GEMEENTE REIMERSWAAL

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEMEENTE REIMERSWAAL"

Transcriptie

1 GEMEENTE REIMERSWAAL Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde

2 - gemeente titel projectnummer status Reimerswaal Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde RW2002 Definitief concept definitief 8 maart april 2015

3 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

4

5 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING behorende bij het veegbestemmingsplan Buitengebied, 3 e herziening in de gemeente Reimerswaal. INHOUD 1 INLEIDING Aanleiding Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer 3 2 HUIDIGE EN BEOOGDE SITUATIE 5 3 BELEIDSKADERS 11 4 KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Ecologie / flora en fauna Milieuhinder Geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Overige belemmeringen 23 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 25 6 PROCEDURELE ASPECTEN 27 7 MOTIVERING Afweging Conclusie 29 BIJLAGEN: 1. Beplantingsplan; 2. Quick scan flora en fauna; 3. Archeologisch onderzoek. 1

6 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Plangebied Figuur 1: Topografische kaart met ligging van het plangebied Plangebied Figuur 2: Luchtfoto ligging plangebied 2

7 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april INLEIDING 1.1 Aanleiding Aan Gawege 10 te Waarde is het bedrijf Franje Onions gevestigd. Franje Onions is een bedrijf dat uien koopt, verkoopt, sorteert, opslaat en verpakt. Franje Onions uien worden wereldwijd geëxporteerd. Het bedrijf wenst zowel het bestemmingsvlak als de bebouwing uit te breiden. Het huidige bestemmingsvlak is m² groot. Uitbreiding met 20% betekent voor het bestemmingsvlak een uitbreiding met m². De toegelaten bebouwing conform het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied, 2 e herziening' bedraagt m². Uitbreiding met 20% betekent een uitbreiding met 855 m². De ligging van de projectlocatie is weergegeven in figuur 1. In figuur 2 is een luchtfoto van het omliggende gebied afgebeeld. 1.2 Vigerend bestemmingsplan De gronden waarop de beoogde ontwikkeling is gelegen, vallen onder het plangebied van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, 2 e herziening van de gemeente Reimerswaal (vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 3 maart 2015) en hebben de bestemmingen Bedrijf en Agrarisch, de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2 en de gebiedsaanduiding vrijwaringszone - radar en vrijwaringszone dijk. Daarnaast is het bedrijf aangeduid als specifieke vorm van bedrijf uienverwerkend bedrijf. Tot slot is ook een maximale maatvoeringsaanduiding ter plaatse van de bedrijfsbestemming opgenomen. Dit betekent dat er niet meer dan m² aan bebouwing mag worden opgericht. De beoogde uitbreiding ziet zowel op toename van de bebouwing, als op de uitbreiding van het bedrijfsterrein. De uitbreiding overschrijdt de maximale bebouwingsmaat en de bestemmingsgrenzen. Het vigerende bestemmingsplan is afgestemd op de huidige situatie. Een wijzigingsbevoegdheid is dan ook niet opgenomen. Het vergroten van het bebouwingsoppervlak en het bestemmingsvlak binnen het vigerende bestemmingsplan is niet toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan voorziet derhalve niet in de ontwikkeling. Het voorliggend document betreft de goede ruimtelijke onderbouwing. Hiermee kan het plan juridisch planologisch mogelijk gemaakt worden. 1.3 Leeswijzer De ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 is de aanleiding voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing beschreven. In het 2 e hoofdstuk wordt de situatie in haar context beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk een toelichting op de ontwikkeling gegeven. Vervolgens worden in het 3 e hoofdstuk de verschillende relevante beleidskaders toegelicht en zal de ontwikkeling hieraan worden getoetst. In hoofdstuk 4, kwaliteit van de leefomgeving, komen de milieuaspecten aan de orde. De economische uitvoerbaarheid komt in het 5 e hoofdstuk aan bod. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de procedurele aspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 een motivering voor de wijziging van het vigerende bestemmingsplan gegeven. 3

8 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april

9 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april HUIDIGE EN BEOOGDE SITUATIE Bestaande situatie Landelijk gebied Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied ten oosten van Waarde en ten zuiden van Kruiningen. Het landelijk gebied van de gemeente Reimerswaal heeft een rijke historie met een typische karakteristiek. Ondanks dat het oude Reimerswaal sinds het begin van de achttiende eeuw voorgoed in de golven van de Oosterschelde is verdwenen, is het nieuwe Reimerswaal gegroeid tot een gemeente waar rust en ruimte de belangrijkste kenmerken zijn. Het landelijk gebied van Reimerswaal biedt echter nog veel meer zoals het hoogwaardig wonen in het buitengebied, de Ooster- en Westerschelde, de grondgebonden agrarische sector met uitgestrekte akkerbouwvelden, de fruitboomgaarden en de uiensector, de schaal- en schelpdierensector ofwel aquacultuur en Yerseke (Moer). Dit landelijk gebied met haar bijzondere kenmerken heeft zich gevormd door de aanwezige landschapskarakteristieken en de economische dynamiek in dat landschap. De huidige identiteit van het landelijk gebied van Reimerswaal wordt sterk bepaald door de ontstaansgeschiedenis in relatie tot het water, maar ook door de cultivering van het landschap door de invloed van de gebruikers. Historie In 1960 is het bedrijf opgericht door de gebroeders P.C. en C.P. Franje. Franje Onions is een bedrijf met tientallen jaren ervaring in het kopen, verkopen, sorteren, opslaan en verpakken van uien. De uien van Franje Onions worden wereldwijd geëxporteerd. Na een hevige brand in december 1998, die het hart van het bedrijf volledig in as legde, is het bedrijf weder opgebouwd, vernieuwd, uitgebreid en gemoderniseerd. Door het uitgebreide machinepark met het oog op hygiëne kan het bedrijf zich beter manifesteren op de arbeidsmarkt. In de productiehal beschikt het bedrijf over een moderne sorteerlijn en diverse verpakkingslijnen. Plangebied Het plangebied is gelegen aan Gawege 10. Het bedrijfsterrein kent aan de noordzijde van het bedrijfsterrein twee ontsluitingen op deze weg. Aan de westzijde van het bedrijf zijn een aantal woningen en een agrarisch bouwblok gelegen. Aan de zuid- en zuidwestzijde wordt het plangebied omringt door agrarische gronden. De oostzijde van het plangebied grenst aan de Gaweegsedijk. In de loop der jaren zijn er diverse bedrijfsloodsen op de locatie opgericht aan de zuidzijde van het bedrijfsterrein is een uienpellenbak aanwezig. Opgemerkt wordt dat er geen bedrijfswoning op de bedrijfslocatie aanwezig is. 5

10 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Figuur 3: Beoogde inrichting perceel 6

11 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Beoogde situatie Het bedrijf wenst zowel het bestemmingsvlak als de bebouwing uit te breiden. Bij deze uitbreiding zal het bedrijf de aanwezige uienpellenbak verplaatsen naar de westzijde van het bedrijf. Aan deze zijde en aan de zuidzijde zal de gewenste terreinuitbreiding van in het totaal ca m 2 plaatsvinden. Op de plaats van de huidige uienpellenbak, beoogd het bedrijf een nieuwe bewaarloods te realiseren. De aardenwal rondom de huidige uienpellenbak zal worden weggegraven. Die nieuwe uienpellenbak zal worden voorzien van betonnen wanden. De bewaarloods zal ca. 855 m 2 groot zijn. Ten zuiden van de bewaarloods zal de rijroute zoals die momenteel reeds aanwezig is, gehandhaafd blijven. Opgemerkt zij dat de nieuw te bouwen loods dienst zullen gaan doen als een bewaarloods. Door de bebouwing uit te breiden met een bewaarloods, kan beter worden ingespeeld op vragen uit de markt. Daarnaast wordt de bedrijfsvoering logistiek verbeterd. Ondanks uitbreiding met de voormelde bewaarloods zal de capaciteit van het bedrijf niet toenemen. Een grotere verkeersaantrekkende werking is dan ook niet te verwachten. Landschappelijke inpassing Vanuit het provinciaal beleid is het vereist om een 10 meter brede groengordel aan minimaal 3 zijden rondom een nieuwe ontwikkeling aan te leggen. Dit krijgt bij de ontwikkeling aan Gawege 10 te Waarde gestalte door de aanleg van een groensingel met boom- en struikvormers aan de zuid- en westzijde van de loods. Aan de oostzijde is geen ruimte aanwezig om deze brede groengordel door te zetten. De enige mogelijkheid hier is het aanbrengen van een (knot)bomenrij op de insteek/in het bermpje tussen bedrijfsterrein en sloot. Slootonderhoud kan vanaf de andere zijde plaatsvinden. Om het onderhoud vanaf het bedrijfsterrein ook mogelijk te maken stelt het waterschap in soortgelijke situaties een ruimere plantafstand als eis: minimaal 12 meter. Verevening Met het principe van verevening heeft de provincie een regeling, waarin (extra) ontwikkelingsruimte wordt geboden en tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in het versterken van de kwaliteit van de omgeving. De uitgangspunten voor deze regeling zijn vastgelegd in een provinciale handreiking en het convenant met alle Zeeuwse gemeenten. Op basis van de Handreiking Verevening kan een initiatiefnemer kiezen om bij wijze van maatwerk, dan wel door het betalen van een geldelijke vereveningsbijdrage, te voldoen aan het vereveningsprincipe. De vereveningsbijdrage voor bedrijfsmatige activiteiten in het buitengebied is gelijkgesteld met de vereveningsbijdrage voor verblijfsrecreatieve activiteiten en deze bedraagt 12,80 per vierkante meter. De initiatiefnemer heeft besloten om de vereveningsbijdrage in te zetten om maatwerk rondom dan wel in de directe nabijheid van de ontwikkeling vorm te geven. De vereveningsopgave is gecombineerd met de landschappelijke inpassing. Beide zijn opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan behorende bij deze ruimtelijke onderbouwing. 7

12 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Figuur 4: Landschappelijke inpassing (Bron: Ruimte & Groen) 8

13 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 De vereveningsopgave voor de locatie aan de Gawege 10 te Waarde bedraagt ,--. In figuur 4 is weergegeven waar de verevening plaats zal vinden. Het betreft een investering in natuur, landschap en groen en het investeren in recreatief medegebruik van het buitengebied. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente Reimerswaal is hiertoe een overeenkomst gesloten. 9

14 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april

15 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april BELEIDSKADERS De beoogde ontwikkeling dient te passen binnen het vigerende en toekomstige ruimtelijk beleid. De toetsing aan het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid heeft plaatsgevonden in de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied, 3e herziening plaatsvinden. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling passend is binnen het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. 11

16 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april

17 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING 4.1 Bodem Op grond van artikel 8, lid 2 sub c van de Woningwet in samenhang met de Bouwverordening van de gemeente Reimerswaal mag niet worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. De beoogde uitbreiding betreft vergroting van het bedrijfsterrein en bedrijfsbebouwing. Er worden geen gevoelige ruimtes gerealiseerd. Een bodemonderzoek kan derhalve achterwege worden gelaten. 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie Op basis van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) heeft de gemeente de plicht om bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de aanwezige archeologische waarden (art. 38a Wamz). Ten behoeve hiervan heeft de gemeente Reimerswaal 22 november 2011 het gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Met dit archeologisch beleid wil de gemeente niet alleen voldoen aan de wettelijke verplichtingen omtrent archeologie maar ook een formeel afwegingskader bieden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Figuur 5: Uitsnede maatregelenkaart 1 plangebied Als basisonderdeel van het archeologisch beleid is een archeologische Maatregelenkaart-inlagen ontwikkeld. In het kader van dit beleid worden op de Maatregelenkaart-in-lagen voor het gemeentelijke grondgebied acht maatregelcategorieën onderscheiden, onderverdeeld in 13

18 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 archeologische waarden (categorie 1 tot en met categorie 3), archeologische verwachtingen (categorie 4 tot en met categorie 7) en geen archeologische verwachting (categorie 8) 1. In een bestemmingsplan dient (met uitzondering van de maatregelcategorie 1, 7 en 8) een dubbelbestemming worden opgenomen, ter bescherming van de verschillende archeologische waarden. Benoemde (bouw)werken en/of werkzaamheden kunnen niet worden uitgevoerd dan nadat een archeologisch (voor)onderzoek is verricht en/of een omgevingsvergunning tot afwijking is verleend. Getoetst wordt of er sprake is van een aanvaardbare en/of onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden, zowel in directe als in indirecte zin. Volgens het gemeentelijk archeologiebeleid (zie figuur 5) is het plangebied aangemerkt met een hoge verwachting dan wel categorie 4. Bij categorie 4 geldt dat als het plangebied groter is dan 250 m² én de grond dieper wordt geroerd dan 0,40 meter een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is. De genoemde archeologische waarden zijn op de verbeelding opgenomen en in de regels behorend bij dit bestemmingsplan uitgewerkt. Ingevolge deze waarden is het ten behoeve van de beoogde ontwikkeling niet noodzakelijk onderzoek te doen. De beoogde ontwikkeling is zal niet dieper van 40 cm plaatsvinden. Indien bij de omgevingsvergunningsaanvraag ten behoeve van het bouwen blijkt dat er bouwwerken worden opgericht waarvoor werkzaamheden dieper dan 40 cm plaatsvinden zal alsnog een archeologisch onderzoeksrapport overlegd dienen te worden. Indien bij de omgevingsvergunningsaanvraag ten behoeve van het bouwen blijkt dat er bouwwerken worden opgericht waarvoor werkzaamheden dieper dan 40 cm plaatsvinden zal alsnog een archeologisch onderzoeksrapport overgelegd dienen te worden. In opdracht van Franje Onions via Ruimtelijk AdviesBureau Zweistra en Van Gurp B.V. heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in december 2014 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor het plangebied Gawege 10 te Waarde, ook bekend als bedrijventerrein van Franje Onions, in de gemeente Reimerswaal. Aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de nieuwbouwplannen binnen het plangebied Franje Onions te Waarde. Tot op heden bestaan nog geen concrete planvorming. Wel is zeker dat de aan te brengen funderingen de bodem tot circa 1,20 meter beneden maaiveld zullen verstoren. Aan de hand van het booronderzoek zijn geen diepgaande verstoringen vastgesteld met uitzondering van één boring waarin moernering is vastgesteld. Aan de hand van het specifieke archeologische verwachtingsmodel kunnen archeologische waarden worden aangetroffen vanaf circa 0,70 meter beneden maaiveld. Uitgangspunt is steeds behoud in situ. Aanbevolen wordt om planaanpassing uit te voeren, wat betekent dat de toekomstige ontgravingen niet dieper reiken dan 0,70 meter beneden maaiveld. Indien planaanpassing niet mogelijk is, dient voor alle graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,70 meter beneden maaiveld, archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Dit werd ingegeven door het feit dat vanaf deze diepte onverstoorde afzettingen van het Laagpakket van Walcheren werden aangetroffen waarop volgens de oudst beschikbare kaarten (uit de 17de eeuw) bebouwing wordt weergegeven in, of in de directe omgeving van 1 De maatregelenkaart-in-lagen tezamen met de in het kader van het gemeentelijk beleid vastgestelde ontheffingscriteria worden de archeologische beleidskaart genoemd. 14

19 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 het onderzoeksgebied. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat deze bebouwing voorlopers kent die teruggaan tot de Late Middeleeuwen. Conform de AMZ cyclus (Archeologische MonumentenZorg) dient een dergelijk vervolgonderzoek in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven te worden uitgevoerd om de daadwerkelijke aanwezigheid, aard en de waarde van eventuele vindplaatsen verder te bepalen. De aard en omvang van eventueel vervolgonderzoek zal worden bepaald door de bevoegde overheid. Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Monumentenwet 1988 gewijzigd en gelijktijdig, als gevolg daarvan, ook het Bro. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie dienen ook de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Binnen het plangebied komen geen monumenten voor. Rondom het plangebied zijn ook geen monumenten of historische waardevolle boerderijen aanwezig. De ontwikkeling is gelegen in de Waardepolder. Deze polder is circa 524 ha groot. Het betreft een 16e eeuwse herdijkte polder, door herinrichting is de historisch-ruimtelijke structuur grotendeels verdwenen. Het perceel is slechts gedeeltelijk landschappelijk ingepast. De ontwikkeling zal groen ingepast worden. Middels een inpassingsplan wordt dit vastgelegd. Met de inpassing zal rekening worden gehouden met de waarden van het omringende landschap. De beoogde uitbreiding vormt op deze wijze geen belemmering voor de cultuurhistorische waarden van het omringende landschap. 4.3 Water Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht geworden. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Watersysteem Grondwatersysteem Het watersysteem in het plangebied is in te delen in het type dun zoet. Bij het dunne zoet watersysteemtype is een dunne zoete bel aanwezig in percelen of in grotere eenheden. Deze 15

20 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 dunne zoete bellen kunnen niet worden gewonnen in verband met verziltingsgevaar. Dunne zoete bellen kunnen ook niet worden gewonnen waar het oppervlaktewater brak tot zout is. Oppervlaktewatersysteem Het plangebied maakt onderdeel uit van afvoergebied Waarde. Waterbeleid en toegekende waterhuishoudkundige functies Waterbeleid 21 e eeuw (Rijksbeleid) In het afgelopen decennium heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten zijn onder meer overeengekomen dat: het water zoveel mogelijk moet worden vastgehouden daarna moet worden geborgen en daarna pas afgevoerd mag worden; voor ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets uitgevoerd dient te worden, hierin dienen de keuzes ten aanzien van waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschreven te worden. Deelstroomgebiedsvisie (2004) De deelstroomgebiedsvisie is een gezamenlijk product van de waterschappen, gemeenten en de provincie als trekker. Hierin spelen ruimte voor water en water als ordenend principe een belangrijke rol. De visie richt zich primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming van binnen door veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en een aantal mogelijke technische maatregelen welke kunnen worden ingezet. De maatregelen kunnen worden ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden - bergen - afvoeren. De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te krijgen die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Omgevingsplan Zeeland Het Omgevingsplan Zeeland bevat beleid voor grondwater, oppervlaktewater en waterveiligheid. Vooral de waterfunctiekaart is een belangrijk hulpmiddel bij het beoordelen van nieuwe initiatieven. Doelstellingen zijn: Een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en waterbodems, een peilbeheer en een aanvaardbaar risico op wateroverlast dat is afgestemd op bestaande en toekomstige functies. Een goede kwantitatieve en chemische toestand van het grondwater, afgestemd op de functies van het gebied. Een belangrijk aspect daarvan is de instandhouding van de zoetwatervoorkomens. Gevolgen van klimaatverandering op het grondwater worden opgevangen. In het kader van de kwaliteit van de woonomgeving wordt in het Omgevingsplan onder meer gestreefd naar het terugdringen van regionale wateroverlast in het landelijk en stedelijk gebied. Bij de uitvoering geldt de trits vasthouden-bergen-afvoeren als uitgangspunt. Bij nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van het watersysteem. Op de waterkansenkaart is dat globaal inzichtelijk gemaakt Indien nodig wordt 16

21 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 een nadere toetsing op locatieniveau door het waterschap uitgevoerd. Deze kaarten zijn een hulpmiddel bij de watertoets. Met het water mee II Het waterschap richt zich op het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Het oppervlaktewater wordt niet los gezien van het grondwater. Ruimtelijke plannen moeten daartoe getoetst worden op de gevolgen voor de waterhuishouding. Overleg waterbeheerder In het kader van de watertoets is overleg gevoerd tussen de gemeente en het Waterschap Scheldestromen. Thema Waterdoelstelling Toetsing Veiligheid Waarborgen veiligheidsniveau Het plangebied is gedeeltelijk gelegen in beschermingszone A en B van een secundaire waterkering. De uitbreiding van het bedrijf vindt niet plaats binnen deze zones. Het aanvragen van een vergunning kan derhalve achterwege worden gelaten. Wateroverlast Reductie wateroverlast, De beoogde toename van het verhard oppervlak Vergroten veerkracht watersysteem bedraagt circa m 2. Waterberging is derhalve ook aan de orde. Beoogd wordt de waterberging in de aan de zuid- en oostzijde gelegen sloot op te vangen. Deze sloot zal ten behoeve van de benodigde waterberging worden vergroot in samenspraak met het waterschap, zodat 145 m 3 water geborgen kan worden. Watervoorziening Het voorzien van de bestaande De watervoorziening is niet in het geding. functie van water van de juiste kwaliteit en de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Het tegengaan van nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op de behoefte aan water. Volksgezondheid Minimaliseren risico water Aan de zuid- en oostzijde van het perceel is een sloot gerelateerde ziekten en plagen; Reduceren verdrinkingsaanwezig. Indien deze sloten worden verbreed zal rekening gehouden met voldoende diepte en een risico s kindvriendelijke oever in samenspraak met het waterschap. Riolering Vasthouden, bergen, afvoeren; Er wordt alleen erfverharding en bedrijfsbebouwing reductie hydraulische belasting uitgebreid, er vindt dan ook geen verandering ten rwzi. aanzien van de riolering plaats. Bodemdaling Tegengaan van verdere Er zullen geen veranderingen in het peilregiem bodemdaling en reductie functie plaatsvinden die voor bodemdaling zorgen. geschiktheid Grondwater Overlast Tegengaan van grondwateroverlast De grondwaterstand hoeft niet te worden aangepast. Ontwateringsdiepte van min 0,70 meter conform VWZ. 17

22 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Oppervlaktewater kwaliteit Behoud en realisatie van goede waterkwaliteit voor mens en natuur Grondwater Behoud en realisatie van goede Kwaliteit waterkwaliteit voor mens en natuur Verdroging Bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden Natte Natuur Ontwikkeling & bescherming van een rijke, gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur Onderhoud Oppervlaktewater dient adequaat (mogelijkheden) onderhouden te kunnen worden. waterlopen Waterschapswegen Binnen het plangebied komen geen waterschapswegen voor. Het afgekoppelde regenwater van daken en verhardingen is relatief schoon. Het te gebruiken materiaal van de afvoerleidingen moet voldoen aan het bouwbesluit. Het hemelwater wordt afgekoppeld/aangesloten op de naastgelegen sloot conform de door het waterschap gehanteerde afkoppelbeslisboom. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit. Het plangebied ligt niet in een infiltratiegebied en niet in een natuurgebied of gebied voor drinkwatervoorziening. Er is geen sprake van invloed op de grondwaterkwaliteit. Er is geen sprake van het onttrekken van grondwater of het infiltreren van grondwater met als doel het later weer op te pompen in het plangebied, dus verdroging is hier niet aan de orde. Er bevindt zich geen natte natuur in of nabij het plangebied. Er is geen oppervlaktewater aanwezig, uitgezonderd de bestaande sloten. Er zal geen verandering plaats vinden ten aanzien van het onderhoud. Er zijn geen veranderingen met betrekking tot waterschapswegen. Bestaande ontsluitingen worden gebruikt. 4.4 Ecologie / flora en fauna Op basis van de Flora- en faunawet (Ffw) en de Natuurbeschermingswet is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier -en plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Het plangebied is niet gelegen in het Nationaal Landschap, noch in de EHS. Het plangebied grenst niet aan een Natura2000 gebied (> m) of aan EHS-gebied (> m). Wel ligt het plangebied op korte afstand van een waardevolle dijk op basis van de provinciale verordening. Het betreft hier de Gaweegsedijk. De Habitatrichtlijn heeft evenwel ook betrekking op beschermde planten- en diersoorten buiten de aangewezen gebieden. Ten behoeve hiervan moet worden onderzocht of en welke dier- en plantensoorten er in het plangebied voorkomen en wat hun beschermingsstatus is. De huidige groensingel zal worden verplaatst. Onderzoek is derhalve noodzakelijk. Quick scan flora en fauna Door Buijs Eco Consult B.V. is 15 december 2014 een Quick scan flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat binnen het plangebied zich geen beschermde dier- of plantensoorten bevinden die de voorgenomen ontwikkelingen wezenlijk kunnen beïnvloeden. Kort samengevat is het resultaat van de quickscan: 18

23 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april Op de planlocatie worden geen strikt beschermde soorten verwacht die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van de locatie; 2. Op de planlocatie komen algemene soorten voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing (ex. Art. 75) van de Flora- en faunawet te worden aangevraagd voor het overtreden van verbodsbepalingen; 3. In en grenzend aan het plangebied komen broedvogels voor. Door mitigerende maatregelen toe te passen, zoals buiten het broedseizoen te werken worden de verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder artikel 11 niet overtreden; 4. Voor alle beschermde soorten geldt de bepaling van zorgplicht. Door het naleven van de mitigerende maatregelen kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk. Voor de voorgenomen werkzaamheden hoeft geen ontheffing flora- en faunawet aangevraagd te worden. Aanbevelingen 1. Door een landschappelijke inkleding wordt er nieuw biotoop gerealiseerd voor broedvogels en kleine grondgebonden zoogdieren alsmede dwergvleermuizen. De voorliggende quickscan is gebaseerd op beperkte literatuuronderzoek en een aanvullend veldbezoek. Natuur is geen statisch geheel en soms moeilijk voorspelbaar, zodat men zich moet realiseren dat er altijd onverwachte ontmoetingen met beschermde dieren of planten kunnen plaats vinden. Het voorafgaand aan de werkzaamheden controleren van het werkterrein blijft altijd noodzakelijk en valt onder de algemene zorgplicht van de Flora- en faunawet (art. 2). Eventueel aangetroffen soorten dienen verplaatst te worden naar geschikt leefgebied in de omgeving. Afwegingszone natuurgebieden Daarnaast geldt dat in de PRV Zeeland in artikel 2.12 de Afwegingszone natuurgebieden is opgenomen. Dit betekent dat in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond natuurgebieden, niet zijnde binnendijken inzicht wordt gegeven in de afweging van de bescherming van de natuurbelangen. Tenminste wordt aandacht besteed aan het belang van het behoud van openheid van het gebied en de verstoringsgevoeligheid van het natuurgebied. Het plangebied is binnen 100 meter vanaf een natuurgebied gelegen. Het betreft echter een waardevolle binnendijk. Ten aanzien van deze dijk hoeft geen nadere afweging plaats te vinden. De afstand naar het meest nabijgelegen EHS natuurgebied, niet zijnde een binnendijk, betreft meer dan 100 meter. Een nadere afweging hoeft derhalve niet plaats te vinden. Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden terug te dringen heeft het ministerie van l&m samen met o.a. het ministerie van EL&I het PAS ontwikkeld. PAS staat voor Programmatische Aanpak Stikstof. In het PAS worden maatregelen opgenomen om de stikstofdepositie terug te brengen en hiermee de biodiversiteit in de Natura2000 gebieden te beschermen. Als een bestemmingsplan een mogelijke toename van de stikstofemissie toestaat, moet in het plan gemotiveerd worden hoe de depositie eruit ziet en hoe zich dat verhoudt tot de kritische depositiewaarde en de achtergrondwaarde. 19

24 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 De beoogde ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van bedrijfsbebouwing en bedrijfsterrein. Zoals reeds hiervoor is aangegeven, zal de capaciteit van het bedrijf niet toenemen. Ook zal de beoogde uitbreiding van de bebouwing met een bewaarloods niet resulteren in een grotere verkeersaantrekkende werking. De waarde van stikstofdepositie zal daarom naar verwachting niet toenemen. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.5 Milieuhinder Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Het uienverkingsbedrijf kent een milieuhindercategorie 3.1 (afstand minimaal 50 meter) op basis van de VNG-Brochure bedrijven en milieuzonering (2009). Binnen de afstand van 50 meter zijn gevoelige bestemmingen aanwezig. De meest nabijgelegen woningen liggen op ca. 51 meter van de bedrijfsbestemming. Daarbij zij teven opgemerkt dat de uitbreiding van de bebouwing plaats vindt aan de achterzijde van het bedrijfsperceel. Deze uitbreiding is op meer dan 100 meter afstand gelegen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het aspect milieuhinder geen belemmering vormt. 4.6 Geluidhinder Sinds 1 januari 2007 geldt de Wet geluidhinder (Wgh). Ingevolge artikel 74 Wgh zijn in principe alle wegen gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt en woonerven. Voor gezoneerde wegen geldt een grenswaarde van 48 db. Deze waarde wordt berekend op basis van Lden. Als een geluidzone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen die geluidszone (artikel 77 Wgh). Dit heeft echter slechts betrekking op nieuwe ontwikkelingen die binnen 10 jaar worden voorzien. De beoogde uitbreiding betreft geen gevoelige bestemming. In het kader van de Wet Geluidhinder is dan ook geen akoestisch onderzoek vereist. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.7 Luchtkwaliteit In 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. Eén van de elementen daarvan is dat projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentraties, niet meer afzonderlijk getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze Ministeriële Regeling, verder aan te duiden als de Regeling NIBM, geeft voor een aantal categorieën van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat ondermeer om woningbouw- en kantoorprojecten en enkele soorten van inrichtingen (bijvoorbeeld emplacementen, kassen en andere landbouwinrichtingen). Bijlage 4A en 3B van 20

25 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 de Regeling NIBM geven aan, in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in ieder geval NIBM is: 3% criterium (vanaf inwerkingtreding NSL): 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling (voorschrift 4A.2). De beoogde ontwikkeling is naar verhouding kleiner dan het 3% criterium. Een onderzoek naar luchtkwaliteit hoeft derhalve niet plaats te vinden. 4.8 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico s kunnen lopen, zoals omwonenden. Bij ruimtelijke plannen dient aandacht te worden besteed aan de vraag of er risicovolle activiteiten in en/of nabij het plangebied aanwezig zijn dan wel komen en zo ja, of er sprake is van een toelaatbaar risico. Risicovolle activiteiten zijn: het opslaan, gebruiken en/of produceren van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het vervoer van gevaarlijke stoffen over auto-, spoor- en waterwegen of door buisleidingen (transportroutes). Als de afstand tot een risicovolle activiteit maar groot genoeg is, is er sprake van 100% veiligheid. Maar deze afstand kan kilometers groot zijn. Nederland is te klein om deze afstanden te hanteren. Daarom is gekozen voor het hanteren van een basisbeschermingsniveau. Dit wordt geconcretiseerd door toepassing van grens- en richtwaarden voor plaatsgebonden risico (PR) en oriëntatiewaarden voor groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd op een plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een transportroute. Ook buiten de PR-contouren bestaat nog een invloedsgebied waarbinnen groepen personen slachtoffer kunnen worden van een ongeval. Daarom moet ook het GR worden onderzocht. Het GR geeft de kans per jaar aan dat in één keer een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang die zich in de omgeving van een risicovolle activiteit bevindt, dodelijk door een ongeval met gevaarlijke stoffen wordt getroffen. De hoogte van het GR is niet ruimtelijk weer te geven, wel het invloedsgebied waarover het GR wordt berekend. 21

26 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Plangebied Figuur 6: Provinciale risicokaart Inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Dit besluit moet individuele en groepen burgers een basisbeschermingsniveau garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een inrichting. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten 2. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Dat wil zeggen een kans van één op de miljoen per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd op een plaats aanwezig is, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen overlijdt. Het Bevi legt daarnaast een verantwoordingsplicht voor een gemeente of provincie op voor het groepsrisico (indien dit risico verandert). Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf de inrichting waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval bij een inrichting. Bij de verantwoording moet de gemeente of provincie onder andere de zelfredzaamheid van de bevolking en de mogelijkheden voor hulpverlening meewegen. Zij moet hierover advies vragen bij de regionale brandweer. In Zeeland wordt aan deze adviseurstaak invulling gegeven door de Veiligheidsregio Zeeland. Op basis van de provinciale risicokaart (figuur 6) is er geen risicovolle inrichting in het plangebied aanwezig. 2 Grenswaarden moeten in acht worden genomen, van richtwaarden kan enkel om zwaarwegende redenen worden afgeweken. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen (enkele uitzonderingen daargelaten), gebouwen bestemd voor het verblijf van kwetsbare groepen en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. Voorbeelden van beperkt kwetsbare objecten zijn sport- en kampeerterreinen, sporthallen, zwembaden en speeltuinen, kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van minder dan m ². 22

27 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april 2015 Transportroutes Buisleidingen Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn gemeenten verplicht de leidingen die niet in stroken liggen, reeds bestaand of nieuw op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de leiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt. Op basis van de risicokaart is er een leidingenstrook aanwezig ten zuiden van het plangebied. Het betreft een gasleiding en propyleneleiding. De propyleneleiding kent een (PR) risicoafstand van 75 meter vanaf het hart van de leiding. Deze risico-afstand ligt gedeeltelijk over het plangebied. Hier zal een loods worden gebouwd. Het aantal werknemers zal echter door de uitbreiding met de loods niet toenemen. Er is dan ook geen spraken van een verandering ten opzichte van het groepsrisico. Verkeersroutes gevaarlijke stoffen Met de Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (1 januari 2010) maakten de ministers van VenW en BZK en de staatssecretaris van VROM hun beleid bekend over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is op dit moment gebaseerd op de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Met deze circulaire wordt dit beleid verder geoperationaliseerd en verduidelijkt. Qua methodiek sluit de circulaire aan op het Bevi (het hanteren van plaatsgebonden risico en groepsrisico). De Circulaire vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimte gebruik. Er loopt een verkeersroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen langs het plangebied. (bron: Risicokaart, website provincie Zeeland). Het betreft de A58. Deze ligt echter op een aftand van meer dan 200 meter vanaf de beoogde uitbreiding van het bedrijf. Een nader onderzoek/motivering is derhalve niet noodzakelijk. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.9 Overige belemmeringen In paragraaf 4.8 is ingegaan op (grote) planologische relevante buisleidingen. Bij de bouwwerkzaamheden zal rekening moeten worden gehouden met eventueel overige aanwezige kabels en leidingen. 23

28 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april

29 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een omgevingsvergunning te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. De beoogde ontwikkeling op de locatie aan de Gawege 10 te Waarde is een particulier initiatief. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in bezit van de initiatiefnemer. Bij onderhavige ontwikkeling is een anterieure overeenkomst tussen gemeente en de initiatiefnemer ofwel de ontwikkelende partij gesloten, waardoor het niet noodzakelijk is een exploitatieplan op te stellen. Daarnaast betreft de voormelde ontwikkeling een initiatief dat door het bedrijf Franje Onions uit eigen middelen zal worden betaald. Overeenkomstig artikel f van het Besluit ruimtelijke ordening is het plan economisch uitvoerbaarheid gebleken. 25

30 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april

31 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april PROCEDURELE ASPECTEN De maatschappelijke toetsing en het vooroverleg zal gezamenlijk met de andere ontwikkelingen in het bestemmingsplan Buitengebied, 3e herziening plaatsvinden. 27

32 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april

33 Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Gawege 10 te Waarde 16 april MOTIVERING 7.1 Afweging Het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, 2 e herziening voorziet niet in de vergroting van de bedrijfsbestemming en het vergroten van het te bebouwen oppervlak aan de Gawege 10 te Waarde, daar tijdens het opstellen van het bestemmingsplan, de regels en plankaart zijn afgestemd op de huidige situatie. Het voorliggende bouwplan is niet passend in het vigerende bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling is echter acceptabel. Zo: past de ontwikkeling binnen het vigerende beleid van Rijk, provincie en gemeente. Zie hoofdstuk 3; is de ontwikkeling ruimtelijk en functioneel goed inpasbaar in de omgeving. Zie hoofdstuk 2; brengt de ontwikkeling geen (onaanvaardbaar) nadelige milieuhygiënische of duurzaamheidseffecten met zich mee. Zie hoofdstuk 4; is de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd. Zie hoofdstuk Conclusie Alle belangen integraal afwegend komt de gemeente tot de conclusie dat er geen sprake is van belemmeringen die de realisatie van de uitbreiding van het bedrijf aan de Gawege 10 te Waarde in de weg staan. Realisatie van deze bedrijfsuitbreiding is volgens het voorliggende bouw- en inrichtingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. 29

34

35 BIJLAGE 1 Beplantingsplan

36

37 PLANTLIJST 'FRANJE ONIONS' De afbeelding kan niet worden weergegeven. Het is mogelijk dat er onvoldoende geheugen beschikbaar is MAART 2015 op de computer om de afbeelding te openen of dat de afbeelding beschadigd is. Start de computer opnieuw op en open het bestand opnieuw. Als de afbeelding nog steeds wordt voorgest code aantal soort Ned naam levermaat bijzonderheden A. BEPLANTING ZUID EN WESTZIJDE BOMEN IN BOSPLANTSOEN totaal 43 stuks Locatie bomen > zie tekening 13 Fraxinus excelsior gewone es Boomsoorten gemengd aanplanten in bosplantsoen 13 Quercus robur zomereik Aanplanten in groepen van 3 5 stuks per soort 11 Tilia cordata winterlinde Ulmus laevis fladderiep BOSPLANTSOEN (5714m2): totaal 2539 stuks 2539 Struikvormers Plantafstand 1.5m tussen de rijen; 1.5m in de rij; verschoven verband 20% 508 Acer campestre veldesdoorn groepsgrootte 8 15 stuks 25% 635 Crataegus monogyna meidoorn groepsgrootte stuks 15% 381 Euonymus europaea kardinaalsmuts groepsgrootte stuks 20% 508 Ligustrum vulgare liguster groepsgrootte 5 10 stuks 10% 254 Prunus spinosa sleedoorn groepsgrootte 5 10 stuks 10% 254 Rosa canina hondsroos groepsgrootte stuks 100% B. BEPLANTING GRONDWAL BOSPLANTSOEN (1177m2): totaal 523 stuks 523 Struikvormers Plantafstand 1.5m tussen de rijen; 1.5m in de rij; verschoven verband 15% 78 Acer campestre veldesdoorn groepsgrootte 8 15 stuks 10% 52 Cornus sanguinea kornoelje groepsgrootte 5 10 stuks 25% 131 Crataegus monogyna meidoorn groepsgrootte stuks 10% 52 Euonymus europaea kardinaalsmuts groepsgrootte stuks 15% 78 Ligustrum vulgare liguster groepsgrootte 5 10 stuks 5% 26 Prunus spinosa sleedoorn groepsgrootte 5 10 stuks 10% 52 Ribes nigrum zwarte bes groepsgrootte stuks 10% 52 Rosa canina hondsroos groepsgrootte stuks 100% C. ZOOMVEGETATIE ZUIDZIJDE BOSPLANTSOEN (522m2): totaal 232 stuks 232 Struikvormers Plantafstand 1.5m tussen de rijen; 1.5m in de rij; verschoven verband 25% 58 Viburnum opulus gelderse roos groepsgrootte stuks 25% 58 Ligustrum vulgare liguster groepsgrootte stuks 10% 23 Rubus ulmifolius koebraam groepsgrootte 5 10 stuks, aanplanten in voorste rand 10% 23 Rosa rubiginosa egelantier groepsgrootte 5 10 stuks, aanplanten in voorste rand 30% 70 Ribes nigrum zwarte bes groepsgrootte stuks, aanplanten in voorste rand 100% D. BEHEERSTROKEN BEHEERSTROKEN Inzaaien beheerstroken Rondom nieuwe beplantingen Mengsel BG11/B3 ca m2 0,45kg/are E. KNOTBOMEN OOSTZIJDE BOMEN 11 Salix alba knotwilg knotten op 2 2,5m hoogte F. HAAG RUSTPUNT NOORDZIJDE totaal 8m1 HAAG (8m1) 40 Fagus sylvatica beuk enkele rij 5st/m1

38

39 BIJLAGE 2 Quick scan Flora en Fauna

40

41 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Projectnummer december 2014 Auteur Ing. R.J. Buijs Opdrachtgever Franje Onions B.V. Gawege NB Waarde

42 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Colofon Versie 1 Projectnummer Datum 15 december 2014 Titel Auteur Aantal pagina s (exclusief bijlagen) Foto titelpagina Opdrachtgever Quickscan Flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Ing. R.J. Buijs 16 Gawege 10, Waarde (R.J. Buijs) Franje Onions B.V. Gawege NB Waarde Kenmerk opdrachtgever - Getekend voor vrijgave Directeur Buijs Eco Consult B.V. Ing. R.J. Buijs Paraaf voor vrijgave Buijs Eco Consult B.V. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm, digitale reproductie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Buijs Eco Consult B.V. Noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt, door een derde of voor enig ander werk of doel dan waarvoor het is vervaardigd. Disclaimer Buijs Eco Consult B.V. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Buijs Eco Consult B.V.; opdrachtgever vrijwaart Buijs Eco Consult B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Pagina 2 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

43 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Inhoudsopgave 1. INLEIDING AANLEIDING WETTELIJK KADER DOEL ONDERZOEK LEESWIJZER WERKWIJZE BUREAUSTUDIE GEBIEDSBESCHERMING SOORTBESCHERMING TERREINBEZOEK BIOTOPEN EN SOORTEN BESCHERMDE SOORTEN PLANGEBIED TOETSING VAN HET PROJECT AAN DE NATUURWAARDEN BESCHRIJVING GEPLANDE ACTIVITEIT TOETSING PROJECT AAN GEVOLGEN NATUURBESCHERMINGSWET / EHS TOETSING PROJECT AAN DE FLORA- EN FAUNAWET Vogels Zoogdieren Amfibieën Planten Vleermuizen Overig beschermde soorten MITIGERENDE MAATREGELEN CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN LITERATUUR Bijlage 1 Wettelijk kader Pagina 3 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

44 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het bedrijf Franje Onions is gevestigd te Gawege nabij Waarde. Het bedrijf wenst zowel het bestemmingsvlak als de bebouwing uit te breiden. De te onderzoeken locatie betreft een uienpellenbak achter op het terrein. In het kader van deze ruimtelijke ingreep dienen de effecten op beschermde flora- en fauna onderzocht te worden. De planlocatie ligt in een groene omgeving in het buitengebied Zuid-Beveland. Om die reden dient er een natuurwaardenonderzoek plaats te vinden om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen voor de aanwezige flora en fauna op het betreffende perceel inzichtelijk te maken. In dit kader heeft Buijs Eco Consult in opdracht van Franje Onions B.V. een quickscan flora en fauna verricht naar de voorkomende, dan wel te verwachten beschermde planten- en diersoorten binnen het projectgebied. 1.2 Wettelijk kader Vanuit de Flora- en faunawet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het doel van de Flora- en faunawet is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Door, voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen, stil te staan bij aanwezige natuurwaarden, kan onnodige schade aan beschermde soorten worden voorkomen of beperkt. Indien schade niet te voorkomen is, is een ontheffing ex. art. 75 Flora en Faunawet noodzakelijk. Sinds 23 februari 2005 is het vrijstellingsbesluit van kracht. Met dit besluit is geregeld dat voor algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen en geen ontheffing meer aangevraagd hoeft te worden. Wel blijft de algemene zorgplicht van kracht (zie bijlage 1 voor nadere toelichting van het Wettelijk Kader). Pagina 4 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

45 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 1.3 Doel onderzoek Het doel van deze quickscan is het analyseren of in het plangebied beschermde natuurwaarden in het geding zijn. Het doel van voorliggende toetsing is het opsporen van eventuele strijdigheden van de voorgenomen ingreep/ontwikkeling met de huidige Flora- en faunawet en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing noodzakelijk is. 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op gevolgde werkwijze. Hoofdstuk 3 gaat in op de resultaten van het bureauonderzoek en de resultaten van het veldbezoek staan in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de toetsing van de ingreep aan de natuurwaarden. Hoofdstuk 6 beschrijft de te treffen mitigerende (verzachtende) maatregelen. Hoofdstuk 7 geeft de eindconclusie weer. De wettelijke achtergronden van de Flora- en faunawet zijn beschreven in bijlage 1. Pagina 5 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

46 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 2. Werkwijze Om eventuele strijdigheden met de Flora- en faunawet op te sporen dient er een antwoord te komen op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de (strikt) beschermde soorten? 3. Door welke maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen of verzacht? 4. Indien de duurzame staat van instandhouding van strikt beschermde soorten in gevaar komt, welk vervolgtraject dient dan doorlopen te worden? 5. Voor welke beschermde soorten moet een ontheffing aangevraagd worden? Om bovenstaande vragen te beantwoorden worden de volgende stappen doorlopen. Stap 1. Bureaustudie Op basis van literatuuronderzoek en verspreidingsatlassen is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het plangebied voorkomen. Stap 2. Terreinbezoek Naast het bureauonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied en de omgeving. Hierbij is op, basis van de gegevens van de bureaustudie, beoordeeld voor welke soorten het plangebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Stap 3. Effectenonderzoek Op basis van de beschrijving van de voorgenomen ingreep en de verzamelde gegevens van stap 1 en 2 de (mogelijke) effecten (vernietiging, verstoring, versnippering) op de aangetroffen en verwachte beschermde soorten beschreven. Voor de verwachte negatieve effecten op de beschermde soorten worden mitigerende maatregelen voorgesteld. Stap 4 Conclusies en advies met betrekking tot de ontheffingsaanvraag Op basis van stap 1 tot en met 3 worden conclusies getrokken met betrekking tot eventuele overtredingen van de verbodsbepalingen zoals genoemd in de Flora- en faunawet art 75, en de te nemen vervolgstappen. Pagina 6 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

47 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 3. Bureaustudie 3.1 Gebiedsbescherming Het plangebied is gelegen nabij de Natura-2000 gebieden Oosterschelde en Westerschelde (zie afbeelding 3.1). Op enige afstand ligt Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (EHS) aanwezig (dijken) Zuid-Beveland met botanische waarden (zie afb. 3.2). Afbeelding 3.1 Ligging Natura 2000 met in rode cirkel het plangebied (bron: Natura2000 Network viewer) Afbeelding 3.2 Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van EHS (bron: Provincie Zeeland) Pagina 7 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

48 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 3.2 Soortbescherming Ten behoeve van het onderzoek is nagegaan welke diersoorten er in het plangebied voorkomen en wat hun beschermingsstatus is. Hierbij is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen van de in Nederland voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is informatie geraadpleegd op waarneming.nl naar het eventuele voorkomen van beschermde soorten bij het plangebied. De aangetroffen soorten zijn opgenomen in tabel 1 van hoofdstuk 4. Pagina 8 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

49 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 4. Terreinbezoek Het plangebied is voor de quickscan bezocht op 12 december Het terrein is onderzocht op de aanwezigheid/geschiktheid van groeiplaatsen van hogere planten en beschermde fauna, die volgens de Flora- en faunawet beschermd zijn en/of op de Rode Lijst staan. Tevens is een algemene beoordeling gemaakt voor de geschiktheid van het gebied voor overige (niet aangetroffen) beschermde soorten. Afbeelding Impressie van plangebied 4.1 Biotopen en soorten Binnen het plangebied bevinden zich diverse biotopen die binnen de invloedsfeer liggen van de voorgenomen plannen. Samenvattend zijn de volgende biotopen vastgesteld: + Grazige vegetatie + opgaande beplanting Pagina 9 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

50 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Grazige vegetatie Rond de uienpelbak is een grondlichaam aangebracht die begroeid is met onder andere gras. Het grondlichaam is duidelijk een verblijfplaats van diverse soorten muizen getuige de grote aantallen nestgangen (zie afbeelding 4.2). Er zijn diverse plantensoorten aangeplant op het grondlichaam. Er zijn geen beschermde en/of rode lijst plantensoorten aangetroffen. Mede door het ontbreken van biotoop worden deze ook niet verwacht. Opgaande beplanting Op het grondlichaam is ook bosplantsoen aangeplant (o.a. meidoorn, liguster, vlier) in deze beplanting waren nog enkele oude nestbouwen van zangvogels zichtbaar (zie ook afbeelding 4.3). Vermoedelijk gaat het om heggemus en merel. 4.2 Beschermde soorten plangebied Op basis van de gegevens van de bureaustudie en de in het veld waargenomen en/of geconstateerde biotopen en soorten is een inschatting gemaakt van de beschermde soorten die ter plaatse van het plangebied (kunnen) voorkomen. Deze soorten zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1 Te verwachten en waargenomen (onderstreept) soorten in het plangebied op basis van bureaustudie en na veldverkenning (LET OP! lijst van vogels is niet uitputtend). Soort Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Beschermingsstatus Flora- en faunawet (Ffw) Zoogdieren Mol Talpa europea Ffw 1 Egel Einaceus europeus Ffw 1 Rosse woelmuis Myodes glareolus Ffw 1 Bosmuis Apodemus sylvaticus Ffw 1 Dwergmuis Mycromys minutus Ffw 1 Aardmuis Microtus agrestis Ffw 1 Huismuis Mus musculus Ffw 1 Huisspitsmuis Crocidura russula Ffw 1 Veldmuis Microtus aravalis Ffw 1 Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Ffw 1 Dwergspitsmuis Sorex minutus Ffw 1 Wezel Mustula nivalis Ffw 1 Hermelijn Mustula erminea Ffw 1 Bunzing Mustela putorius Ffw 1 Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrelus Ffw 3 HR4 Amfibieën Bruine Kikker Rana temporaria Ffw 1 Kleine watersalamander Triturus vulgaris Ffw 1 Gewone pad Bufo bufo Ffw 1 Vogels Merel Turdus merula Ffw 2 Tjiftjaf Phylloscopus collybila Ffw 2 Heggemus Prunella modularis Ffw 2 Fazant Phaianus colchicus Ffw 2 Turkse tortelduif Streptopelia decaocto Ffw 2 Houtduif Columba palumbus Ffw 2 Habitat/Vogelrichtlijnsoort (HR/VR) Rode lijst (RL) Toelichting tabel Status Ffw: de soort is beschermd krachtens de Flora en faunawet; Ffw 1 t/m 3: beschermingsregime AMvB art 75: 1= soorttabel 1 (lichtste regime), 2= soorttabel 2, 3=soorttabel 3 (zwaarste regime) VR= vogelrichtlijnsoort, HR 4 = strikt beschermde soort krachtens de habitatrichtlijn, RL: de soort staat op de Nederlandse Rode lijst (2004) van bedreigde en kwetsbare soorten. Pagina 10 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

51 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 5. Toetsing van het project aan de Natuurwaarden 5.1 Beschrijving geplande activiteit Het bedrijf Franje Onions is gevestigd te Gawege nabij Waarde. Het bedrijf wenst zowel het bestemmingsvlak als de bebouwing uit te breiden. De uienpellenbak achter op het terrein zal verplaatst worden naar achteren zodat deze ruimte voor andere doeleinden gebruikt kan worden. Afbeelding 5.1 Topografische weergave van het plangebied met daarop de locatie van uitbreiding aangegeven. 5.2 Toetsing project aan gevolgen Natuurbeschermingswet / EHS Natuurbeschermingswet/Natura2000 De voorgenomen ingreep vindt geheel buiten de Natura 2000-gebieden plaats. Bij de voorgenomen uitbreiding is geen sprake van blijvende aantasting of tijdelijke verstoring van natuurwaarden. Gezien de kleinschaligheid van de ingreep en de ligging ten opzichte van de Natura 2000 gebieden zal er eveneens geen sprake zijn van externe werking. EHS Er zullen geen veranderingen plaatsvinden met wezenlijke gevolgen voor natuurlijke kenmerken en waarden van de EHS. De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen fysieke impact op EHS-natuur, dus er is geen sprake van oppervlakteverlies. Effecten van de werkzaamheden op de EHS worden niet verwacht. Pagina 11 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

52 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 5.3 Toetsing project aan de Flora- en faunawet Vogels Vogels worden verstoord door zowel bewegingen als geluid, maar niet elke vogel is even gevoelig. Daarnaast is het van belang in welke periode van het jaar een vogelsoort wordt verstoort. In het algemeen geldt dat regelmatige verstoring tijdens het broeden tot gevolg heeft dat het broedsel in de steek wordt gelaten door een gevoel van onveiligheid. Voor soorten die slechts één broedsel per jaar produceren betekend dit een verloren jaar. Voor vogels die meerdere broedsels per jaar produceren zijn de gevolgen veel minder desastreus. Die soorten kunnen dan een nieuwe broedplek zoeken en opnieuw eieren leggen en uit broeden. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd in de periode maart - augustus, dan worden daarbij veelal broedende vogels verstoord. Alle broedvogels zijn beschermd gedurende de voortplantingsperiode. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels. Als er broedende vogels aanwezig zijn moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het moment dat de jonge vogels uitvliegen. Als er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden het hele jaar starten. De voorkomende vogels zijn algemeen en hebben een breed verspreidingsgebied in Nederland. Door het plannen van de werkzaamheden buiten de kwetsbare periode van vogels (maart-augustus) worden geen verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet overtreden.. De gunstige staat van instandhouding van de voorkomende broedvogelsoorten is niet in het geding, mits buiten het broedseizoen de aanwezige beplanting wordt verwijderd Zoogdieren Tijdens de werkzaamheden kunnen kleine zoogdieren worden verstoord en hun vaste verblijfplaatsen vernielt. Onder kleine zoogdieren in het plangebied vallen: muizen, egel, mol, bunzing, hermelijn en wezel. Deze schade is maar moeilijk te voorkomen. De effecten kunnen worden verminderd door de werkzaamheden buiten de voortplantingsperiode te plannen en gefaseerd uit te voeren. Dit houdt in dat eerst de aanwezige vegetatie ter plaatse zo kort mogelijk wordt gemaaid of wordt verwijderd, alvorens in een later stadium het grondverzet begint. Het hierdoor minder geschikt gemaakte leefgebied kan dan tijdig door de aanwezige zoogdieren worden verlaten. Ten aanzien van deze soorten geldt dat ze bij voorkeur niet tijdens hun winterslaap mogen worden gestoord. Dat betekent dat het grondlichaam rondom de uienpelbak in de periode van half september tot half november zouden moeten worden geruimd. Deze bepaling komt voort uit de 'algemene zorgplicht' zoals die in de Flora- en fauna wet is beschreven (zie bijlage 1). De gunstige staat van instandhouding van de voorkomende zoogdiersoorten is niet in het geding. Pagina 12 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

53 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Amfibieën Schade aan de amfibieën is het grootst als voortplantingswater wordt gedempt. Dit bij Franje Onions B.V. niet aan de orde. Na de voortplanting verlaten amfibieën uit omringende sloten het water om de landbiotoop op te zoeken en later te overwinteren. Zij overwinteren mogelijk in het grondlichaam van de uienpelbak. Mogelijk dat bij de voorgenomen uitbreiding enkele overwinteringsplaatsen van amfibieën worden vernietigd. Deze soorten zijn echter zeer algemeen in Nederland en verkeren in een gunstige staat van instandhouding waardoor effecten op populatieniveau uitblijven. Bovendien geldt voor deze soorten (tabel1 Flora- en faunawet) een vrijstelling van de verbodsbepalingen aangezien het hier om een ruimtelijke ingreep gaat. De gunstige staat van de bruine kikker, kleine watersalamander en de gewone pad zal niet worden aangetast als gevolg van de voorgenomen ingreep Planten Binnen het plangebied groeien naar alle waarschijnlijkheid geen beschermde planten en zijn geen ecologische vereisten voor deze soorten aanwezig. De gunstige staat van instandhouding van beschermde planten is niet in het geding Vleermuizen Door de voorgenomen ingreep verdwijnen er geen vaste en/of tijdelijke rust en verblijfplaatsen van (dwerg)vleermuizen. Ook vindt er geen afbreuk plaats aan foerageergebieden en/of migratieroutes. Mogelijk dat een zeer beperkte oppervlak foerageergebied verdwijnt voor de (eventueel) in de gebouwen verblijvende dwergvleermuizen. Dit verlies wordt meer dan gecompenseerd door de groene omlijsting (aanplant bosplantsoen) die bij de uitbreiding gerealiseerd gaat worden. De gunstige staat van instandhouding van de potentieel in de omgeving van het plangebied verblijvende vleermuizen zal niet worden aangetast Overig beschermde soorten Er zijn geen effecten te verwachten op andere beschermde soorten, zoals dagvlinders vissen, libellen en andere ongewervelden. Pagina 13 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

54 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 6. Mitigerende maatregelen Ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen door de planrealisatie en tijdens de uitvoering zoals verstoring en doding van dieren, volgen hier een aantal mitigerende maatregelen. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen half maart en half augustus dan dienen maatregelen genomen te worden om het werkterrein en de directe omgeving onaantrekkelijk te maken voor broedende vogels. Deze maatregelen bestaan uit: + vegetatie en struweel op het grondlichaam van de uienpelbak buiten het vogelbroedseizoen verwijderen/kort maaien; + voor het maaien/verwijderen van vegetatie en struweel de strook inspecteren op aanwezigheid van vogelnesten en egels; In het kader van de zorgplicht met betrekking tot zoogdieren wordt aanbevolen om de aanwezige vegetatie enige tijd voor aanvang zo kort mogelijk te maaien, voordat in een later stadium het graafwerk begint. Het leefgebied wordt hierdoor eerst minder geschikt gemaakt en kan dan tijdig door de aanwezige zoogdieren worden verlaten. Tevens zullen tijdens het grondverzet nog aanwezige exemplaren bij gebrek aan dekking eerder verjaagd worden. Pagina 14 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

55 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde 7. Conclusies en aanbevelingen Binnen het plangebied bevinden zich geen beschermde dier- of plantensoorten die de voorgenomen ontwikkelingen wezenlijk kunnen beïnvloeden. Kort samengevat is het resultaat van de quickscan: 1. Op de planlocatie worden geen strikt beschermde soorten verwacht die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling van de locatie 2. Op de planlocatie komen algemene soorten voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen dat hun voortbestaan niet wordt bedreigd. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing (ex. Art. 75) van de Flora- en faunawet te worden aangevraagd voor het overtreden van verbodsbepalingen. 3. In en grenzend aan het plangebied komen broedvogels voor. Door mitigerende maatregelen toe te passen, zoals buiten het broedseizoen te werken worden de verbodsbepalingen zoals geformuleerd onder artikel 11 niet overtreden. 4. Voor alle beschermde soorten geldt de bepaling van zorgplicht. Door het naleven van de mitigerende maatregelen kan de zorgplicht goed worden ingepast in het werk. Voor de voorgenomen werkzaamheden hoeft geen ontheffing flora- en faunawet aangevraagd te worden. Aanbevelingen Door een landschappelijke inkleding wordt er nieuw biotoop gerealiseerd voor broedvogels en kleine grondgebonden zoogdieren alsmede dwergvleermuizen. De voorliggende quickscan is gebaseerd op beperkte literatuuronderzoek en een aanvullend veldbezoek. Natuur is geen statisch geheel en soms moeilijk voorspelbaar, zodat men zich moet realiseren dat er altijd onverwachte ontmoetingen met beschermde dieren of planten kunnen plaats vinden. Het voorafgaand aan de werkzaamheden controleren van het werkterrein blijft altijd noodzakelijk en valt onder de algemene zorgplicht van de Flora- en faunawet (art. 2). Eventueel aangetroffen soorten dienen verplaatst te worden naar geschikt leefgebied in de omgeving. Pagina 15 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

56 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Literatuur Broekhuizen, M.S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen Altlas van de Nederlandse zoogdieren KNNV, Utrecht Diepenbeek, A. van, 1999 Veldgids diersporen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Strumpel, T. & Strijbosch H., Veldgids amfibieën en reptielen, KNNV Uitgeverij, Utrecht Wynhoff, I., Swaay, van C., & Made van der J., Veldgids Vlinders, KNNV Uitgeverij, Utrecht Websites: Waarneming rapportage plangebied Website Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland met informatie over verspreiding en ecologie van reptielen, amfibieën en vissen. Website Nederlandse zoogdiervereniging met informatie over verspreiding en ecologie van in Nederland levende zoogdieren Pagina 16 van 16 Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

57 Bijlage 1 Wettelijk kader Hieronder volgt een algemene beschrijving van de Natuurwetgeving, gevolgd door betreffende onderdelen van de wetgeving. De Nederlandse natuurwetgeving De Nederlandse natuurwetgeving valt uiteen in gebiedbescherming en soortbescherming. De gebiedbescherming is geïmplementeerd in de Natuurbeschermingsweg 1998 en omvat de Natura 2000-gebieden. In de Natura 2000 gebieden zijn de beschermde natuurmonumenten alsmede de gebieden met de status Vogel- en/of de Habitatrichtlijn-gebied (Voorheen Speciale beschermings Zones, SBZ s) opgenomen. Globaal kan worden gesteld dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebiedsspecifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. De soortbescherming is opgenomen in de Flora- en faunawet. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet. Flora- en faunawet Onder de werking van de Flora- en faunawet vallen circa dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren (m.u.v. de huismuis en zwarte en bruine rat), vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt de algemene zorgplicht (art. 2). Volgens de Flora- en faunawet mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden verwond, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet worden beschadigd, vernield of verstoord. Beschermde planten mogen op geen enkele wijze van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de wet staan vernoemd in onderstaand kader.

58 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Verboden handelingen met betrekking tot beschermde planten Artikel 8: Artikel 13: Het plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen, beschadigen, ontwortelen of op een andere manier van de groeiplaats verwijderen van planten Het vervoeren en onder zich hebben (in verband met verplaatsen) van planten Verboden handelingen met betrekking tot beschermde dieren Artikel 9: Artikel 10: Artikel 11: Artikel 13: Het doden, verwonden, vangen of bemachtigen van dieren. Het met het oog op bovenstaande doelen opsporen van dieren Het opzettelijk verontrusten van dieren Het beschadigen, vernielen, uithalen wegnemen, verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren Het vervoeren en onder zich hebben (in verband met verplaatsen) van dieren De werkingsfeer van de Flora- en faunawet is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft soorten overal in Nederland bescherming. In artikel 75 van de Flora- en faunawet worden de ontheffingsmogelijkheden weergegeven. Op 23 februari 2005 is de Algemene Maatregel van Bestuur m.b.t. artikel 75 van de Flora- en faunawet 1 in werking getreden. Middels deze AMvB wordt onder bepaalde voorwaarden een algemene vrijstelling geregeld van de ontheffingsplicht van de Flora- en faunawet. Deze vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, bestendig gebruik en bestendig beheer en onderhoud voor bepaalde (algemeen voorkomende) soorten. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. In de AMvB worden hiertoe verschillende beschermingsregimes onderscheiden. Soorten van tabel 1 algemene soorten lichtste beschermingsregime AMvB: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten is derhalve geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Flora- en faunawet uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de egel, konijn en mol, reen en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander en plantensoorten als grasklokje en gewone dotterbloem. Soorten van tabel 2 overige soorten middelste beschermingsregime AMvB: Voor de soorten van tabel 2 van AMvB is bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht, indien gewerkt wordt volgens een door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode. Ontbreekt zo n gedragscode, dan dient ontheffing aangevraagd te worden, welke wordt getoetst aan het criterium doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (lichte toets). Daarnaast geldt ook voor soorten van tabel 2 de algemene zorgplicht. 1. Besluit houdende wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met wijzigingen van artikel 75 van de Flora- en faunawet en enkele andere wijzigingen. Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

59 Projectnummer Franje Onions B.V. 15 december 2014 Quickscan flora- en fauna Gawege 10 te Waarde Soorten van tabel 3 genoemd in bijlage IV van de habitatrichtlijn en bijalge 1 van de AMvB zwaarste beschermingsregime AMvB: Voor soorten van tabel 3 geldt het zwaarste beschermingsregime en is bij ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht, ook niet met een gedragscode. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst (zware toets): er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Daarnaast geldt ook voor soorten van tabel 3 de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de das, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Vogels Vogels zijn niet opgenomen in tabel 1 t/m 3; alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. T.a.v. vogels geldt, dat werkzaamheden of gebruik van ruimte waarbij vogels worden gedood of verontrust, of waardoor hun nesten of vaste rust- of verblijfplaatsen worden verstoord verboden zijn. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling wanneer gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Ontbreekt zo n gedragscode dan dient formeel een ontheffing te worden aangevraagd. Voor broedvogels wordt echter geen ontheffing verleend waarbij als voorwaarde wordt gesteld dat broedvogels niet verstoord mogen worden tijdens het kwetsbare broedseizoen; dit mede in het kader van de algemene zorgplicht die ook voor vogels geldt. Zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht geldt de algemene zorgplicht (art. 2 Flora- en faunawet). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als veilige periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Indien vooraf bekend is dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Buijs Eco Consult B.V., Adviseurs Ecologie

Toelichting 1 Inleiding 2 Beleidskader 3 Beoordeling

Toelichting 1 Inleiding 2 Beleidskader 3 Beoordeling Toelichting Wijzigingsplan i.c. bestemmingsplan Buitengebied Sanjesreed 8c Oentsjerk (dagbesteding Bûtenút) 1 Inleiding Werk- en dagbesteding Bûtenút is gevestigd op een deel van de voormalige PTC+ locatie

Nadere informatie

Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief

Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief Westvoorne Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte Ruimtelijke onderbouwing identificatie planstatus projectnummer: datum: status: 101502.17477.00 31-10-2012 definitief projectleider: opdrachtgever:

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen (ontwerp) Ruimtelijke onderbouwing "bouwen van een woning op het perceel de Wide Pet 14 te Harkema"

Gemeente Achtkarspelen (ontwerp) Ruimtelijke onderbouwing bouwen van een woning op het perceel de Wide Pet 14 te Harkema Gemeente Achtkarspelen (ontwerp) Ruimtelijke onderbouwing "bouwen van een woning op het perceel de Wide Pet 14 te Harkema" 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor de omgevingsvergunning met afwijking Op 18 december

Nadere informatie

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...

Nadere informatie

Duinkampen 23 te Paterswolde

Duinkampen 23 te Paterswolde Duinkampen 23 te Paterswolde Projectgebied. Duinkampen 23 Paterswolde 1. Inleiding Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor het bouwen van een bijgebouw, het plaatsen van een schutting en twee kunstwerken

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RBOI - Rotterdam bv Delftseplein 27b Postbus 150 3000 AD Rotterdam telefoon (010) 201 85 55 E-mail: info@rboi.nl Zoetermeer Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE

Nadere informatie

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728)

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) memo aan: van: Green Real Estate BV Bas Hermsen c.c.: datum: 12 juni 2015 betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) 1. Aanleiding De ontwikkeling in het plangebied voorziet

Nadere informatie

BIJLAGE 2: VERANTWOORDING UITBREIDING BOOMSWEG

BIJLAGE 2: VERANTWOORDING UITBREIDING BOOMSWEG BIJLAGE 2: VERANTWOORDING UITBREIDING BOOMSWEG 1 Algemeen De uitbreiding van het plangebied met de locatie Boomsweg omvat deels een nieuwe ontwikkelingslocatie, Boomsweg 12, en deels het overnemen van

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning herinrichten tankstation de Zuidpunt

Ruimtelijke onderbouwing. ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning herinrichten tankstation de Zuidpunt Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning herinrichten tankstation de Zuidpunt Dordrecht, 10 september 2012 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op het perceel aan de Rijksstraatweg

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied

Nadere informatie

Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting

Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting Pos Service Holland BV 19 februari 2013 Ontwerp A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. PLANNING & TRANSPORT

Nadere informatie

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Onderdeel: Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 18 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5

Nadere informatie

Wijzigingsplan Grootweg 13a, Berkhout Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning

Wijzigingsplan Grootweg 13a, Berkhout Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning Wijzigingsplan Grootweg 13a, Berkhout Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Beschrijving initiatief

Nadere informatie

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald Externe veiligheidsparagraaf Bestemmingsplan Skoatterwald Toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik,

Nadere informatie

Wijzigingsplan i.c. Bestemmingsplan Eastermar It Heechsân 2008, It Heechsân 7A (aanbrengen bouwvlak)

Wijzigingsplan i.c. Bestemmingsplan Eastermar It Heechsân 2008, It Heechsân 7A (aanbrengen bouwvlak) Wijzigingsplan i.c. Bestemmingsplan Eastermar It Heechsân 2008, It Heechsân 7A (aanbrengen bouwvlak) 2014 NL.IMRO.0737.16BPIWP03 Wijzigingsplan i.c. bestemmingsplan Eastermar It Heechsân 2008 Heechsân

Nadere informatie

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak Het Zuid 34 te Drachten 1 Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 21 Mei 2014 Rapportnummer 031 Projectnummer 012 opdrachtgever Fam. Ten Dam Kolenbranderweg

Nadere informatie

Bestemmingsplan Grootegast - Weegbree 1. Vastgesteld 26 februari 2013

Bestemmingsplan Grootegast - Weegbree 1. Vastgesteld 26 februari 2013 Bestemmingsplan Grootegast - Weegbree 1 Vastgesteld 26 februari 2013 BESTEMMINGSPLAN GROOTEGAST WEEGBREE 1 CODE 121402 / 26-02-13 GEMEENTE GROOTEGAST 121402 / 26-02-13 BESTEMMINGSPLAN GROOTEGAST - WEEGBREE

Nadere informatie

2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex. Houtensewetering naast 45

2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex. Houtensewetering naast 45 2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex Houtensewetering naast 45 2 Toelichting 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Bestemmingsplan 2 Gebieds- en projectbeschrijving

Nadere informatie

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,

Nadere informatie

Bestemmingsplan 'Dorpsplein 9 te Eede'

Bestemmingsplan 'Dorpsplein 9 te Eede' Bestemmingsplan 'Dorpsplein 9 te Eede' Toelichting Bestemmingsplan 'Dorpsplein 9 te Eede' Plantype Rapporttype Planidentificatie Status : Bestemmingsplan : Toelichting : NL.IMRO.1714.bp14dorpsplein9-VG01

Nadere informatie

Stedenbouw/welstandsrichtlijnen Aangezien er enkel een interne verbouwing zal plaatsvinden, zal de uiterlijke verschijningsvorm niet wijzigen.

Stedenbouw/welstandsrichtlijnen Aangezien er enkel een interne verbouwing zal plaatsvinden, zal de uiterlijke verschijningsvorm niet wijzigen. Ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van bestemmingsplan ten behoeve van dagactiviteiten voor jong dementerenden op het perceel Griende Dyk 2 te Wirdum Zorggroep Noorderbreedte heeft een aanvraag

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET BOUWEN VAN EEN LOODS AAN DE WESTHOFSEZANDWEG 9 TE S- HEER ARENDSKERKE Versie 2, d.d. 6 oktober 2011 Afdeling Stadsontwikkeling M. Jonker 1 Inhoud Hoofdstuk 1. Inleiding

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen (ontwerp) Ruimtelijke onderbouwing "het realiseren van 15 camperplaatsen Blauhûsterwei 49 te Boelenslaan"

Gemeente Achtkarspelen (ontwerp) Ruimtelijke onderbouwing het realiseren van 15 camperplaatsen Blauhûsterwei 49 te Boelenslaan Gemeente Achtkarspelen (ontwerp) Ruimtelijke onderbouwing "het realiseren van 15 camperplaatsen Blauhûsterwei 49 te Boelenslaan" 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor de omgevingsvergunning met afwijking Op

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22 2 10 COLOFON TITEL: Ruimtelijke Onderbouwing Schalkwijkseweg 22 STATUS: Definitief PROJECTNUMMER: NL.IMRO.0321.0012PBSCHLKWSWG22 DATUM: 11 februari 2010 AUTEUR:

Nadere informatie

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10 Quickscan natuuronderzoek ivm bestemmingsplan en ontwikkelingen Bellersweg 13 Hengelo Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 9 juli 2013 Rapportnummer 0128 Projectnummer 018 Opdrachtgever

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord Ruimtelijke onderbouwing project Vlietweg 16 te Santpoort-Noord W12/000758/ OLO271413 INHOUD 1 Beschrijving

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen

Ruimtelijke onderbouwing. Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen Ruimtelijke onderbouwing Bouw zeven garageboxen achter Kerkstraat 18 Voorthuizen 1 2 Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding INLEIDING Op 4 maart 2011 is een aanvraag om een omgevingsvergunning binnengekomen voor het

Nadere informatie

GEMEENTE HOOGEVEEN. WIJZIGINGSPLAN Buitengebied Noord, deelplan Beilerstraat 21 en 23 2011, te Pesse.

GEMEENTE HOOGEVEEN. WIJZIGINGSPLAN Buitengebied Noord, deelplan Beilerstraat 21 en 23 2011, te Pesse. Vo GEMEENTE HOOGEVEEN WIJZIGINGSPLAN Beilerstraat 21 en 23 2011, te Pesse. Onherroepelijk 31 augustus 2011 In Werking 31 augustus 2011 Vaststelling 12 juli 2011 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...3 2. Bestaande

Nadere informatie

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis 1 QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis Opdrachtgever: A.C. Dingemans Heilleweg 21 4524 KL Sluis Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof 4 4463 XH

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Zorghotel Schipholweg. Haarlem

Ruimtelijke onderbouwing. Zorghotel Schipholweg. Haarlem Ruimtelijke onderbouwing Zorghotel Schipholweg Haarlem 1 1. Welke vrijstellingsbevoegdheid en waarom Het project betreft de bouw van een gebouw met gezondheidszorgfunctie ( zorghotel ) met bijbehorende

Nadere informatie

Nijmegen Kanaalhavens - 2 (Lichtmasten CTN)

Nijmegen Kanaalhavens - 2 (Lichtmasten CTN) Nijmegen Kanaalhavens - 2 (Lichtmasten CTN) Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing - 9 - Hoofdstuk 1 Inleiding - 9-1.1 Doel van het plan - 10 - Hoofdstuk 2 Sectoraal beleid - 11-2.1 Inleiding - 11-2.2

Nadere informatie

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Noord, wijzigingsplan Secteweg 21 te Stuifzand

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Noord, wijzigingsplan Secteweg 21 te Stuifzand Vo GEMEENTE HOOGEVEEN BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Noord, wijzigingsplan Secteweg 21 te Stuifzand vaststelling 15 nov 2012 in werking 16 jan 2013 onherroepelijk 16 jan 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...

Nadere informatie

Planlocatie Nuland Oost te Nuland

Planlocatie Nuland Oost te Nuland Planlocatie Nuland Oost te Nuland Risico-inventarisatie Externe Veiligheid Definitief In opdracht van: Gemeente Maasdonk Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 31 januari 2011 Verantwoording Titel : Planlocatie

Nadere informatie

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04 Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04 Referentie 20122015-04 Rapporttitel Herstructurering Biedermeier Mariaberg

Nadere informatie

Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5. Gemeente Someren

Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5. Gemeente Someren Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5 Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5 Toelichting Bijlagen Regels Bijlage Verbeelding Schaal 1:1.000 Vastgesteld: 25 september

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Herinrichting parkeerterrein sportpark Rooswijk Rooswijklaan 4 te Velsen-Noord

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Herinrichting parkeerterrein sportpark Rooswijk Rooswijklaan 4 te Velsen-Noord RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Herinrichting parkeerterrein sportpark Rooswijk Rooswijklaan 4 te Velsen-Noord 28 februari 2013 INHOUD 1 Beschrijving project en locatie...3 2 Planologisch kader...4 2.1 Vigerend

Nadere informatie

Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F

Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F Heijmans Vastgoed b.v. Maart 2012 Concept Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F dossier : BA8595 registratienummer

Nadere informatie

Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert

Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert Externe Veiligheid bestemmingsplan ABC Liendert Opdrachtgever : Gemeente Amersfoort, de heer M. Middelbeek Adviseur : Servicebureau Gemeenten Auteur : de heer R. Polman Projectnummer : SB G/POLR/548767

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET PLAATSEN VAN (MODEL) TUINHUISJES AAN DE NIEUWE RIJKSWEG 25 TE S-HEER HENDRIKSKINDEREN

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET PLAATSEN VAN (MODEL) TUINHUISJES AAN DE NIEUWE RIJKSWEG 25 TE S-HEER HENDRIKSKINDEREN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING T.B.V. HET PLAATSEN VAN (MODEL) TUINHUISJES AAN DE NIEUWE RIJKSWEG 25 TE S-HEER HENDRIKSKINDEREN Versie 2, d.d. 18 augustus 2011 Afdeling Stadsontwikkeling M. Jonker Inhoud 1.

Nadere informatie

WIJZIGINGSPLAN NOORDWIJK - WESTERWEG 46 ONTWERP / 29 JUNI 2011

WIJZIGINGSPLAN NOORDWIJK - WESTERWEG 46 ONTWERP / 29 JUNI 2011 WIJZIGINGSPLAN NOORDWIJK - WESTERWEG 46 ONTWERP / 29 JUNI 2011 WIJZIGINGSPLAN NOORDWIJK - WESTERWEG 46 CODE 119999 / 29-06-11 GEMEENTE MARUM 119999 / 29-06-11 WIJZIGINGSPLAN NOORDWIJK - WESTERWEG 46

Nadere informatie

Gemeente Lingewaard. Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness Centre Huissen

Gemeente Lingewaard. Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness Centre Huissen Gemeente Lingewaard Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness Centre Huissen Juli 2011 Gemeente Lingewaard Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello Notitie Contactpersoon Maaike Teunissen Datum 20 juni 2012 Kenmerk N004-4638202MTU-evp-V01-NL Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello 1 Inleiding 1.1 Achtergrond en doel van het

Nadere informatie

Bedrijventerrein Belfeld Reparatie 2010

Bedrijventerrein Belfeld Reparatie 2010 bestemmingsplan Bedrijventerrein Belfeld Reparatie 2010 Gemeente Venlo Datum: 11 november 2011 Projectnummer: 70102.04 ID: NL.IMRO.0983.BPL2010010BTBLFLD-VA01 INHOUD 1 Inleiding 3 2 Herziening 4 2.1 Bouwregels

Nadere informatie

Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie

Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Externe veiligheid Definitief In opdracht van: Vos Zand en Grind BV Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 20 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

Opdrachtgever Bouwfonds Ontwikkeling BV, Regio Midden De Brand 30 Amersfoort Contactpersoon Dhr. B. Evers

Opdrachtgever Bouwfonds Ontwikkeling BV, Regio Midden De Brand 30 Amersfoort Contactpersoon Dhr. B. Evers Opdrachtgever Bouwfonds Ontwikkeling BV, Regio Midden De Brand 30 Amersfoort Contactpersoon Dhr. B. Evers CSO Adviesbureau Contactpersonen Dhr. E, Schurink drs. A.M.M. (Wiet) Baggen Quick Scan externe

Nadere informatie

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem GEMEENTE BUREN Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem Projectnr. 061-076 / 27 januari 2016 INHOUD BLZ 1 INLEIDING... 3 1.1 Aanleiding en doelstelling... 3 1.2 Plangebied... 4 1.3 Geldend

Nadere informatie

Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13

Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13 Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13 Referentie 20112645-13 Rapporttitel Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan

Nadere informatie

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven) Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel

Nadere informatie

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig

Nadere informatie

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries (ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries Gemeente Tynaarlo November 2011 Projectgebied Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Huidige en beoogde situatie... 5 2.1 Beschrijving van

Nadere informatie

Projectnummer 111769 Bedrijventerrein Smilde aspect Water"

Projectnummer 111769 Bedrijventerrein Smilde aspect Water Memo Ter attentie van Gemeente Midden-Drenthe Datum 4 december 2012 Opgesteld door Maarten van Vierssen Projectnummer 111769 Onderwerp Bedrijventerrein Smilde aspect Water" In deze memo zijn de watertoetsen

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Inleiding

HOOFDSTUK 1 Inleiding HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In 2010 is het voormalige perceel Strijbeekseweg 23 te Ulvenhout gesplitst in twee percelen, te weten Strijbeekseweg 23 met daarop een boerderij (rijksmonument),

Nadere informatie

Rapport VH.10125, september 2010

Rapport VH.10125, september 2010 Rapport VH.10125, september 2010 Onderzoek naar de omgevingskwaliteit ten aanzien van de herinrichting van akkerbouw en loonbedrijf Toonen Dekkers te Maasbommel Inzake: - luchtkwaliteit - geluidhinder

Nadere informatie

Dorpsweg 24 e.o. Zijderveld EXTERNE VEILIGHEID Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV definitief

Dorpsweg 24 e.o. Zijderveld EXTERNE VEILIGHEID Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV definitief EXTERNE VEILIGHEID Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV definitief Opdrachtgever : Van den Heuvel ontwikkeling & beheer BV. Projectnummer : 2009380 Status : definitief Rapport : DAB Akkoord : DWD Datum

Nadere informatie

Toelichting op het bestemmingsplan. 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne. Stadsontwikkeling Dordrecht

Toelichting op het bestemmingsplan. 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne. Stadsontwikkeling Dordrecht Toelichting op het bestemmingsplan 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne Stadsontwikkeling Dordrecht Augustus 2009 1. Inleiding Het bestemmingsplan Leerpark is op 1 maart 2005

Nadere informatie

Noord Beveland Landgoed De Groote Duynen. 1 e wijziging bestemmingsplan

Noord Beveland Landgoed De Groote Duynen. 1 e wijziging bestemmingsplan Noord Beveland Landgoed De Groote Duynen 1 e wijziging bestemmingsplan 1e Wijziging bestemmingsplan 'Landgoed De Groote Duynen' Noord Beveland wijzigingsplan identificatie planstatus identificatiecode:

Nadere informatie

Bestemmingsplan. F e b r u a r i 2 0 1 4

Bestemmingsplan. F e b r u a r i 2 0 1 4 Bestemmingsplan Dammeloane 7, Damwâld F e b r u a r i 2 0 1 4 1 Figuur 1 Ligging plangebied 2 I N H O U D S O P G A V E 1. Aanleiding... 5 2. Beleidskader... 5 Bestemmingsplan... 5 Omgevingsvergunning...

Nadere informatie

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED SANDELINGEN AMBACHT

NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED SANDELINGEN AMBACHT NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED SANDELINGEN AMBACHT Het ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied Sandelingen Ambacht heeft vanaf 19 april 2012, gedurende een periode

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel projectnr. 201716 revisie 00 november 2009 Auteur ing. S. M. O. Krutzen Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Postbus

Nadere informatie

GEMEENTE REIMERSWAAL

GEMEENTE REIMERSWAAL GEMEENTE REIMERSWAAL Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Kamperweg 6 te Hansweert - gemeente titel projectnummer status Reimerswaal Ruimtelijke onderbouwing Buitengebied, gedeelte Kamperweg

Nadere informatie

Nieuwe bedrijfslocaties

Nieuwe bedrijfslocaties E c o l o g i s c h e i n v e n t a r i s a t i e Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Midwolda-Nieuwlandseweg Arts/Rulo te toetsen, is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Tevens is gekeken

Nadere informatie

TOELICHTING. 1e herziening bestemmingsplan Dordtse Kil, locatie Dordtse Kil III-zuidwest

TOELICHTING. 1e herziening bestemmingsplan Dordtse Kil, locatie Dordtse Kil III-zuidwest TOELICHTING 1e herziening bestemmingsplan Dordtse Kil, locatie Dordtse Kil III-zuidwest Gemeente: Dordrecht Fase: bestemmingsplan vastgesteld Datum: 17 februari 2015 Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen Ruimtelijke onderbouwing "het herbouwen van een woning op het perceel Egypte 24 te Buitenpost"

Gemeente Achtkarspelen Ruimtelijke onderbouwing het herbouwen van een woning op het perceel Egypte 24 te Buitenpost Gemeente Achtkarspelen Ruimtelijke onderbouwing "het herbouwen van een woning op het perceel Egypte 24 te Buitenpost" 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor de omgevingsvergunning met afwijking Op 3 oktober

Nadere informatie

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a. Gemeente Schijndel Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a., sub 2 Wabo 2 3 bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan Inleiding Op 24 september 2014 is het

Nadere informatie

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Inhoud Toelichting Regels Verbeelding 19 oktober 2010 Projectnummer

Nadere informatie

Bijlage 3 Externe veiligheid

Bijlage 3 Externe veiligheid Bijlage 3 Externe veiligheid Buitengebied Oostflakkee 117 Notitie Aan : Van : ing. M.M.H.M. Braun Datum : 9 juli 2012 Kopie : Onze referentie : 9X0652C0/N00001/903870/Rott HASKONING NEDERLAND B.V. RUIMTE

Nadere informatie

Beoordeling externe veiligheid plangebied. De Wolder te Maastricht

Beoordeling externe veiligheid plangebied. De Wolder te Maastricht Beoordeling externe veiligheid plangebied De Wolder te Maastricht Beoordeling Externe veiligheid plangebied Castermans I & II te Wolder, Maastricht CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V. Postbus 1323

Nadere informatie

Tijdelijke schoolvoorziening Voorstraat 126 te Velddriel. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. tijdelijke ontheffing bestemmingsplan (art. 3.

Tijdelijke schoolvoorziening Voorstraat 126 te Velddriel. Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. tijdelijke ontheffing bestemmingsplan (art. 3. Tijdelijke schoolvoorziening Voorstraat 126 te Velddriel Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. tijdelijke ontheffing bestemmingsplan (art. 3.22 Wro) 4 januari 2011 1. Inleiding In februari 2010 is door de gemeenteraad

Nadere informatie

RGLO MIT4 BSLI WP 7.13 L 7.13.2 RAPPORT EXTERNE VEILIGHEID

RGLO MIT4 BSLI WP 7.13 L 7.13.2 RAPPORT EXTERNE VEILIGHEID RGLO MIT4 BSLI WP 7.13 L 7.13.2 RAPPORT EXTERNE VEILIGHEID PRORAIL SPOORONTWIKKELING, PLANVORMING EN INFRA Versie 2.0 16 september 2005 141222/EA5/160/029.062/nve Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing aanbouw woning Drachtster Heawei 27

Ruimtelijke onderbouwing aanbouw woning Drachtster Heawei 27 Ruimtelijke onderbouwing aanbouw woning Drachtster Heawei 27 Ontwikkelingen Er is een aanvraag voor omgevingsvergunning ingediend voor de vervangende nieuwbouw van een woning met aanbouw aan de Drachtster

Nadere informatie

Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting

Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting Bijlage 1: Bestemmingsplan begrippen, regels en toelichting In deze bijlage zijn voorbeeld planregels met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie opgenomen voor nieuwe bestemmingsplannen in de gemeente

Nadere informatie

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen Goirle, Vennerode Onderzoek externe veiligheid projectnr. 183803 revisie 02 31 maart 2009 Auteur(s) drs. M. de Jonge Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen datum vrijgave beschrijving

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Enschede 2 December 2010 Rapportnummer 0123 Projectnummer

Nadere informatie

FUNCTIEWIJZIGING VAN AGRARISCHE BEDRIJFSWONING NAAR PLATTELANDSWONING

FUNCTIEWIJZIGING VAN AGRARISCHE BEDRIJFSWONING NAAR PLATTELANDSWONING RUIMTELIJKE ONDERBOUWING FUNCTIEWIJZIGING VAN AGRARISCHE BEDRIJFSWONING NAAR PLATTELANDSWONING PERCEEL AALTJEMEERWEG 22 TE PARREGA INHOUDSOPGAVE 1.INLEIDING 2.HUIDIGE- EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 HUIDIGE

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Besluit van houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) Op de voordracht

Nadere informatie

Externe Veiligheid 023 -terrein te Haarlem

Externe Veiligheid 023 -terrein te Haarlem Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Notitie: Externe Veiligheid 023 -terrein te Haarlem Opdrachtgever : bbn adviseurs t.a.v. ir. N.J. Bruschke Datum : 21 april 2008 Auteur : ing. A.J.H.

Nadere informatie

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 16 maart 2012 20112539-03 C. Land

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 16 maart 2012 20112539-03 C. Land Notitie 20112539-03 Verantwoordingsparagraaf Externe Veiligheid Polanenpark Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 16 maart 2012 20112539-03 C. Land 1 Inleiding In opdracht van Van Riezen & partners

Nadere informatie

Dorado Beach. Externe Veiligheid. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013. GM-0115908, revisie 00

Dorado Beach. Externe Veiligheid. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013. GM-0115908, revisie 00 Dorado Beach Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5 2 Begrippenkader externe veiligheid... 6 2.1 Het begrip risico...

Nadere informatie

Notitie flora en fauna

Notitie flora en fauna Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.

Nadere informatie

Onderbouwing van het verzoek van P. Coolen, Ophoven 1 te Roggel voor het verruimen van het bouwperceel.

Onderbouwing van het verzoek van P. Coolen, Ophoven 1 te Roggel voor het verruimen van het bouwperceel. Onderbouwing van het verzoek van P. Coolen, Ophoven 1 te Roggel voor het verruimen van het bouwperceel. Op de locatie is reeds jarenlang een agrarisch bedrijf aanwezig. Binnen het bedrijf wordt melkrundvee

Nadere informatie

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan Correspondentie gegevens Projectgegevens Datum : 26 oktober 2015 Projectlocatie : Lindelaan 2b, Dordrecht Opgesteld door : Ing. P. Otte Betreft : FF- wet Quickscan Projectnummer : 1554 Contactpersonen

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Foarwei 190 te Kollumerzwaag Kadastrale kaart Foarwei 190 te Kollumerzwaag Verzoek om omgevingsvergunning met daarbij handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening voor het

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 juni 2013 20112327-05 L. Gelissen

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 juni 2013 20112327-05 L. Gelissen Notitie 20112327-05 MER Beneden-Lek (Bergambacht) Externe veiligheid Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 21 juni 2013 20112327-05 L. Gelissen 1 Inleiding In opdracht van Consortium 2.0 1 is een

Nadere informatie

Erfbeplanting rond nieuwe schuur Familie Buijsse - Waterlandkerkje

Erfbeplanting rond nieuwe schuur Familie Buijsse - Waterlandkerkje 111 1 222 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Plan van de opdrachtgever 4 Ligging - Topografische kaart 5 Bouwplan 6 Planvoorstel 7 Plan en omgeving 8 Toelichting bij erfbeplantingsplan 9 Soortenlijst 12 Bijlage

Nadere informatie

Onderstaand schema bevat de wijzigingen inzake plandeel Lindonk TOELICHTING

Onderstaand schema bevat de wijzigingen inzake plandeel Lindonk TOELICHTING Staat van wijzigingen van het ontwerp bestemmingsplan: 'Actualisatie BP Buitengebied, 1 e herziening Mattemburgh + Boerderij Lindonk', naar raadsvoorstel: De wijzigingen houden allereerst in dat de toelichting,

Nadere informatie

Toelichting. Wijzigingsplan Agrarisch Buitengebied omgeving Koperensteeg 20 in Wekerom

Toelichting. Wijzigingsplan Agrarisch Buitengebied omgeving Koperensteeg 20 in Wekerom Toelichting Wijzigingsplan Agrarisch Buitengebied omgeving Koperensteeg 20 in Wekerom Vormverandering bouwblok agrarisch bedrijf en toevoegen gebruiksmogelijkheid (groepsaccommodatie) Bestemmingsplan Agrarisch

Nadere informatie

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01

Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 UMEO milieuadvies Wilhelminastraat 98 7462 CJ Rijssen Project: QRA Polyplus, Assen Opdrachtgever: Gemeente Assen Rapportnummer: 2012/Polyplus/01 Status: definitief Auteur: ing. H. Hiltjesdam Telefoon:

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied

Nadere informatie

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer

Nadere informatie

Dongen. Woning Martinus Nijhoffstraat. Ruimtelijke onderbouwing. 0766.008488.00 29-12-2011 definitief. ing. J.C.C.M. van Jole

Dongen. Woning Martinus Nijhoffstraat. Ruimtelijke onderbouwing. 0766.008488.00 29-12-2011 definitief. ing. J.C.C.M. van Jole Dongen Woning Martinus Nijhoffstraat Ruimtelijke onderbouwing identificatie planstatus projectnummer: datum: status: 0766.008488.00 29-12-2011 definitief projectleider: ing. J.C.C.M. van Jole Toelichting

Nadere informatie

Dutch HealthTec Academy te Utrecht

Dutch HealthTec Academy te Utrecht Dutch HealthTec Academy te Utrecht Externe veiligheid Opdrachtgever : Kroon Group Kenmerk : R037339abA1.mhr Datum : 5 februari 2010 Auteur : mw. M.I. Huizer MSc dhr. ing. I.T.G.M. Martens Inhoudsopgave

Nadere informatie

Daarnaast is op p. 18 de geluidslijn m.b.t. de boegkavel niet juist weergegeven.

Daarnaast is op p. 18 de geluidslijn m.b.t. de boegkavel niet juist weergegeven. 1 Reclamant 1 Gedateerd 19-01-2013 Ontvangen 22-01-2013 1. Aangegeven wordt het niet eens te zijn met de manier waarop de boegkavel en Brouwhuisse Heide is weergegeven op p. 11 van de toelichting van het

Nadere informatie

VOOROVERLEGNOTITIE 150 KV-VERBINDING DINTELOORD-ROOSENDAAL

VOOROVERLEGNOTITIE 150 KV-VERBINDING DINTELOORD-ROOSENDAAL VOOROVERLEGNOTITIE 150 KV-VERBINDING DINTELOORD-ROOSENDAAL PROVINCIE NOORD-BRABANT 4 juni 2012 076445727:0.8 - Definitief B01055.000582.0100 Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Overzicht reacties... 3 2 s in

Nadere informatie

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72. Datum: 29 januari 2015

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72. Datum: 29 januari 2015 Opdrachtgever: PlanROS Contactpersoon: Dhr. S. Peters Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 ing.

Nadere informatie

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 Opdrachtgever: BRO Contactpersoon: Dhr. R. Osinga Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 ing. J.L.M.M.

Nadere informatie