OPLEIDING & ONDERNEMING...

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "OPLEIDING & ONDERNEMING..."

Transcriptie

1 Beroepsvorming Autotechnicus Bedrijfsautotechnicus Loopbaan & Burgerschap ISBN OPLEIDING & ONDERNEMING ONDERWIJS EN BEDRIJFSLEVEN Kwalificatiedossier en L&B-document Kerntaken en werkprocessen Competenties Erkend leerbedrijf Loopbaan ONDERNEMING Organisatie, bedrijf, onderneming Bedrijf en maatschappij Economische kringloop Organisatiecultuur Ondernemingen in de mobiliteitsbranche Privaatrechtelijke brancheorganisaties... 8 ORGANISATIE AUTOBEDRIJF BEROEPEN IN DE MOBILITEITSBRANCHE Kwalificatiestructuur mobiliteitsbranche Functies in de organisatie AFDELINGSORGANISATIE Afdelingsstructuur Plaats (bedrijfs)autowerkplaats in de organisatie BEDRIJFSORGANISATIE Taakverdeling Organisatiestructuur Personeelsstructuur Personeelsstructuur naast organisatiestructuur BEDRIJFSCOMMUNICATIE Formele en informele communicatie Communicatielijnen Communicatievormen Interne communicatie Communicatiemiddelen Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 1

2 5 WERKPLAATSADMINISTRATIE Werkorder Inspectierapport DOCUMENTATIE Werkplaatsdocumentatie WETTEN EN VERZEKERINGEN Arbeidsovereenkomstenrecht Sociaal zekerheidsrecht Bedrijfsverzekeringen EXPLOITATIE (BEDRIJFS)AUTOBEDRIJF ONDERHOUD EN REPARATIE Onderhouds- en reparatie-aspecten De uitvoering van de werkzaamheden De controle van de werkzaamheden De kentekenplaat Onderhoudsbevordering Werkplaatsonderhoud ARBEIDSPRODUCTIVITEIT EN EFFICIENCY Definities De kengetallen nader toegelicht Factoren die de productiviteit en efficiency bepalen VAN OMZET NAAR WINST Eerst in stappen, dan het totaal HET WERKPLAATSUURTARIEF Berekening verkoopprijs DE KOSTEN Kosten zijn noodzakelijk Kostensoorten INVLOEDSFACTOREN OP AFZET EN KOSTEN Vraag en aanbod werkplaatsuren Organisatie Klantenbinding Productie In- en verkoop Marketing Kosten PRESENTATIE Presentatie: de huisstijl Presentatie: de waarneming Presentatie: werkplaats en personeel ARBEIDSVERHOUDINGEN Arbeidsklimaat Arbeidsmotivatie Groepsbeleving communicatie KWALITEIT - ARBO - MILIEU KAM KAM-systeem KAM-documentatie Processen en procedures KWALITEIT Kwaliteitsbegrippen Kwaliteitszorg bij het productieproces ARBO Arbeidsomstandighedenwet Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 2

3 3.2 Arbobeleid Arbozorg en organisatie van de arbeid Inrichting arbeidsplaatsen Gevaarlijke stoffen en biologische agentia Fysieke belasting Fysische factoren Psychosociale arbeidsbelasting Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM s) Handelen bij ongevallen Handelen bij brand MILIEU De Wet Milieubeheer (WM) Milieuzorg in (bedrijfs)autobedrijven Milieuzorg door burgers Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 3

4 OPLEIDING & ONDERNEMING 1 ONDERWIJS EN BEDRIJFSLEVEN 1.1 Kwalificatiedossier en L&B-document 1. Met welke twee dossiers krijg je tijdens je MBO-opleiding te maken en wat is het doel van beide dossiers? 2. Noem de drie onderdelen van de beroepsbeschrijving van een KD. 3. Omschrijf waarvoor een KD gebruikt wordt. 4. Een KD is in vier delen opgebouwd. Omschrijf het doel van elk deel. 5. Volgens het L&B-document moet je in je opleiding voldoende geschoold worden op de gebieden van loopbaan en burgerschap. In het onderdeel loopbaan zijn 5 elementen genoemd. Noem er ten minste 2 en geef er een omschrijving bij. 6. In het onderdeel burgerschap zijn 4 dimensies genoemd. Noem er ten minste 2 en geef er een omschrijving bij. 7. Wat mag een ondernemer van je verwachten als je je opleiding hebt afgerond? 1.2 Kerntaken en werkprocessen 1. Geef de definitie van de kerntaak. Dat mag ook in eigen woorden. 2. Noem de twee kerntaken van de (Bedrijfs)Autotechnicus. Dat mag ook in eigen woorden. 3. Geef de definitie van de het werkproces. Dat mag ook in eigen woorden. 4. Noem ten minste drie werkprocessen van de (Bedrijfs)Autotechnicus. Dat mag ook in eigen woorden. 5. Zoek een werkproces op en geef daarvan de omschrijving volgens het KD. Doe dat in eigen woorden. 6. Zoek een werkproces op en geef daarvan het gewenste resultaat volgens het KD. Doe dat in eigen woorden. 1.3 Competenties 1. Geef de opbouw van het competentiemodel powered by SHL. 2. Uit welke drie elementen bestaat een competentie? 3. Waarom krijgen competenties pas betekenis in een bepaalde (beroeps)context? 4. Definieer het begrip competentie. Dat mag ook in eigen woorden. 5. Definieer het begrip competentiecomponent. Dat mag ook in eigen woorden. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 4

5 6. Wat verstaat men onder competentiebreedte? 7. Op welke wijze is van een competentie het gedrag meetbaar gemaakt? 8. Definieer het begrip gedragsanker. Dat mag ook in eigen woorden. 9. Geef een voorbeeld van een competentiecomponent met een bijbehorende gedragsanker. Zoek dit op in het KD. 10. Teken schematisch de opbouw van prestatie-indicatoren. 11. Zoek in het KD een PI op en geef daarvan de gedrags- en de vaardigheidscomponent. 12. Waarom moeten de PI s aan de zogenoemde SMART-doelen voldoen? 13. Definieer het begrip competentieniveau. Dat mag ook in eigen woorden. 14. Noem de drie competentieniveaus en omschrijf de betekenis ervan. 1.4 Erkend leerbedrijf 1. Noem de twee mogelijke leerwegen en omschrijf het verschil tussen beide leerwegen. 2. Wat houdt voor de ondernemer de beroepspraktijkvorming in? 3. Noem vier eisen waaraan een ondernemer moet voldoen om een erkend leerbedrijf te mogen zijn. 1.5 Loopbaan 1. Omschrijf hoe jij nu inzetbaar bent als werknemer, en hoe dat zal zijn na afronding van je opleiding. 2. Omschrijf welke werkprocessen en competenties je moet leren beheersen voor de ontwikkeling van je eigen loopbaan. 2 ONDERNEMING 2.1 Organisatie, bedrijf, onderneming 1. Omschrijf met eigen woorden of definieer wat er verstaan wordt onder: a. een organisatie; b. een bedrijf; c. een onderneming. 2. Omschrijf de kenmerkende verschillen en verbanden tussen de in vraag 1 genoemde organisaties. 3. Geef ten minste 3 redenen waarom het maken van winst voor een onderneming noodzakelijk is. 4. Omschrijf waarom winst niet het enige ondernemingsdoel is en geef van de overige ondernemingsdoelen twee voorbeelden. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 5

6 5. Noem 2 productiefactoren die in ondernemingen worden toegepast en omschrijf wat deze inhouden. 6. Geef ten minste drie soorten kapitaalgoederen en omschrijf wat deze inhouden. 7. Noem ten minste vier kapitaalgoederen die tot de inventaris van een autobedrijf behoren. 8. Noem ten minste vier kapitaalgoederen die tot de voorraden van autobedrijven behoren. 9. Omschrijf wat er onder liquide middelen wordt verstaan. 10. Debiteuren wordt wel een krediettermijn verleend. Wat houdt dit in? 11. Wat verstaat men onder economisch verkeer? 12. Geef de definitie van producten. Dat mag in eigen woorden. 2.2 Bedrijf en maatschappij 1. Teken het maatschappelijke krachtenveld waarin een bedrijf met ten minste vier partijen en vier situaties voorkomen. 2. Omschrijf van de in vraag 1 genoemde partijen de relatie die ze met en de invloed die ze op het bedrijf hebben. 3. Omschrijf van de in vraag 1 genoemde situaties welke invloed deze op het bedrijf hebben. 4. Noem de partijen en situaties waarin jij een rol speelt. Omschrijf deze rol. 5. Wat verstaat men bij conjunctuur onder recessie, laagconjunctuur en hoogconjunctuur. 6. Noem een technologische verandering waardoor een auto of de handel in auto s ingrijpend kan veranderen. Motiveer dat. 7. Noem een wetgevende maatregel waardoor het gebruik van (bedrijfs)auto s ingrijpend kan veranderen. Motiveer dat. 8. Omschrijf welke plaats je hebt in het politieke domein of welke plaats je daar nu zou kunnen of willen innemen. Geef daarbij aan hoe je je plaats bereikt hebt of denkt te kunnen bereiken. 9. Omschrijf welke plaats je als beroepsbeoefenaar hebt in het economische domein of welke plaats je daar nu zou kunnen of willen innemen. Geef daarbij aan hoe je je plaats bereikt hebt of denkt te kunnen bereiken. 10. Omschrijf welke plaats je als consument hebt in het economische domein of welke plaats je daar nu zou kunnen of willen innemen. Geef daarbij aan hoe je je plaats bereikt hebt of denkt te kunnen bereiken. 11. Omschrijf welke deelname je als burger hebt in sociale verbanden of welke plaats je daar nu zou kunnen of willen innemen. Geef daarbij aan hoe je je plaats bereikt hebt of denkt te kunnen bereiken. 12. Omschrijf aan welke gezondheid schadelijke omstandigheden je bloot staat en of je deze omstandigheden zou kunnen of willen mijden. Geef daarbij aan hoe je dit bereikt hebt of denkt te kunnen bereiken. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 6

7 13. Omschrijf welke gezondheid bevorderende maatregelen je neemt of zou kunnen en willen nemen. Geef daarbij aan hoe je dit bereikt hebt of denkt te kunnen bereiken. 2.3 Economische kringloop 1. Omschrijf hoe de goederenstroom tussen bedrijven en gezinnen plaatsvindt. Je mag dit ook tekenen. 2. Welke geldstromen hebben plaats tussen bedrijven en gezinnen? Je mag dit ook tekenen. 3. Beredeneer het belang van consumptieve bestedingen. 4. Welke rol spelen banken in de economische kringloop betreffende inkomen, consumptie, besparingen en investeringen? 5. Welke rol heeft de overheid in de economische kringloop betreffende belastingen en overheidsbestedingen? 6. Nederland kent een open economie. Wat verstaat men hieronder? 7. Benoem de relaties tussen het burgerschap volgens het L&B-document en de economische kringloop. 2.4 Organisatiecultuur 1. Benoem de relaties tussen het burgerschap volgens het L&B-document en de organisatiecultuur. 2. Definieer de organisatiecultuur. Je mag de definitie ook met eigen woorden omschrijven. 3. Wat zijn de kenmerken van een open organisatiecultuur? 4. Wat zijn de kenmerken van een gesloten organisatiecultuur? 5. Motiveer wat jouw voorkeur heeft betreffende een open of gesloten organisatiecultuur. 6. Je kunt een organisatiecultuur van een bedrijf leren kennen aan de hand van carrièreankers of loopbaanankers. Leg eens uit hoe je dit in jouw geval het beste zou kunnen aanpakken. Denk daarbij aan je persoonlijkheidsmodel en je karaktereigenschappen. 7. Hoe verkrijg je informatie over de organisatiecultuur? 8. Hoe laat je weten dat je in een organisatiecultuur past? 2.5 Ondernemingen in de mobiliteitsbranche 1. Omschrijf wat een bedrijfskolom en een bedrijfstak zijn. 2. Teken de bedrijfskolom van autofabrikanten, importeurs en dealers. 3. Teken bij de in vraag 2 gemaakte bedrijfskolom de universelen die gebuikte auto s verkopen. 4. Omschrijf de functie(s) die autofabrikanten hebben in de bedrijfskolom. 5. Omschrijf de functie(s) die importeurs hebben in de bedrijfskolom. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 7

8 6. Omschrijf de functie(s) die autodealers hebben in de bedrijfskolom. 7. Deel de markt van personenautobedrijven in in categorieën en geef aan welke functie(s) in elke categorie uitgeoefend word(t)(en). 8. Noem ten minste vijf soorten universelen/specialisten die in de mobiliteitsbranche actief zijn en geef aan welke functie(s) zij uitoefen(t)(en). 2.6 Privaatrechtelijke brancheorganisaties 1. Omschrijf wat er onder privaatrechtelijke organisaties verstaan wordt. 2. Noem ten minste vier brancheorganisaties en omschrijf hun doelstellingen. 3. Geef ten minste drie afdelingen van de BOVAG. 4. Op welke gebieden van de mobiliteitsbranche houdt de FOCWA zich bezig? 5. Omschrijf welke functie(s) de RAI, het RDC Datacentrum, de RDW, de ANWB, de Innovam Groep en de VOC uitoefenen. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 8

9 Organisatie autobedrijf 1 BEROEPEN IN DE MOBILITEITSBRANCHE 1.1 Kwalificatiestructuur mobiliteitsbranche 1. Wat verstaat men onder de kwalificatiestructuur volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)? 2. Welke opleidingsplaats heb jij binnen de Kwalificatiestructuur Mobiliteitsbranche? Geef daarbij ook het kwalificatieniveau en de beroepsgroep aan waarbinnen je valt. 3. Omschrijf de taken van de (Bedrijfs)autotechnicus. 4. Omschrijf twee taken van respectievelijk: a. Eerste Autotechnicus of Eerste Bedrijfsautotechnicus b. Technisch Specialist Personenauto s of TS Bedrijfsauto s c. Werkplaatsmanager Motorvoertuigentechniek d. Service Adviseur Mobiliteitsbranche e. Bedrijfsmanager Mobiliteitsbranche 5. Waarin verschillen de taken van Eerste Autotechnicus of Eerste Bedrijfsautotechnicus met die van Autotechnicus of Bedrijfsautotechnicus? 6. Waarin verschillen de taken van Technisch Specialist Personenauto s of Technisch Specialist Bedrijfsauto s met die van Autotechnicus of Bedrijfsautotechnicus? 1.2 Functies in de organisatie 1. Geef een omschrijving van functies, taken en werkzaamheden. 2. Waarin kan een functie verschillen met die van een beroep? 3. Geef een voorbeeld van een functie-inhoud van een werkplaatsmanager van een klein autobedrijf. 4. Omschrijf welke beroepshouding van je verwacht wordt als je als (Bedrijfs)autotechnicus in een autobedrijf werkt of stage loopt. 2 AFDELINGSORGANISATIE 2.1 Afdelingsstructuur 1. Noem de bedrijfsafdelingen die binnen (bedrijfs)autobedrijven gebruikelijk zijn. Komt dit overeen met het bedrijf waar je werkt? Als er afwijking is, motiveer dan waarom dit bij jouw bedrijf zo is. 2. Onder welke voorwaarden kunnen deze autonome bedrijfsafdelingen als een eenheid functioneren? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 9

10 2.2 Plaats (bedrijfs)autowerkplaats in de organisatie 1. Noem ten minste drie kenmerken van een (bedrijfs)autowerkplaats. 2. Noem ten minste drie doelen die in (bedrijfs)autowerkplaatsen worden nagestreefd. 3. Motiveer waarom een (bedrijfs)autowerkplaats een dienstverlenende afdeling is. 4. Om de werkplaats zo rendabel mogelijk te laten draaien, moeten de werkzaamheden zo productief en efficiënt mogelijk uitgevoerd worden met behoud van het juiste kwaliteitsniveau. Motiveer waarom deze bewering juist is. 5. Wat betekent de uitdrukking servicemarketing in het kader van prijs, kwaliteit, service, goodwill? 6. Kunnen alle bedrijfsafdelingen van (bedrijfs)autobedrijven een dekkingsbijdrage leveren? Motiveer dit. 3 BEDRIJFSORGANISATIE 3.1 Taakverdeling 1. Bij taakverdelingen speelt de groepering van gelijksoortige en gelijkwaardige activiteiten een belangrijke rol. Wat houdt dit in en waar leidt dit toe? 2. Definieer de functie. Dat mag met eigen woorden. 3. Welk doel streeft men na bij taakverdeling? 4. Wat wordt er onder delegeren verstaan? 5. Verticale taakverdeling leidt tot een hiërarchische organisatiestructuur. Motiveer dit. 6. Tot welke bedrijfsniveaus leidt verticale taakverdeling? 7. Managers hebben een beperkte span of control. Kun jij twee factoren bedenken waarom dit zo is? Er wordt ook een motivatie verwacht. 8. Wat verstaan we bij bedrijfsorganisatie onder centralisatie? En wat zijn de kenmerken ervan? 9. Hetzelfde als vraag 8 maar dan voor decentralisatie. 10. Wat heeft jouw voorkeur: een decentraal of een centraal geleide organisatie. Onderbouw je mening. 11. Wat houdt horizontale taakverdeling in? Noem er een voorbeeld van. 12. Motiveer waarom functionele taakverdeling tot afdelingsvorming en vakdeskundigheid leidt. 3.2 Organisatiestructuur 1. Noem de organisatiestructuren die ten gevolge van de verticale, horizontale en functionele taakverdelingen ontstaan. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 10

11 2. Noem de kenmerken van een lijnorganisatie. 3. Teken het blokschema (organigram) van een lijnorganisatie en zet in de blokken om welk soort functies het gaat en zet erbij op welk niveau deze functies uitgevoerd worden. 4. Op welke twee manieren kunnen de nadelen van een lijnorganisatie verkleind worden? 5. Omschrijf hoe een passerelle behoort te functioneren. 6. Noem de kenmerken veen functionele organisatie. 7. Teken het blokschema (organigram) van een functionele organisatie en zet in de blokken om welk soort functies het gaat en zet erbij op welk niveau deze functies uitgevoerd worden. 8. Noem de kenmerken van een lijn-/staforganisatie. 9. Teken het blokschema (organigram) van een lijn-/staforganisatie en zet in de blokken om welk soort functies het gaat en zet erbij op welk niveau deze functies uitgevoerd worden. 10. Geef een omschrijving van de twee grondregels die leiden tot een efficiënte en harmonieuze functie-indeling. 11. Met welke factoren moeten we eveneens rekening houden om tot een efficiënte en harmonieuze functie-indeling te komen? Leg dit uit. 12. Op welke wijze zijn de officiële relaties tussen de functies van een organigram aangegeven en om welke twee soorten relaties gaat het daarbij? 13. Omschrijf wat een taakomschrijving is, wat deze inhoudt en welk doel deze heeft. 14. Geef de functie-inhoud van een autotechnicus. 15. Geef minstens twee zaken waarvoor de taakomschrijving ook kan dienen als alleen voor het omschrijven van de functie-inhoud en de functie-eisen? Leg dit uit. 3.3 Personeelsstructuur 1. Omschrijf wat men onder een personeelsstructuur verstaat. 2. Wat verstaat men onder capaciteit, time span en capaciteitsniveau van iemand en geef daarvan een voorbeeld. 3.4 Personeelsstructuur naast organisatiestructuur 1. Welke relaties bestaan er tussen de functionaris en zijn functie en wat zijn de kenmerken ervan? 2. Welke relaties bestaan er tussen de functionarissen onderling en wat zijn de kenmerken ervan? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 11

12 4 BEDRIJFSCOMMUNICATIE 4.1 Formele en informele communicatie 1. Geef de definitie van interne communicatie. Dat mag met eigen woorden. 2. Omschrijf wat men verstaat onder formele en informele communicatie. 3. Geef twee voorbeelden van formele communicatie en twee voorbeelden van informele communicatie. 4. Omschrijf het belang van beide communicatievormen in een onderneming. 5. Wat is bij interne en externe communicatie een performance gap? Heb je zoiets wel eens meegemaakt? 6. Welke communicatierol speel jij als (Bedrijfs)autotechnicus in het (bedrijfs)autobedrijf waar je werkt? 4.2 Communicatielijnen 1. Op welke wijze kunnen we autonome functies en autonome afdelingen toch goed met elkaar laten communiceren? Hoe is dit geregeld in het (bedrijfs)autobedrijf waar je werkt? 2. Wat verstaat men onder verticale kortsluiting? 3. In ondernemingen wordt ook gebruik gemaakt van top-down en bottom-up communicatie. Geef van elk een voorbeeld, als het kan van het bedrijf waar je werkt. Dat mag ook van een ander bedrijf zijn of een organisatie waar je lid van bent. 4. Geef een voorbeeld van gewenste en ongewenste informele communicatie, als het kan van het bedrijf waar je werkt. Dat mag ook van een ander bedrijf zijn of een organisatie waar je lid van bent. 5. Op welke wijze is de coördinatie tussen de afdelingen geregeld bij het bedrijf waar je werkt? 4.3 Communicatievormen 1. Omschrijf de kenmerken van mondelinge communicatie. 2. Teken het STAR-communicatiemodel. Werk je (onbewust) volgens dit model of gaat het ook wel eens fout? Noem de voorbeelden die je erbij bedenkt. 3. Geef ten minste vier vormen van schriftelijke communicatie. 4. Omschrijf de kenmerken van schriftelijke communicatie. 5. Omschrijf het verschil en de overeenkomst tussen intranet en internet. 6. Gedragscommunicatie is te onderscheiden naar verbale en non-verbale communicatie. Wat zijn de kenmerken van deze communicatievormen? Noem van elk twee voorbeelden. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 12

13 4.4 Interne communicatie 1. Omschrijf welke plaats werkoverleg heeft binnen de interne communicatie. 2. Wat verstaat men onder participatie en motiveer welke rol dit speelt binnen de interne communicatie van een bedrijf. 3. Omschrijf het doel van functionerings- en beoordelingsgesprekken. 4. Wat is het verschil tussen functionerings- en beoordelingsgesprekken? 5. Welke rol kan een functieclassificatie spelen bij functionerings- en beoordelingsgesprekken? 6. Geef ten minste vier zaken die kenmerkend zijn voor een functioneringsgesprek. 7. Motiveer waarom functioneringsgesprekken doorgaans een beter effect hebben dan beoordelingsgesprekken. 8. Denk terug aan je laatste functioneringsgesprek. Welke elementen zaten daar bij zoals die in het boek genoemd zijn? Waarop lag het accent? 9. Welke verschillen ondervind je tussen werkoverleg en functioneringsgesprek? 10. Geef ten minste twee zaken die kenmerkend zijn voor een beoordelingsgesprek. 11. Wil een meting waarde hebben, dan moet deze vergeleken kunnen worden met een norm. Geef een voorbeeld waarbij men dit zo bij jou deed, op je werk, op het opleidingsinstituut, of elders. 4.5 Communicatiemiddelen 1. Wat verstaat men onder een juiste mix van communicatiemiddelen. Geef daarvan een voorbeeld. 2. Geef de kenmerken van de telefonische communicatie. 3. Als vraag 2 maar dan voor schriftelijke communicatie. 5 WERKPLAATSADMINISTRATIE 5.1 Werkorder 1. Omschrijf waarom de hoofddoelen van de werkplaatsadministratie zijn: het behouden respectievelijk verbeteren van de servicegraad, de efficiency, de arbeidsproductiviteit en dus de rentabiliteit. 2. Noem ten minste vijf hiervan afgeleide doelen. 3. Wat is een werkorder? 4. Wat is het doel van de werkorder? 5. Hoe maakt men van een werkorder een factuur? 6. Wie vult een werkorder in? 7. Wat zijn de voordelen van directe facturering? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 13

14 8. Wanneer is er sprake van wettelijke bescherming door middel van een werkorder? 9. Uit hoeveel delen bestaat een werkorder met directe facturering? 10. Voor wie zijn de afzonderlijke delen bestemd? 11. Teken de routing van de werkorder. 12. Via welke medewerkers van het bedrijf gaan de delen van de werkorder? 13. Noteer vier belangrijke gegevens die op een werkorder genoteerd moeten worden. 14. Wat is in algemene zin het doel van de diverse noteringen op een werkorder? 15. Waarom is het vermelden van de juiste kilometerstand op de werkorder belangrijk? 16. Wat is het doel van het vermelden van de gewerkte uren van de autotechnicus op de werkorder? 17. Wat is het doel van een interne werkorder? 18. Leg uit hoe het flatratesysteem werkt. 19. Geef een specifiek voordeel bij toepassing van het flatratesysteem. 20. Noem ten minste drie te automatiseren administratieve systemen van de werkplaats. 21. Hoe verlopen de diverse stappen om van een opdracht van een klant bij de receptie uiteindelijk tot de factuur te komen? 22. Hoe ontstaat een geprinte factuur? 23. Hoe verlopen de geautomatiseerde stappen bij een interne werkorder? 24. Waarom worden de kosten doorgeboekt naar betreffende opdrachtgever, bijvoorbeeld de afdeling verkoop? 25. Op welke manier wordt de urenverantwoording van de autotechnici geautomatiseerd bijgehouden? 5.2 Inspectierapport 1. Wat is het doel van inspectierapporten? 2. Waarom hanteert een (Bedrijfs)autotechnicus in de werkplaats ook wel inspectierapporten? 3. Vind je het zinvol om de klanten het inspectierapport van hun auto s te geven? 6 DOCUMENTATIE 6.1 Werkplaatsdocumentatie 1. Noem ten minste drie soorten van technische documentatie van de werkplaats. 2. Omschrijf wat een werkplaatshandboek is. 3. Op welke wijzen worden werkplaatshandboeken geüpdate? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 14

15 4. Wat is het doel van een werkplaatshandboek? 5. Omschrijf hoe er met werkplaatshandboeken gewerkt behoort te worden. 6. Motiveer wanneer de voorkeur uitgaat naar een werkplaatshandboek of naar een databank. 7. Welke functie hebben vaktijdschriften en studieboeken in de werkplaats van een motorvoertuigbedrijf? 7 WETTEN EN VERZEKERINGEN 7.1 Arbeidsovereenkomstenrecht 1. Noem de drie regels wanneer er sprake is van een geldige arbeidsovereenkomst. 2. Een mondelinge arbeidsovereenkomst is wel geldig, maar waarom is het beter dit schriftelijk te doen? 3. Welke zaken behoren er in een schriftelijke arbeidsovereenkomst opgenomen te zijn? 4. Wat verstaat men onder een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd? Geef er een voorbeeld van. 5. Als vraag 4, maar dan voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 6. Waarom is een stageovereenkomst geen arbeidsovereenkomst? 7. Als je een stagevergoeding krijgt, welke gevolgen kan dat hebben voor je studiefinanciering, je sociale zekerheid, de loonbelasting? 8. Ga na of je arbeidsduur, werk- en rusttijden volgens de Arbeidstijdenwet of CAO-bepalingen nageleefd worden. 9. Hoe kunnen werktijden van verschoven uren en inhaaluren geregeld zijn? 10. Maak een lijst van huisregels van het bedrijf waar je werkt of stage loopt. 7.2 Sociaal zekerheidsrecht 1. Als je stagiair bent, voor welke sociale werknemersverzekeringen kun je dan in aanmerking komen? En onder welke voorwaarden geldt dat? 2. Onder welke voorwaarden kom je in aanmerking voor de studentenverzekering? 3. Hoe is de ziekmelding volgens de Ziektewet geregeld? En welke regels hanteert het bedrijf hiervoor? 7.3 Bedrijfsverzekeringen 1. Hoe is de bedrijfsaansprakelijkheid geregeld? 2. Noem twee voorbeelden van schades waarvoor een bedrijf aansprakelijk gesteld kan worden. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 15

16 3. Motiveer waarom het werken met een kwaliteitsbeheerssysteem schades kan voorkomen of in omvang kan beperken? 4. Omschrijf wat er onder onrechtmatige daad wordt verstaan. 5. Som de vier punten op wanneer iemand voor een onrechtmatige daad aan te spreken is. 6. Omschrijf wanneer er sprake is van: a. onrechtmatige daad; b. schuld; c. schade; d. relativiteit. 7. Wat verstaat men onder risicoaansprakelijkheid? 8. Op welke wijze kan een ondernemer zich tegen aansprakelijkheid voor goederen en personen zich verzekeren? Kan jij jezelf ook tegen een dergelijke aansprakelijkheid verzekeren? 9. Als jij schade veroorzaakt, is dan je leidinggevende ook aansprakelijk te stellen? 10. Als jij schade veroorzaakt, kun je aansprakelijk gesteld worden. Hoe wordt dit in de praktijk opgelost? 11. Wat betekent regres en hoe werkt dat? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 16

17 Exploitatie (Bedrijfs)autobedrijf 1 ONDERHOUD EN REPARATIE 1.1 Onderhouds- en reparatie-aspecten 1. Omschrijf het verschil en de overeenkomst tussen inspecteren, keuren en onderhoud en de soort werkzaamheden bij elk worden uitgevoerd. 2. Omschrijf het begrip service. 3. Geef een voorbeeld wanneer service gratis is (of lijkt). 4. Wat is het doel van een onderhoudsbeurt? 5. Noteer de soorten onderhoudsbeurten die we voor auto s kennen en geef van elk globaal aan welke controles er uitgevoerd worden en wat er eventueel vervangen wordt. 6. Noem de factoren die de mate aan onderhoud bepalen. En geef van elke factor de motivatie waarom deze in de mate aan onderhoud meedoet. 7. Kun je twee situaties noemen waarin voor jou de grens bereikt is om de klant in de kosten van onderhoud tegemoet te komen? 8. Noem de twee vormen van onderhoud en geef er een voorbeeld bij. 9. Noem de factoren die het onderhoudsinterval bepalen. 10. Noem een situatie waarin je kilometergebonden of tijdgebonden onderhoud adviseert. Motiveer het. 1.2 De uitvoering van de werkzaamheden 1. Omschrijf wat er onder afbreukrisico verstaan wordt en welke invloed je hierop hebt. 2. In welke situatie leidt afbreukrisico tot imagoschade? Motiveer het. 1.3 De controle van de werkzaamheden 1. Noem de soorten controles die op je werkzaamheden mogelijk zijn. Motiveer in welke situatie je welke controle toepast. 2. Jij hebt je eigen werk gecontroleerd, maar noem ook een situatie waarin een deskundigere collega jouw werk nog een keer controleert. Motiveer waarom hij dat dan zal doen. 3. Wat is de reden dat bij proefrijden handelaarskentekenplaten op de testauto gemonteerd moeten zitten? 4. Noem de motieven voor het aanhouden van een vast testcircuit bij proefrijden. 5. Motiveer bij wie de verantwoordelijk ligt als jij proefrijdt. 6. Welke voorwaarden zijn er verbonden aan de kentekenbewijsverzekering. Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 17

18 1.4 De kentekenplaat 1. Nederland kent nogal wat soorten kentekenplaten. Noem er vier en geef er een beknopte toelichting over. 2. Om welke reden is de GAIK-kentekenplaat ingevoerd en aan welke regels zijn de bedrijven gebonden betreffende deze kentekenplaat? 3. Aan de GAIK-kentekenplaat is een aantal normen verbonden, zoals: het EU-symbool, de unieke code, de duplicaatcode, de cijfers en letters, het keurmerk van de kentekenplaatfabrikant met bedrijfsnummer, de omkadering, en de fabricagedatum. Omschrijf de betekenis van deze coderingen. 4. Welke montagevoorschriften gelden er ten aanzien van de montage van kentekenplaten? 1.5 Onderhoudsbevordering 1. Noem ten minste vier onderhoudsbevorderende maatregelen. En motiveer op welke onderhoudsbevorderende maatregelen jij invloed uitoefent, of kunt uitoefenen. 2. Behandel de klant als een VIP. Leg dat maar eens uit. 3. Op welke manieren kun jij bijdragen aan onderhoudsbewaking? 4. Op welke manieren kun jij bijdragen aan onderhoudsbevordering via presentatie en promotie? 1.6 Werkplaatsonderhoud 1. Geef een overzicht van het onderhoud van de werkplaatsoutillage dat wordt uitbesteedt en dat door de werkplaatsfunctionarissen wordt gedaan. 2. Motiveer wanneer het uitbesteden van onderhoud aan werkplaatsoutillage beter of voordeliger is dan het houden in eigen beheer. 2 ARBEIDSPRODUCTIVITEIT EN EFFICIENCY 2.1 Definities 1. Geef de definitie van productiviteit. Je mag deze ook met eigen woorden omschrijven. 2. Wat wordt er onder resultaat en wat onder offers verstaan? 3. Geef de definitie van efficiency. Je mag deze ook met eigen woorden omschrijven. Noteer een efficiencykengetal dat jou het meeste aanspreekt. Motiveer waarom je dit efficiencykengetal noemt. 2.2 De kengetallen nader toegelicht 1. Omschrijf waarom het management de arbeidsproductiviteit zo graag wil weten. Maar waarom zou jij dit ook willen weten? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 18

19 2. Definieer de arbeidsproductiviteit. Leg uit wat daarbij de invloed is van het aantal verkochte uren en het aantal te verkopen uren. 3. Omschrijf op welke manier arbeidsefficiency te berekenen is. 4. Met de urenregistratie is de arbeidproductiviteit en de efficiency te berekenen. Bewijs dit. Dat mag ook met een voorbeeld. 5. Noem de factoren die tot arbeidsimproductiviteit leiden. Motiveer je gegeven antwoorden. 6. Wat valt er bij het bedrijf waar je werkt of stage loopt onder werkplaatsonderhoud en waarom is dit improductief? 7. In welke situaties is een garantieclaim te verhalen en wanneer komen deze ten laste van de werkplaats? 8. Motiveer waarom leegloop de slechtste vorm van improductiviteit is. 2.3 Factoren die de productiviteit en efficiency bepalen 1. Noem de factoren die de arbeidsproductiviteit en de efficiency bepalen. Motiveer op welke factoren je als (Bedrijfs)autotechnicus invloed hebt. 2. Verklaar waarom werkmethode, automatisering, mechanisering en specialisatie invloed hebben op het productieproces. 3. Noem een werkmethode met zijn kenmerken. Waarnaar gaat jouw voorkeur uit? Motiveer het. 3 VAN OMZET NAAR WINST 3.1 Eerst in stappen, dan het totaal 1. Wat is het verschil tussen afzet en omzet? 2. Wat is de relatie tussen bruto en netto verkoopprijs en BTW (OB)? 3. Hoe kunnen we de bruto winst berekenen? 4. Hoe kunnen we de netto winst berekenen? 5. Wat houdt het gewaardeerd loon van de ondernemer in? 6. Als je het gewaardeerd loon in rekening brengt, wat verdient de ondernemer dan aan zijn bedrijf? 7. Dit is een extra vraag waarin gerekend moet worden. Een uitdaging. Van een autobedrijf hebben we van afgelopen jaar de volgende gegevens verzameld: bruto-omzet , hierin zit , BTW besloten de netto inkoopwaarde bedroeg , de totale kosten bedroegen , Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 19

20 de ondernemer stelde zijn gewaardeerd loon op , Bereken achtereenvolgens: a. Netto-omzet b. Brutowinst c. Nettowinst d. Vergoeding eigen vermogen e. Rente op het geïnvesteerde vermogen 4 HET WERKPLAATSUURTARIEF 4.1 Berekening verkoopprijs 1. Geef de definitie van de directe kosten. Dat mag ook in eigen woorden. 2. Doe hetzelfde voor de indirecte kosten. 3. Waarvoor worden de (in)directe kosten gebruikt? 4. Geef een voorbeeld van directe kosten en een van indirecte kosten. 5. Op welke manier kunnen de indirecte kosten verdeeld worden over de directe kosten? 6. Wat verstaan we onder de kostprijs van het werkplaatsuurtarief? 7. Hoe komen we tot de netto verkoopprijs respectievelijk bruto verkoopprijs van het werkplaatsuurtarief? 8. Dit is een extra vraag waarin gerekend moet worden. Een uitdaging. Bereken het bruto werkplaatsuurtarief als het volgende bekend is. De directe loonkosten van de werkplaats zijn ,. Het materiaalverbruik is ,. De overige directe kosten zijn ,. Het opslagpercentages voor de indirecte kosten is 25%. Het opslagpercentage voor de winst is 15%. Het aantal productieve uren is De BTW is 21%. 5 DE KOSTEN 5.1 Kosten zijn noodzakelijk 1. Wat is een bedrijfshuishouding? 2. Geef een korte omschrijving van de drie productiefactoren? 3. Noem de definitie van kosten. Dat mag ook in eigen woorden. 4. Noem de definitie van product. Dat mag ook in eigen woorden. 5. Noem de definitie van productieproces. Dat mag ook in eigen woorden. 6. Omschrijf hoe we productie en productieproces vertalen naar autobedrijven. 7. Wat verstaan we onder verspilling? Uitgeverij Streutker (Bedrijfs)Autotechniek, (Voorbeeld)uitwerkingen 20

Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie

Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie Hoofdstuk 3 Bedrijfs- en afdelingsorganisatie Paragraaf 3.1 1. Afdelingsstructuur a. Noem de soorten afdelingen die in bedrijven binnen de mobiliteitsbranche gebruikelijk zijn. b. Onder welke voorwaarden

Nadere informatie

Beroepsvorming II. Vragen & Opdrachten. Mobiliteitsbranche ISBN 97894 92062 987

Beroepsvorming II. Vragen & Opdrachten. Mobiliteitsbranche ISBN 97894 92062 987 Beroepsvorming II Mobiliteitsbranche Vragen & Opdrachten ISBN 97894 92062 987 1. BEGRIPPEN... 3 2. ORGANISATIESTRUCTUUR... 4 3. PERSONEELSSTRUCTUUR... 7 4. FORMELE COMMUNICATIE... 8 5. WERKPLAATS- EN MAGAZIJNPROCEDURES...

Nadere informatie

Hoofdstuk 13 Kostensoorten

Hoofdstuk 13 Kostensoorten Hoofdstuk 13 Kostensoorten Paragraaf 13.1 1. Kosten zijn onder andere in te delen in kostensoorten a. Wat zijn kostensoorten? b. Welke zes kostensoorten onderscheidt men meestal? c. Waarom worden de kosten

Nadere informatie

Beroepsvorming Autotechniek Bedrijfsautotechniek Motorfietstechniek K.J. Streutker

Beroepsvorming Autotechniek Bedrijfsautotechniek Motorfietstechniek K.J. Streutker Beroepsvorming Autotechniek Bedrijfsautotechniek Motorfietstechniek K.J. Streutker Beroepsvorming 1 Inhoudsopgave Inleiding: Voertuigtechnici... 7 1 Mobiliteitsbranche... 8 1.1 Ondernemingen in de mobiliteitsbranche

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie

Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie Hoofdstuk 6 Magazijnadministratie Paragraaf 6.1 1. Administratie in- en uitgaande goederen a. Noem ten minste vier handelingen die bij de binnenkomst van de order worden verricht en motiveer waarom dit

Nadere informatie

Toetstermen Beroepsvorming niveau 3 (CREBO-nummer 55010) (Versie 03, augustus 2003)

Toetstermen Beroepsvorming niveau 3 (CREBO-nummer 55010) (Versie 03, augustus 2003) 3.1.1 Organisatie. 3.1.1.1 Noemen van de aan de branche aanverwante organisaties en hun doelstellingen op de volgende niveaus: - het distributienetwerk van personen-, bestel en vrachtauto's (fabrikant,

Nadere informatie

Hoofdstuk 11 Exploitatiekengetallen

Hoofdstuk 11 Exploitatiekengetallen Hoofdstuk 11 Exploitatiekengetallen Paragraaf 11.1 1. Productiviteit en efficiency a. Geef de algemene definitie van productiviteit. b. Noem een aantal vormen van resultaten en offers. c. Geef de algemene

Nadere informatie

2.2 BEDRIJFSPROCESSEN...

2.2 BEDRIJFSPROCESSEN... Module 2 Management & Organisatie ISBN 97894 92062 987 2.1 ONDERNEMING... 3 2.1.1 SOORTEN ORGANISATIE... 3 2.1.2 ONDERNEMING: WAT HET IS... 3 2.1.3 MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN... 4 2.2 BEDRIJFSPROCESSEN...

Nadere informatie

11.1 KOSTENBEGRIPPEN...

11.1 KOSTENBEGRIPPEN... Module 11 Management & Bedrijfseconomie ISBN 97894 92062 987 11.1 KOSTENBEGRIPPEN... 3 11.1.1 AFSPRAKEN... 3 11.1.2 WAT VERSTAAN WE ONDER KOSTEN?... 3 11.1.3 DE KOSTPRIJS... 3 11.1.4 DE STANDAARDKOSTPRIJS...

Nadere informatie

Elementaire kennis Bedrijfseconomie Werkboek

Elementaire kennis Bedrijfseconomie Werkboek Elementaire kennis Bedrijfseconomie Werkboek Elementaire kennis Bedrijfseconomie Werkboek Peter H. C. Hintzen Zetwerk: Fritschy opmaak & redactie, Leiden isbn 978 90 3723 452 7 2016 Uitgeverij Edu Actief

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

Beroepsvorming III Vragen & Opdrachten

Beroepsvorming III Vragen & Opdrachten Beroepsvorming III Vragen & Opdrachten ISBN 97890 74365 840 1. BEGRIPPEN... 2 2. BRANCHE- EN AANVERWANTE ORGANISATIES... 3 3. BEDRIJFS- EN AFDELINGSORGANISATIE... 4 4. WERKPLAATS- EN MAGAZIJNPROCEDURES...

Nadere informatie

Junior company 2. Ondernemingsplan

Junior company 2. Ondernemingsplan Voortgezet onderwijs Junior company 2. Ondernemingsplan Stichting Stichting Jong Jong Ondernemen: Ondernemen: Postbus Postbus 93002 93002 2509 2509 AA AA Den Den Haag Haag Bezuidenhoutseweg Bezuidenhoutseweg1212

Nadere informatie

Hoofdstuk 15 Specifieke wetten en regels ten aanzien van motorrijtuigen

Hoofdstuk 15 Specifieke wetten en regels ten aanzien van motorrijtuigen Hoofdstuk 15 Specifieke wetten en regels ten aanzien van motorrijtuigen Paragraaf 15.1 1. Algemeen a. Welke wettelijke verplichtingen brengt het in bezit hebben van een motorrijtuig met zich mee? b. Omschrijf

Nadere informatie

Eindexamen havo m&o 2013-I

Eindexamen havo m&o 2013-I Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. Bij deze opgave worden de belastingen buiten beschouwing gelaten. Peter de Beer is de eigenaar van een klein autobedrijf (FIAT De Beer

Nadere informatie

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE

OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE OEFENOPGAVEN LESBRIEF INDUSTRIE 6 VWO Opgave 1. De onderneming Haakma BV heeft voor 2005 de volgende voorcalculatie met betrekking tot de toegestane kosten opgesteld. De constante fabricagekosten bestaan

Nadere informatie

Daarna komen de economische levensduur en het afschrijvingsplan nog aan de orde.

Daarna komen de economische levensduur en het afschrijvingsplan nog aan de orde. 1 Kosten van duurzame productiemiddelen 1.1 Inleiding Een onderneming maakt kosten om omzet te kunnen behalen. De kosten vormen de basis voor de totstandkoming van de verkoopprijs. Een belangrijk onderdeel

Nadere informatie

Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen 7

Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen 7 1 Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen Kennisvragen paragraaf 1.1 en 1.2 1. Wat bestudeert de bedrijfseconomie? 2. We onderscheiden bij uitgaven kosten en verspillingen. Wat is het verschil

Nadere informatie

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016 TOELATINGSTOETS M&O VUL IN: Datum 14-1-2016 Naam en voorletters. Adres. Postcode. Woonplaats. Geboortedatum / / Plaats Land. Telefoonnummer. E-mail. Gekozen opleiding. OPMERKINGEN: Tijdsduur: 90 minuten

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Firma Balans produceert uitsluitend twee typen weegschalen,

Nadere informatie

Economisch Instituut voor een Winkelorganisatie. Stein: ISBN: 978 90 5784 337 2. Auteurs: M.J. Duijzings-Biermans, M.W.M. Duijzings, F.L.J.

Economisch Instituut voor een Winkelorganisatie. Stein: ISBN: 978 90 5784 337 2. Auteurs: M.J. Duijzings-Biermans, M.W.M. Duijzings, F.L.J. werkschrift: bedrijfseconomisch rekenen: exploitatiekosten Bestemd voor de kwalificatiedossiers manager handel en ondernemer detailhandel in de kwalificatiestructuur detailhandel Stein: Economisch Instituut

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Deelnemersinformatie Beoordeling Eerste Autotechnicus. Crebocode 93420, dossier 2013-2014

Deelnemersinformatie Beoordeling Eerste Autotechnicus. Crebocode 93420, dossier 2013-2014 Deelnemersinformatie Beoordeling Eerste Autotechnicus Deelnemersinformatie Beoordeling Eerste Autotechnicus Versie 130901 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Kerntaken, werkprocessen en competenties... 3 Wat

Nadere informatie

1. De kandidaat kan de definitie van een organisatie en hoe de organisatie acteert in relatie tot interne en externe omgeving aangeven.

1. De kandidaat kan de definitie van een organisatie en hoe de organisatie acteert in relatie tot interne en externe omgeving aangeven. Onderdeel: Onderneming algemeen 1. De kandidaat kan de definitie van een organisatie en hoe de organisatie acteert in relatie tot interne en externe omgeving aangeven. 2. De kandidaat kan de diverse organisaties

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Examen VMBO-BB 2005 ECONOMIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni 9.00 10.30 uur. 12-10-2004 Versie vaststelling. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Examen VMBO-BB 2005 ECONOMIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni 9.00 10.30 uur. 12-10-2004 Versie vaststelling. Naam kandidaat Kandidaatnummer Examen VMBO-BB 2005 12-10-2004 Versie vaststelling tijdvak 1 donderdag 2 juni 9.00 10.30 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Opgave 1.1 1. 171. 2. 26,176. 3. 13.758,57. Opgave 1.2 1. 16.687. 2. 832. 3. 469,078. Opgave 1.3 1. 250,-. 2. 11,94114769. 3. 124.

Hoofdstuk 1. Opgave 1.1 1. 171. 2. 26,176. 3. 13.758,57. Opgave 1.2 1. 16.687. 2. 832. 3. 469,078. Opgave 1.3 1. 250,-. 2. 11,94114769. 3. 124. Hoofdstuk 1 Opgave 1.1 1. 171. 2. 26,176. 3. 13.758,57. Opgave 1.2 1. 16.687. 2. 832. 3. 469,078. Opgave 1.3 1. 250,-. 2. 11,94114769. 3. 124. Opgave 1.4 1. 25,24. 2. 1.486,35. 3. 28.459.000,-. 4. 4.659,-.

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

Bij een resultatenbegroting (ook wel exploitatiebegroting genoemd) wordt een overzicht gemaakt van de opbrengsten en van de kosten.

Bij een resultatenbegroting (ook wel exploitatiebegroting genoemd) wordt een overzicht gemaakt van de opbrengsten en van de kosten. De liquiditeits - en resultatenbegroting Een bedrijf wil graag weten of hij aan zijn betaalverplichtingen kan voldoen. Daarom wordt een planning gemaakt in de ontvangsten en de uitgaven (vaak binnen een

Nadere informatie

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,-

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,- Meerkeuzevragen: 1. John maakt voetballen in Afrika. Hij verdient netto 45,- per week. Hij krijgt een loonsverhoging tijdens het WK voetbal van 1,5 %. Hoeveel verdient deze jongen dan netto per kwartaal?

Nadere informatie

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Examen : Professional Controller 2 Vak : Accounting 2 Datum : 22 juni 2015 Examen PC 2 Accounting 2 Instructieblad Tijd : 13.30-15.00 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen 11

Kosten van huisvesting en duurzame productiemiddelen 11 1 Kosten van huisvesting en duurzame productie middelen 1.1 Inleiding Ieder mens heeft behoeften, de een meer dan de ander. In een welvaartsstaat heeft iedereen middelen om in zijn of haar behoeften te

Nadere informatie

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden EXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden Kostprijscalculatie 9 november 2013 Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen

Nadere informatie

LOOPBAAN & BURGERSCHAP 2013-2014

LOOPBAAN & BURGERSCHAP 2013-2014 LOOPBAAN & BURGERSCHAP 2013-2014 Wat is L & B? L & B staat voor Loopbaan en Burgerschap en is een onderdeel van je opleiding dat zich richt op jou als mens in de maatschappij. L & B richt zich op alle

Nadere informatie

Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x 9 + 1 = cijfer 63

Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo. Hoofdstuk 17 tot en met 28. Normering. Aantal punten x 9 + 1 = cijfer 63 Proefschoolexamen Management & Organisatie 5 vwo Hoofdstuk 17 tot en met 28 Normering Opgave 1 Opgave 1 Opgave 2 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7 1: 2 punten 1: 2 punten a: 2 punten 1: 3 punten 1: 2

Nadere informatie

Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product.

Heterogene productie (meerdere producten) De directe kosten hebben een rechtstreeks verband met de productie/verkoop van een product. www.jooplengkeek.nl Heterogene productie (meerdere producten) Primitieve opslagmethode We splitsen de kosten in: Directe kosten Indirecte kosten belangrijk De directe kosten hebben een rechtstreeks verband

Nadere informatie

Functievergelijking. Liesbeth BV. Chef Monteur Gas en verwarming Vergelijking met functie Monteur Gas en Verwarming Printdatum 31-01-2014

Functievergelijking. Liesbeth BV. Chef Monteur Gas en verwarming Vergelijking met functie Monteur Gas en Verwarming Printdatum 31-01-2014 Liesbeth BV Bedrijf Liesbeth BV Functie Chef Monteur Gas en verwarming Vergelijking met functie Monteur Gas en Verwarming Printdatum 31-01-2014 Functievergelijking Taken Kennis en vaardigheden Diploma's

Nadere informatie

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen).

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen). Basiskennis Ondernemerschap Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: B - Aantal punten: 1 In Alkmaar wordt elke vrijdag een kaasmarkt gehouden. De kazen worden aangeleverd door de producenten

Nadere informatie

VAK: ECONOMIE METHODE: Pincode 3 VMBO kader 5 e editie KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

VAK: ECONOMIE METHODE: Pincode 3 VMBO kader 5 e editie KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 01-01 NIVEAU KADER VAK: ECONOMIE METHODE: Pincode VMBO kader 5 e editie KLAS: CONTACTUREN PER WEEK: x minuten per week P periode C code van de toets

Nadere informatie

Handleiding BPV-beoordeling voor de deelnemer. Dossiers 2013-2014

Handleiding BPV-beoordeling voor de deelnemer. Dossiers 2013-2014 Handleiding BPV-beoordeling voor de deelnemer Inhoudsopgave Inleiding... 3 Begrippenlijst... 4 Informatie BPV-beoordeling... 6 Kerntaken, werkprocessen, competenties, beoordelingscriteria en Arbo-regels...

Nadere informatie

Kaarten module 4 derde klas

Kaarten module 4 derde klas 1. Uit welke twee onderdelen bestaan de totale kosten? 2. Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 3. Geef 2 voorbeelden van vaste (of constante) kosten. 4. Waar is de totale winst gelijk aan? 5. Geef

Nadere informatie

Beginner. Beginner. Beginner

Beginner. Beginner. Beginner Beginner Nummer 1 Beginner Nummer 2 Beginner Antwoordmodel Antwoordmodel Antwoordmodel Nummer 3 2014: uitgave 0/kosten 30 Afschrijving De waardevermindering van de auto (een onderdeel van de vaste activa)

Nadere informatie

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Basiskennis Ondernemerschap Voorbeeldexamen Belangrijke informatie Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Dit voorbeeldexamen bestaat

Nadere informatie

1 De leerling kan een bedrijfsorganisatie toetsen aan een historisch kader

1 De leerling kan een bedrijfsorganisatie toetsen aan een historisch kader Personeel 1 De leerling kan een bedrijfsorganisatie toetsen aan een historisch kader 2 De leerling kan huidige en toekomstige ontwikkelingen op het gebied van personeel en maatschappij omschrijven 3 De

Nadere informatie

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer

Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier Fashion management Junior productmanager fashion - niveau 4 Beroepspraktijkvorming op de werkvloer Compact kwalificatiedossier Fashion

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk 30.000,- en 20.000,- afgeschreven.

- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk 30.000,- en 20.000,- afgeschreven. Management en Organisatie VWO 6 Herhaling CE Begrotingen nummer 2 Opgave 1 Gegeven is de volgende balans van Fitna bv: Balans per 1/1 2008 --------------------------------------------------------------

Nadere informatie

modellen m&o havo Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding

modellen m&o havo Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding Modellen voor management en organisatie 1. Inleiding In de economie is een groot aantal conceptuele modellen in gebruik, die een systematische beschrijving geven van de wijze waarop een onderneming bijvoorbeeld

Nadere informatie

a. Stel de beginbalans op 1 januari 2006 samen volgens het model van bijlage I.

a. Stel de beginbalans op 1 januari 2006 samen volgens het model van bijlage I. Opdracht 1 De Wilde en Timmer De dames De Wilde en Timmer gaan een autobedrijf beginnen: zij kopen auto s en accessoires in en verkopen die. Om het autobedrijf te kunnen openen op 1 januari 2006 zijn in

Nadere informatie

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. PDB kostencalculatie 4 Oefenexamen 2 Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Het aantal te behalen punten is 38. Bij elke vraag staat aangegeven

Nadere informatie

Centrum voor Logistiek Vakmanschap Venlo - Laaghuissingel Niveau 2

Centrum voor Logistiek Vakmanschap Venlo - Laaghuissingel Niveau 2 Gilde Opleidingen Telefoon: (0475)34 32 43 E-mail: info@gildeopleidingen.nl Chauffeur wegvervoer Studierichting Centrum voor Logistiek Vakmanschap Locatie Venlo - Laaghuissingel Niveau 2 Leerweg bbl Sector

Nadere informatie

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Internationale Marketing H4 Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Executive summary Een samenvatting voor het management 1 à 2 pagina s belangrijkste

Nadere informatie

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO De Eenmanszaak deel 2 VWO DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING Jannes Timmers Copyright Jannes Timmers 2015 Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op een

Nadere informatie

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. PDB KOSTENCALCULATIE 4 OEFENEXAMEN 3 Dit oefenexamen bestaat uit 22 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Het aantal te behalen punten is 38. Bij elke vraag staat aangegeven

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie PDB Financiële administratie & Kostprijscalculatie berekeningen PDB Financiële administratie & Kostprijscalculatie berekeningen drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver Dit antwoordenboek behoort bij het

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2003-I

Eindexamen m&o vwo 2003-I 4 Antwoordmodel Opgave 1 1 initiatiefrecht / adviesrecht 2 voorbeelden van een juist antwoord: Ja, Lodewijks heeft gelijk omdat de CAO-Uitzendbureaus geldt voor een totale sector. Nee, Lodewijks heeft

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven.

Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. www.jooplengkeek.nl Investeringsselectie Waarom gaan we investeren We verwachten winst te maken! Alleen rekening houden met toekomstige ontvangsten en uitgaven. belangrijk Calculaties voor beslissingen

Nadere informatie

Het aantal te behalen punten is 100. Bij elke vraag staat aangegeven hoeveel punten je daarvoor kunt behalen.

Het aantal te behalen punten is 100. Bij elke vraag staat aangegeven hoeveel punten je daarvoor kunt behalen. asiskennis alculatie (K ) Oefenexamen 1 SISKENNIS LULTIE (K ) elangrijke informatie Het aantal te behalen punten is 100. ij elke vraag staat aangegeven hoeveel punten je daarvoor kunt behalen. e beschikbare

Nadere informatie

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie?

Communicatie in het horecabedrijf. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Wat is communicatie? Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over communicatie in het horecabedrijf. In de horeca ga je om met gasten en communiceer je met ze. Je gaat als medewerker ook om met je collega s en je zult het

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten www.jooplengkeek.nl Kostensoorten Grondstoffen Arbeid Overige variabele kosten Duurzame productiemiddelen Grond Diensten van derden Belastingen Financiering 1 Kostensoorten Financiering Financieringskosten

Nadere informatie

2. De kandidaat kan een omschrijving geven van de diverse organisaties in de personenautobranche.

2. De kandidaat kan een omschrijving geven van de diverse organisaties in de personenautobranche. DEELKWALIFICATIE MANAGEMENT ESONENAUTOBEDIJF Onderdeel: Bedrijfsvoering ersonenautobedrijf 1. De kandidaat kan op basis van de marktontwikkelingen van de afgelopen jaren een prognose maken voor de toekomst

Nadere informatie

Functiebeschrijving. Hajnadi Klimaattechniek BV Service Coördinator Printdatum 17-09-2012

Functiebeschrijving. Hajnadi Klimaattechniek BV Service Coördinator Printdatum 17-09-2012 Bedrijf Hajnadi Klimaattechniek BV Functie Service Coördinator Printdatum 17-09-2012 Functiebeschrijving Functiekenmerken Taken kennis en vaardigheden Opleidingsmogelijkheden bij functie Functiekenmerken

Nadere informatie

2. Inrichten van jouw bedrijfsadministratie

2. Inrichten van jouw bedrijfsadministratie 2. Inrichten van jouw bedrijfsadministratie Je hebt kennis gemaakt met Sturen op cijfers aan de hand van het eerste hoofdstuk. Daarbij heb jij onder meer kunnen bekijken welke gegevens per invoerperiode

Nadere informatie

Coördinator Beveiliging

Coördinator Beveiliging Coördinator Beveiliging Leeswijzer voor bedrijven Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ECABO houdt ontwikkelingen in de economisch-administratieve, ICT- en veiligheidsberoepen bij. Deze ontwikkelingen

Nadere informatie

Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996

Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996 Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996 Welzijnsdag 12 november 2012 1 Inhoudsopgave Korte schets wetgeving De risicoanalyse Preventiemaatregelen Rolverdeling in

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 3 cases met in totaal 15 open

Nadere informatie

de richtlijn vakbekwaamheid inzetten voor verbetering binnen uw onderneming van verplichting naar kans

de richtlijn vakbekwaamheid inzetten voor verbetering binnen uw onderneming van verplichting naar kans de richtlijn vakbekwaamheid inzetten voor verbetering binnen uw onderneming van verplichting naar kans Verplichte nascholing beroepsgoederen chauffeurs inzetten voor gericht verbeteren Verplichting 35

Nadere informatie

Branchetoetsdocument: Arbo en veiligheid

Branchetoetsdocument: Arbo en veiligheid pagina van 5 Branchetoetsdocument: Arbo en veiligheid Versie 4. VERVALLEN - Vervangen door RI&E en Preventiemedewerker (alle branche) Deelbranche(s) Camper en Caravan Algemene beschrijving & doelstelling

Nadere informatie

22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining

22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Tentamentraining 2 1 Kostprijs Normale productie : 40.000 stuks Verwachte werkelijke productie : 44.000 stuks Variabele kosten : 176.000 Constante kosten : 360.000

Nadere informatie

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer 91370. Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL

Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid. Leg het fundament. Crebonummer 91370. Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL Beoordelingseenheid A Proeve van Bekwaamheid Leg het fundament Crebonummer 91370 Opleiding Sociaal Cultureel Werker Kwalificatieniveau 4 BOL/BBL EXAMENBANK PROVE2MOVE 2 Inhoudsopgave Inleiding 3 Opdrachten

Nadere informatie

Bijlage HAVO. management & organisatie. tijdvak 1. Informatieboekje. HA-0251-a-13-1-b

Bijlage HAVO. management & organisatie. tijdvak 1. Informatieboekje. HA-0251-a-13-1-b Bijlage HAVO 2013 tijdvak 1 management & organisatie Informatieboekje HA-0251-a-13-1-b Formuleblad Voor de beantwoording van vraag 11 en 26 zijn de volgende formules beschikbaar: 11 rentabiliteit van het

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 5 onderdeel: Cash Management datum: 28 juni 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Nadere informatie

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC)

TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) TOETS 1 - Basiskennis Calculatie (BKC) Het maximaal aantal te behalen punten voor deze toets is 90. Bij elke vraag of opdracht staat aangegeven hoeveel punten u daarvoor kunt halen. De beschikbare examentijd

Nadere informatie

Financieel Management. Vragen & Opdrachten. Mobiliteitsbranche ISBN 97894 92062 987 1. KOSTEN EN KOSTPRIJS... 2

Financieel Management. Vragen & Opdrachten. Mobiliteitsbranche ISBN 97894 92062 987 1. KOSTEN EN KOSTPRIJS... 2 Financieel Management Mobiliteitsbranche Vragen & Opdrachten ISBN 97894 92062 987 1. KOSTEN EN KOSTPRIJS... 2 PARAGRAAF 1.2 AFSPRAKEN EN DEFINITIES... 2 PARAGRAAF 1.3 KOSTENSOORTEN... 2 PARAGRAAF 1.4 VASTE

Nadere informatie

1 De economische kringloop

1 De economische kringloop 1 De economische kringloop Wat is Marco-economonie? Studie van het verband tussen Gezinnen Bedrijven Overheid Buitenland Welke soorten economische vraagstukken hebben we? Productie Werkloosheid Inflatie

Nadere informatie

7 Directe en indirecte kosten

7 Directe en indirecte kosten 7 Directe en indirecte kosten hoofdstuk 7.1 C 7.2 B 7.3 C 7.4 A 7.5 B 7.6 D 800 / 7.0 = 0,101 7.7 B 1.350 13,5 40 = 810 Opslag: 60 / 40 = 1,5 (150%) 7.8 A 2 35 + 10 15 + 0,50 2 35 = 255 7.9 B 12 + 10 +

Nadere informatie

2 Kostprijsberekening en opslagmethode

2 Kostprijsberekening en opslagmethode 2 Kostprijsberekening en opslagmethode 2.1 Inleiding In het Basisboek Bedrijfseconomie hebben we al uitgebreid stilgestaan bij het bepalen van de kostprijs. We hebben kennisgemaakt met directe en indirecte

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA)

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) onderdeel Bedrijfseconomie Dit examen bestaat uit 4 opgaven. De beschikbare tijd is 3¾ uur. De antwoorden dienen uitsluitend op de uitwerkingenvellen te

Nadere informatie

BPV-praktijkboek. Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent

BPV-praktijkboek. Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent BPV-praktijkboek Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent Crebocode 90440, dossier 2013-2014 Bedrijfsnaam :. Naam Student : Cohort :.. Wat is een BPV werkboek Dit BPV werkboek maakt onderdeel uit van de Opleiding

Nadere informatie

Bestuurlijke informatievoorziening Examennummer: 61567 Datum: 29 juni 2013 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bestuurlijke informatievoorziening Examennummer: 61567 Datum: 29 juni 2013 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bestuurlijke informatievoorziening Examennummer: 61567 Datum: 29 juni 2013 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 10 open vragen (maximaal

Nadere informatie

Oefenvragen Ondernemerskunde B - Financieel management & bedrijfscalculaties

Oefenvragen Ondernemerskunde B - Financieel management & bedrijfscalculaties Oefenvragen Ondernemerskunde B - Financieel management & bedrijfscalculaties 1. Waarom bent u als ondernemer verplicht om van elke financiële handeling een bewijsstuk te hebben? A. Op deze wijze kunt u

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

H2: Economisch denken

H2: Economisch denken H2: Economisch denken 1 : Produceren Produceren: Het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van de productiefactoren door bedrijven en de overheid. Alleen bedrijven en de overheid kunnen produceren

Nadere informatie

UNIFORM HEREXAMEN EIND MULO tevens II E ZITTING STAATSEXAMEN MULO 2007

UNIFORM HEREXAMEN EIND MULO tevens II E ZITTING STAATSEXAMEN MULO 2007 MNSTERE VN ONERWJS EN VOLKSONTWKKELNG EXMENUREU UNFORM HEREXMEN EN MULO tevens E ZTTNG STTSEXMEN MULO 2007 VK : ERJFSREKENEN TUM: WOENSG 08 UGUSTUS 2007 TJ : 07.30-09.30 UUR EZE TK ESTT UT 36 TEMS. ntrest

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd.

De JetStar bestaat uit een reeks onderdelen die in de onderneming JetFun bvba worden geproduceerd. De onderneming JetFun bvba produceert één type jetski, de JetStar. De JetStar bestaat uit een motor die de jetski aandrijft. De motor is een Kawasaki 23 pk die wordt aangekocht. De JetStar bestaat uit

Nadere informatie

De onderbouwing in het ervaringscertificaat

De onderbouwing in het ervaringscertificaat Een goed en een slecht voorbeeld van een onderbouwing Secretaresse I Inleiding Onderbouwing In deze toelichting wordt nader ingegaan op de onderbouwing in een ervaringscertificaat. We gebruiken hier de

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

3.1. Alles zelf doen hoeft niet

3.1. Alles zelf doen hoeft niet 3.1. Alles zelf doen hoeft niet 3.1.1. Redenen om iets uit te besteden In uw bedrijf wordt een hoop werk verzet. Dit hoeft u niet allemaal zelf te doen; u kunt besluiten om activiteiten uit te besteden.

Nadere informatie

Boxenoverzicht LINK2 Handel & Administratie Versie juni 2008

Boxenoverzicht LINK2 Handel & Administratie Versie juni 2008 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 03 02 02 03 04 05 06 07 03 HA/K/1 0 0 Oriëntatie op handel en administratie SE SE SE HA/K/1 x x Uitwerking eindtermen: zie Handreiking SLO x x x x x x x x x x x x x

Nadere informatie

BEN IK EIGENLIJK WEL ZZP ER? Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst.

BEN IK EIGENLIJK WEL ZZP ER? Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst. Verschil tussen Arbeidsovereenkomst en Opdrachtovereenkomst. www.damd.nl Arbeidsovereenkomst en opdrachtovereenkomst Arbeid kun je op verschillende manieren verrichten: in loondienst (arbeidsovereenkomst),

Nadere informatie

Eén dag werken in het magazijn!

Eén dag werken in het magazijn! Eén dag werken in het magazijn! Naam leerling: Klas: Datum: - - Naam bedrijf: Naam stagebegeleider: Je gaat binnenkort een dag werken in een magazijn. Het is de bedoeling dat je een dag lang nader kennis

Nadere informatie

Verantwoordingsmatrix Portfolio Medisch Pedicure Ondernemen. Bron: Branche kwalificatiedossier Medisch Pedicure, maart 2009.

Verantwoordingsmatrix Portfolio Medisch Pedicure Ondernemen. Bron: Branche kwalificatiedossier Medisch Pedicure, maart 2009. Verantwoordingsmatrix Portfolio Medisch Pedicure Ondernemen. Branche Examenbureau Bron: Branche kwalificatiedossier Medisch Pedicure, maart 2009. Ondernemen Competentie 14, 15, 16, 17, 18 en 19 Ondernemingsplan

Nadere informatie

Branchetoetsdocument: Contractbeheer

Branchetoetsdocument: Contractbeheer pagina van 6 Branchetoetsdocument: Contractbeheer Versie 4. VERVALLEN per -0-20 Deelbranche(s) Bedrijfsauto Algemene beschrijving & doelstelling van de branchekwalificatie De beroepsbeoefenaar kan offertes

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Examenopgaven VMBO-KB 2003 Examenopgaven VMBO-KB 2003 tijdvak 1 woensdag maandag 19 mei 09.00-11.00 uur LANDBOUW EN NATUURLIJKE OMGEVING AGRARISCHE BEDRIJFSECONOMIE CSE KB Het examen Landbouw en natuurlijke omgeving CSE KB bestaat

Nadere informatie