Wat kies jij? De economieles. Schaarste en ruil

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wat kies jij? De economieles. Schaarste en ruil"

Transcriptie

1 1 Schaarste en ruil Wat kies jij? Leerdoelen De kern van de economie ervaren: het maken van keuzes Het economische begrip schaarste begrijpen Nutsmaximalisatie ervaren De invloed van prijzen op keuzegedrag begrijpen Gerelateerde experimenten Mag het een onsje meer zijn? (2.2) H 25 minuten (voorbereiding; 10 minuten / uitvoering 15 minuten) Instrument om de tijd mee aan te duiden, zoals een zandloper Bewerkelijkheidsindicatie: HH Voor dit experiment bestaat geen ondersteunend materiaal. Cheesburger, McNuggets, Filet-O-Fish, Big Mac, McFries, Milkshake, Sundae ijs, wat zal ik vandaag nemen? Theo is bijna aan de beurt en bekijkt het menu. Hij is net klaar met vakkenvullen. Dat doet hij iedere zaterdag om extra zakgeld te hebben. Maar denk erom, hadden zijn ouders gezegd, je schoolwerk mag er niet onder lijden. Dat zal niet gebeuren. had Theo beloofd. En hij hield woord. Vorig jaar ging hij over met goede cijfers, én hij had iedere zaterdag gewerkt. Daarvoor is hij wel gestopt met voetballen. Je kunt je tijd maar één keer gebruiken, had zijn vader gezegd. Voetballen, én goede cijfers, én geld verdienen, dat gaat gewoon niet. Je wilt je vrienden toch ook nog wel eens zien? Theo begrijpt inmiddels wat ze bedoelen met tijd is schaars. Hij wil eigenlijk teveel dingen doen. Maar daar heeft hij geen tijd voor. Inmiddels heeft hij wel een aardig bedrag bij elkaar gespaard. Steeds vaker bedenkt hij wat hij daar mee zal doen. Een verre reis als ik klaar ben met school, een nieuwe scooter, autorijlessen, dat kan nu allemaal! Het probleem is dat Theo niet genoeg geld heeft voor alles. Hij zal moeten kiezen. Net zoals nu. Om niet teveel geld uit te geven spaart Theo automatisch. Iedere maand wordt er een deel van zijn verdiende geld op een spaarrekening gezet. Wat overblijft is om uit te geven, bijvoorbeeld bij McDonalds. Vanavond wil ik ook nog naar de bioscooop. denkt Theo. Meer dan 7,50 wil ik nu niet uitgeven. Hij kijkt nog eens naar het menu en maakt zijn keuze. Zeg het maar. zegt het meisje achter de kassa. Een cheeseburger, een grote McFries met mayonaise, een milkshake banaan, en een Sundae ijs chocola. De economieles De kern van de economie is dit: het maken van keuzes over de aanwendingsrichting van beperkt aanwezige middelen die alternatief aanwendbaar zijn om oneindige behoeftes te bevredigen. Deze mondvol moeten leerlingen niet kunnen opdreunen, maar begrijpen. Daar is dit klaslokaalexperiment voor bedoeld. Om te begrijpen waarom iedereen keuzes moet maken, moeten drie ingrediënten aan bod komen: Behoeften, en hun onbegrensdheid; middelen, en hun beperkte aanwezigheid; de alternatieve aanwendbaarheid van middelen. Ieder mens heeft behoeften. Behoeften aan eten, onderdak, vrije tijd, noem maar op. En die behoeften zijn onbegrensd. Dat wordt vaak als een onrealistische aanname gezien, maar in de praktijk is het dat niet. Iedereen zou wel meer vrije tijd willen hebben, groter willen wonen, ouder willen worden, meer willen sporten, en ga zo maar door. Dat komt doordat mensen al keuzes gemaakt hebben. Iemand koopt bijvoorbeeld een auto. Maar die mag niet te duur zijn. Je moet toch ook ergens wonen, je wilt ook wel een keer op vakantie, en zo verder. Dit beperkt het budget dat beschikbaar is voor de auto. Je koopt de auto die je je kunt veroorloven. Als je meer geld zou hebben kocht je misschien een grotere of luxere auto. En dit geldt voor alle aankopen. Waarom ga je niet iedere dag uit eten in een goed restaurant? Omdat je dan geen kleren meer kunt kopen. Kortom, gegegeven de keuzes die 16 1 Schaarste en ruil Wat kies jij? 17

2 mensen maken zijn hun behoeften onbegrensd. Aan alles wat ze kopen zouden ze wel meer willen uitgeven, maar dat geld hebben ze niet. met vakkenvullen. Als dat het best-denkbare alternatief is voor het maken van huiswerk, is het misgelopen uurloon de prijs van het maken van een uur huiswerk. Tegenover de oneindige behoeften staan de middelen die in beperkte mate voorhanden zijn. Middelen zijn eindig. Een universeel middel is tijd. Dat middel heeft iedereen, maar je kunt het maar een keer gebruiken. Tegelijkertijd naar de bioscoop gaan en eten in een restaurant is nu eenmaal niet mogelijk. Een ander universeel middel is geld. Ook dat is eindig. Zelfs de meest rijke persoon op aarde beschikt over een beperkte hoeveelheid geld. Ook hij kan niet alles kopen. In het algemeen zijn alle producten en diensten een middel om in een bepaalde behoefte te voorzien. De dienst kappersbeurt voorziet in de behoefte aan geknipt haar, het product fiets voorziet aan de mobiliteitsbehoefte, en zo verder. De economische wetenschap zou erg saai zijn zonder een belangrijk kenmerk van de meeste middelen: ze kunnen op meerdere manieren gebruikt worden. Anders gezegd, middelen zijn alternatief aanwendbaar. In een garage bij een woning kun je bijvoorbeeld een auto parkeren. Je kunt er ook een werkplaats van maken. Maar de garage tegelijkertijd gebruiken als werkplaats en als stalplaats voor een auto kan niet. Er moet gekozen worden. En dat geldt in het algemeen: iedereen die over middelen beschikt moet kiezen hoe die middelen worden ingezet. Er zijn tal van factoren die deze keuze beïnvloeden. Als je slecht geslapen hebt zul je s ochtends op het treinstation sneller een kopje koffie kopen. En iemand zonder kinderen zal niet zo snel kinderkleding aanschaffen. Een belangrijke factor die iedereen beïnvloedt bij het maken van keuzes is de prijs: hoe hoger de prijs, hoe kleiner de vraag, ceteris paribus. In de economie zijn prijzen de bakens die de keuzes bepalen. In dit experiment gaan leerlingen aan den lijve ondervinden wat het betekent om een budget te moeten besteden aan een aantal middelen. Deze middelen (producten) kunnen variëren en voorzien in verschillende behoeften. In de uitwerking hieronder worden vijf voorbeeldproducten genomen. Bij de uitwerking van de toetsen wordt ook uitgegaan van deze producten, met bijbehorende prijzen. Het staat de docent natuurlijk vrij om andere producten te gebruiken bij de uitvoering van het experiment. Toepassing Iedereen maakt iedere dag keuzes. De keuze waar we het vaakst voor worden gesteld is deze: op welke manier ga ik het volgende uur besteden? Tijd is het middel, en dat is beperkt voorradig. In een uur kun je veel verschillende dingen doen. Het middel tijd is alternatief aanwendbaar. Door een aanwendingsrichting te kiezen wordt in een bepaalde behoefte voorzien, en daarmee niet in een andere behoefte. Het is niet mogelijk om op hetzelfde moment op school te zijn en vakken te vullen bij Albert Heijn. De prijs van tijd is gelijk aan de opofferingskosten van tijd. Een uur koop je niet, maar de opbrengst van de best-denkbare alternatieve aanwending van dat uur loop je mis. Dat is de prijs die je betaalt. Als je bijvoorbeeld een uur huiswerk maakt dan verdien je in dat uur niks Een ander middel waar vaak keuzes voor gemaakt moeten worden is geld. Hoe geef je dat uit? Alles dat te koop is, kan betaald worden met geld. Het is alternatief aanwendbaar. Maar geld kun je maar één keer uitgeven. Het middel geld is beperkt aanwezig. Wat er gekocht wordt bepaalt welke behoefte er wordt bevredigd. En dat prijzen de keuze voor de inzet van het middel geld bepalen is evident. Experimentbeschrijving Samenvatting Het experiment moet laten zien wat het is om keuzes te maken onder beperkingen. Leerlingen moeten een beperkt budget besteden aan vijf verschillende producten. Daarna moeten ze die producten van een weging voorzien. En tot slot moeten ze hun score berekenen. Na afloop van het experiment zal blijken dat leerlingen niet de maximale score hebben behaalt. Dat komt doordat het marginale nut van producten dalend is in de hoeveelheid die er van wordt geconsumeerd. Benodigdheden Een notatieplek. De producten en hun prijzen moeten duidelijk genoteerd kunnen worden, zoals op een schoolbord of een flapover. Het is belangrijk dat alle leerlingen dit goed kunnen zien. Tijdsaanduiding. Leerlingen krijgen vijf minuten de tijd om hun budget te besteden. Het moet duidelijk zijn dat de tijd loopt. Daarvoor kan een klok worden gebruikt, of bijvoorbeeld een zandloper. Voorbereiding Producten en prijzen. Leerlingen moeten een fictief budget besteden aan vijf producten en/ of diensten. Deze staan in de handelsinstructies. Maar er kunnen natuurlijk andere producten en/of diensten gekozen worden. Deze moeten vantevoren worden bedacht, met de daarbij behorende prijzen. Het is van belang dat de gekozen producten en/of diensten leerlingen aanspreken. De prijzen moeten ook realtische waarden hebben. Als er andere producten en/of diensten worden gekozen dan de voorbeelden in de handelsinstructies, moeten die vantevoren op de notatieplek worden opgeschreven. Uitvoering Laat iedereen de handelsinstructies in het werkboek opzoeken, of deel deze uit. Geef duidelijk aan dat het experiment gaat beginnen. Begin met het klassikaal voorlezen van de handelsinstructies. Zorg dat iedereen begrijpt wat een budget is, aan welke producten het besteed moet worden, en wat de bijbehorende prijzen zijn. Laat iedereen zijn naam 18 1 Schaarste en ruil Wat kies jij? 19

3 opschrijven bovenaan de registratietabel. Vraag iedereen om zijn budget te besteden. Geef de vijf minuten bedenktijd duidelijk aan. Vraag iedereen om het aantal goederen te berekenen dat hij/zij heeft gekocht. Geef de minuut rekentijd duidelijk aan. Lees nu de eerste grijze alinea voor die onderaan de handelsinstructies staat (leerlingen hebben deze tekst niet). Vraag iedereen om de gewichten toe te kennen. Geef de minuut bedenktijd duidelijk aan. Lees nu de tweede grijze alinea voor. Vraag iedereen om zijn score te berekenen. Geef de twee minuten rekentijd duidelijk aan. Bepaal nu de winnaar. Deze leerling krijgt zijn score uitbetaald. Laat iedereen de box onderaan de handelsinstructies afscheuren. Vraag iedere leerling om zijn naam en een getal tussen de 1 en de 100 in te vullen. Haal de afgescheurde papiertjes op. Bereken daarvan het gemiddelde. Schrijf dit op het bord. Bekijk welke leerling daar het dichts bij in de buurt zit. Dat is de winnaar. Betaal zijn score uit. Beloning Het is belangrijk dat leerlingen weten dat er een beloning is. Daardoor doen ze serieuzer mee. In dit geval is de beloning de nutsbevrediging: een willekeurig gekozen leerling krijgt zijn score (nut) uitbetaald. Dat kan een groot bedrag zijn. Schaal dit vantevoren. Bijvoorbeeld: 1 punt = 0,01. In het voorbeeld hieronder is de totaalscore 381. Deze winnaar zou dan 3,81 uitbetaald krijgen. Aandachtspunten Het staat een docent vrij om andere producten te kiezen. Let daarbij op dat er bij iedereen voldoende vraag is naar tenminste drie producten. Anders worden de budgetten niet serieus verdeeld. Kies realistische prijzen. Te lage of te hoge prijzen lokken discussie uit. Dat moet vermeden worden; het doorbreekt de concentratie van het experiment. Zorg er voor dat leerlingen niet beschikken over de grijze gedeelten van de handelsinstructies. Als ze die te vroeg kennen gaan ze de opbrengstentabel strategisch invullen. En dat is juist niet de bedoeling. Ze moeten hun budget gevoelsmatig verdelen, waarbij later wordt gekeken of ze de juiste keuzes hebben gemaakt. Lees de grijze alinea s extra aandachtig voor; leerlingen kunnen deze niet meelezen. Verwachte uitkomst De meeste leerlingen zullen de registratietabel netjes invullen. Daarbij zal niemand zijn nut maximaliseren. Dat gebeurt door het gehele budget uit te geven aan één product: het product dat het hoogste gewicht krijgt. Als leerlingen daar later mee geconfronteerd worden (bij de toetsing) zullen ze de logica daarvan aanvechten. Dat komt doordat het gewicht van een product daalt als het al aangekocht is. Anders gezegd, het marginale gewicht daalt. Dit inzicht vormt een elegante opmaat om te praten over onbegrensde behoeften in de praktijk. Handelsinstructies Iedereen krijgt een fictief budget van 200,-. Daar moet je een week van rondkomen. Je moet het budget zo goed mogelijk besteden. Je kunt je geld uitgeven aan vijf verschillende dingen. Welke dat zijn staat op het bord: belminuten, sport, kleding, vervoer, en eten. De prijzen staan er boven: 0,25 per belminuut, 2,- per uur sporten, 20,- per kledingstuk, 0,10 per kilometer, en 5,- per maaltijd. Je bent niet verplicht om aan alle producten geld te besteden. Keuzes. Onderaan deze handelsinstructies staat een registratietabel. Schrijf daarop eerst je naam. Geef nu aan hoe je je budget gaat gebruiken. Schrijf voor ieder product op hoeveel geld je er in een week aan uit zou geven. Let er daarbij op dat je niet meer dan 200,- mag uitgeven. En als je geld overhoudt ben je dat kwijt. Geef daarom precies 200,- uit. Zijn er nog vragen? Zo niet, dan vraag ik je nu om je budget te besteden. Je krijgt hiervoor 5 minuten. Nu je je budget hebt besteed kun je berekenen hoeveel je van alles heb gekocht. Voorbeeld: je geeft 22,- uit aan belminuten. Dan heb je er 22,- / 0,25 = 88 gekocht. Bereken op deze manier voor alle producten de aantallen die je hebt gekocht. Je krijgt hiervoor 1 minuut. Er volgen nu instructies die niet in je handelsinstructies staan afgedrukt. Ik lees die nu voor. Winnaar. Ik ga nu bepalen wie uitbetaald krijgt. Daarvoor moet iedereen een getal kiezen tussen 1 en 100 (1 en 100 doen mee). Die haal ik daarna op en ik bereken daarvan het gemiddelde. Vervolgens kijk ik wie er het dichts in de buurt zit van de helft van dit gemiddelde. Die speler krijgt zijn totaalscore uitbetaald. Schrijf nu je naam in de box. Knip of scheur de box van de handelsinstructies af. Kies nu een getal tussen de 0 en de 100 en schrijf dat op. Je hebt daarvoor één minuut de tijd. Daarna kom ik langs om de briefjes op te halen Schaarste en ruil Wat kies jij? 21

4 Registratietabel Naam: Producten Belminuten Sport Kleding Vervoer Eten Prijzen 0,25 2,- 20,- 0,10 5,- Besteding 22,- 8,- 60,- 5,- 105 Hoeveelheid Gewichten Bijdrage aan de nutsbeleving Totaal 387 De volgende twee alinea s moeten leerlingen niet in hun bezit hebben: Gewichten. Je moet nu aangeven hoe belangrijk de verschillende producten voor je zijn. Daarvoor moet je de getallen 1 t/m 5 opschrijven in de registratietabel. Het product dat je het belangrijkste vindt krijgt het getal 5, het minst belangrijke product krijgt het getal 1, en zo verder. Je krijgt hiervoor 1 minuut. Score. Je kunt nu je score bepalen. Daarvoor moet je voor ieder product het aantal dat je ervan gekocht hebt vermenigvuldigen met het gewicht. Je hebt bijvoorbeeld 88 belminuten gekocht, en belminuten hebben een gewicht van 3. De score van belminuten is dan: 3 88 = 264. In de onderste regel schrijf je als laatste je totaalscore op. Daarvoor moet je de score van alle producten bij elkaar optellen. Je krijgt hiervoor 2 minuten. Toetsing 1. Welke behoeften worden er door de verschillende producten bevredigd? Belminuten: communicatie Sport: lichamenlijke beweging, gezelligheid Kleding: lichamenlijke beschutting, uitdragen identiteit Vervoer: mobiliteit Eten: eerste levensbehoefte, genot 2. Hoe moet je het budget besteden voor een maximale totaalscore? Hint: bereken daarvoor eerst de prijs per gewichtspunt (prijs / gewicht); gebruik daarvoor onderstaande tabel. Producten Belminuten Sport Kleding Vervoer Eten Prijzen 0,25 2,- 20,- 0,10 5,- Gewichten prijs / gewicht 0,08 0,50 4,- 0,10 2,50 Een gewichtspunt is het goedkoopst voor belminuten. Als het totale budget daaraan wordt uitgegegeven is de score maximaal. Er kunnen in totaal 200 / 0,25 = 800 belminuten worden gekocht. Dit levert een score van = 2400 op. Ter vergelijk: een gewichtspunt kleding is het duurste. Er kunnen in totaal 200 / 20,- = 10 kledingstukken worden gekocht. Dit levert een score van 5 10 = Komt je antwoord onder 2 overeen met de manier waarop je het budget hebt verdeeld? Zo niet, waarom heb je het budget anders uitgegeven? Alles uitgeven aan een product is niet vanzelfsprekend. Ik koop voor 22,- aanbelminuten omdat ik de rest van het budget aan andere producten wil besteden. Het gewicht van 3 voor belminuten geldt bij de besteding van 22,-. Als ik nog meer geld aan belminuten besteed is het gewicht lager. Extra belminuten inkopen levert me minder voordeel op dan de eerste 88 die ik voor 22,- gekocht heb. 4. Welke rol speelde de prijzen bij de verdeling van je budget? Als iets duur is koop je er automatisch minder van. Ik wilde eigenlijk meer kleding kopen. Dat heeft voor mij een gewicht van 5. Maar kleding is relatief duur. De prijs ervan is hoog. Daarom heb ik maar 3 kledingstukken gekocht. 5. Dit experiment ging over de aanwending van het middel geld. Je moet vaak kiezen hoe je je geld uitgeeft. Voor welk ander middel moet je vaak kiezen hoe je het aanwendt? Tijd Schaarste en ruil Wat kies jij? 23

5 1 Leerdoelen Het marktevenwicht begrijpen dat gegeven wordt door het snijpunt van de collectieve vraag- en aanbodcurven De werking van het prijsmechanisme ervaren Het consumentensurplus en producentensurplus doorgronden Begrijpen dat sommige aanbieders en vragers niet aan een markt moeten deelnemen De Wet van Gresham ervaren Gerelateerde experimenten Wie maakt me los? (2.3) Schaarste en ruil De pepermunteconomie 25 minuten (voorbereiding: 5 minuten / instructie: 5 minuten / uitvoering per ronde: 3 minuten) pak speelkaarten, instrument om een speelronde mee te beginnen en te eindigen, zoals een bel of een fluitje ruilmiddel met verschillende intrinsieke waardes, zoals pepermunt van verschillende groottes, H normale en minimarsrepen, of kleine en grote knikkers Bewerkelijkheidsindicatie: HH Ondersteunend materiaal staat op de website: Het Nederlandse muntgeld wordt geslagen door de Koninklijke Nederlandse Munt. Deze onderneming is gevestigd in Utrecht. Sinds de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 heeft ze het exclusieve recht om het Nederlandse muntgeld te produceren. Bij die gelegenheid kreeg het Utrechtse munthuis een nieuwe naam: s Rijks Munt. Andere provinciale munthuizen, zoals in Brussel, Enkhuizen en Dordrecht, moesten hun deuren sluiten. In 1902 kwam s Rijks Munt onder direct beheer van het Ministerie van Financiën. Tegenwoordig is het een zelfstandige onderneming waarvan alle aandelen in handen zijn van de Nederlandse Staat. In 1999 verwierf de onderneming het predicaat Koninklijk. Het slaan van munten is niet eenvoudig. Er moet vooral op worden gelet dat de munten niet kunnen worden nagemaakt. Daarom staat er veel informatie op een munt. Naast de nominale waarde kent een munt tal van versieringen. Er staat bijvoorbeeld een afbeelding op van het staatshoofd, van een historische figuur, of van een beroemd gebouw. Op iedere Nederlandse munt staan ook een muntteken, links van het jaartal, en een muntsmeesterteken, rechts van het jaartal. Het muntteken verwijst naar het munthuis dat de munt geslagen heeft. Voor 1814 werd dat op verschillende plaatsen in Nederland gedaan. Tegenwoordig staat op iedere Nederlandse munt het muntteken van Utrecht: de Mercuriusstaf. Het muntmeesterteken is de handtekening van de muntmeester. Sinds 2003 is dat het teken van muntmeester Brouwer: koerszettende zeilen. De Koninklijke Nederlandse Munt geeft ook regelmatig herdenkingsmunten uit. Dit zijn zilveren munten met een nominale waarde van vijf euro. Ze worden uitgegeven ter herdenking van nationale gebeurtenissen, zoals de geboorte van kroonprinses Amalia in 2004, of het 400-jarig jubileum van de ontdekking van Australië door VOC-kapitein Willem Janszoon in De herdenkingsmunten worden in omloop gebracht via het postkanttor. Deze munten van vijf euro zijn in Nederland wettig betaalmiddel. En toch is er bijna niemand die er mee betaalt. De economieles Sir Thomas Gresham ( ) was een Engelse bankier die handelde in opdracht van het Britse Koningshuis. Hij moest voor de Britse vorst nieuwe leningen afsluiten en bestaande leningen verlengen bij de bankiers op de beurs van Antwerpen. Bij haar aantreden in 1558 als Koning Elizabeth I van Engeland schreef Gresham haar een brief. Hij stelde: Good and bad coin cannot circulate together. Gresham zag er de verklaring in voor de slechte staat van de Britse betalingsbalans. Tijdens het bewind van Henry VIII en Edward VI, de twee voorgangers van Elizabeth I, daalde de intrinsieke waarde van Britse zilveren munten tot een fractie van de waarde die ze hadden ten tijde van Henry VII. Het gevolg was een relatieve stijging van de intrinsieke waarde van Britse gouden munten. In het buitenland werden die gouden munten vastgehouden en werd er alleen nog maar met de intrinsiek inferieure zilveren munten betaald. Gresham schrijft: All your ffine goold was convayd ought of this your realm. Anders gezegd, door de intrinsieke waardedaling van zilveren munten stromen alle gouden munten het Verenigd Koninkrijk uit. Driehonderd jaar later scheef de Engelse econoom Henry Dunning Macleod zijn boek Elements of political economy. Volgens Macleod stelde Gresham: Bad money drives good money out of circulation. Hoewel Gresham dit zo nooit heeft opgemerkt is deze zin wel de geschiedenis ingegaan als de Wet van Gresham. Het idee achter de wet van Gresham ligt voor de hand. Als munten met een verschillende intrinsieke waarde dezelfde extrinsieke waarde vertegenwoordigen, dan verdwijnen de munten met de hogere intrinsieke waarde uit roulate. Van deze munten wordt edelmetaal geschraapt om ze dezelfde intrinsieke te geven als de munten van inferieure kwaliteit Schaarste en ruil De pepermunteconomie 25

6 Dit tast hun extrinsieke waarde niet aan; je kunt er nog steeds hetzelfde voor kopen. Het afgeschraapte edelmetaal is pure winst. Tegenwoordig zijn munten niet meer van edelmetaal gemaakt; het loont niet de moeite om ze te schrapen. Bovendien bestaan er geen kwaliteitsverschillen. Moderne munten hebben allemaal dezelfde intrinsieke waarde. Het fenomeen dat Gresham beschreef kan in het huidige handelsverkeer niet voorkomen. Toepassing In het moderne betalingsverkeer zijn geen munten met een hoge intrinsieke waarde. De Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) geeft wel regelmatig gouden munten uit. Maar deze zijn bestemd voor de verzamelaarsmarkt. De prijs die betaald moet worden voor een gouden tientje is ook vele malen hoger dan tien euro. Dat deze munten niet worden gebruikt in het betalingsverkeer is geen bewijs voor de geldigheid van de wet van Gresham. Hun intrinsieke waarde is bij invoering al te hoog om als normale munt dienst te doen. De KNM slaat ook regelmatig zilveren herdenkingsmunten van vijf euro. Deze munten kunnen gedurende een korte periode voor vijf euro worden gekocht bij het postkantoor. En velen doen dat. Van een herdenkingspunt worden er meestal in omloop gebracht. Tegelijkertijd worden deze munten niet gebruikt in het betalingsverkeer. De extrinsieke waarde is daarvoor te groot. Deze extrinsieke waarde is in dit geval de verzamelaarswaarde. Het gebruikte zilver is niet voldoende voor een extrinsieke waarde boven de vijf euro. Zou dat wel het geval zijn dan loont het om de herdenkingsmunten aan te schaffen, ze om te smelten, en het zo gewonnen zilver te verkopen. Experimentbeschrijving Samenvatting Het experiment moet laten zien dat als er geld bestaat met een verschillende intrinsieke waarde en dezelfde extinsieke waarde naast elkaar worden gebruikt, het geld met een hogere intrinsieke waarde uit roulatie worden genomen. Leerlingen moeten tot een deal komen met een andere leerling in de klas. Als ze een deal sluiten betalen beide leerlingen een munt betalen aan de docent. Daarbij mogen ze kiezen welke soort munt ze afgeven: die met een lage of met een hoge intrinsieke waarde. Na afloop van het experiment zal blijken dat leerlingen de munten met een lage intrinsieke waarde hebben ingeleverd, en die met een hoge waarde hebben vastgehouden. Benodigdheden Spel kaarten. Alleen de genummerde kaarten worden gebruikt. Verder is de kleur van belang, rood of zwart. Binnen een kleur wordt geen onderscheid gemaakt. Harten of ruiten zijn beiden rood, en schoppen of klaveren zijn beiden zwart. De kleur van de kaart komt overeen met de rol die een leerling heeft: koper (rood) of verkoper (zwart). Eén spel kaarten geeft zodoende 18 rode en 18 zwarte kaarten. Iedere leerling krijgt aan het begin van iedere spelronde 1 rode of 1 zwarte kaart. Met één spel kaarten kunnen er dus maximaal 36 leerlingen met het experiment meedoen. Instrument. Dit wordt gebruikt om een speelronde mee te beginnen en te eindigen, zoals een bel of een fluitje. Een echte handelsklok zoals die gebruikt wordt bij de opening van de beurshandel spreekt in ieder geval tot de verbeelding. Geld. Alles waar leerlingen waarde aan hechten kan dienen als geld. Het moet wel in twee verschillende nominale waarden voorhanden zijn. Bij snoepgoed komt dit voor. Pepermunt is er bijvoorbeeld in verschillende maten. Kleine en grote pepermuntjes vertegenwoordigen allebei een munt met dezelfde extrinsieke waarde. Maar de intrinsieke waarde van grote pepermuntjes is hoger dan van kleine pepermuntjes. Ook repen zoals mars en minimars zijn mogelijk. Grote en kleine knikkers kunnen ook gebruikt worden, maar dan moet wel voor iedereen de intrinsieke waarde van grote knikkers het hoogst zijn. Voorbereiding Klaslokaalopstelling. Leerlingen moeten allemaal naar voren kunnen komen om te onderhandelen. In de klas moet er dus voldoende ruimte zijn voor leerlingen om door elkaar heen te lopen. Tijdens het spel lopen ze ook weer terug naar hun plaats. Dat moet dus mogelijk blijven. Ze lopen niet allemaal tegelijkertijd terug. Smallere gangetjes zijn daarvoor voldoende. Kaartkeuze. De rode kaarten vormen met elkaar de collectieve vraagcurve; de zwarte kaarten vormen met elkaar de collectieve aanbodcurve. De waarde op een rode kaart is de betalingsbereidheid van de betreffende vrager; de waarde op een zwarte kaart zijn de MK van de betreffende aanbieder. Met de keuze van de kaarten wordt meteen het marktevenwicht bepaald. Dit marktevenwicht is niet het onderwerp van dit experiment; dat komt uitgebreid in de experimenten van hoofdstuk 2 aan de orde. Om het spel goed te laten verlopen moeten in ieder geval de rode kaarten met een waarde groter dan of gelijk aan de evenwichtsprijs in het spel meedoen, en moeten in ieder geval de zwarte kaarten met een waarde kleiner dan of gelijk aan de evenwichtsprijs meedoen. Neem als voorbeeld een klas met 24 leerlingen. Het ligt dan voor de hand om 12 zwarte en 12 rode kaarten in het spel op te nemen. De waarden van de rode kaarten kunnen bijvoorbeeld de volgende zijn: 3, 4, 4, 5, 5, 6, 6, 7, 8, 8, 9, 9. Bij de zwarte kaarten kan bijvoorbeeld gekozen worden voor: 2, 2, 3, 3, 4, 4, 5, 5, 6, 6, 7, 8. Zorg er in ieder geval voor de de hoogste zwarte kaart lager is dan de hoogste rode kaart, en dat de laagste zwarte kaart lager is dan de laagste rode kaart. Zodoende kan ook de leerling die de hoogste zwarte kaart krijgt toebedeeld in principe tot een akkoord komen; hij moet daarvoor een overeenkomst sluiten met de houder van de hoogste rode kaart. En de leerling met de 26 1 Schaarste en ruil De pepermunteconomie Wat kies jij? 27

7 laagste rode kaart kan ook tot een deal komen; hij moet daarvoor de leerling vinden met de laagste zwarte kaart. Dat dit zal gebeuren is niet echt waarschijnlijk. Maar je kunt dan wel met recht zeggen dat er voor iedereen de mogelijkheid bestaat om tot een deal te komen. Iedereen moet daarom meedoen. Bij een oneven aantal leerlingen is het aantal rode kaarten niet gelijk aan het aantal zwarte kaarten. Dat is verder geen probleem want er zijn altijd leerlingen die niet tot een deal komen. Zouden er in het voorbeeld hierboven geen 24 maar 25 leerlingen zijn, dan kan bijvoorbeeld een rode 3 of een zwarte 9 worden toegevoegd. Uitvoering Laat iedereen de handelsinstructies in het werkboek opzoeken, of deel deze uit. Deel het geld uit. Lees klassikaal de handelsinstructies voor. Beantwoord eventuele vragen. Geef duidelijk aan dat het experiment nu gaat beginnen. Begin met de eerste handelsronde. Schud de kaarten. Iedereen zit nog op zijn stoel en krijgt zijn eerste kaart uitgedeeld. Deel de kaarten gesloten uit, zodat anderen niet zien welke kaart iemand krijgt (als een leerling besluit zijn kaart wereldkundig te maken dan mag dat natuurlijk). Blaas op een fluitje of luid een bel als teken dat de eerste spelronde begint. Houd de tijd in de gaten. Langer dan drie minuten moet een handelsronde niet duren. In het begin misschien wel, want dan kunnen leerlingen nog wat aarzelend zijn. Ga op een centrale plek staan, bijvoorbeeld voor in de klas. Neem de kaarten en het geld in ontvangst van koppels die tot een deal zijn gekomen. Controleer of de deal wel toegestaan is: er moet een rode en een zwarte kaart worden ingeleverd, en de overeengekomen prijs moet tenminste gelijk zijn aan het getal op de zwarte kaart, en ten hoogste gelijk zijn aan het getal op de rode kaart. Blaas op het fluitje of luid de bel als de handelsronde is afgelopen. Laat alle leerlingen die nog geen deal hebben gesloten hun kaart inleveren, maar niet hun geld. Iedereen moet nu weer gaan zitten. Schud de kaarten, deel ze uit, en luid de bel; de volgende ronde begint. En zo verder. Beloning Het is belangrijk dat leerlingen weten dat er een beloning is. Daardoor doen ze serieuzer mee. Voor de beloning zijn er twee mogelijkheden: alle leerlingen worden beloond of er wordt maar één leerling beloond. In het laatste geval wordt de winnende leerling willekeurig bepaald. De beloning kan een geldbedrag zijn, afgeleid van het aantal punten, of het aantal behaalde punten omgezet in een cijfer, of een prijs zoals een chocoladereep. Als leerlingen ex eaquo op de eerste plaats eindigen kan een gooi met de dobbelsteen de winnaar aanwijzen. In dit experiment kan de beloning ook bestaan uit al het geld dat tijdens het experiment is opgehaald door de docent. Wat er ook gekozen wordt, vooraf moet duidelijk zijn wat de beloning is. Houd het tempo hoog bij de uitvoering van het experiment. Maak de spelrondes niet te lang. In het begin zal er wat aarzeling zijn om op te staan en te gaan onderhandelen, maar na een paar spelrondes heeft iedereen de bedoeling van het experiment in de gaten. De makkelijk deals (de hoge rode kaarten, en de lage zwarte kaarten) zijn dan snel uit het spel. Wat overblijft zijn moeizame deals die soms na lang praten pas tot stand komen. Laat het spel hier niet te lang op hangen. Kondig bijvoorbeeld aan dat er nog één minuut gehandeld mag worden, en dat je niks verdient als je niet tot een deal komt. Markeer het einde van een spelronde duidelijk, bijvoorbeeld door op een fluitje te blazen. Leerlingen zijn misschien benieuwd naar de prijzen die tot stand komen. En die zijn inderdaad belangrijk, maar daar gaat dit experiment niet over. Het marktevenwicht dat door de rode en zwarte kaarten gezamenlijk wordt voorspelt is onderdeel van het experiment wie maakt me los. Controleer de ingeleverde deals zorgvuldig. De overeengekomen prijs mag niet niet hoger zijn dan het getal op de rode kaart, en niet lager dan het getal op de zwarte kaart. Wees er alert op dat beide leerlingen hun geld voor die ronde inleveren als ze tot een deal zijn gekomen. Zorg dat na afloop van iedere speelronde alle speelkaarten ingeleverd zijn. Daarvoor hoef je ze alleen maar te tellen. In het voorbeeld van de vorige paragraaf moet je aan het begin van iedere ronde 24 kaarten hebben. Het is niet de bedoeling dat leerlingen hun geld opteten. Na afloop mag dat misschien wel. Experimenteer met verschillende soorten geld. Pepermunt heeft als nadeel dat het kleverig kan worden als het te lang wordt vastgehouden. Knikkers en (verpakte) marsrepen hebben dat probleem niet. Verwachte uitkomst Soms worden in de eerste ronden beide soorten munten ingeleverd. Al snel zal blijken dat alleen de munten met een lage extrinsieke waarde worden ingeleverd. Iedereen houdt de waardevolle munten vast. Hoewel hoge zwarte kaarten en lage rode kaarten altijd verhandeld kunnen worden is de kans op een deal met deze kaarten klein. Deelnemers met deze kaarten zijn geneigd om snel de handdoek in de ring te gooien; ze staan niet eens meer op van hun stoel als de kaarten worden uitgedeeld. Dit moet voorkomen worden, en de manier om dat te doen is om aan te geven dat iedereen altijd tot een transactie kan komen. Aandachtspunten Lees de handelsinstructies niet te vlug voor. Leerlingen moeten de tijd krijgen om deze instructies goed te begrijpen Schaarste en ruil De pepermunteconomie 29

8 Handelsinstructies We gaan markt naspelen waarbij iedereen koper of verkoper is. Of je een verkoper of koper bent wordt aan het begin van iedere spelronde opnieuw bepaald. Dat gebeurt willekeurig. Aan het begin van iedere spelronde krijg je een genummerde speelkaart. Als je een rode kaart krijgt dan ben je een koper. Dit zijn de kaarten met harten of ruiten. Als je een zwarte kaart krijgt ben je verkoper. Dit zijn de kaarten met schoppen of klaveren. In het spel worden kopers en verkopers aan elkaar gekoppeld. Als ze overeenstemming hebben over de prijs dan verkoopt de speler met de rode kaart het product aan de speler met de zwarte kaart. Er wordt dan geen echt product verhandeld. Het gaat er in dit spel alleen om dat er gehandeld wordt. Geld: Iedereen krijgt tien pepermuntjes: vijf grote en vijf kleine. De waarde van alle pepermuntjes is gelijk. Als een koper en verkoper tot een deal zijn gekomen betalen ze allebij één pepermunt. Voor kopers symboliseert dat het bedrag van aankoop; voor verkopers symboliseert dat de productiekosten. Voorbeeld: op je kaart staat 4. Je mag je product niet voor minder dan 4,- verkopen. Als je het dan verkoopt voor 6,50, dan verdien je 6,50 4,- = 2,50. Als je geen koper vindt waarmee je tot een deal komt dan verdien je in deze spelronde niets. Kopers (rode kaart): Het nummer op je speelkaart is de prijs die je maximaal voor het product wilt betalen. Je mag niet inkopen tegen een hogere prijs dan op je speelkaart staat. Jouw opbrengst van de deal is het verschil tussen je waardering (het getal op je kaart) en de prijs die je hebt bedongen. Voorbeeld: op je kaart staat een 9. Je mag niet meer dan 9,- bieden. Als je het dan voor 4,- koopt verdien je 9,- 4,- = 5,-. Als je geen verkoper vindt waarmee je tot een deal komt dan verdien je in deze spelronde niets. Ik deel de pepermuntjes nu uit. Handelen: Nadat iedereen een kaart ontvangen heeft blaast de marktmeester op een fluitje. Dan mag je van je plaats opstaan en naar voren komen. Je moet dan op zoek gaan naar iemand waarmee je zaken gaat doen. Als je opstaat moet je ook één pepermunt meenemen. Die lever je in als je tot een deal komt. Een koper moet een verkoper vinden, en een verkoper moet een koper vinden. Koper en verkoper onderhandelen dan over de prijs. De prijzen voor kopen en verkopen moeten een veelvoud zijn van 50 eurocent. Als een koper en een verkoper een prijs overeen gekomen zijn, dan komen ze naar voren om de deal vast te leggen. De overeengekomen prijs wordt doorgegeven aan de marktmeester. Die controleert of de prijs is toegestaan. De koper en verkoper leveren dan hun kaart en pepermuntje bij de marktmeester in, gaan terug naar hun plaats, en wachten tot de spelronde is afgelopen. Als de spelronde is afgelopen blaast de marktmeester weer op een fluitje. Kopers en verkopers die op dat moment nog geen deal hebben gesloten komen naar voren, leveren hun kaart in bij de marktmeester, en gaan terug naar hun plaats. Zij leveren hun pepermuntje niet in. Opbrengst: Iedereen kan in iedere ronde iemand vinden waarmee hij of zij tot een deal kan komen. Maar misschien heeft die speler al met iemand anders een deal gesloten. Handel daarom snel. Sommige verkopers met hoge kosten zullen misschien niemand vinden om mee te handelen. En sommige kopers met lage waarderingen zal dat misschien ook niet lukken. Die hebben in die spelronde pech. Maar aan het begin van elke nieuwe spelronde worden weer nieuwe kaarten uitgedeeld. Aan het eind van iedere spelronde moet je je opbrengsten van die ronde opschrijven. Dat doe je in de tabel die hieronder staat. Als je een verkoper bent geweest dan gebruik je de linkerkant van de tabel; als je een koper was gebruikt je de rechterkant. Je vult niets in als je geen deal hebt gesloten. Het totaal van je verdiensten bestaat uit de som van de verdiensten per handelsperiode. Hiervoor kun je het opbrengstenformulier gebruiken (verkopers vullen de linkerkant in, kopers de rechterkant). Alle opbrengsten zijn hypothetisch en geheim; het is dus niet de bedoeling om er met elkaar over te spreken. Verkopers (zwarte kaart): Het nummer op je speelkaart zijn jouw kosten. Dat is dus de minimale prijs waartegen je het fictieve product moet verkopen. Je mag het product niet verkopen tegen een lagere prijs dan op je speelkaart staat. Jouw opbrengst van de deal is het verschil tussen je kostprijs (het getal op je kaart) en de prijs waartegen je je product hebt verkocht Schaarste en ruil De pepermunteconomie 31

9 Opbrengstentabel Opbrengsten verkoop (als verkoper vul je deze kolom in) Prijs Kostprijs Opbrengst (zwarte getal (prijs op je kaart) kostprijs) Opbrengsten koop (als koper vul je deze kolom in) Waardering Prijs Opbrengst (rode getal op (waardering je kaart) prijs) 4. Wat gebeurt er als er twee muntsooorten zijn met dezelfde intrinsieke waarde en een verschillende extrinsieke waarde? De muntsoort met de hogere intrinsieke waarde zal uit roulatie verdwijnen, zoals voorspelt door de Wet van Gresham. 5. Geef een voorbeeld van je antwoord onder 4. De herdenkingsmunten van vijf euro. Totaal van verkoop Totaal van koop Totaal van verkoop + totaal van koop Toetsing 1. Hoeveel kleine pepermuntjes verwacht je dat er zijn ingeleverd? En hoeveel grote? Er worden geen grote pepermuntjes ingeleverd, alleen maar kleine. 2. Verklaar je antwoord onder 1. De intrinsieke waarde van grote pepermuntjes is groter dan die van kleine pepermuntjes. De extrinsieke waarde van beide pepermuntjes is gelijk. Daarom worden de pepermuntjes met de hogere intrinsieke waarde achtergehouden. 3. Is het mogelijk om meer grote pepermuntjes ingeleverd te krijgen? Dat is niet mogelijk zonder de grote pepermuntjes aan te tasten. Alleen als de extrinsieke waarde van de grote pepermuntjes gelijk is aan die van de kleine pepermuntjes, worden ze ook als geld gebruikt. Grote pepermuntjes kunnen bijvoorbeeld geschraapt worden. Een andere mogelijkheid is om de intrinsieke waarde van de grote pepermuntjes te verhogen. Ze kunnen bijvoorbeeld twee keer zoveel waard worden gemaakt als de kleine pepermuntjes. In dat geval hoeft maar een halve groot pepermuntje te worden ingeleverd bij een deal Schaarste en ruil De pepermunteconomie 33

Experimenten voor in de klas

Experimenten voor in de klas Experimenten voor in de klas Prof. dr. J. Hinloopen Economie voor de 2e fase in 25 klaslokaalexperimenten ONDERWIJS VAN MORGEN Experimenten voor in de klas Prof. dr. J. Hinloopen Economie voor de 2e fase

Nadere informatie

Gevangenenprobleem. Samenwerken en onderhandelen

Gevangenenprobleem. Samenwerken en onderhandelen Gevangenenprobleem Samenwerken en onderhandelen 10 20 30 40 50 60 HAVO VWO Dit experiment illustreert het gevangenenprobleem door middel van een kaartspel in groepjes van twee. In iedere ronde kiezen deelnemers

Nadere informatie

Ga naar www.nibud.nl klik bij Test en spel op: Alle tests en spellen Doe de test: Wat voor geldtype ben jij? Uitslag: je bent een

Ga naar www.nibud.nl klik bij Test en spel op: Alle tests en spellen Doe de test: Wat voor geldtype ben jij? Uitslag: je bent een kritisch consument Geld genoeg? In deze opdracht ga je je eigen inkomsten vergelijken met leeftijdgenoten, je maakt een overzicht van je inkomsten en uitgaven. Daarna laat je zien hoe belangrijk reclame

Nadere informatie

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord Categorie Vraag & Antwoord De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN Er zijn te weinig middelen om in alle behoeften te kunnen voorzien. Hoe heet dit verschijnsel?

Nadere informatie

Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op.

Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op. Economie module 1. Hoofdstuk 1: Voor niks gaat de zon op. Economie gaat in essentie over het maken van keuzes. De behoeften van mensen zijn onbegrensd, maar hun middelen zijn beperkt. Door dit spanningsveld

Nadere informatie

Vwo 4. Module 1: Schaarste,geld en handel Domein: Ruil en schaarste

Vwo 4. Module 1: Schaarste,geld en handel Domein: Ruil en schaarste Vwo 4 Module 1: Schaarste,geld en handel Domein: Ruil en schaarste De partij wil de bezuinigingen op kinderopvang (250 miljoen) en infrastructuur (ook 250 miljoen) terugdraaien. ''Die bezuinigingen zijn

Nadere informatie

Klaslokaalexperiment: het gevangenenprobleem

Klaslokaalexperiment: het gevangenenprobleem Klaslokaalexperiment: het gevangenenprobleem Voor leerling en docent Het gevangenenprobleem Moet je horen, zegt Corine, Twee studenten bekennen schuld. Ze laat de krantenkop aan Bart zien. Wat hebben ze

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Schaarste

Hoofdstuk 1: Schaarste Hoofdstuk 1: Schaarste Economie HAVO 2011/2012 www.lyceo.nl H1: Schaarste Economie 1. Schaarste 2. Ruil 3. Markt 4. Ruilen over tijd 5. Samenwerken en onderhandelen 6. Risico en informatie 7. Welvaart

Nadere informatie

SPEL VAN DE GOUDEN EEUW - LESMATERIAAL

SPEL VAN DE GOUDEN EEUW - LESMATERIAAL Amsterdam in 1594, aan het begin van de Gouden Eeuw. De Nederlandse kunst, wetenschap en vooral de economie bloeien op. Ondernemers krijgen nieuwe kansen en kunnen steeds grotere investeringen doen. De

Nadere informatie

Werkboek Workshop Speltheorie op de Havo en Vwo Samenstelling: Jacobien van Willigen en Jolanda Suijker

Werkboek Workshop Speltheorie op de Havo en Vwo Samenstelling: Jacobien van Willigen en Jolanda Suijker Werkboek Workshop Speltheorie op de Havo en Vwo Samenstelling: Jacobien van Willigen en Jolanda Suijker Lesvoorbeeld 1 Fokke en Sukke Fokke en Sukke wonen in Almere, waar zij al jaren op Koninginnedag

Nadere informatie

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn.

p1 = 20 euro p2 =10 euro Budget = 100 euro Stel budgetvergelijking op en teken budgetlijn Budgetvergelijking: B = 20q 1 + 10q 2 Budgetlijn. 1. Wat zijn behoeften? 2. Waarom is er sprake van schaarste bij behoeften? 3. Leg uit waarom netto-baten een beter begrip bij te keuzen maken dan baten. 4. Leg met een voorbeeld uit wat alternatief aanwendbaar

Nadere informatie

4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen

4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen 4h economie module 5 samenwerken en onderhandelen Vb. werknemers en werkgevers CAO-onderhandelingen via vakbonden Stel: vakbond van werknemers eist arbeidstijdverkorting van 4 uur per week; van 40 uur

Nadere informatie

Welke soorten beleggingen zijn er?

Welke soorten beleggingen zijn er? Welke soorten beleggingen zijn er? Je kunt op verschillende manieren je geld beleggen. Hier lees je welke manieren consumenten het meest gebruiken. Ook vertellen we wat de belangrijkste eigenschappen van

Nadere informatie

het verhaal achter de postzegel

het verhaal achter de postzegel Missie 3 het verhaal achter de postzegel het verhaal achter de postzegel 1. WAT IS EEN POSTZEGEL? Een postzegel is een stukje papier met een bepaalde waarde dat je rechts bovenaan op een envelop plakt.

Nadere informatie

BIJLAGE 1. Training, gesloten-economie-experiment en betalingsprocedure

BIJLAGE 1. Training, gesloten-economie-experiment en betalingsprocedure 85 BIJLAGEN BIJLAGE 1 86 Training, gesloten-economie-experiment en betalingsprocedure Zoals in 2.5 werd opgemerkt, hebben alle proefpersonen voorafgaand aan het (open-economie) experiment deelgenomen aan

Nadere informatie

Toetsing en economische experimenten : twee voorbeelden

Toetsing en economische experimenten : twee voorbeelden Toetsing en economische experimenten : twee voorbeelden Voorbeeld 1: Het verwerken van experimenten in toetsvragen Opgave 1. (ad fishing game en tragedy of the commons) Onderstaande tekeningen en tekst

Nadere informatie

Vertaald door Humphrey Clerx

Vertaald door Humphrey Clerx De ontwerper: Michael Schacht De professionele spellenontwerper houdt van muziek en wielrennen Met meer dan 100 producties en het grootste succes, Spiel des Jahres in 2007 Op wwwmichaelschachtnet biedt

Nadere informatie

VERSCHILLENDE TARIEVEN VOOR MEER WINST

VERSCHILLENDE TARIEVEN VOOR MEER WINST VERSCHILLENDE TARIEVEN VOOR MEER WINST - LEERLING SuccesformulesVoorkant_Opmaak 1 06-10-14 10:08 Pagina 1 VERSCHILLENDE TARIEVEN VOOR MEER WINST 1 anigap 80:01 41-01-60 1 kaampo_tnakroovselumrofseccus

Nadere informatie

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4:

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4: Katern 4 Bewijsmethoden Inhoudsopgave 1 Bewijs uit het ongerijmde 1 2 Extremenprincipe 4 3 Ladenprincipe 8 1 Bewijs uit het ongerijmde In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel

Nadere informatie

ASYMMETRISCHE INFORMATIE

ASYMMETRISCHE INFORMATIE K L A S L O K A A L E X P E R I M E N T Risico en Informatie ASYMMETRISCHE INFORMATIE EN HET ONTSTAAN VAN AVERECHTSE SELECTIE L i d y P o t t e r s. M a s t e r A l g e m e n e E c o n o m i e. H v A.

Nadere informatie

Doel Leerlingen kunnen in eigen woorden formuleren waarvoor en wanneer de berekeningen nodig zijn en deze op een correcte manier uitrekenen.

Doel Leerlingen kunnen in eigen woorden formuleren waarvoor en wanneer de berekeningen nodig zijn en deze op een correcte manier uitrekenen. Algemene informatie: De aankomende 2 lessen ga je in groepjes van drie personen je bezig houden met het berekenen van procenten. Er zijn drie vormen en iedereen behandeld alle vormen. Jullie wisselen om

Nadere informatie

Examen Rekenen / Wiskunde

Examen Rekenen / Wiskunde Examen Rekenen / Wiskunde Deel Niveau Opgavenummer Examenduur :

Nadere informatie

Time management - logboekanalyse en Eisenhowerschema

Time management - logboekanalyse en Eisenhowerschema pag.: 1 van 5 Time management - logboekanalyse en Eisenhowerschema Tijd is een schaars goed. U heeft als inkoper slechts een beperkte hoeveelheid tijd tot uw beschikking om uw taken uit te voeren. Deze

Nadere informatie

Bij het oplossen van een telprobleem zijn de volgende 2 dingen belangrijk: Is de volgorde van de gekozen dingen van belang?

Bij het oplossen van een telprobleem zijn de volgende 2 dingen belangrijk: Is de volgorde van de gekozen dingen van belang? 4. tellen & kansen 4.1 Tellen Herkennen Je kunt een vraag over telproblemen herkennen aan signaalwoorden: - hoeveel mogelijkheden, manieren, routes, volgordes etc. zijn er?, - bereken het aantal mogelijkheden/manieren

Nadere informatie

TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN

TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN 1 2 3 11628_rv_wb_breuken_bw.indd 2 13-11-12 23:2611628_rv_wb_breuken_bw.indd 3 13-11-12 23:27 4 5 6 Rekenvlinder Rekenen met breuken Toelichting Uitgeverij Zwijsen B.V.,

Nadere informatie

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN Dit thema is opgesplitst in drie delen; gevoelens, ruilen en familie. De kinderen gaan eerst aan de slag met gevoelens. Ze leren omgaan met de gevoelens van anderen. Daarna

Nadere informatie

MONOPOLY Kampioenschap spelregels:

MONOPOLY Kampioenschap spelregels: MONOPOLY Kampioenschap spelregels: DOEL is als enige speler over te blijven als alle anderen failliet zijn. Dit doe je door bezittingen te kopen en ander spelers die er eindigen huur te laten betalen.

Nadere informatie

1 Hoofdstuk 1. Gehele getallen

1 Hoofdstuk 1. Gehele getallen 1 Hoofdstuk 1. Gehele getallen Khaqani Academy, versie 1.0 rev. mei 2016 Uitgave Khaqani Academy 2016 Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen in welke vorm dan ook zonder toestemming van de rechthebbenden.

Nadere informatie

Groep 5. 1. Inleiding. 2. Het invullen van leerling informatie. 3. Maken van voorbeelden voor de testafname

Groep 5. 1. Inleiding. 2. Het invullen van leerling informatie. 3. Maken van voorbeelden voor de testafname Groep 5 1. Inleiding De test voor groep 5 bestaat uit vijf onderdelen. Elk onderdeel begint met een nieuwe instructie. Deze instructies staan weliswaar in de testboekjes, maar moeten klassikaal behandeld

Nadere informatie

Maak je eigen jaarbegroting

Maak je eigen jaarbegroting Maak je eigen jaarbegroting Inleiding Een begroting maken. Het woord begroting wordt normaal gesproken alleen gebruikt bij bedrijven en de overheid. Maar het is tijd om ook jouw budget dezelfde aandacht

Nadere informatie

leer-actief werkboek Naam: www.leer-actief.nl 1

leer-actief werkboek Naam: www.leer-actief.nl 1 leer-actief werkboek Naam: www.leer-actief.nl 1 actief leren WWW.leer-actief.nl Dit is Wybo. Wybo was vroeger een heel gewoon jongetje, maar hij was wel erg lui. En dat...werd zijn redding. Hij had nooit

Nadere informatie

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN

Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN 1 Thema 1 Pizzeria ANTWOORDEN Deel 1 Consumptie 1. Ieder mens probeert zo veel mogelijk wensen te vervullen. Iedereen begint daarbij met de belangrijkste behoeften: eten, drinken, kleding en een dak boven

Nadere informatie

Gastles: Hoe word ik rijk?

Gastles: Hoe word ik rijk? Gastles: Hoe word ik rijk? Hoe word je rijk? Dat willen we natuurlijk allemaal weten. In deze presentatie krijg je veel tips. Eerst een quiz om te kijken hoe veel jullie weten. Wie weet er veel? Pak je

Nadere informatie

Experimenten voor in de klas Veertig basisexperimenten voor het economie-onderwijs op havo en vwo

Experimenten voor in de klas Veertig basisexperimenten voor het economie-onderwijs op havo en vwo Veertig basisexperimenten voor het economie-onderwijs op havo en vwo Prof. dr. J. Hinloopen Dr. A. R. Soetevent December 2006 U I T T R E K S E L De nu volgende tekst is een uittreksel uit het boek Experimenten

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Colofon blz. 1 Handleiding blz. 3-4 Voorbeeld spaarplan blz. 5-7 Spaarplan 1 blz. 8-10 Spaarplan 2 blz. 11-13 Spaarplan 3 blz. 14-16 Spaarplan 4 blz.

Colofon blz. 1 Handleiding blz. 3-4 Voorbeeld spaarplan blz. 5-7 Spaarplan 1 blz. 8-10 Spaarplan 2 blz. 11-13 Spaarplan 3 blz. 14-16 Spaarplan 4 blz. Colofon blz. 1 Handleiding blz. 3-4 Voorbeeld spaarplan blz. 5-7 Spaarplan 1 blz. 8-10 Spaarplan 2 blz. 11-13 Spaarplan 3 blz. 14-16 Spaarplan 4 blz. 17-19 Spaarplan 5 blz. 20-22 Voorbeeld Contract blz.

Nadere informatie

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1

Hoe gelukkig ben je? Opdracht 1 Hoe gelukkig ben je? Geluk is een veranderlijk iets. Het ene moment kun je jezelf diep gelukkig voelen, maar het andere moment lijkt het leven soms maar een zware last. Toch is voor geluk ook een soort

Nadere informatie

1. Vraag aan 3 aanwezigen: wat is een beoordelingsmethode en. 2. Workshop. Doel: aanwezigen (beter) beeld geven bij het

1. Vraag aan 3 aanwezigen: wat is een beoordelingsmethode en. 2. Workshop. Doel: aanwezigen (beter) beeld geven bij het Workshop beoordelingsmethodieken Workshop 11 12 februari 2015 Freek Gielen 1 Opzet workshop 1. Vraag aan 3 aanwezigen: wat is een beoordelingsmethode en welke beoordelingsmethode gebruik je nu? 2. Workshop.

Nadere informatie

Prinsjesdag A Tradities

Prinsjesdag A Tradities Prinsjesdag A Tradities Tradities De gouden koets, de Koningin, een grote troon, dames met prachtige hoeden op, de minister van Financiën met het koffertje. Het is weer Prinsjesdag. Op deze dag vertelt

Nadere informatie

Rekenmodule procenten Pagina 1

Rekenmodule procenten Pagina 1 % Rekenmodule procenten Pagina 1 Inleiding Omdat gebleken is dat nog niet iedereen van jullie helemaal thuis is in procenten gaan we het nu hebben over dit onderwerp. Met behulp van deze module proberen

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I Examenresultaten Voor de invoering van de tweede fase bestonden de vakken wiskunde A en wiskunde B. In 2 werden deze vakken voor het laatst op alle VWO-scholen geëxamineerd. Bij het Centraal Examen wiskunde

Nadere informatie

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk?

Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Wat is verantwoordelijkheid en waarom is het belangrijk? Verantwoordelijkheid. Ja, ook heel belangrijk voor school!!! Het lijkt veel op zelfstandigheid, maar toch is het net iets anders. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Averechtse selectie & marktfalen Een Experiment. Spelregels. Formeer een tweedehands automarkt

Averechtse selectie & marktfalen Een Experiment. Spelregels. Formeer een tweedehands automarkt Module 11 Averechtse selectie & marktfalen Een Experiment Spelregels Formeer een tweedehands automarkt De klas bestaat uit 2 groepen: Bezitters van tweedehands auto s Auto kopers 1 Instructies voor eigenaren

Nadere informatie

Oefenen met breuken. Circuitles voor groep 6

Oefenen met breuken. Circuitles voor groep 6 Oefenen met breuken. Circuitles voor groep 6 Circuit met verschillende hoeken. Hierbij meerder intellegenties aanspreken. De kinderen wel in vele hoeken laten komen, zodat ze op verschillende manieren

Nadere informatie

Gokautomaten (voor iedereen)

Gokautomaten (voor iedereen) Gokautomaten (voor iedereen) In een fruitautomaat draaien de schijven I, II en III onafhankelijk van elkaar. Door een hendel kan elke schijf tot stilstand worden gebracht. In de tabel zie je wat op elke

Nadere informatie

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken

Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Rabobank s-hertogenbosch en omstreken Jouw spreekbeurt over de bank Wie aan de bank denkt, denkt waarschijnlijk aan veel geld. Grote gebouwen en mannen en vrouwen in pak. Maar wat doen ze nou eigenlijk

Nadere informatie

Les 3 Vragenstellen Leestekst: De inbreker. 1. "Vandaag gaan we voor de derde keer een tekst lezen en daarbij vragen maken."

Les 3 Vragenstellen Leestekst: De inbreker. 1. Vandaag gaan we voor de derde keer een tekst lezen en daarbij vragen maken. Les 3 Vragenstellen Leestekst: De inbreker "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we voor de derde keer een tekst lezen en daarbij vragen maken." 2. Vraag: "Welke vraag hebben we daarbij nodig?"

Nadere informatie

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2015. wiskunde C. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 79 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde A1,2

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 Wiskunde A1,2 Examen AVO oger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 1.0 16.0 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur

Examen VWO. wiskunde A1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur Examen VWO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur wiskunde A1,2 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten

Nadere informatie

Opdrachten bij cahier Foodtopia Het voedsel van de toekomst

Opdrachten bij cahier Foodtopia Het voedsel van de toekomst Opdrachten bij cahier Foodtopia Het voedsel van de toekomst BEWAREN EN BEHOUDEN Wij vinden het heel normaal dat de supermarkt vol eten ligt. Vandaag, morgen, volgende week en daarna. Dat is mogelijk doordat

Nadere informatie

Economie Module 2 & Module 3 H1

Economie Module 2 & Module 3 H1 Economie Module 2 & Module 3 H1 Module 2 1.1 De individuele vraag Individuele vraaglijn kent een dalend verloop: als de prijs daalt, stijgt als gevolg daarvan de gevraagde hoeveelheid. Men wil voor 1 appel

Nadere informatie

Naam:... Datum:... 36 + 12 =. 2 x 15 =. 47 + 43 =. 4 x 12 =. 25 + 11 =. 6 x 7 =. 38-16 =. 100 : 4 =. 17-6 =. 36 : 6 =.

Naam:... Datum:... 36 + 12 =. 2 x 15 =. 47 + 43 =. 4 x 12 =. 25 + 11 =. 6 x 7 =. 38-16 =. 100 : 4 =. 17-6 =. 36 : 6 =. Opvraging Wiskunde W1 36 + 12 =. 2 x 15 =. 47 + 43 =. 4 x 12 =. 25 + 11 =. 6 x 7 =. 38-16 =. 100 : 4 =. 17-6 =. 36 : 6 =. 2 Goed lezen en oplossen. Ik koop in de supermarkt een krant (80 cent), een brood

Nadere informatie

Proeve van bekwaamheid Groen Ondernemen

Proeve van bekwaamheid Groen Ondernemen Proeve van bekwaamheid Groen Ondernemen Een product produceren Verslag uitwerking deelopdracht Doel Je kunt samen met anderen: een ontwerp kiezen voor een vogelnestkastje; een bestellijst maken; materialen

Nadere informatie

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les 8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil

Nadere informatie

Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo

Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo Sectie economie 2012-2013 1 Verdieping Management en Organisatie (M&O) 3havo/vwo In de bovenbouw kunnen jullie in de vrije ruimte het vak M&O opnemen. Het is daarom handig om dit jaar al een aantal lessen

Nadere informatie

Die Erbraffer Ravensburger, 1994 SEWELL Nik & SHAW Jeremy 02-06 spelers vanaf 12 jaar ± 60 minuten

Die Erbraffer Ravensburger, 1994 SEWELL Nik & SHAW Jeremy 02-06 spelers vanaf 12 jaar ± 60 minuten Die Erbraffer Ravensburger, 1994 SEWELL Nik & SHAW Jeremy 02-06 spelers vanaf 12 jaar ± 60 minuten Inleiding De erfeniskapers : het spel voor de genadeloze afromers en erfeniskapers. In dit spel kan eindelijk

Nadere informatie

Breukenpizza! Ga je mee om de wonderlijke wereld van de breuken te ontdekken? Bedacht en ontwikkeld door Linda van de Weerd. www.klasvanjuflinda.

Breukenpizza! Ga je mee om de wonderlijke wereld van de breuken te ontdekken? Bedacht en ontwikkeld door Linda van de Weerd. www.klasvanjuflinda. Breukenpizza! Ga je mee om de wonderlijke wereld van de breuken te ontdekken? Bedacht en ontwikkeld door Linda van de Weerd. www.klasvanjuflinda.nl Breukenpizza! 1. Knijpkaart 2. Decimalen 3. Domino 4.

Nadere informatie

Rekenmodule procenten Pagina 1

Rekenmodule procenten Pagina 1 % Rekenmodule procenten Pagina 1 Rekenmodule procenten Pagina 2 Inleiding Omdat gebleken is dat nog niet iedereen van jullie helemaal thuis is in procenten gaan we het nu hebben over dit onderwerp. Met

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

door: R-Newt jongerenwerk de Twern Werkboek Omgaan met Geld

door: R-Newt jongerenwerk de Twern Werkboek Omgaan met Geld door: R-Newt jongerenwerk de Twern Werkboek Omgaan met Geld Les 1 Omgaan met Geld eze les leren jullie een aantal woorden die met het omgaan van geld te maken hebben, gaan jullie praten over geld en gaan

Nadere informatie

Bedankt voor het downloaden van dit boek!

Bedankt voor het downloaden van dit boek! Geldbesparen Bedankt voor het downloaden van dit boek! Je financiële leven gaat nu veranderen. Helemaal vanzelf! Nee natuurlijk niet maar ik ga je wel helpen met dit gratis E-book om te besparen op alledaagse

Nadere informatie

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent? Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer "Welkom:..." Introductiefase: 1. "We gaan vandaag proberen te voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?" 3. Discussie:...

Nadere informatie

Wiskunde D Online uitwerking oefenopgaven 4 VWO blok 3 les 1

Wiskunde D Online uitwerking oefenopgaven 4 VWO blok 3 les 1 Paragraaf De kansdefinitie Opgave a) Als de kikker verspringt, gaat hij van zwart naar wit, of andersom Hij zit dus afwisselend op een zwart en een wit veld Op een willekeurig moment is de kans even groot

Nadere informatie

Spaarpot van de Toekomst lesbrief en prijsvraag

Spaarpot van de Toekomst lesbrief en prijsvraag Spaarpot van de Toekomst lesbrief en prijsvraag In 2009 bestond het Nibud 30 jaar. Tijdens het jubileumjaar heeft het Nibud geld ingezameld om binnen het onderwijs extra aandacht te kunnen besteden aan

Nadere informatie

Deeltoets micro-economie propedeuse

Deeltoets micro-economie propedeuse Deeltoets micro-economie propedeuse 20 november 2012 Versie 1 ü Deze toets bestaat uit 14 meerkeuzevragen. ü Op het antwoordformulier dient steeds - met potlood - het correcte antwoord te worden aangestreept.

Nadere informatie

TEAMSPEL: UNDERCOVER

TEAMSPEL: UNDERCOVER TEAMSPEL: UNDERCOVER Voorwoord In dit draaiboek vind je alle gegevens die je nodig hebt om eenvoudig een geslaagd uniek spel te organiseren. Het spel kan gespeeld worden als teambuildingsopdracht, maar

Nadere informatie

Handleiding TicTacTeam

Handleiding TicTacTeam Handleiding TicTacTeam www.languageininteraction.nl/tictacteam.html Radboud University Nijmegen, 2015 Handleiding TicTacTeam Introductie TicTacTeam is een puzzelspel voor twee spelers, waarbij je ontdekt

Nadere informatie

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les:

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les: Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen "Welkom,." Introductiefase bij de eerste les: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie

Nadere informatie

Levend Warcraft Introductie van concepten

Levend Warcraft Introductie van concepten Levend Warcraft Introductie van concepten In het spel zijn vier kampen, De Mensen, De Elfen, De Orcs en De Ondoden. Verder zijn er vier posten: De mijn, De hoogoven, De smid en De winkel. In het spel zijn

Nadere informatie

DETROIT - CLEVELAND / GRAND PRIX

DETROIT - CLEVELAND / GRAND PRIX DETROIT - CLEVELAND / GRAND PRIX Auteur: Wolfgang Kramer Uitgegeven door Mayfair Games, Inc., 1996 Inleiding Het is een racedag! Er staan drie races gepland voor de Cleveland- of Detroit-raceparcoursen.

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde A1,2 (nieuwe stijl)

Examen VWO. wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) wiskunde A1,2 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 1 juni 13.3 16.3 uur 2 4 Voor dit examen zijn maximaal 87 punten te behalen; het examen bestaat uit 21

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Jouw spreekbeurt over De Bank!

Inhoudsopgave. Jouw spreekbeurt over De Bank! Jouw spreekbeurt over De Bank! Wie aan de bank denkt, denkt waarschijnlijk aan veel geld. Grote gebouwen en mannen en vrouwen in pak. Maar wat doen ze nou eigenlijk op die bank? En wat gebeurt er met jouw

Nadere informatie

Lesbrief MoneyRace. Spelbord MoneyRace

Lesbrief MoneyRace. Spelbord MoneyRace MoneyRace is een spel van stichting Weet Wat Je Besteedt (WWJB). WWJB is een onafhankelijke stichting die zich richt op het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van jongeren (12-25 jaar). Dit doen

Nadere informatie

Overstapprogramma 6-7

Overstapprogramma 6-7 Overstapprogramma - Cijferend optellen 9 Verdeel het getal. Het getal 8 kun je verdelen in: duizendtallen honderdtallen tientallen eenheden D H T E 8 D H T E 8 = 8 9 9 9 = = = = Zet de getallen goed onder

Nadere informatie

4.1 Het uitdelen van de antwoordbladen en de testboekjes.

4.1 Het uitdelen van de antwoordbladen en de testboekjes. Groep 7 1. Inleiding De test voor groep 7 bestaat uit vijf onderdelen. Elk onderdeel begint met een nieuwe instructie. De algemene instructie duurt (inclusief het uitdelen van de boekjes en de antwoordbladen)

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2009 - I

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2009 - I Autobanden Er bestaan veel verschillende merken autobanden en per merk zijn er banden in allerlei soorten en maten. De diameter van de band hangt af van de diameter van de velg en de hoogte van de band.

Nadere informatie

http://www.kidzlab.nl/index2.php?option=com_content&task=vi...

http://www.kidzlab.nl/index2.php?option=com_content&task=vi... Veelvlakken De perfecte vorm Plato was een grote denker in de tijd van de Oude Grieken. Hij was een van de eerste die de regelmatige veelvlakken heel bijzonder vond. Hij hield ervan omdat ze zulke mooie,

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Dit document hoort bij de training voor mentoren blok 4 coachingsinstrumenten, leerstijlen.

Dit document hoort bij de training voor mentoren blok 4 coachingsinstrumenten, leerstijlen. Dit document hoort bij de training voor mentoren blok 4 coachingsinstrumenten, leerstijlen. Leerstijlentest van David Kolb Mensen, scholieren dus ook, verschillen nogal in de wijze waarop ze leren. Voor

Nadere informatie

SAMEN DELEN. een lesbrief in het kader van de schoenendoosactie

SAMEN DELEN. een lesbrief in het kader van de schoenendoosactie SAMEN DELEN een lesbrief in het kader van de schoenendoosactie INHOUD LESBRIEF 1. Introductie 2. De SAMEN DELEN Lesinhoud 3. De SAMEN DELEN Quizzz 4. Het SAMEN DELEN Diploma 5. De SAMEN DELEN Activiteiten

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Een deel van het onderzoek doe je met z n tweeën, het andere deel doe je zelfstandig. Dit onderzoek telt als repetitie A en B.

Een deel van het onderzoek doe je met z n tweeën, het andere deel doe je zelfstandig. Dit onderzoek telt als repetitie A en B. In jouw stad of dorp zijn er vast wel wijken waar mensen met wat hogere inkomens wonen en wijken waar mensen met wat lagere inkomens wonen. Er wordt beweerd dat mensen met een hoger inkomen meer en verder

Nadere informatie

BREEK DE MACHT KORTE OMSCHRIJVING SPEL SPELDOELEN LEERDOELEN AANTAL DEELNEMERS

BREEK DE MACHT KORTE OMSCHRIJVING SPEL SPELDOELEN LEERDOELEN AANTAL DEELNEMERS BREEK DE MACHT KORTE OMSCHRIJVING SPEL Breek de Macht is een spel waarin leerlingen ervaren wat het betekent als er geen rechtsstaat is. Breek de Macht speel je met een hele klas. Aan het begin van elke

Nadere informatie

MEER PARKEREN VOOR MINDER. Voorronde opdracht van de 22 e Wiskunde A-lympiade

MEER PARKEREN VOOR MINDER. Voorronde opdracht van de 22 e Wiskunde A-lympiade MEER PARKEREN VOOR MINDER Voorronde opdracht van de 22 e Wiskunde A-lympiade 19 November 2010 1 Werkwijzer bij de voorronde opdracht van de Wiskunde A-lympiade 2010/2011 Deze Wiskunde A-lympiade opdracht

Nadere informatie

Omgaan met geld. Budgetteren

Omgaan met geld. Budgetteren Omgaan met geld We leven in een consumptiemaatschappij. Overal worden goederen en diensten aangeboden. Via reclames word je aangemoedigd om steeds meer te kopen. Maar als consument moet je op je hoede

Nadere informatie

Woordenlijst. Categorieën: economie en algemeen

Woordenlijst. Categorieën: economie en algemeen Woordenlijst Categorieën: economie en algemeen Aanbieding, de Iets wat goedkoper is dan anders. De schoenen zijn in de aanbieding: ze zijn 20 euro goedkoper deze week. 6 Aanbod, het Wat er allemaal te

Nadere informatie

Opgave 2. ( 4 punten) Bereken de breedte van de tafel, afgerond op hele centimeters. Schrijf de berekening op.

Opgave 2. ( 4 punten) Bereken de breedte van de tafel, afgerond op hele centimeters. Schrijf de berekening op. D examen wiskunde tijdvak II 1998. Vergadertafels De vragen 1, 2, 3 en 4 gaan over symmetrische vergadertafels met één lange zijde van 150 cm en drie zijden van 75 cm. Op de foto hieronder zie je zo'n

Nadere informatie

wwww.wijzeroverdebasisschool.nl

wwww.wijzeroverdebasisschool.nl 31 spelletjes voor in de auto 1. Bingo met nummerborden Voor dit spelletje heb je een speciale bingokaart nodig. Op de bingokaart staan de getallen t/m 100. voor de getallen t/m 9 staat een 0. Nu kan het

Nadere informatie

Bijlage 1. Beste ouders/verzorgers van de leerlingen van groep 3/4,

Bijlage 1. Beste ouders/verzorgers van de leerlingen van groep 3/4, Bijlage 1 Brief aan de ouders Beste ouders/verzorgers van de leerlingen van groep 3/4, De komende periode gaan wij aan de slag met het thema feesten. We bespreken allerlei feestelijke momenten in het jaar

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. vwo Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Introductie Serious Gaming

Introductie Serious Gaming Introductie Serious Gaming Programma Introductie: de kracht van games Prijzenoorlog Serious Gaming: de theorie Spelbundel klaslokaalexperimenten Zelf ervaren 2 Eind 2010: 72 miljoen actieve spelers Groter

Nadere informatie

werkboek groep 4 blok 7 en 8 naam

werkboek groep 4 blok 7 en 8 naam 1 2 3 4 5 6 werkboek groep 4 7 8 9 11 12 naam 10 blok 7 en 8 blok 8 x les xx 8 1 Hoeveel schroeven liggen hier? Vul in.... 2 34 Het konijnenhok x 4 schroeven is... schroeven. Reken uit. 2 groepjes van

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2000 - II

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2000 - II Opgave 1 ypotheken Als je een huis koopt, moet je meer betalen dan alleen de koopsom. Je moet bijvoorbeeld belasting betalen en de kosten van de notaris. Deze bijkomende kosten zijn voor een nieuwbouwhuis

Nadere informatie

[MONEY, MONEY, MONEY,

[MONEY, MONEY, MONEY, PAV [MONEY, MONEY, MONEY, ] INLEIDING Geld maakt niet gelukkig, zegt het spreekwoord. Dat klopt, maar het helpt wel. En zeker in onze tijd. Want zonder geld kun je de spullen niet kopen die je elke dag

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. De economische kringloop Voor de beantwoording van de vragen 1 tot en met 6 moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de

Nadere informatie