Het Begin Van Een Nieuw, Echt Leven?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het Begin Van Een Nieuw, Echt Leven?"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT POLITIEKE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN Het Begin Van Een Nieuw, Echt Leven? De rol van verwachtingspatronen die door vormingsprogramma s worden gegenereerd wat betreft de socio-economische re-integratie van jongeren die met gewapende groepen geassocieerd waren in Oost-Congo. Wetenschappelijke verhandeling aantal woorden: Lennart Vandamme MASTERPROEF MANAMA CONFLICT AND DEVELOPMENT PROMOTOR: (PROF.) DR. Timothy Raeymaekers COMMISSARIS: (PROF.) DR. Koen Vlassenroot COMMISSARIS: LIC. Karen Büscher ACADEMIEJAAR I

2 Abstract In deze scriptie onderzoeken we de rol van verwachtingspatronen die door vormingsprogramma s worden gegenereerd wat betreft de socio-economische re-integratie van jongeren die met een gewapende groep geassocieerd waren in Oost-Congo. We pogen op deze vraag een antwoord te formuleren door van binnenuit, dat wil zeggen vanuit het standpunt van de jongeren zelf te peilen naar hun motivaties, aspiraties en verwachtingen. We doen dat door de bestaande literatuur over dit onderwerp te combineren met oorspronkelijk veldonderzoek in Oost-Congo. De data uit het veldonderzoek suggereren dat het op elkaar laten ingrijpen van twee ideeën een interessant verklaringskader kan aanbieden. Het gaat om de social navigation van Vigh en de dissagreement-these van Rancière. De verwachtingen bij de deelname aan een beroepsopleiding liggen dermate hoog, dat de sociale navigatie grotendeels hierdoor wordt bepaald. In de denkwereld van de jongeren neemt hun verbeelde toekomst het over van de realiteit. Als we dat vergelijken met wat reeds gere-integreerde jongeren meemaken, dan kunnen we niet anders dan vaststellen dat hun proces van sociale navigatie geblokkeerd is, omdat het moeilijk blijkt te zijn om een economisch rendabel atelier op te starten. Omdat zij zo verstoken blijven van actieve deelname aan de samenleving kiest een aanzienlijk percentage onder hen ervoor om terug te keren naar de militie. In dat opzicht moeten we geweld vooral als een signaalfunctie zien. Immers, wie niet als volwaardig lid van de samenleving wordt beschouwd, kan er niet in slagen om een betekenisvolle sociale functie in die samenleving op te nemen. II

3 Inhoudstafel Abstract Inhoudstafel Kaart Lijst Met Gebruikte Afkortingen Voorwoord II III V VI VII Inleiding: Het Begin Van Een Nieuw, Echt Leven? blz. 1 Onderwijs Als Sleutel tot Re-integratie blz. 1 Onderzoeksvragen blz. 7 Beperkingen blz. 8 Enkele Centrale Begrippen blz. 9 Hoofdstuk 1: Methodologie blz Veldwerk: Onderzoeksmodaliteiten blz Kwalitatieve Analyse: Grounded Theory & Discoursanalyse blz Kwalitatieve Analyse blz Grounded Theory & Discoursanalyse blz Theoretisch Kader blz Vigh En Social Navigation blz Rancière, Hoffman En Geweld Als Political Speech blz Besluit blz. 25 Hoofdstuk 2: De Congolese Crisis blz De Congolese Crisis blz Van Mobutu Tot Kabila, En Van Kabila Tot Kabila blz Een Congolese Transitie? blz Het Oosten Wil Maar Niet Rusten blz Noch Oorlog, Noch Vrede En De Humanitaire Balans blz Jeugd & Conflict In Congo blz Jongeren Die Geassocieerd Zijn Met Gewapende Groepen In Congo blz Jeugd & DDR In Congo blz Het Wettelijk Kader blz. 39 III

4 Hoofdstuk 3: Stemmen Die Gehoord Willen Worden blz Stemmen Van De Jeugd blz Welke Dromen Had Je Vroeger? blz Wat Heb Je Bij De Militie Geleerd? blz Evaluatie Van De Beroepsopleiding blz Mogelijke Alternatieven? blz Wat Denk Je Van De Congolese Samenleving? blz Hoe Gaat Het Met De Onderneming? blz Wat Als Je Socio-Economische Toestand Nog 6 Maanden Dezelfde Blijft? blz Wat Denk Je Van De Congolese Samenleving? blz Stemmen Die Gehoord Willen Worden blz Een Verbeelde Toekomst Van Actieve Deelname Aan De Samenleving blz Als De Werkelijkheid De Toekomst Inhaalt blz. 54 Algemeen Besluit : De Droom Van Een Nieuw Leven, Of Het Levenseinde Van Een Droom? blz. 57 Annex A: Lijst Met Respondenten blz. 61 Annex B: Afbeeldingen blz. 63 Bibliografie blz. 65 IV

5 Kaart Congo V

6 Lijst Met Gebruikte afkortingen AFDL : BUNADER : CDA: CNDP: CONADER : CRC : DDR- programma : EAFGA : FARDC: FDD : FDLR : HDI: ICC: ICG : ILO: IRC : MDRP : MLC : MONUC : PN-DDR : PPRD : RCD : RCD-G: RCD-ML: RCD-N: SET: SSR: UEPNDDR : UNDDR : UNICEF: UNITA : Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo- Zaire Bureau National de Démobilisation et de Réinsertion Critical Disourse Analysis Congrès National pour la Défense du Peuple Commission National de Désarmement, Démobilisation et de Réinsertion UN Convention on the Rights of the Child Demobilization, Disarmament & Reintegration program Enfants Associés aux Forces et Groupes Armés Forces Armées de la République Démocratique du Congo Forces pour la Défense de la Démocratie Front Démocratique pour la Libération de Rwanda Human Development Index International Criminal Court International Crisis Group International Labour Organisation International Rescue Committee Multi-Country Demobilization and Reintegration Program Mouvement de Libération du Congo Mission des Nations Unies au Congo Programme Nationale de Désarmement, Démobilisation et Réinsertion Parti Pour la Reconstruction et le Dévelopment Rassemblement Congolais pour la Démocratie Rassemblement Congolais pour la Démocratie-Goma Rassemblement Congolais pour la Démocratie- Mouvement de Libération Rassemblement Congolais pour la Démocratie-National Structure d Encadrement Transitoire Security Sector Reform Unité d Exécution du Programme Nationale de Désarmement, Démobilisation et Réinsertion United Nations Disarmament, Demobilization and Reintegration Resource Centre United Nations Children s Fund Uniao Nacional para a Independência Total de Angola (National Union for the Total Independence of Angola) VI

7 Voorwoord Hoewel mijn naam op het voorblad prijkt, zou ik deze scriptie nooit hebben kunnen schrijven zonder de gewaardeerde hulp en medewerking van een aantal mensen. Mijn oprechte dank gaat in de eerste plaats uit naar mijn promotor, prof. dr. Timothy Raeymaekers. Hij stond mij niet alleen bij in het opstarten en uitvoeren van dit onderzoek, maar vooral spoorde hij mij aan om mijn eigen stappen kritisch te bekijken en soms zelfs te herzien. Daarnaast wil ik ook de volgende mensen oprecht danken: Geert Bossaerts die het praktisch heeft mogelijk gemaakt om veldonderzoek te verrichten in Bukavu, Léonce die naast mijn gids en vertaler in Bukavu ook een goede vriend is geworden, drs. Sarah Geenen en prof. dr. Karel Arnaut voor de tijd die zij hebben vrijgemaakt om met mij van ideeën te wisselen, en Sara Vandekerckhove die mij wegwijs heeft gemaakt in de discoursanalyse. Verder moet ik mijn goede vrienden Olivier, Emily en Anika bedanken voor het gedetailleerd nalezen van deze scriptie, het belang van hun opmerkingen kan immers niet worden onderschat. Natuurlijk verdienen ook mijn ouders het om hier te worden vermeld. Tenslotte hebben zij mij de tijd en middelen verschaft zonder dewelke deze scriptie nooit geschreven zou zijn! Bedankt! VII

8 Inleiding: Het Begin Van Een Nieuw, Echt Leven? Het is half september 2009 als ik mij in Walungu 1 in een schooltje, niet meer dan een houten barak met een dak van golfplaten en een vloer van aangestampte aarde, bevind. Tegenover mij zit Didace wat onwennig op een wankele houten stoel heen en weer te schuiven. Hij is op dat moment 19 jaar en volgt, na als kind lid te zijn geweest van de militie Mudundu 40 2, een opleiding houtbewerking. Als ik hem vraag wat hij van deze opleiding vindt, dan antwoordt hij: Het is het begin van ons nieuwe, echte leven. 3 De hoop en verwachting waaraan deze Congolese jongeman uitdrukking geeft in zijn korte antwoord, getuigen van een rotsvast geloof in een betere toekomst. Hij stelt het zich voor als een nieuwe wereld, waarvan hij dankzij zijn vorming de sleutel in handen heeft gekregen. Onderwijs Als Sleutel Tot Re-integratie? Zoals aangegeven is Didace een jongeman die in een officiële post-conflict 4 situatie de kans krijgt om via vorming zijn leven een nieuwe wending te geven. In een dergelijke post-conflict situatie zijn er drie thema s die een hoofdrol spelen. Het gaat om het creëren van veiligheid, het promoten van ontwikkeling, en het uitbouwen van een institutioneel kader voor goed bestuur. De meeste aandacht wordt vaak besteed aan het eerste thema, dat van de veiligheid, en veelal krijgt het een louter technische invulling mee. Dit gebeurt meestal door het toevoegen van een DDR-luik, 5 hetzij formeel of informeel, aan een vredesproces. De bedoeling hiervan is het creëren van een nieuwe veiligheidscontext waarbij het geweldsmonopolie in handen van de officiële diensten ligt, wat dus nauw samenhangt met een Security Sector Reform (SSR) proces. Voor degenen die niet in die officiële diensten kunnen worden opgenomen, wat bij jongeren die met gewapende groepen geassocieerd 6 waren vaak het geval is, moet de toegang tot de samenleving gefaciliteerd worden. En voor velen vormt onderwijs de sleutel om toegang tot dat nieuwe leven te krijgen. 1 Een ruraal gebied in Zuid-Kivu, ten zuidwesten van Bukavu 2 Een vertakking van de Maï-Maï 3 Interview afgenomen in Zuid-Kivu, september-oktober Voor meer info over de notie post-conflict als we het over Oost-Congo hebben, zie blz Zie bijvoorbeeld het gecontesteerde Multi-Country Demobilization and Reintegration Program van de Wereldbank, dat op 30 juni 2009 werd beëindigd. Voor meer info zie: 6 Voor meer info over begrippen als kindsoldaat en jongeren die geassocieerd zijn met een gewapende groep zie blz

9 De ontwikkeling van DDR-programma s is eigenlijk een vrij recent fenomeen, zeker wat betreft het betrekken van kinderen of jongeren in dat proces. Want ondanks het feit dat er op elk continent kindsoldaten actief zijn en er verschillende legale instrumenten zijn ontwikkeld om kinderen en jongeren uit gewapende groepen weg te houden, zien we dat pas zeer recent met deze doelgroep rekening wordt gehouden in DDR-programma s. Omdat onderwijs en vorming een belangrijk onderdeel uitmaken van de laatste fase van een DDRprogramma is het belangrijk om bondig wat dieper in te gaan op de gespannen verhouding die er bestaat tussen jeugd en DDR. Meestal gaan DDR-programma s ervan uit dat alle strijders volwassen mannen zijn, met als gevolg dat jongeren en vrouwen over het hoofd worden gezien (Specker, 2008, 8; Boothby & Knudsen, 2000, 1; Wessells, 2006,155). Het gevolg daarvan is dat de ideeën die de jongeren zelf hebben over hun eventuele re-integratie gedurende het volledige DDR-proces worden genegeerd (Wessells, 156). En dat is jammer, want jongeren kunnen hun re-integratie op een andere manier percipiëren dan de buitenstaanders die de programma s ontwikkelen. Op deze manier gaat veel nuttige en bruikbare informatie verloren, omdat er wordt nagelaten na te gaan hoe jongeren zelf hun re-integratie ervaren en vooropstellen (Annan, 2009, 640). Daarom is het belangrijk dat diegenen die instaan voor het uitdenken van dergelijke programma s een meer reflexieve houding aannemen (Seymour, 2009, 5) en de ervaringen van de jongeren zelf als constructieve input gaan betrekken bij DDR-programma s. Dat deze benadering nog niet in de praktijk is doorgedrongen, blijkt duidelijk uit het PN-DDR dat voor Congo werd opgesteld. Hoewel er in dat document gewag wordt gemaakt van EAFGA 7, wordt deze groep eigenlijk als kleine volwassenen beschouwd 8. En ook in de praktijk zien we dat het DDR-programma in Congo allesbehalve een goed uitgewerkt jongerenluik heeft waarin rekening wordt gehouden met de specifieke behoeftes van deze doelgroep. Dit hangt nauw samen met de zeer technische benadering door de internationale gemeenschap van dit soort processen (x aantal wapens inleveren, x aantal strijders op een bepaalde plaats samenbrengen, x aantal gedemobiliseerden een kit meegeven ) 9, terwijl 7 Voor meer info over het acroniem EAFGA (Enfants Asociés aux Forces et Groupes Armés), zie blz In het PN-DDR handelt artikel 108 hierover, wat eigenlijk weinig meer is dan een kleine aanvulling op de réinsertion voor volwassenen dat in de artikels 104 tem. 107 is vastgelegd. Artikel 108 van het PN-DDR: «108. La stratégie de réinsertion des EAFGA est axée sur (a) la réunification familiale ou identification d un mécanisme d encadrement alternatif, et (b) l apport d une aide psychosociale et économique basée sur les conditions existantes. Sous la gestion de la CONADER, les structures existantes de protection de l enfance et de prestation de services en RDC (gouvernementales et non gouvernementales) seront renforcées pour accroître les capacités opérationnelles locales. Des activités de paix et réconciliation devront être inclues au programme au niveau des structures d encadrement transitoire et des communautés.» 9 Deze visie is ook bij het PN-DDR aanwezig. Denken we bijvoorbeeld aan de vooropgestelde doelen, die als volgt worden omschreven: «- La réduction substantielle de la possession et circulation illégale des armes dans le pays, accompagnée d une diminution de la violence associée à l utilisation des armes à feu. (i) Ratio hommes démobilisés/armes collectées. (ii) Nombre de cas de violences armées reportés par les autorités et institutions compétentes. (iii) Nombre d armes réquisitionnées, identifiées et numérotées par les autorités compétentes dans le cadre du contrôle du trafic illégal des armes. - Le départ effectif des combattants des structures militaires et de situations de conflits et un recensement global de tous les combattants. (i) Rapport entre nombre des démobilisables/ nombre de démobilisés effectifs (ii) Nombre de groupes armés / milices démantelées. - L incorporation immédiate des démobilisés dans des activités socioéconomique dans la communauté de réinsertion. (i) Rapport entre nombre de démobilisés /nombre de démobilisés réinsérés dans la vie civile. (ii) Nombre de 2

10 DDR veel meer is dan dat: DDR is fundamentally political in character and should be seen as part of a broader integrated approach to reconstruction processes, including security, governance, political and developmental aspects, requiring integrated context analyses and subsequent comprehensive strategy development (Specker, 1). Deze veronachtzaming van het politieke karakter van DDR, namelijk het inbedden in een veel bredere herstelstrategie, treft de jongeren nog des te harder omdat zij in de eerste plaats al niet als een volwaardige doelgroep worden erkend binnen die erg limiterende technische benadering. Deze technische aanpak vloeit voort uit het feit dat de blauwdruk voor deze plannen steeds door Westerse handen wordt uitgetekend. Wat alleen al vreemd is door het feit dat noch West-Europa, noch de VS ervaring of expertise kan voorleggen wat betreft het opstellen en uitvoeren van dergelijke plannen 10. Hoe het ook zij, de Westerse aanpak bepaalt de morfologie van de DDR-programma s, en dat is niet altijd een goede zaak. Zack-Williams toont dat aan door een onderscheid te maken tussen Gemeinschaft (gemeenschap) en Gesellschaft (samenleving). Een Gemeinschaft is een traditionele, organische vorm van organisatie. Een Gesellschaft daarentegen wordt op basis van wetenschap, juridische en administratieve principes georganiseerd. De vaardigheden die tijdens een DDR-proces worden aangeleerd zijn erop gericht om het functioneren van een individu binnen een Gesellschaft te bevorderen, wat een sterk eurocentrische benadering is. Vaardigheden die in een Gemeinschaft van belang zijn, worden daarentegen vaak vergeten (Zack-Williams, 2006, 126). Aangezien binnen de specifieke Congolese context jeugd anders wordt gedefinieerd en ook een andere sociale rol vervult dan in West-Europa, betekent dat deze aanpak ook problemen met zich meebrengt voor jongeren die met een gewapende groep geassocieerd waren. Een belangrijke exponent van dat denken vinden we bijvoorbeeld terug op het arbitrair vastleggen van de leeftijd op 18 jaar om tot de categorie EAFGA te kunnen behoren. Een ander probleem is het systematische gebrek aan evaluatie en opvolging wat betreft de impact van programma s. Wat er wel vaak gebeurt, is het nagaan of de vooropgestelde, technische, doelen worden gehaald (hoeveel wapens werden verzameld, hoeveel jongeren hebben psychosociale hulp gekregen ). Het daadwerkelijke effect van die programma s wordt slechts zelden nagegaan en van opvolging op middellange of lange termijn is al helemaal geen sprake (Specker, 22). Het gevolg is natuurlijk dat op die manier een unieke kans verloren gaat om kennis, ervaring en best practices te verzamelen die voor nog lopende of toekomstige programma s van goudwaarde kunnen zijn. Daarboven komt dat men er bij het opstellen van een DDR-plan van uitgaat dat men de werkzaamheden kan uitvoeren in een omgeving waar de vrede is teruggekeerd. Ook hier botst démobilisés participant aux activités politiques et socioéconomiques. (iii) Ratio cas de criminalité/ participation des démobilisés.» (PN-DDR, blz. 16.) 10 Al hoeft het feit dat dergelijke plannen in de Westerse wereld worden uitgetekend op zich geen probleem te vormen. 3

11 de theorie alweer met de praktijk want, zeker in het geval van een burgeroorlog, is het moeilijk om een gebied eerst volledig te pacificeren en daarna pas met een DDR-programma te starten. Het gevolg is dat vele DDR-programma s worden opgestart terwijl de gevechten nog bezig zijn. Dat betekent dat jongeren vaak een militie pas kunnen verlaten door zelf te ontsnappen, of door een andere militie tot gevangene te worden gemaakt (Wessells, 173). Met andere woorden, als het conflict nog steeds bezig is, wordt het vooral voor jongeren moeilijker om toegang te krijgen tot een of andere vorm van DDR. Bij de effectiviteit van deze programma s kunnen we dan ook grote vraagtekens stellen. Er is tot op heden weinig bewijsmateriaal verzameld dat het succes van DDR aantoont (Annan, 640). Humphreys en Weinstein gaan zelfs nog verder, en stellen dat: Perhaps the most surprising result, however, is that we find little evidence that UN operations were instrumental in facilitating DDR at the individual level. Nonparticipants in DDR do just as well as those who entered the formal demobilization program (Humpreys & Weinstein, 2007, 563). De meeste evaluaties van DDR-programma s zijn gebaseerd op de ervaringen van volwassen gedemobiliseerden, aangezien de integratie van jongeren in dergelijke programma s nog te recent is om er diepgaande evaluaties van te maken. Omdat de programma s voor jongeren grotendeels op dezelfde leest zijn geschoeid als die van de volwassenen, belooft dat niet veel goeds In ieder geval is het zo dat de internationale gemeenschap na het opdoeken van het MDRP niet op haar lauweren kan rusten, want momenteel bevindt het zich very much in a process of learning how to provide effective DDR Supports for children (Wessells, 179). Bij een DDR-proces treedt vervolgens een vreemde paradox op. Hoewel de zogenaamde R- fase de major challenge (Kingma, 155) is, wordt aan dit onderdeel vaak het minste aandacht besteed. Door de aanvankelijke dringendheid van de ontwapening en demobilisatie, wordt de re-integratiefase pas zeer laat in het proces opgestart. Het resultaat daarvan is dat men in dit stadium te kampen krijgt met onderfinanciering en een inadequate voorbereiding wat betreft de lange termijnperspectieven (Specker, 11). Het gevolg is dat een dergelijk programma gauw een reus op lemen voeten wordt. Het is binnen die laatste fase van een formeel of informeel DDR-proces dat onderwijs en vorming als een van de sleutelelementen wordt beschouwd om die major challenge tot een goed einde te brengen. Vooral aan beroepsopleidingen wordt hier een grote rol toegekend, zeker als ook de lange termijn in rekening wordt gebracht. Het grootste voordeel van een beroepsopleiding is uiteraard de redenering dat het volgen ervan zal leiden tot een zekere vorm van economische zekerheid. In 1996 zette Gra ca Machel onder andere deze thematiek met haar baanbrekende rapport Impact of armed conflict on 4

12 Children (Machel, 1996) hoog op de internationale politieke agenda. Op 26 augustus van datzelfde jaar wordt haar verslag voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, toen nog voorgezeten door Boutros Boutros-Ghali. In paragraaf 53 van haar rapport schrijft Machel dat: The field visits and research for the present report repeatedly stressed the importance of links between education, vocational opportunities for former child combatants and the economic security of their families. These are most often the determinants of successful social reintegration and, importantly, they are factors that prevent rerecruitment (Machel, paragraaf 53). In 2009 publiceerde UNICEF een strategic review van het Machelrapport, waarin: Education, including vocational training, formal and informal education, health education, life skills and recreational activities nog steeds staat aangeduid als één van de kernelementen die een duurzame re-integratie mogelijk moeten maken (UNICEF, 2009, 154). Zowat alle onderzoeken die sindsdien zijn gevoerd naar DDRprocessen voor jongeren wijzen in dezelfde richting (Annan, 648; Betancourt, 2008, 4; Brett & Specht, 2004, 132; Honwana, 2006, 67; Wessells, 203 ). Daarbij komt dat het vaak de jongeren zelf zijn die, nadat ze hun schooljaren bij een militie hebben doorgebracht, in de eerste plaats bekommerd zijn over het verwerven van earning capacity en dus zelf vragende partij zijn van een beroepsopleiding omwille van economische redenen (Goodwin-Gill & Cohn, 1994, 138; Verhey, 2001, 18). Een beroepsopleiding kan daarnaast ook een belangrijke weerslag hebben op het psychosociaal herstel van een voormalige jonge soldaat (Machel, paragraaf 54). Het spenderen van tijd in of in de omgeving van een school speelt daarin een grote rol (Sommers, 2002, 8). Het geeft de jongeren een gevoel van veiligheid in het dagelijkse leven en het brengt een zeker niveau van normaliteit terug in hun bestaan (Betancourt, 4). Daarbij komt dat het volgen van een opleiding ervoor zorgt dat jongeren hun geest kunnen inzetten in een constructieve activiteit, wat verhindert dat hun gedachten constant afdwalen naar slechte herinneringen (Annan, 647). Het vooruitzicht op tewerkstelling en het proces van psychosociaal herstel zorgen ervoor dat jongeren zichzelf een nieuwe identiteit kunnen aanmeten (Verhey,18). Dat valt niet te onderschatten want deze jongeren moeten ook opnieuw met zichzelf leren omgaan. De constructie van een betekenisvolle identiteit die los staat van hun verleden bij een militie kan daar een belangrijk element in zijn (Annan, 647). Onderwijs kan dus een bijdrage leveren aan het opnieuw creëren van een dimensie van eigenwaarde dat los staat van de status als soldaat (Betancourt, 5). En dat is niet onbelangrijk, want uiteindelijk is het doel van re-integratie om een betekenisvolle en gerespecteerde sociale rol in de samenleving te kunnen vervullen, waar de constructie van een civiele identiteit een kernelement van is (Wessells, 182). Tenslotte kan onderwijs ook resulteren in de creatie van nieuwe hoop en de mogelijkheid voor die jongeren om opnieuw doelen in de toekomst voorop te stellen (Betancourt, 5). Dat 5

13 opent perspectieven voor de jongeren om belangrijke sociale rollen op te nemen, zoals het bijstaan van de familie of de lokale gemeenschap (Annan, 648). Op papier lijkt dit allemaal mooi, in de praktijk blijken er echter een aantal obstakels in de weg te liggen. Naast een reeks aan technische problemen wat betreft de implementatie van dergelijke vormingsprogramma s 11, is het vooral het feit dat er geen sluitende garantie op werk kan worden aangeboden dat voor frustraties zorgt. Het spreekt voor zich dat het voor vele jongeren die een gewapende groep hebben verlaten moeilijk is om met die niet ingeloste verwachtingen om te gaan (Brett & Specht, 127; Sommers, 7). Daarbij komt dat het gebrek aan werk vele jongeren opnieuw kwetsbaar maakt voor vele problemen, waaronder herrekrutering (Honwana, 2009, 67). Een deel van de verklaring hiervoor is natuurlijk dat het tijd kost voor een land om zich van een (burger)oorlog in die mate te herstellen vooraleer het in staat is om voor voldoende werkgelegenheid te zorgen. Maar ook de onderwijsprogramma s zelf treffen in dit opzicht vaak schuld, want er wordt regelmatig verzuimd om een analyse van de lokale arbeidsmarkt te integreren in de ontwikkeling van de re-integratiefase. De absorptiekracht van de lokale arbeidsmarkt wordt over het hoofd gezien, waardoor de informele sector de instroom aan voormalige soldaten niet langer kan verwerken (Specker, 12-14). Een betere analyse van de context gecombineerd met een coördinatie van de verschillende actoren die betrokken zijn bij de beroepsopleidingen zou dit probleem kunnen verhelpen (Sendabo, 2004, 91). Vooralsnog blijft dit echter een classic mistake in DDR-programma s, met als pijnlijk gevolg dat jongeren daardoor opnieuw naar de brousse kunnen worden gedreven (Wessells, 204). Tenslotte is het ook zo dat kindsoldaten een vrij aantrekkelijk thema is waarvoor donorlanden graag diep in hun geldbuidel tasten. Het gevolg daarvan is dat andere jongeren die ook door de oorlog getroffen zijn maar die niet aangesloten waren bij een militie (denken we bijvoorbeeld aan jonge IDP s), uitgesloten zijn van deelname aan die vormingsprogramma s. Dit kan sentimenten van jaloezie, frustratie en wraak uitlokken bij niet-strijders, zeker omdat zij zichzelf vaak als de echte slachtoffers van de oorlog beschouwen (Nicolai &Triplehorn, 2003, 10; Sommers, 16). Deze moeilijkheden kunnen natuurlijk het belang van onderwijs en vorming niet wegvegen. Daarbij komt dat onderwijs een andere, en misschien wel onverwachte, verdienste heeft want het heeft voor een overeenkomst gezorgd tussen de beide kampen in het greed versus grievance-debat. Zonder hier al te diep op in te gaan komt het erop neer dat er een aantal onderzoekers, onder leiding van Paul Collier en Anke Hoeffler, ervan overtuigd zijn dat het grijpen naar 11 Het voorbeeld van Congo wordt beknopt besproken op blz

14 geweld kan verklaard worden als een uiting van hebzucht (greed). Deze stelling wordt gecounterd door een andere groep, aangevoerd door Paul Richards die stelt dat het gebruik van geweld eigenlijk voortvloeit uit politieke grieven (grievance). Hoewel beide kampen diametraal tegenover elkaar staan in hun zoektocht naar de oorzaken en verklaringen voor conflicten, kennen beide een belangrijke rol toe aan onderwijs. Of beter, het gebrek eraan. Collier en Hoeffler merken op dat door een gebrek aan middelen een groep van voornamelijk jonge mannen uitgesloten is van onderwijs, wat tot grote frustratie leidt. Het risico op conflict neemt volgens hun analyse aanzienlijk af naarmate er meer jonge mannen toegang hebben tot secundair onderwijs (Collier & Hoeffler, 2001, 16). Ook in de getuigenissen die Richards heeft verzameld, komt telkens opnieuw de vraag naar onderwijs naar boven: Time and again interviewees return to the theme of educational aspirations. Economic failure, political corruption and structural adjustment wreaked havoc on educational systems in Sierra Leone. Formal education has not been effective in preparing young people for the economic realities of modern life (Peters & Richards, 1998,187). Als het gebrek aan onderwijs en de daarmee samenhangende economische en sociale marginalisatie zo n belangrijke rol speelt voor jongeren, dan zou het aanbieden ervan op z n minst een deel van de oplossing moeten vormen: War is no longer aimed at controlling the strategic high ground of an economy or a state, but is an attempt to shake society to its very roots. ( ) Specifically, there is a need to discover paths where more peaceful values can be encouraged in spite of an ongoing crisis in institutional arrangements and moral values. One such path, it can be argued, could well be educational reform ( )Educational reform must provide a context in which young people are able to envisage for themselves new, secure and viable social worlds. The antidote to anti-social violence is to involve young people in the making of society (Peters, Richards, Vlassenroot, 2003, 12). Onderzoeksvragen Als we het bovenstaande overzicht over de rol van onderwijs wat betreft de socioeconomische re-integratie van jongeren die met een gewapende groep geassocieerd waren in beschouwing nemen, dan zijn er een aantal elementen die opvallen. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld dat er met de ideeën van voornaamste actor in het re-integratieproces, namelijk de jongeren zelf, amper rekening wordt gehouden. Een tweede bedenking sluit hier nauw bij aan, want ook naar de ervaringen van jongeren die effectief een vormingsprogramma hebben doorlopen wordt er amper gevraagd. Dat brengt ons bij de centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek, namelijk: welke rol spelen de verwachtingspatronen die door vormingsprogramma s worden gegenereerd wat betreft de socio-economische re-integratie van jongeren die met gewapende groepen geassocieerd waren in Oost-Congo? We proberen van binnenuit, dat wil zeggen vanuit het 7

15 standpunt van de jongeren zelf, te peilen naar welke mogelijkheden zij zien en welke hun motivaties zijn voor het volgen van een vorming. We willen te weten komen wat, volgens hen, de invloed van de gekregen vorming zal zijn op hun toekomst. Wat ook gepaard gaat met de vraag naar wat zij als mogelijke alternatieven zien indien zij hun toekomstplannen niet kunnen verwezenlijken. Dat leidt ons tenslotte naar de vraag of de effectieve re-integratie inderdaad voldoet aan de verwachtingen die de jongeren op voorhand hadden. Het gaat met andere woorden om een proces van betekenisverlening waarin we proberen te onderzoeken welke sociale rol deze jongeren via het volgen van een vormingsprogramma hopen te vervullen. Zoals dat zo vaak het geval is bij de vraagstelling die aan de basis ligt van een onderzoek is het niet zozeer van belang hoe de vraag luidt, maar wel de manier waarop ze wordt beantwoord. In deze scriptie proberen we een antwoord te formuleren op basis van een combinatie van reeds bestaande literatuur en origineel veldwerk. In september en oktober 2009 werd een periode van veldwerk georganiseerd in Bukavu en omgeving. Via het afnemen van diepte-interviews met 40 jongeren die geassocieerd waren met een gewapende groep pogen we hun motivaties en visies te achterhalen. Onder hen zijn er 30 die bezig zijn met het volgen van een vorming, de andere 10 hebben hun opleiding reeds achter de rug en zijn officieel terug in de samenleving gere-integreerd. De afgenomen interviews zullen hoofdzakelijk kwalitatief geanalyseerd worden met een methode die de brug maakt tussen Grounded Theory en discoursanalyse, in de hoop om op basis van de verkregen data aan theorievorming te kunnen doen. Uit de data zal blijken dat we tot meer inzicht kunnen komen door twee ideeën op elkaar te laten ingrijpen. Het eerste idee is een gemodificeerde variant van de social navigation, zoals het door Henrik Vigh werd uitgewerkt. Het tweede idee is de zogenaamde disagreement-these van Jacques Rancière. Het is op basis van een combinatie van de data uit het veldwerk en de bovenstaande concepten dat we zullen pogen om op z n minst een deel van een verklaring voor het gedrag van een aantal voormalige jonge militieleden te geven. Inderdaad, we kunnen op deze manier slechts een gedeeltelijke verklaring bieden. Immers, gedragspatronen zijn het gevolg van de complexe wisselwerking tussen verschillende factoren. Het reduceren van een gedrag of houding tot slechts één element zou vanuit wetenschappelijk oogpunt dan ook onverantwoord zijn. Beperkingen Uit de voorafgaande paragrafen blijkt duidelijk dat deze scriptie vooral analytisch en conceptueel van opzet is, en dus niet zozeer descriptief. Het gaat om het exploreren van een 8

16 denkkader dat ons inzicht kan verschaffen, niet om het beschrijven of analyseren van een welbepaald event. Hoewel een dergelijke insteek vele voordelen in zich draagt, brengt het ook enkele beperkingen met zich mee. Zo zal, zoals werd aangegeven, het beschrijvende aspect gedeeltelijk aan plaats moeten inboeten, omdat de ruimte ervan moet worden ingevuld met het ontwikkelen en toepassen van een aantal ideeën en concepten. Dat brengt eveneens met zich mee dat andere belangrijke aspecten van de re-integratie niet, of slechts terzijde aan bod kunnen komen. Denken we hierbij aan de traumaverwerking en het psychosociaal herstel, de fysieke gezondheid, de genderkwestie, de gezinshereniging Een andere beperking heeft te maken met het conceptuele karakter zelf en de methodologie van deze scriptie, meer bepaald met de bewijsvoering ervan. Om de analyses te ondersteunen wordt beroep gedaan op diepte-interviews die ter plaatse, in Bukavu en omgeving, werden afgenomen. En hoewel dergelijke gesprekken veel waardevolle informatie kunnen opleveren, blijft het slechts een steekproef van een zeer beperkt staal, in een zeer beperkte omgeving. De toetsing van de verklaringsmodellen kan met andere woorden nooit 100% sluitend zijn, een beperking waarmee men binnen de menswetenschappen wel vaker worstelt. Het spreekt voor zich dat dat ook zijn weerslag zal vinden op de eventuele generaliseerbaarheid van de aangereikte verklaringsmodellen. Maar, dat betekent natuurlijk niet dat deze beperkingen in de weg hoeven te staan van onderzoek dat waardevolle inzichten kan verschaffen wat betreft de re-integratie van jongeren die met gewapende groepen geassocieerd waren. Met deze scriptie wil ik daar een kleine bijdrage aan leveren. Enkele Centrale Begrippen Tenslotte dienen we stil te staan bij enkele belangrijke begrippen waar, in het licht van de probleemstelling, nog even wat dieper op moet worden ingegaan. Ten eerste is er de betwiste term kindsoldaat. Betwist, omdat het woord enkel lijkt te refereren naar kinderen die actief meedoen in de gevechten en zich dus als een soldaat in de klassieke betekenis van het woord gedragen. Ondertussen is uit de vele onderzoeken naar kindsoldaten gebleken dat deze omschrijving te deterministisch is, want deze kinderen en jongeren vervullen ook andere functies binnen de militie. Deze verruiming van het begrip kindsoldaat wordt duidelijk omschreven in de Cape Town Principles uit 1997, wat een overeenkomst is waarin een aantal principes en richtlijnen zijn opgenomen die de rekrutering van kindsoldaten moet beperken en de demobilisatie en re-integratie moet bevorderen in Afrika: Child soldier in this document is any person under 18 years of age who is part of any kind of regular or irregular armed force or armed group in any capacity, including but not limited to cooks, porters, messengers and anyone accompanying such groups, other than 9

17 family members. The definition includes girls recruited for sexual purposes and for forced marriage. It does not, therefore only refer to a child who is carrying or has carried arms. (Cape Town Principles, 1997, 12). Ondanks deze begripsverruiming blijft het gebruik van de term kindsoldaat wel gehandhaafd. Voortbouwend op deze omschrijving heeft de internationale gemeenschap de volgende algemene definitie van kindsoldaat ontwikkeld: any person under 18 years of age who is part of any kind of regular or irregular armed force or armed group in any capacity including, but not limited to, combatants, cooks, porters, messengers and anyone accompanying such groups, other than family members. The definition includes girls recruited for sexual purposes and for forced marriage. It does not, therefore, only refer to a child who is carrying or has carried arms. Some boys and girls might have been abducted or forcibly recruited; others have been driven to join by poverty, abuse and discrimination, societal or peer pressure, or to seek revenge for violence against them or their families (UNICEF, 2006, 1). In navolging hiervan probeert men van gebruik van het geladen woord kindsoldaat af te stappen. Hiervoor heeft men het acroniem EAFGA ontwikkeld, wat staat voor Enfants Associés aux Forces et Groupes Armés. Het spreekt voor zich dat vooral het woord associés hier van belang is, omdat het de veel bredere betekenis in zich draagt, en niet zo limiterend is als het woord kindsoldaat. De hierboven geciteerde definitie brengt ons bij een ander, en veel complexer, probleem wat betreft het woordgebruik. De lijn trekken op 18 jaar, zoals dat bijvoorbeeld bij de Cape Town Principles en UNICEF het geval is, is een nogal arbitraire, en vooral Westers geïnspireerde, manier om met jeugd om te gaan. Terwijl het vastleggen van die leeftijdsgrens eigenlijk niet natuurlijk is want, zoals Bourdieu het verwoordt: Ce que je veux rappeler, c est tout simplement que la jeunesse et la vieillesse ne sont pas des données mais sont construites socialement, dans la lutte entre les jeunes et les vieux (Bourdieu, 1992, 2). Als we het over jeugd hebben, moeten we dus oog hebben voor de historische gegroeide sociale en culturele structuren die in sterke mate bepalen wie binnen een bepaalde gemeenschap tot de categorie jeugd behoort, en wie niet (De Boeck & Honwana, 2005, 4). Marc Sommers gaat hier, in functie van zijn onderzoek naar jeugd en conflict, dieper op in en komt tot de vaststelling dat de categorie van jeugd vaak over het hoofd wordt gezien. Ze wordt vooral gedefinieerd door te wijzen op wat ze niet zijn: noch kinderen, noch volwassenen. Het gevolg daarvan is dat deze groep vaak wordt genegeerd, wat in de praktijk problematisch is voor de omgang met kindsoldaten (Sommers, 2006, 4-5). Want tot welke categorie behoort een meisje dat op vijftienjarige leeftijd door een militie wordt ontvoerd en na zes jaar erin slaagt om die gewapende groep te verlaten? Een sluitende definitie geven voor jeugd of het sytematisch categoriseren ervan is dus onmogelijk. Dit omdat het begrip jeugd steeds anders wordt ingevuld, afhankelijk van de positie die iemand inneemt in een welbepaalde context, de machtsverhoudingen, culturele 10

18 conventies (De Boeck & Honwana, 4). In dit opzicht spreekt Durham van jeugd als een social shifter, omdat het net de veranderende relatie tussen een individu en de context is die bepalend is. Van een absolute referentiality to a fixed context (Durham, 2000, 116) kan dus geen sprake zijn. Het voordeel van de metafoor van jeugd als social shifter is dat het ons mogelijk maakt om na te gaan hoe jeugd zich in een bepaalde omgeving verhoudt tot de daar aanwezige (machts)structuren. We kunnen ons dan ook afvragen, wat de basis van dit onderzoek vormt, of onderwijs jongeren die met gewapende groepen geassocieerd waren kan helpen om een social shift van jeugd naar volwassenheid te maken binnen de Congolese context. De data uit het veldwerk suggereren immers dat jongeren inderdaad hun hoop hierop hebben gevestigd. Het is met andere woorden fundamenteel belangrijk om onze westerse concepties die op de biologische evolutie van een mens zijn gebaseerd als kind, jeugd, volwassen te laten vallen, en jeugd vanuit de Afrikaanse, en meer specifiek de Congolese, context te benaderen als we tot inzichten willen komen. Want, in navolging van Comaroff en Comaroff, kunnen we niet anders dan vaststellen dat jeugd of een welbepaalde generatie in de Afrikaanse context in de eerste plaats een sociale en politieke categorie is, en niet zozeer een louter chronologische verdeelsleutel (Comaroff & Comaroff, 2005, 24). In de praktijk zien we echter dat hier amper rekening mee wordt gehouden. Wat Congo betreft is dat niet anders, want in het PN-DDR worden ook de Cape Town Principles gevolgd, waardoor ook hier een EAFGA wordt gedefinieerd als toute personne âgée de moins de 18 ans (PN-DDR, 21) 12. Dat brengt ons er toe om ook het gebruik van het acroniem EAFGA zoveel mogelijk te vermijden, en er daarentegen voor te opteren om begrippen als jeugd en jongeren te hanteren. Met dien verstande dat we in navolging van de VN een biologische bovengrens van 24 jaar in acht nemen 13, maar géén ondergrens. Dat betekent dat onze definitie van begrippen als jeugd en jongeren verwijst naar een sociaal geconstrueerde bevolkingsgroep waarvan de leden hoogstens 24 jaar zijn. Het gaat hier dus niet om een loze semantische discussie, maar wel om het uitzoeken welke terminologie het beste past binnen de specifieke Congolese culturele context. Bij het PN-DDR heeft men ervoor gekozen om de R-fase als réinsertion te omschrijven, en niet als re-integratie. Dat brengt ons, ten tweede, bij het onderscheid tussen deze twee termen. Volgens de VN is réinsertion the assistance offered to ex-combatants 12 In het PN-DDR handelt artikel 71 over de definitie van EAFGA: 71. «Dans le présent document, le terme «enfants associés aux forces et groupes armés» (EAFGA) est pris tel que défini par les Principes du Cap, qui désignent comme EAFGA toute personne âgée moins de 18 ans utlisée par une force armée ou une groupe armé régulier ou irrégulier, quelle que soit la fonction qu elle exerce, notamment mais pas exclusivement celle du cuisinier, porteur, messager, et toute personne accompagnant de tels groupes qui n est pas un membre de leur famille. Cette définition englobe les filles utilisées à des fins sexuelles et pour des mariages forcés. Elle ne concerne donc pas uniquement les enfants qui sont amés ou qui ont porté des armes.»

19 during demobilization but prior to the longer-term process of reintegration. Reinsertion is a form of transitional assistance to help cover he basic needs of ex-combatants and their families and can include transitional safety allowances, food, clothes, shelter, medical services, short-term education, training, employment and tools (UNDDR, 2010). Reintegratie daarentegen slaat volgens de VN op: the process by which ex-combatants acquire civilian status and gain sustainable employment and income. Reintegration is essentially a social and economic process with an open time-frame, primarily taking place in communities at the local level. It is part of the general development of a country and a national responsibility, and often necessitates long-term external assistance (UNDDR, 2010). Op het terrein zien we dat het onderscheid tussen réinsertion en re-integratie niet altijd even duidelijk is. Hoewel de meeste DDR-programma s de R als re-integratie omschrijven, blijkt dat het in de praktijk vooral gaat om het bevorderen van de réinsertion (Specker, 2008, 3-5). Als we echter de praktische implementatie even achterwege laten en kijken naar de vooropgestelde doelen, dan kunnen we stellen dat de réinsertion eigenlijk een onderdeel is van het veel bredere proces van re-integratie. Aangezien vorming wordt beschouwd als één van de belangrijkste instrumenten om dat te bewerkstelligen, kiezen we ervoor om gebruik te maken van de term re-integratie. Tenslotte is er nog de kwestie van onderwijs en vorming. Onderwijs kan vele vormen aannemen, van basisonderwijs, over life-skills tot vocational training, om er maar enkele te noemen. Omdat de vraagstelling van deze scriptie zich richt op de socio-economische reintegratie, kiezen we er dan ook voor om ons te richten op de vormen van onderwijs die hier een grote bijdrage aan zouden moeten leveren. Het gaat dan in de eerste plaats, maar niet uitsluitend, om de zogenaamde vocational training, wat eigenlijk een beroepsopleiding is die de jongeren moet toestaan om in de toekomst in hun eigen onderhoud te kunnen voorzien. Machel verwijst al in haar rapport uit 1996 naar deze vorm van onderwijs als één van de belangrijkste elementen voor een succesvolle socio-economische re-integratie (Machel, 1996, paragraaf 56). Ook in de praktijk, de vele DDR-programma s, zien we dat wat betreft onderwijs vocational training een centrale plaats inneemt in het re-integratieproces. Als we in deze scriptie spreken over vorming of onderwijs, dan verwijst het dus steeds naar een beroepsopleiding die wordt gevolgd in functie van een socio-economische re-integratie in de samenleving. 12

20 Hoofdstuk 1: Methodologie In dit tweede hoofdstuk gaan we dieper in op de methodes en theoretische ideeën die gebruikt worden om dit onderzoek uit te voeren. We beginnen met een overzicht van het veldwerk dat in de zomer van 2009 in Bukavu werd uitgevoerd. Vervolgens bieden we inzicht in de manier waarop we de data op kwalitatieve wijze zullen analyseren, daarbij steunend op de Grounded Theory en discoursanalyse. Aansluitend daarop ontwikkelen we een kader waarbij we op basis van de data uit het veldonderzoek aantonen hoe we een model van social navigation aan de ene kant en de disagreement-these van Rancière aan de andere kant op elkaar kunnen doen laten ingrijpen om zo tot inzichten in de verwachtingspatronen van de jongeren te komen. 1.1 Veldwerk: Onderzoeksmodaliteiten Om de noodzakelijke semigestructureerde asymmetrische diepte-interviews (cfr. infra) af te nemen werd een periode van veldwerk ter plaatse in Bukavu en omgeving georganiseerd. Het grote voordeel van dergelijk etnografisch onderzoek is uiteraard dat men informatie uit eerste hand verwerft, wat van onschatbare waarde is. Maar in het licht van de probleemstelling is het bijkomende voordeel dat men zich door het uitvoeren van veldwerk zelf, weliswaar slechts zeer gedeeltelijk, in het social terrain van die jongeren kan voortbewegen. En dat kan alleen maar bijdragen aan een beter inzicht in hun situatie. De belangrijkste facilitator hierbij was de Nederlandse NGO War Child 14, waarvan het hoofd van hun afdeling in Congo, Geert Bossaerts, zo vriendelijk was om mij tot de organisatie toe te laten. Zes weken lang fungeerden hun teamhuis en het wat verderop gelegen hoofdbureau als uitvalsbasis voor het onderzoek. War Child bracht mij in contact met hun lokale partnerorganisaties, waardoor ik toegang kreeg tot een aantal jongeren uit Bukavu en omstreken die met een gewapende groep geassocieerd waren, maar nu deelnemen aan een vormingsprogramma dat hun socio-economische re-integratie moet bevorderen. 15 Tussen 15 september 2009 en 13 oktober 2009 werden in totaal veertig gesprekken gevoerd die zullen worden gebruikt voor dit onderzoek. De jongeren uit de eerste dertig gesprekken Hoewel de rol van War Child in het realiseren van het veldwerk onmogelijk te overschatten is, is niks in deze scriptie erop gericht om een evaluatie van deze NGO te maken. Uit wat hier geschreven staat mag dan ook op geen enkele manier een waardeoordeel over War Child worden afgeleid. 13

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV Code Duurzaam Beleggen VvV onderdeel inhoud verschil artikel 1 De Code Duurzaam Beleggen opgesteld door het Verbond van Verzekeraars

Nadere informatie

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women

De Relatie tussen (Over)Gewicht. en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen. The Relationship between (Over)Weight. and Sex Drive in Men and Women De Relatie tussen (Over)Gewicht en Seksdrive bij Mannen en Vrouwen The Relationship between (Over)Weight and Sex Drive in Men and Women Mandy M. de Nijs Eerste begeleider: Dr. W. Waterink Tweede begeleider:

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties Grace Ghafoer Memory strategies, learning styles and memory achievement Eerste begeleider: dr. W. Waterink Tweede begeleider: dr. S. van Hooren

Nadere informatie

OPINIEPEILING. Faux gras de GAIA, een volwaardig, gekend alternatief voor foie gras? Nobody s Unpredictable. Januari 2011

OPINIEPEILING. Faux gras de GAIA, een volwaardig, gekend alternatief voor foie gras? Nobody s Unpredictable. Januari 2011 OPINIEPEILING Faux gras de GAIA, een volwaardig, gekend alternatief voor foie gras? Januari 2011 Nobody s Unpredictable Inhoud I. ONDERZOEKSDOELSTELLINGEN EN ALGEMENE CONTEXT 1. Onderzoeksdoelstellingen

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek

Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek Recente ontwikkelingen in de ethische normen voor medisch-wetenschappelijk onderzoek Prof dr JJM van Delden Julius Centrum, UMC Utrecht j.j.m.vandelden@umcutrecht.nl Inleiding Medisch-wetenschappelijk

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Date 7-12-2011 1 Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Prof. Dr. Inge Hutter Demographer, anthropologist Coordinator Healthy Ageing Alpha Gamma RUG Dean Faculty Spatial Sciences Date 7-12-2011

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van. Kinderen

De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van. Kinderen Voorschoolse vorming en de ontwikkeling van kinderen 1 De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van Kinderen The Relationship between Early Child Care, Preschool Education and Child Development

Nadere informatie

CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN

CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN Mieke Audenaert 2010-2011 1 HISTORY The HRM department or manager was born

Nadere informatie

2010 Integrated reporting

2010 Integrated reporting 2010 Integrated reporting Source: Discussion Paper, IIRC, September 2011 1 20/80 2 Source: The International framework, IIRC, December 2013 3 Integrated reporting in eight questions Organizational

Nadere informatie

De rechten van het kind in de digitale wereld. Simone van der Hof Center for Law and Digital Technologies Leiden Law School

De rechten van het kind in de digitale wereld. Simone van der Hof Center for Law and Digital Technologies Leiden Law School De rechten van het kind in de digitale wereld Simone van der Hof Center for Law and Digital Technologies Leiden Law School De rechten van het kind Rol van de overheid Een voorbeelden: digitaal pesten VN

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelij

Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelij Collectief Inclusief Opbouw Inclusief onderwijs; wat is het? Inclusief onderwijs; waarom? Inclusief onderwijs; waarom niet? De nationale context De internationale vergelijking De internationale context

Nadere informatie

Kunst(raad) en Samenleving Evert Bisschop Boele,

Kunst(raad) en Samenleving Evert Bisschop Boele, Kunst(raad) en Samenleving Evert Bisschop Boele, 17-12-2014 Lectoraat Lifelong Learning in Music Kenniscentrum Kunst & Samenleving, Hanzehogeschool Groningen Abigail Gilmore Raising our Quality of Life:

Nadere informatie

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en

Effecten van een op MBSR gebaseerde training van. hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en Effecten van een op MBSR gebaseerde training van hospicemedewerkers op burnout, compassionele vermoeidheid en compassionele tevredenheid. Een pilot Effects of a MBSR based training program of hospice caregivers

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland?

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland? First part of the Inburgering examination - the KNS-test Of course, the questions in this exam you will hear in Dutch and you have to answer in Dutch. Solutions and English version on last page 1. In welk

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1. Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer

STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1. Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer STIGMATISERING VAN PATIENTEN MET LONGKANKER 1 Stigmatisering van Patiënten met Longkanker: De Rol van Persoonlijke Relevantie voor de Waarnemer Stigmatization of Patients with Lung Cancer: The Role of

Nadere informatie

ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM

ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM Read Online and Download Ebook ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING (DUTCH EDITION) FROM BOHN STAFLEU VAN LOGHUM DOWNLOAD EBOOK : ANGSTSTOORNISSEN EN HYPOCHONDRIE: DIAGNOSTIEK STAFLEU

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

BISEKSUALITEIT: DE ONZICHTBARE SOCIALE IDENTITEIT. Biseksualiteit: de Onzichtbare Sociale Identiteit met Zichtbare Gezondheidsgevolgen

BISEKSUALITEIT: DE ONZICHTBARE SOCIALE IDENTITEIT. Biseksualiteit: de Onzichtbare Sociale Identiteit met Zichtbare Gezondheidsgevolgen Biseksualiteit: de Onzichtbare Sociale Identiteit met Zichtbare Gezondheidsgevolgen Bisexuality: the Invisible Social Identity with Visible Health Consequences Maria Verbeek Eerste begeleidster: dr. N.

Nadere informatie

Corporate Social Responsibility

Corporate Social Responsibility Corporate Social Responsibility Maatschappelijk verantwoord omgaan met klanten Dr. Jenny van Doorn Prof. dr. P.C. Verhoef Rapport CIC-2012-01 ISBN 978-90-367-5486-6 Onderzoeksrapport maatschappelijk verantwoord

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

De psychoanalytische benadering van de hedendaagse consument.

De psychoanalytische benadering van de hedendaagse consument. De psychoanalytische benadering van de hedendaagse consument. Brugge, 29 januari 2010 Kristof Dewaele Multidisciplinaire benadering ingenieur biotechnologie en klinisch psycholoog Het multidisciplinaire

Nadere informatie

Workshop discoursanalyse. Sarah Scheepers Genderdag 26 januari 2016

Workshop discoursanalyse. Sarah Scheepers Genderdag 26 januari 2016 Workshop discoursanalyse Sarah Scheepers Genderdag 26 januari 2016 (Heel korte) Inleiding tot discoursanalyse Uitgangspunt: De relatie TAAL WERKELIJKHEID - Geen strikt onderscheid - Taal is niet (enkel)

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

een buddy bij de wieg Perinatale coaching van maatschappelijk kwetsbare zwangeren An De Craecker Arteveldehogeschool Gent

een buddy bij de wieg Perinatale coaching van maatschappelijk kwetsbare zwangeren An De Craecker Arteveldehogeschool Gent een buddy bij de wieg Perinatale coaching van maatschappelijk kwetsbare zwangeren An De Craecker Arteveldehogeschool Gent een buddy bij de wieg 1. Research 2. Project: het buddy-model 1. Wetenschappelijk

Nadere informatie

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD 1 Opvoedstijl en Externaliserend Probleemgedrag en de Mediërende Rol van het Zelfbeeld bij Dak- en Thuisloze Jongeren in Utrecht Parenting Style and Externalizing Problem Behaviour and the Mediational

Nadere informatie

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Elena Cavagnaro, lector in service studies MLI & SEN 2013 09 06 1 9/6/2013 Agenda Even voorstellen Wereldbeelden Welk beeld hebben we van de wereld

Nadere informatie

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011

Workshop 3. Digitale inclusie. E-inclusion. Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa. Brussel, 11.10.2011 Workshop 3 Digitale inclusie Rondetafel De Digitale Agenda voor Europa Brussel, 11.10.2011 2 E-inclusion e-inclusie (of digitale inclusie) verwijst naar alle beleidslijneninitiatieven die een inclusieve

Nadere informatie

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit Onderzoek naar het Effect van de Aanwezigheid van een Hond op het Alledaags Functioneren van een Kind met Autisme M.I. Willems Open Universiteit Naam student: Marijke Willems Postcode en Woonplaats: 6691

Nadere informatie

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel

Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Voorspellers van Leerbaarheid en Herstel bij Cognitieve Revalidatie van Patiënten met Niet-aangeboren Hersenletsel Een onderzoek naar de invloed van cognitieve stijl, ziekte-inzicht, motivatie, IQ, opleiding,

Nadere informatie

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden Na een vlotgeschreven en informatief eerste hoofdstuk van Els Verheyen waarin de belangrijkste kenmerken, gevolgen en behandelingen van eetstoornissen worden behandeld, gaat Karolien Selhorst uitvoerig

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2007 Nr. 138

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2007 Nr. 138 18 (2007) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2007 Nr. 138 A. TITEL Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

Marjo Maas: fysiotherapeut / docent / onderzoeker Peer assessment De impact van peer assessment op het klinische redeneren en het klinisch handelen van fysiotherapeuten in opleiding en fysiotherapeuten

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar:

Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar: Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar: is er een relatie met een verkorte versie van de NVP-J? Personality Characteristics and Cyberbullying among youngsters of 11

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Libellé: ABO GROUP ISIN: BE0974278104 Code Euronext: BE0974278104 Mnémonique: ABO

Libellé: ABO GROUP ISIN: BE0974278104 Code Euronext: BE0974278104 Mnémonique: ABO Augmentation du nombre d'actions en circulation PLACE: AVIS N : DATE: 22/12/2014 MARCHE: Augmentation du nombre d'actions en circulation Euronext fait connaître que 1 actions nouvelles émises par, immédiatement

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 (SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 Psychologische Inflexibiliteit bij Kinderen: Invloed op de Relatie tussen en de Samenhang met Gepest worden en (Sociale) Angst Psychological

Nadere informatie

Work to Work mediation

Work to Work mediation Work to Work mediation Mobility Centre Automotive Theo Keulen 19-9-2008 Policy Context Flexibility,mobility and sustainable employability are key words in modern labour market policy Work to work arrangements

Nadere informatie

Kennerschap en juridische haken en ogen. Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici Amsterdam, 10 juni 2016 R.J.Q. Klomp

Kennerschap en juridische haken en ogen. Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici Amsterdam, 10 juni 2016 R.J.Q. Klomp Kennerschap en juridische haken en ogen Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici Amsterdam, 10 juni 2016 R.J.Q. Klomp De Emmaüsgangers () Lucas 24, 13-35 Juridische haken en ogen Wat te doen als koper

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Langdurig ziekteverzuim is een erkend sociaal-economisch en sociaal-geneeskundig probleem op nationaal en internationaal niveau. Verschillende landen hebben wettelijke maatregelen genomen

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant #polis14 Northeast-Brabant: a region in the Province of Noord-Brabant Innovative Poly SUMP 20 Municipalities Province Rijkswaterstaat Several companies Schools

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

Het VN Verdrag inzake de Rechten van Personen met een handicap FOD Sociale Zekerheid Vereniging voor de Verenigde Naties 4 december 2013

Het VN Verdrag inzake de Rechten van Personen met een handicap FOD Sociale Zekerheid Vereniging voor de Verenigde Naties 4 december 2013 Implementing the UNCRPD Het VN Verdrag inzake de Rechten van Personen met een handicap FOD Sociale Zekerheid Vereniging voor de Verenigde Naties 4 december 2013 Wat is het VN-Verdrag? UNCRPD = United Nations

Nadere informatie

Voorzorg is niet onredelijk. WF Passchier Gezondheidsraad en Universiteit Maastricht

Voorzorg is niet onredelijk. WF Passchier Gezondheidsraad en Universiteit Maastricht Voorzorg is niet onredelijk WF Passchier Gezondheidsraad en Universiteit Maastricht Kindermobieltjes en voorzorg Child warning over mobile phones Parents should ensure their children use mobile phones

Nadere informatie

Praktijkkennis van leerkrachten als ontwerpers van een ICT-rijke leeromgeving Promovendus Paper presentatie ORD 2011

Praktijkkennis van leerkrachten als ontwerpers van een ICT-rijke leeromgeving Promovendus Paper presentatie ORD 2011 Praktijkkennis van leerkrachten als ontwerpers van een ICT-rijke leeromgeving Promovendus Paper presentatie ORD 2011 Ferry Boschman, Susan McKenney & Joke Voogt Universiteit Twente Vakgroep C & O Beginnende

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in de Buurtmoestuin

Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in de Buurtmoestuin Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in de Buurtmoestuin Een kwalitatief onderzoek naar de gepercipieerde (gezondheids)effecten van gezamenlijk tuinieren Ontspanning en Sociale Contacten Groeien in

Nadere informatie

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope Een onderzoek naar de relatie tussen sociale steun en depressieve-

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Positionering en idee ontwikkeling. zondag 2 december 12

Positionering en idee ontwikkeling. zondag 2 december 12 Positionering en idee ontwikkeling Agenda Review presentaties Customer Journey Positionering Van Cover Story naar Ideeën HKJ s Forced-Fit Huiswerk Customer Journey Vragen? Hoe was het bezoek? Customer

Nadere informatie

Weconomics. Paul Bessems

Weconomics. Paul Bessems Van organisaties naar organiseren Weconomics een nieuwe kijk op samenwerken en delen Paul Bessems Vereniging SOD 12-12-2013 Paul Bessems Nieuwdenker www.paulbessems.com paul.bessems@gmail.com 06 20 30

Nadere informatie

Software Processen. Ian Sommerville 2004 Software Engineering, 7th edition. Chapter 4 Slide 1. Het software proces

Software Processen. Ian Sommerville 2004 Software Engineering, 7th edition. Chapter 4 Slide 1. Het software proces Software Processen Ian Sommerville 2004 Software Engineering, 7th edition. Chapter 4 Slide 1 Het software proces Een gestructureerd set van activiteiten nodig om een software systeem te ontwikkelen Specificatie;

Nadere informatie

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 5 juli 2011 Onderwijsondersteunende

Nadere informatie

Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr.

Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr. Het verbeteren van de integratie van zieke werknemers door aandacht voor hun dubbele rol (Universiteit Utrecht) Projectleider: Prof. dr. Trudie Knijn Onderzoekers: dr. Mira Peeters, drs. Marta Dijkgraaf,

Nadere informatie

De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1

De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1 De Rol van Sense of Coherence bij de Glucoseregulatie bij Mensen met Diabetes Type 1 The Role of Sense of Coherence in Glucose regulation among People with Diabetes Type 1 Marja Wiersma Studentnummer:

Nadere informatie

Annual event/meeting with key decision makers and GI-practitioners of Flanders (at different administrative levels)

Annual event/meeting with key decision makers and GI-practitioners of Flanders (at different administrative levels) Staten-Generaal Annual event/meeting with key decision makers and GI-practitioners of Flanders (at different administrative levels) Subject: Sustainable Flemish SDI Nature: Mobilising, Steering Organisers:

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult)

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Mag ik thuiswerken? Een onderzoek naar de attitudes van managers t.a.v. telewerkverzoeken Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Nederland

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

EndParalysis foundation Financial report- Year 2014

EndParalysis foundation Financial report- Year 2014 EndParalysis foundation Financial report- Year 2014 Established by Jaap Pipping, Treasurer, February 2 nd, 2014 Version francaise: ici Nederlandse versie: hier EndParalysis foundation Non-profit organization

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW)

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) 14 november 2014 2 PROGRAMMA ESFRI Roadmap, wat is het en waar doen we het voor? Roadmap 2016 Verschillen met vorige Schets

Nadere informatie

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Opbouw presentatie 1. Uitgangspunten veranderingen G2 - > G3 2. Overzicht belangrijkste

Nadere informatie

Business Architectuur vanuit de Business

Business Architectuur vanuit de Business Business Architectuur vanuit de Business CGI GROUP INC. All rights reserved Jaap Schekkerman _experience the commitment TM Organization Facilities Processes Business & Informatie Architectuur, kun je vanuit

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie