Handboek Milieuzorg Medewerker

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handboek Milieuzorg Medewerker"

Transcriptie

1

2 Voorwoord Het Tankstations is tot stand gebracht door een samenwerking van alle brancheverenigingen voor tankstations, te weten Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI), Belangenvereniging Tankstations (BETA), Bond van Autohandelaren en Garagebedrijven (BOVAG ), de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (NOVE) en het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de branche (OOTW). Middels de huidige wijze van opzet van het Handboek wordt inzage verschaft in zaken die van belang zijn voor de ondernemer, managers en voor de medewerkers op tankstations. Het handboek in deze nieuwe vorm geeft inzicht in de wettelijke verplichtingen en hoe deze verplichtingen eenvoudig te implementeren en zelf te controleren zijn. Het kan tevens als naslagwerk worden gebruikt. Hiermee is het ook een effectief hulpmiddel om de milieubelasting op de tankstations tot een minimum te beperken. Het digitale handboek wordt steeds up to date gehouden zodat je altijd over de juiste informatie beschikt. In de huidige digitale opzet van het Handboek is overzichtelijk en schematisch de relevante wet- en regelgeving opgenomen wat een goed hulpmiddel kan zijn bij de dagelijkse werkzaamheden op jouw locatie. Bovendien kun je met de aanwijzingen in het Handboek op systematische wijze voorkomen dat er onnodig milieubelasting door jouw tankstation wordt veroorzaakt. Om de kennis over de inhoud van het handboek te vergroten en te testen is er een e-learning ontwikkeld voor de ondernemer, manager en de medewerkers op tankstations. Tevens is er een inspectielijst in het handboek opgenomen waarmee je zelf kunt controleren of je aan de verplichtingen uit de wet- en regelgeving voldoet. Hiermee kun je ook het risico op financiële schade beperken. Bij het samenstellen van het handboek zijn bovengenoemde doelstellingen steeds als uitgangspunt genomen. Degene die het tankstation drijft, draagt uiteindelijk zelf de eindverantwoordelijkheid voor de naleving van de uit de wet voortvloeiende verplichtingen.

3 Inhoud 1. Exploitatie... 6 Installatieboek... 7 Inspecties, keuringen en controles... 7 Gevaarlijke stoffen Voorterrein... 9 Introductie De pompinstallatie Elektrisch laden Dampretoursysteem Vloeistofdichte vloer Olie- en benzine afscheider (OBAS) Goten en straatkolken Opslagtanks Onderhoud voorterrein Blustoestel Noodstop Shopproducten voorterrein Shop & Magazijn Ruitensproeivloeistof, koelvloeistof en gevaarlijke (afval-)stoffen Toiletten en overige openbare ruimtes Keukenapparatuur Opslag frituurvet / vetafscheider... 27

4 4. Wasplaats Introductie Wasinstallaties Wasmiddelen Onderhoud van de wasplaats Elektrische deuren washal en werkplaats Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM's) LPG, CNG & LNG Introductie Wat is LPG Gevaren van LPG LPG installatieboek Vullen LPG-opslagtanks Gasflessen en wisselreservoirs LPG-aflevering Technische onderdelen LPG controlerondes Veiligheidsvoorzieningen Preventie Blussen van een brand Explosiegevaar Noodplan Uitvoeren van werkzaamheden... 52

5 7. Begrippenlijst Bevoegd gezag OBAS Aanrijdbeveiliging Blusmiddelen Noodstop Verplichte veiligheidsstickers Schoonmaakmiddelen Persoonlijke beschermingsmiddelen Veiligheidsinformatieblad Dampretourstage I Dampretourstage II Vloeistofdichte vloer Installatieboek... 60

6 1. Exploitatie

7 Installatieboek Op een locatie moet een installatieboek aanwezig zijn met daarin verschillende verplichte documenten. Afhankelijk wat een tankstation verkoopt, moet een Installatieboek Brandstof en/of Installatieboek LPG aanwezig zijn. Volgens PGS 28 vs moet het installatieboek altijd voor het bevoegd gezag ter inzage gereed liggen. Dit mag in hardcopy of digitaal. Inspecties, keuringen en controles Periodiek vinden er keuringen en controles plaats op de locatie. De keuringen en controles moeten worden uitgevoerd door hiervoor gecertificeerde of geaccrediteerde inspecteurs. Een overzicht van erkende inspecteurs is terug te vinden in het onderwerp Certificaten van herkeur. Als er een keuring of controle heeft plaatsgevonden, moeten de resultaten hiervan worden opgeslagen in het Installatieboek. Een bevoegd gezag controleert, aan de hand van het Installatieboek, regelmatig of de keuringen en controles op tijd zijn uitgevoerd. De frequentie van een inspectie, keuring en controle is te vinden op de checklijst Installatieboek. Gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen zijn chemische stoffen die één of meerdere eigenschappen hebben die al in relatief kleine hoeveelheden schade kunnen aanrichten aan de menselijke gezondheid of het milieu. Van de gevaarlijke stoffen vormen zeer zorgwekkende stoffen het grootste risico. Al in geringe concentratie kunnen deze stoffen leiden tot grote, onherstelbare of langdurige schade aan mens of milieu. Het zijn bewerkelijke en erg dure stoffen om mee te werken, omdat de werkgever maatregelen moet nemen om de werknemers, klanten en het milieu tegen de gevaren te beschermen. Of een product een gevaarlijke stof of mengsel is, is te zien aan het etiket op de verpakking. Van een product met een gevaar symbool moet een Veiligheids Informatie Blad (VIB) op locatie zijn. Iedereen die hiermee werkt, moet weten waar deze VIB s te vinden zijn. Denk hierbij aan de brandstoffen, LPG, maar ook schoonmaakmiddelen die gebruikt worden en zelfs de motorolie of ruitensproeiervloeistof die wordt verkocht in de shop.

8 EU-GHS Het GHS (Globally Harmonised System) is de afspraak voor de indeling en etikettering van chemische stoffen. De pictogrammen die gebruikt worden zijn in de vorm van ruiten, zoals die ook bij de vervoersetikettering worden gebruikt. Het doel van de EU-GHS is om wereldwijd één systeem van etikettering te hebben. De handhaving van REACH en EU-GHS is geregeld in de Wet milieubeheer. CLP Voor implementatie van het GHS in de EU is een verordening opgesteld: de Verordening 1272/2008/EG betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. De Verordening wordt ook aangeduid met CLP-verordening. CLP staat voor Classification, Labelling and Packaging of substances and mixtures.

9 2. Voorterrein

10 Introductie Op het voorterrein kom je diverse installaties en voorzieningen tegen. Dit hoofdstuk beschrijft de werking, de controle en het onderhoud van de installaties. De pompinstallatie De pompinstallatie, ofwel de afleverpomp, levert vloeibare brandstoffen. Dit zijn onder andere benzine (lichte olie), diesel (gasolie) en biobrandstoffen. Naast vloeibare brandstoffen levert het tankstation ook AdBlue of afgewerkte olie aan klanten. AdBlue is een ureum-oplossing. Toevoegingen Een metaalhoudend additief is een stof die bewust aan brandstof wordt toegevoegd. Het zou de prestaties verbeteren. Het gebruik van sommige metaalhoudende additieven kan schade aan de gezondheid of aan motoren van voertuigen veroorzaken. Daarom moet op de pompinstallatie een label aanwezig zijn dat er brandstof met metaalhoudende additieven wordt verkocht. Aan diesel of benzine kan ethanol worden toegevoegd. Ethanol is een biobrandstof. Er moet een label op de pompinstallatie aanwezig zijn als er meer dan 5% of 10% ethanol is toegevoegd. Deze brandstof bevat meer dan 5% (of 10%) biobrandstoffen en is niet geschikt voor motorvoertuigen die voor het gebruik daarvan niet zijn uitgerust. [ en Barim]

11 Eisen pompinstallatie De motor van een tankend voertuig moet uit staan en mag niet op de openbare weg staan. Voorkom lekken en morsen bij de aflevering van brandstof. Het tanken van vloeibare brandstoffen moet plaatsvinden boven een vloeistofdichte vloer. Aan de kant waar getankt wordt, moet de vloeistofdichte vloer over een afstand van minimaal vijf meter vanaf de pompinstallatie uitstrekken. Dit is ten minste de lengte van de afleverslang plus één meter. Aan de kant waar niet getankt wordt, is de vloeistofdichte vloer tot minimaal één meter van de pompinstallatie aanwezig. De vloer moet zijn aangelegd door een erkend bedrijf en periodiek worden gekeurd. Als er geen toezicht wordt gehouden, moet de pompinstallatie van een bemand station buiten werking zijn gesteld. Onbevoegden kunnen de pomp zo niet aan zetten. De pompinstallatie moet verder nog aan een aantal eisen voldoen: Duidelijk leesbaar bedieningsvoorschrift aanwezig Goede verlichting Brandblusser aanwezig De pompinstallatie moet geïnstalleerd en gerepareerd worden door een erkend bedrijf Veiligheidsstickers op de pompinstallatie aanwezig

12 Controle pompinstallatie Het is belangrijk dat de pompinstallatie regelmatig wordt gecontroleerd en schoongemaakt. Stel jezelf hierbij de volgende vragen: Is er een label bij de pomp waarop staat aangegeven dat brandstof met metaalhoudende additieven wordt verkocht? Is de tekst aanwezig op of direct bij de pompinstallatie voor het afleveren van diesel of benzine waaraan meer dan 5% (of 10%) ethanol is toegevoegd? Is de vloeistofdichte vloer schoon en opgeruimd? Staan er geen voertuigen tijdens het tanken op de openbare weg? Staat de motor van een tankend voertuig uit? Is er een duidelijk leesbaar bedieningsvoorschrift op de pompinstallatie aanwezig? Is het pictogram MOTOR AFZETTEN, ROKEN EN VUUR VERBODEN op de pompinstallatie aanwezig? Is er bij de opstelplaats van een tankend voertuig tenminste één brandblusser van 6 kg poeder of schuim aanwezig? Is per drie opstelplaatsen ten minste één brandblusser van 6 kg poeder of schuim aanwezig? Is de brandblusser gekeurd? Hangen brandblussers die 24 uur per dag buiten hangen in een behuizing die bestand is tegen het weer? Zijn de brandblussers buiten gezet vlak voordat het tankstation opent? Zijn ze vastgezet? Hangt de brandblusser vrij? Staan er geen spullen voor de brandblusser? Is de pompinstallatie goed verlicht? Bij onbemande tankstations, zijn ook de volgende controlepunten belangrijk: Is bij elke pompinstallatie duidelijk aangegeven waar de noodstopvoorziening zit? Is de noodstopvoorziening op ten minste één goed bereikbare plaats te bedienen? Is de noodstopvoorziening duidelijk zichtbaar? De bedieningsknop mag uit het oogpunt van vandalisme in een kast zijn geplaatst, die na een eenvoudige handeling te openen is. Aanrijdbeveiliging De onderdelen van de pompinstallatie moeten dusdanig zijn geplaatst, dat een risico op het ontstaan van een aanrijding zo klein mogelijk is. Een aanrijdbeveiliging beschermt de pompinstallatie, de vulpunten, en de beluchtings- en ontluchtingsleidingen.

13 Elektrisch laden Er zijn voertuigen die elektrisch rijden. Deze voertuigen moeten elektrisch worden opgeladen. Hiervoor is een oplaadpunt nodig. Er is een oplaadinfrastructuur voor voertuigen ontwikkeld. Met deze Nederlandse standaard kunnen gebruikers in Nederland bij verschillende aanbieders laden. Een voertuig wordt met een type 2 stekker, ook wel Mennekes stekker genoemd, vergrendeld aan het oplaadpunt. Hiermee is de stekker beschermd tegen diefstal. Via een mode 3 kabel kan het voertuig en het oplaadpunt met elkaar communiceren. Zo laadt het voertuig alleen als het aangeboden vermogen door het systeem van het voertuig verwerkt kan worden. Voor de veiligheid moet je eerst de kabel op de auto aansluiten voordat je de stekker aan het oplaadpunt sluit. Op die manier loop je nooit met een stekker rond waar stroom op staat. Het is mogelijk dat iemand wegrijdt terwijl de auto nog aan de paal gekoppeld zit. In dat geval regelt het systeem dat de stroom onmiddellijk van de kabel gaat. Leg de kabel wel zo neer dat mensen niet over de kabel struikelen. Dampretoursysteem Bij tankstations zijn ter bestrijding van luchtverontreiniging dampretoursystemen verplicht. Een dampretoursysteem heeft als doel de uitstoot van dampen te verminderen. Een dampretoursysteem is onderverdeeld in dampretourstage I en dampretour stage II. Dampretour stage I Dampretourstage I vermindert de uitstoot van dampen tijdens het vullen van de opslagtank met een tankwagen. Tijdens het vullen van de opslagtank met benzine, moet een gasdichte retourleiding zijn aangebracht tussen de opslagtank en de tankwagen. Deze gasdichte routerleiding zorgt ervoor dat de dampen die uit de opslagtank komen, worden teruggevoerd naar het reservoir van de tankwagen die de benzine aanlevert. Als er een defect is aan de dampretourleiding mag het vullen van een ondergrondse opslagtank niet plaatsvinden. Dampretour stage II Dampretourstage II vermindert de uitstoot van dampen tijdens het tanken van voertuigen. Tijdens het tanken ontsnapt benzinedamp uit de brandstoftank van een voertuig. De dampretour stage II is een voorziening bij het vulpistool. Hierdoor wordt de ontwijkende damp van de tank van het voertuig teruggevoerd in de ondergrondse opslagtank van het tankstation of naar de benzinepomp. Controle Dampretoursystemen moeten één keer per drie jaar worden gekeurd. De driejaarlijkse herkeuring moet zijn aangetoond met een controle-sticker en een controle rapport. Vloeistofdichte vloer Een vloeistofdichte vloer is een voorziening die geen vloeistoffen doorlaat. De vloer beschermt de onderliggende grond tegen verontreiniging. Controle Vloeistofdichte vloer De werking van een vloeistofdichte vloer moet eens in de zes jaar worden beoordeeld door een deskundig inspecteur. De inspecteur geeft een Verklaring Vloeistofdichte voorziening af als de vloer

14 voldoet aan alle eisen. Bewaar deze verklaring dan ook in het Installatieboek. De verklaring is voor de controleur van het bevoegd gezag het bewijs dat de vloer in orde is. Als de vloer niet aan alle eisen voldoet, geeft de inspecteur een rapport af met de geconstateerde gebreken en hoe deze verholpen kunnen worden. Meld het bij de inspecteur als de gebreken zijn verholpen. Hij zal dan opnieuw de vloer beoordelen. De Verklaring Vloeistofdichte Voorziening moet dan ook worden bewaard in het Installatieboek. Olie- en benzine afscheider (OBAS) Op een tankstation is er bedrijfsafvalwater aanwezig afkomstig van de vloeistofdichte vloer, het buitenterrein de carwash of de garage. Dit afvalwater kan olie en brandstof bevatten. Het water mag daarom niet direct op het gemeentelijk riool of oppervlaktewater worden geloosd. Hiervoor is op het tankstation een olie- en benzineafscheider (OBAS) aanwezig. Vaak is er voor de carwash en de garage een tweede OBAS aanwezig. Zie een voorbeeld van een OBAS in onderstaande tekening. De OBAS bestaat uit: Een slibvangput Een olieafscheider Een meetkamer (optioneel) Een alarm (optioneel) Een controle put In de OBAS worden de olie en brandstof gescheiden van het afvalwater. Het slib blijft in de slibvangput en de olie-en benzine in de olieafscheider. Het afvalwater kan na de OBAS worden geloosd op het riool of watergang. De inhoud van de olieafscheider en de bijbehorende slibvangput bestaat uit brandstofresten, zeepresten en olieresten. Dit is gevaarlijke afval. Het afval moet worden ingezameld door een erkende inzamelaar. De eigenaar van het tankstation kan met een onderhoudscontract van een erkend inzamelaar aantonen wat er met het gevaarlijk afval is gebeurd.

15 Olie- en benzine afscheider (OBAS)

16 Goten en straatkolken Op een tankstation zijn goten en straatkolken aanwezig. Deze zorgen voor de afwatering van regenen bedrijfsafvalwater. Een rioolkolk, die binnen een straal van 15 meter tot het LPG reservoir, het LPG vulpunt en de LPG aflevertoestel, ligt, moet voorzien zijn van een explosieveilige afsluiter. De afsluiter voorkomt dat gas-en luchtmengsels in de lager gelegen rioolleiding een explosie veroorzaken. De open verbinding naar het riool wordt belemmerd door het water dat in de kolk staat. Voor de goede werking van het waterslot moet in de kolk dus altijd water in blijven staan. Een centraal waterslot kan ook een open verbinding met het openbare riool voorkomen. Kolk Goot Inspectie en schoonmaak Er moet altijd wat water in de kolk staan. Check daarom bij droogte of extreme warmte de straatkolk. De goten en straatkolken moeten regelmatig worden geïnspecteerd door een gespecialiseerd bedrijf. Blijkt uit de inspectie dat de goot of straatkolk zwerfafval, slib, bladeren en takken bevat dan wordt deze rommel door het bedrijf schoongemaakt. Loopt een straatkolk over of het water blijft liggen? Informeer dan de onderhoudsafdeling. Opslagtanks Op een tankstation zijn verschillende ondergrondse brandstoftanks aanwezig. Meestal zijn deze tanks in een cluster geplaatst. Dit wordt ook wel een tankvak genoemd. In deze tanks worden benzine, diesel en soms afgewerkte olie en eventueel AdBlue opgeslagen. Soms worden deze brandstofproducten opgeslagen in bovengrondse tanks. Een tank mag voor maximaal 97% met vloeistof worden gevuld. De hoeveelheid brandstof in de ondergrondse tank moet periodiek worden gecontroleerd door middel van peilen. Dit kan met behulp van een elektronisch peilsysteem of handmatig met een peilstok. Een tankwagen komt langs om de tank te vullen. De afstand tussen de opstelplaats van een tankwagen en kwetsbare objecten, zoals woningen, ziekenhuizen, scholen en hotels moet tenminste 20 meter zijn.

17 In onderstaande afbeelding is het putdeksel van een ondergrondse opslagtank weergegeven. Het vullen en legen van een ondergrondse tank met vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie moet voldoen aan een aantal onderdelen van PGS 28. PGS 28 beschrijft de vloeibare brandstoffen - ondergrondse tankinstallaties en afleverinstallaties (versie 1.0 van december 2011). Het gaat om de volgende voorschriften: Voorschrift Bescherming tank tegen wortel ingroei beplanting Voorschrift Opvangen en opruimen vrijkomende vloeistoffen Voorschrift Werknemers moeten bekend zijn met veiligheids- en werkinstructies Voorschrift Doelmatige verlichting Paragraaf 3.3 Instructie voor het vullen van de tank Paragraaf 5.2 Algemene veiligheidsmaatregelen met betrekking tot overzichtelijkheid en toegankelijkheid Voorschrift Benodigde acties na vaststellen van een lekkage Voorschrift Na morsing leegmaken olie/benzineafscheider Vulpunt De peilleiding, vulleiding en leegzuigleiding moeten zodanig verschillend zijn dat ze niet per ongeluk op de verkeerde leiding aangesloten kunnen worden. Volgens artikel van de Activiteitenregeling, moet een aansluitpunt van een vul- of leegzuigleiding worden geplaatst boven of in een vulpuntmorsbak of boven een vloeistofdichte vloer of verharding. De oppervlakte van de vloeistofdichte vloer of verharding bedraagt minimaal 12 vierkante meter, bij voorkeur met een afmeting van 4 bij 3 meter.

18 Peilen Voordat met het vullen wordt begonnen, moet de mate van vulling nauwkeurig worden gepeild. Bij het vullen van gekoppelde tanks moet altijd het niveau in beide tanks worden gepeild. Het peilen van de vloeistofinhoud kan op twee manieren: Handmatig met een peilstok, waarbij de peilleiding gesloten moet zijn tijdens het peilen Via het uitlezen van de automatische peilinrichtingen Met een peilstok wordt de vulling van de tank gemeten. Afhankelijk van het soort tank, zijn er verschillende soorten peilstokken. Een peilstok voor een stalen tank mag niet van aluminium zijn. Een peilstok moet gemaakt zijn van kunststof of van een metaal dat onedeler is dan het materiaal waarvan de tank is gemaakt. Op die manier worden vonkvorming en galvanische of elektrostatische corrosie zo veel mogelijk voorkomen. Vullen van de tank Het (bij)vullen Nadat gepeild is hoe vol de tank is, moet de hoeveelheid brandstof worden bepaald. Er zijn twee mogelijkheden. De af te leveren brandstof kan met een hoeveelheidsmeter worden ingesteld. De tank wordt dan gevuld met de tevoren vastgestelde hoeveelheid brandstof. Het vullen stopt automatisch als de ingestelde hoeveelheid is afgeleverd. Een andere mogelijkheid is de tankwagen van tevoren beladen met de vastgestelde hoeveelheid. Afvoeren van statische elektriciteit Voordat de dampretourleiding wordt gekoppeld, moet de tankwagen elektrisch geleidend worden verbonden met de ondergrondse tank of met de aarding van het vulpunt. Hiermee wordt vonkvorming voorkomen. Als een tank wordt gevuld met een vloeistof van hoge specifieke weerstand, kan door statische oplading vonkvorming optreden. Als de temperatuur van de vloeistof boven het vlampunt komt, kan dit een brand of explosie tot gevolg hebben. Er moeten daarom afdoende maatregelen worden getroffen om statische elektriciteit af te voeren. De werkvolgorde: 1. Aarding/potentiaalvereffening aanbrengen 2. Vul- of losslang aankoppelen: eerst aan de tankwagen daarna aan de installatie 3. Dampretourleiding aankoppelen: eerst aan de tankwagen daarna aan de installatie

19 Het afkoppelen gebeurt in de omgekeerde volgorde. De dampretouraansluitingen moeten eveneens zijn geaard. Bij het aansluiten aan de tankwagen moet potentiaalvereffening zijn gewaarborgd. Hiervoor is een aardleiding aanwezig op de tankwagen. De aardleiding voldoet aan de volgende eisen: Blijvend met de tankwagen verbonden Tegen weersinvloeden is beschermd Van een verende roestvaste aansluitklem voorzien Minimaal 15 meter lang De middellijn is tenminste 4 mm of aantoonbaar gelijkwaardig Lossende voertuigen mogen zich tijdens deze handelingen bij voorkeur niet op de openbare weg bevinden. Het vullen van een tank vanuit een tankwagen Het vullen van een tank uit een tankwagen gebeurt met een slang die gekoppeld wordt tussen de tankwagen en het vulpunt van de opslagtank. De motor van de tankwagen mag bij het aan- en afkoppelen van de losslang(en) niet in werking zijn. Als de motor nodig is om de bijbehorende pompinstallatie te laten functioneren, moet de motor worden gestart na het aankoppelen en worden afgezet voor het afkoppelen. Tijdens het vullen van de tank: Moet de peilleiding gesloten zijn Moet de tankwagen in de open lucht staan Zijn roken, open vuur en andere ontstekingsbronnen niet toegestaan Moet morsen van vloeistof worden voorkomen Tijdens het vullen van de opslagtank is de motor van de tankwagen uit en wordt er gelost door vrije val, dus zonder behulp van een pomp, compressor of perslucht. Hierdoor is er minder kans op overvullen van de opslagtank en ontstaan van statische elektriciteit. Ook vloeistoffen van PGS-klasse 3 en, bijvoorbeeld diesel, kunnen beter onder vrije val gevuld worden. Het vullen van een hoger gelegen tank door vrije val van vloeistof is technisch niet mogelijk.

20 Na het vullen Onmiddellijk nadat de vloeistof in een tank is overgebracht en de slang is losgekoppeld, moet de vulleiding met een goed sluitende dop worden gesloten. Een vulpunt dat toegankelijk is voor onbevoegden moet zijn vergrendeld met een slot. Lekkage Is een opslagtank, leiding, vulpunt of afleverinstallatie lek? Meld dit meteen aan het bevoegd gezag Maak het lekke onderdeel direct leeg en onbruikbaar, zodat het niet meer kan worden gevuld Laat het lekke onderdeel binnen acht weken door een gecertificeerde installateur verwijderen of herstellen Is er veel gemorst? Maak dan de zand/slibvanger en de olie/benzine-afscheider leeg. Hierna moet de olie/benzine-afscheider weer met water worden gevuld. Controle opslagtanks Het is belangrijk dat de vulpunten en vulpuntenbakken regelmatig worden gecontroleerd en schoongemaakt. Stel jezelf hierbij de volgende vragen: Zijn de aansluitpunten geplaatst in of boven een morsbak of boven een vloeistofdichte verharding? Is het vulpunt schoon en opgeruimd? Zijn de vulpunten goed gesloten? Is de vulpuntenbak schoon en opgeruimd? Is het vulpunt dat toegankelijk is voor onbevoegden vergrendeld met een slot?

21 Onderhoud voorterrein Het is belangrijk dat er tijdig onderhoud aan het voorterrein wordt uitgevoerd. Hiervoor is een onderhoudsprogramma nodig. De registraties van het onderhoud en de inspecties vind je terug in het Installatieboek. Inspectie van externen vindt plaats aan: Er vinden diverse inspecties en onderhoud plaats op het tankstation. De volgende zaken worden door externen geïnspecteerd: Tanks Vloeistofdichte vloer Olie/benzineafscheider Dampretoursysteem Bodemweerstand Kathodische bescherming Lekdetectiesysteem Water/bezinkselcontrole Aarding van vulpunten en dampretourpunten Blustoestellen en temperatuurinspectie Grondwatermonitoring Foliebaksysteem Op het station is een Installatieboek aanwezig. Hierin zijn registraties van onderhoud en inspecties aanwezig. Blustoestel Op het buitenterrein van een tankstation zijn verschillende blustoestel aanwezig. Voor het blussen van een (beginnende) brand op het voorterrein mag geen water worden gebruikt, alleen de daarvoor bestemde blustoestellen. In de wet- en regelgeving is vastgelegd hoeveel en welk type blusmiddel er bij het afleverpunt aanwezig moet zijn. Een blustoestel moet geschikt zijn om een brand van brandklasse B (vloeistof) en brandklasse C (gas) te kunnen blussen. Een blustoestel moet buiten staan zodra het station open is. Het moet duidelijk zichtbaar opgehangen worden of in een hiervoor bestemd karretje duidelijk in het zicht staan. Een blustoestel mag niet op de grond staan. In verband met diefstal, moet het worden vastgezet. Een blustoestel dat 24 uur per dag buiten hangt, moet een behuizing hebben die bestand is tegen het weer. Het blustoestel moet altijd onbelemmerd kunnen worden bereikt en altijd voor onmiddellijk gebruik beschikbaar zijn. Daarom moet het blustoestel binnen 20 meter van de desbetreffende opstelplaatsen zijn geplaatst. Bij de opstelplaats van een tankend voertuig moet ten minste één

22 blustoestel van 6 kg poeder of schuim aanwezig zijn Als meer voertuigen gelijktijdig kunnen tanken, moet er per drie opstelplaatsen ten minste één blustoestel van 6 kg poeder of schuim aanwezig zijn. Een blustoestel moet eens in de twee jaar worden gekeurd. Op de keuringssticker is te zien wanneer de laatste keuring is uitgevoerd. Noodstop De noodstop is een knop die wordt gebruikt bij onveilige situaties of noodsituaties. Bij het indrukken van de noodstop wordt de stroomtoevoer naar de pompinstallatie onderbroken. Het herstellen van de stroomtoevoer naar de pompinstallatie gebeurt door de zekering automaten weer in te schakelen. Dit moet een bewuste handeling zijn waarbij wordt gekeken of de situatie veilig is. Bij een bemand tankstation is de noodstop bij de kassa aanwezig. De noodstop kan worden bediend door of onder toezicht van een medewerker. Eén noodstop voor het gehele tankstation is voldoende. Bij een onbemand tankstation moet de noodstop duidelijk zichtbaar en goed bereikbaar zijn voor de bezoekers van het tankstation. De noodstop moet dan op ten minste één goed bereikbare plaats te bedienen zijn. Bij elke afleverzuil moet staan aangegeven waar de noodstop hangt. Het is toegestaan om de noodstop in een kast te plaatsen tegen vandalisme. De kast moet dan wel makkelijk te openen zijn.

23 Shopproducten voorterrein Op het voorterrein is een aantal producten aanwezig, zoals ruitenspoeiervloeistof, antivries, ruitenreiniger, bekledingsreiniger, bandenreiniger en WD40. Deze stoffen kunnen gevaar, schade of ernstige hinder voor mens, dier of milieu veroorzaken. Ze zijn onder andere: Brandgevaarlijk Oxiderend Explosief Slecht voor het milieu Daarom is het belangrijk deze stoffen op de juiste manier op te slaan. Eisen opslag Er is een aantal eisen voor de opslag van de producten op het voorterrein: Er is geen lekbak verplicht als er minder dan 300 liter antivries, ruitenreiniger, bekledingsreiniger, bandenreiniger en WD40 (vlampunt kleiner dan 40 C) op het voorterrein aanwezig is. Een vloeistofdichte voorziening moet aanwezig zijn als er minder dan 300 liter zomer ruitenvloeistof (vlampunt groter dan 40 C) op het voorterrein aanwezig is. Er is een lekbak verplicht als er tussen de 300 en 800 liter ruitensproeiervloeistof (vlampunt kleiner dan 40 C) aanwezig is. De producten moeten tegen alle weersomstandigheden bestand zijn. De verpakkingen van de producten mogen maximaal 5 liter groot zijn. Er moeten absorptiekorrels aanwezig zijn om de gemorste stof te verwijderen.

24 Wet- en regelgeving opslag gevaarlijke stoffen De milieuwetgeving gaat voor gevaarlijke stoffen uit van de ADR klasse van een stof. De ADR klasse van een stof is te vinden in het Informatieveiligheidsblad onder vervoer. De regels over de opslag van gevaarlijke stoffen vind je terug in: De PGS 15 Het Activiteitenbesluit (Barim) De bijbehorende regeling (Rarim) De Wet Bodembescherming In Activiteitenbesluit art en Activiteitenregeling 4.10 worden de voorschriften van de verpakking en opslag van gevaarlijke stoffen behandeld. Hierin staat dat de opslag van de stoffen plaatsvind boven een vloeistofdichte vloer, of verharding, of een lekbak, of een andere bodem beschermende voorziening. Welke bescherming van belang is, is afhankelijk van de stof, hoeveelheid en verpakking. De eisen van de opslag van gevaarlijke stoffen in een voor publiek toegankelijke verkoopruimte zijn opgenomen in artikel 4.8 van de Activiteitenregeling. In de wet is geen nadere toelichting gegeven op de publiek toegankelijke verkoopruimte. Hierdoor kan niet met zekerheid worden gesteld dat de bunkers die voor de shop van een tankstation staan, gerekend kunnen worden tot de publieke verkoopruimte. In de meeste gemeenten worden de buitenbunkers wel tot de publieke verkoopruimte gerekend. In dit handboek gaan we hier van uit. Volgens artikel 4.8 van de Activiteitenregeling moeten gevaarlijke stoffen in verpakking zijn opgeslagen in een voorziening die voldoet aan PGS 15. Volgens artikel 5 van de Activiteitenregeling moet een lekbak 100% van de opgeslagen hoeveelheid gevaarlijke stof kunnen opvangen. De PGS 15 gaat uit van een opslagcapaciteit van 110%. Hieruit blijkt dat er geen eenduidigheid in de wetgeving is over de opvangcapaciteit van de lekbak.

25 3. Shop & Magazijn

26 Ruitensproeivloeistof, koelvloeistof en gevaarlijke (afval-)stoffen De opslag van gevaarlijke stoffen en gevaarlijke afvalstoffen moet aan wettelijke eisen voldoen. Auto-onderhoudsvloeistoffen, reinigings- en desinfectiemiddelen mogen niet worden opgeslagen in ruimten waar levensmiddelen worden gehanteerd. Gevaarlijke stoffen moeten in aparte ruimten of kasten worden bewaard. Producten die speciale aandacht verdienen zijn koelvloeistof, antivries en ruitensproeivloeistof. Ruitensproeivloeistof bevat brandbare stoffen. Instructies en veiligheidsinformatiebladen vertellen je hoe je met de verschillende stoffen om moet gaan. Je vindt hier in ook informatie over wat je moet doen als bijvoorbeeld een kind in aanraking komt met de stof. Lees deze geregeld en goed door. Als je vragen hebt of iets niet begrijpt, vraag het dan altijd aan je leidinggevende. De instructies, product- en veiligheidsbladen moeten zoveel mogelijk op één duidelijke plek bewaard worden. Zo kun je in geval van een calamiteit snel de benodigde informatie vinden. Gebruik de hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die in de veiligheidsbladen genoemd worden altijd! Toiletten en overige openbare ruimtes De toiletten en openbare ruimtes in een tankstation moeten er netjes en verzorgd uitzien. Dit is belangrijk voor de verkoop, maar ook voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers en klanten. Elk schoonmaak materiaal heeft zijn eigen kleurcode, bijvoorbeeld: Rood voor de toiletten Blauw voor de kantoorruimte Groen voor de shop en de bereidplaats Geel voor het buitenterrein Op deze manier verwissel je geen schoonmaak materiaal dat voor het toilet bestemd is met schoonmaak materiaal voor bijvoorbeeld de kantoorruimte. De toiletten moeten worden schoon gehouden met schoonmaakmiddelen. Deze middelen kunnen soms de huid of luchtwegen irriteren. Daarnaast bestaan er schoonmaakmiddelen die geen schade voor de gezondheid van de mens veroorzaken, maar wel voor de omgeving. Het is erg belangrijk dat je zorgvuldig omgaat met deze schoonmaakmiddelen. Ze bevatten verschillende chemicaliën, die juist gemengd en gedoseerd moeten worden. Let hier goed op, zodat je duurzaam met de middelen om kunt gaan.

27 Instructies en veiligheidsinformatiebladen vertellen je hoe je met de verschillende schoonmaakmiddelen om moet gaan. Lees deze geregeld en goed door. Als je vragen hebt of iets niet begrijpt, vraag het dan altijd aan je leidinggevende. De instructies, product- en veiligheidsbladen moeten zoveel mogelijk op één duidelijke plek bewaard worden. Zo kun je in geval van morsen, ongelukken, brand of andere incidenten snel de benodigde informatie vinden. Gebruik de hulpmiddelen en Persoonlijke Beschermingsmiddelen die in de veiligheidsinformatiebladen genoemd worden altijd! Keukenapparatuur Onder keukenapparatuur wordt onder andere verstaan: ovens, koffiemachines, koelers, vriezers en warmhoudkasten. Om keukenapparatuur goed en hygiënisch schoon te krijgen worden vaak agressieve middelen gebruikt. Het is van belang voor je eigen gezondheid en die van je collega's, dat je de middelen op de juiste manier gebruikt. Volg daarom altijd de instructies en veiligheidsinformatiebladen. Als je vragen hebt of iets niet begrijpt, vraag het dan altijd aan je leidinggevende. De schoonmaakmiddelen komen via het water in de omgeving terecht. Ze tasten de gezondheid van vissen en ander leven aan. Gebruik daarom niet meer van de schoonmaakmiddelen dan in de instructie is aangegeven. Naast de natuur en omgeving, spaart dit ook kosten. De werking van de keukenapparatuur staat ook vastgelegd in instructies. Zo staat beschreven hoe je veilig gebruik maakt van de apparatuur, wat de risico s zijn en wat je moet doen als de apparatuur niet werkt. De instructies, product- en veiligheidsbladen moeten zoveel mogelijk op één duidelijke plek bewaard worden. Zo kun je in geval van morsen, ongelukken, brand of andere incidenten snel de benodigde informatie vinden. Gebruik de hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die in de veiligheidsbladen genoemd worden altijd! Opslag frituurvet / vetafscheider Verpakt frituurvet Gebruikt frituurvet of frituurolie moet verpakt opgeslagen worden in speciaal hiervoor bestemde containers. Deze containers zijn meestal geel. Zorg ervoor dat de verpakking goed gesloten is en niet lekt. Het gebruikte frituurvet wordt ingezameld door een erkende afvalinzamelaar. Het frituurvet wordt gerecycled tot biodiesel. Biodiesel reduceert de CO₂-uitstoot ten opzichte van fossiele brandstof. De bon van de afvalinzamelaar moet in het installatieboek worden bewaard. Vetafscheider Het lozen van plantaardige of dierlijke oliën of vetten is ongewenst. Gestold vet kan zich in het riool afzetten. Dat vermindert de afvoercapaciteit van het riool en kan zelfs tot verstopping leiden.

28 Om verstopping van het riool te voorkomen moet een vetafscheider met slibvangput worden geplaatst. Deze moeten regelmatig worden schoongemaakt, geleegd en onderhouden. Registraties hiervan moeten in het installatieboek worden bewaard. Het slib en het vet uit de vetafscheider mag met het bedrijfsafval afgevoerd worden door een erkende inzamelaar. Registraties daarvan moeten bewaard worden in het installatieboek. Als er iets mis is met de vetafscheider, moet dit zo spoedig mogelijk verholpen worden. De resultaten van de lediging en onderhoud moeten worden vastgelegd in het installatieboek.

29 4. Wasplaats

30 Introductie Op veel tankstations is ook een wasplaats aanwezig. Op de wasplaats kun je diverse wasinstallaties terug vinden, bijvoorbeeld een wasstraat of een hogedrukreiniger. Het is belangrijk dat je weet hoe je deze voorzieningen moet onderhouden en hoe je de verschillende wasmiddelen veilig kunt opslaan en gebruiken. Wasinstallaties Een tankstation kan voorzien zijn van een wasplaats. De wasplaats is voorzien van een vloeistofdichte vloer. Op de wasplaats kun je diverse wasinstallaties vinden. Voor elke installatie is een instructie geschreven, met informatie over: De werking van de installatie Risico s Veilig werken met de installatie Wat je moet doen als de installatie niet werkt Hoe de installatie schoongehouden moet worden Om de wasinstallaties schoon te houden, werk je met verschillende schoonmaakmiddelen. Kijk altijd in het productinformatieblad hoe je deze schoonmaakmiddelen moet gebruiken. Om veilig te kunnen werken met wasinstallaties, heb je diverse Persoonlijke Beschermingsmiddelen nodig. Naast de vaste wasinstallaties, worden motorvoertuigen ook gewassen door de medewerker. De medewerker wast deze voertuigen aan de buitenkant of aan de carrosserieonderdelen.

31 Wasstraat Sinds 2002 is de autowasstraat enorm populair geworden. De auto wordt op een kettingbaan of band geplaatst, die de auto door de wasstraat trekt of duwt. In de wasstraat, die tussen de 25 en 70 meter lang is, staan verschillende machines. Elke machine heeft een andere schoonmaakfunctie. Aan het begin van de baan staat een detectieoog, dat de besturing van de wasstraat controleert. Zo weten de machines precies wanneer ze aan en uit moeten. De auto wordt door middel van techniek door de wasstraat heen geleid. De machines bepalen hoe lang de wasbeurt duurt. Hierdoor kan de wasstraat een groot aantal auto's per uur wassen, waardoor de klant vrijwel niet hoeft te wachten. Gemiddeld worden in een wasstraat tussen de 80 en 100 auto's per uur gewassen. Roll-over Een roll-over is een zelfbedieningswasstraat. De werking zit tussen een wasstraat en een wasbox in. De klant plaatst zelf zijn auto in de wasinstallatie en stopt vervolgens geld in het bedieningspaneel. Net als bij de wasbox, kan de klant aangeven wat hij wil gebruiken. Het nadeel van een roll-over ten opzichte van een wasstraat, is dat de klant bepaalt hoe lang hij bezig is met wassen. Andere klanten moeten hierdoor misschien langer wachten. Het beheer en onderhoud van een roll-over ligt bij de leverancier. Als er kleine storingen zijn, kunnen die vaak door jou zelf worden opgelost.

32 Wasbox Het eenvoudigste type wasinstallatie is de wasbox, waarin de klant zelf zijn auto wast. De wasbox is vaak een open ruimte, maar kan ook overdekt zijn. Meestal hangt er een bedieningspaneel in de wasbox, waar een wasmunt of muntgeld in wordt gedaan. Dit bedieningspaneel staat in verbinding met de technische ruimte.de klant kiest wat hij wil gebruiken, bijvoorbeeld alleen water of ook extra wasproducten. De wasproducten worden aan het water toegevoegd, dat onder hoge druk uit de wasborstel komt. Afhankelijk van het gekozen product, heeft de klant een bepaalde hoeveelheid tijd om het product te gebruiken. De klant bepaalt vaak zelf hoe lang hij gebruik maakt van de wasbox.

33 Truckwash Naast de reguliere wasstraten bestaan er wassstraten die gespecialiseerd zijn in het wassen van vrachtwagens.

34 Hogedrukreiniger Voor het schoonmaken van de wasstraat, kan gebruik gemaakt worden van een hogedrukreiniger. Gebruik hierbij alleen koud water! In warm, stilstaand water kan onder gunstige omstandigheden de legionella bacterie groeien. Deze bacterie kan verspreiden als je de hogedrukreiniger gebruikt.

35 Stofzuigerplaats Vaak vind je op de wasplaats ook een stofzuigerplaats, als extra service voor de klant na het wassen. Dit kan een betaalde service zijn, maar wordt ook gratis aangeboden.

36 Wasmiddelen De wasmiddelen die gebruikt worden in een wasstraat kunnen onder andere schadelijk, irriterend of bijtend voor de mens zijn. Dit verschilt per type wasmiddel en de samenstelling van het product. Op het verpakkingsetiket staan gevarensymbolen, waaraan je de gevaren kunt herkennen. Meer informatie over deze etiketten en Material Safety Data Sheets vind je in het onderwerp Veiligheidsinformatiebladen. Opslag Sommige wasmiddelen worden als gevaarlijke stof aangemerkt. Voor de opslag van deze middelen zijn speciale regels opgesteld. Deze regels hebben betrekking op brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid. De regels bevatten onder andere de volgende informatie: De hoeveelheid van de stof die mag worden opgeslagen De wijze waarop de stof moet worden opgeslagen Extra voorzieningen die noodzakelijk zijn bij de opslag, bijvoorbeeld een lekbak De verpakkingen op het tankstation moeten regelmatig worden gecontroleerd op scheuren en lekken. Dit kan schade aan mens en milieu voorkomen. Kijk in de begrippenlijst bij Schoonmaakmiddelen voor meer informatie over de opslag en het werken met schoonmaakmiddelen. Lege verpakkingen In lege verpakkingen van wasmiddelen zal altijd nog wat product achterblijven. Je mag deze verpakkingen daarom niet bij het gewone restafval zetten. Lege verpakkingen van wasmiddelen moeten gescheiden worden afgevoerd. Onderhoud van de wasplaats Er vinden inspecties en onderhoud plaats aan de wasplaats op het tankstation. Je kunt deze inspecties zelf uitvoeren door reguliere schoonmaakwerkzaamheden en de zichtbaarheid van waarschuwingsborden en etiketten te controleren. De OBAS wordt door externen geïnspecteerd. Zorg dat de installatie en de omgeving eromheen opgeruimd en schoon zijn. Leeg de prullenbak(ken) op tijd. Ruim zwerfvuil op. Bewaar de rapporten en registraties van onderhoud en reinigen van de installaties in het installatieboek. Elektrische deuren washal en werkplaats Een wasstraat heeft een elektrische deur. Deze deur moet jaarlijks worden gekeurd. Je moet de rapporten van deze keuringen op locatie bewaren. Hier horen ook onderhoudsrapporten en handleidingen bij. Je mag deze documenten ook digitaal bewaren.

37 Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM's) Tijdens het schoonmaken van de wasstraat en het aanvullen van de wasmiddelen, werk je op een natte ondergrond en met gevaarlijke stoffen. Voor deze werkzaamheden is het dragen van Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM s) noodzakelijk om het risico op persoonlijke ongevallen te minimaliseren. PBM s die je tegenkomt zijn: Waterdichte veiligheidsschoenen als bescherming tegen uitglijden en stoten en voor het voorkomen van natte voeten Veiligheidsbril tegen opspattend vuil en water en bescherming tegen irriterende wasmiddelen Vloeistofdichte handschoenen tegen contact met irriterende wasmiddelen Gehoorbescherming bij gebruik van een hogedrukspuit voor schoonmaakwerkzaamheden De veiligheidsinformatiebladen van de schoonmaakmiddelen vertellen je welke PBM s je nodig hebt. De werkgever moet deze beschermingsmiddelen beschikbaar stellen. Je bent zelf verantwoordelijk voor het juiste gebruik van de PBM s.

38 5. LPG, CNG & LNG

39 Introductie Als er op jouw tankstation LPG wordt verkocht, moet hiervan een speciaal LPG installatieboek aanwezig zijn. In dit installatieboek houd je registraties bij van al het onderhoud en overige verplichte documenten. Een installatieboek kan ook digitaal worden bijgehouden. Tankstations die LPG verkopen, beschikken over LPG opslagtanks. Het vullen van deze tanks en andere opslagmogelijkheden brengt risico s met zich mee. Het is belangrijk dat je weet waar je rekening mee moet houden. Door middel van controlerondes, verplichte periodieke veiligheidsinspecties en de juiste veiligheidsvoorzieningen, wordt de veiligheid op het tankstation vergroot. Wat is LPG LPG (Liquefied Petroleum Gas) is een mengsel van hoofdzakelijk propaan en propeen, butanen en butenen. Het mengsel is gasvormig bij normale temperatuur en druk. Door de druk te verhogen of de temperatuur te verlagen kan LPG vloeibaar worden gemaakt. LPG is kleurloos. Je kunt het dus niet zien als er een lek is. Het gas heeft van nature geen geur, daarom is er een speciale geurstof aan toegevoegd, zodat je het kunt ruiken. Op die manier kun je met je neus een gaslek vinden. Als LPG ontsnapt via een lek is dat vaak te horen. Je hoort dan een sissend geluid. Je kunt een gaslek dus ruiken of horen. Mengsels van LPG met lucht kunnen een explosieve atmosfeer vormen. Deze atmosfeer kan worden ontstoken door hete oppervlakken, vonken en andere ontstekingsbronnen. Een LPG-installatie en de directe omgeving moeten daarom voldoen aan eisen voor explosieveiligheid. Deze eisen zijn vastgelegd in de wet. Je werkgever stelt regels op om veilig te werken in een explosieve atmosfeer. Hij geeft daarvoor instructies. Zorg dat je op de hoogte bent van deze instructies en lees regelmatig de veiligheidsinformatiebladen van LPG. In geval van morsen, ongelukken, brand of andere incidenten, moet je de instructies en bladen snel kunnen vinden! Tijdens het werken met LPG, ben je verplicht om een veiligheidsbril en handschoenen te dragen. Zo voorkom je dat je huid of ogen in contact komen met de LPG.

40 Gevaren van LPG LPG brengt andere risico s met zich mee dan de vloeibare brandstoffen. LPG is explosiever en verspreidt zich sneller door verdamping. Het is daarom van belang dat je extra op je hoede bent voor lekkages. Brandwonden LPG onder druk is vloeibaar en (bij lekkage) veel kouder dan de buitenlucht. Als het ontsnapt zie je vaak een stuifwolk, ijs- of condensafzetting. Je kunt brandwonden oplopen door de kou van LPG. Soms worden die brandwonden pas na een paar uur zichtbaar. Als je in contact komt met LPG, volg je de hiervoor beschreven noodprocedure. Ophoping in lager gelegen ruimtes LPG zwaarder is dan lucht en zakt naar de vloer. Het gas kan na een lekkage in lager gelegen ruimtes terechtkomen, zoals kelders, kruipruimtes en putten. Als het gas in deze ruimtes blijft hangen, ontstaat het risico op explosie of verstikking. Het is daarom erg belangrijk dat de brandweer altijd deze ruimtes controleert door middel van metingen. Als de metingen geen gas meer aangeven, zal de brandweer de ruimte vrijgeven. Verstikking Het inademen van LPG kan levensgevaarlijk zijn, want een mens heeft zuurstof nodig. Heeft iemand LPG ingeademd, haal hem dan weg bij het gas en leg hem op zijn zij in de frisse lucht. Als iemand gestopt is met ademen, schakel je altijd medische hulp in! Geef mond-op-mond beademing en eventueel hartmassage. Volumevergroting Door de druk te verlagen of de temperatuur te verhogen, kan vloeibare LPG overgaan in gasvorm. De hoeveelheid LPG wordt door deze overgang een stuk groter. Eén liter vloeibare LPG kan een gaswolk van ongeveer 250 liter vormen! LPG instructie De verantwoordelijkheid voor het beheer van een LPG-afleverinstallatie ligt bij de drijver van de inrichting of een geïnstrueerd persoon die hiervoor door de drijver is aangewezen.

41 LPG installatieboek Op het tankstation moet een installatieboek aanwezig zijn met daarin verschillende verplichte documenten. Als op het tankstation ook LPG wordt verkocht, moet hiervan een apart LPG installatieboek aanwezig zijn. De documenten uit deze installatieboeken moeten op elk moment getoond kunnen worden aan het bevoegd gezag. Dit mag in hardcopy of digitaal. Klik op het LPG installatieboek om te zien wat er minimaal in aanwezig moet zijn: Vullen LPG-opslagtanks Tankstations die LPG verkopen, beschikken over LPG opslagtanks. Het vullen van deze tanks met LPG brengt risico s met zich mee. Het is belangrijk dat je weet waar je rekening mee moet houden. Om veilig te kunnen werken, zijn de volgende aspecten van belang: De bereikbaarheid van het reservoir en het vulpunt De locatie van de opstelplaats van de tankwagen De toegankelijkheid van de opstelplaats voor de tankwagen: de tankwagen moet onbelemmerd de losplaats kunnen bereiken en verlaten De minimaal aan te houden afstanden van de tankwagen tot objecten binnen de inrichting De losprocedure en veiligheidsvoorzieningen op de tankwagen De aangebrachte voorzieningen bij de LPG-afleverinstallatie In de wet staat vastgelegd aan welke eisen deze aspecten moeten voldoen. Het vullen van de LPG-opslagtank mag uitsluitend gedaan worden door en onder de verantwoordelijkheid van de chauffeur van de tankwagen. Hiervoor moet eerst toestemming zijn gegeven door de verantwoordelijke beheerder van de LPG-installatie. De beheerder hoeft niet altijd aanwezig te zijn tijdens het lossen. Bij het lossen wordt gewerkt volgens een vaste procedure. Deze procedure bevat technische aanwijzingen en instructies voor de tankwagenchauffeur: Voordat het vullen van de opslagtank wordt gestart moet de chauffeur ervan overtuigd zijn dat de situatie in de omgeving voldoende veilig is Tijdens het vullen van de opslagtank moet de chauffeur de bedieningsorganen van de tankwagen kunnen besturen en nagaan dat de maximum toelaatbare vulling van het reservoir niet wordt overschreden

42 Gasflessen en wisselreservoirs In een gasfles wordt gas onder druk opgeslagen. Gasflessen hebben geen overvulbeveiliging. Het is daarom niet toegestaan om gasflessen te vullen bij een LPG-installatie. Een wisselreservoir bevat brandstof. Je kunt een wisselreservoir losmaken van een onderstel om deze te vervangen. Wisselreservoirs hebben een overvulbeveiliging en mogen daarom wél gevuld worden bij een LPG-installatie. Een Heavy Duty afleverinstallatie mag niet worden gebruikt om een wisselreservoir te vullen. Gasflessen en wisselreservoirs lijken sterk op elkaar. Sommige gasflessen, zoals de ballonvaarderfles, bevatten meerdere aansluitingen. Deze aansluitingen kun je gemakkelijk verwarren met een overvulbeveiliging. Let daarom altijd goed op of je met een gasfles of een wisselreservoir te maken hebt! Vullen van het reservoir Het vullen van het reservoir bij de LPG-installatie is een zeer risicovolle handeling. De niveauregeling is hierbij van groot belang: voorkom dat er overvulling plaatsvindt! Bij het vulpunt van de LPG-installatie moeten maatregelen zijn getroffen die er voor zorgen dat het maximaal toelaatbare vullingsniveau niet wordt overschreden. Deze maatregelen bestaan u Het niveaumeetsysteem (de procentenmeter) De maximum niveaubewaking (de overvulbeveiliging) Een vloeistofvulleiding is van deze beveiligingen voorzien. Het vullen van het reservoir mag daarom alleen worden gedaan met een vloeistofvulleiding.

43 LPG-aflevering De LPG-afleverinstallatie moet zo overzichtelijk mogelijk zijn ingericht. De toegang en afrit moeten vrij toegankelijk zijn. Werkzaamheden, onderhoud en schoonmaak van de pomp, leidingen en opslagtanks die niet door de medewerkers gedaan mogen worden, worden uitgevoerd door gespecialiseerde en erkende installateurs. Het tanken van LPG werkt anders dan bij de andere brandstoffen, vanwege de grotere risico s. Richtlijnen bij het tanken van LPG Vanaf je werkplek, of vanaf de plaats waar de noodstop zit, moet je vrij zicht hebben op de LPG-afleverzuil. Je kunt hiervoor ook een camera plaatsen. Wil iemand LPG tanken, dan moet je de vertanking vrijgeven. Tijdens het tanken moet je altijd de noodstop kunnen indrukken. Als het nodig is, moet je de klant direct kunnen aanspreken, bijvoorbeeld via een intercomsysteem. Het aan- en uitzetten van de LPG-installatie doe je met een drukknop of sleutelschakelaar bij de technische installatie. Schakel de installatie uit als het station gesloten is. De hoofdschakelaar laat je altijd aan staan, zodat er ook na sluitingstijd gelost kan worden. Roken en open vuur zijn verboden. Spreek de klant hier vriendelijk persoonlijk op aan. Kan het niet anders? Gebruik dan de intercom. LPG is niet geschikt voor gasflessen. Wees extra alert op campers en caravans. Bellen en tanken gaan slecht samen, omdat je sneller bent afgeleid. Spreek de klant hier vriendelijk persoonlijk op aan. De klant kan beter bellen op de voetgangerszone of in de winkel.

44 De afleverslang De afleverslang is flexibel, maar ook kwetsbaar. De slang wordt veel gebruikt. Controleer de slang daarom dagelijks op: Lekkage aan de uiteinden Beschadigde fittingen Beschadigde of loslatende buitenkant Uitrekken, knakken, op platte stukken Zachte plekken in de slang. Let daarbij extra op de 4 cm voor de fitting Sneeën of butsen aan de buitenkant De aanwezigheid van de slanglift Technische onderdelen Een LPG-afleverinstallatie is voorzien van diverse technische onderdelen. Vulpistool (nozzle) Het vullen van de tank gebeurt met het vulpistool: de nozzle. Veel voorkomende defecten aan de nozzle zijn: Een huls die doordraait, waardoor deze meer dan 90 kan draaien De huls draait niet soepel of kraakt De hendel is niet goed over te halen Er kunnen beschadigingen aan het uiteinde zitten Er kan gas lekken tijdens het tanken Er kan gas lekken na het afkoppelen Breekkoppeling De LPG-slang waar de nozzle aan vastzit is voorzien van een breekkoppeling. Deze breekkoppeling sluit de slang af als deze met een ruk wordt losgetrokken, bijvoorbeeld als iemand na het tanken vergeet de slang los te koppelen. De breekkoppeling sluit beide kanten van de slang af, waardoor er geen grote hoeveelheid LPG kan vrijkomen. Een breekkoppeling kan van het schroef type zijn. Als de slang is losgetrokken, kun je de breekkoppeling weer in elkaar schroeven. Je kunt ook een monteur van de onderhoudsfirma inschakelen om dit voor je te doen. Als een breekkoppeling is voorzien van breekpennetjes, dan moet deze altijd worden hersteld door de monteur van de onderhoudsfirma. Informeer bij je leidinggevende wat de procedure is voor het herstellen van breekkoppelingen op jouw locatie.

45 Doorstroombegrenzer Een doorstroombegrenzer is een afsluitorgaan. Het sluit de aflevering vrijwel volledig af als de doorstroomhoeveelheid de bepaalde grenswaarde overschrijdt. Dit kan gebeuren bij bijvoorbeeld een leidingbreuk. De vrijkomende hoeveelheid LPG wordt hierbij tot een minimum beperkt. In hoofdstuk 2 en 4 van PGS 16 zijn de eisen aan de doorstroombegrenzer opgenomen. In hoofdstuk 4 vind je ook de eisen terug aan andere veiligheidsvoorzieningen. LPG controlerondes Om te beoordelen of de LPG-installatie goed functioneert en lekdicht is, moet maandelijks een controleronde worden gelopen. Daarbij wordt het deel van de LPG-installatie dat zich boven de grond bevindt gecontroleerd. Rioolputten met een waterslot binnen 5 meter van een LPG-vulpunt, LPG-reservoir of LPG-afleverpunt worden ook op een juiste werking gecontroleerd. Het doel van deze controlerondes is om op tijd kleine gebreken in de installatie te ontdekken, zodat grotere gebreken kunnen worden voorkomen. Deze controles kunnen worden uitgevoerd door de eigenaar van het tankstation. De eigenaar kan hier ook iemand voor aanwijzen. Dagelijkse inspectie 1. Gebruik je neus: ruik je gas? 2. Gebruik je ogen: zie je ijsvorming door een lek? 3. Gebruik je oren: hoor je gas ontsnappen? 4. Inspecteer de afleverzuil, het vulpunt en de tank. 5. Controleer het hekwerk op deuren, sloten en hekborden. 6. Houd het voorterrein schoon: verwijder afval en brandbare materialen. 7. Controleer brandblussers (keuring). 8. Inspecteer de noodstopinstallatie: is deze onbelemmerd en onbeschadigd? Als er een lekkage wordt gevonden, moet deze direct worden verholpen. Dit wordt geregistreerd in het LPG installatieboek.

46 Veiligheidsvoorzieningen Op een LPG-tankstation vind je diverse veiligheidsvoorzieningen. Zorg dat je weet hoe je van deze voorzieningen gebruik moet maken. Lees daarom regelmatig de voorschriften en informatiebladen van blusmiddelen door en controleer of de Persoonlijke Beschermingsmiddelen aan de richtlijnen voldoen. LPG-noodstop Bij de kassabalie zit, binnen handbereik van de medewerker, een LPG-noodstop. Met een druk op deze knop kan de toevoer van LPG direct gestopt worden. Als de medewerker achter de balie iets ziet wat tot een calamiteit kan leiden, moet de noodstop gebruikt worden. Pas als helemaal zeker is dat de onveilige situatie is opgeheven, kan het tanken van LPG weer worden hervat. Hiervoor moet de noodstop weer uitgeschakeld worden. Op de LPG-afleverpomp zit ook een noodstop die de toevoer van LPG direct kan stilleggen. De noodstop op de pomp moet duidelijk zichtbaar zijn, zodat de klant er gebruik van kan maken. LPG noodplan Voor ieder LPG-tankstation moet een noodplan worden uitgewerkt. In het noodplan staat hoe de gevaren van LPG bestreden moeten worden als er grote hoeveelheden LPG vrijkomen. In het noodplan staat onder andere: Hoe een LPG-lekkage zo snel mogelijk onder controle wordt gebracht Hoe gehandeld moet worden bij een ontruiming en eventuele evacuatie Hoe medewerkers en omwonenden geholpen kunnen worden Het noodplan moet in de inrichting aanwezig zijn, op een plek die voor alle medewerkers gemakkelijk te bereiken is. Alle medewerkers moeten op de hoogte zijn van de inhoud van het noodplan. De noodprocedures die in het plan staan vastgelegd, moeten regelmatig in de praktijk worden geoefend.

47 6. Preventie

48 Blussen van een brand Water is een gemakkelijk blusmiddel om een brand te blussen. Niet alles kan met water worden geblust. Het is belangrijk te weten welk materiaal er brandt en hierbij het juiste blusmiddel te kiezen. Omschrijving brandklassen en de blusmethode Brandklasse A is een vaste stof brand. Het gaat om zogenaamde droge vuurhaarden, bijvoorbeeld hout, papier, katoen, plastic, textiel. Blusmethoden voor een klasse A-brand zijn: Blussen met water Blussen met bluspoeder (in de praktijk ABC-poeder) Blussen met schuim Blusdeken, te gebruiken bij brandende producten en personen en brand op een vlakke grond Brandklasse B is een brand waarbij vloeibare of vloeibaar wordende stoffen branden, zogenaamde vette vuurhaarden, bv. benzine, olie, alcohol, verven, rubber, paraffine, oplosmiddelen. Blusmethoden voor een klasse B-brand zijn: Blussen met bluspoeder (in de praktijk ABC of BC-poeder) Blussen met schuim Blussen met zand Brandklasse C is een brand van gassen, zoals methaan, propaan, butaan, acetyleen. Blusmethode voor een klasse C-brand zijn: Gastoevoer afsluiten Blussen met bluspoeder (in de praktijk ABC of BC poeder) Brandklasse D is een brand van metalen, zoals magnesium, aluminium, kalium, natrium, legeringen van metalen. Blusmethode voor een klasse D-brand zijn: Blussen met specifiek bluspoeder Brandklasse F is een vet brand zoals frituurvet en oliën. Blusmethoden voor een klasse F-brand zijn: Blussen met vetblusser

49 Blusmiddelen Ieder blusmiddel heeft unieke eigenschappen. Op ieder blusmiddel staat aangegeven voor welke brandklasse het geschikt is. Check daarom altijd eerst het pictogram of de letter voordat je start met blussen. Een poederblusser heeft een grote bluscapaciteit. Het vertraagt de verbinding tussen zuurstof en de brandende stof. Een poederblusser wordt gebruikt voor het blussen van: Vast stoffen, vloeistoffen en gassen (ABC-poeder) Vloeistoffen en gassen (BC-poeder) Metaalbranden (D-poeder) Een schuimblusser bestaat uit water met een schuimvormend middel erin. Het dringt diep in vaste stoffen en vormt een afsluitende laag bij vloeistoffen. Hierdoor worden de ontstekingsbron en de zuurstof weggehaald. Een schuimblusser wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen A-klasse Vloeistoffen B-klasse Een CO2 -blusser heeft een grote bluskoker die gevuld is met vloeibaar CO 2. De vloeistof komt in de vorm van zeer koud gas uit de spuitmond. De CO2 verdrijft de zuurstof. Een CO 2-blusser wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen A-klasse Vloeistoffen B-klasse Een muurhaspel is een slang die met een kraan is verbonden. De lengte van de brandslang is meestal meter. Het bereik van de waterstraal moet minimaal 5 meter zijn. Een muurhaspel wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen A-klasse

50 Blushandelingen Bij elk blusmiddel worden dezelfde handelingen uitgevoerd. Bij een blustoestel wordt de borgpen eruit getrokken en de blusser ingedrukt. De blusser moet op de basis van de vlammen worden gericht. Bij een muurhaspel wordt de toevoerkraan geopend en de straalpijp vrijgemaakt. De slang moet worden uitgerold. De straalpijp moet op de basis van de vlammen worden gericht. De straal uit het blusmiddel moet worden geregeld. Brand Bij een brand moet de brandweer direct worden gewaarschuwd en moet de omgeving worden geëvacueerd. De energietoevoer moet worden afgesneden. Probeer de brand te blussen met de wind in de rug. Bij twijfel wacht dan op de brandweer. Als het gelukt is het vuur te doven moet er worden gecontroleerd of de brand is gedoofd. Explosiegevaar Benzine en LPG zijn zeer licht ontvlambare producten. Dit is ook de reden waarom roken en open vuur verboden zijn op het tankstation. In de omgeving van die producten is een verhoogd risico op een brand of zelfs een explosie. Een explosie kan alleen optreden als er een goede mengverhouding is tussen zuurstof en de brandbare stof. Zoneringsplan Om dit risico aan te geven, is de werkgever verplicht een zoneringsplan op te stellen. Een zoneringsplan deelt een tankstation op in drie zones: Zone 0 Dit is een ruimte waar voor korte tijd een explosieve atmosfeer aanwezig is. Een voorbeeld hiervan is de zone rondom de pomp bij brandstof tanken. Zone 1 Dit is een ruimte waar tijden de normale werking van de installatie periodiek een explosieve atmosfeer ontstaat. Een voorbeeld hiervan is de ruimte rondom het aan- of afkoppelen van een LPG slang. Zone 2 Dit is een ruimte waar altijd of voor een lange periode een explosieve atmosfeer bestaat. Een voorbeeld hiervan is de ruimte in de brandstoftank.

51 Explosieveiligheidsdocument De werkgever is verplicht een explosieveiligheidsdocument (EVD) op te stellen. Het is een onderdeel van de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Het EVD bevat de volgende informatie: De identificatie en beoordeling van de explosie risico s De maatregelen die nodig zijn om explosies en explosiegevaar te voorkomen. Een indeling van de explosiegevaarlijke zones Een beschrijving van het ontwerp, de bediening en het onderhoud van de apparaten en de ruimtes Noodplan Er kunnen verschillende noodsituaties op een tankstation ontstaan, zoals het uitbreken van een brand, een lek in de LPG-installatie, de aanwezigheid van benzinedampen of het morsen van gevaarlijke stoffen. De noodklapper beschrijft stap voor stap wat er moet gebeuren bij een noodgeval. De noodklapper ligt op een goed bereikbare en zichtbare plek. Om de effecten van een noodsituatie te verminderen moet er een noodplan aanwezig zijn. Een noodplan is een beschrijving van maatregelen en voorzieningen die het tankstation voorbereidt op een noodsituatie. Het noodplan bestaat uit een aantal onderdelen: Melden van een noodsituatie Waar moet een noodsituatie of ongeval worden gemeld? Welke hulpdiensten moeten worden gewaarschuwd? Interventie Het blussen, beveiligen en opruimen. Hoe moeten de oorzaken van noodsituaties worden weggenomen? Welke hulpmiddelen moeten op de locatie beschikbaar zijn? Welke Eerste Hulpvoorzieningen moeten aanwezig zijn? Ontruimingsplan Wanneer, wie en hoe moet worden gealarmeerd? Welke waarschuwingsmiddelen moeten aanwezig zijn en moeten worden gebruikt? Een plattegrond van het tankstation moet aanwezig zijn met belangrijke informatie om noodsituaties op te vangen Hoe zijn de oefeningen voor het opvangen van noodsituaties georganiseerd?

52 Uitvoeren van werkzaamheden Het uitvoeren van werkzaamheden op een tankstation moet veilig gebeuren. Daarom moeten er voor alle werkzaamheden een (veilige) werkomschrijving aanwezig zijn. De risico s op gevallen worden zoveel mogelijk voorkomen door de procedures te volgen. Contractor Een contractor is een persoon die door de ondernemer of het bedrijf afgesproken werkzaamheden op het tankstation komt uitvoeren. Als een contractor zich meldt, moet hij zich eerst identificeren via een geldig legitimatiebewijs of een veiligheids-of VCA pas. Een contractor moet vooraf aan de werkzaamheden een aantal procedures doorlopen. Deze procedures gelden zowel op een onbemand als een bemand tankstation alleen het aftekenen van de formulieren gebeurt niet door een medewerker van het station. Start werkprocedure Op het Start werk formulier vult de contractor in welke werkzaamheden hij gaat uitvoeren en welke veiligheidsvoorzieningen hij hierbij treft. Hij informeert de medewerker hierover en de medewerker tekent dit voor gezien. Na het uitvoeren van de werkzaamheden, meldt de contractor zich weer af. Zowel de medewerker als de contractor tekent het formulier af. Werk veilig procedure In de Werk veilig procedure wordt een veilige werkmethode omschreven voor risicovolle werkzaamheden. De contractor voert vooraf en gestandaardiseerd een kort risico analyse uit voor risicovolle werkzaamheden. Hij geeft aan welke maatregelen hij treft om de risico s te beheersen. De contractor moet hier naar verwijzen op het Start werk formulier. Werkvergunning Voor hoog risico werkzaamheden moet een werkvergunning worden afgegeven. Hoog risico werkzaamheden zijn onder andere heet werk, ontgravingen en werken in een besloten ruimte. De contractor stelt een werkvergunning op en vraagt de werkvergunning aan bij de opdrachtgever van de werkzaamheden. Belangrijk is dat hierbij een verstrekker aanwezig is om de vergunning te verstrekken. De verstrekker is iemand niet van het tankstation.

53 7. Begrippenlijst

54 Bevoegd gezag Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan van een bedrijf, dat beslissingen mag nemen over dat bedrijf. Voor inrichtingen die vallen onder de Wet Milieubeheer, zoals een tankstation, is er één bevoegd gezag. Dit gezag is bevoegd tot handhaving, verlening van de omgevingsvergunning en handelingen op grond van het Activiteitenbesluit. Meestal is de gemeente het bevoegde gezag. De bevoegdheden kunnen ook door gemeenten of provincies worden overgedragen, bijvoorbeeld aan een gemeenschappelijke regeling. Een voorbeeld hiervan is de DCMR Milieudienst Rijnmond, een milieudienst van Zuid-Holland. OBAS In een olie- en benzineafscheider (OBAS) worden de olie en brandstof gescheiden van het afvalwater. De slib blijft in de slibvangput en de olie-en benzine in de olieafscheider. Het afvalwater kan na de OBAS worden geloosd op het riool of watergang.

55 Aanrijdbeveiliging Een aanrijdbeveiliging beschermt de pompinstallatie, de vulpunten, en de beluchtings- en ontluchtingsleidingen tegen een mogelijke aanrijding. Blusmiddelen Ieder blusmiddel heeft unieke eigenschappen. Op ieder blusmiddel staat aangegeven voor welke brandklasse het geschikt is. Check daarom altijd eerst het pictogram of de letter voordat je start met blussen. Een poederblusser heeft een grote bluscapaciteit. Het vertraagt de verbinding tussen zuurstof en de brandende stof. Een poederblusser wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen, vloeistoffen en gassen (ABC-poeder) Vloeistoffen en gassen (BC-poeder) Metaalbranden (D-poeder) Een schuimblusser bestaat uit water met een schuimvormend middel erin. Het dringt diep in vaste stoffen en vormt een afsluitende laag bij vloeistoffen. Hierdoor worden de ontstekingsbron en de zuurstof weggehaald. Een schuimblusser wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen A-klasse Vloeistoffen B-klasse Een CO2-blusser heeft een grote bluskoker die gevuld is met vloeibaar CO2. De vloeistof komt in de vorm van zeer koud gas uit de spuitmond. De CO2 verdrijft de zuurstof. Een CO2-blusser wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen A-klasse Vloeistoffen B-klasse Een muurhaspel is een slang die met een kraan is verbonden. De lengte van de brandslang is meestal meter. Het bereik van de waterstraal moet minimaal 5 meter zijn. Een muurhaspel wordt gebruikt voor het blussen van: Vaste stoffen A-klasse

56 Noodstop De noodstop is een knop die wordt gebruikt bij onveilige situaties of noodsituaties. Bij het indrukken van de noodstop wordt de stroomtoevoer naar de pompinstallatie onderbroken. Het herstellen van de stroomtoevoer naar de pompinstallatie gebeurt door de zekering automaten weer in te schakelen. Dit moet een bewuste handeling zijn waarbij wordt gekeken of de situatie veilig is. Bij een bemand tankstation is de noodstop bij de kassa aanwezig. De noodstop kan worden bediend door of onder toezicht van een medewerker. Eén noodstop voor het gehele tankstation is voldoende. Bij een onbemand tankstation moet de noodstop duidelijk zichtbaar en goed bereikbaar zijn voor de bezoekers van het tankstation. De noodstop moet dan op ten minste één goed bereikbare plaats te bedienen zijn. Bij elke afleverzuil moet staan aangegeven waar de noodstop hangt. Het is toegestaan om de noodstop in een kast te plaatsen tegen vandalisme. De kast moet dan wel makkelijk te openen zijn.

57 Verplichte veiligheidsstickers In PGS 28 staat dat op iedere pompinstallatie, zichtbaar vanaf de afleverplaats, een duidelijk leesbaar bedieningsvoorschrift moet zijn aangebracht. Dit kan in stickervorm worden aangegeven met tekst en/of met pictogrammen: De verplichte tekst en de pictogrammen kunnen worden aangevuld met overige meldingen die van belang zijn voor klanten. Het is belangrijk dat na onderhoud of vervanging van de aflevertoestellen te controleren of de veiligheidsstickers leesbaar en duidelijk zijn teruggeplaatst. Schoonmaakmiddelen De toiletten en openbare ruimtes in een tankstation moeten er netjes en verzorgd uitzien. Dit is belangrijk voor de verkoop, maar ook voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers en klanten. Elk schoonmaak materiaal heeft zijn eigen kleurcode, bijvoorbeeld: Rood voor de toiletten Blauw voor de kantoorruimte Groen voor de shop en de bereidplaats Geel voor het buitenterrein Op deze manier verwissel je geen schoonmaak materiaal dat voor het toilet bestemd is met schoonmaak materiaal voor bijvoorbeeld de kantoorruimte.

58 De toiletten moeten worden schoon gehouden met schoonmaakmiddelen. Deze middelen kunnen soms de huid of luchtwegen irriteren. Daarnaast bestaan er schoonmaakmiddelen die geen schade voor de gezondheid van de mens veroorzaken, maar wel voor de omgeving. Het is erg belangrijk dat je zorgvuldig omgaat met deze schoonmaakmiddelen. Ze bevatten verschillende chemicaliën, die juist gemengd en gedoseerd moeten worden. Let hier goed op, zodat je duurzaam met de middelen om kunt gaan. Instructies en veiligheidsinformatiebladen vertellen je hoe je met de verschillende schoonmaakmiddelen om moet gaan. Lees deze geregeld en goed door. Als je vragen hebt of iets niet begrijpt, vraag het dan altijd aan je leidinggevende. De instructies, product- en veiligheidsbladen moeten zoveel mogelijk op één duidelijke plek bewaard worden. Zo kun je in geval van morsen, ongelukken, brand of andere incidenten snel de benodigde informatie vinden. Gebruik de hulpmiddelen en Persoonlijke Beschermingsmiddelen die in de veiligheidsinformatiebladen genoemd worden altijd! Persoonlijke beschermingsmiddelen Een Persoonlijk Beschermingsmiddel ofwel PBM beschermt je tegen gevaren die je veiligheid of gezondheid kunnen bedreigen. Voor elk risico is een bijbehorend PBM. Enkele voorbeelden zijn: Veiligheidshelm Veiligheidsbril Gehoorbescherming Veiligheidshandschoenen Veiligheidsschoenen

59 Veiligheidsinformatieblad Het Veiligheidsinformatieblad, afgekort VIB, wordt ook wel een MSDS (Material Safety Data Sheet) genoemd of een productveiligheidsblad genoemd. Het VIB is de basis voor de productinformatie. Op het VIB is alle informatie met betrekking tot de risico s van een gevaarlijke stof of mengsel terug te vinden.

CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM

CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM CHECKLIST TANKSTATIONS BARIM Naam bedrijf (KvK naam) Contactpersoon NAW gegevens Naam toezichthouder Datum controle SBI code Telefoonnummer Type A / B / C Postadres Maatwerk gesteld? Vergunning ja voor

Nadere informatie

Regeling art Verwijzingen en overige eisen Belangrijkste wijzigingen

Regeling art Verwijzingen en overige eisen Belangrijkste wijzigingen Sinds 1 december 2013 verwijst de Activiteitenregeling naar de nieuwste versies van de PGS-richtlijnen 28 en 30 voor de opslag in ondergrondse en bovengrondse opslagtanks. Deze wijziging van de Activiteitenregeling

Nadere informatie

Vragenlijst controle autobedrijven

Vragenlijst controle autobedrijven Opslag van afvalstoffen inclusief autowrakken Bewaart u gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen gescheiden? Ja Nee Voert u afvalstoffen gescheiden af naar een erkend inzamelaar? Ja Nee Slaat u accu

Nadere informatie

CHECKLIST PROJECT TRANSPORTBEDRIJVEN

CHECKLIST PROJECT TRANSPORTBEDRIJVEN CHECKLIST PROJECT TRANSPORTBEDRIJVEN 1. Gegevens bedrijfsdossier 1.1 Algemeen Naam bedrijf Adres Plaats / postcode Telefoon Contactpersoon Inrichtingsnummer Procedurenummer Gecontroleerd door Datum controle

Nadere informatie

Toezicht & Handhaving binnen de (externe)veiligheidsketen

Toezicht & Handhaving binnen de (externe)veiligheidsketen Externe veiligheid? Toezicht & Handhaving binnen de (externe)veiligheidsketen Het beheersen van risico's die voortvloeien uit de opslag, productie, het gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen Externe

Nadere informatie

Veiligheid op een LPG-tankstation. Rinus Blankestijn Milieu Techn. Adviseur

Veiligheid op een LPG-tankstation. Rinus Blankestijn Milieu Techn. Adviseur Veiligheid op een LPG-tankstation Rinus Blankestijn Milieu Techn. Adviseur Veiligheidsbeleid Doel veiligheidsbeleid: Reduceren risico s tot (maatschappelijk) aanvaard niveau (< 1 : 1 miljoen) Wat vormt

Nadere informatie

Naleven van de regels, de normaalste zaak van de wereld

Naleven van de regels, de normaalste zaak van de wereld Naleven van de regels, de normaalste zaak van de wereld In deze factsheet leest u over een aantal milieu- en veiligheidsvoorschriften waar u als ondernemer mee te maken heeft. U ziet voorbeelden hoe u

Nadere informatie

Checklist voor Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking niet zijnde vuurwerk, nitraathoudende kunstmeststoffen en andere ontplofbare stoffen

Checklist voor Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking niet zijnde vuurwerk, nitraathoudende kunstmeststoffen en andere ontplofbare stoffen Nr. 4.1.1 Checklist voor Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking niet zijnde vuurwerk, nitraathoudende kunstmeststoffen en andere ontplofbare stoffen Vindplaats Activiteitenbesluit: 4.1.1, artikel

Nadere informatie

Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3)

Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3) Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3) 1 Veranderingen Beschrijf de voorgenomen veranderingen van de inrichting. 1. De volgende afvalwaterstromen

Nadere informatie

Branchetoetsdocument: Milieuzorg 2

Branchetoetsdocument: Milieuzorg 2 pagina van 5 Branchetoetsdocument: Milieuzorg 2 Versie 4.0 VERVALLEN per --0-20 Deelbranche(s) Autowas Algemene beschrijving & doelstelling van de branchekwalificatie De beroepsbeoefenaar kent het belang

Nadere informatie

Veelgestelde vragen Versie 21/04/2015

Veelgestelde vragen Versie 21/04/2015 Vlaamse overheid Afdeling Milieuvergunningen Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel T 02 553 79 97 F 02 553 79 95 milieuvergunningen@lne.vlaanderen.be Veelgestelde vragen Versie 21/04/2015 21/04/2015

Nadere informatie

odijmond REGIO WATERLAND

odijmond REGIO WATERLAND Gemeente Waterland - k MRĨ 2015 INGEKOMEN Gemeente Waterland O 4 MRT 2015 GESCAND odijmond REGIO WATERLAND Gemeentewerf Monnickendam De heer J.A.J. Borst Postbus 1000 1140 BA MONNICKENDAM VERZONDEN -3

Nadere informatie

-5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Omschrijf de brandklassen. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand.

-5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Omschrijf de brandklassen. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand. -5- Met welk bord wordt een explosiegevaarlijke gebied aangegeven? -5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand. -5- Noem de blusmethoden voor een

Nadere informatie

Deze controlelijst is ontwikkeld op basis van het bronbestand Natte brandstoffen t.b.v. checklist fysiek en checklist periodieken.

Deze controlelijst is ontwikkeld op basis van het bronbestand Natte brandstoffen t.b.v. checklist fysiek en checklist periodieken. Bladzijde 1 Dit document is onderdeel van Overheden voor overheden op infomil.nl brandstofaspecten bij tankstations voor het wegverkeer waarop certificering van toepassing is en waarop periodieke s, -

Nadere informatie

Opmerkingen: N.v.t. Geen controle. Tekortkomingen geconstateerd?

Opmerkingen: N.v.t. Geen controle. Tekortkomingen geconstateerd? Controlelijst certificaten en periodieke s, keuringen en inspecties bij tankstations voor het wegverkeer ten aanzien van natte brandstoffen, versie 29-10-2014 Bladzijde 1. Dit document is onderdeel van

Nadere informatie

Afdeling 4.1. Op- en overslaan van gevaarlijke en andere stoffen en gassen en het vullen van gasflessen

Afdeling 4.1. Op- en overslaan van gevaarlijke en andere stoffen en gassen en het vullen van gasflessen Bron: www.overheid.nl (Tekst geldend op: 25-02-2014) Activiteitenbesluit milieubeheer Afdeling 4.1. Op- en overslaan van gevaarlijke en andere stoffen en gassen en het vullen van gasflessen 4.1.1. Opslaan

Nadere informatie

EU-GHS: nieuwe regels over etikettering en indelen van gevaarlijke stoffen

EU-GHS: nieuwe regels over etikettering en indelen van gevaarlijke stoffen Verordening (EG) Nr. 1272/2008 over de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels 1 geldt vanaf 20 januari 2009. De verordening in Nederland aangeduid als EU-GHS introduceert nieuwe regels

Nadere informatie

Door slecht onderhoud en verkeerd gebruik van handgereedschap gebeuren er nog vaak ongelukken op de werkplek.

Door slecht onderhoud en verkeerd gebruik van handgereedschap gebeuren er nog vaak ongelukken op de werkplek. Gereedschappen Tijdens je werk zul je vaak gebruik maken van gereedschappen. In de Arbowet wordt onderscheidt gemaakt in vier soorten gereedschap; - eenvoudig handgereedschap - aangedreven handgereedschap

Nadere informatie

Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu) en aanverwante artikelen

Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu) en aanverwante artikelen 1 Aanvulling revisie besl u i t : 1 Gegevens inrichting Behoort bij besluit van Burgem eester en Wethouders da t u m : 25 september 2015 r eg.n r. : Z-HZ_WABO-2014-02205 toegekend Nam ens dezen, de m anager

Nadere informatie

1. RISK & SAFETY ZINNEN

1. RISK & SAFETY ZINNEN 1. RISK & SAFETY ZINNEN Risico en Veiligheidszinnen op etiketten en veiligheidsbladen R-zinnen geven bijzondere gevaren (Risks) aan. S-zinnen geven veiligheidsaanbevelingen (Safety) aan. De zinnen zijn

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het besluit. betreffende de Wet milieubeheer. voor de inrichting. G. Hindriks, Oosterwijk WZ 24 H te Nieuw-Dordrecht

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het besluit. betreffende de Wet milieubeheer. voor de inrichting. G. Hindriks, Oosterwijk WZ 24 H te Nieuw-Dordrecht VOORSCHRIFTEN behorende bij het besluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting G. Hindriks, Oosterwijk WZ 24 H te Nieuw-Dordrecht 2 INHOUDSOPGAVE VOORSCHRIFTEN BESLUIT BEHEER AUTOWRAKKEN 3

Nadere informatie

Goede VHCP Praktijk afvullen van vloeibare chemicaliën

Goede VHCP Praktijk afvullen van vloeibare chemicaliën Goede VHCP Praktijk afvullen van vloeibare chemicaliën Editie: mei 2014 Disclaimer Deze Goede VHCP Praktijk is naar beste kunnen opgesteld door de Commissie Milieu & Veiligheid van het Verbond van Handelaren

Nadere informatie

Bovengrondse (olie)tanks bij agrarische bedrijven (regels vanaf 1 juni 2011)

Bovengrondse (olie)tanks bij agrarische bedrijven (regels vanaf 1 juni 2011) Bovengrondse (olie)tanks bij agrarische bedrijven (regels vanaf 1 juni 2011) 2 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2. Welke regels gelden er voor (olie)tanks? a) Komt mijn tank in aanmerking voor (her)keuring? b)

Nadere informatie

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

CLP verordening 1272/2008: de gevolgen. Andy D hollander Local Product Expert Benelux

CLP verordening 1272/2008: de gevolgen. Andy D hollander Local Product Expert Benelux CLP verordening 1272/2008: de gevolgen Andy D hollander Local Product Expert Benelux Chemische stoffen wereldwijd: huidige situatie Chemische stoffen wereldwijd: Ideale situatie GHS - CLP GHS UN Verenigde

Nadere informatie

de Nieuwe PGS 25 Aardgasvulstations

de Nieuwe PGS 25 Aardgasvulstations de Nieuwe PGS 25 Aardgasvulstations Erik Büthker 1 december 2009 congres Relevant Ringwade 71, 3439 LM, Nieuwegein Postbus 1033, 3430 BA, Nieuwegein Tel: (030) 285 3320 Fax: (030) 285 4850 info@cngnet.nl

Nadere informatie

Gevaarlijke producten

Gevaarlijke producten Welkom Gevaarlijke producten Basisvorming preventie & bescherming Gemeenschappelijke preventiedienst Lesgever: Karen Brems Wat is een gevaarlijk product? Gevaarlijke producten in scholen Blootstelling

Nadere informatie

Checklist Gebruik en Opslag gevaarlijke stoffen Houtbewerking, bouwnijverheid en installatietechniek

Checklist Gebruik en Opslag gevaarlijke stoffen Houtbewerking, bouwnijverheid en installatietechniek Naam bedrijf Contactpersoon Adres vestiging Postcode + plaats Telefoonnummer Postadres Naam inspecteur Datum controle Activiteitenbesluit Type A Type B Type C Postcode + plaats Telefoonnummer nio = niet

Nadere informatie

Workshop bodem. Barimfinale 12 juni 2008 door Mark Diependaal. Mlieudienst IJmond. Programma

Workshop bodem. Barimfinale 12 juni 2008 door Mark Diependaal. Mlieudienst IJmond. Programma Workshop bodem Barimfinale 12 juni 2008 door Mark Diependaal Mlieudienst IJmond 1 Programma Korte herhaling Bodemonderzoek, hoe en wat Uitwerking NRB in Activiteitenbesluit Normdocumenten en Kwalibo Casus

Nadere informatie

Schoonmaakhandleiding

Schoonmaakhandleiding Schoonmaakhandleiding Amalfi Versie: 01-08-2014 Selecta B.V. Koeweistraat 10 4181CD Waardenburg Tel: +31(418) 657 800 www.selectavending.nl Belangrijk Inhoud van de handleiding Deze handleiding voor de

Nadere informatie

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines mei 2012 AARDGASCONDENSAAT HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

Voorschriften behorende bij de omgevingsvergunning m.b.t. art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (milieu)

Voorschriften behorende bij de omgevingsvergunning m.b.t. art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (milieu) Bijlage 3: Voorschriften behorende bij de omgevingsvergunning m.b.t. art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (milieu) VOORSCHRIFTEN BEHORENDE BIJ DE MILIEUVERGUNNING VAN: Mts. Vroege Burg. ten Holteweg 39 7751 CR

Nadere informatie

HOOFDSTUK 4. ETIKETTERING

HOOFDSTUK 4. ETIKETTERING 4.1 GEVAARLIJKE STOFFEN HOOFDSTUK 4. ETIKETTERING Tijdens de scheikundelessen zullen jullie zelf vaak met stoffen werken die gevaarlijk kunnen zijn. Om goed en veilig met deze stoffen (chemicaliën) om

Nadere informatie

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *688.107

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *688.107 Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT Modelnr.: *688.107 GEBRUIKSAANWIJZING Om volledig gebruik te maken van de mogelijkheden en storingen tot het minimum te beperken raden wij u aan om de gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

Brand en explosiegevaar

Brand en explosiegevaar Brand en explosiegevaar Door brand en explosie tijdens werkzaamheden vallen er jaarlijks tientallen doden en gewonden. Dus moet je brand en explosies zien te voorkomen. Mede doordat deze zeer onvoorspelbaar

Nadere informatie

EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Beoordeling van explosiegevaren door stof van installaties en arbeidsplaatsen

EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Beoordeling van explosiegevaren door stof van installaties en arbeidsplaatsen Installatie: Arbeidsplaats: Beschrijving van de installatie en arbeidsplaats Verantwoordelijke: (1) Brandbare Stoffen (2) Gegevens van de meest kritische stof Ontstekingstemperatuur: Ontstekingsenergie:

Nadere informatie

Belangrijke instructies

Belangrijke instructies GN650TN GN1410TN GN650BT GN1410BT Allereerst willen wij u danken voor de aanschaf van uw meubel en vertrouwen erop dat dit meubel u de komende jaren trouw van dienst zal zijn. Hieronder volgen enkele instructies

Nadere informatie

12. Gevaarlijke stoffen: opslag, verkoop en gebruik

12. Gevaarlijke stoffen: opslag, verkoop en gebruik Het arbothemablad Gevaarlijke stoffen: opslag, verkoop en gebruik is onderdeel van de Arbocatalogus Tuincentra. Dit arbothemablad is bedoeld voor werkgevers en medewerkers om te voldoen aan de verplichtingen

Nadere informatie

Toolbox-meeting Gevaarlijke stoffen

Toolbox-meeting Gevaarlijke stoffen Toolbox-meeting Gevaarlijke stoffen Unica installatietechniek B.V. Schrevenweg 2 8024 HA Zwolle Tel. 038 4560456 Fax 038 4560404 Inleiding In het dagelijks leven kunnen we niet meer zonder chemische stoffen.

Nadere informatie

Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen

Gevarenkaart nr. 1 Brandbare en oxiderende gassen Toepassingsgebied en definities Gevarenkaart nr. 1 NB. Achtergrondinformatie m.b.t. de motivatie en verantwoording van keuzes en uitgangspunten voor deze gevarenkaart is opgenomen in het Achtergronddocument,

Nadere informatie

Toelichting RI&E Vragenlijst

Toelichting RI&E Vragenlijst Toelichting RI&E Vragenlijst Op de volgende pagina s wordt nader ingegaan op de vragenlijst in deel 3. Er worden een aantal belangrijke aspecten van de RI&E uitgewerkt, aangevuld met aanwijzingen waar

Nadere informatie

VOGELVLUCHT Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5

VOGELVLUCHT Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5 Laatste herziening: 16/10/2007, Versie 1.0 pagina 1 / 5 1 IDENTIFICATIE VAN HET PREPARAAT EN DE ONDERNEMING Productnaam: Toepassing: Leverancier: Vogelafweermiddel Koppert B.V. Veilingweg 17 2651 BE Berkel

Nadere informatie

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN

Nadere informatie

RC030/RC035 Pneumatisch (handmatig) vloeistof afzuigapparaat. Instructies

RC030/RC035 Pneumatisch (handmatig) vloeistof afzuigapparaat. Instructies RC030/RC035 Pneumatisch (handmatig) vloeistof afzuigapparaat Instructies Deze kunnen worden gebruikt voor het afzuigen van: Motorolie Versnellingsbak- en transmissieolie Koelvloeistof Remvloeistof Andere

Nadere informatie

Module 3. Magazijn en opslag Vraag Antwoord Mogelijke maatregelen Prioriteit Toelichting

Module 3. Magazijn en opslag Vraag Antwoord Mogelijke maatregelen Prioriteit Toelichting Branche RI&E vereniging SZS (versie oktober 2008) 3.1 3.1 Is de vloer vrij van oneffenheden, zodat transportmiddelen veilig kunnen rijden en geen ongemakken geeft? Verwijder drempels in de vloer. Egaliseer

Nadere informatie

R-zinnen en S-zinnen. R-zinnen... 2 Gecombineerde R-zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9

R-zinnen en S-zinnen. R-zinnen... 2 Gecombineerde R-zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9 -zinnen en S-zinnen Inhoud Pag. -zinnen... 2 Gecombineerde -zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9 -zinnen (aanduiding bijzondere gevaren, isk-zinnen) -nummer Gevarenaanduiding 1 2 3 4 5

Nadere informatie

LOGBOEK. Inhoudsopgave: blz. 1. E.H.B.O.: blz. 2-3. Noodprocedures: blz. 4. Telefoonlijst: blz. 5. Rapportage ongevallenlijst: blz.

LOGBOEK. Inhoudsopgave: blz. 1. E.H.B.O.: blz. 2-3. Noodprocedures: blz. 4. Telefoonlijst: blz. 5. Rapportage ongevallenlijst: blz. LOGBOEK Inhoudsopgave: blz. 1 E.H.B.O.: blz. 2-3 Noodprocedures: blz. 4 Telefoonlijst: blz. 5 Rapportage ongevallenlijst: blz. 6 Taken en verantwoordelijkheden: blz. 7 Voorschriften onderhoud: blz. 8 Inspectielijst:

Nadere informatie

Cryogeen LNG: Waar..

Cryogeen LNG: Waar.. Cryogeen LNG: Voor het mileu een zegen!! Voor incident bestrijders een ramp?! VBE Seminar, 07-10-2015 te Gorinchem 9-10-2015 Dick Arentsen, AGS/Veiligheidskundige/Fire Engineer Waar.. Vrachtwagens Bussen

Nadere informatie

PGS 15. December 2011 versie 1.0 ten opzichte van PGS 15: Dupa Veiligheidstechniek 27-01-2012

PGS 15. December 2011 versie 1.0 ten opzichte van PGS 15: Dupa Veiligheidstechniek 27-01-2012 PGS 15 December 2011 versie 1.0 ten opzichte van PGS 15: 2005 Dupa Veiligheidstechniek 27-01-2012 Wijzigingen In tabel 1.2 is de ondergrens voor klasse 2 (gassen) gesteld op 125 l (was eerst 50 l). Voorschrift

Nadere informatie

MILIEUVOORSCHRIFTEN VOOR BEDRIJVEN IN DE BANDEN- EN WIELENBRANCHE

MILIEUVOORSCHRIFTEN VOOR BEDRIJVEN IN DE BANDEN- EN WIELENBRANCHE 1 Rookverbod Bij de ingang van de vestiging moet worden aangegeven dat het verboden is om te roken. Roken is alleen buiten toegestaan of in een apart ingerichte rookruimte. Deze ruimte moet afsluitbaar

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na.

Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na. Veiligheidsinstructies Belangrijk: Lees deze instructies zorgvuldig voor u de heater in elkaar zet en gebruik neemt, en volg ze na. Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig

Nadere informatie

PGS 28 en 30, versie 2011 RWS-Infomil Schakeldag 3-12-2013 (rev.1)

PGS 28 en 30, versie 2011 RWS-Infomil Schakeldag 3-12-2013 (rev.1) PGS 28 en 30, versie 2011 RWS-Infomil Schakeldag 3-12-2013 (rev.1) Brandstof opslag en aflevering benzine -stations (ondergrondse tanks) en kleine installaties (bovengrondse tanks) in het kort Raadpleeg

Nadere informatie

Risicobeoordeling Brandstof Bevoorrading Tankstations. Rapport van VNPI mede namens BOVAG / BETA / NOVE. 28 augustus 2014

Risicobeoordeling Brandstof Bevoorrading Tankstations. Rapport van VNPI mede namens BOVAG / BETA / NOVE. 28 augustus 2014 Rapport van VNPI mede namens BOVAG / BETA / NOVE 28 augustus 2014 Versie 8 Risicobeoordeling Brandstof Bevoorrading Tankstations versie 08 / 28 08 2014 Inhoudsopgave Aanleiding... 3 Wettelijk kader...

Nadere informatie

Wat betekent EU-GHS voor u?

Wat betekent EU-GHS voor u? Rijksoverheid Wat betekent EU-GHS voor u? Industriële gebruikers EU-GHS bevat voor u geen directe verplichtingen. Het is wel belangrijk dat u vaststelt wat de consequenties van de nieuwe wetgeving voor

Nadere informatie

Rolkachel infrarood Chauffage mobile infrarouge Gasheizung Mobil infrarot Mobile gasheater infrared. Model: GRT-508

Rolkachel infrarood Chauffage mobile infrarouge Gasheizung Mobil infrarot Mobile gasheater infrared. Model: GRT-508 Rolkachel infrarood Chauffage mobile infrarouge Gasheizung Mobil infrarot Mobile gasheater infrared Model: GRT-508 Handleiding Mode d emploi Gebrauchsanweisung Manual Lees deze handleiding aandachtig door

Nadere informatie

Veiligheidsblad p. 1 / 8

Veiligheidsblad p. 1 / 8 Veiligheidsblad p. 1 / 8 SDS: conform aan EU richtlijn 2001/58/EG en de REACH wetgeving 1907/2006 Annex II 1. IDENTIFIKATIE VAN HET PRODUKT EN VAN DE ONDERNEMING Identificatie van het product: Lamscobel

Nadere informatie

Proefexamen ATEX Basis ATEX.05

Proefexamen ATEX Basis ATEX.05 01. Welke van de onderstaande definities omschrijft de ATEX 137-richtlijn het best? a. Geeft minimum voorschriften voor de verbetering van de gezondheids bescherming en van de veiligheid van de werknemers

Nadere informatie

*15.182956* 15.182956

*15.182956* 15.182956 omgevingsvergunning wijzigen van vergunningvoorschriften (ogv art 2.31 WABO) wijzigen van vergunningvoorschriften (ogv art 2.31 WABO) Beschikking 236848 *15.182956* 15.182956 ONTWERP-OMGEVINGSVERGUNNING

Nadere informatie

ISOPA PRODUCTBEHEERPROGRAMMA S. Walk the Talk DIVERSE CHEMICALIËN. Het lezen van het (e)sds van uw leverancier is een MUST, omdat dit informatie bevat

ISOPA PRODUCTBEHEERPROGRAMMA S. Walk the Talk DIVERSE CHEMICALIËN. Het lezen van het (e)sds van uw leverancier is een MUST, omdat dit informatie bevat ISOPA PRODUCTBEHEERPROGRAMMA S Walk the Talk DIVERSE CHEMICALIËN Het lezen van het (e)sds van uw leverancier is een MUST, omdat dit informatie bevat over het veilig omgaan met chemicaliën. In geval van

Nadere informatie

Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, vaartuigen of spoorwegvoertuigen

Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, vaartuigen of spoorwegvoertuigen Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas anders dan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, vaartuigen of spoorwegvoertuigen Vindplaats milieuregels Activiteitenbesluit: 4.6.4, artikel

Nadere informatie

Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken.

Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken. Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken. 3 Ernstig ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken.

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing Vapalux druklantaarn M320

Gebruiksaanwijzing Vapalux druklantaarn M320 Gebruiksaanwijzing Vapalux druklantaarn M320 Gebruik voor de Vapalux druklamp alleen extra gezuiverde petroleum van de klasse A III met een vlampunt van hoger dan 60 C. Zie ook de bijgevoegde data sheet

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD Statistieknr. 29153980 Product Revisiedatum : 28 augustus 2008 Pagina 1/6 1. IDENTIFICATIE PRODUCT & BEDRIJF Productnaam Toepassing : Oppervlakte verbeteraar Naam leverancier

Nadere informatie

Professional Supplies BORDENWARMKAST. Modelnr.: *688.050 - *688.050 - *688.050. CaterChef 60

Professional Supplies BORDENWARMKAST. Modelnr.: *688.050 - *688.050 - *688.050. CaterChef 60 Professional Supplies Modelnr.: *688.050 - *688.050 - *688.050 CaterChef 120 CaterChef 60 CaterChef 30 GEBRUIKSAANWIJZING Lees deze instructies aandachtig door alvorens het apparaat te gebruiken. 688050-51-52

Nadere informatie

HSE guidelines september 2012 HOGE DRUK HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines september 2012 HOGE DRUK HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS S HSE guidelines september 2012 HOGE DRUK HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk veilig of werk niet Bij werkzaamheden aan installaties en systemen zijn strikte procedures

Nadere informatie

Texaco Ruitensproeier antivries concentraat

Texaco Ruitensproeier antivries concentraat 1. Identificatie van het product : Texaco ruitenproeier antivries concentraat Toepassing : Ruitenproeier antivries concentraat Leverancier : Firma J. van der Graaf & Zn. Patrijsweg 1 4791 RV Klundert -

Nadere informatie

EU-GHS. Classification, Labeling and Packaging Regulation (CLP) Verordening 1272/2008 HS

EU-GHS. Classification, Labeling and Packaging Regulation (CLP) Verordening 1272/2008 HS EU-GHS Classification, Labeling and Packaging Regulation (CLP) Verordening 1272/2008 HS Programma Workshop EU-GHS/CLP EU-GHS in een vogelvlucht Wetgeving Relatie met andere EU-wetgeving EU-GHS in de praktijk

Nadere informatie

HSE guidelines. september 2012 LEKKAGES HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS

HSE guidelines. september 2012 LEKKAGES HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS HSE guidelines E september 2012 LEKKAGES HSE LIFE THE NATIONAL OIL&GAS INDUSTRY STANDARD FOR PROFESSIONALS Werk milieu bewust of werk niet Koolwaterstoffen zoals aardgas en aardgascondensaat zijn schadelijk

Nadere informatie

Aarding en potentiaalvereffening

Aarding en potentiaalvereffening Aarding en Potentiaalvereffening Controle aarding en potentiaalvereffening van ondergrondse tanks en/of ondergronds leidingwerk behorende bij onder of bovengrondse tanks Protocol 6803 Vastgesteld door

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting. Sunny-Egg-Systems BV te Rogat

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting. Sunny-Egg-Systems BV te Rogat 1 VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Sunny-Egg-Systems BV te Rogat INHOUDSOPGAVE 1 AFVALSTOFFEN 3 1.1. Afvalscheiding 3 2 BODEM 3 2.1. Doelvoorschriften

Nadere informatie

Dit document is onderdeel van Overheden voor overheden op infomil.nl. BEDRIJFSGEGEVENS Bedrijfsnaam volgens vergunning/melding

Dit document is onderdeel van Overheden voor overheden op infomil.nl. BEDRIJFSGEGEVENS Bedrijfsnaam volgens vergunning/melding Dit document is onderdeel van verheden voor overheden op infomil.nl Inspectierapport ten behoeve van initiële- of opleveringscontroles milieu bij tankstations voor het wegverkeer in de provincie Groningen.

Nadere informatie

Branchetoetsdocument: Bediening en onderhoud 1

Branchetoetsdocument: Bediening en onderhoud 1 pagina 1 van 5 Branchetoetsdocument: Bediening en onderhoud 1 Versie 4.0 VERVALLEN per -1-01-2011 Deelbranche(s) Autowas Algemene beschrijving & doelstelling van de branchekwalificatie De beroepsbeoefenaar

Nadere informatie

De klassieke oranje HSID-symbolen vervallen en worden vervangen door de nieuwe GHS/CLP-pictogrammen.

De klassieke oranje HSID-symbolen vervallen en worden vervangen door de nieuwe GHS/CLP-pictogrammen. GEMEENSCHAPPELIJKE PREVENTIEDIENST Gevaarlijke stoffen - etikettering De klassieke oranje HSID-symbolen vervallen en worden vervangen door de nieuwe GHS/CLP-pictogrammen. Op 31 december 2008 is de Verordening

Nadere informatie

Wat betekent EU-GHS voor u?

Wat betekent EU-GHS voor u? Rijksoverheid Wat betekent EU-GHS voor u? Professionele gebruikers EU-GHS bevat voor u geen directe verplichtingen. Het is wel belangrijk dat u vaststelt wat de consequenties van de nieuwe wetgeving voor

Nadere informatie

Toelichting VLAREM-trein 2011. LNE - Afdeling Milieuvergunningen Willy Deberdt AARDGASTANKSTATIONS 2 en 6 februari 2012 Gent en Leuven

Toelichting VLAREM-trein 2011. LNE - Afdeling Milieuvergunningen Willy Deberdt AARDGASTANKSTATIONS 2 en 6 februari 2012 Gent en Leuven Toelichting VLAREM-trein 2011 LNE - Afdeling Milieuvergunningen Willy Deberdt AARDGASTANKSTATIONS 2 en 6 februari 2012 Gent en Leuven Overzicht 1. Wat? 2. Aanleiding 3. Haalbaarheid van de technologie

Nadere informatie

S900 S901 S902 S901-2D S903 S901-4D PS900 S903 PS300

S900 S901 S902 S901-2D S903 S901-4D PS900 S903 PS300 S900 S902 S903 PS900 PS300 S901 S901-2D S901-4D S903 Allereerst willen wij u danken voor de aanschaf van uw meubel en vertrouwen erop dat dit meubel u de komende jaren trouw van dienst zal zijn. Hieronder

Nadere informatie

KEURMERK VEILIGE BOTENSTALLING SCHOUWINGRAPPORT

KEURMERK VEILIGE BOTENSTALLING SCHOUWINGRAPPORT Stichting VbV Postbus 21, 7300 AA, APELDOORN +31 55-527 05 05 FA: +31 55-522 67 66 Schouwinggegevens VbV referentie: KVB KEURMERK VEILIGE BOTENSTALLING SCHOUWINGRAPPORT Bedrijfsnaam: Aantal loodsen: Naam

Nadere informatie

Arbeidsomstandighedenregeling. Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen. Paragraaf 4.1 Veiligheid aan op of in tankschepen

Arbeidsomstandighedenregeling. Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen. Paragraaf 4.1 Veiligheid aan op of in tankschepen Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 4. Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen Paragraaf 4.1 Veiligheid aan op of in tankschepen Artikel 4.1. Definities Voor de toepassing van deze paragraaf

Nadere informatie

Project tankopslag. Onderdeel 3: Dampverwerkingsinstallaties/ Explosieveiligheid. - Zone 0 beleid - Dampverwerking

Project tankopslag. Onderdeel 3: Dampverwerkingsinstallaties/ Explosieveiligheid. - Zone 0 beleid - Dampverwerking Project tankopslag Onderdeel 3: Dampverwerkingsinstallaties/ Explosieveiligheid - Zone 0 beleid - Dampverwerking Project tankopslag, dampverwerking/explosieveiligheid oktober 2012 Explosieveiligheid in

Nadere informatie

BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND BESCHIKKING D.D. 23 APRIL 2007 - NR. MPM7609 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Algemene wet bestuursrecht/wet milieubeheer INLEIDING Op 6 juni 2006 hebben wij het verzoek van De Jong Gameren B.V.

Nadere informatie

VEILIGHEIDS- INFORMATIE- BLAD

VEILIGHEIDS- INFORMATIE- BLAD VEILIGHEIDS- INFORMATIE- BLAD COLORSIL VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD 1.- IDENTIFICATIE VAN DE STOF OF HET PREPARAAT EN VAN DE VENNOOTSCHAP/ONDERNEMING 1.1 Productbenaming: COLORSIL 1.2 Fabrikant: COSENTINO

Nadere informatie

-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg.

-1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving? -1- Noem de twee vormen van overleg. -1- Noem de groepen signaleringsborden. -1- Noem de twee vormen van overleg. -1- Noem de verschillende vormen van markeringen. -1- Over welke domeinen gaat de V&G-wetgeving? -1- Voor wie geldt de V&Gwetgeving?

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Werkplaatspers Datona

Veiligheidsinstructies Werkplaatspers Datona Veiligheidsinstructies Werkplaatspers Datona *dt-56202man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 3 Voor gebruik... 3 Gebruik

Nadere informatie

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: R-zinnen

Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: R-zinnen 1 van 8 Rzinnen & S zinnen Datum: 18032013 Aard der bijzondere gevaren toegeschreven aan gevaarlijke stoffen en preparaten: Rzinnen R 1 R 2 R 3 R 4 R 5 R 6 R 7 R 8 R 9 R 10 R 11 R 12 R 14 R 15 R 16 R 17

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Jellice Pioneer Europe te Kapitein Antiferstraat 31 te Emmen 2 INHOUDSOPGAVE 1 OPSLAG GEVAARLIJKE STOFFEN

Nadere informatie

Informatiemateriaal NORM/LSA

Informatiemateriaal NORM/LSA H2 Informatiemateriaal NORM/LSA HSEQ Werk veilig of werk niet Werkzaamheden mogen pas beginnen na toestemming van Noordgastransport. Lees de werkvergunning nauwkeurig en controleer of de daarin omschreven

Nadere informatie

Begrippen enkel van toepassing voor particulieren met een tank groter dan 5000 liter of professionelen

Begrippen enkel van toepassing voor particulieren met een tank groter dan 5000 liter of professionelen Begrippen enkel van toepassing voor particulieren met een tank groter dan 5000 liter of professionelen Wat is een professioneel gebruiker? Indien u uw mazoutreservoir voor verwarming hoofdzakelijk gebruikt

Nadere informatie

Veiligheidsinstructies Auto poetsbrug Datona

Veiligheidsinstructies Auto poetsbrug Datona Veiligheidsinstructies Auto poetsbrug Datona *dt-57606man* LEES VOOR GEBRUIK EERST DEZE HANDLEIDING 1 Inhoud Inleiding... 2 Veiligheidsinstructies... 2 Technische gegevens... 2 Voor gebruik... 2 Gebruik

Nadere informatie

1 Opslag Bulkvloeistoffen

1 Opslag Bulkvloeistoffen 1 Opslag Bulkvloeistoffen 1.1 Ondergrondse of ingeterpte tank nwendige en uitwendige corrosie. Enkelwandige tank en; Kathodische bescherming en; Peilbuis grondwater Periodieke inspectie kathodische bescherming

Nadere informatie

LAST- MINUTE RISICOANALYSE

LAST- MINUTE RISICOANALYSE LAST- MINUTE RISICOANALYSE LMRA PERSOONLIJKE RISICOANALYSE Naam uitvoerder : Functie : LAST-MINUTE RISICOANALYSE PERSOONLIJKE RISICOANALYSE SAMEN STREVEN NAAR EEN VEILIGERE WERKPLEK Bij Stork zijn we persoonlijk

Nadere informatie

Wat betekent EU-GHS voor u?

Wat betekent EU-GHS voor u? Rijksoverheid Wat betekent EU-GHS voor u? Distributeurs U moet een stof of mengsel dat als gevaarlijk is ingedeeld etiketteren en verpakken volgens de eisen van EU-GHS. Daarbij kunt u de indeling gebruiken

Nadere informatie

Evenementcode: proefexamen

Evenementcode: proefexamen Naam kandidaat: Dit proefexamen VCA is uitsluitend bestemd voor opleidingsdoeleinden en heeft als doel om de kandidaat kennis te laten maken met de wijze van examineren. De vragen worden één keer per jaar

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD PODISAN

VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD PODISAN VEILIGHEIDSINFORMATIEBLAD PODISAN 1 Identificatie van het product en de onderneming pag. 1/5 1.1 productnaam: PODISAN 1.2 CAS-nr: zie samenstelling 1.3 EINICSnr: zie samenstelling 1.4 ANNEX-1 nr: zie samenstelling

Nadere informatie

Wat betekent EU-GHS voor u?

Wat betekent EU-GHS voor u? Rijksoverheid Wat betekent EU-GHS voor u? Vergunningverleners Een vergunningaanvraag mag niet in strijd zijn met EU-GHS. Het is daarom van belang dat u de bepalingen van EU-GHS kent en begrijpt. EU-GHS

Nadere informatie

Bijlage IX AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN :

Bijlage IX AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN : Bijlage IX R 1 : In droge toestand ontplofbaar AARD DER BIJZONDERE GEVAREN TOEGESCHREVEN AAN GEVAARLIJKE STOFFEN EN PREPARATEN : R 2 : Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken

Nadere informatie

Bedankt voor uw vertrouwen in SUBESTA en tot ziens. Pagina 1 van 6

Bedankt voor uw vertrouwen in SUBESTA en tot ziens. Pagina 1 van 6 V E I L I G H E I D S I N F O R M A T I E B L A D 9 1 / 1 5 5 / C E E SUBESTA REINIGINGSPRODUCTEN 1. IDENTIFICATIE Product benaming: SUBESTA 25 Leverancier: SUBESTA Toby Verkerk 2406 GA ALPHEN AAN DEN

Nadere informatie

Wat betekent EU-GHS voor u?

Wat betekent EU-GHS voor u? Rijksoverheid Wat betekent EU-GHS voor u? Producenten van voorwerpen Als u explosieve stoffen of mengsels in voorwerpen verwerkt, moet u deze indelen, etiketteren en verpakken volgens de voorschriften

Nadere informatie

Stappenplan PGS 15: Richtlijn voor opslag verpakte gevaarlijke stoffen

Stappenplan PGS 15: Richtlijn voor opslag verpakte gevaarlijke stoffen Stappenplan PGS 15: Richtlijn voor opslag verpakte gevaarlijke stoffen Hieronder treft u een stappenplan aan waarmee u zelf aan de slag kunt gaan om te bepalen of u onder de werkingssfeer van de nieuwe

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 29 december 2009, nummer 14;

Gemeente Langedijk. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 29 december 2009, nummer 14; Gemeente Langedijk De raad van de gemeente Langedijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouder van 29 december 2009, nummer 14; gelet op artikel 10.23, eerste lid, van de Wet milieubeheer; b

Nadere informatie