HOE WORDEN DE ALS MATERIEEL ERKENDE ONDERWERPEN DOOR ONDERNEMINGEN WERKELIJK VERANTWOORD IN HET DUURZAAMHEIDVERSLAG?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HOE WORDEN DE ALS MATERIEEL ERKENDE ONDERWERPEN DOOR ONDERNEMINGEN WERKELIJK VERANTWOORD IN HET DUURZAAMHEIDVERSLAG?"

Transcriptie

1 HOE WORDEN DE ALS MATERIEEL ERKENDE ONDERWERPEN DOOR ONDERNEMINGEN WERKELIJK VERANTWOORD IN HET DUURZAAMHEIDVERSLAG? Master scriptie, MscBA, specialisatie Accountancy Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde Allard Hibma

2 1

3 HOE WORDEN DE ALS MATERIEEL ERKENDE ONDERWERPEN DOOR ONDERNEMINGEN WERKELIJK VERANTWOORD IN HET DUURZAAMHEIDVERSLAG? Master scriptie, MscBA, specialisatie Accountancy Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Economie en Bedrijfskunde Allard Hibma Studentnummer: S Jozef Israelsstraat 83a 9718 GG Groningen tel.: +31 (0) Begeleider universiteit prof. dr. D.A. de Waard Extract Steeds meer ondernemingen rapporteren over niet-financiële onderwerpen in de vorm van duurzaamheidsverslagen. Om te zorgen, dat de hoeveelheid gerapporteerde informatie relevant blijft voor de gebruikers, zijn er initiatieven, zoals het GRI en IIRC om de niet-financiële informatie te structureren en de Transparantiebenchmark om deze verslagen te beoordelen op hun bruikbaarheid. In deze studie beargumenteer ik dat, om de hoeveelheid aan niet-financiële informatie overzichtelijk en relevant te houden voor de gebruikers, ondernemingen zich moeten concentreren op die onderwerpen, die voor henzelf en de gebruikers van materieel belang zijn. In deze studie beoordeel ik 32 Nederlandse bedrijven, verspreid over 16 sectoren, die zijn opgenomen in de Transparantiebenchmark Hierbij beoordeel ik de wijze waarop deze bedrijven in hun duurzaamheidsverslag werkelijk rapporteren over hun drie meest materiële onderwerpen. Om te beoordelen hoe deze materiële onderwerpen worden verantwoord in het duurzaamheidsverslag, heb ik een beoordelingsmodel ontwikkeld, gebaseerd op het Reporting en Assurance Framework Initiative raamwerk en de Transparantiebenchmark 2014 en vervolgens een inhoudsanalyse uitgevoerd. Dit onderzoek heeft een exploratief karakter. Kernwoorden: Duurzaamheidsverslaggeving, materialiteit, inhoudsanalyse, niet-financiële informatie, exploratief 2

4

5 Inhoudsopgave 1. INTRODUCTIE Algemene ontwikkelingen Focus van mijn onderzoek Wetenschappelijke relevantie THEORETISCH KADER Stakeholdertheorie Materialiteit Legitimatietheorie Voluntary disclosure theorie METHODE VAN ONDERZOEK Fasen van het onderzoek Data Inhoudsanalyse Beoordelingsmodel Aantal materiële onderwerpen Econometrisch model Beperkingen in het onderzoek RESULTATEN Eerste analyse per aspect Aspect A Specific Policies Aspect B Stakeholder Engagement Aspect C Assessing Aspect D Integrating and Acting Aspect E Tracking Aspect F Remediation Tweede analyse per sector Energie, olie en gas Dienstverlening Bouw en maritiem Banken en verzekeraars Transport Voedsel en drank Industriële goederen Technologie Consumentenproducten Media Vastgoed Retail Overig Handelsmaatschappij Universiteiten en UMC s Pharma Algemene opmerkingen en best practices Derde analyse - regressie

6 5. CONCLUSIE Eerste deelvraag Tweede deelvraag Beantwoording hoofdvraag Conclusies eerste analyse - aspecten Conclusies tweede analyse - sectoren Conclusies derde analyse regressie Verklarende woordenlijst Referenties Bijlage 1 Beoordelingsmodel Bijlage 2 Bedrijven met een materialiteitsmatrix Bijlage 3 Correlaties

7 1. INTRODUCTIE 1.1 Algemene ontwikkelingen Steeds meer multinationale corporaties rapporteren over niet-financiële informatie in de vorm van duurzaamheidverslagen. Inmiddels publiceren 95% van de 250 grootste bedrijven ter wereld en 71% van de 100 grootste bedrijven in 41 landen (in totaal bedrijven) een duurzaamheidverslag (KPMG, 2013). Ook letten institutionele investeerders in toenemende mate op niet-financiële informatie bij hun beleggingsbeslissingen. Er zijn inmiddels 1260 organisaties, die kenbaar hebben gemaakt zich te houden aan de Principles for Responsible Investment (PRI) 1. Deze 1260 organisaties vertegenwoordigen grofweg $45 biljoen assets under management (AUM) en houden bij hun investeringsbeslissingen rekening met duurzaamheidscriteria (PRI, 2014). Daarnaast is onder Nederlandse ondernemingen een toenemende aandacht voor Integrated Reporting (<IR>). Een Intergrated Report is één rapport, waarin de onderneming verslag doet over haar strategie, governance, prestaties en vooruitzichten in de context van haar externe omgeving (IIRC, 2013, p. 7). In een <IR> wordt dus zowel financiële, als niet-financiële informatie in één verslag verwerkt. Uit recent onderzoek dat is uitgevoerd door Deloitte (2014), blijkt dat de beoordeelde ondernemingen goed scoren op reliability and completeness of their reports 2, maar minder goed scoren op conciseness. Dit geeft aan dat het helder en beknopt weergeven van, zowel financiële als niet-financiële, informatie in een Intergrated Report geen makkelijke opgave is. Dit komt onder andere, doordat de beoordeelde bedrijven willen of dienen te voldoen aan meerdere richtlijnen, raamwerken en ratings, zoals IFRS, GRI, UNGC, DJSI, Transparantiebenchmark, <IR> etc. (Deloitte, 2014, p 7). Ook maakt de Nederlandse overheid kenbaar maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) steeds belangrijker te vinden, omdat MVO [bijdraagt] aan een snellere verduurzaming van de samenleving en een belangrijke bijdrage levert aan de duurzaamheiddoelstellingen (sociaal en milieu) van het Kabinet. 3 In de internationale context is verder een verschuiving waar te nemen van vrijwillige verantwoording over niet-financiële informatie, naar een verplichte rapportage van niet-financiële informatie op een licht toe of leg uit basis (GRI, 2013c, p. 14.). Met als belangrijkste mijlpaal het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad met betrekking tot de bekendmaking van niet-financie le informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen. 4 Het feit dat veel ondernemingen duurzaamheidsverslagen publiceren, betekent niet automatisch dat de kwaliteit van deze rapportages voldoende is. In tegendeel, alhoewel de kwaliteit van de verslaggeving in het afgelopen decennium is toegenomen, valt er nog veel te winnen als het gaat om de transparantie in de verslaggeving (KPMG, 2013; Ernst & Young, 2009; TB, 2014). Uit een onderzoek van Ernst & Young (2009) blijkt bijvoorbeeld, dat 76% van de duurzaamheidverslagen voornamelijk positief nieuws naar buiten brengen, in plaats van een eerlijke en uitgebalanceerde verantwoording. Is dit het resultaat van zelfoverschatting 5, of zit hier een bewuste verslaggevingsstrategie achter? Als er een 1 PRI wordt ondersteund door de Verenigde Naties (VN) en is opgericht in 2005, door de toenmalig secretaris-generaal Kofi Annan van de VN, en heeft als missie: an economically efficient, sustainable global financial system is a necessity for long-term value creation. Such a system will reward long-term, responsible investment and benefit the environment and society as a whole (http://www.unpri.org/about-pri/about-pri/, geraadpleegd op 25 november 2014). 2 73% van de in totaal 30 beoordeelde ondernemingen heeft een externe assurance over de financiële als niet-financiële informatie gekregen, wat de betrouwbaarheid van de gerapporteerde informatie vergroot (Deloitte, 2014, p. 7). 3 Beleidsnota MVO loont juni 2013, p. 1 (http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/06/28/ beleidsbrief-maatschappelijk-verantwoord-ondernemen-loont.html, geraadpleegd op 26 november 2014). 4 Besluit Europese Commissie tot wijziging richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG geraadpleegd op 29 januari In een bekend onderzoek van de Zweedse psycholoog Ola Svenson (1981) wordt aan totaal 161 mensen gevraagd of ze vonden dat ze betere bestuurders waren dan de gemiddelde weggebruiker, waarop drie kwart van de respondenten 3

8 verslaggevingsstrategie achter zit, heeft dit als resultaat dat duurzaamheidverslagen niet enkel een verantwoordingsfunctie, maar ook een legitimatiefunctie kunnen hebben. Wat inhoudt dat duurzaamheidverslagen kunnen worden gebruikt om acties van ondernemingen te legitimeren, of goed te praten (Neu, Warsame en Pedwell, 1998). Om te voorkomen, dat organisaties duurzaamheidverslagen gebruiken om de publieke opinie in hun voordeel te beïnvloeden, worden acties ondernomen om de transparantie van deze verslagen te bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn de jaarlijkse Transparantiebenchmark (hierna TB) die het ministerie van Economische Zaken sinds 2004 uitvoert en de constante verbetering van internationale verslaggevingstandaarden van de Global Reporting Initiative (GRI, 2013a), waarvan inmiddels al de 4 de versie is gepubliceerd. Transparantie is een abstract begrip en voor de leesbaarheid van deze scriptie hanteer ik het uitgangspunt van transparantie die de TB (2014, p. 45) hanteert. Om volledig transparant te zijn en de maximale score te behalen op de TB, dient de onderneming het maximaal aantal punten te behalen op 40 criteria. Deze criteria bestaan uit een inhoudsgericht normenkader (onderneming en bedrijfsprofiel, beleid en resultaten en management aanpak) en een kwaliteitsgericht normenkader (relevantie, duidelijkheid, betrouwbaarheid, responsiviteit en samenhang). Het maximaal aantal te behalen punten per categorie varieert. De TB geeft nadrukkelijk geen oordeel over de maatschappelijke prestaties van de beoordeelde ondernemingen (p. 41). Financiële informatie in het algemeen en de jaarrekening in het bijzonder worden zodanig ingericht dat de verslaggeving informatief is voor de gebruikers. De gebruikers van de jaarrekening worden door de Financial Accounting Standards Board (FASB) gedefinieerd als existing and potential investors, lenders, and other creditors 6. Om financiële informatie transparant weer te geven, zijn hiervoor gedetailleerde standaarden en richtlijnen ontwikkeld door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) in Nederland en de International Financial Reporting Standards (IFRS) in de internationale context. In deze richtlijnen wordt heel duidelijk aangegeven welke informatie gerapporteerd dient te worden, ten einde zo informatief mogelijk te zijn voor de gebruikers van deze informatie. Bij nietfinanciële informatie ligt het gecompliceerder, omdat er een enorme heterogeniteit bestaat ten aanzien van de (mogelijke) gebruikers. Dit leidt tot een veelzijdigheid aan te rapporteren onderwerpen. Nietfinanciële informatie in het algemeen en duurzaamheidsverslagen 7 in het bijzonder, beogen tegemoet te komen aan de informatiebehoeftes van de gebruikers. In dit geval zijn dat alle relevante stakeholders en niet alleen vermogensverschaffers, aldus de definitie van de FASB. Het in kaart brengen van relevante stakeholders voor de organisatie wordt nader toegelicht in paragraaf 2.1. De veelzijdigheid van de te rapporteren informatie kan er uiteindelijk toe leiden dat duurzaamheidverslagen veel informatie publiceren, hetgeen niet altijd even relevant is voor de stakeholders. Duurzaamheidsverslagen worden hierdoor vaak te uitgebreid en daarmee ook moeilijk leesbaar. Om te bepalen of niet-financiële informatie relevant is, dient dit inzicht te geven in de economische, milieu en sociale impact die de onderneming heeft op haar omgeving. Niet-financiële informatie is materieel als deze informatie, of het weglaten daarvan, substantieel invloed heeft op de boordeling en de keuzes die de stakeholders maken op grond van de gepubliceerde informatie (GRI, 2013b, p. 11). De relevantie van de onderwerpen die in een duurzaamheidverslag terug dienen te antwoorden dat ze het idee hadden daadwerkelijk beter dan gemiddelde bestuurders waren. Uit dit onderzoek blijken de respondenten duidelijk last te hebben van zelfoverschatting. 6 Definitie van de gebruikers jaarrekening volgens IFRS: Releases/Documents/ConceptualFW2010vb.pdf, geraadpleegd op 27 november De inhoud van duurzaamheidsverslagen wordt door het Global Reporting Initiative bepaald door 5 principes: stakeholder inclusiveness, sustainability context, materiality en completeness. Het principe van stakeholders inclusiveness wordt als volgt gedefinieerd: the organization should identify it stakeholders, and explain how it has responded to their reasonable expectations and interests (GRI, 2013b, p. 9). 4

9 komen, wordt bepaald door de stakeholders door middel van een stakeholder dialoog. Deze dialoog kan uitmonden in een materialiteitsanalyse, die in de meest ideale situatie wordt samengevat in een materialiteitsmatrix. De materialiteitsmatrix kan dan worden gezien als de basis voor het duurzaamheidsverslag. De nieuwe GRI richtlijnen (versie 4) benadrukken de focus op materiële aspecten voor de inhoud van duurzaamheidsverslagen: At the core of preparing a sustainability report is a focus on the process of identifying material Aspects based, among other factors, on the Materiality Principle. Material Aspects are those, that reflect the organization s significant economic, environmental and social impacts; or substantively influence the assessments and decisions of stakeholders. (GRI, 2013a, p. 7). Deze materialiteitsfocus zorgt ervoor dat duurzaamheidsverslagen relevanter, geloofwaardiger en gebruikersvriendelijker worden en vormt de basis van het duurzaamheidsverslag. In paragraaf wordt verder op de materialiteitsfocus in gegaan. 1.2 Focus van mijn onderzoek In de wetenschappelijke literatuur zijn verslaggevingsstrategieën beschreven, waarbij organisaties duurzaamheidverslagen gebruiken om hun eigen handelen te legitimeren (Feenstra, 2012; Lindblom, 1994). De literatuur beargumenteert enerzijds, vanuit de legitimatietheorie, dat wanneer een onderneming wordt geconfronteerd met negatieve media-aandacht aangaande duurzaamheidthema s, zij overwegend positieve informatie zal rapporteren, in plaats van een neutraal en realistisch beeld te schetsen, i.e. ondernemingen proberen hun handelen te legitimeren (Neu et al., 1998; Patten, 1991). Deze informatie bestaat dan vooral uit zachtere argumenten (Clarkson et al., 2008, p. 323). Aan de andere kant beargumenteert de voluntary disclosure theorie (Dye, 1985; Verrecchia, 1983; Brammer en Pavelin, 2006) dat ondernemingen die goed presteren op het gebied van duurzaamheid, concretere en verifieerbare informatie rapporteren (Clarkson et al., 2008). Dit komt doordat goed presterende bedrijven meer objectieve prestatie indicatoren hebben waarover ze kunnen rapporteren. En deze zijn niet makkelijk na te bootsen door ondernemingen die minder goed presteren op het gebied van duurzaamheid (Clarkson et al., 2008, p. 313). De legitimatietheorie en voluntary disclosure theorie worden achtereenvolgens beschreven in paragraaf 2.2 en 2.3. Gezien het toenemende belang van materialiteit (Zadek en Merme, 2003; Lydenberg, Rogers en Wood, 2010; GRI, 2013b; Eccles, Krzus en Ribot, 2015) en de mogelijkheid van ondernemingen om keuzes te maken in de wijze waarop materiële onderwerpen worden gerapporteerd (Feenstra, 2012; Lindblom, 1994 en Neu et al., 1995), resulteert het vorenstaande in de volgende onderzoeksvraag: Hoofdvraag: Hoe worden de als materieel erkende onderwerpen door ondernemingen werkelijk verantwoord in het duurzaamheidverslag? Materialiteit kan op verschillende manieren worden gedefinieerd. Idealiter bevat een duurzaamheidsverslag een materialiteitsmatrix die is samengesteld volgens de richtlijnen van het GRI. In de praktijk hebben organisaties de neiging om creatief om te gaan met het inrichten van de materialiteitsmatrix. 8 Het kan voorkomen, dat bij de materialiteitsexcercitie financiële informatie, zoals winstgevendheid, hoog op de materialiteitsmatrix komt te staan. In mijn onderzoek kies ik echter specifiek voor de materialiteit van niet-financiële informatie. De reden hiervoor is, dat financiële informatie voor iedere organisatie van belang is en elke organisatie, die deel uitmaakt van mijn 8 In de praktijk blijkt er nog aardig wat verschil te bestaan tussen materialiteitmatrices. Voor een overzicht van verschillende materialiteitsmatrices, zie: geraadpleegd op 29 oktober

10 selectie, ook een jaarrekening publiceert die volledig is toegespitst op financiële informatie. Voor het beantwoorden van de hoofdvraag is het eerst van belang om het begrip materialiteit binnen de context van niet-financiële informatie te definiëren, wat resulteert in de eerste deelvraag: Deelvraag 1: Wanneer is niet-financiële informatie materieel? Voor het in kaart brengen hoe de materiële onderwerpen werkelijk worden verantwoord in duurzaamheidsverslagen, heb ik een beoordelingsmodel ontwikkeld. Het beoordelingsmodel bestaat uit 6 aspecten en is gebaseerd op het Reporting en Assurance Framework Initiative (RAFI, april 2014), welke is ontwikkeld door Business & Human Rights Resource Centre (zie verder methode van onderzoek). Dit beoordelingsmodel geeft antwoord op de tweede deelvraag. Dit beoordelingsmodel is onderbouwd met wetenschappelijke theorieën (zie paragraaf 2.4) en gebaseerd op criteria volgens de TB en van het GRI. Dit resulteert in de tweede deelvraag: Deelvraag 2: Welke informatie mag minimaal worden verwacht over de als materieel erkende onderwerpen? 1.3 Wetenschappelijke relevantie Materialiteit is een steeds belangrijker wordend concept binnen duurzaamheidverslaggeving (Zadek en Merme, 2003; Lydenberg et al, 2010; GRI, 2013b; Eccles et al., 2015), maar er is op dit vlak, voor zover mij bekend, weinig wetenschappelijk onderzoek verricht. Ondanks het feit dat materialiteit een kern element is voor de inrichting van duurzaamheidsverslaggeving (GRI, 2013b, p. 32) en dat verantwoording over de echt materiële onderwerpen de verslaggeving relevanter, geloofwaardiger en gebruikersvriendelijke maakt (Eccles et al., 2012; Lydenberg et al., 2010; Zadek en Merme, 2003), hebben organisaties de neiging om de informatie in hun verslaggeving niet altijd eerlijk en oprecht te verantwoorden (Feenstra, 2012, Lindblom, 1994, Neu et al. 1998; Clarkson et al. 2008). In mijn onderzoek leg ik expliciet de link tussen de door organisaties als hoog materieel erkende onderwerpen en de verantwoording hierover in hun duurzaamheidsverslagen. Gezien het exploratieve karakter van mijn onderzoek, breng ik in kaart op welke wijze ondernemingen rapporteren over de meest materiële onderwerpen. Verder breng ik met behulp van een regressie analyse het verwachte modererende effect in kaart op de relatie tussen de belangrijkste materiële onderwerpen en de concreetheid aan informatie die over deze onderwerpen staan beschreven. Zie hiervoor onderstaande figuur 1. De richtingsindicatoren zijn verwachtingen. Materialiteitsmatrix Deelvraag 1 paragraaf /- Inhoudsanalyse (aspect/sector) Deelvraag 2 Paragraaf 3.3, 4.1 en 4.2 Analyse van modererende factoren Paragraaf 4.3 Figuur 1 Het modererende effect tussen Materialiteitsmatrix en de Inhoudsanalyse 6

11 2. THEORETISCH KADER In dit hoofdstuk worden de theorieën besproken die relevant zijn voor mijn onderzoek. In paragraaf 2.1 wordt de stakeholdertheorie en het belang van materialiteit binnen duurzaamheidsverslaggeving besproken. Op grond van de stakeholder engagement en de bepaling van materiële onderwerpen wordt de concrete inhoud van duurzaamheidsverslagen bepaald. De vertaalslag van de uitkomsten van de stakeholder engagement naar werkelijke verslaggeving wordt verduidelijkt met behulp van de legitimatietheorie (paragraaf 2.2) en de voluntary disclosure theorie (paragraaf 2.3). In paragraaf 2.4 worden de theorieën gekoppeld aan de criteria van het beoordelingsmodel. 2.1 Stakeholdertheorie De stakeholder benadering heeft de intentie om de visie van het management, zijn rol en zijn verantwoordelijkheden te verbreden, voorbij de focus op winstmaximalisatie. De stakeholdertheorie heeft tot doel het in kaart brengen van de verscheidenheid aan belanghebbenden bij de onderneming, die (kunnen) worden beïnvloed door het handelen van de onderneming. Stakeholders worden als volgt omschreven: Any identifiable group or individual who can affect the achievement of an organization s objectives or who is affected by the achievement of an organization s objectives. (Freeman en Reed 1983, p. 91). Voorbeelden van belangrijke stakeholders zijn: aandeelhouders, de overheid, klanten, leveranciers en vermogensverschaffers (Freeman, 1984). De stakeholdertheorie is vooral van belang voor de wijze waarop de materialiteitsmatrix tot stand komt. Het identificeren van de belangen van relevante stakeholders is geen eenvoudige exercitie. Welke stakeholders zijn nu echt relevant voor de organisatie? Voor het in kaart brengen van de relatie tussen managers en stakeholders maak ik gebruik van de 3 relatie attributen die zijn beschreven door Mitchell, Agle en Wood (1997) en de driedeling omschreven door Donaldson en Preston (1995). Mitchell et al. (1997, p. 854) maken onderscheid in soorten stakeholders op grond van de volgende kenmerken: (1) the stakeholder power to influence the firm, (2) the legitimacy of the stakeholder s relationship with the firm en (3) the urgency of the stakeholder s claim on the firm. Hierbij hanteren Mitchell et al. (1997) een normatief uitgangspunt dat impliceert, dat ze beschrijven aan welke stakeholders organisaties aandacht zouden moeten worden besteedt. Deze drie attributen kunnen organisaties helpen bij het in kaart brengen van belangrijke stakeholders. Donaldson en Preston (1995) delen stakeholders in op basis van hun relatie met de onderneming en hanteren de volgende uitgangspunten: (1) descriptive/empirical, (2) instrumental en (3) normative. Bij het eerste uitgangspunt gaat het vooral om het omschrijven van de organisatie, als een stelsel van samenwerkende en competitieve belangen vanuit verschillende stakeholders. Hierbij gaat het vooral om de beschrijving van de relaties tussen verschillende stakeholders en de organisatie. Het tweede uitgangspunt gebruikt beschrijvende en empirische data om de connecties, of gebrek aan connecties, in kaart te brengen tussen stakeholder management en het bereiken van traditionele organisatie doelstellingen (p. 71). Het derde en laatste uitgangspunt beschrijft dat organisaties rekening houden met stakeholders om de intrinsieke belangen die stakeholders hebben en niet omdat deze ten goede komt aan de aandeelhouders of de onderneming. Donaldson & Preston (1995) omschrijven dit als volgt: 7

12 a normative theory attempts to interpret the function of, and offer guidance about, the investor-owned corporation on the basis of some underlying moral or philosophical principles. (p. 72) Materialiteit Materialiteit is al in de introductie kort aan bod gekomen. In deze paragraaf houd ik mij niet bezig met de ontwikkeling van het begrip materialiteit (zie daarvoor Edgley, 2014), maar beperk ik mij tot de gangbare definities gegeven door de GRI, SASB en IIRC die betrekking hebben op de materialiteit van niet-financiële informatie. De definitie van materialiteit vindt zijn oorsprong in de accounting en auditing (Edgley, 2014, p. 257), vandaar begin ik met de definitie van materialiteit met betrekking tot financiële informatie. Deze wordt door de FASB als volgt gedefinieerd: Information is material if omitting it or misstating it could influence decisions that users make on the basis of the financial information of a specific reporting entity. 9 Hierbij is het van belang om te vermelden, dat materiële informatie organisatie-specifiek is en dat de gebruikers worden gedefinieerd als existing and potential investors, lenders, and other creditors (zie voetnoot 6). De uitwerking van het begrip materialiteit met betrekking tot niet-financiële informatie is begonnen met het rapport Redefining Materiality gepubliceerd door AccountAbility (Zadek en Merme, 2003). Zadek en Merme (2003) geven inzicht in de wijze waarop de bepaling van relevante onderwerpen voor een duurzaamheidsverslag in zijn werk gaat. Hiervoor hanteren ze vijf criteria: (1) direct short-term financial impacts, (2) policy-related performance, (3) business peer-based norms, (4) stakeholder behaviour and concerns en (5) societal norms. Materialiteit wordt door hen als volgt gedefinieerd: A meaningful definition of materiality must effectively identify information that, if omitted or misstated, would significantly misrepresent the organisation to its stakeholders, and thereby influence their conclusions, decisions and actions (p. 17). Lydenberg, Rogers en Wood (2010) beargumenteren dat sectorspecifieke kritische prestatie indicatoren (KPI s) bijdragen aan een meer toegesneden rapportage voor de desbetreffende organisatie. In hun rapport uiten ze kritiek op de richtlijnen van het GRI (versie 3), omdat deze richtlijnen te globaal zijn en daardoor concreetheid missen. De uitkomsten van hun onderzoek hebben geleid tot de Materiality Map van de Sustainability Accounting Standards Board. 10 Lydenberg et al. (2010) hebben voor de bepaling van materiële onderwerpen in een bepaalde sector onderscheid gemaakt in vijf categorieën, te weten: (1) financial impacts/risks, (2) legal/regulatory/policy drivers, (3) peer-based norms, (4) stakeholder concerns and societal trends en (5) opportunity for innovation. Op grond van deze categorieën kunnen sector specifieke materiële onderwerpen (KPI s) bijdragen aan: comparable, complete data sets on material sustainability issues, and to be able to make peer-to-peer comparisons. (Eccles et al., 2012, p. 71) Doordat een organisatie een materialiteitsexcercitie uitvoert en dus onderwerpen selecteert die van groot belang zijn voor de organisatie, wordt het duurzaamheidsverslag concreter gemaakt. Hierbij is 9 Financial Accounting Standards Board, Statement of Financial Accounting Concepts No. 8, p. 17 (http://www.fasb.org/cs/blobserver?blobkey=id&blobnocache=true&blobwhere= &blobheader=application %2Fpdf&blobheadername2=Content-Length&blobheadername1=Content- Disposition&blobheadervalue2=210323&blobheadervalue1=filename%3DConcepts_Statement_No_8.pdf&blobcol=urldata &blobtable=mungoblobs, geraadpleegd op 29 januari 2015). 10 De SASB Materiality Map helpt organisaties bij het in kaart brengen van materiële onderwerpen specifiek voor de sector waarin de organisatie opereert (http://www.sasb.org/materiality/sasb-materiality-map/, geraadpleegd op 25 november 2014). 8

13 het ook van belang te vermelden dat niet elke sector dezelfde materiële onderwerpen heeft. Om de simpele reden, dat materialiteit organisatie-specifiek is en in het verlengde hiervan, ook sectorspecifiek is. Hiervoor heeft de SASB per sector de meest materiële onderwerpen beschreven in zijn Materiality Map. Ook heeft de GRI in 2013 een onderzoeksrapport gepresenteerd waarin de meest materiële onderwerpen, uitgekozen door de relevante stakeholders, per sector worden gepubliceerd (GRI, 2013d). Deze organisatie-specifieke focus, in de vorm van een materialiteitsexcercitie, wordt ook ondersteund door een discussion paper van Deloitte, waarbij wordt beargumenteerd dat: using a concept such as materiality in the context of ESG 11 issues is, that it helps narrow down the broad universe of ESG information to those items, that help inform investors and other stakeholders about a business s ability to create and sustain value. In other words, it helps emphasize a business-centric view (geciteerd in Eccles et al., 2012, p. 67). De TB 2014 benadrukt het belang van materialiteit nog eens en beschrijft dat de materialiteitsbepaling een grote uitdaging blijft; sommige jaarverslagen vertellen heel veel, maar niet wat echt relevant is. 12 De resultaten van de TB 2014 laten zien dat bijna 80% van de organisaties een toelichting geeft op de onderwerpen die zij van materieel belang achten. Slechts 27% van deze organisaties geeft volledig inzicht in de materialiteitsexercitie, inclusief het relatieve belang van de daarbij geïdentificeerde materiële onderwerpen en een grafische weergave hiervan (TB, 2014, p. 13). De totstandkoming van de inhoud van het duurzaamheidsverslag, volgens het GRI, bestaat uit vier stappen en bij deze vier stappen worden vier principes in acht genomen: sustainability context, materiality, completeness en stakeholder inclusiveness (zie figuur 2). De tweede stap, prioritizing, heeft betrekking op het principe van materialiteit en resulteert in een materialiteitsmatrix 13 zoals weergegeven in figuur 3. Figuur 2 Bepaling inhoud duurzaamheidsverslag (GRI, 2013a, p. 32) Figuur 3 Materialiteitsmatrix volgens het GRI (2013a, p. 12) 11 ESG staat voor Environmental, Social en Governance en wordt als substituut voor niet-financiële informatie gebruikt. 12 Koplopers TB pakken handschoen op: materialiteit gezamenlijk issue (http://tb.nl/nieuws/2014/koplopers_tb_pakken_handschoen_op_materialiteit_gezamenlijk_issue, geraadpleegd op 30 november 2013). 13 De omschrijvingen van de y-as en de x-as variëren in de praktijk, zie hiervoor Eccles, et al., (2015, hoofdstuk 6) en geraadpleegd op 28 januari

14 2.2 Legitimatietheorie De kern van legitimatietheorie is, dat het voortbestaan van organisaties afhankelijk is van in hoeverre organisaties handelen binnen de grenzen en normen van de samenleving. Hierbij wordt ook wel gesproken over een sociaal contract tussen de organisatie en de samenleving (Brown en Deegan, 1998, p. 22). Hierbij wordt verondersteld dat wanneer de samenleving de acties van de organisatie niet meer accepteert, of legitimeert, de samenleving het contract verbreekt en het handelen van de organisatie probeert te stoppen. Dit kan tot uiting komen door het boycotten van producten en/of diensten, het beperken van financieringsmogelijkheden door banken en/of overheden, lobby campagnes van niet-gouvernementele organisaties (NGO s), hogere belastingen, boetes en nieuwe wet- en regelgeving (Deegan, 2002, p. 293). Om te voorkomen dat de legitimatiekloof 14 te groot wordt, kiezen bedrijven ervoor om samen te werken met bijvoorbeeld milieu organisaties. In het onderzoek van Fiedler en Deegan (2007, p. 436) wordt beschreven dat bedrijven in de Australische bouwsector hebben samengewerkt met milieu organisaties om zo hun geloofwaardigheid (of legitimiteit) te vergroten. Een andere reden voor het samenwerkingsverband is de druk die wordt uitgeoefend door stakeholders, bijvoorbeeld lokale gemeenschappen (Fiedler en Deegan, 2007). Hieruit blijkt, zoals ook beschreven wordt door Deegan (2002), dat de legitimatietheorie en de stakeholder theorie veel overlap met elkaar hebben. Dit komt doordat, zowel stakeholdertheorie als legitimatietheorie zijn voortgekomen uit de politieke economie theorie (p. 192). Vanuit het perspectief van de organisaties onderscheidt Lindblom (1994) vier communicatie strategieën om een eventuele legitimatie kloof te overbruggen: (1) werkelijke verandering rapporteren ten opzichte van reacties vanuit de samenleving, (2) percepties over de organisatie vanuit de samenleving veranderen, (3) aandacht afleiden en (4) de verwachtingen vanuit de samenleving verlagen. Deze argumentatie wordt ondersteund door Neu et al. (1998), die hierover het volgende zeggen: the relationship between environmental disclosures and an organization s methods of operations and output will always be partial in that these disclosures attempt to emphasize environmental successes, re-frame challenges raised by important publics and ignore challenges raised by marginal publics. (p. 274). Clarkson et al. (2008) beschrijven dat, wanneer organisaties minder goed presteren op het gebied van duurzaamheid, zij zachtere argumenten zullen gebruiken, welke moeilijk zijn te verifiëren. Meer dan 90% van de ondernemingen die slecht presteren op het gebied van duurzaamheid claimen, dat ze een statement of environmental policy and/or commitment (p. 323) hebben. Maar dit zegt verder weinig over de daadwerkelijke prestaties van het management aangaande duurzaamheid. Bij de legitimatietheorie is het van belang om te vermelden, dat bij het analyseren van de legitimiteit van een onderneming verschil bestaat tussen grote en meer zichtbare ondernemingen, versus kleinere en minder zichtbare ondernemingen. Dit wordt als volgt beschreven door Dowling en Pfeffer (1975): While legitimacy is a constraint on all organizations, it is likely that it affects some organizations more than others. This is because (1) some organizations are considerably more visible, and (2) some organizations depend relatively more heavily on social and political support. We would therefore hypothesize that organizations that are larger, and organizations 14 Met een legitimatiekloof wordt bedoeld dat het waardesysteem van de organisatie niet overeenkomt met het waardesysteem van de samenleving (Lindblom, 1994). 10

15 that receive more political and social benefits would tent to engage more heavily in legitimate behavior. (p. 133). Brown en Deegan (1998) vinden verder ook een positieve relatie tussen media aandacht voor milieu effecten van bepaalde sectoren in Australië en de mate van rapportage over milieu gerelateerde zaken. Dit impliceert dat, wanneer de media aandacht toeneemt voor een bepaalde sector, bedrijven meer zullen rapporteren over hun milieuprestaties. De vier legitimatiestrategieën beschreven door Lindblom (1994) hebben betrekking op informatie management, c.q. impressiemanagement. Impressiemanagement wordt gedefinieerd door Feenstra (2012) als: een vorm van opportunistisch gedrag van de ondernemingsleiding, waarbij de informatieasymmetrie tussen leiding en buitenstaanders wordt benut in de vorm van vertekeningen in de externe verslaggeving (p. 226). Hierbij geldt dat de wijze van rapportering, of de manier waarop verantwoording wordt afgelegd in een duurzaamheidverslag, van belang is voor de perceptie van de stakeholders over de onderneming en dat ondernemingen hun reputatie kunnen beïnvloeden door middel van duurzaamheidverslaggeving (Vendelø, 1998). 2.3 Voluntary disclosure theorie Voluntary disclosure theorie is gebaseerd op het perspectief van de agentschapstheorie en beoogt de informatie asymmetrie tussen de organisatie (principaal) en externe agenten te verminderen (Brammer en Pavelin, 2006, p. 1171). De theorie suggereert dat, wanneer het management geen discretionaire informatie verstrekt, er wel iets aan de hand zou kunnen zijn. Dit komt, omdat managers geneigd zijn om negatieve informatie niet te publiceren en positieve informatie wel te publiceren. Investeerders zijn ervan op de hoogte, dat de managers informatie bezitten die nog niet is gepubliceerd 15 en dat dit in alle waarschijnlijkheid negatieve informatie kan zijn. Dit impliceert, dat de waarde van de aandelenkoers structureel te hoog is gewaardeerd. Dit heeft als resultaat dat managers worden aangemoedigd al hun discretionaire informatie te publiceren, goed en slecht, om te voorkomen dat de prijzen van de aandelen kelderen (Dye, 1985). De basis voor dit evenwicht, wel- versus niet-publiceren van discretionaire informatie, wordt ondersteund door proprietary kosten 16 (Verrecchia, 1983). De voluntary disclosure theorie beargumenteert verder dat ondernemingen die goed presteren zich willen differentiëren van bedrijven die minder goed presteren. Dit willen ze bereiken door objectieve en concrete informatie te presenteren, die moeilijk na te bootsen is door minder goed presterende ondernemingen (Dye, 1985; Verrecchia, 1983). Dit wordt nog eens bevestigd door Clarkson et al. (2008), die laten zien dat er een positieve relatie bestaat tussen prestaties op het gebied van duurzaamheid en het niveau van discretionaire rapportage van duurzaamheidsinformatie, omdat: hard disclosure categories makes it relatively difficult for poor environmental performers to mimic the environmental disclosures of good environmental performers (p. 313). 15 De manager de keuze heeft om deze informatie wel of niet te publiceren, vandaar de term discretionair. 16 Proprietary kosten, of eigendomskosten (vrij vertaald), hebben te maken met onderneming specifieke informatie welke kunnen leiden tot: regulatory action, create potential legal liabilities, reduce consumer demand for its products, induce labor unions or other suppliers to renegotiate contracts, or cause revisions in the firm s credit standing in addition tot hat information which is, in the traditional sense, strategically valuable. (Dye, 1985, p. 123, voetnoot 1). 11

16 In figuur 4 wordt de relatie tussen zachtere kwalitatieve toelichting (legitimatietheorie / impressiemanagement) en de meer concrete kwantitatieve toelichting (voluntary disclosure theorie) weergegeven. Figuur 4 Relatie tussen kwalitatieve en kwantitatieve toelichting (Ernst & Young, 2009, p. 2) 2.4 Toepassing van de theorieën in het onderzoek In deze paragraaf worden de hiervoor besproken theorieën kort samengevat en gekoppeld aan de criteria van het beoordelingsmodel (zie bijlage 1). Het beoordelingsmodel bestaat uit zes aspecten en is gebaseerd op het Reporting en Assurance Framework Initiative (RAFI, april 2014), welke is ontwikkeld door Business & Human Rights Resource Centre (zie verder methode van onderzoek en bijlage 1 voor het beoordelingsmodel). Het beoordelingsmodel is verder gebaseerd op criteria van de TB (2014) en de GRI (2013a) richtlijnen. Toepassing van de theorieën in de criteria Stakeholdertheorie Bij een aantal criteria wordt verwezen naar het proces van stakeholder betrokkenheid en hoe bepaalde onderwerpen, als gevolg van een stakeholder dialoog (aspect B), worden verwerkt in het duurzaamheidsverslag (aspect D) en of de mogelijkheid wordt geboden aan stakeholders tot het geven van feedback (aspect F). Met de criteria gebaseerd op de stakeholder theorie beoog ik te achterhalen, of de organisaties in deze studie rekening houden met stakeholders bij het vormgeven van hun beleid, omtrent een bepaald materieel onderwerp. Specifiek tracht ik te achterhalen of bij de stakeholderdialoog rekening wordt gehouden met die specifieke stakeholders, welke worden beïnvloed door het materiële onderwerp. Legitimatietheorie De legitimatietheorie gaat vooral over het imago van de organisatie en heeft vaak betrekking op vage beweringen van het management ten aanzien van het MVO beleid (aspect A en D). Met behulp van criteria, die zijn gestoeld op de legitimatietheorie, beoog ik in kaart te brengen in hoeverre het imago en de reputatie van de organisatie mee wegen in de rapportage over het werkelijke maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voluntary disclosure theorie Deze theorie beargumenteert dat ondernemingen die goed presteren zich willen differentiëren van bedrijven die minder goed presteren door middel van het publiceren van concrete verifieerbare informatie (aspect E). Als een onderneming concrete prestatie indicatoren (historische, huidige en toekomstig verwachte prestaties) geeft, eventueel aangevuld met grafische informatie (grafieken, tabellen, diagrammen etc.), ga ik ervan uit dat de onderneming in werkelijkheid goed presteert op deze onderwerpen. Tabel 1 Toepassing van de theorieën in de criteria Aspecten B, C en F A, C en D E 12

17 3. METHODE VAN ONDERZOEK In dit hoofdstuk worden allereerst in paragraaf 3.1 in grote lijnen de genomen stappen beschreven, gevolgd door een beschrijving van de data in paragraaf 3.2. In paragraaf 3.3 wordt de onderzoekstechniek (inhoudsanalyse) toegelicht, inclusief het gebruikte beoordelingsmodel. Vervolgens worden in paragraaf 3.4, 3.5 en 3.6 respectievelijk het aantal materiële onderwerpen, het econometrisch model voor aanvullende analyses en de beperkingen van dit onderzoek beschreven. 3.1 Fasen van het onderzoek In dit onderzoek heb ik een raamwerk met criteria (beoordelingsmodel) gehanteerd, waarmee ik een inhoudsanalyse heb uitgevoerd op de duurzaamheidsverslagen van de door mij geselecteerde ondernemingen. Hierbij heb ik, aan de hand van de in de verslagen opgenomen materialiteitsmatrix, een selectie van de als (hoog) materieel erkende onderwerpen als uitgangspunt genomen. Het beoordelingsmodel heeft tot doel om de kwaliteit van de verantwoording over de meest materiële onderwerpen, welke zijn vastgesteld door de ondernemingen zelf, te meten. Hoe meer punten volgens het beoordelingsmodel zijn behaald, hoe beter de kwaliteit van de verantwoording over hun meest materiële onderwerpen is. Dit onderzoek is chronologisch in de volgende stappen uitgevoerd: 1. Formulering onderzoeksvragen 2. Uitwerken theoretisch raamwerk 3. Opstellen en valideren beoordelingsmodel 4. Beoordelen van verslagen a. De uitkomsten van de inhoudsanalyse worden vastgelegd in Excel. b. Er is een test-herstart methode toegepast op 50% van de verslagen (willekeurig). 5. Analyseren van de resultaten a. Er is een beschrijvende analyse gedaan met de uitkomsten van de inhoudsanalyse per aspect en per sector (zie paragraaf 4.1 en 4.2). b. Er is een regressie analyse gedraaid met de punten verkregen op de inhoudsanalyse als afhankelijke variabelen en enkele onafhankelijke variabelen (zie paragraaf 3.5 en 4.3). 6. Conclusie 3.2 Data Voor de dataverzameling heb ik gebruik gemaakt van de TB 2014 die betrekking heeft op verslagen van boekjaar De Transparantiebenchmark geeft inzicht in de mate van transparantie in maatschappelijke verslaggeving bij de 429 grootste bedrijven van Nederland (TB, 2014, p. 8) en heeft in totaal 244 bedrijven beoordeeld. De overige 185 bedrijven hebben een nul score gekregen. Van de 244 beoordeelde verslagen is in 80% daarvan een toelichting opgenomen rondom de onderwerpen die de betreffende ondernemingen van materieel belang achtten. Binnen deze 80% geeft 27% van de 244 beoordeelde verslagen volledig inzicht in materialiteit (TB, 2014, p. 13). In mijn onderzoek heb ik van de 244 door de TB beoordeelde bedrijven, eerst die bedrijven geselecteerd die een grafische weergave hebben opgenomen van de materiële onderwerpen in de vorm van een materialiteitsmatrix. De materialiteitsmatrix is voor mij van belang, omdat ik van hieruit de meest belangrijke materiële onderwerpen kan onderscheiden voor de specifieke onderneming. Inzicht in de materialiteit wordt beoordeeld in de categorie onderneming en bedrijfsmodel van de TB Specifiek criteria 3 met de volgende subvraag: In de verslaggeving is een grafische weergave opgenomen van materiële onderwerpen, bijvoorbeeld in de vorm van een materialiteitsmatrix. (+1 punt). Van de 244 bedrijven hebben er slechts 89 (zie bijlage 2 voor een overzicht van deze bedrijven) punten gescoord op deze subvraag (36%). In figuur 3 heb ik een overzicht gemaakt van het aantal bedrijven per sector. Hierbij valt op dat de sectoren voedsel en drank, dienstverlening en banken 13

18 en verzekeraars zijn oververtegenwoordigd. Terwijl de sectoren pharma en handelmaatschappij helemaal niet voorkomen. # per sector Voedsel en drank Vastgoed Universiteiten en UMC\'s Transport Technologie Retail Pharma Overig Media Industriële goederen Handelsmaatschappij Energie, olie en gas Dienstverlening Consumentenproducten Bouw en maritiem Banken en verzekeraars # per sector Figuur 3 Selectie van 89 bedrijven per sector Om toch te kunnen voldoen aan een evenwichtige selectie van bedrijven over de verschillende sectoren selecteer ik, van de in totaal 16 sectoren, per sector 2 bedrijven. Dit resulteert in een selectie van 32 (16*2) bedrijven, die staan weergegeven in tabel 2. Hierbij heb ik per sector de twee bedrijven geselecteerd, die de meeste punten hebben behaald in de categorie onderneming en bedrijfsmodel 17. De selectie van de bedrijven is geen statistische steekproef, maar een gerichte selectie van bedrijven verspreid over de 16 sectoren. Deze spreiding over de sectoren zorgt voor een evenwichtige selectie en biedt de mogelijkheid om sectoren met elkaar te vergelijken. # Plaats op TB Deelnemer Sector 1 10 Bank Ned. Gemeenten N.V. Banken en verzekeraars 2 11 Van Lanschot Banken en verzekeraars 3 4 Koninklijke BAM Groep Bouw en maritiem 4 7 Beelen Groep B.V. Bouw en maritiem 5 6 Koninklijke Philips N.V. Consumentenproducten 6 90 Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij Consumentenproducten 7 29 Ernst & Young Nederland Dienstverlening 8 12 ANWB B.V. Dienstverlening 9 15 Alliander N.V. Energie, olie en gas E.ON Benelux N.V. Energie, olie en gas Nidera B.V. Handelsmaatschappij Dutch Flower Group B.V. Handelsmaatschappij 17 De kans bestaat alsnog dat een bedrijf in deze selectie geen materialiteitsmatrix in de verslaggeving heeft opgenomen. Om deze kans te vergroten dat ze wel een materialiteitsmatrix hebben opgenomen, heb ik de twee bedrijven, die de meeste punten hebben behaald op categorie onderneming en bedrijfsmodel (waar criteria 3 van de TB onder valt), geselecteerd per sector. 14

19 13 73 Crown Van Gelder N.V. Industriële goederen 14 2 AKZO Nobel N.V. Industriële goederen Roto Smeets Group N.V. Media TMG - Telegraaf Media Groep Media 17 European Aeronautic Defence and Space 122 Company (EADS) Overig Louis Dreyfus Overig Arseus Pharma Pharming Pharma Koninklijke Ahold N.V. Retail Zeeman Groep B.V. Retail 23 3 KPN Technologie Vodafone Technologie 25 1 NS Transport 26 8 Havenbedrijf Rotterdam N.V. Transport Wageningen UR Universiteiten en UMC\'s Universiteit Maastricht Universiteiten en UMC\'s Q Park N.V. Vastgoed Eurocommercial Properties Vastgoed 31 9 Heineken N.V. Voedsel en drank Koninklijke FrieslandCampina N.V. Voedsel en drank Tabel 2 Definitieve selectie (# 32) Er zijn in totaal 15 verschillende sectoren en een restcategorie met de naam overig. In deze restcategorie valt een onderneming die zich bezig houdt met de productie van commodities (Louis Dreyfus) en een vliegtuig productie bedrijf (European Aeronautic Defence and Space Company EADS), welke nu de naam draagt van Airbus Group NV 18. De meest linkse kolom van tabel 2 is de nummering die ik heb toegevoegd. De tweede kolom is de plaats van de onderneming op de TB 2014, gevolgd door de naam van de onderneming en de bijbehorende sector in de laatste kolom. 3.3 Inhoudsanalyse Inhoudsanalyse is een techniek gebaseerd op handmatige, of automatische codering van transcripties, documenten, audio, of video materiaal. Het doel van inhoudsanalyse is om een overvloed aan informatie terug te brengen naar een handelbare hoeveelheid. En kan eventueel verder worden teruggebracht tot numerieke data, welke geschikt zijn voor statistische analyse. (Blumberg, Cooper en Schindler, 2011, p. 294). De werkwijze met betrekking tot inhoudsanalyse in deze studie is een combinatie van beschrijvende inhoudsanalyses en interpreterende analyses (Wester, 2006), waarbij de nadruk ligt op de eerste variant. Een beschrijvende inhoudsanalyse richt zich op het beschrijven van patronen in documenten (Wester, 2006, p. 19). Een voorbeeld hiervan is, of bedrijven wel of geen concrete managementaanpak hebben ten aanzien van het materiële onderwerp (criteria 1), of dat er wel of geen meetbare prestatie indicatoren worden gegeven, ten aanzien van het materiële onderwerp (criteria 7). Bij interpreterende analyses dienen complexe kenmerken van documenten [te] worden gereconstrueerd (Wester, 2006, p. 19). Interpretatie is bijvoorbeeld nodig bij de vraag of stakeholders wel of niet worden betrokken bij het beleid en de activiteiten van de onderneming ten aanzien van het materiële onderwerp en hoe zij rekening houden met hun gerechtvaardigde belangen en verwachtingen 18 How EADS became Airbus, (http://www.wsj.com/articles/sb , geraadpleegd op ). 15

20 (criteria 3). Het is bij bepaalde materiële onderwerpen namelijk niet altijd duidelijk wie de stakeholders zijn. Het interpretatieve karakter van de inhoudsanalyse, zoals die in dit onderzoek wordt toegepast, kan worden gezien als een beperking van het onderzoek. 19 Om deze beperking zoveel mogelijk te ondervangen, is het van belang om de criteria in het beoordelingsmodel zo helder mogelijk te formuleren en dat betekent, dat de criteria zowel betrouwbaar, als valide dienen zijn. Betrouwbaarheid wil zeggen, dat de onderzoeksresultaten zo min mogelijk van toeval afhankelijk dienen te zijn. Dit kan worden vergroot door te zorgen voor homogeniteit tussen de criteria en/of een test-herstart methode 20 aan te houden (Baarda en Goede, 2006, p. 190). Validiteit wil zeggen dat de criteria ook meten wat ze beogen te meten (Baarda en Goede, 2006, p. 193). De validiteit heb ik proberen te waarborgen door gebruik te maken van concrete vragen, welke grotendeels gebaseerd zijn op vragen uit de TB 2014 en een onderbouwing met relevante wetenschappelijke literatuur, zie verder paragraaf 3.3 en 2.4. De beoordeling van de verslagen heb ik zelf uitgevoerd. Door middel van de inhoudsanalyse heb ik de kwaliteit van de verantwoording door bedrijven over hun meest materiële onderwerpen proberen te meten. Hierbij is het van belang om te vermelden, dat een inhoudsanalyse onmogelijk in staat is om werkelijk de kwaliteit van de informatie te meten. De technische definitie van kwaliteit is: fitness for purpose [which] can only be assessed by considering supporting evidence from information users (Slack, Chambers, Johnston en Betts, 2009), geciteerd in Beck, Campbell en Shrives, 2010, p. 210). Dit houdt in, dat bij het meten van kwaliteit, de wensen en eisen van de gebruikers (lees stakeholders) zoveel mogelijk in acht dienen te worden genomen. Dit heb ik proberen te ondervangen door een deel van mijn criteria af te stemmen op de stakeholder theorie (zie paragraaf 2.1 en 2.4) en, waar van toepassing, aansluiting te zoeken bij de TB Beoordelingsmodel Van de door mij geselecteerde ondernemingen beoordeel ik de duurzaamheidsverslagen 21 met behulp van een door mij ontwikkeld beoordelingsmodel. Het beoordelingsmodel is normatief, wat inhoudt dat de criteria, die in het beoordelingsmodel staan, minimale eisen zijn waarover een organisatie dient te rapporteren. Door middel van het beoordelingsmodel wordt aangegeven welke informatie minimaal mag worden verwacht over het als materieel erkende onderwerp en daarmee wordt antwoord gegeven op de tweede deelvraag. De indeling van het beoordelingsmodel is gebaseerd op een concept versie van het Reporting en Assurance Framework Initiative (RAFI, april 2014), welke is ontwikkeld door Business & Human Rights Resource Centre. De puntentelling van mijn beoordelingsmodel is gebaseerd op de TB Het RAFI raamwerk bestaat uit vier onderdelen die hierna worden besproken. Het eerste onderdeel van het RAFI raamwerk beschrijft de betrokkenheid van de te beoordelen onderneming ten aanzien van mensenrechten, door het onderschrijven van internationale standaarden en richtlijnen aangaande mensenrechten. Dit onderdeel is voor mij niet relevant, omdat ik mij niet specifiek richt op mensenrechten, maar op de door de onderneming als (hoog) materieel erkende onderwerpen. 19 Blumberg et al. (2011, p. 294) beargumenteren dit als volgt als het gaat om het interpretatieve karakter van inhoudsanalyse: a glass of water describes as half full or half empty refers to the same factual glass but each description gives a different meaning to the fact. 20 De stabiliteit van de meting stel je vast oor de meting enige tijd later nog eens te herhalen en na te gaan in hoeverre de resultaten van de eerste meting correleren met die van de tweede meting (Baarda en Goede, 2006, p. 190). 21 In dit onderzoek wordt de term duurzaamheidsverslagen gebruikt om alle verslagen aan te duiden die gaan over de verantwoording van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) door de bedrijven. Dit kan dus ook zijn: een losstaand MVO verslag of een intergrated report. De duurzaamheidsverslagen hebben betrekking op boekjaar

Materialiteit en waardecreatie. Jos Reinhoudt 21 mei 2015

Materialiteit en waardecreatie. Jos Reinhoudt 21 mei 2015 Materialiteit en waardecreatie Jos Reinhoudt 21 mei 2015 JOS REINHOUDT MVO Nederland Speerpuntonderwerpen: Transparantie Stakeholderdialoog Impact MVO Trendrapport 2015 j.reinhoudt@mvonederland.nl @JosReinhoudt

Nadere informatie

De benchmark geanalyseerd

De benchmark geanalyseerd Datum 21-05-2015 1 De benchmark geanalyseerd Master studies naar de uitkomsten van de Transparantie Benchmark Allard Hibma MSc Prof. dr. Dick de Waard Datum 21-05-2015 2 Agenda Introductie Toelichting

Nadere informatie

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011 Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder 14 december 2011 Overzicht presentatie Intro VGG Communicatie en organisatie GRI en Jaarbeeld CO2 en Prestatieladder Transparantiebenchmark Aanbestedingen Slide

Nadere informatie

6e Sustainability Congres 17 maart 2005. Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN)

6e Sustainability Congres 17 maart 2005. Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN) 6e Sustainability Congres 17 maart 2005 Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN) Programma Voorstel voor ISO Guidance on Social Responsibility Resultaten eerste vergadering

Nadere informatie

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Opbouw presentatie 1. Uitgangspunten veranderingen G2 - > G3 2. Overzicht belangrijkste

Nadere informatie

Van Risicomanagement naar Waarde Creatie. Duurzaam Inkopen 3.0

Van Risicomanagement naar Waarde Creatie. Duurzaam Inkopen 3.0 Van Risicomanagement naar Waarde Creatie Duurzaam Inkopen 3.0 Content Wie zijn wij Verdwaald in het woud Duurzaamheid gedefinieerd Drijfveren duurzaamheid Duurzaam inkopen De reis naar waardecreatie FIRmus

Nadere informatie

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM E Ernst & Young Accountants LLP Telt +31 88 407 1000 Boompjes 258 Faxt +31 88407 8970 3011 XZ Rotterdam, Netherlands ey.corn Postbus 2295 3000 CG Rotterdam, Netherlands Nederlandse Beroepsorganisatie van

Nadere informatie

De social impacts van de sluiting van de bauxietmijn te Coermotibo. Naam: van Cooten, Telina Paramaribo, 21 september 2009

De social impacts van de sluiting van de bauxietmijn te Coermotibo. Naam: van Cooten, Telina Paramaribo, 21 september 2009 De social impacts van de sluiting van de bauxietmijn te Coermotibo Naam: van Cooten, Telina Paramaribo, 21 september 2009 Environmental and Social Assessment Stakeholder Engagement EIA Fishing Biodiversity

Nadere informatie

07 July 2015 GRI G4 Workshop

07 July 2015 GRI G4 Workshop 07 July 2015 GRI G4 Workshop Workshop Integrated Reporting Hugo Hollander 19 June 2015 Programma Wat is integrated reporting? Andere vormen van reporting waaronder Integrated Reporting Kapitaal van de

Nadere informatie

Enterprisearchitectuur

Enterprisearchitectuur Les 2 Enterprisearchitectuur Enterprisearchitectuur ITarchitectuur Servicegeoriënteerde architectuur Conceptuele basis Organisatiebrede scope Gericht op strategie en communicatie Individuele systeemscope

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst. Presentator: Remko Geveke

Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst. Presentator: Remko Geveke Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst Presentator: Remko Geveke Start webinar: 08:30 uur Agenda Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst Verticaal Toezicht vs. Horizontaal Toezicht

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Dieter Vander Beke. Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014

Dieter Vander Beke. Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014 Dieter Vander Beke Maatschappelijk Verantwoorde Overheid ISO 26000 & GRI Provinciale milieudag provincie Antwerpen 24 juni 2014 Overzicht van de presentatie 1. Vertrouwen in de overheid? 2. Maatschappelijke

Nadere informatie

IT risk management voor Pensioenfondsen

IT risk management voor Pensioenfondsen IT risk management voor Pensioenfondsen Cyber Security Event Marc van Luijk Wikash Bansi Rotterdam, 11 Maart 2014 Beheersing IT risico s Het pensioenfonds is verantwoordelijk voor de hele procesketen,

Nadere informatie

WERKGROEP. comply or explain PRACTICALIA. Datum: 30 november 2015. EY, De Kleetlaan 2, 1831 Diegem. Nederlands en Frans

WERKGROEP. comply or explain PRACTICALIA. Datum: 30 november 2015. EY, De Kleetlaan 2, 1831 Diegem. Nederlands en Frans WERKGROEP comply or explain PRACTICALIA Datum: 30 november 2015 Locatie: Timing: Taal: EY, De Kleetlaan 2, 1831 Diegem 14u00 17u00 Nederlands en Frans DOELSTELLING Het finale doel is om betere inzichten

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Reglement voor de Commissie Publiek Belang van de Raad van Commissarissen Deloitte Holding B.V.

Reglement voor de Commissie Publiek Belang van de Raad van Commissarissen Deloitte Holding B.V. Reglement voor de Commissie Publiek Belang van de Raad van Commissarissen Deloitte Holding B.V. Dit reglement is op 3 april 2013 door de Raad van Commissarissen vastgesteld. Achtergrond en inleiding De

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

Future of the Financial Industry

Future of the Financial Industry Future of the Financial Industry Herman Dijkhuizen 22 June 2012 0 FS environment Regulatory & political pressure and economic and euro crisis 1 Developments in the sector Deleveraging, regulation and too

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

HIER KOMT DE TITEL VAN DE PRESENTATIE Verder met MVO in de chemie. 27 november 2008 Martine Willems

HIER KOMT DE TITEL VAN DE PRESENTATIE Verder met MVO in de chemie. 27 november 2008 Martine Willems HIER KOMT DE TITEL VAN DE PRESENTATIE Verder met MVO in de chemie 27 november 2008 Martine Willems Programma Ontwikkelingen in MVO De Duurzaamheid Strategie Scan (DSS) vernieuwd Een tweede maal de DSS

Nadere informatie

Uitnodiging Security Intelligence 2014 Dertiende editie: Corporate IAM

Uitnodiging Security Intelligence 2014 Dertiende editie: Corporate IAM Uitnodiging Security Intelligence 2014 Dertiende editie: Corporate IAM 5 maart 2014 De Beukenhof Terweeweg 2-4 2341 CR Oegstgeest 071-517 31 88 Security Intelligence Bijeenkomst Corporate IAM On the Internet,

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs

Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Number 11, May 2015 IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Het alloceren van de transactieprijs aan de afzonderlijke prestatieverplichtingen in een

Nadere informatie

Dit document maakt gebruik van bladwijzers. NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvoverslagen

Dit document maakt gebruik van bladwijzers. NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvoverslagen Dit document maakt gebruik van bladwijzers NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvoverslagen 31 januari 2014 NBA-handreiking 1123 Gecombineerde verklaring bij financiële en mvo-verslagen

Nadere informatie

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente?

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Enterprise Architectuur een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Wie zijn we? > Frederik Baert Director Professional Services ICT @frederikbaert feb@ferranti.be Werkt aan een Master

Nadere informatie

ISO 26000 Jaarcongres 2013

ISO 26000 Jaarcongres 2013 ISO 26000 Jaarcongres 2013 Workshop: Zelfverklaring en GRI als communicatiemiddel bij stakeholderdialoog Dick Hortensius NEN, Senior Consultant managementsystemen Hans Kröder Internationaal Expert ISO

Nadere informatie

Casus 2.1 Betere prestaties door beter verslag; bedrijf gebaat bij niet-financiële 'cijfers'

Casus 2.1 Betere prestaties door beter verslag; bedrijf gebaat bij niet-financiële 'cijfers' Casus 2.1 Betere prestaties door beter verslag; bedrijf gebaat bij niet-financiële 'cijfers' 22 januari 2011 zaterdag Arjan de Draaijer en Marleen Janssen Groesbeek Afgelopen week is voor het eerst de

Nadere informatie

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving

Alternatieve financiële prestatie-indicatoren. Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving Alternatieve financiële prestatie-indicatoren Toezicht Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving April 2014 Inhoudsopgave 1 Conclusie en samenvatting 4 2 Doelstellingen, onderzoeksopzet en definiëring

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective Editors: J.J.A. Hamers CA. Schwarz B.T.M. Steins Bisschop Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: Corporate Social Responsibility in a Transnational Perspective INTERSENTIA METRO TABLE OF CONTENTS Woord

Nadere informatie

Benefits Management. Continue verbetering van bedrijfsprestaties

Benefits Management. Continue verbetering van bedrijfsprestaties Benefits Management Continue verbetering van bedrijfsprestaties Agenda Logica 2010. All rights reserved No. 2 Mind mapping Logica 2010. All rights reserved No. 3 Opdracht Maak een Mindmap voor Kennis Management

Nadere informatie

Materieel belang in de jaarrekening. Nationale Verslaggevingsdag 26 juni 2012 Ton Meershoek Hoofd toezicht financiële verslaggeving

Materieel belang in de jaarrekening. Nationale Verslaggevingsdag 26 juni 2012 Ton Meershoek Hoofd toezicht financiële verslaggeving Materieel belang in de jaarrekening Nationale Verslaggevingsdag 26 juni 2012 Ton Meershoek Hoofd toezicht financiële verslaggeving Agenda Inleiding Doel van de jaarrekening Wat is materieel belang Wat

Nadere informatie

CobiT. Drs. Rob M.J. Christiaanse RA PI themabijeenkomst Utrecht 29 juni 2005 9/2/2005 1

CobiT. Drs. Rob M.J. Christiaanse RA PI themabijeenkomst Utrecht 29 juni 2005 9/2/2005 1 CobiT Drs. Rob M.J. Christiaanse RA PI themabijeenkomst Utrecht 29 juni 2005 9/2/2005 1 Control objectives for information and related Technology Lezenswaardig: 1. CobiT, Opkomst, ondergang en opleving

Nadere informatie

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth Stappenplan Social Return on Investment Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth 1 1. Inleiding Het succesvol implementeren van ehealth is complex en vraagt investeringen van verschillende

Nadere informatie

Beursgenoteerde ondernemingen en geïntegreerde verslaggeving. Toezicht Financiële Verslaggeving

Beursgenoteerde ondernemingen en geïntegreerde verslaggeving. Toezicht Financiële Verslaggeving Beursgenoteerde ondernemingen en geïntegreerde verslaggeving Toezicht Financiële Verslaggeving Oktober 2013 Inhoudsopgave 1 Managementsamenvatting 4 2 Aanleiding, doelstellingen en populatie 7 3 Belangrijkste

Nadere informatie

Nummer 8, december 2014. Update IASB publiceert IFRS 15 Revenue from Contracts with Customers

Nummer 8, december 2014. Update IASB publiceert IFRS 15 Revenue from Contracts with Customers Nummer 8, december 2014 Update IASB publiceert IFRS 15 Revenue from Contracts with Customers IASB publiceert IFRS 15 Revenue from Contracts with Customers Nieuwe regels zijn door de IASB gepubliceerd voor

Nadere informatie

Business Continuity Management conform ISO 22301

Business Continuity Management conform ISO 22301 Business Continuity Management conform ISO 22301 Onderzoek naar effecten op de prestaties van organisaties Business continuity management gaat over systematische aandacht voor de continuïteit van de onderneming,

Nadere informatie

Code voor Accountantsorganisaties Implementatie door Deloitte

Code voor Accountantsorganisaties Implementatie door Deloitte Code voor Accountantsorganisaties Implementatie door Deloitte Deloitte onderschrijft de uitgangspunten en bepalingen van de Code voor Accountantsorganisaties en heeft zich verbonden om deze te implementeren

Nadere informatie

Gebruik van GRI-indicatoren voor interne sturingsprocessen. Mark van Rijn 14 October 2004

Gebruik van GRI-indicatoren voor interne sturingsprocessen. Mark van Rijn 14 October 2004 Gebruik van GRI-indicatoren voor interne sturingsprocessen Mark van Rijn 14 October 2004 Een jaar geleden... Heineken verwijderd uit DJSI STOXX Positie binnen FTSE4Good onder druk Heineken scoort laag

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Verslag VNCI stakeholderdialoog 2013

Verslag VNCI stakeholderdialoog 2013 Verslag VNCI stakeholderdialoog 2013 Stakeholderdialoog VNCI Pieterstraat 11 3512 JT Utrecht T +31 (0) 30 234 00 31 info@vbdo.nl www.vbdo.nl Samenvatting Op 14 oktober 2013 heeft de Vereniging van de Nederlandse

Nadere informatie

Duurzaamheidsverslaggeving

Duurzaamheidsverslaggeving Duurzaamheidsverslaggeving MVO-contactdag - Gent 20 oktober 2010 Frank Van Damme - Commotie Agenda Duurzaamheidsverslaggeving Situering? Wat? Waarom? Global Reporting Initiative - GRI Inhoud Materialiteit

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Corporate Social Responsibility

Corporate Social Responsibility Corporate Social Responsibility Maatschappelijk verantwoord omgaan met klanten Dr. Jenny van Doorn Prof. dr. P.C. Verhoef Rapport CIC-2012-01 ISBN 978-90-367-5486-6 Onderzoeksrapport maatschappelijk verantwoord

Nadere informatie

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV Code Duurzaam Beleggen VvV onderdeel inhoud verschil artikel 1 De Code Duurzaam Beleggen opgesteld door het Verbond van Verzekeraars

Nadere informatie

GRI Tabel Duurzaamheidsverslag 2015

GRI Tabel Duurzaamheidsverslag 2015 GRI Tabel Duurzaamheidsverslag 2015 BMA Ergonomics b.v. rapporteert volgens de core variant van versie G4 van de richtlijnen van het Global Reporting Initiative. Op de indicatoren en de informatie in het

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000 Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties 2 Inhoudsopgave ISO 26000: een richtlijn voor iedereen

Nadere informatie

FREQUENTLY ASKED QUESTIONS MVO & DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING

FREQUENTLY ASKED QUESTIONS MVO & DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING FREQUENTLY ASKED QUESTIONS MVO & DUURZAAMHEIDSVERSLAGGEVING Dit FAQ document is gebaseerd op de GRI (Global Reporting Initiative) richtlijnen volgens versie GRI G3.1 en certificering en tracht antwoord

Nadere informatie

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Maatschappelijk verantwoord beleggen Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Beleid ten aanzien van Maatschappelijk verantwoord beleggen Inleiding BPF Houthandel draagt

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Trends in duurzaamheidsverslaggeving MVO Forum l Leuven l 17 december. Céline De Waele & Renate Degrave

Trends in duurzaamheidsverslaggeving MVO Forum l Leuven l 17 december. Céline De Waele & Renate Degrave Trends in duurzaamheidsverslaggeving MVO Forum l Leuven l 17 december Céline De Waele & Renate Degrave Inhoud 1. Samen sterk in MVO! 1. 2. Top trends vandaag 3. Wat mogen we morgen verwachten? Page 1 1.

Nadere informatie

Integrated Reporting in het MKB: Theorie, toepassing en de rol van de accountant.

Integrated Reporting in het MKB: Theorie, toepassing en de rol van de accountant. Integrated Reporting in het MKB: Theorie, toepassing en de rol van de accountant. Agenda Integrated Reporting: Theorie Integrated Reporting: Toepassing De accountant: Actualiteiten De accountant: Geschiedenis

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting Erasmus Universiteit Rotterdam: CSR paper De route naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in algemene ziekenhuizen. De strategische verankering van MVO in de dagelijkse activiteiten

Nadere informatie

Modelverslagen met betrekking tot de statistieken

Modelverslagen met betrekking tot de statistieken Bijlage 6 Circulaire _2011_06-6 dd. 14 februari 2011 Modelverslagen met betrekking tot de statistieken Toepassingsveld: Openbare instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht met een veranderlijk

Nadere informatie

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4.1 Inleiding Waar staat het bedrijfsleven momenteel als het gaat om rapportage over internationaal mvo en ketenbeheer in het bijzonder? Dit

Nadere informatie

inspireren en innoveren in MVO

inspireren en innoveren in MVO inspireren en innoveren in MVO Inleiding Gert Van Eeckhout Beleidsondersteuner MVO - Departement WSE Wat is MVO? Waarom MVO? Beleidslijnen Vlaamse overheid MVO? een proces waarbij ondernemingen vrijwillig

Nadere informatie

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam bij small cap ondernemingen Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen Agenda De rol van aandeelhouders Betrokken aandeelhouderschap

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Next Generation Risk Based Certification

Next Generation Risk Based Certification BUSINESS ASSURANCE Next Generation Risk Based Certification DNV GL Relatiedag - 11 november 2014 Albert Zwiesereijn 2014-06-05 1 SAFER, SMARTER, GREENER Albert Zwiesereijn 37 jaar Voor DNV GL Officier

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Chris E. Dutilh Stichting DuVo/Unilever Benelux Conferentie Winst uit Agrologistiek Monster, 16 februari 2009 Doelstelling DuVo-studie In beeld brengen of, en

Nadere informatie

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 5 juli 2011 Onderwijsondersteunende

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Concept NBA-handreiking Publicatie kwaliteitsfactoren 17 april 2015

Concept NBA-handreiking Publicatie kwaliteitsfactoren 17 april 2015 Dit document maakt gebruik van bladwijzers. Concept NBA-handreiking 17 april 2015 Consultatieperiode loopt tot 29 mei 2015 Concept NBA-handreiking NBA-handreiking Van toepassing op: xx Onderwerp xx Datum:

Nadere informatie

Seminar 360 on Renewable Energy

Seminar 360 on Renewable Energy Seminar 360 on Renewable Energy Financieren van duurzame energie initiatieven ING Lease (Nederland) B.V. Roderik Wuite - Corporate Asset Specialist - Agenda I 1. Introductie 2. Financiering van duurzame

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

HoE kwam dit duurzaamheids- verslag tot StAnd?

HoE kwam dit duurzaamheids- verslag tot StAnd? hoofdstuk 2 Hoe kwam dit duurzaamheidsverslag tot stand? Voor de opmaak van dit duurzaamheidsverslag heeft AWDC beroep gedaan op de richtlijnen voor duurzaamheidsrapportering van Global Reporting Initiative

Nadere informatie

Number 12, May 2015. Update IFRS 15 - Identificeren van prestatieverplichtingen

Number 12, May 2015. Update IFRS 15 - Identificeren van prestatieverplichtingen Number 12, May 2015 Update IFRS 15 - Identificeren van prestatieverplichtingen IFRS 15 - Identificeren van prestatieverplichtingen Het onderscheiden van prestatieverplichtingen is een belangrijke stap

Nadere informatie

Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie

Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie 1 Ctrl - Ketenoptimalisatie Technische hype cycles 2 Ctrl - Ketenoptimalisatie Technologische trends en veranderingen Big data & internet

Nadere informatie

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324

Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Code maatschappelijk verantwoord beleggen 1 januari 2010 PF-B-2009 / 324 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Beleid maatschappelijk verantwoord beleggen... 3 2.1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid...

Nadere informatie

Juryverslag voor het Beste Rapport Duurzaam Ondernemen 2006. Prijs 2007

Juryverslag voor het Beste Rapport Duurzaam Ondernemen 2006. Prijs 2007 Juryverslag voor het Beste Rapport Duurzaam Ondernemen 2006 20 NOVEMBER 2007 JURYVERSLAG VOOR HET BESTE RAPPORT DUURZAAM ONDERNEMEN 2006 JURYVERSLAG VOOR HET BESTE RAPPORT DUURZAAM ONDERNEMEN 2006 Doelstellingen

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

2 e webinar herziening ISO 14001

2 e webinar herziening ISO 14001 2 e webinar herziening ISO 14001 Webinar SCCM 25 september 2014 Frans Stuyt Doel 2 e webinar herziening ISO 14001 Planning vervolg herziening Overgangsperiode certificaten Korte samenvatting 1 e webinar

Nadere informatie

ArchiMate voor kennismodellen van NORA en haar dochters. Marc Lankhorst 16 oktober 2013

ArchiMate voor kennismodellen van NORA en haar dochters. Marc Lankhorst 16 oktober 2013 ArchiMate voor kennismodellen van NORA en haar dochters Marc Lankhorst 16 oktober 2013 Agenda 13:00 introductie ArchiMate-status en -ontwikkelingen en NORA-kennismodel 14:00 parallelle workshops rond de

Nadere informatie

Resultaten Derde Kwartaal 2015. 27 oktober 2015

Resultaten Derde Kwartaal 2015. 27 oktober 2015 Resultaten Derde Kwartaal 2015 27 oktober 2015 Kernpunten derde kwartaal 2015 2 Groeiend aantal klanten 3 Stijgende klanttevredenheid Bron: TNS NIPO. Consumenten Thuis (alle merken), Consumenten Mobiel

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20488 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Haar, Beryl Philine ter Title: Open method of coordination. An analysis of its

Nadere informatie

Enterprise Portfolio Management

Enterprise Portfolio Management Enterprise Portfolio Management Strategische besluitvorming vanuit integraal overzicht op alle portfolio s 22 Mei 2014 Jan-Willem Boere Vind goud in uw organisatie met Enterprise Portfolio Management 2

Nadere informatie

Studiedag De modernisering van het begroten in België. Brussel, 11 mei 2004

Studiedag De modernisering van het begroten in België. Brussel, 11 mei 2004 Studiedag De modernisering van het begroten in België Brussel, 11 mei 2004 Internationale trends in overheidsbegroten Prof. dr. Geert Bouckaert A. Internationale trends Inhoud 1. Gebruik van prestatiegegevens

Nadere informatie

De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem

De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem De logica achter de ISA s en het interne controlesysteem In dit artikel wordt de logica van de ISA s besproken in relatie met het interne controlesysteem. Hieronder worden de componenten van het interne

Nadere informatie

Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan. Oostzaan, 22 april 2013

Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan. Oostzaan, 22 april 2013 Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan Oostzaan, 22 april 2013 1. Situatieschets De gemeente Oostzaan is permanent bezig met het verbeteren en optimaliseren van haar bedrijfsvoering. Het

Nadere informatie

Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise. Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006

Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise. Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006 Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006 1 Planet The world is flat 2 People 3 Wereldbevolking: 6.541.920.085 (per

Nadere informatie

Contouren van morgen. Proces van materialiteitsanalyse

Contouren van morgen. Proces van materialiteitsanalyse Contouren van morgen Proces van materialiteitsanalyse Definitie en context Definitie Wat is echt materieel voor een goed begrip van de waardecreatie door een onderneming? Te onderzoeken aan de hand van:

Nadere informatie

Conferentie Examinering in de bpv 31 mei 2013 Workshop : handboeken BPV en het buitenland

Conferentie Examinering in de bpv 31 mei 2013 Workshop : handboeken BPV en het buitenland Conferentie Examinering in de bpv 31 mei 2013 Workshop : handboeken BPV en het buitenland Andre van Voorst : sr adviseur Kenwerk / Examenwerk Mirjam Hensels : projectleider BPV Handboeken Programma Inleiding

Nadere informatie

Organisatiecultuur en projectpartnering prestatie

Organisatiecultuur en projectpartnering prestatie Organisatiecultuur en projectpartnering prestatie Confronterende Vecht Inefficiënte Bouwprocessen Opportunistische Traditionele Bouw Ook in Nederland kwam het besef dat de oude bouwcultuur moest veranderen

Nadere informatie

Safety Values in de context van Business Strategy.

Safety Values in de context van Business Strategy. Safety Values in de context van Business Strategy. Annick Starren en Gerard Zwetsloot (TNO) Papendal, 31 maart 2015. NVVK sessie Horen, Zien en Zwijgen. Safety Values in de context van Business strategy.

Nadere informatie

Prestatiemeting op maat:

Prestatiemeting op maat: PRESTATIEMETING Drs. K.B.M. Bessems is recent als bedrijfseconoom afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Drs. J.M.C. Niederer (niederer@telenet.be) is werkzaam in de controllerspraktijk en heeft

Nadere informatie

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport

Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Een nieuwe rol voor het auditcomité en een aangepast audit rapport Jean-François CATS Inhoud van de uiteenzetting Nieuwe opdrachten van het auditcomité ingevoerd door de Audit Directieve en het Audit Reglement

Nadere informatie

Visie vanuit de BIG-5 op Standard Business Reporting

Visie vanuit de BIG-5 op Standard Business Reporting www.pwc.nl SBR Programma Visie vanuit de BIG-5 op Standard Business Reporting Amersfoort, Inhoud 1. Introductie en disclaimer 2. Rol binnen het SBR programma 3. Samenwerken of concurreren? 4. Bijzondere

Nadere informatie

Private Governance : Werkt het? Is het genoeg?

Private Governance : Werkt het? Is het genoeg? Private Governance : Werkt het? Is het genoeg? Workshop Public & Private Governance Wageningen UR / MinBuZa Th Hague, February 1, 2013 The Hague, Febr. 1, 2013 Public & Private Governance slide 1 Initiatieven

Nadere informatie

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx )

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx ) ABLYNX NV Naamloze Vennootschap die een openbaar beroep heeft gedaan op het spaarwezen Maatschappelijke zetel: Technologiepark 21, 9052 Zwijnaarde Ondernemingsnummer: 0475.295.446 (RPR Gent) (de Vennootschap

Nadere informatie

DE ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING

DE ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING ELAW BASISCURSUS WBP EN ANDERE PRIVACYWETGEVING DE ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING Gerrit-Jan Zwenne 28 november 2013 general data protection regulation een snelle vergelijking DP Directive 95/46/EC

Nadere informatie

Helderheid over duurzaamheid

Helderheid over duurzaamheid Helderheid over duurzaamheid Nieuwe initiatieven van de bankensector ter vergroting van transparantie 29 september 2015 Helderheid over duurzaamheid 2 Inhoud 1 Inleiding 4 2 Initiatieven per thema 6 2.1

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Wilma Fokker, IBM account manager BA Ton Rijkers, Business Project Manager EMI Music IBM Cognos Express Think big. Smart small. Easy to install pre-configured

Nadere informatie

Nieuwe product naam: RELX ISIN code: NL0006144495 Euronext code: NL0006144495 Nieuwe symbool: RELX

Nieuwe product naam: RELX ISIN code: NL0006144495 Euronext code: NL0006144495 Nieuwe symbool: RELX CORPORATE EVENT NOTICE: Toewijzing van aandelen REED ELSEVIER N.V. LOCATIE: Amsterdam BERICHT NR: AMS_20150610_04040_EUR DATUM: 10/06/2015 MARKT: EURONEXT AMSTERDAM - Change of Issuer name and trading

Nadere informatie