Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid. modulair handboek stukadoor. Gi. bl. 2, Dr. b. 2, Bu. b. 2, N. bi. 2 PLANLEZEN EN METEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid. modulair handboek stukadoor. Gi. bl. 2, Dr. b. 2, Bu. b. 2, N. bi. 2 PLANLEZEN EN METEN"

Transcriptie

1 Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid modulair handboek stukadoor Gi. bl. 2, Dr. b. 2, Bu. b. 2, N. bi. 2 PLANLEZEN EN METEN

2 Het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid (FVB) kreeg de afgelopen jaren steeds meer vragen om een degelijk naslagwerk voor de stukadoor op de markt te brengen. Er bestaat heel weinig literatuur in België over het beroep van stukadoor en de uitoefening ervan. Daarom is dit werk opgevat om niet alleen een degelijke opleiding te kunnen geven in scholen en opleidingcentra, maar tevens om het stijgend belang van de bijscholing voor arbeiders verzekeren. We hopen met dit modulair handboek een belangrijke bijdrage te kunnen leveren om het bekende gezegde: volgens de regels van de kunst, beter te omschrijven en duidelijker te maken in het beroepsmilieu. Ten behoeve van de gebruiker (lezer, opleider, student, stukadoor, deskundige...) werd dit modulair handboek opgedeeld in vier deelberoepen, namelijk: - Natte binnenbepleistering (N. bi.) - Buitenbepleistering (Bu. b.) - Droogbouw (Dr. b.) - Gipsblokken (Gi. bl.) In elk van deze deelberoepen werden een aantal boekdelen opgesteld, die volgens onderstaand stramien werden ingedeeld: - Algemeenheden - Voorbereiden - Plaatsen - Afwerken Bij de samenstelling van de werkgroepen werden mensen uit het onderwijs, beroepswereld, fabrikanten en beroepsorganisaties uitgenodigd. Zo kon een brug geslagen worden tussen de opleiders en de realiteit van de uitvoering op de bouwplaats. Dit boekdeel Planlezen en meten valt onder Algemeenheden en is geldig voor de vier deelberoepen. Over de vooruitgang van de andere boekdelen in voorbereiding, zal er geregeld informatie verschijnen in het driemaandelijks informatieblad van NaVAP-UNEP, in het maandelijks informatieblad van Bouwunie en in andere vakbladen voor stukadoors. Veel leesplezier en succes bij de toepassing ervan! Stefaan Vanthourenhout, FVB-Voorzitter. 2 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

3 Hoofdredacteur: Theo Smulders ( ) Redacteur: Jef Vangeel Redactiecommissie: Jan Beyens Ferdinand Debasse Patrick Floru Joris Messiaen Guido Roels Lieven Tack Tekeningen: Jef Vangeel Lay-out en illustraties: MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 3

4 De spelregels De lijnen Symbolen en voorstellingen 1.2 De maatvoering Voorstellingswijze en plaatsing van een maat Soorten maten Hoogtematen Maataanduiding bij hellingen 1.3 De schalen Hoe een schaal voorstellen? Voorbeeld 1.4 Analyse van een bouwontwerp Inleiding Bestek of lastenboek Wat komt er op een plan voor? De projectiemethoden Basisbegrippen Inleiding Samenstelling en voorstelling van een getal Reken- en meetkundige tekens of symbolen De regel van drie Percent berekenen Lengtematen Oppervlaktematen Massa (M) Gewicht (G) Volume - Inhoud Temperatuur (T) Tijd (t) Hoeken Omtrek - Oppervlakte - Volume - Inhoud Hoe bereken ik een? 4 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

5 2.2 Meetkundige begrippen Loodlijnen Evenwijdige lijnen Hoeken Verdelen van een rechte in n gelijke delen Raaklijnen Regelmatige veelhoeken De boogvormen Lijsten en profielen 2.3 Elektrische begrippen Inleiding Begrippen eenvoudig uitgelegd Wet van Ohm Vermogen (watt) Algemene informatie Titelblad Liggingsplan Inplantingsplan 3.2 Horizontale doorsneden Plan van de fundering Plan van het gelijkvloers Plan van de verdieping Plan van de zolder 3.3 Verticale doorsneden Doorsnede A-A Doorsnede B-B 3.4 Gevelzichten Voorgevel Achtergevel Zijgevel Links Zijgevel Rechts 3.5 Horizontale doorsneden met identificatie van muren Plan van het gelijkvloers Plan van de verdieping MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 5

6 Communicatie tussen mensen is van oudsher van immens belang geweest. In de hedendaagse maatschappij is het een onderwerp dat niet meer weg te denken is. Mensen praten, lezen en schrijven om elkaars ideeën, gedachten en indrukken over te brengen. De taal is hierbij een hulpmiddel om deze communicatie optimaal te laten verlopen. In de techniek is de gesproken taal niet universeel genoeg en absoluut niet voldoende om ideeën en uitvoeringsmodaliteiten over te brengen. Daarom zullen we voor het correct uitoefenen van ons beroep, ook moeten leren tekening lezen, tekenen en/of schetsen. In de bouwsector worden deze tekeningen plannen genoemd. Deze vormen het communicatiemiddel bij uitstek, tussen architect, overheid, bouwheer, industrie en aannemer of uitvoerder. De taal waarover we hier spreken noemen we: planlezen. Willen we het planlezen goed beheersen moeten we veel weten over: normen en richtlijnen, symbolen en tekenwijzen. Deze vormen de spelregels van het planlezen die, zoals in de sport grondig moeten gekend zijn, wil je het naar behoren kunnen begrijpen en uitvoeren. Bij het lezen van plannen moeten we voornamelijk twee grote onderdelen onderscheiden, namelijk: begrijpen van symbolen en lijnen die op een plan zijn aangebracht in twee dimensies, (L x b) alsook de relatie van al deze onderdelen in het globaal concept; deze tweedimensionale plannen kunnen overbrengen naar een ruimtelijke voorstelling in drie dimensies (L x b x h). Doordat architecten en ontwerpers een kunstopleiding hebben gevolgd, komt het nogal eens voor dat normen en richtlijnen vervagen in een esthetische visie van de ontwerper, waardoor normalisatie en eenvormigheid van tekeningen wel eens te wensen overlaten. Daarom volgt hierna een uiteenzetting van normen en richtlijnen die volgens ons zouden moeten gebruikt worden. Om plannen te leren lezen moet je uiteraard de regels grondig kennen en veel oefenen, daarom zullen we nu maar vlug beginnen. 6 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

7 1.1 De spelregels De lijnen MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 7

8 1. Lezen van bouwplannen Het Belgisch Instituut voor Normalisatie (NBN) streeft eenvormigheid na binnen eigen grenzen. De Belgische norm, NBN E * beschrijft de lijnsoorten. Hierboven hebben we een samenvatting gegeven van de meest gebruikte lijnsoorten in de bouw. Hieronder zie je enkele voorbeelden van gebruik, plaats en toepassing van de lijnsoorten. De NBN publicaties zijn teksten die deze uniformiteit voorschrijven. 8 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

9 1. Lezen van bouwplannen Symbolen en voorstellingen Legende Een legende is een bepaald patroon van lijnen en lijntypes, dat refereert naar een bepaald materiaal. Zij wordt enkel toegepast in detailtekeningen en horizontale en/of verticale doorsneden. Een te groot assortiment aan legenden schaadt het vlot lezen van het plan. Trouwens een plan is altijd vergezeld van een lastenboek, waarin de te gebruiken materialen worden beschreven. Zoals we hieronder zien wordt het patroon met de voorstelling ervan weergegeven in het titelblad. Op deze manier kunnen misverstanden bij het lezen van de te gebruiken materiaalsoort, vermeden worden. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 9

10 1. Lezen van bouwplannen Enkele veel voorkomende legenden Materiaalnummering De betekenis van de nummers worden in het titelblad voorgesteld. De nummers geven de soorten materiaal weer en worden voornamelijk toegepast in de aanzichten (zie hieronder). 10 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

11 1. Lezen van bouwplannen Afkortingen Hiernaast zie je enkele afkortingen die regelmatig voorkomen op een plan. De verklaring van de afkortingen vind je meestal op het titelblad. Hieronder geven we een greep uit de meest gebruikte afkortingen: - ok: onderkant, - bk: bovenkant, - P: hoogtepeil, - vp: vloerpeil, - h.o.h: hart op hart, - m.o.m: midden op midden, - dn: nominale diameter voor thermoplasten* (uitwendige diameter), - DN: nominale diameter voor andere (inwendige diameter), - SP: septische put, - RP: regenwaterput. Een thermoplast is een kunststof die bij sterke verhitting zacht wordt, dit in tegenstelling tot thermoharder, die bij verhitting hard blijft. De belangrijkste thermoplastische materialen zijn: - polyvinylchloride - polypropyleen - polyethyleen - acryl e.a. Onderstaand voorbeeld identificeert muren en muurvlakken. Deze identificatie is nodig om de inhoud of de oppervlakte van muren via de rekenbladen op een correcte en vlugge wijze terug te vinden. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 11

12 1. Lezen van bouwplannen - Identiteitscode voor muren: Bm1, Bm2... : identiteitscode voor buitenmuren, Bim1, Bim2... : identiteitscode voor binnenmuren. - Identiteitscode voor stuc- en schilderwerken: A, B : muurvlak A van een bepaalde ruimte. Bv. Hall-A, Hall-B, enz. Funderingen In de horizontale doorsnede wordt de fundering aangeduid met twee evenwijdige streepjeslijnen. Ze zijn in deze soort lijn getekend omdat de funderingszool verborgen is (zie tabel lijnsoorten). In de verticale doorsnede wordt de fundering gearceerd in het soort materiaal waarin ze is opgebouwd. De funderingsmuur wordt door een onderbrekingslijn gescheiden van het geheel wat betekent dat de funderingsdiepte op de vaste ongeroerde grond en minstens op vorstdiepte (60 à 80 cm), moet aangelegd zijn. De minimumbreedte van de funderingsvoet = breedte van het funderingsmetselwerk + (2 x 15 cm). Muren Volle muren Links een tekening naar realiteit van een volle muur in baksteen met een dikte van 29 cm. Rechts een tekening van een muur in betonblokken met eveneens een dikte van 29 cm. 12 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

13 1. Lezen van bouwplannen Hieronder wordt de voorstelling weergegeven zoals op het plan: twee laterale dikke lijnen opgevuld met de legende van het soort materiaal waarin deze muur wordt gemetseld. Spouwmuren Spouwmuren bestaan meestal uit een: - buitenspouwblad dat dienst doet als vochtscherm en als esthetisch element, - luchtspouw om het rechtstreeks contact met buiten te vermijden, - thermische isolatie om de warmte binnen of buiten te houden, - binnenspouwblad met een dragende, constructieve functie. Op het plan wordt deze muur voorgesteld zoals hieronder is weergegeven: Binnenmuren We kunnen een onderscheid maken tussen: Deze muren bestaan meestal uit een lichtgewicht materiaal zoals: snelbouwsteen, cellenbeton, kalkzandsteen, gipsblokken. De muurdikte is doorgaans kleiner dan 10 cm. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 13

14 1. Lezen van bouwplannen Dragend metselwerk Een gebouw in dragend metselwerk is een constructie waarbij het metselwerk de dragende structuur van het gebouw vormt. De muurdikten zijn doorgaans groter dan 10 cm. De voorstellingswijze op het plan is hiernaast aangegeven. Lichte binnenwanden Deze zijn meestal samengesteld uit een metalen frame met daarop gipsplaten. Deze wanden worden voorgesteld zoals hieronder afgebeeld staat. Riolering De afwateringsrichting wordt aangegeven met een medium gemengde streeplijn met 2 korte streepjes. Ter informatie wordt een pijl toegevoegd die in de richting van de afvoer wijst, inclusief alle nodige informatie over de buis zelf. 14 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

15 1. Lezen van bouwplannen Pvc-buizen zijn voor de woningbouw de meest gebruikte buizen. Ze bestaan in standaardlengten van en 10 m. Er is een groot gamma aan hulpstukken voorradig. Uitwendige diameter of nominale diameter in mm Wanddikte in mm 110 3,0 104 Inwendige diameter in mm 125 3,1 118, ,0 152 Kunststoffen worden allemaal benoemd met een afkorting. Enkele voorbeelden: - PVC (PolyVinylChloride) - PE (PolyEthyleen) - PPP (PolyPropyleen) - PTFE (teflon) 200 4,9 190, ,2 237,6 Inboedel Deze omvat alle verplaatsbaar, vast meubilair en eveneens het sanitair. Ze worden zo getrouw mogelijk in dunne lijn en op dezelfde schaal als het plan weergegeven. Hierdoor kan de lezer zich een getrouw en beter beeld vormen van ruimte en ruimteverdeling. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 15

16 1. Lezen van bouwplannen Trappen De trap wordt schuin onderbroken d.w.z. dat op deze plaats de horizontale snede is getekend. Deze ligt meestal op ongeveer 150 cm boven de vloer. De zichtbare delen onder de snede worden in volle lijn getekend. De delen boven het snijvlak gelegen, worden niet of in medium gemengde streeplijn met 2 korte streepjes getekend. Er wordt ook een pijl getekend die de looprichting in stijgende zin aangeeft. Soms worden de treden genummerd. Buitendeuren Bij draaiende deuren wordt de draaizin aangegeven in de horizontale doorsneden, zodat je de benodigde plaats kan inschatten, die deze deur inneemt. Op de tekening zie je de voorstellingswijze van een rechtse buitendeur zowel in horizontale doorsnede als in aanzicht. Binnendeuren Rf is de afkorting van résistance au feu, wat betekent weerstand tegen vuur. Rf 60 betekent dat de deur een brandvertragend vermogen heeft van 60 min of 1 h. Hiernaast zien we de tekenwijze van een binnendeur in aanzicht en doorsnede. De draaizin is duidelijk aangegeven. De aangegeven maat is de ruwbouwmaat. Indien het hier gaat om een brandvertragende deur van 1 h dan zal in de deuropening de tekst Rf 60* aangebracht worden. De ruwbouwbreedte voor een standaard binnendeur met houten omlijsting bedraagt 70, 80, 90, 100,110, of 120 cm. In deze deuropening past een deurblad van respectievelijk 63, 73, 83, 93, 103 of 113 cm. 16 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

17 1. Lezen van bouwplannen Í! Opgelet! Bij metalen deurkozijnen gelden andere afmetingen. De voorstellingswijze van een dubbele binnendeur zie je hiernaast. Merk op dat de ene vleugel in volle lijn en de andere in streeplijn getekend is. Dit wil zeggen dat de deur getekend in volle lijn eerst opent, en daarna de deur in streeplijn. Vensters Bij vensters worden dorpel en venstertablet getekend. In de aanzichten wordt de openingswijze aangeduid. Beide vleugels hebben volgens de tekening een draaifunctie en één vleugel heeft een extra kipfunctie. Stalen liggers De dunne gemengde streeplijn met twee korte streepjes geven de plaats aan van de stalen ligger. Deze stalen ligger is boven de snede gelegen. Er wordt duidelijk aangegeven over welk type ligger het gaat en welke afmetingen hij heeft. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 17

18 1. Lezen van bouwplannen Aanduiding van het noorden De noordpijl heeft enkel zijn weerslag op inplantings- en/of situatieplan. Zelden wordt er een volledige windroos getekend. De voorstelling op de plans verschilt van architect tot architect. Belangrijk te weten is dat de pijl naar het noorden wijst. Dus noordenwind komt uit tegenovergestelde richting als de pijl aangeeft. ISO (International Organization for Standardization) is s werelds grootste ontwikkelaar van normen. Om te voorkomen dat de naam in elke taal anders zou zijn, heeft men gekozen voor ISO, dat afgeleid is van het Griekse isos, wat gelijk betekent. ISO is een netwerk van 156 nationale normalisatie instituten, met een centraal secretariaat in Genève, dat het systeem coördineert en beheert. De noordpijl is belangrijk voor de plaatsbepaling van de verschillende ruimten in het gebouw en eveneens voor de bepaling en plaatsing van ramen en deuren. Soms worden de gevels genoemd naar de windstreek waarnaar ze georiënteerd zijn, in dit geval wordt: - de voorgevel de noordgevel, - de achtergevel de zuidgevel, - de linkerzijgevel wordt de oostgevel, - en de rechterzijgevel de westgevel. De aanwijzer op bovenstaande tekening is getekend volgens ISO* 7519: MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

19 1. Lezen van bouwplannen Draagrichting en karakteristieken van draagvloeren Geprefabriceerde draagvloeren worden aangeduid zoals hieronder is aangegeven (ISO 7519: 1991). Als karakteristieken worden meestal aangegeven: - het aantal stuks, - lengte en breedte van het element. De lengtemaat die weergegeven wordt, is gelijk aan: overspanning + (2 x oplegging). - indien het gaat over een draagvloer met gladde onderzijde, wordt, dit eveneens vermeld. Indien het gaat over een houten roostering wordt deze meestal weergegeven zoals op de figuur is aangegeven. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 19

20 1. Lezen van bouwplannen 1.2 De maatvoering Voorstellingswijze en plaatsing van een maat - Maatlijnen moeten evenwijdig lopen met het bouwdeel en 7 mm ervan verwijderd zijn. - Een maatlijn wordt best in een rechte lijn doorheen de tekening geplaatst. - De maateenheid wordt meestal in cm uitgedrukt. - Het maatgetal moet zodanig geplaatst worden, dat het makkelijk leesbaar is langs rechts en langs onderen Soorten maten 20 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

21 1. Lezen van bouwplannen Bouwplanmaten worden onderverdeeld in 4 soorten. 1. Ketting- of detailmaten geven de afmetingen weer van een bouwonderdeel. 2. Deelmaten geven de som der afmetingen weer van de verschillende ketting- of detailmaten, alsook de afmetingen van een bepaalde ruimte of kamer. 3. Totaalmaat geeft de globale maat van een bouwonderdeel. Ze moeten steeds gelijk zijn aan de som van de ketting- of detailmaten en eveneens gelijk zijn aan de som van de deelmaten. 4. Samengestelde maat geeft de aparte maten van een bouwonderdeel aan bv. maten van een spouwmuur. Zij worden gelezen van links naar rechts en van onder naar boven Hoogtematen Een hoogtepeil vertrekt altijd vanaf een referentiepeil, ook 0-peil genoemd. Alle maten boven het referentiepeil zijn positieve waarden en de maten onder het referentiepeil zijn negatieve maten. Voor het referentiepeil wordt meestal de hoogte van de afgewerkte vloer van het gelijkvloers genomen. Het kan ook een reeds aanwezig object zijn, zoals o.a.: hoogte van het midden van de straat, een putdeksel of een bijzonder punt in de omgeving van de bouwgrond. Dit 0-peil moet dan duidelijk aangegeven worden op het inplantingsplan. De aanduiding gebeurt zoals onderstaand voorbeeld aangeeft. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 21

22 1. Lezen van bouwplannen Hoogtepeilberekeningen De twee hoogtepeilen zijn positief. Als de tekens positief zijn, worden ze zonder toevoeging van een + teken weergegeven. Voor het hoogteverschil worden hoogtepeilen met hetzelfde teken van elkaar afgetrokken. De tekens van de hoogtepeilen zijn verschillend. Als het ene teken positief en het andere negatief is, moeten de hoogtepeilen met elkaar opgeteld worden. De twee hoogtepeilen zijn negatief. Als het hoogtepeil 0 zou zijn, dan is het diepste punt 250 cm. Het hoogtepeil ligt hier 15 cm lager, dus is het hoogteverschil 235 cm. Enkele combinaties van hoogtematen 22 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

23 1. Lezen van bouwplannen Maataanduiding bij hellingen Een hellingshoek wordt in graden ( ) ofwel in hellingspercentage (%) aangeduid. De pijl wijst in de richting van het hoogste punt. Deze voorstellingswijze wordt toegepast bij hellende daken, hellende vlakken, taluds en trappen. Í! Opgelet! Bij platte daken en rioleringen wijst de pijl in de richting van de afwatering. Voor bouwkundige tekeningen is een hellingspercentage veel handiger dan graden, omdat we hiermee de verticale hoogte of de horizontale basis kunnen bepalen. Met onderstaande tabel kan je rechtstreeks aflezen welke hoek er met het hellingspercentage overeenstemt. % % % % , , , , ,2 60 8, , MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 23

24 1. Lezen van bouwplannen Berekeningsformule Voorbeeld Horizontale afstand (Ha) = 10 m Hellingspercentage (Hp) = 90 % Gevraagd: de verticale afstand of Va Va = (Hp) x Ha Va = (90/100) x 10 = 0,9 x 10 = 9 m 1.3 De schalen Als een voorwerp kleiner of groter wordt getekend dan de ware grootte, spreken we van een tekening op schaal. De schalen zijn genormaliseerd volgens de NBN 509 (1952) 2. Deze Belgische norm is in overeenstemming met de internationale norm ISO 5455 : De schaal is de verhouding van de getekende afstand tot de werkelijke afstand. 24 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

25 1. Lezen van bouwplannen Tussen de grenzen 100:1 en 1:1000 worden enkel de schalen met de volgende waarden gebruikt. Soort Schaal Waar gebruiken? 1:1000 1:500 Liggings- situatie- en inplantingsplannen 1:200 1:100 Voorontwerp tekeningen Verkleiningen 1:50 Ontwerp tekeningen 1:20 1:10 1:5 Detailtekeningen van een gebouw 1:2 Ware grootte 1:1 Werk- of uitvoeringstekeningen 2:1 5:1 Vergrotingen 10:1 20:1 50:1 100:1 Tekeningen van kleine objecten Hoe een schaal voorstellen? Met een verhouding - Vergroting: n:1 vb: 5:1 d.w.z. dat het object 5 maal groter getekend wordt. - Ware grootte: 1:1 het object wordt getekend met zijn ware afmetingen. - Verkleining: 1:n vb: 1:5 d.w.z. dat het object 5 maal kleiner getekend wordt. Met een lijnschaal Wordt meestal gebruikt als er op de tekening gemeten wordt om afstanden te berekenen. Als er een verkleinde of vergrote kopie wordt genomen, zal de lijnschaal in verhouding mee verkleinen of vergroten. Druk je deze schaal uit in een verhouding dan kom je tot het volgende: het is een verkleinde tekening want 1 cm = 10 km of cm, dus de verhoudingsschaal = 1: MODULAIR HANDBOEK R 25

26 1. Lezen van bouwplannen Voorbeeld We kunnen de schaal, lengte in werkelijkheid en lengte op tekening berekenen met onderstaande formule. 1.4 Analyse van een bouwontwerp Inleiding In België is het verplicht bij het bouwen een architect aan te stellen. Een architect zorgt voor meer dan een bouwplan alleen. Hij zorgt o.a. voor: - het voorontwerp - het definitief ontwerp 26 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

27 1. Lezen van bouwplannen - bestek of lastenboek - bouwplannen - werk- en/of detailtekeningen - de bouwaanvraag - de opvolging van de werken - eventuele controle op de veiligheid - de administratieve beslommeringen Bestek of lastenboek Een bestek of lastenboek is een nauwkeurige beschrijving van lasten en voorwaarden verbonden aan het bouwen van het project. Naar deze voorwaarden wordt door de aannemers hun begroting gemaakt. Een normaal bouwkundig bestek omvat: - Algemene bestekbepalingen Hierin staan de administratieve bepalingen. O.a.: aannemingsovereenkomst, termijn, betalingen, enz. - Bijzonder bestek Beschrijvend deel Hier geeft de architect commentaar en uitleg over de op de plans getekende constructies en objecten. Meestal gaat het over de materialen met hun verwerking en kwaliteiten. Kwantitatief deel Dit bestek wordt soms hoeveelheid- of metingstaat genoemd. Het zijn tabellen die materialen en onderdelen in verschillende posten onderbrengen met opgave van vermoedelijke of forfaitaire hoeveelheden. De architect volgt hierbij de standaardmeetmethode. Let wel op: de hoeveelheden zijn altijd ten titel van inlichting d.w.z. dat de aannemer verplicht is deze hoeveelheden na te rekenen. Begrotingsdeel Het is een overzicht van voornoemde delen, met een raming van prijzen en kosten Wat komt er op een plan voor? Algemene informatie Het titelblad Meestal wordt een plan op meerdere vellen papier getekend. Tegenwoordig met de computer gaat men dikwijls over tot een A3 of een A4 formaat en stelt men een bundeltje samen dat dan samen het bouwplan vormt. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 27

28 1. Lezen van bouwplannen Het liggingsplan Naast het geschreven adres van de bouwplaats, wordt ook een grafische weergave van de ligging van het perceel weergegeven. 28 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

29 1. Lezen van bouwplannen Het inplantingsplan Het inplantingsplan heeft tot doel een gebouw op de juiste manier en plaats in te planten. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 29

30 1. Lezen van bouwplannen De horizontale doorsneden Overzicht van de opbouw 30 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

31 1. Lezen van bouwplannen Funderingsplan in planometrie Hieronder afgebeeld zien we een planometrische projectie van het funderingsplan. Dit plan wordt ook nog grondplan of kelderplan genoemd. Het horizontaal snijvlak is vlak onder de vloer van het gelijkvloers gelegen. Hierdoor zie je alleen wat door grond bedekt is in streeplijnen. Gelijkvloersplan in planometrie Dit plan wordt ook nog benedenverdieping of begane grond genoemd. De plaats van dit snijvlak is zodanig gekozen dat het door alle vensters, deuren en openingen snijdt. Normaal is het horizontaal snijvlak gelegen op 150 cm boven de vloer van het gelijkvloers. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 31

32 1. Lezen van bouwplannen Verdiepingsplan p in planometrie 32 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

33 1. Lezen van bouwplannen Zolderplan in planometrie Wordt ook nog dakplan genoemd. Het horizontaal snijvlak wordt indien mogelijk op 150 cm boven de vloer gegeven. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 33

34 1. Lezen van bouwplannen De verticale doorsneden Een verticale doorsnede kan zowel in de lengte als in de breedte gesneden worden. Hoofdzaak is dat de belangrijkste details duidelijk weergegeven worden. Waar het snijvlak gelegen is, wordt op de horizontale doorsneden aangeduid. In ons voorbeeld is er een as-verschuiving waar te nemen. De doorsnede wordt geïdentificeerd door een hoofdletter, zo wordt de dwarsdoorsnede Doorsnede A-A genoemd en de langsdoorsnede Doorsnede B-B. De kijkrichting wordt aangegeven door de bijgevoegde pijl. 34 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

35 1. Lezen van bouwplannen Alle delen, door het snijvlak gesneden, worden op het snijvlak geprojecteerd. Hierdoor ontstaan de doorsneden A-A en B-B zoals we deze kunnen bekijken op het didactisch bouwplan in het hoofdstuk 3 (pp ) van dit handboek. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 35

36 1. Lezen van bouwplannen De gevelzichten Orthogonaal: samenstelling van twee Griekse woorden nl.: ORTHO = recht, GONOS = hoeken, vandaar rechthoekige projectie genoemd. Deze projectiemethoden zijn gebaseerd op de internationale norm ISO , 2 en 3 : Aanzichten worden getekend volgens een genormaliseerde projectiemethode namelijk de orthogonale* of rechthoekige projectie. Deze methode maakt van een bepaald voorwerp tweedimensionale beelden of aanzichten door elk punt loodrecht op het tafereel of tekenblad over te brengen. Een aanzicht is een vlak zonder dikte of diepte maar met de juiste breedte/hoogte verhoudingen. Om een object volledig af te beelden, kunnen de zes aanzichten in de richtingen a, b, c, d, e en f, in volgorde van belangrijkheid, nodig zijn (zie figuur) Details Om sommige delen van een constructie duidelijker weer te geven, wordt de schaal aangepast, o. a.: 1:2, 1:5, 1:10, 1:20. Een detail is niet noodzakelijk voor een doorsnede, het kunnen ook aanzichten, ploftekeningen of werktekeningen zijn. 36 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

37 1. Lezen van bouwplannen Maquette Een maquette of model geeft een vrij simplistisch, maar zeer begrijpelijk, driedimensionaal beeld van een woning weer. Het inzicht in de aard, indeling en opbouw van de woning kan dan, zelfs voor een leek, vrij duidelijk en begrijpbaar voorgesteld worden. Ze wordt meestal gemaakt uit maquettekarton dat in verschillende dikten in de handel verkrijgbaar is. De maquette wordt niet standaard bij een bouwplan gevoegd De projectiemethoden De tekening hiernaast is een isometrische projectie van een object. Het meest informatieve aanzicht van het object wordt gewoonlijk als hoofdaanzicht (vooraanzicht) gekozen. Hier in dit geval is dat aanzicht a. In de praktijk zijn niet alle aanzichten (a tot en met f) nodig. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 37

38 1. Lezen van bouwplannen Indien andere aanzichten (of doorsneden) dan het hoofdaanzicht noodzakelijk zijn, moeten zij worden gekozen om: - het aantal aanzichten en doorsneden tot het minimum te herleiden en voldoende om het object volledig en zonder tegenstrijdigheden af te beelden; - onnodige herhaling van details te vermijden. De positie van de aanzichten is afhankelijk van de gekozen projectiemethode. Er zijn vier projectiemethoden die gebruikt worden in het technisch tekenen. Projectiemethode van de eerste tweevlakshoek Deze projectiemethode werd vroeger de Europese projectiemethode genoemd. In België wordt deze methode toegepast in de metaalverwerkende nijverheid en de meeste aanverwante ondernemingen. 38 MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

39 1. Lezen van bouwplannen Projectiemethode van de derde tweevlakshoek Deze projectiemethode werd vroeger de Amerikaanse projectiemethode genoemd. In Nederland en de Verenigde Staten van Amerika wordt deze methode toegepast. Projectiemethode voor bouwkundige tekeningen In de bouwnijverheid wordt een mix van beide projectiemethoden toegepast. Hier spreekt men van bouwkundige projecties en tekeningen. Met de plaatsing van de aanzichten wordt geen rekening gehouden, de lezer moet door vergelijkingen met andere aanzichten kunnen uitmaken over welke aanzichten het gaat. Axonometrische tekeningen Axonometrische afbeeldingen zijn eenvoudige aanschouwelijke afbeeldingen, die verkregen worden door het object vanuit parallellijnen op het tekenblad te projecteren. Dit soort parallelperspectief heeft driedimensionale eigenschappen en geeft een bevredigende benadering voor aanzichten van veraf. MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN 39

40 1. Lezen van bouwplannen Van de vele axonometrieën worden er slechts enkele soorten aanbevolen voor bouwkundige tekeningen, nl.: Isometrische projectie De isometrische projectie is een van de tekenwijzen die het meest toegepast wordt. Zij geeft hetzelfde visuele belang aan de drie vlakken. Daarom is dit uitermate geschikt om een goed aanschouwelijk beeld te geven van het object. Met de horizontale as vormt de Y- en de X-as een hoek van 30. Dimetrische projectie De nadruk wordt gelegd op het hoofdaanzicht. Deze afbeelding geeft een zeer natuurgetrouwe weergave van het object. Met de horizontale as vormt de Y-as een hoek van 7 en de X-as een hoek van 42. Alle laterale lijnen gelegen langs de X-as worden verkort tot 2/3 van de lengte. Scheve projectie Bij deze projecties is het projectievlak evenwijdig met een coördinaatvlak en het hoofdaanzicht van het af te beelden object. Twee van de coördinaatassen zijn orthogonaal en de derde is willekeurig. De meest gangbare scheve projecties zijn: cavalier Hiernaast zijn vier mogelijke cavalier projecties afgebeeld. Twee assen maken een haakse hoek de derde een hoek van MODULAIR HANDBOEK R ALGEMEENHEDEN

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen Natuur-scheikunde Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen Temperatuur in C en K Metriek stelsel voorvoegsels lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en massa Eenheden van tijd 2 Havo- VWO H. Aelmans SG

Nadere informatie

PARATE KENNIS & VAARDIGHEDEN WISKUNDE 1 STE JAAR 1. TAALVAARDIGHEID BINNEN WISKUNDE. a) Begrippen uit de getallenleer ...

PARATE KENNIS & VAARDIGHEDEN WISKUNDE 1 STE JAAR 1. TAALVAARDIGHEID BINNEN WISKUNDE. a) Begrippen uit de getallenleer ... PARATE KENNIS & VAARDIGHEDEN WISKUNDE 1 STE JAAR 1. TAALVAARDIGHEID BINNEN WISKUNDE a) Begrippen uit de getallenleer Bewerking optelling aftrekking vermenigvuldiging Symbool deling : kwadratering... machtsverheffing...

Nadere informatie

Metriek stelsel. b. Grootheden. b-1. Lengte. Uitgangspunt (SI-eenheid): meter ; symbool: m. Gebruikte maten: mm-cm-dm-m-dam-hm-km

Metriek stelsel. b. Grootheden. b-1. Lengte. Uitgangspunt (SI-eenheid): meter ; symbool: m. Gebruikte maten: mm-cm-dm-m-dam-hm-km Inhoudsopgave: a: Inleiding b: Grootheden: (voor het basis-onderwijs) 1. Lengte 2. Oppervlakte 3. Volume, inhoud 4. Massa (vroeger: gewicht) 5. Tijd (voor het voortgezet onderwijs) 6. Temperatuur c. Omrekenregels

Nadere informatie

Projectietekenen is een hulpmiddel om een beter en sneller inzicht te krijgen in een product.

Projectietekenen is een hulpmiddel om een beter en sneller inzicht te krijgen in een product. 1 Projectietekenen 1.1 Inleiding Projectietekenen is een hulpmiddel om een beter en sneller inzicht te krijgen in een product. Gebouwen, gevelelementen, kozijnen en betimmeringen zijn voorwerpen met een

Nadere informatie

Aanvulling hoofdstuk 1

Aanvulling hoofdstuk 1 Natuur-Scheikunde Aanvulling hoofdstuk 1 Temperatuur in C en K Metriek stelsel voorvoegsels lengtematen, oppervlaktematen, inhoudsmaten en massa Eenheden van tijd VMBO- Tl2 H. Aelmans SG Groenewald 1.

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.

Nadere informatie

9.1 Oppervlakte-eenheden [1]

9.1 Oppervlakte-eenheden [1] 9.1 Oppervlakte-eenheden [1] De omtrek van een figuur bereken je door uit te rekenen hoe lang het is als je één keer langs de rand van de figuur gaat. Omtrek = l + l + l + l + l + l + l + l = 14 + 8 +

Nadere informatie

4. Bouwplan. Noodzaak van een plan. Het plan als communicatiemiddel. De technische tekentaal

4. Bouwplan. Noodzaak van een plan. Het plan als communicatiemiddel. De technische tekentaal Noodzaak van een plan. De meeste bouwers maken niet zelf het plan voor hun woning. Dit is een gespecialiseerd werk dat je best overlaat aan een vakman: een architect, al of niet bijgestaan door een bouwkundig

Nadere informatie

TOELICHTING METRIEK STELSEL

TOELICHTING METRIEK STELSEL TOELICHTING METRIEK STELSEL 2 3 642_rv_wb_metriek_stelsel_bw.indd 2 8-03-3 23: liter ml 00 4 5 6 642_rv_wb_metriek_stelsel_bw.indd 3 8-03-3 23: Rekenvlinder Metriek stelsel Toelichting Uitgeverij Zwijsen

Nadere informatie

handelingswijzer rekenen

handelingswijzer rekenen handelingswijzer rekenen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders HANDELINGSWIJZER REKENEN INHOUD HANDELINGSWIJZER REKENEN... 1 1 INHOUD... 1 HOOFDBEWERKINGEN... 2 OPTELLEN... 3 AFTREKKEN... 3 VERMENIGVULDIGEN...

Nadere informatie

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE 1. Inleiding Vanaf 1 oktober 2015 gelden nieuwe afspraken omtrent het rekenexamen 3F. De exameneisen

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren Uren, Dagen, Maanden, Jaren,. Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren 1 minuut 60 seconden 1 uur 60 minuten 1 half uur 30 minuten 1 kwartier 15 minuten 1 dag (etmaal) 24 uren 1 week

Nadere informatie

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden. Het metriek stelsel. Metriek komt van meten. Bij het metriek stelsel gaat het om maten, zoals lengte, breedte, hoogte, maar ook om gewicht of inhoud. Er zijn verschillende maten die je moet kennen en die

Nadere informatie

Schaal. Met behulp van de werkelijke grootte en de afgebeelde grootte kun je de schaal berekenen.

Schaal. Met behulp van de werkelijke grootte en de afgebeelde grootte kun je de schaal berekenen. Schaal Hieronder staat een afbeelding van het raam van het van Gogh-museum waardoor een inbreker zou zijn ontsnapt. Een advocaat voert aan dat door het gat in de ruit zijn client niet heeft kunnen ontsnappen,

Nadere informatie

Werken met eenheden. Introductie 275. Leerkern 275

Werken met eenheden. Introductie 275. Leerkern 275 Open Inhoud Universiteit Appendix B Wiskunde voor milieuwetenschappen Werken met eenheden Introductie 275 Leerkern 275 1 Grootheden en eenheden 275 2 SI-eenhedenstelsel 275 3 Tekenen en grafieken 276 4

Nadere informatie

DE basis WISKUNDE VOOR DE LAGERE SCHOOL

DE basis WISKUNDE VOOR DE LAGERE SCHOOL Inhoud GETALLENKENNIS 13 1 Getallen 13 2 Het decimale talstelsel 14 3 Breuken 16 Begrippen 16 Soorten breuken 16 Een breuk vereenvoudigen 17 4 Breuken, percenten, kommagetallen 18 Breuk omzetten in een

Nadere informatie

Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde

Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde Campus Zuid Boomsesteenweg 265 2020 Antwerpen Tel. (03) 216 29 38 Fax (03) 238 78 31 www.vclbdewisselantwerpen.be VCLB De Wissel - Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding Op stap naar 1 B Minimumdoelen

Nadere informatie

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Domein A: Inzicht en handelen Subdomein A1: Vaktaal wiskunde 1. vmbo passende vaktaal voor wiskunde herkennen en gebruiken voor het ordenen van het eigen denken

Nadere informatie

Reken je wijs. De kunst van het leren rekenen. Benito Kaarsbaan. aantal x 1000. tijd in jaren 15000 4,5

Reken je wijs. De kunst van het leren rekenen. Benito Kaarsbaan. aantal x 1000. tijd in jaren 15000 4,5 Reken je wijs De kunst van het leren rekenen Niveau 1F 2F 3F aantal x 1000 18000 20 15000 12000 4,5 9000 6000 3000 0 0 1960 1970 1980 1990 2000 tijd in jaren inen: 5 = 24 k Benito Kaarsbaan ij k ex e m

Nadere informatie

KAPSTOK REKENEN inhoud

KAPSTOK REKENEN inhoud KAPSTOK REKENEN inhoud pagina Optellen 2 Optellen cijferen 3 Aftrekken 4 Aftrekken cijferen 5 Vermenigvuldigen 6 Vermenigvuldigen cijferen 7 Delen 8 Tafels 9 Deeltafels 10 Breuken 11 Meten 12 Tijd wijzers

Nadere informatie

Gebruik van dit aanvullingskatern Maten en gewichten is alleen toegestaan aan gebruikers van NOI-uitgaven voor (bedrijfs)rekenen.

Gebruik van dit aanvullingskatern Maten en gewichten is alleen toegestaan aan gebruikers van NOI-uitgaven voor (bedrijfs)rekenen. 19 19 matenengewichten Gebruik van dit aanvullingskatern Maten en gewichten is alleen toegestaan aan gebruikers van NOI-uitgaven voor (bedrijfs)rekenen. NOI 1.9 1 INLEIDING In het dagelijkse leven wordt

Nadere informatie

1. INLEIDING... 3 2. PERSPECTIEVEN... 4 3. PROJECTIEMETHODEN... 8 4. AANZICHTEN TEKENEN... 10 5. PERSPECTIEF TEKENEN... 14 6. BRONVERMELDING...

1. INLEIDING... 3 2. PERSPECTIEVEN... 4 3. PROJECTIEMETHODEN... 8 4. AANZICHTEN TEKENEN... 10 5. PERSPECTIEF TEKENEN... 14 6. BRONVERMELDING... 1. INLEIDING... 3 2. PERSPECTIEVEN... 4 3. PROJECTIEMETHODEN... 8 4. AANZICHTEN TEKENEN... 10 5. PERSPECTIEF TEKENEN... 14 6. BRONVERMELDING... 22 Leerplandoelstellingen Perspectieftekenen 9. De afgewerkte

Nadere informatie

Domein A: Inzicht en handelen

Domein A: Inzicht en handelen Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo Preambule Domein A is een overkoepeld domein dat altijd in combinatie met de andere domeinen wordt toegepast (of getoetst). In domein A wordt benoemd: Vaktaal: het

Nadere informatie

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-KB 2010 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

Bereken hoeveel populieren hiervoor gebruikt zijn. Schrijf je berekening op.

Bereken hoeveel populieren hiervoor gebruikt zijn. Schrijf je berekening op. Lucifers Lucifers worden meestal gemaakt van het hout van de ratelpopulier. Van één populier worden gemiddeld 6 miljoen lucifers gemaakt. In een luciferdoosje zitten gemiddeld 60 lucifers. 3p 1 Het bedrijf

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

blikken b dat nodig is voor de toren. Op de uitwerkbijlage staat een tabel, die hoort bij dit verband. Vul de tabel op de uitwerkbijlage verder in.

blikken b dat nodig is voor de toren. Op de uitwerkbijlage staat een tabel, die hoort bij dit verband. Vul de tabel op de uitwerkbijlage verder in. Blikken stapelen Sander gaat blikken stapelen op dezelfde manier als op de foto hieronder. Hierdoor krijgt hij een toren die bestaat uit een aantal lagen. Op de foto zie je een toren die bestaat uit 5

Nadere informatie

ZESDE KLAS MEETKUNDE

ZESDE KLAS MEETKUNDE ZESDE KLAS MEETKUNDE maandag 1. Het vierkant. Eigenschappen. 2. Vierkanten tekenen met passer en lat vanuit zeshoek 3. Vierkanten tekenen met passer en lat binnen cirkel 4. Vierkanten tekenen met passer

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren

Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren 141 Eventjes herhalen : Wat is een homothetie? h (o,k) : Een homothetie met centrum o en factor k Het beeld van een punt Z door de homothetie met centrum O en factor

Nadere informatie

Niveauproef wiskunde voor AAV

Niveauproef wiskunde voor AAV Niveauproef wiskunde voor AAV Waarom? Voor wiskunde zijn er in AAV 3 modules: je legt een niveauproef af, zodat je op het juiste niveau kan starten. Er is de basismodule voor wie de rekenvaardigheden moet

Nadere informatie

44 De stelling van Pythagoras

44 De stelling van Pythagoras 44 De stelling van Pythagoras Verkennen Pythagoras Uitleg Je kunt nu lezen wat de stelling van Pythagoras is. In de applet kun je de twee rode punten verschuiven. Opgave 1 a) Verschuif in de applet punt

Nadere informatie

Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk. inzicht in het complete metriek stelsel. Op een eenduidige

Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk. inzicht in het complete metriek stelsel. Op een eenduidige Meten is weten Bloemlezing uit 36 bladzijden voor een eerste indruk Leer- Meten en is oefenboek weten Bloemlezing metriek uit stelsel 36 bladzijden voor ISBN: een 978-90-821249-1-0 eerste indruk Auteur

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 0 tijdvak woensdag juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 8 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

handleiding pagina s 678 tot 686 1 Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 20: bladzijde 614 2 Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken

handleiding pagina s 678 tot 686 1 Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 20: bladzijde 614 2 Werkboek 3 Posters 4 Scheurblokken week les toets en foutenanalyse handleiding pagina s 678 tot 686 nuttige informatie Handleiding. Kopieerbladen pagina 69: oppervlakte ruit pagina 500: kaart van België pagina 50: afstandentabel België

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

1 de jaar 2 de graad (2uur) Naam:... Klas:...

1 de jaar 2 de graad (2uur) Naam:... Klas:... Hoofdstuk 1 : Mechanica 1 de jaar de graad (uur) -1- Naam:... Klas:... 1. Basisgrootheden en hoofdeenheden In de Natuurkunde is het vaak van belang om de numerieke waarde van natuurkundige grootheden te

Nadere informatie

WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2006 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500

WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2006 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500 WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2006 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500 1 (20 punten) Viervlakken. Op een tafel vóór je staan vier viervlakken V 1, V 2, V 3 en V 4. Op elk grensvlak

Nadere informatie

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Verhoudingstabel Wat zijn verhoudingen Rekenen met de verhoudingstabel Kruisprodukten Wat zijn verhoudingen * * * 2 Aantal rollen 1 2 12 Aantal beschuiten 18

Nadere informatie

inkijkexemplaar Ontwerp van de lamp Ontwerp

inkijkexemplaar Ontwerp van de lamp Ontwerp van de lamp. Communicatie via tekens. De Technische tekentaal.. Genormaliseerd papierformaat.. Letters en cijfers.. Tekengerei.. Stroomdiagram. De perspectieftekening 6.. Natuurlijk perspectief 6.. Isometrisch

Nadere informatie

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden. 1 Formules gebruiken Verkennen www.math4all.nl MAThADORE-basic HAVO/VWO 4/5/6 VWO wi-b Werken met formules Formules gebruiken Inleiding Verkennen Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Nadere informatie

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

11 Meten en maten. Er zijn nog meer maten. Die gebruik je minder vaak. uit het hoofd

11 Meten en maten. Er zijn nog meer maten. Die gebruik je minder vaak. uit het hoofd De dollar heeft een andere waarde dan de euro. De verhouding van de waarde van de ene munt ten opzichte van de andere heet de wisselkoers. Als je een munt koopt, betaal je de aankoopkoers. De aankoopkoers

Nadere informatie

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Leerroute 3 Jaargroep: 8 GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen kunnen hebben. (hoeveelheidsgetal,

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl 2008 - I OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter. oppervlakte cirkel = π straal 2

Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl 2008 - I OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter. oppervlakte cirkel = π straal 2 OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter oppervlakte cirkel = π straal 2 inhoud prisma = oppervlakte grondvlak hoogte inhoud cilinder = oppervlakte grondvlak hoogte inhoud kegel = 1 3 oppervlakte

Nadere informatie

NORMEN EN RICHTLIJNEN BETREFFENDE HET TECHNISCH TEKENEN HOUT

NORMEN EN RICHTLIJNEN BETREFFENDE HET TECHNISCH TEKENEN HOUT INHOUDSTAFEL VOORWOORD 2 1. PAPIERFORMATEN 3 2. POLOOD 4 3. LIJNSOORTEN 4 3.1. Lijnpatronen 4 3.2. Lijndikten en toepassingen 5 3.2.1. lijndikte 5 3.2.2. toepassingen 5 4. OPBOUW 7 4.1. tekening 8 4.2.

Nadere informatie

Toetswijzer examen Cool 2.1

Toetswijzer examen Cool 2.1 Toetswijzer examen Cool 2.1 Cool 2.1 1 Getallenkennis: Grote natuurlijke getallen 86 a Ik kan grote getallen vlot lezen en schrijven. 90 b Ik kan getallen afronden. 91 c Ik ken de getalwaarde van een getal.

Nadere informatie

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend 230 000 46 duizend 46 000 Andersom 345 600 345,6 duizend 24 500 24,5 duizend

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend 230 000 46 duizend 46 000 Andersom 345 600 345,6 duizend 24 500 24,5 duizend Hoofdstuk 5 5A Grote getallen Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend 230 000 46 duizend 46 000 Andersom 345 600 345,6 duizend 24 500 24,5 duizend Miljoen 6 getallen achter de komma 230 miljoen

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Hoofdstuk 4: Meetkunde Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Meetkunde Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen Assenstelsel Lineair

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur

Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur Examen VMBO-GL en TL 2008 wiskunde CSE GL en TL tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten

Nadere informatie

Examen VWO 2013. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 22 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2013. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 22 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 203 tijdvak woensdag 22 mei 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Docent: ing. R.J. Rolloos (Bron: tekenrichtlijnen Gemeentewerken Rotterdam).

Docent: ing. R.J. Rolloos (Bron: tekenrichtlijnen Gemeentewerken Rotterdam). Richtlijn tekenwerk Docent: ing. R.J. Rolloos (Bron: tekenrichtlijnen Gemeentewerken Rotterdam). Opzet van de tekening Bij de opzet van de tekening verdienen een aantal punten de aandacht, namelijk: Formaat

Nadere informatie

8.1 Inhoud prisma en cilinder [1]

8.1 Inhoud prisma en cilinder [1] 8.1 Inhoud prisma en cilinder [1] Een prisma heeft twee evenwijdige grensvlakken. Een grondvlak en een bovenvlak. De andere grensvlakken zijn rechthoeken. De hoogte van de prisma is de lengte van de opstaande

Nadere informatie

SAMENVATTING BASIS & KADER

SAMENVATTING BASIS & KADER SAMENVATTING BASIS & KADER Afronden Hoe je moet afronden hangt af van de situatie. Geldbedragen rond je meestal af op twee decimalen, 15,375 wordt 15,38. Grote getallen rondje meestal af op duizendtallen,

Nadere informatie

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal

Bijlage 11 - Toetsenmateriaal Bijlage - Toetsenmateriaal Toets Module In de eerste module worden de getallen behandeld: - Natuurlijke getallen en talstelsels - Gemiddelde - mediaan - Getallenas en assenstelsel - Gehele getallen met

Nadere informatie

Deel 1: Getallenkennis

Deel 1: Getallenkennis Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 1 000 000

Nadere informatie

Vlakke meetkunde. Module 6. 6.1 Geijkte rechte. 6.1.1 Afstand tussen twee punten. 6.1.2 Midden van een lijnstuk

Vlakke meetkunde. Module 6. 6.1 Geijkte rechte. 6.1.1 Afstand tussen twee punten. 6.1.2 Midden van een lijnstuk Module 6 Vlakke meetkunde 6. Geijkte rechte Beschouw een rechte L en kies op deze rechte een punt o als oorsprong en een punt e als eenheidspunt. Indien men aan o en e respectievelijk de getallen 0 en

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B (oude stijl) Wiskunde B (oude stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 1330 1630 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het examen bestaat uit 18 vragen

Nadere informatie

Deel 1: Getallenkennis

Deel 1: Getallenkennis Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 10 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 13

Nadere informatie

Examenplanning 5 de leerjaar Juni 2016

Examenplanning 5 de leerjaar Juni 2016 Examenplanning 5 de leerjaar Juni 2016 Wiskunde - Getallenkennis BOEK B : Les 53 : Percenten Les 54 : Breuken, kommagetallen, percenten Les 58 : Percent berekenen deel 1 Herhalingsoefeningen Les 63 blz.

Nadere informatie

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 Inhoud Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 1/10 Eenheden Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheid. Vaak zijn er meerdere eenheden

Nadere informatie

2 Meten 2.1 2.1 Kaarten 2.1 2.2 Materialen en technieken 2.3 2.3 Meten en schetsen 2.12 2.4 Praktijkopdrachten 2.16

2 Meten 2.1 2.1 Kaarten 2.1 2.2 Materialen en technieken 2.3 2.3 Meten en schetsen 2.12 2.4 Praktijkopdrachten 2.16 Inhoud Voorwoord v Het metrieke stelsel vii Inhoud ix Trefwoordenlijst x 1 Basis 1.1 1.1 Veel voorkomende berekeningen 1.1 1.2 Van punt tot vlak 1.4 1.3 Oppervlakten berekenen 1.12 1.4 Zelf tekenen 1.16

Nadere informatie

LEERPLANDOELEN METEN EN METEND REKENEN 6 E LEERJAAR

LEERPLANDOELEN METEN EN METEND REKENEN 6 E LEERJAAR LEERPLANDOELEN METEN EN METEND REKENEN 6 E LEERJAAR Legende: - - - aanzet klemtoon === opbouw herhalen en verdiepen VET GEDRUKTE TEKST... zorgdoelen deze doelen komen niet (letterlijk) aan bod in de handleiding

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

wiskunde CSE GL en TL

wiskunde CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten

Nadere informatie

wiskunde B Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

wiskunde B Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Eamen VWO 04 tijdvak dinsdag 0 mei 3.30 uur - 6.30 uur wiskunde B Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Dit eamen

Nadere informatie

SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO

SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO SERVICEDOCUMENT BIJ SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F VO EN MBO pagina 2 van 14 Inhoud 1 Nieuwe Syllabus rekenen, met ingang van 1 oktober 2015 5 2 Nieuw en anders: Verschillen oude rekentoetswijzers vo/ rekensyllabi

Nadere informatie

Basisbegrippen 3D-tekenen.

Basisbegrippen 3D-tekenen. Basisbegrippen 3D-tekenen. Vroeger was het begrip 3D-tekenen onbestaande en tekende men gewoon in perspectief wanneer er een dieptezicht nodig was. Normaal werd er enkel in 2D getekend, dus enkel de aanzichten.

Nadere informatie

Een symmetrische gebroken functie

Een symmetrische gebroken functie Een symmetrische gebroken functie De functie f is gegeven door f( x) e x. 3p Bereken exact voor welke waarden van x geldt: f( x). 00 F( x) xln( e x) is een primitieve van f( x) e x. 4p Toon dit aan. Het

Nadere informatie

5 5d o e l e n k a t e r n

5 5d o e l e n k a t e r n Blok Pagina Blok 1 2 tot 10 Blok 2 11 tot 21 Blok 3 22 tot 32 Blok 4 33 tot 40 Blok 5 41 tot 50 Blok 6 51 tot 60 Blok 7 61 tot 68 leerjaar 5 5d o e l e n k a t e r n Voorafgaande toelichting bij doelenkatern,

Nadere informatie

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen 1 2 REKENEN Boek 7a: Blok 1 - week 1 in geldcontext 2 x 2,95 = / 4 x 2,95 = Optellen en aftrekken tot 10.000 - ciferend; met 2 of 3 getallen 4232 + 3635 + 745 = 1600

Nadere informatie

deel B Vergroten en oppervlakte

deel B Vergroten en oppervlakte Vergroten en verkleinen - wiskunde deel B Vergroten en oppervlakte Als je een figuur door een fotokopieerapparaat laat vergroten dan worden alle afmetingen in de figuur met dezelfde factor vermenigvuldigd.

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 - Ruimtefiguren

Hoofdstuk 8 - Ruimtefiguren Voorkennis V-a De oppervlakte van ABC is 2 5 : 2 = 0 cm 2. c d AB = 2 AC = 5 BC = 44 25 + 69 BC = 69 = cm De omtrek van ABC is 5 + 2 + = 0 cm. BD = 2 4 = 8 cm De oppervlakte van BCD is 8 5 : 2 = 20 cm

Nadere informatie

Samenvattende meetstaat ARTIKEL IND HOEV ARCH HOEV AANN EENHEIDSPR SOM OPMERKINGEN

Samenvattende meetstaat ARTIKEL IND HOEV ARCH HOEV AANN EENHEIDSPR SOM OPMERKINGEN HOOFDSTUK 00 : INRICHTING VAN DE BOUWPLAATS. werfkast elek. te voorzien HOODSTUK 01 : VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN. 01.1 : Schoonmaak van de werf. uitgraven van stronken 4 stuks HOOFDTSUK 02 : GRAAFWERKEN.

Nadere informatie

Datum Blz. 1. Probleem 5 1.1. Behoefte aan een woning 5 1.2. De functie van een woning 5 1.3. Behoefteomschrijving van het vakantiehuisje

Datum Blz. 1. Probleem 5 1.1. Behoefte aan een woning 5 1.2. De functie van een woning 5 1.3. Behoefteomschrijving van het vakantiehuisje 1 Vakantiehuisje Datum Blz. 1. Probleem 5 1.1. Behoefte aan een woning 5 1.2. De functie van een woning 5 1.3. Behoefteomschrijving van het vakantiehuisje 6 2. Ontwerpen 7 2.1. Wat zijn de verlangens van

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 009 tijdvak woensdag 4 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 8 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 008 tijdvak woensdag 18 juni 13.30-16.30 wiskunde B1, Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. it examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 81 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

11 Junior Wiskunde Olympiade 2001-2002: tweede ronde

11 Junior Wiskunde Olympiade 2001-2002: tweede ronde Junior Wiskunde Olympiade 200-2002: tweede ronde De tweede ronde bestaat uit 30 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt: per goed antwoord krijgt de deelnemer 5 punten, een blanco antwoord

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2010 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

handleiding pagina s 994 tot 1004 1 Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 26: bladzijde 841 huistaak 29: bladzijde 919 2 Werkboek 3 Posters

handleiding pagina s 994 tot 1004 1 Handleiding 1.2 Huistaken huistaak 26: bladzijde 841 huistaak 29: bladzijde 919 2 Werkboek 3 Posters week 32 les 1 toets en foutenanalyse handleiding pagina s 994 tot 1004 nuttige informatie 1 Handleiding 1.1 Kopieerbladen pagina 808: tijd, afstand, snelheid pagina 840: oppervlakte berekenen (omstructureren)

Nadere informatie

WETENSCHAPPELIJK TEKENEN

WETENSCHAPPELIJK TEKENEN WETENSCHAPPELIJK TEKENEN TWEEDE GRAAD TSO TECHNIEK-WETENSCHAPPEN COMPLEMENTAIR LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL (Vervangt leerplan D/1998/0279/021A vanaf 1 september 2013) Vlaams Verbond van

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 1.0 16.0 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 88 punten te behalen; het examen bestaat uit 19 vragen.

Nadere informatie

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deze mappen willen wegwijzers aanreiken om vanuit begrip en respect het beste te halen uit die leerlingen die de basis wiskundeleerstof uit

Nadere informatie

4 Jaarplan. 1 Leerplan

4 Jaarplan. 1 Leerplan Formule 1_Handleiding.indb 9 1/07/15 13:50 9 4 Jaarplan 1 Leerplan Het jaarplan is opgesteld volgens het leerplan VVKSO BRUSSEL D/2011/7841/021. De nummers van de doelstellingen in het jaarplan verwijzen

Nadere informatie

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 1 juli 2015 Oplossingen

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 1 juli 2015 Oplossingen IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 1 juli 15 Oplossingen IJkingstoets wiskunde-informatica-fysica 1 juli 15 - p. 1/1 Oefening 1 Welke studierichting wil je graag volgen? (vraag zonder score, wel

Nadere informatie

sfeerlichthouders. Daarnaast staat een tekening van het bovenaanzicht van deze figuur.

sfeerlichthouders. Daarnaast staat een tekening van het bovenaanzicht van deze figuur. SFEERLICHT Op de foto hieronder zie je een houder waarin een sfeerlichtje zit Deze sfeerlichthouder heeft de vorm van een prisma met een gelijkzijdige driehoek als grondvlak 2p 1 Op de foto hieronder zie

Nadere informatie

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 3

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 3 Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 3 3.4.1 Basis Tijd meten 1 Juli heeft 31 dagen. Wanneer 25 juli op zaterdag valt, valt 31 juli dus op een vrijdag. Augustus heeft ook 31 dagen. 1 augustus valt dus op

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 13 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 13 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 015 tijdvak 1 woensdag 13 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 17 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

handleiding pagina s 956 tot 964 1 Handleiding

handleiding pagina s 956 tot 964 1 Handleiding week 32 les 1 toets en foutenanalyse handleiding pagina s 956 tot 964 nuttige informatie 1 Handleiding 11 Kopieerbladen pagina s 726 en 727: oppervlakte ruimtefiguren pagina 778: tijdstip en tijdsduur

Nadere informatie

Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en):

Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en): Wiskunde, LTP leerjaar 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 26 De leerling leert te werken met platte en ruimtelijke vormen en structuren, leert daarvan afbeeldingen te maken en deze te interpreteren, en leert

Nadere informatie

wiskunde CSE GL en TL

wiskunde CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2014 tijdvak 1 maandag 19 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten

Nadere informatie

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 24 mei 9.00-10.30 uur

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 24 mei 9.00-10.30 uur Examen VMBO-BB 2013 tijdvak 1 vrijdag 24 mei 9.00-10.30 uur wiskunde CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1

tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1 tekentaken [ TO ] technisch tekenen [ A ] BA VA RZA graa klas 1 Waaraan moet een technische tekening voldoen? Ontwerpers werken hun ideeën eerst uit in de vorm van schetsen. Schetsen is snel tekenen uit

Nadere informatie

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte 1 Tekenen in roosters Kern 1 Tegelvloeren Kern 2 Oppervlakte Kern 3 Het assenstelsel Kern 4 Rechthoeken 2 Rekenen Kern 1 De rekenmachine Kern 2 Voorrangsregels Kern 3 Afronden Kern 4 Afronden 3 Grafieken

Nadere informatie