Wilde bijen in Deventer 2012

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wilde bijen in Deventer 2012"

Transcriptie

1 Wilde bijen in Deventer 2012 Jan Smit, Frank van der Meer, Erik van der Spek & Wim Klein

2

3 Wilde bijen in Deventer 2012 Jan Smit, Frank van der Meer, Erik van der Spek & Wim Klein

4 Colofon 2012, Jan Smit, Frank van der Meer, Erik van der Spek & Wim Klein Leden van de sectie Hymenoptera van de Nederlandse Entomologische Vereniging. Foto s voorpagina: Jan Luykenkolk, zeer bloemrijk rondom de oostelijke plas. Foto Jan Smit. Andrena flavipes, vrouwtje. Foto Albert de Wilde. Foto achterpagina: bloeiende hei op het Wechelerveld. Foto Jan Smit. Vormgeving: Jan Smit Voermanstraat NP Duiven Druk: Drukkerij Presikhaaf Arnhem Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means, without permission from the publisher. 2 Wilde bijen in Deventer 2012

5 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 Dankwoord... 5 Samenvatting Inleiding De aanleiding Terreinen Onderzoeksvragen Wilde bijen Uiterlijk Levenswijze Voedsel Nestelwijze Voortplanting Broedparasieten Vliegtijd Onderzoeksmethode Veldonderzoek Literatuurstudie Bijen en terreinbeheer Bijen als indicatoren Beheer voor bijen Beheer en nestgelegenheid Kansen in stedelijke gebieden voor bijen Onderzoek naar bijen in stedelijke gebieden Resultaten Aantal soorten bijen Zeldzame bijensoorten Bedreigde bijensoorten Bloembezoek Broedparasieten Overzicht wespen De terreinen Beschrijvingen IJsselkade Jan Luykenkolk Oostriklaan Oude begraafplaats Rijsterborgherpark Vlierspadpark Wechelerveld Wezenland Conclusies Literatuur...42 Bijlage 1 Soortenlijst bijen...43 Bijlage 2 Soortenlijst wespen...46 Wilde bijen in Deventer

6 4 Wilde bijen in Deventer 2012

7 Dankwoord Onze dank gaat uit naar de gemeente Deventer, met name de stadsecoloog Erik Lam, die ons gevraagd heeft om een inventarisatie uit te voeren naar het voorkomen van wilde bijen in een achttal terreinen (stadsparken en bermen) in de stad Deventer. Dank aan Albert de Wilde en Gerard Scholte voor de toestemming om hun foto s te gebruiken in dit rapport. EIS-Nederland wordt bedankt voor het beschikbaar stellen van de vliegtijddiagrammen. Dank aan Ina Smit-Willemsen voor haar hulp bij het inventariseren. Figuur 1. Mannetje tuinbladsnijder (Megachile centuncularis), gevonden in drie terreinen in Deventer. Foto Albert de Wilde. Wilde bijen in Deventer

8 Samenvatting Het jaar 2012 is uitgeroepen tot jaar van de bij. Aanleiding voor de gemeente Deventer onderzoek te laten doen naar het voorkomen van wilde bijen binnen de gemeentegrenzen. Leden van de Sectie Hymenoptera van de Nederlandse Entomologische Vereniging hebben daarop dit jaar in een achttal, door de gemeente aangewezen terreinen, een inventarisatie uitgevoerd gedurende de periode maart t/m augustus. De biologie van de wilde bijen wordt globaal beschreven. Het belang van terreinbeheer ten behoeve van de bijen en de mogelijkheden die er zijn voor wilde bijen in stedelijk gebied worden in een apart hoofdstuk behandeld. De resultaten van deze inventarisatie worden vergeleken met een eerdere bijeninventarisatie uit In 2012 zijn er in totaal 103 soorten wilde bijen aangetroffen. Daarvan zijn er 67 soorten vrij zeldzaam tot zeldzaam en 19 soorten die op de rode lijst staan. Tevens is er een overzicht gemaakt van de aangetroffen bijen met een broedparasitaire levenswijze en hun gastheren, in totaal waren dat 26 soorten. In Deventer zijn 20 soorten wilde bijen gevonden die uitsluitend stuifmeel verzamelen van bepaalde plantensoorten en daarvan dus sterk afhankelijk zijn. Zij worden vermeld samen met hun drachtplanten. Van elk onderzocht terrein wordt een beschrijving gegeven en worden de elementen in dat terrein benoemd, die van belang zijn voor bijen. De bijzondere bijensoorten worden genoemd, evenals andere opmerkelijkheden met betrekking tot bijen. Het huidige beheer wordt kort geschetst en er worden adviezen gegeven voor het beheer, die gunstig zijn voor bijen. Een overzicht van de aangetroffen bijen- en wespen soorten staat in de bijlagen 1 en 2. Figuur 2. Oeverbegroeiing van de grote Jan Luykenkolk, met belangrijke planten voor gespecialiseerde bijen. Foto Jan Smit. 6 Wilde bijen in Deventer 2012

9 1 Inleiding 1.1 De aanleiding Het jaar 2012 is door een aantal verschillende natuurorganisaties uitgeroepen tot het Jaar van de bij. Meer dan de helft van onze wilde bijensoorten staat op de rode lijst (Peeters & Reemer 2003). Het gaat dus slecht met de wilde bijen in ons land. Daarvoor zijn enkele oorzaken aan te wijzen. In het Nederlandse landschap is het aanbod van bloemen sterk verschraald, onder andere door vermesting en het verdwijnen van kleine landschapselementen. Ook de versnippering van leefgebieden, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de klimaatverandering worden genoemd als oorzaken voor het verdwijnen van bijensoorten (Biesmeijer 2012). Daarnaast is er sinds enkele jaren een grote sterfte onder de honingbijen. Veel wilde planten in ons land zijn voor hun bestuiving afhankelijk van voornamelijk wilde bijen. Ook veel land- en tuinbouwgewassen worden door wilde bijen of honingbijen bestoven. Voor de gemeente Deventer was het Jaar van de bij aanleiding om een inventarisatie te laten uitvoeren naar het voorkomen van wilde bijensoorten in een aantal terreinen in de stad. In 1999 heeft er in Deventer een eerdere inventarisatie plaatsgevonden van wilde bijensoorten (Koster 1999). Doel daarbij was het ecologisch gehalte van het groenbeheer van de gemeente Deventer te beoordelen aan de hand van het voorkomen van wilde bijensoorten. De bijen fungeerden daarbij als indicator. Sinds 1999 is er in het groenbeheer van alles veranderd en soms juist bestendigd. In dat kader is het interessant om opnieuw een onderzoek te doen naar het voorkomen van wilde bijen. 1.2 Terreinen Tijdens het onderzoek van Koster in 1999 zijn 15 terreinen onderzocht. Een aantal hiervan is intussen bebouwd of heeft een andere bestemming gekregen. In het onderzoek van 2012 zijn er van de door Koster onderzochte terreinen zes opnieuw onderzocht, daarnaast zijn er twee nieuwe toegevoegd; Vlierspadpark en Wechelerveld. In tabel 1 staat een beknopt overzicht van de geïnventariseerde terreinen. Bij de grootte staan de afmetingen van het op bijen onderzochte deel van het betreffende gebied. In hoofdstuk 6 (pag. 26) worden de gebieden uitgebreider beschreven. Op de kaart van Deventer op pagina 9 en 10 (Figuur 4 en 5) zijn de terreinen aangegeven met het nummer dat ervoor staat in tabel 1, in rode kleur. Tabel 1. Overzicht en korte karakterisering van de onderzochte terreinen. Gebieden Grootte Soort terrein Onderzoek 1 IJsselkade 1,5 ha bermen, dijktalud Koster 2 Jan Luykenkolk 5,5 ha park Koster 3 Oostriklaan 1 ha bermen, bloemrijke grasvelden Koster 4 Oude Begraafplaats 1,5 ha begraafplaats, met zandpaden Koster 5 Rijsterborgherpark 4,5 ha park Koster 6 Vlierspadpark 1,5 ha natuurlijk park, begraasd Wechelerveld 4 ha recreatiegebied: heide, zandplek Wezenland 2,2 ha park, in omvorming Koster Wilde bijen in Deventer

10 1.3 Onderzoeksvragen De gemeente Deventer wil graag een antwoord op de onderstaande vragen: 1. Hoe ziet de huidige wilde bijenfauna in deze tereinen er uit? 1.1 Welke veranderingen zijn er in het voorkomen van wilde bijen in vergelijking met het onderzoek in 1999? 2. Welke elementen in de gebieden zijn belangrijk voor wilde bijen? 3. Welke beheersmaatregelen zijn gunstig voor de wilde bijen? Figuur 3. Bloeiende wilgen bij de Jan Luykenkolk, belangrijke drachtplanten voor veel vroege voorjaarsbijen. Foto Jan Smit. 8 Wilde bijen in Deventer 2012

11 Figuur 4. Plattegrond van de westelijke helft van Deventer, met de ligging van de terreinen nr. 1, 2, 4, 5, 6 en 8. Wilde bijen in Deventer

12 7 3 Figuur 5. Plattegrond van de oostelijke helft van Deventer, met de ligging van de terreinen nr. 3 en Wilde bijen in Deventer 2012

13 2 Wilde bijen 2.1 Uiterlijk Veel mensen denken bij het woord bijen aan honingbijen. Honingbijen komen in het wild in ons land niet voor, het zijn huisdieren die worden gehouden door imkers. Er zijn echter veel soorten wilde bijen, waarvan een groot aantal helemaal niet op honingbijen lijkt. Veel soorten zijn sterk behaard, de sterkst behaarde bijen zijn de hommels. Er zijn echter ook nagenoeg kale bijensoorten. Binnen de wilde bijen is een grote variatie aan kleuren, de meeste soorten zijn bruin tot zwart. Er zijn echter veel soorten die veel feller gekleurd zijn, bijvoorbeeld metallic groen, rood en zwart of geel en zwart. Die laatste soorten zijn qua kleur vaak niet van een wesp te onderscheiden (Fig. 6). De wespbijen (Nomada) hebben hun Nederlandse naam zelfs aan die kleuren van enkele soorten te danken. Een aantal soorten van dit genus is echter ook rood-zwart gekleurd. een buikschuier. Die bestaat uit enkele dichte rijen, schuin naar achteren staande haren op de buiksegmenten. Tot deze bijenfamilie behoren o.a. wolbijen (Anthidium), kleine harsbij (Anthidiellum), klokjesbijen (Chelostoma), tronkenbij (Heriades), metselbijen (Hoplitis), behangersbijen (Megachile), metselbijen (Osmia). De maskerbijen van het genus Hylaeus hebben geen verzamelapparaat, zij vervoeren het stuifmeel voor de larven in de krop. Figuur 7. Vrouwtje viltvlekzandbij (Andrena nitida), met sterk behaarde achterpoot. Foto Albert de Wilde. 2.2 Levenswijze Figuur 6. Vrouwtje smalbandwespbij (Nomada goodeniana). Foto Albert de Wilde. Bij veel bijengenera hebben de vrouwtjes een verzamelapparaat van haren, waarmee ze het stuifmeel goed naar hun nest kunnen vervoeren. Hommels (en honingbijen) hebben hiervoor een zogenaamd korfje op de scheen van de achterpoten. Dat bestaat uit een aantal lange haren op de randen van een enigszins uitgeholde scheen, waardoor een mandje voor het stuifmeel ontstaat. Veel andere genera: zandbijen (Andrena), zijdebijen (Colletes), pluimvoetbijen (Dasypoda), groefbijen (Lasioglossum), dikpootbijen (Melitta) hebben sterk behaarde achterpoten (Fig. 7). Tussen de beharing aan de poten en dikwijls ook tussen de haren aan de zijkant van het borststuk, wordt het stuifmeel verzameld. De vrouwtjes van de genera die tot de Megachilidae behoren, verzamelen het stuifmeel in De meeste soorten wilde bijen zijn solitair, dat wil zeggen dat ieder vrouwtje een eigen nest maakt. Een nest bestaat meestal uit een gang, waarin ze een broedcel maakt, deze bevoorraadt ze met stuifmeel, legt daar een ei bij en sluit de cel af. Daarna maakt ze een volgende broedcel. In de plek en de manier van nestbouw zijn tussen de soorten grote verschillen. Bij sommige soorten hebben verschillende vrouwtjes hun nesten vlak naast elkaar in de grond, in grote aggregaties. Een aantal soorten, zoals de hommels, heeft een sociale levenswijze. Deze bijen leven in zogenaamde volken, die geleid worden door een koningin, die de eitjes legt. De rest van zo n volk bestaat uit werksters die het overige werk doen, zoals voedsel halen, het nest uitbouwen en schoon houden. Later in het jaar komen er nieuwe koninginnen en mannetjes, deze paren, waarna de bevruchte koninginnen gaan overwinteren. De rest van het volk sterft. Er zijn echter soorten met een levenswijze die tussen solitair en uitgesproken sociaal in liggen. Met name bij de groefbijen van het genus Lasioglossum komen soorten voor met Wilde bijen in Deventer

14 verschillende mate van socialiteit. Een aantal soorten van dit genus is uitgesproken solitair (o.a. Lasioglossum leucozonium), terwijl andere soorten (Lasioglossum malachurum) tussen voorjaar en nazomer een paar generaties van werksters hebben. Diverse andere soorten hebben een mindere mate van sociaal gedrag, bijvoorbeeld met één werkstergeneratie. Bij de sociale soorten verdedigen de werksters het nest, ze vallen een indringer aan en steken die met hun angel. Alleen vrouwtjes (en werksters) van bijen hebben een angel, mannetjes niet. Bijen gebruiken de angel alleen om zich te verdedigen. Van veel solitaire soorten, bijvoorbeeld zandbijen (Andrena), is de angel te zwak om door onze huid te kunnen dringen. 2.3 Voedsel Volwassen bijen halen voor hun eigen voedselvoorziening nectar uit bloemen. Nectar bestaat uit koolhydraten, dat is de brandstof voor het lichaam van de bijen. Alleen wanneer het lichaam ei- of zaadcellen moet produceren, eten ze wat stuifmeel, dat eiwitrijk is. Voor het halen van nectar hebben ze meestal geen speciale voorkeur voor plantensoorten. De larven krijgen vooral stuifmeel als voedsel, dat bevat veel eiwit, een prima bouwstof. Vaak wordt het stuifmeel vermengd met een beetje nectar. De planten waarop de vrouwtjes het stuifmeel verzamelen noemen we drachtplanten. Veel bijensoorten hebben min of meer voorkeur voor bepaalde planten of plantenfamilies. Naar de mate waarin ze gespecialiseerd zijn kunnen we drie groepen onderscheiden: Polylectisch: deze vrouwtjes verzamelen het stuifmeel op planten van verschillende plantenfamilies, variërend van 2 tot 20. Oligolectisch: deze vrouwtjes verzamelen het stuifmeel op de planten van één plantenfamilie of zelfs van één plantengenus. Monolectisch: deze vrouwtjes verzamelen het stuifmeel op één plantensoort. Als tegenprestatie voor het leveren van voedsel zorgen de bijen voor de bestuiving van de bloemen. Zonder bloemen kunnen er geen bijen leven, maar zonder bijen zouden er veel minder bloemen zijn. 2.4 Nestelwijze De mannetjes hebben verschillende strategieën om paringsbereide vrouwtjes te vinden. Sommige mannen vliegen in vaste patronen boven de nestaggregatie, andere omzwermen de drachtplanten, of de plekken waar de vrouwtjes vaak zitten te zonnen. Deze verschillende strategieën kunnen ook binnen een populatie door de mannetjes van één soort door elkaar gebruikt worden. Wanneer een vrouwtje eenmaal gepaard heeft, gaat ze aan de slag met de nestbouw, in veel gevallen paart ze daarna niet meer. Bijen kunnen op totaal verschillende plekken in het terrein nestelen. De meeste soorten zijn hierin obligaat, vrouwtjes van eenzelfde soort leggen hun nest vrijwel altijd op dezelfde manier aan. We onderscheiden drie verschillende nestelwijzen. endogeïsch: de vrouwtjes maken het nest in de bodem hypergeïsch: de vrouwtjes maken het nest bovengronds broedparasieten: deze gedragen zich als een koekoek, ze maken niet zelf een nest, maar maken gebruik van het werk van andere soorten (zie paragraaf 2.6 Broedparasieten, pag. 13) Solitaire soorten die in de grond nestelen, maken meestal een hoofdgang, van waaruit de broedcellen als korte zijgangetjes gegraven zijn. De vorm en het aantal van deze cellen verschillen vaak per soort en soms per individu. Nadat een cel bevoorraad is met stuifmeel, wordt er een ei in gelegd en wordt de cel met een prop grond afgesloten. Daarna wordt er verderop aan de hoofdgang een nieuwe broedcel gegraven. Figuur 8. Vrouwtje pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes), een oligolectische bij die op composieten vliegt. Foto Albert de Wilde. Figuur 9. Vlierspadpark, steil wandje met nestgangen er in. Foto Jan Smit. 12 Wilde bijen in Deventer 2012

15 Bijen die in gangen in hout of in plantenstengels nestelen, zijn gedwongen lineair te nestelen. Ze beginnen achteraan met een broedcel. Wanneer deze bevoorraad is met stuifmeel en er een ei bij gelegd is, wordt die cel met een tussenschot afgesloten. Daarna wordt een nieuwe voedselvoorraad aangelegd, een ei erbij en de cel wordt afgesloten. Dit gaat zo door tot de gang bijna vol is. Als laatste is er bij een aantal soorten een kleine lege cel, het zogenaamde atrium, die is afgesloten met een extra dikke prop. Waarschijnlijk is het atrium een maatregel om parasitering tegen te gaan. Opvallend is dat de jonge bijen in omgekeerde volgorde uitkomen, degene uit de laatst gevulde cellen het eerst. Meestal zijn dit mannetjes. Behangersbijen (Megachile) hebben hun nestgang in hout of in de grond. Zij bekleden die gang met ovale stukjes blad die ze zelf uit bladeren van struiken knagen. In een nestgang wordt een aantal broedcellen gemaakt die gescheiden worden door tussenschotjes, gemaakt van enkele ronde stukjes blad. Figuur 10. Vrouwtje van de tuinbladsnijder (Megachile centuncularis) met een stukje blad, dat dient als behang voor de nestgang. Foto Albert de Wilde. 2.5 Voortplanting Zodra een larve uit het ei komt, gaat deze zich voeden met de voedselvoorraad. Om te kunnen groeien, moet een larve enkele keren vervellen. De larven van de meeste soorten vervellen een keer of vijf, tot ze volgroeid zijn, dan gaan ze verpoppen. Afhankelijk van de soort kan de pop al vrij snel uitkomen, dan kan er een tweede generatie komen, of dan overwintert het volwassen insect. Wanneer het uitkomen plaats vindt in het volgende jaar, dan kan ook de larve of de pop overwinteren. Zodra de nieuwe generatie weer te voorschijn komt, begint de cyclus van voren af aan. Bij sociale soorten is de vorming van het nest er op gericht om aan het eind van het seizoen, meestal in de zomer, een nieuwe generatie mannetjes en koninginnen voort te brengen. Deze paren, waarna de bevruchte koninginnen zich verstoppen om te overwinteren. Het oude volk, inclusief de mannetjes, sterft intussen langzamerhand uit. 2.6 Broedparasieten De vrouwtjes van bijen die een broedparasitaire levenswijze hebben, verzamelen geen stuifmeel voor hun larven. Zij leggen hun eieren in nesten van andere soorten, hun gastheer. De vrouwtjes daarvan leggen een voedselvoorraad in hun cellen aan voor hun eigen larven. Het vrouwtje van de broedparasiet (bijvoorbeeld wespbijen - Nomada) verstopt vaak haar ei in de celwand, zodat het niet wordt opgemerkt door het vrouwtje dat het nest gemaakt heeft. De broedparasieten worden ook wel koekoeksbijen genoemd. De larve van de broedparasiet komt meestal als eerste uit en vernietigt of consumeert het ei van de gastheer, waarna de larve zich verder voedt met de stuifmeelvoorraad in de broedcel. In sommige gevallen (bloedbij - Sphecodes) vernietigt het vrouwtje van de broedparasiet het ei van de gastheer voordat ze zelf haar ei legt. Metselbijen (Osmia, Hoplitis) en klokjesbijen (Chelostoma) maken tussenschotjes van klei of leem, soms vermengd met andere materialen. Sommige soorten kauwen plantaardig materiaal fijn dat ze gebruiken om tussenschotjes van te maken. De grote wolbij (Anthidium manicatum) bekleedt een holte met wollige haren die het vrouwtje van planten schraapt. Hommels gebruiken was om er broedcellen van te bouwen, binnen in een ruimte, zoals een spouwmuur, een nestkastje of een oud muizenhol. De was produceren de vrouwtjes zelf. Figuur 11. Vrouwtje dikkopbloedbij (Sphecodes monilicornis). Foto Albert de Wilde. Wilde bijen in Deventer

16 In de literatuur worden veel relaties tussen gastheren en broedparasieten genoemd. Van de meeste van deze relaties is nog veel niet duidelijk. In slechts weinig gevallen is de relatie bewezen, door uitkweken of uitgraven. De meeste gegevens berusten op waarnemingen van de broedparasiet bij het nest van de (vermeende) gastheer. Bij veel bijensoorten komen de mannetjes eerder te voorschijn dan de vrouwtjes, meestal ongeveer een week eerder (Fig. 14). We noemen dat proterandrisch. In ons land komen alleen bij de grote wolbij (Anthidium manicatum) de vrouwtjes het eerst (proterogynisch). 2.7 Vliegtijd Onder vliegtijd kunnen twee verschillende periodes verstaan worden, de tijd dat de soort vliegt op de dag en de periode in het jaar. Wilde bijen vliegen gewoonlijk alleen op dagen en momenten, dat het zonnig weer is, maar als het erg warm is, ook als het bewolkt is. Voorjaarsbijen vliegen bij lagere temperaturen dan zomerbijen. Hommels zijn ook bij minder goed weer nog buiten actief, omdat zij hun lichaamstemperatuur voor een groot deel zelf kunnen reguleren. Dat doen ze door met hun vleugels te trillen, hun dichte beharing helpt om de warmte vast te houden. Bijen leven slechts een paar weken, alleen de soorten waarvan volwassen exemplaren overwinteren, leven langer. Het moment waarop de nieuwe vrouwtjes en mannetjes van een soort in de loop van het jaar te voorschijn komen, verschilt per soort. De ene soort is er in het vroege voorjaar, de andere in de zomer. Veel soorten hebben één generatie per jaar, enkele o.a. wimperflankzandbij (Andrena dorsata), (Fig. 13) hebben er twee, een voorjaarsgeneratie en een zomergeneratie (Fig. 12). Figuur 14. Vliegtijddiagram van goudpootzandbij (Andrena chrysosceles), de mannen komen eerder tevoorschijn dan de vrouwen. Soorten met een geheel of gedeeltelijk sociale levenswijze hebben meer generaties per jaar, zij zijn vaak een groot deel van het jaar aanwezig. De koninginnen van de hommels vliegen al in het vroege voorjaar, na enkele weken komt de eerste generatie werksters, waarna enkele generaties van werksters elkaar opvolgen. Werksters kunnen tot in de herfst vliegen. De mannetjes kunnen nog tot laat in de herfst aanwezig zijn. Figuur 12. Vliegtijddiagram van wimperflankzandbij (Andrena dorsata), een soort met twee generaties per jaar. Figuur 13. Vrouwtje wimperflankzandbij (Andrena dorsata). Foto Albert de Wilde. 14 Wilde bijen in Deventer 2012

17 3 Onderzoeksmethode 3.1 Veldonderzoek Het veldonderzoek in de terreinen van de gemeente Deventer is uitgevoerd in de maanden maart tot en met augustus Aan het onderzoek namen deel: Frank van der Meer, Wim Klein, Jan Smit en Erik van der Spek. De meeste terreinen zijn in de loop van het jaar acht keer of vaker bezocht, waarbij ernaar gestreefd is de dagen zodanig over het bijenseizoen te spreiden, dat een goed beeld verkregen kon worden van de bijenfauna. In tabel 2 staat een overzicht van de onderzoeksdagen. Op enkele dagen zijn de terreinen door twee onderzoekers tegelijk bezocht. Tabel 2: Onderzoeksdagen per gebied. Data Terreinen IJsselkade Jan Luykenkolk Oostriklaan Oude begraafplaats Rijsterborgherpark Vlierspadpark Wechelerveld Wezenland 24 maart * x x x x x x x x 27 april x x x 30 april x x x x 12 mei x x x 13 mei * x x x x 26 mei * x x x x x 28 mei x x 14 juni * x x x x x x x x 15 juni x 17 juni x x 18 juni x x 19 juni x x x 20 juni x x 4 juli x x x x 23 juli x x x x 24 juli x x x x 23 augustus x x x x x 29 augustus x x x x keer moest het onderzoek afgebroken worden wegens regen. De bijen werden gezocht op bloemen en op mogelijke nestplaatsen, ook zijn ze vaak zonnend aangetroffen op bladeren. Op de onderzoeksdagen zijn in het veld herkenbare bijensoorten genoteerd. De overige soorten zijn met een insectennet gevangen, gedood en meegenomen om ze later te determineren. Het meegenomen materiaal is geprepareerd, voorzien van een etiket en daarna gedetermineerd. Vervolgens is het opgenomen in de collectie van de onderzoekers, of in de collectie van het Museon te Den Haag. Er is een kwalitatieve inventarisatie uitgevoerd, dat wil zeggen dat alleen gekeken is naar het voorkomen van de verschillende soorten, niet naar de aantallen waarin ze op de verschillende locaties gevonden zijn. Naast een overzicht van de voorkomende soorten wilde bijen is er ook een lijst opgesteld van de wespensoorten die zijn aangetroffen. 3.2 Literatuurstudie Voor het vervaardigen van het verslag van deze inventarisatie is gebruik gemaakt van diverse publicaties. Een overzicht van de gebruikte artikelen en boeken staat in het hoofdstuk Literatuur, op pag. 42. Om een goede vergelijking te kunnen maken met de bestandssituatie van de wilde bijen in Deventer in het verleden, was het verslag van Koster (1999) van de vorige inventarisatie belangrijk. Dat verslag leverde als het ware een nulmeting op voor het huidige onderzoek. In het hoofdstuk Resultaten (pag. 20) worden de gegevens van de beide onderzoeken, uit 1999 en uit 2012, met elkaar vergeleken. * twee onderzoekers op dezelfde dag Er is meestal geïnventariseerd bij zonnig weer, gewoonlijk tussen uur en uur. Bijen zijn zonliefhebbers en gewoonlijk alleen actief bij mooi weer. Bij heel warm weer kunnen ze ook vliegen op dagen dat er bewolking is. Op een aantal onderzoeksdagen werd het weer in de loop van de dag slechter en zijn sommige terreinen met bewolkt weer bezocht, wat meteen een negatieve invloed had op het aantal actieve bijen. Een enkele Figuur 15. Zicht op de IJsselkade, geen goed inventarisatieweer. Foto Erik van der Spek. Wilde bijen in Deventer

18 4 Bijen en terreinbeheer 4.1 Bijen als indicatoren In het stedelijk gebied is de hoeveelheid terreinen met enige natuurwaarde gewoonlijk erg beperkt. Het zijn meestal parken, plantsoenen, bermen, privé tuinen, begraafplaatsen en (tijdelijk) ruderale terreinen. Stadsparken worden intensief door de burgers gebruikt, er zijn veel paden en de grasvelden worden vaak belopen en regelmatig gemaaid. Wanneer er in dergelijke terreinen een grote biodiversiteit aanwezig is, dan is dat een aanwijzing voor een goede ecologische kwaliteit (Koster 2000). Veel en verschillende soorten bloeiende planten zijn een voorbeeld van deze biodiversiteit. Bij de wilde planten horen echter ook de bestuivers: de wilde bijen. Een gevarieerde fauna van wilde bijen is een indicator voor een grote biodiversiteit en een goede ecologische kwaliteit. Figuur 16. Rijsterborgherpark, traditioneel beheerd park. Foto Erik van der Spek. De aanwezigheid van rode lijstsoorten en van specialisten, bijen die gebonden zijn aan bepaalde plantensoorten, geven hier nog meer waarde aan. Wanneer dan ook nog de broedparasieten van dergelijke soorten zijn aangetroffen, is de natuurwaarde van een dergelijk terrein extra hoog in te schatten. Indien de bijendiversiteit in een stadspark groot is, is erg aannemelijk dat dit mede een gevolg is van het ecologisch groenbeheer. 4.2 Beheer voor bijen Afhankelijk van de hoofdfunctie van het (deel-) gebied kan het beheer op een of andere manier mede op wilde bijen en andere insecten worden aangepast. Door op terreinen niet overal het beheer toe te passen wat bij het meest intensief beheerde deel van het gebied in het kader van de functie nodig is, valt veel te winnen. Voor de wilde bijen, en mogelijk na soms enige gewenning voor de burgers door een aantrekkelijkere woonomgeving, voor de stadsimkers door een betere dracht en voor de groenbeheerders door uitdagender werk. En wellicht bespaart de gemeente nog wat kosten. Ecologisch groenbeheer heeft een gunstig effect op het voorkomen van wilde bijen in de stad (Koster 2000). Bij de beschrijving van de verschillende terreinen (Hoofdstuk 6, pag. 26) worden per terrein gerichte beheer adviezen gegeven. Drachtplanten en gefaseerd maaien Voedsel is één van de beperkende factoren voor wilde bijen. Ze hebben stuifmeel als voedsel voor de larven en wat nectar voor de volwassen dieren nodig. Op het juiste moment moet er de juiste hoeveelheid planten in bloei staan om dit voedsel te leveren. Een deel van de wilde bijen is daarbij ook afhankelijk van stuifmeel van een specifieke soort of groep van soorten (pag. 22 Bloembezoek ). Fasering van de beheerwerkzaamheden dient om te voorkomen dat lokaal geen voedsel aanwezig is. Door niet in een heel gebied met gras of kruiden tegelijk te maaien of er struiken af te zetten, blijft er bovendien ruimte voor soorten die zich op dat moment in een levensfase bevinden dat ze het gewas niet kunnen verlaten. Bij bijen speelt dit bij soorten die nestelen in holle stengels. Gebruiken ze de stengels al, dan worden eieren, poppen of volgroeide dieren die nog in rust zijn voor het uitvliegen, verwijderd. Bij vlinders kunnen zowel eieren, rupsen als poppen met gemaaid gras worden afgevoerd. Gazon De gazongedeelten in parken hebben vanwege hun functie een intensief maaibeheer nodig. Ook hier kan gefaseerd maaien de waarde van het gazon voor insecten verbeteren. Door per maaibeurt verspreid 50% te maaien blijven in de rest van de gazons en binnen vliegafstand bloeiende planten als paardenbloem en witte klaver beschikbaar. Wanneer het park groot genoeg is om delen van het gazon als bloemrijk grasland te beheren neemt de ecologische waarde van het gebied nog verder toe. Bloemrijk grasland Bloemrijk grasland zal, afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem, één of twee keer per jaar gemaaid moeten worden. Faseren is vooral bij vaker maaien gewenst. Bij de eerste maaibeurt, wanneer de voorjaarsbloei bijna over is, 50% van de oppervlakte maaien in verspreide 16 Wilde bijen in Deventer 2012

19 delen. Bij wegbermen daarbij zo mogelijk met de tegenover elkaar liggende delen verspringen. Binnen een maand zullen daar de zomerbloeiers gaan bloeien, dan kunnen de resterende delen gemaaid worden, met uitzondering van de 10% van de oppervlakte die dat jaar niet wordt gemaaid. Figuur 17. Maaien van kruidenrijke berm langs IJsselkade. Foto Erik van der Spek. Bij de tweede maaibeurt, of op schralere bodems de jaarlijkse maaibeurt faseren is niet nodig. Het is wel wenselijk om zo laat mogelijk in het jaar te maaien, als de groei gestopt is, verschilt per jaar, gemiddeld na 1 november. Late soorten, maar ook hommelkoninginnen kunnen dan nog van de laatste nectar en stuifmeel profiteren. Laat maaien betekent in een groeizame herfst en winter ook, dat er weinig nagroei van grassen optreedt. Dit geeft meer ruimte aan de voorjaarskruiden en daarmee voedsel voor insecten op een moment dat er nog weinig voedsel is. Kruidenrijke ruigte Ruigten op braakliggende gronden, of bewust als ruigte beheerde percelen kunnen zeer kruidenrijk zijn (= vaak bloemrijk) en zijn daarmee van groot belang voor wilde bijen en andere insecten. De bodem is vaak schraal, een maaibeheer als op bloemrijkgrasland is gewenst. Bij langdurige braakligging kan het aandeel grassen toenemen. Het jaarlijks ploegen, spitten of frezen van een klein deel van de oppervlakte kan de ruigteomstandigheden bewaren. In alle gevallen is het goed om 10% van de oppervlakte, bij grote percelen in verspreide stukken, niet te maaien en pas volgend jaar weer mee te nemen en dan andere delen te laten staan. Dit om niet vliegende soorten en levensfases voor het gebied te behouden. Heide Bij het maaien, chopperen of plaggen van de heide om deze te verjongen, dit gefaseerd in ruimte en tijd uitvoeren. Bij geïsoleerde, kleine percelen maximaal de helft van de oppervlakte, overigens maximaal 0,5 ha aaneengesloten bewerken. Afzetten struiken Afzetten van struiken en boomsingels kan noodzakelijk zijn. Ook hier is gefaseerd werken van groot belang. In het bijzonder bij drachtplanten die bloeien in periodes, dat er weinig anders bloeit. Dit geldt in het bijzonder voor de wilgen die voor veel voorjaarssoorten de enige of de belangrijkste drachtplant zijn. In enig jaar moet niet meer dan 1/3 van de struiken of knotwilgen worden afgezet. En bij voorkeur pas na twee jaar het volgende derde deel. Bij grotere oppervlakte of aantallen kan dit ook over de het gehele gebied groepsgewijs worden verspreid. Concurrentie van honingbijen Honingbijen kunnen voedselconcurrenten zijn voor wilde bijen, wanneer de hoeveelheid beschikbaar voedsel de beperkende factor is. Op de heide is dit het geval zolang de struikhei niet bloeit. Hier is relatief veel nestgelegenheid aanwezig voor bodemnestelaars. Wanneer plaatsing van volken honingbijen wordt toegestaan zou dit beperkt moeten worden tot 0,5 volk/ha, waarbij alle kasten op één locatie zouden moeten staan aan de rand van het gebied. Zo kan er zonering door afstand optreden. Deze locatie moet bij voorkeur niet naast de meest geschikt nestlocaties liggen. 4.3 Beheer en nestgelegenheid Naast voedsel is nestgelegenheid op relatief korte afstand van de voedselbron van groot belang. Nestlocaties moeten in ieder geval een deel van de dag in de zon liggen. Bodemnestelaars Een groot aantal wilde bijen nestelt in de bodem, daarbij kunnen specifieke eisen gesteld worden aan de grondsoort, helling en mate van begroeiing. Een kort gemaaid gazon kan ongeschikt zijn als voedselbron maar met voldoende zon en een niet te humusrijke bodem, wel geschikt zijn als nestgelegenheid. Zo nestelt er een groot aantal grijze zandbijen (Andrena vaga) in het als gazon beheerde talud naar de IJssel langs de Kapjeswelle (mond. mededeling A. Koster). Deze op wilgen vliegende bij haalt het stuifmeel vermoedelijk aan de overkant van de IJssel. De meeste bijensoorten hebben een voorkeur voor kale of nauwelijks begroeide bodems. Deze nemen meer warmte op. Kale, belopen / betreden paden of bermen kunnen op de minder intensief gebruikte delen een grote concentratie aan nesten bevatten. Andere soorten hebben ook een kale bodem nodig, maar dan in de vorm van steile kanten. In enigszins ruigere delen van het openbaar groen is het van belang vooral ook kleine, kale plekken, al of niet steil, zolang mogelijk te laten bestaan en niet (netjes) bij te werken. Waar ruimte is voor wat meer wildheid kunnen wilde bijen geholpen worden Wilde bijen in Deventer

20 gebruikt worden. Oude muizennesten en nestkastjes kunnen door hommels gebruikt worden om er een nest in te bouwen. De boomhommel gebruikt hiervoor alleen bovengrondse holten, de aardhommel doet zijn naam eer aan door ondergrondse holten te gebruiken. Figuur 18. Nestgangen in steil wandje. Foto Erik van der Spek. door kleinschalig te plaggen en steile kantjes te maken (Fig. 18). Hier en daar een vierkante meter, meer is zeker niet erg, te plaggen en dit jaarlijks herhalen, kan al een wezenlijke verbetering in nestgelegenheid opleveren. Dit geldt ook voor een steil randje van cm hoog en een meter lang, zoals te vinden is in het begin van het Vlierspadpark. Een aantal uren zon per dag op deze plekken is wel essentieel. Op kale plekken kan een concentratie van nesten optreden, daarbij kan een plek, die het hele jaar door in de zon ligt, gelegenheid bieden aan een variatie aan soorten. Incidenteel kan een dergelijke kolonie wanneer die te intensief betreden wordt kort worden afgezet een simpel touwtje tussen enkele paaltjes. Met een korte verklaring voor het publiek werkt dat vaak uitstekend. Voorkomen moet worden dat door het afschermen de betreding zolang wegvalt, dat de vegetatie de kans krijgt de locatie ongeschikt te maken als nestplaats. Holtenestelaars Holle stengels en kevergangen in dood hout vormen voor andere soorten nestgelegenheid. Veel soorten gebruiken ook andere gangen in hout of in steen en enkele soorten nestelen in lege slakkenhuizen. Indien vanwege de veiligheid dode bomen geveld moeten worden, verdient inkorten tot een veilige hoogte, bijvoorbeeld drie meter, de voorkeur. Maar ook stamstukken van een meter of iets meer laten staan is al nuttig. Het maken van een kunstwerk van een dode boom kan een goed alternatief zijn voor staand dood hout, wanneer het hier in vergaande mate mag vergaan. De kunstenaar zou er op gewezen kunnen worden, dat wanneer geboorde gaten deel kunnen uitmaken van het kunstwerk, dit een extra (natuurlijke) dimensie aan het kunstwerk geeft. Het plaatsen of met een buurt (-school) maken van bijenhotels, kan op plaatsen waar geen staand dood hout aanwezig is een goed en educatief aantrekkelijk alternatief zijn (Fig. 19). Ook andere holtes kunnen als nestgelegenheid Figuur 19. Nestkast voor wilde bijen. Foto Jan Smit. Ruigtenestelaars Een klein aantal soorten wilde bijen nestelt in ruigte of tussen afgevallen blad. Delen van de vegetatie die een jaar mogen overstaan zijn bijvoorbeeld geschikt als nestgelegenheid voor de akkerhommel. Het tussen struiken laten liggen van gevallen blad is ook gunstig voor bijvoorbeeld egels. 4.4 Kansen in stedelijke gebieden voor bijen Grote delen van ons land worden ingenomen door bebouwing en industrie. Veelal liggen deze urbane gebieden in een landschap dat verder bepaald wordt door intensief gebruikt cultuurland, dat meestal erg arm is aan wilde bijen. In stedelijke gebieden komt een redelijke diversiteit aan bijensoorten voor, dankzij het warmere microklimaat en kleinschalige structuren (Cornelissen 2012, Zurbuchen & Müller 2012). In potentie hebben de stedelijke gebieden echter nog veel meer mogelijkheden voor wilde bijen. Er zijn vaak veel mogelijkheden om te nestelen voor bovengronds nestelende soorten, maar door 18 Wilde bijen in Deventer 2012

21 de (vooral in privé tuinen toenemende) verhardingen zijn de mogelijkheden voor in de grond nestelende soorten beperkt. Privétuinen, stadsparken en industrieterreinen maken vaak grote delen van het grondgebruik in een stad uit. Dergelijke terreinen kunnen zowel voedsel als nestgelegenheid bieden voor wilde bijen. Bij een beheer dat vooral gericht is op het vergroten van het areaal aan geschikte waardplanten, kan het stedelijk gebied een belangrijke rol vervullen bij het behoud van de biodiversiteit (Cornelissen 2012, Zurbuchen & Müller 2012, Banaszak-Cibicka & Zmihorski, 2012). Naast voedsel moet er voor de wilde bijen ook nestgelegenheid zijn, bij voorkeur op relatief korte afstand van de voedselplanten. Wilde bijen zijn tamelijk plaatsgebonden, ze foerageren meestal in de omgeving van hun nestplaatsen. Veel exemplaren gaan niet verder dan 100 tot 300 meter om stuifmeel te halen. De bijen, ook kleine soorten, kunnen echter veel verder vliegen om stuifmeel te halen. Kleine soorten tot 1100 m, grotere tot 1400 m en zelfs 2200 m (Esser 2005, Zurbuchen, Landert et al. 2010). Figuur 20. Klein landschapselement; illegaal paadje in Rijsterborgherpark, biedt nestgelegenheid voor bijen. Foto Frank van der Meer. Ruim 50% van de exemplaren van een soort gaat echter niet ver, omdat dit meer tijd kost en er minder tijd over blijft om de nesten te bevoorraden en dat dus minder nakomelingen oplevert (Zurbuchen, Cheesman et al. 2010). Bij een geringe toename van de vliegafstand naar de voedselplanten neemt het aantal bevoorrade broedcellen al met 25% of meer af (Zurbuchen & Müller 2012). Ook vergroot een langere afwezigheid van een vrouwtje de kans op parasitering. Daarnaast heeft een grotere vliegafstand grote invloed op het aantal levensvatbare nakomelingen, bij een toename van deze afstand met 150 meter kan dit aantal zelfs met ruim 70% dalen (Peterson & Roitberg, 2006). De voorkeurterreinen van wilde bijen zijn droog en bloemrijk, met een mozaïekpatroon van verschillende landschapselementen dicht bij elkaar. Binnen de bebouwde kom zijn ruderale terreinen vaak plekken met de grootste soortenrijkdom aan bijen (Zurbuchen & Müller 2012). Dat kunnen ook kleine stukjes zijn, zo werden op een plek van een paar m² met wat kale grond en een paar soorten wilde planten in het aanhangsel van het Rijsterborgherpark, een paar bijensoorten gevangen, die niet in de rest van het park gevonden waren. 4.5 Onderzoek naar bijen in stedelijke gebieden Er zijn slechts enkele voorbeelden van inventarisaties in Nederland naar bijen die zich binnen de bebouwde kom ophouden. Na een aantal jaren van onderzoek in de stad Maastricht, had Lefeber (1983a, 1983b) daar 139 soorten wilde bijen aangetroffen. Dat is 39% van de soorten die in ons land voorkomen. Koster heeft onderzoek gedaan in het stedelijk groen in 26 gemeenten en heeft daar in totaal 113 soorten wilde bijen waargenomen. Dat is ongeveer 30% van de soorten die in ons land voorkomen. Gemiddeld werden er in de 26 gemeenten 23 soorten waargenomen (slechts 6% van de soorten in Nederland). Daarbij moet worden opgemerkt dat het onderzoek vaak steekproefsgewijs heeft plaats gevonden (Koster 2000). Bij zijn onderzoek naar wilde bijen in Deventer in het kader van het ecologisch groenbeheer heeft Koster 36 soorten wilde bijen (exclusief hommels) waargenomen (Koster 1999). Op een stuk spoordijk midden in de gemeente Westervoort zijn in een lange onderzoeksperiode van 20 jaar 124 soorten wilde bijen aangetroffen (Smit 2008). Dat is bijna 35% van de soorten uit ons land. Daarmee is duidelijk dat het aantal soorten wilde bijen dat binnen de bebouwde kom kan leven, aanzienlijk is. Hieronder kunnen zich ook behoorlijk wat zeldzame en bedreigde soorten bevinden (Lefeber 1983a,1983b, Smit 2008, Zurbuchen & Müller 2012). Wilde bijen in Deventer

22 5 Resultaten 5.1 Aantal soorten bijen In ons land zijn tot op heden ongeveer 355 soorten wilde bijen waargenomen. Daarvan zijn in Deventer bij de inventarisatie in 2012 in de acht terreinen in totaal 103 soorten waargenomen. Bij de inventarisatie in 1999 zijn in totaal 36 soorten waargenomen in 15 terreinen. In 1999 zijn de hommels niet meegeteld in de inventarisatie, in 2012 wel: in totaal 10 soorten. Wanneer we alleen kijken naar de zes gebieden die bij beide inventarisaties zijn onderzocht, dan zijn daar 20 soorten gevonden in 1999 en 103 soorten in Een toename van 83 soorten. Van sommige gebieden was bij de inventarisatie in 1999 slechts één soort wilde bij waargenomen, dat zal niet te maken hebben met een toenmalig gebrek aan bijen, maar met een minder intensieve inventarisatie. Bij het onderzoek in 1999 is ook aandacht besteed aan de beplanting, in het kader van het ecologisch groenbeheer. In 2012 is de inventarisatie van de bijen tamelijk intensief uitgevoerd. Dit kan een deel van de toename van het aantal soorten verklaren, maar het is vrijwel zeker dat het continueren van het ecologische groenbeheer een belangrijke positieve factor is (Koster 2000). Een overzicht van de aantallen soorten wilde bijen die in de verschillende terreinen tijdens het onderzoek in 2012 zijn aangetroffen, staat in tabel 3. In deze tabel staan ook de aantallen soorten uit In de laatste kolom wordt aangegeven hoeveel soorten van dit terrein uit 2012 vermeld worden in de Rode Lijst (Peeters & Reemer 2003). Zie voor meer informatie hierover paragraaf 5.3 Bedreigde bijensoorten (pag. 21). Voor een overzicht van de aangetroffen soorten en in welke terreinen ze zijn gevonden, zie Bijlage 1 Soortenlijst bijen (pag. 43). In de terreinen in Deventer is het aantal in de grond nestelende soorten het hoogste, in totaal 53 soorten. Van de bovengronds nestelende soorten zijn 19 aangetroffen. Een klein aantal soorten (5) kan zowel boven- als ondergronds nestelen. Broedparasieten, 26 soorten, maken niet zelf een nest, maar profiteren van bevoorraden van het nest door andere soorten. 5.2 Zeldzame bijensoorten Veel van de 355 soorten wilde bijen in ons land zijn vrij zeldzaam tot erg zeldzaam, een aantal soorten is slechts een enkele keer in ons land waargenomen. Bij het bepalen van de zeldzaamheidsklasse is het voorkomen in uurhokken (5 x 5 km) afgezet tegen alle Nederlandse uurhokken (totaal 1674) (Peeters & Reemer 2003). Wanneer een bijensoort te boek staat als zeldzaam of zeer zeldzaam, is het echter goed mogelijk dat deze soort plaatselijk met een grote populatie voorkomt. Van de 103 bijensoorten in de terreinen in Deventer zijn er 67 soorten vrij zeldzaam tot zeldzaam. Een overzicht van de aantallen in de verschillende terreinen staat in tabel 4, gerangschikt naar zeldzaamheidsklasse. Daarin is ook een vergelijking gemaakt met de aantallen zeldzame soorten die in 1999 zijn aangetroffen. In de soortenlijst (Bijlage 1, pag. 43.) wordt bij elke soort de zeldzaamheidsklasse aangegeven. Tabel 3. Aantal gevonden bijensoorten per terrein. Aantal soorten wilde bijen Terreinen Grootte Rode lijst 2012 IJsselkade 1,5 ha Jan Luykenkolk 5,5 ha Oostriklaan 1,5 ha Oude Begraafplaats 1,5 ha Rijsterborgherpark 4,5 ha Vlierspadpark 1,5 ha Wechelerveld 3 ha Wezenland 2 ha Totaal aantal soorten Wilde bijen in Deventer 2012

23 Tabel 4. Zeldzame soorten per terrein en per zeldzaamheidsklasse. Terreinen Zeldzaamheidsklasse Vrij zeldzaam Zeldzaam Zeer zeldzaam Totaal IJsselkade Jan Luykenkolk Oostriklaan Oude Begraafplaats Rijsterborgherpark Vlierspadpark Wechelerveld Wezenland Totaal aantal soorten Bedreigde bijensoorten Ruim 55% van de wilde bijensoorten in Nederland staat in de Rode lijst, waarmee de bijen één van de meest bedreigde diergroepen in ons land zijn. Wanneer een bijensoort echter te boek staat als zeldzaam of zelfs zeer zeldzaam, dan wil dat nog niet zeggen dat deze soort ook bedreigd is. Dat is afhankelijk van de eventuele achteruitgang van deze soort en de mate waarin dit plaats vindt. Het is heel goed mogelijk dat een zeer zeldzame soort helemaal niet bedreigd is, omdat het leefgebied goed beschermd is. Van de 103 soorten die in 2012 in de terreinen in Deventer zijn waargenomen, staan er in totaal 19 in de rode lijst. Hiervan zijn er 0 ernstig bedreigd, 5 bedreigd, 13 soorten kwetsbaar en 1 gevoelig. In tabel 5 staat een overzicht van de aantallen bedreigde soorten uit 1999 en uit 2012 per gebied, gerangschikt naar de rode-lijstcategorie. In de Bijlage 1 Soortenlijst bijen op pag. 43 wordt bij elke soort de categorie uit de Rode Lijst vermeld. Figuur 21. Vrouwtje gedrongen wespbij (Nomada guttulata), een zeer zeldzame, bedreigde soort. Foto Gerard Scholte. Wilde bijen in Deventer

24 Tabel 5. Bedreigde soorten per terrein en per rode-lijstcategorie. Terreinen Rode-Lijstcategorie Ernstig bedreigd Bedreigd Gevoelig Kwetsbaar IJsselkade Jan Luykenkolk Oostriklaan Oude Begraafplaats Rijsterborgherpark Vlierspadpark Wechelerveld Wezenland Totaal aantal soorten Totaal Bloembezoek Bloemen zijn als voedselbron onmisbaar voor bijen, veel bijensoorten zijn min of meer gespecialiseerd in hun bloembezoek (zie paragraaf 2.3 Voedsel, pag. 12). Broedparasieten (26 soorten) verzamelen geen stuifmeel voor hun larven. Van de 77 stuifmeel verzamelende soorten die in Deventer zijn aangetroffen is er één monolectisch, zijn er 19 oligolectisch en 57 polylectisch. Een overzicht van de drachtplanten waarop de monoen oligolectische bijensoorten het stuifmeel verzamelen staat in tabel 6. Tabel 6. Overzicht van de mono- en oligolectische bijensoorten in Deventer en hun drachtplanten. Plantenfamilie Plantengenus Bijensoort Opmerking Apiaceae - schermbloemenfamilie Andrena proxima vooral op fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) Asteraceae - composietenfamilie Colletes daviesanus Dasypoda hirtipes Heriades truncorum Osmia niveata Panurgus banksianus Panurgus calcaratus Campanulaceae klokjesfamilie Campanula Ericaceae - heifamilie Calluna vulgaris Fabaceae - vlinderbloemenfamilie Chelostoma rapunculi Melitta haemorrhoidalis Andrena fuscipes Andrena labialis Andrena wilkella Chalicodoma ericetorum vooral op Lathyrus Lythraceae - kattenstaartfamilie Lythrum salicaria Melitta nigricans Monolectisch Primulaceae - sleutelbloemfamilie Lysimachia Macropis europaea vooral op Lysimachia vulgaris Ranunculaceae - ranonkelfamilie Ranunculus - boterbloem Salicaceae - wilgenfamilie Salix Chelostoma florisomne Andrena praecox Andrena vaga Andrena ventralis Colletes cunicularius 22 Wilde bijen in Deventer 2012

25 5.5 Broedparasieten In de acht gebieden in Deventer zijn 26 bijensoorten met een broedparasitaire levenswijze gevonden, op een totaal van 103 bijensoorten. Ongeveer een kwart van het aantal bijensoorten is dus broedparasiet. In tabel 7 staat een overzicht van de soorten die in Deventer zijn aangetroffen, met hun (waarschijnlijke) gastheren. De gegevens zijn ontleend aan Westrich (1989) en Smit (2004). De gastheren die niet in Deventer aangetroffen zijn, staan grijs gedrukt en zijn niet voorzien van een Nederlandse naam. Tabel 7. Overzicht van de broedparasitaire bijensoorten in Deventer, met hun (waarschijnlijke) gastheren. Broedparasiet Gastheer Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Bombus campestris Gewone koekoekshommel Bombus humilis Bombus pascuorum Akkerhommel Bombus pomorum Bombus pratorum Weidehommel Bombus ruderarius Bombus norvegicus Boomkoekoekshommel Bombus hypnorum Boomhommel Bombus vestalis Grote koekoekshommel Bombus terrestris Aardhommel Nomada alboguttata Bleekvlekwespbij Andrena barbilabris Witbaardzandbij Nomada bifasciata Bonte wespbij Andrena gravida Weidebij Nomada fabriciana Roodzwarte dubbeltand Andrena bicolor Tweekleurige zandbij Andrena chrysosceles Nomada flava Gewone wespbij Andrena carantonica Andrena nigroaenea Andrena nitida Nomada flavoguttata Gewone kleine wespbij Andrena minutula Andrena semilaevis Andrena subopaca Goudpootzandbij Meidoornzandbij Zwartbronzen zandbij Viltvlekzandbij Gewone dwergzandbij Halfgladde dwergzandbij Witkopdwergzandbij Nomada fucata Kortsprietwespbij Andrena flavipes Grasbij Nomada fulvicornis Roodsprietwespbij Andrena bimaculata Andrena tibialis Grijze rimpelrug Nomada goodeniana Smalbandwespbij Andrena cineraria Andrena nigroaenea Andrena nitida Andrena tibialis Asbij Zwartbronzen zandbij Viltvlekzandbij Grijze rimpelrug Nomada guttulata Gedrongen wespbij Andrena labiata Ereprijszandbij Nomada lathburiana Roodharige wespbij Andrena cineraria Andrena vaga Grijze zandbij Nomada leucophthalma Vroege wespbij Andrena apicata Andrena clarkella Nomada panzeri Sierlijke wespbij Andrena fulva Andrena helvola Andrena synadelpha Andrena varians Vosje Breedrandzandbij Nomada ruficornis Gewone dubbeltand Andrena haemorrhoa Roodgatje Nomada sheppardana Geeltipje Lasioglossum sexstrigatum Gewone franjegroefbij Nomada zonata Variabele wespbij Andrena dorsata Wimperflankzandbij Sphecodes albilabris Grote bloedbij Colletes cunicularius Grote zijdebij Sphecodes crassus Brede dwergbloedbij Lasioglossum pauxillum Lasioglossum punctatissimum Lasioglossum nitidiusculum Lasioglossum quadrinotatulum Sphecodes ephippius Bosbloedbij Halictus maculatus Halictus tumulorum Lasioglossum leucozonium Lasioglossum quadrinotatulum Lasioglossum lativentris Lasioglossum malachurum Kleigroefbij Fijngestippelde groefbij Parkbronsgroefbij Matte bandgroefbij Wilde bijen in Deventer

26 Broedparasiet Gastheer Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Sphecodes gibbus Pantserbloedbij Andrena vaga Colletes cunicularius Halictus maculatus Halictus rubicundus Halictus sexcinctus Sphecodes marginatus Verscholen dwergbloedbij Lasioglossum brevicorne Lasioglossum leucopus Lasioglossum semilucens Sphecodes miniatus Gewone dwergbloedbij Lasioglossum nitidiusculum Lasioglossum sexstrigatum Lasioglossum morio Sphecodes monilicornis Dikkopbloedbij Halictus rubicundus Lasioglossum albipes Lasioglossum calceatum Lasioglossum malachurum Sphecodes pellucidus Schoffelbloedbij Andrena argentata Andrena barbilabris Andrena humilis Andrena ventralis Lasioglossum leucozonium Lasioglossum prasinum Grijze zandbij Grote zijdebij Roodpotige groefbij Gewone smaragdgroefbij Halfglanzende groefbij Gewone franjegroefbij Langkopsmaragdgroefbij Roodpotige groefbij Berijpte groefbij Gewone geurgroefbij Witbaardzandbij Roodbuikje Matte bandgroefbij Figuur 22. Vrouwtje variabele wespbij (Nomada zonata), een broedparasiet. Foto Albert de Wilde. 24 Wilde bijen in Deventer 2012

27 5.6 Overzicht wespen Tijdens het onderzoek in de terreinen van de gemeente Deventer is ook aandacht besteed aan de daar voorkomende soorten angeldragende wespen. In ons land komen angeldragende wespen voor uit 12 verschillende families; Bethylidae, Chrysididae, Dryinidae, Embolemidae, Mutillidae, Sapygidae, Tiphiidae, Pompilidae, Vespidae, Ampulicidae, Sphecidae, Crabronidae. Tijdens de inventarisatie is geen aandacht besteed aan de Bethylidae, de Dryinidae en de Embolemidae. De mieren (Formicidae) behoren eveneens tot de angeldragers, ook die zijn in de inventarisatiewerkzaamheden niet meegenomen. In de terreinen in Deventer zijn wespen aangetroffen uit 7 families. Van de Sapygidae en de Ampulicidae zijn geen soorten gevonden. In tabel 8 staat een overzicht van de aantallen soorten per terrein, per familie. Voor een totaaaloverzicht van de soorten en in welke terreinen ze zijn aangetroffen, zie Bijlage 2 Soortenlijst wespen (pag. 46). Van de wespensoorten die in Nederland voorkomen is er geen rode lijst. De status van de soorten die in ons land voorkomen wordt vermeld in De wespen en mieren van Nederland (Peeters et al. 2004). De status is bij elke soort aangegeven in Bijlage 2 op pag. 46. Tabel 8. Overzicht van de aantallen soorten wespen per familie per terrein. Terreinen Chrysididae Mutillidae Wespenfamilies Tiphiidae Pompilidae Vespidae Sphecidae Crabronidae Totaal aantal soorten IJsselkade Jan Luykenkolk Oostriklaan Oude Begraafplaats Rijsterborgherpark Vlierspadpark Wechelerveld Wezenland Totaal per familie Figuur 23. Hedychrum gerstaeckeri, een goudwesp (Chrysididae). Foto Albert de Wilde. Wilde bijen in Deventer

28 6 De terreinen 6.1 Beschrijvingen In de terreinbeschrijvingen wordt de ligging van de verschillende gebieden in Deventer aangeduid met Amersfoortcoördinaten (Ac.). Elk gebied wordt in het kort beschreven. Voor de ligging in Deventer wordt verwezen naar de kaarten op pagina 9 en 10. Bij de meeste beschrijvingen staat een kaartje van het betreffende gebied. Onder grootte wordt verstaan de afmeting van het deel van het gebied dat op bijen is geïnventariseerd. Wanneer niet het hele gebied, maar een deel ervan is onderzocht, wordt dat op het kaartje aangegeven met arcering of omranding. De belangrijke landschapselementen voor bijen worden vermeld, soms voorzien van een foto. Daarnaast worden planten genoemd, waarvan de bloemen belangrijk of aantrekkelijk zijn voor bijen. De bijzondere of vermeldenswaardige soorten bijen van het terrein worden op een rij gezet. Het beheer van het terrein, zoals dat nu wordt uitgevoerd, wordt kort beschreven. Voor elk terrein worden beheeradviezen gegeven, die een positieve uitwerking hebben op bijen. 6.2 IJsselkade Terreinbeschrijving Onder de IJsselkade (Ac ) wordt verstaan de bermen tussen de weg en de fiets- en voetpaden, plus het dijklichaam (Nr. 1 op de kaart op pag. 9). Afmeting van het geïnventariseerde dee: vanaf de berm naast de weg, tot aan het hek onder aan de dijk, ca. 1,5 ha. Door de zuid-expositie vangt de dijk veel zon op en is daardoor aantrekkelijk voor bijen om in te nestelen. In de niet-geïmpregneerde afrasteringspalen onder aan de dijk zitten vraatgangen van kevers, en dat is nestgelegenheid voor bijen, o.a. Heriades. Bloemen De berm tussen weg en fietspad is bloemrijk, bestaat uit mooi open bloemrijk grasland met o.a. gewone kruisdistel, klein streepzaad en tijm. In juli mooi bloeiend, met duifkruid, tijm (Fig. 26), gele composiet, etc., maar in die periode weinig bijen, enkele hommels en een zandbij. Het dijklichaam is vroeg in het voorjaar nagenoeg zonder bloemen, er bloeit alleen wat speenkruid. Desondanks zijn er vrij veel bijen waargenomen, die er waarschijnlijk nestelen. In april domineert de paardenbloem (Fig. 25), deze is belangrijk voor de nectar- en stuifmeelvoorziening van een aantal soorten zandbijen. In mei is de vegetatiestructuur geheel gewijzigd, glanshaver overheerst, daar onder is rode klaver de belangrijkste nectar- en stuifmeelleverancier, vergezeld van boterbloem en enkele composieten. Hoger op de dijk, waar de vegetatie minder hoog is, een kleine, gele klaversoort. Figuur 24. Overzicht van de IJsselkade. Foto Erik van der Spek. Op de boterbloemen bij de spoorbrug is een ranonkelbij gevonden. In juni is van het dijklichaam alleen het deel tussen de spoorbrug en ongeveer de Perenstraat nog bloemrijk met o.a. aardaker (Fig. 27). 26 Wilde bijen in Deventer 2012

29 In juli was de dijk gemaaid. In augustus veel pastinaak, rolklaver, rode klaver, enkele jacobskruiskruid. In eerste deel van dit terrein is de uitloop naar de rivieroever bloemrijk, in juli zijn hier diverse bijensoorten gevonden. Figuur 25. Paardenbloemen op de dijk van de IJsselkade in april. Foto Frank van der Meer. Bijen In dit terrein, met name op de dijk, zijn zeven bijensoorten van de Rode lijst gevonden: weidebij Andrena gravida, donkere klaverzandbij Andrena labialis, geelstaartklaverbij Andrena wilkella, bonte wespbij Nomada bifasciata, roodsprietwespbij Nomada fulvicornis, smalbandwespbij Nomada goodeniana en ranonkelbij Chelostoma florisomne. Beheer De berm van de IJsselkade tussen weg en fietspad wordt beheerd als bloemgras. Soms een wijziging van twee keer per jaar maaien en ruimen naar één keer per jaar maaien en ruimen. Er is in het verleden wel meer op gewezen dat groepen bloeiende planten moeten blijven staan. De dijk wordt eens per jaar gemaaid. De bovenkant van de dijk en de berm tussen voetpad en fietspad worden frequent gemaaid en beheerd als gazon. afvoeren. Dit het volgende jaar op de delen doen waar dit niet gebeurd is. Af en toe een jaar helemaal niet maaien. Dijk Op het gedeelte tussen spoorbrug en Perenstraat het beheer van jaarlijks hooien grotendeels voortzetten. Het overige deel verschralen door deels een vroege (mei) maaibeurt, 50% van de lengte in blokken van m en volgend jaar de andere blokken een vroege maaibeurt. In het uiteindelijke beheer jaarlijks 10% in verspreide delen niet maaien, die stukken het volgende jaar wel maaien en andere laten staan. Niet voor de bijen, maar voor b.v. vlinders als bruin zandoogje en St Jansvlinder. Indien de afrasteringspalen vervangen dienen te worden geen geïmpregneerde palen gebruiken en de nieuwe palen naast de oude bevestigen, de oude laten staan. Figuur 26. Tijm in de berm van de IJsselkade in juni. Foto Erik van der Spek. Beheeradviezen Bermen weerskanten voetpad Bij voorkeur deze bermen gefaseerd maaien zodat bijen kunnen uitwijken naar delen waar nog wel klavers en paardenbloemen bloeien. Overigens kan kort gras in de zon wel een goede nestlocatie zijn. Kruidenrijke berm De kruidenrijke berm naast de weg onder schrale omstandigheden laat maaien en afvoeren en 10% tot volgend jaar laten staan. Onder voedselrijke omstandigheden een extra gefaseerde beurt van maaien en afvoeren of een gedeelte na de heftigste grasgroei maaien en Figuur 27. Aardaker op de dijk van de IJsselkade in juni. Foto Erik van der Spek. Wilde bijen in Deventer

30 6.3 Jan Luykenkolk Terreinbeschrijving De Jan Luykenkolk (Ac. 205/ ) is een park met twee waterpartijen (kolken). Nummer 2 op de kaart op pag. 9. Geïnventariseerde deel ca. 5, 5 ha. Aan de noordwestkant van de grote kolk is een helling, zuid geëxponeerd, die mogelijkheden biedt om te nestelen. Aan de oostkant ook hellingen, met bijennesten. Hellende oppervlakken zijn relatief droog en vangen veel zonnestralen wanneer ze op het zuiden liggen, ideaal voor bijen om te nestelen. In de struikenrand een ruig hoekje met kale grond en klimopereprijs (Fig. 31), waarop dwergzandbijen vlogen. Bloemen Langs de beide kolken aan de zuidkant staan enkele wilgenstruwelen. Ook staan er verspreid langs de grote plas enkele treurwilgen. Wilgen zijn erg belangrijk voor de vroege voorjaarsbijen. In de gazons rond de grote kolk alleen madeliefje, paardenbloem en kleine ooievaarsbek. Het grasland rondom de kleine kolk is bloemrijk en daardoor bijenrijk (Fig. 32). Een populatie gewone ereprijs Fig. 28) is belangrijk voor de ereprijszandbij Andrena labiata, de gastheer van één van de zeldzaamste bijen in Deventer: gedrongen wespbij Nomada guttulata. Aan de westkant in mei een flink plakkaat vogelmelk, dat niet was mee gemaaid. Trok veel bijen. Figuur 28. Kaart van de Jan Luykenkolk. Bijen Dit terrein is rijk aan bijen, er zijn 50 soorten aangetroffen, het meeste van de acht terreinen in Deventer. Hierrvan staan tien soorten in de Rode lijst, meer dan in de andere terreinen. De meeste daarvan zijn gevonden in het bloemrijke, oostelijke deel rond de kleine kolk: weidebij Andrena gravida, grijze rimpelrug Andrena tibialis, zesvlekkige groefbij Lasioglossum sexnotatum, tuinbladsnijder Megachile centuncularis, roodsprietwespbij Nomada fulvicornis, smalbandwespbij Nomada goodeniana, gedrongen wespbij Nomada guttulata (Fig. 30), blauwe metselbij Osmia caerulescens, variabele wespbij Nomada zonata en bosbloedbij Sphecodes ephippius. In de helling in het oostelijke deel zit een kleine kolonie van de grijze zandbij Andrena vaga. Dankzij het voorkomen van de grote kattenstaart en de grote wederik zijn er populaties van de kattenstaartdikpoot Melitta nigricans en de slobkousbij Macropis europaea. Figuur 29. Jan Luykenkolk, gewone ereprijs. Foto Jan Smit. De bloemrijke begroeiing langs de waterkant in juli en augustus bevat o.a. grote wederik, grote kattenstaart en Canadese guldenroede. In de struikenrand langs de flat staat Diervilla rivularis een struik die in juli veel honingbijen en hommels trok. 28 Figuur 30. Gedrongen wesspbij (Nomada guttulata). Foto Gerard Scholte. Wilde bijen in Deventer 2012

31 Beheeradviezen Indien de wilgen gesnoeid moeten worden, deze gefaseerd afzetten, geen kaalslag in één jaar, liefst 3-jaarlijkse cyclus. Grasland bij kleine kolk en langs de hoofdwegen: zoveel mogelijk één jaarlijkse maaibeurt en dan 10% in verspreide delen niet maaien, die stukken het volgende jaar wel maaien. Indien het beheer van twee maal per jaar maaien en afvoeren wordt voortgezet dit faseren in niet te grote stukken en de maaitijd aanpassen aan het feitelijke groeiseizoen en 10% van de oppervlakte per jaar niet maaien. Figuur 31. Jan Luykenkolk, kale grond en klimopereprijs, beide belangrijk voor bijen. Foto Frank van der Meer. Beheer Rond de Kleine Jan Luykenkolk wordt al tien jaar het gras als laag bloemgras beheerd, een keer per jaar maaien en afvoeren. In het gras worden wandelstroken gemaaid. De gazons rond de grote Jan Luykenkolk worden frequent gemaaid. Grasland rond de grote kolk: zo mogelijk het gazon gefaseerd maaien 50% per maaibeurt in verspreid liggende stukken. Dan blijft er altijd een deel beschikbaar waar witte klaver en paardenbloem bloeien kan. Voor de soorten die in holtes nestelen zou (kunstmatige) nestgelegenheid een goede aanvulling zijn. In de bermen van de Roland Holstlaan en de Zwolse weg zou een graslandbeheer zoals langs de kleine kolk kunnen plaatsvinden. Figuur 32. Het bloemrijke grasland rond de kleine Jan Luykenkolk in mei, domein voor veel bijensoorten. Foto Jan Smit. Wilde bijen in Deventer

32 6.4 Oostriklaan Terreinbeschrijving De Oostriklaan (Ac /474) is te verdelen in een stuk noordelijk van het spoor en een stuk zuidelijk. Nummer 3 op de kaart op pag. 10. Afmeting van het geïnventariseerde deel 0,5 ha. Zuidelijke deel De oostkant is een winkelcentrum. Aan de westkant is naast het sportcentrum een rijtje struiken en een bloemrijk grasveld (Fig. 34), waar overigens bebouwing gepland is. Tussen de parkeerplekken zijn kleine, bloemrijke veldjes (Fig. 39). Noordelijke deel De oostkant is een heel smalle berm, begrensd met een beukenhaag, daarachter grasvelden van de flats, met bloemperken, o.a. lavendel met in juli veel hommels en honingbijen. Aan de westkant bij de parkeerplaats een ruig stukje, verderop veel gemaaide gazons op enigszins heuvellig terrein, tussen de flats (Fig. 38). Dit terrein is eigendom van een projectontwikkelaar. Naast de rotonde bij de Vlinderparkweg is een zeer bloemrijk veld (Fig 35). Hier zijn ook delen met een vrij lage begroeiing en wat open grond, potentiële nestgelegenheid voor bodemnestelaars. Bloemen Zuidelijke deel Struikenrij met voor bijen belangrijke struiken als meidoorn en roosachtige (Fig. 36 en 37), met ondergroei van stinkende gouwe, fluitenkruid. Bloemrijke, kleine veldjes tussen de parkeerplaatsen met scherpe boterbloem, margriet en later rolklaver, rode klaver en duizendblad. Het grote veld naast het sportcentrum in juni zeer bloemrijk: rode en witte klaver, margriet, Fig. 33. Kaart van de Oostriklaan, Rode arcering = onderzochte gebied. Blauw gearceerd is later ook onderzocht biggenkruid, akkerdistel, bont kroonkruid, jacobskruiskruid. Noordelijke deel Ondergroei in de struiken net boven het station van ooievaarsbek, veel bezocht door hommels. In één van de gazons is een perk met o.a. koekoeksbloem, madelief, ooievaarsbek, paardenbloem en vergeet-mij-niet. Toch weinig bijen hier. Naast de rotonde bij de Vlinderparkweg een zeer bloemrijk veld, met zeer veel rode klaver, witte Figuur 34. Bloemrijk grasland naast het sportcentrum. Foto Jan Smit. Figuur 35. Bloemrijk grasland naast rotonde. Foto Erik van der Spek. 30 Wilde bijen in Deventer 2012

33 klaver, rolklaver, biggenkruid, kroonkruid, rolklaver, kleine klavers, etc. Figuur 36 en 37. Oostriklaan Bloeiende meidoorn. Foto Jan Smit. Bloeiende roos. Foto Frank van der Meer. Beheer De gazons en de bermen van het noordelijke deel worden veelvuldig gemaaid. De bloemrijke graslanden worden eind juni / begin juli gemaaid. Beheeradviezen Bloemrijke graslanden: Zo veel mogelijk één late, jaarlijkse maaibeurt en dan 10% in verspreide delen niet maaien, die stukken het volgende jaar wel maaien. Wanneer vaker gemaaid moet worden dan faseren in niet te grote stukken en de maaitijd aanpassen aan het feitelijke groeiseizoen. Bramen in ondergroei van plantsoen met bomen en struiken deels handhaven. De gazons bij voorkeur gefaseerd maaien zodat bijen kunnen uitwijken naar delen waar nog wel klavers en paardenbloemen bloeien. Voor de soorten die in holtes nestelen zou kunstmatige nestgelegenheid een goede aanvulling zijn. Bijen In de Oostriklaan zijn twee soorten van de Rode lijst gevonden: lathyrusbij Chalicodoma ericetorum en zesvlekkige groefbij Lasioglossum sexnotatum. Op het bloemrijke grasland naast het sportcentrum bevinden zich kolonies van de pluimvoetbij Dasypoda hirtipes, matte bandgroefbij Lasioglossum leucozonium, grote roetbij Panurgus banksianus en kleine roetbij Panurgus calcaratus, die allemaal stuifmeel verzamelen op de biggenkruiden. Nadat begin juli alles gemaaid was, zijn er van deze bijen niet of nauwelijks nog exemplaren gevonden. Figuur 39. Bloemrijk veldje tussen de parkeerplaatsen bij het sportcentrum. Foto Jan Smit. Figuur 38. Oostriklaan, gazons tussen de flats, nauwelijks interessant voor bijen. Foto Jan Smit. Wilde bijen in Deventer

34 6.5 Oude begraafplaats Terreinbeschrijving De oude begraafplaats (Ac /475) is ongeveer 1,5 ha groot. Nummer 4 op de kaart op pag. 9. De oudste bomen zijn als solitair opgegroeid, in de loop der jaren is daar allerlei houtopslag tussen ontstaan. Het grootste aaneengesloten groene element is het bosgedeelte op het achterste stuk van de begraafplaats. Hier ligt slechts een zeer klein aantal graven verspreid. Het groen heeft hier een natuurlijke functie, waarbij het bos met een struikachtige rand overgaat in de kruidlaag langs de paden. Over de gehele begraafplaats is loofhoutopslag van vlier, prunus en esdoorn. Het terrein is in het vroege voorjaar redelijk licht op een aantal plekken, later in het jaar is het door het bladerdek van de bomen nogal donker. Bloemen In het vroege voorjaar veel holwortel (Fig. 40 en 42) met een beetje scylla en sneeuwroem. In mei veel bloei van donkere ooievaarsbek, overblijvende ossetong (Fig. 41), gewone ereprijs. In juni biggenkuid. Langs het achterste pad groeit een flinke pluk heggenrank, er is geen heggenrankbij (Andrena florea) gevonden. Figuur 40. Oude begraafplaats in maart. Foto Jan Smit. Beheer Oude Begraafplaats, is sinds 1995 in beheer bij de Stichting Oude Begraafplaatsen Deventer en de stichting Natuur Anders heeft sinds die tijd het groen onderhoud gedaan. Het beheer is erop gericht de natuur zoveel mogelijk zijn gang te laten gaan, opslag van struiken en bomen wordt niet verwijderd. Beheeradviezen Voorkomen dat de open stukken dicht groeien met struiken. Struikenopslag weg halen en eens per jaar maaien, liefst laat in het seizoen. Maaisel afvoeren. Voor de holtenestelaars zou kunstmatige nestgelegenheid een goede aanvulling zijn. Wanneer dode bomen kunnen blijven staan is dit een goed alternatief. Indien vanwege de veiligheid dode bomen geveld zouden moeten worden verdiend inkorten tot een veilige hoogte, b.v. drie meter, de voorkeur. Maar ook stamstukken van een meter of iets meer laten staan is al nuttig. Figuur 41. Overblijvense ossetong. Foto Jan Smit. Bijen Op de Oude begraafplaats zijn twee soorten van de Rode lijst gevonden: zesvlekkige groefbij Lasioglossum sexnotatum en de tuinbladsnijder Megachile centuncularis. Dit terrein is in het voorjaar echt hommelland, er vlogen koninginnen van veel exemplaren en soorten. Later in het jaar (juli) echter nauwelijks nog, te weinig geschikte bloemen. Figuur 42. In maart veel holwortel. Foto Frank van der Meer. 32 Wilde bijen in Deventer 2012

35 6.6 Rijsterborgherpark Figuur 43. Kaart van het Rijsterborgherpark, inclusief een stukje park ten zuid-westen van de Singel. Terreinbeschrijving Het Rijsterborgherpark (Ac ) is een traditioneel stadspark, met een waterpartij, veel grasvelden, bomen en struikenpartijen (veelal uitheemse soorten). Nummer 5 op de kaart op pag. 9. Het wordt intensief gebruikt door het publiek. Het geïnventariseerde deel is ruim 4,5 ha groot. Op plekjes waar struiken gerooid zijn, ruige stukjes met bloemen en kale grond. In het aan het park hangende stuk aan de overkant van de Singel, is een helling langs het Hovenpad met zuidwest-expositie, met open plekjes en tamelijk kruidenrijk (Fig. 44). Vlak bij de woonhuizen is een kleine ruigte met open plekken en wilde planten, die in juli meteen 4 soorten bijen opleverde, die niet in de rest van het park gevonden zijn. Figuur 44. Rijsterborgherpark, helling langs het Hovenpad, hier nestelt o.a. Lasioglossum sexnotatum. Foto Frank van der Meer. Wilde bijen in Deventer 2012 Figuur 45. Rijsterborgherpark in maart, veld met sneeuwroem. Foto Jan Smit. Bloemen In het vroege voorjaar veel helmbloem, scylla s, sneeuwroem (Fig. 45) en weidegeelster. In april stonden hier en daar de paardenbloemen massaal in bloei (Fig. 46), deze plant is een belangrijke stuifmeelleverancier voor veel bijen. In het oostelijk deel van het park, meer naar het station toe, groeit op wat beschaduwde plekken massaal een cultivar van de gele dovenetel, die door veel hommels werd bezocht. In juni veel gewone ereprijs en overblijvende ossetong. Na het voorjaar is het grootste gedeelte van het park niet erg interessant meer voor bijen, slechts wat witte klaver (Hommel, honingbij). Alleen een smalle zoom langs de vijvers is nog begroeid met bloeiende planten: zoals kamille en wolfspoot (Fig. 47). Naar het westen toe is een steile, ruige oever, met o.a. braam, harig wilgenroosje, canadese guldenroed, etc. Hier wel enkele wilde bijen. 33

De Groene Long Bij-vriendelijk-er. sturen op meer micromilieus

De Groene Long Bij-vriendelijk-er. sturen op meer micromilieus De Groene Long Bij-vriendelijk-er sturen op meer micromilieus Groene Long Paspoort Groene Wijk uit 1975: 35 jaar bos/groenontwikkeling Grootste aantal bewoners: 13.000 > hoogste waardering voor groen Gehele

Nadere informatie

Ze gaat op zoek naar een holletje onder de grond op een droge plaats om er een nest te starten.

Ze gaat op zoek naar een holletje onder de grond op een droge plaats om er een nest te starten. De hommel Hommels kunnen tot 60% van hun lichaamsgewicht aan stuifmeel meedragen. In de vroege lente ontwaakt de hommelkoningin en verlaat haar ondergrondse schuilplaats. Ze gaat op zoek naar een holletje

Nadere informatie

Bijen in Stappengoor Inventarisatie van de wilde bijen op de wilgen

Bijen in Stappengoor Inventarisatie van de wilde bijen op de wilgen Bijen in Stappengoor Inventarisatie van de wilde bijen op de wilgen Jens Bokelaar s-hertogenbosch, 25 juni 2016 Bijen in Stappengoor 5 Opdrachtgever: Auteur: Marcel Horck Jens Bokelaar Omslagfoto: Wimperflankbij

Nadere informatie

Voorjaarsweekend Tuinplezier EEN TUIN VOL LEVEN. De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht maart 2017.

Voorjaarsweekend Tuinplezier EEN TUIN VOL LEVEN. De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht maart 2017. Voorjaarsweekend Tuinplezier EEN TUIN VOL LEVEN De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht 11-12 maart 2017 Bijen in de tuin www.denederlandsebijen.nl Arie Koster Wat zijn bijen - Insecten zijn dieren

Nadere informatie

Iets over mijzelf. Wilde Bijen. Dit zijn wel bijen. Wat zijn bijen en wat niet? Honingbij. Goudwesp. Zweefvlieg. Sluipwesp Zweefvlieg

Iets over mijzelf. Wilde Bijen. Dit zijn wel bijen. Wat zijn bijen en wat niet? Honingbij. Goudwesp. Zweefvlieg. Sluipwesp Zweefvlieg Iets over mijzelf Wilde Bijen Frans van Alebeek februari 2013 Onderzoek Bijen & Bloemen in de stad (Lelystad) Wat zijn bijen en wat niet? Dit zijn geen bijen Zweefvlieg Goudwesp Sluipwesp Zweefvlieg Zweefvlieg

Nadere informatie

Bijen en hun leefomgeving. Lezing door Arie Koster d.d

Bijen en hun leefomgeving. Lezing door Arie Koster d.d Bijen en hun leefomgeving Lezing door Arie Koster d.d. 14-11-2013 Inhoud presentatie - Wat zijn bijen - Indeling bijen - Herkenning wilde bijen - Wilde bijen in stedelijk gebied - Groenbeheer voor bijen

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016. Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016. Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was een heel aangename dag, maar er was minder te zien dan ik had gehoopt/verwacht. Twee dagen eerder waren we in de Hortus

Nadere informatie

Bijenhoudersvereniging St Ambrosius Boxtel

Bijenhoudersvereniging St Ambrosius Boxtel januari In deze maand zijn de hommelkoninginnen nog in hun winterslaap. februari Op een warme dag komt een hommelkoningin uit haar schuilplaats en gaat op zoek naar voedsel. Als het kouder wordt moet ze

Nadere informatie

Veldbezoeken Het gebied is op 16 juli 2014 bezocht door Menno Reemer (EIS) samen met Hendrik Baas (gemeente Zoetermeer).

Veldbezoeken Het gebied is op 16 juli 2014 bezocht door Menno Reemer (EIS) samen met Hendrik Baas (gemeente Zoetermeer). Bijenvraagbaak casus 1: Zoetermeer Westerpark Menno Reemer (EIS Kenniscentrum Insecten) & Robbert Snep (Alterra) 6 oktober 2014 Vraagsteller: Hendrik Baas (Gemeente Zoetermeer) Gebied: Zoetermeer, Westerpark,

Nadere informatie

Wilde bijen in de betuwe

Wilde bijen in de betuwe Wilde bijen in de betuwe Arie Koster Wellantcollege Houten Lector Bijenbeheer en bijenvriendelijke tuinen Wellantcollege laat de bijen zoemen www.denederlandsebijen.nl Arie Koster Welke factoren bepalen

Nadere informatie

Bijen en Landschapsbeheer

Bijen en Landschapsbeheer Bijen en Landschapsbeheer Hoe maken we het landschap bijenvriendelijk Wat betekent dat voor de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster -- www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

Bijen en volkstuinen

Bijen en volkstuinen Bijen en volkstuinen Hoe maken we volkstuinen bijenvriendelijk Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster Voor meer informatie Voor planten voor bijen, vlinders en andere bloembezoekers www.drachtplanten.nl

Nadere informatie

Wilde bijen in Amsterdam 2000 en 2014

Wilde bijen in Amsterdam 2000 en 2014 Wilde bijen in Amsterdam 2000 en 2014 Ontwikkeling van de bijenpopulatie in relatie met beheer Arie Koster Ga voor de Amsterdamse bijen naar: www.denederlandsebijen.nl Inhoud presentatie Een korte terugblik

Nadere informatie

Bermenplan Assen. Definitief

Bermenplan Assen. Definitief Definitief Opdrachtgever: Opdrachtgever: Gemeente Assen Gemeente Mevrouw Assen ing. M. van Lommel Mevrouw M. Postbus van Lommel 30018 Noordersingel 940033 RA Assen 9401 JW T Assen 0592-366911 F 0592-366595

Nadere informatie

Workshop. Bijenhotel

Workshop. Bijenhotel Workshop Bijenhotel 1 Blauwe ertsbij 2 Kleine roetbij Wespbij Zweefvlieg - grote ogen - 1 paar vleugels 3 - korte antennes 4 Bij of Wesp? Bijen - Stuifmeel en nectar (larvenvoedsel) - Verzamelapparaat

Nadere informatie

(Ge)wilde bijen monitoren! Bijen in het algemeen. Geleedpotigen. Bijen, wespen en vliegen. Dezelfde soort? Waar gaan we het over hebben vanavond?

(Ge)wilde bijen monitoren! Bijen in het algemeen. Geleedpotigen. Bijen, wespen en vliegen. Dezelfde soort? Waar gaan we het over hebben vanavond? Waar gaan we het over hebben vanavond? over bijen in het algemeen en : waarom monitoren? wáár vind je bijen? En hoe kun je ze helpen? (Ge)wilde bijen monitoren! welke soorten doen mee? en wat valt er over

Nadere informatie

Donkere rimpelrug (Andrena bimaculata) in roggeakkers op de Duivelsberg

Donkere rimpelrug (Andrena bimaculata) in roggeakkers op de Duivelsberg Donkere rimpelrug (Andrena bimaculata) in roggeakkers op de Duivelsberg Jochem Kühnen, Beek Ubbergen, oktober 2010 Inleiding 22 Maart 2009 zag ik voor het eerst het massale optreden van wat later Andrena

Nadere informatie

Van veenweidegebied tot bijenlandschap. Menno Reemer

Van veenweidegebied tot bijenlandschap. Menno Reemer Van veenweidegebied tot bijenlandschap Menno Reemer Hoeveel soorten bijen komen er in Nederland voor? Foto s Roy Kleukers Foto Roy Kleukers Honingbij Honingbij, een apart geval Foto Roy Kleukers Sociale

Nadere informatie

BIJEN IN LEEUWARDEN. Thijs Gerritsen & Bart Franken

BIJEN IN LEEUWARDEN. Thijs Gerritsen & Bart Franken BIJEN IN LEEUWARDEN Thijs Gerritsen & Bart Franken Wat komt er aan bod? o Even voorstellen o Bijen: wat zijn dat? o De mens en de bijen Intermezzo Akte 2 o De Leeuwarder bijen o Resultaten en conclusies

Nadere informatie

Verslag inventarisatie bijen en angeldragende wespen (Hymenoptera: Aculeata) in Westduinpark en Bosjes van Poot 2015

Verslag inventarisatie bijen en angeldragende wespen (Hymenoptera: Aculeata) in Westduinpark en Bosjes van Poot 2015 Verslag inventarisatie bijen en angeldragende wespen (Hymenoptera: Aculeata) in Westduinpark en Bosjes van Poot 2015 Martijn Kos Resultaten In totaal werden er in de periode van 8 maart 2015 tot en met

Nadere informatie

Wilde bijen in en rond Leiden

Wilde bijen in en rond Leiden Wilde bijen in en rond Leiden Welke bijen mogen we in onze streek verwachten? http://www.denederlandsebijen.nl/bijenperregio/leiden/index.htm Arie Koster (bijenmakelaar, stadsecoloog, specialist bijenbeheer)

Nadere informatie

Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen

Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen 1. Inleiding In het dichtbebouwde Vlaanderen zijn bermen overal te vinden. Meestal vervullen ze een vrij belangrijke ecologische rol,

Nadere informatie

Wanneer God, Mozes vanuit de brandende braamstruik roept en hem de opdracht geeft om zijn volk uit Egypte te leiden, dan geeft Hij ook aan wat het

Wanneer God, Mozes vanuit de brandende braamstruik roept en hem de opdracht geeft om zijn volk uit Egypte te leiden, dan geeft Hij ook aan wat het Wilde bijen en zo. Daar gaat het over vanmorgen. De bijbelgedeelten die we hebben gelezen gaan eigenlijk ook over wilde bijen. Dat waren in het wild levende honingbijen. Wij hebben het vanmorgen over wilde

Nadere informatie

Voorjaarsweekend Tuinplezier EEN TUIN VOL LEVEN. De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht maart Drachtplanten - Bijenplanten

Voorjaarsweekend Tuinplezier EEN TUIN VOL LEVEN. De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht maart Drachtplanten - Bijenplanten Voorjaarsweekend Tuinplezier EEN TUIN VOL LEVEN De Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht 11-12 maart 2017 Drachtplanten - Bijenplanten planten voor bijen, vlinders en andere bloembezoekers Deze

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 De bijen van Nederland

Hoofdstuk 4 De bijen van Nederland Hoofdstuk 4 De bijen van Nederland Er zijn in ons land gegevens verzameld over meer dan 350 soorten bijen. Daaruit blijkt dat het met veel soorten niet echt goed gaat. Om een beeld te geven van de grote

Nadere informatie

De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen.

De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen. De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen. Tekeningen Ciel Broeckx, juni 2010. 1 De Europese Unie heeft in 2002 afgesproken om het verlies aan biodiversiteit

Nadere informatie

Verwacht en uiteindelijk gevonden in de Gelderse Poort: de broedparasieten Nomada armata en Nomada sexfasciata (Hymenoptera: Apidae)

Verwacht en uiteindelijk gevonden in de Gelderse Poort: de broedparasieten Nomada armata en Nomada sexfasciata (Hymenoptera: Apidae) 36 entomologische berichten Verwacht en uiteindelijk gevonden in de Gelderse Poort: de broedparasieten Nomada armata en Nomada sexfasciata (Hymenoptera: Apidae) TREFWOORDEN Broedparasitisme, faunistiek,

Nadere informatie

1 NAtuur & Milieu help de bijen! help de bijen! PLAATS EEN NATUUR & MILIEU BIJENHOTEL

1 NAtuur & Milieu help de bijen! help de bijen! PLAATS EEN NATUUR & MILIEU BIJENHOTEL 1 NAtuur & Milieu help de bijen! help de bijen! PLAATS EEN NATUUR & MILIEU BIJENHOTEL Bijen hebben het moeilijk in ons land. Natuur & Milieu wil ze daarom samen met bedrijven en organisaties de helpende

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 april Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 april Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 april 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Dit verslag is oud nieuws. We waren een paar weken afwezig, daardoor was ik gescheiden van mijn computer en moest dit

Nadere informatie

Bijenhotels in de publieke ruimte

Bijenhotels in de publieke ruimte Arie Koster Bijenhotels in de publieke ruimte In Groen (Koster, 2013) is al eerder aangegeven, dat wilde bijen meer aandacht verdienen bij het groenen landschapsbeheer. Hoewel het in tegenstelling tot

Nadere informatie

Bijen en biodiversiteit in tuinen

Bijen en biodiversiteit in tuinen Bijen en biodiversiteit in tuinen Hoe maken we natuurvriendelijke tuinen die ook geschikt zijn voor bijen Arie Koster Voor voorbeelden van bijenvriendelijke milieus, bijenhotels en een bijenkalender zie:

Nadere informatie

Bijen en wespen van De Maashorst. Pieter van Breugel

Bijen en wespen van De Maashorst. Pieter van Breugel Bijen en wespen van De Maashorst Pieter van Breugel Een roodharige wespbij wordt verjaagd door een rode bosmier. Colofon Uitgegeven door: Auteur: Foto s: Opmaak: Redactie: Wijze van citeren: Natuur- en

Nadere informatie

Blije bijen ontdekkingsroute

Blije bijen ontdekkingsroute Blije bijen ontdekkingsroute Handleiding vragen 1. Het vertrekpunt: START Vragen over de honingbij 2. De wandeling Vragen over de drie bijencategorieën: honingbijen, wilde bijen en hommels. Wilde bij Hommel

Nadere informatie

Nieuwsbrief» Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. nummer 2 april 2012. Metselbijen

Nieuwsbrief» Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. nummer 2 april 2012. Metselbijen Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. Nieuwsbrief» nummer 2 april 2012 Het jaar 2012 is het jaar van de bever, van de das, van de historische buitenplaatsen, van de draak en van nog een

Nadere informatie

Bijen en fauna-akkers. Wim Veraghtert & Jens d Haeseleer Natuurpunt Studie

Bijen en fauna-akkers. Wim Veraghtert & Jens d Haeseleer Natuurpunt Studie Bijen en fauna-akkers Wim Veraghtert & Jens d Haeseleer Natuurpunt Studie Bijen en fauna-akkers Wilde bijen, een korte inleiding Het fauna-akkerproject met RL De Voorkempen: onderzoeksvragen en resultaten

Nadere informatie

Begin van een hobby (1983)

Begin van een hobby (1983) Wilde Bijen Frans van Alebeek april 2011 Voor de KNNV afdeling Lelystad Begin van een hobby (1983) Vosje (Andrena fulva) Signaalbij (Nomada signata) Grote wolzwever (Bombylus major) Insecten in Nederland

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was een mooie dag, meestal zonnig en soms bewolkt. Er stond wel een stevige wind, maar al met al was het een dag waarop

Nadere informatie

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen Suchmann Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen Wanneer: Dinsdagmiddag 6-13-20 & 27 april De kinderen worden in groepjes verdeeld van 3 of 4 kinderen. Ieder groepje krijgt een onderwerp toebedeeld

Nadere informatie

INSECTEN. werkboekje

INSECTEN. werkboekje INSECTEN werkboekje 20 maart 2009 Dag lieve kleine vlinder Waar vlieg je toch naartoe? Breng jij misschien de eitjes weg, ben jij nu al moe? Jouw eitjes worden rupsjes. die groeien heel erg vlug. ook krijgen

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, donderdag 20 april Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, donderdag 20 april Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, donderdag 20 april 2017 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was donderdag de 20 ste een stuk aangenamer dan de dinsdag ervoor en dus koerste ik al fietsend weer richting De

Nadere informatie

ADVIEZEN VOOR EEN BIJENRIJKER SINGELPARK. Menno Reemer (EIS Kenniscentrum Insecten) Robbert Snep (Alterra) Augustus 2015 INLEIDING

ADVIEZEN VOOR EEN BIJENRIJKER SINGELPARK. Menno Reemer (EIS Kenniscentrum Insecten) Robbert Snep (Alterra) Augustus 2015 INLEIDING ADVIEZEN VOOR EEN BIJENRIJKER SINGELPARK Menno Reemer (EIS Kenniscentrum Insecten) Robbert Snep (Alterra) Augustus 2015 INLEIDING De gemeente Leiden werkt aan de inrichting van een ringvormig stadspark

Nadere informatie

Argusvlinder Lasiommata megera

Argusvlinder Lasiommata megera Argusvlinder Lasiommata megera Angelique Belfroid Mijn eerste ervaring met de Argusvlinder was een aantal jaren geleden in de Vlietepolder op Noord-Beveland. Terwijl ik over de onverharde weg liep, vlogen

Nadere informatie

Bijen in Appèlbergen Anne Jan Loonstra

Bijen in Appèlbergen Anne Jan Loonstra Bijen in Appèlbergen Anne Jan Loonstra Inleiding Appèlbergen is een gebied waar ik sinds een jaar of vijf regelmatig kom om er bijen, wespen en vliegen te bestuderen. Het afgelopen jaar heb ik zeer frequent

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 19 april Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 19 april Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 19 april 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Eindelijk was het weer eens een zonnige dinsdag, de temperatuur was aangenaam en er was redelijk veel te zien op de tuinen.

Nadere informatie

Bijenmonitoren docentendeel

Bijenmonitoren docentendeel Bijenmonitoren docentendeel De doelen van deze les zijn: -Leerlingen kennen de kenmerken van een insect. -Leerlingen kunnen bijen van andere insecten onderscheiden. -Leerlingen kunnen werken met de zoekkaart

Nadere informatie

Den Haag Bij voorbeeld. Initiatiefvoorstel voor bijvriendelijk handelen

Den Haag Bij voorbeeld. Initiatiefvoorstel voor bijvriendelijk handelen Den Haag Bij voorbeeld Initiatiefvoorstel voor bijvriendelijk handelen Inleiding Bijensterfte neemt wereldwijd en in Nederland alarmerend toe. Door het grootschalige gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen

Nadere informatie

Solitaire bijen determineren

Solitaire bijen determineren Solitaire bijen determineren Door Dries Laget Faculteit WETENSCHAPPEN Vakgroep: BIOCHEMIE, FYSIOLOGIE en MICROBIOLOGIE Laboratorium voor Zoöfysiologie Krijgslaan, 281 S33, B 9000 GENT Tel. 09 2644929 Fax

Nadere informatie

Boeren voor bijen. Bijensymposium 22 oktober 2011. Pieter Verdonckt inagro vzw

Boeren voor bijen. Bijensymposium 22 oktober 2011. Pieter Verdonckt inagro vzw Boeren voor bijen Bijensymposium 22 oktober 2011 Pieter Verdonckt inagro vzw Pollen en nectar in het landbouwlandschap Wat kan je als landbouwer doen voor bijen? Opzet experimentele pollen en nectarranden

Nadere informatie

Bijen en hommels. Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan

Bijen en hommels. Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan KB6 Tijdsinvestering: 45 minuten 1/2 3/4 5/6 7/8 lente zomer herfst winter Bijen en hommels Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan 1. Inleiding: hommels en bijen worden

Nadere informatie

Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen?

Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen? Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen? EEN PLUSPUNT VOOR DE NATUUR Bijen in nood We horen steeds vaker dat bijen massaal verdwijnen. Bijenkast na bijenkast staat leeg. Niet alleen honingbijen boeren

Nadere informatie

De bij is de soort van het jaar 2011 Scholenprogramma. Ecotreffen 2011

De bij is de soort van het jaar 2011 Scholenprogramma. Ecotreffen 2011 De bij is de soort van het jaar 2011 Scholenprogramma Ecotreffen 2011 1 To bee or not to bee? Bij enhotels.nl Blauwe ertsbij Maskerbij Zweefvlieg 2 Wespbij 2 Soorten bijen In Vlaanderen leven meer dan

Nadere informatie

Dagpauwoog Hoe ziet hij eruit? Wanneer vliegt hij? Waar kun je hem vinden? Waar leven de rupsen? Atalanta

Dagpauwoog Hoe ziet hij eruit? Wanneer vliegt hij? Waar kun je hem vinden? Waar leven de rupsen? Atalanta Je hebt vast wel eens een vlinder gezien. Maar heb een vlinder wel eens goed bekeken? Weet je welke planten een rups lekker vindt? En weet je het verschil tussen dagvlinders en nachtvlinders? De vlinders

Nadere informatie

Vrij Technisch Instituut Grote Hulststraat Tielt tel fax

Vrij Technisch Instituut Grote Hulststraat Tielt tel fax De houten onderdelen van het insectenhotel zijn machinaal gemaakt door leerlingen van VTI Tielt. Hieronder beschrijven we de belangrijkste stappen bij het maken van de onder- en bovenplank en de zijplanken

Nadere informatie

Wilde bijen in natuur- en groenbeheer. Ivo Raemakers Menno Reemer

Wilde bijen in natuur- en groenbeheer. Ivo Raemakers Menno Reemer Wilde bijen in natuur- en groenbeheer Ivo Raemakers Menno Reemer 1 Waarom bijen? Rode Lijst: veel soorten bedreigd Functie in ecosysteem: belangrijke bestuivers Indicator voor natuurbeheer en natuurkwaliteit

Nadere informatie

Hoe maken we bijenhotels?

Hoe maken we bijenhotels? Hoe maken we bijenhotels? Voor welke bijen doen we dat? Welke bijen mogen we in onze streek verwachten? Op welke planten vliegen deze bijen? Welke factoren bepalen of bijen wel of niet komen? Welke materialen

Nadere informatie

Bijen in Leuven. De natuur heeft je nodig. En vice versa. RAPPORT Natuur.studie nummer 17 2014. Jens D Haeseleer

Bijen in Leuven. De natuur heeft je nodig. En vice versa. RAPPORT Natuur.studie nummer 17 2014. Jens D Haeseleer Bijen in Leuven RAPPORT Natuur.studie nummer 17 2014 Jens D Haeseleer De natuur heeft je nodig. En vice versa. Wilde bijen in Leuven Onderzoek naar voorkomen van wilde bijensoorten in het Leuvense stadscentrum

Nadere informatie

Wilde bijen in Amsterdam Zuid

Wilde bijen in Amsterdam Zuid Wilde bijen in Amsterdam Zuid Een inventarisatie van wilde bijen in het openbaar groen van stadsdeel Zuid A. Koster F.A.L. Nieuwenhuis Augustus 2014 In opdracht van Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Zuid Woord

Nadere informatie

2010 WILDE BESTUIVERS IN APPEL- EN PERENBOOMGAARDEN IN DE BETUWE MENNO REEMER & DAVID KLEIJN

2010 WILDE BESTUIVERS IN APPEL- EN PERENBOOMGAARDEN IN DE BETUWE MENNO REEMER & DAVID KLEIJN 2010 WILDE BESTUIVERS IN APPEL- EN PERENBOOMGAARDEN IN DE BETUWE MENNO REEMER & DAVID KLEIJN Stichting EIS-Nederland, Leiden Alterra, Wageningen Met medewerking van: Bureau Ecologica, Maarheeze Wilde

Nadere informatie

Angeldragers Honingbij Solitairebij Hommel Wesp

Angeldragers Honingbij Solitairebij Hommel Wesp Insecten Angeldragers Honingbij - Geel en bruin van kleur - Angel met weerhaakjes bij alle werkbijen - Koningin legt eitjes - Leven in kolonie (in de zomer: 30.000-70.000) in een kast of een korf - De

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 22 augustus Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 22 augustus Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 22 augustus 2017 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was een mooie dag; lekker zonnig maar niet te, er stond weinig wind en het was droog. Een prima dag om te fotograferen,

Nadere informatie

Het leven van wilde bijen. Het leven van wilde bijen

Het leven van wilde bijen. Het leven van wilde bijen Het leven van wilde bijen Biologie & beheer in de praktijk Anne Jan Loonstra Het leven van wilde bijen Samenstelling, onderzoek en fotografie Anne Jan Loonstra, Koeman en Bijkerk bv 1 Bijen Onderwerpen

Nadere informatie

Hoofdstuk 15 Koekoeksbijen in nestblokken (tubebijen Stelis, viltbijen Epeolus, kegelbijen Coelioxys)

Hoofdstuk 15 Koekoeksbijen in nestblokken (tubebijen Stelis, viltbijen Epeolus, kegelbijen Coelioxys) Hoofdstuk 15 Koekoeksbijen in nestblokken (tubebijen Stelis, viltbijen Epeolus, kegelbijen Coelioxys) Een koekoeksbij verzamelt zelf geen voedsel voor haar nageslacht, maar legt een ei in het nest van

Nadere informatie

Informatiekaart Uiterlijke kenmerken van de waterspitsmuis

Informatiekaart Uiterlijke kenmerken van de waterspitsmuis Informatiekaart Uiterlijke kenmerken van de waterspitsmuis De waterspitsmuis is de grootste onder de spitsmuizen. Tien centimeter lang, met een staart van nog eens zes centimeter. Twee keer zo groot als

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was opnieuw een heel aardige dag. Er stond vrij veel wind, dat was jammer / lastig, maar het bleef langer droog

Nadere informatie

Tobi en. de wilde bijen

Tobi en. de wilde bijen Tobi en de wilde bijen Het is eindelijk paasvakantie en Tobi komt aan op de boerderij van zijn oom. Zijn nichtje Hanna wacht al op hem. Ze knuffelt Tobi en lacht: Kom, we gaan spelen! Lachend en pratend

Nadere informatie

Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012

Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012 Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012 Inventarisatie bijen Rapport 2012-048 A.J. Loonstra W. Patberg Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur

Nadere informatie

Vraag 1. Waarom moet je goed voor de rupsen zorgen als je vlinders wilt hebben?

Vraag 1. Waarom moet je goed voor de rupsen zorgen als je vlinders wilt hebben? Naam: VLINDERS Vlinders zijn niet weg te denken uit onze leefomgeving. In het voorjaar kunnen we haast niet wachten tot de eerste Kleine vosjes of Citroenvlinders zich laten zien. En dan in de zomer en

Nadere informatie

Wilde bijen (Bron: B. Brugge, Wilde Bijen, Insectenvriendelijk Beheer van Wegbermen Rijkswaterstaat 1992)

Wilde bijen (Bron: B. Brugge, Wilde Bijen, Insectenvriendelijk Beheer van Wegbermen Rijkswaterstaat 1992) Wilde bijen (Bron: B. Brugge, Wilde Bijen, Insectenvriendelijk Beheer van Wegbermen Rijkswaterstaat 1992) De wilde bijen omvatten alle in het wild voorkomende bijen in Noord-Holland. Zij behoren tot de

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Het leven van solitaire bijen en wespen

Hoofdstuk 5 Het leven van solitaire bijen en wespen Hoofdstuk 5 Het leven van solitaire bijen en wespen De grote diversiteit aan bijen en wespen betekent een grote variatie in levenswijzen. Bijen zorgen met hun bloembezoek voor bestuiving, terwijl wespen

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag en donderdag Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag en donderdag Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 30-08 en donderdag 01-09 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was afgelopen dinsdag heerlijk nazomerweer, maar ik zag maar weinig interessante insecten. Gelukkig

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 juli Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 juli Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 juli 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Tot nu toe zijn de dinsdagen niet de beste dagen om te fotograferen. Dit keer stond er weer vrij veel wind en ook het

Nadere informatie

Zo helpen de wilde metselbij en de fruitteler

Zo helpen de wilde metselbij en de fruitteler 1 van 6 2-6-2017 13:52 Zo helpen de wilde metselbij en de fruitteler elkaar De bij krijgt een luxeverblijf in ruil voor gratis arbeid Een groeiend aantal Nederlandse fruittelers experimenteert met de inzet

Nadere informatie

Drachtverbetering!!! Van het grootste belang!!!!! Aat Rietveld,

Drachtverbetering!!! Van het grootste belang!!!!! Aat Rietveld, Drachtverbetering!!! Van het grootste belang!!!!! Aat Rietveld, yoga.riet@ziggo.nl Wat kan een imker doen?? Luisteren naar de argumenten en motieven van anderen. Voorlichting geven. Netwerken. Samenwerken

Nadere informatie

WORKSHOP BIJENFOTOGRAFIE

WORKSHOP BIJENFOTOGRAFIE WORKSHOP BIJENFOTOGRAFIE Hoe fotograferen we wilde bijen om ze later als soort te herkennen? Arie Koster www.denederlandsebijen.nl Arie Koster (bijenmakelaar, stadsecoloog, specialist bijenbeheer) www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was dinsdag beslist geen onaangename dag, maar er stond vrij veel wind. De vorige keer zag ik het

Nadere informatie

7.4: Naar het Natuurwetenschappelijk museum

7.4: Naar het Natuurwetenschappelijk museum 7.4: Naar het Natuurwetenschappelijk museum De zender de ontvanger de boodschap Kies uit: geschreven, gesproken, de brief, de telefoon, luistert, leest, de luisteraar, de lezer BOODSCHAP BOODSCHAP Ik deel

Nadere informatie

De Bijenwijzer biedt handvatten voor effectief bijenbeheer

De Bijenwijzer biedt handvatten voor effectief bijenbeheer tekst carolien wegstapel, pim de kwaadsteniet, tauw bv malou van der sluis, matthijs timmermans, advident beeld carolien wegstapel De Bijenwijzer biedt handvatten voor effectief bijenbeheer 38 vakblad

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag.

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag. De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg Beste natuurliefhebber/- ster, Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag. Een week geleden zag ik alleen nog maar

Nadere informatie

BIODIVERSITEIT IN BELGIË. Bijen in de kijker. Leer ze kennen en help mee ze te beschermen!

BIODIVERSITEIT IN BELGIË. Bijen in de kijker. Leer ze kennen en help mee ze te beschermen! BIODIVERSITEIT IN BELGIË Bijen in de kijker Leer ze kennen en help mee ze te beschermen! 1 Met dit educatieve boekje willen we leerkrachten en leerlingen uit het secundair onderwijs en leerkrachten van

Nadere informatie

Biodiversiteit in tuinen

Biodiversiteit in tuinen Biodiversiteit in tuinen Hoe maken we natuurvriendelijke tuinen Enkele aandachtspunten en voorbeelden Voor meer informatie voor ecologisch groenbeheer voor bijen en andere bloembezoekende insecten www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

Ecologisch bermbeheer

Ecologisch bermbeheer Ecologisch bermbeheer Bermbeheer -Onderhoud bomen en struiken snoeien, scheren, afzetten -Onderhoud grassen en kruidachtig gewas maaien, grazen -Onderhoud bodem plaggen, herstel na werkzaamheden ondergronds

Nadere informatie

Liefhebbers van open zand

Liefhebbers van open zand Liefhebbers van open zand Graafwespen en verwanten op de Meinweg J.Hermans Inhoud presentatie Wat zijn vliesvleugeligen? Algemene kenmerken vliesvleugeligen Liefhebbers van zandgronden Kenmerkende soortgroepen

Nadere informatie

NME-leerroute Kleine inwoners van de stad 8

NME-leerroute Kleine inwoners van de stad 8 NME-leerroute Kleine inwoners van de stad 8 Groep 1 Tilburg, BS Jeanne d Arc Verhaal voor de kinderen Tijdens deze wandeling ontdekken we meer over de bijen, kleine maar belangrijke inwoners van de stad.

Nadere informatie

Meer wilde bijen in en om stedelijk gebied

Meer wilde bijen in en om stedelijk gebied Meer wilde bijen in en om stedelijk gebied Arie Koster Slobkousbij Wilde bijen, met uitzondering van de meest algemene hommels, zag je vroeger nauwelijks in het stedelijke groen. Het openbaar groen werd

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Doordat we anderhalve week afwezig waren komt dit verslag later dan gebruikelijk. Intussen ben ik vergeten hoe de omstandigheden

Nadere informatie

Beste natuurliefhebber/- ster,

Beste natuurliefhebber/- ster, Beste natuurliefhebber/- ster, In verband met voorbereidende werkzaamheden voor een paar nogal ingrijpende klussen in ons huis waren Monica en ik de vorige dinsdag aan huis gekluisterd. Dus maakte ik geen

Nadere informatie

Nieuwsbrief winter 2014

Nieuwsbrief winter 2014 Nieuwsbrief winter 2014 Jaaroverzicht van 2014 Wildebijenwerkgroep van het Mechels rivierengebied Het lijkt stil rond onze werkgroep maar niks is minder waar. Allerlei realisaties dit jaar door leden van

Nadere informatie

Bestuiving = instandhouding van soorten

Bestuiving = instandhouding van soorten Bestuivers vandaag? Bestuiving = instandhouding van soorten MiNa Raad Wuustwezel 17.06.2013 2 Bestuiving van de natuurlijke flora DIENT DE VOORTPLANTING Bestuiving van cultuurgewassen DIENT (o.a.) DE PRODUCTIE

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Registratienummer raad 1064559, Datum: Behandeld door: 9 September 2013 P. Bakker Afdeling/Team: Stadsbeheer/ Staf Stadsbeheer Onderwerp: Bevordering bijenstand Purmerend

Nadere informatie

Bijen- en insectengidsje van Delftse tuinen Een compilatie van waargenomen soorten bijen en insecten

Bijen- en insectengidsje van Delftse tuinen Een compilatie van waargenomen soorten bijen en insecten Bijen- en insectengidsje van Delftse tuinen Een compilatie van waargenomen soorten bijen en insecten S. Campbell Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133

Nadere informatie

Wilde bijen in de stad

Wilde bijen in de stad Wilde bijen in de stad Nemen stadsbijen toe of af Arie Koster Arie Koster (bijenmakelaar, stadsecoloog, specialist bijenbeheer) www.bijenhelpdesk.nl ariekoster@bijenhelpdesk.nl http://bijenhelpdesk.nl/flyer.pdf

Nadere informatie

QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM

QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM QUICKSCAN EDESEWEG 51 WEKEROM Colofon Opdrachtgever: Tulp-Bijl B.V. Titel: Quickscan Edeseweg 51 Wekerom Status: Definitief Datum: Februari 2013 Auteur(s): Ir. M. van Os Foto s: M. van Os Kaartmateriaal:

Nadere informatie

Hoofdstuk 9 Maskerbijen Hylaeus in nestblokken

Hoofdstuk 9 Maskerbijen Hylaeus in nestblokken Hoofdstuk 9 Maskerbijen Hylaeus in nestblokken Maskerbijen danken hun naam aan het kenmerkend gele of witte gezicht van de mannetjes. Vrouwtjes wijken af van andere bijen door het ontbreken van verzamelharen.

Nadere informatie

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes Tijdens deze buitenopdracht komen jullie verschillende insecten tegen. Ook vind je andere kleine beestjes, die geen insecten zijn. De route is met een

Nadere informatie

De Patrijs, klant van berm en akkerrand.

De Patrijs, klant van berm en akkerrand. De Patrijs, klant van berm en akkerrand. Lesbrief met kleurwedstrijd voor de groepen 5, 6 en/of 7 van de basisscholen van de gemeente Heeze-Leende. Je vult de antwoorden op de vragen in op de achterzijde

Nadere informatie

Bijen zijn geen bijzaak. Tips en weetjes voor een bijenvriendelijke omgeving

Bijen zijn geen bijzaak. Tips en weetjes voor een bijenvriendelijke omgeving Bijen zijn geen bijzaak Tips en weetjes voor een bijenvriendelijke omgeving De bijen hebben het vandaag bijzonder moeilijk. In Vlaanderen verdween de voorbije jaren haast 40 procent van de bijenkolonies.

Nadere informatie

Notitie Flora en faunawet bestemmingsplan Centrum Best; Locatie ten noorden van begraafplaats

Notitie Flora en faunawet bestemmingsplan Centrum Best; Locatie ten noorden van begraafplaats Ecologica BV Rondven 22 6026 PX Maarheeze 0495-46 20 70 0495-46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu Gemeente Best T.a.v. dhr. P. van den Broek Raadhuisplein 1 Postbus 50 5680 AB Best Datum: 2 april

Nadere informatie

De grond waarop wij wonen

De grond waarop wij wonen GROEP 5/6 De grond waarop wij wonen Doel: Planten horen bij de grond waarop wij wonen. Dit onderdeel gaat over het onderzoekend verkennen van de vegetatie in de omgeving van de kinderen van de middenbouw.

Nadere informatie

Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit?

Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit? Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit? Maak de houten puzzel van de bij. Opdracht 2: Bekijk de bij heel goed. Wat zie je allemaal? Zie je de kop, het borststuk en het achterlijf? Dit heb je nodig

Nadere informatie