Privaatrecht. Burgerlijk recht. Contractenrecht. Burgerlijk recht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Privaatrecht. Burgerlijk recht. Contractenrecht. Burgerlijk recht"

Transcriptie

1 Privaatrecht Burgerlijk recht Mr.drs. B.T.M. van der Wiel, mr. R.M.Ch.M. Koot, mr. E.-J. Zippro, mr. P.C. van Es Contractenrecht Mr.drs. B.T.M. van der Wiel Wetgeving EK 2000/2001, , nr. 114: voorlopig verslag over het wetsvoorstel tot vaststelling van titel 7.3 (Schenking) van het nieuw Burgerlijk Wetboek; TK 2000/2001, , nr. 5: verslag over het wetsvoorstel tot aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen; TK , 27809, nr. 6: Nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel tot aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen. Jurisprudentie HR 23 november 2001, RvdW 2001, 188, JOL 2001, 683 (I./Stichting Gezondheidszorg Oostelijk Limburg): aansprakelijkheid arts; tekortschieten in informatieplicht; causaal verband; stelplicht en bewijslast; omkeringsregel? Op 3 april 1991 ondergaat I. een succesvolle operatie aan een peesschedeontsteking aan haar linkerpols. Een op 20 juni 1991 uitgevoerde soortgelijke operatie aan haar rechterpols levert echter een zenuwbeschadiging op. I. vordert vergoeding van de hierdoor geleden schade van de Stichting die het ziekenhuis waar de operaties hebben plaatsgevonden exploiteert. Rechtbank en Hof wijzen de vordering van I. af. Vast staat dat de ondergeschikten van de Stichting I. tevoren niet hebben geïnformeerd over het risico van een complicatie zoals die zich heeft voorgedaan, terwijl dit wel had gemoeten. In cassatie is uitsluitend aan de orde of er causaal verband bestaat tussen het schenden van de informatieplicht met betrekking tot de mogelijkheid van het zich voordoen van de onderhavige complicatie en de schade van I. Het Hof overweegt hieromtrent, kort gezegd, dat stelplicht en bewijslast van dit causaal verband op gelaedeerde rusten. Het cassatiemiddel stelt de vraag aan de orde, of in dit geval de omkeringsregel van toepassing is, waardoor het Hof stelplicht en bewijslast ter zake van dit causaal verband op de Stichting had moeten leggen. Deze in een inmiddels overvloedig te noemen rechtspraak door de Hoge Raad aangenomen regel houdt in (r.o ): ( ) dat indien door een als onrechtmatige daad of wanprestatie aan te merken gedraging een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich vervolgens verwezenlijkt, daarmee het causaal verband tussen die gedraging en de aldus ontstane schade in beginsel is gegeven en dat het aan degene die op grond van die gedraging wordt aangesproken, is om te stellen en te bewijzen dat die schade ook zonder die gedraging zou zijn ontstaan ( ). De als wanprestatie aan te merken gedraging is hier de schending van de informatieplicht. De Hoge Raad overweegt hieromtrent (r.o ): Deze op de arts rustende verplichting de patiënt ( ) in te lichten over de risico s van de voorgestelde behandeling strekt ( ) niet ertoe de patiënt te beschermen tegen deze risico s, maar ( ) de patiënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen of hij al dan niet toestemming voor de voorgestelde behandeling zal geven. De Hoge Raad is dan ook van oordeel dat (r.o ) ( ) de zenuwbeschadiging na de operatie van 20 juni 1991 niet kan worden aangemerkt als verwezenlijking van het risico dat door het tekortschieten ( ) in het leven is geroepen. Er is dan ook geen aanleiding om in het onderhavige geval de omkeringsregel van toepassing te achten. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, conform de conclusie van A-G De Vries Lentsch- Kostense. In gelijke zin het op dezelfde dag ge- KATERN

2 wezen arrest, gepubliceerd in JOL 2001, 684, met gelijkluidende conclusie van A-G Hartkamp. Deze rechtspraak lijkt te impliceren dat de in het kader van de omkeringsregel relevante vraag tot bescherming tegen welk risico een norm strekt een wezenlijk andere is dan de vraag tot bescherming tegen welke schade een norm strekt (art. 6:163 BW) tenzij moet worden aangenomen dat de litigieuze informatieplicht niet strekt tot bescherming tegen schade zoals door I. geleden in de zin van artikel 6:163 BW, hetgeen mij onwaarschijnlijk lijkt. Een lastig te hanteren onderscheid. Literatuur A.R. Bloembergen, C.C. van Dam, Jac. Hijma & W.L. Valk, Rechtshandeling en overeenkomst. Kluwer, Deventer Derde druk; A.L. Croes, Enige bedenkingen tegen de bedenktijd bij de koop van onroerende zaken, NTBR 2001, pp ; M.A.J.G. Janssen & M.M. van Rossum, Acties van de koper, Advocatenblad 2001, pp ; D. Kaandorp, De omkeringsregel(s), AA 2001, pp ; M.B.M. Loos, Algemene voorwaarden. Boom Juridische Uitgevers, Den Haag 2001; J.H. Nieuwenhuis, Promises, promises, NJB 2001, pp ; J.M. Smits, Nogmaals de richtlijn oneerlijke bedingen: Nederland veroordeeld wegens gebrekkige implementatie, WPNR 6461 (2001), pp ; M.S.A. Vegter, Aansprakelijkheid werkgever voor psychische schade werknemer als gevolg van seksuele intimidatie van de werknemer, AV&S 2001, pp KATERN 82

3 van goederen gehuwd. In april 1997 dient de vrouw bij de rechtbank een verzoek in tot echtscheiding met vaststelling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Volgens de vrouw behoort tot de gemeenschap de waarde van de goodwill in de maatschap waaraan de man als medisch specialist is verbonden. De vrouw stelt dat de helft van de waarde van de goodwill aan haar dient te worden uitgekeerd. De rechtbank heeft echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de vordering tot uitkering van de helft van de waarde van de goodwill afgewezen. Het Hof vernietigt dit vonnis met betrekking tot laatstgenoemd oordeel en bepaalt, voor zover hier van belang, dat aan de vrouw wordt toebedeeld, een vordering op de man ter grootte van de helft van de te zijner tijd aan hem ter zake van de goodwill uitgekeerde netto vergoeding, opeisbaar na ontvangst daarvan door de man, daar de waarde van de goodwill thans niet bepaalbaar is. In cassatie klaagt de vrouw over dit oordeel en betoogt dat het Hof de helft van de waarde van de goodwill, berekend naar de waarde ten tijde van de verdeling, aan haar had moeten toedelen. De Hoge Raad stelt bij de beoordeling van deze klacht voorop dat: A) De rechter, die, in een geval waarin de deelgenoten geen overeenstemming over de verdeling van een gemeenschap kunnen bereiken, de verdeling daarvan op de voet van art. 3:185 lid 1 BW vaststelt, dient daarbij, zoals in dat artikel is bepaald, naar billijkheid rekening te houden met de belangen van partijen en het algemeen belang. Voorts is de rechter die de verdeling vaststelt, bij de vaststelling van de verdeling niet gebonden aan hetgeen partijen over en weer hebben gevorderd. B) Bij de verdeling van tot een gemeenschap behorende goederen moet, ter bepaling van hun waarde, in beginsel worden uitgegaan van de waarde ten tijde van de verdeling. Uit hetgeen door partijen is overeengekomen en uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien dat hiervan wordt afgeweken. Goederenrecht Mr. R.M.Ch.M. Koot Jurisprudentie HR 12 oktober 2001, RvdW, 153 (K./M.) Verdeling gemeenschap ex artikel 3:185 lid 1, waardering goodwill maatschapsaandeel Man en vrouw zijn sinds 1978 in gemeenschap Voorts oordeelt de Hoge Raad dat, tegen de achtergrond van de onder A weergegeven vrijheid die de rechter bij de vaststelling van de verdeling van een gemeenschap heeft en de onder B beschreven mogelijkheid de waarde van de te verdelen goederen naar een ander tijdstip dan dat van de verdeling te bepalen, de beslissing van het hof niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Volgt verwerping van het beroep, conform de conclusie van A-G Huydecoper KATERN 82

4 Literatuur P.H.M. Gerver, Het recht van hypotheek (Studiepockets Privaatrecht nr. 49). W.E.J. Tjeenk Willink, Deventer Tweede druk; S.C.J.J. Kortmann, M.H.E. Rongen & H.L.E. Verhagen, Zekerheidsrechten op naam van een trustee (I), WPNR 6459 (2001), pp , (II, slot) WPNR 6460 (2001), pp ; C.T.M. Luijks, Pandrecht op (het saldo van) een bankrekening, WPNR 6465 (2001), pp ; W.H.M. Reehuis & A.H.T. Heisterkamp, Goederenrecht (Pitlo-serie, Het Nederlands burgerlijk recht deel 3). Gouda Quint, Deventer Elfde druk; H.J. Snijders & E.B. Rank-Berenschot, Goederenrecht (Studiereeks burgerlijk recht deel 2). Kluwer, Deventer Derde druk. KATERN

5 HR 19 oktober 2001, RvdW 2001, 158 (PTT Post/Baas): arbeidsongeval, strekking artikel 7:658 BW. Veiligheidsmaatregelen en instructies, aard arbeid; vermindering voorzichtigheid werknemer; ervaringsregel Postbesteller Baas heeft tijdens zijn werkzaamheden voor PTT Post zijn bestelauto in de berm geparkeerd van een weg die buiten de bebouwde kom is gelegen. Baas stapt uit en loopt naar de achterzijde van zijn bestelauto. Tijdens het openen van de achterdeur waait er een envelop uit de laadruimte van de auto de weg op. Hij rent de envelop in een impuls achterna en wordt direct daarna aangereden door een hem tegemoetkomende auto. Baas heeft ernstig schedel- en hersenletsel opgelopen en is gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt. Hij stelt PTT Post op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor de door het ongeval geleden schade. De kantonrechter wijst de vordering af door te oordelen dat PTT Post niet is tekortgeschoten in enige op grond van artikel 7:658 BW op haar rustende zorgplicht. In hoger beroep wijst de Rechtbank de vordering van Baas echter toe nu de werkgever onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen. PTT Post stelt vervolgens cassatieberoep in. Onrechtmatige daad en overige verbintenissen uit de wet Mr. E.-J. Zippro Wetgeving EK , , nr. 128: Memorie van antwoord bij het wetsvoorstel tot wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek voor gevallen van verborgen schade door letsel of overlijden. Jurisprudentie De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. De Rechtbank mocht de ervaringsregel dat het dagelijks verkeren in een bepaalde werksituatie leidt tot een vermindering van de ter voorkoming van ongelukken raadzame voorzichtigheid, mede redengevend achten voor haar oordeel dat aanzienlijke risico s waren verbonden aan de door Baas verrichte werkzaamheden. De rechtbank verbond hieraan de conclusie dat op de werkgever een aanzienlijke verplichting rustte, veilig werken te bevorderen en op veilig werken toe te zien. Nu vaststaat dat de werknemer in een impuls de rijbaan is opgeschoten omdat een poststuk wegwaaide, gaat het in deze zaak volgens de Hoge Raad om de vraag of: PTT Post in redelijkheid door middel van veiligheidsmaatregelen of -instructies de kans op het wegwaaien van post had kunnen of moeten voorkomen, althans verkleinen, en dus anders dan het onderdeel tot uitgangspunt lijkt te nemen niet om de vraag of PTT Post in redelijkheid door maatregelen of instructies had kunnen en moeten voorkomen dat postbestellers bij een verkeersongeval betrokken raken doordat zij zonder aanleiding en zonder op te letten vanachter hun bestelauto de weg oplopen. Blijkens het bestreden vonnis is de Rechtbank met juistheid uitgegaan van de opvatting dat artikel 7:658 BW ertoe strekt te bewerkstelligen dat de werknemer tegen het oplopen van schade als in deze bepaling bedoeld, wordt beschermd voor zover als redelijkerwijs in verband met de aard van de arbeid gevorderd kan worden. HR 26 oktober 2001, RvdW 2001, 169 (Van de W./R.): immateriële schadevergoeding; oogmerk nadeel toe te brengen. Samenloop 6:108 en 6:106 lid 1 sub a BW Enkele dagen voordat het huwelijk tussen Van de W. en R. door inschrijving in de registers KATERN

6 wordt ontbonden, doodt de man (R.) hun zevenjarige zoon. Het Hof stelt vast dat de man bij dit doden het oogmerk had om leed aan de vrouw toe te brengen. In cassatie gaat het om de vraag of de vrouw (Van de W.) aanspraak kan maken op vergoeding van immateriële schade. De Rechtbank en ook het Hof hebben de vordering terzake van immateriële schade toegewezen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en overweegt onder meer: Art. 6:95 BW bepaalt dat schade die bestaat in ander nadeel dan vermogensschade slechts kan worden vergoed voorzover de wet op vergoeding daarvan recht geeft. In art. 6:106 BW is vervolgens aangegeven in welke gevallen een recht op vergoeding van immateriële schade bestaat. Het Hof heeft geoordeeld welk oordeel naar uit het hierna overwogene zal blijken in cassatie tevergeefs wordt bestreden dat R. bij de door hem gepleegde daad het oogmerk had nadeel dat niet in vermogensschade bestaat toe te brengen aan Van de W. Op deze situatie is art. 6:106 lid 1, aanhef en onder a BW, direct van toepassing. ( ) Anders dan het onderdeel betoogt, staat het stelsel van de wet, en met name art. 6:108, niet in de weg aan vergoeding van immateriële schade indien de dader iemand heeft gedood met het oogmerk aan een ander, de benadeelde, zodanige schade toe te brengen. Voor de toepassing van artikel 6:108 BW doet niet terzake of het doden van het slachtoffer alleen jegens deze of mede jegens anderen onrechtmatig is. In beide gevallen kunnen alleen de in deze bepaling genoemden aanspraak maken op vergoeding van schade, en wel enkel de materiële schade die bestaat in het derven van levensonderhoud. Art. 6:95 staat eraan in de weg dat op grond van artikel 6:108 immateriële schadevergoeding wordt gevorderd. Dit neemt evenwel niet weg dat een aanspraak op vergoeding van immateriële schade wel kan bestaan, indien voldaan is aan het in art. 6:106 lid 1, aanhef en onder a, neergelegde vereiste dat het oogmerk heeft bestaan immateriële schade toe te brengen, en, gelet op art. 6:95, aan het vereiste dat, voorzover hier van belang, het doden van het slachtoffer een onrechtmatige daad jegens de benadeelde oplevert. Art. 6:106 lid 1, aanhef en onder a, en art. 6:108 bestrijken derhalve van elkaar te onderscheiden (categorieën van) gevallen, met dien verstande dat zich gevallen kunnen voordoen waarin beide regelingen van toepassing zijn. HR 9 november 2001, RvdW 2001, 175 (Van Doesburg/Tan): aansprakelijkheid werkgever ex artikel 6:170 BW. Eigen schuld werknemer Van Doesburg, apothekersassistente in dienst van apotheker Tan, loopt tijdens haar werkzaamheden in de apotheek tegen een openstaande lade van een medicijnkast. Zij raakt met haar voorhoofd en linkeroog het uiterste puntje van een van de bovenste laden van de kast. Door de botsing komt zij ten val en loopt ernstig letsel op. Op grond van artikel 6:170 BW (kwalitatieve aansprakelijkheid werkgever) vordert zij dat de apotheker wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. De Rechtbank heeft de vordering toegewezen. Het Hof is eveneens van oordeel dat de collega die de kast heeft laten openstaan een onrechtmatige daad jegens de apothekersassistente heeft gepleegd, waarvoor de apotheker, nu ook aan de overige vereisten van artikel 6:170 BW is voldaan, aansprakelijk is. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat de schade van de apothekersassistente mede een gevolg is van aan haar toe te rekenen onoplettendheid, zodat ingevolge artikel 6:101 BW (eigen schuld) de vergoedingsplicht van de apotheker met 50% dient te worden verminderd. Het hiertegen gerichte cassatiemiddel treft doel. De Hoge Raad oordeelt als volgt: Onderdeel 1 van het middel in het principale beroep klaagt terecht dat het Hof, door de verplichting tot schadevergoeding van Tan op de voet van artikel 6:106 BW met 50% te verminderen, heeft miskend dat in een geval als het onderhavige, waarin een werknemer in het kader van de uitvoering van de hem opgedragen werkzaamheden letsel oploopt als gevolg van zowel een gevaarscheppende handeling van een andere werknemer, waarvoor de werkgever uit hoofde van art. 6:170 BW aansprakelijk is, als van eigen schuld van de werknemer, de schade geheel voor rekening van de werkgever komt, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Immers, nu de schade binnen een dienstverband wordt geleden en het de werkgever is die in eerste instantie de werkomstandigheden bepaalt, eist de in art. 6:101 lid 1 BW bedoelde billijkheid om de schuld van de werknemer die niet bestaat in opzet of bewuste roekeloosheid, voor rekening van de werkgever te laten komen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank. Literatuur L. Bergkamp, Liability and Environment. Private and Public law aspects of civil liability for environmental harm in an international context. Kluwer law international. Den Haag 2001; W.H. van Boom, Troostgeld voor naasten? Een ruimere blik is noodzakelijk, AV&S 2001, pp ; 4350 KATERN 82

7 M.F.H. Broekman, Art. 3:310 BW. Actuele verfijning van verjaring in het civiele recht, Advocatenblad 2001, pp ; C.C. van Dam, Reflexwerking volgens de Hoge Raad. Over de spiegel en de raadselen, Verkeersrecht 2001, pp ; E.M. van der Heijden, Punitive damages en de calculerende schadeveroorzaker, NJB 2001, pp ; H.Ph.J.A.M. Hennekens, Overheidsaansprakelijkheid op de weegschaal. W.E.J. Tjeenk Willink, Deventer 2001; C.E.C. Jansen & J.H. Duyvensz, Productaansprakelijkheid en voorgeschreven ondeugdelijk materiaal sinds het Moffenkitarrest, NTBR 2001, pp ; D. Kaandorp, De omkeringsregel(s), AA 2001, pp ; P. Kuipers, Aansprakelijkheid voor terughaalschade en waarschuwingsplichten, AV&S 2001, pp ; G.E. van Maanen, Ongerechtvaardigde verrijking. Ars Aequi Libri, Nijmegen 2001; E.R. Muller & C.J.J.M. Stolker (red.), Ramp en Recht. Beschouwingen over rampen, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Boom Juridische Uitgevers, Den Haag 2001; A.F. Salomons, Verrijking, billijkheid en verdelende gerechtigheid, WPNR 6467 (2001), pp ; J.B.M. Vranken, Contractuele breekijzers of de koninklijke weg?, WPNR 6460 (2001), pp KATERN

8 Jurisprudentie Erfrecht Mr. P.C. van Es Wetgeving EK , , nr. 111: Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7, tweede gedeelte (nadere wijziging Boek 4); Voorlopig verslag; EK , , nr. 112: Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7, derde gedeelte (Overgangsrecht); Voorlopig verslag; EK , , nr. 113: Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7, vierde gedeelte (aanpassing aan nieuwe erfrecht en schenkingsrecht); Voorlopig verslag. HR 5 oktober 2001, RvdW 2001, 148 (Van der Vijver c.s./stoll-van Velthuysen c.s.): Ontbreken van jaartal in testament; geen nietigheid maar vernietigbaarheid. Anticipatie Van der Vijver heeft op 26 april 1994 een testament doen opmaken waarbij alle voorgaande wilsbeschikkingen werden herroepen en waarbij Van der Vijver de eisers tot cassatie (hierna: Van der Vijver c.s.) heeft aangewezen als erfgenamen. Bij een eerder testament, verleden op 15 december 1986, had Van der Vijver zijn echtgenote Pijttersen tot enige erfgename benoemd onder de bepaling dat hetgeen zij onvervreemd en onverteerd zou achterlaten, aan de in dat testament vermelde personen zou toekomen. Na het overlijden van Van der Vijver blijkt dat het op 26 april 1994 opgemaakte testament geen jaartal vermeldt. De aanhef luidt: Heden, de zes en twintigste april verscheen voor mij ( ). Tussen de bij de procedure betrokken partijen is onomstreden dat het testament in 1994 is verleden. Van der Vijver c.s. vorderen een verklaring voor recht dat het op 26 april 1994 verleden testament authentiek is en dat Van der Vijver c.s. rechthebbenden op de nalatenschap van Van der Vijver zijn. Rechtbank en Hof oordelen dat het testament nietig is. Op grond van artikel 26 lid 2 sub 5 jo lid 4 Wet op het notarisambt (oud) mist een notariële akte authenticiteit, wanneer deze het jaartal van verlijden niet vermeldt (artikel 40 van de huidige Wet op het notarisambt houdt eenzelfde bepaling in). Uit 4:985 BW jo 4:1000 BW volgt dat het testament in dat geval nietig is. De Hoge Raad stelt voorop dat het niet vermelden van het jaar in een notariële akte waarbij een uiterste wil is gemaakt, tot gevolg heeft dat de akte niet voldoet aan de in Boek 4 gestelde vereisten. Anders dan het Hof heeft geoordeeld, leidt dit volgens de Hoge Raad echter niet tot nietigheid van het onderhavige testament. De Hoge Raad acht in de eerste plaats van belang dat het achterwege laten van de vermelding van het jaar waarin de akte is verleden, moet worden aangemerkt als een kennelijke misslag, die de notaris op grond van artikel 45 lid 2 van de huidige Wet op het notarisambt zou hebben kunnen verbeteren. Voorts merkt de Hoge Raad op dat ontbrekende gegevens omtrent de plaats of het tijdstip van het verlijden van de akte, in veel gevallen zonder veel moeilijkheden kunnen worden vastgesteld. Tot slot anticipeert de Hoge Raad op het nieuwe erfrecht: KATERN

9 Ten slotte is van belang dat naar huidige inzichten het achterwege laten van de vermelding van een van de hier bedoelde gegevens, niet tot nietigheid, maar tot vernietigbaarheid behoort te leiden. Dit strookt niet alleen met hetgeen in een belangrijk deel van de literatuur als wenselijk wordt verdedigd, maar komt vooral tot uitdrukking in art van het inmiddels wet geworden, maar nog niet in werking getreden Boek 4 BW. Nu de in aanmerking komende belangen in voldoende mate bescherming vinden in de vernietigbaarheid van een uiterste wil, en aan het stelsel van de huidige wet, mede gelet op art. 3:39 BW, geen bezwaren tegen een regeling als vervat in art kunnen worden ontleend, brengt een redelijke wetsuitleg mee dat ook voor het huidige recht moet worden aanvaard dat het ontbreken van de vermelding van plaats, jaar, maand of dag in de akte waarbij een uiterste wil is verleden, leidt tot vernietigbaarheid van de uiterste wil. M. van der Aa en L. Baggerman, De minderjarige erfgenaam in het nieuwe erfrecht, FJR 2001, pp Met betrekking tot de vernietigingsgrond merkt de Hoge Raad met het oog op de behandeling na verwijzing het volgende op: Daarbij zal evenwel hebben te gelden dat geen beroep op deze vernietigingsgrond kan worden gedaan, indien op andere wijze dan uit het testament zelf met de in een geval als dit vereiste hoge mate van zekerheid komt vast te staan in welk jaar het testament is verleden. De partijen moeten in de gelegenheid worden gesteld hun stellingen op dit punt aan te passen en voorts behoort de gelegenheid te bestaan de andere belanghebbenden bij de (on)geldigheid van het testament op de voet van 12a Rv in het geding te roepen. Literatuur M.Y. Nethe, Kan een rechtspersoon herleven met het oog op een nalatenschap die is opengevallen na het tijdstip waarop hij is opgehouden te bestaan?, WPNR 6461 (2001), pp ; S. Perrick, Over het vervallen van legaten en over legaten van een goed uit de huwelijksgemeenschap onder boek 4 NBW, WPNR 6462 (2001), pp ; B.C.M. Waaijer, Heden zesentwintig april, verscheen voor mij (Naar aanleiding van Hoge Raad 5 oktober 2001, RvdW 01/148), WPNR 6466 (2001), pp ; C.A. Kraan, De samenlevingsovereenkomst in het nieuwe erfrecht, WPNR 6468 (2001), pp ; S. Perrick, Testeervrijheid en de zorg voor de langstlevende echtgenoot in het nieuwe erfrecht, WPNR 6469 (2001), pp ; 4352 KATERN 82

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit

Nadere informatie

WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht. 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg

WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht. 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg Onderwerpen 3 uitspraken: 1. samenwoners en natuurlijke verbintenis, HR 10 oktober 2014,

Nadere informatie

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen.

Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Hoge Raad, 26 januari 2001 (Weststrate/De Schelde); blootstelling aan asbest niet aangetoond. Vordering afgewezen. Samenvatting Werknemer met mesothelioom spreekt werkgever aan. De schadevergoeding wordt

Nadere informatie

Samenloop in het verdelingsrecht. Prof.mr. A.J.M. Nuytinck

Samenloop in het verdelingsrecht. Prof.mr. A.J.M. Nuytinck Samenloop in het verdelingsrecht Prof.mr. A.J.M. Nuytinck HR 19 januari 2007, LJN: AZ1488, NJ 2007, 62 (mrs. J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem- Spapens, P.C. Kop, F.B. Bakels, W.D.H. Asser; A-G mr. L. Strikwerda)

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015 Erfrechtjournaal 16 januari 2015 Items Gewijzigde familieverhoudingen Defiscalisatie in het erfrecht Machtiging kantonrechter voor het doen van schenking? Gewijzigde familieverhoudingen Eindejaarspeiling

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-149 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mevrouw mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

Erfrecht. Wat gebeurt er na iemands overlijden met zijn vermogen?

Erfrecht. Wat gebeurt er na iemands overlijden met zijn vermogen? Erfrecht Wat gebeurt er na iemands overlijden met zijn vermogen? Verklaring van erfrecht Dit is een schriftelijke verklaring die u nodig heeft na iemands overlijden. De verklaring wordt opgemaakt door

Nadere informatie

Inleiding. Drenth). 3 Zie ook HR 5 december 1997, NJ 1998, 400 m.nt. Jac. Hijma onder HR 5 december 1997, NJ 1998,

Inleiding. Drenth). 3 Zie ook HR 5 december 1997, NJ 1998, 400 m.nt. Jac. Hijma onder HR 5 december 1997, NJ 1998, W. Dijkshoorn & S.D. Lindenbergh, Buitengerechtelijke kosten en eigen schuld. HR 21 september 2007, RvdW 2007, 789 (Manege Bergemo), Maandblad voor Vermogensrecht 2007, p. 252-256. Buitengerechtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor Gemeenschapsschulden na ontbinding en verjaring

Aansprakelijkheid voor Gemeenschapsschulden na ontbinding en verjaring Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Aansprakelijkheid voor Gemeenschapsschulden na ontbinding en verjaring A.J.M. Nuytinck Published in WPNR 2010, 6851, p. 582-584 Prof. mr. A.J.M.

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

NADERE INVULLING WERKGEVERSAANSPRAKELIJKHEID VOOR VERKEERSONGEVALLEN VAN WERKNEMERS

NADERE INVULLING WERKGEVERSAANSPRAKELIJKHEID VOOR VERKEERSONGEVALLEN VAN WERKNEMERS NADERE INVULLING WERKGEVERSAANSPRAKELIJKHEID VOOR VERKEERSONGEVALLEN VAN WERKNEMERS De heeft in december 2008 wederom drie interessante arresten gewezen inzake werkgeversaansprakelijkheid voor verkeersletsel

Nadere informatie

12-03- 2014. Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014

12-03- 2014. Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014 Split Online Congres CIVIELE ASPECTEN VAN DE EIGEN WONING IN DE ECHTSCHEIDING MR. DR. E.W.J. EBBEN MAART 2014 HUWELIJK ZONDER HUWELIJKSVOORWAARDEN GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN BOEDELMENGING OPVOLGING ONDER

Nadere informatie

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 juli 2014 arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team II zaaknummer :200.140.465101 KG zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/5545011KG ZA 13-1428 arrest van de meervoudige burgerlijke

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 10 DECEMBER 2010 F.08.0102.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.08.0102.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 822 Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte (Overgangsrecht) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan

Nadere informatie

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst

Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips. 18 december 2015 Dirk Vergunst Webinar burgerlijk procesrecht Dagvaarding en tips 18 december 2015 Dirk Vergunst 1 Artikel 45 Rechtsvordering 1. Exploten (pv van ambtshandeling) worden door een daartoe bevoegde deurwaarder gedaan (

Nadere informatie

Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid

Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Mr. Bert Kabel (1) Inleiding In het hedendaagse verkeer komt het regelmatig voor dat verkeersdeelnemers elkaar geen voorrang verlenen. Gelukkig

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden.

Eiseres zal hierna [A] genoemd worden. Gedaagden zullen hierna ieder afzonderlijk [B] en [C], alsmede gezamenlijk [B] c.s. genoemd worden. Rechtbank Amsterdam, 06 juni 2012; de hondenbezitter is aansprakelijk voor de letselschade van een vrouw die tijdens het uitlaten van de hond ten valt komt doordat de hond plotseling hard aan de lijn trok.

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 6 maart 1998 Eerste Kamer Nr. 16.561 (C97/040 HR) AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Karl Heinz HILLE, wonende te Haarlem, EISER tot cassatie, advocaat : mr E. Grabandt, t e g e n 1. de

Nadere informatie

Drie stellingen. Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series. M.L. Tuil. Published in WPNR 2010 (6831), p. 143-145

Drie stellingen. Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series. M.L. Tuil. Published in WPNR 2010 (6831), p. 143-145 Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Drie stellingen M.L. Tuil Published in WPNR 2010 (6831), p. 143-145 Postdoc Erasmus Universiteit Rotterdam (tuil@law.eur.nl). 1 Abstract In dit

Nadere informatie

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen)

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Noot I. van der Zalm Overlijdensschade. Schadeberekening. Inkomensschade.

Nadere informatie

De Bont sprak daarop zijn werkgever aan. De rechtbank wees de vordering af omdat het vervoer als woon-werkverkeer gezien werd.

De Bont sprak daarop zijn werkgever aan. De rechtbank wees de vordering af omdat het vervoer als woon-werkverkeer gezien werd. Hoge Raad, 9 augustus 2002 Samenvatting Een bouwvakker, De Bont, reed in zijn eigen auto van huis in Oosterhout, naar de werkplek in Deventer. Een paar collega s reden mee. Door een fout van De Bont sloeg

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. November 2015

Erfrechtjournaal. November 2015 Erfrechtjournaal November 2015 Items Erfdeel bij versterf of legitieme? Verbeurd? Erfrecht en sociale zekerheid Vereffeningsproblematiek op een A4 (Kolkman) Verrefeningskosten: advieskosten? Stiefkinderen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 8 TWEEDE NOT VN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Kluwer Online Research. EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Wettelijke rente bij verrekenen en verdelen

Kluwer Online Research. EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Wettelijke rente bij verrekenen en verdelen EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Wettelijke rente bij verrekenen en verdelen EB. Tijdschrift voor scheidingsrecht, Wettelijke rente bij verrekenen en verdelen Mr. E.C.E. Schnackers[1] Auteur: Wettelijke

Nadere informatie

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te

2. Conclusie Op grond van al het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Wij verzoeken Uw Raad daarom de uitspraak van het Hof te i. Cassatiemiddelen l.i. Eerste middel Schending van het Nederlandse recht, met name van artikel 27, lid 5, Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) (tekst tot en met 1996), van artikel 13a, lid 1,

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Huwelijkse voorwaarden

Huwelijkse voorwaarden Huwelijkse voorwaarden het verrekenbeding in de praktijk Smit en de Wolf Scheveningseweg 10 2517 KT Den Haag 070 356 07 95 www.smitwolf.nl Geachte relatie, Bent u gehuwd? En, zo ja, heeft u huwelijkse

Nadere informatie

De toepasselijkheid van de schadestaatprocedure HR 23 december 2005, NJ 2006, 32 (De Zwolsche Algemeene Schadeverzekering N.V.

De toepasselijkheid van de schadestaatprocedure HR 23 december 2005, NJ 2006, 32 (De Zwolsche Algemeene Schadeverzekering N.V. De toepasselijkheid van de schadestaatprocedure HR 23 december 2005, NJ 2006, 32 (De Zwolsche Algemeene Schadeverzekering N.V./Rijssemus) Inleiding Art. 612 Rv bepaalt dat de rechter die een veroordeling

Nadere informatie

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus)

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus) Vervangende toestemming tot verhuizing naar Finland Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D.

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7. Zutekouw / van Oort

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7. Zutekouw / van Oort Rechtspraak Instantie Hoge Raad Datum 14 maart 2008 Vindplaats LJN BC6699 Naam Zutekouw / van Oort Essentie uitspraak: Een wegens ziekte arbeidsongeschikte werknemer heeft geen recht op loondoorbetaling

Nadere informatie

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris!

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Prof. mr. A.J.M. Nuytinck Published in Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), 139,

Nadere informatie

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De levensverzekeringsovereenkomst: een vreemde eend in de bijt van verzekeringsovereenkomsten Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Algemene opmerkingen (1) De wetgever

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

ONTBINDINGSCLAUSULE HUUROVEREENKOMST GELDIG IN SURSÉANCE EN FAILLISSEMENT HR 13 mei 2005, RvdW 2005/72 (Curatoren BabyXL/Amstel Lease)

ONTBINDINGSCLAUSULE HUUROVEREENKOMST GELDIG IN SURSÉANCE EN FAILLISSEMENT HR 13 mei 2005, RvdW 2005/72 (Curatoren BabyXL/Amstel Lease) ONTBINDINGSCLAUSULE HUUROVEREENKOMST GELDIG IN SURSÉANCE EN FAILLISSEMENT HR 13 mei 2005, RvdW 2005/72 (Curatoren BabyXL/Amstel Lease) Inleiding In het hierna te bespreken arrest heeft de Hoge Raad beslist

Nadere informatie

ERFRECHT EN SCHENKING

ERFRECHT EN SCHENKING MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT ERFRECHT EN SCHENKING BEWERKT DOOR MR. S. PERRICK ADVOCAAT EN NOTARIS TE AMSTERDAM DERTIENDE DRUK KLUWER - DEVENTER - 2002

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

BEWIND -1- M:\brochures\bewind.docx 22/6/2015

BEWIND -1- M:\brochures\bewind.docx 22/6/2015 BEWIND Zodra een kind meerderjarig is (18 jaar) mag het zelf over zijn of haar eigen vermogen beschikken. Dat is meestal geen probleem, als dat vermogen niet groot is en één van beide ouders of beide ouders

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Rechten en verplichtingen. Echtgenoten. Feitelijke scheiding. Hulp- en bijstandsverplichting. Vordering tot onderhoudsbijdrage. Ontstaan of voortduren van de scheiding.

Nadere informatie

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7

P. Kruit, C. Loonstra en E. van Vliet 978-90-01-83406-7 Rechtspraak Instantie Hoge Raad Datum 8 oktober 2004 Vindplaats LJN AO9549 Naam Vixia / Gerrits Essentie uitspraak: De enkele schending van controlevoorschriften (de werknemer weigert bij de bedrijfsarts

Nadere informatie

Vernietiging van een verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van dwaling

Vernietiging van een verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van dwaling Vernietiging van een verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van dwaling Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 28 april 2006, JOL 2006, 279, RvdW 2006, 449, LJN: AV8719 (mrs. J.B. Fleers, O. de

Nadere informatie

Stelplicht en bewijslast bij werkgeversaansprakelijkheid

Stelplicht en bewijslast bij werkgeversaansprakelijkheid partij die volgens de hoofdregel de bewijslast zou hebben gehad. Een andere bewijslastverdeling kan voorts voortvloeien uit de eisen van redelijkheid en billijkheid. 2 In een concreet geval kan de redelijkheid

Nadere informatie

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend Regelingen en voorzieningen CODE 7.2.3.38 Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend jurisprudentie bronnen EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, afl. 10 - oktober 2010 Gerechtshof

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT

JURISPRUDENTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT JURISPRUDENTIE AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT samengesteld door mr. F. Stadermann, mr. W.A. Luiten, mr. M. Keijzer-de Korver en mr. A. Koopman derde, geheel herziene druk Inhoudsopgave DEEL I: AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT

Nadere informatie

Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER.

Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER. Nr. 5. SCHADEVERGOEDING WEGENS TEKORTKOMING IN VINDEN OPVOLGER. In eerder bindend advies van andere arbiters dan Scheidsgerecht is niet reeds over thans gevorderde schadevergoeding beslissing genomen.

Nadere informatie

Uitspraak. Letselschade.nl 1

Uitspraak. Letselschade.nl 1 Uitspraak Letselschade.nl 1 7 december 2012 Eerste Kamer 12/00522 RM/EP Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Inhoud. 1.5 Materieel en formeel recht 16 1.6 Samenvatting 17

Inhoud. 1.5 Materieel en formeel recht 16 1.6 Samenvatting 17 Inhoud 1 Basisbegrippen in het burgerlijk recht 13 1.1 Inleiding 13 1.2 De plaats van het burgerlijk recht 13 1.3 Bronnen van het burgerlijk recht 15 1.4 Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Nadere informatie

Privaatrecht. Burgerlijk recht. Contractenrecht. Burgerlijk recht. Jurisprudentie

Privaatrecht. Burgerlijk recht. Contractenrecht. Burgerlijk recht. Jurisprudentie Privaatrecht Burgerlijk recht Mr. D.J. Beenders, mr.drs. B.T.M. van der Wiel, mr. E.-J. Zippro, mr. C.G. Breedveld-de Voogd, mr. P.C. van Es Contractenrecht Mr. D.J. Beenders Wetgeving TK 2001/2002, 23

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 14 januari 2011 De volgende onderwerpen worden behandeld: Uitleg opstalrecht op grond van notariële akte Verrekening van voordeel Aanvaarding rechtsstrijd Klachtplicht Risicoaansprakelijkheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA

Nadere informatie

W.H. van Boom, Annotatie bij HR 14 oktober 2005, C04/200HR, NJ 2005, 539 (City Tax BV / De Boer)

W.H. van Boom, Annotatie bij HR 14 oktober 2005, C04/200HR, NJ 2005, 539 (City Tax BV / De Boer) W.H. van Boom, Annotatie bij HR 14 oktober 2005, C04/200HR, NJ 2005, 539 (City Tax BV / De Boer) eerder gepubliceerd in Jurisprudentie Aansprakelijkheid 2006//1, nr. 10, p. 103-106 Negeren inrijverbod

Nadere informatie

Hypotheek en levensverzekering

Hypotheek en levensverzekering Hypotheek en levensverzekering Wanneer u voor de financiering van een huis een hypothecaire lening afsluit, verlangt de financier vaak dat tevens een levensverzekering op uw leven wordt afgesloten. Als

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 29 MEI 2015 C.13.0615.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.13.0615.N Ch. V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen,

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK CENTRALE RAAD VAN BEROEP 97/524 WW U I T S P R A AK in het geding tussen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

Hoge Raad 18-09-1998, BJN 101933, (Van Doorn/NBM)

Hoge Raad 18-09-1998, BJN 101933, (Van Doorn/NBM) Uittreksels Jurisprudentie rechtspraak UJA_101933, PDF gemaakt voor UJA-Nummer Instantie UJA_101933 Hoge Raad datum 18-09-1998 wetsartikelen Art. 7A:1638 oud-bw (thans art. 7:658 BW) Hoge Raad 18-09-1998,

Nadere informatie

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER Nr. C98/080HR ARREST in de zaak van: DE GEMEENTE GRONINGEN,gevestigd te Groningen, EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: voorheen

Nadere informatie

Uitspraak 24 juni 2011 Eerste Kamer 10/00078 EV/MD. Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. in de zaak van:

Uitspraak 24 juni 2011 Eerste Kamer 10/00078 EV/MD. Hoge Raad der Nederlanden. Arrest. in de zaak van: LJN: BP9897, Hoge Raad, 10/00078 Arbeidsrecht. Arbeidsongeval. Stelplicht en bewijslast onder art. 7:658 BW. Ook als de werknemer die heeft nagelaten een handeling te verrichten om een veiligheidsvoorziening

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Privaatrecht. Burgerlijk recht. Contractenrecht. Burgerlijk recht

Privaatrecht. Burgerlijk recht. Contractenrecht. Burgerlijk recht Privaatrecht Burgerlijk recht Mr.drs. B.T.M. van der Wiel, mr.drs. L. Reurich, mr. R.M.Ch.M. Koot, mr. W.C. Scharp, mr. P.C. van Es Contractenrecht Mr.drs. B.T.M. van der Wiel Wetgeving TK 2000/2001, 27

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-67 d.d. 2 maart 2012 (prof.mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

2. De verdere beoordeling van het principaal en het incidenteel beroep

2. De verdere beoordeling van het principaal en het incidenteel beroep Einduitspraak Commissie van Beroep 2015-033B d.d. 27 januari 2016 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. A. Smeeing-van Hees en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. G.A.

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in

Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691. beschikking ex artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in Zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-29691 beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Sector kanton Locatie Rotterdam zaaknummers: 1332071 VZ VERZ 12-2042 1339421 VZ VERZ 12-2969 uitspraak: 21

Nadere informatie

Bij de eerste druk 13 Bij de tweede druk 14. Hoofdstuk 1. Versterferfrecht 15

Bij de eerste druk 13 Bij de tweede druk 14. Hoofdstuk 1. Versterferfrecht 15 Voorwoord 13 Bij de eerste druk 13 Bij de tweede druk 14 Hoofdstuk 1. Versterferfrecht 15 1.1 Inleiding 15 1.1.1 Achtergronden 15 1.1.2 Terminologie 17 1.1.3 Geschiedenis 19 1.2 Algemene bepalingen 22

Nadere informatie

Hoge Raad 12-02-1999, BJN 101936, (Schoenmaker)

Hoge Raad 12-02-1999, BJN 101936, (Schoenmaker) Uittreksels Jurisprudentie rechtspraak UJA_101936, PDF gemaakt voor UJA-Nummer Instantie UJA_101936 Hoge Raad datum 12-02-1999 wetsartikelen Art. 1639o oud-bw; art. 1639p oud-bw; art. 1639s oud-bw (art.

Nadere informatie

De goede werkgever. G.J.J. Heerma van Voss Leiden Vereniging voor arbeidsrecht - 26 mei 2011. Leiden University. The university to discover.

De goede werkgever. G.J.J. Heerma van Voss Leiden Vereniging voor arbeidsrecht - 26 mei 2011. Leiden University. The university to discover. Programma 13.30 uur ontvangst 14.00 uur opening prof. mr. W. (Willem) Bouwens 14.05 uur prof. mr. E. (Evert) Verhulp 14.15 uur prof. mr. G. (Guus) Heerma van Voss 15.00 uur stellingen 15.30 uur pauze 16.00

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764 ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1764 Instantie Datum uitspraak 23-04-2013 Datum publicatie 03-06-2013 Gerechtshof Amsterdam Zaaknummer 200.099.866-01 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/85761

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y],

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], GERECHTSHOF TE AMSTERDAM EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., handelend onder de naam [Y], gevestigd te [plaats],

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Kenmerk: 03/12. Arbitraal vonnis in de zaak van:

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Kenmerk: 03/12. Arbitraal vonnis in de zaak van: SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 03/12 Arbitraal vonnis in de zaak van: X, wonende te Amsterdam eiseres, gemachtigde: jhr. mr. A.B. van Kinschot, tegen de stichting Y gevestigd te Z verweerster,

Nadere informatie

Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857

Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857 Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Noot bij ktr. Utrecht 16 september 2008, BF0857 Z.H. Duijnstee-van Imhoff Published in WR 2009/109, p. 388-390. 1 Noot bij ktr. Utrecht 16 september

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor psychisch letsel op de voet van artikel 7:658 BW

Aansprakelijkheid voor psychisch letsel op de voet van artikel 7:658 BW Aansprakelijkheid voor psychisch letsel op de voet van artikel 7:658 BW Hoge Raad 11 maart 2005, LJN AR6657, JAR 2005, 84 Mw. mr. drs. M.S.A. Vegter Feiten en beslissing kantonrechter en hof Werknemer

Nadere informatie

Ontwerp d.d. *** TESTAMENT D GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN MET MEERDERJARIGE KINDEREN (UIT HUIDIGE RELATIE). TWEETRAPSMAKING

Ontwerp d.d. *** TESTAMENT D GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN MET MEERDERJARIGE KINDEREN (UIT HUIDIGE RELATIE). TWEETRAPSMAKING Ontwerp d.d. *** TESTAMENT D GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN MET MEERDERJARIGE KINDEREN (UIT HUIDIGE RELATIE). TWEETRAPSMAKING Op *** verscheen voor mij, mr. ***, notaris te Rotterdam:-----------------------------

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel.

Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Rechtbank Amsterdam 15 april 2009; voetganger struikelt over uitstekend putdeksel. Benadeelde komt ten val over een putdeksel dat drie centimeter boven het gewone trottoirniveau uitsteekt en loopt letsel

Nadere informatie

De Hoge Raad beantwoordt de beide hierboven geformuleerde rechtsvragen als volgt. 1

De Hoge Raad beantwoordt de beide hierboven geformuleerde rechtsvragen als volgt. 1 Boedelberedderaar is geen afwikkelingsbewindvoerder Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:38 en 39 (mrs. F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en G. de Groot;

Nadere informatie

Hoge Raad 27-10-1995, BJN 101929, (Den Haan/The Box Fashion)

Hoge Raad 27-10-1995, BJN 101929, (Den Haan/The Box Fashion) UJA-Nummer Instantie UJA_101929 datum 27-10-1995 wetsartikelen Art. 1639n oud-bw (thans art. 7:652 BW en art. 7:676 BW) 27-10-1995, BJN 101929, (Den Haan/The Box Fashion) Samenvatting Casus Den Haan is

Nadere informatie

De legataris wordt erfgenaam volgens de wet; wat was de bedoeling van de testateur?

De legataris wordt erfgenaam volgens de wet; wat was de bedoeling van de testateur? De legataris wordt erfgenaam volgens de wet; wat was de bedoeling van de testateur? Prof. mr. E.A.A. Luijten en prof. mr. W.R. Meijer* 12 1 Inleiding Voor een geldige uiterste wil is een notariële akte

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Artikel 185 WW. Spoorboekje

Artikel 185 WW. Spoorboekje Artikel 185 WW Spoorboekje Wanneer is art. 185 WVW van toepassing? Er moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan wil art. 185 WVW van toepassing zijn. Allereerst zal er sprake moeten zijn van een ongeval

Nadere informatie

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 333 17 213 Vaststelling van titel 7.3 (Schenking) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 28 juni 2001 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie