Regiobijeenkomst Overijssel

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Regiobijeenkomst Overijssel"

Transcriptie

1 Regiobijeenkomst Overijssel 30 november 2015 Enschede

2 Voorwoord De NVTZ wil meer de regio in. Door het verkleinen van de reisafstand wil de NVTZ de drempel verlagen voor toezichthouders om deel te nemen aan collegiale kennisdeling, reflectie en deskundigheidsbevordering. Daarnaast kan op regionaal niveau beter ingespeeld worden op de specifieke thematiek die daar leeft. Op 30 november vond de eerste NVTZ-regiobijeenkomst plaats in Enschede. Samen met 41 andere toezichthouders heeft u hieraan deelgenomen. Dit document geeft u een beknopt verslag van de bijeenkomst. Thema Het thema van de bijeenkomst was Toezicht op de continuïteit van de organisatie en de zorg na de transitie. Na de decentralisatie en dus de overheveling van verantwoordelijkheden voor zorg en welzijn op gemeenten, zitten zorg- en welzijnsinstellingen nu middenin de transformatie. Binnen veel instellingen vinden er of hebben er veranderingen plaats(gevonden) die samenhangen met nieuwe zorgconcepten en nieuwe financieringsstructuren. In deze bijeenkomst werd besproken hoe toezichthouders, bestuurders en wethouders in zorg en welzijn (samen)werken op duurzame wijze vanuit dezelfde visie op de continuïteit van de organisatie en de zorg. Een drietal sprekers gaven hun ervaringen met de transitie. Fokko Witteveen, bestuurder bij Trias Jeugdzorg, schetst dat zorgaanbieders kampen met onder andere liquiditeitsproblemen, vraaguitval en toenemende concurrentie. Gemeenten hebben te maken met grote financiële tekorten in het sociale domein. Beide partijen zijn zoekend naar nieuw beleid en sturing daarop. De heer Witteveen roept op om hier gezamenlijk over te praten en geeft een aantal randvoorwaarden voor het gezamenlijk organiseren van goede zorg met als doel het herstel van het gewone leven van het kind en het gezin. Een aantal van deze randvoorwaarden betreffen cliëntparticipatie, vertrouwen hebben in de professional, de overheid moet uit de controlemodus en de regelreflex komen en men moet inzien dat cijfers niet voor zich spreken en dat meten niet altijd weten is. Eelco Eerenbeek, wethouder in Enschede, gaf de visie van de gemeente op de ondersteuning van bewoners van de gemeente Enschede. Zij tracht de organisatie rondom ondersteuning en zorg een stuk eenvoudiger te maken. Daar zijn nog slagen in te maken. De gemeente heeft integrale zorgverlening en ondersteuning voor ogen waarbij de hulpvraag van de bewoner van de gemeente centraal gesteld wordt. De wethouder roept de aanwezigen op om na te denken over de wijze waarop de zorgorganisaties deze integrale werkwijze toepassen en om te kijken hoe zij kunnen samenwerking in netwerkstructuren met andere organisaties. Hij sloot af met het punt dat pionieren noodzakelijk is. Wellicht in de vorm van proeftuinen. Daarbij stelde hij de vraag of de toezichthouders in een dergelijke setting ook kunnen praten met de gemeente. Zij dienen ten slotte een gezamenlijk belang. 1

3 Fenna Eefting, bestuurder bij Vogellanden te Zwolle en lid van de kopgroep Health Arbeidsmarkt Regio Zwolle, schetste de noodzaak tot samenwerking om continuïteit van zorg en welzijn te borgen. Zij vertelde over een initiatief om een regionale arbeidsmarkt als één geheel in te richting, waar verschillende zorgorganisaties, scholen en de overheid bij aan kunnen sluiten. Dit vraagt om organisatieoverstijgende samenwerking. De toekomst moet uitwijzen hoe omgegaan wordt met situaties waarbij continuïteit van de eigen organisatie en het belang van gezamenlijke initiatieven met elkaar op gespannen voet staan. Fenna Eefting gaf als boodschap mee dat wij ons hier niet door moeten laten weerhouden om samenwerkingen aan te gaan: laat oude kaders los en durf meer intuïtief te werken en om onbevangen te experimenteren. Zij toonde een afbeelding van een brug, waarvan het einde niet zichtbaar was: in het nieuwe tijdperk moeten we bruggen bouwen, terwijl we er tegelijk ook overheen lopen. Uitkomst discussiesessie De deelnemers gingen uiteen in kleinere groepen om de onderwerpen die aan de orde kwamen in de presentaties te bediscussiëren. De hoofdpunten uit de discussiegroepen worden hieronder belicht. Verschillende discussiegroepen merkten op dat het bewandelen van zo n brug, waarvan het andere eind niet zichtbaar is, ook wel ingewikkeld is. Er is nog veel onduidelijk over de uiteindelijke contouren van het zorg- en ondersteuningslandschap en hoe de verschillende spelers zich gaan (moeten) bewegen. Hier is wellicht een adviserende rol weggelegd voor de NVTZ. Daarnaast helpt het om bij elkaar in de keuken te kijken en wellicht zouden hier in de toekomst gezamenlijke initiatieven uit kunnen ontstaan. Het advies hierbij is om de gesprekken te voeren vanuit gezamenlijk gedeelde kernwaarden gebaseerd op het maatschappelijk belang. Bij een andere discussiegroep besprak men dat de visie en de missie van een organisatie gericht moet zijn op de opgave die de zorgorganisatie heeft vanuit de maatschappij. Dit moet leidend zijn voor de organisatie als geheel en voor de Raad van Toezicht specifiek. Ten aanzien van samenwerking met andere (zorg)organisaties ziet men een spanningsveld tussen enerzijds het creëren van toegevoegde waarde door elkaar te versterken en anderzijds de beperkte juridische mogelijkheden hiertoe. Dit zijn aspecten waar de Raad van Toezicht de bestuurder op zou moeten bevragen: in hoeverre de bestuurder visie heeft op samenwerking en in hoeverre hij/zij de juridische grenzen kent. Om deze gesprekken te voeren dient men elkaar te vertrouwen. Verder constateert men dat er een sterke drang is naar innovatie. Deze innovatie betreft niet alleen inhoudelijke zorgaspecten omdat de zorgvraag en de omstandigheden veranderen, maar juist ook innovatie in de manier van organiseren. Het kan betekenen dat diensten worden afgestoten of elders ondergebracht moeten worden. Als je als een kip op z n eieren blijft zitten dan kom je niet ver. Zo is het ook voor zorg- en welzijnsorganisaties. 2

4 Een derde discussiegroep beaamde wat in de andere discussiegroepen reeds werd genoemd: het zal steeds minder gaan om de continuïteit van de organisatie en steeds meer over de continuïteit van de zorg in het belang van de mens voor wie we het doen. De Raad van Toezicht kan hier invulling aan geven door ruimte te geven voor de professional: van de uitvoerder van zorgverlening tot aan de Raad van Bestuur. Een belangrijk aspect daarbij het is leveren van maatwerk, waar de oplossingen leidend moeten zijn en niet de regels. De Raad van Toezicht kan dit doen door ruimte te maken voor innovaties en door feeling te houden met de cultuur in de organisatie en de wensen van cliënten. Dat dan door middel van het houden van brainstormsessies met de OR en met cliënten, werkbezoeken houden, etc. Hierbij is het van belang dat de toezichthouder zijn rol bewaakt. Verder werd opgemerkt dat de maatschappij in de Raad van Toezicht moet worden gehaald door een goede samenstelling van de Raad van Toezicht. Het gaat dan om het aanstellen van personen die de ontwikkelingen in de maatschappij tot uitdrukking brengen in (het werk van) de Raad van Toezicht. Een ander aspect dat sterk naar voren kwam was hoe we met elkaar in een lerende houding kunnen komen. We zouden veel meer de schijnwerpers moeten zetten op daar waar het goed gaat, de good practices, in plaats van daar waar het niet goed gaat. Doen we dit laatste, dan leren we niet hoe het ook zou kunnen. De focus op good practices bevordert de lerende houding. Na afloop van de discussiesessie gaf Marius Buiting, directeur NVTZ, een afsluitende presentatie. Hij wierp het dilemma op dat als er zoveel in het zorglandschap veranderd, waar heeft de toezichthouder dan houvast aan. Het woord toezicht helpt hier al een beetje bij. Het betekent enerzijds vertrouwensvol naar voren kijken en anderzijds analytisch kijken op operationeel niveau naar wat er nou precies gaat gebeuren. Tegelijkertijd wordt de organisatie ook afgerekend op de jaarrekening en allerlei wetten waar de zorgorganisatie aan gehouden wordt. Daarom geeft hij als tip mee om de eerste helft van de vergadering van de Raad van Toezicht te richten op zaken die te maken hebben met naar voren kijken (strategie, cliëntperspectief, etc.) en het tweede deel met dingen die gaan over achteruit kijken (jaarrekening of een calamiteit die achter de rug is). Verder gaf hij de deelnemers mee dat ze niet moeten denken dat we straks klaar zijn met transformeren en veranderen. De veranderingen zullen door blijven gaan. Hij schetst hierbij drie aspecten waar we mee te maken hebben. We verschuiven van een geldeconomie naar een deeleconomie. De zorg zal hierin mee moeten gaan: we moeten met minder geld meer doen. Ten tweede noemt hij dat wij andere professionals nodig hebben. Momenteel heerst er nog erg een domein- en diplomacultuur. Mensen hebben een hele lange leerschool achter de rug en kunnen daarom in een bepaald domein werkzaam zijn. Deze domeinen verschuiven. We hebben daarmee meer mensen met basisvaardigheden nodig die van daaruit snel kunnen leren bij nieuwe ontwikkelingen en zich hierop aan kunnen passen. Dit betekent een andere manier van leren en schakelen. Ten derde gaan we van het creëren van duidelijke domeinen waarin het ik-voor-ik regeert naar het creëren van saamhorigheid. De Raad van Toezicht zou deze samenhorigheid moeten uitstraling. Dit kan onder andere gedaan worden door het volgen van de volgende vier kleine wetten: 3

5 - ga de organisatie in: praat met cliënten en medewerkers; - ga de organisatie uit: praat met adherente omgeving en belanghouders; - gun jezelf experimenteerruimte: nieuwe vormen van toezien; - uiteindelijk draait het niet om producten of diensten verkopen, maar om waarde creëren voor de samenleving. Neem daarom als RvT bij eigen evaluatie de vraag op: Welke waarde hebben wij als Raad van Toezicht gecreëerd voor onze samenleving, voor onze organisatie en voor onze medewerkers in het afgelopen jaar?. 4

6

7 Voortgang NVTZ-regio Overijssel De deelnemers hebben aangegeven dat zij deze intercollegiale kennisdeling en het bespreken van nieuwe ontwikkelingen in de (governance van de) zorg zeer op prijs stellen. Ook werden ideeën als het vormen van communities of practice geopperd, eventueel ook met externe belanghebbenden (zoals gemeenten, inspectie en cliënten). In 2016 zullen opnieuw regiobijeenkomsten georganiseerd worden. We hopen u en uw collega s daar weer te treffen. De opmerkingen en wensen van de deelnemers die het evaluatieformulier hebben ingevuld geven daarvoor een mooie input. Dank daarvoor! Ideeën voor toekomstige regioactiviteiten blijven uiteraard zeer welkom. U kunt deze ideeën per sturen naar Lilian Kraan; Met vriendelijke groet, Lilian Kraan, regioambassadeur 1