Vakinformatie Staatsexamen mavo. Wiskunde

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vakinformatie Staatsexamen mavo. Wiskunde"

Transcriptie

1 Vakinformatie Staatsexamen mavo Wiskunde 2004

2 2004 WISKUNDE Het examen wiskunde staatsexamen mavo-c en mavo-d bestaat uit een centraal (schriftelijk) examen en een mondeling examen. Het examenprogramma wiskunde mavo-c en mavo-d is als bijlage 1 toegevoegd. De stofomschrijving komt overeen met de eindtermen omschrijving van de eindtermen wiskunde vmbo (bijlage 2). 1) Centraal (schriftelijk) examen Het centraal examen heeft betrekking op vaardigheden en eindtermen. (2004) C-examen: K3: Leervaardigheden in het vak wiskunde K4: Algebraïsche verbanden K5: Rekenen, meten en schatten K7: Informatieverwerking, statistiek Voor het D-examen bovendien: V1: Aanvullende eisen V4: Vaardigheden in samenhang Deze vaardigheden en eindtermen worden genoemd in het bijgevoegde examenprogramma. Er zullen vrijwel geen meerkeuzevragen worden gesteld. Zowel bij het centraal examen als het mondeling examen zijn de volgende hulpmiddelen toegestaan: een liniaal met millimeterverdeling een geodriehoek een passer roosterpapier, verdeeld in cm 2 een elektronisch rekenapparaat Het is van belang om tijdens het centraal examen en het mondeling examen deze hulpmiddelen bij u te hebben. Roosterpapier, verdeeld in cm 2, wordt door de staatsexamencommissie verstrekt. Het elektronisch rekenapparaat dient minimaal de volgende mogelijkheden te hebben: a. de grondbewerkingen +, -, x b. een aparte toets voor pi c. toetsen voor x y, x 2 en 1 /x d. toetsen voor sin, cos, tan in graden en hun inversen. Niet toegestaan is het gebruik van elektronische rekenapparaten die: a. op het lichtnet moeten worden aangesloten; b. tijdens het examen moeten worden opgeladen; c. geluidsoverlast bezorgen; d. zijn voorzien van schrijfrollen, alarminstallaties dan wel zend- en/of ontvangstmogelijkheden; e. alfanumeriek zijn; f. grafieken kunnen weergeven in het afleesvenster. 2

3 Opmerkingen over het centraal examen: Het centraal examen is vanaf 1997 sterk veranderd ten opzichte van de jaren daarvoor. Op Internet wordt een toelichting gegeven bij de eindtermen van het examenprogramma, er wordt informatie gegeven over het gebruik van vraagvormen en vraagformuleringen, over de nauwkeurigheid in antwoorden, het gebruik van eenheden en kennis van algemene begrippen. Zie fr.htm. 2) Mondeling examen Het mondeling examen heeft betrekking op: de gehele examenstof; het zelfstandig te bestuderen onderwerp. Het zelfstandig te bestuderen onderwerp is een door de kandidaat gekozen opgave of opdracht, die wordt uitgewerkt met behulp van wiskunde en waarbij de computer een functionele bijdrage levert. Tijdens het mondeling examen dient de kandidaat met computeruitdraaien te kunnen aangeven hoe en waarom de computer bij de oplossing van het probleem een rol speelt. De kandidaat dient daarvoor twee of meer computeruitdraaien mee te brengen (in tweevoud) van: - een grafiek / grafieken; - en/of een tabel / tabellen; - en/of een diagram / diagrammen (een staaf-, cirkel-, lijn- of steelbladdiagram); - en/of een boxplot; - en/of een andere voorstelling van het bestudeerde onderwerp die met de computer is gemaakt. Van het bestudeerde onderwerp dient men tevens een schriftelijke samenvatting (met titel) van ongeveer 100 woorden aan de examinatoren te overhandigen. Zie voor de uitvoering van het zelfstandig te bestuderen onderwerp de Algemene mededelingen (punt 4). 3

4 Bijlage 1 Examenprogramma WISKUNDE staatsexamen mavo-c en mavo-d Schriftelijk examen en mondeling examen 1. Indeling Het staatsexamen bestaat uit een schriftelijk examen en een mondeling examen. Het schriftelijk examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt; het mondeling examen in een zitting van vijfentwintig minuten. 2. Het schriftelijk examen a. Het schriftelijk examen heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen met uitzondering van: de eindtermen 48 en 57 voor zover de kandidaat concreet materiaal of zelfgemaakt gereedschap moet gebruiken; eindterm 59, voor zover de kandidaat statistische gegevens moet verzamelen. De eindtermen worden zoveel mogelijk in onderlinge samenhang getoetst. b. De vragen en opdrachten worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd. 3. Het mondeling examen a. Het mondeling examen heeft betrekking op de gehele examenstof. Het mondeling examen wordt zo ingericht dat: zo mogelijk ten minste één opgave of opdracht in het bijzonder betrekking heeft op geïntegreerde wiskundige activiteiten (vaardigheid 7); de vragen en opdrachten zoveel mogelijk worden gepresenteerd in een herkenbare en inleefbare context; binnen deze context worden open vragen gesteld in combinatie met vragen die een eenduidig antwoord vereisen; de aard van de gekozen contexten zoveel mogelijk wordt afgestemd op de specifieke opleiding die de kandidaat volgt of op andere situaties uit de leefwereld van de kandidaat. b. Het mondeling examen omvat in elk geval naast de traditionele mondelinge toetsvorm één opgave of opdracht die gestalte krijgt door zelfstandige bestudering of zelfstandig onderzoek. vragen hierover mondeling beantwoorden. De voorzitter van de staatsexamencommissie kan ten aanzien van de onder 3a en 3b bedoelde opgaven of opdrachten nadere aanwijzingen geven. Aanwijzingen C en D Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen, zij het dat voor C de volgende (onderdelen van) eindtermen zijn uitgezonderd: domein nr. eindtermen of onderdelen die niet gelden voor C A. 19 Horizontale verschuiving. 24 In een formule een expressie vervangen door een variabele, en omgekeerd. 28 Exponentiële verbanden herkennen en gebruiken:. een formule van de vorm y = bg/\t\/ herkennen; 4

5 . een bijbehorende grafiek tekenen en interpreteren;. de parameters g en b herkennen als groeifactor, respectievelijk beginwaarde;. de begrippen verdubbelingtijd en halveringstijd herkennen en gebruiken. domein nr. eindtermen of onderdelen die niet gelden voor C 29 Voorzover n > De begrippen periode en amplitude herkennen. B. 38 Vermenigvuldigen met en delen door machten van Berekeningen uitvoeren met een groeifactor of -percentage. C. 55 Bij redeneren, tekenen en berekenen gebruik maken van goniometrische verhoudingen sinus en cosinus. 56 Verklaren dat een figuur niet te tekenen is wegens onvoldoende of strijdige gegevens. D. 59 Statistische gegevens verzamelen en weergeven met behulp van een box-plot. 68 Combinatorisch tellen van mogelijkheden en complexe boomdiagrammen. Het onderscheid tussen beide examens berust voor het overige op verschillen in examenopgaven en - opdrachten. Het verschil tussen C en D komt bovendien tot uiting in: a. Verschillen in context. In het C-examen zullen contexten direct herkenbaar moeten zijn waarbij de kandidaten zich kunnen inleven in de probleemstelling. Opdrachten voor het mondeling examen kunnen in dit verband bijvoorbeeld aansluiten bij de specifieke gerichtheid op een beroep. In het D-examen wordt van de kandidaat een wat ruimer inlevingsvermogen verwacht. In het D-examen zullen opgaven in strikt wiskundige context veel minder voorkomen dan andere opgaven. b. Verschillen in de manier waarop het mathematiseren van contexten plaatsvindt. In vergelijking met het C-examen zal de kandidaat in het D-examen vaker zelfstandig moeten kiezen: welke gegevens uit de context op een bepaald moment relevant zijn; welke variabelen ingevoerd worden bij het mathematiseren van het probleem; welke formule(s) opgesteld worden bij het mathematiseren van het probleem; welke voorstellingsvorm of welk model geschikt is voor het oplossen van het probleem; welke schaalverdeling bij een te tekenen grafiek genomen wordt; in welke orde van grootte het antwoord gegeven wordt; welke maateenheid gebruikt wordt. Voor het C-examen zullen dergelijke keuzen niet gemaakt hoeven te worden of zal de opgave duidelijke instructies of aanwijzingen voor de te maken keuze bevatten. c. Verschillen in hulp. De verschillen in vraagstelling in het C- en D-examen zullen ook tot uitdrukking moeten komen in de hulp die kandidaten in het C-examen krijgen: eenvoudiger teksten en meer hulpvragen; opdeling van de probleemstelling in kleinere stappen. d. Verschillen in wiskundige abstractie. In het C-examen zijn de namen van variabelen gewoonlijk weergegeven in volledige woorden (bijvoorbeeld onkosten = 1,35 x uurkosten + voorrijkosten), in afkortingen (bijvoorbeeld kap = beginkap x 1,07jr) of in enkele letters die een directe relatie met het gegeven probleem laten zien (bijvoorbeeld V = l x b x h ). Bij het D-examen zal het vaker dan bij het C-examen voorkomen dat een enkele letter als variabele wordt gebruikt. 5

6 e. Verschillen in de manier waarop wiskundige resultaten worden geïnterpreteerd in de gegeven context. In het D-examen wordt een meer kritische interpretatie verwacht, bijvoorbeeld: opmerken dat een resultaat niet voor alle waarden van de invoervariabele geldig hoeft te zijn; het omzetten van een vorm naar een andere kan in het D-examen vaker worden getoetst dan in het C-examen; in het C-examen zullen conclusies voornamelijk gebaseerd zijn op het resultaat van een berekening of het verloop van een grafiek, terwijl in het D-examen ook conclusies gevraagd worden op basis van de structuur van een formule of grafiek. f. Verschillen in de manier waarop kandidaten met wiskundige begrippen omgaan. Bijvoorbeeld: in het C-examen moeten kandidaten de wetenschappelijke notatie op een zakrekenmachine kunnen aflezen, terwijl in het D-examen de kandidaten ook moeten kunnen rekenen met die notatie en daarbij vermenigvuldigen met en delen door machten van 10; in het C-examen moeten kandidaten bij het vergelijken van twee verbanden gewoonlijk conclusies trekken op basis van berekeningen of de vorm van een grafiek, terwijl in het D-examen de kandidaten dat ook moeten kunnen op basis van de structuur van formules en bijbehorende redeneringen; in het C-examen krijgen kandidaten bij veranderingen in een voorstellingsvorm te maken met verticale verschuivingen van een grafiek, verticale vermenigvuldiging van een grafiek en slechts met terughoudendheid met andere veranderingen van grafieken, terwijl in het D-examen kandidaten ook te maken kunnen krijgen met horizontale vermenigvuldiging van een grafiek en met een eenvoudige horizontale verschuiving. g. Verschillen in redeneerwijze. In het C-examen wordt bij het redeneren over een situatie of bij het aantonen van een relatie uitgegaan van een klein aantal denkstappen. In het D-examen worden ook langere ketens van denkstappen gevraagd en wordt van de kandidaten vaker een kritisch oordeel over een situatie gevraagd. Examenstof De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen. 1. Vaardigheden De volgende vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen: 1. problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen: daarbij tabellen, grafieken en formules hanteren; zich bedienen van enige standaardtechnieken; 2. efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden; op een verstandige manier de rekenmachine gebruiken; 3. voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte: redeneren over en tekenen van meetkundige figuren; afmetingen meten, schatten en berekenen; 4. informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen: statistische representatievormen en een graaf hanteren; op basis van de verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken; 6

7 5. toelichten hoe bij het oplossen van problemen de computer functioneel wordt gebruikt. 6. een relatie leggen tussen wiskundige kennis en vaardigheden en de beroepspraktijk; 7. alle hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd gebruiken om problemen in allerlei situaties op te lossen: daarbij ten minste basisalgoritmen uitvoeren en standaardmethodieken hanteren; adequate wiskundetaal als communicatiemiddel gebruiken; zich bedienen van adequate onderzoek- en redeneerstrategieën. 2. Eindtermen Domein A: Algebraïsche verbanden: tabellen, grafieken, formules, verwoording Sub-domein: tabellen 1. in een situatie de relevante variabelen vaststellen en daarmee een bij de situatie passende tabel opstellen; (Variabelen mogen uit meer letters bestaan.) 2. regelmatigheden van een tabel vaststellen en beschrijven met woorden, grafieken en formules; (Hieronder vallen ook formules in de vorm van een woordformule of vuistregel.) 3. het globale verloop van een verband uit een bijbehorende tabel beschrijven; 4. de aanwezigheid van maxima en minima vaststellen en die dan nader bepalen of benaderen; 5. twee verbanden met behulp van de bijbehorende tabellen vergelijken en bepalen of benaderen waar de variabelen een gelijke waarde hebben; 6. uit een tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie. Sub-domein: grafieken 7. uit een gegeven situatie ten behoeve van het tekenen en analyseren van een globale grafiek of een grafiek in detail: vaststellen welke variabelen met elkaar in verband staan; vaststellen voor welke waarden van de variabelen het bij de gegeven situatie zinvol is over een verband te spreken; vaststellen wat de orde van grootte van de eenheden op de assen is; vaststellen of er sprake is van een constant, stijgend, dalend of periodiek verband; vaststellen of er sprake is van een standaardverband op grond van de globale vorm daarvan; vaststellen op welke intervallen er sprake is van constant zijn, stijgen, dalen en of er maxima of minima zijn; vaststellen hoe de ligging van de te tekenen grafiek ten opzichte van een andere grafiek is; 8. een grafiek in detail tekenen en analyseren; (In het bijzonder hierbij: een passende schaalverdeling kiezen; coördinaten van punten berekenen of benaderen; coördinaten van toppen en dalen berekenen of benaderen; coördinaten van snijpunten met een roosterlijn of met een andere grafiek berekenen of benaderen; 7

8 berekenen of bepalen welke intervallen de grafiek boven of onder een bepaalde roosterlijn of andere grafiek ligt.) 9. vaststellen hoe een verandering in de situatie doorwerkt in de grafiek, gewoonlijk in samenhang met tabel en/of formule; 10. uit een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie. Sub-domein: formules 11. in een gegeven situatie vaststellen welke variabelen met elkaar in verband staan en een formule opstellen die dat verband vastlegt; (Variabelen mogen uit meer letters bestaan. Hieronder vallen ook formules in de vorm van een woordformule of vuistregel.) 12. bij een verandering van een variabele het effect aangeven op de andere; effecten als constant zijn, toenemen, afnemen; bij twee variabelen waarvan de som, het verschil, het product of het quotiënt constant is; in het geval dat een van de twee variabelen afhankelijk is van de andere.) 13. bij twee functionele verbanden aangeven, eventueel in benadering, waar functiewaarden gelijk zijn en op welke intervallen de ene groter is dan de andere; op basis van de structuur van de formules; met behulp van een tabel; door aflezen uit de grafiek; door inklemmen of redeneren in de gegeven situatie.) 14. vaststellen hoe een verandering in de situatie doorwerkt in de formule; 15. uit een formule conclusies trekken over de bijbehorende situatie. Sub-domein: verbanden leggen tussen de vormen tabel, grafiek, formule en verwoording 16. bij twee verschillende vormen vaststellen of en in hoeverre zij eenzelfde verband beschrijven; 17. een vorm vervangen door een andere die hetzelfde verband beschrijft; 18. terminologie bij een vorm vervangen door overeenkomstige terminologie bij een andere vorm; 19. vaststellen in welk opzicht een verandering in een vorm invloed heeft op een andere vorm; verschuiving van een grafiek; vermenigvuldigen van een grafiek in verticale richting; wijzigingen van a en b in de formule y = ax + b.) 20. vaststellen of en in hoeverre het in de gegeven situatie zinvol is het domein van een van de variabelen uit te breiden en het effect van die uitbreiding verwerken in de gebruikte vormen; 21. bij twee functionele verbanden hun som en hun verschil beschrijven met een of meer vormen, als dat in de gegeven situatie zinvol is; 22. bij een functioneel verband het inverse verband beschrijven met een of meer vormen, als dat in de gegeven situatie zinvol is. (Dit geldt alleen als het gegeven verband als een keten van rekenacties te beschrijven is.) Sub-domein: rekenen met formules 8

9 23. een formule vervangen door een gelijkwaardige; 24. in een formule of vuistregel: een variabele vervangen door een getal; een variabele vervangen door een expressie; een expressie vervangen door een variabele; 25. een schakeling van elementaire rekenacties omzetten in een formule en omgekeerd. (Dit betreft zowel ketens van rekenacties als parallelle rekenacties.) Sub-domein: bepaalde verbanden kennen, herkennen en gebruiken 26. lineaire verbanden herkennen en gebruiken; een formule van de vorm y = ax + b herkennen en opstellen; een bijbehorende grafiek tekenen en interpreteren; de parameters a en b herkennen als steilheid, respectievelijk verticale verschuiving.) 27. verbanden van de vorm y = a en x = a herkennen en gebruiken; 28. exponentiële verbanden herkennen en gebruiken; een formule van de vorm y = bgt herkennen; een bijbehorende grafiek tekenen en interpreteren; de parameters g en b herkennen als groeifactor, respectievelijk beginwaarde; de begrippen verdubbelingstijd en halveringstijd herkennen en gebruiken.) 29. machtsverbanden herkennen en gebruiken; verbanden van de vorm y = axn en de som- en verschilverbanden hiervan herkennen; een grafiek van de vorm y = axn + b tekenen.) 30. verbanden van de vorm y = a:x herkennen en gebruiken en hun grafieken tekenen en interpreteren; 31. wortelverbanden herkennen en gebruiken; een formule van de vorm y = [wortel]x herkennen; een bijbehorende grafiek tekenen en interpreteren.) 32. periodieke verbanden herkennen en gebruiken; bijbehorende grafieken tekenen en interpreteren; de begrippen periode en amplitude herkennen en hun waarde aflezen of benaderen uit tabellen of grafieken.) 33. bij de hierboven aangegeven eindtermen een rekenmachine gebruiken. Domein B: Rekenen, meten en schatten Sub-domein: handig rekenen in alledaagse situaties 34. schattingen maken over de uitkomst van een berekening; (Ook uitspraken doen over de orde van grootte en de nauwkeurigheid.) 35. tijdens en na afloop van een berekening bepalen of het gewenst is getallen af te ronden in overeenstemming met de gegeven situatie; 9

10 36. bij het oplossen van problemen enkelvoudige en eenvoudige samengestelde grootheden herkennen en gebruiken; lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld, snelheid en grootheden die als dichtheid zijn te interpreteren.) 37. bij berekeningen een bij de situatie passend rekenmodel gebruiken; (Bijvoorbeeld: verhoudingstabel, dubbele getallenlijn.) 38. bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van: de wetenschappelijke notatie; de begrippen miljoen en miljard; gangbare voorvoegsels, waaronder milli-, centi- en kilo-. (Deze notaties, begrippen en voorvoegsels herkennen, interpreteren en gebruiken bij vermenigvuldigen met, en delen door machten van 10.) Sub-domein: een rekenmachine gebruiken 39. met de rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen en gebruik maken van de functietoetsen voor omgekeerde, kwadraat, wortel en van de +/-toets; 40. met de rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels benaderen als decimale getallen; 41. berekeningen met een groeifactor of -percentage uitvoeren. Sub-domein: beheersen van basisvaardigheden 42. optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van eenvoudige breuken, enkelvoudige en samengestelde; 43. verhoudingen vergelijken en omzetten in gewone of decimale breuken, procenten en andere verhoudingen; 44. rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur en geld; 45. optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van negatieve getallen. Domein C: Meetkunde Sub-domein: maken en interpreteren van voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte 46. ruimtelijke situaties in tekeningen weergeven, zonodig op schaal; (Onder meer gebruik maken van kijklijnen, aanzichten, uitslagen, doorsneden, centrale en parallelprojecties, plattegronden, kaarten en hoogtelijnkaarten.) 47. ruimtelijke situaties weergeven met taal of getallen; beschrijving in woorden; door middel van benoemen van figuren, waaronder: driehoek, parallellogram, vierkant, rechthoek, ruit, cirkel, kubus, balk, prisma, piramide, cilinder, kegel, bol en andere duidelijk herkenbare terminologie [bijvoorbeeld veelhoek, regelmatige vijfhoek, vierzijdige piramide]; 10

11 met coördinaten, twee- en driedimensionaal; met behulp van richting, afstand, hoek, draaiing.) 48. ruimtelijke situaties al dan niet op schaal ruimtelijk weergeven met concreet materiaal; 49. uit de hierboven genoemde voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over objecten en hun plaats in de ruimte. Sub-domein: schatten, meten en berekenen 50. schattingen en metingen uitvoeren van hoeken, draaiingen, lengten, oppervlakten en inhouden van objecten in de ruimte; 51. grootte van hoeken en afstanden in twee- en driedimensionale figuren berekenen; 52. oppervlakte van driehoek, parallellogram en figuren die daaruit zijn samengesteld berekenen; 53. omtrek en oppervlakte van een cirkel berekenen en daarbij formules voor omtrek en oppervlakte (die de kandidaat kent) gebruiken; 54. inhouden van prisma, piramide, kegel en cilinder berekenen en daarbij de formules inhoud = grondvlak x hoogte en inhoud 1/3 x grondvlak x hoogte (die de kandidaat kent) gebruiken. Sub-domein: redeneren en tekenen 55. bij redeneren, tekenen en berekenen gebruik maken van de meetkundige begrippen en eigenschappen; evenwijdigheid, gelijke verhoudingen [vergroten en verkleinen], symmetrie [lijn- en draaisymmetrie], draaiing, en andere vormen van regelmaat; eigenschappen van hoeken in driehoeken en in figuren met evenwijdige lijnen; de stelling van Pythagoras; de goniometrische verhoudingen tangens, sinus en cosinus.) 56. vlakke figuren tekenen of aangeven waarom bij onvoldoende of strijdige gegevens een bepaalde figuur niet getekend kan worden. Sub-domein: instrumenten en apparaten gebruiken 57. bij berekenen, redeneren en tekenen gebruik maken van instrumenten en apparaten; liniaal met schaalverdeling; gradenboog; rechthoekige driehoek; passer; zelfgemaakt gereedschap.) 58. bij berekenen gebruik maken van een rekenmachine. Domein D: Informatieverwerking, statistiek en kans Sub-domein: statistische gegevens verzamelen, ordenen en weergeven 59. statistische gegevens verzamelen en weergeven; 11

12 met behulp van tabel, staaf-, cirkel-, lijn-, steelbladdiagram en box-plot.) 60. statistische gegevens samenvatten met behulp van de centrummaten: gemiddelde, modus en mediaan; 61. hierbij een rekenmachine gebruiken. Sub-domein: analyseren en interpreteren van tabellen, grafische voorstellingen en centrummaten 62. conclusies trekken uit een situatie; 63. verwachtingen uitspreken over toekomstige situaties met behulp van een zinvolle extrapolatie of intuïtief kansbegrip; 64. uitspraken doen over mogelijkheden en beperkingen van de beschikbare statistische hulpmiddelen in de gegeven situatie. Sub-domein: analyseren en interpreteren van een graaf 65. een gegeven situatie, beschreven door tekst, tabel of kaart, door een passende graaf weergeven; 66. bij een graaf een tabel opstellen; 67. conclusies trekken uit een situatie; 68. verwachtingen uitspreken over toekomstige situaties; (Redenerend vanuit een model of door combinatorisch tellen van mogelijkheden. Hierbij zonodig gebruik maken van een boomdiagram of intuïtief kansbegrip.) 69. uitspraken doen over mogelijkheden en beperkingen van de graaf als model van de gegeven situatie. Toelichting Uitgangspunt bij de formulering van dit examenprogramma is geweest, dat de studie is gericht a. op het vak: de kandidaten verwerven kennis van, inzicht in en vaardigheden bij het gebruik van wiskunde in reële situaties en problemen: - een wiskundige houding; - systematisch en methodisch werken; - generaliseren en analyseren; - gegevens en uitkomsten kritisch beoordelen; - zelf oplossingen bedenken; - wiskundige taal als communicatiemiddel gebruiken; - omgaan met instrumenten en apparatuur; - de kandidaten verwerven kennis, inzicht en vaardigheden, die bijvoorbeeld van belang zijn bij hun opleiding; b. op persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk functioneren: de kandidaten leren de mogelijkheden te waarderen die wiskunde biedt door gevoel te ontwikkelen voor wiskundige denkwijzen en door plezier te beleven aan wiskundige activiteiten; de kandidaten bouwen vertrouwen op in hun eigen kunnen op wiskundig gebied; de kandidaten vergroten hun wiskundige mogelijkheden door samenwerking met anderen na te streven; 12

13 de kandidaten vergroten hun wiskundige mogelijkheden door te reflecteren op eigen wiskundige activiteiten; c. op vervolgstudie en beroep: de kandidaten verwerven kennis, vaardigheden en houdingen die van belang zijn voor de vervolgstudie en de beroepskeuze: wiskundige technieken en methoden die nuttig en nodig zijn bij het oplossen van nietwiskundige problemen; basiskennis en beroepsgerichte kennis die nodig zijn voor hun vervolgstudie. 13

14 Bijlage 2 A. De eindtermen van het kerndeel De tekstdelen die niet gecursiveerd zijn, gelden voor alle leerwegen. De gecursiveerde tekstdelen gelden alleen voor de theoretische, de gemengde en de kaderberoepsgerichte leerweg. WI/K/1 Oriëntatie op leren en werken zich oriënteren op de eigen loopbaan. 1 zich bewust worden van de eigen achtergrond, interesses, motivatie, sterke en zwakke punten door terug te kijken op eigen ervaringen en deze schriftelijk, mondeling en/of beeldend weer te geven 2 de eigen mogelijkheden en interesses in wiskunde verwoorden in het licht van vervolgstudie, beroepen en maatschappelijk functioneren 3 de rol en het belang aangeven van wiskundige kennis en vaardigheden in verschillende maatschappelijke situaties 4 de rol en het belang aangeven van wiskundige kennis en vaardigheden in verschillende arbeidsgebieden en werksoorten 5 de eigen interesse en affiniteit verwoorden met bepaalde arbeidsgebieden, werksoorten, functies en opleidingen 6 onderzoeksvaardigheden, keuzevaardigheden, reflectievaardigheden en sociaal-communicatieve vaardigheden inzetten ten behoeve van het eigen keuzeproces 7 eigen waarden en normen verwoorden ten aanzien van betaalde en onbetaalde arbeid en zorgtaken 8 de betekenis verwoorden van een mogelijke arbeidsrol voor zichzelf en anderen. WI/K/2 Basisvaardigheden De kandidaat beheerst een aantal basisvaardigheden. 1 zelfstandig leren en werken - een aanpak kiezen voor het uitvoeren van een opdracht - een planning maken - het eigen werk organiseren en op methodische wijze uitvoeren - de voortgang van het eigen werk bewaken - een eenvoudige proces- en productevaluatie maken 2 werken met informatie- en communicatietechnologie - teksten maken en bewerken - gegevens opslaan - berekeningen uitvoeren - zoeksystemen gebruiken - communiceren via 3 de Nederlandse taal functioneel gebruiken - teksten begrijpend lezen en beluisteren - eenvoudige schriftelijke teksten produceren in correct Nederlands - in gesprekken passende verbale en non-verbale middelen kiezen - zich in uiteenlopende taalsituaties gepast presenteren 14

15 4 elementaire rekenvaardigheden toepassen - standaardberekeningen correct en efficiënt uitvoeren - de zakrekenmachine doelmatig gebruiken 5 vaardig omgaan met verbale en cijfermatige informatie - bronnen gebruiken. vraaggesprekken. boeken en ander schriftelijk materiaal. audiovisuele bronnen. geautomatiseerde gegevensbestanden - informatie op waarde schatten.kiezen. ordenen - informatie bewerken. samenvatten. tabel opstellen. grafiek tekenen 6 in het leer- en werkproces adequaat omgaan met zichzelf en anderen - sociale conventies in acht nemen - overleggen en onderhandelen met anderen - taken verdelen - zich aan afspraken houden - rekening houden met anderen - kritiek geven en incasseren - een eigen standpunt innemen en verdedigen - samen met anderen werk uitvoeren en presenteren. WI/K/3 Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat beheerst een aantal strategische vaardigheden die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen. 1 wiskundige informatie analyseren, beoordelen en weergeven 2 op basis van verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken 3 problemen oplossen en daarbij kan hij/zij om de uitkomsten te berekenen kiezen tussen hoofdrekenen, de zakrekenmachine, handig rekenen of cijferen 4 bij berekeningen een bij de situatie passend rekenmodel kiezen 5 zich bedienen van adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën 6 relevante gegevens uit een situatie doelmatig weergeven in een geschikte wiskundige representatie (model) 7 situaties waarin wiskundige presentaties, redeneringen of berekeningen voorkomen kritisch beschouwen en beoordelen. WI/K/4 Algebraïsche verbanden 1 tabellen maken, aflezen, vergelijken en interpreteren - een tabel maken, al dan niet op een beeldscherm, van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie. Variabelen mogen met meer dan één letter worden aangeduid - regelmatigheden in een tabel vaststellen en beschrijven met woorden, grafieken, woordformules, formules of vuistregels 15

16 - grootste of kleinste waarde vaststellen in een tabel - controleren of een gegeven verband of standaardverband bij een gegeven tabel hoort - bij een gegeven tabel conclusies trekken over de bijbehorende situatie - bij een gegeven tabel vaststellen welke waarden bij de context zinvol zijn - bij een gegeven tabel beschrijven of het globale verloop van het bijbehorende verband stijgt, daalt, dan wel periodiek lijkt te zijn - het globale verloop van een verband uit een bijbehorende tabel beschrijven - twee verbanden met behulp van de bijbehorende tabellen vergelijken en bepalen of benaderen waar de variabelen een gelijke waarde hebben 2 grafieken tekenen, aflezen, interpreteren en vergelijken - in een gegeven assenstelsel een grafiek tekenen, al dan niet op een beeldscherm, van het verband tussen variabelen in een gegeven situatie - bij een gegeven grafiek vaststellen welke waarden van de variabelen bij de context zinvol zijn - bij een gegeven grafiek vaststellen of er sprake is van een constant, een stijgend, een dalend of een periodiek verband - controleren of een gegeven verband of standaardverband bij een gegeven grafiek hoort - vaststellen of er binnen een gegeven interval sprake is van constant zijn, stijgen of dalen - aflezen welke minima en maxima er op een gegeven interval zijn - uit het verloop, de vorm en de plaats van punten van een grafiek conclusies trekken over de bijbehorende situatie - twee grafieken vergelijken; snijpunt vaststellen en interpreteren - coördinaten van punten van een grafiek aflezen, berekenen of (met een formule of schaalberekening) benaderen - bij twee grafieken die elkaar snijden de coördinaten van dat snijpunt aflezen, benaderen en/of berekenen - een grafiek tekenen en analyseren; in het bijzonder hierbij een passende schaalverdeling kiezen en coördinaten van punten bepalen - vaststellen hoe een verandering in de situatie doorwerkt in de grafiek, gewoonlijk in samenhang met tabel en/of formule 3 werken met woord formules en formules - bij een gegeven woordformule vaststellen, of daarmee in een gegeven situatie het verband tussen de variabelen beschreven is - in een gegeven situatie vaststellen welke variabelen met elkaar in verband staan en een woordformule of formule opstellen die dat verband vastlegt - in een gegeven situatie zelf een woordformule of formule opstellen bij een standaardverband tussen twee variabelen - bij een verandering in een variabele het effect aangeven op de andere variabele, in het bijzonder bij lineaire, evenredige en omgekeerd evenredige verbanden - bij twee functionele verbanden aangeven, eventueel in benadering, waar functiewaarden gelijk zijn en op welke intervallen de ene groter is dan de andere - vaststellen hoe een verandering in de situatie doorwerkt in de formule - uit een formule conclusies trekken over de bijbehorende situatie 4 in een gegeven situatie de voorstellingsvormen tabel, grafiek, (woord)formule of verwoording met elkaar in verband brengen - bij twee verschillende voorstellingsvormen vaststellen of zij hetzelfde verband beschrijven - een voorstellingsvorm vervangen door een andere voorstellingsvorm die hetzelfde verband beschrijft - formuleringen bij de ene voorstellingsvorm vervangen door formuleringen bij een andere voorstellingsvorm - vaststellen of bepaalde waarden van variabelen zinvol zijn voor de gegeven situatie - vaststellen of bepaalde waarden in een voorstellingsvorm zinvol blijven in een andere 16

17 - vaststellen in welk opzicht een verandering in één voorstellingsvorm invloed heeft op een andere - bij twee functionele verbanden hun som en hun verschil beschrijven met een of meer voorstellingsvormen, mits dat in de gegeven situatie zinvol is - bij een functioneel verband beschrijven hoe bij een gegeven uitgangsvariabele de bijbehorende ingangsvariabele gevonden kan worden 5 rekenen met (woord)formules - in een woordformule of formule een variabele vervangen door een getal en de waarde van de andere variabele berekenen - onderzoeken of twee woordformules hetzelfde verband beschrijven - woordformules omzetten in formules waarin variabelen door één letter worden weergegeven - een formule vervangen door een gelijkwaardige formule - een schakeling van elementaire rekenacties omzetten in een formule en omgekeerd 6 bepaalde standaardverbanden kennen, herkennen en gebruiken - lineaire verbanden herkennen en gebruiken - verbanden van de vorm y = a en x = a herkennen en gebruiken - exponentiële verbanden herkennen en gebruiken - wortelverbanden herkennen en gebruiken - machtsverbanden met exponent 2 of 3 herkennen en gebruiken - verbanden van de vorm y = a/x herkennen, gebruiken en hun grafieken tekenen en interpreteren - periodieke verbanden herkennen en gebruiken. WI/K/5 Rekenen, meten en schatten 1 handig rekenen in alledaagse situaties - schattingen maken over afmetingen en hoeveelheden - het resultaat van een berekening afronden in overeenstemming met de gegeven situatie - bij het oplossen van problemen, enkelvoudige en eenvoudig samengestelde grootheden herkennen en gebruiken, in elk geval grootheden die te maken hebben met lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld en snelheid - rekenen met gangbare maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur, geld en snelheid - bij het rekenen en vermelden van resultaten gebruik maken van gangbare begrippen en voorvoegsels zoals miljoen, miljard en milli-, centi-, kilo-. 2 een rekenmachine gebruiken - met een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen - met een rekenmachine breuken, procenten, machten en wortels berekenen of benaderen als eindige decimale getallen - gebruik maken van de functietoetsen voor omgekeerde, kwadraat, macht, wortel en van de +/- toets - gebruik maken van de toets voor y x 3 meten en schatten - omgaan met gangbare maten en referentiematen - vooraf uitkomsten schatten van berekeningen en meetresultaten - schalen aflezen - uitspraken doen over de orde van grootte en de nauwkeurigheid 4 basistechnieken inzetten - in betekenisvolle situaties gelijknamige breuken optellen en aftrekken; eenvoudige breuken vermenigvuldigen en delen 17

18 - in betekenisvolle situaties eenvoudige en samengestelde breuken vermenigvuldigen met een geheel getal - verhoudingen vergelijken - een verhouding omzetten in een breuk, decimaal getal of percentage - bij berekeningen een verhoudingstabel gebruiken - in betekenisvolle situaties negatieve getallen ordenen, optellen en aftrekken - negatieve getallen vermenigvuldigen en delen - hoofdbewerkingen in de afgesproken volgorde toepassen - bij het berekenen en bij het vermelden van resultaten gebruik maken van de wetenschappelijke notatie. WI/K/6 Meetkunde 1 voorstellingen van objecten en van hun plaats in de ruimte of het platte vlak maken en interpreteren - vlakke tekeningen van ruimtelijke situaties interpreteren en bewerken, zoals foto s, plattegronden, patroontekeningen, landkaarten, bouwtekeningen. Daarbij kan de kandidaat onder andere gebruik maken van kijklijnen, aanzichten, uitslagen, doorsneden, projecties, plattegronden en daarbij, waar mogelijk en zinvol, de computer gebruiken - ruimtelijke situaties beschrijven met taal of getallen, bijvoorbeeld. met woorden. door middel van figuren waaronder driehoek, parallellogram, vierkant, rechthoek, ruit, cirkel, kubus, balk, prisma, piramide, cilinder, kegel en bol. met coördinaten (ook in de ruimte). met behulp van richting of hoek en afstand - ruimtelijke voorstellingen, al dan niet op schaal, weergeven al dan niet met concreet materiaal - uit de hierboven genoemde voorstellingen en beschrijvingen conclusies trekken over de bijbehorende objecten en hun plaats in de ruimte 2 schatten, meten en berekenen - schattingen en metingen doen van hoeken, lengten, oppervlakten en inhouden van objecten in de ruimte - lengten in vlakke en ruimtelijke figuren berekenen met behulp van schaal - oppervlakte en omtrek berekenen van driehoek, rechthoek en figuren die daaruit samengesteld zijn, zoals een parallellogram - omtrek en oppervlakte van een cirkel berekenen met behulp van gegeven woordformules of formules - inhoud van kubus en balk berekenen - inhoud van prisma, kegel, piramide, bol en cilinder berekenen met behulp van gegeven woordformules of formules 3 redeneren en tekenen - bij tekenen, berekenen van hoeken en afstanden, en redeneren gebruik maken van meetkundige begrippen en eigenschappen, in het bijzonder. evenwijdigheid. gelijke verhoudingen. lijnsymmetrie. regelmatige patronen. eigenschappen van hoeken. goniometrische verhoudingen in rechthoekige driehoeken. draaisymmetrie. de stelling van Pythagoras 18

19 - bij tekenen, berekenen en redeneren gebruik maken van instrumenten en apparaten, in het bijzonder: liniaal, gradenboog, rechthoekige driehoek, passer, zelfgemaakt gereedschap, zakrekenmachine en computer. WI/K/7 Informatieverwerking, statistiek 1 statistische gegevens verzamelen, ordenen, weergeven (al dan niet met behulp van de computer) en samenvatten - statistische gegevens verzamelen - statistische gegevens ordenen en weergeven, in het bijzonder met behulp van tabel, lijn-, staaf-, cirkel- en steelbladdiagram - statistische gegevens samenvatten met behulp van gemiddelde, modus of mediaan - statistische gegevens weergeven in een boxplot 2 tabellen en grafische voorstellingen analyseren en interpreteren - statistische gegevens aflezen en interpreteren uit een tabel, lijn-, staaf-, en cirkeldiagram (en vormen die daarvan zijn afgeleid) en daaruit conclusies trekken 3 een situatie analyseren en interpreteren met behulp van een graaf - een situatie onderzoeken die door middel van een graaf is beschreven - bij een gegeven graaf een bijbehorende tabel opstellen - een situatie die door tekst, tabel of kaart is beschreven met behulp van een passende graaf weergeven - conclusies trekken uit een situatie met behulp van een graaf en/of de bijbehorende tabel 4 systematisch tellen in eenvoudige, betekenisvolle en meer complexe situaties 5 in eenvoudige, praktische situaties aan de hand van modellen uitspraken doen over te verwachten gebeurtenissen en ontwikkelingen. WI/K/8 Geïntegreerde Wiskundige Activiteiten - niet-wiskundig geformuleerde probleemsituaties met wiskundige middelen onderzoeken - realistische probleemsituaties mathematiseren - de bij het mathematiseren verkregen voorstellingsvormen zodanig met de diverse vaardigheden uit de andere domeinen bewerken dat hij/zij conclusies kan trekken die zinvol zijn voor de oorspronkelijke probleemsituatie B. De eindtermen van het verrijkingsdeel De exameneenheden van het verrijkingsdeel gelden alleen voor de gemengde en de theoretische leerweg. WI/V/1 Aanvullende eisen 1 Rekenen met formules - in een formule of vuistregel een variabele vervangen door een expressie - in een formule of vuistregel een expressie vervangen door een variabele 2 Exponentiële verbanden herkennen en gebruiken - een formule van de vorm y = b g t herkennen en gebruiken - een bijbehorende grafiek tekenen en interpreteren 19

20 - de parameters b en g herkennen als groeitijd, resp. beginwaarde - de begrippen verdubbelingstijd en halveringstijd gebruiken - een rente op rente berekening maken 3 Periodieke en machtsverbanden gebruiken - de begrippen amplitude, periode en frequentie herkennen en gebruiken - eenvoudige machtsverbanden herkennen en gebruiken In het bijzonder - verbanden van de vorm y = a x n waarbij n een positief en geheel getal is - som en verschilverbanden interpreteren - een grafiek van de vorm y = a x n + b tekenen 4 Rekenmachine - berekeningen met een groeifactor of -percentage uitvoeren - wetenschappelijke notatie kennen en gebruiken bij vermenigvuldigen met en delen door machten van 10 - y x toets en INV- y x toets gebruiken 5 Rekenen in de meetkunde - grootte van hoeken en afstanden in 2- en 3-dimensionale figuren berekenen - bij redeneren, tekenen en berekenen gebruik maken van goniometrische verhoudingen tangens, sinus en cosinus - rekenen met vergrotingen en verkleiningen; ook in ruimtelijke situaties. WI/V/2 Verrijkingsopdrachten De kandidaat verricht complexe opdrachten. 1 relevante probleemgebieden kiezen, verkennen en afbakenen 2 binnen een probleemgebied een relevante probleemsituatie identificeren en daarbij passende vraagstellingen verwoorden 3 probleemsituaties mathematiseren - vraagstellingen beantwoorden - bevindingen beargumenteerd weergeven 4 reflecteren op het gevolgde proces en de uitkomsten daarvan Binnen elke opdracht staat één relevante probleemsituatie centraal. Binnen elke probleemsituatie kunnen meer relevante vraagstellingen aan de orde zijn. De te kiezen probleemsituaties worden bij voorkeur ontleend aan - de sociaal-maatschappelijke werkelijkheid - praktijksituaties binnen het gekozen beroepenveld - de schoolwiskunde zelf. WI/V/3 Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie zelfstandig informatie verwerven, verwerken en verstrekken in het kader van het sectorwerkstuk. In de voorbereidingsfase - onderwerp, doel en publiek van het sectorwerkstuk bepalen - relevante vragen formuleren, die hij/zij met het sectorwerkstuk wil beantwoorden 20

WISKUNDE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

Domein A: Inzicht en handelen

Domein A: Inzicht en handelen Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Preambule Domein A is een overkoepeld domein dat altijd in combinatie met de andere domeinen wordt toegepast (of getoetst). In domein A wordt benoemd: Vaktaal: het

Nadere informatie

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Domein A: Inzicht en handelen Subdomein A1: Vaktaal wiskunde 1. vmbo passende vaktaal voor wiskunde herkennen en gebruiken voor het ordenen van het eigen denken

Nadere informatie

WISKUNDE VMBO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016

WISKUNDE VMBO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016 WISKUNDE VMBO SYLLABUS CENTRAAL EXAMEN 2016 Inhoud Voorwoord 6 1 Syllabus wiskunde BB 7 1a. Verdeling examinering CE/SE 7 1b. Specificatie van de globale eindtermen voor het CE 8 1c. Toelichting en voorbeelden

Nadere informatie

WISKUNDE VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Wiskunde VMBO Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2011

Wiskunde VMBO Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2011 Wiskunde VMBO Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2011 September 2009 2009 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag

Nadere informatie

WISKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Wiskunde VMBO Syllabus GT centraal examen 2011

Wiskunde VMBO Syllabus GT centraal examen 2011 Wiskunde VMBO Syllabus GT centraal examen 2011 September 2009-1 - 2009 Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven vwo, havo, vmbo, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping

Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Wiskunde Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Tussendoelen in MathPlus

Tussendoelen in MathPlus MALMBERG UITGEVERIJ B.V. Tussendoelen in MathPlus Versie 1 Inhoud Tussendoelen onderbouw in MathPlus... 2 Tabel tussendoelen... 2 1HVG... 7 Domein Rekenen... 7 Domein Meten en tekenen... 9 Domein Grafieken

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

REKENTOETS VMBO BB/KB/GL/TL

REKENTOETS VMBO BB/KB/GL/TL Wijziging op 19-01-2016 bij punt 4 Dyslexie of dyscalculie: de aangepaste rekentoets ER duurt 120 minuten in plaats van 150 minuten. Wijziging op 04-02-2016 bij punt 3: de rekentoets duurt 90 minuten in

Nadere informatie

Bijlage Wiskunde vmbo

Bijlage Wiskunde vmbo Bijlage Wiskunde vmbo IJking Referentiekader Rekenen versus Examenprogramma's Victor Schmidt April 2010 Verantwoording 2010 Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Alle rechten voorbehouden. Mits

Nadere informatie

REKENTOETS HAVO/VWO INFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.11.2

REKENTOETS HAVO/VWO INFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.11.2 REKENTOETS HAVO/VWO INFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.11.2 De informatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

PTA wiskunde GL/TL - Bohemen Houtrust Kijduin Media - cohort 14-15-16

PTA wiskunde GL/TL - Bohemen Houtrust Kijduin Media - cohort 14-15-16 Wiskunde Schooljaar 2014-2015 ( leerjaar 3 ) Theoretische en Gemengde leerweg Schoolexamen 1 SE 1 De volgende onderdelen worden getoetst: PCS Schriftelijk 90 min ja 2,0 Hoofdstuk 1: Plaats en afstand 301T

Nadere informatie

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte 1 Tekenen in roosters Kern 1 Tegelvloeren Kern 2 Oppervlakte Kern 3 Het assenstelsel Kern 4 Rechthoeken 2 Rekenen Kern 1 De rekenmachine Kern 2 Voorrangsregels Kern 3 Afronden Kern 4 Afronden 3 Grafieken

Nadere informatie

Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en):

Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en): Wiskunde, LTP leerjaar 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 26 De leerling leert te werken met platte en ruimtelijke vormen en structuren, leert daarvan afbeeldingen te maken en deze te interpreteren, en leert

Nadere informatie

De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn

De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn Examenprogramma vmbo 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan vakoverstijgende thema's De leerling leert, in het kader van een

Nadere informatie

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken 148. 2 Plaats bepalen 60. 5 Negatieve getallen 198. 3 Rekenen 100

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken 148. 2 Plaats bepalen 60. 5 Negatieve getallen 198. 3 Rekenen 100 1 BK deel 1 Voorkennis 1 Aan de slag met wiskunde 6 1 Ruimtefiguren 8 1.1 Wiskundige ruimte guren 10 1.2 Vlakken, ribben en hoekpunten 14 1.3 Kubus en vierkant 17 1.4 Balk en rechthoek 24 1.5 Cilinder

Nadere informatie

WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

Leerstofplanning. 3 vmbo-k

Leerstofplanning. 3 vmbo-k Leerstofplanning 3 vmbo-k Inhoud 3 vmbo-k deel 1 1 Kijken in ruimtefiguren Bij kaart: schaal, hemelsbreed en werkelijke afstand(vuistregels), hoogtelijnen op kaart, verticale doorsnede bij hoogtekaart,

Nadere informatie

PTA wiskunde BBL - Kijkduin Statenkwartier - cohort 13-14-15

PTA wiskunde BBL - Kijkduin Statenkwartier - cohort 13-14-15 A. Schoolexamen derde leerjaar, 2013-2014 1 SE 1 De volgende onderdelen worden getoetst: PCS Schriftelijk 90 min ja 2,0 Hoofdstuk 1: Plaats en afstand. 301B Algebraïsche verbanden en WI/K/4 * * * aanzichten

Nadere informatie

De 10 e editie havo-vwo OB

De 10 e editie havo-vwo OB De 10 e editie havo-vwo OB Presentatie havo/vwo onderbouw 10 e editie 1 HAVO/VWO 1 VWO 2 HAVO 2 HAVO/VWO 2 VWO De delen 10 e editie onderbouw 3 HAVO deel 1 3 HAVO deel 2 3 VWO deel 1 3 VWO deel 2 Presentatie

Nadere informatie

PTA wiskunde KBL - Bohemen Media (Statenkwartier)- cohort 14-15-16

PTA wiskunde KBL - Bohemen Media (Statenkwartier)- cohort 14-15-16 Wiskunde Het schoolexamen in het vierde leerjaar (2015-2016) wordt ook toegepast binnen de locatie Statenkwartier. Schooljaar 2014-2015 ( leerjaar 3 ) Kader Schoolexamen 1 SE 1 De volgende onderdelen worden

Nadere informatie

dochandl4vmbo_kader_netwerk3e.doc Deel 4 vmbo kader Inhoud deel 4 Wolters-Noordhoff bv

dochandl4vmbo_kader_netwerk3e.doc Deel 4 vmbo kader Inhoud deel 4 Wolters-Noordhoff bv Deel 4 vmbo kader Inhoud deel 4 Hoofdstuk 1 Rekenen Hoofdstuk 2 Lineaire verbanden Hoofdstuk 3 Vlakke meetkunde Hoofdstuk 4 Machtsverbanden Hoofdstuk 5 Statistiek Hoofdstuk 6 Ruimtemeetkunde Hoofdstuk

Nadere informatie

begin van document Eindtermen vwo wiskunde B (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie

begin van document Eindtermen vwo wiskunde B (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie begin van document Eindtermen vwo wiskunde (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie Domein Subdomein in CE moet in SE Vaardigheden 1: Informatievaardigheden X X : Onderzoeksvaardigheden

Nadere informatie

Rekentoetswijzer 2F. Eindversie

Rekentoetswijzer 2F. Eindversie Rekentoetswijzer 2F Eindversie Voorwoord De rekentoetswijzer stelt docenten in staat zich een beeld te vormen van wat er in de rekentoetsen rekenen 2F voor het voortgezet onderwijs wel en niet gevraagd

Nadere informatie

20 De leerling leert alleen en in samenwerking met anderen in praktische situaties wiskunde te herkennen en te gebruiken om problemen op te lossen

20 De leerling leert alleen en in samenwerking met anderen in praktische situaties wiskunde te herkennen en te gebruiken om problemen op te lossen Onderwerp: Kwadraten en Wortels H1 19 De leerling leert passende wiskundetaal te gebruiken voor het ordenen van het eigen denken en voor uitleg aan anderen, en leert de wiskundetaal van anderen te begrijpen.

Nadere informatie

Domein A: Vaardigheden

Domein A: Vaardigheden Examenprogramma Wiskunde A havo Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Algebra en tellen

Nadere informatie

Tweede fase vmbo, 47vakkenpakket en exameneisen

Tweede fase vmbo, 47vakkenpakket en exameneisen DC Tweede fase vmbo, 47vakkenpakket en exameneisen 1 Inleiding Dit thema gaat over de leerstof in de bovenbouw van het vmbo. Je leest over het vakkenpakket en over de exameneisen voor Nederlands, voor

Nadere informatie

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

3 Pythagoras 90. 4 Statistiek 128

3 Pythagoras 90. 4 Statistiek 128 2BK1 2KGT1 Voorkennis 1 Meetkunde 6 1 Vlakke figuren 8 1.1 Namen van vlakke figuren 10 1.2 Driehoeken 15 1.3 Driehoeken tekenen 19 1.4 Vierhoeken 24 1.5 Hoeken berekenen in een vierhoek 30 1.6 Gemengde

Nadere informatie

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE 1. Inleiding Vanaf 1 oktober 2015 gelden nieuwe afspraken omtrent het rekenexamen 3F. De exameneisen

Nadere informatie

Niveauproef wiskunde voor AAV

Niveauproef wiskunde voor AAV Niveauproef wiskunde voor AAV Waarom? Voor wiskunde zijn er in AAV 3 modules: je legt een niveauproef af, zodat je op het juiste niveau kan starten. Er is de basismodule voor wie de rekenvaardigheden moet

Nadere informatie

Examenprogramma wiskunde D havo

Examenprogramma wiskunde D havo Examenprogramma wiskunde D havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kansrekening en statistiek

Nadere informatie

REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015

REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015 REKENTOETSWIJZER 3F 2015 REKENTOETS VO 2015 pagina 2 van 16 Inhoud Voorwoord 5 Vooraf 6 1 Inleiding 7 1.1 Wat is een rekentoetswijzer? 7 1.2 De rekentoets 3F 7 1.3 Uitgangspunten bij de constructie van

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Hoofdstuk 4: Meetkunde Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen Assenstelsel Lineair

Nadere informatie

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

begin van document Eindtermen havo wiskunde A (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie

begin van document Eindtermen havo wiskunde A (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie begin van document Eindtermen havo wiskunde A (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie Domein Subdomein in CE moet in SE A A1: Informatievaardigheden X X Vaardigheden A2:

Nadere informatie

Rekentoetswijzer 2F, voortgezet onderwijs, veldraadpleging

Rekentoetswijzer 2F, voortgezet onderwijs, veldraadpleging Rekentoetswijzer 2F, voortgezet onderwijs, veldraadpleging maart 2011 Voorwoord De rekentoetswijzer en de bijbehorende voorbeeldtoets stellen docenten in staat zich een beeld te vormen van wat er in de

Nadere informatie

Bijlage 1 examenprogramma vmbo Beeldende vakken

Bijlage 1 examenprogramma vmbo Beeldende vakken Bijlage 1 examenprogramma vmbo Beeldende vakken 1 Bijlage 1: beeldende vakken 1. Toelichting De examenprogramma's vmbo beschrijven de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden, waarop

Nadere informatie

DE basis WISKUNDE VOOR DE LAGERE SCHOOL

DE basis WISKUNDE VOOR DE LAGERE SCHOOL Inhoud GETALLENKENNIS 13 1 Getallen 13 2 Het decimale talstelsel 14 3 Breuken 16 Begrippen 16 Soorten breuken 16 Een breuk vereenvoudigen 17 4 Breuken, percenten, kommagetallen 18 Breuk omzetten in een

Nadere informatie

Naam:... ZELFEVALUATIE WISKUNDE A-STROOM (het 60-puntenplan) WAT KAN IK AL? / WAT MOET IK NOG HERHALEN? / WAT MOET IK NOG INOEFENEN?

Naam:... ZELFEVALUATIE WISKUNDE A-STROOM (het 60-puntenplan) WAT KAN IK AL? / WAT MOET IK NOG HERHALEN? / WAT MOET IK NOG INOEFENEN? ZELFEVALUATIE WISKUNDE A-STROOM (het 60-puntenplan) WAT KAN IK AL? / WAT MOET IK NOG HERHALEN? / WAT MOET IK NOG INOEFENEN? Voor de GETALLENLEER worden concreet volgende doelstellingen nagestreefd: Begripsvorming

Nadere informatie

ECONOMIE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

ECONOMIE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 ECONOMIE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING VAK : : Wiskun METHODE : Morne Wiskun 9 editie KLAS: : 4 NIVEAU : KADER CONTACTUREN PER WEEK 4 X MINUTEN PER WEEK UDIEJAAR : 205-206 EINDCIJFER KLAS TELT ALS BEGINCIJFER

Nadere informatie

Checklist Wiskunde B HAVO HML

Checklist Wiskunde B HAVO HML Checklist Wiskunde B HAVO 4 2014-2015 HML 1 Hoofdstuk 1 Lineaire vergelijkingen en lineaire ongelijkheden oplossen. Wanneer klapt het teken om? Haakjes en breuken wegwerken. Ontbinden in factoren: x buiten

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 7228 14 maart 2014 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 februari 2014, nr. VO/599178,

Nadere informatie

REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR 2013-2014

REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR 2013-2014 REKENTOETSWIJZER 3F T.B.V. SCHOOLJAAR 2013-2014 Juli 2013 Inleiding Voor de rekentoets VO heeft de rekentoetswijzer dezelfde functie als de syllabus voor een centraal examen VO. De functie ervan is een

Nadere informatie

Netwerk 3 basis docentenhandleiding. Docentenhandleiding deel 3A en 3B basis. Inhoud deel 3A. Inhoud deel 3B

Netwerk 3 basis docentenhandleiding. Docentenhandleiding deel 3A en 3B basis. Inhoud deel 3A. Inhoud deel 3B Docentenhandleiding deel 3A en 3B basis Inhoud deel 3A Hoofdstuk 1 Plaatsbepalen Hoofdstuk 2 Grafieken en tabellen Hoofdstuk 3 Rekenen Hoofdstuk 4 Informatieverwerking Hoofdstuk 5 Tekenen en rekenen Computer

Nadere informatie

Rekentoetswijzer 2F. Voortgezet onderwijs. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Rekentoetswijzer 2F. Voortgezet onderwijs. SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Rekentoetswijzer 2F Voortgezet onderwijs SLO nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Rekentoetswijzer 2F voortgezet onderwijs December 2011 Verantwoording 2011 SLO (nationaal expertisecentrum

Nadere informatie

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling VMBO BB leerling Verbanden en Hoge -bewerkingen onder 100 -tafels t/m 10 (x:) -bewerkingen met eenvoudige grote en -makkelijk rekenen -vergelijken/ordenen op getallenlijn -makkelijke breuken omzetten -deel

Nadere informatie

Netwerk 3 kader docentenhandleiding. Docentenhandleiding deel 3A en 3B vmbo kader. Inhoud deel 3A. Inhoud deel 3B

Netwerk 3 kader docentenhandleiding. Docentenhandleiding deel 3A en 3B vmbo kader. Inhoud deel 3A. Inhoud deel 3B Docentenhandleiding deel 3A en 3B vmbo kader Inhoud deel 3A Hoofdstuk 1 Vlakke meetkunde Hoofdstuk 2 Lineaire verbanden Hoofdstuk 3 Rekenen Hoofdstuk 4 Statistiek Hoofdstuk 5 Ruimtemeetkunde Hoofdstuk

Nadere informatie

Deel 3 havo. Docentenhandleiding havo deel 3 CB

Deel 3 havo. Docentenhandleiding havo deel 3 CB Deel 3 havo De hoeveelheid leerstof is gebaseerd op drie lesuren per week. Met drie lesuren is het in ieder geval mogelijk om de basisstof van tien hoofdstukken door te werken, eventueel met de verkorte

Nadere informatie

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en.

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en. Scoreblad bewis naam cursist: datum: naam afnemer: inhoud vraag opmerkingen OK werkpunt niet goed tellen eieren tellen in dozen van 10 getallen verder aanvullen in kralenketting getalbegrip getallen ertussen

Nadere informatie

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal Bijlage - Toetsenmateriaal Toets Module In de eerste module worden de getallen behandeld: - Natuurlijke getallen en talstelsels - Gemiddelde - mediaan - Getallenas en assenstelsel - Gehele getallen met

Nadere informatie

Toetswijzer examen Cool 2.1

Toetswijzer examen Cool 2.1 Toetswijzer examen Cool 2.1 Cool 2.1 1 Getallenkennis: Grote natuurlijke getallen 86 a Ik kan grote getallen vlot lezen en schrijven. 90 b Ik kan getallen afronden. 91 c Ik ken de getalwaarde van een getal.

Nadere informatie

4 Jaarplan. 1 Leerplan

4 Jaarplan. 1 Leerplan Formule 1_Handleiding.indb 9 1/07/15 13:50 9 4 Jaarplan 1 Leerplan Het jaarplan is opgesteld volgens het leerplan VVKSO BRUSSEL D/2011/7841/021. De nummers van de doelstellingen in het jaarplan verwijzen

Nadere informatie

Examenprogramma beeldende vorming

Examenprogramma beeldende vorming Examenprogramma beeldende vorming Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 beeldende vorming 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1

Nadere informatie

BIOLOGIE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

BIOLOGIE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 BIOLOGIE VMBO TL/GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

INSIGHT Rekentoets. Spoorboekje. Tijd voor rekenen!

INSIGHT Rekentoets. Spoorboekje. Tijd voor rekenen! INSIGHT Rekentoets Spoorboekje Tijd voor rekenen! Colofon Titel: Subtitel: Uitgave door: Adres: Insight Rekentoets Spoorboekje AMN b.v. Arnhem Oude Oeverstraat 120 6811 Arnhem Tel. 026-3557333 info@amn.nl

Nadere informatie

De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn

De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn Examenprogramma dans Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 dans 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan vakoverstijgende

Nadere informatie

Regeling toegestane hulpmiddelen. Staatsexamens vmbo, havo en vwo

Regeling toegestane hulpmiddelen. Staatsexamens vmbo, havo en vwo Regeling toegestane hulpmiddelen Staatsexamens vmbo, havo en vwo 2010 Inhoudsopgave 1. Basispakket hulpmiddelen... 3 2. Vakspecifieke hulpmiddelen examen algemene vakken vmbo in 2010... 3 3. Nadere regels

Nadere informatie

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 8a: Blok 1 - week 1 Oriëntatie - uitspreken en schrijven van getallen rond 1 miljoen - introductie miljard - helen uit een breuk halen 5/4 = -

Nadere informatie

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Leerroute 3 Jaargroep: 8 GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen kunnen hebben. (hoeveelheidsgetal,

Nadere informatie

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen....

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen.... HAVO 4 wiskunde A Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen.... 1. rekenregels en verhoudingen Ik kan breuken vermenigvuldigen en delen. Ik ken de rekenregel breuk Ik kan

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde

Nadere informatie

Domeinbeschrijving rekenen

Domeinbeschrijving rekenen Domeinbeschrijving rekenen Discussiestuk ten dienste van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal auteur: Jan van de Craats 11 december 2007 Inleiding Dit document bevat een beschrijving van

Nadere informatie

JAARPLANNING ZO GEZEGD, ZO GEREKEND - 5 leerjaar pag. 1 / 10

JAARPLANNING ZO GEZEGD, ZO GEREKEND - 5 leerjaar pag. 1 / 10 JAARPLANNING ZO GEZEGD, ZO GEREKEND - 5 leerjaar pag. 1 / 10 Op basis van 5 wiskundelessen per week Week 44: herfstvakantie Week 52 en 1: Kerstvakantie Week 10: krokusverlof Week 15 en 16: Paasvakantie

Nadere informatie

WISKUNDE B HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

WISKUNDE B HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 WISKUNDE B HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Examenprogramma Engelse taal

Examenprogramma Engelse taal Examenprogramma Engelse taal Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 Engelse taal 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan

Nadere informatie

Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003

Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003 Uit De Ophaalbrug, werkmateriaal bij de overstap basisonderwijs voortgezet onderwijs, sept. 2003 REKENEN-WISKUNDE VERSLAG Samenstelling De BOVO-kwaliteitsgroep rekenen-wiskunde bestond uit: Sira Kamermans,

Nadere informatie

Deel 1: Getallenkennis

Deel 1: Getallenkennis Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 1 000 000

Nadere informatie

Examenprogramma Nederlandse taal vmbo vanaf het CE 2014

Examenprogramma Nederlandse taal vmbo vanaf het CE 2014 Informatiewijzer: 1. Preambule 2. Leeswijzer 3. Nederlands vmbo 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1. Werken aan vakoverstijgende thema's

Nadere informatie

Overzicht tussendoelen wiskunde. havo en vwo. Een beschrijving van de te verwerven kennis en vaardigheden

Overzicht tussendoelen wiskunde. havo en vwo. Een beschrijving van de te verwerven kennis en vaardigheden SLO is het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling. Al 35 jaar geven wij inhoud aan leren en innovatie in de driehoek beleid, wetenschap en onderwijspraktijk. De kern van onze expertise betreft

Nadere informatie

SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO

SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO pagina 2 van 14 Inhoud 1 Nieuwe Syllabus rekenen, met ingang van 1 oktober 2015 5 2 Nieuw en anders: Verschillen oude rekentoetswijzers vo/ rekensyllabi

Nadere informatie

Dossieropdracht 8. Analyse 1 - Didactiek

Dossieropdracht 8. Analyse 1 - Didactiek Dossieropdracht 8 Analyse 1 - Didactiek Naam: Thomas Sluyter Nummer: 1018808 Jaar / Klas: 1e jaar Docent Wiskunde, deeltijd Datum: 5 april, 2008 Samenvatting Op het VMBO leren de leerlingen veel nieuwe

Nadere informatie

Reken je wijs. De kunst van het leren rekenen. Benito Kaarsbaan. aantal x 1000. tijd in jaren 15000 4,5

Reken je wijs. De kunst van het leren rekenen. Benito Kaarsbaan. aantal x 1000. tijd in jaren 15000 4,5 Reken je wijs De kunst van het leren rekenen Niveau 1F 2F 3F aantal x 1000 18000 20 15000 12000 4,5 9000 6000 3000 0 0 1960 1970 1980 1990 2000 tijd in jaren inen: 5 = 24 k Benito Kaarsbaan ij k ex e m

Nadere informatie

Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet weten en kunnen. HAVO 4 wiskunde B...

Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet weten en kunnen. HAVO 4 wiskunde B... Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet weten en kunnen. HAVO 4 wiskunde B 0. voorkennis In klas 3 heb je hoofdstuk 10 over algebraische vaardigheden gedaan. Hieronder zie je daarvan een

Nadere informatie

Maatschappijwetenschappen

Maatschappijwetenschappen Maatschappijwetenschappen Staatsexamen havo Programma van toetsing en afsluiting (vernieuwde profielstructuur) 2010 Inhoudsopgave Opzet van het examen...3 Het examenprogramma...3 Beschrijving eindtermen...4

Nadere informatie

Wiskunde ( havo vwo )

Wiskunde ( havo vwo ) Tussendoelen Wiskunde ( havo vwo ) Wiskunde havo/vwo = Basis Verbanden en formules Vergelijkingen en ongelijkheden Exponentiële vergelijkingen oplossen Exponentiële vergelijkingen van de vorm ax=p oplossen

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 geschiedenis en staatsinrichting 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen

Nadere informatie

Meten en Meetkunde 2. Doelgroep Meten en Meetkunde 2. Omschrijving Meten en Meetkunde 2

Meten en Meetkunde 2. Doelgroep Meten en Meetkunde 2. Omschrijving Meten en Meetkunde 2 Meten en Meetkunde 2 Muiswerk Meten en Meetkunde 2 besteedt aandacht aan de uitbreiding van de basisvaardigheden van het rekenen met maten, oppervlaktes en inhouden, en coördinaten. In niveau 2 komen de

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING VAK : : Wiskun METHODE : Morne wiskun KLAS: : 3 NIVEAU : KADER CONTACTUREN PER WEEK 4 X MINUTEN PER WEEK UDIEJAAR : 205-206 EINDCIJFER KLAS 3 TELT 3 ALS BEGINCIJFER

Nadere informatie

klas 3 wiskunde Wi BASIS

klas 3 wiskunde Wi BASIS examenar: 2017 schoolar: 2015-2016 klas 3 BASIS moderne wiskunde 3-basis 9e editie hfdst leerstofomschrijving eind toet soort tijd periode weging cijfer herk. 1 Plaatsbepalen K6 1 s 1 1 1 2 Grafieken K4

Nadere informatie

begin van document Eindtermen vwo wiskunde B gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie

begin van document Eindtermen vwo wiskunde B gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie begin van document Eindtermen vwo wiskunde B gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie domein subdomein in CE moet in SE mag in SE A Vaardigheden A1: Informatievaardigheden A2:

Nadere informatie

Jaaroverzicht Kompas zesde leerjaar

Jaaroverzicht Kompas zesde leerjaar Week 1 WB 6A 3 Jaaroverzicht Kompas zesde leerjaar Getallenkennis Bewerkingen Meten en Les 1 Getalbegrip tot 10 000 000 Week 2 Les 1 Kommagetallen tot op Week 3 Les 1 Breuken vergelijken en ordenen Soorten

Nadere informatie