Rooilijn. Amsterdam. Naoorlogse Leo Platvoet. top- of toblocatie. Woonlastenbeleid Wegblikken. De invloed van de. van een met planning

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Rooilijn. Amsterdam. Naoorlogse Leo Platvoet. top- of toblocatie. Woonlastenbeleid Wegblikken. De invloed van de. van een met planning"

Transcriptie

1 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 P. 1 Rooilijn Tijdschrift voor wetenschap en beleid in de ruimtelijke ordening Stelling Achtergrond Amsterdam Hypotheeklening Naoorlogse Leo Platvoet Van grondbeleid top- of toblocatie moeilijker in probleemwijken in naar ontwikkelbeleid gekleurde wijk Stockholm InBeeld Interview De invloed van de Vinexwijk Woonlastenbeleid Wegblikken Een haat-liefdeverhouding mondialisering op Carnisselande van een met planning volkswoningbouw voldoende hervormingskabinet in Ecuador aangehaakt?

2 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Colofon P. 2 Colofon Uitgever Rooilijn is een uitgave van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies van de Universiteit van Amsterdam. Bureauredactie en administratie Rooilijn Nieuwe Prinsengracht VZ Amsterdam Telefoon: Telefax: Internet: Kopij De redactie stelt spontane toezending van voorstellen voor artikelen op prijs. Auteursrichtlijnen treft u aan op of kunnen worden opgevraagd bij de bureauredactie. Advertenties Tarieven kunnen worden opgevraagd bij de bureauredactie Prijzen jaarabonnement ,50 euro voor particulieren 61,00 euro voor instellingen 24,50 euro voor studenten Prijs los nummer 6,75 euro exclusief verzendkosten Abonnementen worden jaarlijks stilzwijgend verlengd, tenzij uiterlijk vóór 1 november schriftelijk is opgezegd. Rooilijn Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Oplage: 1600 ISSN Redactie Marjolijn van der Klis (hoofdredactie), Marlies de Stigter (beeldredactie), Niels Al (penningmeester), Manuel Aalbers, Jelle Adamse, Raffael Argiolu, Wilma Bakker, Albertine van Diepen, Joram Grünfeld, Nadav Haran, Perry Hoetjes, Hilje van der Horst, Leonie Janssen-Jansen, Robert Kloosterman, Femke Kloppenburg, Anne M. Koeman, Melika Levelt, Sabine Meier, Stefan Metaal, Laurens Peijs, Karin Pfeffer, Fenne Pinkster, Maarten Rottschäfer, Hilde Schelfaut, Eva Stegmeijer, Onno Terpstra, Thijs Terpstra, Ineke Teijmant, Frans Thissen, Thijs Turel, Els Veldhuizen, Clementine Vooren, Michel van Wijk Rechten Auteurs en Universiteit van Amsterdam, Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies. Deze uitgave heeft geen commercieel oogmerk. Getracht is alle rechthebbenden te achterhalen. Diegenen die menen alsnog aanspraak te kunnen doen gelden worden verzocht contact op te nemen met de redactie. Artikelen uit Rooilijn mogen niet worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie. Ontwerp en productie LandofPlenty (Antoin Buissink) Fotografie Alle fotografie door Marcel Heemskerk met uitzondering van: Hypotheeklening moeilijker in gekleurde wijk: Manual Aalbers, Na-oorlogse probleemwijken in Stockholm: Wouter van Gent, InBeeld: Janneke Berendsen, De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador: Christien Klaufus, Vinexwijk Carnisselande voldoende aangehaakt?: Sake Zijlstra (p54 r.b. en r.o., p59). Drukwerk Dékavé, Alkmaar

3 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Redactioneel P. 3 Redactioneel Verbreding Dit jaar beleeft Rooilijn haar veertig jarig bestaan. Veertig jaar waarin Rooilijn uitgroeide van het mededelingenblad van de vakgroep Planologie van de Universiteit van Amsterdam tot haar huidige vorm. Een mooie reden om komend voorjaar in een speciaal nummer eens stil te staan bij veertig jaar vaderlandse ruimtelijk ordeningshistorie en een blik te werpen op de toekomst van ons vakgebied. Een gebeurtenis bij Rooilijn die voor mij persoonlijk van bijzonder belang is, is mijn eigen afscheid als hoofdredacteur na dit eerste nummer van In het afgelopen jaar heb ik binnen de redactie de verantwoordelijkheid op mij genomen om als hoofdredacteur leiding te geven aan de veranderingen die wij ons als redactie ten doel hadden gesteld. Er stonden ons op dat moment veranderingen voor ogen in onder meer de werkwijze van de redactie, de variatie in artikelvormen en de frequentie en uiterlijke verschijning van Rooilijn. In de tweede helft van 2006 werden die veranderingen ook voor u als lezer zichtbaar in de vernieuwde Rooilijn. Nu deze veranderingen op de rails zijn gezet, is het voor mij tijd om me te richten op een andere wetenschappelijke bezigheid, het proefschrift. Helaas is er op dit moment nog geen nieuwe hoofdredacteur gevonden, maar dat zal ongetwijfeld een tijdelijke situatie zijn. Een belangrijk onderdeel van de vernieuwde Rooilijn die mijns inziens zeer interessant is om in de toekomstige periode voort te zetten, wordt gevormd door twee vormen van verbreding van de kijk op de ruimtelijke ordening. Een in het oog springende rubriek die we afgelopen jaar introduceerden is de katern InBeeld, waarmee we naast het schrijven over ruimtelijke ordening, het voor ons vakgebied zo belangrijke kijken een speciale plek hebben gegeven in Rooilijn. In samenwerking met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht biedt Rooilijn ruimte aan afstuderende studenten fotografie om vanuit hun vakgebied een breed spectrum aan onderwerpen binnen de ruimtelijke ordening te belichten. Daarnaast zie ik een belangrijke vorm van verbreding in de geografische reikwijdte van de binnen Rooilijn belichte case studies. In de context van mondialisering is het mooi dat lokale voorbeelden van ruimtelijke ordening uit alle windstreken, zowel uit westerse als niet-westerse landen, tot inspiratie kunnen zijn voor ons als vaderlandse specialisten. Ik hoop dat deze kanten van Rooilijn in de toekomst een belangrijke bijdrage zullen geven aan uw en mijn inspiratie als liefhebbers van ruimtelijke ordening. Marjolijn van der Klis Hoofdredacteur Rooilijn

4 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Inhoud P. 4 Inhoud 5 Stelling In stadswijken komen mensen vooruit, maar dat gaat nooit vanzelf. Leo Platvoet 54 Vinexwijk Carnisselande voldoende aangehaakt? Om een isolement voor de bewoners te voorkomen is een versterking van de 6 Achtergrond Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid Nieuwe kansen met nieuw instrumentarium, maar strategisch grondbeleid is bewust kiezen tussen actief of passief grondbeleid Jan Winsemius verbindingen met de stedelijke centra noodzakelijk Sake Zijlstra en Paul Stouten 60 Woonlastenbeleid van een hervormingskabinet Minister Dekker heeft de erfenis van 14 Amsterdam top- of toblocatie? Het beeld dat managers van het laatste kabinet Balkenende op het gebied van het woonlastenbeleid verwoord in een Visienota. Een volstrekt ongeschikte opmaat voor een zeer Amsterdam als vestigingslocatie in hun noodzakelijke fundamentele aanpak hoofd hebben, komt niet op alle punten van dit beleidsterrein Hugo Priemus overeen met objectieve criteria Frank Bruinsma en Piet Rietveld 22 Hypotheeklening moeilijker in gekleurde wijk Hypotheekverstrekkers proberen op 66 Interview Tot op de dag van vandaag heb ik een haat-liefdeverhouding met planning Interview met Ton Kreukels Edwin Buitelaar verschillende manieren hun risico te beperken. Ook de wijk of de postcode kan daarbij een rol spelen Manuel 70 Recensie Signalementen > Ruimtelijke ordening geordend Aalbers De belangrijkste planologische thema s 30 Naoorlogse probleemwijken in Stockholm Nederland kan leren van de Zweedse van dit moment komen op een leesbare manier aan de orde Evelien van Rij 71 Signalementen aanpak van naoorlogse probleemwijken Wouter van Gent 74 Column Momentum O. Naphta 34 InBeeld Wegblikken Janneke Berendsen 48 De invloed van de mondialisering op volkswoningbouw in Ecuador De grootschalige arbeidsmigratie naar het Westen heeft in Ecuador de lokale woningarchitectuur doen veranderen Christien Klaufus

5 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Stelling P. 5 Stelling Leo Platvoet In stadswijken komen mensen vooruit, maar dat gaat nooit vanzelf. De stad is een plek waar door de eeuwen heen gelukszoekers naar toe getrokken zijn. Weg van het platteland, op de vlucht voor honger, weg van een saai en voorspelbaar leven. Tegelijkertijd wordt de stad ook de rug toegekeerd. Eerst door de elite, later door gezinnen uit de middenklasse die een woning in het groen willen. Een stad zonder dynamiek, zonder het komen en gaan van mensen, is al snel geen stad meer. Het wordt een samenleving van gearriveerden die zich er in bekwaamt de boel nog verder aan te harken, de gekkigheid van straat te halen en de zelfkant van de samenleving uit te bannen. De stedelijke dynamiek vindt zijn biotoop in wat achterstands- of probleemwijken worden genoemd. Dáár vinden nieuwkomers met een laag inkomen een woning. Maar die instroom is de laatste veertig jaar fors veranderd. Naast de constante instroom van studenten hebben immigranten de steden gekleurd. Langzaam is het beeld gegroeid dat de gemiddelde Nederlander op het netvlies heeft gekregen. In de grote steden ballen de problemen zich samen. Vormen zich langzamerhand getto s, zijn er alleen nog witte en zwarte scholen, viert de Marokkaanse jeugdcriminaliteit hoogtij en lijkt de opmars van de fundamentalistische islam onstuitbaar. Maar klopt dit beeld? Het zijn mede de statistieken die aanleiding geven tot het gesomber over de stad en zijn achterstandswijken. Maar die statistieken zijn momentopnames. Het zijn foto s. Wie de film bekijkt, ziet heel iets anders. Mensen komen de stad binnen, maken carrière, worden geconfronteerd met andere leefstijlen, waarden en meningen, emanciperen zich en vertrekken vaak weer, veelal in latere levensfasen. De film toont ons de dynamische werkelijkheid achter de cijfers: de stad als emancipatiemachine. Vanzelf gaat dat echter niet. Er liggen bedreigingen op de loer. Eén zo n bedreiging is de lust van gemeentebestuurders en woningbouwcorporaties tot grootschalige en zeer kostbare herstructurering van naoorlogse woonwijken. Minder goedkope huurwoningen en meer koopwoningen moeten leiden tot een meer gemengde bevolking. Opvallend is dat sociaal-wetenschappelijk onderzoek wordt genegeerd waaruit blijkt dat menging nauwelijks helpt voor mensen die werkloos zijn en kinderen hebben die slecht op school meekomen omdat ze een taalachterstand hebben. De gebouwde omgeving is onschuldig als het gaat om het waarom van achterstanden. Voor het oplossen van hun problemen moet er geïnvesteerd worden in beter onderwijs en passende arbeid. Moeten bestaande netwerken niet doorgeknipt worden, maar juist ondersteund en gestimuleerd. Het investeren in sociale infrastructuur, onderwijs en werk is ongetwijfeld minder sexy dan in flonkerende nieuwbouw maar effectiever om mensen tot zelfontplooiing te brengen. De achterstandswijk wordt dan een vooruitgangswijk. Niet het putje van de woningmarkt er zal altijd een laagste punt zijn, hoe hard je ook wijken transformeert maar een startpunt. Uiteraard betekent dat niet dat leefbaarheid en woonkwaliteit in deze wijken veronachtzaamd moeten worden. Permanente aandacht voor onderhoud en verbetering zijn een eerste vereiste. Ook mensen met een laag inkomen hebben recht op een leefbare woonomgeving. Leo Platvoet is Eerste Kamerlid voor GroenLinks en mede-auteur van Amsterdam als emancipatiemachine.

6 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 6 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid Jan Winsemius

7 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 7 Achtergrond De nieuwe grondexploitatiewet, die vermoedelijk per 1 januari 2008 van kracht wordt, zal zorgen voor een betere positie voor gemeenten die zelf geen grond bezitten. De wetswijziging betekent niet dat gemeenten hun grondbeleid massaal moeten aanpassen. Eerder zouden gemeenten op een andere manier hun ontwikkelbeleid moeten gaan vormgeven. Na de oorlog werd in Nederland een actief gemeentelijke grondbeleid gevoerd met behulp van locatiesubsidies van de Rijksoverheid als maatstaf. Gemeenten droegen zorg voor de verwerving ontwikkeling en uitgifte van grond voor woningbouwlocaties. De risico s van de ontwikkeling waren beperkt, doordat grotendeels sprake was van een gesubsidieerd woningbouwprogramma. Bovendien was het grondexploitatierisico afgedekt door rijkssubsidies; tekorten en tegenvallers werden door het Rijk aangevuld en meevallers moesten worden terugbetaald. In de jaren negentig wilde het Rijk van deze subsidieverplichting af vanwege begrotingsoverwegingen. Tegelijk met het afschaffen van de locatiesubsidieregeling was er sprake van een omslag in het woningbouwprogramma. Voortaan moest minimaal zeventig procent in de vrije sector worden gebouwd. Na de slechte ervaringen met risicodragende grondexploitaties van begin jaren tachtig waren de Nederlandse gemeenten zeer terughoudend in het voortzetten van een actief grondbeleid. Dit betekende het begin van een periode waarin marktpartijen overal grond kochten met het doel daar ooit zelf te kunnen bouwen (zelfrealisatie of zelfuitvoering). Langdurige onderhandelingen tussen gemeenten en marktpartijen waren het gevolg. Met name bij de ontwikkeling van de VINEX bleek het instrumentarium van het zogenaamde kostenverhaal tekort te schieten. Bij het kostenverhaal gaat het om de mogelijkheid om kosten voor voorzieningen van openbaar nut, zoals de aanleg van openbare ruimte, te verhalen op diegenen die baat hebben bij die investeringen. Ervaringen met de VINEX zijn niet zonder gevolgen gebleven. Zo zijn er verschillende aanpassingen van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten (WVG) geweest om de positie van gemeenten op uitleglocaties te versterken. Ook streven gemeenten, onder invloed van die ervaringen, de laatste jaren weer steeds vaker naar een actief grondbeleid. De invoering van de grondexploitatiewet is de laatste wetswijziging die voorvloeit uit de ervaringen met de ontwikkeling van VINEX-locaties. Het kostenverhaal In de theorie wordt er een onderscheid gemaakt tussen actief en passief grondbeleid. Bij een actief grondbeleid verwerft de gemeente een locatie, maakt de grond bouw- en woonrijp en geeft deze uit. Bij een passief grondbeleid daarentegen, laat de gemeente de verwerving, ontwikkeling en uitgifte van de grond aan derden over. In de literatuur worden ook wel tussenvormen

8 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 8 beschreven, zoals het faciliterend grondbeleid, waarbij de gemeente de grond niet verwerft maar wel bepaalde activiteiten ontplooit om de private ontwikkeling te faciliteren. In de praktijk bestaan er talrijke tussenvormen tussen actief en passief. Die tussenvormen hangen samen met de manier waarop publieke en private partijen in de planontwikkeling en de grondontwikkeling samenwerken. Gemeenten zonder grond kunnen niet vertrouwen op het bestaande instrumentarium van kostenverhaal om de kosten voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut te verhalen op de ontwikkelende partij. Het probleem is dat het publiekrechtelijke instrument van de baatbelasting ronduit slecht functioneert. Het alternatief - de exploitatieovereenkomst - berust op vrijwilligheid. De grondeigenaar moet bereid zijn een overeenkomst aan te gaan. Wat vaak wordt vergeten is dat gemeenten niet kunnen worden gedwongen kosten te maken. Er is geen wet die gemeenten verplicht openbare ruimte aan te leggen als een private partij ergens een huis bouwt. De grondeigenaar die zich beroept op zijn zelfuitvoeringsrecht mag immers integraal uitvoeren, dus ook de openbare ruimte. Gemeenten zouden zich dan misschien ook minder druk moeten maken om het kostenverhaal en in de onderhandeling eerder moeten zeggen: zoek het maar uit. De gemeente is ook niet verplicht de openbare ruimte die de ontwikkelaar maakt over te nemen. Alleen bij de zogenaamde free-riders werkt deze strategie niet. Het gaat hier om grondeigenaren die maar een stukje van de locatie in eigendom hebben en wel willen ontwikkelen maar niet willen meewerken aan het kostenverhaal. Zij proberen te profiteren van andere partijen die de noodzakelijke openbare ruimte aanleggen om hun eigen ontwikkeling mogelijk te maken. De nieuwe grondexploitatiewet geeft gemeenten meer mogelijkheden om de kosten te verhalen op deze onwillige grondeigenaren. Ook in de relatie tot andere partijen dan de free-rider kan de wet een rol spelen doordat het kader waarbinnen gemeenten en marktpartijen onderhandelen zal wijzigen. Toch is het de vraag of er veel zal veranderen. Het probleem is eerder dat gemeenten in de praktijk vaak geen goede onderhandelaars zijn dan dat de instrumenten tekortschieten. De algemene conclusie is dat met de nieuwe grondexploitatiewet het kostenverhaal geen goed argument meer is om te kiezen voor een actief grondbeleid. Daar is tenminste één kanttekening bij te plaatsen. Straks is er namelijk sprake van een limitatieve opsomming van verhaalbare kosten. Als een bepaalde kostenpost niet op de lijst staat, is verhaal onmogelijk. Wanneer gemeenten kosten die niet in de lijst voorkomen, willen betalen uit de opbrengsten van locatieontwikkeling, is daar nog steeds een actief grondbeleid voor nodig. Daarbij blijft het natuurlijk een groot voordeel dat bij een actief grondbeleid niet eerst hoeft te worden onderhandeld. Thomas-theorema Een belangrijk argument vóór een actief grondbeleid is dat een gemeente zonder grond de ontwikkeling niet goed zou kunnen sturen. In mijn visie worden die sturingsmogelijkheden zonder grond vaak onderschat. In de praktijk kunnen gemeenten in een gedetailleerd bestemmingsplan vrij precies vastleggen wat er wel en niet mag worden gebouwd. De nieuwe welstandsregeling biedt de mogelijkheid om zeer precies de vereiste kwaliteiten vast te leggen. Gemeenten kunnen er zelfs voor kiezen die sturing direct zelf te organiseren door een supervisor aan te stellen. Er zijn ook beperkingen aan het zelfuitvoeringsrecht van de grondeigenaar. De zelfuitvoering moet geschieden in de door de gemeente gewenste vorm. Dat betekent bijvoorbeeld dat gemeenten eisen kunnen stellen aan de kwaliteit van het openbaar gebied die verder gaan dan hetgeen er in het bestemmingsplan en met de welstandsregeling kan worden geregeld. Het kan bijvoorbeeld gaan om kwaliteitseisen die samenhangen met het toekomstig beheer. Ook kan de gemeente aangeven wat het wenselijk volkshuisvestingsprogramma is. Er moet in dat geval wel sprake zijn van een gemeentelijk beleid op dit gebied. Het wordt bijvoorbeeld lastig ergens dertig procent sociale woningbouw voor te schrijven als dit verder nooit wordt gedaan in de gemeente.

9 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 9 In de praktijk gaat het niet zo zeer om de sturingsinstrumenten maar veel meer om de onderhandelingspositie van de gemeente ten opzichte van de grondeigenaar-ontwikkelaar. Wie zegt dat gemeenten zonder grond slechte sturingsmogelijkheden hebben, zegt eigenlijk dat een gemeente zonder grond een slechte onderhandelingspositie heeft. Wellicht is hier sprake van het zogenaamde Thomas-theorema: if men define situations as real, they are real in their consequences. De veronderstelling dat de onderhandelingspositie slecht is, is vaak voldoende om tot een slecht onderhandelingsresultaat te leiden. Vechten met één hand op de rug De feitelijke onderhandelingspositie is zo slecht nog niet. De grondeigenaar kan immers niets zonder de medewerking van de gemeente. Omgekeerd kan de gemeente wél zonder de medewerking van de grondeigenaar. Hierboven is al aangegeven wat de publiekrechtelijke sturingsmogelijkheden zijn. Een gemeente kan tegenover de zelfuitvoerder een afwachtende houding aannemen en zeggen: gaat u vooral uw gang, maak een plan. De gemeente hoeft in deze fase geen verplichtingen aan te gaan. De zelfuitvoerder moet kosten gaan maken zonder dat daar garanties tegenover staan. Deze strategie geeft direct het belangrijkste dilemma aan van de gemeentelijke onderhandelingspositie. De grootste troef is de mogelijkheid om niets te doen. Als die troef geheel kan worden uitgespeeld, is de onderhandelingspositie sterk. Politiek is dit lastig. De belangrijkste doelstelling is namelijk vaak tempo of actie. Het is niet eenvoudig om aan de gemeenteraad uit te leggen dat het bestuur haar doelstelling van tempo maken wil realiseren door in het onderhandelingstraject juist te weigeren iets te doen. Een bijkomend probleem is dat de grondeigenaar-zelfuitvoerder vaak geen haast heeft omdat hij een gratis of goedkope optie op de grond heeft. Onder het oude regime van de WVG was die optie voldoende om een zelfuitvoeringsrecht zeker te stellen. In de praktijk wordt de gemeente vaak nog geconfronteerd met optiehouders die onder dat oude regime vallen (De Wolf & Groetelaars, 2004). Opvallend is verder dat gemeenten in het algemeen het spel niet hard spelen. Marktpartijen doen er niet moeilijk over om rechtszaken tegen gemeenten aan te spannen. Andersom zijn gemeenten zeer terughoudend om de grondeigenaar-zelfuitvoerder hard aan te pakken. Gemeenten vechten vaak vrijwillig met één hand op de rug. De vooronderstelling dat de positie zwak is, speelt daarin een belangrijke rol. Voor een scherpe onderhandeling bij een passief grondbeleid is veel kennis van zaken nodig. Daar komt bij dat een scherp strategisch onderhandelingsspel lastig te spelen is in het nieuwe duale stelsel. Op het gebied van sturing biedt de wetswijziging extra mogelijkheden. Een belangrijke mogelijkheid is om in het bestemmingsplan woningbouwcategorieën vast te leggen. In het exploitatieplan kan voorts meer concreet worden aangegeven op welke plekken die financieringscategorieën moeten worden neergezet. Daarnaast biedt het exploitatieplan de mogelijkheid om eisen te stellen ten aanzien van de kwaliteit van de openbare ruimte en de planning en fasering meer concreet uit te werken. Daarmee wordt het ook veel eenvoudiger om de eisen en randvoorwaarden van de gemeente te concretiseren. Onteigening en voorkeursrecht Ook het instrumentarium voor het actieve grondbeleid heeft zijn beperkingen. Het belangrijkste is dat het met de onteigeningswet en het voorkeursrecht in de hand nog steeds niet met zekerheid mogelijk is om als gemeente grondeigenaar te worden. Iemand die bereid en in staat is zelf volgens het bestemmingsplan te bouwen kan niet worden onteigend. Dit betekent dat gemeenten worden teruggeworpen op een passief grondbeleid en het bijbehorende instrumentarium van sturing en kostenverhaal. Een tweede bezwaar van de onteigeningswet is dat het niet mogelijk is snel grond te verwerven. Dat betekent dat het machtsmiddel van de onteigening tegen de deadline aan niet goed kan worden ingezet. Onteigening is altijd een slecht functionerend instrument als tempo maken het doel is. Dankzij een amendement wordt de grondexploitatie-

10 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 10 wet aangepast en met de invoering van de wet zal ook sprake zijn van een wijziging in de onteigeningswet. In theorie is onteigening hierdoor sneller mogelijk. De praktijk zal moeten uitwijzen of het ook zo werkt. Een probleem bij het voorkeursrecht is dat partijen die een optie hebben die nog dateert van voor de wijziging van de WVG eigenlijk een gratis zelfuitvoeringsrecht hebben. Een tweede probleem is dat een gemeente die een voorkeursrecht vestigt juridisch beschouwd een recht vestigt dat gericht is op het verwerven van grond. Praktisch willen gemeenten hiermee echter meestal voorlopig juist geen grond verwerven. Ze willen de situatie op een locatie bevriezen. Wanneer eigenaren grond te koop aanbieden aan derden moet de gemeente haar voorkeursrecht gaan effectueren, terwijl zij eigenlijk nog niet wilde kopen. Een derde probleem is de periode waarvoor het voorkeursrecht kan worden ingezet. Die periode is beperkt terwijl de ontwikkeling van een grote locatie zeer lang duurt. Weliswaar kan de periode steeds worden verlengd wanneer het plan verder wordt gebracht maar zoals eerder gezegd, kan het strategisch belang van de gemeente juist zijn om het plan niet verder te brengen. Strategisch zijn er dan ook verschillende situaties denkbaar waarin het verstandiger is om helemaal geen voorkeursrecht te vestigen. De beperkingen van het instrumentarium van onteigening en voorkeursrecht leveren niet automatisch argumenten voor een passief grondbeleid. Wel zullen gemeenten soms noodgedwongen een passief grondbeleid moeten voeren. De beperkingen van de wet maken het immers niet altijd mogelijk voor de gemeenten om de grond ook daadwerkelijk te verwerven. Baatafroming Een belangrijke reden om de voorkeur te geven aan een actief grondbeleid is dat grondeigendom de mogelijkheid geeft om mee te delen in de winst op de locatieontwikkeling. Echter, er ontbreekt een instrument om een dergelijke baatafroming voor de gemeente zonder grond te garanderen want het kostenverhaal geeft alleen de mogelijkheid kosten in rekening te brengen. De nieuwe grondexploitatiewet verandert niets aan dit principe. Toch krijgen gemeenten in de nieuwe wet wel de mogelijkheid om zonder grond toch te profiteren van de winstgevendheid van een plan. Bij de behandeling van de wet is namelijk een wetsartikel toegevoegd over bovenplanse verevening. De grondexploitatiewet biedt daarmee de mogelijkheid kosten die buiten het plangebied worden gemaakt te verhalen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om groenontwikkeling naast het plangebied. De redenering achter deze verevening is onder andere dat het zonder die regeling nodig zou zijn om kunstmatig verschillende plannen onder één grondexploitatie te brengen, omdat dit de enige mogelijkheid is om te komen tot één kostenverhaal. Het praktische gevolg is dat het mogelijk wordt gemaakt kosten die elders, buiten het plangebied, worden gemaakt, te verhalen. Deze mogelijkheid hangt in de praktijk veel meer samen met de winstpotentie van het betreffende plan dan met de kosten van de bovenplanse investeringen. Voor het eerst wordt op deze manier een mogelijkheid geschapen om als gemeente te delen in de baten van een locatie. Het is nog afwachten hoe deze regel in de praktijk zal uitwerken en welke mogelijkheden gemeenten hierdoor precies krijgen. Risico s, kennis en capaciteit Belangrijke inhoudelijke argumenten in de afweging voor een actief of passief grondbeleid zijn de risico s van de grondexploitatie en de kennis en capaciteit die de gemeenten hebben om een grondexploitatie tot een goed einde te brengen. De redenering is in het algemeen dat een actief grondbeleid risicovol is en gemeenten onvoldoende de kennis en capaciteit hebben om zo n grondexploitatie tot een goed einde te brengen. Deze redenering is op zijn minst dubieus te noemen. Het is altijd lastig als buitenstaander een beeld te krijgen van de resultaten van grondexploitaties. Mijn indruk is dat, als er nieuws naar buiten komt over verliesgevende grondexploitaties op VINEX-locaties, het vaker gaat over locaties waar gemeenten geen actief grondbeleid voerden en waar sprake is van een publiekprivate grondexploitatiemaatschappij. Een gemeente met grond kan heel goed de risico s afwentelen op

11 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 11 marktpartijen, bijvoorbeeld door de marktpartijen in concurrentie een aanbieding te laten doen voor de ontwikkeling van de locatie. Een gemeente zonder grond die bijvoorbeeld deelneemt in een publiek-private samenwerking heeft het veel moeilijker. Deze gemeente heeft niet alle zeggenschap maar wel een belangrijk deel van de risico s. De belangen van de partners kunnen strijdig zijn met de risicobeheersing van de gemeente. In het algemeen wordt aangegeven dat het voeren van een actief grondbeleid risicovol is. Grondverwerving, planontwikkeling en grondontwikkelingen brengen kosten met zich mee die later moeten worden terugverdient. Daar valt tegen in te brengen dat de gemeente als grondeigenaar alle mogelijkheden heeft zelf te sturen op risicobeperking. Bovendien heeft de gemeente als grondeigenaar de vrijheid om marktpartijen te selecteren op de mate waarin zij bereid zijn risico s van de gemeente over te nemen. Bij een passief grondbeleid heeft de gemeente steeds het grote risico dat zij wordt geconfronteerd met een marktpartij die zij nooit zelf op objectieve gronden zou selecteren, met alle gevolgen van dien. De wetswijzigingen betekenen vooral een versterking voor de positie van de gemeente zonder grond. Het kostenverhaal functioneert, als het goed is, straks goed. De bovenplanse verevening maakt het gemeenten mogelijk te profiteren van de opbrengsten van winstgevende locaties door kosten van verliesgevende locaties daarop af te wentelen. In theorie wordt het mogelijk zonder grond ook meer op het tempo van de ontwikkeling te sturen. In het exploitatieplan dat in het kader van de grondexploitatiewet wordt opgesteld, kan namelijk een planning worden opgenomen. Daaraan is een versnelde onteigeningsprocedure gekoppeld. Daarmee wijzen alle wijzigingen in de wet één kant op, namelijk naar een versterking van het passieve grondbeleid. Dat betekent echter niet dat na de wetswijziging alle gemeenten ineens zullen kiezen voor een passief grondbeleid. De wetswijzigingen veranderen niets aan de voordelen van een actief grondbeleid. Ook na de wetswijziging is het nog steeds makkelijker om een ontwikkeling te sturen als grondeigenaar. Een groot voordeel is dat gemeenten hun ontwikkelpartners zelf in concurrentie kunnen selecteren. Daarbij is het nog steeds zo dat het tempo met grond beter te bepalen is dan zonder grond. Samenwerken met marktpartijen De kern van een gemeentelijke nota is vaak dat de gemeente zelf de grond voor een locatie wil verwerven. Echter, er wordt meestal weinig tot niets gezegd over de daarop volgende strategie. Ook bij een actief grondbeleid zal de gemeente immers op enig moment een marktpartij moeten betrekken bij de ontwikkeling of in ieder geval bij de uitvoering. De belangrijke keuzes van een gemeente zijn op welk moment, op welke manier en voor welke periode die marktpartij wordt betrokken. Werkt de gemeente eerst het plan zelf uit om vervolgens een selectie te organiseren, selecteert de gemeente een marktpartij om gezamenlijk een plan uit te werken, of vraagt de gemeenten aan marktpartijen in concurrentie een plan op te stellen? Wordt een marktpartij geselecteerd voor een meerjarige samenwerking rond de ontwikkeling van een grootschalige locatie, of wordt de locatie opgeknipt om selecties voor deelgebieden te organiseren? Wordt de selectie zo vroeg mogelijk in het planproces georganiseerd, of zo laat mogelijk? Dit zijn allemaal mogelijke uitwerkingen van een actief grondbeleid die principieel sterk verschillen. De keuze op deze onderwerpen is strategisch van zeer groot belang. Een meerjarige samenwerking committeert marktpartijen niet vanzelfsprekend aan de kwaliteit van een plan. Het is net zo goed mogelijk dat een meerjarige samenwerking de concurrentie jarenlang uitschakelt. Het is opvallend dat een strategische beschouwing over dergelijke principiële vragen in de gemeentelijke nota s ontbreekt. Als er op in wordt gegaan, worden bestaande samenwerkingsmodellen beschreven, wat de merites van die samenwerkingsmodellen zijn en waar de voorkeur naar uitgaat. Het probleem is dat op die manier het beleid vooral in algemeenheden wordt uitgedrukt.

12 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 12 Een gemeentelijke grondexploitatie wordt als risicovoller aangeduid dan een private grondexploitatie omdat de gemeente zelf de investeringsrisico s draagt. Bij een publiek private samenwerking worden de risico s gedeeld en bij een private exploitatie liggen de risico s meer bij de private partij. Zoals bij de vergelijking tussen actief en passief grondbeleid al is aangegeven, is dit in de praktijk veel te kort door de bocht. In veel gevallen zal de risicoanalyse juist omgekeerd kunnen uitvallen. De werkelijke risico s zijn niet afhankelijk van het model maar van de inhoud van de afspraken binnen dat model. Naar een ontwikkelbeleid Gemeenten zouden hun nota grondbeleid moeten uitbreiden met een visie op het ontwikkelbeleid. Daarin dienen zij aan te geven volgens welke criteria partijen worden geselecteerd als de gemeente de grond in handen heeft. Ook zou erin moeten staan hoe de selectie plaatsvindt, welke garanties worden verwacht en wat de samenwerkingsvorm is die de gemeente voorstaat. Die ontwikkelstrategie is afhankelijk van het type locatie. Voor bepaalde locaties ligt een publiek-private samenwerking misschien voor de hand maar voor andere locaties niet. Gemeenten kiezen op verschillende locaties voor verschillende strategieën van verwerving en selectie. De nota s grondbeleid van gemeenten die een actief grondbeleid nastreven zouden ook een ontwikkelbeleid moeten bevatten voor het geval de verwerving niet lukt. Zo weet niet alleen de gemeente van te voren wat haar strategie in dat geval is maar ook de zelfuitvoerder weet wat de gemeente van hem verwacht. Nu moeten de oplossingen voor het geval de verwerving is mislukt vaak ad hoc worden gezocht. Deze overwegingen leiden tot de conclusie dat een nota grondbeleid en ontwikkelbeleid bij uitstek van belang is voor gemeenten die geen actief grondbeleid voeren. Juist bij een passief grondbeleid is het van belang scherp uit te werken op welke manier de gemeente haar doelstellingen gaat realiseren. Rond het thema van het gemeentelijk ontwikkelbeleid zou ook veel meer kennisontwikkeling en kennisuitwisseling tussen gemeenten moeten plaatsvinden. Alleen op die manieren zal de kennis ontstaan om van de gemeentelijk nota grondbeleid daadwerkelijk een instrument voor het ontwikkelingsbeleid te maken. Het is verbazingwekkend dat gemeenten samenwerkingen met en selecties van marktpartijen steeds weer ad hoc organiseren. Als het gaat om de verhouding tussen gemeenten en marktpartijen betekenen de wetswijzigingen, in het bijzonder dankzij de aangenomen amendementen, een versterking van de positie van de gemeenten. Die positie was overigens in mijn visie al veel sterker dan gemeenten vaak zelf dachten. Het instrumentarium was niet het grootste probleem. Het probleem is dat gemeenten de instrumenten vaak niet gebruiken. Wellicht biedt de huidige verbetering van het instrumentarium het zelfvertrouwen om de mogelijkheden ook daadwerkelijk te gaan benutten. Hoewel de wetswijzigingen vooral gevolgen hebben voor de positie van de passief opererende gemeente, blijft ook in de toekomst een actief grondbeleid op verschillende punten voordelen hebben. Wat dat betreft is niet te verwachten dat na de wetswijziging een grote omslag zal plaatsvinden. Uitdaging voor gemeenten Een belangrijke opgave voor gemeenten is om de stap te maken van een grondbeleid naar een ontwikkelbeleid. Het theoretisch onderscheid tussen actief en passief grondbeleid voldoet niet meer. Ook het toevoegen van een tussenvorm als facilitair grondbeleid en mogelijk nieuwe tussenvormen is onvoldoende. Het grondbeleid krijgt in toenemende mate vorm in de selectie van en de samenwerking met marktpartijen. Nota s grondbeleid zouden dieper in moeten gaan op de principiële beleidskeuzen die hiermee samenhangen. Het nieuwe instrumentarium van gemeenten betekent ook dat er per locatie een grondbeleid en ontwikkelbeleid dient te worden opgesteld dat specifiek aansluit bij die locatie. In de toekomst lijkt

13 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Van grondbeleid naar ontwikkelbeleid P. 13 het niet waarschijnlijk dat sommige gemeenten altijd een actief grondbeleid en anderen altijd een passief grondbeleid zullen voeren. Gemeenten moeten vooraf bedenken in welke context een actief grondbeleid van belang is en in welke context een passief grondbeleid de voorkeur heeft. Op dezelfde manier zal afhankelijk van de specifieke ontwikkelopgave moeten worden bedacht wat de beste samenwerkingsvorm is. Er zal veel meer differentiatie ontstaan in de uitwerking van het grondbeleid afhankelijk van de kenmerken van de locatie en de opgave zowel tussen als binnen gemeenten. Op die manier geeft een gemeentebestuur vooraf helderheid aan de gemeenteraad en aan marktpartijen over de strategie als zij geen grond heeft aangekocht en over de selectiemethode en samenwerking mocht zij de grond wel hebben verworven. Als er nog een noodzaak is voor uitbreiding van het instrumentarium van grondbeleid hangt dit samen met toekomstige opgaven, zoals de transformatie van het landelijk gebied. Op verschillende plekken bestaat er nu al een noodzaak om te komen tot een ander beheer van het landelijk gebied omdat landbouw verdwijnt. De nieuwe wetgeving is eigenlijk nog toegesneden op de opgaven van gisteren. Het is de vraag of die instrumenten ook voldoen voor de opgaven van morgen. Met de mogelijkheid van bovenplanse verevening is wel een handreiking gedaan aan de transformatie van het landelijk gebied maar het is de vraag of dat instrument voldoende is. Jan Winsemius is vennoot bij Bureau Middelkoop. Literatuur Wolff, H.W. de & D.A.Groetelaers (2004) Grondposities voor wijziging Wet voorkeursrecht gemeenten. Analyse van optie- en koopovereenkomsten, Onderzoeksinstituut OTB, Delft

14 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 14 Frank Bruinsma en Piet Rietveld Amsterdam top- of toblocatie?

15 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 15 De Zuidas in Amsterdam moet zich ontwikkelen tot een internationale vestigingslocatie voor Europese hoofdkantoren van wereldwijd opererende bedrijven. Tot nu toe heeft zich echter nog geen enkel buitenlands bedrijf met zijn Europese hoofdkantoor gemeld. Dit doet de vraag rijzen wat de internationale concurrentiepositie van Amsterdam is. In hoeverre komen de objectieve metingen overeen met de inschattingen van managers? De Europese economieën hebben, met de gebruikelijk ups en downs, sinds de Tweede Wereldoorlog een sterke groei meegemaakt. De Nederlandse economie vormt daarop geen uitzondering. Na een oriëntatie op de wederopbouw van het eigen land hebben de overheid en het bedrijfsleven meer oog gekregen voor economische ontwikkelingen over de landsgrenzen heen. De toenemende globalisering heeft er toe geleid dat bedrijven steeds meer internationaal zijn gaan opereren, hoewel veel overheden nog steeds moeite doen om hun eigen markt af te schermen tegen buitenlandse toetreders. Om Europa sterker te maken tegen de handelsblokken uit Azië en Midden-Amerika hebben de landen besloten tot het instellen van één Europees marktgebied in Uit vrees voor Fortress Europe trachtten veel niet-europese ondernemingen in die tijd een Europees hoofdkwartier of distributiecentrum te vestigen in één van de landen die deel uitmaakten van deze grote interne Europese markt om zo deze markt te kunnen (blijven) bedienen. Veel nationale, regionale en lokale overheden keken begerig uit naar de komst van dergelijke Europese hoofdkantoren en distributiecentra. Ze zouden een nieuwe impuls geven aan de nationale dan wel regionale economie. In deze periode rond het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstonden dan ook de ranglijstjes van steden die het meest geschikt waren als vestigingsplaats voor dergelijke Europese hoofdkantoren en distributiecentra van niet-europese bedrijven. De meest bekende hiervan is de European real estate monitor (later European cities monitor) van Healey & Baker (later Cushman & Wakefield Healey & Baker) die vanaf 1990 jaarlijks is verschenen. Voor deze monitor worden jaarlijks managers van meer dan vijfhonderd internationale ondernemingen geïnterviewd over de aantrekkelijkheid van de belangrijkste Europese steden als vestigingsplaats. Naast deze sterk commercieel georiënteerde studies verschenen in deze periode ook meer wetenschappelijke analyses naar de concurrentiekracht van Europese stedelijke regio s. Een bekend voorbeeld is de studie van Brunet Les

16 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 16 Villes Européennes uit1989. Hierin werd de Blue Banana geschetst: het Europese kerngebied dat van Londen over de Randstad, het Ruhrgebied en München naar Milaan loopt. In 1991 was ook een themanummer van het Geografisch Tijdschrift aan Europese steden gewijd. De aandacht voor de concurrentiekracht van Europese steden is in de afgelopen jaren weliswaar wat geluwd, maar op meer dan incidentele basis vinden nog steeds onderzoeken plaats; partieel, bijvoorbeeld naar de ligging van steden in de trans Europese infrastructuurnetwerken, of integraal. In 2004 hebben Manshanden e.a. onderzoek verricht naar de positie van Randstad Holland in de top-20 van Europese stedelijke regio s. Dit artikel is gericht op de positie van Amsterdam in het bijzonder. Vanuit twee invalshoeken zal de positie van Amsterdam aan bod komen. In de eerste plaats zal gekeken worden hoe managers van internationale ondernemingen over Amsterdam als vestigingsplaats denken. Zij besluiten immers om hun bedrijf al dan niet in Amsterdam te vestigen. Zowel de relatieve positie van Amsterdam voor een aantal vestigingsfactoren als het belang dat de managers aan deze factoren hechten zal aan de orde komen. De tweede invalshoek is meer objectief: cijfermatig wordt nagegaan hoe Amsterdam zich verhoudt tot de andere Europese steden. Amsterdam volgens managers Door de tijd heen staat Amsterdam op een vijfde plaats in de overall ranking hitlijst van het onderzoek van Healey & Baker, achter respectievelijk Londen, Parijs, Frankfurt en Brussel. Hoewel op respectabele afstand van Londen, Parijs Tabel 1: Ontwikkeling relatieve positie van Amsterdam als aantrekkelijke locatie voor internationaal georiënteerde bedrijven (op basis van top 15 uit 2005) London 0,81 0,93 1,05 0,99 1,03 0,91 0,87 Parijs 0,76 0,73 0,80 0,66 0,67 0,64 0,60 Frankfurt 0,64 0,67 0,64 0,50 0,50 0,39 0,33 Brussels 0,52 0,46 0,47 0,34 0,35 0,29 0,30 Barcelona 0,23 0,22 0,24 0,20 0,21 0,24 0,28 Amsterdam 0,44 0,40 0,35 0,28 0,33 0,28 0,24 Madrid 0,19 0,19 0,21 0,15 0,17 0,22 0,24 Berlijn 0,19 0,20 0,17 0,10 0,13 0,17 0,19 München 0,21 0,19 0,18 0,14 0,15 0,14 0,18 Zürich 0,30 0,29 0,25 0,17 0,17 0,14 0,18 Milaan 0,24 0,23 0,21 0,16 0,15 0,16 0,15 Dublin ,10 0,17 0,12 0,14 Praag 0,08 0,16 0,16 0,06 0,05 0,09 0,14 Lissabon 0,19 0,24 0,15 0,11 0,11 0,10 0,12 Manchester 0,21 0,28 0,18 0,13 0,11 0,11 0,12 Bron Healey & Baker, Cushman & Wakefield

17 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 17 Tabel 2: Positie van Amsterdam naar rangorde voor verschillende vestigingsplaatsfactoren Toegang tot markten/klanten Telecommunicatie infrastructuur Interne transportinfrastructuur Externe transportinfrastructuur Beschikbaarheid kantoorruimte Prijs-kwaliteitverhouding kantoren Arbeidskosten Beschikbaarheid personeel 6 9 Talenkennis Woonklimaat Milieukwaliteit Overheidsbeleid Bron Healey & Baker, Cushman & Wakefield De bevindingen uit tabel 2 krijgen gewicht door de vragen over het belang dat de ondernemers hechten aan de betreffende vestigingsfactoren (zie tabel 3). Duidelijk is dat de managers van internationale ondernemingen door de tijd heen veel belang hechten aan de toegankelijkheid van de markt, de externe bereikbaarheid en de telecommunicatie-infrastructuur. Juist op deze punten scoort Amsterdam relatief goed. Dit verklaart de vijfde plaats in de overall ranking. Duidelijk is ook dat Amsterdam in 2005 een lagere beoordeling heeft ontvangen op een aantal vestigingsen Frankfurt, voorwaar een eervolle plaats voor steden als Barcelona, Madrid, Berlijn, München en Milaan om maar eens een paar andere belangrijke Europese steden te noemen. De situatie verslechtert echter in de loop der tijd indien gekeken wordt naar de gewogen score. In 2005 wordt Amsterdam voor het eerst ingehaald door Barcelona en staat dat jaar met Madrid op een gedeelde zesde plaats (tabel 1). Is er reden voor zorg? Het leuke van het Healey & Baker onderzoek is dat sinds 1990 slechts weinig in de vragenlijst veranderd is. Op basis van tijdsreeksen kan daarom nagegaan worden hoe Amsterdam zich op basis van een groot aantal vestigingsfactoren gepositioneerd heeft in het internationale krachtenveld. In tabel 2 staat voor de onderscheiden vestigingsplaatsfactoren de positie van Amsterdam in de rangorde van belangrijke Europese steden weergegeven. Amsterdam scoort goed voor de factoren talenkennis, externe bereikbaarheid en het gevoerde overheidsbeleid (belastingklimaat financiële regelingen). Op het gebied van de beschikbaarheid en prijs/kwaliteitverhouding van kantoorruimte lijkt Amsterdam echter terrein te verliezen. Verder blijkt niet zo zeer de beschikbaarheid van geschikt personeel als wel het hoge loonniveau in Amsterdam een probleem. Opvallend is dat in 2005 opeens een relatief sterke terugval waarneembaar is in de waardering van zowel het overheidsbeleid als het woon- en leefklimaat. Wat zou hier achter zitten? Het is niet uitgesloten dat Nederland na de moorden op Fortuyn en Van Gogh een andere plaats in de mental map van Europese managers heeft gekregen en dat dit weerspiegeld wordt in lagere scores op dit terrein. Overigens komen ook steden als Londen, Parijs, Brussel en Madrid regelmatig op een negatieve manier in het nieuws; maar het is niet onmogelijk dat we hier factoren op het spoor zijn op het terrein van cultuur en sociale veiligheid die uiteindelijk hun invloed hebben op locatiebeslissingen van internationaal georiënteerde bedrijven. Hoe blijvend dit soort incidenten van invloed zijn op de beeldvorming kan nog niet worden vastgesteld.

18 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 18 Tabel 3: Belang van locatiefactoren voor ondernemers Toegang tot markten/klanten Telecommunicatie infrastructuur Interne transportinfrastructuur Externe transportinfrastructuur Beschikbaarheid kantoorruimte Prijs-kwaliteitverhouding kantoren Arbeidskosten Beschikbaarheid personeel Talenkennis Woonklimaat Milieukwaliteit Overheidsbeleid Bron Healey & Baker, Cushman & Wakefield factoren die weliswaar minder belangrijk worden gevonden maar toch het verlies van een positie kunnen verklaren. De enige factor van gewicht waar Amsterdam echt matig op scoort is de arbeidsmarkt. Gelukkig voor Amsterdam hechten managers minder belang aan de arbeidskosten dan aan de beschikbaarheid van arbeid. Het is juist het hoge loonniveau dat Amsterdam opbreekt. Voor een goede analyse van de Amsterdamse positie is het ook belangrijk om na te gaan wat de naaste concurrenten op de ranglijsten zijn en hoe die het doen. Is het verzwakken van de positie bijvoorbeeld simpelweg het gevolg van de opkomst van Zuid-Europese steden en daalt Amsterdam terwijl de rest stijgt? Allereerst blijkt dat afgezien van Londen, ook andere steden zoals Parijs, Frankfurt en Brussel systematisch dalen (zie tabel 1). De relatieve concurrentiepositie ten opzichte van deze steden is dus niet sterk veranderd. Daar staat tegenover dat Madrid en Barcelona een stijgende trend vertonen. Dit zijn echter steden die gezien hun locatie minder als directe concurrent van Amsterdam kunnen worden gezien. Toch blijft over dat meer nabijgelegen concurrenten zoals Berlijn en München nu een meer vergelijkbare impactscore behalen en het in relatieve zin dan ook beter hebben gedaan dan Amsterdam. Er is in de periode echter ook een aantal naaste concurrenten van Amsterdam uit de top-15 weggevallen. In 1990 en 1992 behoorden Hamburg en Glasgow er nog toe, daarna niet meer. In 1996 had Düsseldorf voor het laatst een plek bij de beste vijftien. Genève raakte haar plek in deze groep in 2005 kwijt toen Praag de top juist binnendrong. In de periode daarvoor waren ook al andere nieuwkomers in de top gekomen. Tussen 1990 en 1994 kwamen Lissabon, Madrid en München er voor het eerst in terecht. Door het gunstige fiscale klimaat, verscheen in 1996 ook Dublin in de kopgroep van vijftien. Met betrekking tot de concurrentiepositie van Amsterdam zijn vooral het afzakken van nabijgelegen steden als Hamburg en Düsseldorf in de beginperiode en de opkomst van München en recent ook Praag relevant. Amsterdams positie in de statistiek Manshanden e.a. (2004) hebben onderzoek verricht naar de top-20 van Europese verstedelijkte regio s in de periode Amsterdam maakt hierin onderdeel uit van de Randstad Holland. Zoals bij alle vergelijkende studies werden de auteurs geconfronteerd met verschillende ruimtelijke schaalniveau s. Voor alle 20 onderzochte gebieden konden zij vergelijkbare regionale data verzamelen; voor een groot aantal regio s slaagden zij

19 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 19 Tabel 4: De ranking van Amsterdam in twee studies op basis van vergelijkbare indicatoren Healey & Baker, Cushman & Wakefield (2005) Manshanden et al. (2004) Indicator Rang Indicator Rang Toegang tot markten 6 Bevolking binnen 5 uur reizen via weg (2001) 4 Bevolking binnen 5 uur reizen via spoor (2001) 4 Bevolking binnen 5 uur reizen via lucht (2001) 4 Telecommunicatie infra. 9 Internetverkeer (2004) 2 Interne transportinfra. 12 Dichtheid snelwegennet in m/km2 (2003) 3 Dichtheid spoorwegennet in m/km2 (2003) 10 Externe transportinfra. 4 Passagiersverkeer luchthavens (2003) 4 Groei passagiersverkeer Groei passagiersverkeer Beschikbaarheid kantoren 16 Gemiddelde huurprijzen Prijs-kwaliteit kantoren 16 Gemiddelde leegstand Ontwikkeling huurprijzen Arbeidskosten 17 Ontwikkeling arbeidsvolume Beschikbaarheid personeel 9 Aandeel hoog opgeleiden Talenkennis 3 Arbeidsproductiviteit Ontwikkeling arbeidsproductiviteit Woonklimaat Milieukwaliteit Overheidsbeleid Bron: bewerking Healey & Baker, Cushman & Wakefield (2005) en Manshanden e.a. (2004) erin deze data uit te splitsen naar stad en omgeving. In dit artikel wordt gebruik gemaakt van gegevens op het niveau van de regio. De reden hiervoor is dat steden meegenomen kunnen worden die in de kwalitatieve analyse sterk opkwamen, zoals Barcelona en Madrid waarvoor op het stedelijk niveau veelal de data ontbreken. Dit heeft wel tot gevolg dat de cijfers voor de Randstad veelal ongunstiger zijn dan voor Amsterdam zelf. In vergelijking met de kwalitatieve analyse zijn in de studie van Manshanden e.a. (2004) Zürich en Praag niet in beschouwing genomen. Wij hebben het Ruhrgebied en Hamburg uit de studie van Manshanden e.a. (2004) als nabijgelegen concurrenten opgenomen. Rome, Stockholm, Kopenhagen, Wenen en Lyon zijn niet meegenomen aangezien het geen directe concurrenten van Amsterdam zijn. In de studie van Manshanden e.a. (2004) is gezocht naar data die over nagenoeg dezelfde indicatoren informatie verschaffen als in de kwalitatieve analyse van Healey & Baker, Cushman & Wakefield (2005). Vervolgens zijn alle resultaten van de studie van Manshanden e.a. omgezet naar rangordes om de data vergelijkbaar te maken met de studie van Healey & Baker, Cushman & Wakefield. Dit levert een schat aan informatie op die hier niet volledig kan worden weergegeven. Tabel 4 geeft alleen een overzicht van gerelateerde indicatoren en de ranking van Amsterdam voor de betreffende indicatoren. Omdat Manshanden e.a. gebruik maken van data op regionaal niveau en met name woonklimaat en milieukwaliteit zeer lokaal kunnen verschillen, hebben zij voor deze aspecten en overheidsbeleid - geen indicatoren opgenomen. Mental map In hoeverre is de perceptie van de managers van internationale ondernemingen in Europa met betrekking tot de concurrentiekracht van Amsterdam in overeenstemming met de harde feiten? Voor de door managers belangrijk geachte

20 Jg. 40 / Nr. 1 / 2007 Amsterdam top- of toblocatie? P. 20 locatiefactoren als toegang tot markten/ klanten en externe infrastructuur (zie tabel 3) geldt dat zij daar een goed beeld van hebben. Er is niet expliciet gekeken naar de goederenstromen via de zeehavens. Gezien de ligging van Rotterdam in de Randstad zou echter ook op dit punt een hoge ranking behaald zijn. Voor andere belangrijk geachte factoren zoals telecommunicatie infrastructuur en beschikbaarheid personeel konden in de studie van Manshanden e.a. minder goed vergelijkbare indicatoren gevonden worden. Het internetverkeer geeft natuurlijk maar een beperkt beeld van de geschiktheid van de telecommunicatieinfrastructuur. De beschikbaarheid van personeel zou mogelijk terug te vinden zijn in de ontwikkeling van het arbeidsvolume en het aandeel hoogopgeleiden. De Randstad en dus ook Amsterdam scoren beter op deze punten dan de managers aangaven. Van gemiddeld belang worden de arbeidskosten en de kantorenmarktindicatoren geacht. De managers geven aan dat Amsterdam relatief laag scoort voor deze indicatoren. Hier kan een aantal opmerkingen bij geplaatst worden. De arbeidskosten in Nederland zijn hoog maar de arbeidsproductiviteit in de Randstad ligt beduidend hoger dan in de Zuid-Europese steden. Zij is echter weer aan de magere kant in vergelijking tot andere Noordwest- Europese steden zoals Parijs, München, Frankfurt, Dublin, Hamburg en Londen. Dit kan de lage score van Amsterdam voor arbeidskosten verklaren. Ten slotte de kantorenmarktindicatoren. De managers geven Amsterdam ook hier een relatief lage ranking. Qua huurprijzen en de ontwikkeling daarin scoort Amsterdam echter gemiddeld. De huurprijzen liggen beduidend lager dan in Londen, Parijs en Frankfurt, maar weer net wat hoger dan in nabijgelegen concurrerende steden als Brussel, Berlijn en Düsseldorf. Wat betreft leegstand, gemeten als percentage van het totaal verhuurbare oppervlak, heeft Amsterdam nog relatief veel meters in de aanbieding. Met de ontwikkeling van de Zuidas neemt de hoeveelheid kantooroppervlak nog verder toe. Om deze meters gevuld te krijgen zal de Zuidas onderscheidend moeten zijn wat betreft kwaliteit. Bovendien zal de ruime beschikbaarheid van hoogwaardige kantoorlocaties op de Zuidas goed bij de managers van internationale ondernemingen in beeld moeten worden gebracht. Frank Bruinsma en Piet Rietveld zijn als respectievelijk universitair hoofddocent en hoogleraar verkeer- en vervoerseconomie verbonden aan de Afdeling Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit. Literatuur WBrunet, R. (1989) Les Villes Européennes, rapport pour la DATAR, RECLUS, Montpellier Cushman &Wakefield Healey & Baker ( ) European cities monitor, Cushman &Wakefield Healey & Baker, London Geografisch Tijdschrift (1991) Themanummer Europese Steden, Geografisch Tijdschrift, nr. 5. Healey & Baker ( ) European real estate monitor, Healey & Baker, London Healey & Baker ( ) European cities monitor, Healey & Baker, London Manshanden, W.J.J., A.C. Muskens, P.J.M. de Bruijn, O. Koops en J. Vlek (2004) De top-20 van Europese stedelijke regio s : Randstad Holland in internationaal perspectief, Rapport , TNO Inro, Delft

Duurzame kansen nieuwe grondexploitatiewet

Duurzame kansen nieuwe grondexploitatiewet Duurzame kansen nieuwe grondexploitatiewet Kansen voor energiezuinige en duuzame aanleg Workshop grondexploitatie SenterNovem, 10 oktober, Martijn Blom Inhoud presentatie Huidige situatie exploitatie grond

Nadere informatie

Grondexploitatiewet. Hendrik van Sandick. projectcoördinator Grondexploitatiewet Ministerie van VROM

Grondexploitatiewet. Hendrik van Sandick. projectcoördinator Grondexploitatiewet Ministerie van VROM Grondexploitatiewet Hendrik van Sandick projectcoördinator Grondexploitatiewet Ministerie van VROM Waarover gaat het bij grondexploitatie? Onderwerpen die de gemeente wil regelen bij grondexploitatie van

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Platform31 De concurrentiepositie van Nederlandse steden. Nieuwe inzichten voor de Utrechtse economie en voor intergemeentelijke samenwerking Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling

Nadere informatie

Nederland in Europese systemen en netwerken Internationale Concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad

Nederland in Europese systemen en netwerken Internationale Concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad Nederland in Europese systemen en netwerken Internationale Concurrentiepositie van de Noordvleugel van de Randstad Mark Thissen Aanleiding: Verzoek EZ De vernieuwende ruimtelijk-economische visie op de

Nadere informatie

VNG inbreng plenair debat Huizenprijzen

VNG inbreng plenair debat Huizenprijzen VNG inbreng plenair debat Huizenprijzen Tweede Kamer, dinsdag 11 maart 2014, 18.30 uur. Transparantie, de bouwpolder en de grondmarkt 1. Vergroten van de transparantie De commissie stelt voor om in het

Nadere informatie

1.6 SNELHEID MAKEN MET GLOBALE EINDPLANNEN

1.6 SNELHEID MAKEN MET GLOBALE EINDPLANNEN 1.6 SNELHEID MAKEN MET GLOBALE EINDPLANNEN Mariël Gerritsen, planoloog / Commercieel directeur SAB Arnhem Tjakko Smit, directeur projecten Bouwfonds Ontwikkeling Bert Breedveld, manager grondgebiedzaken

Nadere informatie

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 (PBL-onderzoek samen met Mark Thissen, Arjan Ruijs & Dario Diodato)

Nadere informatie

De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015

De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015 De Meerjarige aanvullende uitkering 2013 t/m 2015 Utrecht, 12 februari 2013 Martin Heekelaar, tel 06-23152767 Ad Baan, tel 06-55364740 1 Gemeenten kunnen (feitelijk: moeten) een MAU aanvragen als: Voldoen

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Utrecht. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Utrecht Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Wie betaalt de ruimtelijke kwaliteit? Verbetering kostenverevening in herstructurering bedrijventerreinen Dr. Demetrio Muñoz Gielen

Wie betaalt de ruimtelijke kwaliteit? Verbetering kostenverevening in herstructurering bedrijventerreinen Dr. Demetrio Muñoz Gielen Wie betaalt de ruimtelijke kwaliteit? Verbetering kostenverevening in herstructurering bedrijventerreinen Dr. Demetrio Muñoz Gielen Literatuur Capturing value increase in urban redevelopment (proefschrift-dissertatie)

Nadere informatie

De (on)zichtbare kracht van het landelijk gebied in Zuid-Holland - samenvatting onderzoeksresultaten

De (on)zichtbare kracht van het landelijk gebied in Zuid-Holland - samenvatting onderzoeksresultaten De (on)zichtbare kracht van het landelijk gebied in Zuid-Holland - samenvatting onderzoeksresultaten 1 Voor wat betreft de relatie economie-wonen in de landelijke gebieden in Zuid-Holland spelen op dit

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Gelderland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Gelderland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Gelderland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Overijssel. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Overijssel. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Overijssel Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Noord-Brabant. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Noord-Brabant. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Noord-Brabant Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

Nota Fondsen Ruimtelijke Ontwikkelingen

Nota Fondsen Ruimtelijke Ontwikkelingen Nota Fondsen Ruimtelijke Ontwikkelingen 1 november 2009 M. Roobol / P. Bakker Openbare Werken en Ruimtelijke Zaken 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Inleidend 3 1.2 Aanleiding 3 1.2 Leeswijzer 4 2 Huidige

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Zuid-Holland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Zuid-Holland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Zuid-Holland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

Elst Centraal Herijking ontwikkelingsstrategie. Politieke Avond gemeenteraad 22 september 2015

Elst Centraal Herijking ontwikkelingsstrategie. Politieke Avond gemeenteraad 22 september 2015 Elst Centraal Herijking ontwikkelingsstrategie Politieke Avond gemeenteraad 22 september 2015 Inleiding Wethouder Jan van Baal Doel vanavond: raad informeren over concept herijking ontwikkelingsstrategie

Nadere informatie

AAN DE GEMEENTERAAD. Nummer : 2007/78 Datum : 20 september 2007 : Vestiging voorkeursrecht ex artikel 8 Wvg 'Vroonlandseweg en Goessestraatweg'

AAN DE GEMEENTERAAD. Nummer : 2007/78 Datum : 20 september 2007 : Vestiging voorkeursrecht ex artikel 8 Wvg 'Vroonlandseweg en Goessestraatweg' Voorbereidende raadsvergadering: 16 oktober 2007 Besluitvormende raadsvergadering: 13 november 2007 Portefeuillehouder: J.H. Herselman AAN DE GEMEENTERAAD Nummer : 2007/78 Datum : 20 september 2007 Onderwerp

Nadere informatie

Actualisering Nota Grondbeleid Gemeente Hof van Twente 2011-2015

Actualisering Nota Grondbeleid Gemeente Hof van Twente 2011-2015 Actualisering 2011-2015 1 INHOUD Conclusies en samenvatting... 4 1... 8 1.1 Aanleiding... 8 1.2 Doel... 9 1.3 Leeswijzer... 10 2 Vormen van grondbeleid... 11 2.1 Inleiding... 11 2.2 Actief grondbeleid...

Nadere informatie

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Friesland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen

De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie. Friesland. Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen De internationale concurrentiepositie van de topsectoren in de provincie Friesland Otto Raspe, Anet Weterings, Mark Thissen & Frank van Dongen Februari 2013 Centrale vraag in deze presentatie Welke investeringsagenda

Nadere informatie

Verkoop nieuwbouwwoningen opnieuw lager Monitor Nieuwe Woningen Q2 2011 Cijfers en analyses

Verkoop nieuwbouwwoningen opnieuw lager Monitor Nieuwe Woningen Q2 2011 Cijfers en analyses Verkoop nieuwbouwwoningen opnieuw lager Monitor Nieuwe Woningen Q2 2011 Cijfers en analyses In het tweede kwartaal van 2011 is het aantal verkochte nieuwbouwwoningen gezakt naar circa 4.900 (zie figuur

Nadere informatie

Grond voor betaalbaar wonen

Grond voor betaalbaar wonen Grond voor betaalbaar wonen George de Kam Honorair hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt Rijksuniversiteit Groningen g.r.w.de.kamrug.nl Presentatie op symposium Betaalbaarheid van het wonen 12 november

Nadere informatie

Krimp in Fryslân. Inwonertal

Krimp in Fryslân. Inwonertal Krimp in Fryslân Bevolkingsdaling, lokaal en regionaal, is een vraagstuk van nu én de komende jaren. Hoewel pas over enkele decennia de bevolking van Fryslân als geheel niet meer zal groeien, is in sommige

Nadere informatie

Handreiking Grondbeleid voor Raadsleden

Handreiking Grondbeleid voor Raadsleden Handreiking Grondbeleid voor Raadsleden Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 1 2 Handreiking Grondbeleid voor Raadsleden Deze Handreiking Grondbeleid voor Raadsleden is bedoeld als

Nadere informatie

Woonvisie in t kort 10

Woonvisie in t kort 10 10 Woonvisie in t kort Utrecht is een aantrekkelijke stad om te wonen en te werken. Daarom is de druk op de woningmarkt groot. Deze druk zal de komende jaren blijven waardoor veel doelgroepen niet de woning

Nadere informatie

2010-2012 SAMENVATTING

2010-2012 SAMENVATTING 2010-2012 SAMENVATTING Samenvatting De Regionale woningmarktmonitor 2010-2012 beschrijft de ontwikkelingen op de woningmarkt in het gebied binnen de driehoek Waalwijk, Oss en Boxtel. De kredietcrisis

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Datum collegevergadering: 12 mei 2015 Onderwerp: Nota grondbeleid 2015-2018

Raadsvoorstel. Datum collegevergadering: 12 mei 2015 Onderwerp: Nota grondbeleid 2015-2018 Raadsvoorstel Agendanr: CR2 Kenmerk: 15-0114128 Datum collegevergadering: 12 mei 2015 Onderwerp: Nota grondbeleid 2015-2018 0.Samenvatting: Conform vastgesteld beleid dient het grondbeleid elke raadsperiode

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Nieuwe wet ruimtelijke ordening; verbeterde gereedschapskist

Nieuwe wet ruimtelijke ordening; verbeterde gereedschapskist Nieuwe wet ruimtelijke ordening; verbeterde gereedschapskist Presentatie Marleen Sanders 2009 Adviesgroep Planeconomie & Grondstrategie inhoud presentatie Doelen van de veranderingen Wat is er veranderd?

Nadere informatie

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 GEBIEDEN 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 Probleemwijken Groot aandeel sociale huurwoningen Slechte kwaliteit woonomgeving Afname aantal voorzieningen Toename asociaal gedrag Sociale en etnische spanningen

Nadere informatie

SECOND OPINION. Finaal tegenbod ING-projecten Overhoeks, Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en Beethoven

SECOND OPINION. Finaal tegenbod ING-projecten Overhoeks, Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en Beethoven SECOND OPINION Finaal tegenbod ING-projecten Overhoeks, Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en Beethoven Amsterdam, 10 februari 2011 Gobert Beijer Projectnummer: 37644 Amsterdam, datum Projectnummer: Inhoud

Nadere informatie

Introductie Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Introductie Metropoolregio Rotterdam Den Haag Introductie Metropoolregio Rotterdam Den Haag Aanleiding voor Metropoolregio RDH [1] Randstad 2040 (Structuurvisie Rijk, 2008/09) Herwaardering belang steden voor economie Randstad geen samenhangende metropool

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam

Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam Speech Annet Bertram,DG Wonen, namens de minister van VROM bij Jubileumbijeenkomst SVN 5 oktober 2006 te Rotterdam thema; financiering van de woningmarkt Ik ben blij dat ik deze bijeenkomst kan bijwonen

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Regionale Concurrentie in ESPON

Regionale Concurrentie in ESPON Synthese van ESPON- Projecten Regionale Concurrentie in ESPON Projects: TIPTAP, FOCI Projecten: FOCI, ATTREG, TIGER ESPON is het European Observation Network on Territorial Development and Cohesion. 1

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

Rfv 09.10/001.004. 1. Algemeen

Rfv 09.10/001.004. 1. Algemeen Rfv 09.10/001.004 1. Algemeen Bij brief van 21 januari 1997 vraagt u de Raad voor de financiële verhoudingen binnen drie maanden zijn visie te geven op de in de notitie geschetste problematiek inzake het

Nadere informatie

Marktherstel loopt langs snelwegen Rompertje reikt tot aan Zwolle; Rotterdam doet het beter Jonge hoogopgeleide vrouwen maken het verschil

Marktherstel loopt langs snelwegen Rompertje reikt tot aan Zwolle; Rotterdam doet het beter Jonge hoogopgeleide vrouwen maken het verschil Woningmarkt op de kaart in het Rompertje 2015 Marktherstel loopt langs snelwegen Rompertje reikt tot aan Zwolle; Rotterdam doet het beter Jonge hoogopgeleide vrouwen maken het verschil prof. mr. Friso

Nadere informatie

Structurele leegstand van kantoren en het ruimtelijk ordeningsrecht. Mr. M.H.J. van Driel LL.M.

Structurele leegstand van kantoren en het ruimtelijk ordeningsrecht. Mr. M.H.J. van Driel LL.M. Structurele leegstand van kantoren en het ruimtelijk ordeningsrecht Mr. M.H.J. van Driel LL.M. Structurele leegstand van kantoren Massale leegstand van kantoren: ca. 6 miljoen m2 leeg ca. 2 miljoen m2

Nadere informatie

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling

Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Bestedingskader middelen Stedelijke Herontwikkeling Inleiding Stedelijke herontwikkeling Voor de ruimtelijke ontwikkeling van Utrecht is de Nieuwe Ruimtelijke Strategie opgesteld die in 2012 door de Raad

Nadere informatie

Oegstgeest aan de Rijn: realisatie van een woningbouwbehoefte

Oegstgeest aan de Rijn: realisatie van een woningbouwbehoefte Oegstgeest aan de Rijn: realisatie van een woningbouwbehoefte Stap 1 van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking schrijft voor dat een stedelijke ontwikkeling past binnen de regionale behoefte. Provincie

Nadere informatie

Evaluatie sleutelprojecten

Evaluatie sleutelprojecten Evaluatie sleutelprojecten Marjolein Spaans (TU Delft, OTB) Ries van der Wouden (Bureau Stedelijke Planning) Ruimteconferentie, 3 november 2009 Rotterdam Technische Universiteit Delft Cities in a Network

Nadere informatie

Werkende bedrijventerreinen

Werkende bedrijventerreinen Werkende bedrijventerreinen Dr. Cees-Jan Pen, programmamanager Platform31/Lector Vastgoed Fontys 1 Mijn agenda Bedrijventerreinen hoger op de politieke agenda: banen, mkb, leefbaarheid, economisch belang

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING

SAMENVATTING SAMENVATTING SAMENVATTING Hoe waardeert en beleeft de Nederlandse bevolking de ruimtelijke kwaliteit van haar leefomgeving? Deze nulmeting van de Belevingswaardenmonitor Nota Ruimte beschrijft hoe aantrekkelijk Nederlanders

Nadere informatie

Maak Oosterwold Landschap van Initiatieven. De anterieure overeenkomst Afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente

Maak Oosterwold Landschap van Initiatieven. De anterieure overeenkomst Afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente Maak Oosterwold Landschap van Initiatieven De anterieure overeenkomst Afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente 1 Inleiding In Oosterwold, het landschappelijk gebied aan weerszijden van de A27, laten

Nadere informatie

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST concept DECEMBER 2003 GEMEENTE DIENST STEDELIJKE ONTWIKKELING CONCEPT versie december 2003 1 Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling Met medewerking van: Dienst Stadsbeheer Ingenieursbureau Den

Nadere informatie

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.

Nadere informatie

Informatie over bouwplannen die afwijken van een bestemmingsplan. Voor particuliere grondeigenaren, projectontwikkelaars en woningcorporaties

Informatie over bouwplannen die afwijken van een bestemmingsplan. Voor particuliere grondeigenaren, projectontwikkelaars en woningcorporaties Informatie over bouwplannen die afwijken van een bestemmingsplan Voor particuliere grondeigenaren, projectontwikkelaars en woningcorporaties Informatie over bouwplannen die afwijken van een bestemmingsplan

Nadere informatie

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland Wonen in Hilversum Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland De Nederlandse woningmarkt staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Deze aandacht heeft vooral betrekking op de ordening

Nadere informatie

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Rapport Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Woerden, juli 2014 Inhoudsopgave I. Omvang en samenstelling groep respondenten p. 3 II. Wat verstaan senioren onder eigen regie en zelfredzaamheid?

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Algemene Fiscale Politiek Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO)

Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO) Resultaten vragenlijst extra opvang vluchtelingen in de gemeente Wierden (extra informatieronde BFMO) 18 november 2015 Inleiding Op 18 november 2015 konden inwoners van de gemeente Wierden hun mening geven

Nadere informatie

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015 Gemeente Oegstgeest Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg 11 maart 2015 DATUM 11 maart 2015 TITEL Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg OPDRACHTGEVER

Nadere informatie

Datum: 3 maart 2014 Betreft: consultatie-versie van de novelle op de Herzieningswet toegelaten instellingen. Geachte heer Blok,

Datum: 3 maart 2014 Betreft: consultatie-versie van de novelle op de Herzieningswet toegelaten instellingen. Geachte heer Blok, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Aan de Minister voor Wonen en Rijksdienst de heer drs. S.A. Blok Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Datum: 3 maart 2014 Betreft: consultatie-versie

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

: Gedifferentieerde grondprijzen: 1. visie algemeen; 2. in plangebied Venne West 3e fase in Drunen in het bijzonder

: Gedifferentieerde grondprijzen: 1. visie algemeen; 2. in plangebied Venne West 3e fase in Drunen in het bijzonder Raad : 14 februari 2006 Agendanr. : Doc.nr : B2005 14798 Afdeling: : Bedrijfseconomische control RAADSVOORSTEL Onderwerp : Gedifferentieerde grondprijzen: 1. visie algemeen; 2. in plangebied Venne West

Nadere informatie

Evelien van Rij De realiteit van Rood voor Groen

Evelien van Rij De realiteit van Rood voor Groen Evelien van Rij De realiteit van Rood voor Groen De verwachtingen over Rood voor Groen zijn op dit moment onrealistisch hoog. Dat leidt ertoe dat ten onrechte gedacht wordt dat het wel goed komt met het

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam

Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam Factsheet bedrijventerrein Spaanse Polder, Gemeente Rotterdam/Schiedam A. Inleiding Deze factsheet geeft een bondig overzicht van

Nadere informatie

De toekomst van consultancy

De toekomst van consultancy De toekomst van consultancy Course Assignment Management Consulting 5 oktober 2013 Teska Koch 2518936 Teska.koch@hotmail.com Word count: 1.510 Een kijkje in de glazen bol: Wat is de toekomst van consultancy?

Nadere informatie

Manifeste lokale woningbehoefte. Vraag zoekt locatie

Manifeste lokale woningbehoefte. Vraag zoekt locatie Manifeste lokale woningbehoefte Vraag zoekt locatie 10-3-2015 Inleiding In de gemeentelijke Visie op Wonen en Leefbaarheid (2012) is uitgesproken dat de gemeente in principe in alle kernen ruimte wil zoeken

Nadere informatie

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015

Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 Notitie Regionale aanpak vluchtelingenproblematiek Regio Kennemerland 6 november 2015 1. Inleiding In de regio Kennemerland (inclusief de gemeente Haarlemmermeer) hebben de gemeentelijke bestuurders een

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II LEEFBAARHEID EN ZORG IN STEDELIJKE EN LANDELIJKE GEBIEDEN figuur 2 Woningen in de vier grote steden naar eigendom per 1 januari 2000 in procenten Amsterdam Den Haag Rotterdam Utrecht X Y Z Nederland Het

Nadere informatie

De mooiste steden. De keuze van de Reisgids

De mooiste steden. De keuze van de Reisgids De mooiste steden De keuze van de Reisgids Mooiste steden.indb 3 Copyright 2011 Consumentenbond, Den Haag Auteursrechten op tekst, tabellen en illustraties voorbehouden Inlichtingen Consumentenbond De

Nadere informatie

Leegstand vraagt om rigoureuze aanpak

Leegstand vraagt om rigoureuze aanpak Leegstand vraagt om rigoureuze aanpak Het fenomeen Leegstand van ongekende omvang Landelijk 15% en groeiend Van de ruim 15.000 kantoren in Nederland staan er bijna 900 volledig en 1.900 gedeeltelijk leeg.

Nadere informatie

Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad. Rapportage, 30 april 2014

Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad. Rapportage, 30 april 2014 Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad Rapportage, 30 april 2014 Langjarige gebiedsontwikkelingen Project Watertorenberaad Rapportage, 30 april 2014 Opdrachtgevers: Ministerie van Binnenlandse

Nadere informatie

Factsheet Competenties Ambtenaren

Factsheet Competenties Ambtenaren i-thorbecke Factsheet Competenties Ambtenaren Competenties van gemeenteambtenaren - nu en in de toekomst kennis en bedrijf Gemeenten werken steeds meer integraal en probleemgestuurd aan maatschappelijke

Nadere informatie

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 De sociale ambitie: Zaanstad manifesteert zich binnen de metropoolregio Amsterdam

Nadere informatie

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed dem s Jaargang 8 Mei ISSN 69-47 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving inhoud Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Nadere informatie

Regio Amsterdam. Kantorenvisie. Januari 2010. Amstelveen. 40% minder opname kantoorruimte. Grootste transacties. 40% minder opname kantoorruimte

Regio Amsterdam. Kantorenvisie. Januari 2010. Amstelveen. 40% minder opname kantoorruimte. Grootste transacties. 40% minder opname kantoorruimte Research Kantorenvisie Regio Amsterdam Januari 2010 40% minder opname kantoorruimte De negatieve economische ontwikkelingen in Nederland in 2009 hebben bijgedragen aan een terugval in de opname van kantoorruimte

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces?

Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Versie 1.0 Datum 2 april 2014 Status Definitief Colofon ILT Ministerie van Infrastructuur en Milieu Koningskade 4 Den Haag Auteur ir. R. van Dorp

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Rapportage Onderzoek Grondbeleid Vaste grond onder de voeten? Gemeente Wijk bij Duurstede

Rapportage Onderzoek Grondbeleid Vaste grond onder de voeten? Gemeente Wijk bij Duurstede Rekenkamercommissie Gemeente Wijk bij Duurstede Oktober 2010 Rapportage Onderzoek Grondbeleid Vaste grond onder de voeten? Gemeente Wijk bij Duurstede 1. Inleiding... 3 1.1. Aanleiding... 3 1.2. Doel en

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Allereerst wil ik u een gezegend, gezond en gelukkig Nieuwjaar toewensen! En uiteraard hoop en wens ik dat het uw ondernemingen goed gaat.

Allereerst wil ik u een gezegend, gezond en gelukkig Nieuwjaar toewensen! En uiteraard hoop en wens ik dat het uw ondernemingen goed gaat. Toespraak bij het Nieuwjaarsontbijt van de Building Society, door Commissaris van de Koningin, drs. Ank Bijleveld-Schouten, op 10 januari 2012 te Delden. Dames en heren, Allereerst wil ik u een gezegend,

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum 1. Ontwikkeling bevolking naar leeftijd De Primos huishoudensprognose (2011) voor de periode 2010-2040 schetst het volgend beeld:

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Een leven lang leren in de techniek

Een leven lang leren in de techniek Hiteq Kennis van nu, kennis voor later Denk 10 of 20 jaar verder. Hoe ziet de technische sector er dan uit in de context van onderwijs, arbeidsmarkt, technologie en maatschappij? Hiteq selecteert en ontsluit

Nadere informatie

Visie op de toekomst

Visie op de toekomst Visie op de toekomst Wekelijks contact met uw klant Aanvulling op uw zorgplicht Hoogwaardige informatieve en commerciële respons Uw klant altijd op de hoogte Professionele toevoeging aan uw advies Doorlopend

Nadere informatie

White Paper. Basisregistratie Personen (BRP), mogelijkheden

White Paper. Basisregistratie Personen (BRP), mogelijkheden Basisregistratie Personen (BRP), mogelijkheden en kansen door samenwerking van gemeenten Samen voor ons eigen. Inleiding Gemeenten kunnen bijna niet meer zonder elkaar. Bezuinigingen, efficiency en steeds

Nadere informatie

Sociale huur in kleine kernen Westhoek Leader Westhoek - 18/11/2013 1 5. en dus geen sociale koopwoningen of doelgroepwoningen van het OCMW/gemeente.

Sociale huur in kleine kernen Westhoek Leader Westhoek - 18/11/2013 1 5. en dus geen sociale koopwoningen of doelgroepwoningen van het OCMW/gemeente. Sociale huur in kleine kernen Westhoek 10 aanbevelingen ifv inplanting en concept sociale huur Leader Westhoek - 18/11/2013 I. Aanbevelingen voor het lokaal woonbeleid a) Bewust kiezen voor een onderbouwde

Nadere informatie

Leegstand van bedrijfsvastgoed in de Dordtse Binnenstad

Leegstand van bedrijfsvastgoed in de Dordtse Binnenstad Leegstand van bedrijfsvastgoed in de Dordtse Binnenstad In Nederland staat veel kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte leeg. Leegstand van bedrijfsvastgoed lijkt structureel te worden en de verwachting is

Nadere informatie

WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE?

WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE? WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE? Freelancen, interimmen, contracting zijn allemaal verschillende benamingen voor een zeer sterk groeiend verschijnsel in de economie. Steeds meer industrieën

Nadere informatie

Verhuisplannen en woonvoorkeuren

Verhuisplannen en woonvoorkeuren Verhuisplannen en woonvoorkeuren Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 Bevolkingsdaling ontstaat niet alleen door demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening en vergrijzing of

Nadere informatie

Het belang van het MKB

Het belang van het MKB MKB Regio Top 40 Themabericht Rogier Aalders De nieuwe MKB Regio Top 40 is uit. Zoals u van ons gewend bent, rangschikken we daarin de veertig Nederlandse regio s op basis van de prestaties van het MKB

Nadere informatie

Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven!

Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven! Slimme zet! Vindingrijk in vastgoedopgaven! Postbus 711 3900 AS Veenendaal Kerkewijk 26 3901 EG Veendaal (T) 0318-55 19 60 (F) 0318-55 19 61 (M) info@ingeniousvastgoed.nl (I) www.ingeniousvastgoed.nl Haar

Nadere informatie

1.2.2 Materiële wet- en regelgeving 1.2.3 Historie kaders grondbeleid gemeente Coevorden. 9 9 9 10 2.2 Grondbeleid in de gemeente Coevorden

1.2.2 Materiële wet- en regelgeving 1.2.3 Historie kaders grondbeleid gemeente Coevorden. 9 9 9 10 2.2 Grondbeleid in de gemeente Coevorden Nota Grondbeleid 1 2 Inhoud 1 Visie en kaders 5 1.1 1.2 Visie en doelstellingen Kaders en criteria 6 6 1.2.1 Formele wetgeving 6 1.2.2 Materiële wet- en regelgeving 6 1.2.3 Historie kaders grondbeleid

Nadere informatie