Petra klein Gunnewiek noot bij: Verkeersongeval, Niet objectiveerbare klachten, Conditio sine qua nonverband

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Petra klein Gunnewiek noot bij: Verkeersongeval, Niet objectiveerbare klachten, Conditio sine qua nonverband"

Transcriptie

1 Auteur: Titel: Petra klein Gunnewiek noot bij: Verkeersongeval, Niet objectiveerbare klachten, Conditio sine qua nonverband Bron: JA, 2013, 135 Contact: tel Aflevering 2013 afl. 7 Rubriek Deelgeschillen College Rechtbank Midden-Nederland Datum 12 juni 2013 Rolnummer C/16/337938/HA RK Rechter(s) mr. Wachter [Verzoekster] te Uden, verzoekster, advocaat: mr. P.H. Ruijzendaal Partijen en naamloze vennootschap ASR Schadeverzekering NV te Utrecht, belanghebbende, advocaat: mr. H. van Katwijk. Noot mr. P.J. klein Gunnewiek Trefwoorden Verkeersongeval, Niet objectiveerbare klachten, Conditio sine qua non-verband Regelgeving BW Boek JA 2013/135 Rechtbank Midden-Nederland, , C/16/337938/HA RK 13-50, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3507 Verkeersongeval, Niet objectiveerbare klachten, Conditio sine qua non-verband»samenvatting Verzoekster is op 13 februari 2004 betrokken geraakt bij een verkeersongeval. De aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval is erkend door de WAM-verzekeraar van de veroorzakende auto. Over deze gevolgen verschillen partijen van mening. Middels een voorlopig deskundigenbericht zijn rapporten verkregen van neuroloog Verhagen en van psychiater Koerselman. In de deelgeschilprocedure vraagt verzoekster de rechtbank te bepalen dat de verzekeraar verplicht is de rapportages van de deskundigen als uitgangspunt te nemen voor de verdere schaderegeling en om in dit verband de gezondheidsklachten, afwijkingen en beperkingen vast te stellen die het gevolg zijn van het ongeval. Voorts wordt verzocht om een voorschot op de schadevergoeding. Verzoekster stelt zich op het standpunt dat gelet op de rapporten van de deskundigen, de gezondheidsklachten in juridische zin kunnen worden toegeschreven aan het ongeval. De verzekeraar betwist juist dat uit de deskundigenberichten het bestaan van objectiveerbare afwijkingen kan worden afgeleid. De rechtbank concludeert dat uit de rapporten van de deskundigen kan worden afgeleid dat er causaal verband kan worden aangenomen tussen het ongeval en de door Verhagen gediagnosticeerde posttraumatische hoofd- en nekpijn, maar dat de mate waarin verzoekster stelt deze klachten te ervaren niet objectief kan worden vastgesteld. Op grond van de rapportage van Koerselman concludeert de rechtbank dat bij verzoekster geen sprake is geweest van een psychiatrische ziekte en dat dit ook niet tijdelijk het geval is geweest. Het verzoek om een voorschot wordt afgewezen omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om de schade vast te stellen. beslissing/besluit»uitspraak 1. Het procesverloop

2 (...; red.) 2. De feiten 2.1. [Verzoekster] is op 13 februari 2004 als bestuurder van een personenauto betrokken geraakt bij een aanrijding. [Verzoekster] werd, terwijl zij op een kruispunt rechtdoor reed, aangereden door een personenauto die links afsloeg. ASR heeft als WAM verzekeraar de aansprakelijkheid voor dit ongeval erkend [Verzoekster] werkte als machineoperator bij Media Motion. Haar werkzaamheden bestonden uit het bedienen van de assemblage machine die cd s inpakte. [Verzoekster] heeft zich na het ongeval ziek gemeld bij haar werkgever De sector bestuursrecht van de rechtbank s-hertogenbosch heeft in een uitspraak van 27 januari 2011 naar aanleiding van het door [verzoekster] ingestelde beroep tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) op grond van de Ziektewet (ZW) onder meer het volgende overwogen. Daarbij wordt [verzoekster] aangeduid als eiseres en het Uwv als verweerder: 3. Eiseres is op 16 februari 2004 in verband met een verkeersongeval uitgevallen voor haar werk als inpakster voor gemiddeld 40 uur per week. Per einde wachttijd (13 februari 2006) heeft verweerder geweigerd eiseres in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) in verband met het ontbreken van medische beperkingen. Bij einde dienstverband op 28 februari 2008 in verband met het faillissement van de werkgever, heeft eiseres zich ziek gemeld met nek- hoofd en armklachten links. Bij besluit van 2 april 2009 heeft verweerder eiseres per 9 april 2009 weer geschikt geacht voor haar verzekerde arbeid. Op 24 juli 2009 heeft eiseres, die op dat moment een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) genoot, zich ziek gemeld in verband met toegenomen psychische klachten. 9. Op grond van het bovenstaande dient in het geval van eiseres als zijn arbeid in de zin van artikel 19 van de ZW te worden verstaan, het werk als inpakster voor gemiddeld 40 uur per week. 13. De rechtbank ziet geen aanleiding de bevindingen en de conclusies van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts voor onjuist te houden. 14. Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht en op goede gronden de ZW-uitkering van eiseres met ingang van 25 mei 2010 beëindigd Bij beschikking van 13 juli 2011 heeft de rechtbank op verzoek van [verzoekster] deskundigenonderzoeken bevolen en de neuroloog dr. W.I.M. Verhagen en de psychiater prof. dr. G.F. Koerselman tot deskundigen benoemd. Voor de aan de deskundigen gestelde vragen wordt verwezen naar de beschikking van 13 juli Verhagen vermeldt in zijn geneeskundig rapport, van 21 november 2011:

3 Samenvatting Er is bij betrokkene sprake van een hoog energetisch trauma. Zij werd door een tegenligger aangereden die voor haar linksaf wilde slaan. Ze had de autogordel in gebruik. Er is geen sprake geweest van bewustzijnverlies. De airbags zijn afgegaan en daar heeft ze veel last van gehad. Na het ongeluk was er sprake van pijnklachten bij het linker oor, waar ook een oorbel kapot ging door de airbag, pijnklachten in de nek aan de linkerzijde, hoofdpijn en pijnklachten en een verlamd gevoel in de linker arm. In de daarop volgende weken zijn de pijnklachten toegenomen van VAS 5 naar VAS 10. Ze is op de spoedeisende hulp gezien, maar daar is geen röntgenonderzoek verricht en ze mocht naar huis. De diagnose lichte hersenschudding is gesteld. Ze kreeg het advies om pijnstilling te gebruiken en fysiotherapie te doen. Dit heeft weinig opgeleverd. Ook wisselingen door de huisarts van medicatie hebben niets opgeleverd. Ze is tweemaal door een neuroloog gezien, die onderzoek heeft gedaan en ook MRI s heeft laten maken waarop geen afwijkingen zichtbaar waren. Fysiotherapie heeft ze maar korte tijd gehad. Ze is ook nog verwezen naar het revalidatiecentrum in Den Bosch, waar ze een jaar een dagbehandelingstraject heeft gehad, maar ook dit heeft haar niets opgeleverd. Hetzelfde geldt voor acupunctuur en Cesartherapie. In de loop van de tijd ontwikkelde ze stemmingsklachten waarvoor zij in 2008 voor het eerst naar de psychiater werd verwezen, maar de behandeling door de eerste psychiater was geen succes. In 2009 is ze bij een andere psychiater terechtgekomen, waar ze nog steeds onder behandeling is. Door de medicatie die zij krijgt is de stress minder, maar op de pijnklachten heeft het geen effect gehad. Na 2008 heeft ze nog een episode fysiotherapie gehad, maar dit heeft ook maar beperkt effect gehad. Na de initiële verslechtering is daarna een afname van de pijn opgetreden, maar de laatste jaren is het beeld stationair. De nekklachten zijn continu aanwezig. De hoofdpijn en pijn in het linker oor zijn minder frequent. De stemmingsklachten zijn nog steeds aanwezig. De laatste jaren is er ook sprake van vergeetachtigheid. Ten aanzien van de zaken in haar anamnese mist zij de nodige details. Bij de MMSE, waarbij vertaling is toegepast naar het Turks mist zij de naam van de provincie, maar dat lijkt mij haar niet zwaar aan te rekenen, gezien het feit dat zij is opgeleid in Turkije. Bij de serial seven maakt zij veel fouten, tenminste 3, maar rekenen gaat niet goed. Een woord achteruit spellen gaat foutloos. Dit maakt de MMSE-score wat mij betreft 29 uit 29. Bij onderzoek worden verder milde tendomyogeen bepaalde afwijkende bevindingen aan de nek gedaan. Verder is er sprake van een afwijkende houding met een versterkte cervicale lordose en een versterkte lumbale lordose met compensatoir versterkte kyfose. Er zijn geen aanwijzingen voor afwijkingen aan het centraal of perifeer zenuwstelsel Klinische diagnose Er is bij betrokkene sprake van een klachtenpatroon dat het best past bij een whiplash associated disorder graad II volgens de classificatie van Quebec Task Force (Spine 1995), differentiaal diagnostisch kan gedacht worden aan posttraumatische hoofd- en nekpijn. De door betrokkene ervaren cognitieve problemen lijken mij of secundair bij een chronisch geworden pijnsyndroom en/of wellicht toch ook samenhangend met de stemmingsproblematiek die bij betrokkene evident aanwezig is. In vind geen aanwijzingen voor primair cerebrale beschadiging. Voor de wisselend optredende oorklachten kan ik geen neurologisch substraat aangeven. Niet tot de neurologie behorend zijn de aanwijzingen voor een stemmingsstoornis als ook acceptatie- en verwerkingsproblematiek. In het zakelijk rapport van eveneens 21 november 2011 geeft Verhagen een samenvatting van de relevante medische gegevens. Onder het kopje samenvatting en bespreking vermeldt hij: De anamnese van betrokkene komt ten aanzien van het ongeval en het ongevalsmechanisme overeen met de bevindingen in het dossier. Pijnklachten in de nek en hoofdpijn, moeite met concentreren worden vermeld, geheugenproblematiek komt in haar anamnese eerst later aan de orde.

4 Ook het ontwikkeling van stemmingsproblematiek en behandeling daarvoor wordt door betrokkene gemeld. Het ontbreken van effecten van behandeling is eveneens consistent en een en ander geldt ook voor de door betrokkene bezochte behandelaars. Wanneer ik kijk naar de onderzoeksbevindingen, dan is ook eerder hypertonie en drukpijn van de nekmusculatuur beschreven. Bij verder neurologisch onderzoek werden nimmer aanwijzingen gevonden voor structurele afwijkingen. Dit is ook nu het geval. Stemmingsstoornissen zijn ook in het dossier uitvoerig gedocumenteerd. Oriënterend neuropsychologisch onderzoek laat nu geen afwijkingen zien en dit is ook in het verleden gedocumenteerd. Beeldvormend onderzoek laat geen afwijkingen van betekenis zien. Met betrekking tot de in de beschikking van 21 juli 2011 gestelde vragen heeft Verhagen voor de situatie met ongeval voor onder meer het medisch onderzoek en de diagnose verwezen naar het geneeskundige rapport. De vraag onder het kopje consistentie heeft hij als volgt beantwoord: d. Er is naar mijn mening sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen. dit geldt ook voor mijn bevindingen bij het lichamelijk onderzoek De vragen met betrekking tot de situatie zonder ongeval heeft Verhagen, voor zover hier van belang, als volgt beantwoord: Op grond van de anamnese als ook het dossier zijn er geen aanwijzingen dat betrokkene voor het ongeval reeds klachten en afwijkingen had op het vakgebied van de neurologie die ze thans nog heeft. Klachten als hoofdpijn en nekpijn komen frequent voor, maar betrokkene was daarmee niet bekend. Om die reden acht ik het ook niet aannemelijk dat deze ook op deze wijze zouden zijn ontstaan als het ongeval haar niet was overkomen. In de tijd is er een relatie tussen het optreden van de klachten en het ongeval. Daarmee is nog niet aangegeven dat er ook een neurologisch substraat c.q. een neurologische verklaring voor dit klachtenpatroon aanwezig is Koerselman vermeldt in zijn rapport van 25 mei 2012: Psychiatrisch onderzoek Bij het spontaan beschrijven van haar klachten gebruikt ze veel superlatieven. Ze is daarbij moeilijk te stuiten en huilt ook even. Wanneer ze moet antwoorden op vragen ter verduidelijking, zijn haar antwoorden over het algemeen vaag en inconsistent. Opvallend is dat ze gemakkelijk kan lachen om grapjes. Ze heeft daarbij een levendige mimiek en psychomotoriek. Aan de spontane bewegelijkheid van de nek of schouders vallen mij geen bijzonderheden op. Ik zie geen pijngedrag. Aan concentratie

5 en geheugen merk ik bij onderzoek geen tekortkomingen op. Betrokkene kan juist uitstekend terugkomen op passages in het gesprek die ze later nog eens wil toelichten. Bespreking Samenvattend ontbreekt het betrokkene s klachtverhaal aan consistentie. Haar spontane relaas komt weliswaar overeen met wat in brieven en rapporten in het dossier is terug te vinden, maar bij gericht doorvragen komen veel tegenstrijdigheden aan het licht waarvoor betrokkene daarmee geconfronteerd geen verklaring heeft. Ik merk op dat ook de bezwaarverzekeringsarts van het UWV in het kader van de bestuursrechtelijke procedure op inconsistenties heeft gewezen. Wat de inhoud betreft noemt betrokkene twee klachten die haar dwars zitten, De eerste darvan betreft de pijn in nek, hoofd en linker arm. De tweede heeft betrekking op prikkelbaarheid. Betrokkene kan zich tegen haar omgeving geïrriteerd gedragen. Ze zegt dat dit buiten haar macht ligt. Op de vraag hoe ze probeert daar toch iets aan te doen, kan ze geen antwoord geven. Andere klachten noemt ze, ook na aandringen niet (behoudens buikklachten die in 2010 tot een maagdarm-onderzoek in een ziekenhuis hebben geleid) Zoals aangegeven kunnen deze klachten bijna van dag tot dag wisselen in ernst. Kort voor dit onderzoek is betrokkene nog met een nicht gaan shoppen, waarbij ze onder meer shampoos heeft gekocht. Betrokkene vertelt daarover met zichtbaar plezier. Op basis van betrokkenes klachtverhaal kan ik de diagnoses die eerder zijn gesteld dan ook niet bevestigen. De psychiaters Güzelcan, Kaya en Soylu hebben allen gesproken van PTSS. Daarnaast zijn ook depressie en een (somatoforme) pijnstoornis genoemd. Bij huidig onderzoek vind ik bij betrokkene echter geen klachten meer die passen bij PTSS. Een echte depressie in de zin van een psychiatrische ziekte vind ik bij betrokkene evenmin. Dat ze soms humeurig kan zijn van de pijn, is daarvoor niet voldoende Ik vind bij betrokkene ook geen andere psychiatrische aandoeningen Ik heb nog speciaal nagegaan of haar stemmingswisselingen bij een bipolaire of een manisch-depressieve stoornis zouden kunnen passen, maar dat is niet het geval. Beantwoording van de vraagstelling: Vraag 1 Ad d Betrokkenes klachtverhaal wordt bij concreet doorvragen gekenmerkt door diverse inconsistenties. Bij de bespreking van mij bevindingen ben ik daar nader op ingegaan. Ook bestaan er inconsistenties tussen mijn eigen bevindingen bij huidig onderzoek en de mededelingen van psychiaters die betrokkene eerder hebben onderzocht. Mijn constateringen komen wel overeen met die van de bezwaarverzekeringsarts van het UWV in het kader van een bestuursrechtelijke procedure. Bij de bespreking van mijn bevindingen ben ik uitgebreid op deze inconsistenties en op mijn weging daarvan ingegaan. Ik moge daarnaar verwijzen. Ad e

6 Ik heb hierboven besproken hoe betrokkene reageerde op confrontatie met inconsistenties in haar verhaal. Die werden door haar reactie niet opgeheven. Het klachtverhaal voldoet daardoor niet aan criteria van plausibiliteit en consistentie. Ad f Ik heb bij betrokkene geen psychiatrische stoornis kunnen vaststellen. Haar gevoelens van ongenoegen voldoen naar aard, ernst en beloop niet aan de daarvoor geldende criteria. Mijn differentiaal-diagnostische overwegingen heb ik hierboven uitgebreid besproken. Daarbij ben ik ook ingegaan op de redenen waarom ik eerder gestelde psychiatrische diagnosen niet heb overgenomen. Ad g Bij afwezigheid van een psychiatrische ziekte kan ik bij betrokkene op psychiatrisch gebied geen beperkingen vaststellen Vraag 2 Ad c Behalve de neurologisch verklaarde pijnklachten ervaart betrokkene onvrede over het feit dat haar man door zijn werk maar weinig thuis is. Die onvrede voldoet op zichzelf niet aan de criteria voor een psychiatrisch ziektebeeld. Het lijkt mij zeer wel mogelijk dat dit probleem zich voor betrokkene ook zou hebben voorgedaan, wanneer het ongeval haar niet was overkomen Reacties van partijen: Samengevat stelt mr. Ruijzendaal de vraag, dat betrokkene ondanks het feit dat ik bij onderzoek geen psychiatrische aandoening bij haar heb gevonden, daaraan na het ongeval toch wel moet hebben geleden, gezien de verklaringen van andere psychiaters en/of psychologen. Hij vraagt mij, wanneer de psychiatrische aandoeningen kennelijk zijn verminderd en waardoor dat mogelijk is gebeurd. In antwoord hierop kan ik het beste verwijzen naar de bespreking van mijn bevindingen op de pagina s 7 en 8 van dit rapport. Daaruit blijkt dat ik in deze casus de conclusies die in de behandelende sector zijn geformuleerd, niet heb overgenomen. Mijns inziens is er geen sprake van psychiatrische aandoeningen die verminderd zouden zijn. Ik interpreteer betrokkene s klachtverhaal anders dan in de behandelende sector is gedaan. Ik realiseer mij uiteraard, dat daarbij op mij een motiveringsplicht rust. Op die motivering ben ik op de pagina s 7 en 8 dan ook uitgebreid ingegaan. Dat mijn visie anders is dan die van betrokkene s behandelaars kan er zeer wel mee samenhangen dat ik, anders dan zij, met een kritisch oog kijk en met een kritisch oor luister. Dat is precies de taak van de onafhankelijke deskundige. De uitkomst van die kritische toetsing van betrokkene s klachtverhaal en van haar presentatie heb ik hierboven zo goed mogelijk verwoord. 3. Het verzoek en het verweer 3.1. [Verzoekster] verzoekt de rechtbank bij beschikking te bepalen dat ASR verplicht is: a. de definitieve rapportages van neuroloog Verhagen en de psychiater Koerselman als uitgangspunt te nemen voor de verdere schaderegeling en om in dit verband de gezondheidsklachten, afwijkingen en beperkingen vast te stellen die het gevolg zijn van het verkeersongeval en die de eventueel door partijen in te schakelen verzekeringsgeneeskundige als basis zal dienen te nemen bij het opstellen van de functionele beperkingenlijst ten behoeve van de berekening van het verlies aan verdienvermogen en de behoefte aan huishoudelijke hulp c.q. de behoefte aan mantelzorg;

7 b. aan verzoekster een voorschot op de nader vast te stellen schadevergoeding uit te keren onder algemene titel van ,= althans een in goede justitie te bepalen bedrag. Met veroordeling van ASR tot betaling van de kosten van deze procedure [Verzoekster] legt aan haar verzoek ten grondslag dat gelet op de rapporten van Verhagen en Koerselman, de gezondheidsklachten in juridische zin kunnen worden toegerekend aan het ongeval. Op grond van de beide rapporten in samenhang gezien dient volgens [verzoekster] geconcludeerd te worden, dat zij als gevolg van het ongeval te maken heeft gekregen met een tot nu toe blijvend pijnsyndroom en een tijdelijke psychiatrische aandoening, waardoor zij betaald werk is kwijtgeraakt en gedurende vele perioden een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft ontvangen, afgewisseld met een WW-uitkering [Verzoekster] vermeldt de volgende schadeposten: een vergoeding voor de geleden en nog te lijden immateriële schade. exclusief de wettelijke rente, van ,=; een vergoeding van de kosten van huishoudelijke hulp voor 3 uur per week tegen een uurtarief van 10,= resulterend in een totaalbedrag van ,=; een nader te bepalen bedrag aan verdienvermogen tot 27 juni 2011 rekening houdend met de aan haar toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering en vanaf 27 juni 2011 rekening houdend met het feit dat zij vanaf die datum geen uitkering meer heeft ontvangen ASR stelt dat geen sprake is van een deelgeschil. Zij stelt daartoe dat het verzoek onder a. geen geschilpunt betreft, aangezien ASR de rapportages van Verhagen en Koerselman reeds als uitgangspunt voor de schadeafwikkeling aanvaardt en dat het verzoek onder b. tot toekenning van een voorschot zich niet leent voor beoordeling in een deelgeschil, omdat daarbij niet op enig punt wordt beslist over de uitgangspunten van de schadevaststelling. Inhoudelijk stelt ASR dat er geen aanleiding is voor toekenning van een voorschot, aangezien er geen schade is aangetoond die uitstijgt boven het al door ASR betaalde bedrag. Uitgaande van enige tijd klachten aansluitend aan het ongeval volstaat volgens ASR hooguit een immateriële schadevergoeding van 1.500,=. ASR heeft gemotiveerd betwist dat uit de deskundigenrapporten het bestaan van objectiveerbare afwijkingen kan worden afgeleid. ASR betwist de schadepost voor huishoudelijke hulp, aangezien het inschakelen daarvan niet noodzakelijk is en bovendien niet is gebleken van uitgaven op dit punt. Evenmin is er volgens ASR schade vanwege verlies aan verdienvermogen, nu er geen beperkingen bestaan die kunnen leiden tot arbeidsongeschiktheid. ASR stelt in dit verband dat [verzoekster] in 2006 haar werkzaamheden geheel heeft hervat, dat zij haar betaalde werk is kwijtgeraakt als gevolg van het faillissement van haar werkgever en niet vanwege haar arbeidsongeschiktheid. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst ASR naar het oordeel van de rechtbank s-hertogenbosch in de uitspraak van 27 januari Voorts heeft ASR de door [verzoekster] begrote kosten voor het deelgeschil gemotiveerd betwist. 4. De beoordeling 4.1. Partijen zijn het er over eens dat, bij de vaststelling van de door [verzoekster] als gevolg van het ongeval geleden schade, de rapporten van de door de rechtbank benoemde deskundigen Verhagen en Koerselman als uitgangspunt moeten worden genomen. Zoals ASR betoogt zal een toewijzing van de vordering onder a. partijen dan ook niet dichter bij een oplossing van hun geschil brengen. De kern van het geschil betreft echter de vraag of er causaal verband bestaat tussen de door [verzoekster] ervaren gezondheidsklachten en het ongeval en tot welke conclusies op dit punt de uitgebrachte deskundigenrapporten kunnen leiden. Een rechterlijk oordeel daarover kan partijen mogelijk wel een aanknopingpunt bieden om de schade verder buitengerechtelijk af te wikkelen. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de voorwaarden om het verzoek aan te merken als een deelgeschil. De gezondheidsklachten

8 4.2. Volgens Verhagen is er bij [verzoekster] sprake van een klachtenpatroon dat het best pas bij een whiplash associated disorder, waarbij differentiaal diagnostisch gedacht kan worden aan posttraumatische hoofd- en nekpijn. Bij de beoordeling zal de rechtbank daarom uitgaan van de diagnose postwhiplashsyndroom. Inherent aan de bij dit syndroom voorkomende klachten is dat ze moeilijk objectiveerbaar zijn omdat veelal een medisch (neurologisch) substraat ontbreekt. Aan het bewijs voor het bestaan van deze klachten kunnen daarom geen al te hoge eisen worden gesteld. Hiervoor is dan ook voldoende dat het bestaan van de subjectief beleefde klachten objectief kan worden vastgesteld. Daarvoor dienen de klachten reëel te zijn, dat wil zeggen niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven. Indien het bestaan van de klachten is vast komen te staan, kunnen aan het bewijs van het causaal verband tussen de klachten en het ongeval, waarbij een vergelijking dient te worden gemaakt tussen de situatie met ongeval en de situatie zonder ongeval, in de gegeven omstandigheden evenmin al te hoge eisen worden gesteld. Indien voor het ongeval deze gezondheidsklachten niet bestonden, de gezondheidsklachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de gezondheidsklachten ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijk verband daarmee veelal geleverd zijn Anders dan [verzoekster] stelt, bieden de rapporten van Verhagen en Koerselman in hun onderlinge samenhang bezien geen aanknopingpunten om te concluderen dat alle door haar gestelde gezondheidsklachten door [verzoekster] aangeduid als een blijvend pijnsyndroom en een tijdelijke psychiatrische aandoening in causaal verband staan met het ongeval Verhagen heeft in zijn rapport een beschrijving gegeven van de klachten die [verzoekster] naar haar zeggen ondervindt en heeft op grond daarvan en zijn eigen onderzoek de differentiaal diagnose posttraumatische hoofdpijn- en nekklachten gesteld. Het hiervoor in 4.2 weergegeven toetsingskader in aanmerking genomen, kan naar het oordeel van de rechtbank ondanks het ontbreken van neurologisch substraat causaal verband worden aangenomen tussen de door Verhagen in zijn diagnose genoemde hoofdpijn- en nekklachten en het ongeval. Verhagen vermeldt dat er bij onderzoek milde tendyogeen bepaalde afwijkende bevindingen aan de nek worden gedaan. Verder vermeldt Verhagen dat uit het medisch dossier blijkt dat ook eerder hypertonie en drukpijn in de nekmusculatuur werd beschreven. Voorts acht Verhagen het niet aannemelijk dat [verzoekster] dergelijke klachten zou hebben ontwikkeld indien het ongeval zich niet had voorgedaan. Volgens Verhagen bestaat er consistentie in die zin dat er samenhang is tussen het verhaal van [verzoekster] zelf, de feiten zoals deze uit het medisch dossier naar voren komen en zijn eigen bevindingen bij het medisch onderzoek Het rapport van Verhagen biedt echter geen aanknopingspunten om te kunnen concluderen dat de ernst van de nek- en hoofdpijnklachten zoals [verzoekster] die aangeeft (bij Koerselman heeft zij vermeld dat de pijn soms zo ondragelijk is dat zij er s nachts schreeuwend van wakker wordt), reëel is of dat er sprake is van een causaal verband tussen het ongeval en de toename van de door [verzoekster] gestelde nekklachten in 2007/2008. Verhagen heeft zich daarover niet uitgelaten. Evenmin blijkt dat de behandelaars zich expliciet hebben uitgelaten over de aard van de door [verzoekster] geuite klachten en (de mate waarin) zij deze reëel achten. Het ligt ook niet in de rede dat behandelaars zich daarover uitlaten. In dit verband is het opmerkelijk dat de behandelend psychiater Güzelcan vermeldt dat [verzoekster] niet gemotiveerd is voor psychotherapeutische behandeling voor deze pijnklachten. Koerselman vermeldt in zijn rapport wel expliciet dat consistentie aan het klachtverhaal van [verzoekster] ontbreekt. Een dergelijke gevolgtrekking die is gebaseerd op gedragingen van de betrokkene ligt ook meer op het vakgebied van de psychiater dan op dat van de neuroloog. Anders dat [verzoekster] stelt doet Koerselman deze mededeling niet uitsluitend ten behoeve van een psychiatrische diagnose. Koerselman baseert zich op zijn observaties in het kader van het psychiatrisch onderzoek waarbij hij vermeldt dat [verzoekster] een levendige mimiek en psychomotoriek heeft, dat bij de spontane bewegelijkheid van nek en schouders hem geen bijzonderheden opvallen en dat hij geen pijngedrag ziet. Ook het antwoord van vraag 1 onder e beantwoordt Koerselman in algemene termen dat het klachtverhaal niet voldoet aan de criteria van plausibiliteit en consistentie Het voorgaande leidt tot de conclusie dat uit de rapporten van de deskundigen kan worden afgeleid dat er causaal verband kan worden aangenomen tussen het ongeval en de door Verhagen

9 gediagnosticeerde posttraumatische hoofd- en nekpijn, maar dat, getoetst aan het hiervoor in 4.2 geformuleerde criterium, de mate waarin [verzoekster] stelt deze klachten te ervaren niet objectief kan worden vastgesteld Uit het rapport van Verhagen blijkt niet van het bestaan van cognitieve beperkingen, zoals door [verzoekster] gesteld. Verhagen concludeert dat [verzoekster] op de MMSE (Mini Mental State Examination) 29 uit 29 scoort en hij vermeldt dat oriënterend neuropsychologisch onderzoek geen afwijkingen liet zien. Volgens hem zijn ook in het verleden geen afwijkingen gedocumenteerd. Ook Koerselman vermeldt dat hij bij onderzoek geen tekortkomingen opmerkt. Hij constateert dat zij juist uitstekend kan terugkomen op passages in het gesprek die ze laten nog een wil toelichten Op grond van de rapportage Koerselman kan niet anders worden geconcludeerd dan dat bij [verzoekster] geen sprake is van een psychiatrische ziekte en dat dit ook niet tijdelijk het geval is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Koerselman voldoende gemotiveerd waarom hij tot een andere conclusie is gekomen dan de behandelaars. Daar komt nog bij dat ook de behandelaars niet tot eensluidende diagnosen zijn gekomen. De gevorderde schade 4.9. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.6 tot en met 4.8 is overwogen heeft als uitgangspunt te gelden dat [verzoekster] als gevolg van het ongeval hoofd- en nekpijn ervaart. ASR is slechts aansprakelijk voor de door [verzoekster] onder 3.3 vermelde schade indien vast komt te staan dat zij vanwege deze klachten beperkingen ondervindt als gevolg waarvan zij duurzaam niet meer in staat is tot het verrichten van betaalde arbeid (al dan niet als inpakster) en/of niet meer in staat is haar huishoudelijke taken te verrichten. Op [verzoekster] rust de bewijslast daarvan. De ter beschikking staande gegevens bieden echter geen aanknopingspunten voor de conclusie van [verzoekster] dat zij als gevolg van het haar overkomen ongeval niet meer in staat is betaalde arbeid te verrichten. Daartoe is het volgende overwogen Na een ziekteperiode van 16 februari 2004 tot 13 februari 2006 werd [verzoekster] vanwege het ontbreken van medische beperkingen, op grond van de WIA in staat geacht haar werk als inpakster te verrichten. Onbetwist is gebleven dat zij dat werk, tot het moment dat het bedrijf in 2008 failliet ging, ook feitelijk heeft verricht, inclusief de ploegendienst. Dat wil zeggen dat zij, ondanks de door haar genoemde klachten, gedurende twee jaar in haar eigen functie heeft gewerkt. Vaststaat dat het dienstverband is geëindigd vanwege het faillissement van Media Motion. Uit de uitspraak van de rechtbank s-hertogenbosch blijkt dat [verzoekster] naar aanleiding van haar ziekmelding op 28 februari 2008 vanuit de WW vanwege nek- hoofd en armklachten, door het Uwv met ingang van 9 april 2009 geschikt werd geacht voor haar verzekerde arbeid. Deze beslissing en ook een later besluit tot arbeidsgeschiktverklaring is door de rechtbank s-hertogenbosch in stand gelaten Het in kaart brengen van de beperkingen die iemand ondervindt als gevolg van de klachten behoort tot de deskundigheid van de verzekeringsgeneeskundige. Zoals ook [verzoekster] betoogt is de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de sociale verzekeringswetgeving deels van een andere aard dan die in een civiele aansprakelijkheidszaak. Dat wil echter niet zeggen dat in het geheel geen waarde toekomt aan de bevindingen van de verzekeringsgeneeskundige ten behoeve van de beoordeling van het recht op een uitkering op grond van de WIA of de ZW De rechtbank s-hertogenbosch heeft geoordeeld dat de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts niet onjuist zijn. Uit deze uitspraak blijkt dat het Uwv heeft beoordeeld of [verzoekster] geschikt is voor haar werkzaamheden als inpakster voor 40 uur per week, dat wil zeggen dat is getoetst aan werk met dezelfde belasting als het werk dat [verzoekster] verrichtte bij Media Motion, voordat dit bedrijf failliet ging. Onder deze omstandigheden is het enkele betoog van [verzoekster] dat in het sociale zekerheidsrecht een andere maatstaf ten aanzien van het begrip arbeidsongeschiktheid wordt gehanteerd dan in het civiele schadevergoedingsrecht onvoldoende onderbouwing van haar stelling dat zij als gevolg van het ongeval arbeidsongeschikt is geworden. [Verzoekster] heeft ook niet gesteld of onderbouwd dat er na het einde van haar dienstverband ander werk beschikbaar was, maar dat zij vanwege haar beperkingen daarvoor niet (meer) geschikt is.

10 4.13. Voorts heeft [verzoekster] in het geheel niet onderbouwd om welke reden zij aangewezen zou zijn op huishoudelijk hulp. De enkele verwijzing naar de door haar genoemde klachten die zijn vermeld in het rapport van Verhagen, is daarvoor onvoldoende, gelet op hetgeen daarover in 4.4 tot en met 4.6 is overwogen Gelet op het voorgaande zijn er onvoldoende aanknopingspunten om de (hoogte van de) gevorderde schade te kunnen vaststellen. Onder deze omstandigheden is er geen grond voor toekenning van een voorschot op de schade. De kosten van het deelgeschil De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de behandeling van het verzoek te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen, ook indien een verzoek niet kan worden toegewezen. Deze kosten dienen te voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Voor afwijzing van het verzoek tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil zoals ASR voorstaat ziet de rechtbank geen grond. De vraag welke conclusies uit een deskundigenrapport kunnen worden getrokken is een gebruikelijk verzoek in een deelgeschilprocedure en het is niet onredelijk dat [verzoekster] daarvoor kosten heeft gemaakt [Verzoekster] maakt aanspraak op vergoeding van 274,= aan griffiekosten en een bedrag aan advocaatkosten voor een tijdbesteding van in totaal 11 uur: 7 uur voor de voorbereiding van het verzoekschrift en in totaal 4 uur voor de bestudering van het verweerschrift, de voorbereiding van de zitting en het bijwonen van de zitting. Het gehanteerde tarief bedraagt (exclusief BTW en 6% kantoorkosten) 230,= voor werkzaamheden verricht in 2012 en 240,= voor werkzaamheden verricht in ASR acht een uurtarief van 200,= en een tijdsbesteding van 4 uur en 42 minuten redelijk Aanknoping bij een buiten rechte gehanteerd tarief is niet mogelijk, want er zijn daarover geen afspraken gemaakt tussen ASR en de raadsman van [verzoekster] De rechtbank acht een tijdsbesteding van 11 uur redelijk, gelet op de inhoud van de zaak en de omvang van het dossier. Het door [verzoekster] voorgestelde tarief acht de rechtbank gelet op de specialisatie van de raadsman en de aard van het geschil eveneens gerechtvaardigd, zij het dat voor de tariefverhoging van het eerder gehanteerde tarief van 230,= een motivering ontbreekt. Bij de begroting zal de rechtbank daarom uitgaan van een uurtarief van 230,= te verhogen met 6% kantoorkosten, (exclusief BTW) Op grond van het voorgaande begroot de rechtbank de kosten van dit deelgeschil op 2.681,80 exclusief BTW voor advocaatkosten en 274,= griffierecht. 5. De beslissing De Rechtbank: 5.1. wijst de verzoeken af, 5.2. begroot de kosten van dit deelgeschil op 2.681,80 exclusief BTW voor advocaatkosten en 274,= griffierecht.»annotatie Het eerste (deel)geschil dat wordt voorgelegd betreft de vraag of causaal verband bestaat tussen de door verzoekster ervaren gezondheidsklachten en het verkeersongeval. De Rechtbank Utrecht dient deze vraag te beantwoorden aan de hand van een tweetal deskundigenberichten. Toetsingskader

11 De rechtbank toetst de (beschreven) klachten aan het kader dat zich in de jurisprudentie heeft ontwikkeld. Dit kader wordt ook wel de Leeuwardense lijn genoemd, waarbij ik direct opmerk dat ik niet wil pretenderen dat dit vaste jurisprudentie is. In de literatuur is er nog immer veel discussie over de vraag of o.a. het Hof Leeuwarden (sinds de arresten van 22 juni 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BN0730 en 10 augustus 2010, «JA» 2010/152) wel de juiste koers is gaan varen naar aanleiding van de overwegingen van de Hoge Raad in zijn arrest Zwolsche/De Greef (HR 8 juni 2001, NJ 2001, 433). Ten aanzien van de literatuur verwijs ik onder meer naar de recente artikelen van Volker en Lauxtermann in het PIV-bulletin van januari en juni 2013, alsook de discussie tussen Kolder en Knijp in het Tijdschrift vergoeding Personenschade /2 en de discussie tussen Kolder en Haase in wederom het PIV-bulletin van mei en juni Uitgangspunt voor de rechtbank is de diagnose van de neuroloog. Deze heeft geconcludeerd dat er sprake is van een postwhiplashsyndroom bij verzoekster. Dan volgt de omschrijving van het hiervoor genoemde kader. De rechtbank overweegt dat inherent aan de bij dit syndroom voorkomende klachten is dat ze moeilijk objectiveerbaar zijn, omdat veelal een medisch (neurologisch) substraat ontbreekt. Aan het bewijs voor het bestaan van deze klachten kunnen om die reden geen al te hoge eisen worden gesteld. Voldoende is dat het bestaan van de subjectief beleefde klachten objectief kan worden vastgesteld. Daarvoor dienen de klachten reëel te zijn, dat wil zeggen niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven. Indien het bestaan van de klachten is vast komen te staan, kunnen aan het bewijs van het causaal verband tussen de klachten en het ongeval, waarbij een vergelijking dient te worden gemaakt tussen de situatie met ongeval en de situatie zonder ongeval, in de gegeven omstandigheden evenmin al te hoge eisen worden gesteld. Indien de gezondheidsklachten voor het ongeval niet bestonden, de gezondheidsklachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de gezondheidsklachten ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijk verband daarmee veelal geleverd zijn. Geen conditio sine qua non-verband Op basis van de rapportage van de neuroloog oordeelt de rechtbank dan vervolgens dat ondanks het ontbreken van een neurologisch substraat het causaal verband kan worden aangenomen tussen de door de neuroloog in zijn rapportage genoemde hoofdpijn- en nekklachten en het ongeval. Echter, de rapportage van de neuroloog biedt onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen concluderen dat de ernst van de nek- en hoofdpijnklachten zoals verzoekster die aangeeft reëel is. De neuroloog heeft zich daarover in zijn rapport niet expliciet uitgelaten. Een behandelend psychiater vermeldt wel dat verzoekster niet gemotiveerd is voor psychotherapeutische behandeling en de psychiater, die als deskundige is benoemd, heeft in zijn rapport aangegeven dat consistentie aan het klachtverhaal van verzoekster ontbreekt. De rechtbank oordeelt dat de subjectief beleefde klachten ( de mate waarin ) niet objectief kunnen worden vastgesteld. Er kan niet geconcludeerd worden dat de door verzoekster gestelde gezondheidsklachten in causaal verband staan met het ongeval. In eerste instantie werd ik een beetje op het verkeerde been gezet door de rechtbank die op basis van de rapporten van de deskundigen een causaal verband aanneemt tussen de hoofdpijn- en nekklachten en het ongeval, maar vervolgens alsnog oordeelt dat de mate waarin deze klachten worden ervaren niet kan worden vastgesteld. Mogelijk dat de rechtbank deze route heeft gekozen om de gestelde diagnose van de neuroloog alsnog juridisch te kunnen vertalen en de conclusie te kunnen trekken dat niet alle door verzoekster gesteld gezondheidsklachten in causaal verband staan met het ongeval. Hoe het ook moge zijn, aansprakelijkheid ontbreekt ten aanzien van deze klachten. Het is goed ons te realiseren dat het omschreven toetsingskader zich bevindt in de fase van vestiging van aansprakelijkheid en dat aan toerekening van de schade in beginsel pas wordt toegekomen als het conditio sine qua non-verband en de andere vereisten voor aansprakelijkheid zijn vastgesteld. Voorschot

12 Naast duidelijkheid over de causaliteit had verzoekster ook ingezet op een voorschot op de schadevergoeding. Verzoekster heeft echter onvoldoende bewijs geleverd om tot toewijzing van een voorschot over te kunnen gaan. Ten aanzien van het verlies aan arbeidsvermogen was van belang dat verzoekster in het kader van de WIA in staat werd geacht haar eigen werkzaamheden (als inpakster) te verrichten. De stelling van verzoekster dat de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de sociale verzekeringswetgeving deels van een andere aard is dan die in een civiele aansprakelijkheidszaak kan haar niet baten. De rechtbank geeft haar daarin wel gelijk, maar dat wil volgens de rechtbank niet zeggen dat in het geheel geen waarde toekomt aan de bevindingen van de verzekeringsgeneeskundige ten behoeve van de beoordeling van het recht op een uitkering op grond van de WIA of ZW. De conclusies van de verzekeringsarts worden vervolgens meegenomen in de overwegingen van de rechtbank, omdat slechts een enkel betoog van verzoekster, dat een andere maatstaf zou gelden, niet voldoende is. Verzoekster heeft onvoldoende bewijs geleverd van haar arbeidsongeschiktheid. De discussie over de waarde die moet worden toegekend aan de uitkomst van een keuring in het kader van de WIA (of ZW) geeft met enige regelmaat discussie tussen partijen. Er is zoals de rechtbank ook overweegt verschil tussen het onderzoek van een arbeidsdeskundige in het kader van een WIA-keuring en het onderzoek van een arbeidsdeskundige in het kader van een letselschadezaak. Bij dit laatste onderzoek wordt in tegenstelling tot de beoordeling in het kader van de WIA wel rekening gehouden met de affiniteiten, kennis en ervaring van een bepaald persoon. Ook wordt gekeken naar de reële mogelijkheden om deze arbeid te verkrijgen. Dat laatste is niet het geval bij de beoordeling voor de WIA. Het duiden van gangbare functies is dan slechts een instrument om het theoretisch verlies aan inkomen te berekenen. Resumé Een aantal fasen zijn te onderscheiden. Voordat toegekomen wordt aan het vaststellen van het causaal verband met de schade in de toerekeningsfase moet het conditio sine qua non-verband (causaal verband in de vestigingsfase) vaststaan. Indien de klachten vaststaan kan pas worden nagegaan tot welke beperkingen de (vastgestelde) klachten leiden en ten slotte kan worden bepaald welke schade wordt geleden als gevolg van de (vastgestelde) beperkingen. Met enige regelmaat vinden we een dergelijk stappenplan ook terug in de jurisprudentie: Uit het bestaan van klachten volgt nog niet zonder meer het bestaan van beperkingen, terwijl van beperkingen niet zonder meer gezegd kan worden dat zij leiden tot schade. Zie onder meer Rechtbank Rotterdam 27 maart 2013 (ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5996) en 16 april 2013 («JA» 2013/95). mr. P.J. klein Gunnewiek, Advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van:

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van: Beschikking RECHTBANK ALMELO Sector civiel recht zaaknummer: 128288 / HA RK 12-36 datum beschikking: 18 juli 2012 (Im) Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van: Bertha

Nadere informatie

Thema-avond deskundigheidsbevordering

Thema-avond deskundigheidsbevordering Thema-avond deskundigheidsbevordering 16 maart 2009 P.C. (Peter) Knijp Postwhiplash syndroom De realiteit van het postwhiplashsyndroom staat niet ter discussie (PEP-lezing Kalb en Van Wingaarden d.d. 10

Nadere informatie

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/579829 / HA RK 15-13 Beschikking van 21 mei 2015 in de zaak van

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/579829 / HA RK 15-13 Beschikking van 21 mei 2015 in de zaak van beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/579829 / HA RK 15-13 Beschikking van 21 mei 2015 in de zaak van [VERZOEKSTER], wonende te Amsterdam, verzoekster, advocaat

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 21-05-2015 15-06-2015 C-13-579829 - HA RK 15-13. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig

Rechtbank Amsterdam 21-05-2015 15-06-2015 C-13-579829 - HA RK 15-13. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig ECLI:NL:RBAMS:2015:3649 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Wetsverwijzingen Vindplaatsen Rechtbank Amsterdam 21-05-2015 15-06-2015

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.4574 (139.05) ingediend door: hierna te noemen klager, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Partijen worden hierna [VERZOEKER] en [VERZEKERAAR] genoemd.

Partijen worden hierna [VERZOEKER] en [VERZEKERAAR] genoemd. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C1161368625 / HA RK 14-103 Beschikking van in de zaak van [VERZOEKER], wonende te [WOONPLAATS],

Nadere informatie

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden.

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden. beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/10/423356 / HA RK 13-304 Beschikking van in de zaak van [BETROKKENE], wonende te Rotterdam, verzoeker, advocaat mr. P. Meijer, tegen'

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

RECHTBANK AMSTERDAM uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen: [eiseres], wonende te [woonplaats],

RECHTBANK AMSTERDAM uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen: [eiseres], wonende te [woonplaats], RECHTBANK AMSTERDAM Sector Bestuursrecht zaaknummer: AMS 09/1832 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen: [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. M.R. Meulenberg-ten

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het. Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over

Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het. Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over Rapport Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het UWV Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Nadere informatie

Letselschade whiplash; deelgeschil; bestaan van klachten; causaal verband tussen klachten en ongeval

Letselschade whiplash; deelgeschil; bestaan van klachten; causaal verband tussen klachten en ongeval LJN: BX9800, Rechtbank Rotterdam, 406822 / HA RK 12-606 Datum uitspraak: 10-10-2012 Datum publicatie: 10-10-2012 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

schikking AFSCHRIFT RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/308975 / HA RK 15-232

schikking AFSCHRIFT RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/308975 / HA RK 15-232 schikking AFSCHRIFT RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rekestnummer: C/02/308975 / HA RK 15-232 Beschikking van 15 maart 2016 in de zaak van [VERZOEKER], wonende te Terneuzen,

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-295 d.d. 1 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. P.A. Offers, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht Registratienummer: AWB06/4812 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [eiser], eiser, wonende te [woonplaats],

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-394 d.d. 29 oktober 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 12 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-157 d.d. 21 mei 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Pagina 12 PIV Actualiteitencollege 2016

Pagina 12 PIV Actualiteitencollege 2016 PIV Bulletin 5 Inhoud Pagina 1 Bezwaren en het deskundigenrapport Pagina 6 Van de redactie Pagina 8 (Zes) De Letselschade Raadsdag Pagina 10 De weg naar herstel Pagina 12 PIV Actualiteitencollege 2016

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2004.2570 (055.04) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Ervaringen van rechters met whiplash M R. H. D E H E K 3 0 M A A R T 2 0 1 2

Ervaringen van rechters met whiplash M R. H. D E H E K 3 0 M A A R T 2 0 1 2 Ervaringen van rechters met whiplash M R. H. D E H E K 3 0 M A A R T 2 0 1 2 Stereotypering van een whiplashzaak: - dik en voorspelbaar - rituele dans om de deskundige(n) en de vraagstelling - vaste standpunten

Nadere informatie

Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-018 d.d. 13 januari 2015 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden en mr. M. van Pelt, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691 beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Sector kanton Locatie Rotterdam zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-2969 uitspraak: 21

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-019 d.d. 16 juni 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

KRINGAVOND 16 MAART 2009. WHIPLASH EN LETSELSCHADECLAIMS Munneke Lourens Advocaten Jacquelien Mos

KRINGAVOND 16 MAART 2009. WHIPLASH EN LETSELSCHADECLAIMS Munneke Lourens Advocaten Jacquelien Mos KRINGAVOND 16 MAART 2009 WHIPLASH EN LETSELSCHADECLAIMS Munneke Lourens Advocaten Jacquelien Mos 1 NvvN november 2007 De Commissie Forensische Neurologie heeft zich op het standpunt gesteld dat het post

Nadere informatie

1.2 Verzekeraar heeft een op 17 december 2014 gedateerd verweerschrift ingediend.

1.2 Verzekeraar heeft een op 17 december 2014 gedateerd verweerschrift ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2015-011 d.d. 30 maart 2015 (mr. F.R. Salomons (voorzitter), drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. F.P. Peijster, mr. A. Smeeing-van Hees en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J.

Nadere informatie

JURIDISCHE POSITIE WHIPLASH-PATIENT MET CLAIM STAND VAN ZAKEN 2015

JURIDISCHE POSITIE WHIPLASH-PATIENT MET CLAIM STAND VAN ZAKEN 2015 JURIDISCHE POSITIE WHIPLASH-PATIENT MET CLAIM STAND VAN ZAKEN 2015 Verweer verzekeraar 1: - Impact van de botsing te gering voor ontstaan letsel Stelling: bij delta V onder 10 km per uur kan geen letsel

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 95 d.d. 27 oktober 2009 (mr. B. Sluijters, voorzitter, mr. P.A. Offers en dr. D.F. Rijkels, arts) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

JA 2013/187 Deelgeschil, Proceskosten, Voorlopig deskundigenbericht. »Samenvatting

JA 2013/187 Deelgeschil, Proceskosten, Voorlopig deskundigenbericht. »Samenvatting JA 2013/187 Deelgeschil, Proceskosten, Voorlopig deskundigenbericht Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:RBNHO:2013:6863 Aflevering 2013 afl. 10 Rubriek College Deelgeschillen Datum 25 juli 2013 Rechtbank Noord-Holland

Nadere informatie

Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, hierna te noemen Aangeslotene.

Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-445 d.d. 18 december 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Consument ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-372 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit.

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit. USZ 2001/163 CRvB, 04-04-2001, 99/117 AAW/WAO Bezwaarprocedure, Heroverweging, Herroeping besluit in primo, Vervanging door nieuw besluit waarin een andere datum in geding aan de orde is Publicatie USZ

Nadere informatie

Bulletin 6. Hoe ver zijn we met het objectiveren van whiplash(achtige) klachten? Inhoud

Bulletin 6. Hoe ver zijn we met het objectiveren van whiplash(achtige) klachten? Inhoud PIV Bulletin 6 Inhoud Pagina 1 Objectiveren van whiplash(achtige) klachten Pagina 6 Nieuwe verjaringregeling in verzekeringsrecht Pagina 12 Stappenplan medisch traject Pagina 17 Pandora na de pilot Pagina

Nadere informatie

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Een jongetje van 4 jaar oud wordt door een pitbull terriër in het gezicht en in de arm gebeten. Zijn

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Genworth Financial, gevestigd te Arnhem, hierna te noemen: Aangeslotene.

Genworth Financial, gevestigd te Arnhem, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-142 d.d. 21 mei 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, dr. B.C. de Vries en mr. R.J. Verschoof, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene.

N.V. Univé Schade, gevestigd te Assen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-233 d.d. 6 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting Consument en Aangeslotene hebben

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal. Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Samenvatting. Consument, tegen. DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-047 d.d. 6 februari 2015 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. E.L.A. van Emden, leden en mr. I.M.L. Venker,

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 203 d.d. 30 augustus 2011 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr B.F. Keulen en dr B.C. de Vries, leden, en mr S.N.W. Karreman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

London General Insurance Company Limited, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

London General Insurance Company Limited, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-125 d.d. 20 april 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en dr. B.C. de Vries, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Jubilee Europe B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Jubilee Europe B.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-20 d.d. 9 januari 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 7 mei 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-204 d.d. 11 juli 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. M.L. Hendrikse, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : De heer A te B, vertegenwoordigd door de heer C te D, tegen E te F en G te H Zaak : Schadevergoeding, wettelijke rente Zaaknummer : 2012.03079 Zittingsdatum : 11 september

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0691 (013.06) ingediend door: hierna te noemen klaagster, tegen: hierna te noemen verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken

Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Beleidsregel subsidiëring medisch haalbaarheidsonderzoeken in letselschadezaken Directie Toegang Rechtsbestel/5362391/05/DTR/12 juli 2005 5362391 Bijlage De Minister van Justitie, Gelet op artikel 4:23,

Nadere informatie

Rechtspraak. 2012 (mr. S. Ju; rolnr. 513981 / HA ZA 12-410) I 317 I Rechtbank Amsterdam 27 juni. Letsel & Schade 2012 nr. 3

Rechtspraak. 2012 (mr. S. Ju; rolnr. 513981 / HA ZA 12-410) I 317 I Rechtbank Amsterdam 27 juni. Letsel & Schade 2012 nr. 3 Rechtspraak I 317 I Rechtbank Amsterdam 27 juni 2012 (mr. S. Ju; rolnr. 513981 / HA ZA 12-410) Relatieve competentie. Rechtbank in vestigingsplaats verzekeraar bevoegd? De verzekeraar dagvaardt de gelaedeerde

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-351 d.d. 26 september 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

Deskundigenoordeel Een onderzoek naar de manier waarop het UWV. (de klacht over) een deskundigenoordeel heeft afgehandeld.

Deskundigenoordeel Een onderzoek naar de manier waarop het UWV. (de klacht over) een deskundigenoordeel heeft afgehandeld. Rapport Deskundigenoordeel Een onderzoek naar de manier waarop het UWV (de klacht over) een deskundigenoordeel heeft afgehandeld. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht

Nadere informatie

Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken. mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013

Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken. mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013 Juridische aspecten van de behandeling van beroepsziektezaken mr Veneta Oskam en Derk-Jan van der Kolk NIS, 16 mei 2013 Agenda Inleiding Bewijs Causaliteit Praktische aanpak Deskundigen Zorgplicht werkgever

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 83.99 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-161 d.d. 14 april 2014 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. E.M. Dil Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 16 april 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 16 april 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-174 d.d. 12 juni 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 148 d.d. 15 juni 2011 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden en mr. D.J. Olthoff, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0815 (017.06) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Claimsafhandeling in polisclausules. Pieter Leerink ACIS-symposium 29 november 2013

Claimsafhandeling in polisclausules. Pieter Leerink ACIS-symposium 29 november 2013 Claimsafhandeling in polisclausules Pieter Leerink ACIS-symposium 29 november 2013 Agenda Schaderegelingsclausule Algemene opmerkingen Brandverzekering Arbeidsongeschiktheidsverzekering Aansprakelijkheidsverzekering

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Brief minister Donner Datum 2 februari 2010 Bij brief van 2 juli jl. heeft u gereageerd op mijn brief van 19 december 2008. Uw reactie heeft u inmiddels ook bij brief

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-183 d.d. 6 mei 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-183 d.d. 6 mei 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-183 d.d. 6 mei 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Samenvatting Op grond van de geldende verzekeringsvoorwaarden

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen:

Uitspraak in de zaak tussen: Zaaknummer: 1995/120 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Beoordelingsmaatstaf,

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A vertegenwoordigd door E te F tegen C te D Zaak : Geneeskundige zorg, buitenlandpolis, uitsluiting bestaande aandoening Zaaknummer : 2011.00384 Zittingsdatum : 21 december

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-310 d.d. 27 oktober 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering,

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 2014-446 d.d. 22 december 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Whiplash, geen beperkingen vastgesteld door neuroloog, verlies arbeidsvermogen afgewezen (Rechtbank Amsterdam d.d. 14-12-2011; LJN-nr.

Whiplash, geen beperkingen vastgesteld door neuroloog, verlies arbeidsvermogen afgewezen (Rechtbank Amsterdam d.d. 14-12-2011; LJN-nr. Whiplash, geen beperkingen vastgesteld door neuroloog, verlies arbeidsvermogen afgewezen (Rechtbank Amsterdam d.d. 14-12-2011; LJN-nr. BV1323) Samenvatting: Eiseres stelt dat zij lijdt aan diverse post

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 26 juni 2008 binnengekomen klacht van: A, wonende te B, k l a g e r, tegen

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-180 d.d. 10 juni 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. R.J. Verschoof en dr. B.C. de Vries, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Movir N.V., gevestigd te Nieuwegein, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Movir N.V., gevestigd te Nieuwegein, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-079 d.d. 13 maart 2015 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 november 2007 Rapportnummer: 2007/271

Rapport. Datum: 23 november 2007 Rapportnummer: 2007/271 Rapport Datum: 23 november 2007 Rapportnummer: 2007/271 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat: een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Utrecht

Nadere informatie

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants

R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants Nummer 5052181 R A A D V O O R G E S C H I L L E N van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants heeft bij wijze van bindend advies de volgende uitspraak gedaan in zake het geschil tussen: X eiseres

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

Eerste dag van arbeidsongeschiktheid

Eerste dag van arbeidsongeschiktheid mr. L.K. (Liesbet) Wouterse Fb. advocaat Kantoor Mr. van Zijl B.V. Korvelseweg 142, 5025 JL Tilburg Postbus 1095, 5004 BB Tilburg tel. (013) 463 55 99 fax (013) 463 22 66 E-mail: mail@kantoormrvanzijl.nl

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 november 2010 Rapportnummer: 2010/339

Rapport. Datum: 30 november 2010 Rapportnummer: 2010/339 Rapport Datum: 30 november 2010 Rapportnummer: 2010/339 2 Klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2007.1289 (048.07) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-257 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. D.G. Rosenquist, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-257 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. D.G. Rosenquist, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-257 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. D.G. Rosenquist, secretaris) Klacht ontvangen op: 21 april 2015 Ingesteld door: Consument

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 6 februari 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-103 d.d. 2 april 2012 (mr. P.A. Offers, voorzitter, B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

TUCHTRAAD FINANCIËLE DIENSTVERLENING (ASSURANTIËN) De voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening,

TUCHTRAAD FINANCIËLE DIENSTVERLENING (ASSURANTIËN) De voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, 1 TUCHTRAAD FINANCIËLE DIENSTVERLENING (ASSURANTIËN) U I T S P R A A K Nr. i n d e zaak nr. TFD 10-005 verwezen door: De voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, met betrekking

Nadere informatie

C/13/555974 / HA ZA 13-1827 28 oktober 2015 8 oordeel dat met deze uitingen sprake was van misleidende publieke berichtgeving. VEB en de stichting stellen dat door deze uitingen de gedupeerde beleggers

Nadere informatie

I 179 I De nieuwe deelgeschilprocedure: de eerste oogst

I 179 I De nieuwe deelgeschilprocedure: de eerste oogst I 179 I De nieuwe deelgeschilprocedure: de eerste oogst mr. S.J. de Groot 1 Inleiding Op 1 juli 2010 trad de Wet deelgeschilprocedure in letselen overlijdenszaken 2 in werking. Deze nieuwe wet heeft als

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-237 d.d. 18 juli 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh en mr. J.Th. de Wit, leden, en mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Partijen zullen hierna "[BETROKKENE] q.q." en "Reaal" genoemd worden.

Partijen zullen hierna [BETROKKENE] q.q. en Reaal genoemd worden. beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/439349 / HA RK 13-144 Beschikking van in de zaak van [VADER] en [MOEDER], handelend in hun hoedanigheid van curatoren van hun

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en

Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Universiteit Maastricht Trefwoorden : algemeen verbindend voorschrift

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

De patiëntenkaart in de lagere rechtspraak

De patiëntenkaart in de lagere rechtspraak De patiëntenkaart in de lagere rechtspraak Trial & error? Ruim twee jaar geleden deed de Hoge Raad uitspraak in de patiëntenkaart arresten 1. Hij oordeelde daarbij over de vraag of de rechter in het kader

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/145

Zaaknummer : 2014/145 Zaaknummer : 2014/145 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 10 december 2014 Partijen : Appellant en CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : (schriftelijk) advies studentendecaan, bindend negatief

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Letselschade Richtlijn Licht Letsel (schadeafwikkeling en smartengeld)

De Letselschade Richtlijn Licht Letsel (schadeafwikkeling en smartengeld) De Letselschade Richtlijn Licht Letsel (schadeafwikkeling en smartengeld) De Letselschade Raad heeft in 1999 een richtlijn ontwikkeld voor een efficiënte en slachtoffervriendelijke wijze van afwikkeling

Nadere informatie