Restschuld in Nederland: omvang en consequenties. Frans Schilder Johan Conijn

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Restschuld in Nederland: omvang en consequenties. Frans Schilder Johan Conijn"

Transcriptie

1 Restschuld in Nederland: omvang en consequenties Frans Schilder Johan Conijn Januari 2012

2 Hoofdpunten Ruim huishoudens hebben op dit moment een potentiële restschuld. Bij verkoop van de woning zal de resterende hypotheekschuld naar verwachting hoger zijn dan de verwachte opbrengst van de woning. Vooral jongere huishoudens en huishoudens die recent een woning hebben gekocht hebben een vergrote kans op een restschuld. De invloed van de restschuld op het verhuisgedrag van huishoudens wordt in belangrijke mate bepaald door de wijze waarop banken invulling geven aan de Gedragscode Hypothecaire Financieringen. Een verkennende steekproef onder financiële adviseurs toont aan dat banken nauwelijks bereid zijn de restschuld mee te financieren. Door de strikte hantering van de norm dat de hypotheek niet meer mag bedragen dan 106% van de waarde van de woning, is er sprake van een dubbel slot op de woningmarkt Huishoudens met een restschuld kunnen niet meer verhuizen, ook als er voldoende inkomen is om de hypotheek te betalen. De restschuld-problematiek in Nederland neemt bij verdere prijsdalingen zeer grote proporties aan. Het aantal huishoudens met een restschuld neemt met ruim 40% toe als de woningprijzen 10% dalen ten opzichte van het prijsniveau medio 2011.

3 Management summary Sinds de stagnatie en zelfs daling van de woningprijzen is het automatisch opbouwen van vermogen in de eigen woning geen vanzelfsprekendheid meer. Decennia lang konden huishoudens eenvoudig meer dan 100% van de waarde van de woning lenen in de wetenschap dat door waardestijging van de woning het probleem van een hoge financiering zich vanzelf oplost. Mede hierdoor is Nederland wereldkampioen hypotheken geworden: in geen enkel land is de hypotheeklast in verhouding tot het bruto binnenlands product zo hoog als in Nederland. Ondanks het feit dat veel huishoudens ten minste een deel van hun hypotheek kunnen aflossen met een kapitaalverzekering, neemt het aantal huishoudens toe waarvan de hypotheekschuld, zelfs na verrekening met de kapitaalverzekering, hoger is dan de waarde van de woning. De hypotheken van deze huishoudens staan onder water ; bij deze huishoudens is sprake van een potentiële restschuld. Het woord potentieel is hier een belangrijke toevoeging: zo lang het huishouden immers de hypotheeklasten blijft betalen en niet verhuisd, is er geen sprake van een acuut probleem. Het probleem van de potentiële restschuld wordt pas urgent op het moment dat het huishouden in betalingsproblemen komt, of wanneer het huishouden wil verhuizen. In dit rapport ligt de nadruk op de samenhang tussen de potentiële restschuld waar steeds meer huishoudens mee worden geconfronteerd enerzijds en de verhuismogelijkheden van deze huishoudens op de woningmarkt anderzijds. Dat het probleem van de potentiële restschuld groeit blijkt uit de veelvuldige aandacht die het onderwerp recentelijk krijgt in onder meer de landelijke pers. Door dalende woningwaarden raakt een steeds grotere groep huishoudens met hun hypotheek onder water. Medio 2011, zo blijkt uit berekeningen in dit rapport, worden maar liefst huishoudens geconfronteerd met een potentiële restschuld bij verkoop van hun woning. In bijna een kwart van deze gevallen is het negatieve verschil op dit moment nog beperkt: zo n huishoudens hebben een restschuld van maximaal ,-. Gemiddeld genomen heeft een huishouden, indien er sprake is van een potentiële restschuld, een restschuld van bijna ,-. Uit het onderzoek blijkt dat er een paar specifieke kenmerken zijn die het risico op een potentiële restschuld sterk doen toenemen. Met name leeftijd en de aankoopperiode van de woning zijn factoren die van grote invloed zijn op de kans op een restschuld. De resultaten uit het onderzoek laten duidelijk zien dat jonge huishoudens een veel grotere kans op een restschuld hebben dan oudere huishoudens. Ook valt er een zeer sterke toename van de kans op restschuld te zien bij huishoudens die hun huidige woning na 2000 hebben gekocht. De reden dat juist deze kenmerken zo sterk samenhangen met de restschuld is evident: jonge en recent verhuisde huishoudens hebben te kort in hun woning gewoond om kapitaal in de woning op te bouwen. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de woningprijsontwikkeling na 2000, en anderzijds door de beperkte tijd om kapitaal op te bouwen in de kapitaalverzekering. In het licht van deze bevindingen zijn de recente beleidsaanpassingen naar meer aflossing goed te begrijpen. De rem die sinds enige tijd op al te liberale kredietverstrekking is gezet is een goed middel om een mogelijke verdere toename van het restschuld-probleem te voorkomen. Het is echter de vraag of er op dit moment niet te hard en aan teveel remmen tegelijk wordt getrokken. In de huidige regels voor hypotheekverstrekking van de Gedragscode Hypothecaire Financiering zit een dubbel slot op de kredietverstrekking: een eis met betrekking tot een maximale verhouding tussen de lening en de waarde van de woning en een eis met betrekking tot een maximale verhouding tussen de lening en de hoogte van het inkomen. De hypotheek die verstrekt wordt mag niet meer bedragen dan 106% van de waarde van de woning en niet hoger zijn dan de op basis van NIBUD-tabellen bepaalde factor van gemiddeld 4,5 maal het inkomen. Hierop geldt een expliciete uitzondering: de restschuld bij verkoop van de woning mag boven op de 106% worden verstrekt. Banken maken van deze uitzondering in de praktijk echter nagenoeg geen gebruik. Het gevolg hiervan is dat huishoudens met een restschuld niet kunnen verhuizen, zelfs indien het huishouden op basis van de inkomensnormen de extra financiering prima kan dragen. Het gevolg hiervan is dat de doorstroming in de koopsector ernstig wordt belemmerd. Dit onderzoeksrapport wil nadrukkelijk geen pleidooi houden om de klok terug te draaien en weer op oude voet hypotheken te verstrekken. Meer nadruk op aflossing van de hypotheek is van groot belang voor de stabiliteit van de koopsector. Dit rapport biedt wel de basis voor een pleidooi om meer mogelijkheden te bieden de restschuld bij verhuizing naar een andere koopwoning mee te financieren. Bieden de inkomensgrenzen op basis van de NIBUD-tabellen niet voldoende zekerheid als er ook

4 aanvullende voorwaarden toegepast worden om de meegefinancierde restschuld versneld af te lossen? Immers, door de aanvullende voorwaarden voor aflossing zal binnen enige tijd vanzelf aan de maximale verhouding tussen de lening en de waarde van de woning worden voldaan. In ieder geval blijkt uit enkele scenario s dat kredietverstrekking op basis van een enkel slot een groot aantal huishoudens weer in staat wordt gesteld te verhuizen. Dit komt de doorstroming op de woningmarkt ten goede, hetgeen mogelijk bijdraagt aan een herstel in de koopsector. Gezien de sombere prognoses voor de prijsontwikkeling op de woningmarkt op korte termijn zal de groep huishoudens met een potentiële restschuld toenemen. Een verder daling van 4% ten opzichte van het prijsniveau van medio 2011 leidt al tot extra huishoudens met een potentiële restschuld. Meer nadruk op aflossing, zoals al in de nieuwe Gedragscode is vastgelegd, zal in de toekomst bijdragen aan een verminderde toename van het aantal huishoudens met een restschuld. Op de korte termijn, echter, zijn aanvullende maatregelen nodig om de stagnatie van verhuizingen, zoals die al enige tijd zichtbaar is op de woningmarkt, een halt toe te roepen. Een heroverweging van de wijze waarop de restschuld eventueel meegefinancierd kan worden bij een verhuizing kan hierbij een belangrijke rol spelen.

5 Inhoudsopgave 1. Restschuld in Nederland Inleiding Eerdere publicaties Analyse restschuld: opzet Opzet en verantwoording van het onderzoek De waarde van de woning Omvang van de hypothecaire schuld Waarde van de kapitaalverzekering Selecties voor analyses Restschuld in Nederland: beschrijving en analyse Inleiding Beschrijving van de restschuld Aantal huishoudens en gemiddelde omvang Regionale spreiding van de restschuld Restschuld naar leeftijdscategorie Restschuld naar inkomenscategorie Recente verhuizing en restschuld Restschuld naar aankoopperiode Analyse van de restschuld De restschuld verklaard: wat bepaalt de kans op restschuld? De omvang van de restschuld Conclusie Restschuld in Nederland: gevolgen Restschuld in het licht van GHF en NHG Enquête Resultaten enquête Dubbel slot: wisselwerking tussen voorwaarden voor kredietverstrekking De rol van de kapitaalverzekering Het grensgebied van de belasting What if: ontwikkeling van de restschuld bij verdere prijsdalingen Toename aantal huishoudens met restschuld Toename gemiddelde restschuld Conclusie Literatuur Bijlagen Bijlage 1: Berekening componenten restschuld Bijlage 2: Prijsontwikkeling in Nederland Bijlage 3: Vragenlijst... 39

6 1. Restschuld in Nederland 1.1 Inleiding Wanneer huishoudens via internet zoeken naar financieringsmogelijkheden voor een eventuele nieuwe woning kunnen zij vaak op basis van enkele kengetallen hun maximale lening laten schatten. Hierbij wordt uiteraard naar het inkomen van het huishouden gevraagd. Één van de andere kengetallen die gevraagd wordt is de overwaarde op de huidige woning. De afgelopen decennia hebben veel eigenaar-bewoners de waarde van de woning tijdens de bewoningsduur zien toenemen. Hierdoor ontstond een extra spaarpotje dat vervolgens ingezet kon worden bij, bijvoorbeeld, de volgende stap op de woningmarkt. Het ontstaan van overwaarde is nagenoeg een vanzelfsprekendheid geworden op de Nederlandse woningmarkt. Hierin is sinds enkele jaren duidelijk verandering gekomen. Door de stagnatie van de prijsontwikkeling op de woningmarkt en tegenvallende macro-economische ontwikkelingen staat de woningmarkt onder druk. Prijzen dalen zelfs al enkele jaren; een fenomeen dat sinds halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw niet meer is waargenomen. Met name voor huishoudens die na de millenniumwisseling voor het eerst een woning hebben gekocht is de ontwikkeling op de woningmarkt potentieel problematisch. Dit betreft dus voornamelijk jonge huishoudens. Weinig of geen ingebracht eigen vermogen, gecombineerd met dalende prijzen en aflossingsvrije hypotheekvormen, drukken de vermogensposities van deze huishoudens. In eerdere studies is aangetoond dat inderdaad recente starters grote risico s lopen om bij verkoop van de woning met een restschuld te blijven zitten. De omvang van deze restschuld, en de gevolgen ervan voor de doorstroming, zijn nog weinig belicht. In dit rapport staat de omvang van de potentiële restschuld centraal; dat wil zeggen, de schuld waarmee een huishouden zou blijven zitten indien alle aan de woning gebonden vermogens zouden worden geliquideerd. Hierbij belichten wij met name de gevolgen van een eventuele restschuld voor de verhuismogelijkheden van huishoudens. De centrale probleemstelling van dit rapport luidt: Hoe beïnvloedt de potentiële restschuld van huishoudens de doorstroming op de Nederlandse koopwoningmarkt? Het rapport is als volgt opgebouwd: eerst wordt een korte beschouwing gegeven op recente publicaties. Daarna wordt een korte beschrijving gegeven van de wijze waarop restschuld in dit onderzoek is geoperationaliseerd. Na de beschrijving van de opzet van het onderzoek volgt een beschrijvende analyse van de restschuld in Nederland en de factoren die daartoe bijdragen. In hoofdstuk 4 wordt een analyse gepresenteerd van de wijze waarop de gevonden resultaten invloed hebben op het functioneren van de woningmarkt. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de mobiliteit in de koopsector. 1.2 Eerdere publicaties Dit rapport is niet het eerste onderzoek naar restschuld in Nederland. Sinds de huizenmarkt is gestagneerd, zo rond het jaar 2007, is de mogelijkheid van dalende huizenprijzen nadrukkelijker in de belangstelling van woningmarktonderzoekers komen staan. Immers, vanaf ongeveer het jaar 1985 waren de huizenprijzen onafgebroken gestegen. Het opbouwen van eigen vermogen in de woning was een vanzelfsprekendheid geworden. De combinatie van voornamelijk aflossingsvrije hypotheekvormen en stagnerende en zelfs dalende huizenprijzen maakt dat het opbouwen van overwaarde geen uitgemaakte zaak meer is. De mogelijkheid bestaat dat huishoudens bij de verkoop van hun woning geconfronteerd worden met een negatieve overwaarde: een restschuld. Voordat besproken kan worden hoe restschuld het functioneren van de woningmarkt beïnvloedt is het van belang dat duidelijk is wat precies onder restschuld wordt verstaan. Ook dient duidelijk te zijn hoe we restschuld in dit onderzoek exact operationaliseren. 1

7 De artikelen van Brosens (2009) en Van Middelkoop (2010, 2011) hebben voornamelijk betrekking op het in kaart brengen van hypotheekrisico s en groepen huishoudens die daar het meest aan blootgesteld zijn. Beide auteurs nemen het WoON-databestand als uitgangspunt en merken op dat opgebouwd vermogen in bijvoorbeeld kapitaalverzekeringen niet bekend zijn. Van Middelkoop baseert zich op het databestand uit 2009, Brosens op dat uit De restschuld gepresenteerd in deze artikelen heeft dan ook primair betrekking op het verschil tussen de marktwaarde van de woning en de openstaande hypotheek primo 2006 respectievelijk Ras e.a. (2010) baseren zich op het WoONdatabestand uit Bij hen wordt het eigen vermogen, verminderd met een bedrag van , verrekend met de restschuld. Ons onderzoek bouwt voort op deze onderzoeken, maar gaat uit van iets afwijkende aannamen, die we in de volgende paragraaf behandelen. In de resultaten is er sterke consensus tussen de verschillende onderzoeken: recent verhuisde huishoudens en jongere huishoudens hebben hogere hypotheekrisico s. Daarnaast bestaan er regionale verschillen in de hypotheekrisico s van huishoudens. Alle resultaten uit de genoemde literatuur zijn in lijn met verwachtingen en bevatten in die zin nauwelijks verrassingen. Ook dit onderzoek zal leiden tot vergelijkbare conclusies. Dit onderzoek is dan ook niet zozeer bedoeld om een nieuw of onderbelicht fenomeen te beschrijven, maar om een actualisatie te geven van de genoemde literatuur naar de situatie medio Hiertoe maken we een aantal berekeningen en schattingen, die in de volgende paragraaf behandeld worden. 2

8 2. Analyse restschuld: opzet 2.1 Opzet en verantwoording van het onderzoek Zoals gesteld geven we in dit rapport een inschatting van de restschuld medio We gebruiken hiervoor WoON We moeten dus de componenten waaruit restschuld is opgebouwd doorrekenen naar medio Dat doen we aan de hand van verschillende aanvullende data en aannamen. In de eerder genoemde literatuur is de restschuld meestal berekend als het verschil tussen de woningwaarde en de hypotheekschuld, waarbij de kanttekening wordt gemaakt dat opgebouwd vermogen in kaptiaalverzekeringsproducten niet meegenomen kan worden. Van Middelkoop (2010) geeft dan ook aan dat haar schattingen een overschatting van de problemen weergeeft. Ras e.a. (2010) maken daarbij de opmerking dat overige schulden niet meegenomen kunnen worden en hun schattingen wellicht een onderschatting geven van de werkelijke problematiek. Verder neemt Ras e.a. (2010) huishoudens met NHG niet mee bij de huishoudens met een problematische restschuld. De gedachte achter deze aanname is dat deze huishoudens, onder voorwaarden, gecompenseerd worden voor een eventuele restschuld. Wij laten de NHG echter buiten beschouwing. De voorwaarden om de restschuld kwijtgescholden te krijgen zijn immers streng; een huishouden kan immers geen aanspraak op de garantie doen als er geen sprake is van insolvabiliteit. Zolang een huishouden de hypotheeklasten kan betalen, kan het geen aanspraak maken op de NHG. Huishoudens die dus wel een verhuiswens hebben, maar niet werkloos zijn geraakt, in scheiding liggen of anderszins in problemen zijn geraakt hebben derhalve, ondanks de verzekering, wel een restschuld bij verkoop van de woning. Voor de analyse van de invloed van de restschuld op de mobiliteit op de woningmarkt moet de NHG dus buiten beschouwing worden gelaten. We nemen de restschuld van een huishouden daarom mee in onze analyse, ongeacht of dat huishouden wel of geen NHG heeft. Wij definiëren de restschuld van een huishouden, in lijn met Brosens en Van Middelkoop, als alle schuld die overblijft na verkoop van de woning (tegen marktwaarde), aflossing van de hypotheek met de opbrengst uit de verkoop en opgebouwd vermogen. We laten box 3-vermogen (in WoON 2009 beschikbaar indien boven de vrijstellingsnorm) en overige schulden (in WoOn 2009 niet beschikbaar) nadrukkelijk buiten beschouwing in ons onderzoek. Dit onderzoek is gericht op alle schulden en vermogens direct gebonden aan de eigen woning. Wij maken daarbij expliciet de aanname dat huishoudens ook de kapitaalverzekering liquideren. Huishoudens met een restschuld doen er in onze analyse op deze wijze alles aan om de restschuld tot een minimum te beperken. We hebben in onze definitie van de restschuld drie componenten die de omvang bepalen: de waarde van de woning, de omvang van de hypothecaire schuld en de waarde van het opgebouwde vermogen. De eerste twee componenten, de waarde van de woning en de omvang van de hypothecaire schuld, zijn gegevens die in het databestand zitten. De derde component, het opgebouwde vermogen, is onbekend. Op basis van enkele aannamen kan voor alle drie componenten een waarde afgeleid worden voor medio Een nauwkeurige beschrijving kan gevonden worden in de bijlage van dit rapport. In deze paragraaf geven we een beschrijving op hoofdpunten De waarde van de woning De eerste component waaruit de restschuld volgt is de waarde van de woning. Indien de waarde van de woning gestegen is sinds de aankoop, neemt de kans op restschuld bij verkoop af. Echter, bij waardedalingen kan er, met name bij aflossingsvrije hypotheken, sprake zijn van een toenemend risico op een restschuld bij verkoop. De waarde van woningen in Nederland is de afgelopen jaren voor het eerst in decennia gedaald. Wij baseren ons in dit onderzoek op de gegevens van de NVM. We hebben per NVM-regio en per woningtype de prijsontwikkeling over de periode primo 2009 medio 3

9 2011 door de NVM aangeleverd gekregen. De prijsontwikkelingen zoals die gebruikt worden in dit rapport zijn als bijlage bij dit rapport meegeleverd. Door de WOZ-waarden in het databestand aan te passen met deze prijsontwikkelingen berekenen we de verwachte marktwaarde van de woning medio Tabel 2.1 geeft een weergave van de landelijke cijfers. Regionale specificaties zijn in de bijlagen bij dit rapport te vinden. Tabel 2.1: Landelijke prijsontwikkeling primo 2009 medio 2011 naar woningtype Type woning Prijsontwikkeling Tussenwoning -4,4% Hoekwoning -4,0% 2 onder 1 kap-woning -4,6% Vrijstaande woning -4,4% Appartement -0,9% Totaal -3,3% Bron: NVM De prijsdaling in Nederland valt mee; gemiddeld zijn de woningprijzen in de periode primo 2009 medio 2011 ruim 3% gedaald. Een belangrijk deel van de prijsdaling die in andere bronnen wordt genoemd is door de NVM reeds eind 2008 waargenomen. Hierbij dient echter aangetekend te worden dat de verschillen regionaal groot zijn. Details kunnen, zoals vermeld, in de bijlage gevonden worden. Door de grote regionale spreiding in de prijsontwikkeling kan derhalve, in lijn met de resultaten van Van Middelkoop (2010, 2011) een duidelijk regionaal patroon van hypotheekrisico s ontstaan. Een starter in een van de gebieden met een grote prijsdaling heeft een aanmerkelijk grotere kans op een restschuld dan een vergelijkbare starter in een gebied waar de prijzen minder zijn gedaald. Regionale verschillen in onder meer bevolkingssamenstelling kunnen de kans op een restschuld verder versterken, of juist wat afzwakken Omvang van de hypothecaire schuld De hoogte van de hypotheekschuld ultimo 2008 is beschikbaar in het databestand. Voor aflossingsvrije hypotheken geldt eenvoudigweg dat de hypotheekschuld gelijk blijft. Bij hypotheken waar wel op wordt afgelost, moet de schuld medio 2011 berekend worden. Afhankelijk van de samenstelling van de hypotheekportefeuille is het in meer of mindere mate mogelijk om een berekening/schatting te maken van de hypotheekschuld medio In het databestand zit namelijk een variabele waarmee het bedrag kan worden berekend dat huishoudens niet aan hypotheekrente betalen. Dat bedrag omvat echter zowel aflossing als eventuele inleg in spaar- en beleggingsproducten. Indien beide hypotheekvormen voorkomen gaan we ervan uit dat de helft van dat bedrag wordt gebruikt voor aflossing en de helft wordt gebruikt in de kapitaalverzekering. Zoals genoemd is niet alleen de waarde van de hypotheek van belang, maar speelt ook het type hypotheek een belangrijke rol in de omvang van de restschuld. Immers, aflossingsvrije hypotheken leiden, door het ontwerp van het product, eerder tot een restschuld dan een lineaire of een annuïtaire hypotheek. Het is in veel onderzoeken, waaronder de eerder genoemde artikelen, aangehaald dat de aflossingsvrije hypotheek, al dan niet in combinatie met een kapitaalverzekering, de populairste hypotheekvorm is. Figuur 2.1 vat de omvang van de hypotheekschuld samen naar type hypotheek: 4

10 Figuur 2.1: Uitstaande schuld en nieuwe hypotheken naar hypotheekvorm Bron: De Nederlandsche Bank, Overzicht Financiële Stabiliteit in Nederland (2011) Een groot deel van de uitstaande hypotheken is aflossingsvrij zonder vermogensopbouw. Vaak hebben huishoudens niet een volledig aflossingsvrije hypotheek, maar een combinatie van gedeeltelijk aflossingsvrij en gedeeltelijk een aflossende hypotheek of een hypotheek waarbij de aflossing via vermogensopbouw wordt geregeld. De populariteit van traditionele lineaire en annuïtaire hypotheken is buitengewoon laag, zowel in het verleden als in de nieuwe verkoop in Ook is al in 2010 zichtbaar dat de volledig aflossingsvrije hypotheek minder populair aan het worden is, mogelijk als gevolg van de stagnerende woningmarkt. Enkele indicatoren voor hypotheekrisico s zijn een hoge loan-to-value ratio (LTV) en een hoge loan-toincome ratio (LTI); ofwel een relatief hoge lening ten opzichte van de waarde van de woning en een hoge lening ten opzichte van het inkomen. Deze indicatoren geven weliswaar een idee voor de gelopen risico s, maar geven door de definitie van deze indicatoren een onvolledig beeld van de situatie in Nederland. Immers, in beide ratio s wordt geen rekening gehouden met opgebouwd vermogen in kapitaalverzekeringen. Niettemin zijn het interessante indicatoren om de verschillen tussen bepaalde groepen huishoudens in kaart te brengen. We vatten daarom in Tabel 2.2 de gemiddelde waarden voor beide indicatoren samen naar leeftijdscategorie. Tabel 2.2: LTV en LTI naar leeftijdscategorie Leeftijd LTV LTI T/m 25 jaar 100% 5,70 26 t/m 35 jaar 96% 5,09 36 t/m 45 jaar 75% 4,28 46 t/m 60 jaar 51% 3,01 Ouder dan 60 jaar 23% 1,85 Overall 57% 3,35 Bron: WoON 2009, eigen berekening Zoals verwacht mag worden, is de gemiddelde LTV hoog bij jonge huishoudens; de huishoudens die nog geen of weinig eigen vermogen in de woning hebben opgebouwd. Tegelijkertijd hebben de jongere huishoudens ten opzichte van het inkomen ook een hoge lening. Het zijn dus, op basis van deze statistieken, voornamelijk de jongere huishoudens die, door relatief hoge leningen, een groot risico lopen op een restschuld bij verkoop van de woning. 5

11 2.1.3 Waarde van de kapitaalverzekering Veel huishoudens beperken het hypotheekrisico door de hypotheek te koppelen aan spaar- en beleggingsproducten. Huishoudens sparen of beleggen maandelijks een (klein) bedrag dat aan het einde van de looptijd van de hypotheek als aflossing moet dienen. Onder voorwaarden kan de kapitaalverzekering ook (fiscaal aantrekkelijk) gebruikt worden als tussentijdse aflossing van de hypotheek. De omvang van de kapitaalverzekering is door ons berekend, waardoor in dit rapport in de analyse van hypotheekrisico s een inschatting gedaan kan worden van de restschuld inclusief de waarde van het opgebouwde vermogen. De schatting van de waarde van de kapitaalverzekering gebeurt op basis van het bedrag dat huishoudens maandelijks uitgeven aan hypotheeklasten anders dan rente. Hierbij maken we gebruik van een lange termijn rente als rentevoet voor het rendement en de resterende looptijd van de hypotheek om te schatten hoe lang het huishouden al vermogen opbouwt. We houden hierbij geen rekening met de samenstelling van de kapitaalverzekering. In Tabel 2.3 geven we de gehanteerde rendementen weer (waarbij we in de berekeningen 0,5 procentpunt risico-opslag hanteren): Tabel 2.3: Lange termijn rente Nederlandse staatsobligaties Jaar Rente Jaar Rente Jaar Rente Bron: CBS (<1993), ECB(>=1993) De gegevens in Tabel 2.3 schetsen een beeld dat voornamelijk de recent verhuisde huishoudens, met nieuwe kapitaalverzekeringen, lage rendementen realiseren op hun inleg. In de eerste helft van het afgelopen decennium worden deze lage rendementen nog gecompenseerd door stijgende woningprijzen. Sinds de stagnatie van de woningmarkt is het rendement op de beleggingen relatief laag. Hierdoor vormt met name de groep recent verhuisde huishoudens een risicogroep voor restschuld: de periode waarover de inleg gerendeerd heeft is te kort om serieus vermogen op te bouwen en het gerealiseerde rendement is laag. Het is niet a priori duidelijk welke huishoudens een hoger opgebouwd vermogen in kapitaalverzekeringen hebben. Immers, de omvang van het opgebouwd vermogen is afhankelijk van de maandelijkse inleg en de looptijd van de kapitaalverzekering. Doordat wij geen gegevens hebben over de samenstelling van de portfolio in de kapitaalverzekering is het rendement voor ieder huishouden in een gegeven jaar gelijk. In werkelijkheid verschilt dat natuurlijk sterk naar gelang de risicopreferenties van de huishoudens. Onze resultaten kunnen, afhankelijk van de werkelijke rendementen en portfolio-samenstelling van het onderliggende product, zowel een over- als een onderschatting van het rendement geven. Door de gekozen rentevoet en kleine risico-opslag is onze inschatting, in ieder geval voor de langere termijn, eerder aan de conservatieve kant; over het geheel zullen we dus waarschijnlijker een onderschatting van het opgebouwde rendement geven. 6

12 2.1.4 Selecties voor analyses Voor de analyses in dit rapport is een aantal criteria opgesteld om onwaarschijnlijke gegevens de resultaten niet teveel te laten beïnvloeden. We selecteren alleen eigenaar-bewoners die in een zelfstandige woning wonen, in een normale een- of meergezinswoning wonen, in een woning wonen waarvan de waarde tussen en ligt, een jaarlijks besteedbaar inkomen hebben van minimaal en waarvan de huidige hypotheek niet meer dan 150% van de waarde van de woning bedraagt. 7

13 3. Restschuld in Nederland: beschrijving en analyse In deze paragraaf volgt een beschrijving van de restschuld in Nederland. We beperken ons in deze paragraaf tot een weergave van de omvang van de restschuld op twee dimensies: het aantal huishoudens dat geconfronteerd wordt met een potentiële restschuld en de omvang van de potentiële restschuld. 3.1 Inleiding De restschuld is de resultante van de eerder beschreven componenten: de waarde van de woning, de omvang van de hypotheekschuld en de waarde van de kapitaalverzekering. In deze paragraaf beschrijven wij de restschuld van huishoudens. We gaan hierbij (nog) niet in op de vraag in welke mate de gepresenteerde cijfers reden zijn tot aandacht: vragen als de mate waarin de restschuld problematisch is worden in het volgende hoofdstuk behandeld. Tevens dient opgemerkt te worden dat het een potentiële restschuld betreft bij verkoop van de woning. Wij richten ons in de omschrijving van de restschuld op de volgende punten: Hoeveel huishoudens hebben potentieel een restschuld? Hoe verschilt de restschuld per regio? Hoe verschilt het aantal huishoudens met potentiële restschuld per regio? Hoe verschilt de restschuld naar leeftijdscategorie? Hoe verschilt de restschuld naar inkomenscategorie? Hoe verschilt de restschuld naar starters en doorstromers? Hoe verschilt de restschuld naar periode van aankoop huidige woning? 3.2 Beschrijving van de restschuld In de komende sub-paragrafen wordt in volgorde van bovenstaande deelvragen de omvang van de restschuld-problematiek in Nederland in kaart gebracht. Zoals gesteld wordt in latere hoofdstukken de potentiële restschuld verder geanalyseerd in smaenhang met diverse verklarende factoren. Ook de implicaties van de gevonden resultaten volgen in de volgende hoofdstukken Aantal huishoudens en gemiddelde omvang In Nederland heeft bijna 15% van de eigenaar-bewoners een potentiële restschuld: het gaat hierbij om ruim een half miljoen huishoudens. Doordat ruim 3 miljoen huishoudens geen restschuld hebben is, gemiddeld genomen, het probleem zeer beperkt. Ook rekening houdend met huishoudens zonder restschuld, is de restschuld gemiddeld ongeveer De huishoudens die wel een restschuld hebben worden echter met aanzienlijk hogere bedragen geconfronteerd. De spreiding in de restschuld is bovendien aanzienlijk; in Tabel 3.1 vatten we de berekende restschuld samen in 5 categorieën: Tabel 3.1: Aantal huishoudens met een restschuld, medio 2011 Restschuld ( ) Aantal (absoluut) Gemiddelde restschuld ( ) Geen restschuld < < < >= Overall Bron: WoON 2009, eigen berekening 8

14 Voor iets minder dan een kwart van de huishoudens met een restschuld geldt dat de omvang ervan beperkt is: gemiddeld iets meer dan Een groot aantal huishoudens, bijna , heeft echter bij verkoop van de woning meer dan restschuld Regionale spreiding van de restschuld In lijn met de eerdere publicaties vinden we duidelijke regionale verschillen in de restschulden. De resultaten zijn samengevat in Figuren 3.1a en 3.1b. Zowel het aantal huishoudens met een restschuld als de hoogte van de restschuld is sterk regionaal gedifferentieerd. Met name in de periferie van Nederland vinden we relatief lage restschulden. In het relatieve aantal huishoudens met restschulden is niet een dergelijk duidelijk patroon zichtbaar. 9

15 Groot-Rijnmond Overig Zeeland West-Noord-Brabant Midden-Noord-Brabant Noordoost-Noord-Brabant Zuidoost-Noord-Brabant Noord-Limburg Midden-Limburg Zuid-Limburg Flevoland Zeeuwsch-Vlaanderen Zuidoost-Zuid-Holland Oost-Zuid-Holland Figuur 3.1a: Regionale spreiding restschuld, medio 2011 Aantal huishoudens met restschuld (relatief) 0,3 0,25 0,2 0,15 0,1 0,05 Oost-Groningen Delfzijl en omgeving Overig Groningen Noord-Friesland Zuidwest-Friesland Zuidoost-Friesland Noord-Drenthe Zuidoost-Drenthe Zuidwest-Drenthe Noord-Overijssel Zuidwest-Overijssel Twente Veluwe Achterhoek Arnhem/Nijmegen Zuidwest-Gelderland Utrecht Kop van Noord-Holland Alkmaar en omgeving IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot-Amsterdam Het Gooi en Vechtstreek Agglomeratie Leiden en Bollenstre Agglomeratie s-gravenhage Delft en Westland 0 Bron: WoON 2009, eigen berekening.

16 Groot-Rijnmond Overig Zeeland West-Noord-Brabant Midden-Noord-Brabant Noordoost-Noord-Brabant Zuidoost-Noord-Brabant Noord-Limburg Midden-Limburg Zuid-Limburg Flevoland Zeeuwsch-Vlaanderen Zuidoost-Zuid-Holland Oost-Zuid-Holland Delft en Westland Agglomeratie s-gravenhage Agglomeratie Leiden en Bollenstre Figuur 3.1b: Regionale spreiding restschuld, medio 2011 N.b. Gemiddelde restschuld is berekend o.b.v. huishoudens die een restschuld hebben Mediane restschuld ( ) Oost-Groningen Delfzijl en omgeving Overig Groningen Noord-Friesland Zuidwest-Friesland Zuidoost-Friesland Noord-Drenthe Zuidoost-Drenthe Zuidwest-Drenthe Noord-Overijssel Zuidwest-Overijssel Twente Veluwe Achterhoek Arnhem/Nijmegen Zuidwest-Gelderland Utrecht Kop van Noord-Holland Alkmaar en omgeving IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot-Amsterdam 0 Het Gooi en Vechtstreek Bron: WoON 2009, eigen berekening.

17 3.2.3 Restschuld naar leeftijdscategorie In de beschrijving van de hypotheek als component van de restschuld hebben we gezien dat jongere huishoudens aanmerkelijk hogere LTV s en LTI s hadden dan oudere huishoudens. Voor de verdeling van de restschuld werkt dit uit in een groter aandeel huishoudens dat een restschuld heeft. Echter, indien er sprake is van een restschuld, is de gemiddelde omvang ervan gemiddeld genomen niet erg verschillend. Deze resultaten zijn terug te vinden in Tabel 3.2. Tabel 3.2: Restschuld naar leeftijdscategorie, medio 2011 N.b. Gemiddelde restschuld is berekend o.b.v. huishoudens die een restschuld hebben. Leeftijd Aantal (absoluut) Aantal (relatief) Gemiddelde restschuld ( ) T/m 25 jaar % t/m 35 jaar % t/m 45 jaar % t/m 60 jaar % Ouder dan 60 jaar % Overall % Bron: WoON 2009, eigen berekening. Hoogte restschuld is gemiddelde van alleen huishoudens met restschuld. Ruim de helft van de huishoudens tot en met 25 jaar, en meer dan een op drie huishoudens tussen 25 en 35 jaar heeft een restschuld. De omvang van de restschuld is ongeveer De kans dat een ouder huishouden een restschuld heeft is aanmerkelijk kleiner. Echter, indien er sprake is van een restschuld, geldt voor deze huishoudens dat de omvang ervan rond de ligt Restschuld naar inkomenscategorie Restschulden komen relatief veel voor bij de middeninkomens. De omvang van de restschuld is echter het grootst bij de hoge inkomensgroepen. Bij de huishoudens in de hoogste inkomensdecielen is wellicht van belang dat (een deel van) het beschikbare vermogen niet is gebruikt voor de financiering van de woning om daarmee een belastingvoordeel te behalen. In het onderste inkomensdeciel is het aantal huishoudens met een restschuld het laagst; dit is waarschijnlijk het gevolg van het grote aantal oudere huishoudens (gepensioneerden) in deze groep die hun woningen vaak afbetaald hebben. Tabel 3.3: Restschuld naar inkomensdeciel, medio 2011 N.b. Gemiddelde restschuld is berekend o.b.v. huishoudens die een restschuld hebben. Inkomensdeciel Aantal (absoluut) Aantal (relatief) Gemiddelde restschuld ( ) % % % % % % % % % % Overall % Bron: WoON 2009, eigen berekening. Hoogte restschuld is gemiddelde van alleen huishoudens met restschuld. 12

18 3.2.5 Recente verhuizing en restschuld Restschuld lijkt vooral een probleem te zijn voor recent verhuisde huishoudens. Binnen de groep recent verhuisde huishoudens zijn de starters, in ieder geval in theorie, het meest kwestbaar vanwege het ontbreken van reeds opgebouwd eigen vermogen (althans in de woning; starters zouden natuurlijk vermogen in andere beleggingen kunnen hebben opgebouwd om daar de aankoop van de woning (deels) mee te financieren). De restschuld van starters en doorstromers die twee jaar voorafgaand aan het WoON-onderzoek verhuisd zijn, is samengevat in Tabel 3.4. Tabel 3.4: Restschuld naar recente woningmarkthandeling, medio 2011 N.b. Gemiddelde restschuld is berekend o.b.v. huishoudens die een restschuld hebben. Recente verhuizing Aantal (absoluut) Aantal (relatief) Gemiddelde restschuld ( ) Starter % Doorstromer % Overall (verhuisd) % Bron: WoON 2009, eigen berekening. Hoogte restschuld is gemiddelde van alleen huishoudens met restschuld. De resultaten in Tabel 3.4 bevestigen de vermoedens: starters hebben een grotere kans op restschuld dan doorstromers. Ten opzichte van de gehele populatie van eigenaar-bewoners hebben verhuizers in het algemeen sowieso een grote kans op restschuld. Dit wordt veroorzaakt doordat bij een verhuizing doorgaans een stap omhoog wordt gezet op de huizenladder. Men gaat duurder wonen. Hierdoor wordt het aandeel vreemd vermogen in de woning groter, waardoor het risico op restschuld toeneemt. Mede doordat doorstromers al een stap op de woningladder hebben gezet kan het verklaard worden dat de gemiddelde restschuld bij doorstromers groter uitpakt dan bij starters: zij wonen veelal in duurdere woningen Restschuld naar aankoopperiode Op basis van de resultaten uit Tabel 3.4 mag verwacht worden dat huishoudens die langer in hun woning wonen een kleinere kans op een restschuld hebben dan huishoudens die korter in hun huidige woning wonen. Andere factoren, zoals de hypotheekvorm, tussentijdse onttrekkingen van eigen vermogen en het rendement op de investeringen, spelen ook een rol. De relatie tussen de aankoopperiode van de woning en de restschuld wordt samengevat in Tabel 3.5. Tabel 3.5: Restschuld naar aankoopperiode, medio 2011 N.b. Gemiddelde restschuld is berekend o.b.v. huishoudens die een restschuld hebben. Aankoopperiode Aantal (absoluut) Aantal (relatief) Gemiddelde restschuld ( ) T/m % t/m % t/m % t/m % t/m % e.v % Overall % Bron: WoON 2009, eigen berekening. Hoogte restschuld is gemiddelde van alleen huishoudens met restschuld. Opvallend is ook in Tabel 3.5 dat voor de hoogte van de restschuld het niet uitmaakt hoe lang een huishouden in zijn woning woont. De bewoningsduur (ofwel aankoopperiode) is wel zeer sterk van invloed op de kans dat een huishouden een restschuld heeft. Bijna 40% van de huishoudens die sinds 2006 in hun huidige woning wonen heeft een restschuld. Huishoudens die na de enorme prijsstijging aan het eind van de vorige eeuw een woning hebben gekocht hebben alsnog ruim 20% kans om een restschuld te hebben. 13

19 3.3 Analyse van de restschuld In dit hoofdstuk worden enkele analyses gepresenteerd aan de hand van de eerder beschreven dataset. De basis van dit databestand is het micro-databestand WoON Ter bepaling van de restschuld is een aantal berekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen, alsmede de onderliggende aannamen, staan beschreven in het vorige rapport Restschuld in Nederland. In de volgende analyses gaan we uit van de data gegenereerd op basis van de beschreven berekeningen en aannamen uit het vorige rapport. Dit houdt onder meer in dat wij ervan uitgaan dat de kapitaalverzekering geliquideerd wordt ter minimalisatie van de restschuld. Hierop gaan we later in dit hoofdstuk nog in; eerst bestuderen we restschuld in Nederland in iets meer detail. We eindigen dit hoofdstuk met een bespreking van de spanning tussen de Gedragscode Hypothecaire Financieringen en de NHG De restschuld verklaard: wat bepaalt de kans op restschuld? Tot dusverre is de restschuld telkens in verklarende tabellen getoond: wat is de invloed van inkomen op de restschuld? Wat is de invloed van de verhuisperiode op de restschuld? Veel van deze variabelen hangen echter samen; het is daarom interessant om te zien hoe groot de invloed van deze variabelen is als we ze in isolatie bestuderen. De twee bovenstaande vragen worden dan: Wat is de invloed van het inkomen op de restschuld als we de invloed van de verhuisperiode constant houden?. We doen dit zowel voor de kans op restschuld als voor de hoeveelheid restschuld. Om te verklaren wat nu de kans bepaalt dat een huishouden een restschuld heeft, ongeacht de omvang ervan, schatten we een logit-model. Dit is een regressie-model waarbij de afhankelijke variabele een dummy variabele is: een variabele met de waarde 1 of 0. Het huishouden heeft een restschuld ja of nee in dit geval. Door gebruik te maken van een regressie-model wordt de invloed van iedere afzonderlijke variabele duidelijk. In Tabel 3.6 worden de resultaten van het geschatte regressie-model weergegeven: Tabel 3.6: Verklaring van de kans op een restschuld Restschuld (1/0) Coëfficiënt Std. Error p-waarde mfx Bruto huishoudensinkomen 2,090 0,061 0,000 0,069 Leeftijd hoofd huishouden -2,566 0,112 0,000-0,084 Bewoningsduur -0,183 0,042 0,000-0,006 Loan-to-income ratio 2,857 0,060 0,000 0,094 Aflossingsvrije hypotheek (1/0) -0,470 0,111 0,000-0,019 Type inkomen Eigen baas -0,648 0,068 0,000-0,017 Pensioen 0,029 0,109 0,792 0,001 Sociale zekerheid 0,063 0,160 0,694 0,002 Opleidingsniveau (ref. laag) Middel -0,491 0,096 0,000-0,016 Hoog -0,939 0,099 0,000-0,031 Stedelijkheid Sterk stedelijk 0,085 0,062 0,173 0,003 Matig stedelijk -0,329 0,065 0,000-0,010 Weinig stedelijk -0,441 0,077 0,000-0,013 Niet stedelijk -0,221 0,088 0,012-0,007 Verhuisd (1/0) 0,306 0,080 0,000 0,011 Pseudo R-kwadraat 0,368 N

20 Bron: WoON 2009, eigen berekening De regressie is geschat op een steekproef van observaties. De pseudo-r-kwadraat is te interpreteren als een goodness-of-fit maat, zoals de R-kwadraat in lineaire regressies. De Pseudo R- kwadraat is 37%; dit is een redelijke fit; duidelijk is echter wel dat we met flink wat onzekerheid kunnen voorspellen hoeveel kans een huishouden heeft op een restschuld. Opvallend is dat er een positief verband blijkt te bestaan tussen de kans op een restschuld en het bruto huishoudinkomen. De invloed van huishoudinkomen op de kans op een restschuld is daarbij zeer beperkt; dit blijkt ook uit Figuur 3.2a waarin de voorspelde kans met slechts een paar procentpunten varieert. Hier is dus weliswaar sprake van een statistisch significant effect, maar niet van een economisch significant effect. Uit de regressie-analyse blijkt tevens dat restschuld vaker voorkomt in de stedelijke gebieden. Huishoudens in landelijke gebieden hebben een statistisch significant kleinere kans op een restschuld dan huishoudens in stedelijke gebieden. De belangrijkste voorspellers voor de kans op restschuld blijken de leeftijd en de bewoningsduur te zijn. Voor iedere individuele waarneming in de data is een voorspelling gedaan voor de kans op een restschuld. Deze voorspelling geeft de kans weer dat een huishouden een restschuld overhoudt bij een verhuizing: het gaat hier om de voorspelling van de kans op een potentiële restschuld. Figuren 3.2a tot en met 3.2c geven deze voorspelde kans op restschuld bij verhuizing grafisch weer: in deze figuren wordt de gemiddelde voorspelde kans op restschuld per groep weergegeven. Voor het inkomen, dat weliswaar een statistisch significant effect heeft, varieert de voorspelde kans slechts enkele procentpunten. Wanneer echter gekeken wordt naar groepen huishoudens die variëren op basis van de leeftijd van het hoofd van het huishouden of de bewoningsduur varieert de voorspelde kans tientallen procentpunten. Figuur 3.2a: Voorspelde kans op restschuld naar inkomensdeciel, medio 2011 Bron: WoON 2009, eigen berekening Figuur 3.2a toont dat er per inkomensdeciel weinig verschil is tussen de kans op restschuld; de voorspelde kans op restschuld varieert tussen 12% en 17%. Hierbij is vanaf het derde inkomensdeciel een licht stijgende lijn te zien. De invloed van inkomen is zoals gesteld wel statistisch significant, maar in economische termen is het effect getuige de beperkte variatie in de voorspelde kans op restschuld zeer klein. 15

Restschuld in Nederland: omvang en consequenties. Frans Schilder Johan Conijn

Restschuld in Nederland: omvang en consequenties. Frans Schilder Johan Conijn Restschuld in Nederland: omvang en consequenties Frans Schilder Johan Conijn ASRE research paper, ISSN 1878-4607 Januari 2012 Hoofdpunten Ruim 500.000 huishoudens hebben op dit moment een potentiële restschuld.

Nadere informatie

Restschuld in Nederland: omvang en consequenties

Restschuld in Nederland: omvang en consequenties Restschuld in Nederland: omvang en consequenties Frans Schilder Johan Conijn 2012-01 Januari 2012 Restschuld in Nederland: omvang en consequenties Frans Schilder Johan Conijn ASRE research papers ISSN

Nadere informatie

School of Real Estate

School of Real Estate School of Real Estate 3- In hoeverre verschilt het langdurig aanbod van de snel verkochte panden? Ofwel de prop versus de cherries Auteurs: ir. Alex van de Minne prof. dr. Johan Conijn Restschuld in Nederland

Nadere informatie

Economie van de Woningmarkt: universele en regionale marktmechanismen

Economie van de Woningmarkt: universele en regionale marktmechanismen Economie van de Woningmarkt: universele en regionale marktmechanismen Steunpunt Wonen Vlaanderen: Universiteiten Leuven, Hasselt, Antwerpen en Delft 17 mei 2016 Dr. Paul de Vries Woningmarkteconoom Kennis

Nadere informatie

Woningmarktontwikkelingen landelijk en regionaal

Woningmarktontwikkelingen landelijk en regionaal Woningmarktontwikkelingen landelijk en regionaal Bouw en woonweken in Drenthe Platform Wonen Assen Paul de Vries Senior Woningmarkteconoom Rabobank Kennis en Economisch onderzoek 11 juni 2015 Agenda Actuele

Nadere informatie

Krimp in Woerden? Gemeenteraad Woerden 11 april 2013. Frits Oevering. Kennis & Economisch Onderzoek

Krimp in Woerden? Gemeenteraad Woerden 11 april 2013. Frits Oevering. Kennis & Economisch Onderzoek Krimp in Woerden? Gemeenteraad Woerden 11 april 2013 Frits Oevering Prangende vragen? Krimp in Woerden? Vergrijzing en krimp Verhuispatroon Krimp in Woerden? Disclaimers diverse databronnen (ABF, CBS,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt

Nadere informatie

Hypotheekschuld in Nederland:

Hypotheekschuld in Nederland: Hypotheekschuld in Nederland: Loan to value / loan to income Ruimteconferentie, 21 mei 2013 Marcel van Wijk Vastgoed en Woningmarkt ac.vanwijk@cbs.nl Agenda Recente ontwikkelingen Onderzoeksopzet Hypotheekschuld

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q4 NVM Data & Research 15 januari 2015 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het vierde kwartaal van 2014 nog steeds een opwaartse

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q3

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2014-Q3 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2014-Q3 NVM Data & Research 9 oktober 2014 1 Samenvatting De (theoretische) betaalbaarheidsindex maakt in het derde kwartaal van 2014 een zeer sterke opwaartse

Nadere informatie

Een huis met een restschuld, kunt u dit voorkomen? www.zichtadviseurs.nl/hypotheken

Een huis met een restschuld, kunt u dit voorkomen? www.zichtadviseurs.nl/hypotheken Een huis met een restschuld, kunt u dit voorkomen? www.zichtadviseurs.nl/hypotheken De huizenprijzen zijn in Nederland sinds 2008 flink gedaald. Dat is goed nieuws voor starters die een huis willen kopen.

Nadere informatie

Hypotheekrecht en - vormen

Hypotheekrecht en - vormen Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II Politiek en Ruimte bron 10 Aandeel van de lidstaten in de handel van de Europese Unie in procenten, 1998 30 % 25 20 22 25 Legenda: invoer uitvoer 15 10 8 8 15 15 10 11 9 9 15 12 5 0 6 5 2 2 1 0 België

Nadere informatie

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1

NVM-Betaalbaarheidsanalyse. 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM-Betaalbaarheidsanalyse 2000-Q1 tot en met 2012-Q1 NVM Data & Research 2 april 2012 Inhoudsopgave 1 Samenvatting... 3 2 Inleiding: beschrijving van de gebruikte betaalbaarheidsindicatoren en grafieken...

Nadere informatie

We kunnen de vergrijzing betalen. Dick Scherjon, bestuursadviseur

We kunnen de vergrijzing betalen. Dick Scherjon, bestuursadviseur We kunnen de vergrijzing betalen Dick Scherjon, bestuursadviseur Duurzaamheidsscore Oost-Groningen Zeeuws-Vlaanderen Groot-Rijnmond Zuidoost-Drenthe Zuid-Limburg Delfzijl en omgeving Overig Groningen Midden-Limburg

Nadere informatie

Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning

Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.3.30 verwachte wijzigingen Belastingplan 2013: Wet herziening fiscale behandeling eigen woning bronnen Informatieblad Woningmarkt 18.9.2012 Vragen en antwoorden over

Nadere informatie

Graag meer windenergie, maar liever niet in de buurt

Graag meer windenergie, maar liever niet in de buurt Graag meer windenergie, maar liever niet in de buurt 4 september 2014 Er is veel draagvlak voor windenergie in het algemeen onder de Nederlandse bevolking. Voor de aanleg van windturbines op betrekkelijk

Nadere informatie

2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013

2) Wanneer gaan de verschillende maatregelen in? Per 1 januari 2013 Oktober 2012 Nieuws hypotheekrenteaftrek Zoals het er nu voorstaat zal er vanaf 2013 alleen aftrek worden genoten voor hypotheekrente bij minimaal een annuïtaire aflossing. Op dit moment mag je nog de

Nadere informatie

Financiële risico s op de woningmarkt

Financiële risico s op de woningmarkt Een verkenning in krimp- en anticipeerregio s Frans Schilder Johan Conijn Martijn de Jong-Tennekes 2012 09 Juni 2012 Een verkenning in krimp- en anticipeerregio s Rapportage van de voorstudie ten behoeve

Nadere informatie

Herstel op de bestaande koopwoningmarkt

Herstel op de bestaande koopwoningmarkt Frans Schilder Johan Conijn 2014-06 Oktober 2014 Frans Schilder Johan Conijn ASRE research papers ISSN 1878-4607 ASRE Research Center Amsterdam School of Real Estate Postbus 140 1000 AC Amsterdam T 020

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7. Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7. Door de dalende woningprijzen groeit het aantal huizen dat onder water staat. Onder water staan betekent dat de waarde van de woning lager is

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7. Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 en 7. Door de dalende woningprijzen groeit het aantal huizen dat onder water staat. Onder water staan betekent dat de waarde van de woning lager is

Nadere informatie

Grensoverschrijdende stedelijke netwerken. Gerard Marlet Abdella Oumer Roderik Ponds Clemens van Woerkens Sittard - 14 april 2014

Grensoverschrijdende stedelijke netwerken. Gerard Marlet Abdella Oumer Roderik Ponds Clemens van Woerkens Sittard - 14 april 2014 Grensoverschrijdende stedelijke netwerken Gerard Marlet Abdella Oumer Roderik Ponds Clemens van Woerkens Sittard - 14 april 2014 Grensregio s Ontwikkeling aantal inwoners tussen 2005 en 2010 als percentage

Nadere informatie

Extra hypotheek voor energieneutrale woningen

Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Nibud, 2011 Samenvatting In de Gedragscode Hypothecaire Financieringen bestaat er sinds 1 augustus 2011 de

Nadere informatie

Klantprofiel Hypotheken

Klantprofiel Hypotheken Klantprofiel Hypotheken Klant 1 Klant 2 Naam.. Ondernemer ja nee ja nee Sinds.. Sinds. Dienstverband Fulltime Fulltime Part-time uur Part-time uur Vast Vast Flex/uitzend Flex/uitzend Bepaalde tijd Bepaalde

Nadere informatie

Economisch presteren van het regionale bedrijfsleven in 2010

Economisch presteren van het regionale bedrijfsleven in 2010 De Regio Top 40 Economisch presteren van het regionale bedrijfsleven in 2010 And the winner is In onze editie van vorig jaar kondigden we het al aan. De Regio Top 40 van 2010 zou in het teken staan van

Nadere informatie

Regionale bedrijvendynamiek

Regionale bedrijvendynamiek M201224 Regionale bedrijvendynamiek Oprichtingen en opheffingen van bedrijven in de Nederlandse regio s in de periode 1988-2010 A. Bruins J.A.C. Vollebregt Zoetermeer, juli 2012 Regionale bedrijvendynamiek

Nadere informatie

Rekentool bijstandsbudgetten 2015

Rekentool bijstandsbudgetten 2015 Rekentool bijstandsbudgetten 2015 Handleiding Deze handleiding bevat een beknopte toelichting op het gebruik van de rekentool. Een nadere toelichting op de werking van het verdeelmodel vindt u in het document

Nadere informatie

De verschillende hypotheekvormen

De verschillende hypotheekvormen De verschillende hypotheekvormen Hierbij ontvangt u een beschrijving van een vijftal hypotheekvormen. Wij willen u vragen dit alvast door te nemen zodat u reeds bekend bent met de diverse hypotheeksoorten.

Nadere informatie

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013?

Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Hoe zit het met op 31-12-2012 al bestaande hypotheken vanaf 1-1-2013? Voor alle op 31 december 2012 bestaande hypotheken blijven de oude hypotheekregels van kracht. Oversluiten van een bestaande schuld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening) Nr. 35 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Ontwikkeling van de hypotheekschuld

Ontwikkeling van de hypotheekschuld Ontwikkeling van de hypotheekschuld De invloed van enkele beleidsmaatregelen Frans Schilder Johan Conijn 2012-22 September 2012 Ontwikkeling van de hypotheekschuld De invloed van enkele beleidsmaatregelen

Nadere informatie

financiële dienstverlening

financiële dienstverlening Algemene gegevens cliënt Algemene gegevens partner Naam : Naam : Geboortedatum : Geboortedatum : Algemene Kennis en Ervaring 1. Wat weet u van hypotheken? 2. Wat weet u van beleggingsproducten? 3. Wat

Nadere informatie

Financiële risico s op de woningmarkt

Financiële risico s op de woningmarkt Financiële risico s op de woningmarkt Een verkenning in krimp- en anticipeerregio s Auteurs: Dr. Frans Schilder Prof. Dr. Johan Conijn Drs. Martijn de Jong-Tennekes Rotterdam, augustus 2012 Dit is een

Nadere informatie

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE 3 E KWARTAAL 211 Gemaakt voor NVM Wonen Gemaakt door NVM Data & Research Inhoudsopgave 1 Introductie enquête... 3 1.1 Periode... 3 1.2 Respons... 3 2 Staat van de woningmarkt...

Nadere informatie

HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016

HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016 HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016 De Hypotheek Index geeft ieder kwartaal inzicht in het consumentengedrag op het gebied van hypotheken. De kerncijfers zijn afkomstig van De Hypotheker die met ruim 10 procent

Nadere informatie

Betaalbaarheid van de woonlasten

Betaalbaarheid van de woonlasten Betaalbaarheid van de woonlasten De betaalbaarheid van de woonlasten is tussen 2012 en 2014 flink toegenomen: afhankelijk van het type woning is de consument netto tussen de 5,2% en 10,1% minder aan zijn

Nadere informatie

Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen.

Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen. Hypotheekgids 2014 Inleiding Wie in 2014 een eigen woning heeft of graag een woning wil kopen, moet rekening houden met een aantal ontwikkelingen. De wijzigingen op het gebied van hypotheek en wonen zijn

Nadere informatie

perspectief Delft en Westland Utrecht Agglomeratie Haarlem

perspectief Delft en Westland Utrecht Agglomeratie Haarlem Agglomeratie s-gravenhage Groot-Amsterdam Flevoland Regio s Zaanstreek in economisch Arnh Delft en Westland Utrecht Agglomeratie Haarlem Noord-Overijssel perspectief Kop van 2013 Noord-Holland Veluwe Groot-Rijnmond

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-020 22 maart 2010 9.30 uur Woononderzoek Nederland 2009 Totale woonlasten stijgen in dezelfde mate als netto inkomen Aandeel en omvang aflossingsvrije

Nadere informatie

Hypotheken: individuele en regionale risicofactoren

Hypotheken: individuele en regionale risicofactoren 16 TIJDSCHRIFT VOOR DE volkshuisvesting nummer 1 FEBRUARI 2011 Hypotheken: individuele en regionale risicofactoren Wie een huis koopt en hiervoor een hypotheek afsluit, loopt hiermee financiële risico

Nadere informatie

Woningmarkt blijft aantrekken in tweede kwartaal

Woningmarkt blijft aantrekken in tweede kwartaal STRIKT EMBARGO tot dinsdag 15 juli 2014 10.00 uur! PERSBERICHT Aan Van : de financieel-economische redacties en vakpers : de Nederlandse Vereniging van Makelaars o.g. en vastgoeddeskundigen Betreft : NVM

Nadere informatie

Hypotheek in barre tijden

Hypotheek in barre tijden Regelingen en voorzieningen CODE 4.2.2.52 Hypotheek in barre tijden bronnen www.veh.nl, persbericht d.d. 3.11.2012 Geldgids juni 2012 N.B. Sinds de publicatie van onderstaand artikel is er voor huiseigenaren

Nadere informatie

Algemene informatie hypotheken (starter)

Algemene informatie hypotheken (starter) Algemene informatie hypotheken (starter) Wij zetten de belangrijkste begrippen voor u op een rijtje: Hypotheekvormen... 2 Annuïteitenhypotheek... 2 Lineaire hypotheek... 2 Leningvormen... 2 Doorlopend

Nadere informatie

Consultatie nieuwe hypotheekrichtlijnen

Consultatie nieuwe hypotheekrichtlijnen Opgesteld door: Aangeboden door: Consultatie nieuwe hypotheekrichtlijnen De AFM doet voorstellen voor nieuwe richtlijnen voor de verstrekking van hypotheken. Deze nieuwe richtlijnen moeten consumenten

Nadere informatie

Het kopen en financieren van een woning

Het kopen en financieren van een woning Het kopen en financieren van een woning Beste heer/mevrouw, U staat op het punt om een (nieuwe) woning te kopen. Het kan zijn dat u zich als starter op de markt begeeft en dus voor het eerst een woning

Nadere informatie

Betaalbaarheid van de woonlasten

Betaalbaarheid van de woonlasten Betaalbaarheid van de woonlasten De betaalbaarheid van de woonlasten is tussen 2009 en 2014 flink toegenomen: afhankelijk van het type woning is de consument netto tussen de 16% en 23% minder aan zijn

Nadere informatie

Betaalbaarheid van de woonlasten

Betaalbaarheid van de woonlasten Betaalbaarheid van de woonlasten De betaalbaarheid van de woonlasten is tussen 2009 en 2014 flink toegenomen: afhankelijk van het type woning is de consument netto tussen de 18,8% en 23,1% minder aan zijn

Nadere informatie

Betaalbaarheid van de woonlasten

Betaalbaarheid van de woonlasten Betaalbaarheid van de woonlasten De betaalbaarheid van de woonlasten is tussen 2009 en 2013 flink toegenomen: afhankelijk van het type woning is de consument netto tussen de 16% en 21% minder aan zijn

Nadere informatie

Koopgarant. Kopen met korting en terugkoopgarantie van bestaande bouw

Koopgarant. Kopen met korting en terugkoopgarantie van bestaande bouw Koopgarant Kopen met korting en terugkoopgarantie van bestaande bouw Een koopwoning binnen handbereik Vanaf 2008 zijn de huizenprijzen flink gedaald. Daardoor is ook voor starters een koopwoning binnen

Nadere informatie

Verhuizingen en huishoudensveranderingen in Nederland: verschillen tussen COROP-regio s

Verhuizingen en huishoudensveranderingen in Nederland: verschillen tussen COROP-regio s Verhuizingen en huishoudensveranderingen in Nederland: verschillen tussen COROP-regio s Peter Ekamper 1) en Mila van Huis 2) In 2002 hing ruim de helft van het aantal verhuizingen samen met een huishoudensverandering.

Nadere informatie

De Conservatrix Hypotheek

De Conservatrix Hypotheek U mag vertrouwen op een aantrekkelijke rente. Maar dat is niet de enige zekerheid. De Conservatrix Hypotheek Een beetje conservatief is zo gek nog niet. Al sinds 1872 is Conservatrix gespecialiseerd in

Nadere informatie

Uitgangspunten en adviessamenvatting

Uitgangspunten en adviessamenvatting Uitgangspunten en adviessamenvatting Amsterdam, 24 april 2015 Geachte heer de Groot en mevrouw de Groot, Het is ons een genoegen hierbij een samenvatting te geven van de uitgangspunten die bepalend zijn

Nadere informatie

Maximale hypotheek en energielabels

Maximale hypotheek en energielabels Maximale hypotheek en energielabels Maximale hypotheek en energielabels Nibud, 2012 Voorwoord Extra hypotheek voor energiebesparende maatregelen of woningen met een zuinig energielabel, het Nibud geeft

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2010

COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden Faculteit

Nadere informatie

Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen

Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen CPB Notitie 4 mei 2011 Effect op huizenprijzen van het maximeren van hypothecaire leningen op basis van taxatiewaarde en bruto inkomen Op verzoek van het Ministerie van Financiën, Directie Algemene Financiële

Nadere informatie

Nadeel Uiteindelijk wordt er geen vermogen opgebouwd om de hypotheek mee af te kunnen lossen.

Nadeel Uiteindelijk wordt er geen vermogen opgebouwd om de hypotheek mee af te kunnen lossen. Welke hypotheekvorm past het beste bij uw specifieke situatie? Het is fijn om van tevoren al te weten welke basis hypotheekvormen er bestaan. Hieronder staan de hypotheekvormen een voor een kort beschreven

Nadere informatie

Hypotheekvormen samengevat

Hypotheekvormen samengevat Hypotheekvormen samengevat Er bestaan in Nederland enkele honderden hypotheekvarianten. Dat lijkt heel veel, maar de meeste varianten zijn afgeleid van een aantal hoofdvormen. Uw eigen wensen en persoonlijke

Nadere informatie

Woningmarktcijfers Nederland derde kwartaal 2008

Woningmarktcijfers Nederland derde kwartaal 2008 Woningmarktcijfers Nederland derde kwartaal 2008 In dit kwartaalbericht van Woningmarkcijfers.nl de volgende onderwerpen: - prijsontwikkelingen en transacties september - prijsontwikkelingen en transacties

Nadere informatie

Oversluitingen brengen hypotheekmarkt nieuw record Renegotiated mortgages involve new record for mortgage market

Oversluitingen brengen hypotheekmarkt nieuw record Renegotiated mortgages involve new record for mortgage market Oversluitingen brengen hypotheekmarkt nieuw record Renegotiated mortgages involve new record for mortgage market W.T. Vissers In 1999 werden 717 duizend nieuwe hypotheken ingeschreven met een totaalbedrag

Nadere informatie

Kopers komen te kort. Colloquium Expertisecentrum Woningwaarde 17 februari 2016. Naar een evenwichtige toepassing van de LTV-normen

Kopers komen te kort. Colloquium Expertisecentrum Woningwaarde 17 februari 2016. Naar een evenwichtige toepassing van de LTV-normen Colloquium Expertisecentrum Woningwaarde 17 februari 2016 Kopers komen te kort Naar een evenwichtige toepassing van de LTV-normen Auteurs: Peter Boelhouwer; TU-Delft Karel Schiffer; zelfstandig adviseur

Nadere informatie

Meenemen studieleningen bij acceptatie hypothecair krediet

Meenemen studieleningen bij acceptatie hypothecair krediet Meenemen studieleningen bij acceptatie hypothecair krediet Nibud, mei 2016 Het ministerie van BZK heeft het Nibud advies gevraagd hoe de studieschuld meegenomen dient te worden bij hypotheekverstrekking,

Nadere informatie

Marktwaarde op moment oversluiten 300.000,- Oversluitkosten + kosten nieuwe lening 25.000,- Verbouwing 40.000,- + Totaal te financieren 360.

Marktwaarde op moment oversluiten 300.000,- Oversluitkosten + kosten nieuwe lening 25.000,- Verbouwing 40.000,- + Totaal te financieren 360. Rekenvoorbeelden Hieronder bespreken wij de consequenties van veranderingen in de Gedragscode Hypothecaire Financiering (GHF, ingangsdatum 1 augustus 2011) in veelvoorkomende situaties, aangevuld met rekenvoorbeelden.

Nadere informatie

Uitgangspunten en adviessamenvatting

Uitgangspunten en adviessamenvatting Uitgangspunten en adviessamenvatting Amsterdam, 24 april 2015 Geachte heer de Groot en mevrouw de Groot, Het is ons een genoegen hierbij een samenvatting te geven van de uitgangspunten die bepalend zijn

Nadere informatie

Nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen (Bron: De Hypotheekshop)

Nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen (Bron: De Hypotheekshop) Nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen (Bron: De Hypotheekshop) De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft een nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen opgesteld. Het Ministerie van

Nadere informatie

Woningmarktcijfers 4e kwartaal 2012

Woningmarktcijfers 4e kwartaal 2012 7 januari 2013 NVM Data & Research Niveau (t.o.v.) 2012-3 (t.o.v.) 2011-4 Opmerking Aantal transacties 25.031 + 31,8% +13,9% Gemiddelde verandering t.o.v. 3 e kwartaal: +3,1%. Totale markt naar schatting

Nadere informatie

Voorbeeld gebaseerd op een goede adviespraktijk m.b.t. bruto/netto berekening: man, 44 jaar en vrouw, 40 jaar Verstrekte hypotheek in 2006 195.

Voorbeeld gebaseerd op een goede adviespraktijk m.b.t. bruto/netto berekening: man, 44 jaar en vrouw, 40 jaar Verstrekte hypotheek in 2006 195. Casussen fiscaliteit In dit document biedt de AFM u als financiële dienstverleners enkele uitgewerkte praktijkvoorbeelden aan die de AFM heeft aangetroffen bij haar onderzoek. Er zijn voorbeelden die in

Nadere informatie

Dalende trend in transacties en prijzen woningmarkt zet door

Dalende trend in transacties en prijzen woningmarkt zet door PERSBERICHT Aan Van : de financieel-economische redacties en vakpers : de Nederlandse Vereniging van Makelaars o.g. en Vastgoeddeskundigen NVM Betreft : NVM Woningmarktcijfers 4 e kwartaal 2011 Datum :

Nadere informatie

Klantprofiel. Waaruit blijkt dat?

Klantprofiel. Waaruit blijkt dat? Klantprofiel Wat is uw burgerlijke staat? o Alleenstaand o Gehuwd(gemeenschap van goederen) o Gehuwd(huwelijkse voorwaarden) o Samenwonend met samenlevingscontract o Samenwonend zonder samenlevingscontract

Nadere informatie

INVENTARISATIEFORMULIER HYPOTHEEKADVIES PARTICULIERE RELATIE. Afspraak gemaakt door : Naam relatie : Bestaande relatie Nieuwe relatie

INVENTARISATIEFORMULIER HYPOTHEEKADVIES PARTICULIERE RELATIE. Afspraak gemaakt door : Naam relatie : Bestaande relatie Nieuwe relatie INVENTARISATIEFORMULIER HYPOTHEEKADVIES PARTICULIERE RELATIE Afspraak gemaakt door : Naam relatie : Bestaande relatie Nieuwe relatie Telefoonnummer relatie : Naam adviseur : Tijdstip bezoek : dag om uur

Nadere informatie

Kopen met korting en terugkoopgarantie van bestaande bouw

Kopen met korting en terugkoopgarantie van bestaande bouw Kopen met korting en terugkoopgarantie van bestaande bouw De huizenprijzen zijn tot 2008 enorm gestegen. Daardoor lijkt een koopwoning vooral voor starters onbereikbaar. Om u als kandidaat-koper te helpen,

Nadere informatie

Prijzen dalen verder

Prijzen dalen verder Prijzen dalen verder Transactieprijzen dalen sneller In het tweede kwartaal van 212 zijn de transactieprijzen van bestaande koopwoningen verder gedaald. Op basis van de Prijsindex Bestaande Koopwoningen

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR DHR. EN MEVR.

KLANTPROFIEL VOOR DHR. EN MEVR. UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie

Verkopersavond 5 juni 2012

Verkopersavond 5 juni 2012 Verkopersavond 5 juni 2012 Welkom door Floris Hand Dianne de Kort, mede-eigenaar van Floris Hand: werkzaam als financieel adviseur en NMI mediator Floris Hand is sinds 1997 gevestigd in Dongen. Floris

Nadere informatie

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar

Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar Maart 215 stijgt naar 91 punten Steeds meer vijftigers financieel kwetsbaar De is in het eerste kwartaal van 215 gestegen van 88 naar 91 punten. Veel huishoudens kijken positiever vooruit en verwachten

Nadere informatie

De heer. Klantprofiel Pagina 1. Algemeen - Doelen

De heer. Klantprofiel Pagina 1. Algemeen - Doelen Klantprofiel Pagina 1 Algemeen - Doelen Welk(e) doel(en) heeft u in uw leven? (Meerdere opties zijn mogelijk) Nu lekker kunnen leven, geld opzij leggen voor inkomen later is minder belangrijk Zekerheid

Nadere informatie

Bijlage A. UW KLANTPROFIEL

Bijlage A. UW KLANTPROFIEL Bijlage A. UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met

Nadere informatie

Hypotheek? Wij zijn uw bank.

Hypotheek? Wij zijn uw bank. Hypotheek? Wij zijn uw bank. U wilt een huis kopen? Wij bezorgen u onbezorgd woonplezier. U wilt voor de eerste, tweede of misschien wel derde keer een huis kopen. Een gezellige stadswoning in het centrum,

Nadere informatie

INVENTARISATIEFORMULIER HYPOTHEEKADVIES PARTICULIERE RELATIE. Afspraak gemaakt door : Naam relatie : Telefoonnummer relatie : Naam adviseur :

INVENTARISATIEFORMULIER HYPOTHEEKADVIES PARTICULIERE RELATIE. Afspraak gemaakt door : Naam relatie : Telefoonnummer relatie : Naam adviseur : INVENTARISATIEFORMULIER HYPOTHEEKADVIES PARTICULIERE RELATIE Afspraak gemaakt door : Naam relatie : Bestaande relatie Nieuwe relatie Telefoonnummer relatie : Naam adviseur : Tijdstip bezoek : dag om uur

Nadere informatie

Verlaging overdrachtsbelasting heeft positief effect

Verlaging overdrachtsbelasting heeft positief effect Verlaging overdrachtsbelasting heeft positief effect Door laag consumentenvertrouwen en schuldencrisis zijn kopers nog altijd schuw Aantal transacties stijgt in het derde kwartaal met 4% Banken moeten

Nadere informatie

De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang. Otto Raspe en Martijn van den Berge

De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang. Otto Raspe en Martijn van den Berge De ruimtelijke structuur van de clusters van nationaal belang Otto Raspe en Martijn van den Berge Samenvatting Het ministerie van Economische Zaken werkt aan de herijking van zijn economische stimuleringsprogramma

Nadere informatie

Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009

Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009 Bijlage I: Woningmarktcijfers 1 e kwartaal 2009 De prijs van de gemiddelde verkochte woning daalt met -3,1% in het 1e kwartaal van 2009. De prijs per m2 daalt met -2,6%. De definitieve cijfers komen voor

Nadere informatie

COELO Woonlastenmonitor 2010

COELO Woonlastenmonitor 2010 COELO Woonlastenmonitor 2010 Gaasterzijl vergeleken met gemeenten in de regio COELO Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden COELO Woonlastenmonitor 2010 Gaasterzijl vergeleken met

Nadere informatie

Van hypotheekadviseur naar totaaladviseur

Van hypotheekadviseur naar totaaladviseur Van hypotheekadviseur naar totaaladviseur Whitepaper voor hypotheekadviseurs die hun klanten op een verantwoorde manier willen blijven bedienen U biedt uw klanten graag een verantwoorde financieringsoplossing.

Nadere informatie

Een hypotheek van Delta Lloyd

Een hypotheek van Delta Lloyd Een hypotheek van Delta Lloyd Inhoud Belangrijk 3 Een hypotheek 4 Stappenplan 4 Lenen 5 De Budget Hypotheek 5 De DrieSterrenHypotheek 6 De Nieuwbouw Hypotheek 6 Bent u zelfstandig ondernemer? 6 Terugbetalen

Nadere informatie

SP-voorstel fiscale behandeling eigen woning

SP-voorstel fiscale behandeling eigen woning CPB Notitie Datum : 27 augustus 2004 Aan : de SP, de heer E. Irrgang SP-voorstel fiscale behandeling eigen woning 1 Inleiding De SP-fractie heeft het CPB gevraagd de budgettaire en koopkrachteffecten te

Nadere informatie

Woningmarktcijfers: huidige stand van zaken & blik op de toekomst. Pieter van Santvoort, 15 april 2014 @pmjvansantvoort

Woningmarktcijfers: huidige stand van zaken & blik op de toekomst. Pieter van Santvoort, 15 april 2014 @pmjvansantvoort Woningmarktcijfers: huidige stand van zaken & blik op de toekomst Pieter van Santvoort, 15 april 2014 @pmjvansantvoort Onze diensten Van Santvoort Makelaars helpt al sinds 1976 bij transacties van: Bestaande

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag 2511 DP Uw kenmerk

Nadere informatie

De Conservatrix Hypotheek

De Conservatrix Hypotheek U mag vertrouwen op een aantrekkelijke rente. Maar dat is niet de enige zekerheid. De Conservatrix Hypotheek Een beetje conservatief is zo gek nog niet. Al sinds 1872 is Conservatrix gespecialiseerd in

Nadere informatie

Mede namens de minister van Wonen, Wijken en Integratie De minister van Financiën,

Mede namens de minister van Wonen, Wijken en Integratie De minister van Financiën, Directie Financiële Markten Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 24 mei 2007 FM 2007-00924 U Onderwerp Vragen van

Nadere informatie

KLANTPROFIEL VOOR DHR. HYPOTHEEK

KLANTPROFIEL VOOR DHR. HYPOTHEEK UW KLANTPROFIEL Een financieel advies wordt niet alleen uitgebracht op basis van uw huidige financiële situatie en wensen en doelstellingen, maar ook op basis van uw kennis van, ervaring met en risicobereidheid

Nadere informatie