De VJR Macedonië: een juridische analyse van het toetredingsproces tot de EU Masterproef van de opleiding Master in de rechten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De VJR Macedonië: een juridische analyse van het toetredingsproces tot de EU Masterproef van de opleiding Master in de rechten"

Transcriptie

1 FACULTEIT RECHTSGELEERDHEID UNIVERSITEIT GENT ACADEMIEJAAR De VJR Macedonië: een juridische analyse van het toetredingsproces tot de EU Masterproef van de opleiding Master in de rechten Ingediend door Bob Cammaert ( ) (major: Europees Recht) Promotor: Prof. Dr. Peter Van Elsuwege Commissaris: Guillaume Van der Loo

2 DANKWOORD Bij deze wil de auteur eerst nog van de gelegenheid gebruik maken om volgende mensen te danken voor hun steun en hulp bij het tot stand komen van deze studie, mijn vriendin, Eva, mijn ouders, Jan en Annie, mijn zus, Sofie, en niet in het minst mijn promotor, professor Van Elsuwege. 2

3 Inhoudstafel 1. Inleiding 2. De Balkanoorlog: een overzicht van de periode De pretoetredingsstrategie van de Europese Unie voor de VJR Macedonië 3.a Het ontwikkelen van een regionale benadering: van de Royaumont-top tot het Stabiliteitspact 3.a.1 Het 'Royaumont Proces' en de 'Regionale Benadering' 3.a.2 Het Stabiliteitspact 3.b Stabilisatie- en associatieproces 3.b.1 Stabilisatie- en associatieovereenkomsten 3.b.1.1 Juridische basis en procedure 3.b.1.2 Structuur en inhoud 3.b.2 Financiële instrumenten 3.b.2.1 CARDS 3.b.2.2 IPA 3.b.3 Versterkte handelsrelaties 3.b.4 Europese Partnerschappen 4. De voorwaarden voor lidmaatschap van de Unie 4.a. Materiële vereisten 4.a.1. Het begrip Europa 4.a.2. De Kopenhagen criteria 4.a.2.1 Politieke vereisten 4.a.2.2 Economische vereisten 4.a.2.3 Capaciteit om het acquis communautaire op te nemen 4.a.2.4 Capaciteit van de EU om nieuwe lidstaten op te nemen 4.b Procedurele vereisten 3

4 4.b.1 Het toetredingsverzoek 4.b.2 De toetredingsonderhandelingen 4.b.3 Het toetredingsverdrag 5. De spanningen van de Balkanoorlog herleefd: Het Ohrid Akkoord 5.a De kroniek van een aangekondigd conflict 5.b Het Macedonisch conflict 5.c Het Ohrid Akkoord 5.d Na het Ohrid Akkoord 6. Het naamsdispuut met Griekenland 6.a Oorsprong van het conflict 6.b Gevolgen van het conflict 6.c Het Interim Akkoord van d Verdere onderhandelingen 6.e Is het optreden van Griekenland rechtsgeldig? 7. Conclusie 4

5 Gebruikte Kaarten en Tabellen Kaart 1: Joegoslavië voor Kaart 2: Joegoslavië na Kaart 3: De opstand van het NBL in Macedonië in Tabel 1: Allocatie van de beschikbare middelen onder CARDS (uitgedrukt in miljoenen euros). Tabel 2: Allocatie van de beschikbare middelen onder IPA voor de VJR Macedonië (uitgedrukt in miljoenen euros). Tabel 3: Totaal van de beschikbare middelen onder IPA op jaarbasis voor de VJR Macedonië (uitgedrukt in miljoenen euros). Figuur 1: de Ster van Vergina. Figuur 2: de vlag van de VJR Macedonië na het Interim Akkoord. 5

6 Gebruikte afkortingen CARDS: Gemeenschapshulp voor Reconstructie, Ontwikkeling en Stabilisatie. CEVHA: Centraal-Europese Vrijhandelszone Akkoord. Commissie: Europese Commissie. CVSE: Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa. DPA: Democratische Volkspartij. EBW: Europees Bureau voor de Wederopbouw. EEG: Europese Economische Gemeenschap. EG: Europese Gemeenschappen. EGKS: Europese Gemeenschap voor Kool en Staal. EHRM: Europees Hof voor de Rechten van de Mens. EMU: Economische en Monetaire Unie. EPG: Europese Politieke Gemeenschap. Euratom: Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. EVA: Europese Vrijhandelsassociatie. Hoge Vertegenwoordiger: Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en het Veiligheidsbeleid. HvJEU: Hof van Justitie van de Europese Unie. IPA: Instrument voor Pretoetredingshulp. MEDA: Partnerschap tussen de EU en het Middellandse Zeegebied. NAVO: Noord Atlantische Verdragsorganisatie. NBL: Nationaal Bevrijdingsleger. OVSE: Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. PDP: Partij voor Democratische Voorspoed PHARE: Polen en Hongarije: Hulp voor Economische Hervormingen. Raad: Raad van Ministers. SAA: Stabilisatie- en Associatieakkoord. SAC: Stabilisatie- en Associatiecomité. 6

7 SAP: Stabilisatie- en Associatieproces. SAR: Stabilisatie- en Associatieraad. SDSM: Socialistische Partij van Macedonië. TACIS: Technische Assistentie aan het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. TAIEX: Bureau voor de uitwisseling van informatie over technische bijstand. Unie: Europese Unie. UNPREDEP: United Nations Preventive Deployment Force. UVRM: Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. VNMIK: Verenigde Naties Interim Administratie Missie in Kosovo. VEG: Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. VEU: Verdrag betreffende de Europese Unie. VFEU: Verdrag betreffende het Functioneren van de Europese Unie. VJR Macedonië: Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. VMRO-DPMNE: Interne Macedonische Revolutionaire Organisatie - Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid. VN: Verenigde Naties. VNHCV: Bureau van de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties. VS: Verenigde Staten. Westelijke Balkan: Albanië, Bosnië-Herzegovina, UNMIK, Kroatië, Montenegro, Servië en de VJR Macedonië. WTO: Wereld Handelsorganisatie. 7

8 1. Inleiding Op 18 september 1991 verklaarde de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 1 zich onafhankelijk van het toenmalige Joegoslavië. 2 Hiermee volgden zij het voorbeeld van andere voormalige Joegoslavische deelstaten zoals Kroatië, Slovenië en Bosnië-Herzegovina. Later zullen ook Montenegro en Kosovo zich afscheiden van de zogeheten romp van Joegoslavië (ondertussen gekend onder de benaming Servië). De serie van onafhankelijkheidsverklaringen waren de aanleiding voor het uitbreken van een burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. De EU was toen niet bij machte om het geweld in te dijken. Het was pas na tussenkomst van de Verenigde Staten, die bemiddelden bij het sluiten van het Dayton-Vredesakkoord in 1995, dat de orde min of meer kon worden hersteld. Het duurde tot 26 februari 1996 op de Royaumont Top vooraleer de EU eindelijk een beleid uitstippelde voor de landen van de Westelijke Balkan 3. 4 Dit beleid staat beter bekend onder de benaming het Royaumont Proces. Hoewel de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Albanië niet in de burgeroorlog betrokken waren, werden zij toch door de EU in het Royaumontproces opgenomen. Het proces beoogde vooral een grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen tussen de landen van de Westelijke Balkan. Dit bleek uiterst succesvol aangezien het na een jaar al positief werd beoordeeld. 5 In 1999, na aanneming van het Stabiliteitspact voor Zuidoost- Europa, stelt de EU zijn Stabilisatie- en Associatieproces voor. Dit proces dient om de stabiliteit in de Westelijke Balkan te verbeteren door middel van economische en politieke hervormingen en uiteraard nog steeds door een verbeterde regionale samenwerking. Als beloning voor zij die deze economische en politieke hervormingen en een verbeterde regionale samenwerking verwezenlijkten, werd een Europees perspectief geboden. 6 Op de Europese Raad van Feira van 2000 werd verduidelijkt dat dit Europees perspectief inhoudt dat alle betrokken landen potentiële kandidaten zijn voor het lidmaatschap van de EU. 7 Het Stabilisatie- en Associatieproces bracht de noodzakelijke hervormingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek van Macedonië teweeg. Dus op de Europese Raad van Brussel in 2005 werd het land officieel de status van kandidaat-lidstaat toegewezen. 8 Dit is uiteraard geen eindpunt, aangezien de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië nog lang niet aan de voorwaarden voldoet om effectief lid te worden. Zoals hierboven kort geschetst, heeft de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 9 reeds een lange weg afgelegd richting lidmaatschap van de EU. Een grondiger analyse van het toetredingsproces van de VJRM tot de Unie zal dan ook het streven zijn van deze masterproef. Het dient tevens opgemerkt dat de pretoetredingsstrategie van de Unie ontwikkeld is ten aanzien van de 1 De oorsprong van deze uiterst vreemde naam word verderop in dit bestek uitgelegd. 2 R. DETREZ, Macedonië, Amsterdam, KIT Publishers, 2001, Er weze opgemerkt dat Slovenië aangaande deze tekst en tevens de masterproef niet tot de Westelijke Balkan wordt gerekend. Daar zij samen met de voormalige communistische landen van Centraal- en Oost-Europa het toetredingsproces doorlopen heeft. 4 Conclusies Raad van Ministers van 26 februari 1996, Bull. EU 1/2-1996, Verklaring van de Europese Raad over voormalig Joegoslavië, Bull. EU , M. Maresceau, Zuidoost-Europa en de Europese Unie in Detrez, R.(ed.), Ontmoeting met de Balkan, Wetteren, Universa Press, 2005, Europese Raad van Santa Maria Da Feira, juni 2000, Conclusies van het voorzitterschap, 8 Europese Raad van Brussel, december 2005, Conclusies van het voorzitterschap, 9 Vanaf hier: VJR Macedonië. 8

9 volledige Westelijke Balkan. Dus als er in de masterproef verwezen wordt naar de Westelijke Balkan, zit de VJR Macedonië daarin inbegrepen. Het eerste deel van de masterproef zal een eerder geschiedkundige schets inhouden van de periode van de onafhankelijkheidsverklaring tot het opstarten van het Royaumont-proces. Dit lijkt geoorloofd omdat deze periode, grotendeels gekenmerkt door de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië, toch zijn sporen heeft nagelaten op het integratieproces van de VJR Macedonië. Dit eerste deel heeft voornamelijk tot functie uit te leggen waarom de EU het nodig achtte een geheel eigen beleid uit te werken op maat van de landen van de Westelijke Balkan. Het behoeft niet gezegd dat dit deel niet het belangrijkste deel van de masterproef zal uitmaken. Voor de uitwerking van dit deel zal de auteur zich grotendeels baseren op boeken en bijdragen in tijdschriften. Het tweede deel van de masterproef zal trachten inzicht te verschaffen in het toetredingsproces zelf. Onderzocht zal worden welke stappen de VJRM moest ondernemen om tot de huidige stand in het toetredingsproces te komen en aan welke verschillende voorwaarden ze hiervoor moesten voldoen. Dit proces nam zijn aanvang na de top van Royaumont van 1996, dit zal dus het aanvangspunt zijn van dit deel van de studie. Het eindpunt is het moment waar we ons bij het afsluiten van de studie zullen bevinden. 10 Het aandachtspunt van de studie zal voornamelijk liggen bij de analyse van het stabilisatie- en associatieproces. Dit proces is echter vrij omvangrijk. Het loont dan ook de moeite de verschillende componenten te onderzoeken, in het bijzonder de stabilisatie- en associatieakkoorden, de financiële instrumenten (het CARDS-programma 11 en het IPA 12 ), de versterkte handelsrelaties en de Europese Partnerschappen. Uiteraard zal de studie zich hierbij toespitsen op de VJR Macedonië, daar de andere landen van de Westelijke Balkan voor dit onderzoek niet van belang zijn. De basisbronnen van dit onderzoek zullen in de eerste plaats de verschillende verordeningen zijn die hieromtrent zijn uitgevaardigd door de gemeenschapsinstellingen. Voor het CARDS-programma is dit verordening 2666/2000 van de Raad en voor het IPA is dit Verordening (EG) 1085/2006 van de Raad. Het stabilisatie- en associatieakkoord voor de VJR Macedonië vindt men in Besluit 2004/239/EC van de Raad en Commissie. Voor het Europese Partnerschap zijn dat Verordening (EG) 533/2004 en Besluit 2008/212/EG. Verder zullen ook analyses omtrent dit onderwerp, te vinden in de rechtsleer, gebezigd worden teneinde een compleet beeld te schetsen van het toetredingsproces. In het derde deel zal de studie onderzoeken welke de eindvoorwaarden zijn om effectief lid te worden van de Europese Unie en hoe de Unie beslist welke kandidaten hieraan voldoen. Anders gezegd, de slotprocedure die kandidaat-lidstaten moeten volgen om definitief lid te worden van de Unie. Hiervoor zullen we in de eerste plaats onze blik werpen op artikel 49 EU. Dit artikel bevat namelijk de te volgen procedure voor EU-lidmaatschap, alsook een verwijzing naar de basisvoorwaarden, vervat in artikel 2 EU, waaraan dient te worden voldaan. Onderzoek naar de draagwijdte van dit essentiële artikel dringt zich dan ook op. De basisvoorwaarden van artikel 49 EU zijn aangevuld met de zogenoemde criteria van Kopenhagen. 13 Deze criteria werden vastgelegd naar aanleiding van de mogelijke uitbreiding van de Unie met de voormalige communistische staten van 10 Aangezien het afsluiten pas over een jaar zal plaatsvinden, kan het dus zijn dat er zich ontwikkelingen voordoen die niet ter sprake zijn gekomen in dit tussentijds rapport. 11 Het CARDS-programma regelde de financiële bijstand aan de landen van de Westelijke Balkan van 2000 tot Het IPA regelt de financiële bijstand aan de landen van de Westelijke Balkan voor de periode Europese Raad van Kopenhagen, juni 1993, Conclusies van het voorzitterschap, 9

10 Centraal- en Oost-Europa. Ondertussen echter zijn alle kandidaat-lidstaten verplicht aan deze criteria te voldoen, dus ook de VJR Macedonië. Vervolgens werd op de Raad van Madrid in 1995 nog bepaald dat een toekomstige lidstaat over de nodige instellingen dient te beschikken die de naleving van het acquis communautair 14 kunnen verzekeren. 15 Daarnaast zij er nog op gewezen dat elk toekomstig lid het acquis communautair dient te implementeren. Aldus zal onderzocht worden hoe dit proces in zijn werk gaat. Voor de hierboven vermelde vraagstukken zal een beroep worden gedaan op een waaier van bronnen, sommige hiervan zijn reeds vermeld. Naast de reeds vermelde bronnen zal vooral rechtsleer (boeken en bijdragen in tijdschriften) hier helpen om inzicht te verkrijgen in de materie. Deze bronnen zullen hopelijk voldoende licht werpen op de draagwijdte van de basisvoorwaarden. In het vierde deel zal de auteur het Ohrid Akkoord bespreken. Dit Akkoord kwam tot stand naar aanleiding van de opstand van het Albanese Nationale Bevrijdingsleger. Dit Leger kwam in opstand om gelijke rechten en behandeling te eisen voor de Albanese minderheid in de VJR Macedonië. De auteur zal nagaan welke opgebouwde frustraties onderliggend waren aan de opstand. Waarna het conflict zelf zal worden besproken. Vervolgens zal de auteur de inhoud van Ohrid Akkoord nader bekijken en tot slot wat het Ohrid Akkoord heeft opgeleverd en of het heeft bijgedragen aan een stabieler VJR Macedonië. Deze bespreking is van belang, aangezien de naleving van het Ohrid Akkoord vereist is voor de mogelijke toetreding van de VJR Macedonië. Voor de situatie voorafgaand en na het Ohrid Akkoord zal de auteur vooral gebruik maken van rechtsleer, zijnde tijdschriften en boeken. Voor de bespreking van het Ohrid Akkoord zelf zal uiteraard gebruik worden gemaakt van de bepalingen vervat in dit Akkoord en van de nodige rechtsleer. In het vijfde deel zal het naamsdispuut tussen de VJR Macedonië en Griekenland aan bod komen. In het noorden van Griekenland is er namelijk een provincie met de benaming Macedonië. Uit vrees voor irredentisme weigeren de Grieken de constitutionele benaming 'Republiek Macedonië' te aanvaarden. Na de onafhankelijkheidsverklaring van de VJR Macedonië blokkeerde Griekenland het land de toegang tot de verscheidene internationale organisaties. De Grieken gingen uiteindelijk zelfs zover dat ze een handelsblokkade oprichtten tegen de VJR Macedonië. Pas na bemiddeling door een gezant van de VN, Cyrus Vance, werd een tijdelijk compromis, het Interim Akkoord, uitgewerkt. 16 De nieuwe staat zou tijdelijk de naam Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dragen in zijn internationale betrekkingen. Tot op heden is er nog geen oplossing gevonden voor bovenstaande problematiek. Dit heeft zijn weerslag op de kandidatuur van de VJR Macedonië, aangezien Griekenland het land eenzijdig de toegang tot de Unie kan ontzeggen. Artikel 49 EU stelt namelijk dat de Raad unaniem moet beslissen over mogelijke toetreding van een kandidaat-lidstaat. Het spreekt dus voor zich dat nader onderzoek omtrent het naamsdispuut onontbeerlijk is in het kader van de masterproef. De centrale vragen zullen hier zijn: is het optreden van Griekenland geoorloofd en is er een oplossing in de maak voor het naamsdispuut? De voornaamste bronnen hierbij zullen de akten zijn van internationale instellingen, vooral dan de resoluties van de VN Veiligheidsraad, alsook de nodige rechtsleer. De studie wordt, zoals gebruikelijk, afgesloten met een conclusie waarin de auteur zijn bevindingen weergeeft. 14 Het acquis communautair is het geheel van regelgeving uitgevaardigd door de Unie. 15 Europese Raad van Madrid, december 1995, Conclusies van het voorzitterschap, 16 Letter S/1995/794 from the Secretary-General addressed to the President of the Security Council, 13 september

11 Gelet op het feit dat in de integratie van de landen van de Westelijke Balkan in de Unie de VJR Macedonië, samen met Kroatië, toch een voorlopersrol speelt, lijkt deze studie toch van een niet gering belang te zijn. Verder levert deze studie hopelijk ook interessante inzichten op in de invloed die relaties tussen lidstaten en kandidaat-lidstaten hebben op het toetredingsproces. Tot slot is ook de relatie Griekenland - VJR Macedonië van belang en niet in het minst het naamsdispuut, aangezien dit toch wel ongezien is, is de integratiegeschiedenis van de Unie. Het zijn namelijk deze drie specifieke aandachtspunten die de auteur ertoe aangezet hebben de studie aan de VJR Macedonië te wijden. 11

12 2. De Balkanoorlog: een overzicht van de periode De desintegratie van Joegoslavië 17 ving aan op 25 juni 1991 toen zowel Kroatië als Slovenië hun onafhankelijkheid uitriepen. Joegoslavië verklaarde daarop de oorlog aan Kroatië en Slovenië. De oorlog tegen Slovenië duurde maar tien dagen. De oorlog tegen Kroatië escaleerde echter al vlug door de grote Servische minderheid die er leefde, voornamelijk in de Krajina en Slavonië. 18 De gewelddadige desintegratie van Joegoslavië kwam eerder als een verrassing. Deze staat werd namelijk aanzien als de meeste stabiele der communistische Europese staten. 19 De Unie reageerde op het escalerende geweld door middel van een Verklaring van de Raad op 6 oktober In de Verklaring stelde de Raad dat het geweld te wijten was aan alle partijen en dat geen grenswijzingen, tot stand gekomen via geweld, zouden aanvaard worden. Er diende een politiek akkoord te worden gesloten tussen de verschillende strijdende partijen die rekening zou houden met het streven naar onafhankelijkheid van en de rechten van minderheden in de nieuw gevormde republieken. 20 Kaart 1: Joegoslavië voor Door de onafhankelijkheidsverklaringen van Slovenië en Kroatië zag ook de VJR Macedonië zich genoodzaakt zich via een referendum onafhankelijk te verklaren van Joegoslavië. Dit gebeurde op 8 september In eerste instantie wilde de VJR Macedonië zich niet afscheuren van Joegoslavië, maar gelet op de uitbraak van geweld na de onafhankelijkheidsverklaringen van Slovenië en Kroatië, restte er nog weinig andere opties dan het uitroepen van de eigen onafhankelijkheid. Een federatie van staten binnen het Joegoslavisch staatsmodel was door het geweld uit den boze en de VJR 17 Figuur 1 bevat de kaart van Joegoslavië voor de stortvloed aan onafhankelijkheidsverklaringen en de uitbraak van de Balkanoorlog. 18 K. SANTON, L. MACKAY, Grote atlas van de wereldgeschiedenis, Bath, Parragon, 2006, A. GIAMOURIDIS, Only through enlargement: The new European myth, Eur. Foreign Aff. Rev. 2007, M. MARESCEAU, Zuidoost-Europa en de Europese Unie in Detrez, R.(ed.), Ontmoeting met de Balkan, Wetteren, Universa Press, 2005, Bron: 12

13 Macedonië had geen zin om zich bij een 'Groter Servië' aan te sluiten. 22 Het Joegoslavische leger had ook hier de intentie om de onafhankelijkheid gewapender hand tegen te gaan. Echter gelet op de neutraliteit die de VJR Macedonië in zijn beleid had ingebouwd, trok het Joegoslavische leger zich er vrij snel op vreedzame wijze terug. 23 Zo bleef de VJR Macedonië grotendeels gespaard van de gruwelen van de Balkanoorlog. Het zou echter uitstel van executie zijn, aangezien in 2001 ook in de VJR Macedonië een etnisch conflict zou uitbreken. 24 Om na te gaan of al deze nieuwe staten erkend konden worden door de Unie werd reeds in 1991 de Badinter Commissie opgericht. De Badinter Commissie ging na of voldaan was aan de juridische voorwaarden voor erkenning van de nieuwe staten in de Westelijke Balkan. Deze Commissie legde hieromtrent haar eindconclusies neer op 11 januari Conform de 'Richtlijnen inzake de erkenning van Nieuwe Staten' 25 werden drie voorwaarden gesteld aan de toekomstige staten. Ten eerste dienden ze op democratische wijze ontstaan te zijn, d.w.z. door middel van een referendum. Ten tweede dienden zij de nodige internationale verplichtingen te aanvaarden. Ten derde dienden zij zichzelf ter goeder trouwe te verbinden aan een vreedzaam proces en onderhandelingen om tot hun onafhankelijkheid te komen. De Unie legde daarnaast nog een aantal extra voorwaarden op voor de erkenning van de staten van de Westelijke Balkan, zoals respect voor de rechtstaat, democratie, rechten van minderheden, mensenrechten, grenzen en een verbintenis om zich te ontwapenen en het vreedzaam oplossen van conflicten door bemiddeling. De staten van de Westelijke Balkan dienden ook de ontwerpconventie van de Conferentie aangaande Joegoslavië te aanvaarden. In de Opinies 5 tot en met 7 werd gesteld dat Kroatië, Slovenië en de VJR Macedonië aan de gestelde voorwaarden voldeden en dus erkend konden worden. Zowel Kroatië als Slovenië werden quasi meteen erkend door de Unie. De VJR Macedonië moest hier langer op wachten, gelet op het naamsdispuut 26 die het had met Griekenland. Deze Opinies waren eerder uit politieke dan uit juridische overwegingen opgesteld. De staten van de Westelijke Balkan hadden nauwelijks controle over hun grondgebied en zouden als dusdanig dus eigenlijk niet als onafhankelijke staten erkend mogen worden. Men kan echter van de Unie niet verwachten dat ze volkeren, die zich, met recht en rede, beroepen op hun zelfbeschikkingsrecht en hierdoor militair aangevallen worden door een onderdrukkend regime, in de steek laat. 27 In april 1992 roept ook Bosnië-Herzegovina, ten gevolge van de erkenning van hun recht op zelfbeschikking door de Badinter Commissie, haar onafhankelijkheid uit. Het zou het begin worden van de ergste gevechten in de Balkanoorlog. In Bosnië-Herzegovina leefden namelijk zowel Kroaten, Serviërs als Bosniërs. De Serviërs kwamen meteen na de onafhankelijkheidsverklaring in opstand en begonnen een etnische zuiveringscampagne tegen de Bosniërs. Het Bosnische en Kroatische leger 22 I. THIESSEN, Waiting for Macedonia: identity in a changing World, Peterborough, Broadview Press, 2007, , A. BJORKDAHL, Norm-maker and norm-taker: Exploring the normative influence of the EU in Macedonia, Eur. Foreign Aff. Rev. 2005, zie Titel 5. De spanningen van de Balkanoorlog herleefd: Het Ohrid Akkoord. 25 Extraordinary ministerial meeting in Brussels, 16 November 1991, Guidelines on the recognition of new States in Eastern Europe and in the Soviet Union, Bull. EC , 119, zie Titel 6. Het naamsdispuut met Griekenland. 27 S. BLOCKMANS, Tough love: The European Union s relations with the Western Balkans, Den Haag, T.M.C. Asser Press, 2007, ,

14 sloegen de handen in elkaar om samen het Servische leger te bekampen. In 1993 vochten de Bosniërs en de Kroaten ook een kortstondige onderlinge oorlog uit. 28 De Unie moest, mede door de interne agenda 29, verbijsterd toekijken hoe een conflict in haar eigen achtertuin compleet uit de hand liep. Zij ondernam nog diverse pogingen om het geweld in te dijken, maar deze pogingen mochten helaas niet baten. De Unie werd dan ook gedegradeerd tot een secundaire rol en zag tot zijn frustratie hoe in 1995, onder de auspiciën van President Clinton, de VS een vredesakkoord, het zogenaamde Dayton-Akkoord, kon sluiten dat een einde 30 maakte aan het conflict in de Westelijke Balkan. 31 Deze secundaire rol zou er echter voor zorgen dat de Unie zich zou focussen op de stabilisatie van de Westelijke Balkan. Dit zou aanleiding geven tot eerst het Royaumont Proces en de Regionale Benadering en vervolgens tot het Stabilisatie- en Associatieproces. Dit laatste is een regionaal beleid uitgestippeld voor de Westelijke Balkan dat elke individuele staat ervan toelaat zich op eigen tempo in de Unie te integreren. Deze regionale beleidsvormen komen allen aan bod in het volgende hoofdstuk. Kaart 2: Joegoslavië na K. SANTON, L. MACKAY, Grote atlas van de wereldgeschiedenis, Bath, Parragon, 2006, de onderhandeling en ratificatie van het Verdrag van Maastricht nam een groot deel van de politieke agenda in beslag. 30 Althans zo dacht men. In 1999 volgde nog de Kosovo crisis en in 2001 de opstand van het NBL in de VJR Macedonië. Aangaande dit laatste zie Titels 5.a De kroniek van een aangekondigd conflict en 5.b Het Macedonisch conflict. 31 M. MARESCEAU, Zuidoost-Europa en de Europese Unie in Detrez, R.(ed.), Ontmoeting met de Balkan, Wetteren, Universa Press, 2005, Bron: 14

15 3. De pretoetredingsstrategie van de Europese Unie voor de VJR Macedonië Naar aanleiding van de Balkanoorlog is er voor de staten van de Westelijke Balkan door de Unie ook een pretoetredingstrategie uitgewerkt teneinde de regio te stabiliseren en hernieuwde conflicten te vermijden. Het is onder deze titel dat deze strategie behandeld zal worden. Eerst en vooral zullen we de historiek van de pretoetredingsstrategie nagaan, namelijk hoe men van het Royaumont-proces tot het Stabiliteitspact is gekomen. Daarna zullen we dieper ingaan op het Stabiliteitspact en het Stabilisatie- en Associatieproces ingaan. Beiden werden als een wachtruimte opgezet alvorens de staten van de Westelijke Balkan konden toetreden tot de Europese Unie. Deze wachtruimte bestaat uit twee kamers. Enerzijds heb je het Stabiliteitspact, dat het raamwerk biedt aan de hele internationale gemeenschap om concrete vooruitgangsprojecten aan te vatten en de dialoog tussen de rivaliserende fracties in de Westelijke Balkan terug op te starten. Een tweede ruimte is het Stabilisatie- en Associatieproces, dit proces kan best gezien worden als een stappenplan om de staten van de Westelijke Balkan eerst te associëren met de Unie en ze er vervolgens lid van te laten worden a Het ontwikkelen van een regionale benadering: van de Royaumont Top tot het Stabiliteitspact 3.a.1 Het 'Royaumont Proces' en de 'Regionale Benadering' Aan de oorlog in ex-joegoslavië kwam een eind in december 1995 met het sluiten van het Dayton Akkoord tussen de strijdende partijen in ex-joegoslavië. De Europese Unie kon dus stilaan beginnen werken aan een strategie om de stabiliteit en vrede in deze regio op duurzame wijze te garanderen. Op de Royaumont Top van 13 december 1995 kwamen vertegenwoordigers van de, toen, vier ex- Joegoslavië staten 34 van de Westelijke Balkan samen met de Ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Unie en met vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, Rusland, NAVO, OVSE en de Raad van Europa, alsook met vertegenwoordigers van de vier buurlanden 35, die geen EU lid waren. Hun doel was in de eerste plaats het formaliseren van het Dayton Akkoord. Het Dayton Akkoord werd onderhandeld onder auspiciën van de Verenigde Staten, waarbij de Unie slechts een secundaire rol speelde. Aangezien het hier ging om een problematiek die plaatsvond in de achtertuin van de Unie, kon deze zichzelf echter geen tweederangsrol blijven aanmeten. Zodoende werd ten aanzien van de Westelijke Balkan door de Unie een nieuw beleid voorgesteld, het zogenaamde 'Proces voor Stabiliteit en Goed Nabuurschap in Zuid-Oost Europa, kortweg het Royaumont Proces. Dit Proces moest mede het Dayton Akkoord ondersteunen. 36 Alsook mocht het in geen geval een verkapte poging zijn om het voormalige Joegoslavië te laten herrijzen. Verder werden ook de twee belangrijkste problematieken uit dit 'Proces' geweerd, namelijk minderheden en grenzen. 37 De staten 33 M. ABRAMOWITZ, H. HURLBURT, Can the EU hack the Balkans a proving ground for Brussels, Foreign Aff. 2002, Deze vier staten waren op dat moment Kroatië, Bosnië-Herzegovina, VJR Macedonië, Federatieve Republiek Joegoslavië (bestaande uit het huidige Servië, Montenegro en Kosovo). Slovenië wordt hierbij niet als een ex- Joegoslavië staat beschouwd, aangezien zij een heel ander parcours heeft afgelegd richting EU-toetreding. Ook al is Slovenië in feite wel een ex-joegoslavië staat in de historische zin. 35 Het gaat hier om Slovenië, Bulgarije, Turkije en Roemenië. 36 M. MARESCEAU, Zuidoost-Europa en de Europese Unie in Detrez, R.(ed.), Ontmoeting met de Balkan, Wetteren, Universa Press, 2005, 24, S. BLOCKMANS, Tough love: The European Union s relations with the Western Balkans, Den Haag, T.M.C. Asser Press, 2007, Conclusies Raad van Ministers van 26 februari 1996, Bull. EC 1/2-1996,

16 die deelnamen aan het Royaumont Proces 38 kwamen op geregelde tijdstippen samen in allerhande bijeenkomsten en ministeriële conferenties om verscheidene politieke en economische onderwerpen te bespreken. Het ontbrak het Royaumont Proces echter aan een duidelijke langetermijnstrategie. 39 Naast een gebrek aan strategie was aan deelname aan het Royaumont Proces geen specifieke financiële steun verbonden. Het ging hier voornamelijk om een politiek instrument. Verder werden de belangrijkste problemen inzake het conflict in ex-joegoslavië niet besproken in dit kader. Het behoeft dan ook geen verwondering dat het Royaumont Proces weinig concreets heeft opgeleverd. 40 Om aan dit probleem te verhelpen nam de Raad van Ministers reeds op 26 februari 1996 een programma aan om het Royaumont Proces te implementeren. 41 Dit progamma staat bekend onder de benaming, de Regionale Benadering. Zodoende kwam er een einde aan de reactionaire initiatieven die de Unie in de periode had aangenomen om het geweld in de Westelijke Balkan in te dijken. Er was nu voor het eerst sprake van een preventieve strategie om in die regio de stabiliteit en vrede te laten terugkeren. 42 De Regionale Benadering was gericht op die Europese staten die niet in aanmerking kwamen voor een associatieovereenkomst, het zogenaamde Europa Akkoord. 43 Aangezien Slovenië reeds in maart 1995 de onderhandelingen voor het sluiten van een Europa Akkoord was aangegaan, kwam deze niet meer in aanmerking. De enige staat die niet tot ex- Joegoslavië behoorde die in aanmerking kwam om te worden opgenomen in de Regionale Benadering was Albanië. Daarnaast werden, logischerwijs, ook Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de VJR Macedonië en de Federatieve Republiek Joegoslavië opgenomen. Een aantal voorwaarden werden evenwel gesteld aan deze staten. De belangrijkste waren het opbouwen van een markteconomie en het ontwikkelen van duurzame nabuurschapsrelaties tussen deze staten. Daarnaast werd de Regionale Benadering ook gekenmerkt door politieke voorwaarden, zoals het consolideren "van de vrede en de rechten van de mens en van de minderheden en de democratische beginselen te eerbiedigen". 44 Alsook dienden deze staten zich te houden aan de door hen aangegane engagementen in het Dayton Akkoord, voornamelijk dan het garanderen dat vluchtelingen en ontheemden veilig naar hun plaatsen van herkomst konden terugkeren en de volledig en onvoorwaardelijke samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor ex-joegoslavië. Om de staten van de Westelijke Balkan aan te moedigen om aan deze voorwaarden te voldoen, werd het beproefde recept van 'carrots and sticks' gebruikt. Indien deze staten aan de voorwaarden zouden voldoen of zich althans zouden inzetten om eraan te voldoen, bood de Unie autonome handelspreferenties en financiële steun, via de Obnova-verordening en het PHARE programma (cfr. infra), aan. Verder stelde de Europese Unie ook het sluiten van een Samenwerkingsakkoord in het vooruitzicht. Dit Akkoord zou de betrokken staten verbeterde toegang tot de Interne Markt moeten verlenen voor een belangrijk aandeel van de door hen geproduceerde goederen. Indien een van deze staten echter niet of onvoldoende de aangegane verbintenissen in de Vredesovereenkomst naleeft, 38 m.a.w. de deelnemers aan de 'Royaumont Top', met uitzondering van de internationale organisaties. 39 E. T. FAKIOLAS, N. TZIFAKIS, Transformation or accession Reflecting on the EU s strategy towards the Western Balkans, Eur. Foreign Aff. Rev. 2008, H.-G. EHRHART, "Prevention and Regional Security: The Royaumont Process and the Stabilization of South- Eastern Europe", in X, OSCE Yearbook, 1998, Conclusies Raad van Ministers van 26 februari 1996, Bull. EC 1/2-1996, C. PIPPAN, The rocky road to Europe: The EU s stabilisation and association process for the Western Balkans and the principle of conditionality, Eur. Foreign Aff. Rev. 2004, Dit waren associatieakkoorden aangegaan door de Centraal- en Oost-Europese staten op weg naar lidmaatschap van de Europese Unie. 44 Conclusies Raad van Ministers van 26 februari 1996, Bull. EC 1/2-1996,

17 zal de Unie bij monde van de Raad de nodige maatregelen treffen. Welke deze maatregelen precies zouden zijn, wordt niet nader gespecificeerd. 45 Hierna zullen de twee financiële steunmechanismen besproken worden, alsook zal dieper worden ingegaan op de condities die gesteld zijn om gebruik te kunnen maken van de autonome handelspreferenties, de financiële steunmechanismen en het sluiten van het Samenwerkingsakkoord. Het eerste van de twee financiële steunmechanismen en de daaraan verbonden voorwaarden werden door de Raad op 25 juli 1996 geformaliseerd door middel van een verordening, zoals hierboven gesteld. Deze verordening strekte zich evenwel niet uit tot Albanië, maar enkel tot de staten van ex-joegoslavië, met uitzondering van Slovenië uiteraard. 46 Hierbij was de VJR Macedonië dus inbegrepen. Deze verordening staat ondertussen beter bekend onder de benaming, de Obnova verordening. 47 Conform artikel 1 van de verordening was de steun er vooral op gericht om "de wederopbouw, de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden en de economische en regionale samenwerking" te garanderen. Verder bevat artikel 2 nog een 'essentiële elementen clausule'. De staten die op basis van deze verordening steun wilden verkrijgen, dienden "de democratische beginselen en de beginselen van de rechtsstaat, alsmede van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden" te respecteren. In tegenstelling tot andere 'essentiële elementen clausules' is artikel 2 een stuk uitgebreider. Zij verwees namelijk ook naar "de specifieke voorwaarden die de Raad voor de tenuitvoerlegging van de samenwerking met het voormalige Joegoslavië heeft vastgesteld". Deze specifieke condities verwezen naar de, hierboven reeds vermelde, Conclusies van de Raad van 26 februari 1996 aangaande voormalig Joegoslavië. 48 Echter werden deze specifieke condities in geen van deze documenten verder uitgewerkt, waardoor ze vrij vaag bleven. 49 Het tweede financiële steuninstrument dat opengesteld werd voor de ex-joegoslavië staten is het PHARE programma. 50 Conform artikel 3 van de EEG-verordening 3906/89 51 is het PHARE programma er voornamelijk op gericht om economische herstructureringsprojecten op te zetten. PHARE werd dus in de eerste plaats gebruikt om deelnemende staten te helpen om zich om te vormen tot een markteconomie. Verder valt nog op te merken dat aan deelname aan het PHARE programma geen condities verbonden waren. Indien een staat door de Unie werd toegevoegd aan de PHARE-lijst kon die staat van de nodige financiële steun genieten. In maart 1996 besliste de EG om de VJR 45 S. BLOCKMANS, Tough love: The European Union s relations with the Western Balkans, Den Haag, T.M.C. Asser Press, 2007, 244, C. PIPPAN, The rocky road to Europe: The EU s stabilisation and association process for the Western Balkans and the principle of conditionality, Eur. Foreign Aff. Rev. 2004, Verordening (EG) nr. 1628/96 van de Raad van 25 juli 1996 betreffende steun aan Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de Federatieve Republiek Joegoslavië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, P.B. L 204 van 14 augustus 1996, Obnova is Servo-Kroatisch voor 'wederopbouw', zie S. BLOCKMANS, Tough love: The European Union s relations with the Western Balkans, Den Haag, T.M.C. Asser Press, 2007, 245, noot Mededeling van de Commissie aan de Raad over haar operationele conclusie Stabilisatie- en associatieproces van de EU voor de landen van Zuidoost-Europa Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Federale Republiek Joegoslavië, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Albanië, COM(2000) 49 definitief, Brussel, 2 februari S. BLOCKMANS, Tough love: The European Union s relations with the Western Balkans, Den Haag, T.M.C. Asser Press, 2007, Het PHARE programma werd oorspronkelijk opgesteld om Polen en Hongarije toe te laten zich economisch te hervormen tot een markteconomie. Het werd nadien uitgebreid tot alle Centraal- en Oost-Europese staten. En vervolgens nogmaals tot de staten van de Westelijke Balkan. 51 Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp ten gunste van de Republiek Hongarije en de Volksrepubliek Polen, P.B. L 375 van 23 december 1989,

18 Macedonië tot dit programma toe te laten. 52 De Unie had dus twee financiële steunmechanismen om de vrede en stabiliteit te laten terugkeren in de Westelijke Balkan. Enerzijds had je de Obnovaverordening, die er vooral op gericht was om de democratie te bevorderen, de wederopbouw van de getroffen staten mee te financieren en regionale samenwerking te bevorderen. Anderzijds had je het PHARE programma, dat erop gericht was om de getroffen staten te ondersteunen zodat zij zich konden omvormen tot een markteconomie. Beide steunmechanismen bleven in werking tot zij in 2001 beiden werden vervangen door het CARDS programma. 53 Over de periode werd via het PHARE programma voor 123 miljoen euro steun gegeven aan de VJR Macedonië voor een grote verscheidenheid aan projecten. Voor de periode werd via het 'PHARE Critical Aid' programma 85 miljoen euro aan noodhulp gegeven. 54 Zoals hierboven gesteld zijn zowel de gehanteerde condities in de 'Regionale Benadering' als die in de Obnova-verordening vrij algemeen en dus onduidelijk. Hieraan werd verholpen door de Raad op 27 april 1997 door het aannemen van haar 'Conclusies over de toepassing van de conditionaliteit met het oog op de ontwikkeling van een samenhangende EU-strategie voor de betrekkingen met de landen van Zuid-Oost Europa'. 55 In bijlage III, behorende bij de Conclusies, werden de in de 'Regionale Benadering' en de Obnova-verordening gehanteerde begrippen verder uitgewerkt. Betreffende de "democratische beginselen" zijn volgende zaken vereist om aan deze voorwaarde te voldoen: "representatieve regering, uitvoerende macht die verantwoording dient af te leggen; regering en overheidsinstanties die zich bij hun optreden houden aan de grondwet en de wetgeving; scheiding der machten (uitvoerende, wetgevende, rechterlijke macht); met redelijke tussenpozen vrije en eerlijke verkiezingen door middel van geheime stemming". Betreffende "mensenrechten en de rechtsstaat" zijn volgende zaken vereist om aan deze voorwaarde te voldoen: "meningsvrijheid, inclusief onafhankelijke media; recht van vergadering en demonstratierecht; recht van vereniging; recht op privacy van het gezin, het huis en de correspondentie; eigendomsrecht; doeltreffende beroepsmiddelen tegen besluiten van de overheid; toegang tot de rechtbanken en recht op een eerlijk proces; gelijkheid voor de wet en gelijke bescherming door de wet; vrijwaring van onmenselijke of vernederende behandeling en willekeurige arrestatie". Betreffende "respect voor en bescherming van minderheden" zijn volgende zaken vereist om aan deze voorwaarde te voldoen: "recht om eigen educatieve, culturele en religieuze instellingen, organisaties of verenigingen op te richten en in stand te houden; passende mogelijkheden voor minderheden om hun eigen taal te gebruiken bij rechtbanken en overheidsinstanties; afdoende 52 Verordening (EG) nr. 463/96 van de Raad van 11 maart 1996 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3906/89 met het oog op uitbreiding van de economische hulp tot de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, P.B. L 65 van 15 maart 1996, Verordening (EG) nr. 2666/2000 van de Raad van 5 december 2000 betreffende de steun aan Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de Federale Republiek Joegoslavië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1628/96 en tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 3906/89 en (EEG) nr. 1360/90, alsmede van de Besluiten 97/256/EG en 1999/311/EG, P.B. L 306 van 7 december 2000, Commission Staff Working Paper Annex to the PHARE Programme Annual Report 2001 Country Sections, SEC(2003) 228, Brussel, 3 maart 2003, 55 Conclusies van de Raad over het beginsel van de conditionaliteit met het oog op de ontwikkeling van betrekkingen van de Europese Unie met bepaalde landen van Zuidoost-Europa, Bull. EU, , en

19 bescherming van de vluchtelingen en ontheemden die terugkeren naar gebieden waar zij een etnische minderheid vormen". Betreffende de "hervorming van de economie tot een markteconomie" zijn volgende zaken vereist om aan deze voorwaarde te voldoen: "de macro-economische instellingen en beleidsmaatregelen die nodig zijn om een stabiel economisch klimaat te garanderen ; een allesomvattende liberalisering van de prijzen, de handel en de courante betaling ; het opzetten van een doorzichtig en stabiel juridisch en regelgevend kader ; het demonopoliseren en privatiseren van ondernemingen die eigendom zijn van de staat of van de maatschappij ; de totstandbrenging van een concurrentiële en voorzichtig geleide banksector". In haar Conclusies van 29 april 1997 introduceerde de Raad tevens een nieuwe methode om tot het verlenen van steun over te gaan. Deze methode hield een trapsgewijze aanpak in om tot de verschillende steunmechanismes toegelaten te worden. Deze aanpak komt er neer dat om verregaandere relaties op te bouwen met de Unie, de deelnemende staten in steeds grotere mate aan de, in de Conclusies, neergelegde condities moeten voldoen. Om het minst verregaande steunmechanisme, de autonome handelspreferenties, te verkrijgen en behouden, wordt van de deelnemende staten vereist dat ze de fundamentele beginselen inzake democratie en mensenrechten naleven en hun bereidheid tonen om onderling economische betrekkingen tot stand te brengen. Om gebruik te mogen maken van de financiële steunmechanismen, PHARE en Obnova, dienden de staten te bewijzen dat ze "een geloofwaardige verbintenis tot democratische hervormingen (zijn) aangegaan en vooruitgang (hebben geboekt) bij de inachtneming van de algemeen erkende normen qua mensen- en minderheidsrechten." Er diende tevens te worden voldaan aan voldaan aan de verplichtingen aangegaan in de vredesregelingen, in het bijzonder samenwerking met het Internationaal Tribunaal bij het berechten van oorlogsmisdadigers. Daarnaast dienden de staten te garanderen dat de vluchtelingen en ontheemden veilig naar hun plaats van herkomst zouden kunnen terugkeren. Tot slot zijn ook de nodige economische hervormingen vereist, in het bijzonder het aangaan van open betrekkingen met de buurlanden, die het vrij verkeer van personen en goederen tussen deze landen moeten tot stand brengen. Voor het aangaan van het meest verregaande steunmechanisme, het samenwerkingsakkoord, werd een eigen evolutief proces ontwikkelt, waarbij bij de start van de onderhandelingen een lager niveau qua naleving van de condities is vereist dan bij de sluiting van de overeenkomsten. Om dus progressie te boeken in de onderhandelingen moet de staat, die een samenwerkingsakkoord wil aangaan, aan meer condities voldoen. In de Conclusies van de Raad wordt enkel melding gemaakt van de condities die moeten vervuld worden om de onderhandelingen te kunnen aanvatten. Naast de condities nodig om autonome handelspreferenties en de financiële steun te verkrijgen, moet de deelnemende staat ook: op regelmatige tijdstippen vrije en eerlijke verkiezingen organiseren, mag de overheid minderheden niet discrimineren of lastigvallen alsook mag deze de vrije media niet lastigvallen. 56 Naast deze algemene vereisten om onderhandelingen aan te vatten aangaande een samenwerkingsakkoord werd van sommige staten ook enkele, voor hen, specifieke voorwaarden 57 gesteld. Deze werden 56 C. PIPPAN, The rocky road to Europe: The EU s stabilisation and association process for the Western Balkans and the principle of conditionality, Eur. Foreign Aff. Rev. 2004, Deze specifieke voorwaarden lieten de Unie toe om in haar aanpak ten aanzien van de Westelijke Balkan te differentiëren tussen de verschillende staten, zie S. BLOCKMANS, Tough love: The European Union s relations with the Western Balkans, Den Haag, T.M.C. Asser Press, 2007, 245. Deze gedifferentieerde aanpak bleef behouden in het verdere toetredingsproces van de landen van de Westelijke Balkan en is tevens een vernieuwing in 19

20 echter niet aan de VJR Macedonië gesteld en zijn dus in het kader van deze studie niet van belang. 58 Reeds in 1997 sloot de Unie met de VJR Macedonië een Samenwerkingsakkoord. Door dit Akkoord verbinden de Unie en de VJR Macedonië zich ertoe om op allerlei vlakken (zoals toerisme, handel, landbouw,...) te gaan samenwerken. Om de samenwerking naar behoren te laten verlopen, werd hiertoe een Samenwerkingsraad opgericht. 59 Dit Samenwerkingsakkoord bleef in werking tot zij vervangen werd door het Stabilisatie- en Associatieakkoord 60 dat in werking trad op 1 april , cfr. infra. Naast de hierboven uiteengezette positieve conditionaliteit is er in de Conclusies van de Raad van 27 april 1997 ook sprake van een negatieve conditionaliteit. Indien staten op ernstige en regelmatige wijze de hierboven vermelde condities niet naleven, kan de Unie eenzijdig de autonome handelspreferenties terugnemen, de financiële steunmechanismen, zowel PHARE als Obnova, blokkeren en het aangegane Samenwerkingsakkoord opschorten. 62 De combinatie tussen de gehanteerde positieve en negatieve conditionaliteit is een schoolvoorbeeld van het 'carrots and sticks'-systeem. Dit systeem werd reeds bij de vorige uitbreiding met de Centraal- en Oost-Europese staten toegepast. Het laat de Unie toe om die staten die de nodige hervormingen doorvoeren te belonen en zij die dit weigeren of stappen terugzetten in hun hervormingsproces, te straffen. De Regionale Benadering en de daarop volgende verordeningen en akkoorden hadden tot doel een meer strategische aanpak te ontwikkelen ten aanzien van de Westelijke Balkan, zowel op regionaal niveau als op het niveau van de individuele staat. Hiermee poogde de Unie vrede en stabiliteit te brengen in deze regio. Alhoewel de Regionale Benadering toch een stap in de goede richting was, vergeleken met het Royaumont Proces, werd er tussen 1997 en 1999 weinig vooruitgang geboekt inzake regionale samenwerking en het ontwikkelen van bilaterale relaties tussen de participerende staten en de Unie en de participerende staten onderling. Een eerste probleem waarmee de Unie geconfronteerd werd in zijn relaties met de staten van de Westelijke Balkan, was het gebrek aan duidelijk perspectief die de Unie bood aan deze staten met betrekking tot toekomstig lidmaatschap. Een tweede probleem, specifiek aan de VJR Macedonië, was dat deze laatste de Regionale Benadering aanzag als een stap terug in zijn relaties met de Unie. De Unie zag zich gedurende de periode meer genoodzaakt om gebruik te maken van de negatieve conditionaliteit. Uiteindelijk werd enkel met de VJR Macedonië een Samenwerkingsakkoord ondertekend, cfr. supra, vergelijking met vorige toetredingsrondes. Zo werden de Centraal- en Oost-Europese staten, uitgezonderd Roemenië en Bulgarije, in groep opgenomen. 58 Voor een overzicht van deze specifieke voorwaarden, zie Conclusies van de Raad over het beginsel van de conditionaliteit met het oog op de ontwikkeling van betrekkingen van de Europese Unie met bepaalde landen van Zuidoost-Europa, Bull. EU, , 2.2.1, onder de hoofding "contractuele relaties". 59 Besluit 97/831/EG van de Raad van 27 november 1997 betreffende de sluiting van een samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, P.B. L 348 van 18 december 1997, Artikel 127, Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, P.B. L 84 van 20 maart 2004, Website DG Uitbreiding van de Europese Commissie, zie geraadpleegd op 3 augustus C. PIPPAN, The rocky road to Europe: The EU s stabilisation and association process for the Western Balkans and the principle of conditionality, Eur. Foreign Aff. Rev. 2004,

DE WESTELIJKE BALKAN

DE WESTELIJKE BALKAN DE WESTELIJKE BALKAN De EU heeft een beleid ontwikkeld om de geleidelijke integratie van de landen van de Westelijke Balkan met de Unie te ondersteunen. Op 1 juli 2013 trad Kroatië als eerste van de zeven

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

DE UITBREIDING VAN DE UNIE

DE UITBREIDING VAN DE UNIE DE UITBREIDING VAN DE UNIE Op 1 juli 2013 is Kroatië de 28e lidstaat van de Europese Unie geworden. De toetreding van Kroatië volgde op die van Roemenië en Bulgarije, die op 1 januari 2007 plaatsvond,

Nadere informatie

DE UITBREIDING VAN DE UNIE

DE UITBREIDING VAN DE UNIE DE UITBREIDING VAN DE UNIE Op 1 juli 2013 is Kroatië de 28e lidstaat van de Europese Unie geworden. De toetreding van Kroatië volgde op die van Roemenië en Bulgarije, die op 1 januari 2007 plaatsvond,

Nadere informatie

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! I.I De geboorte van de Europese Unie Zoals jullie waarschijnlijk wel weten zijn er de vorige eeuwen veel oorlogen in Europa geweest. Vooral de Eerste en de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen pilot vwo 2015-I

maatschappijwetenschappen pilot vwo 2015-I Opgave 1 Kroatië toegetreden tot de EU Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 3 en figuur 1. Inleiding Kroatië is een van de staten in de Balkan die voorheen tot Joegoslavië behoorden. In 1991 verklaarde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 114 Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap

Nadere informatie

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE HOGE VERTEGENWOORDIGER VAN DE EUROPESE UNIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN EN VEILIGHEIDSBELEID Brussel, 13.4.2015 JOIN(2015) 10 final 2015/0073 (NLE) Gezamenlijk voorstel voor een BESLUIT

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 juni 2009 (08.06) (OR. en) 10523/2/09 REV 2

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 juni 2009 (08.06) (OR. en) 10523/2/09 REV 2 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 4 juni 2009 (08.06) (OR. en) 10523/2/09 REV 2 JAI 346 COMIX 469 COTER 60 ENFOPOL 159 USA 39 ASIM 57 COHOM 126 COJUR 15 POLGEN 97 RESULTAAT BESPREKINGEN van: de Raad datum:

Nadere informatie

Protocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon

Protocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon 1796 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Protokoll in niederländischer Sprachfassung (Normativer Teil) 1 von 10 CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN Brussel, 14

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument B6-0000/0000 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument B6-0000/0000 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van een verklaring van de Commissie EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 19.11.2008 B6-0000/0000 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van een verklaring van de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.6.2003 COM(2003) 348 definitief 2003/0127 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 10 november 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 10 november 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 10 november 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2015/0014 (E) 13405/15 COWEB 116 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende

Nadere informatie

Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014

Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014 EUROPESE RAAD DE VOORZITTER NL Brussel, 29 juni 2012 (OR. en) EUCO 133/12 PRESSE 318 PR PCE 115 Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014 In de afgelopen twee en een half jaar heeft de Europese

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0186 (E) 11290/14 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: ACP 109 COAFR 184 PESC 677 RELEX 538 BESLUIT

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD tot wijziging en verlenging

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 1.2.2011 COM(2011) 30 definitief 2011/0013 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot verlenging van de looptijd en aanpassing van de maatregelen vastgesteld bij

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD houdende benoeming

Nadere informatie

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING LIDSTATEN Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, België, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 maart 2005 (24.03) 6238/05 JUSTCIV 22

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 maart 2005 (24.03) 6238/05 JUSTCIV 22 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 maart 2005 (24.03) 6238/05 JUSTCIV 22 INFORMATIEVE NOTA van: het secretariaat-generaal van de Raad aan: het Coreper/de Raad nr.vorig doc.: 11093/04 JUSTCIV 101 Betreft:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 21 501-02 Algemene Raad Nr. 231 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2006 (17.10) (OR. en) 13651/06 SOC 447 NOTA

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2006 (17.10) (OR. en) 13651/06 SOC 447 NOTA RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 oktober 2006 (17.10) (OR. en) 13651/06 SOC 447 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep sociale vraagstukken Toetsing van de uitvoering door de lidstaten

Nadere informatie

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE Brussel, 31 maart 2005 (OR. en) AA 23/2/05 REV 2 TOETREDINGSVERDRAG: SLOTAKTE ONTWERP VAN WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 februari 2004 (03.03) (OR. en) 5655/04 LIMITE PV/CONS 2 RELEX 33

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 februari 2004 (03.03) (OR. en) 5655/04 LIMITE PV/CONS 2 RELEX 33 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 februari 2004 (03.03) (OR. en) PUBLIC 5655/04 LIMITE PV/CONS 2 RELEX 33 ONTWERP-NOTULEN Betreft: 2559e zitting van de Raad van de Europese Unie (ALGEMENE

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 34 (2007) Nr. 6 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2012 Nr. 146 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 NOTA van: aan: Betreft: het Italiaanse voorzitterschap de horizontale Groep drugs Ontwerp-resolutie van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 18 november 2003

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266 15 (1965) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1994 Nr. 266 A. TITEL Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 31.10.2016 COM(2016) 703 final 2016/0346 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Associatiecomité in

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Straatsburg, 19 mei 2010 (OR. en) 2009/0026 (COD) LEX 1120 PE-CONS 11/10 ASILE 33 CADREFIN 29 CODEC 303 BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD TOT WIJZIGING

Nadere informatie

In deze rubriek brengen we enkele publicaties onder de aandacht van de lezer. KAMER

In deze rubriek brengen we enkele publicaties onder de aandacht van de lezer. KAMER Publicaties In deze rubriek brengen we enkele publicaties onder de aandacht van de lezer. Parlementaire stukken: KAMER 53 2538/001 (KAMER) 5-1875/1 (SENAAT) VAN 4 DECEMBER 2012 Verslag betreffende de gedachtewisseling

Nadere informatie

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING Non-member state of the Council of Europe (Belarus) LIDSTATEN HOOFDZETEL EN OVERIGE VESTIGINGEN BEGROTING Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan,

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 25.4.2007 COM(2007) 217 definitief 2007/0077 (CNS) Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het

Nadere informatie

Europese en internationale instellingen en organisaties

Europese en internationale instellingen en organisaties Europese en internationale instellingen en organisaties relevant voor criminologie en strafrechtsbedeling Gert Vermeiden Maklu Antwerpen / Apeldoorn Inhoud Woord vooraf 13 1. Benelux 15 A. Ontstaan en

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING STRENGE LIEFDE: DE BETREKKINGEN VAN DE EUROPESE UNIE MET DE WESTELIJKE BALKAN

NEDERLANDSE SAMENVATTING STRENGE LIEFDE: DE BETREKKINGEN VAN DE EUROPESE UNIE MET DE WESTELIJKE BALKAN 423 NEDERLANDSE SAMENVATTING STRENGE LIEFDE: DE BETREKKINGEN VAN DE EUROPESE UNIE MET DE WESTELIJKE BALKAN Het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië aan het begin van de jaren negentig was één van

Nadere informatie

EINDELIJK EEN PUBLIEKRECHTELIJK KADER VOOR GEDECENTRALISEERDE VLAAMS-FRANSE SAMENWERKING

EINDELIJK EEN PUBLIEKRECHTELIJK KADER VOOR GEDECENTRALISEERDE VLAAMS-FRANSE SAMENWERKING EINDELIJK EEN PUBLIEKRECHTELIJK KADER VOOR GEDECENTRALISEERDE VLAAMS-FRANSE SAMENWERKING Prof. dr. Jan Wouters en Maarten Vidal * Hoewel in de praktijk lokale, gedecentraliseerde overheden (gemeenten,

Nadere informatie

Deel 2. Supranationale instellingen na 1945: op weg naar wereldvrede? 6. De Europese Unie

Deel 2. Supranationale instellingen na 1945: op weg naar wereldvrede? 6. De Europese Unie Deel 2. Supranationale instellingen na 1945: op weg naar wereldvrede? Supranationalisme is een manier waarop verschillende politieke gemeenschappen, verschillende staten, met elkaar samenwerken. Bevoegdheden

Nadere informatie

Handvest van de grondrechten van de EU

Handvest van de grondrechten van de EU Handvest van de grondrechten van de EU A5-0064/2000 Resolutie van het Europees Parlement over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/1999-1999/2064(COS)) Het Europees

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 18 maart 2010 (19.03) (OR. en) 7701/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0053 (NLE) ACP 66 PTOM 10 COAFR 102

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 18 maart 2010 (19.03) (OR. en) 7701/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0053 (NLE) ACP 66 PTOM 10 COAFR 102 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 18 maart 2010 (19.03) (OR. en) 7701/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0053 (NLE) ACP 66 PTOM 10 COAFR 102 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 18 maart 2010 Betreft:

Nadere informatie

KROATIË OP WEG NAAR DE EU

KROATIË OP WEG NAAR DE EU KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN FACULTEIT SOCIALE WETENSCHAPPEN OPLEIDING POLITIEKE WETENSCHAPPEN KROATIË OP WEG NAAR DE EU Wat kan Bosnië-Herzegovina hiervan leren? Promotor : Dr. J. De La Haye Verslaggever

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 18.2.2016 COM(2016) 69 final 2016/0041 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van het protocol bij de

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 7.3.2016 COM(2016) 119 final 2016/0066 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Unie in de Stabilisatie- en Associatieraad van de EU en de

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 NOTA van: het Italiaanse voorzitterschap aan: de horizontale Groep drugs nr. vorig doc.: 11051/03 CORDROGUE

Nadere informatie

SLOTAKTE. FA/TR/EU/HR/nl 1

SLOTAKTE. FA/TR/EU/HR/nl 1 SLOTAKTE FA/TR/EU/HR/nl 1 FA/TR/EU/HR/nl 2 I. TEKST VAN DE SLOTAKTE 1. De gevolmachtigden van ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE

Nadere informatie

DE VERDRAGEN VAN MAASTRICHT EN VAN AMSTERDAM

DE VERDRAGEN VAN MAASTRICHT EN VAN AMSTERDAM DE VERDRAGEN VAN MAASTRICHT EN VAN AMSTERDAM Het Verdrag van Maastricht heeft de voorgaande Europese verdragen gewijzigd en een Europese Unie gecreëerd die rust op drie pijlers: de Europese Gemeenschappen,

Nadere informatie

De Raad van Europa. I. Ontstaan en karakter. Iemand die zich inzicht wil

De Raad van Europa. I. Ontstaan en karakter. Iemand die zich inzicht wil De Raad van Europa I. Ontstaan en karakter Iemand die zich inzicht wil verschaffen in de ontwikkeling van het internationalisme van na de 2e wereldoorlog zal heel wat moeite moeten doen om door de brei

Nadere informatie

De Europese Unie. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

De Europese Unie. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres E i Kiwijs 08 September 2011 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/32558 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

van Katia Segers, Güler Turan en Tine Soens

van Katia Segers, Güler Turan en Tine Soens ingediend op 1029 (2016-2017) Nr. 1 21 december 2016 (2016-2017) Voorstel van resolutie van Katia Segers, Güler Turan en Tine Soens betreffende de recente ontwikkelingen in Polen en de verdediging van

Nadere informatie

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2632 Advies IS - Irak Datum 3 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper Op

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 23.5.2013 2012/0271(E) *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. Financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. Financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 10.2.2004 SEC(2004) 160 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië NL NL MEDEDELING

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) CH 39 SOC 374 MI 157 ETS 16 SERVICES 35 ELARG 86 VOORSTEL van: de Europese Commissie

Nadere informatie

Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie.

Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie. 8 DECEMBER 1993 Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie. Inwerkingtreding : 22-01-1998 Art. 1. De Verdragsluitende Partijen besluiten aan hun

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het

Nadere informatie

buza020090 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken 1 maart 2002

buza020090 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken 1 maart 2002 buza020090 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken 1 maart 2002 Graag bied ik u naar aanleiding van het verzoek gedaan tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Commissies voor

Nadere informatie

VOORLOPIGE AGENDA 2946e zitting van de RAAD VAN DE EUROPESE UNIE (Justitie en Binnenlandse Zaken)

VOORLOPIGE AGENDA 2946e zitting van de RAAD VAN DE EUROPESE UNIE (Justitie en Binnenlandse Zaken) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 juni 2009 (OR. en) 10492/09 OJ CONS 31 JAI 343 COMIX 462 VOORLOPIGE AGENDA voor: 2946e zitting van de RAAD VAN DE EUROPESE UNIE (Justitie en Binnenlandse Zaken) Datum:

Nadere informatie

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken.

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 februari 2011 (16.02) (OR. en) 6196/1/11 REV 1 SOC 99 COMPET 34 VERSLAG van: de Groep sociale vraagstukken aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 3.9.2004 SEC(2004) 1073 definitief. VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT OVER DE LENINGACTIVITEIT VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 20.11.2001 COM(2001) 680 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD Brussel, 17.5.2010 COM(2010)233 definitief 2010/0125 (NLE) betreffende de sluiting van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING VAN DE

Nadere informatie

Manifest voor de Rechten van het kind

Manifest voor de Rechten van het kind Manifest voor de Rechten van het kind Kinderen vormen de helft van de bevolking in ontwikkelde landen. Ongeveer 100 miljoen kinderen leven in de Europese Unie Het leven van kinderen in de hele wereld wordt

Nadere informatie

HAAGSE VERKLARING INZAKE GEMEENSCHAPPELIJKE PERSPECTIEVEN:

HAAGSE VERKLARING INZAKE GEMEENSCHAPPELIJKE PERSPECTIEVEN: HAAGSE VERKLARING INZAKE GEMEENSCHAPPELIJKE PERSPECTIEVEN: Verklaring van de Ministers van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek Inleiding DE NEDERLANDS-FRANSE BILATERALE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 juli 1999 (07.09) (OR. en) 10456/99 LIMITE DROIPEN 5

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 juli 1999 (07.09) (OR. en) 10456/99 LIMITE DROIPEN 5 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 juli 999 (07.09) (OR. en) 0456/99 LIMITE DROIPEN 5 RESULTAAT BESPREKINGEN van : de Groep Materieel Strafrecht d.d. : 9 juli 999 nr. vorig doc. : 9966/99 DROIPEN 4

Nadere informatie

De dood van Joegoslavië ( )

De dood van Joegoslavië ( ) Geschiedenis van de laatste 50 jaar De dood van Joegoslavië (1990-1995) Bas Levinsohn 1 Inleiding Overzicht colleges Titel college Thema college Tijdsperiode 1 De Cubaanse rakketencrisis Beslissingen tijdens

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar C/ nr. 6 BRIEF VAN DE VICEVOORZITTER VAN DE EUROPESE COMMISSIE

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar C/ nr. 6 BRIEF VAN DE VICEVOORZITTER VAN DE EUROPESE COMMISSIE Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2011 2012 32 582 EU-voorstel: Verordening jurisdictie, erkenning en afdwinging van rechterlijke uitspraken op civiel en handelsgebied (Brussel I) (COM(2010)748) C/ nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 21 501-02 Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen Nr. 462 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 274 Goedkeuring van de op 29 oktober 2001 te Luxemburg totstandgekomen Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen

Nadere informatie

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 27.10.2010 2010/0067(CNS) ONTWERPADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 juni 2008 (12.06) (OR. en) 10616/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0095 (COD)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 juni 2008 (12.06) (OR. en) 10616/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0095 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2008 (12.06) (OR. en) 10616/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0095 (COD) COEST 125 COMAG 16 PESC 778 RELEX 441 FIN 225 DEVGEN 108 MED 36 VOORSTEL van: de Europese

Nadere informatie

Overzicht - Voorgedragen voor uitdrukkelijke goedkeuring vanaf januari 2012 tot 1 april 2016

Overzicht - Voorgedragen voor uitdrukkelijke goedkeuring vanaf januari 2012 tot 1 april 2016 Overzicht - Voorgedragen voor uitdrukkelijke goedkeuring vanaf januari 2012 tot 1 april 2016 Titel 1 Notawisseling houdende een Aanvullend Verdrag bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden,

Nadere informatie

ONTSTAAN VAN DE EUROPESE UNIE

ONTSTAAN VAN DE EUROPESE UNIE ONTSTAAN VAN DE EUROPESE UNIE Hoe het begon 1870: Frans-Duitse oorlog om Elzas-Lotharingen Elzas-Lotharingen Welke grondstoffen vindt men terug in dit gebied? Hoe het begon 1870: Frans-Duitse oorlog om

Nadere informatie

PUBLIC 12644/1/02 REV 1

PUBLIC 12644/1/02 REV 1 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 7 oktober 2002 (14.10) (OR. en) PUBLIC 12644/1/02 REV 1 LIMITE PESC 378 COWEB 69 COSDP 301 CIVCOM 104 BEGELEIDENDE NOTA van: het secretariaat aan: de delegaties

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie 10 april 2001 VOORLOPIGE VERSIE 2000/2243(COS) ONTWERPADVIES van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 09.07.2001 COM(2001) 371 definitief 2001/0149 (AVC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

2. Hoeveel procent van de totale uitgaven in de kinderbijslag werd in 2015 uitgekeerd aan kinderen die niet in ons land werden opgevoed

2. Hoeveel procent van de totale uitgaven in de kinderbijslag werd in 2015 uitgekeerd aan kinderen die niet in ons land werden opgevoed SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 331 van TOM VAN GRIEKEN datum: 9 februari 2016 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Kinderbijslag - Kinderen opgevoed in het buitenland De kinderbijslag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 21 501-02 Algemene Raad Nr. 296 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 september 2009 (23.09) (OR. en) 13420/09. Interinstitutioneel dossier: 2009/0103 (CNS) 2009/0102 (ACC)

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 september 2009 (23.09) (OR. en) 13420/09. Interinstitutioneel dossier: 2009/0103 (CNS) 2009/0102 (ACC) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 september 2009 (23.09) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2009/0103 (CNS) 2009/0102 (ACC) 13420/09 LIMITE AGRI 380 AGRIORG 85 AGRISTR 35 AGRIMON

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.11.2007 COM(2007) 761 definitief 2007/0266 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité EG-Faeröer

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 november 2005 (OR. fr) 13953/05 COSDP 737 PESC 940 COAFR 187 EUSEC-RDC 26 OC 775

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 november 2005 (OR. fr) 13953/05 COSDP 737 PESC 940 COAFR 187 EUSEC-RDC 26 OC 775 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 november 2005 (OR. fr) 13953/05 COSDP 737 PESC 940 COAFR 187 EUSEC-RDC 26 OC 775 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Gemeenschappelijk Optreden 2005/.../GBVB

Nadere informatie

Directoraat-generaal infrastructuur en logistiek Directoraat C - Middelen L LUXEMBURG AFDELING CONTRACTEN EN AANBESTEDINGEN LUXEMBURG

Directoraat-generaal infrastructuur en logistiek Directoraat C - Middelen L LUXEMBURG AFDELING CONTRACTEN EN AANBESTEDINGEN LUXEMBURG Directoraat-generaal infrastructuur en logistiek Directoraat C - Middelen L - 2929 LUXEMBURG AFDELING CONTRACTEN EN AANBESTEDINGEN LUXEMBURG AANBESTEDING N INLO.AO-2013-019-LUX-UTB-02 DIENSTVERLENING OP

Nadere informatie

PUBLIC LIMITE L RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 22 maart 2006 (29.03) (OR. fr) 7645/06 LIMITE JUR 119 JUSTCIV 77 CODEC 272

PUBLIC LIMITE L RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 22 maart 2006 (29.03) (OR. fr) 7645/06 LIMITE JUR 119 JUSTCIV 77 CODEC 272 Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 22 maart 2006 (29.03) (OR. fr) PUBLIC 7645/06 LIMITE 119 JUSTCIV 77 CODEC 272 ADVIES VA DE IDISCHE DIE ST * Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Woord vooraf... 11

Inhoudsopgave. Woord vooraf... 11 Inhoudsopgave Woord vooraf... 11 Benelux... 13 1 Ontstaan en historische ontwikkeling... 13 2 Institutionele structuur en werking... 15 2.1 Benelux Secretariaat-Generaal... 16 2.1.1 Samenstelling... 16

Nadere informatie

de aanbevelingen in het verslag van de Deskundigengroep mensenhandel van de Europese Commissie aan de EU-lidstaten van 22 december 2004,

de aanbevelingen in het verslag van de Deskundigengroep mensenhandel van de Europese Commissie aan de EU-lidstaten van 22 december 2004, Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 20 mei 2009 (26.05) (OR. en) PUBLIC 8723/4/09 REV 4 LIMITE CRIMORG 63 MIGR 43 E FOPOL 86 OTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het COREPER/de Raad Ontwerp-conclusies

Nadere informatie

Regio s. In een dergelijk geval dienen zij dit met een motivering te omkleden.

Regio s. In een dergelijk geval dienen zij dit met een motivering te omkleden. Unaniem aangenomen door de Plenaire Vergadering Reggio Calabria, 28 oktober 2003 De voorzitters van de regionale wetgevende parlementen, bijeengekomen te Reggio Calabria op 27 en 28 oktober 2003, hebben

Nadere informatie

AEG deel 3 Naam:. Klas:.

AEG deel 3 Naam:. Klas:. AEG deel 3 Naam:. Klas:. 1-Video Grensverleggend Europa; Het moet van Brussel. a-in welke Europese stad staat Jan Jaap v.d. Wal? b-beschrijf in het kort waarom een betere Europese samenwerking nodig was.

Nadere informatie

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 27.6.2014 COM(2014) 391 final 2014/0198 (NLE) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot aanpassing van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad in verband

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

BIJLAGE PROTOCOL. bij het. voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE PROTOCOL. bij het. voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 26.2.2016 COM(2016) 91 final ANNEX 1 BIJLAGE PROTOCOL bij het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van het

Nadere informatie

I. MIGRATIE Externe dimensie

I. MIGRATIE Externe dimensie Europese Raad Brussel, 15 december 2016 (OR. en) SN 97/16 Conclusies van de Europese Raad over migratie, Cyprus, Oekraïne (15 december 2016) I. MIGRATIE Externe dimensie 1. De Europese Raad herinnert aan

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 Ontwerpadvies (PE 329.885) Carmen Cerdeira Morterero

Nadere informatie

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE MINISTER VAN BUITENLANDS BELEID EN ONROEREND ERFGOED EN DE VLAAMSE MINISTER VAN CULTUUR, MEDIA, JEUGD EN BRUSSEL NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Goedkeuring en machtiging tot ondertekening

Nadere informatie