Psychomotorische diagnostiek binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld. -Ontwikkeling van een PsychoMotorisch Diagnostisch Construct-

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Psychomotorische diagnostiek binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld. -Ontwikkeling van een PsychoMotorisch Diagnostisch Construct-"

Transcriptie

1 Psychomotorische diagnostiek binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld -Ontwikkeling van een PsychoMotorisch Diagnostisch Construct-

2 Publicatie van dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt Copyright Shaker Publishing 2003 All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanica!, photocopying, recording or otherwise, without the prior permission of the publishers. Printed in The Netherlands. ISBN X Shaker Publishing BV St. Maartenslaan AX Maastricht Tel.: Fax: I

3 Psychomotorische diagnostiek binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld -Ontwikkeling van een PsychoMotorisch Diagnostisch Construct- Psychomator Assessment in Child and Adolescent Psychiotry -Development of a PsychoMator Diagnostic Construct- Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Erosmus Universiteit Rotterdam op gezag van de Rector Magnificus Prof.dr.ir. J.H. van Bemmel en volgens besluit van het College voor Promoties. De openbare verdediging zal plaatsvinden op woensdag 15 oktober 2003 om uur door Monique Natasja Hammink geboren te Almelo

4 Promotiecommissie: Promotoren : Prof.dr. F. Verheij Prof.dr. A. Vermeer Overige leden: Prof.dr. F.C. Verhulst Prof.dr. H.M. Evenhuis Prof.dr. M.J. Jongmans

5 Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Deel I Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Aanleiding tot het onderzoek 1.1 Inleiding 1.2 Het lichaam spreekt, wie luistert? 1.3 Kwaliteit van zorg, gerelateerd aan psychomotorische diagnostiek en therapie 1.4 Systematische, modelmatige en handelingsgerichte diagnostiek 1.5 Richtlijnen, producten, modules en protocollen 1.6 Uitgangspunt en vorm van het onderzoek 1.7 Kwaliteitseisen 1.8 Naar een vraagstelling 1.9 Opzet van het onderzoek 1.10 Leeswijzer Begrippenkader voor het onderzoek Continuïteit en discontinuïteit in de ontwikkeling 2.1 Inleiding 2.2 Biologische basis en omgevingsinvloeden 2.3 De eerste levensjaren 2.4 De peuter- en kleuterleeftijd 2.5 De basisschoolleeftijd 2.6 De adolescentie 2.7 Conclusies Psychomotorische ontwikkeling 3.1 Inleiding 3.2 De motorische ontwikkeling 3.3 De motoriek en de ontwikkeling van het zelfbeeld 3.4 De vroege motoriek als indicator voor ontwikkelingsstoornissen 3.5 De psychomotorische ontwikkeling tijdens de eerste drie levensjaren 3.6 De psychomotorische ontwikkeling tijdens de peuter- en kleuterleeftijd 3.7 De psychomotorische ontwikkeling tijdens de basisschoolleeftijd 3.8 De psychomotorische ontwikkeling tijdens de adolescentie 3.9 Conclusies Ontwikkelingsproblematiek van kinderen en jeugdigen in het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld 4.1 Inleiding 4.2 Oorzakelijkheid bij psychopathologie 4.3 Ontwikkelingsfasen 4.4 De doelgroep Algemeen Infants V

6 Kinderen Jeugdigen Psychomotoriek binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie (Dag)klinische observatie en behandeling Algemeen Infants Kinderen Jeugdigen PMT binnen de (dag)klinische observatie en behandeling Conclusies Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Deel II Psychomotorische therapie 5.1 Inleiding 5.2 Het gebrek aan een eenduidig conceptueel kader voor psychomotorische therapie 5.3 Psychomotorische therapie bij kinderen en jeugdigen 5.4 Indicaties en doelen binnen de PMT met kinderen en jeugdigen 5.5 Conclusies Een kader voor systematische psychomotorische diagnostiek 6.1 Inleiding 6.2 Een wetenschappelijk kader 6.3 De ICIDH en het biopsychosociale ontwikkelingsdenken: een referentiekader 6.4 Naar een psychomotorisch diagnostisch construct 6.5 Conclusies Het onderzoek Hoofdstuk 7 Een inventarisatie van PsychoMotorische Onderzoeksmethoden en Diagnostische Instrumenten Inleiding Psychomotorische diagnostiek: dimensies, doelen en methoden Kanttekeningen bij bestaande psychomotorische diagnostische instrumenten Toepassing van bestaande instrumenten bij bijzondere doelgroepen Psychometrische eisen Een overzicht van bestaande psychomotorische diagnostische instrumenten Conclusies 121 Hoofdstuk 8 Het gebruik van PsychoMotorische Diagnostische Instrumenten in het werkveld Inleiding Korte vragenlijst Methode Resultaten Discussie Uitgebreide vragenlijst Methode 125 VI

7 8.3.2 Resultaten Discussie Interviews Methode Resultaten Discussie Expertinterviews Methode Resultaten Discussie Conclusies 143 Hoofdstuk 9 De ontwikkeling van een-psychomotorisch Diagnostisch Construct Inleiding De ontwikkeling van een PsychoMotorisch Diagnostisch Construct tot nu toe Strakke grenzen of ruime grenslijnen Het Reductiepanel Methode Resultaten Discussie Het Randpanel Methode Eerste schriftelijke ronde Discussiebijeenkomst Tweede schriftelijke ronde Resultaten Discussie Conclusies 170 Hoofdstuk 10 Implementatie van het PsychoMotorisch Diagnostisch Construct Inleiding Voorwaarden voor implementatie Methode Resultaten De opbouw van het PMDC Handleiding Checklist Omschrijving van de items Basisbewegingsaanbod Overziehtsschema Psychomotorisch onderzoeksverslag Aanmeldingsformulier voor psychomotorisch onderzoek Implementatie van het PsychoMotorisch Diagnostisch Construct Methode Resultaten Discussie Conclusies 193 VII

8 Nabeschouwing Hoofdstuk 11 Conclusies en aanbevelingen voor verder onderzoek Inleiding De PMT-er als diagnosticus Conclusies met betrekking tot de relevantie van het onderzoek De relevantie voor kinderen en jeugdigen met psychiatrische problematiek De relevantie voor instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie De relevantie voor individuele PMT-ers De relevantie voor het vak PMT De relevantie voor opleidingen op het gebied van PMT De relevantie voor andere onderzoekers op het gebied van de PMT De relevantie voor de maatschappij Aanbevelingen voor verder onderzoek Nader psychometrisch onderzoek naar het PMDC Psychometrisch onderzoek van een aantal veldinstrumenten Onderzoek naar generalisatiemogelijkheden van het PMDC naar andere doelgroepen Onderzoek naar generalisatiemogelijkheden van het PMDC naar andere vaktherapeutische disciplines Onderzoek naar de mogelijkheden van het gebruik van het PMDC binnen ambulante settings en vrijgevestigde PMT-praktijk Onderzoek naar de haalbaarheid en zinvolheid van het oprichten van een kenniscentrum met betrekking tot psychomotorische diagnostiek Nader onderzoek naar een eenduidig overkoepelend conceptueel kader voor de PMT Onderzoek naar de mogelijkheid van het opstellen van profielen op basis van het PMDC Onderzoek naar de toegevoegde waarde en mogelijkheden van Gezinsdiagnostiek Scholing in het gebruik van het PMDC Epiloog 210 Literatuur Samenvatting Summary Appendix 1: Overzichtstabel van psychomotorisch diagnostische instrumenten 238 Appendix 2: VIII Het PsychoMotorisch Diagnostisch Construct (PMDC) Handleiding bij het PsychoMotorisch Diagnostisch Construct (PMDC) Bijlage 1 Checklist PMDC Bijlage 2 Omschrijvingen van de items Bijlage 3 Basis Bewegingsaanbod

9 Bijlage4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 6a Bijlage 7 Overzi chtsschema Psychomotorische diagnostische instrumenten voor progressieve diagnostiek Psychomotorisch onderzoeksverslag Voorbeeld van een Psychomotorisch onderzoeksverslag Aanmeldingsformulier PsychoMotorisch Onderzoek (PMO) Dankwoord Curriculum vitae IX

10 x Your children are not your children. They are the sqns and daughters of life's Ionging for itself. They come through you, but they are not from you. And though they are with you, they belang not to you. You can give them your love, but not your thoughts. They have their own thoughts. You can house their bodies, but not their sou/s. For their souls dweil in a place of tomorrow. Which you can not visit, noteven in your dreams. You can try to be like them, but you can notmake them just like you. (Kahlil Gilbran vertolkt door Astrid Seriese, 1998)

11 Inleiding

12

13 Hoofdstuk 1 Aanleiding tot het onderzoek Als wij niet meer geloven dat 't kan Wiedan wel? Als wij niet meer vertrouwen op houden van Wiedan wel? Als wij niet meer proberen Om van fouten wat te leren Als wij 't getij niet keren Wiedan wel? Als wij niet meer zeggen hoe het moet Wiedan wel? Als wij niet meer weten wat er toe doet Wiedan wel? Als wij er niet in slagen De ideeën aan te dragen Voor een kans op betere dagen Wiedan wel? Als wij niet meer geloven dat het kan Wiedan wel? Als wij niet meer komen met een plan Wiedan wel? Als wij er niet voor zorgen Dat de toekomst is geborgen Voor de kinderen van morgen Wiedan wel? Als wtj onszelf niet dwingen Een gat in de lucht te zingen Waar zij in kunnen springen Wiedan wel? (Pau/ van Vliet- Een gat in de lucht -1990) 1.1 Inleiding De eerste maanden tot jaren van zijn leven snapt een kind nog heel veel niet van de grote wereld waarin het is terecht gekomen. Praten kan het nog niet. Toch vertelt het al een heleboel. De sensitieve en responsieve ouder kijkt naar het kind, ziet diens behoeften, angsten en onzekerheden en speelt daar op in. Al voordat het kleine wezentje een woord kan uitbrengen, maakt het een heleboel duidelijk via zijn lichaamstaal. Kinderen en jeugdigen binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld snappen vaak in de jaren die volgen nog steeds weinig van die grote (en in beleving of werkelijkheid soms 'boze') wereld en weten niet hoe zij hun behoeften, angsten en pijn duidelijk moeten maken. Toch is ook hier, als er maar goed gekeken wordt, veel te zien. Het lichaam is de basis voor ontwikkeling, het herbergt allereerste ervaringen. Het kind begint al bewegend de wereld te ontdekken (als het daar tenminste de kans voor krijgt): stapje voor stapje, beetje bij beetje. In de praktijk blijkt psychomotorische therapie (PMT), een op bewegen en lichamelijkheid georiënteerde therapie, een geschikt medium te zijn voor de behandeling van kinderen en jeugdigen binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld. Bij een groot deel van deze kinderen en ook bij een deel van de jeugdigen is er sprake van een vroege ontwikkelingsproblematiek, waardoor de ontwikkeling ge- of verstoord is. Dit is van grote invloed op hun manier van omgaan met zichzelf en met de omgeving. Omdat een kind zich spelend en bewegend ontwikkelt, sluit PMT goed aan bij de belevingswereld van het jonge kind, bij de eerste levensjaren, waarin bij veel van deze kinderen (0-12 jaar) en jeugdigen (12-18 jaar) al van alles is misgegaan. PMT kan op een basaal niveau tegemoet komen aan de grote behoefte aan structuur, ordening, voorspelbaarheid, continuïteit, ritme en herhaling van deze kinderen en jeugdigen. Zij laten in hun bewegen zien wat zij met woorden vaak (nog) niet duidelijk kunnen maken. Hoewel de bijdrage van PMT aan de behandeling vankinder-en jeugdpsychiatrische patiënten algemeen geaccepteerd lijkt, ligt dat anders voor een systematische bijdrage vanuit PMT aan de diagnostische fase. In dit hoofdstuk zal uiteengezet worden waarom onderzoek naar systematische psychomotorische diagnostiek binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie nodig en zinvol is. In de inleiding wordt de motivatie tot het starten van het onderzoek verwoord. Vervolgens wordt het op dit moment zo belangrijke begrip 'kwaliteit van zorg' besproken, gerelateerd aan het onderwerp van onderzoek. Daarna wordt nader ingegaan op systematische, modelmatige, handelingsgerichte diagnostiek, gevolgd door een beschrijving van de tegen- 13

14 woordig veel gebruikte begrippen richtlijn, product, module en protocol. In aansluiting daarop wordt het belangrijkste uitgangspunt van het onderzoek verwoord, waarbij eveneens verantwoording wordt afgelegd over de vorm die het onderzoek noodzakelijkerwijs heeft gekregen. Vervolgens worden enkele kwaliteitseisen geëxpliciteerd, waarna de vraagstelling van dit onderzoek wordt verwoord. Tenslotte wordt afgesloten met een aantal praktische opmerkingen. 1.2 Het lichaam spreekt, wie luistert? De psychomotorisch therapeut (PMT-er), werkzaam binnen dekinder-en jeugdpsychiatrie, ziet veel kinderenen/of jeugdigen in de PMT-ruimte, probeert hen in hun belevingswereld te begrijpen en het bewegen of de lichamelijkheid als aangrijpingspunt voor de behandeling te nemen. Het lichaam vertelt veel. Het lijkt buitengewoon zinvol daar systematisch naar te kijken in het begin van de behandeling, los van het al dan niet bestaan van een indicatie voor PMT. Binnen veel kinder- en jeugdpsychiatrische klinieken worden kinderen en jeugdigen cognitief en emotioneel-sociaal getest, wat samen met de observaties in de leefgroep, het kindergeneeskundig, kinder- en jeugdpsychiatrisch en op indicatie neurologisch en genetisch onderzoek leidt tot een diagnose en een indicatie voor een van de therapievormen (bewegen, muziek, creatief beeldend, drama, psycho/spel). Hoe zit het dan met het systematisch observeren van de uitdrukkings-en handelingsmotoriek? Waarom wordt niet standaard naar de motoriek, het bewegen en de lichamelijkheid, die zoveel informatie in zich herbergen, gekeken? Welke instrumenten zijn geschikt voor gebruik binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie? Welke instrumenten zijn betrouwbaar en valide? In de praktijk blijkt de afname van een (psycho)motorische test of observatielijst in de loop van een therapieproces niet eenvoudig te verwezenlijken zonder het kind of de jeugdige te veel te frustreren en zo het therapieproces te verstoren. Zou het niet beter zijn standaard vóór het begin van een therapieproces ook op psychomotorisch gebied te diagnosticeren? Uit deze observaties zouden dan wellicht ook direct concretere, meer gerichte doelstellingen kunnen voortkomen. Deze blijven nu nog vaak, zeker in het begin van de behandeling, algemeen en worden in de loop van de tijd aangescherpt op basis van de 'stukje-bij-beetje-informatie' die tijdens het therapieproces naar boven komt. Bij de start van dit onderzoek kon op veel vragen geen antwoord gegeven worden. Er is nog zo weinig bekend op dit gebied, zo weinig daadwerkelijk wetenschappelijk onderzocht. Hoe zou psychomotorische diagnostiek op de verschillende plekken in Nederland vorm krijgen? Wordt er systematisch een bewegingsobservatie afgenomen bij elk kind of iedere jeugdige? Voor welk instrument wordt gekozen en op grond waarvan? Tegen welke problemen wordt aangelopen bij deze specifieke doelgroep? De instrumenten die er zijn, zijn veelal gestandaardiseerd op normale basisschoolleerlingen en dus niet zonder meer van toepassing op kinder- en jeugdpsychiatrische patiënten. Denk alleen maar aan de specifieke manier van instrueren die bepaalde kinderen en jeugdigen nodig hebben, de tijdslimiet waarbinnen het afnemen van een test vaak niet lukt, de structuur en ordening die voor bepaalde kinderen en jeugdigen een absolute voorwaarde is om ook maar iets te kunnen presteren, enzovoorts. Volgens Wiegersma (1980) worden zowel bij wetenschappelijk onderzoek als bij diagnostiek in vele gevallen motorische tests gebruikt die om verschillende redenen niet voor het beoogde doel geschikt zijn. De foutieve keuze blijkt dikwijls voort te vloeien uit onvolledige informatie ten aanzien van hetgeen nationaal of internationaal aan tests of ob~ervatieschalen beschikbaar is. Ook wordt niet altijd gerealiseerd vanuit welke theoretische achtergrond een bepaalde methode is geconstrueerd. Op het moment van de start van dit onderzoek lijkt het waarschijnlijk dat veel PMT-ers binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie onvolledig zijn gëinformeerd over beschikbare instrumenten en hun keuze zelden baseren op de theoretische achtergronden van een instrument. Bovendien bestaat het sterke vermoeden dat er slechts zelden systematisch gebruik wordt gemaakt van instrumenten die zich richten op de psychomotoriek. De motivatie voor het uitvoeren van dit onderzoek ligt in de zorg rond deze situatie. De meeste PMTers zijn enthousiaste en betrokken therapeuten, die een bijdrage leveren aan de behandeling van veel kinderen en jeugdigen binnen het kinder- en jeugdpsychiatrisch zorgveld. Een systematische onderbouwing van dia- 14

15 gnostiek en behandeling ontbreekt echter bij de meeste PMT-ers en het vermoeden bestaat dat voor diagnostiek óf een willekeurig instrument wordt gebruikt dat voorhanden is, zonder aandacht voor betrouwbaarheid, validiteit en toepasbaarheid bij deze doelgroep, óf dat de PMT-er zelf een aantal arrangementen bedenkt en/ of een vragenlijst opstelt en deze als 'diagnostisch instrument' gebruikt. Een van de problemen in de literatuur over PMT is dat een duidelijk kader ontbreekt. Veelal zijn teksten doorspekt met opsommingen, bijvoorbeeld van doelen en aandachtspunten, waarbij de ordening en visie achter de opsomming onduidelijk blijft. Daarnaast lijken er veel verschillende opsommingen rond eenzelfde thema naast elkaar te bestaan. Evenzo bestaan er van kernbegrippen binnen PMT zoveel definities, dat van een gemeenschappelijk begrippenkader nauwelijks gesproken kan worden. Hoewel er recentelijk {opnieuw) pogingen zijn gedaan hierin enige orde aan te brengen (Hutschemaekers & Van Hattum, 2000), betreft dit slechts een klein deel van de binnen PMT gebruikelijke terminologie, gericht op volwassenen. Binnen dit onderzoek worden daarom verschillende bestaande conceptuele kaders beschreven. Dit onderzoek wil een baken zijn in de wirwar van begrippen en kaders en een duidelijke ordening bieden. Dit is noodzakelijk om vanuit een gemeenschappelijke basistaal en een gemeenschappelijk denkkader het vak verder te kunnen ontwikkelen. Het vak heeft immers bestaansrecht, alleen moet dat gezien de recente ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg wel duidelijk gemaakt kunnen worden! 1.3 Kwaliteit van zorg, gerelateerd aan psychomotorische diagnostiek en therapie Het begrip 'kwaliteit van zorg' speelt een belangrijke rol binnen de huidige Geestelijke Gezondheidszorg (GGz). Volgens Donker (1990) heeft het begrip 'kwaliteit' betrekking op alles wat in de GGz het nastreven waard is. Harteloh en Casporie (1998) stellen dat het begrip van toepassing is indien er sprake is van een optimale verhouding van ervaringen ten opzichte van verwachtingen met betrekking tot een bepaald aspect van de gezondheidszorg. Kwaliteit van zorg heeft betrekking op alle fasen van de behandeling, inclusief de diagnostische fase. Indien ouders en/of opvoeders de hulp van een professionele hulpverlener inroepen, gaan zij ervan uit dat deze over goede vakkennis en adequate vaardigheden en technieken beschikt om zich voordoende problemen te analyseren en aan een oplossing ervan bij te dragen. De professional dient in staat te zijn om een goede kwaliteit van zorg aan het kind of de jeugdige en diens gezin te geven. Deze 'kwaliteit van zorg' gedachte leidt tot een sterke individualisering van zorg: de hulpverlening dient optimaal afgestemd te worden op de hulpvraag van het individu. Er is dan sprake van 'zorg op maat' of 'hulpvraaggerichte zorg' (Storing, Duterloo &Ten Horn, 1993). In de GGz is bewaking van de 'kwaliteit van zorg' noodzaak geworden. Kwaliteit blijkt echter een moeilijk toe te passen begrip. Het blijkt onvoldoende te zijn alleen naar 'eindproducten' te kijken om de kwaliteit van zorg vast te stellen. Het eindproduct van de GGz heeft betrekking op het therapeutisch effect, oftewel het opheffen, verminderen of draaglijk maken van de psychische stoornissen van de patiënt. Om van goede kwaliteit van zorg te kunnen spreken, moet de zorg bijdragen aan de kwaliteit van het bestaan van een kind of jeugdige en diens gezin. De geboden hulp moet beantwoorden aan de reële behoefte van de patiënt, moet van inhoudelijk goed niveau en doelgericht zijn en moet patiëntgericht worden verleend (Hermanns, 1997). Een positieve formulering van werkpunten, concreet en toetsbaar, beheersbaar voor de patiënt, gecontextualiseerd en ecologisch verantwoord is daarbij voorwaarde (Hekking, 2002b). De stappen op weg naar het eindproduct binnen de GGz zijn moeilijk in kaart te brengen en aan kwaliteitseisen te onderwerpen. Hoewel wel degelijk wordt geprobeerd bij de verschillende stappen in het zorgproces kwaliteitsnormen te hanteren, zien deze stappen er bij individuele patiënten zelden hetzelfde uit. De psychiatrie staat nog ver af van een kwaliteitssysteem zoals dat bijvoorbeeld wordt gehanteerd binnen de industriële sector. Berkers (1998) benadrukt dat er de laatste jaren steeds meer vraag komt naar effect- en kwaliteitsonderzoek door 'externe' druk op hulpverleners om verantwoording en rekenschap af te leggen. Wanneer hulpverleners dit niet zelf gaan oppakken, zullen managers en economen gaan bepalen wat 'goed' (of 15

16 'goedkoop') is. Overheden en zorgverzekeraars willen zeker weten dat zij 'waar' voor hun geld krijgen. DeGangi (1994) stelt dat steeds vaker verzekeringsmaatschappijen alleen geld uitkeren als vooruitgang snel kan worden aangetoond. Volgens de Wet op de Jeugdhulpverlening (Ministerie van WVC en Ministerie van Justitie, 1989) kan er alleen sprake zijn van een goede organisatie die leidt tot verantwoorde zorg als er een systematische bewaking, beheersing en verbetering van kwaliteit plaatsvindt (Verheij, 1998a). Transparantie van de geboden zorg, onderbouwde behandelkeuzen, implementatie van richtlijnen en verantwoording van resultaten staan tegenwoordig centraal in beleidsplannen van instellingen (De Gelderse Roos, 2000). Daarbij. zijn er geen absolute criteria voor het vaststellen van de kwaliteit van de hulpverlening. Volgens Berkers (1998) is de professionele competentie van de hulpverlener het belangrijkste criterium, waarbij zorgvuldigheid en integriteit sleutelbegrippen zijn. In kwaliteitsbeleid wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de hulpverlening. In de praktijk van alledag heeft de hulpverlener vaak geen tijd of rust om stil te staan bij het hoe en waarom van methodisch handelen. "De hulpverlener handelt vaak op basis van praktische kennis, ontstaan als een mix van de geleerde methoden en technieken, praktijkervaring (wat wel en niet werkt) en intuïtieve kennis over de doelgroep, hulpvraag en werksetting. Het methodisch handelen is een onderdeel van de dagelijkse routine. Dat is zijn kracht, maar ook zijn zwakte. "(Berkers,1998, p.173). Om de keuze en inhoud van de hulpverlening te kunnen verantwoorden is het voor iedere hulpverlener van belang om zijn gedachten en hypothesen op een goede manier te kunnen structureren (Baartman, 1993). Het volgen van een vaste structuur vergroot de inzichtelijkheid van het zorgproces en biedt concrete aanknopingspunten voor de bewaking en bevordering van de kwaliteit van zorg (Van Gastel e.a., 1999). Om te komen tot een dergelijke vaste structuur, bestaande uit reflectie vooraf over de te volgen handelwijze en een systematisering van de oordeelsvorming en het redeneren (Rispens, 1986), is een systematische analyse van de aard van de problematiek nodig. Met andere woorden: er zal moeten worden gediagnosticeerd. Psychodiagnostiek wordt omschreven als het op wetenschappelijk verantwoorde wijze verzamelen van informatie over het kind of de jeugdige en diens gezin, met het oog op het nemen van beslissingen ten behoeve van de behandeling (Ter Laak, 1995). Daartoe wordt gebruik gemaakt van observaties, interviews en tests. Diagnostiek blijkt een goede insteek te zijn voor de kwaliteitsbewaking en kwaliteitsbevordering van de zorg in hulpverleningsinstellingen. Aan de hand van diagnostiek kan een verantwoorde keuze van behandelingsaanbod gemaakt worden (Rispens, 1992a,b; De Bruyn e.a., 1995). De kwaliteit van het werk van de PMT-er kan worden onderverdeeld in de kwaliteit van het methodisch-technisch handelen (doeltreffendheid, deskundigheid, indicatiestelling, geschiktheid, zorgvuldigheid), de kwaliteit van de attitude van de beroepsbeoefenaar (respectvolle bejegening, informatiebereidheid, vertrouwensrelatie, coöperatie eri verantwoordingsbereidheid) en de kwaliteit van de organisatie van de beroepsuitoefening (continuïteit, beschikbaarheid, doelmatigheid, integrale zorg) (Verheij, 1998b). Om de kwaliteit van de psychomotorische hulpverlening op een systematische wijze te kunnen bewaken en bevorderen is het nodig een model te ontwikkelen aan de hand waarvan systematische psychomotorische diagnostiek op gestructureerde wijze kan plaatsvinden. Er wordt binnen de beroepsvereniging (Nederlandse Vereniging voor PsychoMotorische Therapie) hard gewerkt aan modules en producten om tegemoet te komen aan de vraag om systematisering en verantwoording van het vak. Bewegingswetenschappers worden opgeroepen een bijdrage te leveren aan de legitimering van het vak naar buiten toe door middel van wetenschappelijk onderzoek. Tot op heden zijn deze modules en producten echter uitsluitend gericht op behandeling en niet op diagnostiek. Een diagnostisch model moet een beeld geven van de dimensies waarbinnen de psychomotorische problemen zich bevinden, zodat mogelijke indicaties (empirisch of theoretisch onderbouwde aanbevelingen voor behandeling) (De Bruyn, 1988), duidelijk worden, een behandelingsplan kan worden geformuleerd en de behandeling op die aandachtsgebieden kan aangrijpen, waar dat het meeste nodig of het beste mogelijk is. Dit onderzoek wil bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van psychomotorische diagnostiek, aan de totale kinder- en jeugdpsychiatrische diagnostiek en daarmee aan de kwaliteit van zorg. 16

17 1.4 Systematische, modelmatige en handelingsgerichte diagnostiek Volgens Pameijer (2000) kan diagnostiek niet los staan van de behandeling en is er in het veld behoefte aan handelingsgerichte diagnostiek. Om diagnostiek een wezenlijke bijdrage te kunnen laten leveren aan de hulpverlening moeten er direct aangrijpingspunten voor behandeling uit volgen. Het advies van de diagnosticus moet aansluiten bij de hulpverleningssituatie en praktische betekenis hebben. Een organisatorische scheiding tussen diagnostiek en behandeling, samengaand met verschillen in functies en opleiding van de bij diagnostiek of behandeling betrokkenen werkt volgens Rispens (1992a,b) moeilijkheden op dit gebied in de hand. Omdat uit onderzoek naar de effectiviteit van therapieën blijkt dat indicatiestelling een belangrijke factor is, wordt een gedegen, kundige diagnostiek belangrijk gevonden. De sterke en zwakke punten van het kind of de jeugdige moeten duidelijk zijn (Rispens, 1992). Tevens is het belangrijk dat de diagnostiek van de verschillende disciplines (psycholoog, pedagoog, psychomotorisch diagnosticus) op elkaar wordt afgestemd. De verzamelde informatie moet complementair zijn, het moet een meerwaarde hebben de diverse onderzoeken naast elkaar afte nemen. Als gevolg van de heterogeniteit in vraagstellingen op het terrein van de hulpverlening bestaat een grote diversiteit in de diagnostische praktijk. De omstandigheden op de werkvloer zijn, evenals inhoudelijke verschillen van inzicht omtrent de meest wenselijke procedure of werkwijze en verschillen in theoretische oriëntaties, van grote invloed op de werkwijze van de diagnosticus (Rispens, 1992). Diagnostiek door diagnostici van verschillende (wetenschappelijke) disciplines is géindiceerd als er sprake is van problemen die het gehele functioneren van het kind of de jeugdige betreffen. Er is dan sprake van een probleemsituatie die samengesteld of diffuus is. De advisering vanuit de diagnostiek heeft in die situatie een globaal karakter en verschillen in interpretaties zijn te verwachten. In het geval van specifiekere problemen is een probleemgeoriënteerde aanpak te prefereren. De kwaliteitseisen van betrouwbaarheid, validiteit en herkenbaarheid gelden in beide gevallen. De diagnosticus moet zijn uitspraken en interpretaties kunnen verantwoorden en kunnen aangeven waarom een bepaalde behandeling géindiceerd is. De diagnosticus zal daarvoor per geval een 'minitheorie', een theorie voor het individuele kind of de individuele jeugdige, moeten ontwerpen. Daarnaast moeten de uitspraken van de diagnosticus betrouwbaar zijn: als meerdere diagnostici hetzelfde geval zouden onderzoeken, zouden zij tot gelijkluidende uitspraken moeten komen, evenals wanneer hetzelfde kind of dezelfde jeugdige enkele weken later wordt onderzocht. Verwetenschappelijking van diagnostiek en het gebruik van diagnostische modellen die het proces van besluitvorming sturen, kunnen zorgen voor verbetering van de kwaliteit. Met het oog op de betrouwbaarheid en validiteit van diagnostische uitspraken worden aan de wijze van het verzamelen van diagnostische informatie de nodige eisen gesteld. Volgens Rispens (1992a,b) heeft dit voor velen ertoe geleid diagnostiek uitsluitend te associëren met het gebruik van tests. Hij geeft aan dat daarnaast echter ook methoden als observatie en gesprek tot de diagnostiek behoren. Klinische diagnostiek is op het individu gericht. De klinische aanpak stelt de betekenis die het gedrag heeft voor de patiënt en zijn omgeving centraal. De diagnosticus probeert zicht te krijgen op de dynamiek van de patiënt en zijn manier van betekenisver lening. De klinische blik speelt daarbij een belangrijke rol. "Van mechanische verwerking moet de clinicus niet zoveel hebben. Hij zal zorgvuldig de gegevens willen beschouwen, het materiaal op zich in laten werken, interpretaties onderzoeken, alternatieven nagaan. Al doende bouwt hij zo een beeld op, dat op grond van nieuwe of verschuivende interpretaties van het materiaal nog kan veranderen maar toch langzamerhand vorm krijgt" (p.20). Rispens (1992a,b) verstaat onder diagnostiek "... de fase van het verzamelen van informatie over de probleemsituatie met de bedoeling bij te dragen aan de oplossing"(p.9). Het gaat volgens hem om een besluitvormingsproces dat uitmondt in een geheel van uitspraken, een diagnostisch oordeel. Op basis daarvan worden beslissingen genomen omtrent de aanpak van het probleem. Deze beslissingen kunnen vèrstrekkende gevolgen hebben en moeten daarom beoordeeld worden op hun kwaliteit. Rispens (1992a,b) benadrukt dat een modelmatige, systematische aanpak van groot belang is en er dus gebruik gemaakt moet worden van een diagnostisch model. Vanuit een bepaald theoretisch kader wordt de 17

18 probleemsituatie bekeken en wordt tot een te volgen handelingswijze besloten, welke systematisch wordt uitgevoerd. Diagnostiek vormt een zeer belangrijke schakel in het hulpverleningsproces. Het is de schakel tussen de klacht en de oplossing ervan. 1.5 Richtlijnen, producten, modules en protocollen Volgens Prins en Pameijer (2000) is het werken in de jeugdzorg volgens richtlijnen en protocollen een onvermijdelijke ontwikkeling, die in de nabije toekomst steeds meer maatgevend zal zijn. Er is noodzaak tot systematisering, mede door recente ontwikkelingen als de oprichting van Bureaus Jeugdzorg en Regionale ExpertiseCentra, waardoor hulpverleners uit uiteenlopende instellingen meer zullen gaan samenwerken. Daarbij kan volgens Prins en Pameijer (2000) het bestaan van verschillende referentiekaders en culturen een constructieve samenwerking belemmeren: "Er is in de praktijk dan ook behoefte aan duidelijke procedures voor diagnostiek, indicatiestelling en behandeling. Pas dan kan men vanuit een gemeenschappelijk referentiekader effectief communiceren. Protocollen en richtlijnen bieden de zo noodzakelijke explicitering rond diagnostiek en behandeling. Uitwisseling van ervaringen vanuit een gemeenschappelijk referentiekader wordt hiermee vergemakkelijkt, evenals het kritisch toetsen van deze ervaringen" (p.7 en 8). Vanuit protocollering wordt het mogelijk de kwaliteit van diagnostiek en behandeling te verhogen: "door bijvoorbeeld de diagnostiek te systematiseren verbetert niet alleen de indicatiestelling, maar wordt een betere evaluatie van interventies ook mogelijk, waardoor bijvoorbeeld over- of onderbehandeling is te voorkomen" (p.8). Om protocollen en richtlijnen daadwerkelijk een bijdrage te laten leveren aan de kwaliteitsverbetering van zorg, moet de instelling wel de voorwaarden bieden om de protocollen en richtlijnen te kunnen uitvoeren en moet continuïteit in het werken met protocollen en richtlijnen worden gegarandeerd. Daarnaast moeten degenen die met de protocollen werken ook over voldoende vaardigheden en de juiste attitude beschikken. Alleen de uitgangspunten van het protocol kennen is onvoldoende. Voortdurende evaluatie en toetsing op grond van systematische klinische en wetenschappelijke ervaringen zijn noodzakelijk voor een wezenlijke verbetering van de jeugdzorg. Uitgangspunt daarbij is dat de kwaliteit van zorg enerzijds de resultante is van een adequate vertaling van wetenschappelijke inzichten naar de behandelingspraktijk in de vorm van richtlijnen en protocollen en anderzijds samenhangt met respect voor de keuzevrijheid van patiënten én de professionele autonomie van professionals (De Gelderse Roos, 2000). De termen 'richtlijnen', 'modules', 'protocollen' en 'producten' worden binnen de GGz vaak door elkaar gebruikt. Binnen de psychiatrie worden voorschriften en richtlijnen gehanteerd. Een richtlijn is 'consensus based' en wordt opgesteld omdat er onvoldoende bewijs voorhanden is om te spreken van 'evidence based' informatie. De psychiatrie kent in strikte zin op dit moment nog geen protocollen. Slechts in een enkel geval kan van een deelprotocol gesproken worden, bijvoorbeeld rond medicatievoorschriften bij bepaalde stoornissen. Een protocol in de strikte zin van het woord is 'evidence based' en daarmee vaak een nadere uitwerking van een richtlijn. Binnen dit onderzoek zullen de volgende, aan kwaliteit van zorg en PMT gerelateerde termen worden gebruikt. Het gaat daarbij telkens om kennis, attitude én vaardigheden. De beschrijvingen zijn onder meer gebaseerd op de handleiding module-ontwikkeling van de Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie (Fabius & Van Houten, 1998): RichtliJn: consensus based document, waarin bepaalde regels zijn vastgelegd die betrekking hebben op het beroepsmatig handelen en op basis van ervaring als algemeen geaccepteerd worden beschouwd. Een richtlijn betreft een verzameling van producten van diverse disciplines, die tezamen richting geven aan het beroepsmatig handelen rond een bepaalde problematiek; Product: verzameling van methodieken, welke bij een bepaalde problematiek tot resultaat moeten leiden. Producten worden relatief los van de werkvloer geschreven en dienen binnen meerdere settingen bruikbaar te zijn. Producten zijn om strategische redenen ontwikkeld (positionering in het zorgveld) en van buitenaf gevraagd. Producten zijn in vergelijking met modules, van een globaler en abstracter niveau, waardoor het eigene, maar ook de grenzen van PMT scherper kunnen worden verwoord; 18

19 Module: concrete uitwerking van het aandeel van de PMT-er binnen een zorgprogramma. Een PMTmodule kan binnen verschillende zorgprogramma's passen, aangezien de module voor meerdere doelgroepen bruikbaar kan zijn. Modules worden vanaf de werkvloer geschreven en zijn daardoor aan bepaalde settingen gebonden. Modules betreffen praktische, concrete uitwerkingen, bedoeld voor de PMT-ers zelf. Overeenkomstig aan producten en modules is het streven naar rationalisering van de werkwijze van de psychomotorisch therapeut, waarbij het doel is het in transparante termen verwoorden van het handelen. Producten en modules vullen elkaar aan; Zorgprogramma: een aantal op elkaar afgestemde, gespecificeerde activiteiten, gericht op het bereiken van een bepaald effect bij een specifieke doelgroep met een bepaalde problematiek; Zorgplan: een selectie van de activiteiten uit het zorgprogramma, afgestemd op en samengesteld in overleg met de individuele hulpvrager; Protocol: evidence based document, waarin bepaalde regels zijn vastgelegd die betrekking hebben op het beroepsmatig handelen en op basis van wetenschappelijk onderzoek als 'bewezen' worden beschouwd. Het betreft vaak een wetenschappelijk onderbouwde nadere uitwerking van een richtlijn. Protocollen in de zojuist omschreven zin zijn binnen het kader van dit onderzoek niet beschikbaar. Het zal duidelijk worden uit het verloop van dit onderzoek dat het te ontwikkelen PMDC zowel kenmerken van een product als van een module omvat. 1.6 Uitgangspunt en vorm van het onderzoek Een essentieel uitgangspunt bij de aanvang van dit onderzoek was dat de resultaten te gebruiken zouden moeten zijn voor en gedragen moeten worden door de praktijk. Dit uitgangspunt wordt treffend verwoord door Poeh (Hoff, 1999, p.39) "... soms is de kennis van de geleerde een beetje moeilijk te vatten omdat hij niet schijnt aan te sluiten bij onze eigen wijze van ervaren. Met andere woorden, Kennis en Ervaring spreken niet noodzakelijkerwijs dezelfde taal Maar heeft de kennis die stoelt op ervaring niet meer waarde dan kennis die dat niet doet? Het lijkt sommigen onder ons vrij voor de hand liggend dat een heleboel geleerden wat vaker naar buiten zouden moeten, om daar eens rond te snuffelen... '~ Het streven naar systematische informatieverwerving over een constateerbare werkelijkheid, waarbij deze informatie expliciteerbaar en overdraagbaar is, heeft gevolgen voor de vorm van dit onderzoek. Dit is niet alleen een keus, het kan vooralsnog niet anders. Over het onderwerp van het onderzoek is nog weinig bekend en het leent zich niet voor puur theoretisch of experimenteel onderzoek. Er is weinig literatuur voorhanden. Derhalve zal aanvullende informatie uit het veld verkregen moeten worden. Bovendien heeft praktijkkennis in deze een meerwaarde en zou puur theoretische kennis die los staat van de ervaringen van PMT-ers in het veld, als het ware in de lucht blijven hangen. Tevens is aansluiting bij het veld noodzakelijk om te kunnen komen tot een geslaagde implementatie van een gesystematiseerde diagnostiek op basis van de resultaten van dit onderzoek. Descriptie en exploratie. liggen ten grondslag aan hypothesetoetsing (Harinck & Hellendoorn, 1987). Het beschrijven van wat er in de praktijk gebeurt is voorwaardelijk aan effectonderzoek (Van Doorn, 1995). Derhalve zal dit onderzoek een praktijkgericht actieonderzoek zijn, descriptief, exploratief en kwalitatief van aard, met een 'open design~ Actieonderzoek is onderzoek waarbij het onderzoeksproces zelf wordt ingezet als instrument om gewenste verandering te bewerkstelligen. Hiermee onderscheidt het zich van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek of effectmetingonderzoek. Actieonderzoek is vooral gericht op het toepassen van kennis. Niet de kennisproductie, maar de eisen en mogelijkheden van de praktijk zijn richtinggevend bij de opzet van een actieonderzoek (Donker, 1987, 1990). Praktische bruikbaarheid in samenhang met wetenschappelijke kwaliteit zijn belangrijke doelstellingen van actieonderzoek. Actieonderzoek is een vorm van praktijkgericht onderzoek. Praktijkgericht onderzoek is gericht op het verbeteren van het methodisch handelen van de hulpverlener, de instelling, de werksoort en het beroep (Berkers, 1998). Het gaat om het reflecteren op het beroepsmatig handelen. De aanleiding tot praktijkgericht onderzoek ligt vaak in een situatie van handelingsverlegen- 19

20 heid. Het verhaal van de hulpverlener is dan het vertrekpunt voor het onderzoek. Praktijkgericht onderzoek kan gezien worden als een middel om het handelen te verantwoorden, te legitimeren en uiteindelijk te verbeteren. Van Doorn (1995, p.25) beschrijft praktijkgericht onderzoek als '~... het beschrijven, ordenen en bespreken van cumulatieve praktijkervaring, waarbij ernaar gestreefd wordt om op een navolgbare manier tot theorievorming te komen. 11 Het doel is een bepaalde praktijksituatie te onderzoeken op een wijze die tot voor de praktijk herkenbare en bruikbare informatie leidt. Van Doorn en Van den Dungen (1998) stellen dat onderzoek van de behandelingspraktijk, met als uitgangspunt het denken over de behandeling op N=1 niveau, mogelijk is op een wetenschappelijk verantwoorde, systematische en navolgbare manier. Systematische bewaking van de koppeling tussen theorievorming en behandelingspraktijk kan daarbij volgens hen gewaarborgd worden door praktijkwerkers in te zetten bij het verzamelen van onderzoeksmateriaal. Descriptief onderzoek gaat volgens Van Doorn (1995) vooraf aan effectonderzoek of programmaevaluatie. Het identificeren en beschrijven van belangrijke factoren binnen het onderwerp van onderzoek is voorwaarde voor het kunnen uitvoeren van een evaluatie. Ook Gageldonk en Bartels (1991) geven aan dat zonder niet-experimenteel onderzoek geen interventieonderzoek mogelijk is, omdat niet bekend is wat belangrijk is en wat en hoe er moet worden gemeten. Wanneer er nog weinig bekend is, geeft descriptief onderzoek informatie. De verkregen gegevens kunnen ook vergelijkend gebruikt worden: 11 Descriptie geeft gewoonlijk het basismateriaal, op grond waarvan men geleidelijk meer prescriptieve aspecten kan insluiten u (Harinck & Hellendoorn, 1987, p.88). Een 'open design' onderzoek, waarbij de inzichten die tijdens het onderzoek ontstaan richting geven aan de volgende stappen in het onderzoek, wordt door Swanborn (1987) gekoppeld aan explorerend onderzoek, welke begint met vage veronderstellingen en waarbij de werkwijze niet van tevoren is vastgelegd. De onderzoeksvragen in iedere fase worden bepaald door de resultaten van de voorgaande fase. Inzichten die tijdens het onderzoek ontstaan geven richting aan de volgende stappen van het onderzoek. Volgens Weeda (1986) begint exploratief onderzoek met een aantal vage veronderstellingen omtrent de werkelijkheid, waarbij door middel van onderzoek wordt nagegaan hoe de werkelijkheid zich feitelijk gedraagt Kwaliteitseisen Bij wetenschappelijk onderzoek dient de overgang te worden gemaakt van intuïtieve naar systematische en geëxpliciteerde gegevensverzameling. Ook bij niet-kwantificerend onderzoek is duidelijkheid nodig over de gevolgde procedures en over de resultaten. Er moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen van validiteit, betrouwbaarheid, objectiviteit en intersubjectieve navolgbaarheid. In dit onderzoek wordt een heuristiek beoogd: er wordt een 'framework' ontwikkeld dat het mogelijk maakt verschillende aspecten van psychomotorische diagnostiek een plaats te geven. Berkers (1998) stelt dat de onderzoeksresultaten nieuwe algemene kennis moeten opleveren die betrouwbaar en controleerbaar is, ingebed moeten zijn in een wetenschappelijke theorie en de toets van validiteit en representativiteit moeten kunnen doorstaan. Volgens Berkers (1998, p.148) moeten de volgende vragen worden gesteld: Zijn de onderzoeksresultaten een betrouwbare uitkomst van het zorgvuldig toepassen van de onderzoeksmethode (betrouwbaarheid)? Geven de onderzoeksresultaten een betrouwbaar beeld van de praktijk van de hulpverlening (interne geldigheid)? Mogen de resultaten van praktijkgericht onderzoek gegeneraliseerd worden naar doelgroep, hulpvraag, instelling of werksoort (externe geldigheid)? Kwaliteitseisen betreffen niet alleen de uitkomsten van het onderzoek, maar ook de voorzorgsmaatregelen die genomen worden om tijdens het onderzoek te kunnen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Deze voorzorgsmaatregelen moeten omschreven en geëvalueerd worden, evenals de verdere werkwijze die in het onderzoek gevolgd is, zodat voldaan kan worden aan de kwaliteitseis van intersubjectieve navolgbaarheid (Miles & Huberman, 1984, 1994a,b). Van Doorn (1995) maakt daarbij een onderscheid tussen kwaliteit van de verzamelde data, kwaliteit van het onderzoeksproces en kwaliteit van het onderzoeksresultaat. De kwaliteit van de 20

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog diagnostiek en indicatiestelling (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke

Nadere informatie

Kerncompetenties psychotherapeut

Kerncompetenties psychotherapeut Kerncompetenties psychotherapeut 5 oktober 2006 Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie Overname is toegestaan, mits ongewijzigd en met gebruik van bronvermelding. Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie,

Nadere informatie

Lichaamsbewustzijn bij kinderen met psychiatrische problematiek

Lichaamsbewustzijn bij kinderen met psychiatrische problematiek Lichaamsbewustzijn bij kinderen met psychiatrische problematiek Workshop GNOON n.a.v. Onderzoek Master Daphne Uphof & Maloe Hofland Introductie Maloe Hofland Kind en Jeugd ambulant Master PMT Daphne Uphof

Nadere informatie

Fase B. Entree. Leerstijlen. 2013 Stichting Entreprenasium. Versie 0.1: januari 20]3

Fase B. Entree. Leerstijlen. 2013 Stichting Entreprenasium. Versie 0.1: januari 20]3 N W Fase B O Z Entree Leerstijlen Versie 0.1: januari 20]3 2013 Stichting Entreprenasium Inleiding 2 Inleiding 2 Indeling 4 Strategie 6 Leerstijl Ieder mens heeft zijn eigen leerstijl. Deze natuurlijke

Nadere informatie

Postmaster opleiding diagnostiek in de jeugdzorg en jeugdhulpverlening

Postmaster opleiding diagnostiek in de jeugdzorg en jeugdhulpverlening me nse nkennis Postmaster opleiding diagnostiek in de jeugdzorg en jeugdhulpverlening Door te werken met de laatste wetenschappelijke inzichten, vergroot je de kans dat je adviezen juist blijken. Postmaster

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

HULPVRAAG Doelgroepen Doelstellingen

HULPVRAAG Doelgroepen Doelstellingen Zorgmodule Fasehuis Zorgaanspraak: Zorgaanbieder: Verblijf met behandeling Entréa HULPVRAAG Doelgroepen De doelgroep bestaat uit normaal begaafde jeugdigen van 16-18 jaar, woonachtig in de regio Gelderland-Midden

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie

Proudy. Praktijk voor psychomotorishe kindertherapie

Proudy. Praktijk voor psychomotorishe kindertherapie Proudy Praktijk voor psychomotorishe kindertherapie Wat is psychomotorische kindertherapie? Pmkt is een vorm van kindertherapie bedoeld voor kinderen die vast lopen in hun ontwikkeling en dat in hun gedrag

Nadere informatie

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173 Inhoud Inleiding 7 Deel 1: Theorie 1. Kindermishandeling in het kort 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Aard en omvang 13 1.3 Het ontstaan van mishandeling en verwaarlozing 18 1.4 Gevolgen van kindermishandeling

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 14 januari 2000 Onderwerp: Beleidsvisie landelijk kennis/behandelcentrum eetstoornissen Hierbij doe ik u een mijn «beleidsvisie voor

Nadere informatie

PROGRAMMA SPECIALISTISCHE OPLEIDING TOT KLINISCH NEUROPSYCHOLOOG THEORETISCH ONDERWIJS. Algemene inleiding

PROGRAMMA SPECIALISTISCHE OPLEIDING TOT KLINISCH NEUROPSYCHOLOOG THEORETISCH ONDERWIJS. Algemene inleiding PROGRAMMA SPECIALISTISCHE OPLEIDING TOT KLINISCH NEUROPSYCHOLOOG THEORETISCH ONDERWIJS Algemene inleiding Hanna Swaab September 2012 1 Programma theoretisch onderwijs Specialistische opleiding tot Klinisch

Nadere informatie

PRAKTIJKSTAGE EVALUATIEFORMULIER

PRAKTIJKSTAGE EVALUATIEFORMULIER Ψ Maastricht University Faculty of Psychology and Neuroscience PRAKTIJKSTAGE EVALUATIEFORMULIER Naam student:... ID nummer:... Facultaire begeleider:... Naam stage-instelling:... Adres stage-instelling:...

Nadere informatie

Handelingsgericht diagnosticeren 1

Handelingsgericht diagnosticeren 1 Handelingsgericht diagnosticeren 1 Handelingsgerichte diagnostiek (HGD) is een kwaliteitskader met een geheel van uitgangspunten en fasen. Pameijer en van Beukering vullen het in met relevante inzichten

Nadere informatie

Quick scan Ambulant begeleid wonen. Rapport naar aanleiding van het onderzoek van de Inspectie jeugdzorg bij Kompaan

Quick scan Ambulant begeleid wonen. Rapport naar aanleiding van het onderzoek van de Inspectie jeugdzorg bij Kompaan Quick scan Ambulant begeleid wonen Rapport naar aanleiding van het onderzoek van de Inspectie jeugdzorg bij Kompaan Inspectie jeugdzorg September 2006 Inleiding De Inspectie jeugdzorg wil een inschatting

Nadere informatie

BRAIN STRUCTURE AND FUNCTION IN CHILDREN BORN SMALL FOR GESTATIONAL AGE. Henrica Martina Antoinette de Bie

BRAIN STRUCTURE AND FUNCTION IN CHILDREN BORN SMALL FOR GESTATIONAL AGE. Henrica Martina Antoinette de Bie BRAIN STRUCTURE AND FUNCTION IN CHILDREN BORN SMALL FOR GESTATIONAL AGE Henrica Martina Antoinette de Bie Cover MP van den Heuvel, Josephine & Steven Ang This project was supported by an educational grant

Nadere informatie

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk

De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk De CBP: Competentie Beoordeling Praktijk Op de HBOV van de Hogeschool Leiden wordt sinds het studiejaar 2013-2014 gewerkt met CBP s, Competentie Beoordelingen in de Praktijk. Gedachte hierachter is, dat

Nadere informatie

Juni 2012 Roeland van Geuns Nadja Jungmann. Naar efficiënter werken met klantprofielen

Juni 2012 Roeland van Geuns Nadja Jungmann. Naar efficiënter werken met klantprofielen Juni 2012 Roeland van Geuns Nadja Jungmann Naar efficiënter werken met klantprofielen Achtergrond Uitvoering schuldhulpverlening in transitie Loslaten beleidsdoel iedereen schulden vrij Bezuinigingen Toename

Nadere informatie

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige Eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care kinderverpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Transnational Forces and Corporate Governance Regulation in Postsocialist Europe

Transnational Forces and Corporate Governance Regulation in Postsocialist Europe Transnational Forces and Corporate Governance Regulation in Postsocialist Europe reading committee: prof. dr. B. Greskovits dr. O.H Holman prof. dr. J.E. Keman dr. S. Shields prof. dr. R. Van Tulder Arjan

Nadere informatie

Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening

Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening Helen I. de Graaf-Waar Herma T. Speksnijder Methodiek en systematiek voor de verpleegkundige beroepsuitoefening Houten 2014 Helen I.

Nadere informatie

Samenvatting. Welk type zorg is PDL?

Samenvatting. Welk type zorg is PDL? Samenvatting In dit proefschrift is de zorgverlening volgens Passiviteiten Dagelijks Leven (PDL) beschreven. PDL wordt in toenemende mate toegepast in de Nederlandse en Vlaamse ouderenzorg en men ervaart

Nadere informatie

Integrale lichaamsmassage

Integrale lichaamsmassage Integrale lichaamsmassage Eindtermen theorie: - De therapeut heeft kennis van anatomie/fysiologie en pathologie m.b.t. Integrale lichaamsmassage; - De therapeut is zich ervan bewust dat een massage behandeling

Nadere informatie

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties?

WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? LOGO-congres 15 juni 2012 Onderwijsvernieuwing met Ambitie en Passie WORKSHOP: Wat zijn uw eigen competenties? Theo Bouman & Valerie Hoogendoorn Opleidingsinstituut PPO Groningen 1 Doel Feeling te krijgen

Nadere informatie

TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT

TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT TRAJECT WELZIJN_METHODIEK VAN BEGELEIDEN_9789006815597_INHOUD_KORT Thema 1 Methodisch handelen 1 Methodisch handelen: wat is het? 1.1 Kenmerken 1.2 Stappenplan 2 Voor wie? 2.1 Doelgroep 2.2 Functionele

Nadere informatie

De hybride vraag van de opdrachtgever

De hybride vraag van de opdrachtgever De hybride vraag van de opdrachtgever Een onderzoek naar flexibele verdeling van ontwerptaken en -aansprakelijkheid in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis ing. W.A.I.

Nadere informatie

Individuele creatieve therapie als onderdeel van de oncologische revalidatie

Individuele creatieve therapie als onderdeel van de oncologische revalidatie Individuele creatieve therapie als onderdeel van de oncologische revalidatie Eveline Bleiker Minisymposium Oncologische Creatieve therapie in ontwikkeling 26 mei 2015 Achtergrond Even voorstellen Creatieve

Nadere informatie

Beoordelen in het HBO

Beoordelen in het HBO Beoordelen in het HBO Eef Nijhuis Saxion Joke van der Meer HAN RIZO 12 maart 2013 Competentiegericht leren Competenties bepalen de inhoud van leren en toetsen Leren en beoordeling zijn gericht op effectief

Nadere informatie

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen Eindtermen educatief project Korstmossen, snuffelpalen van ons milieu 2 de en 3 de graad SO Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen I. Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum Educatief),

Nadere informatie

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z Samen doen Zorgvisie Zorg- en dienstverlening van A tot Z Wat en hoe? 3 W Samen met de cliënt bepalen we wát we gaan doen en hóe we het gaan doen. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen op diverse

Nadere informatie

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling.

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Rapport Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Auteurs: F.J.M. van Leerdam 1 K. Kooijman 2 F. Öry 1 M. Landweer 3 1: TNO Preventie en Gezondheid Postbus

Nadere informatie

Medewerker onderwijsontwikkeling

Medewerker onderwijsontwikkeling Medewerker onderwijsontwikkeling Doel Ontwikkelen van en adviseren over het onderwijsbeleid en ondersteunen bij de implementatie en toepassing ervan, uitgaande van de geformuleerde strategie van de instelling/faculteit

Nadere informatie

WORKSHOP: Competentiegericht opleiden

WORKSHOP: Competentiegericht opleiden Praktijkopleidersmiddag 15 november 2012 RINO Groep WORKSHOP: Competentiegericht opleiden Prof. dr. Theo K. Bouman & Drs. Valerie A. Hoogendoorn Hoofdopleider GZ & Praktijkcoördinator Opleidingsinstituut

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011 Gedragscode Persoonlijk Onderzoek 21 december 2011 Inleiding Verzekeraars leggen gegevens vast die nodig zijn voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en die van belang zijn voor het nakomen van

Nadere informatie

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V.

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. De SYSQA dienst auditing Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 8 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3

Nadere informatie

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant

Landelijk Opleidingscompetentieprofiel. Master Physician Assistant Landelijk Opleidingscompetentieprofiel Master Physician Assistant Dit Landelijk Opleidingscompetentieprofiel van de Physician Assistant is tot stand gekomen door samenwerking tussen de 5 PA opleidingen

Nadere informatie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie Interventie: Families First Deelcommissie: 1 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 11 april 2014 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie De commissie

Nadere informatie

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen;

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen; Henk MassinkRubrics Ontwerpen 2012-2013 Master Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam Beoordeeld door Hanneke Koopmans en Freddy Veltman-van Vugt. Cijfer: 5.8 Uit je uitwerking blijkt dat je je zeker

Nadere informatie

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010)

Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) AH 740 2010Z13219 Antwoord van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 december 2010) 1 Bent u bekend met nieuw onderzoek van Michigan State University

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Jaarlijks doen vele jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking In Nederland een beroep op de hulpverlening. Een aanmerkelijk aantal van hen krijgt deze hulp van een LVG-instituut.

Nadere informatie

Woord vooraf Opbouw van deze studie

Woord vooraf Opbouw van deze studie Woord vooraf Opbouw van deze studie XIII XVI DEEL I: PROBLEEMSTELLING 1 HOOFDSTUK I ONTWIKKELING EN STAGNATIE IN DE PSYCHIATRIE 2 Inleiding 2 1. 1 Psychiatrie en geestelijke gezondheidszorg - stand van

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19116 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19116 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19116 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Dartel, Hans van Title: Naar een handelingsgericht ethiekbeleid voor zorgorganisaties

Nadere informatie

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker

Nadere informatie

Competentieprofiel van de genetisch consulent

Competentieprofiel van de genetisch consulent Competentieprofiel van de genetisch consulent De genetisch consulent is werkzaam binnen het specialisme klinische genetica. Het specialisme klinische genetica is gericht op zorgvragen van patiënten/ adviesvragers

Nadere informatie

Competentie-invullingsmatrix

Competentie-invullingsmatrix Competentie-invullingsmatrix masterprf afstudeerrichtingsopleidingsonderdelen Master of Science in de psychologie onderwijs Academiejaar 2016-2017 Legende: W=didactische werkvormen E=evaluatievormen H000079

Nadere informatie

Postmaster opleiding systeemtherapeut

Postmaster opleiding systeemtherapeut Postmaster opleiding systeemtherapeut mensenkennis In de context met cliënten, gezinnen en kinderen was dit leerzaam en direct bruikbaar in mijn werk. evaluatie deelnemer Postmaster opleiding systeemtherapeut

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Voorwoord... iii Verantwoording... v Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...

Nadere informatie

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn De toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn bevat vier praktische instrumenten om samen met cliënten te werken aan verbetering of vernieuwing van diensten

Nadere informatie

Samenvatting. Gezin Centraal

Samenvatting. Gezin Centraal Samenvatting Gezin Centraal Gezin Centraal is een experimenteel hulpverleningsprogramma dat zich richt op kinderen (6 14 jaar) met ernstige psychosociale problemen en hun gezinnen. Het programma maakt

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch

Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch Post-hbo opleiding cognitief gedragstherapeutisch werker Volwassenen en ouderen mensenkennis Van onze klinisch psycholoog heb ik een groep cliënten overgenomen, bij wie ik de instrumenten uit de opleiding

Nadere informatie

Overview. Zorgsector. Microsoft Dynamics NAV. 2006 dvision Automatiseringsbureau.

Overview. Zorgsector. Microsoft Dynamics NAV. 2006 dvision Automatiseringsbureau. Microsoft Dynamics NAV Overview 2006 dvision Automatiseringsbureau. All Rights Reserved. No part of this document may be photocopied, reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form

Nadere informatie

Belgische Federatie van Psychologen. Consensusnota klinische psychologie. 1. Inleiding. 2. Definitie van de klinische psychologie

Belgische Federatie van Psychologen. Consensusnota klinische psychologie. 1. Inleiding. 2. Definitie van de klinische psychologie Belgische Federatie van Psychologen 26 juni 2002 Consensusnota klinische psychologie 26 juni 2002 Consensusnota van de Belgische klinische psychologen betreffende de uitoefening van de klinische psychologie,

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Palliatieve Terminale zorg training voor beroepsbeoefenaren binnen de psychiatrie

Palliatieve Terminale zorg training voor beroepsbeoefenaren binnen de psychiatrie Deelnemer 1 Colofoon Deze training is vanuit een subsidie van het innovatiefonds voor zorgverzekeraars door de projectgroep palliatieve terminale zorg ontwikkeld binnen Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek

Patiënteninformatie. Medische Psychologie. Informatie over neuropsychologisch onderzoek Patiënteninformatie Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek Medische Psychologie Informatie over neuropsychologisch onderzoek U bent door een specialist van het ziekenhuis verwezen

Nadere informatie

Opleidingsprogramma het keukentafelgesprek

Opleidingsprogramma het keukentafelgesprek Kennis van de Overheid Opleidingsprogramma het keukentafelgesprek Zorg voor Zorgen dat! Leren gekanteld werken Het werk van de professional in de frontlinie van zorg en welzijn verandert ingrijpend. Niet

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleiding.

Hoofdstuk 1. Inleiding. 159 Hoofdstuk 1. Inleiding. Huisartsen beschouwen palliatieve zorg, hoewel het maar een klein deel van hun werk is, als een belangrijke taak. Veel ongeneeslijk zieke patiënten zijn het grootse deel van

Nadere informatie

De HGW-bril toegepast in de cel leerlingenbegeleiding

De HGW-bril toegepast in de cel leerlingenbegeleiding De HGW-bril toegepast in de cel woensdag 20 februari 2013 Kris Loobuyck 1 2 3 VVKSO 1 Uitgangspunten van HGW 4 HGW biedt kansen! 5 We zijn gericht op het geven van haalbare en bruikbare adviezen. We werken

Nadere informatie

Hart voor je patiënt, goed in je vak, trots op je werk

Hart voor je patiënt, goed in je vak, trots op je werk Visie Verpleging & Verzorging VUmc 2015 Preventie Zorg plannen Pro-actief State-of-the-art zorg Samen Zorg uitvoeren Gezamenlijk verant wo or de lijk Screening & diagnostiek Efficiënt Zinvolle ontmoeting

Nadere informatie

(Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten

(Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten (Dag) Behandeling (licht) verstandelijk beperkten Omschrijving voorzieningen Ons kenmerk: Datum: Oktober 2015 Contactpersoon: Contractbeheer E-mail: contractbeheer@regiogenv.nl INHOUD 1 34118 Behandeling

Nadere informatie

Samen met de kinderartsen

Samen met de kinderartsen Samen met de kinderartsen L.H.M. Berg, kinder- en jeugdpsychiater GGNet Jeugd Indeling Visie beroepsvereniging (NVvP) op plaatsbepaling van psychiatrie Aanvulling afdeling Kinder en Jeugd Casus 5-jarige

Nadere informatie

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN!

Inspectie van het Onderwijs en ZIEN! Inspectie van het Onderwijs en ZIEN! Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs November 2009 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys De (meer)waarde van het expertsysteem ZIEN! Argumentatie

Nadere informatie

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda DOORDRINGEN of Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting DOORDRINKEN Jos Kuppens Henk Ferwerda In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Hoofdstuk 1 vormt de algemene inleiding van het proefschrift. In dit hoofdstuk beschrijven wij de achtergronden, het doel, de relevantie en de context van het onderzoek, en de

Nadere informatie

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen)

Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen) Vaardighedentoets (Portfolio) gezondheidszorgpsycholoog behandeling en evaluatie (volwassenen en ouderen) Doelstelling De volgende twee Kerncompetenties en vaardigheden in de Regeling periodieke registratie

Nadere informatie

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. ter Haar Samenvatting In dit proefschrift is de aard en het

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie

PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE 2015-2016. Modeltraject eerste jaar Semester 1 WWW.AP.BE OPLEIDINGSONDERDELEN 2015/2016

PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE 2015-2016. Modeltraject eerste jaar Semester 1 WWW.AP.BE OPLEIDINGSONDERDELEN 2015/2016 PROFESSIONELE BACHELOR ERGOTHERAPIE 2015-2016 Modeltraject eerste jaar Semester 1 Professioneel redeneren 1 6 ECTS Je zal de geschiedenis en de specifieke plaats van ergotherapie binnen de organisatie

Nadere informatie

TRAINING EN TOETSING BINNEN DE OPLEIDING. Professioneel Handelen

TRAINING EN TOETSING BINNEN DE OPLEIDING. Professioneel Handelen TRAINING EN TOETSING BINNEN DE OPLEIDING 1 LEERRESULTATEN EN COMPETENTIES Doelstellingen competenties Structuur en éénduidigheid Uniformiteit in formulering 2 LEERRESULTATEN EN COMPETENTIES Generieke competenties

Nadere informatie

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Mei 2014 Aanleiding Het CVZ beschrijft in het Rapport geneeskundige GGZ deel 2 de begrenzing

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie

Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie Kwantitatief en kwalitatief onderzoek voor toegepaste psychologie Laurens Ekkel Tweede druk Boom Lemma uitgevers Amsterdam 2015 Voorwoord

Nadere informatie

MEDINELLO POLIKLINISCHE REVALIDATIE ZORG

MEDINELLO POLIKLINISCHE REVALIDATIE ZORG MEDINELLO POLIKLINISCHE REVALIDATIE ZORG Medinello is een nieuw ZBC, een zelfstandig behandelcentrum, voor poliklinische revalidatie in Amersfoort. Een multidisciplinair team behandelt hier cliënten met

Nadere informatie

Bijlage Programma van Eisen

Bijlage Programma van Eisen Bijlage Programma van Eisen Functie: Jeugdzorgplus voor Zeer Intensieve Kortdurende Observatie en Stabilisatie Toegangscriteria 1. Karakteristieken van het kind: De algemene karakteristieken van de cliënten

Nadere informatie

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied intensive

Nadere informatie

Samenvatting Het draait om het kind

Samenvatting Het draait om het kind Samenvatting Het draait om het kind Visie op monitoring in de opvoedingsvariant van pleegzorg Inleiding Aangezien de pleegzorg een onvoldoende geobjectiveerd overzicht heeft van hoe het met de jeugdige

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Klinisch redeneren doen we in feite al heel lang. VUmc Amstel Academie heeft hiervoor een systematiek ontwikkeld, klinisch redeneren in 6 stappen, om gedetailleerd

Nadere informatie

Fase A. Jij de Baas. Gids voor de Starter. 2012 Stichting Entreprenasium. Versie 1.2: november 2012

Fase A. Jij de Baas. Gids voor de Starter. 2012 Stichting Entreprenasium. Versie 1.2: november 2012 N W O Fase A Z Jij de Baas Gids voor de Starter Versie 1.2: november 2012 2012 Stichting Entreprenasium Inleiding 2 School De school Inleiding 2 Doelen 3 Middelen 4 Invoering 5 Uitvoering 6 Jij de Baas:

Nadere informatie

Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen. Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek

Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen. Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek Tijdschema Inleiding Anje (15 minuten) Praktijk casus Anja (10

Nadere informatie

Psychodiagnostisch onderzoek voor kinderen en jeugdigen jonger dan 16 jaar. Informatie voor jeugdigen (12-16 jaar)

Psychodiagnostisch onderzoek voor kinderen en jeugdigen jonger dan 16 jaar. Informatie voor jeugdigen (12-16 jaar) Psychodiagnostisch onderzoek voor kinderen en jeugdigen jonger dan 16 jaar Informatie voor jeugdigen (12-16 jaar) Psychodiagnostisch onderzoek bij kinderen en jeugdigen jonger dan 16 jaar Informatie voor

Nadere informatie

Basiscursus cognitieve gedragstherapie

Basiscursus cognitieve gedragstherapie mensenkennis Ik kan mijn werk meer structuur, overzicht en effectiviteit geven met de inhoud die tijdens de opleiding is aangereikt. Basiscursus cognitieve gedragstherapie Basiscursus cognitieve gedragstherapie

Nadere informatie

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot spoedeisende hulp verpleegkundige

Eindtermen voor de vervolgopleiding tot spoedeisende hulp verpleegkundige Eindtermen voor de vervolgopleiding tot spoedeisende hulp verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot spoedeisende hulp verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied

Nadere informatie

Methodisch handelen & Klinisch redeneren

Methodisch handelen & Klinisch redeneren Methodisch handelen & Klinisch redeneren Methodisch handelen & Doel: Begripsverheldering Kennismaken en oefenen met de methodiek en systematiek van klinisch redeneren aan de hand van casuïstiek Nieuwe

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 13. Leeswijzer en website 23. Deel 1. Het diagnostisch proces. Inleiding deel I 33

Inhoudsopgave. Inleiding 13. Leeswijzer en website 23. Deel 1. Het diagnostisch proces. Inleiding deel I 33 Inhoudsopgave Inleiding 13 Leeswijzer en website 23 Deel 1 Het diagnostisch proces Inleiding deel I 33 1 Het diagnostisch proces in perspectief 35 1.1 De klinische cyclus 35 1.2 Het diagnostisch proces

Nadere informatie

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren. Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende

Nadere informatie

HOGAN DEVELOPMENT SURVEY OVERZICHT

HOGAN DEVELOPMENT SURVEY OVERZICHT HOGAN DEVELOPMENT SURVEY OVERZICHT INTRODUCTIE De Hogan Development Survey () identificeert persoonlijkheidsgerelateerde prestatierisico s en zogenoemde derailers van interpersoonlijk gedrag. Deze derailers

Nadere informatie