Werkwoorden. in uitvoering. Deel B: Werkwoorden in zinnen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Werkwoorden. in uitvoering. Deel B: Werkwoorden in zinnen"

Transcriptie

1 Werkwoorden in uitvoering Deel B: Werkwoorden in zinnen

2 Voorwoord Werkwoorden zijn leuk, grappig en spannend. En werkwoorden zijn soms een beetje moeilijk. Werkwoorden hebben regels. 1. Er zijn regels over hoe je de werkwoorden schrijft. 2. Er zijn regels over hoe je de werkwoorden op de goede plaats in de zin zet. 3. En er zijn regels over hoe je de werkwoorden samen met andere woorden gebruikt. In het leer-werkboek leren kinderen hoe je de werkwoorden de beste plek in je zinnen geeft. Ze leren hoe je de werkwoorden hun plek geeft naast andere woorden. De zinnen die ze maken, staan vaak in de tegenwoordige tijd (NU), soms in de verleden tijd (TOEN) en soms in de voltooide tijd (WAT IS GEWEEST). Ze leren waar je op moet letten als je twee werkwoorden in een zin gebruikt en ze spelen met zinnen met drie, of vier, of misschien wel vijf verschillende werkwoorden In dit antwoordboek staan de antwoorden van de opdrachten uit het leerwerkboek. Deze antwoorden zijn gebaseerd op de regels die er zijn voor de duidelijkheid van de zin die de leerling schrijft of de zin die hij uitspreekt. Als het gaat om gekkigheid, wat natuurlijk ook een leuk stukje is van taal, dan kan er ineens veel meer Dinie van Oort Geldermalsen, augustus 2015

3 2. Zinnen met één werkwoord: de opdrachten Opdracht 1 : Zet een groene streep onder het wie (wie doet het?). Zet een rode streep onder het werkwoord (wat is de actie?). 1. Ik schrok plotseling van een hard geluid. 2. Jij doet je werk niet goed. 3. Hij legt de post op de keukentafel. 4. De enge man keek boos naar de hond. 5. De leraar waarschuwde hem al voor de vierde keer. 6. Maakte de knappe goudsmid een mooie ketting? 7. Vallen de bladeren in de herfst van de bomen? 8. Verzamelen jouw ouders altijd zoveel informatie over hun vakantie? 9. Staan de kinderen al lang bij de bushalte? 10. Kwam de hond slaperig uit zijn hok tevoorschijn? Opdracht 3a : Geef antwoord op de vraag : Wat doet hij? Schrijf de lange vorm op. Voorbeeld: Hij zwemt. Wat doet hij? zwemmen 1. Hij wacht. Wat doet hij? wachten 2. Hij koopt. Wat doet hij? kopen Opdracht 3b : Geef antwoord op de vraag : Wanneer doet hij dat? 6. Hij wandelt om tien uur. Wanneer? om tien uur 7. Hij leest nooit. Wanneer? nooit Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 3

4 Opdracht 3c : Geef antwoord op de vraag : Waar doet hij dat? 11. Hij wacht bij de bushalte. Waar? bij de bushalte 12. Hij slaapt op de bank. Waar? op de bank Opdracht 5 : Verander de zinnen: stap-voor-stap 1a. 3 x een ander WIE We eten op warme dagen een salade in de tuin. Jullie eten op warme dagen een salade in de tuin. De buren eten op warme dagen een salade in de tuin. Piet en Marie eten op warme dagen een salade in de tuin. 1b. 3 x een ander WANNEER We eten op warme dagen een salade in de tuin. We eten s avonds een salade in de tuin. We eten nooit een salade in de tuin. We eten elke zaterdag een salade in de tuin. 2c. 3 x een ander WAT De vrouw vraagt nooit een tasje in de winkel. De vrouw vraagt nooit een bon in de winkel. De vrouw vraagt nooit hulp in de winkel. De vrouw vraagt nooit de weg in de winkel. 2d. 3 x een ander WAAR De vrouw vraagt nooit een tasje in de winkel. De vrouw vraagt nooit een tasje in de bibliotheek. De vrouw vraagt nooit een tasje bij de bakker. De vrouw vraagt nooit een tasje op de markt. Opdracht 6 : Maak een verhaal dat klopt. Vul de woorden in op de lege plekken. Kies uit de volgende woorden: onze hond - wij - Mijn oom en tante - twee katten - Ik - veel mensen - de meester - iedereen - de kleinste kat - de tranen 1. Op zondagmorgen slapen veel mensen uit. 2. Vorige week waren wij bij oma op bezoek. 3. Op oma s schoot liggen altijd twee katten. 4. Vandaag kroop onze hond ook heel even bij haar op schoot. 5. Maar de kleinste kat krabde de hond op zijn neus. 4 Verhaalland Taalleerlijn

5 Opdracht 11 : - Zet een streep onder het wie werkwoord in de zin. - Zeg bij elke zin op of hij in de basisvolgorde staat of niet. - Schrijf alle zinnen die niet in de basisvolgorde staan, op in de basisvolgorde en zet weer een streep onder het wie-werkwoord. 1. Soep eet je met een lepel. Zet een streep onder het wie werkwoord Basisvolgorde: ja / nee Zin : Je eet soep met een lepel. 2. Tijdens de les snuit de leraar zijn neus. Zet een streep onder het wie werkwoord Basisvolgorde: ja / nee Zin : De leraar snuit tijdens de les zijn neus. 3. Ik draag sinds kort een bril. Zet een streep onder het wie werkwoord Basisvolgorde: ja / nee / Zin : X Opdracht 12 : Maak basiszinnen die bestaan uit: wie, werkwoord, wanneer en waar. Wie Werkwoord Wanneer Wat (iemand/iets) (actie) (tijd) (iets/iemand: de/het/een ) Hij aait morgen de hond. Ik bedank altijd de postbode. Wij repareren nooit de auto. Zij bestellen straks een pizza. Wij betalen altijd de boodschappen. Opdracht 13 : Vul het wat in (één woord). Nu kun je goed zien dat het wat begint altijd met: de / het / een / mijn / jouw / zijn / haar / hun / die / deze / 1. Ze kopen elk jaar een auto. 2. Ze zoeken hun sleutels. 3. Hij toont hem een foto 4. Ik geef ook nog een euro. 5. Iedereen krijgt met zijn verjaardag een cadeautje. 6. Frank bestelt nooit een cola. 7. Ik haal een kopje koffie voor de docent. 8. Ze doet een suikerklontje in de koffie. 9. Ze draagt een verband om haar arm. 10. Janneke vertelt een verhaal. Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 5

6 Opdracht 14 : Vul het waar in. Maak het waar stukje af met twee of drie woorden. 1. Ik zag hem gisteren nog in de stad. 2. De bibliotheek verhuist morgen naar een nieuw gebouw. 3. Het gaat morgen stormen in het noorden. 4. We huurden een huisje in de bergen. 5. We zitten in de zomer vaak in de tuin. Opdracht 17 : Maak van de volgende zinnen vragende zinnen die beginnen met een vraagwoord. Haal het dikgedrukte deel weg en gebruik in plaats daarvan een vraagwoord. Zet dat vraagwoord vooraan in de zin. Let op: Wie: gaat over een mens. Wat: gaat over een ding. Waar: gaat over een plaats. Wanneer: gaat over een tijd. 1. Ik zie mijn vrienden in het weekend. Wie zie ik in het weekend? 2. We legden het vochtige hout in de haard. Wat legden we in de haard? 3. Veel boeren gebruiken landbouwmest op hun akkers. Waar gebruiken veel boeren landbouwmest? 4. Ik leg de post morgen wel op de keukentafel. Waar leg ik de post morgen wel? 5. De automobilist gaf de voetgangers geen voorrang. Wie gaf de automobilist geen voorrang? 6 Verhaalland Taalleerlijn

7 3. Zinnen met meer werkwoorden: de opdrachten Opdracht 22 : Zet de gegeven werkwoorden in de goede vorm in de zin. 1. hebben vertellen De juffrouw heeft vorige week haar plannen aan ons verteld. 2. gaan - maken We gingen met de klas een prachtig boek maken. 3. zullen - laten betalen De juffrouw zou alle rekeningen door de school laten betalen. 4. worden verhogen De verkoopprijs van het boek werd keer op keer verhoogd. Opdracht 24 : Maak de verhalen af. Bedenk een werkwoord dat past in de zin en zet dat werkwoord in de goede vorm achteraan in de zin. De tuinman 1. De tuinman heeft een mooie, grote boom in onze tuin omgehakt. 2. Daarna heeft hij ontslag genomen. 3. En hij hoopt nog steeds een betere baan te vinden. 4. Maar hij zal waarschijnlijk nog lang moeten wachten. 5. Hij is namelijk vorige week 80 jaar geworden. Opdracht 25 : Onderstreep de blokken in de zin : geef ze de juiste kleur. Voorbeeld: Moeder - heeft vanmiddag - die taart - met veel liefde in de keuken gemaakt. Moeder - heeft vanmiddag - met veel liefde - die taart in de keuken gemaakt. Moeder: wie = groen heeft: werkwoord 1 = rood vanmiddag: wanneer = bruin met veel liefde: hoe = oranje die taart: wat = blauw in de keuken: waar = paars gemaakt: werkwoord 2 =rood Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 7

8 1. De eenden / zwemmen / in de vijver. 2. De moeder / roept / haar kind. 3. Het boek / valt / op de grond. 4. De burgemeester / woont / sinds twee weken / in de Kerkstraat. 5. Mijn tante / loopt / zenuwachtig / door de kamer. Opdracht 27 : Zet de delen van de zin in de goede volgorde. Het woord met de hoofdletter is het eerste woord van de zin. 1. verwacht - hadden - niet zoveel protesten - Wij. Wij hadden niet zoveel protesten verwacht. 2. tegenhouden - zoveel mensen - willen - Waarom - ons? Waarom willen zoveel mensen ons tegenhouden? 3. meer licht - in onze woonkamer - gewoon - Wij - te krijgen - proberen. Wij proberen gewoon meer licht in onze woonkamer te krijgen. 8 Verhaalland Taalleerlijn

9 4. Gecombineerde zinnen: de opdrachten Opdracht 34 : Verbeter de volgorde van de woorden in het tweede deel (het schuingedrukte deel) van de zinnen. Verbeter alleen de volgorde van de blauwe woorden. 1. Ik denk dat hij is minder knap dan zijn broer. Ik denk dat hij minder knap dan zijn broer is. 2. De kinderen konden niet meer stoppen met lachen. Dat betekende dat de rest van de les kon niet meer door gaan. De kinderen konden niet meer stoppen met lachen. Dat betekende dat de rest van de les niet meer kon doorgaan. 3. De rechter zei dat de beschuldigde man was niet schuldig. De rechter zei dat de beschuldigde man niet schuldig was. 4. Het lijkt erop dat Suzanna is niet meer het populairste meisje van de klas. Het lijkt erop dat Suzanna niet meer het populairste meisje van de klas is. 5. De man zei dat hij ging naar huis om zich om te kleden. De man zei dat hij naar huis ging om zich om te kleden. Opdracht 37 : Maak de zinnen af. Begin na het verbindingswoord met het wie. Let op: zet het gegeven werkwoorden in de goede vorm en zet de werkwoorden op de goede plaats in de zin. 1. Adam heeft een taart besteld, maar (hebben - uitdelen hij de taart pas bij de koffie). hij heeft de taart pas bij de koffie uitgedeeld. 2. Heeft u melk in de koffie, of (willen gebruiken u liever room)? wilt u liever room gebruiken? 3. Ik geef elke maand geld aan een goed doel, terwijl (kunnen kopen ik voor mijzelf ook genoeg dingen). ik ook genoeg dingen voor mezelf kan kopen. Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 9

10 Opdracht 39 : Maak nieuwe zinnen. Begin elke nieuwe zin met Vertel eens, daarna het vraagwoord en daarna de rest. De vraagwoorden zijn dikgedrukt en onderstreept. 1. Wat gaan we in de mediatheek doen? Vertel eens wat we in de mediatheek gaan doen. 2. Waar is het station? Vertel eens waar het station is. 3. Hoe schrijf je dat woord? Vertel eens hoe je dat woord schrijft. 4. Waarom vraag je me dat? Vertel eens waarom je me dat vraagt. 5. Hoeveel huur betaal jij voor je school-kluisje? Vertel eens hoeveel huur jij voor je school-kluisje betaalt. Opdracht 41 : Maak goede zinnen van de woorden. Het eerste woord is het gegeven woord met de hoofdletter. Schrijf de hele zin op! 1. lopen Jan en Piet op de speelplaats en zien alle andere leerlingen ze. Jan en Piet lopen op de speelplaats en ze zien alle leerlingen. 2. alle dozen De verhuizers naar binnen dragen en brengen naar de juiste kamers ze de spullen. De verhuizers dragen alle dozen naar binnen en ze brengen de spullen naar de juiste kamers. 3. brengt naar school Vader zijn zoontje en om 5 uur haar kind moeder naar de voetbalclub brengt. Vader brengt zijn zoontje naar school en moeder brengt om 5 uur haar kind naar de voetbalclub. Opdracht 44 : In elke zin is het verbindingswoord (plakwoord) verkeerd. De volgorde van de gegeven woorden is wel goed! Verbeter het verbindingswoord / plakwoord. 1. Ik vind de opdracht erg moeilijk, hoewel ik geef het niet op. 1. Ik vind de opdracht erg moeilijk, maar ik geef het niet op. 2. Hebben we vandaag het eerste uur Nederlands en wiskunde? 2. Hebben we vandaag het eerste uur Nederlands of wiskunde? 3. Maar hij geen zin had om weg te gaan, ging hij toch naar het feest. 3. Hoewel hij geen zin had om weg te gaan, ging hij toch naar het feest. 4. Ik heb vannacht heerlijk geslapen, daardoor ik nu lekker uitgerust ben. 4. Ik heb vannacht heerlijk geslapen, zodat ik nu lekker uitgerust ben. 10 Verhaalland Taalleerlijn

11 Opdracht 45 : Verander regel na regel één woord uit de gegeven zin. Zorg ervoor dat het nieuwe woord van dezelfde soort is als het verdwenen woord en zorg ervoor dat je de andere woorden niet (meer) verandert! De onderstreepte woorden mogen blijven staan. 1. Belooft de juf een verrassing? Belooft de juf een cadeautje? Belooft de juf dat cadeautje? Belooft de meester dat cadeautje? Geeft de meester dat cadeautje? 2. De mensen kennen me intussen wel. Veel mensen kennen me intussen wel. Veel dieren kennen me intussen wel. Veel dieren horen me intussen wel. Veel dieren horen hem intussen wel. Veel dieren horen hem waarschijnlijk wel. Veel dieren horen hem waarschijnlijk niet. Opdracht 47 : Maak de zinnen af met twee zinnen. Gebruik het gegeven verbindingswoord / plakwoord. 1. Volgende week en Volgende week neem ik vrij en ik ga dan op vakantie. 2. Vanaf komend weekend want Vanaf komend weekend ben ik niet bereikbaar, want ik ben dan op vakantie. 3. Honderd jaar geleden maar Honderd jaar geleden was er nog geen computer, maar nu bestaat de computer gelukkig wel. 4. Vanavond hoewel Vanavond ga ik naar een feest, hoewel ik me niet zo lekker voel. Opdracht 56 : Maak de zinnen af, na de woorden als / dat / omdat. 1. Hé, wat doe je nou? Weet je niet dat het verboden is om op de stoep te fietsen? 2. Ik wil het je wel vertellen, maar alleen als je het niet aan anderen vertelt. 3. Ik heb het echt heel druk, want ik moet het verjaardagsfeest van mijn zusje organiseren. 4. Ik ben altijd weer blij, als de vakantie begonnen is. Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 11

12 Opdracht 63 : Maak een correcte zin: zet de woorden in de goede volgorde. Zet daarbij de werkwoorden in de juiste vorm en op de juiste plek in de zin. 1. beter boek dan de film het ik vind Ik vind het boek beter dan de film. 2. boek dan dat de film het hij mooier vond hij zei Hij zei dat hij het boek mooier vond dan de film. 3. appels weet deze hoeveel kosten u kilo per? Weet u hoeveel deze appels per kilo kosten? Opdracht 66 : Maak deze zinnen (met als, dan ) compleet met wie en werkwoord(en). Kies de woorden voor het wie en de werkwoorden, die het beste passen. 1. Als je je voor een cursus Spaans inschrijft, dan moet je je boek, een pen en een schrift meenemen. 2. Als je naar een bruiloft gaat, dan moet nette kleren aantrekken. 3. Als je 's avonds 8 uur thuis bent, dan kun je naar het televisiejournaal kijken. 4. Als je in Amsterdam woont, kun je de metro nemen. 5. Als ik moeilijkheden met mijn fiets heb, dan ga ik naar de fietsenmaker. Opdracht 68 : Maak een kort verhaaltje met de gegeven woorden. Zet de werkwoorden in de juiste tijd, de juiste vorm en op de juiste plek in de zin. vallen mijn laptop op de grond en moeten worden repareren brengen naar handige man maar hebben maken hij de laptop onbruikbaar terugbrengen in een plastic zak en leggen bij de deur sturen hij rekening daarna laten horen nooit meer iets van zichzelf weten ik zeker dat zijn de man een oplichter moeten zoeken nu een nieuwe laptop Mijn laptop viel op de grond en hij moest worden gerepareerd. Ik bracht hem naar een handige man maar hij heeft het apparaat helemaal onbruikbaar gemaakt. Hij heeft de laptop teruggebracht in een plastic zak en (hij heeft) hem neergelegd bij de deur. Hij heeft de rekening gestuurd, daarna heeft hij nooit meer iets van zichzelf laten horen. Ik weet zeker dat de man een oplichter is. Nu moet ik op zoek naar een nieuwe laptop. 12 Verhaalland Taalleerlijn

Leer-werkboek. Werkwoorden. in uitvoering. Deel B: Werkwoorden in zinnen. Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 1

Leer-werkboek. Werkwoorden. in uitvoering. Deel B: Werkwoorden in zinnen. Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 1 Leer-werkboek Werkwoorden in uitvoering Deel B: Werkwoorden in zinnen Werkwoorden in uitvoering Werkwoorden in zinnen - 1 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave 7 2. Werkwoorden, een verhaal 9 Werkwoorden en

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 103 103 HOOFDSTUK 7 Wat gaan we doen? WOORDEN 1 Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 2 Op 22 november zijn we 25 jaar

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

U leert in deze les toestemming vragen. Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. TOESTEMMING VRAGEN les 1 spreken inleiding en doel U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen. Bij toestemming vragen is het belangrijk dat je het op een

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Lesbrief 35. AOW aanvragen. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 35. AOW aanvragen. Wat leert u in deze les? Informatie over AOW begrijpen. Uitleg vragen. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den

Nadere informatie

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij?

Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Een meneer heeft veel ballonnen. Hij roept: Kinderen, kom erbij! Mijn ballonnen die zijn gratis. Wie wil een ballon van mij? Wat een mooie luchtballonnen! Geel, oranje, groen en blauw. Kies maar uit Daan,

Nadere informatie

Werkwoordoefeningen bij les 5

Werkwoordoefeningen bij les 5 Werkwoordoefeningen bij les 5 Werkwoordoefening 1 1 Ik loop. Ik liep. 2 Ik loop naar huis. Ik liep naar huis. 3 Ik loop op straat. Ik liep op straat. 4 Ik ga naar school. Ik ging naar school. 5 Ik ga naar

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 8 Opleidingen

Spreekopdrachten thema 8 Opleidingen Spreekopdrachten thema 8 Opleidingen Opdracht 1 bij 8.2 Lees de vragen. Geef antwoord. 1. Kun je bij jou in de buurt cursussen volgen? Waar dan? 2. Volg jij een cursus of heb je een cursus gevolgd? Welke

Nadere informatie

Werkblad 3: Gravenfeest China

Werkblad 3: Gravenfeest China 1. Lees onderstaande mails en noteer op een apart blad wat je leert over Qing Ming Jie. 2. Bedenk een verhaal over het gravenfeest dat je kan vertellen aan de andere kinderen van je klas. Welke prenten

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 25. Een jurk ruilen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een jurk gaat ruilen. Verleden tijd gebruiken. Vragen stellen. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw,, gaat weer naar de winkel om over werk te praten. Ze wil de manager

Nadere informatie

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?"

Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer. Introductiefase: 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent? Les 1 Voorspellen Leestekst: De nieuwe computer "Welkom:..." Introductiefase: 1. "We gaan vandaag proberen te voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen wat voorspellen betekent?" 3. Discussie:...

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Kofi is op het werk. De chef geeft opdrachten: zij zegt wat Kofi moet doen. De eerste opdracht is de rommel opruimen. Kofi moet de vloer vegen. Het is weer netjes

Nadere informatie

U leert in deze les "om raad vragen". Als u niet weet wat u moet doen, kunt u iemand om raad vragen. U vraagt of iemand u kan helpen met advies.

U leert in deze les om raad vragen. Als u niet weet wat u moet doen, kunt u iemand om raad vragen. U vraagt of iemand u kan helpen met advies. OM RAAD VRAGEN les 3 spreken inleiding en doel U leert in deze les "om raad vragen". Als u niet weet wat u moet doen, kunt u iemand om raad vragen. U vraagt of iemand u kan helpen met advies. Het is belangrijk

Nadere informatie

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl http://www.edusom.nl Actielessen Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Nieuwe woorden Grammatica: werkwoorden in de verleden tijd Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 2 bij 1.2 Vraag en antwoord. Cursist A: lees de vraag hardop. Cursist B: lees het antwoord hardop. Klaar? Dan leest cursist B de vragen. Cursist A Cursist

Nadere informatie

Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs

Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs Lesmateriaal hoofdstuk 4 Spreken Oefeningen uit Voorbereiding op Werk De volgende tien oefeningen zijn afkomstig van de website behorende bij: Verboog, M. & Adèr,

Nadere informatie

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1

Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 Werkwoorden in uitvoering - Werkwoorden schrijven - leerboek - 1 1. Inhoudsopgave 1. Inhoudsopgave 6 2. Werkwoorden schrijven, een verhaal (1). 9 We missen iemand Werkwoorden: een begin 3. Werkwoorden

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Wat kan ik voor u doen?

Wat kan ik voor u doen? 139 139 HOOFDSTUK 9 Wat kan ik voor u doen? WOORDEN 1 1 Peter is op vakantie. Hij stuurde mij een... uit Parijs. a brievenbus b kaart 2 Ik heb die kaart gisteren.... a ontvangen b herhaald 3 Bij welke...

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht.

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de leerkracht. Zinnen maken met omdat. Hulp vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg Pasen met peuters en kleuters Beertje Jojo is weg Thema Maria is verdrietig, haar beste Vriend is er niet meer. Wat is Maria blij als ze Jezus weer ziet. Hij is opgestaan uit de dood! Wat heb je nodig?

Nadere informatie

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Opdracht 1 bij 3.2 Jullie zijn bij het consultatiebureau. Cursist A: je bent arts bij het consultatiebureau. Cursist B: je bent met je baby van twee maanden bij het consultatiebureau.

Nadere informatie

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd 6.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken Badria wordt vandaag 5 jaar. Jan koopt een boek voor Badria.

Nadere informatie

Het allerleukste meisje

Het allerleukste meisje > > 0 0 0 Het allerleukste meisje Er zijn meisjes die het liefst met poppen spelen er zijn meisjes die vaak voor de spiegel staan er zijn meisjes die zich als een bruid verkleden en dan wensen dat ze ooit

Nadere informatie

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst. Interview op zaterdag 16 mei, om 12.00 uur. Betreft een alleenstaande mevrouw met vier kinderen. Een zoontje van 5 jaar, een dochter van 7 jaar, een dochter van 9 jaar en een dochter van 12 jaar. Allen

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 1 bij 1.2 * Doe de opdracht met de groep. Uitleg voor de docent: De cursisten lopen door elkaar door het lokaal. Laat de cursisten elkaar in tweetallen begroeten,

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

1c nr. 1: zinnen maken

1c nr. 1: zinnen maken OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

H E T V E R L O R E N G E L D

H E T V E R L O R E N G E L D H E T V E R L O R E N G E L D Personen Evangelieschrijver Vrouw (ze heet Marie) Haar buurvrouwen en vriendinnen; o Willemien o Janny o Sjaan o Sophie (Als het stuk begint, zit de evangelieschrijver op

Nadere informatie

taal portfolio Taalportfolio 9+

taal portfolio Taalportfolio 9+ taal portfolio Taalportfolio 9+ Inhoud bladzijde 3 bladzijde 4 bladzijde 5 bladzijde 8 bladzijde 11 bladzijde 12 bladzijde 13 Jouw naam en school Welke taal of dialect spreek je met wie Wat kun je in de

Nadere informatie

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou.

Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Voor jou! 9 Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Het boek gaat over geloven. Het gaat over jouw geloof! Lees en bekijk alles goed. Je

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw,, gaat weer naar de winkel om over werk te praten. Ze wil de manager

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen. 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten?

Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen. 2. Vraag: Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten? Les 3 Samenvatten Leestekst: Verhuizen "Welkom:..." Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer samenvatten." 2. Vraag: "Kan iemand mij vertellen welke vraag we onszelf moesten stellen om te kunnen samenvatten?"

Nadere informatie

Films kijken op internet: verboden of niet?

Films kijken op internet: verboden of niet? Les over auteursrecht tekst niveau A Films kijken op internet: verboden of niet? Veel mensen kijken graag naar films. Jij ook? Als je zin hebt om een film te zien, kun je natuurlijk naar de bioscoop gaan.

Nadere informatie

Niet eerlijk. Kyara Blaak

Niet eerlijk. Kyara Blaak Kyara Blaak Niet eerlijk Kyara Blaak Kyara Blaak 248media uitgeverij, Steenwijk Grafische realisatie: MDS Grafische Vormgeving Illustraties binnenwerk: Kyara Blaak Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang.

Die nacht draait Cees zich naar me toe. In het donker voel ik heel zachtjes zijn lippen op mijn wang. Vanavond ga ik mijn man vertellen dat ik bij hem wegga. Na het eten vertel ik het hem. Ik heb veel tijd besteed aan het maken van deze laatste maaltijd. Met vlaflip toe. Ik hoop dat de klap niet te hard

Nadere informatie

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest

Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12. Bruiloftsfeest Bijbellezing: Johannes 2 vers 1-12 Bruiloftsfeest Sara en Johannes hebben een kaart gekregen In een hele mooie enveloppe Met de post kregen ze die kaart Weet je wat op die kaart stond? Nou? Wij gaan trouwen!

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Werkboek Het is mijn leven

Werkboek Het is mijn leven Werkboek Het is mijn leven Het is mijn leven Een werkboek voor jongeren die zelf willen kiezen in hun leven. Vul dit werkboek in met mensen die je vertrouwt, bespreek het met mensen die om je geven. Er

Nadere informatie

werkbladen thema 5 werk

werkbladen thema 5 werk werkbladen thema 5 werk 5.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken 1 Jan staat voor het uitzendbureau. Jan heeft werk. Tarik wil taxichauffeur

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Jezus vertelt, dat God onze Vader is Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.

Nadere informatie

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN Dit thema is opgesplitst in drie delen; gevoelens, ruilen en familie. De kinderen gaan eerst aan de slag met gevoelens. Ze leren omgaan met de gevoelens van anderen. Daarna

Nadere informatie

Tekst lezen en een tekstschema invullen

Tekst lezen en een tekstschema invullen Tekst lezen en een tekstschema invullen Je gaat straks bij opdracht 2 de tekst samenvatten. In een samenvatting vertel je in het kort waar de tekst over gaat. 1. Lees eerst de tekst en onderstreep de woorden

Nadere informatie

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN http://www.edusom.nl Thema In en om het huis VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN Lesbrief 26. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 22, 23, 24 en 25. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen gekregen. Wilt u meer weten over dit keurmerk kijk dan op de website: www.stichtingmakkelijklezen.nl.

Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen gekregen. Wilt u meer weten over dit keurmerk kijk dan op de website: www.stichtingmakkelijklezen.nl. Chatten Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen gekregen. Wilt u meer weten over dit keurmerk kijk dan op de website: www.stichtingmakkelijklezen.nl. Colofon Een uitgave van Eenvoudig Communiceren

Nadere informatie

HEB JE HUISWERK VANDAAG?

HEB JE HUISWERK VANDAAG? BLAD 1 HEB JE HUISWERK VANDAAG? Je kind moet thuis werken voor school. In de agenda kan je kijken wat je kind moet doen. Wat moet je doen? 1 Maak oefening 1 op blad 2: Wat doet je kind na de school? 2

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Nederland

Spreekopdrachten thema 1 Nederland Spreekopdrachten thema 1 Nederland Opdracht 1 bij 1.3 ** Speel het spel met de groep. Uitleg voor de docent: De docent begint. Hij zegt wat hij kan. Bijvoorbeeld: Ik kan koken. Laat de eerste cursist herhalen

Nadere informatie

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin.

Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. Oefening 1: Bouw correcte enkelvoudige zinnen door de woorden in de juiste volgorde te plaatsen. Soms heb je een vraagzin. 1. Ga opnemen de telefoon je? 2. Ik te laat altijd kwam in de les. 3. Wat zijn

Nadere informatie

Verhaal- en kleurboek voor kinderen. Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties

Verhaal- en kleurboek voor kinderen. Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties Verhaal- en kleurboek voor kinderen Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadige 3 Het is half acht s avonds. Fazilah en Djamiel dekken samen de tafel.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis. Weer naar school Kim en Pieter lopen het schoolplein op. Het is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik ben benieuwd wie onze mentor * is, zegt Pieter. Kim knikt. Ik hoop een man, zegt ze. Pieter kijkt

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Al heel snel hadden ze ruzie met elkaar. Het spelen was niet leuk meer.

Al heel snel hadden ze ruzie met elkaar. Het spelen was niet leuk meer. Beertje Anders en Beertje Bruin gingen bij oma spelen. Al heel snel hadden ze ruzie met elkaar. Het spelen was niet leuk meer. Oma hoorde: Ik wil de bal, Ik wil de blokken, Ik ga kleuren, Ik wil de kleurpotloden

Nadere informatie

Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2

Beertje Anders. Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 Beertje Anders Lief zijn voor elkaar. Afspraak 2 H. Vos Beertje Anders Wat zonlicht is voor bloemen, is een glimlach voor een beer. Beertje Anders en Beertje Bruin gaan bij oma spelen. Het was maar even

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang Thema Kinderen en school. Demet TV Lesbrief 9. De kinderopvang zoekt opvang voor haar kind. belt naar een kinderdagverblijf. Is er plaats? Is de peuterspeelzaal misschien een oplossing? Gaat inschrijven

Nadere informatie

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht.

1. Joris. Voor haar huis remt Roos. Ik ben er. De gordijnen beneden zijn weer dicht. 1. Joris Hé Roos, fiets eens niet zo hard. Roos schrikt op en kijkt naast zich. Recht in het vrolijke gezicht van Joris. Joris zit in haar klas. Ben je voor mij op de vlucht?, vraagt hij. Wat een onzin.

Nadere informatie

Juf is Ziek boekje. Groep 8

Juf is Ziek boekje. Groep 8 Juf is Ziek boekje Groep 8 Wanneer je dit boekje hebt is de juf of meester waarschijnlijk ziek. Met dit boekje kun je vandaag zelfstandig aan het werk. Er zitten verschillende opdrachten in voor rekenen,

Nadere informatie

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie heet vragen stellen. We gaan

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere - je kan me wat - module 4 docere delectare movere je kan me wat ROCvA - educatie nt2taalmenu.nl - ROCvAmodule 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat nt2taalmenu.nl module 4 1 1 2 3

Nadere informatie

Dit ben ik Naam: juf Alma van den Bergh School: o.b.s. de Torenuil Groep: 7a Datum: juni 2015

Dit ben ik Naam: juf Alma van den Bergh School: o.b.s. de Torenuil Groep: 7a Datum: juni 2015 Dit ben ik Naam: juf Alma van den Bergh School: o.b.s. de Torenuil Groep: 7a Datum: juni 2015 Inhoudsopgave Inleiding blz. 2 Hoofdstuk 1: Mijn stamboom blz. 3 Hoofdstuk 2: Mijn tijdlijn blz. 5 Hoofdstuk

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 18. Het 10-minutengesprek. Wat leert u in deze les? Vergelijkingen maken. Zeggen hoe vaak iets gebeurt. Verkleinwoordjes. Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

KLEM. Katja en Udo in de schulden. Anne-Rose Hermer

KLEM. Katja en Udo in de schulden. Anne-Rose Hermer KLEM Katja en Udo in de schulden Anne-Rose Hermer Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen 1 Katja ontmoet Udo Katja is bijna negentien jaar. Ze woont nog bij haar ouders. Katja werkt in een warenhuis.

Nadere informatie

Wijs Worden. werkboek. deel 1 DAMON

Wijs Worden. werkboek. deel 1 DAMON Wijs Worden werkboek deel 1 DAMON WW wb deel 1 mei2009.indd 1 5/25/09 10:33:45 AM Hoofdstuk 1 Over wat echt belangrijk is Paragraaf 1 Inleiding Opdracht 1, p.8 Hieronder staan twaalf standpunten over wat

Nadere informatie

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7. Grammatica Inhoud 1. De en het 2. Meervoud 3. Werkwoord 4. Vraagwoorden 5. Zinnen maken 1 6. Zinnen maken 2 7. Zinnen maken 3 8. Zinnen maken 4 9. Niet en geen 10. Lange woorden 11. Het verkleinwoord 12.

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

AANWIJZEND VOORNAAMWOORD. A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? 7. Ga je naar één van onze feestjes?

AANWIJZEND VOORNAAMWOORD. A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? 7. Ga je naar één van onze feestjes? A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? Ja, heb ik gedaan. 2. Komt Willem dit weekend? Nee, moet helaas werken. 3. Ga je met het vliegtuig naar Hamburg? Nee,

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen leren dat er woorden zijn die de (soort)naam voor mensen en dieren aanduiden en maken kennis met de term zelfstandig naamwoord.

Lesdoelen De kinderen leren dat er woorden zijn die de (soort)naam voor mensen en dieren aanduiden en maken kennis met de term zelfstandig naamwoord. groep 4 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen leren dat er woorden zijn die de (soort)naam voor mensen en dieren aanduiden en maken kennis met de term zelfstandig naamwoord. Materiaal Oefenblad

Nadere informatie

X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht. * Dit is belangrijk.? Hier heb ik een vraag bij.

X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht. * Dit is belangrijk.? Hier heb ik een vraag bij. Voorspellen en tekst lezen 1. Kijk naar de tekst. Voorspel waar de tekst over gaat. Let op de titel, de kopjes en de plaatjes. 2. Lees de tekst actief. Gebruik de volgende tekens bij de tekst om te laten

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Hoe maak ik... Naam: Groep:

Hoe maak ik... Naam: Groep: Hoe maak ik... Naam: Groep: Inleiding Een spreekbeurt houden is niet niets! Je moet daar heel wat voor kunnen. Wat dacht je van: Goed kunnen lezen Goed kunnen begrijpen wat je leest Goed dingen kunnen

Nadere informatie

Luisteren: muziek (B1 nr. 4)

Luisteren: muziek (B1 nr. 4) OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. Kijk

Nadere informatie

Het olifantenboekje. het eigenwijze Fantje. C.A. Leembruggen. Zie voor verantwoording:

Het olifantenboekje. het eigenwijze Fantje. C.A. Leembruggen. Zie voor verantwoording: Het olifantenboekje het eigenwijze Fantje C.A. Leembruggen bron. W. van Hoeve, Deventer 1943 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/leem026olif01_01/colofon.php 2010 dbnl 1 2 [Het olifantenboekje.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift -

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - I Oefenen met observeren 1. Het woordenschilderij A Kijk 60 seconden heel goed

Nadere informatie

7.5 Script en plaatjes post-test

7.5 Script en plaatjes post-test 7.5 Script en plaatjes post-test De vorige keer waren we hier om Drakie wat beter te leren praten en Drakie heeft toen een heleboel van jou geleerd. Dat vond ie heel leuk. Vandaag gaan we wat dingen die

Nadere informatie

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag Thema Op het werk. Demet TV Lesbrief 8. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt

Nadere informatie

CARDIJNKRANT. Cardijnfeest 13 november '15

CARDIJNKRANT. Cardijnfeest 13 november '15 CARDIJNKRANT ZWAT-dag Op maandag 10 oktober gingen de leerlingen van OV1 en OV2 op ZWAT-dag. ZWAT staat voor ZWemmen en ATletiek. Met de bus trokken ze naar Hofstade. Daar deden ze de hele dag allerlei

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden zijn ouders hem, maar alle andere konijntjes noemden

Nadere informatie