Onderzoek naar de ontwikkeling van maatregelen om het niveau van brandveiligheid te verhogen op bouwplaatsen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek naar de ontwikkeling van maatregelen om het niveau van brandveiligheid te verhogen op bouwplaatsen"

Transcriptie

1 Onderzoek naar de ontwikkeling van maatregelen om het niveau van brandveiligheid te verhogen op bouwplaatsen Bart Vanbever Promotor: prof. dr. ir. Bart Merci Begeleiders: ir. Nele Tilley, prof. dr. ir. Paul Vandevelde Scriptie ingediend tot het behalen van de academische graad van Postgraduaat Fire Safety Engineering Vakgroep Mechanica van stroming, warmte en verbranding Voorzitter: prof. dr. ir. Roger Sierens Faculteit Ingenieurswetenschappen Academiejaar

2

3 Onderzoek naar de ontwikkeling van maatregelen om het niveau van brandveiligheid te verhogen op bouwplaatsen Bart Vanbever Promotor: prof. dr. ir. Bart Merci Begeleiders: ir. Nele Tilley, prof. dr. ir. Paul Vandevelde Scriptie ingediend tot het behalen van de academische graad van Postgraduaat Fire Safety Engineering Vakgroep Mechanica van stroming, warmte en verbranding Voorzitter: prof. dr. ir. Roger Sierens Faculteit Ingenieurswetenschappen Academiejaar

4 Voorwoord Als bouwkunde, veiligheid en management een rode draad vormen door je loopbaan, dan hoeft het niet te verbazen, dat bij het zoeken naar een onderwerp voor een scriptie Fire Safety Engineering een artikel over brandveiligheid op bouwplaatsen [1] de aandacht trekt. Het was de start van een boeiende zoektocht naar informatie over een onderwerp dat op het eerste zicht onontgonnen terrein leek. Het resultaat van deze zoektocht vind je hieronder. Gelukkig werd ik op deze tocht begeleid door meerdere mensen die ik hierbij hartelijk wil bedanken voor hun steun en advies: Mijn promotor prof. dr. ir. Bart Merci en begeleiders ir. Nele Tilley, prof. dr. ir. Paul Vandevelde voor hun goede raad en aanmoediging onder andere bij de tussentijdse evaluaties. Mijn medestudenten voor de collegiale sfeer en met een knipoog, de morele steun in moeilijke tijden. Mijn collega s en de directie bij Vinçotte, die me de middelen en de ruimte gaven om deze studies te volgen, waarbij ik special Guido Laridaen, Rony Deblauwe en Carl Beijloos wil vermelden voor hun actieve steun bij dit project. Verschillende personen die professioneel met deze materie te maken hebben, bezorgden me nuttige informatie en tips of maakten tijd vrij om mijn vragen te beantwoorden. Daarvoor dank aan: (in willekeurige volgorde) M. Hugo Steeman, adviseur-generaal, FOD WASO M. Jan De Saedeleer, FOD BiZa en docent regelgeving in deze cursus Mevr. Emmy Streuve, NAVB M. Jan Dillen, ingenieur-adviseur, De Federale Verzekering Mevr. Tessa Borloo, Instituut Mariagaard, Wetteren M. Peter De Ridder, veiligheidscoördinator preventieadviseur, TUC Rail M. Marc Ooms, preventiedienst, AA verzekeringen M. Johan Debeuckelaere, preventiedienst, KBC verzekeringen En tot slot: veel dank aan mijn vriendenkring en familie die me gedurende de laatste 2 jaar met veel geduld zijn blijven steunen en aanmoedigen en die mee gedeeld hebben in de onvermijdelijke stress die de combinatie van werken en studeren met zich meebrengt. Daarbij wil ik zeker Jeroen en Laura, mijn kinderen en echte studenten bedanken die nu eens de rollen konden omdraaien en hun vader coachen. Mijn echtgenote Chantal die de laatste 2 jaar naast een drukke professionele activiteit een ongelooflijke inspanning heeft geleverd om het gezin draaiende te houden, verdient ongetwijfeld het meeste dank!

5 Toelating tot bruikleen De auteur geeft de toelating deze scriptie voor consultatie beschikbaar te stellen en delen van de scriptie te kopiëren voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik valt onder de beperkingen van het auteursrecht, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de bron uitdrukkelijk te vermelden bij het aanhalen van resultaten uit deze scriptie. Bart Vanbever, juni 2009

6 Onderzoek naar de ontwikkeling van maatregelen om het niveau van brandveiligheid te verhogen op bouwplaatsen door Bart Vanbever Scriptie ingediend tot het behalen van de academische graad van Postgraduaat Fire Safety Engineering Academiejaar Promotor: prof. dr. ir. Bart Merci Begeleiders: ir. Nele Tilley, prof. dr. ir. Paul Vandevelde Faculteit Ingenieurswetenschappen Universiteit Gent Vakgroep: Mechanica van stroming, warmte en verbranding Voorzitter: prof. dr. ir. Roger Sierens Samenvatting In deze scriptie wordt gezocht naar mogelijkheden om de brandveiligheid op bouwplaatsen te verbeteren. Daarbij wordt er vertrokken van een analyse van de huidige situatie. De inhoud van de actuele regelgeving, waaronder het K.B. Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen en enkele codes van goede praktijk wordt besproken. Aan de hand van deze voorschriften, statistieken en gegevens uit de praktijk wordt getracht een beeld te krijgen van de brandrisico s op bouwplaatsen en de manier waarop deze momenteel worden aangepakt. De resultaten van die analyse worden vanuit een Fire Safety Engineering standpunt bekeken en aangevuld. Het resultaat is een methode voor het beoordelen van de brandrisico s bij bouwwerken die een ruimer en beter onderbouwd denkkader biedt dan de gebruikelijke aanpak. Trefwoorden Fire Safety Engineering, Brandveiligheid, Bouwplaatsen, Risicoanalyse

7 Research on measures to improve fire safety on construction sites Bart Vanbever Supervisors: prof. dr. ir. Bart Merci, ir. Nele Tilley, prof. dr. ir. Paul Vandevelde Abstract This article searches solutions to improve the fire safety on construction sites based on a Fire Safety Engineering approach. Keywords Fire Safety Engineering, Construction Sites, Risk Assessment Introduction Fire Engineers tend to focus on the fire safety of the completed construction and so do most of the Fire Safety Regulations. The fire safety during the building process is often overlooked. During construction most passive and active fire protection systems are not yet operational. Furthermore the fire prevention organisation that should cope with this lack of protection is often not in place. Reasons enough to analyse the actual situation and to look for solutions. In order to get a good picture of how construction fire safety is treated, several sources were examined: legislation, statistics, codes of good practice and safety co-ordination files. Legislation In the European Safety at Work legislation, there is one directive that aims (as a part of health and safety at work) the fire safety on construction sites. This Directive on safety and health requirements at temporary or mobile construction sites [1], provides a good framework for fire safety as this is mentioned as one of the safety requirements. A strong point of this directive is the safety coordination that starts during the design of the building. By doing so, the design can be adapted to improve the fire safety during the construction. Especially for Fire Safety Engineers, the good news is that this legislation is performance based and relies on risk assessment. Fire Risks A lot of publications and construction professionals acknowledge that fire is an important risk during the building process. Unfortunately there is little statistical evidence to proof this point. In the US for instance [2], the available statistics combine construction and vacant buildings, thus limiting the possibilities to draw conclusions on the causes of fire during construction. Others sources providing an insight on the construction fire risks are standards or codes of good practice like NFPA 241 [3] or in the UK, the Joint Code of Practice on the Protection from Fire of Construction Sites and Buildings Undergoing Renovation [4]. To complete the picture a limited survey of how construction site safety co-ordinators assess fire risks was completed. The conclusion at this point was that in spite of a good legal framework and some well developed standards, the reality shows poor fire risk assessments. Fire Protection The next step towards a solution is an overview of the possibilities to provide fire protection on construction sites. Both active and passive fire protection systems suffer from the typical limitations of construction sites: a rough and continuously changing environment with important risks to damage these systems. It is not impossible though to either temporarily or progressively install such protection. Amongst others The Fire Protection Engineering magazine No. 41 [5], discusses some solutions. If active and passive protection are subject to limitations, a strong fire safety organisation needs to compensate these limitations. Adequate organisations are described in NFPA 241 [3] and the above mentioned Joint Code of Practice [4]. When integrated with the general safety co-ordination, a solid organisation can be build. A key factor for success is to start preparing all those protections during the design phase. Checklist The results of this research have been compiled into an open expert checklist using a Fire Safety Engineering approach. The choice for a checklist is based on the need for a flexible and relatively fast methodology. Quantitative fire risk assessment is too time consuming to apply on the numerous situations to be analysed on a construction site. A quantitative approach would also suffer from the lack of statistical data.

8 The checklist provides a series of questions for the project in general and a shorter list of questions to analyse specific situations related to a certain location and time. Each item can be linked to a particular fire scenario. Documenting the fire-scenario s is essential in a risk assessment. Without this key information, a reader can only guess what the author had in mind when he/she evaluated a risk e.g. as severe. Conclusion The proposed methodology provides a general and structured framework to assess fire safety risks during construction in qualitative way. The quality of the results can be improved by discussing the questions with a group of experts. The resulting documents can be used to communicate the residual risks and proposed protective measures to other stakeholders or to demonstrate to the authorities compliance with the obligation to assess the fire risks. References [1] Council Directive 92/57/EEC of 24 June 1992 on the implementation of minimum safety and health requirements at temporary or mobile construction sites [2] Marty Ahrens, Selections from the U.S. fire problem overview report, Leading causes and other patterns and trends, Properties that are vacant, under construction, renovation or demolition, NFPA, June 2003 [3] NFPA 241, Standard for Safeguarding Construction, Alteration, and Demolition Operations, 2009 [4] Fire Prevention on Construction Sites - The Joint Code of Practice on the Protection from Fire of Construction Sites and Buildings Undergoing Renovation. Construction Confederation and The Fire Protection Association, UK, January [5] Fire Protection Engineering, Construction Fire Safety, Issue No. 41, Winter 2009, SFPE magazine

9 Inhoudsopgave 1 Probleemstelling Voorschriften brandveiligheid op bouwplaatsen Overzicht regelgeving Toepassingsgebieden Bouwen versus verbouwen Regelgeving Welzijn op het Werk AREI Milieuregelgeving K.B. Basisnormen Specifieke regelgeving brandveiligheid Veiligheid van producten Brandweervoorschriften Andere voorschriften Synthese voorschriften Concrete doelstelling van de scriptie Inschatting van de risico's Statistieken Analyse regels van goed vakmanschap Analyse veiligheidscoördinatie dossiers Praktijk & ervaringsgegevens Risicofactoren - synthese Brandbeveiliging Passieve brandbeveiliging Actieve brandbeveiliging Organisatie van de brandveiligheid Synthese brandbeveiliging Praktische aanpak Waarom controlelijsten? Gebruik van controlelijsten Structuur van de controlelijsten Inspiratie uit ISO/TS & Inspiratie uit NFPA Controlelijsten Risicobeheer & projectplanning Synthese gebruik controlelijsten Besluit... 91

10 7 Bijlagen Uittreksel uit K.B. TMB KBC voorwaarden bouwplaatsen Controlelijsten Bibliografie Lijst van tabellen Lijst van figuren

11 Tabel van afkortingen en symbolen Afkorting Alarm AO ARAB AREI BPR CEA Codex EDPB EDTC Verklaring Het alarm beveelt de gebruikers hun compartiment te verlaten. (uit het K.B. Basisnormen, gelijkaardige definitie in andere Belgische regelgeving) Arbeidsongeval(len) Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties Bouwplaatsrisico s, term gebruikt door de verzekeringen Comité Européen des Assurances De Codex Welzijn op het Werk Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk Externe Dienst voor Technische Controle EVD Explosie Veiligheidsdocument [2] FMEA (FMECA) FOD BiZa FOD WASO FRAME GPP HAZOP IDPB JAP JCoP K.B. K.B. ATE Arbeidsplaatsen K.B. Basisnormen K.B. Opslagplaatsen ontvlambare producten K.B. tijdelijke en mobiele bouwplaatsen of K.B. TMB Failure Mode and Effect (and Criticality) Analysis Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Fire Risk Assessment Method for Engineers Globaal Preventieplan Hazard and Operability Study Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk Jaarlijks Actieplan Fire Prevention on Construction Sites - The Joint Code of Practice on the Protection from Fire of Construction Sites and Buildings Undergoing Renovation. 6th edition. UK : Construction Confederation + The Fire Protection Association [3] Koninklijk Besluit Koninklijk besluit van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen Koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen. Koninklijk besluit van 13 maart 1998 betreffende de opslag van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen. Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.

12 Afkorting K.B. Veiligheids- en gezondheidssignalering K.B. Ziekenhuizen Verklaring Koninklijk besluit van 17 juni 1997 betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk Koninklijk besluit van 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek waaraan ziekenhuizen moeten voldoen. Kaderrichtlijn Kaderrichtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk Melding NAVB NFIRS NFPA PA PERT PID Richtlijn TMB Richtlijn Veiligheids- en gezondheidssignalering RIE RWA TMB De melding bestaat erin de brandweer te informeren over de ontdekking of de detectie van een brand. (uit het K.B. Basisnormen, gelijkaardige definitie in andere Belgische regelgeving) Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf [België] National Fire Incident Reporting System [USA] National Fire Protection Association [USA] Preventieadviseur Program (or Project) Evaluation and Review Technique Postinterventie dossier Achtste bijzondere richtlijn 92/57/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen Negende bijzondere richtlijn 92/58/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften voor de veiligheidsen/of gezondheidssignalering op het werk Risico-inventarisatie en evaluatie Rook- en warmteafvoer Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen Waarschuwing De waarschuwing behelst het doorgeven van de ontdekking of de detectie van een brand aan de organisatorisch daarbij betrokken personen. (uit het K.B. Basisnormen, gelijkaardige definitie in andere Belgische regelgeving) Welzijnswet Wg Wn Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Werkgever Werknemer

13 1 Probleemstelling Doorgaans wordt veel aandacht besteed aan de brandveiligheid van een afgewerkt project. De brandveiligheid tijdens bouwen of verbouwen krijgt weinig aandacht, hoewel de brandrisico's niet gering zijn. Brandbeveiliging wordt immers tegelijkertijd met het bouwwerk gerealiseerd. De meeste brandbeveiligingsmaatregelen worden pas effectief in de laatste fase van de werkzaamheden. Tijdens het (ver)bouwproces ontbreken dus zowel de passieve als actieve brandbeveiliging, alsook de organisatie die hierbij aansluit. (Ver)bouwen betekent vaak een verhoogd brandrisico, veroorzaakt door bv. lassen, slijpen, werken met solventen, verhoogde brandlast, tijdelijk of gedeeltelijk buiten dienst stellen van veiligheidssystemen, enz. De organisatie van de brandveiligheid vertoont dikwijls tekortkomingen, bv. met betrekking tot informatie & opleiding van het aanwezige personeel in verband met eerste interventie en evacuatie bij brand. Er is dus een nood om de risico's in kaart te brengen en oplossingen te zoeken. In deze scriptie worden praktische aanbevelingen uitgewerkt om de brandveiligheid tijdens (ver)bouwactiviteiten te verzekeren. Deze aanbevelingen bestaan uit: een algemene methodologie om de brandveiligheidsrisico s op bouwplaatsen gestructureerd aan te pakken; concrete voorstellen om het niveau van brandveiligheid te verhogen, rekening houdend met de huidige stand van techniek. Het is de bedoeling deze scriptie nadien te vertalen naar een opleidingsmodule voor personen die betrokken zijn bij de veiligheid op bouwplaatsen, zoals veiligheidscoördinatoren, preventieadviseurs, aannemers,... Om deze aanbevelingen te formuleren, wordt aandacht besteed aan: de (al dan niet toepasselijke) regelgeving in België; het analyseren van de risico's; de mogelijke rol van passieve & actieve brandbeveiliging; de implicaties op de organisatie (preventie, interventie, evacuatie). In de praktijk zijn de brandveiligheidsrisico s niet los te zien van andere risico s of worden met andere woorden noodsituaties ten gevolge van brand of andere factoren best gecoördineerd aangepakt. Deze scriptie beperkt zich echter tot brandveiligheid. Het doel is een globaal en coherent overzicht te geven van deze problematiek. Er bestaat voldoende literatuur die gedetailleerd ingaat op bepaalde deelaspecten, zoals bv. laswerken. Een brede kijk die de lacunes in de huidige benaderingen opvult ontbreekt echter. 1

14 2 Voorschriften brandveiligheid op bouwplaatsen Het doel van dit hoofdstuk is een overzicht te geven van voorschriften die verband houden met de brandveiligheid op bouwplaatsen. De reglementaire verplichtingen worden besproken aan de hand van hun toepassingsgebied en de inhoud relevant voor deze scriptie. Daarbij wordt eveneens aangeven wat de aard van de verplichtingen is: prescriptief of resultaatgericht. Naast de regelgeving bestaan er een reeks niet reglementaire voorschriften of codes van goede praktijk. Deze codes van goede praktijk vullen de regelgeving aan en helpen om een beeld te krijgen van de meest voorkomende risico s. 2.1 Overzicht regelgeving De basistekst in de regelgeving is zoals verder wordt aangetoond, het K.B. Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen (TMB) [4]. In de praktijk zal men echter dat K.B. moeten gebruiken in combinatie met een reeks voorschriften waarvan de verbanden in Figuur 1 Overzicht regelgeving schematisch zijn weergegeven. Het K.B. TMB moet niet alleen in zijn context binnen de Welzijnsregelgeving gezien worden maar eveneens in relatie met andere regelgeving zoals het AREI of de regelgeving in verband met veiligheid van producten en diensten. Figuur 1 Overzicht regelgeving In de volgende punten wordt dit schema verduidelijkt. 2

15 2.2 Toepassingsgebieden Toepassingsgebied - bouwplaatsen Deze scriptie richt zich wat de aard van de werken en de eraan gerelateerde risico's betreft, hoofdzakelijk op bouwplaatsen zoals gedefinieerd in de welzijnswet en het K.B. tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. Wat de risico's betreft is de aard van de werken belangrijker dan de exacte juridische afbakening van tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. Ter informatie, art van het K.B. tijdelijke en mobiele bouwplaatsen geeft de volgende lijst van werken: Art Dit besluit is van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, namelijk de plaatsen waar de volgende bouwwerken of werken van burgerlijke bouwkunde worden uitgevoerd: 1 graafwerken; 2 grondwerken; 3 funderings- en verstevigingswerken; 4 waterbouwkundige werken; 5 wegenwerken; 6 plaatsing van nutsleidingen, inzonderheid, riolen, gasleidingen, elektriciteitskabels, en tussenkomsten op deze leidingen, voorafgegaan door andere in deze paragraaf bedoelde werken; 7 bouwwerken; 8 montage en demontage van, inzonderheid, geprefabriceerde elementen, liggers en kolommen; 9 inrichtings- of uitrustingswerken; 10 verbouwingswerken; 11 vernieuwbouw; 12 herstellingswerken; 13 ontmantelingswerken; 14 sloopwerken; 15 instandhoudingswerken; 16 onderhouds-, schilder- en reinigingswerken; 17 saneringswerken; 18 afwerkingswerkzaamheden behorende bij één of meer werken bedoeld in 1 tot Toepassingsgebied - werkgevers en werknemers Deze bespreking beperkt zich tot bouwplaatsen waarbij werkgevers en werknemers betrokken zijn zoals bepaald in art.2. van de welzijnswet [5]. Samengevat komt dit neer op werkgevers en werknemers en zelfstandigen die op de bouwplaats werkzaam zijn (zie art.2. 2.). Praktisch gezien zijn dit nagenoeg alle bouwplaatsen. Van zodra er immers sprake is van een werknemer op de bouwplaats, is deze regelgeving van toepassing. 3

16 2.2.3 Toepassingsgebied bouwen of verbouwen Er is een belangrijk onderscheid tussen het bouwen van een nieuwe constructie en het verbouwen van een bestaande constructie waarbij de werfzone al dan niet verder in bedrijf blijft. Zonder in detail te treden, kan gesteld worden dat tijdens het (ver)bouwen de brandveiligheidsvoorschriften voor de werfzone opgelegd worden via de regelgeving welzijn op het werk. Het toepassingsgebied van andere regelgeving in verband met brandveiligheid beperkt zich immers tot het bouwwerk van zodra het voor normaal gebruik geopend wordt. Het K.B. Basisnormen [6] bv. is van toepassing op nieuwe gebouwen. Het nieuwe slaat dan op de datum van aanvraag van de bouwvergunning. De term gebouw wordt dan gedefinieerd in functie van de hoogte en enkele andere karakteristieken. Nergens wordt expliciet gezegd dat men onder gebouw de afgewerkte constructie verstaat. Doch de gangbare interpretatie dat dit K.B. het gebouw beoogt in afgewerkte toestand, wordt bevestigd door het FOD BiZa. Citaat van de FOD Binnenlandse Zaken: Bij wijze van interpretatie gaan wij er van uit dat het gebouw dient te beantwoorden aan de basisnormen op het ogenblik dat het gebouw in gebruik wordt genomen. Als het gebouw in fasen wordt opgetrokken geldt dan in principe dat een bepaalde fase maar mag in gebruik worden genomen als deze overeenstemt met de voorschriften van de basisnormen en dat de andere fasen er brandwerend van gescheiden zijn. Men mag ervan uitgaan dat deze interpretatie ook geldt voor andere specifieke brandveiligheidsvoorschriften zoals bv. het K.B. ziekenhuizen [7], de besluiten van de gemeenschappen voor rustoorden voor bejaarden. Bij verbouwen zal men voor het deel dat in gebruik blijft en dat al dan niet kan overlappen met de werfzone wel de regelgeving voor het gebouw in gebruik moeten blijven respecteren Toepassingsgebied - brand Onder brand verstaan we een ongecontroleerde schadebrengende verbranding. Zie bv. het K.B. Basisnormen, Bijlage 1: Terminologie, 1 Algemene Definities. 1.1 Brand: geheel van de verschijnselen behorend bij een niet-gecontroleerde schadebrengende verbranding. Deze scriptie beperkt zich tot het brandrisico. In de praktijk zullen verschillende maatregelen die genomen worden omwille van de brandveiligheid een deel zijn van algemene noodmaatregelen of noodplannen. Denk bv. aan de bereikbaarheid en de toegang voor de hulpdiensten. 2.3 Bouwen versus verbouwen Deze tabel geeft een algemeen overzicht van de voorschriften waarmee moet rekening gehouden worden om de brandveiligheid tijdens bouwwerken te verzekeren. Deze tabel is zeker niet volledig, maar illustreert wel een manier waarop voor specifieke bouwwerken een duidelijker zicht kan gekregen worden op wat al dan niet moet of kan toegepast worden tijdens het bouwproces. De relevante inhoud van deze voorschriften wordt verder besproken. 4

17 Voorschrift Nieuwbouw Verbouwen Regelgeving Welzijn op het werk AREI [8] JA JA Milieuregelgeving JA JA f(toepassingsgebied activiteiten) 5 JA JA f(toepassingsgebied activiteiten) K.B. Basisnormen NEE JA Specifieke regels in verband met brandveiligheid (bv. rustoorden, scholen) Brandweervoorschriften (via Burgemeester Gemeentewet) Verzekeringen (Assuralia of specifieke verzekeringsonderneming) NEE JA (in voorkomend geval) JA zie polis Brand f(toepassingsgebied bestaand gebouw) JA f(toepassingsgebied bestaand gebouw) JA (in voorkomend geval) JA zie polis BPR & AO NFPA 241 [9] JA JA Tabel 1 Bouwen - Verbouwen 2.4 Regelgeving Welzijn op het Werk Het toepassingsgebied werd hierboven verduidelijkt, hieronder wordt een samenvatting gegeven van de voorschriften in verband met de brandveiligheid bij bouwwerken en wordt aandacht besteed aan prescriptieve en resultaatsgerichte aspecten. Dit is een synthese van de meest relevante delen van deze uitgebreide regelgeving. Over de inhoud van dit hoofdstuk worden volledige opleidingen gegeven, zoals de academische opleiding tot preventieadviseur - niveau 1. Dit werk heeft niet de ambitie noch de doelstelling om alle details weer te geven, daarvoor verwijzen we naar de teksten zelf, de uitgebreide literatuur op dit gebied en de talrijke specialisten in dit domein. Een goed vertrekpunt voor meer informatie is de website van de FOD WASO, namelijk Welzijnswet & Codex Welzijn op het Werk Wie in deze wetgeving op zoek gaat naar concrete voorschriften (lees: technische of prescriptieve voorschriften) om de brandveiligheid bij bouwwerken aan te pakken, komt van een kale reis thuis. Deze teksten zullen inderdaad niet voorschrijven hoeveel brandblussers er moeten geplaatst worden enz. De welzijnswet en bij uitbreiding de Codex leggen vooral de nadruk op het behalen van een bepaald resultaat, namelijk het vrijwaren van het welzijn van de werknemers. Welzijn kan men samenvatten als arbeidsveiligheid, ergonomie, arbeidsmilieu, psychosociaal welzijn en gezondheid. Een werknemer moet m.a.w. na afloop van zijn werkdag (of bij uitbreiding zijn loopbaan) dezelfde fysische en psychische integriteit behouden als voor de aanvang van zijn werkdag.

18 Brandveiligheid is één van de aspecten die in deze context past. Hoe een werkgever deze doelstelling moet realiseren wordt verduidelijkt enerzijds in een aantal specifieke K.B. s opgenomen in de Codex (zie hieronder), anderzijds in de welzijnswet zelf en in Titel I - Algemene beginselen, meer bepaald het Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk [10]. In essentie komt het hierop neer: - De werkgever voert een beleid waarbij systematisch alle risico s voor het welzijn op het werk worden opgespoord en aangepakt. De tekst spreekt van een dynamisch risicobeheersingsysteem waarmee men duidelijk maakt dat het geen eenmalige oefening is, maar een permanent beleid dat mee evolueert met het bedrijf en de stand van techniek. Verder spreekt men ook van een structurele planmatige aanpak van preventie, geen improvisatie dus maar wel een systematische behandeling. - Er worden ook middelen opgelegd om dit beleid vorm te geven, zoals: o een globaal preventieplan (GPP), d.i. een plan dat telkens 5 jaar vooraf weergeeft wat zal gerealiseerd worden om het welzijn op het werk te verbeteren. Het plan wordt regelmatig geëvalueerd en aangepast. o een jaarlijks actieplan (JAP) waarmee de projecten uit het GPP geconcretiseerd worden op jaarbasis o beide bovenstaande documenten worden o.a. gebaseerd op een risicoinventarisatie en evaluatie (RIE) over alle aspecten van welzijn op het werk die regelmatig wordt bijgewerkt. 6

19 - Coördinatie tussen verschillende bedrijven (werkgevers) is een ander belangrijk punt. De verplichting tot coördinatie (afstemming van het preventiebeleid) vindt men in verschillende gradaties terug in de welzijnswetgeving, gaande van de eenvoudige coördinatie met een bedrijf dat werken uitvoert in een ander bedrijf tot de complexe coördinatie voor grote bouwwerken. Alle aspecten van deze coördinatieplicht hier uiteenzetten zou ons echter te ver leiden. Het basisprincipe dat hieronder schematisch wordt weergeven is het volgende: Indien een werkgever A een werknemer werken wil laten uitvoeren bij werkgever B, dan moet werkgever B vooraf voldoende informatie geven over de relevante risico s en de preventiemaatregelen in bedrijf B. Van werkgever A wordt dan verwacht dat hij deze informatie omzet in duidelijke instructies voor zijn werknemer. Tot slot moet werkgever B zich er voor de aanvang van de werken van vergewissen dat werknemer A wel degelijk op de hoogte is. Figuur 2 Coordinatieprincipe - Het spreekt voor zich dat het toepassen van dit eenvoudige basisprincipe op complexe situaties waarbij meerdere bedrijven werken uitvoeren op eenzelfde arbeidsplaats geen sinecure is. Vandaar dat de wetgever voor complexe situaties zoals tijdelijke en mobiele bouwplaatsen, het aanduiden van een geschoolde veiligheidscoördinator verplicht. Meer informatie over coördinatie vindt men terug op de volgende plaatsen: o Welzijnswet, hoofdstukken III en IV algemene voorschriften o Welzijnswet, hoofdstuk V en K.B. TMB voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen Voor deze scriptie volstaat het te noteren dat deze coördinatieplicht bestaat en voor brandveiligheid zoals verder zal worden aangetoond een essentiële verplichting is. Wie doet wat? De werkgever is de eindverantwoordelijke, maar deelt de verantwoordelijkheid met de hiërarchie in zijn bedrijf. 7

20 Binnen het bedrijf doet men een beroep op de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming die de organisatie met deskundig advies bijstaat. Deze IDPB doet een beroep op een Externe Dienst voor Preventie en Bescherming om haar competentie aan te vullen in die gebieden waar ze zelf geen deskundige in huis heeft. De werknemers zelf spelen ook een rol, hetzij via rechtstreeks overleg, hetzij via het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk. Het CPBW is een overlegorgaan, paritair samengesteld via verkiezingen dat een hoofdzakelijk adviserende rol vervult. Preventiehiërarchie Een ander belangrijk element in deze context is de preventiehiërarchie die voorgeschreven wordt, namelijk: 1 preventiemaatregelen die tot doel hebben risico s te voorkomen; 2 preventiemaatregelen die tot doel hebben schade te voorkomen; 3 preventiemaatregelen die tot doel hebben de schade te beperken. Samengevat: het opgelegde resultaat wordt duidelijk omschreven, namelijk het welzijn op het werk verzekeren. De opgelegde middelen zijn beleidsinstrumenten, organisatorische verplichtingen en dergelijke, maar zelden technische voorschriften K.B. Tijdelijke en Mobiele bouwplaatsen Ingaan op de juridische details van welke werken nu precies tijdelijke en mobiele bouwplaatsen zijn of wanneer welk type coördinatie moet worden ingevoerd, is niet het doel van deze scriptie. De basisprincipes waarop deze regelgeving gebaseerd is, zijn echter belangrijk. Dit zijn de grote lijnen: Vanaf een zekere omvang, complexiteit of risicograad is een veiligheidscoördinator verplicht. In essentie is het de taak van de veiligheidscoördinator om die risico s aan te pakken die voortvloeien uit gelijktijdigheid en opeenvolging van werken door verschillende werkgevers of zelfstandigen op dezelfde plaats of hetzelfde moment. Een coördinator neemt dus niet de verantwoordelijkheden over van de verschillende werkgevers en hun hiërarchie, noch treed hij in de plaats van de IDPB van deze werkgevers. De taak van de coördinator is complementair aan de bestaande veiligheidsorganisatie van de betrokken bedrijven of zelfstandigen. De coördinatie verloopt in 2 aansluitende fasen: het concept van het bouwwerk en de uitvoering van de werken. De coördinatie wordt onder meer afgesloten met een postinterventie dossier dat de nodige gegevens bevat voor latere werken. (onderhoud en/of aanpassing) De vraag die van meet af aan moet gesteld worden, is: Kan het bouwwerk veilig gerealiseerd worden en later veilig onderhouden en/of aangepast worden? Dit ligt geheel in de lijn van de algemene verplichtingen enerzijds tot coördinatie en anderzijds tot het respecteren van een zekere hiërarchie bij preventie. In ontwerpfase kan men immers de keuze van de uitvoeringstechnieken nog beïnvloeden en zo bepaalde risico s voorkomen. 8

21 Voor brandveiligheid tijdens de bouwwerken is dit uiteraard relevant. Een paar voorbeelden: bij het ontwerp kan men de trappen zo ontwerpen dat ze samen met het bouwwerk kunnen opgetrokken worden om zo steeds over een veilige toegang of evacuatieweg te beschikken; in het lastenboek of de offerteaanvraag kan beschreven worden hoe de organisatie van de brandveiligheid er uit zal zien, hoe de aanwezigheid van de nodige blusmiddelen zal geregeld worden, enz. hierbij worden ook de financiële aspecten geregeld; tijdens de bouwwerken is het bij uitstek collectieve risico brand één van de onderwerpen van de coördinatie en kunnen individuele werkgevers of zelfstandigen zich niet onttrekken aan de plicht om hieraan mee te werken. De coördinator zorgt voor het opstellen van een veiligheids- en gezondheidsplan van bij het ontwerpen van het bouwwerk. Dit VGP wordt overdragen naar de uitvoeringsfase en evolueert in functie van de keuzes die tijdens het ontwerp en de uitvoering gemaakt worden. Het K.B. definieert het veiligheids- en gezondheidsplan als volgt in art.3 6 : 6 veiligheids- en gezondheidsplan : document of het geheel van documenten waarvan de inhoud beantwoordt aan de bijlage I, deel A, en dat de op basis van risicoanalyses vastgestelde preventiemaatregelen bevat ter voorkoming van de risico s waaraan de werknemers kunnen blootgesteld worden als gevolg van: a. de aard van het bouwwerk; b. de wederzijdse inwerking van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen die tegelijkertijd op de tijdelijke of mobiele bouwplaats aanwezig zijn; c. de opeenvolging van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen op een tijdelijke of mobiele bouwplaats wanneer een tussenkomst, na het beëindigen ervan, risico s laat bestaan voor de andere tussenkomende partijen die later zullen tussenkomen; d. de wederzijdse inwerking van alle installaties of alle andere activiteiten op of in de nabijheid van de site waar de tijdelijke of mobiele bouwplaats is gevestigd, inzonderheid het openbaar of privaat goederen- of personenvervoer, het aanvatten of de voortzetting van het gebruik van een gebouw of de voortzetting van eender welke exploitatie; e. de uitvoering van mogelijke latere werkzaamheden aan het bouwwerk; Dit K.B. bevat bovendien enkele meer expliciete voorschriften in verband met de brandveiligheid, namelijk in BIJLAGE III - Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid van toepassing op bouwplaatsen, zoals bedoeld in artikel 50. Zie 7.1 Uittreksel uit K.B. TMB. en het overzicht in de tabel hieronder. Deze voorschriften beperken zich hoofdzakelijk tot het omschrijven van het beoogde resultaat en geven slechts in beperkte mate aan welke middelen moeten worden aangewend om dit resultaat te bereiken. 9

22 Brandveiligheidsaspect Organisatie: coördinatie in project- en uitvoeringsfase, enz. K.B. TMB Resultaatsgericht? Installaties voor energiedistributie B.III.A.2.a. JA Vluchtroutes en nooduitgangen B.III.A.3. JA Vrij van obstakels, kortste weg naar veilige zone Alle werkplekken, snel & met max. veiligheid evacueren Aantal, verdeling, afmetingen, Markering (signalisatie) Vrij van obstakels Veiligheidsverlichting B.III.A.3.a. B.III.A.3.b. B.III.A.3.c. B.III.A.3.d. B.III.A.3.e. B.III.A.3.f. Brandmelding en -bestrijding B.III.A.4. JA Brandbestrijdingsmiddelen, brandmelders, alarmsystemen Regelmatige controle en onderhoud, Testen en oefeningen Bereikbaarheid & bruikbaarheid, Markering (signalisatie) B.III.A.4.a. B.III.A.4.b. B.III.A.4.c. Blootstelling aan bijzondere risico s B.III.A.6. JA Blootstelling aan o.a. gassen, dampen, stof Zone met gevaarlijke atmosfeer (bv. ontvlambaar) Geen blootstelling aan atmosfeer met verhoogd risico Permanente observatie en noodmaatregelen Natuurlijke en kunstverlichting van werkplekken, ruimten en verkeersroutes Invloed kunstverlichting op markering Noodverlichting B.III.A.6.a. B.III.A.6.b. B.III.A.6.c. B.III.A.8. B.III.A.8.a. B.III.A.8.c. Verkeersroutes gevarenzones B.III.A.10. JA Gevarenzones duidelijk markeren Deuren van nooduitgangen - *draaizin en opening voorgeschreven Uitgraving, bouwput, ondergronds werk of tunnel passende voorzorgsmaatregelen om werknemers in geval van brand, in veiligheid te brengen. Tabel 2 Overzicht K.B. TMB K.B. Opslagplaatsen ontvlambare producten B.III.A.10.d. B.III.B.I.2. B.III.10.a In dit K.B. [11] worden de algemene regels beschreven voor het inrichten van opslagplaatsen voor ontvlambare producten. Het K.B. is zowel toepasselijk voor opslagplaatsen op werven of meer permanente opslagplaatsen in bedrijven. In de praktijk zal men deze voorschriften moeten combineren met de voorschriften uit de milieuregelgeving als de opslagplaats vergunningsplichtig is. 4 ) JA JA JA* JA 10

23 2.4.4 K.B. Veiligheids- en gezondheidssignalering Het K.B. Veiligheids- en gezondheidssignalering [12] maakt evenmin onderscheid tussen de tijdelijke situatie op een werf of een permanente situatie en is dus onverkort van toepassing op bouwplaatsen. Het bevat voorschriften voor: art.2. 1 veiligheids- of gezondheidssignalering : een signalering die, toegepast op een bepaald object, een bepaalde activiteit, een bepaalde situatie of een bepaalde handelswijze, door middel van - al naar gelang van het geval - een bord, een kleur, een lichtsignaal, een akoestisch signaal, een mondelinge mededeling of een hand- of armsein, een aanwijzing of een voorschrift verstrekt met betrekking tot de veiligheid of de gezondheid op het werk; K.B. ATE Arbeidsplaatsen Ook in dit K.B. [2] worden bouwplaatsen niet uitgesloten van het toepassingsgebied. Praktisch betekent dit dat de explosierisico s op bouwplaatsen volgens de richtlijnen van dit K.B. moeten behandeld worden. In de logica van de welzijnswetgeving betekent dit voor bouwwerven dat bv. in projectfase al moet nagedacht worden over het voorkomen van explosierisico s. Het K.B. vraagt dat de risicostudie in een explosie veiligheidsdocument (EVD) wordt gedocumenteerd ARAB, art.52 Samengevat kan gesteld worden dat buiten art Algemeenheden, art.52 (naar analogie met de interpretatie van het toepassingsgebied van het K.B. Basisnormen) bedoeld is voor gebouwen in gebruik, niet voor gebouwen tijdens de oprichting ervan. Art.52.1 legt onder andere duidelijk de verantwoordelijkheid van de werkgever vast. De overige toepasselijke voorschriften van art.52 vinden overigens een equivalent in bijlage III van het K.B. TMB. Denk daarbij aan het voorzien van de nodige brandblusmiddelen, alarmmiddelen, enz. Het ontwerp van het nieuwe art.52, namelijk 2 K.B.s die de omzetting van art.52 naar de Codex regelen, veranderen hier in essentie niets aan. Geheel in de filosofie van de Codex wordt wel de nadruk gelegd op risicomanagement, met andere woorden ook hier een tendens naar resultaatsgerichte wetgeving. Het is belangrijk te noteren dat art.52 wel van toepassing is op de tijdelijke gebouwen gebruikt voor de werf zoals kantoren, sanitair, kleedkamers of opslagplaatsen. Een van de ministeriele besluiten die een afwijking regelt op art.52, bevat wel een verwijzing naar tijdelijke werven, namelijk het Ministerieel besluit van 15 juni 1982 tot afwijking van de voorschriften van de artikelen a. en van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming (B.S ). De afwijking gaat over de afscheiding tussen de werfzone en de overige lokalen die niet de normaal vereiste brandweerstand moet bezitten. 11

24 Er worden wel voorwaarden opgelegd die betrekking hebben op onder andere: - De aard van de scheidingswanden: volledig en onbrandbaar - Het behouden van de evacuatiemogelijkheden - Het sprinklersysteem, dat in principe in dienst moet gehouden worden in de werfzone - Het gebruik van een vuurvergunning voor brandgevaarlijke werken, waarmee o.a. de volgende werken bedoeld worden: o bewerkingen met open vuur of vlam; o lassen, snijbranden, solderen, verwarmen; o werken waarbij brandgevaarlijke stoffen betrokken zijn. 2.5 AREI Het AREI is eveneens van toepassing op de tijdelijke elektrische installaties gebruikt op werven. De toepassing van delen van het AREI hangt eerder samen met de aard van de installatie (bv. spanning, omgevingsfactoren, ) dan met het feit of het om een werf gaat of niet. Gebrekkige elektrische installaties kunnen aanleiding geven tot brand. Voor werven is dat uiteraard niet anders. 2.6 Milieuregelgeving De milieuregelgeving is in België regionale materie. In functie van de regio waar de bouwwerken worden uitgevoerd zullen dus andere voorschriften van toepassing zijn. Het is niet de bedoeling hier in detail de 3 groepen milieuregelgevingen van België te bespreken, maar wel om de aandacht te vestigen op het feit dat bepaalde activiteiten op bouwwerven ook vergunningsplichtig kunnen zijn. In de context brandveiligheid kan dit de opslag van gevaarlijke producten zijn. In de praktijk moet men voor elke werf analyseren welke activiteiten vergunningsplichtig zijn. Voor dit soort oefeningen kan men een beroep doen op een milieudeskundige. 2.7 K.B. Basisnormen Zoals hierboven al meermaals vermeld, is dit niet van toepassing op de werfsituatie. Toch kunnen bepaalde delen van dit K.B. een leidraad vormen om bepaalde vragen in verband met brandveiligheid op werven op te lossen. Een voorbeeld: het bepalen van het aantal en de afmetingen van de vluchtwegen, trappen, enz. laat bijlage III van het K.B. TMB over aan de verantwoordelijken. De rekenregels van het K.B. Basisnormen kunnen in zo n geval als richtlijn gebruikt worden. Een tweede belangrijke reden om dit K.B. hier te vermelden is dat bij werken in een gebouw dat onder het toepassingsgebied van dit K.B. valt, de delen die in gebruik zijn, moeten voldoen aan het K.B. Verbouwingen kunnen bv. het aantal vluchtwegen reduceren. Er moet dan telkens nagegaan worden of voor het deel dat in gebruik blijft het K.B. nog steeds gerespecteerd wordt, zo niet moeten alternatieve oplossingen ingevoerd worden die een equivalent veiligheidsniveau garanderen. 12

25 2.8 Specifieke regelgeving brandveiligheid Zowel op federaal, regionaal als op gemeenschapsniveau bestaat er een lange lijst met regelgeving die in functie van het gebruik van een gebouw (rustoord, hotel, ziekenhuis,...) brandveiligheidsvoorschriften oplegt. De relatie met brandveiligheid tijdens het bouwen of verbouwen is analoog met de uitleg voor het K.B. basisnormen hierboven. 2.9 Veiligheid van producten De veiligheid van producten wordt grotendeels door Europa geregeld. Europa wenst een interne markt te realiseren met onder andere een vrij verkeer van goederen. Een van de belangrijkste handelsbelemmeringen waren de verschillende regelgevingen betreffende de veiligheid van producten in de lidstaten. Vandaar dat Europa reeds jaren werkt aan een regelgeving voor veiligheid van producten die dezelfde veiligheidsvoorschriften oplegt aan alle producten die op de Europese markt gebracht worden. De Europese richtlijnen die in dit verband gepubliceerd worden, moeten dan ook ongewijzigd worden omgezet in wetgeving van de lidstaten. In België wordt deze materie geregeld door de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten en haar uitvoeringsbesluiten. Deze regelgeving is van toepassing op het op de markt brengen van de producten en niet rechtstreeks op het gebruik van deze producten. Voor de context werkgevers werknemers wordt het gebruik van producten geregeld via de welzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten. Voorbeelden van deze uitvoeringsbesluiten: Referenties KB KB van 23 maart 1977 (gewijzigd bij het KB van 10 januari 1997) KB van 31 december 1992 (gewijzigd bij het KB van 5 mei 1995) KB van 5 mei 1995 KB van 22 juni 1999 Tabel 3 Veiligheid producten Titel KB betreffende het op de markt brengen van elektrisch materieel KB betreffende het op de markt brengen van persoonlijke beschermingsmiddelen KB betreffende het op de markt brengen van machines KB betreffende het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen Samengevat betekent dit voor een werkgever dat hij/zij alleen producten mag aankopen die voldoen aan deze regelgeving. (uiteraard voor zover de betrokken producten onder het toepassingsgebied van deze regelgeving vallen) Een bijkomende verantwoordelijkheid van de werkgever is het maken van de juiste keuze uit conforme producten. Een werkgever moet ervoor zorgen dat hij een product kiest dat geschikt is voor de toepassing in zijn bedrijf. 13

26 Een triviaal voorbeeld om dit te verduidelijken: Stel dat een werkgever een cirkelzaag nodig heeft voor gebruik op een bouwplaats. Het spreekt dan vanzelf dat de aankoop van een cirkelzaag voor gebruik in een schrijnwerkerij een foute keuze zal zijn, hoewel het toestel op zich conform kan zijn met de regelgeving voor veiligheid van producten. Voor bouwproducten is er een grotendeels analoge regelgeving, namelijk de wet van 25 maart 1996 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten en haar uitvoeringsbesluiten. Deze regelgeving is belangrijk voor brandveiligheid. Een van de fundamentele eisen van deze richtlijn gaat over brandveiligheid. Producten zoals deuren met brandweerstand, componenten van branddetectiesystemen, enz. vallen onder het toepassingsgebied van deze richtlijn Brandweervoorschriften De gebruikelijke werkwijze bij het verlenen van een bouwvergunning, waarbij de burgemeester advies vraagt aan de brandweer over de brandveiligheid van het te realiseren bouwwerk en dat advies al dan niet verplicht stelt, wordt soms ook toegepast op de werfsituatie zelf. Deze werkwijze is onder meer gebaseerd op art.135 van de nieuwe gemeentewet: Hoofdstuk IV - Bevoegdheden van de gemeente in het algemeen Art De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: (...) 5 het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden; Er werd geen systematisch onderzoek gevoerd naar hoe vaak of in welke gevallen het advies van de brandweer gevraagd wordt voor een werf, noch over de inhoud van hun advies. Toch is het belangrijk om te melden dat de brandweer wel degelijk een rol kan spelen in dit proces. Deze rol wordt uiteraard belangrijker naarmate de risico s voor noodsituaties op een werf groter worden. Een voorbeeld uit de praktijk is het Diabolo project waarbij o.a. een nieuwe spoorwegtunnel wordt aangelegd onder de luchthaven van Zaventem. De brandweer wordt in dit project betrokken om advies te geven over de brandbeveiliging (en andere mogelijke noodsituaties) tijdens de bouw zelf. Onder punt 3.4 wordt meer informatie gegeven over dit project. 14

27 2.11 Andere voorschriften Verzekeringsvoorschriften Navraag bij een aantal verzekeringsmaatschappijen waaronder de Federale Verzekering, Axa, KBC, leverde weinig concrete voorschriften op. De verzekeringen verwijzen naar hun polissen alle risico s bouwplaats en arbeidsongevallen. Voor beide verzekeringstakken zijn er preventiediensten van de verzekeraars zelf actief. Deze preventiediensten leggen in de mate van het mogelijke veiligheidsmaatregelen op tijdens bouwen of verbouwen. Er bestaan echter geen algemene voorschriften op Belgisch (Assuralia) of Europees (CEA) niveau voor deze risico s. De verzekering alle risico s bouwplaats dekt: [13] [14] - het eigenlijke werk van de verzekerde, - de tijdelijke installaties en materieel op de bouwplaats, - bestaande goederen. Met het eigenlijke werk van de verzekerde wordt het op te richten bouwwerk bedoeld, inclusief zijn installaties en technische uitrusting en alle materialen en bouwelementen vanaf het ogenblik dat zij zich op de bouwplaats bevinden. De tijdelijke installaties en materieel op de bouwplaats omvatten zowel de werfinrichting (burelen, sanitair, opslagplaatsen) als de machines en uitrusting (stellingen, bekistingen, ) die gebruikt worden op de bouwplaats. Met bestaande goederen bedoeld men de bestaande bouwwerken die worden aangepast. Aanvullend kan ook de burgerlijke aansprakelijkheid tegenover derden en stoornissen van nabuurschap (burenhinder) verzekerd worden. De schade door brand of ontploffing (al dan niet op de bouwplaats ontstaan) is een van de verzekerde elementen. Zoals hierboven reeds vermeld, ontbreken echter richtlijnen in verband met de voorzorgen die moeten genomen worden om deze schade te voorkomen of te beperken. De verzekering alle risico s bouwplaats kan zowel door de bouwheer als de aannemers en de architecten- of studiebureaus worden afgesloten. Bij verbouwen [14] zal uiteraard de brandverzekering van het te verbouwen gebouw eveneens een rol spelen. Eventuele brandschade ten gevolge van de werken kunnen echter verhaald worden op de aannemer die aan de basis ligt van de schade. KBC Verzekeringen beschikt wel over een tekst als bijlage aan de polis alle risico s bouwplaats (zie bijlage, onder 7.2 KBC voorwaarden bouwplaatsen). Deze voorschriften besteden aandacht aan: - de organisatie, punt 7, aanstelling van een verantwoordelijke voor de brandveiligheid - brandoorzaken, punt 5 vuurvergunning en punt 8. Afsluiting en toegangscontrole (o.a. beperking van brandstichting) - strengheid van de brand, punt 4 verpakkingsmateriaal verwijderen en punt 6 opslag van materiaal - mogelijke gevolgen, punten 1 en 2 brandbestrijdingsmiddelen, punt 3 compartimentering 15

28 Deze beknopte voorschriften bevatten op die manier verschillende punten van overeenstemming met de NFPA 241 die verder wordt besproken. In de UK bestaat er wel een Joint Code of Practice [3] gesteund door The Association of British Insurers. Deze code wordt besproken onder Andere regels van goede praktijk Er bestaan meerdere regels van goed vakmanschap opgesteld door verschillende organisaties. De toepassing ervan is juridisch zijn niet zonder meer afdwingbaar. Men kan eventueel de toepassing van deze teksten verplichten via het lastenboek of het contract. Overzicht van enkele voor deze scriptie geconsulteerde teksten NFPA 241 [9] Tekst Standard for Safeguarding Construction, Alteration, and Demolition Operations FM Global Property Loss Prevention Data Sheets 1-0 Safeguards Construction, Alteration, and Demolition FM Global Property Loss Prevention Data Sheets 1-33 Safeguarding Torch-Applied Roof Installations FM Global Property Loss Prevention Data Sheets Hot Work Management NAVB [15] Veiligheidsnota s bouwbedrijf Nr.32 Reeks: Voorkoming De voorkoming van het brandgevaar in de bouwnijverheid HSE Information sheet No 51 Construction fire safety Herkomst USA NFPA USA FM Global USA FM Global USA FM Global België NAVB UK HSE Laatste publica tie Info 2009 Hoofdzakelijk brandveiligheid januari 2007 januari 2000 septem ber 2006 april 1991 maart 2005 Algemene tekst, Brandveiligheid is een van de besproken risico s Verwijst naar NFPA andere FM Global Data Sheets Verwijst naar NFPA 241 die meer gedetailleerd is. Algemene voorschriften in verband met vuurvergunningen, niet beperkt tot bouwplaatsen. Tekst gebaseerd op het ARAB. De referenties naar de regelgeving zijn niet meer actueel. Health and Safety Executive is een overheidsdienst in de UK. 16

29 Tekst Fire Prevention on Construction Sites, The Joint Code of Practice on the Protection from Fire of Construction Sites and Buildings Undergoing Renovation [3] International Fire Code, 2009, Chapter 14, Fire Safety during construction and demolition [16] Tabel 4 Codes van goede praktijk Herkomst UK Construction Confederation & FPA ICC, USA Laatste publica tie januari 2006 Info Deze tekst is o.a. gebaseerd op de uitgaven van HSE en LPC en wordt daarom in dit werk gebruikt als voorbeeld van UK voorschriften Dit is een onderdeel van de International Fire Code uitgegeven door het ICC (International Code Council) Een inhoudelijk bespreking van enkele van deze teksten vind je terug onder Synthese voorschriften België Regelgeving en brandveiligheid bij bouwen en verbouwen: - De basisregelgeving is de Welzijnswet en de Codex Welzijn op het Werk. Deze regelgeving legt vooral een kader vast en vraagt een bepaald resultaat, namelijk het garanderen van het welzijn op het werk, en schrijft slechts in beperkte mate de aan te wenden middelen voor. - Risicoanalyse is dus een belangrijk gereedschap om de juiste beslissingen te nemen in verband met de brandveiligheid. In dat verband kunnen meer prescriptieve voorschriften buiten de regelgeving een hulpmiddel zijn. Deze kunnen gezien worden als codes van goede praktijk. - De betrokken werkgevers dragen de eindverantwoordelijkheid en hebben een coördinatieplicht. - Art.52 (en zeker de K.B.s die art.52 zullen vervangen) sluiten volledig aan bij deze aanpak: een op risicoanalyse gebaseerd beleid. - Bij verbouwen is het bijkomende aandachtspunt dat voor de delen die in gebruik blijven, de brandvoorschriften voor het gebouw in principe moeten gehandhaafd worden. Merk op dat al deze voorschriften de veiligheid van personen als belangrijkste doelstelling hebben. De veiligheid van de activiteiten of het bouwwerk zijn slechts doelstellingen in de mate dat ze nodig zijn om de veiligheid van personen te verzekeren. Bij personen gaat het zowel om het werfpersoneel als de hulpdiensten die eventueel moeten ingrijpen. 17

30 Europa Uit voorgaande blijkt duidelijk het belang van de welzijnswetgeving voor de brandveiligheid tijdens bouwen of verbouwen. Deze welzijnswetgeving is grotendeels een omzetting van Europese Sociale Richtlijnen meer bepaald de Europese Kaderrichtlijn 1989/391 [17] en de bijzondere richtlijnen die in dit verband gepubliceerd werden, zoals bv. de richtlijn 1992/57 TMB [18] en de richtlijn 1992/58 Veiligheids- en gezondheidssignalering [19]. Omdat er een zekere vrijheid bestaat in het omzetten van deze Europese Sociale Richtlijnen naar nationale regelgeving zijn er verschillen, maar we vinden overal dezelfde basisprincipes terug zoals: - de verantwoordelijkheid van de werkgever en de hiërarchie; - een risicobeheersingsbeleid; - de coördinatieplicht van eenvoudige coördinatie tot Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen. De vrijheid in omzetting is een gevolg van een aantal factoren: - de vaststelling dat vóór de Europese Kaderrichtlijn het veiligheidsniveau in de verschillende lidstaten sterk verschilde; - de wens om op termijn dit veiligheidsniveau voor alle lidstaten op eenzelfde hoog niveau te brengen, maar met de daaraan gekoppelde vaststelling dat dit een werk van vele jaren is; - de wens om bestaande hogere veiligheidsniveaus in de verschillende lidstaten te behouden of met andere woorden geen harmonisatie naar beneden in te voeren Concrete doelstelling van de scriptie Vertrekkende van de synthese van de bestaande voorschriften, is de nood aan een gedegen risicoanalyse duidelijk. De buitenwettelijke teksten zoals NFPA of NAVB bieden iets meer houvast maar houden het risico in dat bepaalde aspecten of werken over het hoofd gezien worden. Vandaar dat in deze scriptie een risicoanalyse methode voorgesteld wordt gebaseerd op een reeks open vragen (een expert checklist) om een zo volledig mogelijk beeld van de brandveiligheid op een werf te krijgen. Deze aanpak biedt bovendien het voordeel dat ze minder gebonden is aan de huidige stand van techniek. De vragenlijst wordt daarom gebaseerd op basisprincipes van brandbeveiliging en niet op bepaalde uitvoeringstechnieken of producten. Dit sluit niet uit dat men voor gekende uitvoeringstechnieken de antwoorden zoekt in de codes van goede praktijk als men een prescriptieve houvast zoekt. Voor nieuwe uitvoeringstechnieken of situaties kunnen de antwoorden gebaseerd zijn op de principes van Fire Safety Engineering of Performance Based Design. 18

31 3 Inschatting van de risico's In dit hoofdstuk wordt eerst aandacht besteed aan wat de brandrisico s bij bouwen en verbouwen zijn. Dit wordt gedaan aan de hand van statistieken, codes van goede praktijk, veiligheidscoördinatie dossiers, praktijkervaring en andere bronnen. Vervolgens wordt gezocht naar lacunes in deze bronnen. 3.1 Statistieken Statistieken over brandveiligheid in het algemeen zijn in zekere mate beschikbaar maar niet altijd praktisch hanteerbaar voor een risicoanalyse. De cijfers geven vooral het aantal schadegevallen en hun omvang in aantal slachtoffers of in materiële schade. Betrouwbare cijfers over de oorzaken van de brandschade zijn nog zeldzamer. De oorzaak hiervan ligt enerzijds in de soms gebrekkige registratie van schadegevallen en anderzijds in de moeilijkheid om na een brand met zekerheid de juiste oorzaak te achterhalen. Het zal dan ook niet verbazen dat statistieken die oorzaken van brand in een specifieke situatie zoals bouwen en verbouwen weergeven nauwelijks te vinden zijn. Zowel de verzekeringen in België, het FOD WASO als het NAVB hebben geen bruikbare statistieken in dit verband. Een voorbeeld: het NAVB publiceert regelmatig statistieken over arbeidsongevallen in de bouwnijverheid. Uit deze statistieken blijkt dat er in de periode 2002 tot 2005 geen arbeidsongevallen zijn geweest met als oorzaken Verbranding of Ontploffing. Dit geeft echter geen beeld van het aantal branden (laat staan de oorzaken ervan) op bouwwerven, vermits een arbeidsongeval gerelateerd is aan een slachtoffer dat minstens 1 dag arbeidsongeschikt is. Tabel 5 NAVB AO Statistieken 19

32 Enkele bronnen leveren wel een relatief bruikbaar resultaat op, namelijk: - Publicaties gebaseerd op de databank NFIRS Version 5.0, dit is het National Fire Incident Reporting System van de USA. - De Fire Statistics, United Kingdom, 2006 [20] uitgegeven door de Britse overheid. - Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid uit Nederland USA Statistieken De NFIRS-databank is een nationale databank die statistische gegevens over branden in de USA bevat. In deze databank zitten o.a. gegevens over brand op bouwplaatsen. Bij gebrek aan rechtstreekse toegang tot deze databanken, worden hieronder 3 publicaties besproken die de statistieken in verband met brand op bouwplaatsen samenvatten, namelijk: - Selections from the U.S. fire problem overview report leading causes and other patterns and trends properties that are vacant, under construction, renovation or demolition - NFPA Marty Ahrens June [21] - U.S. Fire Administration, TOPICAL FIRE RESEARCH SERIES, Volume 2, Issue 14, November 2001 (Rev. March 2002), Construction Site Fires [22] - U.S. Fire Administration/National Fire Data Center, Fire in the United States, , Thirteenth Edition, October 2004 [23] NFPA De bruikbaarheid van de resultaten voor bouwen of verbouwen is beperkt omdat deze statistieken ook leegstaande gebouwen omvatten. Wat de oorzaken van brand betreft wordt er geen opdeling gemaakt in functie van leegstand of bouwen. Brandstichting blijkt bv. de belangrijkste oorzaak te zijn, wat gezien het opnemen van leegstaande gebouwen in deze cijfers niet zo verwonderlijk is. Deze statistieken zijn m.a.w. niet bruikbaar om een beeld te krijgen van de brandoorzaken op bouwplaatsen. Toch zijn er enkele nuttige indicaties in verband met het aantal schadegevallen en hun omvang in de 2 tabellen hieronder: Tabel 6 NFPA Statistieken 1999 Werven Door een verandering in opbouw van de NFIRS statistieken is de tabel voor anders gestructureerd dan deze van

33 Tabel 7 NFPA Statistieken Werven Belangrijkste besluiten: - In 1999 werden 1800 branden bij bouwwerkzaamheden geregistreerd waarbij onder de civilians (dwz. brandweer niet meegerekend) geen doden vielen maar wel 6 gewonden te betreuren vielen. - In de periode tellen we 1600 branden bij bouwwerkzaamheden per jaar waarbij onder de civilians (dwz. brandweer niet meegerekend) opnieuw geen doden vielen maar wel 20 gewonden per jaar te betreuren vielen. - Bij de brandweer vielen wel slachtoffers, bv. in 1999, 6 doden. Voor 1999 vonden we een vergelijkingspunt in de algemene nationale statistieken van de USA, namelijk: Year Fires Deaths Injuries Direct Dollar Loss In Millions ,823,000 3,570 21,875 $10,024 Tabel 8 USA Statistieken 1999 algemeen Bron: U.S. Fire Administration, In vergelijking met brand op werven: Jaar Branden Doden Gewonden Directe verliezen in 10 6 $ Algemeen $ Werven ± $42 % werven / algemeen < 0,1 % --- < 0,03 % < 0.42 % Tabel 9 USA - NFPA Statistieken 1999 vergelijking 21

34 U.S. Fire Administration Een andere publicatie gebaseerd op dezelfde NFIRS databank, U.S. Fire Administration, Topical fire research series, Volume 2, Issue 14, November 2001 (Rev. March 2002), Construction Site Fires [22] geeft meer informatie over de oorzaken van branden op werven. De cijfers van beide publicaties zijn gelijklopend. Noteer wel dat dit document de term construction site fires gebruikt voor branden die zowel in leegstaande gebouwen plaatsvinden als branden op bouwwerven. Dit document geeft aan dat brandweerlieden een grotere kans lopen op verwondingen bij branden op bouwwerven dan bij branden in het algemeen, namelijk 13,4/1000 op werven tegenover 11,0/1000 in het algemeen. De verklaring zou een grotere kans op vallen of uitglijden zijn samen met een grotere kans om geraakt te worden door vallend puin of bouwmaterialen. Verder wordt ook aangegeven dat de waarschijnlijkheid op een brand toeneemt naar het einde van de werkdag toe. Noteer dat dit opnieuw inclusief leegstaande gebouwen en brandstichting is. Het document Fire in the United States [23] bevestigt deze gegevens en geeft als bijkomende verklaringen voor het hoger aantal slachtoffers bij de brandweer de volgende punten: - De brandweer is niet vertrouwd met de lay-out van de plaats gecombineerd met een voor werven typische voortdurende verandering van deze lay-out. - Brandbeveiliging: werkt niet of gedeeltelijk. - De branden beginnen vaak wanneer niemand aanwezig is (behalve de eventuele brandstichter) waardoor de brandweer meestal laat verwittigd wordt UK Statistieken Ook deze statistieken [20] zijn karig met informatie over branden op bouwwerven, maar bevatten toch enkele indicaties die hieronder weergegeven worden. Aantal branden Zoals blijkt uit de onderstaande figuur, is het aantal branden op werven sterk gedaald van 1996 tot 2006, namelijk van ±600 tot ±200. Bovendien is deze daling sterker dan de daling van het totaal aantal branden, wat blijkt uit het percentage branden op werven ten opzichte van het totaal: ±0,51% in 1996 tot ±0,23% in Net zoals in de USA lijkt het aantal branden op bouwwerven verwaarloosbaar tegenover het totaal aantal branden. 22

35 Figuur 3 UK Statistieken per locatie 23

36 Brandstichting Brandstichting blijkt de belangrijkste oorzaak van brand te zijn op werven, net zoals bij scholen en privé garages en schuurtjes. Meer informatie over de andere brandoorzaken voor bouwwerven zijn helaas niet beschikbaar. Figuur 4 UK Statistieken Brandstichting Slachtoffers In 2006 vielen er 10 gewonden per 1000 branden op werven te betreuren. Wat rekening houdend met Figuur 3 UK Statistieken per locatie 2 gewonden zou betekenen in Over dodelijke slachtoffers op werven zijn geen cijfers beschikbaar, noch over de verdeling burgers brandweer zoals in de USA. 24

37 Figuur 5 UK Statistieken slachtoffers NL statistieken In Nederland heeft het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid enkele nuttige statistieken gepubliceerd over brandveiligheid in ondernemingen waarbij ook werken vermeld worden. Bron: website Brandoorzaken De meeste branden in (winkel)bedrijven ontstaan door defecte apparatuur of het verkeerde gebruik ervan. Op de tweede en derde plaats, maar niet in dezelfde volgorde, volgen als belangrijkste oorzaken: brandgevaarlijke werkzaamheden (lassen, dakdekken, loodgieterswerk, verf afbranden e.d.) en brandstichting. Top-3 brandoorzaken Bedrijven Bijeenkomstgebouwen (o.a.) winkels) 1. defect/verkeerd gebruik 20% defect/verkeerd gebruik 26% apparaat/product apparaat/product 2. brandgevaarlijke 9% Brandstichting 15% werkzaamheden 3. brandstichting 7% brandgevaarlijke werkzaamheden 5% Hieruit blijkt dat brandgevaarlijke werkzaamheden een belangrijke oorzaak zijn van brand in ondernemingen. 25

38 3.1.4 Besluiten voor de statistieken - Statistieken die een goed beeld schetsen van de oorzaken van brand bij bouwwerken zijn nauwelijks beschikbaar. - Statistieken in verband met het aantal branden op bouwwerven wijzen erop dat deze in alle opzichten marginaal zijn ten opzichte van branden in het algemeen. Een verklaring hiervoor is dat over de levenscyclus van een gebouw gezien, het bouwen, verbouwen en het slopen slechts een fractie van de tijd in beslag neemt. Uit vakliteratuur en ervaring blijkt echter dat brand bij bouwwerken en in het bijzonder bij verbouwingen vaak voorkomt en voor grote schade zorgt. Een mogelijke verklaring van de discrepantie tussen het beeld dat we krijgen uit de literatuur en ervaring enerzijds en de statistieken hierboven anderzijds, is de ontoereikende registratie van branden. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal branden maar eveneens om de omstandigheden en de omvang van de branden. Werken zoals het aanbrengen van een nieuwe dakbedekking op een bedrijf, worden bij de registratie (voor zover die al gebeurd) niet steeds gerelateerd aan bouwwerken. Mogelijk worden branden veroorzaakt in deze omstandigheden geregistreerd als een bedrijfsbrand met bv. open vlam als oorzaak. Tot slot: Het World Fire Statistics Centre (WFSC), een onderdeel van The Geneva Association (officieel: International Association for the Study of Insurance Economics) publiceert regelmatig statistieken over brand. Deze bevatten echter geen informatie bruikbaar voor deze scriptie. 26

39 Temporary Construction, Equipment, and Storage Processes and Hazards Utilities Fire Protection Construction and Alteration Operations Roofing Operations Demolition Operations Underground Operations 3.2 Analyse regels van goed vakmanschap Regels van goed vakmanschap (of codes van goede praktijk) zijn in principe een weergave van de ervaring met een bepaald onderwerp. Een analyse van deze regels kan ons m.a.w. meer leren over de ervaring met brandrisico s tijdens bouwwerken. De vragen waarop een antwoord gezocht wordt, zijn: - Welke brandveiligheidsaspecten (risico s en/of preventiemaatregelen) worden behandeld in regels van goed vakmanschap? - Welke lacunes zitten er eventueel in deze teksten? Inhoud NFPA 241 [USA] De eerste NFPA voorschriften over brandveiligheid bij bouwwerken werden reeds in 1933 gepubliceerd. De tekst werd sindsdien regelmatig bijgewerkt. De meest recente editie is deze van De NFPA 241 [9] vertegenwoordigt dus heel wat ervaring met brandveiligheid op werven. Hieronder vind je een overzicht van de inhoud: Chapter Item Separation temporary construction & construction works Separation between temporary structures, fire fighting equipment Heating devices Temporary enclosures Fire extinguishers Equipment Hot work Fire watch Thermit welding Smoking Waste disposal 5.4 Flammable and combustible liquids and flammable gases

40 Temporary Construction, Equipment, and Storage Processes and Hazards Utilities Fire Protection Construction and Alteration Operations Roofing Operations Demolition Operations Underground Operations Chapter Item Storage liquids Handling liquids Storage and handling gases Explosive materials Utilities - Electrical Fire safety program Responsibility 7.2 Installation, testing, and maintenance 7.3 Fire alarm reporting 7.4 Access for fire fighting 7.5 Standpipes Means of egress Scaffolding, shoring, and forms Water supply Sprinkler protection Asphalt and tar kettles 9.2 Single-ply and torchapplied roofing systems Fuel for roofing operations Special precautions 10.2 Drainage systems for sprinkler or fire hose water Security, Access control Evacuation plans & Drills Tabel 10 NFPA 241 overzicht inhoud

41 Enkele vaststellingen in verband met de inhoud: - Onder punt 7.1 Fire Safety Program wordt gevraagd om vooraf een brandveiligheidsplan op te stellen. Dit vertoont enige gelijkenis met de aanpak in Europa, namelijk het veiligheids- en gezondheidsplan waar brandveiligheid in verwerkt is. Hoewel dit punt erg beknopt is, is de verplichting op zich om vooraf na te denken over de volgende punten belangrijk: (1) Good housekeeping (2) On-site security (cfr. het grote aantal branden door brandstichting uit de statistieken) (3) Installation of new fire protection systems as construction progresses (4) Preservation of existing systems during demolition (5) Organization and training of an on-site fire brigade (niet expliciet gevraagd door het K.B. TMB) (6) Development of a prefire plan with the local fire department (overleg met de brandweer gebeurt niet systematisch in België en wordt eveneens niet gevraagd door het K.B. TMB) (7) Rapid communication (8) Consideration of special hazards resulting from previous occupancies (9) Protection of existing structures and equipment from exposure fires resulting from construction, alteration, and demolition operations - Het vorige punt wordt nog aangevuld en versterkt in 7.2 Owner s Responsibility for Fire Protection waar bv. het aanduiden van een Fire Prevention Program Manager (FPPM) door de eigenaar wordt gevraagd. Deze FPPM krijgt een belangrijke verantwoordelijkheid voor het opstellen en implementeren van het preventieplan. Dit is gekoppeld aan de nodige bevoegdheid om op te treden (the authority to enforce ). Deze bevoegdheid wordt waarschijnlijk contractueel vastgelegd. In België is deze verantwoordelijkheid verdeeld tussen de verschillende werkgevers en hun hiërarchie, bijgestaan door hun IDPB en de veiligheidscoördinator. Op zich sluit onze regelgeving het creëren van zo n functie niet uit en is dit zeker voor grotere werven met belangrijke brandrisico s het overwegen waard. - Prescriptief & resultaatsgericht: de inhoud is grotendeels prescriptief. Het gekende voordeel is dat dergelijke tekst een zekere houvast biedt voor de aspecten die beschreven worden. Het gekende nadeel is echter dat er geen richtlijnen zijn voor aspecten die niet opgenomen zijn en dat er bovendien weinig stimuli zijn om deze lacunes op te sporen. Besluit NFPA 241: een degelijke leidraad maar opgelet met het prescriptieve karakter, aanvulling met een degelijke risicoanalyse vooral van aspecten die niet zijn opgenomen in deze tekst is een noodzaak. Andere regels van goed vakmanschap uit de USA IFC, Chapter 14, [16] bevat voorschriften die analoog zijn aan deze van NFPA 241. Er zijn geen verschillen van betekenis voor deze scriptie te noteren. FM Global [24] verwijst naar NFPA 241 en voegt er wat deze scriptie betreft ook niets essentieel aan toe. 29

42 3.2.2 Inhoud Fire Prevention on Construction Sites [UK] Voor de UK werden verschillende nuttige referenties gevonden, namelijk: - Fire safety in construction work, HSE [25] - Joint Code of Practice on the Protection from Fire of Construction Sites and Buildings Undergoing Renovation [3] Voor deze scriptie werd dit laatste document geanalyseerd als voorbeeld van de aanpak in de UK samen met de daarop gebaseerde Construction Site Fire Prevention Checklist [26]. Overzicht van de inhoud Commentaar 1 Objective of the Code Doel: preventie van brand Hoe: gecoördineerde aanpak van bij het ontwerp, verder gezet tijdens de uitvoering 2 Compliance with the Code Het niet respecteren van deze code kan eventueel betekenen dat het risico niet verzekerd wordt. 3 Introduction Een impliciete verwijzing naar een basisprincipe van de richtlijn TMB [18], namelijk vooraf maatregelen plannen en de nodige middelen voorzien. 4 Definitions used in this Code Design phase Brandrisicobeoordeling bij ontwerp. Hierin wordt verwezen naar de CDM Regulations (d.i. de omzetting van de richtlijn TMB in Brits recht) maar er wordt aan toegevoegd dat voor projecten waar de CDM Regulations niet van toepassing zijn, er toch een brandveiligheidscoördinator bij ontwerp moet worden aangesteld. 6 Construction phase Als logisch vervolg op de ontwerpfase, wordt een verantwoordelijke (Site Fire Safety Coordinator) gevraagd voor de brandveiligheid tijdens de uitvoering. Deze verantwoordelijke zorgt voor een Site Fire Safety Plan (meer informatie hierover onder deze tabel) 7 Liaison with the emergency services Dit punt geeft een overzicht van de informatie die beschikbaar moet zijn voor de hulpdiensten (brandweer, politie) en vraagt duidelijk overleg vooraf. 8 Emergency procedures Alarmsignaal, procedures, toegang, noodverlichting, signalisatie 30

43 Overzicht van de inhoud Commentaar 9 Fire protection Van bij het ontwerp moet naar oplossingen gezocht worden om zo vroeg mogelijk de brandbeveiliging te installeren, zoals trappen, compartimentering, detectie, blusmiddelen. Er wordt een controle na de werkdag of ploegwissel op brandgevaar gevraagd, in het bijzonder na hot work. 10 Temporary covering materials Eisen naar gedrag bij brand van tijdelijk afdekmateriaal waarmee voorwerpen worden beschermd of zones worden afgesloten tegen vervuiling. 11 Portable fire extinguishers Alle aspecten komen hier aan bod, zoals aantal, plaats, onderhoud, aanpassen aan de evolutie van de werf, opleiding in het gebruik ervan, 12 Site security against arson Verschillende suggesties om de beveiliging te verbeteren zoals een omheining, verlichting, bewakers, CCTV, 13 Temporary buildings and temporary accommodation 14 Site storage of flammable liquids and LPG Regels voor tijdelijke constructies: het type, hun plaats op de werf, hun uitrusting, enz. Zowel correcte opslag als beperking van de hoeveelheid op de bouwplaats 15 Electricity and gas Voorschriften om te zorgen voor nutsvoorzieningen die voldoen aan de geldende installatievoorschriften 16 Hot work Het belangrijkste punt is: waar mogelijk een andere werkwijze gebruiken. 17 Waste materials In essentie good housekeeping regels: regelmatig verwijderden van afval, niet verbranden op de werf, enz. 18 Plant and vehicles Regels voor het gebruik van verbrandingsmotoren (uitlaat, ventilatie, brandstof, lekken, ) en het parkeren van voertuigen. 19 Materials' storage Brandlast in het gebouw beperken 20 Smoking Algemeen rookverbod met rookzones Tabel 11 Inhoud "Joint Code of Practice" 31

44 Enkele vaststellingen in verband met de inhoud: - Onder punt 6 Construction phase wordt gevraagd om een brandveiligheidsplan op te stellen. Dit plan mag deel uitmaken van het veiligheids- en gezondheidsplan zoals voorzien in de richtlijn TMB. Punt 6 geeft meer expliciete richtlijnen dan de richtlijn TMB en bevat verschillende punten die ook in de NFPA 241 [9] worden vermeld. - Inhoud van dit plan: The plan must detail, as a minimum: (a) the organisation of and responsibilities for fire safety and arrangements for recording all training given to site operatives; (b) general site precautions, fire detection and alarm systems and temporary emergency lighting; (c) the locations of designated smoking area(s) where provided; (d) the requirements for a hot work permit regime; (e) temporary buildings and temporary accommodation - location, construction and maintenance; (f) fire escape and communications (including an effective evacuation plan and procedures for calling the fire brigade); (g) fire brigade access, facilities and co-ordination; (h) instructions given to those on site of the required actions in case of fire; (i) security measures to minimise the risk of arson; (j) a materials storage and waste control regime; and the plan should be updated at regular intervals. - De verantwoordelijkheden en taken van de Principal Contractor of de Site Fire Safety Co-ordinator worden eveneens duidelijk omschreven. De lijst hieronder vertoont veel gelijkenissen met de operationele verantwoordelijkheden die we ook in de NFPA 241 [9] terug vinden. Deze verantwoordelijkheden zijn complementair aan deze van de veiligheidscoördinator volgens het K.B. TMB. 6.2 The Principal Contractor or Site Fire Safety Co-ordinator must: (a) ensure that all procedures, precautionary measures and safety standards as laid down in the Site Fire Safety Plan are clearly understood and complied with by all those on the project site(s); (b) ensure that where necessary a system using hot work permits is established and monitor compliance; (c) carry out weekly checks of fire fighting equipment and test all alarm and detection devices installed on site; (d) conduct weekly inspections of escape routes, fire brigade access, fire fighting facilities, temporary emergency lighting and the routing of temporary electrical cables, and work areas and monitor the requirements laid down in the Site Fire Safety Plan; (e) liaise with the local fire brigade and invite them to undertake site inspections and familiarisation tours; 32

45 (f) liaise with site security personnel where they are employed; (g) ensure that a proper maintenance regime for fire protection equipment is instituted, including the keeping of a written record of all checks, inspections and tests; (h) maintain a written record of training of site operatives and of all fire patrols and fire drill procedures; (i) regularly monitor and check the detailed arrangements and actual procedures for calling the fire brigade; (j) during an alarm, execute those duties required for the safe evacuation of the site, and ensure that all staff and visitors report to the assembly points; (k) promote "a fire safe working environment" at all times. 6.3 Large Projects (a) On large projects, the Principal Contractor or Site Fire Safety Co-ordinator should appoint, where appropriate, a Fire Marshal(s) and Deputy Fire Marshal(s) to assist in the implementation of the Site Fire Safety Plan. (b) Where appropriate, the Fire Marshal(s) should be full time but otherwise preferably combining this duty with health and safety responsibilities. However, where circumstances dictate a part-time role, it is essential that the Fire Marshal(s) are afforded sufficient time to execute their fire safety duties. They should be adequately trained in fire safety matters and have sufficient status and authority for the effective execution of their duties and responsibilities. (c) Liaison with the emergency services is essential. See section 7. - De checklist [26] volgt de inhoud van de Joint Code of Practice [3]. Het is met andere woorden dezelfde inhoud in een andere verpakking. Besluit: het document is gebaseerd op de richtlijn TMB (althans de omzetting in Brits recht) maar geeft voor verschillende punten duidelijker en meer expliciete richtlijnen. Hoewel de NFPA 241 [9] niet in de referentie documenten staat, vertonen beide documenten veel punten van overeenstemming, zowel wat betreft aanpak van de risico s (Site Fire Safety Plan) als de praktische maatregelen die voorgeschreven worden. 33

46 3.2.3 Inhoud NAVB [BE] De brochure De voorkoming van het brandgevaar in de bouwnijverheid [15] dateert van april 1991 en is nog gebaseerd op het ARAB. De referenties naar de regelgeving in deze tekst zijn dus niet meer actueel. Van coördinatie zoals we die nu kennen is nog geen sprake. De inhoudstafel geeft een overzicht van de aspecten waaraan aandacht wordt besteed: Inhoud Kennis van de risico s Specifieke brandoorzaken op de bouwplaatsen Elektriciteit, elektrische installaties Ontvlambare producten en materialen Ontvlambare vloeistoffen en gassen Las- en snijwerken Asfalterings- en bitumeringswerken Andere bouwwerken Brandbestrijdingsmiddelen Aard van de brand Blusapparaten Brandvoorkomingsbeleid Organisatie van de voorkomingsfase Organisatie van de actieve fase Het document behandelt een minder uitgebreid gamma aan risico s dan de referenties uit de USA en UK en besteed bovendien minder aandacht aan het risicobeheer in het algemeen. 34

47 3.2.4 Synthese regels van goed vakmanschap De tabel hieronder vat voor de geanalyseerde documenten samen welke brandveiligheidsaspecten worden behandeld en geeft de onderlinge lacunes weer. Voor het K.B. TMB en de Codex zou op basis van de algemene principes van risicobeheer overal JA kunnen ingevuld worden. De tabel beperkt zich tot JA voor die aspecten die expliciet benoemd worden en dat in relatie tot de manier waarop deze aspecten in de codes van goede praktijk behandeld worden. Een voorbeeld: NFPA 241 [9] heeft expliciete voorschriften voor de toegang door hulpdiensten (toegangsweg voor brandweervoertuigen). In de context van de Codex zal een risicoanalyse de noodzaak van een goede toegankelijkheid door de hulpdiensten duidelijk maken, expliciete voorschriften hierover zijn echter niet opgenomen. Aspect K.B. TMB (Codex) Document NFPA 241 [9] JCoP [3] NAVB [15] Organisatie - Omkadering Veiligheidscoördinatie JA --- JA --- Verantwoordelijke voor brandveiligheid --- JA JA --- Preventie bij ontwerp JA --- JA --- Noodprocedures JA JA JA JA Evacuatie oefeningen JA JA JA JA Training personeel - eerste interventie JA JA JA JA Overleg met hulpdiensten --- JA JA --- Toegang hulpdiensten --- JA JA --- Vuurvergunning --- JA JA JA Security (omheining, toegang, ) JA JA JA --- Voorkoming brandstichting --- JA JA --- Brandwacht --- JA JA --- Onderhoud, controle, JA JA JA JA Werfinrichting (werfketen, burelen, ) JA JA JA --- Ontstaan van brand Hot work zoals slijpen, lassen, --- JA JA JA snijbranden Elektriciteit, elektrische installaties JA JA JA JA Dakwerken, zoals asfalterings- en --- JA JA JA bitumeringswerken Voertuigen en machines JA JA JA --- Verwarmingssystemen werfzone --- JA --- JA Roken JA JA JA JA 35

48 Aspect K.B. TMB (Codex) Document NFPA 241 [9] JCoP [3] NAVB [15] Strengheid van brand Brandlast uit steigers, bekistingen, --- JA Ontvlambare producten en materialen JA JA JA JA Ontvlambare vloeistoffen en gassen JA JA JA JA Tijdelijk afdekmateriaal zoals plastic --- JA JA --- folie Afval (afvoeren, niet verbranden, ) --- JA JA JA Explosieven JA JA --- JA Mogelijke gevolgen Scheiding van zones (bv. tussen werf --- JA JA --- en niet-werf) Blusapparaten JA JA JA JA Droge stijgleiding --- JA JA --- Sprinklers (geleidelijk opbouwen of in --- JA JA --- dienst houden) Afvoer bluswater --- JA Evacuatiemogelijkheden JA JA JA JA Verlichting (normale, nood- en/of veiligheidsverlichting) Tabel 12 Synthese regels goed vakmanschap JA JA JA JA 36

49 3.3 Analyse veiligheidscoördinatie dossiers Een 30-tal veiligheidscoördinatie dossiers, willekeurig gekozen uit het archief van Vinçotte Academy 1, werden geanalyseerd. Het gaat om dossiers die weliswaar in het kader van een opleiding werden opgesteld, maar wel degelijk voor reële werken werden uitgewerkt en toegepast. Hierbij werd onder meer aandacht besteed aan: - welke brandrisico s werden opgenomen in het dossier? - hoe deze risico s werden ingeschat? - welke preventiemaatregelen werden voorgesteld? Omwille van de vertrouwelijkheid van de gegevens, worden de namen van de dossiers hier niet weergegeven, enkel een volgnummer en de aard van de werken Dossier 01 Verbouwing van een gebouw Aard van de werken - Verbouwing van een volledig gebouw type: laag kantoorgebouw - Andere gebouwen op dezelfde site aanwezig - Onder andere dakwerken met isolatie & bitumen, doch geen enkele opmerking in het dossier in verband met brandgevaar bij deze werken Inhoud in verband brandveiligheid - Vuurvergunning: het document zit in het dossier doch zonder enige procedure voor het gebruik ervan - Slechts 2 verwijzingen in het bouwplaatsreglement naar brand, nl. o BRANDBESTRIJDING De aannemers, onderaannemers en zelfstandigen zorgen voor de nodige brandbestrijdingsmiddelen (brandblussers) in de nabijheid van brandgevaarlijke producten. o EPLOSIEVE/ONTVLAMBARE MATERIALEN Er is een absoluut rook- en vuurverbod in de nabijheid van explosieve en brandbare materialen. - Pagina met noodnummers: opgenomen in het dossier - Risico's & gevaren: geen brand / verhitting / explosie vermeld - Geen aanduidingen op inplantingsplan in verband met brandveiligheid - Geen nood- of interventieplannen, toegang hulpdiensten, enz. - Geen maatregelen voor opslag van producten - Beoordeling offertes: geen vermelding brand - Uitvoeringsverslagen: brandweer wel geconsulteerd voor advies over het afgewerkte gebouw, echter geen gegevens over een raadpleging voor de werfsituatie. - Controlerapport: alleen brandbestrijdingsmiddelen en reddingsmateriaal op de lijst - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s 1 Vinçotte Academy is een erkende instelling voor het opleiden van veiligheidscoördinatoren. 37

50 3.3.2 Dossier 02 Verbouwen Aard van de werken - Verbouwen van een overkapping tot magazijn, burelen en carport Inhoud in verband brandveiligheid - verantwoordelijkheden goed vastgelegd - vuurvergunning inclusief procedure die erbij hoort - aandacht voor toe- en uitgangen en verlichting - preventie vooral door aandacht voor producten en bepaalde werken (lassen), te weinig aandacht voor dakwerken met bitumen - brandbestrijding: wordt niet vermeld - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s Dossier 03 Aanleg van een loszone voor tankwagens Aard van de werken - Aanleg van een loszone voor tankwagens naast een bestaand fabriek - Werf voornamelijk in open lucht op het terrein rond het gebouw Inhoud in verband brandveiligheid - Vuurvergunning wordt gevraagd. - Noodsituaties: gericht op EHBO en arbeidsongevallen, niet op brand (zoals de voorgaande dossiers) - Weinig aandacht voor de interactie werf bedrijf wat betreft brand, bv. geen info over bestaande maatregelen in bedrijf (organisatie, actief, passief) - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s Dossier 04 Nieuwbouw appartementen en handelsruimten Aard van de werken - Nieuw gebouw met appartementen, 2 handelsruimten en een ondergrondse parking. - Laag gebouw. Inhoud in verband brandveiligheid - Brandrisico: als onbestaande of onbelangrijk beschouwd, niet opgenomen in risicoanalyse - Verder in het document is er toch sprake van een vuurvergunning bij de afwerking - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Er is een veiligheids- en gezondheidsplan van de aannemer opgenomen in dit dossier: o beperkt tot dakbedekking (zeer algemeen) o Beoordeling in projectfase: enkel een verwijzing naar gebruik (indien mogelijk) van solvent vrije verven & lijmen o Toolbox meeting over platte daken: zeer minimalistische verwijzing naar brandrisico met bitumen 38

51 3.3.5 Dossier 05 Nieuw kantoorgebouw Aard van de werken - Nieuw kantoorgebouw, het dossier beperkt zich tot de inrichtings- en uitrustingswerken Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Algemene regels voor opslag van producten en instructies bij brand - Specifieke regels voor vuurvergunning, preventie en werken met gevaarlijke producten die echter beperkt blijven tot algemeenheden en geen specifieke voorschriften zoals de titel laat uitschijnen - In risicoanalyse gaat wat brand betreft alleen aandacht naar slijpen en lassen. De analyse gebeurt met de methode van Kinney, de voorgeschreven maatregelen beperken zich tot het aanvragen van een vuurvergunning, het voorzien van een blustoestel, het verwijderen van brandbaar materiaal en een evacuatieplan voor de omgeving van de werkzaamheden Dossier 06 Renoveren en uitbreiden woning Aard van de werken - Renoveren en uitbreiden van een eengezinswoning Inhoud in verband brandveiligheid - Brandveiligheid niet vermeld in projectfase - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Verder slechts wat algemene voorschriften in het werfreglement en een post brandblussers in de meetstaat Dossier 07 Nieuwbouw 8 woningen Aard van de werken - Bouwen van 8 huurwoningen Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Vuurvergunning wordt vermeld zonder procedure Dossier 08 Nieuwbouw 24 appartementen Aard van de werken - Bouwen van 24 appartementen en 12 garages Inhoud in verband brandveiligheid - zelfde coördinatie-bedrijf als dossier 01, dezelfde aanpak, dezelfde opmerkingen ondanks het feit dat dit een ander type werf is 39

52 3.3.9 Dossier 09 Nieuwbouw gezinswoning Aard van de werken - bouwen van een vrijstaande woning Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Enkele verwijzingen in de risicoanalyse naar bv. dakwerken met maatregelen die zich beperken tot de brander weghouden van alle brandbare materialen de brander in statief plaatsen bij tijdelijke onderbreking aanwezigheid van een ABC-blustoestel - Vuurvergunning wordt vermeld met een procedure Dossier 10 Industriehal Aard van de werken - Nieuwbouw van een industriehal op een bestaande site waarbij de omliggende gebouwen in dienst blijven tijdens de werken Inhoud in verband brandveiligheid - geen specifieke brandrisico's in dossier - Vuurvergunning wordt vermeld met een procedure - Evacuatie: er zijn instructies om de verzamelplaats van bedrijfssite te gebruiken bij evacuatie van de werf Dossier 11 Nieuwbouw appartementsgebouw Aard van de werken - Bouwen van een appartementsgebouw met een ondergrondse parkeergarage, commerciële ruimtes op het gelijkvloers, 18 appartementen, verdeeld over het eerste, het tweede en het derde verdiep en 5 dakappartementen. Langs één zijde wordt het nieuwe bouwwerk tegen bestaande gebouwen aangebouwd. Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Vuurvergunning wordt vermeld met een procedure - Geen analyse of maatregelen in verband met het aanpalend gebouw Dossier 12 kantoorgebouw Aard van de werken - Bouwen van een kantoorcomplex, bestaande uit 2 niveaus ondergrondse garages en 2 torens, respectievelijk met 8 en 6 bouwlagen, elk met een technische verdieping. Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s 40

53 Dossier 13 Nieuwbouw appartementen en woningen Aard van de werken - 4 appartementen en 4 woningen Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Vuurvergunning wordt vermeld met een procedure - Specifieke voorschriften: opslag & gebruik gevaarlijke producten - Risicoanalyse: alleen voor risico op brand of explosie in verband met ondergrondse leidingen Dossier 14 Renovatiewerken kasteel Aard van de werken - Renovatiewerken aan enkele lokalen van een historisch gebouw en onderhoudsschilderwerken buiten Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Vuurvergunning wordt vermeld met een procedure - Specifieke voorschriften: beperkt tot opslag & gebruik gevaarlijke producten Dossier 15 Verbouwing in een groot openbaar gebouw Aard van de werken - Verbouwing van een zone van ± 900 m² in een grotendeels publiek toegankelijk gebouw van ± m² - De grondige verbouwing omvat ruwbouwwerken, technische installaties, afwerking en inrichting. Inhoud in verband brandveiligheid - Er wordt verwezen naar het huishoudelijk reglement van dit gebouw, waarin onder andere de brandveiligheid van de gemeenschappelijke delen van het gebouw wordt besproken. - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Men verwijst naar de brochure voor werken in het gebouw en het aanvragen van een vuurvergunning voor werken met brandgevaar. Deze brochure bevat 2 bladzijden met algemeenheden en rekent vooral op de vuurvergunning om de brandveiligheid bij werken te verzekeren. 41

54 Dossier 16 Bodemsaneringswerken Aard van de werken - Bodemsaneringswerken in een industriële gebouw dat in bedrijf blijft. Als onderdeel van deze werken worden o.a. muren en betonverharding opgebroken, een ondergronds dieselreservoir opgegraven en verwijderd, de muren en betonverharding worden nadien hersteld. Inhoud in verband brandveiligheid - Het bedrijf heeft voorschriften voor externe partijen die werken uitvoeren in het bedrijf. Hierin is o.a. informatie opgenomen over de procedure voor melding, waarschuwing en alarm. Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - Ook in de risicoanalyse voor deze werf, vertrouwt men voor het aanpakken van de brandrisico s hoofdzakelijk op de vuurvergunning Dossier 17 Funderingswerken voor 70 kv-post Aard van de werken - Funderingswerken in het kader van het aanpassen en vernieuwen van een 70 kv-post op een industrieterrein Inhoud in verband brandveiligheid - Geen bijzondere aandacht voor brandveiligheid, alleen wat voorschriften voor opslag & vuurvergunningswerken Dossier 18 gevelrenovatie van een kantoorgebouw Aard van de werken - Plaatsen van een steiger en materiaallift - Reinigen van gevel met hoge druk en zandstralen - Beton herstelling: afsteken beton, ontroesten bewapening, herstellen met hydraulische mortel en egalisatie - Schilderwerken - Afbreken steiger en materiaallift Inhoud in verband brandveiligheid - Het bedrijf heeft voorschriften voor externe partijen die werken uitvoeren in het bedrijf. Hierin is o.a. informatie opgenomen over de procedure voor melding, waarschuwing en alarm. - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s Dossier 19 gevelrenovatie van een kantoorgebouw Wat brandveiligheid betreft: equivalent met het vorig dossier Dossier 20 Renovatie gedeelte gebouw Aard van de werken - Renovatiewerken in een industrieel gebouw bestaande uit: o Afbraak van een koelinstallatie 42

55 o Afbraak van de dekvloer en herstelling van de betonvloer door nieuwe wapening aan te lassen en plaatselijk het beton te herstellen o Boven : nieuwe waterdichte vloer in roofing aanbrengen, afgewerkt met een gepolierd beton o Onderaan: het plafond herstellen en herschilderen o Herschilderen van de muren Inhoud in verband brandveiligheid - Het bedrijf heeft voorschriften voor externe partijen die werken uitvoeren in het bedrijf. Hierin is o.a. informatie opgenomen over de procedure voor melding, waarschuwing en alarm. Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s behalve voor de herstelling met bitumen: o Pekketel: buiten plaatsen, degelijk afgeschermd, binnen de werf, brandblusser er naast, lekpan eronder. o Optakelen gieter: met hete pek, niemand onderdoor lopen, 1 man boven en 1 man beneden, steeds dezelfde handeling. o Asfalteren: in gesloten ruimte, geforceerde ventilatie, minimum 5 verluchtingen, montagepoort volledig open. Blustoestellen in de nabijheid. Geen andere werken uitvoeren die gassen of dampen kunnen vrijmaken. o Gasflessen: elke avond naar beneden, op te bergen in aangeduid gasflessenkot. Slangen en ontspanners met zorg te behandelen. o Werkvergunning: Deze werken mogen niet starten zonder vergunning en zonder controle en de aanwezigheid van de bedrijfsbrandweer Dossier 21 Uitbreiding bestaand industriegebouw Aard van de werken - Uitbreiding van een bestaand industriegebouw met 3 bouwlagen en interne verbouwing om nieuwe productieactiviteiten mogelijk te maken Inhoud in verband brandveiligheid - Het bedrijf heeft voorschriften voor externe partijen die werken uitvoeren in het bedrijf. Hierin is o.a. informatie opgenomen over de procedure voor melding, waarschuwing en alarm. Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Er is wel een samenvatting van de risicoposten tijdens het ontwerp opgenomen waarbij onder andere voor de dakwerken de volgende vraag gesteld wordt: Is er gekozen voor dakdichtingsmaterialen waarbij het gebruik van open vlam niet nodig is? Antwoord: nee Dossier 22 Verbouwen industriegebouw Aard van de werken - Verbouwen van een industriegebouw met sloop- en verbouwingswerken aan de ruwbouw, technische uitrusting vernieuwen, afwerking en inrichting. 43

56 Inhoud in verband brandveiligheid - Het bedrijf heeft voorschriften voor externe partijen die werken uitvoeren in het bedrijf. Hierin is o.a. informatie opgenomen over de procedure voor melding, waarschuwing en alarm. Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s Dossier 23 Bouw van werkplaatsen en burelen Aard van de werken - Bouwen van nieuwe werkplaatsen en burelen inclusief uitrusting en inrichting Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - Wat de opslag van gevaarlijke producten betreft wordt hier wel een speciale prefabopslagplaats voorzien Dossier 24 Nieuwe installatie in een chemische bedrijf Aard van de werken - Nieuwe installatie in chemische bedrijf te bouwen in een zone 2 (ruimte waar het bestaan van een ontplofbare atmosfeer weinig waarschijnlijk is bij normale werking of waar deze slechts korte tijd zou blijven bestaan in geval ze zich zou vormen) o slopen betonverharding o trillingsarme paalboringen o funderingswerken o staalconstructie o apparaten, leidingen, elektriciteit, instrumentatie o aansluitingen aan bestaande installaties tijdens shut-down Inhoud in verband brandveiligheid - Er wordt verwezen naar alle reglementaire verplichtingen inclusief uiteraard bijlage III van het K.B. TMB als minimum voorschriften - Werken met brandrisico worden zoveel mogelijk vermeden door de keuze van de uitvoeringstechnieken zoals de prefabricatie van gelaste onderdelen in een veilige zone en montage ter plaatse met schroefverbindingen. - Voor werken met brandrisico die niet kunnen vermeden worden, wordt verwezen naar het vuurvergunningssysteem van het bedrijf. - Zoals gebruikelijk in de chemische nijverheid is er verplichte veiligheidsopleiding voor alle personen die werken zullen uitvoeren in het bedrijf en is er uitgebreide informatie beschikbaar over de mogelijke risico s en de veiligheidsvoorzieningen en procedures Dossier 25 Nieuwbouw op terrein bestaand bedrijf Aard van de werken - Ruwbouwwerken voor een nieuw kantoorgebouw van ongeveer 15 x 50 m en 3 verdiepingen, binnen een bestaand bedrijf 44

57 Inhoud in verband brandveiligheid - In het veiligheids- en gezondheidsplan zit een verwijzing naar het bouwplaatsreglement voor brand dat echter beperkt is tot algemene voorschriften (cfr. bijlage III van het K.B. TMB) - In de risicoanalyse zelf staat niets in verband met brand. - In de inleiding wordt wel het volgende vermeld: Veronderstel brandveiligheid OK gezien één van de veiligheidsdiensten die hier zullen gehuisvest worden de brandweer (opdrachtgever) is Dossier 26 Verbouwing kantoortoren Aard van de werken - Verbouwing van een deel van een kantoortoren terwijl het gebouw in gebruik blijft - Het gaat om een gebouw van 8 verdiepingen en m² waarvan verdiepingen 6 en 7 intern volledig vernieuwd worden. Het gebouw wordt gebruikt door verschillende huurders. Inhoud in verband brandveiligheid - Vooral aandacht voor het comfort van de andere huurders van het gebouw en de strikte scheiding (met de nadruk op geluidshinder) tussen de zones. Interactie in verband met brand tussen de zones krijgt minder aandacht. - Er worden verschillende maatregelen opgesomd om de brandveiligheid te waarborgen tijdens werken (vooral vrijhouden van uitgangen) doch deze zijn niet volledig. Een voorbeeld: bij de risicoanalyse van werken met solventen wordt brandgevaar niet vermeld, enkel gezondheidsrisico s. - De branddetectie installatie moet in dienst blijven tijdens de werken. Uitzonderlijk kan gevraagd worden om een deel tijdelijk uit te schakelen. Hoe dit mogelijk is rekening houdend met de ingrijpende werken waarbij onvermijdelijk een sterke vervuiling van de detectoren zal optreden, wordt niet uitgelegd. - Voor gevaarlijke producten is er een meldingsplicht: het afleveren van een veiligheidssteekkaart. Geen verdere voorschriften Dossier 27 Nieuwbouw villa Aard van de werken - Nieuwbouw van een villa Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - In de risicoanalyse zelf staat niets in verband met brand Dossier 28 Nieuwbouw appartementen Aard van de werken - Afbraak van een bestaand gebouw voor het oprichten van appartementen (4 verdiepingen) in een stadscentrum (met aanpalende gebouwen) bebouwde oppervlakte ± 2500 m² 45

58 Inhoud in verband brandveiligheid - Tekst uit bijlage III van het K.B. TMB wordt overgenomen, geen echte analyse van de brandrisico s - Voor werken met brandrisico wordt verwezen naar de vuurvergunning. - In de risicoanalyse zelf staat niets in verband met brand tenzij voor opslag van gevaarlijke producten en de dakwerken met bitumen, zonder echter duidelijke en volledige maatregelen voor te schrijven. - Er wordt een brandploeg van 2 personen op de werf gevraagd, als volgt omschreven: o BRANDBESTRIJDINGSPLOEG o Op de werf dienen minstens twee personen aanwezig te zijn die bekwaam zijn om in geval van brand doeltreffend handelen op te treden. o Indien voor een werk in een welbepaalde zone een vuurvergunning nodig is, is het aangewezen dat één van deze personen daarbij aanwezig is Synthese vaststellingen coördinatiedossiers De meeste dossiers bevatten geen echte analyse van de brandrisico s. Ze beperken zich tot het herhalen van enkele vaak voorkomende brandveiligheidsaspecten. Vaak wordt gewoon de tekst van het K.B. TMB opgenomen in het dossier en wordt gerekend om een vuurvergunning om de rest op te lossen. Op een enkele uitzondering na, is er geen spoor van een echte preventieve aanpak die start in ontwerpfase en waar nodig het ontwerp of de uitvoeringsmethode bijstuurt. De enkele gevallen die beter uitgewerkt zijn betreffen werken in bedrijven waar men bedrijfsvoorschriften voor werken met derden hanteert die over de jaren heen steeds bijgewerkt en verbeterd zijn. Toch valt ook daar op dat er vaak geen specifieke analyse uitgevoerd wordt. Men rekent er blijkbaar op dat de veiligheidsregels en het toepassen van een vuurvergunningsprocedure in het bedrijf voldoende zijn. Rekening houdend met de belangrijke lacunes in de meeste geanalyseerde dossiers is er duidelijk nood meer aandacht voor brandveiligheid bij bouwwerken, een betere opleiding en betere hulpmiddelen. 3.4 Praktijk & ervaringsgegevens Als aanvulling op de bovenstaande gegevens en met het oog op het latere gebruik van deze scriptie als basis voor opleidingen zoals vermeld onder 1 Probleemstelling werd een beperkt onderzoek gevoerd naar andere praktijk & ervaringsgegevens. De informatie hieronder is gebaseerd op: - Eigen ervaring - Gesprekken met personen betrokken bij de veiligheid op bouwplaatsen - Informatie uit de pers (krant en vakliteratuur) Dit leverde een aantal indicaties en praktische voorbeelden op die hieronder beknopt worden weergegeven. Er is een duidelijk verschil tussen de risicoperceptie van professionelen betrokken bij bouwwerkzaamheden en wat uit de statistieken blijkt. Het risico op brand bij bouwwerken en meer in het bijzonder bij verbouwingen wordt hoog ingeschat. 46

59 Een voorbeeld daarvan zijn de brandrisico s bij dakwerken, specifiek het aanbrengen van bitumineuze dakbedekkingen met een gasbrander. Uit de praktijk blijkt dat deze aannemers niet gemakkelijk een brandverzekering kunnen afsluiten. Opnieuw kon dit niet gestaafd worden met statistieken, maar de verzekeringssector gaat er niet onterecht van uit dat het brandrisico bij dit soort werken hoog is. Uit gesprekken met medewerkers van Onroerend erfgoed Vlaanderen (voorheen monumenten- en landschappen ) blijkt dat ze vooral werken aan het onroerend erfgoed vrezen als mogelijke oorzaak van brand. Zonder dat ze hiervoor op statistieken kunnen terugvallen om dit te staven, is dat wat de ervaring hun leert. Een beperkt onderzoek naar krantenartikels uit De Standaard Online voor de periode maart tot mei 2008 leverde 7 resultaten op waarbij werken de vermoedelijke oorzaak van brand zijn. Dit is voor 1 krant met niet gespecialiseerde inhoud over 1 trimester toch een indicatie dat er wat statistieken betreft één en ander fout loopt in België. Door de algemene berichtgeving kunnen we uiteraard over niet meer dan een indicatie spreken. De oorzaak van de vermelde branden ligt niet altijd vast of kan door de journalist niet correct zijn weergegeven. vrijdag 14 maart Dakbrand AALST - Bij herstellingen aan een dak brak gisteren rond uur brand uit op de zolderverdieping van een huis in de Petrus Van Nuffelstraat. Door de brand liep een deel van het dak schade op. vrijdag 21 maart Brand in chocoladefabriek WIEZE - In de chocoladefabriek van Barry Callebaut- ontstond gisterenmiddag brand. In de afdeling waar de cacaonoten opgeslagen liggen, waren onderhoudswerken aan de gang. Vermoedelijk zette een vonk van een slijpapparaat het stof in de afzuigleiding in brand. De Lebbeekse brandweer had de brand vrij vlug onder controle. De schade is miniem. (pvr) zaterdag 05 april 2008 Bron: afp - Tien miljoen euro schade na brand in kasteel van Moncalieri ROME - Een brand zaterdagvoormiddag in het kasteel van Moncalieri dat toebehoort aan de laatste koninklijke familie van Italië, de Savoies, heeft voor tien miljoen euro schade veroorzaakt volgens de eerste schattingen van experten. De brand die uitbrak in een van de vier torens van dit kasteel, dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO prijkt, heeft een aantal kunstvoorwerpen en historische waardevolle documenten verwoest, aldus Ansa. Op het ogenblik van de brand waren renovatiewerken bezig. Een onderzoek werd gelast om de oorzaak van de brand te achterhalen. MCU 47

60 vrijdag 25 april DAKBRAND BRUSSEL - In het dak van een gebouw in renovatie op de hoek van de Koloniënstraat en de Koningsstraat, vlakbij het Parlement van de Franstalige Gemeenschap, is donderdag omstreeks 15 uur brand uitgebroken. Er was een grote rookwolk. Er zijn renovatiewerken bezig. Er bevond zich niemand in het gebouw. vrijdag 09 mei Tuinhuis brandt uit EEKLO - In de Zandstraat brandde gistermiddag een tuinhuis af. De brand ontstond bij het branden van roofing op het dak van het tuinhuis. De brandweer kon niet beletten dat het tuinhuis volledig uitbrandde. (osw) vrijdag 09 mei Brand in schip ZELZATE - In een droogdok, op het eind van de Kanaalstraat, ontstond bij laswerken gistermiddag om half 12 uur een brandje in de kajuit. Het bewoonbaar gedeelte van het schip liep zware schade op. (osw) dinsdag 20 mei 2008 Bron: ap, die welt Grote brand in Berliner Philharmonie BERLIJN - In de Berliner Philharmonie is dinsdag een grote brand uitgebroken. Het is niet duidelijk of er nog mensen in het gebouw aanwezig zijn. Iets voor twee uur vanmiddag merkte buurtbewoners de brand op. Die zou volgens de politie onder het dak van het gebouw ontstaan zijn. De brandweer is ter plaatse met 30 brandweerwagens en 170 brandweermannen. De brand zou veroorzaakt zijn door laswerken net onder het dak. De situatie ter plaatse zou wel al overzichtelijk zijn. De Philharmonie beschikt over een goed uitgeruste sprinklerinstallatie, waardoor erger waarschijnlijk verkomen kon worden. Het is nog niet duidelijk of er zich nog mensen binnen in het gebouw bevinden. Ook over eventuele gewonden is nog niets geweten. Het wereldberoemde concertgebouw werd ontworpen door de architect Hans Scharoun en was in 1963 klaar. Het gebouw is de thuisbasis van het bekendste symfonieorkest van Berlijn, de Berliner Philharmoniker. SVH, AVB 48

61 3.4.1 Verbouwing van een school met internaat in Wetteren Aard van de werken Het gaat om een interne verbouwing om de brandveiligheid te verbeteren, meerbepaald het brandwerend compartimenteren van de trappenhallen. Meerdere gebouwen op deze campus ondergaan deze behandeling. De gebouwen bevatten leslokalen, kamers van het internaat en kantoren. De gebouwen blijven in gebruik tijdens de verbouwingen. Het schema hieronder geeft een overzicht van de fasering voor één van de gebouwen. Figuur 6 Mariagaard - Overzicht fasering De volgende pagina geeft de zone rond de ingang weer en illustreert de aanpak. Per fase en per zone worden de grenzen van de werfzone aangeduid, aangevuld met de aanduiding van lokalen die tijdens die fase moeilijk of niet toegankelijk zijn. De foto s illustreren de scheiding van de werfzone. 49

62 Figuur 7 Mariagaard Detail fase 1 Figuur 8 Mariagaard foto 1 Figuur 9 Mariagaard foto 2 50

63 Opvallende aspecten in verband met brandveiligheid De uitdaging bij deze werken is vooral het behoud van voldoende evacuatiemogelijkheden voor elk deel van het gebouw. Daarvoor is een combinatie van maatregelen genomen: - Planning in verschillende fasen van de werken: deze planning werd vooraf uitgewerkt. - Voor elke fase is een evaluatie gemaakt van de beschikbare evacuatiemogelijkheden tijdens de werken en dit zowel voor het dag- als het nachtregime. - Op basis van deze evaluatie werd ofwel de planning bijgestuurd ofwel het gebruik van bepaalde zones beperkt of uitgesloten tijdens die fase. - Bij de werken is ook het plaatsen van bijkomende noodtrappen aan de buitenzijde van de gebouwen voorzien. Deze noodtrappen werden eerst geplaatst zodat de hierboven beschreven oefening al iets eenvoudiger werd. - De werken worden dagelijks opgevolgd en waar nodig bijgestuurd. De aard van de werken zelf houdt op zich geen groot brandgevaar in. 51

64 3.4.2 Tunnel onder de luchthaven van Zaventem Aard van de werken Diabolo project Boren van 2 spoorwegtunnels onder de luchthaven Zaventem en de aansluitende infrastructuurwerken. Figuur 10 Overzicht Diabolo project 52

65 Opvallende aspecten in verband met brandveiligheid Voor deze werken werd vooraf overleg gepleegd met de hulpdiensten, niet alleen om een eventuele interventie vlot te laten verlopen maar ook om preventiemaatregelen te bespreken. Een paar praktische gevolgen van dit overleg: - Rendez-Vous Punten (RVP): als onderdeel van de noodplannen zijn over de kilometers lange werfzone verschillende RVP ingericht en aangeduid. Elk RVP heeft een uniek nummer en de toegangsplannen tot elk RVP zijn beschikbaar voor alle betrokkenen. Op deze manier kan een interventieteam bij een noodgeval sneller op de juiste plaats geraken. Het volstaat op bij de oproep van de nooddiensten het juiste RVP door te geven. - Specifiek voor de tunnelboring werd gezocht naar een beperking van de brandlast en het bepalen van de aard en de hoeveelheid van de blusmiddelen. Bovendien zijn er evacuatieoefeningen gepland voor dit deel van de werf in samenwerking met de hulpdiensten. Figuur 11 Diabolo project - deel van het RVP plan 53

66 3.4.3 Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen - G.H. Luxemburg Aard van de werken Bouwen van 2 torens van meer dan 100 meter hoog en 27 verdiepingen op een gemeenschappelijke sokkel verbonden via een galerij met andere gebouwen van het Hof van Justitie. Opvallende aspecten in verband met brandveiligheid Deze werf werd niet bezocht in het kader van deze scriptie, toch zijn achteraf bekeken enkele interessante aspecten in verband met de brandveiligheid tijdens het bouwen te melden. Net zoals vele werven van dit type in een stedelijke omgeving is de ruimte voor werfinrichting schaars. De gemeenschappelijke sokkel, meerbepaald de kelderverdieping, diende dan ook voor tijdelijke opslagplaatsen en ateliers. In combinatie met een gebrek aan compartimentering tijdens de bouw betekende dit een belangrijk brandrisico. Hoe men met dit risico is omgegaan is niet bekend. Het gebouw is inmiddels in gebruik. De trappen werden wel opgetrokken samen met de verdiepingen. Elke toren beschikt over 2 trapkokers die echter niet gecompartimenteerd waren tijdens de bouw. Het gebouw is uitgerust met een sprinklersysteem dat slechts in de allerlaatste fase in dienst werd gesteld. Figuur 12 Foto 1, bron: Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Figuur 13 Foto 2, bron: Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 54

67 3.5 Risicofactoren - synthese Uit de regelgeving bleek al dat er nood is aan een risicoanalyse methode voor brandveiligheid op bouwplaatsen. Uit de resultaten van dit hoofdstuk blijkt dat codes van goede praktijk door hun prescriptief karakter niet geheel voldoen. Verder stellen we vast dat in de geanalyseerde coördinatiedossiers geen grondige analyse van de brandrisico s vervat zit. Daarom is het belangrijk om de lacunes in bovenstaande teksten wat betreft de organisatie en die een invloed hebben op het ontstaan van een brand, de strengheid van een brand en de mogelijke gevolgen te identificeren, als achtergrond bij de risicoanalysemethode die in hoofdstuk 5 wordt voorgesteld Organisatie Omkadering Verantwoordelijken Naast de algemene verantwoordelijkheden van de werkgever of eigenaar en hun hiërarchie, vinden we in bovenstaande teksten 2 specifieke functies terug die een belangrijke rol kunnen spelen voor de brandveiligheid tijdens bouwplaatsen: - De veiligheidscoördinator bij ontwerp en bij uitvoering - De brandveiligheidsverantwoordelijke, zie NFPA 241 [9] punt 7.2 Fire Prevention Program Manager of de JCoP [3] punt 6 Site Fire Safety Co-ordinator. Indien beide functies correct ingevuld en uitgevoerd worden, dan zou er wat verantwoordelijkheden betreft geen probleem mogen zijn. Zeker in de Belgische situatie waar er naast de veiligheidscoördinator ook interne preventieadviseurs zijn, zou er voldoende deskundigheid moeten aanwezig zijn om de juiste maatregelen te bepalen en de rest van de organisatie te sensibiliseren en mobiliseren om deze maatregelen uit te voeren. De praktijk leert ons echter dat de veiligheidscoördinatie vaak niet werkt. Voor deze scriptie houden we het bij deze vaststelling, verder ingaan op de oorzaken van het onvoldoende functioneren van de veiligheidscoördinatie zou ons te ver afleiden van het onderwerp van deze scriptie. Gestructureerde en planmatige aanpak Onze welzijnswetgeving vraagt een gestructureerde en planmatige aanpak, net zoals NFPA 241 [9] en de JCoP [3]. (weliswaar op een iets andere manier) NPFA vraagt wel geen analyse bij ontwerp zoals we in de context van de richtlijn TMB kennen. Alle teksten bevatten echter zowel een reeks richtlijnen voor preventie als voor repressie en noodsituaties. We kunnen wel besluiten dat de teksten voldoende voorschriften en richtlijnen bevatten om gestructureerd en planmatig brandveiligheid bij bouwwerken aan te pakken. 55

68 3.5.2 Ontstaan van brand In essentie gaat het hier om de elementen van de vuurdriehoek en de gekende uitbreidingen ervan zoals vorm van de brandstof, katalysator of inhibitor, enz. Oxidans In alle geconsulteerde teksten worden geen expliciete vragen gesteld in verband met O 2 zoals: - Verhoogd of verlaagd O 2 -gehalte, verhoogd, bv. door lekkende opslag van O 2 - Aanwezigheid van andere oxiderende producten die in combinatie met andere chemicaliën een hevige exotherme reactie kunnen veroorzaken? Hoewel de situaties op werven waarbij deze factor een rol van betekenis kan spelen allicht zeldzaam zijn, is het vanuit het standpunt van risicoanalyse wel belangrijk om telkens deze vraag te stellen. Brandstof Alle voorschriften bevatten een reeks punten in verband met de aanwezigheid van brandbare producten op de bouwplaats. Er wordt aandacht besteed aan het beperken van de brandlast en het correct stockeren van de gevaarlijke stoffen. De teksten blijven echter vrij algemeen op dit punt. Er worden bv. te weinig vragen gesteld over de aard van de brandlast (bv. houten planken of zagemeel), en de hoeveelheden (bv. hoeveel per m²?) en de relatie met de planning (bv. wanneer zijn er pieken? gelijktijdig over heel de werf?). Meer gerichte vragen naar deze aspecten zijn belangrijk, niet alleen om de kans op het ontstaan van de brand maar ook om de strengheid van de brand te kunnen inschatten. Ontstekingsbronnen Er gaat veel aandacht naar Hot work (lassen, slijpen, branden, ), verbrandingsmotoren (hete uitlaat) en elektrische installaties. Het valt echter op dat steeds dezelfde lijstjes opduiken. Deze lijstjes zijn allicht gebaseerd op de ervaring met de meest voorkomende ontstekingsbronnen op bouwplaatsen. Het risico bij deze aanpak is dat men vergeet aandacht te besteden aan andere mogelijke ontstekingsbronnen wat vanuit het standpunt van risicobeheer geen goede aanpak is. Een inspiratiebron voor een ruimer denkkader in verband met ontstekingsbronnen voor brand kan de EN [27] zijn, daarin worden er dertien soorten ontstekingsbronnen onderscheiden voor ontploffingen: - hete oppervlakken - vlammen en hete gassen - mechanisch veroorzaakte vonken - elektrische installaties - elektrische circulatiestromen, kathodische corrosiebescherming - statische elektriciteit - blikseminslag - elektromagnetische velden binnen het bereik van de frequenties van 9 khz tot 300 GHz - elektromagnetische straling binnen het bereik van de frequenties van 300 GHz tot 3 x 106 GHz en/of golflengten van 1000 μm tot 0,1 μm (optisch spectrumgebied) 56

69 - ioniserende straling - ultrageluid - adiabatische compressie, drukgolven, stromende gassen - chemische reacties De nodige energie voor brand en explosie verschilt sterk, deze lijst kan dus niet zonder meer toegepast worden op brand. Smeulende branden Dat brand kan uitbreken enige tijd na het beëindigen van de werken wordt wel opgemerkt in de regels van goede praktijk. NFPA [9] vraagt in de laatste editie (2009) een nabewaking van 2 uur terwijl de vorige editie net zoals de JCoP [3] een nabewaking van 1 uur vraagt. Het organiseren van een nabewaking is overigens opnieuw een punt dat moet voorzien worden tijdens de ontwerpfase. Dan kan bekeken worden voor welke werken dit wenselijk is en kan hiervoor een post in het budget voorzien worden Strengheid van brand De besproken teksten besteden nauwelijks aandacht aan de strengheid van de brand terwijl de verwachte strengheid van de brand een invloed heeft op de keuzes voor de brandbeveiliging. Bv. wanneer men een snel evoluerende brand verwacht, dan zal bv. een snelle detectie en repressie nodig zijn samen met goede evacuatiemogelijkheden. Door de voortdurend veranderende omstandigheden op bouwplaatsen is een wetenschappelijke analyse van de te verwachte strengheid van brand geen haalbare kaart in de praktijk. Een bewustmaking van de verantwoordelijken voor de risicoanalyse en een ruwe inschatting van de mogelijke strengheid van brand voor de meest kritische plaatsen en fasen van een bouwproject, is echter een minimum. In de opleiding van deze verantwoordelijken moet dan ook aandacht besteed worden aan bv. - De verschillende brandcurves - De invloed van de ventilatiefactor - De invloed van de kρc-factor Mogelijke gevolgen In verband met het beperken van de mogelijke gevolgen van een brand beperken de besproken teksten zich tot algemeenheden, terwijl er enkele factoren zijn die relatief goed kunnen ingeschat worden. Mogelijk aantal slachtoffers Voor de meeste bouwwerken heeft men een goed zicht op het aantal personen dat zal aanwezig zijn op de werf in een bepaalde fase en op een bepaalde plaats. Voor grotere werken wordt het aantal resources opgenomen in de projectplanning. (zie ook 5.7 ) Bij de voorbereiding van de werken wordt aandacht besteed aan het afvlakken van deze resources om onmogelijke pieken en schommelingen in de personeelsbezetting van de werf te voorkomen. Op basis van deze gegevens is het m.a.w. mogelijk om de evacuatiemogelijkheden te begroten in aantal en omvang. 57

70 In praktijk beperkt men zich vaak tot de eis om de trappen mee op te trekken met het opgaande bouwwerk. Daarbij gaat men er impliciet of onbewust vanuit dat de bezetting op de werf kleiner of gelijk zal zijn dan deze van het uiteindelijke bouwwerk. Dit uitgangspunt kan leiden tot gevaarlijke situaties. Zeker in de laatste weken voor de opening kan de densiteit van werknemers hoog oplopen. Bovendien zijn deze laatste weken vaak zeer hectisch omdat bij uitstek hier de achterstand op de planning tot uiting komt. Een tweede aspect voor de veiligheid van personen is de veiligheid van de hulpdiensten. Onder andere NFPA [9] en JCoP [3] besteden hier aandacht aan. Er wordt overleg met de hulpdiensten gevraagd, regelmatige bezoeken aan de werf door de hulpdiensten, enz. Deze bezoeken moeten de hulpdiensten vertrouwd maken met de evoluerende omstandigheden en de lay-out van de werf. Mogelijke materiële schade Afhankelijk van de fase en de aard van de werken, kan de mogelijke materiële schade zeer hoog oplopen tot het totaal verlies van het bouwwerk in uitvoering plus mogelijke schade aan de omgeving. In bepaalde fasen is de brandbeveiliging immers beperkt en zijn er bijvoorbeeld nauwelijks hindernissen voor brandvoortplanting door rookverspreiding en straling. In combinatie met een gebrekkige detectie van brand en dito interventiemogelijkheden zorgt dit voor een hoog risico. Mogelijke schade gemeenschappelijke factoren Factoren die zowel voor grotere schade op menselijk vlak als op materieel vlak kunnen zorgen, zijn o.a.: Laattijdig ontdekken van brand Gebrekkige interventiemogelijkheden Gebrekkige passieve brandbeveiliging door onvoltooide weerstand tegen brand: Gebrek aan compartimentering Mechanische respons van een onafgewerkte constructie: nog niet beschermde staalconstructies, welfsels zonder druklaag, onvolledig uitgehard beton, enz. In het volgende hoofdstuk worden mogelijke beveiligingsmaatregelen voor deze factoren besproken. 58

71 4 Brandbeveiliging Het doel van dit hoofdstuk is om een overzicht te geven van punten waarin de brandbeveiliging van een werf verschilt van de meer permanente situatie na het bouwen. Het is vooral belangrijk bij een risicoanalyse van de brandveiligheid tijdens het bouwen om zich bewust te zijn van deze verschillen. Dit hoofdstuk heeft zeker niet de ambitie om volledig te zijn in het beschrijven van mogelijke verschillen en voorbeelden, maar wel om de juiste denkpistes aan te geven. Bouwen of verbouwen is per definitie een proces met vele variabelen eigen aan één bepaald project, zodat volledig zijn uitgesloten is. Het onderscheid tussen nieuwbouw en verbouwen is bij deze bedenkingen belangrijk. Het hoofdstuk is opgebouwd rond de 3 groepen van brandbeveiligingsmaatregelen, namelijk passieve, actieve en organisatorische maatregelen. Een goede brandbeveiliging bestaat steeds uit een evenwichtige combinatie van maatregelen uit deze 3 groepen. 4.1 Passieve brandbeveiliging Nieuwbouw Zowel de stabiliteit bij brand als de compartimentering wordt geleidelijk gerealiseerd tijdens het bouwen. Stabiliteit Voor stabiliteit bij brand van bouwelementen en constructies zijn er test- en rekenmethodes beschikbaar. Wat de stabiliteit bij brand van een bouwelement of constructies in wording is, is echter een vraagteken. Een paar voorbeelden: - Hoe zal een vloer met voorgespannen welfsels en een pas gestorte druklaag zich gedragen bij brand? - De stabiliteit van een nog niet beklede staalconstructie kan ingeschat worden, maar de berekeningsnota s worden enkel opgemaakt voor de afgewerkte constructie. Berekeningsnota s voor de half afgewerkte constructie worden niet opgesteld. De onzekerheid over de stabiliteit bij brand is tijdens het realiseren van een constructie m.a.w. veel groter dan bij een afgewerkte constructie. Zonder meer rekenen op de stabiliteit bij brand die de uiteindelijke constructie zal geven, kan men niet. Compartimentering Men kan dezelfde bedenking formuleren voor de compartimentering, maar er zijn extra elementen die hieraan moeten toegevoegd worden, zoals: - Het brandwerend afdichten van openingen rond leidingen kan pas in een laat stadium gebeuren. Deze werken zijn meestal gesitueerd naar het einde van het plaatsen van de technische installaties en de aanvang van de afwerking. Voor deze fase kan men niet rekenen op afgedichte openingen. Hetzelfde geldt voor technische kokers, waar men er eveneens moet vanuit gaan dat deze als schouw kunnen functioneren voor de afwerkingsfase. 59

72 - Hoewel sommige codes van goede praktijk aandringen op het zo vroeg mogelijk plaatsen van brandwerende deuren en poorten tijdens het constructieproces, lijkt dit niet realistisch in een werfsituatie. Brandwerende deuren en poorten kunnen slechts geplaatst worden en correct hun functie vervullen als de afwerking er rond gerealiseerd is, bv. de vloerbekleding. Verder zijn deze deuren en poorten gevoelig voor mechanische beschadigingen en het risico daarop is veel groter tijdens het bouwen en de afwerkingsfase. De conclusie is dus analoog met de stabiliteit bij brand: men kan niet zonder meer rekenen op een compartimentering van de werf. Afstandsregels of scheiding Naast de compartimentering met brandmuren en deuren, kan men de uitbreiding van een brand beperken of remmen door o.a. een bepaalde afstand te respecteren tussen materialen opgeslagen op de bouwplaats en het bouwwerk. Indien het bouwterrein voldoende groot is, is een scheiding door afstand van gestockeerde producten, werfateliers, kantoren, enz. uiteraard een goede maatregel. De codes van goede praktijk geven richtwaarden voor dergelijke afstanden of men kan op basis van berekeningen (stralingswarmte) afstanden bepalen. Evacuatie Het correct afstemmen van de evacuatiemogelijkheden op het aantal personen is de eerste vereiste voor een vlotte evacuatie. Zoals eerder aangehaald is het optrekken van de definitieve trappen samen met het bouwwerk een vaak voorgeschreven en toegepaste maatregel. Wanneer dat echter onvoldoende blijkt, moet er gezocht worden naar bijkomende mogelijkheden, zoals stellingtrappen opgesteld buiten het bouwwerk of in atria in het gebouw. Zeker voor hogere bouwwerken kan men overwegen de evacuatie en interventie te laten verlopen via de bouwliften met een noodstroomvoorziening. Signalisatie en verlichting (nood- en veiligheidsverlichting) worden in alle voorschriften aangehaald. Het verschil met de definitieve situatie ligt vooral in de noodzaak om dit mee te laten evolueren met de bouwwerken. Dit is eerder een organisatorische dan een technische uitdaging. Een laatste bedenking gaat over het rookvrij houden van evacuatiewegen. Zeker voor de interne trapkokers stuit men hier op de technische beperkingen van een werfsituatie zoals bij het compartimenteren. Voor rookvrije evacuatiewegen zal men eerder moeten denken in de richting van buitentrappen of interne trapkokers die ver genoeg van mekaar verwijderd zijn Verbouwen Waarin verschilt het verbouwen van nieuwbouw wat betreft stabiliteit en compartimentering? Stabiliteit Verbouwen betekent vaak het gedeeltelijk demonteren of slopen van een constructie. Bv. het wegnemen van de brandwerende bekleding van een constructie. Dit kan niet alleen de stabiliteit van de constructie in de werfzone beïnvloeden. Het risico op voortschrijdende instorting, voorbij de scheiding tussen de werf en het deel in gebruik, wordt vergroot. Denk bv. aan de grondige vernieuwing van een verdieping in een kantoorgebouw (zie ) waarbij het best denkbaar is dat men de brandwerende bekleding van de staalstructuur vernieuwt en zo de stabiliteit bij brand van de hele toren in gevaar brengt. 60

73 Denkpistes om dit soort situaties te voorkomen: als men dit detecteert in de projectfase kan men de planning en de uitvoeringsmethode aanpassen. Eventueel kan men op basis van bijkomende stabiliteitsberekeningen bij brand de werken in fasen te laten verlopen, waarbij een voldoende groot deel van de constructie beschermd blijft. Het detecteren van dit probleem tijdens de uitvoering zal onvermijdelijk tot grotere problemen leiden door de impact op de uitvoeringstermijn en andere bijkomende kosten. Op deze manier is dit een mooie illustratie van hoe belangrijk het principe van veiligheidscoördinatie bij ontwerp kan zijn. Compartimentering Nagenoeg alle voorschriften besteden enige aandacht aan de scheiding tussen de werfzone en de rest van het gebouw. Net zoals bij het vorige punt, kan de compartimentering tussen beide zones aangetast worden door de werken. Denk bv. aan doorvoeringen voor technische installaties, namelijk het demonteren van oudere doorvoeringen of het realiseren van nieuwe. Mits men zich bewust is van het probleem, is het behouden van de compartimentering vaak oplosbaar. Evacuatie Bij verbouwen is een evaluatie van de evacuatiemogelijkheden van beide zones (werf en normaal) noodzakelijk. Men kan zich de vraag stellen of beide zones afzonderlijk over voldoende evacuatiemogelijkheden beschikken of dat een evacuatie via de andere zone nodig blijft. Zeker in het laatste geval moet er aandacht besteed worden aan het aanpassen van de signalisatie in beide zones Besluit passieve brandbeveiliging De uitdaging zit vooral in het omgaan met een grote graad van onzekerheid omtrent de passieve brandbeveiliging van een bouwplaats. Het compenseren van het gebrek aan passieve beveiliging door andere beveiligingsmaatregelen zal noodzakelijk zijn. 4.2 Actieve brandbeveiliging Net zoals de passieve brandbeveiliging worden de actieve brandbeveiligingssystemen geleidelijk gerealiseerd tijdens het bouwproces. De actieve systemen worden meestal slechts afgewerkt en in dienst gesteld in de allerlaatste bouwfase. Bij de denkoefening hieronder worden 2 pistes voor ogen gehouden, of het eerder afwerken en in dienst stellen van de definitieve systemen of het plaatsen van tijdelijke systemen specifiek voor de bouwfase Nieuwbouw Melding, waarschuwing en alarm Melding: technisch zijn er voldoende eenvoudige oplossingen (telefoonlijn, gsm, ), dit is vooral organisatorisch een uitdaging daarom zie 4.3. Waarschuwing: het automatisch detecteren van het begin van brand op een bouwplaats is wel degelijk een technische uitdaging. Als er al een detectie-installatie voorzien is voor het afgewerkte bouwwerk, dan wordt deze meestal in de allerlaatste fase in dienst gesteld. De reden hiervoor is onder meer de gevoeligheid van de meeste detectoren voor vervuiling. 61

74 In het themanummer over Construction Fire Safety van Fire Protection Engineering, meerbepaald het artikel Fire Detection and alarm systems in building under construction [28] bespreekt de auteur onder andere de mogelijkheden van het vroegtijdig installeren van het detectiesysteem. Het probleem van vervuiling tijdens de bouw blijkt vaak tot problemen te leiden zodat er in de National Fire Alarm Code [29] zelfs een clausule wordt voorgesteld om betwistingen te voorkomen. Uit praktijkervaring met werven in België blijkt dat installateurs van branddetectiesystemen inderdaad de detectoren van beschermkappen voorzien tot net voor de indienststelling van het systeem. Dat in dienst stellen gebeurt wanneer mogelijk vervuilende werken achter de rug zijn, met andere woorden in de laatste dagen voor de opening. Naar analogie hiermee zal men vaak bij verbouwingen het deel van de branddetectie installatie in de werfzone buiten dienst zetten en de detectoren beschermen tegen vervuiling. Bij verbouwen heeft men echter wel de mogelijkheid om bv. tijdens de nacht en de weekends het systeem te activeren. Op die manier zou men tijdens de werkuren kunnen rekenen op detectie door de aanwezige personen en buiten de werkuren een beroep kunnen doen op het automatisch systeem. Voor nieuwbouw zal een manier om specifiek tijdens het bouwen tijdig het begin van brand te ontdekken, moeten gevonden worden. Ook hier kan men denken aan manuele detectie en/of automatische detectie. Op het ontdekken van brand door personen gaan we verder in onder 4.3. Voor automatische detectie moet het tijdelijke systeem aan enkele criteria voldoen: Bestand zijn tegen de specifieke omgevingsfactoren van een werf zoals temperatuur, luchtvochtigheid, luchtcirculatie, mechanische beschadiging, stof of andere producten die de werking van een detectiesysteem kunnen verstoren. Praktisch haalbaar, zoals eenvoudig te installeren en beheren, flexibel om aanpassingen aan de evolutie van de werf mogelijk te maken. Economisch verantwoord bv. herbruikbaar op meerdere projecten. Het eerder geciteerde artikel uit Construction Fire Safety [28] suggereert in dit verband als oplossing o.m. het gebruik van een lineaire thermische detectie. Technisch en praktisch zijn er alvast enkele argumenten in het voordeel van zo n oplossing: - relatief goed bestand tegen de omgevingsfactoren - in deze omgeving minder kans op valse alarmen dan rookdetectie - vrij eenvoudige plaatsing (minder kritisch qua installatieregels dan puntdetectoren) De keuze van de technologie zal echter geval per geval moeten gebeuren. Een paar voorbeelden: Bij het bouwen van een kantoorgebouw zal het afwerken van het plafond problemen geven voor de tijdelijke detectie. In een industriegebouw daarentegen kan een detectiekabel onder de hoofdbalken waarschijnlijk tijdens de hele duur van de werken (en eventueel ook nadien) ongehinderd blijven hangen. Bij het boren van een tunnel (bv. Diaboloproject) zou men een detectiekabel kunnen afrollen samen met de andere nutsleidingen die de boormachine volgen. Andere detectietechnologiën die vaak buiten gebruikt wordt, kunnen geschikt zijn voor bepaalde werven, zoals detectie met camera s of UV/IR-vlamdetectoren. 62

75 Aandachtpunten blijven: - De identificatie van de plaats van detectie op de centrale: het vraagt een goede organisatie om de informatie op de detectiecentrale op een duidelijke manier te laten overeenstemmen met een zone van de werf. - De mogelijke beschadiging van detectoren en valse alarmen door bepaalde werken. - De overgang van het tijdelijke systeem naar het definitieve systeem moet correct gepland worden, niet alleen technisch maar ook organisatorisch. - Het financieel economisch aspect dat niet verder onderzocht is in deze scriptie. Alarm (evacuatiesignaal): Net zoals voor de melding zijn er voor het alarmsignaal technisch voldoende eenvoudige oplossingen en is dit vooral organisatorisch een uitdaging daarom zie 4.3. Technische oplossingen zijn onder andere: Installatie van elektrische sirenes bv. aan de trappenhallen of de bouwlift Handsirene of persluchtclaxon (indien de werf niet te groot is) Blusmiddelen Men kan dit indelen in 2 groepen: - Tijdelijke blusmiddelen specifiek geplaatst voor de werf zoals brandblussers of een droge stijgleiding. o Brandblussers: het voorzien van voldoende brandblussers van het juiste type (aangepast aan het risico en de omgevingsfactoren) is geen technisch probleem meer. De uitdaging is opnieuw eerder organisatorisch, zie 4.3. o Droge stijgleiding: zeker bij werven met grote hoogteverschillen of horizontaal uitgestrekte werven met moeilijker bereikbare delen voor brandweervoertuigen, kan het plaatsen van een droge voedingsleiding voor brandweerslangen een interventie vergemakkelijken. Aandachtspunten: een goed bereikbaar en gesignaleerd voedingspunt voor het systeem, voldoende aansluitpunten op de werf, het juiste type koppeling in overleg met de brandweer. Deze oplossing wordt in verschillende codes van goede praktijk vermeld, zowel als tijdelijk systeem, als het gefaseerd plaatsen van de definitieve leiding. Deze laatste oplossing is uiteraard economisch interessanter. - Definitieve systemen die gefaseerd in gebruik worden genomen zoals een droge stijgleiding of sprinklers In het themanummer over Construction Fire Safety meerbepaald de artikels Supplying water for high-rise construction projects [30] en Fire sprinkler systems during construction [31] worden enkele tips gegeven. Wat sprinklers betreft vraagt NFPA 241 bv * If automatic sprinkler protection is to be provided, the installation shall be placed in service as soon as practicable. Dit is echter niet zo eenvoudig te realiseren. o o Men moet zich er bewust van zijn dat dergelijke opbouw aan dezelfde beperkingen onderhevig zal zijn als elke gedeeltelijke sprinklerinstallatie, zoals de onmogelijkheid om een brand die in de niet gesprinklerde zone begint, te controleren. Beslissen wanneer een deel van de installatie in dienst kan gesteld worden is niet zo eenvoudig: De voeding van installatie (waterbevoorrading, pompen, ) moet afgewerkt zijn. Elk deel moet beschikken over een eigen controlepost. 63

76 Het alarm met doormelding zou eveneens operationeel moeten zijn om te vermijden dat een sprinklersysteem uren lang water blijft sproeien. Voor natte systemen moet men vorstgevaar kunnen uitsluiten. De werken moeten voldoende ver gevorderd zijn om beschadiging van de sprinklerkoppen te voorkomen. Vooral sprinklers met glazen ampul met kleinere diameter (bv. ESFR) zijn gevoelig voor mechanische beschadiging. Het artikel suggereert zelfs dat de glazen ampul weken of maanden na de beschadiging kan breken. Dit brengt ons bij de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij waterschade of bij slecht functioneren. De meeste installateurs willen hun installatie om die redenen pas in dienst stellen als de werken nagenoeg afgerond zijn. Voor die tijd laten ze bv. de beschermkappen over de sprinklerkoppen zitten. De waterbevoorrading via een droge of natte leiding moet correct opgebouwd worden. Een goede referentie in dit verband is NFPA 14 [32]. o o o o o Enkele aandachtspunten: vorstgevaar voor natte systemen; de nodige waterdruk voor hoge gebouwen; open staande kranen bij manuele droge systemen; de persluchtdruk die kan vrijkomen bij semi-automatische droge systemen, een probleem dat toeneemt met de hoogte van het systeem; de waterslag bij het voeden van droge systemen, opnieuw belangrijker bij hoge systemen waar de vereiste pompdruk hoger is. Rook- en warmteafvoer Rook- en warmteafvoersystemen kunnen om technische redenen pas na de ruwbouw en het voltooien van een deel van de afwerking en de technische installaties geplaatst en in dienst gesteld worden. Ze zijn bovendien voor hun goede werking afhankelijk van de afwerking van andere werken zoals dichtheid van het gebouw, rookcompartimentering, detectie. Men kan m.a.w. niet rekenen op de aanwezigheid van een goed functionerend RWAsysteem tijdens de bouwwerken Verbouwen Vanuit technisch standpunt stelt het in dienst houden bij werken van actieve brandbeveiligingssystemen dezelfde problemen als bij nieuwbouw. Zie wat dat betreft het vorige punt waar enkele aspecten in verband met verbouwen reeds aan bod kwamen. Het belangrijkste punt bij verbouwen is een goede coördinatie tussen de werfzone en de zone in gebruik. Het moet op elk moment duidelijk zijn op welk systeem men al dan niet kan rekenen voor elke zone en wat in voorkomend geval de compenserende maatregelen zijn. Het volgende punt gaat hier verder op in. 64

77 4.3 Organisatie van de brandveiligheid Zowel passieve en actieve brandbeveiliging zijn tijdens het (ver)bouwen aan belangrijke beperkingen onderhevig. Om deze beperkingen op te vangen zal een goede organisatie noodzakelijk zijn Nieuwbouw Wie doet wat? De zorg voor brandveiligheid op een bouwplaats is een taak die thuis hoort op een overkoepelend niveau. Individuele aannemers kunnen eventueel zorgen voor bijkomende beveiliging bij specifieke werken, maar de basis brandbeveiliging moet overkoepelend georganiseerd worden. De richtlijn TMB vangt dit grotendeels op via de veiligheidscoördinator, die daarom niet zelf de volledige taak op zich moet nemen, maar wel moet zorgen dat de gepaste organisatie zowel in project- als in uitvoeringsfase tot stand komt. Hoe zo n organisatie er kan uitzien, wordt uiteengezet in zowel NFPA 241 punt 7 [9] als de JCoP punt 6 [3]. (zie ook en ) Deze punten bevatten een lijst van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden die een goede aanvulling zijn op de taken die in de welzijnswetgeving en het K.B. TMB worden beschreven. De combinatie van deze 3 referenties levert voldoende elementen op voor een degelijke organisatie. Welke bron men ook als basis wil gebruiken, de volgende punten zijn essentieel: - het aanstellen van een verantwoordelijke persoon, waarvan de verantwoordelijkheden vastgelegd worden, gekoppeld aan bevoegdheden om op te treden; - het opstellen van een programma of plan voor de brandveiligheid in projectfase; - het uitvoeren en waar nodig aanpassen van dit programma tijdens de uitvoering; - communicatie en overleg met alle betrokken partijen, zowel op de bouwwerf als met externe partijen zoals de brandweer en de bevoegde overheid; - actief toezicht op alle brandbeveiligingsmaatregelen: opvolging van de uitvoering, het onderhoud, de controle, enz.; - zorgen voor informatie, opleiding, promotie over deze maatregelen; - voor grotere werven: het samenstellen van een ploeg van verschillende medewerkers. Organisatorische maatregelen Als aanvulling op de beknopte lijst hierboven: - opstellen van een noodplan, waarin onder andere de hieronder opgesomde punten worden verwerkt; - opstellen van beknopte duidelijke instructies voor iedereen op de werf. Dit is niet zo eenvoudig als men op het eerste zicht zou denken. Op de meeste werven vindt men werknemers van verschillende nationaliteiten, taal en cultuur. Niet alle werknemers blijven gedurende langere tijd op 1 project. Bepaalde gespecialiseerde ploegen komen slechts voor enkele dagen naar de werf. In deze omstandigheden is het geen sinecure om de essentiële veiligheidsinstructies aan iedereen duidelijk maken en zich ervan te vergewissen dat ze goed begrepen zijn. - Melding: o duidelijk vastleggen wie de brandweer verwittigt, in welke omstandigheden, met welke middelen, om tijdverlies te voorkomen; o vooraf een type boodschap voor de melding opstellen is een goede maatregel; 65

78 o wie de melding doet vraagt de nodige overweging: deze persoon moet steeds snel beschikbaar zijn en de afgesproken procedures goed kennen; bij werken in meerdere ploegen moet een overdracht georganiseerd worden tussen de ploegen; indien bij wijze van spreken iedereen de brandweer mag verwittigen, kan men tot een situatie komen waar iedereen denkt dat iemand anders dit al gedaan heeft. - Alarm (evacuatiesignaal): o duidelijk vastleggen wie de beslissing tot evacuatie mag nemen, voor het alarm kunnen en mogen dat meerdere personen zijn, in gevaarlijke omstandigheden (bv. de mogelijkheid tot een zeer snel evoluerende brand) is het niet ongewoon om iedereen de toestemming te geven om het evacuatiesignaal te starten; o zorgen voor de nodige middelen om iedereen op de werf te kunnen bereiken, rekening houdend met het lawaai op de werf, de uitgestrektheid, enz. - Organisatie van de eerste interventie: o zorgen voor voldoende opgeleide personen gedurende de volledige uitvoeringstermijn van de werken: dit vergt goede afspraken (coördinatie) tussen alle betrokken partijen, de ploeg kan samengesteld zijn uit medewerkers van meerdere bedrijven, gezamenlijke oefeningen zijn in dat geval aangewezen; o plaatsing en onderhoud van blusmiddelen: de basisvoorzieningen moeten overkoepelend georganiseerd worden, vermits de blusmiddelen zullen evolueren in aantal en plaats met de werf en rekening houdend met mogelijke beschadigingen tijdens de werken is een regelmatige opvolging nodig, het aanstellen van een verantwoordelijke die dit dagelijks opvolgt (bv. te combineren met de opvolging van de signalisatie, evacuatiewegen, enz.) is noodzakelijk. - Organisatie van de evacuatie: o zorg voor voldoende, vrije, goed gesignaleerde evacuatiewegen; o informatie voor de aanwezigen; o organisatie van evacuatieoefeningen; o aangeduide verzamelplaats(en); o registratie van aanwezigen: Het registreren van wie op de werf aanwezig is om bij een evacuatie te kunnen nagaan of iedereen de werf veilig verlaten heeft, is in de praktijk een hele uitdaging. (zelfs voor vele bedrijven in normale omstandigheden is dit niet eenvoudig) Toch is het essentieel in verband met de interventie van de brandweer. Wanneer men zeker is dat de werf volledig ontruimd is, moeten er geen, vaak gevaarlijke, search & rescue -operatie uitgevoerd worden. - Brandweer interventie: o onthaal en begeleiding van de brandweer: afspraken maken rond de plaats(en) waar de brandweer de werf kan bereiken en zorgen voor een begeleider die de brandweer bij aankomst correcte informatie kan geven over de situatie op de werf. In NFPA 241 [9] spreekt bv. in punt 7.5 van een command post waar alle nuttige informatie beschikbaar is en waar de verantwoordelijke voor de brandveiligheid de brandweer kan informeren; o toegankelijkheid: zowel voor voertuigen als personeel; o kennis van de situatie: bv. door regelmatige bezoeken door de brandweer, bijgewerkte situatieschema s, enz. 66

79 4.3.2 Verbouwen Bij verbouwen kan men het schema van het vorige punt overnemen, met echter enkele belangrijke bijkomende punten: - de coördinatie van het geheel met de bestaande organisatie van het bedrijf waar de werken doorgaan; - het eventueel aanpassen van de bestaande organisatie aan de werfsituatie, zoals een aangepast evacuatieplan voor het deel dat in gebruik blijft. 4.4 Synthese brandbeveiliging Door de beperkingen waaraan vooral de passieve en actieve brandbeveiliging onderhevig is tijdens het (ver)bouwen, is een degelijke organisatie onontbeerlijk. Het aanduiden van een verantwoordelijke voor de brandveiligheid van een project met de nodige verantwoordelijkheden en bevoegdheden is belangrijk. Hoe eerder deze persoon bij het project betrokken wordt (best tijdens het ontwerp), hoe groter zijn kans op slagen met een minimum aan kosten. 67

80 5 Praktische aanpak 5.1 Waarom controlelijsten? Welke risicoanalyse methode is het meest geschikt om de brandveiligheid op bouwplaatsen te beoordelen? Of aan welke criteria moet zo n risico analyse methode voldoen? [33] Een eigenschap van bouwwerken is, dat ze in tegenstelling tot een operationeel gebouw, letterlijk van dag tot dag evolueren. Het volstaat met andere woorden niet om eenmalig de risico s te analyseren voor het bouwwerk. De analyse zal moeten herhaald worden voor elke belangrijke fase van het bouwproces. Dit betekent dat tijdrovende, arbeidsintensieve risicoanalyse methodes niet praktisch bruikbaar zijn. Enkele voorbeelden hiervan: FRAME: is geschikt voor de meeste bouwwerken. De methode is immers ontworpen voor gesloten gebouwen. Verder wordt de methode toegepast per compartiment. Gewoonlijk wordt de berekening gemaakt voor de meest ongunstige compartimenten. Tijdens bouwwerken is er vaak geen sprake van compartimenten, die zijn immers nog in opbouw. Bovendien zijn de meeste parameters die in deze methode verwerkt zijn, eigen aan een operationeel gebouw. Een goede analyse van 1 compartiment kost gewoonlijk 3 à 4 uur. Kortom niet geschikt voor deze toepassing. ISO/TS en zijn indien de volledige werkwijze wordt gevolgd, te complex en tijdrovend voor bouwwerken en vragen een hoge graad van deskundigheid in de toepassing. Op zich is dit dus niet de beste keuze, maar de methode kan wel dienen om andere methodes te toetsen op hun volledigheid, wat hier dan ook wordt gedaan. HAZOP is ontwikkeld voor het beoordelen van chemische (of gelijkaardige) processen. Bij een HAZOP is het risico op brand en explosie een deel van de risico studie van het proces. De methode op zich is echter niet aangepast om brandrisico s te analyseren. Brandrisico s laten zich niet zomaar als proces beschrijven. FMEA (of FMECA) onderzoekt de faalwijzen van een systeem door het falen van componenten te beschouwen. Met andere woorden niet geschikt voor brandveiligheid in het algemeen. De huidige kwantitatieve risicoanalyse methodes voor brand zijn vaak grove benaderingen. De oorzaak hiervan ligt onder andere in het gebrek aan degelijk cijfermateriaal om statistisch het fenomeen brand te beschrijven. Ook voor technisch cijfermateriaal stuit men algauw op de beperking van formules opgesteld op basis van experimenten met een beperkt geldigheidsgebied of anderzijds complexe en rekenintensieve computermodellen. Een kwantitatieve risico beoordeling is momenteel voor bouwwerven dus geen haalbare kaart. Momenteel wordt bij veiligheidscoördinatie voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen vaak de methode van Kinney gebruikt. Bij deze methode wordt het risico gekenmerkt door 3 elementen: - Blootstellingsfrequentie B - Waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet W - Ernst van de schade als het risico zich voordoet E Waarvan het product - de risicoscore geeft: R = B * W * E 68

81 Deze methode lijdt in de praktijk aan een te grote eenvoud waardoor ze vaak misbruikt wordt. De risicoscore wordt al te vaak gezien als een absolute waarde terwijl het niet meer dan een subjectieve inschatting is. De subjectiviteit wordt nog vergroot omdat de methode meestal door een enkeling wordt gehanteerd. In het beste geval geeft dit een relatieve indicatie van een reeks risico s onderling. Toch kan de Kinney-methode, indien correct toegepast en bij voorkeur in groep, een nuttig instrument zijn. Ze toepassen op brand heeft weinig zin omdat de verschillende factoren nauwelijks in te schatten zijn voor brand. Een andere valkuil bij het gebruik van Kinney is dat het scenario waaraan de opsteller denkt bij het bepalen van de waarde van de factoren meestal niet gecommuniceerd wordt. Men zou voor eenzelfde risico verschillende scenario s moeten identificeren en per scenario een Kinney-berekening uitvoeren. [34] Toch is er nood aan een aangepaste risicoanalyse methode en dat niet alleen om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen maar eveneens om daadwerkelijk de risico s te kunnen reduceren. Vandaar dat deze scriptie een andere methode voorstelt die probeert een gepaste graad van complexiteit en volledigheid te vinden gecombineerd met toepasbaarheid en relevantie voor bouwwerken. Kwantitatieve analyse sluiten we op dit moment uit om de redenen die hiervoor werden aangehaald. Vandaar dat gekozen wordt voor een open gestructureerde vragenlijst, aangepast aan deze context. De voorgestelde vragenlijst gaat uit van een reeks relevante vragen over de organisatie en omkadering, de kans op ontstaan van brand, de mogelijke strengheid van de brand en de mogelijke gevolgen van de brand. De vragenlijst vormt zo een denkkader om de brandrisico s te beoordelen. In de volgende punten wordt de keuze en de opbouw van deze methode verder gemotiveerd en verduidelijkt. 5.2 Gebruik van controlelijsten Controlelijsten zijn handige hulpmiddelen bij het analyseren van risico s, doch het gebruik ervan houdt enkele risico s in. De voor- en nadelen van 2 soorten controlelijsten, nl. gesloten & open controlelijsten, worden hieronder besproken Gesloten controlelijsten Met gesloten controlelijsten worden die lijsten bedoeld die in detail elk te controleren punt bevatten. Denk bv. aan de controlelijst die piloten gebruiken vóór het opstijgen met een vliegtuig. De antwoorden op de vragen zijn vooraf gedefinieerd, bv. ja/nee of een bepaalde waarde die afgelezen wordt van een meettoestel. Nadelen Het risico van deze controlelijsten is dat bepaalde te controleren punten niet of onvoldoende duidelijk worden opgenomen in de lijst. Niet vermelde punten worden dan ook systematisch niet gecontroleerd. 69

82 Voordelen De aard van deze controlelijsten stimuleert de gebruiker bovendien niet om zich te vraag te stellen of niets over het hoofd gezien wordt, eerder integendeel. Als de controlelijst correct is opgesteld en gevalideerd kan ze met goede reproduceerbare resultaten worden gebruikt. Voorwaarden Het gebruik ervan vergt een minimum aan training of expertise van de gebruiker zelf. Om een goede gesloten controlelijst op te stellen is voldoende kennis en ervaring nodig van de context waarin men deze wil gebruiken. Van de gebruiker zelf wordt relatief gezien, minder kennis verwacht Open controlelijsten Open controlelijsten zijn opgebouwd uit open vragen die als doel hebben een deskundige op een gestructureerde manier aan het denken te zetten. Nadelen Voordelen Open controlelijsten kunnen enkel gebruikt worden door deskundigen. De kwaliteit van het resultaat is immers recht evenredig met de kwaliteit van de gebruiker of zijn beschikbare tijd en middelen. Een open controlelijst geeft een raamwerk of structuur die een deskundige toelaat op een relatief eenvormige wijze te rapporteren over zijn bevindingen. Voorwaarden De antwoorden of resultaten worden niet beperkt door de controlelijst zelf. Een open controlelijst heeft een goede structuur nodig die een deskundige stimuleert om over elk aspect van het te onderzoeken probleem na te denken en desnoods zelf bijkomende vragen te formuleren. Dit vergt een goede verklaring van de achtergrond van de verschillende vragen en een voldoende opleiding en ervaring van de gebruiker. Een van de uitdagingen is het juist doseren van de graad van detail van dergelijke controlelijst. Een te gedetailleerde lijst kost niet alleen veel tijd bij het opstellen, maar vraagt ook veel tijd in gebruik. Bovendien geeft een te grote graad van detail vaak de indruk dat alle aspecten zijn opgenomen in de lijst waardoor het open karakter verdwijnt. Het ander uiterste kan men theoretisch voorstellen door 1 open vraag, zoals Is de werf brandveilig?. Een praktische controlelijst zal zich ergens tussen deze 2 theoretische uitersten bevinden. (zie Figuur 14 Denkschema - detail - controlelijsten) 70

83 Figuur 14 Denkschema - detail - controlelijsten De uiteindelijk keuze van de graad van detail blijft subjectief en hangt mee af van de persoonlijke voorkeur en de manier van werken van de opsteller. De hieronder voorgestelde controlelijst moet dan ook in dit perspectief gezien worden. Het is een raamwerk dat als ambitie heeft zo goed mogelijk alle relevante aspecten af te dekken, maar dat in de praktijk, in functie van de voorkeur van de gebruiker, verder kan gedetailleerd worden of juist algemener kan gemaakt worden. 5.3 Structuur van de controlelijsten De wetgeving schrijft voor dat er zowel in projectfase als in uitvoeringsfase een risicoanalyse wordt uitgevoerd. In de projectfase zijn o.a. de volgende vragen belangrijk: - Kan het ontwerp van het bouwwerk aangepast worden om de brandveiligheid tijdens de uitvoering te verbeteren? (bv. de trappen zo ontwerpen dat ze mee kunnen opgetrokken worden met het gebouw) - Kan de uitvoeringsmethode aangepast worden om de brandveiligheid tijdens de uitvoering te verbeteren? (bv. gebruik maken van lijm zonder solventen, schroefkoppelingen in plaats van lassen) In de uitvoeringsfase zal de aandacht gaan naar het correct toepassen van de vooraf voorgestelde preventiemaatregelen en het aanpassen van de analyse aan de niet voorziene situaties die onvermijdelijk opduiken. De controlelijst zal echter meer dan 1 keer moeten doorlopen worden zowel tijdens projectfase als uitvoeringsfase. Om de brandrisico s bij de veranderlijke omstandigheden van bouwwerken te analyseren zal een van de vragen opnieuw moeten gesteld worden voor meerdere fasen en plaatsen van het project. Grote delen van de controlelijst zijn gemeenschappelijk, maar er zijn specifieke aandachtspunten voor nieuwbouw, verbouwen in een zone gescheiden van de operationele zone en verbouwen in de operationele zone (niet gescheiden). De vragen zijn verder in 4 hoofdstukken ingedeeld, nl. vragen in verband met de organisatie en de 3 groepen risicofactoren. 71

84 - De vragen zijn ingedeeld in functie van de risicofactor waarop ze van toepassing zijn, namelijk de kans op ontsteking (of ontstaan van brand), de mogelijke strengheid van de brand en de mogelijke gevolgen van de brand. Schematisch ziet dat er als volgt uit: Figuur 15 Schema risicofactoren - Bij de kans op ontsteking wordt onderzocht wat de brandlast is en welke de ontstekingsbronnen zijn. (zie bespreking hierboven) - Bij de strengheid van de brand wordt ingeschat hoe snel een brand zich zou kunnen ontwikkelen en welke temperatuur men zou kunnen bereiken. (cfr. brandcurves) - Tot slot worden de mogelijke gevolgen ingeschat. - Hoe verder op de schaal van elk van deze assen, hoe hoger het brandrisico. - Omdat er niet kwantitatief gewerkt wordt, is dit schema louter indicatief. 5.4 Inspiratie uit ISO/TS & De normen ISO/TS [35] en ISO/TS [36] beschrijven een gestructureerde werkwijze om brandrisico s te analyseren. De beschreven methode is echter te uitgebreid om ze toe te passen op de voortdurend evoluerende situatie op bouwwerven. Toch is het nuttig om bij wijze van kwaliteitscontrole na te gaan of de hier beschreven aanpak met controlelijsten de verschillende stappen en aspecten die in deze normen worden aangehaald bevatten of niet. Niet gedekte aspecten kunnen eventueel door aanpassingen aan de lijst of door gebruiksinstructies opgevangen worden. 72

85 ISO/TS vat in Figure 1 Fire risk management flow chart de aanpak samen. De controlelijst hoort in dit schema thuis in het vak Fire risk assessment. We overlopen de verschillende vakken en hun relatie met de controlelijst. Objectives and acceptance criteria Figuur 16 Fig.1 uit ISO/TS De doelstellingen en de aanvaardbaarheidscriteria moeten vóór elke risicoanalyse vastgelegd worden. Over de doelstelling personen beschermen zal alleen al omwille van de reglementaire verplichtingen weinig discussie ontstaan. Bijkomende doelstellingen zoals het beperken van materiële schade bij een incident bv. omwille van bedrijfscontinuïteit moeten vooraf wel duidelijk gemaakt worden. De keuze van de doelstellingen zal mee de aanvaardbaarheid van bepaalde risico bepalen. Een voorbeeld: als bedrijfscontinuïteit meespeelt, zal een scenario waarbij iedereen veilig de werf kan verlaten, waarna het bouwwerk verloren mag gaan, niet aanvaardbaar zijn. Initial design specification (or revisions to ) Het design gaat binnen de context van de richtlijn TMB niet alleen over het afgewerkte bouwwerk, maar ook over de werfsituatie. Bij de veiligheidscoördinatie in projectfase moet immers aandacht besteed worden aan de mogelijkheid tot veilig realiseren van het bouwwerk. Indien nodig wordt het technisch ontwerp van het gebouw of de organisatie van de werf aangepast om veilig bouwen mogelijk te maken. Elke aanpassing in het ontwerp wordt opnieuw beoordeeld. 73

86 Fire risk assessment De controlelijst heeft wel als doel risico s te identificeren en te evalueren op een kwalitatieve (niet kwantitatieve) manier. Fire risk acceptance and fire risk communication De ingevulde controlelijst kan dienen als ondersteuning bij het aanvaarden van risico s (al dan niet mits bijkomende maatregelen) en als communicatiemiddel over de risico s en de geselecteerde maatregelen en de restrisico s. Figuur 2 uit ISO/TS verduidelijkt het vak Fire risk estimation uit de bovenstaande figuur en verwijst naar ISO/TS in verband met de fire scenarios. Bij elke risicobeoordeling is het belangrijk om duidelijk de scenario s te beschrijven die gehanteerd werden bij de beoordeling. In de controlelijst hieronder stellen we voor om dit op te vangen door een extra kolom toe te voegen, om waar dit relevant is, te kunnen verwijzen naar een bepaald scenario. Omdat we ons beperken tot een kwalitatieve analyse wordt het schema uit de figuur hiernaast niet volledig gevolgd en uitgewerkt. De basisredenering erachter is echter wel van belang, namelijk per context (voor een bouwplaats bv. bouwfase en plaats), de gevaren identificeren en scenario s uitwerken, selecteren en beoordelen. Wat zo n scenario kan inhouden, wordt duidelijker uitgelegd in de ISO/TS Bij het omzetten van deze scriptie in opleiding is het zeker nuttig om de hoofdlijnen van ISO/TS die hieronder worden weergegeven toe te lichten. De kwantitatieve aspecten laten we achterwege. Figuur 17 Fig.2 uit ISO/TS

87 Figuur 1 vat de methodologie samen, Figuur 18 Fig.1 uit ISO/TS die in 10-stappen wordt uitgewerkt: Step 1 Location of fire Step 2 Type of fire Step 3 Potential fire hazards Step 4 Systems and features impacting on fire Step 5 People response Step 6 Event tree Step 7 Consideration of probability Step 8 Consideration of consequence Step 9 Risk ranking Step 10 Final selection and documentation Op basis van deze 10 stappen worden design fires geselecteerd die als input kunnen dienen voor een ontwerp. 75

88 5.5 Inspiratie uit NFPA 550 NFPA 550 [37] Guide to the Fire Safety Concepts Tree is een andere nuttige bron om na te gaan of de controlelijst volledig is. Onder punt 1-2 Scope and Application, staat dat deze concepts tree onder meer bedoeld is als hulpmiddel bij het identificeren van lacunes en overlappingen in een brandbeveiligingsstrategie: It can identify gaps and areas of redundancy in alternative fire protection strategies as an aid in making fire safety decisions. De figuur hieronder geeft het bovenste deel van deze boomstructuur weer. Alle poorten zijn OF-poorten tot op dit niveau. Daarmee wordt bedoeld dat niet noodzakelijk alle strategieën samen moeten aanwezig zijn. NFPA 550 nuanceert dit door aan te geven dat de betrouwbaarheid verhoogt bij het combineren van meerdere strategieën. Fire safety objective(s) Prevent fire ignition Manage fire impact Control heatenergy source(s) Control source-fuel interactions Control fuel Manage fire Manage exposed Control Combustion process Suppress fire Control fire by construction Limit amount exposed Safeguard exposed Figuur 19 NFPA 550 Top levels of the Fire Safety Concepts Tree Deze Fire Safety Concepts Tree is een van de hulpmiddelen die werden gebruikt om de inhoud van de controlelijst te beoordelen op volledigheid. 76

89 5.6 Controlelijsten De controlelijsten werd opgesteld in Excel om verschillende redenen: - De mogelijkheid om de lijst via filters aan te passen aan de omstandigheden. - De flexibiliteit bij het invullen en afdrukken van grote tabellen. - Eenvoudig aan te passen aan de persoonlijke voorkeur van de gebruiker, bv. rubrieken toevoegen. Het juiste formaat is voor deze scriptie minder belangrijk dan de structuur en inhoud van de vragenlijst. Het ontwerp van de vragenlijst zoals deze in Excel is opgebouwd vind je in bijlage. (zie 7.3 ) Om de inhoud te verduidelijken is in dit hoofdstuk gekozen voor een eenvoudige tabel in 2 kolommen: de vragen en waar nodig een verklaring bij deze vragen. De verklaring is eveneens opgenomen in Excel als laatste kolom bij wijze van handleiding Identificatie van de lijst Elke analyse moet duidelijk gekoppeld kunnen worden aan een bepaald project en daarbinnen waar toepasselijk een bepaalde situatie. Daarom begint elke lijst best met de volgende gegevens: Identificatie van het project - Naam, plaats, geplande uitvoeringsperiode, contactpersonen, Type project - Nieuwbouw - Verbouwen afzonderlijke werfzone - Verbouwen werfzone in het bedrijf Onderwerp van de analyse - Analyse in projectfase of in uitvoeringsfase - Geanalyseerde plaats (algemeen, werfinrichting, plaats in bouwwerk, ) - Geanalyseerde bouwfase (zie planning) Opmerking: de laatste 2 voor de vragen per plaats fase Analyse uitgevoerd door - Verantwoordelijke voor de analyse - Lijst personen / bedrijven die meewerkten aan de analyse Datum van analyse Voorstel van lay-out: zie 7.3. (tabellen gekopieerd uit Excel) 77

90 5.6.2 Vragenlijst De vragenlijst zelf is modulair opgebouwd. - De eerste module PROJECT VRAGEN bevat vragen die gemeenschappelijk zijn voor heel het project. De vragenlijst wordt de eerste keer ingevuld in projectfase en nadien regelmatig bijgewerkt naargelang het ontwerp en de realisatie vordert. - De tweede module SITUATIE VRAGEN bevat vragen die gerelateerd zijn aan een bepaalde plaats en fase in het project. Per project kunnen er zoveel vragenlijsten als nodig van deze module worden ingevuld. De horizontale opbouw van een controlelijst hangt voor een deel van de voorkeur van de gebruiker af. Essentiële rubrieken zijn uiteraard de vraag zelf, een vorm van beoordeling en voorgestelde maatregelen. In dit geval zijn de volgende rubrieken voorzien na de vraag: - Nieuwbouw of Verbouwen: om aan te geven of de vraag al dan niet relevant is voor dit type project. Op die manier kan via een filter de lijst aangepast worden aan nieuwbouw en/of verbouwen. - Scenario s: dit geeft de mogelijkheid om naar een of meerdere scenario s te verwijzen bij een bepaalde vraag. Het belang hiervan werd uitgelegd onder Beoordeling, opgesplitst in 2 kolommen: o Aanvaardbaar? met ja of nee beantwoorden (om een snelle selectie van actiepunten mogelijk te maken) o Commentaar uitleg waarom ja of nee werd geantwoord - Maatregelen: beschrijving van de voorgestelde maatregelen. - Hier kunnen eventueel kolommen aan toegevoegd worden voor de opvolging van de maatregelen, zoals de planning, het budget, de verantwoordelijke, 78

91 PROJECT VRAGEN (vragen gemeenschappelijk voor een project) Vraag Voorbereiding Is er tijdig een verantwoordelijke voor brandveiligheid aangesteld in projectfase? Zo ja, heeft deze persoon voldoende kennis? (naam van de persoon vermelden) Zijn de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen van de verantwoordelijke in projectfase vastgelegd? Zo ja, zijn deze voldoende? Zijn deze aanvaardbaar voor alle betrokkenen? Is er een verantwoordelijke voor brandveiligheid aangesteld voor de uitvoeringsfase? Zo ja, heeft deze persoon voldoende kennis ter zake? (naam van de persoon vermelden) Zijn de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen van deze verantwoordelijke vastgelegd? Zo ja, zijn deze voldoende? Zijn deze aanvaardbaar voor alle betrokkenen? Besteedt het VGP specifiek aandacht aan de brandveiligheid? Verklaring Het doel van deze vragen is bij de start de hoofdlijnen onmiddellijk duidelijk te maken. Zonder een aanvaardbare oplossing van deze vragen heeft het vervolg minder zin. De veiligheidscoördinator kan deze functie vervullen, maar het kan net zo goed een andere persoon zijn. In dat laatste geval is uiteraard overleg tussen beide personen noodzakelijk. "Tijdig" is opgenomen in deze vraag omdat uit de praktijk blijkt dat de coördinator voor het project vaak pas wordt aangesteld als de ontwerpfase volledig achter de rug is. Hierdoor wordt de coördinatie gedegradeerd tot een administratieve formaliteit. Nog te vaak ziet men in de praktijk personen verantwoordelijk voor de veiligheid maar zonder enige effectieve bevoegdheid of middelen om op te treden. De rol van de brandveiligheidsverantwoordelijke duidelijk vastleggen en communiceren naar alle betrokkenen is belangrijk. De nodige middelen kunnen - overigens conform het K.B. TMB - gehaald worden uit afzonderlijke posten in de meetstaat, opgenomen in de prijsaanvraag. Analoog met de projectfase, kan de veiligheidscoördinator of een andere persoon deze functie vervullen. Dezelfde verantwoordelijke aanstellen voor project- en uitvoeringsfase heeft voordelen op het vlak van continuïteit en gegevensoverdracht. Idem als bij project, zie hierboven. De bedoeling is verder te gaan dan kopiëren van de artikels uit de regelgeving en enkele richtlijnen voor vaak voorkomende brandrisico's. Er zou een risicobeoordeling op maat van het project moeten opgesteld worden. (waarbij de rest van deze controlelijst als ondersteuning kan dienen) 79

92 Vraag Bevat het VGP een lijst van de toepasselijke voorschriften, zowel reglementaire, als codes van goede praktijk en in voorkomend geval bedrijfsvoorschriften die men wil opleggen? Zijn deze voorschriften verwerkt in de controlelijst hieronder? Zijn de doelstellingen in verband met brandveiligheid in overleg met de betrokken partijen vastgelegd? Organisatie - Omkadering NOODPLAN Is het noodplan opgesteld op maat van het project? Is het tot stand gekomen in overleg met en goedgekeurd door de plaatselijke hulpdiensten? PREVENTIE Zijn er voldoende maatregelen voorzien en genomen om brandstichting te voorkomen? Bv. security (bewaking, omheining, toegangscontrole, ), bescherming van afvalcontainers en opgeslagen goederen. Onderhoud en controle van de brandbeveiliging: zijn hiervoor de nodige middelen voorzien? Verantwoordelijken, tijd, uitrusting, planning, criteria voor goed of afkeuring, Verklaring Rekening houdend met de complexiteit van onze regelgeving en de beschikbaarheid van een aantal goede codes van goede praktijk is een lijst op maat van de werken aangewezen. Denk hierbij ook aan voorschriften opgelegd via de brandweer of via de verzekering. Bij werken in een bedrijf is het belangrijk de geldende bedrijfsvoorschriften te vermelden. Dit moet de gebruiker ertoe aanzetten de vragenlijst zelf aan te vullen of aan te passen aan het specifieke project. De belangrijkste doelstelling blijft de veiligheid van personen, maar er kunnen bijkomende doelstellingen zijn zoals het beperken van de schade bij brand om financieel-economische redenen, de zorg voor bedrijfscontinuïteit, enz. die de te nemen maatregelen kunnen beïnvloeden. Er is enige overlapping tussen deze rubrieken en de 3 volgende. In deze rubriek ligt het accent eerder op de voorbereiding van de organisatie en omkadering, terwijl in de volgende 3 eerder de operationele aspecten aan bod komen. Dit is een persoonlijke keuze, een andere schikking kan uiteraard, het belangrijkste is dat de nodige vragen gesteld worden. Geen copy/paste noodplan, maar wel degelijk aangepast aan het project. Overleg en goedkeuring door de hulpdiensten vooraf (in ontwerpfase) is belangrijk. Brandstichting blijkt een van de belangrijkste oorzaken van brand te zijn op bouwplaatsen. Het K.B. TMB vraagt eveneens maatregelen in verband met de toegang tot de werf. Vandaar de gesuggereerde oplossingen, maar dit is zeker geen limitatieve lijst. Onderhoud en controle is op een bouwplaats met de voortdurende evolutie en het groter risico op beschadiging door de aard van de activiteiten essentieel. Onderhoud mag in dit verband ruim geïnterpreteerd worden in de zin van aanpassen aan (of meegroeien met) de bouwwerken. 80

93 Vraag Brandwacht: is een brandwacht voorzien, inclusief de nodige instructies, om de arbeidsplaatsen te controleren na het beëindigen van werken met warmte of hitte? Is het algemeen onderhoud (housekeeping) van de werf georganiseerd? Welk personeel en welke middelen zijn hiervoor voorzien? Hoe wordt de informatie in verband met de brandveiligheid meegedeeld aan de personen op de werf? Informatiebrochure? Toolbox meetings? (rekening houden met taal- en cultuurverschillen) Nutsvoorzieningen - Elektrische installatie: voldoet deze aan de geldende voorschriften? Conform de uitwendige omstandigheden? Zijn controle en onderhoud georganiseerd? - Gas (aardgas, LPG, ): voldoet de installatie aan de geldende voorschriften? Zijn controle en onderhoud georganiseerd? - Water: is er overleg gepleegd met de hulpdiensten over de waterbevoorrading bij brand van de werf? Zijn de beschikbare bronnen voldoende? Welke bijkomende maatregelen zijn nodig? EVACUATIE Zijn er evacuatieplannen opgesteld voor elke fase van de werken? Evacuatiemogelijkheden: zijn de evacuatiemogelijkheden (aantal, capaciteit, ) geëvalueerd op basis van het te verwachten aantal personen per bouwfase en zone? Zijn de nodige organisatorische maatregelen genomen om de evacuatiewegen in orde te houden gedurende de looptijd van het project? (vrijhouden, signalisatie, verlichting, ) Is de organisatie van evacuatieoefeningen uitgewerkt? In welke fasen van de werken? Welke omkadering? Hoe evalueren? INTERVENTIE Is er een evaluatie gemaakt van de samenstelling van de eerste interventieploeg voor de looptijd van het project? Verklaring Vooral in de eerste 1 à 2 uur (zie codes van goede praktijk) na het beëindigen van werken met warmte/hitte is een regelmatige controle van die werkplaatsen noodzakelijk. In deze periode kan een smeulende brand zich ontwikkelen tot een volle brand. Dit slaat op het regelmatig afvoeren van afval, het vrijhouden van doorgangen, het afschermen van gevaarlijke punten (bv. leuningen bij valgevaar), enz. Hoe groot moet deze ploeg zijn? Evolutie van de grootte tijdens het project? Wie levert de nodige personen? 81

94 Vraag Hoe wordt de training van de eerste interventieploeg georganiseerd? Is de toegankelijkheid voor de hulpdiensten geëvalueerd? Toegang tot het terrein en doorgang op het terrein. Zijn er afspraken gemaakt in verband met de communicatie met en het onthaal van de hulpdiensten in noodgevallen? Is het up-to-date houden van de informatie voor de hulpdiensten georganiseerd? ACTIEVE BRANDBEVEILIGING Voorbereiding Zijn er bestaande systemen die tijdens het verbouwen in dienst kunnen gehouden worden? Zo ja, met welke maatregelen? Zo nee, welke alternatieven zijn er voor de werf en welk maatregelen worden genomen voor het deel dat in dienst blijft? - branddetectiesysteem - sprinklersysteem, automatisch blussysteem - rook- en warmteafvoersysteem Welke actieve systemen kunnen tijdens het bouwen gebruikt worden? Zijn deze systemen tijdelijk of worden de definitieve systemen progressief opgebouwd? - branddetectiesysteem - (droge) stijgleiding voor bluswater - sprinklersysteem, automatisch blussysteem - rook- en warmteafvoersysteem PASSIEVE BRANDBEVEILIGING Voorbereiding Compartimentering tussen de werfzone en aanpalende gebouwen of delen van een gebouw: welke brandmuren moeten intact gehouden worden? Welke maatregelen worden hiervoor genomen? Verklaring Training tijdens de werken of aanvaarden van trainingsgetuigschriften die elders behaald werden? In overleg met de hulpdiensten moeten de toegangsmogelijkheden worden bepaald: toegang van de straat of wegen op de werf zelf. Karakteristieken van deze weg in draagvermogen, breedte, enz. Denk aan leidingen, luchtkanalen, enz. die door de compartimentswand gaan: worden deze afgekoppeld, verwijderd,? Denk aan branddeuren: bescherming tegen beschadiging, mogen deze afgesloten worden voor de duur van de werken of moeten ze bruikbaar blijven bv. voor toegang en/of evacuatie? Deze vraag zal vaker voorkomen bij verbouwingen, maar kan voor het bouwen tegen bestaande bouwwerken aan althans gedeeltelijk relevant zijn. 82

95 Vraag Werfinrichting: is er een evaluatie gemaakt over de scheiding van opslag van gevaarlijke goederen, werfateliers, het bouwwerk zelf, enz. Welke maatregelen zijn genomen? Ontstaan van brand Welke werken of uitvoeringsmethoden met brandgevaar werden in ontwerpfase geïdentificeerd? Hoe werden de risico's aangepakt? Welke brandgevaarlijke werken konden niet vermeden worden en vragen bijgevolg specifieke maatregelen tijdens het bouwen? Welke maatregelen? Is dit type activiteiten traceerbaar in de planning? Zo ja, wat zijn de risico's uit interactie met andere activiteiten? Welke maatregelen? Vuurvergunning: op welke manier zijn de risico's van de brandgevaarlijke werken verwerkt in een vuurvergunning? Combinatie van ontstekingsbronnen en brandstof: zijn alle plaatsen & fasen tijdens de bouw waar een combinatie van ontstekingsbronnen en brandbaar materiaal aanwezig is, geïdentificeerd en geanalyseerd? Zijn de mogelijkheden onderzocht om deze combinaties te vermijden? Worden er werken uitgevoerd waarbij een verhoogde concentratie aan O 2 te verwachten valt? Welke maatregelen zijn voorzien? Verklaring Op een ruim bouwterrein kan het volstaan voldoende afstand te voorzien tussen deze activiteiten onderling en de afsluiting rondom de werf (ivm. brandstichting). Bij werven op een beperkt terrein, worden vaak de lagere niveaus gebruikt voor opslag en ateliers. In dat geval moet gedacht worden aan het compartimenteren in een vroeg stadium van deze activiteiten. Zie de "vuurdriehoek" of daarvan afgeleide uitgebreidere voorstellingen. 2 aspecten zijn hierbij belangrijk: (a) opsporing in projectfase en (b) bij voorkeur werken of uitvoeringsmethodes met brandgevaar vervangen door een andere methode met minder of geen brandgevaar. Deze en de volgende vragen zijn deels variantes van mekaar. Het komt erop aan dat men vooraf de risico's die men kent beoordeelt en maatregelen ontwikkelt. Deze activiteiten worden best herkenbaar gemaakt in de planning zodat de risico's uit interactie met andere activiteiten kunnen geanalyseerd worden. Mogelijkheden om de combinatie van ontstekingsbronnen en brandstof te vermijden zijn te vinden in het herschikken van de planning, het beperken van de brandlast in het bouwwerk zelf tot wat verwerkt wordt in die fase. (cfr. de verplichting in de regelgeving om de hoeveelheid brandbare vloeistoffen op de werkplaats te beperken tot het strikte minimum, de hoeveelheid die bv. dagelijks verwerkt wordt) Het afschermen van activiteiten met ontstekingsbronnen, enz. 83

96 Vraag Niet limitatieve lijst van voorbeelden in dit verband: 84 Verklaring Dit is een kleine toegeving aan de traditionele aanpak. Het lijstje hieronder geeft de ontstekingsbronnen weer die in de meeste voorschriften vermeld worden. De laatste lijn, nl. zelf aan te vullen, is een uitnodiging om verder na te denken over andere mogelijkheden, voor zover dat al niet gebeurd is bij de vragen hierboven. - Elektrische installaties - Roken In België geldt er een algemeen rookverbod op arbeidsplaatsen. Onder andere rekening houdend met de verschillende nationaliteiten op werven, mag men er niet zonder meer vanuit gaan dat er niet gerookt wordt op een werf. Een rookbeleid is noodzakelijk. - Las- en snijwerken - Solderen (o.a. kans op smeulende brand) - Dakwerken met brander - Asfalterings- en bitumeringswerken - Voertuigen en machines - Verwarmingssystemen (tijdelijke of permanente) - (zelf aan te vullen) Eventueel toetsen aan de ontstekingsbronnen uit EN [27] (opgesteld voor explosies) - Vragen in verband met de brandlast Waar en wanneer is de brandlast / brandbelasting het hoogst? Zijn er in functie van de planning pieken in de brandlast op de werf? Welke maatregelen zijn genomen om de brandlast te beperken? In welke vorm komt deze brandlast voor? Kan de hoeveelheid fijn verdeelde of voorverwarmde brandbare producten beperkt worden? Welke bijkomende maatregelen worden genomen? Niet limitatieve lijst van voorbeelden van brandlast: - Brandlast uit steigers, bekistingen, - Ontvlambare vloeistoffen en gassen - Afval (afvoeren, niet verbranden, ) - Materiaal keuze voor tijdelijke beschermingen: zowel bescherming van voorwerpen als tijdelijke scheidingswanden Fijn verdeelde of voorverwarmde brandbare producten houden een groter risico op het ontstaan van brand in dan bv. massieve blokken brandbare stof. Bv. houtafval tov. massief hout. Vaak wordt kunststoffolie gebruikt voor tijdelijke beschermingen. Er zijn verschillen in gedrag bij brand van kunststoffolies, maar de beste maatregel blijft het vermijden van deze producten in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen of andere materialen gebruiken met een beter gedrag bij brand

97 Vraag Verklaring Strengheid van brand Hoe snel kan de brand zich ontwikkelen en uitbreiden? Zijn er plaatsen of fasen in het project waar men een hevige en/of snelle brand kan verwachten? Welke maatregelen zijn genomen om deze situaties te voorkomen? Welke maatregelen zijn genomen om het ontstaan snel te ontdekken en snel te kunnen ingrijpen? Factoren die van belang zijn in dit verband: - aard van de brandlast - ventilatiefactor - kρc-factor Mogelijke gevolgen Compartimentering 1: is er voldoende scheiding tussen de bouwplaats en aanpalende gebouwen of delen van gebouwen? (brandmuur of equivalente afstand) Compartimentering 2: is er voldoende scheiding op de bouwplaats tussen het bouwwerk, de opslagplaatsen, werfinrichting, enz.? Evacuatiewegen: zijn deze wegen goed gesignaleerd, verlicht, onderhouden? Evacuatiewegen: wordt de evolutie van de werf gevolgd bij het inrichten van evacuatiewegen? Verzamelplaats: zijn de verzamelplaatsen goed aangeduid? Gekend door de aanwezigen? Op voldoende afstand van het bouwwerk? Aanwezigheidslijsten: worden de aanwezigheidslijsten bijgehouden zodat bij een evacuatie kan worden nagegaan of iedereen het terrein heeft verlaten? Evacuatieoefeningen: worden er regelmatig evacuatieoefeningen gehouden? (inclusief briefing / debriefing) Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? Mogelijk aantal blootgestelde personen, mogelijke materiële schade. De kans om een ramp te overleven neemt toe naarmate men vooraf heeft nagedacht over wat er moet gebeuren bij een ramp. Het inoefenen verhoogt nog eens deze kans en zorgt er bovendien voor dat de aanwezigen vertrouwd raken met andere wegen dan deze die ze gewoonlijk gebruiken. Evacuatieoefeningen zijn dus belangrijk. 85

98 Vraag Brandbestrijdingsmiddelen Hoe werd het aantal, het type en de plaatsing van de brandblussers aangepakt? Voldoende van het juiste type tijdens de duur van de werken? Is het nodige budget voorzien via de meetstaat / prijsaanvraag? (Droge) stijgleiding: kan dergelijke leiding geplaatst worden (tijdelijk of permanent in fasen)? Wat zijn de resultaten van de analyse over de plaats, capaciteit, concrete uitwerking? Zijn deze besproken met de hulpdiensten? Sprinklers: zijn er sprinklers aanwezig voor de aanvang van de werken? Op welke manier kunnen deze in dienst gehouden worden? Zo nee, welke compenserende maatregelen zijn genomen zowel voor de werfzone als de aanpalende zones? Sprinklers: zijn er sprinklers voorzien voor het afgewerkte bouwwerk? Zo ja, onder welke voorwaarden kan deze installatie in fasen opgebouwd en in dienst gesteld worden om de bouwwerken te beschermen? Voldoet de klasse van de installatie voor het risico tijdens de werken? Zo niet, welke bijkomende maatregelen zijn genomen? Verlichting (nood- en/of veiligheidsverlichting): waar en wanneer wordt deze aangebracht? Welke type, hoeveel lux, enz.? Is controle en onderhoud georganiseerd? Signalisatie: waar en wanneer wordt deze aangebracht? Zijn de gebruikte symbolen voor iedereen duidelijk? Is controle en onderhoud georganiseerd? Tabel 13 Controlelijst - project vragen Verklaring Zie o.a. het K.B. Signalisatie 86

99 SITUATIE VRAGEN (vragen per plaats fase) Vraag Verklaring Onderzochte bouwfase Onderzochte plaats Onderzochte werken Organisatie - Omkadering Is de algemene organisatie toereikend voor deze situatie of moeten bijkomende maatregelen genomen worden? Zo ja, welke? Kunnen de werken aanleiding geven tot een smeulende brand? Zo ja, is er een brandwacht georganiseerd na het beëindigen van de werken? Ontstaan van brand Welke ontstekingsbronnen zijn er aanwezig? Hetzij door de hier beschouwde werken zelf, hetzij door werken in de nabijheid. Kunnen deze ontstekingsbronnen vermeden worden? Zo nee, welke maatregelen worden er genomen? Welke brandlast is er aanwezig? Hetzij door de hier beschouwde werken zelf, hetzij door werken in de nabijheid. Kan deze brandlast vermeden worden? Zo nee, welke maatregelen worden er genomen? Wat kan de invloed zijn van het ontstaan van brand in deze situatie op andere plaatsen? Aanpalende plaatsen, bovenliggende verdiepingen, evacuatiewegen, Welke maatregelen worden er genomen om deze invloed te beperken of uit te sluiten? Strengheid van brand Welk type brand kan er verwacht worden in functie van o.a. de brandlast, de ventilatieomstandigheden, de kρc-factor,? Welke maatregelen worden genomen om de strengheid van de brand te beperken? Of indien het vorige ontoereikend is, om de brand snel te ontdekken en doeltreffend te bestrijden? Bv. aanwezigheid van een interventieploeg bij de werken. 87

100 Vraag Verklaring Mogelijke gevolgen Hoe worden deze werken gescheiden van de andere werken en van de rest van het bouwwerk? Is deze scheiding voldoende om branduitbreiding te voorkomen (eventueel rekening houdend met de mogelijke interventie)? Belemmeren deze werken bepaalde evacuatiewegen? Zo ja, welke maatregelen zijn genomen om toch over voldoende evacuatiecapaciteit te kunnen beschikken? Voor de betrokken zone zelf en voor de rest van het bouwwerk. Zijn er voldoende en aangepaste brandbestrijdingsmiddelen beschikbaar in de onmiddellijke omgeving? Hebben deze werken een nadelige invloed op andere brandveiligheidsmaatregelen? Zo ja, wat is die invloed en welke compenserende maatregelen worden genomen? Tabel 14 Controlelijst - situatie vragen 88

101 5.7 Risicobeheer & projectplanning Een bouwplaats is voortdurend in evolutie. Om die reden wordt vaak een beroep gedaan op project management software die toelaat op een gebruiksvriendelijke manier met PERT en Gantt te werken. De impact van veranderingen in timing of beschikbare middelen kan snel ingeschat worden evenals de mogelijkheden om het project bij te sturen. Ook het risicobeheer moet zich aanpassen aan de voortdurende evolutie van een werf en kan daarbij zijn voordeel doen met project management software. Figuur 20 Gantt kaart - Voorbeeld uit MS Project Bouw van een kantoorpand Een paar suggesties: - Aan de taken waaruit een project is opgebouwd, kunnen middelen worden toegekend (personen, materieel, materiaal, ). Van deze middelen kan een histogram worden geproduceerd dat hun evolutie in de tijd weergeeft. Afhankelijk van hoe de planning werd opgebouwd door de gebruiker, kunnen de gegevens gefilterd worden op basis van bv. de plaats op de werf. - Aan de hand van het histogram van personeelsbezetting kan bv. het verwachte aantal personen in functie van de tijd en in een bepaalde zone afgelezen worden. Deze gegevens kunnen helpen om het nodige aantal evacuatiewegen en trappen te bepalen. - Het inschatten van de brandlast en mogelijke ontstekingsbronnen in functie van de tijd en plaats kan eventueel gebeuren door te filteren op activiteiten die een gekende brandlast of ontstekingsbron (bv. laswerken) met zich meebrengen. - Dat inschatten kan echter ook door materiaal hoeveelheden toe te kennen aan taken en daarvan histogrammen op te vragen. 89

102 Figuur 21 Histogram resources - Voorbeeld uit MS Project Bouw van een kantoorpand Een projectplanning kan m.a.w. een goed hulpmiddel zijn bij de risicoanalyse om te bepalen wanneer en waar de brandrisico s het belangrijkst zijn. (zie de SITUATIE VRAGEN hierboven) 5.8 Synthese gebruik controlelijsten De voorgestelde controlelijsten zijn samengesteld op basis van de bevindingen uit de vorige hoofdstukken. Daarbij werd gestreefd naar volledigheid in de aangehaalde aspecten zonder te ver in detail te gaan per aspect. Ondanks alle zorg die eraan besteed is, blijven dergelijke controlelijsten naar vorm en gedeeltelijk ook naar inhoud een persoonlijke keuze. Aanpassingen naar vorm in functie van persoonlijke voorkeur zijn dan ook geen probleem. Met inhoudelijke aanpassingen moet omzichtig omgesprongen worden vooral om geen essentiële factoren weg te laten. Het belangrijkste is dat de controlelijsten enerzijds een ondersteuning bieden bij het op een gestructureerde manier nadenken over de brandveiligheid tijdens het bouwen en anderzijds toelaten deze bedenkingen te documenteren. De verwijzing naar en het opnemen van brandscenario s laat toe de analyse beter te onderbouwen. Zeker bij het werken met dit type controlelijsten is het documenteren van de analyse essentieel. Dit laat toe de resultaten te bespreken met andere betrokken partijen om zo de analyse te verbeteren. Met een dergelijke gestructureerde en gedocumenteerde aanpak kan men voldoen aan de reglementaire verplichting om een risicoanalyse uit te voeren. 90

KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen

KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen Situering Het koninklijk besluit (KB) van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen vervangt en verruimt artikel 52 van

Nadere informatie

Circulaire 2015 02 BRANDPREVENTIE

Circulaire 2015 02 BRANDPREVENTIE Brandpreventie op de arbeidsplaatsen PRINCIPE De nieuwe wetgeving betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (KB van 28 maart 2014) legt duidelijk uit welke maatregelen de werkgevers moeten nemen

Nadere informatie

BRANDPREVENTIE. op de arbeidsplaatsen.

BRANDPREVENTIE. op de arbeidsplaatsen. BRANDPREVENTIE op de arbeidsplaatsen. Overzicht Wat was het? KB 28/03/2014 : toepassingsgebied en definities Risicoanalyse: risicofactoren Risicoanalyse en preventiemaatregelen Specifieke preventiemaatregelen

Nadere informatie

Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996

Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996 Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996 Welzijnsdag 12 november 2012 1 Inhoudsopgave Korte schets wetgeving De risicoanalyse Preventiemaatregelen Rolverdeling in

Nadere informatie

Opleiding niveau Brandweerman. Hoofdstuk 3 Arbeidsveiligheid. Kapt. Jean-Paul Heyens

Opleiding niveau Brandweerman. Hoofdstuk 3 Arbeidsveiligheid. Kapt. Jean-Paul Heyens Opleiding niveau Brandweerman Hoofdstuk 3 Arbeidsveiligheid Kapt. Jean-Paul Heyens Inleiding en duiding Beschrijving van het Vakgebied Welzijn - Welzijn en welzijnswetgeving sinds 4 augustus 1996 - Kaderwet

Nadere informatie

Belangrijke wijzigingen in de welzijnsreglementering

Belangrijke wijzigingen in de welzijnsreglementering Belangrijke wijzigingen in de welzijnsreglementering Ir. Werner Keppens Directie TWW Antwerpen FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg Werner.keppens@werk.belgie.be 03/2327905 30/01/2014 Open Forum

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ Advies nr. 118 van 13 maart 2007 over het ontwerp van koninklijk besluit

Nadere informatie

Brandpreventie- dossier. Caroline Deleu. Activity Manager B.U. Environment, Safety & Sustainability

Brandpreventie- dossier. Caroline Deleu. Activity Manager B.U. Environment, Safety & Sustainability Brandpreventie- dossier Caroline Deleu Activity Manager B.U. Environment, Safety & Sustainability KB 28/03/14 Verplichtingen Werkgever Minimale preventiemaatregelen Brandbestrijdingsdienst Maatregelen

Nadere informatie

Opstellen GPP en JAP op basis van verslagen. Els Fias

Opstellen GPP en JAP op basis van verslagen. Els Fias op basis van verslagen Els Fias GPP: Globaal PreventiePlan JAP: JaarActiePlan Wettelijke instrumenten bij de organisatie van de preventie in elke onderneming of instelling Vereisen een zorgvuldige, methodische

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (B.S. 23.4.2014)

Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (B.S. 23.4.2014) Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (B.S. 23.4.2014) Afdeling 1.- Toepassingsgebied en definities Artikel 1.- Dit besluit is van toepassing op de werkgevers

Nadere informatie

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Mr. Jan Harmen Kwantes Consultant Work and Health

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Mr. Jan Harmen Kwantes Consultant Work and Health Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Mr. Jan Harmen Kwantes Consultant Work and Health Centrale vragen Centrale vragen: 1. Hoe zit het met verantwoordelijkheden en de aansprakelijkheden wanneer er

Nadere informatie

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen 8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen (voor het gemak, een machine = een installatie, machine of gemechaniseerd werktuigen, zoals bedoeld in het artikel 8.1 van het KB

Nadere informatie

Preventie en wetgeving. Focus op brandpreventie 2014/2

Preventie en wetgeving. Focus op brandpreventie 2014/2 Preventie en wetgeving 2014/2 Inhoud 1 Wettelijk kader... 5 1.1 Referentie... 5 1.2 Historiek... 5 1.2.1 Artikel 52... 5 1.2.2 Herziening... 5 1.3 KB Brandpreventie... 8 1.4 Andere relevante wetgeving...

Nadere informatie

1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven

1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven ADVIESVERSLAG BRANDWEER BIJ VOORONDERZOEK/BOUWAANVRAAG VOOR AARDGASVERVOERLEIDING uw kenmerk ons kenmerk datum dienst ambtenaar telefoon I. Inleiding: 1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2.

Nadere informatie

Welzijnsbeleid - Risicoanalyse

Welzijnsbeleid - Risicoanalyse Welzijnsbeleid - Risicoanalyse Infodocument Welzijnsbeleid - Risicoanalyse 1 Wettelijke aspecten Elke werkgever moet zorgdragen voor het uitschakelen van gevaarlijke arbeidsomstandigheden. Hij dient de

Nadere informatie

Inhoudsopgave TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN. HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers

Inhoudsopgave TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN. HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers WelzijnWerk.book Page i Tuesday, August 12, 2008 4:36 PM TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers Wet 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering

Nadere informatie

NBN S21-100-1 en 2 Een nieuwe aanpak van branddetectie

NBN S21-100-1 en 2 Een nieuwe aanpak van branddetectie Brandveiligheid Technische regelgeving en normalisatie Bart Vanbever Lead Expert Fire Safety NBN S21-100-1 en 2 Een nieuwe aanpak van branddetectie Doel van deze presentatie Een handleiding voor: Toepassing

Nadere informatie

Inhoud. Waarom liften gebruiken bij brand? Gebruikers van liften bij brand. Technische eisen

Inhoud. Waarom liften gebruiken bij brand? Gebruikers van liften bij brand. Technische eisen Inhoud Waarom liften gebruiken bij brand? Gebruikers van liften bij brand Technische eisen van naar Waarom? Toepassing (1/2) *** Evacuatie 6 à 10 % v.d. populatie Personen met beperkte mobiliteit * Grote

Nadere informatie

Risicoanalyse van de elektrische installatie. Praktische werkwijze

Risicoanalyse van de elektrische installatie. Praktische werkwijze Risicoanalyse van de elektrische installatie Praktische werkwijze 1. Wetgeving Wet Welzijn AREI Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische

Nadere informatie

3/06/2014. Rob Nachtergaele HSE-Advisor Unilin Stag. Onderluitenant Brandweer Pittem. 10/06/2014 Studiedag brand Prebes INHOUD:

3/06/2014. Rob Nachtergaele HSE-Advisor Unilin Stag. Onderluitenant Brandweer Pittem. 10/06/2014 Studiedag brand Prebes INHOUD: 1 10/06/2014 Studiedag brand Prebes Rob Nachtergaele HSE-Advisor Unilin Stag. Onderluitenant Brandweer Pittem INHOUD: 1. Nieuwe wetgeving -> belang van RA-brand 2. Welke methodieken zijn er beschikbaar?

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

Persoonlijke Beschermingsmiddelen Persoonlijke Beschermingsmiddelen Wettelijk kader België: ARAB: bundeling Uitv. Besluiten 1947 1993 Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming Europese kaderrichtlijn 89/391/EEG 12 juni 1989 Welzijnswet

Nadere informatie

Alcohol policy in Belgium: recent developments

Alcohol policy in Belgium: recent developments 1 Alcohol policy in Belgium: recent developments Kurt Doms, Head Drug Unit DG Health Care FPS Health, Food Chain Safety and Environment www.health.belgium.be/drugs Meeting Alcohol Policy Network 26th November

Nadere informatie

Brandveiligheid in schoolgebouwen. Guy Lenaerts Coördinerend preventieadviseur GID KOR Turnhout

Brandveiligheid in schoolgebouwen. Guy Lenaerts Coördinerend preventieadviseur GID KOR Turnhout Guy Lenaerts Coördinerend preventieadviseur GID KOR Turnhout Inhoud: 1. Wetgeving en normen 2. Terminologie 3. Inhoudelijke bespreking basisnorm (KB 7 juli 1994) en revisies 4. Bestaande gebouwen versus

Nadere informatie

28 MAART 2014. - Koninklijk besluit betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen

28 MAART 2014. - Koninklijk besluit betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen NL FR einde Publicatie : 2014-04-23 FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG 28 MAART 2014. - Koninklijk besluit betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen FILIP, Koning

Nadere informatie

Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven

Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven Voorstelling Vrijwillig Brandweerkorps Zoersel Brandweertaken Preventie - Lt-dienstchef Yves Sepot - Olt Bart Van Winckel - Bwm Els Haest Wetgeving

Nadere informatie

Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches

Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches II. 12 BV MC Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches Laatste versie: 18 augustus 2005 De Vlaamse

Nadere informatie

BRANDVEILIGHEID BRANDPREVENTIE -RISICOANALYSE - ALGEMEEN

BRANDVEILIGHEID BRANDPREVENTIE -RISICOANALYSE - ALGEMEEN 1/5 BRANDVEILIGHEID BRANDPREVENTIE -RISICOANALYSE - ALGEMEEN DEEL A: Inventarisatie risicofactoren en bestaande preventiemaatregelen 1. Bedrijfsgegevens Naam : Adres : Telefoon: Fax: E-mail: 2. Algemene

Nadere informatie

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen

ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen ATEX REGELGEVING Regels en voorschriften voor apparaten, arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen in explosieve omgevingen Sinds 30 juni 2003 is er het één en ander veranderd voor apparaten en beveiligingssystemen

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Voorstelling Code Jo De Jonghe Expert, Health & Prevention

Voorstelling Code Jo De Jonghe Expert, Health & Prevention Voorstelling Code Jo De Jonghe Expert, Health & Prevention Opbouw van de code Besloten ruimtes Risico s Aanpak Maatregelen Praktisch Toezicht en Redding Besloten ruimtes 3 Wat is een besloten ruimte? Regelgeving?

Nadere informatie

Art. 33 van de WZW verplicht elke WG een IDPBW op te richten, waarin minstens één PAwerknemer

Art. 33 van de WZW verplicht elke WG een IDPBW op te richten, waarin minstens één PAwerknemer Nr. 910 Brussel, 12 januari 2010 BETREFT: MOGELIJKHEID VOOR MEERDERE WERKGEVERS TOT OPRICHTING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE INTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (GIDPBW). 1. Wetgeving

Nadere informatie

Ilonka Sommen Groep IDEWE

Ilonka Sommen Groep IDEWE Het KB COLLECTIEVE BESCHERMINGSMIDDELEN Ilonka Sommen Groep IDEWE Informatie? Mevr. Sommen Ilonka Disciplineverantwoordelijke Arbeidsveiligheid www.idewe.be Tel: +32 (0)14 400 220 Ilonka.sommen@idewe.be

Nadere informatie

- Zelfredzaamheid! - Opvang brandweer (IP) - Brandcommando - CP-OPS - KB 2006 NOODPLANNING

- Zelfredzaamheid! - Opvang brandweer (IP) - Brandcommando - CP-OPS - KB 2006 NOODPLANNING Voormiddag 1 Luik: BRANDWEER - advies & IDPBW - DE brandweer??? - Taken binnen preventie - Wettelijk kader - Brandveiligheid bedrijf - Voorafgaand INTERVENTIEPLAN Namiddag 2 Luik: Calamiteit & IDPBW -

Nadere informatie

Infosessie bijscholing preventieadviseurs

Infosessie bijscholing preventieadviseurs Infosessie bijscholing preventieadviseurs Hoe stel ik mijn brandpreventiedossier samen? sept-okt 2016 Peter Coninckx Brandpreventiedossier: Wat? (art. 25) Brengt alle documenten samen m.b.t. brandpreventie

Nadere informatie

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk Inleiding Krachtens de welzijnswet dient elke werkgever een interne dienst voor preventie en bescherming op

Nadere informatie

1 Nieuwe, vereenvoudigde regelgeving TMB

1 Nieuwe, vereenvoudigde regelgeving TMB 1 Nieuwe, vereenvoudigde regelgeving TMB gepland van toepassing? Geen VC vereist Regelgeving VC voor grote bouwwerken houdt werkzaamh. in met verh. gevaar? (3) of ferte(5) verzekert VContwerp(1) offerte

Nadere informatie

VEILIGHEIDSPLAN. NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK Industriepark-West 55 9100 SINT-NIKLAAS Tel. : 03/766.02.34 Fax. : 03/777.26.77

VEILIGHEIDSPLAN. NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK Industriepark-West 55 9100 SINT-NIKLAAS Tel. : 03/766.02.34 Fax. : 03/777.26.77 VEILIGHEIDSPLAN NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK Industriepark-West 55 9100 SINT-NIKLAAS Tel. : 03/766.02.34 Fax. : 03/777.26.77 1. Inhoudstafel A. Inleiding 1. Inhoudstafel 2. Beleidsverklaring 3. Toelichting

Nadere informatie

Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen

Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen Procedure voor de afwijkingen - Vaak gestelde vragen over de afwijkingen Inleiding De federale overheid is onder meer bevoegd voor de voorschriften van het Koninklijk besluit van van 7 juli 1994 (tot vaststelling

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG ------ Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk. ------ Advies nr. 74 van 27 februari 2004 over een ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Brandpreventie op de arbeidsplaats KB 28/03/14 BS 23/04/14. Infosessie September 2014

Brandpreventie op de arbeidsplaats KB 28/03/14 BS 23/04/14. Infosessie September 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaats KB 28/03/14 BS 23/04/14 Infosessie September 2014 DOELSTELLING Bespreken van de nieuwe wetgeving Overzicht geven van wat er nieuw is Overzicht geven van wat Provikmo

Nadere informatie

Hulpverleningszone Fluvia ten dienste van bedrijven

Hulpverleningszone Fluvia ten dienste van bedrijven Hulpverleningszone Fluvia ten dienste van bedrijven Samenwerken aan een veilige werk- en leefomgeving Bedrijventerreinmanagement Jukeboxmuseum Menen 21 januari 2012 Voorstelling Delegatie Jan Leenknecht,

Nadere informatie

Intern transport. Ignaas Crombez Malle 31 maart 2015

Intern transport. Ignaas Crombez Malle 31 maart 2015 Intern transport Ignaas Crombez Malle 31 maart 2015 MiVeDi bvba Ignaas Crombez Preventiedeskundige - milieucoördinator Tel 32-50-816244 - Fax 32-50-816312 Email ignaas.crombez@mivedi.be inhoud Intern verkeer

Nadere informatie

OMSTANDIG VERSLAG ERNSTIG ONGEVAL (volgens KB 24.02.2005)

OMSTANDIG VERSLAG ERNSTIG ONGEVAL (volgens KB 24.02.2005) OMSTANDIG VERSLAG ERNSTIG ONGEVAL (volgens KB 24.02.2005) De werkgever zorgt ervoor dat de Interne of Externe dienst voor Preventie op het Werk elk ernstig arbeidsongeval onmiddellijk onderzoekt en een

Nadere informatie

TWW - partner of controleur?

TWW - partner of controleur? TWW - partner of controleur? Ir. Paul Van Haecke Attaché TWW directie Oost-Vlaanderen najaar 2013 TWW - Toezicht op het Welzijn op het Werk 1 De basis De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO / ILO) /

Nadere informatie

PROVIKMO DYNAMISCH RISICOBEHEERSINGSMODEL: HANDLEIDING

PROVIKMO DYNAMISCH RISICOBEHEERSINGSMODEL: HANDLEIDING PROVIKMO DYNAMISCH RISICOBEHEERSINGSMODEL: HANDLEIDING 1. Inleiding In de reglementering inzake welzijn op het werk staat de beheersing van risico s centraal. Zo dient elke werkgever op een systematische

Nadere informatie

Bouwplaatsreglement. Definities:

Bouwplaatsreglement. Definities: Bouwplaatsreglement Definities: - Dossier veiligheid en De synthese van alle documenten in verband met veiligheid en gezondheid: gezondheid, door alle tussenkomende partijen samengebracht: opdrachtgever,

Nadere informatie

Interne evacuatieplanning

Interne evacuatieplanning Interne evacuatieplanning Nieuwe inzichten 2 IOS International Eensoftwareontwikkeling-en/of dienstverleningsbedrijfdatzichbezighoudtmet het opmakenenbeherenvan eeninventarisvan de veiligheidsmiddelenvan

Nadere informatie

Hierna volgt een beknopt overzicht van de nieuwe regelgeving.

Hierna volgt een beknopt overzicht van de nieuwe regelgeving. Eerste hulp Met de publicatie van het KB van 15.12.10 betreffende de eerste hulp die verstrekt wordt aan de werknemers die slachtoffer worden van een ongeval of die onwel worden, in het BS van 28.12.10,

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene bepalingen betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen (B.S. 7.10.2013) Hoofdstuk I. - Bepalingen

Nadere informatie

Wat is de rol van een Externe Dienst voor Technische Controles/Erkend Organisme binnen het kader van het Koninklijk Besluit van 04.12.

Wat is de rol van een Externe Dienst voor Technische Controles/Erkend Organisme binnen het kader van het Koninklijk Besluit van 04.12. Wat is de rol van een Externe Dienst voor Technische Controles/Erkend Organisme binnen het kader van het Koninklijk Besluit van 04.12.2012 G.Laridaen PAC Zuid Gent 28.03.2014 1 Elektrische installaties

Nadere informatie

BRANDVEILIGHEID IN PTI S

BRANDVEILIGHEID IN PTI S BRANDVEILIGHEID IN PTI S PTI = WAT? PUBIEK TOEGANKELIJKE INRICHTINGEN PTI = VOORBEELDEN? CAFÉS, FEESTZALEN, RESTAURANTS, JEUGDLOKALEN, KANTINES,. INFOZITTING WOENSDAG 10 JULI 2013 IN CCW 1 WETTELIJKE TAKEN

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (B.S. 05.05.

Koninklijk besluit van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (B.S. 05.05. Koninklijk besluit van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (B.S. 05.05.2003) Artikel 1.- 1. Dit besluit en zijn bijlagen zijn de omzetting

Nadere informatie

PSYCHOSOCIALE ASPECTEN

PSYCHOSOCIALE ASPECTEN PSYCHOSOCIALE ASPECTEN Welke lessen kunnen we trekken uit de evaluatie van de pestwet? Sofie D Ours, Preventieadviseur Psychosociale IDEWE 20 september 2011 Kursaal Oostende PreBes vzw Diestersteenweg

Nadere informatie

BRAND. Module 4. Van art. 52 van het ARAB naar de nieuwe brandpreventiewelzijnswetgeving in de Codex

BRAND. Module 4. Van art. 52 van het ARAB naar de nieuwe brandpreventiewelzijnswetgeving in de Codex BRAND Module 4 Van art. 52 van het ARAB naar de nieuwe brandpreventiewelzijnswetgeving in de Codex Hugo Steeman, Directiehoofd Directie van de veiligheid, FOD WASO 1 december 2011 Flanders Expo Gent PreBes

Nadere informatie

VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ UITVOERING VAN WELZIJNSWET EN IN HET BIJZONDER VAN DE HIERARCHISCHE LIJN

VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ UITVOERING VAN WELZIJNSWET EN IN HET BIJZONDER VAN DE HIERARCHISCHE LIJN VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ UITVOERING VAN WELZIJNSWET EN IN HET BIJZONDER VAN DE HIERARCHISCHE LIJN Werk brengt risico s met zich mee. Het productieproces, het transport, de werkorganisatie, de omgeving

Nadere informatie

De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd

De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd De artikels 29 en 30 van het KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen zijn gewijzigd Wijziging van het koninklijk besluit Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen In dit koninklijk besluit (25.01.2001) zijn twee

Nadere informatie

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn?

-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Noem enkele gevaren op het werk. -2- Noem werkzaamheden of omstandigheden

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

Leidraad voor werken aan elektrische installaties: BA4-BA5 - Code van goede praktijk. Dirk Wynants HSEQ Manager Cegelec

Leidraad voor werken aan elektrische installaties: BA4-BA5 - Code van goede praktijk. Dirk Wynants HSEQ Manager Cegelec Leidraad voor werken aan elektrische installaties: BA4-BA5 - Code van goede praktijk Dirk Wynants HSEQ Manager Cegelec BA4-BA5 BA5 personeel Bekwaam voor het werken aan de elektrische installaties van

Nadere informatie

Arborisico s bij politie (Nederland) Arbeidsveiligheid als opdracht voor de werkgever. Morele plicht

Arborisico s bij politie (Nederland) Arbeidsveiligheid als opdracht voor de werkgever. Morele plicht Arbeidsveiligheid als opdracht voor de werkgever Arborisico s bij politie (Nederland) 16 juni 2008 Centrum voor Politiestudies HCP Piet RECOUR Sectiechef Arbeidsveiligheid Vlaanderen Federale Politie Morele

Nadere informatie

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen.

In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. In dit document zijn de letterlijke teksten van relevante wetsartikelen opgenomen. Relevante wet-en regelgeving BHV1 1. Arbeidsomstandighedenwet (van kracht sinds 1 januari 2007) N.B. Achter de artikelen

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

ONTHAAL EN BEGELEIDING VAN BEGINNENDE WERKNEMERS

ONTHAAL EN BEGELEIDING VAN BEGINNENDE WERKNEMERS ONTHAAL EN BEGELEIDING VAN BEGINNENDE WERKNEMERS Nadine Gilis juriste FOD werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Directie humanisering van de arbeid Afdeling normen Doelstelling De mogelijkheden van

Nadere informatie

9/12/15. Project: nieuwe technische nota voor videobewaking PR T030. Danny Hermans, Coördinator regelgeving & normalisatie, VOLTA

9/12/15. Project: nieuwe technische nota voor videobewaking PR T030. Danny Hermans, Coördinator regelgeving & normalisatie, VOLTA 9/12/15 Project: nieuwe technische nota voor videobewaking PR T030 Danny Hermans, Coördinator regelgeving & normalisatie, VOLTA 1 Project: nieuwe technische nota voor videobewaking Inhoud: Wetgeving: AREI

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Non Diffuse Point Based Global Illumination

Non Diffuse Point Based Global Illumination Non Diffuse Point Based Global Illumination Karsten Daemen Thesis voorgedragen tot het behalen van de graad van Master of Science in de ingenieurswetenschappen: computerwetenschappen Promotor: Prof. dr.

Nadere informatie

Manufacturer s Certificate of Compliance VOC Emissions

Manufacturer s Certificate of Compliance VOC Emissions Manufacturer s Certificate of Compliance VOC Emissions Certificate: GLP1101 Company: modulyss NV Related Products modulyss tufted carpet tiles, FR, Bitumen backed, post-dyed nylon (all items) PRODUCT NAMES

Nadere informatie

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47

Nieuwsbrief NRGD. Editie 11 Newsletter NRGD. Edition 11. pagina 1 van 5. http://nieuwsbrieven.nrgd.nl/newsletter/email/47 pagina 1 van 5 Kunt u deze nieuwsbrief niet goed lezen? Bekijk dan de online versie Nieuwsbrief NRGD Editie 11 Newsletter NRGD Edition 11 17 MAART 2010 Het register is nu opengesteld! Het Nederlands Register

Nadere informatie

Nieuwigheden in verband met elektriciteit en veiligheid. G.Laridaen PAC Zuid Gent 23.01.2015

Nieuwigheden in verband met elektriciteit en veiligheid. G.Laridaen PAC Zuid Gent 23.01.2015 Nieuwigheden in verband met elektriciteit en veiligheid G.Laridaen PAC Zuid Gent 23.01.2015 1 Nieuwigheden in verband met elektriciteit en veiligheid Doelstelling Overzicht status/nieuwigheden omtrent

Nadere informatie

Praktische aanpak: KB elektrische installaties. Borging door middel van een managementsysteem

Praktische aanpak: KB elektrische installaties. Borging door middel van een managementsysteem Praktische aanpak: KB elektrische installaties Borging door middel van een managementsysteem Jan Van Ocken coördinerend preventieadviseur scholengroep Ekeren-Merksem Wetgeving 21-12-2012 Op 21 december

Nadere informatie

Adviesverlening & begeleiding Preventie en welzijn. Brand & evacuatie gebruikers gc Berkenhof 26.11.12

Adviesverlening & begeleiding Preventie en welzijn. Brand & evacuatie gebruikers gc Berkenhof 26.11.12 Adviesverlening & begeleiding Preventie en welzijn Brand & evacuatie gebruikers gc Berkenhof 26.11.12 Agenda Algemeen Vuurdriehoek Brand blussen? Handelingen bij brand Evacuatie van gebouwen Brand in België

Nadere informatie

CFD als tool voor de Fire Safety Engineer: case-study

CFD als tool voor de Fire Safety Engineer: case-study CFD als tool voor de Fire Safety Engineer: case-study ir. Xavier Deckers FESG Presentatie CFD in de bouw Actiflow seminar Presentatie FESG Wie zijn wij? Onafhankelijk studiebureau brandveiligheid, Gespecialiseerd

Nadere informatie

Risicoanalyse brandpreventie Aanpak Mensura EDPB. Stijn Tielemans Preventieadviseur niveau I stijn.tielemans@mensura.be

Risicoanalyse brandpreventie Aanpak Mensura EDPB. Stijn Tielemans Preventieadviseur niveau I stijn.tielemans@mensura.be Risicoanalyse brandpreventie Aanpak Mensura EDPB Stijn Tielemans Preventieadviseur niveau I stijn.tielemans@mensura.be Mensura 1 groep, 3 activiteiten 2 3/06/15 Mensura Preventie & Bescherming In cijfers

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (BS 23.04.2014)

Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (BS 23.04.2014) Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen (BS 23.04.2014) Contents Koninklijk besluit van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen

Nadere informatie

LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving

LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving VL/NB Brussel, woensdag 23 april 2014 LICHTE ONGEVALLEN Nota over de wetgeving Twee nieuwe KB's bepalen de toepassingsmodaliteiten van het concept 'licht ongeval' in de reglementering betreffende arbeidsongevallen,

Nadere informatie

Bedrijfshulpverlening: informatie voor werknemers

Bedrijfshulpverlening: informatie voor werknemers Bedrijfshulpverlening: informatie voor werknemers Elk bedrijf heeft één of meerdere bedrijfshulpverleners nodig. De bedrijfshulpverleners hebben een voorpostfunctie: zij treden op als voorpost van brandweer,

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 48, 86, eerste lid, 1, en 87;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 48, 86, eerste lid, 1, en 87; Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Definitie van een ernstig arbeidsongeval volgens artikel 94bis 1 van de Welzijnswet:

Definitie van een ernstig arbeidsongeval volgens artikel 94bis 1 van de Welzijnswet: 7.1.2 Bestrijding van ernstige arbeidsongevallen Wat is een ernstig arbeidsongeval? Definitie van een ernstig arbeidsongeval volgens artikel 94bis 1 van de Welzijnswet: Een ongeval dat zich op de arbeidsplaats

Nadere informatie

Incidenten in de Cloud. De visie van een Cloud-Provider

Incidenten in de Cloud. De visie van een Cloud-Provider Incidenten in de Cloud De visie van een Cloud-Provider Overzicht Cloud Controls Controls in de praktijk Over CloudVPS Cloudhosting avant la lettre Continu in ontwikkeling CloudVPS en de Cloud Wat is Cloud?

Nadere informatie

Richtlijn Machines 98/37/EC - 2006/42/EC Samenbouw

Richtlijn Machines 98/37/EC - 2006/42/EC Samenbouw Richtlijn Machines 98/37/EC - 2006/42/EC Samenbouw Marc Vanderhaeghe Vinçotte - Gent Contract Manager Safety of Machinery Coordinator Conformity of Technical Installations Prebes 27 april 2009 Brugge INHOUD

Nadere informatie

Het K.B.Asbest toepassing in de praktijk. Asbestcement op containerparken

Het K.B.Asbest toepassing in de praktijk. Asbestcement op containerparken Het K.B.Asbest toepassing in de praktijk. Asbestcement op containerparken Luc Neyens Toezicht op het Welzijn op het Werk Regionale Directie Limburg-Vlaams-Brabant Luc.neyens@werk.belgie.be (stephaan.hoskens@werk.belgie.be

Nadere informatie

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (B.S. 21.12.2012) Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Wijziging Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving

Wijziging Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving SZW Wijziging Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving (Richtlijn Atex) Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juli 2003, Directie Arbeidsveiligheid en -gezondheid,

Nadere informatie

1.1 ORGANIZATION INFORMATION 1.2 CONTACT INFORMATION 2.1 SCOPE OF CERTIFICATION 2.2 AUDITOR INFORMATION 3.1 AUDIT CONCLUSIONS 3.2 MANAGEMENT SYSTEM EFFECTIVENESS 3.3 OBSERVATIONS Organization Address Name

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Digital municipal services for entrepreneurs

Digital municipal services for entrepreneurs Digital municipal services for entrepreneurs Smart Cities Meeting Amsterdam October 20th 2009 Business Contact Centres Project frame Mystery Shopper Research 2006: Assessment services and information for

Nadere informatie

Wat is de rol van TWW voor het preventiebeleid van mijn bedrijf Pieter Bolle

Wat is de rol van TWW voor het preventiebeleid van mijn bedrijf Pieter Bolle Wat is de rol van TWW voor het preventiebeleid van mijn bedrijf Pieter Bolle FOD WASO Toezicht Welzijn op het Werk Inhoud Organogram Opdrachten, doelstellingen en strategie Wat verwachten we? Middelen

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7.2.2001)

Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7.2.2001) Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen (B.S. 7.2.2001) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 19 december 2001 tot wijziging, wat de aanvullende vorming

Nadere informatie

Afbraakwerken Wettelijk kader. 17 maart 2016 ir. Tom Vermeersch sociaal inspecteur TWW- FOD WASO

Afbraakwerken Wettelijk kader. 17 maart 2016 ir. Tom Vermeersch sociaal inspecteur TWW- FOD WASO Wettelijk kader 17 maart 2016 ir. Tom Vermeersch sociaal inspecteur TWW- FOD WASO Fg 60 50 40 30 20 bouw slopen 10 0 2010 2011 2012 2013 2014 Bron: Fonds voor Arbeidsongevallen Bouw: nace-codes 41,42,&

Nadere informatie

Arbeidsplaatsen Elektrische installaties Minimale voorschriften voor de oude installaties. Infodocument

Arbeidsplaatsen Elektrische installaties Minimale voorschriften voor de oude installaties. Infodocument Arbeidsplaatsen Elektrische installaties Minimale voorschriften voor de oude installaties Infodocument Arbeidsplaatsen - Elektrische installaties - Minimale voorschriften voor de oude installaties Sinds

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie