F-PROJ-onde-StefV-2015 bestek 2015/02 vrijdag 7 augustus Technopolis NV. Overheidsopdracht van DIENSTEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "F-PROJ-onde-StefV-2015 bestek 2015/02 vrijdag 7 augustus 2015. Technopolis NV. Overheidsopdracht van DIENSTEN"

Transcriptie

1 Technopolis NV Overheidsopdracht van DIENSTEN Offertevraag met voorafgaande bekendmaking Bestek nr. Technopolis nv 2015/02: Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis Uiterste indieningsdatum offertes: Dinsdag 13 oktober 2015 vóór 14 uur per aangetekend schrijven onder dubbele omslag Technopolis, Technologielaan te 2800 Mechelen (België). Opdrachtgever: Technopolis nv Technologielaan, 2800 Mechelen T: F:

2 0

3 INHOUD DEEL I: ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN I Algemene bepalingen Identiteit van de opdrachtgever Beschrijving van de opdracht Keuze van offerte Wetgeving Reglementering inzake overheidsopdrachten De wetgeving betreffende de erkenning van aannemers van werken De wetgeving met betrekking tot de registratie van aannemers van werken De wetgeving met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk De wetgeving en normen inzake veiligheid van voedingsmiddelen (percelen 6,7 en 8) Andere wettelijke en reglementaire bepalingen II Bijzondere bepalingen Indiening offerte Verplicht plaatsbezoek Sluiting Gunning Prijs Prijsvaststelling Prijsherziening Prijsonderzoek (art. 20 KB plaatsing) Kortingen Betalingen Wijze waarop de prijs wordt betaald Procedure Overige bepalingen III Selectie en gunning Uitsluitingscriteria Eerste uitsluitingscriterium (artikel 62 1 en volgende, KB 15 juli 2011): Tweede uitsluitingscriterium (artikel 20 van de wet van 15 juni 2006 en artikel 61 1, en volgende, KB 15 juli 2011): Derde uitsluitingscriterium:

4 1.4. Vierde uitsluitingscriterium: Vijfde uitsluitingscriterium: Zesde uitsluitingscriterium: Zevende uitsluitingscriterium: Selectiecriteria Selectiecriteria inzake de financiële en economische draagkracht van de inschrijver (Artikel 67, KB 15 juli 2011) Selectiecriteria met betrekking tot de technische bekwaamheid van de inschrijver Gunningscriteria Prijs (weging: uitermate groot) Kwaliteit (weging: zeer groot) Plan van aanpak van de inschrijver (weging: groot) Meerwaarde geboden t.o.v. in bestek opgelegde prestaties (weging: groot) DEEL II: UIT TE VOEREN WERKEN I Algemeen Inleiding Conditiebepaling SLA Rapport Controlelijst Definities II PERCELEN Perceel 1: HVAC en sanitair Onderdelen Verwarmingsinstallaties Ventilatie-installaties Koelinstallaties Specifieke installaties voor klimaatregeling Sanitair Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Uitzonderingen Prijsbepaling

5 3. Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 2: Elektriciteit Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 3: Liften Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen

6 2.2. Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 4: Brandbeveiliging deel I Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport

7 Perceel 5: Brandbeveiliging deel II Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 6: Keuken deel I Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen

8 6.2. Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 7: Keuken deel II Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 8: Keuken deel III Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling

9 4. Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 9: Schuifdeuren Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 10: Sectionaal poorten Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties

10 2.3. Prijsbepaling Herstellingswerken en modificaties Algemeen Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Informatie beheer systeem Onderhoudsplanning Werkbonnen Coördinatievergaderingen en exploitatierapport Perceel 11: Ongediertebestrijding Onderdelen Onderhoudswerken Algemeen Werkingsvoorwaarden Algemeen Specificaties Prijsbepaling Keuringen en testen Afval Administratie Algemeen Onderhoudsplanning Werkbonnen DEEL III: VEILIGHEID I. Inleiding Algemeen Toepasselijke documenten inzake veiligheid Documenten die de kandidaat bij zijn offerte dient te voegen Bij inschrijving Bij de offerte

11 4. Documenten die de gegunde kandidaat voor de aanvang van de werken dient te bezorgen Voorafgaande kennisgeving Akkoordverklaring (onder)aannemers Aanvullingen van het VGP Arbeidsongevallenprocedure Documenten die de gegunde kandidaat bij specifieke werken dient te hebben Documenten die de gegunde kandidaat na afloop van de werken dient te overhandigen Voertaal II Administratieve inlichtingen Hulpdiensten Medische hulpdienst Ziekenhuis Brand Brandweer Politie Antigifcentrum Inspectiediensten Technische inspectie Medische inspectie Nationaal actiecomité voor veiligheid en hygiëne in het bouwbedrijf Nutsvoorzieningen Telefoon Elektriciteit en aardgas Water Gemeentediensten Gemeentehuis Technische dienst Speciale nummers III Veiligheidsregels Planning Toegang Parking Keuken

12 5. Collectieve bescherming Persoonlijke beschermingsmiddelen Gevaarlijke producten Algemeen Vloeistoffen Gassen Brandbestrijdingsmiddelen Werkvergunningen Vuurvergunning Bevoegdheidsverklaring BA4 BA Orde en netheid DEEL IV TE OVERHANDIGEN DOCUMENTEN Attesten Model van inschrijving p Attest van plaats bezoek p Attest BTW hoedanigheid RSZ-attest Attest van niet-falen of soortgelijke toestanden Verzekeringsattest inzake arbeidsongevallen Neergelegde Jaarrekeningen van de laatste 3 jaren Offerte Offerte model p. 176 p Materiaal- en gereedschapslijst Lijst onderaannemers p Personeelslijst Plan van aanpak Beschrijving geboden meerwaarde Referentielijst p Veiligheid Modelblad voor risicoanalyse p Ontvangstverklaring veiligheidsregels p DEEL V BIJLAGEN De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/

13 2. Inplantingsplan Technopolis

14 12

15 DEEL I: ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN I Algemene bepalingen 1. Identiteit van de opdrachtgever Technopolis nv Technologielaan 2800 Mechelen Dhr. Erik Jacquemyn Gedelegeerd bestuurder Het dossier wordt behandeld door: Stefanie Vanlerberghe, Verantwoordelijke infrastructuur en techniek Alle correspondentie betreffende deze opdracht wordt in het Nederlands naar bovenstaand adres gestuurd t.a.v.: Stefanie Vanlerberghe Verantwoordelijke infrastructuur en techniek 015/ Beschrijving van de opdracht Het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg van de technische installaties van en prestaties op afroep voor Technopolis ;doe-centrum voor wetenschap en techniek voor een periode van 3 jaar, schriftelijk verlengbaar met 1 jaar. Alle bovenvermelde prestaties, met inbegrip van de administratieve verplichtingen vermeld verderop in dit bestek, dienen te worden verstrekt met het oog op het verzekeren dat de installaties optimaal kunnen dienen waarvoor zij zijn bestemd. Hierbij is het van belang dat de installaties werken in zo goed mogelijke omstandigheden wat betreft hygiëne, veiligheid en energieverbruik en met naleving van de werkingsvoorwaarden die voor het gebouw worden gedefiniëerd onder deel II van het bestek en dat de in dit bestek opgenomen Service Level Agreements worden nageleefd. 13

16 Technopolis wenst verder over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, het onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen. Daarnaast wenst Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het technisch beheer, het onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen. 3. Keuze van offerte De opdrachtgever kiest de economisch meest voordelige regelmatige offerte. Naast de prijzen wordt de kwaliteit bekeken aan de hand van de beschrijving van de volgens de kandidaat inschrijver nodige onderhoudswerken en de referenties (minimaal 3) van gelijkaardige opdrachten. Offertes die niet aan alle gevraagde minimumvereisten voldoen, kunnen zonder meer uitgesloten worden. Indien een offerte onvoldoende informatie bevat en het bijgevolg quasi onmogelijk wordt de offerte grondig te evalueren, kan deze offerte zonder meer uitgesloten worden. De uitsluitings- en gunningscriteria zijn terug te vinden onder Deel III Selectie en gunning. 4. Wetgeving 4.1. Reglementering inzake overheidsopdrachten De opdracht wordt gegund na een offertevraag met openbare bekendmaking. In zoverre hier niet van wordt afgeweken door de voorschriften in het kader van onderhavig bestek, is de opdracht onderworpen aan de clausules en de voorwaarden van: - De wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, zoals gewijzigd tot op heden; - De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten; - Het Koninklijk Besluit van 15 juli 2011 betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten klassieke sectoren, zoals gewijzigd tot op heden; - Het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, zoals gewijzigd tot op heden; 14

17 - Alle aanpassingen en aanvullingen op de bovenvermelde wetten en Koninklijke besluiten. - De aankondiging van de opdracht, de eventuele wijzigingsberichten (errata) en alle publicaties van toepassing op deze opdracht. Bovenvermelde wettelijke bepalingen zijn beschikbaar op de website van de Kanselarij van de Eerste Minister: De wetgeving betreffende de erkenning van aannemers van werken De wet van 20 maart 1991 gewijzigd bij wet van 19 september 1994 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en zijn uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder: - Het Koninklijk Besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van deze wet - Het MB van 27 september van 1991 tot nadere bepaling van de indeling van de werken volgens hun aard in categorieën en onder categorieën - Het MB van 27 september van 1991 betreffende de bij de aanvragen voor een erkenning, een voorlopige erkenning of bij de beoordeling van de bewijzen vereist met toepassing van artikel 3, par. 1 van de wet van 20 maart Alle aanpassingen en aanvullingen op de bovenvermelde wetten, koninklijke en ministriële besluiten De wetgeving met betrekking tot de registratie van aannemers van werken Artikelen 400 tot 408 van het Wetboek Inkomstenbelastingen (van 1992 en de eventuele wijzigingen) en art. 30bis van de Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de werknemers (RSZ-wet) en de uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder het Koninklijk Besluit van 5 oktober 1978 tot uitvoering van gemelde bepalingen De wetgeving met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk - het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB); - CODEX De wetgeving en normen inzake veiligheid van voedingsmiddelen (percelen 6,7 en 8) Alle toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen in het bijzonder op het gebied van: - De wetgeving op het gebied van veiligheid en deugdelijkheid van voedingsmiddelen volgens de eisen van HACCP moeten in elk bedrijf en elke organisatie geïmplementeerd worden ongeacht of de organisatie privaat of publiekrechterlijk is, ongeacht of de organisatie winstgevend is of niet. De EU Richtlijn inzake de Levensmiddelenhygiëne, No. 93/43/EEG 15

18 schrijft onder meer voor dat de betrokken bedrijven een analyse moeten maken van de risico s die in hun bedrijf bestaan ten aanzien van de voedselveiligheid 1. De bedrijven moeten er voor zorg dragen dat passende veiligheidsvoorschriften worden vastgesteld, toegepast, gehandhaafd en herzien op basis van de beginselen van het HACCP systeem ( Hazard Analysis and Critical Control Point ). - De Codex Alimentarius Commissie van de FAO/WHO beschrijft een stappenplan, inclusief zeven beginselen, waarin richtlijnen worden gegeven voor de toepassing van het HACCP systeem. Bovendien beveelt Codex aan dat een minimum aan hygiëne maatregelen is getroffen, vóórdat HACCP wordt geïmplementeerd Andere wettelijke en reglementaire bepalingen Alle toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, met inbegrip van deze uitgevaardigd door de gewestelijke en plaatselijke overheden, in het bijzonder op het gebied van: De naleving van zijn sociale verplichtingen jegens zijn werknemers, de arbeidsbescherming en de veiligheid, hygiëne en gezondheid en het welzijn van zijn werknemers en de veiligheid op de werf; in het bijzonder geldt hier de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (BS ), gewijzigd bij de wetten van 13 februari 1998 (BS ), 28 februari 1999 en 5 maart 1999 (BS ) en haar uitvoeringsbesluiten (BS ); - Het bijhouden van de sociale documenten en de maatregelen ter bestrijding van de activiteiten van koppelbazen (art. 30 ter van de Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders) (RSZ-wet) en de uitvoeringsbesluiten; - Het oprichten of gebruiken van hinderlijke installaties op de werf; - Het algemeen reglement op de elektrische installaties (AREI). Hij zal in het bezit moeten zijn van alle vereiste toelatingen, vergunningen en goedkeuringen nodig voor de uitvoering van de opdracht en het gebruik van de middelen die hij daartoe zal inzetten. Hij is tevens verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen door zijn onderaannemers. Op deze opdracht zijn onder meer de volgende voorschriften toepasselijk: - De normen uitgegeven door het NBN, zie ook het NBN is gevestigd in de Birminghamstraat 131, 1070 Brussel tel. 02/

19 - De norm NEN , conditiemeting van bouw- en installatiedelen deel 1: methodiek uitgave december De norm NEN conditiemeting van bouw- en installatiedelen deel 2: gebrekenlijsten uitgave juni De Europese normen, de ISO normen en de Butgb-goedkeuringen De informatie die Technopolis in het kader van de gunning van deze opdracht ter beschikking stelt, mag niet voor andere doeleinden worden aangewend, noch aan derden worden meegedeeld. Dit is onder andere van toepassing op de informatie verstrekt in het As-Built dossier. Eenieder die toegang heeft tot deze informatie dient alle maatregelen te treffen om het confidentiële karakter ervan te doen bewaren. De inschrijver gebruikt uitsluitend het Nederlands in zijn mondelinge en schriftelijke relatie met Technopolis. Van documenten die enkel in een andere taal beschikbaar zijn, kan Technopolis een, desgevallend beëdigde, vertaling eisen. Deze vertaling gebeurt op kosten van de inschrijver. 17

20 II Bijzondere bepalingen 1. Indiening offerte De kandidaat dient zijn offerte, hetzij voor het ganse geheel of voor één of meerdere percelen, in ten laatste dinsdag 13 oktober 2015 om 14u per aangetekend schrijven onder dubbele omslag. De offerte wordt in een definitief gesloten blanco omslag geschoven waarop het volgende vermeld wordt : - OFFERTE voor het bestek: Bestek nr. Technopolis nv 2015/02 Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis - «NIET OPENEN» - Datum en uur van de openingszitting welke op zijn beurt in een tweede gesloten blanco omslag gestoken wordt met vermelding van volgende gegevens: OFFERTE in de linkerbovenhoek - voor het Bestek nr. Technopolis nv 2015/02 Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis - T.a.v. Mevrouw Stefanie Vanlerberghe Technologielaan 2800 Mechelen Bij dit aangetekend schrijven worden volgende attesten ter erkenning meegestuurd: - Model van inschrijving (deel IV 1.1 p. 174) - Attest van plaatsbezoek (deel IV 1.2 p. 175) - Attest van BTW-hoedanigheid - RSZ-attest - Attest van niet-falen of soortgelijke toestanden - Verzekeringsattest inzake arbeidsongevallen - Neergelegde jaarrekeningen van de laatste 3 jaren De vorm van de offerte is bepaald in deel IV te overhandigen documenten 2.1 offerte model. De aandacht van de inschrijver wordt erop gevestigd dat hij zijn offerte en inventaris moet invullen op het formulier zoals in bijlage (Art. 80 KB plaatsing). Dit wordt digitaal naar de inschrijver doorgestuurd met het technisch dossier. 18

21 Hierna volgt een niet-limitatief overzicht van alle opdrachtdocumenten die bij de offerte gevoegd moeten worden: - 1 Offerte model (deel IV 2.1 p. 176 en verder) - 2 Materiaal en gereedsschapslijst - 3 Lijst onderaannemers (deel IV 2.3 p. 187) - 4 Personeelslijst - 5 Plan van aanpak - 6 Beschrijving geboden meerwaarde - 7 Referentielijst (deel IV 2.7 p. 188) - 8 Risicoanalyse (deel IV 3.1 p. 189) - 9 Ontvangstverklaring veiligheidsregels (deel IV 3.2 p. 190) De offerte wordt ingediend in het Nederlands. De inschrijver dient zijn offerte op te maken op een ondertekend papieren exemplaar, 1 papieren kopie en een exemplaar in digitale vorm (cd, dvd of USB-stick). Op het origineel exemplaar moet duidelijk de titel «ORIGINEEL» vermeld worden. De offerte bestaat uit het offerteformulier, met bijhorende invuldocumenten in bijlage. Er kunnen over deze opdracht schriftelijk vragen gesteld worden tot uiterlijk de 3 e kalenderdag voor de indiening van de offerte op 13 oktober Deze vragen dienen gericht te worden aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Het antwoord op de vragen worden naar alle kandidaat inschrijvers elektronisch doorgestuurd. Na het indienen van de offertes worden geen vragen meer aanvaard, nog beantwoord. De inschrijvers blijven gebonden door hun offerte gedurende een termijn van honderd twintig (120) kalenderdagen, ingaand de dag na de uiterste indiengsdatum van de offertes zijnde 14 oktober (Art. 57 KB plaatsing) De openingszitting vindt plaats op dinsdag 13 oktober 2015 om 14u waarbij het proces verbaal van opening wordt opgesteld. 2. Verplicht plaatsbezoek Er is een verplicht plaatsbezoek voorzien. Tijdens dit plaatsbezoek dienen de kandidaat inschijvers zich ter plaatse van de volledige omvang en inhoud van de installate te vergewissen. Zij dienen bij deze gelegenheid de inventarisatie uit onderhavig bestek na te zien en indien nodig aan te vullen met door hen ter plaatse verkregen gegevens. Elke kandidaat inschrijver dient bij het einde van het plaatsbezoek het bij het huidig bestek gevoegd attest 19

22 van plaatsbezoek (zie deel IV 1.2 p. 175), te laten ondertekenen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek Stefanie Vanlerberghe. Het plaatsbezoek voor de percelen 1 tot en met 5 gaat door in Technopolis, Technologielaan 1 te 2800 Mechelen op maandag 14 september 2015 vanaf 9u: - Perceel 1: HVAC en sanitair 9u tot 11u - Perceel 2: Elektriciteit 11u tot 13u - Perceel 3: Liften 14u tot 14.30u - Perceel 4: Brandbeveiliging deel I 14.30u tot 15.30u - Perceel 5: Brandbeveiliging deel II 15.30u tot 16.30u Het plaatsbezoek voor de percelen 6 tot en met 11 gaat door in Technopolis, Technologielaan 1 te 2800 Mechelen op dinsdag 15 september 2015 vanaf 9u: - Perceel 6, 7 en 8: Keuken 9u tot 10.30u - Perceel 9: schuifdeuren 10.30u tot 11.30u - Perceel 10: sectionaal poorten 11.30u tot 12.30u - Perceel 11: ongediertebestrijding 14u tot 15u Er mogen slechts 2 personen per kandidaat inschrijver deelnemen aan het plaatsbezoek. Het nemen van foto s is toegestaan. Om een correct verloop van het verplicht plaatsbezoek mogelijk te maken, worden de kandidaat-inschrijvers, die de sessie wensen bij te wonen, verzocht om hun vragen vooraf over te maken aan de opdrachtgever via een mail naar het volgende adres : Alleen de vragen die drie dagen vóór het verplicht plaatsbezoek bij Technopolis zijn toegekomen, worden tijdens deze sessie behandeld. Bij de ingang van de vergaderzaal zal aan de deelnemers worden gevraagd om de identiteit van het bedrijf dat ze vertegenwoordigen, alsook hun volledige adres in te vullen op een aanwezigheidslijst. Uitsluitend informatie die door de opdrachtgever schriftelijk ter beschikking wordt gesteld, dient als basis voor het opmaken van de offerte. De inschrijver kan zich onmogelijk beroepen op mondeling verkregen informatie. Het AS built dossier wordt na het plaatsbezoek digitaal per perceel doorgestuurd. De inschrijver is ertoe gehouden zich ervan te vergewissen dat er in het technisch dossier geen 20

23 bladzijden ontbreken. Indien dit toch het geval is, kan hij zich wenden tot het hoger vermeld e- mailadres. Technopolis is niet aansprakelijk voor fouten welke zich zouden bevinden in de AS-built plannen. De deelname aan het plaatsbezoek dient, met vermelding van datum, perceel (percelen) en de deelnemende perso(o)n(en), kenbaar gemaakt te worden op volgend adres: en dit uiterlijk tegen donderdag 10 september Sluiting De sluiting vindt uiterlijk plaats op 16 oktober De uitgesloten inschrijver wordt binnen de 5 dagen van zijn uitsluiting verwittigd per aangetekend schrijven. 4. Gunning De gunning wordt ten laatste in week 50 aangetekend naar de verschillende kandidaat inschrijvers doorgestuurd. 5. Prijs 5.1. Prijsvaststelling Deze opdracht is een gemengde opdracht naargelang het perceel waarvoor men inschrijft. De specificaties zijn terug te vinden in deel II van het bestek bij de beschrijving van elk perceel Prijsherziening De vergoedingen (technisch beheer, onderhoud, totale waarborg en prestaties op afroep) worden jaarlijks herzien op de verjaardag van het contract, en voor het eerst bij de aanvang van het tweede jaar van de looptijd. De prijsherziening geschiedt overeenkomstig de formule: P = P (a s/s + b i/i + c) Waarin aan de parameters volgende waarden worden toegekend: a = 0,6; b = 0,4; c = 0,0 Hierbij wordt gebruik gemaakt van volgende Agoria indexen welke goedgekeurd worden door de FOD bevoegd voor Economie: p = herziene bedrag 21

24 P = bedrag vorderingsstaat s = het gemiddelde uurloon van kracht op de aanvangsdatum van de maand waarin de betaling gebeurt, verhoogd met het totaalpercentage van de sociale lasten en verzekeringen op deze datum. Voor deze waarde wordt dezelfde bron toegepast als voor de waarde S. S = het gemiddelde uurloon van de werklieden, van kracht 10 dagen vóór de datum die voor het openen van de offertes is vastgesteld. Deze waarde wordt bepaald op basis van het landsgemiddelde voor de parameter s voor bedrijven met meer dan 10 werknemers zoals gedefinieerd door Agoria, na goedkeuring door het FOD bevoegd voor Economische Zaken. i = materiaalindexcijfer, op basis van jaarlijks verbruik van de voornaamste materialen en grondstoffen door bouwbedrijf, met betrekking tot kalendermaand vóór aanvangsdatum van in maandelijkse termijnbetaling beschouwde periode. Voor deze waarde wordt dezelfde bron toegepast als voor de waarde I. I = idem materiaalindexcijfer met betrekking tot kalendermaand vóór openingsdatum van de inschrijvingen. Deze waarde wordt bepaald door de index I zoals gedefinieerd door Agoria, na goedkeuring door het FOD bevoegd voor Economische Zaken. Zie ook rubriek Agoria index Prijsherzieningen worden berekend op basis van de prijzen exclusief BTW Prijsonderzoek (art. 20 KB plaatsing) Op verzoek van Technopolis verstrekt de inschrijver alle nodige inlichtingen om het prijsonderzoek van zijn offerte mogelijk te maken. Technopolis kan ofwel zelf overgaan tot, ofwel een persoon aanduiden voor het uitvoeren van alle verificaties van de boekhoudkundige stukken en alle onderzoeken ter plaatse, teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens die de inschrijver in het raam van het prijsonderzoek heeft verstrekt Kortingen Technopolis laat de inschrijver zelf de keuze een voorstel te doen omtrent kortingen inzake: - Inwerkingstermijn en kennis van de installaties. - Het aanbieden van een offerte voor meerdere percelen. 6. Betalingen 6.1. Wijze waarop de prijs wordt betaald De diensten worden maandelijks betaald op het einde van de maand naar verhouding van het uitgevoerde gedeelte. Dit voor een periode van 11 maanden binnen het contractjaar. De 12 e 22

25 maand wordt aan de hand van het jaarrapport van de voorbije 11 maanden de SLA overeenkomsten al dan niet in mindering gebracht Procedure - De factuur is als schuldvordering. - De betaling vindt plaats binnen een termijn van 30 dagen na de datum van ontvangst van de factuur, of 30 dagen na het beëindigen van de diensten indien de factuur voor het beëindigen wordt ontvangen of de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat. - Op de factuur dient de referentie zoals bepaald in deel II van het bestek steeds apart te vermelden. - Technopolis is gestart met het digitaal verwerken van inkomende facturen. De factuur zal voortaan op een centraal adres gescand worden. De facturen worden per post verstuurd naar het adres zoals vermeld bij identiteit van de opdrachtgever. - Er is eveneens de mogelijkheid om de facturen als pdf-bestand naar het centraal adres van de boekhoudafdeling te versturen: 6.3. Overige bepalingen - Elk berekend totaalbedrag in euro wordt desgevallend afgerond naar de hogere of lagere tweede decimaal, al naargelang de derde decimaal minstens 5 of minder bedraagt. - Dit bestek wijkt uitdrukkelijk af van de bepalingen van artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek inzake de toerekening van de betalingen. Elke betaling zal dan ook bij voorrang toegerekend worden op de hoofdsommen en pas daarna op de interesten. - Betalingen aan Technopolis worden uitgevoerd op rekeningnummer BE geopend op naam van Technopolis. 23

26 III Selectie en gunning 1. Uitsluitingscriteria Onderhavige procedure impliceert geen enkele verplichting tot het toewijzen van een opdracht. De aanbestedende overheid behoudt zich het recht voor, hetzij af te zien van het gunnen van de opdracht, hetzij de procedure te herbeginnen, desnoods op een andere wijze of slechts bepaalde onderdelen van de opdracht toe te wijzen Eerste uitsluitingscriterium (artikel 62 1 en volgende, KB 15 juli 2011): Door deelname aan deze opdracht, verklaart de inschrijver impliciet zich niet te bevinden in de hieronder opgenomen uitsluitingsgevallen volgens artikel 62 1 van het Koninklijk Besluit van 15 juli De aanbestedende overheid zal bij gunning expliciet nagaan of de inschrijvers voldaan hebben aan hun betalingen inzake sociale zekerheid overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar zij gevestigd zijn. De Belgische inschrijver die personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders moet in orde zijn met zijn verplichtingen ten overstaan van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De inschrijver wordt geacht in orde te zijn met voormelde verplichtingen indien blijkt dat hij ten laatste daags vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes: - 1 aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid al de vereiste aangiften heeft toegezonden, tot en met diegene die slaan op het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal voor de ontvangst van de offertes en - 2 op deze aangiften geen verschuldigde bijdragen van meer dan EUR moet vereffenen, tenzij hij voor de schuld uitstel van betaling heeft verkregen waarvan hij de termijnen strikt in acht neemt. De inschrijver voegt bij zijn inschrijving het origineel RSZ-attest toe betreffende het voorlaatste afgelopen kalenderkwartaal voor de uiterste datum voor de ontvangst van de offertes. De inschrijver die personeel uit een andere lidstaat van de Europese Unie tewerkstelt voegt bij zijn inschrijving, overeenkomstig artikel 62 2 van het KB van 15 juli 2011: - een attest dat uitgereikt werd door de bevoegde overheid en waarin bevestigd wordt dat hij volgens de rekening die ten laatste de uiterste dag bepaald voor de ontvangst van de offertes 24

27 is opgemaakt, op die datum voldaan heeft aan de verplichtingen inzake betaling van de bijdragen voor sociale zekerheid, overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is; - een attest waaruit blijkt dat hij in orde is met de bepalingen van 1, indien hij personeel tewerkstelt dat onderworpen is aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders. Wanneer een dergelijk document of getuigschrift niet uitgereikt wordt in het betrokken land, kan het vervangen worden door een verklaring onder eed of een plechtige verklaring van de betrokkene voor een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst. Technopolis kan in welk stadium van de procedure ook, met alle middelen die zij dienstig acht inlichtingen inwinnen over de stand van betaling van de bijdragen voor de sociale zekerheid van om het even welke inschrijver Tweede uitsluitingscriterium (artikel 20 van de wet van 15 juni 2006 en artikel 61 1, en volgende, KB 15 juli 2011): Overeenkomstig artikel 20 van de wet en artikel 61 1 van het Koninklijk Besluit van 15 juli 2011, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de kandidaat of inschrijver die bij rechtelijke beslissing, die in kracht van gewijsde is gegaan, en waarvan Technopolis kennis heeft, veroordeeld is voor: - 1 deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek; - 2 omkoping als bedoeld in artikel 246 en 250 van het Strafwetboek; - 3 fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002; - 4 witwassen van geld als bedoeld in artikel 5 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Met het oog op de toepassing van deze clausule heeft Technopolis het recht om de inschrijver wiens offerte het best geklasseerd is, te verzoeken om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van de inschrijver, kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig acht. 25

28 1.3. Derde uitsluitingscriterium: Overeenkomstig het artikel 61 2, 1 en 2 van het Koninklijk Besluit van 15 juli 2011 kan in elk stadium van de gunningsprocedure worden uitgesloten van de toegang ertoe, de inschrijver die: - 1 in staat van faillissement of van vereffening verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, die een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of die in een vergelijkbare toestand verkeert als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen; - 2 aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor wie een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of die het voorwerp is van een gelijkaardige procedure bestaande in andere nationale reglementeringen; 1.4. Vierde uitsluitingscriterium: Wordt uitgesloten van deelname aan de overheidsopdracht, de inschrijver die bij rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een misdrijf dat zijn professionele integriteit aantast. Met het oog op de toepassing van deze clausule heeft Technopolis het recht om de inschrijver wiens offerte het best geklasseerd is, te verzoeken om de noodzakelijke inlichtingen of documenten over te leggen. Indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van die inschrijver kan zij de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze ter zake nodig heeft Vijfde uitsluitingscriterium: De inschrijver voegt bij zijn inschrijving, al naargelang, een attest waaruit blijkt dat hij voldaan heeft aan zijn beroepsmatige fiscale verplichtingen volgens de Belgische wetgeving of die van het land waar hij gevestigd is, overeenkomstig de bepalingen van artikel 63 van het KB van 15 juli Deze verplichtingen hebben betrekking op de belasting over de toegevoegde waarde en de personen- of de vennootschapsbelasting, en eventueel ook op de belastingen verbonden aan de beroepsactiviteit die voortvloeien uit een gewestelijke of lokale reglementering, al naargelang de door Technopolis geëxpliciteerde en niet-discriminerende eisen. Het attest heeft betrekking op de laatste afgelopen fiscale periode vóór de uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of offertes, al naargelang. 26

29 1.6. Zesde uitsluitingscriterium: Wordt uitgesloten van deelname aan de overheidsopdracht, de inschrijver die zich in ernstige mate heeft schuldig gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen, opeisbaar bij toepassing van dit hoofdstuk, of die deze inlichtingen niet heeft verstrekt Zevende uitsluitingscriterium: Door deelname aan deze opdracht, verklaart de inschrijver impliciet zich niet te bevinden in het uitsluitingsgeval volgens artikel 64 van het Koninklijk Besluit van 15 juli Selectiecriteria 2.1. Selectiecriteria inzake de financiële en economische draagkracht van de inschrijver (Artikel 67, KB 15 juli 2011) De inschrijver voor deze offerte moet tijdens één van de laatste drie boekjaren een omzet inzake de activiteiten die rechtstreeks verband houden met de leveringen die in dit bestek worden beschreven, hebben gerealiseerd. Hij voegt bij zijn offerte een verklaring inzake de totale omzet gerealiseerd tijdens de laatste drie boekjaren. De inschrijver dient tevens over voldoende financiële slagkracht te beschikken. Deze financiële slagkracht zal worden beoordeeld op basis van de goedgekeurde jaarrekeningen van de laatste drie boekjaren neergelegd bij de Nationale Bank van België. De inschrijvers die de goedgekeurde jaarrekeningen hebben neergelegd bij de Nationale Bank van België hoeven deze niet bij hun inschrijving te voegen, aangezien de aanbestedende overheid deze jaarrekeningen kan raadplegen via het elektronisch loket van de federale overheid. De inschrijvers die de goedgekeurde jaarrekening van de laatste drie boekjaren niet bij de Nationale Bank van België hebben neergelegd, zijn verplicht om deze bij hun inschrijving te voegen. Deze verplichting geldt ook voor de jaarrekening die onlangs werd goedgekeurd en die nog niet bij de Nationale Bank van België werd gedeponeerd, omdat de wettelijk voorziene termijn voor het neerleggen ervan nog niet verstreken is. Voor de buitenlandse ondernemingen dienen tevens de goedkeurende jaarrekeningen van de drie laatste jaren of een staat van alle activa en passiva en de resultaten van de onderneming bij de inschrijving te worden gevoegd. Indien de onderneming nog geen jaarrekening heeft gepubliceerd, volstaat een tussentijdse balans en resultatenrekening voor echt verklaard door 27

30 de accountant of door de bedrijfsrevisor of door de persoon of organisme dat een soortgelijke functie in zijn land uitoefent Selectiecriteria met betrekking tot de technische bekwaamheid van de inschrijver De inschrijver bewijst zijn technische bekwaamheid aan de hand van: Gelijkaardige referenties (art. 71, eerste alinea, 3, KB 15 juli 2011): - Referentielijst van de voornaamste gelijkaardige recente of lopende dienstopdrachten voor gebouwen (minimaal 5) tijdens de laatste 3 jaar, met vermelding van bedrag en uitvoeringstermijn (begin- en einddatum) en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij zijn uitgevoerd. - Referenties van gebouwen met een publieksfunctie zoals musea, scholen, culturele centra, strekken tot aanbeveling. Bij deze referenties dient de contactpersoon en zijn telefoonnummer te worden vermeld. - Lidmaatschap van een beroepsvereniging. - Bewijs van behaalde kwaliteitscertificaten (ISO, ) Voor elke referentie moet er een fiche worden ingevuld, waarvan u een exemplaar kunt terugvinden in deel IV 2.8; deze fiches moeten bij de inschrijving worden gevoegd. Voor elk van de referenties moet de inschrijver minimum een certificaat van goede uitvoering bijvoegen, via een certificaat die door de bevoegde overheid werd opgesteld of geviseerd. Materiaal en gereedschapsbeschrijving De inschrijver moet een verklaring voorleggen met vermelding van het gereedschap, het materiaal en het verbruiksmateriaal, de machines, en de technische uitrusting die hij zal inzetten om de onderhoudswerken uit te voeren. Via deze verklaring verbindt hij zich tot het gebruik van deze uitrusting of van een uitrusting die minstens gelijkwaardig is in het geval dat de opdracht aan hem zou worden gegund. Hoe garandeert de inschrijver dat het gereedschap, de machines en de technische uitrusting steeds in goed werkende staat aanwezig zijn en gebruikt kunnen worden door zijn medewerkers? De inschrijver moet een beschrijving geven van de maatregelen die worden genomen om de kwaliteit van de prestaties te verzekeren, onder andere via een antwoord op de volgende vragen: 28

31 - Welke omkadering is er voor het uitvoerend personeel voorzien: teamchefs, inspecteurs, directie? - Welke maatregel(en) voorziet de inschrijver indien het uitvoerend personeel plots met één of meer personeelsleden wordt verminderd, bijvoorbeeld omwille van ziekte? - Hoe zal de uitvoering van de werkzaamheden en de dienstverlening gewaarborgd worden? - Hoe vangt de inschrijver de tijd nodig voor het volledig kennen van de technische installaties op? Draagkracht van derden (artikel 74, KB 15 juli 2011) Overeenkomstig de bepalingen van artikel 74 van het Koninklijk Besluit 15 juli 2011, kan de inschrijver zich beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten, om zo te voldoen aan de vereisten aangaande de kwalitatieve selectie inzake financiële, economische en technische bekwaamheid. In dat geval moet de inschrijver Technopolis aantonen dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen. Dit doet hij door een officiële verbintenis met de derde partij in bijlage aan zijn offerte te voegen. Hiervoor dient de inschrijver gebruik te maken van het model uit bijlage (Bijlage VI) aan dit bestek. Deze verbintenis moet ondertekend zijn door de bevoegde persoon van de derde waarvan sprake. Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van inschrijvers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan die combinatie of die van andere entiteiten. Er wordt herinnerd aan het feit dat: - deze derden tevens onderworpen zijn aan de bepalingen beschreven in dit bestek volgens artikelen 61, 62, 63 en 64 van het Koninklijk Besluit van 15 juli 2011 en dat de offerte of aanvraag tot deelneming eveneens de attesten/documenten ter beoordeling van de situatie van deze entiteit moet bevatten. - de gegunde tijdens de uitvoering van de opdracht beroep moet kunnen doen op deze draagkracht van vernoemde derde. 3. Gunningscriteria Onderhavige procedure impliceert geen enkele verplichting tot het toewijzen van een opdracht. Technopolis behoudt zich het recht voor, hetzij af te zien van het gunnen van de opdracht, hetzij de procedure te herbeginnen, desnoods op een andere wijze of slechts bepaalde onderdelen van de opdracht toe te wijzen. 29

32 Technopolis kiest bij toepassing van artikel 16 van de wet van 24 december 1993, betreffende de toewijzing van overheidsopdrachten de regelmatige offerte, die haar het voordeligst lijkt met inachtneming van volgende gunningscriteria: 3.1. Prijs (weging: uitermate groot) Om dit criterium te kunnen beoordelen, wordt van de inschrijver verwacht dat hij de gegevens in zijn offerte opgeeft volgens het document in bijlage 2.1. Voor de verschillende types uit te werken worden verschillende prijsstellingen gehanteerd. Zie Deel II Kwaliteit (weging: zeer groot) De keuze van de inschrijver betreffende het lokaal in te zetten personeel voor de opdracht, van zowel de interne diensten als de externe onderaannemers / leveranciers met dewelke de inschrijver zich voorgenomen heeft samen te werken, wordt beoordeeld. Deze keuze dient onder andere te steunen op het maximaal efficiënt inzetten van hun specifieke capaciteiten met het oog op het uitvoeren van de opdracht naar best vermogen. Voor elke onderaannemer dienen de bedrijfsgegevens inclusief eventuele erkenningen duidelijk te worden vermeld en dient duidelijk aangegeven te worden voor welk deel hij zal ingeschakeld worden. De opdrachtnemer is verplicht de onderaannemers in te zetten die hij opgeeft. Het gebruik van andere onderaannemers is onderworpen aan de voorafgaandelijke toestemming van Technopolis. Uit de beschrijving dient in het bijzonder de geschiktheid te blijken van het in te zetten personeel met betrekking tot de eigenheid van de opdracht, inclusief hun kennis van en ervaring met het technisch beheer, het onderhoud en de totale waarborg van de technische installaties van gebouwen met specifieke technieken zoals hoogspanning, HVAC, keukeninstallaties, Er dient ook aangetoond te worden dat alle nodige wettelijke competenties aanwezig zijn volgens de geldende regelgeving. We verwijzen verder ook naar de minimale te voorziene organisatie in het kader van de opdracht zoals beschreven onder de technische voorschriften. De CV s van de betrokken personen dienen dus opgenomen te worden. De inschrijver beschrijft dit onderdeel op maximaal 5 A4 pagina s exclusief de CV s. 30

33 3.3. Plan van aanpak van de inschrijver (weging: groot) Hierbij wordt de inschrijver beoordeeld op basis van de manier waarop hij zijn organisatie zal aanwenden tot het goed uitvoeren van de opdracht, inbegrepen ondersteuning voor renovatieprojecten en ondersteuning voor verbeteringsprojecten. Er wordt ook aangegeven hoe de personeelsleden zullen worden ingezet en wat het plan van aanpak is. De inschrijver beschrijft dit onderdeel op maximaal 10 A4 pagina s Meerwaarde geboden t.o.v. in bestek opgelegde prestaties (weging: groot) Hierbij wordt de inschrijver beoordeeld op de aangeduide meerwaarde voorgesteld door de inschrijver ten opzichte van de in het bestek opgelegde minimumeisen betreffende preventief en correctief onderhoud, zelfevaluatie, service levels, termijnen, energieperformantie, proactieve audits, Deze geboden meerwaarden mogen niet het voorwerp uitmaken van een aparte prijsopgave en moeten kaderen binnen deze opdracht. De inschrijver beschrijft dit onderdeel op maximaal 4 A4 pagina s. 31

34 DEEL II: UIT TE VOEREN WERKEN I Algemeen 1. Inleiding Technopolis wenst SLA (service level agreement) contracten op te stellen met de gegunde inschrijvers voor één of meerdere van de onderstaande percelen. Voor de onderhoudswerken wordt gerekend op de deskundigheid van de gegunde inschrijvers wat gecontroleerd zal worden volgens een vooropgesteld scoremodel. In de 12 e maand van het contractjaar worden de rapporten in gezamenlijk overleg beoordeeld en de facturatie voor de 12 e maand erop afgestemd. 2. Conditiebepaling Bij het einde van de opdracht van de vorige dienstverlener of bij de start van de opdracht van de opdrachtnemer zal een conditiebepaling met risicoanalyse op basis van de norm NEN 2767 opgesteld worden en dit van de technische installaties voor het perceel of de percelen waarvoor de opdrachtnemer zal instaan. Dit zal gebeuren met de vorige dienstverlener, de nieuwe opdrachtnemer, de verantwoordelijke infrastructuur en techniek alsook een werknemer van de interne technische dienst. 3. SLA Rapport Voor de opvolging van de service level agreement wordt rekening gehouden met drie groepen van prestaties: (1) leefbaarheid en welzijn, (2) energie en (3) milieu en duurzaamheid. Elk omvat een lijst van criteria die niet voor elk onderhoudswerk van toepassing zijn.: Groep 1: Leefbaarheid en welzijn Groep 2: Energie Groep 3: Milieu en duurzaamheid Toegankelijkheid Comfort (thermisch, akoestisch, visueel & trillingen) Luchtkwaliteit en Ventilatie Peil van primair energieverbruik Ligging Voorzieningen Levensduur Watergebruik Materiaalgebruik Per groep en binnen elk criterium krijgt elke prestatie-eis waaraan het gebouw moet voldoen een score van 1 tot 4. Dat getal weerspiegelt de mate waarin het gebouw het beter doet dan 32

35 wat minimaal of wettelijk is opgelegd (score 0). Na weging wordt elke score opgenomen in een globaal gemiddelde per groep: Groep1: Leefbaarheid en welzijn S 1 = n i=1 g 1.iS 1.i n i=1 g 1.i Groep 2: Energie S 2 = n i=1 g 2.iS 2.i n i=1 g 2.i Groep 3: Milieu en duurzaamheid S 3 = n i=1 n g 3.iS 3.i i=1 g 3.i Hierbij zijn S1,i, S2,i en S3,i de scores per afzonderlijk criterium in elke groep en g1,i, g2,i en g3,i de bijhorende gewichtsfactoren. Die vormen een maat voor het belang van elke score afzonderlijk. In functie van de gemiddelde score per criterium krijgt het gebouw een score van 1 tot 4: Score per criterium Algemene score Betekenis Geen gelijk aan nul 0 < S 1 1 Voldoet juist Geen kleiner dan 1 1 < S 2 2 Voldoet Geen kleiner dan 2 2 < S 3 3 Doet het goed Geen kleiner dan 3 3 < S 4 4 Doet het zeer goed, streefdoel De wettelijke minima en, als die er niet zijn, de eisen voor een score nul vormen het vertrekpunt in de scoreopbouw. Wanneer een gebouw aan één van deze eisen niet voldoet, krijgt het geen globale eindscore en bijgevolg ook geen algemene score. Doordat het scoresysteem per groep heel wat prestatie-eisen omvat, leiden één of enkele minder goede scores niet direct tot een negatieve SLA afhankelijk van het aantal percelen de opdrachtnemer is gegund. Zo krijgen de scores de betekenis van een gemiddelde kwaliteit. De opdrachtnemers worden beoordeeld voor het (de) onderdeel(elen) voor het perceel (de percelen) die hen gegund werd(en). In elke groep wordt er per prestatie-eis een gewichtsfactor toegekend. Daarbij wordt rekening gehouden met het relatieve aandeel in de totale prestatie op het niveau van de groep. De gewichtsfactoren geven opgesomd telkens een waarde van 20. Elke groep wordt bijgevolg gelijkwaardig geacht. 33

36 Groep 1: Leefbaarheid en welzijn Groep 2: Energie Groep 3: Milieu en duurzaamheid Toegankelijkheid 4 Peil van primair 20 Ligging 3 Comfort: energieverbruik Voorzieningen 3 Thermisch 4 Levensduur 5 Akoestisch 3 Watergebruik 3 Trillingen 2 Materiaalgebruik 6 Visueel 3 Luchtkwaliteit en 4 ventilatie Groep 1: leefbaarheid en welzijn Zes onderdelen, die samen zorgen voor leefbaarheid en welzijn: de toegankelijkheid, het thermische comfort, het akoestische comfort, het trillingscomfort, het visuele comfort en het binnenmilieu. In dat laatste blok zitten luchtkwaliteit en ventilatie. Toegankelijkheid heeft een gewichtsfactor 4 (zie ook veiligheidsregels). Bij de comfortblokken wordt het meeste gewicht toegekend aan het thermische comfort: gewichtsfactor 4 in totaal, de som van winter- en zomercomfort, tocht en gradiënt in luchttemperatuur. Uit ervaring blijkt immers dat hierover veel klachten zijn. Het akoestische en het visuele comfort krijgen elk een totale gewichtsfactor 3. Aan het trillingscomfort hangt een gewichtsfactor 2 vast, terwijl aan het binnenmilieu een totale gewichtsfactor 4 vast zit, de som van luchtkwaliteit en ventilatie. Die gewichtsfactor 4 vertolkt opnieuw het belang van een goede luchtkwaliteit voor het welzijn en de productiviteit van de medewerkers alsook het welzijn van de bezoekers. Groep 2: energie De evaluatie van groep 2 energie wordt volledig bepaald door de energieprestatie regelgeving (EPB). Binnen de groep energie is er slechts één criterium dat de groepscore bepaalt, dit is het E-peil. Bepaalde deelcriteria kunnen de groepscore wel beperken of tot uitsluiting leiden. 34

37 Deze groep staat in evenwicht met groep 1. Technopolis rekent op de deskundigheid van de opdrachtnemer om nodige modificaties tijdig te melden zowel in het kader van vernieuwde wetgeving als de toepassing van PACT 2020 en Europese normen inzake energieverbruik. Groep 3: milieu en duurzaamheid Hier worden de gewichten vrij gelijkmatig verdeeld: ligging, voorzieningen en watergebruik elk 3, levensduur 5 en materiaalgebruik 6. Ligging en voorzieningen hebben beide te maken met verplaatsing. Omdat verkeer een groeiend aandeel in de emissies van CO2, NOx, P2.5 stof en VOC s heeft, lijkt het logisch dat beide samen een stevig gewicht krijgen. Watergebruik moet het daartegen doen met een gewichtsfactor 3. In het gebouw ligt het waterverbruik normaal gezien niet aan de hoge kant in vergelijking met andere verbruiken. Levensduur is dan weer erg belangrijk uit het oogpunt van duurzaamheid. Hoe minder vervanging, hoe materiaalzuiniger het gebouw. Eenzelfde redenering geldt voor de materialen op zich. Zijn die duurzaam gewonnen, blijven de emissies beperkt, wijst een levenscyclusanalyse (LCA) op heel wat positieve elementen en zijn ze kwalitatief in staat bij de verwachte omgevingsbelasting de functie die ze in het gebouw krijgen langdurig te vervullen? Alleen dan kan er sprake zijn van duurzaamheidswinst. Als toetssteen voor het niveau van het geleverde onderhoud zullen de gehaalde comfortwaarden, de mate van proactief ingrijpen in de installaties, de snelheid van reactie bij het oplossen van problemen (waarbij uiteraard steeds binnen de gevraagde interventietijden gewerkt wordt), de nauwgezetheid van opmaak van het logboek (digitaal) en van het bijhouden van de documenten, het bestaan en correct toepassen van juiste en geactualiseerde procedures m.b.t. kritisch onderhoud/interventies en de rapportering m.b.t. de SLA s gebruikt worden. 4. Controlelijst In bijlage 3.1 is een voorbeeld controlelijst opgenomen die tijdens de onderhandelingen met de gegunde partij tot een definitieve lijst zal opgesteld worden en als bijlage bij het contract zal toegevoegd worden. 5. Definities Het technisch beheer bestaat uit: het actief beheer, de bewaking, de bediening en de administratieve verplichtingen m.b.t. de technische installaties 35

38 Het technisch beheer omvat: het geheel van prestaties en leveringen nodig voor het actief beheer, de bewaking, de bediening en de administratieve verplichtingen m.b.t. de technische materialen en technische installaties volgens de bepalingen van dit bestek. Actief beheer : Een zeer groot belang wordt gehecht aan een actief technisch beheer waarbij de opdrachtnemer actief en zelfs vaak proactief te werk gaat om de installatie zo correct en vlot mogelijk te laten werken met een minimum aan storingen, waarbij de door de aanbestedende overheid gewenste werkingsvoorwaarden gegarandeerd worden. Bewaking : omvat het nagaan waar en in hoeverre afgeweken wordt van de eisen aan bedrijfszekerheid, de vastgelegde normen, de werkingsvoorwaarden, het verwerken van alle op het GBS gesignaleerde alarmen, enz. (zie ook het Waarderingshandboek voor kantoorgebouwen en de scorelijst voor vier sterren). Bediening: controle en aanpassing van de werkingsparameters van de technische installaties, rekening houdend met de weersomstandigheden, de thermische lasten van het gebouw, de gebruiken m.b.t. de technische installaties, de bezetting van het gebouw en zijn zalen en de vragen van zijn gebruikers: bedienen van het GBS, van de schakelaars en/of thermostaten, controle van de meters en de beveiligingen, enz.. Dankzij de bediening moet het mogelijk zijn om de technische Installaties op elk moment te laten werken volgens hun beste performances, in naleving van de werkingsvoorwaarden en vanuit een streven naar energiebesparing. Onderhoud: elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Totale waarborg: omvat alle herstellingen en vervangingen van de technische installaties, van welke aard ook, voor zover dit niet begrepen is in het technisch beheer en onderhoud. De opdrachtnemer levert bij het einde van de totale waarborg aan de opdrachtgever op punt gestelde installaties af in goede staat van werking. Technisch materiaal: alle materialen en componenten met betrekking tot de technische installaties. Technische installaties: geheel van technische installaties per perceel, waaronder alle toebehoren en de eraan gekoppelde toestellen, die hoewel ze niet worden vermeld, er normaal deel van uitmaken of er de veiligheid en de werking van waarborgen. 36

39 II PERCELEN Perceel 1: HVAC en sanitair 1. Onderdelen 1.1. Verwarmingsinstallaties - Stookketels uitgerust met een gasbrander - Stookketels uitgerust met een fuelbrander - Branders met geblazen lucht - Kraanwerk - Circulatoren - Pompen - Gesloten expansievaten - Expansievaten met luchtcompressor - Elektrische of pneumatische regeling elektrische borden - Elektrische motoren - Vloeistofleidingen - Warmtewisselaars - Installatie voor de bereiding van sanitair warm water - Waterbehandelingsinstallatie waterverzachter - Stookruimten en onderstations - Waterkwaliteit - Gasdetectoren 1.2. Ventilatie-installaties - Blaasgroepen met warme lucht - Klimatisatiegroepen klimatisatiekasten - Afzuig- en terugnamegroepen - Axiale extractiegroepen - Automatische regelventielen en luchtkleppen - Brandkleppen - Ventilo-convectoren - VAV-dozen - Luchtverhitters 1.3. Koelinstallaties - Koelgroepen 37

40 - Hermetische koelgroepen - Luchtcondensors 1.4. Specifieke installaties voor klimaatregeling - Persluchtcompressoren - Persluchtdrogers - Split-units 1.5. Sanitair - Doseerpompen - Kelderpompen met vlotter - Afwateringen, afvoer vuil en regenwater - Vetvanginstallatie 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek (o. a relatieve vochtigheid, thermisch comfort, verlichtingssterkte, CO2 concentratie, ventilatiedebiet, ). De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende 38

41 periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. In afwijking van het punt Thermisch comfort Globaal, Koude jaarhelft van de scorelijst van handboek geldt 21 θr 23 C. Voor wat betreft de relatieve vochtigheid dient deze steeds binnen het bereik 40% - 60% te liggen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Uitzonderingen - Serverrooms o Afwijkend van bovenstaand punt 1 dienen de serverooms aan volgende werkingsvoorwaarden te voldoen: Temperatuur 24 C ± 1 C Relatieve vochtigheid 50% ± 10% - Datalokalen en UPS lokalen o Afwijkend van bovenstaand punt 1 dienen de datalokalen en de UPS lokalen aan volgende werkingsvoorwaarden te voldoen: Temperatuur 24 C ± 1 C - Hoogspanningslokaal o Aanvullend aan bovenstaand punt 1 dient het hoogspanningslokaal aan volgende werkingsvoorwaarden te voldoen: Temperatuur 25 C ± 1 C - Waterkwaliteit o De te garanderen hardheid ( F) aan de uitgang(en) zal tijdens de opstartvergadering in onderling overleg worden vastgelegd op basis van de instructies van de fabrikanten van de toestellen die zij bedienen. - De te respecteren geleidbaarheid (µs/cm) van het water zal eveneens tijdens de opstartvergadering in onderling overleg worden vastgelegd op basis van de instructies van de fabrikanten van de bevochtigers. Deze waarden van hardheid en geleidbaarheid zullen opgenomen worden in het verslag van de opstartvergadering en zullen ter plaatse op de toestellen worden weergegeven door de opdrachtnemer. Ook een opvolgingsblad met de minimaal wekelijks te meten controlewaarden zal op elk van de toestellen aangebracht worden. 39

42 Toegestane afwijking op de hardheid van het water : ± 2,5 F Toegestane afwijking op de geleidbaarheid van het water : ± 200 µs/cm De temperatuurmetingen en het spoelprogramma op basis van het legionellabeheersplan/logboek en het invullen van het logboek behoren eveneens tot de opdracht (dus niet de legionella analyses en de eventuele correctieve maatregelen) Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, 40

43 die een technische scholing vereisen bv. bijplaatsen van een stopcontact of lichtpunt, verplaatsen van een sensor, Daarnaast dient Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen vb. herstellen van scharnieren kitchenettes, vastzetten loskomende stopcontacten, Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing 41

44 met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen. Op dat moment worden ook de verplichte attesten voor specifieke werken uitgereikt, o.a. vuurvergunning, bevoegdheidsverklaring BA4 BA5, Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. 42

45 Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker vóór openingstijd. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van Technopolis op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis en de opdrachtnemer. 43

46 De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). Elke interventie zal een oplopend nummer krijgen. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle uit te voeren werken die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) De werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten. Zie hierna 44

47 - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener. 45

48 6.3. Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de vooropgestelde frequenties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal Technopolis werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. 46

49 Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ). - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is minimum de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. 47

50 Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw. - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu 48

51 - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dwingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 49

52 Perceel 2: Elektriciteit 1. Onderdelen - Algemeen laagspanningsbord - Verdeelborden, ± 20 stuks - Voedingskolommen - Elektrische verdeelkringen - Verlichtingstoestellen - UPS, ± 3 stuks 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek (o. a. verlichtingssterkte, CO2 concentratie, ). De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage. 50

53 Specificaties De normen van toepassing zijn: - AREI met inbegrip van de tabel met omgevingsvoorwaarden en eventueel de richtlijnen van BVVO - EN 60439: laagspanningsschakel- en verdeelinrichtingen - ATEX richtlijn - NEN HD Hogere efficiëntie van transformatoren - NEN HD384 elektrische installaties van gebouwen - NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties - NEN 1041 Veiligheidsbepalingen voor hoogspanningsinstallaties - NEN 3140 Bedrijfsvoering van elektrische installaties aanvullende Nederlandse bepalingen voor hoogspanningsinstallaties 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 51

54 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen bv. bijplaatsen van een stopcontact of lichtpunt, verplaatsen van een sensor, Daarnaast dient Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen, vb. vastzetten loskomende stopcontacten, Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. 52

55 Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. 53

56 Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. 54

57 De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van de Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris 55

58 - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. 56

59 Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd in de bijlage Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. 57

60 Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken. - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ). - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen 58

61 De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris 59

62 - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw. - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. 60

63 Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dwingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 61

64 Perceel 3: Liften 1. Onderdelen - Hydraulische goederenlift van 5100 kg - Hydraulische personenlift van 630 kg 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - NBN KB 9 maart 2003 betreffende de beveiliging van liften (BS 30/04/2003) en wijzigingen 62

65 - NEN-EN 81-2 Veiligheidsregels voor het vervaardigen en het aanbrengen van liften (hydraulische personenliften) 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen. Daarnaast dient Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het 63

66 technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen. Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de 64

67 opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. 65

68 Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). 66

69 Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Er wordt eveneens een veiligheidsdossier liften bijgehouden waarin een lijst is toegevoegd met een overzicht van alle aanvragen, keuringen, die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek voor het veiligheidsdossier liften, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven 67

70 - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar. - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. 68

71 De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : 69

72 - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). 70

73 De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken 71

74 - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dwingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 72

75 Perceel 4: Brandbeveiliging deel I 1. Onderdelen - Brandbestrijdingsinstallaties o o o Brandmonden brandslangen Brandblussers - noodverlichting 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Brandblusinstallaties sprinklage Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage. 73

76 Specificaties De wetten en normen inzake brandveiligheid zijn hier van toepassing alsook: - NEN 2535 brandveiligheid van gebouwen brandmeldinstallaties systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - NEN 2555 brandveiligheid van gebouwen rookmelders voor woonfuncties - NEN2559 waaraan het onderhoud van brandblussers moet voldoen - NEN 2575 brandveiligheid van gebouwen ontruimingsinstallaties Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen. - NEN 2659 onderhoud van verrijdbare blustoestellen - NEN 6088 brandveiligheid van gebouwen vluchtwegaanduiding eigenschappen en bepalingsmethoden 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 74

77 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen. Daarnaast dient Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen. Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. 75

78 Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. 76

79 Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. 77

80 De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris 78

81 - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar. - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. 79

82 Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden 80

83 geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is. 81

84 6.5. Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw 82

85 - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). 83

86 Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 84

87 Perceel 5: Brandbeveiliging deel II 1. Onderdelen - Branddetectie - Brandalert - Brandalarm - brandpyrodomes 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: 85

88 - Eisen en normen opgelegd door de brandweer Mechelen Rivierenland - Wetgeving inzake brandveiligheid - NEN 2535 brandveiligheid van gebouwen brandmeldinstallaties systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - NEN 2555 brandveiligheid van gebouwen rookmelders voor woonfuncties - NEN 2575 brandveiligheid van gebouwen ontruimingsinstallaties Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud 86

89 en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen. Daarnaast dient Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen. Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten 87

90 voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. 88

91 Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. 89

92 De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna 90

93 - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar. - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener. 91

94 6.3. Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. 92

95 Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. 93

96 Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu 94

97 - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 95

98 Perceel 6: Keuken deel I 1. Onderdelen - Gekoeld doorgeef en uitstalvitrine voorgerechten - Gekoeld doorgeef en uitstalvitrine sandwichen - Warmwaterbad 5 x GN 1/1 - Doorgeeftafel - Gekoeld doorgeef en uitstalvitrine nagerechten - Drankenkoeler - Gekoelde tafelkast - Friteuse - Grill - Bain marie - Fornuis met 4 warmplaten - Stoom convectie ovens - Koelcellen - Diepvriescellen 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische 96

99 installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - HACCP normen - NEN-EN-ISO Voedselveiligheid managementsysteemen eisen aan een organisatie in de voedselketen 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan 97

100 het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen bv. bijplaatsen van een stopcontact of lichtpunt, verplaatsen van een sensor, Daarnaast dient Technopolis over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om allerlei klusjes uit te voeren, eveneens buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek, die geen of beperkte technische scholing vereisen, vb. vastzetten loskomende stopcontacten, Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de 98

101 eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 99

102 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Hierbij moet de elektriciteit van de keukeninstallaties volledig uitvallen. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te 100

103 creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. 101

104 De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar. - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage 102

105 Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. 103

106 De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving 104

107 - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris 105

108 - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. 106

109 Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 107

110 Perceel 7: Keuken deel II 1. Onderdelen - Vaatwasmachine 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - HACCP normen - NEN-EN-ISO Voedselveiligheid managementsysteemen eisen aan een organisatie in de voedselketen 108

111 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen. Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). 109

112 De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen. 110

113 3.2. Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Hierbij moet de elektriciteit van de keukeninstallaties volledig uitvallen. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 111

114 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). 112

115 Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar 113

116 - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties 114

117 volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon 115

118 - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ). - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). 116

119 De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties. - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken 117

120 - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 118

121 Perceel 8: Keuken deel III 1. Onderdelen - Centrale dampkap met brandblusinstallatie 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - HACCP normen - NEN-EN-ISO Voedselveiligheid managementsysteemen eisen aan een organisatie in de voedselketen 119

122 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen. Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). 120

123 De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen. 121

124 3.2. Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Hierbij zal de elektriciteit van de keukeninstallatie volledig uitvallen. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 122

125 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). 123

126 Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten. Zie hierna. - de werkbonnen. Zie hierna. - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar. 124

127 - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties. Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties 125

128 volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon 126

129 - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). 127

130 De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken 128

131 - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 129

132 Perceel 9: Schuifdeuren 1. Onderdelen - Schuifdeuren - Gemotoriseerde draaideuren 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - EN veiligheidsnormering voor automatische deuren - EN Huishoudelijke en soortgelijke toestellen veiligheid : algemene eisen 130

133 - EN Huishoudelijke en soortgelijke toestellen veiligheid : algemene eisen - EN ISO centrale norm voor de constructie van veiligheidsgerelateerde besturingen - EN Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) generieke normen - EN Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) generieke normen - EN 1158 Sloten en bouwbeslagen sluitvolgorderegelaars eisen en keuringsprocedures - DIN Deurdraaiaandrijving - DIN Deurdraaiaandrijving - DIN Deurdraaiaandrijving - EN Bepaling van de brandwerendheid en rookwerendheid van deuren, luiken en te openen ramen en hang- en sluitwerk 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 131

134 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen bv. verplaatsen van een sensor, Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing 132

135 met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. 133

136 Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor 134

137 zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie 135

138 - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener. 136

139 6.3. Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties van de in bijlage opgenomen Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd in de bijlage Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. 137

140 De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is. 138

141 6.5. Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw 139

142 - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). 140

143 Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 141

144 Perceel 10: Sectionaal poorten 1. Onderdelen - Sectionaal poorten 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de technische installaties die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg rekening houdend met de leeftijd en levensduur van de installaties Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek (o. a. verlichtingssterkte, CO2 concentratie, ). De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen aan de technische installaties of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - Machinerichtlijn 98/73/EG 142

145 - Federale overheidsdienst economie, K.M.O., middenstand en energie (update november 2010) STS deuren 53.2 industriële, commerciële en residentiële poorten /45/EG use of work equipment - 89/654/EEG Health and safety at work places 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Herstellingswerken en modificaties 3.1. Algemeen Technopolis dient over de mogelijkheid te beschikken om de opdracht te geven aan de opdrachtnemer om kleine herstellingen buiten het kader van het technisch beheer, onderhoud en de totale waarborg van dit bestek of uitbreidingen op bestaande installaties uit te voeren, die een technische scholing vereisen bv. verplaatsen van een sensor, 143

146 Technopolis zal er over waken dat de aanvragen gemotiveerd zijn. Hij zal samen met de opdrachtnemer toezien op de juistheid van facturatie, en opvolgen dat er geen vermenging is met de eigenlijke taken van de opdrachtnemer (dubbele betaling). De opdrachtnemer dient de nodige voorzorgen te treffen voor veilige uitvoering van deze prestaties. Dit omvat zowel CBM (collectieve beschermingsmiddelen) als PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) en alle andere voorgeschreven voorzieningen. De werken worden uitgevoerd door een vaste technieker of pool van vaste techniekers (vb. naargelang specialisatie) van de opdrachtnemer, dus in regel steeds dezelfde persoon of een persoon uit een vaste ploeg die verbonden is aan het gebouw. Deze vaste technieker is op de hoogte van de indeling van het gebouw en zijn technische infrastructuur, heeft een technische scholing, en kan zonder begeleiding de nodige wijzigingen en herstellingen uitvoeren. De opdrachtnemer verbindt zich ertoe de nodige gekwalificeerde technieker(s) ter beschikking van Technopolis te stellen voor het uitvoeren van deze regieopdrachten. Ten laatste twee werkdagen voorafgaand aan elke interventie zal de opdrachtnemer aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek per mail de exacte eerstvolgende interventiedatum doorgeven. In deze mail zal hij ook aangeven welke aanvragen de eerstvolgende interventie zullen worden uitgevoerd en wat de geplande uitvoeringsdatum is voor de overige openstaande aanvragen. Aanvragen die binnen de vijf werkdagen vóór de interventie nog bij de opdrachtnemer toekomen worden in de mate van het mogelijke nog de eerstvolgende interventie uitgevoerd, maar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal hiervan door de vaste technieker voor aanvang van de interventie gebriefd worden. Er wordt typisch gerekend op een uitvoering van de aanvragen ten laatste 5 werkdagen na melding, tenzij de levertermijn van eventueel nodig materiaal dit niet zou toelaten. In dit laatste geval wordt dit dan ook duidelijk aangegeven door de opdrachtnemer in zijn bovenvermelde mail. In overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek kan een tussentijdse oplossing geïmplementeerd worden, in afwachting van de definitieve oplossing met de correcte materialen. De tussentijdse oplossing mag evenwel niet leiden tot meerkosten voor de finale verhelping, tenzij ook hier de verantwoordelijke infrastructuur en techniek toestemming voor geeft. Uitzonderlijk kan een dringende interventie aangevraagd worden die niet kan wachten tot de volgende interventie. Dit zal duidelijk aangegeven worden in de aanvraag en in dat geval zal de opdrachtnemer ook telefonisch gecontacteerd worden door de verantwoordelijke 144

147 infrastructuur en techniek. Er wordt hier gerekend op een aparte interventie en een uitvoeringstermijn binnen de 4 uur. Bij aanvang van de interventie zal de vaste technieker langsgaan bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek die alle openstaande aanvragen met hem zal overlopen Prijsbepaling De werken waarover sprake betreffen kleine ingrepen waarvoor de materialen direct voorhanden zijn of geleverd of afgehaald kunnen worden uit een depot, zonder offertevraag van de opdrachtnemer bij een externe partij. Grootteorde beperkt tot typisch maximaal 500 euro per werk, materiaal inbegrepen. Indien de kosten (voor materiaal) hoger zouden uitvallen, dient de verantwoordelijke infrastructuur en techniek hiervan op de hoogte gebracht te worden vóór uitvoering van deze werken. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de offertes, wordt in de inventaris een vermoedelijke hoeveelheid aan regie-uren opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van al deze uren. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). 4. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de technische installaties te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Standaard wordt maandelijks de eerste donderdag van de maand een test georganiseerd van de reactie van de technische installaties op het brandalarm. Deze test wordt uitgevoerd door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en de vaste technieker. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 145

148 5. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 6. Administratie 6.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). 146

149 Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Informatie beheer systeem De opdrachtnemer krijgt een gedeeltelijke toegang tot het FMIS (Facility Management Informatie Systeem) van Technopolis via een file server systeem. Het gaat hierbij om het digitaal archief van het onderhoud en technisch beheer van de installaties. Technopolis voorziet toegang voor de dienstverlener. De opdrachtnemer bezorgt hiertoe bij aanvang van de opdracht de persoonsgegevens van de personen die toegang dienen te krijgen. Dit omvat naam, voornaam en rijksregisternummer. De toegang van de opdrachtnemer zal beperkt zijn tot het te bedienen gebouw, en de toegelaten functionaliteiten en rubrieken in het FMIS. De dienstverlener zal dus optimaal gebruik maken van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal er mede voor instaan dat volgende elementen raadpleegbaar zijn en mede door hem up-to-date gehouden worden. - de up-to-date lijst van de technische uitrustingen, conform de meegeleverde inventaris - de onderhoudsplanning (jaarplanning en korte termijnplanning) en de onderhoudsrapporten, zie hierna - de werkbonnen, zie hierna - het plan van de werkbelasting van het aan het onderhoud toegewezen personeel volgens zijn classificatie - de checklists van de wekelijkse rondgang door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek - de verslagen van de wettelijke keuringen (EDTC) en wettelijke controles (bevoegd persoon) - de alarmen gegenereerd door het GBS en het gevolg dat hieraan werd gegeven - de interventieaanvragen met actuele status en voorzien van de nodige commentaar 147

150 - het digitaal logboek GBS (met ingestelde werkingspunten en werkingsprogramma s van de installaties). Hierin wordt ook een overzicht bijgehouden van alle aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basisinstelpunten en -werkingstijden (alsook van de gegevens m.b.t. de terugkeer naar een eventuele normale situatie) met vermelding van reden, datum, aanvrager. - meet- en controleresultaten - de offertes en bestellingen (werken buiten contract) - de aanvragen van werken en de staat van de werken (prestaties op afroep) - het bestek - de ingediende offerte - het aanvangsbevel - het As-Built - eventuele addenda aan het contract - de contracten (eventueel zonder vermelding van prijzen) en de activiteiten van de onderaannemers - de exploitatierapporten - de verslagen van de coördinatievergaderingen (in pdf formaat) - de procedures en de werkvergunningen - de kwaliteitscontroles - de tussentijdse en jaarlijkse staten van het reservefonds totale waarborg en de voorraad - de resultaatsverbintenissen (SLA s) rapportage Dit behoort dus tot de algemene omvang van de opdracht. Technopolis zal bij nazicht van de vorderingsstaten erop toezien dat de nodige documenten beheerd werden. Technopolis heeft het recht op elk moment en zonder enige verantwoording aan de dienstverlener op te dragen zijn eigen beheersysteem te gebruiken voor (bepaalde van) bovenvermelde elementen of over te stappen op een ander FMIS en dit zonder bijkomende vergoeding voor de dienstverlener Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties 148

151 volgens de Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon 149

152 - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde herstellingen, vervangingen, - de gebruikte materialen (merk, type,...) - door te voeren / doorgevoerde aanpassingen op de plannen / schema s (met datum en uitvoerder) - te actualiseren / geactualiseerde technische fiches / onderhoudsinstructies (met datum en uitvoerder) - uitvoering energiebesparende maatregelen - de vermelding van datum en aard van de aanpassingen van de temperatuur-, ventilatie- en klimaatregelingen (instellen werkingspunten en programma s) met gebruikte methode - het relaas van de interventies, incidenten, ongevallen of moeilijkheden opgetreden in de installaties - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ) - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de installaties te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de installaties ondernomen is Coördinatievergaderingen en exploitatierapport De prestaties worden gedurende een maandelijkse vergadering besproken en geëvalueerd. Op deze vergadering is de projectleider, de vaste technieker van de opdrachtnemer en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek aanwezig. Indien de situatie dit vereist kan de frequentie van deze besprekingen aangepast worden op vraag van één van de partijen en mits akkoord van Technopolis. Dit is in het bijzonder het geval tijdens de opstartfase van het contract, waarbij heel wat elementen dienen besproken te worden en afspraken dienen gemaakt te worden. Deze kunnen dan bv. in een wekelijks overlegmoment (WOM) behandeld worden ter voorbereiding van de maandelijkse technische coördinatievergadering (TCV). 150

153 De opdrachtnemer zal de nodige vergaderverzoeken inplannen en rondsturen. Bij de opstartvergadering wordt een vaste dag van de maand afgesproken voor de maandelijkse vergadering. Deze vergadering heeft als doel (niet limitatief) het bespreken van: - de jaarplanning van het onderhoud van de technische installaties - het door de opdrachtnemer gedane onderhoud op de technische installaties van de afgelopen maand - het door de opdrachtnemer voorziene onderhoud op de technische installaties van de komende maand (met impact/zonder impact) - wettelijke keuringen (EDTC) en controles (bevoegd persoon) overzichtslijst met data. Bespreking van eventuele inbreuken / opmerkingen en de ondernomen acties - rapportering interventieaanvragen / (doorgemelde) alarmen GBS / aangebrachte wijzigingen t.o.v. de basiswerkingstijden en instelpunten op het GBS (digitaal logboek), op het FMIS opgeladen documenten - actief beheer - opvolging werking installaties i.f.v. de vooropgestelde prestatie- en comforteisen + nodige initiatieven voor realisatie - bijhouden en aanpassen van alle bestaande werkingsschema s en As-Built plannen op papier en digitaal + technische inventaris - het aanpassen, (her)instellen en actualiseren van de werkingstijden van de installaties i.f.v. de bezetting, op aanvraag van de aanbestedende overheid, van het seizoen, van bepaalde delen of zones van het gebouw - plannen, coördineren en uitvoeren van testen i.v.m. de werking van de installaties op noodregime, in overleg met eventueel andere aannemers en de aanbestedende overheid - technisch bijstaan van en adviseren i.v.m. de werking van de installaties en van de uitbatingsaspecten - energiebeheer / energiebesparende maatregelen - veiligheid en Milieu - frequentie- en ernstgraad - maandelijkse test branddetectie - kritische stock wisselstukken - overzicht uitgevoerde werken in het kader van de totale waarborg (trimestrieel) situatie van het reservefonds korte en langetermijnplanning - overzicht uitgevoerde regiewerken 151

154 - offertes - Voorstel modificatief onderhoud - SLA s : de opdrachtnemer zal hier telkens van bij de aanvang van het contract zelf over rapporteren op een door de aanbestedende overheid goed te keuren wijze (systeem van dashboard) - diverse agendapunten Om de coördinatievergadering degelijk te kunnen voorbereiden, bezorgt de opdrachtnemer telkens ten laatste 5 werkdagen vóór de coördinatievergadering een exploitatierapport aan de deelnemende personen. Dit rapport bevat alle relevante informatie m.b.t. het beheer, het onderhoud, de totale waarborg en de prestaties op afroep en in het bijzonder m.b.t. de agendapunten die zullen besproken worden. De opdrachtnemer doet binnen twee weken na de aanvang van de opdracht een voorstel voor een formaat waarin de rapportering zal gebeuren. Het verslag van de vergaderingen wordt tijdens de vergadering geprojecteerd en opgesteld door de opdrachtnemer op basis van bovenvermelde structuur en ten laatse 5 werkdagen na de vergadering aan de deelnemers bezorgd. Heel belangrijk hierbij is dat er voor elk item uitvoertermijnen worden vastgelegd, een eindverantwoordelijke (trekker) wordt aangesteld en dat er nadien een evaluatie gebeurt om te kijken of het bedoelde effect gerealiseerd werd (verantwoordelijke, timing, resultaatsgebied, indicator). Technopolis kan naar aanleiding van een kritische interventie of een kritisch probleem een dingende vergadering beleggen binnen twee werkdagen na het voorval. De opdrachtnemer dient hierbij medewerking te verlenen en aanwezig te zijn op de vergadering. 152

155 Perceel 11: Ongediertebestrijding 1. Onderdelen - Knaagdier tox - Kakkerlakdetectie - Vliegende insecten 2. Onderhoudswerken 2.1. Algemeen Onder onderhoudswerken wordt begrepen elke demontage, reiniging, vervanging van kleine wisselstukken, regeling enz. die nodig is om de ongediertebestrijding die aan de opdrachtnemer zijn toevertrouwd, in een perfecte werkingsstaat te houden. Technopolis verwacht een totale waarborg Werkingsvoorwaarden Algemeen Voor de werkingsvoorwaarden wordt verwezen naar de prestatie-eisen van de SLA rapporten, volgens het handboek Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse Overheid. De opdrachtnemer staat er voor in dat de 4 sterren van het gebouw gegarandeerd zijn voor wat betreft de onderdelen van de beoordeling die het voorwerp uitmaken van dit bijzondere bestek. De opdrachtnemer wordt geacht geen wijzigingen aan te brengen of geen daden van bediening te stellen die resulteren in een negatieve impact op de 4 sterren volgens de beoordeling opgenomen in bijlage. Aan deze werkingsvoorwaarden dient te worden voldaan tijdens de werkuren (8-17 h) en de werkdagen van de Vlaamse overheid of tijdens door Technopolis gevraagde afwijkende periodes. Voor elke prestatie-eis dient de opdrachtnemer minstens de score zoals vermeld in bovenvermelde handboek te garanderen. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/2007 is eveneens opgenomen als bijlage Specificaties De normen van toepassing zijn: - VLAREM - HACCP normen 153

156 - BRC richtlijnen 2.3. Prijsbepaling De onderhoudswerken worden aangegeven in de offerte volgens een jaarlijkse globale prijs. In de globale prijs is de eenheidsprijs voor de te uit te voeren werken vermenigvuldigd met de frequentie die de inschrijver nodig acht de continue werking volgens de eisen te garanderen vermeerderd met de nodige materialen en onderdelen. De prijsvorming vanwege de inschrijver omvat ook de verplaatsingskosten; er worden geen aparte verplaatsingskosten aangerekend (tenzij voor voorafgaandelijk bezoek ter plaatse na akkoord zie verder). De materiaalkosten voor de prestaties worden apart aangerekend. Zij worden betaald op basis van voorgelegde aankoopfactuur, waarbij een winstmarge van 10 % op het netto factuurbedrag (na aftrek van eventuele kortingen) wordt toegekend aan de opdrachtnemer. In de inventaris is, zowel voor het materiaal m.b.t de werken van technische aard als voor de klusjes, een vaste globale prijs aan materiaalkosten opgenomen. Deze vermoedelijke hoeveelheid werd vastgelegd om de offertes te kunnen vergelijken, maar verplicht de aanbestedende overheid geenszins tot het effectief benutten van dit bedrag. De eventueel reëel gepresteerde uren voor aansturing en coördinatie, voor een voorafgaandelijk bezoek ter plaatse (inclusief verplaatsingstijd) om te gaan kijken wat een werk juist inhoudt (nadat uit overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek is gebleken dat dit nodig is) of voor bestelling van materiaal, mogen worden aangerekend aan het tarief voor de respectievelijke regie-uren. Zij maken in voorkomend geval evenwel steeds het voorwerp uit van een aparte werkbon, met duidelijke omschrijving van de prestaties. 3. Keuringen en testen Onder keuringen en testen wordt niet begrepen de wettelijke verplichte keuringen die door een erkend keuringsorganisme worden uitgevoerd. Technopolis dient evenwel over de mogelijkheid te beschikken de vaste technieker bij wettelijke keuringen aanwezig te laten zijn. Onder keuringen en testen wordt begrepen alle controles en metingen nodig om de werking van de ongediertebestrijding te garanderen zowel in het kader van het welzijn als in het kader van de veiligheid. Andere keuringen en testen, met uitzondering van de wettelijke verplichte keuringen worden opgenomen in de planning. 154

157 4. Afval - Technopolis is verplicht volgens de huidige of de toekomstige wetgeving, zijn afval te doen vernietigen, behandelen of verwijderen door een bevoegde maatschappij, erkend door het Vlaams Gewest. - In zijn functie van opdrachtnemer en in het kader van het technisch beheer, onderhoud en totale waarborg, neemt de opdrachtnemer de verplichtingen van de aanbestedende overheid op zich wat betreft de behandeling van het afval voortkomend van de technische installaties, in overeenstemming met de op het moment van indienen van zijn offerte geldende reglementering. Indien de opdrachtnemer hieraan verzaakt, mag Technopolis het afval laten verwijderen op kosten van de opdrachtnemer en dit 14 kalenderdagen nadat deze laatste hiervan op de hoogte werd gebracht. - De nodige bewijzen afgeleverd na de behandeling van het afval worden aan Technopolis bezorgd. 5. Administratie 5.1. Algemeen Ten laatste één maand na aanvang van de opdracht zal de opdrachtnemer alle actuele werkingstijden en instelpunten van het regelmateriaal (die tot doel hebben een toestand te creëren waarbij aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan) oplijsten en aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek bezorgen. De opdrachtnemer zal deze waarden vergelijken met de waarden opgenomen in het werkingsbeschrijf en eventuele afwijkingen hierop zullen met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek besproken worden. De werkingsvoorwaarden kunnen in de loop van het contract in onderling overleg aangepast worden door Technopolis, de eigenaar en de opdrachtnemer. De opdrachten die kunnen toegewezen worden aan de vaste technieker zullen door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek via een mail met de nodige gegevens naar de opdrachtnemer verstuurd worden. De verantwoordelijke infrastructuur en techniek zal er voor zorgen dat deze gegevens o.a. de nodige aanwijzingen en richtlijnen omvatten en dat deze zo duidelijk en volledig mogelijk geformuleerd zijn (exacte locatie van het uit te voeren werk, duidelijke omschrijving, gegevens eventuele contactpersoon, bij voorkeur foto s toegevoegd ). 155

158 Elke aanvraag zal een oplopend nummer krijgen. Hij houdt eveneens een lijst bij die een overzicht geeft van alle aanvragen die werden gedaan en waarin de status wordt genoteerd op basis van de door de opdrachtnemer afgeleverde werkbonnen (zie verderop). Bij het beëindigen van elke interventie wordt een genummerde werkbon ingevuld door de vaste technieker(s). (zie verder) Deze werkbon wordt door de uitvoerder(s) en door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgetekend en gedateerd. Kopie wordt ter plaatse achtergelaten bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek, die op basis hiervan de overzichtslijst actualiseert Onderhoudsplanning De dienstverlener stelt voor zijn onderhoudsactiviteiten een gedetailleerde planning op. Deze planning omvat per deelinstallatie een jaarplanning en korte termijnplanning (maandplanning). Hij maakt hiervoor gebruik van het FMIS van Technopolis. De opdrachtnemer zal op basis van de gedetailleerde inventaris een jaarlijkse onderhoudsplanning uitwerken. Dit gebeurt aan de hand van de te respecteren frequenties van de in bijlage opgenomen Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd in de bijlage Prestaties i.v.m. het technisch beheer en onderhoud voor diverse types toestellen. Op basis van de jaarplanning wordt een korte termijnplanning (maandplanning) opgesteld met een detaillering van de uit te voeren beheers- en onderhoudsprestaties en/of de instructies van de leverancier, indien deze laatste strenger zijn of als er niets gespecifieerd werd. Deze planningen dienen ten laatste 30 kalenderdagen na de start van de opdracht volledig te zijn uitgewerkt en zullen jaarlijks geactualiseerd worden. In functie van specifieke bedrijfsorganisatorische aspecten kan Technopolis in overleg met de opdrachtnemer deze planning aanpassen. De opdrachtnemer rapporteert tijdens de coördinatievergaderingen over de SLA s m.b.t. deze onderhoudsplanning. 156

159 5.3. Werkbonnen Op basis van bovenvermelde korte termijn planning zal het FMIS werkbonnen genereren met uit te voeren prestaties als checklist (af te vinken door de technieker tijdens het onderhoud) en die per mail aan de opdrachtnemer zullen doorgegeven worden. De opdrachtnemer zal ervoor zorgen dat de werkbonnen steeds worden geviseerd door de uitvoerder van de werken. Dit geldt ook voor de werkbonnen met betrekking tot interventieaanvragen. Indien de werken worden uitgevoerd door een onderaannemer zal de werkbon - naast de datum, firmanaam en naam en handtekening van de uitvoerder ook steeds worden geviseerd met datum, naam en handtekening van de verantwoordelijke van de opdrachtnemer. De uitvoerder zal de werkbon bij het beëindigen van de onderhoudswerkzaamheden steeds laten valideren door de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Naast de werkbonnen voor het onderhoud zullen ook werkbonnen gegenereerd / aangemaakt dienen te worden voor andere interventies (beheer, interventie na alarmdoormelding, interventieaanvraag, prestaties in regie ). De bepalingen met betrekking tot het viseren / aftekenen van de onderhoudswerkbonnen gelden ook voor deze werkbonnen en ze vermelden minimaal, in functie van het uit te voeren of uitgevoerde werk : - Volgnummer van de werkbon - Naam van de technieker - Datum en tijdstip van begin en einde van de werken - de aanleiding tot actie (omschrijving) of oorzaak van de storing (bedieningsfout, slijtage, montagefout, vervuiling,...) - de uitgevoerde vervangingen, - specifieke elementen waarbij tijdens het werk dient rekening gehouden te worden (toegang, veiligheid ). - de reglementaire controles opgelegd door de vigerende wetgeving - de opmeting van de voornaamste waarden die toelaten de goede werking van de ongediertebestrijding te beoordelen De dienstverlener kan aan de hand van bovenstaande elementen per onderwerp aangeven wat er in het kader van het actief beheer van de ongediertebestrijding ondernomen is. 157

160 DEEL III: VEILIGHEID I. Inleiding 1. Algemeen Dit document is te aanzien als een veiligheids- en gezondheidsplan dat werd opgesteld conform de bepalingen van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en al haar addenda en uitvoeringsbesluiten, de Europese richtlijn 92/57 EEG en het KB betreffende de tijdelijke en mobiele bouwplaatsen van 25 januari Dit veiligheids- en gezondheidsplan doet geen afbreuk aan de Europese wetgeving en normen geldend voor de tussenkomende partijen, en dit noch tijdens de ontwerpsfase noch tijdens de uitvoeringsfase, maar dient als werkdocument voor de ondernemingen. Dit veiligheidsplan is geen definitieve richtlijn ten behoeve van de uitvoering. Vooraleer de verschillende uitvoeringen starten, zullen de betrokken partijen een specifiek veiligheidsplan van hun uitvoeringswijze voorleggen. De preventieadviseur zal deze veiligheidsplannen coördineren en inpassen in het globale veiligheidsplan. Bij opstelling van hun specifieke veiligheidsplannen zullen alle aannemers en onderaannemers alle preventiemaatregelen voorstellen welke zij zullen nemen in functie van de geldende voorschriften (ARAB, AREI, CODEX, ). Een noodzakelijk te nemen preventiemaatregel, welke niet specifiek vermeld is in onderhavig veiligheidsplan, kan geen aanleiding geven tot bijkomende vergoedingen en/of termijnsverlengingen. Afhankelijk van de omvang van de werf kunnen organisatorische maatregelen getroffen worden waarvoor de aannemer zijn actieve medewerking dient te verlenen. Elke aannemer verplicht er zich toe de hem toegewezen werken uit te voeren conform de wettelijke bepalingen betreffende de arbeidsveiligheid. De aannemer is volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor het naleven en doen naleven van alle wettelijke bepalingen en de eisen vervat in het specifieke veiligheids- en gezondheidsplan. Bij het herhaaldelijk niet naleven ervan zal door de opdrachtgever overgegaan worden tot gepaste maatregelen, incl. mogelijk stoppen van de werken. De aannemers worden gewezen op al hun verplichtingen in het kader van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk gewijzigd bij de wetten van 13 februari 1998, 28 februari 1999 en 5 maart 1999 en de geldende uitvoeringsbesluiten. 158

161 Alle aannemers zullen zich er toe verbinden op de werkvloer gekwalificeerde personen tewerk te stellen, die op de hoogte zijn van alle risico s, verbonden aan de uitvoering van hun werk en de daarbij horende preventiemaatregelen. De toegang tot de werkvloer wordt formeel verboden door personen die de veiligheidsinstructies niet kennen, niet begrijpen of niet toepassen. 2. Toepasselijke documenten inzake veiligheid - Het veiligheids- en gezondheidsplan (verder VGP genoemd) bij het bestek - Elke onderneming en/of zelfstandige die op de werkvloer werken uitvoert en/of laat uitvoeren en ieder persoon die op de werkvloer aanwezig is, moet de veiligheidsafspraken binnen Technopolis naleven. De veiligheidsafspraken geven een korte samenvatting van de belangrijkste onderdelen van het VGP - De Europese Bouwrichtlijn 92/57/EEG van 24 juni 1992 (van de Raad van de Europese gemeenschappen) - Het ARAB waarin het AREI is opgenomen, inzonderheid - De CODEX over het welzijn op het werk, opgesteld in VLAREM (Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning) - HACCP normen - De wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten - De Collectieve Arbeidsovereenkomsten - De regels van goed vakmanschap en het gezond verstand 3. Documenten die de kandidaat bij zijn offerte dient te voegen 3.1. Bij inschrijving - Een attest van de verzekering die zijn aansprakelijkheid inzake arbeidsongevallen dekt, alsook zijn burgerlijke aansprakelijkheid ten aanzien van derden bij de uitvoering van de opdracht bij inschrijving 3.2. Bij de offerte - Een gedag- en gehandtekende ontvangstverklaring en naleving VGP - Een plan van aanpak waarin de opdrachtnemer beschrijft op welke wijze hij de onderhoudswerken gaat uitvoeren om rekening te houden met het VGP met een algemene risicoanalyse. Een specifieke, meer gedetailleerde risicoanalyse wordt pas opgesteld na de gunning van de opdracht. 159

162 Het niet leveren van bovenstaande documenten bij de inschrijving of offerte heeft een negatief advies hieromtrent naar de opdrachtgever tot gevolg overeenkomstig art van KB van 25 januari Documenten die de gegunde kandidaat voor de aanvang van de werken dient te bezorgen 4.1. Voorafgaande kennisgeving 4.2. Akkoordverklaring (onder)aannemers - Intentieverklaring met de inhoud van de veiligheidsafspraken dient door elke onderneming vooraleer de werken aan te vatten, ondertekend terug bezorgd te worden aan de preventieadviseur. - Een nieuwe (onder)aannemer mag zijn activiteiten pas starten nadat hij de preventieadviseur de nodige documenten en gegevens heeft bezorgd ter actualisatie van het VGP. - De onderaannemers dienen bij hun bestelling in het bezit gesteld te worden van de veiligheidsafspraken en de door hem van toepassing zijnde delen van dit VGP Aanvullingen van het VGP Het algemene VGP wordt voor de aanvang van de werken indien van toepassing, vervolledigd met: - Ingevuld document administratieve gegevens aannemer - Ingevuld document organogram - Ingevuld document gegevens techniekers - Ingevuld document modelblad voor identificatie van materiaal - Procedure inzake arbeidsongevallen - Planning van de werken - Een volledige risicoanalyse en evaluatie, specifiek toegespitst op de feitelijke situatie - Vermelding van de aangewende producten en van de risico s voor derden, met inbegrip van de veiligheidsinformatiefiches van de producten. - Nodige bekwaamheidsattesten van de techniekers die de werken zullen uitvoeren. - Veiligheidsinstructiefiches van de machines waarmee de onderhoudswerken worden uitgevoerd. De (hoofd)aannemer is tegenover het bestuur verantwoordelijk voor zijn techniekers (onderaannemers) en bijgevolg ook voor het behoorlijk opstellen en in de praktijk omzetten van hun VGP. Het is belangrijk dat deze VGP s op elkaar zijn afgestemd. 160

163 4.4. Arbeidsongevallenprocedure De opdrachtnemer stelt een procedure op inzake arbeidsongevallen. Hierbij dienen minimum volgende items te worden opgenomen: - Inschatting van de situatie, bestaand gevaar uitschakelen, geen paniek - Alarmering dagverantwoordelijke en preventieadviseur - Oproepen externe hulpdiensten - Eerste hulp verlening slachtoffer - Melding van het ongeval aan familie, werkgever, PA - Onderzoek naar de omstandigheden - Preventiemaatregelen - Te overhandigen documenten aan PA o Arbeidsongevallenrelaas en ongevalsaangifte o Ongeval-, incident- en schierincidentonderzoek - Werkhervatting: PA verwittigen 4.5. Documenten die de gegunde kandidaat bij specifieke werken dient te hebben - Vuurvergunning verplicht bij werken met open vuur, blanke vlam of hittepunt zoals lassen, snijbranden, doorslijpen of afbranden binnen de gebouwen van Technopolis. De vuurvergunning dient gedag- en gehandtekend te worden door de aanvrager, de PA en één lid van het management van Technopolis. - Bevoegdheidsverklaring verplicht bij het werken aan hoog- en laagspanningsinstallatie van Technopolis. De bevoegdheidsverklaring dient gedag- en gehandtekend te worden door de uitvoerder en één lid van het management van Technopolis. - Documenten en attesten van hem zelf, de onderaannemers en zelfstandigen: o Bekwaamheidsattesten van de techniekers: BA4 BA5 Werken met hoogtewerker Werken met vorkheftruck o Veiligheidsinformatiefiches en veiligheidsinstructiefiches van de gebruikte gevaarlijke producten o In geval van arbeidsongeval: Arbeidsongevallenrelaas 161

164 Ongevalsaangifte Ongeval-, incident- en schierincidentonderzoek o Bewijzen van afvoer van puin en afbraakmateriaal naar erkende stortplaatsen o Keuringsattesten van machines o Keuringsverslagen hefwerktuigen o Handleidingen, plannen en schema s van installaties o Technische steekkaarten materialen o Aanwezigheidslijst o Kopie dagboek der werken 4.6. Documenten die de gegunde kandidaat na afloop van de werken dient te overhandigen - De werkbon als gedetailleerd verslag van de uitgevoerde werken - Eventuele offertes voor bijkomende herstellingswerken of modificaties Voertaal De taal van het dossier en van de omgang op de gronden van Technopolis is het Nederlands. Aannemers die anderstalige werknemers tewerkstellen, moeten zelf instaan voor het vertalen van de van kracht zijnde VGP bepalingen naar en voor het informeren, opleiden en instrueren van die werknemers in hun moedertaal. 162

165 II Administratieve inlichtingen 1. Hulpdiensten 1.1. Medische hulpdienst - Tel. 100 (medische spoeddienst) - Tel. 105 (Rode Kruis Vlaanderen) - GSM 112 (internationaal noodnummer) 1.2. Ziekenhuis AZ Sint Maarten Campus Mechelen Leopoldstraat Mechelen 015/ (spoedgevallen: 015/ ) 1.3. Brand - Tel GSM Brandweer Brandweer Mechelen zone Rivierenland Dageraadstraat Mechelen 015/ Politie Politie Mechelen F. de Merodestraat Mechelen Tel. 015/ Tel

166 1.6. Antigifcentrum Tel. 070/ Militair hospitaal Koningin Astrid Bruynstraat 1120 Brussel Tel. 02/ website: 2. Inspectiediensten 2.1. Technische inspectie Antwerpen Zuid Italiëlei 1124 bus Antwerpen Tel. 03/ website : Medische inspectie 1 ste directie Theaterbuilding Italiëlei 124 bus Antwerpen Tel. 03/ website : Nationaal actiecomité voor veiligheid en hygiëne in het bouwbedrijf N.A.V.B. Sint-jansstraat 4 164

167 1000 Brussel 02/ Nutsvoorzieningen 3.1. Telefoon Belgacom O. Van Kesbeeckstraat Mechelen Tel. Inlichtingen: 1207 Tel. Info: 0800/ Tel. Storingen: 0800/ Telenet Liersesteenweg Mechelen Tel. Inlichtingen 015/ Elektriciteit en aardgas Iverlek 2800 Mechelen Tel. Gasreuk: 0800/ Tel. Defect: 078/ Water Pidpa Desguinlei Antwerpen Tel. 0800/

168 4. Gemeentediensten 4.1. Gemeentehuis Stadhuis Mechelen Grote Markt Mechelen 015/ Technische dienst Ombudsdienst Grote Markt Mechelen Tel website: 5. Speciale nummers Verantwoordelijke infrastructuur en techniek 015/ / Dagverantwoordelijke 015/ / Werkplaats 015/ /

169 III Veiligheidsregels 1. Planning Ten laatste 2 dagen voor aanvang van de geplande werken wordt een planning doorgestuurd naar de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Het aantal techniekers met naam en voornaam wordt doorgegeven, alsook de nodige bekwaamheidsattesten voor het uitvoeren van de werken. Werken kunnen uitgevoerd worden vanaf 7u s morgens tot 18u s avonds. Opgelet: Tijdens schoolvakanties worden geen onderhoudswerken of constructieve werken uitgevoerd in de bezoekersruimtes, enkel dringende, dwingende herstellingen. Technopolis is jaarlijks voor het publiek gesloten op: - 1 januari - Eerste volle werkweek van september - 25 december Tijdens de eerste volle werkweek van september kunnen werken ingepland worden die tijdens openingsdagen de veiligheid van de bezoekers, medewerkers en techniekers duidelijk in het gedrang brengen. 2. Toegang Vóór de aanvang van de werken is elke technieker verplicht zich aan te melden aan de balie via de hoofdingang en zich te registreren op de bezoekerslijst. Werken kunnen ten vroegste om 7u aanvangen. De toegang kan dan enkel gebeuren na telefonisch contact met één van volgende nummers: Verantwoordelijke infrastructuur en techniek 015/ / Dagverantwoordelijke 015/ / Werkplaats 015/ /

170 Na de registratie op de bezoekerslijst aan de balie worden tijdelijke toegangsbadges en de nodige sleutels aan de techniekers overhandigd om toegang tot de ruimtes waar de werken moeten uitgevoerd worden, te kunnen geven. Na afloop van de werken is opnieuw elke technieker verplicht zich af te melden aan de balie en het eind uur in de bezoekerslijst te registreren. De toegangsbadges en sleutels worden na controle van de werken afgegeven aan de verantwoordelijke infrastructuur en techniek of bij de dagverantwoordelijke bij diens afwezigheid. 3. Parking De bedrijfswagens worden steeds achteraan op de grote parking geplaatst tijdens de werken. Laden en lossen van materialen en machines gebeurt aan de loskade van de werkplaats, waar een goederenlift aanwezig is om, indien nodig, de materialen en de machines naar de verschillende verdiepingen te brengen. Op de terreinen van Technopolis heerst er een snelheidsbeperking van 15 km/u die strikt moet nageleefd worden door elke chauffeur. 4. Keuken Tijdens onderhoudswerken in de koude en warme keuken en de vaatwasruimte worden strikt de HACCP normen nageleefd. De techniekers dragen minimum bescherming rond de schoenen en op het hoofd. De nodige persoonlijke beschermingsmiddelen worden door Technopolis ter beschikking gesteld. 5. Collectieve bescherming Ter voorkoming van arbeidsongevallen en ongevallen met derden, moet elke onderneming waar nodig collectieve beschermingsmiddelen voorzien. De keuze wordt bepaald op basis van de preventieprincipes opgenomen in het preventieplan van Technopolis waarin onder meer de voorkeur wordt gegeven aan collectieve bescherming in plaats van persoonlijke bescherming in de bezoekersruimtes. - Elke opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van collectieve beschermingsmiddelen aan zijn arbeiders en arbeiders van onderaannemers die ten gevolge van de door hen uitgevoerde werkzaamheden risico s lopen. 168

171 - Het plaatsen en/of wegnemen van collectieve beschermingsmiddelen wordt geregeld in samenspraak met de dagverantwoordelijke en/of de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Geplaatste collectieve beschermingsmiddelen mogen nooit verwijderd worden zonder dat vervangende of definitieve beschermingen worden aangebracht. - Elke opdrachtnemer dient erover te waken dat hij zijn werkpost veilig achterlaat. Hij dient beveiligingen aan te brengen zolang de dagverantwoordelijke en de verantwoordelijke infrastructuur en techniek dit nodig acht. De opdrachtnemer staat ten alle tijden in voor de goede staat en stabiliteit van de aangebrachte beveiligingen, ook indien hij tijdelijk niet op de werkpost aanwezig zou zijn. - Elke opdrachtnemer dient erover te waken dat hij machines en materialen nooit zonder toezicht achterlaat in de bezoekersruimtes. - Vloeropeningen dienen afgeschermd te worden met een dranghekken of bouwhekken of dienen afgedicht te worden met een voorlopige afdekking die weerstand biedt aan puntlasten van 150 kg en aan een verdeelde last van 250kg/m². Indien de opening afgedicht wordt, dient dit op dusdanige wijze te gebeuren dat struikelgevaar uitgesloten wordt en dat de aangebrachte beveiliging niet verschoven wordt door ertegen te lopen. Op de terreinen van Technopolis zijn dranghekken, bouwhekken en afzetpalen met lint aanwezig. Vóór de aanvang van de werken wordt met de dagverantwoordelijke en/of verantwoordelijke infrastructuur en techniek afgesproken hoeveel dranghekken, bouwhekken of afzetpalen met lint nodig zijn en waar deze moeten voorzien worden. De dagverantwoordelijke of verantwoordelijke infrastructuur en techniek zorgt vóór de aanvang van de werken dat de nodige dranghekken, bouwhekken en afzetpalen met lint geplaatst worden. 6. Persoonlijke beschermingsmiddelen - Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen conform de geldende wetgeving is op de werkpost voor iedereen verplicht. - Elke onderneming moet op haar kosten persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen van haar personeel en/of bezoekers. Zij moet eveneens toezien op het gebruik ervan. Tevens moet zij zorgen voor het onderhoud en de vernieuwing te gepaste tijde. - De werknemers moeten, overeenkomstig hun opleiding en de gegeven instructies, op de juiste wijze gebruik maken van de persoonlijke beschermingsmiddelen. - Indien het risico bestaat op vallen van hoger gelegen niveau waar geen collectieve beschermingsmaatregelen konden genomen worden dienen de techniekers die dit risico lopen uitgerust te worden met een gekeurd veiligheidsharnas, die voldoet aan de normen 169

172 NBN-EN360 tot en met 365 en hiernaar verwijzende. Afhankelijk van de hoogte waarop het harnas zal gedragen worden dient het harnas eveneens uitgerust te worden met een valdemper. Het dragen van een veiligheidsgordel wordt niet aanvaard en zal gesanctioneerd worden. - Op basis van het Koninklijk Besluit van 7 augustus 1995 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen BS 15 september 1995, vragen wij uitdrukkelijk dat de techniekers nooit met ontbloot lichaam werken ter bescherming tegen scheikundige of agressieve producten en snij-, steek- en schaafwonden. - Met betrekking tot de weersomstandigheden melden wij dat de arbeiders dienen beschermd te zijn tegen koude, regen en wind. - Wij vragen de grootst mogelijke beschermingsmaatregelen te voorzien bij laswerken en niet met de voeten in het water te werken bij uitvoering van elektriciteits- of laswerkzaamheden. 7. Gevaarlijke producten 7.1. Algemeen - Vooraleer gevaarlijke producten aan te wenden dient geëvalueerd te worden of er geen alternatieve producten in de handel verkrijgbaar zijn die minder niet gevaarlijk zijn. Van elk product dient een veiligheidsinformatiefiche afgeleverd te worden. - De opslagplaats van gevaarlijke producten moet zorgvuldig uitgekozen worden in overleg met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. Gevaarlijke producten mogen nooit binnen het gebouw worden opgeslagen. - Onder gevaarlijke stoffen wordt onder meer verstaan: verven en vernis, vloeibare lijmen, primers, impregneringsproducten, afbijtmiddelen, roestbestrijdingsproducten, mastiek, epoxyharsen, polyesterharsen, polyurethanen, 7.2. Vloeistoffen - Ontvlambare vloeistoffen moeten opgeslagen worden op een voldoende veilige afstand in samenspraak met de verantwoordelijke infrastructuur en techniek. - De opslag van de producten welke solventen bevatten, zal bij voorkeur in open lucht gebeuren. - Alle producten moeten opgeslagen worden in stabiele vaten welke aangepast zijn aan de samenstelling en de eigenschappen ervan. Ze moeten geëtiketteerd worden volgens de wettelijke voorschriften. Gemorste producten worden systematisch verwijderd met aangepaste middelen Gassen 170

173 - De opslag van gasflessen zal in open lucht gebeuren. Wegens het brand- en explosiegevaar worden de nodige pictogrammen open vlammen verboden verboden te roken aangebracht. - Brandbestrijdingsmiddelen zullen goed zichtbaar en bereikbaar opgesteld worden. - Om vergissing te voorkomen zullen lege flessen gemerkt worden en opgeslagen op een plaats verschillend van deze van de volle flessen. Beschadigde flessen zullen van de werf verwijderd worden en nagekeken voor hergebruik. Op de flessen wordt de beschadigde plaats duidelijk aangemerkt. 8. Brandbestrijdingsmiddelen - De risicoanalyses van de werken geven aan waar specifieke brandbestrijdingsmiddelen aanwezig moeten zijn. De plaats van deze materialen wordt aangeduid met de overeenkomstige genormaliseerde pictogrammen. 9. Werkvergunningen 9.1. Vuurvergunning De vuurvergunning wordt gebruikt om brand- of ontploffingsgevaar te voorkomen dat zich voordoet bij werken met open vuur, blanke vlam of hittepunt. Lassen, snijbranden, doorslijpen of afbranden zijn oorzaken van talrijke en ernstige ongevallen. Een vuurvergunning is nodig indien zich binnen een straal van 15m van het punt waar gelast, gebrand, geslepen wordt of op gelijk welke andere wijze vlammen, vonken of grote hitten kunnen ontstaan, een opslagplaats van brandbare of ontvlambare producten (vast of vloeibaar, ) is gelegen of indien zich binnen die zone ontvlambare lucht/gasmengsels kunnen vormen. Alle vergunningen moeten aangevraagd worden bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en ondertekend worden door de uitvoerder, de preventieadviseur en de verantwoordelijke van de afdeling waarvoor de werken worden uitgevoerd. Bij een bepaald werk kan meer dan één vergunning nodig zijn. De vergunning zijn geldig voor een periode van één dag. Het werk mag slechts beginnen wanneer alle maatregelen zijn genomen Bevoegdheidsverklaring BA4 BA5 De bevoegdheidsverklaring wordt gebruikt om gevaren te voorkomen die zich voordoen bij werken met elektriciteit. Elektriciteitswerken zijn oorzaken van talrijke en ernstige ongevallen. Een bevoegdheidsverklaring is nodig voor alle werken uit te voeren aan hoogspannings- en laagspanningsinstallaties. 171

174 Alle vergunningen moeten aangevraagd worden bij de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en ondertekend worden door de uitvoerder, de verantwoordelijke infrastructuur en techniek en één lid van het management. Bij een bepaald werk kan meer dan één vergunning nodig zijn. De vergunning zijn geldig voor een periode van één dag. Het werk mag slechts beginnen wanneer alle maatregelen zijn genomen. 10. Orde en netheid Orde en netheid zijn de belangrijkste veiligheidsfactoren en maken deel uit van elke werkfase. Het is formeel verboden afval en om het even welke scheikundige producten van om het even welke aard te verbranden, op het terrein achter te laten of in de riolering te gieten. Afval en resten van producten moeten verwijderd worden zoals voorgeschreven door de wetgeving terzake. De technieker dient de werkpost vóór de afloop van de werken te brengen in de staat zoals hij deze heeft aangetroffen bij de aanvang van de werken. 172

175 173

176 1. Attesten DEEL IV TE OVERHANDIGEN DOCUMENTEN 1.1. Model van inschrijving p Attest van plaats bezoek p Attest BTW hoedanigheid 1.4. RSZ-attest 1.5. Attest van niet-falen of soortgelijke toestanden 1.6. Verzekeringsattest inzake arbeidsongevallen 1.7. Neergelegde Jaarrekeningen van de laatste 3 jaren 2. Offerte 2.1. Offerte model p. 176 p Materiaal- en gereedschapslijst 2.3. Lijst onderaannemers p Personeelslijst 2.5. Plan van aanpak 2.6. Beschrijving geboden meerwaarde 2.7. Referentielijst p Veiligheid 3.1. Modelblad voor risicoanalyse p Ontvangstverklaring veiligheidsregels p

177 1.1 : MODEL VAN INSCHRIJVING EN ATTEST CONFORMITEIT Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis BESTEK Nr. : Technopolis nv 2015/02 De firma Naam:. Juridische vorm Adres:. Postcode: Gemeente:... Land:... Hoofdzetel: hier vertegenwoordigd door: Naam:... Voornaam:.. De heer Mevrouw Functie:.. - Bankrekening:... - BTW-nummer:... De inschrijver op bestek nr: Technopolis nv 2015/02 : Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis verklaart volledig conform alle voorwaarden vermeld in het bestek te werken en te handelen. De inschrijver verbindt zich tot de uitvoering van de opdracht van diensten in overeenstemming met de bepalingen en de voorwaarden van het bestek nr. Technopolis nv 2015/01. De verschuldigde BTW bedraagt.. %. Datum :. Plaats :. NAAM (in hoofdletters) : Handtekening : 175

178 1.2 : ATTEST VAN PLAATS BEZOEK Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis Gunningswijze : Vereenvoudigde offertevraag met voorafgaande bekendmaking Ik, ondergetekende : Stefanie Vanlerberghe... Verantwoordelijke infrastructuur en techniek bij Technopolis verklaar dat :... vertegenwoordiger van : op... de plaats heeft bezocht, om alle elementen te verifiëren nodig om een offerte op te kunnen stellen. Ondertekening : Voor de inschrijver, Dit attest moet ingevuld worden bij het plaats bezoek en bij de offerte gevoegd w 176

179 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 1: HVAC en sanitair Perceel 1: HVAC en sanitair Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 1: HVAC EN SANITAIR 177

180 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 2: Electriciteit Perceel 2: ELECTRICITEIT Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 2: ELECTRICITEIT 178

181 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 3: Liften Perceel 3: Liften Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 3: Liften 179

182 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 4: Brandbeveiliging deel I Perceel 4: Brandbeveiliging deel I Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 4: Brandbeveiliging deel I 180

183 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 5: Brandbeveiliging deel II Perceel 5: Brandbeveiliging deel II Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 5: Brandbeveiliging deel II 181

184 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 6: keuken deel I Perceel 6: keuken deel I Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 6: keuken deel I 182

185 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 7: keuken deel II Perceel 7: keuken deel II Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 7: keuken deel II 183

186 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 8: keuken deel III Perceel 8: keuken deel III Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 8: keuken deel III 184

187 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 9: Schuifdeuren Perceel 9: Schuifdeuren Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 9: schuifdeuren 185

188 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 10: Sectionaal poorten Perceel 10: Sectionaal poorten Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 10: Sectionaal poorten 186

189 2.1 : OFFERTE Bedrijfsnaam: Vul hier jullie bedrijfsnaam in vrijdag 7 augustus 2015 Onderhoud en herstelling technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 perceel 11: Ongediertebestrijding Perceel 11: Ongediertebestrijding Eenheidsprijs Frequentie TOTAAL Onderdeel Gedetailleerde omschrijving onderhoudswerken Gedetaillerde omschrijving Vul hier de eenheidsprijs in Vul hier de frequentie in Vul hier de totaalprijs in TOTAAL ONDERHOUDSWERKEN PERCEEL 11: Ongediertebestrijding 187

190 2.3: IN TE VULLEN FICHE VOOR ELKE ONDERAANNEMER Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 Naam van de onderaannemer: Adres: Voornaam, naam en functie van de contactpersoon: Telefoonnummer: BTW nummer Juridische vorm 188

191 2.7: IN TE VULLEN FICHE VOOR ELKE REFERENTIE Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis BESTEK NR: Technopolis nv 2015/02 Naam van de openbare of de privé-begunstigde van de gepresteerde diensten: Adres: Voornaam, naam en functie van de contactpersoon: Telefoonnummer: Aard van de werken en bondige omschrijving Het bedrag van de werken, zonder BTW: 189

192 4.1: MODELBLAD VOOR RISICOANALYSE Aannemer: Blz.:.. Beschrijving werk: Activiteiten Technieken en Voorziene Preventieve Opmerkingen middelen risico s maatregelen 190

193 4.2: ONTVANGSTVERKLARING VEILIGHEIDSREGELS Onderhoud en herstellingen technische installaties Technopolis Ik, ondergetekende :... Vertegenwoordiger van: verklaar dat op... de veiligheidsregels in ontvangst werden genomen. Ondertekening : Voor de inschrijver, Dit attest moet ingevuld en bij het contract gevoegd worden. 191

194 DEEL V BIJLAGEN 1. De handleiding Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid, uitgave 10/

195 Waardering van kantoorgebouwen Op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid 193

196 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 194

197 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 195

198 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Inhoud Voorwoord 1 Inleiding Doel van de handleiding Duurzaamheid? Focus Beoordelingskader Algemeen Eisen zonder een score Eisen met een score Methodiek Gewichtsfactoren Opbouw fiches Specifieke ruimtes en voorzieningen Gebruik van de handleiding met afpuntlijst Eisen zonder score voor basisvoorzieningen Uitstraling Ruimtelijke functionaliteit Anders Werken Algemene richtlijnen Inrichting basisruimtes Gelijktijdigheid van gebruik Spreiding van de ruimtes Stabiliteit Trappen Evacuatietrappen Circulatietrappen Laad en loskade Toiletten Dispatchinglokaal Parking Binnenluchtkwaliteit en bewuste ventilatie CO-concentratie Concentratie aan fijn stof (<10 µm) TVOC s Formaldehyde, benzeen en tolueen Bewuste ventilatie speciale ruimten Liften Ontwerp Technische uitvoering Toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit Energieverbruik

199 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 3.12 Veiligheid Geluidsdrukniveau alarm Brandveiligheid Branddetectie en brandbeveiliging Bliksembeveiliging Wachtbuizen Elektriciteit Hoogspanning Laagspanning Noodstroomaggregaat Stookolieopslag ten behoeve van noordstroomaggregaat Gebouwbeheersysteem (GBS) Vereiste documenten bij bestaande gebouwen Algemeen Elektrische installaties Brandbeveiliging HVAC Liften Compartimenteringen Asbest Sanitaire installaties Diversen Eisen met een score Groep 1: leefbaarheid en welzijn Toegankelijkheid...25 Thermisch comfort Akoestisch comfort Trillingscomfort Visueel comfort Luchtkwaliteit en ventilatie Groep 2: energie Primair energieverbruik Groep 3: milieu en duurzaamheid...85 Ligging Voorzieningen...87 Levensduur...88 Watergebruik Materiaalgebruik Specifieke ruimtes en voorzieningen Specifieke ruimtes

200 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Auditoria Douches EHBO-lokaal Berging schoonmaak Archief Serverlokaal Datalokalen Keuken Fotokopie- en printlokalen Kitchenettes Balie Lokaal gebouwverantwoordelijke en adjunct ICT-lokaal met berging Specifieke voorzieningen Toegangscontrole Tijdsregistratie Datanetwerk Telefonie Inbraakbeveiliging Oproepsysteem Energiemonitoring Bijlagen Bijlage 1 - Technische richtlijnen serverlokaal Bouw en inrichting Voorkoming van brand, hitte en rookgassen Blusmateriaal H V A C (Heating Ventilation Air Conditioning) Elektrische installaties en kabels Voorkomen van schade door water en vloeistoffen Monitoring Bijlage 2 - Technische richtlijnen datalokalen Bouw en inrichting Voorkoming van brand, hitte en rookgassen H V A C (Heating Ventilation Air Conditioning)l Elektrische installaties en kabels Voorkomen van schade door water en vloeistoffen Toegangscontrole en toezicht Bijlage 3 - Energiemonitoring

201 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Voorwoord Beste lezers, In het streven naar duurzaamheid en dus rationeel ruimtegebruik, zuinig energie- en waterverbruik, en aanwending van milieuvriendelijke materialen wil de Vlaamse overheid het goede voorbeeld geven. Vanuit deze ambitie stelden wij in februari 2008 de handleiding Waardering van kantoorgebouwen op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid aan het publiek voor. Een kleine drie jaar later verschijnt de eerste herwerkte uitgave. De handleiding was oorspronkelijk vooral bedoeld voor intern gebruik bij de Vlaamse overheid. Het Agentschap voor Facilitair Management hanteert ze bij de selectie van grote kantoorgebouwen. De handleiding maakt deel uit van elk bestek voor de bouw, renovatie of huur van kantoorgebouwen door de Vlaamse overheid en is mee doorslaggevend bij de gunning. In de feiten is de handleiding een werkinstrument geworden voor zowel de Vlaamse overheid als daarbuiten, en daardoor een referentiedocument voor de bouwsector. De Vlaamse overheid draagt zodoende bij aan een verduurzaming van de kantorenmarkt in Vlaanderen. Een handleiding over vastgoed is een levend document dat voortdurend aangepast moet worden aan nieuwe wet- en regelgeving, gewijzigde inzichten en ontwikkelingen op de markt. Alleen op die manier kan ze haar voorbeeldrol blijven spelen en het streven naar duurzaamheid blijven stimuleren. Het Agentschap voor Facilitair Management en het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie waken over die noodzakelijke actualisering. De handleiding kreeg niet alleen concrete toepassing voor gebouwen voor de Vlaamse overheid, maar is ook getoetst aan een selectie van binnen- en buitenlandse gebouwen die uitmunten in duurzaamheid. De resultaten van die toetsing zijn mee opgenomen in deze eerste herwerking van de handleiding. Waarin verschilt deze handleiding van de oorspronkelijke? De generieke methodiek is behouden, maar de meeste thema s zijn beduidend verfijnd met het oog op een hogere duurzaamheid of een betere praktische bruikbaarheid. 199

202 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid De manier van werken is gelijk gebleven. Voor elk van de drie groepen van prestaties: leefbaarheid en welzijn milieu en duurzaamheid energie kan een kantoorgebouw een score van 0 tot 4 verdienen. De individuele score per prestatiegroep resulteert in een finale score die we vertalen in een aantal sterren: 0 voor kantoorgebouwen die enkel voldoen aan de minimale vereisten; 4 voor kantoorgebouwen die in hoge mate innovatieve, duurzame technologieën integreren. Met de tweede uitgave van Waardering van kantoorgebouwen - op weg naar een duurzame huisvesting voor de Vlaamse overheid valt het actualiseringsproces niet stil. Daarom hopen wij dat u dit instrument niet alleen op een zinvolle manier kunt inschakelen in uw werkzaamheden, maar dat het u ook kan aansporen om, met het oog op een volgende herwerking, naar ons terug te koppelen en zo bij te dragen tot duurzame kantoorgebouwen in Vlaanderen. Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie Jean-Pierre Heirman, secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) Kristel Gevaert, administrateur-generaal Agentschap voor Facilitair Management (AFM) 200

203 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 1.1 Doel van de handleiding 1 INLEIDING Deze handleiding heeft twee doelstellingen. Enerzijds kan het Agentschap voor Facilitair Manage- ment (AFM) van de Vlaamse overheid ze als selectie-instrument gebruiken voor bestaande, nieuwe en te renoveren kantoorgebouwen. Anderzijds willen wij met deze handleiding de kantorenmarkt in de richting van meer duurzaamheid helpen sturen: in die zin vervult deze publicatie de functie van referentiedocument. Daarom ook zal de handleiding een onderdeel worden van elk bestek, zal ze mee doorslaggevend zijn bij de gunning en wordt het aantal sterren dat een kantoorgebouw be- haalt, samen met het jaar waarin het die sterren verdient, publiek bekendgemaakt. Inleiding 1.2 Duurzaamheid? Duurzaamheid (in het Engels sustainability) is een zeer ruim begrip. Naast het milieu spelen ook sociale componenten en elementen als welzijn en economie er een rol in. In de handleiding wordt het begrip duurzaamheid dan ook ruimer begrepen dan alleen de impact die een kantoorgebouw op het milieu heeft. Een duurzaam kantoorgebouw voldoet optimaal aan het geheel van prestaties die qua bruikbaarheid en diensten van een gebouw en zijn omgeving verwacht worden. Een lage milieu-impact is één van die prestaties. Maar is een kantoorgebouw niet comfortabel, vertoont het gebreken op het vlak van de globale toegankelijkheid, laat de binnenluchtkwaliteit te wensen over of zijn er problemen die de normale levensduur van de bouwdelen in het gedrang brengen, dan kan dat gebouw globaal gezien niet duurzaam worden genoemd. 1.3 Focus De focus van deze handleiding ligt op grotere kantoorgebouwen: dat zijn gebouwen die een bruto vloeroppervlakte van meer dan 1000 m² hebben en die uit verschillende verdiepingen bestaan. Toepassing op kleinere, meer specifieke kantoorgebouwen is niet onmogelijk, maar vereist wel dat bepaalde prestatie-eisen worden genuanceerd in verhouding tot de eigenheid van het gebouw in kwestie. 201

204 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 2 BEOORDELINGSKADER Beoordelingskader nl di ei ng I 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt een verduidelijking gegeven over de handleiding, met bijhorende afpuntlijst. Voor elk hoofdstuk wordt de methodiek toegelicht. Vervolgens wordt aangegeven hoe de handlei- ding met afpuntlijst gebruikt moet worden. Deze nieuwe versie maakt geen onderscheid meer tussen bestaande gebouwen, nieuwbouw of re- novaties. 2.2 Eisen zonder een score Dit deel omvat alle prestatie-eisen waaraan een basiskantoorgebouw moet voldoen. Deze eisen worden evenwel niet opgenomen in de eisen met een score omdat beter scoren dan deze minima geen meerwaarde betekent. Het niet-behalen van deze prestatie-eisen heeft echter wel een uitslui- ting tot gevolg. De prestatie-eisen in dit hoofdstuk handelen over bouwkundige aspecten (draagvermogen, brand- veiligheid...), technische installaties (liftinstallaties, gebouwbeheersysteem...), tot de binnenlucht- kwaliteit (CO-concentraties, VOC s...). 2.3 Eisen met een score Methodiek In dit deel van de handleiding worden drie groepen van prestaties onderscheiden: (1) leefbaarheid en welzijn, (2) energie en (3) milieu en duurzaamheid. Elk omvat een lijst van criteria: Groep 1: Leefbaarheid en welzijn Toegankelijkheid Comfort (thermisch, akoestisch, visueel & trillingen) Luchtkwaliteit en Ventilatie Groep 2: Energie Peil van primair energieverbruik Groep 3: Milieu en duurzaamheid Ligging Voorzieningen Levensduur Watergebruik Materiaalgebruik Per groep en binnen elk criterium krijgt elke prestatie-eis waaraan het gebouw moet voldoen een score van 1 tot 4. Dat getal weerspiegelt de mate waarin het kantoorgebouw het beter doet dan wat minimaal of wettelijk is opgelegd (score 0). Na weging wordt elke score opgenomen in een globaal gemiddelde per groep: 202

205 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep1: Groep 2: Groep 3: Beoordelingskader Leefbaarheid en welzijn Energie Milieu en duurzaamheid Hierbij zijn S 1,i, S 2,i en S 3,i de scores per afzonderlijk criterium in elke groep en g 1,i, g 2,i en g 3,i de bijho- rende gewichtsfactoren. Die vormen een maat voor het belang van elke score afzonderlijk. In functie van de gemiddelde score per groep en de globale score krijgt het gebouw 1 tot 4 sterren: Gemiddelde per groep ( S 1, S 2, S 3 ) Scores Sterren Betekenis Globaal [ S S S S 3 ] Geen gelijk aan nul 0 < S 1 1 Voldoet juist Geen kleiner dan 1 1 < S 2 2 Voldoet Geen kleiner dan 2 2 < S 3 3 Doet het goed Geen kleiner dan 3 3 < S 4 4 Doet het zeer goed, streefdoel De wettelijke minima en, als die er niet zijn, de eisen voor een score nul vormen het vertrekpunt in de scoreopbouw. Wanneer een gebouw aan één van deze eisen niet voldoet, krijgt het geen globale eindscore en bijgevolg ook geen steraanduiding. Doordat het scoresysteem per groep heel wat prestatie-eisen omvat, leiden één of enkele minder goede scores niet direct tot uitsluiting. Zo krijgen de sterren de betekenis van een gemiddelde kwaliteit. Belangrijke opmerking Kan een prestatie niet worden gecontroleerd, dan haalt men die met zijn gewicht uit de scoretabel van de groep waartoe de prestatie behoort. Daardoor daalt het totaal aantal te behalen punten en berekent men de gemiddelde score voor deze groep met het gereduceerde totale gewicht Gewichtsfactoren In elke groep Groep 2: Groep 3: wordt er per Toegankelijkhei prestatie-eis een 4 d Comfort gewichtsfactor Thermisch 4 toegekend. Akoestisch Daarbij 3 Trillingen 2 wordt rekening ge- Visueel 3 Luchtkwaliteit houden met het en ventilatie 4 relatieve aandeel in de totale prestatie Groep op 1: het leefbaarheid niveau van de en welzijn groep. De gewichtfac- toren geven opgesomd telkens een waarde van 20. Elke groep Energie Peil van primair energieverbruik Milieu en duurzaamheid 20 Ligging Voorzieningen Levensduur Watergebruik Materiaalgebruik Beoordelingskader 203

206 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Hier kijken we naar zes onderdelen, die samen zorgen voor leefbaarheid en welzijn: de toegankelijk- heid, het thermische comfort, het akoestische comfort, het trillingscomfort, het visuele comfort en het binnenmilieu. In dat laatste blok zitten luchtkwaliteit en ventilatie. Toegankelijkheid heeft een gewichtsfactor 4. Bij de comfortblokken wordt het meeste gewicht toegekend aan het thermische comfort: gewichtsfactor 4 in totaal, de som van winter- en zomercomfort, tocht en gradiënt in lucht- temperatuur. Uit ervaring blijkt immers dat hierover veel klachten zijn. Het akoestische en het visuele comfort krijgen elk een totale gewichtsfactor 3. Aan het trillingcomfort hangt een gewichtfactor 2 vast, terwijl aan het binnenmilieu een totale gewichtsfactor 4 vast zit, de som van luchtkwaliteit en ventilatie. Die gewichtsfactor 4 vertolkt opnieuw het belang van een goede luchtkwaliteit voor het welzijn en de productiviteit van de medewerkers. Groep 2: energie De evaluatie van groep 2 energie wordt volledig bepaald door de energieprestatie regelgeving (EPB). Binnen de groep energie is er slechts één criterium dat de groepscore bepaalt, dit is het E-peil. Bepaalde deelcriteria kunnen de groepscore wel beperken of tot uitsluiting leiden. Groep 3: milieu en duurzaamheid Hier worden de gewichten vrij gelijkmatig verdeeld: ligging, voorzieningen en watergebruik elk 3, levensduur 5 en materiaalgebruik 6. Ligging en voorzieningen hebben beide te maken met verplaat- sing. Omdat verkeer een groeiend aandeel in de emissies van CO 2, NOx, P2.5 stof en VOC s heeft, lijkt het logisch dat beide samen een stevig gewicht krijgen. Watergebruik moet het daartegen doen met een gewichtsfactor 3. In kantoorgebouwen ligt het waterverbruik normaal gezien niet aan de hoge kant in vergelijking met andere verbruiken. Levensduur is dan weer erg belangrijk uit het oogpunt van duurzaamheid. Hoe minder vervanging, hoe materiaalzuiniger het gebouw. Eenzelfde redene- ring geldt voor de materialen op zich. Zijn die duurzaam gewonnen, blijven de emissies beperkt, wijst een levenscyclusanalyse (LCA) op heel wat positieve elementen en zijn ze kwalitatief in staat bij de verwachte omgevingsbelasting de functie die ze in het gebouw krijgen langdurig te vervullen? Alleen dan kan er sprake zijn van duurzaamheidswinst. Beoordelingskader Opbouw fiches Indeling in Groepen Categorieën Subcategorieën Groep 1: leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort: Globaal, koude jaarhelft Gewichtsfactor: 1 La faccum eum iusto et autpat nostie commy nonsequat vel dipismod del in ectem nostin ut lore digna auguera esendr velisl do odipis at. Ut velit pratummolut atummod tie del iustie et wis at. Ut iliquisl alis augiam, quis ero consequis dolobor ad ma gna Omschrijving facinis am dip susto deli t nim et nosto odit aliquis nulput ip elit venim digna con henit 204

207 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid er adignit nulluptatue velit lore dolessit velit piscil dolortisci ero odignibh Minimum et eis volutpat et nostisisl ute tet lor ipsum dolobor s Uitsluiting noste nihicibut Score Minimum eis Mendactuam. An vatabes ullaris et vis, utum furo ut verivirtis, at, C. Ti. Omaximus esciem quam diterd puliena tiliamquerum om Categorie Score 4 3 or Evaluatie Vastis confinatum morem porum prei sedi condam simus? Ique mihil hoste, auctodit; num patordienit, Cat, egil caverferis ponvent. Ediis auctus sentemus, nonsitra veri paribunic factus vem. Sat, modierehem oritem stique quere iam ut L. Habem huctum te quitis fectore mo et grae prei sulinatque inius; in publi etimmor urnunulto clem hos or qu am Evaluatiemethode et vagit, nulturo prius, u t vat re, que tur. Fulturio cus meis cride lia? Overbit. Nos ocae, cae et acr conscem mil hoctum et? imus sulvi e cum predefacte nossentrum orarior ebuteres rec vaginte rmactus, simei pa-entilicaela Serit. Ducta L. O amplibusci se cum tuid numlupt 205

208 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 2.4 Specifieke ruimtes en voorzieningen Dit deel omvat het programma van eisen voor specifieke ruimtes en bepaalde voorzieningen die niet als basisuitrustingen worden beschouwd en ook niet in ieder project voorkomen. Als ze echter in een welbepaald project voorzien zijn, dan vindt u in dit hoofdstuk de minimale eisen. 2.5 Gebruik van de handleiding met afpuntlijst Beoordelingskader De afpuntlijst is opgemaakt in Excel. Hierin worden alle prestatie-eisen hernomen die voorkomen onder eisen zonder een score en eisen met een score. Vul in het invulformulier de effectieve prestaties van een kantoorgebouw in. Voor een nieuwbouw of renovatie zal het ontwerp, eventueel op basis van simulaties en het bestek bepalend zijn. Voor bestaande gebouwen kunnen de gegevens verzameld worden op basis van het as-built dossier, feitelijke vaststellingen of via metingen. Voor de eisen met een score vindt u de werkwijze terug onder de evaluatiemethode. Bij het invullen van de gegevens dient rekening gehouden te worden met de effectieve inrichting van de eindgebruiker. Dit houdt in dat de specifieke ruimtes en voorzieningen in rekening gebracht moeten worden. Als alle gegevens correct werden ingevuld, zijn de scores in de tabel weergegeven. De tabel geeft per prestatie-eis en per groep de behaalde score weer. Hij vermeldt ook het globaal aantal behaalde sterren. Het is belangrijk dat bij het behaalde aantal sterren steeds vermeld wordt met welke versie van hand- leiding de beoordeling werd doorgevoerd. We spreken dan over bijvoorbeeld een kantoorgebouw met 3 sterren volgens versie 10/

209 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eisen zonder score 3 EISEN ZONDER SCORE VOOR BASISVOORZIENINGEN 3.1 Uitstraling De uitstraling heeft te maken met de kwaliteit van de architectuur. Omdat daarin heel wat subjectieve elementen een rol spelen, valt dit buiten het bestek van deze handleiding. In zoverre zijn tussenkomst vereist is, komt het aan de Vlaamse bouwmeester toe er een advies over te geven. 3.2 Ruimtelijke functionaliteit Consequent modulair en beter demonteerbaar bouwen is een zaak van de volledige bouwsector, van producenten van bouwmaterialen, bouwcomponenten en afbouwelementen tot ontwerpers die zich de logica van zulk systeem eigen moeten maken. De voordelen ervan zijn groot: vlottere marktwerking, meer materiaalhergebruik, minder materiaalverkwisting, minder werfafval, enz. Los van die globale aanpak zijn aspecten als opdeelbaarheid en aanpasbaarheid natuurlijk belang- rijk. Een zekere zonering is echter aan te bevelen, mocht men dit aspect nastreven bij nieuwbouw of renovatie om de complexiteit en kostprijs van de installaties binnen de perken te houden. Een andere aanbeveling is als modulemaat veelvouden van 30 cm aan te houden (1.2; 1.5; 1,8 m). Die zijn goed aangepast aan de menselijke maten. Bij landschapskantoren lijkt binnen die modulematen een netto vloeroppervlakte per gebouwlaag bekeken van 12.5 m² per ambtenaar hoe dan ook een minimum (dit is exclusief circulatieruimte). 3.3 Anders Werken Kantoorgebouwen van de Vlaamse overheid worden ingericht volgens het principe Anders Werken. Hieronder vindt u de algemene ontwerprichtlijnen: Algemene richtlijnen Het aantal werkplekken is gemiddeld 80% van het totaal aantal medewerkers(koppen). Gemiddeld worden er 10% concentratiecockpits en 5% teamcockpits voorzien. Met andere woorden: n 100 werknemers krijgen 80 werkplekken; n per 10 werkplekken wordt er cumulatief 1 concentratiecockpit voorzien; n per 20 werkplekken wordt er cumulatief 1 teamcockpit van 6 personen voorzien; n voor de berekening van het totaal aantal werkplekken worden zowel werkplekken in open landschap als de plaatsen in concentratiecockpits samengeteld Inrichting basisruimtes n Werkplekken in de open omgeving m zijn standaard voorzien van een werkblad van 1,80m x 0,80m m afwijking mogelijk bij afdelingen die met grote plannen werken of omvangrijke do- cumenten behandelen n De concentratie cockpits m uitgerust met een werkblad van 1,80 m x 0,80 m m zowel vloer, wanden als plafond sluiten aan tot tegen de constructie voor maximale geluidsisolatie m de technieken worden voorzien zoals voor de werkplekken in open landschap Eisen zonder score 207

210 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eisen zonder score n De teamcockpits m worden gebruikt voor overleg, teamwerk en ontvangst van externe bezoekers m zijn bestemd voor minimaal 6 personen en moeten occasioneel plaats kunnen bieden aan 8 personen m zowel vloer, wanden als plafond sluiten aan tot tegen de constructie voor maximale geluidsisolatie m de technieken worden voorzien zoals in vergaderzalen In de cockpits, zowel de concentratie- als de teamcockpits, worden geen kasten voorzien. n Variaties in de functiegebonden ruimtes in het concept Anders Werken m In het open landschap zijn allerhande variaties mogelijk voor sporadisch gebruik (dus niet gelijktijdig met de werkplekken), zoals informeel overleg, zithoek, koffiehoek... Deze ruimtes worden in de regel niet volledig afgesloten, mogelijk wél door halfhoge wan- den of door zijwanden tussen de variante inrichting en het open landschap. Touch- downs (werkplekken voor kort gebruik) zijn ook mogelijk: zij zijn bedoeld voor sporadi- sche en kortstondige aansluitingen -minder dan een uur- om een vergadering voor te bereiden, te checken of documenten te raadplegen m Naast deze werkplekken (open landschap en concentratiecockpits) en variante inrich- tingeninhetopenlandschapenteamcockpitswordenooknogvergaderzalen/opleidings- lokalen/ voorzien. Gemiddeld genomen kan men stellen dat er cumulatief in een gebouw: n n n n per 75 werkplekken minimum 1 vergaderzaal is van 12 personen per 150 werkplekken minimum 1 vergaderzaal is van 20 personen per 300 werkplekken minimum 1 vergaderzaal is van 30 personen per 500 werkplekken minimum 1 vergaderzaal is van 100 personen n 2 à 4 ontvangstlokaaltjes van minimum 4 personen op het gelijkvloers zijn m Hetpreciezeaantalvergaderzalenhangtafvandelocatieendeeventuelenabijheidvan andere gebouwen of faciliteiten van eventeel individueel toegewezen vergaderruim- ten binnen hun specifieke behoeften en van het feit of er in een bepaald gebouw an- dere, specifieke opstellingen nodig zijn. Dit wordt afzonderlijk beoordeeld per locatie Gelijktijdigheid van gebruik Open werkplekken, concentratiecockpits, teamcockpits en vergaderzalen worden vaak gelijktijdig gebruikt. Bij de Vlaamse overheid moet er immers, zeker in de provincies, plaats zijn voor dienstver- lening aan het publiek en overleg met allerlei externe partijen. Bovendien worden er meestal minder werkplekken voorzien dan er werknemers zijn. Naast of binnen deze werkomgeving kunnen er volgens de specifieke behoeften van de entiteit bepaalde ruimtes extra goedgekeurd worden door de Inspectie van Financiën. Deze worden vaak ver- taald in oppervlakte. Ze kunnen echter ook op het vlak van technieken (HVAC, elektriciteit...), archi- tectuur, stabiliteit, uitrusting, inrichting... een zware impact hebben. Ook bezoekersaantallen spelen hier een rol: er kan nood zijn aan les- en opleidingslokalen, extra ontvangstruimten, verhoorlokalen of gesprekslokalen, een extra grote vergaderzaal wegens quasi permanente bezetting door één en- titeit, lokalen met specifieke eisen (laboruimte, plotterruimte...), dokterskabinet, extra archief... Naast de voorziene personeelsleden in deze ruimtes moet in het ontwerp van de technische installaties dus ook rekening gehouden worden met het aantal bezoekers. Deze gegevens kunnen slechts doorgegeven worden na goedkeuring van alle gegevens per entiteit door de betrokken Inspecteur van Financiën Spreiding van de ruimtes 208

211 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Bij de inrichtingsplannen moet het aantal vergaderzalen met een bezetting van minder dan 16 per- sonen logisch gespreid worden in functie van de specifieke behoeften van de entiteiten. De vergaderzalen met een capaciteit van meer dan 16 personen worden centraal ingericht. De inrichtings- plannen worden opgemaakt in samenspraak met de gebruikers. 3.4 Stabiliteit Stabiliteit heeft te maken met veiligheid en in die zin met welzijn. De structuur moet volgende nuttige lasten per m 2 vloer aankunnen: Lokaal of ruimte Nuttige belasting (kn/m²) Eisen zonder score Niet toegankelijke daken 1 Toegankelijke daken 2 Groendaken (groen pakket als dode last inrekenen) 2 Parking 2.5 Kantoren en auditoria 4 Keuken 4 Publieke ruimten en vergaderzalen 5 Archiefzone op het verdiep (min. 5% van de oppervlakte) 6.5 Kelderruimte bestemd voor rolarchief 10 Serverlokalen met computervloer 15 Andere lokalen Zie NBN ENV Bovendien moet de stijfheid tegen horizontale belasting verzekerd zijn. Voor de grootte van de windlast en het inrekenen van scheefstand wordt verwezen naar genoemde norm NBN ENV Stabiliteit krijgt geen score. Het risico op onveilige toestanden is in de rekenmethodes, die door de normen ondersteund worden, zo laag dat extra s honoreren geen zin heeft. 3.5 Trappen Evacuatietrappen n Conform advies van de brandweer. n De treden moeten contrasterende antislipneuzen hebben Circulatietrappen n Alle verdiepingen dienen vanaf het niveau dat toegang verschaft tot het gebouw bereikbaar te zijn door een circulatietrap, met uitzondering van de parking. n De trappen worden zo geplaatst dat ze preferentieel gebruikt worden t.o.v. de lift. Hiervoor zijn ze bv. vanaf de ingang goed zichtbaar, goed aangeduid met wegwijzers... n Als de brandveiligheid niet in het gedrang komt, kunnen de circulatietrappen samenval- len met de evacuatietrappen. n De vloersoort van de circulatietrappen in een gebouw moet gemakkelijk te onderhou- den en slijtvast zijn. De treden moeten net zoals bij de evacuatietrappen antislipneuzen hebben. De laatste en eerste trede moeten contrasterend zijn. 209

212 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eisen zonder score n Het gebruik van circulatietrappen moet aangemoedigd worden, bv. door ramen te voor- zien, door de positie in het gebouw, enz. 3.6 Laad en loskade m Voorbehouden zone naast de rijbaan voor laden en lossen waar minimaal 1 grote vrachtwagen kan parkeren gedurende het laden en lossen. m Rekening houdend met de drainage van het terrein moet zo weinig mogelijk niet doorlatende verharding aangelegd worden (groep 3 watergebruik terreinverhar- ding). De parkeerplaats voor vrachtwagens mag zeker niet te groot gedimensioneerd worden. m De weg van deze zone naar de goederenlift heeft gangen en deuren met een minimale breedte van 1,2 m en de wanden, hoeken en deuren onderaan zijn beschermd door stootplaten of stootbanden. m De vloer tussen goederenlift en laad- en loszone is bestand tegen dynamische belas- ting van karren en transpaletten met groot gewicht (cf. lading kantoorpapier). m De laad- en loszone is vlot en veilig bereikbaar voor de persoon die moet laden en los- sen en bovendien veilig voor het verkeer. m De laad- en loskade wordt voorzien van camerabewaking en parlofoon die in verbin- ding staat met de ontvangstbalie. m De kade zelf wordt afgesloten met een geautomatiseerde rol- of sectionaalpoort. Bij een verhoogde laad- en loskade moet zowel een trap als een schaarlift voorzien worden om het hoogteverschil op te vangen. Schaarlift specificaties: m Afmetingen: minimum 2m x 1,5 m m Minimaal hefvermogen: 1500 kg m Randen zijn voorzien van borstwering 3.7 Toiletten In elke zone in het gebouw moeten heren- en damestoiletten, berekend volgens het ARAB, aanwezig zijn. Het aantal toiletten wordt bepaald op basis van een verdeling 60% mannen en 60% vrouwen. Daarnaast wordt er per verdieping minimaal 1 mindervalidetoilet met specifieke inrichting voorzien in de onmiddellijke omgeving van het andere sanitair. In zones met veel vergaderzalen, een polyvalente ruimte of een auditorium, moet de capaciteit van de toiletten aangepast zijn aan de bezetting van deze faciliteiten. 3.8 Dispatchinglokaal Een dispatchinglokaal moet voorzien worden op gebouwniveau. Het lokaal wordt afgeschermd volgens de regels van de beveiligingsklasse 2 en voorzien van koeling, toegangscontrole, aansluitingen op het ICT- en telefoonnet. Verder is het uitgerust als bureauzone voor 2 personen van de onder- houdsfirma, met 2 tafels en een 4-tal kasten voor opslag van as built dossier, technische informatie, e.a. Minimaal heeft het dispatchinglokaal de volgende technische uitrusting: m herhaalbord brandmeldingen; m gebouwbeheersysteem; m beveiliging: CCTV, inbraak, toegangscontrole. 3.9 Parking Eisen zonder score 210

213 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid m Aantal parkeerplaatsen moet minstens voldoen aan de norm, opgelegd door de Vlaamse Regering, d.d. 2 september 2005 (VR/PV/2005/31): 1 parkeerplaats per 10 personeelsleden én 1 parkeerplaats per dienstvoertuig. m Vrije hoogte min. 2,15 m. Een verhoogde zone in de parking (vrije hoogte 3 m) of een zone buiten voor een 10-tal bestelwagens dient voorzien te zijn. De circulatiewegen naar deze zone dienen in hoogte en breedte aangepast te zijn aan bestelwagens. m Rekening houdend met de drainage van het terrein moet zo weinig mogelijk niet doorlatende verharding aangelegd worden (groep 3 watergebruik terreinverhar- ding). De parkeerplaatsen worden daarom best onder het gebouw aangelegd of in verschillende verdiepingen. m Toegang via slagboom, voorzien van badgelezer, een videofoon met intercom met de balie en CCTV. m Automatische poort sluit de parking af. m In- en uitritten kunnen gelijktijdig gebruikt worden. Bij een gezamenlijke in- en uitrit kunnen twee bestelwagens elkaar kruisen. m Eigen ventilatiesysteem of ventilatie met retourlucht uit het gebouw. m De netto nuttige afmeting van een parkingplaats voor een personenwagen is 2.50 m x 5.00 m. Een parkeerplaats naast een volle muur moet 50 cm breder zijn Binnenluchtkwaliteit en bewuste ventilatie CO-concentratie In alle verblijfslokalen moet de CO-concentratie kleiner blijven dan 5,7 mg/m³ en uurgemiddeld kleiner blijven dan 30 mg/m 3 per gemiddelde werkdag. Dit wordt na oplevering gedurende een wil- lekeurig gekozen, volledige werkdag in drie willekeurig gekozen kantoren gemeten op zithoogte Concentratie aan fijn stof (<10 µm) In alle verblijfslokalen moet voor PM10 de concentratie op elk moment verplicht kleiner dan of gelijk zijn aan 40 µg/m 3. Voor PM2.5 is dat 15 µg/m 3. Dit wordt na oplevering gedurende een willekeurig gekozen, volledige werkdag in drie willekeurig gekozen kantoren gemeten op zithoogte. 211

214 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eisen zonder score TVOC s In alle verblijfslokalen moet op elk moment de Totale concentratie aan VOC s kleiner of gelijk zijn dan 200 µg/m³. Dit wordt, indien mogelijk, gemeten na oplevering tijdens een willekeurig gekozen, volledige werkdag in drie willekeurig gekozen kantoren gemeten op zithoogte Formaldehyde, benzeen en tolueen In alle verblijfslokalen moet op elk moment de totale concentratie kleiner blijven dan: m Voor formaldehyde 10 µg/m³ m Voor benzeen 2 µg/m³ (enkel in gesloten systemen toegelaten) m Voor tolueen 260 µg/m 3 Dit wordt, indien mogelijk, gemeten na oplevering tijdens een willekeurig gekozen, volledige werkdag in drie willekeurig gekozen kantoren, op zithoogte. Bij nieuwbouw en renovatie worden deze (verplichte) vereisten opgenomen in het bestek. In de serverruimtes gebeurt bovendien een regelmatige controle van de lucht op onzuiverheden (lek- kage van batterijen, stofdeeltjes) Bewuste ventilatie speciale ruimten m Parking 3.11 Liften Ontwerp 250 m³/(h.voertuig) m Archief, rolarchief, lokaal voor papierafval Ventilatievoud 2 h -1 m Lokaal voor keukenafval Ventilatievoud 4 h -1 m Kelderverdieping, opslag kuisgerief Ventilatievoud 1 h -1 Het aantal liften, hun nuttige last en de aangewezen stijg- en daalsnelheid worden bepaald aan de hand van een trafiekstudie op basis van de norm NBN 52019, Bij kantoorgebouwen mag de maximale wachttijd niet meer bedragen dan 25 tot 30 seconden. De kooiversnelling dient beperkt te blijven tot 1 m/s² bij volle capaciteit en 1.5 m/s² bij een bezetting van 15%. Voor de kooisnelheid in functie van de hefhoogte geldt: Hefhoogte (m < >50 Snelheid (m/s) tot 5 Telt een gebouw meer dan twee niveaus, dan wordt los van enige trafiekstudie 1 personenlift voorzien Technische uitvoering l Bestaande liftinstallatie is aangepast conform KB 9 maart 2003 betreffende de beveili- ging van liften (B.S. 30/4/2003) en wijzigingen. l De nieuwe liften worden conform het typebestek 400, deel 400.C.03: liften uitgevoerd en als volgt aangevuld: Machinekamer m Liftschacht en machinekamer worden zoveel mogelijk omringd door technische ruimten, bergingen, leidingkokers, circulatieruimten, e.a. Eisen zonder score 212

215 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eisen zonder score m De minimale afmetingen bij een elektrische lift bedragen L x B x H = 2 x 3,2 x 1,8 m 3. Bij een hydraulische lift wordt dat: L x B x H = 1,4 x 1,4 x 1,8 m 3. m Liftmachine en pompen staan trillingsvrij opgesteld en werken geluidsarm. m Trillingsniveau : max. 0,1 m/s² (horizontaal en verticaal). m Geluidsdrukniveau in de kooi : max. 50 dba. m De resulterende temperatuur daalt niet onder 5 C en stijgt niet boven 40 C. Personenliften m Vrije doorgang liftdeur 0.9 m. m Bedieningspaneel in de kooi staat horizontaal op de zijwand, 0.9 tot 1.3 m boven de kooi- vloer en minstens 50 cm van de hoek met de deur. m Minimalebinnenmaatvandekooidiepte= 1.4 m, breedte= 1,1 m. Ditkomtovereenmetlift voor acht personen en een draagvermogen van ±630 kg. m Tegen de achterwand van de kooi hangt een spiegel, de onderkant 1 m boven de kooi- vloer en lopend tot niveau van het afgewerkt kooiplafond. m Tegen zij- en achterwand zit in de kooi een leuning op 0.9 m hoogte. Personenliften voor zware lasten m In elk gebouw wordt minstens één lift voor zware lasten voorzien. Deze lift kan opgeno- men worden in de trafiekstudie. m Minimale binnenmaat van de kooi: breedte = 1,4 m, diepte = 2,4 m. Een vrije doorgang van de liftdeur: breedte 1,1 m en hoogte min. 2,1 m. m Alle niveaus, ook het dak, parkingniveau en technische ruimtes, zijn toegankelijk. m De minimale last is 1600 kg. Liften enkel bestemd voor keukenpersoneel m Bevindt de keuken zich niet op de gelijkvloerse verdieping, dan wordt een keukenlift voorzien. m De HACCP-regels zijn van toepassing, waarbij o.a. afval en verse producten gescheiden moeten blijven. m Minimale binnenmaat van de kooi: breedte = 1,4 m, diepte = 1,6 m. m De minimale last is 800 kg. m De doorgang liftdeur > 1,1 m. m Afwerkingsmaterialen: stootbanden op 2 hoogtes, geen spiegels als wandbekleding, be- vloering bestand tegen (wieltjes van) zwaardere karren, wandbekleding in geborstelde inox. Brandweerliften m Minimale binnenmaat van de kooi: breedte 1,4 m, diepte 2,4 m. Een vrije doorgang van de liftdeur: breedte 0,9 m Toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit Om globaal bestaande gebouwen toegankelijker te maken voor mindervaliden, bestaan oplossin- gen zoals trapliften, plateauliften, stoeltjesliften e.a Energieverbruik Het gebruik van liften moet zo energiezuinig mogelijk zijn. In een nota moet aangegeven worden welke technische ingrepen er worden onderzocht en in aanmerking komen om het liftengebruik zo 213

216 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid energetisch mogelijk te laten gebeuren. Het effect op het elektriciteitgebruik en de terugverdienpe- riode worden telkens vermeld Veiligheid Geluidsdrukniveau alarm Het geluidsdrukniveau van het alarm moet 90 db(a) ± 4.5 db(a) op 1 m van het alarm bedragen. De evaluatie gebeurt door meting. Als aan deze eis niet voldaan wordt, dan moet het alarm (verplicht) bijgeregeld worden Brandveiligheid Het kantoorgebouw moet voldoen aan de eisen, gesteld in de normen en opgelegd door de brandweer. Die situeren zich op zes niveaus: omgeving, gebouw, bouwdelen, gebruikte materialen, nodige installaties en gebruikers. Hogere eisen nastreven heeft weinig zin. Bij het formuleren ervan is al gestreefd naar een zo hoog mogelijke risicodekking. Omgeving Gebouw Bouwdelen Materialen Installaties Gebruikers Het gebouw bereikbaar voor de bluswagens Correcte compartimentering met branddeuren tussen de compartimenten en tussen compartimenten en evacuatieroutes Brandkleppen in de luchtkanalen die de scheiding tussen compartimenten passeren Voldoende evacuatiemogelijkheden met lichtgevende aanduiding Voldoende overslaglengte tussen de raamstroken van boven elkaar gelegen verdiepingen Juiste brandweerstand, afhankelijk van de functie van het deel Binnenafwerking, meubilering en leidingen uit materialen met de gevraagde brandindex Goed ontworpen branddetectie en brandmelding (zie varia) Droge en natte brandleidingen Blustoestellen waar nodig of sprinklersysteem Noodverlichting Verplichte evacuatietraining Branddetectie en brandbeveiliging Actuele wetgeving en normering zijn van toepassing. Aandachtspunten bij het ontwerp: n Aansluiting voeding direct op ALSB n Wijze van bekabelen: Keuze samenstellende delen Brandcentrale (autonomie 1u) Eisen zonder score Herhaalborden Sirenes Deurmagneten bij branddeuren Drukknoppen Breek het glas Kortsluitisolatie Controle en werking Herhaal-LEDS 214

217 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Detectoren Adresseerbaar Optisch of optisch/thermisch Supervisie structuur Met andere installaties Met telefoonnetwerk (directe lijn, GSM) 3.13 Bliksembeveiliging Atmosferische omstandigheden, waaronder een rechtstreekse blikseminslag, kunnen een gebouw en zijn inhoud schade toebrengen. Daarom is het noodzakelijk een externe bliksembeveiliging te voorzien. Voor de aanleg van dergelijke installatie kunt u zich baseren op de normen NBN C18-100, NBN C en de NBN ENV Alle inkomende leidingen moeten uitgerust worden met een potentiaalvereffening voor bliksem met bescherming tegen directe inslag (vonkenbrug 10/350) of met overspanningafleiding (8/20). Tussen stroomafleider en overspanningafleider wordt een energetische coördinatie voorzien Wachtbuizen Omdat bij nutsvoorzieningen zoals elektriciteit, aardgas en telecommunicatie de vrije markt speelt, moet bij nieuwbouw en renovatie voldoende aandacht gaan naar de in- en doorvoer van de nodige leidingen. Minimaal zijn drie wachtbuizen nodig, één voor de stroomkabel, één voor de telecomge- leidingen en één voor aardgas. Beter is meteen voor elke buis ontdubbelde toegangen te voorzien. Eventueel kan de aannemer er meer specifieke wachtbuizen aan toevoegen, zoals blaasbuizen voor glasvezel. Eisen zonder score 3.15 Elektriciteit Hoogspanning De elektriciteitscabine wordt apart of in het gebouw voorzien. De geldende wetgeving en normering zijn hier van toepassing. Net zoals de overige nutsvoorzieningen, wordt de cabine in overeenstemming met het technische reglement van de VREG uitgebouwd (scheiding installaties distributiebeheerder/gebruiker). Komen er inductieve toepassingen, dan is een cosphi-compensatie nodig. Daartoe wordt ruimte voorzien voor een condensatorbatterij met PQFA, waarbij de nodige maatregelen genomen moeten worden om resonantie te vermijden. Voor de transformator geldt HD428.1-klasse B (lastverliezen) en klasse B (verliezen bij nullast en lawaaiproductie). De K-factor wordt bepaald volgens HD (netvervui- ling) met H < 5%. Als koelmiddel wordt minerale olie, dan met opvang, of siliconenolie gebruikt Laagspanning De normen van toepassing zijn AREI, EN en de ATEX-richtlijn. De voeding wordt verticaal georganiseerd met, naast een algemeen laagspanningsbord (ALSB), een verdeelbord per verdieping. Alle borden krijgen voldoende reserveruimte en laten toe meters aan te sluiten (digitale meters van Indexys en een submeterstructuur). De bemeting van de differentieelschakelaars moet steunen op een duidelijke definitie van wat een vochtige ruimte is. Ook moet de volledige installatie met in- achtneming van de nodige veiligheidsvoorzieningen vlot toegankelijk zijn, zodat thermografische controles mogelijk zijn. 215

218 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Bij een computervloer bestaat de einddistributie uit vloerdozen. Wanneer de ruimten enkel een vals plafond hebben, worden verdeelzuilen en gesloten wandgoten met tussenschot gebruikt. De vloerdozen bevatten drie stopcontacten en twee dataconnecties (Rj-45 Cat 6 of conform algemeen con- cept van databekabeling). Per werkplek komt er minstens één vloerdoos. Bijkomend als optie zijn stopcontacten in opbouw of inbouw op de verdeelzuilen of in de wandgoten. Het ontwerp van de laagspanning gebeurt volgens HD384 (Europese norm), AREI met inbegrip van de tabel met omgevingsvoorwaarden en eventueel de richtlijnen van BVVO Noodstroomaggregaat Op het noodstroomaggregaat (NSA) moeten volgende componenten aangesloten worden (niet limitatief): m veiligheidssystemen zoals de noodverlichting, de trappenhuisverluchting, de brand- weerlift, de brandmeldingsystemen, alle pompen, enz.; m IT-systemen zoals de noodvoeding, voeding van de UPS, de koeleenheid ervan, enz.; m beveiligingssystemen, CCTV, inbraakalarm. Daar bovenop voorziet men een vermogenreserve van minstens 30%. De noodstroomaggregaat heeft een autonomie van 24u Stookolieopslag ten behoeve van noordstroomaggregaat Vereisten volgens Vlarem II. De stookolietank is voorzien van een beveiligingssysteem tegen overlopen bij vulling, een systeem voor lekdetectie en een plaatje met het reservoirnummer, de naam van de opgeslagen vloeistof en de reservoirinhoud. Daarnaast kunnen bijkomende eisen worden gesteld naargelang de ligging (al dan niet in een beschermde zone), de grootte van de tank, het feit of het een nieuwe of een bestaande tank is, of het om een ondergrondse of een bovengrondse tank gaat en naargelang het materiaal waaruit de tank bestaat. Die eisen betreffen: De frequentie van controle en checklist m al dan niet een onderzoek naar corrosieve bodemeigenschappen; m al dan niet in een waterdichte kuip; m al dan niet met een permanente lekcontrole; m al dan niet met een dubbele wand; m al dan niet met een kathodische bescherming. Detectie: Locatie (manier van vullen) Eisen zonder score 216

219 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eisen zonder score 3.16 Gebouwbeheersysteem (GBS) Er dient een gebouwbeheersysteem aanwezig te zijn, dit moet modulair opgebouwd en uitbreidbaar zijn. Minimaal omvat het systeem: m Een algemene controle van de HVAC installatie, inbegrepen de aansturing van alle componenten, de opname van alarmen, prealarmen, meldingen via droge contacten en een statuscontrole. m Een algemene controle van de elektriciteitinstallatie (inclusief NSA). Status hoofdbor- den (vermogen, spanning, reactief vermogen), status specifieke verbruikspunten. m Een algemene controle van de beveiligingsinstallatie. m De uitlezing van de brandcentrales. m De mogelijkheid om een DECT-message server of equivalent voor doorgave van alarmen aan te koppelen. Een belangrijke optie daarbij is de acknowledge procedure (ontvangstmelding alarmen). Een ontdubbelde koppeling is optioneel. m De mogelijkheid om andere sturingen op potentiaalvrije contacten aan te koppelen. m De mogelijkheid om alles via gestandaardiseerde protocols, zoals BAC-net, LON-net, te koppelen met vrijgave van protocol voor specifieke functies. m De mogelijkheid om sensoren van diverse types, voor externe elementen zoals CO 2, temperatuur, windsnelheid, regenval aan te koppelen. m De mogelijkheid om meters met impulsgever aan te koppelen. m Een kalenderfunctie voor weekend en specifieke feestdagen en een sturing op basis van sensorwaarden, berekende waarden (virtuele sensor waarden), datum & tijd en voorrangregels (bv. branddetectie heeft voorrang op bepaalde sturingen). Ook be- schikt het systeem over een lineaire sturing, een niet-lineaire sturing (bv. logaritmisch), een trapsturing en een tijdgekoppelde sturing, die toelaat seizoensgebonden regi- mes op te stellen. m Een visuele weergave van de installatie en alle sturingselementen, met aanduiding in quasi reële tijdsmodus van de instelwaarden, de huidige waarden, de berekende waarden, de status (on/off/sleep ) en de manuele / automatische werking. m De mogelijkheid rapporten te genereren waarin één of meerdere parameters, naast of over elkaar geprojecteerd, bekeken worden. Daarbij horen automatische rappor- ten op reguliere basis (vb. wekelijks, maandelijks) welke per mail kunnen doorge- stuurd worden, om opgevraagde rapporten, om rapporten, die de evolutie van één parameter of een berekende waarde over minimum 1 jaar weergeven (grafische weergave met een tabel van waarden, die in Excel ingelezen kan worden, enz.). m Ondersteuning van de webservertechnologie (beveiligde connectie) voor toegang van op afstand tot het sturingsysteem via login & paswoord (identificatie), met moge- lijkheid tot dual login. m Opvolging van alle acties op het sturingsysteem voor een periode van minimum 1 jaar, met automatische log-off na instelbare inactiviteit: tijdstip, operator identificatie, acties. m Verbruikscontrole met beslissingscriteria (bv. ketel valt s winters uit, over naar reserve- ketel / ketel valt s zomers uit, alarm). 217

220 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid m Afstandssignalisatie met mogelijkheid tot cascadeverwittiging bij niet-herkennen. m Netwerkkoppeling (IP-netwerk) voor FTP of TELNET processen die toelaten om de informatie uit het gebouwbeheersysteem weer te geven op een beveiligde pagina. m Locale ondersteuning en ondersteuning van op afstand door de installateur met het oog op optimalisatie van het gebruik. Belangrijk zijn het onderhoudscontract en de clausules tot opwaardering voor de sturing en de stuurelementen. Daarbij is de compatibiliteit tussen het sturingsysteem en de individuele sturings- elementen een hoofdvereiste voor het gebouwbeheersysteem. Die comptabiliteit moet permanent verzekerd zijn. Alle voorziene telemetrische meters worden bekabeld en aangesloten op het GBS vanwaaruit een link kan opgebouwd worden naar het energieboekhoudingspakket. Het GBS dient zo geconcipieerd te worden dat: m alle meetgegevens kunnen ingelezen worden voor verdere verzending naar het ener- gieboekhoudingspakket; m alle meetgegevens op regelmatige basis kunnen doorgestuurd worden, in een for- maat opgegeven, naar een externe locatie met typische frequentie halfdagelijks (12h) en dit zonder manuele manipulaties vanwege de ontvanger; m communicatie via een IP-verbinding mogelijk is, met bijhorende security mechanismen; m tenminste de 100 laatste doorgestuurde meetwaarden bijgehouden worden via een FIFO-principe, zodat bij een fout in de transmissie een recovery mogelijk is. Voor para- meters die meermaals per dag gemeten worden is een hogere buffer van toepassing; m elke transmissie gepaard gaat met een succesmelding en elke foutieve transmissie aanleiding geeft tot een Minor alarm, en vanaf 3 foute transmissies tot een Major alarm. Eisen zonder score Eisen zonder score 3.17 Vereiste documenten bij bestaande gebouwen Algemeen Bij aankoop of huur van een bestaand kantoorgebouw moeten, buiten het post-interventiedossier en as-built dossier, alle hierna volgende documenten en verslagen omtrent de keuring en de con- trole van de elektriciteitinstallatie, de brandbeveiliging, de HVAC-installatie, de liften, de compar- timenteringen, asbest en het sanitair, bij voorkeur twee maanden voor de ondertekening van het contract, overhandigd worden Elektrische installaties m Keuring bij in dienststelling van de installatie m Periodieke keuringen van de installatie m Alle elektrische schema s m Veiligheidsverlichting m Periodieke keuringen van de veiligheidsverlichting Brandbeveiliging m Jaarlijkse keuring van het brandalarm m Jaarlijkse keuring van de muurhaspels m Jaarlijkse keuring van het brandblussers m Brandweerverslag m Instructies Wat bij brand m Evacuatieplannen 218

221 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid m Signalisatie/pictogrammen HVAC m De wettelijke attesten en keuringen voor de verwarminginstallaties m De wettelijke attesten en keuringen voor de koelinstallaties Liften m In dienststelling personenlift m In dienststelling goederenlift m Periodieke keuring personenlift m Periodieke keuring goederenlift Compartimenteringen m Compartimentering stookplaats m Compartimentering trappenhal m Compartimentering kelder m Compartimentering verdiepingen Asbest m Asbestinventaris Sanitaire installaties m Comformiteit legionellawetgeving m wateranalyse drinkbaar water Diversen m Dossier van postinterventie m Onderhoud ramen m Milieuvergunning m Stedenbouwkundige vergunning nl ei di ng I 219

222 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 4 EISEN MET EEN SCORE 4.1 Groep 1: leefbaarheid en welzijn Groep 1: leefbaarheid en welzijn Bij de eerste groep prestatie-eisen ligt de nadruk op het algemene welzijn van de gebouwgebruiker. Een gebouw en zeker een kantoor moeten immers in eerste plaats een aangename leefomgeving vormen voor de personen die er werken. Anders wordt het gebouw onleefbaar en/of onwerkbaar en zal het (op termijn) geen enkele functie meer kunnen vervullen. Vanuit het oogpunt van duurzaam- heid kunnen we vooropstellen dat het kantoor zo geconcipieerd moet zijn dat er een zo aangenaam mogelijk klimaat heerst waarin een mens optimaal presteert. Indeling In de beschrijving van de verschillende prestatie-eisen rond leefbaarheid en welzijn zijn er 3 grotere groepen. Eerst is er de toegankelijkheid van het gebouw. Vervolgens zijn er de verschillende vormen van comfort en tot slot komt het binnenmilieu (binnenluchtkwaliteit en ventilatie) aan bod. Toegankelijkheid Een eerste belangrijk aandachtspunt in de evaluatie is de algemene toegankelijkheid van het ge- bouw. Een gebouw kan immers maar ten volle zijn functie vervullen als alle gebouwgebruikers er zonder bijkomende problemen toegang toe hebben. Al vanaf de ontwerpfase moet er speciale aan- dacht gaan naar mindervalide personen. Comfort Als tweede grote blok worden alle vormen van comfort bekeken, onderverdeeld in 4 blokken: ther- misch, akoestisch, trillingen en visueel. Bij het thermische comfort zijn er globale eisen voor de binnentemperatuur in zowel de winterals de zomerperiode. Daarnaast worden ook lokale comfortproblemen zoals tocht bekeken. Qua akoestiek worden er zowel eisen op gebouwniveau als bouwdeelniveau omschreven. Zo wordt niet alleen het achtergrondgeluid ten gevolge van installaties of verkeerslawaai beperkt, maar moet de constructie ook voldoende isoleren tegen lucht- en contactgeluid en dient een maximale nagalmtijd in bepaalde lokalen gerespecteerd te worden. Op het vlak van trillingen mag er geen hinder zijn van verkeer, trein of metro. Verder moet er voldoende licht in de kantoorruimte zijn (zowel van verlichting als van natuurlijk daglicht) om visueel een aangenaam klimaat te creëren. Binnenmilieu Als derde onderdeel worden de binnenluchtkwaliteit en ventilatie van het kantoor onder de loep genomen. Dit gebeurt enerzijds door eisen rond CO 2 -concentratie te formuleren en anderzijds door de debieten voor bewuste ventilatie en mogelijkheden tot piekventilatie te controleren. Groep 1: leefbaarheid en welzijn Niveau gebouw Toegankelijkheid Gewichtfactor: 4 Het kantoorgebouw is integraal toegankelijk, d.w.z. dat de hele keten van toegankelijkheid langsheen de route van buiten of vanuit de parkeergarage tot op de werkplek aangepast is, niet alleen aan 220 ijkheid

223 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid personen met motorische beperkingen, maar ook aan personen met visuele, auditieve en mentale beperkingen. Dat ruime functionele criterium is moeilijk in prestatie-eisen om te zetten. Daarom moet een toegankelijkheidsbureau de eventuele knelpunten opsporen en melden. Wat volgt is een niet limitatief overzicht van elementen, die bij zulke controle aan bod komen: Parking Ondergrond vlak en rolstoelvast Voldoende aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen voor gehandicapten, groot genoeg en goed aangeduid Bediening om toegang te krijgen tot de parking goed zichtbaar en gebruiksvriendelijk voor een persoon met een beperking Van parking / straatzijde naar ontvangbalie Routes drempelvrij Bij niveauverschillen moet er naast de trap een toegankelijk liftsysteem of toegankelijk hellend vlak aanwezig zijn Routes voldoende breed en obstakelvrij, ook ter hoogte van eventuele versmallingen en voorzien van voldoende contrast zodat de ontvangbalie ook makkelijk te vinden is voor een persoon met een visuele beperking Deuren op de route voldoende breed en zelfstandig te bedienen door een persoon met een beperking Ontvangstbalie duidelijk zichtbaar en gebruiksvriendelijk voor een persoon met een beperking Hoofdingang Drempelvrij Bij niveauverschillen moet er naast de trap een toegankelijk liftsysteem of toegankelijk hellend vlak aanwezig zijn Hoofdingang duidelijk zichtbaar, duidelijk te onderscheiden van de rest van het gebouw Glazen deuren / wanden voorzien van voldoende contrastmarkering Deur voldoende breed en zelfstandig te bedienen door een persoon met een beperking Bij een tourniquetdeur moet er een naastliggende alternatieve toegankelijke deur zijn Interne routes Drempelvrij Bij niveauverschillen moet er naast de trap een toegankelijk liftsysteem of toegankelijk hellend vlak aanwezig Routes voldoende breed en obstakelvrij, ook ter hoogte van eventuele versmallingen en voorzien van voldoende contrast zodat de ontvangbalie ook makkelijk te vinden is voor een persoon met een visuele beperking. In de gangzones dient er elke 15 m een draaizone van 1,50 m voorzien te 221

224 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid worden indien de gangbreedte <1,50 m. Deuren minimum 90 cm vrije doorgang en zelfstandig te bedienen door een persoon met een beperking. Als de deur in een nis staat, is een opstelruimte voorzien voor het openen ervan Vloer- en wandafwerking allergievriendelijk Lokalen Toegankelijkheid Voldoende circulatieruimte aanwezig Deuren hebben een minimum vrije doorgang van 90 cm en zijn zelfstandig te bedienen door een persoon met een beperking Vloer- en wandafwerking allergievriendelijk (o.a. geen vast tapijt) Sanitair Voldoende aangepaste toiletten die door hun afmeting en inrichting zelfstandig bruikbaar zijn door personen met een beperking en voorzien zijn van een noodkoord op plinthoogte Signalisatie De verschillende ruimten zijn eenvoudig te vinden, aangeduid door voldoende en duidelijk leesbare bewegwijzering, uniform voor heel het gebouw Op gevaarlijke punten, bvb. aan trappen, voldoende contrastmarkering voorzien voor personen met een visuele beperking Bedieningselementen Goed zichtbaar (in contrast met achterliggende wand / omgeving) Eenvoudig te bedienen Ook bereikbaar voor rolstoelgebruikers en kleine mensen Score Eis Bij controle na oplevering en inrichting bevestigt het toegankelijkheidsbureau, dat knelpunten overgebleven zijn of worden opgelost. De knelpunten worden effectief opgelost Bij controle na oplevering en inrichting bevestigt het toegankelijkheidsbureau dat, als er al knelpunten overblijven, die alle kunnen worden opgelost. Enkele minder zwaar wegende punten blijken niet aangepast (of/of, niet en/en): Contrastmarkering aan trappen minder uitgesproken dan wenselijk Contrasten tussen bediningselementen en achterliggende wand minder uitgesproken dan wenselijk Bij controle na oplevering en inrichting bevestigt het toegankelijkheidsbureau dat eventuele knelpunten niet kunnen worden opgelost of De overblijvende belangrijke knelpunten had men kunnen oplossen maar het is niet gebeurd Score Evaluatie Rapportering door een toegankelijkheidsbureau. In een eerste stap gebeurt dat op plan. Na de bouw of renovatie en inrichting van het gebouw zijn er de feitelijke vaststellingen en wordt de score toegekend. 222

225 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1: leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort Temperatuurregeling, koude jaarhelft Gewichtsfactor 4/18=2/9 Deze prestatie-eis evalueert in welke mate de verwarmingsregeling aangepast wordt voor de ver- schillende ruimten. De reële warmtebehoefte varieert immers niet enkel in functie van de buitentemperatuur, maar is ook afhankelijk van een heel scala interne en externe factoren. Score De score hangt af van de regeling. Regelingen worden gewoonlijk uitgesplitst in centraal en decentraal. Voorbeelden van een centrale regeling zijn: m Ketels met vaste temperatuurinstelling door middel van een ketelaquastaat die enkel manuele regeling toelaat. m De ketels volgen een stooklijn die de vertrektemperatuur regelt in functie van een gemiddelde buitentemperatuur. De driewegkranen worden gestuurd door buitenvoelers met korte integratietijd. m De ketels volgen een stooklijn die de vertrektemperatuur regelt in functie van de buiten- temperatuur, terwijl de driewegkranen op de verschillende kringen gestuurd worden door een kamerthermostaat, die de binnentemperatuur in een representatieve ruimte langsheen de kring meet en vergelijkt met de instelwaarde. Hier vindt dus een ruimte- temperatuurcompensatie plaats van de centrale regeling. Thermisch comfort Voorbeelden van een decentrale regeling zijn: m Elk verwarmingselement, hetzij een radiator, convector, ventilo-convector, inductie-convector of VAV-box, krijgt zijn eigen aanvullende regeling (bv. een thermostaatkraan) in- stelbaar door de gebruiker. Bij vloer- of wandverwarming met gemiddelde of hoge traag- heid is dit niet mogelijk. m Per ruimte is er een regelelement (bv. een thermostaat) dat alle verwarmingselementen van die ruimte aanstuurt (bv. via een zoneventiel). Een regeling is niet afdoende als zij in eenzelfde ruimte tot een gelijktijdige verwarming en koeling kan leiden. Dit moet verholpen worden door maatregelen op centraal niveau (bijvoorbeeld door centraal de verwarmingsinstallatie nooit samen met de koelmachine te laten werken, bij voorkeur met een dode zone ertussen) of op decentraal niveau. Indien dit niet het geval is, bedraagt de score voor deze prestatie-eis 0. Regelsysteem Score Een centrale stooklijnregeling, aangevuld met een decentrale regeling 4 Enkel een decentrale regeling 3 Een centrale stooklijnregeling met ruimtecompensatie 2 Een centrale niet manuele stooklijnregeling 1 223

226 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Geen enkele van bovenstaande 0 224

227 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op alle hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor (worden voor deze prestatie-eis als één ruimte aanzien), vergaderzaal, auditorium, receptie, ontvangstruimte, restaurant en cafetaria. Het slechtste resultaat van de verschillende geëvalueerde ruimten bepaalt de score. In eerste instantie is het bestek bepalend. Is daarin de regeling in detail beschreven, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeurt de feitelijke vaststelling en wordt een definitieve score gegeven. Thermisch comfort 225

228 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1: leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort Gebruikersingrepen op de temperatuur, koude jaarhelft Gewichtsfactor 4/18 = 2/9 Het comfort van de gebruiker van het gebouw wordt mede beïnvloed door de mogelijkheid om de comfortomstandigheden zelf te beïnvloeden. Dit is zowel objectief (de ideale temperatuur verschilt van persoon tot persoon) als subjectief (de gebruiker heeft het gevoel dat hij de comforttoestand zelf in de hand heeft). Score Een temperatuurregeling met mogelijkheid tot gebruikersingreep bestaat uit een thermostatische kraan met duidelijke onderverdelingen, maar niet noodzakelijk temperaturenindicatie, of uit een thermostaat met temperatuurregeling met in te stellen graden, optioneel aangevuld met een aan- duiding van de werkelijke temperatuur. Als deze prestatie-eis van mogelijk individueel ingrijpen is vervuld, dan wordt de hoogste score be- haald. Vereist de regeling een afspraak met maximaal 4 personen, dan wordt verondersteld dat de gebruiker toch nog zijn inbreng heeft in de gemeenschappelijk bepaalde instelling. Bij landschapskantoren (meer dan 4 personen) is het niet realistisch dat alle gebruikers systematisch mee de tem- peratuurinstelling bepalen, en is er dus geen gebruikersingreep meer mogelijk. De score voor land- schapskantoren zal dan ook 0 bedragen. Een regeling wordt niet als afdoende aanzien als deze in eenzelfde ruimte tot een gelijktijdige ver- warming en koeling kan leiden omdat verschillende zones of gebruikersplaatsen afzonderlijk kun- nen worden geregeld. Er moet worden nagegaan of maatregelen ingevoerd zijn op decentraal of centraal niveau (bijvoorbeeld door centraal de verwarmingsinstallatie nooit samen met de koelma- chine te laten werken, bij voorkeur met een dode zone ertussen) om deze situatie uit te sluiten. Als dit niet het geval is, bedraagt de score op deze prestatie-eis 0. Thermisch comfort Gebruikersingrepen op de temperatuur Score Een temperatuurregeling per gebruiker, met aanduiding van de werkelijke temperatuur 4 Een temperatuurregeling per gebruiker, op graden 3 Een temperatuurregeling per gebruiker 2 Een temperatuurregeling per maximaal 4 gebruikers 1 Geen enkele van bovenstaande 0 Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor alle hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen en landschapskantoor. Het slechtste resultaat van de verschillende geëvalueerde ruimten bepaalt de score. 226

229 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid In eerste instantie is het bestek bepalend. Is daarin de regeling in detail beschreven, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeurt de feitelijke vaststelling en wordt een definitieve score gegeven. 227

230 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort De effectieve temperatuur, koude jaarhelft Gewichtsfactor 24/18 = 4/3 Thermisch comfort Algemeen mag bij een metabolisme van 1.2. Met en een kledij van 1 Clo (voor de koude jaarhelft) in de gebruiksruimte van elk lokaal of elke ruimte waar mensen werken, de Predicted Mean Vote (PMV) tijdens de werkuren niet buiten het interval -0.5 / +0.5 liggen. Voor de berekening ervan verwijzen we naar de normen ISO 7730, ANSI/ASHRAE en EN Tot de koude jaarhelft horen alle maanden met een gemiddelde maandelijkse temperatuur onder de 12 C. De basisbuitentemperatuur voor de winterperiode is zoals aangegeven in de norm NBN B voor bouwplaats. Score Praktisch fungeert de effectieve temperatuur θ r als bepalende comfortgrootheid. Die wordt gegeven door 0.5 θ a θ R met θ a de luchttemperatuur en θ R de stralingstemperatuur. Bij een metabolisme van 1.2 Met en een kledij van 1 Clo ligt de comfortwaarde bij 21 C (minimaal aantal klagers). Daarbij speelt de relatieve vochtigheid van de binnenlucht amper een rol. De score hangt, tijdens de maanden met een gemiddelde temperatuur onder 12 C, af van de schommelingen van de effectieve temperatuur rond 21 C tijdens de werkuren in alle lokalen en ruimten waar mensen werken: De effectieve Temperatuur (θ r ) Score 20.5 en en en en 24 1 < 18 of > 24 0 Evaluatie In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eis en de toegelaten schommeling beschreven en werd het ontwerp via een dynamische gebouwsimulatie op dat punt gecontroleerd, dan komt er een voorlopige score. De definitieve evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor een selectie uit de hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor, vergaderzaal, auditorium, receptie, ontvangstruimte, restaurant en cafetaria. Er worden minimaal 3 kantoren en 2 andere ruimten geselecteerd voor de evaluatie. Bij de selectie wordt er rekening mee gehouden dat de ruimten representatief zijn voor het comfort van het gehele gebouw, zoals een kantoor aan de zuidzijde en aan de noordzijde... De evaluatie gebeurt door het uitvoeren van continue metingen gedurende 3 maanden in de koude jaarhelft. Hiervoor worden de maanden december, januari en februari geselecteerd. De evaluatie vindt plaats op basis van een continue meting van de operationele temperatuur op een representatieve plaats in de ruimte. De meting wordt in kantoren uitgevoerd op halshoogte van een zittende persoon. Het meetinterval bedraagt maximaal 5 minuten. Voor deze evaluatie mag gebruik worden gemaakt van de gegevens uit een eventueel gebouwbeheersysteem, voor zover de metingen aan alle bovenver- 228

231 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid melde eisen voldoen. 229

232 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort Temperatuurregeling, warme jaarhelft Gewichtsfactor 4/18 = 2/9 Deze prestatie-eis wordt niet geëvalueerd voor gebouwen met natuurlijke koeling. Deze prestatie-eis evalueert in welke mate de koelregeling gedifferentieerd wordt over de verschil- lende ruimten. De reële koelbehoefte varieert immers niet enkel in functie van de buitentempera- tuur, maar is ook sterk afhankelijk van heel wat interne en externe factoren. Score De score hangt af van het type regeling. Regelingen worden typisch uitgesplitst in centraal en de- centraal. Voorbeelden van een centrale regeling zijn: m De distributietemperatuur van het koelmiddel heeft een vaste temperatuurinstelling door middel van een thermostaat met uitsluitend manuele regeling. m De distributietemperatuur van het koelmiddel wordt geregeld in functie van continu gemeten weersparameters (buitentemperatuur, zonlichtinstraling...). De driewegkranen worden gestuurd met korte integratietijd. m De distributietemperatuur van het koelmiddel wordt geregeld in functie van continu ge- meten weersparameters (buitentemperatuur, zonlichtinstraling...), terwijl de driewegkra- nen op de verschillende kringen gestuurd worden door een kamerthermostaat, die de binnentemperatuur in een representatieve ruimte langsheen de kring meet en vergelijkt met de instelwaarde. Hier vindt dus een ruimtetemperatuurcompensatie plaats van de centrale regeling. Een voorbeeld van een decentrale regeling is: m Elk koelelement, zij het een (ventilo)convector, een koelplafond, inductieconvector of VAV-box, krijgt zijn eigen aanvullende regeling (een thermostaatkraan, een drieweg- kraan of andere) in te stellen door de gebruiker. Bij vloer- of wandverwarming met ge- middelde of hoge traagheid is dit niet mogelijk. Een regeling is niet afdoende als zij in eenzelfde ruimte tot een gelijktijdige verwarming en koeling kan leiden omdat verschillende zones of gebruikersplaatsen afzonderlijk kunnen worden geregeld. Er moet worden nagegaan of maatregelen ingevoerd zijn op decentraal of centraal niveau (bijvoor- beeld door centraal de verwarmingsinstallatie nooit samen met de koelmachine te laten werken, bij voorkeur met een dode zone ertussen) om deze situatie uit te sluiten. Als dit niet het geval is, bedraagt de score op deze prestatie-eis 0. Thermisch comfort 230

233 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Temperatuurregeling Een centrale niet-manuele regeling van de koelmiddeldistributietemperatuur, aangevuld met de decentrale regeling Score 4 Enkel een decentrale temperatuurregeling 3 Een centrale niet-manuele regeling van de koelmiddeldistributietemperatuur, met ruimtecompensatie 2 Een centrale niet-manuele regeling van de koelmiddeldistributietemperatuur 1 Geen enkele van bovenstaande 0 Thermisch comfort Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op alle hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor (worden voor deze prestatie-eis als één ruimte aanzien), vergaderzaal, auditorium, receptie, ontvangstruimte, restaurant en cafetaria. Het slechtste resultaat van de verschillende geëvalueerde ruimten bepaalt de score. In eerste instantie is het bestek bepalend. Is daarin de regeling in detail beschreven, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeurt de feitelijke vaststelling en wordt een definitieve score gegeven. 231

234 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort Gebruikersingrepen op temperatuur, warme jaarhelft Gewichtsfactor 4/18 = 2/9 Deze prestatie-eis wordt enkel geëvalueerd voor mechanische koeling. Score Een gebruikerstemperatuurregeling bestaat uit een regeling (met duidelijke onderverdelingen, maar niet noodzakelijk temperaturenindicatie) of uit een thermostaat met temperatuurregeling (in te stellen graden ), optioneel aangevuld met een aanduiding van de werkelijke temperatuur. Op deze presentatie-eis behaalt men de hoogste score (ideale situatie) als men individueel kan ingrijpen in de temperatuurregeling (bv. een regeling voor één gebruiker die alleen in een kantoor zit), dan wordt de hoogste score behaald. Vereist de regeling een afspraak met maximaal 4 personen, dan wordt verondersteld dat de gebruiker nog steeds een inbreng heeft in de gemeenschappelijk bepaalde instelling. Bij landschapskantoren (meer dan 4 personen) is het niet realistisch dat alle ge- bruikers systematisch mee de temperatuurinstelling bepalen, en is er dus geen gebruikersingreep meer mogelijk. De score voor landschapskantoren zal dan ook 0 bedragen. Een regeling is niet afdoende als zij in eenzelfde ruimte tot een gelijktijdige verwarming en koeling kan leiden omdat verschillende zones of gebruikersplaatsen afzonderlijk kunnen worden geregeld. Er moet worden nagegaan of maatregelen ingevoerd zijn op decentraal of centraal niveau (bijvoor- beeld door centraal de verwarmingsinstallatie nooit samen met de koelmachine te laten werken, bij voorkeur met een dode zone ertussen) om deze situatie uit te sluiten. Als dit niet het geval is, bedraagt de score op deze prestatie-eis 0. Thermisch comfort Gebruikersingrepen op temperatuur Een temperatuurregeling per gebruiker, met aanduiding van de werkelijke temperatuur Score 4 Een temperatuurregeling per gebruiker, op graden 3 Een temperatuurregeling per gebruiker 2 Een temperatuurregeling per maximaal 4 gebruikers 1 Geen enkele van bovenstaande 0 Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor alle hierna ver- melde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen en landschapskantoor. Het slechtste resultaat van de verschillende geëvalueerde ruimten bepaalt de score. In eerste instantie is het bestek bepalend. Is daarin de regeling in detail beschreven, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeurt de feitelijke vaststelling en wordt een definitieve score gegeven. 232

235 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort De effectieve temperatuur, warme jaarhelft Gewichtsfactor 24/18 = 4/3 Thermisch comfort Hiervoor wordt er een onderscheid gemaakt tussen gebouwen met mechanische koeling en met natuurlijke koeling. Algemeen moeten bij een metabolisme van 1.2 Met en een kledij van 0.5 Clo (voor de warme jaarhelft) in de gebruiksruimte van elk lokaal of elke ruimte waar mensen werken, de temperaturen binnen bepaalde grenzen liggen. Tot de warme jaarhelft horen alle maanden met hete dagen (daggemiddelde buitentemperatuur hoger dan 25 C). De basisbuitentemperatuur voor de zomerperiode bedraagt 30 C bij een relatieve vochtigheid van 50% RV. De bruto zonlichtinstraling bedraagt 1000 W/m². Score Kantoorgebouwen met luchtbehandeling Bij een metabolisme van 1.2 Met en een kledij van 0.5 Clo (voor de warme jaarhelft), ligt op hete dagen (daggemiddelde buitentemperatuur hoger dan 25 C) de gewenste effectieve temperatuur binnen bij 25 C (minimaal aantal klagers). Voor dagen waarop de daggemiddelde temperatuur boven 12 C maar onder 25 C blijft, wordt de gewenste effectieve binnentemperatuur: 12) r,opt 21 4 ( 13 e Voor de berekening verwijzen we naar de normen ISO 7730, ANSI/ASHRAE en EN De score hangt af van het interval waarin de schommeling tussen maximum en minimum effectieve binnentemperatuur zich tijdens de werkuren situeert: De effectieve temperatuur Score opt en opt opt - 1 en opt opt - 2 en opt opt - 3 en opt < opt - 3 en > opt Natuurlijk geventileerde kantoorgebouwen De kwaliteit van het thermische comfort wordt ook hier bepaald door de effectieve binnentemperatuur. Die is nu functie van de maandelijks gemiddelde buitentemperatuur. De score hangt daarbij af van de grenslijnen waartussen de effectieve temperatuur tijdens de werkuren varieert. 233

236 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 30 Resulterende binnentemperatuur ( C) Thermisch comfort Maandgemiddelde buitentemperatuur ( C) De effectieve temperatuur Score binnen grenslijnen 1 4 binnen grenslijnen 2 3 binnen grenslijnen 3 2 binnen grenslijnen 4 1 buiten grenslijnen

237 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Opmerking Bij gebouwen waar een deel van de kantoren een luchtbehandeling heeft en een deel natuurlijk is geventileerd, bepaalt het slechtste resultaat van de twee scores de definitieve score. Evaluatie In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eis en de toegelaten schommeling beschre- ven en werd het ontwerp via een dynamische gebouwsimulatie op dat punt gecontroleerd, dan komt er een voorlopige score. De definitieve evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor een selectie uit de hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschaps- kantoor, vergaderzaal, auditorium, receptie, ontvangstruimte, restaurant en cafetaria. Er worden minimaal 3 kantoren en 2 andere ruimten geselecteerd voor de evaluatie. Bij de selectie wordt er rekening mee gehouden dat de ruimten representatief zijn voor het comfort van het gehele gebouw, zoals een kantoor aan de zuidzijde en aan de noordzijde... De evaluatie gebeurt door het uitvoeren van continue metingen gedurende 3 maanden in de warme 235

238 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid jaarhelft. Hiervoor worden de maanden juni, juli en augustus geselecteerd. Bij deze methode is ook het meten van de buitentemperatuur op een niet door de zon beschenen plaats vereist. De evaluatie vindt plaats op basis van een continue meting van de operationele temperatuur op een representatieve plaats in de ruimte. De meting wordt in kantoren uitgevoerd op halshoogte van een zittende persoon. Het meetinterval bedraagt maximaal 5 minuten. Voor deze evaluatie mag gebruik worden gemaakt van de gegevens uit een eventueel gebouwbeheersysteem, voor zover de metin- gen aan alle bovenvermelde eisen voldoen. Thermisch comfort 236

239 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort Tocht Gewichtsfactor 4/18 = 2/9 De aanwezigheid van tocht kan een belangrijke parameter zijn die het comfort negatief beïnvloedt. Tocht kan zowel in de winter (koude luchtstromen door kieren) als in de zomer (plaatselijke luchtstromen van bijvoorbeeld airco-installaties) voorkomen. Score De grenswaarden mogen gedurende 50 of 90 % van de werktijd niet overschreden worden. Eis Score v m/s 4 Thermisch comfort 0.12 < v m/s < v m/s 2 v m/s 1 v50 > 0.22 m/s 0 Het slechtste resultaat van de verschillende bemeten ruimten bepaalt de score. Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op een selectie uit de hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor, vergaderzaal en auditorium. In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eis en de toegelaten schommeling vol- doende nauwkeurig beschreven, dan komt er een voorlopige score. Nadien wordt via meting van de luchtsnelheid nagegaan wat de werkelijke score is. Er worden minimaal 3 kantoren en 1 andere ruimte geselecteerd voor de evaluatie. Bij de selectie wordt er rekening mee gehouden dat de ruimten representatief zijn voor het comfort van het gehele gebouw. De situatie tijdens de meting moet voldoende representatief zijn: in de winter met normaal verwarmingsregime, in de zomer op een warme dag met ingeschakelde airco (waarbij de ramen natuurlijk gesloten blijven). In een vereenvoudigde benadering wordt de luchtsnelheid gemeten in een aantal ruimten, zowel op een dag in de koude als in de warme seizoenshelft. De luchtsnelheid wordt gemeten gedurende één dag binnen het gebruiksvolume van een zittende persoon. Het meetinterval bedraagt maximaal 5 minuten. 237

240 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Thermisch comfort Verschil in luchttemperatuur tussen hoofd en voeten Gewichtsfactor 4/18 = 2/9 Een verschil in temperatuur tussen voeten en hoofd kan tot verminderd thermisch comfort leiden. Score Thermisch comfort Wordt bepaald door het verschil tussen de luchttemperatuur op hoofdhoogte en de temperatuur op enkelhoogte, dat gedurende 50% of 90% van de werktijd bij een zittende medewerker niet overschreden wordt: Eis Score Δθ 90 < 3 C 4 3 C < Δθ 90 < 4 C 3 4 C < Δθ 90 < 4.5 C 2 Δθ C 1 Δθ 50 > 4.5 C 0 Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor een selectie uit de hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor, vergaderzaal en auditorium. Er worden minimaal 3 kantoren en 1 andere ruimte geselecteerd voor de evaluatie. Bij de selectie wordt er rekening mee gehouden dat de ruimten representatief zijn voor het comfort van het gehele gebouw, zoals een kantoor aan de zuidzijde en aan de noordzijde... De evaluatie gebeurt door continue metingen gedurende 3 maanden in de warme jaarhelft en 3 maanden in de koude jaarhelft. Hiervoor worden de maanden juni, juli en augustus en de maanden december, januari en februari geselecteerd. De evaluatie vindt plaats op basis van een continue meting van de luchttemperatuur op een repre- sentatieve plaats in de ruimte. De meting wordt in kantoren uitgevoerd met behulp van een sta- tief en een temperatuursensor op enkelhoogte en één op hoofdhoogte. Het meetinterval bedraagt maximaal 5 minuten. 238

241 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Akoestisch comfort Algemene aanpak Globale gewichtsfactor: 3 Representatief staal Voor iedere typesituatie gedefinieerd binnen elk van de 5 prestatie-eisen in het criterium akoestisch comfort, wordt door de expert een relevant staal van voorkomende lokalen in het kantoorgebouw geselecteerd. Daarbij wordt uitgegaan van de meest ongunstige situaties. Een voldoende aantal si- tuaties wordt beproefd om tegemoet te komen aan de gangbare meetfout van 2 à 3 db bij akoes- tische metingen volgens de hierna gespecificeerde internationale NBN EN ISO 140-normenreeks. Aangezien de selectie van het proefstaal in sterke mate de behaalde criteriumscore voor akoestisch comfort bepaalt, motiveert de akoestische expert zijn keuze uitvoerig. Eindscore Akoestisch comfort De bepaling van de individuele scores voor de beschouwde typelokalen zijn gebaseerd op de mini- male (individuele score 1 ) en aanbevolen (individuele score 2 ) akoestische prestaties volgens de NBN S01-400:1977 en NBN S01-401:1987. Wanneer de minimale eis voor het behalen van een indivi- duele score 1 niet wordt bereikt, wordt een individuele score 0 toegekend. Het scoresysteem kan probleemloos geënt worden op de aangepaste drempelwaarden voor normaal (individuele score 1 ) en verhoogd (individuele score 2 ) akoestische comfort voor kantoorgebouwen uit de toekom- stige NBN S Wanneer een bepaald type lokaal door de expert in een bepaalde prestatie-eis akoestisch relevant wordt geacht, maar niet is opgenomen in de overeenkomstige eisentabel, worden voor dit lokaal de eisen overgenomen van een al gedefinieerd type lokaal waarvan de akoestische gelijkwaardigheid kan worden aangetoond op vlak van vermoedelijke geluidproductie, gewenst akoestisch comfort en spraakintimiteit. De bestaande eisen kunnen worden aangepast door de betrokken expert naarge- lang de behoefte zich voordoet. Zowel de aangepaste eisen als de behoefte tot aanpassing moeten uitvoerig gemotiveerd worden. Voor elk van de 5 gedefinieerde prestatie-eisen wordt een deelscore (X 01 tot met X 05 ) berekend uit de behaalde individuele scores volgens de procedure beschreven onder Evaluatie aan het einde van iedere fiche voor de beschouwde prestatie-eis. (Eind)Evaluatie van akoestisch comfort Een globaal gemiddeld percentage X wordt berekend als het rekenkundig gemiddelde van de deelscores X j voor de 5 beschouwde prestatie-eisen. De formule luidt: 5 X j X j 1 % 5 Op basis van dit percentage wordt een eindscore voor het criterium akoestisch comfort toegekend zoals aangegeven in onderstaande tabel. 239

242 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Globaal percentage X Eindscore < 50 % 0 50 % 54 % 1 55 % 74 % 2 75 % 94 % 3 95% 100 % 4 Akoestisch comfort Uitsluitingscriteria Aangezien de akoestische prestatie-eisen in de Belgische context geen wettelijk maar een norma- tief karakter hebben en dus slechts indirect bindend zijn, zouden in principe geen uitsluitingcriteria gehanteerd moeten worden. Niettemin wordt onherroepelijk eindscore 0 toegekend in één of een combinatie van de onderstaande gevallen: Het globale percentage X voor het criterium akoestisch comfort bedraagt minder dan 50% (zie ook tabel) Een van de deelscores X j voor de beschouwde prestatie-eis bedraagt minder dan 50% De akoestische prestatie voor een bepaald type situatie in het geselecteerde proefstaal ligt 1 Gewichtsfactor ver beneden de drempelwaarde voor het behalen van een individuele score x j,i = 1. Een individuele gewichtsfactor wordt per prestatie-eis niet toegekend, gezien de specifieke methodiek bij deze categorie. 1 De expert oordeelt hier naar eigen inzicht en aanvoelen. Als limiet voor een aanvaardbare afwijking kan het rekenkundige verschil tussen de drempelwaarde voor individuele score 2 en 1 gehanteerd worden. 240

243 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Akoestisch comfort Luchtgeluidisolatie De prestaties voor de luchtgeluidisolatie tussen lokalen onderling worden uitgedrukt in de internationale grootheid D nt,w [db] bepaald volgens NBN EN ISO 140-3:1998 en NBN EN ISO 717-1:1996. Vereenvoudigde praktijkmetingen volgens NBN EN ISO 10052:2005 zijn toegelaten. Score AC 01 Van/naar Naar/van D nt,w Individuele kantoren Naburig gebouw Liftkoker/traphal Restaurant/cafetaria Vergaderzalen Landschapskantoren Individuele kantoren Gangruimten Landschapskantoren Naburig gebouw Liftkoker/traphal Restaurant/cafetaria Vergaderzalen Landschapskantoren Gangruimten Individuele score Vergaderzalen Naburig gebouw Restaurant/cafetaria Vergaderzalen Gangruimten Akoestisch comfort 241

244 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid

245 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Evaluatie De gemiddelde individuele score x 01,i wordt bepaald voor elk van de voorkomende typesituaties uit bovenstaande lijst (AC01.01 tot en met AC01.17) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de akoestische expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 01 verschillende individuele scores (maximaal 17) de deelscore X 01 voor de prestatie-eis luchtgeluidisolatie berekend als volgt: Akoestisch comfort n 01 x01.i X 01 i 1 * % 100 n 01 2 Indien elk van de 17 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis luchtgeluidisolatie voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 17 x 01,i 100 X i 1 * %

246 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Akoestisch comfort Contactgeluidisolatie De prestaties voor de contactgeluidisolatie tussen lokalen onderling worden uitgedrukt in de internationale grootheid L nt,w [db] bepaald volgens NBN EN ISO 140-7:1998 en NBN EN ISO 717-2:1996. Vereenvoudigde praktijkmetingen volgens NBN EN ISO 10052:2005 zijn toegelaten. Score AC 02 Zendruimte Ontvangstruimte L' nt,w Individuele score Landschapskantoren Kantoren Kantoren Kantoren Vergaderzalen Vergaderzalen Kantoren Vergaderzalen Restaurant/cafetaria Kantoren Vergaderzalen Gangruimten Kantoren Akoestisch comfort Evaluatie De gemiddelde individuele score x 02,i wordt bepaald voor elk van de voorkomende typesitua- ties uit bovenstaande lijst (AC02.01 tot en met AC02.08) op basis van de resultaten voor een re- presentatief staal van de door de akoestische expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 02 verschillende individuele scores (maximaal 8) de deelscore X 02 voor de prestatie-eis contactgeluidisolatie berekend als volgt: n 02 X 02 x 02.i 100 i 1 * % n

247 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Wanneer elk van de 8 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis contactgeluidisolatie voor- komt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 8 x 02,i X i 1 * 100 %

248 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Akoestisch comfort Gevelgeluidisolatie De prestaties voor de gevelgeluidisolatie worden uitgedrukt als maximale geluidniveaus L Aeq [db] vanwege het heersende verkeerslawaai opgemeten in de te beschermen lokalen volgens NBN EN ISO 10052:2005. Akoestisch comfort Score AC 03 Te beschermen lokaal Buitenomgeving L Individuele kantoren cat. 1 : LAeq < 55 db cat. 2 : 55 db < LAeq < 65 db cat. 3 : 65 db < LAeq < 75 db cat. 4 : 75 db < LAeq Landschapskantoren cat. 1 : LAeq < 55 db cat. 2 : 55 db < LAeq < 65 db cat. 3 : 65 db < LAeq < 75 db cat. 4 : 75 db < LAeq Vergaderzalen cat. 1 : LAeq < 55 db cat. 2 : 55 db < LAeq < 65 db cat. 3 : 65 db < LAeq < 75 db cat. 4 : 75 db < LAeq Evaluatie Aeq Individuele score De gemiddelde individuele score x 03,i wordt bepaald voor elk van de voorkomende typesituaties uit bovenstaande lijst (AC03.01 tot en met AC03.12) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de akoestische expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 03 verschillende individuele scores (maximaal 12) de deelscore X 03 voor de prestatie-eis gevelgeluidisolatie berekend als volgt: 246

249 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid n 03 X 03 x 03.i 100 i 1 * % n 03 2 Indien elk van de 12 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis gevelgeluidisolatie voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 12 x 03,i 100 X i 1 * % Akoestisch comfort 247

250 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Akoestisch comfort Installatielawaai Akoestisch comfort Maximale geluidniveaus L Aeq [db] gemeten volgens NBN EN ISO 10052:2005 in lokalen met techni- sche installaties en geluidgevoelige lokalen worden vastgelegd met het oog op de beperking van en bescherming tegen geluidoverlast door technische installaties. Voor de beoordeling van geluidniveaus L Aeq [db] in kantoren en vergaderzalen van installaties in ge- bouwen, worden dezelfde drempelwaarden gehanteerd als deze vermeld onder gevelgeluidisolatie. Uiteraard worden enkel de meest kritische ruimten blootgesteld aan omgevingslawaai enerzijds en het installatielawaai anderzijds voor bepaalde prestatie-eisen (hetzij gevelgeluidisolatie, hetzij installatielawaai) in beschouwing genomen. Score AC 04 Te beschermen lokaal Buitenomgeving L Aeq Individuele kantoren cat. 1 : LAeq < 55 db cat. 2 : 55 db < LAeq < 65 db cat. 3 : 65 db < LAeq < 75 db cat. 4 : 75 db < LAeq Landschapskantoren cat. 1 : LAeq < 55 db cat. 2 : 55 db < LAeq < 65 db cat. 3 : 65 db < LAeq < 75 db cat. 4 : 75 db < LAeq Vergaderzalen cat. 1 : LAeq < 55 db cat. 2 : 55 db < LAeq < 65 db cat. 3 : 65 db < LAeq < 75 db cat. 4 : 75 db < LAeq Restaurant Auditorium Individuele score

251 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Parking

252 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Archief WC Ketelhuizen vermogen < 250 kw vermogen > 250 kw Lokalen voor klimaatregeling debiet < m³/h debiet > m³/h Koelcentrales vermogen < 350 kw vermogen > 350 kw Machinekamers van draagvermogen < 8 pers.; liften (1 kooi in werking) snelheid < 3 m/s Akoestisch comfort Overschrijding Er wordt een bijkomende eis opgelegd aan de overschrijding van het achtergrondgeluidniveau L Aeq in kantoorruimten door installaties opgesteld in hetzelfde gebouw maar buiten de beschouwde kantoorruimte of vanwege leidingen in kokers binnen deze ruimte. De overschrijding wordt bepaald als het verschil tussen het geluidniveau wanneer de installatie in werking is L AS,max en het heersende achtergrondgeluidniveau opgemeten in de beschouwde kantoorruimte gedurende een represen- tatieve werkingsperiode T [s] volgens NBN EN ISO 10052:2005. Ook hier worden de meest kritische situaties in kaart gebracht en beproefd door de deskundige. AC 04 Te beschermen lokaal L ASmax,T - L Aeq,T 4.25 Kantoorvertrekken LAS,max,T - k > 33 db 6 3 Individuele score 2 1 Wanneer echter het maximale geluidniveau L AS,max,T verminderd met de nagalmindex k vastgelegd volgens NBN EN ISO 10052:2005, beperkt blijft tot 33 db, vervalt de eis met betrekking tot de overschrijding van het achtergrondgeluidniveau. Evaluatie De gemiddelde individuele score x 04,i wordt bepaald voor elk van de voorkomende typesituaties uit bovenstaande lijst (AC04.01 tot en met AC04.25) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de akoestische expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 04 ver- 250

253 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid schillende individuele scores (maximaal 25) de deelscore X04 voor de prestatie-eis installatielawaai berekend als volgt: n 04 X 04 x 04.i 100 i 1 * % n 04 2 Indien elk van de 25 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis installatielawaai voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: Akoestisch comfort 25 x 04,i 100 X i 1 * %

254 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Akoestisch comfort Ruimteakoestiek - nagalm Om de hinder door galmgeluiden binnen een ruimte enigszins te beperken, worden een boven- en ondergrens geformuleerd voor de nominale nagalmtijd T nom [s], dit is de gemiddelde waarde van de nagalmtijd in de octaafband van 500 Hz en 1000 Hz, bepaald volgens de procedures in de NBN EN ISO 3382:2000 in ruimteakoestisch relevante kantoorvertrekken. Score Individuele AC 05 Beschouwd kantoorvertrek T nom score Vergaderzalen tot 300 m² > 0.85 s 0 < 0.60 s s s tot 500 m² > 0.95 s 0 < 0.60 s s s tot 800 m² > 1.10 s 0 < 0.75 s s s tot 1000 m² > 1.10 s 0 < 0.80 s s s tot 1500 m² > 1.15 s 0 < 0.85 s s s Landschapskantoren > 0.80 s 0 < 0.70 s s s Individuele kantoren > 0.80 s 0 < 0.50 s s s Restaurant > 0.80 s 0 < 0.50 s s s Circulatieruimte > 1.50 s 0 < 1.00 s s s Sanitaire lokalen > 1.50 s 0 < 1.00 s s s Keuken > 1.50 s 0 < 1.00 s s s Berging > 1.50 s 0 < 1.00 s s s 2 Akoestisch comfort 252

255 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Technische ruimten > 2.00 s 0 < 1.50 s s s 2 Parking > 3.00 s 0 < 2.00 s s s 2 Alternatief: via minimale plafondabsorptie Akoestisch comfort Wanneer aan de hand van productfiches kan worden aangetoond dat de gewogen absorptiecoëffi- ciënt a w, bepaald volgens NBN EN ISO 354:2003 en NBN EN ISO 11654:1997 voor het materiaal toege- past over het plafondoppervlak van de beschouwde ruimte, gelegen is tussen een zekere boven- en ondergrens, dan is er geen controle op de nagalmtijd meer nodig en wordt de maximale individuele score 2 toegekend. In alle andere gevallen wordt een individuele score 0 toegekend. Onderstaan- de tabel geeft de boven- en ondergrenzen voor de gewogen absorptiecoëfficiënten a w,plafond [-] in functie van de hoogte H [m] voor balkvormige ruimten. AC 05 Beschouwd kantoorvertrek a w,plafond / H Individuele score Vergaderzalen tot 300 m² tot 500 m² tot 800 m² tot 1000 m² tot 1500 m² Landschapskantoren Individuele kantoren Restaurant Circulatieruimte Sanitaire lokalen Keuken Berging Technische ruimten Parking Om aan te tonen dat T nom < T nom, MAX hoewel a w,plafond < a w,plafond,min (dus score 2 i.p.v 0 ) of nog dat T nom < T nom, MIN wanneer a w,plafond > a w,plafond,max (dus score 1 i.p.v. 0 ), moet de nominale nagalmtijd bepaald worden aan de hand van metingen in de beschouwde ruimte conform NBN en ISO 3382:2000 en getoetst aan de nagalmtijdeisen. Evaluatie De gemiddelde individuele score x 05,i wordt bepaald voor elk van de voorkomende typesituaties uit bovenstaande lijst (AC05.01 tot en met AC05.14) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de akoestische expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 05 verschil- 253

256 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid lende individuele scores (maximaal 14) de deelscore X 05 voor de prestatie-eis nagalm berekend als volgt: n 05 X 05 x 05.i 100 i 1 * % n 05 2 Wanneer elk van de 14 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis nagalm voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 14 x 05,i 100 X i 1 * % Akoestisch comfort 254

257 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Trillingscomfort Gewichtsfactor: 2 Trillingscomfort Voelbare trillingen als gevolg van verkeer, metro en trein veroorzaken hinder voor de gebouwgebruikers. De beoordeling ervan steunt op een continue meting van de trillingsnelheid of -versnelling in diverse richtingen en de omrekening ervan naar onderste (A1), bovenste (A2) en equivalente sterkte (A3), conform: m SBR, 2002, Trillingen: hinder voor personen in gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn, deel B, Van Marken, 36 p. m DIN , 1999, Erschütterungen im Bauwesen-Einwirkungen auf Menschen in Gebauden. Score A1 A2 A3 Score A1 0.1 A2 0.4 A A1 0.1 A <A <A A <A <A <A <A A1>0.15 A2>0.6 A3> Evaluatie In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voor- lopige score. Nadien wordt gedurende een volledige werkdag van acht uren in drie ruimten de werkelijke trillingsterkte gemeten. Dat gebeurt als beschreven in SBR, 2002, Trillingen: hinder voor per- sonen in gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn, deel B, Van Marken, 36 p. Het slechtste resultaat bepaalt de score. 255

258 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Algemene aanpak Globale gewichtsfactor: 3 Eindscore Een globaal gemiddeld percentage X wordt berekend als het gewogen rekenkundige gemiddelde van de deelscores X j voor de beschouwde prestatie-eisen. De formule luidt: X j 1,5 X j j j 1 13 X % 72 Visueel comfort Op basis van dit percentage wordt de eindscore voor het criterium visueel comfort toegekend zoals aangegeven in onderstaande tabel. Uitsluitingscriteria Globaal percentage X Eindscore < 50 % 0 50 % 54 % 1 55 % 74 % 2 75 % 89 % 3 90% 100 % 4 Aangezien de visuele prestatie-eisen in de Belgische context geen wettelijk maar een normatief ka- rakter hebben en dus slechts indirect bindend zijn, moeten in principe geen uitsluitingcriteria ge- hanteerd worden. Niettemin wordt onherroepelijk eindscore 0 toegekend in één of een combinatie van de onderstaande gevallen: Het globale percentage X voor het criterium visueel comfort bedraagt minder dan 50% (zie ook tabel) De visuele prestatie voor een bepaald type situatie in het geselecteerde proefstaal ligt ver beneden de drempelwaarde voor het behalen van een individuele score x j,i = 1. De expert oordeelt hier naar eigen inzicht en aanvoelen. Als limiet voor een aanvaardbare afwijking kan het rekenkundige verschil tussen de drempelwaarde voor individuele score 2 en 1 gehanteerd worden. Gewichtsfactor Een individuele gewichtsfactor wordt per prestatie-eis niet toegekend, gezien de specifieke metho- 256

259 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid diek bij deze categorie. Verlichtingsstudies Alle verlichtingsstudies dienen op één en dezelfde, gelijke basis te worden opgemaakt in één lichtberekeningssoftware, zijnde DIALux. Deze software kunt u gratis downloaden via volgende link: De verlichtingsstudies dienen op basis van de finale inrichtingswerken ten behoeve van de gebruikers (indeling wanden, reflectiecoefficiënten, materialen, plafondmodulaties...) te worden opgemaakt. 257

260 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting verlichtingssterkte Visueel comfort De gemiddelde verlichtingssterkte - Em, bepaald door de norm NBN EN 12665, is de gemiddelde verlichtingssterkte op het gespecificeerde oppervlak. De gemiddelde verlichtingssterkte wordt bepaald zoals aangegeven in het addendum van de NBN L en in de code van goede praktijk voor binnenverlichting uitgegeven door het Belgisch Insti- tuut voor Verlichtingskunde. De werkzone wordt gelijkgesteld met het nuttige vlak zoals dat is bepaald in de norm NBN L (bij conventie, een horizontaal vlak op 0,8 m van de vloer en beperkt door de wanden van het lokaal) waarvan men een zone van 0,5 m breedte langsheen de wanden aftrekt. Score VC 01 Lokaal Uniformiteit Kantoor > 500 lx en 750 lx 500 lx of > 750 lx Vergaderzaal > 500 lx en 750 lx 500 lx of > 750 lx Restaurant > 300 lx en 500 lx 300 lx of > 500 lx Evaluatie Individuele score In eerste instantie is het bestek bepalend. Nadien wordt via meting volgens addendum 1 NBN L de evaluatie uitgevoerd. Die meting gebeurt zoals beschreven in de code van goede praktijk voor binnenverlichting, referentiedocument als aanvulling op de NBN EN norm. De gemiddelde individuele score x 01,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC01.01 tot en met VC01.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. 258

261 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Vervolgens wordt uit de n 01 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 01 voor de prestatie-eis kunstverlichting - verlichtingssterkte berekend als volgt: n 01 X 01 x 01.i i 1 n 01 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting verlichtingssterkte voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: X 01 3 x 01,i Visueel comfort i

262 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting uniformiteit werkzone Visueel comfort De uniformiteit wordt berekend zoals geformuleerd in de norm NBN EN Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 1: Binnenwerkplekken en de code van goede praktijk voor binnenver- lichting uitgegeven door het Belgisch Instituut voor Verlichtingskunde. Er wordt een randzone van 0,5 meter afgetrokken vanaf de wanden. De uniformiteit in het overblijvende deel van het lokaal wordt bepaald als de verhouding van de minimale verlichtingssterkte tot de gemiddelde verlich- tingssterkte. Score VC 02 Lokaal Uniformiteit Individuele score Kantoor > 0,7 4 > 0,6 en 0,7 2 0, Vergaderzaal > 0,7 4 > 0,6 en 0,7 2 0, Restaurant > 0,7 4 > 0,6 en 0,7 2 0,6 0 Evaluatie In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlo- pige score. Nadien worden metingen volgens addendum 1 NBN L uitgevoerd. Die metingen gebeuren zoals vermeld in de code van goede praktijk voor binnenverlichting, referentiedocument als aanvulling op de NBN EN norm. De gemiddelde individuele score x 02,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC02.01 tot en met VC02.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 02 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 02 voor de prestatie-eis kunstverlichting uniformiteit berekend als volgt: n 01 x 02.i X 02 i 1 n 02 Als elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting uniformiteit voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 x 02,i 260

263 X 02 i 1 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 261

264 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting luminantie van armaturen De norm NBN EN onderscheidt verschillende categorieën armaturen afhankelijk van de directe luminantie. Score VC 03 Lokaal Luminantie [cd/m 2 ] Individuele score Kantoor < 200 cd/m 2 voor een uitstralingshoek 55 4 < 200 cd/m 2 voor een uitstralingshoek 65 2 < cd/m 2 voor een uitstralingshoek cd/m 2 voor een uitstralingshoek Vergaderzaal < 200 cd/m 2 voor een uitstralingshoek 55 4 < 200 cd/m 2 voor een uitstralingshoek 65 2 < cd/m 2 voor een uitstralingshoek cd/m 2 voor een uitstralingshoek Restaurant < 200 cd/m 2 voor een uitstralingshoek 55 4 < 200 cd/m 2 voor een uitstralingshoek 65 2 < cd/m 2 voor een uitstralingshoek cd/m 2 voor een uitstralingshoek 65 0 Evaluatie Visueel comfort In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlo- pige score. Nadien worden metingen volgens addendum 1 NBN L uitgevoerd. Die metingen gebeuren zoals vermeld in de code van goede praktijk voor binnenverlichting, referentiedocument als aanvulling op de NBN EN norm. De gemiddelde individuele score x 03,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC03.01 tot en met VC03.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 03 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 03 voor de prestatie-eis kunstverlichting luminantie berekend als volgt: n 01 x 03,i X 03 i 1 n 03 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting - luminan- tie voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 x 03,i X 03 i 1 262

265 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 263

266 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting UGR-waarde De UGR-waarde wordt gedefinieerd in overeenstemming met de norm NBN EN Licht en verlichting - Werkplekverlichting - Deel 1: Binnenwerkplekken. Score Visueel comfort De maximale UGR-waarde van de armaturen in de twee waarnemingsrichtingen (langs- en dwars- richting) is: VC 04 Lokaal UGR Individuele score Kantoor < en < Vergaderzaal < en < Restaurant < en < Evaluatie In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlo- pige score. Nadien worden metingen volgens addendum 1 NBN L uitgevoerd. Die metingen gebeuren zoals vermeld in de code van goede praktijk voor binnenverlichting, referentiedocument als aanvulling op de NBN EN norm. De gemiddelde individuele score x 04,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC04.01 tot en met VC04.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 04 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 04 voor de prestatie-eis kunstverlichting UGR berekend als volgt: n 01 x 04.i X 04 i 1 n 04 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting - UGR voor- komt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 X 04 x 04,i 264

267 i 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 1 265

268 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting Kleurweergave-index De kleurweergave-index is bepaald volgens CIE Method of Measuring and Specifying Colour Rendering Properties of Light Sources. Score VC 05 Lokaal Kleurweergave inde x Individuele score Kantoor > 90 4 > 80 en Vergaderzaal > 90 4 > 80 en Restaurant > 90 4 > 80 en Evaluatie Visueel comfort Voor de kleurweergave-index wordt de index van de lichtbron gebruikt, onafhankelijk van de arma- tuur. Deze wordt verkregen via de technische fiches van de lichtbron of opgemeten op de lichtbron zelf indien vermeld. De gemiddelde individuele score x 05,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC05.01 tot en met VC05.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 05 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 05 voor de prestatie-eis kunstverlichting kleurweergave index berekend als volgt: n 01 X 05 x 05.i i 1 n 05 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting kleur- weergave index voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 X 05 x 05,i i

269 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting kleurtemperatuur De kleurtemperatuur wordt bepaald volgens CIE Method of Measuring and Specifying Colour Rendering Properties of Light Sources. Score Visueel comfort VC 06 Lokaal Kleurtemperatuur [K] Kantoor K en 4.500K < K of > K Vergaderzaal K en 4.500K < K of > K Restaurant K en 4.500K < K of > K 0 Evaluatie Individuele score Voor de kleurtemperatuur wordt de kleurtemperatuur van de lichtbron gebruikt, onafhankelijk van de armatuur. Deze wordt verkregen via de technische fiches van de lichtbron of opgemeten op de lichtbron. De gemiddelde individuele score x 06,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC06.01 tot en met VC06.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 06 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 06 voor de prestatie-eis kunstverlichting kleurtemperatuur berekend als volgt: n 01 x 06.i X 06 i 1 n 06 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting kleurtem- peratuur voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 X 06 x 06,i i

270 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting reflectiecoëfficiënten Score VC 07 Lokaal Reflectiecoëfficiënt (%) Kantoor > 60 en 90 voor het plafond > 30 en 80 voor de muren > 10 en 50 voor de vloer Individuele score 4 Buiten grenswaarden Vergaderzaal > 60 en 90 voor het plafond 4 > 30 en 80 voor de muren > 10 en 50 voor de vloer Visueel comfort Buiten grenswaarden Restaurant > 60 en 90 voor het plafond 4 > 30 en 80 voor de muren > 10 en 50 voor de vloer Evaluatie Buiten grenswaarden 0 De reflectiecoëfficiënt van de wanden kan bepaald worden op basis van de technische fiches van de gebruikte materialen en verven (de specificatie van de kleur geeft de reflectiecoëfficiënt, in Labwaarden of via RAL-code bepaald volgens CIE.15.2, Colorimetry, Second Edition). Voor een gegeven oppervlak gebeurt de meting van de kleurcoördinaten aan de hand van een colorimeter op minstens drie verschillende punten, zodat er een representatieve waarde verkregen wordt. Ineersteinstantieishetbestekbepalend. Zijndaarindeeisenopgenomen, dankomtereenvoorlopigescore. Nadien wordt meting volgens addendum 1 NBN L uitgevoerd. Die meting gebeurt zoals in de code van goede praktijk voor binnenverlichting, referentiedocument als aanvulling op de NBN EN norm. De gemiddelde individuele score x 07,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC07.01 tot en met VC07.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 07 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 07 voor de n 01 prestatie-eis kunstverlichting reflectiecoëfficienten berekend als volgt: X 07 x 07.i i 1 n 07 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting reflectiecoëfficienten voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 x 07,i 268

271 X 07 i 1 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 269

272 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting regelsysteem voor armaturen Score Het is mogelijk om het regelsysteem voor kunstmatige verlichting handmatig te bedienen: Visueel comfort VC 08 Lokaal Regelsysteem van armaturen Kantoor per groep armaturen geregeld oppervlakte < 30 m 2 Individuele score 4 voor het gehele lokaal 2 Neen Vergaderzaal per groep armaturen 4 geregeld oppervlakte < 30 m 2 voor het gehele lokaal Restaurant Niet van toepassing - Evaluatie De karakterisering van het regelsysteem voor de verlichtingsinstallatie gebeurt aan de hand van de technische fiches waarin de werking wordt geëxpliciteerd. In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlopige score. Nadien wordt controle ter plaatse uitgevoerd. De gemiddelde individuele score x 08,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC08.01 tot en met VC08.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 08 verschillende individuele scores (maximaal 2) de deelscore X 08 voor de prestatie-eis kunstverlichting regelsysteem van armaturen berekend als volgt: n 01 X 08 x 08.i i 1 n 08 Wanneer elk van de 2 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting regelsy- steem van armaturen voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 X 08 x 08,i 270

273 i 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 1 271

274 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting aanwezigheidsdetector Score De score wordt bepaald in functie van de werking van een aanwezigheidsdetector. VC 09 Lokaal Aanwezigheidsdetector LNE VC Kantoor per groep armaturen 4 geregeld oppervlakte < 30 m 2 voor het gehele lokaal 2 Neen Vergaderzaal per groep armaturen 4 geregeld oppervlakte < 30 m 2 voor het gehele lokaal 2 Neen Restaurant Niet van toepassing - Visueel comfort Evaluatie De karakterisering van het regelsysteem voor de verlichtingsinstallatie gebeurt aan de hand van de technische fiches waarin de werking wordt toegelicht. In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlo- pige score. Nadien wordt controle uitgevoerd. De gemiddelde individuele score x 9,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC9.01 tot en met VC9.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 9,i verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 9 voor de prestatie-eis kunstverlichting aanwezigheidsdetector berekend als volgt: n 01 x x 09.i 09,i X 09 i 1 n 09 Indien elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting aanwezig- heidsdetector voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 X 09 x 09,i i

275 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting regeling verlichtingsinstallatie Regelsystemen zijn systemen die toelaten de lichtstroom van een verlichtingsinstallatie te controleren en te sturen per groep armaturen, per gebouwzone of voor een volledig gebouw. De controle gebeurt meestal via een centrale beheerseenheid (bv. computer) die eventueel informatie verzamelt van verschillende sensoren. Dergelijke systemen kunnen worden gekoppeld aan een tijdsregeling of rapportering van de status van de lichtarmaturen. Visueel comfort Score De score wordt bepaald in functie van de aanwezigheid van een regelsysteem op globaal niveau: VC 10 Lokaal Regeling verlichtingsinstallatie Individuele score Kantoor Voor het gehele gebouw 4 Voor bepaalde zones 2 Neen 0 Vergaderzaal Voor het gehele gebouw Voor bepaalde zones 2 Neen Restaurant Voor het gehele gebouw 4 Evaluatie De karakterisering van het regelsysteem voor de verlichtingsinstallatie gebeurt aan de hand van de technische fiches waarin de werking wordt toegelicht. In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlo- pige score. Nadien wordt controle uitgevoerd. De gemiddelde individuele score x 10,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC10.01 tot en met VC10.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 10 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 10 voor de prestatie-eis kunstverlichting regeling verlichtingsinstallatie berekend als volgt: n 01 X 10 i 1 x 10.i Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting regeling verlichtingsinstallatie voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 n 10 X 10 x 10,i i 1 273

276 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 274

277 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Kunstverlichting onderhouds- en controleprocedure Een onderhoudsprocedure voor de verlichtingsinstallatie zorgt voor een duurzaam visueel comfort. Na verloop van tijd wordt er immers een vermindering van de lichtstroom waargenomen, veroor- zaakt door: l de vermindering van de lichtstroom van de lamp; l de frequentie van lampdefecten zonder onmiddellijke vervanging; l de vermindering van het rendement van de armaturen (gebonden aan zijn vervuiling); l de vervuiling van het lokaal. Dit onderhoud kan bestaan uit de reiniging van de lampen en/of de armatuur, de al dan niet systematische vervanging van de lampen en de reiniging (of het opnieuw verven) van de wanden van het lokaal. Score Visueel comfort De score wordt bepaald in functie van de aanwezigheid van een onderhoudscontrole procedure/ systeem (commissioning) voor de verificatie van de goede werking van de armaturen. VC 11 Lokaal Onderhouds- en controleprocedure Kantoor Ja Nee Vergaderzaal Ja Nee Restaurant Ja Nee Evaluatie Individuele score Onderhoudsprocedures zijn opgenomen in het bestek van de verlichtingsinstallatie en moeten op- gesteld worden door het studiebureau. De gemiddelde individuele score x 11,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC11.01 tot en met VC11.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 11 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 11 voor de prestatie-eis kunstverlichting onderhouds- en controle procedure berekend als volgt: n 01 x 11.i X 11 i 1 n 11 Indien elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting onderhouds- en controle procedure voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 x 11,i 275

278 X 11 i 1 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 276

279 X 12 i 1 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Daglicht inval daglicht Visueel comfort Score De score wordt bepaald in functie van mogelijkheid van inval daglicht. VC 12 Lokaal Inval Daglicht Kantoor Ja Nee Vergaderzaal Ja Nee Restaurant Ja Nee Individuele score Evaluatie De evaluatie gebeurt aan de hand van een onderzoek van de plannen en technische fiches of opme- ting ter plaatse. De gemiddelde individuele score x 12,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC12.01 tot en met VC12.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 12 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 12 voor de prestatie-eis daglicht inval daglicht berekend als volgt: n 01 X 12 i 1 x 12i Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis daglicht inval daglicht voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot : 3 x 12,i n

280 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Daglicht daglichtfactor Score VC 13 Lokaal Daglichtfactor (%) Evaluatie Kantoor > 5 % > 3 % en 5 % > 1 % en 3 % 1 % of onbepaald Vergaderzaal > 4 % > 2 % en 4 % > 1 % en 2 % 1 % of onbepaald Restaurant > 5 % > 3 % en 5 % > 1 % en 3 % 1 % of onbepaald Individuele score Visueel comfort De daglichtfactor wordt bepaald overeenkomstig het protocol gedefinieerd in het document Daylighting Monitoring Protocols & Procedures for Buildings, uitgegeven door het IEA (International Energy Agency) Task 21 - Daylight in Buildings. In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voor- lopige score. Nadien wordt meting uitgevoerd. Die meting gebeurt volgens het IEA (International Energy Agency) Task 21 - Daylight in Buildings. De gemiddelde individuele score x 13,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC13.01 tot en met VC13.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 13 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 13 voor de prestatie-eis kunstverlichting daglichtfactor berekend als volgt: n 01 X 13 x 13i i 1 n 13 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis kunstverlichting daglicht voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 x 13,i 278

281 X 13 i 1 3 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 279

282 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Visueel comfort Daglicht visueel contact naar buiten Score Visueel comfort De score wordt bepaald in functie van mogelijkheid van visueel contact met buiten op ooghoogte. VC 14 Lokaal Visueel contact naar buiten Individuele score Kantoor Ja Nee Vergaderzaal Ja Nee Restaurant Ja Nee 4 0 Evaluatie De evaluatie gebeurt aan de hand van een onderzoek van de plannen en technische fiches of opme- ting ter plaatse. In een atrium mag men aannemen dat visueel contact naar buiten mogelijk is. Een koepel wordt niet aanvaard als zijnde contact met buiten. In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlo- pige score. Nadien wordt ter plaatse gecheckt. De gemiddelde individuele score x 14,i wordt bepaald voor elk van de lokalen uit bovenstaande lijst (VC14.01 tot en met VC14.03) op basis van de resultaten voor een representatief staal van de door de visuele expert geselecteerde lokalen. Vervolgens wordt uit de n 14 verschillende individuele scores (maximaal 3) de deelscore X 14 voor de prestatie-eis daglicht visueel contact naar buiten berekend als volgt: n 01 x 14i X 14 i 1 n 14 Wanneer elk van de 3 gedefinieerde typesituaties voor de prestatie-eis daglicht visueel contact naar buiten voorkomt in het beschouwde kantoorgebouw, wordt deze formule herleid tot: 3 X 14 x 14,i i

283 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Luchtkwaliteit en ventilatie Automatische luchtkwaliteitsturing Gewichtsfactor 4/9 Deze prestatie-eis evalueert in welke mate de ventilatiedebieten automatisch geregeld worden en hoe deze gedifferentieerd worden over de verschillende ruimten. De reële behoefte aan verse lucht varieert immers in functie van de reëel aanwezige vervuilingsbronnen, onder andere onder de vorm van aanwezigheid van personen. Score De score is in eerste instantie gebaseerd op de verschillende IDA-C klassen uit de norm NBN EN 13779:2007. Daarnaast wordt geëvalueerd of deze controle enkel centraal of ook decentraal ge- beurt. Het is namelijk mogelijk dat de globale CO 2 -concentratie laag is, maar dat er lokaal toch hoge concentraties worden vastgesteld. Daarnaast is het niet zo dat, omdat er in één ruimte een hoge be- zetting wordt aangetroffen, het geheel van het gebouw overal maximaal moet geventileerd worden. De bepaling van de bezettingsgraad van lokalen is conform de EPB-regelgeving. Ideaal gesproken vereist deze prestatie-eis de mogelijkheid om individueel in te grijpen (een rege- ling voor één gebruiker die alleen in een kantoor zit), maar dit is praktisch niet haalbaar. Vereist de regeling een afspraak met maximaal 4 personen, dan wordt verondersteld dat de gebruiker toch een inbreng heeft in de gemeenschappelijk bepaalde instelling. Bij landschapskantoren (meer dan 4 personen) is het niet realistisch dat alle gebruikers systematisch mee de prestatie-eis bepalen, en is er dus geen gebruikersingreep meer mogelijk. Mogelijke klassen van regeling van de luchtkwaliteit (IDA-C werd vrij vertaald uit NBN EN 13779:2004 Tabel 13) Klasse Beschrijving Luchtkwaliteit en ventilatie IDA-C1 IDA-C2 IDA-C3 IDA-C4 IDA-C5 IDA-C6 Geen regeling De installatie is voortdurend in werking Manuele regeling De installatie werkt in overeenstemming met een manueel bediende schakelaar Tijdsregeling De installatie werkt in overeenstemming met een automatische tijdsregeling Aanwezigheidsregeling De werking van de installatie is afhankelijk van de aanwezigheid van personen (lichtschakelaar, infraroodsensoren, enz.) Bezettingsregeling (aantal personen) De werking van de installatie is afhankelijk van het aantal aanwezige personen Directe regeling De installatie wordt geregeld door sensoren die binnenluchtparameters of aanverwante criteria (bv. CO2, menggas of VOS-sensoren). De gebruikte parameters worden aangepast aan de aard van de activiteit in de ruimte. 281

284 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Eis Score IDA-C6 per ruimte 4 IDA-C5/C4 per ruimte 3 IDA-C3 per ruimte 2 Luchtkwaliteit en ventilatie Evaluatie Geen enkele van bovenstaande 0 De evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor de hierna ver- melde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor, vergaderzaal en auditorium. De landschapskantoren worden gelijkgesteld aan de situatie meer dan 4 personen. In eerste instantie is het bestek bepalend. Is daarin de regeling in detail beschreven, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeurt de feitelijke vaststelling en wordt een definitieve score gegeven. 282

285 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Luchtkwaliteit en ventilatie CO 2 -concentratie Gewichtsfactor 24/9 In ruimten voor permanente menselijke bezetting wordt meestal de CO 2 -concentratie als indicator gebruikt voor de luchtkwaliteit, al kunnen er natuurlijk vele andere vervuilingsbronnen aanwezig zijn. Er wordt geopteerd om deze evaluatie enkel in de meest kritische koude jaarhelft uit te voeren. Score De score wordt bepaald aan de hand van gemeten CO 2 concentraties over een voldoende lange periode. Deze CO 2 concentraties worden dan vergeleken met de klasse-indeling conform NBN EN :2004. Tenzij anders aangegeven, wordt de tijdspanne tussen 8u en 17u op weekdagen als kantooruren aanzien. Klasse indeling conform NBN EN :2004: CO 2 -concentratie in lokalen: Luchtkwaliteit en ventilatie CO 2 -concentratie in een ruimte Klasse CO 2 concentratie bovenop de buitenwaarde in ppm Richtwaarde Waarde bij ontstentenis IDA IDA IDA IDA 4 > Eis Score Conform IDA 1 4 Conform IDA 2 2 Conform IDA 3 0 Evaluatie In eerste instantie is het bestek bepalend. Zijn daarin de eisen opgenomen, dan komt er een voorlopige score. De definitieve evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor een selectie uit de hierna vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor, vergaderzaal, auditorium, receptie, ontvangstruimte, restaurant, cafetaria en keuken. 283

286 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Luchtkwaliteit en ventilatie Er worden minimaal 3 kantoren en 2 andere ruimten geselecteerd voor de evaluatie. Bij de selectie wordt er rekening mee gehouden dat de ruimten representatief moeten zijn voor het comfort van het gehele gebouw. De evaluatie vindt plaatst door het uitvoeren van continue metingen gedurende 1 maand in de koude jaarhelft. Hiervoor kan worden geselecteerd uit de maanden december, januari en februari. Er moet ook een referentiemeting gebeuren van de CO 2 concentratie in de buitenomgeving. Even- tueel wordt deze laatste meting vervangen door de concentratie die in het gebouw wordt gemeten tegen het einde van de nacht, vlak voor het gebouw terug in gebruik wordt genomen. De evaluatie vindt plaats op basis van een continue meting op een representatieve plaats in de ruim- te. De meting wordt in kantoren uitgevoerd op halshoogte van een zittende persoon, maar niet vlak- bij een eventuele inblaasopening van verse lucht. Het meetinterval bedraagt maximaal 5 minuten. 284

287 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 1 Leefbaarheid en welzijn Luchtkwaliteit en ventilatie Relatieve vochtigheid Gewichtsfactor 8/9 Naar thermisch comfort toe speelt de relatieve vochtigheid een beperkte rol. Wel is het om andere comfortredenen nodig de waarde ervan binnen het interval 40 % RV 70 % te houden. Bij een te lage relatieve vochtigheid krijgt men o.a. last van statische elektriciteit en hinder bij het dragen van contact- lenzen. Een te hoge relatieve vochtigheid zorgt dan weer voor onfrisse lucht en biologische pollutie. Relevante normen: EN (2007) Criteria voor de binnenomgeving en evaluatie van de energie- prestaties van de gebouwen voor de kwaliteit van binnenlucht, thermisch comfort, verlichting en akoestiek en het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming (ARAB). Score Om tot een bepaalde klasse te behoren, moet de gemeten relatieve vochtigheid tijdens de kantoor- uren gedurende minimaal 80 of 90 % van de tijd naargelang de score binnen de opgegeven grenzen gelegen zijn. Er wordt niet bepaald hoe groot de overschrijdingen boven de grenswaarden mogen uitstijgen. Tenzij anders aangegeven, wordt de tijdspanne tussen 8u en 17u op weekdagen als kan- tooruren aanzien. Luchtkwaliteit en ventilatie Score 40 % < RH90 < 70% 4 40 % < RH80 < 70 % 2 < 40% of > 70 % gedurende minder dan 80 % van de tijd 0 Evaluatie De evaluatie wordt doorgevoerd op het geheel van het gebouw in gebruiksfase voor een selectie uit alle hieronder vermelde ruimten: individueel kantoor, kantoor tot 4 personen, landschapskantoor, vergaderzaal auditorium, receptie ontvangstruimte, restaurant cafetaria, keuken. Er worden minimaal 3 kantoren en 2 andere ruimten geselecteerd voor de evaluatie. Bij de selectie wordt er rekening mee gehouden dat de ruimten representatief zijn voor het comfort van het gehele gebouw. De evaluatie vindt plaatst door het uitvoeren van continue metingen gedurende 1 maand in de koude jaarhelft en 1 maand in de warme jaarhelft. Hiervoor kan worden geselecteerd uit de maan- den december, januari en februari, respectievelijk juni, juli en augustus. De evaluatie vindt plaats op basis van een continue meting op een representatieve plaats in de ruimte. De meting wordt in kantoren uitgevoerd op halshoogte van een zittende persoon, maar niet vlak- bij een eventuele inblaasopening van verse lucht. Het meetinterval bedraagt maximaal 5 minuten. 285

288 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 4.2 Groep 2: energie Energie levert de mens allerlei diensten. Een laag energieverbruik is om vele redenen belangrijk. Fos- siele brandstoffen zijn een schaars goed waarmee zuinig moet worden omgesprongen. Ze verbran- den, resulteert in CO 2 -, SO 2 -, NO x -, VOC - en stofemissies. CO 2 is van alle broeikasgassen het meest voorkomende en de hoofdoorzaak van een meer dan waarschijnlijk door de mens veroorzaakte glo- bale opwarming. Een doorgedreven vermindering van ons energiegebruik is de beste manier om de emissies te vermijden. Daarnaast zijn het gebruik van duurzame bronnen en een optimaal ren- dement bij de verbranding van fossiele dragers belangrijke elementen. De drie samen noemt men TRIAS ENERGETICA. Bepaling eindscore De evaluatie van de groep 2 energie is gebaseerd op de energieprestatiebenadering. De gekozen methode is deze die in het kader van Energie Prestatie en Binnenklimaat (EPB) werd ontwikkeld met het E-peil als de hoofdindicator. In Vlaanderen is voor stedenbouwkundige vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2006 de energie- prestatieregelgeving van toepassing. In het overgangsjaar 2006 kon gekozen worden uit twee eisen- pakketten: een eisenpakket met K-peil eis K45 of een eisenpakket met E-peil eis E100 (er was wel een verplichting om zowel het K-peil als het E-peil te berekenen. Vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2007 moeten zowel aan E100 als aan K45 voldoen. Voor nieuwe gebouwen of grondige renovaties die moeten voldoen aan de energieprestatieregelgeving is voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2006 een E-peilberekening (bepaald via de EPB-software) beschikbaar. Voor bestaande gebouwen zal die nog moeten worden berekend. De benadering tussen beide groepen gebouwen is dus identiek, met uitzondering dat gebouwen met stedenbouwkundige vergunningen vanaf 1 januari 2007 verplicht aan E100 zullen moeten voldoen op straffe van uitsluiting en de andere gebouwen wel kunnen worden geëvalueerd. Binnen de groep energie is er slechts één criterium (het E-peil) dat rechtstreeks de groepsscore be- paalt. Wel kunnen bepaalde deelcriteria als veto de groepsscore beperken of tot uitsluiting leiden. Groep 2: energie Gebruik van veto s Bij deze methodiek bestaat een risico dat zwakke punten in de hele EPB-berekening gemaskeerd worden en verborgen blijven. Een typisch voorbeeld is de onderinvestering in passieve technieken van energiebesparing (zoals isolatie...) die door het gebruik van efficiënte verwarmings- en/of koel- systemen gemaskeerd wordt. Om verborgen zwakheden in deze methodiek te vermijden en vol- doende aandacht te geven aan onderdelen die het verbruik beïnvloeden, wordt gebruik gemaakt van een systeem van veto s die de score voor groep 2 energie beperkt. Als tijdens de evaluatie wordt geconstateerd dat men niet voldoende in passieve technieken (isolatie, luchtdichtheid, gebruik van passieve zonne-energie... ) investeert, is er zelfs een uitsluiting voor- zien in de methodiek. 286

289 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid De volgende onderdelen komen in aanmerking voor de veto s: netto energiebehoefte voor ruimte verwarming; energieverliezen door het verwarmingsysteem (uitgedrukt in primaire energie); primair energieverbruik voor koeling; primair energieverbruik voor verlichting; primair hulpenergieverbruik van de ventilatoren en pompen. Bepaling en evaluatie van de veto s Groep 2: energie Elk veto krijgt een deelscore op basis van de EPB-rekenmethode zoals verder toegelicht. Deze deel- score wordt echter niet mee verrekend in de eindscore van het criterium, maar wordt aanzien als maximum dat de eindscore kan aftoppen. De eindscore zal daarbij nooit hoger scoren dan de deel- score van een veto. Voorbeeld: m Score E-peil = 3,6 en score koeling = 3,2 g eindscore = 3,2 m Score E-peil = 2,7 en score koeling = 3,0 geindscore = 2,7 De evaluatie van de veto s wordt bepaald op een schaal in functie van de gebruiksoppervlakte van het gebouw (Af ). De definitie van de gebruiksoppervlakte wordt gegeven in de EPB-methode (Zie ook: 11 maart Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Bijlage II Bepalingsmethode van het peil van primair energieverbruik van kantoor- en schoolgebouwen. 2, Definitie van de gebruiksop- pervlakte.) De gebruiksoppervlakte kan rechtstreeks worden afgeleid uit de EPB-software Vlaanderen: 287

290 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 2: energie Peil van primair energieverbruik Gewichtsfactor: 20 Het peil van primair energieverbruik is het resultaat van een globale energieprestatiebenadering. Score Voor een E-peil lager dan E 40 bedraagt de score 4. Voor een E-peil hoger dan E 100 bedraagt de score 0 Voor 40 < E-peil < 100: wordt de score bepaald door SCORE = 4 x (1 (E-Peil 40)/60) Voor gebouwen met een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning vanaf 1/01/2007 is een E-peil hoger dan 100 niet toegelaten. Voor andere gebouwen is een hoger E-peil toegelaten, maar de score is dan gelijk aan 0. E-Peil Score E < E < E Primair energieverbruik 70 < E < E Evaluatie E > 100 Uitsluiting (vergunning vanaf 1/1/2007) Het E- peil van een nieuw of te renoveren kantoorgebouw wordt met de bij Besluit vastgelegde EPB rekenmethode aangetoond (BVR van 11 maart 2005 betreffende eisen op vlak van energieprestaties en binnenklimaat van gebouwen). 288

291 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 2: energie Netto energiebehoefte voor ruimteverwarming Vetoscore Primair energieverbruik (tot 7 u.) De energiebehoefte voor ruimteverwarming is de energie die nodig is om het beschermde volume gedurende één jaar op binnentemperatuur te houden bij gebruik van een installatie met systeem- en opwekkingsrendement 1. De middelen om tot een kleine netto energiebehoefte voor verwarming te komen zijn onder andere: Vetoscore m compactheid (bij grote volumes niet direct een probleem); m uitstekende warmte-isolatie; m thermische hoogwaardige beglazing; m optimale zonnewinsten via het glas, zonder dat ze zorgen voor oververhitting, te hoge contrasten in luminantie en hinder bij het schermgebruik (zie lichtcomfort); m goede luchtdichtheid van de gebouwschil; m kwaliteitsvolle, regelbare zonwering, die bij koud weer de zonnewinsten benut, maar wanneer nodig de zon buitenhoudt. De groepsscore voor energie (gebaseerd op het E-peil) kan nooit hoger zijn dan de score voor netto energiebehoefte voor ruimteverwarming. Voor tussenliggende waarden (> 50 x Af of 500 x Af) wordt de score als volgt bepaald: score = 4 x (1 (Q heat,net 50x Af) / 450x Af) Netto energiebehoefte voor ruimteverwarming Qh eat,ne Vetoscore Q heat,net 50 x Af 4 Evaluatie 50 x Af< Q heat, net 163 x Af x Af < Q heat,net 275 x Af x Af < Q heat,net 388 x Af x Af < Q heat,net 500 x Af 0-1 Q heat,net > 500 x Af 0 De jaarlijkse netto energiebehoefte wordt bepaald door de EPB-rekenmethode. De waarde is be- schikbaar in de EPB-software Vlaanderen. 289

292 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Primair energieverbruik 290

293 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 2: energie Energieverliezen door het verwarmingsysteem (uitgedrukt in primaire energie) Vetoscore Energieverliezen door het verwarmingsysteem is de extra energie die aan de netto behoeften toe- gevoegd wordt en door de systemen wordt gebruikt zoals o.a. emissie-, distributie- en opwekkings- verliezen, uitgedrukt in primaire energie. Vetoscore De groepsscore voor energie (gebaseerd op het E-peil) kan nooit hoger zijn dan de vetoscore voor energieverliezen door het verwarmingssysteem. Voor tussenliggende waarden (> 60 x Af of 140 x Af) wordt de score als volgt bepaald: score = 4 x (1 (E vvs 60x Af) / 80x Af) Primair energieverbruik Evaluatie Energieverliezen door het verwarmingssysteem E vvs Vetoscore E vvs 60 x Af 4 60 x Af < E vvs 80 x Af x Af < E vvs 100 x Af x Af < E vvs 120 x Af x Af < E vvs 140 x Af 0-1 E vvs > 140 x Af 0 De energieverliezen door het verwarmingssysteem worden bepaald door de EPB rekenmethode. De waarde wordt berekend op basis van het primaire energieverbruik voor verwarming (Ep,heat) en de netto energiebehoefte voor verwarming (Qheat,net zie vorige paragraaf). E vvs = E p,verwarming Q heat,net 291

294 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid De waarde E p, verwarming is beschikbaar in de EPB-software Vlaanderen. Bij gebouwgebonden warmtekrachtkoppeling (WKK) wordt de primaire energiebesparing afgetrok- ken van het primaire energieverbruik voor verwarming. E vvs = E p,verwarming Q heat,net E p,wkk Primair energieverbruik 292

295 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 2: energie Primair energieverbruik voor koeling Vetoscore Het primair energieverbruik voor koeling wordt steeds berekend, ook als er geen actieve koeling geplaatst wordt. Vetoscore De groepsscore voor energie (E-peil) kan nooit hoger zijn dan de vetoscore voor deze prestatie-eis koeling. Voor tussenliggende waarden (> 140 x Af of 500 x Af) wordt de score als volgt bepaald: score = 4 x (1 (E p,koeling 140x Af) / 360x Af) Primair energieverbruik voor koeling E p,koeling Vetoscore Primair energieverbruik E p,koeling 140 x Af x Af < E p,koeling 230 x Af x Af < E p,koeling 320 x Af x Af < E p,koeling 410 x Af x Af < E p,koeling 500 x Af 0-1 E p,koeling > 500 x Af 0 Evaluatie Het primair energieverbruik voor koeling wordt bepaald door de EPB-rekenmethode. De waarde E p,koeling is beschikbaar in de EPB-software Vlaanderen. 293

296 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 2: energie Primair energieverbruik voor verlichting Vetoscore Het primaire elektriciteitsverbruik voor verlichting wordt bepaald in de EPB methode. Enkel de vaste verlichting binnenin het gebouw wordt meegerekend. Vetoscore De groepsscore voor energie (E-peil) kan nooit hoger zijn dan de vetoscore voor primair energieverbruik voor verlichting. Voor tussenliggende waarden (> 230 x Af of 450 x Af) wordt de score als volgt bepaald: score = 4 x (1 (E p,verlichting 230x Af) / 220x Af) Evaluatie Primair energieverbruik voor verlichting E p,verlichting Vetoscore E p,verlichting 230 x Af x Af < E p,verlichting 285 x Af x Af < E p,verlichting 340 x Af x Af < E p,verlichting 395 x Af 395 x Af < E p,verlichting 450 x Af 0-1 E p,verlichting > 450 x Af 0 Primair energieverbruik Het primaire energieverbruik voor verlichting wordt bepaald door de EPB rekenmethode. De waarde E p,verlichting is beschikbaar in de EPB-software Vlaanderen. 294

297 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 2: energie Primair hulpenergieverbruik van de ventilatoren, pompen en waakvlammen Vetoscore Het hulpenergieverbruik (in primaire energie) telt: het elektriciteitsverbruik van ventilatoren en cir- culatie van lucht; het elektriciteitsverbruik van circulatiepompen in warmtecircuits en circuits met gekoeld Score water voor klimatisatie; het energieverbruik van waakvlammen van al de warmteopwekkingstoestellen (enige uit- zondering: toestellen voor plaatselijke verwarming). Primair energieverbruik De groepsscore voor energie (E-peil) kan nooit hoger zijn dan de score voor hulpenergie-verbruik. Voor tussenliggende waarden (> 40 x Af of 120 x Af) wordt de score als volgt bepaald: score = 4 x (1 (E p,hulpenergie 40x Af) / 80x Af) Primair hulpenergieverbruik E p,hulpenergie Vetoscore E p,hulpenergie 40 x Af 4 40 x Af < E p,hulpenergie 60 x Af x Af < E p,hulpenergie 80 x Af x Af < E p,hulpenergie 100 x Af x Af < E p,hulpenergie 120 x Af 0-1 Evaluatie E p,hulpenergie > 120 x Af 0 Het primaire hulpenergieverbruik wordt bepaald door de EPB rekenmethode. De waarde E p,hulpenergie is beschikbaar in de EPB-software Vlaanderen. 295

298 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 4.3 Groep 3: milieu en duurzaamheid Vlaanderen is één van de dichtst bebouwde regio s in Europa. Hierdoor ontstaat een sterke druk op het milieu en de leefomgeving. De milieu-impact situeert zich op veel vlakken, gaande van verlies aan waterdrainage, over het verlies van ecologische waarde tot de milieu-impact verbonden aan de gebruikte materialen. Kantoorgebouwen maken naast woningen en industriële gebouwen een belangrijk deel uit van de bebouwde omgeving. Het inperken van de milieu-impact van kantoorgebouwen is dan ook cruciaal om te komen tot een duurzamere bebouwde omgeving. In deze handleiding wordt de evaluatie beperkt tot 5 elementen: ligging, voorzieningen, levensduur, water- en materiaalgebruik. Groep 3: milieu en duurzaamheid 296

299 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Ligging Gewichtsfactor: 3 Score Bepalend is de ligging van het kantoorgebouw ten opzichte van het dichtstbijzijnde treinstation of BTM (d.i. Bus- of Tram of Metrostation). Ligging Gebouw op minder dan 500 meter van een treinstation 4 Gebouw op meer dan 500 m maar op minder dan 1000 m van een treinstation EN op minder dan 1000 m van BTM Gebouw op meer dan 500 m maar op minder dan 1000 m van treinstation EN op meer dan 1000 m van BTM Score 3 2 Ligging Gebouw op meer dan 1000 m van een treinstation EN op minder dan 1000 m van BTM Gebouw op meer dan 1000 m van een treinstation EN BTM 0 Evaluatie Op stadsplan. De afstand die met de eisen bedoeld wordt, is de wandelafstand tot het gebouw en niet de afstand in vogelvlucht

300 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3: milieu en duurzaamheid Voorzieningen Gewichtsfactor: 3 Bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen dient men rekening te houden met drie groepen: dienstwagens, privéwagens van ambtenaren en wagens van bezoekers. Voor parkeervoorzieningen geldt volgens een beslissing van de Vlaamse Regering, d.d. 2 september 2005 (VR/PV/2005/31) vol- gende norm: 1 parkeerplaats per 10 personeelsleden en 1 parkeerplaats per dienstvoertuig. Deze staan in de scoretabel aangeduid als nodige parkeervoorzieningen. Als meerwaarden gelden de voorzieningen voor fietsers en het feit of minder vervuilende LPG-wagens de parking binnen mogen. Score ErmoetvoldaanwordenaandebeslissingvandeVlaamse Voorzieningen Regeringoverdenodigeparkeervoorzieningen. - De nodige parkeervoorzieningen zijn gepland en beantwoorden aan de vereisten van de omzendbrief. - De parking is toegankelijk voor LPG-wagens, d.w.z. er is een gasdetectiesysteem aanwezig. - De fietsenstalling is overdekt, gemakkelijk bereikbaar vanaf de openbare weg (op maximaal 20 m van de ingang van het gebouw en in ondergrondse parkings op maximaal 20 m van de lift), er zijn geen trappen (best op straatniveau, zo niet op niveau van -1 van ondergrondse parking), geen steile hellingen (< 1 graden, bij helling tussen 6 en 10 graden, moet antislipafwerking voorzien worden). De fietsenstalling is veilig bereikbaar en goed zichtbaar. De fietsenstalling bevindt zich in beveiligde zone of is beveiligd. - Doucheruimtes en opbergruimten zijn aanwezig. - De nodige parkeervoorzieningen zijn gepland en beantwoorden aan de vereisten van de omzendbrief. - De parking is niet toegankelijk voor LPG-wagens. - De fietsenstalling voldoet aan bovenstaande vereisten. - De nodige parkeervoorzieningen zijn gepland en beantwoorden aan de vereisten van de omzendbrief. - De parking is niet toegankelijk voor LPG-wagens. - De fietsenstalling voldoet niet aan bovenstaande vereisten. Evaluatie Score Voorzieningen In eerste instantie zijn de plannen bepalend. Kan men daaruit afleiden in welke categorie men valt, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. De bepaling of er voldoende doucheruimten aanwezig zijn, gebeurt op basis van volgende tabel. Effectieve netto vloeroppervlakten die periodiek wordt gereinigd Voldoende aantal doucheruimtes m² 1 douche voor mannen + 1 douche voor vrouwen m² 2 douches voor mannen + 2 douches voor vrouwen m² m² 3 douches voor mannen + 3 douches voor vrouwen Per bijkomende 5000 m² schoonmaakbare oppervlakte Bijkomend 1 douche voor mannen + 1 douche voor vrouwen 298

301 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3: milieu en duurzaamheid Levensduur Gewichtsfactor: 5 Levensduur Levensduur betreft de als normaal ervaren tijdspanne dat een gebouw en zijn bouwdelen, mits het juiste onderhoud, functioneel blijven. Het woord normaal slaat bij binnenafwerking op maximaal twee decennia. Daken en gevels daartegen moeten veel langer goed functioneren, al zijn afwer- kingslagen zoals verf of een dakafdichting door natuurlijke veroudering al na jaar aan ver- vanging toe. Het woord veroudering omvat hier alle fysisch, biologisch en chemisch niet uit te sluiten degradatie, die, als ze veel sneller dan normaal gebeurt, schade wordt genoemd. De dragende structuur ten slotte dient het 50 jaar en meer uit te houden, zonder voor onoverkomelijke duurzaam- heidproblemen te zorgen. Als noodzakelijke randvoorwaarden voor een normale levensduur hebben we: Een bouwfysisch/bouwkundig correct ontwerp. Voldoende sterke en stijve structuur, de nodige zetting- en uitzettingvoegen, een juiste opbouw van de verschillende bouwdelen, enz. Een correcte materiaalkeuze. Dit betekent dat men materialen gebruikt die de mechanische en atmosferische belasting, eigen aan de plaats in de sectie en de aard van het bouwdeel, aankunnen zonder versneld te degraderen. Een juist onderhoud. Onderhoud betekent zowel het tijdig vervangen van lagen en afwer- kingen met een kortere levensduur als het reinigen, bijwerken en herafwerken van buiten en binnenvlakken Omgevingsfactoren die een grote impact hebben op de levensduur zijn wisselende mechanische belasting, vocht, temperatuur, licht en UV. Ook de tijd speelt een belangrijke rol. In dat geheel van factoren is vocht globaal de belangrijkste. Vandaar dat we de vochthuishouding onderdeel gemaakt hebben van het scoresysteem. Op de andere factoren zijn veel moeilijker scores te kleven. We kun- nen dan ook moeilijk meer doen dan eisen dat het ontwerp, de uitvoering en het onderhoud van een nieuw of te renoveren gebouw rekening houdt met en steunt op de kennis die in Technische voorlichtingen van het WTCB, ATG s, normen en handboeken zit opgeslagen. Vochthuishouding Als vochtbronnen gelden: Bouwvocht. Kan schade veroorzaken, zij het door condensatie in lagen die niet vochtig mogen worden (de warmte-isolatie), zij het door een veel te trage droging en daardoor lange tijd een hogere U-waarde dan wenselijk (cellenbeton), zij het door een grote kans op aantas- ting van de bouwvochtige laag zelf, zo die vochtgevoelig is (hout, van hout afgeleide pro- ducten), zij het door herbevochtiging bij een te vroeg afdekken met een dampremmende laag (blaasvorming in vloerbekledingen). Opstijgend vocht. Kan worden vermeden door juist geplaatste horizontale waterdichte lagen. Regendoorslag. Om de gevels en het dak correct op te bouwen, zijn zijn er 3 keuzemogelijk- heden: 299

302 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid m bufferende wanden; m ééntrap regenwering (buitenvlak is drainagevlak, amper een bufferende laag); m tweetrap regenwering (buitenvlak is drainagevlak, buitenste laag al dan niet bufferend, spouwzijde buitenlaag drainagevlak, binnendeel luchtdicht). Schimmel. Op het binnenoppervlak van de schil moet de temperatuurfactor overal hoger blij- ven dan 0.7. Oppervlaktecondensatie. Zelfde eis als bij schimmel. Score m inwendige condensatie. Uitsluiten vraagt: Een voldoende luchtdichtheid van alle opake delen (gemiddelde luchtpermeantie<1e-5 kg/m².s.pa bij een luchtdrukverschil van 1 Pa); m waar nodig een voldoende diffusiedikte aan de binnenzijde van de warmte-isolatie of een voldoende dampdoorlatende buitenafwerking; m bij plaatsing van een dampdichte laag erop letten dat mee met de warmte-isolatie geen bouwvochtige laag wordt opgesloten tussen damprem en een dampdichte buitenafwerking. De score hangt dan af hoe van de grondigheid van de studie: Er wordt kwalitatief aan alle eisen voldaan 4 Er wordt kwalitatief niet aan alle eisen voldaan, maar de problemen beperken zich tot wat grondwaterinsijpeling in de parkeergarage. De debieten zijn echter zo klein dat het gebruik van de parkeergarage in geen enkel opzicht in het gedrang komt Er wordt kwalitatief niet aan alle eisen voldaan 0 Evaluatie Score 2 Levensduur In eerste instantie zijn de plannen en de bijhorende studie bepalend. Kan daarop afgelezen dat kwantitatief aan alle eisen voldaan is, dan komt er, afhankelijk van de kwaliteit van de studie, een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. Opmerking Bij analyses van warmte, lucht en vochtgedrag bestaat niet zoiets als een veiligheidcoëfficiënt. Wel kan men de betrouwbaarheid van een oplossing nagaan. Dat gebeurt door de randvoorwaarden, beginvoorwaarden, materiaaleigenschappen en onzekerheden in opbouw binnen zekere grenzen te variëren en te kijken hoe groot de kans is dat een ontoelaatbare situatie ontstaat. 300

303 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3: Milieu en duurzaamheid Watergebruik Algemene aanpak Globale gewichtsfactor: 3 Het hoofddoel is hierbij 2-ledig: m inzake watergebruik: zo weinig mogelijk water verbruiken met een zo groot mogelijk aandeel hemelwater; m inzake wateremissie: zo weinig mogelijk water (zowel hemel- als afwalwater) lozen in de riolering. Steeds moet men rekening houden met volgende logica: prioriteit gaat eerst naar hergebruik van hemelwater, vervolgens naar infiltratie en daarna naar buffering met vertraagde afvoer. Watergebruik 301

304 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid groep 3 milieu en duurzaamheid Watergebruik Afwatering Gewichtsfactor: 3/5 Het algemene principe is dat hemelwater wordt afgevoerd in de volgorde van onderstaande methoden: 1. hemelwaterput 2. infiltratievoorziening 3. buffervoorziening 4. regenwaterafvoer (RWA) (dit is riool/oppervlaktewater) 5. droogweerafvoer (DWA) (dit is rioolafvoer) Hergebruik hemelwater zo maximaal mogelijk. Score De hoogste score gaat naar een gebouw waar totaal geen hemelwater naar de riolering wordt ge- stuurd en waarbij hemelwater volledig wordt geïnfiltreerd/hergebruikt op het terrein. Het gebouw waar het overtollige hemelwater naar een hemelwaterriool of oppervlaktewater ge- stuurd wordt, krijgt een iets lagere score. De laagste score is voor een gebouw waar het overtollige hemelwater naar de gemengde riolering gestuurd wordt. Afwatering Afwatering/groendak/overloop/hemelwaterput/terreinverharding wordt geïnfiltreerd, ter plaatse, in de onverharde randzone of in een infiltratievoorziening (er is in dit geval geen buffering met vertraagde afvoer mogelijk) EN er wordt geen hemelwater naar de riolering gestuurd. Afwatering groendak/overloop hemelwaterput/afvoer buffer/terreinverharding wordt naar de hemelwaterriolering/gracht/waterloop gestuurd Afwatering groendak/overloop hemelwaterput/afvoer buffer/terreinverharding wordt naar de gemengde riolering gestuurd (er werd aangetoond dat infiltratie onmogelijk is (want heel hoge grondwaterstand of een slechte doorlaatbaarheid) In alle andere gevallen 0 Evaluatie Score Watergebruik In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. 302

305 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Watergebruik Opvang hemelwater Gewichtsfactor: 3/10 Groendaken infiltreren en bufferen het hemelwater, bieden een mooie visuele bijdrage en zorgen voor meer natuur in de stad. Score Watergebruik Een groendak scoort hetzelfde als een dak dat volledig gecompenseerd wordt door een hemelwaterput. Een kantoorgebouw krijgt de hoogste score als de volledige dakoppervlakte gecompenseerd wordt door de hemelwaterput of het dak een groendak is. Wie enkel voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouw- kundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwaterinzake hemelwaterputten, krijgt de laagste score. Opvang hemelwater Volledige dakoppervlakte is groendak Of: Volledige dakoppervlakte wordt gecompenseerd door de hemelwaterput Of: Dak is deels groendak, ander deel wordt volledig gecompenseerd door hemelwaterput Dak wordt deels gecompenseerd door hemelwaterput, de rest door infiltratie 3 Dak wordt deels gecompenseerd door hemelwaterput, de rest door buffering met vertraagde afvoer (er werd aangetoond dat infiltratie onmogelijk is door permanent hoge grondwaterstand of ondoorlatendheid van de bodem) Dak wordt deels gecompenseerd door hemelwaterput (groter dan verplicht volgens de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening - GSV), de rest door buffering met vertraagde afvoer Dak wordt deels gecompenseerd door hemelwaterput (minimum volgens de GSV), de rest door buffering met vertraagde afvoer Evaluatie Score In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. 303

306 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Watergebruik Hergebruik hemelwater Gewichtsfactor: 3/5 De parameter Opvang hemelwater is echter niet altijd een maatstaf om te bepalen in welke mate hemelwater effectief hergebruikt wordt. Men kan bijvoorbeeld een grote hemelwaterput voorzien, maar veel te weinig regenwater gebruiken. In dat geval heeft die grote hemelwaterput geen zin. Score Een maximale score wordt gegeven aan hemelwater dat maximaal gebruikt wordt voor toiletten, kranen en eventuele andere apparaten zoals een wasmachine. Hemelwater dat niet wordt gebruikt, krijgt de laagste score. Hergebruik hemelwater Hemelwater wordt maximaal gebruikt voor de toiletten, buitenkranen en eventueel wasmachine. Het resterende dakoppervlak is een groendak. Hemelwater wordt beperkt gebruikt (potentieel hergebruik is echter groter) en het resterend dak is een volledig groendak Hemelwater wordt beperkt gebruikt (potentieel hergebruik is echter groter) of het dak is een volledig groendak Hemelwater wordt zeer beperkt hergebruikt (bv. slechts 1 aftappunt voor buitenkraan of 1 toilet) 0 Score Watergebruik Evaluatie In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. 304

307 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Watergebruik Terreinverharding Gewichtsfactor: 3/10 Verhardingen voor parkeerterreinen, opritten, enz. moeten de mogelijkheid bieden om het hemel- water te laten doorstromen naar de bodem. Score Watergebruik Enkel als een terreinverharding aanwezig is én de onderliggende laag zelf ook waterdoorlatend is, moet men de onderstaande tabel mee in rekening brengen in de totaalscore. Volledig waterdoorlatende terreinverhardingen krijgen de hoogste score toegewezen, terreinen die geen hemelwater doorlaten, krijgen de laagste score. Terreinverharding De verharding is volledig waterdoorlatend (grind, grastegels, dolomiet ) en de onderliggende grondlaag is zelf ook waterdoorlatend De verharding is 80% waterdoorlatend (waterdoorlatende klinkers) (eventueel gecombineerd met volledig waterdoorlatende verharding) en de onderliggende grondlaag is zelf ook waterdoorlatend De verharding is 60% waterdoorlatend (waterdoorlatende klinkers) (eventueel gecombineerd met volledig waterdoorlatende verharding) en de onderliggende grondlaag is zelf ook waterdoorlatend De verharding is 40% waterdoorlatend (waterdoorlatende klinkers) (eventueel gecombineerd met volledig waterdoorlatende verharding) en de onderliggende grondlaag is zelf ook waterdoorlatend De verharding is waterondoorlatend (of een combinatie met waterondoorlatende verharding) en de onderliggende laag is zelf ook waterdoorlatend Achtergrondinformatie Score De mogelijkheid tot infiltratie van hemelwater in de bodem is afhankelijk van twee factoren, nl. van het niveau van grondwatertafel en de doorlaatbaarheid van de bodem. Beide kunnen bepaald worden door een diepsondering of bodemsondering. Onderstaande tabel geeft een indicatie van de grondsoorten die geschikt zijn voor infiltratie. 305

308 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Evaluatie In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. Watergebruik 306

309 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Watergebruik Waterbesparingsmaatregelen Gewichtsfactor: 3/5 Om hygiënische redenen wordt drinkwatergebruik opgelegd voor het wassen van het menselijk lichaam. Drinkwater is een kostbaar goed waar zo zuinig mogelijk moet mee omgesprongen en waarvan het gebruik het doel (handen wassen, enz.) zo efficiënt mogelijk moet gebeuren. Het wassen van de handen met regenwater wordt dus niet als een mogelijkheid beschouwd. Voor toiletten wordt aangeraden regenwater te gebruiken. Score Watergebruik Waterbesparingsmaatregelen (kranen, toiletten, douches) Kranen starten en stoppen automatisch met een maximum debiet van 50 centiliter (cl) per 5 seconde en maken enkel gebruik van koud water, eventuele douches zijn uitgerust met spaarkop met maximumverbruik van 7 liter/ minuut en toiletten met een hemelwatergebruik met een spoeling van 5 / 3,5 liter. Kranen starten en stoppen automatisch met een maximum debiet van 70 cl per 5 seconde, eventuele douches zijn uitgerust met spaarkop met maximumverbruik van 8 liter/ minuut en toiletten met een hemelwatergebruik met een spoeling van 6,5 / 3,5 liter. Kranen starten en stoppen automatisch met een maximum debiet van 90 cl per 5 seconde, eventuele douches zijn uitgerust met spaarkop met maximumverbruik van 9 liter/ minuut en toiletten met een hemelwatergebruik met een spoeling van 8,5 / 4,5 liter. Kranen starten en stoppen automatisch met een maximum debiet van 110 cl per 5 seconde; eventuele douches zijn niet uitgerust met spaarkop (standaard 14 liter / minuut); toiletten zijn niet uitgerust met een spaarknop Er zijn geen waterbesparende maatregelen genomen. 0 Evaluatie Score In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voor- lopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. Alle installaties moeten aan de gestelde eisen voldoen om een score toe te kennen. 307

310 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Watergebruik Afvalwater Gewichtsfactor: 3/10 Het afvalwater en het regenwater (afkomstig van daken, straten, parkings...) wordt idealiter door twee aparte stelsels afgevoerd. Het stelsel voor het regenwater wordt regenwaterafvoer (RWA) genoemd en dat voor het afvalwater wordt meestal droogweerafvoer (DWA) genoemd. Score Stelsel waterafvoer Het gebouw beschikt intern over een gescheiden stelsel voor afvoer regen- en afvalwater 4 Het gebouw beschikt intern niet over een gescheiden stelsel voor afvoer regen- en afvalwater 0 Evaluatie Score In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. Alle installaties moeten aan de gestelde eisen voldoen om een score toe te kennen. Watergebruik 308

311 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Watergebruik Drainage Gewichtsfactor: 3/10 De hoogste score wordt toegekend aan gebouwen waar geen drainage (oppompen van grondwa- ter) wordt toegepast, de laagste score waar er wel grondwater wordt opgepompt. Drainage heeft men echter niet altijd zelf in de hand. Daarom is het belangrijk dat er goed wordt omgegaan met het drainagewater en dat dit dus zeker niet wordt aangesloten op DWA-riool. Score Ondergrondse bouwlagen zijn volledig waterdicht, er wordt niet gedraineerd, ook niet voor de terreinaanleg Drainage in ondergrondse bouwlagen of op het terrein 0 Evaluatie 4 Watergebruik In eerste instantie zijn het bestek en de plannen bepalend. Worden daarin de eisen opgesomd en blijkt uit de installatieplannen dat één en ander zou moeten zijn gerealiseerd, dan komt er een voorlopige score. Bij oplevering gebeuren de feitelijke vaststellingen en wordt een definitieve score gegeven. Alle installaties moeten aan de gestelde eisen voldoen om een score toe te kennen. 309

312 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Groep 3 Milieu en duurzaamheid Materiaalgebruik Gewichtsfactor: 6 Om de milieu-impact van materialen te bepalen is in principe een LCA (levenscyclus analyse) op gebouwniveau nodig. Bij gebrek aan Belgische LCA-data en evaluatiemethode op gebouwniveau wordt onderstaande evaluatie voorgesteld die rekening houdt met een aantal relevante milieu- en gezondheidsaspecten van materialen. Bovendien wordt in de hierna omschreven evaluatie rekening gehouden met het principe van rationeel omgaan met materialen. Eindscore Afhankelijk van de mate waarin de materiaalkeuze beantwoordt aan elk van onderstaande eisen, wordt een aantal punten toegekend. De eindscore wordt toegekend op basis van het totaal aantal verworven punten t.o.v. het totaal aantal te behalen punten. Eisen die niet van toepassing zijn (bv. omdat deze betrekking hebben op een materiaal dat niet gebruikt wordt) worden buiten beschou- wing gelaten en de punten die voor deze eisen te behalen zijn worden afgetrokken van het totaal aantal te behalen punten. Bovendien worden ook minimumeisen gesteld waaraan moet voldaan worden om een bepaalde score te kunnen halen. Het gebruik van illegaal hout in openbare werken is onaanvaardbaar en leidt tot een nul score voor materiaal. Concreter betekent dit: tropisch en subtropisch hout zijn aantoonbaar afkomstig van duurzaam ontgonnen bossen, ge- certificeerd door een internationaal erkende organisatie; voor het andere hout moet men te allen tijde kunnen aantonen dat het hout geëxploiteerd werd conform locale, nationale en internationale wetten en regelgevingen. Eisen >75% van de haalbare punten en er wordt min. voldaan aan eis 9, 4, 10, 11 4 >60% van de haalbare punten en er wordt min. voldaan aan eis 9 en 11 3 >40% van de haalbare punten en er wordt min. voldaan aan eis 9 en 11 2 >20% van de haalbare punten en er wordt min. voldaan aan eis 9 1 <20% van de haalbare punten of er is niet voldaan aan eis 9 0 Score Materiaalgebruik Deelscores (punten) Rationeel materiaal gebruik 1. Het gebouw hergebruikt min. 80% (in volume of oppervlakte) van de primaire structuur (structurele elementen) van een bestaand gebouw. 2. Behoud van een bestaande gevel: min. 50% van de finale geveloppervlakte (excl. gemene muren met naburige gebouwen) is afkomstig van hergebruik en min. 80% (op basis van gewicht) van het hergebruikte geveloppervlak is afkomstig van het vorige bouwwerk. Ramen uit de bestaande gevel die vervangen worden, worden buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de geveloppervlakte. Punten

313 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 3. Voor > 50% (in oppervlakte) van ofwel plafonds, ofwel muren ofwel vloeren worden geen afwerkingsmaterialen gebruikt (bv. blootliggende welfsels of draagvloeren, gepolijste dekvloeren, blootliggende houten balkenstructuur), of voor > 50% van de afwerkingsmaterialen van een bestaand gebouw worden behouden; de materialen nodig voor de brandveiligheid, de winddichting of veroudering van de basisstructuur worden buiten beschouwing gelaten. De niet-afgewerkte oppervlakte mag ook verdeeld worden over plafonds, muren, vloeren en kolommen, mits de totale niet-afgewerkte oppervlakte minstens 50% van de grootste oppervlakte van een van de 4 voornoemde bouwelementen bedraagt. 1 Materialen kiezen met een minimale impact op milieu en gezondheid 4. Een reeks materiaalopties voor het gebouw werd geëvalueerd aan de hand van een LCAtool en er kan aangetoond worden dat de samenstelling van min. 4 van volgende elementen hierdoor positief beïnvloed werd: dak, buitenwanden, niet dragende binnenwanden, buitenschrijnwerk, verdiepingsvloeren, dragende structuur, isolatie, binnenafwerking (vloer, wand, plafonds). Voor bestaande gebouwen/renovatie wordt aan deze eis voldaan als voor het deel verbouwingen gebruik gemaakt wordt van een LCA met betrekking tot de nieuwe bouwelementen. De LCA moet min. aan volgende eisen voldoen: - Houdt rekening met min. 7 milieu indicatoren - Beschouwt de volledige levenscyclus van het product (incl. gebruiksfase en einde van levensduur) - Steunt op een van de volgende internationale standaarden: - ISO 14040: 2006: Environmental Management LCA Principles & framework - ISO 14044: 2006: Environmental Management LCA requirements & guidelines - ISO 14025: 2006: Environmental labels and declarations principles and procedures - ISO 21930: 2006 Building Construction sustainability in building Construction Environmental declaration of building products. Indien de LCA enkel rekening houdt met de grijze energie of CO2-equivalent wordt slechts de helft van de punten toegekend. Materiaalgebruik 5. Voor 25% (op basis van kost) van gebruikte materialen is gekwantificeerde milieu-informatie (gebaseerd op door derde partij gevalideerde LCA data) beschikbaar. Materialen die voldoen aan een milieuverklaring type III (volgens ISO 14025) of een milieuverklaring type I (volgens ISO14020) die rekening houdt met de volledige levenscyclus van het product en voorwerp uitmaakt van een onafhankelijke controle, worden geacht hieraan te voldoen. Voor bestaande gebouwen/renovatie heeft deze eis enkel betrekking op nieuwe constructies % (op basis van kost, inclusief plaatsing) 311

314 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 6. > 35% van de materialen (op basis van kost, incl. plaatsing) is afkomstig van duurzame ontginning (zie verder: deel opmerkingen), hergebruik, recyclage, of samengesteld uit min. 85% snel hernieuwbare stoffen (met een groeiperiode < 10 jaar). 20% van de materialen (op basis van kost, incl. plaatsing): 15% van de materialen (op basis van kost): 2 1 0,5 Technische, elektrische en sanitaire installaties worden als materiaal niet opgenomen in de berekening. Materialen afkomstig van hergebruik mogen verrekend worden op basis van hun initiële kostprijs (in nieuwe toestand). Voor materialen met een zeker recyclage gehalte en die zelf ook recycleerbaar zijn, wordt de kost van de gerecycleerde fractie berekend op basis van het gewichtpercentage aan gerecycleerd materiaal: bv. materiaal x bevat 80% gerecycleerd materiaal en kost 100 euro, dan wordt 80 euro meegerekend als gerecycleerd materiaal. Enkel pre- en postconsumptiematerialen zoals gedefinieerd in ISO worden als gerecycleerd beschouwd. Recyclage van materialen binnen eenzelfde productieproces wordt niet meegerekend. Voor bestaande gebouwen/renovatie heeft deze eis enkel betrekking op de nieuwe constructies. 7. Voor de ongebonden granulaattoepassingen (bv. ondergrond voor funderingen) en hydraulisch gebonden mengsels met een sterkteklasse tot C12/15 wordt gebruik gemaakt van puingranulaten. 90 (volume) % van de granulaten in het hydraulisch gebonden mengsel tot C12/15 bestaat uit puingranulaten 50% van de granulaattoepassingen tot C12/15 gebruiken puingranulaten 1 0,5 Voor bestaande gebouwen/renovatie heeft deze eis enkel betrekking op nieuw constructies. 8. Geen SF6 (Sulfur hexafluoride) en HFK, of materialen die geproduceerd worden met behulp van één van deze stoffen. HFK s worden vaak gebruikt, ter vervanging van CFK s, als schuimvormer voor isolatiematerialen, of als koelmiddel. 1 Materialen kiezen met een minimale impact op de gezondheid 9. Ontwerper of aannemer kunnen met laboratoriumverslagen aantonen dat de afwerkingsmaterialen emissiearm zijn en bijgevolg minstens voldoen aan onderstaande eisen. Voor bestaande gebouwen/renovatie heeft deze eis enkel betrekking op de nieuwe materialen, op voorwaarde dat de gemeten concentratie aan VOC s met gebruikte materialen voldoet aan de eisen van het thema comfort

315 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Materiaalgebruik Productgroepen standaard Eis Houten plaatmaterialen (bv. OSB, MDF, multiplex, akoestische panelen,...) NBN EN 13986:2002 Formaldehyde E1 Houten vloerafwerking (parket) NBN EN :2 Formaldehyde E1 Laminaat, textiel, soepele vloerbekledingen NBN EN Formaldehyde E1 Gelijmd gelamineerd hout NBN EN 14040:2005 Formaldehyde E1 Afwerkingsbehandelingen Laagste VOC gehalte voor houtproducten, Solventenrichtlijn (2004/42/EG) (bepalingen voor fase 2) verven, vernissen Afwezigheid van carcinogenen of sensibiliserende vluchtige stoffen Vloerlijmen NBN EN :2007 (testmethode NBN EN 13999), geen lijmen op basis van formaldehyde of met een solventgehalte > 5% Plafond tegels NBN EN 13964:2004 Formaldehyde E1 10. > 80 % (op basis van oppervlakte) van afwerkingsbehandelingen (lijmen, verven, beitsen, vernissen...), soepele vloerbekledingen, laminaat, houten plaatmaterialen, plafond tegels en lijmen voldoen aan de strengste indelingsklasse van een laag emissief label (bv. Greengard, EMICODE EC1, M1 label volgens Fins classificatiesysteem) of aan de criteria van een milieu- verklaring type I (volgens ISO 14020) welke ook eisen bevat omtrent de emissies tijdens de gebruiksfase (bv. Natureplus, Blaue Engel,...) 1 50% (op basis van oppervlakte) Voor bestaande gebouwen/renovatie geldt deze eis enkel voor nieuwe constructies. gde eisen van laag emissief labels zijn strenger dan deze die in evaluatiecriteria 9 gesteld worden. 313

316 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Duurzame houtontginning % van het gebruikte hout (op basis van kost) is gewonnen volgens de criteria voor duurzaam geëxploiteerd hout, zoals gedefinieerd in het kader van de samenwerkingsovereenkomst van de Vlaamse overheid (de FSC-label wordt geacht te voldoen aan dit criteria), of afkomstig van hergebruik of postconsumptie recyclage. 1 60% van het hout (op basis van kost) is duurzaam gewonnen Als er geen hout of houtproducten gebruikt worden, wordt deze eis buiten beschouwing gelaten en bijgevolg niet in de totaal haalbare punten opgenomen. Voor bestaande gebouwen/renovatie is deze eis enkel van toepassing op nieuwe constructies. Evaluatie De evaluatie gebeurt op basis van ontwerp, bestekken en productinformatie van de fabrikanten. Controle op de correctheid van de informatie gebeurt tijdens de uitvoeringsfase en finaal in het asbuilt dossier. Voor de evaluatie worden, tenzij anders vermeld, onderstaande elementen (incl. afwerking, isolatie) in aanmerking genomen. Wanneer de eis betrekking heeft op een fractie van de materialen op basis van kost, wordt bijgevolg gerekend op basis van de kost van de materialen waaruit onderstaande elementen vervaardigd zijn. Loodgieterij, technische, elektrische installaties en bijzondere elemen- ten zoals bv. liften worden in principe niet meegerekend. l Binnenwanden l Buitenwanden l Skeletstructuur l Binnenschrijnwerk l Buitenschrijnwerk l Daken l Verdiepingsvloeren/plafonds l Trappen l Begane grondvloer Opmerkingen Hierbij enkele belangrijke aandachtspunten die momenteel niet of onvoldoende in de evaluatie zijn uitgewerkt omdat ze moeilijk kwantificeerbaar zijn of nog openstaan voor nadere invulling: l Maatvoering en modulariteit: het gebruik van courante handelsmaten en/of standaardmaten in het ontwerp en het gebruik van geprefabriceerde producten vergemakkelijkt de uitvoering, re- sulteert in minder bouwafval en verhoogt tevens de kans op toekomstig hergebruik van producten. l Aangepaste dimensies: de draagstructuur en de bouwelementen in het algemeen worden zodanig gedimensioneerd dat zij aan alle vereisten (stabiliteit, brandveiligheid, enz.) voldoen zonder overmatig materiaalgebruik dat eigenlijk geen specifieke functie heeft. l Kwaliteit en geschiktheid voor toepassing: materialen kiezen die geschikt zijn voor de toepassing. Bij materialen met een langere levensduur kan de milieu-impact gespreid worden over een gro- ter aantal jaren. l Transport en de hiermee gepaard gaande emissies: leveren een belangrijke bijdrage aan de totale milieu-impact van materialen. Het gebruik van lokaal geproduceerde materialen heeft bijgevolg Materiaalgebruik 314

317 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid een positieve invloed op de totale milieubelasting van de materialen. l Duurzame ontginning: is van belang voor zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare producten. Voor niet-hernieuwbare grondstoffen vertaalt dit zich in een goed beheer van de ontginning, waarbij de natuurlijke omgeving zo min mogelijk wordt verstoord (behoud van ecosystemen), lokale hinder en vervuiling beperkt worden en de globale milieubelasting eveneens beperkt wordt. Hernieuwbare materialen zijn materialen die binnen de biosfeer hernieuwbaar zijn door het capteren van CO 2 met behulp van zonne- energie. Materialen die oneindig voorradig zijn als Materiaalgebruik bodemgrondstof of die aangemaakt zijn binnen de technosfeer zijn niet hernieuwbaar, maar recycleerbaar of herbruikbaar (indien ze fysico-chemisch geen wijzigingen hebben ondergaan). Voor hernieuwbare grondstoffen komt hier nog bij dat men het ontginnen van de grondstoffen moet compenseren met het doordacht heraanplanten van de gewassen, tot op hetzelfde niveau en met behoud van de kwaliteiten van de oorspronkelijke gewassen. Indicatoren voor duurzame ontginning (zie punt 6) van zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare grondstoffen zijn EMS certificatie ((Environmental Management System bv. ISO14001, EMAS) voor zowel productie als ontginning of een ander gelijkwaardig milieuzorgsysteem. Voor hout is het FSC- label het meest bekende. l Herbruikbaarheid en recycleerbaarheid van materialen: heeft een positieve invloed op afvalver- werking en grondstoffenverbruik. Belangrijk hierbij is dat de stoffen ook gemakkelijk te schei- den zijn. De herbruikbaarheid of recycleerbaarheid wordt beoordeeld op basis van aantoonbare praktijk (zoals gedefinieerd in ISO 14021), m.a.w. enkel materialen waarvoor verzamelpunten en installaties voor recyclage beschikbaar zijn en die effectief gecollecteerd en gerecycleerd worden, mogen als recycleerbaar beschouwd worden. l Biologisch afbreekbare materialen hebben een kleinere milieu-impact op het einde van de le- vensduur. l Scheidbaarheid van materialen: gemakkelijk scheidbare materialen kunnen gemakkelijker ver- vangen worden, wat vooral van belang is wanneer materialen met verschillende levensduur met elkaar gecombineerd zijn. Bovendien kunnen scheidbare materialen ook gemakkelijker gesor- teerd worden voor recyclage of hergebruik op het einde van de levensduur. Aandachtspunten zijn o.a. het vermijden van composietmaterialen, gespoten materialen, schuim en kitarme detail- lering en het gebruik van mechanische verbindingen (voor materialen met verschillende levens- duur of die behoren tot een andere afvalfractie). l Aangepaste houtsoort en houtverduurzaming: om een voldoende lange levensduur en hoge kwaliteit van houten constructies te kunnen verzekeren, moet voldoende aandacht gaan naar de keuze van de geschikte houtsoort en voor een bepaalde toepassing. Preventieve 2 behandeling is enkel aanbevolen voor hoge risicoklassen of voor elementen die moeilijk geïnspecteerd kunnen worden en waarvan het verval de stabiliteit van het gebouw in gevaar zou brengen. Door een aangepast ontwerp en uitvoering van technische details wordt het hout niet onnodig aan een hoge risicoklasse blootgesteld. Het hout wordt o.a. beschermd tegen hangwater en opstijgend vocht. Wanneer verduurzaming vereist is, wordt gekozen voor technieken met een minimale mi- lieu-impact en gebeurt de verduurzaming liefst fabrieksmatig, met behulp van gehomologeerde producten (welke aangepast zijn aan de betreffende risicoklasse, zie NBN EN 599) en gecontro- leerde processen. 2 NBN EN 460 geeft voor bepaalde toepassingen (gebruiks- of risicoklasse, zoals gedefinieerd in NBN EN en 2) aan wat de minimaal vereiste duurzaamheidsklasse van het hout is, en of het behandelen van het hout aanbevolen of noodzakelijk 315

318 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid is. NBN EN geeft een indeling van de houtsoorten in duurzaamheidsklassen op basis van de weerstand tegen aantasting van schimmels. Merk op dat deze indeling enkel op kernhout slaat aangezien spinthout nooit duurzaam is. 316

319 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 5 Specifieke ruimtes en voorzieningen 5.1 Specifieke ruimtes Auditoria Specifieke ruimtes Het ontwerp gebeurt waar nodig in samenspraak met de opdrachtgever. De functie van het auditorium, nl. het geven van voordrachten en het organiseren van publieke sessies, primeert op de archi- tecturale afwerking. Hou bij het ontwerp rekening met: Plaats en opstelling van scherm, projector, geluidsinstallatie Sturing van de diverse installaties, waaronder verlichting en belichting, geluid, achtergrondmuziek en beeld (bv. tussentijds afspelen van film via dvd,...) Geluidsarme installaties voor regeling van het luchtcomfort en de ruimtetemperatuur Gebruiksgemak van de installaties (in technische ruimte, op podium) Zaalakoestische aspecten (verstaanbaarheid) Toegankelijkheid van het podium Polyvalentie van het spreekgestoelte Toegankelijkheid van de technische ruimte en de vertaalruimte (indien van toepassing) Toegankelijkheid en hulpmiddelen voor mindervaliden, zoals een ringgeleider voor slechthorenden. Bij grote auditoria wordt een deel van de zitplaatsen daarmee uitgerust en komt er het bij- horende pictogram. Andere mogelijkheden zijn een hellend vlak, een rolstoellift, e.a. De belichting van het podium, projectiescherm en de werkzone (bv. bord) moet afzonderlijk regelbaar en dimbaar zijn De technische voorzieningen van het podium, voor elektrische voeding en communicatie aan- sluitingen Ter herhaling: de materiaalkeuze en de inrichting van de zaal moeten gebeuren in functie van deze technische en persoongebonden criteria Douches De fietsers, schoonmaakpersoneel en anderen kunnen gebruik maken van douches (m/v). Voor keu- kenpersoneel (m/v) worden gescheiden douches met sanitair en kledijkastjes voorzien. Er wordt eveneens een inrijdouche voor rolstoelgebruikers voorzien. Ook een trekkoord dat een alarm kan uitzenden naar de balie is noodzakelijk EHBO-lokaal Een EHBO-lokaal moet voorzien worden. Dit lokaal moet vlot en eenvoudig bereikbaar zijn voor de hulpdiensten. Het bevindt zich dan ook bij voorkeur in de buurt van de balie, op het gelijkvloers en zonder verhoogde drempel of trapjes. De ruimte omvat een rustruimte, een plaats voor een bran- card en ruimte voor een bureau. Het lokaal bevat: een stalen tafel/brancard (zie ARAB); een wastafel met warm en koud water; een oogdouche in geval van aanwezigheid van een labo in het gebouw anders volstaat een kraan met uittrekbare of verlengde sproeikop; de nodige aansluitingen (data, telefonie) zodat de werkplek bruikbaar is voor een verpleeg- kundige of behandelende arts. De werkplek moet door een gordijn of schuifwand afgeschei- den kunnen worden van de rustplaats of de plaats met brancard; ook voor technieken op- splitsbaarheid voorzien; 317

320 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid pecifieke ruimtes bij voorkeur een tegelvloer die waterbestendig en goed reinigbaar is; In dit lokaal moet daglicht aanwezig zijn. Het EHBO-lokaal moet het hele jaar door zowel gekoeld als verwarmd kunnen worden Berging schoonmaak Op elke verdieping komt minimum één afsluitbare berging voor schoonmaakmateriaal (dagvoorraad). Dit lokaal is bovendien uitgerust met een uitgietbak en koud water. Eén afsluitbaar lokaal op gebouwniveau is nodig om alle schoonmaakkarren centraal te kunnen stallen. Eén afsluitbaar lokaal op gebouwniveau is daarnaast ook nodig om de voorraad van schoonmaak- materiaal en wc-benodigdheden in op te bergen Archief Archiefruimte in werkruimtes Op elke verdieping met werkplekken wordt er naast de gewone kasten die zich tussen de werkplekken bevinden, ook een archiefruimte voorzien voor een dynamisch archief (al dan niet in een afgesloten ruimte). Deze zones hebben een verhoogd draagvermogen om een rolklassement met maximaal 5 legniveaus te kunnen installeren. Archiefruimte in kelderverdieping In de kelderverdieping(en) moet ruimte zijn voor een semistatisch archief (wordt bepaald per project in functie van de betrokken diensten). Deze archiefruimtes worden best ingericht met een in delen afsluitbaar rolarchief of rekken/kasten met afsluitbare hekkens per entiteit. De hoogte van deze ondergrondse ruimte is minimaal 2,20 m. De ingang en gangen moeten minimaal 1,20 m breed zijn, om een gemakkelijke toegang voor con- tainers en transportkarren mogelijk te maken, zonder niveauverschillen tussen de liften en deze ruimte(s). Deze ondergrondse ruimtes moeten droog zijn, voldoende verlucht worden, een stabiele tempe- ratuur hebben rond de 16 à 18 C en een relatieve vochtigheid van 50 à 55 %. Draagkracht van de vloeren: 10kN/m². Leidingen met fluïda moeten uit de archiefruimte geweerd worden. De vloeren moeten minimaal stofwerend behandeld worden en bestand zijn tegen transpaletten en transport- karren Serverlokaal Het serverlokaal wordt uitgevoerd conform de bijlage technische richtlijnen serverlokaal Datalokalen Het datalokaal wordt uitgevoerd conform de bijlage technische richtlijnen datalokalen. Het aantal datalokalen is afhankelijk van het gebouw. De kabellengtes tussen de datalokalen mogen de 90 m niet overschrijden Keuken Programma van eisen van de betrokken uitbater en volgens de geldende wetgeving en normering Fotokopie- en printlokalen Fotokopielokalen met 2 kopieertoestellen te voorzien à rato van 1 per 50 personen. Het lokaal: moet aangepast zijn aan de huidige kantoorvereisten. In die zin moet koppeling mogelijk zijn op de data-infrastructuur, voor gebruik van netwerkprinters in kopieer modus. moet gekoeld worden, afhankelijk van de toestellen die er opgesteld worden. Op energetisch vlak dient minimaal gerekend wordt met een COP 3,5. Specifieke ruimtes 318

321 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Heeft een minimum oppervlakte van 16 m² en bevat een papiermand, een vuilnismand voor an- der afval dan papier, een tafeltje voor bij grote kopieeropdrachten (losmaken van documenten, sorteren van kopieën...), een kast voor inktcartouches en opslag van courant gebruikte bureaube- nodigdheden (schriften, mappen...) en een ruimte (hoek) voor reservepapier in dozen. De fotokopielokalen krijgen een eigen ventilatie, met doorvoerrooster in de deur en mechani- sche afzuiging. Zij bevatten daarnaast een aparte branddetector die zowel is ingesteld op rook- detectie als op een plotse temperatuursstijging in de kopieermachines Kitchenettes Per 70 werkplekken 1 kitchenette. Uitgerust met: koelkast vaatwasmachine lades voor proper servies, glazen en kopjes gootsteen met koud- en warmwaterkraan en elektrische boiler (2kW) stopcontact voor koffiezet (TH20 vermogen: 2kW) topcontact voor chiller + aan- en afvoerleiding water ruimte voor 2 thermossen met toebehoren ruimte in de kast voor voorraad koffie, voorraad toebehoren en voorraad van beperkte per Balie soonlijke voorraad droge voeding personeelsleden In de buurt van de balie zijn er opbergkastjes voor de persoonlijke spullen van het baliepersoneel. De kasten voor folders, standaarddocumenten en allerhande benodigdheden zijn ingewerkt in de balie. Een kleine printer bevindt zich goed bereikbaar op een afsluitbaar schap onder het werkblad. In het baliemeubel worden aansluitingen voorzien voor: minimum 3 pc s videofoon scherm voor camerabeelden herhaalbord brandweermeldingen ticketprinter voor naamkaartjes bezoekers ticketprinter voor barcode-badges (indien van toepassing) Lokaal gebouwverantwoordelijke en adjunct Dit is een lokaal voor 2 met de comforteisen van een kantooromgeving. De toegangsdeur dient uitgerust te zijn met een badgelezer ICT-lokaal met berging Dit zijn ofwel 2 afzonderlijke, afsluitbare ruimtes ofwel 1 grotere, afsluitbare ruimte. De werkruimte bevat 2 werkplekken met 2 extra tafels waarop telkens 4 extra aansluitpunten voor data en 4 extra stopcontacten voorzien zijn. Gezien in de werkruimte extra pc s zullen draaien, is er een aangepast koelvermogen nodig. 5.2 Specifieke voorzieningen Toegangscontrole Het gebouw heeft één centrale ingang met een permanent bemande balie. Op volgende plaatsen komt een extra toegangscontrole met een badgesysteem: gelijkvloers aan liften en trappen (badge met tijdregistratie), bij alle lokalen van de beveiligingsklasse 2, 3 en 4 en in de parking. Het type badge (proximity, IR...) wordt vastgelegd in samenspraak met de gebruiker. Aan de balie zijn tijdelijke Specifieke ruimtes 319

322 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid badges te krijgen. Er worden tourniquets voorzien die een minimale hoogte hebben van 1,2 m. Per batterij dient er 320

323 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Specifieke ruimtes minstens 1 zwenkdeur voorzien te worden met een minimum nuttige doorgang van 90 cm. Voor inbraakpreventie komt er een CCTV aan alle in- en uitgangen, inclusief de nooduitgang, de goederenlift en de laad- en loskade, met digitale opslag van de beelden gedurende zeven dagen. Wordt het gebouw gedeeld met derden, dan kunnen bijkomende eisen worden opgelegd Tijdsregistratie Het gebouw wordt zo ontworpen dat het personeel volgende weg moet nemen: parking of hoofdingang, onthaal tourniquets (toegangcontrole), prikklok aan liften en trappen (tijdregistratie). De badge voor tijdsregistratie en toegangscontrole moeten identiek zijn en afgestemd op het cen- trale systeem van de Vlaamse overheid Datanetwerk Naargelang de grootte van het gebouw wordt een systeem opgezet van hoofddatakast en subdatakast. De hoofddatakast bevindt zich in het serverlokaal. De bekabeling gebeurt via aparte kabel- dragers (kabelgoten, vloergoten, wandgoten, distributiezuilen) met een tussenschot voor de gal- vanische scheiding van sterkstroom en zwakstroom. Waar nodig worden de kabelgoten afgesloten met een deksel. Bij het bepalen van de afmetingen wordt rekening gehouden met een voldoende reservecapaciteit en, bij ophanging aan het plafond, met het toegelaten gewicht per lopende meter. Voor de diverse ICT-toepassingen ziet de bekabeling tussen hoofddatakasten en subdatakasten er als volgt uit: categorie 6 voor (1) aansluiting van actieve apparatuur in hoofd- en subdatakast in zoverre de omstandigheden dat toelaten (afstand, omgeving), (2) aparte lijnen (ISDN, PSTN, met/zonder ADSL of ander DSL-dienst); categorie 3 voor telefonie; glasvezel voor (1) aansluiting van actieve apparatuur in hoofd- en subdatakast in zoverre de omstandigheden dat vereisen (afstand, omgeving), (2) toepassingen die hoge eisen stellen aan de snelheid en de afscherming tegen instraling. Bij de glasvezel dient een keuze gemaakt tussen mo- nomode en multimode vezel. In de meeste kantoren wordt geopteerd voor multimode vezel OM2. De werkposten worden bediend door een gestructureerde bekabeling, geplaatst door een gecertificeerde installateur met materiaal van de fabrikant waarvoor het certificaat geldt. Minimaal krijgt elke desk 2 RJ45-uitgangen. Deze bekabeling wordt zowel voor de aansluiting van informaticamateriaal als van telefoontoestellen gebruikt. Naargelang de structuur van het gebouw zijn al dan niet alle elementen uit de categorie 6 normen van toepassing. Het labelen van de uitgangen aan de gebrui- kerszijde en de datakasten gebeurt volgens de codering in voege in de gebouwen van de Vlaamse overheid Telefonie Systeem: PABX (IP-enabled) op ISDN-PRA en/of ISDN-BRA De belcapaciteit wordt vastgelegd door de opdrachtgever. Speciale aandacht zal daarbij gaan naar een correcte dekkingsgraad binnen voor gsm-gebruik. In het nummeringbereik wordt 30% reserve voorzien tegenover het geplande aantal gebruikers. Optioneel zijn er DECT basisstations voor mo- biele gebruikers, die kunnen op vraag bepaalde of alle locaties bestrijken. Er moet voldoende aan- dacht gaan naar de contractuele afspraken met de onderhoudsfirma s. Specifieke punten daarbij zijn de koppeling van de diverse centrales via een achterliggende structuur (huurlijn, IP) en de toepas- sing van een geschikt protocol (QSIG, DPNSS, proprietary, e.a). Het aantal analoge noodlijnen, te voorzien op een centrale, risicovolle of gemakkelijk bereikbare plaats (PSTN) hangt af van het aantal gebruikers: normaal 1 per

324 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Inbraakbeveiliging De omvang van de inbraakbeveiliging hangt af van de belangrijkheid van de ruimten. Die worden daartoe in 4 klassen opgedeeld: Klasse 1 geen bijzondere beveiliging vereist Klasse 2 minimale beveiliging vereist Klasse 3 extra beveiliging vereist Klasse 4 maximale beveiliging vereist Ruimte Klasse Computerlokaal/netwerkknooppunt 4 Computerlokaal 3 EHBO, dokterskamer 3 Hoogspanningscabine 3 Technische ruimte 2 Datalokaal 2 Technische schacht 2 Drukkerij 2 Keuken 2 Archieven 2 Laad- en loskade 2 Toegangsdeur 2 Parking/garage/fietsenberging 2 Kantoorruimten 1 Specifieke ruimtes Specifieke ruimtes Vanaf klasse 2 is toegangscontrole nodig. Voor ruimten die deel uitmaken van gebouwen die extra gevoelig zijn, zoals ministeriële kabinetten of het rijksarchief, wordt de klasse automatisch met een eenheid verhoogd, tenzij het al klasse 4 is. De standaarden van toepassing zijn de technische nota T-014 voor de componenten en de ondernemingen die het beveiligingswerk uitvoeren, zij moeten het kwaliteitslabel INCERT dragen Oproepsysteem Het oproepsysteem moet duidelijk verstaanbaar zijn in het hele gebouw. Het wordt gebruikt voor het testen van het alarmsysteem (typisch elke eerste donderdag van de maand), voor evacuatie (bij brandoefeningen) en voor algemene mededelingen. Er is een koppeling met de telefooncentrale Energiemonitoring Er dient een meterstructuur opgebouwd te worden om het verbruik van elektriciteit, aardgas en water te kunnen monitoren. Voor verdere specificaties wordt verwezen naar de bijlage 3 - energie- monitoring. 322

325 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 6 Bijlagen 6.1 Bijlage 1 - Technische richtlijnen serverlokaal Bouw en inrichting Richtlijnen en normen n De metingen van de brandweerstand (Rf) moeten uitgevoerd worden conform de BO- SEC-aanbevelingen. Voor de deuren zal de voorkeur worden gegeven aan elementen waarvoor een certificaat kan worden afgeleverd voor identieke stukken en niet bij wijze van extrapolatie. n De leveranciers en hun leveringen dienen BOSEC-goedgekeurd te zijn. n N.B.N. S : Reactie bij brand van de materialen; rangschikking van de bouwelemen- ten volgens hun reactie bij brand. n Norm NBN addenda voor de brandweerstand van bouwelementen. n KB van 19/12/1997: Preventie tegen brand en explosie van gebouwen houdende wijzi- ging van dat van 7/07/1994. n N.B.N. S : Aantal en verdeling van rookafvoerinstallaties en brandproducten Compartimentering Muren, wanden en deuren De muren en de wanden moeten ten minste aan volgende vereisten voldoen (bron : ANPI / NVBB en BVVO): n Brand m m m m Scheidingswanden binnen een gebouw: betonnen structuur, Rf 2 uren Horizontale segmentering: betonnen structuur, Rf 4 uren Alle deuren die toegang geven tot het serverlokaal dienen van het brandwerende type te zijn met een Rf-waarde gelijk aan 50% van de muren De compartimentering wordt dus horizontaal en vertikaal verzekerd n De muren en wanden van de zalen van de informaticacentra moeten bekleed zijn met een stofwerende verflaag n De vloer onder de tegels van het serverlokaal is stofwerend geverfd n Deuren m De deuren dienen te voldoen aan de volgende voorwaarden: n debenor-atg-regelsmoetenwordennageleefddoorhetaanbrengenvanhetherken- ningsteken op de deur n de deuren moeten conform zijn met de norm NBN addenda n Zij moeten voldoen aan het KB van 19/12/1997 evenals voor elke houten deur aan het M.B. van 5/5/1995 dat ook het plaatsen door een erkende schrijnwerker oplegt (wanneerereenspeciaalveiligheidsslotis, dienendevoorgaanderichtlijneneveneens te worden nageleefd). n Alle brandwerende deuren moeten uitgerust zijn met een pomp die de deuren automatisch sluit bij alarm, maar men moet ze steeds ook manueel terug kunnen openen voor de evacuatie van personen. m De deuren dienen een Rf van minstens ½ van de Rf van de aanpalende muren te hebben Doorvoeringen, collectieve doorgangen en uitzetvoegen Technische richtlijnen serverlokaal 323

326 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Technische richtlijnen serverlokaal n De doorvoeringen van wanden of muren die vereist zijn voor de doorgang van leidingen en kabels mogen de oorspronkelijke brandweerstand (Rf) van het element niet wijzigen na realisatie. n Elke buis en collectieve doorgang voor leidingen en kabels moet afgesloten worden. n De dichtingen rond de kabels en de leidingen hebben een kraagsysteem met gietsel van brandwerende producten. Er moeten speciaal ontworpen Rf-moffen met een uitzettende stof voorzien worden. n Het systeem moet steeds een doorgang bieden voor nieuwe kabels zonder de brand- weerstand van het geheel te wijzigen na het plaatsen. n Ventilatieopeningen hebben minimaal een Rf-rooster Valse vloeren Samenstelling n vloerplaten: m 60 x 60; m brandweerstand van de tegels: onbrandbaar klasse A1 volgens NBN EN ; m m m samenstelling van de tegels: calciumsulfaat, versterkt door een staalplaat aan de onderkant en een zijkantbekleding in geleidende kunststof; stofwerend; geleidende bekleding als bescherming tegen statische elektriciteit, vervaardigd uit synthetisch materiaal en ten minste 2 mm dik; m sommige tegels zijn zogenaamde ventilatietegels en hebben een volledig stalen structuur in vierkante buis, voorzien van dwarsverstevigingen op regelmatige af- m n steunen: m m Hoogte stand van elkaar; dienen eventueel te beschikken over een aanduiding van branddetectoren. een geheel van in de hoogte instelbare vijzels; de steunen worden onderling verbonden door middel van een raster van profielen (traversen) in C-vorm, met de gesloten zijde naar boven geplaatst. Deze profielen zijn volledig vervaardigd uit gegalvaniseerd staal. Er dient gebruik gemaakt te wor- den van twee types C-profielen: De C-profielen waarop de datakasten zullen rusten met afmetingen 4 cm breed en 8 cm hoog. De C-profielen als traversen en versteviging van het raster met afmetingen 4cm breed en 4 cm hoog. m gebruik onder de data- en serverkasten voor de stevigheid een speciale constructie met bijkomende vijzels en C-profielen, zodat de kasten steeds op twee C-profielen met hoog- te 8 cm kunnen gemonteerd worden; m aangesloten op de veiligheidsaarding van het serverlokaal, om de 5 m² met een beveili- gingskabel van 25 mm²; m een trillings- en geluidsdemper, tevens ook geleider van statische elektriciteit, wordt nauwkeurig en klemmend passend op elke vijzelkop of raster knooppunt geplaatst. 324

327 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid n De gemiddelde hoogte van de valse vloer ten opzichte van de vloer waarop hij is aange- bracht bedraagt minimaal 30 cm; hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende materialen die in de valse vloeren dienen te worden aangebracht, bv. : m de kabelgangen voor zwak- en eventueel sterkstroom m de eventuele montage van sterkstroomverdeling. m de branddetectie n totale hoogteaanpassing 30 mm (nivellering van de vloer bij de eindafwerking); n de treden en de hellende vlakken om de hoogteverschillen op te vangen moeten aan de toegangen buiten het serverlokaal worden aangebracht; in de zalen van het serverlokaal zal er geen enkel niveauverschil zijn; indien het voor sommige toegangen onmogelijk is om het niveauverschil buiten de zaal op te vangen zullen wegneembare dwarsstukken worden aangebracht die duidelijk worden gemerkt om te vermijden dat er machines of kasten worden op neergezet. n de hellende vlakken die nodig zijn om de zalen van het serverlokaal te bereiken zullen dezelfde samenstelling hebben als de vloerplaten van het serverlokaal. De maximale hellingshoek bedraagt Mechanische karakteristieken n n Tegels m m m Vijzels m m m Draagvermogen bij puntbelasting : minimaal 3kN Maximale doorbuiging : 1/300e van de overspanning Blijvende vervorming : maximum 0,2mm Vertikale belasting : ca. 5kN Veiligheidspuntlast : ca. 15kN Breuklast : 15kN Elektrische karakteristieken tegels Technische richtlijnen serverlokaal n De vloerbekleding van elke plaat heeft een minimale overgangsweerstand van 25 x 103 Ohm met de aarding. n De maximale isoleerweerstand van 2 x 106 Ohm voor een nieuwe vloer, die naar het ein- de van zijn bestaan 1010 Ohm mag bereiken, moet de ontlading van de statische elektri- citeit verzekeren. n De plaatbekleding mag in geen geval een behandeling krijgen om aan de gevraagde karakteristieken te voldoen. n De isoleerweerstand wordt gemeten tussen de elektrode op een willekeurige plaats van de valse vloer en een van de vijzels waarop de aarding is aangesloten. De maximale proefspanning bedraagt 500 V in wisselstroom. Na 60 seconden moet de kortsluitstroom tussen 2,5 en 10 milliampère liggen Vloeren - opvangsysteem De vloer moet een opvangsysteem voor water of vloeistoffen hebben. Ook de vloer van de bovengelegen verdieping moet voorzien zijn van watercollectoren. De bekleding van de vloerplaten van de valse vloer in het serverlokaal en de vloerbekle- ding van de aanpalende lokalen zijn behandeld om mogelijke statische elektriciteit af te 325

328 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid voeren Brandwerende kleppen Technische richtlijnen serverlokaal Wanneer de computerzaal wordt geconditioneerd met een HVAC-installatie, dan moeten de ventilatieopeningen voorzien zijn van brandwerende kleppen die : Deuren n conform artikel van het K.B. van 19/12/1997 moeten zijn; n zijn gemotoriseerd met een sneller reactievermogen dan de systemen met zekeringen; n dienen automatisch te sluiten in geval van alarm; n in geval van een automatisch brandblussysteem moet de sluitingstijd van de kleppen korter zijn dan de tijd voor de inwerkingstelling van het brandblussysteem. Er is een afstandsbediening nodig om de gesloten kleppen opnieuw in te schakelen. n de positie van de kleppen wordt aangeduid op het synoptisch bord buiten het lokaal; n bij het sluiten van de kleppen dient een alarm te worden ingeschakeld zoals bepaald voor het systeem AMS (Alarm Management Systeem). Alle hieronder beschreven deuren zijn inbraakwerende deuren en moeten gewaarborgd zijn door BOSEC evenals hun installateurs: Grote toegangsdeur De grote toegangsdeur heeft een totale doorgangsopening van h 250 x b 170 om de machines uit het serverlokaal weg te voeren. Deze deur is uitgerust met een badgelezer Vluchtdeur Door een vluchtdeur kan men het serverlokaal verlaten via een andere weg dan de grote toegangs- deur. Deze deur moet van binnenuit kunnen worden geopend. Er wordt een controlesysteem op- gesteld dat alarmen kan doorgeven (eventueel naar het synoptisch bord of Alarm Management Systeem) Voorkoming van brand, hitte en rookgassen Richtlijnen en normen n Norm NBN S : na te leven minimum voor de branddetectie-installaties. n Het KB van 17/06/1997 over de veiligheidssignalisatie en arbeidsgezondheid. n Norm DIN over de fotoluminescentie van de veiligheidspictogrammen. n A.R.A.B Signalisatie n officiële aanduidingen van de nooduitgangen en van de middelen voor eerste inter- ventie in de zalen van het serverlokaal; n fotoluminescente pictogrammen met inachtneming van de norm DIN 67510; n op manshoogte, en herhaald m m op 10 / 15 cm van de vloer, en op de vloer om de richtingen van de nooduitgangen aan te duiden; n de tekens van rookverbod zijn zeker op elke deur van het serverlokaal aangebracht; n aan de ingang van het serverlokaal bevindt zich een bord met de beschrijving van de plaatsen waar de middelen van eerste interventie beschikbaar zijn en van de vluchtwegen. Technische richtlijnen serverlokaal 326

329 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Detectie van de rookgassen en brand Algemene regels Technische richtlijnen serverlokaal n Het detectiematerieel voor rookgassen en brand dient BOSEC-goedgekeurd te zijn. n Als er luchtafvoerleidingen aanwezig zijn, worden de detectoren in de afvoerbuizen gemonteerd. Eventueel moet in de luchtafvoerleidingen een airsampling voorzien worden die gassen van lekkende batterijen detecteert. n De branddetectiecentra van het serverlokaal moeten onafhankelijk van de overige de- tectiecentrales van het gebouw worden opgesteld, al moet er wel een koppeling met de brandcentrale van het gebouw zijn. n Men moet een punctuele detector of een drukknop na 5 seconden kunnen neutraliseren om valse alarmmeldingen te kunnen controleren. Deze neutralisatie moet tijdelijk zijn om de controle ervan mogelijk te maken. Na de neutralisatieperiode wordt de detector automatisch opnieuw ingeschakeld om opnieuw te kunnen reageren; deze periode kan worden onderbroken door een operator. n Het detectiemateriaal dient bij voorkeur BVVO-gekeurd te zijn. n Bij een alarm moeten de eenheden van de klimaatregeling stilvallen. Het aanslaan van het alarm moet evenwel aan alle voorwaarden voldoen. n Het serverlokaal dient uitgerust te zijn met kringen van alarmdrukknoppen volgens de regels van de geldende normen. Het aantal detectoren, alarmdrukknoppen (plaats te bepalen en goed te keuren door een expert), detectiekringen, punctuele detectoren per kring of drukknoppen moet voldoen aan de norm NBN S De naburige punctuele detectoren worden op onafhankelijke kringen geplaatst. De exacte positie van de alarm- drukknoppen (type breek het glas ) wordt bepaald door een specialist Branddetectie n De branddetectie-installatie dient een combinatie te zijn van de klassieke punctuele opti- sche detectoren. De detectoren moeten echter in staat zijn om een concentratie van 0,1% rookgassen te onderscheiden. De detectoren zijn bij voorkeur richtbaar. n Detectie-installatie met hoge gevoeligheid gebaseerd op de sampling van de (geconditi- oneerde) lucht in het serverlokaal. Als voorbeeld kan het VESDA-systeem (Very Early Smoke Detection Apparatus) gezien worden. Installaties met air sampling hebben een veel hogere gevoeligheid voor eventuele rookpartikels (tot 0,005%) Pre-alarm, melding en alarm n Het prealarm bestaat uit het inschakelen van de aanwezige detectiemiddelen. De operator moet de detector die het prealarm heeft veroorzaakt, controleren. De prealarmin- formatie wordt net zoals elke andere detectie automatisch doorgestuurd en geregi- streerd. Er wordt een kort controlerapport opgemaakt. Uiteindelijk wordt de detector, na controle, terug in de normale positie gebracht als er zich niets anders voordoet. Een defecte detector kan tijdelijk uit het alarmproces worden verwijderd tot het gekwali- ficeerde personeel tussenkomt. n De brandmelding wordt ingeschakeld wanneer : m m m twee punctuele detectoren die zich dichtbij bevinden en op verschillende kringen werden geplaatst, tegelijk werden ingeschakeld; een afzuigdetectiekamer heeft gereageerd; een drukknop werd ingeschakeld. 327

330 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid n Als alle voorwaarden voor het alarm aanwezig zijn, zal alarm (oproep van de brandweer, sirene en evacuatie) worden gegeven na een tijdspanne van 30 seconden indien er geen neutralisatie was van de melding. Dat is de periode waarin een operator eventueel kan tussenkomen en verhinderen dat het alarm aanslaat Detectiecentrale De alarminformatie van de branddetectiecentrale wordt doorgestuurd naar het GBS of AMS. De centrale zelf dient door een detector bewaakt te worden Sirenes Er moeten sirenes aanwezig zijn om personen die op de te evacueren plaats verblijven, te waarschuwen. Eventueel kan ook gebruik gemaakt worden van een geluidsdistributie-installatie Telefoonmelder Aan de branddetectie-installatie moet via contacten een telefoonmelder gekoppeld wor- den. Bij een alarm kan deze telefoonkiezer dan een SMS-bericht versturen of voorafgepro- grammeerde nummers opbellen Temperatuurscontroles Wat de hitte betreft, valt te noteren dat : n de elektronische componenten boven 60 C te lijden hebben waardoor de risico s op inci- denten hoog oplopen, n boven 40 C schade toegebracht wordt aan de informaticadragers, banden of cassettes. Temperatuurcontroles zullen dus de andere controles van de aanwezigheid van rook en brand aanvullen. Ze werken echter wel onafhankelijk van het brandalarmproces en informe- ren uitsluitend over de werking van serverlokaal. Enkel de temperatuur in het serverlokaal moet gecontroleerd worden Controle lekkende batterijen Een airsampling installatie (geïntegreerd in de HVAC-installatie) kan eventueel lekkende batterijen detecteren (ppm-waarden) Blusmateriaal Technische richtlijnen serverlokaal Normen en richtlijnen n N.B.N. S21-023: Hydranten met axiale voeding. n N.B.N. S tot 018: Draagbare blustoestellen. n N.B.N. S21-032: Autonome ademhalingstoestellen met open kringloop. n N.B.N : Waterdistributie voor automatische hydraulische brandblusinstallaties. n N.B.N : Technologie van de automatische hydraulische brandblusinstallaties en algemene bepalingen voor de bouw ervan. n N.B.N : Bescherming tegen brand - Vaste blusinstallatie - Droge leiding. n CEA 4001: Regels van het Europees Comité van Verzekeraars inzake de vaste hydraulische brandblusinstallaties ( Sprinkler system design and installation ). n A.R.A.B.: Regels 349 tot 363 voor de stockering van CO 2 -flessen. n De brandklasse bepaald door de verzekeraar voor dit soort risico s is OH1 voor serverlo- kaal en OH2 voor de verwante aanpalende lokalen (Ordinary Hazard group volgens CEA 4001). De gevarenklasse die in aanmerking moeten genomen worden is die van de groep

331 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Vereisten uitvoering serverlokaal Automatische gasblusinstallatie Technische richtlijnen serverlokaal Voor bescherming tegen brand van de elektronische apparatuur van computers, servers wordt voor het serverlokaal een automatische blusinstallatie op inert gas voorzien. De in- stallatie bestaat uit flessen, distributieleidingen en sproeikoppen in het plafond en in de verhoogde vloer, stuurcentrale met alarmmelding naar de branddetectiecentrale, fantest en NVBB-keuring. De bijhorende flessen worden opgesteld nabij het betreffende serverlokaal, zodat de maximale afstand tussen de flessen en het te blussen lokaal niet wordt overschreden. Een kop- peling wordt voorzien met het bord HVAC voor het stilleggen van het ventilatiedebiet van de klimaatkasten, evenals een koppeling met het elektrisch bord voor de uitschakeling van specifieke elektrische voedingen. Verder gelden de volgende regels: n De automatische blusinstallaties moeten een tijdsprogrammatie hebben, zodat de za- len waar het blusgas dient te worden ondergebracht kunnen worden geëvacueerd zodra het alarm wordt ingeschakeld. Er dient een periode van 15 seconden in acht genomen te worden, die de operator ook de mogelijkheid heeft om automatische blusactie te stoppen en manueel terug op te starten. 329

332 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid ner Prealarm Meldin Alarm Iner 2 t 30 s 15 s tijd 330

333 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Technische richtlijnen serverlokaal escalatieproces van het blussen met inert gas n De leidingen van de automatische blusinstallaties moeten aangesloten zijn op de aar- ding van de lokalen. n Op de ingangsdeuren van de lokalen met een automatische blusinstallatie met inert gas komt volgende boodschap : Dit lokaal is beschermd door een automatische blusinstal- latie met inert gas. Bij alarm of inschakeling van de installatie: verlaat onmiddellijk het lokaal. n De sproeiers moeten zodanig afgesteld zijn dat er niet rechtstreeks wordt gespoten op actieve elektronische elementen. n De hoeveelheden gas dienen overeen te stemmen zodat de totale stockhoeveelheid wordt berekend op het dubbele van de hoeveelheid gas die werkelijk vereist is voor het te beschermen volume. n De leidingen en -sproeiers moeten goed onderhouden worden. n Er zijn per serverlokaal twee ademhalingstoestellen voorzien. Zij moeten opgesteld worden in de nabijheid van de draagbare blustoestellen dichtbij de operatoren. De plaats ervan moet met passende tekens aangeduid worden Noodknop afschakeling apparatuur Er wordt een noodknop achter glas voorzien die bij activatie de afsluitprocedure voor alle aanwezige actieve apparatuur in het serverlokaal activeert H V A C (Heating Ventilation Air Conditioning) Ruimteconditie Volgende ruimteconditie wordt voor een serverlokaal voorop gesteld: n T = 19 C +/- 1 C n RV = 50% +/- 10% De HVAC-installatie wordt voorzien van een meting van de relatieve vochtigheid Bedrijfszekerheid Bedrijfszekerheid wordt bereikt door redundante uitvoering van de eindtoestellen in het serverlokaal enerzijds, ontdubbeling van de koude-opwekkingstoestellen anderzijds en door een bijkomende noodstroomvoorziening van het volledig koelsysteem of een gedeel- te ervan Koudeproductie De koudeproductie wordt gerealiseerd door een ijswatermachine. Het vermogen van de ijswatermachine is zodoende afhankelijk van het benodigde koelvermogen voor koeling van het serverlokaal (# m² vloeroppervlakte x 700 W/m² + 10% reserve) en de overige koelbehoeftes in het gebouw. Technische richtlijnen serverlokaal 331

334 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Koudeafgifte n Klimaatkast De koudeafgifte in het serverlokaal gebeurt door middel van klimaatkasten volgens het principe van Close Control Air Conditioning. n Type klimaatkast Dual-fluid klimaatkast voor ijswater. n Aantal klimaatkasten Het aantal klimaatkasten hangt af van de beschikbare plaats in het serverlokaal, de indeling van het lokaal en het benodigd koelvermogen. Er is een installatie van minstens 2 klimaatkasten nodig als basiskoeling. Het geïnstalleerd vermogen van de N klimaatkasten die voor de basiskoeling zorgen, is minstens 10% meer dan het berekend koelvermogen op basis van de vloeroppervlakte (700 W/m²). Omwille van de bedrijfszekerheid wordt best 1 back-up klimaatkast voorzien met dezelf- de kenmerken als de klimaatkast van de basiskoeling. Het totaal aantal klimaatkasten bedraagt bijgevolg N + 1. n Bevochtiging Elektriciteit De klimaatkast moet een stoombevochtiger bevatten. Zowel de voeding als de regeling van de ijswatermachine en de klimaatkasten worden op de noodstroomvoeding geplaatst met een afzonderlijk elektrisch bord. We stellen een nood- stroomaansluiting voor met een elektrisch vermogen dat minimaal gelijk is aan de som van het afgenomen vermogen van de koudeproductie en van de klimaatkasten die voor de ba- siskoeling zorgen. Zodoende wordt bij stroomuitval de verdere koeling verzekerd. Ook wordt de voeding van de klimaatkasten met bijhorende back-up directe expansie batterijen op deze noodstroomvoeding aangesloten. Dergelijke configuratie biedt in de mate waarin de voorgestelde redundantie wordt inge- voerd en of al dan niet wordt aangesloten op noodstroom, meer of minder bedrijfszekerheid Energie IJswaterregime EER Als temperatuurregime van het ijswater stellen we het regime 8-13 C voor. Dit temperatuurregime biedt het beste evenwicht tussen een niet te grote ijswaterbatterij en een zo hoog moge- lijke retourtemperatuur. Een hoge retourtemperatuur maakt enerzijds maximale free-coo- ling mogelijk en zorgt anderzijds voor een hoog energetisch rendement op basis van een hoge EER (Energy Efficiency Ratio) bij lage condensatietemperatuur. Ook een hogere verdampingstemperatuur geeft aanleiding tot een hogere EER en dus tot een lager energieverbruik. Dit wordt bereikt door de ruimtetemperatuur op minstens 19 C in te stellen. Tenslotte bepaalt de keuze van de ijswatermachine in belangrijke mate het energieverbruik. Bij gelijke omstandigheden kan de EER van verschillende koelmachines relatief grote ver- schillen vertonen. De Eurovent Certification voor de energieprestatie (EER) van de verschil- lende koelmachines biedt de mogelijkheid voor een objectieve beoordeling van het ener- Technische richtlijnen serverlokaal 332

335 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Technische richtlijnen serverlokaal getisch rendement. We stellen volgende eisen voorop aan de EER van de ijswatermachine bij een ijswaterregime gelijk aan 8-13 C n buitentemperatuur = 35 C dan EER > 2.85 n buitentemperatuur = 20 C dan EER > 4.5 Daarnaast vormt de ESEER (European Seasonal Energy Efficiency Ratio) een nieuw criterium ter beoordeling van koelinstallaties op jaarbasis. De ESEER wordt gevormd als gewogen gemiddelde van de specifieke EER-waardes bij verschillende belastingscondities en omge- vingstemperaturen. Deze ESEER is echter nog onvoldoende bekend bij de diverse fabrikanten Elektrische installaties en kabels Richtlijnen en normen n RGIE / AREI. n IEC voor gestructureerde bekabeling. n Norm NBN EN voor de verlichting. n Norm NBN EN 1838 voor de noodverlichting. n Norm NBN voor de brandweerstand van de materialen (met name kabelmantels). n Norm NBN C voor de brandweerstand van de kabels. n CEI-332-3C samenstelling van de kabelmantels en brandreactie. n CEI mechanische weerstand van de optische kabels. n N.B.N. C NBN C NBN ENV beveiliging tegen rechtstreekse blik- seminslag. n Richtlijn EEG 89/336 van 3/5/1989 en amendementen 92/31 op de elektrische toestellen. n Reglement van de Verzekeraars voor de Elektrische installaties Elektriciteitsdistributie algemene beschouwingen Het nettype In het serverlokaal wordt een TN-S installatie voorzien Continuïteit van elektrische stroomtoevoer De continuïteit van de stroomtoevoer moet gegarandeerd worden. Daarom zal men steeds over een UPS beschikken. Om de stroomtoevoer over een langere tijd te garanderen is een extra bron nodig UPS, noodstroomaggregaat n UPS Als er een noodstroomaggregaat aanwezig is, is een online UPS met een autonomie van 10 minuten de minimunvereiste. Indien dit niet het geval is, moet de autonomie 30 min bedra- gen. De autonomie moet toelaten om bij uitval van het gewone net de servers op een normale manier te laten afsluiten. Er wordt ten minste één enkele UPS met statische en dynamische by-pass voorzien. Het ver- mogen van de UPS wordt bepaald in functie van het benodigd vermogen inclusief de te voorziene overeen te komen reserve (bv. 30%). De afzekering van de voeding van de UPS en van de by-pass zijn gescheiden. De UPS dient met de gepaste filter uitgerust te worden om de harmonische distortie te be- perken. Uiteraard is de UPS voorzien van een communicatiepoort (RS koppeling) voor transmissie Technische richtlijnen serverlokaal 333

336 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid van de werkingsstatus naar het GBS (GebouwenBeheerSysteem) of AMS (Alarm Manage ment System) met minstens de volgende functies: l normaal net afwezig l by-pass functie l batterij defect l toestel in normale werking l procentuele belasting per fase + autonomie. Daarnaast worden ook een aantal potentiaalvrije contacten voor signalisatie van de wer- kingsstatus voorzien. De UPS wordt niet in het serverlokaal geplaatst. Hierbij worden het omvormergedeelte en de batterijen bij voorkeur in afzonderlijke ruimten opgesteld. De omgevingstemperatuur bedraagt 20 C om de levensduur van de batterijen optimaal te behouden. De batterijen moeten in tenminste twee circuits opgesplitst worden. n Noodstroomaggregaat Strikt genomen is een noodstroomaggregaat niet echt noodzakelijk, maar meestal is die wel aanwezig. De keuze hiervoor hangt uiteraard af van het budget Bijkomende vereisten Technische richtlijnen serverlokaal Afhankelijk van de duur dat de installatie in dienst moet blijven, maken we het volgende onderscheid: n Een beperkte duur: UPS De autonomie / bedrijfszekerheid van de UPS-installatie wordt uitgevoerd met een nood 3 x 50 % opstelling. Het benodigd vermogen inclusief het te voorziene reservevermogen wordt verdeeld over ten minste twee UPS en. Een extra UPS met hetzelfde vermogen wordt als reserve voor mo- gelijks defecte UPS voorzien. Er wordt ofwel één gemeenschappelijke by-pass voorzien of- wel krijgt elke UPS zijn eigen statische bypass. Dit is afhankelijk van de grootte van het benodigd vermogen en van het aanbod van de fabrikanten (dat vrij snel wijzigt). n Een langere duur: noodstroom Deze vereiste vraagt naast de UPS en de normale voeding een noodbron om de autonomie van de UPS niet te beperken. Deze noodbron kan bestaan uit een aggregaat. In deze oplossingen maakt de UPS dat de omschakeling van normale bron naar de nood- bron onopgemerkt gebeurt voor de verbruikers op de UPS. Het aggregaat garandeert een autonomie in functie van de voorraad brandstof die aan- wezig is. Best is een brandstofvoorraad te voorzien voor een de werking gedurende min- stens 24 uur, maar hierover moeten afspraken gemaakt worden. In functie van de garantie van stroomlevering kan eventueel overgegaan worden naar een 3*50% opstelling Aardingen en equipotentiaal verbindingen Het serverlokaal heeft een afzonderlijke aarding. Daarnaast worden de nodige aardingen eigen aan het gekozen nettype geplaatst Elektrische borden Het serverlokaal wordt gevoed vanuit twee elektrische borden. Deze borden worden zover mogelijk van elkaar opgesteld in het lokaal. De borden zijn gesloten kastborden voor vloer- opstelling. De elektrische borden bevatten de nodige bliksem- en overspanningsbeveiligin- gen. De beveiligingen zijn van het type automatische schakelaars waarbij tevens de nullei- 334

337 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid der beveiligd is Distributie elektrische leidingen Basisvereisten n De elektrische voeding van de borden van het serverlokaal moet afgescheiden zijn van de elektrische voeding van de overige verbruikers van het gebouw. Er moet dus een apart vertrek vanuit het ALSB naar de borden in het serverlokaal voorzien worden. n De elektrische voedingskabels naar de borden van het serverlokaal mogen geen verdun- de nulleider bevatten. De mogelijke harmonische stromen laten dit niet toe. De voedings- kabel van de bypass wordt bij voorkeur verdubbeld (harmonischen) zodat bij mogelijkse werking op bypass de voeding dan toch zoveel mogelijk gegarandeerd wordt. n Overdimensionering van de voeding voor latere uitbreiding: volgens afspraak. n De bekabeling tussen de UPS en het aggregaat (de aggregaten) of de tweede aansluiting wordt in brandwerende kabel aangelegd Lokale stroomverdeling in het serverlokaal Bij de verdeling van sterkstroom worden railkokers gebruikt. n Kabelgoten voor zwakstroom De valse vloer wordt voorzien van kabelgoten voor de zwakstroom. De kabelgoten worden aangelegd in een matrixstructuur zodat alle datakasten op een efficiënte wijze kunnen be- reikt worden. n Sterkstroomverdeling Aan het plafond worden een aantal geprefabriceerde railkokers gemonteerd die uit de volgende onderdelen bestaan: l Een thermisch verzinkt draagprofiel dat tevens fungeert als beveiligingsgeleider. l In het draagprofiel bevinden zich 4 actieve geleiders. l Op het draagprofiel wordt boven (of onder) een datakast een aftakkast gemonteerd waarin zich tevens de connectoren en de aansluitpunten voor modulaire apparatuur bevinden. Vanaf de aftakkasten wordt dan met sterkstroombekabeling naar de datakasten gegaan. De railkokers worden aan de uiteinden gevoed door een speciaal voedingselement dat via sterkstroombekabeling op het elektrische bord wordt aangesloten. De railkokers moeten aangesloten worden op de aarding van het serverlokaal. Per rij van datakasten worden twee geprefabriceerde railkokers voorzien, die gevoed wor- den van een ander bord. Dit systeem is uiterst flexibel betreffende het te leveren vermogen voor een bepaalde datakast Verlichting Technische richtlijnen serverlokaal Het volgende dient voorzien te worden: m m Er moet een algemene en een noodverlichting aanwezig zijn. De verlichtingssterkte in het serverlokaal dient minimaal 500 Lux te bedragen. m Veiligheidspictogrammen. In normale omstandigheden is de verlichting in het serverlokaal slechts gedeeltelijk ingeschakeld. Als er personen in het lokaal aanwezig zijn, schakelen bewegingsdetectoren de verlichting in op half vermogen (ongeveer 250 Lux). De andere helft van de verlichting wordt 335

338 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid gestuurd via een schakelaar. Een temporisatiesysteem moet de combinatie van de beide bronnen harmoniseren. Technische richtlijnen serverlokaal Bliksemafleiderinstallatie Atmosferische omstandigheden kunnen een gebouw en zijn inhoud schade toebrengen. Een rechtstreekse blikseminslag is daar een voorbeeld van. Daarom is het aangewezen een externe bliksembeveiliging te voorzien. Voor de aanleg van dergelijke installatie kunnen we ons baseren op de normen NBN C18-100, NBN C en de NBN ENV Aparte BBZ Meetinstrumenten Volgende metingen worden standaard voorzien: m bewaking en meting van de (harmonische) stroomkwaliteit; m bewaking van de cos phi van de elektriciteitsinstallatie van het computerlokaal via de hoofdelektriciteitsmeter; m meting van vermogen van de UPS en er moet de mogelijkheid zijn om een individuele meting uit te voeren op de datakasten Montage datakasten De datakasten worden steeds gemonteerd op de speciale daartoe voorziene C-profielen van de valse vloer. Deze C-profielen zijn zodanig geplaatst dat de voorzijde van de sokkel van de kasten steunt op het voorste C-profiel terwijl de achterzijde van de sokkel steunt op het achterste C-profiel. Onder de datakasten zijn er geen tegels. Aan de voorzijde van de datakasten worden geven- tileerde tegels geplaatst, zodat via de voorziene openingen in de kast de nodige koele lucht over de in de kast gemonteerde actieve apparatuur kan circuleren. Als er meerdere datakasten in het het serverlokaal aanwezig zijn, moeten die steeds aan elkaar bevestigd worden. De gestructureerde bekabeling wordt steeds vanuit de valse vloer door de opening onder de datakast naar de betreffende actieve componenten gebracht. De sterkstroombekabeling wordt eveneens vanuit de valse vloer door de opening onder de datakast naar de betreffende actieve componenten gebracht wanneer er gewerkt wordt met ondervloerdozen of eenvoudige stroomverdeling. Bij railkokers wordt de sterkstroom- bekabeling langs de bovenzijde van het datakast binnengebracht Voorkomen van schade door water en vloeistoffen n De netten voor de distributie van vloeistoffen voor het serverlokaal worden gescheiden gehouden van de overige distributienetten van het gebouw door middel van afsluit- en isoleerkranen op verschillende plaatsen. n Er moet bijzondere aandacht gaan naar de hydraulische installaties van de aanpalende lokalen. De eventuele aanwezigheid van zwerfstroom kan gecheckt worden door het potentiaalverschil te meten tussen de aarding van het gebouw en de betrokken leidin- gen. Bij aanwezigheid van gegalvaniseerde leidingen blijft de watertemperatuur be- perkt tot maximum 65 C, want daarboven werkt de bescherming van het ijzer door het zink niet meer, wat hoge corrosierisico s met zich meebrengt. n De installaties voor de distributie van vloeistoffen zullen van het serverlokaal worden afgeleid met uitzondering van de installaties die absoluut noodzakelijk zijn voor het rverlokaal 336

339 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid serverlokaal Monitoring n Het serverlokaal is hermetisch afgesloten voor vocht. Om de technische installaties die het serverlokaal bedienen te kunnen controleren, is een alarmmanagementmodule nodig. Hieraan worden de te superviseren technische installaties gekoppeld, namelijk: n de brandmeldingen van de detectiesystemen van het serverlokaal; n eventueel de informatie over de alarmmeldingen vanuit de andere delen van het ge- bouw overgebracht door de andere alarmcentrales; n de HVAC-alarmen van het serverlokaal en van de eventuele vochtmetingen indien de HVAC-systemen dat niet rechtstreeks controleren; n de alarmmeldingen voor inbraak in het serverlokaal en op de belangrijkste ingangen van het gebouw; n de alarmen voor het verlies van continuïteit van de buizen voor de voedingskabels van de verdeelkasten in het serverlokaal; n de alarmen voor het verlies van continuïteit van de buizen voor de datatransmissiekabels vertrekkende van de invoering in het gebouw naar de WAN-kasten; n de alarmmeldingen elektriciteit vanuit het noodstroomaggregaat en de UPS en de andere delen van de gecontroleerde installatie om de operator te informeren dat zich even- tueel problemen voordoen; n de alarmmeldingen van de blusgassysteem; n de alarmmeldingen van eventuele specifieke temperatuursdetectoren; n alarmen van de toegangscontrole- en eventuele inbraakdetectie-installaties van het ser- verlokaal; n de gegevens van de metingen voor de harmonischen en cos phi. Voor elk van de hierboven vermelde alarmen zijn bij voorkeur verschillende niveaus mogelijk. Er wordt best een koppeling met een automatische telefoonmelder voorzien. Als het gebouw over een GBS beschikt, dan moet de centrale alarmmanagementcentrale van het serverlokaal de informatie over de alarmmeldingen eveneens doorsturen naar het GBS van het ge- bouw zonder over het AMS-systeem te gaan, zoals aangeduid op volgende figuur. Technische richtlijnen serverlokaal estur 337

340 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Schema voor het doorsturen van de meldingen/alarmen 338

341 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 6.2 Bijlage 2 Technische richtlijnen datalokalen Bouw en inrichting Het datalokaal dient dermate gelegen te zijn dat : n de schacht voor toevoer van de vertikale bekabeling vlakbij het datalokaal gelegen is, of een invoer in het datalokaal voorziet n het mogelijk is een 19 datakast (80x80x200) in het datalokaal binnen te brengen zonder het te demonteren, m.a.w. in 1 beweging n er voldoende ruimte is om de apparatuur en bekabeling in een datakast te bereiken langs 2 zijden (rekening houdend dat de deuren voor en achter open kunnen en een persoon toegang krijgt tot de datakast), bij voorkeur vooraan en achteraan. Als alternatief kan deze opstelling ook vooraan en aan de zijkant voorzien worden. n de nodige openingen voor het doorvoeren van de horizontale bekabeling zijn reeds voorzien in de constructie van het gebouw, met een dimensionering die 20% reserve toelaat t.o.v. de door de bouwheer voorziene behoeften. Ook de nodige doorvoeren die- nen voorzien te worden om in het verlaagd plafond de nodige kabels te kunnen plaatsen (zoals bv. DECT, wifi) Voorkoming van brand, hitte en rookgassen Richtlijnen en normen n n Norm NBN S : na te leven minimum voor de branddetectie-installaties. Het KB van 17/06/1997 over de veiligheidssignalisatie en arbeidsgezondheid. n Norm DIN over de fotoluminescentie van de veiligheidspictogrammen. n A.R.A.B. / Codex en AREI Signalisatie n Er zullen officiële aanduidingen zijn van de middelen voor eerste interventie in het datalokaal, fotoluminescente pictogrammen met inachtneming van de norm DIN n op manshoogte Detectie van de rookgassen en brand Algemene regels n Het detectiematerieel voor rookgassen en brand moet BOSEC-goedgekeurd zijn. n De branddetectoren van het datalokaal worden aangesloten op de aanwezige branddetectie-installatie van het gebouw. n Het detectiemateriaal dient bij voorkeur BVVO-gekeurd te zijn. n Bij een alarm moeten de eenheden van de klimaatregeling stilvallen. Er moet evenwel aan de minimumvoorwaarden voor het aanslaan van het alarm voldaan worden. n Het datalokaal moet uitgerust zijn met een alarmdrukknop volgens de regels van de geldende normen. Deze worden aangesloten op de bestaande installatie van het gebouw. Als er geen plaats is voor de alarmdrukknop, dan moet deze knop vlak naast de deur van het datalokaal geplaatst worden, aan de zijde van de deurklink Branddetectie De branddetectie-installatie bestaat uit de klassieke punctuele optische detectoren. De de- Technische richtlijnen datalokaal 339 lokaal

342 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid tectoren moeten over een groot onderscheidingsvermogen beschikken zodat ze een con- centratie van 0,1% rookgassen kunnen onderscheiden. De detectoren zijn bij voorkeur richtbaar. Bij de plaatsing van de detectoren wordt rekening gehouden met de infrastructuur voor koeling en/of ventilatie Detectiecentrale De alarminformatie van de branddetectiecentrale wordt naar het GBS gestuurd. De alarminformatie is zodanig gestructureerd dat identificatie van het datalokaal éénduidig is. De centrale zelf wordt zelf door een detector bewaakt Blusmaterieel Volgens de voorzieningen van het betreffende gebouw, conform de Agoria richtlijnen H V A C (Heating Ventilation Air Conditioning) Ruimteconditie Volgende ruimteconditie wordt voor een datalokaal voorgesteld: n T = 19 C +/- 1 C n RV = 50% +/- 10% Koelvermogen In datalokalen houden we rekening met 300 W/datakast voor de basisbehoeften (ventilatie, verlichting) + 3 x PoE switchen (3 kw) Koudeproductie De eindelementen op ijswater kunnen zowel van het plafond- als het wandtype zijn Elektrische installaties en kabels Richtlijnen en normen n RGIE / AREI. n IEC voor gestructureerde bekabeling. n Norm NBN EN voor de verlichting. n Norm NBN voor de brandweerstand van de materialen (met name kabelmantels). n Norm NBN C : voor de brandweerstand van de kabels. n CEI-332-3C: samenstelling van de kabelmantels en brandreactie. n CEI : mechanische weerstand van de optische kabels. n N.B.N. C NBN C NBN ENV : beveiliging tegen rechtstreekse blik- seminslag. n Richtlijn EEG 89/336 van 3/5/1989 en amendementen 92/31 op de elektrische toestellen. n Reglement van de Verzekeraars voor de Elektrische installaties Elektriciteitsdistributie algemene beschouwingen Elektriciteitsdistributie - algemeen Het nettype Concreet gezien wordt ervan uitgegaan dat er een TN-S installatie zal voorzien worden in het datalokaal Distributie elektrische leidingen Lokale stroomverdeling binnen het datalokaal Er dienen minstens 2 elektrische voedingen voorzien te worden van telkens 20A. Geen apart bord te voorzien, wel aparte kringen. Deze kringen zullen later in de datakast afgemonteerd Technische richtlijnen datalokaal 340

343 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid worden in opbouw Verlichting Technische richtlijnen datalokaal n Er dient een algemene en een noodverlichting aanwezig te zijn waarvan de lichtsterkte voldoet aan ARAB of Codex. n Veiligheidspictogrammen Voorkomen van schade door water en vloeistoffen Volgens de voorzieningen in het gebouw Toegangscontrole en toezicht Richtlijnen en normen Security Policy: de deur van het datalokaal moet uitgerust zijn met een elektrisch slot dat gestuurd wordt vanuit een online toegangscontrole systeem. De badgelezers voor de data- lokalen vormen een aparte logische groep binnen het toegangscontrole profiel. Eventueel kan die logische groep verder onderverdeeld worden. Het elektrisch slot dient vandaalvrij te zijn. Sabotage van de magneetcontacten door middel van een externe magneet moet verhinderd worden. Vereisten l Alle toegangsdeuren tot het datalokaal worden bediend met een badgelezer 6.3 Bijlage 3 - Energiemonitoring Gebruikte afkortingen E Elektriciteit G W C GBS GDPB SWW WP ICT UPS HVAC Aardgas Water Warmte/Koude (Caloriemeting van geleverde warmte/koude) GebouwBeheerSysteem Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk Sanitair warm water Warmtepomp Informatie- en Communicatietechnologie Uninterruptible Power Supply (Noodvoeding) Heating Ventilation Air Conditioning Waarom meten? Piek- en lekverbruiken van grootverbruikers, in het gebouw op te sporen. Hierbij worden de op- gemeten verbruiken vergeleken met referentiewaarden en verwachte verbruiken. Monitoring laat toe om in de toekomst mogelijke besparingsprojecten te inventariseren en op te volgen. Facturatiemogelijkheden. Het zichtbaar maken van het energieverbruik op zichzelf verhoogt het energiebewustzijn en brengt besparingen teweeg. Een energieboekhouding toont het besparingseffect van de geno- men maatregelen duidelijk aan. Dat motiveert de verbruikers, overtuigt de investeerders van het nut van de geleverde inspanningen en bevordert een gericht beleid. Telemetrie De Vlaamse overheid wenst automatische (sub)metering toe te passen (Automatic Meter Reading 341

344 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid concept of telemetrie) om de captatie van verbruiksgegevens in een energieboekhoudingspak- ket zoveel mogelijk te automatiseren en zodoende in mindere mate afhankelijk te zijn van manuele ingave. Voordelen telemetrie: l Automatische meteruitlezing verbetert de kwaliteit van de datacollectie: uitleesfouten worden voorkomen en er worden geen uitlezingen gemist. l Metergegevens op dagelijkse basis, gedetailleerd en continu beschikbaar: hierdoor kunnen lekken en/of meerverbruiken sneller gedetecteerd worden en kunnen eventuele klach- ten efficiënter en sneller afgehandeld worden. Voor bepaalde gebouwdelen en parame- Energiemonitoring Energiemonitoring ters(bv. elektriciteitsverbruikopmiddenspanningviakwartierwaarden) iseenfrequentere meting mogelijk, zoals bv. verbruik van een keuken, om de werking te analyseren. l Door de permanente automatische metingen blijft de controle en alertheid op gebied van energiezorg gehandhaafd. l Detectie en opvolging van sluimerverbruiken, ook op feest-, weekend- en verlofdagen. l Responsabilisering van specifieke grootverbruikers zoals computerzalen (tot op data kast-niveau mogelijk). l Betere focus van de budgetten voor energiebesparende maatregelen. l Opvolging van comfortparameters (bv. temperatuur) van een gebouw of specifiek lokaal. Dergelijke informatie is eveneens belangrijk voor de GDPB-diensten van de Vlaamse overheid. l Alle voorziene telemetrische meters worden bekabeld en aangesloten op het GBS, hier- voor wordt naar de beschrijving van het GBS verwezen. Minimale vereisten energiemonitoring Alle (energie)meters moeten uitgerust zijn met telemetrie. Waar mogelijk wordt als standaard een bekabelde oplossing voorzien. Draadloos kan enkel overwogen worden als een bekabelde oplos- sing niet meer mogelijk is om praktische of installatietechnische redenen. A. De officiële hoofdmeters van de nutsmaatschappijen Deze dienen vanop afstand, via telemetrie, uitgelezen te worden. B. De functiegebonden en de installatietechnische grootverbruikers De functiegebonden en de installatietechnische grootverbruikers in het kantoorgebouw moeten elk afzonderlijk, per van toepassing zijnde energievorm (Elektriciteit, Gas, Water, Warmte/Koude) beme- ten kunnen worden. Het moet dus mogelijk zijn om de energetische impact voor elke van toepas- sing zijnde energievorm van de respectievelijke grootverbruikers te bepalen ten opzichte van het totaal energieverbruik en dit door middel van energiemonitoring op basis van telemetrie. Specifiek voor caloriemetingen betekent dit ook dat het totaal opgewekt warmte-/koelvermogen gemeten moet worden. Een opsplitsing in se per kring is niet noodzakelijk, wel dient men een onderscheid te maken tussen het totaal geleverd verwarmings- en koelvermogen aan de ruimtes (onder de vorm van eindelementen zoals radiatoren, convectoren, koelbalken...) en het warmte- en koelvermogen geleverd aan technische installaties (onder de vorm van bv. verwarmings- en koelbatterijen, SWW...). Onder functiegebonden grootverbruikers wordt verstaan (de te bemeten l Grootkeuken (E, G, W, C) l Refter (E) l Drukkerij (E, G) energievormen): 342

345 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid l Labo s (E, G, W, C) l Auditoria (E, G, C) 343

346 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Onder installatietechnische grootverbruikers wordt verstaan (tussen haakjes de te bemeten ener- gievormen): l Koelinstallatie (E, W, C) l Verwarmingsinstallatie (E, G, C) l ICT-toepassingen (serverzaal, data- en patchlokalen) (E, C) l Waterontharders (W) C. Gasverbruik Alle deelverbruikers moeten afzonderlijk bemeten worden. Deelverbruikers die dezelfde technische functie bezitten, kunnen worden gesommeerd. Voorbeeld: in geval toepassing van meerdere gas- boilers voor bereiding SWW, volstaat het 1 meting te voorzien voor de totale SWW-productie, tenzij dit conceptmatig onmogelijk is, bv. bij decentrale opstelling. Een uitzondering wordt voorzien voor de cv-ketels: hier dient elke ketel voorzien te zijn van een aparte meter om de respectieve deelren- dementen te kunnen bepalen. Niet-limitatieve lijst: l Gasgestookte CV-ketels l Gasboiler(s) SWW l Grootkeuken l Gasstoombevochtigers l Gasgestookte luchtverhitters l. D. Waterverbruik Volgende verbruikers moeten afzonderlijk bemeten worden: l Grootkeuken l Bijvulling stadswater (indien regenwater ontoereikend) l Regenwatercircuit l Waterontharder ingang l Waterontharder uitgang (netto hoeveelheid onthard water) l Douches (totaal warm+koud water) l Sanitair (2 metingen als referentiemetingen, verspreid in het gebouw maar representatief) l Kitchenettes (2 metingen als referentiemetingen, verspreid in het gebouw maar repre- sentatief) l Grootverbruikers HVAC (koeltorens, stoombevochtigers...) l Totaal productie SWW Specifiek voor waterontharders: E. Elektriciteit l Hardheid voor de ontharders l Hardheid na de ontharders Principieel dienen alle verdeelborden (zowel hoofd- als subverdeelborden) voorzien te zijn van een meter. Volgende verbruikers moetendaarenboven afzonderlijk bemeten worden: l Algemene meter (na transfo) l Grootkeuken l Koelgroepen l Lift (1 meting als referentiemeting, representatief) Energiemonitoring 344

347 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid l ICT-toepassingen (elke serverzaal, elk data- en patchlokaal dient apart bemeten te wor- den, alsook de koeling voor de respectievelijke ICT-lokalen) l UPS l Verlichting kantoorgedeelte l Verlichting algemene delen De parameter cos phi wordt ook gemeten, zowel voor de algemene installatie als voor de grootkeuken. F. Technische installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, technische instal- laties op basis van cogeneratie-technologie en installaties op basis van energieopslag Niet-limitatieve lijst: l PV-panelen l Thermische zonnepanelen ter bereiding van SWW l WP Energiemonitoring l Boorgat Energie Opslag(BEO) (+ WP) l Koude Warmte Opslag (KWO) (+ WP) l Warmte Kracht Koppeling (WKK) l Windturbines l Energie-opslagsystemen in vaten al dan niet in combinatie met PCM (Phase Change Ma- terials) l Warmterecuperatiesystemen op koelinstallaties Principieel moeten van bovenvermelde installaties alle warmte- en energiestromen bemeten worden, die toegevoerd en afgeleverd worden door de installatie. Vermits dit geen conventionele instal- laties zijn, is het de bedoeling dat bovenvermelde installaties worden uitgerust met een detailmo- nitoring met als doel volgende gegevens te bepalen (indien van toepassing op de desbetreffende installatie): l Bruto energieproductie l Netto energieproductie (met indien van toepassing onderscheid tussen aan het open- baar net terug geleverde energie en eigen gebruik) l Coefficient Of Performance (COP) l Seasonal Performance Factor (SPF) l Primary Energy Ratio (PER) l Systeemrendementen van de verschillende installatie-onderdelen l Gerealiseerde besparingen t.o.v. conventionele installaties l Benuttingsgraad l Specifieke technische parameters eigen aan de desbetreffende installatie (voor onder- houd- en sturingdoeleinden) Hierbij is het belangrijk dat de totale installatie wordt bemeten, inclusief alle noodzakelijke hulpver- bruikers. Technische vereisten energiemeters A. Normen Volgende normen zijn van toepassing: l AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties); l KB van 18 februari 1977, gewijzigd door het KB van 22 juni 1990 en hun bijlagen, die samen het reglement betreffende de koudwatermeters uitmaken; 345

348 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid B. Algemeen l NBN E (1984): Meters voor drinkbaar koud water Specificaties (1e uitgave); l NBN E (1986): Meters voor drinkbaar koud water - Gecombineerde meters -Speci- ficaties (ISO 7858/1-1985)(1e uitg.); l NBN EN /2/3: Watermeters (2007); l De Europese normen, meer bepaald aan het document NBN EN 1359: Gasmeters met balgen, voor zover de eisen niet tegenstrijdig zijn met de Belgische wettelijke voorschriften; l EN , -21, -31: Apparatuur voor elektriciteitsmeting (wisselstroom) Algemene eisen; l EN : Meettransformatoren - Deel 1; l De Belgische wetgeving en reglementering, meer bepaald het Koninklijk Besluit van 13 juni 2006 betreffende meetinstrumenten; en het Koninklijk Besluit van 22 juni Koninklijk Besluit tot vaststelling van de veiligheidswaarborgen welke apparaten en beveiligingssystemen, bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, moeten bieden (ATEX)., AREI, Codex, en aan de Koninklijke Besluiten van 18 mei 1994 & 30 januari 1996 (EMC-Richtlijn). l NBN D : Binnenleidingen voor aardgas en plaatsing van de verbruikstoestellen - Algemene bepalingen l NBN D : Installaties voor brandbaar gas lichter dan lucht, verdeeld door leidingen - Bijzondere installaties l NBN B : Stookafdelingen en schoorstenen (met een nominaal vermogen groter dan 70 kw) l NBN B : Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kw - Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en rookafvoer De energiemeters zijn specifiek geschikt voor opstelling in gebouwen waarin geen industriële activiteiten plaatsvinden. De IP-klasse van de meettoestellen en de andere karakteristieken (explo- sievrijheid, corrosiebestendigheid,...) zijn eigen aan de te bemeten voorziening en voldoen aan de basisvereisten van kracht in de EU. De meters zijn standaard uitgerust om via een vaste bekabeling gegevens door te sturen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van draadloze communicatie worden de meters hieraan aangepast. De energiemeters worden geïnstalleerd met alle noodzakelijke hulpmaterialen, volgens de van kracht zijnde normen en technische beschrijvingen van de distributienetbeheerders (bv. filters, af- Energiemonitoring sluitkleppen...). De meters zijn tevens uitgerust met de noodzakelijke voorzieningen om telemetrie toe te passen en dit afhankelijk van het weerhouden communicatieprotocol. Bij elke meter wordt bij installatie, hercalibratie of herinstellen tevens een calibratiecertificaat afgeleverd. C. Koudwatermeter l DN<40 n volumetrische watermeter n De watermeter dient minstens over een zelfde nauwkeurigheid te bezitten dan de officiële watermeters van de drinkwaterbedrijven n Droogloper met afgeschermde magneetkoppeling moet aanwezig zijn n Minstens EEG/ISO klasse C in zowel in horizontale als verticale positie n Hoge drukbestendigheid (maximale bedrijfsdruk bedraagt minimaal 16 bar) n Laag drukverlies (maximaal 1 bar drukverlies van de groep bij maximaal debiet) 346

349 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid n 8 duidelijk afleesbare telwerkrollen in een extra drooglopend telwerk n Easy reading principe door anti-condenseersysteem n Huis uit messing l DN 40 Energiemonitoring n Watermeters voor het meten van onder andere warmtehoeveelheid en debiet van zowel koud- als warmwater volgens het ultrasoon meetprincipe zijn voorzien van een aangepaste rekeneenheid. De watermeter bestaat uit een meetbuis, 4 transducers, een elektronische meetmodule en alle overige componenten noodzakelijk voor een goede werking en toepas- sing van telemetrie. n 230V AC voeding met back-up Lithium 3,6V batterij (minimale levensduur van 6 jaar voor de batterij) n De meter is van het ultrasone type met 2 tracks, met typegoedkeuring MID klasse 2 volgens EN1434 en OIML R75 n Hetwerkingsprincipeisgebaseerdophettransit-timeprincipe, waarbijhettijdsverschilge- meten wordt tussen de gezonden en de ontvangen ultrasone signalen door het medium en dit door middel van twee paar meetopnemers n Dedebietmetermeetbidirectioneelhetvolumetrischdebietenditvoorzowelwarmwater- circuits als koudwatercircuits n Elektronische module, compact, met LCD display 8-digits. Voorzien van real-time klok, instelbare datalogger, 2 passieve galvanisch gescheiden uitgangen, pulsuitgang, infra- rood interface voor dataoverdracht en/of diagnose doeleinden, communicatiepoort RS232/RS485, ingebouwde alarm indicaties zoals fout, lage batterijspanning, overschrij- ding maximum debiet... n Parameters in de debietmeter zijn beveiligd tegen manipulatie n Geen drukverlies n Dynamisch meetbereik Qi/Qp tot 1/100 en maximum meetbereik tot 1/400 n Maximale watertemperatuur: 120 C n Waterdichtheid IP67 n Meetbuisisvervaardigduitgegotenbronsvoor DN50 totenmet DN80 (volgens EN1982) en uit koolstofstaal vanaf DN100 (volgens EN1.0345/P235) n Transducers vervaardigd uit roestvrij staal (AISI316) en messing n Meetnauwkeurigheid: 0,5% van het waterdebiet n Drukbestendigheid PN16 n De inbouwlengtes van de meetbuizen zijn conform EN1434 D. Warmwatermeter l DN<40 n De warmwatermeters zijn geschikt voor het meten van heet water tot maximaal 120 C n Meerstraal watermeter met drooglopend telwerk en magnetische koppeling n Inbouw horizontaal of verticaal n Materiaal huis: messing n Materiaal meetinzet: kunststof met metalen niet roestende delen n Uitwisselbare meetinzet n Met metalen kap voor bescherming tegen magnetische invloeden n Minstens EEG/ISO klasse B in zowel in horizontale als verticale positie 347

350 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Energiemonitoring n Hoge drukbestendigheid (maximale bedrijfsdruk bedraagt minimaal 16 bar) n Meetnauwkeurigheid: 1% van het waterdebiet l DN 40 n Idem aan beschrijving bij koudwatermeters met DN 40 E. Caloriemeter l De caloriemeter van het ultrasone type geeft op instelbare tijdsbasis aan welk debiet of verwarmingsvermogen is verbruikt. De caloriemeter bestaat uit een rekeneenheid, een debiet- meter-eenheid, 2 temperatuursensoren en andere onderdelen noodzakelijk voor de goede werking l Temperatuur bereik van 2 C tot 180 C l Temperatuursverschil van 3 K tot 120 K l Voeler: min. Pt100 l Dynamische range 1:100 volgens EN1434 l Totale range 1:500 l Geen bewegende delen l Wervelvrije stroming rond de reflector l Reflector uit RVS l Voeding 230V AC l Rekeneenheid: IP54 l Groot aantal aanwijzingen op het display (7-digits) l Eenheden: MWh, kwh, MJ, GJ, m³ l Grootheden: Vermogen, debiet, temperatuur, energieverbruik l Datalog functie met programmeerbare interval l Meting van zowel CV (IP54) als Koeling (IP68) - ook gecombineerd (IP68) l Voldoet aan de Europese norm NEN-EN-1434 klasse 2 l Drukbestendigheidsklasse PN16 F. Gasdebietmeter l Gasdebietmeter voor het meten van gasverbruiken l Vuurbestendigheid tot 0,1 bar volgens NBN EN 1359 l Maximale bedrijfsdruk 0,5 bar l Gastemperatuur: -25 C tot +40 C l Kunststof membraam, magnetische koppeling l Behuizing uit gegalvaniseerd plaatstaal l Rollentelwerk met 8 cijfers l KVBG gekeurd G. Elektriciteitsmeter: meetcentrale De digitale multifunctionele elektriciteitsmeter dient minimaal volgende eigenschappen te bezitten: l Registreert actief, reactief en momentaan energieverbruik in hoog en laag tarief. l Energie en vermogen worden gemeten in de vier kwadranten. Verbruik en terugvoeding van energie worden bijvoorbeeld apart geregistreerd. l Kan zowel 1-,2-,3-fasig meten. l Mogelijkheden om instelbare perioden te meten (variërend van 1 tot 60 minuten). l Registreert meer dan 50 elektrische gemeten waarden zoals spanning, stroom, vermogen, frequentie, arbeidsfactor en symmetrie. De sampling van de elektrische spanning Energiemonitoring 348

351 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid l Meting: laat toe om de impact van harmonischen, tot de 5e harmonische, in te calculeren. Infor- matie over de individuele harmonischen (tot en met de 5e harmonische) kunnen ook verstrekt worden. Deze meters laten ook toe om een true rms waarde te bepalen voor de gemeten spanningen. l Fasespanningen tot 830 V kunnen direct gemeten worden. l Minimale en maximale meetwaardes voor alle meetbereiken. l De meting kan uitgevoerd worden op monofasige verbruikspunten en driefasige verbruikspunten. Ingeval van driefasige verbruikspunten is informatie per fase nodig. l Ingeval transformatoren noodzakelijk worden deze ook voorzien. Specificaties: Meetbare netfrequentie Meetingangen voor spanning: Meetcategorie / voor spanningsmeting Meetingang voor stroom: Meetcategorie / voor stroommeting Voedingsspanning: Meetcategorie / voor voedingsspanning Foutgrenzen: Formule voor relatieve globale onzekerheid bij de meting Hz CATIII CATIII CATIII l bij meetgrootte spanning +/- 0,3 % l bij meetgrootte stroom +/- 0,2 % l bij meetgrootte vermogen +/- 0,5 % l bij meetgrootte vermogensfactor +/- 0,5 % l bij meetgrootte werklastenergie klasse 0,5S conform IEC l bij meetgrootheid blindlastenergie Digitale ingang: Aantal digitale ingangen 1 Ingangsspanning / aan de digitale ingang / bij DC / opmetingswaarde Digitale uitgang: Aantal van de digitale uitgangen 1 Norm / voor impulsinrichting Impulsduur Instelbaar tijdrooster / minimaal Eigenschap van de uitgang / kortsluitvast Ja Veiligheidsklasse en beschermingsniveau: Beschermingsniveau bedrijfsmiddelen / in de ingebouwde toestand II klasse 2 conform IEC V signaalgedrag conform IEC ms 10 ms Ja II Energiemonitoring 349

352 Evaluatie Evaluatie van kantoorgebouwen van - Waardering - Waardering met het met oog het op oog duurzaamheid op duurzaamheid Colofon Coördinatie l Agentschap voor Facilitair Management (AFM) l Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) afdeling Milieu-integratie en -subsidiëringen Dienst Doelgroepenbeleid en Interne Milieuzorg Inhoud l Vlaamse overheid m AFM m Departement Bestuurszaken (BZ) m Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) m Departement LNE m Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) m Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) m Vlaams Energieagentschap (VEA) m Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) l Extern m KU Leuven m Passiefhuis Platform m Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) Opmaak & druk Versie l AFM - Digitale Drukkerij l Departement LNE - Dienst Communicatie en Informatie December 2010 Depotnummer D/2010/3241/480 Verantwoordelijke uitgever Kristel Gevaert Administrateur-generaal AFM Boudewijnlaan 30 bus Brussel 144 uitgave 12/

353 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 351

354 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid 2. Inplantingsplan Technopolis 352

355 Evaluatie van kantoorgebouwen - Waardering met het oog op duurzaamheid Parking leveranciers Loskade werkplaats Hoofdingang met onthaal 353

Bijlage aan aankondiging van opdracht NICC /2011/DIR/A8 Selectiecriteria

Bijlage aan aankondiging van opdracht NICC /2011/DIR/A8 Selectiecriteria Bijlage aan aankondiging van opdracht NICC /2011/DIR/A8 Selectiecriteria Onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor een adviesopracht inzake de uitwerking van een algemeen kader mbt het

Nadere informatie

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CD000345

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CD000345 Digipolis - opdrachthoudende vereniging Generaal Armstrongweg 1 B 2020 Antwerpen Tel.++32 3 338 76 11 Fax ++32 3 338 79 00 http://www.digipolis.be - aankoop@digipolis.be Selectiedocument met het oog op

Nadere informatie

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN VLAAMS WONINGFONDS

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN VLAAMS WONINGFONDS Aon Risk Solutions / Aon Public Sector SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN VLAAMS WONINGFONDS Onderhandelingsprocedure met Bekendmaking Afsluiten van volgende verzekeringscontracten: Verzekeringen Personen,

Nadere informatie

FORMULIER KANDIDATUUR KWALIFICATIE AANNEMER : LEVEREN &

FORMULIER KANDIDATUUR KWALIFICATIE AANNEMER : LEVEREN & FORMULIER KANDIDATUUR KWALIFICATIE AANNEMER : LEVEREN & PLAATSEN RAMEN/DEUREN jtjxj1iwle 1 Inleiding Infrax heeft een formulier samengesteld dat de kandidaat-aannemer dient in te vullen om een ontvankelijk

Nadere informatie

VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING. EAN15AD053-01 Bancaire lening 2015

VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING. EAN15AD053-01 Bancaire lening 2015 VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN15AD053-01 Bancaire lening 2015 Gelieve alle gegevens in drukletters in te vullen. III.2) VOORWAARDEN VOOR DEELNEMING III.2.1) Persoonlijke situatie van ondernemers,

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK LENING 2014A De Watergroep

BIJZONDER BESTEK LENING 2014A De Watergroep BIJZONDER BESTEK LENING 2014A De Watergroep 2014 DIRECTIE FINANCIËN&CONTROLLING AFDELING THESAURIE Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening CVBA Als bijlage vindt u: - Het oprichtingsdecreet van de Watergroep

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK WERKEN OOSTENDE SYNTRA WEST - NIEUWBOUW HOTELSCHOOL OPEN AANBESTEDING. GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

BIJZONDER BESTEK WERKEN OOSTENDE SYNTRA WEST - NIEUWBOUW HOTELSCHOOL OPEN AANBESTEDING. GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR WERKEN MET ALS VOORWERP OOSTENDE SYNTRA WEST - NIEUWBOUW HOTELSCHOOL OPEN AANBESTEDING Opdrachtgevend bestuur GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Ontwerper

Nadere informatie

B-Brussel: Testen van software 2012/S 190-312596. Aankondiging van een opdracht. Diensten

B-Brussel: Testen van software 2012/S 190-312596. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:312596-2012:text:nl:html B-Brussel: Testen van software 2012/S 190-312596 Aankondiging van een opdracht Diensten Richtlijn

Nadere informatie

België-Brussel: Back-up- of recoverysoftware 2015/S 154-283963. Aankondiging van een opdracht. Leveringen

België-Brussel: Back-up- of recoverysoftware 2015/S 154-283963. Aankondiging van een opdracht. Leveringen 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:283963-2015:text:nl:html België-Brussel: Back-up- of recoverysoftware 2015/S 154-283963 Aankondiging van een opdracht Leveringen

Nadere informatie

SELECTIENOTA 3.11.4.11 Training Neptunus 2014 Algemene Directie ICT afdeling

SELECTIENOTA 3.11.4.11 Training Neptunus 2014 Algemene Directie ICT afdeling SELECTIENOTA 3.11.4.11 Training Neptunus 2014 Algemene Directie ICT afdeling Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening CVBA Hoofdstuk 1. Algemene informatie 1.1 Aanbestedende overheid De opdrachtgever

Nadere informatie

VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN12AD091 TRANSPORT DC

VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN12AD091 TRANSPORT DC VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN12AD091 TRANSPORT DC Gelieve alle gegevens in drukletters in te vullen. III.2) VOORWAARDEN VOOR DEELNEMING III.2.1) Persoonlijke situatie van ondernemers, waaronder

Nadere informatie

België-Brussel: Software voor documentenbeheer 2015/S 113-204388. Aankondiging van een opdracht. Leveringen

België-Brussel: Software voor documentenbeheer 2015/S 113-204388. Aankondiging van een opdracht. Leveringen 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:204388-2015:text:nl:html België-Brussel: Software voor documentenbeheer 2015/S 113-204388 Aankondiging van een opdracht

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR DIENSTEN MET ALS VOORWERP

BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR DIENSTEN MET ALS VOORWERP BIJZONDER BESTEK VOOR DE OVERHEIDSOPDRACHT VOOR DIENSTEN MET ALS VOORWERP OPROEP TOT KANDIDAATSTELLING TER OPMAAK VAN EEN LIJST VAN GEGADIGDEN TEN BEHOEVE VAN DIVERSE HERSTELLING- EN ONDERHOUDSWERKEN EN

Nadere informatie

BESTEK TL 2012-20. A a n b e s t e d e n d e o v e r h e i d. G e m e e n t e Z e d e l g e m. B e n a m i n g v a n d e d i e n s t

BESTEK TL 2012-20. A a n b e s t e d e n d e o v e r h e i d. G e m e e n t e Z e d e l g e m. B e n a m i n g v a n d e d i e n s t , dienst financiën TL 2012-20 04/04/2012 1/6 BESTEK TL 2012-20 ONDERHANDELINGSPROCEDURE ZONDER BEKENDMAKING A l g e m e n e a d m i n i s t r a t i e v e b e p a l i n g e n e n v o o r w a a r d e n v

Nadere informatie

Lidstaten - Dienstenovereenkomst - Aankondiging van een opdracht - Procedure van gunning via onderhandelingen

Lidstaten - Dienstenovereenkomst - Aankondiging van een opdracht - Procedure van gunning via onderhandelingen 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:248568-2011:text:nl:html B-Brussel: Diensten voor voortgezette opleiding van personeel 2011/S 149-248568 AANKONDIGING VAN

Nadere informatie

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Woonhaven Antwerpen

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Woonhaven Antwerpen Aon Risk Solutions / Aon Public Sector SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Woonhaven Antwerpen Onderhandelingsprocedure met Bekendmaking Afsluiten van de verzekeringscontracten van Woonhaven Antwerpen: Personen

Nadere informatie

België-Brussel: Onderhoud van software voor informatietechnologie 2015/S 067-119525. Aankondiging van een opdracht. Diensten

België-Brussel: Onderhoud van software voor informatietechnologie 2015/S 067-119525. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/6 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:119525-2015:text:nl:html België-Brussel: Onderhoud van software voor informatietechnologie 2015/S 067-119525 Aankondiging

Nadere informatie

SELECTIENOTA 2015.3.5 Beheer van serverinfrastructuur en WAN-connectiviteit

SELECTIENOTA 2015.3.5 Beheer van serverinfrastructuur en WAN-connectiviteit SELECTIENOTA 2015.3.5 Beheer van serverinfrastructuur en WAN-connectiviteit 2014 Directie Algemene Zaken ICT Inhoud Hoofdstuk 1. Algemene informatie... 3 1.1 Aanbestedende overheid... 3 1.2 Beschrijving

Nadere informatie

Lidstaten - Leveringsopdracht - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure. B-Brussel: Elektriciteit 2012/S 35-056242

Lidstaten - Leveringsopdracht - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure. B-Brussel: Elektriciteit 2012/S 35-056242 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:56242-2012:text:nl:html B-Brussel: Elektriciteit 2012/S 35-056242 Aankondiging van een opdracht Leveringen Richtlijn 2004/18/EG

Nadere informatie

Aankondiging van een opdracht. Diensten

Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:192270-2012:text:nl:html B-Brussel: Diensten voor ontwikkeling van software voor tijdregistratie of personele middelen 2012/S

Nadere informatie

Lidstaten - Leveringsopdracht - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure

Lidstaten - Leveringsopdracht - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:57967-2012:text:nl:html B-Gent: Kranten, vaktijdschriften, periodieken en geïllustreerde tijdschriften 2012/S 36-057967

Nadere informatie

VOETBALTERREIN GELEGEN STOKKELSESTEENWEG

VOETBALTERREIN GELEGEN STOKKELSESTEENWEG Openbare Werken 1 Administration communale de WOLUWE-SAINT-PIERRE Charles Thielemanslaan 93 1150 BRUSSEL Gemeentebestuur van SINT-PIETERS-WOLUWE : 02.773.06.24 : 02.773.18.19 : mvaneechaute@woluwe1150.irisnet.be

Nadere informatie

Departement Logistiek Dienst informatica communicatie technologie

Departement Logistiek Dienst informatica communicatie technologie Departement Logistiek Dienst informatica communicatie technologie Provincie Antwerpen - Studie van de werking van de diensten binnen het departement Logistiek en voorstel geïntegreerd organisatiemodel

Nadere informatie

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Aon Risk Solutions / Aon Public Sector SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Onderhandelingsprocedure met Bekendmaking Afsluiten van volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële

Nadere informatie

België-Brussel: Software voor het maken van documenten, tekeningen, afbeeldingen, dienstregelingen en productiviteit 2015/S 034-057624

België-Brussel: Software voor het maken van documenten, tekeningen, afbeeldingen, dienstregelingen en productiviteit 2015/S 034-057624 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:57624-2015:text:nl:html België-Brussel: Software voor het maken van documenten, tekeningen, afbeeldingen, dienstregelingen

Nadere informatie

Plaatsen van vuilroosters, zandvang en aanpassing constructie op de onbevaarbare waterlopen van 2 de categorie in de Provincie Antwerpen

Plaatsen van vuilroosters, zandvang en aanpassing constructie op de onbevaarbare waterlopen van 2 de categorie in de Provincie Antwerpen PROVINCIE ANTWERPEN OFFERTEFORMULIER Plaatsen van vuilroosters, zandvang en aanpassing constructie op de onbevaarbare waterlopen van 2 de categorie in de Provincie Antwerpen Gebruikte eenheid in het inschrijvingsbiljet:

Nadere informatie

DEEL III: OFFERTEFORMULIER

DEEL III: OFFERTEFORMULIER 18 DEEL III: OFFERTEFORMULIER VLAAMSE OVERHEID Agentschap voor Facilitair Management Afdeling Studie en Advies Boudewijngebouw Boudewijnlaan 30 - bus 60 1000 BRUSSEL OFFERTEFORMULIER Domein Adres Werk

Nadere informatie

OPROEP TOT KANDIDAATSTELLING MOBIELE FIELD SERVICE OPLOSSING MOKA (MOBIEL KANTOOR)

OPROEP TOT KANDIDAATSTELLING MOBIELE FIELD SERVICE OPLOSSING MOKA (MOBIEL KANTOOR) OPROEP TOT KANDIDAATSTELLING MOBIELE FIELD SERVICE OPLOSSING MOKA (MOBIEL KANTOOR) Selectienota SOFTWARE / HARDWARE 2015 Directie Algemene Zaken ICT Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening CVBA Hoofdstuk

Nadere informatie

p r o v i n c i e Limburg

p r o v i n c i e Limburg p r o v i n c i e Limburg D i r e c t i e Omgeving D i e n s t Wegen en Routestructuren Belangrijk aandachtspunt om te vermijden dat offertes reeds voor de openingszitting zouden geopend worden! Indien

Nadere informatie

Open offerteaanvraag voor het aankopen van bestelwagens voor de Vlaamse overheid

Open offerteaanvraag voor het aankopen van bestelwagens voor de Vlaamse overheid 151 DEEL IV: OFFERTEFORMULIER VLAAMSE OVERHEID Agentschap Facilitair Bedrijf Afdeling Centrale Facilitaire Diensten Boudewijnlaan 30 bus 60 1000 BRUSSEL Bestek nr. 2014/HFB/OO/29354 Open offerteaanvraag

Nadere informatie

BIJLAGE A : OFFERTEFORMULIER

BIJLAGE A : OFFERTEFORMULIER BIJLAGE A : OFFERTEFORMULIER PRIJSOFFERTE VOOR DE OPDRACHT MET ALS VOORWERP RENOVATIE/UITBREIDING VAN EEN TEHUIS VOOR NIET-WERKENDEN/NURSING Belangrijk : dit formulier dient volledig te worden ingevuld

Nadere informatie

Aankondiging van een opdracht nutssectoren. Diensten

Aankondiging van een opdracht nutssectoren. Diensten 1/6 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:190863-2014:text:nl:html België-Mechelen: Dienstverlening op het gebied van architectuur, bouwkunde, civiele techniek en

Nadere informatie

Lidstaten - Leveringsopdracht - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure. B-Hasselt: Brandstoffen 2010/S 203-309452

Lidstaten - Leveringsopdracht - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure. B-Hasselt: Brandstoffen 2010/S 203-309452 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:309452-2010:text:nl:html B-Hasselt: Brandstoffen 2010/S 203-309452 AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Leveringen AFDELING I:

Nadere informatie

CDA001932. Domeinextensie.antwerpen. Free text in Bulletin der Aanbestedingen

CDA001932. Domeinextensie.antwerpen. Free text in Bulletin der Aanbestedingen CDA001932 Domeinextensie.antwerpen Free text in Bulletin der Aanbestedingen 1) Voorwerp van het project Het project heeft als voorwerp de toekenning door Digipolis van een concessie van openbare dienst

Nadere informatie

BESCHRIJVEND DOCUMENT. 43E/LOG/overname laurieren/vw-ms ), AFWIJKINGEN VAN DE ALGEMENE UITVOERINGSREGELS

BESCHRIJVEND DOCUMENT. 43E/LOG/overname laurieren/vw-ms ), AFWIJKINGEN VAN DE ALGEMENE UITVOERINGSREGELS Stadsbestuur Sint-Niklaas Grote Markt 1 9100 Sint-Niklaas Dienst logistiek Tel. 03 778 35 51 veerle.weyers@sint-niklaas.be BESCHRIJVEND DOCUMENT 2014-43E/LOG/overname laurieren/vw-ms overname van laurieren

Nadere informatie

België-Brussel: Software en informatiesystemen 2014/S 038-062416. Aankondiging van een opdracht. Leveringen

België-Brussel: Software en informatiesystemen 2014/S 038-062416. Aankondiging van een opdracht. Leveringen 1/6 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:62416-2014:text:nl:html België-Brussel: Software en informatiesystemen 2014/S 038-062416 Aankondiging van een opdracht Leveringen

Nadere informatie

Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling nr. MARKT/2006/02/H: Analyse van financiële diensten uit het oogpunt van de gebruiker

Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling nr. MARKT/2006/02/H: Analyse van financiële diensten uit het oogpunt van de gebruiker AANVRAAGFORMULIER Geachte mevrouw, geachte heer, Hierbij gaat de aanvraag van [naam van de dienstverlener] naar aanleiding van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling op het gebied van

Nadere informatie

Agentschap Wegen en Verkeer Afdeling Expertise Verkeer en Telematica. Bestek 1M3D8N/15/06

Agentschap Wegen en Verkeer Afdeling Expertise Verkeer en Telematica. Bestek 1M3D8N/15/06 Bijlage 1: offerteformulier Agentschap Wegen en erkeer Afdeling Expertise erkeer en Telematica Dossiernr : MDN/62 Bestek 1M3D8N/15/06 Omschrijving opdracht: Tellen van het vervoer van gevaarlijke stoffen

Nadere informatie

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Aon Risk Solutions / Aon Public Sector SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Onderhandelingsprocedure met Bekendmaking Afsluiten van volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële

Nadere informatie

België-Brussel: Wassen van ramen 2013/S 127-218338. Aankondiging van een opdracht. Diensten

België-Brussel: Wassen van ramen 2013/S 127-218338. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/7 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:218338-2013:text:nl:html België-Brussel: Wassen van ramen 2013/S 127-218338 Aankondiging van een opdracht Diensten Richtlijn

Nadere informatie

OFFERTEFORMULIER Perceel 1

OFFERTEFORMULIER Perceel 1 BESTEK HOUDENDE DE VOORWAARDEN VOOR HET AANSTELLEN VAN EEN NOTARIS MET BETREKKING TOT DE DIENSTEN VAN JURIDISCHE AARD TEN BEHOEVE VAN DE STAD GENT Open offerteaanvraag met bekendmaking OFFERTEFORMULIER

Nadere informatie

B-Brussel: Informaticadiensten 2012/S 123-203407. Aankondiging van een opdracht. Diensten

B-Brussel: Informaticadiensten 2012/S 123-203407. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/6 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:203407-2012:text:nl:html B-Brussel: Informaticadiensten 2012/S 123-203407 Aankondiging van een opdracht Diensten Richtlijn

Nadere informatie

Project : VTS-site Collegestraat en O.L.V. plein 9100 Sint-Niklaas Bijzonder bestek nr. : Perceel nr. : Bouwrijp maken en strippen van het gebouw

Project : VTS-site Collegestraat en O.L.V. plein 9100 Sint-Niklaas Bijzonder bestek nr. : Perceel nr. : Bouwrijp maken en strippen van het gebouw OFFERTEFORMULIER. Project : VTS-site Collegestraat en O.L.V. plein 9100 Sint-Niklaas Bijzonder bestek nr. : Perceel nr. : Bouwrijp maken en strippen van het gebouw Bouwheer INTERWAAS Lamstraat 113 9100

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK NR. 337

BIJZONDER BESTEK NR. 337 OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN SINT-GILLIS BIJZONDER BESTEK NR. 337 AFWIJKINGEN Zie A, I, 5. VOORWERP VAN DE OPDRACHT. De opdracht heeft betrekking op de levering en indienststelling

Nadere informatie

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CDG001060. Onthaalbalie Bellevue 1 B-9050 Ledeberg (Gent)

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CDG001060. Onthaalbalie Bellevue 1 B-9050 Ledeberg (Gent) Digipolis - opdrachthoudende vereniging Generaal Armstrongweg 1 B 2020 Antwerpen Tel.++32 3 338 76 11 Fax ++32 3 338 79 00 http://www.digipolis.be ask_aankoop@digipolis.be Selectiedocument met het oog

Nadere informatie

Lidstaten - Dienstenovereenkomst - Aankondiging van een opdracht - Procedure van gunning via onderhandelingen

Lidstaten - Dienstenovereenkomst - Aankondiging van een opdracht - Procedure van gunning via onderhandelingen 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:48353-2011:text:nl:html B-Gent: Haalbaarheidsstudie, adviesverlening, analyse 2011/S 29-048353 AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT

Nadere informatie

België-Beringen: Maken van bouwkundige ontwerpen 2016/S 010-013528. Aankondiging van een opdracht. Diensten

België-Beringen: Maken van bouwkundige ontwerpen 2016/S 010-013528. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1 / 5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:13528-2016:text:nl:html België-Beringen: Maken van bouwkundige ontwerpen 2016/S 010-013528 Aankondiging van een opdracht

Nadere informatie

Bestek en aanvullende documenten (zoals documenten voor een concurrentiegerichte dialoog en een dynamisch aankoopsysteem) zijn verkrijgbaar op

Bestek en aanvullende documenten (zoals documenten voor een concurrentiegerichte dialoog en een dynamisch aankoopsysteem) zijn verkrijgbaar op I: Aanbestedende dienst I.1) Naam, adressen en contactpunt(en) Officiële benaming: BIJ12 Nationale identificatie: 191745967 Postadres: Leidseveer 2 Plaats: Utrecht Postcode: 3511 SB Land: Contactpunt(en):

Nadere informatie

OFFERTEFORMULIER. Leveren en plaatse afstandsbewaking op technische infrastructuur waterlopen 2 de categorie

OFFERTEFORMULIER. Leveren en plaatse afstandsbewaking op technische infrastructuur waterlopen 2 de categorie PROVINCIE ANTWERPEN OFFERTEFORMULIER Leveren en plaatse afstandsbewaking op technische infrastructuur waterlopen 2 de categorie Gebruikte eenheid in het inschrijvingsbiljet: EURO De ondergetekende : (Naam

Nadere informatie

AFDELING III: JURIDISCHE, ECONOMISCHE, FINANCIÃ LE EN TECHNISCHE INLICHTINGEN

AFDELING III: JURIDISCHE, ECONOMISCHE, FINANCIÃ LE EN TECHNISCHE INLICHTINGEN AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Hogeschool Inholland Theresiastraat 8, 2593 AN Den Haag ( Nederland ) Ter attentie van: E Westera Telefoon: +31 703120100, Email:

Nadere informatie

SELECTIECRITERIA MET BETREKKING TOT DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT

SELECTIECRITERIA MET BETREKKING TOT DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT SELECTIECRITERIA MET BETREKKING TOT DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT Piet Lombaerts INLEIDING EN PROBLEEMSTELLING SELECTIECRITERIA: bekwaamheid / geschiktheid van de INSCHRIJVER om de opdracht uit te voeren (referenties,

Nadere informatie

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek D000012. Onthaalbalie Bellevue 1 B-9050 Ledeberg (Gent)

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek D000012. Onthaalbalie Bellevue 1 B-9050 Ledeberg (Gent) Digipolis - opdrachthoudende vereniging Generaal Armstrongweg 1 B 2020 Antwerpen Tel.++32 3 338 76 11 Fax ++32 3 338 79 00 http://www.digipolis.be ask_aankoop@digipolis.be Selectiedocument met het oog

Nadere informatie

: Groenonderhoud in bedrijventerrein Gullegem-Moorsele; uitbreiding noordwest INSCHRIJVINGSBILJET

: Groenonderhoud in bedrijventerrein Gullegem-Moorsele; uitbreiding noordwest INSCHRIJVINGSBILJET 1 Opdrachtgever Aard van de opdracht : Intercommunale LEIEDAL : Groenonderhoud in bedrijventerrein Gullegem-Moorsele; uitbreiding noordwest Bestek nr. : H3 GM 54 40 INSCHRIJVINGSBILJET - De ondergetekende

Nadere informatie

Nederland-Diemen: Software en informatiesystemen 2014/S 174-307788. Aankondiging van een opdracht. Diensten

Nederland-Diemen: Software en informatiesystemen 2014/S 174-307788. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:307788-2014:text:nl:html Nederland-Diemen: Software en informatiesystemen 2014/S 174-307788 Aankondiging van een opdracht

Nadere informatie

ONDERHOUDSCONTRACT. Tussen: PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, Provincieplein 1, 3010 Leuven hieronder genoemd de gebruiker,

ONDERHOUDSCONTRACT. Tussen: PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, Provincieplein 1, 3010 Leuven hieronder genoemd de gebruiker, ONDERHOUDSCONTRACT Tussen: PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, Provincieplein 1, 3010 Leuven hieronder genoemd de gebruiker, En Naam van de contractant, adres vertegenwoordigd door Voornaam NAAM, functie hieronder

Nadere informatie

Raamcontract Financieel economische ondersteuning

Raamcontract Financieel economische ondersteuning Vlaamse Overheid Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Stafdienst voor de Vlaamse Regering Kenniscentrum Publiek Private Samenwerking... Algemene offerteaanvraag Bestek nr. PPS/2008/008

Nadere informatie

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN)

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Gemeente Helmond Weg op den Heuvel 35, 5701NV Helmond ( Nederland ) Ter attentie van: R.M.H.C. Slaats Telefoon: +31 492587556, Fax:

Nadere informatie

B-Brussel: Software en informatiesystemen 2013/S 001-000703. Aankondiging van een opdracht. Leveringen

B-Brussel: Software en informatiesystemen 2013/S 001-000703. Aankondiging van een opdracht. Leveringen 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:703-2013:text:nl:html B-Brussel: Software en informatiesystemen 2013/S 001-000703 Aankondiging van een opdracht Leveringen

Nadere informatie

OCMW POPERINGE. Deel 11 : Los Meubilair Algemene Offerteaanvraag.

OCMW POPERINGE. Deel 11 : Los Meubilair Algemene Offerteaanvraag. OCMW POPERINGE BOUWEN SOCIAAL HUIS Deel 11 : Los Meubilair Algemene Offerteaanvraag. INSCHRIJVINGSBILJET / OFFERTE De ondergetekende: (naam en voornamen) Hoedanigheid of beroep:.. Nationaliteit:. Woonplaats

Nadere informatie

1/ 8 BE001 22.01.2014 - BDA nummer: 2014-501382 Standaardformulier 7 - NL Leningen van minimum 10 miljoen euro, met vaste of variabele rente.

1/ 8 BE001 22.01.2014 - BDA nummer: 2014-501382 Standaardformulier 7 - NL Leningen van minimum 10 miljoen euro, met vaste of variabele rente. 1/ 8 BE001 22.01.2014 - BDA nummer: 2014-501382 Standaardformulier 7 - NL Bulletin der Aanbestedingen Publicatieblad van de Federale Dienst e-procurement FOD P&O Wetstraat, 51 B-1040 Brussel +32 27905200

Nadere informatie

INTERNAAT MARIAVREUGDE BORGLOON RENOVATIE VAN 22 KAMERS EN GANG

INTERNAAT MARIAVREUGDE BORGLOON RENOVATIE VAN 22 KAMERS EN GANG BV/PDT/juli 2013 INTERNAAT MARIAVREUGDE BORGLOON RENOVATIE VAN 22 KAMERS EN GANG OFFERTEFORMULIER VOOR AANNEMINGEN VAN WERKEN BESTEK NUMMER: 2016-1 IN OPDRACHT VAN: INTERNAAT MARIAVREUGDE BORGLOON Nieuwland

Nadere informatie

ALGEMENE OFFERTEAANVRAAG aanstelling aannemer dakwerken, betonherstellingen en schrijnwerk - raamcontract

ALGEMENE OFFERTEAANVRAAG aanstelling aannemer dakwerken, betonherstellingen en schrijnwerk - raamcontract AG VESPA autonoom gemeentebedrijf vastgoed en stadsprojecten Antwerpen Bestek: Opdracht voor aanneming van werken. ALGEMENE OFFERTEAANVRAAG aanstelling aannemer dakwerken, betonherstellingen en schrijnwerk

Nadere informatie

De impliciete verklaring op erewoord voor de controle van het toegangsrecht en het attest fiscale schulden

De impliciete verklaring op erewoord voor de controle van het toegangsrecht en het attest fiscale schulden Nota De impliciete verklaring op erewoord voor de controle van het toegangsrecht en het attest fiscale schulden 1. Management summary 1. Het eerste reparatie-k.b. overheidsopdrachten van 21 februari 2014

Nadere informatie

BIEDINGSFORMULIER. Twee of meer personen die samen bieden, zijn solidair verbonden.

BIEDINGSFORMULIER. Twee of meer personen die samen bieden, zijn solidair verbonden. BIEDINGSFORMULIER Artikel 1. Voorwerp De stad biedt openbaar aan, onder vorm van biedingen onder gesloten omslag, het recht tot exploitatie van de volgende 7 standplaatsen voor de verkoop van consumptie-ijs:

Nadere informatie

Uitbesteding Housing, Hosting en technisch (applicatie)beheer Studenteninformatiesysteem SaNS-CS

Uitbesteding Housing, Hosting en technisch (applicatie)beheer Studenteninformatiesysteem SaNS-CS AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) SaNS Expertisecentrum Godebaldkwartier (Hoog Catharijne) 54 8, T.a.v. Drs. M.J.A.M. Wijnhoven, 3511 DX Utrecht ( Nederland ) Ter attentie

Nadere informatie

BXL 1278 ERP BEHEERSTOOL

BXL 1278 ERP BEHEERSTOOL BXL 1278 ERP BEHEERSTOOL INFOSESSIE AAN KANDIDATEN 24.09.2012 DOEL VAN INFOSESSIE Deze infosessie zal tot doel hebben om deelnemers te informeren over de procedure en selectieregels voor deze opdracht.

Nadere informatie

RENOVATIE PLATTE DAKEN

RENOVATIE PLATTE DAKEN INSCHRIJVINGSFORMULIER aanbesteding 14/06/2011 BESTEK NUMMER: 260411 IN OPDRACHT VAN: GEBOUW / LIGGING: WERK: VRIJE BASISSCHOLEN DE WIJNGAARD VZW SINT ANNA 41 8500 KORTRIJK Tel 056 35 40 96 ST. VINCENTIUS

Nadere informatie

DEEL I OVERSCHOUWEN VAN DE OVERHEIDSOPDRACHTEN REGLEMENTERING DE PRINCIPES EN DE TOEPASSELIJKE REGELS

DEEL I OVERSCHOUWEN VAN DE OVERHEIDSOPDRACHTEN REGLEMENTERING DE PRINCIPES EN DE TOEPASSELIJKE REGELS Inhoudstafel Index van de voornaamste afkortingen wetgevend en reglementair kader... 13 Voorwoord... 15 DEEL I OVERSCHOUWEN VAN DE OVERHEIDSOPDRACHTEN REGLEMENTERING DE PRINCIPES EN DE TOEPASSELIJKE REGELS

Nadere informatie

Lidstaten - Dienstenovereenkomst - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure. B-Brussel: Informaticadiensten 2010/S 129-197901

Lidstaten - Dienstenovereenkomst - Aankondiging van een opdracht - Openbare procedure. B-Brussel: Informaticadiensten 2010/S 129-197901 1/5 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:197901-2010:text:nl:html B-Brussel: Informaticadiensten 2010/S 129-197901 AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Diensten AFDELING

Nadere informatie

Gemeente en Ocmw Ham

Gemeente en Ocmw Ham Gemeente en Ocmw Ham Onderhandelingsprocedure met bekendmaking Selectieleidraad Afsluiten van volgende verzekeringscontracten: arbeidsongevallen en lichamelijke ongevallen, materiële schade, aansprakelijkheid,

Nadere informatie

De volgende gebouwen maken deel uit van de opdracht (Campus Elishout-COOVI E. Gryzonlaan 1 1070 Anderlecht) :

De volgende gebouwen maken deel uit van de opdracht (Campus Elishout-COOVI E. Gryzonlaan 1 1070 Anderlecht) : 41 LOT 2 RAMEN De opdracht wordt drie keer per jaar uitgevoerd bij voorkeur tijdens volgende periodes: - Tweede deel kerstvakantie - Tweede deel paasvakantie - Grote vakantie (16 augustus-25 augustus)

Nadere informatie

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN)

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Gemeente Marum Hoofdstraat 97, 9861 AC Marum ( Nederland ) Ter attentie van: H.P. BoonstraDrost Telefoon: +31 594551543, Fax: +31

Nadere informatie

Georges-Henri Park : Georges Henripark: hekken en poorten in siersmeedwerk.

Georges-Henri Park : Georges Henripark: hekken en poorten in siersmeedwerk. BESTEK ref / Georges-Henri Park : Georges Henripark: hekken en poorten in siersmeedwerk. Overheidsopdracht voor leveringen met het doel de levering van een omheining in siersmeedwerk met de toegangshekken

Nadere informatie

Directoraat-generaal Presidium Directoraat plenaire vergadering De directeur

Directoraat-generaal Presidium Directoraat plenaire vergadering De directeur Directoraat plenaire vergadering De directeur UITNODIGING TOT INSCHRIJVING Betreft: Ref.: Levering van uitgeversdiensten voor het aanvullen en bijwerken van de gegevensbank "Waarnemingspost" van het Europees

Nadere informatie

BIJZONDER BESTEK LENING 2015B De Watergroep

BIJZONDER BESTEK LENING 2015B De Watergroep BIJZONDER BESTEK LENING 2015B De Watergroep 2015 DIRECTIE FINANCIËN&CONTROLLING AFDELING THESAURIE Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening CVBA Als bijlage vindt u: - Het oprichtingsdecreet van de Watergroep

Nadere informatie

III.1.3 De vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund

III.1.3 De vereiste rechtsvorm van de combinatie van ondernemers waaraan de opdracht wordt gegund AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Rijksgebouwendienst Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag ( Nederland ) Ter attentie van: Ellen Meijer Email: inkoop.beheerrgd@rgd.minbzk.nl,

Nadere informatie

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN)

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Deze aankondiging is een oproep tot mededinging: Deze aankondiging is bedoeld om de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen korter te maken: ja AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN

Nadere informatie

AGION V.O. 11712.1.2 Bestek nr. 0915 RENOVATIE BUITENSCHRIJNWERK OFFERTEFORMULIER

AGION V.O. 11712.1.2 Bestek nr. 0915 RENOVATIE BUITENSCHRIJNWERK OFFERTEFORMULIER BESTEK NUMMER: 0915 IN OPDRACHT VAN: GEBOUW / LIGGING: WERK: Katholiek Onderwijs Gent-Zuid Lange Violettestraat 29 9000 GENT tel: 09/ 225 47 44 fax: 09/ 223 49 38 Onze-Lieve-Vrouwcollege Langestraat 66

Nadere informatie

NL-Horst: Afvalverwijderingsdiensten 2008/S 92-125668 AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT. Diensten

NL-Horst: Afvalverwijderingsdiensten 2008/S 92-125668 AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT. Diensten 1/5 NL-Horst: Afvalverwijderingsdiensten 2008/S 92-125668 AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Diensten AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1) NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN): Gemeente Horst aan de Maas, Postbus

Nadere informatie

B-Brussel: Installatie van computers en informatieverwerkende uitrusting 2012/S 95-157713. Aankondiging van een opdracht. Diensten

B-Brussel: Installatie van computers en informatieverwerkende uitrusting 2012/S 95-157713. Aankondiging van een opdracht. Diensten 1/6 Deze aankondiging op de TED-website: http://ted.europa.eu/udl?uri=ted:notice:157713-2012:text:nl:html B-Brussel: Installatie van computers en informatieverwerkende uitrusting 2012/S 95-157713 Aankondiging

Nadere informatie

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN)

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Veiligheidsregio RotterdamRijnmond Frobenstraat 8, 3045 RD Rotterdam ( Nederland ) Ter attentie van: Kees Dirks Email: aanbestedingenvrr@veiligheidsregiorr.nl

Nadere informatie

OPEN OFFERTEAANVRAAG BESTEKNUMMER DRG 11

OPEN OFFERTEAANVRAAG BESTEKNUMMER DRG 11 1 OPEN FERTEAANVRAAG BESTEKNUMMER DRG 11 UITVOERING VAN WERKEN : BOUWEN VAN EEN DOORGANGSGEBOUW VOLGENS DE BREEAM-METHODIEK FERTEFORMULIER AANBESTEDENDE OVERHEID POM OOST-VLAANDEREN 2 OPDRACHTGEVER : POM

Nadere informatie

behorend bij bestek Roadshow over duurzame vis

behorend bij bestek Roadshow over duurzame vis Naam van de aanbestedende dienst: Productschap Vis Eigen verklaring 1 inzake uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen behorend bij bestek Roadshow over duurzame vis Roadshow over duurzame vis Plaats van

Nadere informatie

Architectuurwedstrijd inrichting kantoren voor de Vlaamse Raad te Tour & Taxis VEEL GESTELDE VRAGEN

Architectuurwedstrijd inrichting kantoren voor de Vlaamse Raad te Tour & Taxis VEEL GESTELDE VRAGEN Architectuurwedstrijd inrichting kantoren voor de Vlaamse Raad te Tour & Taxis VEEL GESTELDE VRAGEN 1. Zijn er plannen en foto s beschikbaar? 2. Kan er in deze fase van de wedstrijd een plaatsbezoek gepland

Nadere informatie

UITVOEREN VAN WERKEN IN BELGIE Contracteren met de overheid de overheidsopdracht in België

UITVOEREN VAN WERKEN IN BELGIE Contracteren met de overheid de overheidsopdracht in België UITVOEREN VAN WERKEN IN BELGIE Contracteren met de overheid de overheidsopdracht in België NKVK 13 oktober 2015 Lore Derdeyn Overzicht A. Overheidsopdracht B. Toepasselijke reglementering C. Vindplaats

Nadere informatie

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN)

AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT II.1 BESCHRIJVING I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1 NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Provincie Utrecht Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht ( Nederland ) Ter attentie van: Arno van Brakel Telefoon: +31 302583333, Email:

Nadere informatie

AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Diensten.

AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Diensten. AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Diensten. AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1) I.2) NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Reusel-De Mierden), p/a Postbus 11, 5688 ZG Oirschot (NL). t.a.v.: B. Verbeek (Concern

Nadere informatie

Opsporen Conventionele Explosieven Cavelot te Cadzand-Bad

Opsporen Conventionele Explosieven Cavelot te Cadzand-Bad Ruimte voor naam en logo aanbesteder Model Eigen Verklaring behorende bij de openbare procedure (gele velden invullen door de aanbesteder, blauwe velden invullen door de inschrijver of gegadigde) Eigen

Nadere informatie

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CD000513. Onthaalbalie. Generaal Armstrongweg 1.

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CD000513. Onthaalbalie. Generaal Armstrongweg 1. Digipolis - opdrachthoudende vereniging Generaal Armstrongweg 1 B 2020 Antwerpen Tel.++32 3 338 76 11 Fax ++32 3 338 79 00 http://www.digipolis.be ask_aankoop@digipolis.be Selectiedocument met het oog

Nadere informatie

Juridische bijstand en vertegenwoordiging voor rechtbanken en andere instanties van geschillenbeslechting

Juridische bijstand en vertegenwoordiging voor rechtbanken en andere instanties van geschillenbeslechting VLAAMSE GEMESCHAP Beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Afdeling Beleidsontwikkeling Onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking Overheidsopdracht

Nadere informatie

Bijlage 1. Inschrijvingsmodel. Voorwerp van de inschrijving: Identificatie van de inschrijver: 1. Vennootschap:

Bijlage 1. Inschrijvingsmodel. Voorwerp van de inschrijving: Identificatie van de inschrijver: 1. Vennootschap: Bijlage 1 Inschrijvingsmodel Voorwerp van de inschrijving: Identificatie van de inschrijver: 1. Vennootschap: -Firma of naam: -Rechtsvorm: -Nationaliteit: 2. Maatschappelijke zetel: -Straat: nr. bus -Plaats:

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE OVERHEID - Kunstgrasvelden - Tweede cluster Publicatie : 2010-12-17 N. 025684 Pagina : 37497

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE OVERHEID - Kunstgrasvelden - Tweede cluster Publicatie : 2010-12-17 N. 025684 Pagina : 37497 MINISTERIE VAN DE VLAAMSE OVERHEID - Kunstgrasvelden - Tweede cluster Publicatie : 2010-12-17 N. 025684 Pagina : 37497 Aankondiging van een opdracht Werken Afdeling I. Aanbestedende dienst I.1) Naam, adressen

Nadere informatie

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CDA002131. Onthaalbalie. Generaal Armstrongweg 1.

Selectiedocument met het oog op de oproep tot kandidaatstelling inzake bestek CDA002131. Onthaalbalie. Generaal Armstrongweg 1. Digipolis - opdrachthoudende vereniging Generaal Armstrongweg 1 B 2020 Antwerpen Tel.++32 3 338 76 11 Fax ++32 3 338 79 00 http://www.digipolis.be ask_aankoop@digipolis.be Selectiedocument met het oog

Nadere informatie

Door de aanbestedende dienst aan de opdracht gegeven benaming: Voorlichtingscampagne Duurzame Vis

Door de aanbestedende dienst aan de opdracht gegeven benaming: Voorlichtingscampagne Duurzame Vis AANKONDIGING VAN EEN OPDRACHT Diensten. AFDELING I: AANBESTEDENDE DIENST I.1) I.2) NAAM, ADRESSEN EN CONTACTPUNT(EN) Productschap Vis, Postbus 72, 2280 AB Rijswijk (NL). Contactpunt(en): Productschap Vis,

Nadere informatie

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN

SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Aon Risk Solutions / Aon Public Sector SELECTIELEIDRAAD VERZEKERINGEN Onderhandelingsprocedure met Bekendmaking Afsluiten van volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële

Nadere informatie

Het principe van de sociale voorkeur

Het principe van de sociale voorkeur Vragen naar: Sébastien Pereau E-mail: Sebastien.Pereau@mi-is.be Tel : 02 508 86 81 Fax : 02 508 86 72 http://socialeconomy.fgov.be Ons kenmerk Datum laatste wijziging ESE/30/2 donderdag 24 mei 2007 Betreft:

Nadere informatie

Oproep tot kandidaatstelling PROJECTONTWIKKELING GENT FABIOLALAAN

Oproep tot kandidaatstelling PROJECTONTWIKKELING GENT FABIOLALAAN Oproep tot kandidaatstelling PROJECTONTWIKKELING GENT FABIOLALAAN De NV SOFA (Stedelijke Ontwikkeling Fabiolalaan) doet een oproep tot kandidaatstelling met het oog op de gezamenlijke ontwikkeling van

Nadere informatie

RAAMCONTRACT DAKWERKEN BETONHERSTELLINGEN SCHRIJNWERK (1)

RAAMCONTRACT DAKWERKEN BETONHERSTELLINGEN SCHRIJNWERK (1) RAAMCONTRACT DAKWERKEN BETONHERSTELLINGEN SCHRIJNWERK (1) TUSSEN: Het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen, Generaal Lemanstraat 55, 2018 Antwerpen, hierbij vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Bestek en aanvullende documenten (zoals documenten voor een concurrentiegerichte dialoog en een dynamisch aankoopsysteem) zijn verkrijgbaar op

Bestek en aanvullende documenten (zoals documenten voor een concurrentiegerichte dialoog en een dynamisch aankoopsysteem) zijn verkrijgbaar op I: Aanbestedende dienst I.1) Naam, adressen en contactpunt(en) Officiële benaming: ROC van Amsterdam, VOvA en ROC Flevoland Nationale identificatie: 6225881 Postadres: Fraijlemaborg 141 Plaats: Amsterdam

Nadere informatie