Actuariële en bedrijfstechnische Nota

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Actuariële en bedrijfstechnische Nota"

Transcriptie

1 Actuariële en bedrijfstechnische Nota 2015

2 Inhoudsopgave INLEIDING HOOFDLIJNEN VAN HET INTERNE BEHEERSINGSSYSTEEM EN VAN DE OPZET VAN DE ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE DOELSTELLINGEN EN BELEIDSUITGANGSPUNTEN OPDRACHTAANVAARDING VERDELING TAKEN, BEVOEGDHEDEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN UITBESTEDE WERKZAAMHEDEN HOOFDLIJNEN OPZET ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN MAATREGELEN INTERNE CONTROLE AZL N.V GOED PENSIOENFONDSBESTUUR INTEGRITEITBELEID GESCHIKTHEID BESTUURSLEDEN COMMUNICATIE PROCEDURES EN CRITERIA VOOR DE AANSLUITING VAN WERKGEVERS BIJ HET PENSIOENFONDS EN VOOR HET VERKRIJGEN VAN HET DEELNEMERSCHAP VAN HUN WERKNEMERS AANSLUITING WERKGEVERS VERKRIJGING DEELNEMERSCHAP HOOFDLIJNEN VAN DE UITVOERINGSOVEREENKOMST WIJZE VASTSTELLING VERSCHULDIGDE PREMIE PREMIEBETALING INFORMATIEVERSTREKKING DOOR WERKGEVER AAN PENSIOENFONDS PROCEDURES PREMIEBETALINGSACHTERSTAND PROCEDURES WIJZIGING PENSIOENOVEREENKOMST VOORWAARDEN TOESLAGVERLENING PROCEDURES AANGAANDE BESLUITEN OMTRENT VERMOGENSOVERSCHOTTEN, VERMOGENSTEKORTEN DAN WEL WINSTDELING BETALINGSVOORBEHOUD WERKGEVER PREMIEKORTING OF -TERUGSTORTING HOOFDLIJNEN VAN DE PENSIOENREGELING HERVERZEKERING FINANCIËLE OPZET EIGEN VERMOGEN PREMIEBELEID BELEGGINGSBELEID VOORWAARDELIJK TOESLAGBELEID SYSTEMATIEK VASTSTELLING PARAMETERS FINANCIËLE STURINGSMIDDELEN PREMIEBELEID BELEGGINGSBELEID VOORWAARDELIJK TOESLAGBELEID KORTING PENSIOENAANSPRAKEN EN -RECHTEN KORTING VAN AANSPRAKEN HERSTEL VAN GEKORTE AANSPRAKEN EN GEMISTE TOESLAGEN BIJLAGE 1 VEREIST EIGEN VERMOGEN BIJLAGE 2 VERKLARING INZAKE BELEGGINGSBEGINSELEN BIJLAGE 3 LIJST MET AFKORTINGEN

3 BIJLAGE 4 FINANCIEEL CRISISPLAN BIJLAGE 5 INCIDENTENBELEID

4 Inleiding Zoals in artikel 3 lid 1 van de statuten is vermeld, werkt Stichting Pensioenfonds De Fracties gevestigd in de gemeente Zaanstad, hierna te noemen 'het pensioenfonds', volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota (abtn). De inhoud van de hierna te beschrijven abtn is afgestemd op het bepaalde bij en krachtens de Pensioenwet: artikel 145 van de Pensioenwet, en; paragraaf 9 van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. Deze actuariële en bedrijfstechnische nota beschrijft het fonds naar de situatie per 1 januari 2015 en is vastgesteld op 30 juni Deze nota vervangt alle voorgaande nota s. De beschrijvingen die deze abtn bevat zijn zodanig dat de Nederlandsche Bank (DNB) op basis van deze abtn tot een oordeel kan komen over de wijze waarop wordt voldaan aan het bij en krachtens de Pensioenwet bepaalde. De abtn is onderverdeeld in de volgende onderwerpen: de hoofdlijnen van het interne beheersingssysteem en van de opzet van de administratieve organisatie en interne controle (hoofdstuk 1); procedures en criteria voor de aansluiting van werkgevers bij het pensioenfonds en voor het verkrijgen van het deelnemerschap van hun werknemers (hoofdstuk 2); de hoofdlijnen van de uitvoeringsovereenkomst (hoofdstuk 3); de hoofdlijnen van de pensioenregeling (hoofdstuk 4); herverzekering (hoofdstuk 5); de financiële opzet (hoofdstuk 6); de financiële sturingsmiddelen (hoofdstuk 7); korting pensioenaanspraken en -rechten (hoofdstuk 8); het Financieel Crisisplan is als bijlage opgenomen in de abtn. 1

5 1. Hoofdlijnen van het interne beheersingssysteem en van de opzet van de administratieve organisatie en interne controle Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de uitvoeringsorganisatie. Hieronder is de organisatie weergegeven. In de daaropvolgende paragrafen worden de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden weergegeven. Dit is afgestemd op het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 4 en 5 van de Pensioenwet. Verantwoordingsorgaan Management Assistent Pensioenfondsbestuur Accountant: KPMG Accountants N.V. Bestuur Stichting Pensioenfonds De Fracties Intern toezicht (visitatiecommissie) Certificerend actuaris: Triple A Risk Finance Adviserend actuaris: Sprenkels & Verschuren Beleggingsadministratie: AZL N.V. Administratie pensioenregeling 2015: - uitkeringsadministratie - pensioenadministratie - deelnemersadministratie - secretariaatswerkzaamheden AZL N.V. Administratie beschikbare premieregeling: NN Investment Partners Herverzekering: Delta Lloyd Levensverzekering N.V. Vermogensbeheer: NN Investment Partners Het bestuur van het pensioenfonds bestaat uit drie werkgevers- en drie werknemersleden. 2

6 1.1 Doelstellingen en beleidsuitgangspunten De algemene doelstelling van het pensioenfonds is het verlenen van pensioenaanspraken aan werknemers in dienst van de werkgever en het doen van pensioenuitkeringen aan pensioengerechtigden. Beleidsuitgangspunten Het bestuur van het pensioenfonds heeft zich verder ingespannen om zo veel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen van de sociale partners over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding, die ten grondslag liggen aan de pensioenregeling die door sociale partners als opdracht in uitvoering aan het pensioenfonds is geven. Aan de hand hiervan heeft het fonds in overleg met het verantwoordingsorgaan van het pensioenfonds haar beleidsuitgangspunten met betrekking tot toeslag, de premie, de beleggingen en de kortingen in deze ABTN vastgelegd. Missie, visie en strategie In de missie is beschreven waarvoor het fonds staat, wat de bestaansgrond is en welke waarden en identiteit het fonds kenmerken. De missie is als volgt geformuleerd: Stichting Pensioenfonds De Fracties wil een zo goed mogelijke invulling geven aan de pensioenovereenkomsten die de werkgever heeft afgesloten met haar (gewezen) werknemers. De uitvoering van de overeenkomst dient correct, maatschappelijk verantwoord en zo (kosten)efficiënt mogelijk te geschieden. De ambitie is een duurzaam en betrouwbaar pensioenfonds te zijn dat zijn financiële verplichtingen en ambities nu en in de toekomst waar kan maken. In de visie en strategie wordt beschreven waarvoor het fonds gaat, welke zienswijze, welk toekomstbeeld ten grondslag ligt aan het handelen van het fonds. De visie is als volgt geformuleerd: De pensioensector staan ingrijpende veranderingen te wachten die zorgen voor onzekerheid. De uitdaging daarbij is om te voldoen aan de verwachtingen van belanghebbenden. Zowel binnen de huidige als de komende wettelijke kaders streeft de Stichting Pensioenfonds De Fracties naar een goede pensioenvoorziening door de koopkracht van de rechten van deelnemers zowel nu als in de toekomst zo goed als mogelijk in stand te houden. Communicatie en transparantie acht het Pensioenfonds van groot belang ten einde betrokkenheid te realiseren alsook pensioenbewustzijn en verwachtingen te managen. Ten einde onze missie te kunnen uitvoeren en hoge kwaliteit te leveren, is sprake van een robuust beleidskader, goed pensioenfondsbestuur en wordt goed samengewerkt met de werkgever (sponsor), adviseurs en uitvoerende partijen op het gebied van vermogensbeheer en pensioenuitvoering. 3

7 Risicohouding Kwalitatieve risicohouding Het bestuur van het pensioenfonds heeft een risicobewuste houding. Het pensioenfonds streeft ernaar om de nominale aanspraken waardevast na te komen. Inflatie holt de waarde van de nominale uitkeringen uit en gezien het lange termijn karakter van pensioenen is het belangrijk dat de koopkracht van het pensioen via toeslagverlening behouden blijft. Beleggingsrisico kan acceptabel zijn in het streven naar koopkrachtbehoud, zelfs indien dit betekent dat de nominale aanspraken niet geheel na kunnen worden gekomen. De mate van risicoacceptatie van het bestuur en de andere stakeholders is onder andere gebaseerd op de volgende kwalitatieve overwegingen: Het opgebouwde pensioen vormt na pensionering de belangrijkste bron van inkomen voor participanten van het pensioenfonds. Het fonds streeft naar een waardevast pensioen. Een afgewogen balans tussen te nemen risico s en het naar verwachting te realiseren beleggingsrendement is noodzakelijk om op langere termijn invulling te kunnen geven aan de pensioenambitie. Voor het nastreven van de pensioenambitie dient het bestuur bereid te zijn om beleggingsrisico te nemen en een beleggingsrendement na te streven dat hoger is dan de risicovrije marktrente. Bij slechte economische omstandigheden acht het bestuur het uitlegbaar dat toeslagverlening niet volledig plaatsvindt. Kortingen op de pensioenaanspraken en uitkeringen dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden. De risicobereidheid van het bestuur kan worden beïnvloed door de actuele financiële positie van het pensioenfonds. Periodiek wordt beoordeeld of de ambitie van het pensioenfonds nog haalbaar is. Het vasthouden aan een onmogelijke ambitie is immers niet zinvol. Bij de keuze voor een bepaald beleid wordt niet alleen een verwachte ontwikkeling beoordeeld maar ook scenario s die gunstiger of minder gunstig zijn dan de verwachte ontwikkeling. De ambitie dient in de meeste scenario s te kunnen worden behaald. Als de financiële situatie van het pensioenfonds verbetert wordt bij voorkeur minder risico genomen, omdat de ambitie dan in evenveel of meer gevallen haalbaar is met minder risico. Kwantitatieve risicohouding De risicohouding wordt geconcretiseerd door de vaststelling van risicogrenzen (het vereist eigen vermogen en de grenzen van de haalbaarheidstoets). Bij een overschrijding vindt er een beleidsdiscussie plaats. Risicogrenzen maken het mogelijk om op een vooraf vastgelegde en objectieve manier te beoordelen of het risico hoger of lager is dan vooraf is toegestaan. Echter, bij overschrijding van risicogrenzen zal geen automatische aanpassing van beleid plaatsvinden, maar een kwalitatieve discussie, rekening houdend met de situatie en inzichten van dat moment. Het bestuur heeft de volgende risicohouding (lange termijn) vastgesteld met betrekking tot het pensioenresultaat: Ondergrens 1: Vanuit de situatie waarbij dekkingsgraad gelijk is aan vereist eigen vermogen dient de mediaan van het pensioenresultaat tenminste gelijk te zijn aan x%. <wordt in de periode tot 1 oktober ingevuld> Ondergrens 2: Vanuit de feitelijke dekkingsgraad dient de mediaan van het pensioenresultaat tenminste gelijk te zijn aan x%. <wordt in de periode tot 1 oktober ingevuld> 4

8 Ondergrens 3: Vanuit de feitelijke dekkingsgraad dient de maximale afwijking ten opzichte van de mediaan in het geval van een slechtweer scenario (lees: 5e percentiel) x% te bedragen <wordt in de periode tot 1 oktober ingevuld> Het bestuur heeft de volgende risicohouding (korte termijn) vastgesteld met betrekking tot het vereist eigen vermogen: het vereist eigen vermogen van het pensioenfonds mag niet lager zijn dan x% en niet hoger dan x%.<wordt in de periode tot 1 oktober ingevuld> 1.2 Opdrachtaanvaarding Het bestuur draagt op grond van artikel 102a PW zorg voor de formele opdrachtaanvaarding van de door sociale partners aan het pensioenfonds opgedragen pensioenregelingen. Het bestuur toetst bij de opdrachtaanvaarding voor het pensioenfonds als geheel en voor de relevante beleidsgebieden apart aan de doelstelling en de beleidsuitgangspunten van het pensioenfonds. 1.3 Verdeling taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden Het bestuur heeft de volgende verantwoordelijkheden: het beheer van het pensioenfonds; het uitvoeren van de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemers, en; het doen van pensioenuitkeringen aan pensioengerechtigden. Het bestuur van het pensioenfonds heeft deze taak gedelegeerd aan AZL N.V. te Heerlen. Het bestuur heeft de volgende bevoegdheden: Wijzigingen in het reglement doorvoeren in overeenstemming met de bepalingen uit de statuten en de pensioenovereenkomst. De werkgever wordt hierbij gevraagd om aan te geven of de in het conceptpensioenreglement opgenomen wijzigingen volledig in overeenstemming zijn met de wijzigingen van de pensioenovereenkomst. het vaststellen en/of wijzigen van de uitvoeringsovereenkomst (in overleg met de werkgever); het vaststellen en/of wijzigen van uitvoeringsbesluiten; het uitvoeren van betalingen; contractuele verplichtingen aangaan met derden, waarbij het pensioenfonds wordt vertegenwoordigd door de voorzitter samen met de secretaris, als ook bij ontstentenis van deze door een door de werkgever benoemd bestuurslid en een door de ondernemingsraad gekozen bestuurslid samen. De taken binnen het pensioenfonds zijn als volgt verdeeld: Secretaris: bijeen roepen van vergaderingen van het bestuur van het pensioenfonds voorbereiding vergaderingen en stukken correspondentie tussen het bestuur van pensioenfonds en deelnemers, slapers en gepensioneerden (*) correspondentie tussen het bestuur van pensioenfonds en externen afstemming van het voldoen aan verplichtingen zoals verslaglegging (*) verslaglegging beleggingen (**) correspondentie met beleggingsadviseur 5

9 voorstellen voorbereiden met betrekking tot het beleggingsbeleid het doen van betalingen (*) Voorzitter: voorzitten van vergaderingen toezicht houden op de in het bestuur van het pensioenfonds genomen besluiten (*) De daadwerkelijke uitvoering van deze taken is uitbesteed aan AZL N.V. (**) De daadwerkelijke uitvoering van deze taken is uitbesteed aan Vermogensbeheerder NN Investment Partners (onderdeel van AZL, verder te noemen NN IP). Het bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een secretaris, met dien verstande dat indien de voorzitter een door de werkgever benoemd bestuurslid is, de secretaris een door de ondernemingsraad benoemd bestuurslid is en omgekeerd. Management Assistent Pensioenfondsbestuur: Het bestuur heeft sinds 1 september 2012 een Management Assistent Pensioenfondsbestuur aangesteld. Deze is belast met de beleidsadvisering, alsmede de juridische ondersteuning van het pensioenfonds. Tevens is deze belast met uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden ten behoeve van het bestuur. Hierbij kan gedacht worden aan: het voeren van correspondentie met diverse externe partijen namens het bestuur, het bewaken van de afhandeling van de door het bestuur geformuleerde actiepunten en besluiten, het monitoren van de uitbestede activiteiten, het voorbereiden van notities ten behoeve van bestuursvergaderingen, alsmede de notulering van de bestuursvergaderingen. Het bestuur komt ten minste eenmaal per kwartaal bijeen. 1.4 Uitbestede werkzaamheden Het bestuur heeft de pensioenadministratie, de beleggingsadministratie, de werkzaamheden inzake actuariële berekeningen en de belegging van het vermogen van het pensioenfonds uitbesteed aan externe deskundigen. Met betrekking tot het uitbestedingsbeleid heeft het pensioenfonds beleid ontwikkeld. Het uitbestedingsbeleid is neergelegd in het document Uitbestedingsbeleid. Accountant Het bestuur van het pensioenfonds heeft een externe accountant aangesteld werkzaam bij KPMG Accountants N.V. Deze accountant controleert jaarlijks het jaarverslag en de staten voor DNB en vervolgens doet de accountant verslag van zijn werkzaamheden in de vorm van een accountantsverklaring, een management letter en een verslag aan het bestuur van het pensioenfonds. Onderdeel van de werkzaamheden van de accountant is in ieder geval de controle op de juistheid van de basisgegevens. Het bestuur van het pensioenfonds heeft besloten een andere accountant dan de werkgever heeft aan te stellen voor de jaarlijkse controle op het jaarverslag en de staten voor DNB dan de accountant die het jaarverslag van de onderneming controleert. 6

10 Certificerend actuaris Het bestuur heeft een externe certificerend actuaris aangesteld werkzaam bij Triple A Risk Finance. De certificerend actuaris beoordeelt of hij zich er van heeft overtuigd dat het pensioenfonds voldoet aan de artikelen 126 tot en met 140 van de Pensioenwet. De certificerend actuaris rapporteert éénmaal per jaar aan het fondsbestuur door middel van een certificeringsrapport en een actuariële verklaring bij zowel de verslagstaten als het jaarverslag. Rapportage vindt plaats uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de rapportage betrekking heeft. Adviserend actuaris Het bestuur wordt op actuarieel, juridisch en beleggingsgebied geadviseerd door Sprenkels & Verschuren. De adviserend actuaris van het pensioenfonds is op verzoek van het bestuur aanwezig bij de bestuursvergaderingen en geeft als zodanig (op verzoek van het bestuur) adviezen over verschillende onderwerpen (bijvoorbeeld premiebeleid, indexatiebeleid, haalbaarheidstoets en/of ALM studie Administratie De deelnemers- en financiële administratie worden uitgevoerd door AZL N.V. Tussen het pensioenfonds en AZL N.V. is een uitbestedingsovereenkomst gesloten. AZL N.V. heeft de volgende bevoegdheden en taken: Het uitvoeren van door de werkgever verleende pensioenregeling en het doen van pensioenuitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden van (niet-actieve) deelnemers. Uitvoeren betalingen aan pensioengerechtigden. Het verzorgen van zowel de maand-, kwartaal- als de jaarrapportage voor DNB. Vermogensbeheer Het fiduciair vermogensbeheer wordt uitgevoerd door een externe vermogensbeheerder NN Investment Partners (voorheen: ING IM). Tussen het pensioenfonds en de vermogensbeheerder is een uitbestedingsovereenkomst gesloten. Herverzekering De overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico s zijn herverzekerd bij Delta Lloyd Levensverzekering N.V. Op ad-hoc basis kan het bestuur ook gebruik maken van externe deskundigen. Beheersmaatregelen en interne controle ISAE 3402 type II verklaring Het bestuur is verantwoordelijk voor het uitvoeren van interne controlemaatregelen gericht op de juiste en volledige registratie van de gegevens van het pensioenfonds. Het pensioenfonds heeft op het gebied van administratieve organisatie en interne controle maatregelen getroffen ter naleving van de Sanctiewet 1977 en de op grond van die wet vastgestelde regelingen en besluiten met betrekking tot het financieel verkeer. Met de administrateur van de deelnemersadministratie en de financiële administratie zijn procedures opgesteld en vastgelegd in een procedureboek. De administrateur geeft ieder kwartaal een statusrapportage betreffende de openstaande actiepunten. 7

11 Met de vermogensbeheerder is een overeenkomst afgesloten waarin onder andere zijn vastgelegd de beleggingsrichtlijnen en de overeengekomen rapportages. Zowel de administrateur als de vermogensbeheerder leveren periodiek de ISAE 3402 type II rapportages. De werkzaamheden die worden uitgevoerd door de certificerend actuaris zijn vastgelegd in een opdrachtovereenkomst. Het bestuur komt tenminste eenmaal per kwartaal bijeen. Bij deze vergaderingen kunnen op verzoek van het bestuur - de administrateur en de adviserend actuaris van het pensioenfonds aanwezig zijn. Het fonds heeft een visitatiecommissie die het intern toezicht voor haar rekening neemt en vanaf 1 juli 2014 jaarlijks het functioneren van het bestuur moet beoordelen, dan wel zoveel eerder indien wet- en/of regelgeving dat voorschrijft. 1.5 Hoofdlijnen opzet administratieve organisatie en maatregelen interne controle AZL N.V. Systemen en administratieve organisatie AZL N.V. voert voor het pensioenfonds de administratie, die in hoofdzaak wordt uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde systemen. De processen die leiden tot input in de systemen en de processen die de verwerking van de output en de informatieverstrekking behandelen, zijn beschreven in een handboek Administratieve Organisatie van AZL N.V. In dit handboek zijn alle deelprocessen, tot op mutatieniveau, beschreven (waaronder de controlemomenten, die een correcte en tijdige afhandeling moeten waarborgen). De basis van de interne controlemaatregelen in deze processen wordt gevormd door de essentiële functiescheidingen tussen beherende, bewarende en registrerende functionarissen. De definitie en opvolging van de administratieve procedures wordt gecontroleerd door de Interne Accountantsdienst. De correcte werking van de gehanteerde systemen wordt op systeemniveau vastgesteld. De bevindingen van de systeemaudits en de systematische controle hiervan kunnen als basis dienen voor de controle van de externe accountant. Bij deze bewaking is beveiliging een belangrijk aandachtsgebied. Beveiliging omvat niet alleen fysieke en logische toegangsbeveiliging, maar ook het veilig stellen van informatie (back-up, recovery) en hoge beschikbaarheidseisen. De verschillende fondsomgevingen zijn zowel op systeem- als op medewerkersniveau volledig gescheiden. De informatie verwerkende systemen zijn gedocumenteerd en worden door middel van een meerjarig auditplan door de interne accountantsdienst van AZL N.V. in samenwerking met een extern accountantskantoor gecontroleerd. Voor programmatuur en gegevens geldt dat AZL N.V. gebruik maakt van drie volledig gescheiden omgevingen, te weten de test-, acceptatie- en productieomgeving. Transport tussen deze omgevingen vindt uitsluitend plaats op basis van formele accordering door bevoegde functionarissen. Ook op de naleving van deze procedures wordt door de Interne Accountantsdienst toegezien. Procuratiesysteem Een aparte vermelding verdient het procuratiesysteem dat voor alle betalingen door AZLfunctionarissen geldt. Het is een systeem dat is gebaseerd op de goedkeuring (handtekeningen) van betalingen ten laste van opdrachtgevers door drie functionarissen. 8

12 De basis wordt gevormd door de controle en accordering van de direct bij de administratie betrokken medewerker. Diens leidinggevende geeft na controle en gebleken juistheid zijn akkoord in de vorm van de interne goedkeuring. Daarna vindt binnen AZL N.V. externe procuratie plaats door twee bevoegde functionarissen. Met betrekking tot electronic banking is sprake van twee interne procuristen en één externe procurist. Pensioenuitkering Het proces pensioenuitkering wordt bewaakt op basis van het aansluiten van Recht-Betaling, de BRP-informatie (voorheen: GBA), de maandelijkse afstemming (stand primo, mutaties, eindstand) en diverse signaalrapporten. De Interne Accountantsdienst controleert steekproefsgewijs de gehanteerde procedures. Rapportage Het bestuur wordt ieder kwartaal geïnformeerd over de status van de administratieve verwerking, waaronder de aantallen mutaties, vragen en waardeoverdrachten. Knelpunten, klachten en voorstellen tot afhandeling daarvan vormen onderdeel van deze rapportage. Tevens ontvangt het bestuur ieder kwartaal de ISAE 3402 Rapportage en het In Control Statement (ICS). Binnen dit ICS vallen de belangrijkste processen van bestuursadvisering, pensioenbeheer, pensioencommunicatie, IT en financieel beheer. 1.6 Goed pensioenfondsbestuur Het bestuur van het pensioenfonds heeft gezorgd voor de organisatie van een transparant intern toezicht per 1 juli Daartoe heeft het bestuur een visitatiecommissie ingesteld, die vanaf 1 juli 2014 jaarlijks het functioneren van het bestuur zal beoordelen en rapporteren. Het bestuur van het pensioenfonds heeft tevens gezorgd voor de instelling van een verantwoordingsorgaan, dat jaarlijks het beleid van het bestuur beoordeelt. Vanaf 1 juli 2014 zitten deelnemers en pensioengerechtigden op basis van onderlinge getalsverhoudingen in dit orgaan. De werkgever kan deel uitmaken van het verantwoordingsorgaan indien de werkgever of deelnemers en pensioengerechtigden dit wensen. De bepalingen omtrent het intern toezicht zijn nader uitgewerkt in een reglement voor een (externe) visitatiecommissie en een reglement voor een verantwoordingsorgaan. In het kader van de per 1 juli 2014 van kracht zijnde Wet versterking bestuur pensioenfondsen heeft het bestuur de bestuursstructuur ingericht naar het zogenaamde paritair bestuursmodel. 1.7 Integriteitbeleid Het pensioenfonds heeft een gedragscode en een incidentenregeling (bijlage 5) opgesteld voor het bestuur en al degenen die voor, namens of in opdracht van het pensioenfonds werken en alle door het bestuur aan te wijzen betrokkenen, ter voorkoming van conflicten tussen het belang van het pensioenfonds en de privébelangen van betrokkenen alsmede ter voorkoming van het gebruik van vertrouwelijke informatie van het pensioenfonds voor privédoeleinden. Het pensioenfonds heeft een interne compliance-officer aangesteld. Het pensioenfonds voert periodiek een systematische analyse van de integriteitsrisico s uit. De systematische analyse ziet in het bijzonder op de beheersing van de volgende integriteitsrisico s: 9

13 Het tegengaan van belangenverstrengeling. De omgang met incidenten die een gevaar vormen voor een integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming. Personen die een integriteitsgevoelige functie bekleden. Het risico op witwassen, terrorismefinanciering en sanctiewetgeving; Uit de systematische analyse blijkt dat het pensioenfonds zodanig is georganiseerd dat de integriteitsrisico s zoveel mogelijk beperkt zijn en dat het pensioenfonds adequaat kan optreden tegen eventuele incidenten. 1.8 Geschiktheid bestuursleden Nieuw aantredende bestuursleden dienen te beschikken over geschiktheidsniveau A. De kennisgebieden zijn binnen het bestuur verdeeld. Gedurende het tweede bestuursjaar volgen de nieuwe bestuursleden opleiding op geschiktheidsniveau B in het kennisgebied dat onder hun verantwoordelijkheid valt. Het bestuur streeft ernaar dat op zo kort mogelijke termijn na de benoeming tot bestuurslid, minimaal twee bestuursleden individueel per aandachtsgebied over geschiktheidsniveau B te beschikken. Jaarlijks evalueert het bestuur zijn functioneren op individueel niveau en als geheel. De evaluatie vindt plaats op het gebied van kennis, deskundigheid en competenties. Het pensioenfonds beschikt over een geschiktheidsplan. Mocht het geschiktheidsplan daartoe aanleiding geven, dan kunnen bestuursleden individueel of collectief een opleiding volgen. Het bestuur van het pensioenfonds en de dagelijkse leiding volgen jaarlijks diverse vaktechnische cursussen inzake pensioenen om zich op de hoogte te houden over nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast verspreidt de secretaris regelmatig relevante literatuur aan de bestuursleden. 1.9 Communicatie Het pensioenfonds zet de pensioencommunicatie strategisch en met visie in. In de doelstelling en missie van De Fracties is dit ook terug te vinden: Doelstelling Stichting Pensioenfonds De Fracties wil een zo goed mogelijke invulling geven aan de pensioenovereenkomsten die de werkgever heeft afgesloten met haar (gewezen) werknemers. De uitvoering van de overeenkomst dient correct, maatschappelijk verantwoord en zo (kosten)efficiënt mogelijk te geschieden. De ambitie is een duurzaam en betrouwbaar pensioenfonds te zijn dat zijn financiële verplichtingen en ambities nu en in de toekomst waar kan maken. Missie De pensioensector staan ingrijpende veranderingen te wachten die zorgen voor onzekerheid. De uitdaging daarbij is om te voldoen aan de verwachtingen van belanghebbenden. Zowel binnen de huidige als de komende wettelijke kaders streeft het pensioenfonds naar een goede pensioenvoorziening door de koopkracht van de rechten van deelnemers zowel nu als in de toekomst zo goed als mogelijk in stand te houden. 10

14 Communicatie en transparantie acht het pensioenfonds van groot belang ten einde betrokkenheid te realiseren alsook pensioenbewustzijn en verwachtingen te managen. Ten einde onze missie te kunnen uitvoeren en hoge kwaliteit te leveren, is sprake van een robuust beleidskader, goed pensioenfondsbestuur en wordt goed samengewerkt met de werkgever (sponsor), adviseurs en uitvoerende partijen op het gebied van vermogensbeheer en pensioenuitvoering. Het pensioenfonds stelt het belang van de deelnemers en gepensioneerden op de eerste plaats. Met een transparante opstelling en een actieve communicatie wenst het fonds het volgende te bereiken: duidelijkheid over ieders pensioensituatie en over de (flexibele) mogelijkheden die de pensioenregeling biedt; kennis opbouwen bij deelnemers om de juiste pensioenkeuzes te maken (met name op de belangrijke momenten); een optimale dienstverlening van het pensioenfonds; correcte en tijdige uitkeringen aan de pensioengerechtigden; een consistent en zorgvuldig beleggingsbeleid waarin gestreefd wordt naar een verantwoorde balans tussen risico en rendement, met een verantwoord kostenniveau. Naast premiebeleid, indexatiebeleid en beleggingsbeleid is het communicatiebeleid een vierde sturingsinstrument dat ingezet kan worden om de doelen en missie van het pensioenfonds te realiseren. Jaarlijks worden onze voorgenomen activiteiten voor de pensioencommunicatie beschreven in een jaarplan. In dit jaarplan wordt de huidige situatie van het fonds geanalyseerd en wordt gedefinieerd waar het pensioenfonds naar toe wilt gaan. De communicatiedoelen worden hieruit gedestilleerd. Deze doelen vertalen we naar boodschappen en middelen. Op grond hiervan stelt het bestuur jaarlijks de activiteiten van het pensioenfonds vast, inclusief de organisatie van de uitvoering en een begroting van de kosten. 11

15 2. Procedures en criteria voor de aansluiting van werkgevers bij het pensioenfonds en voor het verkrijgen van het deelnemerschap van hun werknemers 2.1 Aansluiting werkgevers Het pensioenfonds voert de pensioenregeling uit voor Loders Croklaan B.V. en IOI Loders Croklaan Oils B.V., beide gevestigd in de gemeente Zaanstad. Met de aangesloten ondernemingen is een uitvoeringsovereenkomst gesloten. Voor de hoofdlijnen van deze uitvoeringsovereenkomst zie hoofdstuk Verkrijging deelnemerschap Blijkens het pensioenreglement van het pensioenfonds worden werknemers van een aangesloten werkgever onder de volgende voorwaarden deelnemer in de regeling: Voor werknemers die op of na 1 januari 2014 in dienst treden bij de werkgever gaat het deelnemerschap in op de eerste dag van de maand indien het dienstverband op één van de eerste 15 dagen van die maand aanvangt en indien het dienstverband op één van de volgende dagen van die maand aanvangt, op de eerste dag van de volgende maand. Indien de datum van aanvang van het dienstverband is gelegen na de 15de van een maand, wordt het risico van overlijden en arbeidsongeschiktheid van de werknemer tot de aanvang van het deelnemerschap door De Fracties gedekt. Voor de werknemers die op 31 december 2013 reeds deelnemer waren aan Pensioenreglement 2006 of Pensioenreglement 2003, worden de tot en met 31 december 2013 onder de werking van Pensioenreglement 2006 of Pensioenreglement 2003 opgebouwde pensioenaanspraken met instemming van de (gewezen) deelnemer omgezet in pensioenaanspraken conform Pensioenreglement De omzetting zal geschieden op basis van de regels van de Pensioenwet. 12

16 3. Hoofdlijnen van de uitvoeringsovereenkomst Inleiding De afspraken over de uitvoering van de pensioenovereenkomst tussen het pensioenfonds en de aangesloten werkgevers zijn vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 25 van de Pensioenwet. In paragraaf 3.2 van de Pensioenwet staan de eisen omtrent de inhoud ervan opgesomd. 3.1 Wijze vaststelling verschuldigde premie De werkgever is gehouden jaarlijks bij het pensioenfonds de bijdragen te storten ter financiering van de aanspraken zoals deze voortvloeien uit het pensioenreglement en zijn berekend naar de grondslagen zoals beschreven in deze abtn van het pensioenfonds. De financiering geschiedt op basis van een doorsneepremie. De doorsneepremie is bepaald in overleg met de Cao-partijen en bedraagt 26,5% van de salarissom. Bij de vaststelling van de salarissom wordt rekening gehouden met de maximering van de salarisgrondslag op (niveau 2015), doch tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 18ga Wet LB, eerste lid. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. In de doorsneepremie is 1,5%-punt van de salarissom begrepen voor uitvoeringskosten. De doorsneepremie zal op regelmatige basis worden getoetst. Wanneer uit bijvoorbeeld de financiële positie, een ALM-studie of haalbaarheidstoets blijkt dat de vastgestelde premie niet langer toereikend of meer dan toereikend is, zal samen met de adviserend actuaris van het fonds worden bekeken in hoeverre aanpassing van de premie gewenst en noodzakelijk is. Indien de kosten van de pensioenregeling het genoemde maximum overschrijden, treden de Cao-partijen in overleg. Indien de bijdragen niet voldoende zijn voor de financiering van de in het betreffende jaar toe te kennen pensioenaanspraken, is het bestuur bevoegd te besluiten om de pensioenopbouw in dat jaar met een voor iedere deelnemer gelijk percentage te verminderen. Hierbij wordt het bepaalde bij of krachtens artikel 134 van de Pensioenwet in acht genomen. Indien en voor zover de kosten van de pensioenregeling niet meer bedragen dan 26,5% van de salarissom van de deelnemers, draagt de deelnemer niet bij in de kosten van de pensioenregeling. Bij de vaststelling van de salarissom wordt rekening gehouden met de maximering van de salarisgrondslag op (niveau 2015) doch tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 18ga Wet LB, eerste lid. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. Alleen de kosten van de voortzetting van pensioenopbouw gedurende levensloopuitkeringen en de kosten voor de verzekering van het aanvullend Anw-pensioen zoals beschreven in de pensioenreglementen zijn geheel voor rekening van de deelnemer. 13

17 Voor rekening van het pensioenfonds komen de kosten van beheer en administratie van het pensioenfonds. De overige met de uitvoering van de pensioenregeling verband houdende kosten, daaronder mede begrepen de kosten van de aan het pensioenfonds of de werkgever uitgebrachte adviezen omtrent de inhoud van de pensioenregeling, zijn voor rekening van de werkgever. 3.2 Premiebetaling De onder 3.1 bedoelde bijdragen zijn verschuldigd per 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Aan het begin van elk kalenderjaar wordt door de werkgever na overleg met het pensioenfonds de som van de over dat jaar benodigde bijdragen geraamd. Het geraamde bedrag wordt vervolgens in vier gelijke termijnen ter beschikking van het pensioenfonds gesteld, terwijl aan het einde van elk kalenderjaar een verrekening zal plaatsvinden tussen de geraamde bijdragen en de werkelijk verschuldigde bijdragen. De werkgever zal de bijdrage en de ingevolge het pensioenreglement aan de deelnemers in dienst van de werkgever in rekening gebrachte bijdragen uiterlijk voldoen binnen een maand na afloop van elk kalenderkwartaal. De definitieve jaarbijdrage dient in het geheel binnen zes maanden na afloop van het kalenderkwartaal aan het pensioenfonds te zijn betaald. In geval van beëindiging van de deelneming van de deelnemer wordt de ten tijde van de beëindiging nog verschuldigde premie binnen dertien weken voldaan. 3.3 Informatieverstrekking door werkgever aan pensioenfonds De werkgever is verplicht deelnemers bij het pensioenfonds aan te melden en bij uitdiensttreding af te melden en de in uitvoeringsovereenkomst benodigde gegevens en mutaties aan het pensioenfonds te leveren. De werkgever levert de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde gegevens en mutaties maandelijks in bestandsvorm bij het pensioenfonds aan. De werkgever informeert het pensioenfonds binnen tien dagen over een wijziging van de pensioenovereenkomst. De informatie dient schriftelijk te worden verstrekt en een volledige opsomming te bevatten van de overeengekomen wijzigingen. 3.4 Procedures premiebetalingsachterstand Het pensioenfonds informeert elk kwartaal schriftelijk het verantwoordingsorgaan, en bij het ontbreken daarvan de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden, indien sprake is van een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het pensioenfonds te ontvangen jaarpremie en tevens niet voldaan wordt aan de bij of krachtens de Pensioenwet geldende eisen inzake het minimaal vereist eigen vermogen. Gedurende de in het vorige lid bedoelde situatie informeert het pensioenfonds tevens elk kwartaal de ondernemingsraad van de werkgever. 14

18 3.5 Procedures wijziging pensioenovereenkomst Het pensioenfonds stelt een pensioenreglement op en wijzigt dit overeenkomstig de bepalingen uit de statuten en de pensioenovereenkomst. De procedure omtrent het opstellen en wijzigen van het pensioenreglement is vastgelegd in artikel 6 van de uitvoeringsovereenkomst. 3.6 Voorwaarden toeslagverlening Indien en voor zover de toeslagruimte zoals hieronder omschreven dat toelaat, zullen de opgebouwde pensioenaanspraken, de ingegane pensioenen (alsmede de bijbehorende uitgestelde partner- en wezenpensioenen) en de premievrije pensioenaanspraken jaarlijks per 1 januari worden verhoogd met een toeslag. De toeslagverlening is van toepassing op de uitkeringsovereenkomst uit hoofde van Pensioenreglement De toeslagverlening is daarentegen niet van toepassing op het pensioenkapitaal als bedoeld in artikel 2.4 van Pensioenreglement De opgebouwde pensioenaanspraken van de actieve deelnemers worden jaarlijks voorwaardelijk aangepast aan de Werkgever loonindex. De ingegane en premievrije pensioenrechten (uitgezonderd het pensioenkapitaal als bedoeld in artikel 2.4 van het pensioenreglement 2015) worden jaarlijks voorwaardelijk aangepast aan de procentuele verhoging van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid), zoals dit wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, over de maand oktober van het voorafgaande jaar ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Deze procentuele verhoging is gemaximeerd en zal niet meer bedragen dan de Werkgever loonindex. Het bestuur beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast. Het bijzonder partnerpensioen wordt overeenkomstig de pensioenaanspraak van de ex-partner verhoogd, afhankelijk van het gegeven of de ex-partner deelnemer of gewezen deelnemer of pensioengerechtigde is. Voor deze jaarlijkse toeslagverlening is geen bestemmingsreserve gevormd en wordt geen premie betaald. De jaarlijkse toeslag wordt gefinancierd uit het geheel van aanwezige middelen, rendementen en premie-inkomsten. Met betrekking tot de mate van de feitelijke toekenning hanteert het bestuur momenteel het volgende beleid als leidraad. Bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of lager wordt geen toeslag verleend. Indien de beleidsdekkingsgraad hoger is dan 110% dan kan het bestuur in enig jaar besluiten toeslag te verlenen onder de voorwaarde dat er niet meer toeslag wordt verleend dan naar verwachting in de toekomst te realiseren is. Deze leidraad geldt als uitgangspunt; bij de jaarlijkse besluitvorming zal het bestuur andere relevante economische omstandigheden (zoals economische vooruitzichten en verwachte bestandsontwikkeling) in ogenschouw nemen. Feitelijke toekenning van toeslagen zal altijd eerst plaatsvinden na een daartoe door het bestuur genomen besluit. 15

19 3.7 Procedures aangaande besluiten omtrent vermogensoverschotten, vermogenstekorten dan wel winstdeling Een vermogensoverschot is het deel van het vermogen dat zich boven de premiekortingsgrens bevindt, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 6 paragraaf 1 sub e. In geval van een overschot zal het bestuur een besluit nemen terzake het geconstateerde overschot. In artikel 8 van de uitvoeringsovereenkomst is de exacte procedure bij vermogensoverschotten vastgelegd. Indien het pensioenfonds voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat sprake zal zijn van een vermogenstekort, meldt het pensioenfonds dit onverwijld aan DNB. Het pensioenfonds dient binnen drie maanden of zoveel eerder als DNB bepaalt ter instemming bij DNB een concreet en haalbaar herstelplan in te dienen. In het herstelplan werkt het pensioenfonds uit hoe het uiterlijk binnen twaalf jaar (in 2015) de beleidsdekkingsgraad weer voldoet aan het strategisch vereist eigen vermogen. Vanaf 2016 mag de hersteltermijn maximaal 11 jaar zijn en vanaf 2017 maximaal 10 jaar. Indien alle beschikbare sturingsmiddelen maximaal ingezet zijn en het pensioenfonds desondanks naar verwachting niet binnen de gekozen herstelperiode aan het vereist eigen vermogen kan voldoen, wordt het sturingsmiddel van het korten van pensioenaanspraken en - rechten ingezet. Er geldt geen bijstortingsverplichting voor de werkgever. 3.8 Betalingsvoorbehoud werkgever De werkgever behoudt zich het recht voor om bij een ingrijpende wijziging van omstandigheden de bijdrage aan de pensioenregeling te verlagen, te beperken of te beëindigen. 3.9 Premiekorting of -terugstorting Indien het bestuur van oordeel is dat kan worden besloten tot een premiekorting of terugstorting van gelden aan de werkgever, wordt in de besluitvorming hierover rekening gehouden met de volgende aspecten: De evenwichtige belangenbehartiging van alle belanghebbenden; De beleidsdekkingsgraad voldoet aan de artikelen 126 PW (vaststellen technische voorziening), 132 PW (voorwaardelijke toeslagverlening) en 133 PW (herstelplan); De voorwaardelijke toeslagen zowel met betrekking tot de voorgaande tien jaar zijn verleend als ook in de toekomst kunnen worden verleend; De korting op de pensioenaanspraken en pensioenrechten op grond van artikel 134 Pensioenwet in de voorgaande tien jaren gecompenseerd is. In artikel 8 van de uitvoeringsovereenkomst is de exacte procedure bij vermogensoverschotten vastgelegd. 16

20 4. Hoofdlijnen van de pensioenregeling Uitgegaan wordt van pensioenreglement 2015 (versie 1 januari 2015) geldend voor de deelnemers van Stichting Pensioenfonds De Fracties, gevestigd in de gemeente Zaanstad, dat in werking is getreden per 1 januari Pensioenreglement 2015 kent de volgende kenmerken: Karakter regeling Werkingssfeer Middelloonregeling (uitkeringsovereenkomst) met excedent beschikbare premieregeling (premieovereenkomst). Pensioenreglement 2015 is van toepassing op degenen die op 1 januari 2015 als deelnemer werden aangemerkt onder pensioenreglement 2015, alsmede degenen die per 1 januari 2015 of latere datum als deelnemer toetreden (zie deelnemerschap). Werkgever Loders Croklaan B.V. statutair gevestigd in de gemeente Zaanstad; IOI Loders Croklaan Oils B.V. statutair gevestigd in de gemeente Zaanstad; Deelnemer Werknemers in dienst van de werkgever, die overeenkomstig de bepalingen van het pensioenreglement en statuten zijn toegelaten als deelnemer. Deelnemerschap Voor werknemers die op of na 1 januari 2014 in dienst bij de werkgever treden gaat het deelnemerschap in op de eerste dag van de maand indien het dienstverband op één van de eerste 15 dagen van die maand aanvangt en indien het dienstverband op één van de volgende dagen van die maand aanvangt, op de eerste dag van de volgende maand. Pensioenleeftijd Pensioenrichtleeftijd Salarisgrondslag Salarisgrens Franchise Pensioengrondslag A Pensioengrondslag B Ouderdomspensioen De eerste dag van de maand waarin de deelnemer of gewezen deelnemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. 67 jaar. Het bij de werkgever geldende feitelijk verdiende salaris vermeerderd met de vakantietoeslag van de deelnemer, uitgaande van de bij die werkgever voor de categorie deelnemers waartoe de deelnemer behoort, geldende normale arbeidsduur, vermeerderd met eventuele verdere als vast te beschouwen uitkeringen uit hoofde van het dienstverband (o.a. ploegentoeslag) (1 april 2015, aanpassing volgens Werkgever loonindex) (1 januari 2015), zijnde 10/7 van de per 1 januari vastgestelde AOW-uitkering (inclusief vakantietoeslag) voor een gehuwde. Salarisgrondslag tot de salarisgrens -/-franchise. Salarisgrondslag -/- salarisgrens. De deelnemer bouwt ieder jaar een deel van het ouderdomspensioen op. De opbouw bedraagt 1,875% over pensioengrondslag A van het betreffende jaar (voor deeltijdwerknemers naar rato). Over pensioengrondslag B wordt een pensioenkapitaal 17

21 Beschikbare premieregeling Soorten beleggingen Aanwending kapitaal Partnerpensioen (voor partner actieve deelnemer) Partnerpensioen (voor partner gewezen deelnemer) Wezenpensioen Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid AOP-uitkeringsdrempel Arbeidsongeschiktheidspensioen Flexibiliseringsmogelijkheden: vervroeging pensioendatum deeltijdpensionering omzetting van ouderdomspensioen in nabestaandenpensioen omzetting van nabestaandenpensioen in ouderdomspensioen opgebouwd in een beschikbare premieregeling (voor deeltijdwerknemers naar rato). Leeftijd Premiepercentage: 15 tot en met 19 4,1 20 tot en met 24 4,7 25 tot en met 29 5,6 30 tot en met 34 6,8 35 tot en met 39 8,3 40 tot en met 44 10,1 45 tot en met 49 12,4 50 tot en met 54 15,2 55 tot en met tot en met tot en met 67 18,7 23,4 27,4 Voor de aanwending van de gelden op de beleggingsrekening heeft de deelnemer de keuze uit een aantal Life Cycle Mixen van de beleggingsinstelling. De aanwending van het pensioenkapitaal vindt plaats bij een op grond van de Pensioenwet toegelaten verzekeraar. 65% van het behaalbaar ouderdomspensioen dat is opgebouwd na 1 januari 2006, op basis van pensioengrondslag A en B. 65% van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd na 1 januari 2006, op basis van pensioengrondslag A en indien van toepassing het nabestaandenpensioen dat wordt verkregen uit hoofde van de omzetting van het pensioenkapitaal Gezamenlijk pensioen voor 1, 2 resp. 3 of meer kinderen 16%, 28% resp. 36% van het behaalbaar nabestaandenpensioen. Bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (5-klasse systeem) vindt voorzetting van de pensioenopbouw plaats op basis van de pensioengrondslag A en pensioengrondslag B. De grondslagen worden aangepast op basis van de van toepassing zijnde Werkgever loonindex. De AOP-uitkeringsdrempel is gelijk aan het maximum dagloon, zoals bedoeld in de WIA (1 januari 2015: ). Bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (5-klasse systeem) maximaal 65% van de salarisgrondslag voor zover dat uitgaat boven de AOP-uitkeringsdrempel. Uittreding mogelijk tussen 55 en 67 jaar. Met goedkeuring van de werkgever mogelijk maar voor minimaal 10% van de voor de deelnemer geldende normale arbeidsduur. Mogelijk bij beëindiging van het deelnemerschap of op de (vervroegde) pensioendatum. Het partnerpensioen dat ontstaat uit de omzetting van het ouderdomspensioen bedraagt maximaal 70% van het ouderdomspensioen dat na omzetting resteert. Mogelijk bij beëindiging van het deelnemerschap of op de (vervroegde) pensioendatum. 18

22 variatie in hoogte ouderdomspensioen Toeslagen Deelnemersbijdrage Verhoogde uitkering ouderdomspensioen wordt zodanig vastgesteld dat de lagere uitkering naar keuze van de (gewezen) deelnemer 75% of 87,5% bedraagt van de hoge uitkering. Op de pensioenrechten en pensioenaanspraken wordt jaarlijks toeslag verleend van maximaal de Werkgever loonindex (actieven), dan wel de prijsindex, gemaximeerd op de Werkgever loonindex (niet-actieven). Het bestuur beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast. Voor deze voorwaardelijke toeslagverlening is geen reserve gevormd en wordt geen premie betaald. De toeslagverlening wordt uit beleggingsrendement gefinancierd. Indien en voorzover de kosten van deze pensioenregeling niet hoger zijn dan 26,5% van de salarissom, draagt de deelnemer niet bij in de kosten van de pensioenregeling. Bij de vaststelling van de salarissom wordt rekening gehouden met de maximering van de salarisgrondslag op (niveau 2015) doch tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 18ga Wet LB, eerste lid. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. Echter de kosten voor aanvullend ANW-hiaat en de kosten voor pensioenopbouw gedurende levensloopverlof komen geheel voor rekening van de werknemer. Aanvullende pensioenen - ANW of (optioneel) (bedragen per ). Overgangsregeling Voor werknemers die deelnemer waren in de zin van Pensioenreglement 2006 zijn de opgebouwde aanspraken met inachtneming van de bij en krachtens de Pensioenwet gestelde eisen overgedragen naar Pensioenreglement De tot en met 31 december 2013 opgebouwde aanspraken van de gewezen deelnemers aan Pensioenreglement 2003, alsmede Pensioenreglement 2006 zijn op grond van de bij en krachtens de Pensioenwet gestelde eisen overgedragen naar Pensioenreglement De aanspraken van de per 31 december 2013 twee actieve deelnemers aan Pensioenreglement 2003 zijn tevens op grond van de bij en krachtens de Pensioenwet gestelde eisen omgezet naar Pensioenreglement

23 5. Herverzekering Het overlijdensrisico en het arbeidsongeschiktheidsrisico zijn door het pensioenfonds voor een periode van 3 jaar ondergebracht bij Delta Lloyd Levensverzekering N.V. De overeenkomst loopt van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 en heeft een opzegtermijn van 3 maanden. Ten behoeve van het overlijdensrisico worden jaarlijks de risicokapitalen herverzekerd. Het risicokapitaal is gelijk aan de contante waarde van een direct ingaand nabestaandenpensioen en aanvullend ANW-hiaat pensioen, verminderd met de ten behoeve van de betreffende deelnemer aanwezige voorziening nabestaandenpensioen. Onder het arbeidsongeschiktheidsrisico wordt verstaan - premievrije voortzetting van de pensioenopbouw - te verzekeren arbeidsongeschiktheidspensioenen. De dekking van de premievrijstelling omvat de uitkering van een rente bij langdurige arbeidsongeschiktheid van een deelnemer ter grootte van de doorsneepremie. De herverzekerde prestaties bij arbeidsongeschiktheid bestaan uit de uitkering van het jaarlijkse arbeidsongeschiktheidspensioen en de doorsneepremie (premievrijstelling), indien en zolang de deelnemer arbeidsongeschikt is. Op de winstberekeningsdatum (twee jaar na afloop van de contractsperiode) wordt door Delta Lloyd Levensverzekering een winstaandeel ten behoeve van het pensioenfonds bepaald. De van toepassing zijnde formule is vastgelegd in de overeenkomst. 20

24 6. Financiële opzet De voornaamste financiële doelstellingen van het pensioenfonds zijn: het waarborgen van de opbouw van de pensioenaanspraken overeenkomstig de in het reglement vastgelegde bepalingen; het minimaliseren van de kansen op een vermogenstekort, alsmede van de mate van het vermogenstekort; het maximaliseren van het beleggingsrendement. In dit hoofdstuk wordt de financiële opzet van het pensioenfonds uiteengezet. Ingegaan wordt op de waarderingsgrondslagen van de pensioenverplichtingen en het belegd vermogen, alsmede de uitgangspunten voor het premiebeleid, het beleggingsbeleid en het toeslagbeleid. Uitgangspunt bij de financiële opzet is de wet- en regelgeving zoals beschreven in: de Pensioenwet (hoofdstuk 6); het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (FTK); de Regeling Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling;. 6.1 Eigen vermogen a. Waarderingsgrondslagen beleggingen De waardering van de bezittingen van het pensioenfonds geschiedt op marktwaarde. Een nadere beschrijving van de waarderingsgrondslagen is opgenomen in paragraaf 6.3. b. Technische voorzieningen Het pensioenfonds stelt toereikende technische voorzieningen vast met betrekking tot het geheel van pensioenverplichtingen. De voorwaardelijke toeslagverlening maakt geen onderdeel uit van de pensioenverplichtingen. Het pensioenfonds voert de pensioenregeling uit conform het pensioenreglement. De pensioenaanspraken zijn verzekerd in eigen beheer. De vaststelling van de technische voorzieningen geschiedt op basis van de volgende uitgangspunten. Berekening vindt plaats op basis van marktwaardering. De grondslagen zijn gebaseerd op prudente beginselen inzake levensverwachting en arbeidsongeschiktheid. De methodiek en grondslag van vaststelling is van jaar op jaar consistent, tenzij juridische, demografische en/of economische omstandigheden zich hiertegen verzetten. 21

25 De technische voorzieningen voor risico van het pensioenfonds bestaan uit de voorziening pensioenverplichtingen. De technische voorziening is gelijk aan: voor de actieve deelnemers: de - op basis van prudente grondslagen vastgestelde - actuariële contante waarde van de over de verstreken dienstjaren verkregen pensioenaanspraken, inclusief de tot en met de balansdatum toegekende toeslagen. voor niet-actieve deelnemers: de - op basis van prudente grondslagen vastgesteldeactuariële contante waarde van de verzekerde pensioenen, inclusief de tot en met de balansdatum toegekende toeslagen. voor arbeidsongeschikte deelnemers: de actuariële contante waarde van de verzekerde pensioenen, inclusief het premievrijgestelde deel van de toekomstige opbouw. Het betreft hier de contante waarde van de behaalbare pensioenaanspraken, waarbij de kans op revalidering buiten beschouwing is gelaten. Vanaf boekjaar 2015 wordt een voorziening voor niet opgevraagd pensioen vastgesteld aan de hand van de daadwerkelijk niet opgevraagde pensioenen. Voor deelnemers met pensioen dat nog niet is ingegaan omdat de deelnemer onvindbaar is of niet reageert, wordt de liggende voorziening (betreffende de toekomstige uitkeringen) verhoogd met de gemiste uitkeringen uit het verleden. Bij deze voorziening wordt rekening gehouden met de kans dat de deelnemer alsnog wordt gevonden. Deze kans wordt in het eerste jaar 100% verondersteld. Deze kans neemt jaarlijks met 10%-punt af. Er wordt verondersteld dat er na vijf jaar geen deelnemers meer worden gevonden. De voorziening pensioenverplichtingen is gebaseerd op de volgende actuariële grondslagen. Interest Sterfte Gehuwdheid Leeftijden Leeftijdsverschil Wezenpensioen Conform de Rentetermijnstructuur Financieel Toetsingskader, zoals deze wordt gepubliceerd door DNB (zero coupon rates, inclusief UFR). Volgens de Prognosetafel AG2014 (zoals gepubliceerd door het AG). Voorts wordt rekening gehouden met het verschil in overlevingskansen tussen de werkende en de totale bevolking (TW ervaringssterfte 2010, waarbij de ervaringssterfte van de medeverzekerde gelijk is gesteld aan die van de hoofdverzekerde). Onbepaalde partner systeem tot aan de pensioendatum, gehuwdheidsfrequentie van 100% voor alle leeftijden tot aan de pensioendatum De leeftijden op de balansdatum zijn bepaald in de veronderstelling dat iedere verzekerde geboren is op de eerste dag van zijn geboortemaand. Het leeftijdsverschil tussen man en vrouw is op 3 jaar gesteld (man ouder dan vrouw). Voor de dekking van het wezenpensioen hanteert het fonds een opslag van 5% op de voorziening voor het latent partnerpensioen. 22

26 Kosten Uitkeringen Aanwendingsfactoren Voor excassokosten wordt een voorziening getroffen ter grootte van 2% van de voorziening pensioenverplichtingen. Bij de waardering van de aanspraken is uitgegaan van de veronderstelling dat de pensioenuitkeringen continu geschieden. De opgebouwde kapitalen in de beschikbare premie regeling worden door de deelnemer op de pensioenleeftijd overgedragen aan een op grond van de Pensioenwet toegelaten verzekeraar. De hoogte van de te verkrijgen pensioenen zijn afhankelijk van de dan geldende tarieven van de gekozen verzekeraar. Opslag voor toekomstige uitvoeringskosten (excassokosten) Het fonds heeft in 2014 een onderzoek uitgevoerd naar de hoogte van de benodigde kostenvoorziening. De financiële opzet is zodanig dat via de premie voldoende wordt bijgedragen aan de lopende uitvoeringskosten van de pensioenregeling. In een situatie waarbij het pensioenfonds geen premie meer ontvangt, staat het fonds voor de keuze om als slapend fonds verder te gaan of het pensioenfonds te liquideren en de verplichtingen over te dragen aan een andere pensioenuitvoerder (verzekeraar of pensioenfonds). Het bestuur heeft geconcludeerd dat het liquidatiescenario het meest aannemelijk is. Bij het bepalen van de hoogte van de huidige opslag voor excassokosten is rekening gehouden dat het fonds binnen drie jaar na het opzeggen van de uitvoeringsovereenkomst geliquideerd is en een collectieve waardeoverdracht heeft plaatsgevonden. Hierbij is tevens rekening gehouden met de bij een overdracht gepaard gaande extra kosten. De flexibiliseringsfactoren horende bij Pensioenregeling 2015 zijn gebaseerd op de volgende actuariële uitgangspunten: Interest Conform de rentetermijnstructuur Financieel Toetsingskader per 31 december van het voorgaande kalenderjaar, zoals deze wordt gepubliceerd door DNB; Sterfte Volgens de gehanteerde sterftegrondslagen van het pensioenfonds per 31 december van het voorgaande kalenderjaar. Sekseneutraal Verhouding man en vrouw afgeleid van de werkelijke verhouding van de voorziening van de actieve deelnemers per 31 december van het voorgaande jaar. (Verhouding man en vrouw einde 2014 is gelijk aan 88% respectievelijk 12%.) Bij het vaststellen van de flexibiliseringsfactoren wordt geen rekening gehouden met antiselectie. De flexibiliseringsfactoren zijn geldig vanaf 1 januari 2015 voor een periode van één jaar. Na afloop van deze periode kunnen de tarieven bij bestuursbesluit worden aangepast. Voor zolang de tarieven niet bij bestuursbesluit zijn aangepast, worden deze na afloop van bovengenoemde periode telkens voor een periode van één jaar verlengd. 23

27 c. Minimaal vereist eigen vermogen Het minimaal vereist eigen vermogen wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de wettelijke normen en is per 31 december 2014 vastgesteld op 4,2% van de technische voorzieningen voor risico van het fonds (exclusief spaarkapitalen) verhoogd met 1% van de technische voorziening voor risico van de deelnemers. Het minimaal vereist eigen vermogen voldoet daarmee aan de daaromtrent gestelde wettelijke eisen bij of krachtens artikel 131 van de Pensioenwet. Indien de beleidsdekkingsgraad vijf maal opeenvolgend ligt onder het minimaal vereist vermogen (artikel 131 van de Pensioenwet) en de dekkingsgraad bij die laatste vaststelling ook onder dat niveau ligt neemt het pensioenfonds binnen zes maanden maatregelen waardoor de dekkingsgraad van het pensioenfonds direct voldoet aan artikel 131 van de Pensioenwet. Voor zover het bij de maatregelen vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten betreft worden deze direct in de technische voorzieningen verwerkt en ofwel direct doorgevoerd, ofwel in beginsel evenredig gespreid in de tijd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het herstelplan dat is opgesteld na constatering van de situatie zoals bedoeld in de eerste zin van deze alinea. Indien een pensioenfonds in de situatie, bedoeld in de eerste zin van de vorige alinea, maatregelen heeft genomen waardoor de dekkingsgraad direct voldoet aan artikel 131 van de Pensioenwet, begint voor de volgende toepassing van het eerste lid een nieuwe termijn. d. Vereist eigen vermogen Het pensioenfonds stelt het vereist eigen vermogen zodanig vast dat met een zekerheid van 97,5% wordt voorkomen dat het pensioenfonds binnen een periode van een jaar over minder waarden beschikt dan de hoogte van de technische voorzieningen (exclusief spaarkapitalen). De onderliggende methodiek is opgenomen in bijlage 1. Daarnaast wordt het vereist eigen vermogen verhoogd met 1% van de technische voorziening voor risico van de deelnemers. Wanneer de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds per het einde van een kalenderkwartaal is komen te liggen onder de gestelde eisen ten aanzien van het vereist eigen vermogen zoals bij en krachtens artikel 132 van de Pensioenwet is bepaald (reservetekort), meldt het pensioenfonds dit onverwijld aan DNB. Indien de situatie van een reservetekort ontstaat, zal het pensioenfonds DNB binnen drie maanden of zoveel eerder als DNB bepaalt ter instemming bij DNB een concreet een haalbaar herstelplan in, tenzij het pensioenfonds gezien de beleidsdekkingsgraad op dat moment weer voldoet aan de vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen. In het herstelplan werkt het pensioenfonds uit hoe het uiterlijk binnen twaalf jaar (per 2015) zal voldoen aan de vereisten ten aanzien van het vereist eigen vermogen. Vanaf 2016 mag de hersteltermijn maximaal 11 jaar zijn en vanaf 2017 maximaal 10 jaar. Het herstelplan vertoont een in beginsel tijdsevenredig herstel en gaat uiterlijk zes maanden nadat sprake is van een reservetekort in. Het pensioenfonds handelt onverwijld overeenkomstig het herstelplan. De stichting stelt jaarlijks de beleidsdekkingsgraad vast op het moment waarop het reservetekort is vastgesteld. 24

28 e. Vrij vermogen en premiekortingsgrens Het totaal gewenst vermogen, welke door het pensioenfonds wordt nagestreefd, is gelijk aan de technische voorzieningen vermeerderd met het vereist eigen vermogen. Het pensioenvermogen boven het gewenst vermogen is het vrije vermogen van het pensioenfonds. De premiekortingsgrens is gelijk aan de situatie waarin de technische voorzieningen en het vereist eigen vermogen volledig door waarden zijn gedekt en de waarden die nodig zijn om de toeslagambitie, zoals beschreven in paragraaf 6.4 onder b, volledig te verwezenlijken aanwezig zijn. 6.2 Premiebeleid In deze paragraaf wordt het premiebeleid van het pensioenfonds beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: a. de hoogte van de kostendekkende premie conform de voorschriften gesteld bij en krachtens artikel 128 van de Pensioenwet alsmede door DNB; b. de feitelijke premie, zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. a. Hoogte kostendekkende premie De Pensioenwet en het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen schrijven voor dat bij de berekening van de premie ten behoeve van het pensioenfonds met de volgende elementen rekening wordt gehouden: 1. koopsom voor de onvoorwaardelijke onderdelen van de pensioentoezegging (inclusief risicodekking en exclusief de premies voor de beschikbare premie regeling) 2. premie beschikbare premie regeling 3. solvabiliteitsopslag over premieonderdeel 1 4. opslag voor uitvoeringskosten 5. koopsom voor voorwaardelijke onderdelen van pensioentoezegging met inachtneming van de geformuleerde ambitie en de wijze van financieren Deze elementen van de kostendekkende premie zijn als volgt nader gedefinieerd: ad 1. de actuariële benodigde premie voor de inkoop van de onvoorwaardelijke onderdelen uit het pensioenreglement berekend op basis van de nominale rentetermijnstructuur. De risicopremies van nog niet opgebouwde aanspraken op nabestaandenpensioen, premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en arbeidsongeschiktheidspensioen zijn vervat in dit premieonderdeel. Hierbij wordt gerekend op basis van de actuariële grondslagen, zoals beschreven onder 6.1. Voor de risicopremies voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en arbeidsongeschiktheidspensioen wordt daarentegen uitgegaan van de aan de herverzekeraar te betalen herverzekeringspremies; ad 2. de beschikbare premie conform het bepaalde in het pensioenreglement

29 ad 3. een solvabiliteitsopslag die gelijk is aan het percentage vereist eigen vermogen (dat betrekking heeft op de voorziening voor risico van het fonds) aan het begin van het boekjaar (zoals beschreven onder paragraaf 6.1) over het premieonderdeel als beschreven onder ad 1 verhoogd met een solvabiliteitsopslag van 1% over het premieonderdeel als beschreven onder ad 2.; ad 4. een opslag voor uitvoeringskosten die gelijk is aan de werkelijke uitvoeringskosten van het fonds in het boekjaar verminderd met de beschikbare vrijval aan excasso-opslag over de uitkeringen gelet op het voorwaardelijke karakter en het ambitieniveau van het toeslagbeleid, wordt geen opslag op de premie betaald (zie voor een nadere omschrijving van het voorwaardelijk toeslagbeleid paragraaf 6.4 van deze abtn). b. Feitelijke premie De financiering van de krachtens het pensioenreglement vast te stellen pensioenaanspraken geschiedt door betaling van een doorsneepremie zoals omschreven in de uitvoeringsovereenkomst tussen het pensioenfonds en de werkgever, zie ook hoofdstuk 3. De totale bijdrage is bepaald in overleg tussen de Cao-partijen. De totale bijdrage is door het bestuur gehoord de actuaris van het pensioenfonds getoetst op adequaatheid. De jaarlijkse (totale) bijdrage dient door de werkgever betaald te worden, en bedraagt 26,5% van de salarissom (doorsneepremie). Bij de vaststelling van de salarissom wordt rekening gehouden met de maximering van de salarisgrondslag op (niveau 2015) doch tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 18ga Wet LB, eerste lid. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. De deelnemers dragen, behoudens de verschuldigde bijdrage voor extra pensioenaanspraken, niet bij zolang de kosten van de pensioenregeling lager zijn dan de doorsneepremie. In de doorsneepremie is 1,5%-punt van de salarissom begrepen voor uitvoeringskosten. De doorsneepremie zal op regelmatige basis worden getoetst. Wanneer uit bijvoorbeeld de financiële positie, een ALM-studie of nieuwe haalbaarheidstoets blijkt dat de vastgestelde premie niet langer toereikend of meer dan toereikend is, zal samen met de adviserend actuaris van het fonds worden bekeken in hoeverre aanpassing van de premie gewenst en noodzakelijk is. Er geldt geen bijstortingsverplichting voor de werkgever. Indien de bijdragen niet voldoende zijn voor de financiering van de in het betreffende jaar toe te kennen pensioenaanspraken, is het bestuur bevoegd te besluiten om de pensioenopbouw in dat jaar met een voor iedere deelnemer gelijk percentage te verminderen. Hierbij wordt het bepaalde bij of krachtens artikel 134 van de Pensioenwet in acht genomen. 26

30 6.3 Beleggingsbeleid In deze paragraaf wordt het beleggingsbeleid van het pensioenfonds beschreven. Tevens zijn hierin de richtlijnen voor het vermogensbeheer vastgelegd. Conform de artikelen 135 en 136 van de Pensioenwet en paragraaf 5 uit het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen wordt achtereenvolgens ingegaan op het strategisch beleggingsbeleid, de opzet en uitvoering van de vermogensbeheeractiviteiten, de wijze van risicometing en -beheersing, de opzet van de resultaatsevaluatie alsmede de waarderingsgrondslagen. In de bijlage is de verklaring inzake beleggingsbeginselen van het bestuur opgenomen. a. Strategisch beleggingsbeleid 1. Beleggingsdoelstelling Teneinde de beoogde pensioenuitkeringen op korte en lange termijn veilig te stellen wenst het bestuur de toevertrouwde middelen op een verantwoorde en solide wijze te beleggen. Dit komt in grote mate overeen met de prudent person gedachte conform de Europese richtlijnen 1. In lijn hiermee is de hoofddoelstelling van het beleggingsbeleid: het op lange termijn realiseren van een zo hoog mogelijk rendement uitgaande van het strategische beleggingsbeleid bij een acceptabel risico, rekening houdend met de verplichtingenstructuur van het pensioenfonds. Het pensioenfonds voert een passieve beleggingsstijl, dat wil zeggen: de doelstelling is om, binnen de in dit hoofdstuk vastgestelde restricties, hetzelfde rendement te behalen als de performance benchmark. Van deze passieve beleggingsstijl kan worden afgeweken indien de karakteristieken van een specifieke beleggingscategorie aanleiding geven om te veronderstellen dat met een passieve strategie de resultaten van een benchmark niet gerepliceerd kunnen worden. De performance van de beleggingen zal worden gerelateerd aan een aantal beleggingsindices. 2. Samenstelling strategische beleggingsportefeuille en tactische bandbreedtes Het vaststellen van de strategische beleggingsmix kan op twee manieren worden bereikt. In de eerste plaats door middel van het uitvoeren van een volledige Asset Liability Management (ALM) studie en in de tweede plaats aan de hand van een kwalitatieve analyse. Bij de vaststelling van het beleggingsbeleid van het pensioenfonds is gekozen voor een ALM studie en diverse Strategische Asset Allocatie (SAA) studies. Daarnaast is het beleid dat op basis van deze analyse is gemaakt getoetst met behulp van een continuïteitsanalyse. Tot slot wordt tweemaal per jaar een Asset Liability Risk Analysis (ALRA) studie verricht om de risico s van de waarde ontwikkeling van de beleggingsportefeuille ten opzichte van de verplichtingen in kaart te brengen. Aan de hand van de uitkomsten van deze analyses is een beleggingsportefeuille gekozen met een acceptabele combinatie van netto-premieniveau, premievolatiliteit, kansen op onderdekking en kansen op (volledige) indexatie. 1 Richtlijn nr. 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van juni 2003 betreffende de werkzaamheden van het toezicht op instellingen voor bedrijfsvoorziening. 27

31 Naar aanleiding van de ALM-studie (zoals die in het najaar van 2014 heeft plaatsgevonden), de overgangsperiode uit hoofde van het nftk, alsmede diverse SAA studies (welke begin 2015 hebben plaatsgevonden), heeft het bestuur besloten tot een herallocatie van de beleggingsportefeuille. Per 1 december 2015 ziet de doelportefeuille er als volgt uit: Vastrentende waarden 55 DMR Fondsen 39 Bedrijfsobligaties 12 EMD LC 4 Aandelen 45 Europa 0 Wereldwijd 35 Hoog dividend 5 EME 5 Cash 0 Totaal 100 Totaal Matching Portefeuille 51% Totaal Return Portefeuille 49% De implementatie zal vanaf 1 juni 2015 stapsgewijs plaatsvinden. Op 31 december 2015 dient te implementatie te zijn voltooid. De strategische beleggingsmix en de bandbreedtes daaromheen zien er vanaf 1 december 2015 als volgt uit: Vastrentende waarden DMR Fondsen Bedrijfsobligaties EMD LC Strategische mix Minimum Maximum 39% 12% 4% 34% 7% 0% 44% 17% 9% Aandelen Europa Wereldwijd Hoog dividend EME 0% 35% 5% 5% 0% 30% 0% 0% 0% 40% 10% 10% Liquide middelen 0% 0% 5% Totaal 100% De samenstelling van het vermogen dient binnen de bovenstaande minima en maxima te blijven. De portefeuille zal, indien nodig, eens per kwartaal worden geherbalanceerd naar de strategische mix. 28

32 b. Beleid en uitvoering vermogensbeheeractiviteiten 1. Beleggingsbeleid Het bestuur van het pensioenfonds is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid. Onder het beleggingsbeleid wordt verstaan de vaststelling van het doel en de stijl van het beleggingsbeleid, de strategische beleggingsportefeuille en bandbreedtes, de benchmarks, de selectie en aanstelling van de vermogensbeheerder(s), het opstellen van het mandaat voor de vermogensbeheerder, het toetsen en evalueren van het gevoerde en te voeren beleid van de vermogensbeheerder, het onderhouden van contacten met adviseurs en het bijhouden van beleggingstechnische kennis. Het bestuur vergadert in beginsel vier keer per jaar. Uitvoering Het bestuur heeft NN Investment Partners aangesteld als externe fiduciair vermogensbeheerder om binnen de opgestelde doelstellingen en restricties het beleggingsbeleid uit te voeren. De Vermogensbeheerder is binnen de hier geformuleerde randvoorwaarden vrij in de wijze van belegging en herbelegging. De vermogensbeheerder is verantwoordelijk voor het verzamelen, administreren en rapporteren over de beleggingen aan het bestuur. 29

33 Organisatiestructuur met betrekking tot het bepalen en uitvoeren van het beleggingsbeleid c. Wijze van risicometing en beheersing De risicobeheersing is vormgegeven door de onderstaande randvoorwaarden. De vermogensbeheerder dient deze restricties te respecteren. Door middel van rapportages door de vermogensbeheerder wordt de naleving van deze voorwaarden gecontroleerd door het bestuur. 30

34 Randvoorwaarden beleggingsportefeuille De beleggingsportefeuille van het Fonds is opgedeeld in zowel een matchingportefeuille als een returnportefeuille. De matchingportefeuille beoogt het nominale renterisico van de verplichtingen voor 35% te immuniseren door te beleggen in vastrentende waarden. De returnportefeuille bevat de overige beleggingen van het Fonds. Schema A geeft een overzicht van het belegd vermogen per portefeuille. Beleggingscategorie Norm Matching portefeuille 51% Return portefeuille 49% Schema A: samenstelling hoofdcategorieën 1. Randvoorwaarden Matching portefeuille De matching portefeuille is opgebouwd volgens schema B. Belegging Benchmark Norm Min Max ING Duration Matching Funds Benchmark matching portefeuille 39% 34% 44% Euro Investment Grade bedrijfsobligaties Benchmark matching portefeuille 12% 7% 17% Schema B: samenstelling matching portefeuille De matchingportefeuille zal, indien noodzakelijk, na afstemming met het Fonds, één keer per kwartaal geherbalanceerd worden naar de strategische mix. Daarbij geldt dat voor weging binnen de categorie Duration Matching Funds de gewenste renteafdekking leidend is. ING Duration Matching Funds Deze fondsen bestaan uit een combinatie van kortlopende staatsobligaties van landen uit de Eurozone en rentederivaten als Interest Rate Swaps om zo het gewenste duratie- en cashflowprofiel te realiseren. De fondsen beleggen uitsluitend in staatsobligaties van landen welke bij aankoop door het fonds in het bezit zijn van een AAA rating. De fondsen worden passief beheerd tegen de Barclays Capital Euro Treasury AAA index met een looptijd van 1 tot 3 jaar. Fonds NN Institutioneel Fixed Income Duration Matching Fonds M NN Institutioneel Fixed Income Duration Matching Fonds L NN Institutioneel Fixed Income Duration Matching Fonds XL Benchmark Customised Benchmark Customised Benchmark Customised Benchmark Euro Investment Grade Bedrijfsobligaties Fonds Blackrock Euro Corporate Bond Index Fund Benchmark Citigroup non-egbi Euro BIG Index 31

35 Afdekken renterisico De afdekking van het renterisico vindt plaats door middel van een allocatie naar het in schema B opgenomen overzicht van obligatiefondsen. De strategische renteafdekking is 35% van de technische voorziening op basis van de zuivere swapcurve (zonder UFR) zoals weergegeven in schema C. De bandbreedtes daaromheen zien er als volgt uit: Norm Minimum Maximum Rentehedgecoëfficiënt 35% 30% 40% Schema C: Rentehedgecoëfficiënt De renteafdekking dient binnen de bovenstaande minima en maxima te blijven. De portefeuille zal, indien noodzakelijk, na afstemming met het Fonds, een keer per kwartaal geherbalanceerd worden om de strategische renteafdekking te bereiken. Berekening rente hedgecoëfficiënt: De mate van renterisico afdekking (rente hedgecoëfficiënt) wordt op de volgende manier gedefinieerd: Rente hedgecoëfficiënt : i Exposure Marktwaarde Rente asset i * rentegevoeligheid. per. basispunt VPV * rentegevoeligheid. per. basispunt VPV Renteasset i De rente assets bestaan uit de vastrentende waarden fondsen welke zijn weergegeven in overzicht B. De VPV (Voorziening Pensioen Verplichting) bestaat uit een door een actuaris aangeleverde set toekomstige nominale uitkeringsverplichtingen in de vorm van een kasstroom patroon. De marktwaarde van de VPV wordt berekend door het kasstroompatroon contant te maken tegen de geldende marktrente (swapcurve). Alhoewel een perfecte afdekking van het renterisico niet mogelijk is, wordt de effectiviteit van de afdekking van het renterisico gemeten aan de hand van de marktwaardeontwikkeling van de VPV. Daarbij vormen de door een actuaris op kwartaalbasis aangeleverde toekomstige (nominale) uitkeringsverplichtingen het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de marktwaarde daarvan. De marktwaarde van dit kasstroompatroon (dat niet wijzigt totdat een nieuw kasstroompatroon wordt aangeleverd) in relatie tot de ontwikkeling van de vastrentende waarden portefeuille vormt de basis voor de meting van de effectiviteit. Nieuwe kasstromen en tussentijdse monitoring: Na verkrijging van een nieuw, door een actuaris aangeleverd, kasstroompatroon, zal de Fiduciair Beheerder de Rente hedgecoëfficiënt herberekenen en indien nodig aanpassen. 32

36 Aanpassing vindt uiterlijk plaats binnen één maand na datum ontvangst van het nieuwe kasstroompatroon. Daarnaast vindt op maandelijkse basis een monitoring door de Fiduciair Beheerder van de daadwerkelijke afdekking van het renterisico in relatie tot de norm plaats. Indien wordt vastgesteld dat de Rente hedgecoëfficiënt zich buiten de bandbreedte bevindt, zal de Fiduciair Beheerder het Fonds binnen 10 werkdagen nadat de overschrijding ter kennis is genomen hierover informeren. De Fiduciair Beheerder zal met het Fonds in overleg treden over de te ondernemen acties ten aanzien van de overschreden bandbreedtes. Indien marktomstandigheden de totstandkoming van de afdekking van het renterisico belemmeren, dient de Fiduciair Beheerder dit aan opdrachtgever kenbaar te maken en zullen er aanvullende afspraken worden gemaakt. Indien de door opdrachtgever aangeleverde kasstromen niet meer representatief zijn, zal opdrachtgever contact opnemen met de Fiduciair Beheerder. 2. Randvoorwaarden returnportefeuille Voor de returnportefeuille wordt een 'passieve' beleggingsstrategie gehanteerd, tenzij de karakteristieken van een specifieke sub beleggingscategorie (als hoog dividend aandelen) aanleiding geven om te veronderstellen dat met een passieve strategie de resultaten van een benchmark niet gerepliceerd kunnen worden. De returnportefeuille bestaat uit zowel aandelen- als vastrentende waarden beleggingen. Bij de inrichting van de portefeuille wordt rekening gehouden met voldoende diversificatie. Daartoe heeft het Fonds haar aandelen beleggingen gespreid over verschillende regio s (Wereldwijd, Europa, Opkomende Landen) en een specifieke beleggingsstijl (hoog dividend aandelen). Tot slot wordt een gedeelte van het vermogen van de returnportefeuille belegd in vastrentende waarden van Opkomende Landen (Emerging Market Debt). Ten behoeve van zowel de aandelen- als vastrentende beleggingen wordt gebruik gemaakt van beleggingsfondsen. De beleggingsfondsenfondsen die voor belegging door de vermogensbeheerder in aanmerking komen dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen: Belegging Benchmark Norm Min Max Emerging Market obligaties (LC) JPMorgan GBI-EM Global 4% 0% 9% Diversified Index Europese aandelen MSCI Europe (net) 0% 0% 7,5% Wereldwijde aandelen MSCI World DM (net) 35% 30% 40% Hoog Dividend aandelen MSCI World DM (net) 5% 0% 10% Emerging Market aandelen MSCI Emerging Markets Index 5% 0% 10% (net) Liquiditeiten geen benchmark 0% 0% 5% De samenstelling van het vermogen dient binnen de bovenstaande minima en maxima te blijven. De portefeuille zal, indien noodzakelijk eenmaal per kwartaal, na afstemming met het Fonds, worden geherbalanceerd naar de strategische mix. 33

37 Aandelen van (bij) Loders Croklaan en/of IOI Corporation Berhad (aangesloten vennootschappen) Het is niet toegestaan rechtstreeks te beleggen in aandelen van (bij) Loders Croklaan en/of IOI Corporation Berhad (aangesloten vennootschappen). 3. Randvoorwaarden vastgoed Vooralsnog wordt niet belegd in onroerend goed. 4. Randvoorwaarden liquide middelen Onder liquide middelen wordt verstaan: de lopende rekeningen en spaarrekeningen uitstaande deposito's kortlopende obligaties kortlopende leningen (maximale looptijd 2 weken) aangegaan ten behoeve van belegginstransacties (in verband met afwijkende settlementperioden Liquiditeiten en/of deposito s mogen alleen worden aangehouden bij financiële instellingen met een short term kredietwaardigheid rating van ten minste A1 volgens Standard & Poor s, danwel P1 volgens Moody s. Indien een rating van zowel Standard & Poor s als van Moody s beschikbaar is, zal de laagste van de twee ratings leidend zijn. 5. Derivaten Derivaten vormen als afgeleide beleggingsinstrumenten geen aparte beleggingscategorie. De vermogensbeheerder mag slechts van derivaten gebruik maken om: de risicograad van de beleggingsportefeuille te verlagen; tactische wijzigingen in de portefeuille op een efficiënte wijze tot stand te brengen; op defensieve wijze valutarisico s af te dekken door middel van valutatermijntransacties. Het gebruik van derivaten is beperkt tot het gedekt kopen van put-opties, het gedekt schrijven van call-opties, het gebruik van swaps en het aan- en verkopen van futures. Het gebruik van derivaten op enige andere wijze is slechts toegestaan na overleg met en goedkeuring van het bestuur van het pensioenfonds. De totale portefeuille inclusief derivatenposities dient te allen tijde binnen de vermelde randvoorwaarden te blijven. 6. Valuta s Valutarisico s worden in beginsel niet afgedekt. Eventuele valutatransacties die geen betrekking hebben op onderliggende waarden zijn niet toegestaan. d. Resultaatsevaluatie De vermogensbeheerder dient zorg te dragen voor een volledige administratie van de beleggingsportefeuille en alle daarop betrekking hebbende transacties. Minimaal per kwartaal dienen de volgende zaken te worden vastgelegd. Voor elke beleggingscategorie en de totale portefeuille: portefeuille overzichten in marktwaarden begin en einde periode op transactiebasis inclusief lopende rente in euro; aan- en verkopen op transactiebasis in euro; waarde vermogenswinst of verlies in euro; fonds- en benchmarkrendement in procenten; 34

38 attributie analyse; Voor totale portefeuille: beknopte toelichting op het gevoerde beleggingsbeleid; verwachtingen voor de komende periode; overzicht van valuta-, rating-, duration- en looptijdverdeling voor totale vastrentende portefeuille en vastrentende benchmark; overzicht van regio- en sectorenverdeling voor de totale aandelenportefeuille en aandelen benchmark; dagafschriften. De behaalde beleggingsresultaten van de beleggingscategorieën waarin het fonds belegt zullen op kwartaalbasis per beleggingscategorie vergeleken worden met het rendement van de corresponderende benchmarks van de betreffende categorie. De behaalde beleggingsresultaten van het totaal Beheerd Vermogen zullen op kwartaalbasis worden vergeleken met het rendement van een samengestelde benchmark. De weging van elke index binnen de samengestelde benchmark is gelijk aan de normweging die geldt voor de betreffende beleggingscategorie. Op basis van een kritische beoordeling kan de bijdrage van diverse beleidsbeslissingen aan de performanceverschillen met de benchmark worden toegewezen en kan deze informatie worden gebruikt bij toekomstige beleidsbeslissingen. e. Waarderingsgrondslagen Alle beleggingen worden tegen marktwaarde gewaardeerd. 35

39 6.4 Voorwaardelijk toeslagbeleid a. Voorwaardelijke toezegging 1. Indien en voorzover de toeslagruimte als omschreven in lid 4. dat toelaat, zullen de opgebouwde pensioenaanspraken, de ingegane pensioenen (alsmede de bijbehorende uitgestelde partner- en wezenpensioenen) en de premievrije pensioenaanspraken jaarlijks per 1 januari worden verhoogd met een toeslag. Dit artikel is niet van toepassing op het pensioenkapitaal als bedoeld in artikel 2.4 van Pensioenreglement Het bijzonder partnerpensioen wordt overeenkomstig de pensioenaanspraak van de ex-partner verhoogd, afhankelijk van het gegeven of de ex-partner deelnemer of gewezen deelnemer of pensioengerechtigde is. Het toeslagenbeleid is in de volgende leden van dit artikel nader uitgewerkt. 2. Het toeslagpercentage wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld door het bestuur. Voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden geldt maximaal het percentage waarmee het consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid), zoals dit wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek, is gestegen over de maand oktober van het voorafgaande jaar ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het toeslagpercentage zal niet hoger zijn dan dat voor actieve deelnemers. Voor actieve deelnemers geldt maximaal het percentage van de Werkgever loonindex. Het toeslagpercentage wordt toegekend naar rato van de toeslagruimte in lid Op de pensioenrechten en pensioenaanspraken wordt jaarlijks toeslag verleend conform maximaal de maatstaf als omschreven in lid 2. Het bestuur beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast. Voor deze voorwaardelijke toeslagverlening is geen reserve gevormd en wordt geen premie betaald. De toeslagverlening wordt uit beleggingsrendement gefinancierd. Een besluit om in enig jaar op basis van dit artikel een toeslag te verlenen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren te verlenen toeslagen en houdt geen inperking in van de beleidsvrijheid die het bestuur heeft op grond van dit artikel. De toeslagruimte is een percentage (variërend tussen 0% en 100%) dat door het bestuur wordt vastgesteld op de hierna beschreven wijze. Bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of lager wordt geen toeslag verleend. Indien de beleidsdekkingsgraad hoger is dan 110% dan kan het bestuur in enig jaar besluiten toeslag te verlenen onder de voorwaarde dat er niet meer toeslag wordt verleend dan naar verwachting in de toekomst te realiseren is. Over een besluit tot toeslagverlening zal het pensioenfondsbestuur de vakorganisaties informeren. Het bestuur besluit evenwel jaarlijks of en in hoeverre er een toeslag wordt verleend. Bij de jaarlijkse besluitvorming zal het bestuur andere relevante economische omstandigheden (zoals economische vooruitzichten en verwachte bestandsontwikkeling) in ogenschouw nemen. 4. Indien na 1 januari 2006 in enig jaar het toeslagpercentage niet volledig is toegekend, kan extra toeslag worden toegekend voor zover de toeslagruimte dit naar het oordeel van het bestuur toelaat. Deze extra toeslagverlening mag geen gevolgen hebben voor de toeslagverlening in de toekomst. Er wordt daarmee niet meer toeslag verleend dan naar verwachting in de toekomst te realiseren is. Daarnaast kan extra toeslag worden verleend indien de beleidsdekkingsgraad het niveau van het eigen vermogen behoudt en in enig jaar voor ten hoogste een vijfde van het vermogen dat voor deze extra toeslagverlening beschikbaar is, wordt aangewend. De extra toeslagverlening mag niet uit de ontvangen bijdragen worden gefinancierd. Extra toeslagverlening zal op de hoogte van de bijdragen geen enkel effect hebben. Het bestuur zal bijhouden in hoeverre toeslagpercentages zoals omschreven in lid 2 van dit artikel in de afgelopen tien jaar niet volledig zijn toegekend om op basis daarvan te kunnen vaststellen of er, indien de toeslagruimte dat toe zou laten, 36

40 aanleiding voor extra toeslag bestaat. Een besluit dat in enig jaar extra toeslag kan plaatsvinden, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren toe te kennen aanpassingen en houdt geen beperking in van de beleidsvrijheid die het bestuur ter zake heeft. Het bestuur behoudt zich het recht voor om het toeslagenbeleid volgens de bepalingen uit de statuten aan te passen. Toekomstige wijzigingen zijn verbindend voor alle deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden van de Fracties. Reeds toegekende toeslagen worden in beginsel niet gewijzigd. Het (voorwaardelijke) toeslagbeleid is vastgelegd in het pensioenreglement. Met betrekking tot de communicatie aan de deelnemers zal het pensioenfonds in alle communicatie-uitingen ten aanzien van de rechten van deelnemers de volgende formuleringen hanteren, met betrekking tot de inhoud van de pensioenregeling respectievelijk over de toekenning van toeslagen. Uw opgebouwde pensioen is dit jaar met a% verhoogd. Uw pensioenfonds probeert ieder jaar uw opgebouwde pensioen te verhogen met maximaal de Werkgever loonindex (actieven) dan wel het consumentenprijsindex alle huishoudens (afgeleid) (inactieven). De verhoging van dit jaar is gelijk aan b% van de genoemde maatstaf, zijnde c%. Uw pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd of een extra premie gevraagd om uw opgebouwde pensioen in de toekomst te verhogen. Op basis van een voor het pensioenfonds uitgevoerde continuïteitsanalyse zal de verhoging van uw opgebouwde pensioen naar verwachting de komende jaren x% van de genoemde maatstaf bedragen. De verhoging kan per jaar verschillen. Op grond van de continuïteitsanalyse wordt voor de komende jaren met 95% zekerheid verwacht dat de pensioenen/opgebouwde pensioenen met ten minste x% van de genoemde maatstaf kunnen worden verhoogd. U kunt aan de verhoging van dit jaar en aan de verwachtingen voor komende jaren geen rechten ontlenen ten aanzien van toekomstige verhogingen. In de afgelopen drie jaar zijn de opgebouwde pensioenen door het pensioenfonds verhoogd met respectievelijk x%, y% en z%. Stichting Pensioenfonds De Fracties streeft er naar dat het pensioen van de actieve deelnemers de lonen volgt en van de gewezen deelnemers de prijzen. De aanpassing van pensioen aan de lonen dan wel de prijzen door Stichting Pensioenfonds De Fracties vindt plaats middels het toekennen van toeslagen. Stichting Pensioenfonds De Fracties heeft geen geld gereserveerd om uw pensioen in de toekomst te verhogen en er wordt geen premie voor betaald, maar zal de toekomstige verhogingen uit het vermogen van het pensioenfonds betalen. De toekenning van toeslagen is voorwaardelijk, dus geen automatisme. Per jaar beoordeelt het bestuur van Stichting Pensioenfonds De Fracties of uw pensioen de ontwikkeling van de lonen dan wel prijzen kan volgen. Het toekennen van een toeslag is alleen verantwoord als het bestuur van Stichting Pensioenfonds De Fracties vindt dat de financiële positie van het pensioenfonds dit toestaat. Bij een gunstige financiële positie kan het bestuur overigens besluiten om gemiste toeslagen in het verleden in te halen. 37

41 Het bestuur houdt zich het recht voor om het toeslagbeleid aan te passen. Toekomstige wijzigingen zijn verbindend voor alle deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden. b. Ambitie Het pensioenfonds streeft er met het toeslagbeleid naar om: de tijdens het deelnemerschap opgebouwde aanspraken van de actieve deelnemers jaarlijks per 1 januari (maximaal) te verhogen op basis van Werkgever loonindex; de premievrije en ingegane pensioenen jaarlijks (maximaal) te verhogen met de consumentenprijsindexcijfer (CPI) alle huishoudens (afgeleid), zoals vastgesteld door CBS, over de maand oktober van het voorafgaande jaar ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. 6.5 Systematiek vaststelling parameters De parameters die gehanteerd worden bij de berekeningen ten behoeve van de vaststelling van de technische voorzieningen, de kostendekkende premie, het vereist eigen vermogen, het herstelplan en de haalbaarheidstoets worden door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld. De parameters voldoen ten minste aan de voorwaarden conform artikel 23a Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen. 38

42 7. Financiële sturingsmiddelen In dit hoofdstuk worden de financiële sturingsmiddelen kort uiteengezet. Tevens verwijzen we naar het Financieel Crisisplan (bijlage 4). 7.1 Premiebeleid De werkgever betaalt (maximaal) een doorsneepremie van 26,5% van de salarissom, zoals omschreven in de uitvoeringsovereenkomst tussen het pensioenfonds en de werkgever, zie ook hoofdstuk 3. Bij de vaststelling van de salarissom wordt rekening gehouden met de maximering van de salarisgrondslag op (niveau 2015) doch tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 18ga Wet LB, eerste lid. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. De totale bijdrage is bepaald in overleg tussen de Cao-partijen. De totale bijdrage is door het bestuur gehoord de actuaris van het pensioenfonds getoetst op adequaatheid. Indien de bijdragen niet voldoende zijn voor de financiering van de in het betreffende jaar toe te kennen pensioenaanspraken, is het bestuur bevoegd te besluiten om de pensioenopbouw in dat jaar met een voor iedere deelnemer gelijk percentage te verminderen. Indien en voor zover de kosten van de pensioenregeling niet meer bedragen dan 26,5% van de salarissom van de deelnemers, draagt de deelnemer niet bij in de kosten van de pensioenregeling. Bij de vaststelling van de salarissom wordt rekening gehouden met de maximering van de salarisgrondslag op (niveau 2015) doch tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 18ga Wet LB, eerste lid. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. 7.2 Beleggingsbeleid Naar aanleiding van de ALM-studie in het najaar van 2014, alsmede de inwerkingtreding van het nftk per 1 januari 2015 heeft het bestuur van het pensioenfonds besloten dat het aanwezige vermogen geheralloceerd dient te worden. Hierdoor wordt er ingespeeld op wijzigingen in het risicoprofiel van de pensioentoezeggingen en in de risicoperceptie van het bestuur van het pensioenfonds. 7.3 Voorwaardelijk toeslagbeleid Uit paragraaf 6.4 blijkt dat de aanpassing van de ingegane pensioenen en premievrije aanspraken door middel van een toeslagverlening voorwaardelijk is. Het bestuur is bevoegd de toeslagverlening te verminderen, zonodig tot nul, indien de financiële positie van het pensioenfonds daartoe noodzaakt. 39

43 8. Korting pensioenaanspraken en -rechten In het Financieel Crisisplan wordt ook uitgebreid ingegaan op het korten van pensioenaanspraken en rechten (bijlage 4). 8.1 Korting van aanspraken Het pensioenfonds kan de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten uitsluitend verminderen indien: a. de stichting gezien de beleidsdekkingsgraad niet voldoet aan de eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen (artikel 131 PW) of de eisen ten aanzien van het vereist eigen vermogen (artikel 132 PW). b. de stichting niet in staat is binnen een redelijke termijn te voldoen aan de eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen (artikel 131) of de eisen ten aanzien van het vereist eigen vermogen (artikel 132 PW) zonder dat de belangen van deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, andere aanspraakgerechtigden of de werkgever onevenredig worden geschaad; en c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet in het herstelplan. Het pensioenfonds informeert de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en de werkgever(s) schriftelijk over het besluit tot vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten. De vermindering kan op zijn vroegst een maand na de in de vorige volzin bedoelde informatieverstrekking worden gerealiseerd. 8.2 Herstel van gekorte aanspraken en gemiste toeslagen Indien het fondsvermogen groter is dan de premiekortingsgrens, als bedoeld in paragraaf 6.1, onder e, is herstel van gekorte pensioenaanspraken of gemiste toeslagen (incidentele toeslagverlening) mogelijk. Incidentele toeslagverlening om in het verleden niet toegekende toeslag of in het verleden doorgevoerde vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten te compenseren kan worden verleend indien die toeslagverlening geen gevolgen heeft voor de toeslagverlening in de toekomst, de beleidsdekkingsgraad het niveau van het vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 127, behoudt en in enig jaar ten hoogste een vijfde van het vermogen dat voor deze toeslagverlening beschikbaar is, wordt aangewend. Toeslagverlening in de vorm van indexatie van pensioenaanspraken is fiscaal gemaximeerd op de ontwikkeling van lonen of prijzen. Toeslagverlening wegens herstel van kortingen is fiscaal gemaximeerd tot de werkelijk in het verleden aangebrachte korting. Het hierboven omschreven beleid kan te allen tijde door het bestuur voor alle deelnemers en gewezen deelnemers en pensioengerechtigden worden aangepast. 40

44 Bijlage 1 Vereist eigen vermogen Er is sprake van voldoende eigen vermogen ten opzichte van het vereist eigen vermogen indien het eigen vermogen groter is dan S zoals hieronder bepaald: Renterisico (S 1 ) Pensioenfondsen kennen doorgaans een langere looptijd voor hun verplichtingen dan voor hun bezittingen. Vanwege deze mismatch ondervindt een fonds renterisico. Onder die omstandigheden zullen de verplichtingen bij een rentedaling sterker toenemen in waarde dan de bezittingen. Het standaardmodel van DNB bevat voorgeschreven rentescenario s (verschuiving actuele rentetermijnstructuur via voorgeschreven rentefactoren) om het vereist eigen vermogen voor dit risico te bepalen. Pensioenfonds De Fracties dekt 35% van het renterisico van de pensioenverplichtingen af door de looptijd van de beleggingen op die van de verplichtingen af te stemmen. Dit is het effect van een ongunstige wijziging van de rente/rentetermijnstructuur volgens onderstaande tabel. duration factor rentedaling factor rentestijging duration factor rentedaling Factor rentestijging 1 0,63 1, ,77 1,31 2 0,66 1, ,77 1,29 3 0,69 1, ,77 1,29 4 0,71 1, ,77 1,29 5 0,73 1, ,77 1,29 6 0,74 1, ,78 1,28 7 0,75 1, ,78 1,28 8 0,75 1, ,78 1,28 9 0,75 1, ,78 1, ,76 1, ,78 1, ,76 1, ,78 1, ,77 1,31 >25 0,79 1, ,77 1,31 Het renterisico voor de werkelijke beleggingsmix wordt vastgesteld op basis van de verwachte kasstromen voor zowel bezittingen als verplichtingen. Daarbij worden de financiële gevolgen van de voorgeschreven renteschok voor iedere kasstroom/ ieder jaar apart berekend. Voor de inflatie afhankelijke beleggingen wordt aangenomen dat de renteschok voor 50% wordt bepaald door de schok op inflatie. Risico zakelijke waarden (S 2 ) De waarden van aandelen en onroerend goed zijn onderhevig aan marktfluctuaties. Aangezien het fonds een deel (strategisch bedraagt dit 45%) van het vermogen belegt in zakelijke waarden, is er sprake van zakelijke waarden risico. De waardedaling van de zakelijke waarden die opgevangen moet kunnen worden is als volgt vastgesteld: Zakelijke waarden Waardedaling in % Beursgenoteerde aandelen in ontwikkelde markten en indirect onroerend goed 25% Beursgenoteerde aandelen in emerging markets 35% Private equity 30% Direct onroerend goed 15% 41

45 Tussen de risico s die zijn onderscheiden wordt een correlatie verondersteld van 0,75. In de berekening wordt een opslag voor actief beheer opgenomen door rekening te houden met een tracking error per beleggingsmandaat. De correlatie tussen actief beheer en de benchmark (standaardschok) is verondersteld gelijk te zijn aan 50%. De correlatie tussen het actief beheer van de verschillende vermogensbeheerders wordt nihil verondersteld. Valutarisico (S 3 ) Valutarisico betreft het risico dat de waarde van de beleggingen in vreemde valuta verslechtert als gevolg van veranderingen van vreemde valutakoersen. De kans dat de wisselkoers van vreemde valuta verslechtert ten opzichte van de euro betekent een risico voor een pensioenfonds omdat verplichtingen veelal in euro luiden en bezittingen (deels) in vreemde valuta. Dit risico is van belang voor zowel directe posities in een valuta, als voor beleggingen die gewaardeerd zijn in een andere valuta. Pensioenfonds De Fracties dekt het valutarisico dat aanwezig is vanwege beleggingen in vreemde valuta niet af. Het effect van een daling van alle valutakoersen ten opzichte van de euro met 20% moet opgevangen kunnen worden. Grondstoffenrisico (S 4 ) Fondsen die beleggen in grondstoffen (commodities) lopen het risico dat de waarde van deze beleggingen daalt. Het fonds belegt niet in grondstoffen en loopt dit risico zodoende niet. Het effect van een waardedaling met 30% moet opgevangen kunnen worden. Kredietrisico (S 5 ) Bij het kredietrisico dient het effect van de kredietwaardigheid van de tegenpartij tot uitdrukking te komen. Het kredietrisico komt tot uitdrukking in de zogenaamde creditspread. De creditspread weerspiegelt de kans dat een uitkering vanwege mindere kredietwaardigheid van de tegenpartij niet plaats zal vinden. Des te twijfelachtiger de kredietwaardigheid van de tegenpartij, des te groter de kans op default (het niet in staat zijn om rente en/of aflossing te voldoen), en des te lager daardoor de actuele waarde van de beleggingen. In de bepaling van het kredietrisico wordt in het standaardmodel een stijging van de creditspread met 40% voorgeschreven. Het effect van een toename van de actuele credit spread (marktrenteopslag voor kredietrisico) op de portefeuille vastrentende waarden met kredietrisico (credits) ter grootte van 40% moet opgevangen kunnen worden. Bij de vaststelling van het kredietrisico wordt een opslag voor actief beheer opgenomen door rekening te houden met de tracking errors voor bedrijfsobligaties. De correlatie tussen actief beheer en de benchmark (standaardschok) wordt verondersteld gelijk te zijn aan 50%. De correlatie tussen het actief beheer van de verschillende vermogensbeheerders wordt nihil verondersteld. Verzekeringstechnisch risico (S6) Naast de financiële risico s staat het fonds bloot aan verzekeringstechnische risico s. Binnen het verzekeringstechnische risico worden in principe alleen risico s meegenomen die verband houden met sterfte. Het omvat de risico s als gevolg van afwijkingen ten opzichte van de verwachte sterfte en afwijkingen van de verwachte sterftetrend (langlevenrisico). De sterftetrend zelf dient te worden meegenomen bij de bepaling van de voorziening voor risico fonds. 42

46 Liquiditeitsrisico (S7) Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het fonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Concentratierisico (S8) Grote posten zijn aan te duiden als een vorm van concentratierisico. Om te bepalen welke posten hieronder vallen moeten per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur worden gesommeerd. In het algemeen geldt dat concentratierisico kan optreden als een adequate spreiding van activa en passiva ontbreekt. Concentratierisico s kunnen optreden bij een concentratie van de portefeuille in regio s, economische sectoren of tegenpartijen. Een portefeuille van leningen die sterk sector gebonden is, kan door deze sectorconcentratie een verhoogd risico lopen. Indien aandelen in dezelfde sector worden aangehouden is sprake van een cumulatief concentratierisico. Actief beheer risico (S10) Onder het nftk is het actief beheer risico toegevoegd aan de methodiek voor het vaststellen van het vereist eigen vermogen. Voor het vaststellen van dit risico heeft DNB een handleiding gepubliceerd. Eind 2014 is er sprake van actief beheer binnen een gedeelte van de zakelijke waarden portefeuille. Het fonds NN Institutioneel Dividend Aandelen Fonds wordt actief beheerd en heeft een ex-post tracking error van 3,0% en bijbehorende kosten van 0,55% voor het actief beheer. Totaal risico Het totale risico is gelijk aan S, waarbij S wordt bepaald op basis van de navolgende formule. S = ( S S ,5 S 1 S 2 + S S S S 6 2 ) met dien verstande dat S niet minder dan het minimaal vereist eigen vermogen mag zijn. In het standaardmodel geldt dat het liquiditeitsrisico (S7), het concentratierisico (S8) 0% bedraagt. In verband met het geconstateerde concentratierisico is aan risicofactor S8 een waarde toegekend en de formule als volgt aangepast. S = ( S S ,5 S 1 S 2 + S S S S S 8 2 ) Het vereist eigen vermogen wordt vastgesteld als het maximum van het vereist eigen vermogen op basis van de strategische beleggingsmix en het vereist eigen vermogen op basis van de werkelijke beleggingsmix per deze datum. Daarnaast wordt het aldus berekende vereist eigen vermogen verhoogd met 1% van de technische voorziening voor risico van de deelnemers. 43

47 Bijlage 2 Verklaring inzake beleggingsbeginselen 1. Inleiding Deze Verklaring inzake beleggingsbeginselen (hierna: Verklaring) beschrijft op beknopte wijze de uitgangspunten van het beleggingsbeleid van stichting pensioenfonds De Fracties (hierna: het pensioenfonds). De uitgangspunten worden door het bestuur vastgesteld. Conform geldende wet- en regelgeving gaat de Verklaring in op: 1. de doelstelling van het beleggingsbeleid (onder 2.); 2. de organisatie van het beleggingsbeleid (onder 3.), die opgezet is om de beleggingsdoelstelling te kunnen behalen; en; 3. uitvoering van het beleggingsbeleid (onder 4.), waarmee de beleggingsdoelstelling wordt nagestreefd. De Verklaring is als bijlage bij de abtn van het pensioenfonds opgenomen en wordt om de drie jaren herzien. Daarnaast wordt de Verklaring onverwijld herzien als er tussentijds een belangrijke wijziging in het beleggingsbeleid optreedt. Op verzoek van een belanghebbende bij het pensioenfonds wordt de Verklaring verstrekt. 2. Doelstelling van het beleggingsbeleid Het pensioenfonds is het pensioenfonds voor (ex-)medewerkers van Loders Croklaan (hierna: de werkgever) en voert twee pensioenregelingen ten behoeve van de financiële gevolgen van pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. Het pensioenfonds is als pensioenfonds onder andere verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid. Het pensioenfonds belegt vanuit de prudent person gedachte. Dit komt in grote mate overeen met dat wat de DNB op solide wijze beleggen noemt. Daarbij moeten de beleggingen voldoen aan kwalitatieve beginselen van veiligheid, kwaliteit en spreiding van risico s. In lijn hiermee is de doelstelling van het beleggingsbeleid: het op lange termijn realiseren van een zo hoog mogelijk rendement uitgaande van de strategische asset allocatie bij een acceptabel risico, rekening houdend met de verplichtingenstructuur van het pensioenfonds. Om de doelstelling te waarborgen wordt bij het bepalen van het strategisch beleggingsbeleid rekening gehouden met het bepaalde bij en krachtens de Pensioenwet, de verplichtingenstructuur en de financiering van het pensioenfonds zoals vastgesteld in de financieringsovereenkomst met de werkgever. 44

48 3. Organisatie en risicobeheerprocedures 3.1 Taken en verantwoordelijkheden Het pensioenfonds is zich bewust van de rol die het als pensioenbelegger vervult. Die rol dwingt het pensioenfonds tot grote zorgvuldigheid in handelen. Het pensioenfonds is te allen tijde bereid verantwoording af te leggen over het beleggingsgedrag en de gevolgen die dit heeft voor de belanghebbenden. Het bestuur van het pensioenfonds is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid, waaronder wordt verstaan: Organisatie van het beleggingsproces; Vaststellen van de mate waarin risico genomen mag worden; Strategische allocatie en bijbehorende bandbreedtes; aan de vermogensbeheerder geven van de mandaten om binnen de vastgestelde doelstellingen en restricties het operationele beleggingsbeleid uit te voeren; Keuze van de vermogensbeheerder; Bewaking van het gehele beleggingsbeleid. Het bestuur vergadert ongeveer acht keer per jaar. Het bestuur heeft sinds 2012 een beleggingscommissie ingesteld, bestaande uit: minimaal één afgevaardigde namens de werkgever en één afgevaardigde namens de werknemers. De beleggingscommissie informeert en adviseert het bestuur over het gevoerde beleggingsbeleid. De beleggingscommissie houdt toezicht op een goede uitvoering van het (uitbestede) vermogensbeheer en houdt de performance van de vermogensbeheerder nauwlettend in de gaten. De beleggingscommissie rapporteert haar bevindingen aan het bestuur. De beleggingscommissie is in 2015 als volgt samengesteld: de heer R.J.T. Imming (voorzitter) de heer J.H.M. van Ree (plaatsvervangend voorzitter) de heer V.M. Geerts de heer H.D. Koning De beleggingscommissie vergadert ongeveer vijf keer per jaar en adviseert het bestuur over: het (strategisch) beleggingsbeleid; nadere invulling van het beleid binnen de strategische allocatie; specifieke richtlijnen voor de beleggingsmandaten; verstrekken van mandaten aan de vermogensbeheerder; implementatie en uitvoering van het gekozen beleid. Het bestuur blijft, zonder enige uitzondering, eindverantwoordelijk voor alle activiteiten van het pensioenfonds inclusief het beleggingsproces. De vermogensbeheerder legt verantwoording af aan het bestuur. 45

49 De organisatiestructuur met betrekking tot het bepalen en uitvoeren van het beleggingsbeleid ziet er als volgt uit: 3.2 Investment beliefs Investment beliefs zijn overtuigingen met betrekking tot het beleggingsbeleid waarin het bestuur gelooft en die gebaseerd zijn op bewuste keuzes. De overtuigingen van het pensioenfonds zijn onderverdeeld in vier typen: a. Overtuigingen over financiële markten; b. Overtuigingen over het beleggingsproces; c. Overtuigingen over de inrichting van de organisatie; d. Overtuigingen over verantwoord beleggen. a. Financiële markten - er zijn beleggingscategorieën waarmee, doordat ze risicovol zijn, een risicopremie verdiend kan worden. Voor elke beleggingscategorie wordt de afweging gemaakt of tegenover het risico in verwachting een adequate vergoeding staat; - het risico van de beleggingsportefeuille kan gereduceerd worden door te diversifiëren over verschillende beleggingscategorieën. De toegevoegde waarde van diversificatie moet afgezet worden tegen de extra kosten en risico s van complexere beleggingen. 46

REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE 1 INHOUDSOPGAVE REGLEMENT AANVULLEND PENSIOEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 ARTIKEL 1. AANSPRAKEN... 3 ARTIKEL 2. VARIABEL PENSIOENGEVEND SALARIS...

Nadere informatie

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2016

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2016 Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2016 Er zijn drie DEPF pensioenreglementen: 67, 65 en VP. - Onder het 67-reglement zijn een basisregeling en een overgangsregeling opgenomen. - Voor het 65-reglement

Nadere informatie

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2015

Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2015 Samenvatting DEPF reglementen Per 1 januari 2015 Er zijn drie DEPF pensioenreglementen: 67, 65 en VP. - Onder het 67-reglement zijn een basisregeling en een overgangsregeling opgenomen. - Voor het 65-reglement

Nadere informatie

Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw

Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw Artikel 1 Definities De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in het Pensioenreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw (hierna:

Nadere informatie

Actuariële en bedrijfstechnische nota. van. Stichting Pensioenfonds Trespa

Actuariële en bedrijfstechnische nota. van. Stichting Pensioenfonds Trespa Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Trespa 2015 Inhoudsopgave INLEIDING... 1 1. HOOFDLIJNEN VAN HET INTERNE BEHEERSINGSSYSTEEM EN VAN DE OPZET VAN DE ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE

Nadere informatie

Betreft: Startbrief in verband met toetreding tot de pensioenregeling

Betreft: Startbrief in verband met toetreding tot de pensioenregeling Yvonne Bloem Administrateur Stichting Pensioenfonds Syngenta Nederland Westeinde 62 Postbus 2 1600 AA Enkhuizen Tel. 0228-366 435 Fax. 0228-366 445 yvonne.bloem@syngenta.com Betreft: Startbrief in verband

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Trespa. Brochure Pensioenregeling

Stichting Pensioenfonds Trespa. Brochure Pensioenregeling Brochure Pensioenregeling Wat houdt de brochure Pensioenregeling in? De brochure maakt deel uit van de startbrief. In de brochure wordt de pensioenregeling in begrijpelijke taal toegelicht aan de hand

Nadere informatie

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 Aanvullend reglement 1 Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 20150324 Reglement Pensioenopbouw Extra pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 Aanvullend reglement 2 Voorwoord

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015 PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN Juni 2015 ARTIKEL 1 Begripsbepalingen De definities en de begripsomschrijvingen zoals vermeld in

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds SMIT. Bestuursreglement V120620

Stichting Pensioenfonds SMIT. Bestuursreglement V120620 Artikel 1 Inleiding De wijze waarop de Stichting Pensioenfonds SMIT wordt bestuurd ligt op hoofdlijnen vast in de statuten. In dit bestuursreglement wordt hier verder invulling aan gegeven. Het bestuursreglement

Nadere informatie

UITVOERINGSREGLEMENT STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VAN DE VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF

UITVOERINGSREGLEMENT STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VAN DE VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF UITVOERINGSREGLEMENT VAN DE STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF 1 juli 2015 INHOUDSOPGAVE Artikel 1 - Definities 3 Artikel 2 - Premiebetaling 3 Artikel

Nadere informatie

1. Definities Kostendekkende premie Premie die noodzakelijk is om jaarlijks ouderdomspensioenaanspraken in te kopen.

1. Definities Kostendekkende premie Premie die noodzakelijk is om jaarlijks ouderdomspensioenaanspraken in te kopen. Premiebeleid 1. Definities Kostendekkende Premie die noodzakelijk is om jaarlijks ouderdomspensioenaanspraken in te kopen. Gedempte Premie gebaseerd op gemiddelde rente curves, waardoor de invloed van

Nadere informatie

Actuariële en bedrijfstechnische nota. van. Stichting Pensioenfonds Trespa

Actuariële en bedrijfstechnische nota. van. Stichting Pensioenfonds Trespa Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Trespa 2015 Inhoudsopgave INLEIDING... 1 1. HOOFDLIJNEN VAN HET INTERNE BEHEERSINGSSYSTEEM EN VAN DE OPZET VAN DE ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE

Nadere informatie

In werking : 1 juli 2015 Vastgesteld door het bestuur : 26 juni 2015

In werking : 1 juli 2015 Vastgesteld door het bestuur : 26 juni 2015 In werking : 1 juli 2015 Vastgesteld door het bestuur : 26 juni 2015 Inhoud Inleiding 3 1. Beschrijving crisissituatie 3 2. Beleidsdekkingsgraad waarbij het fonds er zonder korten niet meer uit kan komen

Nadere informatie

R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N. van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam

R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N. van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam R E G L E M E N T voor P R E - P E N S I O E N van Stichting Sportfondsen Pensioenfonds te Amsterdam INHOUD Inleidende bepalingen Artikel 1. Aanvullende pensioenregeling 1 Artikel 2. Deelnemerschap 1 Artikel

Nadere informatie

UITVOERINGSREGLEMENT SW EN WIW STICHTING PENSIOENFONDS VOOR WERK EN (RE)INTEGRATIE

UITVOERINGSREGLEMENT SW EN WIW STICHTING PENSIOENFONDS VOOR WERK EN (RE)INTEGRATIE UITVOERINGSREGLEMENT SW EN WIW STICHTING PENSIOENFONDS VOOR WERK EN (RE)INTEGRATIE JULI 2015 H OOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities Voor dit reglement zijn de definities van toepassing

Nadere informatie

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (versie 1 januari 2015) Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (Pensioenfonds Ten Cate) Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo

Nadere informatie

Aanvullend reglement 2016. Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag)

Aanvullend reglement 2016. Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2016 Pensioenopbouw boven salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1. Definities 4 2. Algemeen 5 3. Deelneming 5 4. Vaststelling Aanvullende pensioengrondslag

Nadere informatie

Aanvulling 3 op het Pensioenreglement 2011

Aanvulling 3 op het Pensioenreglement 2011 Aanvulling 3 op het Pensioenreglement 2011 Het Pensioenreglement 2011 geldend voor werknemers voor wie op 31 juli 2011 het pensioenreglement 2008 van toepassing is dan wel in dienst getreden op of na 1

Nadere informatie

ANW- Hiaat Reglement 2015. De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland

ANW- Hiaat Reglement 2015. De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland ANW- Hiaat Reglement 2015 De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland Inhoudsopgave Artikel 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 2. Deelnemers... 5 Artikel 3. ANW-Hiaat... 5 Artikel 4. Einde van

Nadere informatie

Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling

Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling Dit reglement betreft een: (versie augustus 2012) A. Verplichte PW artikelen

Nadere informatie

VOORBEELD UITVOERINGSOVEREENKOMST. tussen het pensioenfonds en de werkgever. op basis van een uitkeringsovereenkomst zonder vaste werkgeverspremie

VOORBEELD UITVOERINGSOVEREENKOMST. tussen het pensioenfonds en de werkgever. op basis van een uitkeringsovereenkomst zonder vaste werkgeverspremie VOORBEELD UITVOERINGSOVEREENKOMST tussen het pensioenfonds en de werkgever op basis van een uitkeringsovereenkomst zonder vaste werkgeverspremie Leeswijzer voorbeeld uitvoeringsovereenkomst Deze voorbeeld

Nadere informatie

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016. 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag)

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016. 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 1 Aanvullend reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2 Voorwoord De verplichte pensioenregeling

Nadere informatie

ANW- Hiaat Reglement 2015

ANW- Hiaat Reglement 2015 ANW- Hiaat Reglement 2015 1 februari 2016 Inhoudsopgave Artikel 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 2. Deelnemers... 5 Artikel 3. ANW-Hiaat... 5 Artikel 4. Einde van het deelnemerschap... 7 Artikel 5.

Nadere informatie

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE INHOUDSOPGAVE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 Artikel 1. DEELNEMERS... 4

Nadere informatie

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering)

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) van de vereniging Het Pensioenfonds voor het personeel van de ANWB, gevestigd te 's-gravenhage Datum: 1 januari 2015 INLEIDING

Nadere informatie

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling 1. Waarom wordt het nieuwe pensioenreglement pas later uitgereikt? Antwoord: De pensioenregeling is gebaseerd

Nadere informatie

FINANCIEEL CRISISPLAN STICHTING PENSIOENFONDS HUNTSMAN ROZENBURG. Bijlage bij de actuariële en bedrijfstechnische nota

FINANCIEEL CRISISPLAN STICHTING PENSIOENFONDS HUNTSMAN ROZENBURG. Bijlage bij de actuariële en bedrijfstechnische nota FINANCIEEL CRISISPLAN STICHTING PENSIOENFONDS HUNTSMAN ROZENBURG Bijlage bij de actuariële en bedrijfstechnische nota Versie 19 april 2012 Inleiding Het bestuur van Stichting Pensioenfonds Huntsman Rozenburg

Nadere informatie

Reglement ANW-hiaatverzekering. van. Pensioenfonds Deloitte

Reglement ANW-hiaatverzekering. van. Pensioenfonds Deloitte Reglement ANW-hiaatverzekering van Pensioenfonds Deloitte Versie: April 2013 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijvingen 3 Artikel 2 ANW-hiaatverzekering 5 Artikel 3 Deelnemerschap 5 Artikel 4 Aanmelding

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH Inhoudsopgave Artikel Titel 1. Algemene bepalingen 1 2. Deelnemers 1 3. Jaarsalaris 2 4. Arbeidsongeschiktheidspensioengrondslag

Nadere informatie

Uitvoeringsovereenkomst

Uitvoeringsovereenkomst Uitvoeringsovereenkomst Stichting Pensioenfonds Ardagh Nederland, gevestigd te Dongen, hierna te noemen het fonds en de dochterondernemingen van Ardagh Group Netherlands B.V., gevestigd te Dongen, te weten:

Nadere informatie

Verklaring inzake beleggingsbeginselen

Verklaring inzake beleggingsbeginselen STICHTING PENSIOENFONDS RECREATIE Mei 2011 INHOUDSOPGAVE 0. Introductie 3 1. Doelstelling van het beleggingsbeleid 4 2. Organisatie en risicobeheerprocedures 5 3. Beleggingsbeginselen 7 Mei 2011 Pagina

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2011

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate. Per 1 januari 2011 REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Per 1 januari 2011 Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo Correspondentieadres: Postbus

Nadere informatie

Contractnr. /001

<WERKGEVER> Contractnr. <REG>/001 BETEREXCEDENT Uitvoeringsovereenkomst Contractnr. /001 Versiedatum: 1-1-2016 Pagina 2 van 11 Overeenkomst BeterExcedent /001 (uitvoeringsovereenkomst in de zin van artikel 25 van

Nadere informatie

Datum Briefnummer Behandeld door Doorkiesnummer 15-2-2012 20120215 N.W. Dijkhuizen 630

Datum Briefnummer Behandeld door Doorkiesnummer 15-2-2012 20120215 N.W. Dijkhuizen 630 Pensioenfonds Productschappen Bezoekadres Laan van Zuid Hoorn 165 2289 DD Rijswijk Postadres Postbus 3042 2280 GA Rijswijk Telefoon 070 4138630 Fax 070 4138650 E-mail info@pbodnl Website wwwpbodnl KvK

Nadere informatie

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI 2015. bpfhibin.nl

Update! WIJZIGINGEN PENSIOENREGELING PER 1 JANUARI 2015. bpfhibin.nl Update! bpfhibin.nl stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen December 2014 Kunt u uw werknemers uitleggen wat er per 1 januari 2015 is veranderd aan hun pensioen? WIJZIGINGEN

Nadere informatie

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate

REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate REGLEMENT PENSIOENSPAREN van Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (versie 1 januari 2014) Stichting Pensioenfonds Koninklijke Ten Cate (Pensioenfonds Ten Cate) Bezoekadres: Brugstraat 2, Almelo

Nadere informatie

Uitvoeringsreglement. Stichting Pensioenfonds Medewerkers Apotheken

Uitvoeringsreglement. Stichting Pensioenfonds Medewerkers Apotheken Uitvoeringsreglement Stichting Pensioenfonds Medewerkers Apotheken Inhoud Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 1. Definities 3 2. Partijen 3 3. Algemene en wederzijdse verplichtingen 3 4. Uitbesteding 3 5.

Nadere informatie

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Schoen-, Leder- en Lederwarenindustrie. Uitvoeringsreglement. Bladnummer 1 van 12

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Schoen-, Leder- en Lederwarenindustrie. Uitvoeringsreglement. Bladnummer 1 van 12 Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Schoen-, Leder- en Lederwarenindustrie Uitvoeringsreglement Bladnummer 1 van 12 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen...3 Artikel 1.1 Definities...3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Middelloonregeling met voorwaardelijke toeslag. Een uitkeringsovereenkomst, ook wel Defined Benefit genoemd.

Middelloonregeling met voorwaardelijke toeslag. Een uitkeringsovereenkomst, ook wel Defined Benefit genoemd. De pensioenregeling (uitkeringsovereenkomst) per 1 januari 2016 Deze pensioenregeling is van toepassing op alle werknemers die in dienst zijn van de werkgever(s) die zijn toegelaten tot het Pensioenfonds.

Nadere informatie

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Voor de Drankindustrie Uitvoeringsovereenkomst Aanvullende pensioenregeling

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Voor de Drankindustrie Uitvoeringsovereenkomst Aanvullende pensioenregeling Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Voor de Drankindustrie Uitvoeringsovereenkomst Aanvullende pensioenregeling Uitvoeringsovereenkomst excedent middelloonregeling per 1 januari 2015 1 Inhoudsopgave Hoofdstuk

Nadere informatie

Communicatieplan Stichting Brocacef Pensioenfonds

Communicatieplan Stichting Brocacef Pensioenfonds Communicatieplan 2015 Stichting Brocacef Pensioenfonds Vastgesteld in de vergadering van het bestuur van 23 november 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 1. Informatieverplichtingen...

Nadere informatie

Toeslagverlening Uitgave mei 2015

Toeslagverlening Uitgave mei 2015 Toeslagverlening Uitgave mei 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds Sabic, gevestigd te Sittard (het pensioenfonds ) is van algemene aard, uitsluitend indicatief

Nadere informatie

Versie 1 januari 2015. Pensioenreglement 2015

Versie 1 januari 2015. Pensioenreglement 2015 Versie 1 januari 2015 Pensioenreglement 2015 Inhoudsopgave 1. ALGEMEEN... 1 1.1. Begripsomschrijvingen... 1 1.2. Deelnemerschap... 8 1.3. Pensioenaanspraken... 9 2. OUDERDOMSPENSIOEN... 10 2.3. Ouderdomspensioen

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950

PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950 PENSIOENREGLEMENT V OVERGANGSREGELING VOOR DEELNEMERS GEBOREN OP OF NA 1 JANUARI 1950 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR HET BEROEPSVERVOER OVER DE WEG GELDEND VANAF 1 JANUARI 2006 April 2015 OVERGANGSREGELING

Nadere informatie

Pensioenovereenkomst. (Stichting pensioenfonds HaskoningDHV) HRM Nederland Pensioenovereenkomst 19 juni 2015 HRNL_BC1041_AGR20150619_F1.

Pensioenovereenkomst. (Stichting pensioenfonds HaskoningDHV) HRM Nederland Pensioenovereenkomst 19 juni 2015 HRNL_BC1041_AGR20150619_F1. Pensioenovereenkomst (Stichting pensioenfonds HaskoningDHV) Werkgever en werknemer gaan met elkaar een pensioenovereenkomst aan zoals hierna verwoord. De pensioenregeling is een Collective Defined Contribution

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Pensioenen: actueler dan ooit. Oktober 2013

Informatiebijeenkomst Pensioenen: actueler dan ooit. Oktober 2013 Informatiebijeenkomst Pensioenen: actueler dan ooit Oktober 2013 1 Pensioenstelsel Individueel Pensioen fonds Overheid Lijfrente Pensioen AOW B E L A S T I N G 2 Programma bestuur en taken bestuur de pensioenregeling

Nadere informatie

REGLEMENT voor Anw-hiatenpensioen. van. Stichting Pensioenfonds Haskoning. Nijmegen. Reglement ANW-hiatenpensioen, versie 2.1-1- 1 januari 2012

REGLEMENT voor Anw-hiatenpensioen. van. Stichting Pensioenfonds Haskoning. Nijmegen. Reglement ANW-hiatenpensioen, versie 2.1-1- 1 januari 2012 REGLEMENT voor Anw-hiatenpensioen van Stichting Pensioenfonds Haskoning te Nijmegen Aangepast per 1-1-2012 Reglement ANW-hiatenpensioen, versie 2.1-1- 1 januari 2012 Artikel 1 - Definities In deze pensioenregeling

Nadere informatie

Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds, gevestigd te Joure, gemeente De Friese Meren.

Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds, gevestigd te Joure, gemeente De Friese Meren. Uitvoeringsovereenkomst Ingangsdatum 1 januari 2015 Einddatum 31 december 2017 PREAMBULE Koninklijke Douwe Egberts BV (Werkgever) en Stichting Douwe Egberts Pensioenfonds (Fonds) hebben een langdurige

Nadere informatie

Toelichting. Uniform Pensioenoverzicht 2015. Uitkeringsovereenkomst

Toelichting. Uniform Pensioenoverzicht 2015. Uitkeringsovereenkomst Toelichting Uniform Pensioenoverzicht 2015 Uitkeringsovereenkomst Actieve deelnemer Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft inzicht in uw inkomen dat u van Hagee

Nadere informatie

Toeslag- verlening Uitgave mei 2015

Toeslag- verlening Uitgave mei 2015 Toeslagverlening Uitgave mei 2015 Disclaimer De in deze brochure verstrekte informatie van Stichting Pensioenfonds DSM Nederland, gevestigd te Heerlen (het pensioenfonds ) is van algemene aard, uitsluitend

Nadere informatie

Vanaf datum van indiensttreding bij de werkgever.

Vanaf datum van indiensttreding bij de werkgever. De pensioenregeling (uitkeringsovereenkomst) Deze pensioenregeling is van toepassing op alle werknemers die in dienst zijn van de werkgever(s) die zijn toegelaten tot het Pensioenfonds. Deze regeling heeft

Nadere informatie

ADDENDUM BIJ DE PENSIOENOVEREENKOMST

ADDENDUM BIJ DE PENSIOENOVEREENKOMST ADDENDUM BIJ DE PENSIOENOVEREENKOMST In aanvulling op de eerder tussen de werkgever en diens werknemers gesloten pensioenovereenkomst maken met ingang van 1 januari 2008 de hierna vermelde bepalingen deel

Nadere informatie

VOORBEELD UITVOERINGSOVEREENKOMST. tussen het pensioenfonds en de werkgever. op basis van een uitkeringsovereenkomst met vaste werkgeverspremie

VOORBEELD UITVOERINGSOVEREENKOMST. tussen het pensioenfonds en de werkgever. op basis van een uitkeringsovereenkomst met vaste werkgeverspremie VOORBEELD UITVOERINGSOVEREENKOMST tussen het pensioenfonds en de werkgever op basis van een uitkeringsovereenkomst met vaste werkgeverspremie Leeswijzer voorbeelduitvoeringsovereenkomst Deze voorbeelduitvoeringsovereenkomst

Nadere informatie

Belangenvereniging SPD De Pensioenwet vanaf 1 januari 2007

Belangenvereniging SPD De Pensioenwet vanaf 1 januari 2007 Belangenvereniging SPD De Pensioenwet vanaf 1 januari 2007 1 Het pensioenhuis van Nederland Derde verdieping Individuele voorzieningen verzekeraars (lijfrente) Tweede verdieping - pensioen werkgever -

Nadere informatie

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram

2013 verkort in beeld. Ontwikkelingen. Pensioenen Beleggingen Organogram 02 verkort in beeld 03 Ontwikkelingen 05 08 10 Pensioenen Beleggingen Organogram Aantal deelnemers dat pensioen opbouwt Aantal personen dat een ouderdomspensioen ontvangt Aantal deelnemers met slapende

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1 <Uitkeringsovereenkomst> <Premieovereenkomst> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1 Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3 Stichting Pensioenfonds ARCADIS Nederland Reglement ANW-hiaatpensioen Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3 Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement,

Nadere informatie

Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008

Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008 Stichting Metro Pensioenfonds Populair jaarverslag 2008 blad 1 van 7 Het Metro Pensioenfonds Hieronder eerst een aantal bijzonderheden over het Metro Pensioenfonds. Het Metro Pensioenfonds is opgericht

Nadere informatie

December 2014. Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Trespa

December 2014. Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Trespa Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Trespa Inhoudsopgave INLEIDING... 1 1. HOOFDLIJNEN VAN HET INTERNE BEHEERSINGSSYSTEEM EN VAN DE OPZET VAN DE ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE

Nadere informatie

Tabellenboek 2015. Stichting Pensioenfonds ING. Geldig vanaf 01-01-2015

Tabellenboek 2015. Stichting Pensioenfonds ING. Geldig vanaf 01-01-2015 Tabellenboek 2015 Stichting Pensioenfonds ING Geldig vanaf 01-01-2015 i Inhoudsopgave A. Uitgangspunten 1 B. Reglement Basisregeling Pensioen 62 4 B.01. Herschikking van partner- en ouderdomspensioen 4

Nadere informatie

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE

REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE REGLEMENT EXCEDENT ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN STICHTING PENSIOENFONDS ALLIANCE INHOUDSOPGAVE BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 2 Artikel 1. DEELNEMERS... 4 Artikel 2. AANSPRAKEN... 4 Artikel 3. INGANG EN DUUR...

Nadere informatie

Wijziging uitvoerder & pensioenregeling 2015 25 november 2014

Wijziging uitvoerder & pensioenregeling 2015 25 november 2014 Wijziging uitvoerder & pensioenregeling 2015 25 november 2014 1 Doel van deze bijeenkomst Toelichting waarom overstap naar nieuwe pensioenuitvoerder Toelichting waarom nieuwe pensioenregeling per 1-1-2015

Nadere informatie

Uw pensioen bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds. Waterrecreatie en de Kunststoffen en Houten Jachtbouw

Uw pensioen bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds. Waterrecreatie en de Kunststoffen en Houten Jachtbouw Uw pensioen bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterrecreatie en de Kunststoffen en Houten Jachtbouw 3 Welkom! Informatie over uw pensioenregeling bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de sector

Nadere informatie

STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL. Postbus 3144 2280 GC Rijswijk

STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL. Postbus 3144 2280 GC Rijswijk STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL Verrijn Stuartlaan 1E 2288 EK Rijswijk Telefoon: 070-3381020 Fax : 070-3503531 Postbus 3144 2280 GC Rijswijk Website: www.bpfavh.nl

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Xerox

Stichting Pensioenfonds Xerox Financieel crisisplan Stichting Pensioenfonds Xerox 1 juli 2015 Artikel 1 ~ Inleiding Het bestuur heeft besloten om een financieel crisisplan op te stellen. Dit is een beschrijving van maatregelen die

Nadere informatie

AANVULLENDE PENSIOENREGELING

AANVULLENDE PENSIOENREGELING AANVULLENDE PENSIOENREGELING Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische en Voedselvoorzieningshandel Uw pensioen is onze zorg. Inleiding Voor u ligt de brochure over de aanvullende pensioenregelingen

Nadere informatie

Bestuursreglement van Stichting Pensioenfonds Haskoning

Bestuursreglement van Stichting Pensioenfonds Haskoning Bestuursreglement van Stichting Pensioenfonds Haskoning Artikel 1. Begripsbepalingen. Administrateur: de administrateur van het Pensioenfonds als bedoeld in artikel 10 lid 5 van de Statuten; Algemeen Bestuur:

Nadere informatie

Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014

Jouw Cosun pensioen. Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014 Jouw Cosun pensioen Informatiebijeenkomsten voor deelnemers in actieve dienst mei 2014 1 Agenda Pensioen in Nederland Onze regeling Keuzemogelijkheden Vragen 2 Pensioen in Nederland Nederlands pensioenstelsel

Nadere informatie

Reglement Anw-hiaatpensioen

Reglement Anw-hiaatpensioen Vastgesteld in de bestuursvergadering van 5 december 2013 H. Langeveld, voorzitter P. Dijkstra, secretaris Postbus 94202, 1090 GE Amsterdam Bestuursmanagement: Mol & Pensioen T 035-642 29 21 M 06-832 33

Nadere informatie

Einde dienstverband en uw pensioen

Einde dienstverband en uw pensioen Einde dienstverband en uw pensioen INHOUD PAGINA 1. Inleiding 2 2. Het op de ontslagdatum opgebouwde pensioen 3 3. Het nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum 3 4. Het wezenpensioen 3

Nadere informatie

Versie 1 januari 2014. Pensioenreglement 2014

Versie 1 januari 2014. Pensioenreglement 2014 Versie 1 januari 2014 Pensioenreglement 2014 Inhoudsopgave 1. ALGEMEEN... 1 1.1. Begripsomschrijvingen... 1 1.2. Deelnemerschap... 8 1.3. Pensioenaanspraken... 9 2. OUDERDOMSPENSIOEN... 10 2.3. Ouderdomspensioen

Nadere informatie

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht 2015. Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Welke gebeurtenissen beïnvloeden uw pensioen?

Toelichting Uniform Pensioenoverzicht 2015. Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Welke gebeurtenissen beïnvloeden uw pensioen? Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat u krijgt bij pensionering en arbeidsongeschiktheid. In dit overzicht staat ook wat uw eventuele partner

Nadere informatie

Pensioen. Waardeoverdracht bij indiensttreding

Pensioen. Waardeoverdracht bij indiensttreding Uw Pensioen Waardeoverdracht bij indiensttreding De in deze brochure verstrekte informatie is van algemene aard, uitsluitend indicatief en aan wijzigingen onderhevig. De vermelde gegevens zijn uitsluitend

Nadere informatie

Reglement Overgangsregelingen Pensioenen 2002. 01/01/2008 (laatstelijk gewijzigd per 26/09/2014; in werking getreden per 01/01/2015)

Reglement Overgangsregelingen Pensioenen 2002. 01/01/2008 (laatstelijk gewijzigd per 26/09/2014; in werking getreden per 01/01/2015) Reglement Overgangsregelingen Pensioenen 2002 01/01/2008 (laatstelijk gewijzigd per 26/09/2014; in werking getreden per 01/01/2015) Inhoudsopgave Hoofdstuk I Algemene bepalingen 5 Artikel 1 Definities

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A <Uitkeringsovereenkomst> <Premieovereenkomst> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht Model 1A Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

Sectorbrief - Wijzigingen in de pensioenwet: wat verwacht DNB van uw fonds. Geacht bestuur,

Sectorbrief - Wijzigingen in de pensioenwet: wat verwacht DNB van uw fonds. Geacht bestuur, De Nederlandsche Bank N.V. Toezicht pensioenfondsen Postbus 98 1000 AB Amsterdam 020 524 91 11 www.dnb.nl Onderwerp Sectorbrief - Wijzigingen in de pensioenwet: wat verwacht DNB van uw fonds Handelsregister

Nadere informatie

Regeling voor vrijwillig individueel pensioensparen (pensioenleeftijd 67)

Regeling voor vrijwillig individueel pensioensparen (pensioenleeftijd 67) Regeling voor vrijwillig individueel pensioensparen (pensioenleeftijd 67) artikel 1. Algemeen Deze regeling is een bijlage bij het pensioenreglement van 1 van Stichting Pensioenfonds General Electric Nederland,

Nadere informatie

Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland. Juli 2016

Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland. Juli 2016 Actuariële en bedrijfstechnische nota van Stichting Pensioenfonds Deutsche Bank Nederland Juli 2016 Inhoudsopgave INLEIDING... 3 1. HOOFDLIJNEN VAN HET INTERNE BEHEERSINGSSYSTEEM EN VAN DE OPZET VAN DE

Nadere informatie

Reglement. Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen. Stichting Metro Pensioenfonds

Reglement. Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen. Stichting Metro Pensioenfonds Reglement Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen Stichting Metro Pensioenfonds 1 Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Deelnemerschap 2 Artikel 3 Terhandstelling van bescheiden

Nadere informatie

Waardeoverdracht. bij indiensttreding. Wat is waardeoverdracht? Is waardeoverdracht. verstandig? Goed om te weten. Een nieuwe baan.

Waardeoverdracht. bij indiensttreding. Wat is waardeoverdracht? Is waardeoverdracht. verstandig? Goed om te weten. Een nieuwe baan. Waardeoverdracht bij indiensttreding Meer weten? www.kpnpensioen.nl Wat is waardeoverdracht? 4 Zoek en vind 11 Een nieuwe baan 3 Is waardeoverdracht verstandig? Goed om te weten 6 Zo vraagt u aan 10 9

Nadere informatie

Uitvoeringsreglement. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Levensmiddelen. Versie 1 juli 2015

Uitvoeringsreglement. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Levensmiddelen. Versie 1 juli 2015 Uitvoeringsreglement Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Levensmiddelen Versie 1 juli 2015 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen... 3 Artikel 1.1 Definities... 3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven 6b Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bikudak) 65 P E N S I O E N R E G E L I N G U T A - W E R K N E M E R S Jaarboek Pensioen- en bedrijfstakeigen regelingen in de sector bouwnijverheid

Nadere informatie

Het AVEBE Pensioen samengevat

Het AVEBE Pensioen samengevat Het AVEBE Pensioen samengevat Deze folder is bedoeld voor alle medewerkers die bij AVEBE in dienst zijn getreden. Pensioenfonds Ouderdomspensioen: het AVEBE Pensioen vanaf uw pensionering Het AVEBE Pensioen

Nadere informatie

Stichting Metro Pensioenfonds. ANW Hiaatreglement. 28 oktober 2008

Stichting Metro Pensioenfonds. ANW Hiaatreglement. 28 oktober 2008 Stichting Metro Pensioenfonds ANW Hiaatreglement Inhoudsopgave BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 1 DEELNEMERSCHAP... 1 KEUZEMOGELIJKHEID ANW-HIAATPENSIOEN... 1 AANVANG EN WIJZIGING VAN DE VERZEKERING VAN ANW-HIAATPENSIOEN...

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen)

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen) Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen) 7a 7.1 Algemeen 60 7.2 Deelnemers 62 7.3 Premies 62 7.4 Ouderdomspensioen 63 7.5 Vervroegd pensioen 63

Nadere informatie

Bewaar deze startbrief zorgvuldig. Pensioen heeft nu misschien niet uw hoogste aandacht, binnenkort kan dat anders zijn.

Bewaar deze startbrief zorgvuldig. Pensioen heeft nu misschien niet uw hoogste aandacht, binnenkort kan dat anders zijn. Bewaar deze startbrief zorgvuldig. Pensioen heeft nu misschien niet uw hoogste aandacht, binnenkort kan dat anders zijn. Geachte heer/mevrouw.., Van harte welkom bij het Bedrijfspensioenfonds voor de Agrarische

Nadere informatie

Grondslagen StiPP verklaring financiële en actuariële gelijkwaardigheid 2016

Grondslagen StiPP verklaring financiële en actuariële gelijkwaardigheid 2016 Grondslagen StiPP verklaring financiële en actuariële gelijkwaardigheid 2016 Inleiding Als, conform artikel 2 of artikel 6 van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000, vrijstelling kan worden verkregen,

Nadere informatie

Dit plan geeft de te hanteren kritische ondergrenzen, de te nemen maatregelen en de te volgen besluitvormingsprocessen en communicatietrajecten aan.

Dit plan geeft de te hanteren kritische ondergrenzen, de te nemen maatregelen en de te volgen besluitvormingsprocessen en communicatietrajecten aan. Crisisplan 1. Inleiding Het doel van dit financieel crisisplan is dat het bestuur vooraf beschrijft welke maatregelen het bestuur van het pensioenfonds op korte termijn effectief zou kunnen inzetten, indien

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT 2013 zoals geldend vanaf 1 januari 2013. van Stichting Pensioenfonds AZL

PENSIOENREGLEMENT 2013 zoals geldend vanaf 1 januari 2013. van Stichting Pensioenfonds AZL PENSIOENREGLEMENT 2013 zoals geldend vanaf 1 januari 2013 van Stichting Pensioenfonds AZL Inhoudsopgave HOOFDSTUK I PENSIOENREGELING EN UITVOERING... 4 Artikel 1 Definities...4 Artikel 2 Uitvoering van

Nadere informatie

Actuariële en Bedrijfstechnische Nota. Nota, waarin het beleid van het fonds op alle relevante gebieden beschreven wordt.

Actuariële en Bedrijfstechnische Nota. Nota, waarin het beleid van het fonds op alle relevante gebieden beschreven wordt. ABTN A-Factor AFM Afkoop Anw AOW Arbeidsongeschiktheidspensioen Actuariële en Bedrijfstechnische Nota. Nota, waarin het beleid van het fonds op alle relevante gebieden beschreven wordt. Aanduiding voor

Nadere informatie

UITVOERINGSREGLEMENT VOORTZETTING PENSIOENOPBOUW BIJ WERKLOOSHEID 1999 DE STICHTING FINANCIERING VOORTZETTING PENSIOENVERZEKERING

UITVOERINGSREGLEMENT VOORTZETTING PENSIOENOPBOUW BIJ WERKLOOSHEID 1999 DE STICHTING FINANCIERING VOORTZETTING PENSIOENVERZEKERING Op grond van het Bijdragereglement 1999 van de Stichting FVP kunnen werkloze werknemers of hun nabestaanden onder voorwaarden aanspraak maken op een bijdrage voor de voortzetting van de pensioenopbouw

Nadere informatie

UITVOERINGSREGLEMENT STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE BANDEN- EN WIELENBRANCHE

UITVOERINGSREGLEMENT STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE BANDEN- EN WIELENBRANCHE UITVOERINGSREGLEMENT STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE BANDEN- EN WIELENBRANCHE december 2015 H O O F D S T U K 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Voor dit reglement zijn de definities

Nadere informatie

PRINCIPE-AKKOORD PENSIOEN VOOR DE TECHNIEK

PRINCIPE-AKKOORD PENSIOEN VOOR DE TECHNIEK PRINCIPE-AKKOORD PENSIOEN VOOR DE TECHNIEK Werknemers- en werkgevers-organisaties in de Metaal en Techniek en Metalektro, samenwerkend in de Stichting Vakraad Metaal en Techniek en de Stichting Raad van

Nadere informatie

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino

REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino 1 REGLEMENT VOOR HET WAO-HIAAT PENSIOEN Van Stichting Pensioenfonds Holland Casino Artikel 1. Definities In dit reglement wordt verstaan onder: a. het fonds : Stichting Pensioenfonds Holland Casino; b.

Nadere informatie