Onderzoek naar casus kindermishandeling

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek naar casus kindermishandeling"

Transcriptie

1 Onderzoek naar casus kindermishandeling Inspectie jeugdzorg Inspectie voor de Sanctietoepassing Inspectie voor de Gezondheidszorg Utrecht, oktober 2007

2 2

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding Opzet Doel van het rapport Opbouw rapport Conclusies Aanbevelingen

4 4

5 1. Inleiding 1.1 Aanleiding In het weekend van juni 2006 is een baby met ernstig hersenletsel opgenomen in het ziekenhuis. Hij was toen vier maanden oud (geboren 20 februari 2006). De baby liep het hersenletsel op doordat hij was geschud en doordat gepoogd was hem te wurgen. De vader heeft zichzelf hiervoor bij de politie aangegeven. De baby is het tweede kindje in het gezin. Het eerste kindje is overleden toen het 4 weken oud was, omdat de vader ook dit kindje had geschud. Verschillende mensen zijn beroepsmatig betrokken geweest bij de vader, de moeder en de baby; na het overlijden van het eerste kindje, tijdens de zwangerschap en na de geboorte van het tweede kindje. 1.2 Opzet De zorginstellingen en beroepsbeoefenaren, die werkzaam zijn geweest in en rond het gezin, vallen onder het toezicht van verschillende inspecties, te weten de Inspectie jeugdzorg, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie voor de Sanctietoepassing. Deze hebben ieder onderzoek gedaan en gekeken naar de kwaliteit van het primair proces bij de verschillende instellingen en beroepsbeoefenaren. Iedere inspectie heeft ook gekeken naar de signalen die zijn afgegeven over het gezin en hoe de samenwerking tussen de verschillende betrokkenen is verlopen. Iedere inspectie heeft een eigen deelrapport opgesteld. Deze deelrapporten bevatten conclusies en aanbevelingen voor de instellingen en beroepsbeoefenaren waarop de inspecties toezicht hebben. De deelrapporten zijn toegezonden naar de betrokken instellingen en beroepsbeoefenaren en er zijn afspraken gemaakt over verbeteringen. De informatie uit deze deelrapporten vormt de input van dit gezamenlijke rapport. 1.3 Doel van het rapport In dit rapport beoordelen de Inspectie voor de Sanctietoepassing, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie jeugdzorg of de kwaliteit in de keten van zorg (samenwerking / afstemming) in voldoende mate is gewaarborgd in deze casus. In het rapport doen de inspecties verslag van de onderzoeksresultaten op hoofdlijnen, zij trekken conclusies over hoe de keten heeft gewerkt en doen aanbevelingen, zodat verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. 5

6 1.4 Opbouw rapport In hoofdstuk 2 wordt beschreven wie er beroepsmatig bij de vader, de moeder en de baby betrokken zijn geweest in de periode vanaf het overlijden van het eerste kindje tot de ernstige mishandeling van het tweede kindje en worden conclusies getrokken over het functioneren van de keten van de verschillende betrokkenen. De thema s: samenwerking, verantwoordelijkheidstoedeling, informatie-uitwisseling en risico-inschatting komen daarbij aan de orde. De conclusies over het functioneren van de keten worden voorafgegaan door twee conclusies die gaan over het optreden van de reclassering in deze zaak en over de noodzaak van een persoonlijkheidsonderzoek in het algemeen bij dit soort zaken. In Hoofdstuk 3 volgen aanbevelingen. 6

7 2. Conclusies In de onderzoeken van de drie inspecties is steeds gekeken naar de samenwerking tussen alle ketenpartners, die vanuit hun beroep bij het gezin betrokken waren. Dit waren: Officier van Justitie, reclassering, afdeling Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) van Bureau Jeugdzorg, huisartsenpraktijk van moeder, huisartsenpost, consultatiebureau (thuiszorg), gespecialiseerde gezinsverzorging (thuiszorg), medisch maatschappelijk werk (ziekenhuis), gynaecologie en obstetrie (ziekenhuis), kindergeneeskunde (ziekenhuis), kraamzorg, GGZ-instelling, particuliere solopraktijk voor relatietherapie en rouwverwerking, militair bedrijfsarts vader, en de militair huisarts van vader. Over de manier waarop de ketensamenwerking is verlopen, wordt in dit hoofdstuk een aantal conclusies getrokken. Allereerst worden conclusies getrokken over het optreden van de reclassering in deze zaak en over de noodzaak van een persoonlijkheidsonderzoek in het algemeen bij dit soort zaken. Daarna volgen conclusies over de vier thema s: de verantwoordelijkheidstoedeling tussen de verschillende betrokkenen, de informatie-uitwisseling, de risico-inschatting die de betrokkenen hebben gemaakt en de samenwerking. Per conclusie staat aangegeven waarop deze is gebaseerd. 1. Adequate hulp aan de vader is niet tot stand gekomen doordat de reclassering het toezicht niet heeft gestart. De officier van Justitie bepaalde tot een sepot van de strafzaak tegen de vader onder voorwaarde van reclasseringstoezicht. De reclassering heeft naar het AMK, het OM en de vader de indruk gewekt een begeleidings- en eventueel behandelingstraject te organiseren voor de vader. De reclassering heeft het toezicht niet gestart omdat een brondocument met de schriftelijke opdracht van de officier van justitie ontbrak. De reclassering heeft dit niet aan het AMK laten weten en ook niet gereageerd op de brief van het AMK met daarin afspraken, waarin o.a. de taak van de reclassering in het vangnet was beschreven. Evenmin heeft de reclassering gereageerd op zeven pogingen van het AMK om in contact te komen. Ook heeft de reclassering geen actie ondernomen om alsnog een schriftelijke opdracht van de officier van justitie te krijgen. Het feit dat de reclassering wel de indruk wekte een traject te organiseren voor de vader, maar dat niet feitelijk uitvoerde, betekende een zeer groot risico voor het totale zorgnetwerk dat werd ingesteld rondom de baby om deze te beschermen. De persoonlijkheidsanalyse die de reclassering mogelijkerwijs zou laten maken, had van groot belang geweest kunnen zijn voor het succes van een gezamenlijk vangnet. De reclassering had de vader kunnen verplichten tot een persoonlijk hulpverleningstraject. 7

8 2. Persoonlijkheidsonderzoek van ouders die hun kind zwaar mishandeld hebben of gedood is van groot belang om herhaling te kunnen voorkomen. Dit is echter niet vanzelfsprekend. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek in verband met de dood of zware mishandeling van een kind veroorzaakt door een ouder kan om een persoonlijkheidsonderzoek van die ouder worden verzocht. Wanneer een Officier van Justitie persoonlijkheidsonderzoek noodzakelijk acht, vraagt hij voorafgaand een juridische afhandeling FPD rapportage aan. In deze casus is dat niet gebeurd. De Officier van Justitie heeft besloten tot sepot onder voorwaarde van reclasseringstoezicht. Afhankelijk van de casus kan de reclassering een persoonlijkheidonderzoek laten uitvoeren in de toezichtsfase. In deze casus is dat eveneens niet gebeurd. Voor het AMK is de informatie die een persoonlijkheidsonderzoek levert over de mishandelende ouder van groot belang. Voor het AMK is het eerder ernstig mishandelen van een kind een sterke aanwijzing dat een dergelijke mishandeling opnieuw kan plaatsvinden wanneer er geen maatregelen worden getroffen. Een persoonlijkheidsonderzoek geeft belangrijke informatie om de risico s in kaart te brengen en de juiste maatregelen te treffen. Als er niet binnen een dwingend juridisch kader tot een persoonlijkheidsonderzoek beslist wordt, dan heeft het AMK alleen nog de mogelijkheid om de betrokkene te motiveren vrijwillig aan een persoonlijkheidsonderzoek mee te werken. De korte termijn waarbinnen de informatie noodzakelijk is en het vrijwillig kader maken dat deze mogelijkheid in de praktijk vaak weinig succes heeft. Dit kan tot gevolg hebben dat adequate hulp niet (tijdig) wordt ingezet. 3. Niemand heeft de verantwoordelijkheid genomen om het totaaloverzicht te houden en daarnaar te handelen. In deze casus is verwarring ontstaan over de vraag wie de coördinatie op zich moest nemen. AMK en medisch maatschappelijk werk vonden allebei dat zij de coördinatie hadden. De wetgeving ten aanzien van verantwoordelijkheidstoedeling en coördinatie is niet eenduidig. Er is veel onduidelijkheid omtrent de vraag wie in dergelijke situaties de coördinatie op zich zou moeten nemen, want er zijn verschillende wetten die dat op verschillende wijze regelen. Volgens de Wet op de jeugdzorg dient Bureau Jeugdzorg zelf te coördineren dan wel te voorzien in de coördinatie door anderen, Volgens het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg dient de JGZ zorgcoördinatie uit te voeren. Het basistakenpakket is de richtlijn die hoort bij de uitvoering van het Besluit Jeugdgezondheidszorg van de Wet collectieve preventie volksgezondheid. 8

9 De Wet maatschappelijke ondersteuning noemt als een van de werkvelden binnen het prestatieveld jeugd de zorgcoördinatie. Dat wetten de coördinatie zo verschillend regelen, is ongewenst. Er waren verschillende opvattingen over wie de coördinatie had over het totaal. De gespecialiseerde gezinsverzorging, de kraamzorg en de artsen in het ziekenhuis dachten dat de medisch maatschappelijk werker de coördinatie had. De medisch maatschappelijk werker zelf vond dat in eerste instantie ook. De huisarts van moeder en het AMK zelf dachten dat het AMK de coördinatie had. De particulier therapeute wist het niet zeker. Degene die zelf dachten dat zij de coördinatie over het totaal hadden, handelden daar niet naar. De medisch maatschappelijk werker, die vond dat ze de regie had, geeft achteraf aan dat zij alleen de regie heeft gevoerd over de gespecialiseerde gezinsverzorging. Zij heeft geen pogingen gedaan om overzicht te krijgen over het totaal van de geleverde zorg. Het AMK heeft na onderzoek gezorgd dat het netwerk van zorgverlening rondom het kind werd opgezet om te voorkomen dat de tweede baby zou worden mishandeld en heeft het dossier daarna afgesloten. Vervolgens heeft het AMK na afsluiting van het dossier wel pogingen gedaan om overzicht te krijgen over dit netwerk. Zij heeft telefonisch gecheckt of het vangnet werkte. Hoewel duidelijk werd dat het vangnet voor wat betreft de inzet van de reclassering niet werkte, heeft het AMK in eerste instantie geen verdere actie ondernomen gericht op bescherming van de baby. Het AMK onderneemt wel actie wanneer er enkele maanden later een melding wordt gedaan door de therapeute bij het AMK dat vader last heeft van driftbuien. Het AMK start een onderzoek om na te gaan in hoeverre het kind nog veilig is bij de ouders. 4. De informatie die er was, is niet goed genoeg uitgewisseld en daardoor werden risico s niet erkend en herkend. De brief waarmee het AMK de verantwoordelijkheden binnen de zorgverlening toedeelde was onvolledig en voor meerdere interpretaties vatbaar. Het AMK heeft een vangnet ingesteld en de afspraken over ieders taken en verantwoordelijkheden daarin schriftelijk bevestigd. Met deze brief sloot het AMK de zaak af. In de brief staat dat de eerste baby is overleden doordat zijn vader hem geschud heeft. Het AMK wist dat de ouders spraken over de dood van het eerste kind als een ongeluk. De vader zou het kind hebben geschud na een val. Het AMK wist ook dat sommige van de betrokken instanties 9

10 dachten dat het eerste kind niet als gevolg van kindermishandeling was overleden. Door de brief heeft het AMK dit misverstand niet weggenomen. De instanties bleven geloven dat de dood van het eerste kind een ongeluk was geweest en bleven daarnaar handelen. De afspraken die het AMK in de afsluitende brief heeft geschreven zijn onduidelijk, onvolledig en voor meerdere interpretaties vatbaar. Dat het vangnet was ingesteld om te voorkomen dat ook de tweede baby zou worden mishandeld, werd niet expliciet vermeld. Er is niet aangegeven wat er van ieder van de hulpverleners verwacht werd ten aanzien van het gezin. Niet is aangegeven waar ieder specifiek op zou letten. Ook is niet aangegeven wie de coördinatie over het geheel zou houden en hoe dat zou gebeuren. In de praktijk is gebleken dat de betrokken partijen verschillende opvattingen hadden over de reden van hun betrokkenheid, de inhoud van hun werkzaamheden, wie de coördinatie had en wat dat inhield. Niet iedereen die rond het gezin werkzaam was, werd geïnformeerd met als gevolg dat niet iedereen alert was. Het consultatiebureau is niet apart geïnformeerd door het AMK over het risico op kindermishandeling voor het tweede kind, terwijl dit bureau een belangrijke controlerende rol kan hebben op signalen van kindermishandeling. De gespecialiseerde gezinsverzorging is wel geïnformeerd door de medisch maatschappelijk werker, maar de medisch maatschappelijk werker was, ondanks overleg met het AMK, van mening dat het tweede kind geen risico liep. Daardoor heeft de gespecialiseerde gezinszorg het gezin niet beschouwd als een hoog-risico gezin. Er is nooit een gezamenlijk overleg met alle betrokkenen geweest waar onduidelijkheden in de informatie-uitwisseling hadden kunnen worden gecorrigeerd. Om met name te zorgen dat elk van de hulpverleners met dezelfde informatie in het achterhoofd, dezelfde mate van alertheid op tekenen van kindermishandeling kon hebben, was een gezamenlijk overleg bij de start en om de voortgang te evalueren, noodzakelijk geweest. In een gezamenlijk overleg was er een mogelijkheid geweest om de verschillende verhalen die de ouders vertelden naast elkaar te leggen en daaraan conclusies te verbinden. Ook was het dan mogelijk geweest na te gaan of ieder die in het gezin werkte of aan het werk ging deskundig genoeg was om specifieke signalen van kindermishandeling te herkennen en af te spreken hoe vervolgens gehandeld zou moeten worden. Dit alles is in deze casus niet gebeurd. Noch de medisch maatschappelijk werker, noch het AMK vond het noodzakelijk om alle betrokkenen om de tafel te krijgen. 10

11 5. De risico-inschattingen van het AMK leidde niet tot de acties die noodzakelijk waren om het kind te beschermen Het ontbreken van een analyse van de persoonlijkheid van de vader belemmerde de mogelijkheden van het AMK. Er is geen persoonlijkheidsanalyse gemaakt. Zo n analyse had inzicht kunnen geven in het risico op recidive van vader en welke interventies met het oog hierop nodig waren. Een daaruit volgend hulpverleningstraject zou een verplichtend karakter kunnen hebben gehad voor de vader. Door de analyse hadden de risico s voor veiligheid van het tweede kind ook beter ingeschat kunnen worden en had het AMK meer informatie gehad om een inschatting te maken of vader alleen met de baby kon zijn. Het AMK had het vangnet daarop kunnen aanpassen. Het AMK had de analyse van de reclassering nodig, maar zette de zorg in gang, zonder deze informatie over de vader. Het AMK had grote zorgen over vader. In afwachting van de start van diagnose en toezicht door de reclassering werd toch een vangnet opgezet. Dit vangnet bleek onvoldoende om de risico s voor de baby weg te nemen. Ook na berichten dat de reclassering geen contact had met vader, stelde het AMK de eigen taxatie en het vangnet niet bij. Het AMK maakte een nieuwe risicotaxatie toen de particulier therapeute een melding deed over driftbuien van vader. Naar aanleiding van die taxatie is besloten dat zwaardere hulp noodzakelijk was. Die hulp is echter niet meer tot stand gekomen voordat het tweede kind na het incident in het ziekenhuis werd opgenomen. Betrokkenen gingen te werk zonder de risico s die het AMK constateerde te kennen, dan wel zonder die op te volgen. Het consultatiebureau en de kraamzorg waren niet op de hoogte van de ware toedracht rond de dood van de eerste baby en maakten geen expliciete inschatting van het risico op kindermishandeling. De huisarts van de moeder en de baby was wel op de hoogte van de ware toedracht van het overlijden maar heeft dit niet als een verhoogd risico op kindermishandeling van het tweede kind ingeschat. Zoals al aangegeven maakte de gespecialiseerde gezinszorg op grond van de informatie van de medisch maatschappelijk werker de inschatting dat het geen hoog-risico gezin betrof. De medisch maatschappelijk werker kende de risico-inschatting van het AMK wel, omdat het AMK de risico s heeft besproken bij het regulier overleg met de gynaecoloog, de kinderarts en de medisch maatschappelijk werker. De medisch maatschappelijk werker heeft deze in- 11

12 formatie echter terzijde gelegd en heeft een traject ingesteld dat gericht was op rouwverwerking. Het AMK heeft na de tweede melding ten onrechte ingeschat dat er geen sprake was van acute onveiligheid voor de baby. Het AMK krijgt de eerste melding in de zaak voordat de tweede baby geboren is. Na die melding doet het AMK onderzoek en organiseert zij een vangnet. De particulier therapeute doet de tweede melding ongeveer 3 maanden na de geboorde van de baby. Het AMK heeft na de tweede melding ingeschat dat er geen acute noodsituatie was, terwijl het volgende bekend was: de voorgeschiedenis van de dood van de eerste baby; het beeld van de persoonlijkheid van vader was onvolledig; vader had weer last van driftbuien; vader was af en toe alleen met de baby; vader had geen (goed) contact met de reclassering; het beeld van de persoonlijkheid van moeder was onvolledig; de particuliere therapeute vond de problematiek te zwaar om zelf te blijven behandelen. Ondanks dat dit bekend was, is de arts van het AMK na de tweede melding niet meegegaan op huisbezoek en heeft deze het kind niet gezien. Na het huisbezoek twijfelde het AMK aan de betrouwbaarheid van de ouders, doch ook dit leidde niet tot een inschatting dat er sprake was van acute onveiligheid voor de baby. Het AMK heeft zich bij inschatting laten leiden door: de informatie van de maatschappelijk werker van het ziekenhuis en van de thuiszorg dat het goed ging in het gezin. de informatie van de consultatiebureau-arts. Deze was echter niet van op de hoogte gesteld van de oorzaak van het overlijden van het eerste kind en de risico s op kindermishandeling in dit gezin. 6. Er is niet goed genoeg samengewerkt door de betrokken partijen De reclassering heeft in deze casus niet samengewerkt. De reclassering is geen volwaardig toezichtstraject gestart met de vader, maar heeft dit niet laten weten aan de vader, de officier van justitie en aan het AMK. De reclassering heeft echter wel de indruk gewekt dat zij met de vader aan het werk was en dat de reclassering daar- 12

13 mee onderdeel was van het vangnet. Dit betekende een grote lacune in het vangnet en een zeer groot risico voor de veiligheid van het kind. Ondanks het risico op herhaling van kindermishandeling was het voorkomen van kindermishandeling geen expliciet gezamenlijk doel van de in het gezin actieve hulpverleners. Het AMK zette het vangnet op met als expliciet doel om kindermishandeling te voorkomen. Voor de andere betrokkenen was dat echter geen expliciet doel. De medisch maatschappelijk werker maakte zich geen zorgen over een eventuele herhaling en zette in op rouwverwerking, hoewel zij de risico-inschatting van het AMK kende. De gespecialiseerde gezinsverzorging was als enige werkzaam binnen het gezin maar merkte het gezin niet als een hoog-risico gezin aan op grond van de informatie van de medisch maatschappelijk werker. De particuliere therapeute was er uitsluitend voor de rouwverwerking. De reclassering was op de hoogte van de juiste toedracht van het overlijden van het eerste kind, maar deze was zoals eerder aangegeven niet aan het werk gegaan. Ondanks het risico op herhaling van kindermishandeling in dit gezin was de samenwerking onvoldoende intensief. Verschillende instanties opereerden alleen in het gezin of met leden van het gezin. Deze instanties waren geen onderdeel van het vangnet en met hen werd ook niet als zodanig samengewerkt. De huisarts van de moeder en de baby had wel een afschrift ontvangen van de brief van het AMK, maar werd daarin niet als expliciet onderdeel van het vangnet genoemd. Toen het AMK na de geboorte van de baby het vangnet ging controleren, werd er ook geen contact opgenomen met de huisarts. Met de huisarts en de bedrijfsarts van de vader had het AMK wel voor de geboorte van de baby contact gehad, maar zij hadden geen afschrift van de afsluitende brief van het AMK ontvangen. De gespecialiseerde gezinszorg opereerde in samenwerking met het medisch maatschappelijk werk. Het medisch maatschappelijk werk stopte na enkele maanden met de coördinatie van de zorg rond de baby, zonder zich te vergewissen of de rest van het vangnet dat was opgezet wel functioneerde. Het AMK trok zich terug en nam na de geboorte alleen nog de rol op om telefonisch te controleren of het vangnet functioneerde zoals het bedoeld was, zonder daar verder consequenties aan te verbinden. 13

14 Diverse instanties die bij het gezin betrokken waren, wisten niets van de reeds in gang gezette zorg of het netwerk van zorgverlening rondom het kind en het gezin en konden daarin niet samenwerken. De huisartsenpost en het consultatiebureau waren niet bekend met het risico van kindermishandeling in het gezin en met het bestaan van een vangnet. Zij waren dus niet extra alert en werkten daarom niet samen met de anderen. 14

15 3. Aanbevelingen Uit de conclusies volgen aanbevelingen om het signaleren van kindermishandeling en het handelen om risico s op kindermishandeling te verminderen en te verbeteren: Voor alle partijen die te maken hebben met een gezin waarin een groot risico op kindermishandeling bestaat, dient de veiligheid van het kind expliciet de centrale doelstelling te zijn. En alle partijen dienen daarnaar te handelen. Daarbij moet een coördinator aangewezen worden die ook daadwerkelijk gedurende het gehele traject de coördinatie uitvoert, voldoende kennis heeft en die zelf in het gezin intervenieert indien nodig. Ministerie voor Jeugd en Gezin: Zorg dat de wetgeving met betrekking tot de coördinatie van hulp in situaties van meerdere hulpverleners uit verschillende sectoren helder is. Pas de wetgeving aan zodat duidelijk is wie de coordinatie over het totaal op zich moet nemen. Ministerie van Justitie: Zorg dat het Openbaar Ministerie altijd een persoonlijkheidsonderzoek gelast van de ouder wanneer vast is komen te staan dat een ouder een kind zodanig heeft mishandeld dat dit ernstig letsel of de dood ten gevolge heeft gehad. MO groep: Zorg dat het protocol van het AMK zodanig wordt aangepast dat daarin wordt opgenomen dat wanneer het AMK een groot risico op kindermishandeling inschat en daarbij meerdere hulpverleners inzet, hierbij altijd een startbijeenkomst met alle betrokken hulpverleners samen is. Ook evaluaties en de afsluiting dienen met alle betrokken hulpverleners samen te worden gedaan. Zorg dat het protocol kindermishandeling niet alleen volstrekt duidelijk aangeeft wie de coördinatie over het geheel moet hebben maar ook dat coördinatie actief en handelend optreden inhoudt. Bij een vermoeden van kindermishandeling moet het belang van het kind voorop staan. Wanneer het belang van het kind niet overeen komt met het belang van de ouders, gaat het belang van het kind voor. Naast deze algemene aanbevelingen hebben verschillende zorgverleners de voor hen afzonderlijk geldende aanbevelingen en maatregelen ontvangen en is in sommige gevallen een plan van aanpak voor verbetering gevraagd. 15

16 16

Rapport Baby Josephlaan

Rapport Baby Josephlaan Rapport Baby Josephlaan Inspectie jeugdzorg Utrecht, december 2008 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Inleiding...5 1.1 Aanleiding...5 1.2 Onderzoek naar de casus...5 1.3 Onderzoeksbronnen...5

Nadere informatie

DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND

DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND Een no-nonsense benadering vormgegeven door gedreven en erkende professionals DIRECT, DICHTBIJ EN DOELTREFFEND Hoofdlocatie: Oostwaarts 5 E,2711 BA Zoetermeer Telefoonnummer:

Nadere informatie

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde Samenvatting van de JGZ Richtlijn secundaire preventie kindermishandeling. Handelen bij een vermoeden van kindermishandeling Samenvatting voor het management Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen,

Nadere informatie

Jeugd, Gezin en Zeden

Jeugd, Gezin en Zeden Jeugd, Gezin en Zeden Presentatie LOCK Wie ben ik? 30 september 2015 Landelijk Officier van Justitie HG en Zeden Vergroten van veiligheid en veerkracht Veiligheid voorop Voorkomen verdere beschadiging

Nadere informatie

Signaleren en dan? De samenwerking tussen gezondheidszorg en jeugdzorg bij zorg/risico-zwangeren. Roermond, 3 september

Signaleren en dan? De samenwerking tussen gezondheidszorg en jeugdzorg bij zorg/risico-zwangeren. Roermond, 3 september Signaleren en dan? De samenwerking tussen gezondheidszorg en jeugdzorg bij zorg/risico-zwangeren Roermond, 3 september Mevr. N. Coebergh, vertrouwensarts AMK Limburg Dhr. H. Haanstra, kinderarts Maasziekenhuis

Nadere informatie

PROTOCOL SIGNALEREN EN MELDEN MISHANDELING/MISBRUIK/VERWAARLOZING. Smidserweg 4 6419 CP Heerlen Telefoon 045-5741409

PROTOCOL SIGNALEREN EN MELDEN MISHANDELING/MISBRUIK/VERWAARLOZING. Smidserweg 4 6419 CP Heerlen Telefoon 045-5741409 CATHARINASCHOOL (V.)S.O. voor Z.M.L.K. PROTOCOL SIGNALEREN EN MELDEN MISHANDELING/MISBRUIK/VERWAARLOZING Smidserweg 4 6419 CP Heerlen Telefoon 045-5741409 1 Je hebt een vermoeden van kindermishandeling

Nadere informatie

Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld

Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld Zorgroutes interne en externe zorgstructuur in basisscholen 23 juni 2014 1 Inhoud INLEIDING... 3 MELDCODE KINDERMISHANDELING EN HUISELIJK GEWELD... 3 CRITERIA

Nadere informatie

Onderzoek door IJZ, IGZ en ISt naar casus kindermishandeling Deelrapport reclassering. Inspectierapport. Inspectie voor de Sanctietoepassing

Onderzoek door IJZ, IGZ en ISt naar casus kindermishandeling Deelrapport reclassering. Inspectierapport. Inspectie voor de Sanctietoepassing Ministerie van Justitie Onderzoek door IJZ, IGZ en ISt naar casus kindermishandeling Deelrapport reclassering Inspectierapport Oktober 2006 Ministerie van Justitie a Onderzoek door IGZ, IJZ en ISt naar

Nadere informatie

Logopedie en Kindermishandeling. Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan

Logopedie en Kindermishandeling. Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan Logopedie en Kindermishandeling Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) Juni 2009 Inleiding Omgaan met (vermoedens van) kindermishandeling

Nadere informatie

NB: Uit deze omschrijving kan worden afgeleid dat onder kindermishandeling ook ernstige verwaarlozing valt.

NB: Uit deze omschrijving kan worden afgeleid dat onder kindermishandeling ook ernstige verwaarlozing valt. Inleiding Dit protocol beschrijft de stappen die een medewerker in de vrouwenopvang behoort te zetten bij (vermoedens van) kindermishandeling van kinderen van cliënten die verblijven in de vrouwenopvang.

Nadere informatie

Brede zorgcoördinatie noodzakelijk Onderzoek naar de hulpverlening rond het meisje Gessica

Brede zorgcoördinatie noodzakelijk Onderzoek naar de hulpverlening rond het meisje Gessica Brede zorgcoördinatie noodzakelijk Onderzoek naar de hulpverlening rond het meisje Gessica Inspectie voor de Gezondheidszorg Inspectie van het Onderwijs Inspectie Openbare Orde en Veiligheid Inspectie

Nadere informatie

MIP staat voor Meldingen Incidenten Patiëntenzorg. Van die dingen waarvan je niet wilt dat ze gebeuren maar die desondanks toch voorkomen.

MIP staat voor Meldingen Incidenten Patiëntenzorg. Van die dingen waarvan je niet wilt dat ze gebeuren maar die desondanks toch voorkomen. Algemene inleiding Een onderdeel van de gezondheidswet is dat er uitvoering gegeven moet worden aan de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg. Hiervoor heeft Schouder

Nadere informatie

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld Op de Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld in de huisartsenzorg De aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld is een complex thema. Omdat het gaat om een kwetsbare groep patiënten en ingewikkelde

Nadere informatie

Ervaringen van een RAAK-regio

Ervaringen van een RAAK-regio Ervaringen van een RAAK-regio Zaanstreek Waterland Voorgeschiedenis In Zaanstreek Waterland: - een sterke traditie van samenwerking tussen welzijnsorganisaties, jeugdzorginstellingen, jeugdgezondheidszorg

Nadere informatie

Strafrecht in de zorg / Preventie

Strafrecht in de zorg / Preventie Strafrecht in de zorg / Preventie 7 oktober 2013 Mr. Marcel Smit en mr. Tina Sandrk Onderwerpen Inleiding Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) Openbaar Ministerie (OM) Gegevensuitwisseling IGZ en OM

Nadere informatie

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid. Deelrapportage MAASMEISJE

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid. Deelrapportage MAASMEISJE Inspectie Openbare Orde en Veiligheid Deelrapportage MAASMEISJE Mei 2007 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Het deelonderzoek 4 2.1 Doelstelling deelonderzoek Inspectie OOV 4 2.2 Vigerend beleid 4 3. Bevindingen

Nadere informatie

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor! Directe Hulp bij Huiselijk Geweld U staat er niet alleen voor! U krijgt hulp Wat nu? U bent in contact geweest met de politie of u heeft zelf om hulp gevraagd. Daarom krijgt u nu Directe Hulp bij Huiselijk

Nadere informatie

secundaire preventie kindermishandeling

secundaire preventie kindermishandeling Bijlage 2 Meldcodes van VWS/NIZW 1 en KNMG De samenvattingen van de meldcode kindermishandeling van VWS/NIZW en van de KNMG zijn beide in deze bijlage afgedrukt. In beide meldcodes worden de stappen van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Schedeldoekshaven

Nadere informatie

STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO

STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO INTERNE WERKWIJZE SBPE MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING juli 2014 Inhoud MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING... 3 1. ALGEMEEN...

Nadere informatie

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Inleiding De veiligheid van het kind is een van de belangrijkste

Nadere informatie

Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag, 2007-05-IGZ IGZ-loket 088 120 5000 22 november 2007

Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag, 2007-05-IGZ IGZ-loket 088 120 5000 22 november 2007 Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag Postadres Postbus 16119 2500 BC Den Haag Telefoon (070) 340 79 11 Telefax (070) 340 51 40 www.igz.nl Internet Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer

Nadere informatie

Als de Raad u om informatie vraagt

Als de Raad u om informatie vraagt Als de Raad u om informatie vraagt Inhoud 3 > Als de Raad u om informatie vraagt 5 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Onderzoek door de Raad 7 > Uw medewerking is belangrijk 8 > Uw medewerking bij

Nadere informatie

Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort

Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort Aanpak huiselijk geweld centrumgemeentegebied Amersfoort De bestrijding van huiselijk geweld is een van de taken van gemeenten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO, nu nog prestatieveld

Nadere informatie

INFORMATIE VERWIJSINDEX RISICOJONGEREN. Dit memo bevat inhoudelijke informatie. De procesaanpak wordt toegelicht in de presentatie

INFORMATIE VERWIJSINDEX RISICOJONGEREN. Dit memo bevat inhoudelijke informatie. De procesaanpak wordt toegelicht in de presentatie INFORMATIE VERWIJSINDEX RISICOJONGEREN Dit memo bevat inhoudelijke informatie. De procesaanpak wordt toegelicht in de presentatie ACHTERGRONDINFORMATIE COMMISSIE SOCIALE INFRASTRUCTUUR 15 MEI 2008 1. Inleiding

Nadere informatie

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK Een onmisbare handleiding voor eerstelijnspraktijken die de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling gaan implementeren. 4 INTRODUCTIE DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK 6 8 12

Nadere informatie

Wat te doen bij kindermishandeling en/of huiselijk geweld

Wat te doen bij kindermishandeling en/of huiselijk geweld Wat te doen bij kindermishandeling en/of huiselijk geweld Als er binnen Stad & Esch een vermoeden bestaat van kindermishandeling en/of huiselijk geweld, dan zal Stad & Esch handelen in de volgende stappen:

Nadere informatie

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Onderzoek Advies- en Meldpunt Kinderbescherming

Versie 1.0 19 april 2005. Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Onderzoek Advies- en Meldpunt Kinderbescherming Versie 1.0 19 april 2005 Cliëntroute Bureau Jeugdzorg Onderzoek Advies- en Meldpunt Kinderbescherming Inleiding Vanaf 1 januari 2005 zijn de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) een onderdeel

Nadere informatie

Zorgen voor de veiligheid van pleegkinderen: Hertoets bij Pactum

Zorgen voor de veiligheid van pleegkinderen: Hertoets bij Pactum Zorgen voor de veiligheid van pleegkinderen: Hertoets bij Pactum Inspectie jeugdzorg Utrecht, januari 2010 2 Inspectie jeugdzorg p~ãéåî~ííáåö= Naar aanleiding van de uitkomsten van een eerder pleegzorgonderzoek

Nadere informatie

Richtlijn Kindermishandeling (2016)

Richtlijn Kindermishandeling (2016) Richtlijn Kindermishandeling (2016) Onderbouwing De informatie en aanbevelingen in dit thema zijn gebaseerd op het Standpunt Bereik van de Jeugdgezondheidszorg van het RIVM (Dunnink, 2010), aangevuld met

Nadere informatie

Rapport. Een onderzoek naar de wijze waarop Bureau Jeugdzorg Drenthe een. zorgmelding heeft behandeld. 20 140 128 d e Natio nale o mb ud sman 1/7

Rapport. Een onderzoek naar de wijze waarop Bureau Jeugdzorg Drenthe een. zorgmelding heeft behandeld. 20 140 128 d e Natio nale o mb ud sman 1/7 Rapport Een onderzoek naar de wijze waarop Bureau Jeugdzorg Drenthe een zorgmelding heeft behandeld. 20 140 128 d e Natio nale o mb ud sman 1/7 Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman

Nadere informatie

STEVIG FUNDAMENT VOOR JEUGDZORG

STEVIG FUNDAMENT VOOR JEUGDZORG STEVIG FUNDAMENT VOOR JEUGDZORG ONZE MISSIE EN VISIE ONZE INZET Onze missie Wij beschermen in hun ontwikkeling bedreigde kinderen en zorgen ervoor dat zij de juiste zorg krijgen. Onze visie Wij komen in

Nadere informatie

Onderzoek Maasmeisje. Rapport Bureau Jeugdzorg Rotterdam

Onderzoek Maasmeisje. Rapport Bureau Jeugdzorg Rotterdam Onderzoek Maasmeisje Rapport Bureau Jeugdzorg Rotterdam Inspectie jeugdzorg Openbaar rapport april 2007 2 Inhoudsopgave Inleiding... 5 Hoofdstuk 1 BJZ AMK... 7 1.1 Toetsingskader... 7 1.2 Bevindingen primair

Nadere informatie

Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling

Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Uitgave van het Centrum voor Jeugd en Gezin Opsterland. Bij het samenstellen van deze uitgave is gebruik gemaakt van Samenwerken in

Nadere informatie

Vervolgonderzoek AMK Utrecht

Vervolgonderzoek AMK Utrecht Vervolgonderzoek AMK Utrecht Inspectie jeugdzorg februari 2007 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Samenvatting... 5 Hoofdstuk 1... 7 1.1 Aanleiding... 7 1.2 Centrale onderzoeksvraag... 7 1.3 Toetsingskader...

Nadere informatie

Annet Kramer Inzet van het strafrecht bij kindermishandeling

Annet Kramer Inzet van het strafrecht bij kindermishandeling Annet Kramer Inzet van het strafrecht bij kindermishandeling Debat Kiezen voor kinderen 26 september 2013 De Balie wie ben ik en waarom sta ik hier? Annet Kramer Landelijk parket, cluster kinderporno en

Nadere informatie

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden T.a.v. directie Postbus 5364 6802 EJ Arnhem Datum 12 augustus 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk Datum: 14 april 2011 Status: Definitief Versie: 1.0 Meldcode huiselijk Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Meldcode... 4 2. Stappenplan bij signalen van huiselijk... 6 Stap 1: In kaart

Nadere informatie

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014 Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014 Dit calamiteitenprotocol Wmo/Jeugdwet bevat proces- en communicatieafspraken wanneer zich een calamiteit of geweldsincident voordoet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 279 Zorg rond zwangerschap en geboorte Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

AANGETEKEND. Melius Zorg B.V. T.a.v. Terwestenpad BD S GRAVENHAGE

AANGETEKEND. Melius Zorg B.V. T.a.v. Terwestenpad BD S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 483 3500 AL Utrecht AANGETEKEND Melius Zorg B.V. T.a.v. Terwestenpad 11 2525 BD S GRAVENHAGE Bezoekadres: Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht T 088 370 02 30 www.inspectiejeugdzorg.nl

Nadere informatie

Consult bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling Informatiefolder voor ouders

Consult bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling Informatiefolder voor ouders Consult bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling Informatiefolder voor ouders Geachte ouder(s), U ontvangt deze brochure omdat u binnenkort een afspraak heeft op één van de Poliklinieken

Nadere informatie

Zorgcoördinatie door de Jeugdgezondheidszorg. Paul van der Velpen Directeur GGD Hart voor Brabant

Zorgcoördinatie door de Jeugdgezondheidszorg. Paul van der Velpen Directeur GGD Hart voor Brabant Zorgcoördinatie door de Jeugdgezondheidszorg Paul van der Velpen Directeur GGD Hart voor Brabant Definitie - Taakverdeling - Opschaling - Combinatie van taken - Taken en prestaties - Randvoorwaarden Zorgcoördinatie

Nadere informatie

Zorgverlening door Jeugdgezondheidszorg, GGZ en huisartsen aan Gessica vanuit het perspectief van een veilige ontwikkeling van het kind

Zorgverlening door Jeugdgezondheidszorg, GGZ en huisartsen aan Gessica vanuit het perspectief van een veilige ontwikkeling van het kind Zorgverlening door Jeugdgezondheidszorg, GGZ en huisartsen aan Gessica vanuit het perspectief van een veilige ontwikkeling van het kind Verdiepingsrapport IGZ Den Haag, augustus 2007 2 INSPECTIE VOOR DE

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Datum vaststelling : 12-11-2007 Eigenaar : Beleidsmedewerker Vastgesteld door : MT Datum aanpassingen aan : 20-01-2015 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Doel meldcode Begeleiders een stappenplan

Nadere informatie

Procedure Klachtmeldingen

Procedure Klachtmeldingen Afdeling Inspectie Gezondheidszorg Procedure Klachtmeldingen Klachtmeldingen over de gezondheidszorg door burgers Versie 1 september 2012 NO. VERVOLGBLAD: 2 Voorwoord De Inspectie voor de Volksgezondheid

Nadere informatie

Locatie Leeuwarden. E-mail: noord.leeuwarden@rvdk.minjus.nl. 1 van 5. Ministerie van Justitie. Locatie Leeuwarden

Locatie Leeuwarden. E-mail: noord.leeuwarden@rvdk.minjus.nl. 1 van 5. Ministerie van Justitie. Locatie Leeuwarden Ministerie van Justitie Raad voor de Kinderbescherming Locatie Leeuwarden E-mail: noord.leeuwarden@rvdk.minjus.nl Locatie Leeuwarden Lange Marktstraat 5 Postbus 2203 8901 JE Leeuwarden Telefoon: 058-2343333

Nadere informatie

Voor iedereen die beroepshalve met kinderen te maken heeft INFORMATIE

Voor iedereen die beroepshalve met kinderen te maken heeft INFORMATIE Voor iedereen die beroepshalve met kinderen te maken heeft INFORMATIE Als beroepskracht krijgt u soms of regelmatig te maken met kinderen van wie van u vermoedt dat zij thuis mishandeld worden. In deze

Nadere informatie

Ouderproblematiek & kinderen. Eva Hoytema van Konijnenburg

Ouderproblematiek & kinderen. Eva Hoytema van Konijnenburg Ouderproblematiek & kinderen Eva Hoytema van Konijnenburg Casus 1 U bent ambulancemedewerker en komt s avonds bij een man van 52 in verband met pijn op de borst. U gaat aan het werk en besluit de man mee

Nadere informatie

29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005

29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005 vra2005vws-10 29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2005

Nadere informatie

Landelijke studiedag Transparantie (L)VG- en Jeugdzorg 8 februari 2006 speech Joke de Vries

Landelijke studiedag Transparantie (L)VG- en Jeugdzorg 8 februari 2006 speech Joke de Vries Landelijke studiedag Transparantie (L)VG- en Jeugdzorg 8 februari 2006 speech Joke de Vries Dames en heren: Ik kan het niet vaak genoeg zeggen maar bij de inspectie jeugdzorg staat de veiligheid van het

Nadere informatie

Handleiding informatie uitwisseling tussen (G)GZ, AMK, Bureau Jeugdzorg en Raad

Handleiding informatie uitwisseling tussen (G)GZ, AMK, Bureau Jeugdzorg en Raad Handleiding informatie uitwisseling tussen (G)GZ, AMK, Bureau Jeugdzorg en Raad Deze Handleiding is gebaseerd op het model Samenwerkingsafspraken informatie uitwisseling tussen (G)GZ en AMK, Bureau Jeugdzorg

Nadere informatie

Calamiteitenprotocol instellingen Wmo, gemeenten in de regio Eemland

Calamiteitenprotocol instellingen Wmo, gemeenten in de regio Eemland Calamiteitenprotocol instellingen Wmo, gemeenten in de regio Eemland Inleiding Calamiteiten bij zorg en ondersteuning kunnen helaas niet altijd voorkomen worden. Ze hebben een grote impact op betrokkenen

Nadere informatie

De bruikbaarheid van adviezen en consulten van het AMK

De bruikbaarheid van adviezen en consulten van het AMK De bruikbaarheid van adviezen en consulten van het AMK Het landelijk beeld naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling Inspectie Jeugdzorg Utrecht,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012

Rapport. Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012 Rapport Datum: 25 januari 2007 Rapportnummer: 2007/012 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Instituut Zorgverzekering Ambtenaren Nederland (verder te noemen: IZA) hem voorafgaand aan de behandeling

Nadere informatie

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel De categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM) omvat 70 veilige opvangplekken en is in

Nadere informatie

Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Stichting Werkplaats Kindergemeenschap. Voortgezet Onderwijs

Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Stichting Werkplaats Kindergemeenschap. Voortgezet Onderwijs Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Stichting Werkplaats Kindergemeenschap Voortgezet Onderwijs Stichting Werkplaats Kindergemeenschap 2013 Inleiding Het opstellen van deze meldcode vloeit

Nadere informatie

Informatie over een jaaropgave Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Marktplein Centrum

Informatie over een jaaropgave Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Marktplein Centrum Rapport Gemeentelijke Ombudsman Informatie over een jaaropgave Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Marktplein Centrum 12 september 2007 RA0713989 Samenvatting Een man krijgt van de Dienst Werk en

Nadere informatie

Klachtencommissie Huisartsenzorg Midden-Nederland Uitspraak

Klachtencommissie Huisartsenzorg Midden-Nederland Uitspraak Klachtencommissie Huisartsenzorg Midden-Nederland Uitspraak Kern: de huisarts als informant voor het AMK (advies- en meldpunt kindermishandeling) Klaagster neemt het de huisarts kwalijk dat zij informatie

Nadere informatie

Letseldiagnostiek bij kinderen

Letseldiagnostiek bij kinderen Letseldiagnostiek bij kinderen Informatie voor verwijzers Letseldiagnostiek bij kinderen De Forensische Polikliniek Kindermishandeling (FPKM) verricht letseldiagnostiek bij 0- tot 18-jarigen. Dit gebeurt

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/175

Rapport. Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/175 Rapport Datum: 22 augustus 2007 Rapportnummer: 2007/175 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat ambtenaren van het regionale politiekorps Limburg-Noord: - niet hebben gereageerd op een melding van verzoekers

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het Advies en Meldpunt Kindermishandeling van het Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland. Datum: 31 mei 2011

Rapport. Rapport over een klacht over het Advies en Meldpunt Kindermishandeling van het Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland. Datum: 31 mei 2011 Rapport Rapport over een klacht over het Advies en Meldpunt Kindermishandeling van het Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland. Datum: 31 mei 2011 Rapportnummer: 2012/090 2 Klacht Verzoeker heeft al lange tijd zorgen

Nadere informatie

Toetsingskader Nieuwe toetreders jeugdhulp

Toetsingskader Nieuwe toetreders jeugdhulp Toetsingskader Nieuwe toetreders jeugdhulp Utrecht, november 2015 Dit is een uitgave van: Inspectie Jeugdzorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie

Nadere informatie

Ambtsinstructie voor de leerplichtambtenaar Gemeente Nieuwegein 2013, wijzigingsbesluit. Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein;

Ambtsinstructie voor de leerplichtambtenaar Gemeente Nieuwegein 2013, wijzigingsbesluit. Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein; GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Nieuwegein. Nr. 132680 28 september 2016 Ambtsinstructie voor de leerplichtambtenaar Gemeente Nieuwegein 2013, wijzigingsbesluit Het college van burgemeester

Nadere informatie

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling Zorg en Welzijn Nederland B.V. staat garant voor integer en respectvol handelen. Dit geld voor cliënten als mede ook voor onze begeleiders. Derhalve worden

Nadere informatie

ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT

ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT 2008009130 HOLLAND IJ is ' AANDACHT ONDERSTEUNING BESCHERMING TOEZICHT bij Problemen rond OPGROEIEN EN OPVOEDING NOORD-HOLLAHO BUREAU JEUGDZORG HEEFT 5 SECTOREN Lokaal Jeugdbeleid Jeugdhulpverlening Advies-

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Rapport. Datum: Rapportnummer: 2011/

Rapport. Datum: Rapportnummer: 2011/ Rapport Rapport betreffende een klacht over de Inspectie voor de gezondheidszorg Bestuursorgaan: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te den Haag Datum: Rapportnummer: 2011/ 2 Klacht Verzoekers

Nadere informatie

MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina 1. Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling

MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina 1. Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina 1 Samenwerken in de jeugdketen Een instrument voor gegevensuitwisseling Versie 1.0 voorjaar 2011 MinVWS_instrument_jeugdzorg_wt 19-4-2011 16:33 Pagina

Nadere informatie

Inzet FME voor Kinderen - Procesplaten. April 2014 Geaccordeerd advies van de werkgroep Beter benutten forensisch medische expertise voor kinderen

Inzet FME voor Kinderen - Procesplaten. April 2014 Geaccordeerd advies van de werkgroep Beter benutten forensisch medische expertise voor kinderen FME voor Kinderen - Procesplaten April 2014 Geaccordeerd advies van de werkgroep Beter benutten forensisch medische expertise voor kinderen Keten van s bij vermoeden van kindermishandeling bij onverklaard

Nadere informatie

[MELDCODE HG/KM MINTERS] december 2016

[MELDCODE HG/KM MINTERS] december 2016 2016 december 2016 [MELDCODE HG/KM MINTERS] [Voor een zorgvuldige afhandeling van (signalen van) vermoedens van Huiselijk geweld en Kindermishandeling heeft Minters een interne Meldcode opgesteld ] 1.

Nadere informatie

Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg

Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Zorgen voor het bedreigde kind Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2006 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Samenvatting...

Nadere informatie

Doelstelling Dit protocol heeft een optimale uitkomst van de zwangerschap en baring tot doel en substitutie van 2 de naar 1 ste lijns zorg

Doelstelling Dit protocol heeft een optimale uitkomst van de zwangerschap en baring tot doel en substitutie van 2 de naar 1 ste lijns zorg Sociaal Economische Problematiek Samengesteld door K. Aarts, E. Lemmens, C. Mulkens, C. Peters, J. ten Thije, D. Wollaert, M. Wassen, R. Aardenburg d.d. 18 mei 2015 Geldigheidsduur protocol: 4 jaar Inleiding

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2551 XP Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling Doel Alertheid bij alle medewerkers van de HOED op signalen van kindermishandeling en (huiselijk) geweld. Tevens mogelijkheid tot effectief reageren op deze

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

TWB Thuiszorg met aandacht T.a.v. de Raad van bestuur Postbus BC Roosendaal

TWB Thuiszorg met aandacht T.a.v. de Raad van bestuur Postbus BC Roosendaal > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam TWB Thuiszorg met aandacht T.a.v. de Raad van bestuur Postbus 1116 4700 BC Roosendaal Programma Publieke gezondheid Kabelweg 79-81 Amsterdam Postbus 20584

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/334

Rapport. Datum: 24 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/334 Rapport Datum: 24 oktober 2001 Rapportnummer: 2001/334 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de Stichting Jeugd en Gezin Flevoland, na een gesprek met haar te hebben gevoerd op 18 november 2000, onvoldoende

Nadere informatie

José Valks-Smits, vertrouwensarts Veilig Thuis

José Valks-Smits, vertrouwensarts Veilig Thuis José Valks-Smits, vertrouwensarts Veilig Thuis Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) + Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) = Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling : AMHK Voor alle

Nadere informatie

Verslag zwangerschapsafbreking na 24 weken. Zwangerschapsduur weken dagen ten tijde van de bevalling

Verslag zwangerschapsafbreking na 24 weken. Zwangerschapsduur weken dagen ten tijde van de bevalling Patiëntnummer: Gegevens eindverantwoordelijke arts:* Achternaam: Voorletter(s): Functie: Gynaecoloog Handtekening Datum / / 200. Geboortedatum: / / eindverantwoordelijke arts * Artsen die betrokken zijn

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 4 oktober 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 4 oktober 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

Dochter xxx is sinds 20 augustus 2007 geplaatst op een speelzaalvestiging van organisatie.

Dochter xxx is sinds 20 augustus 2007 geplaatst op een speelzaalvestiging van organisatie. 08-100 Melding AMK 2008 Opvangvorm organisatie met meer kinderopvangvormen Betreft interne klachtenbehandeling Inleiding 1. De klacht Ouders/verzorgers klagen erover dat de organisatie op 10 november 2008

Nadere informatie

Protocol meldcode. Huiselijk geweld en kindermishandeling. OBS Prins Claus

Protocol meldcode. Huiselijk geweld en kindermishandeling. OBS Prins Claus Protocol meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling OBS Prins Claus Linschoten januari 2016 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 Leerkrachten... 3 Intern begeleider/directrice... 3 Verwijsindex...

Nadere informatie

Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdbescherming. Mathilde Roubos Anjo Mangelaars

Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdbescherming. Mathilde Roubos Anjo Mangelaars Bureau Jeugdzorg afdeling Jeugdbescherming Mathilde Roubos Anjo Mangelaars Vrijwillig kader Gedwongen kader Bureau Jeugdzorg Toegang AMK Jeugdbescherming Jeugdreclassering CIT Voorlopige Ondertoezichtstelling

Nadere informatie

Versie 26april 2016 (EvA/BC/2016/FAQ-list)

Versie 26april 2016 (EvA/BC/2016/FAQ-list) Veelgestelde vragen Jeugdgezondheidszorg In deze lijst met veelgestelde vragen vindt u antwoorden op vragen rondom privacy, inzage van dossiers, etc. Staat uw vraag er niet tussen of zijn de antwoorden

Nadere informatie

Veilig Thuis Noord en Oost Gelderland

Veilig Thuis Noord en Oost Gelderland Veilig Thuis Noord en Oost Gelderland Lia Jak, arts M&G Vertrouwensarts VT NOG Disclosure belangenverstrengeling voor de sprekers van de AZO scholingsavond (potentiële) belangenverstrengeling Geen Disclosure

Nadere informatie

Kindermishandeling. Voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactievan fysieke, psychische of seksuele aard,

Kindermishandeling. Voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactievan fysieke, psychische of seksuele aard, Presentatie Kindermishandeling Is elke vorm van: Voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactievan fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie

Nadere informatie

Sociaal Calamiteitenprotocol versie voor aanbieders

Sociaal Calamiteitenprotocol versie voor aanbieders Sociaal Calamiteitenprotocol versie voor aanbieders Gecoördineerde afstemming communicatie bij sociale calamiteiten Inleiding Sinds de transitie van WMO-voorzieningen en jeugdzorg is de gemeente verantwoordelijk

Nadere informatie

Stappenschema 1: De vraagouder heeft een vermoeden dat het kind in het gastgezin wordt mishandeld

Stappenschema 1: De vraagouder heeft een vermoeden dat het kind in het gastgezin wordt mishandeld Stappenschema 1: De vraagouder heeft een vermoeden dat het kind in het gastgezin wordt mishandeld Fase 1: De vraagouder heeft een vermoeden De vraagouder legt de waarnemingen( eventueel) aan de gastouder

Nadere informatie

Obductie Informatie voor nabestaanden

Obductie Informatie voor nabestaanden 00 Obductie Informatie voor nabestaanden 1 Inleiding U heeft deze folder gekregen omdat uw echtgenoot, familielid of dierbare is overleden. De behandelend arts heeft u gevraagd of obductie gedaan mag worden.

Nadere informatie

Vérian T.a.v. de Raad van bestuur Postbus BG Apeldoorn

Vérian T.a.v. de Raad van bestuur Postbus BG Apeldoorn > Retouradres Postbus 20584 1001 NN Amsterdam Vérian T.a.v. de Raad van bestuur Postbus 1032 7301 BG Apeldoorn Datum 7 augustus 2014 Onderwerp vastgesteld rapport toezichtonderzoek Jeugdgezondheidszorg

Nadere informatie

Lijst van vragen - totaal

Lijst van vragen - totaal Lijst van vragen - totaal Kamerstuknummer : 33149-30 Vragen aan Commissie : Regering : Volksgezondheid, Welzijn en Sport 33 149 Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld------------------

Nadere informatie

Protocol Meldcode bij vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld (KDV/BSO)

Protocol Meldcode bij vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld (KDV/BSO) Protocol Meldcode bij vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld (KDV/BSO) Relatie ander beleid: Zorgkinderen Protocol seksueel misbruik door mdw Route bij grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen

Nadere informatie

Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling

Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling Versie februari 2012 Je huilde Logisch, je was nog zo klein En wat kon je anders Wanneer er niemand voor je kon zijn? Ik heb het geprobeerd Maar ik was

Nadere informatie

VERTROUWENSPERSOON. z.v.v. Blauw Wit 66

VERTROUWENSPERSOON. z.v.v. Blauw Wit 66 VERTROUWENSPERSOON z.v.v. Blauw Wit 66 Februari 2015 1 Inhoud 1. Doel en aanpak pag. 3 2. Regelement vertrouwenspersoon pag. 5 Vastgesteld door het bestuur d.d. 2 februari 2015 - Holten 2 De vertrouwenspersoon

Nadere informatie

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173 Inhoud Inleiding 7 Deel 1: Theorie 1. Kindermishandeling in het kort 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Aard en omvang 13 1.3 Het ontstaan van mishandeling en verwaarlozing 18 1.4 Gevolgen van kindermishandeling

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/242 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, regio Zuid te Eindhoven hem niet heeft geïnformeerd over het positieve

Nadere informatie