ANALYSE ITEMS DUURZAME INZETBAARHEID PAGO BOUWNIJVERHEID

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ANALYSE ITEMS DUURZAME INZETBAARHEID PAGO BOUWNIJVERHEID 2010-2011"

Transcriptie

1

2 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. In het bestuur van Arbouw zijn vertegenwoordigd Bouwend Nederland, Federatie van Ondernemersorganisaties in de Afbouw (FOA), FOSAG, NOA, FNV Bouw en CNV Vakmensen. Stichting Arbouw Alle rechten voorbehouden. De producten, informatie, tekst, afbeeldingen, foto s, illustraties, lay-out, grafische vormgeving, technische voorzieningen en overige werken van Stichting Arbouw ( de werken ), waarin substantieel is geïnvesteerd, zijn beschermd onder de Auteurswet, de Benelux Merkenwet, de Databankenwet en andere toepasselijke wet- en regelgeving. Behoudens wettelijke uitzonderingen mag niets daarvan worden verveelvoudigd, aan derden ter beschikking gesteld of openbaar gemaakt, zonder voorafgaande toestemming van Stichting Arbouw. Het bekijken van de werken en het maken van kopieën voor eigen individueel gebruik is toegestaan voorzover binnen de toepasselijke wet- en regelgeving aangegeven grenzen. De woord- en beeldmerken op de werken zijn van Stichting Arbouw en/of haar licentiegever(s). Het is niet toegestaan één of meerdere van deze merken en logo s te gebruiken zonder voorafgaande toestemming van Stichting Arbouw of betrokken licentiegever(s). Stichting Arbouw is niet aansprakelijk voor (de inhoud van) haar (informatie) producten, software daaronder mede begrepen, noch voor het (her) gebruik daarvan door derden.

3 ANALYSE ITEMS DUURZAME INZETBAARHEID PAGO BOUWNIJVERHEID Auteur: dr. B.C.H. de Zwart, AStri Beleidsonderzoek en -advies Bestelcode: ISBN: Harderwijk, november 2012

4 2

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING INLEIDING Aanleiding RESULTATEN PAGO Functioneringsgesprek Ontwikkelingsgesprek Verwachting werken bij ander bedrijf Verwachting ander werk Conclusies TOEPASSING ITEMS Samenhang items Toepassing items

6 4

7 SAMENVATTING In 2008 heeft Arbouw een subsidievoorstel ingediend in het kader van de Tijdelijk subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid van het ministerie van SZW voor het ontwikkelen van een PAGO-module duurzame inzetbaarheid. Een viertal items van deze module zijn in 2010 opgenomen in het PAGO. Het betreft de volgende items: 1. Heeft u de afgelopen 12 maanden met uw leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over uw functioneren b.v. functioneringsgesprek? 2. Heeft u de afgelopen 12 maanden met uw leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over uw toekomstige ontwikkeling binnen het bedrijf? 3. Denkt u dat u ooit nog bij een ander bedrijf gaat werken? 4. Denkt u dat u ooit nog ander werk gaat doen? Gedurende heel 2010 en 2011 hebben deze vragen meegelopen in het PAGO onder ruim bouwmedewerkers. Arbouw heeft AStri Beleidsonderzoek en advies opdracht gegeven om op dit bestand een secundaire analyse uit te voeren rond de vier PAGO-items. Op basis van de analyses kunnen de volgende voornaamste conclusies worden getrokken: Door werkgevers in de bouw wordt meer aandacht besteed aan het bespreken van het functioneren en de persoonlijke ontwikkeling van UTA-medewerkers dan van het bouwplaatspersoneel. Onder het bouwplaatspersoneel heeft de helft van de werknemers de afgelopen 12 maanden geen gesprek gehad met de leidinggevende of personeelsfunctionaris over het functioneren of de persoonlijke ontwikkeling. Bij oudere werknemers worden zowel bij het UTA- als bouwplaatspersoneel per definitie relatief minder functionerings- en ontwikkelingsgesprekken afgenomen dan bij jongere medewerkers. In kleinere bouwbedrijven is de aandacht voor functionerings- en ontwikkelingsgesprekken fors lager dan in grotere bouwbedrijven. Onder het bouwplaatspersoneel is bij kleinere bedrijven het verschil tussen het percentage jongere en oudere werknemers dat een functionerings- of ontwikkelingsgesprek krijgt groter dan bij de grotere bedrijven. 5

8 Er is een positieve relatie tussen het hebben van een functionerings- of ontwikkelingsgesprek enerzijds en de werkvermogensscore en tevredenheid over het werk anderzijds. De verwachting en intentie onder zowel UTA- als bouwplaatspersoneel om ooit nog te gaan werken bij een ander bedrijf of in ander werk is relatief laag. Deze verwachting daalt ook sterk met de leeftijd bij zowel UTA- als bouwplaatspersoneel en deze leeftijdsgerelateerde afname is onafhankelijk van bedrijfsgrootte. Bij het bouwplaatspersoneel is er een negatief verband tussen bedrijfsgrootte en de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen. Bij het UTA-personeel zien we geen verband tussen bedrijfsgrootte en de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken. Wel zien we hier een positief verband tussen bedrijfsgrootte en de verwachting ooit nog ander werk te gaan doen. Er is een negatieve relatie tussen enerzijds de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen en anderzijds de werkvermogensscore. Deze relatie is sterker onder het bouwplaatspersoneel dan onder het UTA-personeel. Er is eveneens een negatieve relatie tussen enerzijds de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen en anderzijds de tevredenheid met het werk. Deze relatie neemt toe met de leeftijd. Op basis van bovenstaande conclusies kunnen we concluderen dat de randvoorwaarden voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers in de bouw als het gaat om de periodieke dialoog tussen werkgever en werknemer over het functioneren en de loopbaanontwikkeling, alsmede de mobiliteitsintenties, niet optimaal zijn. In het bijzonder geldt dit voor de risicogroep van oudere bouwplaatsmedewerkers. Deze punten verdienen aandacht in het beleid van bedrijfstakorganisaties. In het rapport wordt tenslotte stilgestaan bij de toegevoegde waarde van de vier items in het PAGO op zowel individueel werknemersniveau als op groepsniveau. Daarnaast wordt de aanbeveling gedaan voor het uitvoeren van een longitudinaal onderzoek voor het toetsen van de relatie tussen enerzijds de cultuur van dialoog in een organisatie en mobiliteitsbereidheid van werknemers en anderzijds de duurzame inzetbaarheid van werknemers. 6

9 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Subsidie SZW In 2008 heeft Arbouw een subsidievoorstel ingediend in het kader van de Tijdelijk subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid van het ministerie van SZW voor het ontwikkelen van een PAGO-module duurzame inzetbaarheid. Dit voorstel is gehonoreerd door het ministerie van SZW. Door Arbouw is aan AStri Beleidsonderzoek en advies gevraagd om verschillende werkzaamheden voor dit project uit te voeren. Eerste stap Als eerste onderdeel van het project is door AStri een verkennend onderzoek uitgevoerd naar bepalende factoren voor duurzame inzetbaarheid in de bouw. Hiervan is een tussentijdse rapportage verschenen. 1 Dit onderdeel heeft de algemene kaders opgeleverd voor de te ontwikkelen module. Tweede stap Als tweede onderdeel van het project is door AStri een concept PAGO-vragenlijstmodule ontwikkeld die aansluit bij de bestaande PAGO-systematiek in de bouwnijverheid en waarbij de overlap met andere PAGO-onderdelen minimaal is. Van deze fase is eveneens een tussentijds werkdocument verschenen. 2 Laatste stap De laatste stap van het project betrof het uitvoeren van een pilot-onderzoek met de concept vragenlijst, op basis waarvan een definitief voorstel voor de module kon worden gemaakt. Hiervoor zijn analyses uitgevoerd op een databestand van 179 bouwmedewerkers die aan de pilot hadden deelgenomen en waarvan zowel data voor handen waren van de PAGO-module als van de basis PAGO-vragenlijst. Op basis hiervan zijn een tweetal schalen ontwikkeld: mobiliteitsintentie (6 items) en loopbaanontwikkeling (5 items). Van het gehele project is vervolgens een eindrapportage opgesteld Veldhuis, V. & B.C.H. de Zwart (2008). Deskresearch voor de PAGO-module duurzame inzetbaarheid in de bouwnijverheid: een verkennend onderzoek naar bepalende factoren voor duurzame inzetbaarheid. Harderwijk: Arbouw. Zwart, B.C.H. de (2008). Ontwikkeling concept PAGO-module duurzame inzetbaarheid in de bouwnijverheid. Harderwijk: Arbouw. Zwart, B.C.H. de (2008). Ontwikkeling van PAGO-module duurzame inzetbaarheid in de bouwnijverheid. Harderwijk: Arbouw. 7

10 Opname in PAGO Door Arbouw is in 2010 uiteindelijk besloten om niet deze volledige schalen op te nemen in het PAGO, maar van iedere schaal twee items. Het betreft de volgende items: Loopbaanontwikkeling 1. Heeft u de afgelopen 12 maanden met uw leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over uw functioneren b.v. functioneringsgesprek? 2. Heeft u de afgelopen 12 maanden met uw leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over uw toekomstige ontwikkeling binnen het bedrijf? Nee Ja Nee Ja Mobiliteitsintentie 1. Denkt u dat u ooit nog bij een ander bedrijf gaat werken? Nee Ja 2. Denkt u dat u ooit nog ander werk gaat doen? Nee Ja Gedurende heel 2010 en 2011 hebben deze vragen meegelopen in het PAGO onder bouwmedewerkers. Van rond de bouwmedewerkers zijn dus gedurende 2010 naast de standaard PAGO-items ook data verzameld op deze 4 items. Onderzoek Arbouw heeft AStri Beleidsonderzoek en advies opdracht gegeven om op dit bestand een secundaire analyse uit te voeren, waarbij de volgende vragen centraal staan: 1. Hoe wordt op de nieuwe items gescoord door de bouwpopulatie en wat is de relatie met werk- en persoonskenmerken? 2. Op welke wijze kunnen deze items worden gehanteerd ten aanzien van het thema van duurzame inzetbaarheid van medewerkers in de bouw? 3. Welke aanbevelingen voor vervolgonderzoek kunnen worden gedaan ten aanzien van deze items? 8

11 Methode Voor de analyses is gebruik gemaakt van het PAGO-databestand van Arbouw met hierin de gegevens van de PAGO-deelnemers in 2010 en Van de deelnemers die zowel in 2010 en 2011 hadden deelgenomen (1.455 personen) zijn de data van 2011 uit het bestand gehaald. Dit resulteerde uiteindelijk in een bestand met PAGOgegevens van personen. Analyses op subgroepen zijn alleen uitgevoerd bij groepen met minimaal 50 personen. Daar waar deze groepsgrootte niet werd gehaald, staat bij de resultaten een streepje [-]. 9

12 2 RESULTATEN PAGO Functioneringsgesprek Item In deze paragraaf worden de resultaten gepresenteerd op de vraag: Heeft u de afgelopen 12 maanden met uw leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over uw functioneren b.v. functioneringsgesprek? UTA-personeel versus bouwplaatspersoneel Van alle PAGO-deelnemers in de bouwnijverheid geeft bijna 58% aan de afgelopen 12 maanden een functioneringsgesprek te hebben gehad. Bij 42% is dit niet het geval. Onder het UTA-personeel worden significant meer functioneringsgesprekken afgenomen dan onder het bouwplaatspersoneel: 76% versus 50%. Tabel 2.1 Functioneringsgesprekken naar UTA- versus bouwplaatspersoneel Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek UTA-personeel 75,5% 24,5% Bouwplaatspersoneel 50,2% 49,8% Totaal bouwnijverheid 57,6% 42,4% 10

13 Leeftijdsgroep Zowel onder het UTA-personeel als onder het bouwplaatspersoneel is er een significante relatie tussen leeftijd en het hebben van een functioneringsgesprek. Bij het bouwplaatspersoneel is er sprake van een bijna lineaire dalende trend in de afname van functioneringsgesprekken met toenemende leeftijd. Bij het UTA-personeel vertoont deze meer een curve. Tabel 2.2 Functioneringsgesprekken naar leeftijdsgroep Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek UTA-personeel <20 jaar jaar 78,5% 21,5% jaar 83,4% 16,6% jaar 83,3% 16,7% jaar 78,2% 21,8% jaar 73,4% 26,6% >54 jaar 70,1% 29,9% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 61,1% 38,9% jaar 56,6% 43,4% jaar 55,3% 44,7% jaar 53,0% 47,0% jaar 50,2% 49,8% jaar 48,5% 51,5% >54 jaar 48,2% 51,8% 11

14 Bedrijfsgrootte Een significante relatie wordt gevonden tussen bedrijfsgrootte en de afname van een functioneringsgesprek. Bij kleinere bedrijven vinden significant minder functioneringsgesprekken plaats in vergelijking met grotere bedrijven. Dit geldt zowel voor het bouwplaats- als voor het UTA-personeel. Tabel 2.3 Functioneringsgesprekken naar bedrijfsgrootte Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek UTA-personeel 1-10 medewerkers 53,7% 46,3% medewerkers 58,2% 41,8% medewerkers 66,0% 34,0% medewerkers 77,7% 22,3% >100 medewerkers 85,5% 14,5% Bouwplaatspersoneel 1-10 medewerkers 35,5% 64,5% medewerkers 41,0% 59,0% medewerkers 48,2% 51,8% medewerkers 56,7% 43,3% >100 medewerkers 64,3% 35,7% 12

15 Beroepsgroep Hieronder staan de resultaten voor de afname van een functioneringsgesprek naar beroepsgroep. Geconstateerd kan worden dat er een grote variatie bestaat in de afname van functioneringsgesprekken tussen beroepsgroepen in de bouw. Tabel 2.4 Functioneringsgesprekken naar beroepsgroep Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek Directeur/zelfstandige 64,4% 35,6% Stafpersoneel/leidinggevenden/technici 79,6% 20,4% Administratief- en kantoorpersoneel 72,5% 27,5% Huishoudelijk- en kantinepersoneel 45,8% 54,2% Uitvoerder B&U 75,8% 24,2% Uitvoerder GWW 80,3% 19,7% Uitvoerder afbouw 77,7% 22,3% Werfbaas - - Bronbemaler 61,0% 39,0% Natuursteenbewerker 56,5% 43,5% Stelleur 62,9% 37,1% Monteur onderhoud machines 60,1% 39,9% Elektricien 67,3% 32,7% Loodgieter 68,8% 31,2% Metaalbewerker/bankwerker 62,4% 37,6% Gevelmonteur/gevelbekleder - - Schilder onderhoud 40,9% 59,1% Schilder nieuwbouw 41,7% 58,3% Schilder constructie 60,0% 40,0% Schilder spuiter 39,7% 60,3% Wegmarkeerder 49,3% 50,7% Metselaar renovatie/onderhoud 42,1% 57,9% Metselaar nieuwbouw 40,8% 59,2% Ovenbouwer - - Tegelwerker wand- en vloertegels 45,3% 54,7% Straatmaker 48,8% 51,2% Steenzetter/dijkwerker - - Voeger 37,5% 62,5% Blokkensteller afbouw 31,0% 69,0% Blokkensteller ruwbouw 27,7% 72,3% Betonboorder/ zager 53,4% 46,6% Beton-/bekistingstimmerman 57,1% 42,9% Betonstaalvlechter/ijzervlechter 44,3% 55,7% 13

16 Vervolg tabel 2.4 Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek Betonreparateur 57,1% 42,9% Terrazzowerker/(granito)vloerenlegger - - Betonstorter/gietbouwer - - Vloerenlegger zandcement-dekvloer - - Dakdekker riet/rietdekker - - Dakdekker pannen/pannenlegger 42,0% 58,0% Dakdekker leisteen/leidekker - - Timmerman onderhoud, renovatie 50,9% 49,1% Machinaal houtbewerker 45,6% 54,4% Timmerman nieuwbouw 56,8% 43,2% Timmerman/metselaar 48,3% 51,7% Uitzetter - - Modellenmaker/mallenbouwer - - Stukadoor mechanisch/spackspuiter 43,9% 56,1% Stukadoor traditioneel 41,0% 59,0% Vloerenlegger gietvloer, anhydriet 40,9% 59,1% Vloerenlegger epoxy, polyurethaan - - Gevelisoleerder gevel, spouwmuur 42,3% 57,7% Kitter/purder 46,7% 53,3% Glaszetter 35,0% 65,0% Kozijnmonteur 37,0% 63,0% Maatvoerder 79,5% 20,5% Spanmonteur - - Rioleerder/rioolbuizenlegger - - Steigerbouwer 59,3% 40,7% Sloper 45,6% 54,4% Kabel- en buizenlegger 71,4% 28,6% Asbestsaneerder 61,3% 38,7% Plafondmonteur/monteur afbouw 51,5% 48,5% Magazijn-/winkelpersoneel 63,3% 36,7% Machinist mobiele kraan 49,2% 50,8% Machinist torenkraan 46,9% 53,1% Machinist grond-, weg- en waterbouw 56,3% 43,7% Betonmortelcentralewerker - - Chauffeur 52,2% 47,8% Bodemsaneerder - - Opperman straatmaker 44,8% 55,2% Opperman metselaar 36,5% 63,5% Grondwerker 58,9% 41,1% Vakman GWW 65,3% 34,7% Funderingswerker/heier 58,9% 41,1% Landmeter/uitzetter 85,2% 14,8% Asfaltwerker/asfaltwegenbouwer 71,5% 28,5% Opperman/bouwvakhelper 56,8% 43,2% 14

17 Leeftijd naar bedrijfsgrootte Onderstaande tabel laat zien dat zowel bij het UTA-personeel als bij het bouwplaatspersoneel het verschil tussen het percentage jongeren en ouderen dat een functioneringsgesprek heeft groter is bij de kleinere bedrijven dan bij de grotere bedrijven. Tabel 2.5 Functioneringsgesprekken naar leeftijdsgroep en bedrijfsgrootte Wel een functioneringsgesprek Bedrijfsgrootte >100 UTA-personeel <20 jaar jaar - 72,5% 75,9% 68,9% 86,7% jaar - 69,5% 76,6% 85,5% 88,9% jaar 54,7% 68,1% 72,9% 85,6% 90,1% jaar 58,0% 62,4% 70,0% 79,4% 87,8% jaar 49,5% 58,5% 64,5% 75,7% 84,4% >54 jaar 53,0% 46,4% 58,4% 74,2% 81,2% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 56,7% 45,0% 62,6% 56,5% 63,7% jaar 49,8% 51,1% 53,4% 60,5% 63,3% jaar 41,4% 46,5% 57,6% 59,8% 66,0% jaar 45,8% 42,4% 49,9% 59,3% 66,5% jaar 34,7% 41,8% 49,1% 57,1% 66,1% jaar 33,5% 39,0% 46,1% 56,0% 64,2% >54 jaar 31,5% 39,5% 46,4% 55,3% 62,9% 15

18 Relatie met werkvermogen Tabel 2.6 laat de gemiddelde werkvermogensscore zien naar leeftijdsgroep voor de groepen die wel en niet een functioneringsgesprek hebben gehad. Systematisch zien we dat de personen die wel een functioneringsgesprek hebben gehad licht hoger scoren dan de personen die geen functioneringsgesprek hebben gehad, bij alle leeftijdsgroepen. Bij de onderstreepte getallen gaat het om een significant verschil. Tabel 2.6 Relatie functioneringsgesprekken en gemiddelde werkvermogensscore (7-49) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en geen functioneringsgesprek) Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek UTA-personeel <20 jaar jaar 44,2 44, jaar 44,1 43, jaar 43,7 42, jaar 43,2 42, jaar 42,2 41,5 >54 jaar 40,5 39,8 Bouwplaatspersoneel <20 jaar 43,7 43, jaar 43,1 42, jaar 42,4 42, jaar 42,1 41, jaar 41,2 40, jaar 40,1 39,6 >54 jaar 38,1 37,4 16

19 Relatie met tevredenheid werk In de onderstaande tabel wordt het percentage werknemers vermeld dat ja antwoorde op de vraag Vindt u, al met al dat u goed zit met uw werk?. De resultaten geven aan dat in alle leeftijdsgroepen, zowel bij UTA- als bouwplaatspersoneel, medewerkers die wel een functioneringsgesprek hebben gehad relatief vaker aangeven dat het goed zit met hun werk dan werknemers die geen functioneringsgesprek hebben gehad. Bij de onderstreepte getallen is er sprake van een significant verschil. Tabel 2.7 Relatie functioneringsgesprekken en vraag Vindt u, al met al, dat u goed zit met uw werk? (% ja) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en geen functioneringsgesprek) Wel functioneringsgesprek Geen functioneringsgesprek UTA-personeel <20 jaar jaar 95,5% 91,1% jaar 94,3% 93,3% jaar 95,0% 89,9% jaar 94,4% 90,6% jaar 94,4% 89,5% >54 jaar 93,9% 89,9% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 96,0% 93,3% jaar 95,5% 92,4% jaar 93,7% 88,7% jaar 92,6% 90,0% jaar 92,9% 89,5% jaar 92,5% 87,8% >54 jaar 92,2% 87,1% 17

20 2.2 Ontwikkelingsgesprek Item In deze paragraaf worden de resultaten gepresenteerd op de vraag: Heeft u de afgelopen 12 maanden met uw leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over uw toekomstige ontwikkeling binnen het bedrijf? UTA-personeel versus bouwplaatspersoneel Iets minder dan de helft van al het bouwpersoneel (49%) heeft in de afgelopen 12 maanden met de leidinggevende of personeelsfunctionaris gesproken over hun toekomstige ontwikkeling binnen het bedrijf. Dit percentage is significant aanzienlijk hoger onder het UTA-personeel (69%) dan onder het bouwplaatspersoneel (41%). Tabel 2.8 Ontwikkelingsgesprekken naar UTA- versus bouwplaatspersoneel Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek UTA-personeel 69,4% 30,6% Bouwplaatspersoneel 41,2% 58,8% Totaal bouwnijverheid 49,4% 50,6% 18

21 Leeftijdsgroep Zowel onder het bouwplaatspersoneel als onder het UTA-personeel is er een significante relatie tussen leeftijd en het afnemen van ontwikkelingsgesprekken. In beide groepen vinden relatief de meeste gesprekken plaats in de leeftijdsgroepen tussen de 20 en 34 jaar, waarna een continue daling zichtbaar is tot in de oudste leeftijdsgroep. Tabel 2.9 Ontwikkelingsgesprekken naar leeftijdsgroep Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek UTA-personeel <20 jaar jaar 75,8% 24,2% jaar 79,2% 20,8% jaar 77,3% 22,7% jaar 72,3% 27,7% jaar 66,6% 33,4% >54 jaar 63,6% 36,4% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 46,7% 53,3% jaar 51,6% 48,4% jaar 50,8% 49,2% jaar 47,0% 53,0% jaar 42,0% 58,0% jaar 38,6% 61,4% >54 jaar 37,9% 62,1% 19

22 Bedrijfsgrootte Ook voor dit item wordt een significant verband gevonden tussen bedrijfsgrootte en het hebben van een ontwikkelingsgesprek. Zowel bij het bouwplaatspersoneel als bij het UTA-personeel is de kans om een ontwikkelingsgesprek te hebben aanzienlijk groter bij een grotere bouwonderneming dan bij een kleinere bouwonderneming. Tabel 2.10 Ontwikkelingsgesprekken naar bedrijfsgrootte Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek UTA-personeel 1-10 medewerkers 53,2% 46,8% medewerkers 53,5% 46,5% medewerkers 62,1% 37,9% medewerkers 70,4% 29,6% >100 medewerkers 77,6% 22,4% Bouwplaatspersoneel 1-10 medewerkers 32,8% 67,2% medewerkers 35,1% 64,9% medewerkers 39,4% 60,6% medewerkers 44,1% 55,9% >100 medewerkers 50,2% 49,8% 20

23 Beroepsgroep Hieronder staan de resultaten voor de afname van een ontwikkelingsgesprek naar beroepsgroep. Ook hier kan geconstateerd worden dat er een grote variatie bestaat in de afname van ontwikkelingsgesprekken tussen beroepsgroepen in de bouw. Tabel 2.11 Ontwikkelingsgesprekken naar beroepsgroep Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek Directeur/zelfstandige 68,3% 31,7% Stafpersoneel/leidinggevenden/technici 73,6% 26,4% Administratief- en kantoorpersoneel 66,3% 33,7% Huishoudelijk- en kantinepersoneel 34,0% 66,0% Uitvoerder B&U 68,2% 31,8% Uitvoerder GWW 72,0% 28,0% Uitvoerder afbouw 71,7% 28,3% Werfbaas - - Bronbemaler 46,0% 54,0% Natuursteenbewerker 41,4% 58,6% Stelleur 53,4% 46,6% Monteur onderhoud machines 49,1% 50,9% Elektricien 53,0% 47,0% Loodgieter 49,6% 50,4% Metaalbewerker/bankwerker 43,8% 56,3% Gevelmonteur/gevelbekleder - - Schilder onderhoud 33,3% 66,7% Schilder nieuwbouw 32,2% 67,8% Schilder constructie 43,2% 56,8% Schilder spuiter 30,7% 69,3% Wegmarkeerder 33,3% 66,7% Metselaar renovatie/onderhoud 34,8% 65,2% Metselaar nieuwbouw 35,7% 64,3% Ovenbouwer - - Tegelwerker wand- en vloertegels 36,9% 63,1% Straatmaker 38,9% 61,1% Steenzetter/dijkwerker - - Voeger 37,8% 62,2% Blokkensteller afbouw 35,3% 64,7% Blokkensteller ruwbouw 24,0% 76,0% Betonboorder/ zager 37,3% 62,7% Beton-/bekistingstimmerman 40,4% 59,6% Betonstaalvlechter/ijzervlechter 39,6% 60,4% Betonreparateur 39,4% 60,6% Terrazzowerker/(granito)vloerenlegger - - Betonstorter/gietbouwer

24 Vervolg tabel 2.11 Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek Vloerenlegger zandcement-dekvloer - - Dakdekker riet/rietdekker - - Dakdekker pannen/pannenlegger 35,0% 65,0% Dakdekker leisteen/leidekker - - Timmerman onderhoud, renovatie 42,4% 57,6% Machinaal houtbewerker 39,2% 60,8% Timmerman nieuwbouw 45,0% 55,0% Timmerman/metselaar 42,2% 57,8% Uitzetter - - Modellenmaker/mallenbouwer - - Stukadoor mechanisch/spackspuiter 32,1% 67,9% Stukadoor traditioneel 37,0% 63,0% Vloerenlegger gietvloer, anhydriet 38,3% 61,7% Vloerenlegger epoxy, polyurethaan - - Gevelisoleerder gevel, spouwmuur 40,4% 59,6% Kitter/purder 41,6% 58,4% Glaszetter 33,6% 66,4% Kozijnmonteur 34,3% 65,7% Maatvoerder 66,1% 33,9% Spanmonteur - - Rioleerder/rioolbuizenlegger - - Steigerbouwer 44,6% 55,4% Sloper 37,3% 62,7% Kabel- en buizenlegger 54,1% 45,9% Asbestsaneerder 50,8% 49,2% Plafondmonteur/monteur afbouw 44,0% 56,0% Magazijn-/winkelpersoneel 52,3% 47,7% Machinist mobiele kraan 40,3% 59,7% Machinist torenkraan 34,7% 65,3% Machinist grond-, weg- en waterbouw 44,3% 55,7% Betonmortelcentralewerker - - Chauffeur 35,9% 64,1% Bodemsaneerder - - Opperman straatmaker 41,3% 58,7% Opperman metselaar 35,1% 64,9% Grondwerker 45,9% 54,1% Vakman GWW 52,4% 47,6% Funderingswerker/heier 46,2% 53,8% Landmeter/uitzetter 72,6% 27,4% Asfaltwerker/asfaltwegenbouwer 56,6% 43,4% Opperman/bouwvakhelper 46,7% 53,3% 22

25 Leeftijd naar bedrijfsgrootte Tabel 2.12 laat zien dat zowel bij het UTA-personeel als bij het bouwplaatspersoneel het verschil tussen het percentage jongeren en ouderen dat een ontwikkelingsgesprek heeft groter is bij de kleinere bedrijven dan bij de grotere bedrijven. Tabel 2.12 Ontwikkelingsgesprekken naar leeftijdsgroep en bedrijfsgrootte Wel een ontwikkelingsgesprek Bedrijfsgrootte >100 UTA-personeel <20 jaar jaar - 76,5% 74,1% 76,4% 78,2% jaar - 63,4% 77,2% 78,2% 83,9% jaar 51,3% 62,4% 68,0% 78,9% 83,7% jaar 61,5% 56,1% 65,5% 72,6% 80,0% jaar 44,6% 52,3% 59,4% 67,9% 76,6% >54 jaar 53,7% 44,7% 55,3% 65,1% 71,8% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 60,7% 45,0% 48,9% 44,1% 45,5% jaar 50,0% 49,0% 48,2% 54,5% 54,1% jaar 41,6% 43,2% 53,4% 52,8% 57,8% jaar 40,8% 37,9% 44,8% 51,5% 56,9% jaar 31,6% 34,9% 40,8% 45,5% 54,2% jaar 29,8% 32,4% 36,5% 41,6% 49,2% >54 jaar 29,4% 33,8% 36,5% 40,3% 46,3% 23

26 Relatie met werkvermogen In onderstaande tabel staat de gemiddelde werkvermogensscore naar leeftijdsgroep voor de groepen die wel en niet een ontwikkelingsgesprek hebben gehad. In de meeste leeftijdsgroepen zien we dat de personen die wel een ontwikkelingsgesprek hebben gehad licht hoger scoren dan de personen die geen functioneringsgesprek hebben gehad. Bij de onderstreepte getallen gaat het om een significant verschil. Tabel 2.13 Relatie ontwikkelingsgesprekken en gemiddelde werkvermogensscore (7-49) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en geen ontwikkelingsgesprek) Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek UTA-personeel <20 jaar jaar 44,2 44, jaar 44,2 43, jaar 43,7 43, jaar 43,3 42, jaar 42,3 41,5 >54 jaar 40,5 39,9 Bouwplaatspersoneel <20 jaar 43,9 43, jaar 43,3 42, jaar 42,6 42, jaar 42,1 41, jaar 41,2 41, jaar 40,1 39,7 >54 jaar 38,1 37,6 24

27 Relatie met tevredenheid werk In de onderstaande tabel wordt het percentage werknemers vermeld dat ja antwoorde op de vraag Vindt u, al met al dat u goed zit met uw werk?. De resultaten geven aan dat in alle leeftijdsgroepen, zowel bij UTA- als bouwplaatspersoneel, medewerkers die wel een ontwikkelingsgesprek hebben gehad relatief vaker aangeven dat het goed zit met hun werk dan werknemers die geen functioneringsgesprek hebben gehad. Bij de onderstreepte getallen is er sprake van een significant verschil. Tabel 2.14 Relatie ontwikkelingsgesprekken en vraag Vindt u, al met al, dat u goed zit met uw werk? (% ja) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en geen ontwikkelingsgesprek) Wel ontwikkelingsgesprek Geen ontwikkelingsgesprek UTA-personeel <20 jaar jaar 95,8% 90,8% jaar 93,9% 94,7% jaar 94,7% 92,3% jaar 94,8% 90,3% jaar 94,7% 90,0% >54 jaar 94,0% 90,5% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 96,0% 93,8% jaar 95,8% 92,3% jaar 94,1% 88,7% jaar 91,9% 91,0% jaar 92,6% 90,2% jaar 91,6% 89,1% >54 jaar 91,5% 88,4% 25

28 2.3 Verwachting werken bij ander bedrijf Item In deze paragraaf worden de resultaten gepresenteerd op de vraag: Denkt u dat u ooit nog bij een ander bedrijf gaat werken? UTA-personeel versus bouwplaatspersoneel Van alle werknemers in de bouw, denkt slechts rond eenderde ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken. Dit percentage is significant hoger onder UTA-personeel dan onder bouwplaatspersoneel (36% versus 30%). Tabel 2.15 Werken bij ander bedrijf naar UTA- versus bouwplaatspersoneel Wel werken bij ander bedrijf Niet werken bij ander bedrijf UTA-personeel 36,3% 63,7% Bouwplaatspersoneel 30,3% 69,7% Totaal bouwnijverheid 32,0% 68,0% 26

29 Leeftijdsgroep Ook voor dit item geldt dat er een significante relatie bestaat tussen enerzijds leeftijd en anderzijds de verwachting om nog eens te gaan werken bij een ander bedrijf. Deze verwachting is fors lager bij werknemers boven de 45 jaar in vergelijking met werknemers onder de 35 jaar. Dit geld zowel voor het bouwplaatspersoneel als voor het UTA-personeel. Tabel 2.16 Werken bij ander bedrijf naar leeftijdsgroep Wel werken bij ander bedrijf Niet werken bij ander bedrijf UTA-personeel <20 jaar jaar 64,6% 35,4% jaar 70,1% 29,9% jaar 65,1% 34,9% jaar 50,1% 49,9% jaar 28,5% 71,5% >54 jaar 9,0% 91,0% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 65,4% 34,6% jaar 54,1% 45,9% jaar 51,7% 48,3% jaar 46,4% 53,6% jaar 39,4% 60,6% jaar 27,0% 73,0% >54 jaar 9,4% 90,6% 27

30 Bedrijfsgrootte Voor het UTA-personeel wordt geen significante relatie gevonden tussen bedrijfsgrootte en de verwachting van de medewerkers ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken. Een dergelijk significant verband wordt wel gevonden voor bouwplaatsmedewerkers, waarbij werknemers in kleinere bedrijven eerder verwachten ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken dan werknemers bij grotere bouwbedrijven. Tabel 2.17 Werken bij ander bedrijf naar bedrijfsgrootte Wel werken bij ander bedrijf Niet werken bij ander bedrijf UTA-personeel 1-10 medewerkers 34,3% 65,7% medewerkers 34,7% 65,3% medewerkers 35,9% 64,1% medewerkers 35,4% 64,6% >100 medewerkers 36,6% 63,4% Bouwplaatspersoneel 1-10 medewerkers 37,8% 62,2% medewerkers 33,0% 67,0% medewerkers 28,8% 71,2% medewerkers 27,1% 72,9% >100 medewerkers 24,2% 75,8% 28

31 Beroepsgroep Hieronder staan de resultaten voor de verwachtingen van medewerkers om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken naar beroepsgroep. Ook hier kan geconstateerd worden dat er een grote variatie bestaat tussen beroepsgroepen in de verwachtingen ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken. Tabel 2.18 Werken bij ander bedrijf naar beroepsgroep Wel werken bij ander bedrijf Niet werken bij ander bedrijf Directeur/zelfstandige 30,5% 69,5% Stafpersoneel/leidinggevenden/technici 44,4% 55,6% Administratief- en kantoorpersoneel 35,0% 65,0% Huishoudelijk- en kantinepersoneel 20,2% 79,8% Uitvoerder B&U 28,1% 71,9% Uitvoerder GWW 34,9% 65,1% Uitvoerder afbouw 28,0% 72,0% Werfbaas - - Bronbemaler 25,3% 74,7% Natuursteenbewerker 36,8% 63,2% Stelleur 25,0% 75,0% Monteur onderhoud machines 26,1% 73,9% Elektricien 24,8% 75,2% Loodgieter 17,7% 82,3% Metaalbewerker/bankwerker 24,8% 75,2% Gevelmonteur/gevelbekleder - - Schilder onderhoud 30,7% 69,3% Schilder nieuwbouw 33,3% 66,7% Schilder constructie 24,6% 75,4% Schilder spuiter 24,7% 75,3% Wegmarkeerder 21,6% 78,4% Metselaar renovatie/onderhoud 38,6% 61,4% Metselaar nieuwbouw 30,9% 69,1% Ovenbouwer - - Tegelwerker wand- en vloertegels 34,1% 65,9% Straatmaker 28,9% 71,1% Steenzetter/dijkwerker - - Voeger 34,2% 65,8% Blokkensteller afbouw 37,4% 62,6% Blokkensteller ruwbouw 21,3% 78,7% Betonboorder/ zager 37,1% 62,9% Beton-/bekistingstimmerman 27,8% 72,2% Betonstaalvlechter/ijzervlechter 25,8% 74,2% Betonreparateur 32,0% 68,0% Terrazzowerker/(granito)vloerenlegger

32 Vervolg tabel 2.18 Wel werken bij ander bedrijf Niet werken bij ander bedrijf Betonstorter/gietbouwer - - Vloerenlegger zandcement-dekvloer - - Dakdekker riet/rietdekker - - Dakdekker pannen/pannenlegger 35,1% 64,9% Dakdekker leisteen/leidekker - - Timmerman onderhoud, renovatie 31,3% 68,7% Machinaal houtbewerker 24,9% 75,1% Timmerman nieuwbouw 28,8% 71,2% Timmerman/metselaar 35,5% 64,5% Uitzetter - - Modellenmaker/mallenbouwer - - Stukadoor mechanisch/spackspuiter 32,7% 67,3% Stukadoor traditioneel 33,9% 66,1% Vloerenlegger gietvloer, anhydriet - - Vloerenlegger epoxy, polyurethaan - - Gevelisoleerder gevel, spouwmuur 38,5% 61,5% Kitter/purder 29,9% 70,1% Glaszetter 33,3% 66,7% Kozijnmonteur 34,6% 65,4% Maatvoerder 22,9% 77,1% Spanmonteur - - Rioleerder/rioolbuizenlegger - - Steigerbouwer 39,0% 61,0% Sloper 31,1% 68,9% Kabel- en buizenlegger 21,5% 78,5% Asbestsaneerder 41,3% 58,7% Plafondmonteur/monteur afbouw 36,9% 63,1% Magazijn-/winkelpersoneel 20,7% 79,3% Machinist mobiele kraan 21,8% 78,2% Machinist torenkraan 17,5% 82,5% Machinist grond-, weg- en waterbouw 22,9% 77,1% Betonmortelcentralewerker - - Chauffeur 18,8% 81,2% Bodemsaneerder - - Opperman straatmaker 37,6% 62,4% Opperman metselaar 25,8% 74,2% Grondwerker 27,3% 72,7% Vakman GWW 23,8% 76,2% Funderingswerker/heier 29,2% 70,8% Landmeter/uitzetter 43,3% 56,7% Asfaltwerker/asfaltwegenbouwer 21,1% 78,9% Opperman/bouwvakhelper 34,3% 65,7% 30

33 Leeftijd naar bedrijfsgrootte Onderstaande tabel laat zien dat bij het bouwplaatspersoneel, met uitzondering van de jongste leeftijdsgroep, bij alle leeftijdsgroepen het percentage werknemers dat denkt ooit nog eens bij een ander bedrijf te gaan werken hoger is in de kleinere bedrijven dan bij de grotere bedrijven. Tabel 2.19 Wel werken bij een ander bedrijf naar leeftijdsgroep en bedrijfsgrootte Wel werken bij een ander bedrijf Bedrijfsgrootte >100 UTA-personeel <20 jaar jaar - 60,8% 67,6% 59,0% 65,1% jaar - 65,0% 65,5% 72,8% 70,9% jaar 58,7% 56,6% 62,1% 66,5% 67,1% jaar 51,1% 43,8% 48,8% 49,2% 51,4% jaar 30,8% 33,1% 30,0% 24,7% 26,9% >54 jaar 12,9% 11,6% 11,9% 7,2% 6,2% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 58,7% 58,6% 64,2% 67,9% 65,6% jaar 56,5% 61,5% 52,4% 51,0% 51,1% jaar 64,3% 52,0% 52,9% 46,6% 41,3% jaar 50,4% 52,7% 46,2% 41,8% 38,5% jaar 49,7% 44,4% 40,2% 34,5% 27,9% jaar 37,8% 31,1% 25,6% 22,4% 17,5% >54 jaar 13,6% 10,4% 8,9% 6,6% 5,9% 31

34 Relatie met werkvermogen Tabel 2.20 laat de gemiddelde werkvermogensscore zien naar leeftijdsgroep voor de groepen die wel en niet denken ooit bij een ander bedrijf te gaan werken. Systematisch zien we bij alle leeftijdsgroepen dat de personen die denken ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken een lagere werkvermogensscore hebben dan zij die dat niet denken, Bij het bouwplaatspersoneel is dit verschil uitgesprokener dan bij het UTApersoneel. Bij de onderstreepte getallen gaat het om een significant verschil. Tabel 2.20 Relatie werken bij een ander bedrijf en gemiddelde werkvermogensscore (7-49) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en niet denken ooit nog eens bij een ander bedrijf te gaan werken) Wel bij ander bedrijf werken Niet bij ander bedrijf werken UTA-personeel <20 jaar jaar 44,0 44, jaar 43,9 44, jaar 43,4 43, jaar 42,8 43, jaar 41,4 42,2 >54 jaar 39,4 40,4 Bouwplaatspersoneel <20 jaar 43,2 44, jaar 42,4 43, jaar 41,5 43, jaar 40,6 42, jaar 39,9 41, jaar 38,2 40,4 >54 jaar 36,7 37,9 32

35 Relatie met tevredenheid werk In tabel 2.21 wordt het percentage werknemers vermeld dat ja antwoorde op de vraag Vindt u, al met al dat u goed zit met uw werk?. De resultaten geven aan dat in alle leeftijdsgroepen, zowel bij UTA- als bouwplaatspersoneel, medewerkers die denken ooit nog bij een ander bedrijf te gaan relatief minder vaak aangeven dat het goed zit met hun werk dan werknemers die niet denken ooit nog eens bij een ander bedrijf te gaan werken. Dit verschil neemt toe in de oudere leeftijdsgroepen. Bij de onderstreepte getallen is er sprake van een significant verschil. Tabel 2.21 Relatie werken bij een ander bedrijf en vraag Vindt u, al met al, dat u goed zit met uw werk? (% ja) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en niet denken ooit nog eens bij een ander bedrijf te gaan werken) Wel bij ander bedrijf werken Niet bij ander bedrijf werken UTA-personeel <20 jaar jaar 92,8% 97,7% jaar 92,5% 97,3% jaar 91,7% 98,6% jaar 89,1% 97,9% jaar 82,3% 97,3% >54 jaar 71,0% 95,0% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 93,8% 96,5% jaar 90,3% 98,5% jaar 86,1% 97,0% jaar 84,1% 97,6% jaar 81,7% 97,2% jaar 75,0% 95,6% >54 jaar 68,3% 91,8% 33

36 2.4 Verwachting ander werk Item In deze paragraaf worden tot slot de resultaten gepresenteerd op de vraag: Denkt u dat u ooit nog ander werk gaat doen? UTA-personeel versus bouwplaatspersoneel Van alle werknemers in de bouw verwacht een minderheid van rond eenderde (31%) ooit nog ander werk te gaan doen. Dit percentage is significant hoger onder het UTApersoneel dan onder het bouwplaatspersoneel. Tabel 2.22 Ander werk naar UTA- versus bouwplaatspersoneel Wel ander werk Geen ander werk UTA-personeel 38,3% 61,7% Bouwplaatspersoneel 28,2% 71,8% Totaal bouwnijverheid 31,2% 68,8% 34

37 Leeftijdsgroep Een significante relatie wordt gevonden tussen leeftijd enerzijds en de verwachting van het verrichten van ander werk. Zowel bij het UTA-personeel als bij het bouwplaatspersoneel neemt deze verwachting af met de leeftijd. Tabel 2.23 Ander werk naar leeftijdsgroep Wel ander werk Geen ander werk UTA-personeel <20 jaar jaar 70,8% 29,2% jaar 74,0% 26,0% jaar 67,0% 33,0% jaar 51,5% 48,5% jaar 30,6% 69,4% >54 jaar 10,9% 89,1% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 42,4% 57,6% jaar 47,7% 52,3% jaar 50,2% 49,8% jaar 47,5% 52,5% jaar 38,8% 61,2% jaar 25,9% 74,1% >54 jaar 7,7% 92,3% 35

38 Bedrijfsgrootte Ook tussen bedrijfsgrootte en de verwachting ooit nog ander werk te gaan doen wordt een significant verband gevonden. In beide personeelsgroepen is de verwachting dat men ooit nog ander werk gaat doen hoger in de kleinere bouwbedrijven dan in de grotere bouwbedrijven. Tabel 2.24 Ander werk naar bedrijfsgrootte Wel ander werk Geen ander werk UTA-personeel 1-10 medewerkers 32,9% 67,1% medewerkers 34,3% 65,7% medewerkers 34,6% 65,4% medewerkers 36,0% 64,0% >100 medewerkers 41,8% 58,2% Bouwplaatspersoneel 1-10 medewerkers 31,6% 68,4% medewerkers 29,0% 71,0% medewerkers 27,1% 72,9% medewerkers 27,0% 73,0% >100 medewerkers 25,9% 74,1% 36

39 Beroepsgroep Hieronder staan de resultaten voor de verwachtingen van medewerkers om ooit nog ander werk te gaan doen naar beroepsgroep. Ook hier kan geconstateerd worden dat er een grote variatie bestaat tussen de beroepsgroepen in de verwachting ooit nog ander werk te gaan doen. Tabel 2.25 Ander werk naar beroepsgroep Wel ander werk Geen ander werk Directeur/zelfstandige 37,6% 62,4% Stafpersoneel/leidinggevenden/technici 46,5% 53,5% Administratief- en kantoorpersoneel 35,4% 64,6% Huishoudelijk- en kantinepersoneel 23,4% 76,6% Uitvoerder B&U 30,6% 69,4% Uitvoerder GWW 44,2% 55,8% Uitvoerder afbouw 32,4% 67,6% Werfbaas - - Bronbemaler 31,9% 68,1% Natuursteenbewerker 38,6% 61,4% Stelleur 33,6% 66,4% Monteur onderhoud machines 33,9% 66,1% Elektricien 34,9% 65,1% Loodgieter 21,3% 78,7% Metaalbewerker/bankwerker 27,2% 72,8% Gevelmonteur/gevelbekleder - - Schilder onderhoud 20,7% 79,3% Schilder nieuwbouw 23,3% 76,7% Schilder constructie 24,2% 75,8% Schilder spuiter 28,8% 71,2% Wegmarkeerder 21,8% 78,2% Metselaar renovatie/onderhoud 35,7% 64,3% Metselaar nieuwbouw 24,8% 75,2% Ovenbouwer - - Tegelwerker wand- en vloertegels 30,7% 69,3% Straatmaker 30,2% 69,8% Steenzetter/dijkwerker - - Voeger 34,3% 65,7% Blokkensteller afbouw 39,0% 61,0% Blokkensteller ruwbouw 26,6% 73,4% Betonboorder/ zager 42,2% 57,8% Beton-/bekistingstimmerman 33,0% 67,0% Betonstaalvlechter/ijzervlechter 31,1% 68,9% Betonreparateur 37,1% 62,9% Terrazzowerker/(granito)vloerenlegger - - Betonstorter/gietbouwer

40 Vervolg tabel 2.25 Wel ander werk Geen ander werk Vloerenlegger zandcement-dekvloer - - Dakdekker riet/rietdekker - - Dakdekker pannen/pannenlegger 43,1% 56,9% Dakdekker leisteen/leidekker - - Timmerman onderhoud, renovatie 28,1% 71,9% Machinaal houtbewerker 25,2% 74,8% Timmerman nieuwbouw 29,1% 70,9% Timmerman/metselaar 34,2% 65,8% Uitzetter - - Modellenmaker/mallenbouwer - - Stukadoor mechanisch/spackspuiter 35,1% 64,9% Stukadoor traditioneel 31,3% 68,7% Vloerenlegger gietvloer, anhydriet 37,0% 63,0% Vloerenlegger epoxy, polyurethaan - - Gevelisoleerder gevel, spouwmuur 45,1% 54,9% Kitter/purder 35,0% 65,0% Glaszetter 36,2% 63,5% Kozijnmonteur 31,1% 68,9% Maatvoerder 29,1% 70,9% Spanmonteur - - Rioleerder/rioolbuizenlegger - - Steigerbouwer 43,1% 56,9% Sloper 34,7% 65,3% Kabel- en buizenlegger 23,1% 76,9% Asbestsaneerder 39,3% 60,7% Plafondmonteur/monteur afbouw 39,2% 60,8% Magazijn-/winkelpersoneel 27,2% 72,8% Machinist mobiele kraan 20,6% 79,4% Machinist torenkraan 19,8% 80,2% Machinist grond-, weg- en waterbouw 23,7% 76,3% Betonmortelcentralewerker - - Chauffeur 23,4% 76,6% Bodemsaneerder - - Opperman straatmaker 42,2% 57,8% Opperman metselaar 22,9% 77,1% Grondwerker 31,0% 69,0% Vakman GWW 32,6% 67,4% Funderingswerker/heier 30,3% 69,7% Landmeter/uitzetter 42,6% 57,4% Asfaltwerker/asfaltwegenbouwer 26,5% 73,5% Opperman/bouwvakhelper 35,9% 64,1% 38

41 Leeftijd naar bedrijfsgrootte Onderstaande tabel laat zien dat er binnen de beide personeelsklassen er tussen de bedrijfsklassen geen grote verschillen zijn in de mate van afname met het toenemen van de leeftijd van het percentage medewerkers dat denkt ooit nog ander werk te gaan doen. Tabel 2.26 Wel ander werk gaan doen naar leeftijdsgroep en bedrijfsgrootte Wel ander werk gaan doen Bedrijfsgrootte >100 UTA-personeel <20 jaar jaar - 66,7% 69,4% 61,5% 74,1% jaar - 68,8% 69,0% 73,5% 76,8% jaar 56,0% 51,8% 56,1% 67,6% 72,9% jaar 47,3% 43,7% 46,2% 48,5% 56,6% jaar 30,5% 32,2% 29,1% 25,9% 31,7% >54 jaar 11,2% 11,1% 11,5% 8,2% 10,6% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 42,3% 51,7% 46,0% 41,6% 41,2% jaar 46,9% 51,8% 46,0% 47,8% 47,2% jaar 54,8% 47,3% 50,7% 49,1% 48,4% jaar 45,8% 44,4% 47,4% 47,9% 47,9% jaar 42,6% 40,8% 37,2% 37,7% 36,0% jaar 31,2% 27,9% 25,3% 22,9% 21,3% >54 jaar 10,3% 7,3% 7,7% 6,2% 6,5% 39

42 Relatie met werkvermogen In tabel 2.27 staat de gemiddelde werkvermogensscore naar leeftijdsgroep voor de groepen die wel en niet denken ooit nog ander werk te gaan doen. Systematisch zien we bij alle leeftijdsgroepen dat de personen die denken ooit nog ander werk te gaan doen een lagere werkvermogensscore hebben dan zij die dat niet denken. Bij het bouwplaatspersoneel is dit verschil uitgesprokener dan bij het UTA-personeel. Bij de onderstreepte getallen gaat het om een significant verschil. Tabel 2.27 Relatie ander werk gaan doen en gemiddelde werkvermogensscore (7-49) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en niet denken ooit nog eens ander werk te gaan doen) Wel ander werk gaan doen Niet ander werk gaan doen UTA-personeel <20 jaar jaar 44,0 44, jaar 44,0 44, jaar 43,5 43, jaar 42,7 43, jaar 41,5 42,2 >54 jaar 39,7 40,3 Bouwplaatspersoneel <20 jaar 42,6 44, jaar 42,1 43, jaar 41,3 43, jaar 40,5 43, jaar 39,6 42, jaar 37,7 40,6 >54 jaar 35,8 37,9 40

43 Relatie met tevredenheid werk In tabel 2.28 wordt het percentage werknemers vermeld dat ja antwoorde op de vraag Vindt u, al met al dat u goed zit met uw werk?. De resultaten geven aan dat in alle leeftijdsgroepen, zowel bij UTA- als bouwplaatspersoneel, medewerkers die denken ooit nog ander werk te gaan doen relatief minder vaak aangeven dat het goed zit met hun werk dan werknemers die niet denken ooit nog eens ander werk te gaan doen. Dit verschil neemt toe in de oudere leeftijdsgroepen. Bij de onderstreepte getallen is er sprake van een significant verschil. Tabel 2.28 Relatie ander werk gaan doen en vraag Vindt u, al met al, dat u goed zit met uw werk? (% ja) naar leeftijd (onderstreepte getallen betekent significant verschil tussen wel en niet denken ooit nog eens ander werk te gaan doen) Wel ander werk gaan doen Niet ander werk gaan doen UTA-personeel <20 jaar jaar 93,4% 97,3% jaar 93,2% 96,3% jaar 92,2% 98,0% jaar 89,8% 97,3% jaar 85,7% 96,3% >54 jaar 78,3% 94,6% Bouwplaatspersoneel <20 jaar 91,1% 97,3% jaar 89,9% 97,8% jaar 86,5% 96,3% jaar 84,9% 97,2% jaar 82,7% 96,4% jaar 76,2% 94,9% >54 jaar 72,6% 91,0% 41

44 2.5 Conclusies Op basis van de resultaten van de vier items zoals zijn beschreven in dit hoofdstuk, kunnen de volgende voornaamste conclusies worden getrokken: Door werkgevers in de bouw wordt meer aandacht besteed aan het bespreken van het functioneren en de persoonlijke ontwikkeling van UTA-medewerkers dan van het bouwplaatspersoneel. Onder het bouwplaatspersoneel heeft de helft van de werknemers de afgelopen 12 maanden geen gesprek gehad met de leidinggevende of personeelsfunctionaris over het functioneren of de persoonlijke ontwikkeling. Bij oudere werknemers worden zowel bij het UTA- als bouwplaatspersoneel per definitie relatief minder functionerings- en ontwikkelingsgesprekken afgenomen dan bij jongere medewerkers. In kleinere bouwbedrijven is de aandacht voor functionerings- en ontwikkelingsgesprekken fors lager dan in grotere bouwbedrijven. Onder het bouwplaatspersoneel is bij kleinere bedrijven het verschil tussen het percentage jongere en oudere werknemers dat een functionerings- of ontwikkelingsgesprek krijgt groter dan bij de grotere bedrijven. Er is een positieve relatie tussen het hebben van een functionerings- of ontwikkelingsgesprek enerzijds en de werkvermogensscore en tevredenheid over het werk anderzijds. Op basis van de cross-sectionele analyses is het echter onduidelijke of hier sprake is van een oorzakelijke relatie en de richting van de relatie. De verwachting en intentie onder zowel UTA- als bouwplaatspersoneel om ooit nog te gaan werken bij een ander bedrijf of in ander werk is relatief laag. Deze verwachting daalt ook sterk met de leeftijd bij zowel UTA- als bouwplaatspersoneel en deze leeftijdsgerelateerde afname is onafhankelijk van bedrijfsgrootte. Bij het bouwplaatspersoneel is er een negatief verband tussen bedrijfsgrootte en de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen. Bij het UTA-personeel zien we geen verband tussen bedrijfsgrootte en de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken. Wel zien we hier een positief verband tussen bedrijfsgrootte en de verwachting ooit nog ander werk te gaan doen. 42

45 Er is een negatieve relatie tussen enerzijds de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen en anderzijds de werkvermogensscore. Deze relatie is sterker onder het bouwplaatspersoneel dan onder het UTA-personeel. Op basis van de cross-sectionele analyses is het echter onduidelijke of hier sprake is van een oorzakelijke relatie en de richting van de relatie. Er is eveneens een negatieve relatie tussen enerzijds de verwachting om ooit nog bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen en anderzijds de tevredenheid met het werk. Deze relatie neemt toe met de leeftijd. Op basis van de cross-sectionele analyses is het echter ook hier onduidelijke of hier sprake is van een oorzakelijke relatie en de richting van de relatie. Op basis van bovenstaande conclusies kunnen we tot slot concluderen dat de randvoorwaarden voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers in de bouw als het gaat om de periodieke dialoog tussen werkgever en werknemer over het functioneren en de loopbaanontwikkeling, alsmede de mobiliteitsintenties, niet optimaal zijn. In het bijzonder geldt dit voor de risicogroep van oudere bouwplaatsmedewerkers. Zij scoren op alle vier de items het laagst. Juist voor deze groep is een periodiek overleg met de werkgever over het functioneren en wensen, behoeften en mogelijkheden ten aanzien van de individuele loopbaanontwikkeling van belang om duurzame inzetbaarheid te waarborgen. Daarnaast kan mobiliteit voor deze groep, hetzij naar ander werk binnen hetzelfde bedrijf, binnen de sector of buiten de sector een effectief middel zijn om duurzame inzetbaarheid te bewerkstelligen. Deze punten verdienen aandacht in het beleid van bedrijfstakorganisaties. 43

46 3 TOEPASSING ITEMS 3.1 Samenhang items Schalen De in het vorige hoofdstuk beschreven vier items zijn afkomstig uit een tweetal schalen die op basis van een eerder onderzoek zijn geconstrueerd: schaal mobiliteitsintentie en schaal loopbaanontwikkeling. 4 Om de vragenlijst niet te omvangrijk te laten worden is door Arbouw er voor gekozen om niet de hele schalen over te nemen in de PAGO-vragenlijst, maar slechts 2 items per schaal. Alhoewel voor een schaalscore idealiter minimaal 3 items nodig zijn, hebben we analyses uitgevoerd naar de samenhang tussen beide items voor zowel de schaal mobiliteitsintentie en loopbaanontwikkeling. Loopbaanontwikkeling De beide vragen op het concept loopbaanontwikkeling (functioneringsgesprekken en ontwikkelingsgesprekken) laten tezamen een goede betrouwbaarheid zien (chronbach s alpha 0,76). Mobiliteitsintentie De beide vragen op het concept mobiliteitsintentie (verwachtingen werken bij ander bedrijf en ander werk gaan doen) laten tezamen eveneens een goede betrouwbaarheid zien (chronbach s alpha 0,78). Wijzigen naam schalen Geconcludeerd kan worden dat beide mini-schaaltjes een uitspraak doen over de concepten loopbaanontwikkeling en mobiliteitsintentie en als zodanig ook kunnen worden gebruikt in toekomstige analyses. Gelet op de inhoud van de items, wordt wel voorgesteld om de titels van de schaaltjes te veranderen in dialoog over loopbaanontwikkeling en mobiliteitsverwachtingen. 4 Zwart, B.C.H. de (2008). Ontwikkeling van PAGO-module duurzame inzetbaarheid in de bouwnijverheid. Harderwijk: Arbouw. 44

47 3.2 Toepassing items Individueel niveau In de eerste plaats staan we stil bij de toegevoegde waarde van de vier items bij interpretatie van de PAGO-resultaten op individueel niveau. In dit geval dus door de bedrijfsarts in het nagesprek na afloop van het PAGO. De items ten aanzien van dialoog over loopbaanontwikkeling geven de bedrijfsarts inzicht in de cultuur die er binnen het bouwbedrijf van de werknemer bestaat ten aanzien van het praten over functioneren en loopbaanontwikkeling en hiermee aandacht voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers. De items ten aanzien van mobiliteitsverwachtingen geven de bedrijfsarts inzicht in de verwachtingen en mogelijke bereidheid van medewerkers om een loopbaanstap te maken, hetzij naar een andere functie, hetzij naar een ander bedrijf. Beide schalen geven de bedrijfsarts informatie die kan worden meegewogen bij het opstellen van een passend advies ter bevordering van de gezondheid en duurzame inzetbaarheid, alsmede van het inschatten van de ondersteuningsbehoefte die de werknemer en zijn werkgever hierbij nodig hebben. Groepsniveau Voor Arbouw geven de cijfers op een hoger aggregatieniveau inzicht in de cultuur die bestaat binnen bedrijven als het gaat om de dialoog over functioneren en loopbaanontwikkeling. Dit vormt een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van duurzame inzetbaarheid. Deze gegevens kunnen worden gebruikt om specifieke aandachtsgroepen te benoemen waar deze dialoog vanuit bedrijfstakniveau dient te worden gestimuleerd. Anderzijds kunnen deze gegevens ook worden gebruikt voor het verder verfijnen van de methoden voor het screenen van werknemers met een verhoogd risico op vroegtijdige uitval wegens gezondheidsklachten. Verondersteld mag worden dat werknemers met een laag werkvermogen in combinatie met een slechte dialoog met de werkgever en lage eigen verwachtingen om ooit nog ander werk te gaan doen of bij een ander bedrijf te gaan werken beperktere kansen hebben om duurzaam in het arbeidsproces te blijven dan werknemers die ook een laag werkvermogen hebben, maar wel een goede dialoog hebben met de werkgever en ook openstaan om eventueel bij een ander bedrijf te gaan werken of ander werk te gaan doen. Juist deze eerste groep is naar onze mening het meest kwetsbaar en verdient hierdoor extra aandacht. 45

Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd):

Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd): In te vullen door bedrijf / opdrachtgever. Naam bedrijf/opdrachtgever: 1/5 Ingevuld door: Datum (dd-mm-jjjj): Functie/opdrachtnaam: Korte functieomschrijving (mag ook als bijlage worden toegevoegd): Het

Nadere informatie

Bedrijfstakatlas 2010

Bedrijfstakatlas 2010 Bedrijfstakatlas 2010 Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouwnijverheid om de veiligheid en gezondheid in de bouw- en nevenbedrijven

Nadere informatie

Bedrijfstakatlas 2012

Bedrijfstakatlas 2012 Bedrijfstakatlas 2012 Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouwnijverheid om de veiligheid en gezondheid in de bouw- en nevenbedrijven

Nadere informatie

Arbeidsmarktmonitor 2015-Q1

Arbeidsmarktmonitor 2015-Q1 REGIONALE MONITOR ARBEIDSMARKT Toelichting In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van een aantal regionale ontwikkelingen op de bouwarbeidsmarkt. In de rapportage is de volgende data opgenomen;

Nadere informatie

Bedrijfstakatlas 2014

Bedrijfstakatlas 2014 Bedrijfstakatlas 2014 Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouwnijverheid om de veiligheid en gezondheid in de bouw- en nevenbedrijven

Nadere informatie

Arbeidsmarktmonitor 2012-Q1

Arbeidsmarktmonitor 2012-Q1 MONITOR ARBEIDSMARKT Toelichting In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van een aantal ontwikkelingen op de bouwarbeidsmarkt. In de rapportage is de volgende data opgenomen; Het aantal werknemers

Nadere informatie

Arbeidsmarktmonitor 2011-Q4

Arbeidsmarktmonitor 2011-Q4 MONITOR ARBEIDSMARKT Toelichting In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van een aantal ontwikkelingen op de bouwarbeidsmarkt. In de rapportage is de volgende data opgenomen; Het aantal werknemers

Nadere informatie

code beroep CAO Bouwnijverheid 140 AFMONTEERDER 134 APPLICATEUR 385 ASBESTVERWIJDERAAR 245 ASFALTEERDER BUISLEIDINGEN 270 ASFALTWERKER 365 ASSISTENT

code beroep CAO Bouwnijverheid 140 AFMONTEERDER 134 APPLICATEUR 385 ASBESTVERWIJDERAAR 245 ASFALTEERDER BUISLEIDINGEN 270 ASFALTWERKER 365 ASSISTENT code beroep CAO Bouwnijverheid 140 AFMONTEERDER 134 APPLICATEUR 385 ASBESTVERWIJDERAAR 245 ASFALTEERDER BUISLEIDINGEN 270 ASFALTWERKER 365 ASSISTENT SPRINGMEESTER 281 BAKSCHIPPER (CAO BOUW) 271 BALKMAN

Nadere informatie

Arbeidsmarktmonitor 2013-Q4

Arbeidsmarktmonitor 2013-Q4 REGIONALE MONITOR ARBEIDSMARKT Toelichting In deze rapportage wordt een overzicht gegeven van een aantal regionale ontwikkelingen op de bouwarbeidsmarkt. In de rapportage is de volgende data opgenomen;

Nadere informatie

Arbeid en Gezondheid in de bouwnijverheid. Verbetering van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid

Arbeid en Gezondheid in de bouwnijverheid. Verbetering van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid Arbeid en Gezondheid in de bouwnijverheid Verbetering van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid Arbouw verbetering o Bedrijfstakatlas '98 Inhoud Voorwoord Voorwoord In Inleiding Algemeen De Bedrijfstakatlas

Nadere informatie

02.01.02 Inkoper Technische voorbereiding. 02.01.03 Calculator Technische voorbereiding. 02.01.06 Planner Technische voorbereiding

02.01.02 Inkoper Technische voorbereiding. 02.01.03 Calculator Technische voorbereiding. 02.01.06 Planner Technische voorbereiding Bouwend Nederland, ZOETERMEER Functienummer Functienaam Afdeling 01.01.01 Vastgoedontwikkelaar (Project)ontwikkeling 01.01.02 Tendermanager (Project)ontwikkeling 01.01.03 Projectontwikkelaar (Project)ontwikkeling

Nadere informatie

KWALITEIT ARBODIENSTVERLENING BOUW 2010 CONCEPTRAPPORT. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw

KWALITEIT ARBODIENSTVERLENING BOUW 2010 CONCEPTRAPPORT. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw KWALITEIT ARBODIENSTVERLENING BOUW 2010 CONCEPTRAPPORT Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw Harderwijk, september 2011 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht

Nadere informatie

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2011

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2011 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. In het bestuur van Arbouw zijn vertegenwoordigd Bouwend Nederland, Federatie

Nadere informatie

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015 Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2015 Cijfers over 2014 juni 2015 Arbouw is hét kennis- en service-instituut op het gebied van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. Arbouw biedt praktische informatie,

Nadere informatie

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2010. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw. Bestelcode: 11-147 ISBN: 9789490943103

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2010. Auteur: K. Afrian, MSc, Economisch Instituut voor de Bouw. Bestelcode: 11-147 ISBN: 9789490943103 Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren. In het bestuur van Arbouw zijn vertegenwoordigd Bouwend Nederland, Federatie

Nadere informatie

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2016

Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2016 Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2016 Cijfers over 2015 Juni 2016 Arbouw is hét kennis- en service-instituut op het gebied van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. Arbouw biedt praktische informatie,

Nadere informatie

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken

Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking Geeke Waverijn, Mieke Rijken Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Langdurig ziekteverzuim van werknemers met een chronische ziekte of beperking, G. Waverijn & M. Rijken, NIVEL, januari

Nadere informatie

De effecten van ouder worden en langer doorwerken op de gezondheid van de Nederlandse bouwvakker

De effecten van ouder worden en langer doorwerken op de gezondheid van de Nederlandse bouwvakker De effecten van ouder worden en langer doorwerken op de gezondheid van de Nederlandse bouwvakker Cor van Duivenbooden hoofd O&O Arbouw Inhoud presentatie Demografische ontwikkelingen in Nederland Gevolgen

Nadere informatie

De bouwnijverheid arbeid, gezondheid en veiligheid in Bedrijfstakverslag 2011

De bouwnijverheid arbeid, gezondheid en veiligheid in Bedrijfstakverslag 2011 De bouwnijverheid arbeid, gezondheid en veiligheid in 2011 Bedrijfstakverslag 2011 Inhoud Samenvatting Samenvatting 3 1. Verantwoording 7 2. Arbeidsomstandigheden 9 2.1 Fysieke belasting 9 2.2 Klimaat,

Nadere informatie

DUURZAME INZETBAARHEID IN HET KLEINBEDRIJF IN DE BOUWNIJVERHEID

DUURZAME INZETBAARHEID IN HET KLEINBEDRIJF IN DE BOUWNIJVERHEID DUURZAME INZETBAARHEID IN HET KLEINBEDRIJF IN DE BOUWNIJVERHEID Interviews met werkgevers Auteurs: dr. B.C.H. de Zwart, AStri Beleidsonderzoek en -advies V. Veldhuis, MSc., AStri Beleidsonderzoek en -advies

Nadere informatie

Monitor arbeidsongevallen in de bouw November 2014

Monitor arbeidsongevallen in de bouw November 2014 Monitor arbeidsongevallen in de bouw 2013 November 2014 Arbouw is hét kennis- en service-instituut op het gebied van arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid. Arbouw biedt praktische informatie, instrumenten

Nadere informatie

Link servicedocume. Rating voor route 2. Servicedocument. Crebonummer OCW/EZ Naam

Link servicedocume. Rating voor route 2. Servicedocument. Crebonummer OCW/EZ Naam Crebonummer OCW/EZ Naam Rating voor route 2 Servicedocument Techniek en gebouwde omgeving 25001 Allround medewerker afvalbeheer A 25002 Allround medewerker beheer openbare ruimte B 25041 Beheerder milieustraat

Nadere informatie

Werken aan de toekomst van Nederland.

Werken aan de toekomst van Nederland. Werken aan de toekomst van Nederland Martijn.Mud@rps.nl 1 Analyse van arbeidsongevallen in de sector bouw algemeen van 1998-2009 Probleemschets - wat is er aan de hand? Achtergrond - waar komt wat vandaan?

Nadere informatie

50 plussers op de arbeidsmarkt

50 plussers op de arbeidsmarkt 50 plussers op de arbeidsmarkt Onderzoek arbeidsparticipatie 50-plus werknemers in het bedrijfsleven Het 50+ Adviescentrum heeft in de maanden februari tot en met juni 2016 onderzoek gedaan naar de participatie

Nadere informatie

VISA Blokkensteller - afbouw (o.a. gips, durox) A Blokkensteller - ruwbouw (o.a. kalkzandsteen) A. Pagina 1 van 9

VISA Blokkensteller - afbouw (o.a. gips, durox) A Blokkensteller - ruwbouw (o.a. kalkzandsteen) A. Pagina 1 van 9 VIS ccountant 2140 Stafpersoneel/ Leidinggevenden/ Bouwtechnici BDSU cquisiteur 2140 Stafpersoneel/ Leidinggevenden/ Bouwtechnici BDSU djunct-directeur 2110 Directeur - Zelfstandige BDSU dministrateur

Nadere informatie

Inleiding. De volgende vijf onderzoeksthema s stonden centraal

Inleiding. De volgende vijf onderzoeksthema s stonden centraal 1 Inleiding Onderzoek Eind 2012 hebben de werkgevers en vakbonden vertegenwoordigd in de ROM AStri Beleidsonderzoek en advies opdracht gegeven voor een onderzoek naar de kosten en de opbrengsten van de

Nadere informatie

AFNL/NOA. De gespecialiseerde (af)bouwer in beeld. Taco van Hoek Directeur Economisch Instituut voor de Bouw. AFNL/NOA Den Haag, 30 maart

AFNL/NOA. De gespecialiseerde (af)bouwer in beeld. Taco van Hoek Directeur Economisch Instituut voor de Bouw. AFNL/NOA Den Haag, 30 maart AFNL/NOA De gespecialiseerde (af)bouwer in beeld Taco van Hoek Directeur Economisch Instituut voor de Bouw AFNL/NOA Den Haag, 30 maart 2016 1 Inhoud Drie vragen Wat is het profiel van de gespecialiseerde

Nadere informatie

BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS

BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS BAANZEKERHEID EN ONTSLAG DREIGING BIJ OUDERE WERKNEMERS Rapport van ILC Zorg voor later, Stichting Loonwijzer/WageIndicator, en Universiteit van Amsterdam/Amsterdams Instituut voor Arbeids Studies (AIAS)

Nadere informatie

Vitaliteit: van feit tot beleid. Inventariserend onderzoek

Vitaliteit: van feit tot beleid. Inventariserend onderzoek Vitaliteit: van feit tot beleid Inventariserend onderzoek Vitaliteit: van feit tot beleid Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van

Nadere informatie

Vraag & Antwoord. Het CAO-pakket. Preventiezorg in de bouwnijverheid. Arbouw voor gezond en veilig werken

Vraag & Antwoord. Het CAO-pakket. Preventiezorg in de bouwnijverheid. Arbouw voor gezond en veilig werken Vraag & Antwoord Het CAO-pakket Preventiezorg in de bouwnijverheid Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht

Nadere informatie

Onderzoek Behoefte van werknemers aan een inzetbaarheidstest

Onderzoek Behoefte van werknemers aan een inzetbaarheidstest Onderzoek Behoefte van werknemers aan een inzetbaarheidstest Inhoud Samenvatting 3 1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Representativiteit 4 2 Resultaten 5 2.1 Werken tot aan het pensioen 5 2.2 Aandacht

Nadere informatie

Onderzoek Arbeidsongeschiktheid. In opdracht van Loyalis. juni 2013

Onderzoek Arbeidsongeschiktheid. In opdracht van Loyalis. juni 2013 Onderzoek Arbeidsongeschiktheid In opdracht van Loyalis juni 2013 Inleiding» Veldwerkperiode: 27 maart - 4 april 2013.» Doelgroep: werkende Nederlanders» Omdat er specifiek uitspraken gedaan wilden worden

Nadere informatie

De bouwnijverheid - arbeid, gezondheid en veiligheid in 2012. Bedrijfstakverslag

De bouwnijverheid - arbeid, gezondheid en veiligheid in 2012. Bedrijfstakverslag De bouwnijverheid - arbeid, gezondheid en veiligheid in 2012 Bedrijfstakverslag De bouwnijverheid - arbeid, gezondheid en veiligheid in 2012 Bedrijfstakverslag Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties

Nadere informatie

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting

Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Monitor HH(T) 4 e kwartaalmeting Marlijn Abbink-Cornelissen Marcel Haverkamp Janneke Wilschut 5 April 2016 1 Samenvatting Samenvatting Dit is het vijfde rapport van de monitor HH(T). Deze monitor inventariseert

Nadere informatie

PAGO-bedrijfsrapport. PAGO-Bedrijfsrapport uitgebreid. november 2013

PAGO-bedrijfsrapport. PAGO-Bedrijfsrapport uitgebreid. november 2013 PAGO-bedrijfsrapport PAGO-Bedrijfsrapport uitgebreid 2012 november 2013 Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouwnijverheid om de veiligheid

Nadere informatie

Gericht Periodiek Onderzoek (GPO)

Gericht Periodiek Onderzoek (GPO) Gericht Periodiek Onderzoek (GPO) Aandacht voor werk met bijzondere gezondheidsrisico s Informatie voor de werknemer Werk met bijzondere gezondheidsrisico s Sommige werkzaamheden in de bouwnijverheid gaan

Nadere informatie

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie Samenvatting Gehoor en de relatie met psychosociale gezondheid, werkgerelateerde variabelen en zorggebruik. De Nationale Longitudinale Studie naar Horen Slechthorendheid is een veelvoorkomende chronische

Nadere informatie

WELKE KENNIS EN VAARDIGHEDEN MOETEN! TOEKOMSTIG WERKNEMERS IN DE BOUW HEBBEN?! Een onderzoek onder de leden van! Bouwend Nederland afdeling Friesland!

WELKE KENNIS EN VAARDIGHEDEN MOETEN! TOEKOMSTIG WERKNEMERS IN DE BOUW HEBBEN?! Een onderzoek onder de leden van! Bouwend Nederland afdeling Friesland! WELKE KENNIS EN VAARDIGHEDEN MOETEN! TOEKOMSTIG WERKNEMERS IN DE BOUW HEBBEN?! Een onderzoek onder de leden van! Bouwend Nederland afdeling Friesland!!!!!!! 10 maart 2016!!!!!! Inleiding 1 Het VMBO- en

Nadere informatie

Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid

Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid Analyse van ongevallen in de Bouwnijverheid Deze analyse is uitgevoerd naar aanleiding van het verzoek om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de aan de Arbeidinspectie (AI) gemelde en door deze

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2013 Ziekteverzuim in de bouw 2013 Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan)

Nadere informatie

Stappenplan invoering hulpmiddelen ter verlichting van fysieke belasting

Stappenplan invoering hulpmiddelen ter verlichting van fysieke belasting Stappenplan invoering hulpmiddelen ter verlichting van fysieke belasting In deze brochure leest u alles wat u moet weten over het invoeren van arbovriendelijke hulpmiddelen om het werk lichter te maken

Nadere informatie

Arbeidsmarktinformatie Regio Midden Gelderland mei 2017

Arbeidsmarktinformatie Regio Midden Gelderland mei 2017 Kansberoepen in de Branche Bouw en Groen Hovenier, medewerker hovenier, opperman, hulparbeider grond-weg en waterbouw, Grond- en kabelwerker, machinist hydraulische graafmachine, machinist bulldozer, machinist

Nadere informatie

DE ARBOUW-MONITOR. Analyses van de PBGO-bestanden 1989/1990, 1993/1994, 1995/1996 en 1997/1998. December

DE ARBOUW-MONITOR. Analyses van de PBGO-bestanden 1989/1990, 1993/1994, 1995/1996 en 1997/1998. December DE ARBOUW-MONITOR Analyses van de PBGO-bestanden 1989/1990, 1993/1994, 1995/1996 en 1997/1998 December 1999-1- -2- INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 5 2 METHODE... 8 2.1 PBGO... 8 2.2 De PBGO- bestanden >89/=90,

Nadere informatie

Arbouw staat voor gezond en veilig werken in de bouwnijverheid en richt zich op

Arbouw staat voor gezond en veilig werken in de bouwnijverheid en richt zich op Arbouw staat voor gezond en veilig werken in de bouwnijverheid en richt zich op de duurzame inzetbaarheid van werkgevers en werknemers in deze bedrijfstak. Jan Warning Directeur Arbouw Hoe wij werken Praktijkgericht

Nadere informatie

Maart 2010. Brancheschets Bouw

Maart 2010. Brancheschets Bouw Maart 2010 Brancheschets Bouw Brancheschets Bouw Afdeling Arbeidsmarktinformatie Redactie: Rob de Munnik, Marijke Oosterhuis en Niek Veeken Landelijk Bedrijfsadviseur voor de Bouw Erik van As, tel. 020-7515077

Nadere informatie

WERK EN GEZONDHEID IN DE BOUWNUVERHEID EEN BEROEPENOVERZICHT

WERK EN GEZONDHEID IN DE BOUWNUVERHEID EEN BEROEPENOVERZICHT WERK EN GEZONDHEID IN DE BOUWNUVERHEID EEN BEROEPENOVERZICHT Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Materiaal en methoden 4 3. Resultaten van de beroepenoverzichten 5 4. Discussie 9 5. Conclusies 10 6. Beroepenoverzicht

Nadere informatie

Werken in de bouw. Bouw aan je toekomst!

Werken in de bouw. Bouw aan je toekomst! Werken in de bouw Bouw aan je toekomst! De bouw biedt veel mogelijkheden voor iedereen die van techniek houdt en graag samenwerkt. Mogelijkheden waar je misschien niet zo snel aan denkt. Want in de bouw

Nadere informatie

Advies over het voorstel van opleidingenstructuren voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs

Advies over het voorstel van opleidingenstructuren voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs ADVIES Raad Secundair Onderwijs 24 maart 2009 RSO/ADV/JVR/011 Advies over het voorstel van opleidingenstructuren voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs VLAAMSE ONDERWIJSRAAD, KUNSTLAAN 6 BUS 6,

Nadere informatie

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs.

TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs. ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs april 2016 1

Nadere informatie

Ziekteverzuim in de bouw

Ziekteverzuim in de bouw Ziekteverzuim in de bouw 2011 Ziekteverzuim in de bouw 2011 Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan)

Nadere informatie

ARBOUWVRAGENBLOK WERKNEMERS Auteur: F.J. Jansen, Economisch Instituut voor de Bouw

ARBOUWVRAGENBLOK WERKNEMERS Auteur: F.J. Jansen, Economisch Instituut voor de Bouw ARBOUWVRAGENBLOK WERKNEMERS 2012 Auteur: F.J. Jansen, Economisch Instituut voor de Bouw Harderwijk, februari 2013 2 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 5 2 POPULATIE, STEEKPROEF EN RESPONS... 6 3 UITKOMSTEN...

Nadere informatie

Werken bij hitte? Wat kan je doen!

Werken bij hitte? Wat kan je doen! Werken bij hitte? Wat kan je doen! Heerlijk zo n zonnetje toch? In de bouw werk je vaak buiten. Lekker, vooral in de zomer, de zon schijnt en de temperatuur loopt op. Maar gevaar ligt op de loer. Werken

Nadere informatie

Instroom mensen met arbeidsbeperking en duurzaamheid van de plaatsingen Rapport

Instroom mensen met arbeidsbeperking en duurzaamheid van de plaatsingen Rapport Instroom mensen met arbeidsbeperking en duurzaamheid van de plaatsingen Rapport Drs. Henri Busker, Consultant Drs. Linda Aders-van der Geest, Senior Research Analyst April 2017 Inhoudsopgave 1 Aanleiding

Nadere informatie

Brancheportret. Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf. mei 2015

Brancheportret. Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf. mei 2015 Brancheportret Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf 2015 mei 2015 Arbouw voor gezond en veilig werken Arbouw is opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouwnijverheid om de veiligheid

Nadere informatie

Invoering WIK een goede zet!

Invoering WIK een goede zet! Invoering WIK een goede zet! Korte peiling over een actueel onderwerp op het gebied van credit management juni 2013 Korte peiling: WIK B15893 / juni 2013 Pag. 1 Copyright 2013 Blauw Research bv Alle rechten

Nadere informatie

domein crebo kwalificatiedossier crebo kwalificatie soort opleiding leerweg niveau

domein crebo kwalificatiedossier crebo kwalificatie soort opleiding leerweg niveau domein crebo kwalificatiedossier crebo kwalificatie soort opleiding leerweg niveau Bouw en infra 22000 Assistent bouw en infra Assistent bouw en infra BOL/BBL Bouw en infra 22000 Assistent bouw en infra

Nadere informatie

Afbouw en onderhoud Arbeidsbelasting van zandcementdekvloerenleggers tijdens het werken met twee verschillende mechanische reien (2014)

Afbouw en onderhoud Arbeidsbelasting van zandcementdekvloerenleggers tijdens het werken met twee verschillende mechanische reien (2014) Arbouw Onderzoeksrapporten (alle rapporten zijn gratis) Afbouw en onderhoud Arbeidsbelasting van zandcementdekvloerenleggers tijdens het werken met twee verschillende mechanische reien (2014) 14-176 Arbovriendelijke

Nadere informatie

Behoefte aan Ondernemersopleiding

Behoefte aan Ondernemersopleiding Behoefte aan Ondernemersopleiding Digitaal Werkgevers - Panelonderzoek 13 Digitaal Werknemers Panelonderzoek 9 WoonWerk Jonna Stasse Woerden, Februari 2006 In geval van overname van het datamateriaal is

Nadere informatie

Aantrekkende Economie en Toekomstige Vacatures

Aantrekkende Economie en Toekomstige Vacatures Aantrekkende Economie en Toekomstige Vacatures Digitaal Werkgevers - Panelonderzoek 12 WoonWerk Jonna Stasse Woerden, oktober 2006 In geval van overname van het datamateriaal is bronvermelding verplicht.

Nadere informatie

Invoering WIK een goede zet!

Invoering WIK een goede zet! Invoering WIK een goede zet! Korte peiling over een actueel onderwerp op het gebied van credit management juni 2013 Korte peiling: WIK B15893 / juni 2013 Pag. 1 Copyright 2013 Blauw Research bv Alle rechten

Nadere informatie

A. Nieuwe functie- en loonstructuur

A. Nieuwe functie- en loonstructuur CAO SCHILDERS-, AFWERKINGS- EN GLASZETBEDRIJF 2011-2013 PRINCIPE-AKKOORD over FUNCTIE- EN LOONSTRUCTUUR Partijen betrokken bij de CAO voor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf - de Koninklijke

Nadere informatie

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2005

MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2005 MONITOR ARBEIDSONGEVALLEN IN DE BOUW 2005 Auteur: Drs. E. Lourens, Economisch Instituut voor de bouwnijverheid Bestelcode: 06-90 ISBN: 90-77286519 Mei 2006 2 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING... 5 1 INLEIDING...

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg

Werkinstructies voor de CQI Jeugdgezondheidszorg Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI JGZ bedoeld? De CQI Jeugdgezondheidzorg (CQI JGZ) is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond de jeugdgezondheidzorg te meten vanuit het perspectief

Nadere informatie

Bijlage Arbeidsmarktschets Techniek Vraag en aanbod in technische beroepen

Bijlage Arbeidsmarktschets Techniek Vraag en aanbod in technische beroepen Bijlage Arbeidsmarktschets Techniek Vraag en aanbod in technische beroepen Begrippen en afkortingen Definities Cijfers arbeidsmarktregio 's Bijlage Arbeidsmarktschets Techniek januari 2011 1 Begrippen

Nadere informatie

De bouwnijverheid - arbeid, gezondheid en veiligheid. Bedrijfstakverslag 2014

De bouwnijverheid - arbeid, gezondheid en veiligheid. Bedrijfstakverslag 2014 De bouwnijverheid arbeid, gezondheid en veiligheid Bedrijfstakverslag 2014 Arbouw is door werkgevers en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid te verbeteren.

Nadere informatie

EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING. Deel 1: politie. Management samenvatting

EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING. Deel 1: politie. Management samenvatting EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS MET JUSTITIËLE SLACHTOFFERONDERSTEUNING Deel 1: politie Management samenvatting EERSTE METING SLACHTOFFERMONITOR: ERVARINGEN VAN SLACHTOFFERS

Nadere informatie

Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar

Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar Nederlands bedrijfsleven: maak faillissementsfraude snel openbaar Korte peiling over een actueel onderwerp op het gebied van credit management juni 2014 Tussentijdse meting Trendmeter 14 B16475 / juni

Nadere informatie

Aantal respondenten 1758 1707 1578 13981 Aantal benaderd 4500 4404 4344 36949

Aantal respondenten 1758 1707 1578 13981 Aantal benaderd 4500 4404 4344 36949 Onderwijs & Kwaliteit Eerste rapportage HBO-Monitor 2013 Op 3 april 2014 zijn de resultaten van de jaarlijkse HBO-monitor (enquête onder afgestudeerden) over 2013 binnengekomen. Het onderzoek betreft studenten

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid in de bouw

Duurzame inzetbaarheid in de bouw Duurzame inzetbaarheid in de bouw Workshop Arbocoördinatie Arbouw 2015 Kees Peereboom voor gezond en veilig werken Workshop duurzame inzetbaarheid in de bouw Wat is duurzame inzetbaarheid? Wat is mijn

Nadere informatie

keuze code aantal sbu hoort bij dossier hoort bij kwalificatie crebo niveau kwalificatie sbu kwalificatie

keuze code aantal sbu hoort bij dossier hoort bij kwalificatie crebo niveau kwalificatie sbu kwalificatie keuze code aantal sbu hoort bij dossier hoort bij kwalificatie crebo niveau kwalificatie sbu kwalificatie Specialisatie milieustraat en afvalstromenkennis K0254 240 Afval, Milieu, Beheer & Onderhoud Openbare

Nadere informatie

Aan de slag Plan van aanpak Naar een meer Leeftijdsbewust Personeelsbeleid Waterschap..

Aan de slag Plan van aanpak Naar een meer Leeftijdsbewust Personeelsbeleid Waterschap.. Aan de slag Plan van aanpak Naar een meer Leeftijdsbewust Personeelsbeleid Waterschap.. Datum Versie Afdeling/auteurs 1. PROJECTDEFINITIE 1.1 Vraagstuk Welke problemen doen zich voor omdat een leeftijdsbewuste

Nadere informatie

Periodieke Loonopgave (PLO) Aan- en Afmelding Dienstbetrekking (AAD)

Periodieke Loonopgave (PLO) Aan- en Afmelding Dienstbetrekking (AAD) Periodieke Loonopgave (PLO) Aan- en Afmelding Dienstbetrekking (AAD) Handleiding voor digitale aanlevering in 2015 Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Voorwaarden digitale aanlevering... 3 3 Mediumspecificatie...

Nadere informatie

Opleidingscode Opleiding Indeling volgens CREBO

Opleidingscode Opleiding Indeling volgens CREBO bc069 Gespecialiseerde dierverzorging paard GROEN bc146 Natuur en groene ruimte 4 GROEN bc074 Groene detailhandel GROEN bc145 Natuur en groene ruimte 3 GROEN bc144 Natuur en groene ruimte 2 GROEN bc161

Nadere informatie

Mate van tevredenheid van deelnemers aan de training in de cursuskalender

Mate van tevredenheid van deelnemers aan de training in de cursuskalender Mate van tevredenheid van deelnemers aan de training in de cursuskalender Digitaal Cursisten - Panelonderzoek 1 WoonWerk Jonna Stasse Woerden, mei 2007 In geval van overname van het datamateriaal is bronvermelding

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014

Tevredenheidsonderzoek 2014 Tevredenheidsonderzoek 2014 Een onderzoek naar de zorgkwaliteit en veiligheid November 2014 1 Inhoud Inleiding... 3 Aanpak... 3 Het onderzoek... 3 De resultaten... 4 Voldoet de zorg?... 4 Tevredenheid...

Nadere informatie

RESULTATEN. Rapportage De Kinkerbuurt, Amsterdam. Externe Benchmark

RESULTATEN. Rapportage De Kinkerbuurt, Amsterdam. Externe Benchmark RESULTATEN Rapportage De Kinkerbuurt, Amsterdam Externe Benchmark februari 2013 1 ALGEMEEN 1.1 Inleiding Algemeen Het instrument de Kwaliteitsvragenlijst is een hulpmiddel om de kwaliteit van de school

Nadere informatie

ARBODIENSTVERLENING DOE JE SAMEN. Eindrapport onderzoek externe arbodiensten in de Metalektro

ARBODIENSTVERLENING DOE JE SAMEN. Eindrapport onderzoek externe arbodiensten in de Metalektro ARBODIENSTVERLENING DOE JE SAMEN Eindrapport onderzoek externe arbodiensten in de Metalektro b ARBODIENSTVERLENING DOE JE SAMEN Eindrapport onderzoek externe arbodiensten in de Metalektro 9 april 2013

Nadere informatie

Kennis en rolopvatting van professionals gedurende Alcohol mij n zorg?!

Kennis en rolopvatting van professionals gedurende Alcohol mij n zorg?! Kennis en rolopvatting van professionals gedurende Alcohol mij n zorg?! Integrale aanpak vroegsignalering alcoholgebruik bij ouderen in de eerstelijn Drs. Myrna Keurhorst Dr. Miranda Laurant Dr. Rob Bovens

Nadere informatie

Verschuiving van grootschalige nieuwbouw in buitengebied naar kleinschalige (her-) bouw in bestaande situatie;

Verschuiving van grootschalige nieuwbouw in buitengebied naar kleinschalige (her-) bouw in bestaande situatie; Bouw De sector bouwnijverheid bestaat uit een diversiteit aan bedrijven. Belangrijke bedrijfsgroepen zijn: Aannemersbedrijven Burgerlijke en Utiliteitsbouw (algemeen en gespecialiseerd)* Aannemersbedrijven

Nadere informatie

Rapportage Ervaringsonderzoek WOT's

Rapportage Ervaringsonderzoek WOT's Rapportage Ervaringsonderzoek WOT's Versie 5.0.0 Drs. J.J. Laninga December 2015 www.triqs.nl Voorwoord Met genoegen bieden wij u hierbij de rapportage aan over het uitgevoerde ervaringsonderzoek naar

Nadere informatie

Onderzoeksmogelijkheden voor de gevolgen van het opnemen van ouderschapsverlof

Onderzoeksmogelijkheden voor de gevolgen van het opnemen van ouderschapsverlof TNO-rapport Onderzoeksmogelijkheden voor de gevolgen van het opnemen van ouderschapsverlof Datum 29 juni 2009 Auteurs Dr. D.L. Ooms Dr. M.J. Huiskamp Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

Stand van zaken op de energiemarkt

Stand van zaken op de energiemarkt Stand van zaken op de energiemarkt Onderzoek energiemarkt consumenten Rapportage kerncijfers Tweede halfjaar 12 Majka van Doorn, research consultant Thijs Hendrix, senior research consultant 14 uari 13

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Reumatoïde Artritis

Werkinstructies voor de CQI Reumatoïde Artritis Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de ervaren kwaliteit van reumazorg te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden gebruikt

Nadere informatie

Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF. 2012 Rapportage. Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs.

Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF. 2012 Rapportage. Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs. Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF 2012 Rapportage Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs. Ronald Zwart Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding en leeswijzer... 3 1.1 Inleiding:

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI Spataderen

Werkinstructies voor de CQI Spataderen Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg rond spataderen te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden gebruikt

Nadere informatie

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe

Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Trends in het gebruik van informele zorg en professionele zorg thuis: gebruik van informele zorg neemt toe, G. Waverijn

Nadere informatie

Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd

Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd Rapportage Medewerkersonderzoek 2013 de DCW medewerkers gedetacheerd 0 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Samenvatting 3 Resultaten 6 Respons Over de respondenten Rapportcijfer Werkbeleving 10 Leidinggeven(den)

Nadere informatie

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarapportage 2008 ONTSLAGSTATISTIEK Jaarapportage 2008 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen Mei 2009 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De gegevens

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Fysieke belasting in de bouw. Veilig en gezond werken

Fysieke belasting in de bouw. Veilig en gezond werken Fysieke belasting in de bouw Veilig en gezond werken De Inspectie SZW werkt samen aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen 1 Fysieke belasting Werken in de bouw is zwaar. Mensen

Nadere informatie

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarrapportage 2007

ONTSLAGSTATISTIEK. Jaarrapportage 2007 ONTSLAGSTATISTIEK Jaarrapportage 2007 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Arbeidsverhoudingen april 2008 Inleiding Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende wijzen eindigen. De

Nadere informatie

Rapport Intake Loopbaantraject

Rapport Intake Loopbaantraject Rapport Intake Loopbaantraject Naam Adviseur Jan Voorbeeld Adviseur van Organisatie Datum 20/02/2015 Inleiding In het kader van een loopbaantraject hebt u een tweetal vragenlijsten ingevuld die u inzicht

Nadere informatie

Werkdruk in het onderwijs

Werkdruk in het onderwijs Rapportage Werkdruk in het primair en voortgezet onderwijs DUO ONDERWIJSONDERZOEK drs. Vincent van Grinsven dr. Eric Elphick drs. Liesbeth van der Woud Maart 2012 tel: 030-2631080 fax: 030-2616944 email:

Nadere informatie

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017

Gemeente Roosendaal. Cliëntervaringsonderzoek Wmo over Onderzoeksrapportage. 26 juni 2017 Gemeente Cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2016 Onderzoeksrapportage 26 juni 2017 DATUM 26 juni 2017 Dimensus Beleidsonderzoek Wilhelminasingel 1a 4818 AA Breda info@dimensus.nl www.dimensus.nl (076) 515

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties in de architectenbranche QUICKSCAN mei 2013 Inhoud Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties 3 Resultaten 6 Bureau-intermediair I Persoonlijk urenbudget 6 Keuzebepalingen

Nadere informatie

Analyse van de cursus De Kunst van het Zorgen en Loslaten. G.E. Wessels

Analyse van de cursus De Kunst van het Zorgen en Loslaten. G.E. Wessels Analyse van de cursus De Kunst van het Zorgen en Loslaten G.E. Wessels Datum: 16 augustus 2013 In opdracht van: Stichting Informele Zorg Twente 1. Inleiding Het belang van mantelzorg wordt in Nederland

Nadere informatie