Ministerie van Defensie nr. P/ d.d. 9 januari 1997, bijlage 1 Ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997, bijlage 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ministerie van Defensie nr. P/96006368 d.d. 9 januari 1997, bijlage 1 Ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997, bijlage 1"

Transcriptie

1 Ministerie van Defensie nr. P/ d.d. 9 januari 1997, bijlage 1 Ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997, bijlage 1 In de begeleidingscommissie te benoemen: - Namens het ministerie van Binnenlandse Zaken: De Directeur Politie van het Directoraat Generaal Openbare Orde en Veiligheid. Het Plaatsvervangend Hoofd van de afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid van de Directie Politie - Namens het ministerie van Defensie: De Directeur Plannen en Beleidsontwikkeling van het Directoraat Generaal Personeel. De Sous-chef Personeelszaken Centrale Dienst Personeel en Organisatie van de Koninklijke landmacht. - Namens de Korpsbeheerders: De Portefeuillehouder Arbeidsvoorwaardenbeleid De Coördinator Politieorganisatie en Bedrijfsvoering van het Nederlands Politie Instituut - Namens het Landelijk Selectie en Opleidingsinstituut (LSOP): Een lid van de Bestuursraad LSOP De eerstgenoemde vertegenwoordigers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie zijn gezamenlijk belast met het voorzitterschap. De voorzitters dragen zorg voor secretariële ondersteuning. De vertegenwoordigingen in de begeleidingscommissie zijn gerechtigd personele unies aan te gaan. Ook is het de vertegenwoordigingen toegestaan zich in vergaderingen te laten bijstaan door deskundigen of door bij; het project betrokken ambtenaren. De vergaderfrequentie van de begeleidingscommissie wordt gesteld op tenminste eenmaal per kwartaal.

2 Bijlage 1 bij de overeenkomst met betrekking tot de overgang van defensiepersoneel neer de politie; ministerie van Defensie nr. P/ en ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997 De minister van binnenlandse zaken en de staatssecretaris van defensie Overwegende dat in de komende jaren in verband met herstructurering en reductie van de defensieorganisatie relatief grote aantallen defensiepersoneel moeten afvloeien; dat de regering voornemens is personeelsuitbreidingen bij; de politie te realiseren; dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie in nauw overleg en samenwerking met de korpsbeheerders een inspanning zullen leveren om overtollig defensiepersoneel, na gebleken geschiktheid, bij de politiekorpsen te plaatsen; het gestelde in het plan van aanpak van het ministerie van Defensie (nr. PPB3136/ ) d.d. 28 mei 1996 en het projectplan nr. P/ d.d. 9 januari 1997 en de overeenkomst waarvan deze beschikking deel uitmaakt. dat de voortgang daarvan regelmatig dient te worden getoetst. Besluiten Een begeleidingscommissie in te stellen met de volgende taken: het toetsen en coördineren op hoofdlijnen van de aangegane inspanningsverplichting aan de hand van het bovengenoemde plan van aanpak, het bovengenoemde projectplan, de bovengenoemde overeenkomst en op basis daarvan binnen de begeleidingscommissie overeen te komen spelregels; het toetsen en signaleren van eventuele knelpunten bij; de uitvoering van het wervings- en selectieproces, het opleidingsproces en het plaatsingsproces; het periodiek doen concretiseren van het aanbod van defensiepersoneel; het zo mogelijk verbreden van het vacatureaanbod van de politiekorpsen naar het ministerie van Defensie;

3 Ministerie van Defensie nr. P/ d.d. 9 januari 1997 Ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997 OVEREENKOMST MET BETREKKING TOT DE OVERGANG VAN DEFENSIEPERSONEEL NAAR DE POLITIE De minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Defensie Overwegende, dat de regering voornemens is personeelsuitbreidingen bij de politie te realiseren; dat in verband met herstructurering en reductie van de defensieorganisatie relatief grote aantallen defensiepersoneel moeten afvloeien Verklaren te zijn overeengekomen, dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie zich gezamenlijk zullen inspannen om gedurende drie jaren, ingaande 1997, per jaar circa honderd overtollige defensiepersoneelsleden, na gebleken geschiktheid, bij de politiekorpsen te plaatsen; In het bijzonder door: het uitvoeren van een project 'Overgang defensiepersoneel naar de politie': betrekking hebbende op de georganiseerde overgang van overtollige onderofficieren Beroeps Onbepaalde Tijd (BOT) in het leeftijdssegment circa 25 tot circa 35 jaar naar executieve functies bij de politiekorpsen; ter aanvulling (complementerend) daarop de overgang van ad hoc van overtollige militairen (BOT) en overtollig burgerpersoneel in vaste dienst bij het ministerie van Defensie naar andere functies binnen de politiekorpsen te stimuleren en ondersteunen; dat hiertoe een begeleidingscommissie wordt ingesteld, zoals aangegeven in bijlage 1 bij deze overeenkomst; dat voor de uitvoering van het project de volgende nadere afspraken gelden: Algemeen 1 In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. militair; een als overtollig aan te merken militair BOT, b. politieambtenaar; de als politieambtenaar in de zin van artikel 3, eerste lid onderdeel a. van de Politiewet 1993, in de rang van agent

4 Selectie 4 De selectie van de militair vindt plaats volgens de daarvoor geldende normen onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Selectie Centrum Politie (LSCP) en het politiekorps waarbij de militair is voorgedragen. 5 De kosten van de selectie, ten hoogste ten bedrage van de in circulaire EA96/U3092 d.d. 31 oktober 1996 van het ministerie van Binnenlandse Zaken vermelde kosten (prijspeil 1996), komen ten laste van het ministerie van Defensie. Deze kosten zullen op basis van verrichtingen worden vergoed aan het LSCP. Opleiding 6. De militair blijft gedurende de opleiding in dienst van defensie. 7. De militair wordt, nadat hij voor een functie als agent bij een politiekorps is geselecteerd, in een ten behoeve van het project onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie te ontwikkelen en te verzorgen opleiding geplaatst. De uitgangspunten van deze opleiding zijn verwoord in bijlage 3 van het tussen partijen overeengekomen projectplan d.d. 9 januari 1997 (brief LSOP AG/DW/GUIB/u d.d. 27 november 1996). De eindtermen gekoppeld aan deze opleiding zijn gelijk aan de eindtermen zoals die gelden voor de reguliere basisopleiding. 8. Het ministerie van Defensie draagt er zorg voor dat de geselecteerde militairen voor aanvang van de opleiding door het LSOP het overeengekomen vereiste instroomniveau van de opleiding hebben bereikt. 9. Het ministerie van Binnenlandse Zaken draagt in samenwerking met het ministerie van Justitie er zorg voor dat de militair in opleiding bij het LSOP gedurende de aan de opleiding verbonden stageperioden buitengewone opsporingsbevoegdheid wordt verleend. Aanstelling 10. Na voltooiing van de opleiding stelt het politiekorps waardoor de militair was geselecteerd de militair aan als politieambtenaar. 11. Gelijktijdig met de aanstelling als politieambtenaar verleent het ministerie van Defensie de militair overtolligheidsontslag volgens artikel-39 tweede lid onder d. van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement. 12. Het ministerie van Defensie vergoedt per aanstelling van een militair als politieambtenaar het ministerie van Binnenlandse Zaken een onderling overeengekomen tegemoetkoming in de opleidings- en overige kosten ten bedrage van fl , Het ministerie van Binnenlandse Zaken stelt een deel van het onder 12. hiervoor vermelde bedrag ter beschikking van het politiekorps dat de militair heeft aangesteld, conform het hieromtrent gestelde in

5 Aldus opgemaakt in tweevoud op 9 januari 1997,

6 Ministerie van Defensie nr. P/ d.d. 9 januari 1997, bijlage 1 Ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997, bijlage 1 In de begeleidingscommissie te benoemen: - Namens het ministerie van Binnenlandse Zaken: De Directeur Politie van het Directoraat Generaal Openbare Orde en Veiligheid. Het Plaatsvervangend Hoofd van de afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid van de Directie Politie - Namens het ministerie van Defensie: De Directeur Plannen en Beleidsontwikkeling van het Directoraat Generaal Personeel. De Sous-chef Personeelszaken Centrale Dienst Personeel en Organisatie van de Koninklijke landmacht. - Namens de Korpsbeheerders: De Portefeuiliehouder Arbeidsvoorwaardenbeleid De Coördinator Politieorganisatie en Bedrijfsvoering van het Nederlands Politie Instituut - Namens het Landelijk Selectie en Opleidingsinstituut (LSOP): Een lid van de Bestuursraad LSOP De eerstgenoemde vertegenwoordigers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie zijn gezamenlijk belast met het voorzitterschap. De voorzitters dragen zorg voor secretariële ondersteuning. De vertegenwoordigingen in de begeleidingscommissie zijn gerechtigd personele unies aan te geen. Ook is het de vertegenwoordigingen toegestaan zich in vergaderingen te laten bijstaan door deskundigen of door bij het project betrokken ambtenaren. De vergaderfrequentie van de begeleidingscommissie wordt gesteld op tenminste eenmaal per kwartaal.

7 Bijlage 1 bij de overeenkomst met betrekking tot de overgang van defensiepersoneel neer de politie; ministerie van Defensie nr. P/ en ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997 De minister van binnenlandse zaken en de staatssecretaris van defensie Overwegende dat in de komende jaren in verband met herstructurering en reductie van de defensieorganisatie relatief grote aantallen defensiepersoneel moeten afvloeien; dat de regering voornemens is personeelsuitbreidingen bij de politie te realiseren; dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie in nauw overleg en samenwerking met de korpsbeheerders een inspanning zullen leveren om overtollig defensiepersoneel, na gebleken geschiktheid, bij de politiekorpsen te plaatsen; het gestelde in het plan van aanpak van het ministerie van Defensie (nr. PPB3136/ ) d.d. 28 mei 1996 en het projectplan nr. P/ d.d. 9 januari 1997 en de overeenkomst waarvan deze beschikking deel uitmaakt. dat de voortgang daarvan regelmatig dient te worden getoetst. Besluiten Een begeleidingscommissie in te stellen met de volgende taken: het toetsen en coördineren op hoofdlijnen van de aangegane inspanningsverplichting aan de hand van het bovengenoemde plan van aanpak, het bovengenoemde projectplan, de bovengenoemde overeenkomst en op basis daarvan binnen de begeleidingscommissie overeen te komen spelregels; het toetsen en signaleren van eventuele knelpunten bij de uitvoering van het wervings- en selectieproces, het opleidingsproces en het plaatsingsproces; het periodiek doen concretiseren van het aanbod van defensiepersoneel; het zo mogelijk verbreden van het vacatureaanbod van de politiekorpsen neer het ministerie van Defensie;

8 Ministerie van Defensie nr. P/ d.d. 9 januari 1997 Ministerie van Binnenlandse Zaken nr. EA97/U80 d.d. 9 januari 1997 OVEREENKOMST MET BETREKKING TOT DE OVERGANG VAN DEFENSIEPERSONEEL NAAR DE POLITIE. De minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Defensie, Overwegende, dat de regering voornemens is personeelsuitbreidingen bij de politie te realiseren; dat in verband met herstructurering en reductie van de defensieorganisatie relatief grote aantallen defensiepersoneel moeten afvloeien. Verklaren te zijn overeengekomen, dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Defensie zich gezamenlijk zullen inspannen om gedurende drie jaren, ingaande 1997, per jaar circa honderd overtollige defensiepersoneelsleden, na gebleken geschiktheid', bij de politiekorpsen te plaatsen; In het bijzonder door: het uitvoeren van een project 'Overgang defensiepersoneel naar de politie': betrekking hebbende op de georganiseerde overgang van overtollige onderofficieren Beroeps Onbepaalde Tijd (BOT) in het leeftijdssegment circa 25 tot circa 35 jaar naar executieve functies bij de politiekorpsen; ter aanvulling (complementerend) daarop de overgang ad hoc van overtollige militairen (BOT) en overtollig burgerpersoneel in vaste dienst bij het ministerie van Defensie naar andere functies binnen de politiekorpsen te stimuleren en ondersteunen; dat hiertoe een begeleidingscommissie wordt ingesteld, zoals aangegeven in bijlage 1 bij deze overeenkomst; dat voor de uitvoering van het project de volgende nadere afspraken gelden: Algemeen 1. In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. militair: een als overtollig aan te merken militair BOT b. politieambtenaar: de als politieambtenaar in de zin van artikel 3, eerste lid onderdeel a. van de Politiewet 1993, in de rang van agent

9 Selectie 4. De selectie van de militair vindt plaats volgens de daarvoor geldende normen onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Selectie Centrum Politie (LSCP) en het politiekorps waarbij de militair is voorgedragen. 5. De kosten van de selectie, ten hoogste ten bedrage van de in circulaire EA96/U3092 d.d 31 oktober 1996 van het ministerie van Binnenlandse Zaken vermelde kosten (prijspeil 1996), komen ten laste van het ministerie van Defensie. Deze kosten zullen op basis van verrichtingen worden vergoed aan het LSCP. Opleiding 6. De militair blijft gedurende de opleiding in dienst van defensie. 7. De militair wordt, nadat hij voor een functie als agent bij een politiekorps is geselecteerd, in een ten behoeve van het project onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie te ontwikkelen en te verzorgen opleiding geplaatst. De uitgangspunten van deze opleiding zijn verwoord in bijlage 3 van het tussen partijen overeengekomen projectplan d.d. 9 januari 1997 (brief LSOP AG/DW/GUIB/u d.d. 27 november 1996). De eindtermen gekoppeld aan deze opleiding zijn gelijk aan de eindtermen zoals die gelden voor de reguliere basisopleiding. 8. Het ministerie van Defensie draagt er zorg voor dat de geselecteerde militairen voor aanvang van de opleiding door het LSOP het overeengekomen vereiste instroomniveau van de opleiding hebben bereikt. 9. Het ministerie van Binnenlandse Zaken draagt in samenwerking met het ministerie van Justitie er zorg voor dat de militair in opleiding bij het LSOP gedurende de aan de opleiding verbonden stageperioden buitengewone opsporingsbevoegdheid wordt verleend. Aanstelling 10. Na voltooiing van de opleiding stelt het politiekorps waardoor de militair was geselecteerd de militair aan als politieambtenaar. 11. Gelijktijdig met de aanstelling als politieambtenaar verleent het ministerie van Defensie de militair overtolligheidsontslag volgens artikel 39 tweede lid onder d. van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement. 12. Het ministerie van Defensie vergoedt per aanstelling van een militair als politieambtenaar het ministerie van Binnenlandse Zaken een onderling overeengekomen tegemoetkoming in de opleidings- en overige kosten ten bedrage van fl , Het ministerie van Binnenlandse Zaken stelt een deel van het onder 12. hiervoor vermelde bedrag ter beschikking van het politiekorps dat de militair heeft aangesteld, conform het hieromtrent gestelde in

10 Aldus opgemaakt in tweevoud op 9 januari 1997,

11

12 Afdeling Arbeidsvoorwaarden BELEID/DAVB Kalvermarkt CB 's-gravenhage Postbus ES ' 's-gravenhage Telefoon Telex MVD/GV/NL Aan: de leden van de sectorcommissie Defensie Uw brief Uw kenmerk Ons nummer Datum PAV7053/ augustus 1993 Onderwerp Sociaal beleidskader Defensie Hierbij ontvangt u ter informatie een exemplaar van de tekst van het sociaal beleidskader Defensie (SBK) en de aanwijzingen ter zake, waarin de aanvullingen zijn verwerkt waarover met de CCGOM en de BCBPDef op 5 respectievelijk 7 juli jl. overeenstemming is bereikt. Ik merk nog op dat van de tekst van het SBK zoals die thans luidt, de (werkgelegenheidstoets in het kader van de) uitstroombevorderende maatregel (UBM) geen deel uit maakt. Daarover wordt u separaat geïnformeerd. Bijlagen Inlichtingen bij Doorkiesnummer BR07.044/AVB/AVB Verzoeke bij beantwoording datum, nummer en onderwerp te vermelden.

13 (N. B. met de centrales van overheidspersoneel is op 5 juli 1993 overeenstemming bereikt over enkele aanvullingen op de tekst van het sociaal beleidskader zoals dat sinds 1 november 1991 van kracht is. In onderstaande tekst zijn de aanvullingen opgenomen en in de tekst gemarkeerd middels een kantlijn in de marge). Algemeen. Het sociaal beleidskader strekt ertoe om bij de reductie- operaties gedwongen ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen. Of als uiterste consequentie personeel desondanks onvrijwillig ontslag moet worden verleend, hangt af van de mogelijkheden om voor betrokkene een plaats in de organisatie te vinden. Het instrumentarium in het SBK is voor het burger- en militair personeel zoveel mogelijk gelijk, met inachtneming van de afwijkingen die voortkomen uit de verschillende structuur van de rechtspositie. Hieronder volgt een opsomming ven de daartoe te hanteren instrumenten met een beknopte uitwerking voor respectievelijk het burger- en militair personeel. Alle maatregelen uit het sociaal beleidskader zijn beschikbaar voor toepassing. Indien het bevoegd gezag slechts een selectie ui. de beschikbare instrumenten wil hanteren. zal daarover met de Bijzondere Commissie overleg worden gevoerd. Noot: dit sociaal beleidskader is in de plaatst gekomen van het sociaal beleidskader overgangsbeleid (Bijlage bij brief nr. P89/081/5681 d.d. 2 november 1989) en het; sociaal beleidskader voor de afslanking burgerpersoneel (brief ven 13 mei 1987, nr. PB87/1537/2305) het ingang van de datum van in werking treden (1 november 1591) van dit sociaal beleidskader zijn deze komen te vervallen. Het voor de andere reorganisaties in de rijksoverheid geldende sociaal beleidskader is niet van toepassing op de reductieoperaties bij Defensie. Voor diverse reorganisaties bij krijgsmachtdelen die op het moment van inwerkingtreden van het sociaal beleidskader nog niet zijn afgerond, bestaan specifieke sociale plannen en -beleidskaders. Op deze reorganisaties worden de maatregelen toegepast die in dit beleidskader zijn opgenomen, voorzover geen sociaal plan is totstandgekomen of een dergelijk plan nog niet is vertaald in concrete individuele afspraken. De afspraken die op basis van specifieke beleidskaders reeds voor de datum van inwerkingtreding van dit beleidskader met individuele personeelsleden zijn gemaakt worden gerespecteerd, voorzover ze betrekking hebben op die reorganisatie. Gevolgen van een nieuwe reorganisatie en nieuw te maken afspraken vallen onder de werking van die sociaal beleidskader. Het sociaal beleidskader is van kracht voor de deur van de reductieoperatie. Zodra dat nodig is zal - in overleg met de Centrales van overheidspersoneel - worden bezien of een bijstelling van het instrumentarium nodig is. Voor de eerste keer is een dergelijke tussentijdse evaluatie voorzien voor het najaar van Flexibiliteit in de toepassing van het SBK

14 De toepassing van de remplaçantengedachte (het in de plaats treden van) leidt er in zo'n geval toe, dat iemand uit deze groep die zelf niet direct met overtolligheid en ontslag wordt bedreigd, zo hij dat wenst zijn functie kan aanbieden en kan kiezen voor een instrument uit het SBK. Ook hier beslist het management, op basis van afwegingen als kwaliteit, doeltreffendheid en kostendoelmatigheid. Bij de uitvoering van het uitstroombevorderend beleid (zie onderdeel IV) wordt in de uitvoering wel een volgorde aangehouden. Het komt er op neer, dat ontslag gevolgd door aanspraak op wachtgeld, niet wordt verleend voordat de herplaatsingsmogelijkheden zowel binnen als buiten Defensie volledig zijn onderzocht. Instrumentarium. I. FUNCTIETOEWIJZING 1. Voor militair personeel dat in verband met het opheffen van functies beschikbaar komt, zal in de eerste plaats via het reguliere proces van functietoewijzing op basis van het bepaalde in hoofdstuk 4 van het AMAR een andere functie worden gezocht. Voor het militair personeel, waarvoor tijdens dit proces geen functie beschikbaar blijkt, komt een herplaatsingsonderzoek (in engere zin) zoals bedoeld in artikel 4; AMAR aan de orde. Voor het personeel (uiteraard voorzover sprake is van overtolligheid) dat bij inwerkingtreden van het sociaal beleidskader reeds boven de sterkte is geplaatst wordt eveneens een dergelijk herplaatsingsonderzoek gestart, als geen functie beschikbaar is in het reguliere proces van functietoewijzing. Voor burgerpersoneel dat door veranderingen in de organisatie van de diensteenheid in beginsel overtollig wordt zal eveneens op de eerste plaats worden bezien of plaatsing in de nieuwe organisatie al dan niet na om-, her- of bijscholing mogelijk is. Eerst indien en voorzover dit niet tot resultaat leidt koet het onderzoek naar herplaatsing in de zin van art. 116 BARD aan de orde. Personeel dat in het buitenland is geplaatst wordt als in het buitenland geen passende functie kan worden gevonden, teruggeplaatst naar Nederland en daar, indien mogelijk, herplaatst. Een uitzondering geldt voor personeel dat zo langdurig in het buitenland is geplaatst dat in feite de verwachting is ontstaan dat de rest van de loopbaan aldaar zou worden doorgebracht. In overleg met de Bijzondere commissies zal worden vastgesteld welke categorieën personeel dit betreft. Terugplaatsing naar Nederland kan achterwege blijven voor hen die tot een dergelijke categorie behoren als zij na ontslag in het buitenland wensen te blijven en: in aanmerking komen voor 1eeftijdsontslag (pensioen en VUTontslag daaronder begrepen), of: in verband met niet-herplaatsbaarheid in aanmerking komen voor een wachtgeld-vut ontslag of een wachtgeld-vut ontslag, of:

15 Deze faciliteiten zijn: vrije geneeskundige verzorging (echter voor zolang er ter plaatse geneeskundige verzorging van rijkswege - militairgeneeskundig dienst - aanwezig is); de "defensiewoning (waaronder begrepen de voorwaarden die gelden voor het gebruik van de woning); dit eindigt bij het verlaten van de dienst of op het moment dat de woning niet langer tot het Defensie woningenbestand behoort. Na ontslag nemen in alle gevallen de defensiefaciliteiten een einde. II. HERPLAATSING II a. Algemeen. Bij de verkleining. van de Defensie-organisatie wordt een maximale inspanning geleverd om Defensiepersoneel (burger zowel als militair) te herplaatsen; binnen de Defensie-organisatie en, indien de mogelijkheden daartoe ontbreken ook buiten Defensie, bij de rest van de overheid of het bedrijfsleven. Militairen en burgerambtenaren die niet door het eigen krijgsmachtdeel/co kunnen worden herplaatst, worden aangemeld bij de Centrale Herplaatsingscommissie DGP (CHC/DGP). Herplaatsingskandidaten die in het bestand van de CHC/DGP voorkomen worden tevens 'gematcht' met de vacatures die elders binnen de rijksoverheid ontstaan. Hiertoe neemt Defensie deel aan de gemeenschappelijke interdepartementale vacaturebank, beheerd door RPD-advies. Alle departementen zijn verplicht hun vacatures via deze vacaturebank - een on-line geautomatiseerd systeem waarop alle departementen een aansluiting hebben - bekend te stellen. Dit gebeurt zodra er voor de vacature binnen het departement geen geschikte herplaatsingskandidaten zijn, voorafgaand aan externe publicatie. Indien zich in dit kader een vacature voordoet waarop een defensiekandidaat naar het oordeel van de CHC/DGP kan worden geplaatst, wordt de betrokkene door de CHC/DGP via de RPD voorgedragen. In aanvulling hierop geeft de minister van Defensie de overige departementen een volledig beeld van zijn overtollig personeel. Dit overzicht is in globale termen opgesteld (functiecategorieën, opleidingsniveaus, leeftijden) en wordt, naarmate de reorganisatie en reductie voortschrijden, periodiek bijgesteld. De departementen presenteren waar mogelijk hun behoeften aan personeel in dezelfde globale termen. Met name bij de ministeries waar sprake is van het creëren van nieuwe functies (in de zgn. groeisectoren) kunnen op basis van deze overzichten overeenkomsten worden gesloten voor de overgang van overtollig Defensiepersoneel. Ook dan blijft Defensie verantwoordelijk voor het daadwerkelijk voordragen van potentieel geschikte kandidaten voor concrete vacatures. Defensie draagt eventuele kosten voor om-, her- en bijscholing van overtollig personeel dat alleen na een opleiding voldoet aan de eisen van een vacature.

16 II. b. Burgerpersoneel 2. 0p basis van artikel 116, tweede lid BARD kan ontslag ten gevolge van overtolligheid van personeel of ten gevolge van opheffing van de functie niet plaatsvinden dan nadat het na een zorgvuldig onderzoek onmogelijk is gebleken de betrokken ambtenaar te plaatsen in een andere passende functie, die hem gelet op zijn persoon en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen. Het begrip passende functie neemt een centrale plaatst in bij de uitvoering van het op herplaatsing gerichte beleid en wordt zo ruim als binnen de rechtspositionele kaders mogelijk is uitgelegd. Bij de beoordeling van de vraag of een functie passend is, speelt de afweging tussen herplaatsing (voorkoming van ontslag) en de mogelijkheid van ontslag volgens art. 116 BARD een belangrijke rol. Een functie is in beginsel passend wanneer de daaraan verbonden werkzaamheden voor de capaciteiten en ervaring van betrokkene zijn berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van betrokkene kan worden gevergd. Het al dan niet passend zijn van een functie kan aan de bezwarencommissie herplaatsing (regeling herplaatsing en ontslag) ter toetsing worden voorgelegd. Het weigeren van een passende functie leidt direct tot ontslag, zonder aanspraak op wachtgeld. Beperkingen die het onmogelijk maken personeel snel te herplaatsen worden vermeden. Voor de procedures voor herplaatsing blijft de Regeling Herplaatsing en Ontslag (MP , B101-1) van toepassing. Deze regeling is geactualiseerd i.v.m. de reorganisaties van het DGP). Niet in alle gevallen zal plaatsing in de regio mogelijk zijn. Een centrale herplaatsingscommissie zal als centraal arbeidsbureau het tot aanstellen bevoegd gezag adviseren omtrent herplaatsingsmogelijkheden binnen de totale Defensie-organisatie. Daarbij zal eerst herplaatsing wel binnen de regio meer bij een ander krijgsmachtdeel in beschouwing worden genomen. De termijn van het herplaatsingsonderzoek bedraagt inclusief het hanteren van maatregelen als om-, her-, en bijscholing of externe bemiddeling in beginsel maximaal twee jaar. De herplaatsingstermijn vangt aan op het moment dat de functie van betrokkene is vervallen. Aan betrokkene wordt schriftelijk de datum medegedeeld waarop zijn functie is of zal komen te vervallen. Vanaf het moment dat dit aan betrokkene is medegedeeld kunnen reeds de activiteiten in het kader van de herplaatsing aanvangen. Het tijdstip van mededeling dient zo gekozen te worden dat dit voor betrokkene het gunstigste uitgangspunt voor herplaatsing inhoudt; dit tijdstip kan derhalve liggen voor het tijdstip dat de herplaatsingstermijn aanvangt. Betrokkene is gehouden om zijn medewerking te verlenen bij de herplaatsingsinspanning. Indien na een zorgvuldig onderzoek duidelijk blijkt dat het - met toepassing van alle mogelijkheden - niet mogelijk is om voor het betrokken personeelslid een oplossing te vinden, kan binnen de termijn van twee jaar ontslag worden verleend. Indien uit het onderzoek blijkt dat voor betrokkene wel een functie beschikbaar is, echter niet binnen de herplaatsingstermijn van twee jaar wordt geen ontslag als bedoeld in

17 De ambtenaar- behoudt daarbij (bij voldoende functioneren) het vooruitzicht op het maximum van de schaal die hij bekleedt incl. de eventuele uitloopperiodieken i.v.m. de diensttijd. Met gebruikmaking van het bestaande loopbaaninstrumentarium zal de betrokken ambtenaar in zo'n geval bij voorrang in aanmerking worden gebracht voor een beschikbare passende functie waaraan de schaal is verbonden volgens welke de ambtenaar wordt bezoldigd. In zo'n geval is te ambtenaar verplicht de hem aangeboden functie, voorzover deze passend is, zonder enig voorbehoud te accepteren. Het al dan niet gassend zijn van een functie kan ter toetsing aan de bezwarencommissie herplaatsing (regeling herplaatsing en ontslag) worden voorgelegd. Weigering van een passende functie leidt aanstonds tot ontslag, zonder aanspraak op wachtgeld. b. Om- her- en bijscholing: De te herplaatsen ambtenaar kan in de gelegenheid worden gesteld of desnoods verplicht worden tot om-, her- of bijscholing op kosten van defensie. Deze scholing zal in de eerste plaats gericht zijn op het "passend maken" voor een bepaalde vacante of vrijkomende functie, toch kan ook dienen tot verbetering van herplaatsings- en bemiddelingsperspectieven. De duur van een eventueel noodzakelijke dagopleiding mag de termijn voor het herplaatsingsonderzoek van twee jaar in principe niet overschrijden. Het spreekt voorts vanzelf dat met een redelijk rendement van de omscholing rekening gehouden dient te worden. Betrokkene kan in dit verband zelf initiatieven nemen en een voorstel doen. c. Financiële voorzieningen bij herplaatsing: Op grond van het Verplaatsingskostenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (VKB) heeft degene die in verband met een verplaatsing in opdracht is verhuisd, aanspraak op een verhuiskostenvergoeding, bestaande uit transportkosten, een tegemoetkoming. voor eventuele dubbele woonlasten en een tegemoetkoming voor "andere kosten". Om verplaatsingen in verband met inkrimpingen te stimuleren zal de tegemoetkoming voor de "andere kosten" voor degene die een eigen huishouding voert, worden gesteld op f ,= (gedeeltelijk belastbaar). Indien belanghebbende geen eigen huishouding voert, zal in deze situatie een tegemoetkoming van f 7.150,= worden toegekend. Deze bedragen treden in de plaats van de in het KB bij de verhuiskosten geregelde aanspraak op tegemoetkoming in "andere kosten" en zijn ontleend aan de functieverplaatsingstoelage. Voor de ambtenaren voor wie na herplaatsing de afstand tussen de woning en het werk toeneemt zonder dat hij verhuist, zal voor de kosten van het dagelijkse heen en weer reizen in afwijking van de geldende regels een emolumententermijn gelden Van 3 jaar voor diegenen die jonger zijn ten 50 jaar op het moment van verplaatsing en 5 jaar voor diegenen die op het moment van verplaatsing 50 jaar of ouder zijn. Voor beide categorieën

18 II.c. Militair personeel 3. Gelet op het bepaalde in artikel 43, eerste lid van het AMAR moet zorgvuldig worden onderzocht of binnen het eigen krijgsmachtdeel, of, indien dat niet mogelijk blijkt, bij een ander krijgsmachten (in het kader- van de zgn. "horizontale mobiliteit), voor de betrokken militair een mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende functie beschikbaar is. Het begrip passende functie zal zo ruim als binnen de rechtspositionele kaders mogelijk is, worden uitgelegd. De termijn ven het herplaatsingsonderzoek bedraagt inclusief het hanteren van maatregelen als om-, her-, en bijscholing of externe bemiddeling in beginsel maximaal twee jaar. De termijn start op het moment dat de betrokken militair schriftelijk is meegedeeld dat binnen het normale functietoewijzingsproces geen functie voorhanden is; gelet op de verwevenheid met de normale functieroulatie moet daarvoor een moment gekozen worden dat voor betrokkene de meest gunstige uitgangspositie voor herplaatsing inhoudt. Voor boven de sterkte geplaatst personeel (uiteraard voorzover het betreft personeel dat in principe overtollig is; welk personeel het hier betreft zal in de Bijzondere commissies worden besproken) wordt overeenkomstig gehandeld. Indien na een zorgvuldig onderzoek duidelijk blijkt dat het - met toepassing van alle mogelijkheden - niet mogelijk is om voor het betrokken personeelslid een oplossing te vinden, kan binnen de termijn van twee jaar ontslag worden verleend. Indien uit het onderzoek blijkt dat voor betrokkene wel een functie beschikbaar is, echter niet binnen de termijn van twee jaar wordt geen ontslag als bedoeld in art. 43 AMAR verleend. Betrokkene wordt dat schriftelijk meegedeeld. Weigering van een passende functie leidt aanstonds tot ontslag zonder aanspraak op wachtgeld. Bij herplaatsing dient het volgende in acht te worden genomen. a. Behoud van rang: In verband met het evenwicht tussen functie- en personeelsbestand geldt in beginsel dat aan de nieuwe functie tenminste de rang verbonden is die de militair bekleedt. In dit verband wordt uitgegaan van de rangen zoals die verbonden zijn aan functies in een vastgestelde formatie. Er wordt naar gestreefd een militair niet op een functie waaraan een lagere rang verbonden is tewerk te stellen. Wanneer een militair echter in een uitzonderlijk geval een functie wordt toegewezen' waaraan een lagere rang is verbonden dan die hij bekleedt, behoudt hij op basis van artikel 30 AMAR zijn rang. Hij zal ook dan bij voorrang in aanmerking worden gebracht voor een functie overeenkomstig zijn rang. Toewijzing van een functie waaraan een lagere rang is verbonden zal plaatsvinden indien op termijn, op basis van planningsgegevens een functie waaraan tenminste de rang is

19 vervullen en er voor hem overigens geen functie (waaraan een lagere rang is verbonden) beschikbaar is.

20 b. 0m- en bijscholing: In het onderzoek naar een passende functie wordt de mogelijkheid tot - desnoods verplichte - omen bijscholing betrokken. Indien te militair niet tijdig voor te benodigde opleiding kan worden aangewezen kan hij met toepassing van artikel 26 AMAR tijdelijk worden ontheven van de voorwaarde te voldoen een bepaalde functie-eisen. De duur van een eventueel noodzakelijke dagopleiding mag de termijn van het herplaatsingsonderzoek van twee jaar in principe niet overschrijden. Het spreekt voorts vanzelf dat met een redelijk rendement van de omscholing rekening gehouden dient te worden. Betrokkene kan in dit verband zelf initiatieven nemen en een voorstel doen. c. Financiële voorzieningen na verplaatsing: Gelet op het feit dat geografische verplaatsingen en te daarmee eventueel gepaard gaande verhuizingen een normaal aspect zijn van het militaire beroep, zullen de normale financiële voorzieningen na verplaatsing gelden. Het maakt immers voor het niveau van de voorzieningen niet uit, of een verplaatsing plaatsvindt als gevolg van reorganisaties of in het kader van het normale functieroulatieproces. De voorzieningen in het nieuwe verplaatsingskostenbesluit (bijvoorbeeld de emolumententermijn) en de ruimte die voor autoriteiten geboden wordt voor de afweging van omstandigheden worden dan ook als toereikend beschouwd. Voor uit het buitenland terugkerend personeel zullen geen beperkingen worden gesteld t.z.v. de regio van vestiging. Voorts zal voor het uit het buitenland terugkerend personeel voor de tegemoetkoming in te kosten van woon/werkverkeer een emolumententermijn van vijf jaar gelden; ook als men zich niet zou vestigen in het woongebied van de standplaats. Met gemeentes, provincies en beleggingsmaatschappijen wordt gesproken over (totstandkoming van) de nodige hoeveelheden woningen om te bewerkstelligen dat zoveel mogelijk bij omvangrijke verplaatsingen in het kader ven het herstructureringsproces voldoende woningen in of nabij de plaats van tewerkstelling beschikbaar zijn. Een concretisering hiervan is afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het herstructureringsproces. Daarover zal in oktober 1991 voldoende duidelijkheid bestaan. Wat dat betreft zal dan ook in oktober 1991 gerapporteerd worden. In de gesprekken met de gemeentes wordt ook het punt van de sociale- en economische binding meegenomen. Wanneer blijkt dat deze inspanningen zullen leiden let voldoende woningen in de regio zal de Rijkshypotheekgarantieregeling - die in dit opzicht den geen toegevoegde waarde heeft - ook voor het militair personeel komen te vervallen. In dat geval zullen ook de bijzondere emolumenten voor het uit het buitenland terugkerend personeel komen te vervallen.

Sociaal Beleidskader Defensie. Zoveel mogelijk begeleiden van werk naar werk

Sociaal Beleidskader Defensie. Zoveel mogelijk begeleiden van werk naar werk Sociaal Beleidskader Defensie Zoveel mogelijk begeleiden van werk naar werk Met de centrales van overheidspersoneel is op 18 december 2003 overeenstemming bereikt over een vernieuwd Sociaal Beleidskader

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2008

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2008 STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10589 8 juli 2010 Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2008 23 juni 2010 De Minister van

Nadere informatie

Vergelijkingsoverzicht nieuw SBK 2012 met huidige SBK (SBK 2004)

Vergelijkingsoverzicht nieuw SBK 2012 met huidige SBK (SBK 2004) Vergelijkingsoverzicht nieuw SBK 2012 met huidige SBK (SBK 2004) Thema s Nieuw SBK 2012 Huidige SBK (SBK 2004) Vergelijking SBK 2012 met huidige SBK Toepassing (overgangsbeleid) SBK 2012 is van toepassing

Nadere informatie

22 REGELS BIJ REORGANISATIE

22 REGELS BIJ REORGANISATIE 22 REGELS BIJ REORGANISATIE Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== * Begripsomschrijvingen 22:1:1 * Werkingssfeer 22:1:2 * Mogelijke besluiten bij reorganisatie ten aanzien van de ambtenaar 22:1:3

Nadere informatie

BIJLAGE 1, BEDOELD IN ARTIKEL B.8 VAN DE COLLECTIEVE AR- BEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties)

BIJLAGE 1, BEDOELD IN ARTIKEL B.8 VAN DE COLLECTIEVE AR- BEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties) BIJLAGE 1, BEDOELD IN ARTIKEL B.8 VAN DE COLLECTIEVE AR- BEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties) A. PROCEDURELE KADERS BIJ REORGANISATIES 1. De provincie

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

LANDELIJK SOCIAAL BELEIDSKADER REGIONALE UITVOERINGSDIENSTEN OMGEVINGSRECHT

LANDELIJK SOCIAAL BELEIDSKADER REGIONALE UITVOERINGSDIENSTEN OMGEVINGSRECHT LANDELIJK SOCIAAL BELEIDSKADER REGIONALE UITVOERINGSDIENSTEN OMGEVINGSRECHT Artikel 1 Begripsbepalingen In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. SBK: het Landelijk Sociaal Beleidskader regionale uitvoeringsdiensten

Nadere informatie

De Raad van Toezicht en directie van Stichting Banenplan enerzijds en ABVAKABO/FNV en CNV publieke zaak anderzijds;

De Raad van Toezicht en directie van Stichting Banenplan enerzijds en ABVAKABO/FNV en CNV publieke zaak anderzijds; Sociaal plan Stichting Banenplan te Amersfoort. De Raad van Toezicht en directie van Stichting Banenplan enerzijds en ABVAKABO/FNV en CNV publieke zaak anderzijds; overwegende dat: door de Raad van Toezicht

Nadere informatie

Artikel 9 Herplaatsing

Artikel 9 Herplaatsing Artikel 9 Herplaatsing 1. Bij de beoordeling of binnen de onderneming van de werkgever een passende functie beschikbaar is voor een werknemer die voor ontslag in aanmerking komt, worden arbeidsplaatsen

Nadere informatie

Mw. mr w. Nieuwenhuizen 070 3027585. wijziging van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 en de Uitkerings regeling 1996

Mw. mr w. Nieuwenhuizen 070 3027585. wijziging van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 en de Uitkerings regeling 1996 Aan De Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen De Korpsbeheerder van het Korps landelijke politiediensten i.a.a. - de Korpschefs van de regionale politiekorpsen en de Korpschef van het Korps landelijke

Nadere informatie

Sociaal Plan Hersenen/Psychiatrie

Sociaal Plan Hersenen/Psychiatrie Sociaal Plan Hersenen/Psychiatrie De Raad van Bestuur van het UMC Utrecht en de werknemersorganisaties, Overwegende: - dat de Raad van Bestuur wordt geconfronteerd met budgettaire bezuinigingen door landelijke

Nadere informatie

Werkwijze Herplaatsingscommissie

Werkwijze Herplaatsingscommissie Werkwijze Herplaatsingscommissie Kenmerk: CvB UIT-627 Datum: 10-10-2014 Inhoudsopgave 1 TAAK HERPLAATSINGSCOMMISSIE... 2 2 PASSENDE FUNCTIE... 2 3 BEVOEGDHEID HERPLAATSINGSCOMMISSIE... 2 4 SAMENSTELLING

Nadere informatie

HOOFDSTUK 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID

HOOFDSTUK 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID HOOFDSTUK 10d VAN WERK NAAR WERK-AANPAK EN VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID Inhoudsopgave Onderwerp Artikel ========= ===== HOOFDSTUK 10d 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen * Werkingssfeer 10d:1 * Begripsbepalingen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 279 Besluit van 18 juni 2012, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES in verband met de invoering van een nieuwe studiefaciliteitenregeling

Nadere informatie

SOCIAAL PLAN regelende de plaatsing van ambtenaren van gemeente Haarlem en Provincie Noord-Holland bij de Milieudienst IJmond.

SOCIAAL PLAN regelende de plaatsing van ambtenaren van gemeente Haarlem en Provincie Noord-Holland bij de Milieudienst IJmond. C O N C E P T SOCIAAL PLAN regelende de plaatsing van ambtenaren van gemeente Haarlem en Provincie Noord-Holland bij de Milieudienst IJmond. De overgang van provinciale en gemeentelijke milieutaken naar

Nadere informatie

SOCIAAL STATUUT MEDEWERKERS CENTRUM VOOR MUZIEK EN DANS WAALWIJK - HEUSDEN

SOCIAAL STATUUT MEDEWERKERS CENTRUM VOOR MUZIEK EN DANS WAALWIJK - HEUSDEN SOCIAAL STATUUT MEDEWERKERS CENTRUM VOOR MUZIEK EN DANS WAALWIJK - HEUSDEN Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Centrum voor Muziek en Dans ; overwegende dat besloten is tot opheffing

Nadere informatie

Convenant samenwerking defensie- politie 2005 en verder

Convenant samenwerking defensie- politie 2005 en verder Convenant samenwerking defensie- politie 2005 en verder De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de staatssecretaris van Defensie, de beheerders van de regionale politiekorpsen en het

Nadere informatie

Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid

Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Hoofdstuk 10d Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Paragraaf 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen Artikel 10d:1 Werkingssfeer Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die

Nadere informatie

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt:

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt: AGP 19 (d) ABVRBN 20130403 Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, - gelet op het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2011; - gelet op het voorstel

Nadere informatie

Sociale regeling in het kader van de Reorganisatie van Schouwburg Almere. December 2011. Sociale regeling. Versie 3 d.d. december 2011 Pagina 1 van 8

Sociale regeling in het kader van de Reorganisatie van Schouwburg Almere. December 2011. Sociale regeling. Versie 3 d.d. december 2011 Pagina 1 van 8 Sociale regeling in het kader van de Reorganisatie van Schouwburg Almere. December 2011 Sociale regeling. Versie 3 d.d. december 2011 Pagina 1 van 8 Sociale regeling in het kader van de Reorganisatie van

Nadere informatie

1. Op de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die wordt ontslagen wegens:

1. Op de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die wordt ontslagen wegens: Hoofdstuk 14 Activeringsregeling (per 1 juli 2015) en pensioen A Activeringsregeling Artikel 1 Werkingssfeer 1. Op de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die wordt ontslagen wegens:

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 125 Besluit van 10 maart 2015, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, en tot

Nadere informatie

Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties

Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Pre-ambule In de cao provincies 2012-2015 zijn uit oogpunt van goed werkgeverschap afspraken gemaakt over een sectorale regeling Van Werk Naar

Nadere informatie

CONCEPT. De Minister van Veiligheid en Justitie, Gelet op artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie: Besluit:

CONCEPT. De Minister van Veiligheid en Justitie, Gelet op artikel 6, negende lid, van het Besluit bezoldiging politie: Besluit: directoraat-generaal Veiligheid Personeel & Materieel CONCEPT Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van DGV Politie/Personeel en Materieel, houdende invoering van de Tijdelijke regeling functieonderhoud

Nadere informatie

Reglement Cliëntenraad Stichting Eilandzorg Schouwen-Duiveland

Reglement Cliëntenraad Stichting Eilandzorg Schouwen-Duiveland Reglement Cliëntenraad Stichting Eilandzorg Schouwen-Duiveland Artikel 1 Begripsbepalingen 1.1 Cliënt: een natuurlijk persoon ten behoeve van wie de instelling werkzaam is. 1.2 Cliëntenraad: De op basis

Nadere informatie

IKAP-Regeling rijkspersoneel

IKAP-Regeling rijkspersoneel (Tekst geldend op: 02-02-2015) IKAP-Regeling rijkspersoneel De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 21c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 34c van

Nadere informatie

SOCIAAL BELEIDSKADER DEFENSIE 2012 2016

SOCIAAL BELEIDSKADER DEFENSIE 2012 2016 SOCIAAL BELEIDSKADER DEFENSIE 2012 2016 (SBK 2012) - 1 - Sociaal Beleidskader Defensie 2012 2016 Activerend en sociaal Inhoud Pagina 1. Inleiding 4 2. Knelpuntcategorieën 6 - Vaststellen knelpuntcategorie

Nadere informatie

GEMEENTE HOOGEVEEN. Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) b e s l u i t :

GEMEENTE HOOGEVEEN. Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) b e s l u i t : GEMEENTE HOOGEVEEN Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Het college van de gemeente Hoogeveen, gezien de circulaire van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden d.d. 17

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 4 Besluit van 20 december 1995, houdende wijziging van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 en de Uitkeringsregeling 1966 Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Kenmerk HR/24112011/onderhandelaarsakkoord. SOCIAAL PLAN RoUTe 14 +

Kenmerk HR/24112011/onderhandelaarsakkoord. SOCIAAL PLAN RoUTe 14 + Kenmerk HR/24112011/onderhandelaarsakkoord SOCIAAL PLAN RoUTe 14 + BEGRIPPENLIJST Begeleidingsplan Boventalligheid het begeleidingsplan bevat een schets van de individuele situatie van de werknemer, de

Nadere informatie

Naam Sociaal Statuut Regionaal Openbaar Lichaam Knooppunt Arnhem-Nijmegen (1995)

Naam Sociaal Statuut Regionaal Openbaar Lichaam Knooppunt Arnhem-Nijmegen (1995) Gemeenteblad Nijmegen Jaartal / nummer 1995 / 56 Naam Sociaal Statuut Regionaal Openbaar Lichaam Knooppunt Arnhem-Nijmegen (1995) Publikatiedatum 2 november 1995 Opmerkingen - Vaststelling van het Sociaal

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

Model plaatsingsprocedure EUR. 1. Inleiding

Model plaatsingsprocedure EUR. 1. Inleiding Model plaatsingsprocedure EUR 1. Inleiding Als onderdeel van het reorganisatieplan wordt in het formatie plan beschreven uit welke en hoeveel functies de nieuwe organisatie zal bestaan. Op basis daarvan

Nadere informatie

Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten van Stichting Vocallis.

Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten van Stichting Vocallis. BESTUURSREGLEMENT Vastgesteld door het bestuur op 6 mei 2015. Hoofdstuk I. Algemeen. Artikel 1. Begrippen en terminologie. Dit reglement is opgesteld en vastgesteld ingevolge artikel 5.5. van de statuten

Nadere informatie

nummer 10 van 2005 Vaststelling Regeling opleiding en ontwikkeling

nummer 10 van 2005 Vaststelling Regeling opleiding en ontwikkeling nummer 10 van 2005 Vaststelling Regeling opleiding en ontwikkeling Besluit van gedeputeerde staten van Drenthe van 11 januari 2005, kenmerk 6.4/2005000259, Stafgroep Personeel en Organisatie 1 Nummer 10

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. maken bekend dat door Gedeputeerde Staten in hun vergadering van 23 juni 2015, nr. A.17, is vastgesteld hetgeen volgt:

PROVINCIAAL BLAD. maken bekend dat door Gedeputeerde Staten in hun vergadering van 23 juni 2015, nr. A.17, is vastgesteld hetgeen volgt: PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Groningen. Nr. 3806 2 juli 2015 Regeling Begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties en wijziging van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling provincies,

Nadere informatie

Sociaal Plan. Gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus - Tricijn. Fase I (concept onderhandelingsakkoord)

Sociaal Plan. Gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus - Tricijn. Fase I (concept onderhandelingsakkoord) Sociaal Plan Gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus - Tricijn Fase I (concept onderhandelingsakkoord) Vastgesteld in de Commissie voor Bijzonder Georganiseerd Overleg d.d. 22-12 - 2010 en bekrachtigd

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 260 Besluit van 13 april 1995, houdende beëindiging van de salarisregeling voor burgerleerkrachten bij het Ministerie van Defensie, neergelegd

Nadere informatie

SOCIAAL PLAN. enerzijds en. namens. de Vereniging ABVAKABO / FNV, de heer P. Weijland. CNV Publieke Zaak, de heer F. Doedens.

SOCIAAL PLAN. enerzijds en. namens. de Vereniging ABVAKABO / FNV, de heer P. Weijland. CNV Publieke Zaak, de heer F. Doedens. SOCIAAL PLAN In het kader van de overdracht van de activiteiten van Rijn-Side, onderdeel van de Stichting Passade te Arnhem naar de Stichting Pactum jeugdzorg & educatie te Arnhem per........ De ondergetekenden,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 335 Besluit van 30 augustus 2013, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken en het

Nadere informatie

BINDEND ADVIES VASTE COMMISSIE CAO VOOR HET OMROEPPERSONEEL. Inzake: tegen: 1. Taak en samenstelling van de Vaste Comissie

BINDEND ADVIES VASTE COMMISSIE CAO VOOR HET OMROEPPERSONEEL. Inzake: tegen: 1. Taak en samenstelling van de Vaste Comissie BINDEND ADVIES VASTE COMMISSIE CAO VOOR HET OMROEPPERSONEEL Inzake: (WERKNEMER) Verzoeker tegen: (OMROEPWERKGEVER) Verweerster 1. Taak en samenstelling van de Vaste Comissie 1.1. Krachtens artikel 49 lid

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 238 Besluit van 3 mei 2005 tot vaststelling van tijdelijke rechtspositionele voorzieningen van sociaal flankerend beleid voor rechterlijke ambtenaren

Nadere informatie

Magentazorg. Addendum. Doorlopend Sociaal Plan tot 1 juli 2015

Magentazorg. Addendum. Doorlopend Sociaal Plan tot 1 juli 2015 Magentazorg Addendum Doorlopend Sociaal Plan tot 1 juli 2015 versie 12 augustus 2014 Pagina 1 van 8 Verklaring Aldus overeengekomen te Heerhugowaard op 21 augustus 2014 tussen: De werkgever: Stichting

Nadere informatie

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Provinciaal blad van Noord-Brabant Provinciaal blad van Noord-Brabant ISSN: 0920-1408 Onderwerp Tweede wijzigingsregeling Collectieve Voorwaarden Provincies 2015 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel 125, derde lid, van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Begripsomschrijving. Carlar hoofdstuk 18 suppl. m.i.v. 1-1-2013 1

Begripsomschrijving. Carlar hoofdstuk 18 suppl. m.i.v. 1-1-2013 1 Hoofdstuk 18 Verplaatsingskosten Begripsomschrijving Artikel 18:1:1 1. Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. woonplicht: de verplichting voor de betrokkene, die een door het college

Nadere informatie

REGELING HERPLAATSING EN VACATUREVERVULLING RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN

REGELING HERPLAATSING EN VACATUREVERVULLING RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN REGELING HERPLAATSING EN VACATUREVERVULLING RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN vastgesteld door het college van bestuur d.d. 14 januari 2008 laatstelijk gewijzigd met ingang van 13 november 2009. In aanvulling

Nadere informatie

3 Salaris per uur: 1/156 van het salaris bij een volledige werktijd.

3 Salaris per uur: 1/156 van het salaris bij een volledige werktijd. III.1 BEZOLDIGINGSREGELING 1997 - Besluit van de gemeenteraad van Voorst 24 maart 1997. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: 1 Ambtenaar: hij, die overeenkomstig de bepalingen van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 427 Beschikking van de Minister van Justitie van 31 augustus 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet rechtspositie Kustwacht

Nadere informatie

Geldig vanaf 1 december 2008. Inleiding

Geldig vanaf 1 december 2008. Inleiding Procedure werving en selectie van personeel aan de Universiteit van Amsterdam 1 Vastgesteld bij besluit van het College van Bestuur van 13 november 2008. Geldig vanaf 1 december 2008 Inleiding Het is de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33286 25 november 2014 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 november 2014, 2014-0000102276,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18105 11 oktober 2011 Circulaire kader handelwijze vanwege aflopen Besluit Sociaal Flankerend Beleid sector Rijk 2008

Nadere informatie

MEMO. Wij leveren als gemeente een ambtelijke secretaris.

MEMO. Wij leveren als gemeente een ambtelijke secretaris. MEMO datum : 24 februari 2009 aan : de leden van de raad van : het college kopie aan : onderwerp : instellen commissie Overleg Landelijk Gebied Gemeente Bergen In onze vergadering van 3 februari 2009 hebben

Nadere informatie

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant 1 oktober 2011 Reglement Cliëntenraad van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant stelt conform

Nadere informatie

6 Bijlage Sociaal Plan

6 Bijlage Sociaal Plan 6 Bijlage Sociaal Plan Dit Sociaal Plan wordt door partijen gezien als een regeling, van toepassing op werknemers die vallen onder de werking van de CAO Sociale Eenheid NS en die werkzaam zijn in een bedrijfsonderdeel

Nadere informatie

Werknemer: degene met wie werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan en op wie een van de CAO s van AkzoNobel in Nederland van toepassing is

Werknemer: degene met wie werkgever een arbeidsovereenkomst is aangegaan en op wie een van de CAO s van AkzoNobel in Nederland van toepassing is Sociaal Plan AkzoNobel in Nederland 2014-2016 AkzoNobel en vakorganisaties streven naar het behouden van werkgelegenheid bij reorganisaties. Voor die situaties waar behoud van werkgelegenheid onverhoopt

Nadere informatie

Sociaal Bel idskader Defensie (SBK)

Sociaal Bel idskader Defensie (SBK) Sociaal Bel idskader Defensie (SBK) ~ F \ ~ ~ ~ ~ Defensie wil zich een goed werkgever betonen; ook voor het vertrekkend personeel. Daarom zal Defensie er ook alles aan doen om overtollig personeel van

Nadere informatie

Harmonisatie Peuterspeelzalen, Landelijk Sociaal Plan

Harmonisatie Peuterspeelzalen, Landelijk Sociaal Plan Harmonisatie Peuterspeelzalen, Landelijk Sociaal Plan Ex art. 1.3.7 CAO W&MD en ex art. 1.4.8 CAO Kinderopvang Sociaal plan d.d. 23 juni 2011 De ondergetekenden, MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening,

Nadere informatie

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Provinciaal blad van Noord-Brabant Provinciaal blad van Noord-Brabant ISSN: 0920-1408 Onderwerp Regeling begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel B.8 van de

Nadere informatie

Citeertitel: Landsverordening bijzondere rechtspositionele bepalingen Kustwachtpersoneel. Wijzigingen: AB 2012 no. 54; (inwtr. AB 2013 no.

Citeertitel: Landsverordening bijzondere rechtspositionele bepalingen Kustwachtpersoneel. Wijzigingen: AB 2012 no. 54; (inwtr. AB 2013 no. Intitulé : LANDSVERORDENING van 9 maart 2000, houdende bijzondere regels inzake de rechtspositie van Arubaanse ambtenaren, werkzaam bij de Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de

Nadere informatie

Aan het door Nederland gedetacheerd personeel aan de Europese Scholen

Aan het door Nederland gedetacheerd personeel aan de Europese Scholen Aan het door Nederland gedetacheerd personeel aan de Europese Scholen Datum: 17 oktober 2007 Ons kenmerk: 07333/ES/lb/eg Betreft: Wijzigingsblad notitie Terugkeerbegeleiding Geachte mevrouw, mijnheer,

Nadere informatie

Ten eerste als u bent aangewezen als herplaatsingskandidaat. Dit gebeurt in de volgende situaties:

Ten eerste als u bent aangewezen als herplaatsingskandidaat. Dit gebeurt in de volgende situaties: 1 van 24 Veel gestelde vragen over het SBK 2012 Inhoudsopgave 01 - Algemeen 06 - Knelpuntcategorieën 09 - Remplaçanten 10 - Herplaatsingstraject 13 - Interne herplaatsingskandidaten 13 -Externe herplaatsingskandidaten

Nadere informatie

Vragen uit informatiebijeenkomsten AIAD

Vragen uit informatiebijeenkomsten AIAD Vragen uit informatiebijeenkomsten AIAD Wat betekent de aanstelling in algemene dienst voor de medewerkers? De aanstelling in algemene dienst heeft geen directe consequenties voor medewerkers. In artikel

Nadere informatie

Reglement van het Verantwoordingsorgaan

Reglement van het Verantwoordingsorgaan Reglement van het Verantwoordingsorgaan Per 3 december 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk I Algemene bepalingen 3 Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 4 Artikel 3

Nadere informatie

In deze ledenbrief treft u een aantal wijzigingen aan van de CAR-UWO met als doel redactionele onvolkomenheden in de CAR-UWO te herstellen.

In deze ledenbrief treft u een aantal wijzigingen aan van de CAR-UWO met als doel redactionele onvolkomenheden in de CAR-UWO te herstellen. Brief aan de leden T.a.v. het college en raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Technische wijzigingen CAR- UWO Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201100883 ECCVA/LOGA 12/01 Lbr 12/007

Nadere informatie

Leidraad bij reorganisaties

Leidraad bij reorganisaties Regels en regelingen in het kader van de organisatie- en formatieontwikkeling bij Waterbedrijf Groningen Pagina 1 van 13 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Begrippen 3. Algemeen 4. Informatie, inspraak en overleg

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1995 1996 Nr. 77a 24 222 Regels met betrekking tot de oprichting van de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (Wet

Nadere informatie

Flankerend beleid. 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014. Vastgesteld d.d. 18 april 2011 door het bestuur van stichting Wolderwijs

Flankerend beleid. 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014. Vastgesteld d.d. 18 april 2011 door het bestuur van stichting Wolderwijs Flankerend beleid 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014 Vastgesteld d.d. 18 april 2011 door het bestuur van stichting Wolderwijs Flankerend beleid Stichting Wolderwijs 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2014

Nadere informatie

PREAMBULE. INTENTIEVERKLARING REGIOGEMEENTE t.a.v. PERSONEEL VAN DE STADSREGIO ROTTERDAM

PREAMBULE. INTENTIEVERKLARING REGIOGEMEENTE t.a.v. PERSONEEL VAN DE STADSREGIO ROTTERDAM PREAMBULE INTENTIEVERKLARING REGIOGEMEENTE t.a.v. PERSONEEL VAN DE STADSREGIO ROTTERDAM Na aanname door de Tweede en Eerste Kamer van het wetsvoorstel Wet afschaffing plusregio's komt de wettelijke grondslag

Nadere informatie

Kaderregeling gesprekscyclus VO met dienstverband onbepaalde tijd

Kaderregeling gesprekscyclus VO met dienstverband onbepaalde tijd Kaderregeling gesprekscyclus VO met dienstverband onbepaalde tijd t.b.v de scholen voor VO van de Lucas 1. Kaderregeling Deze Kaderregeling gesprekscyclus geldt voor alle medewerkers voortgezet onderwijs

Nadere informatie

GEMEENTEPERSONEEL : HUISHOUDELIJK REGLEMENT AANGAANDE DE STAND DISPONIBILITEIT.

GEMEENTEPERSONEEL : HUISHOUDELIJK REGLEMENT AANGAANDE DE STAND DISPONIBILITEIT. 1 GEMEENTEBESTUUR VAN OUDERGEM. SECRETARIAAT. GEMEENTEPERSONEEL : HUISHOUDELIJK REGLEMENT AANGAANDE DE STAND DISPONIBILITEIT. HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1. Onderhavig reglement is alleen

Nadere informatie

Regeling functioneringsgesprekken

Regeling functioneringsgesprekken Regeling functioneringsgesprekken Artikel 1 Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: a. bevoegd gezag: het bestuur van de S.K.O. Het Groene Lint ; b. personeelslid: een persoon in dienst van een

Nadere informatie

Reorganisatiecode Universiteit Leiden

Reorganisatiecode Universiteit Leiden Reorganisatiecode Universiteit Leiden 1. Voorbereidingsfase 2. Aankondiging 3. Uitwerkingsfase 4. Centraal overleg 5. Uitvoeringsfase 1. Voorbereidingsfase De voorgenomen reorganisatie wordt door de decentrale

Nadere informatie

1.5 Er is afgesproken om dit addendum van toepassing te laten zijn van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2013.

1.5 Er is afgesproken om dit addendum van toepassing te laten zijn van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2013. ADDENDUM behorend bij Sociaal Plan Parnassia Bavo Groep Betreft : versie Sociaal Plan januari 2011 1. Toepassing van dit addendum 1.1 Vanuit de wijze waarop het doorlopend Sociaal Plan van de Parnassia

Nadere informatie

Ondersteunende afdelingen

Ondersteunende afdelingen SOCIAAL PLAN Ondersteunende afdelingen 2005-2006 Stichting Van Hall Larenstein INHOUD pagina Inhoud 1 1. Inleiding 2 2. Faciliteiten gedurende fase 1 3 3. Faciliteiten gedurende fase 2 6 4. Herplaatsing

Nadere informatie

Sociaal Beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid

Sociaal Beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid Sociaal Beleid Rijk: van werk naar werk (VWNW) beleid 22 juni 2012 Overwegingen a. Uitgangspunt is een sluitende aanpak voor iedereen in de begeleiding van werk naar werk, waarbij ambtenaren die actief

Nadere informatie

Kenmerk: CvB 2008/202. Sociaal Statuut TU/e

Kenmerk: CvB 2008/202. Sociaal Statuut TU/e Kenmerk: CvB 2008/202 Sociaal Statuut TU/e Eindhoven, 13 februari 2008 Sociaal Statuut Pre-ambule I. Bij de Technische Universiteit Eindhoven zijn regelmatig veranderingen aan de orde die gevolgen hebben

Nadere informatie

Algemeen 1. Wat is het bevoegd gezag?

Algemeen 1. Wat is het bevoegd gezag? Algemeen 1. Wat is het bevoegd gezag? Voor militairen is dat de bevelhebber van het krijgsmachtdeel waartoe zij behoren en voor burgerambtenaren is dit afhankelijk van waar zij werkzaam zijn/waren. Bij

Nadere informatie

Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden Algemene voorwaarden Partijen: Raadgevend bureau Borgdorff en opdrachtgever, Verder te noemen Raadgevend bureau Borgdorff en O, verklaren in het kader van het verlenen van een opdracht tot dienstverlening

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Nieuw reglement personeelsbeoordeling. BW-nummer

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar. Onderwerp Nieuw reglement personeelsbeoordeling. BW-nummer Openbaar Onderwerp Nieuw reglement personeelsbeoordeling Programma / Programmanummer Bestuur & Middelen / 1042 BW-nummer Portefeuillehouder H. Kunst Samenvatting Het huidige reglement systematische personeelsbeoordeling

Nadere informatie

: Politiewet 1993, artikel 44; Besluit financiën regionale politiekorpsen Relatie met andere circulaires EA96/U331

: Politiewet 1993, artikel 44; Besluit financiën regionale politiekorpsen Relatie met andere circulaires EA96/U331 Aan De Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen Bijlagen Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Vijf EA96/U435 22 maart 1996 Inlichtingen bij Doorkiesnummer F. Pex 070 3026560 Onderwerp Departementsonderdeel

Nadere informatie

Overgangsprotocol regelende de plaatsing van medewerkers van de stichting Gooisch Natuurreservaat (GNR) bij de NV PWN Waterleidingbedrijf

Overgangsprotocol regelende de plaatsing van medewerkers van de stichting Gooisch Natuurreservaat (GNR) bij de NV PWN Waterleidingbedrijf BIJLAGE E bij Voorlopig Ontwerpplan 3/12/2014 Overgangsprotocol regelende de plaatsing van medewerkers van de stichting Gooisch Natuurreservaat (GNR) bij de NV PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 875 Wijziging van een aantal wetten in verband met de vereenvoudiging en vernieuwing van het militaire pensioenstelsel (Aanpassingswet kaderwet

Nadere informatie

Samenvatting. SOCIAAL PLAN `van werk naar werk` DUTCHMEDIA PUBLICATIE

Samenvatting. SOCIAAL PLAN `van werk naar werk` DUTCHMEDIA PUBLICATIE van versienummer Versie 2.0 atum 11 juni 2007 Samenvatting SOCIAAL PLAN `van werk naar werk` DUTCHMEDIA PUBLICATIE 1 Inleiding In de periode van medio maart tot medio juni zijn vakbonden en werkgever met

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman en directeur Rekenkamer Rotterdam 2004

Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman en directeur Rekenkamer Rotterdam 2004 Verordening rechtspositie gemeentelijke ombudsman en directeur Rekenkamer Rotterdam 2004 De raad der Gemeente Rotterdam, Gelezen het voorstel van het presidium, gelet op het advies van de commissie voor

Nadere informatie

BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle

BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle BEZWARENREGLEMENT ex. artikel 7:13 Awb van de Openbare Rechtspersoon Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio te Zwolle Het bevoegd gezag, zijnde het College van Bestuur van de Openbare Rechtspersoon Openbaar

Nadere informatie

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM

UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM Regeling studiefaciliteiten duurzame inzetbaarheid Vastgesteld bij besluit nr. 2015cb0168 van het College van Bestuur op 18 mei 2015 Deze regeling treedt in werking per 1 juni 2015 en vervangt de Regeling

Nadere informatie

2. Gevolgen van toepassing van dit addendum voor de inhoud van het sociaal plan

2. Gevolgen van toepassing van dit addendum voor de inhoud van het sociaal plan Addendum, behorend bij Sociaal Plan Arkin 01-02-2014/31-01-2016 1. Toepassing van dit addendum 1.1 Arkin staat voor de opgave om een gezonde bedrijfsvoering te behouden bij teruglopende inkomsten. Als

Nadere informatie

ARBEIDSDUUR. Keuzemogelijkheden voor militairen BURGERS PAGINA 6. T wee uren langer of korter werken

ARBEIDSDUUR. Keuzemogelijkheden voor militairen BURGERS PAGINA 6. T wee uren langer of korter werken ARBEIDSDUUR Keuzemogelijkheden voor militairen T wee uren langer of korter werken Vanaf 1 juli 2001 bestaat voor u de mogelijkheid om, uitgaande van een arbeidsduur van uw rooster van gemiddeld 38 uur

Nadere informatie

Afspraken inzake boventalligheid en tijdelijk werk d.d.25 februari 2014

Afspraken inzake boventalligheid en tijdelijk werk d.d.25 februari 2014 Afspraken inzake boventalligheid en tijdelijk werk d.d.25 februari 2014 Aanleiding Rabobank Nederland enerzijds, en de vakorganisaties De Unie, FNV Bondgenoten en CNV Dienstenbond anderzijds, zijn op 25

Nadere informatie

Artikel 17:1:1:1 Voorwaarden pagina 1 van 3

Artikel 17:1:1:1 Voorwaarden pagina 1 van 3 Artikel 17:1:1:1 Voorwaarden pagina 1 van 3 Hoofdstuk 17 Opleiding en ontwikkeling, regeling gemeente Den Helder Artikel 17:1:1:1 Voorwaarden Het college kan, indien en voor zover het belang van de dienst

Nadere informatie

Ministerie van Algemene Zaken afdeling P&O

Ministerie van Algemene Zaken afdeling P&O Beleidsregels voor: Her- en overplaatsing 2012 Ministerie van Algemene Zaken afdeling P&O Bijlage bij LB 2012/1409 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Inleiding 2 Her- en overplaatsingsbeleid 3 1. DEFINITIES

Nadere informatie

Commissiereglement NBA

Commissiereglement NBA Commissiereglement NBA 1. Grondslag 1.1 Dit reglement kent als grondslag artikel 11, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep. Daarin is bepaald dat het bestuur de NBA bestuurt. 2. Overwegingen

Nadere informatie

(DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE

(DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE (DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE Hierna komen achtereenvolgens aan de orde: Suppletieregeling (van toepassing bij autonome

Nadere informatie