Makelaar, blijf bij je leest. Een onderzoek naar de reikwijdte van bemiddeling bij effecten.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Makelaar, blijf bij je leest. Een onderzoek naar de reikwijdte van bemiddeling bij effecten."

Transcriptie

1 Makelaar, blijf bij je leest. Een onderzoek naar de reikwijdte van bemiddeling bij effecten. Door: J. Bouwmeester MSc 2011/ 2012

2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 Hoofdstuk 2 Btw-richtlijn vs. Wet OB Vrijstellingen in de btw Handelingen inzake aandelen in de 5 Btw-richtlijn 2.3 Handelingen inzake effecten in de 7 Wet OB 2.4 Handelingen inzake aandelen in de 8 (toekomstige?) Btw-richtlijn 2.5 Conclusie 11 Hoofdstuk 3 Bemiddeling bij handelingen inzake 12 effecten in het kader van onroerend goed 3.1 Inleiding Overzicht Europese Jurisprudentie met 12 betrekking tot bemiddeling 3.3 Bemiddeling bij een aandelentransactie of 18 bij een onroerend goedtransactie 3.4 Conclusie 22 Hoofdstuk 4 De rechten of effecten van een 23 onroerend goed 4.1 Uitsluiting van de vrijstelling handelingen 23 inzake aandelen 4.2 Gevolgen niet (volledig) implementeren van 24 artikel 15 tweede lid Btw-richtlijn 4.3 Conclusie 25 Hoofdstuk 5 Conclusie / afsluiting 26 Literatuurlijst 28 1

3 Hoofdstuk 1 Inleiding Schoenmaker, blijf bij je leest. Dit zegt men tot iemand, die een oordeel velt over iets, waarvan hij geen verstand heeft. Het gezegde is ontleend aan het verhaal van Apelles (een beroemde Griekse schilder, tijdens de regering van Alexander de Grote), die een van zijn schilderijen in het openbaar ten toon stelde. Een schoenmaker had iets aan te merken op een sandaal, waarop Apelles die veranderde. Toen de schoenmaker evenwel daarna ook op andere dingen aanmerkingen maakte, zei Apelles: Schoenmaker blijf bij je leest, waarmee hij de schoenmaker adviseerde alleen te oordelen over zaken waar hij verstand van heeft. 1 In deze verhandeling zal de leest van een vastgoedmakelaar (hierna: makelaar) centraal staan. Een makelaar speelt een zeer belangrijke rol bij dergelijke transacties. De leest van de makelaar bestaat normaal gesproken uit bemiddeling bij een onroerend goedtransactie. Onroerend goed kan echter ook worden overgedragen door middel van de overdracht van aandelen in een vennootschap die het onroerend goed houdt, waardoor de leest mogelijk wijzigt in bemiddeling bij handelingen inzake aandelen. De makelaar ontvangt voor zijn diensten ten aanzien van de onroerend goedtransactie een vergoeding (ook wel courtage genaamd), die veelal een percentage van de waarde van het (onderliggende) onroerend goed bedraagt. Hij dient vervolgens de btw-behandeling van zijn dienstverlening te bepalen. Recent heeft de Hoge Raad vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) inzake de btw-behandeling van de diensten van een makelaar bij de verkoop van aandelen in een vennootschap die onroerend goed houdt. 2 De belanghebbende in de aanhangige zaak betreft een makelaar die tal van diensten levert waaronder beheer, advisering en makelaardij voor de onroerend goedsector. 3 In het jaar 2000 zijn diensten verricht aan twee opdrachtgevers die al dan niet via een keten van vennootschappen in Nederland onroerende goederen in eigendom hadden. Onderdeel van de werkzaamheden waren het analyseren van het onroerend goed en de markt, het onderzoeken van de optimale wijze waarop de verkoop van de onroerende goederen zou kunnen plaatsvinden, het bepalen van de marktwaarde van de onroerende goederen en het coördineren van de met de verkoop samenhangende diensten (diensten van belastingadviseurs etc.). De diensten van de makelaar hadden tot gevolg dat uiteindelijk de aandelen van de onroerend goedvennootschappen werden overgedragen. Na allereerst een factuur te hebben uitgereikt met btw besloot de makelaar om de factuur te crediteren en een nieuwe factuur uit te reiken zonder btw. De makelaar was van mening dat de diensten waren te beschouwen als bemiddeling inzake 1 Zie Plinius, Nat. Hist. 35, 84; Otto, 97-98; Wander IV, HR 22 april 2011, nr. 09/00760 na conclusie van A-G Van Hilten, 21 oktober 2010, (V-N 2011/6.16). 3 Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 26 mei DTZ Zadelhoff vof (C-259/11). 2

4 effecten waardoor de diensten vrijgesteld van btw zijn. De inspecteur deelt deze mening niet en stelt zich op het standpunt dat belanghebbende de opdracht had aanvaard een geschikte koper te zoeken voor de onroerende goederen en het verkoopproces te begeleiden waardoor de werkzaamheden volgens hem veel meer in houden dan het enkel bemiddelen bij de verkoop van de onroerende goederen. Kortom, het is de vraag of makelaarsdiensten in bepaalde gevallen vrijgesteld van btw kunnen worden verricht. De probleemstelling van de verhandeling luidt dan ook: Is de reikwijdte van de btw-vrijstelling voor handelingen inzake effecten dusdanig dat daaronder tevens bemiddeling met betrekking tot onroerend goed kan worden verstaan indien dit onroerend goed wordt overgedragen door overdracht van de aandelen in de vennootschap die het onroerend goed houdt? Is het in dit kader van belang of een lidstaat artikel 15, tweede lid, onderdeel b Btw-richtlijn heeft geïmplementeerd? Om bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden wordt allereerst ingegaan op de vrijstelling zoals deze is opgenomen in de Btw-richtlijn 4 en de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB ). Daarbij zal eveneens een uitstapje worden gemaakt naar mogelijk toekomstig recht. Vervolgens zal worden bekeken hoe de term bemiddeling zich heeft ontwikkeld in de Europese jurisprudentie en of het mogelijk is om bemiddeling inzake onroerend goed te kwalificeren als bemiddeling bij een aandelentransactie. In het vierde hoofdstuk wordt nader ingegaan op de uitzondering van het zakelijk recht voor de vrijstelling en de gevolgen voor Nederland. De verhandeling wordt afgesloten met een conclusie. Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat eventuele overdrachtsbelastingenaspecten ten aanzien van de overdracht van het onroerend goed geen onderdeel uitmaken van deze verhandeling. 4 Daar waar in de verhandeling wordt gesproken over de Btw-richtlijn wordt gedoeld op Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde. 3

5 Hoofdstuk 2 Btw-richtlijn vs. Wet OB 2.1 Vrijstellingen in de btw De btw heeft als uitgangspunt dat alle door belastingplichtigen verrichte prestaties in de heffing worden betrokken. De btw is een verbruiksbelasting en beoogt de bestedingen van de particuliere consument c.q. de eindgebruiker te belasten. Dit heeft tot gevolg dat het ondernemerschap ruim dient te worden uitgelegd. De vrijstellingen, zoals deze in de Btw-richtlijn en de Wet OB zijn opgenomen, vormen een afwijking van dat systeem. Dat is voor het HvJ EU ook aanleiding om telkens wanneer de reikwijdte van een btw-vrijstelling in het geding is voorop te stellen dat de vrijstellingsbepalingen, juist omdat zij van het systeem afwijken, beperkt moeten worden uitgelegd. 5 Daarbij speelt nog dat toepassing van vrijstellingen een cumulatie van belasting tot gevolg kan hebben. De presterende ondernemer mag als een vrijstelling van toepassing is aan zijn afnemer geen btw in rekening brengen. Daar staat tegenover dat in de meeste gevallen de ter zake aan hem in rekening gebrachte voorbelasting niet in aftrek kan worden gebracht. Deze niet aftrekbare voorbelasting zal hij in zijn verkoopprijs verdisconteren. Een vrijgestelde prestatie is derhalve de facto zelden echt vrijgesteld. De btw die drukt op de prestatie is alleen niet zichtbaar. Niet alleen het cumulatieve effect dat van een vrijstelling kan uitgaan, vormt een probleem. Door de toepassing van een vrijstelling gaat ook de evenredigheid van de btw met de prijs van de goederen en diensten verloren. Het is daarom zaak om in de btw de hoeveelheid vrijstellingen te beperken, zeker als het gaat om prestaties die ook aan ondernemers worden verricht. 6 Toch kan het wenselijk of noodzakelijk zijn om bepaalde prestaties buiten de heffing van btw te houden. Zo zijn er prestaties waar ook andere belastingen al betrekking op hebben. Een voorbeeld daarvan zijn de handelingen ter zake van verzekering, waar de heffing van btw die van de assurantiebelasting ontmoet. Voor prestaties in de financiële sfeer geldt dat deze uit theoretisch, technisch of politiek-economisch oogpunt bezien niet althans voorlopig in de heffing van een verbruiksbelasting kunnen worden betrokken. In het navolgende zal nader worden ingaan op doel en strekking van de vrijstelling met betrekking tot handelingen inzake aandelen. Vooruitlopend daarop dient te worden opgemerkt dat de financiële vrijstelling een objectief karakter heeft, waardoor de prestatie en niet de belastingplichtige c.q. de ondernemer is vrijgesteld van btw. 5 Zie onder meer het standaardarrest HvJ EU 15 juni 1989, C-348/87 (Stichting Uitvoering Financiële Acties (SUFA)), FED 1989/559 alsmede met betrekking tot financiële vrijstellingen maar van latere datum HvJ EU 21 juni 2007, nr. C-453/05 (Volker Ludwig), V-N 2007/31.23 en HvJ EU 29 oktober 2009, nr. C-29/08 (AB SKF), BNB 2010/25. 6 In het groenboek van de Europese Commissie (COM(2010) 695 definitief) gaat het over de toekomst van de btw. Hierin worden op pagina 11 en 12 de huidige vrijstellingen ter discussie gesteld aangezien het de vraag is of zij nog altijd relevant zijn. 4

6 2.2 Handelingen inzake aandelen in de Btw-richtlijn De voorganger van de Btw-richtlijn is de Zesde Richtlijn. 7 In het voorstel voor invoering van de Zesde Richtlijn werd aangegeven dat lidstaten onder verwijzing naar de Tweede Richtlijn volledig vrij werden gelaten in de beoordeling welke prestaties vrijgesteld van btw dienden plaats te vinden. 8 Met de totstandkoming van de Zesde Richtlijn werd getracht met invoering van uniforme regels een gelijke btw-behandeling van de prestaties te creëren tussen de lidstaten. Met de vastlegging van de vrijstellingen is gekeken naar (i) de vrijstellingen welke in de verschillende lidstaten waren ingevoerd en (ii) de noodzaak om de lijst van vrijstellingen zo kort mogelijk te houden. Dit resulteerde in een tweetal soorten vrijstellingen. In onderdeel A werden de vrijstellingen opgenomen welke al waren ingevoerd in de meeste lidstaten. De overige vrijstellingen, welke in onderdeel B werden opgenomen, waren gerelateerd aan specifieke gebieden zoals verzekeringen, kredietwezen, monetaire transacties en beursverrichtingen. De vrijstellingen in onderdeel B waren om redenen van algemeen politieke aard gerechtvaardigd. De vrijstelling met betrekking tot handelingen inzake effecten werd in het voorstel opgenomen in artikel 14, onderdeel B, letter f van de Zesde Richtlijn en luidde: De Lid-Staten verlenen vrijstelling voor: de handelingen met betrekking tot schuldvorderingen, aandelen, obligaties, en andere effecten, met uitzondering van zakenrechtelijke papieren die koopwaren vertegenwoordigen en van rechten of documenten als bedoeld in artikel 5, lid 1, alinea 2; 9 De Zesde Richtlijn werd uiteindelijk bekendgemaakt op 17 mei 1977 en diende door de lidstaten uiterlijk op 1 januari 1978 in werking te zijn getreden. De vrijstelling met betrekking tot handelingen inzake effecten werd opgenomen in artikel 13, onderdeel B, letter d, ten vijfde van de Zesde Richtlijn en luidde: Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor de onderstaande handelingen, onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen: 7 Zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgeving der Lid-Staten inzake omzetbelasting Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (77/388/EEG) 8 COM(73)950, 20 juni 1973, Proposal for a Sixth Directive, pag 15, Title X: Exemptions 9 Ingediend voorstel door de Commissie bij de Raad op 25 juni 1973, nr. C 80/1. 5

7 d. de volgende handelingen: 5. handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, uitgezonderd bewaring en beheer, inzake aandelen, deelnemingen in vennootschappen of verenigingen, obligaties en andere waardepapieren, met uitzondering van: - documenten die goederen vertegenwoordigen; - de in artikel 5, lid 3, genoemde effecten Wat opvalt, is dat het voorstel van de Commissie niet (volledig) is gevolgd. De vrijstelling is deels al nader ingevuld door op te nemen dat bemiddeling onder de vrijstelling valt en dat bewaring en beheer zijn uitgezonderd. De achtergrond van het wijzigen van het voorstel van de Commissie is niet gepubliceerd. Het is jammer dat de keuze van de richtlijngever waarschijnlijk om politieke redenen zo weinig is gedocumenteerd. Dit betekent dat met betrekking tot de begrippen dient te worden aangesloten bij de jurisprudentie van het HvJ EU. De vraag rijst of en in hoeverre handelingen met betrekking tot aandelen in een verbruiksbelasting behoren te worden betrokken. Aandelen vertegenwoordigen een deelname in het kapitaal van een vennootschap en uit dien hoofde is het de vraag of de verkoop van een aandeel in de bestedings- en verbruikssfeer ligt. Met andere woorden, is er sprake van een prestatie tegen vergoeding. Indien dit niet het geval is, dan is de overdracht van aandelen niet te beschouwen als een economische activiteit. In zoverre zou degene die aandelen verkoopt dus niet zijn aan te merken als belastingplichtige en heeft hij in het systeem van de richtlijn voor dat deel geen recht op aftrek van voorbelasting. Wellicht is dat de reden dat de richtlijn handelingen met betrekking tot aandelen zoals de bemiddeling bij de aanen verkoop van aandelen vrijstelt. Op deze wijze wordt voorkomen dat degene die de aandelen verkoopt al te zwaar door de btw-heffing wordt getroffen. Als ander argument voor de vrijstelling wordt aangevoerd dat de berekening van de grondslag technisch ingewikkeld zou zijn. 10 Het HvJ EU lijkt dit argument te verwerpen in het arrest First National Bank of Chicago. 11 In dit arrest stond de berekening van de grondslag van de omwisseling van vreemde valuta centraal. Het HvJ EU geeft aan dat technische problemen geen reden zijn om te veronderstellen dat de tegenprestatie ontbreekt. Dit argument lijkt derhalve op zichzelf bezien niet voldoende te zijn voor rechtvaardiging van de vrijstelling. In latere jurisprudentie wijst het HvJ EU erop dat het doel van de vrijstelling van financiële verrichtingen drieledig is, namelijk (i) het verhelpen van de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en (ii) het bedrag van de aftrekbare btw en (iii) het voorkomen van een verhoging van de kostprijs van het 10 Hetgeen onder meer blijkt uit het groenboek van de Europese Commissie (COM(2010) 695 definitief), pagina HvJ EG 14 juli 1998, zaak C-172/96 (First National Bank of Chicago), V-N 1998/57.18 r.o

8 consumentenkrediet. 12 Toetsen wij de diensten van een bemiddelaar aan doel en strekking van de vrijstelling dan kan niet worden geconcludeerd dat de grondslag lastig is vast te stellen. De vergoeding voor een bemiddelingsdienst is in de meeste gevallen relatief eenvoudig te bepalen, aangezien partijen een vaste prijs zullen afspreken dan wel de vergoeding af zullen laten hangen van de onderliggende prestatie die plaatsvindt. In hoeverre de afnemer recht heeft op aftrek van voorbelasting is afhankelijk van de feiten, maar dit is niet per definitie moeilijk vast te stellen. Daarnaast komt door de bemiddelingsdiensten het consumentenkrediet niet in gevaar. Dit betekent dat voor bemiddelingsdiensten in beginsel niet aan het door het HvJ EU aangegeven doel zal worden voldaan. Het doel van de vrijstelling voor financiële verrichtingen lijkt zodoende niet op de bemiddeling met betrekking tot handelingen inzake aandelen te zien. Desalniettemin zal bemiddeling zijn vrijgesteld als de prestatie waarbij wordt bemiddeld kwalificeert als handeling inzake aandelen. Met ingang van 1 januari 2007 is de Zesde Richtlijn ingetrokken en vervangen door de Btw-richtlijn. De Btw-richtlijn is een compilatie van eerder uitgebrachte richtlijnen, zodat in feite slechts sprake is van een cosmetische operatie. 13 Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden dan ook, op basis van artikel 411, tweede lid Btw-richtlijn, als verwijzingen naar de Btw-richtlijn. Dit heeft tot gevolg dat met de wijzigingen geen tekstuele of inhoudelijke wijziging is beoogd. De vrijstelling handelingen inzake aandelen is thans opgenomen in artikel 135, eerste lid, onderdeel f Btw-richtlijn. 2.3 Handelingen inzake effecten in de Wet OB Nederland kent vanaf 1 januari 1934 een omzetbelasting. In de Wet OB 1954 waren vrijstellingen opgenomen, waaronder een vrijstelling met betrekking tot geld en waardepapieren. In de leidraad omzetbelasting 1954 was opgenomen dat bij de aan- en verkoop van waardepapieren een bank, een bankier, een commissionair of een handelaar in effecten kan handelen op eigen naam dan wel op naam van een cliënt. In het eerste geval is de vrijstelling van toepassing, aangezien in het algemeen sprake zal zijn van de overdracht van waardepapieren, zodat de provisie en een mogelijk voordelig koersverschil onbelast blijven. 14 Indien echter als tussenpersoon wordt opgetreden, vindt geen overdracht van waardepapieren in de zin van de vrijstelling plaats. Hetzelfde geldt voor een commissionair, die uitvoering geeft aan een opdracht tot koop of verkoop van een waardepapier. Hetgeen tot gevolg heeft dat de prestaties van de tussenpersoon en de commissionair belast zullen zijn met btw. Uit paragraaf 2.2 kan worden opgemaakt dat bemiddelingsdiensten onder de vrijstelling dienen te vallen. De Nederlandse Wet OB zoals deze ten tijde van de inwerkingtreding van de Zesde Richtlijn gold, was niet in overeenstemming 12 HvJ EU 19 april 2007, C-455/05 (Velvet & Steel Immobilien), V-N 2007/ Zie eveneens de aantekening in de Vakstudie, V-N 2007/ Leidraad omzetbelasting 1954, Resolutie van 22 december 1954, No. 46, pag

9 aangezien de vrijstelling in de Zesde Richtlijn ruimer was omschreven. De minister van Financiën was derhalve genoodzaakt om de bemiddeling inzake effecten in de vrijstelling op te nemen. 15 Op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel i Wet OB zijn drie categorieën prestaties met een financieel karakter vrijgesteld. In het kader van deze verhandeling is uitsluitend onderdeel 2 van belang. Daarin is opgenomen dat van de belasting zijn vrijgesteld: 2. de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen doch uitgezonderd bewaring en beheer, inzake effecten en andere waardepapieren met uitzondering van documenten welke goederen vertegenwoordigen. De vrijstelling zoals deze is opgenomen in de Wet OB komt tekstueel niet overeen met de vrijstelling in de Btw-richtlijn. Aangenomen moet worden dat de tekst van de Wet OB aansluit bij de in de Btw-richtlijn gebezigde tekst, welke spreekt over aandelen, obligaties en deelnemingen in vennootschappen. Bij de wijziging van de vrijstelling in de Wet OB in het kader van bemiddeling, merkte de minister van Financiën op dat de voorgestelde nieuwe tekst, aansluit bij die van de richtlijn. 16 Het in de Wet OB gebruikte begrip 'effecten' ziet derhalve op de in de richtlijn genoemde documenten c.q. rechten die in deze documenten zijn belichaamd. 2.4 Handelingen inzake aandelen in de (toekomstige?) Btw-richtlijn Alvorens in het navolgende hoofdstuk nader wordt ingaan op de jurisprudentie met betrekking tot bemiddeling, dient een uitstap te worden gemaakt naar mogelijk toekomstig recht. Dit betreft een voorstel van de Commissie om de Btw-richtlijn inzake financiële en verzekeringsdiensten aan te passen. De voorstellen moeten de definities van vrijgestelde verzekeringsdiensten en financiële diensten duidelijker en eigentijdser maken zodat de interpretatie in de gehele Europese Unie dezelfde is. In het voorstel voor een wijziging van de Btw-richtlijn van de Commissie zijn in het kader van deze verhandeling een tweetal wijzigingen van belang. 17 De eerste relevante wijziging is het opnemen van artikel 135, eerste lid, onderdeel ga) waarin wordt vrijgesteld: handelingen inzake effecten, met uitzondering van bewaring en beheer van effecten; Onder effecten wordt verstaan overdraagbare instrumenten, met 15 MvT, Kamerstukken II 1977/78, , nr. 3, p MvT, Kamerstukken II 1977/78, , nr. 3, p. 22 Op grond van de voorgestelde nieuwe tekst, welke aansluit bij de richtlijn [ ] 17 Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de behandeling van verzekerings- en financiële diensten, 30 september 2011, FISC

10 uitzondering van die welke het eigendomsrecht op goederen vestigen en de in artikel 15, lid 2, bedoelde rechten [JB: rechten op lichamelijke zaken] welke een financiële waarde of het recht op de verkrijging daarvan belichamen en tot een of meer van de volgende posities leiden: a) deelneming in het kapitaal van een vennootschap, vereniging of andere onderneming; b) crediteurschap ter zake van schuldvorderingen; c) eigendom van rechten van deelnemingen in instellingen voor collectieve beleggingen; Mocht het voorstel van de Commissie worden gevolgd dan wordt in de richtlijn niet langer gesproken over aandelen, maar over effecten. Dit zal tot gevolg hebben dat de huidige Wet OB tekstueel beter bij de richtlijn aansluit. Een tweede opvallende wijziging is dat bemiddeling niet langer wordt genoemd in de vrijstellingen voor handelingen inzake effecten. Dit is te verklaren doordat voor bemiddeling bij financiële en verzekeringsdiensten een apart artikel in het voorstel is opgenomen. In artikel 135, eerste lid, onderdeel gd) van het voorstel wordt vrijgesteld: bemiddeling bij verzekeringshandelingen en financiële handelingen als bedoeld in de punten a) tot en met gb) Onder bemiddeling bij verzekeringshandelingen en financiële handelingen wordt verstaan een onderscheiden daad van bemiddeling welke wordt verricht door een derde die [de partijen bijeenbrengt en] het nodige doet opdat de partijen een overeenkomst betreffende verzekeringshandelingen of financiële handelingen als bedoeld in de punten a) tot en met gb), sluiten, in stand houden, voortzetten, wijzigen of beëindigen. Naast een voorstel voor een wijziging van de Btw-richtlijn wordt ook een verordening voorgesteld op basis waarvan maatregelen ter uitvoering van de Btw-richtlijn zijn opgenomen. 18 In artikel 9 van de verordening is de definitie effecten opgenomen. Een definitie van het begrip bemiddeling is opgenomen in artikel 12 van de verordening, waarin staat dat: Onder "bemiddeling bij verzekeringshandelingen en financiële handelingen" in de zin van artikel 135, lid 1, punt gd), van Richtlijn 2006/112/EG wordt ten minste het volgende verstaan: a) bemiddeling bij handelingen die naar hun aard diensten zijn in de zin van artikel 135, lid 1, punten a) tot en met gb), maar die buiten de werkingssfeer van de btw vallen; 18 Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de behandeling van verzekerings- en financiële diensten, 30 september 2011, FISC

11 b) bemiddeling bij verzekeringshandelingen en financiële handelingen die vervolgens niet uitmondt in het sluiten, voortzetten, wijzigen of beëindigen van een overeenkomst; c) bemiddeling bij verzekeringshandelingen en financiële handelingen door subagenten; d) bemiddelingsdiensten van verzekeringsmakelaars en verzekeringsagenten; e) onderhandelingen namens een partij bij een overeenkomst over de voorwaarden van de overeenkomst binnen de bemiddeling; f) aandelen- en hypotheekbemiddeling; g) verzekeringsdekking welke wordt geboden door een belastingplichtige die zelf geen verzekeraar is, maar in het kader van een collectieve verzekering zijn afnemers deze dekking verschaft door gebruik te maken van de diensten van een verzekeraar die het verzekerde risico op zich neemt. h) bemiddeling bij de beëindiging van een contract met betrekking tot de aankoop van verzekering en financiële prestaties namens een cliënt in verband met een nieuw contract over de aankoop van een dergelijke dienst ten behoeve van die klant. Onder "bemiddeling bij financiële en verzekeringshandelingen" in de zin van artikel 135, lid 1, punt gd), van Richtlijn 2006/112/EG wordt in het bijzonder niet het volgende verstaan: a) technische webdiensten of hostingdiensten; b) reclame-, marketing- en andere informatiediensten; c) het onderhouden van de contacten met de cliënt gedurende de looptijd van de overeenkomst, bijvoorbeeld het verstrekken van getrouwheidsgeschenken. Met andere woorden, als Nederland zijn wetgeving aanpast aan de gewijzigde richtlijn, dan is het gedwongen om het begrip bemiddeling in de wetgeving op te nemen. De definitie van bemiddeling dient vervolgens minimaal de hierboven opgesomde elementen te bevatten. Hierdoor wordt het begrip door de Commissie meer afgebakend dan nu het geval is. Door op te nemen wat ten minste onder de vrijstelling komt te vallen lijkt de Commissie de mogelijkheid te bieden om rekening te kunnen houden met nieuwe ontwikkelingen in de financiële sector. Dit is in overeenstemming met het beoogde doel van de richtlijnvoorstellen, namelijk het moderniseren van de financiële vrijstellingen. Wanneer de richtlijnvoorstellen echter definitief worden aangenomen is thans onbekend. De voorstellen zeggen zodoende hooguit iets over de richting waarin de gedachten van de Commissie gaan en zeggen in zoverre niets over de huidige invulling van het begrip bemiddeling. Dit heeft tot gevolg dat vooralsnog, voor wat betreft de invulling van het begrip bemiddeling, dient te worden aangesloten bij de jurisprudentie van het HvJ EU die wordt besproken in hoofdstuk 3. 10

12 2.5 Conclusie In dit hoofdstuk is de vrijstelling voor handelingen inzake aandelen zoals deze in de Btw-richtlijn en de Wet OB zijn opgenomen nader bestudeerd. Ondanks dat de vrijstelling zoals deze in de Wet OB is opgenomen tekstueel niet volledig overeenstemt met de Btw-richtlijn, moet echter worden aangenomen dat deze aansluit bij de richtlijn. De vrijstellingen hebben een objectief karakter welke strikt moeten worden uitgelegd, daar de vrijstellingen in zijn algemeenheid afwijkingen zijn van het beginsel dat btw wordt geheven over elke dienst die onder bezwarende titel wordt verricht. Doel en strekking van de vrijstelling is niet volledig duidelijk, hetgeen met name wordt veroorzaakt door de beperkte documentatie van de richtlijngever ten tijde van invoering van de Zesde Richtlijn. Uit jurisprudentie van het HvJ EU kan echter worden opgemaakt dat het doel van de vrijstelling van financiële verrichtingen drieledig is, te weten (i) het verhelpen van de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en (ii) het bedrag van de aftrekbare btw en (iii) het voorkomen van een verhoging van de kostprijs van het consumentenkrediet. Dit doel lijkt echter niet één-op-één van toepassing te kunnen zijn op bemiddelingsdiensten bij handelingen inzake aandelen. Tot slot is een uitstap gemaakt naar de voorstellen van de Commissie om de Btwrichtlijn inzake financiële en verzekeringsdiensten aan te passen, waardoor de definities van verzekeringsdiensten en financiële handelingen duidelijker en eigentijdser worden gemaakt. Het is thans nog onduidelijk wanneer de richtlijnvoorstellen definitief worden aangenomen, waardoor vooralsnog dient te worden aangesloten bij de jurisprudentie van het HvJ EU. 11

13 Hoofdstuk 3 Bemiddeling bij handelingen inzake effecten in het kader van onroerend goed 3.1 Inleiding In hoofdstuk 2 is nader ingegaan op doel en strekking van de vrijstelling voor handelingen inzake effecten, daaronder begrepen bemiddeling, zoals deze in de Btw-richtlijn en de Wet OB zijn opgenomen. In dit hoofdstuk zal nader worden ingaan op hetgeen het HvJ EU verstaat onder bemiddeling met betrekking tot financiële diensten en welke criteria daarbij een rol spelen. Vervolgens zal worden onderzocht of makelaarsdiensten kunnen kwalificeren als bemiddeling bij een aandelentransactie. Het belang van dit vraagstuk heeft in principe betrekking op het al dan niet in de heffing van btw betrekken van de makelaarsdiensten. Dit is voor zowel de makelaar als voor de afnemer van belang in verband met het recht op aftrek van voorbelasting. Daar de afnemer de aandelen van een onroerend goed lichaam verkoopt, zal deze mogelijk geen (volledig) recht hebben op aftrek van voorbelasting. Het is vanuit het oogpunt van de afnemer, in dat geval, gunstig als de diensten van de makelaar kwalificeren als bemiddeling bij een aandelentransactie. Daarnaast is het vraagstuk van belang in het kader van de plaats van dienst regels. De Nederlandse aandachtspunten laten zich het beste samenvatten door onderstaand overzicht. kwalificatie als dienst bij: onroerend goedtransactie aandelentransactie heffing van btw ja nee makelaar recht op aftrek ja nee afnemer recht op aftrek afhankelijk van de feiten n.v.t. plaats van dienst is waar onroerende zaak is gelegen B2B: afnemer is gevestigd B2C: makelaar is gevestigd, (m.u.v. art. 59 bis Btw-richtlijn) 3.2 Overzicht Europese jurisprudentie met betrekking tot bemiddeling In de Btw-richtlijn en de Wet OB is vooralsnog aan het begrip bemiddeling geen nadere invulling gegeven. Het HvJ EU heeft in de loop der jaren zodoende uitleg moeten geven aan het begrip. Hieronder zal worden ingegaan op de arresten over bemiddeling. Sparrekassernes Datacenter Het eerste arrest van het HvJ EU wat in dit kader van belang is, is het Sparkassernes Datacenter (ook wel SDC) arrest. 19 SDC is een btw-plichtige vereniging waarvan de meeste leden banken zijn. De diensten die SDC verricht, ten behoeve van haar leden en andere die op haar net voor 19 HvJ EU 5 juni 1997, C-2/95 (SDC), V-N 1997/

14 gegevensverwerking zijn aangesloten, bestaan uit administratieve werkzaamheden, diensten met betrekking tot betalingsverkeer, advisering en handel in waardepapieren, beheer van depots, koopovereenkomsten en kredieten. Het betreft diensten welke de grootste financiële instellingen zelf via hun eigen computercentra verrichten. SDC functioneert derhalve als een soort van onderaannemer waarbij de diensten deels elektronisch worden uitgevoerd. De vraag was of deze diensten kwalificeerden als vrijgestelde financiële diensten. Volgens het HvJ EU moet de vrijstelling zo worden uitgelegd dat deze niet afhankelijk is van de voorwaarde dat de handelingen worden verricht door een bepaald type instelling, een bepaald type rechtspersoon of geheel of gedeeltelijk op elektronische of handmatige wijze. Om als een vrijgestelde handeling te kunnen worden gekwalificeerd, moeten, volgens het HvJ EU, de verrichte diensten van SDC de kenmerkende en essentiële functies van een financiële dienst vervullen. De vrijgestelde dienst in de zin van de Btw-richtlijn moet worden onderscheiden van het verrichten van een eenvoudige materiële of technische dienst, zoals de terbeschikkingstelling van een systeem van gegevensverwerking aan de bank. Het HvJ EU geeft de nationale rechter de opdracht om in het bijzonder de omvang van de aansprakelijkheid van het computercentrum in relatie tot de banken te onderzoeken, vooral de vraag of deze aansprakelijkheid beperkt is tot de technische aspecten, dan wel of zij zich uitstrekt tot de kenmerkende en essentiële elementen van de handelingen. Kortom, aan de hand van de contractuele verhoudingen en de feiten en omstandigheden moet worden bekeken of (i) de betrokken bank in wezen een (vrijgestelde) financiële prestatie uitbesteedt of (ii) dat de uitbestede werkzaamheden niet de kenmerkende en essentiële functies van een zodanige handeling vertonen, waarbij aansprakelijkheid een rol speelt. Indien bemiddelingsdiensten betrekking hebben op een financiële prestatie dient derhalve te worden beoordeeld of deze de kenmerkende en essentiële functies van een zodanige handeling vertonen. CSC In het CSC arrest heeft het HvJ EU voor het eerst een kader voor het begrip bemiddeling gegeven. 20 CSC verricht zogenoemde callcenter diensten voor financiële instellingen. De dienst houdt in dat het callcenter alle contacten van de financiële instelling met het grote publiek voor de verkoop van bepaalde financiële producten op zich neemt, vanaf het verzoek om informatie tot aan de verkoop, maar met uitsluiting van de verkoop zelf. Het HvJ EU komt onder verwijzing naar het SDC arrest tot de beslissing dat de diensten van een callcenter aan een financiële instelling niet kan worden beschouwd als een vrijgestelde bemiddeling. Het HvJ EU geeft in rechtsoverweging 39 en 40 aan wat wel en niet onder bemiddeling kan worden verstaan. 39. Zonder dat de vraag behoeft te worden gesteld wat de juiste draagwijdte is van de term bemiddeling, [ ] dient te worden vastgesteld dat [ ] wordt gedoeld op een activiteit van een tussenpersoon die niet de plaats inneemt 20 HvJ EU 13 december 2001, C-235/00 (CSC), V-N 2002/

15 van een partij bij een contract betreffende een financieel product en wiens activiteit verschilt van de typische contractuele prestaties die door de partijen bij zulke contracten worden verricht. Bemiddeling is immers een dienstverrichting ten behoeve van een contractpartij die door deze laatste als afzonderlijke tussenkomst wordt vergoed. Dit kan onder meer inhouden dat de contractpartij wordt gewezen op gelegenheden om dit contract te sluiten, dat voor hem contact met de wederpartij wordt gelegd, en dat in naam en voor rekening van de cliënt wordt onderhandeld over de details van de wederzijdse prestaties. Deze activiteit heeft dus tot doel het nodige te doen opdat twee partijen een contract sluiten, zonder dat de bemiddelaar een eigen belang heeft inzake de inhoud van het contract. 40. Van een bemiddelingsactiviteit is evenwel geen sprake wanneer een van de partijen bij het contract een onderaannemer belast met een deel van de aan het contract verbonden materiële handelingen, zoals de informatieverstrekking aan de wederpartij, alsmede de ontvangst en de verwerking van de verzoeken tot inschrijving op de waardepapieren die het voorwerp van het contract vormen. In dat geval neemt de onderaannemer dezelfde plaats in als de verkoper van het financieel product en is hij dus niet, in de zin van de betrokken bepaling, een tussenpersoon die niet de plaats van een contractpartij inneemt. Het doel van de bemiddeling wordt door het HvJ EU opgevat als het nodige doen opdat twee partijen een contract sluiten. Het heeft er alle schijn van dat dat doel ontbreekt bij de activiteiten van CSC. Het HvJ EU ziet het optreden van CSC als een optreden als onderdeel van één partij, vergelijkbaar met onderaanneming. CSC heeft derhalve geen positie tussen de partijen en heeft niet als vooropgezet doel partijen een contract te laten sluiten. Arthur Andersen Arthur Andersen verleende, op basis van een samenwerkingsovereenkomst, backoffice-activiteiten aan een verzekeraar. 21 Deze backoffice-activiteiten worden omschreven als: de acceptatie van verzekeringsaanvragen, de behandeling van polis mutaties en commerciële mutaties, de afgifte, het beheer en de beëindiging van polissen, de behandeling van claims, de vaststelling en de betaling van commissies aan tussenpersonen, de opbouw en het beheer van de informatietechnologie, het verstrekken van informatie aan de verzekeraar en aan de tussenpersonen, en de rapportage aan de polishouders en aan derden, zoals de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. De vraag was of de prestaties van Arthur Andersen kunnen delen in de verzekeringsvrijstelling zoals deze thans is opgenomen in artikel 135, eerste lid, onderdeel a Btw-richtlijn. In dit artikel worden naast handelingen ter zake van verzekering eveneens samenhangende diensten verricht door assurantiemakelaars en verzekeringstussenpersonen vrijgesteld. Ondanks dat in de verzekeringsvrijstelling geen bemiddeling is opgenomen zijn de diensten welke door assurantiemakelaars alsmede verzekeringstussenpersonen worden verricht naar mijn mening wel te 21 HvJ EU 3 maart 2005, C-472/03 (Arthur Andersen), BNB 2006/

16 vereenzelvigen met bemiddelingsdiensten. 22 De backoffice-activiteiten van Arthur Andersen vertonen volgens het HvJ EU bijzonderheden die niet tot de werkzaamheden van een verzekeringsagent behoren. Met andere woorden, Arthur Andersen verricht werkzaamheden die normaliter niet door een verzekeringsagent worden verricht. Tot deze werkzaamheden behoren niet de essentiële aspecten van de functie van verzekeringsbemiddeling, zoals het zoeken van nieuwe klanten en hen in contact brengen met de verzekeraar. De diensten van Arthur Andersen moeten in dat geval worden aangemerkt als een vorm van samenwerking die impliceert dat de verzekeraar tegen vergoeding wordt geholpen bij de uitvoering van werkzaamheden die gewoonlijk door deze dienen te worden verricht, zonder dat contractuele betrekkingen met de verzekerden worden onderhouden. Hoewel Arthur Andersen een groot deel van de werkzaamheden van een verzekeraar verricht, kan uit dit arrest de conclusie worden getrokken dat Arthur Andersen te weinig werkzaamheden verricht om als verzekeringstussenpersoon te worden aangemerkt, daar er geen contractuele betrekkingen met (potentiële) klanten worden onderhouden. Volker Ludwig Volker Ludwig is werkzaam als zelfstandig vermogensadviseur voor een Duitse vennootschap en verwerft in dat kader potentiële klanten die worden uitgenodigd voor een vrijblijvend gesprek om zodoende de financiële positie te bepalen. 23 Nadat de financiële positie is geanalyseerd biedt Volker Ludwig de financiële producten aan die aan de behoefte van de klant kunnen voldoen. Nadat een klant een krediet heeft gekozen, stelt Volker Ludwig een bindend aanbod op tot het sluiten van een overeenkomst en stuurt deze ter beoordeling naar de Duitse vennootschap. Indien het aanbod wordt goedgekeurd, stuurt de Duitse vennootschap het aanbod voor een overeenkomst naar de kredietinstelling, die het aanbod kan aanvaarden, afwijzen of de voorwaarden ervan kan wijzigen. De Duitse vennootschap betaalt aan Volker Ludwig, in diens hoedanigheid van subagent en als tegenprestatie voor de bemiddeling, een provisie. In deze zaak ging het om de vraag of de verrichte vermogensadvisering als bemiddeling bij krediet was te kwalificeren, hetgeen is vrijgesteld van btw. Volker Ludwig verricht in wezen twee prestaties, te weten (i) het vermogensadvies en (ii) het bemiddelen bij de verkoop van een financieel product. De vergoeding die Volker Ludwig voor haar diensten ontvangt waren uitsluitend de provisies voor de bemiddeling. Het HvJ EU concludeerde derhalve dat Volker Ludwig zijn geld verdiende door cliënten aan te brengen bij de kredietinstelling. De vermogensadvisering speelde zich louter af in een 22 In Duitsland is door een lagere rechter aangegeven dat aan bemiddeling inzake financiële handelingen en diensten van assurantiemakelaars en verzekeringstussenpersonen niet dwingend dezelfde uitleg kan worden gegeven. BFH 20 december 2007, DStR 2008, 403. Ik word in mijn standpunt echter gesterkt door het voorstel van de Commissie waarin één bemiddelingsbegrip voor beide vrijstellingen wordt voorgesteld. 23 HvJ EU 21 juni 2007, C-453/05 (Volker Ludwig), V-N 2007/

17 voorbereidende fase en was derhalve te beschouwen als een bijkomende dienst die geen doel op zich vormde. Voor zowel de kredietnemers als de kredietinstellingen lijkt de bemiddeling de doorslaggevende dienst te vormen. Vervolgens kwam de vraag aan de orde of er sprake was van kredietbemiddeling, te meer omdat Volker Ludwig geen directe contractuele betrekkingen onderhield met partijen, maar als subagent in onderaanneming handelde van de Duitse vennootschap (de hoofdagent). Volgens het HvJ EU is sprake van bemiddeling, aangezien de dienstverlening van Volker Ludwig de essentiële en kenmerkende functies daarvan bevat. Het is niet noodzakelijk dat de bemiddelaar rechtstreeks in contract treedt met de twee contractspartijen teneinde te onderhandelen over alle contractbepalingen, maar er moet worden gekeken naar de aard van de handelingen zelf en het doel van de verrichte dienst. De vrijstelling is evenwel niet van toepassing als de bemiddelaar slechts een deel van de aan de overeenkomst verbonden materiële handelingen op zich neemt. Kortom, er kan zowel sprake zijn van bemiddeling bij een agent als bij een subagent. J.C.M. Beheer In het arrest J.C.M. Beheer gaat het om een vennootschap die handelt als subagent van een assurantiemakelaar en verzekeringsagent. 24 De hoofdagent bemiddelt bij het sluiten van verzekeringsovereenkomsten en handelt daarnaast als gevolmachtigd agent voor sommige verzekeringsmaatschappijen. De activiteiten die J.C.M. Beheer op naam en voor rekening van de hoofdagent verricht bestaan uit het sluiten van verzekeringsovereenkomsten, behandelen van polis mutaties, afgeven van verzekeringspolissen, verrekenen van provisies en verstrekken van informatie aan de verzekeringsmaatschappij en aan de polishouder. Daarnaast initieert J.C.M. Beheer aanvragen en acceptatie van nieuwe verzekeringen. Als vergoeding voor haar activiteiten ontvangt J.C.M. Beheer 80% van de provisie die de hoofdagent voor de sluiting van de verzekeringsovereenkomst ontvangt. Indien de hoofdagent de provisie dient terug te betalen doordat een verzekering vervalt dan is J.C.M. Beheer verplicht om haar deel van de terug te boeken provisie voor haar rekening te nemen. Het HvJ EU oordeelt dat de diensten van J.C.M Beheer aan de hoofdagent zijn vrijgesteld. De activiteiten van J.C.M. beheer waren ontegensprekelijk de activiteiten van een assurantiemakelaar of van een verzekeringsagent. Dat de subagent hierbij op naam en voor rekening van de hoofdagent handelt en derhalve indirect met de verzekeraars is verbonden doet aan toepassing van de vrijstelling volgens het HvJ EU niet af. Skandinaviska Enskilda Banken AB Momsgrupp In de Zweedse zaak Skandinaviska Enskilda Banken AB Momsgrupp (hierna: Enskilda) gaat het om een Zweedse kredietinstelling aan het hoofd van een fiscale eenheid voor de btw. 25 Zij verricht diensten ter zake van 24 HvJ EU 3 april 2008, C-124/07 (J.C.M. Beheer), V-N 2008/ HvJ EU 10 maart 2011, C-540/09 (Enskilda), V-N 2011/

18 ondernemingsfinanciering op het gebied van de uitgifte van financiële instrumenten. In 2002 heeft Enskilda, samen met een andere onderneming van haar btw-groep, aan een derde onderneming emissiegaranties verstrekt op grond waarvan de leden van deze groep zich ertoe verbonden, alle aandelen van de derde onderneming te kopen waarop bij het verstrijken van de intekenperiode niet was ingetekend. Als vergoeding voor het verstrekken van deze garantie ontvingen de groepsleden een provisie. De groep meende dat de verstrekking van emissiegaranties van btw was vrijgesteld. De Zweedse belastingdienst heeft naar aanleiding van een controle vastgesteld dat de prestatie, op basis van Zweedse rechtspraak, niet van btw was vrijgesteld en heeft btw nageheven. De vraag is of tot de financiële vrijstellingen in de Btw-richtlijn ook diensten ( underwriting ) betreffen die inhouden dat een kredietmaatschappij aan een vennootschap die op het punt staat aandelen uit te geven, tegen vergoeding een garantie verleent, waarbij de kredietmaatschappij zich ertoe verbindt de aandelen te verwerven waarop tijdens de intekenperiode niet wordt ingetekend. Onder verwijzing naar haar arrest SDC geeft het HvJ EU aan dat het bij handelingen inzake aandelen gaat om verrichtingen op de markt van aandelen en dat de handel in aandelen verrichtingen inhoudt die de rechtsbetrekking en de financiële relatie tussen partijen wijzigen. In het latere CSC arrest is vervolgens bepaald dat handelingen inzake waardepapieren handelingen zijn die de rechten en verplichtingen van partijen inzake aandelen kunnen doen ontstaan, wijzigen of doen tenietgaan. In de zaak Enskilda kunnen de rechtsbetrekking en financiële relatie tussen partijen wijzigen en deze mogelijkheid volstaat op zich om als een handeling inzake aandelen te kwalificeren. Resumé De jurisprudentie van het HvJ EU leidt niet tot een duidelijke afbakening van het begrip bemiddeling. Desalniettemin kan eruit worden opgemaakt dat kenmerkend voor bemiddeling is dat de prestatie door de opdrachtgever als afzonderlijke tussenkomst wordt vergoed en dat de prestatie tot doel heeft het nodige te doen opdat twee partijen een contract sluiten, welke handelingen kenmerkend en essentieel zijn voor een bemiddelingsdienst. Hiermee krijgt het begrip bemiddeling waarbij het objectieve karakter van de prestatie doorslaggevend is een subjectieve tint. Bemiddeling is kennelijk bemiddeling als het vooropgezette doel van de prestatie bemiddeling is. Uit het arrest Volker Ludwig volgt voorts dat voor bemiddeling dient te worden gekeken naar de aard van de handelingen zelf en het doel van de verrichte dienst. De besproken jurisprudentie heeft betrekking op de bemiddeling bij financiële en verzekeringsdiensten. Dit wil evenwel niet zeggen dat dit niet voor bemiddeling bij andere transacties geldt. Het lijkt niet goed denkbaar dat de bemiddeling bij een financiële transactie iets anders inhoudt dan de bemiddeling bij de totstandkoming van een goederenlevering. In de aanhangige zaak zijn de prestaties die de makelaar verricht, gericht op het tot stand brengen van een transactie tussen twee partijen waarbij de 17

19 makelaar geen contractspartij is. Dat is bemiddeling. De vraag die overblijft, is waarbij wordt bemiddeld, een aandelentransactie of een onroerend goedtransactie. 3.3 Bemiddeling bij een aandelentransactie of bij een onroerend goedtransactie Zoals reeds in de inleiding is aangegeven, ligt er thans een zaak bij het HvJ EU met de vraag of de diensten van een makelaar vrijgesteld zijn indien deze betrekking hebben op een aandelentransactie. Dit betreft de Nederlandse zaak DTZ Zadelhoff. In deze paragraaf zal nader worden ingegaan op het procesverloop en de argumenten die bepleiten voor een aandelentransactie dan wel een onroerend goedtransactie. Rechtbank Haarlem komt allereerst tot de conclusie dat vast staat dat bij de transacties waarbij DTZ Zadelhoff bemiddelde het indirecte belang in de onroerende goederen werd verkocht door vervreemding van de aandelen van de vennootschappen die al dan niet indirect eigenaar waren van de onroerende goederen. 26 Desalniettemin hadden de diensten van DTZ Zadelhoff betrekking op het onroerend goed zelf. Zo was de te betalen vergoeding afhankelijk van de waarde van het onroerend goed. Daarnaast werd geen enkele informatie verstrekt over de vennootschap die werd overgedragen. Hieruit leidde de rechtbank af dat het voor DTZ Zadelhoff van ondergeschikt belang was dat het een aandelentransactie betrof en dat de uiteindelijke vorm van de transactie geen c.q. weinig invloed had op de omvang en aard van de door DTZ Zadelhoff te verrichten diensten. De rechtbank oordeelde dat de verrichte diensten naar hun aard niet gericht waren op bemiddeling bij de handelingen betreffende effecten. De rechtbank beschouwt de geleverde diensten als bemiddeling bij en voorbereiding van de verkoop van een onroerend goed. Hof Amsterdam acht het in de eerste plaats aannemelijk dat de verkoopwaarde van de aandelen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend afhangt van de verkoopwaarde van het onroerend goed. 27 Het belang van de opdrachtgever bij de dienst van DTZ Zadelhoff was gelegen in het vinden van een gegadigde voor het onroerend goed die de hoogste prijs wil betalen. Dit belang kon door DTZ Zadelhoff, door de vooraanstaande positie op de markt voor onroerende goederen, het beste worden gediend. De omstandigheid dat de opdrachtgever het voornemen had om de verkoop van het onroerend goed te realiseren door de overdracht van aandelen van de vennootschap waarin het onroerend goed en de exploitatie waren ondergebracht, leidt naar het oordeel van het Hof niet ertoe dat de dienst van belanghebbende dient te worden aangemerkt als het bemiddelen bij de overdracht van aandelen. Uit de stukken kan, volgens het Hof, niet worden afgeleid dat de voorgenomen overdracht van de aandelen een rol heeft gespeeld bij de door DTZ Zadelhoff 26 Rechtbank Haarlem 16 februari 2007, AWB 05/6797, V-N 2007/ Hof Amsterdam 26 januari 2009, P07/

20 verrichte diensten. Het Hof acht het meer aannemelijk dat het vinden van een koper voor het gebouw onderwerp was van de overeenkomst, hetgeen bevestiging vindt in het feit dat de bedongen vergoeding overeenstemde met de richtlijnen van NVM met betrekking tot de bemiddeling bij de verkoop van een onroerende zaak. Voorts merkt het Hof op dat de stelling van DTZ Zadelhoff dat de aard van haar prestatie wordt bepaald door de wijze waarop haar opdrachtgever vorm geeft aan de overdracht van het onroerend goed geen steun vindt in het recht. Volgens het Hof moet de aard van de prestatie als zodanig worden beoordeeld. Kortom, de handelingen van de makelaar zijn naar zijn aard niet te beschouwen als bemiddelingsdiensten waarop de btw-vrijstelling van toepassing is, aldus Rechtbank en Hof. Het feit dat de verkoper al dan niet van begin af aan een aandelentransactie nastreefde, doet niet af aan de inhoud van de dienst van de makelaar. Hierbij kan een parallel worden getrokken met de merchantbankarresten van de Hoge Raad. 28 De diensten van merchantbankers betreffen een veelheid van handelingen welke voor de opdrachtgever worden verricht in het kader van een potentiële overname. Gesteld zou kunnen worden dat deze diensten moeten worden beschouwd als bemiddeling bij handelingen inzake effecten en derhalve zijn vrijgesteld van btw. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet het geval was aangezien de prestaties van de merchantbanker niet essentieel en kenmerkend zijn voor het wijzigen van de rechtsbetrekking en de financiële prestaties tussen partijen. Voor toepassing van de vrijstelling moet het gaan om verrichtingen inzake de transactie als zodanig en niet om voorbereidende handelingen. Dat de diensten van de merchantbanker vervolgens leiden tot een aandelenoverdracht, maakt de dienstverlening niet tot bemiddeling inzake aandelen. Het gaat erom dat de diensten van de merchantbanker niet in de eerste plaats waren gericht op een aandelentransactie. Uit deze arresten kan worden afgeleid dat de vorm waarin de transactie haar beslag krijgt niet beslissend is voor toepassing van de vrijstelling, maar de aard, het doel en de inhoud van de werkzaamheden van de dienstverrichter. In de zaak DTZ Zadelhoff kan niet worden ontkend dat het zowel de koper als verkoper te doen was om de overdracht van de onroerende goederen. De transactie daarvan vond echter plaats door overdracht van de aandelen van de desbetreffende vennootschap. Dit leidt er derhalve toe dat anders als in de merchantbankarresten de handelingen van DTZ Zadelhoff in de eerste plaats waren gericht op een aandelentransactie, waardoor aard, doel en inhoud van de handelingen kwalificeren als bemiddeling bij handelingen inzake effecten. De verkoper wilde dat DTZ Zadelhoff de marktwaarde van het onroerend goed bepaalde en daarmee de waarde van de vennootschap om vervolgens de verkoop daarvan in gang te zetten. DTZ Zadelhoff heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. A-G Van Hilten heeft in deze zaak conclusie genomen. 29 Na 28 Hoge Raad 10 januari 2001, nr en nr , BNB 2001/119 en BNB 2001/ A-G Van Hilten, 21 oktober 2010, (V-N 2011/6.16). 19

btw en tussenpersonen Federatiebijeenkomst van Assurantieclubs Jakob Kamminga

btw en tussenpersonen Federatiebijeenkomst van Assurantieclubs Jakob Kamminga btw en tussenpersonen Federatiebijeenkomst van Assurantieclubs Jakob Kamminga btw en tussenpersonen 24 november 2011 Inhoud Update btw stavaza Het proceskader Het wettelijke kader Toepassing op casus btw

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/6797) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. LJN: BO3637, Hoge Raad, 09/00760 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-04-2011 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Omzetbelasting; art. 5, lid 3, en art. 13, B, aanhef en

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 30 juni 2009 (13.07) (OR. en) 11584/09. Interinstitutioneel dossier 2007/0267 (C S) LIMITE FISC 92

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 30 juni 2009 (13.07) (OR. en) 11584/09. Interinstitutioneel dossier 2007/0267 (C S) LIMITE FISC 92 Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 30 juni 2009 (13.07) (OR. en) Interinstitutioneel dossier 2007/0267 (C S) PUBLIC 11584/09 LIMITE FISC 92 OTA van: aan: Betreft: het aantredende Zweedse voorzitterschap

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 10 juni 2016 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 10 juni 2016 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 10 juni 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2012/0102 (CNS) 8741/16 FISC 70 ECOFIN 378 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: RICHTLIJN VAN DE RAAD

Nadere informatie

Besluit van 25 januari 2013, nr. BLKB 2013/82M, De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Besluit van 25 januari 2013, nr. BLKB 2013/82M, De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. Omzetbelasting. Heffing van omzetbelasting ten aanzien van en en mobiele telefoonabonnementen Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingdienstregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 25 januari

Nadere informatie

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M,

Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, Omzetbelasting. Kleine ondernemersregeling Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

Schijn of wezen : de reikwijdte van de vrijstelling voor bemiddeling in de financiële en verzekeringssector, in het bijzonder in het kader van het

Schijn of wezen : de reikwijdte van de vrijstelling voor bemiddeling in de financiële en verzekeringssector, in het bijzonder in het kader van het Schijn of wezen : de reikwijdte van de vrijstelling voor bemiddeling in de financiële en verzekeringssector, in het bijzonder in het kader van het (Europese) provisieverbod Door: K.L.F. Hommen MSc Januari

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 18 oktober 2011 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 18 oktober 2011 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 9 NOV 2011 Kenmerk: DGB 2011-6473 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 11/04540) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 2 september 2011, nr. r, 2

Nadere informatie

In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd:

In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd: Drie musketiersverliezenstrijd koepelvrijstelling In haar verwijzigingsbeslissing heeft de Hoge Raad de volgende vraag aan het HvJ EG voorgelegd: Moet artikel 13 A lid 1 letter f van de Zesde Richtlijn

Nadere informatie

Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur?

Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur? Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur? Onlangs heeft de rechtbank Arnhem uitspraak gedaan in een zaak waarbij de Belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting heeft opgelegd,

Nadere informatie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie In deze nieuwsbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen inzake de procedures over btw en leerlingenvervoer.

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

11558/02 jv 1 DG G I

11558/02 jv 1 DG G I RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 augustus 2002 (28.08) (OR. fr) 11558/02 FISC 216 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Sylvain BISARRE, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

Bemiddeling: communautair bekeken

Bemiddeling: communautair bekeken Bemiddeling: communautair bekeken Door: M.M.M. Busink 2007/ 2008 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 Hoofdstuk 2 Communautaire rechtsbegrippen 3 2.1 Communautaire rechtsorde 3 2.2 Eigen begrippenapparaat

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 24.11.2009 COM(2009)641 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de Portugese Republiek wordt gemachtigd een maatregel toe

Nadere informatie

BTW. Academiejaar 2009-2010 samenvatting - Jeroen De Mets 1

BTW. Academiejaar 2009-2010 samenvatting - Jeroen De Mets 1 BTW 1. INLEIDING...2 A. DEFINITIE...2 B. OUD EN NIEUW STELSELSTELSEL...2 2. DE BTW-PLICHTIGE VAN RECHTSWEGE...2 3. DE TOEVALLIGE BTW-PLICHTIGE...3 4. DE BELASTBARE FEITEN...3 A. ALGEMEEN...3 B. OVERZICHT...4

Nadere informatie

2014 KPMG Meijburg & Co, belastingadviseurs, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen en maakt deel uit van KPMG International

2014 KPMG Meijburg & Co, belastingadviseurs, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen en maakt deel uit van KPMG International 2014 KPMG Meijburg & Co, belastingadviseurs, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen en maakt deel uit van KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit.

Nadere informatie

Axent NabestaandenZorg N.V., gevestigd te Groningen, hierna te noemen Verzekeraar.

Axent NabestaandenZorg N.V., gevestigd te Groningen, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-231 d.d. 13 augustus 2015 (prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. W. Dullemond, leden en mr. R.A.F. Coenraad,

Nadere informatie

Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer

Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer Door: N. Tanouti M. Sc. 2010/ 2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding... 4 Hoofdstuk 2 Belastingplicht van houdstermaatschappijen bij

Nadere informatie

Voorstel van decreet. van de heren Sven Gatz, Dirk Van Mechelen, Marino Keulen en Sas van Rouveroij. 367 ( ) Nr. 1 9 februari 2010 ( )

Voorstel van decreet. van de heren Sven Gatz, Dirk Van Mechelen, Marino Keulen en Sas van Rouveroij. 367 ( ) Nr. 1 9 februari 2010 ( ) stuk ingediend op 367 (2009-2010) Nr. 1 9 februari 2010 (2009-2010) Voorstel van decreet van de heren Sven Gatz, Dirk Van Mechelen, Marino Keulen en Sas van Rouveroij houdende wijziging van artikel 159

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-22 d.d. 24 januari 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Eiseres heeft op haar aangifte voor het eerste kwartaal van omzetbelasting voldaan.

Eiseres heeft op haar aangifte voor het eerste kwartaal van omzetbelasting voldaan. Rechtbank Haarlem 5 oktober 2010, nrs. 09/3619 en 09/3620 Uitspraak RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Zaaknummers: AWB 09/3619 en AWB 09/3620 Uitspraakdatum: 5 oktober

Nadere informatie

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH DEN HAAG Amsterdam, 22 juni 2017 Betreft: Schriftelijke opmerkingen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=bo3637

http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=bo3637 Page 1 of 21 LJN: BO3637, Hoge Raad, 09/00760 Datum 22-04-2011 uitspraak: Datum 22-04-2011 publicatie: Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Omzetbelasting; art. 5, lid 3,

Nadere informatie

Collegeaantekeningen Fiscale aspecten Registergoederen. Week 1

Collegeaantekeningen Fiscale aspecten Registergoederen. Week 1 Collegeaantekeningen Fiscale aspecten Registergoederen Week 1 2016-2017 HC week 1 Fiscale aspecten van Registergoederen 9 februari 2017 Inleiding Waarom is het vak voor notariëlen van belang? Wat heeft

Nadere informatie

( Richtlijnen van de Raad 77/388, artikel 13, B, sub d, punt 1, en 78/583, artikel 1 )

( Richtlijnen van de Raad 77/388, artikel 13, B, sub d, punt 1, en 78/583, artikel 1 ) Downloaded via the EU tax law app / web @import url(./../../../../css/generic.css); EUR-Lex - 61987J0207 - NL Avis juridique important 61987J0207 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 14 JULI 1988. - GERD

Nadere informatie

Assurantiebelasting is (nog) geen BTW

Assurantiebelasting is (nog) geen BTW Ondanks gelijk tarief: Assurantiebelasting is (nog) geen BTW Wat brengt u uw klant in rekening? Assurantiebelasting, BTW, beiden of geen van beide? Sinds 1 januari jongstleden is het tarief van de assurantiebelasting

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 09/06/2015

Datum van inontvangstneming : 09/06/2015 Datum van inontvangstneming : 09/06/2015 Vertaling C-208/15-1 Datum van indiening: 5 mei 2015 Verwijzende rechter: Zaak C-208/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Kúria (Hongarije) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen

HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen HOOFDSTUK 1 Een systematiek voor het oplossen van btw-problemen De wijze waarop internationale transacties in de heffing van btw worden betrokken, wordt bepaald door de systematiek van de btw-wetgeving.

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Als u vragen heeft over dit onderwerp of over de intrekking van mededeling 26, dan kunt u uiteraard contact opnemen

Als u vragen heeft over dit onderwerp of over de intrekking van mededeling 26, dan kunt u uiteraard contact opnemen BTW-nieuwtjes 5/2010 van vilsteren BTW advies bv Heidesteinlaan 2a, 6866 AG Heelsum E-mail: info@btwadvies.com Website: www.btwadvies.com Telefoon: 026-7071710 KvK Arnhem 09136209 De pro rata en het mogen

Nadere informatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie

LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak. Datum uitspraak: 10-10-2008. Datum publicatie: 10-10-2008. Soort procedure: Cassatie LJN: BF7176, Hoge Raad, 41570 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-10-2008 Datum publicatie: 10-10-2008 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Verkoop van (gebruikte) goederen

Nadere informatie

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning

De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden

Nadere informatie

Fiscale informatie over vakantiewoning in Nederland

Fiscale informatie over vakantiewoning in Nederland April 2017 Mr. P. Homan Belastingadviseur E-mail: p.homan@edo.nl Internet: www.edo.nl Fiscale informatie over vakantiewoning in Nederland Bij de aankoop van een vakantiewoning in Nederland komt een aantal

Nadere informatie

VRAAG 1 VRAAG 2. Intracommunautaire levering

VRAAG 1 VRAAG 2. Intracommunautaire levering VRAAG 1 Intracommunautaire levering Op grond van art. 12, lid 2, onderdeel a, 2 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 is voor de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen vereist

Nadere informatie

Workshop. Casus woningen en beperking btw druk. Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek. pagina 1

Workshop. Casus woningen en beperking btw druk. Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek. pagina 1 Workshop Casus woningen en beperking btw druk Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek pagina 1 Casus Ontwikkelende bouwer bouwt woningen en verkoopt die aan woningbelegger Grond 100 ovb 6 Bouwkosten

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Tekst geldend op: 13-01-2004) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Minister van Financiën; Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 10, eerste lid, en 22, vijfde lid,

Nadere informatie

Besluit van 25 januari 2007, nr. CPP2006/2847M, Stcrt. nr. 24. De minister van Financiën heeft het volgende besloten.

Besluit van 25 januari 2007, nr. CPP2006/2847M, Stcrt. nr. 24. De minister van Financiën heeft het volgende besloten. Omzetbelasting. Leasing 1 Omzetbelasting. Leasing Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 25 januari 2007, nr. CPP2006/2847M, Stcrt. nr.

Nadere informatie

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1 WET van 5 september 2002, houdende vaststelling van regelingen inzake de identificatieplicht van dienstverleners (Wet Identificatieplicht Dienstverleners) (S.B. 2002 no. 66). ALGEMENE BEPALINGEN Artikel

Nadere informatie

I. ALGEMEEN. Memorie van toelichting. 1. Inleiding

I. ALGEMEEN. Memorie van toelichting. 1. Inleiding Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een tussenregeling voor valutaresultaten op deelnemingen (Tussenregeling valutaresultaten op deelnemingen) Memorie

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak

ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Wijziging regels plaats van dienst/ procedure teruggaafverzoeken per 2010. Onderwerp: EU BTW pakket per 1 januari 2010. Bestemd voor: alle ondernemers

Wijziging regels plaats van dienst/ procedure teruggaafverzoeken per 2010. Onderwerp: EU BTW pakket per 1 januari 2010. Bestemd voor: alle ondernemers Wijziging regels plaats van dienst/ procedure teruggaafverzoeken per 2010 Onderwerp: EU BTW pakket per 1 januari 2010 Doel: informeren Bestemd voor: alle ondernemers 1 Inleiding Per 1 januari 2010 zal

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 14 april 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 14 april 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 14 april 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2015/0074 (NLE) 7910/15 FISC 32 VOORSTEL van: ingekomen: 13 april 2015 aan: Nr. Comdoc.: Betreft: de heer Jordi AYET

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 622 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009

Nadere informatie

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/4855) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/4855) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 4 oktober 2013 nr. 11/03207 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2011, nr. P10/00221, betreffende

Nadere informatie

DUIDING VAN DE PROBLEMATIEK

DUIDING VAN DE PROBLEMATIEK Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde Beslissing BTW nr. E.T.127.884 d.d. 05.10.2015 Reisbureaus Verzekeringen

Nadere informatie

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 12.6.2015 COM(2015) 289 final 2015/0129 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij Italië wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. De Bedrijfsmakelaar.nl

ALGEMENE VOORWAARDEN. De Bedrijfsmakelaar.nl ALGEMENE VOORWAARDEN De Bedrijfsmakelaar.nl Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de toegang en het gebruik van de website van De Bedrijfsmakelaar.nl. Deel I. Algemeen Artikel 1 Definities en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 065 Aanpassing van de wetgeving aan en invoering van titel 7.13 (vennootschap) van het Burgerlijk Wetboek (Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk

Nadere informatie

2. Bij brief van 26 oktober 2006 (tevens per fax verzonden), heeft Kraft Foods het Commissariaat de gevraagde informatie verstrekt.

2. Bij brief van 26 oktober 2006 (tevens per fax verzonden), heeft Kraft Foods het Commissariaat de gevraagde informatie verstrekt. Beschikking Kenmerk: BVB-007227-bm Betreft: spaaractie met boek Chocolade volgens Côte d Or Datum: 19 december 2006 Beschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 6,

Nadere informatie

The clash of the Bulls. The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU. I. Inleiding

The clash of the Bulls. The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU. I. Inleiding The clash of the Bulls The Bull Dog vs. Red Bull: het begrip geldige reden nader verklaard door HvJ EU I. Inleiding Met de uitspraak van het Europese Hof op 6 februari jongstleden is het dan zo ver...

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur)

de inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur) LJN: BW3414, Gerechtshof Arnhem, 11/00467 en 11/00468 Datum uitspraak: 11-04-2012 Datum publicatie: 20-04-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Omzetbelasting. De

Nadere informatie

Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013

Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013 Special wijziging BTW- factureringsregels Per 1 januari 2013 Audit І Tax І Advisory Belangrijke wijzigingen in de btw facturerings regels per 1 januari 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Wanneer moet

Nadere informatie

Artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

Artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Memo Van prof. Mr. Ch.P.A. Geppaart Onderwerp Artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen 1. Via het hoofd van de afdeling Directe belastingen van het Ministerie van Financiën ontving ik Uw

Nadere informatie

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 8.7.2004 COM(2004) 468 definitief 2003/0091 (CNS) Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG wat betreft

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

Gewijzigde artikelen 1, 9, en 44, 3, 1, van het Btw-Wetboek vanaf 1 januari Eerste commentaar.

Gewijzigde artikelen 1, 9, en 44, 3, 1, van het Btw-Wetboek vanaf 1 januari Eerste commentaar. Beslissing BTW nr. E.T.119.318 dd. 28.10.2010 Gewijzigde artikelen 1, 9, en 44, 3, 1, van het Btw-Wetboek vanaf 1 januari 2011. Eerste commentaar. 1. Inleiding Ingevolge de wijzigingen van het Btw-Wetboek

Nadere informatie

Date de réception : 16/12/2011

Date de réception : 16/12/2011 Date de réception : 16/12/2011 Vertaling C-560/11-1 Zaak C-560/11 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 7 november 2011 Verwijzende rechter: Commissione tributaria provinciale di

Nadere informatie

Raad van Toezicht Oost van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM

Raad van Toezicht Oost van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM Eigen belang. Makelaar koopt zelf. Klager was geïnteresseerd in een woning die beklaagde in verkoop had. Uiteindelijk heeft klager een eindbod uitgebracht van EUR 228.000,-- onder voorwaarde van financiering

Nadere informatie

2. Een bemiddelingsvergoeding wordt nooit aan Verhuurder berekend indien er sprake is van een opdracht van huurderszijde.

2. Een bemiddelingsvergoeding wordt nooit aan Verhuurder berekend indien er sprake is van een opdracht van huurderszijde. ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR VERHUURDERS VAN WOONRUIMTE FJ VERHUURMAKELAARS I. Algemene bepalingen 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen en op alle bemiddelingsovereenkomsten welke

Nadere informatie

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 i Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 Edelhoogachtbaar College, De uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 6 december 2012, nr. 11 / 04103, betreft de X in geschil zijnde vraag of belanghebbende,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 22 oktober 2015 (*)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 22 oktober 2015 (*) ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 22 oktober 2015 (*) Prejudiciële verwijzing Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) Richtlijn 2006/112/EG Artikelen 2, lid 1, onder c),

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.12.2006 COM(2006) 802 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Estland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk worden gemachtigd

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 11/08/2015

Datum van inontvangstneming : 11/08/2015 Datum van inontvangstneming : 11/08/2015 Vertaling C-332/15-1 Zaak C-332/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 juli 2015 Verwijzende rechter: Tribunale di Treviso / Italië Datum

Nadere informatie

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen

HOGE RAAD ARREST. nr. 31/695. gewezen op het beroep in cassatie van X te Z. tegen HOGE RAAD nr. 31/695 ARREST gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 13 oktober 1995 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde

Nadere informatie

Publicatie bemiddelen September 2014

Publicatie bemiddelen September 2014 Publicatie bemiddelen September 2014 Inleiding Deze publicatie geeft u antwoord op de vraag wanneer sprake is van bemiddelen volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft). 1 Consumenten kunnen op verschillende

Nadere informatie

2 Levering van goederen

2 Levering van goederen 2 Levering van goederen Oefening 1: leveringen 1 plaats van levering: de plaats van aanvang van het vervoer, Gent; tijdstip van levering: 4 november, tijdstip van aankomst. 2 plaats van levering: waar

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.6.2003 COM(2003) 348 definitief 2003/0127 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese

Nadere informatie

UNIVERSITEIT VAN TILBURG

UNIVERSITEIT VAN TILBURG UNIVERSITEIT VAN TILBURG Modernisering van de vrijstelling voor betalingsverkeer Onderzoek naar de reikwijdte en toepassing van de vrijstelling ten behoeve van het moderne betalingsverkeer Naam: A.W. Groeneweg

Nadere informatie

Besluit overdrachtsbelasting Nieuwe goedkeuringen.

Besluit overdrachtsbelasting Nieuwe goedkeuringen. Besluit overdrachtsbelasting Nieuwe goedkeuringen. Den Haag, 30 juni 2014 Het besluit nr. BLKB/2014/194M van 3 juni 2014 vervangt het besluit van 14 december 2011, nr. BLKB2011/1803M en bevat beleid over

Nadere informatie

Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer

Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer Aftrek vrijwillige pensioenpremie zelfstandige ondernemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling

Nadere informatie

No.W /II 's-gravenhage, 5 november 2012

No.W /II 's-gravenhage, 5 november 2012 ... No.W03.12.0390/II 's-gravenhage, 5 november 2012 Bij Kabinetsmissive van 28 september 2012, no.12.002275, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens

Nadere informatie

MPGD GD Behandeld door Drs. ing. G. Ravensbergen

MPGD GD Behandeld door Drs. ing. G. Ravensbergen MPGD32010030910570217 GD3 09.03.2010 0217 6Ö3 2g9S>20 Deloitte Belastingadviseurs B.V. Omzetbelasting Stationsplein 6 2275 AZ Voorburg Postbus 90721 2509 LS Den Haag Tel: (088) 2882888 Fax:(088)2889812

Nadere informatie

Verruiming btw-sportvrijstelling

Verruiming btw-sportvrijstelling omzetbelasting Verruiming btw-sportvrijstelling FISCAAL PRAKTIJKBLAD 2015-16 6 oktober 2015 De btw-sportvrijstelling voor sportverenigingen moet op termijn verruimd worden. Dit heeft de Staatssecretaris

Nadere informatie

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje mr. I.M. Duinker; mr. P. de Kock 1 Met ingang van 1 januari 2012 zijn in de Wet op de omzetbelasting 1968 wijzigingen aangebracht in het kader

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid

Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 15 december 2003, nr.

Nadere informatie

88 De Pensioenwereld in 2015

88 De Pensioenwereld in 2015 09 88 De Pensioenwereld in 2015 Fiscaliteiten & grensoverschrijding 89 Kansen voor vermindering btw-druk bij pensioenfondsen Auteurs: Karim Hommen en Gert-Jan van Norden Een recente uitspraak van het Europese

Nadere informatie

Algemene voorwaarden. Algemeen Artikel 1

Algemene voorwaarden. Algemeen Artikel 1 Algemene voorwaarden ALGEMENE LEVERINGS-, BETALINGS- EN UITVOERINGSVOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP DE RECHTSVERHOUDING TUSSEN OPDRACHTGEVER EN ADMINISTRATIEKANTOOR KAANDORP & MOOIJ Algemeen Artikel 1 1.

Nadere informatie

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 34 323 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en enige andere wetten in verband met enkele aanpassingen inzake de fiscale eenheid (Wet aanpassing fiscale eenheid) NOTA VAN WIJZIGING Het

Nadere informatie

BELEIDSREGELS INZAKE HET TOEKENNEN VAN AMBTSHALVE VERMINDERINGEN

BELEIDSREGELS INZAKE HET TOEKENNEN VAN AMBTSHALVE VERMINDERINGEN BELEIDSREGELS INZAKE HET TOEKENNEN VAN AMBTSHALVE VERMINDERINGEN Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (hierna de BSR); Gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening

Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening drs. Klaas Dijkstra; mr. Iris Duinker 1 Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening Het rommelt in de btw-regelgeving ten aanzien van sportbeoefening, zowel voor wat

Nadere informatie

De Nederlandse BV als een vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap

De Nederlandse BV als een vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap De Nederlandse BV als een vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap Rashmi Gangaram Panday 5606306 Semester 2, studiejaar 2008/2009 Juli 2009 Bachelorscriptie Begeleider : dhr. mr. drs. W.A.P.

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING. I Algemeen. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING. I Algemeen. 1. Inleiding Implementatie van de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken (Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. Van: Albij administratieve dienstverlening Iroko PM Dordrecht KvKnr hierna te noemen de opdrachtnemer.

ALGEMENE VOORWAARDEN. Van: Albij administratieve dienstverlening Iroko PM Dordrecht KvKnr hierna te noemen de opdrachtnemer. ALGEMENE VOORWAARDEN Van: Albij administratieve dienstverlening Iroko 97 3315 PM Dordrecht KvKnr. 51657023 hierna te noemen de opdrachtnemer. Artikel 1. Toepasselijkheid 1. Deze algemene voorwaarden zijn,

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

mr. T. (Ton) Verveer 4/15/2010

mr. T. (Ton) Verveer 4/15/2010 Btw en transport per 1 januari 2010 mr. C.F.C. C (Frank) Resseler mr. T. (Ton) Verveer 1 Btw in perspectief Btw en transport INHOUD Btw en met transport samenhangende diensten Bemiddeling Verhuur vrachtwagens

Nadere informatie

Wet van 27 maart 1995 op de verzekeringsbemiddeling - Klantenaanbrengers.

Wet van 27 maart 1995 op de verzekeringsbemiddeling - Klantenaanbrengers. Mededeling _2009_10 dd. 20 februari 2009 Wet van 27 maart 1995 op de verzekeringsbemiddeling - Klantenaanbrengers. Toepassingsveld: Verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen. Samenvatting/Doelstelling:

Nadere informatie

Factoring en het voorstel tot wijziging. Over identificatie en kwalificatie van prestaties

Factoring en het voorstel tot wijziging. Over identificatie en kwalificatie van prestaties Factoring en het voorstel tot wijziging Over identificatie en kwalificatie van prestaties Door: mr. drs. A.G.J. Wentink 2011/ 2012 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 2 1.1 Aanleiding 2 1.2 Essentie factorovereenkomsten

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-344 d.d. 26 november 2013 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/07/2014

Datum van inontvangstneming : 31/07/2014 Datum van inontvangstneming : 31/07/2014 Vertaling C-312/14-1 Zaak C-312/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 1 juli 2014 Verwijzende rechter: Ráckevei Járásbíróság (Hongarije)

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

BTW OP VERKOOP VAN GROND

BTW OP VERKOOP VAN GROND BTW OP VERKOOP VAN GROND Sinds 1 januari 2011 is de verkoop van grond in bepaalde gevallen onderworpen aan btw in plaats van aan registratierechten. Dit is het geval wanneer een terrein dat bij een nieuw

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 700 Besluit van 22 december 1995 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 in verband met de totstandkoming van de Tweede

Nadere informatie

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N):

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N): Pagina 1 van 5 DE ONDERGETEKENDE(N): DISCLAIMER verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp Naam rechtspersoon: Plaats statutaire zetel: Kantooradres: Nummer Kamer van Koophandel: e-mailadres:

Nadere informatie