HUISVESTINGSDIENST. Studentenkamer te huur. Gids voor Leuvense kotbazen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HUISVESTINGSDIENST. Studentenkamer te huur. Gids voor Leuvense kotbazen"

Transcriptie

1 HUISVESTINGSDIENST Studentenkamer te huur Gids voor Leuvense kotbazen

2 Juni 2010 Copyright Studentenvoorzieningen K.U.Leuven Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze ook zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de uitgever. 2

3 Inhoudstafel 1. Verhuren aan studenten: algemene inleiding p Wooncultuur p Academische info p Indeling van het academiejaar p Fundamentele vernieuwingen in het hoger onderwijs p Internationalisering p Verhuren voor korte termijn p Bouwen en verbouwen p Wettelijke normen in verband met de infrastructuur van een studentenhuis p De stedenbouwkundige vergunning p De algemene bouwverordening Stad Leuven p De Vlaamse reglementering inzake woonkwaliteit en veiligheid p Het Kamerdecreet p De Wooncode p Het Heffingsdecreet p Het conformiteitsattest p De stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsenstallingen buiten de openbare weg p Het politiereglement voor brandveiligheid in studentenkamers p De wettelijke normen voor elektrische installaties p Het Legionellabesluit p Bijzondere aandachtspunten bij het inrichten van studentenkamers p Verwarmingsinstallaties p Bescherming van de leidingen tegen vorst p Rationeel omgaan met energie en water p Geluidshinder p Security p KotNet p Fiscaliteit p Belastingen geheven door de Stad Leuven p Gemeentebelasting op het in huur geven van kamers en woningen p Belasting op ontbrekende parkeerplaatsen en fietsenstallingen p Belasting op gebouwen, woningen en kamers die leegstaan, die onbewoonbaar, ongeschikt, verwaarloosd of onafgewerkt zijn p Belastingen geheven door de Staat p Onroerende voorheffing p Inkomstenbelasting p Inkomsten uit de verhuring van goederen in eigendom p Inkomsten uit de verhuring van goederen waarvan men zelf geen eigenaar is p De registratie van huurcontracten p Sociaal statuut voor zelfstandigen p De huurwetgeving en het contract p De huurovereenkomst voor studentenkamers p Hoofdverblijfplaats, niet-hoofdverblijfplaats p Een schriftelijke huurovereenkomst is verplicht p Het modelcontract van de Huisvestingsdienst K.U.Leuven p. 24 1

4 4.3. Toelichting bij enkele bijzondere clausules van het modelcontract p Beschrijving van het gehuurde goed p De plaatsbeschrijving p Duur van de overeenkomst p Huurprijs p De waarborg p Het einde van de huurovereenkomst p Regeling van de vakantieperiode en van de derde examenperiode p Voortijdige beëindiging van de overeenkomst p Onderverhuring en huuroverdracht p Rechten en plichten van verhuurder en huurder p De brandverzekering p Bemiddeling Huisvestingsdienst p Registratie p Het binnenhuisreglement p Het EnergiePrestatieCertificaat p De brandverzekering p Verzekering van de eigendom van de verhuurder p Brandverzekering van de eigenaar-verhuurder p Brandverzekering van de huurder p Verzekering van de inboedel van de huurder p Wederzijds afstand van verhaal p Aangifte van een schadegeval p De bijkomende kosten p Nutsvoorzieningen (elektriciteit, verwarming, water) p De kosten zijn begrepen in de huurprijs p De kosten worden apart aangerekend p Forfait p Semi-forfait p Aanrekening van de werkelijke kosten p Andere bijkomende kosten p De Huisvestingsdienst p Bemiddeling in vraag en aanbod p Informatie, advies en conflictbemiddeling p Kennis van de kamermarkt: huisbezoeken en contractstudie p Bijlagen p. 37 Huurovereenkomst voor studentenkamer academiejaar p Nuttige adressen p Colofon p. 43 2

5 1. Verhuren aan studenten: algemene inleiding Leuven is een studentenstad bij uitstek. Ongeveer drie kwart van de Leuvense studentenpopulatie kiest ervoor om ook op kot te gaan. Dit betekent dat er elk jaar ruim kotstudenten verblijven, van de universiteit en van de hogescholen samen. Aangezien slechts een zesde van deze studenten terecht kan in huisvesting van de onderwijsinstelling zelf, is het kameraanbod van privé-verhuurders onmisbaar om aan de vraag te voldoen. De grote diversiteit van de kamermarkt, die zo kenmerkend is voor Leuven, is voor een groot stuk te danken aan het ruime aandeel van de privé-sector. Er is voor elk wat wils: in het hart van de stad of op de groene campus van Heverlee, in een modern nieuwbouwcomplex of in een klassiek herenhuis, in een gemeubelde kamer of in een studio met individueel comfort. Studenten met bijzondere noden zoals eerste - jaars, jongeren uit gezinnen met beperkte financiële draagkracht, studenten met een fysieke functiebeperking die aangepaste accommodatie nodig hebben, allochtone studenten en buitenlandse studenten uit ontwikkelingslanden krijgen voorrang in de gesubsidieerde residenties van de universiteit. Bij eerstejaars studenten die nog moeten wennen aan het zelfstandig kotleven is er vraag naar een gestructureerd woonkader waar een zekere vorm van begeleiding is voorzien. Het concept van een residentie speelt in op deze behoefte door in de infrastructuur veel ruimte te reserveren voor gemeenschappelijke voorzieningen en door de organisatie van de bewoners in kleine groepjes, met gangverantwoordelijken en een inwonend resident. Maar niet alle studenten kunnen terecht in een residentie en ook zij hebben nood aan een kot waar ze, behalve een veilig en comfortabel onderdak, ook een warme thuis vinden Wooncultuur Studenten zijn jonge mensen op weg naar volwassenheid en zelfstandigheid. Op kot gaan geeft hen de gelegenheid om aan die zelfstandigheid te wennen, om hun onzeker - heid te overwinnen en om zelf een evenwicht te zoeken tussen verantwoordelijkheid en vrijheid, tussen studie en ontspanning. Daartoe is meer nodig dan een kamer die kwalitatief voldoet aan de normen van het Kamerdecreet en die qua brandveiligheid beantwoordt aan de gemeentelijke voorschriften. Dat kan alleen in een studentenhuis waar ook ruimte is voor wooncultuur. Studenten hebben een heel eigen levensstijl: ze gaan niet om 23 uur slapen en komen regelmatig na middernacht thuis, of er blijft af en toe iemand overnachten. Ze moeten soms een groepswerk maken en spreken op kot af met jaargenoten om dit samen voor te bereiden. Het is van belang dat de verhuurder zich van die eigenheid bewust is en die voor een stuk accepteert, op voorwaarde dat er geen sprake is van misbruik en dat dit geen hinder teweegbrengt voor medebewoners. Een goed huisreglement kan hierin een cruciale rol spelen. Duidelijke afspraken zijn onmisbaar om wrijvingen te vermijden. Maar een te strikt huisreglement waarin voor elk mogelijk probleem een regel is voorzien, legt soms een kader op waarin wooncultuur nauwelijks kan ademen en wordt niet aanvaard door studenten. Om hun verantwoordelijkheidszin te kunnen bewijzen, moeten jongeren voldoende krediet krijgen. In een sfeer van vertrouwen heeft een spontaan gesprek tussen kotbaas en studenten veel meer effect dan het treffen van sancties voor een overtreding van de regels. Een vlotte omgang met de huurders is ook bijzonder belangrijk voor de onder houdsploeg, de huisbewaarder, het secretariaat en alle personeel dat te maken heeft met het dagdagelijkse leven op kot. Zij zijn dikwijls goed geplaatst om problemen ter plaatse te signaleren en hebben soms een niet te onderschatten rol in de communicatie tussen kotbaas en studenten. Voor werkenden blijkt het in de praktijk erg moeilijk om zich aan te passen aan het levensritme van studenten. Omdat dit in een gemengde bewonersgroep vaak aanleiding geeft tot spanningen, is het niet aan te raden om in éénzelfde huis zowel kamers te verhuren aan studenten als aan niet-studenten. In grotere studentenhuizen is het aangewezen om een kotvertegenwoordiger te laten verkiezen die als spreekbuis fungeert van de huurders naar de verhuurder. Eventueel kan een regelmatig, gestructureerd overleg georganiseerd worden in de vorm van een kotvergadering. Zowel in universitaire als in private residenties wordt al sinds jaren gewerkt met gangvertegenwoordigers en bewoners - raden. Ook eigenaars van grotere privé-studentenhuizen hebben dit systeem al uitgeprobeerd en hun ervaringen op dit vlak zijn bijzonder positief. De draaischijf van het sociaal leven in een studentenhuis is de gemeenschappelijke keuken. In de keuken laat de sfeer op kot zich dan ook het beste opmeten. Waar elk gevoel van samenhorigheid ontbreekt, verschijnen vroeg of laat de stapels afwas die altijd van iemand anders zijn. Er worden best voldoende zitplaatsen voorzien, zodat de bewoners samen aan tafel kunnen. Een kookgelegenheid die zich beperkt tot een microgolfoven waarin ieder om de beurt iets kan opwarmen, voldoet niet aan de voorschriften van het kamerdecreet, maar zal bovendien erg weinig stimulans geven tot een gezamenlijke zorg voor de netheid van de gemeenschappelijke voorzieningen. Een prikbord in de keuken waarop interne afspraken omtrent de vaat of het wegbrengen van huisvuil worden uitgehangen, kan ook dienen voor het aankondigen van allerhande activiteiten en op die manier het gemeenschapsgevoel op kot bevorderen. 3

6 Studenten zetten in hun tijd in Leuven vaak al krijtlijnen uit voor hun gezinsleven. De adviseurs voor wooncultuur, milieu en mobiliteit van de Huisvestingsdienst proberen studenten warm te maken voor een duurzame levensstijl: afval en papier beperken, rationeel omgaan met energie en water... Ze informeren en sensibiliseren hen over groene gewoontes maar zijn ervan overtuigd dat die alleen efficiënt zijn als ze hand in hand gaan met de nodige structurele maatregelen. Naast het aanbieden van de ophaalkalender voor gescheiden afval kunnen er opslag - ruimtes voorzien worden voor de diverse afvalfracties die op verschillende tijdstippen worden opgehaald. Daarbij mag de brandveiligheid en de hygiëne niet uit het oog verloren worden. Voor GFT, PMD en restafval wordt best een aparte wachtruimte voorzien dicht bij de plaats waar het afval wordt opgehaald. Het huis - reglement biedt de mogelijkheid om extra aandacht te vragen voor het afvalprobleem en kan duidelijke richtlijnen geven i.v.m. het wegbrengen van de vuilniszakken. Op de structurele maatregelen die in een studentenhuis kunnen getroffen worden om het water- en energieverbruik te beperken, wordt verder in de brochure ingegaan. Velo (Veilig en Ecologisch in Leuven Op de fiets) promoot het gebruik van de fiets als milieuvriendelijk vervoermiddel. Wie een fiets wil huren of zijn eigen fiets goedkoop wil laten herstellen kan daarvoor terecht bij de VZW Velo. Een veilige en goed verlichte fietsenberging behoort dan ook tot het basiscomfort van een studentenhuis en wordt door het Kamerdecreet en de Leuvense stedenbouwkundige verordening met betrekking tot fietsenstallingen zelfs verplicht. Een huiselijke sfeer op kot veronderstelt dat studenten er zich veilig voelen. Bij de inrichting van een studenten - huis dient dus heel wat geïnvesteerd te worden in brandpreventie en in security. De structurele beveiligings - maatregelen die verder in de brochure uitgebreid aan bod komen hebben alleen zin als ze betrouwbaar zijn en als ze ook betrouwbaar gehanteerd worden. Studentikoze grappen met de branddetectie verdienen dus geen begrip, omdat ze de waarschuwingswaarde van de apparatuur kunnen teniet doen. Een degelijk slotensysteem, voldoende verlichting in de gangen, een goed zichtbaar infopaneel met noodnummers en veiligheidsvoorschriften verhogen de veiligheid, maar deze maatregelen verliezen een groot deel van hun effect, als het nut ervan niet ernstig genomen wordt. Daarom is het van belang dat defecten aan de veiligheidsinstallaties onmiddellijk gemeld en zo snel mogelijk hersteld worden. Het informeren van studenten over het hoe en het waarom van de preventiesystemen is een belangrijke opdracht van de verhuurder, waaraan ieder jaar opnieuw de nodige tijd moet besteed worden. De woonsituatie van studenten hangt nauw samen met de inhoud van hun huurovereenkomst. Van wooncultuur kan slechts sprake zijn, als er een eerlijke huurprijs wordt gevraagd en er een correcte huurovereenkomst afgesloten wordt, waarin de rechten en plichten van huurder en verhuurder evenredig verdeeld zijn. De standaard huurovereenkomst van de Huisvestingsdienst is specifiek opgesteld in functie van het verhuren van studentenkamers. Omdat de afspraken tussen beide partijen in dit contract nauwkeurig en ondubbelzinnig geformuleerd worden, vormt het de beste basis voor een vlotte verhuring zonder misverstanden Academische info Indeling van het academiejaar Het academiejaar begint voor de universiteit op de derde of de vierde maandag van september. Een academiejaar telt 3 officiële examenperiodes: één op het einde van het eerste semester, één op het einde van het tweede semester en een derde examenperiode, voor de herkansing van examens waarvoor men niet is geslaagd, de vroegere tweede zittijd. Deelname aan de semesterexamens is voor alle studenten verplicht. Het eerste semester omvat 13 weken college- en studietijd, gevolgd door 2 weken kerstvakantie. Na de kerstvakantie krijgen de studenten 1 week blok, gevolgd door 3 weken examens. Na een week vakantie begint het tweede semester dat eveneens 13 collegeweken omvat, onderbroken door 2 weken paasvakantie. Na de 13 lesweken volgen 2 weken blok, 3 weken examens en 1 week deliberaties. Sommige Leuvense hogescholen beginnen in september wat vroeger met de lessen. Verhuurders die kamers aan hoge schoolstudenten verhuren mogen niet uit het oog verliezen dat op het contract, indien nodig, de huurperiode wordt aangepast. Het modelcontract van de Huisvestings - dienst (zie punt 4.2.) start een week voor de start van het academiejaar omdat dit tijdstip zowel voor universiteitsals hogeschoolstudenten geschikt is en omdat de herexamenperiode van het vorige academiejaar op die manier nooit binnen de nieuwe huurtermijn valt Fundamentele vernieuwingen in het hoger onderwijs De Associatie K.U.Leuven Om Europees erkend te worden moeten alle opleidingen in Vlaanderen aan internationale kwaliteitsnormen voldoen. Sommige bestaande studierichtingen en -vakken zijn naar aanleiding hiervan grondig hervormd. Aangezien hogescholen voortaan ook academische mastergraden afleveren, moeten zij nauwer samenwerken met de universiteiten en vervaagt de scheiding tussen universitair en niet-universitair hoger onderwijs. Deze samenwerking kreeg gestalte in de vorm van associaties; dit zijn netwerken van hogescholen rond elk van de Vlaamse universiteiten. De associatie K.U.Leuven werd opgericht in 2002 en is met haar 13 aangesloten onderwijs - instellingen de grootste van Vlaanderen. 4

7 Diplomaruimte Vanaf het academiejaar stapt de K.U.Leuven voor al haar opleidingen over naar een diplomaruimte of opleidingsmodel. De invoering zal twee academiejaren ( en ) in beslag nemen en past in het kader van de flexibilisering van het hoger onderwijs. De diplomaruimte of het opleidingsmodel is een nieuwe wijze van structureren en organiseren van het onderwijsaanbod en vervangt het gekende jaarmodel. De student schrijft zich in voor een gehele opleiding (bijvoorbeeld de bacheloropleiding in de rechten, de masteropleiding in de economische wetenschappen) en wordt beoordeeld over die gehele opleiding. De opleiding wordt op een coherente manier gestructureerd in opleidingsfases, zodat men een studietraject kan volgen dat de student op de meest ideale en kortste manier doorheen de opleiding loodst (het standaardtraject). Schrijft men zich voor de eerste maal in in het hoger onderwijs, dan volgt men sowieso dit standaardtraject. Men schrijft zich in voor een voltijds programma (tussen 54 en 66 studiepunten) of eventueel voor een halftijds programma (tussen 25 en 35 studiepunten). Zit de student reeds in het hoger onderwijs, dan wordt er aangeraden om het standaardtraject te blijven volgen, dus voltijds of halftijds te blijven studeren. Vanaf zal men ook meer flexibel kunnen studeren. Men zal, binnen bepaalde grenzen, zelf kunnen kiezen hoeveel studiepunten men per academiejaar opneemt. Het wordt dus voor de student moeilijker om te weten wanneer hij exact zijn studies zal afronden. Een verhuurder zal als gevolg meer en meer vraag krijgen naar flexibele verhuring Internationalisering Van oudsher geniet Leuven een wereldwijde faam als onderwijscentrum. Tal van straatnamen en gebouwen getuigen nu nog van de aanwezigheid van eminente buitenlandse geleerden, die eeuwen geleden aan onze universiteit te gast waren, denken we maar aan Erasmus, Justus Lipsius, Paus Adrianus VI... In haar opdrachtsverklaring engageert de universitaire overheid zich uitdrukkelijk tot een gastvrij beleid t.a.v. studenten en onderzoekers uit alle hoeken van de wereld. Momenteel verblijven er in Leuven ruim internationale studenten, onderzoekers en professoren en de trend naar inter - natio nalisering zal de komende jaren ongetwijfeld nog versterken. De Huisvestingsdienst bemiddelt voor al deze studenten. In het kader van de Europese onderwijs - hervorming die in 1999 in de bekende Bolognaverklaring werd bekrachtigd, engageerden 46 landen zich immers om de mobiliteit van studenten binnen de EU te bevorderen door hun hoger onderwijs te herstructureren naar een eenvormig systeem. Alle deelnemende landen zijn op dit ogenblik bezig met de invoering van de hervormingen, wat zich vertaalt in een aangroei van de internationale studenten populatie in Leuven en een toenemend aantal Leuvense studenten dat voor een korte periode of een academie jaar naar het buitenland vertrekt. De universiteit kiest, ook in de residenties, bewust voor een geïntegreerde huisvesting van Belgische en inter - nationale studenten uit verschillende faculteiten. Het samenwonen van jongeren uit diverse studierichtingen, met een uiteenlopende sociale, culturele en geografische achtergrond vormt de beste voorbereiding op onze mondiale samenleving: het leert hen om hun vakgebied in een bredere context te bekijken en het scherpt hun maatschappelijk en cultureel bewustzijn aan. Vanuit deze optiek werd ook Pangaea opgericht, het multicultureel ontmoetingscentrum voor studenten, dat in zijn ledenbestand meer dan 93 verschillende nationaliteiten telt. Omdat het aanbod beperkt is, kunnen alleen studenten met een beurs in het kader van ontwikkelingssamenwerking terecht in een residentie van de universiteit. Het grootste deel van de buitenlandse studenten is dus aangewezen op de privé-kamermarkt. Zeker voor anders talige gaststudenten vergt het huren van een kot behoorlijk wat zin voor initiatief. Ze moeten zelf een keuze maken uit het diverse aanbod, contact leggen met een kotbaas, zich vergewissen van de inhoud van het huurcontract en integreren in een woongemeenschap van Vlaamse studenten. Anderzijds geeft juist dit hen de kans om op een zeer directe en intensieve manier met onze cultuur kennis te maken. De Belgen van hun kant vinden het boeiend om een internationale student op kot te hebben. Het prikkelt hun nieuwsgierigheid naar andere landen en het kan een stimulans zijn om zelf deel te nemen aan een uitwisselingsprogramma. 5

8 Omwille van het evenwicht in de bewonersgroep, is het echter niet aangewezen om in éénzelfde huis te veel anderstalige huurders te aanvaarden. Wanneer het Nederlands als voertaal op kot in de verdrukking geraakt, ontstaan er dikwijls communicatiestoornissen. Buitenlandse studenten blijven in het weekend in Leuven en hebben hun kamer 7 dagen op 7 nodig. Meer dan bij de Belgen die elke week naar hun familie gaan, vervangt hun kot hun thuis. Omdat ze meer plaats nodig hebben voor hun persoonlijke spullen, kiezen ze eerder voor een ruimere kamer. De meeste internationale gasten volgen een masterprogramma of een postgraduate opleiding in het Engels. Het zijn dus ouderejaars die voor een stuk op eigen benen staan. Ze hebben tegelijk behoefte aan privacy en aan een soepel regime dat voldoende ruimte biedt voor sociale activiteiten. Vooral in het weekend zullen ze wel eens beslag leggen op de gemeenschappelijke keuken om samen met vrienden uit hun eigen land een vertrouwd recept klaar te maken. Over het gebruik van de keuken en de koelkast worden best vooraf duidelijke afspraken gemaakt. Door het feit dat internationale studenten permanent op kot verblijven, kunnen hun persoonlijke kosten voor verwarming, elektriciteit en water met één derde stijgen. Wanneer de onkosten door middel van een voorschot worden aangerekend, kan men dit bedrag best vooraf aanpassen, zodat ze bij de eindafrekening niet voor onaangename verrassingen staan. De Huisvestingsdienst zet zich in om de communicatie tussen buitenlandse studenten en verhuurders zo vlot mogelijk te laten verlopen. Uiteraard is het van cruciaal belang dat anderstalige studenten goed geïnformeerd zijn over de inhoud van hun huurcontract. Daarom biedt het gebruik van de standaardhuurovereenkomst van de Huisvestingsdienst een enorm voordeel. Het logo van de universiteit geeft studenten, die niet vertrouwd zijn met de Belgische huurwetgeving, toch de zekerheid dat ze aan correcte voorwaarden huren. Het contract zelf wordt best in het Nederlands opgesteld, maar er is van de modelovereenkomst voor studentenkamers een Engelse vertaling ter beschikking, zodat de internationale studenten gedetailleerd kunnen nalezen wat hun contractuele rechten en plichten zijn. Ook andere nuttige documenten zoals veiligheidsvoorschriften, suggesties voor afvalsortering, de afvalkalender zijn in het Engels beschikbaar op de Huisvestingsdienst. Wanneer buitenlandse studenten overwegen om een afwijkend contract te ondertekenen, dan raden wij hen aan de overeenkomst eerst te laten nalezen door de Huis - vestingsdienst alvorens hun handtekening te plaatsen. Huren zij een appartement waar ze zelf moeten zorgen voor de aansluiting van de gas-, water- en elektriciteitsmeters of voor het afsluiten van een brandverzekering, dan kunnen ze op de dienst terecht voor praktisch advies. Eenmaal ze goed en wel onder dak zijn en alle onthaalevenementen achter de rug zijn, krijgen internationale studenten het dikwijls erg moeilijk in Leuven. Van het zelfvertrouwen dat ze bij hun aankomst in september uitstralen, schiet enkele maanden later niet veel meer over. Het Belgisch weer is kil en somber, de Vlaamse studenten blijken stug en gesloten en de afstand van hun eigen familie en vrienden lijkt groter dan verwacht. Meer dan ooit hebben ze op die momenten nood aan een warm kot, waar ze vrienden uit hun land kunnen uitnodigen bij wie ze steun vinden. Ook een hartverwarmend woord van de kotbaas kan hun heimwee naar huis wat verzachten. Een eenvoudige blijk van interesse voor hun land, hun familie, hun toekomstplannen, of een uitnodiging voor een uitstapje naar een andere stad, helpt hen deze moeilijke aanpassingsperiode door te komen en zal hen later dankbaar doen terugdenken aan hun studententijd in Leuven Verhuren voor korte termijn Als gevolg van de internationalisering gaat de K.U.Leuven meer en meer samenwerkingsakkoorden aan met gerenommeerde universiteiten. Het gevolg van deze samenwerkingsakkoorden is een toenemend aantal internationale studenten, onderzoekers of professoren die voor een afwijkende periode naar Leuven komen. Concreet betekent dit dat ongeveer een derde van de internationale studenten voor minder dan 1 academiejaar aan onze universiteit studeert. Een verhuurder zal dus vaker geconfronteerd worden met de vraag naar huisvesting voor een afwijkende periode. In de eerste plaats probeert de Huisvestingsdienst hierop in te spelen door de praktijk van onderverhuring aan buitenlandse studenten te stimuleren. Belgische studenten die in het kader van een uitwisseling of een stage enkele maanden naar het buitenland trekken of buiten Leuven verblijven huren toch een kamer voor een jaar en zoeken een onder - huurder, meestal een internationale student. Het systeem van kamerruil kan slechts functioneren als kotbazen hun huurders soepel de toestemming geven om onder te verhuren. Daarom werd in het standaardcontract een clausule opgenomen waarin onderverhuring in het kader van een uitwisselingsproject principieel wordt toegestaan. De kameradressen die via onderverhuring worden aangeboden, komen niet in Kotwijs, maar worden uitsluitend na persoonlijke bemiddeling van de Huis - vestingsdienst doorgegeven aan buitenlandse studenten die in Leuven een deel van hun opleiding volgen. Ondanks het ondertussen goed ingeburgerde systeem van kamerruil is er vooral voor het eerste semester nog altijd een tekort aan huisvesting. Daarom probeert de Huisvestingsdienst ook verhuurders te motiveren om een aantal kamers tot eind december of eind januari te verhuren aan buitenlandse studenten. Na nieuwjaar kan men probleemloos een nieuwe huurder vinden, want heel wat Belgische studenten die uit het buitenland terugkeren en gaststudenten die tijdens het tweede semester in Leuven studeren, gaan dan nog op zoek naar een kamer. 6

9 2. Bouwen en verbouwen 2.1. Wettelijke normen in verband met de infrastructuur van een studentenhuis De stedenbouwkundige vergunning Wie studentenkamers wil inrichten, moet daarbij rekening houden met de gemeentelijke en gewestelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening. In de meeste gevallen zal men een stedenbouwkundige vergunning moeten aanvragen, zelfs al worden er geen verbouwingswerken uitgevoerd. Het Vlaams decreet van ruimtelijke ordening van 16 juli 1996 bepaalt immers dat een vergunning altijd vereist is wanneer men de hoofdfunctie van een gebouw wijzigt, bijvoorbeeld van een woonruimte naar een handelsruimte, of wanneer men het aantal wooneenheden in een pand verandert. De wetgeving onderscheidt 6 verschillende functies: wonen; verblijfs - recreatie; dagrecreatie; landbouw; handel, horeca, kantoor functie en diensten; industrie en ambacht. Een verandering van het aantal wooneenheden wordt in de wet als volgt omschreven: in een gebouw het aantal woongelegenheden wijzigen die bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer. Wie een leegstaande kamer in zijn woning wil verhuren en daarvoor geen enkele materiële aanpassing hoeft te doen, zal dus toch een vergunning bij de gemeente moeten aanvragen omdat hierdoor het aantal woon - gelegenheden in het gebouw gewijzigd wordt. Los van het feit of er al dan niet een functiewijziging of een verandering van het aantal woongelegenheden mee gepaard gaat, zijn bepaalde verbouwingswerken wel en andere niet onderworpen aan de vergunningsplicht. Vaak is men ook verplicht om het advies van een architect in te winnen. Gedetailleerde info hierover kan men inwinnen bij de Dienst Ruimtelijke Ordening in het Stadskantoor De algemene bouwverordening Stad Leuven In Leuven is sinds 9 januari 2010 een algemene bouwverordening van kracht die tot doel heeft alle regels in verband met bouwen en verkavelen op een overzichtelijke manier samen te brengen. Naast 2 reeds bestaande verordeningen die in dit reglement werden geactualiseerd, omvat de algemene bouwverordening ook een aantal nieuwe voorschriften. De algemene bouwverordening bevindt zich momenteel in een eerste fase en zal in de toekomst verder uitgebreid en aangepast worden. De verordening is van toepassing op hele Leuvense grond gebied, tenzij op het gebied een ruimtelijk uitvoerings plan (RUP) of een bijzonder plan van aanleg (BPA) rust. In dat geval zijn de regels van de algemene bouwverordening ondergeschikt. Zowel nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing, herbouw en vernieuwbouw als functiewijzigingen en het wijzigen van het aantal woongelegenheden zijn onderworpen aan de nieuwe voorschriften. Het reglement voert een aantal minimale kwaliteitsnormen voor woningen in. De Stad wil er immers op toezien dat er geen minderwaardige woningen worden bijgebouwd. De nieuwe regels hebben vooral betrekking op de opper vlakte en de hoogte van woon- en slaapruimtes, de beschikbare buitenruimte en de inval van daglicht. Ze zijn niet alleen van toepassing op nieuw gebouwde woningen maar ook op woningen die ontstaan door herbouw, vernieuwbouw of opdeling. Naast kamers en studio s onderscheidt de verordening nog 5 andere woningtypes: de kleine woning, middelgrote woning, grote woning, grote woning met tuin en ééngezinswoning met tuin. Voor elk woningtype gelden minimale oppervlaktecriteria, zowel voor de binnenruimte als voor de eventuele buitenruimte. Een kamer heeft een oppervlakte van minstens 12 m². Een nieuwe studio moet minstens 25 m² groot zijn. Let wel: de Leuvense definitie van de nettovloeroppervlakte verschilt van deze uit het Kamerdecreet (zie punt ) en de Wooncode (zie punt ). In de bouwverordening wordt voor het berekenen van de nettovloeroppervlakte de volledige binnenruimte binnen de scheidingsmuren van de woning in aanmerking genomen, inbegrepen de niet-woonlokalen zoals de badkamer en de kleine (berg)ruimtes. De vrije hoogte van het plafond moet wel minstens 2 m 20 bedragen. Waar een schuin dak minder dan 2 m 20 hoog is, wordt de oppervlakte niet meer meegeteld, dit in tegenstelling tot de Vlaamse reglementering die de oppervlakte mee rekent tot onder een hoogte van 1 m 80, op voorwaarde dat de ruimte tenminste op één punt 2 m 20 haalt. Behalve kamers moeten alle woontypes een bergruimte hebben die in de woning is gelegen. Voor studio s tot 60 m² volstaat een ruimte van 1 m². De Stad streeft naar een vermenging van woonvormen om tegemoet te komen aan de uiteenlopende noden van verschillende gezinstypes. In gebouwen met meerdere woningen moet de gemiddelde vloeroppervlakte van de woongelegenheden minstens 90 m² bedragen. 7

10 Kleine woningen kunnen dus enkel gerealiseerd worden indien men ter compensatie ook grotere woningen in het project voorziet. Deze regel is niet van toepassing bij opdeling, bij nieuwbouwprojecten met uitsluitend kamers en in het kernwinkelgebied. Daar wil de Stad de leegstand boven winkels tegengaan door er de bouw van kleine wooneenheden zoals kamers en studio s te stimuleren. Het dient opgemerkt dat bij verbouwingen de afmetingen van de oorspronkelijke en niet van de gerenoveerde toestand in aanmerking genomen worden. Alleen wanneer een bestaande gezinswoning samengevoegd wordt met andere woningen of kavels, zal men per grote woning ofwel 3 kamers, ofwel 1 andere woning ofwel 1 nietwoningfunctie mogen bijcreëren. Om het aanbod bestaande gezinswoningen te vrijwaren, legt de Stad zowel de opdeling als de functiewijziging van gezinswoningen aan banden. Men kan in principe geen stedenbouwkundige vergunning verkrijgen voor het inrichten of verhuren van kamers in gezinswoningen die bij de Stad niet als studentenhuis erkend zijn. Of de wijzigingen aan de gezinswoning al dan niet gepaard gaan met vergunningsplichtige verbouwingswerken speelt voor de toepassing van deze regel geen rol. Kantoor-, bedrijfs- en handelspanden vallen buiten het toepassingsgebied omdat ze een andere hoofdfunctie hebben dan wonen. De definitie van een gezinswoning is gebaseerd op de beschikbare nettovloeroppervlakte van de woning en de potentiële buitenruimte. Met gezinswoningen bedoelt men alle woongelegenheden die een totale nettovloeroppervlakte hebben van meer dan 90 m² en minder dan 250 m² en die bovendien een potentiële buitenruimte hebben van meer dan 16 m². Onder buitenruimte verstaat men tuinen, koertjes, terrassen of platte daken die als terras kunnen ingericht worden maar ook potentiële buitenruimte, bijvoorbeeld bijgebouwen die geen deel uitmaken van de woning en die men niet zonder ingrijpende verbouwingswerken bewoonbaar kan maken. De Stad maakt twee belangrijke uitzonderingen. Eigenaars kunnen wel nog een vergunning aanvragen voor een gedeeltelijke opdeling van hun huis, op voorwaarde dat ze er zelf een woning betrekken die beantwoordt aan de normen van een grote woning, namelijk met een minimale nettovloeroppervlakte van 110 m² en een private buitenruimte van minstens 16 m². In dat geval mogen er maximaal 3 kamers of 1 andere woning ingericht worden. Om voor een vergunning in aanmerking te komen, moet uit het dossier blijken dat de bijgemaakte wooneenheden conform zullen zijn aan de normen van de bouw - verordening en het Kamerdecreet of de Wooncode. Zodra de eigenaar niet meer in hetzelfde huis woont, vervalt de vergunning. De regels gelden evenmin voor woningen die zich in het Leuvense kernwinkelgebied bevinden; dit is het aaneengesloten net van verkeersvrije en verkeersarme winkelstraten in de stadskern. Een opsomming van de straten die tot het kernwinkelgebied behoren vindt men bij de definities die zijn opgenomen in de tekst van de bouwverordening. Voor huizen die een nettovloeroppervlakte hebben van meer dan 250 m² en een potentiële buitenruimte van meer dan 16 m² en daardoor buiten de definitie van een gezinswoning vallen, zal men wel nog een aanvraag tot opdeling of functiewijziging kunnen indienen op voorwaarde dat ten minste 1 grote woning wordt behouden. Om te bewijzen dat een pand op reglementaire wijze als studentenhuis gebruikt wordt, moet men een stedenbouwkundige vergunning kunnen voorleggen. Voor studentenkamers die dateren van voor 1996, toen het opdelen van woningen vergunningsplichtig werd, zijn andere bewijzen rechtsgeldig, bijvoorbeeld conformiteitstattesten, de betaling van de gemeentebelasting, geregistreerde huurcontracten. De volledige tekst van de bouwverordening kan men terugvinden op de website Wie concrete vragen heeft over de algemene bouw verordening of een vergunningsaanvraag wil indienen kan terecht in het Stadskantoor bij de Dienst Ruimtelijke Ordening. 8

11 De Vlaamse reglementering inzake woonkwaliteit en veiligheid Sinds 1 september 1998 geldt in Vlaanderen een algemeen normensysteem om de kwaliteit van woningen en kamers te controleren. Deze kwaliteitsnormen werden vastgelegd in 3 verschillende reglementen van de Vlaamse overheid: de Wooncode van 15 juli 1997 waarin de elementaire normen voor veiligheid, gezondheid en kwaliteit van zelfstandige woningen zijn omschreven; het Heffingsdecreet van 22 december 1995 dat de belasting bepaalt op leegstaande, verwaarloosde, ongeschikte en onbewoonbare woningen; het Kamerdecreet van 4 februari 1997 dat specifieke kwaliteits- en veiligheidsnormen oplegt voor kamers en studentenkamers. Voor verhuurders van studentenkamers zijn de bepalingen van het Kamerdecreet uiteraard het belangrijkste. De definitie van een kamer luidt in de Vlaamse reglementering als volgt: een niet-zelfstandige wooneenheid waarbij ten minste één van de volgende drie basisvoorzieningen ontbreekt, namelijk een wc, een douche of bad en een keuken, en waarbij de bewoner voor één, meerdere of elk van deze voorzieningen is aangewezen op een gemeenschappelijke ruimte in hetzelfde gebouw. Studio's en appartementen, die wel uitgerust zijn met dit individueel comfort, worden door de Vlaamse overheid beschouwd als zelfstandige woningen en vallen niet onder het Kamerdecreet maar onder de Wooncode. Een woongelegenheid waar één van de drie basisvoorzieningen ontbreekt, maar waarvan de bewoner ook niet elders in het huis kan gebruikmaken van dit comfort, mag niet verhuurd worden. Deze wooneenheden vallen echter evenmin onder het Kamerdecreet; ze worden gesanctioneerd op basis van de Wooncode. Het verhuren van woningen en kamers die niet voldoen aan de opgelegde criteria is door deze reglementeringen strafbaar geworden. Bij kamers hanteert de Vlaamse overheid een zeer ruime definitie van het begrip 'verhuren', namelijk het in gebruik geven van een kamer, al dan niet tegen betaling. Verhuurders kunnen zich vrijwaren van vervolging en geldboetes door een attest aan te vragen waaruit blijkt dat hun woongelegenheid beantwoordt aan de geldende kwaliteitsnormen. Dit conformiteitsattest is op zich niet verplicht. Het geldt wel als bewijs dat de 'verhuurbaarheid' officieel werd erkend door een bevoegde ambtenaar van de Stad. Bij de toekenning van het attest wordt rekening gehouden met de criteria van de verschillende Vlaamse reglementen, voor zover ze natuurlijk van toepassing zijn op de betreffende woning of kamer. Het is evident dat de conformiteit of 'verhuurbaarheid' van kamers onlosmakelijk verbonden is met de globale toestand van het huis en in het bijzonder van de gemeenschappelijke voorzieningen Het Kamerdecreet Voor studentenkamers wordt in het Kamerdecreet een onderscheid gemaakt tussen nieuwe kamers, ingericht na de inwerkingtreding van het reglement op 1 september 1998, en bestaande kamers. Voor nieuwe studentenkamers geldt een minimum oppervlakte van 12 m², terwijl bestaande studentenkamers, die destijds bij de Huisvestingsdienst van de Stad gemeld werden, slechts 8 m² groot moeten zijn. Dit onderscheid geldt niet voor kamers die niet aan studenten worden verhuurd. Met student wordt in het decreet bedoeld: 'ieder persoon die ingeschreven is aan een instelling van het hoger onderwijs, waarvan hij de lessen volgt en voor wie dit zijn hoofdbezigheid vormt'. Een schoolverlater van het hoger onderwijs in zijn wachttijd wordt gelijkgesteld met een student. Het Kamerdecreet is dan ook niet van toepassing op internaten van het secundair onderwijs. Dient de kamer voor twee bewoners, dan wordt bij de minimumoppervlakte 6 m² bijgeteld. Beschikt de huurder niet over een gemeenschappelijke keuken en/of bad of douche, dan dienen deze voorzieningen aanwezig te zijn in de kamer zelf. In dat geval wordt de minimumoppervlakte per voorziening verhoogd met 3 m² als ze aan niet-studenten wordt verhuurd. Elke kamer moet een hoogte hebben van minimum 2 m 20. Het plafond van de kamer mag bovendien niet lager gelegen zijn dan 1 m boven het maaiveld (dit is het niveau van de grond: aan de straatgevel het niveau van de straat en aan de achtergevel het niveau van de tuin of van de koer). Van zolderkamers wordt de vloeroppervlakte in aanmerking genomen tot waar het schuine plafond een hoogte van 1 m 80 heeft, op voorwaarde dat er in de ruimte ten minste één punt is waar de hoogte wel 2 m 20 bedraagt. Iedere kamer moet rechtstreeks verlicht en verlucht kunnen worden, via een verticaal raam of een schuin dakraam naar buiten, dat open kan. De onderkant van ten minste één te openen raam mag zich niet hoger bevinden dan 1 m 20 boven de vloer. De totaaloppervlakte van de ramen moet minimum 1 m² bedragen. Een wastafel met rioolafvoer en reukafsnijder is verplicht op elke kamer. De kamer moet uitgerust zijn met voldoende, veilige elektrische aansluitingen voor het verlichten van de kamer en voor het gebruik van elektrische toestellen. De kamer moet behoorlijk verwarmd kunnen worden met een veilig verwarmingstoestel. Enkel centrale verwarming, elektrische toestellen en luchtdichte gas toestellen met schoorsteen- of gevelafvoer zijn toegelaten. De ligging en de inrichting van de kamer moeten voldoende privacy waarborgen en de bewoner een rechtstreekse toegang bieden. De volledige tekst van de Vlaamse reglementeringen kan men terugvinden op de site 9

12 Gemeenschappelijke voorzieningen De gemeenschappelijke ruimte bestemd tot keuken mag niet kleiner zijn dan 6 m². De oppervlakte moet bovendien minstens 1,5 m² per student bedragen. De gemeenschappelijke kookgelegenheid moet beschikken over een gootsteen met koud en warm water, aangesloten op het rioleringsnetwerk, en een kooktoestel op gas of elektriciteit. Opvallend hierbij is dat in een gemeenschappelijke keuken een fornuis moet aanwezig zijn, terwijl volgens de definitie van een individuele kookgelegenheid in de Wooncode de aansluitingsmogelijkheid voor een kooktoestel volstaat. Een toilet, voorzien van waterspoeling en reukafsnijder, mag dienen voor ten hoogste 6 bewoners. Een douche of bad moet dienen voor maximaal 10 bewoners. In het pand is een bergruimte nodig voor onderhoudsmateriaal. Elk studentenhuis met 4 kamers of meer moet ook beschikken over een ruimte voor het bergen van evenveel fietsen als er huurders zijn. Indien het niet mogelijk is om binnen in het gebouw een fietsenberging te voorzien, volstaat het om die fietsenstalling in te richten binnen een straal van 100 m (zie punt ). Zowel de kamer als het gebouw dienen te beantwoorden aan de normen voor brandveiligheid, zoals omschreven in het aanvullend politiereglement van de Stad en aan de criteria voor stabiliteit en bouwfysica, bepaald in de Vlaamse Wooncode en in het Heffingsdecreet De Wooncode De kwaliteitscriteria voor zelfstandige woningen betreffen vooral de stevigheid en de constructie van het pand en de veiligheid en hygiëne van elektrische, verwarmings- en sanitaire installaties. Toiletten moeten voorzien zijn van een waterspoeling, een reukafsnijder en een aansluiting op het rioleringsnet. Wastafels en gootstenen moeten stromend water hebben, ze mogen geen geurhinder geven en ze moeten eveneens aangesloten zijn op het rioleringsnet. De criteria voor verluchtings- en verlichtings - mogelijkheden van de woonruimtes worden bepaald in functie van de oppervlakte, de ligging en de bestemming van het lokaal. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar de aanwezigheid van kook-, verwarmings- en waterverwarmingsinstallaties die verbrandingsgassen produceren. De kookgelegenheid moet voorzien zijn van een gootsteen en een aansluitings mogelijkheid voor een fornuis. De bezettingsnorm, of het aantal toegelaten bewoners in een zelfstandige woning, wordt vastgesteld op basis van de vloeroppervlakte van de woonlokalen en het aantal woonlokalen. Met woonlokalen worden bedoeld: de woonkamer, de keuken en de slaapkamers. Badkamers, circulatieruimtes, kelders en zolders worden dus niet meegerekend. De minimumoppervlakte voor een zelfstandige woning bedraagt 18 m², op voorwaarde dat er maar 1 persoon moet wonen. Voor 2 personen is de minimum vloer oppervlakte 27 m² en voor drie personen 40 m². Een woning met slechts 1 woonlokaal, bijvoorbeeld een studio, mag dienen voor ten hoogste 2 huurders, als uiteraard ook aan de oppervlaktenorm is voldaan. Vanaf 3 bewoners moeten er 3 woonlokalen beschikbaar zijn, vanaf 6 woonlokalen zijn 10 personen toegelaten en is voor elk bijkomend lokaal een extra bewoner toegestaan Het Heffingsdecreet In dit decreet, dat van toepassing is op zelfstandige en niet-zelfstandige woongelegenheden, staan volgende begrippen centraal: langdurige leegstand, verwaarlozing, ongeschiktheid en onbewoonbaarheid. Deze reglementering kan niet los gezien worden van de twee eerst genoemde wetten, omdat het Heffingsdecreet vooral zeer fundamentele tekortkomingen controleert, die vaak automatisch als gevolg hebben dat de woning of de kamer niet geschikt is om te verhuren en dat het conformiteitstattest dus wordt geweigerd. Leegstand: een gebouw, een zelfstandige woning of een kamer die langer dan 12 maanden onbewoond is, wordt beschouwd als langdurig leegstaand. Verwaarlozing wordt geconstateerd aan de hand van storende elementen aan de buitengevel van het ganse gebouw. Aanwijzingen zijn bijvoorbeeld lekkende dakgoten, gebroken ramen, ontbrekende dakpannen Ongeschiktheid voor bewoning stelt men enerzijds vast op basis van gebreken aan de binnenkant van het gehele pand, zoals een slechte stabiliteit van de binnenconstructie en brand-, elektrocutie- en ontploffingsgevaar van de elektrische of verwarmingsinstallaties. Anderzijds worden de woongelegenheden in een gebouw ook apart bekeken. Vocht, beschadiging in de afwerking van muren en plafonds, verweerde deuren en raamwerk, onveilige trappen zijn indicaties voor ongeschiktheid. Ook met tekortkomingen op het vlak van comfort, licht en verluchting, sanitaire, elektrische en gasinstallaties wordt rekening gehouden. Onbewoonbaarheid heeft te maken met acute veiligheids- of gezondheidsrisico's, zoals instortingsgevaar, de aanwezigheid van giftige materialen, het ontbreken van drinkwatervoorziening. In principe kan een woning onbewoonbaar verklaard worden zonder dat ze ongeschikt voor bewoning is bevonden Het conformiteitsattest Aanvraag Voor kamers jonger dan 15 jaar, maar ingericht vóór de inwerkingtreding van het Kamerdecreet op 1 september 1998, en voor woningen jonger dan 20 jaar maar ingericht vóór de inwerkingtreding van de Wooncode op 1 november 1998 is géén voorafgaandelijk conformiteits - onderzoek vereist. De toekenning van het attest gebeurt op grond van een uitgebreid dossier samengesteld door de aanvrager. Hierin moet worden aan getoond aan de hand van bewijzen van een architect of aannemer, of op grond van een verklaring op erewoord van de eigenaar zelf dat de kamers of woningen, wat betreft oppervlakte en plafondhoogte, conform zijn 10

13 aan de minimumnormen van het Kamerdecreet of de Wooncode. In het geval van kamers wordt ook gekeken naar de bezettingsnorm van de gemeenschappelijke voorzieningen. Het dossier voor de aanvraag van een conformiteitsattest voor kamers moet daarnaast ook volgende stukken bevatten: een volledig ingevuld aanvraagformulier dat men kan verkrijgen bij de Dienst Huisvesting van de Stad; een geldig keuringsattest van de elektriciteitsinstallatie uitgereikt door een erkende keuringsfirma; een keuringsattest van de gasinstallatie uitgereikt door een erkende keuringsfirma. Een dichtheidsproef uitgevoerd door de energieleverancier volstaat niet. Indien er geen gasinstallatie aanwezig is, moet dit vermeld worden. een gunstig brandweeradvies. Een controlebezoek van de brandweer kan men schriftelijk aanvragen bij de burgemeester. een summier schema van het huis. Voor kamers en studentenhuizen ouder dan 15 jaar of ingericht na de invoering van het Kamerdecreet of voor woningen ouder dan 20 jaar of ingericht na de Wooncode gebeurt de toekenning van het attest wel op basis van een onderzoek. Zodra het aanvraagdossier volledig verklaard wordt, heeft de Stad voor kamers en zelfstandige woningen 60 dagen de tijd om het conformiteitsattest af te leveren. Er wordt een datum vastgelegd voor een onderzoek, waarbij de eigenaar-verhuurder wordt uitgenodigd. Slaagt de Stad er binnen deze termijn niet in om een bezoek af te leggen en het attest te bezorgen, dan wordt aan de verhuurder gratis een impliciet attest afgeleverd op vertoon van het bewijs dat hij een volledig aanvraagdossier heeft ingediend. Wanneer de eigenaar tweemaal afwezig is op de afspraak, vervalt de aanvraag en zal ook geen impliciet attest worden uitgereikt. Conformiteitsonderzoek Het onderzoek gebeurt aan de hand van een technisch verslag en beslaat verschillende onderdelen: het gebouw, de woningen of kamers die in het pand gelegen zijn en de bezettingsnorm. Betreft het de conformiteit van kamers, dan worden ook de gemeenschappelijke ruimtes en de bezettingsnorm ervan onderzocht. Behalve voor de bezettingsnorm van de kamer of woning, kunnen voor elk onderdeel strafpunten worden toegekend. Naargelang van de ernst worden de gebreken onderverdeeld in vier categoriën die worden gequoteerd met één, drie, negen of vijftien strafpunten. Het gebouw: In dit deel van het onderzoek bekijkt men de algemene structuur van het gebouw. Er wordt nagegaan of het dak niet doorbuigt, of de binnen- en buitenmuren geen scheuren vertonen en of de elektrische installatie en de gas- of stookolie-installatie veilig zijn. Ook wordt gekeken of de hoofdkraan voor het water toegankelijk is voor alle bewoners. De strafpunten die men bij de beoordeling van het gebouw toekent, worden opgeteld bij de strafpunten die worden gegeven aan de kamer of woning. De kamer of woning: Hier wordt nagegaan of de kamer of zelfstandige woning voldoet aan de minimale kwaliteitsnormen. Aandacht gaat uit naar vochtplekken of schimmels op muren, naar de afwerking van wanden en vloeren, de toestand van de ramen (kunnen ze open, zijn ze groot genoeg, geven ze rechtstreeks uit naar buiten, zijn de raamkozijnen niet verrot...), de veiligheid van de trappen, de bereikbaarheid van de woon gelegen heid en de uitrusting op het vlak van sanitair, verwarming en elektriciteit. Als het om een studentenhuis gaat, kijkt men in dit deel van het onderzoek ook naar de aanwezigheid van een fietsenbergplaats (bij huizen met minimum 4 kamers). Indien men de fietsenbergplaats buiten het gebouw inricht, moet men een verklaring op erewoord indienen, dat de berging zal ter beschikking blijven gedurende de geldigheidsperiode van het conformiteitstattest. Kan men helemaal geen fietsenberging voorzien, dan levert dit voor elke studentenkamer 3 strafpunten op. Als in de kamer een toilet, douche of keuken aanwezig is, wordt deze voorziening in dit onderdeel beoordeeld. Als het om een zelfstandige woning gaat, bekijkt men of de totale vloeroppervlakte van de woonlokalen niet kleiner is dan 18 m². Wordt deze norm niet gehaald dan krijgt de woning 15 strafpunten. De gemeenschappelijke voorzieningen (enkel bij de beoordeling van kamers): De gemeenschappelijke lokalen worden onderzocht op basis van dezelfde criteria als de kamers en woningen, maar minder gedetailleerd. Daarnaast wordt elke voorziening, bad of douche, toilet en keuken apart bekeken op vlak van sanitair, verwarming, elektriciteit en privacy. Voor de keuken wordt nagegaan of kookfornuis en koelkast aanwezig zijn en of er voldoende natuurlijke verlichting is. Een douche, bad of wc mag niet in de keuken staan. In dit geval zal voor de gemeenschappelijke ruimte maar één bestemming aanvaard worden. Alleen wanneer de doucheruimte volledig van de keuken kan af - gesloten worden en wanneer er voldoende privacy en verluchting aanwezig is, zal de Stad het bestaan van beide voorzieningen erkennen. Het gebruik van de gemeenschappelijke voorzieningen moet voor de bewoners gratis zijn. Ook de bezettingsnorm van de gemeenschappelijke voorzieningen wordt in dit onderdeel bekeken en gequoteerd. De strafpunten toegekend aan de gemeenschappelijke voorzieningen en hun bezetting worden opgeteld bij de score van al de kamers die op deze voorziening zijn aangewezen. Komt men bij de eindbeoordeling van de kamer of zelfstandige woning aan een totaalscore van 15 strafpunten of meer, dan wordt deze niet conform verklaard en ongeschikt geacht voor bewoning. 11

14 Toekenning van het conformiteitsattest Na de goedkeuring van het aanvraagdossier of indien van toepassing na een gunstig technisch verslag op basis van het onderzoek ter plaatse, wordt het conformiteits - attest opgemaakt en bekrachtigd door het College van Burgemeester en Schepenen. Het attest vermeldt welke kamers conform werden verklaard, wat hun bezettingsnorm is en wat de bezettingsnorm is voor de gemeenschappelijke voorzieningen. Na bekrachtiging wordt het attest tegen betaling opgestuurd. Per kamer wordt een vergoeding gevraagd van 12,50, met een minimum van 62,50 en een maximum van per huis. Per zelfstandige woning bedraagt de kostprijs 61,97. De attesten zijn in principe 10 jaar geldig. Ambtenaren hebben wel het recht om naderhand op eigen initiatief een bezoek af te leggen om te controleren of de toestand van de woongelegenheid niet gewijzigd is. Op basis daarvan kan het attest ingetrokken worden. Verhuurders krijgen dan maximum 6 maanden de tijd om de woning of kamer te saneren; daarna volgen sancties. Wordt het conformiteitsattest geweigerd dan hebben verhuurders het recht om binnen de 60 dagen bij de Bestendige Deputatie in beroep te gaan. Sancties Eigenaars van ongeschikt of onbewoonbaar verklaarde woningen en kamers worden administratief beboet op basis van het Heffingsdecreet, ongeacht of ze verhuurd zijn of niet. De heffing wordt bepaald aan de hand van het kadastraal inkomen en bedraagt minimum Ze wordt vermeerderd elk jaar dat de woning of kamer op de inventaris is opgenomen. Daarnaast heft de Stad Leuven ook een belasting op woningen en kamers die onbewoonbaar, ongeschikt, verwaar loosd, leegstaand of onafgewerkt zijn (zie punt ). Wie een kamer of woning verhuurt die niet conform is omdat ze niet voldoet aan de minimale veiligheids- en kwaliteitsnormen, kan daarenboven een gevangenisstraf oplopen van zes maand tot vijf jaar en een strafrechtelijke boete van 500 tot Naast deze straf kan de rechtbank bevelen om binnen een gestelde termijn de nodige werken uit te voeren. Saneert de eigenaar de woningen of kamers niet, dan kan men de werken laten uitvoeren en de kosten van de verhuurder vorderen. Tenslotte moet erop gewezen worden dat ook aan bouwovertredingen strafrechtelijke sancties zijn ver - bonden. Als blijkt dat de verhuring plaatsvindt zonder dat daarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd gevraagd, zal het conformiteitsattest geweigerd worden De stedenbouwkundige verordening op het aanleggen van parkeerplaatsen en fietsen stallingen buiten de openbare weg De Stad Leuven verplicht verhuurders bij het inrichten van nieuwe of nieuw bijgebouwde kamers om per 3 kamers een parkeerplaats aan te leggen, per 10 kamers een parkeerplaats voor gehandicapten en per kamer een fietsenstalling te voorzien. Voor studio s en appartementen tot 150 m² geldt de norm van 1 parkeerplaats en 1 fietsenstalling per woongelegenheid. Kamers groter dan 25 m² moeten eveneens aan deze norm voldoen. De parkeerplaatsen moeten aangelegd worden op het perceel zelf of op een afstand van maximaal m van het bouwperceel. De fietsenstalling moet voorzien worden op een afstand van hoogstens 100 m van het bouwperceel. De verplichting met betrekking tot de parkeerplaatsen is niet van toepassing voor studentenhuizen waar in totaal niet meer dan 3 kamers zijn en voor panden gelegen in het kernwinkelgebied. Bij ingebruikname van de nieuwe kamers of woon - eenheden stelt een gemeentelijke ambtenaar in een eerste proces-verbaal vast hoeveel parkeerplaatsen en fietsenstallingen er nodig zijn. Na 3 jaar wordt een nieuw proces-verbaal opgemaakt om vast te stellen hoeveel voorzieningen er effectief gerealiseerd zijn. Indien de opgelegde parkeerplaatsen en fietsenstallingen niet aangelegd worden, dient de verhuurder een vervangende belasting te betalen (zie punt ). Deze stedenbouwkundige verordening zal in een latere fase in een geactualiseerde versie worden opgenomen in de algemene bouwverordening Het politiereglement voor brandveiligheid in studentenkamers Het Leuvense politiereglement voor brandveiligheid in kamerwoningen, studentenhuizen en studenten - gemeenschapshuizen vult het Kamerdecreet aan met voorschriften die uitsluitend betrekking hebben op de brandpreventie. Het reglement is opgesteld in functie van de praktijk en het kent dan ook aan de controlerende brandweerofficier een ruime bevoegdheid toe om de normen te interpreteren naargelang van de concrete situatie, de effectieve brandlast en het brandrisico van het gebouw. Richtlijnen over het nodige aantal brandbestrijdingsmiddelen en het vereiste type, de noodzaak van brandladders en detectietoestellen, de minimale brandweerstand van de scheidingswanden of de brandveiligheid van de traphal worden dus meestal pas na een beoordeling ter plaatse bepaald. Bijzondere aandacht gaat uit naar de brandweerstand van de bouwonderdelen. Met brandweerstand wordt bedoeld: de tijd dat de structurele bouw elementen (deuren, wanden, plafonds, trappen ) hun functie kunnen behouden in geval van brand. 12

15 Deze brandbestendigheid is vastgelegd door het Belgisch Instituut voor Normalisatie en wordt uitgedrukt in Rf. Voor bestaande gebouwen voorziet het reglement de mogelijkheid om de brandweerstand van bepaalde bouwonderdelen aan te tonen, hetzij aan de hand van een bewijs van technische goedkeuring (BENOR-ATG), hetzij aan de hand van een door de verhuurder of zijn architect ondertekende verklaring van de samenstelling van de gebruikte materialen. Op basis daarvan onderzoekt de brandweer dan of aan de vereiste graad van brandbestendigheid is voldaan. In een aantal gevallen kan ook een afwijking op het reglement worden toe - gestaan. Indien het niet mogelijk is om de brandveiligheid te realiseren door middel van de brandweerstand van een bepaald bouwelement, dan kan de verhuurder voorstellen om de veiligheid te waarborgen door bij komende alternatieve maatregelen. Bij de uitvoering van het reglement in bestaande huizen zal dit onderzoek naar de brandveiligheid van alternatieve voorzieningen een belangrijke rol spelen. De ruime interpretatievrijheid van de richtlijnen in functie van de situatie ter plaatse impliceert dat een eerste controlebezoek van de brandweer altijd een louter adviserend en preventief karakter heeft. Deze bezoeken zijn dan ook gratis. Op basis van de vaststellingen wordt een gedetailleerd verslag opgemaakt en aan de verhuurder bezorgd. In dit verslag kunnen volgende besluiten geformuleerd worden: het pand voldoet aan de voorschriften, het voldoet niet, of er wordt een advies tot woonverbod gegeven. Luidt de conclusie voldoet niet, dan legt men verbeterings- of aanpassingswerken op. Men krijgt 12 maanden de tijd om de opgelegde saneringen uit te voeren. Wanneer voor de vereiste aanpassingen een stedenbouwkundige vergunning nodig is, moeten de werken gebeuren binnen de 36 maanden. Nadat de verbeteringswerken zijn uit - gevoerd, moet men de brandweer opnieuw uitnodigen. Is de beoordeling positief, dan wordt kosteloos een nieuw verslag afgeleverd. Blijken er echter nog steeds tekortkomingen, dan rekent de brandweer voor een tweede bezoek een bedrag aan van 45 per uur (dit bedrag wordt geïndexeerd). Een brandveiligheidsattest blijft in principe 10 jaar geldig. Een onderzoek met het oog op het verkrijgen van een attest moet schriftelijk aangevraagd worden bij de burgemeester. Alle klachten met betrekking tot brandveiligheid kunnen wel rechtstreeks gemeld worden aan de brandweer, zowel schriftelijk als telefonisch. In dat geval komt de brandweer onmiddellijk langs. Voor algemene informatie over de inhoud van het politie - reglement kan men terecht bij de Brandweer van Leuven. Voor specifiek advies over de veiligheidssituatie in een concreet gebouw is altijd een bezoek ter plaatse nodig De wettelijke normen voor elektrische installaties Elektrische installaties moeten voldoen aan de normen van het A.R.E.I. (Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties), dat van toepassing is sinds 1 oktober Ook aanpassingen en uitbreidingen aan de elektrische installatie moeten overeenstemmen met deze voorschriften en gebeuren dan ook best door een erkend elektricien. Voor installaties aangelegd vóór 1 oktober 1981 worden enkele afwijkingen toegestaan. Een moderne huishoudelijke installatie omvat onder meer de volgende onderdelen: een gesloten verdeelkast, van waaruit de verschillende stroombanen vertrekken en waarin de schakelaars en beveiligingen zijn samengebracht; een differentieelschakelaar (type A-300 ma) die de elektrische stroom automatisch onderbreekt wanneer zich ergens in het circuit een storing of stroomverlies voordoet. Voor badkamers en wasplaatsen is een bijkomende differentieelschakelaar met grotere gevoeligheid (30 ma) aan te bevelen en in sommige gevallen zelfs verplicht. een degelijke aardverbinding. Stopcontacten moeten een aardpin hebben die via een beschermingsgeleider aangesloten is op een aardelektrode. Door de aarding wordt het stroomverlies bij een defect toestel naar de grond afgeleid waardoor het elektrocutiegevaar beperkt wordt. Alleen in elektriciteitsinstallaties van vóór 1981 worden niet-geaarde stopcontacten nog toegelaten, op voorwaarde dat er geen toestellen van klasse 1 worden op aangesloten (huishoud - toestellen zoals (vaat)wasmachine, kookfornuis, microgolfoven, convectoren ). Het plaatsen van stopcontacten met een aardpin, zonder dat ze effectief geaard zijn, is absoluut verboden, omdat dit een vals veiligheidsgevoel geeft. de leidingen. Elektrische draden die instaan voor de voeding van stopcontacten moeten een doorsnede van minimum 2,5 mm hebben; voor de leidingen van verlichtingskringen volstaat een dikte van 1,5 mm. beveiligers of zekeringen. Automatische zekeringen verdienen de voorkeur. Het Leuvens politiereglement voor brandveiligheid is op dit punt strenger en laat in studentenhuizen enkel automatische zekeringen toe. De zekeringen moeten aangepast zijn aan de doorsnede van de elektrische draden. In badkamers moet men bij het plaatsen van stopcontacten rekening houden met het beschermingsvolume rond het bad of stortbad. Dit wil zeggen dat zich geen stopcontacten binnen een afstand van 60 cm t.o.v. de badrand mogen bevinden. Bij het ontbreken van een aparte differentieelschakelaar voor de badkamer, moet die afstand minstens 1 m bedragen. Alle gebruikte onderdelen in het elektrisch circuit moeten voldoen aan de normen van het Belgisch Elektrotechnisch Comité (CEBEC). 13

16 Volgens het A.R.E.I. moet bij ingebruikname van nieuwe installaties of wanneer bestaande installaties uitgebreid of aangepast worden, een gelijkvormigheidsonderzoek plaatsvinden waarin wordt nagegaan of de installatie beantwoordt aan de wettelijke normen. Daarnaast moeten elektrische installaties regelmatig gecontroleerd worden. Voor huishoudelijke laag spanningsinstallaties legt het A.R.E.I. om de 25 jaar een controlebezoek op, maar het Leuvens politiereglement is voor studentenhuizen strenger en bepaalt dat de laagspanningsinstallaties om de 10 jaar moeten gecontroleerd worden door een erkend keuringsorganisme. Verhuurders van studentenkamers hebben dit keurings bewijs nodig om een conformiteits - attest en een attest van de brandweer te kunnen verkrijgen. Bovendien kan een keuringsbewijs van groot belang zijn bij betwistingen met de verzekeringsmaatschappij naar aanleiding van een brand Het Legionellabesluit Het legionellabesluit is een Vlaamse reglementering ter voorkoming van de veteranenziekte of legionellose in voor het publiek toegankelijke plaatsen. Na een grondige evaluatie van het legionellabesluit van 11 juni 2004 vaardigde de Vlaamse regering een nieuwe versie uit die sinds 4 mei 2007 van toepassing is. Tenzij men kan aantonen dat er per dag nooit meer dan 15 personen aanwezig zijn, vallen studentenhuizen ook onder deze reglementering; ze worden ingedeeld bij de inrichtingen met een matig risico voor de volksgezondheid. Legionellose is een zeldzame maar gevaarlijke long - ontsteking die men kan oplopen door het inademen van aërosol; dit zijn minuscule in de lucht zwevende waterdruppeltjes waarin de legionellabacterie aanwezig is. De bacterie vormt pas een gevaar wanneer ze zich kan vermenigvuldigen en dit gebeurt voornamelijk in water met een temperatuur tussen 20 C en 50 C. De maatregelen ter preventie van legionella zijn dan ook voornamelijk gebaseerd op temperatuursbeheersing. Een watervoorziening waar geen douche maar enkel een lavabo of toilet op aangesloten is, vormt geen risico aangezien hier geen aërosol geproduceerd wordt. Een overzicht van de maatregelen en meer informatie vindt men op de site van het Vlaams Agentschap voor Zorg & Gezondheid onder de rubriek Preventie, Gezondheid en Milieu Bijzondere aandachtspunten bij het inrichten van studenten kamers Verwarmingsinstallaties Het Kamerdecreet laat voor het verwarmen van kamers enkel centrale verwarming, elektrische toestellen en luchtdichte gastoestellen met rechtstreekse schoorsteen- of gevelafvoer toe. Alle verwarmingstoestellen op basis van fossiele brandstoffen, zoals stookolie, butaan- en propaangas, steenkool, petroleum, hout... produceren verbrandingsgassen en zijn niet toegelaten. Bij deze toestellen bestaat immers de kans dat de verbranding onvolledig verloopt, waardoor het uiterst giftige CO of koolstofmonoxidegas vrijkomt. Onvolledige verbranding is het gevolg van een zuur - stoftekort in de omgeving of van de terugslag van verbrandings gassen. Beide fenomenen worden meestal veroorzaakt door een verkeerde installatie of door een gebrek aan onderhoud van de verwarmings toestellen. CO-vergiftiging is zeer gevaarlijk, maar omdat de symptomen zo vaag en uiteenlopend zijn (van hoofdpijn, braken, misselijkheid, duizeligheid tot bewusteloosheid en zelfs coma), wordt de oorzaak van de klachten niet altijd herkend. Gasgeisers voor de verwarming van water die gebruik maken van lucht uit het lokaal houden het meeste risico s in. In een badkamer van een studentenhuis mag men daarom enkel een gesloten gastoestel (type C) plaatsen. Dit is een toestel met rechtstreekse buitenluchttoevoer en rechtstreekse afvoer van de verbrandingsgassen. 14

17 Als er buiten de badkamer toch een gastoestel voorkomt dat lucht gebruikt van het lokaal zelf, is het aan- en afvoerprincipe van groot belang. Een rooster van minstens 150 cm² onderaan in de deur moet zorgen voor de aanvoer van verse lucht, terwijl de verbrandingsgassen rechtstreeks naar buiten moeten afgevoerd worden. Een degelijke schoorsteen die goed 'trekt' is hiervoor uiteraard noodzakelijk. Even belangrijk als de installatie van de toestellen is het regelmatig onderhoud door een erkend technicus. Sinds 1 juni 2007 gelden in Vlaanderen nieuwe regels voor het onderhoud en nazicht van centrale verwarmingsinstallaties. Elke cv-installatie, met een vermogen groter of gelijk dan 20 kw, moet periodiek onderhouden worden. Het vermogen van de ketel kan men makkelijk aflezen op het kenplaatje van het toestel. Een cv-installatie op stookolie moet jaarlijks gecontroleerd worden, een installatie op gas tweejaarlijks. Het Leuvens politiereglement is echter strenger en bepaalt een jaarlijkse controle voor elke cv-installatie ongeacht de brandstof Bescherming van de leidingen tegen vorst Een stevig winteroffensief kan in studentenkamers voor heel wat schade zorgen, vooral wanneer de studenten tijdens de kerstvakantie of tijdens weekends naar huis zijn. Hoewel de modelhuurovereenkomst van de Huisvestingsdienst bepaalt dat de huurder alle voorzorgen moet nemen om vorstschade in de kamer te vermijden, heeft de verhuurder er alle belang bij om zelf een deel van die verantwoordelijkheid op zich te nemen en te controleren of de ramen dicht zijn en de radiatoren niet volledig dichtgedraaid zijn. In periodes van strenge vorst is het nodig alle ruimtes in het gebouw te verwarmen tot een temperatuur van minimum 6 C. Sommige moderne installaties zijn daarop automatisch voorzien, maar de meeste klassieke kranen kunnen nog altijd helemaal afgesloten worden. Thermostatische kranen kan men aan de hand van een klemmetje wel zodanig instellen dat ze niet verder kunnen dichtgedraaid worden dan in de vorstvrije stand (meestal aangeduid met een sterretje). Ook een defect aan de centrale verwarmingsinstallatie kan niet te overziene gevolgen hebben. Een bijkomende preventiemaatregel is het vermengen van het water in de verwarmingsleidingen met een aangepast antivriesproduct. Niet-vorstvrije leidingen kunnen het best beschermd worden met een geschikt isolatiemateriaal van dezelfde dikte als de diameter van de buis. Voor alle veiligheid worden buizen die toch kunnen bevriezen vòòr de winter best leeggemaakt. In grote gebouwen kan het de moeite lonen om een systeem uit de industrie toe te passen, namelijk het aanbrengen van een elektrisch verwarmingslint rond buitenleidingen en leidingen in niet verwarmde lokalen. De verhuurder moet instaan voor het herstellen van gesprongen buizen en van de daaruit voortvloeiende schade. De huurder zal alleen aansprakelijk gesteld worden als duidelijk kan aangetoond worden dat het springen van de buizen of radiatoren het gevolg is van zijn nalatigheid. Vorstschade aan de leidingen en de installatie zelf, wordt nooit gedekt door de brand ver - zekering. Voor waterschade als gevolg van de leidingbreuk komt de brandverzekering wel tussen. Schade aan de persoonlijke inboedel van de student wordt meestal gedekt door de verzekeringspolis van zijn ouders. In elk geval is het aangewezen om bij vorstschade zo snel mogelijk de brandverzekeringsmaatschappij te verwittigen en aan de student te adviseren om schade aan zijn inboedel aan te geven bij de brandverzekeringsmaatschappij van zijn ouders Rationeel omgaan met energie en water Een rationeel gebruik van energie en water komt niet alleen het leefmilieu ten goede, het haalt ook de energie - facturen flink naar beneden. Bij het inrichten of renoveren van een studentenhuis kunnen dikwijls kleine en goedkope maatregelen het verbruik enorm beperken zonder dat aan comfort moet ingeboet worden. Vooral in de keuken kunnen de keuze van de toestellen en de manier waarop ze opgesteld staan het energieverbruik sterk beïnvloeden. Gas is bijvoorbeeld een milieuvriendelijke energiebron en bovendien veel goedkoper dan elektriciteit. Moderne gasfornuizen zijn uitgerust met een degelijk beveiligingssysteem zodat koken op gas ook in studenten - huizen geen gevaar hoeft in te houden. De koelkast en de diepvriezer staan samen in voor zo n 20 % van het totale elektriciteitsverbruik in een huishouden. Het verbruik hangt voornamelijk af van de omgevingstemperatuur en van de temperatuur binnen in de toestellen. Het is dus niet aangewezen om een kooktoestel onmiddellijk naast een koelkast te plaatsen, tenzij men een degelijke isolatie tussen beide apparaten aanbrengt. Er is ook voldoende ventilatie nodig om voor de afkoeling te zorgen. Daarom plaatst men de koelkast of de diepvriezer beter niet onmiddellijk tegen de muur. Om dezelfde reden is een aparte koelkast en diepvriezer veel zuiniger dan een gecombineerd toestel. Heel wat huishoudtoestellen die men momenteel in de handel vindt, zijn gequoteerd met een energielabel, gaande van A (zeer zuinig) tot G (hoog energieverbruik). Meestal zijn de apparaten met een A-label niet alleen zuinig in verbruik maar ook van een betere kwaliteit, zodat ze zeker op termijn erg voordelig blijken. De zuinigste huishoudtoestellen kan men vinden op Tenslotte speelt ook het onderhoud van de elektrische toestellen een belangrijke rol in het energieverbruik. Diepvriezers en koelkasten dienen regelmatig ontdooid te worden en de rubberen afsluitlaag van de deuren moet regelmatig schoongemaakt worden. Slijtage aan deze afsluitlaag veroorzaakt dikwijls een oververhitting van de motor waardoor de apparaten sneller stukgaan. In de folder Rationeel energiegebruik op kot en op de website vindt men praktische tips en aanbevelingen om energie te sparen, gaande van het gebruik van spaarlampen tot het plaatsen van een hoogrendementsketel. 15

18 Warmte-isolatie In Vlaanderen is sinds 1 januari 2006 de EPB-regelgeving (EnergiePrestatie en Binnenklimaat) voor woongebouwen van kracht. Dit reglement legt naast normen voor isolatie en energieprestatie ook normen op voor het binnen - klimaat, die zich vooral vertalen in minimale ventilatievoorzieningen. Deskundigen zijn het er over eens dat het beter is om zelfs meer isolatie te voorzien dan wettelijk voorgeschreven wordt. Het idee dat een te dikke isolatie ervoor zorgt dat een gebouw niet meer kan ademen en gemakkelijk aanleiding geeft tot schimmel - vorming berust op een vooroordeel. Condensatie en schimmelvorming hebben veeleer te maken met een gebrekkige ventilatie in de woning. Onder meer de vorm van het gebouw en de keuze van de bouwmaterialen hebben een grote invloed op het warmteverlies. In compacte huizen met weinig uitbouwen is het energieverlies altijd veel kleiner. Koudebruggen dit zijn bouwelementen met een aanzienlijk lagere isolatie graad dan de andere materialen kunnen beter zo veel mogelijk vermeden worden. Zo isoleert glas bijvoorbeeld veel minder dan een muur. Hierdoor wordt de koude aangezogen, wat leidt tot een hoger warmte - verlies en een groter risico op schimmel, condensatie en scheuren. Ook met de oriëntatie van het gebouw wordt best rekening gehouden: een oriëntatie naar het zuiden kan in de winter immers een voordeel en in de zomer een nadeel zijn. Overweegt men om een zonneenergiesysteem (een zonneboiler of fotovoltaïsche zonnepanelen) te plaatsen, dan is de oriëntatie uiteraard van cruciaal belang. Door middel van subsidies promoten de verschillende overheden investeringen op het vlak van energiebesparing. Een overzicht van alle premies en heel wat andere nuttige informatie kan men terugvinden op de website van het Vlaams Energie Agentschap: Het energie prestatie certificaat Het EPC informeert de potentiële of toekomstige kopers of huurders over de energetische kwaliteit van het gebouw door aan het gebouw een energetische score toe te kennen. De score wordt berekend op basis van de eigenschappen van het gebouw, zoals de gebruikte materialen en de isolatiewaarden van muren en dak, ramen en deuren, en op basis van de installaties voor verwarming en warm water. Bij de berekening worden enkel de gebouweigenschappen en geen verbruikersgedrag in rekening gebracht. Door de energieprestatiecertificaten te vergelijken kan men het (berekend) energieverbruik van verschillende gebouwen met elkaar vergelijken en krijgt men een indicatie van te verwachten energiekosten. Naast een score die de energetische kwaliteit van het gebouw weergeeft, bevat het EPC ook een reeks energie - besparende aanbevelingen. Deze aanbevelingen geven nuttige informatie over hoe men energie kan besparen op een kosteneffectieve manier. Onder meer door een goede isolatie, een energiezuinige verwarmings installatie en het vervangen van enkel glas door isolerende beglazing kunnen in Vlaamse woningen vaak nog aanzienlijke energiebesparingen gerealiseerd worden. Voor woningen die vanaf 1 januari 2009 te huur worden aangeboden, moet de eigenaar aan de kandidaathuurder een geldig EPC kunnen voorleggen. Dat geldt ook voor studentenhuizen. Voor huizen waar enkel kamers worden verhuurd, moet één EPC opgemaakt worden voor het gebouw in zijn geheel. Wanneer er ook studio's of appartementen in het gebouw zijn moet er per zelfstandige woning eveneens een certificaat opgemaakt worden. De wetgever maakt geen onderscheid wat betreft het doorrekenen van de verwarmingskost. Ook wanneer er een all-in huurprijs wordt aangerekend, is een EPC verplicht. Een EPC wordt opgemaakt door een erkend energiedeskundige type A. Een lijst met geregistreerde energiedeskundigen is te vinden op de website van het Vlaams Energie Agentschap Besparing van water en elektriciteit Er bestaan alternatieve systemen om het gebruik van regenwater te integreren in het huishouden, bijvoorbeeld in de spoeling van het toilet en in de wasmachine, of om reeds gebruikt warm water, in plaats van het te laten weglopen, te benutten voor de (voor)verwarming van leidingwater. Zeker op termijn blijken deze toepassingen zeer kostenbesparend. Ook kleine investeringen kunnen het verbruik van energie en water sterk beperken. Een weloverwogen keuze van de verlichting, wat betreft de opstelling, het type lampen en de armaturen beïnvloeden niet alleen de lichtkwaliteit en het comfort, maar ook het verbruik. Thermostatische kranen voor de verwarming, spaardoucheknoppen, een degelijk ventilatiesysteem, spaarknoppen op de spoeling van toiletten zijn niet duur in de aankoop en hebben toch een grote impact op de energiefacturen. Een spaarknop op een bestaande spoelbak bespaart al gauw 5 tot 10 liter water per beurt. Het spreekt vanzelf dat deze structurele maatregelen alleen zinvol zijn als ook de huurders hun dagelijkse gewoonten afstemmen op dit principe van duurzaamheid. De adviseurs voor wooncultuur, milieu en mobiliteit proberen studenten via regelmatige infocampagnes te motiveren tot een rationeel energiegebruik op kot. Ook de verhuurder kan hen daartoe stimuleren via het binnenhuisreglement of via de contractuele afspraken. Het feit dat een zuinig gebruik van verwarming, elek - triciteit en water zich rechtstreeks vertaalt in de eindafrekening van de bijkomende kosten is trouwens een argument dat ook bij minder milieubewuste huurders zal aanslaan. 16

19 Geluidshinder Geluidshinder is een hardnekkig en vaak voorkomend probleem in studentenhuizen. Wat interne stoornis betreft, hebben de bewoners de leefbaarheid op kot natuurlijk voor een groot deel zelf in handen. Om het kotleven in goede banen te leiden, kan men in het binnenhuisreglement best een aantal duidelijke afspraken vastleggen rond het gebruik van muziekinstallaties, het gebruik van de douches na een bepaald uur, het respect voor elkaars nachtrust... Binnen in een studentenhuis concentreren de klachten over geluidshinder zich dikwijls rond de gemeenschappelijke ruimten. Dit knelpunt kan men opvangen door een rationele indeling van de lokalen, waarbij men zo min mogelijk kamers rechtstreeks laat palen aan de keuken of aan de sanitaire voorzieningen. Daarom worden de gemeenschappelijke ruimten best boven elkaar ingericht, zodat er geen kamers onmiddellijk onder of boven gelegen zijn. Een bijkomende maatregel om de geluidshinder vanuit de keuken te verminderen, is het voorzien van een sas voor de keukendeur. Lawaaihinder wordt ofwel veroorzaakt door klop- of contact geluiden, zoals voetstappen en dichtslaande deuren, ofwel door geluidstrillingen of luchtgeluiden, veroorzaakt door stemmen en muziek. Voor het afschermen van zowel contact- als luchtgeluiden is de massa van de tussenwanden, de vloeren en de plafonds van groot belang. Stenen muren isoleren het geluid veel beter dan lichte wanden. Bij dunne scheidingsmuren kan men, als de kamers ruim genoeg zijn, overwegen om een voorzetwand te plaatsen en daartussen een geluidsabsorberend materiaal aan te brengen, zoals rots- of glaswol. Bij vloeren of plafonds zijn het vooral de contactgeluiden van voetstappen die voor hinder zorgen. Houten vloeren vormen altijd een probleem. Enkel de plaatsing van een zwevende vloer met voldoende massa geeft bij een houten vloer een merkbare verbetering. Voor het plaatsen van een zwevend element raadpleegt men altijd best een akoestisch expert. Deuren zijn vaak een zwakke schakel in de geluidsisolatie. Alleen massieve deuren die heel nauw sluiten, houden het geluid min of meer binnenskamers. Een vakkundig geplaatste branddeur geeft daarom ook een zeer goed geluidsisolerend resultaat. Ook wanneer buizen of kabels het lokaal binnenkomen, moet er steeds gezorgd worden voor een hermetische afdichting, omdat het kleinste gaatje in de muur of in het plafond afbreuk doet aan de geluidsdichtheid. Overigens zorgen de leidingen van sanitaire en verwarmingsinstallaties vaak zelf voor irriterende geluidshinder, wat meestal eenvoudig te verhelpen is. Een tikkend lawaai aan de centrale verwarming wijst op te sterk aangespannen beugels rond de leidingen en de radiatoren. Een geborrel geeft aan dat de radiator moet ontlucht worden. Het geluid van doorstromend water kan men dempen door een isolerend materiaal rond de buizen aan te brengen. Storende geluiden kan men behalve door isolatie ook proberen te beperken door absorptie. Waar een zachte vloerbedekking in de gangen het hinderlijk lawaai van voetstappen dempt kunnen overgordijnen in een absorberend materiaal de geluidstrillingen van stemmen of muziek in de kamers gevoelig afzwakken. Een betere afscherming van het geluid van buiten kan men realiseren door het plaatsen van ramen met dubbele beglazing. Gewoon dubbel glas biedt vooral een goede thermische isolatie maar het geluidsisolerend effect, zeker bij geluiden met lage frequentie (bijvoorbeeld van motoren), wordt dikwijls overschat. De akoestische isolatie is immers sterk afhankelijk van de massa, de dikte en de afstand tussen de twee glasbladen. Alleen als de spouw tussen de twee glazen minstens 10 cm breed is, of bij akoestisch dubbel glas dat bestaat uit 2 glasplaten van verschillende dikte, kan men een bescherming verwachten tegen alle soorten geluid. Net als bij deuren is de geluidsdichtheid van het schrijnwerk van groot belang. Kieren en spleetjes in de raamkozijnen kunnen het geluidsisolerend effect van dubbele beglazing helemaal tenietdoen Security Een studentenhuis waar plaats is voor wooncultuur en gezelligheid, veronderstelt dat studenten er zich ook veilig voelen. Omgekeerd, bevordert een goede sfeer op kot de veiligheidssituatie omdat studenten die elkaar beter kennen, veel sneller merken dat er iets verdachts aan de hand is. Bijkomende mechanische of elektronische beveiligingsmaatregelen kunnen daarbij helpen, op voor - waarde dat de bewoners de nodige discipline aan de dag leggen om ze te laten functioneren. In het binne n - huisreglement kunnen hierover duidelijke richtlijnen gegeven worden. De zwakste schakel in een studentenhuis is de centrale inkom. Een veel voorkomend probleem is het gebrek aan controle op het aantal sleutels dat in omloop is. Studenten springen dikwijls nogal zorgeloos om met hun sleutels: ze worden uitgeleend aan vrienden, gekopieerd of niet teruggebracht door ex-huurders Hiervoor bestaat nochtans een efficiënte oplossing, namelijk het plaatsen van veiligheidscilinders met beschermd profiel. Deze sleutels kunnen in principe niet bijgemaakt worden zonder certificaat van de fabrikant. Het systeem is vrij duur, maar dit kan opgevangen worden door aan de studenten een sleutelwaarborg te vragen, wat hen ongetwijfeld ook zal aanzetten tot meer zorgzaamheid. Tegenwoordig bestaan er ook heel wat elektronische toegangssystemen. Ze bieden geen bijkomende mechanische beveiliging, maar vervangen enkel de gewone sleutel door een in te toetsen toegangscode of een elektronische toegangskaart. Codeklavieren hebben het voordeel dat geen sleutels of kaarten kunnen verloren raken. Doordat de code onbeperkt kan doorgegeven worden, biedt dit systeem echter weinig beveiliging. Een elektronische kaart daarentegen is uniek en niet of nauwelijks te kopiëren. De kaart stuurt via een kaartlezer het elektrisch slot aan. 17

20 Ze kan op een eenvoudige manier geactiveerd en bij verlies of diefstal meteen geblokkeerd worden. Elektronische systemen zijn evenwel relatief duur en vergen doorgaans meer onderhoud dan mechanische sloten. Vaak wordt de buitendeur gewoon dichtgetrokken zonder ze ook op slot te draaien. Wanneer een deur enkel met de dagschoot vastzit, kan ze heel makkelijk door een buitenstaander opengemaakt worden. Tegen het forceren van sloten is bijkomende mechanische beveiliging mogelijk. Bescherming van de cilinder: de cilinder van het slot mag niet meer dan 3 mm uit de deur steken, zoniet moet een bijkomend veiligheidsbeslag geplaatst worden. De nachtschoot van het slot moet minstens 2 cm in de deur schuiven. De deurstijl kan extra verstevigd worden met een sluit - plaat of sluitkom, die tot in het metselwerk verankerd is. Met een parlofoonsysteem waarbij de buitendeur op afstand kan geopend worden, moet men altijd erg voorzichtig zijn. Onbekenden kunnen een willekeurige naam bij de bel aflezen en zich aanmelden als een bezoeker voor één van de bewoners. Daarom is het aan te raden om bij de belletjes enkel de voornaam van de huurders voluit te vermelden en de familienaam eventueel af te korten. Zo kan men bij wijze van controle aan de bezoeker vragen naar de volledige naam van de student voor wie hij komt. Voldoende verlichting in de gangen en in de inkomhal schrikt ongewenste indringers af en vergemakkelijkt de sociale controle. Bij vaststelling van een diefstal of een andere inbreuk moet de gedupeerde klacht indienen bij de politie. Blijken er evidente tekortkomingen aan de structurele beveiliging van het studentenhuis, dan kan de verhuurder medeaansprakelijk gesteld worden voor de diefstal. De Preventiedienst van de Leuvense politie staat in voor hulp en advies rond voorkoming van inbraak. Deze dienst geeft kosteloos technopreventief advies op maat en komt op aanvraag ook langs om woningen en studentenhuizen ter plaatse te beoordelen op hun veiligheid tegen inbraak. Door de serienummers of andere gegevens van waardevolle voorwerpen zoals gsm, laptop, te registreren helpt men de politiediensten om gestolen goederen op te sporen en terug aan de eigenaar te bezorgen. Daarom biedt de K.U.Leuven in samenwerking met Politie Leuven en LOKO een registratie formulier aan waarop de student de gegevens over zijn waardevolle voorwerpen kan noteren. Het formulier kan men terugvinden op de website onder de rubriek inbraken en diefstallen, doelgroep studenten. Het kan natuurlijk ook dat één van de huurders zelf door onaangepast gedrag het veiligheidsgevoel van de medebewoners in het gedrang brengt. Een éénmalig uit de hand gelopen incident hoeft meestal geen reden tot paniek te zijn, maar als het probleem blijft aanslepen, is de tussenkomst van de Huisvestingsdienst aan - gewezen. Soms blijkt uit een gesprek dat de huurder in kwestie te kampen heeft met problemen op persoonlijk vlak en is het nodig hem voor psychomedische of sociale hulp door te verwijzen naar één van de andere diensten van Studentenvoorzieningen. De Huisvestingsdienst zal dan in overleg met alle betrokken partijen nagaan welke maatregelen er kunnen getroffen worden om het samenlevingsprobleem op kot op te lossen. Voor specifieke klachten over ongewenste intimiteiten kunnen studenten bij een vertrouwensarts van het Medisch Centrum van Studentenvoorzieningen terecht. Een gevoel van onveiligheid is vaak een subjectief gegeven dat niet altijd een direct aanwijsbare oorzaak heeft. Waar mensen uit een totaal verschillende leefwereld onder hetzelfde dak wonen, ontstaat soms een wederzijds wantrouwen dat niet noodzakelijk gegrond is, maar dat het samenleven hoe dan ook erg kan vertroebelen. Daarom is het niet aangewezen om in een studentenhuis ook huurders te aanvaarden die helemaal buiten het studentenmilieu staan. Bovendien blijkt de bemiddeling van studentendiensten bij het oplossen van samenlevingsproblemen met niet-studenten doorgaans bijzonder weinig zinvol. Fietsdiefstal Fietsdiefstal is een apart verhaal. De grote populariteit van de tweewieler bij studenten heeft het eigendomsbesef in Leuven, wat fietsen betreft, enigszins doen vervagen. Het onderscheid tussen lenen en stelen is ook niet altijd duidelijk, maar één ding staat vast: fietsdiefstal heeft altijd een kettingreactie als gevolg, want wie zijn fiets kwijt is, gaat op één of andere manier op zoek naar een andere. De K.U.Leuven werkt sinds jaren nauw samen met de politie van Leuven om het probleem tegen te gaan door antidiefstalcampagnes te voeren, door fietsgraveeracties te organiseren en studenten aan te zetten om van elke fietsdiefstal aangifte te doen. In dit kader werd Velo opgericht. Velo staat in voor een fietsenverhuurdienst en een werkplaats waar studenten hun eigen fiets zelf kunnen komen repareren of laten registreren. De huurfietsen worden gerecycleerd uit wrakken en gestolen fietsen die door de politie zijn weggehaald. In de strijd tegen fietsdiefstal kunnen ook verhuurders van studentenkamers een bijdrage leveren, door de nodige infrastructuur te voorzien om fietsen veilig te stallen. Het Vlaamse kamerdecreet en de stedenbouwkundige verordening van de Stad Leuven leggen in dit verband trouwens duidelijke normen op. Een aparte, goed verlichte en afsluitbare fietsenberging in het huis zelf vormt de beste beveiliging. Bijkomende technische voorzieningen zoals een aanbindsysteem waaraan het frame van de fiets kan worden vastgemaakt beperken het risico op diefstal nog meer. Een muuranker aan de gevel om snel parkeren veiliger te maken, is niet aan te raden. Het politiereglement in Leuven bepaalt immers dat het stallen van fietsen op de openbare weg verboden is. 18

NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015. de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden

NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015. de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden NIEUWSBRIEF OCKIER & PARTNERS FEBRUARI 2015 de aankoop van een studentenkamer: juridische aspecten waarmee rekening te houden Meer en meer ouders overwegen om een kot te kopen voor hun studerende kinderen

Nadere informatie

STUDENTEN- HUISVESTING IN GENT KOTEN WIJZER VERHUREN? Stad Gent Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning STEDENBOUW- KUNDIGE NORMEN.

STUDENTEN- HUISVESTING IN GENT KOTEN WIJZER VERHUREN? Stad Gent Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning STEDENBOUW- KUNDIGE NORMEN. STUDENTEN- HUISVESTING IN GENT STEDENBOUW- KUNDIGE NORMEN KOTEN WIJZER VERHUREN? 14 juni 2014 Stad Gent Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning Inhoud 1. Stedenbouwkundige vergunningsplicht 2. Geldende

Nadere informatie

Overzicht I. KADER II. NORMEN III. VOORBEELD

Overzicht I. KADER II. NORMEN III. VOORBEELD Overzicht I. KADER II. NORMEN III. VOORBEELD I. Kader: aandacht voor woonkwaliteit Sinds 1998 moeten alle woningen en kamers (ook voor seizoenarbeiders) in Vlaanderen voldoen aan minimale normen Woningen:

Nadere informatie

Wijziging ABR deel 3, hoofdstuk 2 Woongebouwen ifv Hospitawonen

Wijziging ABR deel 3, hoofdstuk 2 Woongebouwen ifv Hospitawonen Hospitawonen Aanleiding en doel van de wijziging De huidige tekst van het bouwreglement laat niet toe dat een eigenaar van een te beschermen eengezinswoning een kamer verhuurt, zelfs indien men als eigenaar

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers TITEL I. Algemene bepalingen.

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers TITEL I. Algemene bepalingen. VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers TITEL I Algemene bepalingen Artikel 1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Artikel 2 In dit

Nadere informatie

Stedenbouwkundige verordening met het oog op het versterken van de woonkwaliteit in de gemeente.

Stedenbouwkundige verordening met het oog op het versterken van de woonkwaliteit in de gemeente. Stedenbouwkundige verordening met het oog op het versterken van de woonkwaliteit in de gemeente. Voorgelegd aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Ambtenaar op 28/01/2010 Voorgelegd aan de GECORO in zitting

Nadere informatie

2. KWALITEITS- EN VEILIGHEIDSNORMEN VOOR KAMERS

2. KWALITEITS- EN VEILIGHEIDSNORMEN VOOR KAMERS Gids voor kotbazen: Wijzigingen en aanvullingen In de brochure Gids voor kotbazen vindt u heel wat informatie en tips over studentenhuisvesting met een handig overzicht van alle regel- en wetgeving indien

Nadere informatie

Werken aan woonkwaliteit

Werken aan woonkwaliteit Dienst Wonen 1 Werken aan woonkwaliteit De dienst wonen wil de woonkwaliteit van de woningen en (studenten)kamers in Leuven verbeteren. Iedereen heeft tenslotte recht op een goede woning. Klachten in verband

Nadere informatie

Samenhuizen in Gent. 1. Aanleiding. Samenhuizen kan een stedenbouwkundig misdrijf vormen

Samenhuizen in Gent. 1. Aanleiding. Samenhuizen kan een stedenbouwkundig misdrijf vormen Samenhuizen in Gent Samenhuizen in deze nota = meerdere personen die, buiten het klassieke gezinsverband, samen een ééngezinswoning of appartement huren met meer dan één slaapkamer. Onderstaande nota werd

Nadere informatie

STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING INZAKE PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN BIJ HET CREËREN VAN MEERDERE WOONGELEGENHEDEN

STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING INZAKE PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN BIJ HET CREËREN VAN MEERDERE WOONGELEGENHEDEN STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING INZAKE PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN BIJ HET CREËREN VAN MEERDERE WOONGELEGENHEDEN Art. 1 - Toelichting Sedert de afschaffing van de omzendbrief van 17 juni 1970 betreffende

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET TOEGANKELIJK MAKEN VAN WONINGEN BOVEN HANDELSPANDEN

REGLEMENT VOOR HET TOEGANKELIJK MAKEN VAN WONINGEN BOVEN HANDELSPANDEN 1 REGLEMENT VOOR HET TOEGANKELIJK MAKEN VAN WONINGEN BOVEN HANDELSPANDEN ARTIKEL 1. Doelstelling Met ingang van 1 januari 2014, binnen de perken van het jaarlijks op de stadsbegroting uitgetrokken en goedgekeurd

Nadere informatie

100,00 voor 3 of 4 personen ten laste 200,00 voor 5 of 6 personen ten laste 300,00 voor 7 of meer personen ten laste

100,00 voor 3 of 4 personen ten laste 200,00 voor 5 of 6 personen ten laste 300,00 voor 7 of meer personen ten laste GEMEENTELIJKE VERBETERINGSPREMIE. Artikel 1 De gemeente Meulebeke verleent, met ingang van 1 januari 2014, onder bepaalde voorwaarden een premie voor het uitvoeren van verbeteringswerken aan particuliere

Nadere informatie

VERORDENING 'GEZINSWONINGEN'

VERORDENING 'GEZINSWONINGEN' VERORDENING 'GEZINSWONINGEN' Stedenbouwkundige verordening tot regeling van het opdelen en het wijzigen van de functie van woningen, met het oog op het behoud van de gezinswoning. Art. 01 Terminologie

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens van het onderzoek Dossiernummer (van de woning in het gebouw): Datum van het onderzoek:

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN. Vraag nr. 340 van 17 maart 2014 van LODE VEREECK

VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN. Vraag nr. 340 van 17 maart 2014 van LODE VEREECK VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FREYA VAN DEN BOSSCHE VLAAMS MINISTER VAN ENERGIE, WONEN, STEDEN EN SOCIALE ECONOMIE Vraag nr. 340 van 17 maart 2014 van LODE VEREECK Studentenkamers Conformiteit

Nadere informatie

Aanvraag conformiteitsattest

Aanvraag conformiteitsattest Aanvraag conformiteitsattest Een conformiteitsattest toont aan dat de woning die u verhuurt minstens voldoet aan de Vlaamse woonkwaliteitsnormen. Het conformiteitsattest is een officiële verklaring dat

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER GEMEENTELIJKE VERBETERINGS & AA NPASSINGSPREMIE. De gemeentelijke verbeterings- en aanpassingspremie bestaat uit twee luiken:

AANVRAAGFORMULIER GEMEENTELIJKE VERBETERINGS & AA NPASSINGSPREMIE. De gemeentelijke verbeterings- en aanpassingspremie bestaat uit twee luiken: AANVRAAGFORMULIER GEMEENTELIJKE VERBETERINGS & AA NPASSINGSPREMIE voorwaarden De gemeentelijke verbeterings- en aanpassingspremie bestaat uit twee luiken: - een gemeentelijke aanvullende premie op de verbeterings-

Nadere informatie

Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen

Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen Gemeentelijk reglement tot toekenning van een verbeteringspremie voor woningen TITEL I: DOEL Artikel 1 Om het woningenbestand in de gemeente Wielsbeke te verbeteren, wordt binnen de perken van het daartoe

Nadere informatie

Woningkwaliteit. Soorten problemen. Ongeschikte en onbewoonbare woningen. Ongeschikt Onbewoonbaar Onaangepast Overbewoond. Verwaarloosd Leegstaand

Woningkwaliteit. Soorten problemen. Ongeschikte en onbewoonbare woningen. Ongeschikt Onbewoonbaar Onaangepast Overbewoond. Verwaarloosd Leegstaand Woningkwaliteit Ongeschikte en onbewoonbare woningen 1 Soorten problemen Ongeschikt Onbewoonbaar Onaangepast Overbewoond Verwaarloosd Leegstaand Vervuild Bouwmisdrijf OK: conformiteitsattest 2 NIEUW: INTEGRATIEDECREET

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens van het onderzoek Dossiernummer (van de woning in het gebouw): Datum van het onderzoek:

Nadere informatie

Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen. Toelichtingsbrochure

Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen. Toelichtingsbrochure Woonkwaliteit: de normen waaraan een woning of kamer moet voldoen Toelichtingsbrochure 1. Aan welke normen moet een woning of kamer voldoen? 4 2. Wat wordt er gecontroleerd tijdens een woningonderzoek?

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE WONINGKWALITEIT

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE WONINGKWALITEIT TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE WONINGKWALITEIT Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens van het onderzoek Dossiernummer (van de woning in het gebouw): Datum van het onderzoek:

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN. Deel A: Identificatiegegevens

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN. Deel A: Identificatiegegevens Bijlage 3. Model van technisch verslag voor zelfstandige woningen als vermeld in artikel 2, 1, 3 TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN WONINGEN Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens

Nadere informatie

DE RAAD: Gelet op de bouwverordening betreffende de parkeerplaatsen, goedgekeurd in de vergadering van de gemeenteraad dd 16 maart 1993;

DE RAAD: Gelet op de bouwverordening betreffende de parkeerplaatsen, goedgekeurd in de vergadering van de gemeenteraad dd 16 maart 1993; DE RAAD: Gelet op de bouwverordening betreffende de parkeerplaatsen, goedgekeurd in de vergadering van de gemeenteraad dd 16 maart 1993; Overwegende dat een aantal artikels aanleiding geven tot interpretatie.

Nadere informatie

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN KAMERS. Deel A: Identificatiegegevens

TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN KAMERS. Deel A: Identificatiegegevens Bijlage 1. Model van technisch verslag voor kamers als vermeld in artikel 2, 1, 1 TECHNISCH VERSLAG VAN HET ONDERZOEK VAN DE KWALITEIT VAN KAMERS Deel A: Identificatiegegevens A.1. Identificatiegegevens

Nadere informatie

Reglement sanerings- en renovatiecontract

Reglement sanerings- en renovatiecontract Reglement sanerings- en renovatiecontract Artikel 1 Doelstelling van het sanerings- en renovatiecontract Doelstelling saneringscontract: De stad Antwerpen verleent ondersteuning bij saneringswerken van

Nadere informatie

Verbeteringspremie Particuliere Huurwoningen

Verbeteringspremie Particuliere Huurwoningen Verbeteringspremie Particuliere Huurwoningen Artikel1 Het stadsbestuur wenst met de invoering van een gemeentelijke verbeteringspremie voor particuliere huurwoningen voor eigenaar-verhuurders, een algemene

Nadere informatie

dienst ruimtelijke ordening R E G L E M E N T

dienst ruimtelijke ordening R E G L E M E N T dienst ruimtelijke ordening R E G L E M E N T Gemeenteraad van 26-06-2014 HERZIENING STEDENBOUWKUNDIGE VERORDENING OP HET AANLEGGEN VAN PARKEERPLAATSEN EN FIETSENSTALLINGEN BUITEN DE OPENBARE WEG Art.

Nadere informatie

WONINGKWALITEIT IN KAMERS. EN STUDENTENKAMERS Korte handleiding voor verhuurders in Turnhout

WONINGKWALITEIT IN KAMERS. EN STUDENTENKAMERS Korte handleiding voor verhuurders in Turnhout WONINGKWALITEIT IN KAMERS EN STUDENTENKAMERS Korte handleiding voor verhuurders in Turnhout Woningkwaliteit in kamers en studentenkamers Korte Handleiding voor verhuurders in Turnhout Waarom een brochure

Nadere informatie

COMMISSIE OPENBARE WERKEN, MOBILITEIT EN STEDENBOUW - MONDELINGE VRAAG - ANTWOORD

COMMISSIE OPENBARE WERKEN, MOBILITEIT EN STEDENBOUW - MONDELINGE VRAAG - ANTWOORD COMMISSIE OPENBARE WERKEN, MOBILITEIT EN STEDENBOUW - MONDELINGE VRAAG - ANTWOORD OPSCHRIFT Vergadering van: 13 februari 2014 Nummer: 2014_MC_00075 Onderwerp: Problematiek van niet-geregistreerde studentenkoten.

Nadere informatie

Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm

Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm Woonkwaliteit: aan welke normen moet een zelfstandige woning of kamer voldoen? Nieuw: dakisolatienorm 1. Inleiding: aan welke normen moet een woning voldoen? 5 2. Wat wordt er gecontroleerd tijdens een

Nadere informatie

KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN NIEUW: DAKISOLATIENORM WONENVLAANDEREN.BE

KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN NIEUW: DAKISOLATIENORM WONENVLAANDEREN.BE KWALITEITSNORMEN VOOR ZELFSTANDIGE WONINGEN EN KAMERS NIEUW: DAKISOLATIENORM AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN WONENVLAANDEREN.BE Algemeen De Vlaamse Wooncode bepaalt de minimale normen waaraan woningen in Vlaanderen

Nadere informatie

Gent wil toonaangevend zijn voor nieuwe woonvormen. Door hospitawonen mogelijk te maken, zetten we alvast een stap in de goede richting.

Gent wil toonaangevend zijn voor nieuwe woonvormen. Door hospitawonen mogelijk te maken, zetten we alvast een stap in de goede richting. HOSPITAWONEN Beste Gentenaar, Gent wil toonaangevend zijn voor nieuwe woonvormen. Door hospitawonen mogelijk te maken, zetten we alvast een stap in de goede richting. Hospitawonen betekent dat iemand met

Nadere informatie

ARTIKEL 1: Definities. ARTIKEL 2: Inventarisatie. ARTIKEL 3: Inventarisatiedatum

ARTIKEL 1: Definities. ARTIKEL 2: Inventarisatie. ARTIKEL 3: Inventarisatiedatum ADMINISTRATIEVE VERORDENING BETREFFENDE DE INVENTARISATIE VAN LEEGSTAANDE WONINGEN EN/OF GEBOUWEN - ONGESCHIKT, ONBEWOONBAAR EN/OF OVERBEWOOND VERKLAARDE WONINGEN - WONINGEN EN/OF GEBOUWEN IN VERWAARLOOSDE

Nadere informatie

Reglement tot het toekennen van een gemeentelijke aankoop- en vervolgpremie.

Reglement tot het toekennen van een gemeentelijke aankoop- en vervolgpremie. Reglement tot het toekennen van een gemeentelijke aankoop- en vervolgpremie. Doel van de premie. Artikel 1: 1. Om jonge gezinnen te ondersteunen in de aankoop van een woning op het grondgebied van de gemeente

Nadere informatie

HUUROVEREENKOMST VOOR EEN STUDENTENVERBLIJF

HUUROVEREENKOMST VOOR EEN STUDENTENVERBLIJF HUUROVEREENKOMST VOOR EEN STUDENTENVERBLIJF LET OP: Deze modelhuurovereenkomst voldoet niet aan de vereisten van de wet van 20 februari 1991 betreffende de huurovereenkomsten voor woningen die dienst doen

Nadere informatie

Reglement sanerings- en renovatiecontract

Reglement sanerings- en renovatiecontract Reglement sanerings- en renovatiecontract Artikel 1 Doelstelling van het sanerings- en renovatiecontract Doelstelling saneringscontract: De stad Antwerpen verleent ondersteuning bij saneringswerken van

Nadere informatie

AANKOOP- en VERBETERINGSPREMIE van de stad Tielt

AANKOOP- en VERBETERINGSPREMIE van de stad Tielt AANKOOP- en VERBETERINGSPREMIE van de stad Tielt TITEL I: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Om het bestaande woningenbestand te verbeteren en om het wonen in de stad Tielt te bevorderen, wordt binnen de perken

Nadere informatie

* alleenstaande moeder of vader+inwonende kinderen. * gehuwd of samenwonend. * 16-25 jaar. * meer dan 50 jaar. * 26-50 jaar

* alleenstaande moeder of vader+inwonende kinderen. * gehuwd of samenwonend. * 16-25 jaar. * meer dan 50 jaar. * 26-50 jaar ANDERS-WACHTEBEKE RESULTATEN WONEN-ENQUETE 2008 1) Gezinssituatie * gehuwd of samenwonend 80,51% * alleenstaand 15,25% * alleenstaande moeder of vader+inwonende kinderen 4,24% * alleenstaande moeder of

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Woord vooraf 3

INHOUDSOPGAVE. Woord vooraf 3 INHOUDSOPGAVE Woord vooraf 3 Wanneer is de woninghuurwet van toepassing? 13 1 Is de Woninghuurwet van toepassing op alle huurovereenkomsten? 13 2 Wat is een hoofdverblijfplaats? 14 3 Wie kan als huurder

Nadere informatie

Voorwaarden voor het secundair onderwijs

Voorwaarden voor het secundair onderwijs studie beurs Koken kost geld. En studeren ook. Een studiebeurs kan helpen. Velen laten die kans liggen. Misschien is het toch de moeite om een aanvraag in te dienen. De reglementering voor het hoger onderwijs

Nadere informatie

Brussel bruisende studentenstad

Brussel bruisende studentenstad Op kot of pendelen? Een moeilijke vraag. Als je ver van Brussel woont, is op kot gaan voor veel studenten een logische keuze. Maar hoeveel kost dat en waar kun je terecht? Hoe begin je best aan je zoektocht

Nadere informatie

ONGESCHIKTHEID ONBEWOONBAARHEID

ONGESCHIKTHEID ONBEWOONBAARHEID ONGESCHIKTHEID ONBEWOONBAARHEID V.U.: Agentschap Wonen-Vlaanderen, Koning Albert II-laan 20 bus 7, 1000 Brussel Vormgeving: Lien Van Cromphaut D/2009/3241/318 4 Inhoud Wat is een woning? 6 Wanneer is een

Nadere informatie

(Versie 12/12/2013) Provincie Vlaams-Brabant Gemeente Opwijk

(Versie 12/12/2013) Provincie Vlaams-Brabant Gemeente Opwijk Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto s & fietsen en realisatie van bergruimten bij meergezinswoningen (Versie 12/12/2013) Provincie Vlaams-Brabant Gemeente Opwijk

Nadere informatie

OP KOT! Initiatief van de diensten Huisvesting van UHasselt, KHLim, Hogeschool PXL

OP KOT! Initiatief van de diensten Huisvesting van UHasselt, KHLim, Hogeschool PXL OP KOT! Initiatief van de diensten Huisvesting van UHasselt, KHLim, Hogeschool PXL INHOUD 4 5 10 12 13 14 15 16 18 Wanneer ga je op zoek? Waar moet je op letten bij het huren van een kot Kwaliteits- en

Nadere informatie

HUUROVEREENKOMST STUDENTENKAMER

HUUROVEREENKOMST STUDENTENKAMER HUUROVEREENKOMST STUDENTENKAMER ACADEMIEJAAR Tussen de ondergetekende partijen: ENERZIJDS Isabel Vanneste Morinnestraat 40 8500 Kortrijk Chantal Vanneste Toekomststraat 3 8500 Kortrijk Vervolledig de tekst,

Nadere informatie

Stedenbouwkundige verordening inzake parkeren, stallen van auto s en fietsen en realisatie van bergruimten bij woningen

Stedenbouwkundige verordening inzake parkeren, stallen van auto s en fietsen en realisatie van bergruimten bij woningen Stedenbouwkundige verordening inzake parkeren, stallen van auto s en fietsen en realisatie van bergruimten bij woningen Goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 30 mei 2012 Namens de gemeenteraad

Nadere informatie

Hoe veilig is een woning?

Hoe veilig is een woning? Hoe veilig is een woning? door K. Jacobs Gebouw versus woning Een gebouw is een geheel van onroerend goed, bevattende zowel hoofd- als bijgebouwen die als één geheel kunnen beschouwd worden en waarin zich

Nadere informatie

Huurovereenkomst voor een studenten studio : academiejaar 2013 2014

Huurovereenkomst voor een studenten studio : academiejaar 2013 2014 Huurovereenkomst voor een studenten studio : academiejaar 2013 2014 Huurovereenkomst nummer : Tussen de ondergetekende partijen : Enerzijds - Bvba C Vermeyen, Hoogboomsteenweg 7, 2000 Antwerpen, ondernemingsnummer

Nadere informatie

Huurovereenkomst voor een studentenkamer. postnummer : gemeente : telefoon : GSM :. e mail:... wonende in hoofdverblijfplaats te (straat en nr.

Huurovereenkomst voor een studentenkamer. postnummer : gemeente : telefoon : GSM :. e mail:... wonende in hoofdverblijfplaats te (straat en nr. Huurovereenkomst voor een studentenkamer TUSSEN DE ONDERGETEKENDE PARTIJEN: Verhuurder enerzijds : naam : voornaam :.. wonende te (straat en nr.) postnummer : gemeente :.... telefoon : GSM :. e mail:...

Nadere informatie

HUUROVEREENKOMST VOOR STUDENTENKAMER. De verhuurder (volledige identiteit van de verhuurder(s)) of rechtspersoon:... Naam en voornaam : Wonende te:

HUUROVEREENKOMST VOOR STUDENTENKAMER. De verhuurder (volledige identiteit van de verhuurder(s)) of rechtspersoon:... Naam en voornaam : Wonende te: HUUROVEREENKOMST VOOR STUDENTENKAMER Tussen: De verhuurder (volledige identiteit van de verhuurder(s)) of rechtspersoon:... En: De huurder: Naam en voornaam : Wonende te: Tel: Gsm:. E-mail: Geboorteplaats

Nadere informatie

Verloop van de avond

Verloop van de avond Verloop van de avond 1.Woonplan 2030: Brigitte Smets, schepen van wonen 2.Woonkwaliteitsnormen: Koen Knevels, diensthoofd wonen 3.Appartementsrecht: meester Astrid Clabots 4.Vragenronde en pauze 5.Renovatiekredieten:

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Deel I Huurprincipes... 17. 1.1 Burgerlijk Wetboek... 17. Boek III Wijze van eigendomsverkrijging... 17. Titel VIII Huur...

Inhoudsopgave. Deel I Huurprincipes... 17. 1.1 Burgerlijk Wetboek... 17. Boek III Wijze van eigendomsverkrijging... 17. Titel VIII Huur... Inhoudsopgave Deel I Huurprincipes... 17 1.1 Burgerlijk Wetboek... 17 Boek III Wijze van eigendomsverkrijging... 17 Titel VIII Huur... 17 Hoofdstuk I Algemene bepalingen... 17 Hoofdstuk II Huur van goederen...

Nadere informatie

Inhoudstafel. Deel I. Gemeen recht

Inhoudstafel. Deel I. Gemeen recht Deel I. Gemeen recht Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen (1-29) Afdeling 1. Definitie en situering (1-14) Afdeling 2. Algemene geldigheidsvoorwaarden (15-25) Afdeling 3. Bewijs (26-29) Hoofdstuk 2. Duur en

Nadere informatie

Typeactie studenten: Studenten zijn geen luxebeesten

Typeactie studenten: Studenten zijn geen luxebeesten Typeactie studenten: Studenten zijn geen luxebeesten INTRODUCTIE Typeactie? Kant-en-klare acties voor lokale afdelingen. Studenteneditie? Deze studentenactie staat in het teken van de kotenproblematiek.

Nadere informatie

OP KOT! Initiatief van de diensten Huisvesting van. UHasselt, KHLim, PHL en XIOS

OP KOT! Initiatief van de diensten Huisvesting van. UHasselt, KHLim, PHL en XIOS OP KOT! Initiatief van de diensten Huisvesting van UHasselt, KHLim, PHL en XIOS Beste student(e), Met het nieuw academiejaar in het vooruitzicht zetten vele studenten hun eerste stappen in het kotleven,

Nadere informatie

Aanvraagformulier premie fotovoltaïsche cellen

Aanvraagformulier premie fotovoltaïsche cellen Aanvraagformulier premie fotovoltaïsche cellen Gegevens Naam van de aanvrager:. Adres van de aanvrager: Telefoon thuis: Telefoon overdag: GSM: Rekeningnummer: Bent u eigenaar of huurder van het gebouw

Nadere informatie

Kwaliteit van woningen. Studiedag Sociale Plattegrond

Kwaliteit van woningen. Studiedag Sociale Plattegrond Kwaliteit van woningen Studiedag Sociale Plattegrond 29 april 2014 Overzicht Even voorstellen Recht op kwaliteitsvol wonen Help, ik huur een slechte woning Praktijkvoorbeelden Rookmeldersverplichting Vragen

Nadere informatie

studiebeurs Voorwaarden voor het secundair onderwijs

studiebeurs Voorwaarden voor het secundair onderwijs studie beurs Studeren kost geld: cursussen, een kot, inschrijvingsgeld,. Een studiebeurs kan helpen. Velen laten die kans liggen. Misschien is het voor jou toch de moeite om een aanvraag in te dienen.

Nadere informatie

HUURTIPS OP EEN RIJ EDITIE APRIL 2014

HUURTIPS OP EEN RIJ EDITIE APRIL 2014 HUURTIPS OP EEN RIJ EDITIE APRIL 2014 COLOFON Verantwoordelijke uitgever Youro Casier, Burgemeester St.-Maartensplein 16, 8940 Wervik Loket Wonen en Zorg Stad Wervik Steenakker 30, 8940 Wervik T 056 300

Nadere informatie

DE MEIDOORN. Koolsveldlaan 94 A 2110 Wijnegem appartementen voor ouderen OCMW WIJNEGEM

DE MEIDOORN. Koolsveldlaan 94 A 2110 Wijnegem appartementen voor ouderen OCMW WIJNEGEM OCMW WIJNEGEM www.ocmwwijnegem.be Koolsveldlaan 94 2110 Wijnegem TEL 03 355 32 90 INFORMATIENOTA DE MEIDOORN D E M E I D O O R N Koolsveldlaan 94 A 2110 Wijnegem appartementen voor ouderen Beheer van

Nadere informatie

HUUROVEREENKOMST VOOR STUDENTENVERBLIJF

HUUROVEREENKOMST VOOR STUDENTENVERBLIJF HUUROVEREENKOMST VOOR STUDENTENVERBLIJF ACADEMIEJAAR: 2014-2015 Tussen de ondergetekende partijen: Enerzijds, Michel Goovaerts en Marie-Dominique Ramboux wonende te Meiweg 28 8500 Kortrijk, en Ignace Saey

Nadere informatie

Overzicht verloop. - Beleidsmatig. Voorstelling krotspot-methodiek Werkgroep Private Huurmarkt. Uitdagingen voor het beleid Woonpatrimonium Antwerpen

Overzicht verloop. - Beleidsmatig. Voorstelling krotspot-methodiek Werkgroep Private Huurmarkt. Uitdagingen voor het beleid Woonpatrimonium Antwerpen Voorstelling krotspot-methodiek Werkgroep Private Huurmarkt 4 mei 2010 - Financieel kader en historische groei - 2 Werken aan woonkwaliteit Vlaamse Wetgeving Uitdagingen voor het beleid Woonpatrimonium

Nadere informatie

AANVRAAG TOT HET BEKOMEN VAN DE GEMEENTELIJKE TOELAGE DUURZAAM SANEREN. Aanvraagformulier GEMEENTERAADSBESLISSING DD. 18/11/2014

AANVRAAG TOT HET BEKOMEN VAN DE GEMEENTELIJKE TOELAGE DUURZAAM SANEREN. Aanvraagformulier GEMEENTERAADSBESLISSING DD. 18/11/2014 BADSTAD 8370 BLANKENBERGE AANVRAAG TOT HET BEKOMEN VAN DE GEMEENTELIJKE TOELAGE DUURZAAM SANEREN Aanvraagformulier GEMEENTERAADSBESLISSING DD. 18/11/2014 TREEDT IN WERKING VANAF 01/01/2015 Belangrijk :

Nadere informatie

AANVRAAG TOT HET BEKOMEN VAN DE GEMEENTELIJKE TOELAGE STADHERWAARDERING

AANVRAAG TOT HET BEKOMEN VAN DE GEMEENTELIJKE TOELAGE STADHERWAARDERING BADSTAD 8370 BLANKENBERGE AANVRAAG TOT HET BEKOMEN VAN DE GEMEENTELIJKE TOELAGE STADHERWAARDERING GEMEENTERAADSBESLISSING D.D. 01/07/2008 (DIT REGLEMENT TREEDT IN WERKING OP 01/08/2008) Belangrijk : Lees

Nadere informatie

Service Residentie Vogelzang

Service Residentie Vogelzang SERVICE RESIDENTIE VOGELZANG TERVUURSESTEENWEG 290. 3001 HEVERLEE TELEFOON (016)27.97.11. FAX (016)27.97.55 WWW.HOMEVOGELZANG.BE Voor info kan u zich wenden tot de Sociale Dienst 016/27.97.13 016/27.97.55

Nadere informatie

Dossiernummer. Dit formulier dient te worden voorgelegd of (aangetekend) ingediend samen met de vereiste stukken.

Dossiernummer. Dit formulier dient te worden voorgelegd of (aangetekend) ingediend samen met de vereiste stukken. FORMULIER VOOR GEMEENTELIJKE RENOVATIEPREMIE Dossiernummer Dit formulier dient te worden voorgelegd of (aangetekend) ingediend samen met de vereiste stukken. Belangrijk: De bijgevoegde toelichting bevat

Nadere informatie

REGLEMENT INZAKE VESTIGINGS- EN UITBATINGVERGUNNING VOOR NACHTWINKELS

REGLEMENT INZAKE VESTIGINGS- EN UITBATINGVERGUNNING VOOR NACHTWINKELS dienst ruimtelijke ordening R E G L E M E N T Gemeenteraad van 28-11-2013 REGLEMENT INZAKE VESTIGINGS- EN UITBATINGVERGUNNING VOOR NACHTWINKELS HOOFDSTUK 1: BEGRIPPENKADER Artikel 1: defintities Voor de

Nadere informatie

Vocht en schimmel Studievoormiddag Logo Gezond+ vzw 24 november 2015

Vocht en schimmel Studievoormiddag Logo Gezond+ vzw 24 november 2015 Vocht en schimmel Studievoormiddag Logo Gezond+ vzw 24 november 2015 1 Jan en Nele huren nu al enkele jaren een oude woning op het platteland. Vrij snel na de aanvang van het huurcontract begon het muf

Nadere informatie

Aanvraagformulier premie zonneboiler

Aanvraagformulier premie zonneboiler Aanvraagformulier premie zonneboiler De gemeenteraad van 31 januari 2013 heeft de uitdoving van deze premie goedgekeurd. Alleen aanvragen tot en met 5 april 2013 met stavingsfacturen met facturatiedatum

Nadere informatie

Uw woning werd ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard. Wat nu? Toelichtingsbrochure Ongeschiktheid Onbewoonbaarheid

Uw woning werd ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard. Wat nu? Toelichtingsbrochure Ongeschiktheid Onbewoonbaarheid Uw woning werd ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard. Wat nu? Toelichtingsbrochure Ongeschiktheid Onbewoonbaarheid Inhoudstafel Wat is een woning? 3 Hoe verloopt de procedure ongeschiktheid/ onbewoonbaarheid?

Nadere informatie

Uitgave: juli 2008. V.U.: ir Guy Braeckman, Secretaris-Generaal Departement RWO Koning Albert II-laan 19, bus 21, 1210 Brussel

Uitgave: juli 2008. V.U.: ir Guy Braeckman, Secretaris-Generaal Departement RWO Koning Albert II-laan 19, bus 21, 1210 Brussel Uitgave: juli 2008 V.U.: ir Guy Braeckman, Secretaris-Generaal Departement RWO Koning Albert II-laan 19, bus 21, 1210 Brussel Vormgeving: Lien Van Cromphaut Beeldmateriaal: Fotoarchief Vlaamse Overheid

Nadere informatie

Federale Overheidsdienst FINANCIEN VERHUURD TE HUUR. Een huurcontract laten registreren

Federale Overheidsdienst FINANCIEN VERHUURD TE HUUR. Een huurcontract laten registreren EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN TE HUUR VERHUURD 0466 33 22 11 Een huurcontract laten registreren 1. Wie moet welk huurcontract laten registreren? Het huurcontract van een onroerend

Nadere informatie

Notaris Ines van Opstal

Notaris Ines van Opstal SW/BUR/SV Alle briefwisseling te richten aan Stad Antwerpen - / Stedenbouwkundige vergunningen, Jan Van Rijswijcklaan 162, 2020 Antwerpen Notaris Ines van Opstal Louisalei 60 2660 HOBOKEN uw bericht van

Nadere informatie

Notaris Hans Van Overloop

Notaris Hans Van Overloop Nieuwe contactgegevens vanaf 10 maart 2010 Stedenbouwkundige vergunningen Loketadres op afspraak Postadres Grote Markt 1 2000 Antwerpen Tel 03 338 67 45 notaria@stad.antwerpen.be SW/V/SV Alle briefwisseling

Nadere informatie

Standpunt Studentenhuisvesting

Standpunt Studentenhuisvesting Standpunt Studentenhuisvesting (25 juni 2014) INHOUD 1. Kwaliteit... 2 Wetgeving... 2 Conformiteitsattest... 2 Modelhuurcontract... 3 Regionaal kwaliteitslabel... 3 2. Democratische, betaalbare studentenhuisvesting...

Nadere informatie

Aanvraag subsidie wijk in de steigers

Aanvraag subsidie wijk in de steigers Aanvraag subsidie wijk in de steigers Meer info Opsturen Persoonlijk afgeven tel.: 09 266 76 40 wonen@stad.gent t.a.v. Dienst Wonen Botermarkt 1 9000 Gent Woodrow Wilsonplein 1. 9000 Gent elke werkdag

Nadere informatie

Het renovatiepact en Woningkwaliteit. minimale Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor woningen

Het renovatiepact en Woningkwaliteit. minimale Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor woningen Het renovatiepact en Woningkwaliteit minimale Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor woningen Waarom Vlaamse veiligheids en kwaliteitsvereisten voor woningen? Art. 23 Grondwet: recht op behoorlijke

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 : ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1 : ALGEMENE BEPALINGEN ARTIKEL 1 : Het geïntegreerd impulsreglement voor het nemen van handelskernversterkende maatregelen wordt goedgekeurd. Het reglement luidt als volgt : HOOFDSTUK 1 : ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 : Doelstelling

Nadere informatie

HUURTIPS OP EEN RIJ EDITIE APRIL 2014

HUURTIPS OP EEN RIJ EDITIE APRIL 2014 HUURTIPS OP EEN RIJ EDITIE APRIL 2014 COLOFON Verantwoordelijke uitgever Martine Fournier, Burgemeester Grote Markt 1, 8930 Menen Teksten Dienst Huisvesting Stad Menen Grote Markt 1, 8930 Menen T 056 529

Nadere informatie

goederen FAQ De nieuwe tarieven voor de schenking van onroerende goederen zijn van toepassing op alle akten verleden vanaf 1 juli 2015.

goederen FAQ De nieuwe tarieven voor de schenking van onroerende goederen zijn van toepassing op alle akten verleden vanaf 1 juli 2015. Nieuwe,, verlaagde tarieven voor de schenking van onroerende goederen FAQ 1. Algemeen Wat is de doelstelling? Met deze nieuwe regelgeving zet de Vlaamse Regering in op vereenvoudiging en vergroening. Dit

Nadere informatie

1/5. HUURCONTRACT VOOR STUDENTENKAMER Tussen de ondergetekende partijen :

1/5. HUURCONTRACT VOOR STUDENTENKAMER Tussen de ondergetekende partijen : 1/5 HUURCONTRACT VOOR STUDENTENKAMER Tussen de ondergetekende partijen : Enerzijds : Demeyere Magda Marquettestraat 1 8554 St.-Denijs Tel. 056/495143 GSM 0496/271628 GSM 0496/271616 Verder genoemd de VERHUURDER

Nadere informatie

Het huurcontract van STIP garandeert je een faire behandeling en eerlijke prijs.

Het huurcontract van STIP garandeert je een faire behandeling en eerlijke prijs. Huurcontract Het huurcontract van STIP garandeert je een faire behandeling en eerlijke prijs. Inhoud Lees het grondig door vooraleer je het ondertekent. Zo kom je niet voor verrassingen te staan. Laat

Nadere informatie

stedenbouwkundige voorschriften

stedenbouwkundige voorschriften stedenbouwkundige voorschriften RUP meergezinswoningen gemeente Boechout december 2012 DEFINITIEF ONTWERP colofon project: RUP meergezinswoningen opdrachtgever: GEMEENTE BOECHOUT opdrachtnemer: OMGEVING

Nadere informatie

Omkadering voor studenten met en zonder functiebeperking

Omkadering voor studenten met en zonder functiebeperking STUDENTENHUISVESTING Omkadering voor studenten met en zonder functiebeperking 1 Inhoudstafel Wat? p. 1 Wie? p. 2 Hoe werkt een omkaderingsgroep? p. 4 Waarom zou je kiezen voor omkaderd wonen? p. 7 Waar?

Nadere informatie

Art. 1. Lid 1: De verhuurder verhuurt met ingang van?? maand1 2007 de kamer in de woning aan: Hoorneslaan 999 te: 2221??

Art. 1. Lid 1: De verhuurder verhuurt met ingang van?? maand1 2007 de kamer in de woning aan: Hoorneslaan 999 te: 2221?? Huurcontract Ondergetekenden Naam verhuurder: John... Adres: Hoorneslaan 999, 2221?? Katwijk zh Telefoon: 06-........ Naam huurder: VVV Naam, Adres 999, 9999 XX Woonplaats, geboren.. -.. 19.. komen het

Nadere informatie

A C A D E M I E J A A R 201 0-2011

A C A D E M I E J A A R 201 0-2011 K.U.LEUVEN STUDENTENVOORZIENINGEN HUISVESTINGSDIENST VAN DALECOLLEGE NAAMSESTRAAT 80 BUS 5415 3000 LEUVEN 016 32 44 00 HUUROVEREENKOMST STUDENTENKAMER A C A D E M I E J A A R 201 0-2011 DE HUISVESTINGSDIENST

Nadere informatie

Huurovereenkomst voor een studentenkamer

Huurovereenkomst voor een studentenkamer Huurovereenkomst voor een studentenkamer TUSSEN DE ONDERGETEKENDE PARTIJEN: Verhuurder enerzijds : naam : Ines Reynaert straat en nr: Krijgslaan 202 postnummer : 9000 Gent GSM : 0471 /202 202 e-mail: info@astrumgent.com

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s.

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s. Stuk 437 (1996-1997) Nr. 2 VLAAMS PARLEMENT Zitting 1996-1997 6 november 1996 VOORSTEL VAN DECREET van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen

Nadere informatie

Woningkwaliteit: focus op de Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor (sociale) woningen. Dorien Van Cauwenberge Walter Roedolf Rudy Clé

Woningkwaliteit: focus op de Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor (sociale) woningen. Dorien Van Cauwenberge Walter Roedolf Rudy Clé Woningkwaliteit: focus op de Vlaamse veiligheids- en kwaliteitsnormen voor (sociale) woningen Dorien Van Cauwenberge Walter Roedolf Rudy Clé Sessie 5: Woningkwaliteit Focus op de Vlaamse veiligheids- en

Nadere informatie

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt.

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt. Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Leegstandwet (uitbreiding van de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik en uitbreiding van de mogelijkheden tot tijdelijke verhuur) Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

Deel I. Leegstand. Gemeenten hebben de mogelijkheid een leegstandsheffing in te voeren. Het Decreet stelt de minimumaanslag vast.

Deel I. Leegstand. Gemeenten hebben de mogelijkheid een leegstandsheffing in te voeren. Het Decreet stelt de minimumaanslag vast. WOONKWALITEIT 124 Deel I. Leegstand Leegstand opsporen is een vorm van preventie. Leegstand kan immers een voorstadium zijn van verwaarlozing en verkrotting of een middel om te speculeren op vastgoedprijzen.

Nadere informatie

Huisvesting seizoensarbeiders verleden en toekomst. 16 oktober 2012 Luc Vanoirbeek Adviseur tuinbouw studiedienst

Huisvesting seizoensarbeiders verleden en toekomst. 16 oktober 2012 Luc Vanoirbeek Adviseur tuinbouw studiedienst Huisvesting seizoensarbeiders verleden en toekomst 16 oktober 2012 Luc Vanoirbeek Adviseur tuinbouw studiedienst Ontstaan van dit thema Sinds 2003 werkt men in de tuinbouwsector met seizoensarbeiders uit

Nadere informatie

Reglement betreffende leegstandsregister.

Reglement betreffende leegstandsregister. Reglement betreffende leegstandsregister. Artikel 1. Definities 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: 1 Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze: a) Een aangetekend

Nadere informatie

Huurovereenkomst voor een studentenkamer

Huurovereenkomst voor een studentenkamer Huurovereenkomst voor een studentenkamer TUSSEN DE ONDERGETEKENDE PARTIJEN: Verhuurders enerzijds: Han Laporte en Leen Dupan Wonende in de wittemereldreef 3, 8200 Sint-Michiels Telefoon: 050 388326 - GSM:

Nadere informatie

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/2110273 2570 09/11/2011

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/2110273 2570 09/11/2011 Alle briefwisseling sturen aan: - Stadsontwikkeling - Stedenbouwkundige vergunningen Grote Markt 1 2000 Antwerpen Steenackers Louis Clementinastraat 24 2018 ANTWERPEN uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk

Nadere informatie

HUURCONTRACT VAKANTIEWONING Villagio di Sunclass, C15 Tignale, Italia

HUURCONTRACT VAKANTIEWONING Villagio di Sunclass, C15 Tignale, Italia HUURCONTRACT VAKANTIEWONING Villagio di Sunclass, C15 Tignale, Italia contactadres: De Parken 9, 6652 GB Druten (f.diekstra@planet.nl) reknr. 67.21.58.817 t.n.v. F. Diekstra te Druten De verhuurder (Dhr.

Nadere informatie