RAR2013/115 RAR2(M3/115. RECHIBANICIVUDDEN-NEDERLAND 24 april 2013, nr / HSt (Mr. H.M.M. Steenberghe)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RAR2013/115 RAR2(M3/115. RECHIBANICIVUDDEN-NEDERLAND 24 april 2013, nr. 321585 /12-566 HSt (Mr. H.M.M. Steenberghe)"

Transcriptie

1 RAR2013/115 van de arbeidsovereenkomst heeft voorgesteld, doch dat werknemer dat aanbod heeft afgeslagen en daarop niet is teruggekomen. Gelet op hetgeen het hof onder 53 heeft overwogen over het door werkgeefster in werknemer te stellen vertrouwen, heeft werkgeefster niet disproportioneel gereageerd door een spoedig einde van de arbeidsovereenkomst na te streven. Ook dit onderdeel van grief III kan niet tot vernietiging van het vonnis leiden. De grief wordt verworpen. 5.6 In grief IV komt werknemer op tegen de Weigering van de kantonrechter om hem en X opnieuw te horen. Voorts meent werknemer, gelet op de uitspraak van de bestuursrechter in zijn WWzaak, dat ook de moeder en de vriend van X nog gehoord hadden moeten worden. De reden die werknemer heeft opgegeven voor het opnieuw horen van X is, dat hij haar nog de vraag wilde stellen waarom zij de later, na het door werknemer betwiste voorval, ingestapte passagier niet heeft aangeklampt Het hof overweegt dat er voor het horen van een reeds eerder gehoorde getuige een goede reden moet worden opgegeven. Werknemer heeft niet uitgelegd waarom, in het licht van de verklaring van X dat zij na het incident "versteend" raaldre en "dicht sloeg van angst", het niet aanldampen van een later ingestapte passagier een ander licht op de zaak zou weipen. De kantonrechter heeft dan ook terecht het voorstel afgewezen om X in het kader van het opgedragen tegenbewijs opnieuw te horen. Nu werknemer zelf opnieuw gehoord wilde worden naar aanleiding van de nieuwe getuigenverklaring van X, was voor het horen van werknemer ook geen reden meer. In hoger beroep heeft werlmemer geen andere, betere reden voor het nogmaals horen van X en hemzelf opgegeven, zodat voor een herziening van het hiervoor gegeven oordeel over de toewijsbaarheid geen plaats is. Het in appel gedane aanbod om de vriend en de moeder van X als getuigen te horen dient te worden gehonoreerd ondanks ontbrekende specificatie van hetgeen waarover zij gehoord moeten worden. In eerste aanleg zijn in het kader van het door werknemer te leveren tegenbewijs nog geen getuigen gehoord en het gaat derhalve niet om een aanvullend bewijsaanbod, waaraan strengere eisen gesteld mogen worden (vgl. HR 3 december 2012, LJN BU7245, NJ 2012/96). Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor uitiating door partijen als hierna vermeld. 6. De beslissing Het hof, recht doende in hoger beroep: verklaart het hoger beroep van werknemer tegen het tussenvonnis van 1 juli 2011 ongegrond; laat werknemer toe tot tegenbewijs tegen het voorshands bewezen geachte feit dat aan zijn ontslag ten grondslag is gelegd; RECHTSPRAAK ARBETOSRECHT bepaalt dat, indien werknemer dat bewijs (ook) door middel van de vriend en de moeder van X als getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. M.E.L Fikkers, (...) en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip; (...) houdt de zaak aan voor het overige. RAR2(M3/115 RECHIBANICIVUDDEN-NEDERLAND 24 april 2013, nr / HSt (Mr. H.M.M. Steenberghe) Art 7:658a BW, Regeling Beleidsregels Beoordelingskader Poortwachter LJNCA0043 ECLI:NL:RBMNE:2013:CA0043 Aansprakelijkheid. Loondoorbetalingsverplichting. Loonsanctie. Is arbodienst aansprakelijk voor verlengde loondoorbetalingsverpliditiog van werltgever als gevolg van een loonsanctie door het UWV? Tussen eiseres en gedaagde bestaan overeenkomsten op grond waarvan Achmea, en later365, arbodiensten verlenen aan eiseres. Het UWV legt eiseres de verplichting op het loon één jaar langer dan de wachttijd WIA door te betalen omdat zij niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichting Het starten van een spoor 2-traject heeft pas één jaar en negen maanden na de eerste ziektedag gestalte gekregen, terwijl na een jaar ziekte bleek dat werknemer slechts ander werk verrichtte zonder loonwaarde en er op dat moment desondanks geen spoor 2-traject werd ingezet In de onderhavige procedure vordert eiseres schadevergoeding van de respectieve arbodiensten in verband met de nietnakomingvan haarverplichtingtotverzuimbegeleiding, in het bijzonder hetnalaten om re-integratie tweede spoor te adviseren en te initiëren. Rb.: Voor de beantwoording van de vraag of365 te lang heeft gewacht met het inzetten van de re-integratie tweede spoor acht de rechtbank de Beleidsregels Beoordelingskader Poortwachter van 3 december 2002 van belang. Hierin is duidelijk bepaald dat bij de eerstejaarsevaluatie de re-integratieactiviteiten van het eerste jaar geëvalueerd dienen te worden en dat, als daarbij blijkt dat de re-integratie in het eigen bedrijf nog geen resultaat heeft opgeleverd, mag worden verwacht dat werkgever en werknemer dan naast de wellicht nog lopende activiteiten voor re-integratie in het eigen bedrijf tevens voorbereidingen starten met het oog op re-integratie bij een andere werkgever. Deze kunnen slechts achterwege blijven als ernog concreet perspectief bestaat op hervatting in het eigen bedrijf. Om de genoemde evaluatie goed te kunnen ma- 684 AfI RAR

2 RECHTSPRAAK ARBEIDSRECHT RAR 2013/115 ken, was het voor 365 noodzakelijk om informatie te hebben over de activiteiten gedurende het eerste jaar van ziekte van werknemer. De bedrijfsarts en met hem 365, heeft zich te weinig actief getoond om een goede evaluatie te malcen van het eerste jaar. Los daarvan mocht van 365 verwacht worden dat zij naar aanleidingvan de eerstejaarsevaluatie voorbereidingen voor de re-integratie tweede spoor trof De keuze om eerst arbeidsdeskundig onderzoek te laten doen op de werkplek van werknemer, doet niet af aan de verplichting de re-integratie tweede spoor te starten. 365 heeft niet als een redelijk handelend arbodienst gehandeld door te verzuimen om reeds bij de eerstejaarsevaluatie een aanvang te maken met de re-integratie tweede spoor van werknemer, althans om daartoe duidelijk te adviseren. Vijfmaanden na de eerstejaarsevaluatie is veel te laat De loonsanctie en de daaruit voortvloeiende schade van werkgever is in redelijkheid toe te rekenen aan het tekortschieten van 365. Het beroep van 365 op de exoneratiebeperking uit haar overeenkomst met werkgever is, onder meer gezien de ernstige fout van 365 en het niet voldoen aan de vanzelfsprekende verwachting het risico op loonsanctie zo gering mogelijk te maken, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere informatie over de loonl<osten en houdt iedere verdere beslissing aan. Zie ooia CRvB 1 mei 2013, IJN BZ8987: werkgever heeft onvoldoende inspanningen verricht om het verschil van inzicht op te lossen en heeft zich bij het vastlopen van de re-integratiepogingen in het eigen werk onvoldoende gericht op het inzetten van hettweede spoor; CRvB 24 april 2013, LJN BZ8612: traject tweede spoor nog niet afgerond, loonsanctie niet bekort:; Hof Amsterdam 1 september 2005, JAR 2006/300: aansprakelijldieid bedrijfsarts wegens onvoldoende actieve verzuimbegeleiding; Rb. Utrecht 12 november 2008, IJN BG4230, NJF , JAR 2009/11: aansprakelijkheid arbodienst voor verkeerd advies over re-integratie. Beroep op exoneratiebeding verworpen; D.P.0. den Daas, 'De loonsanctie: sociale zekerheidsrechtelijk schouwspel voor arbeidsrechtelijk publiek', ArbeidsRecht 2006/2; EG. Laagland, 'Aansprakelijkheid van de bedrijfsarts brj verzuimbegeleiding', TRA 2009/64; S, de Lange en D.P. van Straten, 'De verantwoordelijkheid van de werkgever voor adviezen en handelen van de arbodienst: een risicoaansprakelijkheid?', ArbeidsRecht 2010/19. Zie anders: Rb. Utrecht 19 olrtober 2011, LJN BU3636, JAR 2011/310: arbodienst heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die mocht worden verwacht; haar verweer treft doel dat werkgever verzuimd heeft tegen de beslissing op bezwaar in beroep te gaan. Gevolgen loonsanctie kunnen niet aan arbodienst worden toegerekend; Rb. Utrecht 16 juli 2008, LJN BD7662: bedrijfsarts niet aansprakelijk voor slordigheden verzuimbegeleiding. Wenk: De verlenging van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte ex art. 7:629 BW, kort gezegd de loonsanctie, kan maar liefst tot een heel jaar extra loon doorbetalen leiden. Afgezien van de loonsanctie om administratieve redenen, zal de sanctie worden opgelegd in het geval het UWV oordeelt dat de werlcgever meer had moeten doen voor de re-integratie van de werknemer. Voorbeelden daarvan zijn het niet of onvoldoende opvolgen van het advies van de arbodienst, het aanbieden van passend werk terwijl er werk was dat als meer passend moest worden beschouwd, het nalaten van het doen van aanpassingen aan de werkplek en het nalaten van zoeken naar passend werk buiten de eigen organisatie (tweede spoor re-integratie). Met name bij het nalaten van zoeken naar passend werk buiten de eigen organisatie worden veel loonsancties opgelegd. In de onderhavige Itwestie werd een arbodienst voor dat nalaten aansprakelijk geacht Hoewel de werl^gever uiteindelijk verantwoordelijk blijft voor de re-integratieverplichtingen uit hoofde van art 7;658a BW kon in deze zaak de schade veroorzaakt door een traag acterende bedrijfsarts op die arbodienst verhaald worden. Bijzonder was dat laatstgenoemde daarbij geen beroep toel<wam op de bepaling uit de opdrachtovereenkomst die de aansprakelijkheid beperkte tot de vergoeding die de werkgever aan de arbodienst voor haar diensten diende te betalen over een periode van drie maanden. Voor de arbodiensten bepaald een waarschuwing om te handelen overeenkomstig het toetsingskader van het UWV.. Wat daarbij in ieder geval als handvat kan dienen is het belang van het opschudmoment: bij de eerstejaarsevaluatie dient te worden overgegaan tot het treffen van voorbereiding voor de re-integratie tweede spoor. Dit is alleen anders indien er een concreet perspectief is op hervatting bij de eigen werkgever. De afwezigheid van een dergelijk concreet perspectief kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat de werkzaamheden die werknemer doet geen loonwaarde hebben. Werkgever doet er goed aan om bij twijfel beide sporen te bewandelen. Zoals blijkt uit deze uitspraak staat het doen van een arbeidsdeskundig onderzoek naar de vraag of re-integratie bij werkgever mogelijk is, namelijk niet in de weg aan het aanvangen van de re-integratie tweede spoor. Gezien de tijd en kosten die met een civielrechtelijke procedure gepaard gaan, blijft het voor werkgevers ook zeker wenselijk om bij twijfel over de activiteiten van de bedrijfsarts, een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV over de RAR AfLlO

3 RAR2013/115 RECHTSPRAAK ARBETOSRECHT re-integratie-inspanningen. Valt dat negatief uit voor de werkgever, dan kunnen de inspanningen wellicht nog worden bijgestuurd, en kan een loonsanctie worden vermeden. X B.V. eiseres, adv. mr. M.P. Poelman, tegen 1. Achmea Vitale B.V, te Zeist, gedaagde, adv. mr. F.A.M. Knüppe, en B.V., te Utrecht, gedaagde, adv. mr. H. Dammingh. Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: (...) 2. De feiten 2.1. Tussen Achmea en eiseres bestond vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2010 een overeenkomst (WerkAttentpoIis) op grond waarvan Achmea als opdrachtnemer MBO-diensten verleende aan eiseres en Achmea bij Interpolis als verzekeraar verzekerd was tegen het risico van loondoorbetaling bij zielrte. Deze overeenkomst is per 1 januari 2010 door eiseres opgezegd Eiseres heeft per 1 januari 2010 met ArboNed B.V., de rechtsvoorganger van 365, een overeenkomst (Overeenkomst Zorgmanagement Aegon-ArboNed) gesloten op grond waarvan ArboNed B.V, en later 365, Arbodiensten hebben verleend aan eiseres De heer A, verder: A, was in dienst bij eiseres als technisch directeur. Eiseres is een bedrijf dat zich bezig houdt met reparatie en onderhoud van vrachtwagens. Bij eiseres zijn 9 monteurs, een administratief medewerkster en een technisch directeur in dienst A is op 27 januari 2009 arbeidsongeschilct geworden Het UWV heeft op 24 november 2010 besloten dat eiseres ten aanzien van A niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichring en dat eiseres tot 24 januari 2012 het loon aan Van A dient door te betalen. In het arbeidsdeskundigrapport dat aan het besluit van het UWV ten grondslag ligt staat voor zover relevant: "Zijn de inspanningen van de werl<gever voldoende geweest? Nee, want de werknemer is niet structureel werkzaam geweest in werk dat aansluit bij de resterende ftinctionele mogelijkheden cq. er is geen sprake van stracturele werkhervatting met een loonwaarde van tenminste 65% van het oorspronkelijke looa Het starten van een spoor 2-traject heeft pas op 14 september 2010 gestalte gelcregen, terwijl na een jaar zielcte bleek dat de werknemer'slechts'anderwerk verrichte zonder loonwaarde en er op dat moment desondanks geen spoor 2-traject werd ingezet De inspanningen zijn derhalve onvoldoende geweest" Bij brief van 13 januari 2011 heeft de raadsman van eiseres Achmea aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt als gevolg van de haar opgelegde verlengde loondoorbetalingsverplichting en voor de kosten die verband houden met het aantekenen van bezwaar tegen de loonsanctie wegens niet nakoming van haar verplichting tot verzuimbegeleiding, in het bijzonder het nalaten om re-integratie 2de spoor te adviseren en te initiëren en het te lang wachten met het doorsturen van het dossier aan Bij brief van 29 maart 2011 heeft de raadsman van eiseres (de rechtsvoorganger van) 365 hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt bestaande uit de salariskosten van 3.935,93 per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en de autokosten en de kosten van de bezwaarprocedure en de kosten van rechtsbijstand wegens niet nakoming, in het bijzonder het aannemen van een te afwachtende houding en het te lang wachten met het inzetten van re-integratie 2de spoor Het UWV heeft op 5 oktober 2011 besloten dat eiseres de tekortkoming in haar re-integratieverplichting jegens A heeft hersteld en dat de periode van de loonsanctie wordt verkort tot 16 november Het UWV WERKbedrijf heeft op verzoek van eiseres toestemming verleend om de arbeidsovereenltomst met A op te zeggen tot uiterlijk 22 maart 2012 omdat binnen een termijn van 26 weken geen herstel van A voor eigen of passend werk te verwachten is. 3. De vordering van eiseres 3.1. Eiseres vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de hoofdelijke veroordeling van Achmea en 365 tot betaling van te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2012 en de hoofdelijke veroordeling van Achmea en 365 in de proceskosten Achmea en365 hebben afzonderiijk gemotiveerd verweer gevoerd waarvan de inhoud, voor zover relevant bij de beoordeling aan de orde zal komen. Zij hebben beiden geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van eiseres en de veroordeling van eiseres in de proceskosten. 4. De beoordeling van de aansprakelijl<heid van Achmea 4.1. De kern van het verwijt dat eiseres aan Achmea maakt is dat zij verzuimd heeft om reeds in het eerste ziektejaar van A de re-integratie 2de spoor op te starten toen duidelijk was dat terugkeer van A in de eigen of een passende functie niet (meer) mogelijk was. Die duidelijkheid was er volgens eiseres in oktober/november In het bijzonder stelt eiseres dat van Achmea als redelijk bekwaam handelende Arbo-dienst in oktober/november 2009 verwacht mocht worden de re-integratie 2de spoor te adviseren omdat: A de re-integratie 1ste spoor niet aankon, de werkzaamheden die A verrichtte beperkt waren tot klusjes die niet of nauwelijks verband hielden met zijn kerntaken, er geen duidelijk 686 Afl RAR

4 RECHTSPRAAK ARBHDSRECHT RAR 2013/115 aanwijsbare redenen waren voor het slecht verlopen van de re-integratie en gelet op de beperkte omvang van het bedrijf van eiseres er geen passende functie voor A beschikbaar was. Tevens maakt eiseres aan Achmea het verwijt dat zij het dossier betreffende A, en in het bijzonder het nog te bespreken rapport van HSK, niet tijdig, althans pas in februari 2010 aan 365 ter beschilddng heeft gesteld als gevolg waarvan zij niet zorg gedragen heeft voor de continuïteit in de verzuimbegeleiding van A. 4.2, Achmea stelt dat bij ziekte het primaire uitgangspunt is dat de werlcnemer bij de werkgever reïntegreert in de eigen dan wel een passende functie en dat in het eerste jaar van ziekte re-integratie 2de spoor niet eerder aan de orde komt dan nadat gebleken is dat re-integratie in de eigen of passende arbeid bij de werlcgever niet (meer) tot de mogelijldieden behoort De kern van haar betwisting is dat het in de periode dat zij voor de verzuimbegeleiding van A verantwoordelijk was, dat is de periode vanaf de eerste zielrtedag van A (27 januari 2009) tot de dag waartegen eiseres de overeenkomst met Achmea heeft opgezegd (1 januari 2010), het niet duidelijk is geworden dat A niet meer zou kunnen temgkeren in zijn eigen of een passende fiinctie bij eiseres. 43. Gelet op de stellingen van partijen is niet in geschil dat van een redelijk belcwame Arbodienst verwacht mag worden dat zij de werkgever het aanvangen van re-integratie 2de spoor adviseert, en die re-integratie 2de spoor ook initieert zodra duidelijk is dat re-integratie 1ste spoor in de eigen of een passende functie bij de werkgever niet (meer) tot de mogelijkheid behoort De rechtbank acht dit uitgangspunt ook juist omdat het ook is verwoord in de Beleidsregels beoordelingskader Poortwachter van 3 december 2002 (Stcrt 2002 nr326, laatstelijk gewijzigd op 17 oktober 2006, Stcrt 2006 nr. 224): "Hervattingmogelijkheden bij een andere werkgever komen pas aan de orde als hervatting in eigen of passend werk binnen het bedrijf niet meer mogelijk is. Deze volgorde van prioriteiten vloeit voort uit het feit dat hervatting in het eigen bedrijf, liefst in eigen werk, het meest duurzaam en succesvol blijkt" Dit uitgangspunt brengt met zich dat voor de aansprakelijldieid van Achmea beslissend of en zo ja wanneer het haar "duidelijk had moeten zijn dat re-integratie 1ste spoor niet (meer) mogelijk was. Eiseres stelt dat dat in oktober/november 2009 het geval was. Achmea betwist dat en stelt dat pas eind 2009 zich aftekende dat re-integratie bij eiseres niet meer mogelijk was Voor de beantwoording van de vraag of het Achmea reeds in ol<tober/november 2009 duidelijk had moeten zijn dat re-integratie 1ste spoor niet meer mogelijk is, acht de rechtbank de volgende vaststaande feiten van belang. Op 16 april 2009 is door A en eiseres een plan van aanpak WIA ondertekend. Dat plan vermeldt als einddoel van de re-integratie de weri<hervatting door A in de eigen functie. Ten aanzien van de in dat kader te nemen stappen vermeldt het plan van aanpak: "Vooralsnog zijn er geen arbeidsmogelijldieden. Vooralsnog ga ik ervan uit dat de belastbaarheid van dhr. A geleidelijk zal toenemen en dat hij op termijn weer volledig in zijn eigen werk zal kunnen terugkeren. Concrete stappen in werkhervatting kan ik nu nog niet aangeven. Ik adviseer vooralsnog een maandelijlcs evaluatiegesprek met de bedrijfsarts". Naar aanleiding van een spreekuurbezoek van A aan de bedrijfsarts, de heer B, adviseert B namens Achmea aan eiseres: "Het. gaat steeds beter met dhr. A. (...) Ik verwacht dat de belastbaarheid van dhr. A nog verder zal verbeteren. Dhr. A werkt momenteel 5 halve dagen per week in aangepast eigen werk. Ik heb met dhr. A de volgende afspraken m.b.t de re-inegratie gemaald:: (...)." De afspraak met A hield in dat hij geleidelijk, te beginnen per 6 juli 2009 gaat proberen uit te breiden naar 5 uur per dag met als doel dat hij in week 37 probeert weer volgens contracturen te gaan werken in aangepast werk Eind september werldie A voor 40 uur in aangepast werk. Omdat dat dat werk niet of nauwelijks tot zijn eigen functie behoorde, vlotte de re-integratie van A in de eigen functie niet Om die reden adviseerde de bedrijfsarts om een neuropsychologisch belastbaarheidsonderzoek bij A te laten doen. De consulent van Achmea schrijft eiseres op 8 old:ober2009: "Dhr. A hoopt op termijn weer volledig zijn werk te kunnen doen. U als werkgever betwijfelt echter of dit wel haalbaar is, met andere woorden of dhr. A in de toekomst het eigen werk nog wel (aan) zal lainnen. Ik adviseer u om een psychologisch belastbaarheidsonderzoek te laten verrichten. Dhr. A gaat hiermee accoord en ik zal proberen om dit in gang te zetten. Daarnaast adviseer ik dhr. A om te proberen de komende weken wat taken in het eigen werk op te pakken onder supervisie. Middels beide acties kunnen we duidelijk Icrijgen in hoeverre terugkeer in het eigen werk nog haalbaar is". Dat onderzoek is in opdracht van de bedrijfsarts verricht door HSKgroep te Breda, verder: HSIC In het rapport van HSIC staat als reden voor de aanvraag vermeld: "De werkgever twijfelt of betrokkene zijn oude werlczaamheden nog aan kan". Daarop sluit de vraagstelling aan HSK aan: "Beschild: betrokkene over voldoende cognitieve capaciteit om de functie van manager aan te kunnen?". De beantwoording van deze vraag is van belang voor de mogelijkheden van A om te re-integreren in de eigen functie HSK concludeert in haar rapportage van 12 november 2009 dat er bij A sprake is van beperkingen. HSK beantwoordt de haar voorgelegde vraag aldus: RAR Aa

5 RAR2013/115 RECHTSPRAAK ARBEIDSRECHT "Bovenstaande beperkingen" Icunnen van invloed zijn op de geconstateerde problemen in de werlöituade. (...) In het werk van betroldcene kan dit resulteren in een overhaaste werlwvijze en gebrek aan overzicht Waarschijnlijk compenseert betrokkene dit door hard te werken." 4.7. Nadat het HSK-rapport door de bedrijfsarts en A ontvangen is heeft op 17 december 2009 een driegesprek plaatsgevonden waaraan A, eiseres en de bedrijfsarts deelnamen. De bedrijfsarts had een ftjnctiemogelijkhedenlijst opgesteld en heeft in dat gesprek geadviseerd een arbeidsdeskundig onderzoek te laten doen om de mogelijkheden te onderzoeken voor het eventueel opstarten van het 2de spoor Op grond van de feiten zoals in 4.4 t/m 4.7 weergegeven is de stelling van eiseres dat het Achmea reeds in oldiober/november, althans in ieder geval na kennisname van het rapport van HSK, duidelijk had moeten zijn de re-integratie 1ste spoor niet meer inogelijk was, onjuist Eiseres gaat kennelijk van de veronderstelling uit dat die duidelijkheid reeds voortvloeit uit haar oordeel dat re-integratie 1ste spoor niet mogelijk was. Haar stelling dat zij voortdurend aan Achmea heeft laten weten dat A zijn werk in het geheel niet meer kon verrichten moet ook in dat kader begrepen worden. Met deze veronderstelling miskent eiseres dat Achmea zich bij het door haar te voeren verzuimbeleid niet alleen moet laten leiden door de opvatting van de werkgever, maar evenzeer daarbij rekening dient te houden met de opvatting van de werknemer en mogelijldieden die de bedrijfsarts bij A aanwezig achtte. Juist omdat de werknemer in oktober 2009 daadwerkelijk bij eiseres werkzaam was gedurende een aanzienlijk aantal uur per week en (overeenkomstig het doel van het plan van aanpak) tegenover Achmea de hoop had uitgesproken zijn werkzaamheden volledig te kunnen hervatten, stond in olrtober 2009 nog geenszins vast dat re-integratie 1ste spoor niet meer mogelijk was. Gegeven de mening van eiseres en het feit dat A nog niet of nauwelijks werkzaamheden van zijn functie verrichtte, is het alleszins begrijpelijk dat Achmea nader onderzoek door HSK wilde laten doen naar de mogelijkheden van A om zijn functie te hervatten. Evenmin stond na het gereedkomen van de rapportage van HSK vast dat re-integratie 1ste spoor niet (meer) mogelijk was. HSK concludeert immers dat de bij A geconstateerde beperldngen de problemen op het werk kunnen verklaren. Daarbij komt dat de beoordeling van de mogelijkheden van A om te re-integreren in het 1ste spoor niet alleen afhankelijk was van de rapportage van HSK maar ook van de mogelijkheden van A om onder supervisie wat taken in het eigen werk op te pakken. Omdat deze bevindingen op 17 december 2009 door de bedrijfsarts met A en eiseres besproken zijn, en door eiseres niet betwist is dat in dat gesprek de bedrijfsarts mede met het oog op de re-integratie 2de spoor een arbeidsdeskundig onderzoek naar de benutbare mogelijkheden van A heeft geadviseerd, is niet gebleken van een te laat adviseren en/of het te laat opstarten van re-integratie 2de spoor. Voor de beoordeling van het mogelijk te laat opstaren van re-integratie 2de spoor is de periode na 1 januari 2010 voor Achmea niet relevant omdat eiseres met ingang van die datum de overeenkomst met Achmea had opgezegd De tweede grondslag van de door eiseres gestelde aansprakelijkheid van Achmea betneft de stelling van eiseres dat Achmea niet tijdig het dossier aan 365 heeft overgedragen als gevolg waarvan 365 pas eind juli 2010 (en dus te laat) re-integratie 2de spoor heeft kunnen opstarten. Eiseres heeft haar stelling aldus feitelijk onderbouwd dat Achmea (pas) in februari 2010 een deel van het medisch dossier van A aan 365 heeft gegeven en dat het HSKrapport ontbrak. Het HSK-rapport is volgens eiseres pas eind juli 2010 door 365 van A gelcregen. Ter staving van haar stellingen heeft eiseres een verslag van 4 ol<tober 2010 van de bedrijfsarts van 365 in het geding gebracht waarin staat dat op 18 februari 2010 door365 informatie van Achmea ontvangen is en dat het HSK rapport op 22 juli 2010 ontvangen is. Achmea heeft betwist het (medisch) dossier te laat aan 365 gezonden te hebben. Zij heeft die betwisting nader feitelijk onderbouwd door aan te voeren dat zij in januari 2010 het dossier van A, inclusief het rapport van HSK, aan 365 heeft gezonden. Voor het geval 365 het HSK-rapport niet tijdig ontvangen mocht hebben, ontgaat Achmea de relevantie van dat verwijt omdat A het rapport ook heeft en 365 het rapport bij hem of anders bij HSK had kunnen opvragen Wanneer Achmea het HSK-rapport aan 365 heeft gestuurd is niet komen vast te staan. Ook indien aangenomen wordt dat het HSK-rapport niet door Achmea aan 365 ter beschikking is gesteld en het dossier niet eerder dan omstreeks 18 februari 2010 door Achmea aan 365 ter beschilddng is gesteld, levert dat nog geen aansprakelijldieid van Achmea jegens eiseres op. Omdat eiseres de overeenkomst met Achmea heeft opgezegd, rustte op haar de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat het dossier, waarvan eiseres zelf ook een groot deel ter beschikldng moet hebben gehad, bij 365 terecht komt Het gaat in het algemeen te ver om te stellen dat een opdrachtnemer (in dit geval Achmea) na beëindiging van de opdracht een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft voor de continuïteit van de dienstverlening door een opvolgend opdrachtnemer die met zich brengt dat zij, Achmea, binnen bepaalde termijn het dossier aan de opvolgend opdrachtnemer, in dit geval 365, ter beschikldng dient te stellen. Evenmin blijld: dat Achmea en eiseres over de termijn van overhandiging van het dossier aan 365 een specifieke afspraak hebben gemaald: Dit betekent dat van aansprakelijkheid als gevolg van de te late overhandiging eerst dan sprake kan zijn in geval van bijzondere omstandigheden 688 Afl RAR

6 REOTSPRAAK ARBEIDSRECHT RAR 2013/115 die met zich brengen dat 365 voor het lamnen aanvangen van de Arbodienstverlening afhanl<elijk was van de overdracht van het dossier door Achmea en Achmea dat wist of behoorde te weten. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn door eiseres niet gesteld en evenmin uit de door haar gestelde feiten gebleken. 4.n. Op grond van bovenstaande overwegingen komt de rechtbank tot het oordeel dat Achmea noch ten aanzien van het opstarten van re-integratie 2de spoor noch ten aanzien van het tijdstip van overhandiging van het dossier jegens eiseres tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingea 5. De beoordeling van de aanspralielijkheid van De kem van de aansprakelijkheidsstelling door eiseres van 365 betreft het verwijt dat 365 ten aanzien van de re-integratie van A na 1 januari 2010 een (veel) te afwachtende en passieve houding heeft aangenomen in afwachting van het dossier van Achmea zonder daar zelf achteraan te zitten en zelfstandig een aanvang te maken met de verzuimbegeleiding als gevolg waarvan de re-integratie 2de spoor veel te laat is aangevangen met de loonsanctie tot gevolg heeft betwist dat zij een afwachtende en passieve houding heeft aangenomen als gevolg waarvan de re-integratie 2de spoor te laat is opgestart Dat zij actief gehandeld heeft blijkt naar haar mening uit het feit dat zij reeds op 8 februari 2010 aangesmurd heeft op een arbeidsdeskundig onderzoek en dat de uitvoering van dat onderzoek door de opstelling van eiseres ernstige vertraging heeft opgelopen. Ondanks het late moment waarop 365 het dossier van Achmea ontving, heeft 365 de verzuimbegeleiding direct opgestart Voorts wijst 365 ten aanzien van de overhandiging van het dossier door Achmea op de eigen verantwoordelijkheid van eiseres voor de juiste informatieverstrekking aan 365 en op hetgeen dat daarover in artikel 9 sub a van de algemene voorwaarden is bepaald Voor de beantwoording van de vraag of 365 te lang heeft gewacht met het inzetten van re-integratie 2de spoor acht de rechtbank de Beleidsregels beoordelingskader Poortwachter van 3 december 2002 {Stat. 2002, nr. 326, laatstelijk gewijzigd op 17 oktober 2006, Stat 2006, nr. 224) van belang. In die beleidsregels staat onder meer: "Aan het eind van het eerste ziektejaar is een speciaal evaluatiemoment ingebouwd. Doel daarvan is dat werkgever en werlcnemer terug blikken op de re-integratie-activiteiten in het eerste ziektejaar en expliciet de vraag onder ogen zien of de re-integratie nog op de goede koers zit Zo nodig kunnen zij de gevolgde re-integratiekoers voor de komende periode bijstellen. Hoewel het plan van aanpak periodiek moet worden geëvalueerd, heeft de eerstejaarsevaluatie een extra dimensie. Dit omdat de uitkomst moet worden vastgelegd in het te zijner tijd op te stellen re-integratieverslag. Met name tijdens deze eerstejaarsevaluatie kunnen basale keuzes worden gemaald; bijvoorbeeld wat betreft reintegratie-inspanningen in het eigen bedrijf of bij een andere werlcgever. Mocht bijvoorbeeld blijken dat de re-integratie in het eigen bedrijf nog geen resultaten heeft opgeleverd, dan mag worden verwacht dat werkgever en werknemer dan naast de wellicht nog lopende activiteiten voor re-integratie in het eigen bedrijf tevens voorbereidingen starten met het oog op re-integratie bij een andere werlcgever. Re-integratieactiviteiten met het oog op werk bij een andere werkgever kunnen slechts achterwege blijven als er nog concreet perspectief bestaat op hervatting in het eigen bedrijf' Voorts is voor de beoordeling van de activiteiten van 365 neemt de rechtbank de volgende feiten tot uitgangspunt Het eerste ziektejaar van A eindigt op 27 januari Op 25 januari 2010 vindt een eerste periodieke evaluatie plaats. A brengt dan een spreekuurbezoek aan de bedrijfsarts van ArboNed. In het verslag staat te lezen: "Met name het onderzoek wat door HSK is uitgevoerd is cruciaal in de verdere advisering. (..,). Zodra het oude dossier beschikbaar is kan verder geadviseerd worden over het reïntegratiedoel (al dan niet terugkeer in het eigen werk) en over de zin van nader onderzoek op grond van eventuele blijvende beperldngen. Zodra het dossier beschikbaar is verstuurt betrokkene dit naar de arbodienst" De eerste jaarsevaluatie van 11 februari 2012 vermeldt; "ArboNed heeft het medisch dossier bij Achmea opgevraagd. Heden had ik daarover als bedrijfsarts nog niet de beschikking. Bedrijfsarts zal de gevraagde functionele mogelijkhedenlijst waarin belastbaarheidsbeperkingen vermeld worden, beschikbaar stellen zodra opgevraagde informatie bekend is." In het verslag van het spreekuur van 22 maart 2010 staat: "Advies. (...) Arbeidsdeskundig onderzoek laten doen: gelet op de aanhoudende beperldngen van betrokkene is aan te bevelen een arbeidsdeskundig onderzoek door een arbeidsdeskundige te laten verrichten. Hierbij worden de mogelijkheden en beperkingen met betrekking tot het verrichten van aangepaste werlczaamheden nauwkeurig in kaart gebracht (...)." Op 25 juni 2010 is het Arbeidsdeskundig Reïntegratie Onderzoek gereed. De conclusie luidt als volgt: "De werlcnemer is niet geschikt voor het eigen werk in de volledige omvang. Het eigen werk is in onvoldoende mate passend te maken. Er zijn geen re-integratiemogelijkheden bij de eigen werlcgever aanwezig die kunnen leiden tot een loonwaarde van >65%. De haalbaarheid voor passende arbeid op de reguliere arbeidsmarkt is afhankelijk van de ontwikkelingen in de be- RAR Aft

7 RAR2013/115 RECHTSPRAAK ARBEIDSRECHT lastbaarheid. Aanbevolen wordt een oriëntatie op arbeidsmarld: mogelijkheden via een erkend re-integratiebedrijf in te zetten (keurmerk Blik op Werk)." In het verslag van het spreekuur van 29 juli 2010 staat: "De bedrijfsarts heeft deze week een rapport 'neuropsychologisch onderzoek HSIC dd nov 2009 ontvangen van dhr. C, bedrijfsadviseur van de werkgever. (...) Betrokkene gaat door met huidig aangepast werk naar mogelijkheden. Betrokkenen beseft dat de werkgever deze mogelijkheden niet structureel heeft, reden waarom een bemiddeling 2e spoor (zoeken naar werk elders) is gestart" Uit deze feiten blijld; dat de arbeidsdeskundige van 365 op 25 juni 2010 adviseert om re-integratie 2de spoor in te zetten omdat op basis van zijn arbeidsdeskundig onderzoek blijld: de re-integratie 1ste spoor gericht op hervatting in de eigen.of een passende functie bij eiseres niet mogelijk is. De vraag die thans beantwoord dient te worden is of365, zoals eiseres stelt, eerder re-integratie 2de spoor had moeten adviseren en (doen) aanvangen Voor het antwoord op deze vraag neemt de rechtbank het onder 5,3 geciteerde deel van de Regeling beleidsregels beoordelingskader poortwachter tot uitgangspunt In de regeling is duidelijk bepaald dat bij de eerstejaarsevaluatie de re-integratie-activiteiten van het eerste jaar geëvalueerd dienen te worden en dat als daarbij blijkt dat de re-integratie in het eigen bedrijf nog geen resultaten heeft opgeleverd, mag worden verwacht dat werlcgever en werknemer dan naast de wellicht nog lopende activiteiten voor re-integratie in het eigen bedrijf tevens voorbereidingen starten met het oog op re-integratie bij een andere werkgever. Re-integratie-activiteiten met het oog op werk bij een andere werkgever kunnen slechts achterwege blijven als er nog concreet perspectief bestaat op hervatting in het eigen bedrijf 5.7. Gelet op dit toetsingskader diende bij de eerstejaarsevaluatie een evaluatie plaats te vinden van de re-integratie-activiteiten van het afgelopen jaar. Om die evaluatie goed te Icunnen maken, was het voor 365 noodzakelijk om informatie te hebben over de activiteiten gedurende het eerste jaar van ziekte van A. Juist vanwege deze noodzaak diende 365 bij Achmea actief informatie in te winnen over de re-integratie-activiteiten in het eerste zield:ejaar vana. Dat365 deze actieve houding in voldoende mate heeft gehad, blijkt niet uit de eerste jaarsevaluatie. Daaruit blijict namelijk niet meer dan dat 365 het dossier bij Achmea heeft opgevraagd en dat de bedrijfsarts bij de evaluatie daarover nog niet de beschikking had. Het enkele opvragen van het dossier is onvoldoende. De bedrijfsarts had ook zonder de beschikking te hebben over het dossier bij de bedrijfsarts van Achmea kunnen nagaan wat de resultaten waren van de re-integratie-activiteiten in het eerste jaar en welke gegevens van belang zijn voor de beoordeling van het perspectief op hervatting van A bij eiseres. De bedrijfsarts heeft dat niet gedaan. Evenmin heeft de bedrijfsarts met HSK contact opgenomen terwijl reeds in zijn rapportage van 25 januari 2010 staat dat kennisname daarvan cmciaal is voor verdere advisering. Daarmee heeft hij zich, en met hem 365, te weinig actief getoond om een goede evaluatie te maken van het eerste jaar. 365 kan zich niet achter artikel 9 van haar algemene voorwaarden verschuilen waarin is bepaald dat de werkgever (eiseres) verplicht is om alle informatie te verschaffen die 365 nodig heeft voor het deugdelijk uitvoeren van de overeengekomen diensten. Die verplichting van eiseres doet aan de eigen verantwoordelijkheid van365 voor een deugdelijke eerstejaarsevaluatie niet af 5.8. Los van de te passieve houding die 365 zich heeft aangemeten in het kader van de eerstejaarsevaluatie mocht van 365 verwacht worden dat zij naar aanleiding van de eerstejaarsevaluatie voorbereidingen voor re-integratie 2de spoor trof. In de Regeling beleidsregels beoordelingskader poortwachter staat duidelijk dat die voorbereidingen alleen dan achterwege gelaten kunnen worden indien er een concreet perspectief is op hervatting bij de eigen werlcgever. Uit de eerstejaarsevaluatie blijld: niet dat 365 een concreet perspectief aanwezig achtte van A op hervatting bij eiseres. Dat een dergelijk concreet perspectief niet aanwezig was blijict uit het feit dat de werlczaamheden die A bij eiseres deed geen enkele loonwaarde hadden. Vanwege het uitblijven van dat concrete perspectief hadden A en eiseres voorbereidingen moeten treffen voor reintegratie 2de spoor. 365 heeft ter nakoming van die verplichting door eiseres geen initiatief getoond en evenmin eiseres dienaangaande geadviseerd heeft er voor gekozen om eerst arbeidsdeskundig onderzoek te laten doen op de werkplek van A om een antwoord te krijgen op de vraag of re-integratie bij eiseres mogelijk is. De keuze doet echter aan de verplichting van eiseres om naar aanleiding van de eerstejaarsevaluatie de reintegratié tweede spoor te starten niet af Bovendien staat het arbeidsdeskundig onderzoek bij eiseres op geen enkele wijze in de weg aan het aanvangen van re-integratie 2de spoor. Dit. betekent dat de kritiek die 365 heeft op de door eiseres veroorzaakte vertraging bij de totstandkoming van het arbeidsdeskundig onderzoek, geen hout snijdt heeft niet als een redelijk handelend Arbodienst gehandeld door te verzuimen om reeds bij de eerstejaarsevaluatie een aanvang te maken met de re-integratie 2de spoor van A, althans om eiseres daartoe duidelijk te adviseren. 365 mag als professionele Arbodienst bekend worden verondersteld met de Regeling beleidsregels beoordelingskader poortwachter. Tevens mag zij verondersteld worden te weten dat het UWV bij de beoordeling van de re-integratie-activiteiten van eiseres, acht slaat op de aanvang van de re-integratie 2de spoor. 365 heeft eerst op 25 juni 2010 de start van re- 690 Afl RAR

8 RECHTSPRAAK ARBEIDSRECHT RAR2013/115 integratie 2de spoor aanbevolen. Dit is 5 maanden na de eerstejaarsevaluatie en daarmee veel te laat. Zij weet, althans behoort te weten dat het te laat starten van (het voorbereiden van) re-integratie 2de spoor voor het UWV aanleiding is om een loonsanctie op te leggen. Omdat het UWV bij beslissing van 24 november 2010 een loonsanctie aan eiseres heeft opgelegd vanwege het te laat starten van reintegratie 2de spoor, is de loonsanctie en de daarait voortvloeiende schade van eiseres, in redelijkheid toe te rekenen aan het tekortschieten van is dus jegens eiseres aansprakelijk voor de uit de loonsanctie voorvloeiende schade Ter afwering van haar aansprakelijkheid heeft 365 zich beroepen op het feit dat eiseres na gelaten heeft om bezwaar te maken en beroep in te stellen, tegen de beslissing van het UWV van 24 november Dit verweer lijkt feitelijke grondslag lijkt te missen omdat het UWV bij beslissing van 5 oldrober 2011 heeft geoordeeld dat eiseres de tekortkomingen in de re-integratie heeft hersteld en de loondoorbetalingsperiode heeft verkort tot 16 november Ook indien aangenomen wordt dat van bezwaar geen sprake is geweest, dan kan dat 365 niet baten. Van 365 had verwacht mogen worden dat zij haar verweer op dit punt feitelijk zou onderbouwen met beslissingen op bezwaar en/of na ingesteld beroep in soortgelijke zaken waaruit blijld: dat het instellen van bezwaar en beroep tegen de loonsanctie door eiseres kansrijk was. 365 heeft echter die feitelijke onderbouwing van de kans van slagen van een eventueel bezwaar en beroep achterwege gelaten. Door dat na te laten heeft 365 haar verweer op dit punt onvoldoende feitelijk onderbouwd, zodat die verder geen beoordeling meer behoeft heeft voor de omvang van haar aansprakelijkheid een beroep gedaan op artikel 14 van de overeenkomst met eiseres. In dat artikel is bepaald dat haar aansprakelijkheid beperkt is tot "een bedrag van ten hoogste dan wel het bedrag dat met de opdracht is gemoeid, met dien verstande dat bij duurovereenkomsten de totale aansprakelijkheid beperld: zal zijn tot de door de opdrachtgever te bepalen (de rechtbank leest: betalen) vergoeding over een periode van ten hoogste drie maanden direct voorafgaand aan het plaatsvinden van de schadeveroorzakende gebeurtenis". Omdat 365 over ,99 aan eiseres heeft gedeclareerd, bedraagt de omvang van haar aansprakelijkheid 818,99. Eiseres heeft aangevoerd dat 365 geen beroep kan doen op artikel 14 omdat de tekst daarvan onduidelijk is en, voorzover de tekst wel voldoende duidelijk geacht wordt, er sprake is van grove schuld aan de zijde van Ondanks de in artikel 14 van de overeenkomst voorkomende spellingsfout, is de inhoud daarvan voldoende duidelijk Bij een duurovereenkomst als de onderhavige is de aansprakelijkheid van 365 beperld: tot de vergoeding die eiseres aan 365 voor haar diensten dient te betalen over een periode van 3 maanden. Door eiseres is niet betwist dat toepassing van deze exoneratiebeperldng neer zou komen op een aansprakelijkheid van 365 voor een bedrag van 818,99. Het beroep dat eiseres heeft gedaan op de grove schuld van 365 verstaat de rechtbank als een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW. Daarin is bepaald dat een contractueel beding niet van toepassing is voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar is. Voor exoneratiebedingen, zoals artikel 14 van de overeenkomst, geldt in het algemeen dat een dergelijk beding buiten toepassing blijft indien de schade te wijten is aan bewiiste roekeloosheid Voor de beoordeling van het beroep van eiseres zijn alle omstandigheden van belang. De fout die 365 heeft gemaald: is ernstig te noemen. Van 365 als professionele Arbo-dienst mag worden verwacht dat zij op de hoogte is van het toetsingskader van het UWV. Tevens mag worden verwacht dat zij haar re-integratiediensten zo verleend dat hetrisicoop een loonsanctie zo gering mogelijk is. 365 heeft niet aan deze vanzelfsprekende verwachting voldaan door op het opschudmoment geen aanvang te maken met (het voorbereiden van) re-integratie 2de spoor terwijl van een concreet perspectief van A op hervatting bij eiseres geen sprake was en een dergelijk perspectief evenmin door 365 was vastgesteld. Voort heeft de bedrijfsarts verzuimd om met de bedrijfsarts van Achmea contact op te nemen om bij hem informatie in te winnen over de kansen op re-integratie 1ste spoor. Eveneens onjuist is dat 365 eerst de uitslag van het arbeidskundig onderzoek heeft afgewacht naar de re-integratiemogelijkheden van A bij eiseres. Voorts acht de rechtbank van belang dat 365 vrij eenvoudig er voor had kunnen zorgen dat de re-integratieactiviteiten van eiseres de toets van het UWV zouden hebben kunnen doorstaan. 365 heeft ook geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat geen aanvang met re-integratie 2de spoor gemaald: kon worden. Tevens is relevant dat de voor 365 kenbare schade van eiseres in zeer schril contrast staat met het bedrag waarvoor zij zich maximaal aansprakelijk acht terwijl 365 geen bijzonder belang heeft aangedragen voor (handhaving van) artikel 14 van de overeenkomst Gelet op al deze omstandigheden is het beroep van 365 op artikel 14 van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar Ten aanzien van de schade is tussen partijen niet in geschil dat de salariskosten die eiseres vanaf 27 januari 2011 tot 17 november 2012 ten behoeve van A heeft gemaakt voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de omvang van die salariskosten verschillen partijen van mening. 365 betwist dat de salariskosten in totaal bedragen. Zij heeft aangegeven dat de salarisstroken ontbreken en dat de loondoorbetalingsverplichting beperld: is tot 70% van het voor A geldende loon. RAR AfLlO

9 RAR2013/116 RECHTSPRAAK ARBEIDSRECHT Gelet op de betwisting van 365 zal eiseres in de gelegenheid gesteld worden om de salarisstroken over de periode januari 2011 tot en met november 2011 in het geding te brengen Eiseres heeft aangevoerd dat zij aan autokosten heeft gemaakt 365 heeft betwist dat er sprake is van schade die voor vergoeding in aanmerking komt Terzake van de autokosten is niet komen vast te staan dat er sprake is van schade die redelijkerwijs toegerekend dient te worden aan de loonsanctie. Eiseres heeft niet gesteld en evenmin feitelijk toegelicht dat zij de autokosten niet zou hebben gehad indien haar geen loonsanctie was opgelegd. Dit betekent dat op dit punt de schade onvoldoende feitelijk onderbouwd is Eiseres heeft aangevoerd dat zij voor aan exteme kosten heeft gemaakt in verband met het maken van bezwaar tegen de loonsanctie. 365 heeft deze kosten betwist omdat naar haar mening geen bezwaar is gemaald:.. Dat eiseres bezwaar tegen de loonsanctie heeft gemaakt blijld: uit de beslissing van 5 oktober 2011 van het UWV waarin het UWV oordeelt dat eiseres de tekortkomingen in de re-integratie heeft hersteld en dat de loondoorbetalingsperiode wordt verkort tot 16 november De kosten van zijn echter door eiseres niet voldoende aangetoond. Zij heeft een factuur van C van 28 december 2010 in het geding gebracht Omdat deze kosten reeds voor de aanvang van de dienstverlening door 365 zijn gemaakt kunnen die niet het gevolg zijn geweest van een tekortschieten van 365. Dit betekent dat ook dit deel van de vordering als onvoldoende feitelijk onderbouwd zal worden afgewezen Eiseres heeft gesteld dat zij voor aan interne kosten heeft gemaald: voor de begeleiding van de werlczaamheden van A vanaf eind januari Die begeleiding zou zijn gegeven door eiseres en dagelijks 3 uur hebben gekost 365 heeft aangegeven dat deze begeleiding helemaal niet nodig was omdat eiseres vanaf begin 2011 geen verplichting had om A in te zetten in haar bedrijf Door eiseres is niet aangetoond dat deze kosten redelijkerwijs toegerekend kunnen worden aan de loonsanctie. Juist omdat de loonsanctie gegrond is op het te laat inzetten van re-integratie 2de spoor in hettweede zield:ejaar, is zonder uitieg, die eiseres niet gegeven heeft, niet goed te begrijpen waarom zij in het derde zielctejaar van A door is gegaan met het maken van kosten voor de re-integratie 1ste spoor. Een verplichting daartoe had eiseres niet en volgde evenmin uit de loonsanctie. Dit betekent dat deze kosten niet als schade voor vergoeding in aanmerking komen. 6. De beslissing De rechtbank, verwijst de zaak van eiseres tegen 365 naar de rol van 22 mei 2013 voor het nemen van een aide aan de zijde van eiseres over de loonkosten betreffende A gedurende de periode januari tot en met november 2011 waarop vervolgens 356 bij antwoordald:e mag reageren; houdt de verdere beoordeling van beide zaken aan. RAR 2013/116 RECHIBANKNOORD-HOLLAND (KAMER VOOR KANTONZAKEN HAARLEM) 22 april 2013, nr / AO VERZ13-78 (Mr. E.C Smits) Art. 7:685 BW Prg. 2013/184 LJNCA0276 ECLI:NL:RBNHO:2013 :CA0276 Ontbinding arbeidsoveieenkomst Reoi^ganisatie. Wanneer is er sprake van uitwisselbare fiincties? Werknemer is werkzaam als 'warehouse coördinatof bij DHL ten behoeve van een specifieke Mant van DHL, namelijk Dell. Dell beëindigt de samenwerking met DHL DHLgaatovertoteen reorganisatiewaarbijwordt geconcludeerd dat de functie van de Dell warehouse coördinatoren verdv^jnt Volgens DHL is deze junctie niet onderling uitwisselbaar met andere functies. DHL verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ktr.: Omdat het gaat om een reorganisatie op bedrijfseconomische gronden zal met grote zorgvuldigheid moeten worden gewaakt voor misbruik in reorganisatieplannen van de stelling dat functies niet onderling uitwisselbaar zijn. Ook functies die niet in alle opzichten vergelijkbaar en gelijkwaardig zijn, kunnen naar inhoud, benodigde kennis etc zo dicht tegen éllmar aanliggen (nagenoeg vergelijl<baar/gelijkwaardigzijn) dat het redelijk is deze functies uitwisselbaar te achten. Door het UWV wordt daarom een zekere 'overdrachtsperiode'gehanteerd. DHL is ernietingeslaagd om aannemelijk te maken dat de junctie van Dell dedicated warehouse coördinator niet onderling uitwisselbaar is met de functies van warehouse coördinator voor andere Idanten. Bij de toetsing of functies onderling uitwisselbaarzijn gaat het zowel om de taken enerzijds als om de kennis en vaardigheden anderzijds. Niet aannemelijk is geworden dat de werknemer zich niet, na een zekere overdrachtsperiode, de regels, eisen en processen van een andere Idant eigen zou kunnen maken De conclusie is dat DHL het afspiegelingsbeginsel ten onrechte niet heeft toegepast Het verzoek wordt afgewezen. Zie ook: Kti-. Arnhem 21 juli 2005, MR 2005/105: de kantonrechter zoekt aansluiting bij het Ontslag- 692 Aft RAR

Aansprakelijkheid arbodienst

Aansprakelijkheid arbodienst Aansprakelijkheid arbodienst Aansprakelijkheid arbodienst voor verlengde loondoorbetalingsverplichting van werkgever als gevolg van een loonsanctie door het UWV? Tijdstip waarop integratie tweede spoor

Nadere informatie

Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen

Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen van werkgever mr. J.M. (Annemarie) Lammers-Sigterman advocaat Kantoor Mr. van Zijl B.V. Korvelseweg 142, 5025 JL Tilburg Postbus 1095, 5004 BB

Nadere informatie

3.8 RE-INTEGRATIEVERPLICHTINGEN VAN WERKGEVER EN WERKNEMER

3.8 RE-INTEGRATIEVERPLICHTINGEN VAN WERKGEVER EN WERKNEMER aanspraak op loon wanneer de werknemer erop heeft mogen vertrouwen dat de bedongen arbeid stilzwijgend is gewijzigd. Daarvoor is echter van belang dat is vastgesteld dat de werknemer blijvend ongeschikt

Nadere informatie

Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden

Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden RE-INTEGRATIE 1 e : Verplichtingen werkgever 2 e : Verplichtingen werknemer Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden 1 e : - bij contract

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-059 d.d. 23 februari 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en C.E. Polak, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Loonsanctie. mr. Hayat Barrahmun. 27 maart 2014

De Loonsanctie. mr. Hayat Barrahmun. 27 maart 2014 De Loonsanctie mr. Hayat Barrahmun 27 maart 2014 1 Eerste en tweede ziektejaar Re-integratie; Bedongen arbeid; Passende arbeid. 2 Vangnet-regeling/no-risk polis (I) Tegemoetkoming loondoorbetalingsplicht

Nadere informatie

Uitgangspunten beoordeling Poortwachtertoets Uittreksel uit de RIV-toets maart 2011

Uitgangspunten beoordeling Poortwachtertoets Uittreksel uit de RIV-toets maart 2011 Uitgangspunten beoordeling Poortwachtertoets Uittreksel uit de RIV-toets maart 2011 Redelijkheid Van werkgever en werknemer wordt verwacht dat zij al het mogelijke doen met het oog op de re-integratie.

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

De Loonsanctie. Hayat Barrahmun Anouk Cordang. Roermond, 19 juni 2013

De Loonsanctie. Hayat Barrahmun Anouk Cordang. Roermond, 19 juni 2013 De Loonsanctie Hayat Barrahmun Anouk Cordang Roermond, 19 juni 2013 1 Eerste en tweede ziektejaar Re-integratie Bedongen arbeid; Passende arbeid; 2 Re-integratiedossier Probleemanalyse, in de 6 de ziekteweek;

Nadere informatie

JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict

JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict. Ziekmelding na een arbeidsconflict En dan? ARBODIENST STECR WERKWIJZER ARBEIDSCONFLICTEN Deze werkwijzer wordt gebruikt voor de beoordeling

Nadere informatie

Dubbel U - Verzuimreglement

Dubbel U - Verzuimreglement Dubbel U - Verzuimreglement Inleiding In dit verzuimprotocol zijn de regels vastgelegd die gelden voor werknemers van Dubbel U die de werkzaamheden niet kunnen verrichten in verband met ziekte (hierna

Nadere informatie

Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM. Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV

Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM. Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV 1 Re-integratieverslag Het eerste spoor Deskundigenoordelen Het tweede spoor Loonsanctie WIA beoordeling Het re-integratieverslag

Nadere informatie

Kan ik een loonsanctie voorkomen?

Kan ik een loonsanctie voorkomen? Kan ik een loonsanctie voorkomen? UWV wil met een loonsanctie de werknemer van werk naar werk helpen. Maar ondanks die goede intentie, beweegt UWV in crisistijd soms nog te weinig mee met werkgevers. Juist

Nadere informatie

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014.

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-028 d.d. 23 september 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.P. Peijster en mr. J.B.B.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

De volgende partijen zijn betrokken bij de uitvoering van het ziekteverzuimbeleid.

De volgende partijen zijn betrokken bij de uitvoering van het ziekteverzuimbeleid. Verzuimprotocol Inleiding De Arbowet verplicht de werkgever tot het voeren van een ziekteverzuimbeleid. Dit protocol maakt deel uit van het verzuimbeleid. Het verzuimprotocol is bestemd voor alle werkgevers

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

Postbus 13346 3507 LH Utrecht Tel.: 030-220 10 70 Fax: 030-220 53 27 info@avdr.nl. Mr. K. Deelen. advocaat Unger Hielkema Advocaten. Mr. A. B.

Postbus 13346 3507 LH Utrecht Tel.: 030-220 10 70 Fax: 030-220 53 27 info@avdr.nl. Mr. K. Deelen. advocaat Unger Hielkema Advocaten. Mr. A. B. Mr. K. Deelen advocaat Unger Hielkema Advocaten Mr. A. B. van Els advocaat Unger Hielkema Advocaten Magna Charta Digital Law Review Loonsanctie voor de werkgever na 104 weken arbeidsongeschiktheid, loonsancties

Nadere informatie

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006.

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond

Nadere informatie

Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015

Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 Op 1 juli 2015 treedt het belangrijkste deel van de Wet werk en zekerheid in werking: de herziening van het ontslagrecht. Hoe die

Nadere informatie

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006.

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van

Nadere informatie

Ziekte en verzuim in de praktijk. Het kader. Wet Verbetering Poortwachter 1. Breda, 24 maart 2009

Ziekte en verzuim in de praktijk. Het kader. Wet Verbetering Poortwachter 1. Breda, 24 maart 2009 Ziekte en verzuim in de praktijk Breda, 24 maart 2009 Het kader Wet Verbetering Poortwachter Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (UWV) Burgerlijk wetboek Wet Verbetering Poortwachter 1 Ziekmelding

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-270 d.d. 1 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, de heer H. Mik RA en de heer G.J.P. Okkema, leden en mevrouw mr. I.M.M. Vermeer, secretaris)

Nadere informatie

Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding 1 Deel 1

Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding 1 Deel 1 Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding 1 3 1 Deel 1 Een kort overzicht van het geheel 5 1.1 Inleiding in het wettelijk kader 5 Samenvatting Kader voor inzet en beoordeling van re-integratie inspanningen (Toetsingskader)

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

Model verzuimprotocol

Model verzuimprotocol Model verzuimprotocol 1 Ziekmelding Bij ziekte moet de werknemer zich op de eerste ziektedag telefonisch ziekmelden bij zijn direct leidinggevende. Wordt een werknemer tijdens werktijd

Nadere informatie

Het artikel dat hieronder is weergegeven bevat de tekst zoals die gold op 30 juni 2008.

Het artikel dat hieronder is weergegeven bevat de tekst zoals die gold op 30 juni 2008. Het artikel dat hieronder is weergegeven bevat de tekst zoals die gold op 30 juni 2008. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van

Nadere informatie

Academie voor de Rechtspraktijk

Academie voor de Rechtspraktijk Academie voor de Rechtspraktijk Loonsanctiejurisprudentie P.S. Fluit fluit@stadhouders.nl 1 september 2015 Juridische kaders loonsanctie WvP Art. 25 en 65 Wet WIA; Art. 7: 658a BW; Arbeidsomstandighedenwet

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

De zieke werknemer, de werkgever en. Vereniging voor Arbeidsrecht Den Haag 10-06-2010

De zieke werknemer, de werkgever en. Vereniging voor Arbeidsrecht Den Haag 10-06-2010 De zieke werknemer, de werkgever en Vereniging voor Arbeidsrecht Den Haag 10-06-2010 Eric van der Jagt verzekeringsarts / beleidsmedewerker UWV SMZ CEC Amsterdam Poortwachter Re-integratieverslag Toetsing

Nadere informatie

Algemene voorwaarden zakelijke dienstverlening

Algemene voorwaarden zakelijke dienstverlening Algemene voorwaarden zakelijke dienstverlening Biercontract.nl Graaf Wichmanlaan 62 1405 HC Bussum Handelsregisternummer: 57084033 BTW nummer 167606657B02 1. Definities 1. In deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

1.2 De bank heeft een op 7 januari 2011 gedateerd verweerschrift ingediend.

1.2 De bank heeft een op 7 januari 2011 gedateerd verweerschrift ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2011-07 d.d. 16 juni 2011 (mr. A. Rutten-Roos, voorzitter, mr. A. Bus, mr. C.A. Joustra, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. F. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

SAMENVATTING U I T S P R A AK

SAMENVATTING U I T S P R A AK SAMENVATTING 105044 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De arbeidsongeschiktheid van werkneemster heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden is niet te verwachten.

Nadere informatie

Kluwer Online Research Tijdschrift Recht en Arbeid Re-integratie-inspanningen anno 2012: do s en don ts. Mr. J.J.B. van den Elsaker[1]

Kluwer Online Research Tijdschrift Recht en Arbeid Re-integratie-inspanningen anno 2012: do s en don ts. Mr. J.J.B. van den Elsaker[1] Tijdschrift Recht en Arbeid Re-integratie-inspanningen anno 2012: do s en don ts Auteur: Mr. J.J.B. van den Elsaker[1] De loonsanctie op grond van de WIA bestaat nu ruim zes jaar en de Centrale Raad van

Nadere informatie

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND. Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad. zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/369978 / HL ZA 14-173 Vonnis van 25 februari 2015 in de zaak van maatschap [naam maatschap], gevestigd

Nadere informatie

Nierpatiënten Vereniging Nederland. Biedt perspectief!

Nierpatiënten Vereniging Nederland. Biedt perspectief! Nierpatiënten Vereniging Nederland Biedt perspectief! PROCEDURE Wet verbetering poortwachter Week 1: ziekmelding bij werkgever en arbodienstverlening. Week 6: probleemanalyse bedrijfsarts (evaluatie/bijstelling

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 293 d.d. 25 oktober 2011 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mevrouw mr. M.B.S. Brinkman, secretaris) Samenvatting Execution only. Computerstoring.

Nadere informatie

De belangrijkste valkuilen bij de re-integratie

De belangrijkste valkuilen bij de re-integratie C.A. (Cynthia) Chudaska Rccm register casemanager Kantoor Mr. van Zijl B.V. Korvelseweg 142, 5025 JL Tilburg Postbus 1095, 5004 BB Tilburg tel. (013) 463 55 99 fax (013) 463 22 66 E-mail: mail@kantoormrvanzijl.nl

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:gharl... 1 of 5 31-01-16 21:27 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:GHARL:2013:5729 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Datum uitspraak 30-07-2013 Datum publicatie 01-08-2013

Nadere informatie

de besloten vennootschap Van de Burgwal Financieel Adviesbureau B.V., gevestigd te Amersfoort, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap Van de Burgwal Financieel Adviesbureau B.V., gevestigd te Amersfoort, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-252 d.d. 30 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw M.M.C. Oyen, secretaris) Samenvatting De Commissie stelt vast dat de verzekering

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 66 d.d. 29 maart 2011 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.W.H. Offerhaus) Samenvatting Op basis van de feitelijke

Nadere informatie

Protocol Ziekteverzuim

Protocol Ziekteverzuim Protocol Ziekteverzuim Dit protocol beschrijft de gedragsregels die bij de Hogeschool der Kunsten Den Haag gelden ten aanzien van ziekte en arbeidsongeschiktheid. De gedragsregels zijn in overeenstemming

Nadere informatie

Verzuimprotocol Adopsa Payroll

Verzuimprotocol Adopsa Payroll Verzuimprotocol Adopsa Payroll 1. Ziekmelding De medewerker meldt zich op de eerste dag van ziekte telefonisch vóór 10.00 uur ziek bij zowel Adopsa Payroll als bij zijn opdrachtgever. Wanneer een medewerker

Nadere informatie

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder.

Daarnaast brengt de makelaar/bemiddelaar ook courtage/kosten in rekening bij de verhuurder. Variant 2: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning. Bemiddelaar brengt courtage/kosten in rekening bij verhuurder en bij huurder. De kandidaat-huurder heeft op een

Nadere informatie

UW WERKNEMER IS ARBEIDSONGESCHIKT?

UW WERKNEMER IS ARBEIDSONGESCHIKT? UW WERKNEMER IS ARBEIDSONGESCHIKT? DAG 1 8 52 89 98 JAAR 3 JAAR 15 DAG 6 2 68 91 10 JAAR 13 1 2 3 5 6 7 DAG 1 1 Als uw werknemer arbeidsongeschikt is, gaat u dat als werkgever al snel veel geld kosten.

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023 Rapport Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014 Rapportnummer: 2014/023 2 Klacht Verzoeker, bedrijfsarts, klaagt erover dat de verzekeringsarts van het UWV: 1. hem heeft

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.4.93 Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen bronnen Antwoord staatssecretaris SZW d.d. 27.4.2011 op Kamervragen, Vergaderjaar 2010-2011, 2354 Een aantal

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene.

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-122 d.d. 23 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Wederindiensttredingsvoorwaarde Ontslagbesluit; zzp'er; stageovereenkomst

Wederindiensttredingsvoorwaarde Ontslagbesluit; zzp'er; stageovereenkomst ECLI:NL:RBNNE:2013:6766 Instantie Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak 12-11-2013 Datum publicatie 13-11-2013 Zaaknummer KG-2442504 - CV EXPL 13-8338-L Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691 beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Sector kanton Locatie Rotterdam zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-2969 uitspraak: 21

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-109 d.d. 4 april 2012 (mr. R.J. Paris, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mevrouw mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. B.C. Donker, secretaris)

Nadere informatie

Voorbeeld-reïntegratieprotocol

Voorbeeld-reïntegratieprotocol Dit TNO rapport is gemaakt in opdracht van Sectorfondsen Zorg en Welzijn 1 Voorbeeld-reïntegratieprotocol Beknopte reïntegratieprotocol (m.n. voor kleinere instellingen) TNO rapport 17944/35419.bru/wyn

Nadere informatie

Verzuimprotocol Centrum Arbeid en Mobiliteit B.V.

Verzuimprotocol Centrum Arbeid en Mobiliteit B.V. Verzuimprotocol Centrum Arbeid en Mobiliteit B.V. 1. Ziekmelding De medewerker meldt zich op de eerste dag van ziekte telefonisch vóór 10.00 uur ziek bij zowel Centrum Arbeid en Mobiliteit B.V. (CAM) als

Nadere informatie

Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007

Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007 Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 3 De Wet Verbetering Poortwachter (WVP).. 4 Contact met de arbodienst 4 Opstellen Plan van Aanpak 5 Uitvoeren

Nadere informatie

VERZUIMREGLEMENT (VE R S I E 2. 2 )

VERZUIMREGLEMENT (VE R S I E 2. 2 ) VERZUIMREGLEMENT (VE R S I E 2. 2 ) 1 Begripsbepalingen Medewerker: personeelslid van stichting PCPO Capelle-Krimpen Werkgever: Stichting PCPO Capelle-Krimpen Directeur: eindverantwoordelijke van de school.

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1 Modeldagvaarding: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning waarbij de makelaar/bemiddelaar zowel voor de particuliere huurder als de verhuurder heeft bemiddeld. Een

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-123 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-123 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-123 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris) Klacht ontvangen op : 12 augustus 2015 Ingesteld door : Consument Tegen

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-295 d.d. 1 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. P.A. Offers, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procesverloop

Samenvatting. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-296 30 oktober 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. P.A. Offers, leden, en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Artikel 1 Algemeen 1.1 In de Algemene Voorwaarden wordt verstaan

Nadere informatie

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7 Rechtspraak Instantie Hoge Raad Datum 8 oktober 2004 Vindplaats LJN AO9549 Naam Vixia / Gerrits Essentie uitspraak: De enkele schending van controlevoorschriften (de werknemer weigert bij de bedrijfsarts

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Belangenbehartiging opdrachtgever. Beslaglegging. Nadat klagers hun opdracht tot dienstverlening bij verkoop van hun woning resp. perceel grond hadden ingetrokken, is onenigheid ontstaan over de door hun

Nadere informatie

Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER.

Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER. Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER. In eerder bindend advies van andere arbiters dan Scheidsgerecht is niet reeds over thans gevorderde schadevergoeding beslissing genomen.

Nadere informatie

Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22 november 2010

Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22 november 2010 Uitspraak GCHB 397-H90020 Zorgplicht hypotheekadviseur i.v.m. termijn financieringsvoorbehoud. 'eigen schuld' cliënt. Bekijk de uitspraak in eerste aanleg Uitspraak van de Commissie van Beroep d.d. 22

Nadere informatie

Verzuim Totaal: Verzuimverzekering Conventioneel ZV-CV-2011-01

Verzuim Totaal: Verzuimverzekering Conventioneel ZV-CV-2011-01 Verzuim Totaal: Verzuimverzekering Conventioneel ZV-CV-2011-01 Deze voorwaarden vormen één geheel met de Algemene Voorwaarden Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1.1 Loonsom Het loon, voor zover uitdrukkelijk

Nadere informatie

Wet Verbetering poortwachter (WvP) uitgewerkt

Wet Verbetering poortwachter (WvP) uitgewerkt - ALGEMENE INFORMATIE- Wet Verbetering poortwachter (WvP) in het kort Dag 1 - verzuimmelding bij uw arbodienst» U meldt het verzuim bij uw arbodienst» Het verzuimbegeleidingsproces start Week 6 - probleemanalyse»

Nadere informatie

Webinar Arbeidsrecht Jurisprudentie (procesrecht) Academie voor de Rechtspraktijk mr. P.J. Jansen 6 maart 2015

Webinar Arbeidsrecht Jurisprudentie (procesrecht) Academie voor de Rechtspraktijk mr. P.J. Jansen 6 maart 2015 Webinar Arbeidsrecht Jurisprudentie (procesrecht) Academie voor de Rechtspraktijk mr. P.J. Jansen 6 maart 2015 Bewijslastverdeling o.s.v. (I) Hof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2014, ECLI:NL: HARL:2014:2600:

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-310 d.d. 27 oktober 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering,

Nadere informatie

1.3 De gemachtigde van eiseres heeft producties nagezonden bij brieven van 2 en 8 maart 2005.

1.3 De gemachtigde van eiseres heeft producties nagezonden bij brieven van 2 en 8 maart 2005. SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG 05/03 Arbitraal vonnis in de zaak van: A., wonende te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. J. van Haarlem; tegen: de stichting B.-Ziekenhuis,

Nadere informatie

LJN: CA1235,Sector kanton Rechtbank Alkmaar, 422005 CV EXPL 12-2965

LJN: CA1235,Sector kanton Rechtbank Alkmaar, 422005 CV EXPL 12-2965 LJN: CA1235,Sector kanton Rechtbank Alkmaar, 422005 CV EXPL 12-2965 Datum uitspraak: 11-04-2013 Datum publicatie: 28-05-2013 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-208 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, en mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars R.A., leden en mr. A. Westerveld, secretaris) Klacht ontvangen

Nadere informatie

Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, hierna te noemen Aangeslotene.

Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-445 d.d. 18 december 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Consument ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over UWV te Nijmegen. Datum: 28 augustus 2013. Rapportnummer: 2013/108

Rapport. Rapport over een klacht over UWV te Nijmegen. Datum: 28 augustus 2013. Rapportnummer: 2013/108 Rapport Rapport over een klacht over UWV te Nijmegen Datum: 28 augustus 2013 Rapportnummer: 2013/108 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het deskundigenoordeel van 26 december 2011 op onzorgvuldige wijze

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-394 d.d. 29 oktober 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

Algemene voorwaarden van:

Algemene voorwaarden van: Algemene voorwaarden van: Köhlen Consulting Bouwkundig Advies Glacisweg 34 F 6212 BP Maastricht Artikel 1 Werkingssfeer 1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle offertes en overeenkomsten

Nadere informatie

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen 104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van:

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. heeft op 11 april 2011 het navolgende arbitrale vonnis gewezen in de zaak van: SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 11/06 Het Scheidsgerecht, samengesteld als volgt: mr. A. Hammerstein, wonende te Arnhem, voorzitter, mr. E.D. Rentema, wonende te Dordrecht, drs. A.G. Vennegoor-Kalter,

Nadere informatie

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENI- GING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENI- GING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 09-18 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENI- GING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Beweerdelijk onjuiste vraagprijs en te geringe verkoopactiviteiten. Beëindiging opdracht door

Nadere informatie

Het voorkomen van loonsancties

Het voorkomen van loonsancties Het voorkomen van loonsancties Lukt dat met een deskundigenoordeel? Door: Rocco Kloots Wie ben ik? Rocco Kloots Bedrijfsarts en jurist bij Arbo Unie Namens NVAB lid van paradigmagroep Paradigma groep resultaat

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Analyse proceskansen. Geachte heer R

Analyse proceskansen. Geachte heer R te Per e-mail Ministerie van Financiën uw ref. - inzake Analyse proceskansen 10 juli 2015 Geachte heer R 1 Inleiding 1.1 Vandaag, op 10 juli 2015, heeft de tweede aandeelhoudersvergadering van de N.V.

Nadere informatie

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Brief minister Donner Datum 2 februari 2010 Bij brief van 2 juli jl. heeft u gereageerd op mijn brief van 19 december 2008. Uw reactie heeft u inmiddels ook bij brief

Nadere informatie

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-82 d.d. 19 maart 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. A.W.H. Vink, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Het kiezen van het juiste re-integratie bureau

Het kiezen van het juiste re-integratie bureau Het kiezen van het juiste re-integratie bureau Presentatie: Het kiezen van het juiste re-integratie bureau Re-integratie tweede spoor biedt werkgevers en werknemers de mogelijkheid om naar passende arbeid

Nadere informatie

Deskundigenoordelen herzien De route naar een betere afstemming

Deskundigenoordelen herzien De route naar een betere afstemming Deskundigenoordelen herzien De route naar een betere afstemming Roelof Heida, bedrijfsarts Stafarts kwaliteit ArboNed Docent Arbeidsrecht RuG Eric van der Jagt, verzekeringsarts Beleidsmedewerker UWV SMZ

Nadere informatie

JAR 2012/284 Kantonrechter Leeuwarden, 12-10-2012, 405382\CV EXPL 12-6973, LJN BY0861

JAR 2012/284 Kantonrechter Leeuwarden, 12-10-2012, 405382\CV EXPL 12-6973, LJN BY0861 JAR 2012/284 Kantonrechter Leeuwarden, 12-10-2012, 405382\CV EXPL 12-6973, LJN BY0861 Payrolling, Geen overgang naar payrollbedrijf zonder uitdrukkelijke instemming werknemer Publicatie JAR 2012 afl.16

Nadere informatie

VeReFi model Verzuimprotocol

VeReFi model Verzuimprotocol VeReFi model Verzuimprotocol Als een werknemer zich ziek meldt, is het belangrijk om zo snel mogelijk vast te stellen hoe ernstig de situatie is. Gaat het om kortdurend of langer verzuim, zijn er aanpassingen

Nadere informatie