Zoek je weg op de wereld Wonen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zoek je weg op de wereld Wonen"

Transcriptie

1 Zoek je weg op de wereld Wonen Qgroep tijdsduur 50 minuten kerndoelen 1, 8, 50 en 55 lesdoelen De leerling: kent de begrippen lengteen breedtegraad weet wat de functie is van lengte- en breedtegraden weet dat de nulmeridiaan door Greenwich (Londen) loopt weet wat het oostelijk en het westelijk halfrond is weet waar de evenaar, de Steenbokskeerkring en de Kreeftskeerkring liggen leert de atlas te gebruiken eindproduct een wereldbol met verschillende meridianen benodigdheden 24 piepschuimen bollen 24 rode viltstiften 24 groene viltstiften 24 gele viltstiften 24 blauwe viltstiften 12 atlassen Voorbereiding Zoek eventueel op wat de nulmeridiaan is en waar de evenaar, de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring liggen. Een plek op aarde 10 min. Verdeel de leerlingen in tweetallen. Geef ieder tweetal een atlas, twee piepschuimen bollen, 2 blauwe, 2 rode, 2 groene en 2 gele viltstiften. De leerlingen doen opdracht 1 van het doeblad. Eén leerling zet een rode stip op de bol en probeert de andere leerling uit te leggen waar die stip precies zit. Vraag hoe dit ging. Was het moeilijk? Waarom was het moeilijk? De leerlingen komen erachter dat het moeilijk is om een plek op aarde te beschrijven als de polen de enige referentiepunten zijn. De leerlingen onderzoeken hoe je een plek op aarde kan bepalen. Twee plekken op aarde 5 min. Vertel de leerlingen dat ze het experiment met de bollen nu op een andere manier gaan doen. Laat ze in dezelfde tweetallen opdracht 2 van het doeblad doen. Dit keer proberen ze aan de hand van de rode stip, twee andere (groene) stippen te lokaliseren. Ze komen erachter dat je met drie punten een plaats kunt bepalen. Vertel dat dit de driepuntsmeting wordt genoemd. pagina 397 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

2 Lengte- en breedtegraden 25 min. Op het doeblad staat een wereldkaart. Hierop zijn de nulmeridiaan en de evenaar aangegeven. Ook zijn de Kreefts- en Steenbokskeerkring aangegeven. Vertel de leerlingen dat de belangrijkste breedtegraad de evenaar is. Deze verdeelt de aarde in noord en zuid. Alle andere breedtegraden lopen evenwijdig aan de evenaar. De belangrijkste lengtegraad is de nulmeridiaan. Die loopt door Greenwich (Londen, Groot-Brittanië). Teken de wereld met de nulmeridiaan en de evenaar op het bord. De leerlingen vullen opdracht 3 van het doeblad in. De leerlingen tekenen de nulmeridiaan, de evenaar, de Steenbokskeerkring en de Kreeftskeerkring op hun bol. Nederland en Nieuw-Zeeland liggen op het oostelijk halfrond, Peru ligt op het westelijk halfrond. Nederland ligt op het noordelijk halfrond, Peru en Nieuw-Zeeland op het zuidelijk halfrond. Voor vraag 3 zijn dit de antwoorden: Brisbane, Australië: 27 Z, 153 O, Quebec, Canada: 46 N, 71 W, Aswan, Egypte: 23 N, 32 O. Nog een plek op aarde 10 min. De leerlingen vullen opdracht 4 van het doeblad in. Eén van de leerlingen legt aan de ander uit waar hij of zij een gele stip heeft gezet. Dit keer kan er gebruik gemaakt worden van de ingetekende lengte- en breedtegraden. De leerlingen komen tot de conclusie dat lengte- en breedtegraden op aarde goed helpen om een plaats te bepalen. Laat verschillende groepjes vertellen of het hen wel of niet lukte om de gele stip op dezelfde plek op de bol te plaatsen. Bespreek daarna gezamenlijk het hele doeblad. Waarom zijn de lengte- en breedtegraden handig? pagina 398 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

3 Q Zoek je weg op de wereld In dit experiment ga je antwoord geven op de onderzoeksvraag: groep doeblad Waarom zijn er afspraken gemaakt over plaatsbepaling? 1 Een plek op aarde Wat heb je nodig? 2 piepschuimen bollen blauwe, rode, groene en gele viltstiften een atlas Wat ga je doen? Doe deze opdracht met zijn tweeën. Eén van jullie is leerling 1 en één van jullie is leerling 2. 1 Zet de atlas opengeklapt tussen jullie in. Je mag niet zien wat de ander doet. 2 Pak allebei de rode stift en de bol. De bol stelt de aarde voor. Teken er een Noordpool en een Zuidpool op. pagina 399 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

4 3 Leerling 1 Zet met een rode viltstift op een willekeurige plek op de bol een stip. Beschrijf voor leerling 2 zo precies mogelijk waar je de stip hebt gezet. Leerling 2 Luister goed en probeer op precies dezelfde plek op jouw bol een stip te zetten met jouw rode viltstift. 4 Bekijk hierna allebei de bollen. a Zit de rode stip op precies dezelfde hoogte? b Kun je ergens anders op de bol van leerling 2 nog een stip zetten die óók klopt met de beschrijving van leerling 1? c Welke woorden heeft leerling 1 gebruikt? Omcirkel die woorden. boven / onder / links / rechts / noord / zuid / oost / west / millimeter / centimeter iets anders, namelijk schrijf HIER andere woorden op pagina 400 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

5 2 Twee plekken op aarde 1 Pak allebei de groene viltstift. 2 Leerling 2 Zet twee groene stippen op de bol. Beschrijf voor leerling 1 zo precies mogelijk waar je de groene stippen op de bol hebt gezet. Leerling 1 Luister goed en probeer op precies dezelfde plek op jouw bol twee a groene stippen te zetten. 3 Bekijk hierna allebei de bollen. Zit de groene stip op precies dezelfde hoogte? Tip. Als de rode stip bij beide bollen op dezelfde plek staat, kun je die in je beschrijving gebruiken. b Welke woorden heeft leerling 1 gebruikt? Omcirkel die woorden. boven / onder / links / rechts / noord / zuid / oost / west / millimeter / centimeter iets anders, namelijk schrijf HIER andere woorden op 3 Lengte- en breedtegraden Om goed te kunnen beschrijven waar mensen zich op aarde bevinden, hebben ze vroeger bedacht om de aarde in stukken te verdelen. Er bestaan breedtegraden en lengtegraden. De lengtegraad die de aarde in het oostelijk en westelijk halfrond opdeelt, noemen we de nulmeridiaan. Deze meridiaan loopt door Greenwich in Londen. Kijk maar eens op de afbeelding op de volgende bladzijde. pagina 401 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

6 a Pak de atlas en zoek de volgende landen op. Liggen ze op het oostelijk of westelijk halfrond? Kruis aan in de tabel. land oostelijk halfrond westelijk halfrond Nederland Peru kruis het juiste halfrond aan Nieuw-Zeeland De breedtegraad die de aarde opdeelt in het noordelijk halfrond en het zuidelijk halfrond, noemen we de evenaar. Deze loopt onder andere door de Sahara in Noord-Afrika. Alles ten noorden van deze lijn, noemen we het noordelijk halfrond en alles te zuiden van deze lijn noemen we het zuidelijk halfrond Op deze kaart van de aarde staan de nulmeridiaan (verticaal) en de evenaar (horizontaal) aangegeven. Deze zijn te herkennen aan de 'O' die erbij staat. De Steenbokskeerkring ligt op 23 graden zuiderbreedte, de Kreeftskeerkring op 23 graden noorderbreedte. Deze zijn ook op de kaart aangegeven. pagina 402 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

7 b Kijk nog eens in de atlas naar de landen uit vraag 3a. Liggen ze op het noordelijk of zuidelijk halfrond? Kruis aan in de tabel. land noordelijk halfrond zuidelijk halfrond Nederland Peru kruis het juiste halfrond aan Nieuw-Zeeland c Teken nu de nulmeridiaan met een blauwe viltstift als een lijn van boven naar beneden op je bol. Maak een hele cirkel van de lijn. Trek nu nog zo n lijn voor de evenaar, waardoor de bol in vieren wordt verdeeld. Kijk goed naar het voorbeeld hieronder. d Er zijn nog twee bekende breedtegraden: de Steenbokskeerkring en de Kreeftskeerkring. De Steenbokskeerkring ligt een stukje onder de evenaar, de Kreeftskeerkring ligt erboven. Kijk in de atlas en op de afbeelding op de vorige bladzijde waar deze keerkringen liggen. Teken ze met de blauwe viltstift op je bol. pagina 403 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

8 e De plaatsbepaling van steden wordt ook aangegeven in breedte- en lengtegraden. Als je dat doet, dan noem je eerst de breedtegraad en dan de lengtegraad. Utrecht ligt ongeveer op 52 graden noorderbreedte en 5 graden oosterlengte. Dat schrijf je als Utrecht, Nederland: 52 N, 5 O. Zoek de volgende steden in de atlas op. Waar bevinden zij zich? Brisbane, Australië Quebec, Canada Aswan, Egypte schrijf HIER de lengte- en breedtegraden 4 Nog een plek op aarde 1 Zet de atlas weer tussen jullie in. 2 Pak je bol. Zet daarop op de nulmeridiaan en tussen de Kreeftskeerkring en de noordpool met blauwe viltstift een kruisje. Dat is Greenwich in Londen. Zet een klein stukje naar rechts met de blauwe viltstift een stip. Dat is Nederland. 3 Leg nu nog één keer aan elkaar uit waar jullie een stip zetten. Leerling 1 Zet met de gele viltstift op een willekeurige plek op de bol een stip. Beschrijf voor leerling 2 zo precies mogelijk waar je de stip hebt gezet. Gebruik in je uitleg ook Greenwich, Nederland en de rode en groene stippen. Leerling 2 Luister goed en probeer op precies dezelfde plek op jouw bol een gele stip te zetten. 4 Bekijk hierna allebei de bollen. Tip. Gebruik Greenwich en Nederland en de rode en groene stip bij je uitleg als die op beide bollen op dezelfde plek staan. pagina 404 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

9 a Zit de stip op precies dezelfde hoogte? b Welke woorden heeft leerling 1 gebruikt? Omcirkel die woorden. boven / onder / links / rechts / noord / zuid / oost / west / millimeter / centimeter iets anders, namelijk schrijf HIER andere woorden op c Vul in. Alle landen die ten oosten van de nulmeridiaan liggen, liggen op het halfrond. Alle landen die ten zuiden van de evenaar liggen, liggen op het halfrond. d Bij welke opdracht wist je het best waar op aarde je een stip moest zetten? e Waarom is het handig dat de wereld is opgedeeld in lengte- en breedtegraden? pagina 405 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

10 pagina 406 Wonen les 65 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

11 Weerstation De Klas Het weer Qgroep tijdsduur 95 minuten kerndoelen 1, 5, 6, 8, 23, 42, 43, 44, 45 en 55 lesdoelen De leerling: weet dat een thermometer werkt door uitzetting en inkrimping van vloeistof weet dat de luchtvochtigheid mede afhankelijk is van hoogte van de temperatuur weet dat windkracht een maat is voor de snelheid van de wind kan resultaten in een tabel zetten kan resultaten uit de tabel interpreteren eindproducten drie weerinstrumenten: een thermometer, luchtvochtigheidsmeter en windmeter het weerjournaal benodigdheden 8 thermometers 2 plastic flesjes 2 doorzichtige rietjes 2 verbandgaasjes 2 elastiekjes 2 passers 2 grote satéprikkers 2 pingpongballetjes karton scharen karaf limonade koud water boetseerklei viltstiften linialen plakband sterk dun touw boeken of computers met internet zon of lamp koelkast Voorbereiding Zoek voor de activiteit Wat is het weer (thermometer) een weersvoorspelling van de dag. Leg de materialen voor de verschillende groepjes klaar. Zorg voor de activiteit Weerstation maken (thermometer) voor een karaf aangelengde limonadesiroop. Maak voor de activiteit Uitwisselen activiteiten op het bord een tabel, waarin de leerlingen de hele week het weer kunnen bijhouden. Wat is het weer? 5 min. Vertel dat de leerlingen samen een weerstation gaan bouwen. Verdeel de leerlingen in groepjes van vier. Laat twee groepjes de thermometer maken, twee groepjes de luchtvochtigheidsmeter en twee groepjes de windmeter. Vertel dat elke leerling een eigen taak heeft bij het maken van het weerinstrument. Dit is op het doeblad aangegeven. Elk doeblad heeft een eigen verkenningsopdracht. De leerlingen maken opdracht 1 van het doeblad. pagina 407 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

12 De volgende vragen worden onderzocht: Hoe werkt een thermometer? Wat is de luchtvochtigheid van vandaag? Is de windsnelheid voor vandaag goed voorspeld? Weerstation maken 45 min. De leerlingen doen opdracht 2 van het doeblad. Vertel bij de thermometer dat vloeistoffen uitzetten als ze warmer worden. Uitwisselen activiteiten 20 min. De leerlingen vertellen elkaar wat ze gemaakt hebben en hoe het instrument werkt. Laat de leerlingen hierna een plek in de klas zoeken voor hun instrument. De leerlingen houden in de tabel op het bord het weer bij. Ter info. Vloeistoffen zetten uit als ze warmer worden, omdat de moleculen dan sneller bewegen. Ze nemen dan meer ruimte in. Het weerjournaal 20 min. De leerlingen hebben de hele week het weer bijgehouden. Vertel dat ieder groepje nu een weerjournaal gaat maken over zijn instrument. In het weerjournaal staat een overzicht van de temperatuur, luchtvochtigheid en windkracht van de afgelopen week. De leerlingen maken opdracht 3 van hun doeblad. De volgende onderwerpen kunnen beschreven worden: Thermometer: werking van de thermometer en temperaturen op andere planeten van ons zonnestelsel. Wat is de koudste en de warmste planeet? Heeft dit te maken met de afstand tot de zon? Luchtvochtigheidsmeter: werking van de luchtvochtigheidsmeter en vochtigheid op andere planeten van ons zonnestelsel. Wat is de meest en minst vochtige planeet? Heeft de luchtvochtigheid te maken met de afstand van de planeet tot de zon? Waarom is er op andere planeten geen vloeibaar water? Windmeter: werking van de windmeter en wind op andere planeten. Wat is de planeet met de krachtigste en de minst krachtige wind? Laat de groepjes hun weerjournaal met elkaar vergelijken. Maak groepjes van drie. Elk groepje bestaat uit een temperatuurexpert, een windexpert en een luchtvochtigheidexpert. De leerlingen leggen elkaar uit wat ze met hun groepje hebben ontdekt over de werking van en de metingen met hun instrument. Op basis daarvan maken de leerlingen met elkaar een voorspelling voor de komende week. Zo krijg je acht voorspellingen per klas. Kopieer ze samen met het weersoverzicht van de afgelopen week en geef ze mee voor de ouders. pagina 408 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

13 Q Weerstation De Klas 1 Wat is het weer? a Kijk naar het weerbericht van vandaag. Wat is de voorspelling van de temperatuur? b Waarmee meet je de temperatuur? groep doeblad thermometer In dit experiment geef je antwoord op de onderzoeksvraag: Hoe werkt een thermometer? c Wat denk je dat het antwoord op de onderzoeksvraag is? Een thermometer werkt door: 2 Weerstation maken Iedereen heeft één taak bij het maken van deze thermometer. Kijk bij Wat ga je doen? op de volgende bladzijde. Spreek af wie wat gaat doen. Wat heb je nodig? karton schaar plastic flesje karaf limonade koud water doorzichtig rietje boetseerklei viltstiften liniaal buitenthermometer koelkast zon of lamp pagina 409 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

14 Wat ga je doen? Leerling 1 1 Meet met de liniaal een stukje karton van 5 bij 5 centimeter af. Knip dit stukje uit. 2 Knip daarin twee gleufjes boven elkaar. Kijk op de tekening onderaan de bladzijde. Leerling 2 3 Vul de fles tot aan de rand met limonade. Leerling 3 4 Zet het rietje in de fles. 5 Als je voorzichtig aan het rietje zuigt, komt er vloeistof door het rietje naar boven. Zuig aan het rietje totdat de vloeistof net boven de klei uitkomt. Doe je vinger snel op het rietje, zodat de vloeistof niet terugstroomt. Leerling 4 6 Gebruik de klei om het rietje vast te zetten. Zorg ervoor dat dit goed vastzit, zodat de vloeistof niet terug kan stromen. Kijk op de tekening hoe het moet. De thermometer is klaar! pagina 410 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

15 7 Zet jullie eigengemaakte thermometer in de zon of onder een warme lamp. a Wat gebeurt er? b Vul in. Als de temperatuur toeneemt, dan stijgt / daalt de vloeistof in het rietje. kies het juiste antwoord 8 Zet de thermometer in een koelkast (of uit de zon). c Wat gebeurt er? d Vul in. Als de temperatuur daalt, dan stijgt / daalt de vloeistof in het rietje. kies het juiste antwoord e Hoe komt het dat de vloeistof beweegt als de thermometer warm of koud wordt? f Geef antwoord op de onderzoeksvraag: Hoe werkt een thermometer? pagina 411 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

16 g Klopt je antwoord met je verwachting bij vraag 1c? Zo nee, wat heb je geleerd? 3 Het weerjournaal Voor het weerjournaal maken jullie de bladzijde over de thermometer. Geef in jullie deel van het weerjournaal antwoord op de volgende vragen. Zoek eventueel informatie op in boeken of op internet. Hoe werkt de thermometer? Wat zijn de temperaturen op andere planeten van ons zonnestelsel? Wat is de koudste en wat is de warmste planeet? Heeft de temperatuur van de planeten te maken met de afstand tot de zon? pagina 412 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

17 Q Weerstation De Klas 1 Wat is het weer? a Waarvoor denk je dat je een luchtvochtigheidsmeter gebruikt? In dit experiment geef je antwoord op de onderzoeksvraag: Wat is de luchtvochtigheid van vandaag? b Denk je dat de lucht vandaag heel vochtig is of juist niet? groep doeblad luchtvochtigheidsmeter 2 Weerstation maken Iedereen heeft één taak bij het maken van deze luchtvochtigheidsmeter. Kijk bij Wat ga je doen?. Spreek af wie wat gaat doen. Wat heb je nodig? 2 thermometers stuk karton van 20 bij 15 centimeter plakband verbandgaasje elastiekje water pagina 413 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

18 Wat ga je doen? Leerling 1 1 Leg een thermometer net naast de rand op het papier, zoals op de tekening onderaan de bladzijde. Zorg dat de lijn van 20 Celsius op de thermometer gelijk loopt met de onderkant van het karton. 2 Plak de thermometer vast. Leerling 2 3 Leg de andere thermometer net naast de rand aan de andere kant op het karton. Zorg ook hier dat de lijn van 20 Celsius gelijk loopt met de onderkant van het karton. 4 Plak de thermometer vast. Leerling 3 5 Pak het verbandgaasje en maak deze met water nat. 6 Wikkel het om de onderkant van de linker thermometer waardoor het onderste deel van de thermometer bedekt is. Leerling 4 7 Zet het verbandgaasje met het elastiekje vast. De luchtvochtigheidsmeter is klaar! pagina 414 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

19 8 Wapper het karton 25 seconden heen en weer. a Hoeveel graden is het op de linker thermometer? graden Hoeveel graden is het op de rechter thermometer? graden Hoeveel graden verschillen beide thermometers? graden b Zoek in de tabel hieronder op wat de (relatieve) luchtvochtigheid van deze dag is. Verschil droog en nat zoek hier de temperatuur van de rechter thermometer op Droge bol temp. 0, zoek hier naar het verschil tussen beide thermometers pagina 415 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

20 c Vul in. Hoe hoger het getal van de luchtvochtigheidsmeter, hoe vochtiger / droger de lucht is. kies het juiste antwoord d Geef antwoord op de onderzoeksvraag: Wat is de luchtvochtigheid van vandaag? Als de luchtvochtigheid onder de 50 is, betekent het dat er een lage luchtvochtigheid is. Als de luchtvochtigheid tussen de 50 en 60 is, betekent het dat er een matige luchtvochtigheid is. Als de luchtvochtigheid boven de 60 is, betekent het dat er een hoge luchtvochtigheid is. e De luchtvochtigheid is vandaag dus laag / matig / hoog kies het juiste antwoord Klopt je verwachting van vraag 1b met je conclusie? 3 Het weerjournaal Voor het weerjournaal maken jullie de bladzijde over de luchtvochtigheidsmeter. Geef in jullie deel van het weerjournaal antwoord op de volgende vragen. Zoek eventueel informatie op in boeken of op internet. Hoe werkt een luchtvochtigheidsmeter? Wat is de vochtigheid op andere planeten van ons zonnestelsel? Wordt de luchtvochtigheid lager als de planeten verder van de zon staan? pagina 416 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

21 Q Weerstation De Klas 1 Wat is het weer? a Waarvoor gebruik je een windmeter? In dit experiment geef je antwoord op de onderzoeksvraag: groep doeblad windmeter Wat is de windsnelheid van vandaag? b Kijk eens naar buiten. Waait het? Hoe zou je de wind van vandaag noemen? 2 Weerstation maken Iedereen heeft één taak bij het maken van deze windmeter. Kijk bij Wat ga je doen?. Spreek af wie wat gaat doen. Wat heb je nodig? stuk karton van 25 x 15 centimeter passer grote satéprikker plakband sterk dun touw schaar liniaal pingpongballetje potlood pagina 417 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

22 Wat ga je doen? Leerling 1 1 Zet de poten van de passer op een afstand van 10 centimeter. 2 Maak met de passer een halve cirkel op het karton zoals op de tekening. 3 De cirkel heeft nu een straal van 10 centimeter. Knip de halve cirkel uit. 4 Knip in het midden van de rechte zijde met de schaar een halve centimeter recht naar boven. Leerling 2 5 Knip een stuk touw van ongeveer 20 centimeter af. Trek één van de uiteinden 2 centimeter door het ingeknipte deel. 6 Maak het touw aan de achterkant van het karton met plakband vast. 7 Maak aan de andere kant van het touw een pingpongbal vast met plakband. Leerling 3 pagina 418 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

23 8 Verdeel met het potlood de halve cirkel in 18 taartpunten. Deel hiervoor de halve cirkel eerst in tweeën. Deel de kwart cirkels daarna in drieën. Deel deze vervolgens ook weer in drieën. Je hebt nu 18 even grote delen. 9 Leg de halve cirkel met de rechte zijde naar je toe. Zet nu bij de middelste lijn het getal 90. Zet van hieruit naar de rechterbuitenkant van de cirkel bij elke volgende lijn: 80, 70, 60, 50, 40, 30, 20, 10. Kijk goed naar de tekening hieronder. Leerling 4 10 Zet de nummers aan de linker kant. Schrijf op de lijn na 90 op de volgende lege lijnen: 80, 70, 60, 50, 40, 30, 20, 10. Plak het satéstokje half achter de middelste lijn met een plakbandje. De andere helft komt onder de rechte zijde van de halve cirkel. a Ga met je groepje naar buiten. Houd de windmeter met de platte zijde omhoog pagina 419 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

24 recht in de wind, zodat het touwtje waaraan de pingpongbal hangt langs het vlak van de halve cirkel kan bewegen. Wat gebeurt er met de pingpongbal? b Welk getal wijst het touwtje aan op de windmeter? c Kijk nu in de tabel hieronder. Welke windkracht en welke windsnelheid horen hierbij? Windkracht Windsnelheid Windkracht (Bft) Windsnelheid (km/h) Benaming Windstil Matige Matige Matige Vrij Vrij Krachtige Harde Harde wind wind wind krachtige krachtige wind wind wind wind wind Storm is windkracht 9 (88 km/uur), een orkaan is windkracht 12 (meer dan 117 km/uur). d Waarom staan de meetlijnen zowel links als rechts van het midden? pagina 420 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

25 e Geef antwoord op de onderzoeksvraag: Wat is de windsnelheid van vandaag? f Klopt je verwachting van vraag 1c met je conclusie? 3 Het weerjournaal Voor het weerjournaal maken jullie de bladzijde over de windmeter. Geef in jullie deel van het weerjournaal antwoord op de volgende vragen. Zoek eventueel informatie op in boeken of op internet. Hoe werkt een windmeter? Wat is de windkracht op andere planeten van ons zonnestelsel? Op welke planeet heerst de meest krachtige wind en op welke planeet de minst krachtige wind? pagina 421 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

26 pagina 422 Het weer les 66 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

27 Het broeikaseffect Het klimaat Qgroep tijdsduur 60 minuten en 15 minuten wachten kerndoelen 1, 23 en 42 lesdoelen De leerling: weet wat het broeikaseffect is weet wat de dampkring is ontdekt dat de dampkring heel dun is in vergelijking met de aarde kent zowel positieve als negatieve gevolgen van het broeikaseffect weet dat er zonder broeikaseffect en dampkring geen leven mogelijk zou zijn op aarde eindproduct een fles die de aarde met dampkring voorstelt en een fles die een planeet zonder dampkring voorstelt benodigdheden 12 thermometers die door een flesopening passen 12 1,5 liter flessen 6 passers 6 lepels 6 trechters A4-papier schoolbord krijt linialen kleurpotloden draad scharen potgrond water plakband zon of lamp Voorbereiding Voor deze les is enige kennis nodig over de functie van de dampkring, het broeikaseffect en broeikasgassen. Het broeikaseffect 10 min. Vraag of de leerlingen weten wat het broeikaseffect is. Waardoor wordt dit veroorzaakt? Kom tot de conclusie dat dit onder andere komt doordat er steeds meer uitlaatgassen van auto s in de lucht komen (CO 2 ) en doordat de mensen steeds meer energie verbruiken. Daarnaast zijn er ook nog andere redenen waardoor de aarde steeds warmer wordt. De broeikasgassen, zoals koolstofdioxide, zorgen ervoor dat de warmte van het zonlicht wordt vastgehouden. Vertel dat de aarde een dampkring heeft. De broeikasgassen blijven hierdoor hangen, met als gevolg dat de aarde steeds warmer wordt. Vertel dat het broeikaseffect zowel positieve als negatieve gevolgen heeft. Bespreek dat mensen zonder het broeikaseffect niet op aarde kunnen leven! Er zou een gemiddelde temperatuur van -15 Celsius heersen. De leerlingen vullen opdracht 1 van het doeblad in. Tip. Op internet zijn allerlei filmpjes te vinden over het broeikaseffect. De leerlingen onderzoeken wat het gevolg van het broeikaseffect is op de temperatuur op aarde. pagina 423 Het klimaat les 67 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

28 Tekening dampkring 40 min. waarvan 15 min. wachten Geef de leerlingen een leeg vel A4-papier en een potlood. Hierop gaan ze de aarde en de dampkring tekenen. Bespreek kort wat de dampkring is. Vertel dat de dampkring (of atmosfeer) een luchtlaag boven de aarde is. De leerlingen ontdekken dat deze luchtlaag heel dun is. Verdeel de passers en de linialen. De leerlingen gebruiken de liniaal om met de passer een cirkel met een diameter van 13 centimeter te tekenen. Deze cirkel stelt de aarde voor. Met kleurpotlood trekken ze hieromheen een heel dun lijntje. Dit stelt de dampkring voor. Op schaal zou dit lijntje niet meer dan 1 millimeter dik mogen zijn. Vraag wat hen opvalt aan de grootte van de lijn. Kom tot de conclusie dat de dampkring ten opzichte van de aarde maar heel dun is. De leerlingen vullen opdracht 2 van het doeblad in. De dampkring Vertel dat de dampkring ervoor zorgt dat de broeikasgassen bij de aarde blijven. Niet alle planeten hebben een dampkring; Saturnus bestaat uit gas en heeft geen aparte dampkring. Om te zien wat een dampkring doet met de temperatuur op de planeet, doen de leerlingen een experiment. Verdeel de leerlingen in groepjes van vier. Geef ieder groepje een groepsnummer. Maak binnen de groepen tweetallen. Elk tweetal maakt een planeet. Geef de leerlingen de benodigdheden en een markeerstift om op de flessen het groepsnummer te schrijven en wat het voorstelt. De leerlingen doen stap 1 tot met 6 van het doeblad. Ze zetten de flessen in de zon of onder een lamp. Na 15 minuten vullen ze opdracht 3 van het doeblad verder in. Bespreek de opdrachten. Concludeer dat de thermometer van de fles aarde een hogere temperatuur aangeeft. Dit komt doordat de lucht in deze fles niet kan ontsnappen. Het wordt daardoor steeds warmer. Bij de fles zonder dampkring, komt de warme lucht steeds in aanraking met koelere lucht. De lucht koelt weer af. De uiterste temperaturen op een planeet zonder dampkring verschillen daarom meer. Bij een planeet met dampkring blijft de warmte langer hangen. Geen dampkring en geen broeikaseffect 10 min. De leerlingen beantwoorden de onderzoeksvraag in opdracht 4 van het doeblad. Bespreek de opdrachten en kom tot de conclusie dat wij zonder dampkring en broeikaseffect niet kunnen leven. Zonder dampkring zijn de temperatuursverschillen op aarde te groot. Zonder broeikaseffect (en met dampkring) is het ook te koud op aarde om te leven. pagina 424 Het klimaat les 67 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

29 Q Het broeikaseffect In dit experiment geef je antwoord op de onderzoeksvraag: groep doeblad Wat is het gevolg van het broeikaseffect op de temperatuur op aarde? 1 Het broeikaseffect a Wat is het broeikaseffect? b Wat is het gevolg van het broeikaseffect? 2 Tekening dampkring Wat valt op aan je tekening van de aarde met de dampkring? pagina 425 Het klimaat les 67 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

30 3 De dampkring Wat heb je nodig? 2 lege 1,5 liter flessen 2 thermometers draad potgrond water lepel trechter plakband Wat ga je doen? Maak met zijn tweeën de aarde en met zijn tweeën de andere planeet zonder dampkring. Maak beide planeten hetzelfde. 1 Zet de trechter in de flesopening. 2 Gooi potgrond door de trechter tot er een aantal centimeter op de bodem van de fles zit. 3 Maak de potgrond nat door er 2 of 3 lepels water op te gooien. 4 Plak de thermometer met plakband vast aan de draad. Hang de thermometer door de flesopening, zoals je op de tekening ziet. 5 Plak het uiteinde van de draad op de zijkant van de fles vast zodat de thermometer vlak boven de potgrond hangt. pagina 426 Het klimaat les 67 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

31 6 Draai de dop op de fles die de aarde voorstelt. De aarde heeft nu een dampkring en de andere planeet niet. Schrijf op de fles welke planeet het voorstelt en welk groepje jullie zijn. 7 Kijk na 15 minuten welke temperatuur de thermometers aangeven. a Geef de temperatuur aan op de thermometers hieronder. thermometer aarde thermometer andere planeet kleur de thermometers in tot de juiste temperatuur pagina 427 Het klimaat les 67 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

32 b Hoe kan het dat de ene thermometer een hogere temperatuur aangeeft? 4 Geen dampkring en geen broeikaseffect a Geef antwoord op je onderzoeksvraag: Wat is het gevolg van het broeikaseffect op de temperatuur op aarde? b Vul aan. Als de aarde geen dampkring had gehad, dan... c Wat is het nadeel van het broeikaseffect? pagina 428 Het klimaat les 67 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

33 Hoeveel weeg jij op andere planeten? Zwaartekracht Qgroep tijdsduur 55 minuten kerndoelen 1 en 23 lesdoelen De leerling: weet dat we een hoeveelheid massa op aarde gewicht noemen weet dat gewicht afhankelijk is van de zwaartekracht weet dat massa een hoeveelheid materiaal is kent het begrip zwaartekracht, een onzichtbare kracht die alles richting het midden van de planeet trekt weet dat de zwaartekracht op de maan 6 keer kleiner is dan de zwaartekracht op aarde benodigdheden 6 bakjes 6 atlassen 6 woordenboeken 6 rekenboeken 6 leesboeken 6 gevulde flesjes drinken 6 multomappen weegschaal Tip. De activiteit Wat trekt aan ons? kan het beste in de gymzaal worden gedaan. Voorbereiding Zet voor de activiteit Tillen op de maan zes bakjes klaar. Elk bakje bevat zes dezelfde artikelen. Dus er is één bakje met zes atlassen, één met zes woordenboeken, één met zes rekenboeken, één met zes leesboeken, één met zes gevulde flesjes drinken en één met zes multomappen. Wat trekt aan ons? 10 min. Geef elk tweetal een touw. Laat leerling 1 het touw om zijn middel binden, zoals op de tekening op de volgende bladzijde. Leerling 2 pakt het andere uiteinde. leerling 1 loopt rondjes om leerling 2. Leerling 2 zorgt ervoor dat het touw strak gespannen staat. Vraag leerling 1 wat hij nu voelt. Er wordt een kracht op de leerling uitgeoefend die hem naar het midden toetrekt. Zwaartekracht is ook een kracht. Leg uit dat zwaartekracht een onzichtbare kracht is die aan iedereen trekt. Hoe hard de zwaartekracht aan iemand trekt richting het midden van de aarde, is afhankelijk van het hemellichaam waar je op staat. De zwaartekracht is onzichtbaar. Door de zwaartekracht blijven we op aarde staan. pagina 429 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

34 De leerlingen onderzoeken het verschil in zwaartekracht op de verschillende planeten. Wat is gewicht? 10 min. Laat de leerlingen op de weegschaal staan. De leerlingen vullen hun gewicht in de bovenste kolom van de tabel bij opdracht 2 van het doeblad in. Vraag de leerlingen wat dit getal eigenlijk betekent. Vertel dat gewicht verandert als je op een andere planeet staat. Hoe zou dat komen? Je wordt niet lichter, toch? Tillen op de maan 10 min. Geef elk tweetal een bakje met daarin de voorwerpen. De leerlingen doen opdracht 1 van het doeblad. Ze gaan het verschil voelen tussen iets optillen op aarde en iets optillen op de maan. Bespreek de uitkomsten. Vertel dat de zwaartekracht op de maan veel kleiner is dan op aarde. Dit betekent dat er op de maan veel minder hard aan alles getrokken wordt dan op aarde. Hierdoor kun je op de maan voorwerpen gemakkelijker oppakken, ze lijken dan minder zwaar. De leerlingen hebben uitgerekend dat de zwaartekracht op de maan slechts 1/6 deel bedraagt van dat op aarde. De bak met spullen heeft daar dus ook 1/6 deel van het gewicht dat het op aarde heeft. pagina 430 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

35 Je gewicht op andere planeten 10 min. De leerlingen bekijken vervolgens hoeveel ze op andere planeten wegen. Ze vullen het schema van opdracht 2 in. Bespreek na afloop de antwoorden. Gewicht en zwaartekracht 10 min. De leerlingen hebben uitgerekend dat hun gewicht niet op elke planeet gelijk is. Aan de hand van opdracht 3 bekijken ze wat dat te maken heeft met zwaartekracht. De leerlingen komen tot de conclusie dat je bij grotere zwaartekracht, ook een groter gewicht hebt. De hoogte van je gewicht is dus afhankelijk van de zwaartekracht. Wat is je massa? 5 min. Vertel de leerlingen dat je gewicht wel verandert, maar dat je massa niet anders wordt als je op een ander hemellichaam staat. Je massa is hoeveel je eigenlijk weegt. De eenheid van massa is kilogram. Als we zeggen dat ons gewicht 50 kilogram is, bedoelen we ons gewicht op aarde. Trek samen met de leerlingen de conclusie dat gewicht dus afhankelijk is van de zwaartekracht van hemellichaam waarop je je bevindt. pagina 431 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

36 pagina 432 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

37 Q Hoeveel weeg jij op andere planeten? In dit experiment geef je antwoord op de onderzoeksvraag: groep doeblad Wat is het verschil in zwaartekracht op de verschillende planeten? 1 Tillen op de maan Wat heb je nodig? bak die je van de leerkracht krijgt Wat ga je doen? 1 Til de bak met spullen op. Let op dat je eerst door je hurken gaat om de bak op te tillen en daarna je benen strekt. De bak is zwaar! a Lukt het om het bakje met spullen op te tillen? b Hoeveel voorwerpen zitten er in de bak? 2 Haal nu vijf onderdelen uit de bak. c Lukt het nu om de bak met spullen op te tillen? d Hoeveel voorwerpen zitten er in de bak? pagina 433 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

38 e Hoeveelste deel zit er nu nog in de bak? deel Op de maan weegt alles 1/6 deel van wat het op aarde weegt. Je hebt net gevoeld wat het verschil is. Het is dus veel makkelijker om de bak met spullen op de maan op te tillen dan op aarde! 2 Je gewicht op andere planeten Op aarde weeg ik: kilogram Mercurius A (gewicht op aarde) : 5 = B (antwoord op a) x 2 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Mercurius Venus A (gewicht op aarde) : 10 = B (antwoord op a) x 9 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Venus pagina 434 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

39 Mars A (gewicht op aarde) : 5 = B (antwoord op a) x 2 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Mars Jupiter A (gewicht op aarde) : 2 = B (antwoord op a) x 5 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Jupiter Saturnus A (gewicht op aarde) : 7 = B (antwoord op a) x 8 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Saturnus Uranus A (gewicht op aarde) : 11 = B (antwoord op a) x 12 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Uranus Neptunus A (gewicht op aarde) : 5 = B (antwoord op a) x 7 = C (antwoord op b) kilogram weeg ik op Neptunus maan A (gewicht op aarde) : 6 = B (antwoord op a) kilogram weeg ik op de maan zon A (gewicht op aarde) : 30 = B (antwoord op a) kilogram weeg ik op de zon pagina 435 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

40 3 Gewicht en zwaartekracht Kijk goed naar het schema hieronder. Vergelijk het met je antwoorden van opdracht 2. Vul daarna de vragen onder het schema in. Op Mercurius is de zwaartekracht kleiner dan op aarde Op Venus is de zwaartekracht kleiner dan op aarde Op Mars is de zwaartekracht kleiner dan op aarde Op Jupiter is de zwaartekracht groter dan op aarde Op Saturnus is de zwaartekracht groter dan op aarde Op Uranus is de zwaartekracht groter dan op aarde Op Neptunus is de zwaartekracht kleiner dan op aarde Op maan is de zwaartekracht kleiner dan op aarde Op groter is de zwaartekracht groter dan op aarde a Als de zwaartekracht kleiner is dan op aarde, is mijn gewicht kleiner / groter dan op aarde. kies het juiste antwoord b Als de zwaartekracht groter is dan op aarde, is mijn gewicht kleiner / groter dan op aarde. kies het juiste antwoord c De hoogte van je gewicht is wel / niet afhankelijk van de zwaartekracht. kies het juiste antwoord pagina 436 Zwaartekracht les 68 Bronnenboek Reis door de ruimte in 80 lessen

dampkring voorstelt en een fles die een planeet zonder dampkring voorstelt

dampkring voorstelt en een fles die een planeet zonder dampkring voorstelt Het klimaat GROEP 7-8 67 15 minuten wachten De leerling: weet wat het broeikaseffect is weet wat de dampkring is ontdekt dat de dampkring heel dun is in vergelijking met de aarde kent zowel positieve als

Nadere informatie

thermometer, luchtvochtigheidsmeter met internet

thermometer, luchtvochtigheidsmeter met internet Het weer GROEP 7-8 66 95 minuten De leerling: weet dat een thermometer werkt door uitzetting en inkrimping van vloeistof weet dat de luchtvochtigheid mede afhankelijk is van hoogte van de temperatuur weet

Nadere informatie

WOW-NL in de klas. Les 1 Het weerstation. Primair Onderwijs. bovenbouw. WOW-NL Les 1 1

WOW-NL in de klas. Les 1 Het weerstation. Primair Onderwijs. bovenbouw. WOW-NL Les 1 1 WOW-NL in de klas Les 1 Het weerstation Primair Onderwijs bovenbouw WOW-NL Les 1 1 Colofon Het lespakket WOW-NL is ontwikkeld door De Praktijk in opdracht van het KNMI, op basis van lesmaterialen van Science

Nadere informatie

Reis door het zonnestelsel

Reis door het zonnestelsel Reis door het zonnestelsel GROEP 7-8 61 70 minuten 1, 23, 32 en 46 De leerling: weet dat de afstanden tussen de planeten heel groot zijn kan zich een voorstelling maken van de afstand van de aarde tot

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R HIER EN DAAR EEN BUI Soms klopt de voorspelling van de weerman. Maar vaak ook helemaal niet. Donkere wolken in plaats van de hele dag zon. Kunnen jullie dat beter? Jullie gaan een eigen weerstation bouwen

Nadere informatie

Reis door het zonnestelsel

Reis door het zonnestelsel Reis door het zonnestelsel GROEP 5-6 41 50 minuten 1, 23 en 32 Zet voor de activiteit Planeten de planeten onder elkaar op het bord, zoals in de tabel. De leerling: weet dat de acht planeten verschillend

Nadere informatie

Hier en daar een bui

Hier en daar een bui Hier en daar een bui Soms klopt de voorspelling van de weerman. Maar vaak ook helemaal niet. Donkere wolken in plaats van de hele dag zon. Kunnen jullie dat beter? Jullie gaan een eigen weerstation bouwen

Nadere informatie

De planeten Reis door het zonnestelsel

De planeten Reis door het zonnestelsel De planeten Reis door het zonnestelsel Cgroep 1-2 01 tijdsduur 40 minuten kerndoelen 1, 46 en 54 lesdoelen De leerling: (her)kent de namen van de acht planeten weet dat de planeten om de zon draaien kan

Nadere informatie

Leven in jouw woonplaats

Leven in jouw woonplaats Q Leven in jouw woonplaats Wonen groep 3-4 25 tijdsduur 90 minuten (alleen haalbaar met vijf extra begeleiders) kerndoelen 1, 8, 54 en 55 lesdoelen De leerling: ontdekt de bijzonderheden van zijn woonplaats

Nadere informatie

Afstanden in het zonnestelsel Reis door het zonnestelsel

Afstanden in het zonnestelsel Reis door het zonnestelsel Afstanden in het zonnestelsel Reis door het zonnestelsel Cgroep 7-8 61 tijdsduur 70 minuten kerndoelen 1, 23, 32 en 46 lesdoelen De leerling: weet dat de afstanden tussen de planeten heel groot zijn kan

Nadere informatie

Grote en kleine planeten Reis door het zonnestelsel

Grote en kleine planeten Reis door het zonnestelsel Grote en kleine planeten Reis door het zonnestelsel Cgroep 5-6 41 tijdsduur 50 minuten kerndoelen 1, 23 en 32 Voorbereiding lesdoelen De leerling: weet dat de acht planeten verschillend in grootte zijn

Nadere informatie

De leerling: weet wat luchtdruk is weet dat je met een barometer de luchtdruk kunt meten

De leerling: weet wat luchtdruk is weet dat je met een barometer de luchtdruk kunt meten Het weer GROEP 5-6 46 40 minuten (dag 1), 5 minuten (dag 2) & 15 minuten (dag 3) 1, 6, 8, 42, 43 en 45 De leerling: weet wat luchtdruk is weet dat je met een barometer de luchtdruk kunt meten 24 materiaalbakken

Nadere informatie

lende hemellichamen verschillende zijn qua temperatuur, zwaartekracht, atmosfeer en zuurstof andere hemellichamen anders uit zouden zien

lende hemellichamen verschillende zijn qua temperatuur, zwaartekracht, atmosfeer en zuurstof andere hemellichamen anders uit zouden zien Leven in de ruimte GROEP 5-6 59 80 minuten 1, 42, 46 en 54 De leerling: lende hemellichamen verschillende omstandigheden zijn qua temperatuur, zwaartekracht, atmosfeer en zuurstof andere hemellichamen

Nadere informatie

BOUW JE EIGEN WEERSTATION

BOUW JE EIGEN WEERSTATION BOUW JE EIGEN WEERSTATION Als je wilt weten wat voor weer het is, dan moet je de verschillende weerselementen kunnen meten. Met enkele heel gewone dingen kan je jouw eigen weerstation bouwen. De thermometer

Nadere informatie

Kleuren in licht? Licht

Kleuren in licht? Licht Kleuren in licht? Licht Hgroep 7-8 69 tijdsduur 60 minuten kerndoelen 1, 42 en 44 lesdoelen De leerling: weet wat een spectroscoop is weet dat wit licht uit meerdere kleuren bestaat weet dat de kleuren

Nadere informatie

Bij wind: Wanneer waait het t hardst? Najaarsstorm, koel zomerbriesje. Wat wil zeggen: windkracht 4? Wanneer spreekt men van een orkaan?

Bij wind: Wanneer waait het t hardst? Najaarsstorm, koel zomerbriesje. Wat wil zeggen: windkracht 4? Wanneer spreekt men van een orkaan? Zelf het weer meten In de lente verandert erg veel. De natuur ontwaakt. Blaadjes verschijnen weer aan de takken, de bloembollen komen boven de grond en ook dieren worden weer actief. En natuurlijk verandert

Nadere informatie

aan het water koeler is dan op het land langzamer afkoelt dan aarde

aan het water koeler is dan op het land langzamer afkoelt dan aarde Het klimaat GROEP 3-4 27 45 minuten 1, 42 en 43 De leerling: aan het water koeler is dan op het land langzamer afkoelt dan aarde landklimaat en zeeklimaat blauwe kleurpotloden Zorg voor de activiteit De

Nadere informatie

Licht en donker Licht

Licht en donker Licht H Licht en donker Licht groep 1-2 09 tijdsduur 80 minuten kerndoelen 1, 32, 42 en 54 lesdoelen De leerling: weet dat licht nodig is om te zien kent een aantal lichtbronnen, waarvan sommige uit zichzelf

Nadere informatie

Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond.

Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond. Rekenen aan de aarde Introductie Bij het vak aardrijkskunde wordt de aarde bestudeerd. De aarde is een bol. Om te bepalen waar je je op deze bol bevindt zijn denkbeeldige lijnen over de aarde getrokken,

Nadere informatie

Reis naar andere hemellichamen

Reis naar andere hemellichamen Reis naar andere hemellichamen GROEP 1-2 04 55 minuten De leerling: zonnestelsel verschillend zijn ringen heeft voorwerp drijft of zinkt met stukje ijzer dichtbindstrip Zorg voor de activiteit Zijn alle

Nadere informatie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS LESBRIEVEN LEERLINGENBESTAND LESBRIEF 1: WATER VERZAMELEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Opdracht 4: Brainstorm over water Bouw een water-takel-kraan

Nadere informatie

Het eetbare zonnestelsel groep 5-7

Het eetbare zonnestelsel groep 5-7 Het eetbare zonnestelsel groep 5-7 Hoe groot is de aarde? En hoe groot is de zon in vergelijking met de aarde? Welke planeet staat het dichtst bij de zon en welke het verst weg? Deze les leren de leerlingen

Nadere informatie

Het klimaat. Tip. Gebruik kleine bekers, dan heb je minder klei nodig.

Het klimaat. Tip. Gebruik kleine bekers, dan heb je minder klei nodig. Het klimaat GROEP 5-6 47 65 minuten 1, 23, 42 en 50 Zet voor de activiteit Verandert de waterspiegel? de bekers, de schoteltjes, de klei en de kannen water klaar. Maak een dag van tevoren ten minste 12

Nadere informatie

neerslag: regen, hagel en sneeuw ringen in het weer waarnemen regen meten

neerslag: regen, hagel en sneeuw ringen in het weer waarnemen regen meten Het weer GROEP 3-4 26 45 minuten (dag 1) & 5 minuten (dag 2 t/m 4) & 20 minuten (dag 5) 1, 23, 43, 44 en 45 De leerling: neerslag: regen, hagel en sneeuw ringen in het weer waarnemen regen meten van 10

Nadere informatie

Reis naar andere hemellichamen

Reis naar andere hemellichamen Reis naar andere hemellichamen GROEP 5-6 44 80 minuten 1, 5, 6, 8, 23, 54 en 55 De leerling: weet welke planeten manen hebben weet welke planeten ringen hebben weet welke kleur de verschillende planeten

Nadere informatie

Lichtweerkaatsing Licht

Lichtweerkaatsing Licht Lichtweerkaatsing Licht Hgroep 5-6 49 tijdsduur 60 minuten kerndoelen 1, 32, 45 en 54 Tip. De leerlingen maken in deze les allemaal een eigen periscoop. U kunt ze dit ook in tweetallen of in groepjes laten

Nadere informatie

van zwaartekracht hebben weet dat hoe groter de zwaartekracht van een hemellichaam is, hoe kleiner hun sprong is

van zwaartekracht hebben weet dat hoe groter de zwaartekracht van een hemellichaam is, hoe kleiner hun sprong is Zwaartekracht GROEP 5-6 48 65 minuten 1 en 23 De leerling: herkent de zwaartekracht ontdekt dat een kleine sprong op aarde een veel grotere sprong op de maan is ontdekt dat een kleine sprong op aarde een

Nadere informatie

Uit welk land komt deze raket?

Uit welk land komt deze raket? Uit welk land komt deze raket? Raketten Vgroep 5-6 57 tijdsduur 45 minuten kerndoelen 1, 50 en 54 lesdoelen De leerling: herkent de vlaggen van Nederland, België, Zweden, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië

Nadere informatie

Kijken naar de sterren

Kijken naar de sterren Kijken naar de sterren GROEP 7-8 73 60 minuten 1, 23, 32 en 45 De leerling: kan meeteenheden gebruiken om lengtes en hoogtes uit te drukken kan gemeten waarden aflezen weet wat een sextant is en kan het

Nadere informatie

Tijd. 10 min. 55 minuten

Tijd. 10 min. 55 minuten Tijd GROEP 5-6 50 55 minuten 1, 23, 32, 44, 45 en 51 De leerling: weet hoe dag en nacht ontstaan weet dat de tijd niet overal op de wereld hetzelfde is weet met welke instrumenten je tijd kunt meten kent

Nadere informatie

Oost, west, thuis best Wonen

Oost, west, thuis best Wonen Q Oost, west, thuis best Wonen groep 5-6 45 tijdsduur 70 minuten kerndoelen 1, 42 en 50 lesdoelen De leerling: weet wie Christoffel Columbus is kan op een kaart van Nederland zijn woonplaats aanwijzen

Nadere informatie

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1:

lesbrieven water verzamelen avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 1: lesbrieven leerlingen werkblad Lesbrief 1: water verzamelen Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Opdracht 4: Brainstorm over water Bouw een water-takel-kraan

Nadere informatie

Zon, aarde en maan. Expertgroep 3: De seizoenen. Naam leerling:... Leden expertgroep:...

Zon, aarde en maan. Expertgroep 3: De seizoenen. Naam leerling:... Leden expertgroep:... Expertgroep 3: De seizoenen Naam leerling:.... Leden expertgroep:... Voorbereiding Lente, zomer, herfst en winter zijn seizoenen met elk hun eigen karakter. Jullie gaan onderzoeken hoe het komt dat we

Nadere informatie

Snel, sneller, snelst Raketten

Snel, sneller, snelst Raketten V Snel, sneller, snelst Raketten groep 3-4 37 tijdsduur 60 minuten kerndoelen 1 en 55 lesdoelen De leerling: weet dat je een raket nodig hebt om naar de ruimte te gaan weet dat een raket een motor en brandstof

Nadere informatie

Het kleine proefjesboek. Ik ben weerman/weervrouw

Het kleine proefjesboek. Ik ben weerman/weervrouw Het kleine proefjesboek Ik ben weerman/weervrouw Ik ben weerman/ weervrouw pasfoto Deze week help ik de meteorologen van het KNMI in De Bilt. Een meteoroloog is een wetenschapper die het weer bestudeert.

Nadere informatie

Bekers vastzuigen met koffiefilter

Bekers vastzuigen met koffiefilter A1 1 Bekers vastzuigen met koffiefilter 2 bekers 1 koffiefilter 1 schaar 1 waxinekaarsje Lucifers Waarom gaat het kaarsje uit? Hoe kan het dat je de onderste beker op kunt tillen zonder deze aan te raken

Nadere informatie

Lesmateriaal bovenbouw

Lesmateriaal bovenbouw Lesmateriaal bovenbouw Workshopdag Satellieten 8 oktober 2008 Space Expo, Noordwijk Bouw je eigen telescoop Benieuwd naar het oppervlak van de maan? Of de ringen van Saturnus? Deze dingen staan te ver

Nadere informatie

Grafieken. 10-13 jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken

Grafieken. 10-13 jaar. Rekenles over het maken van grafieken. Rekenen. 60 minuten. Weerstation, data, grafieken Grafieken Rekenles over het maken van grafieken 10-13 jaar Rekenen Weerstation, data, grafieken 60 minuten Op het digitale schoolbord bekijkt de leerkracht met de klas verschillende grafieken over het

Nadere informatie

lesdoelen De leerling: oefent zijn motoriek kan iets nabouwen kan activiteiten benoemen die hij dagelijks doet weet waaruit een dorp is opgebouwd

lesdoelen De leerling: oefent zijn motoriek kan iets nabouwen kan activiteiten benoemen die hij dagelijks doet weet waaruit een dorp is opgebouwd Q Waar woon jij? Wonen groep 1-2 05 tijdsduur 50 minuten kerndoelen 1, 44, 50, 51, 54 en 55 lesdoelen De leerling: oefent zijn motoriek kan iets nabouwen kan activiteiten benoemen die hij dagelijks doet

Nadere informatie

Maak je eigen weerstation

Maak je eigen weerstation Maak je eigen weerstation 10-13 jaar Weerstation ontwikkelen, data lezen, weerbericht Wereldoriëntatie, techniek 120 minuten Met de klas wordt gezamenlijk een eigen weerstation gebouwd. Elk groepje maakt

Nadere informatie

Zonsverduistering Kijken naar de sterren

Zonsverduistering Kijken naar de sterren Zonsverduistering Kijken naar de sterren * groep 5-6 53 tijdsduur 50 minuten kerndoelen 1, 45 en 46 lesdoelen De leerling weet dat: bij een zonsverduistering de maan tussen de zon en de aarde staat er

Nadere informatie

Regen en het weer voorspellen

Regen en het weer voorspellen Uitdager van de maand Regen en het weer voorspellen Natuur en Techniek, Groep 7/8 Algemeen Titel Regen en het weer voorspellen Cognitieve doelen en vaardigheden voor excellente leerlingen Het maken van

Nadere informatie

Lucht Niet niets 9-11. Auteur: Christian Bertsch. jaar. Benaming van de activiteit:

Lucht Niet niets 9-11. Auteur: Christian Bertsch. jaar. Benaming van de activiteit: 9-11 jaar Benaming van de activiteit: Lucht Niet niets Wetenschappelijke inhoud: Natuurkunde Beoogde concepten: Dichtheid van vaste stoffen en vloeistoffen Beoogde leeftijdsgroep: 9-11 jaar oud Duur van

Nadere informatie

Vormen van een raket Raketten

Vormen van een raket Raketten Vormen van een raket Raketten Vgroep 1-2 17 tijdsduur 65 minuten kerndoelen 1, 23, 32, 44, 45 en 54 lesdoelen De leerling: herkent een aantal wiskundige vormen: een cirkel, een driehoek, een rechthoek

Nadere informatie

Een vreemde planeet groep 5-8

Een vreemde planeet groep 5-8 Een vreemde planeet groep 5-8 Hoe weten we wat voor weer het is op Mars? Of uit welk materiaal de ringen van Saturnus bestaan? De leerlingen onderzoeken in deze les zelfgemaakte planeten. Ze leren dat

Nadere informatie

STERREN DANSEN OP DE MUUR WAT HEB JE NODIG? BOUWTEKENING

STERREN DANSEN OP DE MUUR WAT HEB JE NODIG? BOUWTEKENING STERREN DANSEN OP DE MUUR Als je op een onbewolkte avond naar de hemel kijkt zie je overal sterren. Net zoals je soms in wolken gekke figuren kunt ontdekken, kun je dat in sterren ook. Door lijnen te trekken

Nadere informatie

BOUW JE EIGEN WEERSTATION MET METEOZ

BOUW JE EIGEN WEERSTATION MET METEOZ BOUW JE EIGEN WEERSTATION MET METEOZ Vandaag is het beslist: je wordt leerling meteoroloog dankzij Meteoz! Het is mooi weer, ideaal om je eigen weerstation te bouwen en echte metingen te doen, net zoals

Nadere informatie

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en het zonnewiel leerlingenbestand Lesbrief 1: Opdracht 1: Maak een energieweb

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en het zonnewiel leerlingenbestand Lesbrief 1: Opdracht 1: Maak een energieweb lesbrieven leerlingenbestand Lesbrief 1: Sunny Opdracht 1: Maak een energieweb Opdracht 2: Teken Sunny de elektrische auto Opdracht 3: De zonnetoren avonturenpakket de uitvinders en het zonnewiel Opdracht

Nadere informatie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS EN HET ZONNEWIEL

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS EN HET ZONNEWIEL LESBRIEVEN LEERLINGENBESTAND LESBRIEF 1: SUNNY Opdracht 1: Maak een energieweb Opdracht 2: Teken Sunny de elektrische auto Opdracht 3: De zonnetoren AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS EN HET ZONNEWIEL Copyright

Nadere informatie

De leerling: weet dat de aarde groter is dan de maan ontdekt dat iets kleiner lijkt als het verder weg staat. aarde en de maan

De leerling: weet dat de aarde groter is dan de maan ontdekt dat iets kleiner lijkt als het verder weg staat. aarde en de maan Reis naar de maan GROEP 5-6 42 50 minuten 1, 23, 32, 54 en 55 De leerling: weet dat de aarde groter is dan de maan ontdekt dat iets kleiner lijkt als het verder weg staat aarde en de maan 13 ballonnen

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R LEKKER BAKKEN IN DE ZON! Nee niet zonnebaden, maar barbecuen zonder hout of kolen! Dat kan ook met zonlicht. Het lijkt een beetje op een oude truc met een sterk vergrootglas. Als de zon goed schijnt, en

Nadere informatie

Zorg voor de activiteit Licht door wrijving voor vuursteentjes.

Zorg voor de activiteit Licht door wrijving voor vuursteentjes. Vallende sterren Kijken naar de sterren * groep 3-4 33 tijdsduur 45 minuten kerndoelen 1 en 42 lesdoelen De leerling: weet dat een vallende ster een steen(tje) is dat door wrijving warmte en een lichtspoor

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R HET DUIZELT VOOR JE OGEN Maar je hersenen maken er een mooie film van. Met een speciale ronddraaiende trommel met spleetjes: een zoötroop, kunnen jullie je eigen bioscoop maken. Maak allebei een aantal

Nadere informatie

Leskist groene energie Pagina 11

Leskist groene energie Pagina 11 Leskist groene energie Pagina 11 Bouw een windmolen; en die moet zo hard mogelijk draaien. Omdat de ene plek op aarde warmer is dan de andere waait het altijd wel. Die wind kan een molen doen draaien.

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R EEN ADEMBENEMEND INSTRUMENT Een liedje fluiten is niet zo makkelijk. Je lippen en je tong moet je in allerlei bochten wringen. Met een muziekinstrument gaat het al een stukje makkelijker. Even blazen en

Nadere informatie

LESMODULE OVER WINDENERGIE

LESMODULE OVER WINDENERGIE YOUNG ENERGY PROJECT - STUDENTEN LESMODULE OVER WINDENERGIE Inhoudsopgave Instructiebladen Les 1 Module windenergie, Instructieblad 1.1 4 Les 1 Ontdek, Instructieblad 1.2 5 Les 2 Onderzoek, Instructieblad

Nadere informatie

Test je kennis! De heelalquiz

Test je kennis! De heelalquiz Test je kennis! heelalquiz Introductie les 3 Planeten, sterren, manen, de oerknal. Het zijn termen die leerlingen vast wel eens voorbij hebben horen komen. Maar wat weten de leerlingen eigenlijk al van

Nadere informatie

ONTDEKKINGSREIZIGERS en AVONTURIERS. Van:

ONTDEKKINGSREIZIGERS en AVONTURIERS. Van: ONTDEKKINGSREIZIGERS en AVONTURIERS Van: Ieder groepje gaat op ontdekkingsreis, deze gebieden worden verdeeld: heelal, de zee, een onderaards gebied, een vulkanisch gebied, een bergachtig gebied, een woestijn

Nadere informatie

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit

Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit Energie 5 en 6 2 Elektriciteit en stroom, wat is het? Proefjes met stroom en electriciteit Doelen Begrippen Materialen De leerlingen: begrijpen hoe elektriciteit en stroom ontstaan, als een brandstof wordt

Nadere informatie

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet?

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet? 1 Kun je aan planten zien wat je aan moet? Hoofdstuk 1 Les 1 Zoek het op Bij de evenaar staat de zon hoog. Het is er warm en daardoor verdampt het water. Die warme damp stijgt op en koelt af: dan gaat

Nadere informatie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS LESBRIEVEN LEERLINGEN WERKBLAD LESBRIEF 3: VLIEGEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 3) Vliegen Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Ontwerp een vliegmachine Proefvliegen: drijven op

Nadere informatie

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi. Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi. Hoe ziet de woonkamer in jouw huis eruit? Hebben jullie behang met bloemen, zijn de muren in een mooie kleur geverfd of hebben jullie

Nadere informatie

Storm in het nieuws!

Storm in het nieuws! Kopieerblad 1 Storm in het nieuws! Storm in het nieuws! Wat weet je over de storm die heeft plaatsgevonden? Waar heeft de storm plaatsgevonden? Duid dit aan op de wereldkaart. Voeg hier eventueel een artikel

Nadere informatie

Opdrachtkaarten Herfst

Opdrachtkaarten Herfst Zandspoor Opdrachtkaarten Herfst Zandspoor Opdrachtkaarten Herfst Je gaat in het duingebied onderzoek doen naar allerlei dingen die met zand te maken hebben. De materialen die daarvoor nodig zijn, zitten

Nadere informatie

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS

AVONTURENPAKKET DE UITVINDERS LESBRIEVEN LEERLINGENBESTAND LESBRIEF 2: RAVIJN OVERSTEKEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 2) Het ravijn Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Brainstorm ravijn oversteken Bruggen bouwen

Nadere informatie

Magnetische velden groep 7-8

Magnetische velden groep 7-8 Magnetische velden groep 7-8 Zonder magnetisch veld zouden we niet op aarde kunnen leven. Zonnewinden zouden de atmosfeer rond de aarde laten verdwijnen en schadelijke straling zou het leven op aarde vernietigen.

Nadere informatie

Tip. In de herfst en winter is de maan vroeg in de ochtend goed te zien.

Tip. In de herfst en winter is de maan vroeg in de ochtend goed te zien. Reis naar de maan GROEP 3-4 22 20 & 50 minuten, verdeeld over twee lessen 1, 23, 46 en 54 De leerling: leert samenwerken leert bewegen op muziek leert luisteren naar ritme en muziek herkent vier fasen

Nadere informatie

Kernvraag: Hoe laat ik iets sneller afkoelen?

Kernvraag: Hoe laat ik iets sneller afkoelen? Kernvraag: Hoe laat ik iets sneller afkoelen? Naam leerling: Klas: http://www.cma-science.nl Activiteit 1 Hoe stroomt warmte? 1. Wat gebeurt er met de temperatuur in een verwarmde kamer wanneer je het

Nadere informatie

Archeologen logboek Namen:....

Archeologen logboek Namen:.... Archeologen logboek Namen:... Bladzijde 1 De antwoorden op deze vragen kun je vinden bij de internetsites die bij opdracht 1 op de WebQuest staan. Vul de antwoorden in de piramide in. De letters in de

Nadere informatie

Zons- en maansverduistering

Zons- en maansverduistering Zons- en maansverduistering Wat weet jij van de maan en de zon? Weet je wat een zonsverduistering is? En een maansverduistering? Door deze opdracht te doen, kan je er zelf achterkomen. Je bouwt eerst een

Nadere informatie

luchtdruk opdrachtkaart Onderdeel A - Rond de aanwezigheid van de lucht les 6.6 Opdracht 1 - Slaan op de liniaal Opdracht 2 - Stromend water?

luchtdruk opdrachtkaart Onderdeel A - Rond de aanwezigheid van de lucht les 6.6 Opdracht 1 - Slaan op de liniaal Opdracht 2 - Stromend water? Onderdeel A - Rond de aanwezigheid van de lucht Opdracht 1 - Slaan op de liniaal -- liniaal/latje -- krant -- tafel Leg een liniaal of een lat op de tafel. Zorg dat de liniaal of de lat iets over de tafel

Nadere informatie

Kijken naar sterrenbeelden

Kijken naar sterrenbeelden Kijken naar sterrenbeelden GROEP 5-6 54 70 minuten 1, 5, 6, 8, 23, 54 en 55 De leerling: (her)kent de sterrenbeelden uit de horoscopen weet dat de sterrenbeelden deel uitmaken van de dierenriem weet dat

Nadere informatie

Zon, aarde en maan. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/87197

Zon, aarde en maan. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/87197 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 16 december 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/87197 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R DE WILLIE WORTEL QUIZZZ Gaat er bij jou ook een lampje branden? Dan heb je het goede antwoord op de vraag gegeven. Maak een knotsgekke elektroquiz. Daarvoor gaan jullie zelf de quizvragen en antwoorden

Nadere informatie

2.5: WINDENERGIE GEBRUIKEN 2.6: ZONNEWARMTE GEBRUIKEN 2.7: ZONNESTROOM GEBRUIKEN 2.8: BIO-ENERGIE GEBRUIKEN

2.5: WINDENERGIE GEBRUIKEN 2.6: ZONNEWARMTE GEBRUIKEN 2.7: ZONNESTROOM GEBRUIKEN 2.8: BIO-ENERGIE GEBRUIKEN WERKBOEKJE LES 2: HOE KAN IK? Dit werkboekje is van TEAM Naam : Naam : Naam : Naam : Instructie: Doe de opdrachten om en om, kies steeds een andere kleur. Kruis aan als je een opdracht gedaan hebt. Zuinig

Nadere informatie

Opdrachtkaarten Lente

Opdrachtkaarten Lente Zandspoor Opdrachtkaarten Lente Zandspoor Opdrachtkaarten Lente Je onderzoekt straks in het duingebied allerlei dingen die met zand te maken hebben. De materialen die daarvoor nodig zijn, zitten in de

Nadere informatie

S C I E N C E C E N T E R

S C I E N C E C E N T E R WELKOM! Een bezoeker die een science center binnenkomt, moet gelijk in de stemming komen om van alles te ontdekken. Dat kan doordat er iets verrassends gebeurt. Daar gaan jullie op een heel speciale manier

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde BAKKAARTEN THEMA 4

Meander. Aardrijkskunde BAKKAARTEN THEMA 4 6 Meander Aardrijkskunde BAKKAARTEN THEMA 4 thema 4 Wat heb je nodig... Warm of koud 21 In de winter is het koud en in de zomer is het warm. Dit kun je goed voelen. Kun je het ook meten?... voor de proef?

Nadere informatie

Voorspellen en tekst lezen

Voorspellen en tekst lezen Voorspellen en tekst lezen 1. Lees de uitleg. Als je gaat lezen, doe je eerst een voorspelling. Waar zou de tekst over gaan? Kijk eerst goed hoe de tekst eruitziet. Want je kunt aan de buitenkant van de

Nadere informatie

2.5: WINDENERGIE GEBRUIKEN 2.6: ZONNEWARMTE GEBRUIKEN 2.7: ZONNESTROOM GEBRUIKEN 2.8: BIO-ENERGIE GEBRUIKEN

2.5: WINDENERGIE GEBRUIKEN 2.6: ZONNEWARMTE GEBRUIKEN 2.7: ZONNESTROOM GEBRUIKEN 2.8: BIO-ENERGIE GEBRUIKEN ERKBOEKJE LES 2: HOE KAN IK? Dit werkboekje is van TEAM Naam : Naam : Naam : Naam : Instructie: Doe de opdrachten om en om, kies steeds een andere kleur. Kruis aan als je een opdracht gedaan hebt. Zuinig

Nadere informatie

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje.

1. Van je juf of meester krijg je een plaatje. Bekijk je plaatje goed. 3. Zoek samen nog vier klasgenoten met een ander plaatje. Opdracht 1 Ongeveer 150 jaar geleden stonden er veel steenfabrieken langs de IJssel. De stenen werden van klei gemaakt. Dat kon je langs de IJssel vinden. Als de rivier overstroomde, bleef er een laagje

Nadere informatie

Werkblad:weersverwachtingen

Werkblad:weersverwachtingen Weersverwachtingen Radio, tv en internet geven elke dag de weersverwachting. Maar hoe maken weerdeskundigen deze verwachting, en kun je dat niet zelf ook? Je meet een aantal weergegevens en maakt zelf

Nadere informatie

LESONTWERP ALGEMENE VAKKEN / VOEDING-VERZORGING

LESONTWERP ALGEMENE VAKKEN / VOEDING-VERZORGING H Campus Heverlee Hertogstraat 178 3001 Heverlee Tel. 016 375600 www.khleuven.be LESONTWERP ALGEMENE VAKKEN / VOEDING-VERZORGING Naam: Maria Muñoz Vakkencombinatie: AA - GES Stagebegeleider DLO: H. Verstappen

Nadere informatie

Werkboekje Grote Wetenschapsdag

Werkboekje Grote Wetenschapsdag Werkboekje Grote Wetenschapsdag Als je alles ingevuld hebt - > inleveren bij je leerkracht. Naam: Klas: _ School: Start van de dag - > Video Wat vond je van de video? Heb jij een eigen vraag kunnen bedenken?

Nadere informatie

Sterrenkunde. Materialen Karton Meetlat Passer Touw Potlood Schaar Lange stok

Sterrenkunde. Materialen Karton Meetlat Passer Touw Potlood Schaar Lange stok Pruiken en revoluties Groep 7 Handleiding voor de leerkracht Deze handleiding en de opdrachten zijn bedoeld als aanvulling op de geschiedenislessen over Pruiken en revoluties. De lesonderdelen beschreven

Nadere informatie

* Raketten lanceren *

* Raketten lanceren * Benodigdheden * Raketten lanceren * Luchtraket (1 exemplaar): Anderhalf blad A4 papier Plakband Een stukje aluminiumfolie Een schaar Een meetlat Een potlood Een lanceersysteem (PVC buis + flexibele darm)

Nadere informatie

Sheet 2: Bekijk met de kinderen de tussenstand van Afval the Game op Instagram en/of Facebook. Hoe gaat het bij de kinderen met inzamelen?

Sheet 2: Bekijk met de kinderen de tussenstand van Afval the Game op Instagram en/of Facebook. Hoe gaat het bij de kinderen met inzamelen? Afval the Game Docentenhandleiding les 2 Duur Voor deze les hebt u ongeveer 80 minuten nodig. Leerdoelen De kinderen hebben in de vorige les geleerd dat het belangrijk is om plastic te scheiden, zodat

Nadere informatie

Licht. Tip. De leerlingen maken in deze les allemaal een eigen periscoop. 10 min. 60 minuten

Licht. Tip. De leerlingen maken in deze les allemaal een eigen periscoop. 10 min. 60 minuten Licht GROEP 5-6 49 60 minuten 1, 32, 45 en 54 Tip. De leerlingen maken in deze les allemaal een eigen periscoop. U kunt ze dit ook in tweetallen of in groepjes laten doen. De leerling: weet dat licht altijd

Nadere informatie

staat waar iedereen uit de klas woont

staat waar iedereen uit de klas woont Wonen GROEP 5-6 45 70 minuten 1, 42 en 50 De leerling: weet wie Christoffel Columbus is kan op een kaart van Nederland zijn woonplaats aanwijzen leert met een kompas te werken kent vier verschillende windrichtingen

Nadere informatie

oppervlakte grondvlak hoogte

oppervlakte grondvlak hoogte OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter oppervlakte cirkel = π straal 2 inhoud prisma = oppervlakte grondvlak hoogte inhoud cilinder = oppervlakte grondvlak hoogte inhoud kegel = 1 3 oppervlakte

Nadere informatie

lesbrieven werkbladen Lesbrief 3: avonturenpakket de uitvinders en het

lesbrieven werkbladen Lesbrief 3: avonturenpakket de uitvinders en het lesbrieven werkbladen Lesbrief 3: GELUIDSGOLVEN avonturenpakket de uitvinders en het VERBORGEN OOG Copyright De Uitvinders Uitgave 2014 Versie 3.0 geluidsgolven Geluid Proef 1 Geluid door je vingers en

Nadere informatie

van Mars is nagemaakt

van Mars is nagemaakt Reis naar Mars GROEP 3-4 23 25 & 20 minuten, verdeeld over 2 lessen 1, 5 en 8 De leerling weet: dat er ijzer in de grond van de planeet Mars zit dat roest een reactie is van ijzer en zuurstof (in de aanwezigheid

Nadere informatie

Het brein. Jouw werkbladen. In de klas. Ontdek zélf hoe de wereld werkt! Mijn naam: Het brein Groep 7-8 Leerlingen In de klas versie 04-2014 1

Het brein. Jouw werkbladen. In de klas. Ontdek zélf hoe de wereld werkt! Mijn naam: Het brein Groep 7-8 Leerlingen In de klas versie 04-2014 1 Het brein Jouw werkbladen In de klas Mijn naam: Mijn school: Ik zit in groep: Ontdek zélf hoe de wereld werkt! Het brein Groep 7-8 Leerlingen In de klas versie 04-2014 1 Het brein Hersenen zijn ontzettend

Nadere informatie

HELP! DE AARDE STAAT SCHEEF! WAT HEB JE NODIG? BOUWTEKENING

HELP! DE AARDE STAAT SCHEEF! WAT HEB JE NODIG? BOUWTEKENING HELP! DE AARDE STAAT SCHEEF! In de zomer is het lekker warm, in de winter nat en koud. En als het in Nederland winter is, liggen de Australiërs op het strand van de zomer te genieten. Misschien is het

Nadere informatie

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk?

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk? 1. Zwaartekracht Als een appel van een boom valt, wat gebeurt er dan eigenlijk? Er is iets dat zorgt dat de appel begint te vallen. De geleerde Newton kwam er in 1684 achter wat dat iets was. Hij kwam

Nadere informatie

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 2:

lesbrieven avonturenpakket de uitvinders en de verdronken rivier leerlingen werkblad Lesbrief 2: lesbrieven leerlingen werkblad Lesbrief 2: RAVIJN OVERSTEKEN Verhaal: De Uitvinders en De Verdronken Rivier (deel 2) Het ravijn Opdracht 1: Opdracht 2: Opdracht 3: Brainstorm ravijn oversteken Bruggen

Nadere informatie

Vlinder maken met een koffiefilter

Vlinder maken met een koffiefilter Kinderactiemodel klimaatcampagne 2011 Knutseltips vlinders maken Maak een vlinder-knutselhoek waar kinderen allerlei vlinders kunnen knutselen. Hierna geven we een overzicht van enkele concrete voorbeelden

Nadere informatie

een spectroscoop 5 min.

een spectroscoop 5 min. Licht GROEP 7-8 69 60 minuten 1, 42 en 44 De leerling: weet wat een spectroscoop is weet dat wit licht uit meerdere kleuren bestaat weet dat de kleuren van licht een verschillende golflengte hebben een

Nadere informatie