SCHOLINGSPLAN JENAPLAN 21 initiële opleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "SCHOLINGSPLAN JENAPLAN 21 initiële opleiding"

Transcriptie

1 SCHOLINGSPLAN JENAPLAN 21 initiële opleiding

2 NEDERLANDSE JENAPLANVERENIGING Februari 2001

3 INHOUD 1. Plaatsbepaling 2. Raamplan Opleiding Jenaplan-Basisonderwijs A. Algemene Criteria B. Inhoudelijke onderdelen B.1. Funderend deel B.2. Praktijkdeel: Wereldoriëntatie Bijlagen 1. Scholing voor de 21 e eeuw: Initiële opleiding en wat daarna komt 2. Het eerste traject van een lange reis 3. Vormen van kennen, wereldoriëntatie en kunstzinnige vorming

4 COLOFON SCHOLINGSPLAN JENAPLAN 21 Initiële Opleiding voor Jenaplan-basisonderwijs door: Kees Both uitgegeven door de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV) Schagen, februari 2001

5 SCHOLINGSPLAN JENAPLAN 21 initiële opleiding 1. PLAATSBEPALING Dit nieuwe raamplan voor de initiële opleiding voor Jenaplanonderwijs vervangt het raamplan van Aanleidingen tot vernieuwing zijn: a. de inhoudelijke ontwikkelingen die in gang gezet zijn door de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV): -actualiseren van het Jenaplanconcept voor het basisonderwijs, resulterend in de publicaties Jenaplan op weg naar de 21 e eeuw (1997) en De Rozentuin. Een beeld van een Jenaplanbasisschool. (1999) -het formuleren van Startbekwaamheden Jenaplan-basisonderwijs b. ontwikkelingen in de Pabo-wereld, onder andere de erkenning dat de initiële opleiding altijd gevolgd zal moeten worden door verdere scholing; internationaal is er een sterke tendens naar het bevorderen van een continue persoonlijk-professionele ontwikkeling van leraren c. ontwikkelingen in de samenleving, die om een antwoord vragen (wat voor een groot deel al gebeurde in Jenaplan op weg naar de 21 e eeuw ), ook in de opleiding van leraren voor Jenaplanbasisonderwijs hoe gaan we om met bijvoorbeeld individualisering, verzakelijking, zingevingsvragen, internationalisering en ICT? Leraren blijven leren Er is begonnen met het maken van een schets voor de ontwikkeling van leraren in Jenaplanbasisscholen als persoon en als beroepsbeoefenaar ( persoonlijk-professionele ontwikkeling ) van initiële opleiding tot bij wijze van spreken hun pensionering, in fasen, met bijbehorende ondersteuningsmogelijkheden Leraren zijn nooit uitgeleerd. Een dergelijke schets heeft uiteraard een hoog ideaaltypisch gehalte maar dient om een onderbouwde beleidslijn uit te zetten. Dit opleidingsplan is vervolgens opgesteld als eerste in een reeks scholingsfasen, waarbij met name belangrijk zijn: - initiële opleiding - ingroeifase in de schoolpraktijk - voortgezette brede (na-) scholing na enkele jaren praktijkervaring. Nascholing zal aansluiten op de initiële opleiding en vergeleken met het oude opleidingsplan zijn inhouden soms doorgeschoven naar de nascholing. Metafoor van de reis Het idee / ideaal van levenslang lerende leraren in Jenaplanscholen is ook uitgewerkt in een

6 metafoor de persoonlijk-professionele ontwikkeling van leraren als een reis. Deze metafoor heeft een centrale betekenis voor de opleiding en voor wat daarna komt. Dit beeld moet verinnerlijkt worden door docenten, studenten en de Jenaplanscholen die het ook als een basis kunnen nemen voor hun personeelsbeleid (inclusief functioneringsgesprekken). Het opleidings- (en nascholings-) programma is feitelijk een uitwerking van deze metafoor. Zie bijlage 2. Functie en vorm: de plek van een Jenaplanopleiding binnen huidige Pabo s Hoe bijzonder is de Jenaplanverbijzondering binnen pabo s? Deze vraag speelt al vanaf het allereerste begin van de ontwikkeling van aparte Jenaplan-opleidingen. Destijds was er discussie over de vraag of het wenselijk zou zijn de Jenaplan-opleiding onder te brengen in één opleidingsinstituut, met als voordeel concentratie van deskundigheid en betrokkenheid. Er is gekozen voor een brede aanpak: Jenaplan- verbijzonderingen in goed over het hele land gespreide pabo s. Op deze manier kon beter voeling gehouden worden met de hoofdstroom van het onderwijs en bovendien past deze opzet bij het karakter van het oorspronkelijke Jenaplan-concept. Hoe is dat nu? Er zijn stemmen die beweren dat de verbijzondering steeds minder bijzonder wordt, omdat de ontwikkelingen in de pabo s in een Jenaplan-achtige richting zouden gaan: veel aandacht voor reflectie door studenten, meer actief leren, modellen als probleemgestuurd onderwijs, aandacht voor persoonlijke onderwijsconcepten, etc. De Jenaplan-verbijzondering lijkt ingehaald te zijn door de vernieuwingen in de opleidingsdidactiek, net zoals Jenaplanscholen ingehaald lijken te zijn door algemene ontwikkelingen in het basisonderwijs, die ook kringgesprekken, vieringen, onderzoekend natuuronderwijs, thematische werkweken, etc. hebben. Jenaplan is veel minder exclusief aan het worden. Voor een deel is dat juist, maar de schijn kan hier ook bedriegen. Om bij de pabo te blijven: De plaats van de pedagogiek is vaak niet sterk. Pedagogen zijn daar vaak onderwijskundigen geworden, die vanuit hun achtergrond en opleiding meer op de zakelijk-technische kant van het onderwijs zijn gericht. Opleidingen staan onder druk om snel afgestudeerden te leveren. De organisatie van het onderwijs aan de pabo gaat ook in de richting van minder contacturen, per onderdeel worden punten voor studiebelasting toegekend, er is meer individueel werk van studenten, maar ook meer afstandsonderwijs via ICT, en er zijn andere tekenen van een grotere mate van verzakelijking. Elk op zich hoeven die ontwikkelingen geen probleem te zijn, maar alles samengenomen lijkt er echter minder ruimte te komen voor persoonlijke ontwikkeling en het ontwikkelen van sociale vaardigheden, Jenaplan-kenmerken bij uitstek. Het is bijvoorbeeld de vraag of reflectie binnen de reguliere opleiding niet te eenzijdig gericht is op de techniek van het onderwijzen, waarbij de emotionele, morele, maar ook politieke ( in het klein ervaringen van macht en onmacht, belangenconflicten in de school en grotere onderwijspolitieke) aspecten een marginale plek krijgen. Als dit inderdaad zo is, kan dat als effect hebben dat studenten aan reflecteren niet zo veel belang hechten. Maar er is nog een heel andere reden om maar niet te snel aan te nemen dat de achtergronden en praktijk van Jenaplanonderwijs gemeengoed is geworden of dat dit spoedig het geval zal zijn. Er kan eenvoudig worden vastgesteld dat in basisscholen nog weinig zichtbaar is van wat de wetgever in 1985 voor ogen heeft gestaan. Bovendien lijkt de overheid, en in het verlengde daarvan, vooral geïnteresseerd in onderwijs waarvan leereffect in korte cycli zichtbaar moet worden. Rekenen en taal worden "hoofdvakken" genoemd, zittenblijven komt nog steeds op relatief grote schaal voor, er is weinig samenhang in het schoolprogramma en de school is doorgaans niet in staat om bij te dragen aan een continu ontwikkelingsproces. Een en ander betekent dat studenten in hun stage voor een aanzienlijk deel worden geconfronteerd

7 met basisonderwijs dat (nog) niet aan de wet voldoet. Een opleiding kan samen met omringende Jenaplanscholen aan studenten laten zien dat een goed alternatief, dat genoemde kenmerken mist, voorhanden is. Daarom betekent een vernieuwd Jenaplan-opleidingsprogramma ook een zekere radicalisering: Je moet niet over Jenaplan spreken, je moet het doen ( teach as you preach ), het moet ook voorgeleefd worden door de docenten. Het pedagogische (de grondhouding, het persoonlijke en relationele) krijgt een sterker accent. Het gaat primair om de functie bijvoorbeeld van kringgesprekken en niet zozeer om de uiterlijke vorm. Er wordt gekozen voor verdieping, in plaats van verbreding. Hier kan een grotere spanning ontstaan met de overige onderdelen van de opleiding. Het kan ook een nieuwe uitdaging zijn: een opleiding in huis te hebben die het pedagogische warm houdt, mede ten behoeve van en in wisselwerking met het geheel. Docenten De docenten nemen hier een belangrijke plaats in. Hun grondhouding, kennis van het Jenaplanconcept en vernieuwingsonderwijs in het algemeen, hun didactische en agogische vaardigheden zijn van het grootste belang. In de scholing van docenten zullen deze facetten dan ook een belangrijke rol spelen. Net zoals studenten zullen ook zij reflecteren, oefenen, studeren. Zij zijn voor studenten model voor leraar-zijn in Jenaplan-zin. Funderend- en praktijkdeel Er heeft vernieuwing van de inhouden plaatsgevonden, ten dele ook door herordening van inhouden uit het oude raamplan. In plaats van de zes blokken uit het oude raamplan, wordt nu onderscheid gemaakt tussen een funderend blok (autobiografisch werken, antropologie, achtergronden Jenaplan, groepsprocessen) en een praktijkblok : Wereldoriëntatie. Daarbij is het nadrukkelijk de bedoeling dat beide blokken in elkaar grijpen dat in het funderend blok bijvoorbeeld al gewerkt wordt met leerstof uit de wereldoriëntatie en dat in het praktijkblok voortdurend wordt teruggegrepen op het in het funderend blok geleerde. Het onderscheid is geen scheiding en op den duur zullen beide waarschijnlijk steeds meer in elkaar grijpen en zal het onderscheid wellicht vervagen. Modellen en methodieken Er is een roep om modellen in de opleiding en er is inmiddels een indrukwekkend lijstje van dergelijke modellen, die wenselijk zouden zijn. Kenmerkend voor modellen in de opleiding is, dat ze vaak een pretentie hebben om het geheel van de opleiding te kunnen inkaderen en sturen, dat je er zo n beetje alles aan kunt ophangen. Dat gold in het verleden voor de Didactische Analyse, dat geldt in onze tijd soms voor het APS-model en het model van Korthagen. (als reflectiemodellen) en voor Probleem Gestuurd Onderwijs (als een breder didactisch model). Een model is altijd een reductie van de werkelijkheid, als hulpmiddel om greep op een complexe werkelijkheid te kunnen krijgen. Strijdig met de intentie van de makers krijgen dergelijke modellen in de praktijk van de opleiding snel iets stereotyps, wat op termijn weerstanden kan wekken bij studenten. Oftewel: het middel wordt ervaren als doel in zichzelf ( weer zo n formulier invullen, etc.). De pabo gaat lijden aan modellitis. Het is dus verstandig om niet alles op de kaart te zetten van één bepaald model, maar wel te

8 proberen een zekere samenhang aan te brengen. Daarbij moeten als dat passender is - bepaalde inhouden en vaardigheden naar de nascholing verschoven worden. Je moet niet alles wat mooi en goed is in de initiële opleiding willen stoppen. De methodiek van de persoonlijkheidsdynamieken bijvoorbeeld leent zich beter voor de nascholing, omdat er dan een betere praktijk-context aanwezig is en de betrokkenen ook wat ouder zijn (meer levenservaring). Met de zelfconfrontatiemethode is ervaring opgedaan in de initiële opleiding (zie ook Werkpapier Scholing Jenaplan nr. 7 Zinervaring in en door de loopbaan ) en deze sluit mooi aan bij de kernkwaliteiten. Essentieel is het op het niveau van de opleiding waarmaken (demonstreren) wat je verwacht dat studenten in de schoolpraktijk zullen doen. Dus als je het hebt over coöperatief leren, dan gaat het niet alleen over coöperatief leren in de basisschool, maar evenzeer in de Pabo zelf. Hetzelfde geldt voor ervaringsgerichte dialoog, rekening houden met leerstijlen, etc. Hieronder staan de modellen en methodieken aangegeven in de initiële opleiding voor Jenaplanonderwijs een plek moeten hebben. Daarbij is uitgegaan van de volgende vooronderstellingen: 1. De pabo heeft al een bepaalde centrale reflectievorm gekozen, bijvoorbeeld die van het APS of van Korthagen. Daar kun je dan van uitgaan. Centraal staat hier schema 1 - het pendelschema - zoals dat inmiddels een beproefde plek heeft binnen de scholing Jenaplan. Het is eenvoudig, sluit goed aan bij de metafoor van de reis, kan recht doen aan alle dimensies van onderwijzen (de technisch-ambachtelijke, emotionele, morele en politieke dimensie). Er is binnen Jenaplankringen veel ervaring mee opgedaan en je kunt andere werkvormen en vaardigheden er op een organische wijze mee verbinden. 2. Daar omheen staan verschillende modellen en methodieken die daarvan een verbijzondering zijn: vastleggen, zelfonderzoek, delen, ontwerpen. Ze vormen ook een basis voor vormen van zelfevaluatie, zoals de studenten later in hun praktijk moeten beoefenen. Ze worden verderop in de tekst toegelicht. 3. Voor de meeste genoemde methoden en modellen is informatiemateriaal voor docenten en studenten aanwezig, voor de andere is dat eenvoudig te ontwikkelen. 4. Docenten moeten doorkneed zijn in genoemde methoden en modellen en deze zelf in de pabo (kunnen) hanteren. autobiografische reflectievormen kernkwaliteiten en competenties leerstijlen leiderschapsstijlen zelfconfrontatiemethode dagboek en reflectie daarop pedagogisch actie-onderzoek PENDELSCHEMA

9 verhalend ontwerpen leren ( techniek ) model ontdekkend-onderzoekend en ontwerpcyclus fiets van Jansen muzische vijfhoek coöperatief leren ervaringsgerichte dialoog en klassevergadering Werkpapieren en Materiaalontwikkeling Als ondersteuning van dit nieuwe leerplan is een reeks Werkpapieren scholing Jenaplan gemaakt, primair voor docenten, maar delen daarvan zullen ook voor studenten te gebruiken zijn. Daarnaast is een reeks papers Achtergronden Wereldoriëntatie Jenaplan in ontwikkeling. Verder zullen nieuwe teksten en readers gemaakt worden en wordt gewerkt aan het samenstellen van katerns die voor studenten en docenten gebruikt kunnen worden, zoals: Tijd en ruimte (samen met de SLO), Reflectievormen, Vormen van kennen van de werkelijkheid en de wereldorëntatie (waaronder De kunst van het leren en het leren van de kunst ), Zin en onzin van ICT in basisschool en opleiding.

10 2. RAAMPLAN OPLEIDING JENAPLAN- BASISONDERWIJS De opleiding voor het Diploma Jenaplanonderwijs is voorbehouden aan daartoe erkende opleidingen. Deze erkenning (licentie) vindt plaats door de Nederlandse Jenaplanvereniging en geldt telkens voor twee jaar. Het diploma Jenaplan-basisonderwijs is door de Minister van Onderwijs erkend (d.d. 1 aug. 1988) als aanvullend bewijs van bekwaamheid, in de zin van artikel 105 van de Wet op het Basisonderwijs. Elke door de NJPV erkende opleiding geeft de opleiding vorm in overeenstemming met landelijk geformuleerde normen - het RAAMPLAN OPLEIDING JENAPLAN-BASISONDERWIJS. Dit raamplan kent twee onderdelen: een lijst van algemene criteria (A.) en een uitwerking van inhoudelijke onderdelen/ themavelden (B.). A. ALGEMENE CRITERIA 1. De opleiding voor Jenaplanonderwijs maakt deel uit van het onderwijskundig beleid van de hogeschool De initiële opleiding-als-geheel mag wat betreft filosofie en vormgeving niet strijdig zijn met het Jenaplan-onderwijsconcept. De Jenaplan-verbijzondering mag geen 'Fremdkörper' zijn binnen het geheel van de opleiding. Dit krijgt vorm in: - groepering - het belang van samenwerken en -spreken -de sociale component van het onderwijs - tegenover een te ver doorgevoerde individualisering/ fragmentarisering/ atomisering van het opleidingsprogramma; - ordening van de inhouden: streven naar betekenisvolle gehelen middels vakkenclustering en/of projectonderwijs, naast voortschrijdend vakonderwijs; - een sterke nadruk op leren reflecteren door studenten (en docenten), inclusief de emotionele kant van het onderwijzen; - in het opleidingsonderwijs zelf demonstreren wat pedagogisch/ didactisch wordt voorgestaan. - gedurende de eerste twee jaren van de initiële opleiding aandacht geven aan voor Jenaplanonderwijs essentiële aspecten van goed onderwijs, in het bijzonder aan kringgesprekken, spel, werken in groepen, en ontdekkend-onderzoekend en ervaringsgericht leren. 1.2 Gedurende de eerste jaren van de initiële opleiding, voorafgaande aan de keuze voor de Jenaplan-verbijzondering, worden de studenten grondig geïnformeerd over verschillende traditionele vernieuwingsrichtingen en Jenaplan in het bijzonder, zodat er een bewuste keuze voor Jenaplanonderwijs gedaan wordt. Deze keuze wordt begeleid Het opleidingsprogramma Jenaplan is ondergebracht in een aparte stroom voor studenten die voor Jenaplan hebben gekozen; voor het vormgeven van deze stroom

11 gelden de onder 1.1. bij 'groepering' genoemde criteria; eenheden van dit programma kunnen deel uitmaken van het reguliere programma dat voor alle studenten geldt De opleiding voor Jenaplanonderwijs wordt uitgevoerd door een kernteam van minimaal twee en bij voorkeur drie kerndocenten[1]. Waar dat verrijkend is worden gastdocenten uit de eigen Pabo, uit de praktijk of anderen van buiten de Pabo aangetrokken. Als regel is het Jenaplan-kernteam ook betrokken bij de nascholing ten behoeve van het Jenaplanonderwijs Het instituut heeft een benoemings- en intern professionaliseringsbeleid dat gericht is op het verzekeren van continuïteit en kwaliteit m.b.t. de opleiding voor Jenaplanonderwijs Van de docenten die de Jenaplanverbijzondering verzorgen mag verwacht worden dat zij: - werk- en stage-ervaring in Jenaplanonderwijs hebben en bijscholing op dat gebied volgen; - affiniteit hebben met Jenaplan; - regelmatige contacten hebben met Jenaplanscholen, participeren in een of meer Jenaplan-regio's; - waar mogelijk betrokken zijn bij nascholingscursussen Jenaplan; als het instituut een Jenaplan-licentie heeft voor zowel initiële opleiding als nascholing wordt er gestreefd naar een wisselwerking tussen beide, inclusief de inzet van de voor Jenaplan verantwoordelijke docenten Het opleidingsinstituut beschikt over actuele Jenaplandocumentatie, die tenminste het basispakket aan literatuur voor studenten en docenten omvat. De in de Jenaplan-verbijzondering betrokken studenten hebben, voor een sterk gereduceerd tarief, een abonnement op Mensen-kinderen. Als basisliteratuur voor alle hieronder uitgewerkte onderdelen geldt verder: - Ad. W. Boes, Jenaplan, historie en actualiteit, laatste druk, CPS, Hoevelaken, Peter Petersen, Van didactiek naar onderwijspedagogiek, Amersfoort/CPS, 1997 (met werk-en studiewijzer) of Het kleine Jenaplan - Kees Both, Jenaplan op weg naar de 21e eeuw. Een concept voor Jenaplanbasisonderwijs, Amersfoort/CPS, Kees Both/Jaap Meijer/Henk Veneman, De Rozentuin. Een beeld van een Jenaplanschool, Schagen/NJPV De opleiding voor Jenaplanonderwijs heeft de volgende kenmerken: 2.1. De opleiding voor Jenaplanonderwijs begint omstreeks halverwege de opleiding De stage in het basisonderwijs wordt vanaf het begin van de opleiding voor Jenaplanonderwijs doorgebracht op tenminste twee Jenaplanscholen, gespreid over alle leeftijdsgroepen (bouwen) en gedurende tenminste 70 dagen in totaal Het opleidingsprogramma kent de volgende onderdelen: Een Funderend blok, waarbinnen aandacht wordt gegeven aan: - De metafoor van de reis als verbindend element in de persoonlijke en

12 beroepsontwikkeling van leraren - Portfolio als verbindend element - Autobiografische reflectie, onder andere op ontwikkeling en leren - Antropologie van het kind - Historie en grondbegrippen van het Jenaplan - Aspecten van wereldoriëntatie en de basisactiviteiten - Groepsprocessen. Een Praktijkblok Wereldoriëntatie - waarbinnen aandacht wordt gegeven aan: - Wereldoriëntatie (inclusief kunstzinnige vorming) - Wereldoriëntatie in het geheel van Jenaplan-basisonderwijs (ritmisch weekplan, basisactiviteiten, cursoria, groeperingsvormen, vormgeving en gebruik van de ruimte) - Onderzoeken van de praktijk, met name antropologie van het kind in de schoolpraktijk en het pedagogisch actie-onderzoek, als oriëntatie op vormen van zelfevaluatie - De school als organisatie (waaronder het lid-zijn van een schoolteam). In het Funderend blok komen al aspecten van het praktijkblok aan de orde, zodat beide blokken in elkaar grijpen. De opleiding bepaalt zelf of en in hoeverre de onderdelen van het praktijkblok geïntegreerd of (meer) afzonderlijk worden aangeboden Behalve aan deze onderdelen dient in de opleiding aandacht gegeven te worden aan een aantal onderwerpen uit de vak- en vormingsgebieden, waaronder in elk geval: de leerlijn ruimte en tijd voor 4-12-jarigen, functioneel aanvankelijk lezen, taal en wereldoriëntatie, wiskundige wereldoriëntatie, inscholingscursussen voor drama en enkele andere kunstzinnige disciplines, alsmede de plek van ICT binnen een Jenaplanschool Er wordt van uitgegaan dat in de algemene (=niet-jenaplan) stroom van de opleiding aandacht wordt besteed aan met Jenaplan verwante ontwikkelingen, zoals de traditionele vernieuwingsscholen en hun wortels in de Nieuwe Schoolbeweging (New Education Fellowship), Kees Boeke, Freinet, ontwikkelingsgericht- en ervaringsgericht onderwijs, Reggio Emilia In didactische vormgeving en organisatie wordt zoveel mogelijk parallellie nagestreefd met werkwijzen van het Jenaplanonderwijs, waaronder het hanteren van didactische principes als coöperatief en exemplarisch leren, het ontdekken van eigen sterke punten door/bij studenten en reflectie op eigen ervaringen. Ook hier geldt, zoveel als mogelijk is, het vorm-volgt-functie-principe De afsluiting van de opleiding wordt onder andere gekenmerkt door: -Een persoonlijke reflectie van de student op het in de Jenaplan-verbijzondering geleerde. Het portfolio vormt hiervoor de basis. -Waar mogelijk het uitgaan van principes van authentieke evaluatie (functionaliteit en openbaarheid), zoals bijvoorbeeld: -het verzorgen van een presentatie over een concreet thema voor medestudenten

13 en/of mentoren (symposium) en/ of -het ontwikkelen van (theoretisch en praktisch) goed onderbouwde middelen en onderwijsontwerpen voor de praktijkschool en /of -het schrijven van een publicatie voor een tijdschrift, met name ook in Mensenkinderen. -Betrokkenheid van een vertegenwoordiger van de NJPV-regio. 3. Met het oog op de opleiding voor Jenaplanonderwijs worden de volgende relaties onderhouden: 3.1. Het opleidingsinstituut participeert in de Werkgroep Opleidingen Jenaplan van de NJPV, die vertegenwoordigd is in de Kring Scholing en Begeleiding van de NJPV De opleidingen Jenaplan participeren in het regiowerk van de Nederlandse Jenaplanvereniging in de eigen regio, waarbij de regio meedenkt over de vormgeving van de opleiding en participeert in de evaluatie (visitatie) van de opleiding Ten behoeve van studenten (kennismaking met landelijke Jenaplan-documentatie en als bron van informatie) en docenten wordt samengewerkt met de Suus Freudenthal Bibliotheek van de NJPV in Assen. De bibliotheek wordt gebruikt als informatiebron. Voor anderen waardevol materiaal (o.a. werkstukken) worden ter beschikking gesteld van de bibliotheek De opleiding Jenaplan is bereid degenen die door de NJPV aangesteld zijn om de kwaliteitsbewaking te verzorgen, te ontvangen en adequaat te informeren Het opleidingsinstituut stuurt jaarlijks voor 1 oktober de leerplandelen (IWP en/of studiegids) die betrekking hebben op de opleiding voor Jenaplanonderwijs toe aan de Kring Scholing en Begeleiding. Onderwijsmaterialen (werkboeken, e.d.) die in de Jenaplan-verbijzondering van de hogescholen worden gebruikt, worden ter beschikking gesteld aan een landelijk info-punt (i.c. de Suus Freudenthal Bibliotheek), waar ze ingezien kunnen worden De Jenaplan-verbijzonderingen leveren regelmatig bijdragen aan Mensen-. kinderen, in de vorm van artikelen. 4. Algemene doelen van de opleiding voor het diploma Jenaplanonderwijs. Aan het eind van de opleiding moet de student het volgende kunnen zeggen en het opleidingsinstituut moet dat kunnen bevestigen: (1) Ik ben mij bewust wat voor leraar ik wil zijn (werkconcept) en kan aangeven wat het Jenaplan daarin voor mij betekent (persoonlijk Jenaplanconcept). (2) Ik heb meer inzicht gekregen in mijn mogelijkheden (kernkwaliteiten) en in zaken die mij moeilijk vallen. Ik ken en voel de noodzaak mij verder te ontwikkelen tot leraar in het Jenaplanonderwijs en weet dat er nog een lange reis voor mij ligt. Ik heb voldoende bagage meegekregen voor deze verdere ontwikkeling waaronder kennis van de achtergronden van het Jenaplan, verschillende vormen van reflectie op mijn leren en ontwikkeling en mijn ontwikkelingsbehoeften, het kunnen onderzoeken van mijn eigen praktijksituatie (pedagogisch actie-onderzoek), studievaardigheden, het kunnen leren van en met anderen, zicht op bronnen voor deze ontwikkeling, waaronder voortgezette scholing.

14 (3) Ik weet en heb ervaren dat gevoelens en emoties een belangrijke rol spelen in het onderwijs en heb realistische manieren gevonden om daarmee om te gaan zoals vormen van reflectie en expressie en het delen met anderen (vormen van onderlinge consultatie in een groep). (4) Ik ben als beginnend leraar voldoende toegerust voor het leidinggeven aan een stamgroep, wat betreft didactische en pedagogische vaardigheden, kennis van kinderen en leerstof, pedagogische houding, zelfvertrouwen en zelfinzicht, het kunnen en durven omgaan met ouders. Ik ben bereid en in staat om de morele verantwoordelijkheid voor kinderen die mij toevertrouwd worden te aanvaarden en weet ook van de grenzen daarvan. (5) Ik weet en voel mij als beginnend leraar voldoende toegerust om een plek te kunnen vinden in een schoolteam van een Jenaplanschool en tevens een eigen bijdrage te leveren binnen een team. Ik heb leren omgaan met belangen en belangentegenstellingen, weet ook hoe ik moet opkomen voor mijn eigen belangen en rekening moet en kan houden met de belangen van anderen. Ik weet dat ik de eerste jaren in de schoolpraktijk extra kwetsbaar ben en heb nagedacht over manieren om daar op een goede wijze mee om te gaan.

15 B. INHOUDELIJKE ONDERDELEN B.1. FUNDEREND DEEL B.1.1. Reflectie, biografie en antropologie A. Doelen 1. Ik ben mij ervan bewust dat ik in mijn voelen, denken, waarderen en handelen ook met betrekking tot onderwijs en het werken met kinderen mede gevormd ben door mijn eigen levensverhaal en ben in staat daarover na te denken. 2. Ik kan me inleven in de metafoor van de reis, als beeld van mijn persoonlijke- en beroepsontwikkeling en van de ontwikkeling van kinderen. 3. Ik kan nadenken over mijn eigen handelen in mijn omgang met mede-studenten, in de school met kinderen oftewel over de vraag waarom doe ik wat ik doe en zoals ik het doe? 4. Ik ben mij bewust van de betekenis van zingeving in de ontwikkeling van mensen, ook bij mijzelf, en probeer voor mijzelf helder te krijgen wat mijn bronnen van zingeving zijn. Ik ken de betekenis van verwondering en ken zelf ook momenten van verwondering, ook in PABO en basisschool. 5. Ik ben op de hoogte van het onderscheid tussen geleefde, gesproken en besproken waarden[2], heb meer zicht gekregen op mijn eigen (gesproken en geleefde) waarden en de relatie daarvan met de basisprincipes Jenaplan (mijn persoonlijke interpretatie daarvan) en kan daarover met anderen communiceren. 6. Ik ben mij bewust van de noodzaak om op een gezonde manier om te gaan met de spanning tussen voor mij wezenlijk waarden ( idealen ) en de weerbarstige werkelijkheid en heb erover nagedacht hoe om te gaan met teleurstellingen en de noodzaak van het sluiten van compromissen, zonder eraan onderdoor te gaan of (cynisch) mijn idealen overboord te zetten. 7. Ik ben mij ervan bewust dat er verschillende manieren van kennen van de werkelijkheid zijn meer nabij en invoelend en meer afstandelijk en objectief: praktisch- wetenschappelijk (in verschillende vormen) muzisch-esthetisch beschouwend (filosofisch) spiritueel[3]. Ik kan dergelijke manieren van kennen benoemen en herkennen en heb ze in de opleiding ervaren. Ik ken in dit verband de betekenis van de verbeelding en vormgevingen daarvan en heb daar ook ervaring mee in het nadenken over mijn leven en werk, de maatschappij en de werkelijkheid om mij heen. 8. Ik ben op de hoogte van verschillende theorieën over de ontwikkeling van kinderen, heb een poging gedaan die ook de betrekken op mijn eigen ontwikkeling en kan ook aangeven wat van deze theorieën waardevol is voor de praktijk van het Jenaplanonderwijs. 9. Ik ben bekend met actuele opvattingen over leren, kan een relatie leggen met het Jenaplanconcept en met mijn eigen manier(en) van leren en die van kinderen in de basisschool. Ik heb nagedacht over leerstijlen, inclusief die van mijzelf en andere facetten van mijn leren. 10. Ik ben bekend met het ruimte- en tijdsbegrip, zoals die in de langlopende leerlijnen voor ruimte en tijd van WO-Jenaplan zijn uitgewerkt (met aandacht voor de beleving van ruimte en tijd). Ik kan deze betrekken op mijn eigen bestaan en ontwikkeling en die van kinderen..

16 11. Ik heb nagedacht over mens-zijn als zodanig en over verschillen tussen mensen en kan dat betrekken op de omgang met mede-studenten en het leven en werken in de PABO en op kinderen. 12. Ik ben mij ervan bewust dat gevoelens en emoties een belangrijke rol spelen in het onderwijs en heb middelen gevonden om deze te uiten en te delen. 13. Ik besef heel goed dat onderwijzen te maken heeft met waarden, met ethiek en het verantwoordelijk zijn voor (mijn eigen handelen ten aanzien van) kinderen en heb nagedacht over de inhoud en grenzen daarvan. 14. Ik heb nagedacht over metaforen voor onderwijzen en heb voor mijzelf een belangrijke metafoor gevonden. 15. Ik weet het schrijven van een pedagogisch dagboek te waarderen en raak steeds meer bedreven in het schrijven en het reflecteren op mijn dagboek. Ik heb ook andere reflectievormen leren kennen en waarderen zoals het pendelschema, het Kernkwaliteitenspel, de Zelfconfrontatiemethode, vormen van autobiografische reflectie, het reflectief lezen van teksten. B./C. Werkwijzen en inhouden - Verdiepte start: Het is hier belangrijk om, bij het begin van de verbijzondering, indringend met een aantal zaken bezig te zijn. Een aantal zaken zijn al eerder in de opleiding aan de orde geweest, het gaat nu om een verdiepte start, via bijvoorbeeld: -De leermeester- oefening - van wie heb ik belangrijke dingen geleerd? Wat was daar belangrijk aan en hoe kon ik dat van deze leermeester(es) leren? -Een inhoudelijk WO-thema uitdiepen, met betrekking tot zelfervaring en wat leren is, zoals bijvoorbeeld het volgen van de ontwikkeling van de maan gedurende een periode en dat uitwisselen en verdiepen, De Machten van Tien (dia s bekijken, op ervaring reflecteren). -Waar voel je je thuis (ruimtelijk)? -Werken en spelen met poëzie. -Interviews met ervaren leerkrachten en schoolleiders van Jenaplanscholen ook in de PABO. Er zijn hier verschillende mogelijkheden, die recht doen aan verschillen tussen PABO-docenten en studenten. Essentieel is een existentiële ervaring en ontmoetingen mogelijk maken. - Metaforen voor onderwijzen: een leraar is als een. Deze zijn persoonlijk, maar zeggen vaak ook iets over maatschappelijke opvattingen over leraar en school. Deze metaforen en de inhoud daarvan worden periodiek opnieuw bezien, ze ontwikkelen zich. - Kritische ervaringen en personen in mijn eigen ontwikkeling, welke van invloed (kunnen) zijn op mijn zelfbeeld als (toekomstige) leraar in een Jenaplanschool. - Mens-zijn en kind-zijn: wat is wezenlijk voor (mijn) mens-zijn? Wat is het specifieke van het kind zijn als levensfase en van het beroep dat zij op ons doen? Eigen kind-ervaringen en belevingen. Confronteren met teksten over antropologie (van het kind), waaronder die van Lea Dasberg en met kinderliteratuur. Basisbehoeften, c.q. grondkrachten in de ontwikkeling van kinderen (en wat daarop volgt): de bijdrage van onder meer Else Petersen en M.J. Langeveld aan de antropologie van het kind en de betekenis daarvan voor de onderwijspraktijk.

17 - De spanning tussen ideaal en werkelijkheid ook tussen mijn Jenaplan-idealen en ontwikkelingen in mijn eigen bestaan en de samenleving en de praktijk van het onderwijs: de waarde en de gevaren van hoge idealen, proberen radicaal denken ( groot denken ) en behoedzaam handelen ( kleine stappen zetten, compassie hebben met mensen) te combineren, ook ten aanzien van jezelf. Het hierover interviewen van ervaren groepsleid(st)ers en directeuren van Jenaplanscholen en anderen kan inspireren en ontnuchteren. Ook het omgaan met ideaalbeelden, zoals De Rozentuin, hoort hiertoe. Er ligt hier een belangrijk verband met zingeving en inspiratie. - Leren en ontwikkeling een moderne Jenaplanvisie mede verbinden met reflectie op het eigen leren (leerstijl, e.a.). - Vormen van kennen van de werkelijkheid: onderzoeken, muzisch esthetisch, beschouwen (filosofie) schouwen (spiritualiteit), praktisch (praxis) en de interacties daartussen. Hiervan zowel de achtergronden vormgeving, onder andere via met deze vormen van kennen samenhangende didactische modellen: stappen ontdekkend-onderzoekend leren en ontwerpcyclus ( techniek ), muzische vijfhoek, verhalend ontwerpen, fiets van Jansen. Zie bijlage 2. Diverse van deze modellen worden ook in de Pabo zelf gepraktiseerd. -Het mensbeeld dat ten grondslag ligt aan de (sociale) basisactiviteiten gesprek, spel, werk en viering en de innerlijke verwerkingsvormen mediteren, overwegen, bidden, zich verdiepen in.., filosoferen. Opvattingen over presteren: geen prestatiecultus, wel een prestatiecultuur. De doelen, inhouden en werkwijzen van dit onderdeel komen spirodynamisch enkele keren, op hoger niveau, terug. Het pendelen, in verschillende vormen, is de belangrijkste strategie voor reflectie: pendelen tussen "Wat en hoe doe ik?" (De praktijk), "Hoe praat ik daar over?" (Wat vind ik er van) en "Wat hebben anderen mij te bieden?" (De informatie.) Delen van de achtergrond-katerns van het ervaringsgebied Mijn leven kunnen hier als studiemateriaal gebruikt worden, evenals de leerlijnen voor ruimte en tijd. D. Basisliteratuur voor studenten -de metafoor van de reis [ nog te maken studentenversie ] -Katern Reflecteren, waarin ook modellen zijn opgenomen, plus methodieken (dagboek, reflectie op dagboek, en artikelen over zelfreflectie (uit de werkpapieren) en werken met metaforen. -hoofdstuk 3 - Leren - uit Jenaplan op weg naar de 21 e eeuw -Else Petersen - De Grondkrachten van de kinderlijke ontwikkeling en de school -Nieuw te kiezen teksten over mens-zijn en kind-zijn, o.a. uit Langeveld Studien zur Anthropologie des Kindes, basisbehoeften (EGO), teksten vanuit OGO. -stukken uit map Ervaringsgebied Mijn Leven, en van Leerlijnen Ruimte en Tijd. Beide apart gebundeld in katerns.

18 -Artikelen over de vormen van kennen van de werkelijkheid en over de didactische modellen. E. Literatuur voor studenten: facultatief -Lea Dasberg Grootbrengen door kleinhouden - een nog op te stellen uitvoerige lijst van keuze-literatuur B.1.2. Achtergronden van het Jenaplan [ Dit onderdeel moet zoveel mogelijk verbonden worden met het voorgaande, met biografische reflectie.] A. Doelen 1. Ik ken de belangrijkste feiten uit het leven van Peter Petersen en ik kan die plaatsen in de tijd waarin hij leefde. 2. Ik ken en begrijp een aantal kernbegrippen uit het Jenaplanconcept van Petersen en ik weet wat hij daarmee beoogde. Ik ben op de hoogte van de structuur van het planningsdenken in de Onderwijspedagogiek van Petersen en ken voorbeelden van planning en uitvoering in deze zin. 3. Ik heb kennis gemaakt met bronnen over de praktijk van universiteitsschool in Jena en me een beeld gevormd over het onderwijs daar en toen. 4. Ik ken de ontwikkelingsgeschiedenis van het Jenaplan in Nederland in hoofdlijnen en de geschiedenis van één Jenaplanschool in het bijzonder. 5. Ik ken de achtergrond van enkele kernbegrippen van het Nederlandse Jenaplan, zoals deze door Suus Freudenthal zijn geformuleerd en later in de basisprincipes Jenaplan vorm hebben gekregen en ben tevens bekend met het actuele basisschoolconcept zoals beschreven in 'Jenaplan op weg naar de 21e eeuw' en De Rozentuin. Een beeld van een Jenaplanschool. 6. Ik herken de basisprincipes in diverse praktijksituaties en ik ben me bewust van het feit dat De Rozentuin een (onder gunstige omstandigheden realiseerbaar) ideaalbeeld van een Jenaplanschool is: zo kan het en niet zo hoort het. 7. Ik heb enig zicht gekregen op de subjectieve beleving van het Jenaplanconcept van mentoren. 8. Ik ben me bewuster geworden van mijn eigen opvattingen over de werkelijkheid, over mensen en hun samenlevingen en over opvoeding en onderwijs die daarbij passen. 9. Ik heb serieus gewerkt aan het ontwikkelen van een pedagogische houding, die gekenmerkt wordt door respect voor de persoon en eigenheid van elk kind (inclusief wederkerig taalgebruik, empathisch vermogen en responsiviteit), echtheid, vertrouwen in kinderen en hun ontwikkelingskracht en het verwerven van het vertrouwen van kinderen, zelfvertrouwen en reflectiviteit. 10. Ik kan aangeven hoe ik tegenover Jenaplanonderwijs sta, waarom ik daarvoor gekozen heb en wat ik daarmee wil. B. Inhouden

19 - Peter Petersen en Jenaplan in zijn tijd. -De structuur van de Onderwijspedagogiek, met als kernbegrippen: pedagogische situatie, Führung des Unterrichts en Führung im Unterricht, open en gesloten planning, schoolwoonkamer, leiderschap, stamgroep, leren in vrijheid, pedagogische houding, groepswet, sociale grondvormen (gesprek, spel, werk en viering) en individuele grondvormen ( schouwen, verwondering, beschouwen, mediteren, gebed, e.a.), de betekenis van levensbeschouwing ( Gott ), prestatie, leren, ontwikkeling, opvoeding, vorming. -Globale geschiedenis van Jenaplan in Nederland. -Suus Freudenthal (biografie) en Jenaplan in haar tijd. -Kernbegrippen van Suus Freudenthal -Inhoud en structuur van een eigentijds Jenaplanconcept: basisprincipes Jenaplan, Jenaplan op weg naar de 21 e eeuw -De praktijk van de universiteitsschool (aan de hand van het logboek van Hans Wolff). - De Rozentuin, als eigentijds beeld van Jenaplanonderwijs. C. Werkwijzen Bij dit onderdeel bestaat het gevaar van overkill aan feiten, begrippen en theorieën. Het principe vorm-volgt-functie betekent op dit terrein dat de zelfwerkzaamheid van de studenten moet worden gestimuleerd en de thematiek zo dicht mogelijk bij huis gebracht wordt. Bijvoorbeeld -Taakverdelend groepswerk Bestuderen van en inleven in biografie en denken van Suus Freudenthal en deze plaatsen in haar tijd presenteren in vorm van dramatische schetsen, met aandacht voor de maatschappelijke context. Anderen voor Petersen. -Brieven schrijven aan Petersen, Suus Freudenthal, Hans Wolff, vanuit het nu. -Relatie leggen tussen kernbegrippen bij Petersen en Suus Freudenthal en actuele discussies. -Maatschappij ik wij de school: de tendensen uit hoofdstuk 2 van Jenaplan op weg naar de 21 e eeuw gebruiken voor een analyse (in kleine groepen, taakverdelend en parallel minstens drie groepjes bespreken dezelfde tendensen) van het eigen leven, de positie van het beroep van leraar en van Jenaplan en Jenaplanscholen in de huidige samenleving. De bevindingen ter commentaar voorleggen aan groepsleid(st)er en directeuren van Jenaplan-basisscholen, zo mogelijk in de vorm van een forumdiscussie. -Methodiek van close reading van verteerbare stukken uit de Onderwijspedagogiek (in het laatste studiejaar, als dingen op hun plek kunnen vallen ). -Analyse van stukken uit het logboek van Hans Wolff: Wat doet Wolff? (Führung des en im ). Welke inhouden komen aan bod? Welke ruimte hebben de kinderen voor intitiatief? Zou je in deze groep willen zitten als kind? Bepaalde zaken worden bewust uitgesteld tot het einde van de studie (waar ervaringen en inzichten op hun plek kunnen vallen ) en tot de nascholing. Hoorcolleges zijn zoveel mogelijk verhalend en interactief- stukjes lezen en kort bespreken, casus, etc.

20 D. Basisliteratuur voor studenten: verplicht -Jenaplan historie en actualiteit : hoofdstuk 1, 2, 3, 5, 7 en 9 (stuk over Kees Boeke) -Jenaplan op weg naar de 21 e eeuw hoofdstuk 1, 2 en 4 en 6.1 en 6.2 -Een lagere school volgens de basisprincipes van de leef- en Werkgemeenschapsschool: dezelfde week in parallel groepswerk, verschillende weken vergelijken in taakverdelend groepswerk resultaten zoveel mogelijk visualiseren -Delen van Van didactiek naar onderwijspedagogiek en / of van Het kleine Jenaplan -De Rozentuin. Een beeld van een Jenaplanschool -Basisprincipes Jenaplan E. Literatuur voor studenten: facultatief Hiervoor wordt een keuzelijst opgesteld, die regelmatig geactualiseerd wordt.

RAAMPLAN OPLEIDING JENAPLAN-BASISONDERWIJS

RAAMPLAN OPLEIDING JENAPLAN-BASISONDERWIJS RAAMPLAN OPLEIDING JENAPLAN-BASISONDERWIJS De opleiding voor het Diploma Jenaplanonderwijs is voorbehouden aan daartoe erkende opleidingen. Deze erkenning (licentie) vindt plaats door de Nederlandse Jenaplanvereniging

Nadere informatie

6.15.4.4 Relatie met basisactiviteiten. 6.15.4.6 Een pedagogische situatie rondom bewegingsonderwijs

6.15.4.4 Relatie met basisactiviteiten. 6.15.4.6 Een pedagogische situatie rondom bewegingsonderwijs Bewegingsonderwijs Jaap Meijer Inhoudsopgave 6.15.1 Samenvatting 6.15.2 Hoe te gebruiken 6.15.3 Achtergronden 6.15.4 Praktische uitwerkingen 6.15.4.1 Relatie met groepering 6.15.4.2 Relatie met ruimte

Nadere informatie

JENAPLAN BASISONDERWIJS NEDERLAND. Ieder kind is uniek!

JENAPLAN BASISONDERWIJS NEDERLAND. Ieder kind is uniek! JENAPLAN BASISONDERWIJS NEDERLAND Ieder kind is uniek! WAT IS JENAPLANONDERWIJS? Nederland telt circa 7000 scholen voor basisonderwijs. In Nederland heeft iedere school de vrijheid om zijn eigen onderwijsconcept

Nadere informatie

1. Peter Petersen. De effectieve groepsleid(st)er. 1.1.Opvoeding is het leren zelf

1. Peter Petersen. De effectieve groepsleid(st)er. 1.1.Opvoeding is het leren zelf De effectieve groepsleid(st)er 1. Peter Petersen Voorwaarden om veel en breed te leren: uitgaan van positieve vermogens van kind; rijke en veelzijdige leerwereld creëren die vol zit met de meest verschillende

Nadere informatie

HET RITMISCH WEEKPLAN in de Rozentuin

HET RITMISCH WEEKPLAN in de Rozentuin HET RITMISCH WEEKPLAN in de Rozentuin De schoolleider aan het woord We hebben al weer lang geleden de overgang gemaakt van een strak en weinig flexibel rooster naar een ritmisch weekplan. De daarin aangegeven

Nadere informatie

OPZET NASCHOLING JENAPLANDIPLOMA VOOR VO DOCENTEN JENAPLAN versie augustus 2008 Doelgroep Docenten VO die het Jenaplandiploma willen behalen.

OPZET NASCHOLING JENAPLANDIPLOMA VOOR VO DOCENTEN JENAPLAN versie augustus 2008 Doelgroep Docenten VO die het Jenaplandiploma willen behalen. OPZET NASCHOLING JENAPLANDIPLOMA VOOR VO DOCENTEN JENAPLAN versie augustus 2008 Doelgroep Docenten VO die het Jenaplandiploma willen behalen. Doel: Het doel van de opleiding is vo-docenten Jenaplan beter

Nadere informatie

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING:

De DOELSTELLING van de kunstbv-opdrachten & De BEOORDELING: beeldende vorming De DOELSTELLING van de -opdrachten & De BEOORDELING: Doelstellingen van de opdrachten. Leren: Thematisch + procesmatig te werken Bestuderen van het thema: met een open houding Verzamelen

Nadere informatie

CKV Festival 2012. CKV festival 2012

CKV Festival 2012. CKV festival 2012 C CKV Festival 2012 Het CKV Festival vindt in 2012 plaats op 23 en 30 oktober. Twee dagen gaan de Bredase leerlingen van het voortgezet onderwijs naar de culturele instellingen van Breda. De basis van

Nadere informatie

Diploma Het traject leidt tot het Jenaplandiploma.

Diploma Het traject leidt tot het Jenaplandiploma. OPZET NASCHOLING JENAPLANDIPLOMA VOOR HET BASISONDERWIJS OP BASIS VAN SCHOLINGSPLAN 21 E EEUW versie: mei 2010 Doelgroep Stamgroepleiders die het Jenaplandiploma willen behalen. Doel: Het doel van de opleiding

Nadere informatie

Studie en gesprek over de inhoud van de jenaplankernkwaliteiten.

Studie en gesprek over de inhoud van de jenaplankernkwaliteiten. In dit document treft u de handleiding aan voor het gebruik van het zelfevaluatie-instrument op basis van jenaplankernkwaliteiten. Het document is opgebouwd in verschillende fasen. Feedback graag naar:

Nadere informatie

van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen

van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 / De kern en inhoud als uitgangspunt... 4 1.1 de kern... 4 1.2 de inhoud... 5 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

Inhoudsopgave curriculum drama op de basisschool. 1. Definitie. 2. Visie. 3. Doelen. 4. Werkvormen. 5. Leerlijnen. 6. Materialen. 7.

Inhoudsopgave curriculum drama op de basisschool. 1. Definitie. 2. Visie. 3. Doelen. 4. Werkvormen. 5. Leerlijnen. 6. Materialen. 7. Inhoudsopgave curriculum drama op de basisschool 1. Definitie 2. Visie 3. Doelen 4. Werkvormen 5. Leerlijnen 6. Materialen 7. Rapportage 8. Budget 9. Evaluatie en bijstelling 10. Leerlijn drama Voorwoord

Nadere informatie

Ieder kind is uniek! Zoals jij is er maar één! Wij helpen jou op weg jezelf te worden!...kiezen voor een goede school!

Ieder kind is uniek! Zoals jij is er maar één! Wij helpen jou op weg jezelf te worden!...kiezen voor een goede school! Ieder kind is uniek! Zoals jij is er maar één! Wij helpen jou op weg jezelf te worden!! m o welk...kiezen voor een goede school! INFORMATIE Via deze folder willen wij u een beeld geven van het jenaplanonderwijs

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

De specifieke lerarenopleiding

De specifieke lerarenopleiding geëngageerd onderzoekend communicatief talent ontwikkelend vakdeskundig leerling gericht samenwerkend De specifieke lerarenopleiding dynamisch leergierig master Jij bent... inspirerend creatief toekomstgericht

Nadere informatie

2. Waar staat de school voor?

2. Waar staat de school voor? 2. Waar staat de school voor? Missie en Visie Het Rondeel gaat uit van de Wet op het Basisonderwijs. Het onderwijs omvat de kerndoelen en vakgebieden die daarin zijn voorgeschreven. Daarnaast zijn ook

Nadere informatie

Portfolio. Gerrit Fronik. Inhoudsopgave. 1 Uitgangspunten. 1.1 Basisprincipe 17. 1.2 Basisprincipe 19

Portfolio. Gerrit Fronik. Inhoudsopgave. 1 Uitgangspunten. 1.1 Basisprincipe 17. 1.2 Basisprincipe 19 Portfolio Gerrit Fronik Inhoudsopgave 1 Uitgangspunten 1.1 Basisprincipe 17 1.2 Basisprincipe 19 2 Dat rapporteren kan zijn 3 Portfolio 1.3 Naast cognitieve doelen is er veel aandacht voor opvoedingsdoelen

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

6.9.2.4 Een aantal kenmerken van cursus in het algemeen. 6.9.3.4 Relatie met basisactiviteiten. 6.9.3.6 Voorbeeld van een pedagogische situatie

6.9.2.4 Een aantal kenmerken van cursus in het algemeen. 6.9.3.4 Relatie met basisactiviteiten. 6.9.3.6 Voorbeeld van een pedagogische situatie Cursussen algemeen Gerrit Fronik Inhoudsopgave 6.9.1 Samenvatting 6.9.2 Achtergronden 6.9.2.1 Peter Petersen 6.9.2.2 Kees Both 6.9.2.3 Henk Hansma 6.9.2.4 Een aantal kenmerken van cursus in het algemeen

Nadere informatie

Opleiding bouwcoördinator

Opleiding bouwcoördinator Opleiding bouwcoördinator Werken als bouwcoördinator vraagt veel van een meester of juf. Naast de verantwoordelijk voor een groep ook nog een team aansturen. Het is niet vanzelfsprekend dat een goede juf

Nadere informatie

Vormgeving christelijke identiteit binnen PricoH

Vormgeving christelijke identiteit binnen PricoH Stoekeplein 8a 7902 HM Hoogeveen tel.: 0528-234494 info@pricoh.nl www.pricoh.nl PricoH heeft acht christelijke basisscholen onder haar beheer. Binnen deze acht scholen werken ruim 200 medewerkers, in diverse

Nadere informatie

1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 2. Doel van de cursus NCZ

1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 2. Doel van de cursus NCZ 1. Algemene situering van de cursus NCZ leraar secundair onderwijs-groep 1 De cursus niet-confessionele zedenleer (NCZ) in de opleiding leraar secundair onderwijsgroep 1 (LSO-1) sluit aan bij de algemene

Nadere informatie

Cultuurbeleidsplan 2015-2019

Cultuurbeleidsplan 2015-2019 CBS Maranatha Hoogklei 7, 9671 GC Winschoten Cultuurbeleidsplan 2015-2019 1. Inleiding Dit is het cultuureducatieplan van de CBS Maranatha in Winschoten. Een plan dat is opgesteld om een bijdrage te leveren

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Totaaloverzicht jenaplanoopleiding Versie: 24-3-2014

Totaaloverzicht jenaplanoopleiding Versie: 24-3-2014 Totaaloverzicht jenaplanoopleiding Versie: 24-3-2014 1.Inleiding De opleiding voor het Diploma Jenaplanonderwijs is voorbehouden aan daartoe erkende opleidingen, als het bureau Jenaplanspecialist. Het

Nadere informatie

Verantwoording gebruik leerlijnen

Verantwoording gebruik leerlijnen Verantwoording gebruik leerlijnen In de praktijk blijkt dat er onder de deelnemers van Samenscholing.nu die direct met elkaar te maken hebben behoefte bestaat om de ontwikkeling van de beroepsvaardigheden

Nadere informatie

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding artikel Zone Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding Op de pabo van de Hogeschool van Amsterdam bestaat sinds 2009 de mogelijkheid voor studenten om een OGOspecialisatie te volgen. Het idee achter het

Nadere informatie

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE

ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE ONDERWIJS EN INNOVATIE OP DE LINDERTE Onderwijs zoals we dat vroeger kenden, bestaat al lang niet meer. Niet dat er toen slecht onderwijs was, maar de huidige maatschappij vraagt meer van de leerlingen

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

Brochure Montessori Academie 2015-2016

Brochure Montessori Academie 2015-2016 Brochure Montessori Academie 2015-2016 De Montessori Academie is een onderdeel van het Montessori Kenniscentrum. Vanuit de Montessori Academie wordt jaarlijks een aantal cursussen aangeboden. In deze brochure

Nadere informatie

Inspectie RK Godsdienst Griet Liebens 0486/724946 griet.liebens@telenet.be

Inspectie RK Godsdienst Griet Liebens 0486/724946 griet.liebens@telenet.be 1 inspectie-begeleiding RK godsdienst basisonderwijs Tulpinstraat 75 3500 Kiewit-Hasselt 011 264408 godsdienstbao@dodhasselt.be Collegiale consultatie Godsdienst Lager onderwijs Rijkhoven Kleine Spouwen

Nadere informatie

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN

COMMUNICEREN VANUIT JE KERN COMMUNICEREN VANUIT JE KERN Wil je duurzaam doelen bereiken? Zorg dan voor verbonden medewerkers! Afgestemde medewerkers zijn een belangrijke aanjager voor het realiseren van samenwerking en innovatie

Nadere informatie

BROCHURE TIENER COLLEGE

BROCHURE TIENER COLLEGE BROCHURE TIENER COLLEGE School is niet een voorbereiding op het leven, maar is het leven zelf. John Dewey loopbaan wilt vervolgen. Door het werken met een speciaal voor jou samengesteld programma willen

Nadere informatie

De maatschappelijke stage als onderdeel van burgerschapsvorming

De maatschappelijke stage als onderdeel van burgerschapsvorming De maatschappelijke stage als onderdeel van burgerschapsvorming Jeroen Bron en Minke Bruning, 27 november 2014 27-11-2014 SLO projectgroep burgerschap; Jeroen Bron CPS Onderwijsontwikkeling en advies;

Nadere informatie

Certificering pabo-studenten voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs Door: Bestuur OGO-Academie september 2014

Certificering pabo-studenten voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs Door: Bestuur OGO-Academie september 2014 Certificering pabo-studenten voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs Door: Bestuur OGO-Academie september 2014 Inleiding De certificering wordt door de OGO-Academie uitgevoerd. De pabo s zijn verantwoordelijk

Nadere informatie

thomas more hogeschool Leiderschapsacademie

thomas more hogeschool Leiderschapsacademie thomas more hogeschool Leiderschapsacademie Colofon 2015 Rotterdam, mei 2015 Thomas More Hogeschool, Rotterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in

Nadere informatie

1 Waarover gaat natuuronderwijs? 1.1 Natuuronderwijs op school 1.2 Waarom natuur en techniek? 1.3 De centrale doelstelling van natuuronderwijs

1 Waarover gaat natuuronderwijs? 1.1 Natuuronderwijs op school 1.2 Waarom natuur en techniek? 1.3 De centrale doelstelling van natuuronderwijs 1 Inhoud Inleiding Deel A Achtergronden 1 Waarover gaat natuuronderwijs? 1.1 Natuuronderwijs op school 1.2 Waarom natuur en techniek? 1.3 De centrale doelstelling van natuuronderwijs 2 Doen en denken 2.1

Nadere informatie

Beweging, sociale omgang en kunstzinnig werken in het basisonderwijs

Beweging, sociale omgang en kunstzinnig werken in het basisonderwijs Beweging, sociale omgang en kunstzinnig werken in het basisonderwijs 2 Inleiding Beweging, sociale omgang en kunstzinnig werken zijn naast het onderwijs in taal en rekenen belangrijk in het lesaanbod.

Nadere informatie

Keurmerk: Duurzame school

Keurmerk: Duurzame school Keurmerk: Duurzame school Doorlopende leerlijn voor duurzame ontwikkeling van basisonderwijs (PO) t/m voortgezet onderwijs (VO) PO-1 Kennis en inzicht (weten) Vaardigheden (kunnen) Houding (willen) Begrippen

Nadere informatie

Scholingsplan 2012-2013. Samen in ontwikkeling

Scholingsplan 2012-2013. Samen in ontwikkeling Scholingsplan 2012-2013 Samen in ontwikkeling Inhoudsopgave Inleiding 3 Pijlers 4 Kader 5 Deskundigheidsbevordering 2012-2013 6 Beschrijvingen van de scholingen 7 Aanmelden voor externe scholingen 9 Inleiding

Nadere informatie

DE COMPETENTIES VAN DE PREDIKANT EN DE GEESTELIJK VERZORGER

DE COMPETENTIES VAN DE PREDIKANT EN DE GEESTELIJK VERZORGER DE COMPETENTIES VAN DE PREDIKANT EN DE GEESTELIJK VERZORGER De PThU kent twee competentieprofielen, die voor de gemeentepredikant en die voor de geestelijk verzorger. Ze verschillen in onderdelen, maar

Nadere informatie

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool In dit beroepsproduct ontwerp je onderwijs op het gebied van Wetenschap en technologie voor de basisschool. Uitgangspunt bij je onderwijsontwerp

Nadere informatie

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT DE SBL competenties COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Dans & drama o.b.s. De Eiber Dedemsvaart Januari 2015

Dans & drama o.b.s. De Eiber Dedemsvaart Januari 2015 Dans & drama o.b.s. De Eiber Dedemsvaart Januari 2015 Inleiding 2 INLEIDING DANS Leerlingen in het basisonderwijs dansen graag. Het sluit aan bij hun natuurlijke creativiteit, fantasie en bewegingsdrang.

Nadere informatie

Vakgebieden Methoden Omschrijving Taal Groep 1-2. Schatkist

Vakgebieden Methoden Omschrijving Taal Groep 1-2. Schatkist Nederlandse taal Kinderen ontwikkelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden waarmee ze de Nederlandse taal leren gebruiken in situaties die zich in het dagelijkse leven voordoen. Tevens verwerven ze

Nadere informatie

STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019

STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019 STRATEGISCH PLAN BASISSCHOOL DE VORDERING 2015-2019 MISSIE DE VORDERING Vanuit een traditie van katholieke waarden en voor iedereen toegankelijk, verzorgen wij kwalitatief hoogstaand eigentijds basisonderwijs,

Nadere informatie

Het leven leren. De theorie en visie achter het levo lesmateriaal

Het leven leren. De theorie en visie achter het levo lesmateriaal Het leven leren De theorie en visie achter het levo lesmateriaal Waar gaat kaderdocument Het leven leren (2003) over? De levensbeschouwelijke ontwikkeling èn beroepsethische vorming van onderwijsdeelnemers

Nadere informatie

BROCHURE TIENER COLLEGE

BROCHURE TIENER COLLEGE BROCHURE TIENER COLLEGE School is niet een voorbereiding op het leven, maar is het leven zelf. John Dewey loopbaan wilt vervolgen. Door het werken met een speciaal voor jou samengesteld programma willen

Nadere informatie

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs universitair onderwijscentrum groningen hoger onderwijs Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs 2008-2009 september 2008 Basiskwalificatie onderwijs 2 Wat is de basiskwalificatie onderwijs (BKO)? De basiskwalificatie

Nadere informatie

VELON conferentie 8 maart 2010 Ontwikkeling: Els Schellekens (Bureau ELS) Onderzoek: Dorian de Haan Marije de Hoogd

VELON conferentie 8 maart 2010 Ontwikkeling: Els Schellekens (Bureau ELS) Onderzoek: Dorian de Haan Marije de Hoogd VELON conferentie 8 maart 2010 Ontwikkeling: Els Schellekens (Bureau ELS) Onderzoek: Dorian de Haan Marije de Hoogd Subsidie: Bernard van Leer Foundation Inhoud presentatie Onze Klas Mijn Wereld Ontwikkeling:

Nadere informatie

Het beleidsplan cultuureducatie

Het beleidsplan cultuureducatie Het beleidsplan cultuureducatie Beleidsplannen voor cultuureducatie kunnen variëren van 1 A4 tot een compleet beleidsplan. Belangrijk hierbij is dat het cultuureducatiebeleid onderdeel is van het schoolplan.

Nadere informatie

Visiedocument. Actief Burgerschap. Januari 2010

Visiedocument. Actief Burgerschap. Januari 2010 Visiedocument Actief Burgerschap Januari 2010 Gereformeerde scholen voor speciaal basisonderwijs Het Baken en De Drieluik Inleiding Actief Burgerschap U staat op het punt ons visiestuk actief burgerschap

Nadere informatie

Op weg naar betekenisvol onderwijs en onderzoekend en actief leren.

Op weg naar betekenisvol onderwijs en onderzoekend en actief leren. Basisschool De Buitenburcht Op weg naar betekenisvol onderwijs en onderzoekend en actief leren. Dit is de beknopte versie van het schoolplan 2015-2019 van PCB de Buitenburcht in Almere. In het schoolplan

Nadere informatie

Vragen voor reflectie en discussie

Vragen voor reflectie en discussie Ik ben ook een mens. Opvoeding en onderwijs aan de hand van Korczak, Dewey en Arendt Auteur: Joop Berding. Een uitgave van Uitgeverij Phronese, Culemborg, 2016. Vragen voor reflectie en discussie Vragen

Nadere informatie

Cursusaanbod Montessori Academie 2012-2013

Cursusaanbod Montessori Academie 2012-2013 Cursusaanbod Montessori Academie 2012-2013 De Montessori Academie is een onderdeel van het Montessori Kenniscentrum. Vanuit de Montessori Academie wordt jaarlijks een aantal cursussen aangeboden. Hieronder

Nadere informatie

1 Aanbevolen artikel

1 Aanbevolen artikel Aanbevolen artikel: 25 november 2013 1 Aanbevolen artikel Ik kan het, ik kan het zélf, ik hoor erbij Over de basisingrediënten voor het (psychologisch) welzijn Een klassieke motivatietheorie toegelicht

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken? >> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Auteur: Ingeborg van der Zanden Bartels Datum: 05 januari 2015 Plaats: Kerkdriel Versie: 0.1 Pedagogisch beleidsplan BSO VillaDriel 12 april 2015 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

Dit laatste werd niet alleen geconstateerd bij het taalonderwijs maar ook bij de vakken voor wereldoriëntatie. Daar moest dus aan gewerkt worden.

Dit laatste werd niet alleen geconstateerd bij het taalonderwijs maar ook bij de vakken voor wereldoriëntatie. Daar moest dus aan gewerkt worden. Of zoals de inspectie telkens zei. De resultaten zijn prima, de gegevens in het leerlingvolgsysteem geven dit ook aan, maar de tussen- en einddoelen die je wilt halen in elk leerjaar zijn niet traceerbaar.!

Nadere informatie

Didactische werkvormen in het hoger onderwijs. Sandra Heleyn, Isabelle Claeys, Ann Verdonck

Didactische werkvormen in het hoger onderwijs. Sandra Heleyn, Isabelle Claeys, Ann Verdonck Didactische werkvormen in het hoger onderwijs Sandra Heleyn, Isabelle Claeys, Ann Verdonck HoGent, een mix van werkvormen Uitgangspunten: Elk talent telt>>maatwerk gezien diversiteit in instroom Vraag

Nadere informatie

STICHTING KINDANTE. Visie Personeel

STICHTING KINDANTE. Visie Personeel STICHTING KINDANTE Visie Personeel Visie Personeel 1 Inleiding De onderwijskundige visie van stichting Kindante vormt de basis voor de wijze waarop de Kindantescholen hun onderwijs vormgeven. Dit vraagt

Nadere informatie

RAAMPLAN GODSDIENST/LEVENSBESCHOUWING KATHOLIEKE PABO'S korte samenvatting, basiskenmerken en eindtermen

RAAMPLAN GODSDIENST/LEVENSBESCHOUWING KATHOLIEKE PABO'S korte samenvatting, basiskenmerken en eindtermen RAAMPLAN GODSDIENST/LEVENSBESCHOUWING KATHOLIEKE PABO'S korte samenvatting, basiskenmerken en eindtermen Op 2 november 1995 werd aan de NKSR het 'Raamplan godsdienst/levensbeschouwing voor de opleiding

Nadere informatie

ACTIEF BURGERSCHAP EN SOCIALE INTEGRATIE

ACTIEF BURGERSCHAP EN SOCIALE INTEGRATIE Heutink ICT ACTIEF BURGERSCHAP EN SOCIALE INTEGRATIE op de C.B.S. De Bruinhorst 22-5-2012 Inhoudsopgave Inleiding 3 Pagina 1. Burgerschap op de Bruinhorstschool 3 2. Kerndoelen 3 3. Visie 4 4. Hoofddoelen

Nadere informatie

Basisactiviteiten en het ritmisch weekplan

Basisactiviteiten en het ritmisch weekplan Basisactiviteiten en het ritmisch weekplan Jaap Meijer Inhoudsopgave 1. Samenvatting en kernwoorden 2. Aanpak 3. Achtergronden: samenvatting 3.1. De basisprincipes 3.2. De kwaliteitscriteria 4. Praktische

Nadere informatie

3-JARIGE YOGA DOCENTENOPLEIDING

3-JARIGE YOGA DOCENTENOPLEIDING 3-JARIGE YOGA DOCENTENOPLEIDING Start januari 2016 Voldoet aan standaarden IYF en Yoga Alliance De docentenopleiding is een unieke reis waarin je op zoek gaat naar de essentie van je eigen wezen. Een zoektocht

Nadere informatie

Visie Heijenoordschool. Wijsheid begint met verwondering. ( Socrates)

Visie Heijenoordschool. Wijsheid begint met verwondering. ( Socrates) Visie Heijenoordschool Wijsheid begint met verwondering ( Socrates) Mei 2013 De visie van de school De Heijenoordschool is een opbrengstgerichte Jenaplanschool en staat voor boeiend onderwijs, zodat kinderen

Nadere informatie

Actief burgerschap. Sint Gerardusschool Splitting 145 7826 ET Emmen Tel: 0591-622465 gerardusschool@skod.nl

Actief burgerschap. Sint Gerardusschool Splitting 145 7826 ET Emmen Tel: 0591-622465 gerardusschool@skod.nl 2013 Actief burgerschap 0 Sint Gerardusschool Splitting 145 7826 ET Emmen Tel: 0591-622465 gerardusschool@skod.nl Inhoudsopgave Pagina Inleiding 2 Hoofdstuk 1 : 3 Hoofdstuk 2 : : een doel en een middel

Nadere informatie

Een voorlopige balans (Periode 1)

Een voorlopige balans (Periode 1) Een voorlopige balans (Periode 1) Omschrijving van deze periode We hebben tijdens dit schooljaar al heel wat gediscussieerd, besproken, nagedacht, Je hebt in deze gesprekken, maar ook in de logboekopdrachten

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

Het dagelijks leven in de stamgroep: de omgang met elkaar (uit de Rozentuin)

Het dagelijks leven in de stamgroep: de omgang met elkaar (uit de Rozentuin) Het dagelijks leven in de stamgroep: de omgang met elkaar (uit de Rozentuin) Beelden Het is een kwartier voor schooltijd. De groepsleider is, zoals altijd, al in zijn lokaal aanwezig voor de laatste voorbereidingen

Nadere informatie

Programma van toetsing

Programma van toetsing Programma van toetsing Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we ons programma van toetsing ontworpen. Het programma van toetsing is gevarieerd en bevat naast kennistoetsen en beoordelingen

Nadere informatie

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen.

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen. Pedagogisch project 1. situering onderwijsinstelling 2. levensbeschouwelijke uitgangspunten 3. visie op ontwikkeling en opvoeding 4. het schoolconcept 1. Situering onderwijsinstelling 1.1 Een gemeenteschool:

Nadere informatie

Training Omgaan met Agressie en Geweld

Training Omgaan met Agressie en Geweld Training Omgaan met Agressie en Geweld 2011 Inleiding In veel beroepen worden werknemers geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie. Agressie wordt door medewerkers over het algemeen

Nadere informatie

Visie op ouderbetrokkenheid

Visie op ouderbetrokkenheid Visie op ouderbetrokkenheid Basisschool Lambertus Meestersweg 5 6071 BN Swalmen tel 0475-508144 e-mail: info@lambertusswalmen.nl website: www.lambertusswalmen.nl 1 Maart 2016 Inleiding: Een beleidsnotitie

Nadere informatie

Overzicht curriculum VU

Overzicht curriculum VU Overzicht curriculum VU Opbouw van de opleiding Ter realisatie van de gedefinieerde eindkwalificaties biedt de VU een daarbij passend samenhangend onderwijsprogramma aan. Het onderwijsprogramma bestaat

Nadere informatie

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Elementen van een pedagogisch project 1 GEGEVENS M.B.T. DE SITUERING VAN

Nadere informatie

Competentieprofiel MZ Opleider. Competentieprofiel voor mz-opleider.

Competentieprofiel MZ Opleider. Competentieprofiel voor mz-opleider. Competentieprofiel MZ Opleider Dit is een verkorte versie van het document dat is vastgesteld door de ledenvergaderingen van BVMP en BVMZ. In de volledige versie zijn enkele bijlagen toegevoegd, deze worden

Nadere informatie

TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT

TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT Thema 1 Methodisch handelen 1 Methodisch handelen: wat is het? 1.1 Kenmerken 1.2 Stappenplan 2 Voor wie? 2.1 Doelgroep 2.2 Functionele

Nadere informatie

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL1 Mens & Maatschappij. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment

Naam leerlingen. Groep BBL1 Mens & Maatschappij. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment Groep BBL1 Mens & Maatschappij Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 3 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten. Verdieping op de basisdoelen

Nadere informatie

Onderzoekend en ontwerpend leren

Onderzoekend en ontwerpend leren Betekenis voor het Jenaplanonderwijs Onderzoekend en ontwerpend leren Marja van Graft Martin Klein Tank Wat gaan we doen? Direct aan de slag Over de aanpak Brede ontwikkeling Taal bij onderzoeken en ontwerpen

Nadere informatie

Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool

Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool Zo zit dat dus met 10+ Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool Werken met vormingsthema s Zo zit dat dus met 10+ Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

1 Interpersoonlijk competent

1 Interpersoonlijk competent 1 Interpersoonlijk competent De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leefen werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar primair onderwijs en

Nadere informatie

De kunst jezelf en anderen te leiden

De kunst jezelf en anderen te leiden 4D organisatieontwikkeling & opleiding individu groep taak context TGI-opleiding 2016 2018 De kunst jezelf en anderen te leiden 1 TGI, de kunst jezelf en anderen te leiden Als leidinggevende, projectleider,

Nadere informatie

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Visie Leerlinggericht: gericht op de mogelijkheden van

Nadere informatie

Verantwoording en toezicht

Verantwoording en toezicht Verantwoording en toezicht Ad Boes Inhoudsopgave.1 Samenvatting.2 Hoe te gebruiken.3 Verantwoording en toezicht.3.1 Externe verantwoording: het toezicht.3.2 Toezicht: het schoolbestuur.3.3 Toezicht: de

Nadere informatie

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK?

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAT MAAKT UNIEK? WAAROM De vrijeschool heeft een geheel eigen kijk op onderwijs, die gebaseerd is op het mensbeeld uit de antroposofie. Daarbinnen heeft iedere vrijeschool in Nederland een grote mate van

Nadere informatie

Deel 1: Pedagogisch project Vrije Basisschool Lenteland

Deel 1: Pedagogisch project Vrije Basisschool Lenteland 1 ONZE SCHOOL en de SCHOLENGROEP ARKORUM Het katholiek basisonderwijs brengt al vele jaren een aanbod van kwalitatief onderwijs en opvoeding aan kleuters en leerlingen in de regio Roeselare- Ardooie. In

Nadere informatie

Kernwoorden: gesprek, participatie kinderen, gelijkwaardigheid, gemeenschap, burgerschapsvorming

Kernwoorden: gesprek, participatie kinderen, gelijkwaardigheid, gemeenschap, burgerschapsvorming Kinderparticipatie Gerrit Fronik Inhoudsopgave 6.6.1 Samenvatting 6.6.2 Hoe te gebruiken 6.6.3 Achtergronden 6.6.3.1 Kinderparticipatie in het algemeen 6.6.3.2 Kindervergadering 6.6.4 Praktische uitwerkingen

Nadere informatie

Nederlands. Mondeling onderwijs

Nederlands. Mondeling onderwijs Nederlands Mondeling onderwijs - Kerndoel 1: De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven. Gebruik

Nadere informatie

Jenaplanschool Lindekring. brengt de wereld dichterbij. Liesmortel 19, 5435 XH St.Agatha. 0485-311611 info@lindekring.nl www.lindekring.

Jenaplanschool Lindekring. brengt de wereld dichterbij. Liesmortel 19, 5435 XH St.Agatha. 0485-311611 info@lindekring.nl www.lindekring. Liesmortel 19, 5435 XH St.Agatha. 0485-311611 info@lindekring.nl www.lindekring.nl In het kleine dorp St.Agatha vindt u een school van de toekomst. Jenaplanschool Lindekring brengt de wereld dichterbij

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE*

BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE* BIJLAGE B NADERE UITWERKING VAN DE ONDERWIJSEENHEDEN VAN HET CURRICULUM VAN DE OPLEIDING VOOR DE PROPEDEUTISCHE FASE* *Voor de speciale trajecten Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs (AOLB) en International

Nadere informatie

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.

De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de

Nadere informatie

Regenboogtrainer worden middenbouw

Regenboogtrainer worden middenbouw Regenboogtrainer worden middenbouw Een driedaagse training voor leraren over sociale opvoeding van kinderen Inhoud In deze cursus leren leerkrachten de diverse materialen te gebruiken waarmee kinderen

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

Minor Filosofie en Wetenschap Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - Minoren - 2013-2014

Minor Filosofie en Wetenschap Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - Minoren - 2013-2014 Minor Filosofie en Wetenschap Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - Minoren - 2013-2014 Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - Minoren - 2013-2014 I Inhoudsopgave Vak: Filosofische

Nadere informatie

Willibrordus: cultuur in ons hart

Willibrordus: cultuur in ons hart 1. Willibrordus: cultuur in ons hart De huidige maatschappij vraagt om creatieve burgers die nieuwe ideeën kunnen bedenken en uitwerken. Daarom mag je op de Willibrordus door spelen wijs(er) worden! Kom

Nadere informatie