2.1 Strategische aspecten

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "2.1 Strategische aspecten"

Transcriptie

1 HET MONETAIRE HET MONETAIRE BELEID BELEID VAN HET VAN EUROSYSTEEM HET EUROSYSTEEM.. Strategische aspecten Overeenkomstig het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bestaat de hoofddoelstelling van het monetaire beleid van het Eurosysteem erin de prijsstabiliteit te handhaven. Prijsstabiliteit werd door de Raad van Bestuur van de ECB gedefinieerd als een jaarlijkse stijging van de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) voor het eurogebied met minder dan maar dicht bij pct. op de middellange termijn. Aldus maakt het monetaire beleid het mogelijk dat de inflatieverwachtingen stevig worden verankerd, de in de langetermijnrente vervatte risicopremies beperkt blijven en de signaalfunctie van de relatieve-prijsveranderingen maximaal gevrijwaard blijft. Al die elementen dragen uiteindelijk bij tot een economische omgeving die bevorderlijk is voor een duurzame groei en voor de creatie van werkgelegenheid. Aangezien het monetaire beleid vooruit moet kijken, vond de Raad van Bestuur het raadzaam de basisrente tarieven geleidelijk op te trekken ; dit was niet zozeer een reactie op een nieuwe overschrijding van de met prijs stabiliteit gelijkgestelde drempel tijdens de verslag periode, maar wel een beslissing die werd genomen omdat het duidelijk was geworden dat de lage kortetermijnrente toenemende risico s inhield voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn. De minimale inschrijvingsrente voor de basisherfinancieringstransacties werd aldus in vijf stappen verhoogd, van, pct. het rentepeil aan het einde van tot, pct. in december. Bij die verhogingen hield de Raad van Bestuur rekening met de opwaartse risico s voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn die de twee pijlers van het analytische kader van het monetaire beleid, namelijk de economische en de monetaire analyse, aan het licht brachten. Dat het inflatiepeil in het eurogebied tijdens het verslagjaar, pct. licht boven de doelstelling lag, is niet in tegenspraak met die strategie, aangezien deze expliciet is georiënteerd op de middellange termijn. Het Eurosysteem beschikt zodoende over de nodige flexibiliteit in geval van relatieve-prijsschokken : wegens de grote en veranderlijke vertragingen in de monetaire-beleidstransmissie is het monetaire beleid immers niet in staat de directe effecten van zulke schokken op de inflatie te verhinderen. Met een dergelijke strategie kan worden voorkomen dat die schokken een ongewenste graad van volatiliteit zouden teweegbrengen, zowel voor het monetaire- beleidsinstrument zelf, namelijk de basisrentetarieven, als voor de economische activiteit. In werd de inflatie immers opnieuw sterk beïnvloed door de directe gevolgen van de stijging van de olieprijzen, die voor een groot deel het resultaat was van de forse expansie van de opkomende economieën, ook al werd de invloed ervan tot op zekere hoogte gecompenseerd door een omgekeerd effect dat eveneens uit de toenemende globalisering voortvloeit, namelijk de weerslag op de prijzen van de invoer van fabricaten uit opkomende lagekostenlanden, zoals China, India of de nieuwe lidstaten van de EU-. Economische analyse Reeds aan het begin van het verslagjaar was de Raad van Bestuur van oordeel dat het medio schuchter ingezette groeiherstel zou aanhouden en, meer zelfs, zou verstevigen in en 7, tot een peil in de buurt van de potentiële groei. Aanvankelijk bleef nog wel enige onzekerheid bestaan omtrent de omvang van dat herstel, onder meer wegens het verschil dat was gegroeid tussen, enerzijds, de verschillende vertrouwensindicatoren, die een krachtige opleving van de economische activiteit deden vermoeden en, anderzijds, de bbp-gegevens voor het laatste kwartaal van het jaar, die wezen op een lichte groeiverzwakking. Vanaf het tweede kwartaal begon die onzekerheid geleidelijk weg te ebben, naarmate indicatoren zoals de industriële productie of de detailhandel stuk voor stuk het herstel van de economische activiteit bevestigden. Bovendien werden de door het Eurosysteem en verschillende instellingen opgestelde prognoses voor de groei in vanaf het voorjaar geleidelijk opwaarts bijgesteld ten opzichte van die van eind, in sterk contrast met de situatie van de jaren voordien, waarin de groeiprognoses voortdurend neerwaarts waren bijgesteld.

2 TABEL PROGNOSES VOOR DE BBP-GROEI EN VOOR DE INFLATIE IN HET EUROGEBIED (jaarlijkse veranderingspercentages) Prognoses voor Prognoses voor 7 e kwartaal e kwartaal e kwartaal e kwartaal e kwartaal e kwartaal e kwartaal Bbp (naar volume) EC ,,9,,,,8, IMF () ,,8,,,,9, OESO ,,,,,,, Consensus Economics () ,9,7,,,8,9 SPF () ,,7,,,,9, Eurosysteem [,,] [,,] [,8,] [,,9] [,,] [,,7] [,7,7] Inflatie EC ,,,,,8,, IMF () ,7,8,,,9,, OESO ,,,,,,,9 Consensus Economics () ,7,9,,,, SPF () ,8,,,,8,, Eurosysteem [,9,] [,,] [,,] [,,] [,,] [,,8] [,,] Bronnen: EC, IMF, OESO, Consensus Economics, ECB. () De IMF-prognoses van het vierde kwartaal van en zijn die welke in september van het beschouwde jaar werden gepubliceerd. () Gemiddelde van de prognoses van een panel van deskundigen uit de financiële sector. () Door de ECB gehouden enquête bij professionele voorspellers. Voor 7, daarentegen, werd nog steeds een expansie van de economische activiteit rond de potentiële groei verwacht. Sommige voorspellers hebben, tijdens de eerste helft van, hun prognoses voor 7 zelfs enigszins neerwaarts herzien, voornamelijk als gevolg van de weerslag die de begrotingsconsolidatie in Duitsland zou kunnen hebben. Die factor was vanaf december echter reeds in de door het Eurosysteem opgestelde projecties in aanmerking genomen. De Raad van Bestuur vond dat de risico s ten aanzien van dat referentiescenario, waarin werd gerekend op een economische groei rond het potentiële niveau, min of meer in evenwicht waren op de korte termijn. Op de middellange termijn, daarentegen, bleef dat basisscenario onderhevig aan belangrijke neerwaartse risico s, die hoofdzakelijk verband hielden met de hoge olieprijzen, de mogelijk verder toenemende protectionistische druk en de kans op een scherpe correctie van de mondiale onevenwichtigheden die een aanzienlijke stijging van de lange rente en een bruuske daling van de Amerikaanse dollar kon teweegbrengen. Vervolgens is uit de gegevens van de nationale rekeningen gebleken dat de groei van de economische activiteit inderdaad was versterkt in de eerste jaarhelft : volgens de eerste ramingen, die nadien opwaarts werden herzien, steeg het bbp naar volume in het eerste en het tweede kwartaal met respectievelijk, en,9 pct., dat was veel meer dan de verschillende instellingen in hun prognoses hadden verwacht. De decompositie van het bbp bracht bovendien aan het licht dat de economische groei in het eurogebied tijdens de eerste jaarhelft breder gefundeerd was dan in het verleden, doordat de binnenlandse vraag, en in het bijzonder de investeringen, een grotere rol was gaan spelen. In een omgeving waarin de loonsverhogingen beperkt bleven, wogen de hoge olieprijzen echter nog steeds op het beschikbare inkomen van de huishoudens en zetten ze daardoor een rem op het herstel van de particuliere consumptie, die ondanks een lichte versnelling zeer matig bleef groeien. Tegen die achtergrond vond de Raad van Bestuur dat de voorwaarden voor een verdere bbp-stijging in de tweede helft van het jaar nog altijd vervuld waren, hoewel die toename dichter zou aansluiten bij de potentiële groei. Zo zou de uitvoer van het eurogebied voordeel blijven trekken uit de krachtige mondiale groei, terwijl de investeringen nog zouden moeten kunnen profiteren van gunstige financieringsvoorwaarden en van de verbetering van de rentabiliteit van de ondernemingen. Er werd ook

3 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM GRAFIEK,,,,,,, ECONOMISCHE ACTIVITEIT EN VERTROUWENSINDICATOREN IN HET EUROGEBIED (voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens, bijdrage tot de verandering van het bbp naar volume t.o.v. het voorgaande kwartaal, procentpunten, tenzij anders vermeld) 999 Binnenlandse vraag Netto-uitvoer Bbp () (linkerschaal) Consumenten- en ondernemersvertrouwen (rechterschaal) () Bron : EC. () Veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande kwartaal. () Saldo van de antwoorden op de maandelijkse enquête. een opleving van de particuliere consumptie verwacht, wegens een stijging van het reële beschikbare inkomen van de particulieren, vooral als gevolg van de hogere werkgelegenheid. Op grond daarvan werden de prognoses betreffende de economische groei voor in het tweede deel van het jaar nogmaals opwaarts bijgesteld, wat voornamelijk de betere resultaten tijdens de eerste twee kwartalen weerspiegelde. Voor de tweede helft van en voor 7 waren de herzieningen evenwel beperkter en werd algemeen nog steeds gerekend op een groei rond het potentiële niveau. De Raad van Bestuur bevestigde dat de risico s die wegen op de vooruitzichten voor de bbp-groei op de korte termijn evenwichtig bleven, terwijl de risico s voor de economische activiteit op de middellange termijn nog altijd neerwaarts gericht bleven en al met al vergelijkbaar waren met de voorheen opgetekende risico s. In het derde kwartaal bedroeg de bbp-groei, pct., net onder de verwachtingen, wellicht ten gevolge van een lichte correctie na de uitzonderlijke groei in het tweede kwartaal. Die ontwikkeling deed echter geen afbreuk aan het referentiescenario van de Raad van Bestuur die rekende op een verdere expansie van de economische activiteit in het eurogebied tijdens het laatste kwartaal van en in 7. De meeste vertrouwensindicatoren bleven in het laatste kwartaal van immers ruim opwaarts gericht. Wat de inflatie betreft, werd de eventuele overschrijding, in, van de pct.-grens al spoedig een feit. Zo bleef de jaar-op-jaarstijging van de HICP tijdens de eerste acht maanden ruimschoots boven de pct., met een piek van, pct. tijdens het tweede kwartaal, vooral wegens de sterke toename van de olieprijzen. Vanaf de maand september liep de inflatie daarentegen duidelijk terug, door de aanzienlijke daling van de noteringen voor ruwe aardolie op de internationale markten en door een gunstig basiseffect dat voortvloeide uit de forse stijging van de olieprijzen in, na de slechte weers omstandig heden in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Terwijl de inflatie zo was gezakt tot, pct. in oktober, versnelde ze aan het einde van het jaar opnieuw, tot,9 pct. in december. De Raad van Bestuur heeft in de loop van het verslagjaar trouwens zijn toenemende bezorgdheid geuit over de risico s voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn. Sinds het voorjaar rekenden alle voorspellers voor 7 doorgaans ook op een inflatie van meer dan pct., onder meer gezien de verhoging van de indirecte belastingen in Duitsland. De Raad van Bestuur wees erop dat het referentiescenario voor de inflatie, op grond waarvan de inflatie op iets meer dan pct. werd geraamd in en 7, onderhevig was aan belangrijke opwaartse risico s, die voornamelijk samenhingen met een eventuele verdere olieprijsstijging, eventuele additionele verhogingen van de indirecte belastingen en de door de overheid gereguleerde prijzen en de mogelijkheid dat de indirecte effecten en de besmettingseffecten, de zogenoemde tweede rondeeffecten, groter zouden uitvallen dan oorspronkelijk verwacht. Een inflatie die gedurende een langere periode boven de drempel van pct. uitkomt, houdt immers het risico in dat er tweederonde-effecten optreden en dat de inflatieverwachtingen ontsporen. De Raad was bovendien van oordeel dat de voornoemde risico s zich tijdens het verslagjaar duidelijker aftekenden, aangezien de krachtige economische groei en de gelijktijdige verbetering van de arbeidsmarktomstandigheden de overtollige productiecapaciteit deden afbrokkelen en derhalve buitensporige loonstijgingen in de hand konden werken. Zo zijn de inflatieverwachtingen, gemeten aan de hand van de geïndexeerde obligaties, aanzienlijk gestegen, tot een piek van, pct. in mei, waarna ze geleidelijk afnamen, wellicht door de verdere verkrapping van het monetaire beleid. Daarentegen bleven de inflatieverwachtingen op vijf jaar, zoals gemeten aan de hand van de door de ECB gehouden enquête bij de professionele

4 GRAFIEK,, INFLATIEVERWACHTINGEN IN HET EUROGEBIED (jaar-op-jaarverandering, in procenten, van de HICP),, de invloed van de goedkopere invoer van fabricaten als gevolg van de globalisering. Gemeten aan de hand van de bbp-deflator bleef de inflatie van binnenlandse oorsprong, die tijdens de eerste drie kwartalen van het verslagjaar gemiddeld,8 pct. bedroeg, echter ook binnen de perken. Vooral de ontwikkeling van de loonkosten per eenheid product was gematigd. Die kan op zijn beurt beïnvloed zijn geweest door de GRAFIEK PRIJZEN EN KOSTEN IN HET EUROGEBIED (veranderingspercentages t.o.v. de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar, tenzij anders vermeld),, Break-even-inflatie tegen () Break-even-inflatie tegen () Inflatieverwachtingen op vijf jaar () Bron : ECB. () De break-even-inflatie stemt overeen met het verschil tussen de rendementen van de nominale overheidsobligaties en de geïndexeerde overheidsobligaties die in het vermelde jaar vervallen. () Enquête die de ECB houdt bij professionele voorspellers. 999 voorspellers, stabiel op,9 pct ; uit dezelfde enquête bleek echter ook dat in de loop van het jaar de kans op een inflatie van meer dan pct. binnen de vijf jaar was vergroot. Aangezien het monetaire beleid vooruit moet kijken, heeft de Raad van Bestuur meer belang gehecht aan de beoordeling van die risico s voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn dan aan de loutere vaststelling dat de indirecte effecten en de tweederonde-effecten tijdens het verslagjaar nauwelijks merkbaar waren, zoals bleek uit het feit dat de onderliggende inflatietendens rond, pct. bleef schommelen. Uurloonkosten in de industrie en de dienstensector () Industriële-producentenprijzen, ongerekend energiedragers Industriële-producentenprijzen voor consumptiegoederen Die relatieve stabiliteit van de onderliggende inflatietendens betekent echter niet dat de stijging van de olieprijzen en de andere grondstoffen geen weerslag heeft gehad op de prijzen van de overige goederen. In dat verband wees de Raad van Bestuur erop dat de dynamiek van de industriële-producentenprijzen ongerekend energie veel intenser is geworden in, wat erop duidde dat de forse stijging van de prijzen van de energetische en niet-energetische grondstoffen begon door te werken in latere stadia van de productieketen, niet alleen voor de halffabricaten, maar ook voor de consumptiegoederen. De component niet-energetische industriële goederen in de HICP liet een soortgelijke beweging zien, hoewel de prijsstijging aan het einde van de periode onder pct. bleef. Deze laatste werd immers afgeremd door 999 Bbp-deflator () HICP HICP, ongerekend niet-bewerkte levensmiddelen en energiedragers HICP voor niet-energetische industriële goederen Bronnen : EC, ECB. () Veranderingspercentages t.o.v. het overeenstemmende kwartaal van het voorgaande jaar.

5 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM intenser wordende wereldwijde concurrentie en door de weerslag van de structurele hervormingen op de arbeidsmarkt en de productenmarkt. Ze wordt daarenboven weerspiegeld door de aannemelijke stijging van de dienstenprijzen, die dicht bij pct. bleef. Monetaire analyse Tijdens het verslagjaar zette de medio begonnen versteviging van de monetaire dynamiek zich voort. De groei van het ruime monetaire aggregaat M nam toe van 7,7 pct. in januari tot 9,7 pct. in december. In de eerste jaarhelft werd M nog steeds voornamelijk gedreven door het aggregaat M, dat de meest liquide componenten omvat, namelijk het chartaal geld en de zichtdeposito s. De Raad van Bestuur schreef die ontwikkeling voornamelijk toe aan de geringe opportuniteitskosten van het aanhouden van kastegoeden, die samenhingen met het nog altijd zeer lage rentepeil tijdens de eerste helft van het jaar. Nadien is de groei van M niet verzwakt, ondanks de geleidelijke renteverhoging. Belangrijk in die ontwikkeling was het lage peil van de langetermijnrente, dat aanzette tot het aanhouden van activa op de kortere termijn, GRAFIEK 7 M EN DE COMPONENTEN ERVAN (voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde gegevens ; bijdrage tot de verandering van M t.o.v. de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar, procentpunten, tenzij anders vermeld) waaronder sommige met name in M begrepen zijn, in plaats van financiële instrumenten met langere looptijden. De verhoging van de basisrentetarieven begon evenwel de dynamiek van de M-componenten te beïnvloeden, doordat ze tussen deze laatste een substitutie-effect creëerde. Zo werd de groei van M enigszins afgeremd door de geleidelijke verkrapping van het monetaire beleid, namelijk van, pct. gemiddeld in de eerste jaarhelft tot 7, pct. in de tweede. In het aggregaat M min M, daarentegen, is de expansie van de termijndeposito s met een looptijd van minder dan twee jaar aanzienlijk versneld, terwijl die van de deposito s met een opzegtermijn van minder dan drie maanden vertraagde, omdat de vergoeding ervan niet werd aangepast aan de marktrente, in tegenstelling tot die voor de termijndeposito s (voor nadere informatie, zie kader ). Bovendien vergrootte de renteverhoging de aantrekkingskracht van de schuldbewijzen met een looptijd van minder dan twee jaar, die in met gemiddeld 8, pct. zijn toegenomen. In de geconsolideerde balans van de monetaire financiële instellingen (MFI s) speelden de leningen aan de particuliere sector, de voornaamste tegenpost van M, in een sleutelrol in de monetaire dynamiek. De kredietverlening aan particulieren is zeer krachtig gestegen ; het stijgingstempo nam toe van 8, pct. in tot,9 pct. in, dat is de sterkste stijging sinds het begin van de derde fase van de EMU in 999. Dat sterke groeitempo verhult echter uiteenlopende ontwikkelingen. Zo vertoonde de GRAFIEK 8 LENINGEN AAN DE PARTICULIERE SECTOR 9 9 (veranderingspercentages t.o.v. de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar) M () Chartaal geld en zichtdeposito s Andere kortetermijndeposito s Verhandelbare instrumenten M M M 999 Leningen aan de particuliere sector Leningen aan niet-financiële vennootschappen Leningen aan particulieren Bron : ECB. () Veranderingspercentages t.o.v. de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar. Bron : ECB.

6 kredietverstrekking aan particulieren in een iets matigere, hoewel nog altijd zeer hoge groei. De geleidelijke stijging van de hypotheekrente en een verslechtering van de vooruitzichten op de woningmarkt in sommige landen werkten dat onder meer in de hand. Daarentegen trok de groei van de kredietverlening aan niet-financiële vennootschappen bijzonder krachtig aan, van 8, pct. in januari tot pct. in december, na een piek van, pct. in november. Verschillende factoren droegen hiertoe bij, voornamelijk de sterke economische groei en meer bepaald die van de investeringen, de dynamiek van de fusies en overnames en ten slotte het feit dat de ondernemingen het waarschijnlijk raadzaam hebben geacht de financiering van hun investeringsprojecten wat te vervroegen om te kunnen profiteren van nog steeds gunstige kredietvoorwaarden. Volgens de resultaten van de enquête van het Eurosysteem bij de kredietinstellingen, zouden de banken ook de toekenningscriteria voor leningen hebben versoepeld. Het groter gebruik door de kredietinstellingen van effectisering, de opkomst van de markten van kredietderivaten en de hernieuwde belangstelling voor consortiumleningen hebben immers het beheer van het kredietrisico makkelijker gemaakt voor de banken. De krachtige dynamiek van de monetaire aggregaten en van de kredietverlening wijst bijgevolg op een ruime liquiditeit, die risico s inhoudt voor de prijsstabiliteit op de langere termijn en het gevaar voor evenwichtsverstoringen op de activamarkten versterkt. Net als in toonde de Raad van Bestuur zich daarover bezorgd, vooral gezien de kracht van de economische groei en de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt in sommige lidstaten van de monetaire unie. Kader De transmissie van het monetaire beleid van het Eurosysteem naar de marktrente en de bancaire rente in het eurogebied Het rentekanaal is een van de kanalen waarlangs de centrale bank inwerkt op de reële sfeer van de economie. Door haar basisrentetarieven de referentietarieven voor de interbancaire markt te wijzigen, beïnvloedt de centrale bank de rente op de geld- en de obligatiemarkt ; haar greep daarop hangt echter sterk af van de looptijd TRANSMISSIE VAN DE BASISRENTE NAAR DE MARKTRENTETARIEVEN VOOR VERSCHILLENDE LOOPTIJDEN (maandgemiddelden, tenzij anders vermeld) KORTETERMIJNRENTE BASISRENTE EN LANGETERMIJNRENTE Basis-herfinancieringstransacties () (minimale inschrijvingsrente) Driemaands interbancaire deposito s (Euribor) Interbancaire deposito s op één jaar (Euribor) Basis-herfinancieringstransacties () (minimale inschrijvingsrente) Overheidsobligaties op vijf jaar () Overheidsobligaties op tien jaar () Bronnen : Thomson Financial Datastream, ECB. () Gegevens aan het einde van de maand. () Gemiddelde van de rendementen op de door de lidstaten van het eurogebied uitgegeven obligaties, gewogen aan de hand van de respectieve uitstaande bedragen van de overheidsschuld.!

7 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM van de rente. Een rentewijziging op die markten zet de kredietinstellingen voorts aan tot uiteenlopende aanpassingen van de voorwaarden voor leningen en deposito s, die vervolgens het gedrag van de economische subjecten inzake consumptie, sparen en investeren beïnvloeden. Zodoende vervullen de kredietinstellingen doorgaans een belangrijke rol in de efficiëntie van de transmissie van de monetaire-beleidsimpulsen, aangezien zij bepalen hoe snel en met hoeveel ze de debet- en creditrente wijzigen na een renteverandering door de centrale bank. Dit kader belicht, enerzijds, de transmissie in het eurogebied van de in december ingezette cyclus tot verhoging van het voornaamste basisrentetarief van het Eurosysteem naar de rentecurve en, anderzijds, de verdere transmissie naar de door de banken toegepaste debet- en creditrentetarieven. Op de geldmarkt ging de verhoging van het voornaamste richttarief van het Eurosysteem, namelijk de minimale inschrijvingsrente voor de basis-herfinancieringstransacties, van pct. in november tot, pct. in december, gepaard met een vrijwel even grote stijging van de rentetarieven op minder dan één jaar. De geldmarktrente ging zelfs al naar omhoog vóór de toename van de basisrente, namelijk vanaf september, toen de ECB de toon van haar communicatie verscherpte. Daarnaast stelt men ook een transmissie naar de rentetarieven op langere termijn vast. De stijging van deze laatste, die volgde op een bijzonder scherpe daling in en, was evenwel geringer voor de langste looptijden, zodat de risicoloze-rentecurve vlakker werd. Zo is de rente op vijf jaar met basispunten gestegen tijdens de periode van september tot december, tegen slechts 7 basispunten voor de rendementen van de staatsobligaties op tien jaar. TRANSMISSIE VAN DE MARKTRENTE NAAR DE CREDIT- EN DEBETRENTETARIEVEN (maandgemiddelden) KORTETERMIJNRENTE LANGETERMIJNRENTE Driemaands interbancaire deposito s (Euribor) Termijndeposito s van particulieren op minder dan één jaar () Termijndeposito s van ondernemingen op minder dan één jaar () Leningen aan ondernemingen met een oorspronkelijke rentevaste periode van minder dan één jaar () Zichtdeposito s van particulieren () Overheidsobligaties op vijf jaar () Leningen aan ondernemingen met een oorspronkelijke rentevaste periode van meer dan vijf jaar () Hypotheekrente met een oorspronkelijke rentevaste periode van meer dan vijf en minder dan tien jaar () Deposito s van particulieren op meer dan twee jaar () Deposito s van particulieren terugbetaalbaar met een opzegtermijn van minder dan drie maanden Bronnen : Thomson Financial Datastream, ECB. () Gemiddelde van de rendementen op de door de lidstaten van het eurogebied uitgegeven obligaties, gewogen aan de hand van de respectieve uitstaande bedragen van de overheidsschuld. () Gegevens uit de MIR-enquête.! 7

8 Zoals blijkt uit de gegevens betreffende de debet- en creditrentetarieven, die op de datum van afsluiting van dit Verslag slechts beschikbaar waren tot november, leidde de in september ingezette stijging van de geldmarktrente tot een relatief vergelijkbare, maar niettemin geringere toename van de korte rente op leningen en termijndeposito s. Bovendien bleek de aanpassing eveneens zeer snel te hebben plaatsgevonden. Terwijl de driemaands rente aldus toenam met basispunten tussen september en november, werden de aan ondernemingen en particulieren aangeboden rentevergoedingen voor termijndeposito s op minder dan één jaar met respectievelijk en basispunten verhoogd. De rente op de zichtdeposito s is daarentegen, zoals gewoonlijk het geval is, nagenoeg ongewijzigd gebleven. De voorwaarden voor leningen op de korte termijn aan niet-financiële ondernemingen gaven een profiel te zien dat grotendeels overeenstemde met dat van de geldmarkttarieven. Daarentegen verliep de transmissie van de rentetarieven op de obligatiemarkt naar de door de MFI s toegepaste debet- en creditrentetarieven op de langere termijn niet zo volledig. Tijdens de periode van september tot november stegen de tarieven op leningen aan ondernemingen met een oorspronkelijke rentevaste periode van meer dan vijf jaar en die op hypotheekleningen met een oorspronkelijke rentevaste periode van meer dan vijf maar minder dan tien jaar met respectievelijk en 9 basispunten, terwijl de rendementen voor staatsobligaties op vijf jaar basispunten hoger uitvielen. De MFI s hebben op soortgelijke wijze ook de vergoeding voor termijndeposito s van particulieren met een looptijd van meer dan twee jaar aangepast. De vergoeding van de deposito s van particulieren met een opzegtermijn van minder dan drie maand werd daarentegen niet aangepast aan de marktvoorwaarden, zoals traditioneel het geval is. De resultaten van enquêtes die de ECB houdt bij de kredietinstellingen in het eurogebied (Bank Lending Survey) wijzen tevens op een gemiddelde inkrimping van hun intermediatiemarges tijdens het jaar, met uitzondering van de riskantere leningen, waarvoor die marges zijn toegenomen. Uit dit alles blijkt dat, afgezien van de rendementen van de relatief langlopende obligaties, de in december begonnen opwaartse beweging van de basisrentetarieven van het Eurosysteem vrijwel integraal doorwerkte in de marktrente. De MFI s hebben daarentegen tijdens de beschouwde periode hun credit- en debetrentetarieven niet volledig aan de marktvoorwaarden aangepast. De aanpassing was echter wel groter voor de bankproducten met kortere looptijden dan voor die op de langere termijn. Monetaire-beleidsbeslissingen en monetaire voorwaarden Nadat de Raad van Bestuur van de ECB in december had beslist de minimale inschrijvingsrente voor de basis-herfinancieringstransacties met basispunten te verhogen, tot, pct., bleef hij tijdens het verslagjaar reageren op de toegenomen risico s voor de prijsstabiliteit die de economische en monetaire analyse aan het licht bracht. De Raad heeft derhalve in de eerste jaarhelft geleidelijk de basisrentetarieven van het Eurosysteem aangepast, door ze tweemaal met basispunten op te trekken, namelijk op maart en 8 juni. Tijdens de tweede helft van het jaar achtte de Raad het nodig de aanpassing van het accommoderende monetaire beleid wat te versnellen en verhoogde hij de rente driemaal, namelijk op augustus, oktober en 7 december. Zodoende kwam de minimale inschrijvingsrente voor de basis-herfinancieringstransacties eind uit op, pct. Op die rentestijgingen werd goed geanticipeerd door de financiële markten dankzij de communicatie van de Raad van Bestuur over zijn referentiescenario betreffende de groei en de inflatie, over de risico s die dat scenario omgaven en over hun gevolgen voor de handhaving van de prijsstabiliteit op de middellange termijn. Tussen juli en november verkoos de Raad van Bestuur daarenboven de marktverwachtingen beter richting te geven door een verdere geleidelijke aanpassing van de accommoderende monetaire-beleidskoers aan te kondigen, evenwel op voorwaarde dat zijn referentiescenario zou worden verwezenlijkt. De Raad van Bestuur heeft zich echter niet verbonden tot het volgen van een welbepaald rentetraject, noch qua aantal noch qua omvang van de toekomstige verhogingen. Door een dergelijke communicatiestrategie slaagde hij erin de volatiliteit op de financiële markten aanzienlijk te verminderen, zoals blijkt uit het verloop van de driemaands rentetarieven op de interbancaire markt. 8

9 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM GRAFIEK 9 RENTETARIEVEN VAN HET EUROSYSTEEM EN GELDMARKTRENTE (daggegevens) verslagjaar. Dit weerspiegelt vooral de stijging van de nominale wisselkoers van de euro tegenover de dollar van,8 aan het begin van het jaar tot, eind december, een toename met, pct. Aangezien de vrees voor een ongeordende correctie van de mondiale onevenwichtigheden binnen de perken bleef, is die koersstijging hoofdzakelijk het gevolg van de uiteenlopende groeiverwachtingen voor het eurogebied en de Verenigde Staten en van de daarmee samenhangende verwachtingen omtrent het monetaire beleid. Vanuit historisch oogpunt bezien was het niveau van de reële wisselkoers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar tijdens het verslagjaar 999 GRAFIEK INDICATOREN MET BETREKKING TOT DE MONETAIRE VOORWAARDEN (kwartaalgemiddelden) Basis-herfinancieringstransacties () Marginale beleningsfaciliteit Depositofaciliteit Interbancaire deposito s voor één dag (Eonia, gewogen gemiddelde rente) 8 REËLE KORTETERMIJNRENTE IN DUITSLAND (97-998) EN IN HET EUROGEBIED (999-) () 8 Driemaands interbancaire deposito s (Euribor) Bron : ECB. () Vaste rente tot 8 juni, minimale inschrijvingsrente na die datum. Ondanks de geleidelijke verkrapping beschouwde de Raad van Bestuur het monetaire beleid gedurende het hele jaar als accommoderend, gelet op de nog altijd historisch lage reële rente, de flinke geld- en kredietgroei en de overvloedige liquiditeit in het eurogebied. In de eerste jaarhelft zijn de reële kortetermijntarieven, gedefleerd aan de hand van de nationale consumptieprijsindex, maar licht toegenomen, wegens de forse stijging van de inflatie. In de tweede helft van het jaar, daarentegen, nam de reële rente sterker toe, namelijk van, pct. in de eerste jaarhelft tot,7 pct. aan het einde van de periode, als gevolg van de daling van de inflatie en de verdere stijging van de nominale rente. De reële korte rente in het eurogebied werd aldus weer positief gedurende het hele jaar, na in de drie voorgaande jaren rond nul te hebben geschommeld. Vanuit een historisch perspectief bleven de reële rentetarieven echter ruim onder hun langetermijngemiddelde. Bovendien lagen ze gemiddeld over het jaar eveneens onder elke redelijke raming van een neutraal peil van de reële rente. De in de tweede helft van ingezette daling van de euro werd eind onderbroken en veranderde in een geleidelijke appreciatie van de reële wisselkoers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar tijdens het REËLE WISSELKOERS VAN DE DUITSE MARK (97-998) EN DE EURO (999-) T.O.V. DE VS-DOLLAR () (gemiddelde 97- =) 98 Bronnen : BIB, EC, ECB. () De reële kortetermijnrente is berekend als het verschil tussen de driemaands rente op de interbancaire markt en het jaarlijkse veranderingspercentage van de consumptieprijsindex. () Nominale wisselkoers van de Duitse mark (97-998) en de euro (999-) t.o.v. de Amerikaanse dollar, gedefleerd aan de hand van de verhouding tussen de consumptieprijsindexen in de Verenigde Staten en in Duitsland (97-998) of in het eurogebied (999-)

10 evenwel niet uitzonderlijk. Bovendien werd de weerslag van de appreciatie van de euro tegenover de dollar getemperd door het wisselkoersverloop van de andere valuta s, aangezien de nominale effectieve wisselkoers van de euro slechts met,8 pct. toenam. De ontwikkelingen van de reële rente en de effectieve wisselkoers doen vermoeden dat het monetaire beleid tijdens het jaar heeft bijgedragen tot het herstel van de economische activiteit in het eurogebied. Kader toont aan dat dit ook het geval was in België, aangezien hier vergelijkbare economische omstandigheden golden. Daarenboven was de lage langetermijnrente eveneens bevorderlijk voor het herstel van de economische activiteit. Hoewel de stijging van de kortetermijnrente in zekere mate doorwerkte in de lange rente, zoals uitvoeriger is beschreven in kader, bleef deze laatste gedurende het hele jaar relatief laag, wat gedeeltelijk de forse dalingen in en consolideerde. Aangezien het monetaire beleid er de laatste jaren in slaagde de inflatieverwachtingen stevig te verankeren, weerspiegelt het lage peil van de nominale rente op de lange termijn voornamelijk dat van de reële rente. Tijdens het verslagjaar is het rendement van de geïndexeerde obligaties met vervaldag in weliswaar toegenomen, tot, pct. in december, maar het bleef vanuit historisch oogpunt zeer gering. Ook in de Verenigde Staten bleef het peil van de reële langetermijnrente relatief laag, ondanks een beperkte transmissie, in de loop van het verslagjaar, van de monetaire-beleidsverkrapping door de Federal Reserve. De toenemende financiële integratie op internationaal vlak impliceert immers dat de rendementen op de obligatiemarkten in ruimere mate worden bepaald door mondiale factoren. De lage reële langetermijnrente blijkt voornamelijk toe te schrijven aan de kleinere risicopremies die de beleggers vragen om instrumenten op de lange termijn aan te houden, veeleer dan aan een neerwaartse herziening van de groeivooruitzichten. Die daling van de risicopremies kan de weerspiegeling zijn van de perceptie dat de macro- economische stabiliteit is toegenomen, wat deels voortvloeit uit de geloofwaardigheid en de toegenomen transparantie van het monetaire beleid. Hoewel deze factor een belangrijke rol kan hebben gespeeld in de neerwaartse trend van de risicopremies, verklaart hij echter niet volledig waarom die daling in en plotseling versnelde. De lage reële langetermijnrente, die aanhield in, weerspiegelt derhalve ook andere factoren, zoals de forse vraag naar langlopende obligaties vanwege verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, en meer specifiek voor de Verenigde Staten het terugsluizen van de aanzienlijke spaaroverschotten die de opkomende economieën van Azië en de olieproducerende landen tijdens de afgelopen jaren hebben opgebouwd. GRAFIEK Eurogebied LANGETERMIJNRENTE IN HET EUROGEBIED EN IN DE VERENIGDE STATEN (maandgemiddelden) Overheidsobligaties op tien jaar () Geïndexeerde overheidsobligaties () Verenigde Staten Overheidsobligaties op tien jaar Geïndexeerde overheidsobligaties () Bron : ECB. () Gemiddelde van de rendementen op de door de lidstaten uitgegeven obligaties, gewogen aan de hand van de respectieve uitstaande bedragen van de overheidsschuld. () De geïndexeerde staatsobligaties vervallen voor de Verenigde Staten en het eurogebied respectievelijk in en. 8 7

11 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM Kader De Belgische economie en het monetaire beleid van het Eurosysteem De hoofddoelstelling van het monetaire beleid van het Eurosysteem bestaat erin de prijsstabiliteit in het eurogebied als geheel te handhaven. De monetaire-beleidsbeslissingen worden derhalve genomen op basis van de economische en monetaire situatie in het eurogebied als geheel en niet van die in de afzonderlijke landen. Het monetaire beleid van het Eurosysteem kan dus niet worden aangewend om eventuele nationale economische onevenwichtigheden te corrigeren. Indien de economische groei of de inflatie in een lidstaat tegenvallen, komt het de bewuste lidstaat toe de gepaste maatregelen te nemen, in het bijzonder via het begrotingsbeleid, het inkomensbeleid of het structurele beleid. In een monetaire unie is het van essentieel belang dat de product-, arbeids- en kapitaalmarkten goed functioneren, omdat dit de aanpassing van de economie aan asymmetrische schokken makkelijker maakt. In geval van prijs- of loonrigiditeit, daarentegen, kunnen de aanpassingsmechanismen bijzonder traag blijken te werken, wat de weerslag van die schokken langer doet voortduren. Bovendien kunnen verschillen in de werking van de nationale markten tot gevolg hebben dat afzonderlijk beschouwde landen gedurende een min of meer lange tijd uiteenlopend reageren op gemeenschappelijke factoren, zoals het monetaire beleid. Voorts kunnen disfuncties in sommige lidstaten ten grondslag liggen aan loon- en prijsontwikkelingen die niet in overeenstemming zijn met de onderliggende economische fundamentals, en hierdoor een verlies aan concurrentievermogen, economische activiteit en werkgelegenheid met zich brengen. Het begrotingsbeleid kan eveneens een bron van asymmetrie vormen, vooral wanneer het een procyclische koers volgt die aanleiding geeft tot ongewenste groei- of inflatieontwikkelingen. In de landen waar het begrotingssaldo overeenstemt met de middellange-termijndoelstelling die ze in hun stabiliteitsprogramma hebben vastgelegd, zijn de automatische stabilisatoren daarentegen een geschikt instrument om de louter conjuncturele invloed van idiosyncratische schokken tegen te gaan. Dit kader heeft tot doel na te gaan of het gemeenschappelijke monetaire beleid passend was vanuit het oogpunt van de Belgische economie. In een monetaire unie wordt het voeren van een gemeenschappelijk monetair beleid aanzienlijk vergemakkelijkt indien de conjunctuur in de diverse economieën enigszins synchroon verloopt. De macroeconomische ontwikkelingen van de Belgische economie stroken over het algemeen in grote mate met die in het eurogebied als geheel. Zo is het groeitempo van het bbp erg vergelijkbaar, zowel wat de trend als de synchronisatie van de economische cycli betreft. Het jaar was geen uitzondering op de regel, aangezien België en het eurogebied allebei profiteerden van een krachtige opleving van de economische activiteit (zie hoofdstukken en ). Voor de inflatie tekenen zich ook zeer vergelijkbare patronen af, indien geen rekening wordt gehouden met de tijdelijke verschillen ten gevolge van de grotere gevoeligheid op de korte termijn van de Belgische HICP voor schommelingen van de ruwe aardolieprijs en met die als gevolg van de prijsveranderingen van voornamelijk administratieve aard. Gelet op het conjunctuurverloop kwamen de risico s voor de prijsstabiliteit in België en in het eurogebied tijdens het verslagjaar grotendeels overeen (zie hoofdstuk ). Die vaststellingen op macro-economisch vlak werden onlangs bevestigd door meer gerichte analyses die tot stand kwamen in het Eurosystem Inflation Persistence Network (IPN). Dit door het Eurosysteem opgerichte tijdelijke onderzoeksnetwerk bestudeerde de graad en de oorzaken van inflatiepersistentie, alsook de prijszettingspraktijken. De resultaten gaven aan dat de graad van inflatiepersistentie in België tijdens de recente periode relatief matig was en vergelijkbaar met het peil in het eurogebied. Wat de prijszetting betreft, blijkt uit die analyses bovendien dat de frequentie van prijsaanpassingen, die een belangrijke determinant van de monetaire-beleidstransmissie is, niet fundamenteel afwijkt van die in het eurogebied als geheel. Die frequentie is echter veel lager dan in de Verenigde Staten. Vooral de dienstensector blijkt te worden gekenmerkt door een geringere graad van prijsflexibiliteit, zowel in België als in het gehele eurogebied. Dit zou kunnen toe te schrijven zijn aan bepaalde vormen van loonrigiditeit,!

12 ECONOMISCHE ACTIVITEIT EN INFLATIE IN BELGIË EN IN HET EUROGEBIED (veranderingspercentages t.o.v. de overeenstemmende periode van het voorgaande jaar) BBP-GROEI () INFLATIE () Eurogebied België Bronnen : EC, INR, NBB. () Voor seizoen- en kalenderinvloeden gezuiverde kwartaalgegevens, naar volume. () Ongerekend het geraamde effect, in januari en juli, van de opname van de koopjes in de Belgische HICP vanaf het jaar ; maandgegevens. aangezien de lonen een belangrijk deel van de productiekosten van die sector vormen. De rol van de lonen als bron van rigiditeit wordt onderzocht door een nieuw tijdelijk onderzoeksnetwerk van het Eurosysteem, het Wage Dynamics Network (WDN), dat tijdens het verslagjaar werd opgezet. De gelijkenissen tussen België en het eurogebied, zowel op het vlak van de macro-economische ontwikkelingen als inzake prijszetting, tonen aan dat het eengemaakte monetaire beleid passend was vanuit het oogpunt van de Belgische economie. Dit is hoofdzakelijk het resultaat van de sterke integratie van de Belgische economie in de monetaire unie en van een economische beleidskoers die verenigbaar is met de werking van de EMU, meer bepaald inzake loonvorming en overheidsfinanciën. Die resultaten betekenen echter niet dat er geen enkele uitdaging meer overblijft op het gebied van de overheidsfinanciën of van de goede werking van de product-, arbeids- en kapitaalmarkten, zowel om de Belgische economie beter in staat te stellen schokken op te vangen als om haar groeipotentieel op de lange termijn te ondersteunen. Zoals de ervaring van de jongste acht jaar leert, belet het gemeenschappelijke monetaire beleid sommige landen immers niet om aanmerkelijk hogere groeicijfers te boeken dan het eurogebied als geheel en tegelijkertijd de prijsontwikkeling onder controle te houden.. Operationele aspecten Door het vaststellen van de basisrentetarieven van het Eurosysteem, en meer bepaald de minimale inschrijvingsrente voor de basis-herfinancieringstransacties, bepaalt de Raad van Bestuur van de ECB de oriëntatie van het monetaire beleid. Op operationeel gebied is het de bedoeling van het monetaire beleid de daggeldrente (Eonia) dicht in de buurt te houden van de minimale inschrijvingsrente. Het Eurosysteem doet dat door het kader en de voorwaarden vast te leggen voor de herfinanciering van de structurele liquiditeitsbehoefte van het bankwezen. Die laatste vloeit voort uit «autonome factoren», met andere woorden factoren die losstaan

13 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM van het monetaire beleid, bijvoorbeeld de bewegingen in de biljettenomloop, de deviezenreserves of de deposito s van de overheid bij het Eurosysteem. Dit tekort wordt nog vergroot door de verplichting voor de kredietinstellingen om vergoede reserves aan te leggen in de vorm van deposito s op bij de nationale centrale banken geopende rekeningen. Bij het operationele liquiditeitsbeheer ter dekking van de behoeften van de kredietinstellingen, kent het Eurosysteem een sleutelrol toe aan de basis-herfinancieringstransacties. Deze nemen in de praktijk de vorm aan van wekelijkse toewijzingen van kredieten met een looptijd van één week, waarmee het Eurosysteem tijdelijk middelen verschaft aan de banksector van het eurogebied, mits die laatste beleenbare activa als onderpand ter beschikking stelt. Deze transacties zijn van cruciaal belang, niet enkel omdat de minimale inschrijvingsrente voor deze transacties de oriëntatie aangeeft van het monetaire beleid, maar ook omdat ze tot doel hebben om het grootste gedeelte van de herfinancieringsbehoeften van de kredietinstellingen uit het eurogebied te dekken. De tijdens deze transacties toegewezen bedragen zijn gesteund op de zogenaamde referentiebedragen die zodanig worden berekend dat ze de markt tijdens de daaropvolgende week in evenwicht brengen. Wanneer zich onvoorziene liquiditeitsschommelingen voordoen, bijvoorbeeld als gevolg van onverwachte wijzigingen van de autonome factoren, spelen de reserveverplichtingen een belangrijke stabiliserende rol. Het al dan niet naleven van de verplichting om deze reserves aan te leggen, wordt immers enkel beoordeeld op basis van het gemiddelde uitstaande bedrag van de reservetegoeden tijdens de aanhoudingsperiode, die gemiddeld vier weken beslaat. De dagsaldi mogen dus vrij schommelen, wat de kredietinstellingen in staat stelt tijdelijke liquiditeitsschokken op te vangen. Het stabiliserende potentieel TABEL GECONSOLIDEERDE EN VEREENVOUDIGDE STAAT VAN HET EUROSYSTEEM () (gemiddelde van de dagelijks uitstaande bedragen, miljarden euro s) Liquiditeitsbehoefte van de kredietinstellingen ,7 7,,7 Niet met het monetaire beleid verband houdende transacties () 7,, 7,9 Bankbiljetten in omloop () , 9, 78, Nettotegoeden in goud en deviezen ,8 9, 9, p.m. Nettoverandering als gevolg van de transacties in de loop van het jaar () ,,9 9, Overheidsdeposito s , 8,, Overige (netto) ,,, Gemiddelde reserveverplichting ,,,7 Open-markttransacties ,7 77,, Basis-herfinancieringstransacties , 89,8 7, Langerlopende herfinancieringstransacties , 87,, Structurele transacties ,,, Fine-tuning-transacties ,,, Totaal: residueel geldmarktoverschot ,,8,7 Permanente faciliteiten ,,, Marginale beleningsfaciliteit ,,, Depositofaciliteit ,,, Verschil tussen de op rekeningen-courant aangehouden tegoeden en de gemiddelde reserveverplichting : overschot ( ) of tekort..,,8,7 Bron: ECB. () Een positief cijfer wijst op een activum van het Eurosysteem, een liquiditeitsverruimende factor ; een negatief teken wijst op een passivum van het Eurosysteem, een liquiditeitsverkrappende factor. () Inclusief de vóór januari 999 uitgegeven schuldbewijzen en verworven effecten. () Ongerekend de oude bankbiljetten in nationale valuta s, die zijn opgenomen in de rubriek «overige (netto)». () Verschil aan het einde van het jaar ten opzichte van de situatie op december van het voorgaande jaar in miljarden euro s. Ongerekend de driemaandelijkse herwaarderingen.

14 van de verplichte reserves verdwijnt echter op de laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiode. Om het hoofd te bieden aan onverwachte omstandigheden tijdens de laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiode en / of wanneer geen beroep meer kan worden gedaan op de interbankenmarkt, kunnen de kredietinstellingen, dankzij het systeem van de permanente faciliteiten, tegen vooraf aangekondigde rentetarieven, voor één dag middelen lenen van of plaatsen bij het Eurosysteem ; die tarieven vormen een symmetrische band van basispunten aan weerszijden van de minimale inschrijvingsrente en zijn de grenzen binnen welke de daggeldrente schommelt. Tijdens het verslagjaar beliep de liquiditeitsbehoefte van de kredietinstellingen gemiddeld,7 miljard euro, zowat pct. meer dan tijdens het voorgaande jaar. Nadat ze tijdens de eerste helft van het jaar schommelde rond miljard, is de liquiditeitsbehoefte aan het begin van de zomer fors toegenomen en heeft ze in juli een historisch hoogtepunt bereikt van miljard. Nadien werd ze iets kleiner, maar bleef ze erg volatiel. In het vierde kwartaal van schommelde ze rond miljard. De variabiliteit op de korte termijn hield vooral verband met de overheidsdeposito s, maar de stijgende trend van de liquiditeitsbehoefte is nog steeds hoofdzakelijk te wijten aan de toename van de vraag naar biljetten en van het uitstaande bedrag van de reserveverplichtingen. Dat laatste stijgt immers proportioneel met het balansverloop van de banken die verplicht zijn reserves aan te houden. Sedert de invoering van de chartale euro zijn diens groeiende status van reservevaluta alsook de steeds nauwere banden met de aangrenzende landen de voornaamste redenen waarom de vraag naar biljetten vanwege niet-ingezetenen toeneemt. Ook het feit dat er coupures bestaan met een duidelijk hogere nominale waarde dan die van de vroegere biljetten in nationale valuta s in de meeste landen van het eurogebied, verhoogt de vraag naar chartaal geld. Bovendien zijn de opportuniteitskosten voor het aanhouden van geld gering gebleven tegen de achtergrond van het nog altijd vrij lage rentepeil. De stijging van het gemiddelde uitstaande bedrag van de nettotegoeden in goud en deviezen tijdens het verslagjaar weerspiegelt vooral de driemaandelijkse boekhoudkundige herwaarderingen als gevolg van het verloop van de goudprijs en van de wisselkoers van de euro. Deze herwaarderingen hebben geen weerslag op de liquiditeitsbehoefte, omdat ze geneutraliseerd worden via de herwaarderingsrekeningen. Die laatste worden geboekt in de rubriek «overige (netto)» van de vereenvoudigde staat van het Eurosysteem. Ongerekend herwaarderingen is het gemiddelde uitstaande bedrag van de nettotegoeden in goud en deviezen teruggelopen, voornamelijk als gevolg van de terugbetaling van schuldvorderingen door het IMF en van goudverkopen die werden uitgevoerd in het kader van het op 8 maart tussen vijftien Europese centrale banken gesloten akkoord aangaande de goudtegoeden. Conform het door het Eurosysteem gehanteerde neutraliteitsprincipe inzake liquiditeitsbeheer, dat erop gericht is iedere systematische scheeftrekking te voorkomen in de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de marginale beleningsfaciliteit of de depositofaciliteit, hebben de open-markttransacties nagenoeg integraal voorzien in de herfinancieringsbehoeften van de banksector van het eurogebied, hoofdzakelijk via het kanaal van de basis-herfinancieringstransacties, en in mindere mate via de langerlopende herfinancieringstransacties. Die laatste zijn bedoeld om een stabiele financieringsbron te vormen, vooral voor de kleinere kredietinstellingen. Twaalf dergelijke transacties werden in uitgevoerd, in de vorm van maandelijkse toewijzingen van kredieten met een looptijd van drie maanden. De Raad van Bestuur heeft overigens besloten het in het kader van die transacties toegewezen bedrag vanaf januari op te trekken van tot miljard euro. Die verhoging was bedoeld om rekening te houden met de in toegenomen herfinancieringsbehoefte van de banksector in het eurogebied, zonder evenwel de sleutelrol die de basisherfinancierings transacties spelen, ter discussie te stellen. Van begin januari tot eind december heeft het Eurosysteem tweeënvijftig basis-herfinancieringstransacties verricht, voor een gemiddeld volume van iets meer dan 7 miljard euro. Om het verschil tussen de daggeldrente en de minimale inschrijvingsrente te verkleinen, zonder het marktevenwicht te willen verstoren, voerde het Eurosysteem tussen januari en april opnieuw een gul toewijzingsbeleid, door een liquiditeitsvolume te verstrekken dat licht hoger was dan de bij elke wekelijkse toewijzing vooraf bekendgemaakte referentiebedragen. Van 7 april tot augustus werd dit beleid overigens versterkt en uitgebreid tot alle basis-herfinancieringstransacties, met inbegrip van de laatste van elke reserve-aanhoudingsperiode, wat vroeger niet het geval was. Daarna werd het beleid opnieuw geleidelijk minder gul en eind september werd het opgeschort. Vanaf november werd het echter weer toegepast, steeds in overeenstemming met de beoordeling door de ECB van de ontwikkelingen van het renteverschil in kwestie en de situatie inzake marktliquiditeit. Bovendien heeft het Eurosysteem in systematisch behalve in november fine-tuning-transacties uitgevoerd op de laatste dag van elke reserve- aanhoudingsperiode, om de daggeldrente beter te stabiliseren. Het Eurosysteem

15 HET MONETAIRE BELEID VAN HET EUROSYSTEEM GRAFIEK OPERATIONELE MONETAIRE-BELEIDSVOERING VAN HET EUROSYSTEEM IN (dagelijks uitstaande bedragen, miljarden euro s, tenzij anders vermeld) LIQUIDITEITSBEHOEFTE EN OPEN-MARKTTRANSACTIES / / 7/ 7/ 7/ / 9/ / /7 8/8 /9 / 7/ / Open-markttransacties van het Eurosysteem (linkerschaal) Door de reserveverplichting opgevoerde liquiditeitsbehoefte (rechterschaal) Laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiode ; geaccentueerde lijn indien voorafgaand aan een stijging van de basisrentetarieven DEKKING VAN HET RESIDUELE GELDMARKTSALDO 8/ / 7/ 7/ 7/ / 9/ / /7 8/8 /9 / 7/ / Nettoberoep op de permanente depositofaciliteit en marginale beleningsfaciliteit ( ) Cumulatief overschot of tekort ( ) van de op rekeningen-courant aangehouden tegoeden in procenten van de reserveverplichtingen Laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiode ; geaccentueerde lijn indien voorafgaand aan een stijging van de basisrentetarieven RENTEVERSCHILLEN TEN OPZICHTE VAN DE MINIMALE INSCHRIJVINGSRENTE (basispunten) 8/ / 7/ 7/ 7/ / 9/ / /7 8/8 /9 / 7/ / Gewogen gemiddelde daggeldrente op interbankendeposito s (Eonia) () Gewogen gemiddelde rente van de basis-herfinancieringstransacties () Laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiode ; geaccentueerde lijn indien voorafgaand aan een stijging van de basisrentetarieven Bron : ECB. () Daggegevens.

16 had dit instrument slechts negen keer gebruikt in en driemaal in. Die ontwikkeling heeft te maken met de in maart ten uitvoer gelegde wijzigingen, waardoor de termijn tussen de vereffeningsdag van de laatste basis-herfinancieringstransactie van een reserve-aanhoudingsperiode en het einde van die periode werd verlengd. Die verlenging vergroot het risico dat een accumulatie van onverwachte evenwichtsverstoringen in de liquiditeitsvoorwaarden op de geldmarkt aan het einde van de reserve-aanhoudingsperiodes leidt tot een aanzienlijk verschil tussen de daggeldrente en de minimale inschrijvingsrente. Om dat te voorkomen heeft het Eurosysteem in de loop van het jaar elfmaal geïntervenieerd : het heeft de markt verruimd met 7 miljard op 7 januari, met, miljard op 7 februari, met miljard op april, met 9, miljard op oktober en met, miljard op december. Zesmaal heeft het de overtollige liquiditeit geabsorbeerd : met, miljard euro op 7 maart, met, miljard op 9 mei, met,9 miljard op juni, met 8, miljard op juli, met 8 miljard op 8 augustus en, ten slotte, met, miljard op september. De implementatie van het operationele kader van het monetaire beleid heeft vruchten afgeworpen, aangezien het bovenvermelde ecart in absolute termen slechts zeer zelden boven basispunten uitsteeg. Vanuit historisch oogpunt is dat een zeer klein ecart, temeer daar de basisrentetarieven in meermaals werden gewijzigd, wat vóór de hervormingen van maart vaak gepaard ging met periodes waarin de volatiliteit van het rente-ecart veel groter was. In beliep het ecart bovendien, in absolute waarde, nooit meer dan 8 basispunten op de laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiodes, het tijdstip waarop de kans op onverwachte liquiditeitsschommelingen per definitie het grootst is. In het verleden was het, bij gebrek aan systematische fine-tuning-transacties, precies op die dag dat de mogelijke evenwichtsverstoringen het sterkst tot uiting kwamen in het rente-ecart, aangezien die schommelingen niet meer konden worden uitgevlakt door de stabiliserende functie van de verplichte reserves. De operatoren hadden in dat geval weinig keuze : gebruik maken van de permanente faciliteiten tegen vrij ongunstige rentetarieven of een beroep doen op de markt waar de rente zich bijgevolg aanpaste en zo begon af te wijken van de minimale inschrijvingsrente. Tijdens het verslagjaar werd overigens ook een daling opgetekend van het gebruik van de netto permanente faciliteiten tijdens de laatste dag van de reserve-aanhoudingsperiode, terwijl het gemiddelde beroep op de twee faciliteiten samen over het geheel van die periode licht is toegenomen.

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk - 24 februari 2015 Jan Smets A. De stand van

Nadere informatie

Mario Draghi, President van de ECB, Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB, Frankfurt am Main, 3 september 2015

Mario Draghi, President van de ECB, Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB, Frankfurt am Main, 3 september 2015 Inleidende Verklaring Mario Draghi, President van de ECB, Vítor Constâncio, Vice-President van de ECB, Frankfurt am Main, 3 september 2015 Dames en heren, de Vice-President en ik heten u van harte welkom

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016

De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Instituut voor de nationale rekeningen PERSCOMMUNIQUÉ 28-4-2016 Links: Publicatie NBB.Stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,2 % in het eerste kwartaal van 2016 Over het hele jaar 2015

Nadere informatie

Monetaire beleidsinstrumenten van de ECB

Monetaire beleidsinstrumenten van de ECB Monetaire beleidsinstrumenten van de ECB Bronnen: www.nbb.be en www.ecb.int A. Definitie van prijsstabiliteit Prijsstabiliteit is gedefinieerd als inflatie beneden, maar dicht bij de 2%. Besluiten over

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,5 % in het eerste kwartaal van 2017

De economische groei bedraagt 0,5 % in het eerste kwartaal van 2017 Instituut voor de nationale rekeningen PERSCOMMUNIQUÉ 28-4-2017 Links: Publicatie NBB.Stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,5 % in het eerste kwartaal van 2017 Over het hele jaar 2016

Nadere informatie

DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO- ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED

DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO- ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO- ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED Op basis van de tot 20 mei 2005 beschikbare informatie hebben medewerkers van het Eurosysteem projecties

Nadere informatie

kortlopende kredieten langlopende kredieten buitenlandse banken1

kortlopende kredieten langlopende kredieten buitenlandse banken1 Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 26 99 Fax +32 2 221 31 97 BTW BE 0203.201.340 RPM Brussel 2010-05-20 Links: kredietobservatorium

Nadere informatie

Kredietverlening aan Nederlandse bedrijven loopt terug

Kredietverlening aan Nederlandse bedrijven loopt terug Het Nederlandse bedrijfsleven is in sterke mate afhankelijk van bancaire kredietverlening. De groei van de zakelijke kredietverlening is in de tweede helft van 28 vertraagd. Dit hangt grotendeels samen

Nadere informatie

PERSBERICHT. Eerste publicatie van MFI-rentestatistieken voor het eurogebied 1

PERSBERICHT. Eerste publicatie van MFI-rentestatistieken voor het eurogebied 1 10 december 2003 PERSBERICHT Eerste publicatie van MFI-rentestatistieken voor het eurogebied 1 Vandaag introduceert de Europese Centrale Bank (ECB) een nieuwe reeks geharmoniseerde statistieken betreffende

Nadere informatie

Mechelen, 15 maart 2012. Marcia DE WACHTER

Mechelen, 15 maart 2012. Marcia DE WACHTER Financieel Forum Mechelen Financiële crisis en besmetting. Krachtlijnen in het jaarverslag van de Nationale Bank van België 2011 Mechelen, 15 maart 2012 Marcia DE WACHTER 1. Internationale omgeving 3 Prijzen

Nadere informatie

Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis

Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Uitdagingen voor het Europees monetair beleid en het Belgisch economisch beleid na de crisis Jan Smets 29ste Vlaams Wetenschappelijk Economisch Congres, Gent, 19 november 2010 DS.10.09.340 Het Europees

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014

De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014 Instituut voor de nationale rekeningen 2014-04-30 Links Publicatie BelgoStat On-line Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,4 % in het eerste kwartaal van 2014 Bij een stijging van 0,3 % in

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015. De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014

De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015. De economische activiteit stijgt met 1,1 % over het hele jaar 2014 Instituut voor de nationale rekeningen 2015-04-29 Links: Publicatie NBB.stat Algemene informatie De economische groei bedraagt 0,3 % in het eerste kwartaal van 2015 De economische activiteit stijgt met

Nadere informatie

De Nederlandsche Bank. Statistisch Bulletin maart 2009

De Nederlandsche Bank. Statistisch Bulletin maart 2009 9 De Nederlandsche Bank Statistisch Bulletin maart 29 Financiering via kapitaalmarkt moeilijker en duurder geworden Nederlandse ingezetenen hadden eind 28 voor het eerst meer dan eur 1. miljard aan schuldpapier

Nadere informatie

Driemaandelijkse beslissing van de Nationale Bank van België inzake het contracyclische bufferpercentage (1 januari 2016): 0 %

Driemaandelijkse beslissing van de Nationale Bank van België inzake het contracyclische bufferpercentage (1 januari 2016): 0 % Driemaandelijkse beslissing van de Nationale Bank van België inzake het contracyclische bufferpercentage (1 januari 2016): 0 % Krachtens artikel 5, 2 van Bijlage IV van de Bankwet heeft de Nationale Bank

Nadere informatie

De afvlakking van de rendementscurve : oorzaken en gevolgen voor het economische beleid

De afvlakking van de rendementscurve : oorzaken en gevolgen voor het economische beleid DE AFVLAKKING DE AFVLAKKING VAN DE VAN RENDEMENTSCURVE : : OORZAKEN OORZAKEN GEVOLGEN EN GEVOLGEN VOOR HET VOOR ECONOMISCHE HET ECONOMISCHE BELEID BELEID De afvlakking van de rendementscurve : oorzaken

Nadere informatie

Recente ontwikkelingen in de kredietvoorwaarden van banken

Recente ontwikkelingen in de kredietvoorwaarden van banken Recente ontwikkelingen in de kredietvoorwaarden van banken Een van de informatiebronnen voor de ecb bij het voeren van het monetaire beleid is de Bank Lending Survey, een kwalitatieve kwartaalenquête naar

Nadere informatie

Gedurende de financiële crisis speelde het Eurosysteem een cruciale rol in het op peil houden van de liquiditeit van het banksysteem.

Gedurende de financiële crisis speelde het Eurosysteem een cruciale rol in het op peil houden van de liquiditeit van het banksysteem. Financiële crisis 11 1. Financiële crisis Gedurende de financiële crisis speelde het Eurosysteem een cruciale rol in het op peil houden van de liquiditeit van het banksysteem. 1.1 Beheer van de liquiditeit

Nadere informatie

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 2003 De statistieken van de Europese Centrale Bank (ECB) hebben als belangrijkste doel de ondersteuning van het monetaire beleid van de ECB en andere

Nadere informatie

Het monetaire beleid van het Eurosysteem

Het monetaire beleid van het Eurosysteem Het monetaire beleid van het Eurosysteem Het monetaire Het monetaire beleid beleid van het van Eurosysteem het Eurosysteem 2. 2.1 Overzicht De spanningen die in de loop van de zomer 27 op de financiële

Nadere informatie

Grafiek 1: Evolutie van de voornaamste aandelenindices in de VS, Eurozone, China en de groeilanden in vergelijking met de evolutie van de goudprijs.

Grafiek 1: Evolutie van de voornaamste aandelenindices in de VS, Eurozone, China en de groeilanden in vergelijking met de evolutie van de goudprijs. BEHEERSVERSLAG 31/3/2015 Macro & Markten, strategie Na de forse klim van de aandelenmarkten in 2014 zetten vooral de Zuidoost Aziatische en Europese aandelenmarkten deze trend in 2015 verder. Meer en meer

Nadere informatie

BEKNOPTE INLEIDING OP CENTRAAL BANKIEREN EN MONETAIR BELEID IN HET EUROGEBIED

BEKNOPTE INLEIDING OP CENTRAAL BANKIEREN EN MONETAIR BELEID IN HET EUROGEBIED BEKNOPTE INLEIDING OP CENTRAAL BANKIEREN EN MONETAIR BELEID IN HET EUROGEBIED Deze bijlage bevat een kort overzicht van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), het Eurosysteem en een inleiding

Nadere informatie

ECONOMISCHE INDICATOREN VOOR BELGIE

ECONOMISCHE INDICATOREN VOOR BELGIE WEKELIJKSE PUBLICATIE NATIONALE BANK VAN BELGIE DEPARTEMENT ALGEMENE STATISTIEK SYNTHESE VAN DE PROGNOSES 998 r r Realisaties NBB EC OESO EC OESO (veranderingspercentages tov het voorgaande jaar) A BBP

Nadere informatie

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november

Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november 25--24 Links: NBB.Stat Algemene informatie Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven - november 25 Het ondernemersvertrouwen stabiliseert in november Na de aanmerkelijke stijging in oktober, is

Nadere informatie

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context

CRB CCR SR/LVN Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context CRB 2016-0510 SR/LVN 03.02.2016 Conclusies van de sociale gesprekspartners op basis van de documentatienota Macro economische context 2 CRB 2016-0510 Overzicht groei sinds 1996 Onder invloed van de conjuncturele

Nadere informatie

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Maart 212 1 1 - -1-1 -2-2 -3-3 22 23 24 2 26 27 28 29 21 211 212 Seizoengezuiverde en afgevlakte reeks Seizoengezuiverde brutoreeks De conjunctuurbarometer

Nadere informatie

Door staf van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied

Door staf van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied Door staf van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied Op basis van de tot 17 mei 2004 beschikbare informatie hebben stafleden van het Eurosysteem projecties opgesteld

Nadere informatie

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België November 211 1 1 - -1-1 -2-2 -3-3 21 22 23 24 2 26 27 28 29 21 211 Seizoengezuiverde en afgevlakte reeks Seizoengezuiverde brutoreeks De conjunctuurbarometer

Nadere informatie

Verslag Antwerpen, februari Guy Quaden Gouverneur

Verslag Antwerpen, februari Guy Quaden Gouverneur Verslag 200 Antwerpen, februari 20 Guy Quaden Gouverneur Bbp-groei in de voornaamste economieën (veranderingspercentages naar volume t.o.v. het voorgaande jaar, tenzij anders vermeld) 2008 2009 200 p.m.

Nadere informatie

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Oktober 212 1 1 - -1-1 -2-2 -3-3 22 23 24 2 26 27 28 29 21 211 212 Seizoengezuiverde en afgevlakte reeks Seizoengezuiverde brutoreeks De conjunctuurbarometer

Nadere informatie

DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED

DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED Op basis van de tot 20 mei 2008 beschikbare informatie hebben medewerkers van het Eurosysteem projecties

Nadere informatie

Vooruitzichten Belgische economie Herstel zet zich gematigd voort maar blijft fragiel

Vooruitzichten Belgische economie Herstel zet zich gematigd voort maar blijft fragiel Vooruitzichten Belgische economie Herstel zet zich gematigd voort maar blijft fragiel Johan Van Gompel 9 mei 216 Economische groei Herstel Belgische economisch activiteit in lijn met die in Duitsland Reëel

Nadere informatie

De macro-economische vooruitzichten voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan

De macro-economische vooruitzichten voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan Economie en onderneming De macro-economische vooruitzichten 2006-2012 voor de wereldeconomie: evenwichtige groei in Europa, terugval in de Verenigde Staten en Japan Meyermans, E. & Van Brusselen, P. (2006).

Nadere informatie

Nieuwe. formule. De centrale bank en het monetair beleid in het eurogebied

Nieuwe. formule. De centrale bank en het monetair beleid in het eurogebied Nieuwe formule 2017-2018 De centrale bank en het monetair beleid in het eurogebied Generation uro Students Award 2017-2018 De centrale bank en het monetair beleid in het eurogebied Dit hoofdstuk (1) bevat

Nadere informatie

WEG(EN) UIT DE CRISIS

WEG(EN) UIT DE CRISIS WEG(EN) UIT DE CRISIS Gent 27 februari 2013 Jan Smets EEN GOED JAAR GELEDEN... 2 Rendement van de overheidsleningen op tien jaar (in %) 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 België Frankrijk

Nadere informatie

Het ondernemersvertrouwen neemt in november verder toe

Het ondernemersvertrouwen neemt in november verder toe 27--23 Links: NBB.Stat Algemene informatie Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven november 27 Het ondernemersvertrouwen neemt in november verder toe Na een fors herstel in oktober is de conjunctuurbarometer

Nadere informatie

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen kredietobservatorium. Links:

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen kredietobservatorium. Links: Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 26 99 Fax +32 2 221 31 97 BTW BE 0203.201.340 RPM Brussel 2017-06-02 Links: kredietobservatorium

Nadere informatie

VOORNAAMSTE RECENTE ONTWIKKELINGEN. (bijwerking van 18 november 2009)

VOORNAAMSTE RECENTE ONTWIKKELINGEN. (bijwerking van 18 november 2009) Observatorium voor krediet aan vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 00 00 Fax +32 2 221 00 01 BTW BE 0203.201.340 RPR Brussel 2009-11-18 Links: kredietobservatorium VOORNAAMSTE

Nadere informatie

Projecties betreffende het internationale klimaat. Projecties voor de reële bbp-groei

Projecties betreffende het internationale klimaat. Projecties voor de reële bbp-groei Kader DOOR MEDEWERKERS VAN DE SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED Op basis van de tot 23 augustus 2013 beschikbare informatie, hebben medewerkers van de projecties samengesteld

Nadere informatie

Technische aannames betreffende de rente, de wisselkoersen, de grondstoffenprijzen en het begrotingsbeleid

Technische aannames betreffende de rente, de wisselkoersen, de grondstoffenprijzen en het begrotingsbeleid Kader DOOR MEDEWERKERS VAN DE SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED Op basis van de tot en met 22 februari 2013 beschikbare informatie hebben medewerkers van de projecties samengesteld

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK MAANDBERICHT

EUROPESE CENTRALE BANK MAANDBERICHT EUROPESE CENTRALE BANK MAANDBERICHT J uli 00 Europese Centrale Bank, 00 Adres Kaiserstrasse 9 D-0 Frankfurt am Main Duitsland Postadres Postfach 0 9 D-00 Frankfurt am Main Duitsland Telefoon +9 9 0 Internet

Nadere informatie

De Minister van Financiën Ir. J.R.V.A. Dijsselbloem Postbus EE Den Haag. DNB-analyse effecten langdurig lage rente

De Minister van Financiën Ir. J.R.V.A. Dijsselbloem Postbus EE Den Haag. DNB-analyse effecten langdurig lage rente De Minister van Financiën Ir. J.R.V.A. Dijsselbloem Postbus 20201 2500 EE Den Haag Onderwerp DNB-analyse effecten langdurig lage rente De Nederlandsche Bank N.V. Prof. dr. K.H.W. Knot President Postbus

Nadere informatie

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel Na de snelle daling van de bedrijfswinsten door de kredietcrisis, is er recentelijk weer sprake van winstherstel. De crisis heeft echter geen gat geslagen in de grote financiële buffers van bedrijven.

Nadere informatie

Afbrokkeling van het ondernemersvertrouwen in augustus

Afbrokkeling van het ondernemersvertrouwen in augustus 26-8-24 Links: NBB.Stat Algemene informatie Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven - augustus 26 Afbrokkeling van het ondernemersvertrouwen in augustus De conjunctuurbarometer van de Nationale

Nadere informatie

2. reacties van de autoriteiten : maatregelen en instellingen

2. reacties van de autoriteiten : maatregelen en instellingen 2. reacties van de autoriteiten : maatregelen en instellingen De Europese autoriteiten hebben hun inspanningen voortgezet om het hoofd te bieden aan de financiële spanningen in het eurogebied en om een

Nadere informatie

VOORNAAMSTE RECENTE ONTWIKKELINGEN (bijwerking van 26 mei 2009)

VOORNAAMSTE RECENTE ONTWIKKELINGEN (bijwerking van 26 mei 2009) Observatorium voor krediet aan vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 00 00 Fax +32 2 221 00 01 BTW BE 0203.201.340 RPR Brussel 2009-05-26 Links: kredietobservatorium VOORNAAMSTE

Nadere informatie

Is de financiële en economische crisis voorbij?

Is de financiële en economische crisis voorbij? Is de financiële en economische crisis voorbij? Beschouwingen n.a.v. het jaarverslag 2009 van de NBB Jan Smets 1. Een zeer zware recessie 2. Een even sterk antwoord 3. Green shoots 4. Risico's 5. Geen

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Persbericht. Huishoudens verliezen koopkracht in Centraal Bureau voor de Statistiek

Persbericht. Huishoudens verliezen koopkracht in Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB04-112 15 juli 2004 9.30 uur Huishoudens verliezen koopkracht in 2003 In 2003 is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens voor het eerst in tien jaar

Nadere informatie

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011 Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 3 oktober Grote Recessie was geen Grote Depressie Wereldhandel Aandelenmarkt 9 8 7 8 VS - S&P-5 vergelijking met crash 99 Wereld industriële

Nadere informatie

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België

Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België Februari 212 1 1 - -1-1 -2-2 -3-3 22 23 24 2 26 27 28 29 21 211 212 Seizoengezuiverde en afgevlakte reeks Seizoengezuiverde brutoreeks De conjunctuurbarometer

Nadere informatie

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 2005

STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 2005 STATISTIEKEN VAN DE ECB EEN KORT OVERZICHT AUGUSTUS 5 NL De statistieken van de Europese Centrale Bank (ECB) hebben als belangrijkste doel de ondersteuning van het monetaire beleid van de ECB en van andere

Nadere informatie

Het monetair beleid van het Eurosysteem: een overzicht. Generation uro Students' Award September 2014

Het monetair beleid van het Eurosysteem: een overzicht. Generation uro Students' Award September 2014 Het monetair beleid van het Eurosysteem: een overzicht Generation uro Students' Award September 14 Overzicht van de uiteenzetting Wie doet wat in het Eurosysteem? (institutionele aspecten) Hoe wordt de

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2015-1 januari 2015 t/m 31 maart 2015 Samenvatting: dalende euro en dalende rente door monetair beleid De beleidsdekkingsgraad is gedaald

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK

EUROPESE CENTRALE BANK L 202/54 Publicatieblad van de Europese Unie 4.8.2009 EUROPESE CENTRALE BANK BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 17 juli 2009 tot wijziging van Besluit ECB/2006/17 betreffende de jaarrekening van

Nadere informatie

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen kredietobservatorium. Links:

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen kredietobservatorium. Links: Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 26 99 Fax +32 2 221 31 97 BTW BE 0203.201.340 RPM Brussel 2016-12-02 Links: kredietobservatorium

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal januari 2017 t/m 31 maart Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal januari 2017 t/m 31 maart Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2017-1 januari 2017 t/m 31 maart 2017 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is gestegen van 105,7% naar 110,5%; De beleidsdekkingsgraad

Nadere informatie

RECHTSGRONDSLAG DOELSTELLINGEN RESULTATEN

RECHTSGRONDSLAG DOELSTELLINGEN RESULTATEN EUROPEES MONETAIR BELEID Het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) bestaat uit de ECB en de nationale centrale banken van alle EU-lidstaten. De hoofddoelstelling van het ESCB is het handhaven van

Nadere informatie

NBB Verslag 2012 Lijst van kaders, tabellen en grafieken

NBB Verslag 2012 Lijst van kaders, tabellen en grafieken Lijst van kaders, tabellen en grafieken Kaders I. Economische en financiële ontwikkelingen A.1 De crisis in het eurogebied Kader 1 : f inanciële fragmentatie in het eurogebied 49 A.2 Reacties van de autoriteiten

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen kredietobservatorium. Links:

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen kredietobservatorium. Links: Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1000 Brussel Tel. +32 2 221 26 99 Fax +32 2 221 31 97 BTW BE 0203.201.340 RPM Brussel 2017-12-01 Links: kredietobservatorium

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED

DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED DOOR MEDEWERKERS VAN HET EUROSYSTEEM SAMENGESTELDE MACRO-ECONOMISCHE PROJECTIES VOOR HET EUROGEBIED Op basis van de tot en met 24 mei 2012 beschikbare informatie hebben medewerkers van het Eurosysteem

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK

EUROPESE CENTRALE BANK L 36/22 Publicatieblad van de Europese Unie 5.2.2009 EUROPESE CENTRALE BANK BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 11 december 2008 tot wijziging van Besluit ECB/2006/17 betreffende de jaarrekening

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Statistisch Magazine Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012

Statistisch Magazine Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012 Internationale economische ontwikkelingen in de periode 2010 tot en met 2012 Inleiding Lorette Ford De economische ontwikkeling van een land kan door middel van drie belangrijke economische indicatoren

Nadere informatie

Het bankkrediet aan de particuliere

Het bankkrediet aan de particuliere Het bankkrediet aan de particuliere sector in België M. Hradisky * Na een toename met meer dan 1 pct. op jaarbasis in is de groei van de kredietverlening aan de particuliere sector in België aanhoudend

Nadere informatie

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen

NATIONALE REKENINGEN Eerste kwartaal. Kwartaalaggregaten. Instituut voor de Nationale Rekeningen NATIONALE REKENINGEN 1999 Eerste kwartaal Kwartaalaggregaten Instituut voor de Nationale Rekeningen Dienst Financiële en Economische Statistieken Nationale Bank van België, Brussel Inhoud van de publicatie

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

Het monetair beleid. Seminarie voor leerkrachten economie van het secundair onderwijs. 21 oktober 2015. Jef Boeckx 1

Het monetair beleid. Seminarie voor leerkrachten economie van het secundair onderwijs. 21 oktober 2015. Jef Boeckx 1 Het monetair beleid Seminarie voor leerkrachten economie van het secundair onderwijs 21 oktober 2015 Jef Boeckx 1 1 Met dank aan Naim Cordemans voor zijn bijdrage aan deze presentatie. Structuur van de

Nadere informatie

Rentebeleid versus geldbasisbeleid : gevolgen gevolgen voor de voor de centrale-bankbalans

Rentebeleid versus geldbasisbeleid : gevolgen gevolgen voor de voor de centrale-bankbalans Rentebeleid Rentebeleid versus versus geldbasisbeleid geldbasisbeleid : : gevolgen gevolgen voor de voor de centrale-bankbalans Rentebeleid versus geldbasisbeleid : gevolgen voor de centrale-bankbalans

Nadere informatie

Economische projecties voor België Najaar 2007

Economische projecties voor België Najaar 2007 Economische Economische projecties projecties voor België voor België Najaar Najaar 7 7 Economische projecties voor België Najaar 7 Inleiding De activiteit en de werkgelegenheid in België bleven in de

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal oktober 2016 t/m 31 december Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal oktober 2016 t/m 31 december Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2016-1 oktober 2016 t/m 31 december 2016 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is gestegen van 98,8% naar 105,7%; De beleidsdekkingsgraad

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken

Persbericht. Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal Centraal Bureau voor de Statistiek. Kwartaal-op-kwartaalgroei aangetrokken Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB04-103 1 juli 2004 9.30 uur Economie groeit 0,9 procent in eerste kwartaal 2004 De Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2004 met 0,9 procent

Nadere informatie

December 2013 Economische projecties voor België Najaar 2013

December 2013 Economische projecties voor België Najaar 2013 Economische projecties voor België Najaar 13 Inleiding Na de scherpe vertraging van de bedrijvigheid in de lente van 11 heeft België een relatief lange periode doorgemaakt waarin de economie, kwartaal

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

September 2014 Het hoe en het waarom van een negatieve rente op de depositofaciliteit

September 2014 Het hoe en het waarom van een negatieve rente op de depositofaciliteit Het hoe en het waarom van een negatieve rente op de depositofaciliteit M. Kasongo Kashama (*) Inleiding Tijdens de zomer van 2014 heeft het Eurosysteem zijn inflatieprojecties voor het eurogebied tot en

Nadere informatie

Economisch Tijdschrift. Juni 2015

Economisch Tijdschrift. Juni 2015 Economisch Tijdschrift Juni 215 Nationale Bank van België Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke vermenigvuldiging van deze publicatie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is

Nadere informatie

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak?

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? Komt er QE in de eurozone? Sinds enige maanden wordt er op de financiële markten gezinspeeld op het opkopen van staatsobligaties door de Europese

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Derde kwartaal 2015-1 juli 2015 t/m 30 september 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gedaald van 115,4% naar 103,7%. Dit

Nadere informatie

Communiqué. Verloop van de Belgische uitvoermarkten

Communiqué. Verloop van de Belgische uitvoermarkten INSTITUT DES COMPTES NATIONAUX INSTITUUT VOOR DE NATIONALE REKENINGEN BUREAU FÉDÉRAL DU PLAN FEDERAAL PLANBUREAU Communiqué 20.06.2003 Economische Begroting 2004 Overeenkomstig de wet van 21 december 1994

Nadere informatie

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen. kredietobservatorium. Links:

Executive summary. Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen. kredietobservatorium. Links: Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen de Berlaimontlaan 14 BE-1 Brussel Tel. +32 2 221 26 99 Fax +32 2 221 31 97 BTW BE 23.21.34 RPM Brussel 214-11-28 Links: kredietobservatorium

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 16.5.2007 COM(2007) 256 definitief 2007/0090 (CNS) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende

Nadere informatie

Enkele instrumenten om de monetaire-beleidskoers te beoordelen

Enkele instrumenten om de monetaire-beleidskoers te beoordelen ENKELE INSTRUMENTEN OM DE MONETAIRE-BELEIDSKOERS TE BEOORDELEN Enkele instrumenten om de monetaire-beleidskoers te beoordelen H. De Doncker M. Hradisky Q. Wibaut * Dit artikel handelt over de beoordeling

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 De obligatiemarkten werden in het derde kwartaal vooral beïnvloed door de ingrepen van de Europese Centrale Bank (ECB). Aan het begin van het kwartaal bleven aanvankelijk

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-074 13 juli 2006 9.30 uur Uitgaven huishoudens hoger dan inkomsten De Nederlandse economie is in 2005 met 1,5 procent gegroeid. Het voor inflatie gecorrigeerde

Nadere informatie

Economisch Tijdschrift. December 2010

Economisch Tijdschrift. December 2010 Economisch Tijdschrift December 21 Nationale Bank van België Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke vermenigvuldiging van deze publicatie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is

Nadere informatie

Hoge Raad van Financiën, afdeling "Financieringsbehoeften van de Overheid" PERSMEDEDELING:

Hoge Raad van Financiën, afdeling Financieringsbehoeften van de Overheid PERSMEDEDELING: Hoge Raad van Financiën, afdeling "Financieringsbehoeften van de Overheid" PERSMEDEDELING: Advies Begrotingstraject voor het Stabiliteitsprogramma 2012-2015 Dit Advies is het eerste van de nieuw samengestelde

Nadere informatie

Economisch Tijdschrift. Juni 2010

Economisch Tijdschrift. Juni 2010 Economisch Tijdschrift Juni 21 Nationale Bank van België Alle rechten voorbehouden. De gehele of gedeeltelijke vermenigvuldiging van deze publicatie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is toegestaan

Nadere informatie

Rapport Verslag. de uitdagingen van de Belgische economie. Luc Coene, Vicegouverneur Leuven, 23 februari 2010

Rapport Verslag. de uitdagingen van de Belgische economie. Luc Coene, Vicegouverneur Leuven, 23 februari 2010 Rapport Verslag 2009 de uitdagingen van de Belgische economie Luc Coene, Vicegouverneur Leuven, 23 februari 2010 Bbp-groei in de voornaamste economieën (veranderingspercentages t.o.v. het voorgaande jaar)

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal oktober 2013 t/m 31 december Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal oktober 2013 t/m 31 december Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2013-1 oktober 2013 t/m 31 december 2013 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 120,6% naar 123,0% Reële

Nadere informatie