Zicht op Effectiviteit van Beleid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zicht op Effectiviteit van Beleid"

Transcriptie

1 Zicht op Effectiviteit van Beleid CPB Achtergronddocument Studie naar evaluatieontwerpen voor onderwijs- en wetenschapsmaatregelen Juni 2011 Roel van Elk (CPB) Frans-Bauke van der Meer (Erasmus Universiteit Rotterdam) Marc van der Steeg (CPB) Dinand Webbink (Erasmus Universiteit Rotterdam, CPB) 1

2 1 Introductie Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) wil de kennis over de effectiviteit van beleid verbreden. Dit levert noodzakelijke informatie om de kwaliteit van beleid te verbeteren en kan ook van belang zijn voor de keuzes van politieke partijen op het terrein van onderwijs in hun verkiezingsprogramma s. Kennis over de effectiviteit van beleid kan ook bijdragen aan bredere discussies met andere departementen. Voor een groot aantal nieuwe beleidsinterventies/instrumenten is nauwelijks kennis beschikbaar over de effectiviteit. De internationale literatuur levert weinig inzicht over de effecten van deze instrumenten. Deze kennis zal daarom verkregen moeten worden door het evalueren van de ervaringen binnen het Nederlands onderwijs. Veel beleid in Nederland wordt achteraf geëvalueerd. Vaak is het dan lastig om een geloofwaardige controlegroep te vinden omdat de nieuwe beleidsinstrumenten meestal niet worden toegepast bij aselect gekozen groepen, maar bij specifieke groepen die zichzelf hebben aangemeld of al actief waren met het voorgenomen beleid. Ook is het dan soms lastig om de begincondities te meten. Om beleid goed te kunnen evalueren is het daarom belangrijk om al direct bij de beleidsontwikkeling na te denken over het evaluatieontwerp, en de beleidsontwikkeling en het evaluatieontwerp op elkaar te laten aansluiten. De evaluatie is bedoeld om te leren over de effecten van het beleid en dient informatie op te leveren voor toekomstige beleidsbeslissingen. In die zin is de evaluatie onderdeel van de beleidsontwikkeling. Tegen deze achtergrond heeft het ministerie van OCW gevraagd om een onderzoek waarin evaluatieontwerpen worden ontwikkeld voor negen (clusters van) nieuwe beleidsinterventies. Het onderzoek diende zich te richten op twee centrale vragen: De beschikbare wetenschappelijke kennis over de effectiviteit van de geselecteerde interventies zo volledig mogelijk te verzamelen. Deze kennis dient te voldoen aan de wetenschappelijke eisen die gesteld worden aan goed evaluatieonderzoek. Per interventie/beleid een onderzoeksontwerp te maken dat zicht biedt op een robuuste evaluatie naar (1) enerzijds effecten en (2) anderzijds de achterliggende mechanismen. Het beschikbare wetenschappelijk onderzoek voor deze interventies biedt hiervoor mogelijk ook aanknopingspunten. De resultaten van dit onderzoek zullen in een later stadium gebruikt kunnen worden voor de daadwerkelijke evaluaties van het nieuwe beleid. Dit rapport doet verslag van de resultaten van het onderzoek. 2

3 2 Aanpak Door het ministerie van OCW is een lijst met beleidsinterventies opgesteld waaruit uiteindelijk negen (clusters van) interventies zijn geselecteerd. Voor elk van deze negen interventies zijn de twee centrale onderzoeksvragen onderzocht. Onderzoeksvraag 1. Per geselecteerde interventie is de wetenschappelijke kennis verzameld en samengevat. Daarbij is voortgebouwd op het materiaal dat door het CPB is verzameld voor de analyse van onderwijsvoorstellen van de politieke partijen bij de meest recente verkiezingen (CPB, 2010). Voor de selectie van de literatuur worden methodologische criteria gebruikt. Vooral studies die gebruik maken van geloofwaardige controlegroepen zijn geselecteerd. De geloofwaardigheid van een controlegroep hangt af van de mate waarin selectie op grond van niet geobserveerde kenmerken een rol kan spelen. In studies waarin controlegroepen door toeval zijn ontstaan, bijvoorbeeld gecontroleerde experimenten of natuurlijke experimenten op grond van regressiediscontinuïteiten, mag verwacht worden dat deze verstorende factoren niet belangrijk zijn. Onderzoeksvraag 2. Onderzoeksvraag 2 richt zich op het ontwikkelen van evaluatieontwerpen voor de geselecteerde nieuwe interventies. Bij het uitwerken van de evaluatieontwerpen is zoveel mogelijk aangesloten op de beleidsontwikkeling. Daarbij is de medewerking van de betrokken beleidsdirecties gevraagd. Het vertrekpunt bij het onderzoek naar onderzoeksvraag 2 is de reguliere beleidsontwikkeling. Met elk van de betrokken beleidsdirectie is bij de start van het onderzoek gesproken over de volgende zaken: Wat is precies de beleidsinterventie? Wat zijn de belangrijkste doelen en hoe kunnen die worden gemeten? Wat zijn de voornemens voor de beleidsontwikkeling rond deze interventies, of hoe is dit in het verleden bij soortgelijke instrumenten aangepakt? Zijn er al plannen voor pilots of andere beleidsverkenningen? Hoe groot is de beleidsruimte voor aanpassingen binnen de beleidsvoornemens? Vervolgens is door de onderzoekers, uitgaande van de voornemens voor beleidsontwikkeling, het meest kansrijke evaluatieontwerp opgesteld en zijn soms voorstellen voor aanpassingen in de beleidsinterventie ontwikkeld. De aanpassingen waren erop gericht om het mogelijk te maken de effecten van het beleid op een geloofwaardige manier vast te stellen. Deze voorstellen zijn vervolgens met de betrokken beleidsdirecties besproken en de meest kansrijke zijn in het eindrapport opgenomen. 3

4 Verklarende evaluatie en effectevaluatie Op verzoek van het ministerie zijn voor alle interventies zowel ontwerpen gemaakt voor een verklarende evaluatie als voor een effect evaluatie. De verklarende evaluatie richt zich op de factoren die het succes of het ontbreken van het succes van de interventie bepalen (zie bijlage voor een nadere toelichting op de verklarende evaluatie). Anders gezegd, wat gebeurt er precies binnen scholen als gevolg van de interventie. Wat is The Theory of Change en welke intermediaire uitkomsten bieden hiervoor inzicht? De ontwerpen voor de effectevaluatie richten zich op het zo overtuigend mogelijk vaststellen van de effecten van de nieuwe beleidsinterventies. Begeleiding en uitvoering van het onderzoek Alle betrokken beleidsdirecties hebben meegewerkt bij de uitvoering van het onderzoek waarbij de directie Kennis heeft gezorgd voor de coördinatie. Door het ministerie is een externe begeleidingscommissie ingesteld bestaande uit: dhr. A.de Jong (voorzitter), dhr. L. Borghans, dhr. P. Leseman, dhr. R. Bosker, dhr. S. Karsten, dhr. B. van der Meulen en dhr. K. van Eijck. Daarnaast is door het ministerie een interne begeleidingscommissie ingesteld. Voor de verklarende evaluatie zijn oriënterende gesprekken gevoerd met: Dhr. J.W. Bos, voorzitter College van Bestuur Rijnstreek Dhr. R. Dekker, NWO Mw. L. Jillisen, Erasmus Universiteit Rotterdam Dhr. R. Lammers, Personeelsadviseur SKPO Eindhoven e.o Mw. Y. Moerman, Koning Willem I College s-hertogenbosch Dhr J. Nagtzaam, Erasmus Universiteit Rotterdam De ontwerpen voor de verklarende evaluatie zijn opgesteld door dr. Frans-Bauke van der Meer. De ontwerpen voor de effectevaluatie alsmede de weergave van de wetenschappelijke evidentie zijn opgesteld door drs. Roel van Elk, drs. Marc van der Steeg en prof. dr. Dinand Webbink. Opzet van het rapport Hieronder worden per interventie de resultaten van het onderzoek gegevens. Daarbij is steeds dezelfde opbouw gebruikt. Allereerst wordt een beschrijving gegeven van de interventie. Deze beschrijving is gebaseerd op bijdragen van de betrokken beleidsdirectie van het ministerie. Vervolgens wordt de wetenschappelijke kennis samengevat. Daarna worden de ontwerpen voor de verklarende evaluatie en voor de effectevaluatie gegeven. 4

5 3 Langstudeerders 3.1 De beleidsinterventie In het regeerakkoord is aangekondigd dat om het studierendement te verhogen van langstudeerders een hoger collegegeld zal worden gevraagd. Het collegegeld voor studenten, die langer dan 1 jaar uitlopen in hun studie wordt verhoogd met 3000,-. De verhoging van de collegegelden voor de langstudeerders en een aanvullende efficiencykorting zal in mindering wordt gebracht op het instellingsbudget. Per saldo gaat het om een bezuiniging van 370 miljoen per jaar via studenten en instellingen. Dit wordt vertaald in: Studenten krijgen een jaar uitloop na bachelor én master. Een student die zijn bachelor en zijn master doet krijgt de nominale studieduur en in totaal twee jaar extra de tijd om te studeren tegen het lage collegegeld. Doet hij er langer over, dan betaalt hij bij het huidige tarief 4713 euro collegegeld (het wettelijk collegegeld van 1713 euro plus 3000 euro opslag). De langstudeerder heeft dan nog wel recht op het collegegeldkrediet (op dit moment maximaal 8565 euro), dat ruim voldoende is om de verhoging van het collegegeld op te vangen. Studenten met een functiebeperking die recht hebben op een extra jaar prestatiebeurs, krijgen daarbovenop een extra uitloopjaar. Zij hebben dus een uitloop van maximaal drie jaar. Voor studenten die voor een tweede studie in de gezondheidszorg of het onderwijs kiezen en daarvoor het wettelijk collegegeld verschuldigd zijn, geldt dat de teller bij aanvang van deze studie weer op nul staat. Zij krijgen dus een uitloopjaar voor de bachelor én voor de master. Wat zijn de belangrijkste doelen? Hoe kunnen die worden gemeten? Het wetsvoorstel houdt rechtstreeks verband met de huidige financiële situatie van het land. De regering treft ingrijpende maatregelen om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Deze raken ook de studenten en de instellingen. Studenten die te lang studeren leggen een groot beslag op de publieke middelen en dit rechtvaardigt een hogere bijdrage van langstudeerders. Met een hogere bijdrage worden studenten gestimuleerd het studietempo en studierendement te verhogen. Tevens zal het terugdringen van het aantal langstudeerders de doelmatigheid van het hoger onderwijs ten goede komen. Samengevat gaat het om de volgende doelen: - terugdringen aantal langstudeerders moet studierendement verhogen. Voor het berekenen van het studierendement wordt de definitie gehanteerd die DUO gebruikt, obv 1-cijfer HO. - terugdringen aantal langstudeerders moet de doelmatigheid instellingen verbeteren. 5

6 Wat zijn de voornemens voor de beleidsontwikkeling rond deze interventie? Wat is het tijdpad? Wordt de interventie getest, en hoe gebeurt dit dan? Hoe werd dit in het verleden aangepakt met een soortgelijk interventie? De collegegeldverhoging voor langstudeerders moet ingaan per 1 september 2012 en dit betekent dat het onderhavige wetsvoorstel, waar dit onderdeel van deze maatregel uit het regeerakkoord wordt uitgewerkt, ruim voor het studiejaar kracht van wet moet krijgen. Omdat voor het wetgevingstraject een spoedprocedure vereist is, kan de reguliere planning voor een wetswijziging niet worden gevolgd. De interventie wordt dus niet getest en gaat gelijk voor alle zittende studenten in. Collegegeldverhoging gaan altijd per direct in, alleen waren deze voorheen veel lager (inflatie of hooguit 50 erbij). Bestaat er beleidsruimte in deze fase van de beleidsontwikkeling? Heel weinig. 3.2 Wat leert de literatuur? De maatregel gericht op de langstudeerders betekent een verhoging van de prijs van hoger onderwijs voor studenten die lang studeren. Deze prijsverhoging kan studenten stimuleren om sneller te studeren, maar kan ook van invloed zijn het studiekeuzegedrag, bijvoorbeeld de beslissing om al of niet te gaan studeren, om te zwaaien of welke opleiding te volgen. De meeste studies in de literatuur richten zich op de invloed van de prijs van studeren op de beslissing om in te stromen. Het aantal studies dat zich richt op het studeergedrag en andere studiebeslissingen, is beperkt. Ook zijn recent enkele studies verschenen over leenaversie. Prijsgevoeligheid en leenaversie Hogere private bijdragen aan hoger onderwijs, hetzij door een verhoging van de collegegelden, hetzij door veranderingen in de studiefinanciering, komen neer op een hogere prijs voor studeren. Net als bij veel andere goederen zal een hogere prijs leiden tot een daling van de vraag. Een belangrijke vraag is dan in welke mate studenten gevoelig zijn voor veranderingen in de prijs van het hoger onderwijs, en of er verschillen zijn tussen studenten met een bepaalde sociaal-economische achtergrond. De meeste empirische studies hebben betrekking op prijsveranderingen in de Verenigde Staten. In enkele studies is gevonden dat een verlaging (verhoging) van de collegegelden met 1000 dollar leidt tot 3 tot 4 procentpunt meer (minder) deelname aan hoger onderwijs (Dynarski, 2003, zie overzicht in Kane, 2003). Een belangrijke kanttekening bij bovenstaande schattingen voor de VS is dat het hier steeds gaat om de effecten van het al of niet aanbieden van studiebeurzen, en niet om het aanbieden van leningen in plaats van beurzen. Daardoor zijn deze studies waarschijnlijk minder relevant voor de Nederlandse context. 6

7 Nederlandse studies naar prijsgevoeligheid van de deelname aan hoger onderwijs vinden dat de totale instroom in het hoger onderwijs nauwelijks verandert bij prijsverhogingen 1. Ook de ontwikkelingen in de jaren negentig duiden op een geringe prijsgevoeligheid. In deze periode zijn de private bijdragen aan hoger onderwijs substantieel toegenomen: de collegegelden zijn verhoogd en het recht op studiefinanciering is beperkt van 6 jaar naar 4 jaar. De beperking van het recht op studiefinanciering betekent een aanzienlijke verhoging van de private bijdragen en heeft betrekking op de eindfase van de opleiding. Ondanks deze prijsverhogingen is de deelname aan hoger onderwijs in deze jaren gestegen. In Australië is in 1989 een sociaal leenstelsel geïntroduceerd in de vorm van het zogenoemde Higher Education Contribution Scheme (HECS). Voor de introductie van het HECS kende Australië geen private bijdragen aan hoger onderwijs. Door de introductie steeg de private bijdrage in de gemiddelde kosten van hoger onderwijsprogramma s naar 23%. Verschillende evaluaties laten zien dat de trendmatige ontwikkeling van de deelname aan het hoger onderwijs in Australië niet is veranderd na de introductie van het HECS (Barr, 2004). In het Verenigd Koninkrijk hebben universiteiten recent de mogelijkheid gekregen om de collegegelden te vragen van maximaal 3000 pond. Daarnaast zijn de leenmogelijkheden voor studenten verhoogd. Na de daaropvolgende prijsverhogingen is de deelname aan hoger onderwijs in het Verenigd Koninkrijk niet gedaald (OECD, 2009). Deze aanpassingen gingen gepaard met flankerend beleid voor lagere inkomensgroepen. In Canada zijn in het begin van de jaren negentig de collegegelden verhoogd zonder verruiming van de leenmogelijkheden. Dit leidde tot een daling van de deelname en een grotere samenhang tussen het inkomen van de ouders en de kans op deelname. Na een verruiming van de leenmogelijkheden in het midden van de jaren negentig nam de deelname toe en werd de samenhang tussen het ouderlijk inkomen en de kans op deelname kleiner (Barr, 2004). Een hogere prijs kan leiden tot minder deelname vanwege de financiële kosten, maar ook vanwege psychologische kosten verbonden aan het hebben van een schuld (zie bijv. Loewenstein en Thaler, 1989). Deze psychologische kosten kunnen tot uitdrukking komen in leenaversie en daarmee een belemmering vormen voor deelname aan het onderwijs. De literatuur geeft enkele aanwijzingen voor het bestaan van leenaversie, maar de kennis over de effecten van leenaversie is nog beperkt (zie bijvoorbeeld Field, 2009, Oosterbeek en Van den Broek, 2009). De meeste studies in de literatuur maken geen onderscheid tussen financiële en psychologische kosten van hoger onderwijs en onderzoeken het totale effect van veranderingen in de prijs op de deelname aan hoger onderwijs. De empirische literatuur laat zien dat de zogenoemde prijselasticiteit van studeren klein is, maar niet nul hoeft te zijn. Naar verwachting zal een verhoging van private bijdragen in Nederland tot enige daling van de deelname aan hoger onderwijs kunnen leiden. De vraag is dan welke studenten niet meer instromen. De economische theorie geeft twee mogelijke effecten voor de invloed van de veranderingen in de hoogte van het collegegeld op het studiesucces. Dit effect hangt af van de groep 1 Voor een overzicht van de literatuur zie CPB (2002), De Pijlers onder de Kenniseconomie, opties voor institutionele vernieuwing, Den Haag, p. 98. of Jacobs (2002), op cit. 7

8 die wordt beïnvloed door de verandering. Allereerst kunnen hogere collegegelden ertoe leiden dat studenten met relatief lage verwachtingen over hun slaagkansen in het hoger onderwijs en waarschijnlijk ook een relatief lage geschiktheid besluiten om niet meer deel te nemen. Dit kan leiden tot een lagere studie-uitval. Als echter de hogere collegegelden leiden tot financiële obstakels voor de financiering van een studie, vanwege gebrek aan leenmogelijkheden, is het mogelijk dat getalenteerde studenten met een lagere sociaal-economische achtergrond niet meer zullen gaan studeren. Dit zal dan leiden tot een mogelijk grotere studie-uitval. Enkele studies voor de VS (Dynarski,2003, Bettinger, 2004, Dynarski, 2005) vinden dat het toekennen van beurzen leidt tot meer deelname en succes in het hoger onderwijs. Dit zou dan in lijn kunnen zijn met het tweede hierboven genoemde effect. In de Nederlandse situatie waarin alle studenten een lening kunnen krijgen, is het niet waarschijnlijk dat juist de getalenteerde studenten niet meer zullen deelnemen omdat zij hoge verwachtingen mogen hebben over de opbrengsten van studeren. Voor Nederland vinden Belot et al. (2007) dat hogere private bijdragen als gevolg van de invoering van de prestatiebeurs geleid hebben tot minder omzwaaien en betere studieprestaties. In een recent studie voor Italië is ook gevonden dat hogere collegegelden (in het vierde jaar van de studie) leiden tot sneller afstuderen (Garibaldi et al, 2007). Een belangrijke vraag is ook in hoeverre het verhogen van private bijdragen gekoppeld aan het verruimen van de leenmogelijkheden tot sterkere effecten zal leiden bij studenten met een lagere sociaal-economische achtergrond. Verschillende studies vinden inderdaad dat prijsverhogingen een groter effect hebben voor studenten met een lagere sociaal-economische achtergrond (voor een overzicht, zie Usher, 2006 of OECD, 2008). Echter, deze bevindingen zijn niet bevestigd in enkele andere studies (Kane, 2003, Dynarski, 2000, Stanley, 2000). Ook blijkt de introductie van een sociaal leenstelsel in Australië de deelname aan hoger onderwijs niet te hebben ontmoedigd voor studenten uit lagere inkomensgroepen (Barr, 2004). 3.3 Ontwerp verklarende evaluatie Inzicht in de feitelijke werking van het beleid is van belang omdat op basis daarvan kan worden bijgestuurd en effectiever kan worden gereageerd op het uitblijven van beoogde effecten of het optreden van onbedoeld/ongewenste effecten. Het gaat daarbij om de vraag hoe de langstudeerdersmaatregel tot gedragsverandering bij (potentiële) studenten en instellingen leidt en van welke andere factoren (ander beleid, maatschappelijke ontwikkelingen, arbeidsmarkt) die gedragsverandering afhankelijk is. Op basis van een analyse van de voorgenomen interventies, de toelichting daarop vanuit de beleidsdirectie en enkele gesprekken met functionarissen van een universiteit kan een aantal mogelijke mechanismen worden geïdentificeerd waarvan in de evaluatie zou moeten worden nagegaan in hoeverre ze daadwerkelijk optreden. Het is verstandig om voorafgaand aan de uitvoering van de verklarende evaluatie nog meer systematisch in kaart te brengen wat verschillende categorieën betrokkenen als mogelijke mechanismen zien, zodat het feitelijk optreden van de meest genoemde mechanismen kan worden 8

9 onderzocht. Gerichte interviews liggen hierbij voor de hand. Vervolgens kan worden nagegaan of er uit eerder onderzoek evidentie is die het optreden van de voorgenomen of verwacht gedragsreacties meer of minder waarschijnlijk maakt. Ook kunnen die gedragsreacties (deels) al worden waargenomen vlak voor of na het van kracht worden van de maatregel, maar voor dat de uiteindelijk beoogde effecten in termen van rendement en besparing kunnen worden gemeten. Studiekeuze Om te beginnen ligt aan het beleid de veronderstelling ten grondslag dat de keuze voor een opleiding wordt beïnvloed door de kosten en de financiële risico s voor de student. De collegegeldverhoging voor langstudeerders verhoogt die financiële risico s zodanig dat relatief zwakke potentiële studenten vaker een lagere opleiding zullen kiezen (of van vervolgonderwijs zullen afzien). Anderen veronderstellen dat de langstudeerdersmaatregel geen invloed op studiekeuze zal hebben, omdat studenten aan de voorkant altijd optimistisch zijn. Eerder onderzoek (zie par. 3.2) suggereert dat het effect van een (mogelijke) prijsverhoging (als de studie uitloopt) niet erg hoog zal zijn. Over de validiteit van deze veronderstellingen en de sterkte van het effect bij het in concreto voorgenomen beleid kan ex ante in kwalitatieve zin iets worden gezegd door in een aselecte steekproef van leerlingen van de hoogste klassen van het VWO en/of hun ouders in interviews 2 te vragen of zij een vervolgstudie overwegen en waarom. Ook kan bij aspirant studenten die reeds een keuze hebben gemaakt, worden nagegaan wat hun overwegingen daarbij zijn. Door de interviews niet in het teken van de langstudeerdersmaatregel, maar in het kader van onderzoek naar studiekeuze te presenteren en door met open vragen over de studiekeuze en overwegingen daarbij te vragen, kan om te beginnen blijken of (verwachte) kosten daarbij een rol spelen. Als kosten niet spontaan worden genoemd, kan daar later in het interview nog expliciet naar worden gevraagd. Daaraan voorafgaand zijn specifieke vragen over redenen voor de keuze voor HBO of WO en voor een specifieke studie (α of β? technisch? privaat rendement?) zinvol. Worden hierbij (verwachte) kosten en/of risico op studievertraging als overweging genoemd? Aan een steekproef van huidige 1 e -jaarsstudenten kan worden gevraagd hoe zij inmiddels tegen hun studiekeuze aankijken. Als daarbij twijfels naar voren komen, is de vraag van belang waar die vandaan komen. Worden kosten of vertragingsrisico s daarbij genoemd? Ook aan studenten die recent van studie zijn veranderd, kunnen dergelijke vragen worden gesteld. Erg betrouwbaar en valide zullen de uitkomsten van dergelijke onderzoeken niet zijn, maar het kan niettemin een indicatie geven van de mate waarin de beleidsinterventies meespelen in de besluitvorming aan de voorkant van de studie. Bovendien zal de betrouwbaarheid en validiteit ongetwijfeld groter zijn dan wanneer een dergelijk onderzoek bijv. een jaar na invoering van de maatregel(en) zou worden gedaan, omdat het dan gaat om keuzes door mensen die niet of nauwelijks in een andere setting over hun keuze hebben nagedacht. Voor een verklaring van verschuivingen in keuzegedrag en het inschatten van de mate waarin dat aan de beleidsinterventie kan worden toegeschreven, is dergelijk inzicht nuttig. 2 Omdat het bij verklarende evaluatie gaat om het achterhalen van de mechanismen zal vaak naast gegevens uit de studentenmonitor en eventuele andere enquêtes gebruik moeten worden gemaakt van interviews om de motieven, overwegingen en afwegingen te achterhalen die een rol spelen. 9

10 Reactie op vertraging Het voorgenomen beleid veronderstelt ook dat studenten door de maatregel harder zullen studeren, zeker als zij al substantiële vertraging hebben opgelopen en het einde van de nominale studieduur naderen of al zijn overschreden. Tevens wordt verondersteld dat harder studeren tot een beter studieresultaat leidt. Die laatste veronderstelling wordt door veel onderzoek ondersteund: time on task is een belangrijke determinant van studiesucces. Niettemin zou van belang zijn om ex post na te gaan of er voor vertragende en vertraagde studenten een verband bestaat tussen aan de studie bestede tijd en studieresultaten. Dat kan wellicht op basis van gegevens uit de studentenmonitor. Als er weinig verband blijkt te zijn, terwijl het rendement wel toeneemt, moeten er andere verklaringen zijn. De veronderstelling dat de interventie sterker werkt naarmate de opgelopen vertraging groter is en/of het punt c+1 dichter benaderd (of meer overschreden) wordt (althans tot een zeker sociaal of psychologisch maximum), kan ook reeds ex ante worden onderzocht. Nagegaan zou moeten worden of studenten meer tijd aan hun studie besteden (en/of meer begeleiding zoeken) naarmate hun vertraging groter en/of de deadline meer nabij (of meer overschreden) is en waarom wel of niet. Door in interviews aan een steekproeven van studenten met een verschillende mate van vertraging/resterende tijd open vragen hieromtrent te stellen kan blijken of de aangekondigde financiële interventies daarbij, althans op belevingsniveau, een rol spelen. Specifiek interessant in dit verband lijkt de groep huidige studenten die zozeer zijn vertraagd dat het hogere collegegeld alleen nog met veel extra inspanning, of zelfs in het geheel niet meer kan worden voorkomen. In deze groep kan het effect van de prikkel en de verhouding/wisselwerking met andere mechanismen en motieven wellicht in zijn meest pure vorm worden vastgesteld. Andere gedragsverandering studenten Andere mogelijke gedragsveranderingen die genoemd worden, zijn dat studenten zich minder met nevenactiviteiten zullen bezighouden, meer thuis zullen blijven wonen, minder mobiliteit tussen instelling zullen vertonen en minder vaak een periode naar een buitenlandse instelling zullen gaan (gegevens Studentenmonitor). Op deze punten zou op korte termijn een nulmeting moeten worden gehouden om deze gegevens voor de huidige situatie in beeld te brengen. Daarbij zou een steekproef van studenten in interviews naar hun overwegingen m.b.t. wonen, nevenactiviteiten, mobiliteit en buitenland wordt gevraagd. Een jaar na het van kracht worden van de maatregel zou dit kunnen worden herhaald, waarbij voor de huidige studenten ook in interviews opnieuw de motieven voor hun keuzes en eventuele gedragsverandering kan worden ingegaan. Daarnaast wordt mogelijk ontwijkgedrag gesignaleerd. Studenten zouden zich bijvoorbeeld kunnen gaan uitschrijven als zij de vakken hebben afgerond, maar nog een scriptie moeten schrijven. Als de scriptie af is, schrijven ze zich weer in. Ook zou er meer beroep op persoonlijke omstandigheden kunnen worden gedaan, of meer gevraagd worden om specifieke ondersteuning door de instelling. Op dergelijke punten lijkt een nulmeting op korte termijn gewenst, al is het daar eigenlijk al te laat voor omdat studenten wellicht al op het nieuwe beleid anticiperen. Neemt dergelijk handelen het komende 10

11 jaar toe (observatie, gegevens studentenadministraties, studentendecanen, examencommissies)? Welke motieven/oorzaken geven studenten (en instellingen) daarvoor aan (interviews)? Studiefinanciering De meeste van de hiervoor besproken mogelijke gedragsreacties kunnen ook worden beïnvloed (versterkt) door de vrijwel gelijktijdige verandering van de studiefinanciering in de masterfase. Het relatieve gewicht van de ene en de andere maatregel kan enigszins in beeld worden gebracht in ex ante evaluaties waarin met een open vraag wordt gevraagd naar motieven voor studiekeuze, studiegedrag en het (niet of niet meer) kiezen voor bepaalde nevenactiviteiten e.d. In welke mate wordt de studielening die voor de masterfase moet worden aangegaan daarbij genoemd? Ex post kan bij voortijdige studiebeëindiging (blijkt uit gegevens van de instellingen dat dat toeneemt?) naar de motieven daarvoor worden gevraagd. Gedragsreacties instellingen Veel instellingen en opleidingen hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in rendementsverhogende maatregelen. Een belangrijke vraag lijkt wat zij nog meer kunnen doen. Daarnaast is de vraag of het beleid m.b.t. langstudeerders hen daartoe stimuleert, of juist afremt. En welke neveneffecten treden er voor instellingen op en tot welke gedragsreacties geven die aanleiding? Om te beginnen kan nu reeds worden nagegaan welke soorten verandering in curricula en studiebegeleiding in de afgelopen jaren zijn doorgevoerd en met welke rendementseffecten. Op basis van de ervaringen tot nu toe kan betrokkenen in interviews voorts een inschatting worden gevraagd van verdere mogelijkheden de studeerbaarheid te vergroten en een oordeel over de aard (verschoolsing?, kwaliteit, toetsing) van de programma s die daarvoor nodig zouden zijn. Daarnaast zou instellingen, opleidingsdirecteuren en docenten in de interviews kunnen worden gevraagd of zij verdere maatregelen tot rendementsverbetering nastreven (en zo ja, welke) en waarom wel of niet. Zeker nu de korting op het budget die instellingen tegemoet kunnen zien, niet meer gekoppeld is aan het aantal langstudeerders, is de vraag interessant welke andere motieven instellingen hebben voor rendementsverhogende maatregelen (financiële overwegingen, capaciteitsoverwegingen, marketing, studentenbelangen, anticipatie op toekomstig beleid). Ex post kan worden nagegaan welke rendementsverhogende maatregelen instellingen sinds de invoering van het nieuwe beleid hebben genomen en waarom. In dit verband kan ook de reactie van de minister op de feitelijke ontwikkeling van de rendementen een rol gaan spelen. Als de rendementen zouden stijgen, neemt de opbrengst van de collegegelden af. Er wordt dan naar rato meer op het budget van de instellingen bezuinigd. Dan zou een pervers effect op kunnen treden omdat instellingen een financieel belang bij veel langstudeerders kunnen krijgen. Of maken instellingen dan toch andere afwegingen? Ten slotte is van belang wat de maatregel administratief voor de instelling gaat betekenen. Met name de vraag hoe de feitelijke studieduur moet worden vastgesteld en hoe kan en zal worden omgegaan met eventueel ontwijkgedrag van studenten, is in dit verband van belang. Naast ex ante inschattingen 11

12 is op dit punt ex post evaluatie gewenst. Daarvoor is een nulmeting op korte termijn, bijv. m.b.t. huidig ontwijkgedrag, nodig. 3.4 Ontwerp effectevaluatie Het voornemen is om dit nieuwe beleid in te voeren per 1 september 2011 voor alle studenten in het hoger onderwijs. Het beleid zal niet vooraf worden getest door pilots of experimenten. Dit betekent dat vanaf 1 september alle studenten in het hoger onderwijs te maken hebben met het nieuwe beleid. Er zijn dus geen groepen nieuwe studenten die niet te maken hebben met het beleid en die als controlegroep zouden kunnen worden gebruikt. Voor de evaluatie van de effecten van het beleid zijn er verschillende mogelijkheden. 1. Een vergelijking voor en na de invoering van het nieuwe beleid De meest voor de hand liggende evaluatieopzet is het vergelijken van het gedrag van eindexamenkandidaten en studenten voor en na de invoering van het nieuwe beleid. Dit geeft een schatting van het effect van het beleid. Een belangrijk probleem is echter dat er nog veel meer zaken kunnen zijn veranderd voor en na de invoering van het beleid. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er nog meer nieuw beleid is, denk bijvoorbeeld aan de recente voorstellen van de commissie Veerman, of dat de cohorten studenten verschillen. Al deze verschillen slaan neer in de schatting die wordt verkregen uit de vergelijking van het gedrag voor en na de invoering van het nieuwe beleid. Het is dan de vraag of het verschil in gedrag voor en na de invoering toegeschreven kan worden aan de beleidsinterventie langstudeerders of aan andere zaken die in de tijd zijn veranderd. 2. Gebruik maken van variatie in de intensiteit van het nieuwe beleid Het nieuwe beleid wordt weliswaar voor iedereen ingevoerd, maar zal niet voor alle studenten en instellingen even relevant zijn. Zo verandert er weinig voor studenten met geringe studievertraging. Voor deze groepen studenten geeft het nieuwe beleid geen aanleiding om het gedrag te veranderen. Anders gezegd, we verwachten geen effect van het nieuwe beleid voor deze groepen. Voor de evaluatie kunnen deze groepen worden benut als controlegroep. De experimentele groep bestaat uit studenten voor wie het nieuwe beleid wel relevant is, dat zijn bijvoorbeeld studenten met een grote kans op lang studeren. Het effect van het beleid kan dan worden bepaald op basis van een voor- en nameting voor zowel de experimentele als de controlegroep. De schatting van het beleidseffect wordt verkregen door het verschil tussen de na- en voormeting in de experimentele groep te verminderen met het verschil in de controlegroep. Dit heeft een difference-in-differencesmodel. Het verschil in de controlegroep wordt veroorzaakt door de andere factoren die in de tijd veranderen. Door dit verschil af te trekken van het verschil in de experimentele groep blijft het effect van het beleid over. 12

Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase

Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase CPB Notitie 18 januari 2013 Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap CPB

Nadere informatie

Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs

Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs CPB Notitie 25 februari 2013 Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs Uitgevoerd op verzoek van Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Nadere informatie

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Achtergrondnotitie van de HBO-raad n.a.v. ideeën over een leenstelsel Den Haag, 3 september 2012 Inleiding In het recente debat over mogelijk

Nadere informatie

Thema 7 Hoger onderwijs Beleidsvariant A Besparingen in 2011-2015, in mld. euro s 2011 2012 2013 2014 2015 Structureel Variant 7A 0,06 0,10 0,20 0,35 0,61 1,21 Omschrijving variant Deze variant zet voor

Nadere informatie

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek Monitor beleidsmaatregelen 2014 Anja van den Broek Maatregelen, vraagstelling en data Beleidsmaatregelen Collegegeldsystematiek tweede studies uit de Wet Versterking besturing inclusief uitzonderingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 397 Vernieuwing studiefinanciering Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Prof. C.L.J. Caminada (Koen)

Prof. C.L.J. Caminada (Koen) Op zoek naar welvaartsverhogende belastingpolitiek Collegegeld omhoog, Studiefinanciering omlaag! Prof. C.L.J. Caminada (Koen) College opening facultair jaar 2011-2012 Faculteit der Rechtsgeleerdheid Erasmus

Nadere informatie

Het sociaal leenstelsel en de participatie in het Nederlands hoger onderwijs

Het sociaal leenstelsel en de participatie in het Nederlands hoger onderwijs 19 juni 2011 Naam: Stefan Marcus Studentnummer: 5893550 Het sociaal leenstelsel en de participatie in het Nederlands hoger onderwijs Begeleider: W. Kanning Studiejaar: 2010/2011 Inhoud 1 Inleiding 1 2

Nadere informatie

Welkom bij DUO. Johannes Bos Servicekantoor Enschede

Welkom bij DUO. Johannes Bos Servicekantoor Enschede Welkom bij DUO Johannes Bos Servicekantoor Enschede Onderwerpen 1. Hervorming studiefinanciering 2. Vereenvoudigingen 3 OV kaart/studentenreisproduct Hervorming studiefinanciering Basisbeurs wordt lening

Nadere informatie

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden Welkom bij DUO Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden ' of eerst tegemoetkoming scholieren? Afhankelijk van leeftijd en studie!

Nadere informatie

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico

Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Fout van CPB bij berekening remgeldeffect eigen risico Wynand van de Ven en Erik Schut Wederreactie op Douven en Mannaerts In ons artikel in TPEdigitaal (Van de Ven en Schut 2010) hebben wij uiteengezet

Nadere informatie

Experiment tegen schooluitval

Experiment tegen schooluitval Experiment tegen schooluitval De effecten van intensieve coaching Marc van der Steeg (CPB) Roel van Elk (CPB) Dinand Webbink (Erasmus Universiteit Rotterdam) Opzet presentatie 1. Aanleiding 2. De interventie

Nadere informatie

Datum 11 september 2014 Betreft antwoorden vragen over brief inzake maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering

Datum 11 september 2014 Betreft antwoorden vragen over brief inzake maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

Collegegeld omhoog, Studiefinanciering omlaag!

Collegegeld omhoog, Studiefinanciering omlaag! Op zoek naar welvaartsverhogende belastingpolitiek Collegegeld omhoog, Studiefinanciering omlaag! Prof. C.L.J. Caminada (Koen) Openingscollege facultair jaar 2011-2012 Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit

Nadere informatie

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de

Nadere informatie

Effect van leningen op toegankelijkheid: uitkomsten van verschillende studies

Effect van leningen op toegankelijkheid: uitkomsten van verschillende studies Prof. Dr. J.J. (Hans) Vossensteyn UNIVERSITEIT TWENTE. Effect van leningen op toegankelijkheid: uitkomsten van verschillende studies Deskundigengesprek Eerste Kamer Op 2 december 2014 heeft de Commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 819 Tijdelijke regels betreffende experimenten in het hoger onderwijs op het gebied van vooropleidingseisen aan en selectie van aanstaande studenten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 24 724 Studiefinanciering Nr. 139 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 035 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de introductie van een nieuw stelsel van studiefinanciering in het

Nadere informatie

OCW-Peiling Plannen Studievoorschot (Tussenmeting maart 2015)

OCW-Peiling Plannen Studievoorschot (Tussenmeting maart 2015) OCW-Peiling Plannen Studievoorschot (Tussenmeting maart 2015) Met het oog op de voorbereiding van de voorlichtingsaanpak rond de op handen zijnde invoering van het studievoorschot heeft GfK in opdracht

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 263 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband met onder meer niet-indexering

Nadere informatie

Studiefinanciering. voor mbo studenten & hoger onderwijs studenten, per 1 september 2015

Studiefinanciering. voor mbo studenten & hoger onderwijs studenten, per 1 september 2015 Studiefinanciering voor mbo studenten & hoger onderwijs studenten, per 1 september 2015 maart 2015 Inleiding Vanaf 1 september 2015 vinden veranderingen plaats in de studiefinanciering. Nog niet elke student

Nadere informatie

Doorstuderen? Manage nu al je toekomst! Cas van der Sande, Cora Noorloos

Doorstuderen? Manage nu al je toekomst! Cas van der Sande, Cora Noorloos Doorstuderen? Manage nu al je toekomst! Cas van der Sande, Cora Noorloos Stelling Met doorstuderen verbeter ik mijn arbeidsmarktpositie. Stelling Ik ga doorstuderen om mijn intrede op de arbeidsmarkt nog

Nadere informatie

handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Subsidieregeling tweede graden hbo en wo Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van... (datum), nr. HO&S/2010/228578, houdende subsidiëring van tweede bachelor- en mastergraden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 24 724 Studiefinanciering Nr. 121 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

LVSA Studiedag 29 mei 2015

LVSA Studiedag 29 mei 2015 LVSA Studiedag 29 mei 2015 Wet Studievoorschot (sociaal leenstelsel) Frank Peters, studentendecaan Universiteit Utrecht Wet Studievoorschot (sociaal leenstelsel) Voor wie geldt deze wet? Veranderingen

Nadere informatie

2 Aflossing studieschuld bij leenstelsel

2 Aflossing studieschuld bij leenstelsel CPB Notitie Aan: Ministerie OCW Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070)3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon Marcel Lever Datum: 7 juni 2013 Betreft: Aflossing studieschuld

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG. Datum 8 april 2015 Betreft Derde kennismeting studievoorschot

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG. Datum 8 april 2015 Betreft Derde kennismeting studievoorschot >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

Aflossing studieschuld bij sociaal leenstelsel Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aflossing studieschuld bij sociaal leenstelsel Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap CPB Notitie 7 juni 2013 Aflossing studieschuld bij sociaal leenstelsel Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. CPB Notitie Aan: Ministerie OCW Centraal Planbureau

Nadere informatie

De ronde van Nederland

De ronde van Nederland De ronde van Nederland Studiekeuze van jongeren moeilijk te beïnvloeden Bloemen, H. & Dellaert, B. (2001), De studiekeuze van middelbare scholieren; een analyse van motieven, percepties en preferenties,

Nadere informatie

1. Studenttevredenheid TOELICHTING

1. Studenttevredenheid TOELICHTING 1. Studenttevredenheid TOELICHTING Dit criteria geeft een beeld van het oordeel dat studenten over hun studie geven. Het is een eenvoudige maar robuuste indicatie van hoe de studenten de kwaliteit van

Nadere informatie

Den Haag, Dit advies, gedateerd 13 juni 2013, nr. W05.13.0145, bied ik U hierbij aan.

Den Haag, Dit advies, gedateerd 13 juni 2013, nr. W05.13.0145, bied ik U hierbij aan. Nr. WJZ/521469 (10291) (Hoofd) Afdeling DIRECTIE WETGEVING EN JURIDISCHE ZAKEN Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het onderbrengen

Nadere informatie

Voorlichtingsavond 6 VWO

Voorlichtingsavond 6 VWO Voorlichtingsavond 6 VWO Donderdag 13 september 2012 Kennismaking Mentoren Mevrouw van der Meulen Mevrouw van den Reek En verder Dhr. van Arenthals Dhr. Kwakman Programma Examen(jaar) Slaag-zaknorm Loopbaanoriëntatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 24 724 Studiefinanciering Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Achtergrondinformatie

Achtergrondinformatie BIJLAGE 3 Achtergrondinformatie Diplomarendement Daling diplomarendement voltijd hbo-bacheloropleidingen De trend die de Inspectie van het Onderwijs de afgelopen jaren signaleerde in het hbo zet door:

Nadere informatie

STUDENTEN EN NEVENACTIVITEITEN: (voorheen studentactivisme) DE VISIE VAN DE UNIVERSITEIT TWENTE

STUDENTEN EN NEVENACTIVITEITEN: (voorheen studentactivisme) DE VISIE VAN DE UNIVERSITEIT TWENTE STUDENTEN EN NEVENACTIVITEITEN: (voorheen studentactivisme) DE VISIE VAN DE UNIVERSITEIT TWENTE 1 2 Inleiding De waarde van door studenten verrichte nevenactiviteiten, aan de UT ook wel studentenactivisme

Nadere informatie

Uw brief van Ons kenmerk Contactpersoon Zoetermeer. 24 februari 2003 SFB/2003/8253 18 juni 2003

Uw brief van Ons kenmerk Contactpersoon Zoetermeer. 24 februari 2003 SFB/2003/8253 18 juni 2003 OC enw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen Europaweg 4 Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer Telefoon (079)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs Telefoon: 050-5997755 9.00 17.00 uur Internet: www.duo.nl Servicekantoor Eindhoven Clausplein 6 5611 XP Eindhoven Wet en regelgeving Tegemoetkoming

Nadere informatie

Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap

Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Colleges van Bestuur van universiteiten en hogescholen cc HBO-raad en VSNU Rijnstraat

Nadere informatie

Studenten bewustmaken van hun studieschuld vrijdag, 09 oktober 2015 13:55

Studenten bewustmaken van hun studieschuld vrijdag, 09 oktober 2015 13:55 Tekst: Nelly Rosa Foto s: Ken Wong Volgens Juliette Chirino-Mendez, hoofd klantcontact van SSC bestaat er een perceptie dat het financieel nadeliger uitpakt als je met Stichting Studiefinanciering Curaçao

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 24 724 Studiefinanciering Nr. 114 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling

Driedaagse Leergang. Kennisintensieve beleidsontwikkeling Driedaagse Leergang Kennisintensieve beleidsontwikkeling 6, 13 en 20 juni 2014 Den Haag Doelstellingen en doelgroep De doelgroep bestaat uit beleidsmedewerkers/stafmedewerkers bij beleidsinstanties (nationaal,

Nadere informatie

No.W05.13.0145/I 's-gravenhage, 13 juni 2013

No.W05.13.0145/I 's-gravenhage, 13 juni 2013 ... No.W05.13.0145/I 's-gravenhage, 13 juni 2013 Bij Kabinetsmissive van 21 mei 2013, no. 13.001016, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Denk alvast over de volgende vraag na:

Denk alvast over de volgende vraag na: Denk alvast over de volgende vraag na: Wat is uw beste schoolervaring als leerling/student? (dus toen u zelf nog in de schoolbank zat; welk vak, school, opleiding, docent etc) Jos Gipmans Manager Cursisten

Nadere informatie

EFFECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET HOGER ONDER- WIJS: BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN

EFFECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET HOGER ONDER- WIJS: BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN 1. EFFECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE VAN HET HOGER ONDER- WIJS: BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN De minister heeft in 1995 de instellingen voor Hoger Onderwijs 500 miljoen gulden in het vooruitzicht gesteld om

Nadere informatie

Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 33680 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het onderbrengen van de basisbeurs voor studenten in de masterfase in het sociaal leenstelsel, het verlengen van de terugbetalingsperiode

Nadere informatie

Studeren met een functiebeperking

Studeren met een functiebeperking Studeren met een functiebeperking 1. Vooraf De Inspectie van het Onderwijs en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben in de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de toegankelijkheid

Nadere informatie

Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016

Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016 Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016 Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) betreft het Profileringsfonds

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 360 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN

Nadere informatie

Voorlichtingsavond! 5 HAVO.! Vriendelijk verzoek: graag alle beschikbare stoelen gebruiken

Voorlichtingsavond! 5 HAVO.! Vriendelijk verzoek: graag alle beschikbare stoelen gebruiken Voorlichtingsavond 5 HAVO Vriendelijk verzoek: graag alle beschikbare stoelen gebruiken Programma - Even voorstellen - Algemeen havo 5 - loopbaanoriëntatie Algemeen - Schoolexamens - Programma van toetsing

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2009 - I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een voorbeeld van een juiste verklaring

Nadere informatie

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof

Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Notitie effect- en inzetstudie wijkcoaches Velve Lindenhof Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Juni 2012 Inleiding Onderdeel van het onderzoek zou een vergelijkende studie zijn naar de effectiviteit

Nadere informatie

Datum 5 april 2013 Betreft Onderzoeken in verband met hoofdlijnendebat studiefinanciering

Datum 5 april 2013 Betreft Onderzoeken in verband met hoofdlijnendebat studiefinanciering a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 AE DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Mekelweg 4, kamer LB02.800 2628 CD Delft 015-2781430 j.vandeluitgaarden-ninaber@tudelft.nl

Mekelweg 4, kamer LB02.800 2628 CD Delft 015-2781430 j.vandeluitgaarden-ninaber@tudelft.nl Pagina 1/5 Mekelweg 4, kamer LB02.800 2628 CD Delft 015-2781430 j.vandeluitgaarden-ninaber@tudelft.nl Aan: TU Delft, College van Bestuur Van: Betreft: Prestatieafspraken TU Delft Datum: 2 januari 2011

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Aangenaam, wij zijn duo DUO staat voor Dienst Uitvoering Onderwijs. We voeren verschillende onderwijswetten en -regelingen uit, namens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Wat weet jij over het leenstelsel?!

Wat weet jij over het leenstelsel?! Resultaten onderzoek Wat weet jij over het leenstelsel? 13-01-2015 Wat weet jij over het leenstelsel? In 2015 staan er ingrijpende veranderingen voor de deur die de toegankelijkheid van het onderwijs onder

Nadere informatie

De heren Rog en Omtzigt, leden van de Tweede Kamer voor het CDA

De heren Rog en Omtzigt, leden van de Tweede Kamer voor het CDA CPB Notitie Aan: De heren Rog en Omtzigt, leden van de Tweede Kamer voor het CDA Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070)3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon Karen van

Nadere informatie

Een scherpere blik op Beter Presteren - Highlights uit het breedteonderzoek

Een scherpere blik op Beter Presteren - Highlights uit het breedteonderzoek Een scherpere blik op Beter Presteren - Highlights uit het breedteonderzoek Oberon, september 2013 1 Vooraf In opdracht van het programmabureau Beter Presteren onderzoekt Oberon welke ontwikkeling de se

Nadere informatie

De colleges van bestuur van de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs. Betreft DatumInwerkingtreding Wet studievoorschot hoger onderwijs

De colleges van bestuur van de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs. Betreft DatumInwerkingtreding Wet studievoorschot hoger onderwijs >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De colleges van bestuur van de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs.. Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

De inspectie besteedt tenslotte aandacht aan de schooldocumenten.

De inspectie besteedt tenslotte aandacht aan de schooldocumenten. Op 28 juni 2005 heeft de Inspectie van het Onderwijs basisschool 'Okba Ibnoe Nafi' bezocht in het kader van jaarlijks onderzoek. Bij jaarlijks onderzoek vormt de inspectie zich een oordeel over: De wijze

Nadere informatie

1. Begripsbepalingen In het kader van deze regeling worden de volgende begrippen gehanteerd: CROHO: Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs.

1. Begripsbepalingen In het kader van deze regeling worden de volgende begrippen gehanteerd: CROHO: Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs. Regeling financiële ondersteuning 2015 Deel 1: Overmacht 1. Begripsbepalingen In het kader van deze regeling worden de volgende begrippen gehanteerd: CvB: College van Bestuur Universiteit Leiden CROHO:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 3 93 Primair Onderwijs Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Auteur: Joost Bollens 1 Abstract In de loop van mei 2009 werd in Vlaanderen de zogenaamde systematische aanpak van de VDAB (de Vlaamse Dienst voor

Nadere informatie

Gap Year onderzoek. 1. Uitkomsten Jongeren

Gap Year onderzoek. 1. Uitkomsten Jongeren Samenvatting Gap Year onderzoek Mei 2012 Gap Year onderzoek In april 2012 hebben het Europees Platform en de Nuffic onderzoek gedaan naar de toekomstplannen van leerlingen na hun eindexamen. De focus van

Nadere informatie

Voorlichtingsavond 5 HAVO

Voorlichtingsavond 5 HAVO Voorlichtingsavond 5 HAVO Programma - Even voorstellen - Algemeen havo 5 - loopbaanoriëntatie Even voorstellen Decaan: dhr. van de Poel Leerlingcoördinator: dhr. Franssen H5A: dhr. Schipper H5B: dhr. Swan

Nadere informatie

Nominaal = Normaal aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de (mogelijke) invloed op instroom en studiesucces van (subgroepen) studenten

Nominaal = Normaal aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de (mogelijke) invloed op instroom en studiesucces van (subgroepen) studenten Nominaal = Normaal aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de (mogelijke) invloed op instroom en studiesucces van (subgroepen) studenten Dr. Gerard Baars, drs. Paul van Wensveen, ing. Peter Hermus Aanleiding

Nadere informatie

De kosten van het studeren

De kosten van het studeren Technische Universiteit Delft & Dienst Uitvoering Onderwijs De kosten van het studeren John Stals (studentendecaan TU Delft) en Guus Rikhof (DUO) 17-1-2011 Delft University of Technology Challenge the

Nadere informatie

Factsheet persbericht

Factsheet persbericht Factsheet persbericht Studenten: meer werken noodzaak door hogere studiekosten 13 januari 2011 Inleiding Van november 2010 tot begin januari 2011 hield Zoekbijbaan.nl het Nationale Bijbanen Onderzoek.

Nadere informatie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie

Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie Interventie: Families First Deelcommissie: 1 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 11 april 2014 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie De commissie

Nadere informatie

Studeren in 2015-2016. Check je geld! Wat je moet weten over studiekosten. www.wijzeringeldzaken.nl

Studeren in 2015-2016. Check je geld! Wat je moet weten over studiekosten. www.wijzeringeldzaken.nl Studeren in 2015-2016 Check je geld! Wat je moet weten over studiekosten www.wijzeringeldzaken.nl Alles over studeren en geldzaken op een rij: Zorgen over geld, daar zit niemand op te wachten. Zeker niet

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Rotterdam HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden of eerst tegemoetkoming scholieren? - Kwartaalinstroom: 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober Voorbeeld: 2015 2016

Nadere informatie

De vraag naar. studentenhuisvesting. En het effect daarop van de. kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs

De vraag naar. studentenhuisvesting. En het effect daarop van de. kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs De vraag naar studentenhuisvesting En het effect daarop van de kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs De vraag naar studentenhuisvesting En het effect daarop van de kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs Uitgevoerd

Nadere informatie

De vraag naar. studentenhuisvesting. En het effect daarop van de. kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs

De vraag naar. studentenhuisvesting. En het effect daarop van de. kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs De vraag naar studentenhuisvesting En het effect daarop van de kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs De vraag naar studentenhuisvesting En het effect daarop van de kabinetsmaatregelen Hoger Onderwijs Uitgevoerd

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Amersfoort HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken.

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. ONDERWIJSVISIE OP HO OFDLIJNEN Geachte collega s, 1 Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. We

Nadere informatie

Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel)

Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel) Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel) Dit boekje bevat indicatieve informatie van de kosten voor studiejaar 2016-2017. Hierin tref je ook informatie aan over de financiering van je studie d.m.v.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

Wet Kwaliteit in verscheidenheid

Wet Kwaliteit in verscheidenheid Wet Kwaliteit in verscheidenheid Betekenis voor de doorstroom vo-hbo en mbo-hbo Presentatie VvSL-congres 7 november 2013 Pierre Poell voorzitter LICA Onderwerpen Achtergrond Wet Kwaliteit in verscheidenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl 112303 Betreft Antwoorden

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering beroepsonderwijs en hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering beroepsonderwijs en hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal

Nadere informatie

1. Welke routes tot leraar zijn er in het hoger onderwijs?

1. Welke routes tot leraar zijn er in het hoger onderwijs? 1 1. Welke routes tot leraar zijn er in het hoger onderwijs? Het hoger onderwijs kent routes tot leraar in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs: HBO Het hoger beroepsonderwijs kent

Nadere informatie

Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel)

Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel) Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel) Dit boekje bevat informatie van de kosten voor studiejaar 2016-2017. Je vindt ook informatie over de financiering van je studie d.m.v. het leenstelsel. 201603

Nadere informatie

MHP ISO Onderzoek Studiefinanciering & leengedrag Studenten

MHP ISO Onderzoek Studiefinanciering & leengedrag Studenten MHP ISO Onderzoek Studiefinanciering & leengedrag Studenten MHP Vakcentrale Multatulilaan 12 4103 NM Culemborg Postbus 575 T 0345 851 900 / F 0345 851 915 E info@vc-mhp.nl / I www.vakcentralemhp.nl 4100

Nadere informatie

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting - Feiten en trends 2010-1- Studenten Aantal ingeschreven voltijd studenten in bekostigde HBO- en WO-instellingen in Nederland 2009-2010 2008-2009

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht

Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht Art. 7.51 en art. 7.51h van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs Varsha Mahabier www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal ná

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 400 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2013 Nr. 132 BRIEF

Nadere informatie