MANAGEMENT EN ORGANISATIE HAVO EN VWO 2008

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MANAGEMENT EN ORGANISATIE HAVO EN VWO 2008"

Transcriptie

1 MANAGEMENT EN ORGANISATIE HAVO EN VWO 2008 Dit is een uitgebreide samenvatting van de examenstof voor Management en Organisatie. Hieronder volgt eerst een inhoudsopgave. Let op! De onderdelen met een sterretje* zijn alleen voor vwo-leerlingen! Module 1: Planning - 0. Inleiding M&O, blz Over Planning in een organisatie, blz Over Rechtsvormen, blz. 6 Module 2: Formuleren van beleid - 3. Over het Personeelsbeleid, blz Over Interestberekeningen, blz Over Renten*, blz Over de Vermogensmarkt, blz Over Kredietvormen, blz Over de Balans, blz Over de Winstverdeling van een NV, blz Over Agio en aandelenwaarden, blz Over Hypotheken, blz Over de Marketingmix (de 4 P s), blz. 28 Module 3: Uitvoeren van beleid Over de Economische en Technische voorraad, blz Over BTW, blz Over Bruto winstopslag en bruto winstmarge, blz Over de Kostprijs, VVP en de Consumentenprijs, blz Over Begroten: de Liquiditeits- en Resultatenbegroting, blz Over het Break-even-punt en de Dekkingsbijdrage, blz Over Investeringsselectie*, blz Over de Primitieve en Verfijnde Opslagmethode*, blz Over Kostprijsberekening bij homogene massaproductie*, blz. 52 Module 4: Informatievoorziening Over Afschrijvingen, blz Over LIFO en FIFO, blz Over Voor- en Nacalculatie, blz Over Prijs- en Efficiencyverschillen*, blz Over het Budget- en het Bedrijfsresultaat bij een handelsonderneming, blz. 65 Module 5: Evaluatie Over Kengetallen, blz Over Rentabiliteit en Hefboomeffect, blz. 69 Bijlage: - Over Organogrammen, blz. 73 1

2 0. INLEIDING MANAGEMENT & ORGANISATIE (M&O) Bij het vak M&O gaat het om organisaties; wat zijn dat? Een organisatie is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen, die beschikt over middelen, mensen, een plan en een hiërarchie om een bepaald doel te bereiken. Zo is een voetbalvereniging een voorbeeld van een organisatie. Naast het begrip organisatie, moet men de begrippen bedrijf en onderneming goed uit elkaar houden. Een onderneming onderneemt wat, loopt dus risico, kan verlies lijden, maar ook winst maken. Een bedrijf is een iets ruimer begrip, d.w.z. zij streeft niet automatisch naar winst, maar kan andere doeleinden hebben, b.v. een overheidsbedrijf kan streven naar maximale afzet. Daarnaast wordt het begrip instellingen nog wel eens gebruikt, dan gaat het om niet-commerciële organisaties. Men kan alle organisaties als volgt indelen: Organisaties Commercieel (naar winst strevend) Niet-commercieel (niet naar winst strevend) b.v. overheidsbedrijf of overheidsinstelling industriële ondernemingen handelsondernemingen dienstverlenende b.v. Grolsch b.v. Albert Heijn ondernemingen b.v. RABO-bank - een handelsonderneming verkoopt goederen in dezelfde staat, als waarin zij ze heeft ingekocht - een industriële onderneming maakt van grondstoffen een eindproduct - een dienstverlenende onderneming verkoopt haar diensten, b.v. advies, transport, communicatie. Enkele verschillen tussen commerciële en niet-commerciële organisaties zijn: Commercieel Niet-commercieel Doel? winst maken geen winst maken, wel kostendekkend zijn (vaak ook een ideëel doel) Wat betalen afnemers? de verkoopprijs geen verkoopprijs (soms gratis) Hoe de kosten te bestrijden? uit de verkoopprijs (inclusief uit subsidies, giften en winstopslag) contributies Waar is het vooral op inkomen verwerven inkomen uitgeven gericht? Welke rechtsvorm? Eenmanszaak, V.O.F., B.V., N.V. Stichting, Vereniging 2

3 Hoe zit het nu met het begrip GEZINNEN? Een gezin bestaat wel uit mensen, heeft ook middelen en vaak een hiërarchie: ouders kinderen. Maar de vraag is of zij ook vooropgezet doel of plan hebben, d.w.z. een plan dat zwart op wit staat? Meestal niet, haar doel is meestal gelukkig worden. Toch maken gezinnen ook plannen, b.v.: - een strategisch plan: het kopen van een huis, via een hypotheek met een looptijd van 30 jaar - een tactisch plan: eerst nog 5 jaar doorwerken en dan kinderen proberen te krijgen - een operationeel plan: bij een reisbureau de vakantie voor komende zomer bespreken. Sommigen beschouwen een gezin echter niet als een organisatie, hoewel Wikipedia dat wel doet: Het begrip organisatie is ook uit te breiden tot elk samenwerkingsverband tussen twee en meer personen. Zodoende zal b.v. een gezin (partnerschap) er ook onder vallen. Wij zullen dus het gezin (meer dan 1 persoon) ook als een organisatie beschouwen, maar niet als een bedrijf. We kunnen dan schematisch het verband weergeven tussen de begrippen organisatie, bedrijf en onderneming, waarbij het begrip organisatie het ruimste begrip is en het begrip onderneming het meest nauw omvattende begrip is: Organisaties (b.v. gezinnen) Bedrijven (b.v. waterleidingbedrijven) Ondernemingen (b.v. Philips, Grolsch) 3

4 1. OVER PLANNING IN EEN ORGANISATIE Elk organisatie heeft een goede planning nodig, d.w.z. dat de organisatie moet aangeven langs welke weg men een toekomstig doel wenst te bereiken. Het gaat dan om inzet van middelen en mensen door het management (er is dus een hiërarchie). Nu is het mogelijk om in die planning een onderscheid te maken. Dit onderscheid kan gemaakt worden op basis van de verschillende niveaus van management binnen een onderneming, evenals op de verschillen in tijd. Men kan dan drie soorten plannen onderscheiden: 1: de strategische plannen: dit zijn plannen die ontwikkeld worden door het topmanagement en beschrijven hoe het denkt zijn langetermijndoelen te bereiken. De planperiode ligt meestal tussen de 3/5 jaar en 15/20 jaar. 2: De tactische plannen: dit zijn concrete doelen die moeten leiden tot het strategische doel. Deze geven een concreet beeld van wat er moet gebeuren. Meestal is dit in overleg tussen het topmanagement en het middenmanagement vastgesteld. Men praat hier over een middellange termijn, een periode tussen de 1 en 3/5 jaar. 3: De operationele plannen: deze hebben betrekking op de uitvoering van de voorgenomen activiteiten: deze uitvoering moet geschieden door het lagere management en middenmanagement. De planperiode is niet meer dan 1 jaar. Deze planning kent men zowel in een commerciële (= naar winst strevende organisaties, b.v. Philips) als niet-commerciële organisatie (= naar kostendekking strevende organisaties, een amateurvoetbalvereniging). Men moet onderscheid kunnen maken tussen deze typen plannen en dan dient men zich de volgende vragen te stellen (en meestal verkrijgt men dan de goede antwoorden): Voor strategische planning: Wat wil de organisatie? Commercieel: over 10 jaar de grootste zijn van Europa. Niet-commercieel: binnen 10 jaar amateurvoetbalkampioen van Nederland worden. Voor tactische planning: Hoe wil de organisatie dat bereiken? Commercieel: bedrijven elders overnemen. Niet commercieel: het aantrekken van drie topspelers van elders. Voor operationele planning: Wat moet de organisatie nu doen? Commercieel: onderzoek de vestigingsmogelijkheden in het buitenland. Niet commercieel: leg nu al contacten met goede spelers elders. 4

5 Voorbeeld Uit een krant: Snoepfabrikant Van Melle naar Argentijnse markt Snoepfabrikant Van Melle (Mentos en Fruitella) gaat proberen zijn producten op de Argentijnse markt te verkopen. De productie gaat gebeuren door de bestaande snoepfabriek in Brazilië. Er wordt geen eigen verkoop- organisatie opgezet, maar er wordt naar gestreefd om via Pepsico Snacks het product in de vele honderdduizend kiosken te krijgen, die de bulk van de levensmiddelenverkopen in Buenos Aires en omgeving verzorgen. (naar: Het Financiële Dagblad) Vraag: Welke soort plannen strategische, tactische of operationele komen in dit krantenbericht aan de orde? Verklaar je antwoord. Uitwerking: We stellen ons de drie vragen: Wat wil de organisatie? Actief worden op de Argentijnse markt (strategisch). Hoe wil de organisatie dat bereiken? Het plan om de productie onder te brengen bij de bestaande snoepfabriek (en daarvoor geen nieuwe op te richten), het plan om geen eigen verkooporganisatie op te zetten (tactisch). Wat moet de organisatie nu doen? De productie- en distributieplanning om tijdig de juiste hoeveelheden snoep in de kiosken te krijgen (operationeel). 5

6 2. OVER RECHTSVORMEN Onder rechtsvorm verstaat men het wettelijke (juridische) jasje waarin een organisatie gegoten is, in het bijzonder van belang is hoe de aansprakelijkheid geregeld is. Er zijn vele rechtsvormen mogelijk, al dan niet rechtspersoon (een organisatie die zelfstandig rechten en plichten heeft en niet afhankelijk is van bepaalde natuurlijke personen). Schematisch: Rechtsvormen Rechtspersonen (organisaties) Natuurlijke Personen (mensen: commercieel) Privaatrechterlijk Publiekrechterlijk (niet-commercieel) Commerc. Niet-comm. Lagere Overheden. Het Rijk eenmanszaak VOF Informele Vereniging N.V. B.V. Stichting Erkende Vereniging Gemeenten Provincies Waterschappen NB: door deze indeling heen loopt, wat betreft commerciële organisaties, het onderscheid tussen industriële ondernemingen (Philips), handelsondernemingen (Albert Heijn) en dienstverlenende ondernemingen (ABN AMRO), waarbij de term onderneming betekent dat het om een organisatie gaat die naar winst streeft, dus commercieel is. Naast het bovenstaande schema bestaan er nog meer rechtsvormen, b.v. een coöperatie of coöperatieve vereniging (b.v. de Rabobank), wat in feite een commerciële variant op een vereniging is, waarbij wel winst uitgekeerd mag worden aan de leden, wat bij een erkende vereniging als een politieke partij (b.v. PvdA) niet is toegestaan. Daarnaast komt vaak voor een zgn. maatschap (vooral bij advocaten en notarissen), een soort VOF. voor vrije beroepen. Een voorbeeld van een informele vereniging is b.v. een beleggingsclubje, waarvan de leden naar winst streven, maar waarbij elk lid wel aansprakelijk is voor zijn schulden. 6

7 Samengevat enkele voorbeelden, waarin alles nog eens tezamen komt: Commercieel of niet? Soort organisatie Privaatrechtelijk of niet? Rechtsvorm Philips, beursgenoteerd Ja Industriële onderneming Wel NV Nationaal Reumafonds Boer Jan, die een boerderij beheert Een politieke partij (CDA) Burgemeester & Wethouders van Enschede Nee Dienstverlenend Wel Stichting Ja Industriële- / handelsonderneming Wel Eenmanszaak Nee Dienstverlenend Wel Erkende vereniging Nee Dienstverlenend Niet Publiekrechtelijke organisatie Buurtsuper Jansen en Zoon, beide geheel aansprakelijk Ja Handelsonderneming Wel VOF Autodemontage Klaassen, Pietersen en Co, allen beperkt aansprakelijk Ja Dienstverlenend / Handelsonderneming Wel BV Kerkgenootschap Nee Dienstverlenend Wel Vereniging Provincie Nee Dienstverlenend Niet Publiekrechterlijke organisatie 7

8 3. OVER HET PERSONEELSBELEID Na een intensieve selectie van sollicitanten maakt een bedrijf een individuele arbeidsovereenkomst (waarin de rechten en plichten van werknemers en werkgevers staan) op met de werknemer; deze moet men goed onderscheiden van een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Enige belangrijke verschillen: Arbeidsovereenkomst individueel collectief voor wie? geldt voor 1 werknemer geldt voor een bedrijfstak arbeidsomstandigheden gedetailleerd: werkplek, werktijden, wanneer vakantie loon individueel loon, meer dan of gelijk aan minimumloon globaal: aantal arbeidsuren, minimaal aantal vakantiedagen afspraken over minimumloon Een CAO is gebaseerd op het Burgerlijk Wetboek (BW), die op haar beurt gebaseerd is op de Grondwet, die weer deels rekening houdt met internationale verdragen binnen de Europese Unie (EU). Een individuele arbeidsovereenkomst mag wel betere voorwaarden bevatten dan een CAO en het BW, maar geen slechtere. Om geschikte arbeiders te werven zijn er verschillende methodes, zoals: 1. via een open sollicitatie: het initiatief komt van de werknemer zelf 2. via personeelsadvertenties: gesloten sollicitatie in kranten / vakbladen 3. via centra voor werk en inkomen (oude arbeidsbureau ), een overheidsinstelling 4. via uitzendbureaus: particuliere bedrijven die bemiddelen, vaak tijdelijk 5. via inzetten van recruiters : het werven van arbeiders via eigen personeelsmedewerker op scholen 6. via inzetten van headhunters : particuliere bedrijven (personen) die geschikte mensen zoeken in opdracht van het eigen bedrijf Naast de bovengenoemde wetten moet men met betrekking tot personeelsbeleid nog twee wetten kennen, namelijk: 1. De Wet Gelijke Behandeling (WGB): deze probeert discriminatie te voorkomen; 2. De Wet op de Ondernemingsraden (WO): hierin is de medezeggenschap van medewerkers geregeld, zoals recht op overleg, recht op informatie, recht op consultatie en recht op meebeslissen. Van belang m.b.t. personeel is verder het onderscheid tussen een functioneringsgesprek (open gesprek op basis van gelijkwaardigheid, waarbij de werknemer ook over het functioneren van de werkgever mag praten) en een beoordelingsgesprek (het beoordelen van de werknemer staat hier centraal en dat kan gevolgen hebben voor zijn functioneren, b.v. of hij wel of geen vaste aanstelling krijgt en/of hij wel of geen promotie maakt). 8

9 4. OVER INTERESTBEREKENINGEN Het eerste probleem dat men tegenkomt bij interestberekeningen is altijd: gaat het nu om enkelvoudige of samengestelde interest? Bij samengestelde interest is er sprake van rente over rente, denk b.v. aan een spaarrekening. Bij enkelvoudige interest krijgt men alleen rente over de basisinleg. De eventuele tussentijdse rente die men krijgt, laat men niet staan op die spaarrekening, maar haalt men er tussentijds af. Men krijgt dus elk jaar hetzelfde rentebedrag over de eerste inleg. Bij enkelvoudige interest is het gewoon een kwestie van de formule invullen: EI = K x P x T Waarbij K = kapitaal, P = interest perunage (= percentage als decimaal) en T = tijd. Men moet alleen opletten of de T (tijd) in dagen, weken, maanden, etc. gegeven is. Voorbeeld Kapitaal = ,- Interestpercentage = 5% per jaar (dus perunage is 0,05) Tijd = 3 maanden (dus 3/12 e jaar) Enkelvoudige Interest (EI) = * 0,05 * 3/12 = 250,- Het tweede probleem is dan het vaststellen van het aantal perioden, waarbij dit zichtbaar gemaakt kan worden d.m.v. een tijdbalk, waarin men alle gegevens moet zetten, die men weet, zoals data, het beginbedrag, interestpercentages e.d. Men kan dan namelijk heel gemakkelijk het aantal perioden aflezen. Voorbeeld Bereken welk bedrag je op een spaarrekening hebt staan als je 2000,- op 1 januari 2003 stort en dit tot 1januari 2008 tegen 5% interest laat staan TIJDBALK: /-----/-----/-----/-----/-----/ (1) (2) (3) (4) (5) (6) (1) 1/ (2) 1/ (3) 1/ (4) 1/ (5) 1/ (6) 1/ Men kan nu zo het aantal perioden aflezen (VET GEDRUKT): het zijn er dus 5 en geen 6! Er staan weliswaar 6 momenten genoemd, maar het bedrag staat maar 5 perioden uit tegen rente! Als men de formule invult, die luidt: E = B * ( 1+ i) macht n of: eindbedrag = beginbedrag * (1+ i)macht n 9

10 Waarbij i het interestperunage is, d.w.z. het interestpercentage geschreven als een decimaal, b.v. 5% wordt dan 0,05. Dan komt er: E5 = 2000,- x (1,05) macht 5 = 2552,56 Ook het omgekeerde moet men kunnen uitrekenen: hoeveel euro moet men nu (1 januari 2004) storten om op 1 januari 2010 een bedrag van ,- op zijn bankrekening te hebben, bij een interest van 4% per jaar? Bij dit soort berekeningen, rekent men de CONTANTE WAARDE (of: beginwaarde) van een KAPITAAL uit. Ook hier moet men goed opletten dat men het aantal perioden goed berekent. Maak dus ook hier een tijdbalk. De contante waarde is dus het beginbedrag, terwijl men het eindbedrag nu reeds weet, dus men keert de formule gewoon om: Dus: B = E / (1 + i)macht n of: beginbedrag = eindbedrag / (1 + i)macht n Beginbedrag = ,- / (1 + 0,04) macht 6 = / 1, = 7306,90. We hebben dus drie formules op de havo: 1. Enkelvoudige interest: Ei = K * P * T waarbij : Ei = enkelvoudige interest K = kapitaal P = interestperunage (in decimalen, dus 8% = 0,08)) T = tijd (in jaren, dus b.v. 8 maanden = 8/12 jaar) 2. Samengestelde interest: A. Eindwaarde: En = B * ( 1 + i) macht n waarbij : En = eindwaarde na n perioden B = beginkapitaal i = interestperunage (in decimalen) n = aantal perioden (b.v. jaren of maanden) B. Beginwaarde of Contante waarde: B = En / ( 1 + i) macht n 10

11 5. OVER RENTEN Men moet ook de eindwaarde van een rente uit kunnen rekenen. Let erop dat de rente hier een andere betekenis heeft dan het begrip interest. Hier moet men denken aan een reeks bedragen (termijnen T) die men stort of die vrij komen in de toekomst, b.v. een lijfrente. Het gaat hier dus om een som van een aantal enkelvoudige bedragen en dan wordt de formule iets ingewikkelder: E = T * ( 1 + i) * {(1 + i)macht n 1 } i Voorbeeld Iemand stort elk jaar op 1 januari, te beginnen in 2004, 1.000,- op zijn bankrekening, waarbij de laatste storting plaats vindt in 2013, bij een interestpercentage van 5%. Hoeveel heeft hij gespaard als hij het daarna laat staan tot 1 januari 2020? Er zijn nu meerdere wegen die naar Rome leiden, maar 1 weg is de volgende: Op 1 januari 2014 heeft elk bedrag minimaal 1 jaar uitgestaan tegen interest, waarbij de eerste storting dus 10 jaar tegen interest heeft uitgestaan en de tweede storting dus 9 jaar, enz. De eindwaarde van de reeks is dus op 1 januari 2014: 1000,- * 13, = ,79. Dit bedrag laat je nog als een eenmalig bedrag staan tot aan 1 januari 2020, dat is dus vanaf januari 2014 nog 6 jaren, dus komt er: Eindbedrag = ,79 * (1, 05) macht 6 = ,79 * 1, = ,36 Als we met data gaan werken, moeten we oppassen op de perioden; ook hier geldt weer: maak een TIJDBALK. De contante waarde van een rente moet men ook kunnen berekenen, maar dat is dus weer het omgekeerde van de eindwaarde van de reeks bedragen. Stel je hebt vanaf 1 januari 2010 recht op 2 jaar lang ,-, dus op 1 januari 2010 en 1 januari 2011 beide keren dit bedrag. Je wilt niet wachten, maar je wilt het geld in 1 keer ontvangen, het liefst op1 januari Als interest rekent men 3%. De bijbehorende formule: C = T * 1 (1 / (1 + i) macht n) i Let ook hier op de perioden! Wederom zijn er meerdere wegen, 1 weg is deze: Men rekent eerst de contante waarde van de reeks uit op 1 januari 2009, zodat alle bedragen uit de reeks tegen interest zijn teruggerekend; dit eenmalige bedrag moet je dan weer terugrekenen naar 1 januari 2004, dat is dus 5 perioden. Eerst de CW van de reeks op 1 januari 2009: * 1, = ,70 Dit bedrag terugrekenen, dus: CW = ,70 / (1,03) macht 5 = ,76. 11

12 NB: de formules kunnen soms ook anders geschreven zijn, maar leiden wel tot dezelfde uitkomsten. Een andere notatie is bijvoorbeeld: Deze kun je ook gebruiken bij opgaven over het afkopen van een verzekering, Voorbeeld Jan heeft op 1 januari 2004 nog drie jaren een bedrag van 5000,- per jaar tegoed van een levensverzekeringsmaatschappij. De bedragen zou hij krijgen op het eind van 2004, op het eind van 2005 en op het eind van Hij wil deze verzekering afkopen. De maatschappij hanteert 5% interest. a. Wat betekent afkopen? b. Hoeveel ontvangt hij dan op 1 januari 2004? c. Was het gunstiger geweest voor Jan als de maatschappij met 4% had gerekend? Antwoord: a. Afkopen = de verzekering beëindigen en nu de contante waarde ontvangen van een toekomstig bedrag of van een toekomstige reeks. b. = 5000 * 1 (1+0,05) macht 3 = 5000 * 2,723 = ,- 0,05 c. Gunstiger, want hoe lager de interestvoet, hoe hoger de contante waarde; hier zou uitkomen: ,- en bij 3%: ,-. NB: bij eindwaarden geldt het omgekeerde: hoe hoger de interestvoet, hoe hoger de eindwaarde! 12

13 6. OVER DE VERMOGENSMARKT De vermogensmarkt is het geheel van vraag naar en aanbod van geld en kapitaal: VERMOGENSMARKT GELDMARKT (kort: looptijd kleiner dan 1 of 2 jaar) (BANKEN) KAPITAALMARKT (lang: looptijd groter dan 1 of 2 jaar) (BANKEN /EFFECTENBEURS) lenen sparen lenen sparen Rekening Korte Hypothecaire Aandelen, Courant Termijn Lening Obligaties Krediet Deposito Op de verschillende deelmarkten van de vermogensmarkt komen diverse rentes tot stand, de zgn. korte rente (geldmarktrente, b.v. de rente over doorlopend krediet of de rente over tijdelijk rood staan bij een bank) en de lange rente (kapitaalmarktrente, b.v. hypotheekrente of de rente die men verkrijgt bij lang sparen), die allemaal gebaseerd zijn op de rente die de Europese Centrale Bank vaststelt, de zgn. officiële rente. Rente is de huurprijs van geld die wordt betaald (in geval van een geldlening) of ontvangen (in geval van geld sparen). Als je geld leent van de bank (b.v. kort krediet), dan ben je vrager op de geldmarkt. Als je geld spaart bij een bank (b.v. vijf jaar vast zet), dan ben je aanbieder op de kapitaalmarkt. Als je aandelen koopt, ben je aanbieder van kapitaal op de kapitaalmarkt. Banken verdienen hun geld vooral uit het interestresultaat, d.w.z. het verschil tussen de rente die gevraagd wordt aan leners/debiteuren (zgn. debetrente) en de rente die gegeven wordt aan spaarders/crediteuren (zgn. creditrente). Daarbij is de debetrente hoger dan de creditrente. Ze proberen daarbij zo veel mogelijk lange spaargelden aan te trekken en deze voor kortere tijd aan meerdere mensen uit te lenen (zgn. matching ), maar dan moet de lange rente (een stuk) hoger zijn dan de korte rente, omdat de mensen dan bereid zijn hun geld lang weg te zetten op een bank. De bank kan dit geld dan mooi gebruiken om korte kredieten te verlenen aan allerlei mensen. 13

14 In onderstaande tekening is een versimpelde vorm van sparen en lenen bij een bank weergegeven. Spaarders brengen hun geld naar de bank en ontvangen 4% rente per jaar. Hetzelfde bedrag wordt aan diverse leners op korte termijn uitgeleend tegen 1% per maand. Spaarders Leners 4% per jaar banken 1% per maand Het interestresultaat op jaarbasis is nu: - te geven aan spaarders: 4% (lange rente) - te ontvangen van leners: 12 * 1% (korte rente) = 12% op jaarbasis - het interestresultaat is nu 12% - 4% = 8% Op de effectenbeurs (= concreet onderdeel van de abstracte kapitaalmarkt) worden dus aandelen en obligaties verhandeld, waarbij de aandelenkoersen tot stand komen door vraag en aanbod op deze effectenbeurs. Wordt er b.v. een winstwaarschuwing* gegeven door Philips, dan willen vele beleggers af van hun aandelen Philips**. Dan zal bij een zelfde vraag naar aandelen Philips de koers van het aandeel Philips gaan dalen, omdat deze minder schaars wordt. *Dan worden de verwachte winsten lager dan verwacht. **Omdat het verwachte dividend (= stukje van de bedrijfswinst) af zal nemen Omgekeerd: verwachten beleggers dat een bedrijf veel winst gaat maken, b.v. door een overname van een ander bedrijf, dan ontstaat er een grote vraag naar deze aandelen van dit bedrijf en zal de koers gaan stijgen (het aandeel wordt schaarser). Ook obligatiekoersen komen tot stand op de effectenbeurs, maar schommelen minder dan de aandelenkoersen. Als de rente op de kapitaalmarkt daalt, dan zullen de koersen van 2e hands obligaties, d.w.z. de obligaties die al in omloop zijn, gaan stijgen. Dit heeft te maken met het feit dat komende, nieuwe obligaties een lagere rente gaan geven en de oude (2e hands) obligaties dus aantrekkelijker worden om te kopen. Het effectief rendement van alle obligaties moet dan gelijk zijn, willen oude en nieuwe obligaties even aantrekkelijk zijn om te kopen door beleggers, waardoor dus de aankoopkoers van de oude obligaties omhoog gaat. 14

15 Wat zijn nu de belangrijkste verschillen tussen aandelen en obligaties? OBLIGATIE AANDEEL 1. Bewijs van deelname in een geldlening 1. Bewijs van mede-eigendom in een NV 2. Vreemd vermogen 2. Eigen vermogen 3. Tijdelijk vermogen 3. Permanent vermogen 4. Een vaste looptijd (b.v. 10 jaar) 4. Onbeperkte looptijd 5. Er vindt aflossing plaats door bedrijf 5. Er vindt geen aflossing plaats 6. Niet-risicodragend vermogen 6. Risicodragend vermogen 7. Een vaste rente uitkering 7. Variabele dividenduitkering 8. Geen grote koersschommelingen 8. Grote koersschommelingen 9. Geschikte belegging voor renteniers 9. Niet voor iedereen geschikt 10. Veilige belegging 10. Onveilige belegging. Nu zijn er diverse beleggingsmogelijkheden naast obligaties en aandelen, zoals een spaarrekening. Een belegger zal zich bij de keuze tussen beleggingsalternatieven laten leiden door twee dingen: rendement en risico. Hoe hoger het rendement, hoe aantrekkelijker de belegging; maar hoe hoger het risico, hoe onaantrekkelijker de belegging. Onder rendement verstaan we dan de verhouding tussen het uitgekeerde dividend of rente enerzijds en de (beurs) waarde per aandeel / obligatie / spaarrekening anderzijds. Het risico dat je loopt, is de kans op verlies en de mogelijke koersfluctuaties. We kunnen deze op een rijtje zetten naar rendement en risico: Soort effect Rendement Risico Aandelen Hoog Hoog Obligaties Redelijk Beperkt Sparen Laag Zeer laag 15

16 7. OVER KREDIETVORMEN Waar en wat kan een bedrijf lenen? Om die vraag goed te beantwoorden moeten we eerst het verschil weten tussen de vermogensmarkt, de kapitaalmarkt en de geldmarkt. Onder de vermogensmarkt verstaan we het geheel van vraag naar en aanbod van financieringsmiddelen. De vermogensmarkt is dus een verzamelnaam voor de kapitaal- en geldmarkt: a. Kapitaalmarkt: Op deze markt komen we de vraag en aanbod van financieringsmiddelen met een lange looptijd tegen. We moeten wel een onderscheid maken tussen de openbare kapitaalmarkt, b.v. de effectenbeurzen voor aandelen en obligaties, en de onderhandse kapitaalmarkt. Daar onderhandelen de geldgever en de geldnemer rechtstreeks met elkaar (b.v. hypotheek). Als men een hypothecaire lening afsluit, dan heeft men de keuze uit veel verschillende vormen: annuïteitenhypotheek, lineaire hypotheek en spaarhypotheek. b. Geldmarkt: Op de geldmarkt komen vraag en aanbod naar kortlopende financieringsmiddelen elkaar tegen (b.v. rekening-courant kredieten). Verder kennen we op de geldmarkt de consumptieve kredieten, te weten: - koop op afbetaling - huurkoop - persoonlijke lening - doorlopend krediet Wat is het verschil tussen koop op afbetaling en huurkoop? Bij koop op afbetaling is men meteen eigenaar van het product en bij huurkoop is men pas eigenaar op het moment dat men de laatste betaling gedaan heeft. Wat is het verschil tussen persoonlijke lening en een doorlopend krediet? Dat men bij een persoonlijke lening de bedragen die men heeft terugbetaald niet meer mag opnemen, terwijl dat bij een doorlopend krediet wel kan. Daarnaast kennen we de productieve kredieten: - Bankkrediet (rood staan): deze krijgt men van een bank zodat men eenmalig extra geld kan uitgeven omdat men in die maand of week meer uitgaven heeft dan inkomsten. - Leverancierskrediet: er wordt dan eerst wat geleverd en je betaalt later, men krijgt dan te maken met crediteuren. - Afnemerskrediet: men moet hier vooraf betalen, daarna komt pas de levering; dit komt vooral voor in de dienstverlenende sector, b.v. een abonnement op een krant. Samenvattend kunnen we alle kredietvormen schematisch indelen waarbij geldt dat kredieten geldleningen zijn die een korte looptijd kunnen hebben (meestal ligt de grens bij 1 of 2 jaar: geldmarkt) of een lange looptijd (langer dan 1 of 2 jaar: kapitaalmarkt) kunnen hebben. Daarnaast kunnen we de kredieten, zoals beschreven, indelen in consumptief en productief krediet: 16

17 Kredietvormen consumptief krediet (allemaal kort krediet) productief krediet koop op huurkoop persoonlijke doorlopend afbetaling lening krediet kort krediet lang krediet bankkrediet leverancierskrediet afnemerskrediet hypothecaire onderhandse obligatielening lening lening NB: Een aparte vorm van krediet is leasing, dat zowel kort als lang kan zijn en ook zowel consumptief als productief; leasing is het huren van een roerende (verplaatsbare) of onroerende (niet-verplaatsbare, b.v. een gebouw) zaak voor een bepaalde periode. 17

18 8. OVER DE BALANS Een balans is een vermogensoverzicht van een bedrijf, waarbij aan de creditzijde staat waar het vermogen vandaan komt (zelf ingebracht of eigen vermogen enerzijds en geleend of vreemd vermogen = schulden anderzijds) en aan de debetzijde staat waar het vermogen is ingestoken (in de zogenaamde kapitaalgoederen of activa = bezittingen). Hoe ziet een balans eruit? In simpele vorm zo: debet BALANS credit Bezittingen Eigen vermogen Schulden Totaal Y Totaal Y Let erop dat het balanstotaal altijd gelijk is aan beide kanten en dat dit ook zo blijft, omdat het eigen vermogen daar altijd voor zorgt! Het eigen vermogen wordt ook wel eens op de volgende manier berekent: BEZITTINGEN - SCHULD = EIGEN VERMOGEN. Of ook wel: Of: BEZITINGEN = EIGEN VERMOGEN + SCHULD DEBET (ACTIVA) = CREDIT (PASSIVA) De balans wordt dus altijd opgesteld in een vaste volgorde, namelijk aan de debetzijde eerst de vaste activa, dan de vlottende activa en eventueel de liquide activa, hoewel de laatste vaak worden ingedeeld bij de vlottende activa. Aan de creditzijde beginnen we altijd met het eigen vermogen, dat uit 3 delen kan bestaan, namelijk het gestorte en geplaatste aandelenvermogen plus reserves plus eventuele winsten. Daarna komt aan de passivazijde het lange vreemde vermogen en tenslotte het korte vreemde vermogen. N.B.: 1. Debiteuren zijn mensen waar jij nog geld van krijgt en crediteuren die moet jij nog betalen. Let er bij debiteuren en voorraden op of er kerndebiteuren zijn en/of er een ijzeren voorraad is, want die behoren beide tot de vaste activa. 2. De Goodwill is de geldswaarde van de goede naam en klantenkring die men heeft opgebouwd; hierop moet je dus ook afschrijven. 3. Een Deelneming is dat men meer dan 20% van de aandelen van een ander bedrijf in bezit heeft; heeft men minder dan 20% in handen, dan valt dit onder het kopje effecten. 4. Voorzieningen zijn een vorm van Lang Vreemd Vermogen: het is een toekomstige verplichting/bestemming aan derden, en daarom geen Eigen Vermogen meer, i.t.t. een Reserve, waar nog geen bestemming voor is. 18

19 5. Transitorische posten zijn posten die een vooruitbetaling aangeven of een nog te ontvangen bedrag; standaard kan men bij deze onderscheiden: Debet = tegoed = vordering Credit= schuld = Vooruitontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen bedragen (= soort debiteuren) Nog te betalen bedragen (= soort crediteuren) Zonder uitputtend te willen zijn, kan een balans er dus als volgt uitzien: debet BALANS credit VASTE ACTIVA (alles wat je langer dan 1 jaar in je bezit hebt) Materiële vaste activa a. Gebouwen b. Machines c. Inventaris d. Transportmiddelen - Afschrijvingen = boekwaarde Immateriële vaste activa Goodwill Financiële vaste activa Deelnemingen VLOTTENDE ACTIVA (alles wat je korter dan 1 jaar in je bezit hebt) a. Debiteuren b. Voorraden c. Vooruitbetaalde bedragen d. Nog te ontvangen bedragen e. Effecten LIQUIDE MIDDELEN (meest vloeibare vorm van vermogen) geld) a. Kas b. Bank Totaal X EIGEN VERMOGEN a. Maatschappelijk aandelenkapitaal - Aandelen in Portefeuille = Geplaatst aandelenkapitaal - nog te storten door aandeelhouders = Gestort en geplaatst aand. kapitaal b. Reserves c. Winstsaldo LANG VREEMD VERMOGEN (schulden die je langer dan een jaar hebt) a. Hypothecaire Lening b. Obligatielening c. Onderhandse Lening d. Voorzieningen KORT VREEMD VERMOGEN (schulden die je korter dan een jaar hebt) a. Crediteuren b. Nog te betalen bedragen c. Belastingschuld d. Vooruit ontvangen bedragen e. Bankkrediet Totaal X 19

20 Een voorbeeld van een balans: Balans 31 december (bedragen 1.000) debet/activa credit/passiva Vaste activa Gebouwen Machines Transportmiddelen 650 Vlottende activa Voorraad goederen Debiteuren 900 Vooruitbetaalde interest 50 Kas 20 Bank Eigen vermogen Maatschappelijk aandelenkapitaal Aandelen in portefeuille Geplaatst aandelenkapitaal Reserves Vreemd vermogen lang 8% hypothecaire lening 6% onderhandse lening Vreemd vermogen kort Crediteuren Te betalen belasting Te betalen huur

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Balans M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H4: Balans Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Samenvatting examenstof M&O havo en vwo 2005 INHOUDSOPGAVE. Module 1: Planning. 1. Over Planning in een bedrijf 2.

Samenvatting examenstof M&O havo en vwo 2005 INHOUDSOPGAVE. Module 1: Planning. 1. Over Planning in een bedrijf 2. Samenvatting examenstof M&O havo en vwo 2005 INHOUDSOPGAVE Module 1: Planning 1. Over Planning in een bedrijf 2. Over Rechtsvormen Module 2: Formuleren van beleid 3. Over Personeelsbeleid 4. Over Interestberekeningen

Nadere informatie

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen.

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen. Hoofdstuk 9 a Een organisatie die naar winst streeft. b Eenmanszaak Vennootschap onder firma Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Voordelen: Je bent eigen baas. De winst hoef je met niemand te delen.

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

Om je goed voor te bereiden ontvang je bijgaand op de volgende bladzijden:

Om je goed voor te bereiden ontvang je bijgaand op de volgende bladzijden: TOETSTIPS HAVO 4 vak M&O De vraagstelling in het schoolexamen is gerubriceerd naar: 1. Vermogensmarkt 2. Eigen vermogen 3. Vreemd vermogen lang 4. Vreemd vermogen kort Bij 1. Vermogensmarkt Zorg er voor

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 30 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn))

Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn)) www.jooplengkeek.nl Vermogensmarkt De markt: vraag en aanbod Vermogen: geld Kapitaal (aandelen, obligaties, leningen (lange termijn)) Vermogen is een ruimer begrip dan geld. Een banksaldo is ook vermogen.

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 Liquiditeitskengetallen Current ratio Quick ratio Working capital (werkkapitaal) Cashflow Kengetallen Kengetallen zijn verhoudingsgetallen, ze geven de verhouding aan tussen

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Management & Organisatie

Management & Organisatie Management & Organisatie Hoofdstuk 1 Managen = iemand iets laten doen waarvan jij vindt dat het nodig is. Dit gaat d.m.v. communicatie. Een organisatie is een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen).

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen). Basiskennis Ondernemerschap Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: B - Aantal punten: 1 In Alkmaar wordt elke vrijdag een kaasmarkt gehouden. De kazen worden aangeleverd door de producenten

Nadere informatie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Hoofdstuk 4 Beoordeling van de liquiditeit Extra opgaven Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Opgave 4.4a De handelsonderneming Hartema vof heeft

Nadere informatie

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Basiskennis Ondernemerschap Voorbeeldexamen Belangrijke informatie Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Dit voorbeeldexamen bestaat

Nadere informatie

De resultatenrekening

De resultatenrekening De resultatenrekening format resultatenrekening kosten/uitgaven en opbrengsten/ontvangsten afschrijvingen rente eindbalans Joop Lengkeek Kamer H0.012 Email: Lengkeek.J@NHTV.nl www.jooplengkeek.nl 1 De

Nadere informatie

Boekingsboek. Overzicht van een aantal soorten boekingen.

Boekingsboek. Overzicht van een aantal soorten boekingen. Boekingsboek Overzicht van een aantal soorten boekingen. * contant * op rekening * met en zonder BTW * transitorische posten * hoe ga je om met de BTWboekingen * balans, V&Wrekening, liquiditeitsoverzicht

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2014 tijdvak 1 maandag 12 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen, geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Boekhouden als module B.

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2016 tijdvak 1 woensdag 18 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen.

Nadere informatie

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eenmanszaak: Persoonsvennootschap: Vennootschap Onder Firma: Commanditaire vennootschap (CV) Maatschap: Eigen vermogen: totaal eigen geld dat in

Nadere informatie

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 2 1. SOORTEN AANDELEN 1 Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een nv of bv. Naast gewone aandelen zijn er preferente aandelen. De aandeelhouders die preferente

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Vrijdag 20 juni 10.00 13.00 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het

Nadere informatie

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing.

Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. In deze opgave blijven de belastingen buiten beschouwing. VastNed Retail nv is een Nederlands vastgoedbeleggingsfonds dat met gelden

Nadere informatie

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Aurington. Administratie en Advies

Aurington. Administratie en Advies Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe

Nadere informatie

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Hoofdstuk 1 Opgaven Opgave 1.1 Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Totaal Totaal Opgave 1.2 1. In welke andere vorm dan

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Periodeafsluiting als module

Nadere informatie

Bij een keten van elektronicawinkels kunnen consumenten hun aankopen in termijnen betalen. enkelvoudige interest per jaar

Bij een keten van elektronicawinkels kunnen consumenten hun aankopen in termijnen betalen. enkelvoudige interest per jaar Opgave 1 Bij een keten van elektronicawinkels kunnen consumenten hun aankopen in termijnen betalen. 2p 1 Noem twee vormen van consumptief krediet waarbij consumenten hun aankopen in termijnen betalen.

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 16 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Hartenstijn bv heeft op 1 januari de volgende balans opgesteld: Balans 1 januari 2009 --------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Eindexamen vwo m&o II

Eindexamen vwo m&o II Opgave 1 1 maximumscore 2 De zakelijke lasten zijn door de verkoper vooruitbetaald. Uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen. 2 maximumscore 3 maand in 2011 schuldrest ( ) begin van de maand interestdeel

Nadere informatie

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016 TOELATINGSTOETS M&O VUL IN: Datum 14-1-2016 Naam en voorletters. Adres. Postcode. Woonplaats. Geboortedatum / / Plaats Land. Telefoonnummer. E-mail. Gekozen opleiding. OPMERKINGEN: Tijdsduur: 90 minuten

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend

Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11. Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Management en Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 11 Oefenopgaven: aandelen, intrinsieke waarde en dividend Opgave 1 Een nv beschikt op 1 januari 2010 over de volgende gegevens: - geplaatst aandelenvermogen 40.000.000

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst)

Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst) www.jooplengkeek.nl Interne verslaggeving Kosten en uitgaven Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst) Meestal

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Firma Balans produceert uitsluitend twee typen weegschalen,

Nadere informatie

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 Docentenhandleiding Hoofdstuk 25 9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 a Per november 2008 wordt aan huur vooruitontvangen: 400 3 650 = 780.. b Per december wordt achteraf ontvangen: 25 3 720 = 270..

Nadere informatie

1 Het kasstroomoverzicht

1 Het kasstroomoverzicht Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo

Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo Sectie economie 2012-2013 1 Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo In de bovenbouw kunnen jullie in de vrije ruimte het vak M&O opnemen. Het is daarom handig om dit jaar al een aantal lessen

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

Hoofdstuk 31. Ondernemingsplan. Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan

Hoofdstuk 31. Ondernemingsplan. Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan www.jooplengkeek.nl Ondernemingsplan Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan Persoonlijk plan Persoonsgegevens Motivatie om ondernemer te worden Sterke punten & zwakke punten 1 Ondernemingsplan

Nadere informatie

Wetenschappelijk Onderwijs

Wetenschappelijk Onderwijs Uitwerkingen / waardering 1 Toets 3B1 VWO 6 MO onderdeel 631 Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Toets: M&O Afdeling: A6 PTA aanduiding: Toets 631 Tijdsduur: 80 minuten Weging SE: 15% Herkansbaar:

Nadere informatie

UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015

UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM HEREXAMEN HAVO 2015 VAK : ECONOMIE II (BA en BR) DATUM : 27 juli 2015 TIJD : 07.45u 10.45u Aantal opgaven bij dit vak : 6 Aantal pagina s : 5 Hulpmiddelen

Nadere informatie

management & organisatie

management & organisatie Examen HAVO 2011 tijdvak 1 maandag 16 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen.

Nadere informatie

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen

De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen Hoofdstuk 6 Beoordeling van de rentabiliteit Extra opgaven De opgaven 6.4a en 6.4b horen bij paragraaf 6.2, De rentabiliteit van het vermogen Opgave 6.4a Per 31 december 2013 en 2014 heeft Geurtsen de

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Vreemd vermogen

Hoofdstuk 8. Vreemd vermogen Hoofdstuk 8 Vreemd vermogen Prijsvorming Vreemd vermogen Interest (rente) = vergoeding voor beschikbaar stellen geld. NB: rente is ook gelijkblijvend periodiek bedrag uit FRK 1. Tarief vraag en aanbod

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen.

Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen. www.jooplengkeek.nl Enkelvoudige interest Als we geld lenen noemen we dat vreemd vermogen. Voor een lange periode (lang krediet) of een korte periode (kort krediet), maar het is altijd tijdelijk. We moeten

Nadere informatie

Welke soorten beleggingen zijn er?

Welke soorten beleggingen zijn er? Welke soorten beleggingen zijn er? Je kunt op verschillende manieren je geld beleggen. Hier lees je welke manieren consumenten het meest gebruiken. Ook vertellen we wat de belangrijkste eigenschappen van

Nadere informatie

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. management & organisatie. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Wat zegt uw financiële balans?

Wat zegt uw financiële balans? Wat zegt uw financiële balans? Samen met een door uw accountant opgestelde toelichting vormen de winst- en verliesrekening en de balans gezamenlijk de jaarrekening van uw onderneming. De balans is een

Nadere informatie

Mangement & Organisatie (M&O) In Balans HAVO Hoofdstuk 16, 17, 18 en 19

Mangement & Organisatie (M&O) In Balans HAVO Hoofdstuk 16, 17, 18 en 19 Mangement & Organisatie (M&O) In Balans HAVO Hoofdstuk 16, 17, 18 en 19 Hoofdstuk 16 Marketing 16.1 Strategische doelstellingen van elke organisatie: - het nastreven van continuïteit, en daarmee samenhangend

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Eamen Financiering niveau 4 Niveau 4 (vergelijkbaar met mbo 4) Versie 2-0 Geldig vanaf 1-01-16 Vastgesteld

Nadere informatie

informatie verschaffen: Boekwaarde begin van het boekjaar + som van de waarden waartegen in het boekjaar verkregen activa zijn opgenomen

informatie verschaffen: Boekwaarde begin van het boekjaar + som van de waarden waartegen in het boekjaar verkregen activa zijn opgenomen e f g Effecten in het kader van deelnemingsverhoudingen en andere duurzaam bedoelde participaties worden gerekend tot de financiële vaste activa; overige effecten tot de vlottende activa. Bij de waardering

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 5

Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Oefenopgaven Hoofdstuk 5 Opgave 1 Leg uit waarom een bank in de regel bereid is een lening die gedekt is door een zekerheid, tegen een lagere rente te verstrekken dan een gelijkwaardige lening zonder zekerheid.

Nadere informatie

Examen VWO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VWO. management & organisatie. tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 1 maandag 23 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 1. Bijlage. 800025-1-030b

Bijlage VWO. management & organisatie. tijdvak 1. Bijlage. 800025-1-030b Bijlage VWO 2008 tijdvak 1 management & organisatie Bijlage 800025-1-030b Formuleblad Formules voor de beantwoording van de vragen 12, 18, 26 en 32 12 Efficiencyverschil: (sh wh) sp Prijsverschil: (sp

Nadere informatie

fun house fun house fun house Pink

fun house fun house fun house Pink fun house fun house fun house Pink financieringsbegroting bezit en vermogen vaste activa - vlottende activa eigen vermogen - vreemd vermogen voorbeelden Joop Lengkeek Kamer H0.012 Email: Lengkeek.J@NHTV.nl

Nadere informatie

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investering in machines / 350 Desinvestering in machines 65 Aandeel in winst C / 20 Aandeel in dividend C 30

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investering in machines / 350 Desinvestering in machines 65 Aandeel in winst C / 20 Aandeel in dividend C 30 Voortgezette Studie Boekhouden 12.1 a De functie van het kasstroomoverzicht is een bijdrage leveren aan de beoordeling door gebruikers van het vermogen van de onderneming om geldmiddelen en kasequivalenten

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie PDB Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek PDB Praktijkdiploma boekhouden Periodeafsluiting & Bedrijfseconomie berekeningen Antwoordenboek drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver

Nadere informatie

Examen PC 2 vak Cash Management

Examen PC 2 vak Cash Management Examen PC 2 vak Cash Management Instructieblad Betreft: examen: PC 2 leergang 6 onderdeel: CAS datum: 19 december 2013 tijd: 16.00 17.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Eindexamen havo m&o 2013-I

Eindexamen havo m&o 2013-I Opgave 2 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 1 tot en met 6. Bij deze opgave worden de belastingen buiten beschouwing gelaten. Peter de Beer is de eigenaar van een klein autobedrijf (FIAT De Beer

Nadere informatie

Nadeel Uiteindelijk wordt er geen vermogen opgebouwd om de hypotheek mee af te kunnen lossen.

Nadeel Uiteindelijk wordt er geen vermogen opgebouwd om de hypotheek mee af te kunnen lossen. Welke hypotheekvorm past het beste bij uw specifieke situatie? Het is fijn om van tevoren al te weten welke basis hypotheekvormen er bestaan. Hieronder staan de hypotheekvormen een voor een kort beschreven

Nadere informatie

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.

Examen HAVO. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs. Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12. Management & Organisatie (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Boekje met informatie Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 9.00 12.00 uur 20 01 100020 28A Begin Formuleblad Te gebruiken formules

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers Les 3. Begrijp de balans en stuur op kengetallen 1. Winst- en verliesrekening 2. Balans 3. Kasstroomoverzicht 4. Winst en belasting Les 3 Maak

Nadere informatie

- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk 30.000,- en 20.000,- afgeschreven.

- Op gebouwen en machines die op 1 januari 2008 aanwezig zijn wordt in 2008 respectievelijk 30.000,- en 20.000,- afgeschreven. Management en Organisatie VWO 6 Herhaling CE Begrotingen nummer 2 Opgave 1 Gegeven is de volgende balans van Fitna bv: Balans per 1/1 2008 --------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Appendix Bedrijfseconomie

Appendix Bedrijfseconomie Appendix Bedrijfseconomie De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Voor het

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006

PDB PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006 PDB DIT EXAMEN- ONDERDEEL BESTAAT UIT 5 PAGINA S PRAKTIJKEXAMEN BOEKHOUDEN JOURNAALPOSTEN MAANDAG 19 JUNI 2006 A1.2 OPGAVE I Beschikbare tijd 1 1 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Het

Nadere informatie

Hypotheekrecht en - vormen

Hypotheekrecht en - vormen Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vreemd vermogen Leningen Verplichtingen Overige schulden Passiva = Creditzijde balans Vreemd vermogen = Passiva -/- EV 2 1 Vreemd vermogen Vreemd vermogen lang Na meer dan een jaar

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 28 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

Je koopt iets dat pas later hoeft te worden betaald. De afnemer ontvangt het leverancierskrediet

Je koopt iets dat pas later hoeft te worden betaald. De afnemer ontvangt het leverancierskrediet www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op korte termijn Leverancierskrediet Je koopt iets dat pas later hoeft te worden betaald. Leverancierskrediet is dus krediet dat de leverancier verleent aan de afnemer

Nadere informatie

Bijlage HAVO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. tevens oud programma.

Bijlage HAVO. management & organisatie management & organisatie. tijdvak 2. Informatieboekje. tevens oud programma. Bijlage HAVO 2009 tijdvak 2 tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Informatieboekje 947-0251-a-HA-2-b Formuleblad Voor de beantwoording van de vragen 5, 22, 23, 26 en 27

Nadere informatie

De grootste financiële beslissing in een mensenleven

De grootste financiële beslissing in een mensenleven De grootste financiële beslissing in een mensenleven 1 520.000.000.000,- ( 520 mrd) Totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens Bron: NMa 2 170.000,- De gemiddelde grootte van een hypotheek in Nederland

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2001-I

Eindexamen m&o vwo 2001-I Eindexamen m&o vwo 00-I 4 Antwoordmodel Opgave Maximumscore voorbeelden van juiste antwoorden: Zelf selecteren kan goedkoper zijn. Bij zelf selecteren kan beter ingeschat worden of de sollicitant binnen

Nadere informatie

Management & Organisatie. Profielkeuze havo 3

Management & Organisatie. Profielkeuze havo 3 Management & Organisatie Profielkeuze havo 3 MO is duidelijk gericht op een vervolgopleiding. Het is weinig algemeen vormend, zoals economie dat wel is. Het is dus belangrijk dat je MO alleen kiest als

Nadere informatie

BALANS LEZEN MEER INZICHT IN UW JAARREKENING

BALANS LEZEN MEER INZICHT IN UW JAARREKENING BALANS LEZEN MEER INZICHT IN UW JAARREKENING Inleiding In feite is het jaarlijks opmaken van de rekening, de jaarrekening, een onnatuurlijk fenomeen: de levensduur van een onderneming is over het algemeen

Nadere informatie

Q1 Q2 Q3 Q4. Liquide middelen begin kwartaal 290.000 1.011.500 1.012.000 947.500. Verkopen 1.140.000 880.000 1.020.000 1.435.000

Q1 Q2 Q3 Q4. Liquide middelen begin kwartaal 290.000 1.011.500 1.012.000 947.500. Verkopen 1.140.000 880.000 1.020.000 1.435.000 Uitwerkingen opgaven Brugboek hoofdstuk 20 Opgaven 20.2 t/m 20.4 en 20.7 t/m 20.9 Opgave 20.2 Liquiditeitsbegroting 2013 gesplitst per kwartaal Onderdeel Q1 Q2 Q3 Q4 Liquide middelen begin kwartaal 290.000

Nadere informatie

management & organisatie management & organisatie

management & organisatie management & organisatie Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.30 uur tevens oud programma management & organisatie management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat

Nadere informatie

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen.

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Hoofdstuk 3 Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte Extra opgaven Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Opgave 3.6a Vazzo bv koopt en verkoopt

Nadere informatie

Afbetaling Aflossing Aflossingsvrije lening Beleggingskrediet BKR of Bureau Kredietregistratie Consumptief krediet Creditcard

Afbetaling Aflossing Aflossingsvrije lening Beleggingskrediet BKR of Bureau Kredietregistratie Consumptief krediet Creditcard Begrippenlijst A-Z Afbetaling Als u iets op afbetaling koopt, krijgt u uw aankoop direct mee. Vervolgens betaalt u het aankoopbedrag in termijnen terug. U wordt pas officieel eigenaar van uw aankoop zodra

Nadere informatie

management & organisatie

management & organisatie Examen VWO 2009 tijdvak 1 maandag 18 mei 13.30-16.30 uur management & organisatie Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Tijdens het spelen van deze Business Game zet je samen met andere leerlingen een eigen onderneming op, en stippelen jullie een strategie uit.

Tijdens het spelen van deze Business Game zet je samen met andere leerlingen een eigen onderneming op, en stippelen jullie een strategie uit. VECON Business Game Leerlinghandleiding Spelregels De VECON BUSINESS GAME is een educatief spel, dat door docenten gebruikt wordt om jou in een realistische omgeving kennis te laten maken met het beheren

Nadere informatie

Oefenopgaven Hoofdstuk 4

Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Oefenopgaven Hoofdstuk 4 Opgave 1 De NV Red Mobile verkoopt smartphones in Nederland en heeft de volgende aandeelhouders: KPN NV heeft 35% van de 10 miljoen gewone aandelen, France Telecom 30% van de aandelen

Nadere informatie

Algemeen 1. Wat is de rechtsvorm van een onderneming? 2. Noem twee redenen waarom de keuze van de rechtsvorm belangrijk is voor een onderneming.

Algemeen 1. Wat is de rechtsvorm van een onderneming? 2. Noem twee redenen waarom de keuze van de rechtsvorm belangrijk is voor een onderneming. Theorievragen Examen* M&O VWO en HAVO * Het betreft de stof van het Centraal Examen vanaf 2010 Rechtsvormen Algemeen 1. Wat is de rechtsvorm van een onderneming? 2. Noem twee redenen waarom de keuze van

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie