met ondersteuning van de overige leden van het projectteam: J.J. Sluijmers, F.I.M. Pijpers, M. van Denderen- Lubbers, S.A.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "met ondersteuning van de overige leden van het projectteam: J.J. Sluijmers, F.I.M. Pijpers, M. van Denderen- Lubbers, S.A."

Transcriptie

1 TNO-rapport KvL/P&Z/ Voor- en vroegschoolse educatie (VVE): rol van de jeugdgezondheidszorg Deelrapport 2: Behorend bij het project Screening op taalachterstanden en spraakstoornissen bij kinderen van 1 tot 6 jaar door de Jeugdgezondheidszorg Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus CE Leiden T F Datum November 2007 Auteur(s) C.P.B. van der Ploeg C.I. Lanting P.H. Verkerk Projectnummer Aantal pagina's 48 (incl. bijlagen) Aantal bijlagen 1 met ondersteuning van de overige leden van het projectteam: J.J. Sluijmers, F.I.M. Pijpers, M. van Denderen- Lubbers, S.A. Reijneveld Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TNO. Indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor onderzoeksopdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belanghebbenden is toegestaan TNO

2 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47

3 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47 Samenvatting Inleiding Een taalachterstand kan veroorzaakt worden door een achterliggende stoornis bij het kind (taalontwikkelingsstoornis), door onvoldoende taalaanbod in een bepaalde taal vanuit de omgeving (blootstellingsachterstand) of een combinatie van beide. De oorzaak is van belang voor het vervolgtraject. Bij een blootstellingsachterstand kan vergroting van het taalaanbod, bijv. via voor- en vroegschoolse educatie (VVE), nuttig zijn, terwijl bij een taalontwikkelingsstoornis afhankelijk van de oorzaak bijv. medische behandeling of logopedie moet worden ingezet. VWS heeft TNO opdracht gegeven om een inventarisatie te maken van de instrumenten voor spraaktaalscreening door de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Hierover gaat het eerste deelrapport van het project Screening op taalachterstanden en spraakstoornissen bij kinderen van 1 tot 6 jaar door de jeugdgezondheidszorg. Uit dat onderzoek bleek dat geen van de bestaande screeningsinstrumenten de oorzaak van een taalachterstand (taalontwikkelingsstoornis en/of onvoldoende taalaanbod) kan onderscheiden. Zij zijn allemaal gericht op het signaleren van een spraak- of taalontwikkelingsstoornis. VWS heeft het project aangevuld met vragen in relatie tot de verwijzing door de JGZ naar VVE-programma s, en het onderscheid tussen deze verwijzing en de spraaktaalscreening die is gericht op taalontwikkelingsstoornissen. Dit tweede deelrapport gaat hierover. Er wordt o.a. gevraagd of de huidige toeleiding naar VVEprogramma s beter kan worden gestroomlijnd. VVE VVE-programma s zijn educatieve stimuleringsprogramma s voor jonge kinderen gericht op het tegengaan van onderwijsachterstanden. Ze worden aangeboden in kinderdagverblijven of peuterspeelzalen (voorschoolse educatie aan 2- en 3-jarigen) en in de groepen 1 en 2 van de basisschool (vroegschoolse educatie aan 4- en 5-jarigen). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het voorschoolse deel van de VVE, terwijl scholen verantwoordelijk zijn voor het vroegschoolse deel. Als doelgroepkinderen worden in ieder geval de kinderen bij wie een taalachterstand is geconstateerd genoemd, maar ook wordt een andere definitie gegeven, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen voor- en vroegschoolse educatie. Doelgroepkinderen in de vroegschoolse educatie (groep 1 en 2) zijn beschreven als kinderen met een onderwijsachterstand en met een gewicht volgens de gewichtenregeling. In de huidige gewichtenregeling is het opleidingsniveau van beide ouders het criterium voor het vaststellen van het gewicht. Voor de voorschoolse periode kunnen gemeenten ervoor kiezen andere criteria te hanteren om een doelgroepkind te definiëren. Naast centrumgerichte VVE-programma s, die zich vooral richten op het kind in een peuterspeelzaal, klas of andere groep, zijn er ook gezinsgerichte VVE-programma s. Bij deze laatste ligt het accent op ondersteuning van de ouders. Naast taaldoelen omvatten zowel centrum- als gezinsgerichte programma s vaak ook andere cognitieve doelen, en soms ook sociaal-emotionele doelen. Methoden en resultaten Om inzicht te krijgen in de huidige praktijk omtrent toeleiding naar VVE zijn vragenlijsten uitgezet bij alle 58 JGZ 0-4 jaar organisaties. We hebben van 47 een reactie ontvangen (respons 81%).

4 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47 Het bleek dat 8 van hen (17%) geen VVE-voorzieningen hebben voor peuters in hun werkgebied. Verder is er een grote variatie is in het percentage kinderen dat volgens de respondenten verwezen wordt naar VVE-programma s. 20 respondenten konden hiervoor cijfers leveren. Gemiddeld wordt 6% van de kinderen verwezen naar VVE op de peuterspeelzaal, met een variatie tussen respondenten van 0,2 tot 21%. In de vragenlijst vroegen we respondenten welke factoren zij betrekken bij toeleiding naar VVE. De vraag is beantwoord door alle 39 respondenten met gemeenten die VVEprogramma s aanbieden in hun werkgebied. Een breed scala aan factoren wordt genoemd. De meest genoemde factor is de taalbeheersing van het Nederlands door de ouders (85%). We hebben alle bij de respondenten bestaande door de JGZ ontwikkelde protocollen voor verwijzing naar VVE ontvangen (15 verschillende protocollen) en inhoudelijk bekeken: In de protocollen worden verschillende criteria gehanteerd om vast te stellen welk kind voor VVE in aanmerking komt. Behalve verschillen in protocollen tussen organisaties bestaan er ook verschillen binnen één organisatie. Drie van de 15 protocollen zijn namelijk bedoeld voor slechts één gemeente in het werkgebied van de JGZ-instelling. De overige gemeenten in het gebied hebben dan meestal geen protocol. Bij 70% van de organisaties waren behalve de JGZ ook andere instanties betrokken bij indicatiestelling voor VVE-programma s. Instanties die veel genoemd werden waren peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. De volgende handvatten worden in de JGZ-protocollen genoemd voor gebruik bij de beslissing om al dan niet te verwijzen naar VVE: criteria (herziene) gewichtenregeling, uitkomsten Van Wiechenonderzoek, taalscreeningsinstrumenten en de professionele anamnese naar de aanwezigheid van risicofactoren en beschermende factoren door het team-jgz. De uiteindelijke beslissing voor verwijzing wordt vervolgens overgelaten aan de professionaliteit van het team-jgz, dat daarbij meestal gebruik maakt van uitkomsten op combinaties van bovenstaande instrumenten. Slechts één van de protocollen geeft verwijscriteria, d.w.z. eenduidige regels wanneer wel en wanneer niet verwezen dient te worden. Enkele onderzoeken naar de effectiviteit van de in Nederland uitgevoerde centrumgerichte VVE-programma's zoals Kaleidoscoop en Piramide op de taalontwikkeling van het kind hebben positieve effecten aangetoond (met name voor Piramide), maar het is onduidelijk of deze worden veroorzaakt door het VVEprogramma zelf of door verbeteringen in de randvoorwaarden zoals meer dagdelen VVE-bezoek, betere leidsters en/of minder kinderen per leidster. Bovendien kan een belangrijk landelijk onderzoek de positieve effecten niet bevestigen. Verder is alleen onderzoek verricht naar effecten op de relatief korte termijn (voornamelijk tot en met groep 2). Het is op dit moment nog onbekend of de gevonden resultaten ook op langere termijn blijven bestaan. Ook voor Nederlandse gezinsgerichte VVE-programma s zoals Opstap zijn nog geen onderzoeken verricht waarmee de effectiviteit op de taalontwikkeling kon worden aangetoond. Wel bleek uit een onderzoek waarbij alleen Turkse en Marokkaanse gezinnen betrokken waren, dat er wel effecten zijn in de vorm van minder doublures in het basisonderwijs. Bij preverbale taalstimuleringsprogramma s zoals Boekenbas werden bescheiden en uitsluitend kortetermijn effecten op de taalontwikkeling aangetoond. De resultaten van onderzoeken naar de effectiviteit van het bezoeken van peuterspeelzaal of kinderdagverblijf (ook

5 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47 zonder VVE-programma) op de taalontwikkeling geven tegenstrijdige resultaten: in het ene onderzoek zijn er hooguit (zeer) zwakke samenhangen gevonden met de taalprestaties in de groepen 2, 4 en 6, terwijl in het andere onderzoek betere toetsresultaten in groep 2 worden gevonden maar de resultaten in de hogere groepen niet zijn onderzocht. Discussie De huidige praktijk van verwijzen naar VVE-programma s is zeer gevarieerd, zowel wat betreft verwijsbeleid, en dus doelgroep, als ook manier van verwijzen. Dit heeft de volgende redenen: 1) De lokale overheid (gemeente) bepaalt de doelgroep voor voorschoolse educatieprogramma s, afhankelijk van de lokale behoeften. 2) De doelgroepdefinitie voor deelname aan VVE-programma s (kind met onderwijsachterstand dat een gewicht heeft (vroegschoolse educatie) of aan de gemeentelijke doelgroepcriteria voldoet (voorschoolse educatie)) kan onduidelijkheden opleveren. Er kunnen veel verschillende mogelijke oorzaken zijn voor onderwijsachterstanden. Daarnaast is er bij de 2- en 3-jarige kinderen nog geen sprake van onderwijs(achterstand). Bovendien is achterstand een relatief begrip, en maakt het ontbreken van een absolute maat het bepalen van een doelgroep moeilijk. Tot slot is de gewichtenregeling niet geschikt om de doelgroep te identificeren. Onderzoek bij kinderen uit een risicowijk geeft aan dat de groep kinderen met meerdere risicofactoren slechts deels overlapt met de groep die voldoet aan de gewichtenregeling. Tot slot is de doelgroep later weer anders omschreven, namelijk in ieder geval de kinderen bij wie een taalachterstand is geconstateerd. 3) Onduidelijkheid over het begrip taalachterstand in de doelgroepbeschrijving. Hiermee zouden alleen de kinderen bedoeld moeten worden die een taalachterstand in het Nederlands hebben die veroorzaakt is door onvoldoende taalaanbod in het Nederlands. Een taalachterstand kan ook veroorzaakt worden door een spraak- of taalontwikkelingsstoornis. Kinderen met deze stoornissen behoren in eerste instantie niet tot de doelgroep van VVE. 4) Diverse organisaties leiden toe naar VVE-programma s (bijv. JGZ, peuterspeelzaal of kinderdagverblijf zonder VVE-programma, audiologisch centrum, maatschappelijk werk). De huidige verwijzing naar centrumgerichte VVE-programma s kan beter gestroomlijnd worden, door: - de onduidelijkheden over het begrip taalachterstand weg te nemen. De oorzaak van de taalachterstand is richtinggevend voor de verdere verwijzing. Het gaat hierbij om het onderscheid tussen een onvoldoende blootstelling aan het Nederlands en een spraak- of taalontwikkelingsstoornis. - de definitie van de doelgroep voor VVE-deelname aan te scherpen. Bijvoorbeeld kinderen met taalontwikkelingsstoornissen of ernstige opvoedingsproblemen behoren niet in eerste instantie naar VVE te worden verwezen. - de verwijzing naar het voorschoolse deel van VVE-programma s door de JGZ kan worden versterkt, want: De JGZ beschikt over veel kennis over het individuele kind en het gezin waarin het opgroeit en volgt het kind al vanaf de eerste levensweken. De JGZprofessional kan aan de hand hiervan een inschatting maken of het kind onvoldoende wordt gestimuleerd in zijn/haar (taal)ontwikkeling. Het bereik van de JGZ is bijzonder hoog, ook in groepen met een lage socioeconomische status. 98% van alle kinderen en hun ouders bezoeken de JGZ

6 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47 vrijwillig, bij 2- tot 3-jarigen brengt nog 90% jaarlijks een bezoek. Het bereik bij Turkse en Marokkaanse kinderen in drie grote steden is 96%. De JGZ kan zowel de taalvaardigheid van het Nederlandstalige kind beoordelen (signalering bij het kind zelf: pluis versus niet-pluis ) als het taalaanbod aan het kind (omgeving van het kind, bijv. de ouders). Beide trajecten zijn nodig om een kind met risico op een taalachterstand het juiste traject in te leiden: bij verdenking op een taalontwikkelingsstoornis (herkenbaar aan een onvoldoende taalvaardigheid in de eerste taal) moet verdere taaldiagnostiek plaatsvinden, bij onvoldoende Nederlands taalaanbod kan afhankelijk van de lokale afspraken- naar een VVE-programma worden verwezen. Bij anderstalige kinderen is het signaleren van een ontwikkelingsstoornis lastiger omdat de JGZ-professional de eerste taal 1 van het kind vaak niet kent. Wel kan door navraag bij de ouders een globale indruk verkregen worden over de taalvaardigheid van het kind, en daarmee over de aan- of afwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis. Bij anderstalige kinderen kan het taalaanbod vanuit de omgeving van het kind in kaart gebracht en beoordeeld worden. Hoewel het moeilijker is dan bij Nederlandstalige kinderen, kan de JGZ dus ook bij anderstalige kinderen een inschatting maken van beide trajecten die nodig zijn om het kind het juiste vervolgtraject in te leiden. Voor beide trajecten vinden (door de JGZ) overigens beoordelingen plaats op meerdere leeftijden, al vanaf de geboorte. De JGZ kan tijdens het Periodiek Geneeskundig Onderzoek ook zorgen voor uitleg aan ouders waarvan het kind in aanmerking komt voor verwijzing naar een VVE-programma en voor eventuele actieve toeleiding. Daarnaast kan de JGZ een bijdrage leveren aan het voorkómen van taalachterstanden door voorlichting aan ouders te geven over het belang van taalstimulering en de wijze waarop ouders dit kunnen doen. De gemeente kan hier opdracht voor geven. Voor een doelmatige bestrijding van onderwijsachterstanden is het nodig dat VVEprogramma s vooral aangeboden worden aan die groepen kinderen waarvan aangetoond is dat ze er baat bij hebben. Tot nu toe zijn er soms positieve korte-termijn effecten beschreven van VVE-programma s op de taalontwikkeling. Centrumgerichte VVEprogramma s met coaching van de vaardigheden van ouders van achterstandkinderen hebben meer effect in het cognitieve domein dan programma s zonder oudercomponent. Conclusies Geen van de huidige voor de JGZ bruikbare taalscreeningsinstrumenten kan de oorzaak van een taalachterstand (taalontwikkelingsstoornis en/of onvoldoende taalaanbod van een bepaalde taal) onderscheiden. De oorzaak is van belang voor het vervolgtraject: kinderen met een taalontwikkelingsstoornis moeten in eerste instantie voor verdere diagnostiek worden verwezen, en niet in eerste instantie naar VVE worden toegeleid. De JGZ beschikt over informatie en mogelijkheden die van belang zijn bij het verwijzen naar VVE-programma s. Meer stroomlijning in de verwijzing naar VVE-programma s door de JGZ is mogelijk. Enkele onderzoeken naar de effectiviteit van de in Nederland uitgevoerde centrumgerichte VVE-programma's zoals Kaleidoscoop en Piramide op de 1 Eerste taal: de taal die het meest gesproken wordt met het kind

7 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47 taalontwikkeling van het kind hebben positieve effecten aangetoond (met name voor Piramide), maar het is onduidelijk of deze worden veroorzaakt door het VVE-programma zelf of door verbeteringen in de randvoorwaarden. Ook kon een landelijk onderzoek de positieve effecten niet bevestigen. Verder is alleen onderzoek verricht naar effecten op de relatief korte termijn. Voor Nederlandse gezinsgerichte VVE-programma s zoals Opstap zijn nog geen onderzoeken verricht waarmee de effectiviteit op de taalontwikkeling kon worden aangetoond. Bij preverbale taalstimuleringsprogramma s zoals Boekenbas werden bescheiden en uitsluitend korte-termijn effecten op de taalontwikkeling aangetoond. Aanbevelingen Ter bevordering van de stroomlijning in de verwijzing naar voorschoolse educatie bevelen we aan dat duidelijkheid wordt gecreëerd welke doelgroepen in aanmerking kunnen komen voor deelname aan VVE-programma s in peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en basisscholen. Het is goed om informatie over effectieve VVE-programma s en de daarmee samenhangende doelgroepcriteria op te nemen in een landelijk advies, waar gemeenten hun voordeel mee kunnen doen bij het vaststellen van de doelgroep op lokaal niveau. Om de toeleiding naar VVE-programma s door de JGZ meer te stroomlijnen zou als hulpmiddel voor de verwijzers een stroomdiagram kunnen worden ontwikkeld, waarin gegevens worden geregistreerd over kind en gezin die relevant zijn voor de verwijzing naar VVE. Bij een niet-pluis -gevoel over een kind of gezin kan dit behulpzaam zijn bij het vaststellen op welk terrein het probleem zit. Afhankelijk van de (lokale) doelgroep voor VVE-programma s moet dan op basis van de antwoorden in het stroomdiagram duidelijk zijn welk kind wel en welk kind niet hiernaar verwezen moet worden.

8 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47

9 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47 Afkortingen AC ActiZ AJN CB Fenac FOSS GDS GGD GMS imgz JGZ KNO LUMC LVT MC MDD M&G NSDSK NVLF OCW TNO-KvL UMCG VNG VTO VVE V&VN VWS ZonMW Audiologisch Centrum Brancheorganisatie voor zorgondernemers die zich bewegen in de markt van zorg, wonen, welzijn, preventie en aanverwante diensten, ontstaan door fusie van Arcares en Z-org. Z-org is de voormalige Landelijke Vereniging voor Thuiszorg. Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland Consultatiebureau Federatie Nederlandse Audiologische Centra Nederlandse federatie van ouders van slechthorende kinderen en van kinderen met spraak-taal moeilijkheden Groninger Diagnostische Spreeknormen Gemeentelijke Gezondheidsdienst Groninger Minimum Spreeknormen Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg Keel, neus, oor Leids Universitair Medisch Centrum Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (tegenwoordig ActiZ) Medisch centrum Multidisciplinaire diagnostiek Maatschappij en gezondheid Nederlandse stichting voor dove en slechthorende kinderen Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen TNO Kwaliteit van Leven Universitair Medisch Centrum Groningen Vereniging Nederlandse Gemeenten Vroegtijdige Opsporing (VTO taal 2-jarigen is een signaleringsinstrument) Voor- en vroegschoolse educatie. Voorschools: 2-3 jarigen; vroegschools: 4-5 jarigen. Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland Ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport ZorgOnderzoek Nederland Medische Wetenschappen

10 TNO-rapport KvL/P&Z/ / /47

11 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Afkortingen Inleiding Begripsbepaling taalachterstand Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Vraagstellingen Methoden Resultaten Discussie Referenties Bijlage(n) A Leden begeleidingscommissie spraaktaal

12 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47

13 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 1 Inleiding Het project Screening op taalachterstanden en spraakstoornissen bij kinderen van 1 tot 6 jaar door de jeugdgezondheidszorg bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste een inventarisatie van instrumenten voor screening op taalachterstanden en spraakstoornissen. Hieruit bleek dat de bestaande taalscreeningsinstrumenten gericht zijn op het opsporen van spraak- of taalontwikkelingsstoornissen, d.w.z. een aandoening of ziekte bij het kind. De resultaten beschreven we in een eerste deelrapport (Van der Ploeg et al, 2007). Een taalachterstand in een bepaalde taal (hier het Nederlands) kan echter ook veroorzaakt worden door onvoldoende blootstelling aan die taal. Dit is een probleem van een andere aard: het kind heeft immers geen ziekte of aandoening. Vergroting van het taalaanbod, bijv. via deelname aan een VVEprogramma, kan dan nuttig zijn. Dit is het onderwerp van dit tweede deelrapport. Overigens kan een kind ook een spraak- of taalontwikkelingsstoornis in combinatie met onvoldoende taalaanbod van een bepaalde taal hebben. In het coalitieakkoord (7 februari 2007) wordt een mogelijke rol voor de JGZ bij de toeleiding van VVE beschreven: Kinderen waarbij op driejarige leeftijd door het consultatiebureau of elders een taalachterstand wordt geconstateerd, zullen via kinderopvang/peuterspeelzalen, voor- en vroegschoolse educatie (groep 0) en aparte (schakel)klassen op het vereiste niveau worden gebracht. VWS heeft aanvullende vragen over de toeleiding vanuit de JGZ naar VVEprogramma s toegevoegd aan de vraagstellingen van het project. In paragraaf 1.3 worden de vraagstellingen beschreven. Na een beschrijving van de methoden in hoofdstuk 2, volgen in hoofdstuk 3 de resultaten en in hoofdstuk 4 de discussie. We beginnen echter eerst de inleiding met de begripsbepaling van taalachterstand, waarbij het verschil tussen taalontwikkelingsstoornissen en taalachterstand door onvoldoende blootstelling aan een specifieke taal wordt uitgelegd (paragraaf 1.1), en met uitleg over VVE (paragraaf 1.2). 1.1 Begripsbepaling taalachterstand Een taalachterstand kan veroorzaakt worden door een stoornis bij het kind (taalontwikkelingsstoornis), door onvoldoende taalaanbod vanuit de omgeving (blootstellingsachterstand) of een combinatie van beide (zie figuur 1). Het onderscheid is van groot belang voor het in te zetten vervolgtraject. Hieronder wordt dit verder uitgelegd. VVE-programma s zijn vooral bedoeld voor kinderen met een (risico op) een taalachterstand in het Nederlands veroorzaakt door onvoldoende blootstelling aan het Nederlands. Taalontwikkelingsstoornis. Taalontwikkelingsstoornissen kunnen op zichzelf staand voorkomen, zonder aanwijsbare duidelijke oorzaak (specifieke taalontwikkelingsstoornis). Ze kunnen ook ontstaan vanuit een duidelijk aanwezige ongunstige beïnvloedende factor (niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis), zoals gehoorverlies, lage intelligentie, algeheel vertraagde ontwikkeling of afwijkingen aan het spraakorgaan. Nadere diagnostiek is nodig om de oorzaak van de taalontwikkelingsstoornis te achterhalen. Afhankelijk van de oorzaak kan behandeling worden ingezet, zoals bijvoorbeeld logopedie bij een kind met een specifieke

14 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 taalontwikkelingsstoornis of hoorapparatuur bij een kind met een niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis vanwege een gehoorprobleem (zie deelrapport 1). Blootstellingsachterstand in een bepaalde taal. Bovengenoemde specifieke en nietspecifieke taalontwikkelingsstoornissen hebben een al dan niet aantoonbare medische of cognitieve component: het kind mankeert iets waardoor de taalontwikkeling verstoord wordt en een taalachterstand ontstaat. Er kan echter ook sprake zijn van een taalachterstand doordat het kind onvoldoende aan een taal is blootgesteld. Om de achterstand weg te werken is het nodig de betreffende taal in voldoende kwaliteit en hoeveelheid aan het kind aan te bieden. Een taalachterstand door onvoldoende blootstelling aan de taal wordt soms bij specifieke, en soms bij niet-specifieke taalachterstanden ingedeeld. Omdat dit verwarrend is hebben we besloten om taalachterstand door onvoldoende blootstelling apart te benoemen als blootstellingsachterstand. De indeling van de verschillende vormen van taalachterstand is nader uitgelegd in figuur 1. Er zijn twee vormen van een blootstellingsachterstand in het Nederlands. Het kan voorkomen bij kinderen die worden opgevoed in een andere taal dan het Nederlands, maar het kan ook voorkomen bij kinderen met Nederlands als eerste taal met wie weinig of slecht Nederlands wordt gesproken. Als bij de anderstalige kinderen de taalontwikkeling in de andere taal goed verloopt (geen blootstellingsachterstand in die taal en geen taalontwikkelingsstoornis), zal er normaal gesproken geen probleem met het aanleren van het Nederlands als tweede taal zijn. Als dit toch onvoldoende lukt, komt dit door andere oorzaken dan de blootstellingachterstand aan het Nederlands (persoonlijke communicatie M. Blumenthal, Kenniscentrum Meertaligheid). Deze oorzaken zijn: 1) sociaal economische achterstand of analfabetisme; 2) geïsoleerd gezin; 3) pedagogische onmacht en/of onkunde; 4) ouders die te weinig Nederlands spreken; 5) scholen die de huidige good-practice bij het aanleren van Nederlands als tweede taal niet of onvoldoende toepassen; en 6) negatieve appreciatie van de samenleving voor het spreken van niet-westerse talen. Dat laatste heeft invloed op het zelfvertrouwen van kinderen, en daarmee ook op het leren (van Nederlands). De tweede groep, Nederlandstalige kinderen met wie weinig of slecht Nederlands wordt gesproken, wordt in het algemeen onvoldoende aan gesproken taal van goede kwaliteit (in dit geval Nederlands) blootgesteld. Deze kinderen maken geen goede taalontwikkeling door, ze krijgen geen inzicht in taalstructuren. Ernstige deprivatie kan zelfs gevolgen op hersenniveau hebben (bekend extreem voorbeeld: kinderen die zijn opgegroeid bij wolven). Een blootstellingsachterstand van de eerste taal, d.w.z. de taal die het meest gesproken wordt met het kind, is daarom ernstiger dan een blootstellingsachterstand van de tweede taal. Uiteraard kunnen ook meertalige kinderen een blootstellingsachterstand in hun eerste taal hebben. Spraakstoornis. Naast een taalachterstand kan er ook een spraakstoornis zijn. Dit is het geval als het niveau van klankvorming niet past bij het taalontwikkelingsniveau (figuur 1). Als therapie wordt meestal logopedie ingezet.

15 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Figuur 1 Begripsindeling taalachterstanden en spraakstoornissen Taalachterstand in het Nederlands: overkoepelende term voor alle kinderen die in één of meer van de ovalen vallen (1) Specifieke taalontwikkelingsstoornis (op zichzelf staand) (3) Beide e 7 (5) (6) (2) Niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis (door ander probleem: bijv. gehoor, verstandelijke handicap, psychische stoornis) (0) (4) Onvoldoende blootstelling aan de Nederlandse taal (door omgeving) Spraakstoornis: als het niveau van de klankvorming niet past bij het taalontwikkelingsniveau. Vormen: articulatiestoornis, broddelen, stotteren Toelichting bij figuur 1. Elk kind heeft een plaats in het diagram. Buiten de ovalen zitten de kinderen zonder taalachterstand in het Nederlands (0). Een taalachterstand in het Nederlands kan komen door een specifieke taalontwikkelingsstoornis (1) of een niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis (2). Een combinatie kan ook voorkomen (3). Daarnaast kan een taalachterstand in het Nederlands ontstaan door onvoldoende blootstelling aan het Nederlands (4). Ook dit kan gecombineerd met specifieke of niet-specifieke taalontwikkelingsstoornissen voorkomen (5, 6 en 7). Kinderen met een eerste taal niet gelijk aan het Nederlands komen net als Nederlandse ééntalige kinderen in alle delen van het diagram voor. Het diagram moet voor hen wel anders gelezen worden dan voor Nederlandstalige kinderen, omdat onvoldoende blootstelling aan de Nederlandse taal (4) bij hen niet de eerste taal betreft. Bij het zoeken naar de oorzaak van de taalachterstand in het Nederlands bij deze kinderen moet ook de eerste taal 2 in beschouwing genomen worden. Als het kind geen taalachterstand in de eerste taal heeft, maar alleen in het Nederlands, zit het in vak 4. Als een kind voldoende aan de eerste taal wordt blootgesteld, maar toch een taalachterstand in die eerste taal heeft, kan het kind een specifieke of niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis hebben (1, 2 of 3). Onvoldoende blootstelling aan de eerste taal is bij deze kinderen niet apart in het diagram weergegeven. 2 Met de eerste taal wordt bedoeld de meest gesproken taal. (Eenheid van Taal, Richtlijn Handboek Eenheid van taal, Platform Jeugdgezondheidszorg, Richtlijn 2, febr 2005)

16 TNO-rapport KvL/P&Z/ / Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Het onderwijsachterstandenbeleid is er op gericht om onderwijsachterstanden bij leerlingen in het basisonderwijs en bij jonge kinderen vroegtijdig op te sporen en te bestrijden. Scholen worden geconfronteerd met allochtone en autochtone leerlingen die bij de entree in het basisonderwijs te maken hebben met een grote achterstand. Op 1 oktober 2005 hadden ongeveer leerlingen een onderwijsachterstand. Van deze gewichtenleerlingen zijn allochtoon. Zij hebben een taal en/of ontwikkelingsachterstand van ongeveer twee jaar. Bij autochtone gewichtenleerlingen is die achterstand ongeveer een jaar. Dit kan verstrekkende negatieve gevolgen hebben voor de verdere schoolloopbaan en de latere maatschappelijke carrière van deze kinderen. Deze achterstandskinderen vormen de doelgroep voor het onderwijsachterstandenbeleid. Het is van belang dat gemeenten en scholen de mogelijkheid hebben om voor deze kinderen met een onderwijsachterstand voorzieningen te treffen waarmee de achterstanden kunnen worden ingelopen. Doelstelling is daarom het onderwijsachterstandenbeleid meer te richten op het zo vroeg mogelijk en effectief aanpakken van achterstanden. Dit stukje staat in de nota van toelichting bij de Algemene Maatregel van Bestuur over het Onderwijsachterstandenbeleid (Staatsblad, 451, 2006). Het geeft de achtergrond waarom VVE is opgezet. In een brief aan de Tweede Kamer (169, 2007) worden als doelgroepkinderen in ieder geval de kinderen bij wie een taalachterstand is geconstateerd genoemd. Definitie VVE-programma s zijn educatieve programma s voor jonge kinderen gericht op het tegengaan van onderwijsachterstanden. VVE-programma s worden aangeboden in kinderdagverblijven of peuterspeelzalen (voorschoolse educatie) en in de eerste en tweede groep van de basisschool (vroegschoolse educatie). Ze zijn ontwikkeld om zo snel mogelijk de (taal)ontwikkeling van kinderen met een (taal)achterstand te stimuleren (Staatsblad, 451, 2006). Voorschoolse educatie-programma s moeten tenminste drie dagdelen per week worden gegeven aan 2- en 3-jarige doelgroepkinderen. Vroegschoolse voorzieningen op de basisschool zijn bedoeld voor doelgroepkinderen van 4 en 5 jaar. Er zijn centrumgerichte VVE-programma s, die zich vooral richten op het kind in een peuterspeelzaal, klas of andere groep, en gezinsgerichte VVE-programma s. Bij deze laatste ligt het accent op ondersteuning van de ouders. Vaak hebben centrumgerichte programma s echter ook gezinsgerichte activiteiten en andersom. Naast taaldoelen omvatten zowel centrum- als gezinsgerichte programma s vaak ook andere cognitieve doelen, en soms ook sociaal-emotionele doelen. Organisatie en financiering De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de voorschoolse educatie in peuterspeelzalen of kinderdagverblijven. De scholen zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie in groep 1 en 2. Scholen krijgen een eigen budget voor het realiseren van de vroegschoolse educatie (Staatsblad 451, 2006). O.a. om de doorlopende leerlijn van voorschoolse educatie naar basisonderwijs tot stand te brengen, zijn gemeenten en schoolbesturen verplicht overleg te voeren gericht op het maken van afspraken hierover (Staatsblad 340, 2006; VNG, 2006).

17 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Het geld dat het Rijk aan gemeenten geeft ten behoeve van het onderwijsachterstandenbeleid (hierna: OAB) wordt verdeeld volgens de verdeelsleutel van de 'gewichtenregeling'. VVE-middelen maken onderdeel uit van de OAB-middelen. Volgens de VVE-monitor hebben in het schooljaar 2006/ (van de 443) gemeenten op grond van de verdeelsleutel subsidie voor het onderwijsachterstandenbeleid ontvangen (Jepma et al, 2007). Ook veel gemeenten die geen specifieke uitkering ontvangen, hebben VVE-beleid ontwikkeld. De VVE-middelen vanuit het Ministerie van OCW zijn bestemd voor de centrumgerichte programma s, en nauwelijks voor de gezinsgerichte programma s (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2005). Er kan alleen maximaal 15% van de middelen worden besteed aan coördinerende en/of overige activiteiten die gerelateerd zijn aan het onderwijsachterstandenbeleid, waarbij gezinsgerichte programma s ook onder de overige activiteiten vallen (Staatsblad 451, 2006). Gezinsgerichte programma s kunnen ook op andere wijze door gemeenten worden gefinancierd. Doelgroep In een brief aan de Tweede Kamer (169, 2007) worden als doelgroepkinderen in ieder geval de kinderen bij wie een taalachterstand is geconstateerd genoemd. In de Algemene Maatregel van Bestuur over het Onderwijsachterstandenbeleid (Staatsblad 451, 2006) wordt in de doelgroepbeschrijving onderscheid gemaakt tussen voor- en vroegschoolse educatie. Doelgroepkinderen in de vroegschoolse educatie (groep 1 en 2) zijn beschreven als kinderen met een onderwijsachterstand en met een gewicht volgens de gewichtenregeling. In de huidige gewichtenregeling is het opleidingsniveau van beide ouders het criterium voor het vaststellen van het gewicht. Voor de voorschoolse periode kunnen gemeenten ervoor kiezen andere criteria te hanteren om een doelgroepkind te definiëren. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een beoordeling van het risico op een (taal)achterstand door Jeugdgezondheidszorginstellingen. Hierover kunnen op lokaal niveau afspraken worden gemaakt (tussen gemeenten, JGZinstellingen, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en basisscholen), bijv. in het kader van de lokale educatieve agenda (VNG, 2006). Duidelijk moet zijn welke criteria bij het definiëren van een doelgroepkind in een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal zijn gehanteerd (Staatsblad 451, 2006). De omvang van de potentiële doelgroep voor VVE-programma s is onbekend, vanwege de variatie tussen gemeenten in doelgroep voor voorschoolse educatie en omdat niet eenduidig is vast te stellen welke kinderen een taal- of onderwijsachterstand hebben (of risico daarop lopen). Wel is bekend hoeveel kinderen een gewicht hebben volgens de huidige nieuwe gewichtenregeling, die sinds het schooljaar 2006/2007 stapsgewijs wordt ingevoerd. Dit zijn en 5-jarigen (leerlingentelling CFI 2006). Extrapolatie naar de groep van 2½ tot 4 jaar geeft nog kinderen, zodat in totaal kinderen van 2½ t/m 5 jaar een gewicht hebben. Onder de aanname dat er jaarlijks ongeveer kinderen geboren worden, is dit ongeveer 16% van alle kinderen. De helft van het aantal kinderen met een gewicht komt uit de 33 grootste gemeenten (Sardes 2006).

18 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Deelname aan peuterspeelzaalwerk of kinderdagopvang (met of zonder VVEprogramma) In 2004 namen van de t/m 3-jarige kinderen deel aan peuterspeelzaalwerk (61%) en (26%) aan kinderopvang (van Kampen et al, 2005). Er is verschil naar etnische achtergrond: uit een monitoring in Eindhoven blijkt dat 80% van de Nederlandse kinderen deelneemt aan peuterspeelzaalwerk (60%) of kinderopvang (20%), terwijl dit voor Turkse kinderen 73% is (69 en 4), bij Marokkanen 49% (44 en 5), bij Surinamers 78% (51 en 27), bij Antilianen 67% (36 en 31) en bij de overige niet-westerse allochtonen 66% (52 en 14) (presentatie H. Janssen in Sardes 2006). 1.3 Vraagstellingen VWS heeft aanvullende vragen in relatie tot de verwijzing door de JGZ naar VVEprogramma s toegevoegd aan de vraagstellingen van ons project Screening op taalachterstanden en spraakstoornissen bij kinderen van 1 tot 6 jaar door de jeugdgezondheidszorg. Deze zijn: 1. Zijn de bestaande spraaktaalscreeningsinstrumenten effectief in het onderkennen van een taalachterstand in het Nederlands bij kinderen onder de 3 jaar? Tot welke uitvoeringsconsequenties leidt dit? 2. Hoe verhoudt het vaststellen van een taalachterstand in het Nederlands zich tot de spraaktaalscreening door de jeugdgezondheidszorg, die is gericht op het signaleren van spraaktaalstoornissen en daarmee samenhangende achterliggende ziekten of aandoeningen? Kan hiertussen een onderscheid worden gemaakt en zo ja, hoe? 3. a) Hoe vaak verwijzen de instellingen jeugdgezondheidszorg kinderen naar voor- en vroegschoolse educatie (VVE)? Welke criteria en instrumenten gebruiken zij hiervoor? b) Wordt hierbij gevraagd naar het Nederlandse taalbeheersingsniveau van de ouders of naar andere factoren? c) Kan de huidige uitvoeringspraktijk meer worden gestroomlijnd, en kan de verwijzing naar de VVE beter worden onderbouwd? d) Biedt een uniform, effectief spraaktaalscreeningsinstrumentarium hiervoor aanknopingspunten? Een vraagstelling uit het oorspronkelijke projectvoorstel betrof de effectiviteit van interventies waarnaar de JGZ kinderen met een taalachterstand kan verwijzen. Naast logopedische interventies betrof deze vraag ook VVE- en taalstimuleringsprogramma s. De deelvraag luidde: 4. Wat is bekend over de effectiviteit van interventies (VVE en preverbale taalstimuleringsprogramma s die de JGZ aanbiedt aan 0- tot 2-jarigen) bij kinderen met een taalachterstand?

19 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 2 Methoden Om vraag 1 en 2 te kunnen beantwoorden hebben we een inventarisatie van de bestaande spraaktaalscreeningsinstrumenten verricht (zie het eerste deelrapport, Van der Ploeg et al, 2007). Voor vraag 1 is vooral de doelstelling en doelgroep van elk instrument van belang. Voor vraag 3 hebben we in samenwerking met ActiZ in december 2006 een vragenlijst uitgezet bij alle 58 JGZ-organisaties voor zorg voor 0-4 jarigen. In dit verband zijn ook de verwijsprotocollen voor VVE opgevraagd en beschreven. Om vraag 4 naar de effectiviteit van interventies te kunnen beantwoorden hebben we informatie opgevraagd bij de leden van de begeleidingscommissie (zie hieronder) en enkele andere experts (P. Leseman, R. van Steensel). Voor het onderzoek in Nederland hebben we ons vooral gebaseerd op de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlandse Jeugdinstituut (NJI). We richten ons vooral op Nederlandse VVEprogramma s en resultaten in Nederland, omdat in andere landen bevolking en voorzieningen anders zijn dan in Nederland. Daarom kan niet zomaar worden verwacht dat buitenlandse resultaten ook voor Nederland gelden. Vanwege het kader van het project, dat over taalachterstanden en spraakstoornissen gaat, richten we ons vooral op uitkomsten over de effecten van VVE op taalontwikkeling van Nederlandse onderzoeken. Om onze kennis te verbreden en de resultaten van het onderzoek te toetsen, is een begeleidingscommissie ingesteld met vertegenwoordigers uit het veld (ActiZ, GGD- NL, NVLF, V&VN, AJN, Viataal), onderzoekers, ontwikkelaars of vertegenwoordigers van instrumenten (NSDSK, imgz, UMCG, L. Schlichting, Van Wiechen commissie), overige onderzoekers (LUMC, Expertisecentrum Nederlands, Kenniscentrum meertaligheid) en een oudervereniging (FOSS, zie bijlage 1). Deze commissie is vier keer bijeengekomen (4 september 2006, 18 december 2006, 12 maart 2007 en 21 mei 2007) en heeft ons gevraagd en ongevraagd van informatie voorzien. Met ingang van januari 2007 zijn ook de Fenac en de VNG toegetreden tot de begeleidingscommissie. Daarnaast zijn andere deskundigen op het gebied van VVE benaderd.

20 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47

21 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 3 Resultaten Vraag 1. Zijn de bestaande spraaktaalscreeningsinstrumenten effectief in het onderkennen van een taalachterstand in het Nederlands bij kinderen onder de 3 jaar? Tot welke uitvoeringsconsequenties leidt dit? Bij de vroegtijdige opsporing van taalachterstanden gaat het om twee hoofdoorzaken: 1) Heeft het kind mogelijk een spraak- of taalontwikkelingsstoornis? 2) Heeft het kind een achterstand in de Nederlandse taal vanwege onvoldoende blootstelling aan het Nederlands als eerste of tweede taal? De kinderen met een mogelijke spraak- of taalontwikkelingsstoornis moeten nader diagnostisch onderzoek ondergaan en aan de hand daarvan indien mogelijk behandeld. De kinderen met alleen een onvoldoende blootstelling aan het Nederlands, zonder verdenking op een spraak- of taalontwikkelingsstoornis, hebben waarschijnlijk baat bij extra blootstelling aan het Nederlands voordat ze naar het basisonderwijs gaan, bijvoorbeeld via VVE. Om deze groep kinderen gaat het in dit deelrapport. Kinderen met Nederlands als eerste taal. Alle gevonden screeningsinstrumenten, behalve de tweetalige Lexiconlijsten, zijn ontwikkeld met het doel taalachterstand bij kinderen met Nederlands als eerste taal op te sporen. De onderliggende oorzaak kan zowel een taalontwikkelingsstoornis als een blootstellingsachterstand van de eerste taal (het Nederlands) zijn. Het onderscheid hiertussen is echter niet op basis van de uitslag op het screeningsinstrument te maken. Uit het eerste deelonderzoek (Van der Ploeg et al, 2007) blijkt dat het vanwege gebrek aan kennis over de sensitiviteit en specificiteit van veel van de spraaktaalscreeningsinstrumenten onbekend is hoe effectief de instrumenten zijn in het onderkennen van een taalachterstand bij kinderen met Nederlands als eerste taal. Anderstalige kinderen met eerste taal anders dan Nederlands. Alleen de tweetalige Lexiconlijsten zijn ontwikkeld en genormeerd voor meertalige kinderen met een eerste taal anders dan Nederlands (nl. Turks, Tarifit-Berbers, Marokkaans-Arabisch). Het zijn de enige instrumenten voor het opsporen van taalontwikkelingsstoornissen bij deze groep, maar de sensitiviteit en specificiteit van deze instrumenten zijn onbekend. De tweetalige Lexiconlijsten zijn echter niet gericht op het opsporen van een blootstellingsachterstand in het Nederlands. Voor het opsporen van een taalachterstand in het Nederlands als tweede taal (blootstellingsachterstand) is dus geen spraaktaalscreeningsinstrument ontwikkeld. Meer informatie over de screeningsinstrumenten is te vinden in Van der Ploeg et al, Hoewel over de spraaktaalscreeningsinstrumenten nog niet voldoende bekend is om ze als screeningsinstrument in te zetten bij het opsporen van taalachterstand, heeft de JGZ wel andere mogelijkheden om de taalvaardigheid van Nederlandstalige en anderstalige kinderen te beoordelen (zie discussie).

22 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Vraag 2. Hoe verhoudt het vaststellen van een taalachterstand in het Nederlands zich tot de spraaktaalscreening door de jeugdgezondheidszorg, die is gericht op het signaleren van spraaktaalstoornissen en daarmee samenhangende achterliggende ziekten of aandoeningen? Kan hiertussen een onderscheid worden gemaakt en zo ja, hoe? Kinderen met Nederlands als eerste taal. Bij deze kinderen is de spraaktaalscreening door de JGZ gericht op het vaststellen van een taalachterstand in het Nederlands. Een taalachterstand in het Nederlands kan bij deze groep veroorzaakt worden door een specifieke taalontwikkelingsstoornis (op zichzelf staand, zonder aanwijsbare duidelijke oorzaak), of door een niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis (met een duidelijk aanwezige ongunstige beïnvloedende factor, zoals gehoorverlies, lage intelligentie, algeheel vertraagde ontwikkeling). Er kan echter ook sprake zijn van een taalachterstand zonder een duidelijke medische of cognitieve oorzaak doordat het kind onvoldoende aan het Nederlands is blootgesteld (blootstellingsachterstand). Al deze vormen uiten zich als taalachterstand in de eerste taal (hier het Nederlands), die kan worden ontdekt via signalering of screening. Er kan echter met spraaktaalscreeningsinstrumenten geen onderscheid worden gemaakt tussen de oorzaken ontwikkelingsstoornis en onvoldoende blootstelling aan de Nederlandse taal. Anderstalige kinderen met eerste taal anders dan Nederlands. Bij deze kinderen zijn een taalachterstand in het Nederlands en een taalontwikkelingsstoornis of blootstellingsachterstand in de eerste taal (d.w.z. de taal waarin het meest met het kind gesproken wordt) twee heel verschillende zaken. Door de JGZ moet de eerste taal van het kind beoordeeld worden omdat een achterstand hierin wijst op een taalontwikkelingsstoornis of een blootstellingsachterstand in de eerste taal. Als in de eerste taal een achterstand wordt geconstateerd is nadere diagnostiek nodig om de oorzaak te bepalen en zonodig de juiste behandeling in te zetten. Als in de eerste taal geen achterstand wordt geconstateerd, is de oorzaak van de Nederlandse taalachterstand een blootstellingsachterstand. Het is echter moeilijk voor de JGZ om de eerste taal te beoordelen. Op dit moment zijn er hiervoor alleen de tweetalige Lexiconlijsten voor het Turks, Tarifit-Berbers en Marokkaans-Arabisch. Hoe goed hiermee kinderen met een taalontwikkelingsstoornis worden opgespoord is nog niet duidelijk. Bovendien spreekt de JGZ-medewerker meestal niet de eerste taal van het kind. Voor het beoordelen van het Nederlands bij anderstaligen zijn geen spraaktaalscreeningsinstrumenten ontwikkeld. De vraag is of dit nodig is. Als de taalontwikkeling in de eerste taal goed verloopt (geen blootstellingsachterstand in die taal en geen taalontwikkelingsstoornis), is er normaal gesproken geen probleem met het aanleren van het Nederlands als tweede taal (zie paragraaf 1.1). Om vroeg met het aanleren van het Nederlands te starten kan gedacht worden aan verwijzing naar een peuterspeelzaal met of zonder VVE-programma. De effectiviteit hiervan wordt beschreven bij vraag 4.

23 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Vraag 3a) Hoe vaak verwijzen de instellingen jeugdgezondheidszorg kinderen naar voor- en vroegschoolse educatie (VVE)? Welke criteria en instrumenten gebruiken zij hiervoor? Om deze vraag te beantwoorden zijn vragenlijsten uitgezet bij alle organisaties voor JGZ 0-4 jaar. Van de 58 aangeschreven organisaties hebben we van 47 een reactie ontvangen (respons 81%). 8 van hen (17%) hebben geen VVE-voorzieningen voor peuters in hun werkgebied. Deze respondenten hebben de vragen over VVE verder niet beantwoord. Anderen konden soms niet alle vragen beantwoorden. Daarom zijn naast percentages ook de aantallen genoemd. 16 van de 47 respondenten (34%) gaven aan een protocol voor toeleiding naar VVE te hebben. Twee organisaties hadden hetzelfde protocol. We hebben alle 15 verschillende protocollen ontvangen. In de protocollen worden verschillende criteria gehanteerd om vast te stellen welk kind voor VVE in aanmerking komt. Voorbeelden zijn (sub)groepen vanuit de gewichtenregeling (alleen de allochtone of alleen de autochtone leerlingen), kinderen die bij de JGZ laag scoren op een taalscreeningsinstrument en/of het communicatiedeel van het Van Wiechenonderzoek. Meestal wordt in de protocollen wel genoemd dat het gaat om kinderen met achterstanden, waarbij de nadruk meestal ligt op taalachterstand in de Nederlandse taal, maar regelmatig worden ook andere factoren betrokken zoals de medische toestand van het kind en de behoefte van de ouders aan opvoedingsondersteuning. Hieruit blijkt dat er in de praktijk geen uniformiteit bestaat in de definitie van de doelgroep van de VVE. Er is dan ook een grote variatie in het percentage kinderen dat volgens de respondenten verwezen wordt naar VVE. 20 respondenten konden hiervoor cijfers leveren. Gemiddeld wordt 6% van de kinderen verwezen naar VVE op de peuterspeelzaal, met een variatie tussen respondenten van 0,2 tot 21%. Hierbij moet opgemerkt worden dat in ruim de helft (54%) van de gevallen de gegevens afkomstig zijn van een globale eigen inschatting door de respondent. De overigen gebruikten eigen gegevensregistraties. Op de vraag naar het percentage verwijzing naar VVE op de basisschool kregen we slechts twee duidelijke antwoorden, dit is onvoldoende om over te rapporteren. Mogelijk zijn de genoemde verwijspercentages ook vertroebeld door het bestaan van wachtlijsten en onvoldoende beschikbaarheid van plaatsen. 52% (n=14) van de respondenten geeft aan dat er onvoldoende plaatsen op de VVE beschikbaar zijn voor die kinderen die dit nodig hebben. Van de respondenten geeft 48% (n=13) aan dat er wel voldoende plaats is (tabel 1). In 29% (n=8) van de regio s is er geen wachtlijst. In de overige 71% (n=20) van de regio s is er wel een wachtlijst. In 55% (n=11) van de regio s met een wachtlijst leidt dit tot een vertraging van gemiddeld 3 tot 8 maanden, in de overige 45% (n=9) van de regio s met een wachtlijst lukt het desondanks om kinderen tijdig te plaatsen (tabel 2).

24 TNO-rapport KvL/P&Z/ /47 Tabel 1: Is het aantal plaatsen toereikend voor alle kinderen die volgens uw protocol of schema VVE nodig hebben? Beschikbaarheid % Onvoldoende plaats beschikbaar (n=14) 52 Voldoende plaats beschikbaar (n=13) 48 Tabel 2: Zijn er wachtlijsten voor VVE? Wachtlijst? % Nee (n=8) 29 Ja (n=20) 71 Leidt tot vertraagde plaatsing (n=11) Desondanks tijdige plaatsing (n=9) Tabel 3 geeft een inhoudelijk overzicht van de protocollen voor toeleiding naar VVE. Er is een grote variatie in de inhoud van de protocollen. Sommige protocollen bestaan uit een lijst met werkafspraken of worden gevormd door een korte procesbeschrijving. Andere protocollen gaan in op de wijze hoe de beslissing om naar VVE te verwijzen tot stand zou moeten komen. Behalve verschillen in protocollen tussen organisaties bestaan er ook verschillen binnen één organisatie. Drie (21%) van de 14 protocollen zijn namelijk bedoeld voor slechts één gemeente in het werkgebied van de JGZ-instelling. De overige gemeenten in het gebied hebben dan meestal geen protocol. Dit kan komen omdat er in een deel van de gemeenten uit het werkgebied geen VVE-aanbod is. Ook speelt een rol dat sommige gemeenten de JGZ geen rol in het proces van toeleiding hebben gegeven. Sardes heeft aan de 294 gemeenten die overheidsgeld krijgen om VVE-beleid te voeren gevraagd welke kinderen als doelgroepkinderen voor VVE worden gezien (Jepma et al, 2007). Meer dan de helft (59%) van de 129 gemeenten die bruikbare antwoorden aanleverden, gaven aan dat zij - vaak in combinatie met de gewichtenregeling ook andere criteria gebruikten om te bepalen welke kinderen voor VVE op peuterspeelzalen in aanmerking komen. In de meeste gevallen gaat men uit van de indicatie en verwijzing door de JGZ, waarbij de JGZ-medewerkers kunnen beoordelen of een kind wel of niet voldoet aan de criteria van de gewichtenregeling (nl. twee laagopgeleide ouders), maar ook andere criteria kunnen toepassen (zie hieronder). Voor het vroegschoolse deel van VVE gaf een veel kleiner deel (20%) van de gemeenten aan ook andere criteria, bijv. een professionele indicatie vanuit de JGZ of het basisonderwijs, te gebruiken om te bepalen welke kinderen in aanmerking komen. Voor vroegschoolse educatie wordt vaker alleen de gewichtenregeling gehanteerd. Op de vraag of behalve door de JGZ ook andere instanties kinderen naar VVE toeleiden gaven 33 respondenten antwoord. Bij 23 (70%) van hen waren behalve de JGZ ook andere instanties betrokken. Instanties die genoemd werden waren peuterspeelzalen (12x genoemd), kinderdagverblijven (6x), Bureau Jeugdzorg (4x), audiologische centra (2x), VTO (Vroegtijdige Onderkenning; 2x), opvoedsteunpunt (1x), welzijnsorganisaties (1x), onderwijs (1x), bezoekvrouwen (1x), Stap In (1x), Home Start (1x), logopedie (1x), maatschappelijk werk (1x), MEE (Vereniging voor ondersteuning bij leven met een beperking; 1x), SOVEE (Stichting Onderwijs Voorrang Eemland; 1x), TIV (team individuele voorzieningen, voormalig WVG; 1x). De volgende handvatten worden in de JGZ-protocollen genoemd voor gebruik bij de beslissing om al dan niet te verwijzen naar VVE (tabel 3):

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands. Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg.

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands. Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg. Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg. RIVM/Centrum jeugdgezondheid 26 februari 2009 1 1. Inleiding 1.1 Aanleiding

Nadere informatie

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands Briefrapport 295001008/2009 S. Postma Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg RIVM-briefrapport 295001008/2009

Nadere informatie

Rapport 295001006/2009 S. Postma. Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg

Rapport 295001006/2009 S. Postma. Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg Rapport 295001006/2009 S. Postma Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg RIVM-rapport 295001006/2009 Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg

Nadere informatie

Jeugdgezondheidszorg en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Een handreiking

Jeugdgezondheidszorg en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Een handreiking Jeugdgezondheidszorg en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Een handreiking Inleiding - Achtergrond van de handreiking - Wijze van tot stand komen van handreiking - Informatie over VVE - Taken JGZ ten

Nadere informatie

Standpunt. Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg.

Standpunt. Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg. Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg. RIVM/Centrum Jeugdgezondheid Februari 2009 Inhoud 1. Inleiding 2 2. Begripsbepaling 2 3. Huidige stand van zaken m.b.t. het signaleren

Nadere informatie

met ondersteuning van de overige leden van het projectteam: J.J. Sluijmers, F.I.M. Pijpers, M. van Denderen-Lubbers, S.A.

met ondersteuning van de overige leden van het projectteam: J.J. Sluijmers, F.I.M. Pijpers, M. van Denderen-Lubbers, S.A. TNO-rapport KvL/P&Z 2007.025 Screening op taalachterstanden en spraakstoornissen bij kinderen van 1 tot 6 jaar door de jeugdgezondheidszorg Deelrapport 1: inventarisatie van instrumenten Preventie en Zorg

Nadere informatie

Culemborgs VVE beleid 2011-2014

Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Wat is VVE? VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie. VVE is een programmatisch aanbod dat er op gericht is om taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen te

Nadere informatie

VVE & CB De rol van het consultatiebureau bij Voor- en Vroegschoolse Educatie

VVE & CB De rol van het consultatiebureau bij Voor- en Vroegschoolse Educatie VVE & CB De rol van het consultatiebureau bij Voor- en Vroegschoolse Educatie Documentverantwoordelijke: Dineke Brouwers Datum vaststelling: 17 mei 2011 Inhoudsopgave DE ROL VAN HET CONSULTATIEBUREAU BIJ

Nadere informatie

Protocol Vroegsignalering VVE Alle doelgroepkinderen in beeld

Protocol Vroegsignalering VVE Alle doelgroepkinderen in beeld Protocol Vroegsignalering VVE Alle doelgroepkinderen in beeld Inleiding In het kader van het OnderwijsKansenbeleid 1 heeft de gemeente de wettelijke taak om alle kinderen met een (risico op een) taalachterstand

Nadere informatie

VROEGSIGNALERING EN TOELEIDING VVE ARNHEM

VROEGSIGNALERING EN TOELEIDING VVE ARNHEM VROEGSIGNALERING EN TOELEIDING VVE ARNHEM Verwijsprocedure doelgroepkinderen Consultatiebureau en voorschoolse voorzieningen Inleiding Peuterspeelzalen en kinderdagverblijven bieden jonge kinderen een

Nadere informatie

Visie Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gemeente Goirle 2011-2014

Visie Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gemeente Goirle 2011-2014 Visie Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gemeente Goirle 2011-2014 1. Inleiding Kinderen ontplooien zich later beter in onderwijs en maatschappij als hun start goed is. Als een kind in de voor- of vroegschoolse

Nadere informatie

Beginpagina INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN

Beginpagina INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN Beginpagina INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN De vragen in deze Landelijke VVE monitor hebben betrekking op de situatie in het schooljaar 2009 2010. Ideaal gesproken gaat u uit van één teldatum, het liefst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2608 Vragen van de leden

Nadere informatie

ALGEMEEN We beginnen met enkele vragen over VVE in uw gemeente.

ALGEMEEN We beginnen met enkele vragen over VVE in uw gemeente. ALGEMEEN We beginnen met enkele vragen over VVE in uw gemeente. 1. Subsidieert uw gemeente de uitvoering van VVE programma's in PEUTERSPEELZALEN? Ja Nee 2. Subsidieert uw gemeente de uitvoering van VVE

Nadere informatie

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven 1 Onderzoek en Business Intelligence Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse Oktobertelling onder

Nadere informatie

Van de tweejarigen zit het merendeel op een VVE-speelzaal, bij de driejarigen zit het grootste deel op een niet-vve-speelzaal (zie figuur 1).

Van de tweejarigen zit het merendeel op een VVE-speelzaal, bij de driejarigen zit het grootste deel op een niet-vve-speelzaal (zie figuur 1). 1 Deelname van peuters aan voorschoolse educatie In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de deelname van Leidse peuters aan VVE (voor- en vroegschoolse educatie). In Leiden wordt in het kader van

Nadere informatie

Signalering spraak- en taalproblemen. Signalering spraak- en taalproblemen

Signalering spraak- en taalproblemen. Signalering spraak- en taalproblemen Signalering spraak- en taalproblemen 1 Inleiding Communiceren en anderen begrijpen is een belangrijk fundament in je leven. Het stelt je in staat grip te krijgen op de wereld om je heen, contacten aan

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 mei 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 mei 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Convenant Proces van signalering, toeleiding en plaatsing voor- en vroegschoolse educatie

Convenant Proces van signalering, toeleiding en plaatsing voor- en vroegschoolse educatie Convenant Proces van signalering, toeleiding en plaatsing voor- en vroegschoolse educatie De ondergetekenden: 1. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

PRAAT MET DE RAAD kort verslag

PRAAT MET DE RAAD kort verslag PRAAT MET DE RAAD kort verslag Datum: 19 mei 2015 Spreker: Corine Laurant, namens Stichting Kinderen en Ouders Onderwerp: Stichting Kinderen en Ouders als gesubsidieerde instelling voor peuterspeelzalen

Nadere informatie

Uitvoeringsnotitie VVE gemeente Dalfsen Uitwerking VVE-beleid en toelichting op de beleidsregels VVE

Uitvoeringsnotitie VVE gemeente Dalfsen Uitwerking VVE-beleid en toelichting op de beleidsregels VVE Uitvoeringsnotitie VVE gemeente Dalfsen Uitwerking VVE-beleid en toelichting op de beleidsregels VVE Dalfsen, augustus 2012 1 Inleiding Dit document is een uitwerking van de Notitie Beleid en uitvoering

Nadere informatie

VVE-pilot Spraak Makend in Oost-Groningen

VVE-pilot Spraak Makend in Oost-Groningen VVE-pilot Spraak Makend in Oost-Groningen 1. Doel Het doel van de VVE-pilot is het taalniveau van doelgroepkinderen zoals omschreven in de notitie Spraak Makend te verbeteren. Dit betekent dat de deelnemende

Nadere informatie

Sluitende aanpak toeleiding VVE

Sluitende aanpak toeleiding VVE Sluitende aanpak toeleiding VVE Februari 2013 Inleiding Sinds 2001 werken we in Almere aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is onderwijs op een speelse manier

Nadere informatie

Handreiking 'Randvoorwaarden voor de invoering van de JGZ-richtlijn Zindelijkheid voor de JGZorganisaties'

Handreiking 'Randvoorwaarden voor de invoering van de JGZ-richtlijn Zindelijkheid voor de JGZorganisaties' TNO-rapport KvL/P&Z/2010.081 Handreiking 'Randvoorwaarden voor de invoering van de JGZ-richtlijn Zindelijkheid voor de JGZorganisaties' Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl

Nadere informatie

Addendum Doelgroepdefinitie VVE. Lokaal Educatieve Agenda Samenwerken aan talent

Addendum Doelgroepdefinitie VVE. Lokaal Educatieve Agenda Samenwerken aan talent Addendum Doelgroepdefinitie VVE Lokaal Educatieve Agenda 2011-2014 Samenwerken aan talent Juni 2013 LEA 2011-2014 De Lokaal Educatieve Agenda, ook wel LEA genoemd, is het beleidsplan waarin de gemeente

Nadere informatie

Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Deurne

Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Deurne Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Deurne 2012-2014 1 Vastgesteld door de gemeenteraad van Deurne op 2 1.Inleiding Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie De Wet OKE (Ontwikkelingskansen

Nadere informatie

UITVOERINGSPROGRAMMA 2013

UITVOERINGSPROGRAMMA 2013 UITVOERINGSPROGRAMMA 2013 VVE IN HAARLEMEMRLIEDE CA. Y.Mahrach dec 2013 Inleiding Per 1 augustus 2010 is de wetgeving voor onderwijsachterstanden en voor- en vroegschoolse educatie gewijzigd. De gemeente

Nadere informatie

Protocol Project Uniforme signalering spraaktaalproblemen. kinderen INHOUD

Protocol Project Uniforme signalering spraaktaalproblemen. kinderen INHOUD Protocol Project Uniforme signalering spraaktaalproblemen bij jonge kinderen Versie geïntegreerd model van Wiechen 2/jarigen 1 november 2011 INHOUD 1. Inleiding 2. Taal A. De normale taalontwikkeling en

Nadere informatie

Kadernotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie, Een stap vooruit, 2014-2017

Kadernotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie, Een stap vooruit, 2014-2017 Kadernotitie Voor- en Vroegschoolse Educatie, Een stap vooruit, 2014-2017 1. Inleiding Op 15 december 2011 heeft de gemeenteraad besloten om de Beleidsnotitie Voorschoolse educatie, Bundelen van Krachten

Nadere informatie

Voorschoolse voorzieningen in Purmerend 2011

Voorschoolse voorzieningen in Purmerend 2011 Voorschoolse voorzieningen in Purmerend 2011 Gemeente Purmerend Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling Juli 2011 INHOUDSOPGAVE Samenvatting.....2 1 Inleiding. 2 2. Begrippenkader...2 3. Aanleiding........3

Nadere informatie

Concept-Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Someren

Concept-Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Someren Concept-Convenant Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Someren De ondergetekenden: 1. Gemeente Someren, voor deze overeenkomst vertegenwoordigd door dhr. T. Maas, 2. Stichting PlatOO, voor deze overeenkomst

Nadere informatie

Voor een sterke basis. Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs

Voor een sterke basis. Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs Voor een sterke basis Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs Overzicht wettelijke verplichtingen in jeugd, onderwijs en opvang Gemeenten zijn uitvoerders van overheidsbeleid;

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE. Soest

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE. Soest RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE Soest Plaats : Soest Gemeentenummer : 0342 Onderzoeksnummer : 293771 Datum onderzoek : 31 augustus 2017 Datum vaststelling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 313 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met wijzigingen

Nadere informatie

Beleidsplan Voor- en vroegschoolse Educatie 2011-2014. en nu is het OKE

Beleidsplan Voor- en vroegschoolse Educatie 2011-2014. en nu is het OKE Beleidsplan Voor- en vroegschoolse Educatie 2011-2014 en nu is het OKE Inhoudsopgave: I Inleiding 2 Ontwikkelingen VVE-beleid 2.1 Landelijk beleid 4 2.2 Wat betekent dit voor gemeenten 4 3 Lokaal VVE-beleid

Nadere informatie

Kinderdagverblijf Buitenpret. Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE

Kinderdagverblijf Buitenpret. Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE Kinderdagverblijf Buitenpret Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 1. Omschrijving VVE 1.1 Algemeen 3 1.2 Doelgroepbepaling 4 1.3 Toeleiding

Nadere informatie

Werkproces sluitende aanpak toeleiding naar VVE

Werkproces sluitende aanpak toeleiding naar VVE Werkproces sluitende aanpak toeleiding naar VVE Versie september 2015 Almere 2015-2019 In Almere streven we naar een zo hoog mogelijk bereik van doelgroepkinderen. Sinds 2012 werkt de jeugd gezondheid

Nadere informatie

Burgemeester en wethouders van Gouda

Burgemeester en wethouders van Gouda Burgemeester en wethouders van Gouda Gelet op artikel 7 Algemene Subsidieverordening Gouda 2003; Overwegende dat: - aan alle kinderopvangorganisaties in de gemeente Gouda de mogelijkheid wordt geboden

Nadere informatie

M O N T F O O R T g e m e e n t e

M O N T F O O R T g e m e e n t e g e m e e n t e Beleidsnotitie Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie Wettelijk kader Op 1 augustus 2010 is de Wet OKE (Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) in werking getreden.

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG.. Primair Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

A. Pietersen Vergunningen, Voorzieningen en Handhaving / Renske van der Peet

A. Pietersen Vergunningen, Voorzieningen en Handhaving / Renske van der Peet Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders raadsvoorstel portefeuillehouder opgesteld door Registratienummer A. Pietersen Vergunningen, Voorzieningen en Handhaving / Renske van der Peet

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Purmerend

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Purmerend RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Purmerend Plaats : Purmerend Gemeentenummer : 0439 Onderzoeksnummer : 278362 Datum onderzoek : 24 november 2014

Nadere informatie

Begin bij de basis: een spraaktaalspecialist aan het woord. Astrid Roest GGD/JGZ Zaanstreek-Waterland

Begin bij de basis: een spraaktaalspecialist aan het woord. Astrid Roest GGD/JGZ Zaanstreek-Waterland Begin bij de basis: een spraaktaalspecialist aan het woord Astrid Roest GGD/JGZ Zaanstreek-Waterland Workshop in opdracht van NVLF Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie www.nvlf.nl Inhoud

Nadere informatie

Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne

Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne Partijen Schoolbesturen VCO De Kring (CNS De Nieuwe Weg, Baron de Vos van Steenwijkschool) Onderwijsgroep PRIMOvpr (De Driehoek, Obs Mildenburg, Obs Het

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Leiderdorp

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Leiderdorp RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Leiderdorp Plaats : Leiderdorp Gemeentenummer : 0547 Onderzoeksnummer : 279088 Datum onderzoek : 24 november

Nadere informatie

PROTOCOL SAMENWERKING TUSSEN DE CONSULTATIESBUREAUS EN DE VVE - PEUTERSPEELZALEN. Voor de periode in de gemeente Halderberge.

PROTOCOL SAMENWERKING TUSSEN DE CONSULTATIESBUREAUS EN DE VVE - PEUTERSPEELZALEN. Voor de periode in de gemeente Halderberge. PROTOCOL SAMENWERKING TUSSEN DE CONSULTATIESBUREAUS EN DE VVE - PEUTERSPEELZALEN. Voor de periode 2010-2011. in de gemeente Halderberge. Het realiseren van de sluitende aanpak in het kader van de Voor-

Nadere informatie

1 Deelname peuters aan voor- en vroegschoolse educatie Peuters op VVE- en niet-vve-speelzalen Gewichten en etniciteit peuters 3

1 Deelname peuters aan voor- en vroegschoolse educatie Peuters op VVE- en niet-vve-speelzalen Gewichten en etniciteit peuters 3 Inhoudsopgave 1 Deelname peuters aan voor- en vroegschoolse educatie 2 1.1 Peuters op VVE- en niet-vve-speelzalen 2 1.2 Gewichten en etniciteit peuters 3 1.2.1 Gewichtenpeuters op 1 januari 2008 3 1.2.2

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Nieuwkoop

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Nieuwkoop RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Nieuwkoop Plaats : Ter Aar Gemeentenummer : 0569 Onderzoeksnummer : 277962 Datum onderzoek : 4 november 2014

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN IN DE GEMEENTE. Tiel

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN IN DE GEMEENTE. Tiel RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2016-2017 IN DE GEMEENTE Tiel Plaats : Tiel Gemeentenummer : 0281 Onderzoeksnummer : 292531 Datum onderzoek : 13 april 2017 Datum

Nadere informatie

Monitorgegevens. voorschools. gemeente Steenwijkerland

Monitorgegevens. voorschools. gemeente Steenwijkerland Monitorgegevens voorschools gemeente Steenwijkerland 2008-2009 Steenwijk, augustus 2009. Magriet Pothast IJsselgroep 1 INHOUDSOPGAVE Pagina Inleiding 3 1. Zijn er meer doelgroeppeuters bereikt in 2008-2009?

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Stadskanaal

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Stadskanaal RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Stadskanaal Plaats : Stadskanaal Gemeentenummer : 0037 Onderzoeksnummer : 279577 Datum onderzoek : 19 november

Nadere informatie

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling.

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Rapport Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Auteurs: F.J.M. van Leerdam 1 K. Kooijman 2 F. Öry 1 M. Landweer 3 1: TNO Preventie en Gezondheid Postbus

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE. Heerenveen

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE. Heerenveen RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE Heerenveen Plaats : Heerenveen Gemeentenummer : 0074 Onderzoeksnummer : 287974 Datum onderzoek : 18 februari

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Beverwijk

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Beverwijk RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Beverwijk Plaats : Beverwijk Gemeentenummer : 0375 Onderzoeksnummer : 279708 Datum onderzoek : 10 december 2014

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2017 IN DE GEMEENTE. Boekel

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2017 IN DE GEMEENTE. Boekel RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2017 IN DE GEMEENTE Boekel Plaats : Boekel Gemeentenummer : 0755 Onderzoeksnummer : 292944 Datum onderzoek : 9 mei 2017 Datum vaststelling

Nadere informatie

Evaluatie pilot VVE Nieuwleusen

Evaluatie pilot VVE Nieuwleusen Evaluatie VVE Pilot Nieuwleusen Een samenwerking tussen: Doomijn peuterspeelzaal Kon. Julianalaan Landstede Kinderdagverblijf t Hummelhof Carinova consultatiebureau Nieuwleusen Gemeente Dalfsen Maart,

Nadere informatie

Uitwerking van de Stappen Voor- en vroegschoolse educatie in Salland

Uitwerking van de Stappen Voor- en vroegschoolse educatie in Salland Uitwerking van de Stappen Voor- en vroegschoolse educatie in Salland 1. Signaleren 1.1 VVE beoordeling tijdens contactmoment op het consultatiebureau Jeugdgezondheidszorg (JGZ) (Uitvoerend: JGZ) 1.2 VVE

Nadere informatie

Loont VVE? Paul Leseman

Loont VVE? Paul Leseman Loont VVE? Paul Leseman Waar gaat VVE over? Extra kindplaatsen in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven voor kinderen die anders niet aan zo n voorziening zouden deelnemen. Verbetering van de structurele

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hof van Twente

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hof van Twente RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Hof van Twente Plaats : Goor Gemeentenummer : 1735 Onderzoeksnummer : 278130 Datum onderzoek : 29 september

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Ermelo

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Ermelo RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Ermelo Plaats : Ermelo Gemeentenummer : 0233 Onderzoeksnummer : 278180 Datum onderzoek : 23 september 2014 Datum

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Den Helder

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Den Helder RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Den Helder Plaats : Den Helder Gemeentenummer : 0400 Onderzoeksnummer : 277984 Datum onderzoek : 4 september

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Terschelling

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Terschelling RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Terschelling Plaats : West-Terschelling Gemeentenummer : 0093 Onderzoeksnummer : 278069 Datum onderzoek : 19

Nadere informatie

Landelijke Monitor Voor- en Vroegschoolse Educatie 2011. De vijfde meting

Landelijke Monitor Voor- en Vroegschoolse Educatie 2011. De vijfde meting Landelijke Monitor Voor- en Vroegschoolse Educatie 2011 De vijfde meting Landelijke Monitor Voor- en Vroegschoolse Educatie 2011 De vijfde meting In opdracht van het Ministerie van OCW Sandra Beekhoven,

Nadere informatie

Gelet op de artikelen 165 en 168 van de Wet op het primair onderwijs;

Gelet op de artikelen 165 en 168 van de Wet op het primair onderwijs; Besluit van houdende wijziging van het Besluit vaststelling doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006-2010 in verband met het verhogen van een specifieke uitkering aan gemeenten teneinde

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hoorn

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hoorn RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Hoorn Plaats : Hoorn Nh Gemeentenummer : 0405 Onderzoeksnummer : 278266 Datum onderzoek : 30 september 2014

Nadere informatie

VVE wijkanalyses. Evaluatieverslag VVE wijkanalyses

VVE wijkanalyses. Evaluatieverslag VVE wijkanalyses VVE wijkanalyses Evaluatieverslag VVE wijkanalyses VVE wijkanalyses Evaluatieverslag VVE wijkanalyses Annelies Kassenberg, Senior onderzoeker Matti Blok, Onderzoeker Dorien Petri, projectondersteuner

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Inspectie van het Onderwijs Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Heerhugowaard Plaats Gemeentenummer

Nadere informatie

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL GEMEENTERAAD MENAMERADIEL Menaam : 27 januari 2011 Portefeuillehouder : A. Dijkstra Punt : [08] Behandelend ambtenaar : A. Buma Doorkiesnummer : (0518) 452918 Onderwerp : Wet OKE / VVE 2011-2014 Inleiding

Nadere informatie

VVE-beleid Versienummer Versie 1.0 Afdeling Status

VVE-beleid Versienummer Versie 1.0 Afdeling Status VVE-beleid 2013-2014 Auteur P. Vollebregt Versienummer Versie 1.0 Afdeling Status Beleid en Planvorming concept Editiedatum 11 september 2012 Talenten ontwikkelen door onderwijs Ontplooiing van ieder individu

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE. Veendam

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE. Veendam RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE Veendam Plaats : Veendam Gemeentenummer : 0047 Onderzoeksnummer : 287976 Datum onderzoek : 9 februari 2016 Datum

Nadere informatie

PROGRAMMA 2016 Voor- en Vroegschoolse Educatie

PROGRAMMA 2016 Voor- en Vroegschoolse Educatie PROGRAMMA 2016 Voor- en Vroegschoolse Educatie HAARLEMMERLIEDE en SPAARNWOUDE Vastgesteld door burgemeester en wethouders 30 augustus 2016 Inleiding Per 1 augustus 2010 is de wetgeving voor onderwijsachterstanden

Nadere informatie

Documentnummer : INT *Z * Uitgangspuntennotitie Onderwijsachterstandenbeleid

Documentnummer : INT *Z * Uitgangspuntennotitie Onderwijsachterstandenbeleid Documentnummer : INT-16-25015 *Z0290558765* Uitgangspuntennotitie Onderwijsachterstandenbeleid 2016-2019 1. Aanleiding Met de inwerkingtreding van de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie

Nadere informatie

Vroegsignalering taalontwikkelingsstoornissen Symposium Het jonge kind

Vroegsignalering taalontwikkelingsstoornissen Symposium Het jonge kind Vroegsignalering taalontwikkelingsstoornissen Symposium Het jonge kind 15 december 2016 Drs. F. Sobieraj klinisch linguïst / logopedist Kentalis Een landelijke organisatie gespecialiseerd in diagnostiek,

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 EN 2016 IN DE GEMEENTE. Achtkarspelen

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 EN 2016 IN DE GEMEENTE. Achtkarspelen RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 EN 2016 IN DE GEMEENTE Achtkarspelen Plaats : Buitenpost Gemeentenummer : 0059 Onderzoeksnummer : 288297 Datum onderzoek :

Nadere informatie

DE KWALITEIT VAN VVE IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM IN 2012

DE KWALITEIT VAN VVE IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM IN 2012 DE KWALITEIT VAN VVE IN DE GEMEENTE KAAG EN BRAASSEM IN 2012 Utrecht, november 2012 3426545 Pagina 1 van 15 Pagina 2 van 15 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 7 1 VVE op gemeentelijk niveau 9 2 De oordelen over

Nadere informatie

VVE IN ROTTERDAM DE KWALITEIT OP GEMEENTENIVEAU. Utrecht, 22 maart 2012 Definitief. H3255555 Pagina 1 van 9

VVE IN ROTTERDAM DE KWALITEIT OP GEMEENTENIVEAU. Utrecht, 22 maart 2012 Definitief. H3255555 Pagina 1 van 9 VVE IN ROTTERDAM DE KWALITEIT OP GEMEENTENIVEAU Utrecht, 22 maart 2012 Definitief H3255555 Pagina 1 van 9 Inleiding Dit rapport is het verslag van een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar

Nadere informatie

Handreiking. Jeugdgezondheidszorg en het toeleiden naar voorschoolse voorzieningen

Handreiking. Jeugdgezondheidszorg en het toeleiden naar voorschoolse voorzieningen Handreiking Jeugdgezondheidszorg en het toeleiden naar voorschoolse voorzieningen Titel Jeugdgezondheidszorg en het toeleiden naar voorschoolse voorzieningen. Een handreiking. Auteurs I. Anthonissen B.

Nadere informatie

Notitie Wet OKE. Gemeente Zeevang 2010

Notitie Wet OKE. Gemeente Zeevang 2010 GEMEENTE ZEEVANG Notitie Wet OKE Gemeente Zeevang 2010 Ferdinand Haselaar/ Eveline Tijmstra Gemeente Zeevang Januari 2011 Vastgesteld bij raadsbesluit van 15 februari 2011 Bekend gemaakt op 3 maart 2011

Nadere informatie

Subsidieregeling Jeugd

Subsidieregeling Jeugd Subsidieregeling Jeugd Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rhenen; overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen op het beleidsterrein:

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE. De Friese Meren

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE. De Friese Meren RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2015 IN DE GEMEENTE De Friese Meren Gemeentenummer : 1921 Onderzoeksnummer : 287893 Datum onderzoek : 25 februari 2016 Datum vaststelling

Nadere informatie

Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit van voorschoolse instellingen

Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit van voorschoolse instellingen Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit van voorschoolse instellingen Presentatie pre-cool cohortonderzoek Bijeenkomst G37 30 juni 2016 Annemiek Veen Pre-COOL cohortonderzoek Kohnstamm Instituut

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2017 IN DE GEMEENTE. Franekeradeel

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2017 IN DE GEMEENTE. Franekeradeel RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2017 IN DE GEMEENTE Franekeradeel Plaats : Franeker Gemeentenummer : 0070 Onderzoeksnummer : 292354 Datum onderzoek : 17 maart 2017

Nadere informatie

Voorschoolse voorzieningen Ommen

Voorschoolse voorzieningen Ommen Voorschoolse voorzieningen Ommen Ommen, juni 2012 Wat is Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Voor- en Vroegschoolse Educatie is bedoeld voor kinderen vanaf ongeveer 2½ jaar. Sommige kinderen in die leeftijd

Nadere informatie

Ontwikkelingen in het peuterspeelzaalwerk. Spelen in het belang van talentontwikkeling!

Ontwikkelingen in het peuterspeelzaalwerk. Spelen in het belang van talentontwikkeling! Ontwikkelingen in het peuterspeelzaalwerk Spelen in het belang van talentontwikkeling! Peuterspeelzalen en gemeente Sinds zestiger jaren vorige eeuw Vrijwilligersinitiatief soms met gemeentelijke stimuleringsubsidie,

Nadere informatie

Beleidsnotitie Aanbod voor peuters Gemeente Buren

Beleidsnotitie Aanbod voor peuters Gemeente Buren Beleidsnotitie Aanbod voor peuters 2017-2020 Gemeente Buren Inhoudsopgave 1. Huidige situatie 4 Waar gaat het over? 4 Wat doen we al? 4 2. Vergroten bereik peuters 6 Wat gaan we doen? 6 Doel 6 Behoefte

Nadere informatie

Bestuurlijke afspraken Voor- en Vroegschoolse Educatie

Bestuurlijke afspraken Voor- en Vroegschoolse Educatie Bestuurlijke afspraken Voor- en Vroegschoolse Educatie Preambule Op 4 juni 2007 is het Bestuursakkoord tussen Rijk en, getiteld Samen aan de slag, getekend. Over voor- en vroegschoolse educatie zijn daarover

Nadere informatie

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model Convenant uitvoering Boxtels model Impuls kwaliteit VVE beleid Boxtel 6 juli 2011 Aanleiding en doelstelling bestuurlijk convenant Met ingang van de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie krijgt

Nadere informatie

VVE en Careyn in Dordrecht

VVE en Careyn in Dordrecht VVE en Careyn in Dordrecht Even voorstellen: Careyn is een thuiszorgorganisatie en levert diensten in een groot gedeelte van ons land. In ons werkgebied wonen 1,7 mln inwoners. In Dordrecht is Careyn alleen

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. 23 mei 2008 PO/7029

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. 23 mei 2008 PO/7029 De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 23 mei 2008 PO/7029 Onderwerp Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie 1 Bijlage(n) 1. Inleiding

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN IN DE GEMEENTE. Aalburg

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN IN DE GEMEENTE. Aalburg RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2016-2017 IN DE GEMEENTE Aalburg Plaats : Wijk en Aalburg Gemeentenummer : 0738 Onderzoeksnummer : 292533 Datum onderzoek : 19 april

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN IN DE GEMEENTE. Leek

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN IN DE GEMEENTE. Leek RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2016-2017 IN DE GEMEENTE Leek Plaats : Leek Gemeentenummer : 0022 Onderzoeksnummer : 292408 Datum onderzoek : 14 maart 2017 Datum

Nadere informatie

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2013

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2013 Maart 2014 Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2013 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse Oktobertelling onder alle Rotterdamse peuterspeelzalen

Nadere informatie

Datum 2 september 2014 Betreft Kamervragen over de effecten van voor- en vroegschoolse educatie

Datum 2 september 2014 Betreft Kamervragen over de effecten van voor- en vroegschoolse educatie >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Primair Onderwijs IPC 2400 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ

Nadere informatie

Preview. Kwaliteit van VVE in de Kinderopvang. Pedagogische doelen. Wat is kwaliteit?

Preview. Kwaliteit van VVE in de Kinderopvang. Pedagogische doelen. Wat is kwaliteit? Kwaliteit van VVE in de Kinderopvang Preview Wat is kwaliteit? Stand van zaken anno 2009 Waarom VVE in de kinderopvang? Doelgroepen Professionalisering Kwaliteit van VVE: wat werkt? Wat voegt VVE toe?

Nadere informatie

IIIlllllllllllllllllllilII11lllllllIIIII GD1 27.02.2013 0525

IIIlllllllllllllllllllilII11lllllllIIIII GD1 27.02.2013 0525 ij Samenwerkende logopedisten Dordrecht Dudok erf 8 3315KA Dordrecht III III III11 II111 II lil IIIlllllllllllllllllllilII11lllllllIIIII MPGD12013022709330525 GD1 27.02.2013 0525 Gemeente Dordrecht Tav.

Nadere informatie

Prestatie-overeenkomst subsidie peuterspeelzaal Lennisheuvel en WE- doelgroepkinderen in 2016: H. SchujjŗmşíP-^''^

Prestatie-overeenkomst subsidie peuterspeelzaal Lennisheuvel en WE- doelgroepkinderen in 2016: H. SchujjŗmşíP-^''^ Prestatie-overeenkomst subsidie peuterspeelzaal Lennisheuvel en WE- doelgroepkinderen in 2016: Activiteit; Stellers: Conny van Aarle Akkoord: Gemeente Boxtel, afd. Maatschappelijke Ontwikkeling H. Schuurman;

Nadere informatie

Beleidsplan onderwijskansen in de gemeente Venray, 2011-2014

Beleidsplan onderwijskansen in de gemeente Venray, 2011-2014 Beleidsplan onderwijskansen in de gemeente Venray, 2011-2014 gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray oktober 2011 Louise van Tilburg 1 Inhoudsopgave Inleiding 4 Samenvatting 8 1 Vve: doel en doelgroep

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Raadsvoorstel verlaging instroomleeftijd voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

gemeente Eindhoven Raadsvoorstel verlaging instroomleeftijd voor- en vroegschoolse educatie (VVE) gemeente Eindhoven Raadsnummer 13R5623 Inboeknummer 13bst01861 Beslisdatum B&W 12 november 2013 Dossiernummer 13.46.551 Raadsvoorstel verlaging instroomleeftijd voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Inleiding

Nadere informatie

Voorschoolse voorzieningen Ommen

Voorschoolse voorzieningen Ommen Voorschoolse voorzieningen Ommen Ommen, november 2012 Voorschoolse voorzieningen Ommen Peuterontwikkeling in Ommen; in het belang van peuters Uw kind gaat naar een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hollands Kroon

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE. Hollands Kroon RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEIT VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE IN 2014 IN DE GEMEENTE Hollands Kroon Plaats : Anna Paulowna Gemeentenummer : 1911 Onderzoeksnummer : 279553 Datum onderzoek : 17 november

Nadere informatie