HANDELINGSANALYSE VOLGENS RIJPROCEDURE CATEGORIE A
|
|
|
- Laura Simons
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 HANDELINGSANALYSE VOLGENS RIJPROCEDURE CATEGORIE A
2 Hierna vindt u de handelingsanalyse voor de motorfiets, de rijprocedure heeft als basis gelegen bij het maken van deze handelingsanalyses. Het is raadzaam om de rijprocedure zelf ook eens te lezen. Index onderwerpen Thema: Pagina: 1. Op en afbokken middenstandaard Op en afbokken zijstandaard. (Jiffy ) 5 3. Op en afstappen Zithouding en Afstelling van de spiegels Starten van de motor Afzetten van de motor Wegrijden Stoppen Opschakelen Terugschakelen Plaats op de weg en omgaan met wegmarkeringen Rijden van bochten in het wegverloop buiten de bebouwde kom Wegrijden op een helling met voor en achterrem Wegrijden op een helling met alleen de voorrem Lopen achteruit parkeren in een parkeervak De langzame slalom De halve draai linksom/ rechtsom Het rijden van de acht Het stapvoets rijden Het wegrijden uit een parkeervak Slalom met stops Uitwijkoefening De snelle slalom De noodstop De precisiestop De stopproef Berijden van kruispunten van gelijke orde Berijden van voorrangskruispunten Rechts afslaan Links afslaan Invoegen op een auto(snel)weg Berijden van een auto(snel)weg Uitvoegen op een auto(snel)weg Het gedrag in files tussen auto en motor Inhalen Ingehaald worden Voorbijgaan Tegemoet komen Rotondes (algemeen) Rotondes ¼ rond Rotondes ½ rond Rotondes ¾ rond Rotondes geheel rond Kijkgedrag BRAVOA (voertuigcontrole)
3 OP EN AFBOKKEN OP DE MIDDENSTANDAARD OPBOKKEN HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Ga naast de motor staan. Links van de motor; lichte spreidstand. Door de lichte spreidstand sta je stevig naast de motor. Pak de motor vast. Zoek steun met de middenbok. Zoek balans. Draai je heup. Trap de middenbok uit. Linkerhand om het linkerhandvat. Rechterhand op de daarvoor bestemde plaats en dit is niet; De riem om de buddyseat zelf. Meestal zit er een steun waar de motor moet worden vastgepakt. Laat de motor iets naar je toe hellen. Met de bal van de rechtervoet middenbok uitdrukken tot deze de grond raakt. Beweeg de motor nu iets naar voren af totdat je voelt dat beide pootjes van de middenstandaard steun hebben. Blijf met de rechtervoet op de middenbok staan, laat ook de linkervoet staan maart draai je heupen haaks ten opzichte van de motor. Door nu gelijktijd met je rechtervoet op de standaard te drukken en met je rechterhand de motor iets op tillen, zal de motor op de standaard gaan. Denk eraan de kracht moet uit benen komen en niet uit de rug. Door de motor iets naar je toe te laten hellen is deze beter in bedwang te houden dan wanneer deze van je af zou hangen Als er nu nog een oneffenheid mocht zijn dan heb je het voertuig nog onder controle. Als je slechts steun zou hebben met een van de beide pootjes kost het teveel kracht om hem op te bokken. Als de ondergrond zacht of schuin is heeft een jiffy de voorkeur. Op deze manier spaar je de rug. 3
4 AFBOKKEN WAT HOE MOTIVATIE Ga weer links naast de motor staan. Pak de motor vast. Kijken. Breng met een lichte schok de motor naar voren. Controleer de middenbok. Neem een lichte spreidstand aan. Linkerhand aan het stuur en de rechterhand op de daarvoor bestemde plaats. Kijk in het verlengde van de motor, niet naar de buddyseat. Door je lichaamsgewicht naar voren te brengen Als de motor van de bok afkomt laat hem dam naar je toe hellen. Is deze volledig in ruststand terug gekomen. Dit i.v.m. de stevigheid. Door in de diepte te kijken zal er een betere balans zijn en de motor zal niet van je afvallen. Je lichaamsgewicht zorgt ervoor dat de motor naar voren komt let wel op dat je de motor naar je toe laat hellen om ervoor te zorgen dat deze niet valt. Als de middenbok niet volledig omhoog is kan dit tot gevaarlijke omstandigheden leiden. Knijp de voorrem in. Met de rechterhand. Dit om te voorkomen dat de motor wegrolt. 4
5 OP EN AFBOKKEN OP DE ZIJSTANDAARD. ( JIFFY) OPBOKKEN WAT HOE MOTIVATIE Ga naast de motor staan. Pak de motor vast. Zoek steun met de zijstandaard. Laat de motor rustig op de zijstandaard rusten. Draai nu het stuur naar links. Trek de motor uit zijn veren. Laat de voorrem los. Neem nu de voet van de zijstandaard. Links van de motor; lichte spreidstand. Linkerhand om het linker handvat. Rechterhand om het rechter handvat en knijp de voorrem in. Laat de motor iets naar je toe hellen. Met de bal van de rechtervoet de zij standaard uitdrukken tot deze de grond raakt Met de voet tegen blijven houden. Beweeg de motor nu iets naar je toe totdat je voelt dat de zij standaard steun heeft. De rechtervoet blijft op de standaard rusten Trek met beide handen het stuur omhoog. Let op dat de motor stabiel blijft. Door de lichte spreidstand sta je stevig naast de motor. Door de motor iets naar je toe te laten hellen is deze beter in bedwang te houden dan wanneer deze van je af zou hangen. Als en nu een oneffenheid zou zijn dan heb je de motor nog onder controle. Als je slechts steun zou hebben met de zijstandaard zou een simpel plankje heel effectief zijn. Als er nu iemand tegen de motor aan zou stoten dan zal deze op zijn standaard gedrukt worden. Zou het stuur naar rechts staan en er loopt iemand tegenaan dan zal de motor van de standaard af worden gedrukt. Doe dit geleidelijk om er voor te zorgen dat de motor niet omvalt. 5
6 AFBOKKEN WAT HOE MOTIVATIE Ga weer links naast de motor staan. Pak de motor vast. Draai het stuur recht. Neem een lichte spreidstand aan. Linkerhand aan het stuur en de rechterhand aan het stuur en de voorrem inknijpen. Laat de motor nog steeds naar je toe hellen. Dit i.v.m. de stevigheid. Dit om te voorkomen dat de motor wegrolt. Kijken. Kijk in het verlengde van je motor. Door in de diepte te kijken zal de motor stabiel blijven. Beweeg de motor iets van je af. Duw met je rechtervoet de standaard volledig in. Niet te ver omdat de motor van je af zal vallen. Is deze volledig in ruststand terug gekomen. Als de zijstandaard niet volledig omhoog is kan dit tot gevaarlijke omstandigheden leiden. Veel motoren hebben een beveiliging dat als de zijstandaard uit staat en er wordt een versnelling ingeschakeld, dan zal de motor afslaan. 6
7 OP EN AFSTAPPEN OPSTAPPEN WAT HOE MOTIVATIE Eerst de motor van de standaard halen. Zoals beschreven bij het op en afbokken let op dat de voorrem ingeknepen is. De ingeknepen voorrem zorgt ervoor dat de motor tijdens het opstappen niet wegrolt. Kijken. Om de motor heen. Zodat je niet tijdens het opzwaaien van je rechterbeen geen obstakels of personen raakt. Rechterbeen over de buddyseat. Gaan zitten. AFSTAPPEN Knijp de voorrem in. Kijken. Rechterbeen over de buddyseat. Motor eventueel opbokken. Let op eventuele topkoffer etc. Beide benen steun laten zoeken op de grond. Nadat er gezeten is mag de motor pas gestart worden. Er mag pas worden afgestapt als de motor is afgezet. Rondom de motor. Kijk tijdens het gehele afstappen voor de motor. Zorg tijdens het afstappen dat beide voeten goede steun vinden en laat de motor licht naar je toe hellen. Zoals beschreven bij het op en afbokken. Houdt de voorrem zolang mogelijk vast. Door de ingeknepen voorrem en de steun van beide voeten sta jezelf en de motor stabiel. De ingeknepen voorrem zorgt ervoor dat de motor tijdens het afstappen niet wegrolt. Dit om ervoor te zorgen dat tijdens het afstappen geen obstakels of personen worden geraakt. Ook mag er door het afstappen geen hinder worden veroorzaakt aan andere weggebruikers. Het ver weg kijken is voor de balans. De beide voeten en balans van de motor zorgen ervoor dat er niet gevallen wordt. 7
8 ZITHOUDING EN AFSTELLEN VAN DE SPIEGELS ZITHOUDING HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Zolang er niet gereden wordt en niet aan het verkeer wordt deelgenomen staan beide voeten op de grond en zijn beiden handen aan het stuur. Als er stilgestaan wordt tijdens de verkeersdeelname rust de linkervoet op de steun met de zijkant van de voet tegen de zijkant van de schakelpook. Beide handen zijn aan het stuur. Bij een lange verkeersstop is de motor neutraal geschakeld. Tijdens het rijden zijn beide voeten op de steunen. Voeten horizontaal dus niet met de tenen naar beneden of naar boven. Linkervoet: zijkant tegen de zijkant van de schakelpook. Rechtervoet: zijkant tegen de zijkant van de rempook. Knieën tegen de tank klemmen. Handen losjes om de handvaten en dus geen vingers laten rusten op of om de handels. Maar zorg dat de vingers wel om het einde van de handels passen, er zijn diverse typen motorfietsen waar de afstand handel tot het stuur kan worden versteld. Rug recht misschien zelfs wat hol getrokken, dus een" trotse" houding aannemen. Kijk naar de plek waar het rijden op dat moment gaat plaatsvinden. Als je de houding aanneemt zoals beschreven zal tijdens het rijden en stilstaan de motor volledig onder controle van de bestuurder zijn. Er zal verder duidelijk gevoeld worden wat de motor doet het is een evenwichtsvoertuig en evenwicht, houding en kijken werken sterk samen. Verder bevordert het goed zitten en aanvoelen van de motor dat je minder snel vermoeid raakt en dat de motor gaat doen wat de berijder wil en niet andersom. AFSTELLEN VAN DE SPIEGELS. De spiegels mogen alleen worden afgesteld als de motor stilstaat. De spiegel kan alleen door verdraaiing versteld worden, dit in tegenstelling tot de spiegels van een auto. Let dus op hou dit moet gebeuren omdat anders de spiegels af zullen breken. Rechter en linkerspiegelbeeld: Horizon op tweederde van de bovenkant en een klein beetje van de zijkant van je eigen lichaam in beeld. Te los zittende jasmouwen kunnen tijdens het rijden leiden tot situaties waar er niets meer in de spiegels te zien is omdat de mouw voor de spiegels wappert. Met een juiste spiegel afstelling is er maximaal zicht op het achtergelegen weggedeelte. Tijdens het rijden moeten dan ook de spiegels iedere 5 tot 10 seconden worden bekeken. Verder zijn ze nodig voor en tijdens het vertragen, het veranderen van richting, het veranderen van de rechte rijlijn, het versnellenen en het vertragen. 8
9 STARTEN VAN DE MOTOR HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Opstappen. Controle verbruikers uit. Choken. Zoals beschreven Verlichting en eventueel handvatverwarming Indien de motor koud is de choke openen. De motor heeft zeer veel stroom nodig om te starten, er mogen daarom geen verbruikers aan staan op het moment van starten. Koppelingshandel inknijpen. Linkerhand Met het inknijpen van de koppeling onderbreek je de aandrijving van de motor na wielen. Hiermee verzeker je dat de nooit kan wegrollen op het moment van starten. De meest motoren een startonderbreker die het starten onmogelijk maakt als er een versnelling is ingeschakeld en de koppeling niet is ingeknepen. Verder hoeft bij een ingeknepen koppeling de startmotor minder onderdelen te bewegen waardoor deze meer kracht heeft voor het starten. En het geeft extra veiligheid. Contact aan. Sleutel naar recht draaien. Controleer nu de werking van controle lampen en meters Controle cockpit. Starten met de startknop Controle cockpit. Koppelingshandel op laten komen tenzij direct wordt ingeschakeld. Toerental afregelen met de choke. Er branden nu als het goed is minimaal twee lampjes. Rood is oliedruk Groen is neutraal stand versnelling. Brandt deze niet zet dan de versnelling neutraal. Controleer of de noodstopknop op run staat, zo niet zet dan op run. Start nooit langer dan ± 5 seconden de motor moet dan aanslaan. Na het aanslaan startknop loslaten. Het rode lampje van de oliedruk moet na enkele seconden doven, zeker als er een hoger toerental dan stationair is. Het groene lampje blijft branden. De linkerhand geleidelijk ontspannen. Luister naar het toerental en druk de choke geleidelijk terug net zo lang totdat de motor een rustig en gelijkmatig toerental heeft. Let erop dat tijdens het rijden de choke weer terug gedrukt moet worden als de motor warm is. Luister goed naar het geluid van de motor, dan kun je het juiste moment bepalen om de sleutel los te laten. Hierdoor kun je controleren of er storingen zijn i bepaalde circuits van de motor. Als je wat langer moet wachten voor je wegrijdt, is het onnodig om de koppeling ingeknepen te houden. Om twee redenen: Slijtage koppeling onderdelen Vermoeidheid aan de hand. Door met zo min mogelijk choke te rijden zal het milieu minder geschaad worden en komt de motor terug in zijn normale stationaire toerental. Ontsteek de verlichting. Dimlicht Om in het verkeer te zien en gezien te worden. 9
10 AFZETTEN VAN DE MOTOR. WAT HOE MOTIVATIE Controleer of de schakelhefboom neutraal staat. Zorg dat het groene lampje brand. De motor wordt geheel neutraal weggezet. Koppelingshandel loslaten. Doe dit geleidelijk. Hiermee controleer je de volledige neutraalstand van de motor Doe de verbruikers uit. Motor afzetten. Afstappen. Bij verlaten van de motor de sleutels meenemen. D.m.v. desbetreffende schakelaars. Contactsleutel niet geheel linksom draaien omdat dan het stuurslot erop en eventueel het parkeerlicht aan gaat. Zoals beschreven. Nu wel eventueel het stuurslot erop zetten De accu heeft bij het starten alle stroom nodig. Tijdens het stilstaan wordt de accu niet bijgeladen en zal dus alleen maar leeg kunnen lopen als je een stroomverbruiker aan laat staan. Als de motor verder niet meer gebruikt wordt, zetten we uit zowel milieuoogpunt als veiligheid de motor af. Let op dat bij sommige motoren er een stand op het contact zit om de parkeerlichten aan te zetten. 10
11 WEGRIJDEN WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Rechts naast, rechter spiegel, voor, linker spiegel en links naast. Controleer of je overig verkeer voor moet laten gaan (art 54 RVV) Koppelingshandel inknijpen. Geheel en vlot met de linkerhand. Deze handeling maakt het schakelen mogelijk doordat je een onderbreking maakt tussen de motor en de versnellingsbak. Voet naar de schakelhefboom. Spanning op de pook houden totdat de koppeling volledig is losgelaten. Dit om er voor te zorgen dat de versnelling er niet uit schiet. Inschakelen. Eerste versnelling naar beneden. Hiermee maak je mogelijk dat de motor zometeen zijn aandrijfkracht kwijt kan op de wielen. Koppelingshandel naar het aangrijpingspunt laten komen. Met linkerhand, geleidelijk. Altijd geleidelijk werken met de koppeling want de koppelingsplaten moeten geleidelijk aangrijpen anders slaat de motor af. Iets gas geven. Met rechterhand, geleidelijk. Om het aangrijpen van de koppelingsplaten op te vangen. Kijken. Rondom de motor.in het bijzonder daar waar gevaar zit: b.v. bij voorsorteervakken kan het gevaar links zitten (voorsorteervak rechtsaf) of het gevaar zit rechts (voorsorteervak linksaf), het gevaar zit aan beide kanten bij een voorsorteervak voor rechtdoor. Voor een laatste controle voordat je gaat wegrijden: Richtingaanwijzer aan. Naar links. Je maakt hiermee kenbaar aan de overig. weggebruikers dat je gaat wegrijden. Koppelingshandel geheel op laten komen. Voet naast de schakelhefboom. Geleidelijk en direct de linkerhand naast om het handvat plaatsen. Voet weer in de ruststand zijdelings tegen de schakelhefboom. Je neemt weer de ideale positie in met je handen op het stuur. Snelheid aanpassen. Aan overige verkeer. Probeer vlot mee te rijden met het verkeer, daarbij natuurlijk wel de maximum snelheid hanteren en wees een goed anticiperende bestuurder. Richtingaanwijzer uit. 11
12 STOPPEN WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Voor de motor. Plaats bepalen om te stopen. Mag ik hier wel stoppen. Beide spiegels. Informatie opdoen v.w.b. de achter je. Gas los. Geef een remsignaal Rechterhand. Voorremhendel even licht aantikken. Je maakt je voornemen tot stoppen op deze manier kenbaar aan het opkomend verkeer. Kijken. Beide spiegels. Hoe reageert het verkeer acht je. Doorremmen. Tijdens vertraging regelmatig blijven kijken. Remdruk geleidelijk opvoeren. En ook de achterrem erbij gebruiken. Beide spiegels. Hoe is de situatie achter je. Koppeling inknijpen. Vlot en geheel met de linkerhand. Om te voorkomen dat de motor zodirect afslaat. Terug Schakelen. Net voor stilstand ietwat remdruk verminderen. Bij korte stop direct in schakelen. Voet aan de grond zetten. Bij langere stop neutraal. Evt. motor afzetten. Zie terugschakelen (maar dan eventueel zonder de koppeling iedere keer op te laten). Achterrem geleidelijk omhoog laten komen en voorrem de remdruk verminderen. Zoals reeds besproken (HA wegrijden). De rechter. Zoals reeds besproken (HA motor afzetten). Omdat de motor door alle versnellingen heen moet om terug in de eerste versnelling of neutraal te komen. Verder moet de motor bewegen om schakelen mogelijk te maken. Voorkom dat de motor bij iedere stop dompt. Dit is ook wat comfortabeler voor jezelf en je passagiers. Dit om als de motor in neutraal staat dan kan er weer worden ingeschakeld. 12
13 OPSCHAKELEN WAT HOE MOTIVATIE Voet naar de versnellingspook. Koppelingshandel inknijpen en gas loslaten. Linkervoet, vlot, spanning op de pook brengen en houden. Beide tegelijk en vlot. Op het juiste moment schakelen. Je maakt het nu mogelijk om over te schakelen. Schakelen. Naar hogere versnelling. Om i.p.v. kracht langzamerhand snelheid op te bouwen. Koppelingshandel naar het aangrijpingspunt laten komen. Linkerhand, geleidelijk. De koppelingsplaten moeten altijd geleidelijk naar elkaar worden gebracht anders kan de motor zijn kracht niet geleidelijk kwijt aan de wielen en slaat de motor af. Iets gas geven. Met rechterhand, geleidelijk. Om het aangrijpen van de koppelingsplaten op te vangen. Koppelingspedaal geheel op laten komen. Voet naast de schakelhefboom. Met linkerhand, geleidelijk. Zodra het koppelingshandel geheel op is gekomen, plaats je de hand om het stuur. Pas als de koppeling is losgelaten mag de spanning van de schakelhefboom af en mag de voet naast de pook. Te lang met de hand op het koppelingshandel geeft overmatige slijtage aan de koppelingsonderdelen. Kijken. Beide spiegels. Controleer of je snelheid kunt vermeerderen zonder daarbij het overige verkeer te hinderen. 13
14 TERUGSCHAKELEN WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Beide spiegels. Informatie opdoen v.w.b. de situatie achter je. Gas Loslaten. Vlot, met rechterhand. Om te kunnen vertragen. Eventueel remmen. Geleidelijk met de voorrem. Om vlot te kunnen vertragen. Koppelingshandel inknijpen. Vlot en geheel met de linkerhand. Je maakt het met deze handeling mogelijk om zodirect te schakelen. Voet naar de schakelhefboom. Linkervoet. Om zodirect op het juiste tijdstip in te kunnen schakelen. Schakelen. Naar de lagere versnelling. Om de juiste versnelling bij een bepaalde snelheid te verkrijgen. Koppelingshandel naar het aangrijpingspunt laten komen. Linkerhand, vlot. Koppelingsplaten moeten geleidelijk naar elkaar toe worden gebracht anders kan de motor z'n kracht niet geleidelijk kwijt op de wielen en slaat de motor af. Iets gas geven. Met rechterhand, geleidelijk. Om het aangrijpen van de koppelingsplaten op te vangen. Koppelingshandel geheel op laten komen. Voet naast de schakelhefboom. Met linkerhand, geleidelijk. Linkervoet. Denk aan de overmatige slijtage van de koppelingsonderdelen. Kijken. Beide spiegels. Informatie opdoen v.w.b. de situatie achter je of als je weer snelheid gaat vermeerderen je dat kan zonder te hinderen. 14
15 PLAATS OP DE WEG EN OMGAAN MET WEGMARKERINGEN Het is moeilijk om een handelingsanalyse van plaats op de weg als een geheel te maken. Het komt er vaak op neer dat er van een ideaallijn moet worden afgeweken. Het RVV zegt dat de plaats op de weg zoveel mogelijk rechts is, dit houdt in dat we de mogelijkheden moeten afwegen die er op de motor zijn. We wijken dus een beetje van de regel af om veiligheid, uitzicht en zichtbaarheid te verkrijgen. Deze afwijking is vaak in combinatie met de omstandigheden op dat moment op die weg en in die situatie. Het kan dus zijn dat je vaker op een plek in het verkeer komt dat er toch iedere keer een andere oplossing zal moeten worden gekozen. DE IDEALE/VEILIGE PLAATS OP DE WEG (BASISPLAATS): Deze is iets links van het midden in de eigen rijstrook, bij het kiezen van deze plaats gaat het met name om zien en gezien te worden en dit in relatie tot de eigen veiligheid. Als je verder naar rechts gaat rijden dan zal men je minder snel zien en ga je teveel naar links rijden dan rijd je minder veilig. Verder zal je bij welke plaats je ook kiest rekening moeten houden dat je ruimte opeist, dit wil zeggen; je hebt het recht" op dezelfde ruimte als een auto dat nodig heeft en je moet er naar streven tijdig de goede en veilige plek te kiezen en dit zodanig te doen dat er geen auto's zodanig naast je kunnen gaan staan dat er onveiligheid door kan ontstaan. Een ander punt van aandacht zijn gladde plekken zoals markeringen en putten. Bij markeringen zoals voorsorteerpijlen geldt dat je de lengtestok niet mag bereiden maar de hals eventueel wel AFWIJKEN VAN DE IDEAALLIJN: HET TEGENKOMEN VAN EEN GROTE TEGENLIGGER. Omdat achter grote tegenliggers een soort "wervelwind" hangt zul je uit deze wind moeten blijven, dit doe je door tijdig in je linkerspiegel dan je rechterspiegel en over je schouder te kijken, dan rustig en vloeiend iets naar rechts te gaan Nadat de tegenligger(s) voorbij zijn kijk je in de linkerspiegel en over je linker schouder en neem je vloeiend de ideale plaats weer in WEGOMSTANDIGHEDEN. Kuilen, oneffenheden in het wegdek, tramrails, zand, losliggende stenen, modder kunnen mits tijdig gezien, ontweken worden afhankelijk van naar welke zijde je wilt gaan uitwijken doe je dit door, voor het uitwijken naar rechts, tijdig in je linkerspiegel dan je rechterspiegel en over je schouder te kijken, dan rustig en vloeiend iets naar rechts te gaan Nadat het probleem voorbij is kijk je in de linkerspiegel en over je linker schouder en neem je vloeiend de ideale plaats weer in Ga je uitwijken naar links is het spiegelen enzovoorts precies andersom. ZIJSTRATEN VAN RECHTS BIJ EEN T -SPLITSING. Kijk tijdig in de rechterspiegel, linkerspiegel en over de linkerschouder, ga vloeiend naar links tegen de wegas rijden ( een en ander is afhankelijk van tegenligger), ga de zijstraat voorbij, kijk dan in de linkerspiegel, rechterspiegel en over de rechterschouder om je eigenlijke plaats weer in te nemen ZIJSTRATEN VAN LINKS BIJ EEN T -SPLITSING. Kijk tijdig in de linkerspiegel, rechterspiegel en over de rechterschouder, ga vloeiend naar rechts rijden (een en ander is afhankelijk van fietsers en bromfietsers), ga de zijstraat voorbij, kijk dan in de rechterspiegel, linkerspiegel en over de linkerschouder om je eigenlijke plaats weer in te nemen HET VOORBIJGAAN VAN OBSTAKELS (B.V. GEPARKEERDE (VRACHT)AUTO'S) OF LANGZAME VERKEERSDEELNEMERS DAN WEL SPELENDE KINDEREN. Kijk tijdig in de rechterspiegel, linkerspiegel en over de linkerschouder, ga vloeiend ruim naar links rijden (een en ander is afhankelijk van tegenligger), ga het obstakel/verkeer voorbij waarbij je als het een voertuig betreft ook even, eventueel via een buitenspiegel van de auto, in de auto kijkt of er iemand in de auto zit die uit kan gaan stappen Kijk dan in de linkerspiegel, rechterspiegel en over de rechterschouder om je eigenlijke plaats weer in te nemen. 15
16 HET TEGENKOMEN VAN MARKERINGEN. HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS Zoals eerder gezegd mag je niet over de lengtestok van pijlen rijden, de hals is echter geen bezwaar Belangrijk is het om te kijken hoe de pijl in het vak staat zou het zijn datje teveel naar rechts gaat rijden. omdat je bijvoorbeeld rechts van de lengtestok gaat kun je er beter voor kiezen de lengtestok links te pakken en over de hals van de pijl te gaan. PUTTEN IN HET WEGVERLOOP. Kijk tijdig waar een put ligt en ga dan ook tijdig de rijlijn zo verleggen dat je niet over de put heen rijdt OVERSTEEKPLAATSEN IN HET WEGVERLOOP. Kijk tijdig waar het gladde wit van de oversteekplaats ligt en ga dan ook tijdig de rijlijn zo verleggen dat je niet over de witte verf rijdt. BOCHTEN IN HET WEGVERLOOP (Zie hiervoor de handelingsanalyse bochten buiten de bebouwde kom.) Bij het kiezen van een plaats op de weg vraag je jezelf voortdurend af. Wat is voor mij de meest veilige positie? Wat is voor mij de beste positie om alles tijdig te kunnen zien? Hoe kun je de rijstrook het beste vullen? KIJK VER VOORUIT EN BREED 16
17 17
18 18
19 19
20 20
21 21
22 22
23 23
24 24
25 25
26 26
27 27
28 28
29 RIJDEN VAN BOCHTEN IN HET WEGVERLOP BUITEN DE BEBOUWDE KOM BOCHTEN NAAR LINKS: WAT HOE MOTIVATIE Beoordeel de bocht Waar gaat de bocht naar toe. Zijn er obstakels. Hoe scherp is de bocht. Let hierbij op borden of schrikhekken die het van de bocht aangeeft. Hoe is de staat van het wegdek. Omdat in de bocht met een trekkende motor gereden moet worden mag je in de bocht in principe niet meer gaan remmen en zul je dus voor de bocht volledige snelheid klaar moet hebben. Kijken. Voor, linkerspiegel, linkerschouder, rechterspiegel en rechterschouder. Je kunt zo de gehele omgeving bekijken of het veilig kan. Positie bepalen. Snelheid aanpassen. Insturen. Naar rechts tegen de wegkant, dit om beter zicht door de bocht te hebben en eerder gezien te worden door tegenliggers. Eventueel terugschakelen zodat je met een trekkende motor door de bocht kunt gaan. Naar links, doe dit door de balans te verleggen. Let op dat je niet te ver tegen de kant gaat rijden, dit omdat er tegen de kant veel vuil en zand ligt. In de bocht mag niet meer geremd worden dus je moet voor de bocht klaar zijn. Kijken. Door de bocht kijken. Als je door de bocht kijkt kun je het verloop blijven zien en je ogen sturen de motor. Accelereren. Let op dat je het hoofd horizontaal houdt. Als op ongeveer 2/3 van de bocht het einde van de bocht in beeld komt dan langzaam de snelheid opvoeren. Dit heeft te maken met het feit dat het totaal beeld beter in je hoofd te verwerken is. Door het accelereren zal de motor zich oprichten en kom je mooi weer op je ideale plaats op de rijbaan uit. Kijken. Vooruit. Je komt weer op je ideale plaats op de weg uit dus moet je weer kijken waar je naar toegaat. Uitsturen. Rechtuit. Laat de motor weer volledig recht komen. Snelheid aanpassen. Kijken. Aanpassen aan de situatie en omstandigheden Beide spiegels ter nacontrole. Let op wat het vervolg van de weg is als al er een tweede bocht volgt kan het ook zijn dat de snelheid gewoon constant moet blijven. 29
30 30
31 RIJDEN VAN BOCHTEN IN HET WEGVERLOP BUITEN DE BEBOUWDE KOM BOCHTEN NAAR RECHTS: WAT HOE MOTIVATIE Beoordeel de bocht Waar gaat de bocht naar toe. Zijn er obstakels. Hoe scherp is de bocht. Let hierbij op borden of schrikhekken die het van de bocht aangeeft. Hoe is de staat van het wegdek. Omdat in de bocht met een trekkende motor gereden moet worden mag je in de bocht in principe niet meer gaan remmen en zul je dus voor de bocht volledige snelheid klaar moet hebben. Kijken. Voor, linkerspiegel, linkerschouder, rechterspiegel en rechterschouder. Je kunt zo de gehele omgeving bekijken of het veilig kan. Positie bepalen. Snelheid aanpassen. Insturen. Naar links tegen de wegas, dit om beter zicht door de bocht te hebben en eerder gezien te worden door tegenliggers. Eventueel terugschakelen zodat je met een trekkende motor door de bocht kunt gaan. Naar rechts, doe dit door de balans te verleggen. Let op dat je bij tegenliggers je plaats minder ver tegen de wegas gaat zetten, omdat je anders erg dicht tegen tegenliggers gaat komen. In de bocht mag niet meer geremd worden dus je moet voor de bocht klaar zijn. Kijken. Door de bocht kijken. Als je door de bocht kijkt kun je het verloop blijven zien en je ogen sturen de motor. Let op dat je het hoofd horizontaal houdt. Dit heeft te maken met het feit dat het totaal beeld beter in je hoofd te verwerken is. Accelereren. Als op ongeveer 2/3 van de bocht het einde van de bocht in beeld komt dan langzaam de snelheid opvoeren. Door het accelereren zal de motor zich oprichten en kom je mooi weer op je ideale plaats op de rijbaan uit. Kijken. Vooruit. Je komt weer op je ideale plaats op de weg uit dus moet je weer kijken waar je naar toegaat. Uitsturen. Rechtuit. Laat de motor weer volledig recht komen. Snelheid aanpassen. Kijken. Aanpassen aan de situatie en omstandigheden Beide spiegels ter nacontrole. Let op wat het vervolg van de weg is als al er een tweede bocht volgt kan het ook zijn dat de snelheid gewoon constant moet blijven. 31
32 32
33 WEGRIJDEN OP EEN HELLING MET VOOR EN ACHTERREM WAT HOE MOTIVATIE Stoppen met de linkervoet aan de grond. Laat de motor in de eerste versnelling staan. Kijken. Koppelingshendel naar aangrijpingspunt. Iets gas geven. Kijken. Zoals reeds besproken (HA stoppen) met uitzondering van het neutraal zetten en landen met de linkervoet op de grond. Voor en achterrem blijven ingedrukt. Rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. Geleidelijk Geleidelijk met de duim van de rechterhand Rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. Let wel op dat je met minder remdruk kunt stoppen. Als de helling stijl is, is het misschien noodzakelijk om zowel de voetrem als de voorrem vast te houden. Omdat de achterrem ook ingetrapt moet blijven moet je de linkervoet aan de grond zetten. Controleren of je kunt wegrijden zonder daarbij het overige verkeer te hinderen of in gevaar te brengen. Bij het helling rijden is het belangrijk dat de koppelingshendel iets langer op het aangrijppunt blijft. Dit om extra kracht op de motor te brengen. De motor zal nu uit zijn voorvork klimmen. Voor het opvangen van het aangrijpen van de koppelingsplaten. Dit moet met de duim gebeuren omdat de voorrem nog ingeknepen is. Nacontrole. Geef richting aan. Naar links. Kenbaar maken wegrijden. Remmen lossen/gas bijgeven. Linkervoet op de steun. Koppelingshendel geheel op laten komen. Snelheid aanpassen Houd de koppeling stil en laat de motor rustig wegrijden door rustig de achterrem en daarna de voorrem los te laten. Met linkerhand. Geleidelijk en als koppelingshendel geheel is opgekomen de hand weer om het stuurhandvat. Aan overige verkeer. De motor moet langzaam de kracht van de helling overwinnen. Om weer balans te hebben. Je neemt weer de idealen positie in met beide handen op het stuur. Denk aan slijtage van de koppelingsonderdelen. Noot: De nadruk ligt op een goede bediening van het koppelingspedaal, daar de kracht van de motor zeer geleidelijk overgebracht moeten worden. 33
34 WEGRIJDEN OP EEN HELLING MET VOORREM HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Stoppen Wegrijden Zoals reeds besproken (HA stoppen op een helling) nu wel met de rechtervoet landen en nu alleen de voorrem vast Zoals reeds besproken, met dien verstande dat: De achterrem na het stoppen niet wordt gebruikt. Nadruk ligt ook hier op zeer geleidelijk bedienen van het koppelingshendel en het gas. Dus: Kijken. Inschakelen. Koppeling naar aangrijpingspunt en nog eens kijken, de motor gaat klimmen. Iets gas geven. Voorrem geleidelijk lossen. Koppelingshendel geleidelijk omhoog laten komen. (hand aan stuur) Snelheid aanpassen. 34
35 HET LOPEN MET DE MOTOR (PARKEREN) HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Lopen. Voor, links en rechts naast de motor. Pak de motor (waarvan de motor niet draait) met beide handen aan het stuur vast en laat hem tijdens het lopen iets naar je toe hangen. Laat de motor niet tegen je lichaam steunen. Loop ca. 10 meter Kijk of het gaan lopen met de motor geen gevaar op kan leveren. Door het stuur met beide handen vast te pakken heb je een goede controle over de motor. Kijken. Links en rechts naast en achter. Omdat je een bocht naar links gaat lopen moet je kijken of dit veilig kan. Insturen. Stoppen. Terugsturen. Bij de eerste pylon naar links insturen. Kantel de motor verder naar links in zonder het lichaam te raken en draai gelijktijdig het stuur naar links. Kantel de motor niet te ver naar links omdat deze dan te zwaar gaat worden om hem te houden. Stop met lopen als de motor ongeveer op 45 graden staat van het vak. Door de voorrem te gebruiken stop je de motor. Nadat de bocht gemaakt is, de motor weer oprichten en het stuur naar rechts draaien. Laat de motor altijd iets naar je toe hellen. Door de motor in te kantelen zal de draaicirkel kleiner worden. Door de motor weer recht te zetten zal deze weer beter hanteerbaar worden. Kijken. Links en rechts naast en achter. Omdat je achteruit een bocht naar rechts gaat lopen moet je kijken of dit veilig kan. Terugsturen. Parkeren. Stoppen. Opbokken. Nadat de bocht gemaakt is, de motor weer oprichten en het stuur naar rechts draaien. Laat de motor altijd iets naar je toe hellen. Loop met de motor geheel in het parkeervak. Door de voorrem te gebruiken stop je de motor. Zoals beschreven in de handelingsanalyse opbokken. Door de motor weer recht te zetten zal deze weer beter hanteerbaar worden. Zorg ervoor dat je in het midden van de breedte uit 35
36 HET LOPEN MET DE MOTOR (ERUIT LOPEN) HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Afbokken. Lopen. Voor, links en rechts naast de motor. Zoals beschreven in de handelingsanalyse afbokken. Pak de motor (waarvan de motor niet draait) met beide handen aan het stuur vast en laat hem tijdens het lopen iets naar je toe hangen. Laat de motor niet tegen je lichaam steunen. Kijk of het gaan lopen met de motor geen gevaar op kan leveren. De motor staat op de middenbok, pas als geen middenbok is dan gebruiken we de jiffy. Door het stuur met beide handen vast te pakken heb je een goede controle over de motor. Kijken. Links en rechts naast en achter. Omdat je een bocht naar rechts gaat lopen moet je kijken of dit veilig kan. Insturen. Terugsturen. Stoppen. Opbokken. Kantel de motor verder naar links in zonder het lichaam te raken en draai gelijktijdig het stuur naar rechts. Kantel de motor niet te ver naar links omdat deze dan te zwaar gaat worden om hem te houden. Nadat de bocht gemaakt is, de motor weer oprichten en het stuur weer recht zetten. Laat de motor altijd iets naar je toe hellen. Door de voorrem te gebruiken stop je de motor. Zoals beschreven in de handelingsanalyse opbokken. Door de motor in te kantelen zal de draaicirkel kleiner worden. Door de motor weer recht te zetten zal deze weer beter hanteerbaar worden. Bij de laatste pylon. 36
37 37
38 DE LANGZAME SLALOM WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Constante snelheid. Voor, rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. Verhoog het toerental van de motor tot boven stationair (1500 tot 2000 rpm e.e.a. is afhankelijk van de motor) in de eerste versnelling, zet dan het gas vast met de hand om een stuurdemper of om de verdikking bij het stuur. Doe dit al voordat je tussen de eerste pylonen doorgaat, dit geeft je meer gelegenheid tot concentratie. Kijken. In een rechte lijn over de pylonen. Nader de pylonen in een rechte lijn, je moet er in een rechte lijn in en in een rechte lijn uit. Sturen. Afschuinen. Oprichten. Sturen. Kijken. Snelheid aanpassen. Het maakt niet uit welke zijde je gaat beginnen. Als je rechts begint dan druk met de linker knie tegen de tank en duw met de rechtervoet de steun naar beneden, bovenlichaam recht houden. Start je links dan drukken met de rechterknie en duwen met de linkervoet, bovenlichaam recht houden. Je moet nu met de andere knie gaan drukken en met de andere voet gaan duwen Bovenlichaam blijft recht. Zie boven, dit tot en met de laatste pylon. Je stuurt nu vanuit de heupen. De motor moet de andere bocht in. 38
39 39
40 HET RIJDEN VAN EEN ACHT WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Constante snelheid. Stabiel trekkende motor. Kijken. Sturen. Kijken. Afschuinen. Kijken. Oprichten Kijken. Afschuinen Voor, rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. Daarna ver in de diepte. Verhoog het toerental van de motor tot boven stationair (1500 tot 2000 rpm e.e.a. is afhankelijk van de motor) in de eerste versnelling, zet dan het gas vast met de hand om een stuurdemper of om de verdikking bij het stuur. Om de motor stabiel te houden en om de eventuele aandrijfketting van de motor strak te houden moet nu licht de achterrem ingetrapt worden. Als er tijdens de verrichting verandering van snelheid moet komen doe dit dan door de achterrem iets in trappen of iets te lossen. Naar de pylon die links achter in de hoek staat. Doe dit zodra je bij de tweede pylon in het midden bent. De bocht naar links insturen. Kijk nu ver over de linkerschouder naar het midden tussen de twee middelste pylonen. Bovenlichaam recht houden, de rechterknie tegen de tank drukken en met de linkervoet op de steun gaan staan. Kijk naar de zijlijn ter hoogte van de pylonen in het midden. Breng de druk van de rechterknie over naar de linkerknie en ga van je linkervoet op de rechtervoet staan, een beetje lossen van de achterrem helpt. Kijk naar de uiterste rechter hoek van het object. Druk met je linkerknie tegen de tank en druk op de rechtervoetsteun. Het is een bijzondere manoeuvre dus moet je extra aandacht hebben voor andere weggebruikers. Dit om in een rechte lijn in het object te komen. Doe dit al voordat je tussen de eerste pylonen doorgaat, dit geeft je meer gelegenheid tot concentratie. Doordat de motor je ogen zal volgen zal de motor al iets naar links gaan sturen. De motor zal nu verder achter je ogen aankomen. De bocht zal nu korter worden. De motor volgt je ogen weer. Je moet over van een linkerbocht naar een rechterbocht. De motor volgt je ogen weer. Kijken. Kijk weer tussen de pylonen in. Weer het volgen van de ogen. Kijken. Oprichten en snelheid aanpassen. Kijk naar de uitgang van de acht en dan ver de horizon bekijken. Als je weer recht rijdt duw je met de linkerknie tegen de tank en ga je op de rechtervoetsteun staan. Als je nu de achterrem lost en iets gas geeft zal de motor zich vloeiend oprichten. Waar je naar kijkt, ga je naartoe. 40
41 41
42 42
43 43
44 44
45 45
46 46
47 47
48 HET RIJDEN VAN EEN HALVE DRAAI (LINKSOM) HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Voor, rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. Daarna ver in de diepte. Het is een bijzondere manoeuvre dus moet je extra aandacht hebben voor andere weggebruikers. Dit om in een rechte lijn in het object te komen. Constante snelheid. Stabiel trekkende motor. Verhoog het toerental van de motor tot boven stationair (1500 tot 2000 rpm e.e.a. is afhankelijk van de motor) in de eerste versnelling, zet dan het gas vast met de hand om een stuurdemper of om de verdikking bij het stuur. Om de motor stabiel te houden en om de eventuele aandrijfketting van de motor strak te houden moet nu licht de achterrem ingetrapt worden. Als er tijdens de verrichting verandering van snelheid moet komen doe dit dan door de achterrem iets in trappen of iets te lossen. Doe dit al voordat je tussen de eerste pylonen doorgaat, dit geeft je meer gelegenheid tot concentratie. Kijken. Sturen. Kijken. Afschuinen. Oprichten en snelheid aanpassen. Naar de pylon die links achter in de hoek staat. Doe dit zodra je bij de middelste pylon aan de rechterzijde bent. De bocht naar links insturen. Kijk nu ver over de linkerschouder in de diepte naar de horizon. Bovenlichaam recht houden, de rechterknie tegen de tank drukken en met de linkervoet op de steun gaan staan. Als je weer recht rijdt, duw je met de linkerknie tegen de tank en ga je op je rechter voetsteun staan. Als je nu de achterrem lost en iets gas geeft zal de motor zich vloeiender oprichten. Doordat de motor je ogen zal volgen zal de motor al iets naar links gaan sturen. De motor zal nu verder achter je ogen aankomen. De bocht zal nu korter worden. De halve draai naar rechts, is de zelfde oefening maar dan in het spiegelbeeld 48
49 49
50 50
51 51
52 52
53 53
54 HET STAPVOETS RIJDEN (NAAST EEN VOETGANGER OVER EEN AFSTAND VAN 20 METER.) WAT HOE MOTIVATIE Kijken Kijk ver vooruit zodat de rijlijn recht en stabiel is Waar je kijkt ga je heen. Snelheid vasthouden Je gaat nu met je voorwiel rijden naast de persoon die de snelheid aangeeft. Om de snelheid constant te houden gebruik je het gas en de koppeling, deze kun je als je langzaam rijdt licht laten slippen. Remmen doe je met de achterrem, zoals bij de andere bijzondere verrichtingen. Probeer de snelheid zo te regelen dat er weinig gecorrigeerd hoeft te worden, de rijlijn zal dan ook stabieler worden. 54
55 55
56 WEGRIJDEN UIT EEN PARKEERVAK (LINKS) HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT. HOE MOTIVATIE Kijken. Voor, links, rechts. Kijken of het veilig is om met de motor weg te rijden, tevens het overige verkeer niet hinderen. Insturen. naar links. Gas bijgeven. Daarna: Naar links in de verte. Door de motor af te schuinen door met de linkervoet op de steun te drukken en de rechter knie tegen de tank aan te leggen. Daar waar je heen kijkt rijdt je ook heen. De bocht zal nu korter worden. Door een beetje gas te geven zal zich de motor rechtop gaan richten WEGRIJDEN UIT EEN PARKEERVAK (RECHTS) WAT. HOE MOTIVATIE Kijken. Voor, links, rechts. Kijken of het veilig is om met de motor weg te rijden, tevens het overige verkeer niet hinderen. Insturen. naar rechts. Gas bijgeven. Daarna: Naar rechts in de verte. Door de motor af te schuinen door met de rechtervoet op de steun te drukken en de linker knie tegen de tank aan te leggen. Daar waar je heen kijkt rijdt je ook heen. De bocht zal nu korter worden. Door een beetje gas te geven zal zich de motor rechtop gaan richten 56
57 57
58 DE SLALOM MET STOPS WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Voor, rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. Het is een bijzondere manoeuvre dus moet je extra aandacht hebben voor andere weggebruikers. Daarna ver in de diepte. Dit om in een rechte lijn ( middellijn) van de oefening aan te komen. Constante snelheid. Stabiel trekkende motor. Verhoog het toerental van de motor tot boven stationair (1500 tot 2000 rpm e.e.a. is afhankelijk van de motor) in de eerste versnelling, zet dan het gas vast met de hand om een stuurdemper of om de verdikking bij het stuur. Om de motor stabiel te houden en om de eventuele aandrijfketting van de motor strak te houden moet nu licht de achterrem ingetrapt worden. Als er tijdens de verrichting verandering van snelheid moet komen doe dit dan door de achterrem iets in trappen of iets te lossen. Doe dit al voordat je tussen de eerste pylonen doorgaat, dit geeft je meer gelegenheid tot concentratie. Kijken. Sturen. Kijken. Sturen. Kijken. Stoppen bij het poortje Naar de pylon die rechts voor staat. Doe dit zodra je ongeveer 5 meter voor de pylon bent. De bocht naar rechts insturen. Naar de pylon die links van je staat. Doe dit zodra je 2-3 meter voor de eerste pylon bent. De bocht naar links insturen. Naar de pylon die rechts van je staat. Doe dit zodra je 2-3 meter voor de tweede pylon bent. Door middel van de voor- en achterrem te gebruiken. Doordat de motor je ogen zal volgen zal de motor al iets naar rechts gaan sturen. Doordat de motor je ogen zal volgen zal de motor al iets naar rechts gaan sturen. Wegrijden en parcours vervolgen Zoals beschreven in wegrijden. Je hoeft de motor niet in de neutrale stand te zetten maar mag in de eerste versnelling blijven staan omdat je meteen weer wegrijd. Na de laatste pylon naar de middellijn en in rijrichting wegrijden 58
59 59
60 60
61 61
62 62
63 63
64 64
65 DE UITWIJKOEFENING BIJ 50 KM / UUR HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Aan komen rijden. Derde versnelling 50 km/uur. Tijdig voor het poortje klaar zijn met versnellen en schakelen zodat je je kunt concentreren op de handeling. Kijken. Voor, linkerspiegel, rechterspiegel Kijk of er verkeer achter de motor rijd, je kunt nu eventueel de hendeling nog afbreken als dit verkeer gevaar op gaat leveren. Afremmen. Door middel van gas loslaten. Omdat de motor reageert op veranderingen van het gas. Zou je gas bijgeven zal de motor recht blijven en als je het gas verminderd zal de motor dieper gaan waardoor de manoeuvre beter gaat. Sturen. Met je heupen Je stuurt nu vanuit de heupen. 65
66 66
67 DE SNELLE SLALOM WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Constante snelheid. Voor, rechterspiegel, rechterschouder, linkerspiegel en linkerschouder. 30km/uur, tweede versnelling, met een constant trekkende motor. Zorg dat de gehele bijzondere verrichting de snelheid gelijk blijft, dit doe je door het gas vast te zetten met de hand om een stuurdemper of om de verdikking bij het stuur. Omdat de motor reageerd op veranderingen van het gas moet de snelheid constant blijven Zou je gas bijgeven zal de motor recht komen en als je het gas verminderd zal de motor dieper gaan. Kijken. In een rechte lijn over de pylonen. Nader de pylonen in een rechte lijn, je moet er in een rechte lijn in en in een rechte lijn ui. Sturen. Afschuinen. Oprichten. Sturen. Kijken. Snelheid aanpassen. Het maakt niet uit welke zijde je gaat beginnen. Als je rechts begint dan druk met de linker knie tegen de tank en duw met de rechtervoet de steun naar beneden, bovenlichaam recht houden. Start je links dan drukken met de rechterknie en duwen met de linkervoet, bovenlichaam recht houden. Je moet nu met de andere knie gaan drukken en met de andere voet gaan duwen Bovenlichaam blijft recht. Zie boven, dit tot en met de laatste pylon. Je stuurt nu vanuit de heupen. De motor moet de andere bocht in. 67
68 68
69 DE NOODSTOP BIJ 50 KM / UUR WAT HOE MOTIVATIE Aan komen rijden. Derde versnelling 50 km/uur. Tijdig voor het poortje klaar zijn met versnellen en schakelen zodat je je kunt concentreren op de handeling. Remmen. Remmen opbouwen. Bij het poortje. (de pylonen) Gelijktijdig gas dicht, koppeling in, voorrem aanleggen. Voorremdruk opbouwen maximaal tot blokkeren en gelijktijdig de achterrem erbij gaan gebruiken. Blijf de voorrem gebruiken en opbouwen totdat je volledig stil staat. Blijf remmen tot volledige stilstand, let wel op dat te snel opbouwen kan resuleren in blokkerende wielen. Als de wielen blokkeren dan de remdruk van het blokkerende wiel iets lossen en daarna weer opbouwen. Ver vooruit kijken geeft stabiliteit. 69
70 70
71 DE PRECISIESTOP BIJ 50 KM / UUR HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Aan komen rijden. Derde versnelling 50 km/uur. Tijdig voor het poortje klaar zijn met versnellen en schakelen zodat je je kunt concentreren op de handeling. Kijken. Voor, linkerspiegel, rechterspiegel Kijk of er verkeer achter de motor rijd, je kunt nu eventueel de hendeling nog afbreken als dit verkeer gevaar op gaat leveren. Remmen. Remmen opbouwen. Bij het poortje. (de pylonen) Gelijktijdig gas dicht, koppeling in, voorrem aanleggen. Voorremdruk opbouwen gelijktijdig de achterrem erbij gaan gebruiken. Gelijkmatig remmen zonder dat grote correcties in rem kracht nodig zijn totdat je volledig stilstaat na 17 meter. Blijf remmen tot volledige stilstand, let wel op dat te snel opbouwen kan resulteren in blokkerende wielen. Als de wielen blokkeren dan de remdruk van het blokkerende wiel iets lossen en daarna weer opbouwen. Kijken. Terugschakelen. Voet aan de grond of Direct weer wegrijden. Blijf de gehele handeling tot stilstand ver vooruit kijken. Schakel zonder tussen door de koppeling op te laten komen terug naar de eerste versnelling. Schakel pas terug als de snelheid laag is. Bij het volledig tot stilstand komen landen met de rechter voet aan de grond. Vang de motor met de koppeling en het gas weer op om direct weg te rijden. Ver vooruit kijken geeft stabiliteit. Om direct weg te komen nadat je gestopt bent moet de motor in de een staan. Schakel pas laat terug zodat de aandacht bij het remmen ligt. Omdat je met de linkervoet op het schakelpookje moet blijven duw en als je weer gaat rijden of je moet de motor in neutraal zetten als je langer blijf staan. Het kan in een verkeerssituatie voor komen dat je direct weer moet gaan rijden, dus dat je eigenlijk net niet met je voet aan de grond bent geweest 71
72 72
73 DE STOPPROEF BIJ 50 KM / UUR HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Aan komen rijden. Derde versnelling 50 km/uur. Tijdig voor het poortje klaar zijn met versnellen en schakelen zodat je je kunt concentreren op de handeling. Kijken. Voor, linkerspiegel, rechterspiegel Kijk of er verkeer achter de motor rijd, je kunt nu eventueel de hendeling nog afbreken als dit verkeer gevaar op gaat leveren. Remmen. Remmen opbouwen. Kijken. Terugschakelen. Voet aan de grond of Direct weer wegrijden. Bij het poortje. (de pylonen) Gelijktijdig gas dicht, koppeling in, voorrem aanleggen. Voorremdruk opbouwen maximaal tot blokkeren en gelijktijdig de achterrem erbij gaan gebruiken. Blijf de voorrem gebruiken en opbouwen totdat je volledig stil staat. Blijf de gehele handeling tot stilstand ver vooruit kijken. Schakel zonder tussen door de koppeling op te laten komen terug naar de eerste versnelling. Schakel pas terug als de snelheid laag is. Bij het volledig tot stilstand komen landen met de rechter voet aan de grond. Vang de motor met de koppeling en het gas weer op om direct weg te rijden. Blijf remmen tot volledige stilstand, let wel op dat te snel opbouwen kan resulteren in blokkerende wielen. Als de wielen blokkeren dan de remdruk van het blokkerende wiel iets lossen en daarna weer opbouwen. Ver vooruit kijken geeft stabiliteit. Om direct weg te komen nadat je gestopt bent moet de motor in de een staan. Schakel pas laat terug zodat de aandacht bij het remmen ligt. Omdat je met de linkervoet op het schakelpookje moet blijven duw en als je weer gaat rijden of je moet de motor in neutraal zetten als je langer blijf staan. Het kan in een verkeerssituatie voor komen dat je direct weer moet gaan rijden, dus dat je eigenlijk net niet met je voet aan de grond bent geweest 73
74 74
75 BERIJDEN KRUISPUNTEN VAN GELIJKE ORDE HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Herkennen. Ahv punten die duidelijk maken dat je een kruispunt nadert maar ook of het een kruising of splitsing is. Kruisend verkeer Straatnaambordjes Het tijdig bedacht zijn op nadering van het kruispunt is van vitaal belang, pas dan kun je de handelingen verrichten die vereist zijn bij nadering van een kruispunt. Beoordelen. Ahv zicht en/of drukte. 1. Hoe overzichtelijk is het kruispunt. 2. Als het druk is op het kruispunt nader je sowieso met bijzondere voorzichtigheid. 3. Denk hierbij ook aan de gevaarlijke kruising (J8). Snelheid aanpassen. Ahv je beoordeling. De naderingssnelheid moet steeds zodanig zijn dat je kunt voldoen aan de voorrang verplichtingen. Kijken. Doorgaan. Stoppen. Links voor rechts, ook net voor het oprijden nog eens links, voor en rechts kijken. Vlot en het kruispunt in een keer vrijmaken of tussen de kruisende verkeersstromen opstellen. Voor het kruispunt of eventueel opstellen tussen de kruisende verkeersstromen. 1. Controleer of je voorrang moet verlenen (art 15 RVV) = ongehinderd de weg laten vervolgen. 2. Controleer of er aan de overzijde van het kruispunt geen obstakels staan, waardoor je op het kruispunt stil komt te staan (art. 14 RVV) of bijv. m. Cl, C2 of CI2. 3. Controleer of men jou voorrang verleent (art. 5 RVV). Zorg ervoor, dat je niet aarzelt of twijfelt. Als het vrij is aan beide zijden: vlot doorgaan. Als de middenberm breed genoeg is, kun je natuurlijk de weg in twee etappes oversteken. Je mag een kruispunt niet blokkeren, vandaar dat je ervoor stopt. Ook een V.O.P. dat net voor de kruising ligt moet je ontzien. Stoppen doe je natuurlijk in de eerste plaats om voorrang te verlenen aan bestuurders van motorvoertuigen die de kruising van rechts naderen. Denk bij het stoppen ook aan de draaicirkel van vrachtauto s en autobussen Nacontrole. Linker en rechterspiegel. Controleer nu hoe de situatie achter je is voor je snelheid vermeerderd. 75
76 76
77 77
78 78
79 BERIJDEN VAN VOORRANGSKRUISPUNTEN HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Nadering van kruispunt aangegeven met model BI. Snelheid vasthouden Als je een kruispunt genaderd hebt met model BI geldt dat voor de gehele weg totdat je model B2 tegenkomt. Het bord wordt overigens wel voor ieder kruispunt herhaald. Houdt tevens goed in de gaten dat de voorrangsweg niet altijd rechtdoor loopt Dit wordt op een onderbord bij Model BI aangegeven. Nadering van kruispunt aangegeven met model B3, B4 of B5. Nadering van kruispunt aangegeven met model B6 meestal in combinatie met Haaientanden. Nadering van kruispunt aangegeven met model B7 Hiervoor geldt v.w.b. de wetgeving hetzelfde als model B1. Denk hier dus ook weer aan een goede kijktechniek. In de tweede versnelling. Haaientanden op het wegdek zonder model B6 erbij hebben dezelfde betekenis als model E6. Blijf goed kijken. In tweede versnelling en stoppen voor de stopstreep of zodanig, dat je een goede doorgang vrij houdt voor bestuurders op de kruisende weg. 79
80 80
81 81
82 82
83 RECHTS AFSLAAN HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Voor: Verkeerstekens. Mag ik wel rechts afslaan. Linkerspiegel rechterspiegel en rechterschouder. Kan ik rechts afslaan zonder gevaar of hinder voor het overige verkeer.. Richting aangeven Naar rechts. Het voornemen om rechts af te slaan moet je tijdig laten zien aan het overig verkeer. Voorsorteren Snelheid verminderen Kijken Mag, het is geen verplichting, echter houd er met de motor rekening mee dat het voorsorteren gevaar kan meebrengen. Dus in principe bij het afslaan met de motor wordt niet voorgesorteerd. Remmen, eventueel terugschakelen naar de tweede versnelling. Links, voor, rechts over je rechter schouder rechts de weg in. Zorg ervoor dat je de fietsers, bromfietsers en aan hen gelijkgestelde bestuurders niet hindert. De tweede versnelling is de ideale versnelling voor het nemen van de bochten, je voorkomt nu dat je de bocht te hard neemt en daardoor gevaar of hinder op het kruispunt veroorzaakt. Moet ik voorrang verlenen. Verleent men mij voorrang. Staan er obstakels op de wed die ik insla (anders sta je op het kruispunt stil). Controleer of je het rechtdoorgaande verkeer voor moet laten gaan (art 18 RVV). Kijk ook naar een eventueel fietspad dat niet direct tegen de rijbaan aan ligt. Kijk goed de weg in die je inrijdt i.v.m. inhaalmanoeuvres. Insturen Naar rechts. Bij het insturen moet je uitkomen iets links van het midden van de juiste rijstrook (zie plaats op de weg). Bij scherpe of krappe bochten kan het zijn dat je de motor moet inkantelen zoals bij een bijzondere verrichting Ga dus van het midden naar het midden. Iets gas geven. Geleidelijk Je gaat dan met een trekkende motor door de bocht. Terugsturen. Kijken. Richting aanwijzer uitzetten. Snelheid aanpassen. Door de motor weer op te richten en weer recht te zetten. Linker en rechter spiegel. Aan overig verkeer. Zorg ervoor, dat je op tijd terugstuurt, anders vertoon je een zeer slingerend weggedrag. Je bent een nieuwe weg ingeslagen dus controleer voor en achter je. De richtingaanwijzers van de motor komen in principe niet automatisch terugin neutraal. BELANGRIJK: Bij het afslaan, zowel naar rechts als naar links staat het voot laten gaan van het rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg voorop. Blijft dit dan ook voortdurend en bewust controleren. Bij het rechtsaf gaan via voorsorteervak met pijl rechtsaf, houdt dan rekening met fietsers en bromfietsers die in dit vak rechtdoor dan wel linksaf kunnen gaan. 83
84 84
85 85
86 86
87 LINKS AFSLAAN WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Voor: Verkeerstekens. Rechterspiegel, Linkerspiegel en rechterschouder. Mag ik wel rechts afslaan. Kan ik linksaf slaan zonder gevaar of hinder voor het overige verkeer. Richting aangeven Naar links. Het voornemen om rechts af te slaan moet je tijdig laten zien aan het overig verkeer. Voorsorteren Snelheid verminderen Kijken Mag, het is geen verplichting, echter houd er met de motor rekening mee dat het voorsorteren gevaar kan meebrengen. Dus in principe bij het afslaan met de motor wordt niet voorgesorteerd. Remmen, eventueel terugschakelen naar de tweede versnelling. Links, voor, rechts over je linkerschouder links de weg in. Je krijgt hier te maken met tegenliggers in de vorm fietsers / bromfietsers en aan gelijkgestelde bestuurders en auto s Zorg ervoor dat je niet op het laatste moment moet kiezen waar je moet gaan staan. Wees op tijd De tweede versnelling is de ideale versnelling voor het nemen van de bochten, je voorkomt nu dat je de bocht te hard neemt en daardoor gevaar of hinder op het kruispunt veroorzaakt. Moet ik voorrang verlenen. Verleent men mij voorrang. Controleer of je het rechtdoorgaand verkeer voor moet laten gaan (art 18 RVV). Bij het linksaf afslaan steek je de linker weggedeelte over. Het is nu van grootste belang, datje goed snelheidvan je tegenliggers inschat, zodat je niet voor problemen komt te staan. Bestuurders die op het kruispunt rechtsaf afslaan moet je ook voor laten gaan. Kijk links de weg in of er obstakels zijn waardoor je op het kruispunt stil komt te staan. Kijk goed de weg in die je inslaat i.v.m. inhaalmanoeuvres. Zorg dat je op de juiste plaats op de weg uitkomt, dus van het midden naar het midden. Het eventueel inkantelen zoals bij rechts afslaan zal nu minder vaak voorkomen Insturen Naar rechts. Zorg dat je op de juiste plaats op de weg uitkomt, dus van het midden naar het midden. Het eventueel inkantelen zoals bij 87
88 rechts afslaan zal nu minder vaak voorkomen Iets gas geven. Geleidelijk Je gaat dan met een trekkende motor door de bocht. Terugsturen. Door de motor weer op te richten en weer recht te zetten. Zorg ervoor, dat je op tijd terugstuurt, anders vertoon je een zeer slingerend weggedrag. Kijken. Linker en rechter spiegel. Je bent een nieuwe weg ingeslagen dus controleer voor en achter je. Richting aanwijzer uitzetten. De richtingaanwijzers van de motor komen in principe niet automatisch terugin neutraal. Snelheid aanpassen. Aan overig verkeer. 88
89 89
90 90
91 91
92 92
93 INVOEGEN OP EEN AUTO(SNEL)WEG HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Herkennen. Autosnelweg. Autoweg. A.h.v. verkeerstekens kun je het verschil maken tussen de autoweg en de autosnelweg. De maximum snelheid verschilt. De minimum snelheid verschilt. Dit zijn twee belangrijke factoren, tevens kom je op een autosnelweg geen kruispunten op gelijk niveau tegen, dus het verkeersbeeld zal wat rustiger zijn. Als je invoegt met dezelfde snelheid die de bestuurders op de hoofdrijbaan op dat moment hebben, kun je zonder problemen naar links opschuiven. Kijken. Rechterschouder. Kijk alvast over de schouder naar het verkeersbeeld op de doorgaande rijbaan. Snelheid maken. Zorg dat je in ieder geval de minimum snelheid aanhoudt, maar probeer met een zodanige snelbeid in te voegen, dat je de bestuurders op de hoofdrijbaan niet hindert. Wees ervan doordrongen dat bestuurders die al op de auto( snel) weg rijden voorrang genieten. Controleer ook zeer goed je dode hoek zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Kijken. Rechterspiegel, Linkerspiegel, Linkerschouder. Je moet je voornemen tot invoegen, kenbaar maken aan de bestuurders die al op de auto(snel)weg rijden, maar ook aan bestuurders die eventueel rijden. Richting aangeven. Naar links. Vlot invoegen, de bestuurders achter je willen ook invoegen. Zorg ervoor dat je vlot invoegt, want voor je het weet rijdt men naast je. Invoegen. Vlot, invoegen, maar geleidelijk naar links. Zorg ervoor dat je geleidelijk opschuift naar links. Overhaastige stuurbewegingen brengen schrikreacties mee bij de overige bestuurders. Probeer bij het invoegen zo uit te komen dat je niet kort achter een vrachtauto uitkomt, e.e.a.heeft te maken met zien en gezien worden. Je kunt dan vaak beter iets gas bijgeven en voor de vrachtauto uitkomen. 93
94 94
95 BERIJDEN VAN EEN AUTO(SNEL)WEG HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Maximum snelheid. Geleidelijk te regelen. Rijdt met een constante snelheid en houdt je aan de maximum snelheid die ter plaatse geldt; dat doen de overige bestuurders ook. Je werkt hierdoor mee aan verkrijgen van een rustig verkeersbeeld. Kijktechniek. Afwisselend ver voor je uit en ca 3 à 4 auto's voor je. Niet alleen datgene wat op de rijbaan gebeurt maar ook de omgeving daarvan zoals: Vluchtstrook. Deel v/d berm Omgeving. In/uitvoegstroken. Alleen met deze manier van kijken kun je ten alle tijde alert zijn en snel reageren bij onverwachte gebeurtenissen zoals: Plotseling remmen voor je. Mist. Regen. Gladheid. Werk aan de weg. Afstand houden. Inhalen. De afstand die je houdt moet je combineren met de snelheid die je rijdt. Deze handeling v w b de techniek hetzelfde aanhouden als het links afslaan. Alleen geleidelijk opschuiven naar links. Houdt voldoende afstand om de motor tot stilstand te kunnen brengen over een afstand waarover de weg vrij en te overzien is. De kijktechniek en richting aangeven moeten tijdig geschieden. Bij het kijken moet je goed de snelheid van de reeds inhalende bestuurders inschatten. Terugkomen naar rechts. Als dit veilig kan: Eerst kijken rechterspiegel, rechterschouder. Richting aangeven naar rechts. Rustig naar rechts opschuiven. Je komt pas terug naar rechts als de door jou ingehaalde auto niet meer te dichtbij is. Hiermee voorkom je dat de bestuurder schrikt omdat je in een keer voor z'n neus zit. 95
96 UITVOEGEN VAN AUTO(SNEL)WEG HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS WAT HOE MOTIVATIE Kijken. Richting aangeven. Rechterspiegel, voor, rechterschouder. Naar rechts ca 300 mtr. voor de uitvoegstrook begint. Informatie opdoen v.w.b. de situatie achter je. Kijk voor je naar de borden die richting aangeven, zodat je op tijd kunt gaan rijden waar je moet rijden. Je maakt je voornemen tot uitvoegen tijdig kenbaar aan de achteropkomende bestuurders. Kijken. Rechterspiegel, rechterschouder Kijk nogmaals in de dode hoek of er misschien verkeer op de vluchtstrook rijdt. Uitvoegen Gedrag op gecombineerde in- en uitvoegstrook Zodra de uitvoegstrook begint, geleidelijk doch vlot opschuiven en de uitvoegstrook volgen. Als je deze strook blijft volgen, geef je richting aan naar rechts. Als je invoegt geef je tijdig richting aan naar links. Je laat de bestuurders die uitvoegen voorgaan en sluit achter hen aan. Je geeft hiermee de bestuurders op de auto(snel)weg de gelegenheid om je gemakkelijker in te halen en je mag nu op de uitvoegstrook rustig je snelheid gaan verminderen, daar hinder je nu niemand meer mee. Om duidelijkheid te verschaffen welke richting je gaat volgen. Idem. De gedragingen op de in/uitvoegstrook moeten ondergeschikt geplaatst worden aan gedrag op de auto(snel)weg. 96
97 97
98 HET GEDRAG IN FILES TUSSEN AUTO EN MOTOR; DE FILE VOORBIJ!! MOTORRIJDERS EN FILES Sinds de invoering van het 'nieuwe' RVV In 1991, staat niet meer expliciet in de wet dat het verboden is om op de motor een langzaam rijdende of stilstaande file in te halen. Prettig, want een motorfiets is relatief klein en wendbaar, zeker vergeleken bij de meeste auto's. Wanneer motorrijders aan een file voorbij kunnen rijden, zorgen zij er voor dat deze file niet onnodig lang wordt. Bovendien zijn de meeste motoren niet gemaakt om stil te staan. Het is vermoeiend voor de berijder, en de koeling van mens en techniek kan in de knel komen. Tenslotte beschikken motorfietsen niet over een kreukelzone, dus moeten zij altijd proberen te vermijden, achter aan een file te moeten staan. In de dagelijkse praktijk zien we dat motorrijders op verschillende manieren langs en tussen de file gaan. Om niet steeds weer te hoeven discussiëren wat wel en wat niet verantwoord is, hebben we wat tips voor het gedrag in de file opgeschreven, waar ieder vrede mee kan hebhen. Laten we het een gedragscode noemen, die net zoals de bekende motorrijdergroet bij het motorrijden hoort Als je je daar aan houdt, voorkom je bovendien mogelijke irritatie bij de automobilisten die je inhaalt. HOE HAAL JE BIJ VOORKEUR IN? Gebruik de ruimte tussen de rijen wachtende auto's op een gepaste manier. Je hebt geen recht op het gebruik van deze ruimte, maar het wordt gedoogd. Bij een ongeval kan (een deel van) de schuld aan de motorrijder worden toegeschreven, afhankelijk van de situatie en het gedrag van de motorrijder. Rijd met aangepaste snelheid langs een (rijdende) file. Zorg ervoor dat het snelheidsverschil tussen jou en de file niet meer is dan ca. 10 km/uur. Op die manier kun je per auto kijken of je deze veilig voorbij kunt rijden. Voeg weer in als de file sneller gaat rijden dan stapvoets en rijd mee met de file. Gebruik je richtingaanwijzer om aan te geven dat je invoegt. Wees erop bedacht dat als er 'gaten' in de file vallen, automobilisten geneigd zijn om onverwacht van rijstrook te wisselen. Een reden temeer om in te voegen wanneer de file sneller gaat rijden. Wees bij een stilstaande file, zeker in de zomerperiode, bedacht op plotseling openzwaaiende autoportieren. Als je met meerdere motorrijders bent, gedraag je dan hetzelfde en rijd rustig achter elkaar tussen de file door. HOE NADER JE EEN FILE? Als je een file nadert, gebruik dan je spiegels om te zien of de auto's achter je tot stilstand komen. Verminder geleidelijk snelheid en attendeer het achteropkomende verkeer door een signaal met je alarmlichten of je remlicht te geven. Als je als laatste in de file staat, gebruik dan ook je alarmlichten of je remlicht om het achteropkomende verkeer op jouw aanwezigheid te attenderen. Houd altijd voldoende afstand tot de voorganger en probeer, als dat mogelijk is, je tussen de rijen met wachtende auto's op te stellen. Die kunnen een eventuele klap veel beter opvangen dan jouw motorfiets. WAAR HAAL JE ABSOLUUT NIET IN? Diverse delen van de rijbaan zijn uitdrukkelijk niet bestemd als inhaalstrook; ook niet voor motorrijders. Het is in de eerste plaats verboden, daarnaast ook onveilig. Immers, op sommige weggedeelten ligt vaak veel troep, wat tot een valpartij of lekke band kan leiden. Rijd om een file te passeren nooit over vluchtstroken, doelgroep stroken, afgezette rijstroken, verdrijvingsvlakken (ook bekend als sergeantstrepen), puntstukken (de wit gekleurde en soms verraderlijk gladde taartpunten op het wegdek) en tenslotte redresseerstroken (de smalle strook asfalt tussen de linker rijstrook en de vangrail). AUTOMOBILISTEN EN MOTORRIJDERS SAMEN. Om het passeren van een stilstaande of langzaam rijdende file veilig te laten verlopen moet de motorrijder de nodige voorzichtigheid in acht nemen. Daarvoor is deze gedragscode opgesteld. Maar met een beetje hulp en begrip van u als automobilist kan het samenspel met motorrijders nog vloeiender en dus veiliger verlopen. 98
99 LAAT WAT RUIMTE VRIJ. Motorrijders rijden bij voorkeur in de ruimte tussen de meest linker file en de rij auto's rechts daarvan. U maakt het inhalen veiliger door deze ruimte zo veel mogelijk vrij te laten. Meestal is het al voldoende als u in het midden van uw rijstrook rijdt, soms helpt het enorm als u enigszins rechts of links (afhankelijk van de strook waarop n zit stuurt. LET OP BIJ RICHTINGSVERANDERING. Filerijden betekent soms een strook opschuiven door een wegversmalling. Als u van baan verandert, geef dan duidelijk richting aan en let op of u niet wordt ingehaald door een motorrijder. ZET GEEN PORTIEREN OPEN. Een auto kan flink heet worden als hij een tijdje in een file staat. Zwaait u dan niet uw portier open om extra frisse lucht binnen te krijgen en let er op dat uw passagiers dat niet doen. Kunt u zich voorstellen wat het voor een motorrijder betekent als zo'n portier vlak voor hem of haar openvliegt? 99
100 INHALEN WAT HOE MOTIVATIE Kijken Voor, Linkerspiegel, Linker schouder. Voor: om te kijken of de weg over voldoende afstand vrij is. Linkerspiegel: om te kijken of bestuurders achter je niet zijn begonnen om jou in te halen. Linker schouder: om de dode hoek schuin links achter de motor te controleren. Richting aangeven Naar links Hiermee geef je te kennen dat je zodirect gaat opschuiven naar links. Inhaalmanoeuvre beginnen. Kijken. Kijken. -Vlot naar links opschuiven. -Het in te halen voeltuig zo snel mogelijk inhalen. Of de neus van het ingehaalde voertuig volledig in de rechterspiegel te zien is. Rechter spiegel en over rechter schouder. Hoe korter de inhaalmanoeuvre duurt des te minder gevaar kan hij opleveren voor de medeweggebruiker. Je bent nu ver genoeg voorbij het voertuig. Controleer of je veilig naar rechts kunt verplaatsen. Richting aangeven. Naar rechts. Hiermee geef je te kennen dat je zodirect gaat opschuiven naar rechts. Terugkomen naar rechts. Vlot doch vloeiend. Om de juiste plaats op de rijbaan in te nemen. 100
101 101
102 INGEHAALD WORDEN WAT HOE MOTIVATIE Ook als we ingehaald worden is het opletten geblazen! Kijken. Eventueel dreigend gevaar opheffen. Snelheid vasthouden. Rondom de motor blijven controleren. Snelheid verminderen, uitwijken, stoppen. Wanneer als gevolg van een inhaalmanoeuvre van iemand anders voor het tegemoetkomende verkeer gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan, moet je als ingehaald wordende bestuurder kunnen reageren, zodat de gevaarlijke situatie wordt opgeven. Ondanks dat deze handelingen niet meer in de wet beschreven zijn, blijft het natuurlijk van het grootste belang dat we ons defensief blijven opstellen. Wanneer we als we ingehaald worden dan ook nog snelheid gaan vermeerderen duurt de inhaalmanoeuvre nog langer, met nog meer kans op gevaar of hinder voor andere weggebruikers. 102
103 VOORBIJGAAN WAT HOE MOTIVATIE We spreken van voorbijgaan als we o.a. een geparkeerd staand voertuig, een op de weg geplaatste container, een op de weg geplaatst hek i.v.m. wegreparaties of een ander voorwerp dat zich op de rijbaan bevindt en dat niet deelneemt aan het normale wegverkeer passeren. Zoals reeds besproken (H.A. inhalen) Richting aangeven. NOOT: naarmate in bepaalde situaties de beschikbare ruimte beperkt is, zal gekozen moeten worden voor een lage tot zeer lage snelheid. Houdt bij het voorbijgaan ook zeer goed een eventueel aan de linkerzijde van de rijbaan gelegen fietsstrook, fietspad, voetpad of trottoir in de gaten, want bij het voorbijgaan kom je misschien op een van die weggedeeltes terecht. Als het voorbijgaan een belangrijke zijdelingse verplaatsing met zich meebrengt. LET OP: Het voorbij gaan lijkt zo gemakkelijk, maar toch worden er veel fouten mee gemaakt. Met name het kijken is zeer belangrijk, want meestal kom je bijna tot stilstand en dat betekent dat het langzame verkeer je aan alle kanten voorbij komt, vaak zowel links als rechts. Ook het gebruik van de richtingaanwijzer is belangrijk, niet alleen voor jezelf, maar ook om duidelijkheid te verschaffen voor de bestuurders achter je. 103
104 104
105 TEGEMOETKOMEN WAT HOE MOTIVATIE Ruimte tussen jouw motor en die van de tegenligger moet voldoende zijn om elkaar zonder gevaar of hinder te passeren. Uitwijken. Door tijdig snelheid te verminderen en eventueel op te schuiven naar rechts. Het kan zelfs voorkomen dat we door ruimtegebrek zullen moeten stoppen. Indien nodig zoveel mogelijk naar rechts. Het is van het grootste belang da deze handelingen op tijd geschieden, kijk dus altijd zover mogelijk vooruit om een tegenligger zo snel mogelijk te onderkennen en te reageren. Een belangrijk punt is dat we bij het uitwijken altijd goed rekening houden met eventuele fietsers, bromfiets en voetgangers e.d. want als je uitwijkt naar rechts kan er op dat moment een van deze weggebruikers naast je aanwezig zijn. 105
106 106
107 ROTONDES(ALGEMEEN) Bij nadering van rotondes moet het handelen en kijken overeenkomen met die van nadering van kruisingen en splitsingen van wegen. LET WEL: Een rotonde ligt er meestal niet voor niets, dit is meestal een druk punt. Tijdig informatie opdoen v.w.b. en inrichting van de rotonde is alleen maar makkelijker voor het goed en veilig berijden van de rotonde. 107
108 GEDRAG BIJ NADERING EN BERIJDEN VOOR 1/4 ROND. Zowel kijken als handelen zijn gelijk aan het rechts afslaan (zie HA rechts afslaan). NOOT: Verkeer dat de rotonde blijft volgen, wordt beschouwd als recht doorgaand verkeer op dezelfde weg en moet dus voorgegaan laten worden!! 108
109 109
110 ROTONDES 1/2 ROND WAT HOE MOTIVATIE Naderen Rechtse, middelste rijstrook (als je in de middelste rijstrook gaat starten, en je moet nog een rijstrook schuiven, ga dan tegen de rechterzijde van het vak rijden zodat je ruimte maakt aan je rechter zijde). Plaats op de weg nu vast kiezen als voorbereiding bij het verlaten van het verkeersplein. Berijden. Afrijden. Na 1/4 rond richting aangeven en naar de rechtse rijstrook gaan. Goede kijktechniek toepassen. Tijdig meesturen en zeer goed kijken. Deze handelingen als voorbereiding voor het verlaten van het verkeersplein Den aan het rechts inhalen (art 48 RVV). - Voorkom datje een te ruime bocht maakt, schat je bocht dus goed in want die is vaak verraderlijk scherp. - Denk aan het verkeer dat het verkeersplein blijft volgen 110
111 111
112 ROTONDES 3/4 ROND WAT HOE MOTIVATIE Naderen Idem 1/4 rond alleen nu kom je aanrijden op de meest links gelegen rijstrook (Let ook hier weer op het rechts in de rijstrook rijden). Meest ideale positie om het verkeersplein op te rijden Je ondervindt nu geen hinder van bestuurders die 1/4 of 1/2 rond rijden. Berijden Afrijden Richtingaanwijzer uit zodra je op het plein rijdt. Na 1/4 rond teruggaan naar midden rijstrook Na 1/2 rond doorgaan naar rechtse rijstrook. Idem 1/4 en 1/2 rond Denk aan goede kijktechniek i.v.m. rechts inhalen op verkeerspleinen. Ook ervoor zorgen dat de richtingaanwijzer op tijd aangaat. Let op: 2x verplaatsen is 2x kijken. 112
113 113
114 ROTONDES 4/4 ROND Gedrag 4/4 rond is gelijk aan 3/4 rond met dien verstande, dat je nu pas terug gaat naar de middenstrook na de 1/2 rond afslag en je gaat naar de rechtse rijstrook als je de 3/4 afslag bent gepasseerd. Besproken gedrag voor 1/4, 1/2, 3/4, 4/4 bestemd voor rotondes met 3 rijstroken. Bij 2 rijstroken: Bij 1/4 en 1/2 rond rechterrijstrook volgen. Bij 3/4 van linker naar rechter rijstrook na 1/2 rond. Bij 4/4 van linker naar rechter rijstrook na 3/4 rond. NOOT: Als er op de rotonde voorsorteervakken zijn aangebracht dan dien je te handelen conform deze vakken en kan het zo zijn dat de rijlijnen anders zijn. Wel blijft dat als je nog een vak moet gaan schuiven naar rechts dat je rechts in je vak blijft rijden. Als je niet meer hoeft te schuiven kies je de gewone plaats op de weg en deze is in principe iets links van het midden. 114
115 115
116 KIJKGEDRAG WAARNEMINGSVERMOGEN: Het waarnemingsvermogen is onlosmakelijk verbonden met het kijkgedrag. Zonder dat iemand zijn hoofd hoeft te draaien kan men meestal 70 graden zien, d.m.v. normale oogbewegingen, dit z.g.n. zien kan men echter weer onderverdelen in: 1. 3 graden scherp waarnemen graden direct waarnemen graden bewust waarnemen graden iets wazig waarnemen alleen bewegingen. Iedere handeling die wij in het verkeer moeten verrichten bestaat uit een z.g.n. waarnemingscyclus. A. ZIEN: Opnemen van de situatie met de ogen. B. WAARNEMEN: De bewustwording en begrijpen van hetgeen gezien wordt. C. BESLISSEN: Vaststellen wat op dat moment belangrijk is. Kiezen van de beste mogelijkheid op dat moment. D. HANDELEN: Uitvoeren van de genomen beslissing. Omdat deze gegevens bij iedere rij-opleider en examinator bekend zijn en omdat bij een ieder persoonlijk het waarnemingsvermogen varieert is het CBR zeer streng in het beoordelen van het KIJKGEDRAG van een kandidaat tijdens het afnemen van een praktijkrijexamen. Een examinator kan namelijk door het laten uitvoeren van u van een ogentest alleen maar te weten komen hoe ver u kunt zien maar niet hoe scherp uw verdere waarneming is, mede daarom geeft het CBR een aantal richtlijnen die u in ieder geval moet opvolgen tijdens een examen om een voldoende voor het KIJKGEDRAG te scoren. 1. WEGRIJDEN NA EEN STOP BUITEN HET VERKEER: Vanaf de rechterzijde van de weg: Vanaf de linkerzijde van de weg: rechterspiegel, voor, linkerspiegel en over de linker schouder. rechterspiegel, voor en over de rechter schouder. 1A. WEGRIJDEN NA EEN STOP IN HET VERKEER: Bijv. verkeerslichten of andere stop: Op het moment van wegrijden: Tijdens het snelheid vermeerderen: Tijdens het stilstaan alert blijven op naderend verkeer achter en naast je voeltuig. Kijken naar de richting waar het meeste gevaar is; b.v. als je staat voorgesorteerd voor rechtsaf dan zal het meeste gevaar links naast je zijn, dus linkerspiegel en links naast je kijken, Het kan zijn dat je tussen twee verkeersstromen staat, dan dus links en rechts naast en spiegels kijken, Regelmatig spiegels kijken, 1B. WEGRIJDEN VANUIT EEN UITRIT: Links en rechts kijken ook voetpaden en fietspaden en direct tijdens en nadat je de weg bent opgedraaid beide spiegels of er ander verkeer achter je nadert. 2. RIJDEN OP RECHTE WEGGEDEELTEN: Regelmatig (1 x 5sec) linkerspiegel, regelmatig ( 1 x10sec.) rechterspiegel. Bij het gas loslaten, afremmen en stoppen beide spiegels. 3. RIJDEN EN VOLGEN VAN BOCHTEN: Het kijkgedrag tijdens het volgen van bochten moet zodanig zijn dat tijdig de scherpte van de bocht wordt onderkend, de rijlijn wordt bepaald en de snelheid waarmee wordt gereden aangepast, dit houdt dus in tijdig zien zodat men tijd heeft om waar te kunnen nemen. 116
117 4. AFSLAAN (VERANDEREN VAN RICHTING): HANDELINGSANALYSE MOTORFIETS Rechts afslaan: Vlak voor het oprijden kijk je: Vlak voor de bocht: Nadat de bocht is genomen: Links afslaan: Vlak voor dat je links afslaat: Vlak voor het oprijden kijk je: Nadat de bocht is genomen: Linkerspiegel, rechterspiegel en rechter schouder voordat je richting aangeeft. Opnieuw links, naar voren en rechts. Nacontrole door nogmaals over de rechterschouder te kijken. Weer spiegels kijken i.v.m. naderend verkeer. Rechterspiegel, linkerspiegel en linkerschouder, Nogmaals in linkerspiegel en over de linkerschouder kijken of je niet wordt ingehaald. Opnieuw links, naar voren en rechts. Weer spiegels kijken i.v.m. van achteren naderend verkeer. 5. GEDRAG NABIJ EN OP KRUISPUNTEN: Tijdens het naderen van een kruispunt. A. Let op aard van het kruispunt. B. Wordt het ook door ander verkeer genaderd? C. Let op algehele situatie zoals, wegdek, uitzicht en bijzondere omstandigheden. Dus hij het naderen kijk je: Vlak voor het oprijden kijkje: Bij gescheiden rijbanen: Bij het oprijden: Na de kruising: Naar voren, links, naar voren en rechts. Opnieuw links, naar voren en rechts. Naar links en naar het midden (of opstellen in het midden mogelijk is). Naar rechts kijken of doorrijden mogelijk is. Spiegels kijken of er verkeer achter je aankomt. 6. INVOEGEN EN UITVOEGEN: Invoegen: probeer voordat je de invoegstrook oprijdt al het verkeer op de doorgaande rijbaan te observeren! Op de invoegstrook: Rechterspiegel, linkerspiegel en links naast je kijken en eventueel nogmaals herhalen. Na het invoegen: Nogmaals spiegels kijken i.v.m. van achteren naderend verkeer. Uitvoegen: Ongeveer 300 mtr. voor de uitvoegstrook richting aangeven, hierbij linkerspiegel, rechterspiegel en rechter schouder kijken. Vlak voor het daadwerkelijk uitvoegen: Als bij de vluchtstrook de dubbele doorgetrokken lijn begint nogmaals rechterspiegel en rechter schouder kijken. Op de uitvoegstrook: Nogmaals spiegels kijken i.v.m. van achteren naderend verkeer. 7. INHALEN EN VOORBIJGAAN: Inhalen: Links inhalen: Inhalen: Terug na het inhalen: Naar voren kijken (ruimte tegenliggers), spiegels en links naast Terug na het. Spiegels en rechts naast (let op het snijden) Rechts inhalen: Naar voren kijken, spiegels en rechter schouder. Spiegels en linker schouder. Voorbijgaan: Links voorbijgaan van obstakels: Naar voren i.v.m. tegenliggers, spiegels en links naast Stel dat er dichtbij het obstakel is gestopt en men wil weer wegrijden naar voren, rechts naast (fietsers!), spiegels en links naast (fietser!) Na de beweging weer spiegels i.v.m. naderend verkeer 8. TEGEMOETKOMEN EN INGEHAALD WORDEN: Wanneer er verkeer tegemoet komt of wanneer wij worden ingehaald moeten wij zoveel als mogelijk uitwijken naar rechts, alvorens aan deze manoeuvre te beginnen moeten wij rechterspiegel en rechterschouder kijken. 117
118 9. RIJSTROOK WISSELEN EN ANDERE ZIJDELINGSE VERPLAATSINGEN; Bij iedere wisseling van rijstrook en bij iedere zijdelingse verplaatsing moeten wij: Naar links: Rechterspiegel, linkerspiegel en links naast ons kijken. Naar rechts: Linkerspiegel, rechterspiegel en rechter schouder kijken. Door het regelmatig gebruik van de beide spiegels voorkomt u problemen. 10. ROTONDES: Afhankelijk van de richting op het plein i.v.m. voorsorteren voor linksaf of rechtsaf wordt er gekeken zoals bij het afslaan. In ieder geval altijd kijken in de spiegels en over de rechter schouder wanneer het plein verlaten wordt! 11. NABIJ BIJZONDERE WEGGEDEELTEN. V.O.P. ERF. BUSHALTE ENZ. Op erven: Spoorwegovergangen: Voetgangersoversteekplaatsen: Tram/bushalte: Snelheid aanpassen en letten op kinderen en fietsers en brommers en andere voetgangers, let wel als bestuurder gedraagt men zich als een gast in een erf. Bij het naderen naar links en rechts kijken (lampen, aki's en overwegbomen kunnen n.l. ook stuk gaan. Nooit een spoorwegovergang oprijden voordat degene die voor je rijdt er over heen is en er ruimte is om na de overweg tot stilstand te komen! Bij het naderen zowel links als rechts kijken of er voetgangers de intentie hebben om over te steken, is dit het geval altijd stoppen en de voetgangers voor laten gaan! Let altijd op naderende en uitstappende passagiers en vooral op de richtingaanwijzer van de bus binnen de bebouwde kom!, deze gaat immers voor WANNEER UW KIJKGEDRAG JUIST IS: ZULT U BETER KUNNEN ANTICIPEREN. D.w.z. beter: Vooruitkijken Vooruitdenken Instellen op het handelen De handeling uitvoeren. ANTICIPEREN IS EIGENLIJK ANTI - TRANSPIREREN. 118
119 VOORBEREINGS- EN CONTROLEHANDELINGEN (B.R.A.V.O.A) CONTROLE AAN HET VOERTUIG. B.R.A.V.O.A. Aan het begin van het examen voert de examinator, samen met de kandidaat, een veiligheidscontrole uit. Ook kan de kandidaat gevraagd worden een aantal onderdelen cg mechanismen aan te wijzen of te bedienen. Bij het examen zullen vijf onderwerpen door de examinator aan de orde worden gesteld. Deze onderwerpen zijn: B - Banden R - Remmen A - Aandrijving V - Verlichting O - Oliepeil A - Algemeen BANDEN: Een band dient gecontroleerd te worden op: o de juiste spanning. o eventuele inrijdingen (spijkers, steentjes e.d.) o (droogte)scheuren Let bij de controle op eventuele inrijdingen van b.v. spijkers Zeker met tubeless - banden is dit van groot belang, omdat deze bij een inrijding niet meteen, maar langzaam leeglopen. Reparatie van een motorband d.m.v. een prop (zoals bij auto s gebruikelijk), is slechts een noodmiddel. Vervanging of een juiste reparatie door een dealer is noodzakelijk. PROFILERING: De profilering van de hoofdgroeven van de band moet over de gehele omtrek van het loopvlak tenminste 1 mm bedragen, Wanneer de profilering minder dan 2 mm is, bestaat het gevaar dat de waterafvoer in het gedrang komt, het is aan te bevelen een band met een profieldiepte van minder dan 2 mm te vervangen, de profilering van een band zorgt primair voor de waterafvoer en draagt mede zorg voor de rechtuit stabiliteit en de stuureigenschappen, controle van het profiel op zaken die er niet in thuis horen (steentjes, metalen deeltjes) en het verwijderen ervan, Voorts dient bij deze controle (van het profiel) gelet te worden op scheuren of barsten in de band, Het slijtagepatroon van een band dient regelmatig te zijn Een onregelmatig slijtagepatroon kan wijzen op onbalans, versleten schokdempers of een slechte sporing van de wielen, Nieuwe (motor)banden moeten gedurende de eerste 100 km niet tot het uiterste worden belast bij het rijden. Veelal hebben nieuwe banden een bepaalde "gladheid", waardoor het contact band - wegdek nog niet optimaal is, Met banden zonder profilering (slicks) en banden die zijn voorzien van het opschrift "Not for Highway Use" of Only Cross (crossbanden), mag niet op de openbare weg worden gereden. 119
120 BANDENSPANNING: Een juiste bandenspanning is van essentieel belang voor de rijeigenschappen en wegligging van de motor, Een te lage bandenspanning heeft een nadelige invloed op de wegligging en versnelt de slijtage. Bovendien zal door een verhoogde rolweerstand van de band het brandstofverbruik toenemen, Een wat hogere bandenspanning als voorgeschreven is niet gevaarlijk, hooguit wat minder comfortabel, De bandenspanning dient gecontroleerd te worden wanneer de banden koud zijn, Bij het vervoer van een duopassagier of van veel bagage en ook bij het langdurig rijden met hoge snelheid op een autosnelweg, dient de bandenspanning te worden verhoogd. Tot welke waarde dit is, staat in het instructieboekje of op een sticker op het spatbord of de achtervork, Bij een controle van de bandenspanning hoort ook het ventiel te worden nagekeken. Hierbij dient er op gelet te worden of het ventiel nog recht staat en het borgmoertje 'vastzit'. Belangrijk is de aanwezigheid van het z.g. 'stofdopje'. Dit dopje gaat vervuiling van het ventiel tegen en verhindert daarmee het risico van een langzaam aflopende band. Bovendien, wanneer het stofdopje ontbreekt kan bij hoge snelheden het ventiel worden opengedrukt, waardoor lucht ontsnapt. Stalen stofdopjes zijn betrouwbaarder dan die van kunststof. REMMEN: Onderdelen van de reminrichting mogen geen inwendige of uitwendige lekkage vertonen,. Remslangen mogen niet in ernstige mate zijn misvormd, niet langs andere voertuigdelen schuren en geen zódanige beschadigingen vertonen dat het wapeningsmateriaal zichtbaar is, Wielen die zijn voorzien van een trommelrem, moeten in onberemde toestand in beide richtingen kunnen draaien, zonder dat remvoering aanloopt, De remvoering van wielen met een schijfrem mag in onberemde toestand in beide richtingen enigszins slepen, Indien de motor een trommelrem heeft, dient de remkabel gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van rafels, zowel bij de hendel als onderaan bij de bevestiging aan de trommel, Het rempedaal en de remhendel mogen geen zodanige slag maken, dat het pedaal dan wel de hendel tot een aanslag kunnen worden ingetrapt of ingedrukt, In de reservoirs van het hydraulisch remsysteem moet voldoende remvloeistof aanwezig zijn. Het zakken van het remvloeistofniveau hoeft niet te betekenen dat de reminrichting defect is. Meestal houdt het verband met het slijten van de remblokjes. Bij verlaging van het remvloeistofniveau moet uiteraard wel goed gekeken worden of er geen lekkages zijn. Het zonder meer bijvullen van remvloeistof lost niets op en dient achterwege te blijven AANDRIJVING (KETTING/TANDRIEM): Tijdens het gebruik rekt de ketting uit; hij wordt dus langer. Daarom moet de ketting regelmatig worden gespannen, De kettingspanning wordt gemeten tussen de beide tandwielen. Op deze plaats mag de ketting ongeveer 2 of 3 cm op en neer worden bewogen (zie hiervoor het instructieboekje). Bij het meten van de kettingspanning dient er iemand op de motor te zitten omdat de ketting strakker staat als de motor belast wordt. Kettingen hebben regelmatig onderhoud nodig. Zeker na een lange rit in de regen dient een ketting gesmeerd te worden. Hoe en waarmee is terug te vinden in het instructieboekje. Bij het smeren van de ketting moet ervoor gezorgd worden dat het vet niet op de band terecht komt. Hierdoor kunnen gevaarlijke situaties ontstaan, Een getande aandrijfriem heeft over het algemeen geen bijzonder onderhoud nodig. De spanning dient voldoende te zijn, om te voorkomen dat de riem over de tanden van de riemschijf glijdt. Er zijn motoren met een Cardanas Deze as moet op lekkage worden gecontroleerd. 120
121 VERLICHTING: Groot licht, Dimlicht, Richtingaanwijzers, Achterlicht, Kentekenplaatverlichting, Remlicht, dat moet werken bij de bediening van voor- of achterrem OLIEPEIL: Als de motor onvoldoende met olie is gevuld, kan deze vastlopen, waardoor een zeer gevaarlijke situatie ontstaat, In het algemeen dient het oliepeil gecontroleerd te worden bij een 'koude motor' dan wel bij een warme motor die tenminste enkele minuten is uitgezet. Er zijn echter motoren waarbij het oliepeil gecontroleerd moet worden nádat de motor even gedraaid heeft (Dry-Sump smering), Bij het peilen van het olieniveau dient de motor conform het instructieboekje geplaatst te zijn (zij standaard, middenbok of rechthouden), Het oliepeil wordt gecontroleerd met een peilstok. Ook is het mogelijk dat een venstertje aanwezig is, waardoor te zien is of er nog voldoende olie in de motor aanwezig is, Indien olie moet worden bijgevuld, dient dit niet te gebeuren tot boven het streepje van 'maximum'. Zie voor de juiste oliesoort het instructieboekje. ALGEMEEN: De accu van de motor moet deugdelijk zijn bevestigd en de bedrading goed zijn geïsoleerd, De bedrading van de motor dient deugdelijk zijn bevestigd en goed zijn geïsoleerd. Aan de buitenzijde van het doorzichtige accuhuis zijn strepen zichtbaar die het minimum - en maximum vloeistofpeil aangeven. Wanneer het niveau te laag is, dient gedestilleerd water te worden bijgevuld. De keerringen van de voorvering (telescoop) dienen op eventuele lekkage te worden gecontroleerd, Bij de meeste motoren is de voorspanning van de achterwielvering aan te passen aan de belasting van de motorfiets. Zeker bij het rijden met 'zware belasting' (bagage/passagier), is het aan te bevelen dit ook te doen door de vering 'op te schroeven', Indien de motor is voorzien van een vloeistofkoelsysteem, dient ook wekelijks gecontroleerd te worden of er nog voldoende koelvloeistof in het reservoir aanwezig is. Op het reservoir is het minimale en maximale niveau met merkstreepjes aangeduid, De kandidaat dient voorts bekend te zijn met de positie/functie van de diverse bedieningsorganen, controlelampjes, meters en schakelaars, voor zover die hiervoor nog niet aan de orde zijn geweest (zoals noodstopknop, temperatuurmeters, groot licht controlelampje, reservestand benzinekraan, enz). 121
122 NOTITIES 122
123 NOTITIES 123
Bijzondere Verrichtingen CBR
Bijzondere Verrichtingen CBR Lopend achteruit parkeren De motor afzetten en aan de linker zijde van de motor lopen met 2 handen aan het stuur. Voorrem bedienbaar houden en eventueel gedoseerd bedienen.
Module 3 Handelingsanalyses Bijzondere manoeuvres
1. WEGRIJDEN Koppelingspedaal intrappen. Binnenspiegel, voor, linkerbuitenspiegel links naast. Geheel en vlot met de bal van de linkervoet. Controleer of je overig verkeer voor moet laten gaan (art. 54RVV)
Bijzondere verrichtingen
Bijzondere verrichtingen Zelfstandig bijzondere manoeuvres uitvoeren dmv gebruik aangeleerde bijzondere verrichtingen: omkeeropdracht d.m.v: bocht achteruit via parkeervak 3x steken halve draai parkeeropdracht:
Module 2 Handelingsanalyses Verkeersdeelname
Module 2 Handelingsanalyses Verkeersdeelname 1. BERIJDEN KRUISPUNTEN VAN GELIJKE ORDE Wat (belangrijke stap) Hoe (kritiek punt) Motivatie (waarom) Herkennen. Beoordelen. Aan de hand van punten die duidelijk
Starten, schakelen & wegrijden:
Auteursrechtinformatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
Module 1 Handelingsanalyses Bediening en controle
1. INSTAPPEN Naar auto begeven. Loop voor de auto langs. Als je voor de auto langs loop, heb je goed zicht op het verkeer dat op jouw weghelft nadert. Wacht bij de linkerkoplamp en kijk. Links en rechts.
RIM Verkeersleermiddelen
RIM Verkeersleermiddelen Rijbewijs A Beste collega, Bij deze wil ik u bedanken voor het bestellen van mijn Rijles-instructiemap. Ik hoop van harte dat uw leerlingen er veel van zullen opsteken. Zijn er
Het praktijkexamen leerboek. Hoe slaag ik in 1 keer?
Het praktijkexamen leerboek Hoe slaag ik in 1 keer? Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Het praktijkexamen Opstarten schakelen afsluiten Snelheid Kijktechniek Knipperen Plaats op de
Recht achteruit rijden
Recht achteruit rijden Je komt aanrijden en je kijkt of je mag stilstaan (stilstaan verbod). Dan kijk je in de binnenspiegel, rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder daarna geef je richting aan
Het eerste wat we gaan behandelen is afslaan naar rechts 1
Dit lesonderwerp gaat over We hebben nu diverse onderwerpen, t/m kruispunten behandeld, dit is de volgende stap. Afslaan doe je op een kruispunt en op een rotonde. Enkele belangrijke punten: Bij het neem
Handelingsanalyse. volgens rijprocedure. Categorie
Handelingsanalyse volgens rijprocedure Categorie B Hierna vindt u de handelingsanalyse voor de auto, de rijprocedure heeft als basis gelegen bij het maken van deze handelingsanalyses. Het is raadzaam om
Rijschool Amstelland 06 22115768
De hellingproef (Hellingproef met de voetrem kan alleen bij een diesel motor worden toegepast) Voor dat je stopt ga je eerst kijken (binnen spiegel, rechterschouder en dan de richting). Als je eenmaal
wegrijden in het verkeer / stoppen buiten het verkeer
Inleiding: wegrijden in het verkeer In de vorige lesonderwerpen zijn alle basishandelingen die nodig zijn voor het rijden met een auto behandeld. Vanaf dit lesonderwerp, het wegrijden in het verkeer, wordt
Snelweg invoegen en uitvoegen hoe?
Snelweg invoegen en uitvoegen hoe? Snelweg vast procedure Ga je naar een ander stad waarbij je stukje op de snelweg moet rijden? Denk dan aan: Je route tot je eind bestemming. Welke ANWB borden je moet
Werking van de koppeling in het kort en het wegrijden.
Auteursrechtinformatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
Module 4 Handelingsanalyses (Auto)snelweg
1. INVOEGEN OP EEN AUTO(SNEL)WEG Herkennen autoweg autosnelweg. A.h.v. verkeerstekens kun je het verschil maken tussen de autoweg en de autosnelweg. De maximumsnelheid verschilt. Als je invoegt met dezelfde
Bijzondere verrichtingen. Keren. Bijz. verr. keren dmv 3x steken op een niet te brede rijbaan
Bijzondere verrichtingen Bijz. verr. keren dmv 3x steken 130328 Keren op een (3x steken) Verkeersschool (3x steken) Dit is een bijzondere verrichting. Een bijzondere verrichting dient altijd veilig en
Bijzondere manoeuvre: Hellingproef
Auteursrecht informatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
Speciale verrichtingen bij het CBR
Speciale verrichtingen bij het CBR 1. Hellingproef 2. Stopopdracht 3. Keren d.m.v 3 keer steken 4. Keren d.m.v een halve draai 5. Keren d.m.v een bocht achteruit 6. Parkeren in file vooruit (rechts) 7.
HERKENNEN VAN KRUISPUNTEN
HERKENNEN VAN KRUISPUNTEN Kruispunten zijn op veel verschillende manieren te herkennen, ik zal hier een uitleg geven en duidelijk maken waar we kruispunten aan kunnen herkennen. Allereerst gaan we eens
7 Manoeuvres en bewegingen
7 Manoeuvres en bewegingen 62 7.1 Manoeuvres Als je een manoeuvre uitvoert, zoals van rijstrook of van file veranderen, de rijbaan oversteken, een parkeerplaats verlaten of oprijden, uit een aangrenzend
Inhoudsopgave. Inleiding. Colofon: Hoe slaag ik in 1 keer
Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave inleiding colofon 2. Het praktijkexamen 3. Opstarten schakelen afsluiten 4. Snelheid 5. Kijktechniek 6. Knipperen 7. Plaats op de weg 8. Snelweg 9. Anticiperen 10. Bijzondere
doe-fiche fietser Opstappen en wegrijden uw kind politie Bilzen - Hoeselt - Riemst nog niet kiest de dichtsbijzijnde plaats waar de rit kan beginnen.
Opstappen en wegrijden 7 kiest de dichtsbijzijnde plaats waar de rit kan beginnen. kijkt uit hoe het veilig en zonder het verkeer te hinderen de startplaats kan bereiken. stapt met de fiets aan de hand
Cluster 1. Achteruit parkeren
Het AVB examen bestaat uit 4 clusters met in totaal 12 oefeningen. Uit ieder cluster is 1 oefening (bijzondere verrichting) verplicht en uit cluster 2,3,4 kiest de examinator er 1 oefening bij. Dit betekent
Kruispunten met de borden
Auteursrechtinformatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
5.9 PARKEREN ACHTER EEN VOERTUIG
5.9 PARKEREN ACHTER EEN VOERTUIG Vooraf Een van de manoeuvres die je tijdens het praktijkexamen zult moeten doen, is het parkeren achter een geparkeerd (of stilstaand) voertuig. Over dit examenonderdeel
AUTORIJSCHOOL JOHN VAN DEN KIEBOOM VLAMINGVAART 49 4651 GR STEENBERGEN
Op het examen worden natuurlijk wel eens fouten gemaakt. In de loop der jaren hebben wij al verschillende fouten gezien en daarom hebben wij besloten deze fouten, samen met enkele tips, op papier te zetten.
Extra informatie examen voertuigbeheersing, uitleg clusters en examenoefeningen Verplichte oefeningen en keuze examinator
Extra informatie examen voertuigbeheersing, uitleg clusters en examenoefeningen Verplichte oefeningen en keuze examinator In totaal moet je zeven oefeningen doen, vier zijn er verplicht. De overige drie
Snelweg invoegen, inhalen, uitvoegen.
Het naderen van een autosnelweg. Door goed op te letten op de verkeersborden, wordt al snel duidelijk of je een autosnelweg of een autoweg nadert. Het type weg moet je ruim van te voren herkennen om te
Educatieve Verkeerstuin
Educatieve Verkeerstuin AFSTANDEN INSCHATTEN DE PRAKTIJK Op straat kunnen allerlei dingen in de weg staan. Als je er goed op reageert, voorkom je botsingen. Bij deze oefening komt de leerling een aantal
Vooruit kijken Vooruit denken Hoe gaat dat?
Vooruit kijken Vooruit denken Hoe gaat dat? Hoofdregel kijken gedrag Bij het kijkgedrag gaat het niet om die duizenden keren dat je voor niets denkt te kijken, maar om die ene (fatale) keer dat je niet
Kijktechniek wegrijden / stoppen:
Kijktechniek wegrijden / stoppen: Wegrijden positie rechts (vrijwillig). Bijvoorbeeld ergens wegrijden na het kopen van een bloemetje. Rechts dode hoek / rechter spiegel / voor / linker spiegel / links
Bijzondere manoeuvre: Straatje keren in 3 keer
Auteursrecht informatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
Kruisingen oversteken of op kruisingen afslaan: Minirotondes : Verkeerslichten : Rijstrook wisselen : Volgafstand :
Kruisingen oversteken of op kruisingen afslaan: Kijk je met de rem of met je ogen? Als je steeds probeert de auto rollend te houden, ga je veel verder voor je uit kijken en ga je ook automatisch veel eerder
BEDENK DAT VOOR ELKE OEFENING GELDT:
( 01-a) Stoppen aan rechter zijde van de weg (STOPOPDRACHT) 01- Spiegelen (Binnen-Buiten-Rechter Schouder) 03- Scannen (nacontrôle over rechts) 04- Stoppen achter auto (stoppen als je de banden net niet
Beschrijving route Noorderwijk. Start Klavertje Ring
Beschrijving route Noorderwijk Start Klavertje Ring Gebruik de achteruitgang van de school. Neem de fietsoversteek en rij naar links. Let op! Op een fietsoversteek heb je geen voorrang, goed uitkijken
Tip: oefen het examen op http://www.veiligverkeernederland.nl/examen beschikbaar vanaf 7 maart
Tip: oefen het examen op http://www.veiligverkeernederland.nl/examen beschikbaar vanaf 7 maart Enkele belangrijke pas op. Borden Pas op een gevaarlijk kruispunt Pas op er kunnen tegemoet komers zijn Pas
Beschrijving route Noorderwijk. Start Klavertje Ring
Beschrijving route Noorderwijk Start Klavertje Ring Gebruik de achteruitgang van de school. Neem de fietsoversteek en rij naar links. Let op! Op een fietsoversteek heb je geen voorrang, goed uitkijken
Bijzondere manoeuvre: File parkeren
Auteursrecht informatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
RIM Verkeersleermiddelen. Rijbewijs B
RIM Verkeersleermiddelen Rijbewijs B Beste collega, Bij deze wil ik u bedanken voor het bestellen van mijn Rijles-instructiemap. Ik hoop van harte dat uw leerlingen er veel van zullen opsteken. Zijn er
De Grote Verkeerstoets - 2014 07/08/2014. 1. Ja. 2. Neen, want ik mag hier niet links afslaan. 3. Neen, want ik heb mijn arm niet uitgestoken.
100082: Welk voorwerp houd je hier boven je hoofd? 1. Een rood voorwerp. 2. Een map. 3. Een voetbal. 100081: Je slaat af naar links. Gebeurt dat hier helemaal veilig? 1. Ja. 2. Neen, want ik mag hier niet
Veilig rijden. Apollo rijden. 1321 CA Almere www.rijschoolapollo95.nl. E-mail: [email protected]
Veilig rijden Apollo rijden Rijschool A pollo 95 Roemer Visscherstraat 32 Tel:036-5409712 MT:061-4332692 E-mail: Inhoud Bladzijde 1. Voertuigcontrole 1 2. Motor controle 2 3. Motor controle 2 4. Instappen
Vraag 1 U heeft ontzegging van uw rijbevoegdheid u mag dan? A Niet zelf rijden maar wel rijles nemen. B Niet zelf rijden en ook geen rijles nemen
Vraag 1 U heeft ontzegging van uw rijbevoegdheid u mag dan? A Niet zelf rijden maar wel rijles nemen B Niet zelf rijden en ook geen rijles nemen Vraag 2 Is dit een eenrichtingsweg? A B Vraag 3 U wilt zonder
Oefenboek. rijbewijs B
Oefenboek rijbewijs B Gevaarherkenning Elk examen/examen in dit oefenboek is ingedeeld zoals een theorie-examen bij het CBR. Een examen begint met 25 vragen over gevaarherkenning. Bij deze vragen wordt
-Je moet stoppen, ook afslaan mag niet. (denk aan: niet tegen de armen rijden)
Superfietser 2015 Belangrijkste regels -Volg de aanwijzingen van de politie. -Iedereen moet stoppen. -Je moet stoppen, ook afslaan mag niet. (denk aan: niet tegen de armen rijden) -Je mag doorrijden. -STOP
Beoordelingsfiches VERO Harelbeke
Beoordelingsfiches VERO Harelbeke SCHOOL Klas Locatie: Startpunt Kollegeplein 1. Opstappen en wegrijden - Kies een veilige startplaats en plaats je fiets in de gewenste richting - Stap op aan de rechterzijde
RIM Verkeersleermiddelen. Rijbewijs BE
RIM Verkeersleermiddelen Rijbewijs BE Beste collega, Bij deze wil ik u bedanken voor het bestellen van mijn Rijles-instructiemap. Ik hoop van harte dat uw leerlingen er veel van zullen opsteken. Zijn er
Het wegrijden Hoe doe je dat?
Het wegrijden Hoe doe je dat? Handeling bij het wegrijden Wegrijden is een bijzondere manoeuvre. Dat is een speciale handeling. Tijdens het uitvoeren van deze handeling moet je alle verkeer (zoveel voetgangers
Een stilstaand voertuig voorbijrijden
Een stilstaand voertuig voorbijrijden Fietstaak 1 Strepestraat Mindert snelheid en kijkt voor zich uit. Kijkt naar weggebruikers voor hem en verleent eventueel voorrang. Kijkt links om of er verkeer nadert
Beoordelingsfiches VERO Deerlijk
Beoordelingsfiches VERO Deerlijk SCHOOL Klas Locatie: Startpunt Neunkirchenplein 1. Opstappen en wegrijden - Kies een veilige startplaats en plaats je fiets in de gewenste richting - Stap op aan de rechterzijde
VERKEERSBEGRIPPEN. bij Verkeersexamen 2011. Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. verkeersbegrip uitleg
VERKEERSBEGRIPPEN bij Verkeersexamen 2011 Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. bestuurder Je bent bestuurder: - als je fietst - als je paardrijdt of loopt met je paard aan
Module. Module Rotonde Rotonde
141014 Minirotonde: Komt vooral in woonkernen voor. : Komt vooral tussen woonkernen in voor. Meerbaansrotonde: Vergt meer ruimte om te creëren dus komt deze vooral voor in grote steden voor of buiten woonkernen.
Bijzondere weggedeelten
Hoofdstuk 5 ijzondere weggedeelten 5.1 Rotondes Een rotonde is eigenlijk een ronde eenrichtingsweg. Je moet altijd rechts om het middeneiland heen rijden. Op dat middeneiland staat bord rotonde (D1). Vaak
Oefenboek. rijbewijs B
Oefenboek rijbewijs B Gevaarherkenning Elk examen/tentamen in dit oefenboek is ingedeeld zoals een theorie-examen bij het CBR. Een examen begint met 25 vragen over gevaarherkenning. Bij deze vragen wordt
Kijkgedrag, Gebruik je ogen goed, het kost niets
Kijkgedrag, Gebruik je ogen goed, het kost niets Een groot deel van de examenkandidaten zakt op kijkgedrag. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen breed en ver vooruit waarnemen, op de juiste manier
Tips voor je rij-examen
Tips voor je rij-examen Rijexamen Zo doe je het goed! Als het goed is doe je pas examen voor je rijbewijs-b als je er klaar voor bent. Je voertuigcontrole is goed, handelingen in de lesauto verlopen grotendeels
6.5. EVENWIJDIG TEN OPZICHTE VAN DE WEG RECHTS PARKEREN TUSSEN TWEE VOERTUIGEN
6.5. EVENWIJDIG TEN OPZICHTE VAN DE WEG RECHTS PARKEREN TUSSEN TWEE VOERTUIGEN Hoe verloopt dit manoeuvre tijdens het praktijkexamen Dit manoeuvre wordt uitgevoerd in een straat met rustig tot matig verkeer
GEBRUIK VAN DE RIJBAAN LES 2
13 GEBRUIK VAN DE RIJBAAN LES 2 GESCHEIDEN RIJBANEN : MIDDENBERM, EEN BOMENRIJ OF EEN GROEN VOORZIENING BEHOREN OOK BIJ DE WEG. (VERBOD OM IN TE RIJDEN D.M.V. BORD MOGELIJK) FIETSSTROOK : VERBODEN RIJSTROOK
Vragen en antwoorden theorie verkeersregels en verkeerstekens - Deel 1
Theorie Verkeersregels Deel 1 Vragen en antwoorden theorie verkeersregels en verkeerstekens - Deel 1 (wordt je aangeboden door Autorij-instructie.nl) Onderstaand vind je -in totaal 30- afbeeldingen over
Rijopleiding Stap voor Stap
Rijopleiding Stap voor Stap Module 1... 2 1. Controle buiten de auto... 2 2. Controle in de auto... 2 3. Instappen... 2 4. Uitstappen... 3 5. Zithouding... 3 6. Stuurhouding... 3 7. Afstellen spiegels...
10. 11. 12. 13. 14. 15. 18.
1. Op de fietspad en fietsstrook mogen alleen fietsers en snorfietsers rijden. 2. Alarmnummer is 112. 3. Rijbewijs is 10 jaar geldig. 4. Alle betrokkenen bij een aanrijding moeten blijven wachten. (Plaats
Vaardigheidstesten. Inline skaten
Vaardigheidstesten Inline skaten 1 Inhoud Begrippenlijst Schaatsen en Inline skaten... 3 Niveau 1 inline skaten... 5 Niveau 2 inline skaten... 6 Niveau 3 inline skaten... 7 Niveau 4 inline skaten... 8
Een STREEPJE voor... De betekenis van verkeerstekens op het wegdek
Een STREEPJE voor... De betekenis van verkeerstekens op het wegdek Wat betekenen al die strepen toch? In Nederland verplaatsen zich dagelijks miljoenen personen lopend, fietsend en rijdend in het verkeer.
Motor. Verkeersschool Cranenbroek. In deze brochure vindt u alles wat u moet weten voor en tijdens uw opleiding voor de motor.
Verkeersschool Cranenbroek Motor In deze brochure vindt u alles wat u moet weten voor en tijdens uw opleiding voor de motor. Verkeersschool Cranenbroek Instraat 21 St.Luciastraat 9 0495-49 17 14 www.verkeersschoolcranenbroek.nl
Einde Autosnelweg. Woonerf
Autosnelweg min 60 - max 130 km/u Einde Autosnelweg max 80 km/u Autoweg min 50 - max 100 km/u Einde Autoweg min 50 - max 100 km/u Woonerf max 15 km/u - stapvoets Woonerf met snelheidsbeperking Einde woonerf
IK LEER FIETSEN! PRAKTIJKBOEKJE VOOR CURSISTEN
IK LEER FIETSEN! PRAKTIJKBOEKJE VOOR CURSISTEN De Fietsersbond komt op voor de belangen van fietsers in Nederland en zet zich in voor meer en betere mogelijkheden om te fietsen. Dat kan dankzij de steun
Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak.
Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak. Veiligheidsvoorzieningen Beschermingsvoorzieningen mogen alleen worden verwijderd resp. geopend na stilstand van de dumper met geactiveerde parkeerrem, uitschakelen
1. Een stilstaand voertuig voorbijrijden 2. Rechts een weg inslaan
Hoe moeten de fietstaken uitgevoerd worden? 1. Een stilstaand voertuig voorbijrijden 2. Rechts een weg inslaan mindert snelheid en kijkt voor zich uit. kijkt om : nadert er verkeer? vertraagt of versnelt,
Activiteiten les Ritsen* Een acht fietsen High five!...35
Groep 7 en 8 FIETSKUNSTEN Activiteiten les 1... 21 1. Fietsen over een smal en een schuin wegdek*... 23 2. Met één hand door de bocht!*... 25 3. Voorsorteren en voorrang geven... 27 Activiteiten les 2...
Praktijk examen tips
Praktijk examen tips Beste lezer, dit boekje geeft je de benodigde tips en regels om naast je rijlessen optimaal voor te bereiden op het praktijk examen. Gegarandeerd succes in het behalen van je rijbewijs
Naderingssnelheid gelijkwaardig kruispunt: Lage snelheid Tweede versnelling Naderingssnelheid gevaarlijk kruispunt: Lage snelheid Tweede versnelling
19 Voorrangregel LES 3 Soorten Kruisingen Gelijkwaardige kruising Als je een gelijkwaardig kruispunt nadert, moet je je snelheid aanpassen en zorgen dat je het overzicht bewaart. Als er van rechts een
2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest
2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof Oefeningen voor een gezond lichaam en geest De Soldaat Dit is de eerste van de vier warming up oefeningen waarbij het doel is de hartslag te verhogen
Kijktechniek wegrijden / stoppen:
Kijktechniek wegrijden / stoppen: Wegrijden positie rechts (vrijwillig). Bijvoorbeeld ergens wegrijden na het kopen van een bloemetje. Rechts dode hoek / rechter spiegel / voor / linker spiegel / links
Kijktechniek wegrijden / stoppen:
Kijktechniek wegrijden / stoppen: Wegrijden positie rechts (vrijwillig). Bijvoorbeeld ergens wegrijden na het kopen van een bloemetje. Voor / linker spiegel / rechter spiegel / linker spiegel / richting
Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken.
Enkele tips : training en opwarming Trainingen : Ga naar je trainingen! De trainer helpt mee jouw zwakkere punten te ontdekken. Geef nooit op. Het kan best even duren voor je conditie op peil is. Het belangrijkste
VERKEERSBEGRIPPEN. bij het Verkeersexamen 2014. Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. verkeersbegrip uitleg
VERKEERSBEGRIPPEN bij het Verkeersexamen 2014 Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. bestuurder Je bent bestuurder: - als je fietst - als je paardrijdt of loopt met je paard
Rijklaar maken van het voertuig
Rijklaar maken van het voertuig Rijklaar maken van het voertuig, zoals beschreven in de Rijprocedure B Voordat er met het voertuig aan het verkeer wordt deelgenomen moet het rijklaar gemaakt worden. Hierbij
Cursus Rust. Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie KINDERGENEESKUNDE TELEFOONNUMMER 020-512 45 42
Het Slotervaart, een ziekenhuis met ambitie Het Slotervaartziekenhuis, een opmerkelijk en ambitieus ziekenhuis in Amsterdam. In een informele en vertrouwde omgeving werken wij aan innovatieve medische
Statische rekoefeningen
Statische rekoefeningen Bovenlichaam Lage rugspieren Ga met je zitvlak op je hakken zitten. Duw je handen over de grond naar voren en buig je rug. Rek zover mogelijk uit. Kijk naar de grond. Houd deze
Hoe leer ik een kind fietsen?
FICHE Hoe leer ik een kind fietsen? Deze fiche is bedoeld als individueel leertraject voor leerlingen die niet zelfstandig kunnen vertrekken. Voor welke kinderen is deze les bedoeld? tussen de zes en de
Hieronder staan enkele voorbeeld rekoefeningen voor het onderlichaam:
Rekoefeningen onderlichaam Hieronder staan enkele voorbeeld rekoefeningen voor het onderlichaam: Bilspieren Ga op de rug liggen. Hef de rechterknie en houd deze met beide handen vast. Trek de rechterknie
Test theorie: Autowegen en Autosnelwegen
Test theorie: Autowegen en Autosnelwegen (wordt je aangeboden door Autorij-instructie.nl) Zie de Maximum toegestane snelheid op de Nederlandse wegen van de verschillende voertuigen Test theorie: Autosnelwegen
Kies het goede verkeersbord
Kies het goede verkeersbord Antwoorden Aangeboden door: Oefeningen voor het schoolverkeersexamen Kies het goede verkeersbord Toelichting antwoorden In dit document treft u elf printbare pagina s aan, elk
Oversteken als voetganger via het zebrapad.
Oversteken als voetganger via het zebrapad. Fietstaak 1 Strepestraat Grote Baan Minder zijn snelheid en kijkt voor zich uit. Stopt voor de wegmarkeringen en verleent voorrang aan weggebruikers op het zebrapad.
7 fijne yogahoudingen
7 fijne yogahoudingen voor kinderen Bloesem kinderyoga - Ben je jonger dan 7 jaar dan doe je de oefening zonder het benoemen van de ademhaling. - Yoga kan best een uitdaging zijn, dat is ok. Het is belangrijk
Toolbox-meeting Rijden met aanhangwagens
Toolbox-meeting Rijden met aanhangwagens Unica installatietechniek B.V. Schrevenweg 2 8024 HA Zwolle Tel. 038 4560456 Fax 038 4560404 Rijden met aanhangwagens Het gebruik van aanhangwagens in de bouw en
FIETSPROEF BERLAAR (nieuw parcours - gezien wegenwerken in het dorp)
FIETSPROEF BERLAAR (nieuw parcours - gezien wegenwerken in het dorp) START FIETSPROEF Goed langs de rechterzijde van de straat rijden tot op het einde. Aan het kruispunt moet je oversteken en linksaf het
Fiche Leerlingen. De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom
De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom Kijk naar de fietsers. Kleur de nummers van de fietsers die de verkeersregels volgen en op de juiste plaats rijden groen. Kleur de nummers van de fietsers
VOORSCHRIFTEN VOOR SCENARIO S TOETS SIMULATOR C OF D BASISKWALIFICATIE
VOORSCHRIFTEN VOOR SCENARIO S TOETS SIMULATOR C OF D BASISKWALIFICATIE Inleiding De voorschriften voor de scenario's toets simulator C en D zijn gelijk. De scenario s in de basiskwalificatie zijn gebaseerd
Aanvulling vragen. borden inzicht diverse categorieën
Aanvulling vragen borden inzicht diverse categorieën Niet alleen de betekenis van een bord maar ook wat er bedoeld wordt met dat verkeersbord is belangrijk om er goed naar te kunnen handelen. Hierna enkele
RIJVAARDIGHEID CATEGORIE A
RIJVAARDIGHEID CATEGORIE A Manoeuvres op het privé-terrein vanaf 5/9/2005 Goca 01-05-05 Fol A-N Zijn voertuig beheersen is een noodzakelijke stap, maar dit is niet voldoende, men moet er de grenzen van
Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding
Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding Verkeerde lichaamshoudingen veroorzaken klachten. Eén van de meest voorkomende verkeerde houdingen, wordt veroorzaakt door een naar vorend hangend hoofd,
Dienst Preventie Stad Turnhout Politie Regio Turnhout
Dienst Preventie Stad Turnhout Politie Regio Turnhout Wat is het fietsexamen? Het fietsexamen is een praktische proef in het centrum van Turnhout. Je moet kunnen aantonen dat je klaar bent om zelfstandig,
De Top 5: Beste Oefeningen Tegen Rugpijn
De Top 5: Beste Oefeningen Tegen Rugpijn 5 DOELTREFFENDE OEFENINGEN TEGEN LAGE RUGPIJN, THUIS UIT TE VOEREN Door Peter Arentsen Voorwoord Gefeliciteerd met het aanvragen van dit e-book waarmee je de basis
Handleiding: Rupsdumper vaste kipbak. Veiligheidsvoorzieningen
Handleiding: Rupsdumper vaste kipbak. Veiligheidsvoorzieningen Draag de nodige beschermmiddelen: een veiligheidshelm, veiligheidsbril, anti-slip werkschoenen, werkhandschoenen, gehoorbescherming. Draag
Inhoudsopgave. Gedrag nabij en op kruispunten... 32. Invoegen -uitvoegen... 32
Inleiding In deze Rijprocedure wordt het meest wenselijke rijgedrag van motorrijders beschreven. Om te kunnen worden toegelaten tot het wegverkeer moet dit gedrag binnen de gestelde normering ook van de
Veilig je draai vinden...
Veilig je draai vinden... op rotondes in Gelderland Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland Platform en Kenniscentrum Rotondes in Gelderland Na hun introductie zo n 30 jaar geleden, zijn rotondes
Lading op dak mag niet meer uitsteken dan 20cm aan beide zijkanten.
Begrippenlijst Lading en slepen van andere voertuigen Lading op dak mag niet meer uitsteken dan 20cm aan beide zijkanten. Slepen van andere voertuig mag niet meer dan 5m afstand zijn. Steekt lading aan
Fiets wijzer. examen. Dienst Preventie Stad Turnhout Politie Regio Turnhout FIETSWIJZER / FIETSEXAMEN
Fiets wijzer examen Dienst Preventie Stad Turnhout Politie Regio Turnhout 1 Ik ken de betekenis van deze verkeersborden: voorkennis 2 Ik ken de betekenis van deze verkeersborden: voorkennis 3 Ik kan uitleggen
Theorieboek. rijbewijs A
Theorieboek rijbewijs A 1. Basiskennis Wegenverkeerswetgeving Doelstelling De belangrijkste wetgeving waarin wij onze verkeersregels vinden zijn de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement Verkeersregels
