RESOLUTIES VAN DE MAGISTRAAT VAN BRIELLE,

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RESOLUTIES VAN DE MAGISTRAAT VAN BRIELLE,"

Transcriptie

1 Inventarisnummer 539. Streekarchief VPR. RESOLUTIES VAN DE MAGISTRAAT VAN BRIELLE, Bewerking door Christiaan van der Tuijn - Hellevoetsluis Te Hellevoetsluis. Resolutien, genomen bij de Edele achtbare heeren burgemeesteren en regeerders der stad Brielle beginnende met den jaare Saterdag den 3 e Januarij Present de heeren van Dam van Aerden en de Mirell burgemeesteren, Poortemans, Fauvacq, Graafland, Roest, Kruijne, Preuijt, scheepenen. Hoijer en Sandifort raden. De resolutien, op den 27 e December der voorleeden jaers genomen zijn geresumeert, en gehouden voor gearresteert. Is geleezen de requeste van Hendrik Kruijne, raad in de vroedschap, en regeerend scheepen dezer stad, in qualiteit, als vermits het vooroverlijden van Dr: Maximiliaan Francisx Overgoor, eenige overgebleeve executeur van het testament, en voogd over de minderjaarige erfgenaam van wijlen Jan Overgoor, in leven sergeant majoor, wagtmeester, en auditeur militair van het guarnisoen en brouwer alhier, verzoekende, om reedenen, bij voorschreeve requeste in het breede geallegueert, dat hun Edele achtbaare den suppliant gelieven te authoriseeren en desnoods te qualificeeren, omme, in zijn voorschreeve qualiteit, de bij hem genegocieerde somma van vier duijzend en zeven hondert guldens, voor zijn pupil Johanna Overgoor, te mogen houden op behoorlijke intrest, en deswegens, en over de tijd van aflossing, zoodanig te convenieeren, als ten meesten voordeele van dezelve zijn pupil, zal oordeelen te behooren, en ten nodige, en gerequireerde verzeekering, zulks te vestigen op behoorlijke hijpotheecq op de brouwerij cumannexes van gemelde zijne pupil binnen deze stad, ten behoeven van J. Boudewijnsen, als in huwelijk hebbende Helena Genetta Blanc, of met denzelve niet kunnende convenieeren, als dan, ten behoeve van iemand anders sulks te mogen doen, en hiervan aan den suppliant en zijne qualiteit te verleenen acte of appointement in forma, zijnde voorsz: requeste geregisteert in het request boek op folio 76 verso. Waarop gedelibereert zijnde, is goed gevonden en verstaan, het verzoek van de suppliant, bij voorschreeven requeste gedaan te accordeeren, en dien volgens den suppliant te authoriseeren, en te qualificeeren, en gequalificeert werd bij desen, omme in desselvs qualiteit, als voogd over Johanna Overgoor, de bij hem genegocieerde somma van vier duijsend zeeven hondert guldens voor voorn: zijne pupil te mogen houden op behoorlijke intrest, en deswegens, en over de tijd van aflossing, zoodanig te convenieeren, als ten meesten voordeele van dezelve zijne pupil, zal oordeelen te behooren, en ten nodige en gerequireerde verzeekering, zulx te vestigen op behoorlijk hijpotheecq, op de brouwerij cum annexis van gemelde zijne pupil binnen deze stad, ten behoeve van Johanna Boudewijnsen, apothecar in S Gravenhage, als in huwelijk hebbende Helena Genette Blanc, of met denzelven, zulks te mogen doen. En zal hiervan aan den suppliant verleend werden appointement in forma. Is geleesen de requeste van Pieterje Spruijt, weduwe van Cornelis Brouwer, wonende binnen deze stad, versoekende om reedenen bij voorschreeve requeste in het breede geallegueert, dat het hun Edele achtbaare gunstig moge behagen de suppliante te vergunnen, dat aan haar, uit hoofde van den soberen staat waar zij suppliante zig bevindt, en uit consideratie voor de swaare last van opvoeding, waarmede de suppliante met haare vijf kinderen is beset, de andere helfte van de nalatenschap van haar mans vader Pieter Cornelisz: Brouwer, ten bedrage van agt en vijftig guldens vijff stuijvers, welke ter weeskamer alhier in bewaringe was gebragt, mogt werden afgegeeven. En daar van te verleenen autorisatie of appointement in forma, zijnde voorsz: requeste geregistreert in het request 1

2 boek op folio 77 verso. Waarop gedelibereert zijne, is goedgevonden, en verstaan, voorschreeve requeste te stellen in handen van heeren weesmeesteren dezer stad, om, voor heden en agt dagen hun Edele achtbaare hier omtrent, te dienen van berigt. De heer vroedschap Fauvarcq heeft te kennen gegeeven, met de grootste verwondering vernomen te hebben, dat hun Edele groot achtbaare de heeren van den vroedschappe, hadden kunnen goedvinden, op den 29 e December 1783, niet alleen eene resolutie te neemen, tot het doen eener publicatie aan de burgerij, maar dezelve ook dadelijk, ten overstaan van heeren burgemeesteren, en twee scheepenen (daar toe willekeurig uijtgekoosen) te doen publiceeren, en affigeeren. Dat het zijn Ed: (zonder zig voor het tegenwoordige in te laaten in het regt van de heeren van den vroedschap tot het arresteeren van zoodanige publicatien) toescheen, buiten alle contestatie te zijn, dat de executie van dezelve, ten minsten moet overgelaaten worden aan het collegie van de magistraat, aan t welke de policie, en conseratie der rust dezer stad is gedemandeert, en dat zijn Ed: daarom de vrijheid nam, om aan hun Edele achtb: de leeden van de magistraat, te proponeeren, om op heeden eene resolutie te nemen, waarbij het verrigte van de heeren van de vroedschap, word geconsireert, als strijdende tegens het regt van de magistraat, en dus het zelve te houden voor informeel, en uit dien hoofde, van weegen de magistraat daar tegen gereserveert zodanige maatregulen te neemen, als in tijd en wijlen nodig zullen geoordeelt worden. Welke proporitie in omvraag gebragt, en daar over gedelibereert zijnde, is de heer vroedschap Fauvarcq voor deszelvs attentie, tot maintien van de regten van de magistraat bedankt, en geresolveert, zoo als geresolveert word bij dezen, het doen van de bovengemelde publicatie door hun Edele groot achtbaare heeren van de bovengemelde publicatie door hun Edele groot achtbaare de heeren van de vroedschap te houden voor informeel, en strijdig tegen de regten van de magistraat, en uijt dien hoofde, van wegens dit collegie daar tegen te reserveeren, zodanige maatregulen te neemen, als in tijd en wijlen nodig zullen geoordeelt worden. De heeren Dr: C. van Dam van Aerden en Dr: A.de Mirell burgemeesteren, de heer oud burgemeester P. Poortermans, en de heer vroedschap J. Roest, hebben tegen bovengemelde resolutie gereserveert hunne aanteekening, tegen welke de andere preesente heeren hunne contra aanteekening hebben behouden. Ordonnantien geaccordeert. Aan de heer preesident burgemeester van Dam van Aerden voor vacatie en reijskosten na S Gravenhage, ter waarneming van de vergadering hun Edele groot mogende van den 25 e November, tot den 6 e December 1783, ter somma van f. 49-:-:. Aan de heer burgemeester de Mirell, ter zaake voorsz: van den 9 e tot den 25 e December 1783, ter somma van f :. Aan den pensionaris Helsdingen, ter zaake van den 13 e November tot den 25 e December 1783, ter somma van f :. Op de heer thesaurier Swalmuis. Op huiden is, ten overstaan van de heer Pieter Graafland, vrijheer van Heenvliet, als scheepen, en Mr: Willem Hoijer als raad in den magistraat, door de heer vroedschap Swalmuis, als ontfanger van het armenmiddel gelegt den armbos ter secretarij dezer stad, en daar in bevonden f Saterdag den 10 e Januarij Preesent de heeren van Dam van Aerden en de Mirell burgemeesteren, Poortemans, Hogendijk, Fauvarcq, Graafland, de Wit, Roest, Kruijne, Preuijt scheepenen. Hoijer en Sandifort raden. De resolutien, op den 3 e Januarij genomen, zijn geresumeert en gehouden voor gearresteert. De heeren dr: Cornelis van Dam van Aerden, en dr: Adriaan de Mirell burgemeesteren, ende heeren Pieter Poortemans, en Jacobus Roest, schepenen, op de propositie door de heer scheepen dr: Gerard 2

3 Fauvarcq, op den 3 e deser lopende maand Januarij gedaan, en op deszelvs advis daar ingevolge zijnde geworden door de heeren scheepenen Pieter Graafland heere van Heenvliet, Hendrik Kruijne, en mr: Cornelis Preuijt, ende heeren raden, mr: Willem Hoijer, en mr: Rocus Sandifort, uijt makende te zamen de pluraliteijt van preesentie leeden van de magistraat, en daar op door gezegde heer scheepen Tauvarcq geintendeert, en geurgeert op conclusie met bijvoeging, dat hij zelve andersints zoude conchideeren, en voorts dat hij heer scheepen Fauvarcq de gezegde conclutie verboten is in soritis aan de secretaris bij de vergadering gefungeert hebbende, op deszelvs versoek, wel nader zoude opgeeven, en tegens welk een en ander bij de bovengemelde heeren burgemeesteren en scheepenen, (na bij herhaling geproponeert te hebben, de zaak, als van veel delicateste en uijtzigt zijnde, commissoriael te maaken, t welk door de heer Fauvarcq en verdere heeren absolut verworpen wierd) dadelijk is geprotesteert geworden, met reserve van nadere aanteekening, zoo als te raade zouden worden, doen hier bij aanteekenen, dat aangezien de resolutie van de Edele groot achtbaare heeren burgemeesteren en vroedschappen deser stad, op den 8 e deser lopende maand Januarij genomen, met versoek en last aan heeren burgemeesteren, om copie derselver resolutie te brengen ter kennisse van de Edele achtbaare heeren van de magistraat, en dewelke alhier ter vergadering doende voorleezen, luijdende: Heeren burgemeesteren hebben in de vroedschaps vergadering voorgedragen, dat de publicatie (door burgemeesteren en vroedschappen, aan wien bij radicale qualiteijt, en dus in de eerste plaats agtervolgens den eed bij hunne aanstelling gedaan, de zorg tot het maintineeren van dezer stad privilegien in burgers voorregten, is opgelegd, en aanbevoolen) van den 29 e December 1783, gedaan emaneeren, en ten zelven dage binnen deeze stad affigeeren, houdende voorzieninge tot bewaring van de rust en eensgezindheijd, onder de goede burgerij, met verzekeering door hun Edele groot achtb: daar bij gegeven, dat niet eenig punct de privilegien of der voorrechten dezer burgerij is weggegeeven, of eenige inbreuk daar op gemaakt geworden, en dat des nogtans voor zoo verre iemand der burgers en ingezeetenen deswegens mogte zijn gemaakt geworden bezwaard, en zig daar over mogte vinden bedenking hebbende, de zoodanige, of zoodanigen als dan zig vrijelijk zouden hebben te vervoegen bij de heeren regeerende burgemeesteren, en onbeschroomd, dog discreetelijk, hunne reedenen van bedenkelijkheid of bezwaar openleggen, met toezegging niet alleen van daar omtrent na waarheid te zullen worden onderricht, maar ook met betuijging van goede geneigheid, omtrent hunne voordragingen, mitz op reeden, en billijkheid steunende genoegens te geeven. Dat ofschoon zij heeren burgemeesteren het genoegen hebben aan hun Edele groot achtbaare te kunnen communiceeren, de dadelijke aangenaame vrugtgevolgen veroccasioneert door de gemelde publicatie van voorsieninge, met dat effect, dat zeer veele van de eerste en onbesprookenste der burgers en ingezeetenen, uit eige beweeging aan hun heeren burgemeesteren consecutivelijk hebben gemaakt addressen, met betuijging van erkentenis voor de regt vaderlijke zorg, bij gemelde publicatie van voorsieninge gedaan. Nogtans heeren burgemeesteren voor hun Edele groot achtbaare ook niet mogen verbergen, dat zij met veel surprise hebben vernoomen, dat de meergemelde publicatie, als na gewoonte, op verscheijde plaatsen binnen deze stad zijnde geaffigeerd geworden, clandestien is afgescheurd geworden, zelvs nog na de tweede gedaane affictie derzelve. Dat heeren burgemeesteren over sulx aan hun Edele groot achtbaare waren gevende in bedenking, of, en welke middelen tot ontdekking van het schenden der gezegde publicatie, en tot nader voorziening voor het vervolg daar omtrent zouden kunnen en behooren gearresteert en te werk gesteld worden. En dat heeren burgemeesteren daar over in agting neemende, dat de gezegde gereiterende afscheuringen der gemelde publicatie zijn feijtelijkheden van zeer verregaande uit zigten, en in desen tijd vooral op te neemen voor eene dadelijke demonsta tie van kwaadwilligheid en onrustigheid bij zig zelven, en leidende veelzints tot opwekking en aanzetting aan anderen tot meerdere gelijke onbehoorlijkheeden na de wetten van den lande zeer streefbaar, aan hun Edele groot achtbaare waren voorstellende, dat tot ontdekking van den dader, of daders van de gemelde misbedrijven, van wegens burgemeesteren en vroedschappen deezer stad wierde gesteld en beloofd eene preemie van twee hondert en vijftig guldens, te genieten bij de geenen, die zulx zal komen aan te brengen bij volleedige bewijzen, en dat tot de meeste en efficacieuste bevordering, zoo tot 3

4 ondekking van de gemelde misbedrijven, als ook wel, voor zoo verre het nog al verder ondernoomen zoude mogen worden, al het boven gemelde van wegens burgemeesteren en vroedschappen wierde gebragt ter kennisse van den hoog Edelen heer bailluw dezer stad, met verzoek, om bij het collegie van burgemeesteren en scheepenen de gemelde zaak voorgedraagen hebbende, als bij sterke handbieding te arresteeren, en dadelijk te doen emaneeren en affigeeren eene publicatie met omschrijving, en uitlooving, als boven gementioneerd, en met exhortatie aan alle ende een iegelijk van zig te onthouden, en te wagten van verdere zoort gelijke misbedrijven, op de straffen, na de wetten van den lande daar tegens gesteld. Waarop zeer rijpelijk gedelibereert zijnde, zijnde heeren burgemeesteren voor derselver aanhoudende attentie, ter bewaaring van de gemeene rust binnen deeze stad, bedankt, en is voorts alles conform hunne voordraging en propositie geresolveert geworden, en gearresteert deze resolutie copielijk te communiceeren aan hun Edele achtbaare de heeren van de magistraat, ten einde daarvan kennis te dragen. En is deze resolutie staande vergadering gepreelegeerd en gehouden voor geresumeert. Is inhoudende een seer ampel van zaken rakende stads privilegien en der burgers voor rechten, waar over heeren burgemeesteren en vroedschappen, uit hoofde van derzelver radicale qualiteit volkomen en wel in de eerste plaats, met alleen competeert, maar daar en boven bij eede daartoe verbonden zijnde, zig hebben verpligt en gehouden gevonden, te maaken, en te stellen ordre van voorzieninge, en dewelke allezints weederspreekende zijn, het begrip ende opgegeeve conclusie van eenige heeren scheepenen en raden voorgemeld: de bovengenoemde heeren burgemeesteren en vroedschappen de meergemelde resolutie van heeren burgemeesteren en vroedschappen deser stad houden en verklaaren te houden voor hunne aanteekening, tegen de gemelde conclusie, alhier geinsereert, en genotuleert, en gevolgelijk dezelve conclusie van de heer Fauvarcq, en verdere heeren, als strijdende tegens alle goede ordre van regeering en goede policie, niet alleen te verklaaren, als iets niet tepas komende, voortgebragt, maar ook te houden voor geheel informatie. De heeren scheepenen Damas Cornelis Hogendijk, en Mr: Adriaen Mattheus de Wit, op de resumtie present, hebben zig met de bovenstaande aanteekening van de heeren regeerende burgemeesteren van Dam van Aerden en de Mirell ende scheepenen Poortemans en Roest geconformeert. De heeren scheepenen Fauvarcq, Graafland, Kruijne en Preuijt ende heeren raden Hoijer en Sandifort, hebben tegens voorschreeve aanteekening gereserveerd zodanige contra aantekening, als zij heeren te rade zullen worden. Heeren burgemeesteren hebben aan hun Edele achtb: ingevolge, en ter voldoening van de resolutie van hun Edele groot achtbaare de heeren burgemeesteren en vroedschappen deser stad van den 8 e dezer lopende maand, copielijk gecommuniceert, de resolutie van gemelde hun Edele groot achtb: ten zelven dage genomen, ten einde hun Edele achtbaare daar van kennis dragen, en luijdende als volgt: Extract uit de resolutien van de Edele groot achtbaare heeren burgemeesteren en vroedschappen der stad Brielle. Donderdag den 8 e Januarij Heeren burgemeesteren hebben in de vroedschaps vergadering voorgedragen, dat de publicatie (door burgemeesteren en vroedschappen, aan wien bij radicale qualiteit, en dus in de eerste plaats, agtervolgens den eed, bij hunne aanstelling gedaan, de zorg, tot het maintineeren van dezer stads privilegien, en burgers voorregten, is opgelegd en aanbevolen) van den 29 e December 1783 gedaan emaneeren, en ten zelven dage binen deze stad affigeeren, houdende voorsieninge tot bewaaringe van de rust, en eensgezindheid onder de goede burgerij, met verseekering door hun Edele groot achtbaare daarbij gegeeven, dat niet een eenig punct der privilegien of der voorrechten dezer burgerij is weggegeeven, of eenig inbreuk daar op gemaakt geworden, en dat des nogtans, voor zoo verre iemand der burgers en ingezeetenen deswegens mogte zijn gemaakt geworden bezwaard en zig daar over mogte vinden bedenking hebbende, de zodanige, of zodanigen als dan zig vrijelijk zouden hebben te vervoegen bij de heeren regeerdende burgemeesteren, en onbeschroomd, dog 4

5 discreetelijk, hunne reedenen van bedenkelijkheid of bezwaar opleggen, met toezegging niet alleen van daar omtrend na waarheid te zullen worden onderricht, maar ook met betuijging van goede geneidheid, omtrent hunne voordragingen, mitz opreeden en billijkheid steunende genoegens te geeven. Dat, ofschoon zij heeren burgemeesteren het genoegen hebben aan hun Edele groot achtb: te kunnen communiceeren, de dadelijke aangename vrugtgevolgen, veroccasioneerd door de gemelde publicatie van voorzieninge, met dat effect, dat zeer veele van de eerste en onbesprookenste der burgers en ingezeetenen uit eige beweeging aan hun heeren burgemeesteren consecutwelijk hebben gemaakt addressen, met betuijging van erkentenis voor de regt vaderlijke zorg bij gemelde publicatie van voorsieninge gedaan, nogtans heeren burgemeesteren voor hun Edele groot achtb: ook niet mogen verbergen, dat zij met veel surprise hebben vernomen, dat de meergemelde publicatie als na gewoonte, op verscheijde plaatsen binnen deze stad zijnde geaffigeert geworden, clandestin is afgescheurd geworden, zelver nog na de tweede gedaane affixie derselve. Dat heeren burgemeesteren over sulks aan hun Edele groot achtbaare waren gevende in bedenking, of en welke middelen tot ontdekking van het schenden der gezegde publicatie, en tot nadere voorziening voor het vervolg daar omtrent zouden kunnen, en behoren gearresteert, en te werk gesteld worden. En dat heeren burgemeesteren daar over in agting neemende, dat de gezegde gereitereerde afscheuringen der gemelde publicatie, zijn feitelijkheeden van zeer verregaande uitzigten, en, in deesen tijd voor al op te neemen voor eene dadelijke demonstratie van kwaadwilligheid en onrustigheid bij zig zelven, en leidende veelzints tot opwekking, en aanzetting aan anderen tot meerdere gelijke onbehoorlijkheeden, na de wetten van den lande zeer strafbaar, aan hun Edele groot achtbaare waren voorstellende, dat tot ontdekking van den dader of daaders van de gemelde misbedrijven van weegens burgemeesteren en vroedschappen, dezer stad wierde gesteld en beloofd een preemie van twee hondert en vijftig guldens te genieten bij de geene, die zulks zal komen aan te brengen bij volleedige bewijzen. En dat tot de meeste en efficacieuste bevordering, zoo tot ontdekking van de gemelde misbedrijven, als ook wel, voor zoo verre het nog al verder ondernomen zoude mogen worden, al het bovengemelde van wegens burgemeesteren en vroedschappen wierd gebragt tot kennisse van den hoog Edele heer bailluw dezer stad, met verzoek, om bij het collegie van burgemeesteren en scheepenen, de gemelde zaak voorgedragen hebbende, als bij sterke handbieding te arresteeren, en dadelijk te doen emaneeren en affigeeren eene publicatie met omschrijving en uitlooving als boven gementioneert, en met exhortatie aan alle ende een iegelijk van zig te onthouden, en te wagten van verdere zoortgelijke misbedrijven op de straffen, na de wetten van den lande daartegens gesteld. Waarop zeer rijpelijk gedelibereert zijnde, zijn de heeren burgemeesteren voor derselver aanhoudende attentie ter bewaaring van de gemeene rust binnen deze stad bedankt, en is voorts alles conform hunne voordragingen en propositie geresolveert geworden en gearresteert deze resolutie copielijk te communiceeren aan hun Edele achtbaare de heeren van de magistraat, ten einde daar van kennis te dragen. En is deze resolutie staande vergadering gepreelegeert, en gehouden voor geresumeert. Accordeert met voorsz: resolutie. Waarop gedelibereert zijnde, hebben de heeren regeerende burgemeesteren van Dam van Aerden ende Mirell, ende scheepenen Poortemans, Hogendijk, de Wit, en Roest, geadviseert voorschreeve resolutie aan te neemen voor notificatie, ende heeren scheepenen Fauvarcq, Graafland, Kruijne en Preuijt, ende heeren raden Hoijer en Sandifort geadviseert om gemelde resolutie aan te neemen voor notificatie, maar teffens geproponeert om van wegens de magistraat te reserveeren zodanige addressen, zulx en daar ter plaatse, daar hun Edele achtbaare zulx nodig zullen oordeelen. Is geleesen het schriftelijk berigt van de Edele achtbaare heeren weesmeesteren dezer stad, ingevolge, en ter voldoening van hun Edele achtb: appointement van heden en agt dagen, gerequireert, op de requeste, ten zelve dage aan hun Edele achtbaare gepreesenteert bij Pietertje Spruit, weduwe van Cornelis Pieterse Brouwer, woonende binnen deze stad, verzoekende, om reedenen, bij voorschreeve requeste in het breede geallegueert, dat het aan hun Edele achtbaare goedgunstiglijk moge behagen, de supplante te vergunnen, dat aan haar, uit hoofde van haaren 5

6 soberen staat, waar in zij zig bevind, en uit consideratie van de zwaare last van opvoeding, waar meede de suppliante met haare vijf kinderen is bezet, de helft van de nalatenschap van haar mans vader Pieter Cornelisz: Brouwer, ten bedrage van agt en vijftig guldens en vijff stuijvers, welke ter weeskamer alhier in bewaring was gebragt, mogt werden afgegeeven, zijnde voorsz; berigt geregisteert in het requestboek op folio 78 agter de requeste van Pieterje Spruit, weduwe van Cornelis Pieterse Brouwer. Waarop gedelibereert, en in agting genoomen zijnde, eens deels den soberen en armoedigen staat waar in den suppliante zig bevind, en ander deels de omstandigheeden in desen samenloopende bij het voorschreeve berigt van heeren weesmeesteren in het breede gedetailleert, en alle voor de suppliante militeerende. Is goedgevonden en verstaan, de suppliante haar versoek, bij opgemelde requeste gedaan te accordeeren, en dien volgens heeren weesmeesteren deser stad te authoriseeren en te qualificeeren, zoo als geauthoriseert en gequalificeert worden bij deesen, om aan de suppliante, tegens behoorlijke quitantie, af te geeven, de somma van agt en vijftig guldens, en vijff stuijvers, zijnde de helft van de nalatenschap van wijlen haar mans voor overleedene vader Pieter Cornelis Brouwer, welke alhier ter weeskamer, ingevolge resolutie van heeren weesmeesteren van den 13 e November 1783, zijn overgebragt: En zal hier van aan de supliante verleend worden appointement op haar requeste in forma, als meede extract van deze hun Edele achtbaare resolutie gegeeven worden aan heeren weesmeesteren deser stad, om te strekken tot derselver authorisatie en qualificatie. De secretaris Hogerwaard heeft aan hun Edele achtbaare gecommuniceert een missive, bij hem secretaris ontfangen van den capiteijn, onder het tweede battaillon van het regiment mariniers van den heer generael major baron Bentink, Carel du Moulin, geschreeve te Deventer den 29 e der voorleeden maand, zendende daar nevens, ingevolge en ter voldoening van hun Edele achtbaare resolutie van den 13 e daar bevorens, een omschrijving van zeeker memorieboekje van paerel damour in goud gevat, en door denzelve bij zijn vertrek uit deze stad in de maand Junij laastleeden bij den chirurgijn van der Kuin laten leggen, als meede een qualificatie voor den auditeur militair van het guarnisoen der stad Deventer, en getuijgen op den 29 e December 1783 gepasseert, op den capitein van het zelve regiment Martinus Hogerwaard, thans binnen deze stad, om gemelde memorieboekje van den secretaris Hogerwaard over te neemen, en hun Edele achtb: voor alle namanige te quarandeeren, versoekende hij secretaris hun Edele achtbaare resolutie, hoe als nu met bovengemelde memorieboekje, onder hem berustende, te handelen, te mogen verstaan. Waarop gedelibereert, voorsz: memorieboekje met de omschrijving vergeleeken, en daar meede overeenkomstig bevonden zijnde. Is goed gevonden en verstaan, den secretaris Hogerwaard te authoriseeren en te qualificeeren, zoo als geauthoriseert, en gequalificeert word bij desen, om aan den capitein Martinus Hogerwaard, onder behoorlijke quitantie, en acte van acquit en quarantie, na restitutie van verschote brieveporten, te demanueeren, en ter hand te stellen, het hier boven gemelde memorie boekje, toebehoorende aan den capiteijn onder het tweede battaillon van het regiment mariniers van den heer generael major baron Bentink, Carel du Moulin. Is, na voorgaande deliberatie, goedgevonden en verstaan, de drie nagelaate kinderen van wijlen Josijna Waardenberg, weduwe Simon Knop, genaamt Jan Knop, oud 14 jaaren, Hendrik Knop oud 13 jaeren, en Antje Knop oud 9 jaeren, als effective burgers kinderen, in het weeshuis dezer stad te zenden, om aldaar te worden opgevoed, alles in conformite van hun Edele achtbaare resolutie van den 30 e September En zal hier van door een gerechtsbode kennisse werden gegeven aan de heer oudste regent, vrouwe oudste regentesse, en binnen vader van voorsz: godshuis tot informatie. Is binnen gestaan, Johannes Kleijn, burger en inwoonder deser stad, versoekende tot het uitsnijden en verkopen van salm, en verse visch aan de huijsen, te worden geadmitteert. Waarop gedelibereert zijnde, is het zelve aan hem geaccordeert, mits de burgers en ingeseetenen in alles civiel behandelende. Certificatie geaccordeert. 6

7 Aan de heer burgemeester de Mirell, als serviesmeester deser stad, ter verificatie van het inleggende guarnisoen van den 12 e Julij tot den 31 e December Subsidie geaccordeert. Aan de Nederduitsche gereformeerde diaconij deser stad ter somma van f. 600-:-:. Op de heer ontfanger van het armenmiddel. Ordonnantie geaccordeert. Aan Jan Hulscher, mr: leijdekker voor een jaar onderhoud van alle stads leijedaken, verscheenen ultimo december 1783, volgens aanneeming ter somma van f. 90-:-:. En nog eenige extra werk ter somma van f : dus samen ter somma van f :. Op de heer thesarier Swalmuis. Saterdag den 17 e Januarij Preesent de heeren van Dam van Aerden en de Mirell burgemeesteren, Poortemans, Hogendijk, Fauvarcq, Graafland, de Wit, Roest, Kruijne, Preuijt, scheepenen. Hoijer en Sandifort raaden. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden, heeft ter vergadering geexhibeert, een rekening van de stadsdrukker, en boekverkoper Gabriel Leenand Verhell, over den jaare 1783, wegens gedaane leverantie, en drukloonen, ten dienste deser stad behoorlijk in al zijne departementen geattesteert, en geviseert, door de heer oud burgemeester Gevaerts, als burgemeester thesaurier van den gepasseerde jaare, ter somma van f :, en geproponeert, om gemelde reekening met ordonnantie, ter voorn: somma te beslaan, op den heer thesaurier Swalmuis, en sulx dus geadviseert, met welk advis heer burgemeester de Mirell, ende heeren scheepenen Poortemans, Hogendijk, de Wit, en Roest, hun hebben geconformeert, dan heeft de heer scheepen Fauvarcq geadviseert, dat zig zoo direct op de validiteit van gemelde reekening niet konde expliceeren, maar versogt, dat dezelve agt dagen indecliberatie mogt gehouden worden, ten eijnde dezelve te examineeren, het geen hem als magistraat persoon niet konde nog mogt geweijgert worden, met welk advis van de heer scheepen Fauvarcq, de heeren scheepenen Graafland zig hebben geconformeert, hebbende de heer president burgemeester van Dam van Aerden des niet tegenstaande geurgeert op expeditie van ordonnantie uit hoofde van de gevolgen, die hier uijt zouden kunnen resuteeren, ende ongehoordheid der sustenie van de heer scheepen Fauvarcq, en verdere heeren, zig met desselvs advis hebbende geconformeert, dan welke heeren bij hun advis hebben gepersisteert. De heer president burgemeester van Dam van Aerden heeft aan hun Edele achtbaare voorgedragen, dat het hun Edele achtbaare bij derselver resolutie van heden en agt dagen, hebbende behaagd, de drie nagelatene kinderen van wijlen Josijntje van Waardenberg weduwe van Simon Knop, in het weeshuijs deser stad te zenden, als nu nog resteerde dat iemand gehoorlijk wierd geauthoriseert van wegens hun Edele achtb: om gemelde boedel tot liquiditeit te brengen. Waarop gedelibereert zijnde, is goedgevonden en verstaan, de geregtsbode Willem Roskam te autoriseeren en te qualificeeren, zoo als geauthoriseert en gequalificeert word bij desen, om den nagelaaten boedel van wijlen Josijna van Waardenburg, weduwe van Sijmon Knop, tot liquideteit te brengen, en van dezelve voor hun Edele achtbaare te doen behoorlijke reekening, bewijs en reliqua, ten welken eijnde extract van deze hun Edele achtbaare resolutie gegeeven zal worden aan gemelde geregtsbode Roskam om te strekken tot deszelvs qualificatie. Binnen gestaan de respective bierwerkers binnen deze stad te kennen gevende, dat hij haar lieder ordonnantie, bij hun Edele achtb: op den 26 e April 1738 gearresteert, is gestatueert. Dat de bieren gewerkt moetende werden uit de brouwerij op een boerenwagen, of schuit aldaar voor de deur staande, of leggende, van een half vat sal moeten betaald een stuijver. Dat zulx egter, zeedert veele jaeren niet word voldaan, nog de bieren dusdanig op boerewagens, en schuiten door hun worden gewerkt, maar het zelve door de bediendens der brouwerij word gedaan, 7

8 en zij daar door hun loon komende missen, gelijk zulx omtrent den brander ook geschied, versoekende hun Edele achtb: resolutie, hoe hier meede voor het vervolg te handelen, te mogen verstaan. Waarop gedelibereert zijnde, is goedgevonden en verstaan, de heer vroedschap Kruijne, in qualiteit als voogd over over de minderjaarige erfgenaam van wijlen Jan Overgoor, administreerende de brouwerij binnen deze stad, te verzoeken, zoo als versogt word bij desen, om heden en agt dagen, hun Edele achtbaare dieswegens te willen clucideeren, of er ook somtijds een staats resolutie mogte exteeren, die permitteert, dat dusdanige bieren door bediendens der brouwerij worden bewerkt, en waardoor dat gedeelte van de ordonnantie voor de bierwerkers zoude komen te vervallen, ten eijnde als dan daar op nader te delibereeren als meede omtrent diergelijke bij haar gedaane beswaren over den brander. Ordonnantie geaccordeert. Aan de gerechtsbode Roskam voor verschot van graven en doodkisten voor arme luijden op ordre van heeren burgemeesteren van den 28 e Januarij tot den 31 e December 1783 ter somma van f Op de heer ontfanger van het armemiddel. Saterdag den 24 e Januarij Preesent de heeren van Dam van Aerden ende Mirell burgemeesteren, Poortemans, Hogendijk, Fauvarcq, Graafland, de Wit, Roest, Kruijne, Preuijt scheepenen. Hoijer en Sandifort raden. De resolutien, op den 17 e Januarij genomen, zijn geresumeert en gehouden voor gearresteert. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden heeft aan hun Edele achtbaare weder geexhibeert de reekening van de stads drukker en boekverkooper Gabriel Leonand Verhell, over den jaare 1783 waarop op voorleeden Saterdag, wegens de dispariteit der sentimenten, geen resolutie was gevallen, en geproponeert om dezelve reekening met ordonnantie van betaling ter somma van f : te beslaan op de heer thesaurier Swalmuis, en dusdanig geadviseert, met welk advis de heer burgemeester de Mirell, ende heeren scheepenen Poortemans, Hogendijk, de Wit, en Roest hun hebben geconformeert, dan heeft de heer scheepen Fauvarcq gedeclareert, dat hij bij examinatie van gemelde reekening hadde bevonden, dat op dezelve stond een post voor het drukken van 150 publicatien bij de heeren van den vroedschappe op den 29 e December des voorleeden jaers gearresteert, tegen het teijkenen van een request daarbij breeder vermeld, en welke publicatie hun Edele achtbaare de heeren van de magistraat bij derselver resolutie van den 3 e deser lopende maand, hebben verklaart te houden voor informeel, en strijdig tegen de regten van de magistraat, en daar tegen gereserveert zoodanige maatregulen te neemen, als in tijd en wijlen nodig zullen geoordeelt worden, om al het welk hij heer Fauvarcq niet konde adviseeren van gemelde reekening met ordonnantie te beslaan, ten ware tegelijk wierde geresolveert, dat alle de kosten, die uit de reserve van zodanige maatregulen, als tot maintien van de regten van de magistraat zullen nodig geoordeelt worden, zullen worden geimpendeert, meede door de stad werden voldaan, met welk advis de heeren scheepenen Graafland, Kruijne en Preuijt, ende heeren raden Hoijer en Sandifort zig hebben geconformeert. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden heeft aan hun Edele achtbaare gecommuniceert, dat de heer vroedschap Kruijne, als bij hun Edele achtbaare resolutie van heden en agt dagen, hier toe versogt, aan zijn Ed: hadde geclucideert, dat hij bij het 2 e lid van het 15: articul van de ordonnantie op de binnen gebrouwe bieren, van datum den 29 e November 1749 bij hun Edele groot mogende gearresteert, is gestatuieert, het navolgende des zal het zijn gepermitteert tot de bieren, dewelke direct uijt de brouwerij op scheepen of schuijten, op wagens of karren, zullen worden gebragt, om direct buiten de steden, na elders vervoert te worden, te gebruijken de knegts uijt dezelve brouwerij, mits dezelve schepen, schuijten, wagens of karren, zoo na bij aan de brouwerij, als volgens de constitutie van dezelve doenelijk zal zijn, moeten leggen, of komen, en mits beedigde zijnde. En dat dus hier meede gevonden was, de reeden waaromme dusdaanige bieren, niet door de bierwerkers worden bewerkt, nog aan haar het salaris bij derzelver ordonnantie in dato den 26 e April 8

9 1738 bepaalt, word voldaan. Waarop gedelibereert, en de heer vroedschap Kruijne voor de gegeeve elitcidatie bedankt zijnde, is sulx aan de bierwerkers gecommuniceert. Ordonnantie geaccordeert. Aan de gerechtsbodens dezer stad, voor vacatie, reijskosten na S Gravenhage, met heeren stads gedeputeerdens ter vergadering van hun Edele Groot Mog: en extra vragten met vriesend weder, en beslooten water, en nog eenige verschotten van den 5 e tot den 17 e Januarij deser jaers ter somma van f :. Op de heer thesaurier Swalmuis. Donderdag den 29 e Januarij Preesent de heeren van Dam van Aerden en de Mirell burgemeesteren, Poortemans, Hogendijk, Fauvarcq, de Wit, Roest, Kruijne scheepenen. Sandifort raad. Groot burgerregt deser stad geaccordeert aan Adrianus Johannes Hogendijk van Dompselaar. Saterdag den 31 e Januarij Preesent de heeren van Dam van Aerden en de Mirell burgemeesteren, Poortemans, Hogendijk, Fauvarcq, Graafland, de Wit, Roest, Kruijne, Preuijt, schepenen. Hoijer en Sandifort raden. De resolutien, op den 26 e en 29 e Januarij genoomen, zijn geresumeert, en gehouden voor gearresteert. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden, heeft aan hun Edele achtbaare gerapporteert, dat door de heer vroedschap Preuijt, als rentmeester van het weeshuijs dezer stad, aan heeren regenten van gemelde godshuijs, ingevolge, en ter voldoening van hun Edele groot achtbaare resolutie van den 13 e November 1780, had overgegeven, een pertinente staat der cassa van gemelde godshuijs, zoo als op den 1 ste Januarij dezes jaers zig hadde bevonden, en dat dus ten vollen aan hun Edele achtbaare. Waarop gedelibereert, ende heer preesident burgemeester van Dam van Aerden voor de gegeeve communicatie bedankt zijnde, is de heer vroedschap Preuijt, als rentmeester van het weeshuijs voor diligent verklaart, en den secretaris gelast gemelde overgeklegde staat ter secretarij te custodieeren. Vermits het overlijden van de heer vroedschap Leendert de Meij, de hoofdmansplaats van het voermans gilde dezer stad, is komen te vaceeren. Is, na voorgaande deliberatie, in deszelvs plaatse, tot hoofdman van het voermans gilde dezer stad versogt en gecommitteert, de heer vroedschap Jacobus Roest. En zal hier van door een gerechtsbode kennisse werden gegeeven aan den boekhouder van het voermansgilde, en aan de commissaris van het wagenveer, om te strekken tot derselver informatie. Is, na voorgaande deliberatie, goedgevonden en verstaan, de drie nagelaatene kinderen van wijlen Sara van Hulst, weduwe van Hendrik de Groot, genaamt Jannetje oud dertien jaaren, Arentje oud twaalff jaaren, en Alida oud zeven jaaren, als effective burgers kinderen, in conformite van hun Edele achtbaare resolutie van den 30 e September 1775, in het weeshuijs dezer stad te zenden, om aldaar te werden opgevoed: En zal hier van door een gerechtsbode kennisse werden gegeeven aan de heer oudste regent, vrouwe oudste regentesse, en binnen vader van ons godshuijs tot informatie. Vermits den vrijwilligen afstand van Adrianus Massiier, een klijne kramersplaatse in zout en zeep, binnen deze stad, is komen te vaceeren. Is, na voorgaande deliberatie, op voorstel van de heer burgemeester de Mirell in desselvs plaatse tot klijne kraamster in zout en zeep benoemt, en aangesteld, Clara Verbruggen, weduwe van Willem Breekelmans, mits zig in alles reguleerende na de placcaaten en reglementen, op voorschreeve middelen gearresteert, en doende den behoorlijken eed, in handen van heeren scheepenen commissarissen van des gemeene lands middelen. 9

10 Acte, om gerookt spek en gerookt vleesch binnen deze stad te verkopen, geaccordeert, aan Johannes van Joope, mits zig in alles reguleerende na de placcaaten en reglementen op voorschreeve stuk geemaneert, en doende den behoorlijken eed, in handen van heeren scheepenen commissarissen van des gemeene landsmiddelen. Acte om coffij en thee binnen deze stad te verkoopen geaccordeert aan Clara Verbruggen weduwe van Willem Breekelmans. Ordonnantien geaccordeert. Aan beijde heeren regeerdende burgemeesteren van Dam van Aerden en de Mirell, voor vacatie na S Gravenhage, ter aflegging van een commissie bij zijn doorlugtige hoogheid, den heere prince erfstadhouder, ingevolge vroedschaps resolutie van den 26 e dezer lopende maand, van den 26 e tot den 28 e deser ingesloten, ter somma van f. 24-:-:. Op de heer thesaurier Swalmuis. De heeren scheepenen Fauvarcqm, Graafland, en Kruijne, ende heeren raaden Hoijer en Sandifort, hebben in de voorsz: ordonnantie geconventeert, en gepreejudicieert hun advis tegen voorsz: commissie, als vroedschappen gegeeven. Aan A. Delvos, wijnkoopster binnen deze stad, voor geleeverde wijnen, en verschoote imposten, ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f :. Op de heer thesaurier Swalmuis. Saterdag den 7 e Februarij Preesent de heeren van Dam van Aerden, ende Mirell burgemeesteren, Poortemans, Fauvarcq, Graafland, de Wit, Roest, Kruijne, Preuijt scheepenen. Hoijer en Sandifort raden. De resolutien, op den 31 e Januarij genomen, zijn geregisterrt, en gehouden voor gearresteert. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden heeft aan hun Edele achtbaare voorgedragen, dat den administrateur van de landen en tiendens, aankomende de godshuijsen dezer stad, Lodewijk Vogelzang, bij zijn Edele was geweest, en te kennen gegeeven had, dat hij administrateur zijn werk gemaakt hebbende van de agterstallige landpagten aan gemelde godshuijsen intemaanen, ontdekt had, en hem bij quitantien, door de huurders geexhibeert, gebleeken was, dat door dezelve aan den overleedene administrateur mr: Jan van Wageningen waren voldaan, diverse landpagten ter somma van twee duijsend, negen hondert ses en veertig guldens en twee stuijvers, volgens een specifique lijst, door hem administrateur, geformeert, en welke op den blaffert van gemelde administrateur, als niet ontfangen, open stonden, en dus aan de godshuijsen niet zijn verantwoord, dat hij administrteur mr; Jan van Wageningen, dan van dezelve geen voldoende antwoord bekoomen hebbende, als nu aan hem heer preesident burgemeester had verzogt, hun Edele achtb: resolutie, hoe in dezen te leeven, te mogen verstaan. Waar op, na dat door den administrteur Vogelzang aan hun Edele achtbaare, de bij hem geformeerde lijst der landpagten, in de blaffert van den overleedene administrateur mr: Jan van Wageningen, als niet betaald openstaande, en door hem niet verantwoord, en waar van egter de quitantien door de bruijkers aan hem administrteur zijn geexhibeert, overgegeeven zijnde, is goedgevonden en verstaan, voorschreeve lijste te stellen in handen van de heeren van Dam van Aerden ende Mirell burgemeesteren Poortemans, Fauvarcq, Graafland, de Wit en secretaris, om te examineeren, en hun Edele achtbaare te dienen van derselver consideratien en advis. Is, tot koopvrouw in wijnen, brandewijnen, en gedistilleerde wateren binnen deze stad, geadmitteert, Petronella de Gruijter, weduwe van Wouter van der Bijll, mits zig in alles reguleerende na de placcaaten en reglementen, op voorn: middelen gearresteert, en doende den behoorlijken eed, in handen van heeren scheepenen commissarissen van des gemeenelands middelen. 10

11 Is binnen gestaan Johanna Voogd, laast weduwe van Jan Rademaker, en nu onlangs in ondertrouw opgenomen met Leendert Knop, alhier te kennen gevende, dat zij van de roomsch catolijke religie zijnde, tot nu onlangs met haare kinderen door den roomsch pastoor binnen deze stad was gealimenteert geworden, dan dat zij nu met een gereformeerd persoon in ondertrouw opgenomen zijnde, gemelde pastoor haar niet langer beliefde te alimenteeren, maar haar kinderen wel, en dezelve als dan in de roomse religie te doen opvoeden, versoekende dierhalven, door dien de roomsch pastoor tot geen onderhoud is te brengen, dat hun Edele achtbaare haar en haare kinderen, gelieven te ondersteunen, aanneemende voor haar zelve de gereformeerde godsdienst te zullen amplecteeren, en haare kinderen in denzelve te zullen doen opvoeden. Waarop gedelibereert, en voorn: Johanna Voogd, weduwe Jan Rademaker, zeer ernstig over haar stap in dezen onderhouden, en bij dezelve op het serieuste belooft, van aan haare gedaane belofte te zullen voldoen. Is goedgevonden en verstaan dezelve Johanna Voogd weduwe Jan Rademaker, weekelijks, tot dat den armceel gereduceert word, te laten bedeelen, met eene gulden, onder aanzegging en waarschouwing, dat, als zij hun Ed: achtbaare komt te dupeeren, hun Edele achtb: haar ongenoegen, op een zeer serieuse wijse haar zullen doen gevoelen. Subsidie geaccordeert. Aan de Nederduitse gereformeerde diaconij, ter somma van f. 600-:-:. Op de heer ontfanger van het armenmiddel. Saterdag den 14 e Februarij Preesent de heeren van Dam van Aerden ende Mirell burgemeesteren, Poortemans, Fauvarcq, Graafland, de Wit, Roest, Kruijne scheepenen. Hoijer en Sandifort raden. De resolutien, op den 7 e Februarij genoomen, zijn geresumeert, en gehouden voor gearresteert. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden heeft aan hun Edele achtbaare gerapporteert, dat door de heer vroedschap Fauvarcq, als rentmeester van het gasthuijs, vrouwenhoff, armen te Maarland, en St: Cath: kerk deser stad, aan heeren regenten van gemelde godshuijsen, in gevolge en ter voldoeninge van hun Edele groot achtbaare resolutie van den 13 e November 1780, had overgegeeven, een pertinente staat van de cassa van ieder der voorsz: godshuijsen, zoo als op den 1 ste Januarij deses jaars zig hadden bevonden, en dat dus ten vollen aan gemelde resolutie was voldaan, exhibeerende dezelve hier nevens aan hun Edele achtbaare. Waarop gedelibereert, en de heer preesident burgemeester van Dam van Aerden voor de gegeeve communicatie bedankt zijnde. Is goedgevonden en verstaan, de heer vroedschap Fauvarcq, als rentnmeester van het gasthuijs, vrouwenhoff, armen te Maarland, en St: Catharijne kerk dezer stad, voor diligent te verklaaren, zoo als daar voor verklaart word bij dezen, en is den secretaris gelast gemelde overgelegde staat, ter secretarij te custodieeren. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden, heeft aan hun Edele achtbaare gecommuniceert, dat zijn Edele heden morgen door mevrouw de weduwe van den administrateur der godshuijslanden mr: Jan van Wageningen, per billet kennisse hadde gekregen, dat zij uijt een gevonde aanteijkening boek, had ontdekt dat, gemelde haar man, nog eenige penningen van gemelde landen had ontfangen, welk zij met den tegenwoordigen administrateur zoude moeten verreekenen. Waar op gedelibereert zijnde, is de heer president burgemeester van Dam van Aerden voor de gegeeve communicatie bedankt, het zelve aangenomen voor notificatie, en den tegenwoordige administratie der godshuijslanden Lodewijk Vogelsang gelast, om het zelve te examineeren, en van deszelvs bevindingen, aan hun Edele achtbaare rapport te doen. Vermits het overlijden van Joris Rietdijk, de voermansplaatse op den Eijlande van Rosenburg, op den heuvel over deze stad, is komen te vaceeren, Is, na voorgaande deliberatie, op voorstel van de heer burgemeester de Mirell, in deszelvs plaatse tot voerman benoemt en aangesteld zoo als daar toe aangesteld word bij dezen voor de tijd van een jaer, den persoon van Pieter de Snaijer, mitz zig in alles exact en preecise reguleerenden na de ordonnantie, en reglement voor de beijde voerlieden, op 11

12 het veer op het Eijland Rosenburg, in dato den 1 ste November 1754 in particuliere instructie, bij zijne commissie hem te geven, de passagiers met alle beleefdheid, en het veerhuijs cunannexis, het welk hij voor niet bewoond, behoorlijk in reparatie te onderhouden, ten genoege van hun Ed: achtb: als zullende daar omtrent jaarlijx van wegens hun Edele achtb: behoorlijke inspectie worden genomen, alles in te gaan met den eersten April aanstaande. En heeft den voornoemde Pieter de Snaijer, hierop afgelegt, den behoorlijken eed van zuivering, in handen van de heer preesident burgemeester van Dam van Aerden. Vermits de versogte en verleende demissie aan Pieter de Snaaijer, als huurkoetsier en sleeper binnen deze stad, is, na voorgaande deliberatie op voorstel van de heer burgemeester Mirell, goed gevonden en verstaan in deszelvs plaatse, tot huurkoetsier en sleeper binnen deze stad te benoemen en aan te stellen, zoo als daar toe benoemt en aangestelt word bij dezen, den persoon van Hermanus van Driel, en dat op zodanige emolumenten en profijten, als tot ieder voorschreeve bedieningen zijn staande, en mits zig in alles reguleerende na het reglement van den huurkoetsier: op den 31 e December 1746 bij burgemeesteren en regeerders dezer stad gearresteert, mitsgaders na het reglement en instructie voor den sleeper daar van zijnde, alles in te gaan met den eersten April aanstaande. En heeft den voorn: Harmanus van Driel den behoorlijken eed van zuivering afgelegt, in handen van den heer preesident burgemeester van Dam van Aerden, zullende van deeze aanstelling door een geregtsbode kennisse werden gegeeven aan de heer hoofdman van het voermans gilde binnen deze stad. Vermits den vrijwilligen afstand van Pieter de Snaijer, als voorman van een span paerden in het voermans gilde. Is, na ingenome gedagten van de heer vroedschap Roest, als hoofdman van het voermans gilde binnen deze stad, tot voerman met een span paerden, in gemelde gilde, geadmitteert, Adrianus Rollofs, mits voldoende aan alle de requisiten bij gemelde gilde vereijscht wordende: En zal hier van door een gerechtbode kenniss worden gegeeven aan de heer hoofdman van het voermans gilde binnen deze stad. Ter vergadering geexhibeert zijnde, een acte van indemniteit van burgemeesteren en regeerders der stad Schiedam, voor Geertruij Bubberman. Is den secretaris gelast, dezelve ter secretarij te registeeren, en de lijst van de inkomende actens van indemniteijt voor de diaconij daar meede te amplieeren. Ordonnantien geaccordeert. Aan den pensionaris van Helsdingen voor vacatie na S Hage ter waarneeming van de vergadering van hun Edele groot mogende van den 6 e tot den 17 e Januarij en van den 27 e Januarij tot den 7 e Februarij dezes jaers ter somma van f. 96-:-:. Aan de gerechtsbodens deser stad, voor vacatie en reijskosten, na S Gravenhage met heeren stadsgedeputeerden ter vergadering van hun Edele groot mogende, en verschotten met besloote water van den 26 e Januarij, tot den 7 e Februarij deses jaers, ter somme van f :. Aan Jacobus Vermeer, mr: smit voor gedaane leverantie en arbeijdslonen aan het caap en vuurboet, in den jaare 1783, ter somma van f. 388-:-:. Aan Pieter Borstlap, stads tonnenlegger, voor het leggen en ophallen der zeetonnen van den 2 e Julij, tot den 12 e December 1783, ter somma van f :. Aan Daniel Kok, voor het halen van zand en schulpen ten dienste deser stad, in den jaare 1783, ter somma van f :. Aan Pieter van Waardenberg, zeilmaker, voor gedaane leverantie en arbeijdslonen ten dienste deser stad, in den jaare 1783, ter somma van f. 204-:-:. Aan Jacobus Vermeer, mr: smit, voor gedaane leverantie en arbeijdslonen, ten dienste deser stad in den jaare 1783, ter somma van f. 180-:-:. Aan Arij Jongejan, mr: timmerman voor het maken van zeetonnen en joonen, ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f. 108-:-:. 12

13 Aan Willem van baigen, mr: loodgieter, wegens gedaane leverantie en arbeijdslonen, ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f. 100-:-:. Aan de erfgenamen van wijlen S. Overgoor, wegens geleeverde bieren, verschoote imposten, en coolas, ten dienste deser stad in den jaare 1783, ter somma van f :. Aan Krijn van Dijk, mr: smit wegens gedaane leverantie en arbeijdslonen, ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f. 75-:-:. Aan Mathijs Quispel, mr: scheepstimmerman voor gedaane leverantie van pik werk ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f. 74-:-. Aan Willem den Broeder stadskarreman, wegens verdienden lonen ten dieste dezer stad in den jaare 1783, ter somma van f. 55-:-:. Aan Jan Waardenberg mr: loot en tinnegieter, wegens gedaane leverantie en arbeijdslonen ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f. 29-:-:. Aan Wiggert Mathol, mr: verwer en glaazemaker, voor gedaane leverancie en arbeijdslonen ten dienste deser stad, in den jaare 1783, ter somma van f :. Aan de weduwe Jacob de Baan, mr: smit voor gedaane leverancie en arbeijdslonen, ten dienste dezer stad in den jaare 1783, ter somma van f :. Aan Johannus van der Schilt, Johanneszoon, marktschipper van deze stad op de stad Dordrecht vice versa, voor verdiende vragtloonen, ten dienste dezer stad, in den jaare 1783, ter somma van f :. Alle op de heer thesaurier Swalmuis. Maandag den 16 e Februarij Preesent de heeren van Dam van Aerden en de Mirell burgemeesteren, Poortemans, Fauvarcq, de Wit, Roest, Kruijne, Preuijt scheepenen. Hoijer en Sandifort raden. De heer preesident burgemeester van Dam van Aerden, heeft aan hun Edele achtbaare gecommuniceert, dat hun Edele groot achtbaare de heeren van den vroedschappe, bij derzelver resolutie van heeden, op de propositie van heeren burgemeesteren, hebben goedgevonden, uijt hoofde van de excessive koude, ende thans exteerende sterke winter, waar door onder de gemeene man niets kan werden verdient, en dus de alder grootste armoede geleeden word, op morgen, den 17 e deser loopende maand, binnen deze stad te laten doen een extra ordinaris generaale collecte, om uit het provenu derselve, de nood driftige te ondersteunen, even als sulx laatst bij het distribueeren van f. 300 guldens, uit het legaat van vrouwe Magdalina Briel en Ellemeet, heeft plaats gehad, als meede, dat zoo onverhoop provenu der gemelde collecte, geen sufficiente somme mogte komen te rendeeren, als dan in dit geval, daar nog vijftig guldens uit stads cassa door den heer thesaurier ordinaris dezer stad, op ordonnantie ten zijne laste te depecheeren bij te voegen, ten eijnde, is het mogelijk, eenigsints rieel aan de bittere armoede onderstand te doen, en wijders hun Edele achtbaare de heeren van de magistraat hadden verzogt, op dit alles de nodige ordres te executie te stellen. Waarop gedelibereert, en de heer preesident burgemeester van Dam van Aerden voor de gegeeve communicatie bedankt zijnde, is goed gevonden, en verstaan, in conformite van de resolutie van hun Edele groot achtbaare van heeden, op morgen Dingsdag den 17 e dezer lopene maaand, der morgens, ten half twaalf uuren, door deeze stad, te laten doen een extra ordinaris generale collecte, welke de vier jongste heeren leeden van deze vergadering versogt zijn te willen adsisteeren. En wijders op Woensdag den 18 e deeser, door heeren burgemeesteren, de twee oudste heeren scheepenen, en bij absentie of indispositie den volgende heer in rang, en den secretaris, nevens vier heeren gecommitteerdens uit de wel eerw: Nederduitsche gereformeerde kerkenraad, de distributie der gecollecteerde penningen te laaten doen. En is den substitut secretaris van der Schilt gelast, van deeze hun Edele achtbaare resolutie kennis te geven, aan den heer oudste predikant Domunus Cleijn, met verzoek, dat zijn wel eerw: gelieve te besorgen, dat door de wel eerw; kerkenraad vier gecommitteerdens werden benoemd, om bij de distributie der gecollecteerde penningen te adsisteeren, zullende van deze op morgen te doene extra ordinaris generaale collecte, 13