Close Air Support bij de bevrijding van Nederland

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Close Air Support bij de bevrijding van Nederland"

Transcriptie

1 1 Close Air Support bij de bevrijding van Nederland Peter Grimm Nabije luchtsteun (close air support) door de Royal Air Force (RAF) en US Army Air Forces (USAAF) was een integraal onderdeel van de gevechtstactieken bij de bevrijding van ons land. 1 De geallieerde jachtbommenwerpers die als haviken op de Duitse frontlijn neerdoken vormden een imponerend en angstaanjagend gezicht. Zij gaven de indruk van een volledig luchtoverwicht waartegen geen kruid was gewassen, laat staan een Duitse linie. De betrokken vliegers droegen onbedoeld aan dit beeld bij door in de hitte van de strijd het resultaat van hun acties vaak nogal optimistisch in te schatten. De radioluisteraar kreeg ook een vrij eenvoudig verhaal te horen: The tanks called in the Typhoons, and they did the rest, aldus het bondige commentaar van B.B.C.-radioverslaggever Chester Wilmot op 17 september Zo simpel was het echter niet. In dit artikel wordt geprobeerd uiteen te zetten hoe de geallieerde nabije luchtsteun in de bevrijdingsmaanden van 1944 en 1945 was geregeld en welke effecten die had. Over dit specifieke facet van de luchtoorlog is nog maar betrekkelijk weinig uitgezocht. Dat is merkwaardig omdat de actualiteitswaarde nog steeds groot is. Nabije luchtsteun is immers een belangrijke taak van een moderne luchtmacht. Heel wat problemen waarmee nog steeds wordt gekampt kennen een lange geschiedenis, zoals de goede identificatie van vriend en vijand op de grond en het gevaar van nevenschade. 3 Hoewel het ver doorgevoerde gebruik van elektronica veel heeft veranderd, is de kern van de zaak hetzelfde gebleven. De geallieerde tactische luchtoperaties in de tweede wereldoorlog hebben in de vakliteratuur veel minder aandacht gekregen dan de strategische. Vervolgens is van alle soorten tactische operaties de nabije luchtsteun op zijn beurt nog minder goed belicht. Het valt ook niet mee om een helder beeld ervan te krijgen, want zij vindt bijna per definitie in de militaire mist van de frontlijn plaats. Het uiterst complexe onderwerp close air support tijdens de tweede wereldoorlog in Nederland leent zich des te dwingender voor een uitgebreide evaluatie, die eigenlijk nog niet is gemaakt. Dit artikel wil daarvoor een aanzet geven, waarbij enkele thema s beknopt aan de orde komen: Links: Nabije luchtsteun wordt tegenwoordig ook door gevechtshelikopters verleend, zoals door de afgebeelde Apache van de Koninklijke Luchtmacht (NIMH via E. van Loo). Wat was geallieerde close air support in de tweede wereldoorlog? De geallieerde tactische luchtstrijdkrachten. Welke middelen werden ingezet? Wat waren de beperkingen? Hoe werd nabije luchtsteun verleend? In actie. Enkele conclusies. Op hoog geallieerd bevelsniveau werd in april 1944 dus in de voorbereiding op de landingen in Normandië gesteld dat het succes van directe luchtsteun afhankelijk is van twee algemene principes: (a) That the support afforded conforms with the military plan. (b) That the air support applied achieves the greatest effect. 4 Dit geeft wellicht een toetsingskader voor de operaties in Nederland, waarvan we hier enkele aspecten proberen te belichten. Wat is close air support? Van nabije luchtsteun (close air support) werd in de terminologie van gesproken wanneer het luchtwapen op verzoek van de landmacht aan de frontlijn wordt ingezet en daartoe ook onmiddel-

2 2 lijk beschikbaar is. Een direct (radio) contact tussen de grondtroepen en de vliegtuigen was een voorwaarde. Het doel van close air support destijds ook wel direct air support genoemd was de lokale tactische situatie op de grond te verbeteren. In deze opzet is ruim zestig jaar later nog niets veranderd. Wij zullen uitsluitend van close air support spreken in de bovengenoemde definiëring. Helaas werd tijdens de tweede wereldoorlog de term close (air) support niet altijd even consequent en soms voor heel andere missietypen gebruikt. Bij de Amerikaanse strategische 8 th Air Force werd daar bijvoorbeeld ook de escorte door jachtvliegtuigen van transportvliegtuigen mee aangeduid. 5 Ook de uitschakeling van vijandelijk luchtdoelgeschut op de route van bommenwerpers en transportvliegtuigen werd daar als close support betiteld. Dat schept verwarring voor de onderzoeker van de materie van de nabije luchtsteun, die toen ook opnieuw bij de Amerikaanse 8 th Air Force wel close-in support is genoemd. Close air support was slechts één element van het takenpakket van de geallieerde tactische luchtstrijdkrachten. Zij deden ook (foto)verkenningen, zij verdedigden het luchtruim boven de eigen troepen en hun aanvoerlijnen, en voerden nog vele andere taken uit. Een heel belangrijk soort missie was de bewapende verkenning (armed reconnaissance), waarin jachtbommenwerpers een vooraf bepaald gebied afstroopten op zoek naar geautoriseerde gelegenheidsdoelen. Dit is niet te verwarren met fotoverkenningen, waarvoor speciale Squadrons bestonden. Omdat de vliegers bij de bewapende verkenningen veel vrijheid hadden waren ze bij hen populair. Zij richtten zich tegen alle vormen van transport, vliegvelden en als de kans zich voordeed vijandelijke vliegtuigen. In ons land werden talloze treinen, binnenvaartschepen, lijnbussen en vrachtauto s hiervan het slachtoffer, ook wanneer ze geen Duitse militairen vervoerden maar Nederlandse burgers. Op den duur vormden de armed reconnaissances de hoofdmoot in de acties van de 2 nd Tactical Air Force (2TAF) RAF. Als het front niet in beweging was, moesten de tactische luchtstrijdkrachten het luchtoverwicht verwerven en het toekomstige slagveld afsnijden. 6 Dit diende om als voorbereiding op de volgende gevechtsfase de vijandelijke troepenbewegingen te hinderen en zodoende een vijandelijke sector te isoleren: interdictie. Dit begrip uit de oorlogsjaren is nog steeds in zwang. De term general air support raakte echter sindsdien in onbruik: dat betrof de interdictie van de aanvoerlijnen op het slagveld zelf. 7 Wanneer het front van zijn plaats kwam konden de tactische luchtstrijdkrachten in deze tweede gevechtsfase namelijk ook aan de flanken en voor de eigen grondtroepen achter de frontlijn bombardementen uitvoeren. Pas in de derde fase van hun operaties werden de tactische luchtstrijdkrachten direct aan het front ingezet wanneer dat volop in beweging was: close air support. Het onderbreken van de vijandelijke aanvoerroutes wordt interdictie genoemd. In de aanloop naar D-day ontwrichtten de geallieerden op grote schaal het Franse en Belgische spoorwegnet (R. Wildekamp). Richtingenstrijd in de luchtmachtleiding Close air support was het product van een ontwikkeling die voor de geallieerden pas in de woestijn van Noord-Afrika begon en in de strijd in Italië verdere vorm kreeg. De eerste oorlogsjaren had de RAF tot haar grote schade vastgesteld, dat in de jaren dertig door de principiële keuze voor een strategische luchtvloot een grote lacune was ontstaan op het gebied van de tactische inzet van het luchtwapen. De RAF had voor de oorlog als het ware willen bewijzen dat de eigen zware bommenwerpers zelfs zonder tussenkomst van de landmacht elke vijand op de knieën konden dwingen, terwijl de eigen jachtvliegtuigen vooral werden ingezet om vijandelijke bommenwerpers neer te halen die Groot- Brittannië bedreigden. In dit concept van strategische afschrikking was als logische consequentie maar weinig plaats voor directe afstemming met het Britse leger, dat in 1940 overigens vrij klein was.

3 3 Die samenwerking tussen land- en luchtmacht was echter precies waar het in de frontlijn om ging. Hier ontbraken bij de RAF de juiste doctrines, mensen, middelen en organisatievorm. Ook de USAAF moest dit constateren, ondanks het feit dat zij op papier tot het Amerikaanse leger hoorde en daarom minder zelfstandig was dan de RAF. De Amerikaanse luchtmacht wilde zich van de knellende banden met de landmacht ontworstelen, wat tot verscherpte onderlinge verhoudingen leidde over de taak van de luchtvloot. Zowel in de USAAF als de RAF werd het beleid vooral bepaald door de bomber barons, de bevelhebbers van de strategische luchtmachten die met een bijna religieuze overtuiging aan hun doctrines vasthielden en er weinig voor voelden hun kostbare zware bommenwerpers als een soort vliegende artillerie aan het landfront te verkwanselen. Elke ton bommen die niet op een strategisch doel viel was voor hen verspilde moeite en dat bracht wat hen betreft het einde van de oorlog niet dichterbij. Exponenten in dit kamp waren onder meer Air Chief Marshal Sir Arthur Harris (sinds februari 1942 bevelhebber van RAF Bomber Command) en General C.A. Tooey Spaatz (bevelhebber van de 8 th en 15 th US Air Forces). Toch waren er ook luchtmachtofficieren, die geen ogenblik twijfelden aan het nut van een intensieve samenwerking tussen de krijgsmachtdelen. Enkele van hen sprongen in de loop der tijd eruit: bij de Britten waren dat vooral Air Vice Marshal Sir Harry Broadhurst en Air Vice Marshal Sir Arthur ( Mary ) Coningham, bij de Amerikanen Major General E.R. ( Pete ) Quesada. Zij roeiden soms flink tegen de stroom op om hun collega s te overtuigen. De bomber barons moesten hoe dan ook in de aanloop naar D-day en lange tijd erna knarsetandend aanvaarden dat op hun luchtvloten een zwaar beroep werd gedaan voor een reeks van tactische missies. 8 Eisenhower die de eindverantwoordelijkheid droeg voor D-day had zeer hoog moeten inzetten om hen daartoe te bewegen. Van improvisatie tot routine De geallieerden hadden aanvankelijk een forse achterstand op de Duitsers die wel van meet af aan tactische luchtstrijdkrachten hadden opgebouwd en dat bleek in de campagnes in Frankrijk van 1940 en de eerste operaties rond de Middellandse Zee. De Wehrmacht deelde bij alle belangrijke grondoperaties en ook bij zelfstandige opdrachten van kleinere gevechtseenheden een Flieger- Verbindungsoffizier (Flivo) in. Zijn taken waren onder meer het instellen van radioverbindingen, het aanwijzen van doelen, het verhinderen van luchtaanvallen op de eigen troepen en het realiseren van duidelijke herkenning in de frontlijn. De bommenwerpers en jachtbommenwerpers van de Luftwaffe hadden al de eerste oorlogsjaren veel ervaring opgedaan in de samenwerking met het pantserwapen. 9 Toen enkele jaren later de geallieerden Nederland kwamen bevrijden waren opnieuw aan Duitse kant Flivo s actief die de luchtsteun van de Luftwaffe coördineerden, onder meer rond Nijmegen. 10 De geallieerden leerden echter van hun tekortkomingen en tegen D-day bestonden ook in hun luchtmachten routines in het geven van wat toen werd genoemd air support. 11 Ondanks het succes dat uiteindelijk in Normandië werd behaald waren de gebruikte tactieken ook toen nog lang niet perfect. Tijdens de opmars naar ons land werden zij steeds verder in praktijk verfijnd, maar toch kon niet worden verhuld dat ze uit improvisatie waren geboren. Dat karakter bleef close air support feitelijk houden. Tot slot ten overvloede nog dit. Het belangrijkste verschil tussen een tactisch en een strategisch doel is de aard ervan, niet de middelen welke ertegen worden ingezet. Zware Lancasters konden massaal tactische doelen bombarderen, terwijl lichte Mosquito s nauwkeurige aanvallen deden op strategische puntdoelen ver in Duitsland of bezet gebied. In Nederland werd één keer op grote schaal tactische air support gegeven door het strategische Bomber Command en wel bij de landingen op Walcheren. 12 Het bleef een opmerkelijke uitzondering: in de meeste gevallen kwam de luchtsteun bij onze bevrijding voor rekening van de tactische luchtmachteenheden. Nabije luchtsteun werd daarbij toegepast om kleine tactische puntdoelen uit te schakelen, zoals tanks, geschutsposities en weerstandsnesten. De geallieerde tactische luchtstrijdkrachten De bevrijding van het grootste deel van Nederland kwam voor rekening van een enorme geallieerde legermacht, die was verenigd in de 21 st Army Group onder Montgomery en zo n man telde. Van west naar oost opereerden in september 1944 naast elkaar het 1 st Canadian Army en het 2 nd British Army, waaraan voor de luchtlandingen van operatie Market Garden het 1 st Allied Airborne Army werd toegevoegd. Ten zuiden hiervan lag tot in Luxemburg het vak van de 12 th US Army Group van Bradley, verdeeld in het 1 st en het 3 rd US Army. De Amerikanen van het 1 st US Army zouden het zuiden van Limburg gaan bevrijden. Aan deze sectorindeling werd tussen september 1944 en februari 1945 gesleuteld, onder meer door het nieuwe 9 th US Army vanaf medio oktober tussen de Britten en

4 4 het 1 st US Army in Zuid-Limburg te schuiven. Later werd nog het 15 th US Army aan deze Army Group toegevoegd, maar die had verder naar het zuiden zijn werkterrein. Al voor de landingen in Normandië waren aan al deze legergroepen tactische luchtstrijdkrachten verbonden die vanaf bevrijd gebied gingen opereren zodra voet aan wal was gezet. Zij waren niet ondergeschikt aan de landmacht, maar nevengeschikt: een heel belangrijk gegeven met verstrekkende gevolgen voor hun inzet. Tegen de tijd dat de landingen van D-day werden gepland beschikten de geallieerden eindelijk over aanzienlijke tactische luchtmachten naast RAF Bomber Command en de 8 th US Air Force, die beide een strategische opdracht hadden. Met de 21 st Army Group werkte de 2 nd Tactical Air Force (TAF) van de Royal Air Force samen, terwijl de 9 th US Air Force steun verleende aan de Amerikanen. Alle leger- en luchtmachteenheden vielen onder de staf van Eisenhower, het Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF). Daar stond Air Marshal Sir Trafford Leigh-Mallory als bevelhebber van de Allied Expeditionary Air Forces (AEAF) aan het hoofd van zowel de 2 nd TAF als de 9 th Air Force. De AEAF bestond tot medio oktober 1944, waarna zij werd gereorganiseerd en beide geallieerde tactische luchtmachten weer losser van elkaar kwamen. 13 De koppeling tussen leger en luchtmacht was in praktijk op het hoogste niveau nog niet ideaal. Kort voor Market Garden lukte het eindelijk om de hoofdkwartieren van de 21 st Army Group en de 2 nd TAF samen te brengen in Brussel, zodat beide organisaties beter op elkaar werden afgestemd. Omdat Montgomery er een eigen tactisch hoofdkwartier te velde op na hield en vaak op pad was bleek hij in praktijk moeilijk aanspreekbaar voor de RAF. Als bijkomende complicatie lagen Coningham en Montgomery elkaar niet. De 2 nd TAF was op zijn beurt verdeeld in Groups, die vooral hetzij de Canadese landmachteenheden (84 Group RAF), hetzij de Britse troepen van Lieutenant-General M.C. Dempsey (83 Group RAF) ondersteunden en dekten. Van deze toewijzingen werd afgeweken als de omstandigheden daartoe noopten. Opvallend is, dat de meeste Canadese Squadrons juist in de 83 Group zaten en dus op papier eerder met de Britse dan met de Canadese grondtroepen samenwerkten. Ook binnen de 9 th Air Force waren zogenaamde Tactical Air Commands (TAC) specifiek verbonden aan Amerikaanse Legers. De Britse en Amerikaanse tactische lichte en middelzware bommenwerpers werden naar behoefte ingezet voor de Army Groups. Deze eenheden (2 Group RAF en IX US Bomber Command) blijven hier grotendeels buiten beschouwing omdat zij in de regel verder achter de frontlijn werkten en hun aandeel bij close air support naar verhouding minder groot was. De 85 (Base) Group RAF tenslotte beschikte over twee Wings Mosquito nachtjagers van elk twee Squadrons. Zij hadden een defensieve en offensieve taak: s nachts moesten de Mosquito s voorkomen dat de Luftwaffe geallieerd gebied bestookte en bovendien bestreden zij boven vijandelijk gebied V.1 s en Duitse nachtjagers. Geallieerde tactische luchtstrijdkrachten, herfst 1944 Luchtmachteenheid: Werkt samen met: 2 nd Tactical Air Force RAF (Coningham): 21 st Army Group (Montgomery): - 2 Group RAF (Embry) - 21 Army Group (Montgomery) - 83 Group RAF (Broadhurst) - 2nd British Army (Dempsey) - 84 Group RAF (Brown) - 1 st Canadian Army (Crerar) - 85 (Base) Group (Steele) - 21 Army Group (Montgomery) 14 - Transport Command RAF (Bowhill) en - 1 st Allied Airborne Army (Brereton) (tijdelijk) IX US Troop Carrier Command (Williams) 9 th US Air Force (VandenBerg): 12 th US Army Group (Bradley): - IX Bomber Command (Anderson) - 12 th US Army Group (Bradley) - IX TAC (Quesada) - 1 st US Army (Hodges) - XIX TAC (Weyland) - 3 rd US Army (Patton) - XXIX TAC (Nugent) (v.a. begin okt. 1944) - 9 th US Army (Simpson) Elke RAF Group beschikte over een luchtverdedigingcomponent (Spitfires en Tempests met bijbehorende radar- en gevechtsleidingsposten van de Group Control Centres) en een component met jachtbommenwerpers (Spitfires, Typhoons). Een RAF Group bestond uit gespecialiseerde Wings, die weer waren opgedeeld in Squadrons.

5 5 Naarmate de Luftwaffe minder tegenstand bood konden steeds meer geallieerde vliegtuigen worden ingezet voor luchtaanvallen op gronddoelen. Hun taak was behoorlijk flexibel. In de 83 Group RAF (staf in Eindhoven) waren begin voorjaar 1945 twee Wings (122 en 125 Wing) toegelegd op luchtverdediging, één Wing op fotoverkenning (39 RCAF Wing) en vijf Wings vooral op luchtsteun (121, 124, 126 RCAF, 127 RCAF en 143 Wing). Binnen de kleinere 84 Group RAF (staf in Breda) was dat één Wing luchtverdediging (135 Wing), één Wing recce (35 Wing) en vijf Wings vooral air to ground (123, 131 (Polish), 132 (Norwegian), 145 en 146 Wing). Aan beide Groups waren voorts verschillende Air Observation Post (AOP) Squadrons met Austers verbonden die nauw met het leger samenwerkten, vooral als artilleriewaarnemers. We zien dat het accent van de RAF Groups in de 2 nd TAF sterk op de jachtbommenwerpers was komen te liggen, hoewel daarvan met name de Spitfires regelmatig ook luchtgevechten aangingen; hun oude stiel. Omgekeerd beschoten ook de luchtverdediging-wings regelmatig gronddoelen; deze jagers namen echter geen externe lading mee, behalve hun brandstoftanks. In huidige termen sprekend, zou hun taak met enige reserve als swing role kunnen worden omschreven. Indien nodig vlogen zij ook escorte voor de middelzware bommenwerpers van de 2 Group; een taak die ook de Spitfires van de andere Wings te beurt kon vallen. Typhoons werden hiervoor zelden ingezet. De Tactical Air Commands (TAC) van de Amerikaanse 9 th Air Force waren iets anders georganiseerd. Het IX TAC (staf in Verviers) telde vier Fighter Wings (70, 71, 84 en 100), het XIX TAC (staf in Nancy) twee Fighter Wings (100 en 303), en het XXIX TAC (staf in Maastricht) twee Fighter Wings (84 en 303). De toewijzing van de Wings wisselde met de tijd, zoals hieruit blijkt. Bovendien waren niet alle Fighter Wings steeds even groot. Zij waren op hun beurt opgedeeld in Fighter Groups (dus andersom als in de RAF waar de Group groter was dan de Wing), die weer in Fighter Squadrons uiteen vielen. Een Amerikaans Squadron telde meer vliegtuigen (25 plus vijf reserve) en bemanningen dan een Brits, dat organiek uit twaalf jagers plus een reserve bestond. In praktijk hadden de RAF-Squadrons echter vaak meer dan 20 vliegtuigen in de sterkte. Links: In het Broederklooster aan de Tongerseweg 135 te Maastricht was het hoofdkwartier van het XXIX TAC gevestigd waar een verbindingsofficier van het leger de luchtsteun hielp coördineren. Nu is hier het Trichter college te vinden. In een klaslokaal op de begane grond is nog steeds het embleem van deze staf aanwezig (coll. R. Pütz via P.J. Grimm). Niet alleen de 9 th Air Force werd tactisch ingezet. Ondanks allerlei tegenwerpingen uit bepaalde kringen werd rond D-day en Market Garden ook de strategische 8 th Air Force onttrokken aan de bombardementen op Duitsland en langdurig belast met de steun aan grondoperaties. Hierop komen wij nog terug. Omdat ons land in de regel met de 2 nd TAF te maken had, zullen wij ons hoofdzakelijk op de RAF richten wat betreft de close air support. De middelen De jachtbommenwerper is een typisch product dat voortkwam uit de harde praktijk van de tweede wereldoorlog. 15 Geen van de daarvoor gebruikte toestellen was oorspronkelijk voor die rol gespecificeerd. Lange tijd ontbrak in hun cockpit bovendien speciaal ontworpen richtapparatuur voor het afwerpen van bommen of afvuren van raketten.

6 6 P-47 Thunderbolts bestoken succesvol een Duits konvooi tijdens een bewapende verkenning (R. Wildekamp). In de RAF was de Hawker Typhoon Mark Ib de voornaamste jachtbommenwerper. De Typhoon was ontwikkeld als snelle onderscheppingsjager, maar hij werd geplaagd door ernstige kinderziekten. Nadat de betrouwbaarheid van de Sabre-motor verbeterde en de dodelijke problemen in de staartconstructie min of meer bedwongen werden, kreeg het type meer krediet. Uiteindelijk bleek zijn kracht vooral op lage en middelbare hoogte te liggen en uitgerust met bommen ( Bomphoon ) of raketten ( Rocketphoon ) werd het toestel spoedig op grote schaal ingezet. In de regel werkte een Typhoon- Squadron overwegend met hetzij raketten, hetzij bommen, zodat een zekere specialisatie werd bereikt. Het merendeel opereerde echter met raketten. 16 De Typhoon kon lbs aan externe lading aan twee pylons onder de vleugels meenemen, terwijl de jager bovendien standaard beschikte over vier 20 mm kanonnen. 17 Bij de fotoverkenninguitvoering van de Typhoon was de bewapening tot twee kanonnen teruggebracht. Dit type was echter een zeldzame verschijning. De zeer snelle Hawker Tempest ontwikkeld uit de Typhoon en daarop sterk gelijkend was in de sterkte van de 2 nd TAF in de minderheid en werd slechts bij uitzondering voor close air support in de frontlijn gebruikt. De Tempest werd vooral als luchtoverwichtjager ingezet en voor bewapende verkenningen meestal tegen Duitse vliegvelden. De befaamde Supermarine Spitfire werd daarentegen in de 2 nd TAF veel voor nabije luchtsteun gebruikt. 18 De Spitfire werd als luchtoverwichtjager, jachtbommenwerper en fotoverkenner ingezet, waartoe specifieke uitvoeringen waren ontwikkeld. Omdat vanaf voorjaar 1944 het luchtoverwicht definitief in geallieerde handen was, werden de Spitfires steeds vaker voor aanvallen op gronddoelen ingezet. De Typhoons kregen zodoende meer assistentie. Van de uitgebreide Spitfire-familie waren de Mark

7 7 LF IX en Mark LF XVI daartoe speciaal aangepast, waarvan laatstgenoemde was gemotoriseerd met een helaas inferieur afgewerkte Amerikaanse Packard-licentiebouw van de Rolls Royce Merlin Voor grotere wendbaarheid op geringe hoogte waren de vleugels ingekort door de tippen af te nemen (clipped). De Mark IX en Mark XVI verschilden weinig, behalve dat de laatste series Mark XVI een druppel -canopy hadden voor een beter uitzicht rondom. Afhankelijk van het type vleugel waren deze Spitfires bewapend met twee 20 mm kanonnen en twee of vier mitrailleurs van.303 inch of.5 inch. De Spitfires werden aanvankelijk alleen met bommen als externe bewapening uitgerust, maar vanaf de tijdelijke vliegstrip van Schijndel volgden in 1945 ook de eerste aanvallen met raketten door deze jachtbommenwerpers. De Spitfire kon overigens minder lading meenemen dan de Typhoon. In de 2 nd TAF werd de Spit vaak geladen met een bom van 500 lbs centreline en een van 250 lbs onder iedere vleugel, maar dat was eigenlijk te zwaar. Daarmee mocht namelijk uitsluitend vanaf een smooth hard runway worden geopereerd en de hobbelige Perforated Steel Planking-banen van de tijdelijke strips konden bepaald niet als zodanig worden gekarakteriseerd. Meer dan 60 % van alle Spitfire-ongevallen in de 2 nd TAF werd veroorzaakt door klapbanden, die waren te herleiden op de belading. De Spitfire was met bommenlast bovendien officieel gelimiteerd tot straight flying and only gentle manoeuvres. 20 Deze instructie stond op gespannen voet met de praktijk boven de frontlijn. Melding moet hier nog worden gemaakt van de North American Mitchell en Douglas Boston middelzware en lichte bommenwerpers van de 2 Group RAF, die eveneens met de lichte DeHavilland Mosquito Mk. VI opereerde. Het Nederlandse 320 Squadron was hier met haar Mitchells ingedeeld. Ook de bommenwerpers van de 2 Group voerden tot op korte afstand van de frontlijn luchtaanvallen uit. Onder goede zichtcondities mocht de 2 Group tot op 500 yards van de eigen troepen bombarderen, blind werd dat op yards bepaald. 21 De voornaamste tactische jagers van de Amerikanen waren de tweemotorige Lockheed P-38 Lightning, Republic P-47 Thunderbolt ( T-bolt of Jug ) en North American P-51 Mustang, die ook in de 2 nd TAF van de RAF vloog. Daarvan werd vooral de robuuste Thunderbolt als mud mover ingezet, hoewel ook de Lightning en Mustang die taak vervulden. De laatstgenoemde jager bleek echter net als de Spitfire vrij kwetsbaar voor afweervuur van lichte wapens. Toen de P-51C Mustang werd doorontwikkeld als P-51D (met zogenaamde bubble canopy die rondom uitzicht gaf) werd de vleugelbewaping vergroot van vier naar zes.50 mitrailleurs. De vleugelconstructie bleek door deze modificatie minder goed bestand tegen de krachten die vrijkwamen bij bomaanvallen in duikvlucht. 22 Evenmin als de Typhoon en Spitfire was de Thunderbolt als jachtbommenwerper ontworpen: het toestel werd daarvoor naderhand gemodificeerd. De montage van de noodzakelijke pylons werd oorspronkelijk niet in de fabriek, maar pas in Engeland door de USAAF gedaan, wat per vliegtuig heel veel werk meebracht omdat ook allerlei leidingen en bedrading moesten worden aangepast. Net als bij de Typhoon-Squadrons waren er ook gespecialiseerde Thunderbolt-eenheden die met raketten opereerden. Met acht.50 mitrailleurs in de vleugels was de P-47 een formidabel platform om mee te strafen en met zijn grote luchtgekoelde stermotor kon de Thunderbolt meer gevechtsschade incasseren dan de meeste andere geallieerde jachtbommenwerpers. Door het grote gewicht van de Thunderbolt zeker in beladen toestand gaf de inzet vanaf de tijdelijke metalen PSP-banen wel extra problemen. De 9 th Air Force telde voorts de Martin B-26 Marauder en Douglas A-20 Havoc middelzware en lichte bommenwerpers in zijn inventaris. Bovendien begon in april 1944 de fraai gelijnde Douglas A-26 Invader zijn lange operationele carrière in de Amerikaanse luchtmacht. 23 De close air support-middelen op de grond bestonden uit personeel, voertuigen en verbindingen. Bij land- en luchtmacht werden wederzijds verbindingsofficieren gedetacheerd. Bij de RAF Wings kwam zodoende een Army Liason Officer (ALO). Zijn Amerikaanse evenknie heette de Ground Liason Officer, die voorafgaande aan D-day aan de luchtmachthoofdkwartieren tot op Wing- en Group-niveau werden toegevoegd. Zij werkten daar nauw samen met de S-2 en S-3 officieren. 24

8 8 Lichte bommenwerpers, zoals deze Amerikaanse Douglas A-20G Havoc, werden ook voor close air support ingezet (collectie R. Pütz via P.J. Grimm) In het Britse Army Corps- of Divisie-hoofdkwartier was een inter-service commandopost (Air Support Control HQ), die werd geleid door een Wing Commander en een verbindingsofficier van de landmacht. Zij konden luchtsteunaanvragen van de troepen via radiotelefonie doorgeven aan de jachtbommenwerpers. Links: Een Chevrolet Stag Hound pantserwagen van de Canadese troepen is ontdaan van zijn 37 mm kanon, maar heeft uitgebreide radioverbindingen. Vermoedelijk diende dit voertuig als VCP (Canadian National Archives via H. van Sabben). Als onmisbare aanvulling hierop opereerde in de frontlijn een verbindingsteam in een voertuig. De gebruikte typen waren o.a. de lichte Morris Air Support Signals Vehicle, de CASSU 15-CWT pantserwagen, de Humber of de halfrups Contact Car en de Tentacle tank. De bemanning bestond afhankelijk van het voertuig uit een chauffeur, een radiomonteur, een RAF-radiotelefonist en een landmachtradiotelefonist. 25 Zij vormden de Air Support Signals Unit (AS- SU), die hiërarchisch volledig onafhankelijk was van de gevechtseenheid waarvoor zij werkte. Bij hen werd een ervaren tactische vlieger geplaatst: de Forward Air Controller (FAC). Zij vormden samen de Visual Control Posts (VCP), die in staat waren het slagveld te overzien en vliegtuigen daarboven

9 9 rechtstreeks te dirigeren. De 2 nd TAF maakte op 17 juli 1944 in Frankrijk voor het eerst gebruik van een VCP in een pantserwagen in de frontlijn. 26 De RAF ontwikkelde hieruit de Mobile Forward Control Post (FCP) die hetzelfde deed, maar in een kleinere sector dichterbij de voorste linies. Begin oktober 1944 rolde de 15 Scottish Infantry Division door Gemert. Bij deze eenheid hoorde ook een Humber Mk. III verkenningswagen, die was ingericht als VCP (GA Gemert-Bakel via R. Wildekamp). De Amerikanen noemden hun vergelijkbare eenheden aanvankelijk Air Support Parties, die geheel uit luchtmachtpersoneel bestonden. Het IX Tactical Air Command stelde voor D-day in totaal vijftien van dergelijke Parties op, die werden toegewezen aan de Army Corps, de divisies en Combat teams van de regimenten en daartoe waren uitgerust met ground-to-ground en ground-to-air verbindingen. 27 Ze gebruikten hiervoor ook jeeps met een VHF-radio, die door een controller (Rover Joe) werd bediend. Omdat de FAC in dit soort voertuigen kwetsbaar was, liet de bevelhebber van IX Tactical Air Command, Major General Pete Quesada, als experiment een Sherman-tank uitrusten met verbindingsapparatuur. Dit idee bleek goed te werken en vond verder ingang. Uiteindelijk groeide bij de Amerikanen een organisatie waarin de Forward Control Teams in de frontlijn in contact stonden met Forward Director Posts (FDP), die ook samenwerkten met radarstations. Twee of meer FDP s stonden op hun beurt onder een overkoepelend Tactical Control Center dat aan de Operations Room van de Tactical Air Commands was verbonden. 28 De vliegers van de RAF en de USAAF werden meestal voor enige tijd bij de landmacht gedetacheerd, maar uit verschillende bronnen is ook op te maken dat een Squadronvlieger al naar gelang de behoefte voor een dag als FAC werd uitgeleend. Het bleek dat de inzet van een ervaren tactische vlieger in de frontlijn buitengewoon effectief was. 29 Bovendien werkten kleine teams van de Britse Special Air Service (SAS) achter de linies, die Duitse troepen lieten bombarderen. In hoeverre zij direct ingrepen in de frontlijn, blijft nog open voor nader onderzoek. 30 De Britse FAC verplaatste zich af en toe ook door de lucht met een lichte Taylorcraft Auster om de laatste doelinformatie door te geven, al zijn berichten daarover zeldzaam en was deze riskante manier van werken niet populair. Bij de Amerikanen gebeurde dat met een Stinson L-5 Sentinel in Horseflymissies, zo genoemd naar het hinderlijke gezoem van dat insect rond zijn prooi. Met een VHF-radio communiceerde de Horse Fly (ook wel Bird Dog genoemd) direct met de jachtbommenwerpers. 31 De sector moest dan niet te zwaar zijn verdedigd door Flak. Was dat wel zo, dan vloog de Amerikaanse

10 10 FAC eventueel in een veel snellere P-51 Mustang. Ook de RAF nam zijn toevlucht tot dit middel, hoewel dat meestal gebeurde om de artillerie te leiden en niet de jachtbommenwerpers. Amerikaanse Forward Air Controllers gebruikten soms lichte vliegtuigen voor zogenaamde horsefly-missies om vanuit de lucht de jachtbommenwerpers naar het doel te leiden. Deze Stinson L-5 van het 125th Liaison Squadron was gestationeerd op de Pietersberg te Maastricht (P.J. Grimm). Bewapening De RAF gebruikte talloze soorten bommen in de oorlog, waarvan een beperkt aantal in aanmerking kwam voor nabije luchtsteun De meest toegepaste bommen (General Purpose (GP), Armour-Piercing (AP) of Medium Capacity (MC)) waren voor dat doel 250 lbs, 500 lbs en lbs zwaar, waarbij de RAF ook veel Amerikaanse typen gebruikte. In de regel werden de ontstekers afgesteld met een vertraging van elf seconden, zodat werd voorkomen dat de explosie de eigen vliegtuigen in gevaar bracht. De Luftwaffe had de zogenaamde Dinort-Spargel ontwikkeld, een pijp die voorop de bom gemonteerd ervoor zorgde dat de detonatie meer aan de oppervlakte plaatsvond. 32 De RAF paste dit eenvoudige, maar effectieve middel echter vrijwel niet toe. De Amerikaanse 9 th Air Force gebruikte voor oppervlaktedoelen ook Class C Fire bombs (niet te verwarren met Incendiaries). Deze werden gemaakt door napalm-gel in droptanks meestal papieren 108 US Gallon-tanks te vullen, die het nadeel hadden dat ze na de afworp in een moeilijk te voorspellen baan vielen. De eerste missie met napalm werd op 17 juli 1944 uitgevoerd door P-38 s die laagvliegend een Duitse commandopost in een bos bij Coutances bombardeerden. In oktober werd napalm voor het eerst in onze regio ingezet, toen vanuit Zuid-Limburg de aanval werd ingezet op de Duitse stellingen langs de Wurm, net over de grens. 33 Deze bommen werden zeer gevreesd bij de Duitse troepen, maar de 9 th Air Force vond ze never eminently succesful en bovendien was de aanvoer van de napalm-gel tot ver in het najaar zeer onregelmatig. 34 Napalm vond bij de RAF in de 2 nd TAF weinig ingang. De eerste keer dat Typhoons naar dit middel grepen was op 9 april 1945 bij Arnhem. 35 Bovendien paste de USAAF de kleine 20 lbs M41 bom toe, die in clusters werd afgeworpen, soms in combinatie met zwaardere bommen. De meest gebruikte fragmentatiebom was de 260 lbs M81 antipersonnel. De RAF zette op den duur ook anti-personnel clusterbommen in; vooral tegen Flakstellingen.

11 11 In 1942 introduceerde de RAF op grote schaal het 3 inch Rocket Projectile (R/P), waarvan de uitwisselbare kop al naar gelang het type doel werd geselecteerd. Dat gebeurde op de flight line, waar ook de losse staartvinnen werden gemonteerd: meestal door ze met een hamer vast te meppen. Nadat tests waren uitgevoerd met Hurricanes volgde de introductie van het wapen bij operationele eenheden. Niet veel later begonnen Hurricane-jachtbommenwerpers hiermee aanvallen te doen op doelen in bezet Nederland, zoals op de sluizen van Hansweert op 2 september De eerste keer dat Typhoons met raketten opereerden was door het 181 Squadron op 20 december dat jaar boven Belleville (F.), waarna meer Squadrons volgden. Een gevreesde combinatie was gesmeed. Op Gilze-Rijen wordt een Typhoon met raketten geladen. De RAF experimenteerde met extra projectielen per rek om de vuurkracht te vergroten (NIMH via E. van Loo). Voor close air support kwamen de raketkoppen van 60 lbs High Explosive Semi Armour-Piercing (HE/SAP), 60 lbs HE/General Purpose holle lading, 18 lbs HE en 25 lbs AP in aanmerking. De R/P s sloegen in met snelheden die varieerden van 720 tot 900 km/u, zodat alleen al door de inslag grote schade kon worden aangericht. De Typhoon nam maximaal acht raketten mee die aan lange, vaste lanceerrails onder de vleugels werden opgehangen. Vanaf het bevrijde vliegveld Gilze-Rijen werden ook experimenten gedaan om dit tot twaalf uit te breiden. 37 De Spitfire kon minder zwaar worden be-

12 12 laden en nam vier raketten mee. De vlieger richtte met behulp van zijn gewone vizier, maar heel vaak was op de canopy een dun hulplijntje geschilderd om de juiste hoek ten opzichte van de horizon aan te houden. Eind 1944 werd een nieuw gyroscopisch vizier ingevoerd, dat rekening hield met de ballistische baan van de raket, de beweging van het doel en de wind. Het lanceren gebeurde in paren, ofwel in een salvo van alle raketten tegelijk. Pas in juli 1944 begon de USAAF raketten te gebruiken, dus na D-day. Hoewel bij de leiding van het XIX TAC de voorkeur bestond om ze alleen tegen concentraties van gepantserde doelen in te zetten, werden ze in de praktijk van die zomer zonder verdere selectie bij sterk uiteenlopende missies toegepast. Er was eenvoudigweg nog geen doctrine voor ontwikkeld. 38 De Amerikanen leerden snel van de Britse ervaring op dit gebied en ontwikkelden de technologie verder. Zo ontstonden de Amerikaanse 5 inch zero length raketten, die zonder de grote lanceerrails aan kleine ophangpunten onder de vleugel werden bevestigd zodat de vliegeigenschappen van de jachtbommenwerper maar weinig werden beinvloed als ze eenmaal waren afgevuurd. Ook deze raketten kregen een kop naar keuze. Zij werden snel populair, in tegenstelling tot een ander nieuw wapen: een lange, drievoudige 4,5 inch M10 launcher die bazooka s afschoot en waarmee zelden iets werd geraakt. Toch werden in de strategische 8 th Air Force door vier Thunderbolt Groups hiermee experimenten gedaan en ook de collega s van de tactische 9 th Air Force gingen ermee aan de slag. 39 Een onoplosbaar probleem was het feit dat een Thunderbolt zijn boordwapens pas kon gebruiken nadat zijn raketten waren afgeschoten, omdat de uitgestoten lege patroonhulzen de afvuurkabels daarvan beschadigden. De 9 th Air Force verbruikte tijdens de oorlog veel minder raketten dan de 2 nd TAF ( tegen stuks). De RAF merkte, dat raketten in praktijk meer trefkans boden dan bommen. Slechts de helft van alle afgeworpen bommen kwam binnen 130 yard van het doel terecht. De meeste Typhoon Squadrons opereerden met raketten in plaats van bommen, wat mogelijk hierin zijn reden vond. Ten overvloede moet worden opgemerkt, dat geen van deze domme wapens kon worden geleid. De techniek voor geleide lucht-grond wapens werd al ontwikkeld, maar was te complex en te zwaar om te worden toegepast in een eenpersoons jachtbommenwerper. 40 Dit brengt ons op nog een paar beperkingen bij close air support anno Beperkingen en gevolgen Het belangrijkste knelpunt bij de inzet van de Britse jachtbommenwerpers was hun zeer beperkte vliegbereik. De combat radius van de Spitfire IX met één 500 lbs bom was slechts 95 mijl. In tegenstelling tot de Luftwaffe en de Russische luchtmacht beschikte de RAF niet over vliegtuigen die specifiek waren ontwikkeld voor nabije luchtsteun. De Spitfire en de Typhoon waren geconcipieerd als onderscheppingsjagers, die niet ver van hun eigen Britse vliegvelden hoogvliegende vijandelijke bommenwerpers moesten uitschakelen. Een groot vliegbereik was niet nodig. Gaandeweg werd hun taak echter uitgebreid, danwel helemaal veranderd en opereerden zij (ook) als jachtbommenwerpers. Met extra brandstoftanks waren zij in staat hun reikwijdte te vergroten, maar het was van meet af aan duidelijk dat zij nimmer in staat zouden zijn om vanuit Groot-Brittannië de oprukkende legers overal op het continent te steunen. De gevolgen van deze limieten waren groot en bepaalden zelfs mede de keuze van Normandië als landingsgebied van D-day. Zelfs op de dag van de invasie bleek dat de staven zich onvoldoende realiseerden hoe kort het bereik van de Typhoon feitelijk was. 41 De Amerikaanse jachtbommenwerpers staken gunstig af tegen hun Britse collega s: met lbs bomlading kon de P-51B/C nog altijd 250 mijl ver opereren, terwijl dat bij de P-47 op 165 mijl werd bepaald. De consequentie van het beperkte vliegbereik was ook, dat de geallieerden op het vasteland vliegvelden moest bezitten, die op korte afstand van het front lagen: allereerst de bestaande Duitse velden in bevrijd gebied en voorts geheel nieuwe strips. Daarvoor werd een gigantische organisatie opgetuigd, die bovenal mobiel was. Letterlijk honderden vliegvelden werden in korte tijd uit de grond gestampt, om soms na enkele weken van gebruik weer te worden verlaten. De jachtbommenwerpers moesten de opschuivende frontlijn op de voet blijven volgen, wilden zij daar van enig nut zijn door hun bescheiden range. Ook in Nederland kwamen dergelijke compacte vliegvelden en wel bij Grave, De Rips, Schijndel, Helmond, Heesch, Mill, Kluis en Beek. Voorts benutten de RAF en USAAF Woensdrecht, Gilze-Rijen, Eindhoven, Volkel, Venlo en Twente. Deze vaak uitgestrekte vliegvelden waren zwaar beschadigd op de Duitsers veroverd en moesten eerst provisorisch worden hersteld. 42

13 13 Een Spitfire Mk. IXe van het 132 squadron wordt geladen op een tijdelijke strip in Frankrijk, kort na D-day (R. Wildekamp). Door de congestie op de modderige strips speelde in de winter van nog een probleem. Het duurde op de smalle taxitracks te lang voordat een Squadron de lucht in ging. Normaal gesproken reed een Flight in zes minuten vanaf de dispersal naar de baan om daar meteen te starten, maar door de grote drukte vroeg dat veel meer tijd. Omgekeerd moesten terugkerende jachtbommenwerpers vaak een hele poos rondjes draaien, voordat zij konden landen. Dit alles reduceerde de effectieve tijd boven het doelgebied drastisch en vertraagde een aangevraagde luchtaanval soms met minstens een uur. De nukkige Napier Sabre-krachtbron van de Typhoon was bovendien slecht bestand tegen het filerijden op de taxibaan, zodat menig vlieger nog op de grond met een oververhitte motor zijn missie moest opgeven. Vanwege de opstoppingen op de strips liep het aantal sorties met ongeveer 20 % terug. 43 De ongelijke tijdelijke banen van PSP en gaas zorgden er ook voor dat de jachtbommenwerpers niet altijd met de zwaarste bommen konden starten. Zo gingen de Amerikaanse Thunderbolts vanaf deze strips meestal op pad met 500 lbs in plaats van lbs bommen. De staartvin van de bom aan de centreline pylon onder de romp kon door het hobbelen bovendien de baan raken. Sommige Squadrons lieten daarom de vin maar weg, wat tot vele blindgangers leidde omdat de bom in de val rondtolde en niet op de juiste manier insloeg. Het zand onder banen wierp bij droog weer grote stofwolken op, zodat vliegers van startende toestellen met meer geluk dan wijsheid de lucht in raakten. Al met al leed de effectiviteit van de inzet onder de vaak matige kwaliteit van de tijdelijke vliegvelden. De aanleg van steeds nieuwe strips bracht formidabele logistieke (en menselijke!) moeilijkheden voor de gronddiensten met zich mee, maar ook twee grote voordelen: de communicatielijnen met het front waren heel kort en de vliegtuigen konden in weinig tijd veel missies vliegen. Het was niet ongebruikelijk, dat een Squadron per dag drie tot vier keer op pad ging. Regelmatig reden vliegers per jeep naar het front om het doel te bekijken alvorens dat even later vanaf hun strip uit de lucht aan te vallen. Omdat de jachtbommenwerpers geen lange vlucht hoefden te maken voordat ze boven het doel arriveer-

14 14 den, werd de kans op navigatiefouten onderweg ook kleiner. Het onderscheid tussen een pre-planned strike en een onmiddellijk beschikbare inzet was dan ook kleiner dan tegenwoordig. Het punt van de logistiek verdient nader onderzoek, want die beïnvloedde in vele opzichten de campagne in Nederland: en dus ook wat betreft de inzet van jachtbommenwerpers. In september 1944 waren de geallieerde aanvoerlijnen vanuit Normandië tot het uiterste opgerekt met alle gevolgen van dien. De Amerikaanse Fighter Groups kregen daardoor toenemende tekorten van brandstof en munitie en de effectiviteit van het IX TAC nam zodoende met wel een derde af in de laatste weken van september Er is geen reden om aan te nemen dat de situatie bij de 2 nd TAF van de RAF rooskleuriger was. De hier genoemde jachtbommenwerpers kampten alle met nog een cruciale beperking wat betreft hun inzetbaarheid: ze waren alleen in staat onder visueel gunstige condities te opereren. Van avondschemering tot dageraad en in slecht weer bleven vele honderden geallieerde jachtbommenwerpers aan de grond gekluisterd, soms tot wanhoop van de eigen troepen aan het front. In de planningen voor de jachtbommenwerpers waren de geallieerde luchtmachten voor D-day bovendien te optimistisch geweest over hun capaciteiten bij slecht weer. De can-do mentaliteit van de jachtvliegers leidde tot onrealistische prognoses over de mogelijkheden voor nabije luchtsteun. De weerscondities boven Europa verrasten daardoor vooral de Amerikanen, terwijl de zomer en de herfst van 1944 toch niet sterk afweken van de normale patronen. 45 In de geallieerde luchtmachten bestond er geen tegenhanger van de Nachtschlachtgruppen van de Luftwaffe, die wel bij nacht tactische bombardementen deden. Dat gebeurde in de regel als interdictie, maar ook wel direct achter de frontlijn. 46 De RAF en USAAF probeerden wel iets te doen om hun inzetbaarheid bij slecht zicht te vergroten. Dat gebeurde ondermeer door te experimenteren met radargeleide bombardementen, waarbij het doel blind werd aangevallen met behulp van grondstations die op enige afstand van het front stonden. Het meest gebruikte type radar was de SCR-584, die van Amerikaanse makelij was. De Britten modificeerden dit systeem om specifiek voor close air support missies onder de naam Mobile Radar Control Post (MRCP). Medio oktober 1944 arriveerde dergelijke apparatuur in Erp, waarna geoefend werd in de samenwerking met de jachtbommenwerpers van de 2 nd TAF. 47 Het was echter te riskant om dit soort aanvallen op korte afstand van de eigen troepen te doen, want de nauwkeurigheid ervan was een serieus probleem. De invoering van Ground Controlled Approach (GCA) radar eind 1944, begin 1945 hielp bij landingen in matig weer. Dat verruimde de inzetbaarheid, maar het zicht bleef een knelpunt, niet in het minst door de gebrekkige blindvliegervaring van de jachtvliegers, die op dat punt minder waren geoefend dan hun collega s op meermotorige vliegtuigen. In ons land beschikte waarschijnlijk alleen Eindhoven al snel over een volwaardige baanverlichting, die nachtlandingen mogelijk maakte. Na verloop van tijd kreeg ook Gilze-Rijen deze faciliteiten. Op de meeste tijdelijke strips lag het vliegverkeer dan echter stil. 48 De condities op de geallieerde vliegvelden waren meestal verre van optimaal, zoals deze opname van het bevrijde Eindhoven bewijst. Slecht weer en stagnaties in de logistiek belemmerden meer dan eens een effectieve luchtsteun (R. Wildekamp). De Duitsers maakten van deze omstandigheid vaak en handig gebruik. Grote troepenverplaatsingen bleven voor hen tot laat in de oorlog vooral s nachts steeds mogelijk ondanks het massale geallieerde luchtoverwicht. Mede daardoor kon de Duitse XV. Armee vanuit België over de Schelde ontsnappen en later nog eens over onze grote rivieren en het Hollandsch Diep. Het slechte weer hielp de Duitsers ook enorm bij de voorbereiding en opening van het Ardennenoffensief.

15 15 De Mosquito s van 2 nd TAF behoorden tot de beste nachtjagers en lichte bommenwerpers uit de oorlogsjaren. Hoewel zij als onderscheppingsjager en bij nachtelijke interdictieoperaties in meestal vaste sectoren (tennis courts) opereerden, konden ook zij s nachts geen nabije luchtsteun in de voorste linies geven door gebrek aan identificatiemogelijkheden. Ook de Amerikanen voelden hun tekortkomingen bij nachtelijke tactische operaties. 49 De nachtelijke tactische verkenningscapaciteit van de geallieerden was eveneens beperkt. In de hele 9 th Air Force was alleen het 155 th PRS met Douglas F-3 s (de recce-uitvoering van de Havoc) in staat om s nachts te fotograferen. Dit ene specialistische Squadron opereerde aan het eind van de oorlog vanaf Beek Y-44, daarbij ondersteund door radarposten die voor vijandelijke nachtjagers waarschuwden. De RAF viel terug op de oude Wellington GR XIII om eveneens door radar gedekt night harassment-aanvallen en nachtelijke verkenningen te doen; wederom àchter het front, niet boven de voorste linies. Deze Wimpeys van het 69 Squadron kwamen begin 1945 naar Eindhoven. De lichte Austers van de AOP-Squadrons tot slot experimenteerden met infrarode films, die zich uiteraard goed lenen voor nachtelijk verkenningswerk. Zij werkten soms ook met lichtfakkels om s nachts een doel te markeren. De problemen om in het donker of slecht weer met een Auster naar een kleine strip de weg te vinden belemmerden echter dat zij het front ook dan effectief konden waarnemen. De Forward Air Controllers waren in ons land net als de vliegtuigen volkomen afhankelijk van de zichtcondities. Veel meer dan een goede verrekijker en de Eyeball Mark 1 was voor de waarnemingen niet beschikbaar. Ook konden zij niet overal komen, want de aard van het Nederlandse terrein beperkte het gebruik van zware voertuigen. Een bosrijke omgeving of juist het wijde polderland stelde weer bijzondere problemen bij de waarneming. Het was verder voor nabije luchtsteun nodig, dat onderscheid kon worden gemaakt tussen de eigen troepen en de vijand en dat lukte vaak niet als de frontlijn erg in beweging was. Ook dat legde flinke beperkingen op aan de inzet van de jachtbommenwerpers. Een belangrijk politieke limitering aan de operaties lag in het feit dat de nabije luchtsteun werd verleend op bevriend en bovendien dicht bevolkt gebied. Close air support tijdens straatgevechten in (grote) steden was militair gesproken toch al zinloos en ons zijn daarvan in Nederland weinig gevallen bekend, behalve bij de gevechten in Vlissingen. In Frankrijk waren de Amerikanen daarmee weinig succesvol geweest. Begin september 1944 bestormden zij bijvoorbeeld de vesting Brest, voorafgegaan door zware luchtaanvallen. Die hadden de Duitse verdedigingswerken amper geschaad en de voortdurende aanvragen voor close air support door jachtbommenwerpers tijdens huis-aan-huis gevechten leverden weinig meer op dan een volledige versnippering van de inspanning. 50 Ons land had tot september 1944 veel slechte ervaringen met geallieerde luchtaanvallen opgedaan. 51 Het was zaak de schade bij de bevrijding enigszins onder controle te houden en zo min mogelijk burgerslachtoffers te maken. Zodoende mochten de vliegers bijvoorbeeld tijdens een bewapende verkenning niet ieder waargenomen doel aanvallen. Ook was het de jagers van de 8 th Air Force pas toegestaan Flak-stellingen aan te vallen, nadat deze het vuur openden. Zij waren vaak klein en goed gecamoufleerd zodat eerst een eenduidige herkenning moest plaatsvinden voordat ze werden bestookt. 52 Het gevaar van omgevingschade bij een aanval was anders te groot. Bij het geven van nabije luchtsteun in de frontlijn lag dat anders. Het was toch al moeilijk gebleken om bij de 2 nd TAF een Nederlandse missie te plaatsen, die onze belangen vertegenwoordigde. Eisenhower voelde er wel voor, maar Montgomery lag dwars omdat hij geen pottenkijkers duldde. 53 Uiteindelijk lukte het buiten hem om een informeel, periodiek overleg te bewerkstelligen. De schade in de omgeving werd op de koop toe genomen, maar ook dat bleek aan grenzen te zijn gebonden. De verwoesting van het Limburgse Montfort door de 2 nd TAF in januari 1945 zorgde voor stevige reacties; niet alleen uit Nederlandse kring maar ook onder de geallieerden. De RAF kreeg daarvan de Zwarte Piet en was daarover nogal ontstemd. Daarmee wordt meteen een heikel punt in de nabije luchtsteun blootgelegd. Het begrip voor elkaars (on)mogelijkheden schoot wel eens tekort, zowel in de hogere echelons als bij Jan Soldaat in zijn greppeltje, die zich vloekend afvroeg waar de RAF bleef. De landmacht vroeg namelijk soms om steun, die de luchtmacht niet kon of slechts schoorvoetend wilde geven. Lieutenant-General F.A.M. Browning commandant van het 1 st British Airborne Corps stelde zuur na de verloren Slag om Arnhem: If the full value from air support is to be obtained, the RAF must be prepared to take on area

16 16 targets even though the results may, to them, appear disappointing. 54 Area targets : voor de goede verstaander wilde dat zeggen een inleidend of ondersteunend oppervlaktebombardement, zo nodig door het Bomber Command dat daarmee een verlengstuk van het leger werd. Een nachtmerrie voor Air Chief Marshal Sir Arthur Harris, en indien structureel toegepast een catastrofe in spé voor het nog te bevrijden deel van Nederland. Bomber Harris peinsde er niet over. 55 De vraag waarom dit in Nederland zo weinig gebeurde is bijzonder relevant, omdat daardoor de toch al geweldige oorlogsschade niet nòg groter werd. In Frankrijk eveneens bevriend gebied waren geallieerde strategische bommenwerpers immers wel op zeer korte afstand van de frontlijn ingezet. Het gebeurde onder andere bij Caen, op het schiereiland van de Cotentin en later rondom Metz. De resultaten waren echter vaak op zijn minst discutabel. De gebruikelijke markeringstechnieken met lichtfakkels uit de lucht en rookgranaten vanaf de grond bleken voor de heavies volkomen ontoereikend en niet zelden viel een deel van de dodelijke lading in eigen linies. 56 Bovendien was van de bommentapijten rond Caen geleerd, dat het terrein dan in een geruïneerd modderlandschap veranderde. In ons natte land zou dat zonder twijfel voor grote vertragingen in de opmars hebben gezorgd. Voorts moesten de zware bommenwerpers vanaf geringere hoogten dan gebruikelijk hun aanvallen uitvoeren, wat ze extra kwetsbaar voor luchtdoelgeschut maakte. Zonder twijfel gaf dat voor de belangrijkste strategen in de RAF een extra argument om het Bomber Command vanaf de zomer van 1944 weer zo veel mogelijk op strategische doelen te doen richten, in het bijzonder op de Duitse olie-industrie en de steden. De luchtmachtmilitairen die nauw waren betrokken bij de campagne op het vasteland zagen dit met lede ogen aan, de Britse plaatsvervanger van Eisenhower, Air Chief Marshal Sir Arthur Tedder, voorop. De interdictiemissies van het Bomber Command achter het front bleken immers van groot nut voor de geallieerde uitbraak in Frankrijk. 57 Zij verloren het pleit en omdat de bevrijding van ons land vooral een zaak was van de 21 st Army Group werden de tactische luchtoperaties in deze sector weer bijna uitsluitend een zaak van de 2 nd TAF. Het heeft Nederland zonder spoor van twijfel nog grotere verwoestingen bespaard. Incidenteel werd Bomber Command toch nog ingezet om de weg vrij te maken voor het leger, maar dan in Duitsland. Welk vernietigend effect dat had ondervonden bijvoorbeeld de stadjes Goch en Kleef, niet ver van onze grens. Zij werden in de nacht van 7 op 8 februari 1945 op verzoek van de landmacht grotendeels van de kaart geveegd ter voorbereiding op operatie Veritable, die vanuit de omgeving van Nijmegen werd gelanceerd om het Rijnland te veroveren. 58 De vooral buiten ons land opererende Amerikaanse 8 th Air Force ging zich echter hoe langer hoe meer toeleggen op tactische doelen. 59 Toch bleven de Amerikanen zoeken naar technische mogelijkheden om met zware bommenwerpers vlakbij de eigen troepen luchtaanvallen te doen. Het al eerder genoemde GCA-blindlandingsysteem leek daarvoor kansen te bieden. Met daarvoor gebruikte SCS-51 radiobakens, een vliegende Master Air Controller, rookgranaat afschietende luchtdoelkanonnen en nog meer verbindingsmiddelen schiep de 8 th Air Force een virtuele rechte lijn, die parallel liep aan het front. Daarachter konden de B-17 s dan met behulp van hun eigen Gee-H of een vergelijkbare Micro-H boordnavigatie zonder risico voor de eigen troepen bombarderen, zo was de redenering. Deze tactiek werd op 16 november 1944 toegepast bij operatie Queen: een grootscheepse aanval op Eschweiler bij Aken, niet ver van de Limburgse grens. Hoewel deze eerste inzet weinig bevredigend was, bleef vanaf dat moment een Amerikaans SCS-51-detachement in West-Europa om op verzoek de frontlijn elektronisch te helpen markeren. 60 Hoe werd close air support verleend? De RAF had onder Air Vice Marshal Sir Harry Broadhurst in Afrika een systeem uitgedokterd, dat Close Control werd genoemd, beter bekend als cab rank, en dat in Italië verder werd verbeterd. 61 Vanaf nabijgelegen vliegvelden werd om het kwartier een zogenaamde cab rank van jachtbommenwerpers de lucht in gestuurd, die meestal bestond uit vier tot acht Typhoons, soms ook Spitfires. 62 Deze cirkelden boven eigen gebied rond de frontlijn waar zij zich meldden bij de FAC (Rover) in afwachting van zijn bericht. Dat gebeurde meestal op ongeveer tot voet, want dat was net buiten bereik van de lichte Flak, terwijl de zware 8,8 cm luchtdoelkanonnen op die hoogte niet nauwkeurig waren. Indien mogelijk had de eigen artillerie van te voren het vijandelijke luchtdoelgeschut beschoten, om deze dreiging weg te nemen. De aanwezigheid van vijandelijke jachtvliegtuigen kon ook roet in het eten gooien en voordat een aanval werd ingezet moest men zich ervan vergewissen, dat de kust veilig was. 63

17 17 De Amerikanen namen het over en met enkele aanpassingen werd dit soms intensief toegepast bij de geallieerde opmars; ook in Nederland. Enkele weken na D-day introduceerden de Amerikanen door ervaring wijs geworden in augustus 1944 de zogenaamde Armored Column Cover, waarbij een FAC in de voorhoede van de tanks meereed. De Amerikaanse jachtbommenwerpers meldden zich eerst bij hem met de vraag of er werk aan de winkel was. Zo niet, dan gingen zij als bewapende verkenning op zoek naar gelegenheidsdoelen. 64 Het werd niet ongebruikelijk dat de centrale gevechtsleiding hen van de ene naar de andere FAC zond, al naar gelang de situatie op de grond. Met behulp van de eigen radar kon de leiding hen dan volgen. 65 Een P-47 met bommen en drievoudige M10 launchers. De RAF paste zelden dit soort gemengde ladingen toe: Typhoons opereerden hetzij met bommen, hetzij met raketten (R. Wildekamp). Wilde een missie slagen, dan was een minimaal zicht van yards vereist met een wolkenbasis op minstens voet voor bombarderen en voet voor strafing. De wind bijvoorbeeld zichtbaar door een rookgranaat speelde bij een bom- of raketaanval een grotere rol dan de zonnestand of de positie van de eigen troepen. Een zwakke wind van 10 mph zette een raket al zo n vijf yards naast het doel. De aanvalskoers werd hiervan afhankelijk gesteld, rekening houdend met de Flak. Het naderingspatroon werd zodoende vaak ter plekke bepaald en niet al bij de briefing helemaal vastgelegd. In vergelijking met de huidige situatie waren de vluchtinstructies in bijzonder beknopt! Om een duikaanval te kunnen uitvoeren moest het vliegtuig voldoende hoogte hebben. Soms lagen de eigen vliegstrips zo dicht bij het front dat eerst al cirkelend boven eigen gebied moest worden geklommen om dan meteen de aanval in te zetten. Dat was onder meer nodig voor de Thunderbolts die in de laatste periode vanaf Venlo opereerden. Hun doelen in het Rijnland lagen op maar enkele minuten van het vliegveld verwijderd. 66 De FAC en de vliegers beschikten over identieke vliegkaarten op grote schaal, die afweken van de gebruikelijke kaarten. De bomb line werd hierop regelmatig bijgewerkt. De kaartvierkanten waren 500 bij 400

18 18 meter groot, die van noord naar zuid waren genummerd en van west naar oost een letter hadden. Zodoende kon snel een doelgebied worden aangegeven (bijvoorbeeld 3C ), zonder tijd te verliezen met het doorgeven van gecompliceerde coördinaten of posities. Eventueel markeerde de landmacht het doel nog met rookgranaten. Deze methode stond bekend als een zogenaamde Winkle operatie. De FAC vroeg meestal via het hoofdkwartier op het juiste ogenblik in de frontlijn met rookgranaten te werken. 67 Links: Een Forward Air Controller van de RAF in actie met zijn radio: voor hem een kaart met extra grote vakken om een snelle identificatie van het doel te vergemakkelijken. (http://commons.wikimedia.org/wiki/file:mobile_fighter_con trollers.jpg via H. van Sabben). Het gebruik van rook kon een missie evenwel bemoeilijken, omdat het voor de vliegers soms uiterst moeilijk werd de vijand te identificeren. De eigen troepen maakten zich herkenbaar met lappen of fluorescerende panelen die op de grond werden gelegd. Soms kregen zelfs individuele soldaten markering op hun helm, zoals bij de bevrijding van Walcheren. De bekende witte sterren op de geallieerde voertuigen werden ook duidelijk zichtbaar aan de bovenzijde ervan aangebracht opdat eigen vliegers zich niet vergisten. Een variant hierop was de blauw-wit-rode roundel, die sinds 1942 op RAF-voertuigen werd geschilderd. Ook deze was prominent op het dak of de motorkap te zien. Amerikaanse tanks tooiden zich soms ook met oranje platen om vanuit de lucht te worden herkend, wat juist in Nederland vanwege deze kleur bij de bevolking tot allerlei speculaties leidde. 68 Tot het einde van de oorlog bleef de herkenning van de frontlijn een groot probleem met als gevolg dat door close-in air bombardment veel slachtoffers in de eigen linie vielen. Sommige landmachteenheden waren op den duur zo vaak door eigen luchtaanvallen getroffen dat ze voortaan geen nabije luchtsteun aanvroegen. De 9 th Air Force werd om die reden wel eens uitgehoond met de bijnaam: the American Luftwaffe. 69 De Duitsers namen uiteraard tegenmaatregelen om de geallieerde vliegers te misleiden. Zij begonnen op de duur dezelfde fluorescerende herkenningspanelen te gebruiken, zodat vriend en vijand niet meer te onderscheiden waren. De Amerikanen pareerden dit door panelen van verschillende kleuren in dagcodes te gaan toepassen. Zodra met rode rookgranaten werd gewerkt probeerden de Duitsers ook met deze kleuren in de frontlijn te schieten om verwarring te zaaien. De remedie was opnieuw kleuren in dagcodes. 70 Improvisatie troef bij de tactische luchtmacht. Hier worden op een tijdelijke strip in Frankrijk bommen geladen onder een P-47D van de 9 th Air Force (Ruud Wildekamp). Vooral tijdens het Ardennenoffensief kwam de Luftwaffe nog regelmatig tussenbeide wanneer geallieerde jachtbommenwerpers nabije luchtsteun verleenden. De verschijning van Messerschmitts Bf 109 s en Focke Wulf Fw 190 s betekende dat de bommen voortijdig werden afgeworpen, wat de missie deed mislukken. Voor de Amerikanen was dit aanleiding om P-51 Mustangs van de strategische 8 th Air Force op het continent te stationeren die de jachtbommenwerpers top cover gaven. 71

19 19 De FAC stond in directe verbinding met de vliegtuigen en gaf hen als ze de aangewezen sector naderden een heel korte omschrijving van het doel dat meteen kon worden aangepakt. 72 De tegenstander probeerde uiteraard deze vitale radioverbinding te storen. Een raket- of bomaanval in duikvlucht werd meestal behoorlijk steil uitgevoerd: tussen de 45 en 60 duikhoek. Een toestel als de Typhoon bewees hier zijn nut, omdat hij in deze manoeuvre zeer stabiel bleef. Omdat de vleugel in de weg zat was het lastig om het doel te kunnen zien voordat de duikvlucht werd ingezet. De formatieleider zette dan ook meestal zijn jager even op zijn kant, waarbij zijn nummer twee op enige afstand bleef. Zodra het doel tevoorschijn kwam achter de achterlijst van zijn vleugel, draaide de leider een scherpe semi-stall linkerbocht om dan de duik in te zetten. De vliegers volgden de leider line astern en lieten niet lager dan voet de bommen los. Meteen volgde dan een krachtige ontwijkende manoeuvre in alle richtingen, die van te voren waren doorgenomen. Uiteindelijk formeerden de toestellen weer line abreast. Aanvallen op lage hoogte werden in de regel in een flauwe duik van 30 uitgevoerd, vliegend in paren. De bommen werden dan op 800 voet afgeworpen, waarna zo snel mogelijk het gebied werd verlaten. Als het doel zwaar was verdedigd, konden niet meer dan vier toestellen deelnemen. Ieder vliegtuig dat nog volgde, liep te grote risico s. De bovenstaande tactieken werden gebezigd tegen alle mogelijke doelen in de frontlijn, van tanks en vrachtauto s tot ingegraven geschut en troepenconcentraties. Gebouwen werden echter het liefst gebombardeerd met een combinatie van beide tactieken, waarbij de low level strike vooraf ging aan de duikaanval. Ook de gekozen manier voor een raketaanval was afhankelijk van de vijandelijke tegenstand. Een zwaar verdedigd doel werd in een steile duik van 60 genaderd, tijdens welke vanaf voet alle raketten tegelijk werden gelanceerd. Een licht verdedigd doel werd vanaf zo n voet in een flauwe duik van 20 tot 30 aangevallen, waarbij de raketten na elkaar in paren werden afgevuurd. Zo werd een gebied bestreken tussen de en yard. De raketten vielen in de regel binnen ongeveer 200 yard van een doel dat via de radio was aangegeven. 73 Of dat voldoende nauwkeurig was, wordt verderop nog beschreven. Strafing vroeg weer een andere aanpak. De jagers vlogen dan een wijde bocht, waarin ze langzaam naar het doel zakten. Als dat in het vizier verscheen werd vanaf 700 voet hoogte het vuur geopend op een afstand van ongeveer 500 yards, wat twee keer zo ver was als het punt waarop de boordwapens waren gejusteerd voor luchtgevechten. Er was dus sprake van een grote spreiding van de inslagen. 74 Alle bovenstaande aanvalspatronen zijn volgens het boekje, maar elk Squadron bedacht zijn eigen varianten daarop. Om de procedures aan te scherpen werden de eenheden periodiek uit de frontlijn teruggehaald naar Groot-Brittannië naar de Armament Practice Camps (APC), die tevens de mogelijkheid boden om op verhaal te komen en eventueel om te schakelen naar nieuwe typen vliegtuigen. Kwam er tijdens het wachten in de cab rank geen opdracht van een FAC, dan vertrokken de toestellen na een poosje om zelfstandig op zoek te gaan naar gelegenheidsdoelen in vijandelijk gebied. De missie ging op die manier vanzelf over in een ander type opdracht, zoals een bewapende verkenning. Ze werden dan afgelost door de volgende machines. Dit ging zo door zolang de condities dat toestonden. De Amerikanen ontwikkelden op den duur een omgekeerde tactiek. Jachtbommenwerpers kregen voortaan opdracht voor een bewapende verkenning in een vastgelegde sector achter het front, maar konden tijdens die missie worden opgeroepen voor een aanval in de frontlijn. Dit bleek meer flexibel. Een opmerking is hier op zijn plaats over de Flak, die een groot gevaar was voor de geallieerde Jabos (Jagdbomber). Naarmate de Duitsers terug trokken werd de dichtheid aan luchtdoelgeschut groter. De Flak beschermde echter hoofdzakelijk hoofdkwartieren, vliegvelden, troepenconcentraties, logistieke lijnen en knooppunten, en zo voorts: doelen voor de bewapende verkenningen, die daarom veel verliezen konden meebrengen. 75

20 20 Lichte Flak vormde een levensgevaarlijke dreiging voor de laagvliegende jachtbommenwerpers. Hier speurt de stuksbemanning van een 2 cm Flak 30 de lucht af naar een prooi (R. Wildekamp). Het bleek echter dat de Flak minder goed in staat was om de nabije luchtsteun in de frontlijn te verstoren, omdat de geallieerde artillerie daar de Duitse luchtdoelstellingen steeds beter wist te bestrijden, al dan niet met hulp van een Auster. Close air support werd dan ook vaak ingeleid door een artilleriebeschieting tegen de Flak, waardoor dit soort missies iets veiliger was. Het verliespercentage voor close air support lag op ongeveer 170 sorties per battle casualty, voor bewapende verkenningen was dat ongeveer 102 sorties per verlies. Dat lijkt gunstig, maar op deze manier verloor bijvoorbeeld het 609 Squadron in vrij korte tijd bijna 70 % van zijn Typhoons en vliegers. 76 De verliezen onder de Typhoon-Squadrons lagen toch al hoger dan bij de collega s die met andere vliegtuigen opereerden. In december 1944 gingen bijvoorbeeld 17,37 Typhoons per sorties verloren tegen 9,5 voor de Tempests en 4,03 voor de Spitfires. 77 In de laatste oorlogsmaanden liepen de verliezen zodanig op, dat de 2 nd TAF besloot alleen met grote formaties luchtsteun te verlenen. Cab rank was een operatievorm die veel vliegtuigen vergde, omdat er voortdurend toestellen boven het front aanwezig moesten zijn. Zij waren dus elders niet beschikbaar! Op de eerste dag van operatie Market Garden waren niet minder dan tien Squadrons nodig om de Britse Guards Armoured Division te ondersteunen, die vanuit België ons land binnentrok. 78 Hun rol was wel doorslaggevend, zoals we hierna zien. Naast cab rank bestonden ook andere procedures, waarbij bijvoorbeeld een aanvraag voor steun direct bij het Squadron binnenkwam en minder op ad hoc basis werd gewerkt. 79 De aanval had dan veel meer het karakter van een pre-planned strike. In dat soort gevallen kon de formatieleider bijvoorbeeld zelf het doel met smoke rockets markeren, in plaats dat de positie vanaf de grond werd aangegeven. Bovendien kwamen vele opdrachten via het Air Support HQ bij een divisie. Het was niet ongebruikelijk dat nog tijdens de missie een andere divisie ook om steun vroeg en dat de vliegtuigen dan een tweede doel aanvielen. Er was lang niet altijd een luchtmacht-fac aanwezig om de aanval te leiden. Een van hogerhand vastgesteld doel kon in zulke gevallen door de artillerie op een afgesproken tijdstip met rode rookgranaten worden gemarkeerd, waarna de jachtbommenwerpers aanvielen. De Forward Observer Officer (FOO) van de artillerie verkende vervolgens het resultaat, wat werd doorgegeven zonder tussenkomst van een FAC in de frontlijn. In elk geval kon bij de Canadezen ook de FOO een direct beroep doen op zowel Typhoons met raketten als Spitfires met bommen. Dit ging via de gebruikelijke procedure door met rode rookgranaten op een weerstandspunt te laten vuren, maar ook met een radio-oproep. 80 De FOO leidde op die manier het vuur van zowel artillerie als luchtmacht in zijn sector. Dit gebeurde vele keren bij de bevrijding van ons land.

Naam: EEN BRUG TE VER De Slag om Arnhem

Naam: EEN BRUG TE VER De Slag om Arnhem Naam: EEN BRUG TE VER De Slag om Arnhem A Bridge too Far is een film over de meest tragische blunder van de Tweede Wereldoorlog en vertelt heel precies over een groot plan. Dat plan kostte meer Geallieerden

Nadere informatie

15966_Oorlog in foto's III - D-Day BW.indd 53 16-09-14 10:17

15966_Oorlog in foto's III - D-Day BW.indd 53 16-09-14 10:17 Een foto van een van de twee drijvende wegen in de kunstmatige haven bij Arromanches. De kunstmatige havens waren eigenlijk een enorme legpuzzel die in het geheim was ontworpen en daarna verspreid over

Nadere informatie

Ijmuiden. 10-05-1940 LW 04.00. Drie onbekende vliegtuigen op 25 mtr hoogte. Explosies op Noorderpier.

Ijmuiden. 10-05-1940 LW 04.00. Drie onbekende vliegtuigen op 25 mtr hoogte. Explosies op Noorderpier. Ijmuiden. Luchtaanvallen algemeen. In WO2 was het onvermijdelijk dat ook doelen in Nederland zoals havens, werven, schepen, vervoer over water, weg en spoor, industrie etc die door de Duitsers gebruikt

Nadere informatie

Landing Westkapelle 1 november 1944 Locatie: op de zeedijk bij het museum Het Polderhuis

Landing Westkapelle 1 november 1944 Locatie: op de zeedijk bij het museum Het Polderhuis Landing Westkapelle 1 november 1944 Landing van een zgn. LCT (Landing Craft Tank) van de Royal Marines (GB) op het strand van Westkapelle. Op de dijk is de kapotte dijkmolen Prins Hendrik te zien. Datum

Nadere informatie

Thema: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land.

Thema: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. Thema: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. Op 6 juni 1944 is het D Day, dat wordt nog steeds gevierd want het is het begin van de bevrijding van West Europa. Eigenlijk betekent D Day de

Nadere informatie

Screaming Eagles boven Kasteel Heeswijk

Screaming Eagles boven Kasteel Heeswijk Screaming Eagles boven Kasteel Heeswijk Powerpointpresentatie over een bijzondere gebeurtenis in september 1944. Doelgroep: Basisschoolleerlingen van groep 7 en 8 Met behulp van tekst, originele foto s

Nadere informatie

Daarna is het weer. Crash Wellington R1397, 25 juli 1941

Daarna is het weer. Crash Wellington R1397, 25 juli 1941 Daarna is het weer donker Crash Wellington R1397, 25 juli 1941 Serie: Ontmoeting Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Douwe Drijver en Alexander Tuinhout Redactie: Hans Groeneweg Vormgeving: Richard Bos 2015.

Nadere informatie

Herdenking 4 mei 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal

Herdenking 4 mei 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal Herdenking 4 mei 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal Vandaag is het precies 70 jaar geleden dat ons land werd bevrijd. Generaties Nederlanders zijn opgegroeid in een

Nadere informatie

Het leidde direct tot de vorming van de zak van Falaise en het verlies van Noordwest Frankrijk door Duitsland.

Het leidde direct tot de vorming van de zak van Falaise en het verlies van Noordwest Frankrijk door Duitsland. Operatie Cobra Operatie Cobra was tijdens de Tweede Wereldoorlog de codenaam voor de operatie waarbij de geallieerden na de landing in Normandië een uitbraak uit hun bruggenhoofd forceerden. De operatie

Nadere informatie

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940) Adolf Hitler In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij was de leider van de nazi-partij. Hij zei tegen de mensen: `Ik maak van Duitsland

Nadere informatie

ISAF III Deployment Task Force

ISAF III Deployment Task Force ISAF III Deployment Task Force C-DTF Kolonel Henk Morsink 1 Deployment Task Force Mission Statement Taken Eenheden en Middelen Planning Voorbereiding 2 Mission Statement Schep als Deployment Task Force

Nadere informatie

Originele stereofoto: 'Douamont. Cheveaux morts'

Originele stereofoto: 'Douamont. Cheveaux morts' Originele stereofoto: 'Douamont. Cheveaux morts' In de conflicten voor de Eerste Wereldoorlog speelden paarden een belangrijke rol. De cavalerie was tot dan het speerpunt van de legers. Maar vanaf 1914

Nadere informatie

DE ARDENNEN LANGS DE SPOREN VAN HET ARDENNENOFFENSIEF. Aad Spanjaard HISTORISCHE ROUTE

DE ARDENNEN LANGS DE SPOREN VAN HET ARDENNENOFFENSIEF. Aad Spanjaard HISTORISCHE ROUTE HISTORISCHE ROUTE DE ARDENNEN LANGS DE SPOREN VAN HET ARDENNENOFFENSIEF Aad Spanjaard De opmars door Noord-Frankrijk De opmars door Noord-Frankrijk In augustus 1944 leken de dagen voor Hitlers Derde Rijk

Nadere informatie

Overzichtskaart onderzoeksgebied Overzicht EODD vondsten in de omgeving van het onderzoeksgebied. T&A Survey BV 0211GPR2431 1

Overzichtskaart onderzoeksgebied Overzicht EODD vondsten in de omgeving van het onderzoeksgebied. T&A Survey BV 0211GPR2431 1 Inhoudsopgave pagina 1 Inleiding en onderzoeksdoel... 2 2.1 Algemeen... 3 2.2 Onderzoeksgebied... 3 2.3 Literatuur- en archiefonderzoek... 3 2.4 Historisch overzicht... 3 2.4.1 Historisch overzicht onderzoeksgebied...

Nadere informatie

Straaljagers en politici; geen gelukkige combinatie. Hans Heerkens Faculteit Management & Bestuur

Straaljagers en politici; geen gelukkige combinatie. Hans Heerkens Faculteit Management & Bestuur Straaljagers en politici; geen gelukkige combinatie Hans Heerkens Faculteit Management & Bestuur Wat gaan we doen? De opvolging van de F-16 De kandidaten De JSF Is de JSF de beste keuze? Conclusies Ik

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Werkbladen voortgezet onderwijs. Naam leerling:

Werkbladen voortgezet onderwijs. Naam leerling: Werkbladen voortgezet onderwijs Naam leerling: Inhoud: Uitleg werkbladen Deze werkbladen horen bij de film D-Day, Normandy 1944. Een film die je meeneemt naar een beslissend moment in de geschiedenis:

Nadere informatie

Vliegtuigen van de tweede wereldoorlog

Vliegtuigen van de tweede wereldoorlog Vliegtuigen van de tweede wereldoorlog De strijd van engelland In de zomer 1940 had nazi-duitsland polen, Frankrijk,Nederland en andere Europese landen bezet. Groot-Brittannië verzette zich hoewel zijn

Nadere informatie

Aan: de Minister-President de Minister van Defensie de Minister van Buitenlandse Zaken. Van: Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

Aan: de Minister-President de Minister van Defensie de Minister van Buitenlandse Zaken. Van: Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten Aan: de Minister-President de Minister van Defensie de Minister van Buitenlandse Zaken Van: Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten Betreft: Toestand Midden-Oosten Afgesloten 17.00 uur op 17 oktober

Nadere informatie

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad Docentenblad Waar gebeurde het? Korte omschrijving In de strip worden vaak plaatsen genoemd. Er zijn drie kaartjes (Nederland, Europa en de wereld) en een aantal stripplaatjes waarin plaatsen genoemd worden.

Nadere informatie

WERKBOEK. Lest we Forget

WERKBOEK. Lest we Forget 1 WERKBOEK Lest we Forget 2 Lest we Forget Dit is een uitgave van de stichting Aircraft Recovery Groep 1940-1945 Contact: Secretaris Stichting A.R.G. 1940-1945, Dorpsstraat 204H, 1566 AT Assendelft. Website:

Nadere informatie

Hoge militairen houden van high-tech

Hoge militairen houden van high-tech Hoge militairen houden van high-tech Er is een adempauze in de discussie over de JSF. We hebben tijd om in het verleden te kijken. Daar valt het nodige te ontdekken. High tech heeft een onweerstaanbare

Nadere informatie

Mijn mond zat vol aarde

Mijn mond zat vol aarde Mijn mond zat vol aarde Serie: Verhalen kind in oorlog Tekst: Meike Jongejan Onderzoek: Mariska de Boer en Hans Groeneweg Redactie: Jan van Zijverden Vormgeving: Richard Bos 2015, Fries Verzetsmuseum,

Nadere informatie

De loods I26 met veldartilleriematerieel

De loods I26 met veldartilleriematerieel De loods I26 met veldartilleriematerieel In deze loods staat één van de allereerste veldartilleriestukken van het Belgisch leger. De stukken staan chronologisch opgesteld om duidelijk de evolutie van de

Nadere informatie

De betekenis van Mill in de historie van Linies en Stellingen

De betekenis van Mill in de historie van Linies en Stellingen Stichting SPOREN VAN DE OORLOG MILL De betekenis van Mill in de historie van Linies en Stellingen Vóór de Tweede Wereldoorlog Reeds in 1934 werd besloten een eventuele aanval van de Duitsers in het Zuiden

Nadere informatie

Gevallen Helden vliegtuigcrashes in de gemeente Epe 1940-1945

Gevallen Helden vliegtuigcrashes in de gemeente Epe 1940-1945 Gevallen Helden vliegtuigcrashes in de gemeente Epe 1940-1945 Gerrit en Silvie Kamphuis Voorwoord Mijn vader had altijd al een interesse voor vliegtuigen en geschiedenis en met name de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

Tracébesluit. N50 Ens-Emmeloord. Conventionele Explosieven (CE n) Datum 20 maart 2014

Tracébesluit. N50 Ens-Emmeloord. Conventionele Explosieven (CE n) Datum 20 maart 2014 Tracébesluit N50 Ens-Emmeloord Conventionele Explosieven (CE n) Datum Status definitief Colofon Referentienummer RW1929-28/14-005-909 Uitgegeven door Rijkswaterstaat Midden-Nederland Informatie Telefoon

Nadere informatie

Gerard van der Sangen Zandoerle 9 5507 RJ Zandoerle gem. Veldhoven. Tel: 040-2053515 Mobiel: 06-22291015 info@legervoertuighuren.

Gerard van der Sangen Zandoerle 9 5507 RJ Zandoerle gem. Veldhoven. Tel: 040-2053515 Mobiel: 06-22291015 info@legervoertuighuren. Gerard van der Sangen Zandoerle 9 5507 RJ Zandoerle gem. Veldhoven Tel: 040-2053515 Mobiel: 06-22291015 info@legervoertuighuren.nl www.legervoertuighuren.nl Combat Vehicle Reconnaissance Tracked CVR(T)

Nadere informatie

INGELMUNSTER TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

INGELMUNSTER TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG INGELMUNSTER TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat de gemeente in rep en roer: het is oorlog! Overal wordt erover gepraat. De volgende dag al moeten de dienstplichtigen

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF. Driebergse Automobiel Club opgericht 15 november 2001

NIEUWSBRIEF. Driebergse Automobiel Club opgericht 15 november 2001 NIEUWSBRIEF Driebergse Automobiel Club opgericht 15 november 2001 In het museum te München staat deze auto, een Tatra, prominent geëtaleerd. Er was geen toelichting bij. Van de toeschouwer werd verwacht

Nadere informatie

Daags nadat Momgomery's troepen over de Rijn waren, stak Church.1i de rivier over in een Amerikaanse stormboot,

Daags nadat Momgomery's troepen over de Rijn waren, stak Church.1i de rivier over in een Amerikaanse stormboot, 23g2.. passeerden vanmiddag veel bommenwerpers en jagers in oostelijke richting. Vanavond naar Simonse geweest. Toen ik terug naar huis ging en nog maar juist de poort uit was, hoorde ik opeens iets, alsof

Nadere informatie

Extra: Waarom hebben mensen paarden

Extra: Waarom hebben mensen paarden Extra: Waarom hebben mensen paarden In dit extra hoofdstuk leer je: Dat mensen paarden houden met een bepaald doel. Met welk doel mensen vroeger paarden hielden. Waarom mensen nu paarden hebben. Inleiding

Nadere informatie

Projectnummer: 1211GPR2855.1

Projectnummer: 1211GPR2855.1 Quickscan naar de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven ten behoeve van een te realiseren hoge druk gasleiding van Donkerbroek naar Ureterp Deeltracé 1 Projectnummer: 1211GPR2855.1 In opdracht

Nadere informatie

Werkblad: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. 1

Werkblad: Slag om de Schelde en de invloed op het Nieuwe land. 1 Achtergrond informatie voor docenten. D- Day betekend de eerste dag van een grote militaire operatie. In de Tweede Wereldoorlog viel dat op 6 juni 1944. Maar de inval van de Amerikanen in Afghanistan was

Nadere informatie

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1 35 Oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1. De Tweede Wereldoorlog dankt zijn naam aan: a. Het aantal landen dat erbij betrokken was b. Het feit dat de oorlog in meerdere werelddelen werd uitgevochten

Nadere informatie

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur.

14 God ging steeds voor hen uit, overdag in een wolk, s nachts in licht en vuur. Psalmen Psalm 78 1 Een lied van Asaf. De lessen van het verleden Luister allemaal naar mijn woorden. Luister goed, want ik wil jullie iets leren. 2 Wijze woorden wil ik spreken, wijze woorden over het

Nadere informatie

OORLOG IN OVERIJSSEL 2015

OORLOG IN OVERIJSSEL 2015 OORLOG IN OVERIJSSEL 2015 Opdrachten bij de film Naam Groep.. BEZETTING duur: ca. 15 minuten In de film zie je beelden van Hitler. Wie was hij? In welk jaar kwam Hitler aan de macht en welke plannen had

Nadere informatie

Advies en ondersteuning in techniek, logistiek en opleiding. Sleutel woorden zijn betrouwbaar en toewijding

Advies en ondersteuning in techniek, logistiek en opleiding. Sleutel woorden zijn betrouwbaar en toewijding T.V.W. Consultancy Advies en ondersteuning in techniek, logistiek en opleiding. Sleutel woorden zijn betrouwbaar en toewijding Mijn naam is Tony van Wijchen. Na een militaire carrière binnen de Koninklijke

Nadere informatie

Beleef de vrijheid! Opdrachtenboekje

Beleef de vrijheid! Opdrachtenboekje Beleef de vrijheid! In dit museum maak je de aanloop naar de oorlog mee, ervaar je de bezettingstijd, vier je de bevrijding en zie je de wederopbouw van Nederland en Europa. Beleef de vrijheid! Met deze

Nadere informatie

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D

RESEARCH CONTENT. Loïs Vehof GAR1D RESEARCH CONTENT Loïs Vehof GAR1D INHOUD Inleiding ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ blz. 2 Methode -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl

Nadere informatie

100 jaar geleden. t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna.

100 jaar geleden. t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna. 100 jaar geleden t Is Oorlog! Een lesmap voor het vierde, vijfde en zesde leerjaar, door juffrouw Anita en de papa van Anna. t Is oorlog! Binderveld, Kozen, Nieuwerkerken en Wijer 100 jaar geleden is een

Nadere informatie

Airborne Museum Hartenstein

Airborne Museum Hartenstein Airborne Museum Hartenstein Opdrachten VMBO Welkom in het Airborne Museum! De villa is het voormalige hoofdkwartier van de Britten en stond in september 1944 midden op het slagveld. In het Museum is van

Nadere informatie

werken bij DEFENSIE MARINE Denk je aan de Marine, dan denk je aan schepen. Logisch, want die hebben we bij de Marine in alle soorten en maten. Van mijnenjagers tot onderzeeboten. Toch is de Marine meer

Nadere informatie

Memoryspel Kerstmis 1914: Het eerste kerstbestand. Verbroedering tussen strijdende partijen. Er wordt eten gedeeld en men

Memoryspel Kerstmis 1914: Het eerste kerstbestand. Verbroedering tussen strijdende partijen. Er wordt eten gedeeld en men Memoryspel Kerstmis 1914: Het eerste kerstbestand. Verbroedering tussen strijdende partijen. Er wordt eten gedeeld en men speelt zelfs een voetbalwedstrijd. Dit bestand was een poging geweest om er het

Nadere informatie

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen. Tussen welke twee landen is de Eerste Wereldoorlog begonnen? 1. Engeland en Frankrijk 2. Duitsland en Frankrijk 3. Duitsland en Engeland Nederland blijft neutraal. Wat betekent dat? 1. Nederland kiest

Nadere informatie

GITS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

GITS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG GITS TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op vrijdag 31 juli 1914 staat Gits in rep en roer: de algemene mobilisatie wordt afgekondigd. Alle jongemannen die in aanmerking komen voor

Nadere informatie

Operatie Market Garden 17 september 1944

Operatie Market Garden 17 september 1944 Operatie Market Garden 17 september 1944 Market Garden had de laatste grote operatie moeten worden om de 2 e Wereldoorlog in Europa vóór Kerstmis 1944 te beëindigen. Maar het liep anders. Als deze militaire

Nadere informatie

De Luftwaffe op Fliegerhorst Volkel

De Luftwaffe op Fliegerhorst Volkel De Luftwaffe op Fliegerhorst Volkel Aanleg De geschiedenis van het vliegveld Volkel begint in de Tweede Wereldoorlog. Direct na de inval en bezetting van Nederland, beginnen de Duitsers met de aanleg van

Nadere informatie

NOTITIE 1 CANADIAN ARMD CARRIER REGIMENT

NOTITIE 1 CANADIAN ARMD CARRIER REGIMENT NOTITIE 1 CANADIAN ARMD CARRIER REGIMENT Korte geschiedenis in hoofdlijnen A. INLEIDING 1. Op verzoek leden van het bestuur van de Stichting Sporen van de Oorlog Mill wordt middels deze notitie verslag

Nadere informatie

Aan: de Minister-President de Minister van Defensie de Minister van Buitenlandse Zaken. Van: Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

Aan: de Minister-President de Minister van Defensie de Minister van Buitenlandse Zaken. Van: Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten Aan: de Minister-President de Minister van Defensie de Minister van Buitenlandse Zaken Van: Coördinator Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten Betreft: Toestand Midden-Oosten Afgesloten 17.00 uur op 19 oktober

Nadere informatie

VOV Symposium. C2 en C2OST binnen 13Ltbrig INTERN GEBRUIK DEFENSIE. Bgen Gijs van Keulen / Maj Ewoud Lindeboom Commandant en G6 13 Ltbrig

VOV Symposium. C2 en C2OST binnen 13Ltbrig INTERN GEBRUIK DEFENSIE. Bgen Gijs van Keulen / Maj Ewoud Lindeboom Commandant en G6 13 Ltbrig C2 en C2OST binnen 13Ltbrig Bgen Gijs van Keulen / Maj Ewoud Lindeboom Commandant en G6 13 Ltbrig Film over USS Montana Klik voor de film 2 Opzet van de briefing Belang van C2 en C2 OST Toekomstig optreden

Nadere informatie

Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee

Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee Twaalf jaar diversifiëring van opdrachten Het Belgische programma voor luchttoezicht boven de Noordzee werd opgestart in 1991. Dit toezicht vanuit de lucht

Nadere informatie

Koninklijke Luchtmacht

Koninklijke Luchtmacht Koninklijke Luchtmacht > Retouradres Postbus 8762, 4820 BB Breda Secretariaat COVM Postbus 90004 MPC 55A Keegsdijkje7 3509 AA Utrecht MPC 80 A Postbus 8762 4820 BB Breda Nederland www.luchtmacht.nl Ministerie

Nadere informatie

TEKENS EN SYMBOLEN OP AMERIKAANSE WWII VOERTUIGEN

TEKENS EN SYMBOLEN OP AMERIKAANSE WWII VOERTUIGEN TEKENS EN SYMBOLEN OP AMERIKAANSE WWII VOERTUIGEN De US Army beschikte gedurende de Tweede Wereldoorlog over bijna 3 miljoen tanks, vrachtwagens, halftracks en overige voertuigen. Elk voertuig was geschilderd,

Nadere informatie

Alleen morgen betalen wij nog de BTW voor u

Alleen morgen betalen wij nog de BTW voor u NIEUWSBRIEF vrijdag 10 juni 2016 Alleen morgen betalen wij nog de BTW voor u Morgen, zaterdag 11 juni is de laatste dag van onze BTW-actie. Dus ALLEEN MORGEN NOG kunt u in MODEL PLAZA en in onze WEBSHOP

Nadere informatie

Inzet Schiphol- Oostbaan

Inzet Schiphol- Oostbaan Veel gestelde vragen Banenstelsel Schiphol Inzet Schiphol- Oostbaan januari 2015 Versie 1.1 1. Algemeen Schiphol beschikt over vijf lange start- en landingsbanen en één kortere en is een knooppunt van

Nadere informatie

1 Termen Stroomlijn kap aan de voet van het blad

1 Termen Stroomlijn kap aan de voet van het blad Propellers in WOII 1 Termen Cuff Paddle blade Symmetrisch Stroomlijn kap aan de voet van het blad Brede bladen Blad met symetrisch buiten profiel Asymmetrisch Blad met asymetrisch buiten profiel. Zie verder

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler?

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler? Iedereen heeft wel eens van Adolf Hitler gehoord. Hij was de leider van Duitsland. Bij zijn naam denk je meteen aan de Tweede Wereldoorlog. Een verschrikkelijke

Nadere informatie

Verslag onderzoeksmissie Storimans

Verslag onderzoeksmissie Storimans Verslag onderzoeksmissie Storimans Inhoudsopgave Pagina Inleiding 3 Algemeen Opdracht Verantwoording Aanloop gebeurtenissen 4 Algemene situatie Gori op 11/12 augustus 2008 RTL-team bezoekt Gori op 12 augustus

Nadere informatie

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Micro endoscopische operatie (buisjesmethode) voor lage rughernia minder effectief U doet mee aan de Sciatica MED Trial, het doelmatigheidsonderzoek naar de behandeling

Nadere informatie

Mustang Mysterie. Crashonderzoeksverslag nr. 29. P-51 Gierle. Ing. T.A.W. Hellings Planehunters Recoveryteam 20-01-2014

Mustang Mysterie. Crashonderzoeksverslag nr. 29. P-51 Gierle. Ing. T.A.W. Hellings Planehunters Recoveryteam 20-01-2014 1945 Mustang Mysterie Crashonderzoeksverslag nr. 29 P-51 Gierle Ing. T.A.W. Hellings Planehunters Recoveryteam 20-01-2014 CRASHONDERZOEKSVERSLAG Nr 29 : Mustang Gierle 1. Voorwoord Na vele jaren van onderzoek

Nadere informatie

Het ultimatum. Lesblad A. 14 mei 1940 tijd: 10:30

Het ultimatum. Lesblad A. 14 mei 1940 tijd: 10:30 lesbladen Lesblad A 14 mei 1940 tijd: 10:30 Het ultimatum Pieter Scharroo is in de Tweede Wereldoorlog kolonel bij het Nederlandse leger. Hij is de baas over de Nederlandse legertroepen in Rotterdam. Op

Nadere informatie

Challenge 2: The Path Conceptdocument. Groep 1 Maikel Haas Robbert Lokhorst Daniël Sneijers Vincent Wielders

Challenge 2: The Path Conceptdocument. Groep 1 Maikel Haas Robbert Lokhorst Daniël Sneijers Vincent Wielders Challenge 2: The Path Conceptdocument Groep 1 Maikel Haas Robbert Lokhorst Daniël Sneijers Vincent Wielders Hoofdvraag Ontwikkel en bedenk een concept voor een fysiek bordspel geinspireerd op een digitale

Nadere informatie

SLYPSKAPELLE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

SLYPSKAPELLE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG SLYPSKAPELLE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog MO_03 Moeders met lange rokken en schorten. Meisjes en jongens met zwarte kousen, sommige op klompen. Het lijkt gezellig op straat. Geen auto

Nadere informatie

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS Dit onderzoek bestaat uit 40 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad. Meerkeuze antwoorden worden

Nadere informatie

Herdenking Capitulaties Wageningen

Herdenking Capitulaties Wageningen SPEECH SYMPOSIUM 5 MEI 2009 60 jaar NAVO Clemens Cornielje Voorzitter Nationaal Comité Herdenking Capitulaties Wageningen Dames en heren, De détente tussen oost en west was ook in Gelderland voelbaar.

Nadere informatie

gaat hier dus hand in hand met het levendig houden van de herinnering aan delen van de geschiedenis die steeds verder van ons af liggen.

gaat hier dus hand in hand met het levendig houden van de herinnering aan delen van de geschiedenis die steeds verder van ons af liggen. Toespraak staatssecretaris van Defensie, Jack de Vries voor de reünie Djocja, 17 december 2008, Koninklijk Militair Tehuis Oud Militairen en Museum Bronbeek Allereerst mijn hartelijke dank om voor u te

Nadere informatie

Datum Betreft Antwoorden op schriftelijke vragen over Russische oorlogsschepen en bommenwerpers in de buurt van Nederland.

Datum Betreft Antwoorden op schriftelijke vragen over Russische oorlogsschepen en bommenwerpers in de buurt van Nederland. > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl

Nadere informatie

BASISBOEK. Lest we Forget

BASISBOEK. Lest we Forget 1 BASISBOEK Lest we Forget 2 Lest we Forget Dit is een uitgave van de stichting Aircraft Recovery Groep 1940-1945 Contact: Secretaris Stichting A.R.G. 1940-1945, Dorpsstraat 204H, 1566 AT Assendelft. Website:

Nadere informatie

LICHTERVELDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

LICHTERVELDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG LICHTERVELDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Voor de oorlog LI_07 Er is veel volk op de dorpsplaats samengekomen en overal hangen vlaggen. Niemand is aan het werken. Het is waarschijnlijk zondag, en mooi

Nadere informatie

IZEGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

IZEGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG IZEGEM TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Op 31 juli 1914 staat de stad in rep en roer: het is oorlog! Overal wordt erover gepraat, de mensen staan allemaal op straat. De volgende

Nadere informatie

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties Dit hoofdstuk gaat over opstand in Amerika, Frankrijk en Nederland. Deze opstanden noemen we revoluties. Opstand in Amerika (1775). De

Nadere informatie

@LESPAKKET VECHTEN VOOR VREDE

@LESPAKKET VECHTEN VOOR VREDE @ LESPAKKET VECHTEN VOOR VREDE DIENSTPLICHT! EIGEN GESCHIEDENIS Kijk in jouw omgeving en zoek iemand op die gewerkt heeft of nog steeds werkt bij de Koninklijke Landmacht. Je kunt denken aan één van jouw

Nadere informatie

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk).

germaans volk), een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven van de kerk). Jeanne d'arc Aan het begin van de 15de eeuw slaagden de Fransen er eindelijk in om de Engelsen uit hun land te verdrijven. De strijd begon met een vrouw die later een nationale heldin werd, van de meest

Nadere informatie

Lesbrieven WOI. 100 jaar Groote Oorlog

Lesbrieven WOI. 100 jaar Groote Oorlog Lesbrieven WOI 100 jaar Groote Oorlog De Ginter gemeenten 1 Gistel 2 Oudenburg 3 Ichtegem 4 Torhout 5 Zedelgem 6 Koekelare 7 Kortemark 2 Kortemark tijdens de Eerste Wereldoorlog Kortemark vóór de oorlog

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Hitler

een zee van tijd een zee van tijd Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Hitler Werkblad Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les : Wat er vooraf ging Na de Eerste Wereldoorlog gaat het slecht met Duitsland. Het land moet veel geld Hitler betalen aan de winnaars van de oorlog. De leider van

Nadere informatie

De Romeinen. Wie waren de Romeinen?

De Romeinen. Wie waren de Romeinen? De Romeinen Wie waren de Romeinen? Lang voor de Romeinen naar ons land kwamen, woonden ze in een kleine staat rond de stad Rome. Vanaf 500 voor Christus begonnen de Romeinen met gebiedsuitbreiding. Als

Nadere informatie

HOOGLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

HOOGLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG HOOGLEDE TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG 31 juli 1914: ten oorlog! Het is oorlog! Het brandweerkorps wordt snel samengeroepen voor het gemeentehuis. De brandweermannen moeten de jongens gaan waarschuwen

Nadere informatie

Giardino beeldentuin (Jos van Vreeswijk) 4-1 16-02-2007 13:02 Pagina 1

Giardino beeldentuin (Jos van Vreeswijk) 4-1 16-02-2007 13:02 Pagina 1 Giardino beeldentuin (Jos van Vreeswijk) 4-1 16-02-2007 13:02 Pagina 1 Giardino beeldentuin (Jos van Vreeswijk) 4-1 16-02-2007 13:02 Pagina 2 Jos van Vreeswijk is meer dan dertig jaar beeldhouwer en nog

Nadere informatie

een zee van tijd een zee van tijd Ze laten zien dat ze geen leger meer willen. Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam:

een zee van tijd een zee van tijd Ze laten zien dat ze geen leger meer willen. Werkblad 12 Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les 1: Wat er vooraf ging Naam: Werkblad Ω De Tweede Wereldoorlog Ω Les : Wat er vooraf ging Na de Eerste Wereldoorlog gaat het slecht met Duitsland. Het land moet veel geld Hitler betalen aan de winnaars van de oorlog. De leider van

Nadere informatie

Lesbrief Van Papa, voor Sammie

Lesbrief Van Papa, voor Sammie Lesbrief Van Papa, voor Sammie 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Introductie 4 Tweede Wereldoorlog 5 Concentratiekamp 6 Stripverhaal (opdracht) 8 Collage maken (opdracht) 9 Colofon 10 2 Inleiding Voor u ligt

Nadere informatie

PRESS info. Scania V8 1969-2009 Scania s legende wordt 40. P09301NL / Per-Erik Nordström 31 maart 2009

PRESS info. Scania V8 1969-2009 Scania s legende wordt 40. P09301NL / Per-Erik Nordström 31 maart 2009 PRESS info P09301NL / Per-Erik Nordström 31 maart 2009 Scania V8 1969-2009 Scania s legende wordt 40 De kracht, het gevoel en dat onmiskenbare geluid zij verklaren voor een belangrijk deel waarom Scania

Nadere informatie

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 De koude oorlog Jesse Klever Groep 7 1 Voorwoord Tijdens het maken van mijn spreekbeurt over Amerika kwam ik de Koude oorlog tegen. De koude oorlog leek mij een heel interessant onderwerp waar ik niet

Nadere informatie

ALGEMENE GEGEVENS SAMENVATTING FEITELIJKE INFORMATIE. Nummer voorval: 2007015. Datum, tijd 1 voorval: 5 maart 2007, 10.27 uur

ALGEMENE GEGEVENS SAMENVATTING FEITELIJKE INFORMATIE. Nummer voorval: 2007015. Datum, tijd 1 voorval: 5 maart 2007, 10.27 uur ALGEMENE GEGEVENS Nummer voorval: 2007015 Classificatie: Ernstig incident Datum, tijd 1 voorval: 5 maart 2007, 10.27 uur Plaats voorval: Amsterdam Schiphol Airport Registratie luchtvaartuig: G-EZIP Type

Nadere informatie

HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913

HONDERD JAAR GELEDEN. Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 HONDERD JAAR GELEDEN aflevering 12 Nieuws uit de krant van 10 tot 15 maart 1913 Een vast onderwerp waaraan in de kranten aandacht werd besteed, was de oorlog op de Balkan. Turkije was er bij betrokken

Nadere informatie

Een beveiliging van een werktrein van de Staats Spoorwegen met een fatale afloop.

Een beveiliging van een werktrein van de Staats Spoorwegen met een fatale afloop. WEST JAVA- Bantam 1949. Een beveiliging van een werktrein van de Staats Spoorwegen met een fatale afloop. Het is 19 december 1948. De legercommandant, de generaal S. Spoor, komt met zijn dagorder, waarin

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Nr. 5. Het Carabinierke. Bogaert Marnik Enkel voor de oudgedienden van lichting 1974 3de Cie en naar ander overgeplaatste Companies Nr.

Nr. 5. Het Carabinierke. Bogaert Marnik Enkel voor de oudgedienden van lichting 1974 3de Cie en naar ander overgeplaatste Companies Nr. Nr. 5 Het Carabinierke Bogaert Marnik Enkel voor de oudgedienden van lichting 1974 3de Cie en naar ander overgeplaatste Companies Nr. 5 beste vrienden carpatjes na wat opzoekings werk! zal ik met deze

Nadere informatie

2 maart 1945. 2 maart 2016. Leerlingen groep 7 en 8 De Meeander Heelweg

2 maart 1945. 2 maart 2016. Leerlingen groep 7 en 8 De Meeander Heelweg 2 maart 1945 2 maart 2016 Leerlingen groep 7 en 8 De Meeander Heelweg Er kwamen 4 Duitsers bij de Bark. Ze slaan piketten, voor het plaatsen van batterijen veldartillerie. Maar op die dag gingen de verzetsgroepen

Nadere informatie

Medic Special Forces: de hogere kunst van het pleisterplakken

Medic Special Forces: de hogere kunst van het pleisterplakken Medic Special Forces: de hogere kunst van het pleisterplakken tekst: sgt. Derek de Vries Lees het volledige artikel in de FALCON Grizzly, this is Mike ready to copy nine-liner This is grizzly, ready to

Nadere informatie

Lesbrief MAASVLAKTE 2 OPDRACHT 1 - TOPOGRAFIE EN AARDRIJKSKUNDE

Lesbrief MAASVLAKTE 2 OPDRACHT 1 - TOPOGRAFIE EN AARDRIJKSKUNDE Lesbrief Onderbouw voortgezet onderwijs - VMBO MAASVLAKTE 2 De haven van Rotterdam wordt te klein, omdat we steeds meer goederen bestellen uit verre landen. Daarom komt er een nieuw stuk haven: Maasvlakte

Nadere informatie

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC Week 1ABC: De Franse Revolutie Info: De Franse Tijd (1795 1814) Na de Franse Revolutie werd Napoleon de baas in Frankrijk. Napoleon veroverde veel Europese landen,

Nadere informatie

HET DROOMMUSEUM VAN DRE

HET DROOMMUSEUM VAN DRE HET DROOMMUSEUM VAN DRE Beste leerling, Dit werkblad wil je iets langer bij bepaalde zaken in het museum laten stil staan. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat je niet mag rondneuzen naar andere objecten,

Nadere informatie

groetjes Thijs Bezoek kasteeltje Geijsteren.

groetjes Thijs Bezoek kasteeltje Geijsteren. Bezoek kasteeltje Geijsteren. 7 Juni bezocht groep 6 het kasteeltje in Geijsteren. Cynthia Siefers heeft de kinderen rondgeleid. Ze heeft een boek geschreven: een trots kasteel. Ze heeft verteld wat er

Nadere informatie

Lesbrief Roermond in de frontlinie. C.A.H.M. (Cor) van Helvoort Gemeentearchief Roermond

Lesbrief Roermond in de frontlinie. C.A.H.M. (Cor) van Helvoort Gemeentearchief Roermond Lesbrief Roermond in de frontlinie C.A.H.M. (Cor) van Helvoort Gemeentearchief Roermond Roermond 2015 Roermond in de frontlinie De bezetting In de nacht voorafgaande aan 10 mei 1940 werden op de Kapellerlaan

Nadere informatie