De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief 1

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief 1"

Transcriptie

1 De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief 1 Frank van Tubergen* Inleiding Veel allochtone vrouwen van niet-westerse komaf hebben in Nederland een zwakke positie op de arbeidsmarkt, zo blijkt uit de in 2006 verschenen Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden (Keuzenkamp & Merens, 2006). Van de Turkse vrouwen tussen de 15 en 65 jaar had in de periode slechts 33 procent een baan van minstens twaalf uur per week. Ter vergelijking: voor autochtone vrouwen is dat 56 procent. Sommige allochtone groepen hebben een nog lagere arbeidsdeelname dan Turkse vrouwen. Onder Marokkaanse vrouwen heeft 28 procent een baan, onder Irakese 15, onder Afghaanse 10 en onder Somalische 9. Natuurlijk is niet iedereen zonder werk tussen de 15 en 65 jaar werkloos. Sommigen studeren bijvoorbeeld, anderen zorgen voor jonge kinderen of zijn met pensioen. Gegevens over werkloosheid laten echter eveneens zien dat allochtone vrouwen in Nederland een achterstand hebben op autochtone (Keuzenkamp & Merens, 2006). Van de autochtone vrouwen die actief zijn op de arbeidsmarkt (als werkzoekende of werkende) zit 6 procent zonder werk. Bij Surinaamse en Antilliaanse vrouwen ligt het werkloosheidspercentage rond de 14 en bij de Turkse en Marokkaanse vrouwen rond de 18. De werkloosheid is echter vooral hoog onder de vluchtelingengroepen: Iranie rs (25 procent), Irakezen (31 procent), Somaliërs (45 procent) en Afghanen (50 procent). Ook als wordt gekeken naar het functieniveau laat de Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden achterstanden van allochtone vrouwen zien. Op grond van beroepen heeft het Centraal Bureau voor Statistiek vijf functieniveaus onderscheiden naar de mate van ingewikkeldheid, zelfstandigheid en inwerktijd van het werk. Het blijkt overduidelijk dat allochtone vrouwen vaker dan autochtone in lage functies werken (Keuzenkamp & Merens, 2006). Van de autochtone vrouwen heeft nog geen 10 procent werk op elementair niveau, terwijl van de Turkse en Somalische vrouwen meer dan 20 procent dergelijk werk verricht. 199

2 In dit artikel zal ik de positie van allochtone vrouwen in Nederland vanuit een landenvergelijkend perspectief benaderen. Ik vergelijk de positie van allochtone vrouwen in Nederland met die van allochtone vrouwen in veertien oude EU-landen: Belgie, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannie, Ierland, Italie, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal, Spanje en Zweden. Eveneens zal ik ingaan op de situatie van allochtone vrouwen in Australie, Canada, en de Verenigde Staten. Ik beschrijf allereerst in welke mate allochtone vrouwen actief zijn op de arbeidsmarkt, vervolgens ga ik in op werkloosheid, en ten slotte op de beroepsstatus van allochtone vrouwen. Na deze beschrijvende verkenningen zal ik aangeven hoe achterstanden van allochtone vrouwen kunnen worden verklaard. Internationale vergelijkingen Arbeidsparticipatie In figuur 1 staat de arbeidsmarktparticipatie van allochtone vrouwen in vijftien EU-landen, gemeten over de periode Met arbeidsmarktparticipatie wordt bedoeld dat vrouwen actief zijn op de arbeidsmarkt (i.e., werkloos en werkzoekend of werkend inclusief minder dan 12 uur werkend), in tegenstelling tot inactiviteit op de arbeidsmarkt (i.e. niet werkzoekend). Onder de inactieven vallen bijvoorbeeld huisvrouwen, studenten, invaliden en gepensioneerden. Aangezien figuur 1 betrekking heeft op vrouwen tussen de 25 en 64 jaar, is het aandeel studenten echter minimaal. Het is belangrijk om op te merken dat de cijfers betrekking hebben op alle eerstegeneratie allochtonen (i.e. personen die in het buitenland zijn geboren), dus zowel westers als nietwesters. De personen zijn in alle surveys geı dentificeerd door af te gaan op het geboorteland. Er is niet gekeken naar de tweede generatie (kinderen van migranten), en personen zijn niet geı dentificeerd op grond van nationaliteit of etnische zelfidentificatie. Wat laten de cijfers zien? Een algemene bevinding is dat allochtone vrouwen in de meeste landen minder vaak actief zijn op de arbeidsmarkt dan autochtone vrouwen. Er zijn echter grote verschillen tussen landen. De inactiviteit onder allochtone vrouwen is vooral hoog in Belgie, waar maar liefst 55 procent niet actief is op de arbeidsmarkt. Dat is ongeveer 15 procentpunten hoger dan onder de autochtone bevolking. Grote verschillen tussen allochtone en autochtone vrouwen zijn er ook in Zweden. Hoewel in absolute termen veel allochtone vrouwen in Zweden actief zijn, is het verschil met autochtone vrouwen eveneens ongeveer 15 procentpunten. Verhoudingsgewijs is de arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen ook laag in Nederland. In ons land was in de periode 1992 tot 2001 ongeveer 55 procent van de allochtone vrouwen tussen de 25 en 64 jaar actief, tegen ruim 62 procent van de autochtone vrouwen. De participatie van allochtone vrouwen is verder laag in Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannie. In vijf van de vijftien EU-landen ligt de arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen hoger dan onder autochtone vrouwen. Dat zijn met name landen in 200

3 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief Figuur 1: Arbeidsmarktparticipatie van vrouwen in vijftien EU-landen ( ; jaar). Noot: AT = Oostenrijk, BE = Belgie, DK = Denemarken, FI = Finland, FR = Frankrijk, GE = Duitsland, GR = Griekenland, IR = Ierland, IT = Italie, LU= Luxemburg, NL = Nederland, PT = Portugal, SP = Spanje, SE = Zweden, UK = Groot-Brittannie Figuur 2: Arbeidsparticipatie van vrouwelijke immigranten naar herkomstgroep in vijftien EU-landen; , jaar. 201

4 Zuid-Europa (Griekenland, Italie en Spanje). In Griekenland is bijvoorbeeld minder dan 50 procent van de autochtone vrouwen actief tegen 60 procent van de allochtone vrouwen. Ook in Luxemburg en Ierland zijn allochtone vrouwen vaker actief dan autochtone vrouwen. Opvallend is dat in deze vijf landen weinig autochtone vrouwen actief zijn op de arbeidsmarkt. Figuur 1 laat de verschillen in arbeidsparticipatie tussen ontvangende samenlevingen zien. Zijn er ook verschillen in participatie tussen verschillende herkomstgroepen? Dat wordt weergegeven in figuur 2. In de figuur zijn herkomstlanden samengenomen tot zeven grotere regionale eenheden. De figuur laat zien dat in de periode iets meer dan 60 procent van de autochtone vrouwen actief is op de arbeidsmarkt in de vijftien EU-landen. Drie herkomstgroepen zitten daar duidelijk onder: allochtone vrouwen uit Afrika (55 procent), Azie (50 procent), en uit overig Europa hebben lagere participatiecijfers. Onder overig Europa wordt verstaan: Andorra, Cyprus, IJsland, Liechtenstein, Malta, Noorwegen, San Marino, Zwitserland en Turkije. 3 Immigrantenvrouwen uit Centraal- en Zuid-Amerika, en uit Noord-Amerika en de Pacific participeren vaker op de arbeidsmarkt dan autochtone vrouwen. We hebben geconstateerd dat in sommige landen allochtone vrouwen vaker actief zijn op de arbeidsmarkt dan in andere landen en dat er verschillen tussen herkomstregio s zijn in de mate van participatie. Beide figuren zijn echter in zekere zin onvolledig. De ene figuur kijkt naar verschillen tussen landen van bestemming (ongeacht herkomst), de andere naar verschillen tussen herkomstregio s (ongeacht bestemming). Betekent bijvoorbeeld de lagere participatiegraad in Belgie dat de participatiecijfers onder allochtone vrouwen uit alle landen (regio s) van herkomst laag zijn? Of is het zo dat in Belgie sommige herkomstgroepen zijn oververtegenwoordigd, groepen die over het algemeen minder vaak participeren op de arbeidsmarkt? En andersom: is het zo dat allochtone vrouwen uit Azië in alle bestemmingslanden lage participatiecijfers hebben? Of hebben Aziatische vrouwen in sommige ontvangende samenlevingen een hoge participatiegraad en in andere landen een lage? Om beter zicht te krijgen op de invloed van het land van herkomst en het land van bestemming is het verstandig deze tegelijkertijd te bestuderen. Als men meerdere herkomstgroepen in verschillende bestemmingslanden onderzoekt, dan kunnen drie soorten macroverschillen worden onderscheiden. Ten eerste zijn er verschillen tussen herkomstlanden in de mate van integratie, ongeacht het land van bestemming. Dit zijn zogenoemde herkomsteffecten. Deze doen zich voor als verschillen tussen herkomstlanden (of regio s) persistent zijn tussen bestemmingslanden. Bijvoorbeeld, als groep A niet alleen lagere participatiecijfers heeft dan groep B in land 1, maar ook in land 2, land 3, etc. Ten tweede zijn er bestemmingseffecten. Dit zijn verschillen in integratie tussen ontvangende samenlevingen, ongeacht het land van herkomst van immigranten. Dergelijke effecten treden op indien immigranten uit hetzelfde herkomstland in land 1 bijvoorbeeld vaker actief zijn op de arbeidsmarkt dan in land 2. Ten slotte zijn er gemeenschapseffecten. Daarmee wordt bedoeld dat immigranten uit een bepaald herkomstland het beter doen in land 1 dan in land 2, zonder dat die verschillen zijn toe te schrijven aan de algemeen betere positie van immigranten in land 1 dan in land 2. Met andere woorden, zulke 202

5 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief gemeenschapseffecten duiden op een interactie tussen kenmerken van het land van herkomst en kenmerken van het land van bestemming. In hoeverre treden herkomst-, bestemmings-, en gemeenschapseffecten op met betrekking tot de arbeidsmarktparticipatie van allochtone vrouwen? Om die vraag te beantwoorden moeten we kijken naar tabel 1, waar voor de vijftien EU-landen niet alleen de participatiecijfers staan weergegeven per herkomstregio, maar ook voor een selecte groep aan herkomstlanden. Het is beter om te kijken naar landen dan naar regio s, aangezien de heterogeniteit binnen de regio s veel groter is dan die binnen herkomstlanden. Er is gekozen om de cijfers te presenteren voor negen immigrantengroepen die in vele EUlanden numeriek van belang zijn. Dit zijn zowel typisch westerse groepen (zoals Duitsers, Britten), als niet-westerse groepen (zoals Turken, Marokkanen). Merk op dat hoewel het gaat om grote immigrantengroepen, er in sommige landen geen schattingen voorhanden zijn vanwege te kleine aantallen. Tabel 1 geeft duidelijk aanwijzingen voor het bestaan van herkomsteffecten. Allochtone vrouwen uit Turkije en Marokko zijn bijvoorbeeld veel vaker inactief dan de meeste andere allochtone vrouwen, met name vrouwen uit voormalig Joegoslavie, Duitsland, Groot-Brittannie en Portugal. Dergelijke herkomstverschillen zijn niet specifiek voor één bestemmingsland, maar vormen een constant patroon. Dat laat bijvoorbeeld een vergelijking van Turkse en Portugese vrouwen zien. Van de Turkse vrouwen is slechts 39 procent actief op de arbeidsmarkt in de vijftien EU-landen, tegen 69 procent van de Portugese vrouwen. In Belgie is 26 procent van de Turkse vrouwen actief tegen 59 procent van de Portugese vrouwen; in Frankrijk zijn de cijfers 34 procent respectievelijk 74 procent; in Duitsland 49 tegen 56; in Nederland 34 tegen 65; in Groot-Brittannie 33 tegen 66. Kortom, in alle landen waarvoor we schattingen hebben voor beide groepen blijkt dat Turkse vrouwen beduidend minder vaak actief op de arbeidsmarkt zijn dan Portugese vrouwen. Tabel 1 geeft ook aanwijzingen voor gemeenschapseffecten. Een voorbeeld is de situatie van allochtone vrouwen uit Portugal. Van de Portugese vrouwen, het is al gezegd, participeert 69 procent op de arbeidsmarkt in de vijftien EUlanden. In sommige landen zijn de participatiecijfers van de groep Portugese vrouwen echter bijzonder hoog en in andere landen opmerkelijk laag. In Spanje, bijvoorbeeld, is slechts 46 procent van de Portugese vrouwen actief op de arbeidsmarkt. Dat is niet alleen duidelijk onder het gemiddelde participatieniveau (69 procent), maar ook onder het gemiddelde van allochtone vrouwen in Spanje (58 procent). Dat is een aanwijzing voor een gemeenschapseffect: Portugese vrouwen in Spanje zijn bijzonder inactief op de arbeidsmarkt, en een dergelijke inactiviteit heeft op de een of andere manier te maken met de specifieke situatie van die gemeenschap. Het is interessant om deze negatieve casus te contrasteren met een positieve casus. Als we kijken naar Frankrijk, dan zien we namelijk een verrassend hoog percentage Portugese vrouwen dat actief is op de arbeidsmarkt (74). Een dergelijk percentage is hoger dan het algemene gemiddelde van Portugese vrouwen in de vijftien EU-landen (69 procent) en hoger dan de participatie van allochtone vrouwen in Frankrijk (59). 203

6 Tabel 1. Arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen naar herkomst en bestemming; vijftien EUlanden, , jaar. AT BE DK FI FR GE GR IR IT LU NL PT SP SE UK Gem. herkomstregio EU-15 59,2 48,2 75,1 80,8 64,7 62,5 56,2 58,4 64,1 57,6 62,9 65,2 55,6 76,4 66,8 63,0 Centraal- en 68,0 48,2 61,3 64,7 65,3 57,7 66,3 46,8 58,1 47,5 56,7 68,5 63,1 59,3 62,4 Oost-Europa Overig Europa 54,4 28,2 62,0 45,5 49,2 47,9 42,4 35,9 65,1 62,1 54,9 47,2 Afrika 44,0 44,4 48,8 55,7 44,1 46,1 55,0 68,1 36,1 76,8 44,8 51,2 67,5 56,5 Noord-Amerika 64,4 54,5 71,2 63,9 55,6 56,7 60,2 60,6 69,0 75,4 66,2 80,9 70,1 68,3 en Pacific Centraal- en 70,5 57,7 57,6 68,5 58,0 44,8 51,4 66,4 74,0 69,3 76,0 65,5 67,2 Zuid-Amerika en de Cariben Azie 68,7 53,1 57,5 43,3 62,6 50,0 57,9 76,2 38,6 52,1 58,4 55,8 53,4 45,8 50,2 herkomstland Duitsland 58,8 55,3 72,7 71,1 68,2 60,9 62,4 61,3 43,8 59,8 69,9 61,2 73,9 68,9 64,2 Italië 40,7 37,7 52,4 61,9 51,3 59,0 40,2 48,1 46,5 63,0 50,5 Marokko 28,8 37,2 50,8 22,1 50,6 27,7 43,2 47,4 45,3 Polen 68,7 48,3 75,2 62,8 54,4 72,8 55,8 61,2 60,8 69,8 58,1 59,5 Portugal 59,3 73,8 55,5 67,4 64,8 45,9 65,7 69,4 Spanje 56,9 49,4 87,1 55,1 61,6 55,1 65,4 66,8 41,7 72,4 68,1 56,7 Turkije 54,3 25,7 41,6 33,6 48,8 39,9 34,1 46,8 33,4 38,5 Groot-Brittannië 82,3 52,7 80,0 63,4 68,2 53,7 57,9 64,7 61,8 63,9 71,0 49,4 91,9 60,1 Joegoslavië (ex-) 73,2 42,9 43,2 69,0 68,0 54,5 69,6 49,2 52,7 48,5 53,5 49,9 65,4 allochtonen 64,0 46,5 65,1 68,1 59,2 57,9 60,3 57,4 57,0 56,7 54,8 69,6 58,2 67,2 60,2 59,0 autochtonen 64,7 60,9 78,4 77,0 70,5 68,1 49,3 53,1 49,9 46,6 63,2 67,8 49,4 83,9 69,6 61,9 allochtonen / autochtonen 0,99 0,76 0,83 0,89 0,84 0,85 1,22 1,08 1,14 1,22 0,87 1,03 1,18 0,80 0,86 0,95 AT = Oostenrijk, BE = Belgie, DK = Denemarken, FI = Finland, FR = Frankrijk, GE = Duitsland, GR = Griekenland, IR = Ierland, IT = Italie, LU = Luxemburg, NL = Nederland, PT = Portugal, SP = Spanje, SE = Zweden, UK = Groot-Brittannie. Naast de invloed van het land van herkomst en de immigrantengemeenschap laat tabel 1 ook zien dat bestemmingslanden een rol spelen. In sommige landen hebben immigranten, ongeacht hun herkomst, een hogere participatiegraad dan in andere landen. Op grond van figuur 1 concludeerden we dat met name Belgie en Zweden, en in mindere mate ook Nederland, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannie lage participatiecijfers laten zien (in verhouding tot autochtone vrouwen). De relatieve participatiecijfers liggen volgens figuur 1 hoger in Griekenland, Italie en Spanje. Dergelijke verschillen tussen landen kunnen onder meer optreden doordat herkomstgroepen (bijvoorbeeld Turken en Italianen) ongelijk zijn verdeeld over de landen. Voor het bestuderen van bestemmingseffecten is het derhalve van belang om dezelfde herkomstgroepen in verschillende ontvangende samenlevingen te volgen. Vormen Belgie en Zweden aan de ene kant en Griekenland, Italie en Spanje aan de andere kant nog steeds de uitersten? De cijfers uit tabel 1 wijzen in die richting. Van de Duitse allochtone vrouwen participeert 55 procent in Belgie, tegen 61 procent in Griekenland, Italie en Spanje. De hoge participatiegraad in Zweden, 74 procent, lijkt in tegenspraak met figuur 1, maar dat is niet het geval. In Zweden ligt de participatiegraad onder autochtone vrouwen namelijk erg hoog en relatief gezien zijn Duitse vrouwen daar vaak inactief. De relatieve cijfers zijn voor Belgie 0,91 (= 55,3/60,9) en voor Zweden 0,88. Dat is beduidend lager dan in Griekenland (1,24), Italie (1,23) en Spanje (1,24). Ook vergelijkingen voor andere groepen dan Duitse vrouwen levert hetzelfde beeld op. 204

7 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief Kortom, de inactiviteit van allochtone vrouwen in Belgie en Zweden is hoger dan in Griekenland, Italie en Spanje, zelfs als men dezelfde herkomstgroepen analyseert. Hoe past Nederland in dit overzicht? De verhouding tussen de arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen en die van autochtone vrouwen in Nederland is 0,87. Daarmee valt Nederland in de middenmoot in Europa: de participatie is er niet hoog maar ook niet laag. Dat blijkt ook als dezelfde herkomstgroepen worden vergeleken. De arbeidsparticipatieratio van Turkse vrouwen in Nederland bedraagt 0,54. Dat is weliswaar hoger dan die van Turkse vrouwen in Belgie (0,42) en Frankrijk (0,48), maar aanmerkelijk lager dan die van Turkse vrouwen in Griekenland (0,81) en Oostenrijk (0,84). Bij Marokkaanse vrouwen ligt de participatieratio op 0,44 in Nederland. Dat is hoger dan in Duitsland (0,32), maar wat lager dan in Belgie (0,47), en veel lager dan in Frankrijk (0,72) en Spanje (0,87). Het vinden van werk Hoewel het een belangrijke transitie is naar economische integratie, is het actief participeren op de arbeidsmarkt slechts de eerste stap. Een relevante vervolgvraag is of vrouwen die zich actief op de arbeidsmarkt begeven erin slagen om werk te vinden. Tabel 2 presenteert de werkloosheidscijfers van allochtone vrouwen, naar land (regio) van herkomst en bestemming. Het is belangrijk om te bedenken dat deze cijfers betrekking hebben op een selecte groep. Alleen de vrouwen die actief zijn op de arbeidsmarkt worden betrokken in de statistieken. Het werkloosheidscijfer heeft betrekking op het percentage van alle actieven in een bepaalde groep met een betaalde baan. De inactieve vrouwen, en dat is in sommige immigrantengroepen meer dan 70 procent, worden dus niet meegenomen in deze berekening. Wat laten de resultaten zien? Allereerst dat in de vijftien EU-landen, in de periode , allochtone vrouwen vaker werkloos zijn dan autochtone vrouwen. Van de allochtone vrouwen die actief zijn op de arbeidsmarkt zit 15,8 procent zonder werk; voor autochtone vrouwen is dit 11,8 procent. Een andere conclusie is dat opnieuw blijkt dat het land van herkomst, het land van bestemming en de combinatie daarvan (de immigrantengemeenschap) van invloed zijn. Als we kijken naar verschillen tussen bestemmingslanden, dan zien we wederom dat Zweden slecht scoort. Allochtone vrouwen zijn daar 2,7 keer zo vaak werkloos als autochtone vrouwen. Ook in Belgie (verhouding 2,1) scoren allochtone vrouwen slecht. Verder blijken Italie (1,3), Griekenland (1,6) en Spanje (1,0) opnieuw de landen met de relatief goede arbeidspositie van allochtone vrouwen. Het betreft hier evenwel de relatieve positie, dus ten opzichte van autochtonen. Absoluut gesproken doen allochtone vrouwen het in die landen minder goed. In Italie is 23,5 procent van de allochtone vrouwen werkloos, in Spanje 23,7 en in Griekenland 19,7. Omdat de werkloosheid onder autochtone vrouwen ook hoog is, doen allochtone vrouwen het in relatieve zin niet zo slecht. In Nederland is de werkloosheid onder allochtone vrouwen, gemeten over de periode , 16,3 procent tegen 8,3 procent van de autochtone vrouwen. Daarmee heeft Nederland na Zweden, Belgie, 205

8 Finland en Denemarken de hoogste relatieve werkloosheid onder allochtone vrouwen. Tabel 2. Werkloosheid onder allochtone vrouwen naar herkomst en bestemming in vijftien EU-landen ( ; jaar). AT BE DK FI FR GE GR IR IT LU NL PT SP SE UK Gem. herkomstregio EU-15 5,9 17,7 7,6 15,8 12,1 8,3 18,9 12,4 19,8 4,5 11,0 5,0 23,6 8,1 6,8 10,8 Centraal- en 9,1 25,3 24,0 36,5 24,9 17,3 21,5 51,8 12,4 21,3 26,3 20,6 14,5 18,3 Oost-Europa Overig Europa 16,6 39,9 23,2 29,3 14,1 15,8 20,1 26,6 13,9 8,9 19,4 Afrika 14,5 29,3 29,0 25,6 25,4 14,4 28,7 8,1 25,0 8,1 31,2 32,0 11,2 22,4 Noord-Amerika 4,2 12,4 12,0 17,1 4,0 17,8 10,4 20,8 14,5 9,9 22,8 7,3 9,1 en Pacific Centraal- en 17,2 21,1 27,3 27,2 15,6 23,0 67,5 16,1 8,2 21,1 15,9 9,0 17,1 Zuid-Amerika en de Cariben Azie 9,9 18,9 23,7 25,3 18,4 8,5 9,5 13,8 4,5 11,0 21,5 10,8 14,5 herkomstland Duitsland 6,6 15,3 10,1 12,2 21,7 11,1 19,3 3,3 12,2 25,3 7,4 6,3 11,3 Italië 4,9 26,1 14,9 12,4 11,0 4,3 11,0 20,0 8,2 15,1 Marokko 44,5 28,2 32,3 25,9 29,7 32,4 29,3 Polen 11,9 22,3 24,3 21,4 18,5 14,3 22,5 7,0 14,3 11,9 17,7 Portugal 28,9 11,0 2,0 4,9 5,6 27,8 9,7 9,7 Spanje 17,6 18,0 11,0 4,5 10,4 8,2 13,9 13,6 11,9 Turkije 18,0 44,0 47,6 48,1 14,1 17,9 21,0 29,5 15,8 26,6 Groot-Brittannië 8,3 7,3 13,3 7,6 10,5 12,7 21,9 13,2 6,5 15,5 6,3 12,3 Joegoslavië (ex-) 7,9 34,9 34,1 28,2 9,0 29,9 20,9 27,9 14,1 15,2 allochtonen 9,6 21,8 16,5 27,1 20,8 15,8 19,7 12,3 23,5 5,1 16,3 6,9 23,7 15,4 9,2 15,8 autochtonen 5,1 10,4 7,9 12,0 12,4 10,0 12,4 9,5 18,3 2,8 8,3 4,6 23,1 5,6 5,4 11,8 allochtonen / autochtonen 1,88 2,10 2,08 2,35 1,68 1,58 1,60 1,30 1,28 1,81 1,97 1,48 1,02 2,73 1,70 1,34 AT= Oostenrijk, BE = Belgie, DK = Denemarken, FI = Finland, FR = Frankrijk, GE = Duitsland, GR = Griekenland, IR = Ierland, IT = Italie, LU = Luxemburg, NL = Nederland, PT = Portugal, SP = Spanje, SE = Zweden, UK = Groot-Brittannie De bevinding dat Turkse en Marokkaanse vrouwen, ongeacht het land van bestemming, minder economisch geïntegreerd zijn, komt ook overeen met tabel 1. Van de Turkse vrouwen die actief zijn op de arbeidsmarkt, zit 26,6 procent zonder werk; van de Marokkaanse vrouwen is dat 29,3 procent. Ter vergelijking: onder autochtonen heeft 11,8 procent geen baan, en van alle allochtonen in de vijftien EU-landen 15,8 procent. De hogere werkloosheid onder Turkse en Marokkaanse vrouwen is een herkomsteffect, blijkend uit de meeste vergelijkingen met andere groepen in hetzelfde bestemmingsland. Tabel 2 geeft ook aanwijzingen voor het optreden van gemeenschapseffecten. Zo is bijvoorbeeld de werkloosheid onder Turkse vrouwen in Frankrijk erg hoog. Maar liefst 48,1 procent heeft geen werk, tegen 20,8 procent gemiddeld voor alle allochtone vrouwen in Frankrijk en 26,6 procent voor de Turkse vrouwen in de vijftien EU-landen. Als we de hoge werkloosheid onder Turkse vrouwen in Frankrijk samennemen met de lage participatie van dezelfde groep (33,6%, tabel 1), dan blijkt dat slechts 17 procent van de totale groep tussen de 25 en 64 jaar een baan heeft (0, ,519). 206

9 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief Een goede baan? We hebben geconstateerd dat allochtone vrouwen minder vaak actief zijn op de arbeidsmarkt dan autochtone vrouwen. En we hebben gezien dat van de vrouwen die actief zijn, allochtonen vaker zonder werk zitten dan autochtonen. We kijken nu naar de derde stap van economische integratie: in welke mate hebben allochtone vrouwen een goede baan? Daarbij gaan we af op de economische status van beroepen, gemeten volgens de International Socio- Economic Index (ISEI; Ganzeboom e.a., 1992). Tabel 3 geeft de bevindingen weer. Merk op dat de tabel verschilt van tabel 1 en 2. Er zijn geen gegevens bekend over Italie en Finland, maar cijfers over Australie, Canada en de Verenigde Staten zijn toegevoegd. Wat betreft de herkomstlanden ontbreken schattingen voor allochtone vrouwen uit Portugal en Spanje. Tabel 3. Beroepsstatus van allochtone vrouwen naar land van herkomst en bestemming ( ; jaar) (ISEI). land van herkomst gemiddelde verhouding land van bestemming Duitsland Italie Marokko Polen Turkije Ex- Joegoslavië Groot- Brittannie allochtonen autochtonen allochtonen / autochtonen Australië ,3 47,4 0,89 Belgie 48,7 37,6 33,9 41,3 a 32,5 37,8 a 52,8 44,0 45,6 0,96 Canada 47,6 42,6. 42,7. 42,5 49,1 44,7 47,7 0,94 Denemarken 44,4 a.. 41,1 a 28,0 a 25,0 a 46,3 a 41,3 42,2 0,98 Duitsland n.a. 32,7 a 34,8 41,7 28,9 32,3 48,9 a 37,8 43,7 0,86 Finland ,7 44,9 1,02 Frankrijk 50,1 a 41,9 a 28,9 37,5 a 33,2 a 28,5 a 52,7 a 34,1 42,4 0,80 Griekenland 47,8 56,7 a. 31,2 45,1 33,1 a 50,6 37,4 42,7 0,88 Groot-Brittannië 48,6 45,2. 46,7 a 47,6 a 45,9 a n.a. 48,3 46,1 1,05 Ierland 50,9 51,0 a... 47,7 48,7 47,3 1,03 Luxemburg 49,8 39,4. 40,9 a. 24,6 58,8 a 38,7 45,9 0,84 Nederland 47,2 47,2 a. 40,2 a 34,8 37,3 46,7 44,1 46,8 0,94 Oostenrijk 46,7 54,0 a. 38,9 27,2 26,8 48,8 34,2 42,7 0,80 Portugal 55,2 a ,1 a 46,6 38,7 1,20 Spanje 49,4 a 53,7 a 23,2 36,7 a. 51,9 a 39,7 42,0 0,95 Verenigde Staten 46,9 42,4 49,5 a 41,2 50,9 a 39,9 48,9 43,7 47,1 0,93 Zweden 47,3 a.. 42,4 36,1 a 35,0 51,7 a 41,5 43,7 0,95 gemiddelde 47,9 41,7 32,6 40,5 32,4 30,0 48,6 42,3 45,6 0,93. = N < 25. a = 25 < N < 200. Zoals blijkt uit de gegevens in tabel 3 hebben allochtone vrouwen in de vijftien EU-landen banen met een lagere status dan autochtone vrouwen. De ISEIscore voor allochtone vrouwen is 42,3 tegen 45,6 voor autochtone vrouwen. Worden de patronen gevonden voor participatie (tabel 1) en werkloosheid (tabel 2) herhaald voor beroepsstatus? Dat blijkt niet het geval. Allochtone vrouwen in Zweden hebben, in vergelijking met autochtone vrouwen, niet de banen met de laagste status. De gemiddelde ISEI-score voor allochtone vrouwen is daar 41,5 tegen 43,7 voor autochtonen. De ratio komt uit op 0,95. Allochtone vrouwen in Zweden zitten daarmee in de middenmoot van de 207

10 vijftien EU-landen. De relatief hoge participatie en lage werkloosheid in Griekenland en Spanje vertaalt zich niet in betere banen in die landen. Spanje komt in de middenmoot terecht, Griekenland zelfs onder aan de lijst. Nederland zit in de middenmoot. De gemiddelde ISEI-score van allochtone vrouwen is 44,1. Voor autochtone vrouwen is het 46,8, wat neerkomt op een verhouding van 0,94. We vinden wederom dat Turkse en Marokkaanse vrouwen het slechter doen dan andere groepen. Turkse vrouwen hebben gemiddeld een baan met een ISEI-score van 32,4; Marokkaanse vrouwen gemiddeld 32,6. Afgezien van vrouwen uit voormalig Joegoslavie scoren Turkse en Marokkaanse vrouwen in elk bestemmingsland lager. Verder geeft de tabel ook aanwijzingen voor gemeenschapseffecten: sommige groepen hebben in een bepaald land een lage ISEI-score en in andere landen een hoge, terwijl deze verschillen niet toe te schrijven zijn aan de algemene verschillen tussen landen. Dat duidt dus op een interactie tussen het land van herkomst en het land van bestemming. Waarom economische achterstand allochtone vrouwen? Het beschrijven van de arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in de vijftien EU-landen is op zichzelf interessant. Het is bijvoorbeeld belangrijk te weten dat allochtone vrouwen minder vaak participeren op de arbeidsmarkt, vaker werkloos zijn en banen met een lagere status hebben dan autochtone vrouwen. En het is net zo relevant welke plaats bijvoorbeeld Nederland inneemt in de mate van economische incorporatie, welke herkomstgroepen goed zijn geı ntegreerd, en welke gemeenschappen een slechte positie hebben. Desondanks is een dergelijke exercitie in zekere zin onbevredigend. Waarom hebben allochtone vrouwen een achterstand op de arbeidsmarkt, en waarom treden er verschillen op tussen herkomstlanden, bestemmingslanden en gemeenschappen? Er zijn vele verklaringen gegeven waarom allochtone vrouwen, en allochtonen in het algemeen, een achterstand hebben op autochtonen. Onderzoekers hebben gewezen op het belang van sociaal kapitaal (Aguilera & Massey, 2003; Portes & Sensenbrenner, 1993), op de rol van culturele waarden (Sowell, 1996), en op de invloed van lokale arbeidsmarktcondities (Wilson, 1987). De empirische ondersteuning voor deze drie theoriee n wordt echter betwist: sommige studies vinden aanwijzingen voor deze theorieën, andere studies niet (Van Tubergen, 2006c). Dat geldt veel minder voor de human capital theorie en discriminatieprocessen: deze theoriee n worden in vrijwel alle onderzoeken bevestigd. Om die reden bespreek ik deze twee theoriee n, besteed ik vooral aandacht aan de positie van allochtone vrouwen, en geef aan in welke mate de theorieën succesvol zijn voor het verklaren van verschillen tussen herkomstlanden, bestemmingslanden en gemeenschappen. De toetsingen van de theoriee n zijn voornamelijk gebaseerd op eerder landenvergelijkend onderzoek (zie Van Tubergen, 2006a en b; Van Tubergen e.a., 2004). Het betreft multivariaat multiniveau-onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van immigranten uit 180 verschillende herkomstlanden, in

11 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief westerse landen, en in ongeveer 900 immigrantengemeenschappen. Het gaat in alle landen om eerstegeneratie immigranten, dus mensen die in het buitenland zijn geboren. Er werd gekeken naar de invloed van verschillende macrokenmerken (zoals groepsgrootte, integratiepolitiek), rekening houdend met individuele kenmerken (zoals opleidingsniveau, verblijfsduur). Op deze wijze werd meer inzicht verkregen in compositie-effecten en contexteffecten. Human capital theorie Een eerste verklaring waarom allochtone vrouwen minder vaak participeren op de arbeidsmarkt, vaker werkloos zijn en banen met een lagere status hebben dan autochtone vrouwen geeft de human capital theorie. Volgens deze theorie hangt succes op de arbeidsmarkt af van de potentie le productiviteit van personen (Becker, 1964; Borjas, 1987; Chiswick, 1978). Een belangrijk onderscheid dat daarbij wordt gemaakt is dat tussen algemeen human capital en land-specifiek human capital (Friedberg, 2000). Algemeen human capital duidt op de algemene productiviteit van mensen en wordt vaak afgemeten aan leeftijd, motivatie, intelligentie, opleidingsniveau, gezondheid en arbeidsmarktervaring. Deze theorie geeft daarmee een belangrijke verklaring voor de zwakkere positie van allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt. Bij aankomst in hun bestemmingsland hebben veel allochtone vrouwen minder algemeen human capital, onder meer blijkend uit een lagere opleiding. In de vijftien EU-landen is het gemiddeld opleidingsniveau van vrouwen hoger dan in de meeste herkomstlanden van allochtone vrouwen. Het is bekend dat vrouwen (evenals mannen) met een hogere opleiding een betere positie hebben op de arbeidsmarkt. Vrouwen met een hogere opleiding zijn vaker actief op de arbeidsmarkt, zijn minder vaak werkloos en hebben betere banen dan lager opgeleide vrouwen. Onderzoek laat zien dat verschillen in opleiding, arbeidsmarktervaring en leeftijd tussen immigranten en autochtonen een belangrijk deel van de verschillen in arbeidsmarktsucces verklaren (Dagevos, 2006; De Vries & Wolbers, 2002). Algemeen human capital is volgens de human capital theorie evenwel niet de enige verklaring van etnische ongelijkheid. Volgens de theorie zijn de vaardigheden en kennis die men opdoet ten dele specifiek voor een bepaalde context (land van herkomst) en minder goed te verzilveren in een andere context (land van bestemming). Ee n voorbeeld is de beheersing van taal, waarvan de waarde zeer contextgebonden is. Als allochtone vrouwen de taal van hun land van herkomst goed spreken, maar deze taal niet gesproken wordt in het land van bestemming, dan ontbreekt het hen aan waardevol human capital. Vele banen zijn niet beschikbaar zonder een goede beheersing van de officie le taal. Onderzoek wijst uit dat taalbeheersing grote invloed heeft op het economisch succes van migranten (Chiswick & Miller, 2002). Allochtone vrouwen die de taal slecht beheersen zien vaker af van het participeren op de arbeidsmarkt (vanwege lage gepercipieerde kansen), zijn vaker werkloos, en hebben banen met een lagere status. Behalve taal zijn opleiding en arbeidsmarktervaring tot op zekere hoogte 209

12 contextspecifiek. Allochtone vrouwen die hebben gewerkt in hun land van herkomst, zullen deze ervaring minder goed kunnen gebruiken in hun nieuwe land. De arbeidsmarkt is anders en werkgevers zullen hun ervaring opgedaan in een ander land minder waarderen. Allochtonen die in hun land van herkomst naar school zijn gegaan, kunnen niet optimaal gebruikmaken van de kennis die zij hebben verworven. Deze kennis is gericht op hun land van herkomst, maar bovendien zullen werkgevers de buitenlandse diploma s minder vaak erkennen dan de diploma s die in het bestemmingsland zijn verworven. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat arbeidsmarktervaring en opleiding opgedaan in het land van bestemming de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt aanzienlijk verbeteren (Friedberg, 2000). Kortom, de zwakkere positie van allochtone vrouwen wordt ten dele veroorzaakt door geringer algemeen en land-specifiek human capital. De human capital theorie zegt niet alleen iets over waarom allochtone vrouwen een achterstandspositie hebben ten opzichte van autochtone vrouwen. Recentelijk is de human capital theorie uitgebreid om de specifieke positie van allochtone vrouwen te verklaren. De zogenaamde family investment hypothesis veronderstelt dat keuzen die allochtone mannen en vrouwen maken niet onafhankelijk van elkaar zijn (Cobb-Clark & Crossley, 2004). De assumptie is dat zowel mannen als vrouwen worden geconfronteerd met het gebrek aan land-specifiek human capital (slechte taalbeheersing, niet-erkende diploma s), en dat zij besluiten dat e e n van de partners investeert in landspecifiek human capital, terwijl de ander tijdelijk werkt om die investeringen te kunnen betalen. Aangezien de verwachte opbrengsten van investeringen voor mannen hoger zijn dan voor vrouwen, investeren allochtone vrouwen minder in taal en opleiding na migratie dan allochtone mannen, wat resulteert in een dubbele achterstand. De human capital theorie geeft ook verklaringen voor de verschillen tussen herkomstlanden, bestemmingslanden en immigrantengemeenschappen. Een belangrijke assumptie die daarbij wordt gemaakt is dat migratie selectief is naar zowel algemeen als land-specifiek human capital. Zo zijn sommige immigrantengroepen bijvoorbeeld hoger opgeleid dan andere en zijn opleidingen behaald in het ene land waardevoller dan opleidingen in een ander land. Twee andere assumpties zijn eveneens belangrijk om te noemen (Borjas, 1987, 1988). De eerste is dat migratie kosten met zich meebrengt, en dat mensen alleen migreren als de verwachte baten groter zijn. De tweede luidt dat migratie niet alleen wordt gestuurd door de overwegingen van individuen, maar dat overheden in meer of mindere mate het aantal en de kwaliteit van migranten selecteren. Waarom zijn er verschillen tussen herkomstlanden volgens de human capital theorie? Zoals gezegd veronderstelt de theorie dat mensen migreren wanneer zij verwachten dat de kosten daarvan worden overtroffen door de economische vooruitgang. De mate waarin mensen dergelijke economische motieven laten meespelen, verschilt volgens de theorie echter naar de politieke situatie in hun herkomstland. In landen met een sterke politieke onderdrukking, met weinig politieke vrijheid en weinig burgerrechten zullen mensen minder sterk letten op de economische redenen om te migreren. Chiswick 210

13 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief (1978, 1999) stelt dat deze niet-economische migranten ( vluchtelingen, asielzoekers ) minder positief geselecteerd zijn op arbeidsmarktvaardigheden en als gevolg hiervan minder succesvol zijn op de arbeidsmarkt in het land van bestemming. Bovendien hebben veel vluchtelingen door hun langere inactiviteit minder ervaring op de arbeidsmarkt, en zijn velen door trauma s minder goed in staat om efficie nt een nieuwe taal te leren en een opleiding in het land van bestemming af te ronden. Eerder onderzoek ondersteunt de gedachte dat vluchtelingen minder goed presteren (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). Rekening houdend met andere macrokenmerken blijkt dat naarmate de politieke en religieuze onderdrukking in het land van herkomst groter is, allochtone vrouwen minder vaak op de arbeidsmarkt participeren, zij vaker werkloos zijn, en als ze werken, ze dat doen in minder hoog aangeschreven beroepen. In Nederland is er in dit verband op gewezen dat, ondanks een hoge opleiding, allochtone vrouwen uit Iran en Irak een uitermate zwakke positie op de arbeidsmarkt innemen (SCP, WODC, CBS, 2005). De human capital theorie geeft ook een verklaring voor bestemmingseffecten. Volgens de theorie selecteren sommige overheden de immigrantenpopulatie sterker dan andere op de mate van algemeen en specifiek humaan kapitaal. Hoewel vele landen in meer of mindere mate een selectiepolitiek voeren, zijn er met name twee landen in de wereld die een streng selectiebeleid kennen: Australie en Canada. Beide landen hebben een puntensysteem, waarmee de naar verwachting meest kansrijke immigranten worden geselecteerd. Dit zijn immigranten met een hoge opleiding, een goede beheersing van de taal en die inzetbaar zijn in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten (Borjas, 1988; Reitz, 1998). Het ligt voor de hand dat immigranten die in dat land worden toegelaten, een betere positie hebben op de arbeidsmarkt. Vreemd genoeg spreken empirische bevindingen die verwachting tegen. In een analyse van vijftien EU-landen, de Verenigde Staten, Canada en Australie blijkt dat de kans om te participeren op de arbeidsmarkt en de kans op werkloosheid niet verschilt tussen landen met en zonder een puntensysteem (Van Tubergen e.a., 2004). Nog opmerkelijker is de bevinding dat de gemiddelde status van de beroepen waarin vrouwelijke migranten werk vinden zelfs lager is dan die van migranten in andere landen (Van Tubergen, 2006b). 4 Ten slotte kan de human capital theorie een verklaring geven voor de invloed van immigrantengemeenschappen. Ee n aspect van de gemeenschap is de verhouding tussen de inkomensongelijkheid in het land van herkomst en het land van bestemming (Borjas, 1987, 1988). In landen met een grote inkomensongelijkheid is het voor de onderkant van de arbeidsmarkt aantrekkelijk om te vertrekken naar landen met een geringere ongelijkheid. In hun nieuwe bestemming zullen deze migranten met minder human capital immers beter worden beschermd tegen armoede en financie le onzekerheid. Daarentegen is het in landen met een geringe inkomensongelijkheid aantrekkelijk voor mensen met veel human capital om te migreren naar samenlevingen met grotere ongelijkheden. De getalenteerden kunnen daar immers meer verdienen en hoeven minder aan de belasting af te dragen. Onderzoek bevestigt deze hypothese: hoe groter de inkomensongelijkheid in het land van herkomst in vergelijking met het land van bestemming, des te slechter de positie van 211

14 allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). Ook de economische ontwikkeling in het land van herkomst ten opzichte van het land van bestemming speelt een rol. Allochtonen uit armere landen hebben vaker een lage opleiding genoten dan allochtonen uit meer ontwikkelde landen. Bovendien zijn diploma s behaald in minder ontwikkelde landen moeilijker te verzilveren, met name als zij migreren naar meer welvarende landen (Borjas, 1987, 1988; Chiswick, 1978; Jasso & Rosenzweig, 1990). Verrassend genoeg blijken allochtone vrouwen uit rijkere landen minder vaak te participeren op de arbeidsmarkt en ook een grotere kans op werkloosheid te hebben (Van Tubergen e.a., 2004). In lijn met deze hypothese hebben allochtone vrouwen uit relatief hoog ontwikkelde landen een hogere beroepsstatus (Van Tubergen, 2006b). Immigrantengemeenschappen worden ook gekenmerkt door de geografische afstand tussen het land van herkomst en het land van bestemming. Een sterkere positieve selectie is te verwachten naarmate de geografische afstand tussen het land van herkomst en het land van bestemming groter is. De kosten van migratie nemen immers toe met de afstand en alleen personen die verwachten deze kosten te kunnen terugverdienen zullen de migratie wagen (Borjas, 1987; Jasso & Rosenzweig, 1990). De kans op terugkeer naar het land van herkomst is om dezelfde reden geringer. Als gevolg daarvan zullen migranten uit verre landen meer investeren in human capital, bijvoorbeeld door het leren van de taal (Chiswick & Miller, 2001). Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat (rekening houdend met andere macrokenmerken) geografische afstand de kans op arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen doet afnemen, maar, in overeenstemming met de hypothese, een positief effect heeft op de kans op werk en de kwaliteit van banen (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). Ten slotte heeft de overeenkomst tussen de taal van het land van herkomst en het land van bestemming invloed op de economische kansen van immigranten. Als immigranten in het land van herkomst al zijn blootgesteld aan de taal die ook in het bestemmingsland wordt gesproken, zullen zij een betere positie hebben op de arbeidsmarkt. Het blijkt dat premigratieblootstelling met name van invloed is op de kwaliteit van banen die allochtone vrouwen vinden en in mindere mate op arbeidsparticipatie en werkloosheid (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). Discriminatietheoriee n Behalve human capital speelt discriminatie een belangrijke rol in de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt (Blank e.a., 2004; Riach & Rich, 2002; Veenman, 2003). Uit onderzoek is bekend dat zelfs na rekening te houden met opleiding, leeftijd, geslacht, arbeidsmarktervaring en andere indicatoren van human capital, allochtonen een achterstand hebben op vergelijkbare autochtonen (Dagevos e.a., 2003). Een dergelijk verschil wordt vaak toegeschreven aan discriminatie. Het bestaan van etnische discriminatie op de arbeidsmarkt is op verschillende manieren in kaart gebracht. Zo is bekend dat veel werk- 212

15 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief gevers een voorkeur hebben voor het aannemen van mensen uit de eigen, autochtone groep boven allochtonen (Kruisbergen & Veld, 2002; Scheepers e.a., 2003; Van Beek, 1993; Van Beek & Van Praag, 1992). Uit experimentele studies blijkt dat werkgevers daadwerkelijk eerder autochtonen aannemen dan allochtonen, ook al zijn beiden identiek qua achtergrond (Bovenkerk, 1978; Bovenkerk e.a., 1995; Dolfing & Van Tubergen, 2005; Gras e.a., 1996). Ook onder de bevolking staat een aanzienlijk deel afkeurend tegenover allochtonen (Scheepers e.a., 1994). Verder zijn de ervaringen van allochtonen met discriminatie uitvoerig gedocumenteerd (Coenders e.a., 2003; Klaver e.a., 2005; Veenman, 1990). Er zijn verschillende theoriee n waarom er discriminatie op de arbeidsmarkt is (Blank e.a., 2004; Riach & Rich, 2002; Veenman, 2003). Ee n belangrijke theorie is de etnische conflicttheorie, die zegt dat mensen een positieve houding hebben jegens de eigen groep en een negatieve houding jegens andere groepen (Coenders & Scheepers, 1998; Evans & Kelley, 1991). 5 Deze groepen strijden om de verdeling van schaarse goederen: beide groepen willen dat de goederen toekomen aan leden van de eigen groep. Deze goederen omvatten niet alleen economische goederen, maar ook normen en waarden, kortom cultuurgoederen. Mensen die behoren tot de autochtone meerderheid zullen volgens deze theorie proberen banen en inkomen te beschermen tegen leden van minderheden. En ze zullen proberen hun culturele waarden en normen te beschermen tegen inmenging en aantasting van buiten. De negatieve houding jegens andere groepen zal toenemen als de schaarste en de concurrentie tussen de groepen om die goederen toeneemt. Met de etnische conflicttheorie kan ten dele worden begrepen waarom allochtonen van sommige herkomstgroepen het beter doen dan andere herkomstgroepen. Sommige groepen worden door autochtonen als bedreigender ervaren, omdat de afstand tussen de allochtone en autochtone cultuur groter is. Religie en huidskleur vormen twee symbolische kenmerken die de mate van culturele afstand uitdrukken (Evans & Kelley, 1991; Model & Lin, 2002; Portes & Rumbaut, 1996). De westerse landen zijn overwegend blanke, christelijk-seculiere samenlevingen. Het valt daarom te verwachten dat immigranten met een donkere huidskleur en afkomstig uit een niet-christelijk land het minder goed doen op de arbeidsmarkt dan immigranten uit christelijke landen met een blanke bevolking. Internationaal vergelijkend onderzoek ondersteunt deze hypothese (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). De etnische competitietheorie kan ook verklaren waarom de immigrantengemeenschap een rol speelt. Daarbij is vooral de grootte van de immigrantengroep van belang. Grotere groepen worden door de ontvangende samenleving als bedreigender ervaren. Immers, naarmate er meer immigranten zijn, des te meer concurrentie om banen en huizen, en des te meer invloed van vreemde culturen (Blalock, 1967; Quillian, 1995). Internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat naarmate de immigrantengroep waartoe allochtone vrouwen behoren groter is in een land, zij vaker participeren op de arbeidsmarkt maar banen met een lagere status hebben (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). Groepsgrootte heeft geen invloed op de werkloosheid van allochtone vrouwen. Dat allochtone vrouwen banen met een lagere status hebben in 213

16 grotere groepen kan erop wijzen dat zij werkzaam zijn in de eigen immigrantengemeenschap. Aangezien de carrièremogelijkheden binnen de eigen groep beperkt zijn, werken velen onder hun niveau (Van Tubergen, 2006a). Vooralsnog is verondersteld dat allochtonen in meer of mindere mate worden gediscrimineerd door autochtonen, afhankelijk van religie, huidskleur en groepsgrootte. Er kan echter ook binnen de groep allochtonen discriminatie optreden. Bovendien staan autochtonen niet altijd negatief ten opzichte van allochtonen en neemt men soms maatregelen om discriminatie tegen te gaan. Om met het laatste punt te beginnen. In sommige landen wordt discriminatie actiever bestreden dan in andere landen. De mate waarin dat gebeurt hangt samen met de partijen in de regering. Linkse partijen voeren een beleid dat er sterker op gericht is economische ongelijkheden te verkleinen (Lenski e.a., 1991). Daarvan zouden niet alleen de lagere sociale klassen profiteren, maar ook de verschillen tussen mannen en vrouwen en die tussen de autochtone bevolking en immigranten zouden hierdoor afnemen. Door overheidsbeleid kan discriminatie op grond van etniciteit worden verboden en kunnen specifieke maatregelen worden genomen om de positie van migranten te verbeteren (positieve discriminatie). Uit onderzoek blijkt dat hoe langer linkse partijen aan de macht zijn, des te geringer de verschillen in arbeidsmarktparticipatie en werkloosheid tussen allochtone en autochtone vrouwen (Van Tubergen, 2006b; Van Tubergen e.a., 2004). De kleur van de regering heeft geen invloed op de beroepspositie van allochtone vrouwen. Blijkbaar is het overheidsbeleid er sterker op gericht immigranten aan een baan te helpen, dan hen promotie te laten maken. Discriminatie binnen de immigrantengroep kan eveneens meer of minder sterk aanwezig zijn. In sommige herkomstlanden is het participeren van vrouwen op de arbeidsmarkt minder gebruikelijk dan in de vijftien EU-landen. Inglehart en Norris (2003) laten zien dat in postindustrie le samenlevingen er beduidend meer steun is onder de bevolking voor gelijkheid tussen de seksen dan in industrie le en agrarische samenlevingen. In agrarische landen zijn er meer traditionele opvattingen over taakverdeling en worden vrouwen grootgebracht met het idee dat zij voor de kinderen moeten zorgen, het huishouden moeten doen en ander onbetaald werk moeten verrichten. Afwijkingen van dit verwachtingspatroon worden bestraft. In een studie uitgevoerd in de Verenigde Staten vond Antecol (2000) dat vrouwen die afkomstig zijn uit landen met een lage arbeidsparticipatie ook na migratie minder actief zijn op de arbeidsmarkt. Ook internationaal vergelijkend onderzoek laat zien dat de mate van arbeidsparticipatie van vrouwen in het land van herkomst positief samenhangt met de arbeidsparticipatie van vrouwen uit die groep in het land van bestemming (Van Tubergen e.a., 2004). Dit effect blijft bestaan, zelfs nadat rekening is gehouden met andere macrokenmerken, en individuele kenmerken zoals verblijfsduur en opleidingsniveau. Socialisatie in meer traditionele opvattingen over sekserollen heeft blijkbaar een blijvend effect op de arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen. 214

17 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief Conclusie In dit artikel is gekeken naar de arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief. Drie transities naar economische integratie zijn daarbij bestudeerd. Ten eerste, of allochtone vrouwen in dezelfde mate actief zijn op de arbeidsmarkt als autochtone vrouwen. Ten tweede, of van diegenen die actief zijn op de arbeidsmarkt allochtone vrouwen even vaak werk hebben als autochtone vrouwen. Ten derde, of er etnische verschillen optreden in de status van banen die men inneemt. Uit de beschrijvende analyses blijkt dat allochtone vrouwen bij alle drie transities een achterstand oplopen in vergelijking met autochtone vrouwen: zij participeren minder vaak op de arbeidsmarkt, zijn vaker werkloos en hebben banen met een lagere status. Uit de beschrijvende verkenningen bleek verder het belang van het land van herkomst, het land van bestemming, en de immigrantengemeenschap. Zo werd gevonden dat Turkse en Marokkaanse vrouwen, ongeacht hun land van bestemming, een slechtere positie hebben op de arbeidsmarkt dan vrouwen afkomstig uit andere landen. En zo bleek dat immigranten in Belgie en Zweden, ongeacht hun land van herkomst, slechter presteerden dan vergelijkbare immigranten in andere landen. We vonden ook aanwijzingen voor gemeenschapseffecten die duiden op de specifieke interactie tussen het land van herkomst en bestemming. De achterstand van allochtone vrouwen op autochtone vrouwen, alsmede de variatie tussen herkomstlanden, bestemmingslanden en immigrantengemeenschappen kunnen worden geı nterpreteerd door onder meer de selectie van human capital en door discriminatieprocessen. Allochtone vrouwen die beschikken over meer algemene kennis en vaardigheden en bovenal over meer bestemmingsland-specifieke kennis en vaardigheden, hebben een betere positie op de arbeidsmarkt. De selectiviteit van migratiepatronen wordt gestuurd door onder andere inkomensongelijkheid, geografische ligging, officie le landstaal, politieke onderdrukking en economische ontwikkeling. Naast vaardigheden en kennis wordt de positie van allochtone vrouwen bepaald door discriminatie op de arbeidsmarkt. De komst van allochtonen wordt door veel autochtonen als bedreigend ervaren voor het behoud van de eigen cultuur en de competitie om schaarse goederen als banen en huizen. De mate van discriminatie verschilt echter tussen immigranten uit diverse herkomstlanden, en tussen immigrantengroepen. Zo worden met name immigranten met een afwijkend uiterlijk en andere godsdienst (lees: niet seculierchristelijk) gediscrimineerd. En grotere immigrantengroepen worden als bedreigender ervaren dan kleinere groepen. Discriminatie van allochtone vrouwen komt ten dele ook door culturele opvattingen en gebruiken binnen de eigen groep. En overheden kunnen discriminatie effectief tegengaan door positieve discriminatie en andere maatregelen. 215

18 Noten * Frank van Tubergen promoveerde in 2005 op een landenvergelijkende studie naar de integratie van immigranten en is momenteel als universitair docent verbonden aan de Capaciteitsgroep Sociologie, Universiteit Utrecht. Correspondentie: 1. Dit artikel is een verkorte weergave van voorgaand en lopend landenvergelijkend onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van allochtonen, en naar de arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in het bijzonder. 2. De gegevens zijn vooral afkomstig van arbeidskrachtentellingen die zijn geharmoniseerd door Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. De data zijn verder aangevuld met volkstellingen en specifieke immigrantensurveys. Voor meer informatie over de data, zie Van Tubergen (2006a). 3. Helaas laten de data het niet toe om tot een fijnere indeling te komen. 4. Verschillende verklaringen kunnen hiervoor worden gegeven. Het kan zijn dat het positieve effect van het puntensysteem wordt teniet gedaan door negatieve effecten in Australië en Canada die niet in het onderzoek zijn gemeten. Verder zijn Australië en Canada niet de enige landen die immigranten selecteren; ook Europese landen kennen selectieprocedures. Voor een uitgebreidere discussie van deze en andere argumenten, zie Van Tubergen (2006a). 5. Een andere belangrijke theorie is de economische theorie van discriminatie. Deze theorie veronderstelt dat werkgevers rationeel handelen en dat het doel van werkgevers is het behalen van een zo hoog mogelijke winst (Bovenkerk et al., 1996). Discriminatie van allochtonen zou volgens deze theorie optreden omdat werkgevers een inschatting maken van sollicitanten met het oog op de productiviteit van de kandidaat, de samenwerking van de kandidaat met andere werknemers in het bedrijf, en de consequenties van het aanstellen van de kandidaat voor de afzet. Aangezien werkgevers op grond van persoonlijke gesprekken, CV en arbeidsmarktervaring niet volledig geı nformeerd worden over potentiële werknemers, maken zij gebruik van toegeschreven kenmerken van de sollicitant, zoals de etnische groep (Phelps, 1973). Omdat werkgevers vaak positievere beelden hebben van de eigen groep, worden allochtonen vaker gediscrimineerd door werkgevers (Van Beek, 1993). Discriminatie treedt verder op omdat werkgevers vaker verwachten dat personeel minder goed kan samenwerken met allochtonen en dat klanten minder zullen kopen van allochtonen dan van autochtonen (Van Beek, 1993). Literatuur Aguilera, M.B. & Massey, D.S. (2003). Social capital and the wages of mexican migrants: New hypotheses and tests. Social Forces 82, Antecol, H. (2000). An examination of cross-country differences in the gender gap in labor force participation rates. Labour Economics 7, Becker, G.S. (1964). Human capital. New York: National bureau of Economic Research. Beek, K.W.H. van & Praag, B.M.S. van (1992). Kiezen uit sollicitanten: concurrentie tussen werkzoekenden zonder baan. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Beek, K.W.H. van (1993). To be hired or not to be hired, the employer decides. Dissertatie. Amsterdam. Blank, R.M., Dabady, M. & Citro, C.F. (2004). Measuring racial discrimination. Washington: The National Academies Press. Blalock, H.M. (1967). Toward a theory of minority group relations. New York: Wiley. Borjas, G.J. (1987). Self-selection and the earnings of immigrants. The American Economic Review 77, Borjas, G.J. (1988). International differences in the labor market performance of immigrants. Kalamazoo: W.E. Upjohn Institute for Employment Research. 216

19 FRANK VAN TUBERGEN: De arbeidsmarktpositie van allochtone vrouwen in internationaal vergelijkend perspectief Bovenkerk, F. (red.) (1978). Omdat zij anders zijn: Patronen van rasdiscriminatie in Nederland. Meppel: Boom. Bovenkerk, F., Gras, M.J.I. & Ramsoedh, D. (1995). Discrimination against migrant workers and ethnic minorities in access to employment in the Netherlands. Genève: International Labour Organisation. Chiswick, B.R. (1978). The effect of Americanization on the earnings of foreign-born men. Journal of Political Economy 86, Chiswick, B.R. (1999). Are immigrants favorably self-selected? American Economic Review 89, Chiswick, B.R. & Miller, P.W. (1995). The endogeneity between language and earnings: international analyses. Journal of Labor Economics 13, Chiswick, B.R. & Miller, P.W. (2002). Immigrant earnings: Language skills, linguistic concentrations and the business cycle. Journal of Population Economics 15, Cobb-Clark, D. & Crossley, T.F. (2004). Revisiting the family investment hypothesis. Labour Economics 11, Coenders, M., Lindner, L., Silversmith, J. & Visser, J. (2003). Kerncijfers 2003: Jaaroverzicht discriminatieklachten bij Antidiscriminatiebureaus en meldpunten. Amsterdam: Landelijke Vereniging Anti-Discriminatie Bureaus. Coenders, M. & Scheepers, P. (1998). Support for ethnic discrimination in the Netherlands ; effects of period cohort and individual characteristics. European Sociological Review 14(4), Dagevos, J., Gijsberts, M. & Praag, C. van (2003). Rapportage minderheden 2003; onderwijs, arbeid en sociaal-culturele integratie. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Dagevos, J. (2006). Hoge (jeugd)werkloosheid onder etnische minderheden: nieuwe bevindingen uit het LAS-onderzoek. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Dolfing, M. & Tubergen, F. van (2005). Bensaïdi of Veenstra? Een experimenteel onderzoek naar discriminatie van Marokkanen in Nederland. Sociologie 1, Evans, M.D.R. & Kelley, J. (1991). Prejudice, discrimination, and the labor market: Attainments of immigrants in Australia. American Journal of Sociology 97, Friedberg, R.M. (2000). You can t take it with you? Immigrant assimilation and the portability of human capital. Journal of Labor Economics 18, Ganzeboom, H.B.G., Graaf, P.M. de & Treiman, D.J. (1992). A standard international socioeconomic index of occupational status. Social Science Research 21, Gras, M., Bovenkerk, F., Gorter, K., Kruiswijk, P. & Ramsoedh, D. (1996). Een schijn van kans. Twee empirische onderzoekingen naar discriminatie op grond van handicap en etnische afkomst. Arnhem: Quint. Inglehart, R. & Norris, P. (2003). Rising tide: gender inequality and cultural change around the world. New York: Cambridge University Press. Jasso, G. & Rosenzweig, M.R. (1990). The new chosen people: Immigrants in the United States. New York: Russell Sage Foundation. Keuzenkamp, S. & Merens, A. (red.) (2006). Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Klaver, J., Mevissen, J.W.M. & Odé, A.W.M. (2005). Etnische minderheden op de arbeidsmarkt, beelden en feiten, belemmeringen en oplossingen. Amsterdam: Regioplan. Kruisbergen, E.W. & Veld, Th. (2002). Een gekleurd beeld: Over beoordeling in selectie van allochtone werknemers. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Lenski, G., Lenski, J. & Nolan, P. (1991). Human societies: An introduction to macrosociology. New York: McGraw-Hill. Model, S. & Lin, L. (2002). The cost of not being Christian: Hindus, Sikhs and Muslims in Britain and Canada. International Migration Review 36, Nederlands Centrum Buitenlanders (1995). Allochtonen over Nederland(ers). Utrecht: Nederlands Centrum Buitenlanders. Phelps, E.S. (1972). The statistical theory of racism and sexism. American Economic Review 62, Quillian, L. (1995). Prejudice as a response to perceived group threat: Population composition and anti-immigrant and racial prejudice in Europe. American Sociological Review 60,

20 Portes, A. & Rumbaut, R.G. (1996). Immigrant America: A portrait. 2e editie. Berkeley: University of California Press. Portes, A. & Sensenbrenner, J. (1993). Embeddedness and immigration: Notes on the social determinants of economic action. American Journal of Sociology 98, Quillian, L. (1995). Prejudice as a response to perceived group threat: population composition and anti-immigrant and racial prejudice in Europe. American Sociological Review 60, Reitz, J.G. (1998). Warmth of the welcome: The social causes of economic success for immigrants in different nations and cities. Boulder: Westview Press. Riach, P.A. & Rich, J. (2002). Field experiments of discrimination in the market place. The Economic Journal 112, Scheepers, P., Coenders, M. & Lubbers, M. (2003). Historisch overzicht van etnocentrische reacties in Nederland aan het eind van de twintigste eeuw. Beleid en Maatschappij 30, Scheepers, P., Eisinga, R. & Linssen, L. (1994). Etnocentrisme in Nederland: Veranderingen bij kansarme categorieën? Sociologische Gids 3, SCP/WODC/CBS (2005). Jaarrapport integratie Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC), Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Sowell, T. (1996). Migrations and cultures: A world view. New York: Basic Books. Tubergen, F. van (2006a). Immigrant integration: A cross-national study. New York: LFB Scholarly Publishing. Tubergen, F. van (2006b te verschijnen). Occupational status of immigrants in cross-national perspective: A multilevel analysis of 17 western societies. In: G. Parsons & T. Smeeding, Immigration and the transformation of Europe. Cambridge: Cambridge University Press. Tubergen, F. van (2006c te verschijnen). Social stratification, race and ethnicity. In: G. Ritzer, Encyclopedia of Sociology. Oxford: Blackwell Publishing. Tubergen, F. van & Maas, I. (2004). Women migrants in the European Union: A demographic and socioeconomic profile. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Tubergen, F. van, Maas, I. & Flap, H. (2004). The economic incorporation of immigrants in 18 western societies: Origin, destination, and community effects. American Sociological Review 69, Veenman, J. (1990). De arbeidspositie van allochtonen in Nederland, in het bijzonder Molukkers. Groningen: Wolters-Noordhoff. Veenman, J. (2003). Discriminatie op de arbeidsmarkt: De resultaten van Nederlands onderzoek. Beleid en Maatschappij 30, Vries, M.R. de & Wolbers, M.H.J. (2002). Verschillen in arbeidsmarktpositie tussen allochtone en autochtone schoolverlaters in Nederland: De rol van het bereikte opleidingsniveau en sociale herkomst. Sociale Wetenschappen 45, Wilson, W.J. (1987). The truly disadvantaged: The inner city, the underclass, and public policy. Chicago: University of Chicago Press. 218

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Artikelen Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Martijn Souren en Jannes de Vries Onder laagopgeleide vrouwen is de bruto arbeidsparticipatie aanzienlijk

Nadere informatie

Europese feestdagen 2017

Europese feestdagen 2017 Januari - Februari - Maart Bestemming Januari Februari Maart Nederland (NL) 01-01 Bestemming Januari Februari Maart België (BE) 01-01 Bosnie en Herzegovina (BA) 01-03 Bulgarije (BG) 01-01 03-03 Denemarken

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

DETERMINANTEN VAN LAGE WERKINTENSITEIT IN HUISHOUDENS MET ARBEIDSONGESCHIKTE GEZINSLEDEN Empirische analyses voor de EU-15

DETERMINANTEN VAN LAGE WERKINTENSITEIT IN HUISHOUDENS MET ARBEIDSONGESCHIKTE GEZINSLEDEN Empirische analyses voor de EU-15 DETERMINANTEN VAN LAGE WERKINTENSITEIT IN HUISHOUDENS MET ARBEIDSONGESCHIKTE GEZINSLEDEN Empirische analyses voor de EU-15 Leen Meeusen, Annemie Nys en Vincent Corluy 17 juni 2014 Opbouw presentatie Inleiding

Nadere informatie

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid,

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, @ FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, september 29 Samenvatting De werkloosheid onder de 1 tot 2 jarige Nederlanders is in het 2 e kwartaal van 29 met

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Oudere migranten in Nederland. Jeroen Ooijevaar NVD-seminar oudere migranten, 6 oktober 2017

Oudere migranten in Nederland. Jeroen Ooijevaar NVD-seminar oudere migranten, 6 oktober 2017 Oudere migranten in Nederland Jeroen Ooijevaar NVD-seminar oudere migranten, 6 oktober 2017 Inhoud Over het CBS Historie Stand Prognose Emigratie Verder onderzoek 2 Over het CBS 3 Even kennismaken 4 Het

Nadere informatie

Zekerheden over een onzeker land

Zekerheden over een onzeker land Zekerheden over een onzeker land Parijs, 27 januari 2012 Paul Schnabel Universiteit Utrecht Demografische feiten 2012-2020 Bevolking 17 miljoen (plus 0,5 miljoen) Jonger dan 20 jaar 3,7 miljoen (min 0,2

Nadere informatie

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx

Bijlage B4. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Freek Bucx Bijlage B4 Eerste treden op de arbeidsmarkt Freek Bucx Inhoud Tabel B4.1... 3 Tabel B4.2... 4 Tabel B4.3... 5 Tabel B4.4... 6 Tabel B4.5... 7 Tabel B4.6... 8 Bijlage B4 Eerste treden op de arbeidsmarkt

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en zorggebruik

Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en zorggebruik Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en zorggebruik ITS, Radboud Universiteit Nijmegen Roelof Schellingerhout 024 3653500 r.schellingerhout@its.ru.nl 5 februari 2013 Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en

Nadere informatie

12. Vaak een uitkering

12. Vaak een uitkering 12. Vaak een uitkering Eind 2001 hadden niet-westerse allochtonen naar verhouding 2,5 maal zo vaak een uitkering als autochtonen. De toename van de WW-uitkeringen in 2002 was bij niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs 7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs Vergeleken met autochtonen is de participatie in het hoger onderwijs van niet-westerse allochtonen ruim twee keer zo laag. Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen BRUGGE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen BRUGGE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen BRUGGE Arrondissement Brugge HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Provincie Flevoland Verkenning toekomstvisie leefomgeving Atelier Flevo-perspectieven, 29 maart 2016

Provincie Flevoland Verkenning toekomstvisie leefomgeving Atelier Flevo-perspectieven, 29 maart 2016 Provincie Flevoland Verkenning toekomstvisie leefomgeving Atelier Flevo-perspectieven, 29 maart 2016 De Flevo-context: immigratie en acculturatie in Nederland, en arbeidsmigratiedruk in traditionale herkomstlanden

Nadere informatie

4. Kans op echtscheiding

4. Kans op echtscheiding 4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote

Nadere informatie

Persbericht. Maatschappelijke achterstand allochtonen is hardnekkig Jaarrapport Integratie EMBARGO tot dinsdag 20 septemper 2005, 15.

Persbericht. Maatschappelijke achterstand allochtonen is hardnekkig Jaarrapport Integratie EMBARGO tot dinsdag 20 septemper 2005, 15. Sociaal en Cultureel Planbureau Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Centraal Bureau voor de Statistiek Maatschappelijke achterstand allochtonen is hardnekkig Jaarrapport Integratie 2005

Nadere informatie

Gemengd Amsterdam * in cijfers*

Gemengd Amsterdam * in cijfers* Gemengd Amsterdam * in cijfers* Tekst: Leen Sterckx voor LovingDay.NL Gegevens: O + S Amsterdam, bewerking Annika Smits Voor de viering van Loving Day 2014 op 12 juni a.s. in de Balie in Amsterdam, dat

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING kaarten 1 en 2 Spreiding allochtonen in Den Haag kaart 1 kaart 2 uit Indonesië totaal

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTRIJK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTRIJK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTRIJK HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Kortrijk Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen OOSTENDE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Oostende Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ARDOOIE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ARDOOIE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ARDOOIE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Tielt Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Maatschappelijke participatie als opstap naar betaald werk.

Maatschappelijke participatie als opstap naar betaald werk. Maatschappelijke participatie als opstap naar betaald werk. Paraprofessionele functies Voor allochtone vrouwen zonder formele kwalificaties worden komende jaren paraprofessionele functies gecreëerd. Deze

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in oktober 2013

De arbeidsmarkt in oktober 2013 De arbeidsmarkt in oktober 2013 Datum: 8 november 2013 Van: Stad Antwerpen Actieve stad Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche oktober 2013 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen eind

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen RUISELEDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen RUISELEDE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen RUISELEDE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Tielt Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs

Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs

Nadere informatie

11. Stijgende inkomens

11. Stijgende inkomens 11. Stijgende inkomens Tussen 1998 en 2000 is het gemiddelde inkomen van niet-westers allochtone huishoudens sterker toegenomen dan dat van autochtone huishoudens. De niet-westerse huishoudens hadden in

Nadere informatie

Arbeidsmarkt allochtonen

Arbeidsmarkt allochtonen Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Arbeidsmarkt allochtonen Samenvatting 1.176 werkzoekende allochtone Kempenaren (2012) vaak man meestal

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2013

De arbeidsmarkt in augustus 2013 De arbeidsmarkt in augustus 2013 Datum: 5 september 2013 Van: Stad Antwerpen Actieve stad Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2012 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen eind

Nadere informatie

Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland

Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland Jennissen, R.P.W. & Oudhof, J. (Reds.). 2007. Ontwikkelingen in de maatschappelijke participatie van allochtonen: Een theoretische

Nadere informatie

12 Uitgenodigde vluchtelingen

12 Uitgenodigde vluchtelingen De centrale vraag in dit onderzoek luidt: wat is de maatschappelijke positie van uitgenodigde vluchtelingen en zijn er factoren aanwijsbaar die een bevorderende of belemmerende rol spelen bij het verwerven

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

DESKRESEARCH EUROPESE VERKIEZINGEN 2009 Onthouding en stemgedrag bij de Europese verkiezingen van 2009

DESKRESEARCH EUROPESE VERKIEZINGEN 2009 Onthouding en stemgedrag bij de Europese verkiezingen van 2009 Directoraat-generaal voorlichting Afdeling Analyse van de publieke opinie Brussel, 13 november 2012 DESKRESEARCH EUROPESE VERKIEZINGEN 2009 Onthouding en stemgedrag bij de Europese verkiezingen van 2009

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen ROESELARE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Roeselare Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen KORTEMARK Arrondissement Diksmuide HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen

Sterke toename alleenstaande moeders onder allochtonen Carel Harmsen en Joop Garssen Terwijl het aantal huishoudens met kinderen in de afgelopen vijf jaar vrijwel constant bleef, is het aantal eenouderhuishoudens sterk toegenomen. Vooral onder Turken en Marokkanen

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen SPIERE-HELKIJN HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Kortrijk Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Nadere informatie

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen LANGEMARK-POELKAPELLE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen

Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen LANGEMARK-POELKAPELLE. Opsplitsing in nationaliteitsgroepen Fiche Kleurrijk West-Vlaanderen LANGEMARK-POELKAPELLE HUIDIGE NATIONALITEIT PG2 NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE PG 3 HUISHOUDENS PG 4 WERKZOEKENDEN PG 5 NIEUWKOMERS PG 6 Arrondissement Ieper Opsplitsing in

Nadere informatie

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER?

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? Amsterdam, november 2011 Auteur: Dr. Christine L. Carabain NCDO Telefoon (020) 5688 8764 Fax (020) 568 8787 E-mail: c.carabain@ncdo.nl 1 2 INHOUDSOPGAVE Samenvatting

Nadere informatie

Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005

Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005 Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005 1. Demografische gegevens over etnische minderheden Per 1 januari 2005 telde de Nederlandse bevolking 3,1 miljoen (3.122.717) allochtonen. De omvang

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juli 2014

De arbeidsmarkt in juli 2014 De arbeidsmarkt in juli 2014 Datum: 13 augustus 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche juli 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen

Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen Cohortvruchtbaarheid van niet-westers allochtone vrouwen Mila van Huis De vruchtbaarheid van vrouwen van niet-westerse herkomst blijft convergeren naar het niveau van autochtone vrouwen. Het kindertal

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 De gemeenschap van mijn overgrootvader vormt een van oudste minderheidsgroepen

Nadere informatie

ONGELIJKHEID OP DE ARBEIDSMARKT Hoofdstuk 9

ONGELIJKHEID OP DE ARBEIDSMARKT Hoofdstuk 9 ONGELIJKHEID OP DE ARBEIDSMARKT Hoofdstuk 9 Tom Vandenbrande Op het vlak van de gelijke vertegenwoordiging van kansengroepen op de arbeidsmarkt bengelt Vlaanderen aan de staart van het Europese peloton.

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/13/146 ADVIES NR. 13/65 VAN 2 JULI 2013, GEWIJZIGD OP 5 NOVEMBER 2013 EN OP 7 OKTOBER 2014, INZAKE DE MEDEDELING

Nadere informatie

Migrantenouderen in cijfers

Migrantenouderen in cijfers Migrantenouderen in cijfers Roelof Schellingerhout 1. Aantallen en demografie 2. Prognose 3. Inkomenspositie 4. Gezondheid en welzijn Aantallen en demografie Aantal (migranten) ouderen, 1 januari 2017

Nadere informatie

Kortcyclische arbeid, Op de teller!

Kortcyclische arbeid, Op de teller! Kortcyclische arbeid, Op de teller! 1 Doel Doel van dit instrument is inzicht bieden in de prevalentie (mate van voorkomen) en de effecten van kortcylische arbeid. Dit laat toe een duidelijke definiëring

Nadere informatie

LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG

LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG LAAGGELETTERDHEID IN DEN HAAG Uitgevoerd door: CINOP Advies Etil Kohnstamm Instituut Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University DEZE FACTSHEETRAPPORTAGE IS ONTWIKKELD IN

Nadere informatie

ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT

ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT 14.06.2005-15.07.2005 803 antwoorden Geef aan op welk gebied uw hoofdactiviteit ligt D - Industrie 225 K - Exploitatie van en handel in onroerend

Nadere informatie

PIAAC: Kernvaardigheden voor Werk en Leven Resultaten van de Nederlandse survey Willem Houtkoop

PIAAC: Kernvaardigheden voor Werk en Leven Resultaten van de Nederlandse survey Willem Houtkoop PIAAC: Kernvaardigheden voor Werk en Leven Resultaten van de Nederlandse survey 2012 Willem Houtkoop Opzet Achtergrond bij PIAAC Prestaties van NL internationaal vergeleken Laaggeletterdheid in Nederland

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

BIJLAGE I LIJST MET NAMEN, FARMACEUTISCHE VORM, STERKTE VAN HET GENEESMIDDEL, TOEDIENINGSWEG, AANVRAGERS IN DE LIDSTATEN

BIJLAGE I LIJST MET NAMEN, FARMACEUTISCHE VORM, STERKTE VAN HET GENEESMIDDEL, TOEDIENINGSWEG, AANVRAGERS IN DE LIDSTATEN BIJLAGE I LIJST MET NAMEN, FARMACEUTISCHE VORM, STERKTE VAN HET GENEESMIDDEL, TOEDIENINGSWEG, AANVRAGERS IN DE LIDSTATEN 1 AT - Oostenrijk Flutiform 50 Mikrogramm/5 Mikrogramm pro Sprühstoß Druckgasinhalation

Nadere informatie

Beroepsbevolking 2005

Beroepsbevolking 2005 Beroepsbevolking 2005 De veroudering van de beroepsbevolking is duidelijk zichtbaar in de veranderende leeftijdspiramide van de werkzame beroepsbevolking (figuur 1). In 1975 behoorde het grootste deel

Nadere informatie

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juni 2014

De arbeidsmarkt in juni 2014 De arbeidsmarkt in juni 2014 Datum: 17 juli 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche juni 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

De positie van etnische minderheden in cijfers

De positie van etnische minderheden in cijfers De positie van etnische minderheden in cijfers tabel b.. Omvang van de allochtone bevolking in Nederland naar herkomst (00 en prognose voor 00 en 0), aantallen x 00, per januari Bron: CBS, Allochtonen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2015

De arbeidsmarkt in augustus 2015 De arbeidsmarkt in augustus 2015 Datum: 8 september 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in december 2014 De arbeidsmarkt in december 2014 Datum: 14 januari 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche december 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers IMMIGRATIE IN DE EU Bron: Eurostat, 2014, tenzij anders aangegeven De gegevens verwijzen naar niet-eu-burgers van wie de vorige gewone verblijfplaats in een land buiten de EU lag en die al minstens twaalf

Nadere informatie

10. Banen met subsidie

10. Banen met subsidie 10. Banen met subsidie Eind 2002 namen er 178 duizend personen deel aan een van de regelingen voor gesubsidieerd werk. Meer dan eenzesde van deze splaatsen werd door niet-westerse allochtonen bezet. Ze

Nadere informatie

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Dr. Maurice de Greef Prof. dr. Mien Segers 06-2016 Maastricht University, Educational Research & Development (ERD) School

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

2. De niet-westerse derde generatie

2. De niet-westerse derde generatie 2. De niet-westerse derde generatie Op 1 januari 23 woonden in Nederland tussen de 34 duizend en 36 duizend personen met ten minste één grootouder die in een niet-westers land is geboren. Dit is ruim eenderde

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2003-I

Eindexamen aardrijkskunde havo 2003-I Politiek en ruimte Opgave 6 bron 9 In de periode 2000-2006 zal de Europese Unie financiële steun voor sociaal-economische ontwikkeling toekennen aan twee soorten regio s: de regio s met een ontwikkelingsachterstand

Nadere informatie

2 Leveringen van goederen naar

2 Leveringen van goederen naar 2 Leveringen van goederen naar landen binnen de EU 2.1 Levering van goederen binnen de EU aan een buitenlandse ondernemer 2.1.1 intracommunautaire leveringen Hoofdregel bij grensoverschrijdende leveringen

Nadere informatie

Constructie van de variabele Etnische afkomst

Constructie van de variabele Etnische afkomst Constructie van de variabele Etnische afkomst Ter inleiding geven we eerst een aantal door verschillende organisaties gehanteerde definities van een allochtoon. Daarna leggen we voor het SiBO-onderzoek

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in mei 2014

De arbeidsmarkt in mei 2014 De arbeidsmarkt in mei 2014 Datum: 13 juni 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche mei 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen eind

Nadere informatie

Bijlage bij hoofdstuk 9 Identificatie, acceptatie en discriminatie

Bijlage bij hoofdstuk 9 Identificatie, acceptatie en discriminatie Bijlage bij hoofdstuk 9 Identificatie, acceptatie en discriminatie Tabel B9.1 Lineaire regressieanalyse identificatie met Nederland (0-4: helemaal niet heel sterk), 2009 (in ongestandaardiseerde coëfficiënten,

Nadere informatie

Regionale verschillen in de vruchtbaarheid van autochtonen en allochtonen

Regionale verschillen in de vruchtbaarheid van autochtonen en allochtonen Mila van Huis 1) en Petra Visser 2) Regionale verschillen in vruchtbaarheid worden vooral bepaald door regionale verschillen in de vruchtbaarheid van autochtone vrouwen. Grote verschillen komen voor. Er

Nadere informatie

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO

Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO Oudere minima in Amsterdam en het gebruik van de AIO In opdracht van: DWI Projectnummer: 13010 Anne Huizer Laure Michon Clemens Wenneker Jeroen Slot Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020

Nadere informatie

B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015. Onderwerp

B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015. Onderwerp B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015 Onderwerp Beantwoording van schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van het raadslid A. Van den Boogaard (PvdA) inzake Arbeidsparticipatie

Nadere informatie

Allochtonenprognose 2002 2050: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 2010

Allochtonenprognose 2002 2050: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 2010 Allochtonenprognose 22 25: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 21 Maarten Alders Volgens de nieuwe allochtonenprognose van het CBS neemt het aantal niet-westerse allochtonen toe van 1,6 miljoen

Nadere informatie

STAND VAN ZAKEN EURO PLUS-PACT

STAND VAN ZAKEN EURO PLUS-PACT STAND VAN ZAKEN EURO PLUS-PACT Presentatie door J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 9 December 2011 De context van het Euro Plus-pact 1 Europa 2020 Procedure macro-onevenwichtigheden

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-015 13 februari 2006 9.30 uur Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 In 2005 is de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

Vara - Kassa 3 Resultaten Aflevering 13 Zomervakantie 1 31 Juli 2007

Vara - Kassa 3 Resultaten Aflevering 13 Zomervakantie 1 31 Juli 2007 Vara - Kassa 3 Resultaten Aflevering 13 Zomer 1 31 Juli 2007 1 onderzoeksgegevens mogen alleen gebruikt worden onder vermelding van YoungVotes en de VARA Factsheet Jongeren en Aan 592 jongeren in de leeftijd

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2014

De arbeidsmarkt in augustus 2014 De arbeidsmarkt in augustus 2014 Datum: 17 september 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1.

Nadere informatie

www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa

www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa www.share-project.nl Resultaten van het project 50+ In Europa Wat gebeurt er nu? Published by Mannheim Research Institute for the Economics of Aging (MEA) L13,17 68131 Mannheim Phone: +49-621-181 1862

Nadere informatie

Allochtonen, 2012 Gepubliceerd op Compendium voor de Leefomgeving (http://www.clo.nl)

Allochtonen, 2012 Gepubliceerd op Compendium voor de Leefomgeving (http://www.clo.nl) Indicator 13 februari 2013 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. In 2012 woonden er in Nederland

Nadere informatie

Meerdere keren zonder werk

Meerdere keren zonder werk Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2017

De arbeidsmarkt in augustus 2017 De arbeidsmarkt in augustus 2017 Datum: 7 september 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

Allochtonen aan het werk

Allochtonen aan het werk José Gouweleeuw en Carel Harmsen Opleidingsniveau is ook voor de belangrijkste verklarende variabele voor het al dan niet hebben van werk, en voor het soort beroep dat zij uitoefenen. Deze conclusie kan

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010 Meer personen op de arbeidsmarkt in de eerste helft van 2010. - Nieuwe cijfers Enquête naar de Arbeidskrachten, 2 de

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in februari 2017

De arbeidsmarkt in februari 2017 De arbeidsmarkt in februari 2017 Datum: 8 maart 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche februari 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in januari 2017

De arbeidsmarkt in januari 2017 De arbeidsmarkt in januari 2017 Datum: 7 februari 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche januari 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat

Nadere informatie

Zijn autochtonen en allochtonen tevreden met hun buurtbewoners?

Zijn autochtonen en allochtonen tevreden met hun buurtbewoners? Zijn autochtonen en allochtonen tevreden met hun? Martijn Souren en Harry Bierings Autochtonen voelen zich veel meer thuis bij de mensen in een autochtone buurt dan in een buurt met 5 procent of meer niet-westerse

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in maart 2017

De arbeidsmarkt in maart 2017 De arbeidsmarkt in maart 2017 Datum: 12 april 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche maart 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat 1.

Nadere informatie

Rotterdamse schoolverlaters op achterstand

Rotterdamse schoolverlaters op achterstand Relatief zwakke perspectieven voor lager opgeleiden Rotterdamse schoolverlaters op achterstand Arjen Edzes, Marten Middeldorp en Jouke van Dijk - Rijksuniversiteit Groningen. Schoolverlaters in Rotterdam

Nadere informatie

Battle of the sexes. De gender gap

Battle of the sexes. De gender gap Battle of the sexes Organisation for Economic Cooperation and Development, (2002), OECD Employment outlook july 2002, OECD Publications, Paris, 336 p. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

Nadere informatie

Hoe Europeanen denken over biotechnologie en genetisch gemodificeerd voedsel in 2005

Hoe Europeanen denken over biotechnologie en genetisch gemodificeerd voedsel in 2005 Eens in de drie jaar wordt in de Europese Unie onderzoek verricht naar de publieksopvattingen over biotechnologie. Eind 05 zijn in totaal 25.000 respondenten in de 25 lidstaten van de EU ondervraagd. Hier

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in mei 2017

De arbeidsmarkt in mei 2017 De arbeidsmarkt in mei 2017 Datum: 6 juni 2017 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche mei 2017 In deze arbeidsmarktfiche zien we dat 1. Antwerpen

Nadere informatie