Beoordelen competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beoordelen competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding"

Transcriptie

1 ARTIKEL Beoordelen van competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding Ontwerp van een beoordelingsprogramma Beoordelen van competentieontwikkeling inde context van een lerarenopleiding is lastig omdat het van beoordelaars veel interpretatie vraagt, en omdat het er meestal niet alleen om gaat te bepalen of studenten aan de gestelde criteria voldoen maar ook om hun ontwikkeling te monitoren en gericht feedback te kunnen geven. In dit artikel beschrijven we het ontwerp van een beoordelingsprogramma voor de Leidse Universitaire Lerarenopleiding waarin gebruik wordt gemaakt van de technieken die worden gebruikt om de kwaliteit van kwalitatief onderzoek te waarborgen. Aan de orde komt niet alleen hoe we beoordelen, maar ook waarom, wat en wanneer we dat doen, en wie er beoordeelt/beoordelen. AUTEUR(S) Jan van Tartwijk, Dineke Tigelaar, Ietje Veldman & Fred Janssen ICLON, Universiteit Leiden Inleiding Competentie wordt vaak gedefinieerd als het geïntegreerde geheel van kennis, vaardigheden en houdingen op basis waarvan mensen taken adequaat kunnen vervullen (voor een overzicht zie van Meriënboer, Klink & Hendriks, 2002) en wordt dus zichtbaar in de wijze waarop mensen functioneren in praktijksituaties. Het beoordelen van de competenties van leraren en leraren in opleiding is echter lastig. Het is voor beoordelaars ten eerste een probleem dat de competenties van leraren waarop een beroep wordt gedaan van situatie tot situatie kunnen verschillen. Leraren die lesgeven op een school in een probleemwijk in een grote stad hebben bijvoorbeeld vaak te maken met hele andere uitdagingen en taken dan leraren die werken op een gymnasium in een rustige provincieplaats. Ten tweede zijn er vaak meerdere manieren om in één situatie taken succesvol te vervullen zodat het lastig is absolute criteria te hanteren (Elshout-Mohr, Oostdam & Overmaat, 2002). Vanwege deze problemen, ontwikkelden Shulman en zijn collega's (Bird, 1990; Shulman, 1998) een procedure voor het beoordelen van competenties van leraren waarin gebruik werd gemaakt van een combinatie van een portfolio en een assessment center (Vavrus & Collins, 1991). Niet lang daarna werden ook procedures voor competentiebeoordeling ontwikkeld waarin alléén gebruik werd gemaakt van een portfolio (Mokhtari, Yellin, Bull & Montgomery, 1996). In vergelijking met procedures waarin gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde beoordelingen, wordt er in procedures waarin van portfolio's centraal staan relatief veel interpretatie van beoordelaars gevraagd. Voor het waarborgen van de kwaliteit van gestandaardiseerde beoordelingen voldoen psychometrische criteria zoals die zijn afgeleid uit methoden voor kwantitatief onderzoek. Voor beoordelingen waarbij van beoordelaars meer interpretatie wordt verwacht, zijn methoden die worden gebruikt om de kwaliteit van kwalitatief onderzoek te waarborgen meer geschikt. In kwalitatief onderzoek immers, worden net als in portfolio's gegevens verzameld die alleen goed begrepen kunnen worden als de context waarin ze verzameld zijn wordt meegewogen (Driessen, Van der Vleuten, Schuwirth, Van Tartwijk & Vermunt, 2005; Tigelaar, Dolmans, Wolfhagen & Van der Vleuten, 2005). Beoordelingen van competenties hebben naast de functie om te bepalen of mensen voldoen aan gestelde criteria, ook een diagnostische functie (Darling-Hammond & Snyder, 2000). Mensen krijgen te horen wat ze al kunnen en wat nog niet en dat geeft richting aan hun verdere ontwikkeling. Tussentijdse monitoring en feedback spelen een cruciale rol bij een dergelijke beoordeling van competentieontwikkeling. Beoordelingen vinden dan ook niet alleen plaats aan het eind van opleidingen, maar ook tijdens de rit: er is sprake van een beoordelingsprogramma. De uitdaging is om een beoordelingsprogramma voor competentieontwikkeling zo in te richten dat de kwaliteit van beoordelingen zo goed mogelijk is gegarandeerd, middelen efficiënt worden ingezet en studenten ook van die beoordelingen leren. 11

2 Beoordelen van competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding 12 Hierna beschrijven we het ontwerp van een dergelijk beoordelingsprogramma. Hierbij is gebruik gemaakt van inzichten zoals die zijn ontwikkeld in de context van kwalitatief onderzoek om de kwaliteit van dergelijk onderzoek zo goed mogelijk te waarborgen. We richten ons bij de beschrijving van dat beoordelingsprogramma niet alleen op de technieken die we gebruiken om tot een oordeel te komen, maar beschrijven ook waarom we beoordelen, wat we beoordelen, wanneer we beoordelen en wie beoordeelt. We volgen daarmee een systematiek die in het medisch onderwijs gebruikt wordt om beoordelingsprogramma s op een uitgebalanceerde manier te ontwerpen en beschrijven (Harden, 1979; Van der Vleuten & Driessen, 2000). Context: De Leidse Universitaire Lerarenopleiding De Leidse Universitaire Lerarenopleiding kan worden gevolgd als eenjarige educatieve masteropleiding of als onderdeel van een tweejarige educatieve master. In onze opleiding heeft leren in de praktijk van de school een belangrijke plaats. Studenten zijn gedurende het jaar vane opleiding de helft van hun tijd bezig met lesgeven op een school. Daar voeren ze de taken uit zoals die ook worden vervuld door een reguliere docent. Sommige studenten beginnen de opleiding met een stage waarin zij gelegenheid hebben praktijkervaring rustig op te bouwen. Anderen geven van meet af aan zelfstandig les. Alle studenten worden begeleid door een daarvoor opgeleide ervaren docent (de BOS: Begeleider op School, of een Vakcoach : een ervaren vakdocent op school) en een vakdocent. Het is mogelijk het praktijkdeel van de opleiding in te vullen met een betaalde baan in het onderwijs, mits de baan voldoet aan een aantal voorwaarden op het gebied van de kwaliteit van de begeleiding op school. Het instituutsdeel vormt de andere helft van onze opleiding. Van de tweeënhalve dag komen de studenten er één naar de universiteit. Daar hebben ze bijeenkomsten met medestudenten en een vaste opleider (de instituutsbegeleider) in hun begeleidingsgroep. In deze bijeenkomsten worden de schoolpraktijkervaringen van de studenten besproken en in een breder (theoretisch) perspectief geplaatst. Daarnaast volgen studenten op die dag een aantal inhoudelijke studieonderdelen. De resterende anderhalve dag is gereserveerd voor het voorbereiden van de instituutsbijeenkomsten, (groeps)besprekingen en het uitvoeren van diverse opdrachten. Inhoudelijk is de opleiding gestructureerd rond zes beroepsrollen van de leraar, waarin de competenties die worden onderscheiden in de Wet op het Voortgezet Onderwijs herkenbaar zijn. Het gaat om de rollen van 'Professional', 'Regisseur' (van groepsprocessen in de klas), 'Vakdidacticus', 'Pedagoog', 'Lid van de schoolorganisatie' en 'Specialist', die de leraar vaak gelijktijdig in de beroepspraktijk vervult. Aan het begin van de opleiding gaat de aandacht uit naar de rollen van regisseur en vakdidacticus. Vervolgens komt de rol van pedagoog aan bod, daarna de rol van lid van de schoolorganisatie en ten slotte die van specialist. De zesde rol - die van professional - loopt als een rode draad door de gehele opleiding en heeft betrekking op de manier waarop studenten leren en hun identiteit als docent ontwikkelen (Janssen, Veldman & Van Tartwijk, 2008b). Gedurende de opleiding hebben studenten drie formele individuele gesprekken met hun instituutsbegeleider. In die gesprekken wordt besproken hoe de studenten zich als docent ontwikkelen en worden er plannen gemaakt voor hun verdere ontwikkeling. In de laatste van die drie gesprekken staat tevens de eindbeoordeling op het programma en is de Begeleider op School ook aanwezig. Tijdens de opleiding houden studenten een portfolio bij. In dat portfolio is de voorbereiding op de formele individuele gesprekken met de instituutsbegeleider opgenomen. Die voorbereiding bestaat onder meer uit een analyse per docentrol van de eigen ontwikkeling en het bereikte niveau waarbij gebruik wordt gemaakt van de theorie die in de opleiding aan de orde is gekomen. Die analyse worden geïllustreerd en onderbouwd met materiaal dat in dossiers (bijvoorbeeld het vakdidactisch dossier) is opgenomen. Succeservaringen worden vertaald in praktijkregels voor het eigen handelen als docent (Janssen, Veldman & Van Tartwijk, 2008a). Verder stelt de student een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) op waarin voornemens voor verdere ontwikkeling onder woorden worden gebracht. In het porfolio-onderdeel Ik als docent beschrijven studenten de ontwikkeling van hun identiteit als docent. De bespreking met de studenten van hun portfolio wordt schriftelijk en mondeling geïntroduceerd naar analogie van het Resultaat- en Ontwikkelingsgesprek zoals dat ook periodiek op veel scholen met leraren wordt gevoerd door leidinggevenden (Van Tartwijk, Van Rijswijk & Tuithof, 2005). Het portfolio wordt daarin vergeleken met het verslag van werkzaamheden dat ter voorbereiding van dat gesprek door de leraar wordt gemaakt. Gedurende de opleiding hebben studenten drie formele individuele gesprekken met hun instituutsbegeleider. In die gesprekken wordt besproken hoe de studenten zich als docent ontwikkelen en worden er plannen gemaakt voor hun verdere ontwikkeling. Het beoordelingsprogramma W a a r o m w o r d t b e o o r d e e l d? Het beoordelingsprogramma heeft drie doelen. Het eerste doel is selectie van studenten van wie wordt verwacht dat ze aan het eind van de opleiding aan de eisen zullen kunnen voldoen. Het tweede doel van het beoordelingsprogramma is diagnose. Daarbij gaat het erom te bepalen wat de student al kan en waar juist nog ontwikkeling nodig is, zodat gericht feedback kan worden gegeven. Een diagnostische beoordeling betekent óók dat wanneer studenten voorafgaand aan een bepaald onderdeel van de opleiding

3 al over het gevraagde niveau beschikken, ze daarvoor een alternatief programma aangeboden kunnen krijgen. Aan diagnostische functie wordt binnen onze opleiding veel belang gehecht, omdat beoordelingen ook leerervaringen moeten zijn voor aankomende docenten (Darling-Hammond & Snyder, 2000). Dit betekent dat de beoordeling studenten inzicht moet geven in wat van hen als beroepsbeoefenaar wordt verwacht, hoe ze op een bepaald moment functioneren en op welke manier ze hun functioneren kunnen verbeteren. Het derde doel is certificatie. Studenten die over het vereiste niveau beschikken krijgen immers het diploma toegekend. De rol van professional, heeft betrekking op de manier waarop studenten leren en hun identiteit als docent ontwikkelen. W a t w o r d t b e o o r d e e l d? Zoals we eerder in dit tijdschrift beschreven, staan in onze opleiding expertise, leren en de vorming van een professionele identiteit centraal (Janssen et al., 2008b). Dit vormt het uitgangspunt bij het beantwoorden van de vraag Wat wordt beoordeeld?. Onze studenten worden beoordeeld aan de hand van eerder genoemde beroepsrollen die we gebruiken om de competenties te beschrijven waarover studenten aan het eind van de opleiding moeten beschikken. Vijf van de zes rollen zijn direct gerelateerd aan het uitvoeren van de taken van de docent in de klas en de schoolorganisatie. Die zesde rol, de overstijgende rol van professional, heeft betrekking op de manier waarop studenten leren en hun identiteit als docent ontwikkelen. Binnen deze rol zijn vier aspecten van belang die ook zichtbaar moeten worden in het portfolio: (1) verantwoording van het praktisch functioneren, (2) vernieuwing en uitbreiding van routines en praktijkkennis, (3) zelfsturing in leerprocessen en (4) de vorming van een professionele identiteit. Bij het eerste aspect, verantwoording van het praktisch functioneren, gaat het om reflectie op de eigen praktijk en de eigen kennis. Centraal daarin staat het stellen van de waarom-vraag en het op een systematische manier zoeken van een antwoord daarop (Mansvelder-Longayroux, Beijaard & Verloop, 2002). In het portfolio wordt dit zichtbaar doordat studenten systematisch per rol beschrijven en analyseren hoe taken zijn uitgevoerd. Daarbij dienen studenten de gemaakte keuzes te verantwoorden op basis van de relevante theorie zoals die in de opleiding aan de orde is gekomen. Van studenten verwachten wij ook dat ze zich in hun rol als professional ontwikkelen tot lerende experts (Bransford, Derry, Berliner, Hammerness & Beckett, 2005; Janssen et al., 2008b). Dat heeft betrekking op het tweede aspect dat belangrijk is bij de rol als professional: studenten dienen in hun leren zowel gericht te zijn op routinevorming als op het voordurend vernieuwen en uitbreiden van routines en praktijkkennis. Wanneer studenten op een betekenisgerichte manier verantwoording afleggen over hun eigen praktijk, verwachten wij dat zij op basis van hun analyses ook nieuwe kennis ontwikkelen en op basis daarvanvoornemens formuleren, wat vervolgens weer leidt tot het uitproberen van nieuwe dingen. Reflectie leidt zo tot vernieuwing en uitbreiding van praktijkkennis en het eigen handelingsrepertoire. Dit dient zichtbaar te worden in het portfolio door (minstens drie maal per jaar voor de formele gesprekken) per rol het eigen handelen te analyseren en nieuwe voornemens te formuleren. Modelgestuurd leren van succes kan een middel zijn om studenten te stimuleren op een betekenisgerichte manier te leren van ervaringen (Janssen et al., 2008a). Een essentieel element van deze aanpak is dat gebruik wordt gemaakt van een bij de betreffende rol horend model. Bijvoorbeeld het model voor Interpersoonlijk Leraarsgedrag (Créton & Wubbels, 1984) voor de rol van regisseur. Zo n model is bedoeld om systematische analyse en betekenisgeving met behulp van achterliggende theorie te stimuleren. Van de student in de rol van professional wordt ten derde zelfsturing in hun rol als professional verwacht. Dat betekent dat de student gedurende de opleiding in toenemende mate zelf in staat is verantwoordelijkheid te nemen voor het monitoren, plannen en bepalen van de richting van de eigen ontwikkeling. Dit wordt zichtbaar door de analyses en voornemens in het porfolio, waarin studenten in toenemende mate hun persoonlijke wensen (waarden en behoeften) en mogelijkheden (eigenschappen, kennis en bekwaamheden) als docent in de praktijk weten te formuleren en te realiseren. Het vierde aspect bij de rol van professional heeft betrekking op het ontwikkelen van een beroepsinvulling of professionele identiteit die past bij de studenten als persoon en bij de context waarin ze functioneren. Dit dient zichtbaar te worden in beschrijvingen van wensen en mogelijkheden in het portfolio van Ik als docent, die studenten regelmatig up-daten. Daarbij zal niet de richting van de persoonlijke ontwikkeling van studenten beoordeeld worden, maar wel of ze in staat zijn hun wensen (waarden, behoeften) en mogelijkheden (eigenschappen, bekwaamheden, praktijkregels en verklarende principes) te expliciteren, en of ze in staat zijn om deze in toenemende mate te realiseren in de praktijk. Voor iedere beroepsrol is een rubric geformuleerd waarin is uitgewerkt wat wordt beoordeeld (Andrade, 2000). In alle zes rubrics zijn deelcompetenties beschreven en zijn op vier niveaus handreikingen gegeven voor het beoordelen van het functioneren van de student: onvoldoende, voldoende, naar behoren, en excellent. Andrade stelt dat rubrics niet alleen belangrijk zijn om onder woorden te brengen waarop wordt beoordeeld. Ze geven ook handvatten voor feedback, zowel tijdens de opleiding als bij de beoordeling aan het eind daarvan, en geven studenten houvast en inzicht in wat van hen verwacht wordt. Op deze manier zijn rubrics geschikt voor zowel selectie, diagnose als certificatie. Rubrics moeten niet gezien en gebruikt worden als een afvinklijst waarmee een absolute score van een student kan worden bepaald. Binnen de rubrics is, zoals past in een competentiegericht curriculum (Elshout-Mohr et al., 2002), onderhandelingsruimte voor het formuleren van persoonlijke leerdoelen en leerroutes. 13

4 Beoordelen van competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding 14 H o e w o r d t b e o o r d e e l d? In hun portfolio verzamelen de studenten verschillende beschrijvingen, analyses, plannen, documenten en ander illustratief materiaal, die gezamenlijk een rijk beeld geven van hun functioneren als leraar. Omdat de portfolio s tenminste drie keer worden aangevuld, wordt tevens hun ontwikkeling in beeld gebracht. Om betekenis te geven aan de (vaak kwalitatieve) materialen in het portfolio (zoals video-opnames, analyses per rol en logboekfragmenten) zijn, net zoals in kwalitatief onderzoek (Corbin & Strauss, 2008), interpretaties door de beoordelaars noodzakelijk. Daarbij moeten beoordelaars rekening houden met de context waarin het materiaal is verzameld, en moeten ze zich op basis van sterk uiteenlopend materialen een coherent beeld vormen van de student en van de ontwikkeling die de student heeft doorgemaakt. Vergelijkbaarheid en consistentie in de beoordeling zijn daardoor moeilijk te realiseren. Om de kwaliteit van dergelijke beoordelingen te waarborgen, maken we gebruik van een kwalitatieve methodologie aan de hand van criteria voor trustworthiness (geloofwaardigheidscriteria) (Driessen et al., 2005; Guba & Lincoln, 1989; Tigelaar et al., 2005). In deze benadering van beoordelen probeert men het geheel te begrijpen vanuit de verschillende onderdelen door het voordurend testen, uitdagen en herzien van interpretaties die ontstaan totdat al het beschikbare materiaal is bekeken, en daarbij rekening te houden met de context (Moss, Schutz & Collins, 1998). Daarbij ligt er een accent op de leerwaarde van beoordelingen. Dit accent op leerwaarde komt met name tot uiting in langdurige betrokkenheid van beoordelaars bij de ontwikkeling van de beoordeelden en door nadruk op het geven van feedback om verdere ontwikkeling te stimuleren. De criteria voor trustworthiness zijn: geloofwaardigheid (credibility), betrouwbaarheid (dependability), overtuigingskracht (confirmability) en overdraagbaarheid (transferability) (Nederlandse termen uit Abma, 1994). Deze begrippen worden hierna toegelicht. Om betekenis te geven aan de vaak kwalitatieve materialen in het portfolio zijn, net zoals in kwalitatief onderzoek, interpretaties door de beoordelaars noodzakelijk. Geloofwaardigheid Geloofwaardigheid heeft betrekking op de mate waarin interpretaties van de beoordelaars matchen met die van verschillende belanghebbenden (stakeholders) in het veld, inclusief de betrokken studenten. Om geloofwaardigheid te bevorderen wordt de beoordeling uitgevoerd door de diverse begeleiders die gedurende de opleiding de ontwikkeling van de student van nabij hebben gevolgd en hen daarin hebben begeleid. Deze langdurige betrokkenheid bij de ontwikkeling van de beoordeelde docenten in opleiding is één van de maatregelen waarmee aan geloofwaardigheid kan worden voldaan (Abma, 1994). Ook is het een middel om de diagnostische en certificerende functies van beoordelen aan elkaar te verbinden, met een accent op het stimuleren van leerprocessen en de professionele ontwikkeling van studenten. Dat betekent dat de begeleider ook beoordelaar is. Bij de beoordeling zijn in principe dan ook meerdere begeleiders betrokken: de instituutsbegeleider en de begeleider op school bekijken het portfolio zorgvuldig aan de hand van de rubrics voor de verschillende rollen. Daarbij vormen de analyses die per rol zijn gemaakt en de onderbouwing daarvan - samen met materialen en theorie - belangrijke input. De vakdidacticus, de begeleider van pedagogiek, en de begeleider van de specialisatieopdracht doen dit voor de rollen waar zij zicht op hebben. Beoordelaars zoeken zowel naar bevestiging als naar tegenvoorbeelden van de categorieën bij de betreffende rubrics. Ook de eigen indruk die begeleiders van de student hebben wordt daarbij betrokken. Bij deze indruk spelen lesbezoeken een belangrijke rol, maar ook de manier waarop de student zich opstelde tijdens bijeenkomsten en (beoordelings)gesprekken met begeleiders. Om de ontwikkeling van de student van nabij te volgen, kijkt de instituutsbegeleider ook regelmatig naar beschrijvingen en analyses in het logboek in het portfolio. Bij de beschrijving van Ik als docent gaat de instituutsbegeleider na hoe studenten de wensen en mogelijkheden van zichzelf als docent beschrijven en wat daarvan in de praktijk terug te zien is. Om de leerwaarde van beoordelingen te verhogen, geeft de instituutsbegeleider de student feedback op basis van de indruk uit de diverse bronnen. Dit gebeurt in elk geval tijdens de formele gesprekken (zie: wanneer wordt beoordeeld). Wanneer de eigen indruk die de begeleider heeft van de student in tegenspraak is met de indruk die uit het portfolio wordt gekregen, gaat deze kritisch na waar discrepanties uit voortkomen en betrekt daarbij ook de Begeleider op School en eventueel andere geïnformeerde collega s. Voor alle portfoliogesprekken geldt dat de beoordeling niet voorafgaand aan het beoordelingsgesprek plaatsvindt, maar op basis van dat gesprek. De student wordt daarmee bij de beoordeling betrokken (de zogenaamde member check ). Zo krijgen studenten meer inzicht in de verwachtingen van hen als professionele docent. Tevens hebben ze de gelegenheid om te onderhandelen over leerdoelen, leerroutes en bewijsmaterialen en kunnen ze informatie aanvullen. Bij de eindbeoordeling ligt daarbij de nadruk op onderhandeling over de wijze waarop aan leerdoelen en leerroutes is voldaan, en de bewijslast daarvoor. Betrouwbaarheid en overtuigingskracht Betrouwbaarheid wordt hier gerealiseerd door het vastleggen en documenteren van het interpretatieproces zodat nagegaan kan worden volgens welke stappen men tot een oordeel is gekomen. Dat is ook van belang voor de overtuigingskracht: de mogelijkheid van bevestiging van de interpretaties en conclusies vanuit de originele bronnen. Manieren om betrouwbaarheid en overtuigingskracht te waarborgen zijn de audit, documentatie, en verhoging van het aantal beoordelaars. Auditing gebeurt met een controle waarbij nagegaan wordt of de eindconclusies over een student bevestigd kunnen worden vanuit de materialen in het portfolio. Daartoe

5 controleren de instituutsbegeleider en de begeleider op school elkaars beoordeling als interne audits. Ze maken tijdens het beoordelen van het portfolio aantekeningen die in een dossier worden opgenomen en bespreken ze die voorafgaand aan gesprekken met de student over het portfolio. De externe audit bestaat uit de examencommissie, die dient als commissie voor beroep en bezwaar; wanneer een student en/of een van beoordelaars van mening verschillen over de beoordeling, wordt de beoordeling voorgelegd aan de examencommissie. De examencommissie heeft dan het laatste woord. In die gevallen wordt op basis van het beoordelingsdossier schriftelijk beargumenteerd hoe men tot het oordeel is gekomen waarbij wordt verwezen naar evidentie. Verhoging van het aantal beoordelaars wordt gerealiseerd doordat behalve de instituutsbegeleider en de begeleider op school, ook de vakdidacticus, de docent pedagogiek en de begeleider van de specialisatie onderdelen van het portfolio beoordelen. Overdraagbaarheid Overdraagbaarheid ten slotte, vereist een uitgebreide beschrijving van de beoordelingssituatie en de conclusies daarvan, zodat anderen kunnen nagaan of de uitkomsten van de beoordeling op hun situatie van toepassing zijn. Dit houdt in dat informatie wordt gegeven over de opleiding en de praktijksituatie waarin de student meerdere malen beoordeeld is en de argumenten die hebben geleid tot het eindoordeel. Deze informatie kan een werkgever bijvoorbeeld gebruiken om na te gaan op welke gebieden iemand goed inzetbaar is, en waar nog nadere ondersteuning nodig is. Ook bij een positief oordeel wordt deze beschrijving daarom opgenomen in het portfolio, bijvoorbeeld met het oog op sollicitaties. Deze informatie is ook van belang indien de student en/of beoordelaars het niet eens zijn over de eindbeoordeling, waarbij, zoals we hierboven aangaven, de examencommissie het laatste woord heeft. W a n n e e r w o r d t b e o o r d e e l d? Er is in de opleiding sprake van verschillende beoordelingsmomenten. Beoordelingen vinden plaats wanneer opleidingsonderdelen worden afgesloten (bijvoorbeeld vakdidactiek en de specialisatie waarin de student zelfstandig een praktijk- of literatuuronderzoek werkt), en ook de begeleider op school vertaalt diens indruk van het functioneren van de student op school in een praktijkbeoordeling. Ook na de individuele gesprekken die opleiders hebben met de student vinden beoordelingen plaats. De opleidingsonderdelen hebben betrekking op een of meerdere docentrollen en worden gedurende het cursusjaar door studenten gevolgd. De beoordeling vindt plaats wanneer het studieonderdeel wordt afgesloten. Daarmee wordt gegarandeerd dat de student op specifieke onderdelen beschikt over een voldoende niveau van kennis en/of vaardigheden. Doel van deze beoordeling is dus certificering. Hiermee wordt aangegeven dat de student aan de eisen van het betreffende onderdeel heeft voldaan. Deze beoordelingen worden gebruikt als informatie voor het Go/No go advies en voor de eindbeoordeling (zie hieronder). Praktijkbeoordelingen worden gedurende het opleidingstraject drie maal gegeven. Aan het begin van de opleiding, in het midden van de opleiding en aan het einde daarvan. Het gaat om het functioneren op school in de docentrollen van professional, regisseur, pedagoog, didacticus en lid van de schoolorganisatie. De rol van specialist wordt niet in de praktijkbeoordeling meegenomen. Deze praktijkbeoordelingen zijn (deel)beoordelingen die worden meegenomen in de individuele gesprekken die opleiders en de student hebben. Ze hebben een certificerende functie, omdat ze mede bepalen of de student diens diploma krijgt, en een diagnostische functie omdat ze kunnen worden gebruikt om de student feedback te geven. De instituutsbegeleider en de student hebben, zoals eerder beschreven, drie individuele gesprekken die ook een beoordelingsfunctie hebben. Op basis van het eerste gesprek, ongeveer 2 maanden na het begin van de opleiding, vindt de zogenaamde Go/No go beoordeling plaats. Het gaat dan om het functioneren in de rollen vakdidacticus, regisseur en professional. Het doel van deze beoordeling is ten eerste selectie. Studenten die geen of weinig perspectief hebben, krijgen dat vroeg in de opleiding te horen, zodat hen onnodige frustraties bespaard blijven. Het is ook mogelijk dat de student wordt geadviseerd de opleiding in deeltijd te vervolgen. Het gaat om een advies; de student kan dit advies naast zich neerleggen. Vanuit de opleiding betekent dit in de regel dat geen extra inspanningen in vergelijking met andere studenten zullen worden gepleegd om de dio te begeleiden. Tweede doel van deze beoordeling is diagnose. Studenten krijgen te horen wat sterke en zwakke punten in hun ontwikkeling zijn. Deze diagnose vormt ingang voor het POP. De middenevaluatie vindt enige maanden na de go/no go beoordeling. Deze beoordeling is louter diagnostisch. Bij deze beoordeling wordt nagegaan hoever de student is gevorderd bij het realiseren van de leerpunten die zijn opgesteld in het persoonlijk ontwikkelingsplan. Op basis van deze beoordeling wordt een nieuwe versie van dit plan opgesteld. De opleiding wordt afgesloten met de eindbeoordeling. Het gaat daarbij om het functioneren in alle zes rollen. Doel van de beoordeling is in de eerste plaats certificering: er wordt nagegaan of de student aan de eisen van de opleiding voldoet. Dit gesprek vindt pas plaats als alle studieonderdelen positief zijn beoordeeld en de student een compleet portfolio beschikbaar heeft gemaakt voor de beoordelaars. De eindbeoordeling kan ook een diagnostische functie hebben in de zin dat met de student besproken kan worden wat mogelijke verdere ontwikkelingsrichtingen zijn nadat de opleiding is afgesloten. W i e b e o o r d e e l t? Gedurende de opleiding zijn er een aantal personen die beoordelingen verzorgen. Ten eerste de docenten die verantwoordelijk zijn voor de afzonderlijke studieonderdelen. Zij beoordelen of de student heeft voldaan aan de eisen die voor specifieke studieonderdelen gelden. Het gaat om de vakdidacticus, de begeleider van het onderdeel pedagogiek en de begeleider van de specialisatie. Ten tweede gaat het om de begeleider op school en eventueel een docent op school die als vakcoach voor de student optreedt. In ieder 15

6 Beoordelen van competentieontwikkeling in een universitaire lerarenopleiding 16 geval is de begeleider op school aanwezig bij het gesprek waarop de eindbeoordeling wordt gebaseerd De instituutsbegeleider heeft in de beoordeling een centrale rol, omdat hij of zij uiteindelijk verantwoordelijk is voor de Go/no go-beoordeling, de middenevaluatie en de eindbeoordeling. Bij die beoordelingen betrekt de instituutsbegeleider steeds de adviezen van anderen, die vaak in de vorm van een beoordeling worden gegeven. De examencommissie tenslotte, komt nadrukkelijk in beeld in geval van meningsverschillen tussen de student en docenten/begeleiders of tussen docenten/begeleiders onderling over de beoordeling. De examencommissie heeft dan het laatste woord. Slotbeschouwing In dit artikel beschreven we een beoordelingsprogramma waarin een groot accent ligt op de leerwaarde van beoordelingen. Tussentijdse monitoring en feedback spelen hierbij een belangrijke rol. Daarbij zijn minimumeisen voor het functioneren vastgelegd in rubrics en wordt tegelijkertijd ruimte geboden voor persoonlijke leerroutes. De rubrics zijn dan ook globaal geformuleerd. Tevens wordt gebruik gemaakt van theoretische modellen die studenten kunnen helpen betekenis te geven aan hun eigen ervaringen en op grond daarvan hun praktijkkennis en handelingsrepertoire te vernieuwen en uit te breiden. Hierbij wordt sterk ingezet op het vinden van een beroepsinvulling die past bij de persoon en bij de context, onder andere door uit te gaan van succeservaringen. We hebben een beoordelingsprogramma beschreven waarmee de kwaliteit van die beoordelingen gewaarborgd kan worden door gebruik te maken van routines zoals die vaak in kwalitatief onderzoek worden gehanteerd. In de inleiding van dit artikel schreven we dat het beoordelen van competenties en competentieontwikkeling lastig is en van beoordelaars veel interpretatie vraagt. We hebben een beoordelingsprogramma beschreven waarmee de kwaliteit van die beoordelingen gewaarborgd kan worden door gebruik te maken van routines zoals die vaak in kwalitatief onderzoek worden gehanteerd. Uiteraard zijn er kanttekeningen te zetten bij dit programma waarvan we er hieronder een aantal kort op een rij zetten. De eerste kanttekening is de combinatie van de rol van begeleider en beoordelaar in één persoon. Deze dubbelrol kan consequenties hebben voor de relatie tussen student en begeleider (vergelijk bijvoorbeeld Elshout-Mohr & Van Daalen-Kapteijns, 2003; Tigelaar et al., 2005). De student laat wellicht niet het achterste van de tong zien vanwege het risico dat dit bij de beoordeling een negatief effect heeft. Aan de andere kant zou een begeleidingsrelatie waarbij beoordeling geen rol speelt in een onderwijscontext wel eens tot vrijblijvendheid kunnen leiden (Van der Vleuten & Driessen, 2000). Snyder, Lippincott en Bower (1998) merken op dat spanning tussen de rol van begeleider en beoordelaar inherent is aan het onderwijs en dat docenten in alle vormen van onderwijs hier constructief mee moeten kunnen omgaan. Dat is natuurlijk geen oplossing voor dit dilemma, maar kan beschouwd worden als een oproep aan opleiders om alert te zijn op de negatieve effecten die de beoordelingsrol kan hebben op hun begeleidingsrelatie met hun studenten. Door studenten ook een stem te geven in de beoordeling en de beoordelingsprocedure en de criteria helder te beschrijven, kunnen dergelijke negatieve effecten mogelijk worden verminderd. Een tweede kanttekening is dat voor de kwaliteit van het programma de kwaliteit van de informatie die studenten zelf in hun portfolio aanleveren erg belangrijk is. Die kwaliteit is zeker niet vanzelfsprekend. Studenten moeten ten eerste begrijpen wat een portfolio is, waarvoor het dient, en wat van ze verwacht wordt. Een duidelijke instructie, bijvoorbeeld aan de hand van een analogie of metafoor (Krause, 1996; Van Tartwijk et al., 2005), kan hier een bijdrage aan leveren, maar is zeker geen garantie. De vertrouwdheid van opleiders zelf met het instrument is ook belangrijk (Van Tartwijk et al., 2005). Studenten moeten ook inzien waarom ze zoveel energie in het portfolio moeten steken. Hiervoor is het van belang dat begeleiders het portfolio en de diverse bronnen daarin een duidelijke plek geven tijdens begeleidingsbijeenkomsten en tijdens (beoordelings)gesprekken met studenten. Aandacht van begeleiders voor het portfolio is een absolute voorwaarde voor de bereidheid van studenten om er tijd in te investeren (Driessen, Van Tartwijk, Van der Vleuten & Wass, 2007). Bovendien is het ook belangrijk dat de studenten het portfolio ook als hun portfolio zien (Van Tartwijk, Driessen, Stokking & Van der Vleuten, 2007; Wade & Yarbrough, 1996). Daarvoor is het belangrijk dat hen voldoende ruimte wordt geboden om er bijna letterlijk een persoonlijk kleur aan te geven. Een derde kanttekening is dat het hier voorgestelde beoordelingsprogramma weliswaar kansen biedt om de kwaliteit van de beoordeling voor zowel selectie, diagnose en certificering te waarborgen, maar dat dit programma van opleiders èn studenten wel een grote investering vraagt. Van studenten wordt gevraagd een uitgebreid en goed gedocumenteerd portfolio te maken. Van opleiders wordt gevraagd dat portfolio goed te bestuderen en met de rubrics in de hand te analyseren, collega s te raadplegen, veel vast te leggen, en de studenten de ruimte te geven om ook een eigen inbreng te hebben. In de hectische praktijk van alledag is dat veel gevraagd. In ieder geval is van belang te constateren dat deze inspanning meer de moeite loont als de beoordelingen ook substantieel een diagnostische functie hebben en daarmee daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkeling van de student. Ondanks deze kanttekeningen, denken we dat het hier geschetste beoordelingsprogramma mogelijkheden biedt voor een adequate beoordeling van competenties en competentieontwikkeling. We reiken dit beoordelingsprogramma niet aan als de finale oplossing, maar als één mogelijk antwoord op de vraag hoe competenties en competentieontwikkeling in lerarenopleidingen zouden kunnen worden beoordeeld.

7 L I T E RA T U UR Abma, T.A. (1994). Kwaliteitswaarborging van de vierde generatie evaluatie. In A.L. Franke & R. Richardson (Eds.), Evaluatieonderzoek. Kansen voor een kwalitatieve benadering. Bussum: Coutinho. Andrade, H.G. (2000). Using Rubrics to Promote Thinking and Learning. Educational Leadership, 57(5). Bird, T. (1990). The schoolteacher's portfolio: an essay on possibilities. In J. Millman & L. Darling-Hammond (Eds.), The new handbook of teacher evaluation: Assessing elementary and secondary school teachers (pp ). Newbury Park, CA: Corwin Press, inc. Bransford, J., Derry, S., Berliner, D.C., Hammerness, K. & Beckett, K.L. (2005). Theories of learning and their roles in teaching. In L. Darling-Hammond, J. Bransford, P. LePage, K. Hammerness & H. Duffy (Eds.), Preparing teachers for a changing world: What teachers should learn and be able to do (pp ). San Francisco: Jossey-Bass. Corbin, J. & Strauss, A.L. (2008). Basics of Qualitative Research (3rd ed.). Thousands Oaks, CA: Sage. Créton, H. & Wubbels, T. (1984). Ordeproblemen bij beginnende leraren [Discipline problems of beginning teachers]. Utrecht: WCC. Darling-Hammond, L. & Snyder, J. (2000). Authentic assessment of teaching in context. Teaching and Teacher Education, 16(5-6), Driessen, E.W., Vleuten, C.P.M. van der, Schuwirth, L., Tartwijk, J. van & Vermunt, J.D. (2005). Credibility of portfolio assessment as an alternative for reliability evaluation: a case study. Medical Education, 39(2), Driessen, E.W., Tartwijk, J. van, Vleuten, C. P. M. van der & Wass, V. (2007). What does research has to say about portfolios in medical education?: an overview. Medical Education, 41(11), Elshout-Mohr, M., Oostdam, R. & Overmaat, M. (2002). Student assessment within the context of constructivist educational settings. Studies in Educational Evaluation, 28(4), Elshout-Mohr, M. & Daalen-Kapteijns, M.M. van (2003). Goed gebruik van portfolio's in competentiegerichte opleidingen. VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 24(4), Guba, E.G. & Lincoln, Y.S. (1989). Judging the quality of fourth generation evaluation. In E.G. Guba & Y.S. Lincoln (Eds.), Fourth Generation Evaluation. London: Sage. Harden, R.M. (1979). How to assess students: an overview. Medical Teacher, 1(2), Janssen, F., Veldman, I. & Tartwijk, J. van (2008a). Modelgestuurd leren van je succes. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 29(2), Janssen, F., Veldman, I. & Tartwijk, J. van (2008b). Professionele docenten opleiden: Een opleidingsvisie. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 29(1), Krause, S. (1996). Portfolios in teacher education: Effects of instruction on preservice teachers' early comprehension of the portfolio process. Journal of Teacher Education, 47(2), Meriënboer, J.J.G. van, Klink, M. R. v.d. & Hendriks, M. (2002). Competenties: van complicaties tot compromis. Een studie in opdracht van de onderwijsraad. Den Haag: Onderwijsraad. Mokhtari, K., Yellin, D., Bull, K. & Montgomery, D. (1996). Portfolio assessment in teacher education: Impact on nal of Teacher Education, 47(4), Shulman, L.S. (1998). Teacher portfolios: a theoretical activity. In N. Lyons (Ed.), With portfolio in hand: validating the new teacher professionalism (pp ). New York: Teachers College Press. Snyder, J., Lippincott, A. & Bower, D. (1998). The inherent tensions in the multiple uses of portfolios in teacher education. Teacher Education Quarterly, 25(1), Tartwijk, J. van, Driessen, E., Stokking, K. & van der Vleuten, C. (2007). Factors influencing the successful introduction of portfolios. Quality in Higher Education, 13(1), Tartwijk, J. van, Rijswijk, M. van & Tuithof, H. (2005). De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie. VELON tijdschrift voor lerarenopleiders, 26(3), Tigelaar, D.E.H., Dolmans, D.H.J.M., Wolfhagen, H.A.P. & van der Vleuten, C.P.M. (2005). Quality issues in judging portfolio: implications for organzing teaching portfolio assessment procedures. Studies in Higher Education, 30(5), Vleuten, C.P.M. van der & Driessen, E. W. (2000). Toetsing in probleemgestuurd onderwijs. Groningen: Wolters- Noordhoff. Vavrus, L.G. & Collins, A. (1991). Portfolio documentation and assessement center exercises: A marriage made for teacher assessment. Teacher Education Quarterly, 18(2), Wade, R.C. & Yarbrough, D.B. (1996). Portfolios: A tool for reflective thinking in teacher education. Teaching and Teacher Education, 12(1),

Overzicht curriculum VU

Overzicht curriculum VU Overzicht curriculum VU Opbouw van de opleiding Ter realisatie van de gedefinieerde eindkwalificaties biedt de VU een daarbij passend samenhangend onderwijsprogramma aan. Het onderwijsprogramma bestaat

Nadere informatie

De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie

De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie ARTIKEL De introductie van een portfolio aan de hand van een analogie In deze bijdrage doen we verslag van een onderzoek naar het gebruik van het portfolio in de universitaire lerarenopleiding van de Universiteit

Nadere informatie

Het Maastrichtse Model

Het Maastrichtse Model Het Maastrichtse Model EEN ALTERNATIEF? REFLECTIE OP EEN MODEL Toetsen van competenties Longitudinale toetsing en toetsprogramma: doelbewust gepland arrangement van toetsing t ingebed in leerprogramma

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding

Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding ding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing Afdeling Hoger Onderwijs Afdeling Voortgezet Onderwijs Praktijkgids Eerstegraads Lerarenopleiding Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding Universiteit Leiden.

Nadere informatie

5,5. Betoog door S woorden 10 juli keer beoordeeld. Nederlands

5,5. Betoog door S woorden 10 juli keer beoordeeld. Nederlands Betoog door S. 1508 woorden 10 juli 2016 5,5 1 keer beoordeeld Vak Nederlands INSTITUTE FOR GRADUATE STUDIES & RESEARCH (IGSR) (email: igsr@uvs.edu) IGSR GEBOUW (STAATSOLIEGEBOUW), UNIVERSITEITSCOMPLEX,

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en Organisatie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie

Nadere informatie

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started

me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started me nse nkennis Competentiegericht opleiden in de BIG opleidingen Getting started Inhoud Competentiegericht opleiden 3 Doel van praktijktoetsen 4 Wijze van evalueren en beoordelen 4 Rollen 5 Getting started

Nadere informatie

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels - 2010-2011 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels

Nadere informatie

Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 28, 29 en 30 juni 2017 te Antwerpen

Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 28, 29 en 30 juni 2017 te Antwerpen Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 8, 9 en 0 juni 017 te Antwerpen Melline Huiskamp (Iselinge Hogeschool), Emmy Vrieling (Open Universiteit) en Iwan Wopereis (Open Universiteit) Titel: Waardevol

Nadere informatie

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze

Gespreksdocument Inleiding Doel Werkwijze Gespreksdocument Inleiding Het portfolio is gevuld met bewijslast voor de behaalde competenties op het gevraagde niveau Het laatste studiepunt wordt behaald met het schrijven van het gespreksdocument.

Nadere informatie

Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding

Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding opleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing Afdeling Hoger Onderwijs Afdeling Voortgezet Onderwijs Praktijkgids Eerstegraads Lerarenopleiding Het praktijkdeel in de ICLON lerarenopleiding Universiteit

Nadere informatie

Rubrics onderzoeksopzet

Rubrics onderzoeksopzet Eindbeoordeling LA51 Praktijkgericht onderzoek 2012-2013 Naam: J. Rietjens Cijfer: 7.3 De beoordeling van de verschillende onderdelen zijn geel gemarkeerd. Door Eline Ossevoort en Hanneke Koopmans Feedback

Nadere informatie

Een taakgericht beroepsbeeld van de leraar

Een taakgericht beroepsbeeld van de leraar Een taakgericht beroepsbeeld van de leraar Leerkracht-expertise beschrijven aan de hand van Entrustable Professional Activities Maarten Lamé, PO Raad Lotte Henrichs, Universiteit Utrecht, Onderwijsadvies

Nadere informatie

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden

Nadere informatie

Gespreksdocument Handleiding Eindgesprek

Gespreksdocument Handleiding Eindgesprek Gespreksdocument Handleiding Eindgesprek Opleiding tot radiodiagnostisch/radiotherapeutisch laborant Datum Maart 2017 Versie 1 Versie 1 maart 2017 Handleiding Eindgesprek Radiodiagnostisch Therapeutisch

Nadere informatie

Roeien met de riemen die je hebt Beoordeling interculturele competenties

Roeien met de riemen die je hebt Beoordeling interculturele competenties Roeien met de riemen die je hebt Beoordeling interculturele competenties Ir. Saskia Kreutzer Drs. Jannemieke Geessink Arnhem Business School NUFFIC Workshop Best Practises Roeien met de riemen die je hebt

Nadere informatie

Onderhandelen over onderwijsvernieuwing

Onderhandelen over onderwijsvernieuwing Onderhandelen over onderwijsvernieuwing Velon-congres, Breda, 19 maart 2019 Rob Moggré, r.moggre@ipabo.nl Ronald Keijzer, r.keijzer@ipabo.nl https://kenniscentrum.ipabo.nl Hogeschool ipabo We zoomen in

Nadere informatie

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Weblogs 1 Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Iwan Wopereis Open Universiteit Nederland Peter Sloep

Nadere informatie

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel Auteurs: Sara Diederen Rianne van Kemenade Jeannette Geldens i.s.m. management initiële opleiding (MOI) / jaarcoördinatoren 1 Inleiding Dit document is bedoeld

Nadere informatie

Lerarenopleiding. Toke Egberts 10 nov. 2017

Lerarenopleiding. Toke Egberts 10 nov. 2017 Lerarenopleiding Toke Egberts 10 nov. 2017 1 Even voorstellen Toke Egberts 2 Inhoud Leraar worden? Opleidingsvarianten Curriculum Vakken Praktijk Toelatingseisen en informatie Individuele vragen 3 Waarom

Nadere informatie

Beoordelen in het HBO

Beoordelen in het HBO Beoordelen in het HBO Eef Nijhuis Saxion Joke van der Meer HAN RIZO 12 maart 2013 Competentiegericht leren Competenties bepalen de inhoud van leren en toetsen Leren en beoordeling zijn gericht op effectief

Nadere informatie

Marjo Maas: fysiotherapeut / docent / onderzoeker Peer assessment De impact van peer assessment op het klinische redeneren en het klinisch handelen van fysiotherapeuten in opleiding en fysiotherapeuten

Nadere informatie

Vragenlijst voor masterstudenten

Vragenlijst voor masterstudenten Vragenlijst voor masterstudenten Digitale toetsing en beoordeling in de universitaire lerarenopleiding Intro Het komende studiejaar besteden opleiders van alle universitaire lerarenopleidingen speciale

Nadere informatie

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD ILS Nijmegen Mei 2009 Voorwoord: Dit voorstel voor een competentieprofiel van de spd is ontworpen op verzoek van de directies van ILS- HAN en ILS-RU door de productgroep

Nadere informatie

Beoordelen van Beoor co co--assistenten assistenten Praktijk ve Praktijk v rsus theorie Marjan Govaerts

Beoordelen van Beoor co co--assistenten assistenten Praktijk ve Praktijk v rsus theorie Marjan Govaerts Beoordelen van co-assistenten Praktijk versus theorie Marjan Govaerts Waar hebben we het over? Why Bother? Frequente feedback, op basis van Frequente toetsing Oefening en follow-up Ericsson, Academic

Nadere informatie

Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie

Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie Begrippenkader Studieloopbaanbegeleiding en Reflectie Kariene Mittendorff, lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs Studieloopbaanbegeleiding Binnen scholen wordt op verschillende manieren gewerkt aan

Nadere informatie

Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies

Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies Op zoek naar nieuwe standaarden voor examinering van Competentie Gericht Onderwijs. Confrontatie tussen twee visies Inleiding Binnen de inspectie wordt gewerkt aan de afstemming en toekomstige integratie

Nadere informatie

Meerwaarde voor onderwijs. De Pijlers en de Plus van FLOT

Meerwaarde voor onderwijs. De Pijlers en de Plus van FLOT Meerwaarde voor onderwijs De Pijlers en de Plus van FLOT De vijf Pijlers: Cruciale factoren voor goed leraarschap Wat maakt een leraar tot een goede leraar? Het antwoord op deze vraag is niet objectief

Nadere informatie

Toetsregeling Professionaliteit

Toetsregeling Professionaliteit Toetsregeling Professionaliteit Bacheloropleidingen Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen Radboudumc Propedeuse Deze regeling is van kracht vanaf 31 augustus 2015. 1) Begripsbepaling Professionaliteit

Nadere informatie

Liesbeth Baartman & Raymond Kloppenburg, Hogeschool Utrecht, januari 2013

Liesbeth Baartman & Raymond Kloppenburg, Hogeschool Utrecht, januari 2013 KIT: KwaliteitsInstrument Toetsprogramma s in beroepsgericht onderwijs Zelfevaluatie-instrument voor docenten Website: www.kwaliteit-toetsprogramma.nl conceptversie 14-03-2013 In onderstaand schema vindt

Nadere informatie

Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders. verworven competenties (EVC s) Lerarenopleiding Groningen

Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders. verworven competenties (EVC s) Lerarenopleiding Groningen Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders verworven competenties (EVC s) Lerarenopleiding Groningen Studiejaar: 2015-2016 Voor studenten die Het tweede jaar van de Educatieve Master of de masteropleiding

Nadere informatie

E-Portfolio inzet / programmatisch toetsen Master Diergeneeskunde SURF Seminar E-portfolio s in het hoger onderwijs 1 juni 2018 Dr. F.

E-Portfolio inzet / programmatisch toetsen Master Diergeneeskunde SURF Seminar E-portfolio s in het hoger onderwijs 1 juni 2018 Dr. F. E-Portfolio inzet / programmatisch toetsen Master Diergeneeskunde SURF Seminar E-portfolio s in het hoger onderwijs 1 juni 2018 Dr. F. Herman Jonker Kennismaken Herman Jonker Dierenarts (afgestudeerd in

Nadere informatie

LANGE KLINISCHE BEOORDELING

LANGE KLINISCHE BEOORDELING HANDLEIDING LANGE KLINISCHE BEOORDELING Inleiding Tijdens de stages/leerwerkperiodes organiseer je twee Lange Klinische Beoordelingen: een halverwege de stage/leerwerkperiode en een aan het einde van de

Nadere informatie

Getting Started. Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen

Getting Started. Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen Getting Started Competentie gericht opleiden in de BIG opleidingen De BIG-opleidingen worden competentiegericht vormgegeven. Met het competentiegericht opleiden hebben de opleidingen een duidelijker inhoudelijk

Nadere informatie

Het beroep en de professionele identiteit van de lerarenopleider. Anja Swennen, Vrije Universiteit Amsterdam

Het beroep en de professionele identiteit van de lerarenopleider. Anja Swennen, Vrije Universiteit Amsterdam Het beroep en de professionele identiteit van de lerarenopleider Anja Swennen, Vrije Universiteit Amsterdam 10 januari 2013 1 Overzicht Korte geschiedenis van het beroep van de lerarenopleider De identiteit

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Dr. Elianne Roelandse Koop VU Medische Centrum en P rof.dr. Hans W illems Universitair Medisch Centrum St Radboud

Dr. Elianne Roelandse Koop VU Medische Centrum en P rof.dr. Hans W illems Universitair Medisch Centrum St Radboud Dr. Elianne Roelandse Koop VU Medische Centrum en P rof.dr. Hans W illems Universitair Medisch Centrum St Radboud met dank aan Christine Ruiter, NVKC bureau Kenmerken competentie gebaseerd door de kcio

Nadere informatie

Vrijstellings- en assessmentregelingen. elders verworven competenties (EVC s)

Vrijstellings- en assessmentregelingen. elders verworven competenties (EVC s) Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders verworven competenties (EVC s) Studiejaar: 2018-2019 Voor studenten die de Educatieve Master of de masteropleiding Educatie en Communicatie in de Wiskunde

Nadere informatie

Beschrijving kwaliteitszorg (A)OSR

Beschrijving kwaliteitszorg (A)OSR Beschrijving kwaliteitszorg (A)OSR Okt2015 Uitgangspunten Het kwaliteitsbeleid van de (A)OSR is gebaseerd op de ontwikkeling van keurmerk naar alliantie die het ICLON aan de met hem samenwerkende scholen

Nadere informatie

Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews

Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews PLATO - Centre for Research and Development in Education and Lifelong Learning Leiden University Content Vraagstellingen voor case studies m.b.t.

Nadere informatie

Vrijstellings- en assessmentregelingen. elders verworven competenties (EVC s)

Vrijstellings- en assessmentregelingen. elders verworven competenties (EVC s) Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders verworven competenties (EVC s) Studiejaar: 2016-2017 Voor studenten die Het tweede jaar van de Educatieve Master of de masteropleiding Educatie en Communicatie

Nadere informatie

Registratieaanvraag:

Registratieaanvraag: Registratieaanvraag: Suggesties voor het uitwerken van de valideringsvragen Dit document behoort bij het Format Registratieaanvraag van de VELON. Het beschrijft suggesties om te werken aan het beantwoorden

Nadere informatie

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven. Procedure en criteria voor het beoordelen van studenten in de beroepspraktijk Hieronder wordt de procedure voor de beoordeling van de bekwaamheid van de student in de beroepspraktijk kort weergegeven.

Nadere informatie

Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving

Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving Betekenisvol Leren Onderwijzen in de werkplekleeromgeving Kempelonderzoekscentrum Jeannette Geldens, lector Monique van der Heijden, promovenda-docentonderzoeker Herman L. Popeijus, erelector Doelen en

Nadere informatie

master leraar voortgezet onderwijs

master leraar voortgezet onderwijs DEEL JE KENNIS! master leraar voortgezet onderwijs JOUW PROGRAMMA IN EEN NOTENDOP De master Leraar voortgezet onderwijs van de VU is een eenjarige master (voltijd*) waarin je een eerstegraads onderwijsbevoegdheid

Nadere informatie

Protocol TNO Educatieve Master

Protocol TNO Educatieve Master Protocol TNO Educatieve Master NVAO 14 maart 2016 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Werkwijze toets nieuwe opleiding educatieve master (womaster) 4 3 Toelichting op het beoordelingskader beperkte toets nieuwe opleiding

Nadere informatie

Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding, tweedegraads lerarenopleidingen Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (versie september 2011)

Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding, tweedegraads lerarenopleidingen Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (versie september 2011) Hogeschool van Amsterdam Onderwijs en Opvoeding, tweedegraads lerarenopleidingen sformulier voor het werkplekleren (versie september 2011) Toelichting bij het beoordelen van het Werkplekleren. De tweedegraads

Nadere informatie

Professionele docenten opleiden: een opleidingsvisie

Professionele docenten opleiden: een opleidingsvisie ARTIKEL Professionele docenten opleiden: een opleidingsvisie Het docentschap staat volop in de belangstelling. In de samenleving is zorg over wat leerlingen in het voortgezet onderwijs leren en het imago

Nadere informatie

Instructie Praktijkopleider of BPV Beoordelaar

Instructie Praktijkopleider of BPV Beoordelaar Instructie Praktijkopleider of BPV Beoordelaar Ontwikkelingsgericht Praktijkbeoordelen.nl DOSSIER : Alle DOSSIERCREBO : Alle KWALIFICATIE : Alle KWALIFICATIECREBO : Alle NIVEAU : Alle COHORT : Vanaf 2015

Nadere informatie

Stagebekwaamheidsgesprek Hoofdfase 1 Feedbackformulier

Stagebekwaamheidsgesprek Hoofdfase 1 Feedbackformulier Naam student: Studentnummer: Stagebekwaamheidsgesprek Hoofdfase 1 Feedbackformulier Bram Boonen Ellen Koop Datum 25 april 2013 Aanbieding Productcriteria Vormvereisten 1e aanbieding Assessmentdossier Het

Nadere informatie

Kris Verbeeck (KPC Groep) en Liesbeth Baartman (TU Eindhoven) Waarom samenhangend toetsbeleid?

Kris Verbeeck (KPC Groep) en Liesbeth Baartman (TU Eindhoven) Waarom samenhangend toetsbeleid? Opbrengstgericht werken: samenhangend beleid bij toetsen en volgen van de ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs Kris Verbeeck (KPC Groep) en Liesbeth Baartman (TU

Nadere informatie

Competenties kwaliteitsvol beoordelen

Competenties kwaliteitsvol beoordelen 27/04/2017 Competenties kwaliteitsvol beoordelen Netwerksessie Stem-Evaluatie Maarten Goossens Universiteit Antwerpen www.d-pac.be d-pac@uantwerpen.be Competenties Beleidsnota Onderwijs 2014-2019 Competentiegericht

Nadere informatie

LESSON STUDY IN DE TWEEDEGRAADS LERARENOPLEIDING

LESSON STUDY IN DE TWEEDEGRAADS LERARENOPLEIDING LESSON STUDY IN DE TWEEDEGRAADS LERARENOPLEIDING Evelien van Geffen, MSc. Lerarenopleider HvA e.c.van.geffen@hva.nl Bron: www.loesje.nl 1 TRENDS IN LERAREN OPLEIDEN Lesgeven is sterk situationeel en contextueel

Nadere informatie

Concretere eisen om te (kunnen) voldoen aan relevante wet- en regelgeving zijn specifiek benoemd

Concretere eisen om te (kunnen) voldoen aan relevante wet- en regelgeving zijn specifiek benoemd >>> Overgang Maatstaf 2016 Onderstaand overzicht bevat de selectie van de geheel nieuwe eisen uit de Maatstaf 2016 en de eisen waarbij extra of andere accenten zijn gelegd, inclusief een korte toelichting.

Nadere informatie

Specialisatie jonge kinderen

Specialisatie jonge kinderen Als leraar staat u voor de taak om passend onderwijs te bieden aan alle leerlingen. Ook aan de jonge kinderen, zij gedragen zich anders en leren op een andere manier dan oudere kinderen. Dit vraagt van

Nadere informatie

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging Studiehadleiding Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging Naam onderwijseenheid: Methoden en vaardigheden voor praktijkonderzoek Code onderwijseenheid: HBOMIGV015MV Jaar: Onderwijsperiode:

Nadere informatie

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007)

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007) Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve sformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007) Toelichting bij het beoordelen in het Werkplekleren. De tweedegraads lerarenopleiding

Nadere informatie

SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak. Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf

SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak. Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: Cohort: Geldig vanaf SW-B-K1-W2 (C) Maakt een plan van aanpak Oefenopdracht C Niveau 4 Crebo: 23185 Cohort: Geldig vanaf 01-08-2015 Colofon * Daar waar hij staat, wordt ook zij bedoeld en omgekeerd. * Waar cliënt staat, kan

Nadere informatie

Beoordelen van leeruitkomsten en de rol van de werkplek daarbij. Projectteam HAN Werkplekleren 23 januari 2017

Beoordelen van leeruitkomsten en de rol van de werkplek daarbij. Projectteam HAN Werkplekleren 23 januari 2017 Beoordelen van leeruitkomsten en de rol van de werkplek daarbij Projectteam HAN Werkplekleren 23 januari 2017 Programma 16.30: Inleiding door Annemieke 16.50: Dialoog in groepen over het beoordelen van

Nadere informatie

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007)

Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve Beoordelingsformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007) Educatieve Hogeschool van Amsterdam, lerarenopleiding vo/bve sformulier voor het werkplekleren (definitieve versie, november 2007) Toelichting bij het beoordelen in het Werkplekleren. De tweedegraads lerarenopleiding

Nadere informatie

Anders kijken, anders leren, anders doen

Anders kijken, anders leren, anders doen Anders kijken, anders leren, anders doen Grensoverstijgend leren en opleiden in zorg en welzijn in het digitale tijdperk HOOFDLIJN 5 Hoofdlijn 5. Consistente en op elkaar aansluitende leertrajecten in

Nadere informatie

Vrijstellings- en assessmentregelingen. elders verworven competenties (EVC s)

Vrijstellings- en assessmentregelingen. elders verworven competenties (EVC s) Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders verworven competenties (EVC s) Studiejaar: 2017-2018 Voor studenten die: het tweede jaar van de Educatieve Master of de masteropleiding Educatie en

Nadere informatie

Een toetsprogramma om van te leren. Platform leren van toetsen 2 juni 2017 Wendy Peeters en Nienke Zijlstra

Een toetsprogramma om van te leren. Platform leren van toetsen 2 juni 2017 Wendy Peeters en Nienke Zijlstra Een toetsprogramma om van te leren Platform leren van toetsen 2 juni 2017 Wendy Peeters en Nienke Zijlstra Even voorstellen.. Wendy Peeters Nienke Zijlstra Uitgangspunten en doel sessie Uitgangspunten:

Nadere informatie

Projectdefinitie. Plan van aanpak

Projectdefinitie. Plan van aanpak Projectplan DOT2 Projectdefinitie ICT is niet meer weg te denken uit ons onderwijs (Hasselt, 2014). Als (toekomstige) leerkracht is het belangrijk dat je daar op inspeelt en kennis hebt van de laatste

Nadere informatie

Op de agenda. VIVO vzw. Het persoonlijk ontwikkelingsplan: een instrument binnen een kwalitatief VTO -beleid

Op de agenda. VIVO vzw. Het persoonlijk ontwikkelingsplan: een instrument binnen een kwalitatief VTO -beleid Het persoonlijk ontwikkelingsplan: een instrument binnen een kwalitatief VTO -beleid Aline Schelfaut Miranda Vermeiren 22 mei 2013 Op de agenda Intro Kwalitatief leer- en opleidingsbeleid Het persoonlijk

Nadere informatie

Assessment centers: wanneer wel, wanneer niet? Jo Verbeken

Assessment centers: wanneer wel, wanneer niet? Jo Verbeken Assessment centers: wanneer wel, wanneer niet? Jo Verbeken Assessment Wanneer wel Wanneer niet? Jo Verbeken 8 december 2011 2 Overzicht De assessment center methode Gedragsgerichte functieclassificatie

Nadere informatie

Beoordeling en evaluatie

Beoordeling en evaluatie Beoordelingsformulier Beoordeling en evaluatie Student: Studentnummer: Opleiding en crebonr.: Niveau en leerweg: BPV bedrijf: Praktijkopleider: BPV-periode van/tot: SLBer Schoolperiode van/tot: Datum:

Nadere informatie

Hoe werkt Lesson Study in de lerarenopleiding?

Hoe werkt Lesson Study in de lerarenopleiding? Hoe werkt Lesson Study in de lerarenopleiding? Mogelijkheden en beperkingen van Lesson Study in het kader van het opleiden van leraren Carien Bakker - Lerarenopleider Universiteit Groningen Felix van Vugt

Nadere informatie

De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie.

De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie. Rapportageformat Instrument Keurmerk HAN ILS en samenwerkingsscholen Versie VO, oktober 2014 Standaard 1. De samenwerkingsschool in relatie tot de kwaliteit van de leerwerkomgeving van de lerende Deze

Nadere informatie

Instructie student. Ontwikkelingsgericht Praktijkbeoordelen.nl

Instructie student. Ontwikkelingsgericht Praktijkbeoordelen.nl Instructie student Ontwikkelingsgericht Praktijkbeoordelen.nl DOSSIER DOSSIERCREBO KWALIFICATIE NIVEAU COHORT KERNTAAK VERSIE : 1v1 Augustus 2018 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Stappenplan 4 3. Instructie

Nadere informatie

Competentiemeter docent beroepsonderwijs

Competentiemeter docent beroepsonderwijs Competentiemeter docent beroepsonderwijs De beschrijving van de competenties in deze competentiemeter is gebaseerd op: - de bekwaamheidseisen uit de Algemene Maatregel van Bestuur als uitwerking van de

Nadere informatie

Pijnpunten PBS. W i n d e s h e i m z e t k e n n i s i n w e r k i n g

Pijnpunten PBS. W i n d e s h e i m z e t k e n n i s i n w e r k i n g Pijnpunten PBS Programma Welkom en voorstellen Pijnpunten SWPBS - Pijnpunten kort toelichten - World café: pijnpunten verkennen - Plenair inventariseren Wettelijk kader SWPBS Pedagogische kwaliteit van

Nadere informatie

Actieonderzoek als stimulans voor een positieve leesattitude bij studenten uit de lerarenopleiding (HBO)

Actieonderzoek als stimulans voor een positieve leesattitude bij studenten uit de lerarenopleiding (HBO) Actieonderzoek als stimulans voor een positieve leesattitude bij studenten uit de lerarenopleiding (HBO) Deeviet Caelen Inge Landuyt Magda Mommaerts Iris Vansteelandt 1 Actieonderzoek als stimulans 1 Situering

Nadere informatie

TRIPLE-LOOP LEARNING: HBO, OPLEIDER EN STUDENT IN ONTWIKKELING INNOVATIE VAN HET ONDERZOEKSCURRICULUM IN DE LERARENOPLEIDINGEN

TRIPLE-LOOP LEARNING: HBO, OPLEIDER EN STUDENT IN ONTWIKKELING INNOVATIE VAN HET ONDERZOEKSCURRICULUM IN DE LERARENOPLEIDINGEN TRIPLE-LOOP LEARNING: HBO, OPLEIDER EN STUDENT IN ONTWIKKELING INNOVATIE VAN HET ONDERZOEKSCURRICULUM IN DE LERARENOPLEIDINGEN Dr. Mascha Enthoven, Prof. dr. Ron Oostdam, dr. Bert van Veldhuizen, Kenniscentrum

Nadere informatie

Pedagogisch Didactisch Getuigschrift

Pedagogisch Didactisch Getuigschrift HOGESCHOOL ROTTERDAM Pedagogisch didactisch getuigschrift Pedagogisch Didactisch Getuigschrift Handleiding voor de coach Instituut voor Lerarenopleidingen Versie 24.11.16 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3

Nadere informatie

Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP)

Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) Hoofdstuk 18 Extra informatie Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) Het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) is bedoeld om een medewerker persoonlijk in de gelegenheid te stellen in eigen woorden te vertellen

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

Beoordelingsrapport Studie en Werk 1B - voltijd

Beoordelingsrapport Studie en Werk 1B - voltijd Beoordelingsrapport Studie en Werk 1B - voltijd 2016-2017 Inleiding: Bij Studie en Werk 1B word je beoordeeld op je leerproces én je functioneren als (aankomend) docent op je leerwerkplek. De beoordeling

Nadere informatie

Competentieprofiel beoordelaar

Competentieprofiel beoordelaar Competentieprofiel beoordelaar LTTR, SHE en SLEBB Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in

Nadere informatie

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe

Breidt netwerk min of meer bij toeval uit. Verneemt bij bedrijven wensen voor nieuwe Accountmanager Accountmanager onderhoudt relaties met bedrijven en organisaties met het doel voor praktijkleren binnen te halen. Hij kan nagaan welke bedrijven hebben, doet voorstellen voor bij bedrijven

Nadere informatie

Opleiden in de school Pieter Nieuwland College in samenwerking met de Vrije Universiteit 2012-2016

Opleiden in de school Pieter Nieuwland College in samenwerking met de Vrije Universiteit 2012-2016 Opleiden in de school Pieter Nieuwland College in samenwerking met de Vrije Universiteit 2012-2016 Concept beleidsplan Opleidingsschool 1 Inhoud: 1. Personeel, functieomschrijving 2. Visie op de Opleidingsschool

Nadere informatie

De Verticale Ondernemerskolom Twente: Project 301

De Verticale Ondernemerskolom Twente: Project 301 De Verticale Ondernemerskolom Twente: Project 301 ROC van Twente - Hengelo In januari 2004 is de afdeling Handel van het toenmalige ROC Oost- Nederland, School voor Economie en ICT, locatie Hengelo - nu

Nadere informatie

Leergang AOS - Bijeenkomst 2 26 november 2015 Ari de Heer Hans Poorthuis Larike Bronkhorst

Leergang AOS - Bijeenkomst 2 26 november 2015 Ari de Heer Hans Poorthuis Larike Bronkhorst Leergang AOS - Bijeenkomst 2 26 november 2015 Ari de Heer Hans Poorthuis Larike Bronkhorst Programma en doelen bijeenkomst 1. Uitwisselen peerfeedback 2. Doordenken onderzoeksopzet 3. Vooruitblik startreviews

Nadere informatie

Handelingsgerichte en theoretische kennis in videogeleide reflectie in zelfdialogen, peerdialogen en supervisiedialogen in de lerarenopleiding

Handelingsgerichte en theoretische kennis in videogeleide reflectie in zelfdialogen, peerdialogen en supervisiedialogen in de lerarenopleiding www.acttea.ut.ee EU 2012-2015 Handelingsgerichte en theoretische kennis in videogeleide reflectie in zelfdialogen, peerdialogen en supervisiedialogen in de lerarenopleiding Dubravka Knezic, Universiteit

Nadere informatie

3 21 Competentiegericht beoordelen en de veranderende rol van de opleider 21 Anja Heida en Marco Snoek

3 21 Competentiegericht beoordelen en de veranderende rol van de opleider 21 Anja Heida en Marco Snoek Inhoud 1 11 Bekwaamheid op de proef gesteld 11 1.1 11 Onderwijsvernieuwing als karikatuur 11 1.2 12 Onderwijsvernieuwing als permanent ontwerpproces 12 1.3 13 Verbinden van leeromgevingen en soorten leren

Nadere informatie

Lerarenopleiding Geesteswetenschappen. Masterdag 16 mrt. 2018

Lerarenopleiding Geesteswetenschappen. Masterdag 16 mrt. 2018 Lerarenopleiding Geesteswetenschappen Masterdag 16 mrt. 2018 1 Inhoud Leraar worden? Opleidingstrajecten Curriculum Vakken Praktijk Toelatingseisen en informatie Individuele vragen 2 Waarom zou je leraar

Nadere informatie

Overzicht. Introductie. Warming-up Intermezzo: Een kleine geschiedenis Cooling-down. Iwan Wopereis. 4CID Symposium 2017, Nijmegen 21 april 2017

Overzicht. Introductie. Warming-up Intermezzo: Een kleine geschiedenis Cooling-down. Iwan Wopereis. 4CID Symposium 2017, Nijmegen 21 april 2017 Introductie Iwan Wopereis Overzicht Warming-up Intermezzo: Een kleine geschiedenis Cooling-down Maastricht University en Open Universiteit 1 Overzicht Warming-up Intermezzo: Een kleine geschiedenis Cooling-down

Nadere informatie

Assessmentprocedure. EVC procedure Master opleiding Archeologie. 1 v-3

Assessmentprocedure. EVC procedure Master opleiding Archeologie. 1 v-3 Assessmentprocedure EVC procedure Master opleiding Archeologie 1 Versiebeheer Titel Assessmentprocedure Versie Datum publicatie Auteur 1 19 december 2009 MH/CNe 2 22 januari 2010 MH/CNe 3 04 februari 2010

Nadere informatie

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN M.11i.0419 De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN versie 02 M.11i.0419 Naam notitie/procedure/afspraak Visie op professionaliseren Eigenaar/portefeuillehouder Theo Bekker

Nadere informatie

Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014

Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014 Cursusinformatie PIAF opleiding nieuwe stijl 2013/2014 Medicatiebeoordeling is een systematische beoordeling van het geneesmiddelgebruik van een individuele patiënt door arts, apotheker en patiënt op basis

Nadere informatie

STARTVERSLAG STUDENT - LOTTE VAN DER SCHOOT 1623303 // COÖRDINATOR - INGE SCHAREMAN // STAGEBEGELEIDING - CYNTHIA BOOM & KEVIN KARS

STARTVERSLAG STUDENT - LOTTE VAN DER SCHOOT 1623303 // COÖRDINATOR - INGE SCHAREMAN // STAGEBEGELEIDING - CYNTHIA BOOM & KEVIN KARS STARTVERSLAG STUDENT - LOTTE VAN DER SCHOOT 1623303 // COÖRDINATOR - INGE SCHAREMAN // STAGEBEGELEIDING - CYNTHIA BOOM & KEVIN KARS INHOUD // INLEIDING 4 ORIENTATIEDOCUMENT 5 FACTSHEET 6 LEERDOELEN 7 STARTVERSLAG

Nadere informatie

Zes tips voor betere feedback. Dr. Linda Keuvelaar van den Bergh Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO)

Zes tips voor betere feedback. Dr. Linda Keuvelaar van den Bergh Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO) Zes tips voor betere feedback Dr. Linda Keuvelaar van den Bergh Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg (OSO) Doelen Jullie hebben kennis over: Kenmerken van goede feedback De situatie m.b.t. feedback

Nadere informatie

Beschrijving leertraject Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB), inclusief de Basis Kwalificatie Examinering (BKE)

Beschrijving leertraject Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB), inclusief de Basis Kwalificatie Examinering (BKE) HOGESCHOOL ROTTERDAM Beschrijving leertraject Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB), inclusief de Basis Kwalificatie Examinering (BKE) Klik op een van onderstaande linken om direct naar het betreffende

Nadere informatie

5. Protocol Toetsing en Beoordeling

5. Protocol Toetsing en Beoordeling 5. Protocol Toetsing en Beoordeling Dit protocol Toetsing en Beoordeling maakt deel uit van het Landelijk Opleidingsplan met ingangsdatum 1 januari 2017. Uitgangspunten Dit Protocol Toetsing en Beoordeling

Nadere informatie

WELKOM! Wil je op je A4 opschrijven wat je nu weet over Lesson Study? Evelien van Geffen 12 mei 2016

WELKOM! Wil je op je A4 opschrijven wat je nu weet over Lesson Study? Evelien van Geffen 12 mei 2016 WELKOM! Wil je op je A4 opschrijven wat je nu weet over Lesson Study? Evelien van Geffen e.c.van.geffen@hva.nl 12 mei 2016 1 UITKOMSTEN VORIG ONDERZOEK Een aantal conclusies uit het onderzoek van Amagir,

Nadere informatie

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving Introductie Met de REQUEST methode wordt getracht de participatie van het individu in hun eigen mobiliteit te vergroten. Hiervoor moet het individu voldoende

Nadere informatie

Kalibreersessies HO. Congres NVE 23 november 2017 Marlies van Beek

Kalibreersessies HO. Congres NVE 23 november 2017 Marlies van Beek Kalibreersessies HO Congres NVE 23 november 2017 Marlies van Beek Opzet workshop Beoordelen beoordeeld Procedure en resultaten Opdracht beoordeling handtekenen Voorbeeld resultaten scriptie Vervolg procedure

Nadere informatie

Vrijstelling op grond van praktijkervaring binnen de bacheloropleiding Psychologie

Vrijstelling op grond van praktijkervaring binnen de bacheloropleiding Psychologie Vrijstelling op grond van praktijkervaring binnen de bacheloropleiding Psychologie Een vrijstelling op basis van praktijkervaring is alleen mogelijk voor vier cursussen uit de bacheloropleiding, te weten

Nadere informatie