INTERUNIVERSITAIRE MANAMA-OPLEIDING JEUGDGEZONDHEIDSZORG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INTERUNIVERSITAIRE MANAMA-OPLEIDING JEUGDGEZONDHEIDSZORG"

Transcriptie

1 KU LEUVEN UNIVERSITEIT GENT UNIVERSITEIT ANTWERPEN VU BRUSSEL INTERUNIVERSITAIRE MANAMA-OPLEIDING JEUGDGEZONDHEIDSZORG Opsporen van taalontwikkelingsstoornissen op het consultatiebureau: een vergelijking tussen het Van Wiechenonderzoek en de N-CDIs/korte vormen Birgit Duytschaever Promotor: Prof. Dr. Paul De Cock Co-promotor: Prof. Inge Zink Verhandeling voorgedragen tot het behalen van de graad van ManaMa in de Jeugdgezondheidszorg 10 september 2007

2 I

3 II Woord vooraf Het is een boeiende taak om taal als ontwikkelingsdomein bij peuters te observeren. We staan meestal niet stil bij het taalontwikkelingsproces omdat kinderen als vanzelfsprekend hun taal verwerven. Pas als het niet zo vlot loopt en er taalproblemen ontstaan, moet er ingegrepen worden. Jeugdartsen op het consultatiebureau van Kind en Gezin kunnen hier een belangrijke taak vervullen, mits ze de kennis en de instrumenten hebben om taalontwikkelingsstoornissen op te sporen en er een duidelijk beleid uitgestippeld is om deze vroege taalproblemen aan te pakken. In deze masterproef wordt een zelfstandig opgezet en uitgevoerd onderzoek beschreven waarin de N-CDIs/korte vormen vergeleken worden met het Van Wiechenonderzoekonderdeel communicatie om risico op taalproblemen bij peuters van 24 maanden op te sporen. De N-CDIs/korte vormen zijn oudervragenlijsten die woordenschatbegrip en - productie van een peuter bevragen en die werden ontwikkeld door Prof. Inge Zink en Maryline Lejaegere. Het doel van dit werk was na te gaan of men met de N-CDIs/korte vormen beter de taalvertraagde peuters kan opsporen op het consutatiebureau van Kind en Gezin en hoe dit instrument een aanvulling kan betekenen op het ontwikkelingsonderzoek dat op het consultatiebureau reeds wordt uitgevoerd. Dit eindwerk had ik niet kunnen schrijven zonder de hulp en steun van heel wat mensen, die ik hier graag wil bedanken: Prof. De Cock en Prof. Zink, mijn promotor en co-promotor, voor hun deskundig advies, geduld, kritische opmerkingen en motiverende woorden. Greet Uytterschaut en Magda De Bruyne, de verpleegkundigen van Kind en Gezin, voor hun praktische hulp en hun vriendschap. De dames van het organiserend bestuur van het consultatiebureau te Buggenhout, voor hun bereidheid om de vragenlijsten uit te delen. De ouders van alle peuters die hun medewerking bij dit onderzoek zo bereidwillig toezegden. Veel geluk, kindjes, in jullie verdere (school)loopbaan. Sophie Beke, Kristel Boelaert en Myriam Uyttenhove, mijn voormalige medestudenten en nu collega s jeugdartsen, voor hun hulp bij het onderzoek, hun motiverende woorden en hun vriendschap. Stephaan Van Damme, buurman en vriend, voor zijn nauwgezette verbetering van mijn werk en zijn inhoudelijke suggesties.

4 III Mijn ouders en mijn schoonouders, nonkel Lars en tante Shari en mijn collega Brigitte Blijweert en haar dochters Charlotte en Louise, voor hun steun en hulp. Bedankt om mijn kindjes op te vangen op een manier die hen veel plezier gaf, waardoor ze vergaten dat ze niet bij mama konden zijn. Mijn collega s van het CLB Rivierenland en het CLB Schelde-Dender-Durme, voor hun luisterend oor, steun en vriendschap. Luc, mijn partner, voor de logistieke ondersteuning bij de afwerking van mijn eindwerk, niet het minst belangrijke werk. Hannes en Maren, mijn twee groten, die al veel begrip konden opbrengen voor het feit dat mama aan haar eindwerk moest werken, maar die toch uitkeken naar de dag dat het af was. En mijn kleine Lisen, die mijn levende illustratie was van hoe de taalontwikkeling van een peuter verloopt, maar dat niet besefte. DANK JE WEL!

5 IV Samenvatting Taalontwikkelingsstoornissen zijn een belangrijk probleem waarmee men te maken krijgt in de preventieve setting van het consultatiebureau van Kind en Gezin. Het Van Wiechenonderzoek is niet steeds toereikend om taalproblemen op te sporen en de doorverwijsrichtlijnen geven onvoldoende houvast. Screening op taalontwikkelingsstoornissen is wenselijk, maar het is niet duidelijk welk instrument hiervoor het best geschikt is. In het Nederlands taalgebied zijn verschillende instrumenten voor de evaluatie van de taalontwikkeling van jonge kinderen beschikbaar. Hiervan was één bijzonder geschikt om te gebruiken op het consultatiebureau, de N- CDIs/korte vormen van Zink et al. (2003). Een onderzoek werd opgezet om een vergelijking te maken tussen het Van Wiechenonderzoek, onderdeel Communicatie, en de N-CDIs/korte vormen. Uit de resultaten blijkt dat beide instrumenten niet steeds dezelfde kinderen en niet evenveel kinderen als taalvertraagd aanduiden, vooral op het gebied van taalbegrip is er een verschil. Het Van Wiechenschema geeft niet steeds een alarmsignaal waar een peuter uitvalt op woordenschatbegrip met de N-CDIs. In totaal detecteert het Van Wiechenonderzoek meer peuters als taalvertraagd dan de N-CDIs/korte vormen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek, kan men concluderen dat de N-CDIs/korte vormen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op het reeds toegepaste Van Wiechenschema bij ongerustheid bij de arts of de ouders i.v.m. de taalontwikkeling van een peuter. Meer onderzoek is echter nodig naar de toepasbaarheid van het Van Wiechenonderzoek én de N-CDIs/korte vormen op het consultatiebureau en om een beleid op te maken waarin de resultaten van beide instrumenten éénduidig de criteria voor doorverwijzing bepalen.

6 V Inhoudsopgave Inleiding 1 DEEL I: LITERATUURSTUDIE 1 Methodiek literatuurstudie Medline-search Andere bronnen 3 2 Normale/typische taalontwikkeling Inleiding De prelinguale periode De sociaal-interactionele ontwikkeling De klankonderscheiding De klankproductie De vroeglinguale periode Het één-woordstadium Receptieve woordenschat Expressieve woordenschat De telegramstijlfase: woordcombinaties De tweewoordzin De meerwoordenzin De differentiatiefase De fonologische ontwikkeling De semantiek en woordenschat De grammaticale ontwikkeling De pragmatiek De voltooiingsfase Beïnvloedende variabelen Het geslacht Sociale klasse Plaats in de kinderrij Besluit 13 3 Taalontwikkelingsstoornissen Inleiding Taalvertraging versus taalstoornis Definitie van taalontwikkelingsstoornissen Definitie van spraakstoornissen Prevalentie en natuurlijk beloop van taalstoornissen Voorkomen Natuurlijk beloop Latere geassocieerde problemen Prognostische variabelen Beschrijving van de taalontwikkelingsstoornissen Specific language impairment Prevalentie, etiologie en beïnvloedende factoren Diagnose Het totale taalbeeld Verworven afasie bij kinderen 20

7 VI Niet-specifieke taalstoornissen Verminderde gehoorsscherpte Mentale retardatie Aangeboren afwijkingen Emotionele ontwikkelingsstoornissen Autisme en pervasieve ontwikkelingsstoornissen Besluit 22 4 Diagnostiek en Taaltherapie Diagnostiek Taaltherapie Soorten taaltherapie Indirecte therapie en taalstimulatie Directe taaltherapie De behandeling van taalontwikkelingsstoornissen Interventie bij bepaalde oorzaken van taalproblemen Effectiviteit van interventie bij taal Besluit 25 5 Opsporen van taalontwikkelingsstoornissen Is screening wenselijk en effectief? Algemene criteria voor screening Validiteit van een screeningstest Systematisch opsporen van taalontwikkelingsstoornissen Parent report vs observatie vs direct onderzoek Overzicht van de beschikbare instrumenten in het Nederlandse taalgebied Oudervragenlijsten N-CDIs Lijsten voor Communicatieve Ontwikkeling N-CDI-vragenlijsten/korte vormen Opvolgingsinstrumenten Van Wiechenschema onderdeel communicatie VTO VTO-taalsignaleringsinstrument VTO-signaleringsmodel Snel-testen voor taalontwikkeling SNEL Spreek- en taalnormen EersteLijnsgezondheidszorg GMS Groninger Minimum Spreeknormen Taaltests NNST Nederlandstalige Nonspeech Test (NNST) RTOS Reynell TaalOntwikkelingsSchalen RTB - Reynell Test voor Taalbegrip en STP - Schlichting Test voor Taalproductie PPVT-III-NL Peabody Picture Vocabulary Test (versie 2005) Spontane taalanalysemethoden GRAMAT - Grammaticale Analyse voor Taalontwikkelingsstoornissen TARSP Taalanalyse Remediëring en Screening Procedure Besluit 33

8 VII DEEL II: EIGEN ONDERZOEK Inleiding 34 6 Beschrijving van het onderzoek Onderzoeksvragen Onderzoekspopulatie Keuze van het instrument Onderzoeksmethode 37 7 Resultaten en bespreking Response rate Eigenschappen van de onderzoekspopulatie Geslacht Socio-economisch milieu Plaats in de kinderrij Beantwoorden van de onderzoeksvragen 40 Vraag 1: Is er een verschil in het beoordelen van de taalontwikkeling met de N-CDIs/korte vormen en met het Van Wiechenonderzoek? Vergelijking van de N-CDIs/korte vormen met het Van Wiechenonderzoek Woordenschatbegrip op de N-CDIs/korte vormen op 24 maanden Woordenschatproductie op de N-CDIs/korte vormen op 24 maanden Vergelijking van het Van Wiechenonderzoek met de N-CDIs/korte vormen Taalbegrip op het Van Wiechenschema op 24 maanden Taalproductie in het Van Wiechenonderzoek 49 Vraag 2: Welk instrument evalueert het beste de taalontwikkeling van een peuter op het CB? 51 Vraag 3: Hoe kunnen de N-CDIs/korte vormen het best ingepast worden in het consultschema op het consultatiebureau? Enkele case-studies met resultaten op de N-CDI/Woorden en Zinnen Kindje Kindje Kindje Besluit 56 Discussie 58 Conclusie 64 Aanbevelingen 65 Referentielijst 66 Bijlagen 69 Bijlage 1: Criteria waaraan elk screeningsprogramma moet voldoen (Wilson & Jungner, 1968; UK National Screening Committee, 2000) 70 Bijlage 2: Parameters voor validiteit en betrouwbaarheid van een test 71 Bijlage 3: N-CDI/Woorden en Zinnen: oudervragenlijst (gedeeltelijk) 73 Bijlage 4: N-CDIs/korte vormen: oudervragenlijsten 2A en 2B en organigram 74 Bijlage 5: Het Van Wiechenschema 15 tot 48 maanden en een overzicht van de communicatieve ontwikkelingskenmerken op 15, 24 en 30 maanden 75 Overzicht van de ontwikkelingskenmerken voor communicatie op 15, 24 en 30 maanden 76 Bijlage 6: infobrief aan de ouders en vragenlijst gezinsgegevens 78

9 VIII Lijst van afkortingen CDI N-CDIs SLI OME NKO NHS CB N-CDIs/kv VW WB WP Pc TL TB TP CLB JGZ Communicative Development Inventories Nederlandstalige CDI-lijsten voor communicatieve ontwikkeling Specific Language Impairment Otitis Media met Effusie Neus-keel-oor National Health Service Consultatiebureau van Kind en Gezin N-CDIs/korte vormen Van Wiechenonderzoek Woordenschatbegrip (op de N-CDIs/korte vormen) Woordenschatproductie (op de N-CDIs/korte vormen) Percentiel Taalleeftijd Taalbegrip (op de communicatieve items van het Van Wiechenonderzoek) Taalproductie (op de communicatieve items van het Van Wiechenonderzoek) Centrum voor Leerlingenbegeleiding Jeugdgezondheidszorg

10 1 Inleiding Deze masterproef ontstond vanuit de ervaring dat het Van Wiechenonderzoek onvoldoende duidelijk aangeeft wanneer een peuter taalvertraagd mag worden genoemd en wanneer hij moet worden doorverwezen voor verder onderzoek en behandeling. Soms geeft het Van Wiechenonderzoek alarmsignalen aan bij een kindje van twee jaar, dat zes maanden later vlot in korte zinnetjes spreekt. Anderzijds komen we soms tot de ontdekking dat dit opvolgingsinstrument over een taalprobleem heeft overgekeken. Het leek ons een boeiende uitdaging om dit onderwerp verder uit te diepen in een masterproef door er een onderzoek over op te zetten. Veel kennis over taalontwikkeling bij jonge kinderen hadden we niet. In tegenstelling tot de JGZ-studenten nu, hadden we in het academiejaar nog niet het geluk les te krijgen van prof. Zink. Allereerst moesten we dus op zoek naar literatuur over normale en afwijkende taalontwikkeling, over mijlpalen in de taalontwikkeling zoals de eerste woordjes de woordcombinaties, over onderzoeksinstrumenten om taalontwikkeling te kwantificeren en over bestaande behandeling en de effectiviteit ervan. Opsporen van taalontwikkelingsstoornissen is een onderwerp dat leeft bij vele onderzoekers: logopedisten, artsen, gezondheidsbeleidinstanties, linguïsten, Uit studies blijkt dat screenen naar taalontwikkelingsstoornissen zeker wenselijk is, maar over een geschikt screeningsinstrument bestaat geen duidelijkheid. Toch gaat het hier over een belangrijk gezondheidsprobleem; prevalentiecijfers tot 19% worden in de literatuur vermeld. Taalvertraging is een probleem dat niet steeds vanzelf verdwijnt en dat later tot heel wat geassocieerde problemen kan leiden zoals leerstoornissen en gedragsproblemen. Vroegtijdige interventie kan kinderen met een taalprobleem betere kansen geven op sociaal, schools en psycho-emotioneel vlak. Deze beschouwingen hebben geleid tot het opzetten van een onderzoek om de waarde van de items van het Van Wiechenonderzoek die de communicatie onderzoeken, te vergelijken met een ander instrument, de N-CDIs/korte vormen die gebruik maken van parent report (ouderbevraging) om de woordenschat van peuters te testen.

11 2 De volgende onderzoeksvragen werden in dit onderzoek meegenomen: Is er een verschil in het beoordelen van de taalontwikkeling van een peuter met de N- CDIs/korte vormen en met het Van Wiechenonderzoek-onderdeel Communicatie? Welk van de twee instrumenten voorspelt het beste het (later) optreden van spraaken taalstoornissen? Hoe kunnen de N-CDIs/korte vormen het best ingepast worden in het consultschema op het consultatiebureau? o Kunnen de N-CDIs/korte vormen het Van Wiechenonderzoek voor taal vervangen of worden ze het best complementair gebruikt? o Gebruiken we de N-CDIs/korte vormen dan als screeningsinstrument bij elk kindje of als een instrument voor aanvullend onderzoek bij het Van Wiechenschema bij kinderen die hierop uitvallen? De doelstelling van dit onderzoek was om de normale communicatieve ontwikkeling van peuters te beschrijven en duidelijk de mijlpalen van de taalontwikkeling aan te geven. Dit onderzoek naar de waarde van de N-CDIs/korte vormen naast het Van Wiechenonderzoek, kan een aanzet zijn tot een betere opsporing van taalontwikkelingsstoornissen op het consultatiebureau van Kind en Gezin. Onnodige ongerustheid bij de ouders als te snel wordt verwezen of een groter risico op blijvende communicatieve problemen als een vroege taalvertaging niet wordt ontdekt, kunnen hierdoor worden vermeden.

12 3 DEEL I: LITERATUURONDERZOEK 1 Methodiek literatuurstudie In dit hoofdstuk wordt kort geschetst hoe de literatuur werd verworven. Het doel van deze zoektocht was informatie te vinden over normale en afwijkende taalontwikkeling en daarnaast ook over onderzoeksinstrumenten voor taal, met in het bijzonder oudervragenlijsten en de waarde daarvan. In het eerste onderdeel wordt ingegaan op de zoektermen van de Medline-search. Deze zoektocht naar wetenschappelijke artikels situeert zich in het academiejaar (nov-dec) en werd herhaald en uitgebreid in (feb+jun). Daarna worden andere bronnen overlopen, zoals ter beschikking gestelde boeken en het internet. 1.1 Medline-search In eerste instantie werd gezocht met zoektermen betreffende het onderwerp opsporen van taalontwikkelingsstoornissen bij peuters : Language development AND preschool child AND questionnaire met vroegste publicatiedatum 1/1/1990. Language AND toddler [s] AND development met een publicatietype beperkt tot review. Language delay gelimiteerd tot preschool child, review. Early language delay met als limieten all infants, preschool child. Two word met dezelfde leeftijdsbeperkingen. Verder werd ook gezocht met als zoekterm auteurs op basis van de referentielijst van het handboek De taalverwerving van het kind van Schaerlaekens en Gillis (1). De volgende auteurs werden ingegeven: Thal D, Fenson L, Zink I, Schaerlaekens AM. Artikels werden gekozen aan de hand van hun abstracts. 1.2 Andere bronnen Verschillende handboeken werden ter beschikking gesteld door Prof. Zink, mijn co-promotor, betreffende taalontwikkeling en taalpathologie, evenals de handleiding of beschrijving van enkele onderzoeksinstrumenten. Op internet werd de zoekmachine Google geraadpleegd voor meer informatie over onderzoeksinstrumenten als SNEL, RTOS, NNST, enz.

13 4 2 Normale/typische taalontwikkeling Dit hoofdstuk omvat een algemene inleiding waarin enkele definities worden gegeven en de perioden en fasen in de communicatieve ontwikkeling van het kind. In de volgende onderdelen worden die taaluniversele perioden beschreven met hun typische kenmerken op de verschillende taalniveaus. Uit de literatuur willen we te weten komen wat de (leeftijds)grenzen zijn van een normale taalontwikkeling. Ook opzoeken wat een kind leert op het communicatief domein tijdens de leeftijdsperiode van 0 tot 2,5 jaar en welke variabelen de taalontwikkeling kunnen beïnvloeden, behoort tot de doelstellingen. Dit hoofdstuk is uitgebreid omdat in mijn onderzoek de meeste kinderen een normale taalontwikkeling zullen vertonen. Het is dus belangrijk een goed beeld te krijgen van wat normaal is. 2.1 Inleiding Taal is de uitdrukking van menselijke communicatie waardoor ideeën, informatie, emoties en overtuigingen gedeeld kunnen worden. Het taalverwervingsproces van een kind voltrekt zich tussen de leeftijd van 0 en 5 jaar in een hoog tempo. Een vijfjarige beheerst dan ook de fundamenten van zijn taal en spraak. Een negen- à tienjarige spreekt correct volgens de regels van de moedertaal, inclusief pragmatiek (de systematiek van het taalgebruik). Dit is echter geen eindpunt: oudere kinderen en volwassenen breiden hun woordenschat constant uit. Bepaalde aspecten van de taal blijven eveneens verder ontwikkelen, bijvoorbeeld spreken in het openbaar (2,3). Bij het verwerven van een taal als communicatie d.m.v. symbolen zijn er twee polen te onderscheiden: enerzijds het leren begrijpen (van die symbolen), wat naast passieve ook wel receptieve taalontwikkeling of comprehensie wordt genoemd, en anderzijds het zelf praten (gebruiken van symbolen), de actieve taalontwikkeling of productie. Begrip gaat meestal productie vooraf (2,3). Perioden en fasen in de taalverwerving van het kind worden bepaald op basis van taalinterne kenmerken, eerder dan op basis van chronologische leeftijd. Tempoverschillen die er zijn tussen kinderen beletten bij elke fase of periode een precieze leeftijd te hanteren, hoewel men wel een doorsnee-leeftijd kan aangeven (2). Een enorme variabiliteit is het meest stabiele kenmerk van een normale ontwikkeling bij peuters, ook op het domein van taalontwikkeling (4). Men onderscheidt de volgende taaluniversele perioden: ten eerste een prelinguale periode (doorsnee 0-1;0 jaar), waarin het kind geluid maakt en communiceert, maar nog geen

14 5 conventionele woordjes produceert. Ten tweede de vroeglinguale periode (doorsnee 1;0-2;6 jaar), waarin het kind woorden gebruikt en woorden samenvoegt tot telegramstijlachtige zinnetjes. Ten derde onderscheidt men de differentiatiefase (doorsnee 2;6-5;0 jaar), met opvallende veranderingen; zinnen worden vollediger en correcter doordat de grammaticale ontwikkeling op gang komt. Ten vierde is er de voltooiingsfase (doorsnee 5;0-9;0 jaar), waarin het kind zijn taal verder afwerkt. Het voegt er lezen en schrijven aan toe (2). 2.2 De prelinguale periode In het eerste levensjaar gebruikt een kind nog geen woordjes, maar verschillende voorbereidende vaardigheden zijn in volle ontwikkeling: de sociaal-interactionele ontwikkeling, de klankonderscheiding, de klankproductie De sociaal-interactionele ontwikkeling In de sociaal-interactionele ontwikkeling kan men verschillende mijlpalen onderscheiden: 1. Rond twee maanden ontwikkelen zich het naar elkaar kijken en de sociale glimlach (1). 2. Baby s vocaliseren ook meer en meer in interactie; zo ontstaan proto-conversaties rond zes maanden, waarin dan geleidelijk voorwerpen in betrokken worden (1). 3. Rond 9 maanden beginnen kinderen twee vormen van preverbale communicatie door middel van gebaren te vertonen: ze wijzen naar een object en kijken heen en weer van het object naar de verzorger tot ze het object hebben bemachtigd ( protoimperatives ) en ze vestigen de aandacht van de verzorger op iets interessants in de omgeving ( proto-declaratives ). Dit is het begin van joint attention (5). 4. In de laatste maanden voor zijn eerste verjaardag introduceert het kind zelf voorwerpen in de interactie en er ontstaat een echte dialoog door wederzijdsheid, die aan bod komt in bijvoorbeeld het kiekeboespelletje (1). Pseudodialogen en kiekeboespelletjes leren kinderen over de interactie (in een gesprek) en over wederkerigheid (5). Gebaren zijn een belangrijk onderdeel van de communicatieve ontwikkeling. Bij onderzoek naar de ontwikkeling van gebaren bij late sprekers tussen 18 en 28 maanden blijkt dat kinderen met een taalvertraging die wel op het vlak van gebaren evolueren zoals hun leeftijdsgenoten, sneller tot taalproductie komen dan kinderen bij wie ook de communicatieve gebaren trager ontwikkelen (6) De klankonderscheiding Van in de baarmoeder neemt een foetus al geluiden waar. Na de geboorte leert een baby spraakgeluiden onderscheiden van niet-spraakgeluiden en ontwikkelt ieder kind een

15 6 perceptievermogen voor taalspecifieke klankvariaties. Baby s van ruim een half jaar kunnen al woorden en uitingen herkennen (2) De klankproductie Een aantal stadia in de productie van klanken gaan eveneens de eigenlijke taalverwerving vooraf: 1. Schreien is in de eerste zes weken de belangrijkste vocale activiteit, nadien wordt het een signaal van onbehagen. 2. Een voldane baby maakt in de fase daarna tot ongeveer 20 weken klanken die men comfortgeluiden noemt (vocalen). 3. Echt vocaal spel ontwikkelt zich tussen 4 en 6 maanden (consonanten). 4. Vanaf zeven maanden begint het repetitief brabbelen (herhaalde, identieke syllaben in de cv-vorm). Geleidelijk aan wordt het brabbelen meer gevarieerd. 5. Het brabbelen van een baby van bijna één jaar oud wordt meer en meer intentioneel: het krijgt een communicatieve functie. Door de dingen die een kind aanwijst te benoemen, creëert de volwassene een communicatieve situatie waarin het kind woorden kan leren. Zo spelen voortalige vaardigheden een rol in de eigenlijke taalverwerving (1). 2.3 De vroeglinguale periode Deze periode in de taalontwikkeling van het kind wordt vooral gekenmerkt door de opbouw van de zowel receptieve als expressieve woordenschat. Ook het combineren van woordjes tot telegramstijlachtige zinnetjes van twee of meer woorden is een ontwikkeling die men in deze periode observeert Het één-woordstadium Het één-woordstadium is gedefinieerd als de periode in de taalontwikkeling waarin de verbale uitingen van het kind bestaan uit één woord of uit een korte zin die als geheel werd geleerd (frase). Een woord wordt omschreven als een spontane uiting van het kind, steeds met een gelijke vorm én met een consistente betekenis (7) Receptieve woordenschat Een kind begrijpt gewoonlijk nee tussen 6 en 9 maanden. Rond de leeftijd van 1 jaar kan het enkelvoudige opdrachtjes begrijpen zonder begeleidende gebaren. Op 18 maanden kan het kind een lichaamsdeel, benoemde voorwerpen en mensen aanduiden. Daarna begrijpt de peuter tweeledige opdrachtjes en rond 30 maanden kan hij voorwerpen aanwijzen wanneer die met hun gebruiksdoel omschreven worden (8).

16 7 Uit gegevens verkregen uit het CDI-normeringsonderzoek van Fenson et al. kon men het aantal begrepen woorden en frasen (korte zinnetjes) berekenen bij kinderen tussen 8 en 16 maanden. Rond de leeftijd van 8 maanden begrijpt een kind gemiddeld 6 korte zinnetjes en een 20-tal woordjes, waarna het begrip van woorden en frasen geleidelijk toeneemt tot 23 frases en 169 woordjes op 16 maanden. Het woordenschatbegrip overschrijdt gemiddeld 50 woorden op de leeftijd van 11 maanden. De grote variabiliteit kenmerkt ook de ontwikkeling van het woordenschatbegrip. Een kind van 16 maanden dat voor woordenschatbegrip op de 10 de percentiel scoort, herkent nauwelijks meer woorden dan een kind van 8 maanden op de 90 ste percentiel (9). Nederlandstalige gegevens uit het normeringsonderzoek van de N-CDI/Woorden en Gebaren en de N-CDI/Woorden en Zinnen tonen gelijkaardige waarden voor begrijpen van woorden en korte zinnen. Op 8 maanden zou een kind al enkele zinnetjes en een 10-tal woordjes begrijpen, terwijl dat op 16 maanden gemiddeld 23 à 25 zinnen en 155 à 172 woordjes zijn (voor resp. jongens en meisjes). Op 12 maanden begrijpt een kind gemiddeld 12 zinnetjes en bijna 50 woorden. Op de leeftijd van 24 maanden begrijpen jongens gemiddeld 420 woordjes (met een spreiding van een 150 tot meer dan 600 woorden) en voor meisjes ligt het gemiddeld aantal woordjes dat wordt begrepen op 452 (met een waarde van 185 op percentiel 1 tot 678 op percentiel 99). Op 30 maanden ligt het gemiddelde woordenschatbegrip al op meer dan 600 woordjes (6) Expressieve woordenschat Rond de leeftijd van één jaar worden de brabbelgroepjes van kinderen geleidelijk aan betekenisvol. Een kind leert deze (proto)woorden aanvankelijk door imitatie, nadien leert het wat benoemen is. Vanaf dan komen nieuwe woorden er gewoon bij dankzij gemeenschappelijke aandacht voor het voorwerp. Tijdens het tweede levensjaar is het verzamelen van woorden in een categorie een cruciale ontwikkeling in het woordgebruik. Het benoemen van dingen wordt een zelfstandige activiteit (1). De kwantitatieve groei Voor de leeftijd van 12 maanden is expressieve taal minimaal. Nadien vertonen kinderen die gemiddeld scoren een geleidelijke toename in woordproductie, van minder dan 10 woorden op 12 maanden tot gemiddeld 40 woordjes op 16 maanden. Expressieve woordenschat kan variëren van 9 tot 198 woorden bij typisch ontwikkelende peuters van 16 maanden. Bij kinderen van 20 maanden varieert de woordenschat van 41 tot 405 woorden (4,9). Het normeringsonderzoek van de uitgebreide N-CDIs geeft de volgende waarden voor expressieve woordenschat. Op 12 maanden uit een kind gemiddeld een 3-tal woordjes, op 15 maanden zijn dat er een 15-tal (met een Pc 10 van 4 voor jongens en 3 voor meisjes) (6).

17 8 De kwantitatieve groei van de woordenschat van peuters vertoont enkele opvallende kenmerken. Het tijdstip van verschijnen van het eerste woordje varieert sterk van kind tot kind (1). Op de leeftijd van 14 maanden produceren de meeste kinderen minstens 1 woord. Enkele meisjes gebruiken op die leeftijd al meer dan 20 woordjes. Op 19 maanden gebruikt de helft van de kinderen minstens 50 woorden, op 24 maanden is dat ongeveer tweederde van de kinderen. De gemiddelde leeftijd van de hele groep die 50 woorden produceert is 21,3 maanden (7). Gegevens uit de N-CDI/Woorden en Zinnen bevestigen dit voor de leeftijd van 19 maanden, maar op 24 maanden situeren de N-CDIs het 50-woordenpunt onder de 10 de percentiel (6). De sterke spreiding van woordproductie tussen de mediaan en de 75 ste en 90 ste percentiel bij jonge kinderen vindt men ook grotendeels terug in de leeftijdscategorie van 16 tot 30 maanden (9). De gemiddelde score neemt toe tot 573 woorden op de leeftijd van 30 maanden, wat een tienvoudige toename in woordenschat weergeeft over een periode van 15 maanden, tussen de leeftijd van 16 maanden en 30 maanden (9). Op 24 maanden gebruikt een gemiddelde Nederlandstalige jongen 220 woordjes terwijl een meisje er dan al gemiddeld bijna 300 produceert. Wanneer een kind 30 maanden is, gebruikt het al ruim 500 woorden actief (6). De woordenschatspurt Meestal is er in het begin van de verwerving van (proto)woorden een plateaufase, waarin weinig woorden worden verworven. Nadien volgt er een woordenschatexplosie: een plotse snelle aangroei van de woordenschat (1). De woordenschatspurt ontstaat typisch nadat het 50-woordstadium werd bereikt. Dit gebeurt meestal tussen 17 en 19 maanden, maar wordt bij sommige kinderen al gezien op de leeftijd van 15 à 16 maanden. Een kind leert voor de spurt 1 à 2 nieuwe woorden per week en verwerft er 8 tot 10 tijdens de woordenschatspurt (9,5). De kwalitatieve groei De eerste woorden van kinderen komen uit een aantal domeinen die behoren tot hun dagelijkse leefwereld, zoals bijvoorbeeld: mensen, dieren, speelgoed, voedsel, acties en toestanden, kwalificaties, e.a. (1). Ruim 60% van de eerste woorden behoort tot de klasse van de nominals (zelfstandige naamwoorden, namen en voornaamwoorden), iets minder dan 20% zijn actiewoorden, modifiers (= bijvoeglijke naamwoorden) en persoonlijke-sociale woorden maken telkens 10% van de eerste woordenschat uit. Binnen de klasse van de zelfstandige naamwoorden (soortnamen) zijn dieren, eten en drinken het meest vertegenwoordigd. Verder worden dingen uit het huishouden, voertuigen, speelgoed, kledij, lichaamsdelen, in steeds mindere mate benoemd. De meest gebruikte zelfstandige naamwoorden in de vroegste woordenschat zijn in afnemende frequentie: auto, mama, papa,

18 9 poes, opa, koekje, oma, pop, bal, paard, hond, jas, klok, eend, appel, boek, aap, kaas, bad, beer, bus, fiets, kindje, neus, baby, ei, bed, fles, huis, tas. Bijwoorden als uit, op, buiten, open, daar, dicht, en mee zijn vaak al vroeg gekend. De werkwoorden eten, zitten, slapen, poepen (kaka doen), drinken en kijken komen het meest voor in de eerste woordenschat. Die is het meest favoriete voornaamwoord bij de eerste woordjes. Bij de andere woorden ziet men heet en mooi het vaakst verschijnen (7). Naast woorden ziet men ook formules verschijnen in de vroege woordenschat. Men kan twee soorten formules onderscheiden: sociale uitdrukkingen en stereotypische zinnetjes. Sociale uitdrukkingen zoals dag zeggen en dank u maken meer dan 10% van de eerste uitingen uit en stereotypische zinnetjes zoals kijk eens en leuk, hé maken volgens Schlichting 2,6% van de uitingen uit (7). Enkele kenmerken van de eerste woorden Het kind leert gewoonlijk eerst woorden die een basisniveauterm vertegenwoordigen, een woord met de grootste bruikbaarheid in de wereld van het kind. Op een bepaald ogenblik worden woorden op verschillende niveaus van betekenis wel handig. Een voorbeeld: eerst wordt schoen voor alle schoeisel gebruikt, nadien leert een kind ook onderscheid maken (1,2): sloef, bot, sandaal en wordt schoen nog enkel gebruikt voor de gewone gesloten schoen. (Lisen 22 maanden). Een ander kenmerk van vroeggeleerde woorden is hun enkelvoudigheid: ze bestaan doorgaans uit één morfeem (de kleinste eenheid in een taal de betekenis uitdrukt) (2). Hun betekenis is gebaseerd op ervaringscontexten: een kind leert een woord doordat een volwassene een voorwerp herhaaldelijk benoemt. Vanuit dat prototype wordt de categorie verder uitgebreid op basis van semantische kenmerken die uit het prototype worden geabstraheerd. Nadien leert een kind zijn eigen gebruik van een woord in overeenstemming te brengen met het volwassen gebruik (1,2). Rol van het taalaanbod Er zijn aanwijzingen dat er een positief verband is tussen de omvang van de vroege woordenschat en de hoeveelheid taal die ouders hun kind aanbieden. Dit verband lijkt met name te gelden voor oudertaal die betrekking heeft op activiteiten van het kind zelf. Met andere woorden, vooral het praten over dat wat de aandacht van het kind heeft, kan bijdragen aan de groei van de woordenschat (2).

19 De telegramstijlfase: woordcombinaties De tweewoordzin Tegen het einde van de eenwoordfase begint een kind verschillende opeenvolgende eenwoorduitingen te produceren die eigenlijk samenhoren. Dit is de directe aanzet tot de tweewoordzin (1). Het verschijnen van de eerste tweewoorduitingen lijkt nauw samen te hangen met de woordenschatexplosie en wordt gemiddeld gesitueerd rond achttien maanden. Sommige kinderen wachten ermee tot achtentwintig maanden (1). Rond het 50- woordentijdstip, ergens tussen 18 en 24 maanden, beginnen kinderen woorden tot frases samen te voegen. Kinderen brengen woorden samen om te praten over interessante gebeurtenissen die ze in de wereld rondom hen observeren (5). Schlichting situeert de start van woordcombinaties rond het moment dat een kind 100 woorden produceert, soms zijn het er al veel meer (7). De gemiddelde leeftijd voor het verwerven van 2-woordcombinaties is 18 maanden als men de minst strenge definitie hanteert ( sometimes of often op het betreffende onderdeel van de CDI) en 22 maanden als men enkel de score often in rekening brengt. Op 28 maanden rapporteerden de ouders van alle kinderen dat hun kind woordjes combineerde, het overgrote deel deed dat vaak. Op 23 maanden was minder dan 10% nog in het 1-woordstadium (9). In het normeringsonderzoek van de korte vormen van de Amerikaanse CDIs vond men een geleidelijke toename van het aantal kinderen dat woorden combineerde van zeer weinig op 16 maanden tot 100% op 30 maanden. Op 22 maanden rapporteerden bijna alle ouders dat hun kind (minstens) soms woordcombinaties maakte (10). Het handboek bij het Van Wiechenonderzoek vermeldt een spreiding voor de p90-leeftijd van item 41 zegt zinnen van 2 woorden van 24 tot 30 maanden (11). In deze fase uit het kind zich in zeer korte zinnetjes, maar het slaagt er toch al in om een complexer idee vorm te geven in opeenvolgende tweewoorduitingen (1). Het vermogen om woorden te combineren is een belangrijke ontwikkelingsmijlpaal die het stadium van de syntactische en semantische ontwikkeling inluidt. Het bepaalt bovendien de verdere ontwikkeling van de woordenschat (10) De meerwoordenzin De Mean Sentence Length (MSL) blijft minder dan 2 nog tot na de leeftijd van 24 maanden voor de 10% minst scorende kinderen maar verdubbelt tot bijna 4 op 30 maanden. Kinderen op de mediaan behalen een score van 4 op 24 maanden, terwijl de beste 10% deze score behalen op 19 maanden (9).

20 11 In de meerwoordzin-fase breidt de zinslengte uit tot drie à vijf woorden, de zinnen zijn veeleer lineair georganiseerd en ze bestaan vooral uit inhoudswoorden: naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Het aantal functiewoorden is gelimiteerd, sommige klassen van woorden ontbreken nog: lidwoorden, voegwoorden, sommige hulpwerkwoorden, de meeste bijwoorden en voorzetsels die tijd en hoeveelheid aanduiden. Ook de flexie of verbuiging van het zelfstandig naamwoord en het bijvoeglijk naamwoord en de vervoeging van het werkwoord ontbreken nog. Dit ontbreken van morfologie en de meeste functiewoorden geeft deze zinnetjes hun telegramstijl-aspect (1). 2.4 De differentiatiefase Deze fase valt in grote lijnen samen met de kleuterperiode en wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van alle niveaus van de taal: de fonologie, de semantisch-lexicale ontwikkeling, de morfosyntaxis of grammaticale ontwikkeling en de pragmatiek De fonologische ontwikkeling Fonemen zijn de kleinste eenheden van een taal die een verschil van betekenis markeren of die één woord verschillend maken van een ander. Fonemen worden gecombineerd om woorden te vormen, woorden worden in zinsdelen geschikt en zinsdelen worden gecombineerd om zinnen te vormen. Op de leeftijd van 4 tot 6 maanden kan een baby alle klanken en contrasten van zijn eigen taal opvangen, maar het verwerven van de expressieve fonologie is een langzaam proces dat op kleuterleeftijd nog niet afgewerkt is (5). De fonologische ontwikkeling wordt hier niet verder beschreven, omdat wegens de jonge leeftijd van het doelpubliek de uitspraak nog weinig relevant is voor het onderscheiden van taalpathologie De semantiek en woordenschat In deze fase gaat de semantisch-lexicale ontwikkeling in een hoog tempo verder. De woordenschatgroei maakt een tweede opmerkelijke versnelling door rond de leeftijd van drie jaar, met naar schatting een expressieve woordenschat van 1000 woorden en een woordenschatbegrip van heel wat meer (2). Een belangrijke mijlpaal die veel kinderen rond 2,5 jaar verwerven is de kennis van de reciproke relatie: jij/ik, jouw/mijn. Ze verwijzen dan naar zichzelf als ik in plaats van met hun eigen naam (8) De grammaticale ontwikkeling Het cruciale aspect van taalontwikkeling in de periode van 24 tot 36 maanden is dat kinderen grammaticale morfemen beginnen toe te voegen aan hun zinnen. Een morfeem is de

21 12 kleinste eenheid in een taal die betekenis uitdrukt, bijvoorbeeld het lidwoord een bij een naamwoord betekent dat het om 1 object gaat en dat het een niet-specifiek object is. Vanaf 24 maanden beginnen kinderen voorzetsels te gebruiken en voegwoorden, voornaamwoorden, lidwoorden en hulpwerkwoorden. Ze beginnen ook morfologische verbuigingen te verwerven. Al deze elementen vormen de telegrafische spraak om tot meer volwassen-achtig taalgebruik (5) De pragmatiek Kinderen vragen om uitleg en denken na over taal. Ze corrigeren zichzelf en geven commentaar op volwassen taalgebruik. De communicatieve situaties waaraan ze deelnemen worden gevarieerder. Zo komen nieuwe pragmatische functies aan bod (2). 2.5 De voltooiingsfase In deze fase hebben kinderen al een actieve basiswoordenschat van een 3000 à 4000 woorden, hun woordenschatbegrip wordt geschat op 6000 à 8000 en breidt voortdurend uit. De fonologie is grotendeels afgewerkt, maar de morfosyntaxis is nog volop in ontwikkeling, zoals het vormen van passieve en samengestelde zinnen. Door hun groeiend metalinguïstisch bewustzijn, staan kinderen naast taalverwerven nu ook open voor taalleren. Zo leren ze in deze fase lezen en schrijven. Kinderen ontwikkelen narratieve vaardigheden en kunnen zich nu ook verplaatsen in het standpunt van de luisteraar (2). 2.6 Beïnvloedende variabelen Er zijn drie demografische variabelen waarvan men weet dat ze invloed hebben op zowat elk aspect van de vroege ontwikkeling: geslacht, sociale klasse en onderwijsniveau van de ouders en minder duidelijk plaats in de kinderrij (9) Het geslacht Over het geheel gezien is er een klein voordeel van meisjes t.o.v. jongens voor woordenschatbegrip en -productie, maar de variatie die door het geslacht wordt bepaald is relatief klein (1-2%) vergeleken met de variatie die geobserveerd wordt in de gehele groep. Meisjes zetten doorgaans de spurt in op een vroeger tijdstip dan jongens en ze bereiken het 50-woordenstadium ook enkele maanden vroeger (2,7,9). Voor grammaticale ontwikkeling geldt eigenlijk dezelfde conclusie. Bijvoorbeeld voor woordcombinaties bereiken meisjes het 50%-criterium 2 maanden vroeger dan jongens. Voor de hele studiepopulatie in het normeringsonderzoek van de CDIs van Fenson et al. werd een verschil gevonden in het soms en/of vaak combineren van woorden in het voordeel van de meisjes (9).

22 13 In het normeringsonderzoek van de N-CDIs vond men voor sommige onderdelen van beide lijsten een significant hogere score voor meisjes. Voor een groot aantal onderdelen van de N-CDIs werd er geen significant verschil gevonden tussen de resultaten van jongens en meisjes (6) Sociale klasse Nederlands onderzoek toont een licht vertraagde taalontwikkeling aan voor kinderen van de laagste sociale klasse (7). Voor woordenschatproductie vond Fenson hetzelfde effect van sociale klasse bij peuters. Voor woordenschatbegrip was de correlatie omgekeerd, wat verklaard kan worden door het feit dat minder hoog opgeleide ouders de neiging hebben hun kinderen wat betreft woordenschatbegrip te overschatten (9). Ook uit de normeringsgegevens van de N-CDIs blijkt een significant verschil in taalontwikkeling tussen de hogere (milieu 3 en 4) en lagere sociale milieus, maar niet voor alle onderdelen (6) Plaats in de kinderrij Plaats in de kinderrij is licht negatief gecorreleerd met woordproductie en vroege grammaticale ontwikkeling; later geborenen zijn licht benadeeld wat betreft deze ontwikkelingsdomeinen (9). Ook in het N-CDI normeringsonderzoek werd de invloed van de geboortevolgorde/plaats in de kinderrij op de taalontwikkeling nagegaan. Eerstgeborenen scoren significant beter op sommige onderdelen van beide lijsten, maar niet op alle onderdelen (6). 2.7 Besluit In dit hoofdstuk werd de literatuur omtrent de normale taalontwikkeling beschreven met bijzondere aandacht voor de verwerving van de woordenschat zowel receptief als expressief, kwantitatief en kwalitatief als voorbereiding op het gebruik van het onderzoeksinstrument, de N-CDIs/korte vormen, dat uitsluitend deze taalparameter onderzoekt om kinderen met een taalontwikkelingsstoornis op te sporen. Literatuur over enkele belangrijke mijlpalen in de taalontwikkeling werd ook uitvoerig beschreven omdat het opvolgingsinstrument, het Van Wiechenonderzoek, dat in dit onderzoek op haar waarde wordt geschat, gebruik maakt van mijlpalen in de (taal)ontwikkeling van jonge kinderen om hen als normaal of mogelijks (taal)vertraagd of -gestoord te bestempelen. Ik meen dat ik hierover voldoende informatie heb gevonden om mijn onderzoek aan te vatten.

23 14 3 Taalontwikkelingsstoornissen Het onderwerp van mijn onderzoek is een vergelijking maken tussen 2 instrumenten om het (risico) op een taalontwikkelingsstoornis bij jonge kinderen op te sporen. Vooraf is het nodig te weten wat een taalontwikkelingsstoornis is en welke er zijn. In dit hoofdstuk zal ik omschrijven wat een taalontwikkelingsstoornis inhoudt. De verschillende vormen worden besproken, met meer nadruk op die taalontwikkelingsstoornissen die frequent voorkomen of die men zou kunnen detecteren op het consultatiebureau bij een jonge op het eerste gezicht normale populatie. 3.1 Inleiding De normen voor een gemiddeld normaal verlopende spraak- en taalontwikkeling zijn niet eenduidig. Er lijken grote spreidingen in voor te komen. Elk kind heeft zijn eigen neurobiologische ontwikkeling waarvan de taalontwikkeling deel uitmaakt. Kinderen kunnen vooruitgaan in een bepaald ontwikkelingsgebied en daardoor een ander ontwikkelingsgebied even laten rusten. Leren lopen bijvoorbeeld, kan van een kind zoveel inspanning vragen dat het daardoor de taalontwikkeling even laat rusten. We moeten dus ruime marges nemen voor wat normaal is (12). In deze inleiding worden enkele definities gegeven Taalvertraging versus taalstoornis Van een langzamere of vertraagde taalontwikkeling wordt gesproken wanneer het taalgebruik van een kind kenmerken vertoont van het taalgebruik van jonger kind, kenmerken die niet passen bij de kalenderleeftijd van het kind. Van een andersoortige of gestoorde ontwikkeling wordt gesproken wanneer het taalgebruik van een kind kenmerken vertoont die niet in een bepaalde fase van het taalverwervingsproces thuishoren en die geen samenhangend beeld vormen. De combinatie van een vertraagde en gestoorde taalontwikkeling komt eveneens voor: het kind produceert zinnen die grotendeels horen bij een jongere leeftijdsfase, maar daarnaast bevatten de uitingen ook bizarre kenmerken die niet bij een bepaald ontwikkelingsstadium horen (2,12,13). Op jonge leeftijd is het moeilijk of onmogelijk een onderscheid te maken tussen vertraagde taalontwikkeling en gestoorde taalontwikkeling. Kinderen vertonen vaak in de peuterkleuterperiode een vertraging in spraak- of taal(ontwikkeling). Wanneer de vertraging aanhoudt en wanneer ze de communicatieve functie belemmert, dan spreekt men van een stoornis (3,14).

24 Definitie van taalontwikkelingsstoornissen Onder taalontwikkelingsstoornissen vallen al die stoornissen in de opbouw van het taalsysteem, ten gevolge waarvan het taalbegrip en/of de taalproductievan een kind zich, in vergelijking met kinderen van dezelfde ontwikkelingsleeftijd, langzamer of anders ontwikkelen (12). Een kind heeft een taalontwikkelingsstoornis als de taalontwikkeling beduidend achterblijft of negatief afwijkt van het normale verloop van het taalverwervingsproces met inbegrip van de normale interindividuele variatie daarin, binnen de regionale en sociale taalvariëteit die het kind zich aan het verwerven is (15, Van Ierland 1982). Bij een achterstand van ten minste één standaarddeviatie kan van een taalprobleem worden gesproken. Of het dan gaat om een vertraging die vanzelf over gaat of om een stoornis die hulp behoeft, zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de analyse van taalvorm, taalinhoud en taalgebruik. Op verschillende niveaus in de taal kunnen problemen ontstaan: fonologie, semantiek, syntaxis en morfologie, pragmatiek en metalinguïstiek (12). Taalontwikkelingsstoornissen zijn persisterende en ernstige beperkingen op het vermogen de taal van de gemeenschap te leren, met o.a. beperkt verstaan of produceren van woordenschat, moeilijkheden met het uiten van ideeën, immature grammaticale patronen, moeilijkheden om opdrachten uit te voeren, andere conversatiepatronen (3) Definitie van spraakstoornissen Spraakstoornissen zijn blijvende vertragingen en beperkingen in de ontwikkeling van spraakvaardigheden en stemkwaliteit. Spraakstoornissen omvatten problemen met de productie van spraakklanken, onderbrekingen van de vloeiendheid of het ritme van de spraak, problemen met het stemvolume of de stemkwaliteit en slechte verstaanbaarheid (3). Onder spraakstoornissen klasseert men stemstoornissen, articulatiestoornissen en stotteren, afhankelijk van het niveau waarop de stoornis zich situeert (2). Op spraakstoornissen wordt in dit werk niet verder ingegaan, omdat bij zeer jonge kinderen de spraak nog van relatief ondergeschikt belang is aan de andere aspecten van taal.

25 Prevalentie en natuurlijk beloop van taalstoornissen Screening is pas nuttig als aan een aantal voorwaarden is voldaan (zie deel 5.1). In dit deel wordt ingegaan op de vraag of de aandoening waarnaar men screent een belangrijk probleem is (hoge prevalentie) en of het natuurlijk beloop gekend is. Latere geassocieerde problemen en enkele prognostische variabelen met betrekking tot de kans op blijvende taalproblemen, worden kort beschreven Voorkomen Prevalentie wordt gewoonlijk uitgedrukt als de proportie of het percentage gevallen in een bepaalde populatie op een bepaald ogenblik (16). Er bestaan geen eenduidige getallen over het voorkomen van taalstoornissen, omdat er geen consensus bestaat over variaties met betrekking tot een normale spraak- en taalontwikkeling. Prevalentiecijfers verschillen naargelang de leeftijd en het onderzochte taaldomein, naargelang de gehanteerde criteria en definitie van taalstoornis. Schattingen omtrent de prevalentie van taalstoornissen bij kinderen lopen uiteen van 1 tot 19% (2,15,16,17). In de peuter-kleuterperiode komen taal- en spraakvertragingen voor bij zo n 15% van de kinderen, vaak in combinatie bij eenzelfde kind (3). Een Engelse review van Law et al. gaf de volgende resultaten: in de groep kinderen van 0 tot 16 jaar met spraak- en taalstoornissen is de gemiddelde prevalentie 5,95%. Op de leeftijd van 2 jaar is er een prevalentie van 5% wat betreft spraak- en/of taalvertraging, op 3 jaar is er een gemiddelde prevalentie van 6,9% en op 4;6 jaar komt men opnieuw op 5% uit. Voor de leeftijdsgroep van 2 jaar berekende men een prevalentie van 16% voor expressieve taalvertraging, terwijl het prevalentiecijfer weinig varieert tussen 3 en 7 jaar voor expressieve en/of receptieve taalvertraging, namelijk 2 à 4% (16,17). Bij kinderen op schoolleeftijd, zonder duidelijke genetische of neurologische afwijkingen, is de prevalentie van taalstoornissen 2 à 3% (3) Natuurlijk beloop Natuurlijk beloop is een specifieke term die gebruikt wordt om de prognose van een aandoening te beschrijven in afwezigheid van interventie. Persistentie wordt gedefinieerd als het aantal kinderen bij wie men nog van spraak- en taalstoornis blijft spreken op het laatste tijdstip dat in een studie wordt vermeld of de proportie kinderen dat nog voldoet aan de criteria van afwijkend (16). De meeste peuters met een zwakke of onvoldoende taalproductie hebben een normale outcome op 4- of 5-jarige leeftijd. Vooral als hun taalbegrip goed is, dan is de kans groot

26 17 ongeveer 60% dat zij deze achterstand spontaan inhalen. Voor kinderen met expressieve-receptieve vertraging is de prognose minder gunstig. In afwezigheid van therapie blijven de meesten taalproblemen vertonen. Voor taalstoornissen wordt een gemiddelde persistentie berekend van ongeveer 70% in de leeftijdsrange van 0;10-1;10 tot 4;7 tot 7;0 jaar. Slechts in 25% van de gevallen lossen de problemen vanzelf op (12,16,18,19) Latere geassocieerde problemen Taalproblemen voor de schoolgaande leeftijd hebben een significante associatie met leerstoornissen, maar ook met gedrags- en emotionele stoornissen (18). Van kinderen met een vroege expressieve taalvertraging kampt 41-75% op 8-jarige leeftijd met leesproblemen (16). Naast blijvende taalproblemen hebben kinderen met een specifieke taalstoornis ook vaak problemen op schools vlak, in het sociale en psychologisch domein (19). Blijvende problemen op lange termijn zoals taal-, lees- en spellingsproblemen, gedrags- of andere psychosociale problemen zijn duidelijker aanwezig bij kinderen met geassocieerde lage intellectuele capaciteiten en kinderen met receptieve en productieve taalproblemen, maar ook kinderen met een primaire taalvertraging kunnen op lange termijn problemen ondervinden (16) Prognostische variabelen Een aantal factoren die het risico op blijvende taalvertraging doen toenemen, kan men uit de literatuur halen. Deze kennis zou men kunnen gebruiken om te bepalen welke kinderen bij voorkeur van de beschikbare diensten om taalstoornissen te behandelen gebruik zouden moeten maken. Factoren die men gevonden heeft zijn onder meer: 1. Leeftijd: kinderen ouder dan 26 maanden hebben een slechtere outcome wat betreft syntax (16). 2. Ernst van de taalvertraging: het verschil tussen de geschatte expressieve taalleeftijd en de chronologische leeftijd is gecorreleerd met expressieve outcome een jaar later (16). 3. Spectrum van taal- en spraakontwikkelingsdomeinen dat gestoord is: ook de ernst van de taalstoornis speelt prognostisch gezien een rol. Kinderen met een vertraging op alle taalonderdelen hebben een slechtere prognose dan kinderen die slechts op één of twee taalaspecten achterblijven. Wanneer enkel fonologische/spraakproblemen aanwezig zijn, is de prognose beter dan wanneer taalbegrip en taalproductie is aangedaan (12,16,19). 4. Algemene bekwaamheid van een kind: De niet-verbale cognitieve mogelijkheden zijn een belangrijke prognostische variabele. Bij kinderen met een specifieke taalstoornis,

Protocol Project Uniforme signalering spraaktaalproblemen. kinderen INHOUD

Protocol Project Uniforme signalering spraaktaalproblemen. kinderen INHOUD Protocol Project Uniforme signalering spraaktaalproblemen bij jonge kinderen Versie geïntegreerd model van Wiechen 2/jarigen 1 november 2011 INHOUD 1. Inleiding 2. Taal A. De normale taalontwikkeling en

Nadere informatie

Bepaling van het taalbegrip bij kinderen tot en met 25 maanden. Liesbeth Schlichting Rijksuniversiteit Groningen

Bepaling van het taalbegrip bij kinderen tot en met 25 maanden. Liesbeth Schlichting Rijksuniversiteit Groningen Bepaling van het taalbegrip bij kinderen tot en met 25 maanden Liesbeth Schlichting Rijksuniversiteit Groningen Taalstoornissen Primair: specifieke taalontwikkelingsstoornissen (SLI) Secondair: niet-specifiek

Nadere informatie

Vroege spraak- en taalontwikkeling

Vroege spraak- en taalontwikkeling Vroege spraak- en taalontwikkeling Margreet Langereis Viataal Cochleair Implant Centrum Nijmegen/Sint-Michielsgestel 17 maart 2006 Inhoud presentatie Wat is taal? Mijlpalen op gebieden van de taalontwikkeling

Nadere informatie

Vroegsignalering taalontwikkelingsstoornissen Symposium Het jonge kind

Vroegsignalering taalontwikkelingsstoornissen Symposium Het jonge kind Vroegsignalering taalontwikkelingsstoornissen Symposium Het jonge kind 15 december 2016 Drs. F. Sobieraj klinisch linguïst / logopedist Kentalis Een landelijke organisatie gespecialiseerd in diagnostiek,

Nadere informatie

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart 2002. Lieven Coppens

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart 2002. Lieven Coppens België Finland Griekenland Japan Nigeria Noorwegen Polen Rusland Singapore Slovakije Tsjechië Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Percentage Nieuwsbrief leren leren en studeren op de basisschool nummer

Nadere informatie

Vroegtijdige detectie van taal- en spraakontwikkelingsstoornissen. Myriam Uyttenhove Leuven 7 december 2007

Vroegtijdige detectie van taal- en spraakontwikkelingsstoornissen. Myriam Uyttenhove Leuven 7 december 2007 Vroegtijdige detectie van taal- en spraakontwikkelingsstoornissen in het CLB Myriam Uyttenhove Leuven 7 december 2007 1. Inleiding Onderzoeksvragen 1. Wat is de zinvolheid, de wijze en het ideale tijdstip

Nadere informatie

1. Wat is taalontwikkeling?

1. Wat is taalontwikkeling? 1. Wat is taalontwikkeling? Mensen willen graag hun wensen, gevoelens en ervaringen delen met anderen. Dit doen ze zowel met woorden als met hun lichaam (lachen, huilen, wijzen,...). Een kind leert daarvoor

Nadere informatie

Een woordje vooraf. Taalvorm. Taalvorm. Taalinhoud. Taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen

Een woordje vooraf. Taalvorm. Taalvorm. Taalinhoud. Taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen Taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen Een woordje vooraf Taalvorm ------- fonologie ------- syntaxis ------- morfologie Taalinhoud ------- Taalgebruik ------- semantiek pragmatiek Taalvorm Fonologie:

Nadere informatie

Wat is een specifieke taalontwikkelingsstoornis? dr Ellen Gerrits, logopedist Congres TaalStaal 9 november 2012 Koninklijke Auris Groep

Wat is een specifieke taalontwikkelingsstoornis? dr Ellen Gerrits, logopedist Congres TaalStaal 9 november 2012 Koninklijke Auris Groep Wat is een specifieke taalontwikkelingsstoornis? dr, logopedist Congres 9 november 2012 Koninklijke Auris Groep Over welke kinderen praten we vandaag? Engels: Specific Language Impairment: Is SLI wel zo

Nadere informatie

Ik heb vragen rond 'expressieve taalstoornis' of 'taalstoornis' alleen en begon nu wat te twijfelen of dat synoniemen zijn voor dysfasie of niet.

Ik heb vragen rond 'expressieve taalstoornis' of 'taalstoornis' alleen en begon nu wat te twijfelen of dat synoniemen zijn voor dysfasie of niet. Vraag In de aanloop naar volgend schooljaar krijgen we heel wat vragen rond de type 7 taal-spraak groep. Onder andere over welke 'termen' ok of niet ok zijn ifv opmaak gemotiveerd verslag / verslag. Ik

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd/ hals Overig, ongespecificeerd. Communicatie, Mentale functies

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd/ hals Overig, ongespecificeerd. Communicatie, Mentale functies Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Nederlandstalige NonSpeech test (NNST) 4 november 2011 Review: M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op

Nadere informatie

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd 0 tot 4 jaar ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND Leeftijd 0 tot 4 jaar Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Toch is er heel wat voor nodig voordat uw kind goed praat. Soms gaat het niet zo vlot met

Nadere informatie

HET SPRAAKTAALSPREEKUUR Het belang van vroeg signaleren

HET SPRAAKTAALSPREEKUUR Het belang van vroeg signaleren HET SPRAAKTAALSPREEKUUR Het belang van vroeg signaleren Dr. Emmy Konst Alle Taal Centraal 2009 1 Opbouw van de presentatie Inleiding Project vroegsignalering door Sint Marie, MEE Zuidoost-Brabant en Zuidzorg

Nadere informatie

Het onderzoek. Taalontwikkeling. Inhoud. Lezing Kannercyclus 10 december 2012. Autismespectrumstoornissen. Jarymke Maljaars

Het onderzoek. Taalontwikkeling. Inhoud. Lezing Kannercyclus 10 december 2012. Autismespectrumstoornissen. Jarymke Maljaars Autismespectrumstoornissen BEGRIP ALS STRUIKELBLOK: Taal bij kinderen met autisme en een verstandelijke beperking FENOTYPE KANNERCYCLUS 1 december 212 COGNITIE BIOLOGIE O M G E V I N G GENOTYPE Autisme

Nadere informatie

Vroege Signalen en Herkenning van Autisme Spectrum Stoornissen

Vroege Signalen en Herkenning van Autisme Spectrum Stoornissen Vroege Signalen en Herkenning van Autisme Spectrum Stoornissen Rutger Jan van der Gaag & Iris Oosterling, gz-psycholoog 2006 Karakter pagina 1 Inhoud Autisme Vroege herkenning van autisme DIANE-project,

Nadere informatie

Rapport 295001006/2009 S. Postma. Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg

Rapport 295001006/2009 S. Postma. Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg Rapport 295001006/2009 S. Postma Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg RIVM-rapport 295001006/2009 Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg

Nadere informatie

Audiologisch centrum, spraaktaalteam

Audiologisch centrum, spraaktaalteam TOS en Meertaligheid Onderwijsdag 25 mei 2016 Maaike Diender, klinisch linguïst Els de Jong, teamleider spraaktaalteam/logo-akoepedist Audiologisch centrum, spraaktaalteam Gehooronderzoek Logopedisch onderzoek

Nadere informatie

maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen

maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) begint steeds meer woorden te herhalen en (na) te zeggen Mondelinge taal 1 Spraak-taalontwikkeling Baby blauw maakt (kirrende) geluidjes of brabbelt (tegen personen en speelgoed) herhaalt geluidjes Dreumes brabbelt bij (eigen) spel oranje begint steeds meer

Nadere informatie

Vroege onderkenning van taalachterstand en taalstoornissen

Vroege onderkenning van taalachterstand en taalstoornissen Vroege onderkenning van taalachterstand en taalstoornissen Samenvatting: Taalontwikkelingsproblemen, meer bepaald taalontwikkelingsvertragingen en - ontwikkelingsstoornissen, vormen een belangrijk gezondheidsprobleem.

Nadere informatie

TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN

TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN INFORMATIE VOOR OUDERS/VERZORGERS TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN Meertaligheid en fonologische stoornis TAALSTOORNIS KINDEREN: PROBLEMEN MET DE PRODUCTIE VAN SPRAAKKLANKEN

Nadere informatie

Praten leer je niet vanzelf

Praten leer je niet vanzelf jeugdgezondheidszorg Praten leer je niet vanzelf... hier ben ik www.icare.nl Over de spraak-taalontwikkeling van kinderen van 0-4 jaar Praten gaat niet vanzelf, praten moet je leren. Een kind leert praten

Nadere informatie

Taalontwikkeling en communicatie bij het jonge kind

Taalontwikkeling en communicatie bij het jonge kind Taalontwikkeling en communicatie bij het jonge kind Stephanie Gillebert, logopediste COS Antwerpen 19 maart 2012 Leren communiceren Van alle dingen die ik een kind moet leren, is communiceren één van de

Nadere informatie

Taalverwerving bij kinderen met autisme

Taalverwerving bij kinderen met autisme Taalverwerving bij kinderen met autisme De ontwikkeling van syntaxis en semantiek bij kinderen met autisme en een normale intelligentie Student: Maaike de Kleijn Studentnummer: 3209849 Inhoud 1. Inleiding...3

Nadere informatie

De nieuwe richtlijn otitis media in de tweede lijn: een synopsys. Roger Damoiseaux

De nieuwe richtlijn otitis media in de tweede lijn: een synopsys. Roger Damoiseaux De nieuwe richtlijn otitis media in de tweede lijn: een synopsys Roger Damoiseaux Otitis Media bij kinderen in de tweede lijn INITIATIEF: Nederlandse Vereniging voor KNO-heelkunde en Heelkunde van het

Nadere informatie

gebaren bij jonge kinderen met TOS

gebaren bij jonge kinderen met TOS Het gebruik van gebaren bij jonge kinderen met TOS Karin Wiefferink, Maaike Diender, Marthe Wijs, Bernadette Vermeij Vaak wordt in interactie met jonge kinderen met TOS de gesproken taal ondersteund met

Nadere informatie

Deel 1 Gebruik van het computerprogramma Behandeldoelen tos. 2 Stappen bij het opstellen van een behandelplan 29

Deel 1 Gebruik van het computerprogramma Behandeldoelen tos. 2 Stappen bij het opstellen van een behandelplan 29 Inhoud Inleiding 15 Deel 1 Gebruik van het computerprogramma Behandeldoelen tos 1 Het computerprogramma 23 1.1 Inleiding 23 1.2 Doel van het computerprogramma Behandeldoelen tos 23 1.3 Doelgroep en gebruikers

Nadere informatie

Taalontwikkeling in een meertalige context

Taalontwikkeling in een meertalige context Taalontwikkeling in een meertalige context Informatiebrochure voor ouders Code maakt deel uit van de Groep Gezondheid & Welzijn van Lessius Proces van tweedetaalverwerving 1 Verantwoording Als expertisecentrum

Nadere informatie

Late fouten in het taalbegrip van kinderen

Late fouten in het taalbegrip van kinderen 1 Late fouten in het taalbegrip van kinderen Petra Hendriks Hoogleraar Semantiek en Cognitie Center for Language and Cognition Groningen Rijksuniversiteit Groningen 2 De misvatting Actief versus passief

Nadere informatie

Blootstell i ngsachterstand. Moedertaalontwikkeling is adequaat

Blootstell i ngsachterstand. Moedertaalontwikkeling is adequaat Dit onderzoek gaat over taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen bij jonge kinderen.adequate taalvaardigheid speelt een belangrijke rol bij de sociaal emotionele ontwikkehng en wordt gezien als

Nadere informatie

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014

Taalstimulering voor kinderen en volwassenen. Taal en taalbeleid 3 februari 2014 Taalstimulering voor kinderen en volwassenen Taal en taalbeleid 3 februari 2014 Enkele stellingen Taalontwikkeling 1. Voortalige fase: van 0 tot 1 jaar 2. Vroegtalige fase: van 1 tot 2,5 jaar Eentalige

Nadere informatie

Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een verslag over.

Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een verslag over. Naam: Klas: Nr: Datum: Vak: Nederlands Leerkracht: Taalverwerving Opdracht 1 Doe een klein onderzoek naar de taalregels die een kind in jouw omgeving al dan niet onder de knie heeft en schrijf daar een

Nadere informatie

Standpunt. Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg.

Standpunt. Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg. Standpunt Signaleren van taalachterstanden door de jeugdgezondheidszorg. RIVM/Centrum Jeugdgezondheid Februari 2009 Inhoud 1. Inleiding 2 2. Begripsbepaling 2 3. Huidige stand van zaken m.b.t. het signaleren

Nadere informatie

Als schoolarts Speciaal Onderwijs cluster 2

Als schoolarts Speciaal Onderwijs cluster 2 Babette Diepeveen jeugdarts arts maatschappij en gezondheid Als consultatiebureau arts Als arts spraaktaalteam Audiologisch Centrum Als schoolarts Speciaal Onderwijs cluster 2 Als consultatiebureau arts

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen. Waarom dit onderwerp? Goed nieuws! Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen

Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen. Waarom dit onderwerp? Goed nieuws! Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen Therapiekeuze bij verstaanbaarheidsproblemen Regiodag logopedie 27 mei 2014 Waarom dit onderwerp? Maaike Diender Klinisch linguïst Audiologisch centrum Alkmaar: ACHN Kinderen 2-5 jaar, 2010-2013 Geen spraakproductieprobleem

Nadere informatie

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands. Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg.

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands. Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg. Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg. RIVM/Centrum jeugdgezondheid 26 februari 2009 1 1. Inleiding 1.1 Aanleiding

Nadere informatie

Kenmerken van peuters met een taalontwikkelingsstoornis

Kenmerken van peuters met een taalontwikkelingsstoornis Kenmerken van peuters met een taalontwikkelingsstoornis Maartje Kouwenberg (Auris) & Bernadette Vermeij (NSDSK) Anne Spliet (Pento) en Karin Wiefferink (NSDSK) Inhoud Doel van het onderzoek Achtergrond

Nadere informatie

Chapter 9. Samenvatting

Chapter 9. Samenvatting Samenvatting In dit proefschrift wordt beschreven hoe kinderen met Astma of met Developmental Coordination Disorder (DCD), hun kwaliteit van leven (KVL) ervaren vergeleken met gezonde kinderen. Bij schoolgaande

Nadere informatie

Comprehensive Aphasia Test (CAT) CAT workshop juni 2014. Evy Visch-Brink

Comprehensive Aphasia Test (CAT) CAT workshop juni 2014. Evy Visch-Brink Comprehensive Aphasia Test (CAT) CAT workshop juni 2014 Evy Visch-Brink Dutch version CAT Comprehensive Aphasia Test, 2004 Kate Swinburn, Gillian Porter, David Howard CAT-NL, 2014 Evy Visch-Brink, Dorien

Nadere informatie

INDELING VAN DE SPRAAK- EN TAALSTOORNISSEN

INDELING VAN DE SPRAAK- EN TAALSTOORNISSEN 1 INDELING VAN DE SPRAAK- EN TAALSTOORNISSEN INLEIDING Zoals uit het voorgaande is gebleken, is de spraak- en taalontwikkeling een complex proces: verscheidende factoren spelen hierin een rol. Het spreekt

Nadere informatie

Inhoud van de avond. Even voorstellen Gastspreker Hilde van der Vegt 0-1 jaar 1-2 jaar 2-3 jaar 3-4 jaar

Inhoud van de avond. Even voorstellen Gastspreker Hilde van der Vegt 0-1 jaar 1-2 jaar 2-3 jaar 3-4 jaar LOGOPEDIEPRAKTIJK BRUNINK LOGOPEDISCH SPECTRUM REGIO OOST LOGOPEDIEPRAKTIJK NOUWELS LOGOPEDIEPRAKTIJK OOSTERLAAR Inhoud van de avond Even voorstellen Gastspreker Hilde van der Vegt 0-1 jaar 1-2 jaar 2-3

Nadere informatie

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid

Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid Tussendoelen ontwikkeling van de geletterdheid 3;6 4 4;6 5 5;6 6 6,6 7 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes. 1. Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes door

Nadere informatie

WAT DOET DE LOGOPEDIST?

WAT DOET DE LOGOPEDIST? TAAL Afasie Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft. Dit wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een

Nadere informatie

Introductie logopediepraktijk. Van brabbelen tot babbelen. Ons team van logopedisten. Doelstellingen informatieavond.

Introductie logopediepraktijk. Van brabbelen tot babbelen. Ons team van logopedisten. Doelstellingen informatieavond. Van brabbelen tot babbelen Introductie logopediepraktijk heeft vestigingen in Staphorst, Nieuwleusen, Oudleusen en Balkbrug. We werken in een team van 5 logopedisten. 8 oktober 2013 Pinkeltje Balkbrug

Nadere informatie

Stoornis of breder? De stoornis beschrijven De 5 aspecten in een handzaam schema! Casuïstiek Conclusie

Stoornis of breder? De stoornis beschrijven De 5 aspecten in een handzaam schema! Casuïstiek Conclusie Overzicht diagnostisch instrumentarium spraak-taalonderzoek Edith Hofsteede-Botden Rianneke Crielaard Kentalis Sint-Michielsgestel Team Spraak-Taal Overzicht diagnostisch instrumentarium spraak-taalonderzoek

Nadere informatie

Reader voor pedagogisch medewerkers

Reader voor pedagogisch medewerkers Reader voor pedagogisch medewerkers Module 1: Taalaanbod Wat zeg je en hoe zeg je het Rijk taalaanbod Er is veel verschil in taalaanbod: rijke of arme taal en alles daar tussenin. Het is van belang te

Nadere informatie

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de ouders Spraak- en taalstimulatie bij het jonge kind UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde

hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de ouders Spraak- en taalstimulatie bij het jonge kind UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde hoofd, hals en zenuwstelsel info voor de ouders Spraak- en taalstimulatie bij het jonge kind UZ Gent, Dienst Neus-, Keel- en Oorheelkunde Mijlpalen in de spraak- en taalontwikkeling Begrijpen Uw kind.

Nadere informatie

In: Vroeg, vakblad vroegtijdige onderkenning en integrale vroeghulp bij ontwikkelingsstoornissen. Jaargang 29 maart 2012, p.12-14.

In: Vroeg, vakblad vroegtijdige onderkenning en integrale vroeghulp bij ontwikkelingsstoornissen. Jaargang 29 maart 2012, p.12-14. Praten met Gebaren In: Vroeg, vakblad vroegtijdige onderkenning en integrale vroeghulp bij ontwikkelingsstoornissen. Jaargang 29 maart 2012, p.12-14. Trude Schermer Nederlandse Gebarentaal en Nederlands

Nadere informatie

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties

Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties Ronde 3 Joost Hillewaere Eekhoutcentrum Contact: joost.hillewaere@kuleuven-kulak.be Drie maal taal. Taal beschouwen in realistische situaties 1. Inleiding Waarom leren kinderen taal op school? Taal heeft

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Taalontwikkeling en taalstimulering Een onderzoek naar het effect van taalstimulering bij Nederlandstalige en tweetalige kinderen

Taalontwikkeling en taalstimulering Een onderzoek naar het effect van taalstimulering bij Nederlandstalige en tweetalige kinderen .. ~ Taalontwikkeling en taalstimulering Een onderzoek naar het effect van taalstimulering bij Nederlandstalige en tweetalige kinderen.-j Marije Janssen SLm: 0005533 dr. A.M.T. Bosman OLO/KUNijmegen 8

Nadere informatie

Expressieve en receptieve taalvaardigheden van tweelingen: een vergelijkende studie met eenlingen

Expressieve en receptieve taalvaardigheden van tweelingen: een vergelijkende studie met eenlingen Logopedische en Audiologische Expressieve en receptieve taalvaardigheden van tweelingen: een vergelijkende studie met eenlingen, Eline Geenens, Sarah Parmentier, Kristiane Van Lierde Inleiding - Stelling:

Nadere informatie

Dyslexiewijzer. Waarom deze dyslexiewijzer? De rol van de logopedist bij dyslexie

Dyslexiewijzer. Waarom deze dyslexiewijzer? De rol van de logopedist bij dyslexie Dyslexiewijzer Dyslexiewijzer Waarom deze dyslexiewijzer? Voordat kinderen met het leesonderwijs in aanraking komen, kunnen ze al verwezen worden naar een logopedist. Zij hebben dan een logopedische stoornis

Nadere informatie

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Samenvatting Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Negen casestudies naar de verwerving van het Engels, Duits en Zweeds door volwassen moedertaalsprekers

Nadere informatie

Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017)

Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017) Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017) 2. Introductie slaapproblemen Deze introductie beschrijft de definitie van slaapproblemen en slaapstoornissen, de prevalentie en de gevolgen

Nadere informatie

Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis. J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog

Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis. J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog Autisme DSM IV: Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in

Nadere informatie

Thema avond Lezen. Basisschool Oostenwind te Raalte Donderdag 16 januari 2014 Hanneke Berenpas, Logopedist

Thema avond Lezen. Basisschool Oostenwind te Raalte Donderdag 16 januari 2014 Hanneke Berenpas, Logopedist Thema avond Lezen Basisschool Oostenwind te Raalte Donderdag 16 januari 2014 Hanneke Berenpas, Logopedist Programma Verloop taalontwikkeling in vogelvlucht Stimuleren taalontwikkeling Spraak/taalproblemen

Nadere informatie

Longitudinale studie van de communicatieontwikkeling van jonge kinderen met een verstandelijke beperking 22/09/2011. Inleiding. Inleiding.

Longitudinale studie van de communicatieontwikkeling van jonge kinderen met een verstandelijke beperking 22/09/2011. Inleiding. Inleiding. Longitudinale studie van de communicatieontwikkeling van jonge kinderen met een verstandelijke beperking Joke Vandereet Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen, Leuven Expertisecentrum Autisme, UZ Leuven

Nadere informatie

De Klinisch Linguïst. Specialist in. Taalontwikkelingsstoornissen Verworven taalstoornissen

De Klinisch Linguïst. Specialist in. Taalontwikkelingsstoornissen Verworven taalstoornissen De Klinisch Linguïst Specialist in Taalontwikkelingsstoornissen Verworven taalstoornissen Copyright Vereniging voor Klinische Linguïstiek (VKL) April 2000 Secretariaat: Vereniging voor Klinische Linguïstiek

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een goede hand functie is van belang voor interactie met onze omgeving. Vanaf het moment dat we opstaan, tot we s avonds weer naar bed gaan,

Nadere informatie

Als praten niet vanzelf gaat

Als praten niet vanzelf gaat Libra R&A locatie AC Eindhoven Als praten niet vanzelf gaat Niet alle kinderen leren vanzelf goed praten. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. In deze folder leest u waar u op moet letten en wat

Nadere informatie

Bekijk het maar! met Suus & Luuk

Bekijk het maar! met Suus & Luuk Bekijk het maar! met Suus & Luuk Richtlijnen voor taal en sociaal emotionele ontwikkeling die gebruikt kunnen worden in het werken met Bekijk het maar! met Suus & Luuk Taal Midden peuters (ca. 3 jaar)

Nadere informatie

Dubbeldiagnose dyslexie en dysfatische ontwikkeling. Parallelsessie C: Dubbeldiagnoses: dubbele zorg? Januari 2012 Petra van de Ree

Dubbeldiagnose dyslexie en dysfatische ontwikkeling. Parallelsessie C: Dubbeldiagnoses: dubbele zorg? Januari 2012 Petra van de Ree Dubbeldiagnose dyslexie en dysfatische ontwikkeling Parallelsessie C: Dubbeldiagnoses: dubbele zorg? Januari 2012 Petra van de Ree Definitie spraaktaalstoornis Dysfatische ontwikkeling (DO) Specific Language

Nadere informatie

1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington

1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington 1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington 2. Autisme: Kwalitatieve verschillen op 3 gebieden: taalvaardigheden, sociale vaardigheden en beperkte/

Nadere informatie

Wendy vd Bosch en Tanja v Hoef SIMEA 10-04-2014

Wendy vd Bosch en Tanja v Hoef SIMEA 10-04-2014 Wendy vd Bosch en Tanja v Hoef SIMEA 10-04-2014 Doel van vanmiddag presenteren van de huidige situatie stellingen en discussie uitwisselen van ideeën t.b.v. het vormen van een beleid passend bij de huidige

Nadere informatie

Het Functioneel Trainingsprogramma voor Syntaxis (FTS) Van theorie naar praktijk. Joyce Jacobs

Het Functioneel Trainingsprogramma voor Syntaxis (FTS) Van theorie naar praktijk. Joyce Jacobs Het Functioneel Trainingsprogramma voor Syntaxis (FTS) Van theorie naar Joyce Jacobs Bachelor Logopedie, Hogeschool Zuyd, Heerlen (NL) (2007-2011) (Erasmustraject Lessius hogeschool, Antwerpen) Master

Nadere informatie

Zindelijkheidstraining

Zindelijkheidstraining Zindelijkheidstraining Wanneer starten met het zindelijkheidsproces? Nore Kaerts Wanneer is het het juiste moment om te starten met het zindelijkheidsproces bij jonge, gezonde kinderen? Wanneer is het

Nadere informatie

12/04/2015. Effectieve behandeling van kleuters. morfosyntaxis bij kleuters met S- TOS. Morfosyntaxis. Thijs (4;9 jaar) Problemen in morfosyntaxis

12/04/2015. Effectieve behandeling van kleuters. morfosyntaxis bij kleuters met S- TOS. Morfosyntaxis. Thijs (4;9 jaar) Problemen in morfosyntaxis Morfosyntaxis Effectieve behandeling van morfosyntaxis bij kleuters met S- TOS MSc Anouk Bruggink Simea congres 2015 Syntaxis: Zinsbouw van een taal: Woorden in groepen samenvoegen Woorden/groepen woorden

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Verstandelijke beperkingen

Verstandelijke beperkingen 11 2 Verstandelijke beperkingen 2.1 Definitie 12 2.1.1 Denken 12 2.1.2 Vaardigheden 12 2.1.3 Vroegtijdig en levenslang aanwezig 13 2.2 Enkele belangrijke overwegingen 13 2.3 Ernst van verstandelijke beperking

Nadere informatie

CELF-4-NL & CELF Preschool-2-NL

CELF-4-NL & CELF Preschool-2-NL CELF-4-NL & CELF Preschool-2-NL Clinical Evaluation of Language Fundamentals Sjoerd Pieters Consultant Pearson Basis van de CELF s constructie test modaliteiten: Receptief Expressief -> 5 taaldomeinen

Nadere informatie

Diagnostiek en behandeling

Diagnostiek en behandeling Diagnostiek en behandeling Hans Kaffener Diagnostiek en behandeling Kennismaking met de Doelgroep TOS in theorie en in beleving Wat biedt Kentalis diagnostiek en behandeling Hoe kom je bij Kentalis? verwijsmogelijkheden

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens

Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens Transparency in Language: A Typological Study S.C. Leufkens Transparency in language. A typological study Sterre Leufkens Een taal kun je zien als een verzameling vormen (woorden, zinnen, klanken, regels),

Nadere informatie

Kind, Taal & Ontwikkeling. Taalontwikkeling & taalproblemen Prematuur geboren kinderen en hun verdere ontwikkeling (film)

Kind, Taal & Ontwikkeling. Taalontwikkeling & taalproblemen Prematuur geboren kinderen en hun verdere ontwikkeling (film) Kind, Taal & Ontwikkeling Taalontwikkeling & taalproblemen Prematuur geboren kinderen en hun verdere ontwikkeling (film) 1e letter vervangen door een andere: de eerste letters vormen dan van boven naar

Nadere informatie

Leren praten. Praten gaat niet vanzelf, praten moet je leren. Een kind leert praten door horen, zien en doen.

Leren praten. Praten gaat niet vanzelf, praten moet je leren. Een kind leert praten door horen, zien en doen. Leren praten Leren praten Praten gaat niet vanzelf, praten moet je leren. Een kind leert praten door horen, zien en doen. De rol van de ouders is heel belangrijk. Zij geven het goede voorbeeld, zij reageren

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie

ONDERZOEK OVER EN MET STAP

ONDERZOEK OVER EN MET STAP ONDERZOEK OVER EN MET STAP Anne Baker STAP cursus april 2010 1 Inhoud van deze presentatie Achtergrond: gebruik van spontane taal analyses Het ontstaan van STAP : de verantwoording Verder onderzoek met

Nadere informatie

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd vanaf 4 jaar

ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND. Leeftijd vanaf 4 jaar ZEG HET MAAR HET PRATEN VAN UW KIND Leeftijd vanaf 4 jaar Het leren praten van uw kind gaat vaak bijna vanzelf. Toch is er heel wat voor nodig voordat uw kind goed praat. Soms gaat het niet zo vlot met

Nadere informatie

Autisme spectrum conditie

Autisme spectrum conditie (potentiële) belangenverstrengeling Geen Autisme spectrum conditie Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Triversum W. Veenboer Kinder- en jeugdpsychiater Dag van eerste lijn Januari

Nadere informatie

AUDIOLOGISCH CENTRUM HOLLAND NOORD ALKMAAR. Het AC als centrum voor Spraaktaaldiagnostiek

AUDIOLOGISCH CENTRUM HOLLAND NOORD ALKMAAR. Het AC als centrum voor Spraaktaaldiagnostiek AUDIOLOGISCH CENTRUM HOLLAND NOORD ALKMAAR Het AC als centrum voor Spraaktaaldiagnostiek Het spraaktaalteam van het ACHN Multidisciplinair team bestaat uit: Gedragswetenschappers (orthopedagogen/psychologen)

Nadere informatie

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren

TAAL IS LEUK. Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren TAAL IS LEUK Adviezen om de taalontwikkeling te stimuleren 1 Inhoudsopgave Pagina Besteed extra aandacht aan de taal van uw kind 4 Adviezen die u kunt toepassen tijdens een gesprekje met uw kind 5 Maak

Nadere informatie

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp

Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Semantic Versus Lexical Gender M. Kraaikamp Samenvatting Semantisch versus lexicaal geslacht: synchrone en diachrone variatie in Germaanse geslachtscongruentie De meeste Germaanse talen, waaronder het

Nadere informatie

Moedertaalontwikkeling en leren lezen een paar apart

Moedertaalontwikkeling en leren lezen een paar apart Evaluatie Moedertaalontwikkeling en leren lezen een paar apart Prof. dr. S. Goorhuis-Brouwer Oma, deze tekening is voor Tess. Wil jij even opschrijven voor Tess? Dit vraagt de ruim vijfjarige kleindochter

Nadere informatie

Primaire preventie Behandeling P(rimaire p)reventie Secundaire preventie

Primaire preventie Behandeling P(rimaire p)reventie Secundaire preventie 1 Screening en gezondheidsbeleid Voorkomen is altijd beter dan genezen? Leuven, 24 april 2015 Prof. Dr. Joost Weyler Epidemiologie en Sociale Geneeskunde Screening en preventie Schema 2 Screening en preventie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Aspecten van de non verbale communicatie in Spraak taalproblemen bij een dysfatische ontwikkeling (S TOS / SLI):

Aspecten van de non verbale communicatie in Spraak taalproblemen bij een dysfatische ontwikkeling (S TOS / SLI): Non-verbale communicatie in de differentiële diagnostiek bij spraak-taalstoornissen Ank Verschoor Specifieke moeilijkheden: Secundaire problemen bij een dysfatische ontwikkeling (SLI/S TOS) Comorbiditeit

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participatie in vrijetijdsactiviteiten van kinderen en adolescenten met een lichamelijke beperking

Nadere informatie

Afasie bij kinderen met epilepsie. Symposium 'Verworven kinderafasie,

Afasie bij kinderen met epilepsie. Symposium 'Verworven kinderafasie, Afasie bij kinderen met epilepsie Symposium 'Verworven kinderafasie, 13-01-2017 Afasie bij kinderen met epilepsie Epilepsiesyndromen en achteruitgang op gebied van taal/ afasie 3 casussen; aard en verloop

Nadere informatie

Fasen van taalontwikkeling

Fasen van taalontwikkeling Fasen van taalontwikkeling Inhoud 1. Fasen van Taalontwikkeling 2. De prelinguale periode Huilen Vocaliseren Vocaalspel Brabbelen 3. De vroeglinguale periode De éénwoordfase De twee- en meerwoordfase 4.

Nadere informatie

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers?

Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Wat te doen met zwakke begrijpend lezers? Cor Aarnoutse Wat doe je met kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen? In dit artikel zullen we antwoord geven op deze vraag. Voor meer informatie verwijzen

Nadere informatie

VERSLAG M-DECREET DEEL I : ATTEST IDENTIFICATIEGEGEVENS LEERLING OUDERS CLB. Klik hier als u tekst wilt invoeren. Voor- en achternaam

VERSLAG M-DECREET DEEL I : ATTEST IDENTIFICATIEGEGEVENS LEERLING OUDERS CLB. Klik hier als u tekst wilt invoeren. Voor- en achternaam VERSLAG M-DECREET DEEL I : ATTEST IDENTIFICATIEGEGEVENS LEERLING Geboortedatum 19.04.2012 Geslacht Adres Vrouw OUDERS moeder vader Adres (indien anders dan adres leerling) Nvt. Tel / mail: Tel / mail:

Nadere informatie

NAAM ORGANISATIE: KDV DE KNUFFEL ACTIVITEIT:

NAAM ORGANISATIE: KDV DE KNUFFEL ACTIVITEIT: ADRES: Kinderopvang Knuffel Machteld Versweyveld Columbiastraat 231 2030 Antwerpen NAAM ORGANISATIE: KDV DE KNUFFEL CONTACTGEGEVENS: 035413154 KDV.knuffel@stad.antwerpen.be ACTIVITEIT: TREFWOORDEN: VOORTDUREND

Nadere informatie

Voorwoord. Kwaliteitskringproduct Beschrijvingen bij logopedische onderzoeken KK245 Woerden 2

Voorwoord. Kwaliteitskringproduct Beschrijvingen bij logopedische onderzoeken KK245 Woerden 2 Voorwoord Geachte collega s. Dit kringproduct geeft een beschrijving van de meest gebruikte logopedische tests. Het beschrijft wat de tests / testonderdelen precies inhouden en hoe de scores geïnterpreteerd

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

De Nederlandstalige Nonspeech Test (NNST): een nieuw diagnostisch instrument voor vroege communicatie

De Nederlandstalige Nonspeech Test (NNST): een nieuw diagnostisch instrument voor vroege communicatie De Nederlandstalige Nonspeech Test (NNST): een nieuw diagnostisch instrument voor vroege communicatie Inge Zink 1 en Dirk Lembrechts 2 Samenvatting Om het communicatieniveau van kinderen met een taalontwikkelingsleeftijd

Nadere informatie

Er was eens.een anderstalig kind. Josée Coenen HCO

Er was eens.een anderstalig kind. Josée Coenen HCO Er was eens.een anderstalig kind Josée Coenen HCO Stijgen / Dalen 1. Eén persoon stelt een gesloten vraag 2. Is het antwoord op u van toepassing; dan gaat u staan. Is het niet op u van toepassing: dan

Nadere informatie

Taaltests. Limitatieve lijst RIZIV Preverb Fonologie Lexicon Semantiek Morfologie Syntaxis Prag Leeftijd Normen uitgave

Taaltests. Limitatieve lijst RIZIV Preverb Fonologie Lexicon Semantiek Morfologie Syntaxis Prag Leeftijd Normen uitgave Taaldiagnostiek in Nederland en Vlaanderen: meerwaarde van de Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) Inge Zink Taaldiagnostiek Nederlandse taalgebied Taaltests Limitatieve lijst RIZIV Preverb

Nadere informatie