Beleving, Beleving, Beleving! Onderzoek naar de aanwezigheid van betekenisvolle beleving bij kantoorgebouwen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Beleving, Beleving, Beleving! Onderzoek naar de aanwezigheid van betekenisvolle beleving bij kantoorgebouwen."

Transcriptie

1 Beleving, Beleving, Beleving! Onderzoek naar de aanwezigheid van betekenisvolle beleving bij kantoorgebouwen. Auteur: ing. M.H. van den Heuvel Senior Leasing Officer Benelux Prologis Benelux Gustav Mahlerplein MS Amsterdam Amsterdam School of Real Estate Master of Studies in Real Eastate (MSRE) 1 ste begeleider: drs. W.J. (Wim) van der Post 2 de begeleider: drs. M.M.H.M. (Maarten) Donkers

2 ii Voorwoord Het initiële idee was een onderzoek naar de invloed van beleving op de waarde van een kantoorgebouw. Een vergelijkbaar onderzoek voor winkelcentra is uitgevoerd door Vink (2012). De literatuur doornemend kwam ik echter al snel tot de conclusie dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar beleving in kantoren. De ambitie om een uitspraak te doen over de invloed van beleving op de waarde van kantoorgebouwen heb ik dus snel moeten bijstellen. First things first! Literatuur op het gebied van beleving en beleving in relatie tot verschillende vastgoedcategorieën, doet mij vermoeden dat beleving ook een grote rol gaat spelen (of speelt) binnen kantoorgebouwen. Veel vastgoedeigenaren richten zich steeds meer op de gebruiker in plaatst van alleen het (technisch) vastgoed. Een kreet als hospitality maar ook het aanbieden van voorzieningen zoals informele ontmoetingsplekken in de vorm van een huiskamerachtige omgeving of gezellige koffiecorners met lounge plekken, zijn de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Dit heeft veel weg van de trends in bijvoorbeeld winkelcentra. Vastgoedeigenaren van winkelcentra zijn al langer bekend met het fenomeen beleving en beleving maakt bij hen dan ook onderdeel uit van de benadering van het vastgoed. Ik ben benieuwd of dit ook geldt voor kantoorgebouwen en de manier waarop invulling wordt gegeven aan beleving in kantoorruimte. Zoals in de theorie veelvuldig terug komt, is beleving persoonlijk en derhalve altijd persoonsgebonden. Beleving is dus geheel afhankelijk van de gebruiker en de relatie die de gebruiker heeft met de betreffende omgeving. Beleving voor vastgoed gaat dus in feite in mindere mate over het vastgoed. De gebruiker van het vastgoed staat centraal, ook bij kantoorgebouwen. Zonder de hulp van alle deelnemers aan het Survey-onderzoek, de Case Studies en de expert interviews, had ik geen beschikking gehad over de data en kennis om dit onderzoek goed af te ronden. In het totaal hebben 93 personen deelgenomen aan onderliggend onderzoek en een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteit van de uitkomst. In het bijzonder wil ik Wim van der Post, afstudeerbegeleider vanuit de ASRE bedanken voor zijn optimisme en inhoudelijk kritische blik. Mijn afstudeertraject is er een geweest met vallen en opstaan, stoppen en weer beginnen en op het laatst met veel pijn en moeite over de finish. Ondanks dit heeft Wim zich altijd open en positief opgesteld en vertrouwen gehad in het eindresultaat. Wim wist op de juiste momenten de juiste vragen te stellen, was nooit te beroerd om tussentijds even een stuk door te nemen of af te spreken op de ASRE. Of het Wim zijn karakter is of zijn inzicht in mij als persoon weet ik niet, maar ik heb Wim nodig gehad om gemotiveerd te blijven. Ook wil ik Floris van den Heuvel bedanken. Floris heeft mij een spiegel voorgehouden op een manier die niemand anders kan. Hij heeft mij op een liefdevolle manier, pijnlijk geconfronteerd met de waarheid toen dit nodig was. Er is echter een persoon geweest die met mij aan deze psychologische stormbaan is begonnen en met mij de finish heeft behaald. Zonder haar was ik er niet in geslaagd de eindstreep te halen. Wij hebben elkaar voor het eerst ontmoet in de collegebanken van de ASRE en zij heeft haar scriptie eind 2012 ingeleverd en succesvol verdedigd. Mijn stroeve scriptieproces was voortdurend een onderwerp van discussie en hoewel achteraf eenvoudig te zeggen, ben ik haar daar heel dankbaar voor. Bedankt Sab. Amsterdam, maart 2015 Marijn van den Heuvel

3 iii Samenvatting Eind 2014 was de leegstand op de kantorenmarkt 16%. Van een optimaal functionerende markt is geen sprake. Tevens veranderen de wensen en behoeften van gebruikers van kantoorvastgoed. De maatschappij is meer en meer gericht op het bevredigen van psychische behoeften waarvan beleving onderdeel uitmaakt. Het is een uitdaging voor eigenaren om hun kantoorgebouwen verhuurd te krijgen en te houden. Volgens o.a. de economen Pine & Gilmore kan een product zich door middel van beleving onderscheiden van de concurrentie. Beleving creëert meerwaarde waarvoor mensen bereid zijn te betalen. Diverse onderzoeken naar de relatie van beleving met winkels en woningen, tonen aan dat beleving ook in vastgoed een belangrijke rol speelt. Opvallend genoeg is er tot op heden beperkt onderzoek uitgevoerd naar de impact van beleving op kantoren. Dit leidt tot de vraag of er een vergelijkbaar verband (beleving creëert meerwaarde waarvoor mensen bereid zijn te betalen) is waar het gaat om de effecten van beleving op kantoorgebruikers. Alvorens dit verband onderzocht kan worden, dient eerst primair inzicht verkregen te worden in de vraag of beleving voor de gebruikers een betekenisvolle factor binnen een kantoorgebouw is. Hieruit is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Is er sprake van beleving in kantoren, kan deze gecreëerd worden en welke factoren zijn van invloed op de beleving van kantoorgebruikers? Volgens Pine & Gilmore kan beleving in verschillende vormen aanwezig zijn. Deze vormen worden verdeeld in vier domeinen waarbinnen een persoon de beleving ervaart: Amusement, Leren, Ontsnapping en Esthetiek. Optimale beleving wordt verkregen indien de beleving alle vier de domeinen beslaat. De persoon heeft hierin een actieve en passieve rol waarbij hij ondergedompeld wordt en/of absorbeert. Zowel vanuit de praktijk als vanuit de theorie bekeken, is het aannemelijk dat alle vier de domeinen teruggevoerd worden naar het kantoor en de kantoorgebruiker. Indien een kantoorgebouw alle vier de domeinen beslaat, is het vanuit de theorie van Pin & Gilmore mogelijk om optimale beleving binnen een kantoorgebouw te behalen. Uit de theorie komt naar voren dat beleving in kantoren zich onderscheidt door een veranderende invulling van werktijd die steeds meer lijkt op de tijdsbesteding van consumenten van woningen en winkels. Dit maakt dat de beleving niet alleen voorbehouden is voor consumenten maar ook voor gebruikers van kantoorgebouwen in hun werktijd. Dit resulteert in de volgende hypothesen; 1. Beleving in een kantoorgebouw gaat een grote en doorslaggevende rol spelen en wordt door de gebruikers gezien als een toegevoegde waarde. 2. In toenemende mate verandert het beeld over de invulling van werken en de activiteiten die daarbij belangrijk zijn. Amusement, Ontsnapping, leren en esthetiek maken allen deel uit van werktijd.

4 iv Onderzoek Voor het kwalitatief onderzoek is de triangulatie methode gebruikt waarbij middels verschillende (methodische) invalshoeken gegevens zijn verzameld. Hierdoor is een volledig beeld van het onderwerp verkregen. Drie groepen zijn hiertoe benaderd, elk met een andere achtergrond. Dit betroffen Facilitair managers (Case Study), vastgoedprofessionals (Survey) en Specialisten (Interviews). De uitkomsten uit het onderzoek geven aan dat er sprake is van bewust gecreëerde beleving in kantoorgebouwen waaraan gebruikers meerwaarde hechten. Tevens wordt er direct of indirect voor deze beleving betaald. Als er gekeken word naar de vier domeinen, dan komt naar voren dat de domeinen Esthetiek en Leren een grote rol spelen bij het ontstaan van beleving in de huidige kantoorruimte, maar dat dit niet aantoonbaar is voor Amusement en Ontsnapping. Wel wordt geconcludeerd dat alle vier de domeinen onderdeel uitmaken van het huisvestingsconcept er daarmee een (nog)rijke(re) beleving behaald kan worden. Beleving kan vertaald worden in een concept wat toegepast kan worden in verschillende kantoorgebouwen. Beide hypothesen worden aangenomen en het antwoord op de hoofdvraag kan als volgt worden geformuleerd: Er is sprake van gecreëerde beleving in kantoorgebouwen door de vormgeving en inrichting van het gebouw evenals het voorzien in mogelijkheden tot het uitwisselen van informatie. Deze factoren kunnen samenkomen in een concept Reflectie & aanbevelingen Om de aanwezigheid van beleving verder te concretiseren is nader onderzoek nodig. Om concreter inzicht te krijgen in beleving van kantoorruimte zouden gebruikers betrokken kunnen worden bij het onderzoek of kan er gekeken worden naar succesfactoren van concepten in relatie tot beleving. Beleving is met de toegepaste methodiek niet meetbaar en er kan derhalve niets gezegd worden over de hoeveelheid van beleving bij individuele kantoorgebouwen. Aan de hand van deze methodiek is het derhalve ook niet mogelijk om de meerwaarde in de vorm van een prijs van deze beleving te bepalen. Meerdere Experts gaven aan dat Co-Creatie de volgende stap in de ontwikkeling van de kantoorhuisvesting. Om hier meer inzicht in te krijgen zou er nader onderzoek uitgevoerd moeten worden naar de manier waarop Co-creatie tot stand komt en wat de invloeden hiervan zijn op de gebruikers als mede creators van de werkomgeving. De ontwikkeling van de manier waarop gewerkt wordt heeft direct invloed op de behoefte aan huisvesting. Verandering in de verhouding tussen privé en werktijd en de invulling van beiden zijn van invloed. Blijven de huidige (traditionele) vastgoed categorieën bestaan, of krijgen we meer hybride gebouwen waarbij een strikts afbakening ontbreekt? Nader onderzoek is van belang. Nu aangetoond is dat er sprake is van beleving in kantoorgebouwen kan er aanvullend onderzoek gedaan kunnen worden naar de meerwaarde hiervan. Hoe is beleving meetbaar en welke invloed heeft beleving op de huur, de leegstand en de waarde van het gebouw?

5 v Inhoudsopgave Voorwoord... ii Samenvatting... iii Hoofdstuk 1 Onderzoeksopzet en gehanteerde methodiek Aanleiding Probleemstelling Doelstelling Vraagstelling Afbakening Onderzoeksmodel Relevantie Leeswijzer... 7 Hoofdstuk 2 Theoretisch kader; beleving Inleiding Beleving als toegevoegde waarde De maatschappelijke ontwikkeling Persoonlijke beleving Conclusie Hoofdstuk 3 Beleving & Vastgoed Inleiding Met het oog op tijdbesteding Vastgoedcategorieën en tijdsbesteding Bestaande onderzoeken vastgoed en beleving Conclusie Hoofdstuk 4 Beleving & Kantoren Inleiding Ladder van de vastgoedwaarde De piramide van vastgoed Kantoor beleving Conclusie Hypothese Hoofdstuk 5 Analyse Methodologische verantwoording Analyse onderzoek Hypothesen Hoofstuk 6 Conclusie en aanbevelingen Conclusie deelvragen Conclusie hoofdvraag Reflectie Aanbevelingen voor vervolgonderzoek Bibliografie Internetpagina s Bijlagen... 49

6 1 HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSOPZET EN GEHANTEERDE METHODIEK Dat belevenis niet een luxe speeltje blijkt te zijn, maar een onmisbaar aspect voor onze overleving. (Piët, 2003) 1.1 Aanleiding De econoom Alvin Toffler (1980) omschreef in zijn boek Future Shock drie fasen van ontwikkeling in de economie; de agrarische, de industriële en de dienstverlenende economie. Deze laatste fase is reeds sinds de jaren negentig gerealiseerd in de Westerse economieën. In de economische literatuur ontstaat steeds meer aandacht voor de gedachte dat er ook heden ten dage ontwikkelingen gaande zijn die in belangrijke mate de economie beïnvloeden, namelijk de aanwezigheid van beleving (cf. Piët, 2003; Pine en Gilmore, 2000). Een erkend voorbeeld om de potentiele waarde van beleving te illustreren zijn de producten en diensten van Apple Inc.. De producten van Apple Inc. (bijvoorbeeld computers en telefoons) verschillen qua functionele mogelijkheden beperkt van de concurrentie maar desondanks zijn deze producten over het algemeen een stuk duurder. Het verschil in prijs ten opzichte van vergelijkbare producten van concurrenten wordt deels verklaard door het feit dat de consument een sterke beleving heeft bij het merk Apple en bereid is daar (meer) voor te betalen (Vonk& Bak, 2011) De verklaring hiervoor blijft niet beperkt tot de marketing van het merk via de traditionele kanalen zoals TV en internet, maar de beleving wordt zeer breed doorgevoerd. Van de winkel tot de manier van presentatie van jaarcijfers aan toe. Ook in vastgoed speelt beleving reeds langere tijd een relevante rol. Er zijn diverse onderzoeken naar de invloed van beleving op winkelvastgoed uitgevoerd. Vink (2012) geeft bijvoorbeeld een verklaring van de invloed van de belevingskwaliteit op de economische levensvatbaarheid. Meijer (2010) beschrijft o.a. de invloed van de winkelomgeving als beïnvloedende factor op klantenbeleving bij het winkelen. Het centrale verband is helder; het ervaren van beleving kan positieve invloed hebben op het bestedingspatroon van consumenten en beïnvloed zodoende de omzet/winst van de winkelier en beïnvloed daarmee indirect de huur die de winkelier kan of wilt betalen. Een hogere huur betekent tevens een hogere waarde van het (winkel)vastgoed. Beleving is zodoende indirect van invloed op de waarde van het vastgoed. Voor woningvastgoed is tevens onderzoek gedaan naar de impact van beleving. Mensink (2008) concludeert dat belevenisconcepten binnen de huidige woningbouw meerwaarde genereren voor woonconsumenten en dat het toepassen van belevenisconcepten binnen de huidige woningbouwontwikkeling zorgt voor een waarde creatie op mentaal en monetair vlak (p. 67). Opvallend genoeg is er tot op heden beperkt wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar de impact van beleving op kantoren. Dit leidt tot de vraag of er een gelijk verband is waar het gaat om de effecten van

7 2 beleving op kantoorgebruikers. Op het eerste gezicht zijn er een aantal belangrijke verschillen tussen winkels en kantoren. Zo is winkelvastgoed gericht op vrije tijdsbesteding van de consument terwijl het gebruik van kantoren op het werken van haar gebruikers gericht is. Niet voor niks dat potentiele positieve effecten van beleving binnen een kantoorgebouw ook gericht zijn op die gebruiker. Te denken valt in dit kader bijvoorbeeld aan de invloed van beleving op de productiviteit van werknemers, het ziekteverzuim en het imago van bedrijven voor klanten en sollicitanten (Batenburg en Van der Voordt, 2007). Het lijkt dan ook weinig verrassend dat er impliciet al sinds lange tijd beleving gecreëerd wordt of aanwezig is in een kantoorgebouw. De locatie van het gebouw, architectuur van het gebouw, dienstverlening in het gebouw en andere factoren beïnvloeden en/of creëren die beleving. Alleen al het gegeven dat bedrijven zich in tochtige, onpraktische en bovendien dure grachtenpanden huisvesten terwijl ze ook kunnen kiezen voor een nieuw, goed geklimatiseerd kantoorgebouw met de mogelijkheid tot flexibele indeling en tegen een lagere prijs, ondersteunt het vermoeden dat beleving wel degelijk van invloed is. Of zoals Gutiérrez-Llaguno stelt (2013); It can be concluded that image and prestige indeed are of such importance that they cannot be ignored or considered part of other criterion. De eerste expliciete trends in de kantorenmarkt op dit vlak zijn van meer recente aard. Bijvoorbeeld binnen het Premier Property concept van CBRE (2013) wordt gestreefd naar kantoorgebouwen met een hoogwaardig niveau op het gebied van hospitality, toegang tot aanvullende services en voorzieningen, professionele branding en een platform voor netwerken met als doel om bij te dragen aan de beleving van gebruikers van het gebouw. Het doel hierbij is het verhogen van de huurderstevredenheid en daarmee de kans te verhogen dat huidige huurders hun huurcontract verlengen. Ook WPM (2014) ondersteunt de gedachten dat beleving voor kantoren een relevant onderdeel is van de discussie over vitaal vastgoed. In desbetreffend onderzoek concludeert WPM echter dat de belevingsprestaties van algemene kantoorgebouwen gemiddeld matig is. Volgens dit onderzoek is het zaak om te kijken naar de emotionele belevingswaarde van een kantooromgeving. Alvorens bovenstaande relaties onderzocht kunnen worden, dient eerst primair inzicht verschaft te worden op de vraag of beleving een betekenisvolle factor binnen een kantoorgebouw is voor de gebruikers. Als blijkt dat beleving voor gebruikers van een kantoorgebouw een betekenisvolle factor is, komen eigenaren van vastgoed welllicht tot het inzicht dat bij beleggen in vastgoed meer is dan stenen en een risico/rendementsprofiel. Dat er bij het beleggen in vastgoed tevens rekening gehouden moet worden met beleving. Er is echter een gebrek aan inzicht in de bestaande literatuur die gericht is op de aanwezigheid van beleving bij kantoorgebouwen en over de invloed die beleving op de gebruikers van die kantoorgebouwen en daarmee indirect op de waarde kantoorgebouwen zelf heeft. Daarbij eindigen we met de constatering uit de openingsquote van Piët. Indien bovenstaande hypothese aangetoond wordt, komen beleggers mogelijk tot het inzicht dat belevenis geen luxe speeltje is, maar een onmisbaar aspect is voor een succesvolle toekomst van kantoorgebouwen binnen de beleggingswereld.

8 3 1.2 Probleemstelling De urgentie om meer inzicht te krijgen in de wensen van gebruikers kan in de huidige markt duidelijk worden aangetoond. Een optimaal functionerende markt is in evenwicht; vraag en aanbod zijn dan in balans. Voor vastgoedmarkten geldt in de praktijk echter dat voor het optimaal functioneren altijd leegstand nodig is om verhuisbewegingen mogelijk te maken, de zogenoemde frictieleegstand. Veranderende wensen van gebruikers, kwalitatieve veroudering van gebouwen zijn voorbeelden van argumenten waarom huurders voorkeur kunnen krijgen voor andere panden. Deze frictieleegstand bedraagt ongeveer 5% van het aanbod (Schütte et al., 2002). Analyse van de actuele marktdata leert dat er sprake is van een relatief forsere disbalans. Eind 2014 is de leegstand op de kantorenmarkt m2 wat overeenkomt met 16% van de totale voorraad (DTZ Zadelhoff, factsheet januari 2015). Van een optimaal functionerende markt is derhalve geen sprake. In dit getal is geen rekening gehouden met de verborgen leegstand, waardoor de daadwerkelijke leegstand nog hoger is. Verborgen leegstand betreft ruimte die weliswaar wordt gehuurd, maar door de huurder feitelijk niet wordt gebruik en derhalve fysiek leeg staat. De uitzondering op de regel bevestigt hoe ongezond de Nederlandse kantorenmarkt is. De Zuid-as in Amsterdam is zo n uitzondering. Hier ligt de leegstand zelfs onder het frictieleegstandspercentage. (NRC, Azen op het beste stukje Zuid-as, 1 februari 2014). Er is dus een tweedeling in de markt, waarbij er binnen de grootstedelijke regio s sterk onderscheid is tussen een goed en een slecht deel. Buiten deze grootstedelijke regio s ligt de leegstand boven de 10% (Van Dijk, 2011) Zoals hiervoor is aangehaald, veranderen de wensen en behoeften van gebruikers van kantoorvastgoed. De mind-set van nieuwe generaties kantoorgebruikers is verschillend ten opzichte van de oudere generaties. Een vaste werkplek, een eigen auto en kantoortijden van maandag tot en met vrijdag van 9 tot 5 zijn niet meer de norm. Werknemers werken meer en meer volgens het nieuwe werken en dat beïnvloed tevens de hoeveelheid benodigde kantoorruimte en de locatie waar kantoren gevestigd zijn. Internet en smartphones maken deze nieuwe manier van werken binnen en buiten kantoorgebouwen mogelijk (Bentvelzen, 2012). Het is dus een uitdaging voor eigenaren om hun gebouwen verhuurd te krijgen en te houden om zodoende een goed rendement op hun belegging te behalen. Locatie, locatie, locatie! is een bekend gezegde in de vastgoedwereld. Maar wat als de leegstand op goede locaties ook groot is? Hoe kan het vastgoed zich dan nog onderscheiden van de concurrentie? In de maatschappij speelt beleving een steeds grotere rol. Een door een bedrijf geregisseerde beleving is handelswaar geworden. Belevingen spitsen zich meer toe op het individu en het individu is zelfsturend en een co-creator geworden (Boswijk et al., 2005). Bij winkeliers is al langere tijd doorgedrongen dat beleving een factor van belang is. Daarmee is beleving ook voor de belegger in winkelvastgoed van belang. Er is een trend dat hedendaagse winkelcentra zich toespitsen op ontspanning en beleving om zodanig meer bezoekers te trekken en daarmee de omzet te vergroten (Polman, 2013). De belegger in winkelvastgoed stelt zich bewust de vraag hoe winkelcentra zich onderscheiden van omliggende winkelcentra (Vink, 2012) Het ontbreekt op dit moment echter aan kennis over de rol van

9 4 beleving op de kantorenmarkt. Daarmee ontbreekt ook de kennis hoe men zich kan onderscheiden ten opzichte van de markt. Gezien het hoge leegstandspercentage binnen de kantorenmarkt, is het voor de vastgoedbelegger in kantoren van belang om inzicht te verkrijgen in invloed van beleving op haar investering. 1.3 Doelstelling Doelstelling van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in de aanwezigheid van beleving in kantoorgebouwen en inzicht te verkrijgen in de factoren die bijdragen aan deze beleving middels het uitvoeren van een verkennend onderzoek. 1.4 Vraagstelling Naar aanleiding van de beschreven probleem- en doelstelling, is de centrale vraag als volgt geformuleerd: Is er sprake van beleving in kantoren, kan deze gecreëerd worden en welke factoren zijn van invloed op de beleving van kantoorgebruikers? Deelvragen I II III IV Wat is beleving en welke invloed heeft deze op de samenleving? Waardoor wordt een (positieve) beleving gevormd? Welke relaties tussen beleving en vastgoed zijn er onderzocht en welke elementen hebben invloed op de beleving voor betreffende vastgoedtypen? Welke beleving beïnvloedende factoren hebben invloed op beleving van kantoorgebouwen? 1.5 Afbakening In dit onderzoek wordt de invloed van de onderzoekselementen beleving op de gebruikers van een kantoorgebouw nader geanalyseerd. In deze paragrafen worden de onderzoekselementen beknopt uiteengezet en geconceptualiseerd. Beleving vormt een persoonlijk interpretatie van zintuigelijke waarnemingen van een persoon, veroorzaakt door de omgeving, met een complex aan emoties tot gevolg die binnen de context van de situatie indruk maken en een bepaalde waarde vertegenwoordigen (Boswijk et al., 2005). Juist deze relatie met het waardebegrip is voor dit onderzoek van belang. Daarnaast moet geconstateerd worden dat het gaat om een individuele waarneming. Hoe meer mensen die delen hoe groter het waardeaspect zal zijn.

10 5 Helder is dat het begrip beleving een zeer ruime interpretatie kent. Dit maakt het vanuit onderzoeksperspectief complex en kan als gevolg hebben dat de uitkomsten van dit onderzoek minder concreet zullen zijn en er zodoende minder harde conclusies getrokken kunnen worden. Middels de definitie van Boswijk et al. (2005) wordt dit enigszins beperkt. Beleving wordt dan: Een onmiddellijke, relatief geïsoleerde gebeurtenis met een complex aan emoties die indruk maken en een bepaalde waarde vertegenwoordigen voor het individu binnen de context van een specifieke situatie (Boswijk et al., 2005). Het kantoorgebouw bestaat uit zowel het fysieke gebouw evenals uit alle zintuigelijk waar te nemen eigenschappen die aan het gebouw verbonden zijn. Architectuur, materiaalgebruik, kleur en afmetingen van ruimten (allen fysieke gebouweigenschappen), maar ook de geur, geluid, personen & interieur hebben invloed op de beleving en vallen derhalve, hoewel niet fysiek verbonden, in dit onderzoek onder het kantoorgebouw. De gebruiker geldt in dit onderzoek als persoon die werkactiviteit ontplooit in een kantoorgebouw, weliswaar een relatief brede definitie maar dit wordt als lading dekkend gezien voor de relevante gebruikers van deze objecten. De effecten van beleving op hun gebruikers valt buiten de scope van dit onderzoek. Hierbij valt te denken aan onderwerpen die vallen onder de psychologie van arbeid en gezondheid. Het valt bijvoorbeeld niet uit te sluiten dat er een oorzakelijk verband is tussen beleving en de effecten hiervan op het ziekteverzuim, effectiviteit van personeel en andere niet vastgoedgerelateerde uitwerkingen. Intermezzo: Externe & Interne effecten Externe effecten hebben invloed op de beleving in een gedefinieerde omgeving. Externe effecten zijn de niet in de marktprijzen tot uiting komende positieve of negatieve invloeden van de productie of consumptie van goederen en diensten op de welvaart van anderen die niet in de ruil zijn betrokken. (Hazeu, 2000) Externe effecten zijn onbedoelde bijwerking van productie of consumptie die door anderen dan de veroorzaker worden ervaren. De bijwerking kan zowel negatief (negatief extern effect) als positief (positief extern effect) zijn. Negatief wil zeggen dat de welvaart door het externe effect daalt, Positief dat de welvaart toeneemt. Voorbeelden zijn muziek van de buren (er vanuit gaande dat dit niet als positief ervaren wordt), uitlaatgassen van auto s, golfslag van passerende boten, allen negatief extern effect. Door de muziek, de uitlaatgassen en golfslag daalt de welvaart van anderen zonder dat zij betrokken zijn bij de ruil. Omdat de veroorzaker (bij productie de producent) er zélf niets van merkt, is er ook geen reden om iets door te berekenen in de prijs. Positieve externe effecten zijn gebaseerd op dezelfde redenering. Omdat de veroorzaker (bij productie de producent) er zélf niets van merkt, is er ook geen reden om iets door te berekenen in de prijs. Zo ervaren bovenburen het positief dat de bewoners van de begane grond een goed verzorgde groene tuin hebben zonder dat de bewoners van de begane grond hiervoor een vergoeding vragen aan de bovenburen. Echter, de manier waarop externe effecten invloed hebben, zijn net als beleving individueel en afhankelijk van het moment. Wat de een als zeer vervelend ervaart kan door een ander als niet vervelend ervaren worden. Zittend in het park kan muziek van de buren als gezellig (positief) ervaren worden of als geluidsoverlast (negatief). De tegenhanger van externe effecten zouden kunnen worden geformuleerd als interne effecten en kunnen als volgt worden gedefinieerd: Interne effecten zijn de wel in de marktprijzen tot uiting komende positieve of negatieve invloeden van de productie of consumptie van goederen en diensten op de welvaart van anderen die wel in de ruil zijn betrokken. Interne Belevingseffecten Interne belevingseffecten zijn de in de marktprijs tot uiting komende positieve of negatieve invloeden van de beleving op de welvaart van de huurders van een kantoorgebouw. Overdenking Bestaat beleving in kantoorgebouwen uit alleen interne effecten van beleving ofwel interne belevingseffecten?

11 6 1.6 Onderzoeksmodel Er is beperkt wetenschappelijk onderzoek verricht naar beleving in relatie tot specifiek kantoren en er is weinig data beschikbaar. Het onderzoek betreft derhalve een verkennend onderzoek en is kwalitatief van aard. Het onderzoek wordt beperkt door het gegeven dat de conceptualisering van het begrip beleving zeer ruim is, waardoor er risico s zijn dat de uitkomsten van dit onderzoek relatief minder concreet zijn. Middels een aantal methodologische keuzen wordt hierop zo veel mogelijk geanticipeerd. Het onderzoek is opgebouwd conform het TPA principe, bestaande uit theorie (T), praktijk (P) en analyse (A). Er wordt afgesloten middels een conclusie en aanbevelingen. Het theoretische kader bestaat uit twee delen. Deel één bestaat uit theoretisch onderzoek naar het begrip beleving volgens o.a. de algemene theorie van Pine & Gilmore. In deel twee worden bekende relaties tussen beleving en vastgoed belicht waarbij de bekende van invloed zijnde elementen bij winkelvastgoed worden omschreven. Dit theoretisch kader is verwoord in hoofdstuk 2 en 3. Voor de invulling van het praktijkgedeelte is gekozen voor het verzamelen van data door middel van een Case Study, een Survey en Expert interviews. De voor- en nadelen van iedere methode wordt behandeld in hoofdstuk 5. Het verzamelen van data uit verschillende invalshoeken maakt een triangulatie mogelijk. Een triangulatie is een landmeetkundige driehoeksmeting, waarmee een exacte punt kan worden bepaald. Voor kwalitatief onderzoek kan deze methode gebruikt worden om middels verschillende (methodische) invalshoeken gegevens te verzamelen waardoor een vollediger beeld van het onderwerp wordt verkregen (Baarda et al., 2009). Ook Verschuren en Doorewaard (2007) geven aan dat triangulatie helpt bij het verkrijgen van een integraal beeld van het onderzoeksonderwerp. Overigens houdt triangulatie bij kwalitatief onderzoek niet per definitie in dat er drie verschillende databronnen moeten zijn. Er kunnen ook twee bronnen of meer dan drie bronnen toegepast worden. Om tot valide en betrouwbare uitslagen te komen, worden de uitkomsten van de theorie en praktijk met elkaar geconfronteerd in de analyse met als doel een overzicht te verkrijgen van elementen die bijdragen aan een positieve beleving voor kantoorgebruikers. Figuur 1. Onderzoeksmodel

12 7 1.7 Relevantie De uitdagingen binnen de vastgoedwereld om het leegstandspercentage van vastgoed omlaag te brengen naar acceptabele waardes behoeft geen verdere toelichting. Dit onderzoek geeft geen oplossing voor de leegstandproblematiek. Sterker nog, de uitkomsten van dit onderzoek zullen naar verwachting geen invloed hebben op de gemiddelde leegstand. Wel is de verwachting dat de uitkomsten van dit onderzoek op gebouwniveau een positieve bijdrage leveren door inzicht te geven in de manier waarop kantoorgebouwen aantrekkelijker kunnen worden (gemaakt) door de toevoeging van beleving. Daarmee onderscheidt de kennis zich mogelijkerwijs van het gangbare maatschappelijke debat. De invloed die de (lokale) overheden hebben is echter beperkt (NRC, Wethouders: aanpak leegstand schiet tekort, 14 maart 2014 door Bas Blokker). Het van de markt halen van leegstaande kantoorgebouwen door sloop of transformatie zijn de enige manieren om de leegstand aan te pakken zolang de vraag naar kantoorruimte niet stijgt (NRC, Gebouwd voor eeuwige leegstand, 9 juni 2012). Dit onderzoek is relevant omdat er wetenschappelijk beperkt onderzoek verricht is naar de aanwezigheid en de invloed van beleving op kantoorgebouwen. Op dit specifieke vlak bestaat vooralsnog een duidelijke kennis leemte. Het besef dat beleggen in stenen meer is dan enkel financiële ratio s wordt (gelukkig) steeds groter (Van Loon, nog te verschijnen). De uitkomsten uit dit onderzoek leveren een bijdrage in de ontwikkeling van het vakgebied en aanleiding geven tot het verder onderzoeken van de rol die beleving speelt in de vastgoedwereld. 1.8 Leeswijzer De verschillende deelvragen zullen per hoofdstuk worden beantwoord. Hoofdstuk 2 en 3 gaan in op de theorie en conceptualisering van het onderzoekselement beleving. In hoofdstuk 4 zullen de empirische aspecten van beleving op kantoren aan de orde komen. In hoofdstuk 5 vindt de analyse plaats waarin een confrontatie van de theorie met de praktijk plaats heeft. Het onderzoek wordt afgesloten met een conclusie in hoofdstuk 6 waar de hoofdvraag wordt beantwoord, gevolgd door aanbevelingen voor eventueel verder onderzoek.

13 8 HOOFDSTUK 2 THEORETISCH KADER; BELEVING Een onmiddellijke, relatief geïsoleerde gebeurtenis met een complex aan emoties die indruk maken en een bepaalde waarde vertegenwoordigen voor het individu binnen de context van een specifieke situatie (Boswijk, et al., 2005). 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het onderzoekselement beleving vanuit meerdere perspectieven belicht met als doel een beter inzicht te verkrijgen in het begrip beleving. Het hoofdstuk begint met 2.2 waarin de relatie tussen economische ontwikkeling over het algemeen en de rol die beleving daarbij speelt. Uitgangspunt hierbij is het in 1999 verschenen onderzoek genaamd The Experience Economy geschreven door Pine & Gilmore. In 2.3 wordt beleving vanuit een maatschappelijk oogpunt benaderd. Hierbij wordt de relatie tussen beleving en de mens in haar maatschappelijke rol omschreven. Vervolgens wordt beleving vanuit een persoonlijk oogpunt benaderd in 2.4. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie in Beleving als toegevoegde waarde Pine en Gilmore publiceerden het boek De belevingseconomie (originele Engelse titel The Experience Economy ) in 1999, waarin zij het belang van beleving in onze economie en de stappen hiernaartoe beschrijven. Zij stellen dat indien de welvaart in een land een bepaald niveau bereikt, de oorsprong van waardecreatie verschuift als gevolg van het efficiënter produceren van producten. Producten betreffen zowel goederen en diensten. Een overvloed van het aanbod van deze producten heeft prijsverlaging van deze producten tot gevolg. De toegevoegde waarde van het individuele product wordt hiermee lager. De toegevoegde waarde waarvoor men bereid is wel een meerprijs te betalen wordt beïnvloed door het onderscheidend vermogen van dat product ten opzichte van vergelijkbare producten. Naarmate een product minder onderscheidend vermogen heeft, gaat het de economische eigenschappen van een commodity aannemen. In figuur 2 zijn de stappen van de ladder van de economische waarde zoals omschreven door Pine en Gilmore visueel weergegeven. Onderstaand worden daarnaast de verschillende fasen nader uiteengezet. 1. Commodity: Een commodity is een bulkgoed, een massa-geproduceerd ongespecialiseerd product, veelal een vervangbaar goed als grondstoffen en agrarische producten. (Wikipedia, 2014). 2. Goed: Door van een commodity een goed te maken, bijvoorbeeld van graan een brood, wordt er waarde toegevoegd. Hoe meer bedrijven van graan brood maken, hoe minder het onderscheidend vermogen brood heeft en dus hoe minder toegevoegde waarde ten opzichte van de grondstoffen. Goederen zijn tastbare producten die door ondernemingen worden gestandaardiseerd en in voorraad genomen. (Pine en Gilmore, 1999, blz. 25) 3. Dienst: Door diensten toe te voegen aan het goed, neemt het onderscheidend vermogen toe, en volgens Pine en Gilmore (1999) dus de toegevoegde waarde. Als voorbeeld halen Pine en Gilmore de computerfabrikant IBM aan. IBM startte met het leveren van gratis diensten bij het afnemen van haar

14 9 goed, de computer. Hiermee creëerden zij een onderscheidend vermogen en daarmee dus meerwaarde. Langzaam verschoof het product van IBM van het produceren van goederen naar het leveren van diensten en werd er juist betaald voor de dienst en in steeds mindere mate voor de computer. Diensten als zodanig worden daarmee een losstaand product waarvoor men bereid is te betalen. Nijs en Peters (2006) omschrijven eenzelfde ontwikkeling waarbij zij Philip Kotler aanhalen. Als bedrijven er in slagen om service en diensten aan hun product toe te voegen, dan kunnen bedrijven volgens Kotler succesvol(ler) zijn. De omzet van bedrijven wordt daarmee in toenemende mate door diensten en in afnemende mate door hun product gerealiseerd. Deze diensten zijn immateriële, niet tastbare activiteiten die worden verricht voor een bepaalde cliënt (Pine en Gilmore, 1999, blz.27). Pine en Gilmore (1999) stellen dat de komst van internet de sterkste kracht is die allerlei zaken tot een commodity maakt. Dit komt doordat het internet het mogelijk maakt om snel inzicht te krijgen in alle aanbieders en alle prijzen die deze aanbieders voor een vergelijkbaar product vragen. Figuur 2. Ladder van de economische waarde (Pine & Gilmore) 4. Beleving: Pine en Gilmore (1999) benoemen echter een vierde economische waarde namelijk beleving. Als ook diensten niet meer onderscheidend zijn doordat het aanbod hoog is en het kwaliteitsverschil steeds kleiner wordt, gaan ook diensten steeds meer op een commodity lijken. Door beleving toe te voegen aan een product, wordt het onderscheidend vermogen ten opzichte van andere producten groter en daarmee dus ook de marktwaarde. Door middel van beleving kan een producent zich differentiëren van de concurrentie. Hiermee wordt beleving als het ware verkocht als losstaand product waarvoor men bereid is extra te betalen. Of zoals Pine & Gilmore (1999, blz. 43) hierover constateren: Aangezien ondernemingen zo veel verschillende belevingen organiseren, kunnen zij hun aanbiedingen gemakkelijk differentiëren en daardoor een hoge prijs vragen die is gebaseerd op de specifieke waarde die wordt geleverd, en niet op de marktprijs van de concurrentie.

15 10 Met dit transitie pad ontstaat een theoretisch wensbeeld waar het optimum zit van producten in de zogenaamde belevingseconomie. Dit punt vormt daarmee feitelijk het optimum voor het product kantoor. De relatie van de theorie naar het vastgoedproduct zal in hoofdstuk 4 nader aan de orde komen. Sub conclusie Beleving heeft economische waarde doordat het de concurrentie positie vergroot middels differentiatie. Dit vergroot de relevantie voor klanten waardoor zij bereid zijn meer te betalen. Beleving voegt dus een meerwaarde aan het product toe. De huidige stand van de literatuur is echter nog te prematuur om uitspraken te doen in welke mate beleving bij bepaalde producten dan een waarde stijgend effect met zich mee brengt. Dit maakt de theorie van Pine en Gilmore vooralsnog relatief abstract. Dat er waarde toevoeging is toe te kennen aan elementen die bijdragen aan een positieve beleving lijkt zeer plausibel. Complex is dat het beperkt inzicht in de mate van de effecten concrete interventies of zelfs afwegingen op strategisch of tactisch niveau op dit moment niet te maken zijn. Gezien de leemte op het gebied van kennis ten aanzien van de baten van beleving op de kantorenmarkt in Nederland, blijft de relevantie van onderhavig onderzoek uiteraard juist navenant. De volgende paragraaf zal verder ingaan op de achtergronden van het concept beleving. 2.3 De maatschappelijke ontwikkeling Duidelijk is dat de conceptualisering van het begrip beleving door Pine & Gilmore een belangrijke psychologische component kent waarbij het individu oordeelt alsmede waarde toekent aan een bepaald goed. Dit element leidt tot de vraag hoe mensen en de maatschappij aankijken tegen de beleving van goederen. Meer relevant vanuit onderzoeksperspectief is het of er meer inzicht verkregen kan worden over de vraag hoe het komt dat beleving een rol van betekenis heeft gekregen of gaat krijgen? Om een beter gevoel te krijgen bij een mogelijk antwoord op deze vragen, zal de volgende paragraaf de theorie van Maslow behandelen om als kader te fungeren voor inzichten hierin Behoeften Piramide van Maslow Maslow (1943) beschreef in zijn werk A Theory of Human Motivation de Behoeften Piramide. Hierin rangschikt hij vijf hiërarchisch geordende behoeften die de universele behoeften van de mens weergeven (figuur 3). Volgens Maslow streeft de mens naar bevrediging van de behoefte die hoger in de hiërarchie geplaatst wordt nadat de lager geplaatste behoeften bevredigd zijn. Lichamelijke behoeften zoals slapen en eten zijn de eerste behoefte van de mens. Pas nadat deze behoefte bevredigd zijn, zal de mens behoefte hebben aan de volgende stap zoals een schuilplaats en veiligheid, en zo verder. Figuur 3. Behoeften Piramide (Maslow)

16 11 In aansluiting hierop schreef Toffler in zijn boek Future Shock (1970); In situaties van schaarste houden mensen zich bezig met het vervullen van hun eerste materiële levensbehoeften. In de huidige welvarende omstandigheden passen wij de economie aan op onze nieuwe menselijke behoeften, die op een ander niveau komen te liggen. Het systeem dat is ontworpen om materiële behoeften te bevredigen, wordt in snel tempo omgevormd tot een economie die inspeelt op de psychische behoeften. (Boswijk et al., 2005, blz. 1). Gerhard Schulze (1992) stelt dat mensen plezier willen maken en een goed leven willen hebben. Mensen hebben het idee dat belevenissen maakbaar zijn en richten zich op hun eigen beleving. Oude gemeenschappen zijn gebaseerd op geloof, klasse en politieke voorkeur. Er is echter een maatschappelijke ontwikkeling gaande naar gemeenschappen op basis van beleving, interesses, waarden en hobby s (Schulze, 1992). Volgend op het onderzoek van Schulze, stelt Piët (2003) dat de beleveniseconomie inmiddels een substantieel deel uitmaakt van de huidige economie. De beleveniseconomie werd tot op heden voornamelijk geassocieerd met de fun-industrie. Ook wordt onder andere gesproken over het verlangen naar authenticiteit, de ontwikkeling van thematisering en de beeldcultuur. Sub conclusie Hoewel de onderzoeken in verschillende tijden zijn gepubliceerd (van 1943 tot aan 2005) en de onderzoeken vanuit verschillen invalshoeken zijn beschreven, hebben ze wel dezelfde tendens. De maatschappij is meer en meer gericht op het bevredigen van psychische behoeften waarvan beleving onderdeel uitmaakt. Hierbij moet opgemerkt worden dat alle onderzoeken uitgevoerd zijn in westerse maatschappijen, waarbij de levensstandaard (op economisch, sociaal en cultureel vlak) relatief hoog is en de basale behoeften zoals lichamelijke behoeften en behoeften aan veiligheid en zekerheid ingevuld zijn. 2.4 Persoonlijke beleving Nu er meer inzicht is verkregen in de economische waarde van beleving en de rol die beleving in maatschappelijke context vervult, wordt er verder ingezoomd op de persoonlijke beleving. Waardoor ontstaat beleving en wat is de relatie tot de mens? Domeinen Beleving is een emotie die alleen door de aanwezigheid van mensen ervaren kan worden. De rol waarin personen een beleving ervaren heeft invloed op de beleving zelf (Pine& Gilmore, 1999). Pine en Gilmore onderscheiden vier domeinen van beleving zoals in figuur 4 is weergegeven. Het figuur geeft weer hoe de verschillende domeinen van beleving zich verhouden tot elkaar en de manier waarop deze beleefd worden. De domeinen die benoemd worden zijn: Amusement, Leren, Ontsnapping en Esthetiek. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de manier waarop de persoon de beleving ondergaat en wat de verhouding is tot de betreffende beleving.

17 12 Het ondergaan van een beleving kan op een actieve manier plaatsvinden door zelf deel uit te maken van de beleving of juist op een passieve manier plaatsvinden door naar de beleving te kijken. Dit is weergegeven op de horizontale as. Een speler in het veld tijdens een voetbalwedstrijd neemt op een actieve manier deel aan de beleving. Het gaat hier niet zozeer om de lichamelijke activiteit maar over de persoonlijke invloed die spelers hebben op de beleving. Ook een toeschouwer van dezelfde wedstrijd kan actief deelnemen aan de beleving door te zingen of muziek te maken. Bij een passieve deelname heeft de persoon geen invloed op de beleving. Voorbeeld hiervan is het bezoeken van een museum waarbij de persoon alleen kan kijken of luisteren. De verhouding van de persoon tot de omgeving waarin de beleving zich afspeelt wordt weergegeven op de verticale as. Aan de onderkant van het figuur staat onderdompeling. Met onderdompeling wordt bedoeld dat een persoon helemaal opgaat in de omgeving en zo deel gaat uitmaken van de beleving. Indien de aandacht van de persoon wordt vastgehouden en de persoon de beleving in zich opneemt, dan is er sprake van absorptie zoals weergegeven is aan de bovenkant van de verticale as zichtbaar in het figuur. Televisie kijken is hier een goed Figuur 4. De domeinen van de beleving (Pine& Gilmore, 1999) voorbeeld van. Voorbeelden van beleving ingedeeld in eerder genoemde domeinen zijn: Amusement, passief absorberen: Amusement wordt passief door zintuigen opgenomen (Pine& Gilmore, 1999; blz. 52). Het bijwonen van een theatervoorstelling of film waarbij de persoon geen invloed op de gebeurtenissen heeft. Leren, actief absorberen: Absorberen van de gebeurtenissen die zich voor de persoon ontvouwen, terwijl deze hierin zelf een actieve rol speelt (Pine& Gilmore, 1999; blz. 53). Een bezoek aan museum Nemo te Amsterdam, waarbij de persoon onderdeel uitmaakt van zijn eigen experiment en inzichten krijgt door de uitkomsten. Ontsnapping, actief onderdompelen: De gast van een ontsnappingsbeleving maakt actief deel uit van een omgeving die hem helemaal opslokt. (Pine& Gilmore, 1999; blz. 54). Deelnemen aan een wedstrijd waarbij de persoon het verloop van de beleving mede bepaald. Esthetiek, passief onderdompelen: Bij esthetische belevenissen gaan de gasten er weliswaar helemaal in op, maar blijven een passieve rol vervullen. (Pine& Gilmore, 1999; blz. 57) Bezoek aan het Rijksmuseum. De rijkste beleving wordt behaald door alle vier de domeinen in een beleving naar voren te laten komen (Pine & Gilmore, 1999).

18 13 Sub conclusie Beleving kan in verschillende vormen aanwezig zijn. Deze vormen worden verdeeld in vier domeinen waarbinnen een persoon de beleving ervaart: Amusement, Leren, Ontsnapping en Esthetiek. De optimale beleving wordt verkregen indien de beleving alle vier de domeinen beslaat. De persoon heeft hierin een actieve en passieve rol waarbij hij ondergedompeld wordt en absorbeert Ervaringsproces Beleving maakt onderdeel uit van een ervaringsproces waaraan zintuigelijke waarnemingen ten grondslag liggen. Deze zintuigelijke waarnemingen leiden tot emoties zoals woede, angst, vreugde en verdriet. De emoties in de context waarin de persoon deze ervaart, kunnen vervolgens tot een beleving leiden. (Boswijk et al., 2005; blz. 20). De emoties als gevolg van zintuigelijke waarnemingen en ook de context waarin deze emoties worden vertaald naar ervaring, zijn niet consistent. De emoties en de context waarin een persoon de emotie ervaart, zijn beide persoonlijk en verschillen van moment tot moment. Indien een tweede persoon exact dezelfde zintuigelijke waarnemingen ondergaat, dan zullen de zintuigelijke waarnemingen anders worden vertaald in emoties en deze emoties binnen de persoonlijke context van de tweede persoon een andere beleving veroorzaken. De context waarbinnen een persoon de emotie ervaart is niet alleen afhankelijk van de fysieke omgeving, maar ook van de sociale context en van de persoonlijke context (Falk& Dierking 1992). Kortom, de ene dag ervaart een persoon een tuin als rustgevend en ontspannend, de andere dag als veel werk. En wat de een ervaart als veel werk, ervaart de ander als een leuke bezigheid. Figuur 5. Het ervaringsproces (Boswijk et al., 2005) Sub conclusie Op menselijk niveau beschouwd, is beleving altijd persoonlijk. Het is dus niet mogelijk om een geplande beleving te creëren die voldoet aan vastgestelde voorwaarde en bij een ieder hetzelfde effect heeft. Het is niet mogelijk om twee personen exact dezelfde beleving te laten ervaren. Het is tevens niet mogelijk om de beleving keer op keer identiek te laten zijn. Dit heeft drie oorzaken: 1. De vertaling van zintuigelijke waarnemingen naar emoties is voor ieder persoon anders. 2. De vertaling van emoties naar ervaring is afhankelijk van de persoonlijke context. 3. Beide vertalingen zijn niet consistent. Het is dus niet mogelijk om een gestandaardiseerde beleving te creëren en niet mogelijk om een beleving volledig te controleren. Hiermee wordt niet gezegd dat het niet mogelijk is om beleving te beïnvloeden. In hoever het mogelijk is om beleving te beïnvloeden wordt verder bekeken door in te gaan op het Interactive Experience Model in de volgende sub paragraaf.

19 Interactive Experience Model In een onderzoek naar beleving van museumbezoekers hebben Falk en Dierking (1992) het Interactive Experience Model geïntroduceerd. Het model is opgebouwd uit drie contexten welke tevens in voorgaande paragraaf kort aangehaald zijn; fysieke context, sociale context en persoonlijke context. De mate van interactie die het individu heeft met haar omgeving vertaald in deze drie contexten en het al dan niet samenvallen van deze drie contexten, bepaald de interactieve ervaring en daarmee de mate van beleving (Vink, 2012). 1. Fysieke context Onder fysiek context vallen vormgeving en architectuur, maar ook de indeling van de fysieke ruimte en omgeving (Nijs en Peters, 2009). 2. Sociale context Eerder is aangegeven dat beleving individueel is. De beleving vindt echter vaak plaats gezamenlijk met andere deelnemers. Er is sprake van interactie die de beleving beïnvloed. De relatie tot deze deelnemers (bekenden, vreemden, familie) en de setting waarin (pretpark, file op de snelweg) hebben invloed op de beleving van het individu (Polman, 2013). Figuur 6. Interactive Experience Model (Falk & Dierking 1992) 3. Persoonlijke context Individuen hebben andere achtergronden en ervaringen. Ze hebben allen een persoonlijke agenda met verwachtingen, interesses, ambities en motivaties. De emotie die door zintuigelijke waarnemingen ontstaat wordt hierdoor gevormd en daarmee de beleving (Mensink, 2008). De dimensie van tijd en de maatschappelijke & culturele context worden door Boswijk et al. (2005) als vierde en vijfde context toegevoegd. Voor dit onderzoek wordt het originele model van Falk & Dierking (1992) gehanteerd. De maatschappelijke & culturele context valt ook wat Boswijk et al. (2005) binnen de sociale context en de dimensie tijd kan binnen alle drie de contexten meegenomen worden. Sub conclusie De interactieve ervaring en daarmee de beleving, wordt bepaald door de overlap van drie contexten, te weten de fysieke, sociale en persoonlijke context. De persoonlijke context is niet direct te beïnvloeden, maar wordt gevormd door karakter en alle ervaringen in het leven van de persoon. De sociale context is als het waren het karakter en de ervaringen in het leven van de omgeving (andere deelnemers). Deze wordt onderverdeeld om een maatschappelijke en culture context. De directe interactie met andere

20 15 deelnemers, is wel beïnvloedbaar, zij het beperkt. Voor de fysieke context geldt echter dat deze heel goed te beïnvloeden is. Beleving kan dus van buitenaf en op korte termijn beïnvloed worden door bewust de fysieke context vorm te geven, evenals door de interactie met andere deelnemers te sturen. 2.5 Conclusie De stand van zaken omtrent het algemeen denkkader van beleving zoals in dit hoofdstuk is omschreven, is heel toegankelijk. De genoemde argumenten zijn aannemelijk en goed te volgen. Er is echter geen leidraad beschikbaar met daarin opgenomen de variabele op basis waarvan hard aan te tonen is dat er sprake is van beleving, laat staan wat de invloed van de mogelijk aanwezige beleving op haar omgeving is. Alle onderzoeken naar beleving blijven relatief aan de oppervlakte en zijn vrij abstract. Derhalve kan de conclusie getrokken worden dat het zeer waarschijnlijk is dat ook de uitkomst van dit onderzoek minder hard is en dat er geen concreet overzicht geformuleerd wordt van significante variabelen op basis waarvan de mate van aanwezigheid van beleving of de invloed van beleving op haar (kantoor)omgeving meetbaar is. Wat uit voorgaande naar voren komt is dat beleving een economische waarde heeft doordat het de relevantie voor personen vergroot waarvoor zij bereid zijn meer te betalen. Dit wordt ondersteund door de theorie dat de mens haar psychische behoefte wilt bevredigen. Beleving is een middel om hier invulling aan te geven. De optimale beleving wordt verkregen indien de beleving de domeinen Amusement, Leren, Ontsnapping en Esthetiek beslaat. Alle onderzoekers zijn het eens over het persoonlijke karakter van beleving. Het is dus niet mogelijk om een gestandaardiseerde beleving te creëren en niet mogelijk om een beleving volledig te controleren of te sturen. Daarbij is het misschien dan ook niet zo vreemd dat er geen concrete uitkomsten zijn die generaal toegepast kunnen worden. In dit onderzoek is het echter wel de wens om zo concreet mogelijk te zijn omtrent beleving in kantoren. Hierbij wordt gericht gekeken naar de mogelijkheid om de fysieke context en in mindere mate de sociale context (interactie met andere deelnemers) te optimaliseren of te sturen. De conclusie kan getrokken worden dat de vier domeinen concreet genoeg zijn om iets te zeggen over beleving over het algemeen, zonder op individu te focussen. Dit in tegenstelling tot het Interactive Experience Model waarbij de beleving afhankelijk is van de persoon en het moment. De Persoonlijke context is om die reden niet bruikbaar en de Sociale context (de persoonlijke contexten van alle personen gezamenlijk) in beperkte mate. De Fysieke context daarentegen is wel toepasbaar. De Fysieke context heeft veel overeenkomsten met het domein Esthetiek.

De wereld beleven, een hele belevenis

De wereld beleven, een hele belevenis De wereld beleven, een hele belevenis Rensje Plantinga www.ronzebons.nl mei 2011 2 De wereld beleven, een hele belevenis. De Ronzebons, mei 2011 De wereld beleven. In de gezondheidszog in zijn algemeenheid

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions

Inhoudsopgave. 2 Danique Beeks Student Advanced Business Creation Stage JH Business Promotions Onderzoeksopzet Danique Beeks Studentnummer: 2054232 Advanced Business Creation Stagebedrijf: JH Busines Promotions Bedrijfsbegeleider: John van den Heuvel Datum: 12 September 2013 Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015 Gemeente Oegstgeest Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg 11 maart 2015 DATUM 11 maart 2015 TITEL Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg OPDRACHTGEVER

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth Stappenplan Social Return on Investment Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth 1 1. Inleiding Het succesvol implementeren van ehealth is complex en vraagt investeringen van verschillende

Nadere informatie

Ontwikkeling. 1 Sari van Poelje, Esther de Kleer, Peter van de Berg, Leren voor Leiderschap, een nieuwe kijk op Management

Ontwikkeling. 1 Sari van Poelje, Esther de Kleer, Peter van de Berg, Leren voor Leiderschap, een nieuwe kijk op Management White Paper - Ervaringsgericht leren de praktijk als leermeester Leren is belangrijk. Voor individuen én voor organisaties en het één is voorwaarde voor het ander. Geen wonder dus dat leren en de effectiviteit

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Navolgbaarheid bij kwalitatief onderzoek: consistentie van vraagstelling tot eindrapportaged van de Ven Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Piet Verschuren en Hans Doorewaard (2015)

Nadere informatie

Vastgoeddata woningcorporaties beperkt

Vastgoeddata woningcorporaties beperkt IV WONINGCORPORATIES Vastgoeddata woningcorporaties beperkt Geen inzicht in effectiviteit maatschappelijke doelen Jan Veuger Minister Blok van Wonen heeft de woningcorporaties gevraagd met een plan van

Nadere informatie

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Kennisbericht over een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift: Hardell L, Carlberg M, Söderqvist F, Hansson Mild K, Meta-analysis of long-term

Nadere informatie

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces

Professioneel facility management. Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Professioneel facility management Competenties en veranderstrategieën om waarde toe te voegen aan het primaire proces Inhoud Voorwoord Professionele frontliners 1. Theoretisch kader 2. Competenties en

Nadere informatie

downloadbaar document, behorende bij bijlage I

downloadbaar document, behorende bij bijlage I Monitor Uitvoeringsstrategie Plabeka Voortgangsrapportage 2009-2010 downloadbaar document, behorende bij bijlage I Definities monitor B.V. en verschillen met andere bronnen Om een foute interpretatie van

Nadere informatie

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat:

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat: De opportuniteit In de huidige productmaatschappij hebben consumenten doorgaans de keuze uit een ruim assortiment producten om een bepaalde behoefte te bevredigen. Bijgevolg is het product op zich niet

Nadere informatie

Kleine scholen en leefbaarheid

Kleine scholen en leefbaarheid Kleine scholen en leefbaarheid Een samenvatting van de resultaten van een praktijkonderzoek onder scholen en gemeenten in Overijssel over de toekomst van kleine scholen in relatie tot leefbaarheid Inleiding

Nadere informatie

Beleggers in gebiedsontwikkeling

Beleggers in gebiedsontwikkeling Beleggers in Incentives en belemmeringen voor een actieve rol van institutionele beleggers bij de herontwikkeling van binnenstedelijke gebieden P5 presentatie april 2015 Pelle Steigenga Technische Universiteit

Nadere informatie

Klantbeleving: Een leerzame reis!

Klantbeleving: Een leerzame reis! Klantbeleving: Een leerzame reis! Whenthe windsof change blow, some peoplebuildwallsand othersbuildwindmills ~chinees gezegde~ Klantbeleving Gedifferentieerd Belevenissen creëren Relevant voor Concurrentiepositie

Nadere informatie

De invloed van de Wet Markt en Overheid op het huurprijzenbeleid van overheden

De invloed van de Wet Markt en Overheid op het huurprijzenbeleid van overheden Whitepaper De invloed van de Wet Markt en Overheid op het huurprijzenbeleid van overheden bbn adviseurs 2014 bbn adviseurs www.bbn.nl info@bbn.nl Wet Markt en Overheid Per 1 juli 2014 gaat de wet Markt

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Het nieuwe fysieke winkelen Beleving versus functionaliteit

Het nieuwe fysieke winkelen Beleving versus functionaliteit Het nieuwe fysieke winkelen Beleving versus functionaliteit dr.ir.ing. Ingrid Janssen VOGON studiemiddag, 23 mei 2013 2 Beleving: het toverwoord!? Demografie Technologie Economie 3 Wat is beleving(swaarde)?

Nadere informatie

WERKEN 3.0. Voordelen van werken 3.0

WERKEN 3.0. Voordelen van werken 3.0 WERKEN 3.0 Het Nieuwe Werken Aangeboden door HKA Voordelen van werken 3.0 Werken van 09:00 tot 17:00 doen de meeste mensen al niet meer. We leven wereldwijd in een 24 uur economie die continu verandert.

Nadere informatie

De strijd om de harde A1

De strijd om de harde A1 De strijd om de harde A1 Ontwikkelingen in het A1-winkelgebied november 2014 www.dtz.nl Duidelijk. DTZ Zadelhoff De strijd om de harde A1 In de populairste winkelstraten in Nederland is een strijd gaande

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1: MERKEN & STRATEGISCH MERKENMANAGEMENT

HOOFDSTUK 1: MERKEN & STRATEGISCH MERKENMANAGEMENT HOOFDSTUK 1: MERKEN & STRATEGISCH MERKENMANAGEMENT 1 INTRODUCTIE H:1 Een merk is in de eerste plaats een product. Een product is fysiek, een service, winkel, persoon, organisatie, plaats of een idee. Een

Nadere informatie

Structureel aanbod op de Nederlandse kantorenmarkt

Structureel aanbod op de Nederlandse kantorenmarkt Analyse Structureel aanbod op de Nederlandse kantorenmarkt DO Research 1 Structureel aanbod op de kantorenmarkt Het aanbod van kantoorruimte in Nederland loopt nog altijd op. In totaal wordt momenteel

Nadere informatie

Digitale cultuur als continuüm

Digitale cultuur als continuüm Digitale cultuur als continuüm Samenvatting Activiteitenplan 2017-2020 Stichting Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) Den Haag, 31 januari 2016 1/5 1. Vooraf Deze samenvatting is gebaseerd op de subsidieaanvraag

Nadere informatie

Het faciliteren van innovatie Hoe vastgoed een rol kan spelenin het succes van jonge start-ups

Het faciliteren van innovatie Hoe vastgoed een rol kan spelenin het succes van jonge start-ups Het faciliteren van innovatie Hoe vastgoed een rol kan spelenin het succes van jonge start-ups Real Estate Management P4 Go / No Go Date: 04-03-2015 1st mentor: 2nd mentor: Committee: Alexandra den Heijer

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Bedrijfsverzamelgebouwen

Bedrijfsverzamelgebouwen Bedrijfsverzamelgebouwen Een onderzoek naar de toegevoegde waarde van bedrijfsverzamelgebouwen P5 presentatie 2 juli 2014 Student: Jeroen Ketting, 4168860 Faculteit TU Delft, Bouwkunde Afdeling: Real Estate

Nadere informatie

KANTOREN NOORD-NEDERLAND Drenthe, Friesland en Groningen

KANTOREN NOORD-NEDERLAND Drenthe, Friesland en Groningen Landelijke marktontwikkelingen Mede dankzij enkele grote transacties in diverse steden bereikte de opname van kantoorruimte de eerste maanden van 2012 een (onverwacht) hoog niveau. Deze goede start zette

Nadere informatie

Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven!

Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven! Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven! Postbus 711 3900 AS Veenendaal Kerkewijk 26 3901 EG Veendaal (T) 0318-55 19 60 (F) 0318-55 19 61 (M) info@ingeniousvastgoed.nl (I) www.ingeniousvastgoed.nl Haar

Nadere informatie

Grip op de zaak Huurprijsherziening bij winkelvastgoed

Grip op de zaak Huurprijsherziening bij winkelvastgoed Grip op de zaak Huurprijsherziening bij winkelvastgoed Huurprijsherziening bij winkelvastgoed De huurwetgeving voor detailhandelsbedrijfsruimte biedt een hoge mate van huurdersbescherming. Deze huurdersbescherming

Nadere informatie

Leiderschap in Turbulente Tijden

Leiderschap in Turbulente Tijden De Mindset van de Business Leader Leiderschap in Turbulente Tijden Onderzoek onder 175 strategische leiders Maart 2012 Inleiding.. 3 Respondenten 4 De toekomst 5 De managementagenda 7 Leiderschap en Ondernemerschap

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/33081 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/33081 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/33081 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Stettina, Christoph Johann Title: Governance of innovation project management

Nadere informatie

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011

ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 ALGEMEEN RAPPORT Publieksprijs Beste Vastgoedfonds Aanbieder 2011 Markt, trends en ontwikkelingen Amsterdam, april 2012 Ir. L. van Graafeiland Dr. P. van Gelderen Baken Adviesgroep BV info@bakenadviesgroep.nl

Nadere informatie

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte De ontwikkeling van de ehealth-koffer Naam : Seline Kok en Marijke Kuipers School : Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opleiding : HBO-Verpleegkunde voltijd

Nadere informatie

Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument

Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument - Marieke van Westerlaak 2007 - 1. Inleiding Libelle Idee, Libelle Balans, Libelle

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

Onderzoeksplan. Rabobank Oss e.o. Marieke ****** Marlon ****** Avans Hogeschool s Hertogenbosch 2013. Kenniskring OABC K3 A

Onderzoeksplan. Rabobank Oss e.o. Marieke ****** Marlon ****** Avans Hogeschool s Hertogenbosch 2013. Kenniskring OABC K3 A Onderzoeksplan Rabobank Oss e.o. Marieke ****** Marlon ****** Kenniskring OABC K3 A Inhoudsopgave Inleiding Pag. 3 Aanleiding Pag. 4 Relevantie van het onderzoek - maatschappelijke relevantie - persoonlijke

Nadere informatie

Het effect van technische duurzaamheid op de huurprijs van kantoorgebouwen.

Het effect van technische duurzaamheid op de huurprijs van kantoorgebouwen. Het effect van technische duurzaamheid op de huurprijs van kantoorgebouwen. Een onderzoek naar de effecten van technische duurzaamheidaspecten op de huurprijs van kantoorgebouwen. 08-04-2014 Thijs leijen

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2: KLANTGERICHTE MERKMEERWAARDE

HOOFDSTUK 2: KLANTGERICHTE MERKMEERWAARDE HOOFDSTUK 2: KLANTGERICHTE MERKMEERWAARDE 1 INTRODUCTIE H:2 Waaraan kun je een effectieve merkenpositionering herkennen? Wat zijn de bronnen van klantgerichte merkmeerwaarde en welke effecten of voordelen

Nadere informatie

Huisvestingsmanagement

Huisvestingsmanagement Syllabus Huisvestingsmanagement Een inspirerende bundeling van theorie en praktijk, tips en ervaringen, kansen en bedreigingen. Inclusief best practices bij onder meer de Rijksgebouwendienst, KPN, de gemeente

Nadere informatie

Waardering vastgoed woningstichting Icarus

Waardering vastgoed woningstichting Icarus woningstichting Icarus Dit is een voorbeeld; één wijze van benadering van vastgoedwaardering. Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Waardering van onroerende zaken 3 3 AEDEX/IPD vastgoedindex 4 4 Investeringsseclectie

Nadere informatie

Preview Performance Customer Interactions 2011

Preview Performance Customer Interactions 2011 Katja van Wel Senior consultant Katjavanwel@tote-m.com Preview Performance Customer Interactions 2011 12 Januari 2011, CRM Inspiration over Onderzoeken Agenda Introductie TOTE-M Customer Experience Preview

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/

snel dan voorzien. In de komende jaren zal, afhankelijk van de (woning)marktontwikkeling/ 2 Wonen De gemeente telt zo n 36.000 inwoners, waarvan het overgrote deel in de twee kernen Hellendoorn en Nijverdal woont. De woningvoorraad telde in 2013 zo n 14.000 woningen (exclusief recreatiewoningen).

Nadere informatie

Evaluatierapport. Workshop. Bewust en positief omgaan met ADHD. Universiteit van Tilburg Forensische psychologie. 23 april 2010

Evaluatierapport. Workshop. Bewust en positief omgaan met ADHD. Universiteit van Tilburg Forensische psychologie. 23 april 2010 Evaluatierapport Workshop Bewust en positief omgaan met ADHD Universiteit van Tilburg Forensische psychologie 23 april 2010 Drs. Arno de Poorter (workshopleider) Drs. Anne van Hees (schrijver evaluatierapport)

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Het Jaar van de Ruimte

Het Jaar van de Ruimte meets Het Jaar van de Ruimte Het Vastgoedsymposium Informatiebrochure Vrijdag 4 december 2015 Utrecht, Nederland Voorwoord Stichting Hèt Vastgoedsymposium is een samenwerkingsverband tussen de drie academische

Nadere informatie

kantorenmarkt zuidwest-nederland Zuid-Holland en Zeeland

kantorenmarkt zuidwest-nederland Zuid-Holland en Zeeland Landelijke marktontwikkelingen Mede dankzij enkele grote transacties in diverse steden bereikte de opname van kantoorruimte de eerste maanden van 2012 een (onverwacht) hoog niveau. Deze goede start zette

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

De initiële vraag van USG People ten behoeve van De Speeddates

De initiële vraag van USG People ten behoeve van De Speeddates De initiële vraag van USG People ten behoeve van De Speeddates Welk consortium helpt USG People en andere corporates om invulling te geven aan hun dynamische huisvestingsvraag, waarbij gebruik centraal

Nadere informatie

Effecten van sharing economy op de samenleving en op wonen

Effecten van sharing economy op de samenleving en op wonen Effecten van sharing economy op de samenleving en op wonen Onderzoeksopzet Definitie deeleconomie Trends en ontwikkelingen Deelnemers Maatschappelijke effecten Deeleconomie-platforms Woonvormen met delen

Nadere informatie

Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren

Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren Resultaten onderzoek: Redenen waarom mensen niet-presteren 305 respondenten hebben deelgenomen aan de enquête rond redenen waarom mensen niet-presteren. De resultaten van deze enquête worden o.a. gebruikt

Nadere informatie

Het Nieuwe Werken: Transitie van Controle naar Vertrouwen

Het Nieuwe Werken: Transitie van Controle naar Vertrouwen Het Nieuwe Werken: Transitie van Controle naar Vertrouwen Het Nieuwe Werken (HNW) is een van de meest populaire trends op het gebied van organisatieontwikkeling van de laatste jaren; meer dan een kwart

Nadere informatie

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn:

Naslagwerk KOERS. Producten van dit documenten zijn: Naslagwerk KOERS Dit document is bedoeld om ieder individu een eigen beeld te laten formuleren van de eigen koers als werkend mens en vervolgens als functionaris. Daarna kun je collectief de afdelingskoers

Nadere informatie

Van loslaten naar VERBINDEN: Hoe we mensen in rouw kunnen uitnodigen om verhalen te vertellen over wat hen dierbaar is.

Van loslaten naar VERBINDEN: Hoe we mensen in rouw kunnen uitnodigen om verhalen te vertellen over wat hen dierbaar is. Van loslaten naar VERBINDEN: Hoe we mensen in rouw kunnen uitnodigen om verhalen te vertellen over wat hen dierbaar is. Anik Serneels Klinisch psychologe, relatie- en gezinstherapeute, specialisatie narratieve

Nadere informatie

Whitepaper. Omgaan met risico s in vastgoedportefeuilles van zorginstellingen. bbn adviseurs 2013. www.bbn.nl info@bbn.nl

Whitepaper. Omgaan met risico s in vastgoedportefeuilles van zorginstellingen. bbn adviseurs 2013. www.bbn.nl info@bbn.nl Whitepaper Omgaan met risico s in vastgoedportefeuilles van zorginstellingen bbn adviseurs 2013 www.bbn.nl info@bbn.nl Risico s in vastgoedportefeuille Marktwerking, zorgzwaartepakketten, normatieve huisvestingscomponent

Nadere informatie

Zondag Ontwikkeling. Profiel. Over Zondag Ontwikkeling. ...gelooft in mogelijkheden, niet in beperkingen

Zondag Ontwikkeling. Profiel. Over Zondag Ontwikkeling. ...gelooft in mogelijkheden, niet in beperkingen Zondag Ontwikkeling...gelooft in mogelijkheden, niet in beperkingen Zondag Ontwikkeling is altijd op zoek naar betere oplossingen op het gebied van wonen en commercieel vastgoed. Ons streven is om snel

Nadere informatie

www.marktonderzoek.be

www.marktonderzoek.be Wij zetten het jaar vol inspiratie en enthousiasme in met een overzicht van enkele trends waar we als ondernemer in 2015 niet omheen kunnen. Op de hoogte zijn van deze trends en erop inspelen kan uw activiteiten

Nadere informatie

Deel I Het startpunt van het Vital@Work onderzoek

Deel I Het startpunt van het Vital@Work onderzoek De babyboomer generatie, een langere levensverwachting en lagere geboortecijfers hebben als gevolg dat de samenleving vergrijst. Om de gevolgen van de vergrijzende samenleving, zowel vanuit bedrijfs- als

Nadere informatie

It s a (S)Mall World (Disney)

It s a (S)Mall World (Disney) It s a (S)Mall World (Disney) Een onderzoek naar toepasbare belevingselementen voor in een regionaal winkelcentrum. P.A.M. Polman Masterscriptie, MRE 2011-2013 september 2013 i Colofon Titel Rapport: It

Nadere informatie

Werkpakket 1 Relatie bereikbaarheid en vastgoedwaarden

Werkpakket 1 Relatie bereikbaarheid en vastgoedwaarden Werkpakket 1 Relatie bereikbaarheid en vastgoedwaarden 1 Doel Het doel van het voorliggende project is het schatten van een model waarin op adequate wijze de invloed van spoorwegbereikbaarheid en andere

Nadere informatie

!!! !!!!!!! Beleven we beelden als materie, of is het juist andersom? Lennart de Neef - CTS Essay - Imara Felkers - 16 juni 2014

!!! !!!!!!! Beleven we beelden als materie, of is het juist andersom? Lennart de Neef - CTS Essay - Imara Felkers - 16 juni 2014 PLAATJESKUNST Beleven we beelden als materie, of is het juist andersom? Lennart de Neef - CTS Essay - Imara Felkers - 16 juni 2014 1 Het internet, nog nooit is er in mijn beleving zo n bijzondere uitvinding

Nadere informatie

Brand experience volgens DST: Sterker merk dankzij memorabele contactmomenten

Brand experience volgens DST: Sterker merk dankzij memorabele contactmomenten Brand experience volgens DST: Sterker merk dankzij memorabele contactmomenten Er zijn vele manieren en momenten waarop mensen met een merk in aanraking komen. Soms gebeurt dat in een fysieke omgeving,

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers Opdrachtnemer: Bureau O&S Heerlen Opdrachtgever: Bureau Economie Januari 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Onderzoeksvragen 3 3. Onderzoeksopzet 3 4.

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

kantorenmarkt zuid-nederland Noord-Brabant en Limburg

kantorenmarkt zuid-nederland Noord-Brabant en Limburg Landelijke marktontwikkelingen Mede dankzij enkele grote transacties in diverse steden bereikte de opname van kantoorruimte de eerste maanden van 2012 een (onverwacht) hoog niveau. Deze goede start zette

Nadere informatie

Arbeid, systeemintegratie en inclusie. 1. Systeemtheorie: auteurs (#1)

Arbeid, systeemintegratie en inclusie. 1. Systeemtheorie: auteurs (#1) Arbeid, systeemintegratie en inclusie 1. Systeemtheorie 2. Arbeid integratie 4. Inclusie 5. Drie soorten ruilverhoudingen 1. Systeemtheorie: auteurs (#1) Algemeen: Bertalanffy, jaren 1930 (organismic system

Nadere informatie

Factsheet Quick Scan Bedrijfsvastgoed Rekenkamercommissie Almere

Factsheet Quick Scan Bedrijfsvastgoed Rekenkamercommissie Almere Factsheet Quick Scan Bedrijfsvastgoed Rekenkamercommissie Almere Inleiding In Nederland nam de van bedrijfsvastgoed (kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte) de laatste jaren toe. De verwachting is dat de

Nadere informatie

Evenementen als marketinginstrument:

Evenementen als marketinginstrument: Evenementen als marketinginstrument: Essent in een evenement Naam: Nils Bruijns studentnr.: 2109294 PCN: 187461 Naam: Tom Janssen studentnr.: 2372711 PCN nr.: 304153 Klas: CE1E Docent: K. Brom Vak: Marktonderzoek

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl

www.thesishulp.nl onderdeel van www.nexttalent.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 1.1 Een vervelende ervaring of de kroon op je studie? 1.2 Hoe dit boekje te gebruiken 2. Het begin 2.1 De gouden basisregels 2.2 Het kiezen van een onderwerp 3. Onderzoeksopzet

Nadere informatie

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg

De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg De meerwaarde van het contextueel denkkader binnen de ouderenzorg Claire Meire 2014 Een sterveling draagt zijn ouders op zijn schouders. Of niet op zijn schouders. In zijn binnenste. Zijn leven lang moet

Nadere informatie

Switching on and off. office hours. Internet is booming. Normen vervagen ;-); The Do s and Don ts of E-mail during jjk

Switching on and off. office hours. Internet is booming. Normen vervagen ;-); The Do s and Don ts of E-mail during jjk Switching on and off De impact van smartphone gebruik op het welzijn van de werknemer Daantje Derks Erasmus Universiteit Rotterdam Opzet presentatie Algemeen theoretisch kader Aanleiding/observaties Begripsverheldering

Nadere informatie

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk)

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Naam: Mevrouw Bea Voorbeeld Adviseur: De heer Administrator de Beheerder Datum: 19 juni 2015 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op alle afgeronde onderdelen.

Nadere informatie

Hoe kun je als facility manager gezond gedrag van medewerkers stimuleren? Door: Peter Bekkering

Hoe kun je als facility manager gezond gedrag van medewerkers stimuleren? Door: Peter Bekkering Inhoud Inleiding... 3 Hoe kun je als facility manager gezond gedrag van medewerkers stimuleren?... 4 Meetbaar beter presteren door werkinnovatie... 7 Winning Workplace... 10 HR en inzetbaarheid van personeel...

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

IPTV in Noordoost-Friesland

IPTV in Noordoost-Friesland IPTV in Noordoost-Friesland een onderzoek onder deelnemers aan een pilot met interactieve televisie Door Junior Consult Agenda Over Junior Consult Het onderzoek Conclusies Aanbevelingen Over Junior Consult

Nadere informatie

Rendements Analyse voor Vastgoed Portefeuilles

Rendements Analyse voor Vastgoed Portefeuilles Rendements Analyse voor Vastgoed Portefeuilles Portefeuilleanalyse en Objectanalyse Direct Rendement per Object trademark Vastgoed drs. Ernst RADEMA MSc Real Estate Finance 020 67 37 937 RADEMA@tRADEMArk-Vastgoed.nl

Nadere informatie

Architecture Governance

Architecture Governance Architecture Governance Plan van aanpak Auteur: Docent: Stijn Hoppenbrouwers Plaats, datum: Nijmegen, 14 november 2003 Versie: 1.0 Inhoudsopgave 1. INLEIDING... 3 2. PROBLEEMSTELLING EN DOELSTELLING...

Nadere informatie

Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent

Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent Recept 4: Hoe meten we praktisch onze resultaten? Weten dat u met de juiste dingen bezig bent Het gerecht Het resultaat: weten dat u met de juiste dingen bezig bent. Alles is op een bepaalde manier meetbaar.

Nadere informatie

Logistiek management in de gezondheidszorg

Logistiek management in de gezondheidszorg Katholieke Universiteit Leuven Faculteit Geneeskunde Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap Master in management en beleid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Iedereen sterk. Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers

Iedereen sterk. Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers Iedereen sterk Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers JANUARI 2016 Veranderen moet veranderen Verandering is in veel gevallen een top-down proces. Bestuur en management signaleren

Nadere informatie

pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans

pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans In maart 2014 heeft PGGM haar leden gevraagd naar hun persoonlijke balans: wat betekent persoonlijke balans voor

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

Resultaten Onderzoek September 2014

Resultaten Onderzoek September 2014 Resultaten Onderzoek Initiatiefnemer: Kennispartners: September 2014 Resultaten van onderzoek naar veranderkunde in de logistiek Samenvatting Logistiek.nl heeft samen met BLMC en VAViA onderzoek gedaan

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management Extern MVO-management MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Duurzame ontwikkeling... 4 1.1 Duurzame

Nadere informatie

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Auteur: Jos van Erp j.v.erp@hartstichting.nl Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Maakbaarheid en kwetsbaarheid Dood gaan we allemaal. Deze realiteit komt soms sterk naar

Nadere informatie

Leegstand van kantoren, 1991-2013

Leegstand van kantoren, 1991-2013 Leegstand van kantoren, 1991-2013 Conclusie In Nederland is een overaanbod van kantoorvloeroppervlakte. Gemiddeld 16% van het kantoorvloeroppervlakte staat leeg in 2013. Dit percentage neemt nog steeds

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

PERSBERICHT GROOTHANDELSGEBOUWEN N.V.

PERSBERICHT GROOTHANDELSGEBOUWEN N.V. PERSBERICHT GROOTHANDELSGEBOUWEN N.V. 2007: VERDER HERSTEL RESULTATEN. - Huuropbrengst + 19,6 % (van 9,1 naar 10,8 miljoen) - Bezetting gebouw van 63% naar 81,5% - Resultaat van 8.276.000 naar 12.643.000

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie