theorie van Kemeny ondersteund wordt. In deze landen bezit namelijk een hoog percentage van de bevolking een eigen woning, terwijl de sociale voorzieningen relatief mager zijn. 135 Omdat de woning in deze landen vaak familiair bezit is, vervult de woning dikwijls de rol van sociale voorziening. In Duitsland en België wordt echter voornamelijk een woning gekocht omdat men weinig vertrouwen heeft in hun pensioenvoorzieningen en op deze wijze de woonlasten op de oude dag relatief beperkt blijven. In deze landen wordt overigens ook veel op de hypotheek afgelost. 136 In Zweden en Nederland zijn de pensioenvoorzieningen echter royaal waardoor het vermogen in de eigen woning meer als verrassende aanvulling wordt beschouwd, terwijl het in Finland juist gebruikelijk is om de woning aan de volgende generatie te geven. 137 Alleen in het Verenigd Koninkrijk blijkt, zoals hiervoor vermeld, de wisselwerking tussen eigenwoningbezit en sociale voorzieningen duidelijk aanwezig. Reverse mortgage schemes zijn hier actief gestimuleerd, waardoor de woning een belangrijk onderdeel van de financiële strategie is geworden. Op basis van dit onderzoek tussen acht Europese landen definieert Toussaint evenwel drie aandachtspunten. Ten eerste wordt de wisselwerking sterk beïnvloed door de conjunctuur. In tijden van economische neergang worden namelijk niet alleen de sociale voorzieningen soberder, de huizenprijzen dalen doorgaans ook. Hierdoor wordt de aanvulling die de eigen woning zou kunnen vormen, beperkt. Een andere voorwaarde is dat de wisselwerking zowel voor mensen met hoge inkomens als mensen met lage inkomens gestimuleerd moet worden. Wordt hier geen rekening mee gehouden dan ontstaat grote ongelijkheid. Tot slot ligt volgens Toussaint een uitdaging gelegen in het dalende vertrouwen in financiële instellingen. Door de financiële crisis is men namelijk minder geneigd om producten als een reverse mortgage af te sluiten Dit hoofdstuk in het proefschrift van Toussaint is in juni 2007 afgerond, waardoor deze cijfers niet geheel actueel zijn. Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 27

16 Levenscyclustheorie Vervolgens heeft Toussaint in drie zeer verschillende Europese landen onderzocht of de levenscyclustheorie opgaat. In potentie is deze theorie namelijk goed op het eigenwoningbezit toe te passen, maar ook op dit punt blijken Europese verschillen te definiëren. Zo kent alleen Duitsland een acceptabele private huursector waardoor in combinatie met de veelal afgeloste hypotheken op eigen woningen, de levenscyclustheorie goed toepasbaar is zonder dat opnieuw een schuld wordt aangegaan. 139 In het Verenigd Koninkrijk is de levenscyclustheorie in principe ook goed toepasbaar, zij het dat hier middels actief overheidsbeleid gestimuleerd is om in de laatste levensfase juist weer een schuld aan te gaan. 140 In Hongarije is het verzilveren van het vermogen van de eigen woning echter aanzienlijk complexer. Zoals uit het voorgaande onderzoek blijkt, zijn woningen in Hongarije veelal familiair bezit en als ouders besluiten het vermogen van de woning te verzilveren, gaat dat ten koste van het vermogen van de kinderen. 141 Onderdeel eigen woning in financiële strategie Vervolgens heeft Toussaint in acht Europese landen onderzocht of en op welke manier de eigen woning een onderdeel van de financiële strategie van de inwoners is. Hieruit blijkt dat de eigen woning hoofdzakelijk wordt gezien als een dak boven het hoofd en dat een aanvullende oudedagsvoorziening vrijwel nooit de reden is voor jonge generaties om een eigen woning te kopen. Daarnaast blijkt de eigen woning een bepaalde levensstandaard alsmede een zekere mate van onafhankelijkheid te representeren. (te) bezwaarlijk ervaren. De conclusie die Toussaint uit dit onderzoek trekt, is dat zowel de oudere als de jongere generatie de wait-and-see-strategie hanteert en het verzilveren van het vermogen in de eigen woning voornamelijk wordt gezien als de laatste oplossing. Daarbij verwacht Toussaint echter dat als de pensioenvoorzieningen verder dalen en de zorgkosten blijven stijgen, de eigen woning vanzelf een belangrijker onderdeel in de financiële strategie gaat worden. Mogelijkheden voor Nederland Na de verschillende Europees georiënteerde onderzoeken heeft Toussaint samen met haar promotor Marja Elsinga, meer specifiek de Nederlandse rol van het eigenwoningbezit in een veranderende verzorgingsstaat bestudeerd. Uit deze studie blijkt dat het verzilveren van het vermogen besloten in de eigen woning in Nederland over het algemeen minder noodzakelijk is voor een voldoende inkomen op de oude dag dan in andere Europese landen. De Nederlandse sociale voorzieningen zijn royaal en voornamelijk door een sterke tweede pijler met arbeidsgerelateerde pensioenvoorzieningen, zijn ook de Nederlandse pensioenvoorzieningen omvangrijk in verhouding tot deze in andere Europese landen. 146 Uit interviews blijkt voorts dat Nederlanders van 65 jaar en ouder die vroegtijdig met pensioen zijn gegaan, zich nauwelijks zorgen maken over hun financiële toekomst. Zij hebben veelal een goed pensioen en hoeven financieel gezien niet op hun kinderen te leunen. Jongere generaties hebben evenwel meer twijfels en hebben vaker de verwachting dat de eigen woning een (belangrijk) onderdeel van de financiële strategie op de oude dag gaat vormen. 147 Op latere leeftijd wordt de eigen woning, zeker in tijden van economische neergang, voornamelijk als appeltje voor de dorst gezien. Hoewel dit argument in principe in alle onderzochte landen naar voren kwam, zijn er verschillen te detecteren. Zo wordt in Slovenië het vermogen besloten in de eigen woning vaak gebruikt om op latere leeftijd de zorgkosten te betalen. 142 Een ander argument dat onder andere in Hongarije en Portugal, is de erfenis-in-ruil-voorsteun-strategie. In deze strategie verzorgen kinderen hun ouders en krijgen ze daar de woning waar ze gezamenlijk in wonen, voor terug. 143 Als men toch besluit om de eigen woning te verzilveren, wordt veelal naar een kleinere woning verhuisd. Bijkomend voordeel van deze verhuizing is het beperken van de onderhoudskosten. Zowel fysiek als financieel blijkt het onderhoud aan de woning op latere leeftijd veelal een belemmering te zijn. Kanttekening die hierbij geplaatst moet worden, is dat verhuizen niet voor iedereen een reële optie blijkt te zijn. Mensen die namelijk een woning uit het laagste segment bezitten, hebben vrijwel geen mogelijkheden om een goedkopere woning te kopen. 144 Verder blijkt uit dit rechtsvergelijkend onderzoek dat men over het algemeen niet enthousiast is over financiële producten. Op dit punt spelen twee factoren een rol, waarvan het erfenismotief de grootste factor is. In dit kader blijken mensen zonder kinderen namelijk sneller geneigd om een reverse mortgage af te sluiten dan mensen met kinderen. Het erfenismotief speelt overigens meer in landen waar de financiële toekomst voor kinderen onzekerder is. In deze landen behouden de ouders graag (het vermogen in) de eigen woning, zodat ze dit aan hun kinderen kunnen nalaten. In landen waar kinderen een betere toekomst hebben, speelt de erfenis om een andere reden een belangrijke rol. In deze landen wil men hun kinderen namelijk niet tot last zijn bij latere zorguitgaven, zodat ook zij (het vermogen in) de eigen woning behouden als financiële buffer. 145 De andere factor welke ervoor zorgt dat men over het algemeen niet enthousiast is over financiële producten, is het wantrouwen dat men tegen de financiële instellingen heeft. Vooral de hoogte van de kosten en het feit dat deze kosten niet transparant zouden zijn, wordt als 139 Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p In het kader van het wel of niet verzilveren speelt ook in Nederland het hebben van kinderen een rol, zij het meer bescheiden dan in andere Europese landen. Nederlandse ouders zien namelijk over het algemeen een goede financiële toekomst voor hun kinderen, zodat zij de erfenis minder nodig achten. Een groter verschil is echter te onderscheiden tussen werknemers en zelfstandigen. In Nederland is het aantal zelfstandigen de afgelopen jaren fors toegenomen en zij sparen veelal niet voor een aanvullend pensioen. Zij zien dan ook een grotere rol voor de eigen woning als aanvullende oudedagsvoorziening. 148 Verder blijkt uit deze onderzoeken dat de voornaamste reden voor Nederlanders om het vermogen besloten in de eigen woning niet te verzilveren gelegen ligt in de Nederlandse cultuur. Vanuit het calvinisme hechten Nederlanders namelijk waarde aan het adagium eerst sparen, dan uitgeven. Omdat men immers niet weet wat in toekomst gaat gebeuren, wordt een spaarpot belangrijk geacht om eventuele toekomstige financiële tegenvallers op te vangen. 149 Doordat jongere generaties hier iets minder waarde aan hechten dan oudere generaties, is het voor de toekomst wel de verwachting dat de eigen woning een grotere rol gaat spelen in de financiële planning. 150 Bovendien blijkt dat in Nederland vooral mensen met hogere inkomens een eigen woning bezitten en dat mensen met lagere inkomens vaker een sociale huurwoning bewonen. Doordat deze laatste groep de financiële buffer van de eigen woning missen en zij over het algemeen lagere aanvullende oudedagsvoorzieningen hebben opgebouwd, is hier een verschil tussen Nederlandse bevolkingsgroepen te onderscheiden. Als hier niet actief op geanticipeerd gaat worden, hebben Toussaint en Elsinga de verwachting dat deze kloof in de toekomst groter gaat worden, vooral doordat huurders veelal niet in staat zijn aanvullende oudedagsvoorzieningen op te bouwen. 151 Tot slot blijkt dat ook in Nederland niet op grote schaal gebruik wordt gemaakt van reverse mortgages. Dit is vooral gelegen in de relatieve onbekendheid en het feit dat mensen die net een hypothecaire schuld hebben afgelost, niet snel geneigd zijn om opnieuw een schuld aan te gaan. Doordat jongere generaties evenwel meer gewend zijn aan 146 Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 29

17 het aangaan van schulden, is de verwachting dat het aantal reverse mortgages in toekomst wel zal toenemen. 152 Alles overziend zijn er in Nederland twee grote uitdagingen alvorens de eigen woning daadwerkelijk een aanvullende oudedagsvoorziening vormt: het zogenoemde appeltje-voor-de-dorst-principe en het relatief hoge aantal hypotheken welke mensen ook na pensionering nog hebben. 153 Conclusie Alles overziend concludeert Toussaint dat het eigenwoningbezit in de onderzochte Europese landen een verschillende rol speelt in relatie tot de (veranderende) verzorgingsstaten. Zo blijkt dat de aankoop van een eigen woning over het algemeen geen sterk verband heeft met de verwachtingen over de toekomstige oudedagsvoorzieningen, maar dat het wel als een betrouwbare financiële buffer wordt beschouwd. Verder komt in dit proefschrift naar voren dat, zoals de theorie van Kemeny ook stelt, naarmate de verzorgingsstaat minder genereus is, de eigen woning een belangrijkere financiële bezitting wordt bevonden. Omdat Nederlanders daarentegen in verhouding over het algemeen royale oudedagsvoorzieningen hebben, is de Nederlandse rol van het eigenwoningbezit op dit gebied anders dan in landen waar deze royale oudedagsvoorzieningen ontbreken. De eigen woning is hierdoor in Nederland minder noodzakelijk als aanvullende oudedagsvoorziening. Daarbij komt dat Nederlanders relatief hoge hypotheken hebben welke niet altijd zijn afgelost ten tijde van pensionering. Als gevolg is de daadwerkelijke aanvulling van de eigen woning op de bestaande oudedagsvoorziening ten opzichte van andere Europese landen beperkter. Verder worden verschillende argumenten aangedragen waardoor men het niet wenselijk vindt om het vermogen besloten in de eigen woning te verzilveren. De belangrijkste en meest gehoorde argumenten op dit vlak zijn het appeltje-voor-de-dorst-principe en het erfenismotief. Daarnaast blijkt dikwijls sprake te zijn van ongelijkheid tussen verschillende bevolkingsgroepen. Mensen met lagere inkomens sparen over het algemeen niet alleen minder, ze bezitten ook minder vaak een eigen woning en dat terwijl zij de aanvullende oudedagsvoorziening over het algemeen het hardst nodig hebben. Omdat een eigen woning echter meer risico met zich meebrengt dan een huurwoning, is het stimuleren van eigenwoningbezit onder lagere inkomensgroepen niet vanzelfsprekend de oplossing. Al met al blijken Europeanen verschillende (zwaarwegende) argumenten te hebben om het vermogen besloten in de eigen woning niet te liquideren, maar heeft Toussaint de verwachting dat de eigen woning in de toekomst een grotere rol gaat spelen in de financiële planning. 3.4 Evaluatie van de beschreven initiatieven In de voorgaande paragrafen zijn enkele initiatieven gericht op de combinatie eigen woning, pensioenen en zorg beschreven. De drie aangehaalde publicaties hebben elk een andere benaderingswijze maar komen vrijwel allemaal tot de conclusie dat voor de eigen woning een interessante rol als aanvullende oudedagsvoorziening is weggelegd. Zo komt de Taskforce Verzilveren in haar rapport met het voorstel om een ruimer aanbod aan betaalbare en toegankelijke koop- en huurwoningen te creëren omdat men alleen door de aanwezigheid van voldoende alternatieven, daadwerkelijk een keuze heeft om het vermogen te verzilveren. Daarnaast stelt de Taskforce Verzilveren dat de huidige initiatieven vooral door kleinschaligheid gekenmerkt worden en dat de markt in beweging moet worden gebracht om het verzilveren toegankelijker te maken. Als alternatief pleit de Taskforce Verzilveren vervolgens voor het aanpassen van de PW zodat een gedeelte van het pensioenvermogen voor de aankoop van een eigen woning of de aflossing van de hypothecaire schuld, kan worden gebruikt. Verder wordt de ontwikkeling van zogenoemde twee-generatiehuizen voorgesteld alsmede de zorghypotheek. 152 Toussaint 2011, p Toussaint 2011, p Hoewel ik het met het creëren van een ruimer aanbod aan geschikte woningen en het in beweging brengen van de markt geheel eens ben, roept een aantal voorstellen ook vragen bij mij op. Hoe kan deze markt bijvoorbeeld in beweging worden gebracht? De Taskforce Verzilveren blijft het antwoord op deze vraag schuldig. Verder dienen de individuele eigendomsrechten van de pensioenopbouw geheel transparant te zijn alvorens een gedeelte van dit vermogen voor de aankoop van een eigen woning kan worden gebruikt. Dit lijkt mij gecompliceerd en bovendien moet men voldoende zekerheid hebben dat de resterende oudedagsvoorzieningen afdoende zijn. Voorts vraag ik mij ten aanzien van het twee-generatiehuis af of dit bij de Nederlanders past. Zeker in verhouding tot bijvoorbeeld Hongaren, zijn Nederlanders over het algemeen minder familiair ingesteld. De zorghypotheek is naar mijn mening tot slot een interessante oplossing, zeker gezien de lagere kosten doordat het pas op latere leeftijd gaat spelen. Maar ook hiervoor dient de markt eerst in ontwikkeling te worden gebracht. De WRR heeft in haar studie ook diverse initiatieven aangedragen, voornamelijk vanuit een economisch perspectief. Zo pleit Bovenberg voor een meer dynamische benadering van de verschillende vermogensvormen en ziet hij daarbij een expliciete rol voor pensioenfondsen weggelegd. De Boer, De Jong en Van der Vlugt delen deze mening maar plaatsen daarbij de kanttekening, dat gezien de specifieke problemen op de verschillende domeinen een integrale oplossing de situatie wellicht erger maakt dan meer specifieke oplossingen. Amand gaat op dit punt zelfs verder doordat hij vanuit een macro-economisch oogpunt van mening is, dat sparen relatief inefficiënt is. Het veronderstelt namelijk dat een geschikte markt aanwezig is en het feit dat deze markt momenteel aanwezig is, betekent niet dat dit in de toekomst ook het geval zal zijn. Door het nagenoeg gelijktijdig pensioneren van de babyboomgeneratie stijgt het aantal verkopende partijen in de toekomst terwijl het aantal kopers naar verwachting zal dalen. Verder wordt in verschillende essays de solidariteit als aandachtspunt genoemd. Niet alleen tussen generaties staat de solidariteit onder druk, mogelijk ook tussen verschillende inkomensgroepen. Het percentage eigenwoningbezit stijgt namelijk naarmate het inkomen stijgt. Dit heeft tot gevolg dat de financiële buffer van de eigen woning vaker ontbreekt bij mensen met lagere inkomens en dat terwijl zij deze aanvulling doorgaans het meest nodig hebben. Tot slot worden in het kader van het verbindend vermogen tussen de drie domeinen eigen woning pensioenen zorg, organisaties aangehaald die succesvol op zoek zijn gegaan naar niches, waardoor zowel nieuwe producten als nieuwe allianties zijn ontstaan. Deze studie van de WRR bevat naar mijn mening niet alleen een aantal aantrekkelijke voorstellen en initiatieven, het bevat ook een aantal interessante kanttekeningen. Zeker als sparen vanuit een macro-economisch perspectief wellicht niet altijd even efficiënt is, is dat naar mijn mening zeker een aandachtspunt waar rekening mee moet worden gehouden. Ook het voorstel van de dynamische toekomstvoorziening zoals Bovenberg bepleit, vind ik interessant. Maar juist omdat dit een zo ingrijpend voorstel is, vraag ik mij of dit voor het moment niet te ingrijpend is. Ondanks dat in kleinere aanpassingen het gevaar schuilt dat de samenhang verloren gaat of dat onbewust verkeerde stappen worden gezet, vraag ik mij af of een dergelijke ingrijpend voorstel noodzakelijk is. Tot slot vind ik de ontwikkeling dat organisaties zelf opzoek gaan naar niches in de markt zeer positief. Dit sluit ook aan bij hetgeen in het rapport van de Taskforce Verzilveren is aangedragen en is naar mijn mening een stap in de goede richting om de markt in beweging te brengen. Ik deel op dit punt echter wel het aandachtspunt dat dergelijke initiatieven niet afhankelijk moeten zijn van groeiontwikkelingen. Mocht zich namelijk een economische achteruitgang voordoen, is het belangrijk dat de nieuwe initiatieven niet gelijk instorten. Aansluitend blijkt uit het proefschrift van Toussaint dat binnen Europa het eigenwoningbezit een verschillende rol in de financiële strategie van mensen speelt. Zo is in Duitsland de private huursector een goed alternatief en wordt veel op hypothecaire schulden afgelost. In Hongarije en Portugal is de woning echter veelal familiair bezit waardoor verzilveren niet realistisch is, maar waar vanwege dit erfenis-voor-zorg-motief relatief lage zorgkosten op de oude dag resulteren. Reverse mortgages zijn evenwel een ander gegeven. In veel Europese landen bestaat namelijk wantrouwen tegen deze producten en de financiële instellingen. In het Verenigd Koninkrijk zijn reverse mortgages 30 De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 31

18 daarentegen wel succesvol, zij het na jaren van actief overheidsbeleid. Kortom, in elk land is de positie van de eigen woning verschillend en zijn deze verschillen veelal historisch ingegeven. Er zijn echter wel een aantal bezwaren welke door inwoners van vrijwel alle onderzochte landen worden gedragen. Zo zijn het appeltje-voor-de-dorst adagium en het erfenismotief veelgehoorde argumenten om het vermogen in de eigen woning niet te verzilveren. Mijns inziens zijn ook de conclusies van Toussaint waardevol, vooral tegen de historische achtergrond van de verschillen. Voor Nederland zijn hier naar mijn mening vervolgens een aantal belangrijke aandachtspunten uit te destilleren. Zo heeft het op grote schaal aflossen van hypotheken en de grote private huursector tot gevolg dat de eigen woning in Duitsland een interessante aanvullende oudedagsvoorziening is en zorgt het Hongaarse en Portugese erfenis-voor-zorg-motief voor een soort pensioen in natura. Verder deel ik de verwachting van Toussaint dat het Nederlandse eerst sparen dan uitgeven onder jongere generaties een minder grote rol speelt. Zij zijn namelijk meer gewend om een schuld aan te gaan. Bovendien zijn de Nederlandse jongeren onzekerder over hun financiële toekomst. Kortleve en Verbaal bevestigen deze verwachting. Zo is uit één van hun onderzoeken gebleken dat mensen onder de vijftig jaar vaker verwachten dat zij meer pensioen nodig zullen hebben dan zij denken te ontvangen. 154 Zodoende deel ik de mening van Toussaint, Kortleve en Verbaal dat het van belang is om jongere generaties meer te stimuleren om te sparen voor aanvullende oudedagsvoorzieningen. 3.5 Conclusie Al met al zijn er in de literatuur verschillende voorstellen en initiatieven beschreven in het kader de combinatie eigen woning, pensioenen en zorg. De meeste van deze publicaties zijn vanuit een economisch perspectief ontwikkeld, maar er zijn ook onderzoeken die specifiek op de psychologische beweegredenen in zijn gegaan. Over het algemeen concludeer ik uit de beschreven literatuur dat men het er over eens is dat de eigen woning een interessante aanvullende oudedagsvoorziening is. Omdat de fiscaliteit bij deze voorstellen evenwel nauwelijks betrokken wordt, ga ik in het navolgende hoofdstuk per verzilvermethode de huidige fiscale wet- en regelgeving nader onderzoeken. Wellicht dat enkele fiscale aanpassingen een concrete stimulans kunnen vormen, zodat de eigen woning daadwerkelijk als aanvullende oudedagsvoorziening gebruikt gaat worden. Alles overziend, blijkt uit de verschillende beschreven initiatieven dat de eigen woning wel degelijk een interessante aanvullende oudedagsvoorziening is, maar dat het de vraag is hoe de eigen woning deze rol kan effectueren? De beschreven initiatieven en voorstellen zijn vooral economisch ingestoken en bevatten naar mijn mening weinig concrete maatregelen. Verder valt mij op dat weinig van deze voorstellen de fiscaliteit raken. De Taskforce Verzilveren spreekt in dit verband wel over aanpassingen aan de PW, maar meer als formaliteit om te bewerkstelligen dat het pensioenvermogen voor andere doeleinden gebruikt kan worden. Daarbij heeft de Europese Commissie in het Groenboek en in het Witboek Pensioenen haar bedenken geuit bij fiscaal gedreven oplossingen. Naar haar mening zijn de kosten van belastingvoordelen vaak aanzienlijk waardoor vraagtekens bij de doelmatigheid kunnen worden gezet, zeker nu de overheidsbegrotingen onder zware druk staan. 155 Derhalve pleit de Europese Commissie in het Witboek Pensioenen dat voordat nieuwe fiscale wijzigingen worden doorgevoerd eerst de bestaande wetgeving grondig op haar uitvoering en doelmatigheid beoordeeld moet worden. 156 Ik ga in de navolgende paragraaf niet alleen op verschillende verzilvermethoden in, maar ook per methode de huidige fiscale behandeling beoordelen. Werkt de huidige fiscale wet- en regelgeving stimulerend of juist als belemmering om het vermogen in de eigen woning te verzilveren? Mocht de huidige fiscale wet- en regelgeving namelijk een belemmerende uitwerking hebben, dan kan deze door middel van fiscale aanpassingen wellicht beperkt of zelfs weggenomen worden. Verder is de fiscaliteit ook een bewezen effectief instrument om bepaald gedrag van mensen te stimuleren. Zo zijn mensen door de invoering van de hypotheekrenteaftrek sterk aangemoedigd om een eigen woning te kopen. Dat dit succesvol is, blijkt wel uit het feit dat momenteel ongeveer 60 procent van de Nederlandse huishoudens in een koopwoning wonen. 157 Nu zal in de fiscaliteit wellicht niet dé oplossing gezocht moeten worden voor de problemen op de gebieden eigen woning pensioenen zorg, het kan wellicht wel bijdragen aan hervormingen op deze gebieden. Bovendien kunnen dergelijke fiscale wijzigingen al op een korte termijn worden ingevoerd en is het waarschijnlijk een minder vergaande oplossing dan bijvoorbeeld de dynamische toekomstvoorziening, maar werkt een dergelijke concrete hervorming wellicht wel voldoende stimulerend om de markt in beweging te brengen. 154 Kortleve en Verbaal 2011, p Europese Commissie 2010, p Europese Commissie 2012, p Ministerie van BZK & CBS 2013, p De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 33

19 Hoofdstuk 4 Verzilveren waarde van de eigen woning Omdat het vermogen dat besloten zit in de eigen woning liquide moet zijn alvorens het als een aanvullende oudedagsvoorziening kan fungeren, ga ik hierna op zes verschillende methoden in die dit mogelijk maken. 158 Een aantal is voornamelijk interessant als de eigen woning niet (langer) met een hypotheek bezwaard is, maar er zijn ook mogelijkheden voor het geval nog een (kleine) hypotheek op de woning rust. 159 Aangezien ik het belangrijk vind dat een methode niet alleen theoretisch interessant is maar ook in financieel opzicht, zal ik per methode een cijfermatige uitwerking maken, waardoor de verschillende methoden ook op deze wijze met elkaar vergeleken kunnen worden. Aansluitend ga ik per methode op verschillende aspecten in die mensen als voor- of als nadeel kunnen ervaren en op de huidige fiscale behandeling van de betreffende methode. Zoals in het vorige hoofdstuk aangegeven werkt de huidige fiscale behandeling wellicht als een belemmering in plaats van als een stimulans om het vermogen besloten in de eigen woning te verzilveren. Paragraaf 4.8 bevat vervolgens nog een overzicht met de belangrijkste financiële resultaten, voor- en nadelen die mensen kunnen ervaren en de huidige fiscale gevolgen. Het hoofdstuk wordt tot slot in paragraaf 4.9 met een conclusie afgesloten. 4.1 Gehanteerde uitgangspunten Omdat het voor een solide vergelijking van de verschillende methoden noodzakelijk is dat dezelfde grondslagen gehanteerd worden, zet ik in deze paragraaf eerst de uitgangspunten uiteen welke voor alle methoden gelijk zijn: 160 Twee personen zijn beiden op 1 januari 1988 geboren. Vanaf hun 25 ste levensjaar beginnen ze aan het werkzame leven en verdienen ze beiden vanaf de aanvang een bruto jaarloon van Vanaf hun 25 ste levensjaar begint tevens de pensioenopbouw en beide personen nemen deel aan een beschikbare premieregeling waarbij volgens de maximale premiestaffels ouderdomspensioen wordt opgebouwd. 162 Tussen hun 25 ste en 30 ste levensjaar sparen ze gezamenlijk per jaar als startkapitaal voor de latere aanschaf van een eigen woning Voor een uitwerking van methoden die in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten worden gehanteerd om het vermogen dat in een eigen woning besloten ligt te verzilveren, verwijs ik onder andere naar Van den Boogaard 2011, hoofdstuk vier en vijf. Omdat de betreffende methoden in deze landen in principe niet fiscaal gedreven zijn, wordt in dit onderzoek verder niet op deze methoden ingegaan. 159 In dit verband zal ik per methode vermelden of de betreffende methode mogelijk is indien nog een (kleine) hypotheek op de woning rust. Voor de berekeningen in de paragrafen cijfermatige uitwerking in dit hoofdstuk en in het volgende hoofdstuk, ben ik ervan uitgegaan dat de hypotheek op de oorspronkelijke eigen woning voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd volledig is afgelost. Mochten de mensen een (beperkte) hypotheekschuld op de oorspronkelijke eigen woning hebben, zullen andere cijfermatige uitwerkingen resulteren. 160 De aanvullende uitgangspunten die specifiek voor een bepaalde methode gehanteerd zijn, vermeld ik per methode in de paragrafen aanvullende uitgangspunten. 161 Het bruto jaarloon van is het bruto modale inkomen van Dit jaarloon stijgt vervolgens met 2 procent per jaar als gevolg van indexatie en autonome loonsverhogingen. Beide personen hebben een vlak carrièrepad. Zie onderwerpen/ overheidsfinancien/vraag-en-antwoord/wat-is-het-bruto-modaal-inkomen.html, geraadpleegd op 21 februari Het bruto jaarloon is bij beide personen voorts gelijk aan het pensioengevend jaarloon. Uitgaande van een AOW-franchise van per persoon (bedrag 2013) resulteert in het eerste jaar een pensioengrondslag van (artikel 18a, lid 8, onderdeel a Wet LB 1964 juncto artikel 18g, lid 2, onderdeel a Wet LB 1964 juncto artikel 10b, lid 1 UBLB 1965). Zie voor het verloop van dit jaarloon bijlage één van dit onderzoek. 162 Bij deze berekeningen zijn de opgebouwde pensioenpremies de netto pensioenpremies. Er is daardoor geen rekening gehouden met kosten die verzekeraars in rekening brengen of met premies die verzekeraars voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid in rekening brengen. Het vakantiegeld wordt geacht te zijn begrepen in de maandelijkse termijnen. Artikel 18a, lid 3 Wet LB 1964 juncto Besluit van 23 oktober 2007, nr. CPP 2007/552M, Stcrt. 2012, p. 6, tabel 1 juncto Besluit van 12 februari 2013, nr. BLKB 2013/43M, Stcrt. 2013, 4432, p. 7, tabel Met dit spaargeld wordt het heffingsvrije vermogen van box III (artikel 5.2, lid 2 Wet IB 2001 juncto artikel 5.5 Wet IB 2001) niet overstegen, waardoor dit startkapitaal is vrijgesteld van vermogensrendementsheffing (artikel 5.1 Wet IB 2001 juncto artikel 5.2, lid 2 Wet IB 2001 juncto artikel 5.3 Wet IB 2001). De twee personen ontvangen 2 procent rente per jaar over dit opgebouwde spaargeld. De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 34 35

20 Op 30-jarige leeftijd kopen de twee personen gezamenlijk een eigen woning van Voor de aanschaf van de eigen woning wordt het opgebouwde spaargeld uit box III van in de eigen woning geïnvesteerd. Daarnaast wordt voor de aanschaf van de eigen woning een annuïtaire hypotheek afgesloten van welke in 30 jaar wordt afgelost. 165 Gedurende hun 30 ste tot 60 ste levensjaar lossen ze annuïtair op hypothecaire lening af en wordt periodiek rente betaald. 166 Op het moment dat beide personen 60 jaar zijn, is de hypothecaire lening op de eigen woning volledig afgelost. Na pensionering ontvangen beide personen een volledige AOW-uitkering. 167 Beide personen overlijden op 82 jarige leeftijd. De verkoopwaarde van de oorspronkelijke eigen woning wordt geïnvesteerd in de aankoop van de nieuwe eigen woning ( ) en is voor het overige gedeelte een aanvulling op de reeds opgebouwde oudedagsvoorzieningen ( ) Cijfermatige uitwerking Op basis van de hiervoor vermelde uitgangspunten resulteert de volgende cijfermatige uitwerking voor de methode van een goedkopere woning: Goedkopere woning Algemeen Eén van de mogelijkheden om de waarde van de woning te verzilveren is door de oorspronkelijke eigen woning te verkopen en een goedkopere (kleinere) woning te kopen. De verkoopopbrengst van de oorspronkelijke eigen woning wordt dan deels geherinvesteerd in de nieuwe woning en kan deels als aanvullende oudedagsvoorziening worden gebruikt Aanvullende uitgangspunten In aanvulling op de in paragraaf 4.1 vermelde uitgangspunten zijn de volgende grondslagen specifiek gehanteerd voor de methode van de goedkopere woning: Zodra de twee personen de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar bereiken, wordt de oorspronkelijke eigen woning verkocht. De verkoopwaarde van deze woning bedraagt Op 67-jarige leeftijd wordt vervolgens een nieuwe en goedkopere eigen woning gekocht. De aankoopwaarde van de nieuwe woning is Omwille van eenvoud is bij de berekeningen geen rekening gehouden met verschuldigde overdrachtsbelasting, courtages die makelaars in rekening brengen, notariskosten en evenmin met andere kosten die men voor de aanschaf of de eventuele latere verkoop van de eigen woning maken. 165 Ter indicatie van de hoogte van de maximale hypotheek die de twee personen op basis van hun inkomens kunnen verkrijgen, heb ik een proefberekening gemaakt op: https://www.rabobank.nl/particulieren/producten/ hypotheken/. Op 21 februari 2013 konden de twee personen gezamenlijk in principe een hypotheek van afsluiten. Artikel 3.119a, lid 1, onderdeel b Wet IB Bij een annuïtaire hypotheek betaalt men maandelijks een gelijk bedrag. Doordat vanaf de eerste betaling gedeeltelijk op de eigenwoningschuld wordt afgelost, wordt de rentecomponent ieder jaar lager en het aflossingsdeel groter. Als gevolg daarvan daalt de hypotheekrenteaftrek gedurende de looptijd van de hypotheek, waardoor de netto woonlasten stijgen. Artikel Wet IB 2001 juncto artikel Wet IB 2001 juncto artikel 3.119a, lid 1 Wet IB Conform de website geraadpleegd op 28 februari 2013, hebben de twee personen in 2013 recht op een AOW-uitkering van maximaal 750,35 per persoon, per maand (inclusief heffingskorting). Voor de navolgende berekeningen ga ik ervan uit dat deze uitkering conform een gemiddelde jaarlijkse prijsindexatie van 2 procent zal stijgen. Zie voor het verloop van de indexatie en de uiteindelijke uitkeringen bijlage één van dit onderzoek. 168 Deze methode is voornamelijk interessant voor mensen met een woning vrij van hypotheek. Voor de toepassing van deze methode als aanvullende oudedagsvoorziening is het namelijk vereist dat met de verkoopopbrengst van de oorspronkelijke eigen woning niet alleen een nieuwe woning kan worden gekocht. Er moet ook (voldoende) vermogen resulteren om als aanvullende oudedagsvoorziening te kunnen gebruiken. Als gevolg kan alleen een aantrekkelijke aanvulling op de reeds bestaande oudedagsvoorzieningen resulteren als men geen of slechts een heel beperkte hypotheek heeft. 169 Uitgaande van de aankoopwaarde van de eigen woning van en een waardestijging conform de jaarlijkse gemiddelde waardestijging van bestaande koopwoningen over de periode van 2,4 procent, is de waarde van de woning bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar Zie voor de gemiddelde waardestijging van bestaande koopwoningen , , , , , , , &HDR=T&STB=G1&VW=T, laatst gewijzigd op 21 maart 2013 en geraadpleegd op 6 april Voor een meer gedetailleerd beeld van deze prijsontwikkeling verwijs ik naar bijlage twee van dit onderzoek. 170 Uitgaande van een woning die toen de twee personen 30 jaar oud waren zou hebben gekost en waarbij de waardestijging zich wederom conform de jaarlijkse gemiddelde stijging van bestaande koopwoningen over de periode van 2,4 procent heeft ontwikkeld, is de waarde van een dergelijke woning bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar, Zie voor deze prijsontwikkeling bijlage twee van dit onderzoek. 171 Op grond van de zogenoemde bijleenregeling van artikel 3.119a, lid 4 Wet IB 2001 juncto artikel 3.119aa Wet IB 2001 heeft men bij de aankoop van een nieuwe woning alleen recht op hypotheekrenteaftrek indien de overwaarde van de oorspronkelijke eigen woning wordt gebruikt voor de aankoop van de nieuwe eigen woning. Besluit men evenwel om voor de nieuwe eigen woning een hypothecaire lening af te sluiten en de overwaarde van de oorspronkelijke eigen woning vrij te spenderen, bestaat (voor dat gedeelte van de lening) niet langer het recht op hypotheekrenteaftrek. 172 Alle vermelde bedragen zijn in euro s. Om de bruto maandelijkse pensioenuitkeringen voor beide personen te berekenen heb ik aan de hand van index.html?wel=lijfrentecalculator, geraadpleegd op 22 september 2013, becijferd wat voor uitkeringen met het totale pensioenvermogen van ieder kan worden verkregen. Als uitgangspunten voor deze berekeningen zijn beide personen op 1 januari 1945 geboren en verkrijgen ze een levenslange uitkering per maand met als ingangsdatum 1 oktober Mocht één van beide komen te overlijden, dan worden de lijfrente-uitkeringen voor 100 procent van het uit te keren bedrag naar de partner overgezet. Zie voor een gedetailleerd verloop van het opgebouwde pensioenkapitaal inclusief 5,674 procent rendement bijlage één van dit onderzoek. Dit rentepercentage van 5,674 is als uitgangspunt genomen zodat het totale pensioenkapitaal op het moment van pensioneren gelijk is indien beide personen deel hadden genomen aan een middelloonregeling en ze na pensioneren 70% van het gemiddeld verdiende loon zouden ontvangen. Voorts blijkt uit de inkomenssamenstelling van cbs.nl/statweb/publication/?vw=t&dm=slnl&pa=70991ned=&d1=4&d2=16,29-30,46-47,56,59,64,72,77,79-81,108,119,l&d3=0,19-20,24-27&d4=a&hd= &hdr=t,g1 &STB=G2,G3, laatst gewijzigd op 7 november 2012 en geraadpleegd op 10 april 2013, dat indien beide personen 65 jaar en ouder zijn, in 2011 van een bruto inkomen van 100 een besteedbaar vermogen van 77,2 resulteerde. Als gevolg ben ik voor de berekeningen in dit hoofdstuk uitgegaan van een belastingdruk van 22,8 procent. Voor de berekeningen van de netto onttrekkingen van het verzilverd vermogen is de totale aanvulling van de verkoopwaarde van de oorspronkelijke eigen woning, op een reguliere bankspaarrekening gezet. Vervolgens zijn aan de hand van een gemiddeld jaarlijkse rentepercentage van 2 procent en een vermogensrendementsheffing van 1,2 procent (artikel 5.1 Wet IB 2001 juncto artikel 5.2, lid 2 Wet IB 2001 juncto artikel 5.3 Wet IB 2001 juncto artikel 2.13 Wet IB 2001) de jaarlijkse uitkeringen voor 15 jaren berekend. Uiteraard kan men kiezen voor een langere periode van aanvullende uitkeringen, maar dan resulteren lagere aanvullende uitkeringen. Omdat het aannemelijk is dat twee personen naast dit vermogen ook regulier spaargeld hebben, is bij de berekeningen geen rekening gehouden met het heffingsvrije vermogen conform artikel 5.2, lid 2 Wet IB 2001 juncto artikel 5.5 Wet IB 2001 en ook niet met de ouderentoeslag ex artikel 5.6 Wet IB Voor een gedetailleerd verloop van de netto onttrekkingen van het verzilverd vermogen verwijs ik naar bijlage drie van dit onderzoek. De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit De eigen woning, de oude dag & de fiscaliteit 36 37

Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning

Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.3.30 verwachte wijzigingen Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning bronnen Informatieblad Woningmarkt 18.9.2012 Vragen en antwoorden over

Nadere informatie

2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013

2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013 Oktober 2012 Nieuws hypotheekrenteaftrek Zoals het er nu voorstaat zal er vanaf 2013 alleen aftrek worden genoten voor hypotheekrente bij minimaal een annuïtaire aflossing. Op dit moment mag je nog de

Nadere informatie

Versobering van de fiscale pensioenopbouw

Versobering van de fiscale pensioenopbouw Versobering van de fiscale pensioenopbouw 1. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel Als het aan het kabinet ligt, dan wordt het Witteveenkader op drie manieren aangepast: verhoging van de pensioenrichtleeftijd,

Nadere informatie

Wat kunt ú doen voor uw eigen pensioen. Ruben Stam

Wat kunt ú doen voor uw eigen pensioen. Ruben Stam Wat kunt ú doen voor uw eigen pensioen Ruben Stam Programma Er was eens. - ons huidige pensioenstelsel nader belicht Roerige tijden - het pensioenstelsel onder hoogspanning Wat ú kunt doen! - Úw keuzes

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt

Nadere informatie

VRAGEN WONINGMARKT / KOPEN VAN EEN WONING NOVEMBER 2012

VRAGEN WONINGMARKT / KOPEN VAN EEN WONING NOVEMBER 2012 VRAGEN WONINGMARKT / KOPEN VAN EEN WONING NOVEMBER 2012 ALGEMEEN 1. Wat gaat er veranderen voor de koper van een huis? 2. Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? 3. Op welke wijze wordt aflossing

Nadere informatie

Algemeen Geen Gering Globaal Goed. Aankoop woning Geen Gering Globaal Goed. Hypotheek algemeen Geen Gering Globaal Goed

Algemeen Geen Gering Globaal Goed. Aankoop woning Geen Gering Globaal Goed. Hypotheek algemeen Geen Gering Globaal Goed Risicoprofiel Hoe is uw kennis en ervaring met / over: Algemeen Geen Gering Globaal Goed Ontwikkelingen op de financiële markten Financiële producten in het algemeen Fiscale wetgeving Sociale voorzieningen

Nadere informatie

financiële dienstverlening

financiële dienstverlening Algemene gegevens cliënt Algemene gegevens partner Naam : Naam : Geboortedatum : Geboortedatum : Algemene Kennis en Ervaring 1. Wat weet u van hypotheken? 2. Wat weet u van beleggingsproducten? 3. Wat

Nadere informatie

Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers

Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers Rogier van den Heuvel Met ingang van 1 januari wordt de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen ("Wet Witteveen

Nadere informatie

Fiscale hervorming pensioenopbouw 2015

Fiscale hervorming pensioenopbouw 2015 Fiscale hervorming pensioenopbouw 2015 De parlementaire behandeling van de fiscale hervorming van de pensioenen is afgerond. Op dinsdag 27 mei is de Eerste Kamer in meerderheid akkoord gegaan met de plannen

Nadere informatie

Een huis met een restschuld, kunt u dit voorkomen? www.zichtadviseurs.nl/hypotheken

Een huis met een restschuld, kunt u dit voorkomen? www.zichtadviseurs.nl/hypotheken Een huis met een restschuld, kunt u dit voorkomen? www.zichtadviseurs.nl/hypotheken De huizenprijzen zijn in Nederland sinds 2008 flink gedaald. Dat is goed nieuws voor starters die een huis willen kopen.

Nadere informatie

Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid CPB Notitie 10 juni 2011 Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. CPB Notitie Aan: Ministerie van SZW Centraal Planbureau Van Stolkweg

Nadere informatie

Bijlage A. UW KLANTPROFIEL

Bijlage A. UW KLANTPROFIEL Bijlage A. UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met

Nadere informatie

Veelgestelde vragen nettopensioenregeling

Veelgestelde vragen nettopensioenregeling Veelgestelde vragen nettopensioenregeling Vragen en antwoorden over pensioenopbouw en verzekeren nabestaandenpensioen over uw pensioengevend salaris boven 100.000 Pagina 1 van 7 Vragen en antwoorden Wat

Nadere informatie

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar Maart 215 stijgt naar 91 punten Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar De is in het eerste kwartaal van 215 gestegen van 88 naar 91 punten. Veel huishoudens kijken positiever vooruit en verwachten

Nadere informatie

Een sterke tweede pijler Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen

Een sterke tweede pijler Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen Een sterke tweede pijler Naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen Commissie Toekomstbestendigheid Aanvullende Pensioenregelingen Prof. dr. K.P. Goudswaard (voorzitter) Prof. dr. R.M.W.J.

Nadere informatie

Klantprofiel. Waaruit blijkt dat?

Klantprofiel. Waaruit blijkt dat? Klantprofiel Wat is uw burgerlijke staat? o Alleenstaand o Gehuwd(gemeenschap van goederen) o Gehuwd(huwelijkse voorwaarden) o Samenwonend met samenlevingscontract o Samenwonend zonder samenlevingscontract

Nadere informatie

Een nieuwe pensioenregeling

Een nieuwe pensioenregeling Een nieuwe pensioenregeling De pensioenregeling van Pensioenfonds voor de Accountancy wordt per 1 januari 2015 aangepast. Het bestuur heeft inmiddels de hoofdlijnen van de nieuwe regeling vastgesteld.

Nadere informatie

Bijlage A. UW KLANTPROFIEL

Bijlage A. UW KLANTPROFIEL Bijlage A. UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis uw kennis, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

Martin Gast. Edmond Halley BV Increase PensioenKnowHow BV. Increase Pensioen KnowHow

Martin Gast. Edmond Halley BV Increase PensioenKnowHow BV. Increase Pensioen KnowHow Martin Gast Edmond Halley BV Increase PensioenKnowHow BV Even voorstellen Wat is er aan de hand in lijfrenteland? Pensioenactualiteiten Kansen 3e pijler Ik ben Martin Gast Edmond Halley BV Pensioenconsultants

Nadere informatie

1 Inleiding. Wanneer ga jij met pensioen Versie: 4 17-07-2015 Pagina: 3 van 7

1 Inleiding. Wanneer ga jij met pensioen Versie: 4 17-07-2015 Pagina: 3 van 7 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 AOW-gerechtigde leeftijd... 4 2.1 Algemeen... 4 2.2 Verhoging van 65 naar 67... 4 2.3 Verdere verhoging op basis van de levensverwachting... 4 3 Pensioenleeftijd... 6 3.1

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

Wanneer ga jij met pensioen?

Wanneer ga jij met pensioen? Wanneer ga jij met pensioen? Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 AOW-gerechtigde leeftijd... 4 1.1 Algemeen... 4 1.2 Verhoging van 65 naar 67... 4 1.3 Verdere verhoging op basis van de levensverwachting...

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR DHR. HYPOTHEEK

KLANTPROFIEL VOOR DHR. HYPOTHEEK UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

[FA 01-26 stenen] huis & hypotheek. Help, mijn geld zit in de stenen!

[FA 01-26 stenen] huis & hypotheek. Help, mijn geld zit in de stenen! [FA 01-26 stenen] huis & hypotheek Help, mijn geld zit in de stenen! Als uw spaargeld vooral in de stenen van uw huis zit, is het niet altijd even gemakkelijk om het er weer uit te halen. Maar met wat

Nadere informatie

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Toekomstbestendig pensioenstelsel: doorhakken van een Gordiaanse knoop Hoofdstuk 2 Doel van pensioen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Toekomstbestendig pensioenstelsel: doorhakken van een Gordiaanse knoop Hoofdstuk 2 Doel van pensioen Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Toekomstbestendig pensioenstelsel: doorhakken van een Gordiaanse knoop... 1 1.1 Inleiding... 1 1.2 Ontwikkelingen... 1 1.2.1 Aanleiding... 1 1.2.2 Ontwikkelingen... 1 1.3 Aanpak

Nadere informatie

Aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van hypotheekrenteaftrek per 01-01-2013

Aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van hypotheekrenteaftrek per 01-01-2013 Aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van hypotheekrenteaftrek per 01-01-2013 Op basis van de vandaag beschikbare kennis delen wij met u de aanstaande wijzigingen in de fiscale afhandeling van

Nadere informatie

UW KLANTPROFIEL KLANTPROFIEL

UW KLANTPROFIEL KLANTPROFIEL UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

DE ERKEND HYPOTHECAIR PLANNER INFORMEERT U GRAAG OVER: Uw woning huren of kopen?

DE ERKEND HYPOTHECAIR PLANNER INFORMEERT U GRAAG OVER: Uw woning huren of kopen? DE ERKEND HYPOTHECAIR PLANNER INFORMEERT U GRAAG OVER: Uw woning huren of kopen? 1 Met de vraag 'Een huis kopen of een huis huren?' kunt u op verschillende momenten in uw leven te maken krijgen. Bijvoorbeeld

Nadere informatie

Fiscale wetsvoorstellen. Voor 2014 en volgende jaren

Fiscale wetsvoorstellen. Voor 2014 en volgende jaren Fiscale wetsvoorstellen Voor 2014 en volgende jaren Wetsvoorstellen In deze presentatie Belastingplan 2014 Overige fiscale maatregelen 2014 Wet wijziging percentages belasting- en invorderingsrente Wet

Nadere informatie

Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen.

Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen. Hypotheekgids 2014 Inleiding Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen. De wijzigingen op het gebied van hypotheek en wonen zijn

Nadere informatie

Een nieuwsbrief over terrorisme, pensioen en fietsendiefstal

Een nieuwsbrief over terrorisme, pensioen en fietsendiefstal Een nieuwsbrief over terrorisme, pensioen en fietsendiefstal Onderwerpen 3 februari 2016 Schade door terrorisme en uw verzekering Hoogte pensioen wordt meer uw eigen risico Voorwoord Ons kantoor is gespecialiseerd

Nadere informatie

Om de bijleenregeling uit te leggen worden de volgende termen gebruikt:

Om de bijleenregeling uit te leggen worden de volgende termen gebruikt: De bijleenregeling: Deze regeling is in werking getreden per 1 januari 2004. Door deze regeling wordt het voor huiseigenaren ongunstig om de overwaarde te gaan gebruiken voor andere zaken dan de financiering

Nadere informatie

De fiscale aspecten van het pensioenakkoord: het is lastiger dan het lijkt. Workshop 9 mei 2012

De fiscale aspecten van het pensioenakkoord: het is lastiger dan het lijkt. Workshop 9 mei 2012 De fiscale aspecten van het pensioenakkoord: het is lastiger dan het lijkt Workshop 9 mei 2012 Programma De aanleiding en het pensioenakkoord op hoofdlijnen Aanpassingsmechanismes Fiscale pensioenkader

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR EEN ORIËNTATIE GESPREK

KLANTPROFIEL VOOR EEN ORIËNTATIE GESPREK UW KLANTPROFIEL KLANTPROFIEL VOOR EEN ORIËNTATIE GESPREK Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis uw kennis,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag 2511 DP Uw kenmerk

Nadere informatie

VRAGEN WONINGMARKT / KOPEN VAN EEN WONING VERSIE 10 APRIL 2013

VRAGEN WONINGMARKT / KOPEN VAN EEN WONING VERSIE 10 APRIL 2013 VRAGEN WONINGMARKT / KOPEN VAN EEN WONING VERSIE 10 APRIL 2013 ALGEMEEN 1. Wat gaat er veranderen voor de koper van een huis? 2. Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? 3. Op welke wijze wordt aflossing

Nadere informatie

Risico s rond pensioen

Risico s rond pensioen Risico s rond pensioen Uitgave maart 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds SABIC, gevestigd te Sittard (het pensioenfonds ) is van algemene aard, uitsluitend

Nadere informatie

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Pagina 1/6 Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Momenteel bouwt u pensioen op bij uw eigen vennootschap. Dit betekent dat de vennootschap recht heeft op premieaftrek voor uw

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 428 Derde aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam

Nadere informatie

CPB Notitie. Samenvatting. Aan: Ministerie van SZW

CPB Notitie. Samenvatting. Aan: Ministerie van SZW CPB Notitie Aan: Ministerie van SZW Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070) 3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon M.H.C. Lever Datum: 10 juni 2011 Betreft: Sociaal akkoord

Nadere informatie

Een goede oudedagsvoorziening? Werknemers zijn aan zet

Een goede oudedagsvoorziening? Werknemers zijn aan zet 28 november 2014 Een goede oudedagsvoorziening? Werknemers zijn aan zet Jarenlang was pensioen géén actueel onderwerp. Je kreeg AOW als je 65 was en daarnaast een gegarandeerd pensioen dat via een werkgever

Nadere informatie

De overheid verandert de regels voor hypotheken, zodat minder woningbezitters in financiële problemen komen.

De overheid verandert de regels voor hypotheken, zodat minder woningbezitters in financiële problemen komen. Hypotheekregels 2015 Hypotheekregels 2015 De overheid verandert de regels voor hypotheken, zodat minder woningbezitters in financiële problemen komen. Wijziging hypotheekrenteaftrek 4e schijf De maximale

Nadere informatie

Pensioen Nieuws. Wat komt er op ons af? #10 januari 14. Pensioenfonds

Pensioen Nieuws. Wat komt er op ons af? #10 januari 14. Pensioenfonds Pensioen Nieuws Een uitgave van Stichting Pensioenfonds AVEBE #10 januari 14 1 Wat komt er op ons af? Dekkingsgraad stabiel Alle pensioenen omhoog 2 Tijdelijke pensioenregeling 1 jaar verlengd 3 Anw-hiaatpensioenregeling

Nadere informatie

Vragen en antwoorden nieuwe regeling PMT, versie werkgevers

Vragen en antwoorden nieuwe regeling PMT, versie werkgevers Vragen en antwoorden nieuwe regeling PMT, versie werkgevers Hieronder treft u vragen en antwoorden over de nieuwe regeling aan. Staat uw vraag er niet bij, stuur dan een mail aan uw werkgeversconsulent.

Nadere informatie

UW KLANTPROFIEL. Vult u onderstaande vragen nauwkeurig in. ALGEMEEN - DOEL

UW KLANTPROFIEL. Vult u onderstaande vragen nauwkeurig in. ALGEMEEN - DOEL UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

Risicoverdeling en ambitieniveau in bestaande pensioencontracten

Risicoverdeling en ambitieniveau in bestaande pensioencontracten Risicoverdeling en ambitieniveau in bestaande pensioencontracten artikel Inleiding Reeds geruime tijd wordt een maatschappelijke discussie gevoerd over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel.

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR DHR. EN MEVR.

KLANTPROFIEL VOOR DHR. EN MEVR. UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

BD College 29 oktober Werk aan uw pensioen

BD College 29 oktober Werk aan uw pensioen 1 BD College 29 oktober Werk aan uw pensioen 2 BD College: Werk aan uw pensioen Programma Werk aan uw pensioen 1. Mr. Bastiaan Starink: Pensioenversobering is niet erg 2. Mr. drs. Michael Visser: Je pensioen

Nadere informatie

Ten eerste: afschaffing van de al genoemde doorsneesystematiek en ten

Ten eerste: afschaffing van de al genoemde doorsneesystematiek en ten Dames en heren, Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier vandaag op uw symposium te komen spreken. Als koepel van verenigingen van gepensioneerden wil de KNVG de belangen van gepensioneerden behartigen

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM Data & Research 15 januari 2015 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het vierde kwartaal van 2014 nog steeds een opwaartse

Nadere informatie

KPMG Meijburg & Co ABCD. Wetsvoorstel Witteveen 2015

KPMG Meijburg & Co ABCD. Wetsvoorstel Witteveen 2015 Wetsvoorstel Witteveen 2015 Het wetsvoorstel Witteveen 2015 is op 15 april 2013 ingediend bij de Tweede Kamer. Het betreft de verlaging van de maximumopbouw- en premiepercentages voor pensioenen en de

Nadere informatie

68 De Pensioenwereld in 2014

68 De Pensioenwereld in 2014 09 68 De Pensioenwereld in 2014 Pensioenregeling 69 Aanpassingen van het fiscale (Witteveen-)kader Auteurs: Ivar Sintemaartensdijk en Jan Stigter Pensioenen mogen zich nog altijd verheugen in de warme

Nadere informatie

VOORBEELD. Verkoop van huurwoningen. De nieuwe regels voor verkoop van sociale huurwoningen. Derde (geheel herziene) druk, april 2014

VOORBEELD. Verkoop van huurwoningen. De nieuwe regels voor verkoop van sociale huurwoningen. Derde (geheel herziene) druk, april 2014 Verkoop van huurwoningen De nieuwe regels voor verkoop van sociale huurwoningen Derde (geheel herziene) druk, april 2014 VERKOOP VAN HUURWONINGEN De nieuwe regels voor verkoop van sociale huurwoningen

Nadere informatie

Vragen formulier Klanten Profiel

Vragen formulier Klanten Profiel Vragen formulier Klanten Profiel U heeft ons verzocht, om gezamenlijk, een gedegen voorstel ten aanzien van uw hypotheek uit te brengen. Om tot een advies te komen voor een complex product zijn klantgegevens

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2010

COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden Faculteit

Nadere informatie

NIEUWSOVERZICHT KABINETSPLANNEN DECEMBER 2012

NIEUWSOVERZICHT KABINETSPLANNEN DECEMBER 2012 NIEUWSOVERZICHT KABINETSPLANNEN DECEMBER 2012 Dat er een nieuwe regering is zal niemand zijn ontgaan. En dat de voorstellen verstrekkende gevolgen hebben ook niet. Het vervelende is dat we nu in een periode

Nadere informatie

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt

Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt IP/97/507 Brussel, 10 juni 1997 Commissie publiceert Groenboek over aanvullende pensioenen in de interne markt De Europese Commissie heeft haar goedkeuring gehecht aan een Groenboek over aanvullende pensioenen

Nadere informatie

De beschikbare premieregeling: de feiten op een rij

De beschikbare premieregeling: de feiten op een rij De beschikbare premieregeling: de feiten op een rij 3 De beschikbare premieregeling In Nederland bestaan grofweg twee categorieën pensioenregelingen: beschikbare premieregelingen enerzijds en middelloon-

Nadere informatie

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013?

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Voor alle op 31 december 2012 bestaande hypotheken blijven de oude hypotheekregels van kracht. Oversluiten van een bestaande schuld

Nadere informatie

1. Waarom moet het pensioenfonds ANWB extra maatregelen nemen?

1. Waarom moet het pensioenfonds ANWB extra maatregelen nemen? 1. Waarom moet het pensioenfonds ANWB extra maatregelen nemen? Het pensioenfonds staat er financieel niet goed voor. De twee belangrijkste oorzaken: 1. Nederlanders worden steeds ouder. Met name de laatste

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Vragen formulier Klanten Profiel

Vragen formulier Klanten Profiel Vragen formulier Klanten Profiel U heeft ons verzocht, om gezamenlijk, een gedegen voorstel ten aanzien van uw hypotheek uit te brengen. Onze bedrijfsfilosofie is, om samen met onze relaties, een inventarisatie

Nadere informatie

De heer. Klantprofiel Pagina 1. Algemeen - Doelen

De heer. Klantprofiel Pagina 1. Algemeen - Doelen Klantprofiel Pagina 1 Algemeen - Doelen Welk(e) doel(en) heeft u in uw leven? (Meerdere opties zijn mogelijk) Nu lekker kunnen leven, geld opzij leggen voor inkomen later is minder belangrijk Zekerheid

Nadere informatie

ALV CDAV Brabant 3 oktober 2015

ALV CDAV Brabant 3 oktober 2015 Vrouw en Pensioen anno 2015 e.v. Balans tussen werk, zorg en invloed ALV CDAV Brabant 3 oktober 2015 Mr. Caroline Jones Groeneweg RB Even voorstellen 3 pijlers Nederlands pensioenstelsel 3.Privé 2.De werkgever

Nadere informatie

De woningmarkt blijft in beweging, net als onze dienstverlening

De woningmarkt blijft in beweging, net als onze dienstverlening De woningmarkt blijft in beweging, net als onze dienstverlening Onderwerpen 28 april 2016 Nieuwe Steen 3 1625 HV HOORN 0229-234 334 info@bvw.nl www.bvw.nl Ouders kunnen kinderen helpen met de koopwoning

Nadere informatie

Nieuwe pensioenregeling vanaf 1 januari 2015. Jan Raaijmakers Aad van der Tak Michel Stok Voorzitter Manager Pensioenfonds Extern actuarieel adviseur

Nieuwe pensioenregeling vanaf 1 januari 2015. Jan Raaijmakers Aad van der Tak Michel Stok Voorzitter Manager Pensioenfonds Extern actuarieel adviseur Nieuwe pensioenregeling vanaf 1 januari 2015 Jan Raaijmakers Aad van der Tak Michel Stok Voorzitter Manager Pensioenfonds Extern actuarieel adviseur Agenda 1. Rol klankbordgroep 2. Waarom een nieuwe pensioenregeling?

Nadere informatie

Actualiteiten pensioen

Actualiteiten pensioen Actualiteiten pensioen Stichting Pensioenfonds Thales Nederland 20 juni 2013 2013 Towers Watson. All rights reserved. Wat speelt er allemaal? Sociaal akkoord AOW-leeftijd gaat omhoog AOW-gat Nominaal versus

Nadere informatie

Adviesburo van Oppen Pelzer Simons & Partners. Klantprofiel

Adviesburo van Oppen Pelzer Simons & Partners. Klantprofiel Adviesburo van Oppen Pelzer Simons & Partners Klantprofiel Versie Januari 2011 Toelichting op uw klantprofiel Bij het nemen van financiële beslissingen en aanschaffen van financiële producten is het van

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2010

COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Woonlastenmonitor 2010 Gaasterzijl vergeleken met gemeenten in de regio COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2010 Gaasterzijl vergeleken met

Nadere informatie

Pensioen Informatie sessie

Pensioen Informatie sessie Pensioen Informatie sessie Pensioenreglement B Oktober 2013 Voorbehoud De tekst in deze presentatie is louter ter informatie bedoeld. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend. Bij onduidelijkheden

Nadere informatie

Hypotheekrecht en - vormen

Hypotheekrecht en - vormen Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van

Nadere informatie

Pensioenfonds Smurfit Kappa Nederland Nieuwsbrief

Pensioenfonds Smurfit Kappa Nederland Nieuwsbrief Pensioenfonds Smurfit Kappa Nederland Nieuwsbrief Nummer 14 > Jaargang 10 > November 2012 inhoud > Financiële positie: dekkingsgraad blijft laag [p.1] Bestuur / Verantwoordingsorgaan [p.2] Uniform Pensioen

Nadere informatie

Nieuw pensioenstelsel is broodnodig: op zoek naar de juiste ingrediënten! mr. drs. Michael Visser Tilburg University / Pensioen GeMi

Nieuw pensioenstelsel is broodnodig: op zoek naar de juiste ingrediënten! mr. drs. Michael Visser Tilburg University / Pensioen GeMi Nieuw pensioenstelsel is broodnodig: op zoek naar de juiste ingrediënten! mr. drs. Michael Visser Tilburg University / Pensioen GeMi Bent u er klaar voor? Bron: AMweb 6 april 2014 Programma Even voorstellen

Nadere informatie

Beschrijving en analyse van de vier fiscale varianten voor de koopmarkt

Beschrijving en analyse van de vier fiscale varianten voor de koopmarkt BIJLAGE C Beschrijving en analyse van de vier fiscale varianten voor de koopmarkt 1. Eigen woning als beleggingsgoed (variant 1) Wat verandert er? In deze variant wordt de eigen woning beschouwd als vermogen

Nadere informatie

Wat zie je? Slides Video Chat Onderwerpen. Hoe bouw jij pensioen op? Slimme tips Financieel overzicht Voordeel voor jou als ondernemer Enquête

Wat zie je? Slides Video Chat Onderwerpen. Hoe bouw jij pensioen op? Slimme tips Financieel overzicht Voordeel voor jou als ondernemer Enquête 2014 Wat zie je? Slides Video Chat Onderwerpen Hoe bouw jij pensioen op? Slimme tips Financieel overzicht Voordeel voor jou als ondernemer Enquête Poll 1 Wat zie jij als jouw pensioen? Hoe bouw jij pensioen

Nadere informatie

Pensioen vanaf.. Impact sociaal akkoord op pensioenregelingen. drs. Rajish Sagoenie, Actuaris AG. Aon Hewitt Consulting Retirement Actuarial Services

Pensioen vanaf.. Impact sociaal akkoord op pensioenregelingen. drs. Rajish Sagoenie, Actuaris AG. Aon Hewitt Consulting Retirement Actuarial Services Pensioen vanaf.. Impact sociaal akkoord op pensioenregelingen drs. Rajish Sagoenie, Actuaris AG Agenda Waarom Pensioenakkoord? Inhoud Pensioenakkoord Wat doen we ermee? Oplossingsrichtingen Hoe nu verder?

Nadere informatie

Wat moeten we met de hypotheekrente-aftrek? Miljoenennota 2013

Wat moeten we met de hypotheekrente-aftrek? Miljoenennota 2013 Wat moeten we met de hypotheekrente-aftrek? - Een economisch perspectief - Miljoenennota 213 Scheveningen, 2 oktober 212 Prof. dr. Barbara Baarsma Vanaf 213: voor nieuwe hypotheken alleen recht op renteaftrek

Nadere informatie

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Werk en inkomen Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

Klantprofiel. Een goed klantprofiel moet inzicht geven in de volgende categorieën: Doelstellingen Kennis en ervaring Risicobereidheid

Klantprofiel. Een goed klantprofiel moet inzicht geven in de volgende categorieën: Doelstellingen Kennis en ervaring Risicobereidheid Klantprofiel Waarom een Klantprofiel? In 2006 is de Wet Financieel Toezicht (WFT) van kracht geworden. Deze nieuwe Wet legt verantwoordelijkheden van de financiële dienstverleners vast, zodat aan consumenten

Nadere informatie

AANVULLENDE PENSIOENREGELING

AANVULLENDE PENSIOENREGELING AANVULLENDE PENSIOENREGELING Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel Uw pensioen is onze zorg. Inleiding Voor u ligt de brochure over de aanvullende pensioenregelingen

Nadere informatie

3 Effect van varianten zoals door de VROM-raad gevraagd

3 Effect van varianten zoals door de VROM-raad gevraagd belastingsderving (saldo HRA en EWF) tot 13,8 miljard doen toenemen in 2011. Daarbij is geen rekening gehouden met het drukkende effect van de rentestijging op de prijs van de woningen. 3 Effect van varianten

Nadere informatie

AANPAK 100K+ COMPENSATIE PENSIOEN

AANPAK 100K+ COMPENSATIE PENSIOEN AANPAK 100K+ COMPENSATIE PENSIOEN De aftopping van het pensioengevend inkomen heeft naar verwachting voor ongeveer 125.000 werknemers in Nederland gevolgen. Dit is weliswaar een relatief kleine groep,

Nadere informatie

nieuwsplus Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 Inhoud 1. Wijzigingen in 2014

nieuwsplus Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 Inhoud 1. Wijzigingen in 2014 s-gravenhage, 21 mei 2013 Pensioenwijzigingen in 2014 en 2015 De gevolgen van het regeerakkoord VVD-PvdA zijn groot voor de AOW en de opbouw van pensioen in de tweede pijler. In deze tweede editie van

Nadere informatie

De Roche. Hypotheek waaier. Een persoonlijke keus voor uw toekomst. Het kiezen van de juiste hypotheekvorm is

De Roche. Hypotheek waaier. Een persoonlijke keus voor uw toekomst. Het kiezen van de juiste hypotheekvorm is De Roche Hypotheek waaier Een persoonlijke keus voor uw toekomst Het kiezen van de juiste hypotheekvorm is zeker niet eenvoudig; er zijn ontzettend veel mogelijkheden en bovendien vormt uw beslissing de

Nadere informatie

De eigen woning als toekomstvoorziening: een onbezorgde oude dag?

De eigen woning als toekomstvoorziening: een onbezorgde oude dag? De eigen woning als toekomstvoorziening: een onbezorgde oude dag? Naam C.H.G.M. (Chantal) den Brok Universiteit Tilburg University Studie Master Fiscaal Recht Studentnummer 701347 Examencommissie Prof.

Nadere informatie

Pensioen in natura of liever flex pensioen?

Pensioen in natura of liever flex pensioen? Pensioen in natura of liever flex pensioen? Casper van Ewijk CPB Universiteit van Amsterdam Netspar 13 mei 2011 5 punten We hebben al pensioen in natura Wat is pensioen? Pensioen en life cycle planning:

Nadere informatie

Eigen huis. Vermogensopbouw. Oudedagsvoorziening. Nabestaanden

Eigen huis. Vermogensopbouw. Oudedagsvoorziening. Nabestaanden Eigen huis Vermogensopbouw Oudedagsvoorziening Nabestaanden Zeker nu Maatschappijwinstdeling De Onderlinge Levensverzekering-Maatschappij De Onderlinge s-gravenhage kent een maatschappij- 25 Te verdelen

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q3

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q3 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q3 NVM Data & Research 9 oktober 2014 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het derde kwartaal van 2014 een zeer sterke opwaartse

Nadere informatie

Pensioenactualiteiten

Pensioenactualiteiten Pensioenactualiteiten Medezeggenschap Waterbedrijven, Waterschappen, Netwerkbedrijven 16-05-2013 Agenda Dekkingsgraad en financiële positie fonds Wijzigingen in 2012 Ontwikkelingen en gevolgen voor ABP

Nadere informatie

Erfrente verdient nieuwe kans. Petra van der Ham - den Haan Productspecialist Leven bij Reaal

Erfrente verdient nieuwe kans. Petra van der Ham - den Haan Productspecialist Leven bij Reaal Erfrente verdient nieuwe kans Petra van der Ham - den Haan Productspecialist Leven bij Reaal 1 Een blik in onze verzekeringsportefeuille leert ons al snel dat de erfrente vroeger voornamelijk als aanvullende

Nadere informatie