Erop of eronder. Bestaans(on)zekere boeren en hun overlevingsstrategieën KONING BOUDEWIJN STICHTING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Erop of eronder. Bestaans(on)zekere boeren en hun overlevingsstrategieën KONING BOUDEWIJN STICHTING"

Transcriptie

1 Erop of eronder Bestaans(on)zekere boeren en hun overlevingsstrategieën KONING BOUDEWIJN STICHTING

2 Erop of eronder Bestaans(on)zekere boeren en hun overlevingsstrategieën Henk Meert Marie Bourgeois Tom Vernimmen Guido Van Huylenbroeck Etienne Van Hecke

3 Erop of eronder Bestaans(on)zekere boeren en hun overlevingsstrategieën In 1999 verscheen het rapport Boeren in de knel. Armoede in land-en tuinbouw. Professor Etienne Van Hecke (Instituut voor Sociale en Economische Geografie, KULeuven) kwam hierin tot de vaststelling dat 22% van de landbouwersgezinnen in Vlaanderen een inkomen had lager dan euro, wat toen overeen kwam met het minimumloon. Concreet gaat het in Vlaanderen om ongeveer 7400 bedrijven.alhoewel voorzichtig moet omgesprongen worden met de interpretatie van dit cijfer, men kan bv. niet besluiten dat deze 22% allemaal arm zijn, kan je wel uit dit cijfer besluiten dat de landbouw met een serieus sociaal probleem zit en agrarische armoede een belangrijk fenomeen is. Eind 1999 werd dan ook beslist om het fenomeen agrarische armoede verder te analyseren. Centraal stond hierbij de vraag als er inderdaad zo n groot aantal boeren slechts over een dermate gering inkomen beschikt, hoe overleven ze dan?. Er was dus duidelijk nood aan meer diepgaand kwalitatief inzicht, naast het noodzakelijke cijfermateriaal. Het is overigens in de armoedeliteratuur bekend dat om tot een efficiënte bestrijding te komen van armoede, een goed inzicht in hoe armen overleven essentieel is. Er werd gekozen voor twee verschillende, doch complementaire manieren, om meer inzicht te krijgen in de overlevingsstrategieën van arme boeren. Enerzijds brachten twee ervaringsdeskundigen getuigenissen samen van landbouwers in moeilijkheden. Deze zorgvuldig geselecteerde en anoniem gemaakte getuigenissen werden gebundeld in een boekje Als boeren overleven wordt.... Het boekje werd ietwat onverwacht een groot succes, wat allicht betekent dat er effectief wel degelijk een serieus probleem is inzake agrarische armoede. Anderzijds werd aan onderzoekers van de afdeling landbouweconomie (UGent) en Sociale en Economische Geografie (KULeuven) gevraagd op wetenschappelijke basis, inzicht te kriigen in overlevingsstrategieën van boeren. Het rapport Erop of eronder. Bestaans(on)zekere boeren en hun overlevingsstrategieën, vormt als het ware de wetenschappelijke pendant van het boekje Als boeren overleven wordt.... Dit sluitstuk van de trilogie kwam tot stand op basis van intensieve diepte-interviews. De Koning Boudewijnstichting is bijzonder fier met dit rapport de wetenschappelijke evidentie te kunnen leveren voor een aangehouden inspanning voor boeren in de knel die eveneens recht hebben op elementaire menselijke waardigheid en respect.zij dankt hiervoor de auteurs en leden van de werkgroep die deze studie begeleiden en hoopt samen met hen een hardnekkig taboe te hebben doorbroken, met name dit van de stille en verborgen armoede bij uitstek, de agrarische armoede. januari 2002

4 Inhoud 1. HEBBEN BOEREN RECHT OP KLAGEN? 6 2. LANDBOUWERSGEZINNEN EN 9 DE WIJZIGENDE MAATSCHAPPIJ 2.1. Meer markt en maatschappelijke polarisering De overheid biedt minder bescherming Het plattelandsleven onderuit gehaald? HOE OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 12 VAN ARME BOEREN ACHTERHALEN? 3.1. Het belang van diepte-interviews Focus op kleine, grondgebonden beroepsbedrijven buiten de tuinbouw De verwerking van interviewgegevens Omtrent diepte-onderzoek, representativiteit en overdraagbaarheid ENKELE BELANGRIJKE KENMERKEN 15 VAN DE GEÏNTERVIEWDE HUISHOUDENS 5. HOE LANDBOUWERS EN HUN GEZINSLEDEN 18 ANNO 2001 SAMEN OVERLEVEN 5.1. Overlevingsstrategieën: een moeilijk begrip Verschillende soorten overlevingsstrategieën Overlevingsstrategieën binnen het landbouwbedrijf Overlevingsstrategieën in huishoudelijk verband DIVERSIFICATIE VAN INKOMSTEN, 26 EEN SPECIFIEKE OVERLEVINGSSTRATEGIE 6.1. Landbouwbedrijven ontwikkelen op een verschillende manier Agrarische en structurele diversificatie: hoe verloopt dit concreet? Externe diversificatie: buitenshuis werken als specifieke overlevingsstrategie Waarom landbouwbedrijven al dan niet diversifiëren Leidt diversificatie tot meer bestaanszekerheid voor het huishouden? ALGEMEEN BESLUIT 33 EN BELEIDSAANBEVELINGEN B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 5

5 1.Hebben boeren recht op klagen? Een hardnekkig cliché over landbouwers luidt dat ze altijd wel een reden vinden om te kunnen klagen.voor vele buitenstaanders weerspiegelen de grote landbouwbedrijven, de inzet van krachtige en dure machines, de evolutie naar steeds maar grotere percelen en de steeds groter wordende opbrengsten per ha of per dier eerder rijkdom dan armoede. Ook (te) eenvoudige statistische vergelijkingen wijzen ogenschijnlijk op de continu toegenomen welvaart onder de landbouwers. Zo levert een doorsnee Vlaamse koe vandaag inderdaad drie maal zo veel melk als vijftig jaar geleden (van amper 2000 liter naar 6000 liter per jaar, terwijl er bijna 10 maal minder werkuren aan besteed worden). Een boer kon in 1950 slechts 8 koeien melken per dag, nu gemakkelijk 80. Sinds 1950 verdubbelde het gemiddeld aantal melkkoeien per arbeidskracht ongeveer om de 15 jaar (8 in 1950, 16 in 1965, 32 in 1980 en 64 in 1995). Een hectare levert vandaag al vlug gemiddeld 8 ton tarwe op, terwijl er in 1950 amper 3 ton werd geoogst. Hebben boeren dan nog wel een reden om te klagen? Zijn er nog wel Vlaamse boeren die in armoede leven? Op deze vragen werd voor het eerst op overtuigende wijze geantwoord door E.Van Hecke (1999 en 2001). Hij combineerde diverse statistische bronnen en benaderingswijzen waarbij hij een onderscheid doorvoerde tussen het inkomen per arbeidskracht, het familiaal agrarisch inkomen uit het landbouwbedrijf en het totaal familiaal inkomen waartoe ook niet-agrarische verdiensten behoren. Zijn studie leidde tot de vaststelling dat op het einde van de 20ste eeuw nagenoeg een vierde van de Vlaamse beroepslandbouwers en hun gezinsleden moest zien rond te komen met maximaal EUR per jaar, een bedrag dat nauwelijks het wettelijke bestaansminimum benadert. Een groot deel van de Vlaamse landbouwers klaagt dus inderdaad met recht en rede. Nog niet zo lang geleden was de Vlaamse landbouw echter sterk verankerd in een algemeen vooruitgangsoptimisme. Een terugblik op de naoorlogse landbouw toont dat deze met rasse schreden een proces van schaalvergroting en modernisering heeft ondergaan.tot diep in de jaren tachtig liet deze evolutie nauwelijks ruimte voor enige gefundeerde kritische bedenkingen omtrent de positie van de achterblijvers, met name de landbouwers en hun gezinsleden die om één of andere reden niet konden inspelen op de dominante trends van schaalvergroting en mechanisering. Vooral het Europese Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) zou garant staan voor een reeks stevige vangnetten voor de minst succesvolle agrarische ondernemers.toch duiken vanaf het midden van de jaren 1990 ook in Vlaanderen diverse publicaties op die de vinger op de wonde leggen. Ze wijzen op de armoede waarin vele landbouwers en hun gezinsleden leven en overleven op de overgang naar de 21ste eeuw. Sommige situatieschetsen komen zelfs aardig dicht in de buurt van toestanden die door landbouwpublicisten opgetekend werden bij het begin van de 20ste eeuw: Citaat 1: Ze leven er als van de gemeenschap beroofd. Ze beschikken nauwelijks over meubels, ze hebben een slecht bed, een tafel met enkele stoelen en een gebrekkig gevulde provisiekast. Hun kleding hangt in de slaapkamer aan grote nagels die ze in de balken geslagen hebben. (...) Vooral in het noorden van de streek is de handel in dennenzaad belangrijk. De jongens van 14 tot 15 jaar oud, klimmen zodra ze thuiszijn van het rooien van suikerbieten op de Waalse bedrijven, op de dennenbomen, met sporen aan de voeten. Gewapend met een haak om de takken bij te halen,plukken ze de dennenappels. Ze verdienen er doorgaans een aardige stuiver aan wanneer handelaars langskomen om ze op te kopen. Citaat 2: Bespaard wordt vooral op voeding, verplaatsing en kleding. De alleenstaande boerin affirmeerde dat ze echt op alles moest besparen, ook op het eten.al haar verplaatsingen doet ze met de fiets.wat haar kleding betreft zei ze zelfs: vroeger kon je als je enkele dieren verkocht een nieuw kleedje kopen, nu zit dat er niet meer in.terwijl ze dit zei, wees ze op de trui die ze droeg waar verschillende gaten in zaten. Andere boeren haalden ook aan dat ze hun kleren goedkoop in lowbudget winkels kochten en dat merkkleding niet in aanmerking kwam. 6 E ROP OF ERONDER.

6 Citaat 3: Ook de kinderen merkten na verloop van tijd dat het financieel moeilijker ging. Zolang ze in de kleuterklas zaten, hadden Louis en Laura daar geen last van. Nu willen ze ook wel eens een boekentas van Kipling of mappen van K3. Dat hebben Wim en Leen handig opgelost met tweedehands materiaal. Zo hebben ze van hun bakker twee versleten schooltassen gekregen. Louis en Laura sprongen een gat in de lucht! Het eerste citaat, dat we taalkundig wat geactualiseerd hebben, is ontleend aan de monografieën van Vliebergh over het Hageland (1921 en 1923). Hij observeert er net na de Eerste Wereldoorlog heel wat situaties van diepe armoede en ellende onder de keuterboeren. In een dorp als Houwaart beschikken rond die tijd enkele tientallen bestaansonzekere huishoudens, allen actief in de landbouw, nauwelijks over kwalitatief toereikende bestaansmiddelen. In essentie verschilt het eerste gedeelte van dit citaat weinig van het tweede citaat dat steunt op interviews die studenten van het Instituut voor Sociale en Economische Geografie (K.U.Leuven) ongeveer 80 jaar na Vliebergh uitvoerden, eveneens in het Hageland (Meert en Van Hecke 1999). Samen met het derde citaat, ontleend aan de gebundelde interviews met bestaansonzekere landbouwers in de Westhoek (Vande Vyvere en Vanneste 2002), wijzen de vermelde handelingen van de landbouwers en hun gezinsleden op een reeks van overlevingsstrategieën. Die worden opgezet om elementaire bestaansmiddelen telkens te interpreteren in relatie tot de wijzigende consumptienormen in de maatschappij bereikbaar te houden. Dergelijke strategieën zijn uiteraard niet nieuw. In het eerste citaat vermeldt Vliebergh bijvoorbeeld ook nog dat jongeren na hun seizoensgebonden werk op de grote Waalse hoeven, dennenappels verzamelden in de bossen die door de lokale overheden in het Hageland beheerd werden. De dennenboompitten werden via kooplieden verhandeld en geëxporteerd naar Duitsland, de opbrengsten zorgden voor een substantiële aanvulling van het eigen karige budget. Een dergelijke verruiming van de centrale agrarische activiteiten, al dan niet binnen de grenzen van het eigenlijke landbouwbedrijf, wordt vandaag als diversificatie omschreven. Deze drie citaten illustreren dus niet alleen dat armoede onder landbouwers van alle tijden is, ze wijzen er ook op dat heel wat huishoudens naar creatieve oplossingen zoeken. Het ene gezin is daarbij al succesvoller dan het andere. Meteen stelt zich de vraag waarom de ene boer met succes de thuisverkoop van zuivelproducten opstart terwijl de andere boer daar niet in slaagt. Deze studie gaat hier dieper op in. In overleg met de Koning Boudewijnstichting hebben onderzoekers van het Instituut voor Sociale en Economische Geografie van de K.U.Leuven en van de Vakgroep Landbouweconomie van de Universiteit Gent in de loop van 2001 enkele tientallen Vlaamse landbouwers diepgaand geïnterviewd. Zij werden benaderd omdat op basis van getuigenissen van streekkenners en enkele statistische indicaties kon verondersteld worden dat ze in armoede leefden. De gesprekken werden nauwkeurig geregistreerd en nadien ontleed. Deze publicatie brengt een bondig verslag van de voornaamste bevindingen van deze studie. Ze is als volgt opgebouwd. Na dit eerste inleidende deel schetst een tweede deel enkele grootschalige maatschappelijke evoluties waarmee landbouwersgezinnen geconfronteerd worden sinds het begin van de jaren tachtig. Dit deel van het rapport moet beschouwd worden als de ruimere context die enkele niet-persoonsgebonden oorzaken aanreikt voor de vastgestelde armoede. Een derde methodologisch deel legt uit op welke wijze de concrete overlevingsstrategieën van landbouwersgezinnen werden achterhaald, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Vervolgens zoemen we in het vierde deel in op de belangrijkste kenmerken van de geïnterviewde agrarische huishoudens. Wat is de leeftijd van de bedrijfsleiders, de burgerlijke staat, de opleiding? Hoe staat het met de sociale netwerken van de leden van de geïnterviewde huishoudens? Hoe groot is het bedrijf dat ze uitbaten? Na deze algemene doorlichting van de huishoudens komen hun overlevingsstrategieën in een vijfde deel aan bod. De strategieën hebben zowel betrekking op het bedrijf in enge zin als op de ruimere leefwereld van het globale huishouden. Een zesde deel beschouwt meer specifiek de diversificatie van de inkomsten als overlevingsstrategie. Hierin komen verschillende B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 7

7 vormen van diversificatie aan bod, zowel zuiver agrarische vormen (bijvoorbeeld het overschakelen naar een andere teelt) als niet-agrarische vormen (bijvoorbeeld het zoeken naar een baan buitenshuis in de verkoopssector). Deze verschillende vormen van diversificatie worden geanalyseerd in relatie tot verschillende ontwikkelingspaden die landbouwbedrijven kunnen volgen. We sluiten deze publicatie af met een algemeen besluit en een reeks beleidsaanbevelingen. 8 E ROP OF ERONDER.

8 2.Landbouwersgezinnen en de wijzigende maatschappij Een terugblik op enkele grootschalige maatschappelijke processen van de voorbije twee decennia wijst op een drietal belangrijke ontwikkelingen waarmee landbouwers en hun gezinsleden vandaag geconfronteerd worden: meer vrije markt en sociale polarisering, afslanking van de welvaartsstaat en een aanhoudende erosie van het gemeenschapsleven en van sociale relaties. Deze drie processen verlopen quasi universeel doorheen de Westerse wereld (Mingione 1991). We schetsen hieronder bondig hoe ze inwerken op de concrete leefwereld van Vlaamse landbouwers. 2.1.Meer markt en maatschappelijke polarisering De toenemende invloed van de vrije markt is duidelijk waar te nemen in heel wat domeinen van het dagelijkse leven. Zo verbruiken landbouwersgezinnen steeds maar minder rechtstreeks hetgeen hun bedrijf zelf voortbrengt: melk bij de koffie komt al lang niet meer van de eigen koe maar uit een kartonnen brik die is aangekocht in het dichtst bijgelegen warenhuis. Tegelijk met de groeiende dominantie van de marktsfeer treedt er een verregaande sociale polarisering op. Dit is duidelijk in het geval van de arbeidsmarkt. Laaggeschoolde leden van boerengezinnen die een bijkomstige baan zoeken buiten het bedrijf worden daarbij dubbel getroffen: ze zullen niet alleen geconfronteerd worden met allerlei onzekere werkaanbiedingen (de zogenaamde hamburgerjobs), bovendien wordt hun achterstelling nog eens versterkt door hun beperkte mobiliteit en perifere ligging ten opzichte van de belangrijkste tewerkstellingspolen. Terwijl hamburgerjobs dus in belang toenemen en de werkloosheid hoog blijft, verwerven multinationale voedselproducerende ondernemingen steeds maar meer vrijheid om op wereldschaal winstgevende handelspraktijken te bedrijven. Vooral de aanpassingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid naar aanleiding van de Uruguay Ronde van de General Agreement on Tarifs and Trade (1994) leidden tot een verregaande liberalisering en spoorde de bedrijven aan om aan lagere kosten te produceren en hun schaalvoordelen optimaal uit te spelen. Lagere marktprijzen zorgen periodiek voor betalingsproblemen bij leveranciers en loonwerkers. Vooral hardfruit, aardappelen en varkens lijden hier regelmatig onder, omdat een stabiele marktregeling voor deze producten afwezig is. Bovendien verschuift een steeds groter gedeelte van de winst van de landbouwer naar zowel de inputzijde (de toeleverings- en dienstverlenende bedrijven) als naar de outputzijde (transporteurs, voedselverwerkers en distributiebedrijven) (Pretty 1998). De winstmarge van de landbouwers komt steeds meer onder druk te staan. Ook de banken spelen een belangrijke rol: leningen worden erg gemakkelijk toegekend zonder de bedrijven voldoende door te lichten. Dit hangt wellicht samen met de overheidssteun voor investeringen die maken dat leningen vlot verleend worden, dankzij de grote zekerheid die de staatswaarborg geeft.vooral in de kapitaalsintensieve tuinbouwsector en de intensieve varkenshouderij doen zich op dit vlak vaak problemen voor. De maatschappelijke polarisering die een van de hoofdkenmerken is van het nieuwe economische groeimodel heeft ook een duidelijke impact op het Vlaamse platteland. Gekoppeld aan de diep gewortelde anti-stedelijke mentaliteit van de Vlamingen (zie Kesteloot en De Maesschalck 2001), eigenen vooral de nieuwe veelverdieners zich nieuwe stukken platteland toe, zowel om er permanent te wonen als om er zich tijdens de vrije tijd te ontspannen. Op het platteland kan dan ook in zekere zin een onderscheid gemaakt worden tussen de productieve dimensie (waartoe vooral de landbouw hoort) en de consumptieve dimensie (waartoe de nieuwkomers op de woning- en de recreatiemarkt behoren) (zie Marsden 1998 voor een uitvoeriger beschrijving van deze trend). Voor de landbouwers kan deze sociaal-ruimtelijke polarisering van het platteland zowel een opportuniteit als een bedreiging inhouden. De meest succesvolle ondernemers zullen het nieuwe klimaat aangrijpen om in te spelen op hoevetoerisme en andere hoeveproducten (zoals bijvoorbeeld hoeveijs). Een deel van de minst succesvolle landbouwers zal graag de gelegenheid aangrijpen om het landbouwbedrijf af te bouwen en het recht op grond af te staan tegen een billijke vergoeding vanwege de nieuwe gebruikers. Andere minder succesvolle ondernemers die buiten de landbouw weinig structurele oplossingen zien, B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 9

9 zullen in het slechtste geval de gronden die ze konden pachten zien verloren gaan aan hobby-bedrijven, manèges en andere uitingen van de consumptieve variant van het hedendaagse platteland. 2.2.De overheid biedt minder bescherming Gelijklopend met het toenemend belang van de marktsfeer herdefinieert de overheid haar taak als ondersteunend vangnet voor individuen en gezinnen die niet langer rechtstreeks economisch geïntegreerd worden door de arbeidsmarkt (met inbegrip van de zelfstandigen). Verschillende trends wijzen hier op. We noemen er slechts een tweetal. Zo worden ten eerste minder kapitaalkrachtige en minder mobiele bewoners van het platteland sedert de voorbije twintig jaar geconfronteerd met de achteruitgang van allerlei diensten zoals het openbaar vervoer en de productie van sociale woningen. Vooral de dienstverlening door lokale overheden is vaak gebrekkig. De gewijzigde rol die de overheid opneemt in de bescherming van de lagere inkomensgroepen situeert zich ten tweede ook op een schaalniveau dat de nationale staat overstijgt, vooral wanneer het rechtstreeks gaat om de landbouwsector. In 1992 keurde de Raad van Europese Ministers de meest verregaande hervorming goed voor de Europese landbouw sinds de invoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Centraal stonden prijsverminderingen voor sleutelproducten, gekoppeld aan een reductie van cultuurgronden op de grotere bedrijven. Dit moest massale voedseloverschotten vermijden die in het kielzog van het GLB tot stand waren gekomen. Sinds de hervormingen van 1992 worden de boeren gecompenseerd voor het verlies aan inkomsten door een systeem van rechtstreekse inkomenssteun op basis van de bebouwde oppervlakte. Sinds Agenda 2000 is echter plattelandsontwikkeling en milieuzorg een stuk belangrijker geworden in het Europese landbouwbeleid en komt dit syteem van rechtstreekse betalingen onder druk te staan, ook uit budgettaire overwegingen. Pretty (1998) heeft erop gewezen dat deze beleidsoptie een Mattheüseffect in zich draagt: de grootste landbouwbedrijven vangen een onevenredig groot aandeel van de subsidies op, ten nadele van de kleinere bedrijven. Omdat maximale vergoedingen zijn vastgelegd afhankelijk van de veebezetting betekent dit concreet dat vooral rundveebedrijven met een significante daling van hun bedrijfsinkomen geconfronteerd worden. In vergelijking met Wallonië wordt de doorsnee Vlaamse landbouwer echter minder hard getroffen: de Waalse landbouw is namelijk beduidend meer gespecialiseerd in heel wat sectoren die door de hervormingen geviseerd worden (onder meer akkerbouw) (Van Hecke et al 2000).Toch mag men de gevolgen voor de Vlaamse veebedrijven niet onderschatten, zij lopen eveneens een verhoogd risico op een significante daling van het bedrijfsinkomen. Bovendien leidt, ondanks de minder universele bescherming die de overheid biedt aan de landbouwers, het geheel van beperkende maatregelen binnen de mest- en andere milieugerelateerde wetgeving tot een extra last voor landbouwers. Vooral de ondoorzichtige en zeer uitgebreide reglementeringen, gekoppeld aan een gebrekkige informatieverspreiding, zijn hiervoor verantwoordelijk (Vernimmen et al 2000). 2.3.Het plattelandsleven onderuit gehaald? De Nederlandse essayist Geert Mak heeft op treffende wijze beschreven hoe de landbouw sinds de Tweede Wereldoorlog voortdurend ontmenselijkt is (zie ook De Jonge 1994), hoe sociale relaties en onderling vertrouwen een slijtageslag ondergingen op basis van toegenomen competitie en naijver. Zijn waarheidsgetrouwe roman gaat concreet in op de wijzigende leefwereld van het Friese dorpje Jorwerd, maar de essentie van het verhaal is in grote lijnen ook elders in Europa herkenbaar (zie bijvoorbeeld Svendsen en Svendsen (2000) over het verdwijnen van de coöperatieve ondernemingen in de Deense zuivelsector). Hechte sociale relaties werden ooit door sociologen (vooral Tönnies) quasi exclusief aan het platteland toegekend op basis van een verondersteld sterk gemeenschapsleven. Los van de vraag of er in vergelijking met de steden ooit dergelijk idyllische en vreedzame samenlevingsverbanden op het platteland bestaan hebben, geldt natuurlijk de vaststelling dat de afname van het aantal 10 E ROP OF ERONDER.

10 boeren en de groeiende concurrentie onder de landbouwers niet meteen sociale relaties zal versterken. Ook de verstaatsing van heel wat wederzijdse hulp in het kader van de uitgebreide naoorlogse welvaartsstaat heeft heel wat sociale relaties overbodig gemaakt (zie De Decker en Meert 2000). Bovendien nemen sociale relaties onder landbouwers ook in omvang af omdat ze eenvoudigweg met minder zijn. Toch spelen ook andere grootschalige sociale processen een doorslaggevende rol. Dalende geboortecijfers, de vergrijzing van de bevolking en de crisis van het klassieke familiale model (gehuwde ouders met kinderen) zijn de voornaamste componenten van de zogenoemde tweede demografische transitie. Specifiek toegepast op de landbouwsector zijn vooral twee factoren van belang in België: de structurele veroudering van de landbouwbevolking en de verandering in de burgerlijke staat van de boeren. Recente cijfers tonen aan dat tussen 1992 en 2000 het aandeel gescheiden landbouwers in Vlaanderen precies verdubbeld is (van 1,00 % tot 2,00 %), terwijl het aandeel ongehuwde landbouwers steeg van % tot %. Het ligt voor de hand dat een veranderde gezinsstructuur wijzigingen binnen de sociale netwerken met zich meebrengt. B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 11

11 3.Hoe overlevingsstrategieën van arme boeren achterhalen? Landbouwers en hun gezinsleden mogen niet als passieve wezens beschouwd worden die de hoger beschreven trends gedwee ondergaan. Geconfronteerd met deze structurele hindernissen zoeken de meesten onder hen via allerlei overlevingsstrategieën naar creatieve oplossingen om de bestaanszekerheid van het gezin veilig te stellen. In dit hoofdstuk verduidelijken we de methode die we gebruikt hebben om deze overlevingsstrategieën van de landbouwersgezinnen te achterhalen. 3.1.Het belang v an diepte-interviews Zoals reeds aangegeven vergt een onderzoek naar de manier waarop landbouwers en hun gezinsleden armoede bestrijden enkele technieken die toelaten om diepgaand te peilen naar gevoelige informatie. Oppervlakkige schriftelijke enquêtes waarbij de respondenten bovendien een aantal informele praktijken op papier zouden moeten zetten, zijn dus uit den boze. Daarom werd geopteerd voor diepte-interviews met een vijftigtal landbouwers, gekoppeld aan voorafgaande gesprekken met zogenaamde bevoorrechte getuigen. Deze laatsten zijn mensen die vaak beroepshalve heel wat kennis bezitten over de te bevragen doelgroep en die daarom ook vaak als doorverwijzers kunnen functioneren. We hebben in totaal 49 landbouwers geïnterviewd, gespreid over 4 Vlaamse streken waar doorgaans veel kleine bedrijven voorkwamen (zie tabel 1). 3.2.Focus op kleine, grondgebonden beroepsbedrijven b uiten de tuinbouw Omdat in dit onderzoek potentieel bestaansonzekere landbouwers centraal staan, hebben we geopteerd voor een hoofddoelgroep die bestaat uit kleine bedrijven, met een Bruto Standaard Saldo (BSS) 1 lager dan EUR. Deze groep werd nog eens onderverdeeld in twee groe- TABEL 1: ENKELE KENMERKEN VAN DE GESELECTEERDE GEBIEDEN VOOR DE INTERVIEWS Streek Groep Aandeel kleine Verstedelijkings- Aantal gemeenten bedrijven graad interviews (BSS < EUR) Meetjesland Assenede/ Relatief weinig Gradiënt landelijk, 13 Sint-Laureins verstedelijkt Zuid-Oost Brakel/ Relatief veel Landelijk 11 Vlaanderen Geraardsbergen/ Ninove Pajottenland Gooik/Lennik/ Relatief veel Verstedelijkt 14 Dilbeek Hageland Aarschot/ Relatief veel Landelijk 11 Scherpenheuvel- Zichem/ Tielt-Winge/ Bekkevoort Bron: interviews 2001 en eigen bewerking 1. Het BSS is een maat voor de economische productie-omvang van een bedrijf, steunend op gemiddelde prijzen die per diersoort en per teelt aan de landbouwer betaald worden en waarvan de vaste kosten afgetrokken worden. Eerdere berekeningen van Van Hecke (1999) wezen uit dat 1 EUR BSS ongeveer overeenkomt met een jaarinkomen van 0.5 EUR. Concreet betekent dit dat gemiddeld genomen een bedrijf met een BSS van Euro gepaard gaat met een huishoudelijk jaarkinkomen van EUR. 12 E ROP OF ERONDER.

12 pen, namelijk zeer kleine bedrijven met een BSS lager dan EUR en bedrijven waarvan het BSS zich tussen EUR en EUR bevindt. Landbouwbedrijven met een BSS lager dan EUR zijn interessant om te achterhalen hoe landbouwers met een zeer lage potentialiteit toch het hoofd boven water kunnen houden. Van de groep landbouwbedrijven met een BSS dat hoger ligt dan EUR kan verwacht worden dat ze meer preventieve strategieën zullen ontwikkelen. Tijdens de gesprekken werd een vragenlijst in een zeer losse vorm overlopen. Op basis van het interview werd het reëel inkomen van een landbouwer geschat door kennis van de verkoopsaantallen en -hoeveelheden, en op basis van verklaringen met betrekking tot aanvullende inkomens en vervangingsinkomens. Het BSS heeft dus enkel als oriënterende indicator gediend en werd later door andere en meer concrete bronnen verfijnd en aangevuld. Naast deze groep kleinere bedrijven oordeelden bevoorrechte getuigen het ook nuttig enkele interviews uit te voeren bij grotere bedrijven die in (financiële) problemen verkeren of die een tijdelijke moeilijke periode overbrugd hebben. Deze groep wordt echter eerder aanvullend gezien. Het onderzoek spitst zich immers zeer specifiek toe op de problematiek van de kleinere probleembedrijven en er werden bijgevolg slechts 13 grotere bedrijven geïnterviewd (BSS groter dan EUR), op een totaal van 49 interviews. De volledige spreiding van het aantal interviews volgens de BSS-klassen is als volgt (tabel 2): Er werd ook voor geopteerd het onderzoek te beperken tot grondgebonden beroepsbedrijven. Tuinbouw en intensieve veeteelt worden dus buiten beschouwing gelaten omdat de sectorgebonden invloed meer algemene uitspraken dreigt te verstoren. 3.3.De verwerking v an interviewgegevens Alle interviews met de landbouwers en hun gezinsleden werden uitvoerig uitgeschreven. Bovendien werden heel wat kenmerken van de huishoudens en van de bedrijven gecodeerd en opgeslagen in een databank. Zo werd bijvoorbeeld de sterkte van het sociaal netwerk van de geïnterviewde huishoudens telkens gekwantificeerd aan de hand van enkele duidelijke criteria. Dit leidt tot een classificatie volgens zeer zwakke, zwakke, sterke en zeer sterke sociale netwerken. Bewerkingen op de uitgebreide databank laten toe om uiteenlopende kenmerken van de huishoudens en de bedrijven met elkaar te confronteren en te vergelijken. De uitvoerige verslagen leveren tegelijk heel wat rijke contextgegevens en concrete beschrijvingen van de overlevingsstrategieën op.we gebruiken ze in deze publicatie om de resultaten van de studie te illustreren. TABEL 2: VERDELING VAN DE GEÏNTERVIEWDE BEDRIJVEN NAAR OMVANG (BSS-KLASSE) VOLGENS STREEK Omvang Zeer kleine Kleine Grotere BSS Streek bedrijven bedrijven bedrijven officieel (BSS < EUR) (BSS tss (BSS > EUR) onbekend en EUR) Meetjesland Zuid-Oost Vlaanderen Pajottenland Hageland TOTAAL Bron: interviews 2001 en eigen bewerking B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 13

13 3.4.Omtrent diepte-onderzoek, r epresentativiteit en overdraagbaarheid Uiteraard laat deze studie, gebaseerd op een staal van 49 landbouwers, niet toe om statistisch veralgemeenbare uitspraken te doen voor de gehele landbouwersbevolking in Vlaanderen. Dit was overigens niet het opzet van het onderzoek. Dit diepte-onderzoek heeft tot doel achterliggende uitsluitingsmechanismen en hefbomen naar sociale integratie te ontsluiten. De diepgang die vereist is voor een dergelijk onderzoek gaat noodgedwongen gepaard met een relatief beperkte steekproef. In tegenstelling tot louter kwantitatief onderzoek hoeven bevindin- gen van kwalitatief onderzoek niet generaliseerbaar te zijn, wel overdraagbaar (zie Baxter en Eyles 1997, Peleman 2002). Dit betekent dat de resultaten ook in een andere context dan deze van de studie moeten kunnen gelden. Het is daarbij wel belangrijk deze context goed te omschrijven (dit doen we onder meer in het vierde deel van deze publicatie). De geloofwaardigheid van de resultaten (een andere criterium om kwalitatief onderzoek te evalueren) is getest door ze op verscheidene tijdstippen uitgebreid voor te leggen aan een begeleidingsgroep, samengesteld uit diverse specialisten uit de Vlaamse landbouwwereld. Hun inzichten en commentaren zijn mee verwerkt in de voorliggende publicatie. 14 E ROP OF ERONDER.

14 4.Enkele belangrijke kenmerken van de geïnterviewde huishoudens Op basis van de interviews konden de 49 landbouwersgezinnen ingedeeld worden in 4 groepen. Door de huidige bestaanszekerheid van de huishoudens (goed versus slecht) te confronteren met de mate van bestaanszekerheid van tien jaar geleden (eveneens goed versus slecht) kon de volgende typologie worden samengesteld. Deze typologie wordt in het vervolg van de tekst aangehaald om de resultaten van de geïnterviewde huishoudens te structureren.we zullen dus bijvoorbeeld telkens specifieke overlevingsstrategieën beschouwen in functie van stabiel bestaanszekere en bestaansonzekere huishoudens, terugvallers en probleemoplossers 2. Het is voorts belangrijk om te benadrukken dat de classificatie in de vier subgroepen uiteindelijk een uitspraak doet over de bestaanszekerheid op niveau van de huishoudens en niet over de levensvatbaarheid op niveau van de bedrijven. Anders gezegd: achter de stabiel bestaanszekere huishoudens kunnen heel wat economisch problematische landbouwbedrijven schuilgaan. Overigens vermeldt 70% van deze stabiel bestaanszekere huishoudens dat de leefbaarheid van hun bedrijf tijdens de jaren negentig wel degelijk achteruit is gegaan. Dit laat vermoeden dat deze huishoudens buiten de landbouw nog aanvullende inkomsten verwerven die de terugvallende opbrengsten van het landbouwbedrijf moeten compenseren. Een eerste interessante conclusie van de studie luidt dat de grote meerderheid van de 49 geïnterviewde huishoudens stabiel bestaanszeker is (zie tabel 3). Deze vaststelling is vooral interessant omdat we er impliciet vanuit gingen dat vooral problematische huishoudelijke situaties zouden domineren binnen de geselecteerde grootte-klasse van bedrijven. Deze verhouding kan echter niet als representatief beoordeeld worden, vooral omdat nogal wat van de meest ellendig ogende bedrijven (op basis van uiterlijk waarneembare kenmerken) de deuren krampachtig gesloten hielden wanneer we aanbelden voor een interview. Binnen het door ons geïnterviewde staal verkeert nagenoeg 1 op 4 huishoudens in een problematische situatie (terugval of aanhoudend bestaansonzeker), terwijl zes van de 49 huishoudens het vandaag beter hadden dan tien jaar geleden (de probleemoplossers). Door deze vier groepen te confronteren met een reeks bedrijfseconomische en huishoudelijke kenmerken kunnen nog een aantal interessante vaststellingen geformuleerd worden. 4.1.De bedrijfsgrootte Zo blijkt dat de bedrijfsgrootte, uitgedrukt in Bruto Standaard Saldo (BSS) wel een duidelijke link vertoont met de classificatie van de landbouwersgezinnen: bijna 80% van de aanhoudend bestaansonzekere huishoudens be- TABEL 3: CLASSIFICATIE VAN DE GEÏNTERVIEWDE HUISHOUDENS VOLGENS EVOLUTIE VAN HUN BESTAANSZEKERHEID Bestaanszekerheid nu (2000) goed slecht Bestaans- goed Stabiel bestaanszeker Terugvallend zekerheid 30/49 4/49 vroeger slecht Probleemoplossend Aanhoudend bestaansonzeker (1990) 6/49 9/49 Bron: interviews 2001 en eigen bewerking 2. De criteria die gebruikt werden om de mate van bestaanszekerheid van een huishouden te bepalen hielden zowel objectieve bedrijfseconomische gegevens in (bijvoorbeeld problemen om leveranciers te betalen) en huishoudelijke criteria (bijvoorbeeld een toets van hun totale inkomsten aan de armoedenorm van het Centrum voor Sociaal Beleid), als een subjectieve beoordeling van de leefbaarheid door het huishouden zelf. B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 15

15 heert een zeer klein landbouwbedrijf met een BSS van minder dan EUR. Terugvallers en aanhoudend bestaansonzekere huishoudens hebben steeds bedrijven die kleiner zijn dan EUR, terwijl geen enkel bedrijf binnen de probleemoplossers zeer klein is (met minder dan EUR BSS). 4.2.Burgerlijke staat v an de bedrijfsleider Het is eveneens opvallend dat de burgerlijke staat van de bedrijfsleider en de mate van bestaanszekerheid van het huishouden enkele onderlinge verbanden vertonen: gehuwde bedrijfsleiders zijn vooral terug te vinden binnen de meer bestaanszekere huishoudens, terwijl verweduwde en uit de echt gescheiden bedrijfsleiders vaker voorkomen in huishoudens met duidelijke economische problemen. Of huwen een goede remedie zou zijn om economische uitsluiting te bestrijden is hiermee niet beweerd. De interviews wijzen immers uit dat gebroken relaties evenzeer het gevolg kunnen zijn van aanzienlijke bedrijfseconomische knelpunten. 4.3.Leeftijd bedrijfsleider en de rol van inwonende bejaarden De ouderdom van de bedrijfsleiders verschilt nauwelijks tussen de economisch problematische en gezonde huishoudens. Het is voorts wel opvallend dat in huishoudens die het goed doen er duidelijk minder bejaarden inwonen dan in de problematische huishoudens. Uit de interviews blijkt dat inwonende bejaarden enerzijds zorgen voor een aanvullend inkomen uit pensioenen en dat ze regelmatig een handje kunnen toesteken op het bedrijf. Anderzijds blijkt het grootste probleem de bemoeizucht van de oudere boer te zijn, waardoor in sommige gevallen de bedrijfsvoering van de jongere boer en boerin volledig gepatroneerd wordt door de oudere generatie. Het zeer bondige citaat van een oudere ex-landbouwer uit het Pajottenland (leeftijd 80 jaar) is in dat opzicht veelzeggend. Ook het verhaal van een alleenstaande landbouwer, eveneens uit het Pajottenland en 54 jaar oud, is wat dergelijke dwingende machtsverhoudigen betreft, erg duidelijk. Hij leefde tot 1998 samen met zijn vader. Citaat 4: Ik bestuur, mijn dochter is uitbater. Citaat 5: In 1984 heeft hij het bedrijf van zijn ouders overgenomen en werd hij voltijds landbouwer. Zijn vader heeft hem wel altijd verteld hoe het moest; hij maakte s morgens een lijstje van wat de boer allemaal moest gedaan krijgen op die dag.toen zijn vader nog leefde,was deze er volledig tegen om een nieuwe machine aan te kopen.vijf jaar geleden heeft de boer wel een nieuwe tractor gekocht omdat de andere tractor toch al 34 jaar oud was. 4.4.Opleiding v an de bedrijfsleider Probleemoplossende huishoudens tellen beduidend minder laaggeschoolde bedrijfsleiders (enkel lager onderwijs), terwijl de terugvallende huishoudens veel meer bedrijfsleiders tellen met enkel een diploma van lager onderwijs. 4.5.Sterkte van sociale netwerken Alvorens de eigenlijke overlevingsstrategieën van de huishoudens te analyseren hebben we nog de sterkte van hun sociale netwerken afgewogen tegenover de vier subgroepen. De sterkte van een sociaal netwerk werd gemeten aan de hand van vier criteria die in de interviews aan bod kwamen: de aanwezigheid van familieleden in de buurt en de contacten die ze ermee onderhielden, of ze drie huishoudens konden opnoemen die ze goed kenden en die hen in geval van nood kunnen bijstaan in het bereikbaar maken van bestaansmiddelen, de diepgang van de relatie met de buren en tot slot hun participatie aan het verenigingsleven. Op basis van een kwantitatieve interpretatie en bewerking onderscheiden we zeer zwakke, zwakke, sterke en zeer sterke sociale netwerken. Het contrast tussen sterke en zwakke sociale netwerken loopt als een rode draad doorheen de vier onderscheiden subgroepen van huishoudens: stabiel bestaanszekere en probleemoplossende huishoudens beschikken over sterke tot 16 E ROP OF ERONDER.

16 zeer sterke sociale netwerken, terwijl de terugvallers en aanhoudend bestaansonzekere huishoudens vooral over zwakke tot zeer zwakke sociale netwerken beschikken. Het volgende citaat komt uit het interviewverslag over een landbouwer die er wegens financiële problemen niet in slaagt om de nodige verzekeringen af te sluiten. Hij woont samen met zijn 80-jarige moeder, is ongehuwd en 50 jaar oud. Het citaat verduidelijkt dat een beperkte koopkracht samengaat met sociaal isolement en beperkte steun op basis van sociale netwerken. Citaat 6: Zoals hij ons verder vertelt willen weinig mensen hem komen helpen omdat hij niet verzekerd is (brand en grote risico s). Moest er iets voorvallen, dan zou die persoon die hem komt helpen niet gedekt zijn. Zijn moeder heeft daarom vorig jaar nog met een tractor gereden omdat er geen volk was om te helpen tijdens de oogst. In een buitenlandse studie van de Mutualité Sociale Agricole (2001) bleek eveneens dat het niveau van de wederkerige hulp evenredig is met de economische middelen waarover het huishouden beschikt. Rijkdom zou dus wederzijdse ondersteuning onder landbouwers bevorderen volgens deze mututaliteit. Ruimer gesteld: wanneer huishoudens onvoldoende koopkracht hebben en ook voor de overheid in ontoereikende mate tegemoet gekomen worden, dan komen ze vaak ook nog eens te weinig aan hun trekken binnen het geheel van de wederkerige dienstverlening met andere huishoudens. B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 17

17 5.Hoe landbouwers en hun gezinsleden anno 2001 samen overleven 5.1.Overlevingsstrategieën: een moeilijk begrip De concrete invulling van het begrip overlevingsstrategie is niet zo eenvoudig. In dit onderzoek werden ze alvast beperkt tot de zuiver economische dimensie. Algemeen geformuleerd omvatten economisch georiënteerde overlevingsstrategieën de handelingen van bestaansonzekere personen en huishoudens die ze opzetten om ofwel rechtstreeks te besparen op hun uitgaven, ofwel om rechtstreeks hun koopkracht te verhogen. Agrarische huishoudens kunnen die strategieën opzetten in de context van hun landbouwbedrijf (bijvoorbeeld starten met thuisverkoop), maar evenzeer erbuiten (bijvoorbeeld tweedehands speelgoed voor de kinderen aankopen). Om te achterhalen of handelingen van mensen werkelijk als een overlevingsstrategie gelden, is het kennen van de achterliggende motivatie van cruciaal belang.twee voorbeelden verduidelijken dit. In het Pajottenland worden bronnen die nabij drukke uitvalswegen richting Brussel gelegen zijn, enerzijds frequent gebruikt door voornamelijk Brusselse Marokkanen die er hun drinkbaar water opslagen. Besparingen op het huishoudelijke budget vormen hier niet de drijfveer. De achterliggende motivatie is namelijk het voorschrift in de Koran om zo vers mogelijk voedsel rechtstreeks uit de natuur te betrekken. Hier is dus geen sprake van een economisch georiënteerde overlevingsstrategie. Maar deze bronnen worden anderzijds ook door nogal wat lokale boeren gebruikt om zich in het droge seizoen van drinkwater voor hun vee te voorzien. Het leegtrekken van de voorraadput bij de bron is voor een groot deel onder hen een stuk goedkoper dan het aanwenden van water dat door de watermaatschappij verdeeld wordt. Indien deze budgetbesparende motivatie doorweegt is duidelijk sprake van een overlevingsstrategie. 5.2.Verschillende soorten overlevingsstrategieën In dit onderzoek worden de overlevingsstrategieën van boeren en hun gezinnen op basis van twee methoden ingedeeld. Een eerste methode berust op de drie zogenaamde economische integratiesferen: marktruil, herverdeling en wederkerigheid (zie Meert en Kesteloot 1999). Een eenvoudig voorbeeld verduidelijkt dit: de nood om een bedrijfsgebouw te herstellen omwille van acuut instortingsgevaar. Een eerste mogelijkheid om hieraan te verhelpen is het inschakelen van een aannemer die de klus tegen een lage prijs komt klaren omdat hij onder andere minder degelijke materialen zal verwerken. Een tweede mogelijkheid bestaat er in een poging te ondernemen om het gebouw te laten herstellen met behulp van een overheidssubsidie, waarbij de aanvrager beroep doet op een klasseringsbesluit. Een derde mogelijke oplossing kan inhouden dat hij het gebouw laat herstellen door vrienden zonder dat hij hen financieel moet vergoeden, een wederdienst volstaat namelijk. De eerste overlevingsstrategie berust op het principe van de marktruil. Marktruil omvat alle transacties tussen mensen waarbij geld als ruilmiddel gebruikt wordt. Geld, of ruimer gesteld koopkracht, is dus van cruciaal belang. Het kan verworven worden via loonarbeid of via het zelfstandig commercialiseren van producten en diensten. Marktruil steunt op concurrentie en houdt in dat de sterksten voldoende geld verdienen en de zwakkeren (te) weinig. De tweede strategie houdt het aanwenden van centraal te herverdelen overheidsgelden in. Herverdeling is dus een tweede sfeer waarin overlevingsstrategieën kunnen ondergebracht worden. Herverdeling houdt in dat iedereen volgens afspraken en regels bijdraagt tot een centrale pot die dan herverdeeld wordt in functie van de behoeften. Dit principe is duidelijk aanwezig in de sociale zekerheid. Maar ook het toekennen van subsidies berust op dit principe. Overlevingsstrategieën houden dan soms in dat frauduleus wordt omgesprongen met deze afspraken en regels. Op dat moment kunnen ze gekarakteriseerd worden als uitsluitingsstrategieën (zie verder). De laatst genoemde strategie berust tenslotte op het principe van de wederkerigheid. In tegenstelling tot marktruil wordt hier geen geld gebruikt om een goed of een dienst te verwerven. Mensen wisselen dus onderling en op basis van onderling vertrouwen diverse goederen en diensten, zonder dat dwingende afspraken worden gemaakt omtrent de omvang en het tijdsstip. Omdat geen geld nodig is, houdt het wederkerig ruilen vaak overlevingsstrategieën in voor huishoudens die over weinig koopkracht beschikken E ROP OF ERONDER.

18 Een tweede methode om overlevingsstrategieën onderling te differentiëren berust op het onderscheid of ze uiteindelijk een gunstig of een ongunstig effect hebben (zie Meert 2000). In het eerste geval spreken we van integratiestrategieën, in het tweede geval van uitsluitingsstrategieën. Een integratiestrategie respecteert aangegane regels en afspraken en geeft toegang tot goederen en diensten met een nog behoorlijke kwaliteit. De aanschaf van een goedkope en nauwelijks gebruikte tweedehandse grasmaaier is een goed voorbeeld van een integratiestrategie. Het verrichten van goedkoop zwartwerk op een andere hoeve of bedrijf is een uitsluitingsstrategie omdat ze de geldende normen en regels negeert die op de langere termijn de sociaal-economische integratie van de huishoudens moet veilig stellen (onder meer het recht op een pensioen). Zoals reeds aangegeven kunnen overlevingsstrategieën van agrarische huishoudens opgedeeld worden naargelang ze al dan niet binnen het landbouwbedrijf opgezet worden. In het volgende overzicht hebben we daarom vier bedrijfseconomische strategiedomeinen onderscheiden en drie strategiedomeinen binnen de huishoudelijke sfeer. Vier strategiedomeinen binnen het landbouwbedrijf 1.Inzet van de productiefactor arbeid: het belang van regelmatige en occasionele hulp van vrienden en familieleden; 2.Inzet van de productiefactor onroerend kapitaal (gebouwen): de noodzaak tot verbouwen van bedrijfsgebouwen en het vernieuwen van het dak in het bijzonder; 3.Inzet van de productiefactor roerend kapitaal: aankoop van een tractor, toegang tot machines die ontbreken binnen het bedrijf en het onderhoud van machines in eigen bezit; 4.Bedrijfsvoering: het bijhouden van een bedrijfseconomische boekhouding en het uitvoeren van administratieve taken. Drie strategiedomeinen in de huishoudelijke sfeer 5.Participatie aan de arbeidsmarkt: het belang van inkomstenbronnen afkomstig van buiten het bedrijf; 6.De staat van de woning en het onderhoud: de bewoonbaarheid van de woning en de wijze van verbouwen; 7.Het organiseren van de mobiliteit: aankoop, staat en onderhoud van een individuele wagen. De keuze voor deze domeinen hangt samen met de zeer behoorlijke respons die de landbouwers en hun gezinsleden geleverd hebben tijdens de interviews In de realiteit berusten vele handelingen en overlevingsstrategieën tegelijk op verschillende economische integratiesferen. In deze studie hebben we enkel die strategieën voor verder onderzoek behouden die de bestaansmiddelen uiteindelijk bereikbaar maken. Een voorbeeld verduidelijkt dit: een alleenwonende landbouwer uit het Hageland bezorgt zijn nicht die in hetzelfde dorp woont regelmatig een deel van zijn opbrengsten in natura. Als één van de wederdiensten brengt zij hem regelmatig en zonder vergoeding naar goedkopere kledingszaken in de omgeving. Goedkope kleding wordt voor deze landbouwer dus bereikbaar op basis van wederkerige dienstverlening.toch brengen we in dit geval enkel marktruil in rekening omdat hij uiteindelijk de kleding goedkoop aankoopt en niet gratis krijgt aangeboden in een wederkerige sfeer. 4. In dit verslag beperken we ons tot de voornaamste conclusies per strategiedomein, concreet geïllustreerd met enkele typische en verhelderende onderdelen uit de gedetailleerde interviewverslagen. In het meer uitvoerige wetenschappelijke verslag zijn tal van grafieken opgenomen die steunen op de aangemaakte databank na kwantificering van de interviewgegevens. B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 19

19 5.3.Overlevingsstrategieën binnen het landbouwbedrijf Inzet van de productiefactor arbeid: Vooral stabiel bestaanszekere huishoudens doen beroep op wederkerige hulp van familie en vrienden Het spreekt voor zichzelf dat een landbouwbedrijf niet kan zonder de inzet van arbeid. In de huidige bedrijfsvoering kan deze, onder meer omwille van technologische redenen en omwille van de aanhoudende schaalvergroting, niet langer uitsluitend geleverd worden door de landbouwer en zijn gezinsleden. Op twee bedrijven na deden alle geïnterviewde landbouwers beroep op loonwerkers. Het regelmatig en occasioneel inschakelen van externe hulp verschilt wel grondig van bedrijf tot bedrijf. Regelmatige hulp door vrienden en/of familieleden komt opvallend genoeg enkel voor bij de groep van stabiel bestaanszekere huishoudens. Een vijfde van deze huishoudens doet haast het hele jaar door beroep op externe arbeid van familieleden en vrienden. Occasionele hulp, vooral tijdens het arbeidsintensieve oogstseizoen, komt bij de vier groepen van huishoudens voor, maar toch spannen ook hier de stabiel bestaanszekere huishoudens de kroon: meer dan de helft van dit type huishouden kan af en toe rekenen op een hulp tegen een wederdienst. Het is duidelijk dat deze overlevingsstrategieën zich grotendeels in de wederkerigheidssfeer situeren. Het volgende citaat handelt over een boerin (43 jaar oud, Meetjesland) die het bedrijf grotendeels alleen runt wegens ziekte van haar man. Ze hebben nog twee inwonende kinderen, waarvan de jongste nog studeert. De oudste zoon heeft ondertussen een eigen landbouwbedrijf. Citaat 7: De boerin werkt voltijds op het bedrijf. Ze krijgt veel hulp van haar zoon (administratie, kuisen van de stallen, bij ziekte, ) en omgekeerd helpt ze hem ook bij het kuisen van zijn stallen of zorgt zij voor zijn dieren als hij eens een dagje op uitstap wil gaan. Ze hoopt dat ze nooit ruzie heeft met haar zoon, want ondertussen beseft ze ook hoe afhankelijk ze geworden is van hem.vroeger bracht ze haar papieren zelf in orde, maar haar zoon kan het beter en doet het met de computer, wat zij helemaal niet kan. Hij doet ook het zwaardere werk zoals met de tractor rijden,wat zij eveneens niet kan. Op wat zakgeld na worden volgens de respondenten geen vergoedingen in het zwart uitbetaald voor het geleverde werk. Inzet van de productiefactor onroerend kapitaal (gebouwen): Bestaansonzekere huishoudens handelen duidelijk meer uitsluitingsgericht bij herstellingswerken aan hun bedrijfsgebouwen Uiteraard zullen landbouwers vlugger geneigd zijn om in geval van een mankement aan een bedrijfsgebouw of een haperende landbouwmachine zelf de handen uit de mouwen te steken. Zelfredzaamheid is in hoge mate eigen aan de landbouwstiel. Toch zijn nogal wat bedrijfsgebouwen er bijzonder slecht aan toe. In vele gevallen, maar niet altijd, geldt dit meteen ook voor de woning van het gezin (zie 5.4.). Figuur 1 illustreert één van de meest dramatische situaties. Het betreft een oudere, alleenstaande beroepslandbouwer die na herhaaldelijk aandringen een interview in het kader van deze studie bleef weigeren. Tijdens de interviews werd er gepolst naar de staat van de gebouwen en van de daken in het bijzonder. Vervolgens werd gepolst hoe de geïnterviewde huishoudens concreet omgaan met de nood tot het herstellen van hun bedrijfsgebouwen. Geen enkel huishouden dat recent in de bestaansonzekerheid verzeild geraakte kon zonder overlevingsstrategieën omgaan met dit soort problemen. In sommige gevallen werd gewoonweg niets gedaan en liet men de gebouwen verder verkommeren, in andere gevallen werd met goedkope zwartwerkers of met fami- 20 E ROP OF ERONDER.

20 lieleden gepoogd om de gebreken te herstellen, zoals blijkt uit de volgende citaten (het eerste heeft betrekking op een landbouwersgezin uit het Pajottenland met twee inwonende volwassen kinderen, het tweede citaat handelt over een alleenstaande boerin, eveneens uit het Pajottenland, die samen met haar hoogbejaarde ouders op het bedrijf woont). Figuur 1: Bedrijfsgebouwen en woning in een lamentabele staat (Pajottenland) (Foto: M. Bourgeois) Citaat 8: De stallen werden door zijn grootouders tijdens de oorlog gebouwd en zijn behalve het dak sindsdien nooit meer grondig verbouwd geworden.de huidige binneninrichting en de melkinstallatie (met potten) dateren nog van deze periode. Alle herstellingen en ook het leggen van een nieuw dak doet hij volledig zelf (met de kinderen). Zijn familie heeft nooit meegeholpen, ook omdat hij geen verzekering voor derden kan betalen. Citaat 9: De bedrijfsgebouwen werden tussen de twee wereldoorlogen opgetrokken en de laatste stal is 40 jaar geleden bijgezet. Het onderhoud ervan doet ze grotendeels zelf: we trekken ons plan of met de schoonbroers. Het dak van een stal is bijvoorbeeld twee jaar geleden hersteld en daar heeft ze zelf veel aan mee geholpen. Een aannemer was veel te duur om die in te schakelen. De langdurig bestaansonzekere huishoudens konden wel enkele gewone handelingen opzetten die niet het karakter van een overlevingsstrategie hadden. Dit is vooral omdat de landbouwers te oud zijn om zelf de gebouwen te herstellen of om op het dak te gaan. Daarom doen ze dus noodgedwongen beroep op een aannemer, ook al omdat ze weinig andere mensen kennen die de klus (informeel) kunnen klaren. Stabiel bestaanszekere huishoudens doen echter ook een beroep op aannemers, maar dan wel omdat ze er de koopkracht voor hebben. Dat geldt eveneens voor de probleemoplossende huishoudens.we beklemtonen nog dat alle probleemhuishoudens volkomen afhankelijk zijn van de marktsfeer om dergelijke grootschalige werken te laten doorvoeren. Landbouwersgezinnen die het momenteel goed hebben kunnen, op basis van hun sterker sociaal netwerk, in ongeveer 1 op 7 gevallen een beroep doen op familie of vrienden om bedrijfsgebouwen te herstellen. Dit bevestigt nog eens het beeld dat de productiefactor arbeid gaf in vorige paragraaf: de wederkerigheidssfeer biedt nauwelijks enig soelaas voor agrarische huishoudens met beperkte koopkracht. Inzet van de productiefactor roerend kapitaal: Onderling uitlenen en gezamenlijk aankopen van machines komt het meeste voor bij de langdurig financieel gezonde huishoudens Overlevingsstrategieën in verband met het roerend kapitaal op het landbouwbedrijf werden getoetst in verband met het bezit van een tractor, het inschakelen van machines die niet aanwezig zijn op het landbouwbedrijf en het onderhoud van het eigen machinepark. De antwoorden van de landbouwers bevestigen grotendeels de conclusies die we reeds formuleerden in het geval van het onroerend kapitaal. Zo blijkt over het algemeen dat huishoudens die het vandaag moeilijker hebben, eveneens op vlak van het bezit van machines en het onderhoud ervan, veel vaker uitsluitingsgericht werken. Huishoudens die daarentegen een gestage verbetering van hun economische leefbaarheid doormaakten tijdens de voorbije tien jaar (de probleemoplossers ), kopen veel meer nieuwe B ESTAANS( ON) ZEKERE BOEREN EN HUN OVERLEVINGSSTRATEGIEËN 21

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie

Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie DEEL ARMOEDEBESTRIJDING Actieplan 1 Informatie- en preventiebeleid naar de Zeelse bevolking toe op het vlak van o.m. (kinder)armoede, gezondheid, participatie Actie 1 : Het OCMW zorgt er, zelfstandig of

Nadere informatie

Kinderarmoede in het Brussels Gewest

Kinderarmoede in het Brussels Gewest OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL Senaat hoorzitting 11 mei 2015 Kinderarmoede in het Brussels Gewest www.observatbru.be DIMENSIES VAN ARMOEDE

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2009

Digitale (r)evolutie in België anno 2009 ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 9 februari Digitale (r)evolutie in België anno 9 De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 71% van de huishoudens in

Nadere informatie

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek 5. Verkrijgen en toekennen van de Belgische nationaliteit 1 5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek Sinds het ontstaan van het Koninkrijk stijgt het aantal vreemdelingen dat Belg wordt

Nadere informatie

Snelle vergrijzing in Japan vraagt om actie

Snelle vergrijzing in Japan vraagt om actie Snelle vergrijzing in Japan vraagt om actie Inleiding Vrijwel elk ontwikkeld land wordt geconfronteerd met een vertraging van de groei of teruggang in zijn bevolking. De Japanse bevolking vergrijst zo

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

De leefvorm van moeders bij de geboorte van een kind: evolutie in het Vlaamse Gewest tussen 1999 en 2007

De leefvorm van moeders bij de geboorte van een kind: evolutie in het Vlaamse Gewest tussen 1999 en 2007 2010/19 De leefvorm van bij de geboorte van een kind: evolutie in het Vlaamse Gewest tussen 1999 en 2007 Martine Corijn D/2010/3241/451 Samenvatting In het Vlaamse Gewest nam tussen 1999 en 2007 het aandeel

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België 2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België Martine Corijn D/2011/3241/020 Inleiding Het dalende aantal huwelijken en het stijgende aantal echtscheidingen maakt dat langdurende huwelijken soms minder

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be)

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Landbouw in Oekraïne 12/05/2011 Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Oekraïne is groter dan elk land van de EU. De goede ligging van het land, gecombineerd met de vruchtbare bodems, geeft

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 Lichte daling werkloosheid Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2015 De werkloosheidgraad gemeten volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau daalde

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 31 juli 2007 De honden en katten van de Belgen Highlights Ons land telde in 2004 1.064.000 honden en 1.954.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Problematiek varkenshouderij

Problematiek varkenshouderij Problematiek varkenshouderij Vaststellingen Vertrouwensindex Landbouw 2011 van Landbouwkrediet Jozef De Laporte Kenniscenter Landbouw Landbouwkrediet Enquête Landbouwkrediet Berekening vertrouwensindex

Nadere informatie

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor?

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor? Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor? Erwin Wauters Senior Onderzoeker Melle, 27 maart 2015 WAT IS DE VRAAG EIGENLIJK Wat na de quota Wit goud of zwarte sneeuw?* De meningen

Nadere informatie

-Een buurt kan hoog scoren op de dimensie demografie maar laag op de dimensie huisvesting, er zijn buurten die hoog scoren op werkloosheid en

-Een buurt kan hoog scoren op de dimensie demografie maar laag op de dimensie huisvesting, er zijn buurten die hoog scoren op werkloosheid en 1 2 3 4 -Een buurt kan hoog scoren op de dimensie demografie maar laag op de dimensie huisvesting, er zijn buurten die hoog scoren op werkloosheid en huisvesting, maar niet op demografie. Elke kansarme

Nadere informatie

Schuivende panelen. Petra Berkhout

Schuivende panelen. Petra Berkhout Schuivende panelen Petra Berkhout Kerncijfers agrocomplex Nederland, 2012 2 Aandeel (%) van deelcomplexen in TW en werkgelegenheid, 2012 Deelcomplex Toegevoegde waarde Werkgelegenh eid 2012 2012 Akkerbouw

Nadere informatie

Kinderen en de gezinsvorm waarin ze opgroeien: een schets van de veranderingen tussen 1990 en 2008

Kinderen en de gezinsvorm waarin ze opgroeien: een schets van de veranderingen tussen 1990 en 2008 2/14 Kinderen en de gezinsvorm waarin ze opgroeien: een schets van de veranderingen tussen 199 en 28 Edith Lodewijckx D/2/3241/326 Vraagstelling Maatschappelijke en culturele ontwikkelingen hebben ingrijpende

Nadere informatie

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan?

Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de crisis doorstaan? Hoe heeft de sociale zekerheid de economische crisis van 2009 en 2012 doorstaan? Die twee jaar bedraagt de economische groei respectievelijk -2,8% en

Nadere informatie

INKOMSTEN BEELDENDE KUNSTENAARS

INKOMSTEN BEELDENDE KUNSTENAARS INKOMSTEN BEELDENDE KUNSTENAARS In het kader van de opdracht coördinatie en verruiming van het sociaal overleg in de artistieke sector wil het Kunstenloket met dit onderzoek nagaan op welke manier beeldende

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek 7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal

Nadere informatie

Subsidiereglement OCMW Gent Projectoproep Projecten en/of Activiteiten in de strijd tegen armoede

Subsidiereglement OCMW Gent Projectoproep Projecten en/of Activiteiten in de strijd tegen armoede Subsidiereglement OCMW Gent Projectoproep Projecten en/of Activiteiten in de strijd tegen armoede Artikel 1 Middelen aan derden doelstelling OCMW Gent heeft de regierol in de strijd tegen armoede in Gent.

Nadere informatie

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA 0 Lesschema 1 WAT IS PLANTAGELANDBOUW? 1.1 Bestudeer de afbeeldingen en satellietbeelden van plantages 1.2 Input, proces en output 2 WAAR DOET MEN AAN PLANTAGELANDBOUW?

Nadere informatie

Uitzicht op de heuvels 10 km van Kabaya Uitzicht op de heuvels ten noorden van Kabaya. Ongeveer 7 km van het dorp.

Uitzicht op de heuvels 10 km van Kabaya Uitzicht op de heuvels ten noorden van Kabaya. Ongeveer 7 km van het dorp. Verblijf van Tautvydas Rindzevicius in Kabaya/RWANDA in het kader van het bezoek aan wezen en kwetsbare kinderen gesponsord door de Jyambere stichting. Inleiding Tijdens de periode van juli-augustus 2015,

Nadere informatie

KAN JE MET DE VERWERKING EN VERKOOP VAN HOEVEZUIVEL IETS VERDIENEN?

KAN JE MET DE VERWERKING EN VERKOOP VAN HOEVEZUIVEL IETS VERDIENEN? KAN JE MET DE VERWERKING EN VERKOOP VAN HOEVEZUIVEL IETS VERDIENEN? 1/ Samenvatting Om de rendabiliteit van een product te bepalen moet je eerst zicht hebben op de kostenstructuur van dit product, moet

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

3. Kenmerken van personenwagens

3. Kenmerken van personenwagens 3. Kenmerken van personenwagens Tabel 29: Verdeling van personenwagens volgens bouwjaarcategorie Bouwjaar categorie bjcat 1990 en eerder 403.46 3.89 403.46 3.89 1991 tot 1995 997.17 9.62 1400.63 13.52

Nadere informatie

Pensioenzekerheid voor iedereen

Pensioenzekerheid voor iedereen Pensioenzekerheid voor iedereen WAAROM HERVORMEN? Fundamenten sociale zekerheid dateren van WO II: 65 jaar geleden Uitgangspunten (sociale bescherming met evenwicht tussen solidariteit en verzekerd inkomen)

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 juli 2010 De honden en katten van de Belgen Enkele conclusies Ons land telde in 2008 1.167.000 honden en 1.974.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer Twentse landbouw in nieuw krachtenveld Gerko Hopster &JurgenNeimeijer Programma Voorstellen Stellingen Presentatie trends en ontwikkelingen Discussie Conclusies en afronding Pratensis Adviesbureau voor

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

Samenvatting rapport onderzoek Welbevinden bij Landbouwers Midden West-Vlaanderen en de Westhoek

Samenvatting rapport onderzoek Welbevinden bij Landbouwers Midden West-Vlaanderen en de Westhoek Samenvatting rapport onderzoek Welbevinden bij Landbouwers Midden West-Vlaanderen en de Westhoek Landbouwer heeft al bij al een positief welbevinden Dat de landbouwsector het hard te verduren heeft in

Nadere informatie

ITINERA INSTITUTE PERSBERICHT

ITINERA INSTITUTE PERSBERICHT ITINERA INSTITUTE PERSBERICHT België WK VOETBAL is een immigratienatie 2018, 2012/11 15 05 2012 MENSEN WELVAART BESCHERMING België is een immigratienatie: 25% van de bevolking is van oorsprong migrant.

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl economie 2011 - II

Eindexamen vmbo gl/tl economie 2011 - II Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. MINpunten 1 maximumscore 1 2 / 6 x 100 % = 33,3% 2 maximumscore 1 Voorbeeld van een juiste reden: Klantenbinding:

Nadere informatie

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES «WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES Brussel wordt gekenmerkt door een grote concentratie van armoede in de dichtbevolkte buurten van de arme sikkel in het centrum van de stad, met name

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Financiële crisis verandert onze manier van wonen.

Financiële crisis verandert onze manier van wonen. Persdossier Mei 2013 Evy Raes. Beeld uit de ILIV- Thuis in beeld -fotoreportage 2013 Financiële crisis verandert onze manier van wonen. Solidariteit neemt toe: co-housing, kangoeroewonen en thuiszorg in

Nadere informatie

De Belgische markt voor Babyartikelen 2012

De Belgische markt voor Babyartikelen 2012 De Belgische markt voor Babyartikelen 2012 Rapport samengesteld door: Tom Vansteenkiste Tim Hegeman Nederlandse Kamer van Koophandel voor België en Luxemburg Tervurenlaan 168 bus 2, 1150 Brussel T +32

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 15 oktober 2015

PERSBERICHT Brussel, 15 oktober 2015 PERSBERICHT Brussel, 15 oktober 2015 Materiële deprivatie in België Met een diepere blik op materiële deprivatie bij kinderen 6% van de Belgische bevolking heeft te maken met ernstige materiële deprivatie,

Nadere informatie

het Domein patiëntenperspectief

het Domein patiëntenperspectief het Domein patiëntenperspectief omschrijving: Het effect van de behandeling op de levenskwaliteit van de patiënt, gemeten op basis van een combinatie van een objectieve (op basis van meetschalen) en een

Nadere informatie

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren Kabinet van Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding Philippe COURARD Kabinet van Minister van KMO'S, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid Sabine LARUELLE Persbericht

Nadere informatie

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen

VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen VLAAMSE OUDERENRAAD Advies 2013/3 over de overdracht van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) naar Vlaanderen Vlaamse Ouderenraad vzw 18 december 2013 Koloniënstraat 18-24 bus 7 1000 Brussel

Nadere informatie

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie

Nadere informatie

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?

Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Boek uitgegeven bij Garant Redactie: Sien Winters Auteurs: Sien Winters, Kristof Heylen, Marietta Haffner, Pascal De Decker, Frank Vastmans, Erik Buyst Boekvoorstelling

Nadere informatie

CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen

CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Persbericht PB14 037 02 06 2014 16.00 uur CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Koopkracht van werknemers in gezondheids- en welzijnszorg steeg in 2008-2012 elk jaar Zelfstandigen en pensioenontvangers

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Van hoeveel mensen is de energie geheel of gedeeltelijk afgesloten? Aangezien de drie gewesten niet dezelfde

Nadere informatie

Sociale maatregelen drinkwater 28 maart 2012

Sociale maatregelen drinkwater 28 maart 2012 i. inleiding Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw Aromagebouw / Vooruitgangstraat 323 bus 6 (3 de verdieping) / 1030 Brussel / tel. 02-204 06 50 / fax : 02-204 06 59 info@vlaams-netwerk-armoede.be

Nadere informatie

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische

Nadere informatie

Armoedebarometer 2012

Armoedebarometer 2012 Armoedebarometer 2012 Jill Coene An Van Haarlem Danielle Dierckx In opdracht van Decenniumdoelen 2017 Armoede in cijfers Kinderen geboren in een kansarm gezin verdubbeld tot 8,6% op tien jaar tijd - Kwalijke

Nadere informatie

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen.

Kinder- en Jongerentelefoon. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Advies Kinder- en Jongerentelefoon Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Parlementaire vraag van de heer J. Roegiers over bijkomende subsidiëring van de Kinder- en Jongerentelefoon

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding:

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding: Dossier regionale luchthavens 0. Aanleiding: In 2004 presenteerde het Vlaams Forum Luchtvaart een rapport en aanbevelingen aan de Vlaamse regering over de luchtvaart in Vlaanderen [2]. Belangrijk onderdeel

Nadere informatie

Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw bij werknemers

Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw bij werknemers Gelijkgestelde periodes in de pensioenopbouw bij werknemers Peeters, H. & Larmuseau, H. (2005). De solidariteit van de gelijkgestelde periodes. Een exploratie van de aard, het belang en de zin van de gelijkgestelde

Nadere informatie

Studiedag melkvee Mag het een liter méér zijn?

Studiedag melkvee Mag het een liter méér zijn? Studiedag melkvee Mag het een liter méér zijn? Financiering van het groeiend melkveebedrijf Jan Leyten 6 november 2014 Agenda 1. Evoluties in de melkveesector 2. Verantwoord investeren 3. Investeren in

Nadere informatie

Voorwaarden voor het secundair onderwijs

Voorwaarden voor het secundair onderwijs studie beurs Koken kost geld. En studeren ook. Een studiebeurs kan helpen. Velen laten die kans liggen. Misschien is het toch de moeite om een aanvraag in te dienen. De reglementering voor het hoger onderwijs

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

ARBEIDSMARKTMOBILITEIT Hoofdstuk 8

ARBEIDSMARKTMOBILITEIT Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 8 Tom Vandenbrande Anno 2000 verloopt de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in Vlaanderen vrij vlot. Ruim driekwart van de jongeren is een jaar na het schoolverlaten aan het werk. Minder

Nadere informatie

De biobestedingen groeien tegen de algemene voedingstrend in

De biobestedingen groeien tegen de algemene voedingstrend in De biobestedingen groeien tegen de algemene voedingstrend in De biobestedingen groeiden in 2014 verder door terwijl de totale voedingsbestedingen voor het eerst sinds jaren daalden. Ruim negen op de tien

Nadere informatie

De Belg en zijn spaargedrag (2/2): het budget

De Belg en zijn spaargedrag (2/2): het budget _ Focus on the Belgian economy Economic Research De Belg en zijn spaargedrag (2/2): het budget Oscar Bernal Economic Research, ING België Brussel (32) 2 547 39 95 oscar.bernal@ing.be Julien Manceaux Economic

Nadere informatie

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012 Meer met minder Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI 6 juni 2012 Inhoud presentatie Mondiale trends die van invloed zijn op toekomstige watervraag Nationale

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Resultaten HBSC 14 Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van

Nadere informatie

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 Gedurende de geschiedenis hebben verschillende factoren zoals slavernij, migratie, de katholieke kerk en multinationals zoals de Shell raffinaderij de gezinsstructuren

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX FOCUS 2015 DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX RESULTATEN ENQUÊTE VOORJAAR 2015 INHOUD 1. Vlaamse conjunctuurindex 2. Landbouw 3. Tuinbouw 4. Investeringen 5. Belemmeringen 6. Meer informatie 1. VLAAMSE

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008 Armoede in België Ter gelegenheid van de Werelddag van Verzet tegen Armoede op 17 oktober heeft de Algemene Directie Statistiek

Nadere informatie

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur 2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal

Nadere informatie

EAPN Assessment: Nationale Hervormingsprogramma s en Nationale Sociale Rapporten. 26 september 2012 Brussel

EAPN Assessment: Nationale Hervormingsprogramma s en Nationale Sociale Rapporten. 26 september 2012 Brussel EAPN Assessment: Nationale Hervormingsprogramma s en Nationale Sociale Rapporten 26 september 2012 Brussel 1. Europa 2020 - Minder en minder aandacht voor inclusieve groei en armoede doelstelling Economisch

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp

De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp Definities Huishoudelijke hulp De behoefte aan huishoudelijke ondersteuning door derden, bestaande uit bijvoorbeeld de activiteiten schoonmaken, koken, boodschappen

Nadere informatie

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW FOCUS 2014 INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW RESULTATEN 2014 VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op innovatie 2. Innovatie bij Vlaamse land-

Nadere informatie

VOORSTEL VAN DECREET VAN MEVROUW SONJA BECQ EN MEVROUW VEERLE HEEREN C.S HOUDENDE REGELING VAN DE THUISOPVANG VAN ZIEKE KINDEREN

VOORSTEL VAN DECREET VAN MEVROUW SONJA BECQ EN MEVROUW VEERLE HEEREN C.S HOUDENDE REGELING VAN DE THUISOPVANG VAN ZIEKE KINDEREN ADVIES VOORSTEL VAN DECREET VAN MEVROUW SONJA BECQ EN MEVROUW VEERLE HEEREN C.S HOUDENDE REGELING VAN DE THUISOPVANG VAN ZIEKE KINDEREN Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Voorstel

Nadere informatie

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Inleiding Door de opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologieën is het voor huishoudens eenvoudiger en goedkoper geworden om de vrije besparingen,

Nadere informatie

Nawoord. Armoede vandaag

Nawoord. Armoede vandaag Nawoord Via hun levensverhaal laten Emilie en Nico ons binnenkijken in de leefwereld van mensen in armoede. Het is een beklijvend getuigenis over hun dagelijkse strijd om te overleven, ook over hun verlangen

Nadere informatie

Overlevingsstrategieën voor een multifunctionele landbouw in verstedelijkte gebieden

Overlevingsstrategieën voor een multifunctionele landbouw in verstedelijkte gebieden Overlevingsstrategieën voor een multifunctionele landbouw in verstedelijkte gebieden DEEL II: Bijlage II - 1 1 Ruimtelijke structuur van België 1.1 Kenmerken en de interne dynamiek van de landbouw De ruimtelijke

Nadere informatie

Verantwoord krediet voor de autofinanciering. Brussel, 9 januari 2013

Verantwoord krediet voor de autofinanciering. Brussel, 9 januari 2013 Verantwoord krediet voor de autofinanciering Brussel, 9 januari 2013 Overzicht 1. Autofinanciering voor particulieren in 2012 2.1 De automarkt in België 2.2 De markt van het consumentenkrediet in België

Nadere informatie

Leefbaarometer. In grote delen van Tilburg gaat het prima met de leefbaarheid. Vooral in Tilburg-Noord zijn er leefbaarheidsproblemen.

Leefbaarometer. In grote delen van Tilburg gaat het prima met de leefbaarheid. Vooral in Tilburg-Noord zijn er leefbaarheidsproblemen. Leefbaarheid De Leefbaarometer brengt de leefbaarheid op het laagst mogelijke schaalniveau in beeld. In combinatie met andere gegevens en kaartbeelden wordt de achtergrond van de leefbaarheid duidelijk.

Nadere informatie

Bedrijfsontwikkelingsplan. Onderbouwing landbouwkundige noodzaak voor wijziging van de bestemming op het perceel Hoofdstraat 28 te Beerta

Bedrijfsontwikkelingsplan. Onderbouwing landbouwkundige noodzaak voor wijziging van de bestemming op het perceel Hoofdstraat 28 te Beerta Bedrijfsontwikkelingsplan Onderbouwing landbouwkundige noodzaak voor wijziging van de bestemming op het perceel Hoofdstraat 28 te Beerta Opdrachtgever Naam : B.A. de Boer Postadres : Hoofdstraat 28, 9686

Nadere informatie