ROTTERDAMMERS OVER BURGERPARTICIPATIE Resultaten uit de Omnibusenquête 2007

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ROTTERDAMMERS OVER BURGERPARTICIPATIE 2007. Resultaten uit de Omnibusenquête 2007"

Transcriptie

1 ROTTERDAMMERS OVER BURGERPARTICIPATIE 2007 Resultaten uit de Omnibusenquête 2007 Projectnummer E. Mertens Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Juli 2007 In opdracht van de Afdeling Organisatie en Informatie Management van de Bestuursdienst Rotterdam.

2 Centrum voor Onderzoek en Statistiek Goudsesingel 78, 3011 KD Rotterdam Postbus 21323, 3001 AH Rotterdam Telefoon: (010) Fax: (010) Internet: Prijs: 12,50 Gegevens mogen worden overgenomen, mits met bronvermelding. Verveelvoudiging voor eigen of intern gebruik toegestaan.

3 INHOUD Voorwoord 5 Samenvatting en conclusies 7 1. Actieve burgers per terrein Noodzakelijke burgerparticipatie naar bevolkingsgroep Feitelijke burgerparticipatie naar bevolkingsgroep Gewenste eigen burgerparticipatie naar bevolkingsgroep Tegenwerpingen Gemeentelijke inspanningen Wijze van burgers betrekken bij plannen Wijze van invloed uitoefenen door de burger 23 Bijlage I: Respons en representativiteit 25 I.1 Geslacht en leeftijd 25 I.2 Etniciteit 26 I.3 Deelgemeente 27 I.4 Conclusie 27 Noten 28 Bijlage II: De vragen in de vragenlijst 29 Bijlage III: De betekenis van de percentages; significantie 33 III.1 Percentages 33 III.2 Vergelijkingen 34 III.3 Gemiddelden 34 Noten 34 3

4 Publicatieoverzicht Centrum voor Onderzoek en Statistiek 35 4

5 VOORWOORD Op verzoek van diverse afdelingen en diensten van de gemeente Rotterdam voert het Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) jaarlijks in februari een Omnibusenquête uit onder Rotterdammers van 16 tot en met 75 jaar. Sinds 2002 is de doelgroep van deze enquête uitgebreid tot alle Rotterdammers van 16 jaar en ouder. Op verzoek van de Afdeling Organisatie en Informatie Management van de Bestuursdienst Rotterdam zijn dit jaar ook vragen opgenomen over burgerparticipatie. De voorliggende rapportage handelt over de beantwoording van deze vragen. De enquête Zoals gezegd, stammen de gegevens voor dit onderzoek uit de in het voorjaar van 2007 gehouden Omnibusenquête. Als gevolg van het grote aantal opdrachtgevers aan, en onderwerpen in de Omnibusenquête is de enquête dit jaar opgesplitst in vier vragenlijsten: een aantal onderwerpen kwam slechts op de zogenoemde A-lijst aan de orde, een aantal alleen op de B- lijst, een aantal alleen op de C-lijst, een aantal alleen op de D-lijst, en sommige op meerdere lijsten. De vragenlijsten van de enquête zijn op basis van vier aselecte steekproeven verspreid onder vier keer inwoners van Rotterdam. De respons bedroeg voor de A-lijst 39% (1.347 respondenten), voor de B-lijst 44% (1.546 respondenten), voor de C-lijst 40% (1.391 respondenten) en voor de D-lijst 43% (1.487 respondenten); in totaal 41%. Daarmee is de respons fors lager dan in vorige jaren. Voor zo ver op verifieerbare kenmerken valt na te gaan, is echter ook dit jaar de respons op de Omnibusenquête voldoende representatief voor de totale Rotterdamse bevolking van 16 jaar en ouder, al zijn mannen, jongeren en (niet-westerse) allochtonen ondervertegenwoordigd. In voorgaande jaren was dit echter niet veel anders, zodat uitkomsten nog steeds goed vergeleken kunnen worden met uitkomsten uit eerdere Omnibusenquêtes. Zie hierover uitgebreider in Bijlage I. De vragen over burgerparticipatie waren opgenomen in Vragenlijst A; zie voor een letterlijke weergave ervan Bijlage II. Opbouw van deze rapportage Deze rapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 komt aan de orde wat de Rotterdammers noodzakelijk vinden aan burgerparticipatie, wat ze er zelf aan doen en wat ze er zelf aan zouden wíllen doen. Hoofdstuk 2 gaat over wat ze tegenhoudt, hoofdstuk 3 over hun oordeel over de gemeentelijke inspanningen op dit terrein, hoofdstuk 4 over manieren om burgers bij plannen te betrekken en hoofdstuk 5 over de manieren waarop invloed kan worden uitgeoefend door de burger. Deze rapportage kent tevens vier bijlagen. In Bijlage I worden respons en representativiteit van de Omnibusenquête 2007 besproken aan de hand van de achtergrondkenmerken van de respondenten. In Bijlage II zijn de hier behandelde vragen uit de enquête letterlijk van de vragenlijst overgenomen, en in Bijlage III tenslotte wordt een korte toelichting gegeven op de statistische interpretatie van de in deze rapportage weergegeven percentages en over de significantie van verschillen. De boodschap uit deze bijlage moge zijn, dat in het algemeen verschillen of afwijkingen van 1- à niet als verschillen mogen worden beschouwd, maar evengoed door het 5

6 toevalskarakter van de steekproeven kunnen zijn veroorzaakt. Als bijvoorbeeld iets het ene jaar 14% was, en het volgende jaar 15%, dan is daarmee dus nog geen toename aangetoond. Dit alles wordt voorafgegaan door enkele gekleurde pagina s met samenvattende conclusies. Eventuele noten in de tekst zijn te vinden aan het eind van het betreffende hoofdstuk c.q. de betreffende bijlage. Tot slot van deze inleiding zij er op gewezen, dat overal waar in deze rapportage gesproken wordt over de Rotterdammers, de Rotterdammers van 16 jaar en ouder bedoeld worden. Op 1 januari 2007 waren dat er (van de in totaal ). 6

7 SAMENVATTING EN CONCLUSIES Op verzoek van diverse afdelingen en diensten van de gemeente Rotterdam voert het COS jaarlijks in februari een Omnibusenquête uit onder Rotterdammers van 16 jaar en ouder. Op verzoek van de Afdeling Organisatie en Informatie Management van de Bestuursdienst Rotterdam zijn dit jaar ook vragen opgenomen over burgerparticipatie. De voorliggende rapportage handelt over de beantwoording van deze vragen. Burgerparticipatie is iets waar velen (±50%) op alle terreinen de noodzaak van zien. De terreinen die het meest om burgerparticipatie vragen zijn: - overlast, verloedering; - veiligheid; - zorg. De terreinen die het minst in aanmerking komen volgens de burgers zijn: - kunst en cultuur; - openbaar vervoer. Een deel van de bevolking is al actief binnen de gemeenschap en een deel zou zich wel actief willen inzetten voor de stad Rotterdam. De belangrijkste terreinen waarop men nu al actief is, zijn: - recreatie, sport; - zorg; - onderwijs; - sociale samenhang. De belangrijkste terreinen waarop men nog actief zou willen zijn: - recreatie, sport; - natuur, milieu; - kunst, cultuur. Het belangrijkste argument om niet actief te zijn is ik heb daar te weinig tijd voor. Naast het werk en het gezin ziet men geen mogelijkheden tijd vrij te maken. Een deel van de bevolking kan gemobiliseerd worden door hen actief te informeren over de mogelijkheden en hen te overtuigen van het nut van hun inbreng. Binnen de burgerparticipatie zien we dat bejaarden (65+) het onderwerp lager waarderen dan de andere leeftijdsklassen. Dit geldt niet alleen voor hun eigen inbreng, maar ook voor hun visie betreffende de noodzaak. Vermoedelijk wil deze groep met hun antwoorden aangeven dat zij zich te oud voelen om actief iets bij te dragen aan de gemeenschap. Opvallend is dat hoger opgeleiden veel minder actief zijn dan middelbaar en lager opgeleiden, maar wel dezelfde noodzaak zien en zelfs ook even vaak actief willen zijn. Het verdient aanbeveling te bekijken hoe deze groep geprikkeld kan worden. Binnen de verschillende deelgemeenten zijn wel enkele verschillen te vinden. Pernis scoort op sommige terreinen (recreatie/sport, sociale samenhang, natuur/milieu duidelijk minder dan de 7

8 andere deelgemeenten. De mensen in het Stadscentrum hebben relatief minder behoefte / zien minder mogelijkheden voor burgerparticipatie op het gebied van recreatie en sport. Onderwijs scoort laag in Hoogvliet, maar welzijn scoort daar juist hoog. Hoek van Holland scoort laag op het terrein natuur/milieu en hoog op openbaar vervoer. Met name uit de zojuist genoemde kleine deelgemeenten komen echter dermate weinig respondenten dat hun cijfers als niet meer dan indicatief moeten worden beschouwd. De mate waarin de gemeente zich inspanningen getroost om burgers te betrekken bij het gemeentelijk beleid wordt middelmatig beoordeeld. Het enige waar men redelijk van overtuigd is, is het feit dat de gemeente de bewoners informeert over definitieve plannen (vaak/soms 57%). Dit terwijl men aangeeft dat het betrekken van burgers bij de ontwikkeling van nieuwe plannen het belangrijkste is. Ook is een aantal inspanningen van de gemeente niet bekend bij het publiek; zo is bijna 60% niet op de hoogte van het feit dat er voor elk nieuw gemeentelijke plan een ambtenaar is die voor alles aanspreekbaar is. Burgers verwachten dat de gemeente hen informeert over plannen die zich richten op de stad, de buurt en de straat. Men is dus niet vanzelfsprekend bereid te participeren in de ontwikkeling en/of uitvoering van plannen van de gemeente. Het vermoeden bestaat dat de Rotterdammers een kloof ervaren tussen gemeente en burgers. Men voelt meer betrokkenheid naar mate de plannen van de gemeente meer met hun eigen leefomgeving te maken hebben. Zo scoort (gewenste) betrokkenheid bij plannen voor de eigen straat steeds hoger dan plannen voor de stad. Opzoomeren is zeer bekend en gewaardeerd. De jaarlijkse Verantwoordingsdag, debatten op internet, klanten-/gebruikerspanel en Rotterdamidee.nl zijn relatief onbekend. Wat betreft de Verantwoordingsdag en het internetdebat is men er niet van overtuigd dat het goede ideeën zijn. Rotterdamidee.nl scoort redelijk als goede manier om invloed uit te oefenen op de gemeente. Een aantal Rotterdammers meende ons nog een algemene boodschap te moeten meegeven: - geeft meer om elkaar; - samen werken - samen leven; - burenhulp; - zorg voor elkaar. 8

9 1. ACTIEVE BURGERS PER TERREIN Rotterdammers weten gemiddeld 6,6 keer een antwoord te geven als gevraagd wordt welke terreinen vragen om een actievere inzet van de burger. Overlast / verloedering (6) scoort iets hoger dan de andere en openbaar vervoer (39%) iets lager. Opvallend is dat elk terrein door ongeveer de helft (soms iets meer, soms iets minder) van de respondenten genoemd wordt. Gesteld kan worden dat Rotterdammers zeker ruimte zien voor burgerparticipatie (van anderen?). De terreinen waar men op dit moment zelf al actief is, zijn voornamelijk recreatie/sport (30%) en zorg (20%). Onderwijs (18%) en sociale samenhang (17%) volgen direct daarna. Gemiddeld noemt de Rotterdammer 2,0 terreinen waar men actief is. Bij deze vraag moet aangetekend worden dat slechts 58% van de respondenten de vraag beantwoord heeft. We kunnen derhalve stellen dat de helft van de Rotterdammers zelf op 2 terreinen actief is. Nog maar 4 (622 respondenten) heeft iets te melden als we vragen wat men zelf (ook nog) zou willen doen. Gemiddeld geeft deze groep 1,9 terreinen aan als zijnde terreinen waar men zelf nog iets zou willen gaan doen. De belangrijkste zijn recreatie/sport (2) en natuur, milieu (18%). Figuur 1.1: De terreinen waar men vindt dat Rotterdammers zich vooral zouden moeten inzetten, op welke terreinen men al actief is en op welke terreinen men nog actief zou willen zijn; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Waar actieve burgers nodig zijn in Rotterdam Wat ik zelf al doe Wat ik zelf (ook nog) zou willen doen recreatie, sport 50% 30% 2 onderwijs 49% 18% 14% zorg 57% 20% 13% sociale samenhang 5 17% 11% politiek, bestuur 43% 4% 14% jeugd 55% 13% 11% natuur, milieu 49% 1 18% kunst, cultuur 38% 13% 17% veiligheid 60% 11% 10% overlast, verloedering 6 13% 9% inburgering 47% 8% 9% openbaar vervoer 39% 4% welzijn 43% 10% 9% anders 5% 1% geen enkele 15% 1 weet niet/geen mening 7% 13% N=

10 1.1 Noodzakelijke burgerparticipatie naar bevolkingsgroep Tussen mannen en vrouwen bestaan geen verschillen als we kijken naar hun perceptie wat betreft noodzaak tot burgerparticipatie: de verschillen zijn nihil. Wat leeftijd betreft zien we dat de senioren in Rotterdam de terreinen steeds iets lager waarderen. Wellicht dat deze groep zich door hun leeftijd minder betrokken voelt bij het onderwerp burgerparticipatie. De jongste generatie (vanaf 16 jaar) ziet opvallend genoeg in veel gevallen nog het meest in burgerparticipatie, waarbij alleen recreatie/sport en onderwijs minder genoemd worden dan door de overige leeftijdsgroepen. De groep 25 tot 45 jaar scoort het hoogst bij recreatie/sport en onderwijs ; dit komt waarschijnlijk voort uit het feit dat zij vaak jonge sportende/schoolgaande kinderen hebben. Het lijkt er op dat lager opgeleiden iets minder vaak mogelijkheden voor burgerparticipatie zien. De groep middelbaar opgeleiden ziet de meeste mogelijkheden. De opmerkingen die geplaatst zijn in de categorie anders : - meer vrijwilligers; - verzorgen van de omgeving; - uitgaansleven; - economie; - ouderen; - ruimtelijke ordening; - kerk; - mantelzorg; - fietsen. Een aantal Rotterdammers meende ons nog een algemene boodschap te moeten meegeven: - Geeft meer om elkaar - Samen werken - samen leven - Burenhulp - Zorg voor elkaar Figuur 1.2: De terreinen waar men vindt dat Rotterdammers zich vooral zouden moeten inzetten, uitgesplitst naar bevolkingsgroep; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Waar actieve burgers nodig zijn in Rotterdam Man Vrouw 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Laag opgeleid Middelb. opgeleid Hoog opgeleid recreatie, sport 50% 51% 43% 5 54% 45% onderwijs 49% 49% 44% 55% 47% 43% 47% 51% 49% zorg 58% % 57% 50% 5 59% 58% sociale samenhang 53% 51% 60% 59% 5 33% 40% 51% 61% politiek, bestuur 45% 4 48% 49% 44% 28% 3 45% 4 jeugd 55% 55% 61% 61% 54% 45% 49% 58% 57% natuur, milieu 48% 50% 58% 5 47% 38% 4 51% 53% kunst, cultuur 38% 38% 48% 43% 37% 25% 3 39% 41% veiligheid 59% 61% 63% 60% 61% 5 60% 68% 54% 10

11 overlast, verloedering 65% 67% 67% 69% 67% 60% 6 69% 6 inburgering 45% 48% % 31% 40% 49% 49% openbaar vervoer 38% 41% 50% 39% 39% 35% 40% 48% 31% welzijn 43% 4 51% % 4 anders 4% 7% 4% 3% 4% 5% geen enkele 1% 1% 3% 1% weet niet/geen mening 7% 7% 8% 5% 7% 11% 1 4% N= Net als in de voorgaande groepen zien we ook qua sociale status en etniciteit geen opvallende discriminatoren. Wederom zien we wel de tendens dat gepensioneerden minder terreinen noemen. Figuur 1.3: De terreinen waar men vindt dat Rotterdammers zich vooral zouden moeten inzetten, uitgesplitst naar bevolkingsgroep; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Waar actieve burgers nodig zijn in Rotterdam Scholier / student Betaald werk In eigen huishouden Arb.ong. / werkloos Autochtonen Gepensioneerd Nietwesterse allocht. recreatie, sport 45% 53% 51% 48% 47% 51% 45% 5 onderwijs 43% 53% 45% 53% 4 47% 51% 54% zorg 57% 60% 6 58% 48% % sociale samenhang 55% 58% 49% 53% 34% 51% 53% 53% politiek, bestuur 43% 47% 4 48% 29% 41% 50% 4 jeugd 57% 61% 55% % 59% 5 natuur, milieu 61% 54% 4 48% 38% 47% 55% 5 kunst, cultuur 50% 41% 40% 38% 24% 34% 4 44% veiligheid 58% 63% 60% 60% 54% 59% 6 65% overlast, verloedering 6 69% 64% 69% 60% 67% 63% 71% inburgering 55% 51% 49% 50% 3 45% 49% 54% openbaar vervoer 53% 39% 39% 50% 33% % welzijn 49% 4 45% 48% 31% 41% 47% 47% Overig anders 1% 7% 5% 5% 5% geen enkele 0% 1% 1% 5% 1% 0% weet niet/geen mening 11% 4% 7% 9% 1 8% 7% N= Binnen de verschillende deelgemeenten zijn wel enkele verschillen te vinden. Pernis scoort op sommige terreinen (recreatie/sport, sociale samenhang, natuur/milieu duidelijk minder dan de andere deelgemeenten. De mensen in het Stadscentrum hebben relatief minder behoefte / zien minder mogelijkheden voor burgerparticipatie op het gebied van recreatie en sport. Onderwijs scoort laag in Hoogvliet, maar welzijn scoort daar juist hoog. Hoek van Holland scoort laag op het terrein natuur/milieu en hoog op openbaar vervoer. Met name uit de zojuist genoemde kleine deelgemeenten komen echter dermate weinig respondenten dat hun cijfers als niet meer dan 11

12 indicatief moeten worden beschouwd. Figuur 1.4: De terreinen waar men vindt dat Rotterdammers zich vooral zouden moeten inzetten, uitgesplitst naar bevolkingsgroep; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Waar actieve burgers nodig zijn in Rotterdam Stadscentrum Delfshaven Overschie Noord Hillegersberg- Schiebroek Kralingen- Crooswijk recreatie, sport 38% 45% 49% 5 63% 47% onderwijs 57% 49% 51% 51% 45% 5 zorg 67% 55% 6 57% 54% 60% sociale samenhang 6 51% % 54% politiek, bestuur 43% 45% 4 49% 43% 48% jeugd 53% 53% 44% 67% 54% 60% natuur, milieu % 61% 43% 49% kunst, cultuur 38% 38% 33% 43% 3 45% veiligheid 5 53% 5 64% 61% 65% overlast, verloedering 60% 61% 6 71% 68% 75% inburgering 45% 4 54% 53% 50% 54% openbaar vervoer 40% 38% 3 39% 3 39% welzijn 35% 34% 49% 58% 34% 48% anders 5% 11% 5% 3% 4% 4% geen enkele 3% 3% 1% weet niet/geen mening 8% 3% 8% 4% 4% N= Waar actieve burgers nodig zijn in Rotterdam Prins Alexander Feijenoord IJsselmonde Charlois Hoogvliet Hoek van Holland recreatie, sport 53% 50% 50% 50% 41% 61% 3 onderwijs 50% 4 45% 5 41% 50% 64% zorg 60% 4 60% 5 55% 5 64% sociale samenhang 51% 49% 5 47% % politiek, bestuur 4 40% 39% 4 33% 5 45% jeugd 54% 49% 5 59% 55% 5 45% natuur, milieu 5 41% 5 54% 48% 28% 27% kunst, cultuur 3 39% 3 43% 30% 33% 3 veiligheid 65% 54% % 45% overlast, verloedering 68% 57% 71% 67% 59% 50% 64% inburgering 47% 41% 45% 47% 41% 44% 45% openbaar vervoer 38% 37% 45% 41% 41% 67% 55% welzijn 41% 38% 45% 50% 38% 5 45% Pernis anders 5% 4% 5% 0% 11% 0% geen enkele 1% 1% 4% 0% 0% 0% weet niet/geen mening 9% 10% 5% 9% 14% 11% 9% N=

13 1.2 Feitelijke burgerparticipatie naar bevolkingsgroep De feitelijke burgerparticipatie behelst op dit moment voornamelijk recreatie/sport, onderwijs, zorg en sociale samenhang. We zien enkele verschillend tussen de bevolkingsgroepen. Zo zijn vrouwen relatief iets vaker betrokken bij zorg en onderwijs dan mannen. Jongere generaties scoren hoger op recreatie/sport en onderwijs. Hoog opgeleiden participeren niet tot nauwelijks, het meeste initiatief komt van de middelbaar opgeleiden. De opmerkingen die geplaatst zijn in de categorie anders : - Recreatie Jeugdontwikkeling - Zeemanshuis - Kerk - Vrijwilligerswerk - Mensen adviseren - Wijkbus Alexander - B.O.Z. Figuur 1.5: De terreinen waar Rotterdammers zich op dit moment al actief zijn, uitgesplitst naar bevolkingsgroepen; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Wat ik zelf al doe Man Vrouw 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Laag opgeleid Middelbaar opgeleid Hoog opgeleid recreatie, sport 33% 27% 37% 34% 28% 20% 2 31% onderwijs 13% 2 35% 20% 15% 5% 5% 13% 0% zorg 11% 27% 17% 21% 2 15% 18% 24% 1% sociale samenhang 1 18% 13% 15% 20% 15% 10% 15% 1% politiek, bestuur 3% 3% 4% 4% 4% 0% jeugd 10% 15% 18% 15% 1 5% 1 1 0% natuur, milieu 15% 10% 1 10% 14% 14% 1 13% 1% kunst, cultuur 1 14% 1 14% 13% 1 9% 1% veiligheid 14% 9% 14% 10% 13% 7% 17% 1% overlast, verloedering 14% 1 5% 13% 15% 11% 8% 13% 0% inburgering 8% 9% 9% 8% 10% 3% 7% openbaar vervoer 7% 5% 14% 7% 5% 1% 9% 1% welzijn 1 11% 9% 10% 7% 4% 14% 0% anders 3% 0% 5% 4% 0% geen enkele 17% 14% 17% 15% 11% 25% 23% 13% 1% weet niet/geen mening 8% 5% 10% 4% 1 11% 9% 1% N= Wat ik zelf al doe Scholier / student Betaald werk In eigen huishouden Arb.ong. / werkloos Autochtonen Gepensioneerd Nietwesterse allochtonen recreatie, sport 3 33% 31% 25% 2 31% 29% 25% onderwijs 40% 20% 1 9% 17% 20% 18% zorg 19% 2 18% 20% 17% 20% 20% 2 sociale samenhang 23% 17% 13% 15% 17% 1 17% 24% Overig 13

14 politiek, bestuur 5% 4% 3% 4% 4% 3% jeugd 1 15% 11% % natuur, milieu 5% 1 18% 11% 13% 13% 8% 1 kunst, cultuur 9% 14% 13% 9% 15% 13% 13% 13% veiligheid 1 13% 3% 9% 1 9% 7% overlast, verloedering 7% 14% 15% 11% 14% 8% 18% inburgering 7% 9% 10% 1 3% 5% 15% 1 openbaar vervoer 1 5% 8% 4% 1 3% welzijn 18% 10% 11% 3% 8% 8% 1 9% anders 0% 3% 0% 4% 3% 1% geen enkele 14% 13% 1 18% 20% 15% 18% 7% weet niet/geen mening 1 3% 8% 14% 8% 3% N= Verder uitsplitsing naar deelgemeenten is niet zinvol gezien de kleine aantallen. 1.3 Gewenste eigen burgerparticipatie naar bevolkingsgroep Er zijn weinig echte verschillen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Alleen het seniore deel van de bevolking ziet minder mogelijkheden om zelf zich actief in te zetten voor de gemeenschap. Opvallend is wel dat hoger opgeleiden wel actief zouden willen zijn, terwijl ze eerder hebben aangegeven op dit moment niet actief te zijn. Figuur 1.6: De terreinen waar Rotterdammers (ook nog) actief zouden willen zijn, uitgesplitst naar bevolkingsgroepen; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Wat ik zelf (ook nog) zou willen doen Man Vrouw 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 jaar en ouder Laag opgeleid Middelbaar opgeleid Hoog opgeleid recreatie, sport % 21% 24% 10% 24% 2 20% onderwijs 13% 15% 15% 17% 1 8% 17% 10% 15% zorg 11% 14% 10% 14% 14% 7% 15% 14% 11% sociale samenhang 9% 13% 11% 14% 9% 8% 9% 10% 13% politiek, bestuur 17% 11% 11% 17% 11% 10% 8% 14% 1 jeugd 11% 11% 1 15% 7% 3% 1 13% 9% natuur, milieu 20% 17% 18% 18% 23% 3% 15% 1 20% kunst, cultuur 1 17% 1 17% 20% 7% 10% 13% 23% veiligheid 10% 10% 8% 1 7% 11% 1 1 overlast, verloedering 8% 9% 8% 8% 9% 8% 8% 10% 8% inburgering 1 11% 10% 5% 11% 4% 1 openbaar vervoer 4% 4% 3% 5% 5% 7% 3% 4% welzijn 8% 10% 4% 9% 1 7% 1 11% 7% anders 1% 1% 1% 1% 1% 3% 4% 1% 1% geen enkele 11% 1 5% 10% % 13% weet niet/geen mening 15% 11% 13% 11% % 18% 7% N=

15 Wat ik zelf (ook nog) zou willen doen Scholier / student Betaald werk In eigen huishouden Arb.ong. / werkloos Gepensioneerd Autochtonen Nietwesterse allocht. recreatie, sport 33% 18% 30% 34% 1 17% 30% 23% onderwijs 1 15% 2 9% 9% 1 19% 7% zorg 11% 14% 21% 9% 9% 13% 14% 9% sociale samenhang 7% 1 13% 21% 5% 9% 1 11% politiek, bestuur 11% 1 13% 10% 9% 14% 15% 9% jeugd 18% 11% 13% 19% 4% 8% 17% 1 natuur, milieu 14% 21% 9% 24% 9% 20% 14% 19% kunst, cultuur 14% 19% 19% 17% 17% 1 23% veiligheid 11% 9% 17% 1 10% 17% 9% overlast, verloedering 7% 9% 9% 7% 9% 8% 8% 1 inburgering 7% 11% 9% 7% 8% 10% 1 openbaar vervoer 4% 5% 4% 3% 5% welzijn 7% 9% 9% 1 7% 9% 9% 9% Overig anders 0% 1% 3% 1% geen enkele 9% 9% 17% 10% 21% 14% 9% 4% weet niet/geen mening 14% 10% 17% 14% 2 13% 13% 1 N=

16 16

17 2 TEGENWERPINGEN Welke argumenten gebruiken de burgers eigenlijk om zich niet actief in te zetten voor de Rotterdamse samenleving? Gemiddeld hebben de Rotterdammers 1,5 argumenten genoemd om zich niet actief in te zetten voor de stad. Tijdgebrek scoort erg hoog: bijna 2 van de 5 respondenten geven (onder andere) aan het zo druk te hebben dat er geen tijd overblijft om zich actief in te zetten. Zaken die vanuit de gemeente beïnvloed kunnen worden zijn, zodat een deel van de bevolking zich wellicht wel zal inzetten: - Ik twijfel of men op mijn inbreng zit te wachten 10% - Ik zou niet weten waar en bij wie ik moet zijn 1 - Ik wordt toch niet gevraagd - Ik weet niet wat er speelt - Ik beschik niet over de juiste kennis en/of vaardigheden 1 Een verder uitsplitsing naar bevolkingsgroepen wordt op dit moment niet zinvol geacht. Figuur 2.1: De argumenten welke Rotterdammers gebruiken om zich niet in te zetten voor de stad; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Wat houdt u tegen om u actief in te zetten? Totaal Er is niets dat mij tegenhoudt 20% Ik heb geen interesse 11% Ik twijfel of men op mijn inbreng zit te wachten 10% Ik ben door omstandigheden niet in staat om me in te zetten 25% Ik zou niet weten waar en bij wie ik moet zijn 1 Ik wordt niet gevraagd Er wordt toch niet naar me geluisterd 4% Ik weet niet goed wat er speelt Ik heb daar te weinig tijd voor 38% Ik beschik niet over de juiste kennis en/of vaardigheden 1 Ik ben daar te oud voor 4% Anders 1% N=

18 18

19 3 GEMEENTELIJKE INSPANNINGEN De Rotterdammers zijn niet uitgesproken positief of negatief als we vragen Hoe vaak worden bewoners volgens u bij gemeentelijk beleid betrokken? Men scoort gemiddeld een soms en in veel gevallen weten de burgers niet dat de gemeente op een bepaalde wijze burgers zou kunnen betrekken bij het gemeentelijk beleid. Zo weet meer dan de helft niet dat er voor elk nieuw plan een ambtenaar is die voor alles aanspreekbaar is. De burgers zijn het er het meest mee eens dat de gemeente hen informeert over definitieve plannen. Dat de gemeente bewoners vraagt met eigen plannen te komen is volgens de Rotterdammers het minst van toepassing. Figuur 3.1: De mate waarin bewoners worden betrokken bij gemeentelijk beleid; Omnibusenquête a b c d e f g h i j Hoe vaak worden bewoners bij gemeentelijk beleid betrokken De gemeente betrekt bewoners vanaf het begin bij de ontwikkelingen van nieuwe plannen De gemeente vraagt bewoners met eigen plannen te komen De gemeente laat bewoners vanaf het begin weten waar onze bij nieuwe plannen wel en geen invloed op hebben Voor elke nieuw gemeentelijke plan is een ambtenaar voor alles aanspreekbaar Bij het maken van nieuwe plannen betrekt de gemeente bewoners die als groep een goede vertegenwoordiging vormen van de bewoners voor wie het plan is bedoeld De gemeente geeft bewoners bij het maken van een nieuw plan vanaf het begin alle belangrijke informatie De gemeente informeert bewoners over het definitieve plan De gemeente laat bewoners weten wat hun inbreng is geweest bij het definitieve plan De gemeente voert goedgekeurde plannen onmiddellijk na de besluitvorming uit De gemeente voert goedgekeurde plannen in zo kort mogelijke tijd uit heel vaak (1) vaak (2) soms (3) bijna nooit (4) nooit (5) weet niet Gemidd. Score 14% 37% 17% 8% 2 3,2 0% 3 23% 1 27% 3,5 10% 25% 20% 10% 3 3,4 1% 7% 15% 1 7% 58% 3,4 13% 29% 10% 5% 40% 3,1 3% 1 30% 17% 7% 28% 3,1 5% 31% 2 8% 4% 25% 2,7 1% 9% 25% 15% 8% 41% 3, % 4% 44% 3,1 10% 28% 1 5% 43% 3,1 Rotterdammers vinden het absoluut het belangrijkste dat men tijdig geïnformeerd wordt bij het ontwikkelen van nieuwe plannen. Dit aspect scoort het hoogst als eerste keus. De andere aspecten die redelijk scoren hebben alle te maken met het feit dat de gemeente een actief informerende functie heeft. De opmerkingen die gemaakt zijn in de categorie anders : - écht luisteren naar de burgers 13 keer genoemd 19

20 - burgers informeren 2 keer genoemd - nazorg leveren, checken of alles naar wens is 2 keer genoemd - beleid vormen op basis van structurele klachten 2 keer genoemd Figuur 3.2: De belangrijkste aspecten voor het betrekken van bewoners bij gemeentelijk beleid; Omnibusenquête a b c d e f g h i j Welke aspecten zijn het belangrijkst voor het betrekken van bewoners bij gemeentelijk beleid De gemeente betrekt bewoners vanaf het begin bij de ontwikkelingen van nieuwe plannen De gemeente vraagt bewoners met eigen plannen te komen De gemeente laat bewoners vanaf het begin weten waar onze bij nieuwe plannen wel en geen invloed op hebben Voor elke nieuw gemeentelijke plan is een ambtenaar voor alles aanspreekbaar Bij het maken van nieuwe plannen betrekt de gemeente bewoners die als groep een goede vertegenwoordiging vormen van de bewoners voor wie het plan is bedoeld De gemeente geeft bewoners bij het maken van een nieuw plan vanaf het begin alle belangrijke informatie De gemeente informeert bewoners over het definitieve plan De gemeente laat bewoners weten wat hun inbreng is geweest bij het definitieve plan De gemeente voert goedgekeurde plannen onmiddellijk na de besluitvorming uit De gemeente voert goedgekeurde plannen in zo kort mogelijke tijd uit eerste keus tweede keus derde keus Gemidd. Score 48% 4% 3% 1,2 7% 11% 1,7 1 17% 7% 1,8 5% 10% 5% 1,9 10% 14% 8% 1,9 11% 20% 17% 2,0 3% 1 1 2,3 1% 5% 11% 2,6 4% 8% 2,4 4% 2 2,6 20

21 4 WIJZE VAN BURGERS BETREKKEN BIJ PLANNEN Wederom lijkt het er op dat de burgers vooral verwachten dat de gemeente zich vooral bezig houdt met het actief informeren van de bevolking. We zien wel een kleine intensivering van de betrokkenheid naar mate de plannen dichter bij huis komen. Men is eerder bereid betrokken te zijn bij plannen voor de straat, dan bij plannen voor de stad. Figuur 4.1: De manieren waarop de burgers betrokken willen worden bij plannen voor de stad, de buurt en de straat; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Op welke manier wilt u betrokken worden bij plannen voor uw.. stad buurt straat Ik wil niet betrokken worden bij plannen voor mijn stad,buurt, straat 15% 10% 8% Ik wil over de plannen geïnformeerd worden 77% 80% 78% Ik wil bij de plannen adviseren 14% 18% 24% Ik wil nieuwe plannen mee-bedenken 17% 2 29% Ik wil worden gevraagd om met eigen plannen te komen 5% 11% Ik wil zelf (met anderen) plannen maken en aanbieden 8% 9% 1 Ik wil aan de uitvoering van plannen meewerken 8% 8% 1 N= We zien in onderstaande tabel dat burgers niet betrokken en niet geïnformeerd zijn geweest bij plannen van de afgelopen 12 maanden. Eén op de vier geeft aan wel geïnformeerd te zijn. Figuur 4.2: De manieren waarop de burgers de afgelopen 12 maanden betrokken zijn geweest bij plannen voor de stad, de buurt en de straat; meer antwoorden mogelijk; Omnibusenquête Op welke manier bent u de afgelopen 12 maanden betrokken geweest bij plannen voor uw.. stad buurt straat Ik ken geen plannen voor de stad 24% 2 37% Ik ben niet betrokken geweest 48% 40% 35% Ik ben geïnformeerd 25% 31% 25% Ik heb geadviseerd 3% 4% 4% Ik heb mee-bedacht 3% 4% 4% Ik heb op verzoek een plan gemaakt 0% 0% 0% Ik heb zelf (met anderen) een plan gemaakt en aangeboden 0% Ik heb aan de uitvoering meegewerkt 1% 0% N=

22 22

23 5 WIJZE VAN INVLOED UITOEFENEN DOOR DE BURGER Het overgrote deel van de Rotterdammers kent Opzoomeren als een goede manier om de gemeente te beïnvloeden. Tevens zijn veel burgers op de hoogte van het bestaan van informatiebijeenkomsten en het referendum. De jaarlijkse Verantwoordingsdag, debatten op internet, klanten-/gebruikerspanel en de website Rotterdamidee.nl zijn relatief onbekend. Wat betreft de Verantwoordingsdag en het internetdebat is men er niet van overtuigd dat het goede ideeën zijn. Opvallend is dat referendum relatief gezien niet vaker als goede manier wordt beoordeeld, terwijl het toch de ultieme manier van invloed uitoefenen lijkt. Figuur 4.2: De bekendheid van de manieren waarop de burgers invloed kunnen uitoefenen op de gemeente; Omnibusenquête Kent u de volgende manieren om invloed uit te oefenen en vindt u het een goede manier? bekend goede manier ja nee ja nee weet niet Burgerinitiatief 49% 51% 7 5% 23% Groeibriljanten 35% 65% 68% 5% 2 debat over bepaald thema in het stadhuis 39% 61% 53% 1 35% Jaarlijkse Verantwoordingsdag 14% 8 33% 1 55% debat over een bepaald thema op internet 1 84% 37% 23% 40% inspraakbijeenkomsten 5 48% 67% 8% 25% informatiebijeenkomsten 70% 30% 78% 5% 18% Opzoomeren 89% 11% 81% 8% 11% buurtschouwen 44% 5 71% 8% 21% klanten-gebruikerspanel 20% 80% 54% 7% 40% idee of suggestie op Rotterdamidee.nl plaatsen 1 84% 57% 10% 34% referendum 63% 37% 58%

24 24

25 BIJLAGE I: RESPONS EN REPRESENTATIVITEIT Als gevolg van het grote aantal opdrachtgevers aan, en onderwerpen in de Omnibusenquête is de enquête dit jaar opgesplitst in vier vragenlijsten: een aantal onderwerpen kwam slechts op de zogenoemde A-lijst aan de orde, een aantal alleen op de B-lijst, een aantal alleen op de C-lijst, een aantal alleen op de D-lijst, en sommige op meerdere lijsten. De respons bedroeg voor de A- lijst 39% (1.347 respondenten), voor de B-lijst 44% (1.546 respondenten), voor de C-lijst 40% (1.391 respondenten) en voor de D-lijst 43% (1.487 respondenten); in totaal 41%. Daarmee is de respons fors lager dan in vorige jaren. Bij deze responspercentages moet worden bedacht, dat ieder formulier dat om welke reden dan ook niet ingevuld is geretourneerd tot de non-respons is gerekend; dus ook formulieren voor mensen die inmiddels niet meer bereikbaar zijn door bijvoorbeeld verhuizing of overlijden. Veel onderzoeksbureaus tellen zulke mislukte contacten niet mee bij de bepaling van het responspercentage. Al met al is een respons zoals hierboven weergegeven nog steeds niet slecht voor schriftelijke enquêtes in een stad als Rotterdam; het CBS kampt bijvoorbeeld bij haar landelijke enquêtes in de grote steden met een slechtere en selectievere respons, en overal kampen markten opinieonderzoeksbureaus met een dalende responsbereidheid! Op zich is de representativiteit ook belangrijker dan de omvang van de respons, die natuurlijk nog altijd groot genoeg is om uitspraken te kunnen doen. Niettemin zal het COS zich de komende tijd uitgebreid beraden op de vraag hoe de negatieve trend in de omvang van de respons bij volgende enquêtes een halt kan worden toegeroepen of zelfs kan worden omgebogen. Dat zal echter niet eenvoudig zijn: de dalende responsbereidheid is al jaren een algemene trend, en het is ook goed voorstelbaar dat mensen zo langzamerhand enquêtemoe zijn nu werkelijk alles en iedereen je constant bestookt met vragenlijsten over je klanttevredenheid en met andere soorten enquêtes... In deze Bijlage wordt aan de hand van een aantal algemene persoonskenmerken de representativiteit van de uiteindelijke netto steekproef (de respons) besproken. Daartoe worden kenmerken van de respondenten vergeleken met die van de totale Rotterdamse bevolking van 16 jaar en ouder. I.1 Geslacht en leeftijd In figuur I.1 staat de verdeling van de respondenten van de Omnibusenquête 2007 en van de Rotterdamse bevolking naar geslacht en naar leeftijd begin Traditiegetrouw blijken vrouwen en Rotterdammers van 45 tot 75 jaar over-, en mannen en jongeren ondervertegenwoordigd. Figuur I.1: Verdeling van de respondenten en van de totale bevolking in Rotterdam van 16 jaar en ouder naar geslacht en naar leeftijd. A-lijst B-lijst C-lijst D-lijst Totaal Rotterdam op Geslacht: Man Vrouw 44% 5 43% 57% 44% 5 44% 5 44% 5 48% 5 Respons

26 Leeftijd: 16 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar 65 t/m 75 jaar 76 jaar en ouder 9% 33% 37% 13% 8% 10% 33% 35% 14% 9% 9% 33% 35% 15% 8% 10% 35% 34% 1 8% 10% 34% 35% 14% 8% 15% 38% 29% 10% 8% Respons

27 Nadere analyse van de respons per leeftijd leert, dat die het slechtst is bij de jongeren: zo n 30%. Vervolgens loopt de respons langzaam op tot zo n 55% bij de 70-jarigen, maar daarna daalt de respons snel met de leeftijd (figuur I.2). Figuur I.2: Respons op de (totale) Omnibusenquête 2007 naar leeftijd Respons, aantal (linker as) 70% Respons, percentage (rechter as) Responspercentage trendlijn 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% leeftijd e.o. I.2 Etniciteit Figuur I.3 geeft de verdeling van de respondenten en van de Rotterdamse bevolking van 16 jaar en ouder naar etniciteit. Figuur I.3: Verdeling van de respondenten en van de totale bevolking in Rotterdam van 16 jaar en ouder naar etniciteit. Surinamers Antillianen/Arubanen Turken Marokkanen Kaapverdianen Overige arme landen Etnische aandachtsgroepen A-lijst B-lijst C-lijst D-lijst Totaal Rotterdam op % 7% 9% 3% 5% 5% 7% 3% 3% 3% 3% 5% 1% 1% 1% 5% 8% 25% 24% 24% 25% 24% 34% Nederlanders Noord-mediterranen Overige rijke landen 67% 68% 68% 67% 68% 57% 3% Respons

28 Autochtonen ( Nederlanders ) zijn oververtegenwoordigd, en de meeste allochtone groeperingen zijn als vanouds ondervertegenwoordigd. De afwijkingen zijn ook iets groter dan vorig jaar, en daarmee weer op het niveau van de jaren daarvóór. I.3 Deelgemeente Figuur I.4 geeft tenslotte de verdelingen naar deelgemeente. De spreiding van de respondenten over de deelgemeenten is nog steeds uitstekend; alleen is traditiegetrouw Delfshaven wat ondervertegenwoordigd en Prins Alexander wat oververtegenwoordigd. Figuur I.4: Verdeling van de respondenten en van de totale bevolking in Rotterdam van 16 jaar en ouder naar deelgemeente. Stadscentrum Delfshaven Overschie Noord Hillegersberg-Schiebroek Kralingen-Crooswijk Prins Alexander Feijenoord IJsselmonde Charlois Hoogvliet en Pernis Hoek van Holland A-lijst B-lijst C-lijst D-lijst Totaal Rotterdam op % 5% 5% 10% 8% 10% 10% 9% 11% 3% 4% 3% 3% 3% 3% 8% 8% 7% 8% 8% 9% 9% 8% 8% 8% 8% 7% 9% 8% 8% 9% 9% 9% 17% 1 18% 18% 17% 15% 10% 10% 10% 11% 10% 11% 11% 11% 10% 10% 10% 10% 10% 11% 11% 9% 10% 11% 7% 7% 1% Respons I.4 Conclusie Net als in eerdere jaren en in andere enquêtes, zijn sommige bevolkingsgroepen, en met name mannen, jongeren en (niet-westerse) allochtonen, ondervertegenwoordigd in de Omnibusenquête. Niettemin is de respons nog altijd acceptabel; kwantitatief zowel als kwalitatief. De ondervertegenwoordiging van een aantal (niet-westerse) allochtone groeperingen, die vorig jaar flink was afgenomen, ligt nu weer op het niveau van de jaren daarvóór; mede doordat het aanvullend mondeling rappelleren bij hen dit jaar weer wat minder succesvol was. De respons van mannen blijft nog steeds achter bij die van vrouwen. Dit verschil wordt, ook al traditiegetrouw, voor een deel veroorzaakt doordat kennelijk méér mannen de vragenlijst door een vrouwelijke huisgenoot laten invullen dan andersom 1. Deze relatieve tevredenheid over de representativiteit naar controleerbare kenmerken neemt niet weg, dat natuurlijk nog steeds wel een zekere selectiviteit in de respons van de Omnibusenquête bestaat. Dit selectieve karakter van de respons lijkt met name ook terug te vinden in het traditiegetrouw waarschijnlijk toch wel iets te lage aandeel respondenten dat zegt een minimuminkomen te hebben, en het al even traditiegetrouw waarschijnlijk toch wel iets te hoge aandeel respondenten dat zegt een boven-modaal huishoudensinkomen te hebben (ook onder allochtonen): gevreesd moet worden dat daarmee toch een wat te rooskleurig beeld wordt gesuggereerd. Voor de selectiviteit van de respons op enquêtes kan een aantal verklaringen worden bedacht, die impliceren dat een oplossing van deze problematiek niet zo simpel is. Zo zijn frequent verhuizende mensen (letterlijk) moeilijk te achterhalen, evenals mensen die niet wonen op het adres waar ze 28

29 door Burgerzaken geacht worden te wonen. Dit impliceert in een aantal opzichten ook een selectiviteit. Daarnaast valt niet te vermijden, dat - ondanks de moeite die gedaan wordt om de vragen in de enquête zo begrijpelijk mogelijk te formuleren - dergelijke vragenlijsten voor een aantal mensen toch te hoog gegrepen zijn; met name voor mensen die de Nederlandse taal slecht beheersen. En tenslotte moet ook gevreesd worden, dat de grote stad een aantal inwoners heeft die steeds minder ontvankelijk zijn voor vormen van maatschappelijke participatie zoals het deelnemen aan een gemeentelijke enquête. In dat opzicht is wellicht ook een vergelijking te trekken met de selectieve opkomst bij verkiezingen. Al met al moet worden geconcludeerd, dat de Omnibusenquête een zekere mate van selectiviteit in zijn respons kent, die voor een belangrijk deel moeilijk tot niet te voorkomen is, en waarmee bij de interpretatie van resultaten rekening moet worden gehouden. De mate waarin deze selectiviteit uitkomsten beïnvloedt, moet echter ook niet overschat worden. Zo valt eenvoudig na te rekenen, dat als bijvoorbeeld 50% van de Nederlanders iets vindt, en 25% van de allochtonen, hiervoor in de A- lijst van de Omnibusenquête voor de totale Rotterdamse bevolking 41,9% zal worden gemeten, terwijl dit 39,3% had moeten zijn. Een dergelijk verschil ligt in de orde van grootte van de betrouwbaarheidsmarge van de Omnibusenquête (zie Bijlage III), en is zelfs nét niet significant. (Bovendien is het in zo n geval wellicht interessanter te weten dat autochtonen en allochtonen kennelijk zo sterk verschillen, dan hoeveel het totale gemiddelde precies bedraagt...) Noten 1. Van de respondenten in de totale Omnibusenquête 2007 hadden er 192 ingevuld een vrouw te zijn terwijl de vragenlijst aan een man was gestuurd, en 108 een man te zijn terwijl de vragenlijst aan een vrouw was gestuurd. In voorgaande jaren was het saldo van deze twee aantallen overigens groter. 29

30 BIJLAGE II: DE VRAGEN IN DE VRAGENLIJST Deze rapportage handelt over de vragen 53 tot en met 63 over milieu in Vragenlijst A van de Omnibusenquête 2007, die waren opgenomen in opdracht van de Afdeling Organisatie en Informatie Management van de Bestuursdienst Rotterdam. De vragen in deze blokken waren als volgt geformuleerd. De volgende vragen gaan over actieve burgers. 53. De samenleving heeft behoefte aan burgers die zich actief inzetten voor de stad. Op welke van onderstaande terreinen vindt u dat Rotterdammers zich vooral zouden moeten inzetten, op welke terreinen bent u zelf actief, en op welke terreinen zou u (ook nog) actief willen zijn? Wij verzoeken u, om in elke kolom (a, b en c) één of meer antwoorden aan te kruisen. a: b: Waar actieve burgers Wat ik zelf al doe nodig zijn in Rotterdam c: Wat ik zelf (ook nog) zou willen doen recreatie, sport onderwijs zorg sociale samenhang politiek, bestuur jeugd natuur, milieu kunst, cultuur veiligheid overlast, verloedering inburgering openbaar vervoer welzijn anders, namelijk geen enkele weet niet / geen mening 54. Wat houdt u tegen om u actief in te zetten voor de stad? (meer antwoorden mogelijk!) er is niets dat mij tegenhoudt ik heb geen interesse ik twijfel of men op mijn inbreng zit te wachten ik ben door omstandigheden niet in staat om me in te zetten ik zou niet weten waar en bij wie ik moet zijn ik word niet gevraagd er wordt toch niet naar me geluisterd ik weet niet goed wat er speelt ik heb daar te weinig tijd voor ik beschik niet over de juiste kennis en/of vaardigheden anders, namelijk

31 55. Hoe vaak worden bewoners volgens u bij het gemeentelijk beleid betrokken? heel vaak vaak soms bijna nooit nooit weet niet a De gemeente betrekt bewoners vanaf het begin bij de ontwikkeling van nieuwe plannen. b De gemeente vraagt bewoners met eigen plannen te komen. c De gemeente laat bewoners vanaf het begin weten waar ze bij nieuwe plannen wel en geen invloed op hebben. d Voor elk nieuw gemeentelijke plan is één ambtenaar voor alles aanspreekbaar. e Bij het maken van nieuwe plannen betrekt de gemeente bewoners die als groep een goede vertegenwoordiging vormen van de bewoners voor wie het plan is bedoeld. f De gemeente geeft bewoners bij het maken van een nieuw plan vanaf het begin alle belangrijke informatie. g De gemeente informeert bewoners over het definitieve plan. h De gemeente laat bewoners weten wat hun inbreng is geweest bij het definitieve plan. i j De gemeente voert goedgekeurde plannen onmiddellijk na de besluitvorming uit. De gemeente voert goedgekeurde plannen in zo kort mogelijke tijd uit 56. Welke van de hierboven genoemde tien aspecten (a tot en met j) vindt u het meest belangrijk voor het betrekken van bewoners bij gemeentelijk beleid? U hoeft de aspecten niet over te schrijven: u kunt de letter noteren die voor het aspect van uw keuze staat. Maximaal 3 antwoorden mogelijk. Anders namelijk: 31

32 57. Op welke manier wilt u door de gemeente betrokken worden bij plannen voor uw stad? (meer antwoorden mogelijk!) ik wil niet betrokken worden bij plannen voor mijn stad ik wil over de plannen geïnformeerd worden ik wil bij de plannen adviseren ik wil nieuwe plannen mee-bedenken ik wil worden gevraagd om met eigen plannen te komen ik wil zelf (met anderen) plannen maken en aanbieden ik wil aan de uitvoering van plannen meewerken 58. Op welke manier wilt u door de gemeente betrokken worden bij plannen voor uw buurt? (meer antwoorden mogelijk!) ik wil niet betrokken worden bij plannen voor mijn buurt ik wil over de plannen geïnformeerd worden ik wil bij de plannen adviseren ik wil nieuwe plannen mee-bedenken ik wil worden gevraagd om met eigen plannen te komen ik wil zelf (met anderen) plannen maken en aanbieden ik wil aan de uitvoering van plannen meewerken 59. Op welke manier wilt u door de gemeente betrokken worden bij plannen voor uw straat? (meer antwoorden mogelijk!) ik wil niet betrokken worden voor mijn straat ik wil over de plannen geïnformeerd worden ik wil bij de plannen adviseren ik wil nieuwe plannen mee-bedenken ik wil worden gevraagd om met eigen plannen te komen ik wil zelf (met anderen) plannen maken en aanbieden ik wil aan de uitvoering van plannen meewerken 60. Op welke manier bent u in de afgelopen twaalf maanden betrokken geweest bij plannen voor uw stad? (meer antwoorden mogelijk!) ik ken geen plannen voor de stad ik ben niet betrokken geweest ik ben geïnformeerd ik heb geadviseerd ik heb mee-bedacht ik heb op verzoek een plan gemaakt ik heb zelf (met anderen) een plan gemaakt en aangeboden ik heb aan de uitvoering meegewerkt 32

33 61. Op welke manier bent u in de afgelopen twaalf maanden betrokken geweest bij plannen voor uw buurt? (meer antwoorden mogelijk!) ik ken geen plannen voor de buurt ik ben niet betrokken geweest ik ben geïnformeerd ik heb geadviseerd ik heb mee-bedacht ik heb op verzoek een plan gemaakt ik heb zelf (met anderen) een plan gemaakt en aangeboden ik heb aan de uitvoering meegewerkt 62. Op welke manier bent u in de afgelopen twaalf maanden betrokken geweest bij plannen voor uw straat? (meer antwoorden mogelijk!) ik ken geen plannen voor de straat ik ben niet betrokken geweest ik ben geïnformeerd ik heb geadviseerd ik heb mee-bedacht ik heb op verzoek een plan gemaakt ik heb zelf (met anderen) een plan gemaakt en aangeboden ik heb aan de uitvoering meegewerkt 63. Er bestaan veel manieren waarop de burger invloed kan uitoefenen op de gemeente. Kunt u van onderstaande manieren aangeven of u die kent en of u het een goede manier vindt om invloed uit te oefenen? bekend: goede manier: ja nee ja nee weet niet a. Burgerinitiatief (burgers dienen een eigen voorstel in bij de (deel)gemeenteraad) b. Groeibriljanten (burgers maken zelf een plan om de sociale samenhang in de buurt te verbeteren) c. debat over een bepaald thema in het stadhuis d. jaarlijkse Verantwoordingsdag e. debat over een bepaald thema op Internet f. inspraakbijeenkomsten g. informatiebijeenkomsten h. Opzoomeren (burgers knappen samen de eigen straat op) i. buurtschouwen (burgers inspecteren samen met ambtenaren de buurt) j. klanten- / gebruikerspanel over de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening i. een idee of suggestie plaatsen op RotterdamIdee.nl j. referendum

34 BIJLAGE III: DE BETEKENIS VAN DE PERCENTAGES; SIGNIFICANTIE III.1 Percentages In de tabellen in dit rapport staan de uitkomsten in percentagevorm weergegeven. Dit is gedaan omdat percentages in populaties van verschillende grootte (bijvoorbeeld: de steekproef versus heel Rotterdam) onderling gemakkelijker te vergelijken zijn dan aantallen. Metingen via een steekproef leveren een schatting van de werkelijkheid. Het toevalskarakter van de steekproef heeft als consequentie, dat schatting en werkelijke waarde ten gevolge van het toeval kunnen afwijken. (Daarnaast zijn ook afwijkingen mogelijk ten gevolge van andere zaken dan het toeval, zoals onder- en oververtegenwoordigingen van bepaalde categorieën respondenten, bijvoorbeeld door selectieve non-respons.) Deze mogelijke afwijkingen ten gevolge van het toeval kunnen worden uitgedrukt in statistische betrouwbaarheidsmarges. Gangbaar hierbij is een uitdrukking in 95%-betrouwbaarheidsmarges. De 95%-betrouwbaarheidsmarge bij een steekproefpercentage en een steekproefgrootte geeft aan, hoe groot de afwijking van de geschatte waarde met de werkelijke waarde zou kunnen zijn ten gevolge van het toeval. De betekenis van zo'n marge is, dat, indien de steekproef en de meting vele malen zouden worden herhaald, en steeds een 95%-betrouwbaarheidsmarge zou worden bepaald, de werkelijke waarde zich in 95 van de 100 gevallen binnen de betrouwbaarheidsmarge zal bevinden. Een betrouwbaarheidsmarge (dus: de onnauwkeurigheid) is kleiner naarmate de steekproef groter is, maar verschilt ook met het gemeten percentage: percentages van rond de 50% hebben de grootste onnauwkeurigheid, en hoe verder het percentage van de 50% af zit, hoe kleiner de onnauwkeurigheid 1. Dit betekent in het bijzonder ook, dat bij heel kleine percentages die zijn veroorzaakt door één of twee respondenten nog sprake kan zijn van een toevalstreffer, maar dat dit niet kan worden gezegd als het wat meer respondenten betreft. De volgende tabel geeft voor in steekproeven of delen daarvan gemeten percentages de betrouwbaarheidsmarges voor een meting van 50% (dus voor het ongunstigste geval), en ter illustratie ook voor een meting van 10- of 90%. Figuur III.1: De 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages. Bij een (deel-)steekproefomvang van: is 10% eigenlijk: is 50% eigenlijk: is 90% eigenlijk: (volledige Omnibusenquête A) 10% ± 8% 10% ± 10% ± 5% 10% ± 4% 10% ± 4% 10% ± 3% 10% ± 50% ± 14% 50% ± 10% 50% ± 8% 50% ± 7% 50% ± 50% ± 4% 50% ± 3% 90% ± 8% 90% ± 90% ± 5% 90% ± 4% 90% ± 4% 90% ± 3% 90% ± Voorbeeld: als in een steekproef(-deel) van 500 ondervraagden 50% een bepaald antwoord geeft, moet dit gelezen worden als 50% ± 4%, ofwel 46- à 54 procent. Bij kleinere of grotere gemeten percentages wordt deze marge kleiner. 34

35 III.2 Vergelijkingen Ook bij de vergelijking van percentages of verdelingen (bijvoorbeeld: tussen mannen en vrouwen, of tussen dit jaar en vorig jaar) is het mogelijk dat een gemeten verschil slechts veroorzaakt is door het toevalskarakter van de steekproef of steekproeven. Het gemeten verschil heet in dat geval niet significant. Voor de bepaling of het verschil tussen twee gemeten percentages groot genoeg is om significant te zijn, bestaan wiskundige technieken: de zogeheten t-toets. Van de uitkomsten van zo n toets is echter geen eenvoudig leesbaar en interpreteerbaar overzicht te geven zoals met betrouwbaarheidsmarges is gedaan in figuur III.1. Wél kan in het algemeen gesteld worden, dat de grens tussen significant en niet-significant wat kleiner is dan het totaal van de beide betrouwbaarheidsmarges. Voorbeeld: iets is niet aantoonbaar toegenomen als het vorig jaar volgens de Omnibusenquête 50% was en dit jaar 5. Een stijging van 10- naar 1 daarentegen is wél significant. Daarmee moge de boodschap zijn, dat in het algemeen verschillen of afwijkingen van 1- à niet als verschillen mogen worden beschouwd, maar evengoed door het toevalskarakter van de steekproeven kunnen zijn veroorzaakt. III.3 Gemiddelden Ook om te bepalen of het verschil tussen twee gemeten gemiddelden (bijvoorbeeld het verschil tussen twee rapportcijfers) significant is of slechts veroorzaakt is door het toevalskarakter van de steekproeven, kan een t-toets worden verricht. Hoewel ook hier het precieze resultaat van geval tot geval verschilt, en met name ook afhangt van de gemeten waarden en de spreiding rond de gemiddelden, geldt in de praktijk in het algemeen, dat verschillen in rapportcijfers van 0,2 en hoger significant zijn. (Bij een meting over een deel van de steekproef - bijvoorbeeld: over alleen de Rotterdamse mannen - ligt deze grens hoger.) Noten 1. Bij het berekenen van de betrouwbaarheidsmarge bij percentages kan worden uitgegaan van de volgende benaderende formule: absolute 95%-betrouwbaarheidsmarge bij p% = 1,96 x p(100-p) / (n-1), waarbij n de omvang van de (deel-) steekproef is. Een gemeten percentage van 50% in de A-lijst van de Omnibusenquête 2007 heeft dus een betrouwbaarheidsmarge van 1,96 x (50x50) / = 2,7%. Evenzo heeft een gemeten percentage van 1% een betrouwbaarheidsmarge van 1,96 x (1x99) / = 0,5%. Bij alleen de 599 mannen in de A-lijst heeft een gemeten percentage van 50% evenwel een betrouwbaarheidsmarge van 1,96 x (50x50) / 598 = 4,0%, en is bij een gemeten percentage van 1% de marge 1,96 x (1x99) / 598 = 0,8%. 35

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages.

Figuur 1: Voorbeelden van 95%-betrouwbaarheidsmarges van gemeten percentages. MARGES EN SIGNIFICANTIE BIJ STEEKPROEFRESULTATEN. De marges van percentages Metingen via een steekproef leveren een schatting van de werkelijkheid. Het toevalskarakter van de steekproef heeft als consequentie,

Nadere informatie

DE ROTTERDAMSE MARKTBEZOEKER 2007

DE ROTTERDAMSE MARKTBEZOEKER 2007 DE ROTTERDAMSE MARKTBEZOEKER 2007 Resultaten uit de Omnibusenquête 2007 G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2007 In opdracht van Stadstoezicht Centrum voor Onderzoek en Statistiek

Nadere informatie

ROTTERDAMMERS OVER DE DIENST BURGERZAKEN

ROTTERDAMMERS OVER DE DIENST BURGERZAKEN ROTTERDAMMERS OVER DE DIENST BURGERZAKEN Resultaten uit de Omnibusenquête - A.H.M.A. Dorren Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) mei In opdracht van de dienst Burgerzaken Rotterdam Prijs:,- Gegevens

Nadere informatie

centrum voor onderzoek en statistiek

centrum voor onderzoek en statistiek centrum voor onderzoek en statistiek WONEN, LEVEN EN UITGAAN IN ROTTERDAM 1999 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 1999 Projectnummer: 99-1412 drs. S.G. Rijpma, drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek

Nadere informatie

ROTTERDAMMERS OVER HET OPENBAAR VERVOER 2007

ROTTERDAMMERS OVER HET OPENBAAR VERVOER 2007 ROTTERDAMMERS OVER HET OPENBAAR VERVOER 2007 Resultaten uit de Omnibusenquête 2007 G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2007 In opdracht van de RET Centrum voor Onderzoek en

Nadere informatie

ROTTERDAMMERS OVER WERKEN BIJ DE GEMEENTE

ROTTERDAMMERS OVER WERKEN BIJ DE GEMEENTE ROTTERDAMMERS OVER WERKEN BIJ DE GEMEENTE Resultaten uit de Omnibusenquête 2005 05-2333 A.H.M.A. Dorren Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) mei 2005 In opdracht van de directie Middelen en Control

Nadere informatie

Rotterdammers over gemeentelijke dienstverlening. Resultaten uit de Omnibusenquête 2011

Rotterdammers over gemeentelijke dienstverlening. Resultaten uit de Omnibusenquête 2011 Rotterdammers over gemeentelijke dienstverlening Resultaten uit de Omnibusenquête 2011 Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2011 Resultaten uit de Omnibusenquête 2011 G.H. van der Wilt

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2013 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2013

Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2013 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2013 rotterdam.nl/onderzoek Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2013 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2013 Onderzoek en Business Intelligence Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam

Nadere informatie

ROTTERDAMMERS OVER WERKEN BIJ DE GEMEENTE

ROTTERDAMMERS OVER WERKEN BIJ DE GEMEENTE ROTTERDAMMERS OVER WERKEN BIJ DE GEMEENTE Resultaten uit de Omnibusenquête 2003 03-2001 A.H.M.A. Dorren Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) mei 2003 In opdracht van de directie Personeel & Organisatie

Nadere informatie

De Rotterdamse marktbezoeker. Resultaten uit de Omnibusenquête 2011

De Rotterdamse marktbezoeker. Resultaten uit de Omnibusenquête 2011 De Rotterdamse marktbezoeker Resultaten uit de Omnibusenquête 2011 De Rotterdamse marktbezoeker Resultaten uit de Omnibusenquête 2011 G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) 31 mei

Nadere informatie

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Projectnummer: 10203 In opdracht van: Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer drs. Merijn Heijnen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL

Nadere informatie

Vrijwilligers en informele hulp in Rotterdam 2011. Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2011

Vrijwilligers en informele hulp in Rotterdam 2011. Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2011 Vrijwilligers en informele hulp in Rotterdam 2011 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2011 Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2011 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2011 Projectnummer

Nadere informatie

Kinderopvang in de Drechtsteden

Kinderopvang in de Drechtsteden Kinderopvang in de Drechtsteden Aanvullende tabellen Betrouwbaarheidsmarges In steekproefonderzoek heb je te maken met een zekere onnauwkeurigheid. Bij herhaling van het onderzoek kan de waarde met een

Nadere informatie

Imago Rotterdamse festivals

Imago Rotterdamse festivals Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) november 2010 In opdracht van Rotterdam Festivals Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteurs: Annemarie Reijnen Project: 10-3331 Adres: Blaak 34, 3011

Nadere informatie

Bevolking Ommoord. Aantal inwoners. Stand van het aantal inwoners op 1 januari

Bevolking Ommoord. Aantal inwoners. Stand van het aantal inwoners op 1 januari Bevolking Ommoord Aantal inwoners Stand van het aantal inwoners op 1 januari Buurt Ommoord Gebied Prins Alexander Gemeente Rotterdam 2009 24.147 90.312 587.161 2010 24.195 91.645 592.939 2011 24.504 92.640

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

De Rotterdamse marktbezoeker 2013

De Rotterdamse marktbezoeker 2013 rotterdam.nl/onderzoek De Rotterdamse marktbezoeker 2013 Onderzoek en Business Intelligence De Rotterdamse marktbezoeker Resultaten uit de Omnibusenquête 2013 G.H. van der Wilt Onderzoek en Business Intelligence

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Gemeentelijke Dienstverlening. Omnibus 2009

Gemeentelijke Dienstverlening. Omnibus 2009 Gemeentelijke Dienstverlening Omnibus 2009 Afdeling O&S Februari 2009 2 Samenvatting Inwoners vinden dat de gemeente haar dienstverlening heeft verbeterd De inwoners van s-hertogenbosch beoordelen de gemeentelijke

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2009 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibusenquête 2009

Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2009 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibusenquête 2009 Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2009 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibusenquête 2009 Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2009 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibusenquête 2009

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

MARKTBEZOEK VAN ROTTERDAMMERS, 2005

MARKTBEZOEK VAN ROTTERDAMMERS, 2005 . MARKTBEZOEK VAN ROTTERDAMMERS, 2005 drs. G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) april 2006 In opdracht van Dienst Marktwezen Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs.

Nadere informatie

Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening Resultaten uit de Omnibusenquête 2009

Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening Resultaten uit de Omnibusenquête 2009 Resultaten uit de Omnibusenquête 2009 Resultaten uit de Omnibusenquête 2009 G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2009 In opdracht van Publiekszaken Rotterdam Centrum voor

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2015 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2015

Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2015 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2015 rotterdam.nl/onderzoek Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2015 Resultaten uit het Vrijetijdsonderzoek 2015 Onderzoek en Business Intelligence Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam

Nadere informatie

RECREATIEF BEZOEK VAN ROTTERDAMMERS AAN ROTTERDAM

RECREATIEF BEZOEK VAN ROTTERDAMMERS AAN ROTTERDAM RECREATIEF BEZOEK VAN ROTTERDAMMERS AAN ROTTERDAM Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2005 drs. G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) april 2006 In opdracht van Ontwikkelingsbedrijf

Nadere informatie

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2012 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven 1 Onderzoek en Business Intelligence Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse Oktobertelling onder

Nadere informatie

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2013

Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2013 Maart 2014 Feitenkaart VVE-monitor Rotterdam 2013 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse Oktobertelling onder alle Rotterdamse peuterspeelzalen

Nadere informatie

JOFFEN IN FEIJENOORD ONDERZOEK NAAR DE WENSEN EN BEHOEFTEN VAN JONGEREN VOOR VRIJETIJDSVOORZIENINGEN IN HUN WOONBUURT

JOFFEN IN FEIJENOORD ONDERZOEK NAAR DE WENSEN EN BEHOEFTEN VAN JONGEREN VOOR VRIJETIJDSVOORZIENINGEN IN HUN WOONBUURT JOFFEN IN FEIJENOORD ONDERZOEK NAAR DE WENSEN EN BEHOEFTEN VAN JONGEREN VOOR VRIJETIJDSVOORZIENINGEN IN HUN WOONBUURT drs. J.M. Reijnen Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) 14 februari 2005 In opdracht

Nadere informatie

Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2012

Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2012 Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2012 Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2012 G.H. van der Wilt Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2012 In opdracht van

Nadere informatie

1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken

1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken 1 Opzet tabellenboek, onderzoeksopzet en respondentkenmerken 1.1 Opzet tabellenboek Dit tabellenboek geeft een uitgebreid overzicht van de uitkomsten van de Leefbaarheidsmonitor 2004. Het algemene rapport,

Nadere informatie

Ervaringen Wmo. Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017

Ervaringen Wmo. Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017 Ervaringen Wmo Cliëntervaringsonderzoek Berg en Dal 2017 Inhoud 1. Achtergrond van het onderzoek... 2 2. Het regelen van ondersteuning... 4 3. Kwaliteit van de ondersteuning... 6 4. Vergelijking regio...

Nadere informatie

Openingstijden Stadswinkels 2008

Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 René van Duin & Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) december 2008 In opdracht van Publiekszaken afdeling Beleid

Nadere informatie

Gezondheidsenquête 2008

Gezondheidsenquête 2008 Gezondheidsenquête 008 De gezondheid van volwassenen in Rotterdam Januari 00, tweede druk GGD Rotterdam-Rijnmond Berdi Christiaanse Gea Schouten Bianca Stam Johan van Veelen Voorwoord In dit rapport vindt

Nadere informatie

VRIJWILLIGERSWERK EN INFORMELE HULP IN ROTTERDAM 2005. Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2005

VRIJWILLIGERSWERK EN INFORMELE HULP IN ROTTERDAM 2005. Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2005 VRIJWILLIGERSWERK EN INFORMELE HULP IN ROTTERDAM 2005 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2005 Projectnummer 05-2455 drs PA de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Maart 2006 In opdracht van

Nadere informatie

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn Klanten van Careyn over het consultatiebureau Inhoud: 1. Conclusies 2. Algemene dienstverlening 3. Het inloopspreekuur 4. Telefonische dienstverlening 5. Persoonlijk

Nadere informatie

ROTTERDAMMERS EN COMPUTERS 2001. Resultaten uit de Omnibusenquête 2001 O-1667. drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Juli 2001

ROTTERDAMMERS EN COMPUTERS 2001. Resultaten uit de Omnibusenquête 2001 O-1667. drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Juli 2001 ROTTERDAMMERS EN COMPUTERS 2001 Resultaten uit de Omnibusenquête 2001 O-1667 drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Juli 2001 In opdracht Afdeling Informatiebeleid van de Bestuursdienst

Nadere informatie

Onderzoek afhandeling bezwaarschriften Juridische Zaken Dymphna Meijneken, Ben van de Burgwal afd. Onderzoek en Statistiek Juni 2011

Onderzoek afhandeling bezwaarschriften Juridische Zaken Dymphna Meijneken, Ben van de Burgwal afd. Onderzoek en Statistiek Juni 2011 Onderzoek afhandeling bezwaarschriften Juridische Zaken Dymphna Meijneken, Ben van de Burgwal afd. Onderzoek en Statistiek Juni 2011 Samenvatting De afdeling Juridische Zaken (JZ) wil een vinger aan de

Nadere informatie

De mening van de inwoners gepeild. Leefbaarheid 2015

De mening van de inwoners gepeild. Leefbaarheid 2015 LelyStadsGeLUIDEN De mening van de inwoners gepeild Leefbaarheid 2015 April 2016 Colofon Dit is een rapportage opgesteld door: Cluster Onderzoek en Statistiek team Staf, Beleid Te downloaden op www.lelystad.nl/onderzoek

Nadere informatie

Tijdsbesteding van Rotterdamse ouderen

Tijdsbesteding van Rotterdamse ouderen Tijdsbesteding van Rotterdamse ouderen L.P.M. van Dun en C. de Vries Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2010 In opdracht van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Strategie en Beleid

Nadere informatie

Opiniepeiling in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012

Opiniepeiling in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 bezoekadres Marnixkade 109 1015 ZL Amsterdam postadres Postbus 15262 1001 MG Amsterdam E moti@motivaction.nl T +31 (0)20 589 83 83 F +31 (0)20 589 83 00 W www.motivaction.nl Opiniepeiling in aanloop naar

Nadere informatie

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012 Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 0/0 Stichting Personeelspensioenfonds Cordares (PPF) Astrid Currie, communicatieadviseur Maart 0 versie.0 Pagina versie.0 Inleiding Op initiatief

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Tevredenheidonderzoek

Tevredenheidonderzoek Tevredenheidonderzoek 2013-2014 Samenvatting van de conclusies - Ouders en leerlingen zijn tevreden over het, ze geven de school cijfers tussen de en de, - De beoordeling voor de sfeer op school is hoger

Nadere informatie

Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2015

Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2015 rotterdam.nl/onderzoek Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2015 Onderzoek en Business Intelligence Rotterdammers over de gemeentelijke dienstverlening 2015 G.H. van der Wilt Onderzoek en

Nadere informatie

Klanttevredenheid marktkooplieden - 2008

Klanttevredenheid marktkooplieden - 2008 Klanttevredenheid marktkooplieden - 2008 Klanttevredenheid marktkooplieden - 2008 Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) februari 2009 In opdracht van Stadstoezicht afdeling B&O Centrum

Nadere informatie

Veiligheidsgevoel in fietstunnels

Veiligheidsgevoel in fietstunnels Bestuursondersteuning Afdeling Onderzoek & Statistiek Veiligheidsgevoel in fietstunnels Omnibusonderzoek 2008 1 Onderzoekskader Omnibusonderzoek 2008 Opdrachtgever Gemeenteraad/Sector BO Uitvoering Gemeente

Nadere informatie

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Enquête Telefonische dienstverlening

Enquête Telefonische dienstverlening Enquête Telefonische dienstverlening Enquête Telefonische dienstverlening Colofon Titel:Enquête Enquete Telefonische dienstverlening Opdrachtgever: Gemeente Velsen Opdrachtnemer: Marieke Galesloot Datum:

Nadere informatie

Mening van Rotterdammers over straatartiesten in de eigen stad

Mening van Rotterdammers over straatartiesten in de eigen stad rotterdam.nl/onderzoek Mening van Rotterdammers over straatartiesten in de eigen stad Onderzoek en Business Intelligence Straatartiesten Mening van Rotterdammers over straatartiesten in de eigen stad

Nadere informatie

De dienstverlening van SURFnet Onderzoek onder aangesloten instellingen. - Eindrapportage -

De dienstverlening van SURFnet Onderzoek onder aangesloten instellingen. - Eindrapportage - De dienstverlening van Onderzoek onder aangesloten instellingen - Eindrapportage - 09-09-2009 Inhoud Inleiding 3 Managementsamenvatting 4 Onderzoeksopzet 5 Resultaten 6 Tevredenheid 6 Gebruik en waardering

Nadere informatie

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld

Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen. Nienke Lammertink en Koen Breedveld NEDERLANDERS OVER DE VIERDAAGSE Onderzoek in het kader van de 100 ste editie van de Internationale Vierdaagse Afstandsmarsen Nijmegen Nienke Lammertink en Koen Breedveld Mei 2016 1 Nederlanders over de

Nadere informatie

Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen?

Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen? Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen? Marjolein Kolstein Juli 2017 www.os-groningen.nl BASIS VOOR BELEID Inhoud Samenvatting 2 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding van het onderzoek

Nadere informatie

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging Respons thuiszorgorganisaties en GGD en In deden er tien thuiszorgorganisaties mee aan het, verspreid over heel Nederland. Uit de

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 40 t/m 51. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 40 t/m 51. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 40 t/m 51 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 27 december 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten

Nadere informatie

Interactief bestuur. Omnibus 2015

Interactief bestuur. Omnibus 2015 Interactief bestuur Omnibus 2015 O&S April 2016 Samenvatting In september/oktober 2015 is door de afdeling Onderzoek & Statistiek van de gemeente s- Hertogenbosch een omnibusonderzoek gehouden. In dit

Nadere informatie

Lokaal mediabeleid Rotterdam

Lokaal mediabeleid Rotterdam Lokaal mediabeleid Rotterdam Lokaal mediabeleid Rotterdam G.H. van der Wilt en A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) november 2011 In opdracht van de raadscommissie JOCS van de gemeente

Nadere informatie

Discriminatie in Rotterdam: de resultaten van de Omnibusenquête 2014

Discriminatie in Rotterdam: de resultaten van de Omnibusenquête 2014 Discriminatie in Rotterdam: de resultaten van de Omnibusenquête 214 In het kort: de uitkomsten De Omnibusenquête 214 die jaarlijks door de gemeente Rotterdam wordt uitgevoerd, bevat een aantal vragen over

Nadere informatie

Bewegen en overgewicht in Purmerend

Bewegen en overgewicht in Purmerend Bewegen en overgewicht in Purmerend In opdracht van: Spurd, Marianne Hagenbeuk Uitgevoerd door: Monique van Diest Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend mei 2009 Verkrijgbaar

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID

OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID OMNIBUSONDERZOEK NOORD- KENNEMERLAND 2005 PSYCHISCHE GEZONDHEID Gemeente Alkmaar afdeling Onderzoek en Statistiek februari 2006 auteur: Monique van Diest afdeling Onderzoek en Statistiek gemeente Alkmaar

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Nadere analyses vrijwilligerswerk in Rotterdam

Nadere analyses vrijwilligerswerk in Rotterdam Nadere analyses vrijwilligerswerk in Rotterdam Nadere analyses vrijwilligerswerk in Rotterdam Projectnr. 08-2896 drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Februari 2009 In opdracht

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 16 t/m 19. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 16 t/m 19. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 16 t/m 19 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 17 mei 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten

Nadere informatie

Feitenkaart Participatie en Burgerschap

Feitenkaart Participatie en Burgerschap Feitenkaart Participatie en Burgerschap 2009 Feitenkaart Participatie en Burgerschap 2009 Drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2010 In opdracht van Jeugd, Onderwijs en Samenleving,

Nadere informatie

Huishoudens met inkomen naar belangrijkste bron

Huishoudens met inkomen naar belangrijkste bron INKOMENSBRONNEN ROTTERDAM EN REGIO 2002 In de zomer van 2005 zijn de inkomensgegevens op gemeentelijk, deelgemeentelijk en buurtniveau uit het Regionaal Inkomens Onderzoek 2002 van het CBS beschikbaar

Nadere informatie

Bezoek en waardering groenvoorzieningen Rotterdam

Bezoek en waardering groenvoorzieningen Rotterdam Bezoek en waardering groenvoorzieningen Rotterdam Maaike Dujardin en Chris de Vries Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) oktober 2008 Een onderzoek in opdracht van de gemeente Rotterdam Namens de

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 28 t/m 39. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 28 t/m 39. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 28 t/m 39 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 29 september 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting

Nadere informatie

Feitenkaart Verhuizingen naar inkomen in Rotterdam op gebiedsniveau in 2010 en 2011

Feitenkaart Verhuizingen naar inkomen in Rotterdam op gebiedsniveau in 2010 en 2011 Feitenkaart Verhuizingen naar inkomen in Rotterdam op gebiedsniveau in 2010 en 2011 Op verzoek van een aantal gemeenten, waaronder Rotterdam, heeft het CBS berekeningen verricht over de inkomenskenmerken

Nadere informatie

Sociale acceptatie van homoseksualiteit in Zuid-Holland West

Sociale acceptatie van homoseksualiteit in Zuid-Holland West Sociale acceptatie van homoseksualiteit in Zuid-Holland West Gezondheidsonderzoek 2012 GGD Zuid-Holland West Juni 2013 Inleiding Deze factsheet beschrijft de sociale acceptatie van homoseksualiteit in

Nadere informatie

Rotterdam Veiligheidsindex 2012

Rotterdam Veiligheidsindex 2012 Rotterdam Veiligheidsindex 2012 Meting van de veiligheid in Rotterdam 2 Rotterdam Veiligheidsindex 2012 Meting van de veiligheid in Rotterdam Inhoud Woord vooraf 5 1. Inleiding 7 2. Rotterdam 9 3. Deelgemeenten

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Onderzoek Zondagopenstelling Gemeente Borger-Odoorn

Onderzoek Zondagopenstelling Gemeente Borger-Odoorn Onderzoek Zondagopenstelling Gemeente Borger-Odoorn Oktober 2015 2 Management Summary Inleiding Ongeveer een jaar geleden heeft de gemeenteraad van Borger-Odoorn besloten om de winkels in haar gemeente

Nadere informatie

Leefbaarheid en Veiligheid Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007

Leefbaarheid en Veiligheid Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007 Leefbaarheid en Veiligheid Hengelo 2007 Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007 COLOFON Uitgave Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie Gemeente Hengelo Hazenweg 121 Postbus 18,

Nadere informatie

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING

ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING ALPHENPANEL OVER ZONDAGSOPENSTELLING nieuwsbrief Februari 2015 Inleiding Deze nieuwsbrief beschrijft de resultaten van de peiling met het. Deze peiling ging over de zondagsopenstelling. De gemeenteraad

Nadere informatie

ROTTERDAMMERS EN COMPUTERS 2003. Resultaten uit de Omnibusenquête 2003

ROTTERDAMMERS EN COMPUTERS 2003. Resultaten uit de Omnibusenquête 2003 ROTTERDAMMERS EN COMPUTERS 2003 Resultaten uit de Omnibusenquête 2003 Projectnummer 03-2002 drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Mei 2003 In opdracht van de Afdeling Informatiebeleid

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Uitkomsten vragenlijst nulmeting Statenverkiezingen 2015

Uitkomsten vragenlijst nulmeting Statenverkiezingen 2015 Uitkomsten vragenlijst nulmeting Statenverkiezingen 2015 Respons Eind augustus 2014 zijn 3500 vragenlijsten naar willekeurige adressen gestuurd met het verzoek mee te werken aan het onderzoek. In totaal

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

VRIJWILLIGERSWERK EN INFORMELE HULP IN ROTTERDAM 2003. Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2003

VRIJWILLIGERSWERK EN INFORMELE HULP IN ROTTERDAM 2003. Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2003 VRIJWILLIGERSWERK EN INFORMELE HULP IN ROTTERDAM 2003 Resultaten uit de Vrijetijdsomnibus 2003 Projectnummer 03-2093 drs PA de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Maart 2004 In opdracht van

Nadere informatie

Internetpeiling ombuigingen

Internetpeiling ombuigingen Internetpeiling ombuigingen In opdracht van: Gemeente Sittard-Geleen januari 2012 Flycatcher Internet Research, 2004 Dit materiaal is auteursrechtelijk beschermd en kopiëren zonder schriftelijke toestemming

Nadere informatie

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder

Nadere informatie

TEVREDENHEIDS- ONDERZOEK EVENEMENTENPARKEER- REGELING 2007

TEVREDENHEIDS- ONDERZOEK EVENEMENTENPARKEER- REGELING 2007 TEVREDENHEIDS- ONDERZOEK EVENEMENTENPARKEER- REGELING 2007 Projectnummer 07-2722 drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) November 2007 In opdracht van de Afdeling Beleid & Ontwikkeling

Nadere informatie

Leefstijlen, verkeer en vervoer Schattingen uit de Omnibusenquêtes

Leefstijlen, verkeer en vervoer Schattingen uit de Omnibusenquêtes Leefstijlen, verkeer en vervoer Schattingen uit de Omnibusenquêtes - Leefstijlen, verkeer en vervoer Schattingen uit de Omnibusenquêtes - Projectnr. 10-3329 drs. P.A. de Graaf Centrum voor Onderzoek en

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Klanttevredenheid. Vereenzaming Ouderen Soest VOS

Klanttevredenheid. Vereenzaming Ouderen Soest VOS 2011 Klanttevredenheid Vereenzaming Ouderen Soest VOS Stichting Welzijn Ouderen Soest Molenstraat 8c 3764 TG Soest 035 60 23 681 info@swos.nl www.swos.nl KvK 41189365 Klanttevredenheidsonderzoek Vereenzaming

Nadere informatie

1 Algemene Gezondheid

1 Algemene Gezondheid 1 Algemene Gezondheid Gezondheid in Friesland In de uitwerking van het thema algemene wordt inzicht gegeven in de manier waarop de Friese bevolking van 19 jaar en ouder haar beoordeelt. Ook wordt kwaliteit

Nadere informatie

WONEN EN LEREN VAN VOLWASSENEN IN DE REGIO REGIOVERKEER IN DE VOLWASSENENEDUCATIE

WONEN EN LEREN VAN VOLWASSENEN IN DE REGIO REGIOVERKEER IN DE VOLWASSENENEDUCATIE WONEN EN LEREN VAN VOLWASSENEN IN DE REGIO REGIOVERKEER IN DE VOLWASSENENEDUCATIE drs. J.M. Reijnen Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) 27 januari 2005 In opdracht van de Dienst Stedelijk Onderwijs

Nadere informatie

Digitaal burgerpanel gemeente Noordwijkerhout

Digitaal burgerpanel gemeente Noordwijkerhout Digitaal burgerpanel gemeente Noordwijkerhout 0-meting burgerparticipatie en communicatie De gemeente Noordwijkerhout heeft een nieuw communicatiebeleidsplan dat uitgaat van meer omgevingsbewust werken

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

Kritische Prestatie Indicatoren Tevredenheidsindicatoren

Kritische Prestatie Indicatoren Tevredenheidsindicatoren Concerncontrol Team Onderzoek & Statistiek Kritische Prestatie Indicatoren Tevredenheidsindicatoren Omnibusonderzoek 2009 Omnibusonderzoek 2009, Team Onderzoek en Statistiek Gemeente Alkmaar pagina 1 Onderzoekskader

Nadere informatie

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet

MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam MOA 2005: weging en correctie voor allochtonen zonder Internet Djoerd de Graaf Onderzoek in opdracht van Intelligence Group Amsterdam,

Nadere informatie

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 20 t/m 23. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers.

Rapport monitor Opvang asielzoekers. week 20 t/m 23. Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers. Rapport monitor Opvang asielzoekers week 20 t/m 23 Onderzoek naar houding van Nederlanders t.a.v. de opvang van asielzoekers 10 juni 2016 Projectnummer: 20672 Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Resultaten

Nadere informatie

Feitenkaart vve-monitor Rotterdam 2015

Feitenkaart vve-monitor Rotterdam 2015 April 2016 Feitenkaart vve-monitor Rotterdam 2015 Onderzoek peuterspeelzalen en kinderdagverblijven 1 Deze feitenkaart bevat de resultaten van de jaarlijkse oktobertelling onder alle Rotterdamse peuterspeelzalen

Nadere informatie

Omnibusenquête deelrapport millenniumdoelen. februari Opdrachtgever: Bedrijfsvoering,

Omnibusenquête deelrapport millenniumdoelen. februari Opdrachtgever: Bedrijfsvoering, Omnibusenquête 2011 deelrapport Millenniumdoelen Omnibusenquête 2011 deelrapport millenniumdoelen februari 2012 Opdrachtgever: Bedrijfsvoering, Juridische Aangelegenheden Angelique Quentin Uitvoering:

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek 1-op-1 Relaties Trajecten

Klanttevredenheidsonderzoek 1-op-1 Relaties Trajecten Klanttevredenheidsonderzoek 1-op-1 Relaties Trajecten Rapportage van de tevredenheid bij cliënten van de één-op-één Relaties Trajecten Uitgevoerd in opdracht van Stichting Welzijn Ouderen Arnhem November

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

WAARDERING GEMEENTEBESTUUR KOGGENLAND

WAARDERING GEMEENTEBESTUUR KOGGENLAND WAARDERING GEMEENTEBESTUUR KOGGENLAND Gemeente Koggenland Maart 2016 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020-3330670 Rapportnummer 2016/concept Datum Maart

Nadere informatie