Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en"

Transcriptie

1 Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Universiteit Maastricht Trefwoorden : algemeen verbindend voorschrift beleidsvrijheid Commissie Linschoten contractonderwijs grondrechten, instellingscollegegeld integrale kosten kennelijk onredelijk kostprijs marginale kosten motivering nut en noodzaak overhead rechtsgevolgen rijksbijdrage tarief terughoudendheid TOP-opleiding wettelijk collegegeld Artikelen : WHW: artikel 7.45a artikel 7.46, lid 1, lid 2 en lid 5 Awb: artikel 7:12, lid 1 artikel 8:3, lid 1 artikel 8:72, lid 3 EVRM: artikel 2 van het EU Handvest: artikel 51, lid 1 Uitspraak : gegrond Hoofdoverwegingen : Het College stelt vast dat verweerder bij zijn beslissing van 13 april 2015 in wezen zijn eerdere bij beslissing van 31 juli 2014 gegeven motivering heeft herhaald. Daarnaast heeft verweerder in de thans bestreden beslissing expliciet te kennen gegeven dat hij, anders dan het College in zijn uitspraak van 16 februari 2015 heeft overwogen, tijdens de procedure die heeft geleid tot voormelde uitspraak, geen andere motivering heeft gegeven dan hij in de beslissing van 31 juli 2014 al had gegeven. Het College komt tot de conclusie dat verweerder, door vast te houden aan zijn eerder gegeven de motivering en deze louter te herhalen in zijn beslissing van 13 april 2015, heeft nagelaten de uitspraak van 16 februari 2015 naar behoren uit te voeren. In zoverre ontbeert de thans bestreden beslissing een deugdelijke motivering en komt deze daarom voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het betoog van appellante slaagt 2.5. Het College ziet evenwel aanleiding te bezien of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van de beslissing van 13 april 2015 in stand kunnen worden gelaten en overweegt hiertoe het volgende Verweerder heeft zich, onder verwijzing naar de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7.46 van de WHW, in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat de wetgever aan de instellingen de vrijheid heeft gelaten om naar eigen inzicht de hoogte van het instellingscollegegeld voor de verschillende opleidingen vast te stellen. Daarbij behoeft volgens verweerder nut en noodzaak van de hoogte van het instellingscollegegeld niet te worden aangetoond. De WHW noch de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7.46 van de WHW biedt daarvoor een grondslag, aldus verweerder.

2 Daarnaast heeft verweerder het standpunt ingenomen dat hij voldoende transparant is geweest over de hoogte en de opbouw van het instellingscollegegeld. De tarieven zijn in de eerste plaats kenbaar via de website van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is de hoogte van het instellingscollegegeld voor de opleiding A-KO gebaseerd op de integrale geïndexeerde kostprijs voor de initiële opleiding Geneeskunde, zoals door de commissie Linschoten in haar rapport en door de werkgroep van de Vereniging voor Academische Ziekenhuizen en het Disciplineoverleg Medische Wetenschappen (hierna: de werkgroep VAZ-DMW) in kaart is gebracht. Volgens verweerder mocht hij zich op dit rapport baseren en als uitgangspunt de integrale kosten van de opleiding hanteren voor de vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld. Ter zitting van het College van 12 augustus 2015 heeft verweerder daaraan toegevoegd dat hij bij de vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld rekening heeft gehouden met kosten voor overhead, waaronder de met het gebruik van werkplaatsen samenhangende kosten die het academisch ziekenhuis Maastricht aan de Universiteit Maastricht in rekening brengt. Voor deze kosten ontvangt verweerder, anders dan het geval is bij de bekostigde student, geen rijksbijdrage van de overheid. Verweerder heeft daarbij het standpunt ingenomen dat het instellingscollegegeld de integrale kosten van de opleiding A-KO, die is te kwalificeren als een TOP-opleiding, dekt en dat de WHW zich niet verzet tegen een tarief dat de integrale kosten van een tweede opleiding dekt. Verder heeft verweerder in dat verband te kennen gegeven dat bij de vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld voor een opleiding met een TOP-bekostiging rekening dient te worden gehouden met het tarief dat studenten reeds betalen voor het private programma aan de medische faculteit. Dit betreft het contractonderwijs geneeskunde waarvoor de instelling evenmin bekostiging ontvangt van de overheid en waarvoor studenten ook een bijdrage van ,00 betalen. Die bijdrage is eveneens gebaseerd op voormeld rapport van de commissie Linschoten. Door het tarief voor alle studenten die een TOP-opleiding volgen en waarvoor geen bekostiging wordt ontvangen gelijk te stellen, is een standaardtarief ontstaan dat zonder onderscheid wordt toegepast, aldus verweerder. Verweerder heeft tot slot het standpunt ingenomen dat met het door de Universiteit Maastricht gehanteerde instellingscollegegeld, anders dan appellante stelt, geen verdragsrechtelijke grenzen worden overschreden Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraken van 28 augustus 2015 in zaken nrs. 2014/279 en 2014/241; is een door het desbetreffende instellingsbestuur krachtens artikel 7.46, vijfde lid, van de WHW, vastgestelde regeling, waarvan de krachtens artikel 7.46, tweede lid, door dat bestuur vastgestelde hoogte van het instellingscollegegeld deel uitmaakt, zoals in dit geval het Inschrijvingsbesluit, een algemeen verbindend voorschrift. Ingevolge artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, kan tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift geen beroep worden ingesteld. In het kader van het beroep tegen een individueel besluit beperkt de rechterlijke toetsing van een dergelijk voorschrift zich tot de vraag of het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift of een algemeen rechtsbeginsel, of dat toepassing ervan in het voorliggende concrete geval kennelijk onredelijk is. Het is aan het regelgevend bevoegd gezag, in dit geval verweerder, om de verschillende belangen, die bij het nemen van een besluit inhoudende een algemeen verbindende voorschrift betrokken zijn, tegen elkaar af te wegen. De rechter heeft daarbij niet tot taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen en heeft ook overigens daarbij terughoudendheid te betrachten.

3 Het College is van oordeel dat verweerder de grenzen van de hem gegunde vrijheid bij het vaststellen van de hoogte van het instellingscollegegeld niet te buiten is gegaan. Verweerder heeft de beslissing tot vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld voorzien van een afdoende feitelijke grondslag door zich te baseren op het rapport van de commissie Linschoten en de bevindingen van de werkgroep VAZ-DMW. Dat in dat rapport en in die bevindingen de integrale kostprijs als uitgangspunt wordt gehanteerd, hetgeen verweerder heeft overgenomen, en niet, zoals appellante voorstaat, de marginale kostprijs, laat dat oordeel onverlet. Met zijn keuze het instellingscollegegeld te baseren op de integrale kosten van de opleiding heeft verweerder de grenzen van de hem op grond van de WHW toekomende beleidsvrijheid niet overschreden. Gegeven die vrijheid heeft verweerder voorts in redelijkheid gewicht mogen toekennen aan het feit dat het hier gaat om een tweede studie waarvoor hij geen rijksbijdrage ontvangt, dat de opleiding A-KO is gekwalificeerd als een TOP-opleiding en dat het thans gehanteerde instellingscollegegeld een gelijktrekking betekent met het tarief dat wordt gehanteerd voor het private contractonderwijs, dat eveneens is gebaseerd op de integrale kostprijs. Dat andere universiteiten andere keuzes hebben gemaakt en op grond daarvan een aanzienlijk lager instellingscollegegeld hanteren, betekent niet dat de WHW voor de door verweerder gemaakte keuzes geen ruimte laat dan wel die keuzes anderszins rechtens onaanvaardbaar zijn. Voorts is niet gebleken dat toepassing van het door verweerder vastgestelde tarief in dit geval kennelijk onredelijk is, omdat appellante, naar zij stelt, niet tijdig is geïnformeerd over de hoogte van het verschuldigde instellingscollegegeld. Verweerder heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat appellant bij van 31 januari 2013 is gewezen op de verschuldigdheid van het instellingscollegegeld. De enkele stelling dat appellante deze niet heeft ontvangen, is onvoldoende om zulks aannemelijk te achten. Daar komt nog bij dat verweerder heeft gemotiveerd dat het onwaarschijnlijk is dat het instellingscollegegeld, dat in juli 2012 is vastgesteld, onjuist op de website stond vermeld ten tijde van het doorlopen van de selectieprocedure. Het beroep van appellante op artikel 2 van het Eerste Protocol bij het EVRM faalt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het tarief ziet op een tweede studie van appellante in het hoger onderwijs en het tarief volgens verweerder verband houdt met de onderwijskosten. Ten slotte faalt het door appellante gedane beroep op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: EU Handvest) eveneens. Ingevolge artikel 51, eerste lid, van het EU Handvest zijn de bepalingen ervan uitsluitend gericht tot de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Met de beslissing van 19 september 2013, waarbij aan appellante het instellingscollegegeld in rekening is gebracht, is geen recht van de Unie ten uitvoer gebracht en ook anderszins is geen sprake van een juridische situatie die binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt. Daarom valt dit besluit niet binnen de materiële werkingssfeer van het EU Handvest. Het College wijst in dit verband op de arresten van het Hof van 6 maart 2014, zaak C-206/13, Cruciano Siragusa, ECLI:EU:C:2014:126, punten 20, 21, 24, 25, 26 en 29 en van 8 mei 2014, zaak C-483/12, Pelckmans Turnhout NV, ECLI:EU:C:2014:304, punt 22. Uitspraak in de zaak tussen: [naam], wonende te [woonplaats], appellante, en

4 het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, verweerder. 1. Procesverloop Bij beslissing van 19 september 2013 heeft verweerder appellante meegedeeld dat zij voor de masteropleiding Arts-Klinisch Onderzoeker (hierna: de opleiding A-KO) in het studiejaar het instellingscollegegeld met een tarief van ,00 verschuldigd is. Bij beslissing van 31 juli 2014 heeft verweerder het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 februari 2015 in zaak nr. 2014/183 heeft het College het tegen de beslissing van 31 juli 2014 ingestelde beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Bij beslissing van 13 april 2015 heeft verweerder, ter uitvoering van voormelde uitspraak, opnieuw beslist op het bezwaar van appellante en dat bezwaar wederom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft appellante beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het College heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 augustus 2015, waar appellante, bijgestaan door mr. M. Kalkwiek, advocaat te Utrecht, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. R. Takhtetchian en mr. D.M.H.R. Garé, beiden werkzaam bij de Universiteit Maastricht, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1 Ingevolge artikel 2 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM) mag niemand het recht op onderwijs worden ontzegd. Ingevolge artikel 7.45a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: de WHW) is een student het wettelijk collegegeld verschuldigd voor een bachelor- of masteropleiding, indien hij of zij niet eerder een bachelor- of mastergraad heeft behaald. Ingevolge artikel 7.46, eerste lid, is een student die niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 7.45a, het instellingscollegegeld verschuldigd. Ingevolge het tweede lid wordt de hoogte van het instellingscollegegeld door het instellingsbestuur vastgesteld. Het instellingsbestuur kan per opleiding of per groep van opleidingen een verschillend instellingscollegegeld vaststellen. Ingevolge het vijfde lid stelt het instellingsbestuur regels vast met betrekking tot de toepassing van dit artikel. Het instellingsbestuur van de universiteit heeft ingevolge artikel 7.46, vijfde lid, van de WHW het Inschrijvingsbesluit Universiteit Maastricht (hierna: het Inschrijvingsbesluit) vastgesteld. Ingevolge Bijlage 2 bij dat Inschrijvingsbesluit bedraagt het instellingscollegegeld voor het studiejaar van de studie geneeskunde een bedrag van , In zijn uitspraak van 16 februari 2015, ter uitvoering waarvan verweerder de thans bestreden beslissing heeft genomen, heeft het College overwogen dat verweerder ter zitting van het College van 19 januari 2015 aangaande de totstandkoming van het tarief op essentiële onderdelen een andere motivering heeft gegeven dan in de beslissing van 31 juli Daaraan heeft het College de gevolgtrekking verbonden dat verweerder de oorspronkelijke motivering van zijn beslissing van 31 juli 2014 niet langer handhaaft. Het College is tot het oordeel gekomen dat verweerder zijn beslissing van 31 juli 2014, in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), niet van een deugdelijke motivering heeft voorzien In zijn beslissing van 13 april 2015 heeft verweerder, onder verwijzing naar het advies van de geschillenadviescommissie, overwogen dat uit de stukken volgt dat in het kader van de vaststelling van het instellingscollegetarief verscheidene rapporten over de kostprijs van de opleiding Geneeskunde zijn bestudeerd. Voor de vaststelling van die kostprijs heeft verweerder uiteindelijk aansluiting gezocht bij de berekeningen en uitkomsten neergelegd in het rapport van

5 de commissie Marktprikkels Medische Opleidingen (hierna: de commissie Linschoten). Volgens verweerder valt niet in te zien waarom hij dat niet heeft mogen doen. Daarbij heeft hij erop gewezen dat hem op grond van de WHW beleidsvrijheid toekomt bij het vaststellen van de hoogte van het instellingscollegegeld. Studenten die het vastgestelde tarief niet redelijk vinden hebben de mogelijkheid om te kiezen voor een andere instelling en/of een andere opleiding, aldus verweerder. Daarnaast heeft verweerder overwogen dat van een later door hem gegeven motivering inzake de totstandkoming van het tarief die op essentiële onderdelen afwijkt van die in zijn beslissing van 31 juli 2014 geen sprake is geweest Appellante betoogt dat verweerder met de in zijn beslissing van 13 april 2015 gegeven motivering geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het College. In die beslissing heeft verweerder overwogen dat hij zich niet kan verenigen met het oordeel van het College dat hij ter zitting van 19 januari 2015 op essentiële onderdelen een andere motivering heeft gegeven dan is verwoord in de destijds bestreden beslissing van 31 juli Anders dan verweerder stelt, is toentertijd ter zitting wel degelijk een andere motivering gegeven. In zoverre heeft verweerder dan ook door te volstaan met een herhaling van de motivering die is neergelegd in de beslissing van 31 juli 2014 geen gevolg gegeven aan de uitspraak van 16 februari 2015 van het College.aldus appellante Het College stelt vast dat verweerder bij zijn beslissing van 13 april 2015 in wezen zijn eerdere bij beslissing van 31 juli 2014 gegeven motivering heeft herhaald. Daarnaast heeft verweerder in de thans bestreden beslissing expliciet te kennen gegeven dat hij, anders dan het College in zijn uitspraak van 16 februari 2015 heeft overwogen, tijdens de procedure die heeft geleid tot voormelde uitspraak, geen andere motivering heeft gegeven dan hij in de beslissing van 31 juli 2014 al had gegeven. Het College komt tot de conclusie dat verweerder, door vast te houden aan zijn eerder gegeven de motivering en deze louter te herhalen in zijn beslissing van 13 april 2015, heeft nagelaten de uitspraak van 16 februari 2015 naar behoren uit te voeren. In zoverre ontbeert de thans bestreden beslissing een deugdelijke motivering en komt deze daarom voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het betoog van appellante slaagt Het College ziet evenwel aanleiding te bezien of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb de rechtsgevolgen van de beslissing van 13 april 2015 in stand kunnen worden gelaten en overweegt hiertoe het volgende Verweerder heeft zich, onder verwijzing naar de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7.46 van de WHW, in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat de wetgever aan de instellingen de vrijheid heeft gelaten om naar eigen inzicht de hoogte van het instellingscollegegeld voor de verschillende opleidingen vast te stellen. Daarbij behoeft volgens verweerder nut en noodzaak van de hoogte van het instellingscollegegeld niet te worden aangetoond. De WHW noch de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7.46 van de WHW biedt daarvoor een grondslag, aldus verweerder. Daarnaast heeft verweerder het standpunt ingenomen dat hij voldoende transparant is geweest over de hoogte en de opbouw van het instellingscollegegeld. De tarieven zijn in de eerste plaats kenbaar via de website van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is de hoogte van het instellingscollegegeld voor de opleiding A-KO gebaseerd op de integrale geïndexeerde kostprijs voor de initiële opleiding Geneeskunde, zoals door de commissie Linschoten in haar rapport en door de werkgroep van de Vereniging voor Academische Ziekenhuizen en het Disciplineoverleg Medische Wetenschappen (hierna: de werkgroep VAZ-DMW) in kaart is gebracht. Volgens verweerder mocht hij zich op dit rapport baseren en als uitgangspunt de integrale kosten van de opleiding hanteren voor de vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld. Ter zitting van het College van 12 augustus 2015 heeft verweerder daaraan toegevoegd dat hij bij de vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld rekening heeft gehouden met kosten voor overhead, waaronder de met het gebruik van werkplaatsen samenhangende kosten die het academisch ziekenhuis Maastricht aan de Universiteit Maastricht in rekening brengt. Voor deze kosten ontvangt verweerder, anders dan het geval is bij de bekostigde student, geen rijksbijdrage van de overheid. Verweerder heeft daarbij het standpunt ingenomen dat het instellingscollegegeld de integrale kosten van de opleiding A-KO, die is te kwalificeren als een TOP-opleiding, dekt en dat de WHW zich niet verzet tegen een tarief dat de integrale kosten van een tweede opleiding dekt. Verder heeft verweerder in dat verband te kennen gegeven dat bij de vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld voor een opleiding met een TOP-bekostiging rekening dient te worden gehouden met het tarief dat studenten reeds betalen voor het private programma aan de medische faculteit. Dit betreft het contractonderwijs geneeskunde waarvoor de instelling evenmin

6 bekostiging ontvangt van de overheid en waarvoor studenten ook een bijdrage van ,00 betalen. Die bijdrage is eveneens gebaseerd op voormeld rapport van de commissie Linschoten. Door het tarief voor alle studenten die een TOP-opleiding volgen en waarvoor geen bekostiging wordt ontvangen gelijk te stellen, is een standaardtarief ontstaan dat zonder onderscheid wordt toegepast, aldus verweerder. Verweerder heeft tot slot het standpunt ingenomen dat met het door de Universiteit Maastricht gehanteerde instellingscollegegeld, anders dan appellante stelt, geen verdragsrechtelijke grenzen worden overschreden Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraken van 28 augustus 2015 in zaken nrs. 2014/279 en 2014/241; is een door het desbetreffende instellingsbestuur krachtens artikel 7.46, vijfde lid, van de WHW, vastgestelde regeling, waarvan de krachtens artikel 7.46, tweede lid, door dat bestuur vastgestelde hoogte van het instellingscollegegeld deel uitmaakt, zoals in dit geval het Inschrijvingsbesluit, een algemeen verbindend voorschrift. Ingevolge artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, kan tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift geen beroep worden ingesteld. In het kader van het beroep tegen een individueel besluit beperkt de rechterlijke toetsing van een dergelijk voorschrift zich tot de vraag of het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift of een algemeen rechtsbeginsel, of dat toepassing ervan in het voorliggende concrete geval kennelijk onredelijk is. Het is aan het regelgevend bevoegd gezag, in dit geval verweerder, om de verschillende belangen, die bij het nemen van een besluit inhoudende een algemeen verbindende voorschrift betrokken zijn, tegen elkaar af te wegen. De rechter heeft daarbij niet tot taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen en heeft ook overigens daarbij terughoudendheid te betrachten Het College is van oordeel dat verweerder de grenzen van de hem gegunde vrijheid bij het vaststellen van de hoogte van het instellingscollegegeld niet te buiten is gegaan. Verweerder heeft de beslissing tot vaststelling van de hoogte van het instellingscollegegeld voorzien van een afdoende feitelijke grondslag door zich te baseren op het rapport van de commissie Linschoten en de bevindingen van de werkgroep VAZ-DMW. Dat in dat rapport en in die bevindingen de integrale kostprijs als uitgangspunt wordt gehanteerd, hetgeen verweerder heeft overgenomen, en niet, zoals appellante voorstaat, de marginale kostprijs, laat dat oordeel onverlet. Met zijn keuze het instellingscollegegeld te baseren op de integrale kosten van de opleiding heeft verweerder de grenzen van de hem op grond van de WHW toekomende beleidsvrijheid niet overschreden. Gegeven die vrijheid heeft verweerder voorts in redelijkheid gewicht mogen toekennen aan het feit dat het hier gaat om een tweede studie waarvoor hij geen rijksbijdrage ontvangt, dat de opleiding A-KO is gekwalificeerd als een TOP-opleiding en dat het thans gehanteerde instellingscollegegeld een gelijktrekking betekent met het tarief dat wordt gehanteerd voor het private contractonderwijs, dat eveneens is gebaseerd op de integrale kostprijs. Dat andere universiteiten andere keuzes hebben gemaakt en op grond daarvan een aanzienlijk lager instellingscollegegeld hanteren, betekent niet dat de WHW voor de door verweerder gemaakte keuzes geen ruimte laat dan wel die keuzes anderszins rechtens onaanvaardbaar zijn. Voorts is niet gebleken dat toepassing van het door verweerder vastgestelde tarief in dit geval kennelijk onredelijk is, omdat appellante, naar zij stelt, niet tijdig is geïnformeerd over de hoogte van het verschuldigde instellingscollegegeld. Verweerder heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat appellant bij van 31 januari 2013 is gewezen op de verschuldigdheid van het instellingscollegegeld. De enkele stelling dat appellante deze niet heeft ontvangen, is onvoldoende om zulks aannemelijk te achten. Daar komt nog bij dat verweerder heeft gemotiveerd dat het onwaarschijnlijk is dat het instellingscollegegeld, dat in juli 2012 is vastgesteld, onjuist op de website stond vermeld ten tijde van het doorlopen van de selectieprocedure. Het beroep van appellante op artikel 2 van het Eerste Protocol bij het EVRM faalt. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het tarief ziet op een tweede studie van appellante in het hoger onderwijs en het tarief volgens verweerder verband houdt met de onderwijskosten. Ten slotte faalt het door appellante gedane beroep op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: EU Handvest) eveneens. Ingevolge artikel 51, eerste lid, van het EU Handvest zijn de bepalingen ervan uitsluitend gericht tot de lidstaten wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Met de beslissing van 19 september 2013, waarbij aan appellante het instellingscollegegeld in rekening is gebracht, is geen recht van de Unie ten uitvoer gebracht en ook anderszins is geen sprake van een juridische situatie die binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt. Daarom valt dit besluit niet binnen de materiële werkingssfeer van het EU Handvest. Het College wijst in dit verband op de arresten van het Hof van 6 maart 2014, zaak C-

7 206/13, Cruciano Siragusa, ECLI:EU:C:2014:126, punten 20, 21, 24, 25, 26 en 29 en van 8 mei 2014, zaak C-483/12, Pelckmans Turnhout NV, ECLI:EU:C:2014:304, punt Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep gegrond moet worden verklaard. De beslissing van verweerder van 13 april 2015 dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het College ziet evenwel aanleiding om, gelet op het hetgeen hiervoor onder en is overwogen, de rechtsgevolgen van die beslissing met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand te laten Verweerder dient op navolgende wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. 3. Beslissing Het College Rechtdoende: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt de beslissing van het college van bestuur van de Universiteit Maastricht van 13 april 2015 met kenmerk SSC/DG/ ; III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van die beslissing in stand blijven; IV. veroordeelt het college van bestuur van de Universiteit Maastricht tot vergoeding van bij appellante in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro) geheel toe te rekenen aan een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; V. gelast dat het college van bestuur van de Universiteit Maastricht aan appellante het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van 45,00 (zegge: vijfenveertig euro) vergoedt.

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

Voor zover appellant aldus beoogt te betogen dat de bachelor- en masteropleiding Geneeskunde als één opleiding

Voor zover appellant aldus beoogt te betogen dat de bachelor- en masteropleiding Geneeskunde als één opleiding Zaaknummer : 2013/216 Rechter[s] : mrs. Loeb, Nijenhof, Van der Spoel Datum uitspraak : 20 maart 2014 Partijen : Naam en Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : BaMa-structuur, [instellings-] collegegeld,

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/083 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 26 januari 2016 Partijen : appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden :

Zaaknummer : CBHO 2015/083 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 26 januari 2016 Partijen : appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Zaaknummer : CBHO 2015/083 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 26 januari 2016 Partijen : appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : collegegeld gegrond inschrijven ingetrokken inschrijving

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (hierna: het college van bestuur), verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (hierna: het college van bestuur), verweerder. Zaaknummer : 2012/016 Rechter(s) : mrs. Olivier, Mollee, Kleijn Datum uitspraak : 12 juni 2012 Partijen : Appellant tegen Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : Bijzondere omstandigheden, gelijkheidsbeginsel,

Nadere informatie

3 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel.

3 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel. Zaaknummer : 2013/073 Rechter(s) : mrs. Loeb, Troostwijk, Van der Spoel Datum uitspraak : 7 oktober 2013 Partijen : Appellante tegen Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : Aanmelding, afstudeertijdstip,

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Haagse Hogeschool (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : CBHO 2015/293 en 2015/293.1 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 12 januari 2016 Partijen : Appellant en Haagse Hogeschool Trefwoorden : bindend negatief studieadvies BNSA duidelijkheid

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van

Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : aanmelden bekostiging belangenafweging

Nadere informatie

Bij beslissing van 14 april 2013 heeft het college van bestuur het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij beslissing van 14 april 2013 heeft het college van bestuur het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Zaaknummer : 2013/091 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 9 oktober 2013 Partijen : Appellant tegen Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : Bestuursakkoord collegegeld tweede

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/282 en Datum uitspraak : 26 januari 2015 : Verzoeker en Hogeschool Rotterdam

Zaaknummer : 2014/282 en Datum uitspraak : 26 januari 2015 : Verzoeker en Hogeschool Rotterdam Zaaknummer : 2014/282 en 282.1 Rechter[s] : mr. Olivier Datum uitspraak : 26 januari 2015 Partijen : Verzoeker en Hogeschool Rotterdam Trefwoorden : [onderzoek] Adviseur Bijzondere omstandigheden Finale

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen: [naam appellant], wonende te [naam woonplaats], appellant,

Uitspraak in de zaak tussen: [naam appellant], wonende te [naam woonplaats], appellant, Zaaknummer: 2009/025 Rechter(s): mrs. Nijenhof, Lubberdink, Borman Datum uitspraak: 19 oktober 2009 Partijen: Appellant tegen Technische Universiteit Delft Trefwoorden: Erkenning bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder.

het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam (hierna: de hogeschool), verweerder. Zaaknummer : 2013/249 Rechter(s) : mrs. Troostwijk, Lubberdink, Borman Datum uitspraak : 9 mei 2014 Partijen : Appellant tegen CvB Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bedreigingsgevaar, belangenafweging,

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/145

Zaaknummer : 2014/145 Zaaknummer : 2014/145 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 10 december 2014 Partijen : Appellant en CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : (schriftelijk) advies studentendecaan, bindend negatief

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/136

Zaaknummer : 2013/136 Zaaknummer : 2013/136 Rechter[s] : mr. van der Spoel Datum : 28 november 2013 Partijen : Appellant tegen Universiteit van Tilburg Trefwoorden : Afdoening buiten zitting, begeleiding, [instellings] collegegeld,

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/020 en 020.1

Zaaknummer : 2013/020 en 020.1 Zaaknummer : 2013/020 en 020.1 Rechter(s) : mr. Troostwijk Datum uitspraak : 23 april 2013 Partijen : Verzoekster tegen Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bijzondere omstandigheden, [instellings]collegegeld,

Nadere informatie

het college van bestuur van de Vrije Universiteit van Amsterdam, verweerder.

het college van bestuur van de Vrije Universiteit van Amsterdam, verweerder. Zaaknummer : 2013/010 Rechter(s) : mrs. Loeb, Olivier, Van der Spoel, Datum uitspraak : 25 juni 2013 Partijen : Appellant tegen Vrije Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : [instellings-]collegegeld,

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201106725/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2016/087 Rechter(s) : mrs. Van der Spoel, Verheij en Streefkerk Datum uitspraak : 4 januari 2017 Partijen : Appellante en CBE

Zaaknummer : CBHO 2016/087 Rechter(s) : mrs. Van der Spoel, Verheij en Streefkerk Datum uitspraak : 4 januari 2017 Partijen : Appellante en CBE Zaaknummer : CBHO 2016/087 Rechter(s) : mrs. Van der Spoel, Verheij en Streefkerk Datum uitspraak : 4 januari 2017 Partijen : Appellante en CBE Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : actuele kennis geldigheidsduur

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201 304470/1/RI. Datum uitspraak: 27 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Koninklijke Jongeneel

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/247.5 Rechter(s) : mrs. Borman, Lubberdink en Streefkerk Datum uitspraak : 6 juni 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool

Zaaknummer : CBHO 2015/247.5 Rechter(s) : mrs. Borman, Lubberdink en Streefkerk Datum uitspraak : 6 juni 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Zaaknummer : CBHO 2015/247.5 Rechter(s) : mrs. Borman, Lubberdink en Streefkerk Datum uitspraak : 6 juni 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : beroepspraktijk bijzondere omstandigheden

Nadere informatie

Zaaknummers : 2011/019 en 019.1

Zaaknummers : 2011/019 en 019.1 Zaaknummers : 2011/019 en 019.1 Rechter : mr. Nijenhof Datum uitspraak : 14 februari 2011 Partijen : Appellante tegen Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : CRIHO, differentiatie instellingscollegegeld,

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en

Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : EU/EER nationaliteit gelijkheidsbeginsel

Nadere informatie

Zaaknummer : 2012/220 en 220.1

Zaaknummer : 2012/220 en 220.1 Zaaknummer : 2012/220 en 220.1 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 3 december 2012 Partijen : Appellant tegen NHTV internationale hogeschool Breda Trefwoorden : Begeleiding student, bindend negatief

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder. Zaaknummer : 2010/071 Rechter(s) : mrs. Mollee, Borman, Kleijn Datum uitspraak : 8 augustus 2011 Partijen : Appellant tegen Universiteit Maastricht Trefwoorden : Algemeen verbindend voorschrift, [instellings]collegegeld,

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:2861

ECLI:NL:RVS:2016:2861 ECLI:NL:RVS:2016:2861 Instantie Raad van State Datum uitspraak 02-11-2016 Datum publicatie 02-11-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201601473/1/A2 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2013/233 Rechter(s) : mr. Lubberdink Datum uitspraak : 13 juni 2014 Partijen : Appellant tegen de Hogeschool Inholland Trefwoorden

Zaaknummer : CBHO 2013/233 Rechter(s) : mr. Lubberdink Datum uitspraak : 13 juni 2014 Partijen : Appellant tegen de Hogeschool Inholland Trefwoorden Zaaknummer : CBHO 2013/233 Rechter(s) : mr. Lubberdink Datum uitspraak : 13 juni 2014 Partijen : Appellant tegen de Hogeschool Inholland Trefwoorden : Afwijzing, bindend negatief studieadvies, BNSA, herkansing

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:3233

ECLI:NL:RVS:2015:3233 ECLI:NL:RVS:2015:3233 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-10-2015 Datum publicatie 21-10-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500429/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen: [naam], wonende te [woonplaats], appellant,

Uitspraak in de zaak tussen: [naam], wonende te [woonplaats], appellant, Zaaknummer : 2014/005 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Lubberdink en Van der Spoel Datum uitspraak : 11 juni 2014 Partijen : Appellant tegen Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : Beoordeling tentamen, deskundigheid,

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201110635/1/V1. Datum uitspraak: 15 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Beëindiging verkoop LPG. Het college had moeten beoordelen welke schade aan de juridische beëindiging van de activiteit was toe te schrijven. In het thans bestreden besluit heeft het

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit van Amsterdam (hierna: CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit van Amsterdam (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/085 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 5 november 2013 Partijen : Appellant tegen CBE Universiteit van Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid examencommissie,

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/204 en 204.1

Zaaknummer : 2014/204 en 204.1 Zaaknummer : 2014/204 en 204.1 Rechter(s) : mr. Nijenhof Datum uitspraak : 28 december 2014 Partijen : Appellant en Radboud Universiteit Nijmegen Trefwoorden : Aanmaning ter voldoening Betalingsverplichting

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2006:AV7682

ECLI:NL:RBARN:2006:AV7682 ECLI:NL:RBARN:2006:AV7682 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 09-03-2006 Datum publicatie 30-03-2006 Zaaknummer AWB 05/4258 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Ambtenarenrecht Eerste

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen: [naam], wonende te [woonplaats], appellant, het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Inholland, verweerder.

Uitspraak in de zaak tussen: [naam], wonende te [woonplaats], appellant, het College van Beroep voor de Examens van Hogeschool Inholland, verweerder. Zaaknummer : CBHO 2016/098 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 19 augustus 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Trefwoorden : advies bindend negatief studieadvies causaal verband

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/041 Rechter(s) : mrs. Olivier, Troostwijk, Scholten-Hinloopen Datum uitspraak : 12 juni 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Fontys Hogescholen Trefwoorden : Beoordeling, bindend negatief

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

Bij beslissing van 28 augustus 2013 heeft de examencommissie van de opleiding Informatica appellant een negatief bindend studieadvies gegeven.

Bij beslissing van 28 augustus 2013 heeft de examencommissie van de opleiding Informatica appellant een negatief bindend studieadvies gegeven. Zaaknummer : CBHO 2014/045 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 23 juni 2014 Partijen : Appellant tegen Hogeschool Leiden Trefwoorden : Bijzondere omstandigheden, duale opleiding NBSA, negatief bindend

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/159 en Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 17 oktober 2014 Partijen : Verzoekster tegen Hogeschool voor de Kunsten

Zaaknummer : 2014/159 en Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 17 oktober 2014 Partijen : Verzoekster tegen Hogeschool voor de Kunsten Zaaknummer : 2014/159 en 159.1 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 17 oktober 2014 Partijen : Verzoekster tegen Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Trefwoorden : Beoordeling, kennen en kunnen, onverwijlde

Nadere informatie

Bij beslissing van 9 juli 2014 heeft het CBE het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Bij beslissing van 9 juli 2014 heeft het CBE het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Zaaknummer : 2014/125.5 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Kleijn Datum uitspraak : 8 oktober 2014 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend studieadvies, BNSA,

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 april 2013 in zaak nr. 12/641 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 april 2013 in zaak nr. 12/641 in het geding tussen: ECLI:NL:RVS:2014:539 Instantie Raad van State Datum uitspraak 19-02-2014 Datum publicatie 19-02-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201304989/1/A1 Omgevingsrecht Hoger

Nadere informatie

Uitspraak 201307838/3/R3 Raad van State Lees voor Lettergrootte Home Publicaties Veelgestelde vragen Contact Zoeken in Home Over de Raad van State Onze werkwijze Adviezen Uitspraken Agenda Pers Werken

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 200705297/1. Datum uitspraak: 31 januari 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2016/180.5 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 2 november 2016 Partijen : appellant en CBE Hogeschool Inholland

Zaaknummer : CBHO 2016/180.5 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 2 november 2016 Partijen : appellant en CBE Hogeschool Inholland Zaaknummer : CBHO 2016/180.5 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 2 november 2016 Partijen : appellant en CBE Hogeschool Inholland Trefwoorden : Ad-programma bijzondere omstandigheden bindend

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve12000040 201102012/1/V2. Datum uitspraak: 13 december 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201104673/1 /V4. Datum uitspraak: 27 december 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht {hierna: de Awb) op

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:1169

ECLI:NL:RVS:2014:1169 ECLI:NL:RVS:2014:1169 Instantie Raad van State Datum uitspraak 02-04-2014 Datum publicatie 02-04-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201306413/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/207 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 18 juli 2014 Partijen : Appellant tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden :

Zaaknummer : 2013/207 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 18 juli 2014 Partijen : Appellant tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Zaaknummer : 2013/207 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 18 juli 2014 Partijen : Appellant tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : NBSA, causaal verband, herkansing, persoonlijke omstandigheden,

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen Eerste aanleg - meervoudig

het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen Eerste aanleg - meervoudig uitspraak deze uitspraak Essentie uitspraak: Bevi niet van toepassing indien verandering geen nadelig gevolg heeft voor het plaatsgebonden risico. Via milieubeheervergunning kunnen, buiten het Bevo om,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186

ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186 ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 06-07-2010 Datum publicatie 23-07-2010 Zaaknummer AWB 10/180, 10/181, 10/508, 10/513, 10/684 en 10/685 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van de Saxion Hogeschool (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van de Saxion Hogeschool (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/079 Rechter(s) : mrs. Loeb, De Rijke-Maas, Borman Datum uitspraak : 21 augustus 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Saxion Hogeschool Trefwoorden : [tijdig]aanvoeren gronden, deficiëntie,

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BY6738

ECLI:NL:RVS:2012:BY6738 ECLI:NL:RVS:2012:BY6738 Instantie Raad van State Datum uitspraak 19-12-2012 Datum publicatie 19-12-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201102748/1/R4 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2016/074 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 10 oktober 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland

Zaaknummer : CBHO 2016/074 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 10 oktober 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Zaaknummer : CBHO 2016/074 Rechter(s) : mr. Streefkerk Datum uitspraak : 10 oktober 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Trefwoorden : bindend negatief studieadvies causaal verband eerstejaarsprogramma

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/047 Rechter(s) : mrs. Olivier, Scholten-Hinloopen en Verheij Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en

Zaaknummer : CBHO 2015/047 Rechter(s) : mrs. Olivier, Scholten-Hinloopen en Verheij Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Zaaknummer : CBHO 2015/047 Rechter(s) : mrs. Olivier, Scholten-Hinloopen en Verheij Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Juridische Hogeschool Avans - Fontys Trefwoorden : beoordeling

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen van: Raad vanstatc 201105933/1/V2. Datum uitspraak: 6 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op de hoger beroepen

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3651

ECLI:NL:CRVB:2016:3651 ECLI:NL:CRVB:2016:3651 Instantie Datum uitspraak 04-10-2016 Datum publicatie 10-10-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/5 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/153

Zaaknummer : 2014/153 Zaaknummer : 2014/153 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 10 december 2014 Partijen : Appellant en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam Trefwoorden : Begeleiding, (tussentijdse) beoordeling, evenredigheidsbeginsel,

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2014/060 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 18 juni 2014 Partijen : Appellant tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden

Zaaknummer : CBHO 2014/060 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 18 juni 2014 Partijen : Appellant tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden Zaaknummer : CBHO 2014/060 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 18 juni 2014 Partijen : Appellant tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : NBSA, causaal verband, persoonlijke omstandigheden,

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2016/024 Rechter(s) : mrs. Lubberdink, Streefkerk en Drop Datum uitspraak : 4 juli 2016 Partijen : Appellante en CBE ArtEZ

Zaaknummer : CBHO 2016/024 Rechter(s) : mrs. Lubberdink, Streefkerk en Drop Datum uitspraak : 4 juli 2016 Partijen : Appellante en CBE ArtEZ Zaaknummer : CBHO 2016/024 Rechter(s) : mrs. Lubberdink, Streefkerk en Drop Datum uitspraak : 4 juli 2016 Partijen : Appellante en CBE ArtEZ Hogeschool voorde Kunsten Trefwoorden : diploma dwangsom fraude

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/038 Rechter(s) : mr. Kleijn Datum uitspraak : 28 juli 2014 Partijen : Appellant tegen het CvB van Hogeschool van Amsterdam

Zaaknummer : 2014/038 Rechter(s) : mr. Kleijn Datum uitspraak : 28 juli 2014 Partijen : Appellant tegen het CvB van Hogeschool van Amsterdam Zaaknummer : 2014/038 Rechter(s) : mr. Kleijn Datum uitspraak : 28 juli 2014 Partijen : Appellant tegen het CvB van Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Afstuderen, beëindiging inschrijving, bericht

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 pagina 1 van 5 Uitspraak 201506029/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 14 september 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0561

ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0561 ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0561 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 16-11-2006 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank 's-gravenhage AWB 05/7541 MAW Ambtenarenrecht

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 3 mei 2016 in zaak nr. 15/6422 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 3 mei 2016 in zaak nr. 15/6422 in het geding tussen: ECLI:NL:RVS:2017:659 Instantie Raad van State Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 15-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201604395/1/A2 Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1550

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1550 ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1550 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 15-06-2009 Datum publicatie 06-07-2009 Zaaknummer AWB 08/5874 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273

ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 ECLI:NL:RVS:2013:BZ1273 Instantie Raad van State Datum uitspraak 13-02-2013 Datum publicatie 18-02-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201206332/1/R3 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

Afd eli n g bes tuursrechtspraak TEAM: Behandelend amhten.iar P. Slappendel 070-4264288

Afd eli n g bes tuursrechtspraak TEAM: Behandelend amhten.iar P. Slappendel 070-4264288 Raad vanstate Afd eli n g bes tuursrechtspraak TEAM: INGEK. - 8 MEI ZOU DOC NR.: Raad van de gemeente Sint-Oedenrode Postbus 44 5490 AA SINT OEDENRODE Datum Ons nummer Uw kenmerk 7 mei 2014 201 301 984/3/R3

Nadere informatie

het college van bestuur van de Leidse Hogeschool, verweerder, gemachtigde: mw. mr C.F. Mewe, werkzaam bij de centrale diensten van de hogeschool

het college van bestuur van de Leidse Hogeschool, verweerder, gemachtigde: mw. mr C.F. Mewe, werkzaam bij de centrale diensten van de hogeschool Zaaknummer: 1994/103 Rechter(s): mrs. Loeb, Hingst, Olivier, Datum uitspraak: 8 december 1994 Partijen: Appellant tegen Leidse Hogeschool Trefwoorden: Auditor, terugwerkende kracht, eerbiedigende werking,

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/261

Zaaknummer : 2013/261 Zaaknummer : 2013/261 Rechter[s] : mr. Troostwijk Datum uitspraak : 27 maart 2014 Partijen : Appellante tegen CBE De Haagse Hogeschool Trefwoorden : Begeleiding, BNSA, gelijkheidsbeginsel, [extra]herkansing,

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2005:AU2988

ECLI:NL:RVS:2005:AU2988 ECLI:NL:RVS:2005:AU2988 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-09-2005 Datum publicatie 21-09-2005 Zaaknummer 200501988/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Hoger beroep

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/069 Rechter(s) : mr. Nijenhof. Datum uitspraak : 23 juli 2014 Partijen : Appellante tegen het CBE van de Hogeschool Rotterdam

Zaaknummer : 2014/069 Rechter(s) : mr. Nijenhof. Datum uitspraak : 23 juli 2014 Partijen : Appellante tegen het CBE van de Hogeschool Rotterdam Zaaknummer : 2014/069 Rechter(s) : mr. Nijenhof. Datum uitspraak : 23 juli 2014 Partijen : Appellante tegen het CBE van de Hogeschool Rotterdam Trefwoorden : Assessment, kennen en kunnen, stage Artikelen

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/001/CBE en 2014/001.1

Zaaknummer : 2014/001/CBE en 2014/001.1 Zaaknummer : 2014/001/CBE en 2014/001.1 Rechter(s) : mr. Nijenhof Datum uitspraak : 27 februari 2014 Partijen : Verzoeker tegen CBE Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Trefwoorden : [duur] Bindend negatief

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201112531/1/V1. Datum uitspraak: 11 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland

Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Zaaknummer : CBHO 2015/254 Rechter(s) : mr. B.K. Olivier Datum uitspraak : 13 januari 2016 Partijen : appellante en CBE Hogeschool Inholland Trefwoorden : bewijsmiddelen bindend negatief studieadvies BNSA

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK i 201307056/1/R3. Datum uitspraak: AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: en de vennootschap onder firma A2 Catering en Organisatie, gevestigd te Waalre, waarvan de vennoten zijn

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/089 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 18 augustus 2015 Partijen : Appellante en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam

Zaaknummer : CBHO 2015/089 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 18 augustus 2015 Partijen : Appellante en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam Zaaknummer : CBHO 2015/089 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 18 augustus 2015 Partijen : Appellante en CBE Erasmus Universiteit Rotterdam Trefwoorden : bindend negatief studieadvies compensatieregeling

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201107998/1/V2. Datum uitspraak: 29 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:3050

ECLI:NL:RVS:2016:3050 ECLI:NL:RVS:2016:3050 Instantie Raad van State Datum uitspraak 16-11-2016 Datum publicatie 16-11-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201601834/1/R2 Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, appellant,

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, appellant, LJN: BJ8902, Raad van State, 200900441/1/H3 Datum uitspraak: 30-09-2009 Datum publicatie: 30-09-2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij besluit van 29

Nadere informatie

Uitspraak 200904084/1/R2 gevonden via '' d eze uitsp raa k il de ze uitsp ra ak Page 1 of 4 Uitspraken ZAAKNUMMER 200904084/1/R2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 24 maart 2010 TEGEN het college van gedeputeerde

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2015:3038

ECLI:NL:RVS:2015:3038 ECLI:NL:RVS:2015:3038 Instantie Raad van State Datum uitspraak 30-09-2015 Datum publicatie 30-09-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201500566/1/A2 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: r Raad vanstate 201108252/1/V2. Datum uitspraak: 14 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8326

ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8326 ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8326 Instantie Datum uitspraak 25-05-1999 Datum publicatie 21-01-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 97/10163 ABW Bestuursrecht

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:BX5879, Meerdere afhandelingswijzen

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:BX5879, Meerdere afhandelingswijzen ECLI:NL:RVS:2013:375 Instantie Raad van State Datum uitspraak 17-07-2013 Datum publicatie 17-07-2013 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201209590/1/A1 Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2012:BY2512

ECLI:NL:RVS:2012:BY2512 ECLI:NL:RVS:2012:BY2512 Instantie Raad van State Datum uitspraak 07-11-2012 Datum publicatie 07-11-2012 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201203945/1/A2 Eerste

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen: Uitspraak 201306462/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 25 juni 2014 Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Hoger beroep 201306462/1/A1.

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de HZ University of Applied Sciences, gevestigd te Vlissingen, verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de HZ University of Applied Sciences, gevestigd te Vlissingen, verweerder. Zaaknummer : 2014/232A en 232B Rechter[s] : mrs. Nijenhof, Van der Spoel, Hoogvliet Datum uitspraak : 25 maart 2015 Partijen : Appellant en CBE Hogeschool Zeeland Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies

Nadere informatie

Raad vanstatc /1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012

Raad vanstatc /1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012 Raad vanstatc 201203196/1/V1. Datum uitspraak: 28 augustus 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201112631/1/V2. Datum uitspraak: 22 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2011:BQ4936

ECLI:NL:RVS:2011:BQ4936 ECLI:NL:RVS:2011:BQ4936 Instantie Raad van State Datum uitspraak 18-05-2011 Datum publicatie 18-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201008844/1/H1 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2833

ECLI:NL:CRVB:2017:2833 ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2007:BB9957

ECLI:NL:RVS:2007:BB9957 ECLI:NL:RVS:2007:BB9957 Instantie Raad van State Datum uitspraak 12-12-2007 Datum publicatie 12-12-2007 Zaaknummer 200700759/1 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen]

** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen] ** [201005426/1/M1.], [10 november 2010]: [afstandseis tussen een lpg tankstation en een scholengemeenschap ], [Harlingen] Essentie uitspraak: De Afdeling stelt vast dat ten tijde van het bestreden besluit

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264

ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 ECLI:NL:CRVB:2010:BO7264 Instantie Datum uitspraak 10-12-2010 Datum publicatie 14-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-3338 WSF Bestuursrecht

Nadere informatie