Normering met een vaardigheidsschaal, zoals bij Rekentoets VO en COE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Normering met een vaardigheidsschaal, zoals bij Rekentoets VO en COE"

Transcriptie

1 Normering met een vaardigheidsschaal, zoals bij Rekentoets VO en COE December Doel van normering met een vaardigheidsschaal Zoals gebruikelijk bij examens, worden bij de rekentoetsen VO en de centraal ontwikkelde examens taal en rekenen in het MBO (COE) cijfers toegekend. De manier waarop deze cijfers bepaald worden, wordt in deze notitie uitgelegd. Deze manier noemen we normering met een vaardigheidsschaal. Het gebruik van een vaardigheidsschaal is vooral geschikt als er meerdere varianten van een examen zijn. Dit is het geval bij COE en Rekentoets VO. De ene variant kan net iets makkelijkere opgaven hebben dan de andere variant. Dit kan gebeuren omdat de moeilijkheid van een opgave niet heel precies ingeschat kan worden voordat deze is voorgelegd aan examenkandidaten. Bij het toekennen van cijfers moet daar rekening mee gehouden worden. Op de makkelijkere varianten moet een kandidaat dan iets meer vragen goed beantwoord hebben om een 6 te krijgen. We kunnen ook zeggen: een kandidaat moet eenzelfde vaardigheid aantonen voor een 6, ongeacht de variant die hij of zij maakt. En dit moet ook gelden voor ieder ander cijfer. Ongeacht de variant die gemaakt wordt, moet eenzelfde aangetoonde vaardigheid steeds beloond worden met eenzelfde cijfer. 2. Verschil normering centrale examens VO en normering met vaardigheidsschaal Bij de centrale examens in het voortgezet onderwijs (VO) wordt er genormeerd met een zogenaamde N term. Als een examen moeilijk is uitgevallen, wordt een hogere N term gehanteerd dan als een examen makkelijker is uitgevallen. De toegekende cijfers zijn direct gerelateerd aan het behaalde aantal punten of score. Daarbij is de hoofdregel 1 : Cijfer = 9 * (Score/Maximale score) + N Bij cijfers dicht bij 1,0 of 10,0 worden andere formules gebruikt, maar ook in deze gevallen is er een directe relatie tussen score en Cijfer. Bij normering met een vaardigheidsschaal, komt er een stap tussen score en cijfer, namelijk de geschatte vaardigheid. De schatting van de vaardigheid vanuit de score is geen simpele formule meer, maar één waarin de moeilijkheden van de gemaakte items worden meegenomen. De omzetting van vaardigheid naar cijfer is te beschrijven met twee rechtlijnige relaties. Beide stappen worden hieronder uitgelegd, zie de secties Van score naar vaardigheid en Van vaardigheid naar cijfer. Het nadeel van normering met een vaardigheidsschaal is dat het ingewikkelder is. Het voordeel is echter dat er niet alleen voor het cijfer 6 een gelijke vaardigheid op elke variant vereist is, maar ook voor alle andere cijfers. 1 Klik hier voor meer informatie over de normering van examens in het VO 1

2 3. Meten van vaardigheid Het cijfer dat toegekend wordt, wordt dus bepaald door de vaardigheid die een kandidaat heeft. Deze vaardigheid kan hij of zij aantonen door opgaven van een examen goed te maken. Het examen is daarmee een meetinstrument geworden van de vaardigheid van de kandidaat.. En net zoalss een thermometer een meetinstrument is van de temperatuur, op de Celsius of Fahrenheit schaal, zo spreken we ook van een vaardigheidsschaal. De lengte van mensen meten we normaal gesproken met een meetlat. Stel dat die niet uitgevonden was, dan zouden we de hoogte van muurtjess kunnen gebruiken om de d lengte vann mensen te meten: wie erover heen kijkt, is langer dan degene die dat niet kan. Op analoge wijze kunnen we opgaven gebruiken om de vaardigheid van kandidatenn te meten: wie de opgave goed maakt, is vaardiger dan degene die dat niet kan. In Figuur 1 is een vaardigheidsschaal afgebeeld. De vaardigheden van de kandidaten en de moeilijkheden van de opgaven zijn streepjes op eenzelfde meetlat ofwel schaal. Kandidaten met een hoge vaardigheid hebben een grotere kans om opgaven o goed te maken dan kandidaten met een lagere vaardigheid. Omgekeerd, opgaven met een hoge moeilijkheid worden minder vaak goed gemaakt dan opgaven mett een lage moeilijkheid. Figuur 1. Afbeelding van personen en opgaven op éénn vaardigheidsschaal Een opgave heeft altijd dezelfde moeilijkheid; een examenvariant kan bestaan uit makkelijkere of moeilijkere opgaven. Een mini examenvariant met alleen opgave 6 en opgave 3 uit bovenstaand voorbeeld, is bijvoorbeeld makkelijker dan een mini examenvariant met m alleen opgave 3 en opgave 28. Uit het antwoordgedrag van voldoende leerlingen op de makkelijke variant, kunnen we afleiden hoeveel makkelijker opgave 6 is dan opgave 3. Uit het antwoordgedrag van andere leerlingenn op de moeilijkee variant, kunnen we afleiden hoeveel moeilijker opgave 28 is dan opgave 3. Door een koppeling van deze twee verschillen, kunnenn we afleiden hoeveel moeilijker opgave 28 is dan opgave 6. Op deze manier kunnen de moeilijkheden van alle opgaven op dezelfde schaall worden afgebeeld. Meer details over de schatting van itemmoeilijkheden staan in de sectie Schattingsmethode. 2

3 4. Rapportage van resultaten Figuur 2. Voorbeeld van een geanonimiseerde COE rapportage De rapportage van de prestaties van kandidaten heeft altijd een aantal kenmerken. Ten eerste moet duidelijk zijn welke examenvariant een kandidaat heeft gemaakt. Dit kan achter de naam van de kandidaat staan, of zoals in Figuur 2, in de kop achter Examen. Bij de COE s wordt er namelijk een overzicht per examenvariant aan de school c.q. instelling toegestuurd. Overigenss worden er ook aparte rapportages verstuurd per groep leerlingen binnen de school. In het MBOO wordt deze groep bepaald door het crebonummer. Ten tweedee vertoont de rapportagee altijd het behaalde aantal punten op de gemaakte variant, ofwel de score per kandidaat. De vaardigheid diee bij deze score op deze variant hoort, is het derde belangrijke kenmerk dat in de rapportage te vinden is. In Figuur 2 staat dit onder het kopje Schaalscore. En tenslotte staat het cijfer dat bij de vaardigheid hoort, vermeld. Lijsten van kandidaat resultaten worden verstrekt per school en per groep. De gemiddelde vaardigheid van de kandidaten wordt daarbijj bij COE ook afgedrukt, zodat de school deze kan vergelijken met het landelijk gemiddelde. 5. Getallen bij de vaardigheidsschaal De schattingen van punten op de vaardigheidsschaal liggen vast op een e lineaire transformatie na. We mogen bij alle punten dus een willekeurig aantal optellen, of alle punten met eenn willekeurige constante vermenigvuldigen. Een vaardigheidsschaal wordt geschat om o scores opp verschillende examenvarianten met elkaar te vergelijken. De precieze getallen die eraan hangen, zijn in wezen keuzes. Het nulpunt komt vrij willekeurig ergens te liggen. Negatievee vaardigheidsscores zijn lager dan vaardigheidsscore 0. Dit heeft geen inhoudelijke betekenis. We hadden h bij alle scores ook 100 punten op kunnen tellen. In technische termen: de vaardigheidsschaal is van interval niveau.. Vergelijk met een temperatuur schaal: het nulpunt op de Fahrenheit schaal ligt ergens anders dan op de Celsius schaal, maar voor beide geldt: hoee hoger, hoe warmer. 3

4 Je kunt bij temperatuur niet spreken van het is vandaag twee keer zo warm als gisteren, want voor zo n uitspraak is een absoluut nulpunt nodig. Dat is er op de Fahrenheit en Celsiusschaal niet. Zo kun je dus ook niet zeggen dat een kandidaat twee keer zo vaardig is als een andere kandidaat. Er is wel een inhoudelijke betekenis van negatieve graden op de Celsius schaal (het vriest), maar op de Fahrenheit schaal vriest het al onder 32 graden en is deze inhoudelijke betekenis van negatieve temperaturen er dus niet. Zo n inhoudelijke betekenis van het nulpunt is er bij de vaardigheidsschaal ook niet. Om nog technischer te worden: de ratio van twee verschillen is bij een interval schaal wel interpreteerbaar. Dus als Jan, Paul, Maaike en Melissa respectievelijk 80, 90, 100 en 120 als vaardigheidsscores hebben, dan kun je wel zeggen dat het verschil in vaardigheid tussen de meisjes Maaike en Melissa (20 punten) twee keer zo groot is als het verschil tussen de jongens Jan en Paul (10 punten). 6. Van score naar vaardigheid Als de moeilijkheden van alle opgaven of items in een examenperiode geschat zijn, wordt een beste schatting van de vaardigheid van een kandidaat gemaakt 2 aan de hand van de items die de kandidaat daadwerkelijk zijn voorgelegd. Van alle antwoorden die een kandidaat geeft, wordt eerst de ruwe score berekend, ofwel het aantal behaalde punten. In het geval een digitale toets met uitsluitend automatisch scoorbare vragen wordt de ruwe score door de examensoftware bepaald. In combinatie met de itemkenmerken waarop deze ruwe score behaald is, wordt de vaardigheid geschat. Dit gebeurt per examenvariant voor iedere ruwe score apart, zie bijvoorbeeld Tabel 1 voor een gedeelte van de omzettingstabel van score naar vaardigheid bij COE Nederlands 2F 2012, versie 2. De relatie tussen score en vaardigheid hoeft niet rechtlijnig te zijn. Dit hangt af van de onderlinge verschillen in moeilijkheid tussen de opgaven. Tabel 1. Voorbeeld van een omzettingstabel score naar vaardigheid Variant Score Vaardigheid V V V V V V V Deze methode levert dus per examenvariant een tabel op met achter iedere mogelijke ruwe score een vaardigheidsschatting. De ruwe score loopt van 0 tot en met de maximale score. De vaardigheidsschatting is niet overal even nauwkeurig. Bij de allerlaagste en allerhoogste scores is de 2 De gebruikte schatting is een weighted maximum likelihood (WML) schatter bij de ongewogen score. Verhelst en Engelen (1999) tonen aan dat dit een veralgemenisering is van de WML schatter bij gewogen scores (Warm, 1989). 4

5 meetnauwkeurigheid lager dan ergens in het midden van de scores. De exacte score waarbij de meetnauwkeurigheid is het hoogst is, hangt af van de moeilijkheid van de opgaven in de examenvariant. Als er opgaven in een examenvariant zitten, waarover de normeringsvergadering beslist dat zij niet mee mogen tellen bij de beoordeling van een kandidaat, dan noemen we dit geneutraliseerde items. Dit is een technische term om deze items te onderscheiden van de items die wel meetellen. Alle kandidaten krijgen voor een geneutraliseerde item het maximale aantal punten dat behaald kan worden. Bij de schatting van de itemparameters doen de geneutraliseerde items niet mee, alleen de antwoorden op de overige items worden gebruikt voor het vaststellen van de vaardigheidsschaal. We doen dus bij de schatting net of de geneutraliseerde items niet bestaan. De vaardigheid van de kandidaat wordt dus eigenlijk geschat aan de hand van de antwoorden op een verkorte examenvariant, waarin de geneutraliseerde items niet opgenomen zijn. In Tabel 2 staat een voorbeeld van de omzettingtabel van score naar vaardigheid als er in een variant, waarop maximaal 54 punten behaald kunnen worden, drie geneutraliseerde items van ieder maximaal 1 punt zijn. De schatting van de vaardigheid gaat uitsluitend over de verkorte variant, met scores 0 tot en met 51. De rapportage gaat over de gehele range 0 tot en met 54. De geneutraliseerde punten worden bij de verkorte score opgeteld om tot de score op de volledige variant te komen. In de rapportage tabel staat achter de scores 0, 1 en 2 dezelfde vaardigheid als bij de laagst mogelijke score 3, namelijk vaardigheid 75. Echter, in praktijk komen deze scores niet voor omdat iedere kandidaat minimaal 3 punten scoort, namelijk op de geneutraliseerde items. Tabel 2. Vaardigheidsscores bij een examenvariant met 3 geneutraliseerde items van ieder 1 punt Schatting Rapportage Score verkorte variant Vaardigheid Score volledige variant Vaardigheid nvt nvt 0 75 nvt nvt 1 75 nvt nvt Noot. Gerapporteerde scores 0,1 en 2 komen niet voor, vanwege de geneutraliseerde items. 7. Van vaardigheid naar cijfer Alle kandidaten en opgaven worden dus op dezelfde vaardigheidsschaal afgebeeld. Cijfers reflecteren de waardering voor behaalde vaardigheid. Het belangrijkste punt op de vaardigheidsschaal is de cesuur: vanaf de cesuur vaardigheid wordt de vaardigheid van kandidaten als voldoende beoordeeld. Een vaardigheid onder de cesuur wordt als onvoldoende beoordeeld. Het precieze cijfer dat wordt toegekend bij de cesuur vaardigheid is afhankelijk van het aantal gerapporteerde decimalen. Als hele cijfers gerapporteerd worden, zoals bij de Rekentoets VO of het 5

6 COE Rekenen, is het cijfer bij de cesuur een 5,5. Dit cesuur cijfer heeft één decimaal meer dan er gerapporteerd wordt om afrondingsproblemen te voorkomen. Als cijfers met één decimaal worden gerapporteerd, zoals bij het COE Taal, is het cijfer bij de cesuur gelijk aan 5,45. In Figuur 3 is dit bij vaardigheid 83, Van vaardigheid naar cijfer Cijfer ,0 20,0 40,0 60,0 80,0 100,0 120,0 140,0 Vaardigheid Figuur 3. Voorbeeld van omzetting van vaardigheidsscores naar cijfers De omzetting van vaardigheid naar cijfer is lineair met een knik. Dat wil zeggen dat er een rechtlijnig verband is tussen cijfer en vaardigheid boven de cesuur, en dat er een ander rechtlijnig verband is onder de cesuur. Om de relaties exact vast te leggen, worden door de normeringsvergadering nog twee cijferpunten op de vaardigheidsschaal vastgelegd: één boven de cesuur en één onder de cesuur. Boven de cesuur is dit punt het cijfer 7,5, waarmee het cijfer 8 of hoger wordt toegekend aan kandidaten met een goede vaardigheid. Onder de cesuur wordt het cijfer 4,5 of 3,5 vastgesteld. Een vaardigheid die resulteert in het cijfer 4 of lager is zodanig laag dat de kandidaat geen diploma waardig is. De drie punten op de vaardigheidsschaal die de omzetting van vaardigheid naar cijfer bepalen, noemen we ook wel standaarden. De rechte lijnen die door de drie punten bepaald worden, worden naar boven en beneden afgekapt. Cijfer boven 10,0 en onder 1,0 worden immers niet toegekend. Het bepalen van de waarden van standaarden wordt Standaardsetting genoemd. Bij COE en Rekentoets VO worden daarvoor de oordelen van zo n 15 experts gebruikt. Deze experts zijn niet betrokken zijn bij de constructie van het examen of de toets. Er zijn diverse methodes waarbij deze experts 6

7 oordelen per opgave moeten geven, of waarbij zij oordelen over sets van opgaven moeten geven. De experts baseren zich voor het vereiste niveau op de Syllabi COE en Toetswijzers Rekentoets VO. 8. Toekomstperspectief: itembanken Na een aantal jaren van examenontwikkeling en afnames kan een groot aantal opgaven op dezelfde schaal worden afgebeeld. We spreken dan van een itembank. Uit deze itembank kunnen dan varianten worden samengesteld, waarbij de normering vóór afname vastgesteld kan worden. De itemparameters en de standaarden zijn immers al bekend. Een voordeel van het werken met itembanken is dat de standaarden of cesuren die bij diverse afnames gehanteerd worden goed met elkaar vergeleken kunnen worden. We kunnen dan binnen referentieniveaus diverse toetsen en de prestaties daarop vergelijken, bijvoorbeeld de Rekentoets VO 2F vergelijken met de COE 2F rekenen. Maar ook de verticale vergelijking tussen niveaus is dan mogelijk, bijvoorbeeld tussen de Rekentoets VO 2F en de Rekentoets VO 3F. Dergelijke vergelijkingen bieden perspectief voor de verdere ontwikkeling van doorlopende toetslijnen. In het meest geavanceerde geval kan in de toekomst het examen of de toets op elk gewenst tijdstip en elke locatie worden afgenomen. Niet iedereen maakt meer hetzelfde examen. Mogelijk maakt iedere kandidaat een ander examen, dat wil zeggen een examen met andere opgaven. Mogelijk wordt het examen zelfs als adaptieve toets afgenomen. Dit laatste betekent dat de moeilijkheid van de opgaven in de loop van het examen wordt aangepast aan het niveau van de kandidaat. De exacte samenstelling van de examenvariant wordt dan dus gedurende de afname bepaald, in plaats van vooraf. Een voordeel van adaptieve toetsing is dat er een nauwkeuriger meting van de vaardigheid van een kandidaat kan plaatsvinden. Een voorwaarde is wel dat de opgaven niet algemeen bekend zijn, zodat een kandidaat steeds voor hem/haar nieuwe opgaven maakt. Om de geheimhouding van opgaven te waarborgen, is het inzagerecht bij COE en Rekentoets VO bijvoorbeeld beperkt. 7

8 Schattingsmethode Om de moeilijkheid van de opgaven precies te schatten, wordt gebruik gemaakt van item respons theorie (IRT). Opgaven worden binnen deze theorie items genoemd. De antwoorden van leerlingen worden responsen genoemd. De kans dat een bepaalde kandidaat een bepaald item goed beantwoordt, is afhankelijk van de vaardigheid van de persoon en van kenmerken van het item, zoals de moeilijkheid ervan. De vaardigheid van een kandidaat wordt met de Griekse letter θ aangeduid. De kans dat een kandidaat met een vaardigheid θ een item goed maakt, wordt omschreven met een wiskundige formule of functie. Van de familie van modellen die binnen de IRT vallen, wordt in dit geval het one parameter logistic model (OPLM, Glas & Verhelst, 1989, Verhelst & Glas, 1993; Verhelst, Glas & Verstralen, 1993; Verhelst & Eggen, 2011) gebruikt. De itemresponsfunctie van het OPLM is gegeven door exp [ ai ( - i ) ] f i( )= 1 + exp [ ai ( - )] i, waarin a i de zogenaamde discriminatie index van het item is, en β i de moeilijkheidsparameter van item i is. In Figuur 4 zijn de itemresponscurven weergegeven van twee items i en j, die even moeilijk zijn maar verschillend discrimineren. Als de vaardigheid van de kandidaat gelijk is aan de moeilijkheid van een opgave, dan heeft hij/zij een kans van 50% om de opgave goed te maken. Opgaven met een hoge discriminatie index onderscheiden beter tussen hoog en laag vaardige kandidaten, ofwel de kans om een opgave goed te maken neemt hierbij snel toe met θ. Merk op dat discriminatie hier dus niets met geslacht of afkomst te maken heeft. De index a i wordt ook wel de hellingsparameter genoemd. Figuur 4. Twee itemresponscurven in het OPLM: zelfde moeilijkheid, verschillende discriminatie index Een vaak toegepaste schattingsmethode voor de moeilijkheidsparameters β i is de conditionele grootste aannemelijkheidsmethode (in het Engels: Conditional Maximum Likelihood, verder aangeduid als CML). Die maakt gebruik van het feit dat in het model een afdoende 8

9 steekproefgrootheid ('sufficient statistic') bestaat voor de latente variabele θ, namelijk de ruwe score of het aantal correct beantwoorde items. Dat betekent grofweg dat, indien de itemparameters bekend zijn, alle informatie die het antwoordpatroon over de vaardigheid bevat, kan worden samengevat in de ruwe score; het doet er dan verder niet meer toe welke opgaven goed en welke fout zijn gemaakt. Hieruit vloeit voort dat de conditionele kans op een juist antwoord op item i, gegeven de ruwe score, een functie is die alleen afhankelijk is van de itemparameters en onafhankelijk van de waarde van θ 3. De CML schattingsmethode maakt van deze functie gebruik. Deze methode maakt geen enkele vooronderstelling over de verdeling van de vaardigheid in de populatie, en is ook onafhankelijk van de wijze waarop de steekproef is getrokken. Door de indices a i te beperken tot (positieve) gehele getallen, en door ze a priori als constanten in te voeren, is het mogelijk CML schattingen van de itemparameters β i te maken. 3 Een gedetailleerde uiteenzetting hierover kan men vinden in Verhelst,

10 Standaardsetting Bij een standaardsetting wordt een punt op de vaardigheidsschaal bepaalt (Figuur 1). Voor het bepalen van de standaarden zijn meerdere soorten procedures beschikbaar. Eenn eerste onderscheid kan gemaakt worden tussen procedures waarbij beoordelaars of experts gebruikt worden en procedures waarbij standaarden uit voorgaand onderzoek toegepastt worden op nieuwe examen met beoordelaars zijn er twee subtypen te onderscheiden: procedures waarbij dee experts kandidaten beoordelen en procedures waarbij de experts opgaven beoordelen. Bij B de COEs en Rekentoets VO afnames. Dit laatste wordt besproken onder het kopje Ankering. Bijj de standaarsetting procedures wordt alleen van procedures gebruik gemaakt waarbij opgaven beoordeeld worden. Dit kan weer op meerdere manieren. Hieronder worden tweee gebruikte procedures met m beoordelaars van opgaven besproken (Angoff procedure en Bookmark procedure). Merk op o dat deze methoden niet beperkt hoeven te zijn tot de cesuur voor een voldoende, maar ook toegepast t kunnen worden voor het cijfer 5 of 8. Figuur 5. Standaard (125) op een vaardigheidsschaal Ankering Een anker is een set van opgaven die uit voorgaand onderzoek stamt. Dit kunnenn opgaven uit eenzelfde examen van een eerder tijdstip zijn, of opgaven uit anderee examens. Wel is nodig dat de vaardigheid die in het voorgaande onderzoekk gemeten werd, dezelfde vaardigheid is die mett het huidige examen gemeten wordt.. Dus in een Rekentoets VO kunnen ankeropgavea en van vorig jaar j zitten, of ankeropgaven uit de COEs Rekenen, of uit de Referentiesets rekenen. Een voordeel van het opnemen van ankers inn een examen periode is dat standaarden die bij voorgaand onderzoek door experts al zijn vastgesteld, direct gehanteerd kunnen worden bij de nieuwe examens. Dit laatste noemen we standaardsetting via ankering. 10

11 Toetsen of examenvarianten die via ankers aan elkaar gekoppeld zijn, kunnen afgebeeld worden op dezelfde schaal. Meestal worden de itemparameters van de ankeropgaven gefixeerd, waarmee de vaardigheidsschaal van het voorgaande onderzoek ook gehanteerd wordt voor de afbeelding van de nieuwe opgaven en vaardigheden van nieuwe kandidaten. Het kan voorkomen dat de itemparameters van het anker niet passen bij de populatie die deelneemt aan de nieuwe examenperiode. Dit kan bijvoorbeeld doordat het een andere populatie betreft (VO versus MBO), of omdat er gerichte training heeft plaatsgevonden tussen de oude en nieuwe periode. In dergelijke gevallen, horen bij het anker twee sets parameters: één op de oude vaardigheidsschaal en één op de nieuwe. Als het anker uit minstens 40 opgaven bestaat, is een standaard op de oude schaal toch te vertalen naar een standaard op de nieuwe schaal. De standaard op de oude schaal wordt namelijk eerst vertaald naar een ruwe score op het anker, en deze wordt vervolgens weer vertaald in een positie op de nieuwe schaal. Als er zowel een standaardsetting via ankering heeft plaatsgevonden, als een standaardsetting met experts, dan kunnen de verkregen cesuren van elkaar afwijken. Bij zo n afwijking moet eerst gekeken worden of het verschil te wijten valt aan toeval. Indien er structureel afwijkingen geconstateerd worden, moet er wellicht een herziening van de oude standaard plaatsvinden. Angoff procedure Bij een Angoff procedure moeten de experts een grenskandidaat in gedachten nemen. Een grenskandidaat is een kandidaat die het vereiste niveau net beheerst. De experts geven per item aan of een grenskandidaat deze goed maakt of niet. Bij een gemodificeerde Angoff procedure wordt per item door de experts de kans ingeschat dat een grenskandidaat de opgave goed maakt. Dit is hetzelfde als inschatten hoeveel van 100 grenskandidaten de opgave goed maken. Optellen van de kansen van alle opgaven van een bepaald examen of toets geeft de grensscore die gehaald moet worden op het betreffende examen of toets om te voldoen aan minimale eisen: de cesuur. Deze cesuur wordt vervolgens afgebeeld op de vaardigheidsschaal, waarmee de standaard bepaald is. Bookmark procedure Als er ook afnamegegevens beschikbaar zijn, kan ook gewerkt worden met een Bookmark procedure, waarbij gebruik gemaakt wordt van de empirische ordening van de items naar moeilijkheid (Van der Schoot, 2001, 2008). Deze procedure voor het vaststellen van een standaard voor een bepaald niveau maakt gebruik van een reeks opgaven die naar moeilijkheid zijn gerangschikt. Deskundigen geven aan welke opgave nog wel en welke niet meer beheerst zouden moeten worden door een grenskandidaat. In de reeks opgaven plaatsen zij een bookmark. Experts geven dus aan hoeveel items van een set opgaven beheerst moeten worden op een bepaald niveau. Dit oordeel wordt weer omgezet in een punt op de vaardigheidsschaal. 11

12 Syllabi COE en Toetswijzers Rekentoets VO Regelgeving door OCW De totstandbrenging van examens begint met regelgeving vanuit het ministerie van OCW. Voor de referentieniveaus is dit in de eerste plaats het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, waarin de inhoud van de referentieniveaus is bepaald en waarin geregeld is welk referentieniveau geldt voor welk schooltype. Het ministerie heeft ook geregeld hoe de toetsing/examinering van de referentieniveaus plaats gaat vinden. Voor rekenen in het VO gaat dit gebeuren door een centrale rekentoets die deel uitmaakt van het eindexamen. Voor het mbo komen er centraal ontwikkelde examens (COE s) rekenen en taal. Het College voor Examens (CvE) heeft als opdracht om namens de Nederlandse overheid de kwaliteit van de centrale toetsen en examens in Nederland te waarborgen én om de voorwaarden te scheppen voor een goed verloop van de afname van de examens op de onderwijsinstellingen. Het ministerie heeft toetswijzers vastgesteld waarin beschreven is wat er in een rekentoets VO wel en niet gevraagd kan worden. Het CvE voor de COE s in het mbo syllabi vastgesteld. Het CvE doet dit overigens ook voor de centrale examens in het VO. De syllabi en de rekentoetswijzers zijn beschrijvingen van de examenstof. Relevante syllabi of toetswijzers In Tabel 3 staat voor rekenen per opleidingsniveau welk examen gemaakt moet worden en welke syllabus of rekentoetswijzer daarbij betrokken is. De syllabus rekenen 2F MBO is inhoudelijk afgestemd met de rekentoetswijzer 2F VO, net als de syllabus rekenen 3F MBO met de rekentoetswijzer 3F VO. In het VO en het MBO worden alle domeinen van de referentieniveaus getoetst. Tabel 3. Examenvorm en syllabus of toetswijzer rekenen per opleidingsniveau VMBO BB rekentoets VO 2F examenvorm: digitale centrale toets / examenstof: rekentoetswijzer 2F VMBO KB rekentoets VO 2F examenvorm: digitale centrale toets / examenstof: rekentoetswijzer 2F VMBO rekentoets VO 2F GL/TL examenvorm: digitale centrale toets / examenstof: rekentoetswijzer 2F Havo rekentoets VO 3F examenvorm: digitale centrale toets / examenstof: rekentoetswijzer 3F VWO rekentoets VO 3F examenvorm: digitale centrale toets / examenstof: rekentoetswijzer 3F *) MBO 2 COE rekenen 2F examenvorm: digitaal centraal examen / examenstof: syllabus rekenen 2F mbo MBO 3 COE rekenen 2F examenvorm: digitaal centraal examen / examenstof: syllabus rekenen 2F mbo MBO 4 COE rekenen 3F examenvorm: digitaal centraal examen / examenstof: syllabus rekenen 3F mbo *) In tegenstelling tot taal kent rekenen geen referentieniveau 4F, wel een referentieniveau 3S. In opdracht van OCW wordt onderzocht of het referentieniveau 3S beter past bij het vwo dan 3F. 12

13 In Tabel 4 staat voor Nederlandse taal per opleidingsniveau welk examen gemaakt moet worden en welke syllabus daarbij betrokken is. Alleen de vaardigheden lezen en luisteren worden getoetst in de COE s. Tabel 4. Examenvorm en syllabus Nederlandse taal per opleidingsniveau MBO 2 MBO 3 MBO 4 COE taal 2F examenvorm: digitaal centraal examen / examenstof: syllabus taal 2F mbo COE taal 2F examenvorm: digitaal centraal examen / examenstof: syllabus taal 2F mbo COE taal3f examenvorm: digitaal centraal examen / examenstof: syllabus taal 3F mbo Wijze van samenstelling van syllabus of toetswijzer Bij het schrijven van syllabi en toetswijzers waren veel deskundigen op het gebied van taal en rekenen betrokken. Zowel medewerkers uit expertisecentra als docenten. Expertisecentra zowel op het gebied van taal en rekenen als op het gebied van toetsing en examinering. Docenten zowel uit de onderwijssector waarvoor het referentieniveau bedoeld is als, als het vervolgonderwijs daarop. Betrokken expertisecentra waren onder meer het Nederlands Vlaams Platform Taalbeleid hoger Onderwijs, ITTA en het Freudenthal Instituut. Leden van syllabus en toetswijzercommissies waren voorgedragen door onder meer de MBO Raad, de AOC Raad, de HBO Raad, NRTO, de onderwijsbonden, de Nederlandse Vereniging van Wiskunde Leraren en VECON. Over de conceptversies zijn raadplegingen gehouden in de vorm van enquêtes en resonansbijeenkomsten. Op basis van de raadplegingen zijn de conceptversies aangepast en vervolgens vastgesteld. Constructie van een examen op basis van syllabus of toetswijzer Het CvE draagt verantwoordelijkheid voor de centrale examens en toetsen. De centrale toetsen en examens worden geconstrueerd door Cito, in opdracht van CvE. Cito heeft constructiegroepen ingericht die onder meer bestaan uit docenten die lesgeven aan de kandidaten voor wie het examen of de toets bedoeld is. Iedere constructiegroep wordt geleid door een toetsdeskundige. De toetsdeskundige is een expert op het gebied van examinering in het desbetreffende vak. Het CvE heeft vaststellingscommissies ingesteld. Net als bij de constructiegroepen van Cito, maken docenten die les geven aan de doelgroep deel uit van de vaststellingscommissies van het CvE. Het CvE benoemt die docenten meestal op voordracht van onderwijsorganisaties, zoals de Vereniging van Levende Talen, de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren, de MBO Raad, de NRTO en de onderwijsbonden. De voorzitter van een vaststellingscommissie is meestal een leidinggevende die werkzaam is in het vakgebied in het vervolgonderwijs en/of beschikt over inzicht in en overzicht op het terrein van het vak. Op die manier wil het CvE bereiken dat de toetsen en examens aansluiten op het onderwijs en relevant zijn voor het vervolgonderwijs. De toetsdeskundige en de constructiegroepen gaan in opdracht van het CvE aan het werk om een examen te construeren. In de syllabus of toetswijzer staat wat wel en niet gevraagd mag worden in 13

14 het examen of de toets. De syllabus of toetswijzer is dan ook het kader waarbinnen de toetsdeskundigen en de constructiegroepen hun werk doen. De toetsdeskundige legt vervolgens de concept opgaven en samenstelling van het examen voor aan de vaststellingscommissie van het CvE. De vaststellingscommissie controleert dan of het conceptexamen aan de syllabus of toetswijzer voldoet en of er geen onvolkomenheden in de opgaven zitten en stelt het examen dan vast. 14

15 Literatuur Eggen, T. J. H. M., & Verhelst, N. D. (2011). Item calibration in incomplete testing designs. Psicologica: International Journal of Methodology and Experimental Psychology, 32, Glas, C. A. W., & Verhelst, N.D. (1989). Extensions of the partial credit model, Psychometrika, 54, Van der Schoot, F. (2001). Standaarden voor kerndoelen basisonderwijs. De ontwikkeling van standaarden voor kerndoelen basisonderwijs op basis van resultaten uit peilingsonderzoek. (Proefschrift Universiteit van Amsterdam). Arnhem, Cito. Van der Schoot, F. (2008). Onderwijs op peil? Een samenvattend overzicht van 20 jaar PPON. Arnhem, Cito. Verhelst, N.D., & Engelen, R.J.H. (1999). An ability estimator in the two parameter logistic model based on raw scores. Research memorandum. Arnhem: Cito. Verhelst, N.D., & Glas, C.A.W. (1993). A dynamic generalization of the Rasch model. Psychometrika, 58, Verhelst, N.D., Glas, C.A.W., & Verstralen, H.H.F.M. (1993). OPLM: One parameter logistic model. Computer program and manual. Arnhem: Cito. Warm, T.A. (1989). Weighted likelihood estimation of ability in item response theory. Psychometrika, 54,

Normering met een vaardigheidsschaal bij de centrale examens Nederlandse taal en rekenen in het mbo en de Rekentoets VO (RVO)

Normering met een vaardigheidsschaal bij de centrale examens Nederlandse taal en rekenen in het mbo en de Rekentoets VO (RVO) BIJLAGE 2 behorende bij artikel 2 van de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO 2014, van 18 maart 2014, nummer CvE-14.01060 Normering met een vaardigheidsschaal bij de

Nadere informatie

Toelichting Ankeronderzoek met Referentiesets. Ankeronderzoek. Beschrijving ankeronderzoek. Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014

Toelichting Ankeronderzoek met Referentiesets. Ankeronderzoek. Beschrijving ankeronderzoek. Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014 Toelichting Saskia Wools & Anton Béguin, Cito 2014 Ankeronderzoek Deze handleiding bevat een korte beschrijving van ankeronderzoeken. In het algemeen geldt dat meer informatie te vinden is in het boek

Nadere informatie

CvE-bijlage bij rapportage 2012-2013 invoering centrale toetsing en examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

CvE-bijlage bij rapportage 2012-2013 invoering centrale toetsing en examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen CvE-bijlage bij rapportage 2012-2013 invoering centrale toetsing en examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen In dit document geeft het College voor Examens gegevens rondom de resultaten

Nadere informatie

FLITSBIJEENKOMSTEN PILOT REKENTOETS VO 2013. September en oktober 2012 Maaike Beuving

FLITSBIJEENKOMSTEN PILOT REKENTOETS VO 2013. September en oktober 2012 Maaike Beuving FLITSBIJEENKOMSTEN PILOT REKENTOETS VO 2013 September en oktober 2012 Maaike Beuving REFERENTIENIVEAUS REKENEN IMPLEMENTATIE IN EINDEXAMEN VO Opbouw presentatie 1 Terugblik op pilot rekentoetsen in 2012

Nadere informatie

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van

notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van notitie Opbrengsten onderzoeken naar aanleiding van advies van commissie Bosker Bureau van het CvTE Muntstraat 7 3512 ET Utrecht Postbus 315 3500 AH Utrecht Nederland www.hetcvte.nl Datum 10 juni 2015

Nadere informatie

Cesuur. bij variantenn. Omzettingstabellen. van de. Nieuw is

Cesuur. bij variantenn. Omzettingstabellen. van de. Nieuw is Utrecht, 7 maart 2014 Toelichting bij omzettingstabellen en vaardigheidsscore pilott COE 3F (februari 2014) Cesuur Dit is het derde pilotjaar van de COE s 3F. Vanwege de pilotfase waarin de COE s zich

Nadere informatie

COE S REKENEN 2F EN 3F

COE S REKENEN 2F EN 3F COE S REKENEN 2F EN 3F Alles over de examens Jan Paul de Vries Maart 2014 REGELGEVING 1. Er zijn referentieniveaus (wet en besluit referentieniveaus): generiek rekenen (2F/3F) die gelden voor alle mbo-opleidingen;

Nadere informatie

Maatregelen naar aanleiding van het advies van de commissie Bosker

Maatregelen naar aanleiding van het advies van de commissie Bosker Stand van zaken invoering referentieniveaus taal en rekenen Brief aan Tweede Kamer d.d. 17 december 2014 Advies Doordacht doorzetten naar een hoger rekenniveau Dit is een servicedocument voor het voortgezet

Nadere informatie

Wat betekent het twee examens aan elkaar te equivaleren?

Wat betekent het twee examens aan elkaar te equivaleren? Wat betekent het twee examens aan elkaar te equivaleren? Op grond van de principes van eerlijkheid en transparantie van toetsing mogen kandidaten verwachten dat het examen waarvoor ze opgaan gelijkwaardig

Nadere informatie

Datum 24 september 2014 Gevolgen van de referentieniveaus taal voor de normering van de centrale examens Nederlands 2015

Datum 24 september 2014 Gevolgen van de referentieniveaus taal voor de normering van de centrale examens Nederlands 2015 > Retouradres Postbus 35 3500 AH Utrecht De scholen voor voortgezet onderwijs, t.a.v. de directeur, de examensecretaris en de docenten Nederlands Bureau van het CvTE Muntstraat 7 352 ET Utrecht Postbus

Nadere informatie

maak kennis met Het College voor examens

maak kennis met Het College voor examens maak kennis met Het College voor examens College voor Examens 030 28 40 700, info@cve.nl Postbus 315, 3500 AH Utrecht www.cve.nl Het is enorm belangrijk dat de focus altijd gericht blijft op de leerling

Nadere informatie

FLITSBIJEENKOMSTEN REKENTOETS VO 2016. November 2015 Maaike Beuving/Martin van Reeuwijk

FLITSBIJEENKOMSTEN REKENTOETS VO 2016. November 2015 Maaike Beuving/Martin van Reeuwijk FLITSBIJEENKOMSTEN REKENTOETS VO 2016 November 2015 Maaike Beuving/Martin van Reeuwijk OPBOUW PRESENTATIE Terugkijken Terugblik op de afnames in 2015 Resultaten rekentoets VO 2015 Vooruitkijken: afname

Nadere informatie

Product Informatie Blad - Rekentoets

Product Informatie Blad - Rekentoets Product Informatie Blad - Rekentoets PIB240-2010-Rekentoets Context In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft de commissie Meijerink onderzoek gedaan naar wat leerlingen

Nadere informatie

Onderwerp Vooronderzoek en vrije afnames van diagnostische toetsen taal en rekenen Resultaten mbo. Kenmerk. Datum november 2009

Onderwerp Vooronderzoek en vrije afnames van diagnostische toetsen taal en rekenen Resultaten mbo. Kenmerk. Datum november 2009 Onderwerp Vooronderzoek en vrije afnames van diagnostische toetsen taal en rekenen Resultaten mbo Kenmerk Datum november 2009 Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling / KvK 09103470 1 Inleiding

Nadere informatie

Enkele rekenexperts, docenten en andere betrokkenen. Rekentoetswijzercommissie voortgezet onderwijs. Expertmeeting rekentoetsen vo

Enkele rekenexperts, docenten en andere betrokkenen. Rekentoetswijzercommissie voortgezet onderwijs. Expertmeeting rekentoetsen vo Uitnodiging Aan Enkele rekenexperts, docenten en andere betrokkenen Van Rekentoetswijzercommissie voortgezet onderwijs Datum 16 maart 2011 Agenda Expertmeeting rekentoetsen vo Datum overleg 12 april 2011

Nadere informatie

Een Europees Referentiekader voor talenexamens. Een utopie?

Een Europees Referentiekader voor talenexamens. Een utopie? Een Europees Referentiekader voor talenexamens Een utopie? José Noijons VLoD 34. Jahreshochschultagung 07.11.2008 Stichting CITO Instituut voor Toetsontwikkeling 1 Europees Referentiekader (ERK) Ontwikkeld

Nadere informatie

Onderzoek Discrepantie Rekentoets vo 2F en CE wiskunde vmbo bb en kb

Onderzoek Discrepantie Rekentoets vo 2F en CE wiskunde vmbo bb en kb Onderzoek Discrepantie Rekentoets vo 2F en CE wiskunde vmbo bb en kb Eindrapportage juni 2015 Franziska van Dalen Met medewerking van: Hendrik Straat en Paul Drijvers Studentnummer: 3693562 Cito, Arnhem

Nadere informatie

faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen gion onderwijs/onderzoek Drs. R.C. Endert Plv. Directeur VO Ministerie OCW 28 september 2015

faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen gion onderwijs/onderzoek Drs. R.C. Endert Plv. Directeur VO Ministerie OCW 28 september 2015 faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen gion onderwijs/onderzoek Drs. R.C. Endert Plv. Directeur VO Ministerie OCW Prof. Dr. R.J. Bosker T 050 363 6791 r.j.bosker@rug.nl Grote Rozenstraat 3 9712

Nadere informatie

examenstof zie syllabus 2014 NB de syllabus is leidend (niet de educatieve methode)

examenstof zie syllabus 2014 NB de syllabus is leidend (niet de educatieve methode) wiskunde - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2014 Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (CvE) (zie Examenblad.nl). Alle leerwegen: BB, KB

Nadere informatie

2. CEVO/CvE 3. Coe voor niveau 4 4. Niveau 1, 2 en 3 5. Verkenning vanuit voorbeelden vmbo

2. CEVO/CvE 3. Coe voor niveau 4 4. Niveau 1, 2 en 3 5. Verkenning vanuit voorbeelden vmbo Taal en rekenen in het mbo Op weg naar centraal ontwikkelde examens GDW kennisdelingsconferentie 16 april 2009 Jan Paul de Vries/Mia van Boxel Centraal ontwikkelde examens taal & rekenen mbo 1. Coe t&r

Nadere informatie

Implementatie referentieniveaus taal en rekenen in eindexamen VO

Implementatie referentieniveaus taal en rekenen in eindexamen VO Implementatie referentieniveaus taal en rekenen in eindexamen VO maart 2012 Voortgezet onderwijs Implementatie referentieniveaus taal en rekenen in eindexamen VO 2 Deze brochure beschrijft de stand van

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VMBO GT/TL

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VMBO GT/TL TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VMBO GT/TL EERSTE TIJDVAK 2011 1 Inleiding 1. Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het

Nadere informatie

De Centrale Eindtoets in het basisonderwijs. Regionale bijeenkomst PO-Raad 5 november 2015

De Centrale Eindtoets in het basisonderwijs. Regionale bijeenkomst PO-Raad 5 november 2015 De Centrale Eindtoets in het basisonderwijs Regionale bijeenkomst PO-Raad 5 november 2015 VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN HET CVTE Namens de overheid: kwaliteitsborging centrale examens en toetsen waarborgen

Nadere informatie

Product Informatie Blad Toets Engels

Product Informatie Blad Toets Engels Product Informatie Blad Toets Engels PIB-2014-Engels Context Beheersing van de Engelse taal is een belangrijk onderdeel in het Nederlandse onderwijs. In het VO is Engels één van de doorstroomrelevante

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NASK 1 VMBO EERSTE TIJDVAK 2013

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NASK 1 VMBO EERSTE TIJDVAK 2013 TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NASK 1 VMBO EERSTE TIJDVAK 2013 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal examen

Nadere informatie

Product Informatie Blad - Taaltoets

Product Informatie Blad - Taaltoets Product Informatie Blad - Taaltoets PIB150-2010-Taaltoets Context In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft de Commissie Meijerink onderzoek gedaan naar wat leerlingen

Nadere informatie

Normering en schaallengte

Normering en schaallengte Bron: www.citogroep.nl Welk cijfer krijg ik met mijn score? Als je weet welke score je ongeveer hebt gehaald, weet je nog niet welk cijfer je hebt. Voor het merendeel van de scores wordt het cijfer bepaald

Nadere informatie

Rekentoetswijzer 2F. Eindversie

Rekentoetswijzer 2F. Eindversie Rekentoetswijzer 2F Eindversie Voorwoord De rekentoetswijzer stelt docenten in staat zich een beeld te vormen van wat er in de rekentoetsen rekenen 2F voor het voortgezet onderwijs wel en niet gevraagd

Nadere informatie

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

05-02-2013. 1 Doorlopende toetslijn Nederlandse taal en rekenen TAAL EN REKENEN IN EXAMINERING ONDERWERPEN

05-02-2013. 1 Doorlopende toetslijn Nederlandse taal en rekenen TAAL EN REKENEN IN EXAMINERING ONDERWERPEN TAAL EN REKENEN IN EXAMINERING Vmbo conferentie Nijkerk 31 januari 2013 André Coenders Maaike Beuving ONDERWERPEN 1 Doorlopende toetslijn Nederlandse taal en rekenen 2 Invoering referentieniveaus examen

Nadere informatie

RAPPORTAGE REFERENTIESETS NEDERLANDSE TAAL (LEZEN) EN REKENEN VERANTWOORDING PROJECT

RAPPORTAGE REFERENTIESETS NEDERLANDSE TAAL (LEZEN) EN REKENEN VERANTWOORDING PROJECT RAPPORTAGE REFERENTIESETS NEDERLANDSE TAAL (LEZEN) EN REKENEN VERANTWOORDING PROJECT pagina 2 van 48 Inhoud Voorwoord 5 Samenvatting 6 1 Inleiding 7 2 Wat is een referentieset? 8 2.1 Illustratie referentieset

Nadere informatie

Wat leren we uit de COE rekentoetsen over ERWD? Hendrik Straat en Mieke Hodzelmans Cito

Wat leren we uit de COE rekentoetsen over ERWD? Hendrik Straat en Mieke Hodzelmans Cito Wat leren we uit de COE rekentoetsen over ERWD? Hendrik Straat en Mieke Hodzelmans Cito Opzet Achtergrond van het onderzoek Bekijken van rekenitems Resultaten en discussie Aanleiding Introductie van rekentoetsen

Nadere informatie

3 e Jaarcongres VMBO. Praktisch VMBO. 24 januari 2012, Reehorst Ede

3 e Jaarcongres VMBO. Praktisch VMBO. 24 januari 2012, Reehorst Ede 3 e Jaarcongres VMBO Praktisch VMBO 24 januari 2012, Reehorst Ede 3 e Jaarcongres VMBO Deelsessie 9 Taal en rekenen: zéker actueel in het vmbo Inhoud van deze workshop Actieplan beter presteren (kort)

Nadere informatie

REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015

REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015 REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015 pagina 2 van 16 Inhoud Voorwoord 5 Vooraf 6 1 Inleiding 7 1.1 Wat is een rekentoetswijzer? 7 1.2 De rekentoets 3F 7 1.3 Uitgangspunten bij de constructie van

Nadere informatie

4 Werken met beoordelingsmodellen voor productieve vaardigheden

4 Werken met beoordelingsmodellen voor productieve vaardigheden 4 Werken met beoordelingsmodellen voor productieve vaardigheden Inleiding Voor het vak Nederlands in het mbo is het Referentiekader Nederlandse taal de basis vormt voor de examinering. Hieronder lichten

Nadere informatie

Themabijeenkomst DTT. 9 december 2015. Workshop: wiskunde havo/vwo Peter van Wijk. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Themabijeenkomst DTT. 9 december 2015. Workshop: wiskunde havo/vwo Peter van Wijk. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Themabijeenkomst DTT SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling 9 december 2015 Workshop: wiskunde havo/vwo Peter van Wijk Doel workshop U krijgt inzicht welke vakaspecten uw leerlingen op hoger

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2014

Correctievoorschrift HAVO 2014 Correctievoorschrift HAVO 204 tijdvak 2 wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels

Nadere informatie

TERUGBLIK CENRAAL EXAMEN MAATSCHAPPIJLEER II VMBO GL/TL

TERUGBLIK CENRAAL EXAMEN MAATSCHAPPIJLEER II VMBO GL/TL TERUGBLIK CENRAAL EXAMEN MAATSCHAPPIJLEER II VMBO GL/TL EERSTE TIJDVAK 2011 1 Inleiding 1. Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13957 29 mei 2013 Regeling van het College voor examens van 16 april 2013, nummer Cve-13.01219, houdende vaststelling

Nadere informatie

INSIGHT Rekentoets. Witboek Insight rekentoets. Tijd voor rekenen! 1

INSIGHT Rekentoets. Witboek Insight rekentoets. Tijd voor rekenen! 1 INSIGHT Rekentoets Witboek Insight rekentoets Tijd voor rekenen! 1 Colofon Titel: Uitgave door: Adres: Witboek Insight Rekentoets AMN b.v. Arnhem De Wetstraat 1 6814 AN Arnhem Tel. 026-3557333 info@amn.nl

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

maatschappijleer II - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2015

maatschappijleer II - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2015 maatschappijleer II - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2015 Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Toetsen Examens (het CvTE) (zie Examenblad.nl).

Nadere informatie

SAMENVATTING DIGITALE VELDRAADPLEGING. Syllabus Nederlands 2014 havo

SAMENVATTING DIGITALE VELDRAADPLEGING. Syllabus Nederlands 2014 havo SAMENVATTING DIGITALE VELDRAADPLEGING Syllabus Nederlands 2014 havo Juni 2012 2 Inhoud Inleiding 4 1. Resultaten digitale veldraadpleging 5 2. Samenvatting en conclusie syllabuscommissie 7 Bijlage 1: Vragenlijst

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2014

Correctievoorschrift HAVO 2014 Correctievoorschrift HAVO 0 tijdvak wiskunde B Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels Vakspecifieke regels Beoordelingsmodel Inzenden scores Regels voor de beoordeling

Nadere informatie

REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR 2013-2014

REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR 2013-2014 REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR 2013-2014 Juli 2013 Inleiding Voor de rekentoets VO heeft de rekentoetswijzer dezelfde functie als de syllabus voor een centraal examen VO. De functie ervan is een

Nadere informatie

Toelichting rapportages Entreetoets 2014

Toelichting rapportages Entreetoets 2014 Toelichting rapportages Entreetoets 2014 Cito verwerkt de antwoordbladen en berekent de scores van de leerlingen. In tweevoud ontvangt u automatisch de papieren leerlingprofielen op school; één voor de

Nadere informatie

WISKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2014

Correctievoorschrift HAVO 2014 Correctievoorschrift HAVO 04 tijdvak wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor

Nadere informatie

SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO

SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO pagina 2 van 14 Inhoud 1 Nieuwe Syllabus rekenen, met ingang van 1 oktober 2015 5 2 Nieuw en anders: Verschillen oude rekentoetswijzers vo/ rekensyllabi

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VWO EERSTE TIJDVAK 2014

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VWO EERSTE TIJDVAK 2014 TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ENGELS VWO EERSTE TIJDVAK 2014 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal examen

Nadere informatie

Toolkit Onderwijs en Arbeidsmarkt (TOA)

Toolkit Onderwijs en Arbeidsmarkt (TOA) een beknopte toelichting op de Toolkit Onderwijs en Arbeidsmarkt (TOA) voor vo-scholen Spirit4you, december 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 1.1. Doel van dit document... 3 1.2. Vragen... 3 2. Wat

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2013

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2013 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2013 tijdvak 2 wiskunde CSE GL en TL Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5

Nadere informatie

Diagnostische toetsen. Doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen. toetsen bij referentieniveaus

Diagnostische toetsen. Doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen. toetsen bij referentieniveaus Diagnostische toetsen Doorlopende leerlijnen Taal en Rekenen toetsen bij referentieniveaus Jan.vanWeerden@cito.nl Hoofd Research PO-VO Ruud.Alers@cito.nl Manager VO Overzicht presentatie Welke toetsen

Nadere informatie

Resultaten IEP Eindtoets 2015

Resultaten IEP Eindtoets 2015 Resultaten IEP Eindtoets 2015 1 1. Samenvatting In de periode van november 2014 tot en met januari 2015 hebben 271 schoolvestigingen met in totaal 6.971 leerlingen zich aangemeld om de IEP Eindtoets af

Nadere informatie

Inleidingen/Workshops AOb/CvE havo/vwo-examenconferentie 7 april 2011. Opening Albert van der Meer, sectorbestuur-vo AOb

Inleidingen/Workshops AOb/CvE havo/vwo-examenconferentie 7 april 2011. Opening Albert van der Meer, sectorbestuur-vo AOb Inleidingen/Workshops AOb/CvE havo/vwo-examenconferentie 7 april 2011 Plenaire inleidingen: Opening Albert van der Meer, sectorbestuur-vo AOb Henk den Boer, Inspectie van het Onderwijs: Actuele ontwikkelingen

Nadere informatie

Rekenconferentie Je kunt rekenen op de rekendocent 6 december 2011

Rekenconferentie Je kunt rekenen op de rekendocent 6 december 2011 Rekenen in het mbo: Stand van zaken regelgeving Rekenconferentie Je kunt rekenen op de rekendocent 6 december 2011 Rianne Reichardt Onderwerpen Algemene regelgeving Rekenen in het mbo Invoering referentieniveaus

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2014

Correctievoorschrift HAVO 2014 Correctievoorschrift HAVO 204 tijdvak 2 wiskunde A (pilot) Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores

Nadere informatie

Activiteitenplanning Rekentoets VO 2014

Activiteitenplanning Rekentoets VO 2014 Activiteitenplanning Rekentoets VO 2014 versie 1, september Deze activiteitenplanning is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van het College voor Examens. Leeswijzer Deze activiteitenplanning

Nadere informatie

WISKUNDE B VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE B VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE B VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Actuele ontwikkelingen

Actuele ontwikkelingen Actuele ontwikkelingen Op weg met de instellingsexamens taal Regiobijeenkomst op weg met de instellingsexamens taal Alet van Leeuwen Steunpunt taal en rekenen mbo Rol Steunpunt taal en rekenen mbo onderwijsinstellingen

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2011

Correctievoorschrift HAVO 2011 Correctievoorschrift HAVO 0 tijdvak wiskunde A (pilot) Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-KB 2016

Correctievoorschrift VMBO-KB 2016 Correctievoorschrift VMBO-KB 2016 tijdvak 1 Engels CSE KB Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores

Nadere informatie

Ontwikkelingen rondom het rekenbeleid

Ontwikkelingen rondom het rekenbeleid Ontwikkelingen rondom het rekenbeleid 26 maart 2015 Rianne Reichardt Stand van zaken rekenonderwijs Onderwerpen Brief 17 december Info vanuit CvTE (nieuwe rekenkaarten, nieuwe voorbeeldexamens) Verslag

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN FRANS HAVO EERSTE TIJDVAK 2013

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN FRANS HAVO EERSTE TIJDVAK 2013 TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN FRANS HAVO EERSTE TIJDVAK 2013 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal examen

Nadere informatie

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (zie Examenblad.nl).

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (zie Examenblad.nl). Frans - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2014 Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (zie Examenblad.nl). alle leerwegen: BB, KB en GL/TL

Nadere informatie

Categorieënanalyse bij de LOVStoetsen

Categorieënanalyse bij de LOVStoetsen Categorieënanalyse bij de LOVStoetsen rekenen-wiskunde J. Janssen & M. Hickendorff Cito, Arnhem / Universiteit Leiden 1 inleiding In 2008 is voor het onderdeel Rekenen-Wiskunde een nieuwe rapportagevorm

Nadere informatie

Correctievoorschrift VWO 2013

Correctievoorschrift VWO 2013 Correctievoorschrift VWO 03 tijdvak wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2016

Correctievoorschrift HAVO 2016 Correctievoorschrift HAVO 2016 tijdvak 1 Arabisch Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores 6 Bronvermeldingen

Nadere informatie

Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F en 3F voor rekenen in toetsen en examens. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F en 3F voor rekenen in toetsen en examens. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F en 3F voor rekenen in toetsen en examens SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F

Nadere informatie

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor examens (zie Examenblad.nl).

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor examens (zie Examenblad.nl). Nederlands - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2014 Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor examens (zie Examenblad.nl). alle leerwegen: BB, KB en GL/TL

Nadere informatie

Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F en 3F voor rekenen in toetsen en examens. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F en 3F voor rekenen in toetsen en examens. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F en 3F voor rekenen in toetsen en examens SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Advies over de uitwerking van de referentieniveaus 2F

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NEDERLANDS HAVO

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NEDERLANDS HAVO TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN NEDERLANDS HAVO EERSTE TIJDVAK 2012 1 Inleiding 1. Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal

Nadere informatie

Tweede meting: een indicatie van leerprestaties in termen van het referentiekader

Tweede meting: een indicatie van leerprestaties in termen van het referentiekader Cito Primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs Meting taal en rekenen 2010 Tweede meting: een indicatie van leerprestaties in termen van het referentiekader Meting taal en rekenen

Nadere informatie

Algemene regels schoolexamens & PTA d Oultremontcollege 2014 2015

Algemene regels schoolexamens & PTA d Oultremontcollege 2014 2015 Algemene regels schoolexamens & PTA d Oultremontcollege 2014 2015 Afdeling vmbo GT / vmbo KB / vmbo BB Examen 2015 1 REGELING EXAMENS EXAMEN 2015 Voor u liggen de algemene regels schoolexamens van het

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-KB 2016

Correctievoorschrift VMBO-KB 2016 Correctievoorschrift VMBO-KB 2016 tijdvak 1 wiskunde CSE KB Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores

Nadere informatie

naar centraal ontwikkelde examens nederlandse taal en rekenen in het mbo

naar centraal ontwikkelde examens nederlandse taal en rekenen in het mbo naar centraal ontwikkelde examens nederlandse taal en rekenen in het mbo 1 2 kijk voor actuele informatie op www.steunpunttaalenrekenenmbo.nl 3 Waarom deze brochure? De mbo-instellingen maken zich op voor

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN GESCHIEDENIS VWO

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN GESCHIEDENIS VWO TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN GESCHIEDENIS VWO EERSTE TIJDVAK 2011 1 Inleiding 1. Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het

Nadere informatie

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Toetsen en Examens (zie Examenblad.nl).

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Toetsen en Examens (zie Examenblad.nl). Bijlage bij de september-maartmededeling Engels - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2015 Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Toetsen en Examens

Nadere informatie

Het College voor Examens

Het College voor Examens Het College voor Examens Algemene informatie ten behoeve van vacatures VO 1 Algemeen Het College voor Examens (CvE) heeft als maatschappelijke opdracht om namens de Nederlandse overheid de kwaliteit van

Nadere informatie

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (zie Examenblad.nl).

Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (zie Examenblad.nl). Engels - vmbo : vakspecifieke informatie centraal examen 2014 Deze informatie maakt deel uit van de Septembermededeling van het College voor Examens (zie Examenblad.nl). alle leerwegen: BB, KB en GL/TL

Nadere informatie

Examen Reglement 01-06-15. Postbus 744 9700 AS Groningen www.openbaaronderwijs groepgroningen.nl K.v.K. 345.7373.3838. Datum

Examen Reglement 01-06-15. Postbus 744 9700 AS Groningen www.openbaaronderwijs groepgroningen.nl K.v.K. 345.7373.3838. Datum 01-06-15 Examen Reglement Onderwerp Examenreglement VWO, HAVO, VMBO Openbaar Onderwijs Groep Groningen Definitief Bezoekadres Postadres L. Springerlaan 39 9727 KB Groningen Postbus 744 9700 AS Groningen

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2013

Correctievoorschrift HAVO 2013 Correctievoorschrift HAVO 203 tijdvak wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel Inzenden scores Regels voor

Nadere informatie

FLEXIBILISERING VAN CENTRALE TOETSEN EN EXAMENS

FLEXIBILISERING VAN CENTRALE TOETSEN EN EXAMENS FLEXIBILISERING VAN CENTRALE TOETSEN EN EXAMENS VISIE VAN HET COLLEGE VOOR TOETSEN EN EXAMENS pagina 2 van 8 Aanleiding en historisch perspectief De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Nadere informatie

WISCAT-pabo. In deze instructie komt aan de orde: Opgaven op een beeldscherm. De computer stelt de toets samen. Proces adaptieve toets

WISCAT-pabo. In deze instructie komt aan de orde: Opgaven op een beeldscherm. De computer stelt de toets samen. Proces adaptieve toets WISCAT-pabo Informatie voor de kandidaten. In deze instructie komt aan de orde: Informatie over beeldschermtoetsen in het algemeen en adaptieve toetsen in het bijzonder. Informatie over de WISCAT-pabo

Nadere informatie

training rekenspecialist Amarantis Bijeenkomst 1, 10 april 2012 Monica Wijers Freudenthal Instituut

training rekenspecialist Amarantis Bijeenkomst 1, 10 april 2012 Monica Wijers Freudenthal Instituut training rekenspecialist Amarantis Bijeenkomst 1, 10 april 2012 Monica Wijers Freudenthal Instituut Rekenen als voorafje Rekenen sommen 1 Rekenen sommen 2 Welke weet u meteen? 12 x 12 412 + 99 Rekenen

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN SCHEIKUNDE VWO EERSTE TIJDVAK 2013

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN SCHEIKUNDE VWO EERSTE TIJDVAK 2013 TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN SCHEIKUNDE VWO EERSTE TIJDVAK 2013 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal

Nadere informatie

Protocol eerste en tweede correctie Centrale examens vmbo, havo en vwo 2012

Protocol eerste en tweede correctie Centrale examens vmbo, havo en vwo 2012 Protocol eerste en tweede correctie Centrale examens vmbo, havo en vwo 2012 Vooraf Het protocol eerste en tweede correctie gaat uit van de wet- en regelgeving zoals die is verwoord in het Eindexamenbesluit

Nadere informatie

Programma. Schaalconstructie. IRT: moeilijkheidsparameter. Intro: Het model achter het LOVS Mogelijkheden die het model biedt voor interpretatie

Programma. Schaalconstructie. IRT: moeilijkheidsparameter. Intro: Het model achter het LOVS Mogelijkheden die het model biedt voor interpretatie Programma LOVS Rekenen-Wiskunde Inhoud, rapportage en invloed van en Intro: Het model achter het LOVS Mogelijkheden die het model biedt voor interpretatie Marian Hickendorff Universiteit Leiden / Cito

Nadere informatie

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ECONOMIE HAVO EERSTE TIJDVAK 2013

TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ECONOMIE HAVO EERSTE TIJDVAK 2013 TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN ECONOMIE HAVO EERSTE TIJDVAK 2013 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2016

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2016 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2016 tijdvak 1 wiskunde CSE GL en TL Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5

Nadere informatie

Correctievoorschrift VWO

Correctievoorschrift VWO Correctievoorschrift VWO 20 tijdvak 2 tevens oud programma wiskunde C wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO 2016

Correctievoorschrift HAVO 2016 Correctievoorschrift HAVO 06 tijdvak wiskunde B Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels Vakspecifieke regels Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor de

Nadere informatie

TUSSENRAPPORTAGE CENTRAAL ONTWIKKELDE EXAMENS MBO EN REKENTOETS VO, 2013-2014

TUSSENRAPPORTAGE CENTRAAL ONTWIKKELDE EXAMENS MBO EN REKENTOETS VO, 2013-2014 TUSSENRAPPORTAGE CENTRAAL ONTWIKKELDE EXAMENS MBO EN REKENTOETS VO, 2013-2014 INVOERING CENTRALE TOETSING EN EXAMINERING REFERENTIENIVEAUS NEDERLANDSE TAAL EN REKENEN pagina 2 van 40 Inhoud Inleiding 4

Nadere informatie

Correctievoorschrift HAVO

Correctievoorschrift HAVO Correctievoorschrift HAVO 20 tijdvak wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor

Nadere informatie

Activiteitenplanning rekentoets VO 2015

Activiteitenplanning rekentoets VO 2015 Activiteitenplanning rekentoets VO 2015 versie 1, oktober 2014 Deze activiteitenplanning is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van het College voor Toetsen en Examens. Leeswijzer Deze activiteitenplanning

Nadere informatie

Product Informatie Blad Toets Engels

Product Informatie Blad Toets Engels Product Informatie Blad Toets Engels PIB-2014-Engels Context Beheersing van de Engelse taal is een belangrijk onderdeel in het Nederlandse onderwijs. In het VO is Engels één van de doorstroomrelevante

Nadere informatie