JURISPRUDENTIE ARBEIDSRECHT SPREKER MR. P.S. FLUIT, ADVOCAAT STADHOUDERS ADVOCATEN 1 SEPTEMBER :00 13:00 UUR

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "JURISPRUDENTIE ARBEIDSRECHT SPREKER MR. P.S. FLUIT, ADVOCAAT STADHOUDERS ADVOCATEN 1 SEPTEMBER 2015 12:00 13:00 UUR WWW.AVDRWEBINARS."

Transcriptie

1 JURISPRUDENTIE ARBEIDSRECHT SPREKER MR. P.S. FLUIT, ADVOCAAT STADHOUDERS ADVOCATEN 1 SEPTEMBER :00 13:00 UUR

2 Inhoudsopgave Mr. P.S. Fluit Jurisprudentie CRvB 28 januari 2015, USZ 2015/250 ECLI:NL:CRVB:2015:202 (grondslag loonsanctie) p. 3 CRvB 28 januari 2015, ECLI:NL:CRvB: 2015:298 (toetsingskader loonsanctie) p. 9 CRvB 26 februari 2014,ECLI:NL:CRVB:2015:599 p. 18 CRvB 5 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:780 ( WGA) p. 23 CRvB 25 maart 2015, USZ 2015/187 ECLI:NL:CRVB:2015:187 p. 28 Rb NH 29 oktober 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:9959 p. 34 CRvB 11 maart 2015, USZ 2015 /134 ECLI:NL:CRVB:2015:810 p. 44 Rb Den Haag 1 augustus 2014, USZ 2014/302 ECLI:NL:RBDHA:2014:9221 (verhaalssanctie) p. 50 1

3 ECLI:NL:CRVB:2015:202 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Administratieve loonsanctie. Het Uwv beschikt over alle voorgeschreven stukken, zodat het stadium is gepasseerd waarin aan appellante een administratieve loonsanctie kon worden opgelegd. Gelet op het bepaalde in artikel 25, tiende lid, WIA, kan nu geen loonsanctie wegens eventuele inhoudelijke tekortkomingen meer worden opgelegd. De Raad zal daarom zelf in de zaak voorzien en het besluit, waarbij aan appellante de verplichting tot doorbetalen van loon aan werknemer is opgelegd, herroepen. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Uitspraak Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 25 Rechtspraak.nl USZ 2015/250 met annotatie door M.J.A.C. Driessen 13/262 WIA Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank s-hertogenbosch van 3

4 5 december 2012, 12/1483 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 28 januari 2015 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft I.M.H. Merks-Metz hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. OVERWEGINGEN 1.1. [werknemer] (werknemer) is op 19 februari 2010 ten gevolge van psychische klachten uitgevallen voor zijn werk als accountant bij appellante. Werknemer heeft op 22 november 2011 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd Bij brief van 29 november 2011 heeft het Uwv aan werknemer meegedeeld dat hij nog niet alle documenten van het re-integratieverslag heeft opgestuurd en hem verzocht alsnog het document Eerstejaarsevaluatie van het plan van aanpak op te sturen Bij brieven van 30 november 2011 heeft het Uwv aan werknemer en aan appellante meegedeeld dat de ontbrekende documenten van het re-integratieverslag op 29 november 2011 door het Uwv zijn ontvangen en dat de WIA-aanvraag nu in behandeling kan worden genomen. Daarbij heeft het Uwv in de brief aan werknemer nog vermeld: Wij gaan nu bekijken of uw werkgever en u voldoende hebben gedaan aan uw re-integratie Bij besluit van 3 januari 2012 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat de WIA-aanvraag vijf dagen te laat is ingediend en dat daarom de periode van 104 weken waarover appellante als werkgeefster het loon tijdens ziekte moet doorbetalen wordt verlengd met vijf dagen tot 22 februari

5 1.5. Bij een tweede besluit van 3 januari 2012 heeft het Uwv het tijdvak waarover werknemer jegens appellante recht heeft op loon tijdens ziekte verlengd met 52 weken tot 20 februari 2013, omdat appellante volgens het Uwv niet voldoende heeft gedaan om werknemer te re-integreren. Het Uwv heeft hierbij verwezen naar een rapport van een verzekeringsarts van 13 december 2011 (aangevuld op 3 januari 2012), waarin deze arts concludeert dat er sprake is geweest van onvoldoende beeldvorming door de bedrijfsarts van appellante. Omdat de bedrijfsarts, ondanks een herhaald verzoek daartoe, niet van de mogelijkheid gebruik gemaakt heeft om de tekortkomingen te herstellen, is volgens het Uwv arbeidskundige inbreng niet aangewezen en een administratieve loonsanctie van toepassing Bij besluit van 11 april 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 januari 2012 ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit heeft het Uwv het rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 2 april 2012 ten grondslag gelegd. Deze verzekeringsarts heeft de in het rapport van 13 december 2011 neergelegde opvatting onderschreven dat de bedrijfsarts middels het laten uitvoeren van een neuropsychologisch onderzoek de beperkingen van werknemer op cognitief vlak had moeten objectiveren In het kader van de procedure in beroep tegen het bestreden besluit heeft het Uwv desgevraagd, bij bericht van 17 augustus 2012, aan de rechtbank bevestigd dat er geen inhoudelijke, maar een administratieve loonsanctie werd opgelegd en dat dus niet is beoordeeld of er al dan niet sprake is van een bevredigend resultaat. Daarbij heeft het Uwv tevens vermeld dat de tekortkomingen inmiddels zijn hersteld en dat bij besluit van 30 juli 2012 de loonsanctieperiode is bekort tot 5 juli Per die datum is aan werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend Bij tussenuitspraak van 18 september 2012 heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een administratieve tekortkoming. Met name is onvoldoende gemotiveerd waarom het op de weg van appellante had gelegen om een neuropsychologisch onderzoek te laten uitvoeren. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld om het gebrek te herstellen Het Uwv heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en heeft daartoe een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 9 oktober 2012 overgelegd Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met bepalingen over het griffierecht en de proceskosten, het door appellante ingediende beroep gegrond verklaard, het 5

6 bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat het Uwv met het rapport van 9 oktober 2012 voldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een administratieve tekortkoming van appellante en dat aan haar terecht een loonsanctie is opgelegd. 3. Appellante heeft (samengevat) in hoger beroep gesteld dat haar niets is te verwijten met betrekking tot de begeleiding van werknemer gedurende de periode van 104 weken ziekte en dat ten onrechte een loonsanctie is opgelegd. 4. De Raad oordeelt als volgt Gelet op het door het Uwv in beroep ingenomen standpunt is in geschil of het Uwv aan appellant op goede gronden een zogenoemde administratieve loonsanctie heeft opgelegd Op grond van artikel 25, negende lid, van de Wet WIA verlengt het Uwv het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens zijn werkgever recht heeft op doorbetaling van het loon bij ziekte met 52 weken, indien bij de behandeling van de WIA-aanvraag blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste tot en met het vijfde lid van artikel 25 van de Wet WIA of van de krachtens het zevende lid van artikel 25 van de Wet WIA gestelde regels niet of niet volledig is nagekomen, of als de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De verplichtingen van het eerste tot en met het vijfde lid van artikel 25 van de Wet WIA zien onder meer op de verslaglegging van de re-integratie-inspanningen en de begeleiding van de verzekerde. In de mede op artikel 25, zevende lid, van de Wet WIA gebaseerde Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar (Stcrt. 2002, 60) zijn de administratieve verplichtingen van de werkgever uitgewerkt In zijn Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (Stcrt. 2002, 236) heeft het Uwv een kader gegeven voor de inzet en beoordeling van re-integratie-inspanningen. Daarin is neergelegd welke inspanningen van de werkgever en de werknemer worden verwacht en hoe (de resultaten van) deze inspanningen door het Uwv worden getoetst. Op grond van de beleidsregels maakt het Uwv een onderscheid tussen administratieve tekortkomingen van de werkgever en tekortkomingen van inhoudelijke aard In de in 4.3 genoemde beleidsregels is onder het kopje 5. Beoordeling reintegratieverslag en het subkopje volledigheid re-integratieverslag opgenomen: Het UWV controleert allereerst of de voorgeschreven stukken in het re-integratieverslag aanwezig zijn. Die stukken vormen de basis voor de beoordeling van de re-integratieinspanningen. Is het verslag niet volledig, dan is sprake van een administratieve tekortkoming die de werkgever moet herstellen. Als de tekortkoming aan de werkgever ligt, stelt het UWV de werkgever eerst in staat de ontbrekende gegevens binnen één week aan te vullen. In veel gevallen zal het re-integratieverslag dan wel compleet zijn en kan de inhoudelijke beoordeling plaatsvinden. Het is echter ook mogelijk dat de werkgever de gevraagde gegevens niet levert. In dat geval legt het UWV de werkgever 6

7 een loonsanctie op. In de loonsanctiebeslissing wordt duidelijk aangegeven welke stukken ontbreken. ( ) 4.5. Onder meer in zijn uitspraak van 12 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM4397, heeft de Raad de beschrijving door het Uwv van het loonsanctiesysteem, zoals dat voortvloeit uit de artikelen 25, 64 en 65 van de Wet WIA, voor juist gehouden. Ook uit deze beschrijving volgt een onderscheid tussen administratieve tekortkomingen en tekortkomingen van inhoudelijke aard als grondslag voor een loonsanctie. Als een werkgever, nadat aan hem een loonsanctie is opgelegd in verband met een administratieve tekortkoming, alsnog de gevraagde gegevens toestuurt aan het Uwv, dan geldt volgens deze beschrijving: Het UWV zal vervolgens beoordelen of de werkgever zijn verzuim voldoende heeft hersteld. Is dat niet het geval dan wordt de loonsanctie voortgezet. Heeft de werkgever zijn verzuim wel voldoende hersteld, dan beoordeelt het Uwv of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Is dat het geval dan wordt de loonsanctie beëindigd ( ). Heeft de werkgever onvoldoende inspanningen gepleegd, dan wordt de loonsanctie op inhoudelijke gronden voortgezet. De grondslag van de loonsanctie wijzigt in dat geval van het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen in het geen of onvoldoende leveren van re-integratie-inspanningen Een opsomming van de voorgeschreven stukken, waarvan het Uwv de aanwezigheid in het re-integratieverslag op grond van zijn beleidsregels als eerste controleert, is gegeven in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. Het in 1.2 genoemde document, dat het Uwv bij werknemer heeft opgevraagd, maakt deel uit van deze opsomming. Tussen partijen is niet in geschil dat het re-integratieverslag niet volledig was. Deze onvolledigheid is een administratieve tekortkoming Met de brieven van 30 november 2011 aan werknemer en appellante heeft het Uwv - deze brieven in samenhang beschouwend - vastgesteld dat binnen de gestelde termijn aan de administratieve verplichtingen is voldaan, dat het Uwv over alle benodigde documenten beschikt, dat de WIA-aanvraag van werknemer in behandeling zal worden genomen en dat zal worden bezien of werknemer en appellante voldoende re-integratieinspanningen hebben verricht. Uit deze mededelingen van het Uwv aan werknemer en appellante is geen andere conclusie te trekken dan dat alleen het opleggen van een inhoudelijke loonsanctie nog ter beoordeling staat. Nog daargelaten dat het door het Uwv verlangde rapport van een neuropsychologisch onderzoek niet is aan te merken als een van de voorgeschreven stukken, als aangeduid in de beleidsregels, heeft te gelden dat met de vaststelling dat het re-integratieverslag compleet is geworden met het van werknemer ontvangen document en de vaststelling dat het Uwv dus beschikt over alle voorgeschreven stukken, het stadium is gepasseerd waarin aan appellante een administratieve loonsanctie kon worden opgelegd Conclusie is dat een grondslag ontbrak voor het opleggen aan appellante van een loonsanctie vanwege administratieve tekortkomingen. Of er gronden zouden zijn geweest 7

8 voor het opleggen van een loonsanctie vanwege inhoudelijke tekortkomingen in de zin van onvoldoende re-integratie-inspanningen van appellante en of het Uwv bij zijn toetsing daarvan overeenkomstig zijn beleidsregels heeft gehandeld, staat, gelet op de door het Uwv in beroep gegeven aard van zijn besluit, in dit geding niet ter beoordeling. Hieruit volgt dat het Uwv ten onrechte een loonsanctie vanwege administratieve tekortkomingen heeft opgelegd aan appellante en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten Gelet op hetgeen in 4.1 tot en met 4.8 is overwogen dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand zijn gelaten. Gelet op het bepaalde in artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA, kan nu geen loonsanctie wegens eventuele inhoudelijke tekortkomingen meer worden opgelegd. De Raad zal daarom zelf in de zaak voorzien en het besluit van 3 januari 2012, waarbij aan appellante de verplichting tot doorbetalen van loon aan werknemer is opgelegd, herroepen. 5. Er bestaat aanleiding voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op 974,-. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van 11 april 2012 in stand blijven; - bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige; - herroept het besluit van 3 januari 2012; - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van 974,-; - bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van 466,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe als voorzitter en J.S. van der Kolk en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari (getekend) M. Greebe (getekend) W. de Braal IJ 8

9 ECLI:NL:CRVB:2015:298 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Geen oplegging loonsanctie. De werkgever heeft voldaan aan zijn reintegratieverplichtingen. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Uitspraak Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 25 Rechtspraak.nl RSV 2015/58 USZ 2015/110 met annotatie door P.S. Fluit AB 2015/260 met annotatie door A. Tollenaar 13/3220 WIA Datum uitspraak: 28 januari 2015 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant 9

10 van 8 mei 2013, 11/2084 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B.E. Crone hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 24 september Voor appellant is mr. R.L.J.J. Vereijken, collega van mr. Crone, verschenen. Het Uwv heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN 1. Appellant was werkzaam als onderhoudsmonteur technische dienst. Op 6 januari 2009 is hij wegens psychische klachten voor dat werk uitgevallen. Appellant heeft op 12 oktober 2010 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd. Bij besluit van 9 februari 2011 is hem met ingang van 12 januari 2011 een WGA-uitkering toegekend en is hem meegedeeld dat aan zijn werkgever geen zogenoemde loonsanctie is opgelegd, omdat deze voldoende reintegratie-inspanningen heeft verricht. Appellant heeft tegen het niet opleggen van een loonsanctie bezwaar gemaakt. Bij besluit van 18 mei 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat heroverweging door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep tot de conclusie heeft geleid dat terecht geen loonsanctie is opgelegd. Voors is naar aanleiding van wat appellant in bezwaar heeft aangevoerd over de naar zijn mening onvoldoende activiteiten van zijn werkgever overwogen dat dit niet kan leiden tot een ander standpunt van het Uwv met betrekking tot de loonsanctie, omdat een eventuele loondoorbetalingsverplichting niet kan worden opgelegd na afloop van de wachttijd. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat, hoewel geen loonsanctie meer kan worden opgelegd, het procesbelang van appellant is gelegen in de - op voorhand niet onaannemelijke - schade die appellant door het bestreden besluit lijdt. De rechtbank heeft het bestreden besluit in stand gelaten, omdat zij geen aanleiding had om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. 3. In hoger beroep heeft appellant het standpunt herhaald dat zijn werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratieverplichting. De arbodienst van zijn werkgever heeft hem voor behandeling doorverwezen naar HSK, een organisatie voor psychische zorg, waar een verkeerde diagnose is gesteld. Vervolgens zijn bij HSK medicijnen voorgeschreven die na enige tijd in een te hoog tempo weer zijn afgebouwd. Daardoor zijn appellants klachten toegenomen en is zowel zijn herstel als zijn re-integratie belemmerd. Volgens appellant heeft zijn werkgever bovendien ten onrechte niet de adviezen van de arbodienst opgevolgd. De arbodienst heeft appellant afgeraden om alleen te werken en om in contact te zijn met klanten. Toch heeft appellant werkzaamheden op locatie bij 10

11 klanten moeten verrichten. Tot slot heeft de werkgever te snel het zogenoemde tweede spoor willen opstarten, terwijl uit een deskundigenonderzoek was gebleken dat werkzaamheden bij de werkgever nog mogelijk waren. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling Op grond van artikel 7:629, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) - voor zover in dit geding van belang - behoudt de werknemer voor een tijdvak van 104 weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte daartoe verhinderd was Op grond van artikel 23 van de Wet WIA geldt een wachttijd van 104 weken voordat de verzekerde aanspraak kan maken op een WIA-uitkering Op grond van artikel 65 van de Wet WIA beoordeelt het Uwv bij de aanvraag voor een WIA-uitkering of de werkgever en de verzekerde in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht Indien de verrichte re-integratie-inspanningen als onvoldoende zijn beoordeeld, verlengt het Uwv op grond van artikel 25, negende lid, van de Wet WIA het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens de werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 7:629 van het BW, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van zijn reintegratieverplichtingen kan herstellen. Het hier bedoelde tijdvak is ten hoogste 52 weken In artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA - voor zover in dit geding van belang - is bepaald dat het Uwv de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid van artikel 25 van de Wet WIA uiterlijk zes weken voor het einde van de wachttijd geeft Op grond van artikel 25, elfde lid, van de Wet WIA - voor zover in dit geding van belang - vindt de verlenging van het tijdvak als bedoeld in het negende lid van artikel 25 van de Wet WIA niet plaats indien het Uwv de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid niet geeft voor afloop van de wachttijd Het Uwv heeft, nadat op 12 oktober 2010 de WIA-aanvraag van appellant was ontvangen, de re-integratie-inspanningen van de werkgever en de aanspraak van appellant op een WIA-uitkering beoordeeld. Het besluit van 9 februari 2011 is gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts van het Uwv van 31 januari 2011, een door 11

12 deze arts opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst en een rapport van een arbeidsdeskundige van het Uwv van 4 februari Het rapport van de arbeidsdeskundige bevat naast een berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant ook een beschrijving van de reintegratie-inspanningen van de werkgever. De arbeidsdeskundige is in samenspraak met de verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat de re-integratie-inspanningen, gelet op de medische situatie van appellant, voldoende zijn geweest Met het besluit van 9 februari 2011 zijn aan appellant twee beslissingen kenbaar gemaakt. Onder het kopje beslissing over uw uitkering heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant recht op een WGA-uitkering is ontstaan en onder het kopje beslissing over verplichting loon door te betalen staat vermeld: Bij uw aanvraag voor een WIA-uitkering heeft u het re-integratieverslag meegestuurd. In dit verslag staat welke activiteiten u met uw werkgever heeft ondernomen om weer (gedeeltelijk) aan het werk te gaan. Wij hebben dit verslag beoordeeld. Volgens ons heeft uw werkgever voldoende gedaan aan uw re-integratie. Daarom hoeft hij niet langer uw loon door te betalen De in genoemde wachttijd was in het geval van appellant op 12 januari 2011 geëindigd. De aan het bestreden besluit ten grondslag liggende overweging dat bij het besluit geen loonsanctie meer kon worden opgelegd, is juist. Ook indien het Uwv in het bezwaar van appellant aanleiding had gezien voor een andere opvatting over de reintegratie-inspanningen van de werkgever, had de in artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA genoemde termijn aan het alsnog opleggen van een loonsanctie in de weg gestaan (zie ook de uitspraak van de Raad van 9 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8075) Dat een loonsanctie bij het bestreden besluit niet meer kon worden opgelegd, betekent niet dat appellant geen belang heeft bij een beoordeling door de bestuursrechter van de in het besluit van 9 februari 2011 verwoorde en bij het bestreden besluit gehandhaafde opvatting van het Uwv dat de werkgever van appellant niet in zijn reintegratieverplichtingen is tekortgeschoten. Appellant heeft te kennen gegeven dat hij de schade vergoed wil hebben die het gevolg is van het - volgens hem - ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie De Raad heeft er thans behoefte aan het kader te schetsen van de mogelijkheden van de werknemer om op te komen tegen het oordeel dat het Uwv geeft over de re-integratieinspanningen in het tijdvak van 104 weken van artikel 7:629 van het BW en te verzoeken om vergoeding van schade als een loonsanctie ten onrechte achterwege is gebleven Artikel 25, negende lid, van de Wet WIA in samenhang met artikel 7:658a van het BW, de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar (regeling van 25 maart 2002, Stcrt. 2002, 60) en de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (besluit van 3 december 2002, 12

13 Stcrt. 2002, 236, gewijzigd bij besluit van 17 oktober 2006, Stcrt. 2006, 224) beoogt te bereiken dat, nadat een werknemer wegens ziekte of gebrek is uitgevallen, de werkgever in samenwerking met zijn arbodienst onderzoekt of er mogelijkheden bestaan om de werknemer in het bedrijf van de werkgever eigen dan wel andere passende arbeid te doen verrichten of om de werknemer in te schakelen in passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever en terugkeer van de werknemer in het arbeidsproces bewerkstelligt (zie ook de uitspraak van de Raad van 18 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3713) Uit artikel 25, negende lid, van de Wet WIA in samenhang met artikel 65 van die wet, volgt de verplichting voor het Uwv om bij elke WIA-aanvraag een onderzoek in te stellen naar de door de werkgever en de werknemer gepleegde inspanningen om tot reintegratie via het zogenoemde eerste spoor (bij de eigen werkgever) of het tweede spoor (bij een andere werkgever) komen. Op grond van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek wordt de conclusie gebaseerd dat de re-integratie-spanningen al dan niet voldoende zijn geweest Deze conclusie wordt op grond van artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA neergelegd in een beschikking. Uit de bewoordingen van dit artikellid valt niet af te leiden dat het Uwv alleen tot het geven van een beschikking is gehouden indien aan de werkgever een loonsanctie wordt opgelegd. In de woorden omtrent de toepassing van het negende lid ligt evenzeer besloten dat het Uwv gehouden is een beschikking te geven als uit het in genoemde onderzoek de conclusie wordt getrokken dat voor een verlenging van het tijdvak van loondoorbetaling geen grond is. Voor het geven van de beschikking geldt een termijn die, zoals volgt uit de leden tien en elf van artikel 25 van de Wet WIA in samenhang bezien, bij het einde van de wachttijd afloopt. Tot het einde van deze termijn is het rechtsgevolg van de beschikking afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Na afloop van deze termijn kan het Uwv, indien alsnog in het kader van de leden negen en tien van artikel 25 van de Wet WIA wordt beslist, nog slechts tot de beslissing komen dat aan de werkgever geen loonsanctie wordt opgelegd (zie ook de uitspraak van de Raad van 9 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8075) Volgens vaste rechtspraak is een beslissing om geen loonsanctie op te leggen een besluit in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarbij de werknemer belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid van de Awb (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 12 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5425). Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld In zijn uitspraak van 16 april 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:1268) heeft de Raad overwogen dat de uitdrukkelijke erkenning van het Uwv dat is nagelaten tijdig - dat wil zeggen voor het einde van de wachttijd - een loonsanctiebesluit te nemen, meebrengt dat de Raad bevoegd is een oordeel te geven over de schade die de werknemer stelt te hebben geleden als gevolg van dat nalaten

14 Meer algemeen geldt dat de bestuursrechter bevoegd is te oordelen over een verzoek om schadevergoeding als is voldaan aan het zogenoemde connexiteitsvereiste (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3348). Als de stellingen van de werknemer erop neerkomen dat de beweerdelijke schadeoorzaak is gelegen in het niet opleggen van een loonsanctie of in de nalatigheid van het Uwv om tijdig voor afloop van de daarvoor geldende termijn een loonsanctiebesluit te nemen, kan daarover door de bestuursrechter een oordeel worden gegeven Het oordeel van de bestuursrechter over een verzoek van de werknemer om vergoeding van schade, die beweerdelijk is geleden als gevolg van een loonsanctiebesluit of het niet tijdig nemen van een dergelijk besluit, vraagt steeds - ook in het geval het niet tijdig nemen van een besluit voorligt - een inhoudelijke beoordeling van de re-integratieinspanningen die door de werkgever, in samenspraak met een werknemer, zijn verricht Met inachtneming van het hiervoor geschetste kader zal worden beoordeeld of het Uwv kan worden gevolgd in zijn opvatting dat de werkgever van appellant zich voldoende heeft ingespannen om appellant in passende arbeid in het bedrijf van de werkgever of bij een andere werkgever te doen hervatten In de in genoemde Beleidsregels heeft het Uwv een inhoudelijk kader neergelegd voor de beoordeling van de door een werkgever verrichte re-integratie-inspanningen. Volgens dit kader besteedt het Uwv bij die beoordeling aandacht aan voorschriften uit de Wet Verbetering Poortwachter en de Regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar, aan de medische aspecten en aan de arbeidskundige aspecten en werkinpassing. Met betrekking tot de medische aspecten gaat het om de volgende vragen: heeft de werknemer een naar algemeen medische maatstaven adequate behandeling voor zijn ziekte of gebrek ondergaan; is nagegaan of door behandeling, training of revalidatie de functionele mogelijkheden kunnen worden vergroot; is voorzien in adequate begeleiding op weg naar vergroting van de functionele mogelijkheden; is de beoordeling van de bedrijfsarts met betrekking tot de functionele mogelijkheden van de werknemer ten aanzien van de eigen arbeid en eventuele passende, andere arbeid plausibel; is rekening gehouden met de stand van de wetenschap en de eisen van professionele dienstverlening, zoals die onder meer tot uitdrukking komen in protocollen en richtlijnen of instructies? Indien, in ieder geval ter gelegenheid van de evaluatie van het eerste ziektejaar (het zogenoemde opschudmoment) is gebleken dat in het bedrijf van de werkgever geen mogelijkheden zijn om de werknemer te doen hervatten in eigen of aangepaste arbeid, onderzoekt de werkgever in samenwerking met de arbodienst wat daartoe de mogelijkheden zijn in het bedrijf van een andere werkgever. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid voor de re-integratie bij de werkgever. De werkgever is ook verantwoordelijk voor de activiteiten die zijn arbodienst al dan niet onderneemt. In dat verband wordt gewezen op de Nota naar aanleiding van het verslag behorende bij de Wet tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de 14

15 deskundige bijstand (Kamerstukken II 2004/05, , nr. 6, blz. 20), waarin is gesteld: De werkgever is en blijft verantwoordelijk voor de re-integratie met inbegrip van de werkzaamheden van degene die hij daarbij inschakelt. Indien het Uwv de WAO-aanvraag afwijst en de werkgever het loon langer moet doorbetalen, kan het zijn dat de oorzaak van de onvoldoende re-integratie-inspanningen bij de begeleidende arbodienst of andere deskundige (bedrijfsarts en/of ingeschakelde derde) ligt. In dat geval kan de werkgever de betrokken dienstverlener civielrechtelijk aansprakelijk stellen. Met de Wet verbetering poortwachter en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 heeft de wetgever niet met deze koers willen breken, maar heeft hij de verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer verder versterkt door voort te bouwen op hetgeen op dit punt al was bereikt (Kamerstukken II 2003/04, , nr. 3, blz. 16). De verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer impliceert verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde diensten door bijvoorbeeld een arbodienst Het standpunt van appellant dat zijn werkgever is tekortgeschoten in zijn re-integratieverplichting, omdat bij HSK een onjuiste diagnose is gesteld en op onjuiste wijze medicijngebruik is afgebouwd waardoor het re-integratieproces werd belemmerd, wordt niet gevolgd. Blijkens de stukken bedroeg de wachttijd voor de noodzakelijke, reguliere behandeling van appellants klachten op dat moment zes maanden. De arbodienst was van mening dat, gezien de ernst van de problematiek en gelet op de zogenoemde NGH-standaard Angststoornissen (standaard van het Nederlands Genootschap van Huisartsen) en de zogenoemde NVAB-richtlijn handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten (richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde), begeleiding in de tweede lijn op korte termijn was aangewezen. Overleg met de huisarts heeft er niet toe geleid dat appellant sneller behandeld kon worden. Daarop heeft de arbodienst de verwijzing naar HSK met appellant besproken en vervolgens met appellants toestemming het behandelingstraject laten inzetten. Met het Uwv wordt geoordeeld dat deze tijdcontingente benadering van de arbodienst aangemerkt moet worden als een juiste en adequate re-integratie-inspanning van de werkgever. De verantwoordelijkheid van de werkgever voor de kwaliteit van de werkzaamheden van degene die hij bij de re-integratie van een werknemer inschakelt gaat niet zo ver dat deze zich zou uitstrekken tot de inhoudelijke, professionele door een behandelingsovereenkomst beheerste uitvoering van een - op zich - adequate re-integratieaanpak. Voor zover al juist zou zijn dat HSK appellant niet adequaat zou hebben behandeld, is dat niet toe te rekenen aan de werkgever op de grond dat zijn arbodienst hem de verwijzing van appellant naar HSK heeft geadviseerd De stelling van appellant dat zijn werkgever hem ten onrechte tegen het advies van de arbodienst in alleen naar een klant heeft gestuurd voor het verrichten van 15

16 werkzaamheden, wordt evenmin gevolgd. Uit het medisch onderzoeksverslag van de verzekeringsarts van 22 april 2010, dat is opgemaakt in het kader van een zogenoemd deskundigenoordeel dat door appellant was gevraagd, blijkt dat de verzekeringsarts appellant geschikt achtte om arbeid te verrichten met inachtneming van een aantal beperkingen zoals in dat rapport onder 4.1 genoemd. De verzekeringsarts heeft ten tijde van zijn onderzoek voor appellant niet de beperking noodzakelijk geacht die is gesteld door de bedrijfsarts in februari 2010 en in het rapport van de verzekeringsarts onder is vermeld, te weten beperkt contact met klanten, zo nodig kunnen terugvallen op collega s, geen eindverantwoordelijkheid. Niet is gebleken dat de verzekeringsarts van het Uwv zich bij zijn onderzoek een onjuist beeld heeft gevormd van de medische toestand van appellant en dat in april 2010 (nog langer) sprake was van een beperking van appellant voor het alleen verrichten van werkzaamheden bij klanten van de werkgever In de in genoemde Beleidsregels is opgenomen dat het zogenoemde opschudmoment ten tijde van de eerstejaarsevaluatie een extra dimensie heeft. Indien op dat moment blijkt dat de re-integratie in het eigen bedrijf nog geen resultaten heeft opgeleverd, wordt verwacht dat de werkgever en de werknemer - naast de wellicht nog lopende activiteiten voor re-integratie in het eigen bedrijf - tevens voorbereidingen starten met het oog op re-integratie via het tweede spoor. Onder verwijzing naar zijn in genoemde uitspraak van 18 november 2009 en zijn uitspraak van 14 april 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BM1179) heeft de Raad in zijn uitspraak van 26 januari 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BP2230) overwogen dat de werkgever naast het verrichten van reintegratie-inspanningen via het eerste spoor gehouden kan zijn de mogelijkheden bij een andere werkgever te bezien. Deze rechtspraak is in de uitspraak van 10 december 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:4138) herhaald. Volgens de bedrijfsarts was appellant op het opschudmoment dermate ernstig beperkt dat er bij de eigen werkgever geen mogelijkheden waren voor re-integratie in eigen werk dan wel in aangepast werk. Gelet op de aanwezige angststoornis, waarvoor appellant in 2009 is behandeld, is het dan ook in overeenstemming met de re-integratieverplichtingen te achten dat - naast continuering van het eerste spoor - ook het tweede spoor is ingezet. Dat naderhand een verzekeringsarts in het kader van een deskundigenonderzoek de beperkingen van appellant minder ernstig heeft ingeschat en hem in staat heeft geacht om vier uur per dag in het eigen werk te hervatten, maakt niet dat in dit geval sprake is van een tekortschieten in de re-integratieverplichting. Niet is gebleken dat re-integratiekansen verloren zijn gegaan met het door de werkgever al willen inzetten van het tweede spoor Uit hetgeen in tot en met 4.10 is overwogen volgt dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de werkgever heeft voldaan aan zijn reintegratieverplichtingen. Bij het bestreden besluit is de beslissing om geen loonsanctie op te leggen terecht gehandhaafd Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Gelet op dit oordeel is toewijzing van de gevraagde wettelijke rente, daargelaten waarover appellant deze berekend zou willen zien, op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb niet mogelijk. 16

17 5.3. Ter voorlichting van appellant wordt opgemerkt dat, nu met deze uitspraak de rechtmatigheid van het bestreden besluit komt vast te staan, voor een schadevergoeding op de grond dat het Uwv niet tijdig het loonsanctiebesluit heeft genomen geen ruimte is. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak; - wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af. Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe als voorzitter en J.S. van der Kolk en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari (getekend) M. Greebe (getekend) W. de Braal HD 17

18 ECLI:NL:CRVB:2015:599 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Weigering WIA-uitkering. Geen twijfel aan de uiteindelijke conclusie van de verzekeringsarts. Beperkingen niet onderschat. Geselecteerde functies zijn in medisch opzicht passend. Rechtspraak.nl 13/3503 WIA Datum uitspraak: 2 maart 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West- Brabant van 4 juni 2013, 12/5308 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP 18

19 Namens appellant is hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken in het geding gebracht. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari Appellant is verschenen met bijstand van mr. P.W.G.J. de Haas, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz. OVERWEGINGEN 1.1. Bij besluit van 6 februari 2007 is vastgesteld dat appellant met ingang van 1 mei 2007 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is Appellant is op 10 mei 2010 uitgevallen voor zijn werk als jobcoach wegens verlammingsverschijnselen ten gevolge van myelitis traversa. 1.3 Naar aanleiding van zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Wet WIA is appellant onderzocht door een verzekeringsarts. Deze heeft appellant ten aanzien van de rug-, nek-, knie- en voetklachten beperkt geacht conform de destijds in 2007 vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en hem toegenomen beperkt geacht als gevolg van voornoemde neurologische aandoening. In het rapport van 14 maart 2012 wordt door de verzekeringsarts vermeld dat appellant onder andere beperkt is bij lopen en lopen tijdens werk, traplopen/klimmen, knielen of hurken, staan en staan tijdens het werk, beroepsmatig chaufferen en wisselende werktijden. Volgens de verzekeringsarts is er geen indicatie voor een urenbeperking als rekening wordt gehouden met de in de FML opgenomen beperkingen. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens aan de hand van geselecteerde voorbeeldfuncties vastgesteld dat er sprake is van een verlies aan verdiencapaciteit van 20,8% Bij besluit van 10 april 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA is ontstaan omdat hij met ingang van 1 mei 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is In de bezwaarfase van de besluitvorming heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep inlichtingen ingewonnen bij de behandelend neuroloog en psycholoog van appellant. Op basis van de verkregen inlichtingen in het rapport van 11 september 2012 heeft deze geconcludeerd dat de primaire verzekeringsarts dezelfde afwijkingen heeft gevonden als de neuroloog en dat met deze afwijkingen in voldoende mate rekening is gehouden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens in het rapport van 14 september 2012 twee eerder geselecteerde functies laten vervallen omdat hierin sprake was van 19

20 wisseldiensten, terwijl appellant hiervoor beperkt is. De mate van arbeidsongeschiktheid is op basis van de overgebleven functies gesteld op 24,09% Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 april 2012 is bij besluit van 17 september 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. 2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat de in beroep door appellant overgelegde rapport van verzekeringsarts H.M.Th. Offermans door het Uwv voldoende is weerlegd. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het Uwv de belastbaarheid van appellant zoals vastgesteld in de FML heeft overschat en heeft er daarbij op gewezen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de neuroloog dezelfde afwijkingen heeft gerapporteerd als door de verzekeringsarts is geconstateerd Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn lichamelijke en psychische klachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor het verrichten van arbeid. Daarbij is ten onrechte geen urenbeperking aangenomen. De door hem in beroep overgelegde informatie van verzekeringsarts Offermans had aanleiding moeten zijn om een deskundige in te schakelen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij een brief van verzekeringsarts Offermans van 13 augustus 2013 overgelegd waarin door hem naar voren wordt gebracht dat de neurologen die appellant hebben onderzocht andere reflexafwijkingen vonden dan de primaire verzekeringsarts. Voorts heeft appellant een brief van re-integratiecoach R.G. van Tiel van 16 september 2013 ingebracht waarin Van Tiel heeft verklaard dat hij appellant niet in staat acht om acht uur achtereen op een dag te werken en een eindrapport van Van Tiel van 28 januari 2014 inzake de Individuele Re-integratie Overeenkomst. In dit laatste rapport wordt uitgegaan van een beperking in de belastbaarheid tot drie uur aaneengesloten werken en wordt gemeld dat het zeer moeilijk is gebleken om een werkgever te vinden die appellant met deze beperking in dienst wil nemen Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen. 4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak De hoger beroepsgronden vormen voornamelijk een herhaling van de gronden die appellante in eerste aanleg heeft aangevoerd. Die gronden heeft de rechtbank terecht verworpen Voor zover die gronden betrekking hebben op de verzekeringsgeneeskundige kant van de onderhavige besluitvorming heeft de rechtbank met juistheid gewezen op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 september 2012 en het in beroep ingebrachte rapport van 19 maart In dit laatste rapport is nogmaals uiteengezet 20

21 dat indien sprake is van passende arbeid waarbij rekening wordt gehouden met appellants beperkingen er geen reden is voor een urenbeperking. Verzekeringsarts Offermans is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep nagenoeg alleen uitgegaan van het verhaal van appellant en heeft zelf zeer summier lichamelijk onderzoek verricht. Voor de nadere beperkingen die Offermans nodig acht ontbreekt een onderbouwing. Uit de informatie van de neuroloog volgt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er nog maar geringe afwijkingen worden geobjectiveerd. De rechtbank heeft gelet hierop terecht geen aanleiding gevonden voor twijfel aan de uiteindelijke conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en heeft met juistheid geconcludeerd geen aanknopingspunten te hebben voor de juistheid van appellants stelling dat meer beperkingen aangenomen hadden moeten worden door het Uwv. Tegenover het verzekeringsgeneeskundig oordeel waarop het Uwv zich baseert heeft appellant geen zodanig onderbouwd medisch oordeel gesteld dat daaraan twijfel gerechtvaardigd is. Het oordeel van de re-integratiecoach kan niet gelden als een medisch oordeel. Dat het appellant ook met behulp van zijn re-integratiecoach niet is gelukt om een werkgever te vinden kan aan het bovenstaande niet afdoen. Het Uwv heeft bij brief van 26 februari 2014 terecht naar voren gebracht dat bij het feitelijk verkrijgen van arbeid ook andere factoren dan medische belastbaarheid van betekenis zijn. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank op goede gronden geen onderzoek door een deskundige heeft laten verrichten en dat hiertoe in hoger beroep ook geen aanleiding is Terecht heeft de rechtbank de beroepsgrond verworpen dat de ten aanzien van appellant geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. Daarbij is met juistheid verwezen naar het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. In het rapport van 11 september 2012 is overtuigend en inzichtelijk beargumenteerd dat appellant werkzaamheden kan verrichten verbonden aan functies waarin de belasting in overeenstemming is met zijn verzekeringsgeneeskundig vastgestelde mogelijkheden en beperkingen Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Voor vergoeding van schade is dus geen aanleiding. 5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart (getekend) D.J. van der Vos 21

22 (getekend) W. de Braal NK 22

23 ECLI:NL:CRVB:2014:780 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Loonsanctie. Het Uwv heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Appellante is er debet aan geweest dat het re-integratieproces 212 weken heeft geduurd. Rechtspraak.nl 12/4989 WIA, 12/4991 WIA Datum uitspraak: 5 maart 2014 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 26 juli 2012, 11/1129, 11/1226 en 11/5170 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante B.V.] te [vestigingsplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) [Naam belanghebbende], wonende te [woonplaats] (belanghebbende) 23

24 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft [naam manager], manager Gezondheid en Arbo Connexxion, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Namens belanghebbende heeft mr. S. Matadin, zich als gemachtigde gemeld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari Voor appellante is [naam manager] verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J. Belder. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door mr. W.C.M. Pronk-Schaap. OVERWEGINGEN 1.1. Bij besluit van 21 juli 2010 (besluit 1) heeft het Uwv appellantes rechtsvoorganger meegedeeld dat belanghebbende zijn aanvraag ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) 28 maanden te laat heeft ingediend en het Uwv ervan uitgaat dat, bij voortdurende ongeschiktheid van belanghebbende, appellante gedurende die periode het loon van belanghebbende doorbetaalt Bij besluit van eveneens 21 juli 2010 (besluit 2) heeft het Uwv het tijdvak waarin belanghebbende jegens appellante als werkgever recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd met 52 weken. Die verlenging - kortweg loonsanctie genoemd - is in aansluiting op de afloop van de, vanwege de te late indiening van de WIA-aanvraag verlengde, wachttijd opgelegd tot 6 augustus 2011 op de grond dat de re-integratie-inspanningen van appellante onvoldoende zijn geweest, nu zij - ook na de gelegenheid te hebben gekregen om het verzuim te herstellen - zonder geldige reden heeft nagelaten een compleet re-integratieverslag in te sturen. Bij het opleggen van de loonsanctie heeft het Uwv toepassing gegeven aan artikel 25, negende lid, van de Wet WIA, in verbinding met artikel 65 van de Wet WIA Appellante heeft tegen besluit 2 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 18 februari 2011 (bestreden besluit 1) is dat bezwaar ongegrond verklaard Nadat appellante alsnog de ontbrekende informatie heeft overgelegd en daarmee de administratieve tekortkoming heeft hersteld, heeft het Uwv bij besluit van 25 maart 2011 geweigerd om het tijdvak van de loonsanctie te bekorten. Bij besluit van 1 november 2011 (bestreden besluit 2) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 25 maart 2011 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige van 26 oktober Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard. De rechtbank was van oordeel dat niet is komen vast te staan dat appellante vóór 21 juli 2010 een compleet re-integratieverslag heeft ingestuurd en dat appellante daarin een eigen verantwoordelijkheid heeft. Vervolgens heeft de rechtbank het standpunt van het Uwv onderschreven dat het door appellante ingezette re-integratieproces niet vloeiend is verlopen, dat appellante er onvoldoende grip op heeft gehad en dat daardoor re-integratiekansen zijn gemist. Ook heeft de rechtbank het Uwv gevolgd in zijn standpunt dat belanghebbende ten tijde hier van belang benutbare 24

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht Registratienummer: AWB06/4812 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [eiser], eiser, wonende te [woonplaats],

Nadere informatie

3.8 RE-INTEGRATIEVERPLICHTINGEN VAN WERKGEVER EN WERKNEMER

3.8 RE-INTEGRATIEVERPLICHTINGEN VAN WERKGEVER EN WERKNEMER aanspraak op loon wanneer de werknemer erop heeft mogen vertrouwen dat de bedongen arbeid stilzwijgend is gewijzigd. Daarvoor is echter van belang dat is vastgesteld dat de werknemer blijvend ongeschikt

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8998

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8998 ECLI:NL:CRVB:2012:BX8998 Instantie Datum uitspraak 10-10-2012 Datum publicatie 11-10-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 12-495 WW Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 december 2009, 09/1990 (hierna: aangevallen uitspraak),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 december 2009, 09/1990 (hierna: aangevallen uitspraak), LJN: BP5058, Centrale Raad van Beroep, 10/596 ZVW Datum uitspraak: 09-02-2011 Datum publicatie: 21-02-2011 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing aanvraag

Nadere informatie

Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen

Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen van werkgever mr. J.M. (Annemarie) Lammers-Sigterman advocaat Kantoor Mr. van Zijl B.V. Korvelseweg 142, 5025 JL Tilburg Postbus 1095, 5004 BB

Nadere informatie

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2011, 11/512 (aangevallen uitspraak)

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2011, 11/512 (aangevallen uitspraak) LJN: BZ9358, Centrale Raad van Beroep, 11/7248 AWBZ-T Datum uitspraak: 01-05-2013 Datum publicatie: 03-05-2013 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Tussenuitspraak.

Nadere informatie

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten) LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

pagina 1 van 5 ECLI:NL:RBDHA:2014:6145 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 20-05-2014 Datum publicatie 04-06-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden AWB-13_10151 Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder. LJN: BA9368, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 06/4958 Datum uitspraak: 12-06-2007 Datum publicatie: 11-07-2007 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Uitspraak.

Uitspraak. ECLI:NL:CRVB:2015:2617 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:crvb:2015:2617 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 04-08-2015 Datum publicatie 05-08-2015 Zaaknummer

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d

ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d ECLI:NL:RVS:2014:3559 Deeplink http://d Instantie Raad van State Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer 201309659/1/A3 Rechtsgebieden Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie: LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW Datum uitspraak: 23-09-2010 Datum publicatie: 13-12-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden

Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden RE-INTEGRATIE 1 e : Verplichtingen werkgever 2 e : Verplichtingen werknemer Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden 1 e : - bij contract

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: LJN: BD6158, Rechtbank Arnhem, AWB 06/6029 Datum uitspraak: 04-12-2007 Datum publicatie: 03-07-2008 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: AWBZ -

Nadere informatie

Uitgangspunten beoordeling Poortwachtertoets Uittreksel uit de RIV-toets maart 2011

Uitgangspunten beoordeling Poortwachtertoets Uittreksel uit de RIV-toets maart 2011 Uitgangspunten beoordeling Poortwachtertoets Uittreksel uit de RIV-toets maart 2011 Redelijkheid Van werkgever en werknemer wordt verwacht dat zij al het mogelijke doen met het oog op de re-integratie.

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1466

ECLI:NL:CRVB:2014:1466 pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:1466 Instantie Datum uitspraak 09-05-2014 Datum publicatie 12-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 13-5281 ANW Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 11/9 AW U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,

Nadere informatie

Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007

Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007 Ik ben ziek Wat nu? Informatiebrochure voor werknemers November 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 3 De Wet Verbetering Poortwachter (WVP).. 4 Contact met de arbodienst 4 Opstellen Plan van Aanpak 5 Uitvoeren

Nadere informatie

GERECHTSHOF AMSTERDAM

GERECHTSHOF AMSTERDAM Uitspraak GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 13/00004 en 13/00005 30 juli 2014 uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] te Uithoorn, belanghebbende, gemachtigde: [A]

Nadere informatie

Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het. Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over

Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het. Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over Rapport Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het UWV Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Nadere informatie

Het artikel dat hieronder is weergegeven bevat de tekst zoals die gold op 30 juni 2008.

Het artikel dat hieronder is weergegeven bevat de tekst zoals die gold op 30 juni 2008. Het artikel dat hieronder is weergegeven bevat de tekst zoals die gold op 30 juni 2008. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

RECHTBANK AMSTERDAM uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen: [eiseres], wonende te [woonplaats],

RECHTBANK AMSTERDAM uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen: [eiseres], wonende te [woonplaats], RECHTBANK AMSTERDAM Sector Bestuursrecht zaaknummer: AMS 09/1832 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen: [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. M.R. Meulenberg-ten

Nadere informatie

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit.

De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het geschil, omdat sprake zou zijn van een nieuw primair besluit. USZ 2001/163 CRvB, 04-04-2001, 99/117 AAW/WAO Bezwaarprocedure, Heroverweging, Herroeping besluit in primo, Vervanging door nieuw besluit waarin een andere datum in geding aan de orde is Publicatie USZ

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/335

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/335 Rapport Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/335 2 Klacht Verzoeker, een werkgever, klaagt erover dat het UWV Rotterdam: - hem naar aanleiding van een door een van zijn werknemers aangevraagd deskundigenoordeel

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Beëindiging verkoop LPG. Het college had moeten beoordelen welke schade aan de juridische beëindiging van de activiteit was toe te schrijven. In het thans bestreden besluit heeft het

Nadere informatie

Samenvatting Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K

Samenvatting Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K 11/6156 AW SamenvattingOntslag, primair wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekten of gebreken en subsidiair wegens gebrek aan vertrouwen. Gedrag en houding van appellant zijn grotendeels begrijpelijk

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006.

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond

Nadere informatie

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006.

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201109405/1 /V4. Datum uitspraak: 20 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RVS:2010:BO9151. Uitspraak. Permanente link: Datum uitspraak Datum publicatie

Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RVS:2010:BO9151. Uitspraak. Permanente link: Datum uitspraak Datum publicatie Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RVS:2010:BO9151 Permanente link: http://deeplink.rechtspraa Instantie Raad van State Datum uitspraak 29-12-2010 Datum publicatie 29-12-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden

Nadere informatie

EelI: Nl: RBOVE:2016: 2665

EelI: Nl: RBOVE:2016: 2665 ge R~tht.$praakl,_......,,_.... ~ '._._, "_"",,_ _,_,,.. _". _,._ _. "..'o....._.,._,_......._..._.... "....." _,.,........_,..,... _~_.,. _.".._.,_..._._...._........ ~w _~!!~~~~I}~~_~~~!~e_t_E~~~!~!t~J)~~~c:!~_~~_~!~~~~_~!:~i~!~.r~9~ÇJ~!"!i~Cl.t.i~.c=.~~~!"!.!Cl

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A AK CENTRALE RAAD VAN BEROEP 97/524 WW U I T S P R A AK in het geding tussen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, appellant, en A, wonende te B, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Met

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

CENTRALE RAAD VAN BEROEP CENTRALE RAAD VAN BEROEP KBW 1994/1 U I T S P R A A K in het geding tussen: het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, appellant, en A., wonende te B., gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Onder

Nadere informatie

Oefening 2.15 C bij Met recht begrepen!

Oefening 2.15 C bij Met recht begrepen! 2.15 juridische kern C Lees de onderstaande uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 januari 2012 1 over nachtdiensten en maak daarna de bijbehorende opdracht. Uitspraak 10/6481 AW Centrale Raad

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3221

ECLI:NL:CRVB:2014:3221 ECLI:NL:CRVB:2014:3221 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 02-10-2014 Datum publicatie 07-10-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Wetsverwijzingen 12-2526

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder, gemachtigden: mrs. C.J. Telting en B.A. Veenendaal. Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 11/2308 WWB uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres, gemachtigde mr. W.G. Fischer,

Nadere informatie

Verweerder heeft op 7 november 1995 een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft op 7 november 1995 een verweerschrift ingediend. Zaaknummer: 1995/147 Rechter(s): mrs. Loeb, Martens, dr Brommer Datum uitspraak: 4 maart 1996 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden: Fatale datum, bekendmaking

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2008, 07/3262 (hierna: aangevallen uitspraak)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2008, 07/3262 (hierna: aangevallen uitspraak) LJN: BL3977, Centrale Raad van Beroep, 08/5952 AWBZ Datum uitspraak: 12-01-2010 Datum publicatie: 17-02-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: De Raad concludeert

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE --- Zfw

JURISPRUDENTIE --- Zfw vorige home jurisprudentie jur. Zfw Zfw sz-wetten overige wetten zoeken JURISPRUDENTIE --- Zfw LJN: AY4168 Instantie: Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak: 04-07-2006 Soort procedure: hoger beroep

Nadere informatie

LJN: BX6610, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 11/5255

LJN: BX6610, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 11/5255 http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=bx6610 LJN: BX6610, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 11/5255 Datum uitspraak: 22-02-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 december 2009 in zaak nr. 09/272 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 31 december 2009 in zaak nr. 09/272 in het geding tussen: Uitspraak 201001294/ 1/H2 gevonden via " pagina l van 5 Uitspraken ZAAKNUMMER 201001294/1/H2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 13 oktober 2010 TEGEN het college van burgemeester en wethouders van Emmen PROCEDURESOORT

Nadere informatie

De Loonsanctie. Hayat Barrahmun Anouk Cordang. Roermond, 19 juni 2013

De Loonsanctie. Hayat Barrahmun Anouk Cordang. Roermond, 19 juni 2013 De Loonsanctie Hayat Barrahmun Anouk Cordang Roermond, 19 juni 2013 1 Eerste en tweede ziektejaar Re-integratie Bedongen arbeid; Passende arbeid; 2 Re-integratiedossier Probleemanalyse, in de 6 de ziekteweek;

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2016:1526

ECLI:NL:RBOBR:2016:1526 ECLI:NL:RBOBR:2016:1526 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:rbobr:2016:1526 Instantie Rechtbank Oost Brabant Datum uitspraak 09 03 2016 Datum publicatie 04 04 2016 Zaaknummer

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

De financiële gevolgen van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Erik Hollander en Alfons Mulder Advocaat en Registercasemanager

De financiële gevolgen van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Erik Hollander en Alfons Mulder Advocaat en Registercasemanager De financiële gevolgen van verzuim en arbeidsongeschiktheid Erik Hollander en Alfons Mulder Advocaat en Registercasemanager Vraag: hoeveel procent van de werkgevers weet niet hoeveel ziekteverzuim kost?

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023 Rapport Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014 Rapportnummer: 2014/023 2 Klacht Verzoeker, bedrijfsarts, klaagt erover dat de verzekeringsarts van het UWV: 1. hem heeft

Nadere informatie

Rapport. Rapport over het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen uit Hengelo. Datum: 29 juli Rapportnummer: 2011/218

Rapport. Rapport over het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen uit Hengelo. Datum: 29 juli Rapportnummer: 2011/218 Rapport Rapport over het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen uit Hengelo. Datum: 29 juli 2011 Rapportnummer: 2011/218 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het UWV bij de afwikkeling van zijn klacht

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst te Twello, verweerder.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst te Twello, verweerder. Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 14/6677 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 9 MAART 2015 in de zaak tussen i enge, eiser (geina"ái.eme: mr.r mg",

Nadere informatie

Uitspraak 201307838/3/R3 Raad van State Lees voor Lettergrootte Home Publicaties Veelgestelde vragen Contact Zoeken in Home Over de Raad van State Onze werkwijze Adviezen Uitspraken Agenda Pers Werken

Nadere informatie

Voorts klaagt verzoeker erover dat het UWV bij de behandeling van de klacht van verzoeker geen hoor en wederhoor heeft toegepast.

Voorts klaagt verzoeker erover dat het UWV bij de behandeling van de klacht van verzoeker geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat een met naam genoemde arbeidsdeskundige van het UWV die eveneens als adviseur functioneert voor verzoekers werkgever maar formeel geen bemoeienis heeft met

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 2011001 33/1/V6. Datum uitspraak: 20 april 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201010673/1 A/1. Datum uitspraak: 25 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Uitspraak ^' 3 / o^ 5

Uitspraak ^' 3 / o^ 5 Uitspraak ^' 3 / o^ 5 GERECHTSHOF AMSTERDAM 4 juli 2013 uitspraak van dc zevende enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van X 2, OBBVHHBBBV' wonende te flhhav belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

De Loonsanctie. mr. Hayat Barrahmun. 27 maart 2014

De Loonsanctie. mr. Hayat Barrahmun. 27 maart 2014 De Loonsanctie mr. Hayat Barrahmun 27 maart 2014 1 Eerste en tweede ziektejaar Re-integratie; Bedongen arbeid; Passende arbeid. 2 Vangnet-regeling/no-risk polis (I) Tegemoetkoming loondoorbetalingsplicht

Nadere informatie

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep

11-09-2015 21-09-2015 14/00330. Belastingrecht. Hoger beroep ECLI:NL:GHSHE:2015:3523 http://deeplink. Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch 11-09-2015 21-09-2015

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

SAMENVATTING U I T S P R A AK

SAMENVATTING U I T S P R A AK SAMENVATTING 105044 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De arbeidsongeschiktheid van werkneemster heeft langer dan twee jaar geduurd en herstel binnen zes maanden is niet te verwachten.

Nadere informatie

het college van gedeputeerde staten van Zeeland.

het college van gedeputeerde staten van Zeeland. . Datum uitspraak: 5 augustus 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: [appellant A], [appellant B], wonend te [woonplaats], [appellant C], wonend te [woonplaats], [appellant

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/041 Rechter(s) : mrs. Olivier, Troostwijk, Scholten-Hinloopen Datum uitspraak : 12 juni 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Fontys Hogescholen Trefwoorden : Beoordeling, bindend negatief

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:72

ECLI:NL:GHAMS:2016:72 ECLI:NL:GHAMS:2016:72 Permanente link: http://deepl Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-01-2016 Datum publicatie 20-01-2016 Zaaknummer 14/01023 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:10956,

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-019 d.d. 16 juni 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/069 Rechter(s) : mr. Nijenhof. Datum uitspraak : 23 juli 2014 Partijen : Appellante tegen het CBE van de Hogeschool Rotterdam

Zaaknummer : 2014/069 Rechter(s) : mr. Nijenhof. Datum uitspraak : 23 juli 2014 Partijen : Appellante tegen het CBE van de Hogeschool Rotterdam Zaaknummer : 2014/069 Rechter(s) : mr. Nijenhof. Datum uitspraak : 23 juli 2014 Partijen : Appellante tegen het CBE van de Hogeschool Rotterdam Trefwoorden : Assessment, kennen en kunnen, stage Artikelen

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:4181

ECLI:NL:CRVB:2014:4181 pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:4181 Instantie Datum uitspraak 12-12-2014 Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 14-1024 AKW Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2005:AT9828

ECLI:NL:CRVB:2005:AT9828 ECLI:NL:CRVB:2005:AT9828 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-07-2005 25-07-2005 03/2367 ZW + 03/2368 WAO

Nadere informatie

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen 104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing

Nadere informatie

Uitspraak ex artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht

Uitspraak ex artikel 8:84 en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht LJN: AT6229, Rechtbank Leeuwarden, 04/1143 & 04/1453 Datum uitspraak: 18-04-2005 Datum publicatie: 25-05-2005 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant,

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, Raad vanstate 200700246/1. Datum uitspraak: 6 juni 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor Rechtsbijstand 's-gravenhage, appellant, tegen de uitspraak in zaak

Nadere informatie

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Brondatum: 07-07-2015 Een bestuurder is aansprakelijk gesteld voor de niet afgedragen loonheffingen van een

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2014:1722

ECLI:NL:RVS:2014:1722 1 van 5 16-9-2014 16:37 ECLI:NL:RVS:2014:1722 Instantie Raad van State Datum uitspraak 14-05-2014 Datum publicatie 14-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden 201306176/1/R2 Bestuursrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Postbus 13346 3507 LH Utrecht Tel.: 030-220 10 70 Fax: 030-220 53 27 info@avdr.nl. Mr. K. Deelen. advocaat Unger Hielkema Advocaten. Mr. A. B.

Postbus 13346 3507 LH Utrecht Tel.: 030-220 10 70 Fax: 030-220 53 27 info@avdr.nl. Mr. K. Deelen. advocaat Unger Hielkema Advocaten. Mr. A. B. Mr. K. Deelen advocaat Unger Hielkema Advocaten Mr. A. B. van Els advocaat Unger Hielkema Advocaten Magna Charta Digital Law Review Loonsanctie voor de werkgever na 104 weken arbeidsongeschiktheid, loonsancties

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Uitspraak /1/A1

Uitspraak /1/A1 pagina 1 van 5 Uitspraak 201506029/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 14 september 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied:

Nadere informatie

JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict

JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict JJuridische aspecten arbeidsongeschiktheid / arbeidsconflict. Ziekmelding na een arbeidsconflict En dan? ARBODIENST STECR WERKWIJZER ARBEIDSCONFLICTEN Deze werkwijzer wordt gebruikt voor de beoordeling

Nadere informatie

Rechtsbijstandverzekering. Verzekeringsvoorwaarden. Relevante informatie en medewerking.

Rechtsbijstandverzekering. Verzekeringsvoorwaarden. Relevante informatie en medewerking. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-017 d.d. 8 mei 2014 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG en mr. W.J.J. Los, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 april 2008, 07/1916 (hierna: aangevallen uitspraak)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 april 2008, 07/1916 (hierna: aangevallen uitspraak) LJN: BI6832, Centrale Raad van Beroep, 08/2290 WMO + 08/2317 WMO Datum uitspraak: 29-04-2009 Datum publicatie: 08-06-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM. Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV

Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM. Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV 1 Re-integratieverslag Het eerste spoor Deskundigenoordelen Het tweede spoor Loonsanctie WIA beoordeling Het re-integratieverslag

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201101639/1/V1. Datum uitspraak: 20 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op de

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201205761/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht {hierna: de Awb) op

Nadere informatie

UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J.

UITSPRAAK. het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mevrouw mr. F.J. 107289 UITSPRAAK in het geding tussen: A, wonende te B, verzoeker, hierna te noemen A gemachtigde: de heer mr. S.L. Knols en het College van Bestuur van C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen

Nadere informatie

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 februari 2012 in de zaak tussen

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 februari 2012 in de zaak tussen LJN: BV5877, Rechtbank Breda, AWB 11/1911 AWBZ Datum uitspraak: 07-02-2012 Datum publicatie: 16-02-2012 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.4.93 Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen bronnen Antwoord staatssecretaris SZW d.d. 27.4.2011 op Kamervragen, Vergaderjaar 2010-2011, 2354 Een aantal

Nadere informatie