JURISPRUDENTIE ARBEIDSRECHT SPREKER MR. P.S. FLUIT, ADVOCAAT STADHOUDERS ADVOCATEN 1 SEPTEMBER :00 13:00 UUR

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "JURISPRUDENTIE ARBEIDSRECHT SPREKER MR. P.S. FLUIT, ADVOCAAT STADHOUDERS ADVOCATEN 1 SEPTEMBER 2015 12:00 13:00 UUR WWW.AVDRWEBINARS."

Transcriptie

1 JURISPRUDENTIE ARBEIDSRECHT SPREKER MR. P.S. FLUIT, ADVOCAAT STADHOUDERS ADVOCATEN 1 SEPTEMBER :00 13:00 UUR

2 Inhoudsopgave Mr. P.S. Fluit Jurisprudentie CRvB 28 januari 2015, USZ 2015/250 ECLI:NL:CRVB:2015:202 (grondslag loonsanctie) p. 3 CRvB 28 januari 2015, ECLI:NL:CRvB: 2015:298 (toetsingskader loonsanctie) p. 9 CRvB 26 februari 2014,ECLI:NL:CRVB:2015:599 p. 18 CRvB 5 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:780 ( WGA) p. 23 CRvB 25 maart 2015, USZ 2015/187 ECLI:NL:CRVB:2015:187 p. 28 Rb NH 29 oktober 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:9959 p. 34 CRvB 11 maart 2015, USZ 2015 /134 ECLI:NL:CRVB:2015:810 p. 44 Rb Den Haag 1 augustus 2014, USZ 2014/302 ECLI:NL:RBDHA:2014:9221 (verhaalssanctie) p. 50 1

3 ECLI:NL:CRVB:2015:202 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Administratieve loonsanctie. Het Uwv beschikt over alle voorgeschreven stukken, zodat het stadium is gepasseerd waarin aan appellante een administratieve loonsanctie kon worden opgelegd. Gelet op het bepaalde in artikel 25, tiende lid, WIA, kan nu geen loonsanctie wegens eventuele inhoudelijke tekortkomingen meer worden opgelegd. De Raad zal daarom zelf in de zaak voorzien en het besluit, waarbij aan appellante de verplichting tot doorbetalen van loon aan werknemer is opgelegd, herroepen. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Uitspraak Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 25 Rechtspraak.nl USZ 2015/250 met annotatie door M.J.A.C. Driessen 13/262 WIA Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank s-hertogenbosch van 3

4 5 december 2012, 12/1483 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 28 januari 2015 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft I.M.H. Merks-Metz hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. OVERWEGINGEN 1.1. [werknemer] (werknemer) is op 19 februari 2010 ten gevolge van psychische klachten uitgevallen voor zijn werk als accountant bij appellante. Werknemer heeft op 22 november 2011 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd Bij brief van 29 november 2011 heeft het Uwv aan werknemer meegedeeld dat hij nog niet alle documenten van het re-integratieverslag heeft opgestuurd en hem verzocht alsnog het document Eerstejaarsevaluatie van het plan van aanpak op te sturen Bij brieven van 30 november 2011 heeft het Uwv aan werknemer en aan appellante meegedeeld dat de ontbrekende documenten van het re-integratieverslag op 29 november 2011 door het Uwv zijn ontvangen en dat de WIA-aanvraag nu in behandeling kan worden genomen. Daarbij heeft het Uwv in de brief aan werknemer nog vermeld: Wij gaan nu bekijken of uw werkgever en u voldoende hebben gedaan aan uw re-integratie Bij besluit van 3 januari 2012 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat de WIA-aanvraag vijf dagen te laat is ingediend en dat daarom de periode van 104 weken waarover appellante als werkgeefster het loon tijdens ziekte moet doorbetalen wordt verlengd met vijf dagen tot 22 februari

5 1.5. Bij een tweede besluit van 3 januari 2012 heeft het Uwv het tijdvak waarover werknemer jegens appellante recht heeft op loon tijdens ziekte verlengd met 52 weken tot 20 februari 2013, omdat appellante volgens het Uwv niet voldoende heeft gedaan om werknemer te re-integreren. Het Uwv heeft hierbij verwezen naar een rapport van een verzekeringsarts van 13 december 2011 (aangevuld op 3 januari 2012), waarin deze arts concludeert dat er sprake is geweest van onvoldoende beeldvorming door de bedrijfsarts van appellante. Omdat de bedrijfsarts, ondanks een herhaald verzoek daartoe, niet van de mogelijkheid gebruik gemaakt heeft om de tekortkomingen te herstellen, is volgens het Uwv arbeidskundige inbreng niet aangewezen en een administratieve loonsanctie van toepassing Bij besluit van 11 april 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 januari 2012 ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit heeft het Uwv het rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 2 april 2012 ten grondslag gelegd. Deze verzekeringsarts heeft de in het rapport van 13 december 2011 neergelegde opvatting onderschreven dat de bedrijfsarts middels het laten uitvoeren van een neuropsychologisch onderzoek de beperkingen van werknemer op cognitief vlak had moeten objectiveren In het kader van de procedure in beroep tegen het bestreden besluit heeft het Uwv desgevraagd, bij bericht van 17 augustus 2012, aan de rechtbank bevestigd dat er geen inhoudelijke, maar een administratieve loonsanctie werd opgelegd en dat dus niet is beoordeeld of er al dan niet sprake is van een bevredigend resultaat. Daarbij heeft het Uwv tevens vermeld dat de tekortkomingen inmiddels zijn hersteld en dat bij besluit van 30 juli 2012 de loonsanctieperiode is bekort tot 5 juli Per die datum is aan werknemer een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend Bij tussenuitspraak van 18 september 2012 heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een administratieve tekortkoming. Met name is onvoldoende gemotiveerd waarom het op de weg van appellante had gelegen om een neuropsychologisch onderzoek te laten uitvoeren. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld om het gebrek te herstellen Het Uwv heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en heeft daartoe een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 9 oktober 2012 overgelegd Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met bepalingen over het griffierecht en de proceskosten, het door appellante ingediende beroep gegrond verklaard, het 5

6 bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat het Uwv met het rapport van 9 oktober 2012 voldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een administratieve tekortkoming van appellante en dat aan haar terecht een loonsanctie is opgelegd. 3. Appellante heeft (samengevat) in hoger beroep gesteld dat haar niets is te verwijten met betrekking tot de begeleiding van werknemer gedurende de periode van 104 weken ziekte en dat ten onrechte een loonsanctie is opgelegd. 4. De Raad oordeelt als volgt Gelet op het door het Uwv in beroep ingenomen standpunt is in geschil of het Uwv aan appellant op goede gronden een zogenoemde administratieve loonsanctie heeft opgelegd Op grond van artikel 25, negende lid, van de Wet WIA verlengt het Uwv het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens zijn werkgever recht heeft op doorbetaling van het loon bij ziekte met 52 weken, indien bij de behandeling van de WIA-aanvraag blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste tot en met het vijfde lid van artikel 25 van de Wet WIA of van de krachtens het zevende lid van artikel 25 van de Wet WIA gestelde regels niet of niet volledig is nagekomen, of als de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De verplichtingen van het eerste tot en met het vijfde lid van artikel 25 van de Wet WIA zien onder meer op de verslaglegging van de re-integratie-inspanningen en de begeleiding van de verzekerde. In de mede op artikel 25, zevende lid, van de Wet WIA gebaseerde Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar (Stcrt. 2002, 60) zijn de administratieve verplichtingen van de werkgever uitgewerkt In zijn Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (Stcrt. 2002, 236) heeft het Uwv een kader gegeven voor de inzet en beoordeling van re-integratie-inspanningen. Daarin is neergelegd welke inspanningen van de werkgever en de werknemer worden verwacht en hoe (de resultaten van) deze inspanningen door het Uwv worden getoetst. Op grond van de beleidsregels maakt het Uwv een onderscheid tussen administratieve tekortkomingen van de werkgever en tekortkomingen van inhoudelijke aard In de in 4.3 genoemde beleidsregels is onder het kopje 5. Beoordeling reintegratieverslag en het subkopje volledigheid re-integratieverslag opgenomen: Het UWV controleert allereerst of de voorgeschreven stukken in het re-integratieverslag aanwezig zijn. Die stukken vormen de basis voor de beoordeling van de re-integratieinspanningen. Is het verslag niet volledig, dan is sprake van een administratieve tekortkoming die de werkgever moet herstellen. Als de tekortkoming aan de werkgever ligt, stelt het UWV de werkgever eerst in staat de ontbrekende gegevens binnen één week aan te vullen. In veel gevallen zal het re-integratieverslag dan wel compleet zijn en kan de inhoudelijke beoordeling plaatsvinden. Het is echter ook mogelijk dat de werkgever de gevraagde gegevens niet levert. In dat geval legt het UWV de werkgever 6

7 een loonsanctie op. In de loonsanctiebeslissing wordt duidelijk aangegeven welke stukken ontbreken. ( ) 4.5. Onder meer in zijn uitspraak van 12 mei 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM4397, heeft de Raad de beschrijving door het Uwv van het loonsanctiesysteem, zoals dat voortvloeit uit de artikelen 25, 64 en 65 van de Wet WIA, voor juist gehouden. Ook uit deze beschrijving volgt een onderscheid tussen administratieve tekortkomingen en tekortkomingen van inhoudelijke aard als grondslag voor een loonsanctie. Als een werkgever, nadat aan hem een loonsanctie is opgelegd in verband met een administratieve tekortkoming, alsnog de gevraagde gegevens toestuurt aan het Uwv, dan geldt volgens deze beschrijving: Het UWV zal vervolgens beoordelen of de werkgever zijn verzuim voldoende heeft hersteld. Is dat niet het geval dan wordt de loonsanctie voortgezet. Heeft de werkgever zijn verzuim wel voldoende hersteld, dan beoordeelt het Uwv of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Is dat het geval dan wordt de loonsanctie beëindigd ( ). Heeft de werkgever onvoldoende inspanningen gepleegd, dan wordt de loonsanctie op inhoudelijke gronden voortgezet. De grondslag van de loonsanctie wijzigt in dat geval van het niet voldoen aan de administratieve verplichtingen in het geen of onvoldoende leveren van re-integratie-inspanningen Een opsomming van de voorgeschreven stukken, waarvan het Uwv de aanwezigheid in het re-integratieverslag op grond van zijn beleidsregels als eerste controleert, is gegeven in artikel 6 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar. Het in 1.2 genoemde document, dat het Uwv bij werknemer heeft opgevraagd, maakt deel uit van deze opsomming. Tussen partijen is niet in geschil dat het re-integratieverslag niet volledig was. Deze onvolledigheid is een administratieve tekortkoming Met de brieven van 30 november 2011 aan werknemer en appellante heeft het Uwv - deze brieven in samenhang beschouwend - vastgesteld dat binnen de gestelde termijn aan de administratieve verplichtingen is voldaan, dat het Uwv over alle benodigde documenten beschikt, dat de WIA-aanvraag van werknemer in behandeling zal worden genomen en dat zal worden bezien of werknemer en appellante voldoende re-integratieinspanningen hebben verricht. Uit deze mededelingen van het Uwv aan werknemer en appellante is geen andere conclusie te trekken dan dat alleen het opleggen van een inhoudelijke loonsanctie nog ter beoordeling staat. Nog daargelaten dat het door het Uwv verlangde rapport van een neuropsychologisch onderzoek niet is aan te merken als een van de voorgeschreven stukken, als aangeduid in de beleidsregels, heeft te gelden dat met de vaststelling dat het re-integratieverslag compleet is geworden met het van werknemer ontvangen document en de vaststelling dat het Uwv dus beschikt over alle voorgeschreven stukken, het stadium is gepasseerd waarin aan appellante een administratieve loonsanctie kon worden opgelegd Conclusie is dat een grondslag ontbrak voor het opleggen aan appellante van een loonsanctie vanwege administratieve tekortkomingen. Of er gronden zouden zijn geweest 7

8 voor het opleggen van een loonsanctie vanwege inhoudelijke tekortkomingen in de zin van onvoldoende re-integratie-inspanningen van appellante en of het Uwv bij zijn toetsing daarvan overeenkomstig zijn beleidsregels heeft gehandeld, staat, gelet op de door het Uwv in beroep gegeven aard van zijn besluit, in dit geding niet ter beoordeling. Hieruit volgt dat het Uwv ten onrechte een loonsanctie vanwege administratieve tekortkomingen heeft opgelegd aan appellante en dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten Gelet op hetgeen in 4.1 tot en met 4.8 is overwogen dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd, voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand zijn gelaten. Gelet op het bepaalde in artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA, kan nu geen loonsanctie wegens eventuele inhoudelijke tekortkomingen meer worden opgelegd. De Raad zal daarom zelf in de zaak voorzien en het besluit van 3 januari 2012, waarbij aan appellante de verplichting tot doorbetalen van loon aan werknemer is opgelegd, herroepen. 5. Er bestaat aanleiding voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op 974,-. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij is bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van 11 april 2012 in stand blijven; - bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige; - herroept het besluit van 3 januari 2012; - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van 974,-; - bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van 466,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe als voorzitter en J.S. van der Kolk en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari (getekend) M. Greebe (getekend) W. de Braal IJ 8

9 ECLI:NL:CRVB:2015:298 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Geen oplegging loonsanctie. De werkgever heeft voldaan aan zijn reintegratieverplichtingen. Wetsverwijzingen Vindplaatsen Uitspraak Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 25 Rechtspraak.nl RSV 2015/58 USZ 2015/110 met annotatie door P.S. Fluit AB 2015/260 met annotatie door A. Tollenaar 13/3220 WIA Datum uitspraak: 28 januari 2015 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant 9

10 van 8 mei 2013, 11/2084 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B.E. Crone hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 24 september Voor appellant is mr. R.L.J.J. Vereijken, collega van mr. Crone, verschenen. Het Uwv heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN 1. Appellant was werkzaam als onderhoudsmonteur technische dienst. Op 6 januari 2009 is hij wegens psychische klachten voor dat werk uitgevallen. Appellant heeft op 12 oktober 2010 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd. Bij besluit van 9 februari 2011 is hem met ingang van 12 januari 2011 een WGA-uitkering toegekend en is hem meegedeeld dat aan zijn werkgever geen zogenoemde loonsanctie is opgelegd, omdat deze voldoende reintegratie-inspanningen heeft verricht. Appellant heeft tegen het niet opleggen van een loonsanctie bezwaar gemaakt. Bij besluit van 18 mei 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat heroverweging door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep tot de conclusie heeft geleid dat terecht geen loonsanctie is opgelegd. Voors is naar aanleiding van wat appellant in bezwaar heeft aangevoerd over de naar zijn mening onvoldoende activiteiten van zijn werkgever overwogen dat dit niet kan leiden tot een ander standpunt van het Uwv met betrekking tot de loonsanctie, omdat een eventuele loondoorbetalingsverplichting niet kan worden opgelegd na afloop van de wachttijd. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat, hoewel geen loonsanctie meer kan worden opgelegd, het procesbelang van appellant is gelegen in de - op voorhand niet onaannemelijke - schade die appellant door het bestreden besluit lijdt. De rechtbank heeft het bestreden besluit in stand gelaten, omdat zij geen aanleiding had om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. 3. In hoger beroep heeft appellant het standpunt herhaald dat zijn werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratieverplichting. De arbodienst van zijn werkgever heeft hem voor behandeling doorverwezen naar HSK, een organisatie voor psychische zorg, waar een verkeerde diagnose is gesteld. Vervolgens zijn bij HSK medicijnen voorgeschreven die na enige tijd in een te hoog tempo weer zijn afgebouwd. Daardoor zijn appellants klachten toegenomen en is zowel zijn herstel als zijn re-integratie belemmerd. Volgens appellant heeft zijn werkgever bovendien ten onrechte niet de adviezen van de arbodienst opgevolgd. De arbodienst heeft appellant afgeraden om alleen te werken en om in contact te zijn met klanten. Toch heeft appellant werkzaamheden op locatie bij 10

11 klanten moeten verrichten. Tot slot heeft de werkgever te snel het zogenoemde tweede spoor willen opstarten, terwijl uit een deskundigenonderzoek was gebleken dat werkzaamheden bij de werkgever nog mogelijk waren. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling Op grond van artikel 7:629, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) - voor zover in dit geding van belang - behoudt de werknemer voor een tijdvak van 104 weken recht op 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien hij de bedongen arbeid niet heeft verricht omdat hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte daartoe verhinderd was Op grond van artikel 23 van de Wet WIA geldt een wachttijd van 104 weken voordat de verzekerde aanspraak kan maken op een WIA-uitkering Op grond van artikel 65 van de Wet WIA beoordeelt het Uwv bij de aanvraag voor een WIA-uitkering of de werkgever en de verzekerde in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht Indien de verrichte re-integratie-inspanningen als onvoldoende zijn beoordeeld, verlengt het Uwv op grond van artikel 25, negende lid, van de Wet WIA het tijdvak gedurende welke de verzekerde jegens de werkgever recht heeft op loon op grond van artikel 7:629 van het BW, opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van zijn reintegratieverplichtingen kan herstellen. Het hier bedoelde tijdvak is ten hoogste 52 weken In artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA - voor zover in dit geding van belang - is bepaald dat het Uwv de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid van artikel 25 van de Wet WIA uiterlijk zes weken voor het einde van de wachttijd geeft Op grond van artikel 25, elfde lid, van de Wet WIA - voor zover in dit geding van belang - vindt de verlenging van het tijdvak als bedoeld in het negende lid van artikel 25 van de Wet WIA niet plaats indien het Uwv de beschikking omtrent de toepassing van het negende lid niet geeft voor afloop van de wachttijd Het Uwv heeft, nadat op 12 oktober 2010 de WIA-aanvraag van appellant was ontvangen, de re-integratie-inspanningen van de werkgever en de aanspraak van appellant op een WIA-uitkering beoordeeld. Het besluit van 9 februari 2011 is gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts van het Uwv van 31 januari 2011, een door 11

12 deze arts opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst en een rapport van een arbeidsdeskundige van het Uwv van 4 februari Het rapport van de arbeidsdeskundige bevat naast een berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant ook een beschrijving van de reintegratie-inspanningen van de werkgever. De arbeidsdeskundige is in samenspraak met de verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat de re-integratie-inspanningen, gelet op de medische situatie van appellant, voldoende zijn geweest Met het besluit van 9 februari 2011 zijn aan appellant twee beslissingen kenbaar gemaakt. Onder het kopje beslissing over uw uitkering heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant recht op een WGA-uitkering is ontstaan en onder het kopje beslissing over verplichting loon door te betalen staat vermeld: Bij uw aanvraag voor een WIA-uitkering heeft u het re-integratieverslag meegestuurd. In dit verslag staat welke activiteiten u met uw werkgever heeft ondernomen om weer (gedeeltelijk) aan het werk te gaan. Wij hebben dit verslag beoordeeld. Volgens ons heeft uw werkgever voldoende gedaan aan uw re-integratie. Daarom hoeft hij niet langer uw loon door te betalen De in genoemde wachttijd was in het geval van appellant op 12 januari 2011 geëindigd. De aan het bestreden besluit ten grondslag liggende overweging dat bij het besluit geen loonsanctie meer kon worden opgelegd, is juist. Ook indien het Uwv in het bezwaar van appellant aanleiding had gezien voor een andere opvatting over de reintegratie-inspanningen van de werkgever, had de in artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA genoemde termijn aan het alsnog opleggen van een loonsanctie in de weg gestaan (zie ook de uitspraak van de Raad van 9 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8075) Dat een loonsanctie bij het bestreden besluit niet meer kon worden opgelegd, betekent niet dat appellant geen belang heeft bij een beoordeling door de bestuursrechter van de in het besluit van 9 februari 2011 verwoorde en bij het bestreden besluit gehandhaafde opvatting van het Uwv dat de werkgever van appellant niet in zijn reintegratieverplichtingen is tekortgeschoten. Appellant heeft te kennen gegeven dat hij de schade vergoed wil hebben die het gevolg is van het - volgens hem - ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie De Raad heeft er thans behoefte aan het kader te schetsen van de mogelijkheden van de werknemer om op te komen tegen het oordeel dat het Uwv geeft over de re-integratieinspanningen in het tijdvak van 104 weken van artikel 7:629 van het BW en te verzoeken om vergoeding van schade als een loonsanctie ten onrechte achterwege is gebleven Artikel 25, negende lid, van de Wet WIA in samenhang met artikel 7:658a van het BW, de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar (regeling van 25 maart 2002, Stcrt. 2002, 60) en de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (besluit van 3 december 2002, 12

13 Stcrt. 2002, 236, gewijzigd bij besluit van 17 oktober 2006, Stcrt. 2006, 224) beoogt te bereiken dat, nadat een werknemer wegens ziekte of gebrek is uitgevallen, de werkgever in samenwerking met zijn arbodienst onderzoekt of er mogelijkheden bestaan om de werknemer in het bedrijf van de werkgever eigen dan wel andere passende arbeid te doen verrichten of om de werknemer in te schakelen in passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever en terugkeer van de werknemer in het arbeidsproces bewerkstelligt (zie ook de uitspraak van de Raad van 18 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3713) Uit artikel 25, negende lid, van de Wet WIA in samenhang met artikel 65 van die wet, volgt de verplichting voor het Uwv om bij elke WIA-aanvraag een onderzoek in te stellen naar de door de werkgever en de werknemer gepleegde inspanningen om tot reintegratie via het zogenoemde eerste spoor (bij de eigen werkgever) of het tweede spoor (bij een andere werkgever) komen. Op grond van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek wordt de conclusie gebaseerd dat de re-integratie-spanningen al dan niet voldoende zijn geweest Deze conclusie wordt op grond van artikel 25, tiende lid, van de Wet WIA neergelegd in een beschikking. Uit de bewoordingen van dit artikellid valt niet af te leiden dat het Uwv alleen tot het geven van een beschikking is gehouden indien aan de werkgever een loonsanctie wordt opgelegd. In de woorden omtrent de toepassing van het negende lid ligt evenzeer besloten dat het Uwv gehouden is een beschikking te geven als uit het in genoemde onderzoek de conclusie wordt getrokken dat voor een verlenging van het tijdvak van loondoorbetaling geen grond is. Voor het geven van de beschikking geldt een termijn die, zoals volgt uit de leden tien en elf van artikel 25 van de Wet WIA in samenhang bezien, bij het einde van de wachttijd afloopt. Tot het einde van deze termijn is het rechtsgevolg van de beschikking afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Na afloop van deze termijn kan het Uwv, indien alsnog in het kader van de leden negen en tien van artikel 25 van de Wet WIA wordt beslist, nog slechts tot de beslissing komen dat aan de werkgever geen loonsanctie wordt opgelegd (zie ook de uitspraak van de Raad van 9 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8075) Volgens vaste rechtspraak is een beslissing om geen loonsanctie op te leggen een besluit in de zin van artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waarbij de werknemer belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid van de Awb (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 12 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5425). Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld In zijn uitspraak van 16 april 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:1268) heeft de Raad overwogen dat de uitdrukkelijke erkenning van het Uwv dat is nagelaten tijdig - dat wil zeggen voor het einde van de wachttijd - een loonsanctiebesluit te nemen, meebrengt dat de Raad bevoegd is een oordeel te geven over de schade die de werknemer stelt te hebben geleden als gevolg van dat nalaten

14 Meer algemeen geldt dat de bestuursrechter bevoegd is te oordelen over een verzoek om schadevergoeding als is voldaan aan het zogenoemde connexiteitsvereiste (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3348). Als de stellingen van de werknemer erop neerkomen dat de beweerdelijke schadeoorzaak is gelegen in het niet opleggen van een loonsanctie of in de nalatigheid van het Uwv om tijdig voor afloop van de daarvoor geldende termijn een loonsanctiebesluit te nemen, kan daarover door de bestuursrechter een oordeel worden gegeven Het oordeel van de bestuursrechter over een verzoek van de werknemer om vergoeding van schade, die beweerdelijk is geleden als gevolg van een loonsanctiebesluit of het niet tijdig nemen van een dergelijk besluit, vraagt steeds - ook in het geval het niet tijdig nemen van een besluit voorligt - een inhoudelijke beoordeling van de re-integratieinspanningen die door de werkgever, in samenspraak met een werknemer, zijn verricht Met inachtneming van het hiervoor geschetste kader zal worden beoordeeld of het Uwv kan worden gevolgd in zijn opvatting dat de werkgever van appellant zich voldoende heeft ingespannen om appellant in passende arbeid in het bedrijf van de werkgever of bij een andere werkgever te doen hervatten In de in genoemde Beleidsregels heeft het Uwv een inhoudelijk kader neergelegd voor de beoordeling van de door een werkgever verrichte re-integratie-inspanningen. Volgens dit kader besteedt het Uwv bij die beoordeling aandacht aan voorschriften uit de Wet Verbetering Poortwachter en de Regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar, aan de medische aspecten en aan de arbeidskundige aspecten en werkinpassing. Met betrekking tot de medische aspecten gaat het om de volgende vragen: heeft de werknemer een naar algemeen medische maatstaven adequate behandeling voor zijn ziekte of gebrek ondergaan; is nagegaan of door behandeling, training of revalidatie de functionele mogelijkheden kunnen worden vergroot; is voorzien in adequate begeleiding op weg naar vergroting van de functionele mogelijkheden; is de beoordeling van de bedrijfsarts met betrekking tot de functionele mogelijkheden van de werknemer ten aanzien van de eigen arbeid en eventuele passende, andere arbeid plausibel; is rekening gehouden met de stand van de wetenschap en de eisen van professionele dienstverlening, zoals die onder meer tot uitdrukking komen in protocollen en richtlijnen of instructies? Indien, in ieder geval ter gelegenheid van de evaluatie van het eerste ziektejaar (het zogenoemde opschudmoment) is gebleken dat in het bedrijf van de werkgever geen mogelijkheden zijn om de werknemer te doen hervatten in eigen of aangepaste arbeid, onderzoekt de werkgever in samenwerking met de arbodienst wat daartoe de mogelijkheden zijn in het bedrijf van een andere werkgever. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid voor de re-integratie bij de werkgever. De werkgever is ook verantwoordelijk voor de activiteiten die zijn arbodienst al dan niet onderneemt. In dat verband wordt gewezen op de Nota naar aanleiding van het verslag behorende bij de Wet tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de 14

15 deskundige bijstand (Kamerstukken II 2004/05, , nr. 6, blz. 20), waarin is gesteld: De werkgever is en blijft verantwoordelijk voor de re-integratie met inbegrip van de werkzaamheden van degene die hij daarbij inschakelt. Indien het Uwv de WAO-aanvraag afwijst en de werkgever het loon langer moet doorbetalen, kan het zijn dat de oorzaak van de onvoldoende re-integratie-inspanningen bij de begeleidende arbodienst of andere deskundige (bedrijfsarts en/of ingeschakelde derde) ligt. In dat geval kan de werkgever de betrokken dienstverlener civielrechtelijk aansprakelijk stellen. Met de Wet verbetering poortwachter en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 heeft de wetgever niet met deze koers willen breken, maar heeft hij de verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer verder versterkt door voort te bouwen op hetgeen op dit punt al was bereikt (Kamerstukken II 2003/04, , nr. 3, blz. 16). De verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer impliceert verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde diensten door bijvoorbeeld een arbodienst Het standpunt van appellant dat zijn werkgever is tekortgeschoten in zijn re-integratieverplichting, omdat bij HSK een onjuiste diagnose is gesteld en op onjuiste wijze medicijngebruik is afgebouwd waardoor het re-integratieproces werd belemmerd, wordt niet gevolgd. Blijkens de stukken bedroeg de wachttijd voor de noodzakelijke, reguliere behandeling van appellants klachten op dat moment zes maanden. De arbodienst was van mening dat, gezien de ernst van de problematiek en gelet op de zogenoemde NGH-standaard Angststoornissen (standaard van het Nederlands Genootschap van Huisartsen) en de zogenoemde NVAB-richtlijn handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met psychische klachten (richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde), begeleiding in de tweede lijn op korte termijn was aangewezen. Overleg met de huisarts heeft er niet toe geleid dat appellant sneller behandeld kon worden. Daarop heeft de arbodienst de verwijzing naar HSK met appellant besproken en vervolgens met appellants toestemming het behandelingstraject laten inzetten. Met het Uwv wordt geoordeeld dat deze tijdcontingente benadering van de arbodienst aangemerkt moet worden als een juiste en adequate re-integratie-inspanning van de werkgever. De verantwoordelijkheid van de werkgever voor de kwaliteit van de werkzaamheden van degene die hij bij de re-integratie van een werknemer inschakelt gaat niet zo ver dat deze zich zou uitstrekken tot de inhoudelijke, professionele door een behandelingsovereenkomst beheerste uitvoering van een - op zich - adequate re-integratieaanpak. Voor zover al juist zou zijn dat HSK appellant niet adequaat zou hebben behandeld, is dat niet toe te rekenen aan de werkgever op de grond dat zijn arbodienst hem de verwijzing van appellant naar HSK heeft geadviseerd De stelling van appellant dat zijn werkgever hem ten onrechte tegen het advies van de arbodienst in alleen naar een klant heeft gestuurd voor het verrichten van 15

16 werkzaamheden, wordt evenmin gevolgd. Uit het medisch onderzoeksverslag van de verzekeringsarts van 22 april 2010, dat is opgemaakt in het kader van een zogenoemd deskundigenoordeel dat door appellant was gevraagd, blijkt dat de verzekeringsarts appellant geschikt achtte om arbeid te verrichten met inachtneming van een aantal beperkingen zoals in dat rapport onder 4.1 genoemd. De verzekeringsarts heeft ten tijde van zijn onderzoek voor appellant niet de beperking noodzakelijk geacht die is gesteld door de bedrijfsarts in februari 2010 en in het rapport van de verzekeringsarts onder is vermeld, te weten beperkt contact met klanten, zo nodig kunnen terugvallen op collega s, geen eindverantwoordelijkheid. Niet is gebleken dat de verzekeringsarts van het Uwv zich bij zijn onderzoek een onjuist beeld heeft gevormd van de medische toestand van appellant en dat in april 2010 (nog langer) sprake was van een beperking van appellant voor het alleen verrichten van werkzaamheden bij klanten van de werkgever In de in genoemde Beleidsregels is opgenomen dat het zogenoemde opschudmoment ten tijde van de eerstejaarsevaluatie een extra dimensie heeft. Indien op dat moment blijkt dat de re-integratie in het eigen bedrijf nog geen resultaten heeft opgeleverd, wordt verwacht dat de werkgever en de werknemer - naast de wellicht nog lopende activiteiten voor re-integratie in het eigen bedrijf - tevens voorbereidingen starten met het oog op re-integratie via het tweede spoor. Onder verwijzing naar zijn in genoemde uitspraak van 18 november 2009 en zijn uitspraak van 14 april 2010 (ECLI:NL:CRVB:2010:BM1179) heeft de Raad in zijn uitspraak van 26 januari 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BP2230) overwogen dat de werkgever naast het verrichten van reintegratie-inspanningen via het eerste spoor gehouden kan zijn de mogelijkheden bij een andere werkgever te bezien. Deze rechtspraak is in de uitspraak van 10 december 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:4138) herhaald. Volgens de bedrijfsarts was appellant op het opschudmoment dermate ernstig beperkt dat er bij de eigen werkgever geen mogelijkheden waren voor re-integratie in eigen werk dan wel in aangepast werk. Gelet op de aanwezige angststoornis, waarvoor appellant in 2009 is behandeld, is het dan ook in overeenstemming met de re-integratieverplichtingen te achten dat - naast continuering van het eerste spoor - ook het tweede spoor is ingezet. Dat naderhand een verzekeringsarts in het kader van een deskundigenonderzoek de beperkingen van appellant minder ernstig heeft ingeschat en hem in staat heeft geacht om vier uur per dag in het eigen werk te hervatten, maakt niet dat in dit geval sprake is van een tekortschieten in de re-integratieverplichting. Niet is gebleken dat re-integratiekansen verloren zijn gegaan met het door de werkgever al willen inzetten van het tweede spoor Uit hetgeen in tot en met 4.10 is overwogen volgt dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de werkgever heeft voldaan aan zijn reintegratieverplichtingen. Bij het bestreden besluit is de beslissing om geen loonsanctie op te leggen terecht gehandhaafd Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Gelet op dit oordeel is toewijzing van de gevraagde wettelijke rente, daargelaten waarover appellant deze berekend zou willen zien, op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Awb niet mogelijk. 16

17 5.3. Ter voorlichting van appellant wordt opgemerkt dat, nu met deze uitspraak de rechtmatigheid van het bestreden besluit komt vast te staan, voor een schadevergoeding op de grond dat het Uwv niet tijdig het loonsanctiebesluit heeft genomen geen ruimte is. 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak; - wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af. Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe als voorzitter en J.S. van der Kolk en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari (getekend) M. Greebe (getekend) W. de Braal HD 17

18 ECLI:NL:CRVB:2015:599 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Weigering WIA-uitkering. Geen twijfel aan de uiteindelijke conclusie van de verzekeringsarts. Beperkingen niet onderschat. Geselecteerde functies zijn in medisch opzicht passend. Rechtspraak.nl 13/3503 WIA Datum uitspraak: 2 maart 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West- Brabant van 4 juni 2013, 12/5308 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP 18

19 Namens appellant is hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken in het geding gebracht. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari Appellant is verschenen met bijstand van mr. P.W.G.J. de Haas, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz. OVERWEGINGEN 1.1. Bij besluit van 6 februari 2007 is vastgesteld dat appellant met ingang van 1 mei 2007 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is Appellant is op 10 mei 2010 uitgevallen voor zijn werk als jobcoach wegens verlammingsverschijnselen ten gevolge van myelitis traversa. 1.3 Naar aanleiding van zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Wet WIA is appellant onderzocht door een verzekeringsarts. Deze heeft appellant ten aanzien van de rug-, nek-, knie- en voetklachten beperkt geacht conform de destijds in 2007 vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en hem toegenomen beperkt geacht als gevolg van voornoemde neurologische aandoening. In het rapport van 14 maart 2012 wordt door de verzekeringsarts vermeld dat appellant onder andere beperkt is bij lopen en lopen tijdens werk, traplopen/klimmen, knielen of hurken, staan en staan tijdens het werk, beroepsmatig chaufferen en wisselende werktijden. Volgens de verzekeringsarts is er geen indicatie voor een urenbeperking als rekening wordt gehouden met de in de FML opgenomen beperkingen. De arbeidsdeskundige heeft vervolgens aan de hand van geselecteerde voorbeeldfuncties vastgesteld dat er sprake is van een verlies aan verdiencapaciteit van 20,8% Bij besluit van 10 april 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant geen recht op een uitkering op grond van de Wet WIA is ontstaan omdat hij met ingang van 1 mei 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is In de bezwaarfase van de besluitvorming heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep inlichtingen ingewonnen bij de behandelend neuroloog en psycholoog van appellant. Op basis van de verkregen inlichtingen in het rapport van 11 september 2012 heeft deze geconcludeerd dat de primaire verzekeringsarts dezelfde afwijkingen heeft gevonden als de neuroloog en dat met deze afwijkingen in voldoende mate rekening is gehouden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens in het rapport van 14 september 2012 twee eerder geselecteerde functies laten vervallen omdat hierin sprake was van 19

20 wisseldiensten, terwijl appellant hiervoor beperkt is. De mate van arbeidsongeschiktheid is op basis van de overgebleven functies gesteld op 24,09% Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 10 april 2012 is bij besluit van 17 september 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. 2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat de in beroep door appellant overgelegde rapport van verzekeringsarts H.M.Th. Offermans door het Uwv voldoende is weerlegd. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het Uwv de belastbaarheid van appellant zoals vastgesteld in de FML heeft overschat en heeft er daarbij op gewezen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de neuroloog dezelfde afwijkingen heeft gerapporteerd als door de verzekeringsarts is geconstateerd Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn lichamelijke en psychische klachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor het verrichten van arbeid. Daarbij is ten onrechte geen urenbeperking aangenomen. De door hem in beroep overgelegde informatie van verzekeringsarts Offermans had aanleiding moeten zijn om een deskundige in te schakelen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij een brief van verzekeringsarts Offermans van 13 augustus 2013 overgelegd waarin door hem naar voren wordt gebracht dat de neurologen die appellant hebben onderzocht andere reflexafwijkingen vonden dan de primaire verzekeringsarts. Voorts heeft appellant een brief van re-integratiecoach R.G. van Tiel van 16 september 2013 ingebracht waarin Van Tiel heeft verklaard dat hij appellant niet in staat acht om acht uur achtereen op een dag te werken en een eindrapport van Van Tiel van 28 januari 2014 inzake de Individuele Re-integratie Overeenkomst. In dit laatste rapport wordt uitgegaan van een beperking in de belastbaarheid tot drie uur aaneengesloten werken en wordt gemeld dat het zeer moeilijk is gebleken om een werkgever te vinden die appellant met deze beperking in dienst wil nemen Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen. 4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak De hoger beroepsgronden vormen voornamelijk een herhaling van de gronden die appellante in eerste aanleg heeft aangevoerd. Die gronden heeft de rechtbank terecht verworpen Voor zover die gronden betrekking hebben op de verzekeringsgeneeskundige kant van de onderhavige besluitvorming heeft de rechtbank met juistheid gewezen op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 september 2012 en het in beroep ingebrachte rapport van 19 maart In dit laatste rapport is nogmaals uiteengezet 20

21 dat indien sprake is van passende arbeid waarbij rekening wordt gehouden met appellants beperkingen er geen reden is voor een urenbeperking. Verzekeringsarts Offermans is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep nagenoeg alleen uitgegaan van het verhaal van appellant en heeft zelf zeer summier lichamelijk onderzoek verricht. Voor de nadere beperkingen die Offermans nodig acht ontbreekt een onderbouwing. Uit de informatie van de neuroloog volgt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er nog maar geringe afwijkingen worden geobjectiveerd. De rechtbank heeft gelet hierop terecht geen aanleiding gevonden voor twijfel aan de uiteindelijke conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en heeft met juistheid geconcludeerd geen aanknopingspunten te hebben voor de juistheid van appellants stelling dat meer beperkingen aangenomen hadden moeten worden door het Uwv. Tegenover het verzekeringsgeneeskundig oordeel waarop het Uwv zich baseert heeft appellant geen zodanig onderbouwd medisch oordeel gesteld dat daaraan twijfel gerechtvaardigd is. Het oordeel van de re-integratiecoach kan niet gelden als een medisch oordeel. Dat het appellant ook met behulp van zijn re-integratiecoach niet is gelukt om een werkgever te vinden kan aan het bovenstaande niet afdoen. Het Uwv heeft bij brief van 26 februari 2014 terecht naar voren gebracht dat bij het feitelijk verkrijgen van arbeid ook andere factoren dan medische belastbaarheid van betekenis zijn. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank op goede gronden geen onderzoek door een deskundige heeft laten verrichten en dat hiertoe in hoger beroep ook geen aanleiding is Terecht heeft de rechtbank de beroepsgrond verworpen dat de ten aanzien van appellant geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. Daarbij is met juistheid verwezen naar het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. In het rapport van 11 september 2012 is overtuigend en inzichtelijk beargumenteerd dat appellant werkzaamheden kan verrichten verbonden aan functies waarin de belasting in overeenstemming is met zijn verzekeringsgeneeskundig vastgestelde mogelijkheden en beperkingen Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Voor vergoeding van schade is dus geen aanleiding. 5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - bevestigt de aangevallen uitspraak; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart (getekend) D.J. van der Vos 21

22 (getekend) W. de Braal NK 22

23 ECLI:NL:CRVB:2014:780 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Loonsanctie. Het Uwv heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Appellante is er debet aan geweest dat het re-integratieproces 212 weken heeft geduurd. Rechtspraak.nl 12/4989 WIA, 12/4991 WIA Datum uitspraak: 5 maart 2014 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 26 juli 2012, 11/1129, 11/1226 en 11/5170 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante B.V.] te [vestigingsplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) [Naam belanghebbende], wonende te [woonplaats] (belanghebbende) 23

24 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft [naam manager], manager Gezondheid en Arbo Connexxion, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Namens belanghebbende heeft mr. S. Matadin, zich als gemachtigde gemeld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari Voor appellante is [naam manager] verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J. Belder. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door mr. W.C.M. Pronk-Schaap. OVERWEGINGEN 1.1. Bij besluit van 21 juli 2010 (besluit 1) heeft het Uwv appellantes rechtsvoorganger meegedeeld dat belanghebbende zijn aanvraag ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) 28 maanden te laat heeft ingediend en het Uwv ervan uitgaat dat, bij voortdurende ongeschiktheid van belanghebbende, appellante gedurende die periode het loon van belanghebbende doorbetaalt Bij besluit van eveneens 21 juli 2010 (besluit 2) heeft het Uwv het tijdvak waarin belanghebbende jegens appellante als werkgever recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd met 52 weken. Die verlenging - kortweg loonsanctie genoemd - is in aansluiting op de afloop van de, vanwege de te late indiening van de WIA-aanvraag verlengde, wachttijd opgelegd tot 6 augustus 2011 op de grond dat de re-integratie-inspanningen van appellante onvoldoende zijn geweest, nu zij - ook na de gelegenheid te hebben gekregen om het verzuim te herstellen - zonder geldige reden heeft nagelaten een compleet re-integratieverslag in te sturen. Bij het opleggen van de loonsanctie heeft het Uwv toepassing gegeven aan artikel 25, negende lid, van de Wet WIA, in verbinding met artikel 65 van de Wet WIA Appellante heeft tegen besluit 2 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 18 februari 2011 (bestreden besluit 1) is dat bezwaar ongegrond verklaard Nadat appellante alsnog de ontbrekende informatie heeft overgelegd en daarmee de administratieve tekortkoming heeft hersteld, heeft het Uwv bij besluit van 25 maart 2011 geweigerd om het tijdvak van de loonsanctie te bekorten. Bij besluit van 1 november 2011 (bestreden besluit 2) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 25 maart 2011 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige van 26 oktober Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard. De rechtbank was van oordeel dat niet is komen vast te staan dat appellante vóór 21 juli 2010 een compleet re-integratieverslag heeft ingestuurd en dat appellante daarin een eigen verantwoordelijkheid heeft. Vervolgens heeft de rechtbank het standpunt van het Uwv onderschreven dat het door appellante ingezette re-integratieproces niet vloeiend is verlopen, dat appellante er onvoldoende grip op heeft gehad en dat daardoor re-integratiekansen zijn gemist. Ook heeft de rechtbank het Uwv gevolgd in zijn standpunt dat belanghebbende ten tijde hier van belang benutbare 24

ECLI:NL:CRVB:2016:218

ECLI:NL:CRVB:2016:218 ECLI:NL:CRVB:2016:218 Instantie Datum uitspraak 20-01-2016 Datum publicatie 21-01-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/4909 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:2994

ECLI:NL:CRVB:2014:2994 ECLI:NL:CRVB:2014:2994 Instantie Datum uitspraak 10-09-2014 Datum publicatie 16-09-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-1100 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:196

ECLI:NL:CRVB:2015:196 ECLI:NL:CRVB:2015:196 Instantie Datum uitspraak 28-01-2015 Datum publicatie 29-01-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-2118 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:484

ECLI:NL:CRVB:2016:484 ECLI:NL:CRVB:2016:484 Instantie Datum uitspraak 11-02-2016 Datum publicatie 19-02-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/5646

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:221

ECLI:NL:CRVB:2017:221 ECLI:NL:CRVB:2017:221 Instantie Datum uitspraak 18-01-2017 Datum publicatie 24-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/3036 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2672

ECLI:NL:CRVB:2017:2672 ECLI:NL:CRVB:2017:2672 Instantie Datum uitspraak 02-08-2017 Datum publicatie 03-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4206 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:2274

ECLI:NL:CRVB:2014:2274 ECLI:NL:CRVB:2014:2274 Instantie Datum uitspraak 25062014 Datum publicatie 08072014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 132295 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:501

ECLI:NL:CRVB:2015:501 ECLI:NL:CRVB:2015:501 Instantie Datum uitspraak 13-02-2015 Datum publicatie 24-02-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-5343 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2739

ECLI:NL:CRVB:2017:2739 ECLI:NL:CRVB:2017:2739 Instantie Datum uitspraak 28-07-2017 Datum publicatie 10-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6155 WAJONG Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1859

ECLI:NL:CRVB:2017:1859 ECLI:NL:CRVB:2017:1859 Instantie Datum uitspraak 12-04-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4501 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:872

ECLI:NL:CRVB:2015:872 ECLI:NL:CRVB:2015:872 Instantie Datum uitspraak 24-03-2015 Datum publicatie 25-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-2865 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3289

ECLI:NL:CRVB:2014:3289 ECLI:NL:CRVB:2014:3289 Instantie Datum uitspraak 26-09-2014 Datum publicatie 14-10-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-3044 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1613

ECLI:NL:CRVB:2014:1613 ECLI:NL:CRVB:2014:1613 Instantie Datum uitspraak 09-05-2014 Datum publicatie 15-05-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-673

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:4258

ECLI:NL:CRVB:2015:4258 ECLI:NL:CRVB:2015:4258 Instantie Datum uitspraak 26-10-2015 Datum publicatie 03-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/3047 WAO Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3191

ECLI:NL:CRVB:2016:3191 ECLI:NL:CRVB:2016:3191 Instantie Datum uitspraak 24-08-2016 Datum publicatie 30-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/1222 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:4236

ECLI:NL:CRVB:2015:4236 ECLI:NL:CRVB:2015:4236 Instantie Datum uitspraak 09-12-2015 Datum publicatie 10-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5796 WIA-S Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1620

ECLI:NL:CRVB:2014:1620 ECLI:NL:CRVB:2014:1620 Instantie Datum uitspraak 02-05-2014 Datum publicatie 15-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-4007 Wet WAJONG Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1850

ECLI:NL:CRVB:2017:1850 ECLI:NL:CRVB:2017:1850 Instantie Centrale Raad van Beroep Datum uitspraak 12-05-2017 Datum publicatie 23-05-2017 Zaaknummer 15/4563 WIA Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3069

ECLI:NL:CRVB:2014:3069 ECLI:NL:CRVB:2014:3069 Instantie Datum uitspraak 10-09-2014 Datum publicatie 22-09-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-371 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1041

ECLI:NL:CRVB:2017:1041 ECLI:NL:CRVB:2017:1041 Instantie Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 16-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4468 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:862

ECLI:NL:CRVB:2016:862 ECLI:NL:CRVB:2016:862 Instantie Datum uitspraak 11-03-2016 Datum publicatie 16-03-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/6601 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6743

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6743 ECLI:NL:CRVB:2010:BM6743 Instantie Datum uitspraak 21-05-2010 Datum publicatie 08-06-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 06-3679 WAO + 09-4841

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:2164

ECLI:NL:CRVB:2015:2164 ECLI:NL:CRVB:2015:2164 Instantie Datum uitspraak 24-06-2015 Datum publicatie 07-07-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-5005 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie

ECLI:NL:CRVB:2014:39. Uitspraak. Centrale Raad van Beroep. Datum uitspraak Datum publicatie ECLI:NL:CRVB:2014:39 Instantie Datum uitspraak 15-01-2014 Datum publicatie 17-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-7549 WAJONG Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:1386

ECLI:NL:CRVB:2013:1386 ECLI:NL:CRVB:2013:1386 Instantie Datum uitspraak 19-07-2013 Datum publicatie 14-08-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-4470 WIA-T Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:3533

ECLI:NL:CRVB:2015:3533 ECLI:NL:CRVB:2015:3533 Instantie Datum uitspraak 28092015 Datum publicatie 15102015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14627 WWAJ

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1883

ECLI:NL:CRVB:2017:1883 ECLI:NL:CRVB:2017:1883 Instantie Datum uitspraak 17-05-2017 Datum publicatie 29-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/2918 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1769

ECLI:NL:CRVB:2017:1769 ECLI:NL:CRVB:2017:1769 Instantie Datum uitspraak 03-05-2017 Datum publicatie 15-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2617 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:766

ECLI:NL:CRVB:2016:766 ECLI:NL:CRVB:2016:766 Instantie Datum uitspraak 04-03-2016 Datum publicatie 10-03-2016 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/6421

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:1511

ECLI:NL:CRVB:2013:1511 ECLI:NL:CRVB:2013:1511 Instantie Datum uitspraak 14-08-2013 Datum publicatie 27-08-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 11-4320 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1325

ECLI:NL:CRVB:2014:1325 ECLI:NL:CRVB:2014:1325 Instantie Datum uitspraak 11-04-2014 Datum publicatie 24-04-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-3365 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:3138

ECLI:NL:CRVB:2015:3138 ECLI:NL:CRVB:2015:3138 Instantie Datum uitspraak 16-09-2015 Datum publicatie 17-09-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-1477 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:1096

ECLI:NL:CRVB:2015:1096 ECLI:NL:CRVB:2015:1096 Instantie Datum uitspraak 27-03-2015 Datum publicatie 09-04-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4641 WIA-T Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186

ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186 ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 06-07-2010 Datum publicatie 23-07-2010 Zaaknummer AWB 10/180, 10/181, 10/508, 10/513, 10/684 en 10/685 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4517

ECLI:NL:CRVB:2016:4517 ECLI:NL:CRVB:2016:4517 Instantie Datum uitspraak 23-11-2016 Datum publicatie 29-11-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/4198 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4970

ECLI:NL:CRVB:2016:4970 ECLI:NL:CRVB:2016:4970 Instantie Datum uitspraak 14-12-2016 Datum publicatie 27-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/7122 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2714

ECLI:NL:CRVB:2013:2714 ECLI:NL:CRVB:2013:2714 Instantie Datum uitspraak 06-12-2013 Datum publicatie 10-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-1252 WIA-T Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1054

ECLI:NL:CRVB:2017:1054 ECLI:NL:CRVB:2017:1054 Instantie Datum uitspraak 21-02-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5477 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:430

ECLI:NL:CRVB:2014:430 ECLI:NL:CRVB:2014:430 Instantie Datum uitspraak 07-02-2014 Datum publicatie 13-02-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-814 WIA-T Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2531

ECLI:NL:CRVB:2017:2531 ECLI:NL:CRVB:2017:2531 Instantie Datum uitspraak 30-06-2017 Datum publicatie 25-07-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/4358

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3821

ECLI:NL:CRVB:2014:3821 ECLI:NL:CRVB:2014:3821 Instantie Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 25-11-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-6693 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2012:5272

ECLI:NL:RBHAA:2012:5272 ECLI:NL:RBHAA:2012:5272 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 23-11-2012 Datum publicatie 16-07-2013 Zaaknummer HAA 11/6372 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2879

ECLI:NL:CRVB:2013:2879 ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ7766

ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ7766 ECLI:NL:RBUTR:2006:AZ7766 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 19-12-2006 Datum publicatie 02-02-2007 Zaaknummer SBR 06-1767 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:1899

ECLI:NL:CRVB:2016:1899 ECLI:NL:CRVB:2016:1899 Instantie Datum uitspraak 13-05-2016 Datum publicatie 26-05-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/898 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2864

ECLI:NL:CRVB:2017:2864 ECLI:NL:CRVB:2017:2864 Instantie Datum uitspraak 06-09-2017 Datum publicatie 07-09-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/4207 WW Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:926

ECLI:NL:CRVB:2015:926 ECLI:NL:CRVB:2015:926 Instantie Datum uitspraak 25-03-2015 Datum publicatie 31-03-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-5054 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2664

ECLI:NL:CRVB:2013:2664 ECLI:NL:CRVB:2013:2664 Instantie Datum uitspraak 29112013 Datum publicatie 05122013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 114903 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1436

ECLI:NL:CRVB:2017:1436 ECLI:NL:CRVB:2017:1436 Instantie Datum uitspraak 07-04-2017 Datum publicatie 18-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/7947 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2010:BM4397

ECLI:NL:CRVB:2010:BM4397 ECLI:NL:CRVB:2010:BM4397 Instantie Datum uitspraak 12-05-2010 Datum publicatie 17-05-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 08-5813 WIA Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2007:BB1200

ECLI:NL:CRVB:2007:BB1200 ECLI:NL:CRVB:2007:BB1200 Instantie Datum uitspraak 03-08-2007 Datum publicatie 07-08-2007 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 04-2430 WAO en 06-2641

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2885

ECLI:NL:CRVB:2017:2885 ECLI:NL:CRVB:2017:2885 Instantie Datum uitspraak 23-08-2017 Datum publicatie 24-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6376 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2462

ECLI:NL:CRVB:2017:2462 ECLI:NL:CRVB:2017:2462 Instantie Datum uitspraak 05-07-2017 Datum publicatie 19-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/6654 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2414

ECLI:NL:CRVB:2017:2414 ECLI:NL:CRVB:2017:2414 Instantie Datum uitspraak 28-06-2017 Datum publicatie 17-07-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5243 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7913

ECLI:NL:CRVB:2012:BW7913 ECLI:NL:CRVB:2012:BW7913 Instantie Datum uitspraak 06-06-2012 Datum publicatie 11-06-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep + Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2016:4015

ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 ECLI:NL:RBOBR:2016:4015 Instantie Datum uitspraak 27-07-2016 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer 16 _ 1047 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3509

ECLI:NL:CRVB:2016:3509 ECLI:NL:CRVB:2016:3509 Instantie Datum uitspraak 21-09-2016 Datum publicatie 22-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4307 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3593

ECLI:NL:CRVB:2016:3593 ECLI:NL:CRVB:2016:3593 Instantie Datum uitspraak 28-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1219 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:1291

ECLI:NL:CRVB:2015:1291 ECLI:NL:CRVB:2015:1291 Instantie Datum uitspraak 15-04-2015 Datum publicatie 29-04-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-5232 WAO Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1875

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1875 ECLI:NL:CRVB:2008:BC1875 Instantie Datum uitspraak 09-01-2008 Datum publicatie 16-01-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 05-3015 WAO Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3477

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3477 ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3477 Instantie Datum uitspraak 29-04-2011 Datum publicatie 04-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-1393 WIA + 10-2553

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:1221

ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 ECLI:NL:RBOBR:2017:1221 Instantie Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 16_2690 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Oost-Brabant Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:4689

ECLI:NL:CRVB:2015:4689 ECLI:NL:CRVB:2015:4689 Instantie Datum uitspraak 14-12-2015 Datum publicatie 28-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/4175 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2674

ECLI:NL:CRVB:2017:2674 ECLI:NL:CRVB:2017:2674 Instantie Datum uitspraak 02-08-2017 Datum publicatie 03-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/401 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1692

ECLI:NL:CRVB:2017:1692 ECLI:NL:CRVB:2017:1692 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 10-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/575

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:1273

ECLI:NL:CRVB:2016:1273 ECLI:NL:CRVB:2016:1273 Instantie Datum uitspraak 06-04-2016 Datum publicatie 11-04-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/5380 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:2097

ECLI:NL:CRVB:2016:2097 ECLI:NL:CRVB:2016:2097 Instantie Datum uitspraak 03-06-2016 Datum publicatie 08-06-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-5893 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:2103

ECLI:NL:CRVB:2016:2103 ECLI:NL:CRVB:2016:2103 Instantie Datum uitspraak 03-06-2016 Datum publicatie 10-06-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/6741 WWAJ Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2012:BW7413

ECLI:NL:RBARN:2012:BW7413 ECLI:NL:RBARN:2012:BW7413 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 08-05-2012 Datum publicatie 04-06-2012 Zaaknummer 11/2280 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:2743

ECLI:NL:CRVB:2014:2743 ECLI:NL:CRVB:2014:2743 Instantie Datum uitspraak 14-08-2014 Datum publicatie 15-08-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-1110 AW-T Ambtenarenrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:3892

ECLI:NL:CRVB:2015:3892 ECLI:NL:CRVB:2015:3892 Instantie Datum uitspraak 28-10-2015 Datum publicatie 10-11-2015 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/5155

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BN7079

ECLI:NL:RBALK:2010:BN7079 ECLI:NL:RBALK:2010:BN7079 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 12-08-2010 Datum publicatie 15-09-2010 Zaaknummer 09/817 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROE:2009:BK8295

ECLI:NL:RBROE:2009:BK8295 ECLI:NL:RBROE:2009:BK8295 Instantie Rechtbank Roermond Datum uitspraak 19-11-2009 Datum publicatie 05-01-2010 Zaaknummer AWB 09 / 153 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALM:2008:BG1652

ECLI:NL:RBALM:2008:BG1652 ECLI:NL:RBALM:2008:BG1652 Instantie Rechtbank Almelo Datum uitspraak 23-10-2008 Datum publicatie 27-10-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 07 / 1344 WIA BI1 A Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1693

ECLI:NL:CRVB:2017:1693 ECLI:NL:CRVB:2017:1693 Instantie Datum uitspraak 05-04-2017 Datum publicatie 10-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4870 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3606

ECLI:NL:CRVB:2016:3606 ECLI:NL:CRVB:2016:3606 Instantie Datum uitspraak 23-09-2016 Datum publicatie 29-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2218 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:2645

ECLI:NL:CRVB:2016:2645 ECLI:NL:CRVB:2016:2645 Instantie Datum uitspraak 13-07-2016 Datum publicatie 14-07-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/4866 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4659

ECLI:NL:CRVB:2016:4659 ECLI:NL:CRVB:2016:4659 Instantie Datum uitspraak 06-12-2016 Datum publicatie 12-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1577 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:3993

ECLI:NL:CRVB:2015:3993 ECLI:NL:CRVB:2015:3993 Instantie Datum uitspraak 13-11-2015 Datum publicatie 18-11-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/2153 WIA Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3289

ECLI:NL:CRVB:2016:3289 ECLI:NL:CRVB:2016:3289 Instantie Datum uitspraak 07-09-2016 Datum publicatie 13-09-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/1287 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:2828

ECLI:NL:CRVB:2015:2828 ECLI:NL:CRVB:2015:2828 Instantie Datum uitspraak 12-08-2015 Datum publicatie 28-08-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/5439 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2833

ECLI:NL:CRVB:2017:2833 ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1820

ECLI:NL:CRVB:2017:1820 ECLI:NL:CRVB:2017:1820 Instantie Datum uitspraak 17-05-2017 Datum publicatie 19-05-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8607 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1283

ECLI:NL:CRVB:2017:1283 ECLI:NL:CRVB:2017:1283 Instantie Datum uitspraak 23-03-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4862 ANW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179

ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 ECLI:NL:CRVB:2012:BV0179 Instantie Datum uitspraak 04-01-2012 Datum publicatie 05-01-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-4246 WMO Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1049

ECLI:NL:CRVB:2017:1049 ECLI:NL:CRVB:2017:1049 Instantie Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 16-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1171 WSF Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:1758

ECLI:NL:CRVB:2015:1758 ECLI:NL:CRVB:2015:1758 Instantie Datum uitspraak 02-06-2015 Datum publicatie 09-06-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14-3330 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7336

ECLI:NL:CRVB:2010:BM7336 ECLI:NL:CRVB:2010:BM7336 Instantie Datum uitspraak 12-05-2010 Datum publicatie 15-06-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 09-1922 AW en 09-3529

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1109

ECLI:NL:CRVB:2014:1109 ECLI:NL:CRVB:2014:1109 Instantie Datum uitspraak 04042014 Datum publicatie 09042014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 114876 WAJONG Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:4523

ECLI:NL:CRVB:2015:4523 ECLI:NL:CRVB:2015:4523 Instantie Datum uitspraak 02-10-2015 Datum publicatie 16-12-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/2029 WAO-G Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1436

ECLI:NL:CRVB:2014:1436 ECLI:NL:CRVB:2014:1436 Instantie Datum uitspraak 23-04-2014 Datum publicatie 02-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-926 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824 ECLI:NL:CRVB:2008:BC1824 Instantie Datum uitspraak 02-01-2008 Datum publicatie 15-01-2008 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 07-319 WW Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak 21-03-2012 Datum publicatie 28-03-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3745

ECLI:NL:CRVB:2012:BX3745 ECLI:NL:CRVB:2012:BX3745 Instantie Datum uitspraak 03-08-2012 Datum publicatie 07-08-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10-6459 WW Bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4664

ECLI:NL:CRVB:2016:4664 ECLI:NL:CRVB:2016:4664 Instantie Datum uitspraak 07122016 Datum publicatie 09122016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/2455 WMO Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:1612

ECLI:NL:CRVB:2016:1612 ECLI:NL:CRVB:2016:1612 Instantie Datum uitspraak 03-05-2016 Datum publicatie 09-05-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/6719 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:5048

ECLI:NL:CRVB:2016:5048 ECLI:NL:CRVB:2016:5048 Instantie Datum uitspraak 28-12-2016 Datum publicatie 03-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15-8069 ZW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:707

ECLI:NL:CRVB:2016:707 ECLI:NL:CRVB:2016:707 Instantie Datum uitspraak 02-03-2016 Datum publicatie 03-03-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/3258 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:1257

ECLI:NL:CRVB:2015:1257 ECLI:NL:CRVB:2015:1257 Instantie Datum uitspraak 14-04-2015 Datum publicatie 23-04-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-4493 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2805

ECLI:NL:CRVB:2013:2805 ECLI:NL:CRVB:2013:2805 Instantie Datum uitspraak 11-12-2013 Datum publicatie 20-01-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 12-4576 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie