Door de zij-ingang naar niemandsland?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Door de zij-ingang naar niemandsland?"

Transcriptie

1 ARTIKEL FRIEDA VAN VLIET Juriste, specialisatie afstammings- en adoptierecht Commentaar op het wetsvoorstel 'adoptie door personen van hetzelfde geslacht' Door de zij-ingang naar niemandsland? Het nieuwe wetsvoorstel 'adoptie door personen van hetzelfde geslacht' maakt adoptie voor sociale ouders van gelijke sekse mogelijk. De regering is hiermee op haar eerdere schreden teruggekeerd en dat verdient lof. Veel kritiek is er echter op de nieuwe voorwaarde dat het adoptieverzoek slechts mag worden toegewezen indien vaststaat dat het kind niets meer van zijn oorspronkelijke ouder(s) te verwachten heeft. Hierdoor dreigen sommige kinderen in een juridisch niemandsland terecht te komen. Daarnaast wordt vastgehouden aan de uitsluiting van lesbische mee-moeders en hun kinderen van het afstammingsrecht. De argumenten die de regering hiervoor aanvoert hebben een wankele basis. Bovendien zou dit wel eens strijd kunnen opleveren met het grondrechtelijke gelijkheidsbeginsel. Op 8 juli 1999 verscheen het wetsvoorstel Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht). 1 Aanleiding voor de totstandkoming ervan was de motie van de Tweede Kamer inzake Leefvormen 2 tot invoering van de mogelijkheid van adoptie door deze paren. Voordat de motie werd uitgewerkt in een wetsvoorstel, werd aan de Commissie Kortmann opdracht gegeven advies uit te brengen over de inhoud van mogelijke wetsvoorstellen. 3 Het rapport van de Commissie Kortmann werd op 28 oktober 1997 aangeboden aan de toenmalige Staatssecretaris Schmitz van Justitie. 4 Het wetsvoorstel dat vervolgens werd voorbereid, werd op 1 december 1998 ter advisering voorgelegd aan de Raad van State. 5 In zijn advies van 23 maart 1999 uitte de Raad zijn bezwaren tegen het wetsvoorstel en gaf hij het kabinet in overweging het wetsvoorstel niet aan de Tweede Kamer te zenden. 6 Het kabinet negeerde het advies van de Raad van State en diende het wetsvoorstel op 8 juli 1999 in bij de Tweede Kamer. 7 De vaste commissie voor Justitie, belast met het voorbereidend onderzoek, bracht op 23 december 1999 haar verslag uit. 8 Door de mogelijkheid van adoptie open te stellen voor sociale ouders in een leefvorm van gelijke sekse, wordt de kring van personen aan wie het adoptierecht wordt toegekend uitgebreid. Als het adoptievoorstel wet in formele zin is, kan niet alleen het kind van de alleenstaande sociale ouder en het kind in de heteroseksuele leefvorm worden geadopteerd, zoals naar huidig recht het geval is, maar ook het kind dat in een gelijkgeslachtelijke leefvorm opgroeit. Voor wat betreft de laatstgenoemde leefvorm kan worden gedacht aan: - het kind dat na (echt)scheiding van de ouders opgroeit bij de moeder en haar vrouwelijke partner; - het kind dat na (echt)scheiding van de ouders opgroeit bij de vader en zijn mannelijke partner; - het kind dat binnen de relatie van een (gehuwd) lesbisch paar wordt geboren; - het kind dat door een draagmoeder wordt gebaard ten behoeve van het gezin van een homoseksueel paar; - het kind dat als pleegkind door ouders van gelijk geslacht wordt verzorgd en opgevoed. In het voorliggende wetsvoorstel gaat het niet alleen om de toekenning van het adoptierecht aan personen van gelijk geslacht. De regering verdedigt in dit voor- 1. TK , Tegelijkertijd verscheen het wetsvoorstel openstelling huwelijk voor personen van gelijk geslacht, TK , Het laatstgenoemde wetsvoorstel wordt in dit commentaar slechts meegenomen voor zover het de afstammingsrechtelijke gevolgen van het huwelijk betreft. 2. TK , , nrs. 14 en Besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 25 juni 1996, nr /96/6. 4. Zie voor een commentaar op dit rapport: 'Van achterdeur naar zij-ingang', F. van Vliet, Nemesis 1998, nr Kabinetsmissive van 1 december 1998, nr TK , B. 7. TK , nrs. 1,2 en TK , , nr nr 2 41

2 I DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET stel tevens waarom zij het juridisch ouderschap voor de sociale ouder in een relatie van gelijk geslacht door middel van het adoptierecht en niet (tevens) door middel van het afstammingsrecht wil regelen. Verder is in het wetsvoorstel een nieuwe voorwaarde voor de toewijzing van het adoptieverzoek opgenomen. Als het wetsvoorstel wet is kan een kind alleen door de sociale ouder(s) worden geadopteerd als vaststaat dat het van de oorspronkelijke ouder(s) niets meer te verwachten heeft. Dit betekent een aanmerkelijke verzwaring voor een ieder die in de toekomst een kind wil adopteren. Tenslotte kondigt de regering in het wetsvoorstel alvast aan op welke wijze de toekomstige aankleding van het gezamenlijk gezag soelaas kan bieden voor sociale ouders die hun adoptieverzoek zien afgewezen door de rechter. In het navolgende zullen het adoptie-wetsvoorstel en de argumenten die de regering voor de verschillende onderdelen ervan aanvoert de revue passeren en van commentaar worden voorzien. Daartoe zal eerst de keuze van de regering, om het juridisch ouderschap van sociale ouders in een gelijkgeslachtelijke leefvorm door middel van het adoptierecht en niet (tevens) door middel van het afstammingsrecht te regelen, aan de orde komen. Daarna zal de nieuwe voorwaarde voor de toewijzing van het adoptieverzoek worden becommentarieerd. In dit kader gaat het achtereenvolgens om de werkingssfeer van de nieuwe voorwaarde, de toetsing van de voorwaarde door de rechter, de legitimiteit van de voorwaarde in relatie tot het EVRM en tenslotte over de gevolgen van de voorwaarde voor het kind waar het gaat om de voorlichting over zijn biologische ouder(s) en om zijn band met die ouder(s). Hierbij zal speciale aandacht worden besteed aan interlandelijke adoptie. Tenslotte zal de voorgenomen aankleding van het gezamenlijke gezag, als alternatief voor adoptie, op zijn merites worden beschouwd. Bij dit alles worden de reacties van de Raad van State en van de vaste commissie voor Justitie voorzover relevant meegenomen. De keuze voor het toekennen van het adoptierecht In het thans geldende adoptierecht, dat pas op 1 januari 1998 van kracht werd, is de adoptie van een kind door de sociale ouder in een leefvorm van gelijke sekse nog uitgesloten. 9 Het is een compliment waard dat de wetgever zijn eerdere argumenten die tot uitsluiting van de adoptie van kinderen in de gelijkgeslachtelijke leefvorm leidden, heeft herzien en de adoptie van deze kinderen mogelijk wil maken. Bij de totstandkoming van het thans geldende adoptierecht verdedigde de wetgever nog de stelling, dat adoptie een vorm van afstamming is. Omdat ook in het afstammingsrecht de aansluiting bij de natuurlijke afstamming niet werd verlaten, meende men dit ook in het adoptierecht niet te moeten doen. Derhalve werd toen het stellen van de voorwaarde dat het twee personen van verschillend geslacht moest betreffen, gerechtvaardigd geacht 10, hetgeen tot de uitsluiting van adoptie in de leefvorm van gelijk geslacht leidde. Van diverse zijden werd er toentertijd al op gewezen dat adoptie een juridische constructie van afstamming is, die met biologisch ouderschap (natuurlijke afstamming) niets van doen heeft. Zonder slag of stoot geeft de wetgever in het voorliggende wetsvoorstel tot wijziging van het adoptierecht haar argumentatie van de aansluiting bij de natuurlijke afstamming op. Het onderscheidend criterium kon kennelijk de toets van de rechtvaardiging van het onderscheid niet langer doorstaan. Adoptie wordt thans een abstractie van de afstamming genoemd, waarbij het niet om biologisch ouderschap gaat. Ook het kind dat bij twee ouders van gelijk geslacht opgroeit heeft in de visie van de wetgever recht op bescherming. Omdat deze ouders volgens de regering nooit beiden de biologische ouders van het kind kunnen zijn 11, wordt gekozen voor aanpassing van het adoptierecht en niet van het afstammingsrecht. 12 Er ligt derhalve een wetsvoorstel voor het wijzigen van het adoptierecht. Voor het afstammingsrecht is geen wijziging voorzien. Daar blijft ook in de toekomst alles bij het oude. Ook het kind dat bij twee ouders van gelijk geslacht opgroeit heeft volgens de wetgever recht op bescherming. Voor welke categorieën is de keuze van de regering, om het juridisch ouderschap voor de sociale ouder in de gelijkgeslachtelijke leefvorm enkel door middel van het adoptierecht en niet door middel van het afstammingsrecht te regelen, relevant? Van de in de inleiding genoemde categorieën van kinderen die bij ouders van gelijk geslacht opgroeien, zouden alleen de kinderen die binnen de relatie van een lesbisch paar geboren worden, in aanmerking komen om door middel van de regels van het afstammingsrecht in familierechtelijke betrekking tot de beide moeders te komen staan. Hun situatie is namelijk vergelijkbaar met die van kinderen die binnen de relatie van een (gehuwd) heteroseksueel paar worden geboren en waar de mannelijke partner van de moeder niet de verwekker is van het kind. In deze situatie wordt het juridisch ouderschap door het afstammingsrecht geregeld. Het afstammingsrecht wijst namelijk de man, die ten tijde van de geboorte van het kind de echtgenoot is van de moeder, aan als de juridische vader van het kind. Dit wordt ook wel het afstammingsrechtelijk gevolg van het huwelijk genoemd. Verder regelt het afstammingsrecht voor kinderen in de heteroseksuele leefvorm dat de man, die niet (met de moeder) gehuwd is, het kind kan erkennen. De regering heeft wel overwogen of de sociale ouder, 9. TK , , wet van 24 december 1997 Stb TK , , MvT, p Behalve in het geval van transseksuele ouders. Die zijn dan echter tevens biologisch ouder en passen niet in de categorie sociale ouders, waarvoor de adoptie thans wordt geregeld. Twijfelachtig wordt het echter als de ene vrouw de eiceldonor is, en de bevruchte eicel in de baarmoeder van haar partner wordt geplaatst die het kind vervolgens baart. De vrouw die het kind baart is van rechtswege de juridische moeder. De positie van de eiceldonor heeft in het afstammingsrecht (nog) geen plaats gekregen. 12. TK , , MvT, p NEMESIS

3 I DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET die de vrouwelijke partner van de moeder is ten tijde van de geboorte van het kind, het juridische ouderschap op gelijke wijze zou moeten kunnen verkrijgen als de mannelijke partner van de moeder. Dit zou dan betekenen dat het afstammingsrecht zodanig moet worden aangepast, dat de afstammingsrechtelijke gevolgen van het huwelijk ook voor een lesbisch gehuwd paar gelden. Tevens zou aan de vrouwelijke partner van de moeder de mogelijkheid moeten worden geboden om het kind te erkennen. De regering verwerpt echter de openstelling van het afstammingsrecht voor de sociale moeder in de lesbische relatie. Het gaat volgens haar te ver om aan te nemen dat een kind dat wordt geboren binnen het huwelijk van twee vrouwen 13 in juridisch opzicht afstamt van beide vrouwen. Het vermoeden van biologisch ouderschap kan hier niet worden aangenomen. Daarmee zou de werkelijkheid geweld worden aangedaan en zou de afstand tussen werkelijkheid en recht te groot worden. 14 Daarom zal het kind dat binnen het huwelijk van twee vrouwen wordt geboren niet automatisch in juridische zin afstammen van deze vrouwen, als in de toekomst het huwelijk voor paren van gelijk geslacht mogelijk is. Of anders gezegd: de afstammingsrechtelijke gevolgen van het huwelijk gelden niet in geval van het huwelijk van twee vrouwen. Wil het kind in familierechtelijke betrekkingen tot de sociale moeder komen te staan, dan kan dit volgens de huidige wetsvoorstellen slechts door middel van de adoptie gebeuren. Over de mogelijkheid van erkenning door de sociale moeder wordt door de wetgever niet gerept. Het is de vraag of het verschil in behandeling tussen kinderen die in de relatie van een lesbisch paar worden geboren en kinderen die in de relatie van een man en een vrouw worden geboren, wel objectief te rechtvaardigen is. Een en ander zal in het navolgende worden bezien. Voor de kinderen, genoemd in de andere categorieën, namelijk het kind dat door een draagmoeder wordt afgestaan, het stiefkind van de sociale ouder en het pleegkind van de sociale ouders, kunnen de regels van het afstammingsrecht niet van toepassing zijn om de sociale ouder tot juridisch ouder te laten worden. De genoemde kinderen worden namelijk niet binnen de gelijkgeslachtelijke relatie geboren. Zij zijn wat dit betreft gelijk aan de kinderen in een dergelijke heteroseksuele combinatie, die ook alleen door adoptie in familierechtelijke betrekkingen tot de sociale ouder kunnen komen te staan. Het afstammingsrecht en sociale ouders Er is in juridisch opzicht geen verschil tussen het ouderschap dat door het afstammingsrecht ontstaat en het ouderschap dat door adoptie ontstaat. In beide gevallen ontstaan familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de ouders en tussen het kind en de familieleden van de ouders. Ook gelden de rechtsgevolgen die aan deze betrekkingen zijn vastgeknoopt op dezelfde manier. De ouders die op de ene of op de andere manier het juridisch ouderschap hebben verkregen zijn 'ouder' in de zin van de wet en hebben op gelijke wijze de rechten en plichten die in wettelijke regelingen op verschillende rechtsgebieden worden geregeld. In beide gevallen zijn de juridische ouders de afstammingsouders van het kind. In het licht hiervan is het dan ook niet verwonderlijk dat het enerzijds vasthouden aan het vermoeden van biologisch ouderschap voor het ontstaan van juridisch ouderschap binnen het afstammingsrecht en het anderzijds loslaten van dit vermoeden voor het ontstaan van juridisch ouderschap binnen het adoptierecht, van verschillende zijden kritiek ondervindt. De regering verwerpt de openstelling van het afstammingsrecht voor de sociale moeder in de lesbische relatie. De Raad van State betoogt in zijn advies over het adoptie-wetsvoorstel onder andere dat hier een ingrijpende wijziging van het afstammingsrecht wordt beoogd, die niet aansluit bij de ontwikkelingen op dat rechtsgebied die geleid hebben tot de herziening ervan in De Raad wijst er in dit verband op dat in het nieuwe afstammingsrecht juist aan de biologische band tussen de ouders en kind een groter belang is toegekend dan aan de juridische die gebaseerd is op een fictie van ouderschap. 15 Volgens de Raad is het adoptierecht een onderdeel van het afstammingsrecht, omdat in het afstammingsrecht 16 wordt geregeld dat degene die adopteert de juridische ouder van het kind is. Door adoptie ontstaan immers familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en degenen die adopteren. Waarschijnlijk wil de Raad met dit betoog beweren dat indien voor het afstammingsrecht de grondslag van het vermoeden van biologisch ouderschap wordt gehanteerd, dit ook voor het adoptierecht moet gelden. De regering blijkt het betoog van de Raad ook aldus op te vatten. Zij zwakt het vermoeden van biologisch ouderschap voor het afstammingsrecht af door te antwoorden, dat dit vermoeden in veel mindere mate geldt voor de in het afstammingsrecht opgenomen regeling van de erkenning. 'In de wet wordt immers niet tot uitdrukking gebracht dat de erkenner vermoed wordt de verwekker van het kind te zijn. Ook de niet-verwekker kan een kind erkennen', aldus de regering. 17 Het antwoord van de regering waarmee het argument van de Raad van State terzijde wordt geschoven, brengt mijns inziens de rechtvaardiging van de uitsluiting van gelijkgeslachtelijke leefvormen binnen het afstammingsrecht aan het wankelen. Het vermoeden van biologisch ouderschap blijkt niet alleen te steunen op het 'wat niet weet wat niet deert-principe', maar tevens op de tekst van de wet, waarin dit vermoeden al dan niet tot uitdrukking wordt gebracht. Als het vermoeden van biologisch ouderschap in veel 13. Een kind kan niet binnen het huwelijk van twee mannen worden geboren, omdat de draagmoeder van rechtswege de juridische moeder is van het kind. 14. TK , , MvT, p. 4 en TK , , B, p Art. 198 en 199 Boek 1 BW. 17. TK , , B, p nr 2 43

4 I DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET mindere mate geldt voor de erkenning van een kind, dan kan dit instituut, net zoals de adoptie, worden beschouwd als een juridische constructie van ouderschap. Waarom zou de vrouwelijke partner van de moeder hiervan dan uitgesloten blijven? Verder is het de vraag of het vermoeden van biologisch ouderschap voor de andere vormen van ontstaan van juridisch vaderschap in het afstammingsrecht als zo evident kan worden beschouwd, dat dit een gerechtvaardigde grondslag voor de systematiek van dit recht kan zijn. Het gaat dan om het juridisch vaderschap als afstammingsrechtelijk gevolg van het huwelijk en om de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Ook bij het vermoeden van biologisch ouderschap van de mannelijke partner binnen huwelijk kunnen vraagtekens worden gezet. De wet brengt namelijk evenmin als bij de erkenning tot uitdrukking dat de echtgenoot van de moeder vermoed wordt de verwekker van het kind te zijn dat binnen zijn huwelijk met de moeder wordt geboren. Analoog aan de redenering van de regering inzake de erkenning, kan ook hier op grond van de tekst van de wet worden aangenomen dat ook de niet-verwekker binnen huwelijk dus (automatisch) de juridisch vader van het kind is. Het logische gevolg hiervan is dat het vermoeden van een biologisch ouderschap ook bij de afstammingsrechtelijke gevolgen van het huwelijk in veel mindere mate geldt dan de regering zou willen zien. 18 Verder wordt in het afstammingsrecht zelfs uitdrukkelijk geregeld dat de man, die instemt met de verwekking van het kind door een ander dan hemzelf, c.q. met het zaad van iemand anders dan hemzelf, geacht wordt het juridisch vaderschap op zich te nemen. Als hij dat niet vrijwillig doet kan hij daar door middel van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap toe gedwongen worden. 19 Als hij binnen huwelijk automatisch juridisch vader is geworden kan hij zijn vaderschap niet ontkennen. 20 Er valt nauwelijks een mooier voorbeeld te bedenken dan de wet hier zelf geeft voor het feit dat het vermoeden van biologisch ouderschap in het afstammingsrecht een wankele basis heeft. De wettekst legt de vinger op de feitelijk gelijke situaties van de sociale ouder die de mannelijke partner van de moeder is en de sociale ouder die de vrouwelijke partner van de moeder is en de ongelijke behandeling die hen in juridisch opzicht ten deel valt. Beiden hebben namelijk toestemming gegeven voor de verwekking van het kind door een ander dan henzelf bij hun vrouwelijke partner. De mannelijke partner krijgt echter het juridisch ouderschap door middel van de afstammingsrechtelijke regels op een presenteerblaadje aangeboden, de vrouwelijke partner wordt daarvan thans en voor de toekomst uitgesloten. Kan de aard van de argumentatie van de regering, waarmee zij het ontstaan van het juridisch ouderschap voor de gelijkgeslachtelijke leefvorm binnen het afstammingsrecht uitsluit, in juridische zin gerechtvaardigd worden geacht? Waar enerzijds het vermoeden van biologisch ouderschap wordt afgezwakt ter verdediging van het ene wetsvoorstel (adoptie), kan hetzelfde argument niet worden versterkt voor een afwijzing in het andere wetsvoorstel (afstammingsrechtelijke gevolgen van het gelijkgeslachtelijke huwelijk). Mijn antwoord op de bovengenoemde vraag luidt dan ook evident ontkennend. 21 De regering onderkent weliswaar dat het juridisch ouderschap, dat door het afstammingsrecht tot stand komt, niet altijd samenvalt met het biologisch ouderschap van de partner van de moeder. Zij meent echter dat dit in het merendeel van de gevallen wel zo is, hetgeen vermoedelijk moet rechtvaardigen waarom sociale vaders gelijk worden behandeld aan biologische vaders in het afstammingsrecht. Vasthouden aan het vermoeden van afstamming als grondslag van juridisch ouderschap is langzamerhand ongeloofwaardig. In kader van het voorliggende wetsvoorstel gaat het echter niet om de vergelijking van de biologische vader met de sociale vader, maar om uitsluiting van de sociale moeder. In het licht van art. 1 Grondwet, de art. 8 jo. 14 EVRM en van het Internationale Vrouwenverdrag 22 dienen niet de biologische en sociale ouders binnen het afstammingsrecht met elkaar te worden vergeleken, maar de sociale ouder in een heteroseksuele relatie, die zonder rechterlijke tussenkomst (automatisch) ouder is, met de sociale ouder in een relatie van ouders van gelijke sekse, die het nadeel heeft van de uitsluiting van het automatische ontstaan van het ouderschap. Het onthouden van de afstammingsrechtelijke gevolgen aan het huwelijk van twee vrouwen, evenals het onthouden van het recht op erkenning van een kind aan de vrouwelijke partner van de moeder, brengt ongerechtvaardigde verschillen teweeg. Omdat het juridisch ouderschap voor de vrouwelijke partner alleen door adoptie kan ontstaan, moet de gang naar de rechter worden ondernomen; dat is een dure grap. Ook gelden er wachttermijnen voordat het verzoek om adoptie kan worden ingediend en bestaan er onzekerheden inzake de toewijzing van het adoptieverzoek. Verder moet worden voldaan aan de eis dat de sociale moeder ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de moeder heeft samengeleefd. Met deze verzwaringen voor het verkrijgen van het juridisch ouderschap worden de mannelijke partners van de moeder niet geconfronteerd, omdat zij in het kader van het afstammingsrecht zonder noemenswaardige kosten, zonder 18. Zie in dit verband ook: 'Wie zegt dat je vader écht je vader is?', De Volkskrant van 25 januari 2000, Dag in dag uit, p. 19. Uit een Engels onderzoek blijkt dat eén op de zeven kinderen niet is verwekt door hun vermeende vader. 19. Zie art. 199 sub d., jo art. 200 lid 3, jo art. 207 lid 1 Boek 1 BW. 20. Zie art. 200 lid 2 en lid Vgl. Elsbeth Boor, 'Openstelling homohuwelijk en adoptie door personen van hetzelfde geslacht', Nemesis 2000 nr. 1, p. 21 ev. 22. Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (IVDV), New York, 18 december 1979, waarbij Nederland sinds 22 augustus 1991 partij is. 44 NEMESIS

5 DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET wachttermijnen, zonder samenlevingsvereisten, de juridische ouder van het kind kunnen worden. 23 Vasthouden aan het vermoeden van afstamming als grondslag van het ontstaan van juridisch ouderschap binnen het afstammingsrecht is langzamerhand ongeloofwaardig, gezien de afzwakking ervan door de regering en ook door de tekst van de wet in casu. Wil het afstammingsrecht de toetsing aan art. 1 GW, de art. 8 jo. 14 EVRM en aan het Internationale Vrouwenverdrag kunnen doorstaan, dan dienen naar mijn mening de sociale ouders in de verschillende leefvormen gelijk behandeld te worden. Dit zou kunnen worden bereikt door het afstammingsrecht zodanig aan te passen dat alleen degenen die de biologische ouders van het kind zijn, door middel van het afstammingsrecht de juridische ouders van het kind kunnen worden. Niet het vermoeden van biologisch ouderschap, maar het bewijs daarvan zou dan de grondslag moeten zijn van het afstammingsrecht. Omdat dit waarschijnlijk stuit op het grondrecht van de privacy, lijkt een gelijke behandeling langs deze weg niet haalbaar. Zo beschouwd blijft er dan niets anders over dan ook de vrouw, die ten tijde van de geboorte van het kind met de moeder is gehuwd, automatisch de juridische ouder van het kind te laten zijn. Verder zouden sociale moeders, evenals sociale vaders het recht moeten krijgen een kind te erkennen. Ook van de zijde van de vaste commissie voor Justitie komt kritiek op de onmogelijkheid voor de vrouwelijke partner van de juridische moeder om het juridisch ouderschap in het kader van het afstammingsrecht te verkrijgen. De leden van de D66-fractie wijzen op de resterende verschillen in juridische mogelijkheden ten aanzien van ouderschap, doordat binnen gelijkgeslachtelijke leefvormen juridisch ouderschap enkel door adoptie tot stand kan komen. Zij vragen de regering waarom de erkenning niet gehanteerd kan worden door de vrouwelijke partner van de moeder en de mannelijke partner van de vader. Een volledige gelijke behandeling zou volgens de leden van deze fractie voorts betekenen dat kinderen die binnen het huwelijk van gelijkgeslachtelijke paren worden geboren in het familieleven van beide echtgenoten worden opgenomen. 24 Ook de leden van de SP-fractie leggen de vinger op de ongelijkheden tussen kinderen die duurzaam verzorgd en opgevoed worden door een homopaar in vergelijking tot een heteropaar. 25 De leden van de VVD-fractie zijn eveneens van mening dat erkenning als instituut ook mogelijk moet zijn voor de vrouwelijke partner van de moeder, bijvoorbeeld als de donor op voorhand heeft verklaard geen familierechtelijke betrekkingen met het kind na te streven. 26 Alle leden van de fracties van de regeringspartijen hebben met instemming, c.q. met vreugde kennis genomen van het wetsvoorstel waarbij adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk wordt gemaakt. De leden van GroenLinks en van de SP-fractie sluiten zich hierbij aan. De leden van de fracties van de christelijke partijen zijn tegen de mogelijkheid van adoptie binnen de gelijkgeslachtelijke leefvorm. De nieuwe voorwaarde voor de toewijzing van het adoptieverzoek Dat mensen het recht op adoptie hebben betekent dat zij door de rechter ontvangen worden in hun verzoek om een kind te adopteren. Of dit verzoek kan worden toegewezen hangt af van de vraag of wordt voldaan aan de voorwaarden voor toewijzing zoals die door de wet worden geformuleerd. In het huidige recht zijn de voorwaarden zodanig geformuleerd dat de rechter voor het merendeel aan de hand van de feiten kan vaststellen of hieraan is voldaan. 27 Alleen de voorwaarde dat adoptie in het kennelijk belang is van het kind, laat de rechter een interpretatievrijheid in het thans geldende adoptierecht. 28 Als het kind lekker functioneert in het gezin van degenen die willen adopteren en de oorspronkelijk ouder het verzoek niet tegenspreekt wordt doorgaans aangenomen, dat aan de genoemde voorwaarde is voldaan. In het voorliggende wetsvoorstel wordt een nieuwe voorwaarde toegevoegd. Naast het kennelijk belang van het kind moet ook vaststaan dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders te verwachten heeft. 29 Deze voorwaarde kwam weliswaar in het kader van de brainstorm over het adoptierecht voor gelijkgeslachtelijke leefvormen door de Commissie Kortmann op tafel 30, maar zal voor een ieder die wil adopteren in de toekomst gelden als het wetsvoorstel wet in formele zin is geworden. In de kritiek die er van diverse zijde op deze nieuwe voorwaarde wordt geleverd wordt de indruk gewekt dat de nieuwe voorwaarde slechts voor paren van gelijk geslacht geldt. 3 ' Dat is echter niet het geval. Wel kan terecht worden gesteld dat een bepaalde groep ouders, namelijk de lesbische vrouwen binnen wier relatie een kind wordt geboren, het in vergelijking met een heteroseksueel paar in een vergelijkbare situatie, door de genoemde voorwaarde extra zwaar heeft, omdat zij niet binnen de regels van het afstammingsrecht mogen vallen. De sociale vaders in een heteroseksuele relatie worden, zoals in het voorgaande reeds werd gesteld, zonder tussenkomst van de rechter de juridische vader van het kind. Het heteroseksuele paar ontkomt derhalve aan de interpretatie van de rechter aangaande een mogelijke (toekomstige ) invulling van het ouderschap door de biologische vader. 32 Dat is overigens ook zo als het om de adoptie gaat van een kind van lesbische moeders dat verwekt werd met het zaad van een onbekende donor, ook al valt hier aan een gang naar de rechter niet te ontkomen. Voor de andere categorieën sociale ouders binnen de gelijkgeslachtelijke leefvorm, die in de aanhef van dit artikel werden genoemd, geldt dat zij gelijk behandeld 23. Zie voor de verschillen Elsbeth Boor a.w. 24. TK , , nr. 4, p. 5 en Idem, p Idem, p Art. 228 BW Art. 227, lid 3 BW Art 227 lid 3 van het wetsvoorstel. 30. Zie het rapport van de Commissie, oktober 1997, p. 10 en p Zie bijvoorbeeld Elsbeth Boor, a.w. 32. Vgl. het commentaar van Elsbeth Boor, a.w nr 2 45

6 DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? F R I E D A V A N V L I E T worden aan de categorie van sociale ouders binnen de heteroseksuele leefvorm. 33 De sociale ouders in de heteroseksuele leefvorm zijn in het toekomstige adoptierecht slechter af dan onder het huidige recht. Dit recht bestaat sinds 1956 (gewone adoptie), c.q. sinds 1979 (stiefouderadoptie) en het heeft het al die tijd gedaan zonder de thans voorgestelde voorwaarde. Dit wekt de schijn dat pas nu sociale ouders in een gelijkgeslachtelijke leefvorm niet meer op juridische gronden van de 'adoptiemarkt' kunnen worden geweerd, de voorwaarde noodzakelijk wordt geacht. 34 Even slecht is per slot van rekening ook gelijk! De werkingssfeer van de nieuwe voorwaarde Het was kennelijk voor de Raad van State niet goed mogelijk zich een beeld te vormen van de situaties waarin de voorwaarde relevant zou kunnen zijn. De Raad wees er onder andere op dat het zo kan zijn dat het kind op het moment van afstand ter adoptie niets van de ouder te verwachten had, maar dat dit in de (nabije) toekomst anders kan liggen. 35 Daarop heeft de regering moeite gedaan gevallen te schetsen waarin deze toestand zich kan voordoen. 36 Dat heeft de zaak er in mijn ogen niet duidelijker op gemaakt. Ook de vaste commissie voor Justitie blijkt hieromtrent met de handen in het haar te zitten. Het regent dan ook vragen op dit punt. 37 Vast moet staan dat het kind niets meer van zijn ouder(s) te verwachten heeft. Uitgangspunt is volgens het wetsvoorstel, dat de familieband met de oorspronkelijke ouders zoveel mogelijk blijft bestaan. Het gaat erom dat het kind nu en in de toekomst, voorzover voorzienbaar, niets meer te verwachten heeft van zijn ouder(s). Met de woorden 'ouder of ouders' worden zowel de juridische als de biologische ouders bedoeld. Juridische ouders zijn: de man die door huwelijk, erkenning, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap of door adoptie de juridische ouder van het kind is en de vrouw die het kind heeft gebaard of het kind heeft geadopteerd. 38 Met biologische ouders worden bedoeld: de man die het kind heeft verwekt door geslachtsgemeenschap met de moeder en het kind niet heeft erkend, alsmede de man met wiens zaad de moeder werd geïnsemineerd ter verwekking van het kind. Zij moeten door de rechter worden opgeroepen en worden 'onderzocht' op hun (toekomstige) aspiraties en mogelijkheden om als ouder voor het kind te fungeren, aldus de regering. Ten aanzien van juridische ouders geldt dat hun ouderschap door de adoptie overgaat naar een ander. De toepassing van de nieuwe voorwaarde kan dit voorkomen. De verwekker die niet heeft erkend is geen juridisch ouder, maar heeft wel het recht om het kind te erken- nen en zou dus juridisch ouder kunnen worden zolang een ander het kind nog niet heeft geadopteerd. Het is opmerkelijk dat de donor is opgenomen in het rijtje van de ouders die moeten worden opgeroepen door de rechter. Dit lijkt mij in juridisch opzicht volstrekt zinloos. Hij kan namelijk naar huidig recht de adoptie niet tegenhouden. 39 Ook kan hij niet de juridische ouder van het kind worden als hij dat zelf niet wil. Hij kan evenmin de juridische ouder van het kind worden als hij dat zelf wel wil, maar de moeder haar toestemming hiervoor weigert. Indien de toepassing van de voorwaarde in een dergelijk geval de rechter naar de conclusie voert dat de donor nog wel wat voor het kind kan (gaan) betekenen, kan de sociale moeder het kind niet adopteren. De donor kan evenmin de juridische vader van het kind worden. Dit heeft tot gevolg dat het kind in een juridisch niemandsland belandt. Ik kom hier in het navolgende op terug. Welk gereedschap krijgt de rechter voor zijn toetsing aan de nieuwe voorwaarde mee? 'Ouderschap impliceert het dragen van verantwoordelijkheid jegens het kind, onder meer ten aanzien van verzorging, opvoeding of uitoefening van het gezag. Tevens is ouderschap naar zijn aard bestendig en duurzaam, bijvoorbeeld wat het geven van liefde, aandacht en affectie betreft', aldus het wetsvoorstel. De regering meent kennelijk dat met deze definitie van ouderschap nog niet voldoende duidelijkheid is geschapen, zodat er nog een aantal voorbeelden volgt: - de relatie tussen de oorspronkelijke ouder en het kind kan door omstandigheden ernstig verstoord zijn. Hier is het niet uit te sluiten dat door latere ontwikkelingen de ouder/kind relatie weer inhoud kan krijgen; - de intenties van de bekende donor met betrekking tot het ouderschap zullen moeten worden uitgeplozen door de rechter, waarbij de rechter tevens moet letten op de verdere omstandigheden van het geval, om vast te stellen of het kind van die donor als ouder werkelijk niets te verwachten heeft; - als het kind éénmaal per maand een omgangsregeling met de oorspronkelijke ouder heeft kan aan de nieuwe voorwaarde zijn voldaan. Dat zal waarschijnlijk anders liggen als de omgangsregeling veel uitgebreider en intensiever is. Dan gaat de adoptie niet door, omdat aan het nieuwe criterium niet wordt voldaan; - het feit dat de oorspronkelijk ouder de adoptie niet tegenspreekt is weliswaar een belangrijke aanwijzing dat het kind niets van hem te verwachten heeft, maar noodzaakt niet tot die conclusie. Uit andere feiten en omstandigheden (bijvoorbeeld psychische problemen) kan immers blijken dat die ouder in werkelijkheid wel in staat is, of zal zijn, om (nog weer) inhoud te geven aan de familierechtelijke relatie; - indien er twijfel is of aan de voorwaarde wordt voldaan, dan zal de rechter de oorspronkelijke ouder het voordeel van de twijfel moeten geven Zie ook : Astrid Mattijssen en Frieda van Vliet, De onzichtbare standaard in het familierecht: seksualiteit, De onzichtbare standaard in het recht, Gouda Quint 1999, p. 47 en Zo ook de leden van de GPV en RPF-fracties: 'Zou de regering dit ook hebben voorgesteld als zij niet tegelijk adoptie voor twee personen van hetzelfde geslacht mogelijk had willen maken', TK , nr. 4, p TK , , B, p TK , , nr. 3, p. 3 en TK , , nr. 4, p. 11 t/m De draagmoeder valt onder deze categorie. De eicel-donor wordt in de voorbeelden van de regering niet genoemd. 39. Zie art. 228, lid 2 onder a, BW TK , , nr. 3, p. 3 t/m NEMESIS

7 DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET Als de voorwaarde als wettelijk vereiste wordt gehandhaafd, is er voor de Raden voor de Kinderbescherming en psychologen/psychiaters veel werk aan de winkel. Ernstiger zijn de gevolgen van de nieuwe voorwaarde echter voor de juridische status van het kind dat alleen de juridische moeder tot ouder heeft. Met name als de sociale ouder die wil adopteren dat niet kan, omdat de rechter meent dat de oorspronkelijke ouder nog wel (eens) wat kan (gaan) betekenen, maar de oorspronkelijke ouder dat helemaal niet van plan is. Deze oorspronkelijke ouder kan niet verplicht worden tot erkenning of adoptie van het kind, zodat het kind in het voor hem bedachte belang in een soort juridisch niemandsland kan belanden, zoals in het voorgaande reeds werd opgemerkt. Ook als hij het kind wel wil erkennen, maar de moeder geeft hiervoor geen toestemming omdat zij niet met hem, maar met haar partner het ouderschap wil uitoefenen, ontstaat er een problematische situatie. De rechter kan in een dergelijk geval de toestemming van de moeder vervangen, indien het de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden. 41 De rechter kan de toestemming van de moeder echter alleen maar vervangen indien de man die wil erkennen de verwekker is van het kind. De donor wordt weliswaar aangemerkt als de biologische vader, maar uitdrukkelijk niet als de verwekker. 42 Als de rechter derhalve tot de conclusie komt dat de donor nog wel wat voor het kind kan (gaan) betekenen, dan kan hiermee niet het juridisch ouderschap worden bedoeld zonder een wijziging van het afstammingsrecht. 43 In een dergelijke wijziging is in het voorliggende wetsvoorstel niet voorzien. De vraag waar het om gaat is of de bescherming van de rechten van derden noodzaakt tot de nieuwe voorwaarde. Een erkenning van het kind door de verwekker tegen de zin van de moeder is bijvoorbeeld wel denkbaar als het kind bij deze man woont en door hem wordt verzorgd. Maar als het kind (vanaf de geboorte) bij de moeder en haar partner woont is het nog maar de vraag of aangenomen kan worden dat aan de voorwaarde voor vervangende toestemming door de rechter is voldaan. Ook als het kind van twaalf jaar en ouder geen schriftelijke toestemming voor de erkenning geeft, kan de erkenning niet doorgaan. Welke waarde moet de rechter in verband met de nieuwe voorwaarde hechten aan de mening en de wensen van een kind hieromtrent? Daarover worden we in het ongewisse gelaten. Dit kind komt in het verhaal van de wetgever over de voorwaarde niet voor. op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn gezinsleven. De inmenging van de staat is toegestaan op gronden die in art. 8 lid 2 EVRM worden genoemd, o.a. ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden. Het kind en de oorspronkelijke ouder van het kind kunnen als derden worden aangemerkt in een adoptieverzoek van de sociale ouder(s). De vraag waar het hier om gaat is of de bescherming van de rechten van derden noodzaakt tot de nieuwe voorwaarde. Of kan deze bescherming ook op andere manieren worden bereikt, zodat de inmenging van de staat niet past in de beschermingsclausules van art. 8 lid 2 en derhalve niet legitiem kan worden geacht? De legitimiteit van de voorwaarde lijkt mij aan twijfel onderhevig in het geval de oorspronkelijke ouder verklaart dat hij instemt met de adoptie door de sociale ouder. Ook al heeft hij een goed en regelmatig contact met het kind, dan nog kan hij er bijvoorbeeld om hem moverende redenen voor gekozen hebben, en er voor willen blijven kiezen, geen juridische band met het kind aan te willen gaan of te behouden. Mocht de rechter op grond van de door hem geïnterpreteerde feiten en omstandigheden dan toch beslissen dat niet aan de voorwaarde is voldaan en de adoptie niet toewijzen, dan kan een dergelijk vonnis in het licht van art. 8 EVRM mijns inziens geen stand houden. In zo'n geval beschermt de voorwaarde het kind namelijk niet. Erger nog, het kan een kind in een juridisch niemandsland brengen, zoals in het voorgaande werd betoogd. Ook dient het doel (bescherming) van de nieuwe voorwaarde de oorspronkelijke ouder in zo'n situatie niet. Diverse leden van de vaste commissie voor Justitie menen dat de bescherming van het kind en de oorspronkelijke ouder ook op andere wijze geregeld kan worden, dan door de introductie van de nieuwe voorwaarde in het recht. De leden van GroenLinks stellen in dit verband de vraag of de regering de invulling van de voorwaarde niet beter zodanig kan formuleren, dat het voornamelijk betrekking heeft op situaties waarin al sprake is geweest van ouderschap, althans waar de intentie van ouderschap evident bij beide ouders aanwezig is (geweest). Ook vragen deze leden de regering of een verklaring van de donor waarbij hij afstand doet van elke aanspraak op familieleven, niet voldoende zou kunnen zijn om een adoptieverzoek te kunnen behandelen zonder de toetsing aan de nieuwe voorwaarde. Naar de mening van de leden zou dit tevens een oplossing kunnen zijn indien een vader en zijn partner met behulp van een draagmoeder een kind hebben gekregen. De leden van de fractie van de SP stellen de regering voor de nieuwe voorwaarde te laten vallen. Zij brengen in dit verband onder andere te berde dat de rechterlijke toetsing een futurologische component naar de deelname van de biologische ouder in de opvoeding van het kind bevat. Dit, naar inhoud, hypothetische aspect leidt naar de mening van de SPleden tot rechtsonzekerheid voor het kind. 44 De nieuwe voorwaarde en het EVRM Art. 8 EVRM lid 1 garandeert een ieder o.a. het recht 41. Art. 204, lid 3 BW Zie TK , , nr. 3 p. 8. Zie ook art. 207, lid 1 BW 1: de donor kan evenmin door middel van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap worden gedwongen de juridische ouder van het kind te worden, omdat hij voor de wet niet als de verwekker van het kind geldt. 43. Zie art. 204, lid 3 BW TK , , nr. 4, p. 16 en nr 2 47

8 I DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET De nieuwe voorwaarde en de voorlichting van het kind over, c.q. zijn band met de biologische ouder (s) Het valt niet te hopen, maar wel te vrezen dat onder de nieuwe voorwaarde het recht van het kind op voorlichting over, c.q. het contact met de biologische ouder geweld wordt aangedaan. Bij de adoptie van in Nederland geboren kinderen 45, die ter adoptie werden afgestaan omdat de ouder(s) er niet zelf voor kon(den) zorgen, geldt al sinds de jaren 70 de regel dat het kind dient te worden voorgelicht over zijn afkomst. Meestal gaat het hier om de afstand door de (jonge) alleenstaande moeder na de geboorte van het kind. Aan aspirant-adoptiefouders wordt de eis gesteld dat zij het kind kunnen en willen informeren over zijn afkomst en het kind begeleiden in het contact met de oorspronkelijke ouder als dit wordt gewenst. Vaak wordt voorafgaand aan de plaatsing van het kind in het adoptiefgezin, een ontmoeting georganiseerd tussen de moeder en de aspirant-adoptiefouders, zodat zij zich over en weer een beeld van elkaar kunnen vormen. Dit alles onder begeleiding van de Raad voor de Kinderbescherming. Niet ondenkbaar is dat er een nieuwe 'grote leugen'in het familierecht wordt geïntroduceerd. In het huidige recht hebben de aspirant-adoptiefouders in het bovenstaande voorbeeld niets van mogelijke aspiraties van de moeder, om zelf invulling aan het ouderschap te willen (gaan) geven, te vrezen. Mocht zij naar huidig recht de adoptie tegenspreken dan kan de rechter deze tegenspraak terzijde leggen en de adoptie toewijzen. 46 Men hoeft de fantasie maar de vrije loop te laten om zich toekomstige situaties voor te stellen, waarin aspirant-adoptiefouders zich in bochten wringen om de contacten tussen het kind en de moeder te vermijden en geneigd zullen zijn de moeder en het kind informatie over elkaar te onthouden. Een dergelijke houding van de aspirant-adoptiefouder(s) is ook voorspelbaar waar het gaat om het weren van de draagmoeder uit het gezin, zolang de adoptie nog niet is uitgesproken. De adoptie kan door een weifelende houding van de oorspronkelijke ouder over de eventuele invulling van het ouderschap in de toekomst worden opgeschort en uitgesteld, omdat de rechter deze ouder het voordeel van de twijfel moet geven. Het hoeft geen betoog dat de rechten van het kind op contact met de oorspronkelijke ouder op deze manier wel erg onder druk komen te staan. Ook kan ervoor worden gevreesd dat aan de gewenste ontwikkeling, dat een kind van lesbische moeders met het zaad van een bekende donor worden verwekt, een einde komt door de voorwaarde. Alle leden van de vaste commissie voor Justitie wijzen op dit gevaar. Tevens lijkt het hen niet ondenkbaar dat er 'een nieuwe grote leugen' in het familierecht wordt geïntroduceerd met dit vereiste, doordat de moeder beweert dat zij de identiteit van de donor, of van de man die het kind door geslachtsgemeenschap met haar heeft verwekt, niet kent. Tenslotte kan op deze plaats ook nog de stiefouderadoptie in de heteroseksuele leefvorm genoemd worden. Meestal is het de stiefvader die, na de echtscheiding van de moeder, samen met haar het kind verzorgt en dit kind wil adopteren. Zal de strijd tussen juridische ouders na echtscheiding door de voorwaarde niet worden geïntensiveerd, met name omdat moeder en stiefvader de oorspronkelijke juridische vader de schijn willen ontnemen dat hij als ouder nog iets voor het kind kan (gaan) betekenen? In het huidige adoptierecht zullen moeder en stiefouder er eerder toe neigen de oorspronkelijke vader te vriend te houden, omdat zij van zijn medewerking afhankelijk zijn. 47 Als hij de adoptie niet tegenspreekt kan de rechter deze toewijzen. In het licht van de nieuwe voorwaarde, die lichtvaardigheid bij het adopteren moet voorkomen, is er in het verleden veelvuldig lichtvaardig geadopteerd. Om welke aantallen het jaarlijks gaat valt uit het eerder genoemde overzicht niet 48 op te maken, maar deze lijken mij niet te verwaarlozen. Al met al lijkt het erop dat vanuit het gezichtspunt van het recht van het kind op voorlichting over zijn biologische afkomst, c.q. op contact met de oorspronkelijke ouder, geen pleidooi kan worden gehouden voor de introductie van de nieuwe voorwaarde in het adoptierecht. Hoe deze voorwaarde bij interlandelijke adoptie uitwerkt wordt in het navolgende besproken. Interlandelijke adoptie Het gaat hier om kinderen die in het buitenland worden geboren en verblijven en voor wie de aspirant-adoptiefouders onbekend zijn, alvorens zij naar Nederland komen met het doel door hen te worden geadopteerd. Het betreft de adoptie van jaarlijks ongeveer 600 kinderen. 49 Mensen in Nederland, die een dergelijk kind willen adopteren, dienen zich aan te melden bij het ministerie van Justitie ter verkrijging van een zogenoemde beginseltoestemming. Met dit document heeft het kind toestemming om naar Nederland te komen, nadat het door de organisaties in het land van herkomst is gescreend voor een bepaald gezin. Een dergelijke procedure neemt een lange wachttijd in beslag. Als het kind in Nederland is moet het eerst een jaar worden verzorgd door adoptiefouders alvorens het kan worden geadopteerd. Ook in het geval het kind al naar het recht van zijn land van herkomst door Nederlandse ouders in het land van herkomst werd geadopteerd. Deze buitenlandse adoptie voldoet namelijk doorgaans niet aan de voorwaarden die het Nederlandse adoptierecht stelt. Vandaar dat de adoptie ook hier moet plaatsvinden. De regering sluit interlandelijke adoptie uit voor de gelijkgeslachtelijke leefvorm. Dat betekent in het licht 45. Het betreft hier 60 tot 100 kinderen per jaar (volgens de brief van de Staatssecretaris van Justitie inzake Leefvormen, d.d. 6 februari 1998, TK , , nr. 23, p. 3). 46. Art. 228 lid 2, BW Zie art. 228 lid 2, BW Zie noot Leefvormen, TK , , nr. 23, p NEMESIS

9 DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET van het voorgaande, dat zij zich niet kunnen aanmelden ter verkrijging van de beginseltoestemming. 50 De mening van de regering, dat de landen van herkomst van de kinderen de plaatsing van deze kinderen in een gezin van ouders van gelijk geslacht niet zullen toestaan, lijkt mij proefondervindelijk wel bewezen te kunnen worden 51, zodat het voor een paar van gelijk geslacht weinig zin lijkt te hebben zich aan te melden voor de beginseltoestemming omdat het beoogde resultaat naar verwachting uit zal blijven. Of dit een rechtvaardiging vormt voor de uitsluiting van een gelijkgeslachtelijk paar van genoemde aanmelding is mijns inziens aan twijfel onderhevig. Waarom wordt de beslissing om dit risico wel of niet aan te gaan niet aan de paren zelf over gelaten? Omdat de instanties in het buitenland bepalen welk gezin voor de plaatsing van het kind in aanmerking komt, hoeven zij er niet voor te 'vrezen' dat een kind bij een paar van gelijk geslacht terecht komt, als zij dit niet willen. Hoe de voorwaarde, dat het kind in de toekomst niets meer van zijn oorspronkelijke ouders kan verwachten, uitwerkt in het geval van de adoptie van een buitenlands pleegkind blijft onduidelijk. De regering rept niet over deze categorie kinderen in de memorie van toelichting. Maar betekent dit stilzwijgen tevens dat zij niets meer van hun oorspronkelijke ouders te verwachten hebben? Wat bijvoorbeeld te denken van het kind dat vanwege schrijnende armoede door de oorspronkelijke ouders werd afgestaan? Zouden de kansen van deze ouders om het ouderschap in de toekomst in te vullen niet gigantisch stijgen, indien er voor hen financiële steun door bijvoorbeeld NOVIB, Foster Parents of minister Herfkens wordt georganiseerd? Moeten de omstandigheden van ouders in het land van herkomst ten tijde van de adoptie van hun kind in Nederland sowieso niet worden nagetrokken door de rechter, gezien de nieuwe voorwaarde? En zo nee, wat rechtvaardigt het verschil in behandeling tussen kinderen, ouders en sociale ouders bij de interlandelijke adoptie? Als het doel van de nieuwe voorwaarde is dat het kind wordt beschermd tegen een adoptie die niet nodig is als de ouders nog invulling kunnen geven aan het ouderschap, waarom zou het buitenlands pleegkind deze bescherming dan moeten ontberen? En welke ouders moet de rechter ter zitting horen als het kind na een mislukte plaatsing in het ene gezin, in een ander gezin terecht komt en (opnieuw) geadopteerd wordt. De voormalige Nederlandse (adoptief)ouders, of de oorspronkelijke ouders, of beide? Kortom, allemaal vragen waarop de regering ons het antwoord vooralsnog onthoudt. De geografische afstand lijkt mij niet zonder meer een argument om derde-wereldkinderen de bescherming tegen een lichtvaardige adoptie te ontnemen. Deze bescherming wordt immers met de nieuwe voorwaarde beoogd. De toepassing van de nieuwe voorwaarde mag er echter, evenmin als bij de zogenoemde donorkinde- 50. Behalve een echtpaar kunnen ook alleenstaanden zich aanmelden voor de beginseltoestemming, ongeacht of zij een homo- of heteroseksuele gerichtheid hebben. 51. Zie ooktk , , nr. 3, p Zie de vergelijking in de MvT van het 'aangeklede gezag' met de zwakke adoptie in de ons omringende landen, TK , nr. 3, p. 8 en 9. Naar Duits recht bijvoorbeeld, ontstaan door de (zwakke) adoptie van een meerderjarige slechts familierechtelijke betrekkingen ren, toe leiden dat deze kinderen in een juridisch niemandsland belanden. Dit gevaar bestaat als de adoptie in Nederland niet kan worden uitgesproken omdat van de oorspronkelijke ouders nog wel wat verwacht kan worden, doch het kind naar het recht van het land van herkomst reeds werd geadopteerd door de Nederlandse adoptief-ouders en derhalve in het land van herkomst geen juridische ouders meer heeft. Het lijkt mij gezien het bovenstaande zinvol, dat de regering de nieuwe voorwaarde ook met het oog op de positie van de buitenlandse pleegkinderen en hun ouders, nog eens in overweging neemt. De groep is groot genoeg om serieus genomen te worden. Verhouding tot gezamenlijk gezag Als de adoptie door de hierboven genoemde voorwaarde niet kan worden uitgesproken, bestaat nog altijd de mogelijkheid van het op 1 januari 1998 ingevoerde gezamenlijk gezag van een ouder en zijn partner. Ter compensatie van het gemis van het juridisch ouderschap worden wetsvoorstellen voorbereid. Deze wetsvoorstellen moeten gaan regelen dat het gezamenlijk gezag automatisch ontstaat bij de geboorte van het kind binnen de huwelijkse of geregistreerde relatie van personen van gelijke sekse. Verder wordt in dit kader geregeld dat er erfrechtelijke gevolgen worden verbonden aan het gezamenlijk gezag. Ook het aangeklede gezag is een slap juridisch aftreksel van het juridisch ouderschap. We zullen de wetsvoorstellen moeten afwachten om te kunnen beoordelen wat een en ander precies inhoudt. Nu kan echter alvast worden opgemerkt dat ook het aangeklede gezag een slap aftreksel is van het juridisch ouderschap. Door gezag ontstaan immers geen familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de sociale ouder, zodat het kind ook niet wordt opgenomen in de familie van deze sociale ouder. Het kind kan na overlijden van de sociale ouder door plaatsvervulling niet erven van de ouders van de sociale ouder. 52 Verder is een ouder die slechts gezag heeft geen afstammingsouder in de zin van de wet. De diverse wettelijke regelingen waarin aan een ouder rechten en plichten ten behoeve van de verzorging van het kind worden toegekend, zullen zonder aanpassing van deze regels niet voor de ouder met gezag gelden. Het naamsgevolg en de gevolgen inzake de nationaliteit van het kind gelden evenmin in het geval de sociale ouder enkel de gezagsouder is. Gezag eindigt met de meerderjarigheid van een kind. Juridisch ouderschap eindigt zonder adoptie van het kind door een ander niet. tussen degene die wordt geadopteerd en degene die adopteert, dus niet met de familieleden van degene die adopteert (art e.v. BGB). Onder omstandigheden kan de zwakke adoptie de werking krijgen van de sterke adoptie die voor minderjarigen geldt. Bijvoorbeeld als de geadopteerde reeds als minderjarige in het gezin van adoptiefouders werd opgenomen, of in geval van stiefouderadoptie (art BGB). Dit zou een oplossing kunnen zijn voor meerderjarige 'kinderen' in de gelijkgeslachtelijke leefvorm nr 2 49

10 I DOOR DE ZIJ-INGANG NAAR NIEMANDSLAND? FRIEDA VAN VLIET Ik deel de mening van de regering niet dat het (toekomstige) gezamenlijke gezag een adequaat alternatief is voor adoptie, in het geval het kind slechts tot de juridische moeder in familierechtelijke betrekkingen staat. Voor kinderen die twee juridische ouders hebben, geruime tijd met de beide oorspronkelijke ouders hebben samengeleefd en door beiden werden verzorgd en opgevoed voordat zij in het gezin van hun ouder met een nieuwe partner kwamen, ligt de zaak anders. Voor deze kinderen kan naar mijn mening het voorgestelde gezamenlijke gezag wel als een adequaat alternatief voor de adoptie worden beschouwd. Een korte samenvatting tot slot De regering verdient lof voor het feit dat zij op haar eerdere schreden is teruggekeerd en adoptie thans mogelijk maakt voor de sociale ouders in de leefvorm van gelijk geslacht. Zij geeft daarmee onder andere uitvoering aan de resolutie van het Europese parlement, die de landen van de Europese Gemeenschap maant dat alle beperkingen voor paren van gelijk geslacht op ouderschap of adoptie dienen te verdwijnen. 53 Dat daarnaast onverkort wordt vastgehouden aan de uitsluiting van lesbische mee-moeders en hun kinderen van het afstammingsrecht kan niet worden toegejuicht. De argumenten die de regering hiervoor aanvoert hebben naar mijn mening een wankele basis. Hierdoor wordt een niet te rechtvaardigen onderscheid gehandhaafd tussen kinderen van sociale ouders in een heteroseksuele leefvorm en kinderen in een leefvorm van ouders van gelijk geslacht. Op goede gronden kan worden beweerd dat het niet toekennen van de (juridische) afstammingsrechtelijke gevolgen van het huwelijk aan een lesbisch paar en de uitsluiting van de sociale moeder van het recht op erkenning, strijd oplevert met het grondrechtelijke gelijkheidsbeginsel. Daarnaast ondervindt de voorwaarde dat het adoptieverzoek slechts mag worden toegewezen indien vaststaat dat het kind niets meer van zijn oorspronkelijke ouder(s) te verwachten heeft veel kritiek. De definitie van ouderschap van de regering en de voorbeelden die zij noemt ter verduidelijking blijken verwarring te stichten en zullen naar verwachting de rechter opzadelen met een onmogelijke taak in veel adoptiegevallen. Het recht van het kind op voorlichting over zijn biologische afkomst, alsook zijn recht op contact met de biologische ouder(s) kan door de voorwaarde onder grote druk komen te staan. Onder omstandigheden kan een afwijzing van een adoptieverzoek op grond van de nieuwe voorwaarde in strijd komen met art. 8 EVRM. Ik onderschrijf de mening van de regering dat niet te lichtvaardig tot adoptie moet kunnen worden overgegaan. Voor mij geldt dat bijvoorbeeld in het geval een kind geruime tijd in de (huwelijkse) samenleving van zijn juridische ouders werd verzorgd en opgevoed en waar (na echtscheiding) de stiefouder de adoptie wenst. Maar voor het kind dat slechts de juridische moeder tot ouder heeft dreigt het gevaar van een juridisch niemandsland. Met name als de sociale ouder niet kan adopteren omdat het kind naar het oordeel van de rechter nog wel wat te verwachten heeft van de biologische ouder, die wel een goed contact heeft met het kind maar desondanks geen familierechtelijke betrekkingen met het kind wenst aan te gaan. Of, zoals in het geval van de donor, de mogelijkheid om familierechtelijke betrekkingen aan te gaan in het huidige afstammingsrecht niet is geregeld. Het gevaar om in een juridisch niemandsland te belanden dreigt ook voor grote aantallen buitenlandse pleegkinderen die ter adoptie naar Nederland worden gehaald, als mocht blijken dat de voorwaarde ook bij interlandelijke adoptie dient te worden toegepast. Ten slotte wil ik op deze plaats herhalen 54 dat er een (overgangs)regeling getroffen moet worden voor de meerderjarige kinderen van ouders van gelijk geslacht. Zij zouden anders in juridisch opzicht slecht afblijven. 53. Resolutie A3-0028/94, 8 februari Zie noot 49, alsook: Frieda van Vliet, 'Van achterdeur naar zijingang', Nemesis 1998, nr. 1, p NEMESIS

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) B ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 673 Wijziging van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Algemeen 1.

Nadere informatie

Adoptie van een kind in Nederland

Adoptie van een kind in Nederland Adoptie van een kind in Nederland Uitvoeringswet Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie Hoofdstuk 4. Prodedure in geval van interlandelijke

Nadere informatie

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen.

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen. GEZAG EN VOOGDIJ WAT IS GEZAG? De wet geeft als omschrijving van gezag: de plicht en het recht om een minderjarig kind (dat is een kind jonger dan 18 jaar) te verzorgen en op te voeden. Wat betekent dit

Nadere informatie

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Machteld Vonk Inleiding Eindelijk is het zover: de regering is gekomen met een conceptwetsvoorstel om het ouderschap van lesbische paren te regelen.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 22 700 Leefvormen Nr. 23 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 6 februari

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

No.W03.05.0295/I 's-gravenhage, 8 augustus 2005

No.W03.05.0295/I 's-gravenhage, 8 augustus 2005 ... No.W03.05.0295/I 's-gravenhage, 8 augustus 2005 Bij Kabinetsmissive van 11 juli 2005, no.05.002585, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging

Nadere informatie

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en Gezag en voogdij Inhoud Wat is gezag? 2 De ouder 3 Gezag en erfrecht 3 Wie heeft het gezag? 4 Huwelijk 4 Man en vrouw 4 Vrouw

Nadere informatie

ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ9198

ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ9198 ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ9198 Instantie Datum uitspraak 22-01-2013 Datum publicatie 01-05-2013 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Zaaknummer

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING

MEMORIE VAN TOELICHTING Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het ontstaan van het moederschap van rechtswege van en de mogelijkheid van erkenning door de vrouwelijke partner van de moeder MEMORIE VAN

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/53794

Nadere informatie

Minderjarigheid in het recht

Minderjarigheid in het recht Minderjarigheid in het recht Minderjarigen zijn personen onder de 18 jaar, tenzij voor hun 18e levensjaar huwelijk, geregistreerd partnerschap (GP) of meerderjarigverklaring van moeder van 16/17 jr Twee

Nadere informatie

Reactie op concept-wetsvoorstel lesbisch ouderschap

Reactie op concept-wetsvoorstel lesbisch ouderschap Reactie op concept-wetsvoorstel lesbisch ouderschap ten behoeve van de internetconsultatie van het Ministerie van Justitie www.internetconsultatie.nl/ouderschapduomoeder door Kees Waaldijk universiteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 23 714 Wijziging van, onder meer, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met invoering van medevoogdij en gezamenlijke voogdij Nr. 7 NOTA

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWO:2003:AI0668

ECLI:NL:RBZWO:2003:AI0668 ECLI:NL:RBZWO:2003:AI0668 Instantie Rechtbank Zwolle Datum uitspraak 30-06-2003 Datum publicatie 31-07-2003 Zaaknummer 79701 / FA RK 02-2751 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 047 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het gezamenlijk gezag van rechtswege bij geboorte tijdens een geregistreerd

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:449

ECLI:NL:RBMNE:2017:449 ECLI:NL:RBMNE:2017:449 Instantie Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 06-02-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer C/16/418623 / FA RK 16-4448 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Van achterdeur naar zij-ingang

Van achterdeur naar zij-ingang ARTIKEL FRIEDA VLIET Frieda van Vliet is juriste en gespecialiseerd in het afstammings- en adoptierecht. Commissie Kortmann en gelijkgeslachtelijke leefvormen Van achterdeur naar zij-ingang Adoptie door

Nadere informatie

Is een prenatale aantekening in het gezagsregister van gezamenlijk gezag van ongehuwde ongeregistreerde ouders mogelijk?

Is een prenatale aantekening in het gezagsregister van gezamenlijk gezag van ongehuwde ongeregistreerde ouders mogelijk? Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Is een prenatale aantekening in het gezagsregister van gezamenlijk gezag van ongehuwde en ongeregistreerde ouders mogelijk? A.J.M. Nuytinck Published

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 480 Wet van 25 november 2013 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 551 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:8005

ECLI:NL:RBDHA:2017:8005 ECLI:NL:RBDHA:2017:8005 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 17072017 Datum publicatie 03082017 Zaaknummer C/09/522456 / FA RK 168986 Rechtsgebieden Personen en familierecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Nadere informatie

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T

Rolnummer 3630. Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T Rolnummer 3630 Arrest nr. 174/2005 van 30 november 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 320, 4, van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

1.4 Een afzonderlijke regeling voor sociaal ouderschap buiten het afstammingsrecht 1.5 Concurrerende aanspraken op het ouderschap

1.4 Een afzonderlijke regeling voor sociaal ouderschap buiten het afstammingsrecht 1.5 Concurrerende aanspraken op het ouderschap 33 032 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie Memorie van antwoord Ik dank de leden hartelijk

Nadere informatie

Hoe zorg tot haar recht komt

Hoe zorg tot haar recht komt Artikel is juriste en wetenschappelijk medewerkster bij de Emancipatieraad Over de betekenis van (onbetaalde) zorg in het familierecht Hoe zorg tot haar recht komt Aansluiting bij zorg als differentiatiecriterium

Nadere informatie

Lesbisch ouderschap. Bespreking van het rapport van de Commissie lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie (commissie-kalsbeek)

Lesbisch ouderschap. Bespreking van het rapport van de Commissie lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie (commissie-kalsbeek) Lesbisch ouderschap. Bespreking van het rapport van de Commissie lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie (commissie-kalsbeek) Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder

Nadere informatie

Maart 2012 N. Leeuwrik

Maart 2012 N. Leeuwrik Lesbisch ouderschap: instemmen met het wetsvoorstel lesbisch ouderschap of vasthouden aan de vereenvoudigde adoptieprocedure? In hoeverre worden de belangen van het kind gewaarborgd in het wetsvoorstel

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

HOMOSEKSUEEL OUDERSCHAP - De juridische aspecten -

HOMOSEKSUEEL OUDERSCHAP - De juridische aspecten - HOMOSEKSUEEL OUDERSCHAP - De juridische aspecten - BROCHURE - 1 - Met dank aan; Brusselsestraat 51 6211 PB Maastricht Tel.: 0031 (0)43-325 96 79 Fax: 0031 (0)43-325 04 31 www.leliveldadvocaten.nl Email:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 047 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het gezamenlijk gezag van rechtswege bij geboorte tijdens een geregistreerd

Nadere informatie

239. Duomoederschap anno 2014

239. Duomoederschap anno 2014 239. Duoschap anno 2014 Mr. dr. M.J. Vonk Vanaf 1 april 2014 is het mogelijk om via het afstammingsrecht twee juridische s te hebben. Op de geboorteakte staan dan een en een uit wie het kind is geboren.

Nadere informatie

Het gezag over minderjarige kinderen en de andere levensgezel

Het gezag over minderjarige kinderen en de andere levensgezel Het gezag over minderjarige kinderen en de andere levensgezel Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458

ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458 ECLI:NL:RBASS:2011:BP3458 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 26-01-2011 Datum publicatie 07-02-2011 Zaaknummer 82435 FA RK 10-2820 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 649 Herziening van het afstammingsrecht alsmede van de regeling van adoptie Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Adoptie van kinderen door paren van gelijk geslacht

Adoptie van kinderen door paren van gelijk geslacht Advies Adoptie van kinderen door paren van gelijk geslacht Commissie Justitie, Kamer van Volksvertegenwoordigers Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde adoptie door koppels van

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2015:6424

ECLI:NL:RBROT:2015:6424 ECLI:NL:RBROT:2015:6424 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 02-09-2015 Datum publicatie 09-09-2015 Zaaknummer C/10/476228 / FA RK 15-3821 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:6614

ECLI:NL:RBDHA:2017:6614 ECLI:NL:RBDHA:2017:6614 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-06-2017 Datum publicatie 13-07-2017 Zaaknummer C/09/520036 / FA RK 16-7841 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Personen-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 353 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het geregistreerd partnerschap, de geslachtsnaam

Nadere informatie

Nota naar aanleiding van het verslag

Nota naar aanleiding van het verslag Nota naar aanleiding van het verslag Met belangstelling heb ik kennis genomen van de opmerkingen en vragen van de leden van de fracties van de VVD, het CDA, de PVV, de PvdA, D66, de ChristenUnie en de

Nadere informatie

RESULTATEN VRAGENLIJST ROZE OUDERSCHAP

RESULTATEN VRAGENLIJST ROZE OUDERSCHAP RESULTATEN VRAGENLIJST ROZE OUDERSCHAP Deze vragenlijst is opgesteld en uitgezet door Stichting Meer dan Gewenst in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam t.b.v. de Europese Verkiezingen op 22

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 772 Wet van 24 december 1997 tot herziening van het afstammingsrecht alsmede van de regeling van adoptie Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin

Nadere informatie

Studentnummer Privaatrechtelijke rechtspraktijk, Universiteit van Amsterdam. Mw. mr. M.I. Peereboom- Van Drunick.

Studentnummer Privaatrechtelijke rechtspraktijk, Universiteit van Amsterdam. Mw. mr. M.I. Peereboom- Van Drunick. Een vergelijking tussen huidig recht en toekomstige wetgeving: zorgt het wetsvoorstel Lesbisch ouderschap voor een verbetering van de rechtspositie van de meemoeder en de zaaddonor? Auteur Monique Borsje

Nadere informatie

Afstamming ongeacht gerichtheid of geslacht 1

Afstamming ongeacht gerichtheid of geslacht 1 Afstamming ongeacht gerichtheid of geslacht 1 door Kees Waaldijk 2 versie 7 januari 2015 verschenen in: Ernee Loeb, Caroline Martens, Nora van Oostrom, Leo Vollebregt (red.), Alle kleuren Jaap! Liber Amicorum

Nadere informatie

Datum : 12 december 2004 Kenmerk : CR35/1027328/04/TH/TvV Betreft : advies inzake (interlandelijke)adoptie: sterk of zwak?

Datum : 12 december 2004 Kenmerk : CR35/1027328/04/TH/TvV Betreft : advies inzake (interlandelijke)adoptie: sterk of zwak? Aan de Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH s-gravenhage Datum : 12 december 2004 Kenmerk : CR35/1027328/04/TH/TvV Betreft : advies inzake (interlandelijke)adoptie: sterk of zwak? Mijnheer de Minister,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting SAMENVATTING

Nederlandse samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING 1. Doelstellingen van het onderzoek Dit onderzoek heeft tot doel om twee belangrijke wetten uit het Nederlandse familierecht te evalueren, de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd

Nadere informatie

Afstamming. U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind

Afstamming. U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind Afstamming U hebt vragen over uw afstamming of over de afstamming van uw kind Inhoud Afstamming in het Belgische recht...3 Afstamming krachtens de wet...4 Afstamming langs moederszijde...4 Afstamming langs

Nadere informatie

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters )

JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK ; 96507/FA RK ; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) JPF 2012/161 Rechtbank Dordrecht 30 mei 2012, 96504/FA RK 12-7108; 96507/FA RK 12-71111; LJN BW7709. ( mr. Haerkens-Wouters ) [Verzoekster] te [adres verzoekster], verzoekster, advocaat: mr. M. Huisman

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T Rolnummer 5847 Arrest nr. 55/2015 van 7 mei 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 347-2 van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik. Het

Nadere informatie

SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT

SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT SAMENLEVINGSVORMEN SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT Algemeen De gevolgen van het huwelijk en het geregistreerd partnerschap worden in de wet uitgebreid geregeld. Andere samenwonenden worden door

Nadere informatie

ref.nr.: 12.099/6.30.1 Amsterdam, 18 oktober 2012 betreft: COC-inbreng t.b.v. plenaire behandeling wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap (33 032)

ref.nr.: 12.099/6.30.1 Amsterdam, 18 oktober 2012 betreft: COC-inbreng t.b.v. plenaire behandeling wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap (33 032) Woordvoerders Justitie en LHBT-emancipatie Tweede Kamer der Staten-Generaal ref.nr.: 12.099/6.30.1 Amsterdam, 18 oktober 2012 betreft: COC-inbreng t.b.v. plenaire behandeling wetsvoorstel Lesbisch Ouderschap

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 032 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T Rolnummer 4725 Arrest nr. 172/2009 van 29 oktober 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 323 van het Burgerlijk Wetboek, zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij artikel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2017:386

ECLI:NL:RBMNE:2017:386 ECLI:NL:RBMNE:2017:386 Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 02-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer C16/420604/FO RK 16-141 Rechtsgebieden Personen- en familierecht Bijzondere

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mede in verband met de evaluatie van de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd partnerschap

Nadere informatie

Geboren met twee moeders

Geboren met twee moeders Geboren met twee moeders Een onderzoek naar het belang van het kind dat is geboren binnen een lesbische relatie Masterscriptie Jeugdrecht Emma Merkx Naam: E.T.P. Merkx Studentnummer: 0910104 Masteropleiding:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 649 Herziening van het afstammingsrecht alsmede van de regeling van de adoptie Nr. 8 GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 21 oktober 1996 Wij Beatrix,

Nadere informatie

Meerouderschap- en gezag Regeling ten behoeve van Staatscommissie Herijking ouderschap. 1. Inleiding

Meerouderschap- en gezag Regeling ten behoeve van Staatscommissie Herijking ouderschap. 1. Inleiding Meerouderschap- en gezag Regeling ten behoeve van Staatscommissie Herijking ouderschap 1. Inleiding In april 2014 heeft de ministerraad op voorstel van de toenmalige staatssecretaris van Veiligheid en

Nadere informatie

De verbetering van de rechtspositie van duomoeders

De verbetering van de rechtspositie van duomoeders De verbetering van de rechtspositie van duomoeders De wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders dan door adoptie

Nadere informatie

» Samenvatting. JPF 2011/33 Gerechtshof 's-gravenhage 1 december 2010, 200.020.898/01; LJN BO7387. ( mr. Van Nievelt mr. Mink mr. Pijls-Olde Scheper )

» Samenvatting. JPF 2011/33 Gerechtshof 's-gravenhage 1 december 2010, 200.020.898/01; LJN BO7387. ( mr. Van Nievelt mr. Mink mr. Pijls-Olde Scheper ) JPF 2011/33 Gerechtshof 's-gravenhage 1 december 2010, 200.020.898/01; LJN BO7387. ( mr. Van Nievelt mr. Mink mr. Pijls-Olde Scheper ) 1. [Appellant 1], hierna te noemen: de vader, en 2. [appellant 2],

Nadere informatie

HOLEBI-OUDERS. WAT MET AFSTAMMING EN OUDERSCHAP?

HOLEBI-OUDERS. WAT MET AFSTAMMING EN OUDERSCHAP? RoSa. Documentatiecentrum en Archief voor Gelijke Kansen, Feminisme en Vrouwenstudies HOLEBI-OUDERS. WAT MET AFSTAMMING EN OUDERSCHAP? Inleiding Sylvia Sroka Door de wet van 13 februari 2003 1 werd het

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/32129

Nadere informatie

Rolnummer 2525. Arrest nr. 134/2003 van 8 oktober 2003 A R R E S T

Rolnummer 2525. Arrest nr. 134/2003 van 8 oktober 2003 A R R E S T Rolnummer 2525 Arrest nr. 134/2003 van 8 oktober 2003 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 371 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door de Rechtbank van eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882

ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 ECLI:NL:RBNHO:2016:10882 Instantie Datum uitspraak 28-12-2016 Datum publicatie 17-01-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/245613 / FA RK 16-4085 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 032 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke partner van de moeder anders

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 22 700 Leefvormen Nr. 17 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 29

Nadere informatie

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan A.J.M. Nuytinck Published in WPNR, 2008,

Nadere informatie

Datum 29 juni 2009 Onderwerp Beantwoording vragen van het lid Langkamp (SP) over adopties uit Nigeria en Malawi

Datum 29 juni 2009 Onderwerp Beantwoording vragen van het lid Langkamp (SP) over adopties uit Nigeria en Malawi > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl

Nadere informatie

Dossier Draagmoeder. Beleidsinformatie:

Dossier Draagmoeder. Beleidsinformatie: Dossier Draagmoeder Een draagmoeder is een vrouw die zwanger is voor een ander: de wensouder(s). De draagmoeder staat het kind na de geboorte af aan de wensouders. Niet-commercieel draagmoederschap is

Nadere informatie

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag Parkstraat 83 Den Haag Correspondentie: Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag ~ Telefoon Fax algemeen (070) (070) 361 93361 009310 Fax rechtspraak (070) 361 9315 Aan de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 23 december 1999

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Wel of geen juridische bescherming voor meeroudergezinnen?

Wel of geen juridische bescherming voor meeroudergezinnen? Wel of geen juridische bescherming voor meeroudergezinnen? De wenselijkheid van drie of vier ouders NAAM: JOELLE HENDRIKS ADMINISTRATIENUMMER: 477595 SCRIPTIEBEGELEIDER: PROF. MR. P. VLAARDINGERBROEK DATUM:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2015:3690

ECLI:NL:RBOBR:2015:3690 ECLI:NL:RBOBR:2015:3690 Instantie Datum uitspraak 19-06-2015 Datum publicatie 14-07-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant C/01/280880 / FA RK 14-3596_2

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:8872

ECLI:NL:RBNHO:2015:8872 ECLI:NL:RBNHO:2015:8872 Instantie Datum uitspraak 14-10-2015 Datum publicatie 24-11-2015 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer C/15/224765/FA RK 15-2092 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

LESBISCH OUDERSCHAP EN HET AFSTAMMINGSRECHT: EEN, TWEE OF TOCH DRIE OUDERS?

LESBISCH OUDERSCHAP EN HET AFSTAMMINGSRECHT: EEN, TWEE OF TOCH DRIE OUDERS? LESBISCH OUDERSCHAP EN HET AFSTAMMINGSRECHT: EEN, TWEE OF TOCH DRIE OUDERS? Machteld Vonk Inleiding De aandacht voor de juridische positie van kinderen die binnen een lesbische relatie worden geboren,

Nadere informatie

Afstamming heeft alles te maken met welke bloedband je hebt met je voorouders (je ouders, grootouders, overgrootouders,...). Je afstamming bepaalt

Afstamming heeft alles te maken met welke bloedband je hebt met je voorouders (je ouders, grootouders, overgrootouders,...). Je afstamming bepaalt Afstamming heeft alles te maken met welke bloedband je hebt met je voorouders (je ouders, grootouders, overgrootouders,...). Je afstamming bepaalt dus bij welke familie je hoort. Ouders Met je ouders heb

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 23 714 Wijziging van, onder meer, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met invoering van medevoogdij en gezamenlijke voogdij Nr. 6 NOTA

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 649 Herziening van het afstammingsrecht alsmede van de regeling van adoptie Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 21 oktober

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 93 1 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE

Nadere informatie

Datum 10 juni 2009 Onderwerp Antwoorden kamervragen over onrust onder aspirant-adoptiefouders

Datum 10 juni 2009 Onderwerp Antwoorden kamervragen over onrust onder aspirant-adoptiefouders > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Justitieel

Nadere informatie

PUBLICATIEBLAD. LANDSVERORDENING van de 8'*^mei 2010 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek^ (Landsverordening herziening namenrecht)

PUBLICATIEBLAD. LANDSVERORDENING van de 8'*^mei 2010 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek^ (Landsverordening herziening namenrecht) A 2010 l**l N 29 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 8'*^mei 2010 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek^ (Landsverordening herziening namenrecht) IN NAAM DER KONINGIN! In overweging genomen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2012:25290

ECLI:NL:RBSGR:2012:25290 ECLI:NL:RBSGR:2012:25290 Instantie Datum uitspraak 12-11-2012 Datum publicatie 19-11-2013 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer 422786 FA RK 12-5036 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Lijst van gebruikte afkortingen

Lijst van gebruikte afkortingen Gelijkheid in het verkrijgen van het juridisch ouderschap De strijd van homoseksuele mannen naar juridische gelijkheid Masterscriptie van Natascha Panhuijsen (5731216) Universiteit van Amsterdam Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

De keuze van de achternaam

De keuze van de achternaam De keuze van de achternaam Ieder mens heeft een voornaam en een achternaam. Die krijgen we bij de geboorte, meestal van onze ouders. Namen zijn belangrijk. In het dagelijks leven zorgt de naam voor onderscheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie (VI) voor het jaar 2008 Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Nadere informatie

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit

Nadere informatie

Het juridisch ouderschap: meer dan alleen biologische afstamming

Het juridisch ouderschap: meer dan alleen biologische afstamming Het juridisch ouderschap: meer dan alleen biologische afstamming Onderzoek naar het wettelijk vastleggen van het duomoederschap Masterscriptie Universiteit van Tilburg door Jolien Witsmeer 1 Voorwoord

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 93a 26 673 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (adoptie door personen van hetzelfde geslacht) MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 27

Nadere informatie

Protocol School en Scheiding, KBS De ark en de Ark van Noach

Protocol School en Scheiding, KBS De ark en de Ark van Noach Protocol School en Scheiding, KBS De ark en de Ark van Noach 1. Dit protocol: o legt uit wie voor de wet ouder van een kind is; o formuleert een aantal richtlijnen waar de school zich aan zal houden, ter

Nadere informatie

De keuze van de achternaam. Ministerie van Justitie

De keuze van de achternaam. Ministerie van Justitie Ministerie van Justitie De keuze van de achternaam Burgerlijk Wetboek Boek 1, Personen- en familierecht Titel 2 Het recht op de naam Artikel 5 1. Indien een kind alleen in familierechtelijke betrekking

Nadere informatie

Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de invoering van een statuut voor meeouders betreft

Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de invoering van een statuut voor meeouders betreft Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de invoering van een statuut voor meeouders betreft Toelichting Dames en Heren, Ingediend door Sonja Becq Steeds meer kinderen worden opgevoed

Nadere informatie

De rechten van grootouders

De rechten van grootouders Mr E.L.M. Louwen advocaat familierecht/mediator Bierman advocaten, Tiel De rechten van grootouders Wet Al jaren vragen grootouders aan de rechter om een omgangsregeling met hun kleinkinderen. Al jaren

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 27 047 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het gezamenlijk gezag van rechtswege bij geboorte tijdens een geregistreerd

Nadere informatie

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport.

Zie onder bevindingen of volledige tekst voor de volledige tekst van het rapport. Rapport 2 h2>klacht Beoordeling Conclusie Aanbeveling Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich in het aanvraagformulier reisdocumenten alleen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19499 1 november 2011 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het juridisch ouderschap van de vrouwelijke

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201103602/1/V3. Datum uitspraak: 11 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie