Utrechtse Energie! Masterplan Duurzaam Lage Weide

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Utrechtse Energie! Masterplan Duurzaam Lage Weide"

Transcriptie

1 Utrechtse Energie! Masterplan Duurzaam Lage Weide

2 Contactgegevens Projectgegevens Projectnaam: Duurzaam Lage Weide Projectcode: D Gebiednaam: Bedrijventerrein Lageweide Postcode: 3542 Gemeentecode: 0344 Wijkcode: 01 Buurtcode: 33 Opdrachtgevers Opdrachtgever 1: Industrievereniging Lage Weide Naam contactpersoon: Dhr. H. Stamhuis adres: Telefoon: Opdrachtgever 2: Gemeente Utrecht Naam contactpersoon: Dhr. C. van de Ven adres: Telefoon: - Energieadviseur Opgesteld door: Warmtebouw Utrecht B.V. Adres: Maarssenbroeksedijk 33 Plaats: Utrecht Telefoon: Website: Contactpersoon: Dhr. R. Hartog adres: Datum rapport: 4 juli 2014 (Def. versie 1.0) Kenmerk: D /RH/WBU Masterplan Pagina 1 van 71 Duurzaam Lage Weide

3 Inhoudsopgave Managementsamenvatting Inleiding Aanleiding Doel Beleidskader & wettelijke verplichtingen Werkwijze Leeswijzer Bestaande situatie Bodemgebruik Bedrijvenprofiel Bedrijvenprofiel kaart Gebouwde omgeving Bouwkundige analyse Installatietechnische analyse Openbare ruimte Beeldkwaliteit Openbare verlichting Verkeersinstallaties Groenvoorzieningen Omgevingsfactoren Klimaatverandering & CO 2 -uitstoot Ontwikkeling Energieprijzen Energieverbruik & CO 2 -uitstoot Emissie van Gemeente Utrecht Emissie van Lage Weide Energieverbruik van Lage Weide Maatregelen Stap 0: Inventarisatie energiestromen Energiescan Waardevast Vastgoed Stap 1: Beperken van de energievraag Gezamenlijk: Energiezuinigere verlichting Gezamenlijk: Isolatie Openbare verlichting Stap 2a: Gebruik energie uit reststromen Gezamenlijk: Afvaloptimalisatie Gezamenlijk: Stadsverwarming Stap 2b: Gebruik energie uit hernieuwbare bronnen Gezamenlijk: Groene energiecollectief / inkoop groene energie Gezamenlijk: Zonnepanelen Gezamenlijk: Windmolens (decentraal) Gezamenlijk: WKO Individueel: RWZI Biomassacentrale Stap 3: Gebruik (fossiele) energiebronnen zo efficiënt mogelijk Gezamenlijk: CO 2 -compensatie Maatregelen buiten de scope Windmolens (centraal) Port of Utrecht Beperking CO 2 -uitstoot voertuigen Masterplan Pagina 2 van 71 Duurzaam Lage Weide

4 4.7 Toekomst Lokale energietransitie (Smart Grid) Trillingenergie Financiering & subsidie Financiering Regionaal: Energiefonds Utrecht Verlichting Leasen Green Lease overeenkomst Verhuur van dak / terrein ESCo s Subsidie Europees: European Local ENergy Assistance (ELENA) Europees: Europees Energie Efficiëntie Fonds (EEEF) Landelijk: Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) Landelijk: MIA\Vamil Landelijk: Energie-investeringsaftrek (EIA) Landelijk: Stimulering duurzame energieproductie (SDE+) Regionaal: De Utrechtse Energie! Impuls Overige regelingen Landelijk: Green Deals Landelijk: Groenprojecten Conclusies & aanbevelingen Disclaimer Bijlage Masterplan Pagina 3 van 71 Duurzaam Lage Weide

5 Managementsamenvatting Deze managementsamenvatting geeft een beknopte beschrijving van de inhoud van dit Masterplan weer. In dit Masterplan wordt een inschatting gegeven van de potentie van mogelijke energiebesparingen en energieopwekkingen op Lage Weide. Dit aan de hand van de opgestelde Energiescans van de bedrijven op het bedrijventerrein en door het analyseren van lokale factoren met inachtneming van de Trias Energetica. Lage Weide heeft op jaarbasis een CO 2 -uitstoot van circa ton. Deze hoeveelheid CO 2 is gelijk aan circa 7% van de totale uitstoot van de gemeente Utrecht. Industrievereniging Lage Weide (ILW) en de gemeente Utrecht hebben de gezamenlijke doelstelling om de CO 2 -uitstoot van het bedrijventerrein Lage Weide met 30% te reduceren, dit komt neer op ton CO 2 per jaar. In de huidige situatie op Lage Weide voldoen veel gebouwen niet aan de laatst gestelde normen en eisen, vanuit het Bouwbesluit en de Arbowet, op het gebied van o.a. klimaat en verlichting. Wanneer aan deze eisen wordt voldaan zal door extra energieverbruik de CO 2 -uitstoot zelfs verder toenemen. De gemiddelde ondernemer is zich niet/onvoldoende bewust waar zijn of haar energiestromen heen gaan. Hierdoor worden besparingsmaatregelen met een kleine (of in enkele gevallen geen) investering niet uitgevoerd, ook doordat men niet op de hoogte is van de besparingsmaatregelen die zij zelf kunnen treffen. Naast de grootte van de investering kan het ontbreken van inzicht in energiestromen een extra barrière zijn voor zowel individuele als collectieve maatregelen. De maatregelen die door middel van inzicht in de energiestromen aan het licht komen, kan per individueel bedrijf een CO 2 -reductie opleveren van circa 5-15% waarbij het comfort van de huidige situatie gelijk blijft of verbetert. Om de doelstelling van 30% CO 2 -reductie te bereiken dient er collectief nagedacht te worden om extra stappen te kunnen zetten. Ten eerste dient er aandacht te worden besteed aan de thermische schil van de gebouwen op Lage Weide. Circa 40% van de gebouwen kunnen hier grote energiebesparingen behalen. Tegelijkertijd dienen verlichting, ventilatie, verwarmen en koelen zoveel mogelijk behoeftegestuurd uitgevoerd te worden. Verder wordt er nog maar beperkt gebruik gemaakt van warmteterugwinning en EC-motoren. Hier liggen per individueel bedrijf nog veel kansen. Na het uitvoeren van deze maatregelen wordt de vraag naar warmte, koude en elektra verminderd wat het mogelijk maakt om kleinere installaties en energiezuinigere technieken toe te passen. Afhankelijk van het aantal deelnemende bedrijven kan hiermee een verdere CO 2 -reductie van circa 15% worden bereikt. Aanbevelingen Wij adviseren om naast inkoop van groene energie maatregelen op het gebied van isolatie, (behoeftegestuurde) verlichting en het opwekken van hernieuwbare energie door middel van zonnepanelen collectief op te zetten in de vorm van businesscases (zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting op deze maatregelen). Dit zijn maatregelen waar gemiddeld een middellange terugverdientijd voor staat. Tevens gaat met deze maatregelen veel tijd gepaard om de juiste materialen en betrouwbare installateur(s) te selecteren. Een centrale aanpak kan voor de ondernemers doorslaggevend zijn om zich aan te sluiten bij een of meerdere businesscases doordat zij minder tijd in deze zaken hoeven te investeren en mogelijk goedkoper uit zijn doordat er groepskortingen kunnen worden afgedwongen. Met de uitvoering van de collectieve inclusief de individuele maatregelen kan een CO 2 -reductie worden bereikt van > 30%. Masterplan Pagina 4 van 71 Duurzaam Lage Weide

6 1 Inleiding In deze inleiding wordt de aanleiding van dit Masterplan beschreven, waaruit de probleem- en doelstelling zijn geformuleerd. In de werkwijze wordt de toegepaste methodiek uiteengezet om tot dit Masterplan te komen. In de leeswijzer is beschreven wat er in de hoofdstukken behandeld gaat worden. 1.1 Aanleiding Het opwarmen van de aarde, milieuverontreiniging, een tekort aan fossiele energie, water en grondstoffen: de wereldproblemen rondom het milieu worden steeds groter en de prijzen voor energie stijgen. De EU wil de CO 2 -uitstoot in 2050 reduceren met 80 tot 95% ten opzichte van Dit is een gezamenlijke uitdaging voor overheden en bedrijven. De overheid stelt via wet- en regelgeving duidelijke randvoorwaarden op het gebied van veiligheid en milieu en stimuleert het opwekken en/of innoveren van energie uit hernieuwbare bronnen als wind, water, zon, biomassa, bodem en de buitenlucht. Subsidies en wijzigingen in de wet kunnen het aantrekkelijker maken om te investeren in het opwekken van energie. Hiervoor is een samenwerking nodig tussen bedrijven en overheid om niet alleen klimaatverandering tegen te gaan, maar ook het energieverbruik en de kosten daarvan te verminderen. De gemeente Utrecht is druk bezig te verduurzamen en heeft in 2011 als doel gesteld om in % CO 2 te gaan besparen en 20% van de energie duurzaam op te wekken. Belangrijke nevendoelen zijn hierbij het vergroten van de groene werkgelegenheid, versterken van de sociale cohesie in buurten en wijken en verlaging van de energielasten voor bewoners en ondernemers. Industrievereniging Lage Weide (ILW) heeft met ondersteuning van de Gemeente Utrecht het project Duurzaam Lage Weide opgezet. Warmtebouw Utrecht B.V. is door de ILW en Gemeente Utrecht geselecteerd en aangesteld als Duurzaamheidsadviseur van Lage Weide en voert energiescans uit bij de grootverbruikers van Lage Weide. Een energiescan geeft inzicht in het energieverbruik en kan direct tot besparingen leiden. De gegevens uit deze scans zijn mede gebruikt om dit Masterplan op te stellen. Met de resultaten uit de scans is er een doorsnede gemaakt van de bestaande situatie op Lage Weide. Terugverdientijden van individuele kansen uit de scans, kunnen door een gezamenlijk aanpak worden verkort. Tevens worden door deze aanpak kansen inzichtelijk gemaakt die alleen haalbaar zijn door samenwerking tussen bedrijven en overheid. Met de gebundelde kracht van de bedrijven op Lage Weide kan de drempel worden verlaagd om stappen te zetten naar een Duurzaam Lage Weide. 1.2 Doel De doelstelling van dit Masterplan is: Een inschatting te maken over de potentie van mogelijke energiebesparingen en energieopwekkingen op locatieniveau. Dit aan de hand van de opgestelde Energiescans van de bedrijven op het bedrijventerrein Lage Weide en door het analyseren van lokale factoren met inachtneming van de Trias Energetica. Wij focussen ons hierbij primair op de energievraagstukken (warmte/koude, gas en elektra), daarnaast worden nog enkele opties genoemd voor verdere CO 2 - reductie. Bij deze maatregelen worden kansrijke alternatieven belicht met de daarbij behorende voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden. Hieruit kunnen in samenspraak tussen overheid en betrokkenen keuzes worden gemaakt en vervolgens, na consensus, met een op te stellen plan van aanpak, de businesscases worden opgestart. Masterplan Pagina 5 van 71 Duurzaam Lage Weide

7 1.3 Beleidskader & wettelijke verplichtingen Naast de doelstellingen van de ILW en gemeente Utrecht voor het project Duurzaam Lage Weide, is in het Masterplan onder meer rekening gehouden met het beleid van het Rijk, waaronder de Structuurvisie Windenergie op land. Maar ook het provinciaal en gemeentelijk beleid behoren tot de uitgangspunten van dit Masterplan. Een bedrijf kan wettelijk verplicht zijn om bepaalde besparingsmaatregelen te nemen. Dit is het geval als de situatie van een bedrijf overeenkomt met de beschrijving uit de wet milieubeheer (zie het Bijlagendocument of bekijk het Activiteitenbesluit milieubeheer, Afdeling 2.6 Energiebesparing, Artikel 2.15). 1.4 Werkwijze Om de kansen op Lage Weide voor energiebesparing en CO 2 -reductie in beeld te brengen is gestart met een inventarisatie, met als doel de huidige energiestromen inzichtelijk te maken. Daarnaast zijn de bij bedrijven uitgevoerde scans verwerkt, de gegevens geanalyseerd en tot slot de resultaten gevisualiseerd. Hiernaast zijn de lokale factoren en lopende initiatieven, zoals het plan voor windmolens en de biomassacentrale op Lage Weide en Utrecht onderzocht en verwerkt. Door deze manier van werken is er een goede doorsnede van het energieverbruik en de CO 2 -uitstoot samen met de besparingskansen in kaart gebracht. Mobiliseren deelnemende bedrijven Omgevingsscan Energiescans Adviesrapport (Individuele kansen) Masterplan (Gezamenlijke kansen) Figuur 1.1: Werkwijze Masterplan Pagina 6 van 71 Duurzaam Lage Weide

8 Onderzoek Inleiding Conclusie en aanbeveling 1.5 Leeswijzer In deze paragraaf wordt de opbouw van dit Masterplan schematisch weergegeven. In de bijlage zijn ter verduidelijking enkele plattegronden en foto s toegevoegd. 1. Inleiding Geeft de aanleiding, doelstelling, kaders en werkwijze van het Masterplan weer. 6. Conclusie & aanbeveling De belangrijkste bevindingen en maatregelen met het grootste potentieel worden in dit hoofdstuk weergegeven. Tevens wordt er een aanbeveling gedaan voor welke maatregelen op korte termijn uitgevoerd kunnen worden. 2. Bestaande situatie De bestaande situatie wordt in dit hoofdstuk beschreven, waarin in sterke punten en besparingskansen worden benoemd. Er is een onderverdeling gemaakt in gebouwde omgeving en openbare ruimte Omgevingsfactoren De omgevingsfactoren die indirect invloed hebben op Lage Weide en de besparingsmaatregelen worden in deze paragraaf beschreven. 5. Financiering & subsidie Dit hoofdstuk zijn verschillende financieringsmogelijkheden en subsidies verder toegelicht. Stap 0: Stap 1: Stap 3: Stap 2a-b: 3. Energieverbruik & CO2- uitstoot Lage Weide Dit hoofdstuk geeft inzicht in de CO 2 -uitstoot op verschillende schaalniveaus. Voor Lage Weide wordt dieper ingegaan op waar de energiestromen vandaan komen. 4. Maatregelen De mogelijk besparingsmaatregelen zijn in deze hoofdstukken verder uitgewerkt, door het beschrijven van de maatregel en het definiëren van kosten en besparing. Gevolgd door een overzicht van het besparingspotentieel van Lage Weide. Figuur 1.2: Leeswijzer Masterplan Pagina 7 van 71 Duurzaam Lage Weide

9 2 Bestaande situatie Aan de hand van het Stratenregister van de gemeente Utrecht 2006 en 2010 is het plangebied Lage Weide afgebakend. Dit register bevat alle straten, pleinen etc. van de gemeente Utrecht ingedeeld op wijk-, subwijk-, buurt-, en subbuurtcodes. In onderstaande figuur is Bedrijventerrein Lageweide weergegeven volgens de indeling subbuurt. Omschrijving van het bedrijventerrein Lage Weide: Lage Weide is een bedrijventerrein centraal gelegen in Nederland en is het enige multimodale bedrijventerrein (met aansluiting op weg, water en spoor) in de regio. Lage Weide heeft een omvang van ca. 500 hectare (ca. 446 ha. netto). Er werken ongeveer mensen verdeeld over zo n 633 bedrijven. Lage Weide levert daarom een belangrijke bijdrage aan werkgelegenheid in de stad Utrecht en haar omgeving. Lage Weide is een van de weinige bedrijventerreinen in de provincie Utrecht die plaats biedt aan geluidgezoneerde bedrijvigheid en is bovendien het enige bedrijventerrein waar milieucategorie 5 bedrijven zijn toegestaan. Kenmerkend zijn de grootschaligheid van het terrein en de binnenhaven (Port of Utrecht). Lage Weide heeft een grote diversiteit aan bedrijven, vooral de sectoren industrie, handel en logistiek zijn er sterk vertegenwoordigd. Naast bedrijven zijn er ook zo n 87 woningen aanwezig op het bedrijventerrein. Indeling bedrijventerrein: 1. Energiecentrale e.o. 2. Havengebied 3. Isotopenweg, Sophialaan e.o. 4. Savannahweg, Kobaltweg e.o. 5. Fermiweg e.o. 6. Zonnebaan, Sterrebaan e.o. Figuur 2.1: Bestaande situatie Bedrijventerrein Lage Weide (Bron: Gemeente Utrecht) Masterplan Pagina 8 van 71 Duurzaam Lage Weide

10 Niet stedelijk bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik 2.1 Bodemgebruik Wanneer er dieper op Lage Weide wordt ingezoomd is te zien dat naast ruimte voor bedrijvigheid het terrein voor een groot deel voor andere functies wordt gebruikt. Zo bestaat het terrein voor een groot deel uit infrastructuur (verkeersterrein) en water. Bodemgebruik Lage Weide Functie Gebruik Oppervlak (hectare) Voetverkeersterrein 4 Fietsverkeersterrein 4 Verkeersterrein Wegverkeersterrein 47 Spoorterrein 20 Vliegveld 0 Totaal verkeersterrein 76 Woonterrein 2 Terrein voor detailhandel en horeca 3 Bebouwdterrein Terrein voor openbare voorzieningen 24 Terrein voor sociaal-culturele voorz. 0 Bedrijventerrein 310 Totaal bebouwd terrein 338 Stortplaats 0 Wrakkenopslagplaats 0 Begraafplaats 0 Semi-bebouwdterrein Delfstofwinplaats 0 Bouwterrein 0 Semi-verhard overig terrein 8 Totaal semi-bebouwd terrein 8 Park en plantsoen 7 Sportterrein 3 Recreatieterrein Volkstuin 0 Dagrecreatief terrein 0 Verblijfsrecreatief terrein 0 Totaal recreatieterrein 10 Terrein voor glastuinbouw 0 Agrarischterrein Overig agrarisch terrein 7 Totaal agrarisch terrein 7 Bos 7 Bosenopennatuurlijkterrein Open droog natuurlijk terrein 0 Open nat natuurlijk terrein 0 Totaal bos en open natuurlijk terrein 7 Randmeer 0 Spaarbekken 0 Recreatief binnenwater 6 Binnenwater Binnenwater voor delfstofwinning 0 Vloei- en/of slibveld 0 Overig binnenwater 48 Totaal binnenwater 54 Buitenwater Totaal buitenwater 0 Totaal 500 Tabel 2.1: Bodemgebruik Lage Weide (Bronnen: CBS, 2010; Wist u Data, 2013; PDOK, 2008; Google/maps, 2014; Geodata, 2014) Masterplan Pagina 9 van 71 Duurzaam Lage Weide

11 2.2 Bedrijvenprofiel Het energieverbruik, met bijbehorende CO 2 -uitstoot, hangt samen met de economische activiteit van een bedrijf. Aan de hand van het Nederlands Handelsregister (NHR) is bepaald welke bedrijven en organisaties zijn gehuisvest op Lage Weide. In het NHR worden alle bedrijven, rechtspersonen en organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer geregistreerd. Tevens wordt bijgehouden als er eventueel sprake is ven een faillissement. In onderstaande tabel is het aantal ondernemingen op Lage Weide onderverdeeld in economische activiteiten, volgens de Standaard bedrijfsindeling (SBI). Deze activiteiten zijn vervolgens omgezet naar overzichtelijke disciplines en sectoren (zie paragraaf bedrijvenprofiel kaart). Aantal Sub-discipline % Discipline % Sector % 231 Groothandel 14% 57 Detailhandel 3% 38 Automotive 2% 60 Vervoer en opslag 4% 14 Horeca 1% 91 Informatie en communicatie 6% 304 Financiële instellingen 18% 56 Verhuur van en handel in onroerend goed 3% 238 Advisering, onderzoek en ov. Spec. dienstverlening 15% 92 Verhuur van roerende goederen en ov. dienstverlening 6% 2 Openbaar bestuur, overheidsdiensten en soc. Verzekeringen 0% 26 Onderwijs 2% 22 Gezondheids- en welzijnszorg 1% 36 Sport en recreatie 2% 53 Overige dienstverlening incl. Religies en Belangenorg. 3% 0 Basismetaalindustrie 0% 9 Bouwmaterialenindustrie 1% 10 Electrotechnische industrie 1% 4 Houtindustrie 0% 12 Machine-industrie 1% 11 Metaalproductenindustrie 1% 1 Papierindustrie 0% 4 Rubber- en kunststofindustrie 0% 4 Textiel- en lederindustrie 0% 3 Transportmiddelenindustrie 0% 20 Uitgeverijen en drukkerijen 1% 2 Vervaardiging van chemische producten 0% 12 Voedings- en genotmiddelenindustrie 1% 13 Voorbereiding tot recycling 1% 17 Overige industriële bedrijven 1% Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening 72% 8% Industrie 8% 0 Winning van delfstoffen 0% Winning van delfstoffen 0% 4 Energieproductie 0% Energieproductie 0% 153 Bouwnijverheid 9% Bouwnijverheid 9% 2 Landbouw, bosbouw en visserij 0% 57 Overig 3% Landbouw, bosbouw en visserij Overig (sector onbekend) Gebouwde omgeving Industrie en Energie 80% 17% 0% Landbouw 0% 3% Onbekend 3% 1658 TOTAAL % Tabel 2.2: Bedrijvenprofiel Lage Weide (Bron: Nederlands Handelsregister (NHR), 2014; Kamer van Koophandel (KvK), 2014) Masterplan Pagina 10 van 71 Duurzaam Lage Weide

12 2.2.1 Bedrijvenprofiel kaart In onderstaande figuur zijn deze bedrijfsactiviteiten weergegeven ingedeeld op sectoren. Indeling bedrijventerrein: 1. Energiecentrale e.o. 2. Havengebied 3. Isotopenweg, Sophialaan e.o. 4. Savannahweg, Kobaltweg e.o. 5. Fermiweg e.o. 6. Zonnebaan, Sterrebaan e.o. Figuur 2.2: Bedrijvenprofiel Lage Weide Masterplan Pagina 11 van 71 Duurzaam Lage Weide

13 2.3 Gebouwde omgeving Op basis van de straatnamen uit het Stratenregister van de gemeente Utrecht 2006 en 2010 is bepaald welke gebouwen tot het bedrijventerrein Lage Weide behoren. Hiervoor is ook gebruik gemaakt van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). In de BAG zijn alle gemeentelijke basisgegevens (waaronder panden, verblijfsobjecten, oppervlakte en bouwjaar) over alle gebouwen en adressen in Nederland verzameld, afgebakend en voorzien van een unieke aanduiding. De in dit hoofdstuk uitgewerkte bouwkundige en installatietechnische analyse zijn voor een groot deel gebaseerd op gegevens uit de BAG in combinatie met de uitgevoerde Energiescans Bouwkundige analyse Gebouwen die in een slechte bouwkundige staat verkeren verliezen veel warmte en/of koude. Hierdoor gaat onnodig veel energie verloren. De bouwkundige staat van een gebouw wordt onder andere bepaald door de eisen die werden gesteld in het jaar waarin het desbetreffende gebouw werd gebouwd. In onderstaande figuur zijn de gebouwen op Lage Weide onderverdeeld in bouwjaar. Lage Weide Figuur 2.3: Overzicht bouwjaren Lage Weide Masterplan Pagina 12 van 71 Duurzaam Lage Weide

14 Thermische schil Circa 42 % van de gebouwen op Lage Weide is gedateerd (bouwjaar < 1985). Dit is verder weergegeven in figuur 2.3 Overzicht bouwjaren Lage Weide. Dat de schil van deze gebouwen ook daadwerkelijk gedateerd is, wordt bevestigd in de uitgevoerde Energiescans. Naast slecht geïsoleerde gevels en daken hebben veel gebouwen op Lage Weide eerste generatie isolatieglas en in enkele gevallen zelfs nog enkelglas. Wanneer er in deze groep gebouwen nog geen acties zijn ondernomen om de thermische schil te verbeteren zijn hier grote besparingen te behalen op het gebied van isolatie. Een gebouw verliest zijn warmte of koude via zijn thermische schil. Het isoleren van deze oppervlakten vermindert het warmte-/koudeverlies en verbetert het comfort in het gebouw. Een bijkomend voordeel is dat bij een goed geïsoleerd gebouw het mogelijk is om kleinere installaties en energiezuinigere technieken toe te passen Bouwkundig onderhoud Gebouwen lijden voortdurend onder slijtage door het gebruik en de blootstelling aan het weer. Het gevolg hiervan is dat de technische kwaliteit van het gebouw in al zijn onderdelen achteruit gaat en de functie van het gebouw in gevaar komt. Onderhoud is gericht op het gebouw in een zodanige staat te houden of terug te brengen, dat de toegewezen functie behouden blijft. Op Lage Weide is de technische kwaliteit van veel gebouwen slecht door beperkt tot geen onderhoud te plegen aan het gebouw. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de staat van het gebouw maar zorgt ook voor onnodig energieverbruik. Veel voorkomende gebreken op het bedrijventerrein zijn: gaten in de gevel, verzanding, rotte kozijnen, kapotte boeidelen, verweerde lichtkoepels en lichtstraten. Onderstaand zijn enkele voorbeelden weergegeven van aangetroffen gebreken. Figuur 2.4: Bouwkundige gebreken Lage Weide Installatietechnische analyse De bevindingen uit deze paragraaf zijn op basis van de energiescans en gesprekken met ondernemers van Lage Weide uitgewerkt Energiehuishouding Besparen van energie begint met het voorkomen van onnodig energieverbruik. Veel bedrijven op Lage Weide hebben geen goed beeld van waar hun energiestromen heen gaan. Er wordt geproduceerd en de energierekeningen worden betaald, er wordt veelal geen rekening gehouden met piekbelasting. Bij de meeste bedrijven is geen energiemonitoringssysteem aanwezig. Wanneer een bedrijf de energiestromen inzichtelijk heeft, kan beter bepaald worden waar de besparingsmogelijkheden zitten. Denk hierbij aan piekbelasting, sluipverbruik en lekverliezen in avond en weekend. Masterplan Pagina 13 van 71 Duurzaam Lage Weide

15 Installatie onderhoud Onderhoud aan de installaties heeft als doel een gebouw bruikbaar te houden voor de activiteiten die in en om het gebouw worden uitgevoerd. De gevolgen van achterstallig onderhoud hebben niet alleen gevolgen voor de bedrijfszekerheid en het elektriciteitsverbruik, maar kunnen ook gevolgen hebben voor de gezondheid en productiviteit van de mensen in het gebouw. Onderstaand zijn enkele voorbeelden weergegeven van gebreken die wij hebben aangetroffen. Figuur 2.5: Achterstallig onderhoud installaties Lage Weide Verlichting In veel gebouwen is de verlichting sterk verouderd. Vaak is er nog oude conventionele verlichting te vinden, deze is veelal niet behoefte gestuurd. Ook wordt het benodigde (vereiste minimale) lichtniveau vaak niet behaald. Dit is niet alleen kostenverhogend maar heeft ook invloed op de werkomgeving en het werkproces. Bij onvoldoende of slecht licht kunnen mensen zich minder goed concentreren, presteren zij minder en voelen zij zich minder prettig. Slecht licht kan een werkomgeving minder veilig maken en gevaarlijke situaties veroorzaken. Op het gebied van verlichting valt een grote besparingsslag te behalen, zowel collectief als individueel. Onderstaand zijn enkele aangetroffen voorbeelden weergegeven. Figuur 2.6: Situatie verlichting bij bedrijven Masterplan Pagina 14 van 71 Duurzaam Lage Weide

16 2.4 Openbare ruimte De openbare ruimte is de fysieke ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar ontmoeting tussen mensen plaats kan vinden. De lokale overheid is grotendeels eigenaar van deze openbare ruimte en is daarmee ook verantwoordelijk. De openbare ruimte heeft twee belangrijke functies te vervullen: 1) Een verkeersfunctie (reizen van a naar b); 2) Een verblijfsfunctie (parken, winkelen, bushaltes) Beeldkwaliteit De bestaande zichtlocaties van Lage Weide, zoals bijvoorbeeld de entrees, zouden beter benut kunnen worden door de gebruikers. Leegstaande panden, braakliggende percelen, kapotte wegdekken en verlichting dragen bij aan een rommelige en verpauperde uitstraling van het bedrijventerrein als geheel. Hier liggen kansen om het bedrijventerrein naar een hoger niveau te tillen, zodat het bedrijventerrein met een duurzame uitstraling een aantrekkelijker ondernemers- en werkklimaat krijgt en behoudt. Onderstaande afbeeldingen zijn enkele extreme gevallen. Figuur 2.7: Beeldkwaliteit Lage Weide Masterplan Pagina 15 van 71 Duurzaam Lage Weide

17 2.4.2 Openbare verlichting Op Lage Weide staan circa 953 lantaarnpalen die circa 1032 lampen laten branden en tezamen zorgen voor 169 ton CO 2 -uitstoot. Andere lichtbronnen zoals reclame zijn in grote getallen aanwezig in de vorm van ABRI s, MUPI s, vitrines en verlichting in bushokjes. Deze openbare verlichting brandt circa 4295 uur per jaar, hierbij is ervan uitgegaan dat de verlichting brandt van zonsondergang (nacht) tot zonsopgang (ochtend). Onderstaand figuur geeft het gemiddeld aantal branduren op een dag per maand weer. Figuur 2.8: Branduren openbare verlichting Reclameborden Reclameverlichting hoeft alleen te branden als potentiële klanten de reclame in het donker moeten kunnen bekijken. Vaak brandt reclameverlichting continu en worden er (TL-)lampen gebruikt met een hoog verbruik. Reclameverlichting bevestigd aan lichtmasten kunnen naast een hoog energieverbruik ook lichthinder voor het verkeer veroorzaken. Op het gebied van reclameverlichting kan energie worden bespaard door het toepassen van ledlampen. De lichtsterkte van de reclame kan s avonds en s nachts worden gedimd of uitgeschakeld. Figuur 2.9: Reclame op Lage Weide Masterplan Pagina 16 van 71 Duurzaam Lage Weide

18 Straatverlichting Op Lage Weide worden circa 738 stuks lagedruk natriumlampen 1 (71,6%) en circa 26 stuks fluorescentielampen 2 (2,5%) toegepast. Gezien het slechte rendement van verlichtingsarmaturen met deze lichtbronnen is het raadzaam deze te gaan vervangen. Bij vervanging door armaturen met hedendaagse lichtbronnen, zoals bijvoorbeeld hogedruk natriumlampen 3, keramische metaalhalogeenlampen 4 en compact fluorescentielampen 5, zal naast een beter lichttechnisch resultaat ook sprake zijn van een besparingspotentieel voor energieverbruik en CO 2 -uitstoot. Bij het vervangen van lampen bij een lantaarnpaal met een brandpunt hoogte (BPH) van 4 tot 5 m is ledverlichting een goede optie. Bij lantaarnpalen met een hoger BPH valt te denken aan inductieverlichting. 1 lagedruk natriumlamp: SOX (-E); 2 fluorescentielamp: TL-D, TL-M, TL-S; 3 hogedruk natriumlamp: SON-T, SODINETTE-ST; 4 keramische metaalhalogeenlamp: CosmoPolis CPO-TW; 5 compact fluorescentielamp: PL-L, UNIQUE-L; 6 ledlampen Legenda Compact fluorescentielampen: PL-L Fluorescentie buislampen: TL-D TL-M Lagedruk natrium: SOX SOX-E Hogedruk natrium: SON SON-T LED Lampen: LED Figuur 2.10: Verlichting openbare ruimte Masterplan Pagina 17 van 71 Duurzaam Lage Weide

19 2.4.3 Verkeersinstallaties Het grootste gedeelte van de auto en voetgangers verkeersinstallaties is voorzien van led-lampen. Alleen op het kruispunt Atoomweg/Thoriumweg en op het kruispunt Ruimteweg/Meteorenweg zijn nog verkeerinstallaties met gloeilampen. Het is aan te raden om deze bij einde levensduur te vervangen voor led-lampen. De verkeerinstallaties van het railverkeer bestaan voornamelijk uit gloeilampen. Doordat deze verkeerinstallaties niet of nauwelijks worden gebruikt is de terugverdientijd te lang om over te gaan op led-lampen Groenvoorzieningen Planten en bomen zetten door middel van fotosynthese kooldioxide (CO 2 ) om in zuurstof (O 2 ) en koolstof (C). De koolstof blijft achter in de stam en takken. Vaak worden er ter compensatie van CO 2 - uitstoot bomen gepland in het buitenland. Maar natuurlijk wordt er ook CO 2 gecompenseerd door de bomen op Lage Weide zelf. Een vuistregel van o.a. het Edingburgh Centre for Carbon Management is dat 1 kubieke meter hout tijdens zijn groei circa 1 ton CO 2 uit de lucht omzet in zuurstof en koolstof. Om één kubieke meter hout te leveren moet een boom 40 tot 50 jaar groeien. Per jaar neemt één boom dus 20 tot 25 kg CO 2 op. Op Lage Weide staan circa 2052 bomen wat goed is voor een jaarlijkse CO 2 -opname van circa 50 ton. Uit dit hoofdstuk valt te concluderen dat de bedrijven op Lage Weide op het gebied van energie geen goed beeld hebben waar de energiestromen heen gaan. Een groot deel van de gebouwen (circa 42 %) is i.v.m. het bouwjaar <1985, naar verwachting, slecht geïsoleerd. Er zijn veel gebouwen die zowel bouwkundig als installatietechnisch in een slechte staat verkeren. Vaak doordat er zelden of nauwelijks onderhoud wordt gepleegd, hierdoor naderen de onderdelen versnelt hun einde levensduur. Verlichting en installaties worden veelal niet behoeftegestuurd uitgevoerd. Op het gebied van de beeldkwaliteit zijn verbeteringen te behalen. In combinatie met bijvoorbeeld isolatiemaatregelen kan de uitstraling van gebouwen en het terrein verbeteren. De openbare verlichting bestaat uit circa 953 lantaarnpalen met circa 1032 lampen die tezamen zorgen voor 169 ton CO 2 -uitstoot. Een groot deel van deze lampen (circa 72%) zijn lagedruk natrium lampen, er zijn tegenwoordig veel energiezuinigere lampen dit het energieverbruik behoorlijk kunnen verminderen. Ook is er voor reclameverlichting nog een besparing te behalen, over het algemeen zijn deze nog uitgevoerd met TL-lampen met van een hoog stroomverbruik. Verkeersinstallaties zijn op enkele gevallen na uitgevoerd met led-lampen. Hier is dus bijna geen reductie meer te behalen. Verder is Lage Weide circa 2051 bomen rijk die jaarlijks circa 50 ton CO 2 compenseren. Masterplan Pagina 18 van 71 Duurzaam Lage Weide

20 2.5 Omgevingsfactoren Er zijn verschillende factoren die het noodzakelijk maken om de CO 2 -uitstoot en het energieverbruik te reduceren. In dit hoofdstuk worden enkele van deze factoren nader toegelicht Klimaatverandering & CO2-uitstoot Vanaf 1900 (industriële revolutie Europa) neemt de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer toe, net zoals de gemiddelde temperatuur op aarde. De oorzaak hiervan is de sterk groeiende CO 2 - uitstoot door het verbranden van fossiele brandstoffen. Na 1970 verdubbelde de uitstoot van CO 2 naar de atmosfeer, reden hiervan is de toename van de welvaart en de groei van de wereldbevolking. Deze klimaatveranderingen zijn niet volledig aan mensen te verwijten, er zijn ook natuurlijke oorzaken van deze mondiale klimaatveranderingen. Dit zijn onder andere meer vulkaanuitbarstingen en variaties in de hoeveelheid zonlicht. Tevens is het broeikaseffect niet per definitie slecht, wolken en broeikasgassen zoals waterdamp, koolstofdioxide (CO 2 ), methaan (CH 4 ) en lachgas (N 2 O) absorberen uitgaande warmtestraling en zorgen er zo voor dat de gemiddelde temperatuur op aarde circa 15 C bedraagt. Dit wordt het natuurlijk broeikaseffect genoemd en maakt het leven op aarde mogelijk. In Nederland zijn klimaatveranderingen duidelijk merkbaar aan de stijging van de temperatuur. In de perioden en nam de gemiddelde jaartemperatuur met 0,8 C toe. De frequentie van zeer koude en zeer warme dagen verandert. De ranglijst van de tien warmste jaren sinds 1901 wordt volledig bezet door jaren na Door de hogere temperaturen is het groeiseizoen langer Ontwikkeling Energieprijzen De voorraden aardgas en olie op aarde worden steeds schaarser (zie Tabel 2.3). Tegelijkertijd is de verdeling hiervan over de wereld scheef. Zo beschikken China en India weliswaar over kolen, maar slechts beperkt over voorraden olie en aardgas. Daarnaast raken de Europese gasvoorraden op. Europa moet daarom een steeds groter deel van de vraag naar gas importeren. Hierdoor zal de importafhankelijkheid in de toekomst toenemen. Ook voor de levering van olie blijft Europa afhankelijk van een kleine groep landen en zal de importafhankelijkheid in de komende jaren nog stijgen. Fossiele brandstof Wereldvoorraad Jaarproductie Levensduur Steenkool 861 miljard ton miljoen ton 128 jaar Aardolie 163 miljard ton miljoen ton 41 jaar Aardgas miljard m miljoen ton 55 jaar Uranium duizend ton 43 duizend ton 93 jaar Tabel 2.3: Wereldvoorraad fossiele brandstof (Bron: WEC, 2008) Masterplan Pagina 19 van 71 Duurzaam Lage Weide

21 Elektriciteit De elektriciteitsprijs hangt onder andere af van de prijzen van olie, kolen en aardgas. Andere belangrijke componenten zijn de kosten voor de centrales en transportnetten. De nu nog lage prijs voor elektriciteit zorgt er bijvoorbeeld voor dat het investeren in zonnecellen onaantrekkelijk is, door langere terugverdientijden. In grafiek 2.1 is de prijsontwikkeling Grafiek 2.1: Prijsontwikkeling elektra(bron: CBS, 2013) van elektra te zien. Hieruit kan afgelezen worden dat bedrijven (grootzakelijk) minder betalen per kwh dan particulieren (huishoudens). Dit betekent dat de terugverdientijd voor bedrijven langer is dan de terugverdientijd voor particulieren Gas De prijs van aardgas stijgt nog steeds (zie grafiek 2.2). Over het algemeen wordt de aardgasprijs bepaald door de prijs van "ruwe" olie, maar ook belangrijke wereldgebeurtenissen hebben invloed op de aardgasprijs. Zo is in 2011 de aardgasprijs mede door een aardbeving in Japan gestegen. De afhankelijkheid van aardgas is nog groot, ook op Lage Weide. Voordat de prijs te hoog wordt en de aardgasvoorraden opraken, Grafiek 2.2: Prijsontwikkeling aardgas (CBS, 2013) kunnen maatregelen om het gasverbruik te verminderen en het gebruik maken van alternatieve brandstoffen zoals biomassa interessante zijn. Deze maatregelen zijn op de korte termijn vaak niet terug te verdienen, maar op de lange termijn heeft Lage Weide hier baat bij. Uit dit hoofdstuk is te concluderen dat de voorraden aardgas en olie steeds schaarser worden, waardoor de prijs van gas hoogstwaarschijnlijk zal blijven stijgen. De prijs voor elektra is nog laag en maakt het voor bedrijven soms onaantrekkelijk om te investeren in maatregelen die elektriciteit opwekken. Voor Lage Weide kan het interessant zijn om maatregelen uit te voeren ter vermindering/vervanging van gas. Dit zijn maatregelen waarbij de bedrijven op Lage Weide vooral op de lange termijn baat bij hebben. De overheid stimuleert het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen als wind, water, zon, biomassa, bodem en buitenlucht. Subsidies en wijzigingen in de wet kunnen het aantrekkelijker maken om te investeren in het opwekken van energie. Masterplan Pagina 20 van 71 Duurzaam Lage Weide

22 3 Energieverbruik & CO2-uitstoot In Nederland worden nog niet alle energiestromen even goed gemonitord. De gegevens van gemeente Utrecht zijn vrij compleet om een goed beeld van de totale CO 2 -uitstoot te kunnen geven. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de CO 2 -uitstoot op de schaalniveaus Gemeente Utrecht en Lage Weide. Voor Lage Weide is ook het energieverbruik van gas en elektra weergegeven. Hierbij is een onderverdeling gemaakt in vier sectoren:1) Gebouwde omgeving; 2) Verkeer en vervoer; 3) Industrie en Energie; 4) Landbouw. Voor het schaalniveau Nederland en Provincie Utrecht zijn in het bijlagendocument de bijbehorende tabellen opgenomen. 3.1 Emissie van Gemeente Utrecht Met gebouwde omgeving worden niet alleen woningen bedoeld maar ook bedrijven in de commerciële en publieke dienstverlening. Van de totale CO 2 -uitstoot van Gemeente Utrecht is ongeveer 67% afkomstig van de gebouwde omgeving. Dit is mede te verklaren door het grote aantal huishoudens in de gemeente Utrecht. Hier ligt dus het grootste besparingspotentieel voor zowel woningen als bedrijven. Totaal CO 2 -uitstoot Gemeente Utrecht Sector Discipline CO 2 -uitstoot (ton/jaar) Woningen Commerciële dienstverlening Gebouwde omgeving Publieke dienstverlening RWZI Drinkwatervoorziening Subtotaal Gebouwde Omgeving Wegverkeer Railverkeer Mobiliteit Mobiele werktuigen Binnen- en recreatievaart Zeescheepvaart en visserij Subtotaal Verkeer en vervoer Industrie Bouwnijverheid Huishoudelijk afval Industrie en energie Bedrijfsafval Energieproductie Winning van delfstoffen Subtotaal Industrie en Energie Landbouw Landbouw, bosbouw en visserij Onbekend Overig (sector onbekend) Totaal bekende CO 2 -uitstoot Tabel 3.1: CO 2-uitstoot van Gemeente Utrecht Bronnen: CBS, Nederlandse Emissieregistratie, Rijkswaterstaat Afvalmonitor, (samenwerkende netbeheerders Liander, Enexis, Stedin, Endinet), Gemeente, CO2MPAS, NVRD, Berekening o.b.v. gegevens meerdere bronnen, Rapport CBS, ECN, PBL, RVO, Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2-emissiefactoren. *In tabel 3.1 zijn enkele getallen in het rood aangegeven. Dit zijn getallen die nog niet bekend zijn, hiervoor zijn de getallen van het voorgaande jaar gebruikt. Masterplan Pagina 21 van 71 Duurzaam Lage Weide

23 3.2 Emissie van Lage Weide In onderstaande tabel is een indicatie van de CO 2 -uitstoot en het energieverbruik van het bedrijventerrein Lage Weide weergegeven. De CO 2 -uitstoot van Lage Weide is gelijk aan circa 7% van de totale uitstoot van Gemeente Utrecht. Om de doelstelling van 30% CO 2 -reductie op Lage Weide te bereiken, is een besparing van circa ton CO 2 nodig. Totaal CO 2 -uitstoot Lage Weide Sector Discipline CO 2 -uitstoot (ton/jaar) Gas (m3/jaar) Elektra (kwh/jaar) Woningen Commerciële dienstverlening Gebouwde Publieke dienstverlening omgeving RWZI Drinkwatervoorziening N.T.B. N.T.B. N.T.B Subtotaal Gebouwde Omgeving Wegverkeer Railverkeer N.V.T Mobiliteit Mobiele werktuigen N.V.T Binnen- en recreatievaart N.V.T Zeescheepvaart en visserij Subtotaal Verkeer en vervoer Industrie Bouwnijverheid N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. Huishoudelijk afval Industrie Bedrijfsafval en energie Energieproductie N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. N.T.B. Winning van delfstoffen Subtotaal Industrie en Energie Landbouw Landbouw, bosbouw en visserij Onbekend Overig (sector onbekend) Totaal Tabel 3.2: CO 2-uitstoot en gas/elektra verbruik van Lage Weide Bronnen: CBS, Nederlandse Emissieregistratie, Energiescans Warmtebouw Utrecht B.V., Rijkswaterstaat Afvalmonitor, (samenwerkende netbeheerders Liander, Enexis, Stedin, Endinet), Gemeente met in het bijzonder gemeente Utrecht, CO2MPAS, NVRD, Berekening o.b.v. gegevens meerdere bronnen, Rapport CBS, ECN, PBL, RVO, Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2-emissiefactoren. Masterplan Pagina 22 van 71 Duurzaam Lage Weide

24 Postcode indeling Totaal aantal Vastgoedobjecten Totaal aantal Vastgoedobjecten Elektra Totaal aantal Vastgoedobjecten Gas Totaal verbruik Elektra (kwh) Totaal verbruik Gas (m3) Aantal Vastgoedobjecten Particulier Aantal Vastgoedobjecten Elektra Particulier Aantal Vastgoedobjecten Gas Particulier Verbruik Elektra Particulier (kwh) Verbruik Gas Particulier (m3) Aantal Vastgoedobjecten Zakelijk Aantal Vastgoedobjecten Elektra Zakelijk Aantal Vastgoedobjecten Gas Zakelijk Verbruik Elektra Zakelijk (kwh) Verbruik Gas Zakelijk (m3) 3.3 Energieverbruik van Lage Weide Op dit moment hebben de bedrijven op Lage Weide weinig inzicht in hun energiestromen. In deze paragraaf wordt een indicatie van de energiestromen van Lage Weide weergegeven. Deze indicatie is onder andere gebaseerd op gegevens uit Energie in beeld, waar gemeente Utrecht ons inzicht in heeft gegeven. Dit is een applicatie ontwikkeld door Enexis, Liander en Stedin voor gemeentes. De applicatie geeft het energieverbruik van een gemeente visueel weer door middel van kleurvlakken. Per vlak wordt aangegeven hoeveel energie in een bepaald gebied verbruikt wordt. Vanwege privacy worden uitsluitend gegevens getoond op postcode- en buurtniveau. Er worden geen gegevens getoond op individueel bedrijfsniveau. Doordat de gegevens uit Energie in beeld maar beperkt zijn, heeft gemeente Utrecht ter aanvulling een lijst overhandigd met enkele geschatte energieverbruiken en door de afdeling Handhaving opgenomen energieverbruiken. Deze gegevens zijn aangevuld met de door Warmtebouw Utrecht B.V. uitgevoerde Energiescans, BAG, NHR+SBI en kengetallen afkomstig uit SenterNovem Cijfers en tabellen 2007, senternovem.databank.nl en klimaatmonitor.nl (zie ook bijlage 10.1). Energieverbruik postcode 5 niveau: In onderstaande tabel is het energieverbruik ingedeeld op postcode niveau 5, op de kaart is weergegeven welke gebieden dit betreft. Het postcode 3542 A gebied heeft veruit het meeste verbruik, dit is te verklaren aan de omvang van het gebied en doordat in dit gebied de zwaardere industrie te vinden is. Het energie verbruik van de particulieren objecten is hoger dan het gemiddelde energieverbruik van de Utrechtse huishoudens. Een van de redenen hiervoor is dat de woningen op Lage Weide voornamelijk uit de periode 1930 t/m 1960 stammen en dus minder goed zijn geïsoleerd. Totaal Particulier Zakelijk Kaart 3542 A C D E TOTAAL Tabel 3.3: Energieverbruik op postcode 5 niveau Lage Weide Masterplan Pagina 23 van 71 Duurzaam Lage Weide

25 Energiestromen: Wanneer er verder wordt ingezoomd op het zakelijk energieverbruik kan aan de hand van kengetallen van SenterNovem worden geconcludeerd dat de meeste energie wordt gebruikt voor ruimteverwarming en verlichting. Energiestromen Lage Weide 2% 1% 3% 2% 3% 0% 3% 23% 5% 4% 39% Ruimteverwarming Koeling Warm tapwater Bevochtiging Diversen Horeca ICT-centraal ICT-decentraal Pompen Productbereiding Productkoeling Transport Ventilatie Verlichting binnen Verlichting buiten Verlichting nood 8% 3% 4% 1% 0% Tabel 3.4: Indicatie energiestromen Lage Weide Afvalstromen: Afvalstromen worden maar beperkt gemonitord. Dit maakt het niet mogelijk om een gedetailleerd beeld te geven van de afvalstromen. Om toch een indicatie te geven van een deel van de afvalstromen op Lage Weide heeft het afvalverwerkingsbedrijf SITA onderstaande gegevens aangeleverd. SITA leert ons dat zij bij 68% van de 54 klanten op Lage Weide bedrijfsafval inzamelen. Dit kwam in 2013 neer op circa 156 ton bedrijfsafval. Bij de verwerking (transport & verbranding) komt op basis van dit tonnage grofweg kg CO 2 vrij. Afvalstroom Inzamelpercentage Klanten TOTAAL 100% 54 Bedrijfsafval 68,5% 38 Swill 5,5% 3 Bouw & Sloop 11,0% 6 Gevaarlijk afval 10,0% 5 Hout (A,B,C) 6,0% 3 Papier/Karton 22,0% 12 Folie/H.P. 10,0% 5 Datazeker 10,0% 5 Tabel 3.5: Afvalstromen volgens SITA SITA geeft aan dat in de praktijk het huidige bedrijfsafval nog makkelijk 30% extra gescheiden kan worden, meer is absoluut mogelijk. Masterplan Pagina 24 van 71 Duurzaam Lage Weide

26 Uit dit hoofdstuk is te concluderen dat de totale CO 2 -uitstoot van Lage Weide circa ton bedraagt. Om de doelstelling van 30% CO 2 -reductie te bereiken is dus een reductie van circa ton CO 2 nodig. Dit is gelijk aan circa kwh elektra, of circa m3 gas of GJ warmte. Wanneer het energieverbruik van Lage Weide per postcodegebied wordt bekeken, heeft het postcodegebied 3542 A veruit het hoogste verbruik, dit is te verklaren aan de omvang van het gebied en doordat in dit gebied de zwaardere industrie is te vinden. Opvallend is dat het postcodegebied 3542 D een vrij hoog verbruik heeft in verhouding tot het oppervlak. Het energieverbruik van de particulieren objecten zijn hoger dat het gemiddelde energieverbruik van de Utrechtse huishoudens. Een van de redenen hiervoor is dat de woningen op Lage Weide voornamelijk uit de periode 1930 t/m 1960 stammen en dus minder goed zijn geïsoleerd. Uit de energiestromen op basis van kengetallen valt te concluderen dat vooral op het gebied van ruimteverwarming (39%) en verlichting (23%) de grote besparingen zijn te behalen. De uitgevoerde Energiescans bevestigen deze conclusie. Er zijn maar beperkt gegevens bekend met betrekking tot de afvalstromen van Lage Weide. Uit de gegevens aangeleverd door SITA is wel te concluderen dat op Lage Weide niveau grote kansen voor CO 2 -reductie liggen in het beter scheiden van de afvalstromen en optimalisatie van afvalafvoer (logistiek). Masterplan Pagina 25 van 71 Duurzaam Lage Weide

27 4 Maatregelen Bij energiebesparende maatregelen is het belangrijk om de juiste strategie te hanteren. De Trias Energetica is een goede leidraad om kostenefficiënt duurzame resultaten te bereiken. Het is hierbij van essentieel belang dat de stappen naar een Duurzaam Lage Weide in de juiste volgorde worden genomen (zie figuur 6.1): Stap 0: Inventarisatie energiestromen Om er achter te komen waar de kansen voor energiebesparing liggen moeten eerst de energiestromen van het desbetreffende gebouw inzichtelijk zijn gemaakt. Het laten uitvoeren van Energiescan en het plaatsen van een energiemonitoringsysteem kunnen inzicht geven in deze energiestromen. Stap 1: Beperk de energievraag De eerste stap naar een Duurzaam Lage Weide is gericht op maatregelen die de energievraag verminderen. Met het verminderen van de energievraag wordt niet alleen het verbruik van gas en elektra bedoeld, maar ook de vraag naar warmte en koude. Een lagere warmte- en koudevraag maken het mogelijk om kleinere installaties en energiezuinigere technieken toe te passen. Stap 2a: Gebruik energie uit reststromen De tweede stap richt zich op het gebruik van energie uit reststromen, afvalstromen en energie uit hernieuwbare bronnen. Allereerst dienen reststromen te worden hergebruikt. Het gaat hierbij niet alleen om warmteterugwinning, maar ook om de afzonderlijke afvalstromen van energie, water en materialen (reststoffen) in te zetten voor andere bedrijven op Lage Weide. Stap 2b: Gebruik energie uit hernieuwbare bronnen De resterende vraag kan duurzaam worden ingevuld met hernieuwbare energiebronnen. Dit is energie opgewekt uit wind, waterkracht, zon, biomassa, de bodem of de buitenlucht. Stap 3: Gebruik (fossiele) energiebronnen zo efficiënt mogelijk Ten slotte moeten fossiele energiebronnen, indien het gebruik onvermijdelijk is, zeer efficiënt gebruikt worden en kunnen eventueel CO 2 gecompenseerd worden Figuur 4.1: Trias Energetica als strategie Masterplan Pagina 26 van 71 Duurzaam Lage Weide

28 4.1 Stap 0: Inventarisatie energiestromen Energiescan Waardevast Vastgoed Om besparingsmogelijkheden vast te stellen dienen eerst de energiestromen van het desbetreffende gebouw inzichtelijk zijn gemaakt. In de meeste gevallen zijn er al energie-/kostenbesparingen mogelijk zonder dat hier investeringen aan verbonden zijn. Het is daarom aan te raden om een energiescan te laten uitvoeren door een onafhankelijke organisatie. De overheid heeft richtlijnen opgesteld voor de inhoud van zo n scan. Een scan dient aan de volgende richtlijnen te voldoen: Beschrijving van het bedrijf: productieomvang, aantal werknemers, bedrijfstijden; belangrijkste processen en activiteiten; eventueel een organisatieschema. Beschrijving van bestaande of geplande bouwwerken en processen in hun geheel: beschrijving van de gebouwen (ligging, bouwjaar, oppervlakte, staat van isolatie, tochtwering, etcetera). Energiehuishouding van de bouwwerken en processen in hun geheel: overzichten van het jaarverbruik (zowel kosten als hoeveelheden) van alle energiedragers (gas, elektra, huisbrandolie, etcetera) van de afgelopen jaren inclusief trendanalyse, overzichten van het maandelijks verbruik. Energiebalans van de relevante energiedragers per bedrijfsonderdeel: daarbij moet 90% van het energieverbruik van de betreffende energiedrager gespecificeerd worden. Voor moeilijk te meten energiedragers zoals stoom of perslucht kan volstaan worden met een specificatie van 80% van het energieverbruik. Energiezorg: beschrijving van de wijze waarop energiezorg in het bedrijf wordt geborgd. Overzicht van de kwantificering ervan (ook van de niet redelijke maatregelen): per maatregel wordt de volgende informatie vermeld: algemene beschrijving, toepasbaarheid (inclusief eventuele voorwaarden), investeringskosten, de te verwachten energiebesparing (in hoeveelheid en in kosten), een berekening van de terugverdientijd. Ook de maatregelen die reeds genomen zijn of nog lopen worden vermeld. Bij het beschrijven van reeds genomen en lopende maatregelen moet vermeld worden wat de (voorlopige) resultaten van de maatregelen zijn en wat de knelpunten bij het invoeren zijn of waren. Ook eerder onderzochte opties die niet zijn uitgevoerd behoren hier te worden beschreven, met vermelding van de redenen voor het niet doorvoeren van de opties. Overzicht van de subsidie- en fiscale mogelijkheden per maatregel. Conclusie Energiescans: Uit de reeds uitgevoerde scans zijn er maatregelen (zie Tabel 4.1) die grotendeels terugkeren. Dit zijn maatregelen op zowel de korte als middellange termijn. De ervaring leert dat deze maatregelen over het algemeen binnen vijf jaar zijn terugverdiend en zijn daarom individueel per bedrijf uit te voeren. Maatregelen met grote kansen voor de korte termijn zijn: Monitoren en managen van energiestromen; Controle en optimalisatie installaties (o.a. regeltechniek en kloktijden/instellingen); Installaties op niveau houden (o.a. onderhoud/beheer). Maatregelen voor de middellange termijn zijn door de langere terugverdientijden (>5 jaar) minder aantrekkelijk om individueel op te pakken. Een collectieve aanpak kan de terugverdientijd sterk terugdringen en daardoor interessanter maken. Op de middellange en lange termijn liggen kansen op het gebied van: Behoeftegestuurde verlichting en ruimte conditionering; Isolatie (glas, gevel en dak); Zonnepanelen; Warmteterugwinning/hergebruik. Gemiddeld leveren de besparingsmaatregelen uit een Energiescan een besparing op van 10 tot 15% van het totale energieverbruik. Masterplan Pagina 27 van 71 Duurzaam Lage Weide

29 Trias Energetica Maatregelen Termijn Omschrijving % Op basis van de Trias Energetica, beschreven op pagina 26, is onderstaande tabel ingekleurd. 0 Energiemanagement KT Energiemanagement 100% 1 Isolatie KT Radiatoren voorzien van folie 100% 1 Isolatie MT Dakisolatie 100% 1 Isolatie KT Diverse maatregelen m.b.t. kierdichting 63% 1 Isolatie MT Gevelisolatie 63% 1 Isolatie MT Gevelglas vervangen 38% 1 Isolatie KT Isolatie leidingen verbeteren 25% 1 Isolatie KT Extra isoleren van koelcellen 13% 1 Isolatie KT Isoleren van wanden 13% 1 Isolatie MT Zonwering 13% 1 Verlichting KT-MT Verlichting en/of armaturen vervangen 100% 1 Verlichting KT-MT Verlichting behoeftegestuurd uitvoeren 100% 1 Verlichting MT Terreinverlichting en/of armaturen vervangen 63% 1 Verlichting LT Lichtstraten herstellen/vervangen 25% 1 Lekverlies KT Luchtcompressor lekkageverliezen verhelpen 63% 1 Lekverlies KT Boilers, koffieautomaten en andere automaten uitschakelen 50% buiten gebruikstijden 1 Lekverlies KT Sluipverbruik traceren en elimineren 38% 1 Optimalisatie KT Behoeftegestuurde ventilatie, verwarming en koeling 38% 1 Optimalisatie KT Ruimte opstelling luchtcompressoren verbeteren 13% 1 Optimalisatie LT Gereedschap vervangen voor energiezuinige bij einde levensduur 50% 1 Optimalisatie MT Acculaders heftrucks optimaliseren 25% 1 Meet en regeltechniek KT Inregeling controleren waterzijdig en luchtzijdig 100% 1 Meet en regeltechniek KT Regeling installaties optimaliseren/verbeteren 63% 1 Meet en regeltechniek KT Plafondventilatoren 13% 1 Vervanging LT Aandrijvingen ventilatoren, pompen en/of machines voorzien 88% van EC motoren 1 Bouwkundig MT Loopdeuren in industriedeuren plaatsen 13% 2a Reststroom KT-MT Warmteterugwinning op productielijn of -proces, 100% luchtcompressor en/of ventilatielucht 2a Reststroom KT Warmwatervoorziening van stoom overzetten naar 13% warmwaterketel 2b Energieopwekking MT-LT PV-panelen 100% 3 Optimalisatie KT Optimalisatie stooklijn 50% 3 Optimalisatie MT Optimalisatie warmteopwekkers 13% 3 Optimalisatie MT-LT Optimalisatie ketelinstallatie 25% 3 Optimalisatie LT Vervanging heaters vroegtijdig of bij einde levensduur 25% 3 Klimaat en prestatie KT Onderhoud luchtbehandelingsinstallatie 38% 3 Klimaat en prestatie MT Verbeteren airconditioning 25% 3 Klimaat en prestatie KT Verwarming werkplaats vloerverw. 13% - Financieel KT Contractvermogen aanpassen 38% - Financieel KT Cumulatie verbruik Energiebelasting 13% - Financieel KT Overschrijding transportcapaciteit gas beperken 13% Tabel 4.1: Maatregelen Energiescans Masterplan Pagina 28 van 71 Duurzaam Lage Weide

30 4.2 Stap 1: Beperken van de energievraag Een groot deel van de gebouwen op Lage Weide is gedateerd en veel componenten van deze gebouwen zijn aan onderhoud of vervanging toe. Achterstallig onderhoud brengt vaak extra energieverbruik met zich mee. Bij het verduurzamen van een gebouw wordt eerst bekeken of het huidig energieverbruik kan worden teruggedrongen. Wat niet nodig is hoeft ook niet gebruikt te worden. De eerste stap van de Trias Energetica is gericht op het beperken van de energievraag Gezamenlijk: Energiezuinigere verlichting In veel gebouwen op Lage Weide neemt verlichting een groot percentage van het totale energieverbruik in beslag. De verlichting bestaat veelal uit oude conventionele verlichting, waarvan een groot deel zijn einde levensduur heeft bereikt of begint te bereiken. Tevens voldoet het verlichtingsniveau niet altijd aan de gestelde eisen. Tegenwoordig zijn er veel nieuwe energiezuinigere verlichtingssystemen die het energieverbruik sterk kunnen terugdringen en daarmee dus ook de CO 2 -uitstoot. Maar het is niet altijd verstandig om de huidige verlichting te vervangen. Vaak kan het toepassen van sensoren al genoeg zijn om veel energie te besparen en kan vervanging worden uitgesteld totdat de einde levensduur bereikt is. Omdat elke situatie anders is en bedrijfstijden sterk variëren, zal per bedrijf moeten worden gekeken welke verlichting de beste keuze is. Wanneer meerdere bedrijven interesse hebben in het vervangen van hun huidige verlichting kunnen er centraal enkele betrouwbare verlichtingsinstallateurs worden gekozen, om al deze bedrijven te adviseren en de nieuwe verlichting te plaatsen. Hierdoor kan de kwaliteit van de nieuwe verlichting beter gewaarborgd worden. Doordat er zoveel energie te besparen is met nieuwe verlichting is er ook een groot aanbod en raakt men snel het overzicht kwijt. Ook wordt led-verlichting vaak als enige oplossing aangeboden, terwijl dit niet altijd de beste keuze hoeft te zijn. Het is aan te raden om bij deze bedrijven eerst een inventarisatie naar de verlichtingsbehoefte uit te voeren en een type lamp te selecteren die bij de situatie past. Wanneer mocht blijken dat dit voor meerder bedrijven dezelfde type lamp is, kunnen deze lampen gezamenlijk worden ingekocht. Zo kan er een financieel voordeel worden behaald. Het nadeel hiervan is dat er veel tijd gepaard gaat met het scannen van al deze bedrijven en niet bij elk type lamp een grote korting is te behalen. Voor behoeftegestuurd schakelen op basis van gebruik (beweging), tijden en reeds aanwezig lichtniveau kunnen zaken centraal worden uitgezocht ondanks dat de toepassing hiervan voor individuele bedrijven maatwerk is. Bij het vervangen van de huidige verlichting zijn verschillende subsidies en financieringsmogelijkheden. Zo kan gebruik worden gemaakt van de EIA regeling en zijn er mogelijkheden om verlichting te leasen. Zie voor meer informatie hoofdstuk 5, Financiering & subsidie. Masterplan Pagina 29 van 71 Duurzaam Lage Weide

31 In onderstaande beslissingsboom staan technische en financiele aspecten waarmee rekening dient te worden gehouden voordat men beslist de bestaande verlichting te vervangen. In de praktijk kan de volgorde van de beslissingsboom afwijken. In tabel 4.2 wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. 1. Zijn in de betreffende ruimte, tijdens de bedrijfstijden, continu personen aanwezig? Ja Nee 2. Is de verlichting behoeftegestuurd uitgevoerd? Ja Nee Plaats sensoren 3. Welke lampen worden gebruikt in de bestaande situatie? Halogeen- of gloeilamp Branduren > 5 per dag Branduren < 5 per dag HPI / CDMT Wattage < 18 TL- / PL- lampen, HPS Wattage > 18 Investing niet interessant 4. Laat een Energiescan of lichtscan uitvoeren Ja 5. Zijn meerdere offertes opgevraagd? In onderstaande tabel wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. Nr. Omschrijving 1. Zijn in de betreffende ruimte, tijdens de bedrijfstijden, continu personen aanwezig? Wanneer er geen personen aanwezig zijn in de betreffende ruimte, is verlichting continu overbodig. Zie in deze situatie stap 2. Wanneer in de betreffende ruimte continu mensen aanwezig zijn, is het verstandig om de huidige situatie beter te bekijken. Zie in deze situatie stap Is de verlichting behoeftegestuurd uitgevoerd? Niet in elke ruimte zijn de hele dag mensen aanwezig, terwijl het licht daar wel de hele dag brandt. Door het toepassen van aanwezigheidsschakelaars wordt de verlicht automatisch uitgeschakeld wanneer er niemand aanwezig is in de ruimte. Bij voldoende daglichttoetreding is kunstmatige verlichting niet of veel minder nodig. Veelal wordt in de ochtend de verlichting aan gezet en niet meer uitgezet wanneer er voldoende licht in de middag door de lichtkoepels of lichtstraten komt. Het toepassen van een schemerschakelaar kan er dan voor zorgen dat de lampen bij voldoende daglicht vanzelf uit gaan en weer aan als het te donker wordt. Alleen al door de verlichting behoeftegestuurd uit te voeren kan in veel situaties een energiebesparing tot 30% op de verlichting worden behaald. Tevens moet worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn om montagebalken te voorzien van een reflector voor een efficiëntere lichtopbrengst. Tabel 4.2: Toelichting energiezuinige verlichting 1/2 Masterplan Pagina 30 van 71 Duurzaam Lage Weide

32 Nr. Omschrijving 3. Welke lampen worden gebruikt in de bestaande situatie? Wanneer de huidige verlichting en armaturen zijn verouderd en/of afgeschreven is het investeren in energiezuinige verlichting interessant. Ook moet worden gekeken of de huidige verlichting nog wel past bij de werkzaamheden die verricht worden. Tevens spelen het aantal branduren een grote rol bij de verlichtingskeuze. Hoe meer branduren er zijn des te groter is de besparing met energiezuinige verlichting ten opzicht van conventionele verlichting. Een ander aspect is de hoogte van de ruimtes. Bij hogere ruimtes is het van belang dat de verlichting nabij de grond/op werkniveau nog steeds afdoende is. Dit betekent in de praktijk dat bij een hoge ruimte het licht sterker gebundeld moet worden door goede reflectoren in de armaturen. Onderstaand zijn enkele lampen benoemd om een indicatie te geven wanneer investering in energiezuinige verlichting zinvol kan zijn: Halogeen- en gloeilampen zijn lampen met een hoog verbruik. Bij een brandtijd van meer dan vijf uur per dag is het al aan te bevelen deze te vervangen voor een energiezuiniger type verlichting. HPI en CDMT lampen zijn lampen met lange levensduur en zijn daarnaast zuinig in het energiegebruik door het hoge rendement. TL-/PL- en HPS lampen zijn onder 18 watt niet altijd interessant om te vervangen. Deze lampen hebben al een vrij laag energieverbruik. Alleen bij einde levensduur is het financieel aantrekkelijk om andere lampen te overwegen. Bij TL-, PL- en HPS-lampen spelen branduren en toepassing een grote rol en moet goed worden gekeken naar verschillende alternatieven, zoals T5 lampen of led. Led-verlichting is niet automatisch de beste optie. Dit dient per situatie bekeken te worden. 4. Laat een Energiescan of lichtscan uitvoeren Het is altijd verstandig om een energiescan of lichtscan uit te laten voeren voordat men de verlichting laat vervangen. Laat hier dan ook een lichtplan in opnemen zodat de ideale situatie kan worden bepaald. Voor iedere werkzaamheid gelden andere eisen met betrekken tot de benodigde lichtopbrengst en de verdeling van het licht. 5. Zijn meerdere offertes opgevraagd? Het aanbod van lampen is groot en prijzen kunnen behoorlijk van elkaar afwijken, ook de verlichting is niet altijd even duurzaam. Vraag om dit te bepalen naar referentieprojecten van de leverancier/installateur. Wees ook kritisch ten aanzien van de garantievoorwaarden van de leverancier en/of installateur. Dit betekent dat er niet alleen gekeken moet worden naar de standaardduur, maar ook naar wat er precies onder de garantievoorwaarden valt, geldt de garantie bijvoorbeeld voor het gehele verlichtingssysteem/armatuur. Bespreek ook de garantie op het eindresultaat, houd hierbij rekening met voldoende lichtniveau, een gelijkmatige verdeling en dat de verlichting niet verblindend werkt. Tabel 4.3: Toelichting energiezuinige verlichting 2/2 Masterplan Pagina 31 van 71 Duurzaam Lage Weide

33 4.2.2 Gezamenlijk: Isolatie Een gebouw verliest zijn warmte of koude via zijn uitwendige schil. Isolatie van deze oppervlakten bepaalt het warmte/koudeverlies. Bij nieuwbouw is een goede isolatie vanzelfsprekend, maar dat was voorheen niet het geval. In het verleden werden er minder eisen gesteld aan isolatie en was de bouwwijze niet afgestemd op de manier waarop er nu wordt geïsoleerd. Daarnaast zijn de materialen en producten aanzienlijk verbeterd. Circa 42% van de gebouwen op Lage Weide is slecht geïsoleerd. Door middel van kierdichting en na-isolatie in bijvoorbeeld spouwmuren, dak, vloer of gevel kan de isolatie worden verbeterd. Een goed geïsoleerd gebouw zorgt niet alleen voor energiebesparing maar draagt ook bij aan de gezondheid van de werknemers door minder tocht, een constantere temperatuur. Na isolatiewerkzaamheden ontstaan soms klachten doordat men vergeet te ventileren, door een verkeerde installatie of slecht onderhoud van het ventilatiesysteem. Een goede ventilatie betekent juist vochtregulatie, energiebesparing en voorkomen van schimmels. Bij de keuze van isolatiematerialen zijn de eigenschappen (zoals niet brandbaar, licht van gewicht en isolatieklasse) van belang. Daarnaast voert een aantal producenten in Nederland het vrijwillige KOMO-keurmerk, waarmee wordt aangetoond dat aan het wettelijke bouwbesluit wordt voldaan en de prestaties worden gegarandeerd. De terugverdientijd is afhankelijk van veel factoren: het soort na-isolatie, de bouwtechnische mogelijkheden, de temperatuur buiten, de gasprijs, de gewenste ruimtetemperatuur en het rendement van de verwarmingsketel. Het na-isoleren van spouwmuren verdient zich met ongeveer 3 tot 5 jaar over het algemeen het snelst terug. Daarna volgen dak-, vloer- en glasisolatie met 5-10 jaar. Tevens is het voor elk bedrijf aan te bevelen om kieren te dichten, c.v.- en warmwaterleidingen te isoleren en reflecterende folie achter de radiatoren aan te brengen. Wanneer meerdere bedrijven interesse hebben in het na-isoleren van hun gebouw kunnen er centraal enkele aannemers worden geselecteerd om deze bedrijven te adviseren. Het is aan te raden om bij deze bedrijven eerst een inventarisatie naar de isolatiemethode en materialen te doen die bij de situatie past. Wanneer mocht blijken dat bij meerder bedrijven dezelfde werkzaamheden uitgevoerd moeten worden, kan mogelijk gezamenlijk worden ingekocht. Zo kan er een financieel voordeel worden behaald. Het nadeel hiervan is dat er veel tijd gepaard gaat met het scannen van al deze bedrijven. Masterplan Pagina 32 van 71 Duurzaam Lage Weide

34 0,32 0,15 0,82 0,65 0,17 0,52 1,30 1,30 2,53 0,57 0,40 0,82 0,65 1,07 0,90 0,39 0,22 0,89 0,72 0,86 1,30 1,30 2,00 2,53 0,64 0,47 0,89 0,72 1,14 0,97 0,24 0,04 0,74 0,54 0,43 1,30 1,30 2,00 2,53 0,58 0,41 0,91 0,74 1,24 1,07 0,36 0,19 0,86 0,69 0,43 1,30 1,30 2,00 2,53 0,61 0,44 0,86 0,69 1,11 0,94 Isolatie onbekend/afwezig met spouw Isolatie onbekend/afwezig geen spouw/onbekend (na)geisoleerd met spouw (na)geisoleerd geen spouw/onbekend Bouwperiode 1965 tot 1975 Bouwperiode 1975 tot 1983 Bouwperiode 1983 tot 1988 Bouwperiode 1988 tot 1992 Bouwperiode > mm Isolatie met spouw 10 mm Isolatie geen spouw/onbekend 20 mm Isolatie met spouw 20 mm Isolatie geen spouw/onbekend 30 mm Isolatie met spouw 30 mm Isolatie geen spouw/onbekend Isolatiedikte (mm) Gevel Paneel Dak Vloer/plafond In onderstaande beslissingsboom staan technische en financiele aspecten waarmee rekening dient te worden gehouden voordat men besluit te gaan isoleren. In de praktijk kan de volgorde van de beslissingsboom afwijken. In tabel 4.3 wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. Nee 1. Wordt de ruimte of het gebouw gekoeld/verwarmd? Nee Isoleren Ja niet nodig 2. Is er isolatie aanwezig in: de gevel; het dak; de vloer/plafond? R c -waarde [m 2 K/W] onbekend Bouwjaar gebouw < 1965? Nee Ja Isolatiedikte te bepalen? Ja Isolatiedikte < 40 mm? Ja Nee Ja Nee R c -waarde [m 2 K/W] R c -waarde [m 2 K/W] R c -waarde [m 2 K/W] Gevel Paneel Dak Vloer/plafond Gevel Paneel Dak Vloer/plafond Gevel Paneel Dak Vloer/plafond 40 1,36 1,41 1,22 1, ,61 1,74 1,47 1, ,86 2,07 1,72 1, ,11 2,41 1,97 1, ,36 2,74 2,22 2, ,61 3,07 2,47 2, ,86 3,41 2,72 2, ,11 3,74 2,97 2, ,36 4,07 3,22 3, ,61 4,41 3,47 3, ,86 4,74 3,72 3, ,11 5,07 3,97 3, ,36 5,41 4,22 4, ,61 5,74 4,47 4, ,86 6,07 4,72 4, ,11 6,41 4,97 4, ,36 6,74 5,22 5, ,61 7,07 4,47 5, ,86 7,41 5,72 5, ,11 7,74 5,97 5,90 Isoleren optioneel Isoleren niet nodig 3. Laat een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren of raadpleeg een bouwfysisch adviseur. 4. Isolatie is mogelijk interessant, zijn meerdere offertes opgevraagd? Masterplan Pagina 33 van 71 Duurzaam Lage Weide

35 In onderstaande tabel wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. Nr. Omschrijving 1. Wordt de ruimte of het gebouw gekoeld/verwarmd Een gebouw verliest zijn warmte of koude via zijn uitwendige schil. Isolatie van deze oppervlakten vermindert het warmte/koudeverlies en verbetert het comfort in het gebouw. Tevens wordt onnodig energieverbruik beperkt. Daarom heeft het geen nut om te investeren in isolatie wanneer een ruimte of gebouw niet wordt verwarmd of gekoeld. 2. Is er isolatie aanwezig in: de gevel; het dak; de vloer/plafond? De genoemde waarden in de beslissingsboom geven een indicatie van de minimale isolatiewaarden volgens het in dat jaar geldende bouwbesluit. Het is mogelijk dat een gebouw boven de norm is gebouwd waardoor na-isolatie niet nodig is. Tevens eist het bouwbesluit voor aan aantal gebruiksfuncties een minimale isolatiewaarde die kan afwijken van de waarden in de beslissingsboom. Het is daarom verstandig om een bouwfysische adviseur te raadplegen. Indien er geen of minimale (< 40 mm) isolatie aanwezig is in het gebouw, is isolatie altijd aan te bevelen. De gebouwen die voor 1975 zijn opgeleverd, werden tijdens de bouw niet of nauwelijks van isolatiematerialen voorzien. Circa 20% van de gebouwen op Lage Weide is opgeleverd voor het bouwjaar Indien deze gebouwen nog niet alsnog zijn geïsoleerd, valt hier een behoorlijk verduurzamingpotentieel te behalen. Bij gebouwen uit de periode 1975 tot 1983 is spouwmuur- en dakisolatie toegepast. Tevens werd er in sommige gevallen dubbelglas toegepast. Circa 22% van de gebouwen op Lage Weide is opgeleverd tussen 1975 en De toegepaste isolatie is waarschijnlijk aan de lage kant en het is aan te bevelen om het pand op naden en kieren te controleren en eventueel af te dichten. Vanaf het bouwjaar 1988 tot > 1992 zijn de gebouwen over het algemeen in goede staat. Van de wat oudere gebouwen is de isolatiewaarde wat aan de lage kant. Voor alle gebouwen is het aan te bevelen om te controleren op mogelijk aanwezige gaten/kieren die kunnen zorgen voor koudebruggen en zodoende onnodig energieverlies. Bij een isolatiedikte van mm valt na-isolatie te overwegen voor gevel en panelen. Bij daken en vloeren/plafonds met een isolatiedikte van mm kan na-isolatie nog interessant zijn. Bij de genoemde isolatie dikte wordt uitgegaan van een doorgaande ononderbroken isolatiedikte. 3. Raadpleeg een bouwfysisch adviseur Om bouwfysische problemen te voorkomen is het aan te bevelen om een bouwfysisch adviseur te raadplegen. Mede omdat nagegaan moet worden of na-isoleren praktisch gezien uitvoerbaar is, vergunningen noodzakelijk zijn en het gewenste resultaat wordt behaald. Vanaf 2003 is een EPN/EPC waarde berekening verplicht. Deze waarde is doorgaans maatgevend geworden om de minimale RC-waarde te bepalen. De waarde is afhankelijk van de gebruiksfunctie die destijds bij de vergunning is aangevraagd en kan afwijken van de in de tabel genoemde waarden. Een bouwfysisch adviseur kan dit in het haalbaarheidsonderzoek meenemen. Vanaf de laatste wijzigingen in het bouwbesluit in 2012 is de minimale RC-waarde 3,5 m 2 K/W geworden voor nieuwbouw. 4. Isolatie is mogelijk interessant, zijn meerdere offertes opgevraagd? Vraag altijd meerdere offertes aan en houd in ieder geval rekening met de volgende zaken: soort isolatiemateriaal, dikte isolatielaag, prijs per m2, hoeveel m2 geoffreerd, voorwaarden (bijv. VENIN), KOMO-procescertificaat, garantie, enz. Het na-isoleren van bedrijfsgebouwen komt in aanmerking voor de EIA subsidie. Zie paragraaf 5.2 subsidies voor verdere uitleg. Tabel 4.4: Toelichting isolatie Masterplan Pagina 34 van 71 Duurzaam Lage Weide

36 4.2.3 Openbare verlichting Verlichting openbare wegen De huidige openbare verlichting op Lage Weide bestaat voor het grootste deel uit lagedruk natriumlampen. Gezien het slechte rendement van verlichtingsarmaturen met de lichtbronnen is het raadzaam deze te gaan vervangen. Hierbij valt te denken aan led-lampen en inductielampen. Ook behoort dimmen van de verlichting in het kader van de energiebesparing tot de mogelijkheden. Op een bedrijventerrein als Lage Weide is veiligheid van groot belang. Bij de keuze van de verlichting van de wegen in en rondom het bedrijventerrein dient hier rekening mee te worden gehouden. Voor wegen waar er sprake is van camerabewaking is het verstandig, met betrekking tot herkenbaarheid, te kiezen voor lampen met wit licht. In tabel 4.5 is de kleurweergave te zien van de huidige verlichting. Hieruit is te concluderen dat de kleuren met de huidige verlichting vrijwel niet herkenbaar zijn op camera. Kleurweergave Daglicht Wit licht Compact fluorescentielampen: PL-L (kleur 830) Lagedruk natrium: SOX(-E) Hogedruk natrium: SON(-T) Tabel 4.5: Kleurweergave per type lamp Verlichting (brom)fietspaden & openbaar groen Openbaar groen dient met het oog op de energiebesparing en het tegengaan van lichtvervuiling zo weinig mogelijk te worden verlicht, indien dit de sociale veiligheid niet belemmerd. Op de groenstrook langs de Atoomweg en Isotopenweg wordt al geen verlichting toegepast. Alleen de fietspaden langs de groenstrook (plas van Lage Weide) worden verlicht. Bij einde levensduur van deze verlichting kan er eventueel gekozen worden om groene ledverlichting in combinatie met klimaatpositieve lichtmasten te plaatsen. De verlichting langs (brom)fietspaden kan gedimd worden middels een standaard dimregime. Een andere mogelijkheid is om de verlichting dynamisch te dimmen, waarbij door middel van detectie voorbijgangers worden gesignaleerd. (Brom)fietspaden die parallel aan de doorgaande weg zijn gesitueerd kunnen waar mogelijk volstaan zonder verlichting, indien de lichtmasten langs de weg voor voldoende verlichting zorgt. Groene led-verlichting Is een ontwikkeling die zijn opmars maakte rond Inmiddels zijn er al verschillende proeven gedaan met dit nieuwe type verlichting. Groene led-verlichting heeft de volgende voordelen: Minder lichtvervuiling en geen verstoring van de natuur door gericht licht. Rondvliegende dieren, zoals vleermuizen en insecten, zijn namelijk geneigd om naar rood/wit licht te vliegen omdat ze dat als de zon ervaren; Led-verlichting is energiezuiniger en gaat langer mee dan de huidige lamptypen (PL-L, SON-T, SOX en SOX-E) die nu gebruikt worden voor de (Brom)fietspaden op Lage Weide; De unieke groene kleur creëert met weinig licht veel zicht. Bewegingen van bijvoorbeeld fietsers en voetgangers zijn in het donker sneller zichtbaar. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. Beleidskader uitgangspunten: - Zo weinig mogelijk verlichten, alleen de doorgaande routes; - Toepasbaarheid van groene ledverlichting onderzoeken; - Mogelijkheid tot toepassing van klimaatpositieve lichtmasten onderzoeken; - Lichtpunthoogte 4 of 5 meter; - Toepasbaarheid van dimmen (zowel standaard als dynamisch) van de verlichting onderzoeken; - Verlichtingseisen conform de ROVL Masterplan Pagina 35 van 71 Duurzaam Lage Weide

37 4.3 Stap 2a: Gebruik energie uit reststromen Op dit moment hebben de bedrijven op Lage Weide weinig inzicht waar hun individuele en gezamenlijke kansen liggen op het gebied van reststromen. Deze stap van de Trias Energetica is gericht op het hergebruik van reststromen op het gebied van warmteterugwinning, maar ook de afzonderlijke afvalstromen van energie, water en materialen (reststoffen). Lage Weide bestaat uit bedrijven met verschillende reststromen, zowel op het gebied van energie (warme/koude) als op afvalstoffen. De energie die verloren gaat bij bijvoorbeeld industriële processen heeft een groot potentieel, de restwarmte/-koude die bij deze processen vrij komt kan misschien veel beter worden benut dan nu het geval is. Het hergebruiken van energie/afvalstoffen kan een aanzienlijke vermindering van de CO 2 -uitstoot opleveren Gezamenlijk: Afvaloptimalisatie Veel bedrijven op Lage Weide hebben geen inzicht in de energiestromen. Ook afvalstromen maken hier deel van uit. Op grond van de Wet Milieubeheer zijn ondernemers zelf verantwoordelijk voor het laten inzamelen en verwerken van hun afvalstoffen. Hiervoor sluiten bedrijven een contract af met een afvalinzamelaar. Doordat deze contracten veelal individueel worden afgesloten, rijden er inzamelvoertuigen van verschillende bedrijven op verschillende tijdstippen rond op één bedrijventerrein, dat zorgt voor onnodige kosten en CO 2 -uitstoot. Het afvalverwerkingsbedrijf SITA gaf in een gesprek al aan dat er veel kansen voor CO 2 -reductie liggen in het scheiden van afval. Veel ondernemers profiteren nog niet optimaal van het feit dat sommige afvalstoffen feitelijk geen afvalstof maar grondstof zijn, en dus geld kunnen opleveren. Vaak wordt gedacht dat het voordeliger is om kleinere of zo min mogelijk containers te huren voor de verschillende afvalstromen. Terwijl een goede afvalscheiding juist veel geld bespaard. Voorbeelden van afvalstromen met zeer gunstige tarieven zijn folie, kunststoffen, papier en bepaalde accu s. In een test businesscase van Warmtebouw is in samenwerking met naastgelegen bedrijven een kostenbesparing van 10% bereikt. Door gezamenlijk afval in te zamelen is naast deze kostenbesparing ook gezorgd voor een extra besparing op transport en wordt er meer aandacht besteed aan het goed scheiden van het afval. Dit heeft dan ook geleid tot een CO 2 -reductie. Tenslotte wordt er minder ruimte op het terrein in beslag genomen en heeft dit een nettere uitstraling. SITA geeft aan dat in de praktijk het huidige bedrijfsafval nog makkelijk voor minimaal 30% extra gescheiden kan worden en meer absoluut mogelijk is. Op basis van deze 30% kan circa kg CO 2 bespaard worden en dit is nog maar gebaseerd op de 38 klanten waar SITA bedrijfsafval inzameld. Op het gebied van afvalinzameling liggen dus nog grote kansen voor Lage Weide. Masterplan Pagina 36 van 71 Duurzaam Lage Weide

38 In onderstaand schema staat een mogelijke aanpak voor het optimaliseren van afvalstromen weergegeven. In tabel 4.3 wordt het schema per onderdeel verder toegelicht. 1. Aanbesteding afvaloptimalisatie 2. Inventarisatie van de huidige afvalstromen 2.1 Individueel: Voorkom waar mogelijk afvalstromen 2.2 Individueel: Hergebruik waar mogelijk de afvalstromen 3. Scheid het afval zo veel mogelijk 4. Optimaliseer logistiek afvoer/verwerking van de afvalstromen Figuur 4.2: Schema aanpak afvaloptimalisatie In onderstaande tabel wordt het schema per onderdeel verder toegelicht. Nr. Omschrijving 1. Aanbesteding afvaloptimalisatie Via aanbesteding kan worden bepaald welke afvalverwerkingsorganisatie deze businesscase het beste kan uitvoeren. Vanuit duurzaamheidsoogpunt kan een van de eisen zijn dat de afvalverwerkingsorganisatie gevestigd moet zijn op het bedrijventerrein Lage Weide, ISO gecertificeerd is en afval CO 2 -neutraal moet worden verwerkt. 2. Inventarisatie van de huidige afvalstromen De gekozen afvalverwerkingsorganisatie inventariseert dan de huidige afvalstromen van de deelnemende bedrijven en geeft per deelnemend bedrijf advies hoe zij hun afvalstromen kunnen voorkomen of welke afvalstromen in hun geval zijn her te gebruiken. Hierbij wordt veel medewerking en eigen initiatief van het deelnemende bedrijf verwacht. 2.1 Individueel: Voorkom waar mogelijk afvalstromen Bij het voorkomen van de afvalstromen valt te denken aan: - Monitoren van de afvalstromen; - Afvalstromen zichtbaar maken voor de werknemers, huurders en derden; - Vermindering van uitval van grondstoffen, verpakkingen, papierverbruik enz. 2.2 Individueel: Hergebruik waar mogelijk de afvalstromen Bij het hergebruiken van de afvalstromen valt te denken aan: - Hergebruik van verpakkingsmaterialen; - In samenwerking met leveranciers, medewerkers en huurders zoeken naar hergebruik/voorkomen van afvalstromen. 3. Scheid het afval zo veel mogelijk Door samenwerking (met bijvoorbeeld huurders en buren) kan een groep bedrijven samendoen met één groep containers om het afval te scheiden. Doordat de vaste kosten van de containerverhuur worden gedeeld, kan er veel geld bespaard worden. De deelnemende bedrijven moeten er zelf voor zorgdragen dat afvalstromen niet worden vervuild met andere afval. 4. Optimaliseer logistiek afvoer/verwerking van de afvalstromen Door deze samenwerking kan de logistiek rondom het ophalen van het afval worden geoptimaliseerd. Ritten kunnen worden gebundeld waardoor transporteurs de afvoer efficiënter ingepland kan worden. Dit is efficiënter, heeft schaalvoordelen en reduceert het brandstofverbruik en daarmee CO 2 -uitstoot. Een ander voordeel is dat de afvalstromen door één afvalverwerkingsorganisatie wordt gemonitord. Zij kunnen zo een goed beeld vormen van de afvalstromen en mogelijke links tussen bedrijven leggen om hergebruik te stimuleren. Misschien heeft een bedrijf wel veel schoon houtafval over dat kan worden gebruikt in de toekomstige biomassacentrale. Figuur 4.3: Toelichting afvaloptimalisatie Masterplan Pagina 37 van 71 Duurzaam Lage Weide

39 4.3.2 Gezamenlijk: Stadsverwarming Stadsverwarming is een duurzame vorm van warmtedistributie, door het gebruik van restwarmte, die in een groot deel van de stad Utrecht wordt toegepast. Hierbij worden gebouwen verwarmd door gebruik te maken van leidingen met daarin warm water die ondergronds door het terrein lopen. De stadsverwarming van Utrecht wordt gevoed met restwarmte die vrijkomt bij het opwekken van elektriciteit uit o.a. de energiecentrale op Lage Weide. De laatste jaren wordt in steden met stadsverwarming ook steeds vaker gebruik gemaakt van zonnecollectoren, biomassa en warmtepompen om de stadsverwarming te voeden. Nu er plannen liggen voor een biomassacentrale op Lage Weide wordt er een overschot aan restwarmte verwacht, warmte die de bedrijven goed kunnen gebruiken. Op termijn is de omschakeling van aardgas naar een andere vorm van verwarming onvermijdelijk. Door het bestaande stadsverwarmingsnet uit te breiden over Lage Weide kan een grote stap worden gezet naar een aardgas onafhankelijk Lage Weide en in CO 2 -reductie. Het voordeel van stadsverwarming is dat de bedrijven geen zorg dragen voor de investering van het warmtenet en meerdere bedrijven gebruik kunnen maken van een grote warmtebron. Nadelen van stadsverwarming zijn de hoge investeringen om het warmtenet aan te leggen en de eventuele afhankelijkheid van een leverancier. Tevens vinden er via het warmtenet (vooral bij oudere systemen) grote warmteverliezen plaats. Tegenwoordig worden de warmtenetten beter geïsoleerd en kan met een lagere temperatuur worden gewerkt. Onderstaande figuur geeft een indicatie van hoe wij denken dat een nieuw warmtenet uitgevoerd kan worden. Legenda: Plangebied: Nieuw warmtenet: Warmtenet: Waternet: Boringvrij gebied: Figuur 4.4: Indicatie nieuw warmtenet Om het warmtenet mogelijk rendabeler te maken kan de aansluiting op het warmtenet worden gecombineerd met isolatiemaatregelen (zie paragraaf 4.2.2), zo kan de warmtebehoefte sterk worden gereduceerd, waardoor gekozen kan worden voor een Lage-temperatuur-warmtenet. Het kan tevens interessant zijn voor de energieleverancier om het warmtenet door te trekken buiten de gemeentegrenzen van Utrecht, zodat zij ook stadsverwarming kunnen leveren aan Gemeente Stichtse Vecht. Masterplan Pagina 38 van 71 Duurzaam Lage Weide

40 Investering en CO 2 -reductie De totale CO 2 -uitstoot van het bedrijventerrein Lage Weide is circa ton op jaarbasis. Een van de doelstellingen van de gemeente Utrecht is om een CO 2 -reductie van 30% te bereiken. Dit komt voor Lage Weide neer op circa ton CO 2. Wanneer het volledige gasverbruik van Lage Weide ( m 3 ) wordt vervangen door stadsverwarming, zorgt dit voor een CO 2 -reductie van circa ton. Dit komt neer op een reductie van maximaal 13%. De geschatte aanlegkosten zullen tussen de en ,- liggen. De eventuele energieleveranciers en/of ESCo s zullen moeten bekijken of deze investering rendabel is, navraag bij Eneco leert ons dat de investering zeker een terugverdientijd van > 30 jaar zal hebben. Het is dus lastig om hier iets over de kosten voor de bedrijven op Lage Weide te zeggen. Masterplan Pagina 39 van 71 Duurzaam Lage Weide

41 4.4 Stap 2b: Gebruik energie uit hernieuwbare bronnen Als de energievraag is gereduceerd kan de resterende vraag worden ingevuld met hernieuwbare energie. In deze stap van de Trias Energetica wordt het gebruik en opwekken van hernieuwbare bronnen onderzocht Gezamenlijk: Groene energiecollectief / inkoop groene energie Naast het uitvoeren van energiebesparende maatregelen is aan te bevelen om over te stappen van grijze energie naar groene energie (zowel voor elektra als gas). Immers, bij de meeste Nederlandse energieleveranciers is het mogelijk om naast grijze energie ook groene energie af te nemen. Grijze energie wordt opgewekt uit fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas. Bij het opwekken van grijze energie komt veel CO 2 vrij en daarnaast raken fossiele brandstoffen langzaam op. Groene energie wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen zoals zon, water, wind en biomassa. Bij het opwekken van groene energie komt (bijna) geen CO 2 vrij, wat een gunstig effect heeft op het milieu en ons klimaat. Voordelen: Groene energie wordt voor 100% opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen; Groene energie is minder schadelijk voor het milieu, doordat er geen broeikasgassen vrij komen tijdens de opwekking ervan en er geen schadelijk afval overblijft zoals bij kernenergie; Groene energie compenseert de hoeveelheid CO 2 die vrijkomt bij het energieverbruik en is de manier om ook het gasverbruik van een bedrijf CO 2 -neutraal te laten zijn; Door het afnemen van groene energie worden energieleveranciers gestimuleerd om meer groene stroom en groen gas te produceren. Nadelen: Het opwekken van groene energie kost meer geld dan het opwekken van grijze energie. Toch betalen afnemers meestal niet veel meer voor groene energie (gemiddeld 2% meer). De overheid subsidieert namelijk bedrijven die groene energie opwekken. Dit nadeel kan verder worden beperkt door het overstappen op groene energie collectief te organiseren. Bij het gezamenlijk inkopen of energiecollectief wordt het uitzoekwerk centraal geregeld en kan er een financieel voordeel worden behaald doordat een collectief een betere onderhandelingspositie heeft. Gemiddeld komt men zelfs bij groene energie op een lagere kostprijs uit t.o.v. een individuele benadering met grijze stroom. Het overstappen op groene energie met een energiecollectief kan op verschillende manieren: 1. Energieveiling: Een energiecollectief wordt in de meeste gevallen georganiseerd via een energieveiling. Bij een energieveiling wordt het aanbod van verschillende energieleveranciers tegen elkaar opgeboden. Hoe meer mensen zich inschrijven voor het energiecollectief, hoe groter de korting op een energieproduct. Enkele nadelen hiervan kunnen zijn dat maar enkele leveranciers meedoen en alleen gekeken wordt naar de prijs. Niet naar de kwaliteit of voorwaarden van de leverancier. 2. Adviesbureau: Er zijn ook adviesbureaus die energiecollectieven verzorgen. Deze bureaus houden de energie tarieven van de zakelijk markt in de gaten en controleren of er geen nadelige voorwaarden in de contracten zijn opgenomen. Voor het verzorgen van het collectief rekent een adviesbureau vaak een vast bedrag (circa. 50,- per aansluiting). 3. Zelf onderhandelen met energieleverancier: Een ander mogelijkheid is om het energiecollectief als industrievereniging zelf te verzorgen en één op één te onderhandelen met een energieleverancier. Masterplan Pagina 40 van 71 Duurzaam Lage Weide

42 CO 2 -reductie Lage Weide: De totale CO 2 -uitstoot van het bedrijventerrein Lage Weide is circa ton op jaarbasis. Een van de doelstellingen van de gemeente Utrecht is om een CO 2 -reductie van 30% te bereiken. Dit komt voor Lage Weide neer op circa ton CO 2 (dit is gelijk aan circa MWh elektra). Het gezamenlijk inkopen of energiecollectief is een zeer effectieve maatregel om snel en goedkoop een CO 2 -reductie op Lage Weide te bereiken. Afhankelijk van het contract met de energieleverancier, kan er een CO 2 -reductie worden bereikt tot maximaal 80%. Sommige vormen van hernieuwbare energie zorgen voor een klein percentage CO 2 -uitstoot waardoor 100% niet haalbaar is. Wanneer besloten wordt om deze maatregel als businesscase uit te werken dient rekening gehouden te worden met het feit dat de CO 2 -reductie op Lage Weide op een andere manier wordt gerekend dan CO 2 -reductie voor de stad Utrecht (voor meer informatie zie paragraaf Biomassacentrale) Gezamenlijk: Zonnepanelen Als meerdere bedrijven tegelijk zonnepanelen willen aanschaffen, dan kan het interessant zijn om de panelen collectief in te kopen. Het voordeel hiervan is dat het uitzoekwerk centraal geregeld kan worden en dat bij de leverancier een groepskorting kan worden afgedongen. Het nadeel ervan is echter dat door het bundelen van de vraag mogelijk de aanbestedingsdrempel overschreden wordt, waardoor een Europese aanbesteding moet plaatsvinden. In plaats van het zelf opzetten van een collectieve inkoop, kan ook worden aangesloten bij een bestaande collectieve inkoopactie. Let er daarbij wel op of de pakketten die worden aangeboden goed aansluiten bij de wensen van de bedrijven. Bij veel inkoopacties ligt de nadruk op een aantal standaardpakketten voor huishoudens. Voor bedrijven moet een pakket doorgaans wat meer op de specifieke situatie worden ingericht. De totale CO 2 -uitstoot van het bedrijventerrein Lage Weide is circa ton op jaarbasis. Een van de doelstellingen van de gemeente Utrecht is om een CO 2 -reductie van 30% te bereiken. Dit komt voor Lage Weide neer op circa ton CO 2 (dit is gelijk aan circa MWh elektra). In onderstaande tabel is een indicatie van de kosten weergegeven wanneer besloten wordt deze businesscase verder op te pakken: Doelstelling Oppervlak in Hectare Investering excl. BTW Bruto Netto 30% CO 2 -reductie ,- tot ,- Compensatie windmolens ,- tot ,- *Terugverdientijd ligt tussen de jaar Tabel 4.6: Investering zonnepanelen Een zonnepaneel heeft gemiddeld een oppervlakte van 1,5 m2 (netto oppervlak). Op een plat dak staan de zonnepanelen schuin rechtop gepositioneerd. Hierdoor is extra ruimte nodig om te voorkomen dat de zonnepanelen schaduw op elkaar werpen (bruto oppervlak). Tevens heeft een zonnepaneel deze extra ruimte nodig om warmte kwijt te kunnen (ventilatieruimte). Een hogere temperatuur zorgt voor een lagere elektriciteitsopbrengst. Masterplan Pagina 41 van 71 Duurzaam Lage Weide

43 In onderstaande beslissingsboom staan technische en financiele aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat beloten wordt zonnepanelen aan te schaffen. In de praktijk kan de volgorde van de beslissingsboom afwijken. In tabel 4.6 en 4.7 wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. 1. Gunstige helling en oriëntatie? Ja 2. Schaduwvrij? Ja 3. Type aansluiting? Kleinverbruiksaansluiting (maximaal 3x80 Ampère) Saldering mogelijk EIA subsidie Grootverbruiksaansluiting (meer dan 3x80 Ampère) Geen saldering mogelijk EIA subsidie & SDE+ regeling 4. Meter die teruglevering kan registeren? Ja 5. Lege groep in de meterkast? Ja 6. Dakbedekking in goede staat? Ja 7. Is de dakconstructie toereikend? Ja 8. Verzekering geraadpleegd? Ja 9. Binnen vergunningscriteria? Ja 10. Organisatie- en financieringsvorm? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Figuur 4.2: Hulpmiddel instralingsschijf Extra kosten: circa euro Extra kosten: circa euro Dakbedekking repareren of vervangen Afweging controle dakconstructie door constructeur Opstalverzekering bespreken; evt. aanvullende dekking Omgevingsvergunning aanvragen? Gebouweigenaar Directe investering Sponsoring? Voldoende middelen? Nee Ja Lening? Revolverend fonds ESCO Huur Lease Wijze van betaling door gebruiker (vast per jaar, vast per kwh, variabel per kwh, etc.) Huurkoop 11. Meerdere offertes opgevraagd? Masterplan Pagina 42 van 71 Duurzaam Lage Weide

44 In onderstaande tabel wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. Nr. Omschrijving 1. Gunstige helling en oriëntatie? Een plat dak is vrijwel altijd geschikt voor panelen. Voor panden met een schuin dak is de meest ideale situatie pal op het zuiden met een hoek van 35 graden. Vrijwel elk dak tussen oost en west is geschikt voor zonne-energie. Om te bepalen of het dak geschikt is kan gebruik worden gemaakt van de instralingsschijf (zie figuur 4.2). 2. Schaduwvrij? Er dient voor zowel platte als schuine daken rekening te worden gehouden met obstakels en schaduw. Dit omdat zonnepanelen in serie worden geschakeld. Hierdoor is het zonnepaneel met de laagste opbrengst bepalend voor de opbrengst van het hele systeem. 3. Type aansluiting? Alleen kleinverbruikers (maximaal 3x80 Ampère) hebben de mogelijkheid om te salderen. Dit is een belangrijk punt, want zonder de mogelijkheid tot salderen is investeren in zonnepanelen een stuk minder aantrekkelijk. In tegenstelling tot kleinverbruikers moeten grootverbruikers (alle aansluitingen groter dan 3x80A) hun tarieven en voorwaarden zelf onderhandelen met de energieleverancier. Dit geldt ook voor de voorwaarden en tarieven van teruggeleverde energie. Voor grootverbruikers geldt de salderingsregeling voor het leveringsdeel niet, waardoor energiebelasting niet gesaldeerd kan worden. Daarom moet er in deze situatie gezocht worden naar andere financiële mogelijkheden. Zie paragraaf 5.2 subsidie voor uitleg van de EIA subsidie en de SDE+ regeling. 4. Meter die teruglevering kan registeren? Voor het terugleveren van elektriciteit is het noodzakelijk dat de elektriciteitsmeter de teruggeleverde stroom kan registreren. Een oude analoge meter doet dit door terug te draaien en een nieuwe digitale meter heeft hiervoor meerdere standen. Er zijn echter een aantal oudere meters die niet terugdraaien. In dat geval moet de meter vervangen worden. 5. Lege groep in de meterkast? De locatie van de meterkast is van belang in verband met de kosten van de bekabeling. In de meterkast moet gecontroleerd worden of er een lege groep aanwezig. 6. Dakbedekking in goede staat? Vooraf moet de staat van de dakbedekking bepaald worden. Dit is om te voorkomen dat na het plaatsen van de panelen deze weer gedemonteerd moeten worden bij eventuele reparaties of vervangingen van de dakbedekking. Dit gaat ten koste van de terugverdientijd door onnodige extra kosten voor demontage/montage. Een voordeel van zonnepanelen is dat ze de veroudering van de dakbedekking vertragen doordat er geen direct zonlicht op schijnt. 7. Is de dakconstructie toereikend? De zonnepanelen zorgen voor extra gewicht op het dak. Deze extra belasting van een zonneenergiesysteem bedraagt op een schuin dak circa kg/m2 en op een plat dak circa kg/m2 (Er zijn ook zwaardere en lichtere producten op de markt). Het is verstandig om bij de leverancier altijd de belasting van de zonnepanelen inclusief montagemateriaal op te vragen. Daarnaast moet een constructeur de dakconstructie controleren. Op basis van de controle kan eventueel worden besloten om voor een kleinere of lichtere installatie te kiezen. 8. Verzekering geraadpleegd? Bij het plaatsen van zonnepanelen is het verstandig om vooraf contact op te nemen met de verzekeraar over de opstalverzekering. De investering in de zonnepanelen kan namelijk van invloed zijn op de verzekeringswaarde van het gebouw en dus op de te betalen premie. De grootste risico s zoals brand, onweer, bliksem, hagel en diefstal met braaksporen zijn meestal gedekt, maar dit is niet altijd vanzelfsprekend. Het is daarom verstandig om na te vragen welke schade binnen de verzekering valt. Er kan dan overwogen worden om een aanvullende dekking af te sluiten. Daarnaast zijn er ook partijen die dekkingen tegen productieverlies van de zonnepanelen aanbieden. Tabel 4.7: Toelichting zonnepanelen 1/2 Masterplan Pagina 43 van 71 Duurzaam Lage Weide

45 Nr. Omschrijving 9. Binnen vergunningscriteria? Voor het plaatsen van zonnepanelen is geen vergunning nodig zolang wordt voldaan aan de onderstaande vijf voorwaarden: 1. Het zonnepaneel moet op een dak worden geplaatst. 2. Het zonnepaneel moet een geheel vormen met de installatie voor het opwekken van elektriciteit. Als dat niet het geval is, dan moet die installatie binnen in het betreffende gebouw worden geplaatst. 3. Komt het zonnepaneel op een schuin dak, dan geldt dat: a. het paneel niet mag uitsteken en dus aan alle kanten binnen het vlak van het dak moet blijven; b. het paneel in of direct op het dakvlak moet worden geplaatst; c. de hellingshoek van het paneel hetzelfde moet zijn als die van het dakvlak waarop het staat; 4. Komt het zonnepaneel op een plat dak, dan geldt dat het paneel ten minste net zo ver verwijderd moet blijven van de dakrand als het paneel hoog is. Is het hoogste punt van het paneel bijvoorbeeld 50 centimeter, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 centimeter zijn. 5. Het zonnepaneel mag niet geplaatst worden op een monument of in een door het Rijk aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht. Als niet aan deze vijf voorwaarden kan worden voldaan, dan moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. 10. Organisatie- en financieringsvorm? Afhankelijk van wie de eigenaar van de zonnepanelen wordt zijn er verschillende financieringsvormen: Wanneer een huurder graag zonnepanelen wil kan er een Greenlease overkomst worden gesloten met de eigenaar van het gebouw. Zie paragraaf 5.1 financiering voor meer informatie over een Greenlease overeenkomst of een van de andere genoemde financieringsvormen. 11. Meerdere offertes opgevraagd? Vraag altijd meerdere offertes aan en houd in ieder geval rekening met de volgende zaken: prijs per wattpiek, prestatiegarantie, opbrengstgarantie, informatiepaneel, geluid omvormer, vervanging omvormer, gewicht panelen en systeem, opklimbeveiliging, keurmerken, kwaliteitscertificaten, relevante ervaring, relevante lidmaatschappen, vrije keuze energieleverancier, enz. Tabel 4.8: Toelichting zonnepanelen 2/2 Masterplan Pagina 44 van 71 Duurzaam Lage Weide

46 4.4.3 Gezamenlijk: Windmolens (decentraal) Het plaatsen van mini-windturbines lijkt op het eerste gezicht naast zonnepanelen een aantrekkelijke optie om op een milieuvriendelijke manier groene stroom op te wekken. Uit de berekeningen is te concluderen dat nu verkrijgbare mini-windturbines niet rendabel zijn (zie tabel 4.8). De aanschafkosten zijn hoog en leveren betrekkelijk weinig energie, waardoor de terugverdientijd lang is. Ook met een collectieve aanpak zijn de mini-windturbines niet rendabel. Type: Prijs: Opbrengst Verbruik Terugverdientijd ( ) (kwh/jr.) (kwh/jr.) (jaar) WRE , Skystream , Airdolphin , WRE , Energy Ball 4.324, Passaat 9.239, Montana , Turby , Ampair 8.925, LIAM F1 (De Archimedes)* 3.999, onbekend 27 Tabel 4.9: Indicatie mini-windturbines * Toch zijn de mini-windturbines nog niet volledig uitontwikkeld. Vanaf 1 juli 2014 is het mogelijk om het nieuwe type windmolen, de LIAM F1 (of De Archimedes), te bestellen. Deze nieuwe windmolen heeft op basis van de technische specificaties een hoog potentieel. Er is alleen nog te weinig ervaring met dit nieuwe type om met zekerheid te kunnen zeggen of de beloofde energieopbrengst wordt behaald. De windturbine is in de tabel opgenomen zonder montage kosten, bij de andere types is dit wel meegenomen. Wanneer er een type mini-windturbine beschikbaar is met een terugverdientijd onder de 10 jaar, kan de beslissingsboom worden gebruikt om te bepalen of een gebouw geschikt is. De totale CO2-uitstoot van het bedrijventerrein Lage Weide is circa ton op jaarbasis. Een van de doelstellingen van de gemeente Utrecht is om een CO2-reductie van 30% te bereiken. Dit komt voor Lage Weide neer op circa ton CO2 (dit is gelijk aan circa MWh elektra). In onderstaande tabel is een indicatie van de kosten weergegeven wanneer besloten wordt deze businesscase verder op te pakken: Doelstelling Type windturbine Investering excl. BTW en montagekosten 30% CO 2 -reductie LIAM F1 Vanaf ,- *Terugverdientijd is meer dan 25 jaar Tabel 4.10: Investering mini-windturbines In geval van de plaatsing van meerder turbines op het dak moet er rekening worden gehouden met een afstand tussen de turbines zodat ze elkaar niet verstoren. Bij de kleine turbines wordt in de praktijk een minimale afstand van drie rotordiameters gehanteerd (zie figuur 4.2) en bij de grote turbines een afstand van vijf rotordiameters. D D D Figuur 4.5: Afstand bij de plaatsing van meerdere mini-windturbines Masterplan Pagina 45 van 71 Duurzaam Lage Weide

47 In onderstaande beslissingsboom staan technische en financiele aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat besloten wordt mini-windturbines aan te schaffen. In de praktijk kan de volgorde van de beslissingsboom afwijken. In tabel 4.9 en 4.10 wordt de beslissingsboom per onderdeel verder toegelicht. 1. Obstakels aan zuidwestelijke kant van het gebouw? Nee 2. Locatie boven de 20 meter hoogte? m/s m/s m/s Ja 3. Type aansluiting? Kleinverbruiksaansluiting (maximaal 3x80 Ampère) Saldering mogelijk EIA subsidie Grootverbruiksaansluiting (meer dan 3x80 Ampère) Geen saldering mogelijk EIA subsidie & SDE+ regeling 4. Meter die teruglevering kan registeren? Ja 5. Lege groep in de meterkast? Ja 6. Is de dakconstructie toereikend? Ja 7. Verzekering geraadpleegd? Ja 8. Binnen vergunningscriteria? Ja 9. Organisatie- en financieringsvorm? Nee Nee Nee Nee Nee Figuur 4.4: Windroos 10 m hoogte De Bilt ( ) Extra kosten: circa euro Extra kosten: circa euro Afweging controle dakconstructie door constructeur Opstalverzekering bespreken; evt. aanvullende dekking Omgevingsvergunning aanvragen? Gebouweigenaar Directe investering Sponsoring? Voldoende middelen? Nee Ja Lening? Revolverend fonds ESCO Huur Lease Wijze van betaling door gebruiker (vast per jaar, vast per kwh, variabel per kwh, etc.) Huurkoop 10. Meerdere offertes opgevraagd? Masterplan Pagina 46 van 71 Duurzaam Lage Weide

1. CO2-uitstoot Nederland

1. CO2-uitstoot Nederland 1. CO-uitstoot Nederland 1. CO-uitstoot globaal 1.1 Inleiding In het Handboek Monitoring broeikasgasemissies en hernieuwbare energie lokale overheden wordt beschreven hoe de broeikasgasemissies van gemeenten

Nadere informatie

Duurzaam Lage Weide Een bedrijventerrein vol kansen

Duurzaam Lage Weide Een bedrijventerrein vol kansen Utrechtse Energie! Duurzaam Lage Weide Een bedrijventerrein vol kansen Verbeter de werel Lage Weide op de kaart zetten als duurzaam bedrijventerrein dat wilt u toch ook? Een milieubewuste benadering van

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug

Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Duurzame energie per kern in de gemeente Utrechtse Heuvelrug CONCEPT Omgevingsdienst regio Utrecht Mei 2015 opgesteld door Erwin Mikkers Duurzame energie per Kern in gemeente Utrechtse Heuvelrug

Nadere informatie

Zonder investeren besparen 10 tips en vragen voor de facilitair manager

Zonder investeren besparen 10 tips en vragen voor de facilitair manager Zonder investeren besparen 10 tips en vragen voor de facilitair manager Als facilitair manager bent u verantwoordelijk voor de huisvesting. Daarmee ook voor het energiegebruik van de huisvesting. In deze

Nadere informatie

Samenvatting bevindingen Energiescan

Samenvatting bevindingen Energiescan techniplan adviseurs bv R A A D G E V E N D I N G E N I E U R S B U R E A U SIH-103X1-E-MV002A blad 1 van 6 Status: CONCEPT Project : Hogeschool Windesheim Zwolle Onderwerp : Samenvatting bevindingen Energiescan

Nadere informatie

Vereniging Amersfoort Bedrijven (VAB) Dinsdag 3 maart 2015

Vereniging Amersfoort Bedrijven (VAB) Dinsdag 3 maart 2015 Vereniging Amersfoort Bedrijven (VAB) Dinsdag 3 maart 2015 Kenniscentrum Duurzaam Bouwen Elke bijdrage is er één Kenniscentrum Duurzaam Bouwen Een unieke samenwerking van Amersfoortse bedrijven die:» Elkaar

Nadere informatie

Energie nulmeting. Regio Amstelland-Meerlanden. Bosch & Van Rijn Consultants in renewable energy & planning. Twynstra Gudde Adviseurs en Managers

Energie nulmeting. Regio Amstelland-Meerlanden. Bosch & Van Rijn Consultants in renewable energy & planning. Twynstra Gudde Adviseurs en Managers Energie nulmeting Regio Amstelland-Meerlanden Concept 22 oktober 2008 Opdrachtgever: Twynstra Gudde Adviseurs en Managers Opgesteld door: Bosch & Van Rijn Drs. G. Bosch Ing. J. Dooper Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 302 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016) Nr. 121 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan

Nadere informatie

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Erik van der Steen HYS legal 1 HYS Legal Inleiding Triodos Bank: Waarom we graag duurzaam vastgoed financieren Jones

Nadere informatie

PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF

PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF De Eshof op weg naar energie neutraal! = woningen Eshof naar nul op de meter = Inhoud 1. Ambitie: naar meest duurzame wijk van Elst? 2. Meten is weten: per wijk per

Nadere informatie

Quickscan energiebesparing

Quickscan energiebesparing Quickscan energiebesparing Golf Club Zeegersloot Kromme Aarweg 5 Alphen a/d Rijn Samen op weg naar 30% besparing! ~ 1 15 maart 2013 Inleiding Als relatie van etb a. hogenes bv heeft u gebruik gemaakt van

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

Inhoud. Pagina 2 van 7

Inhoud. Pagina 2 van 7 Energie Audit 2014 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Doelstelling... 3 3. Energie-aspecten... 3 Uitstoot door procesemissies... 3 Uitstoot door fabriek installaties... 3 Uitstoot vanuit de kantoorpanden...

Nadere informatie

PARKSTAD LIMBURG ENERGIE TRANSITIE

PARKSTAD LIMBURG ENERGIE TRANSITIE 1 PARKSTAD LIMBURG ENERGIE TRANSITIE BIJEENKOMST 3 DECEMBER 2015 Programma Duurzaam Landgraaf TON ANCION WETHOUDER GEMEENTE LANDGRAAF RONALD BOUWERS PROJECTLEIDER DUURZAAMHEID WIE ZIJN WIJ? PROJECTTEAM

Nadere informatie

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec)

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec) Kernenergie En dan is er nog de kernenergie! Kernenergie is energie opgewekt door kernreacties, de reacties waarbij atoomkernen zijn betrokken. In een kerncentrale splitst men uraniumkernen in kleinere

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Samenvatting en conclusies. 2. Bebouwde Omgeving. 3. Bedrijven & Industrie (inclusief Utiliteitsbouw) 4.

Inhoudsopgave. 1. Samenvatting en conclusies. 2. Bebouwde Omgeving. 3. Bedrijven & Industrie (inclusief Utiliteitsbouw) 4. CO 2 -monitor Haarlem 2013 De CO 2 -monitor heeft sinds 2012 heeft een andere opzet dan voorgaande jaren. Er is nu een management samenvatting waarin de grote lijnen en hoofdconclusies worden weergegeven

Nadere informatie

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Inhoud 1 Aanleiding 1 2 Werkwijze 2 2.1. Bronnen 2 2.2. Kentallen 2 3 CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie 3 4 Ontwikkeling 5 5

Nadere informatie

Duurzame stroom in het EcoNexis huis

Duurzame stroom in het EcoNexis huis Groepsopdracht 1 Duurzame stroom in het EcoNexis huis Inleiding De wereldbevolking groeit, en de welvaart stijgt ook steeds meer. Daarom neemt de vraag naar energie (elektriciteit, gas, warmte) wereldwijd

Nadere informatie

EEN DUURZAME ENERGIEVOORZIENING VOOR IEDEREEN

EEN DUURZAME ENERGIEVOORZIENING VOOR IEDEREEN A SUSTAINABLE ENERGY SUPPLY FOR EVERYONE A SUSTAINABLE ENERGY SUPPLY FOR EVERYONE o o o o Portaal (6x) Bo-Ex Stanleylaan Bo-Ex Livingstonelaan Isolatie Geen Wel Wel Glas enkel Dubbel Dubbel

Nadere informatie

Energie aspecten EPT en SiB

Energie aspecten EPT en SiB 26 Februari 2015 Energie aspecten EPT en SiB Jan Gielen DLV Plant MUSHROOMS j.gielen@dlvplant.nl 1 Energiebesparende opties EPT en SiB EPT www.energiekepaddenstoelentelers.nl Houtkachel Zonnepanelen WKO

Nadere informatie

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen

Energieverbruik gemeentelijke gebouwen MILIEUBAROMETER: INDICATORENFICHE ENERGIE 1/2 Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 Milieubarometer: Energieverbruik gemeentelijke gebouwen Indicatorgegevens Naam Definitie Meeteenheid Energieverbruik gemeentelijke

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN 4 juli 2007 19:11 uur Blz. 1 / 8 cursus Luc Volders - 2-7-2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: FB Projectgegevens: testpand 1234AB Software: EPA-W Kernel 1.09 07-06-2007 Vabi Software

Nadere informatie

Ja Nee Nvt Maatregel Foto. Installaties & regelingen. Zijn de binnen- en buitensensoren op een representatieve locatie geïnstalleerd?

Ja Nee Nvt Maatregel Foto. Installaties & regelingen. Zijn de binnen- en buitensensoren op een representatieve locatie geïnstalleerd? Checklist Energiebesparing bedrijven algemeen Met behulp van deze checklist kunt u energiebesparende maatregelen in uw bedrijf inventariseren. Toelichting per maatregel of meer maatregelen kunt u vinden

Nadere informatie

Energiebesparing. Kantoren A-01

Energiebesparing. Kantoren A-01 Energiebesparing in Kantoren A-01 Meijer Energie- & Milieumanagement BV, Laan van N.O.I. 277, 2593 BS Den Haag. tel: 070-315 57 15 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd,

Nadere informatie

100% groene energie. uit eigen land

100% groene energie. uit eigen land 100% groene energie uit eigen land Sepa green wil Nederland op een verantwoorde en transparante wijze van energie voorzien. Dit doen wij door gebruik te maken van duurzame energieopwekking van Nederlandse

Nadere informatie

Raadsmededeling. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Globale evaluatie van het project De Achterhoek Bespaart 2009

Raadsmededeling. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Globale evaluatie van het project De Achterhoek Bespaart 2009 Raadsmededeling Nummer : 82/2009 Datum : 9 december 2009 B&W datum : - Portefeuillehouder : J. Teeuwsen Onderwerp : Tussentijdse evaluatie subsidieverordening 'Achterhoek Bespaart 2009' Aanleiding Brief

Nadere informatie

Rapport. Klimaatvoetafdruk 2010 van Van Vessem & Le Patichou. (openbare versie)

Rapport. Klimaatvoetafdruk 2010 van Van Vessem & Le Patichou. (openbare versie) Rapport Klimaatvoetafdruk 21 van Van Vessem & Le Patichou (openbare versie) Auteur: drs. Han van Kleef Datum: 4 april 211 Document: 2724RAPP1144 Rapport Klimaatvoetafdruk 21 Van Vessem & Le Patichou 1.

Nadere informatie

High Level Business Case Energiecoöperatie

High Level Business Case Energiecoöperatie High Level Business Case Energiecoöperatie DE Ramplaan (Haarlem) Het project: een haalbaarheidsstudie Energie- en klimaatneutraliteit in bestaande woonwijk is technisch haalbaar en financieel haalbaar

Nadere informatie

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN

ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Beta Testbedrijf E. van Dijk 007 Kleveringweg 12 2616 LZ Delft info@vabi.nl Delft, 8 februari 2007 ENERGIE PRESTATIE ADVIES VOOR WONINGEN Opdrachtgever: Opdrachtgever BV A. Bee Projectgegevens: Voorbeeldproject

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

Compensatie CO 2 - emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2012

Compensatie CO 2 - emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2012 Compensatie CO 2 - emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2012 Inhoud 1 Aanleiding 1 2 Werkwijze 2 2.1. Bronnen 2 2.2. Kentallen 2 3 CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie 3 4 Ontwikkeling 5

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2010, 2011 en 2012

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2010, 2011 en 2012 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2010, 2011 en 2012 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

2 e Monitor Energie Besparen Gooi en Vecht Resultaten op 31 december 2014

2 e Monitor Energie Besparen Gooi en Vecht Resultaten op 31 december 2014 2 e Monitor Energie Besparen Gooi en Vecht Resultaten op 31 december 2014 Inleiding Het doel van het project Energie Besparen Gooi en Vecht is om in drie jaar tijd 2.500 tot 4.000 woningen te verduurzamen.

Nadere informatie

Energieambities in strategisch voorraadbeleid

Energieambities in strategisch voorraadbeleid TEN KROODE & VAN ZEE ORGANISATIE-ADVISEURS Energieambities in strategisch voorraadbeleid Artikel 090.003 12 februari 2008 In opdracht van SenterNovem Ten Kroode & Van Zee, organisatie-adviseurs www.tkvz.nl

Nadere informatie

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd 1E SCHOOL duurzaam gerenoveerd DUURZAAM RENOVEREN investeren in MEERVOUDIGE OPBRENGST INHOUD PRESENTATIE 1 Niet duurzame school 2 Duurzaam bouwen & leven 3 Duurzame energie, kleinschalig opgewekt 4 Passief

Nadere informatie

Hands on energiescan sportverenigingen. Energiek vooruit 18 september 2014

Hands on energiescan sportverenigingen. Energiek vooruit 18 september 2014 Hands on energiescan sportverenigingen Energiek vooruit 18 september 2014 Inhoud 1. Wat houdt de scan in? 2. Uitkomst van de scan 3. Aandacht voor financiering 4. Workshop 1. Wat houdt de scan in? Intake

Nadere informatie

ENERGIE. besparen. vandorp.eu

ENERGIE. besparen. vandorp.eu ENERGIE besparen ENERGIE- KOSTEN Stelt u zich eens voor dat u 1,- per m 2 aan energiekosten kunt besparen in een pand van 5.000 m 2. In een tijd van stijgende energieprijzen zal dit in 10 jaar al gauw

Nadere informatie

Totale uitstoot in 2010: 14.000 kiloton CO 2

Totale uitstoot in 2010: 14.000 kiloton CO 2 Totale uitstoot in 2010: 14.000 kiloton CO 2 Industrie Welke keuzes en wat levert het op? Huidig beleid 1% besparing op gas en elektra per jaar. Totaal is dat 8 % besparing in 2020. Opbrengst: 100 kiloton.

Nadere informatie

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect.

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect. LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Informatieblad Begrippen Biobrandstof Brandstof die gemaakt wordt van biomassa. Als planten groeien, nemen ze CO 2 uit de lucht op. Bij verbranding van de biobrandstof komt

Nadere informatie

Openbare verlichting: hoe kan het efficiënter?

Openbare verlichting: hoe kan het efficiënter? Factsheets OVL lampenkwaliteitsprofielen Openbare verlichting: hoe kan het efficiënter? Openbare verlichting hebben we nodig voor onze verkeersveiligheid, sociale veiligheid en het aantrekkelijk maken

Nadere informatie

Milieubarometerrapport 2014 (2014 mei t/m dec)

Milieubarometerrapport 2014 (2014 mei t/m dec) Milieubarometerrapport 2014 (2014 mei t/m dec) DZyzzion Milieubarometer - 2014 (2014 mei t/m dec) DZyzzion Inhoud De Milieubarometer vertaalt gegevens zoals elektriciteitsverbruik en afvalproductie naar

Nadere informatie

CO2-Prestatieladder. CO 2 -Reductieplan Klaver Giant Groep. CO2 reductieplan (2015.001) Pagina 1 van 11

CO2-Prestatieladder. CO 2 -Reductieplan Klaver Giant Groep. CO2 reductieplan (2015.001) Pagina 1 van 11 CO2-Prestatieladder CO 2 -Reductieplan Klaver Giant Groep CO2 reductieplan (2015.001) Pagina 1 van 11 Inhoudsopgave Inleiding... 3 2 CO 2 -reductie scope 1... 4 2.1 Wagenpark... 4 2.1.1 Vervangingsbeleid...

Nadere informatie

Naar een klimaatneutrale sportvereniging

Naar een klimaatneutrale sportvereniging Naar een klimaatneutrale sportvereniging Leidraad voor het maken van een eigen projectplan of Plan van Aanpak Inleiding Steeds meer sportverenigingen met een eigen accommodatie komen in actie om energie

Nadere informatie

CO 2-reductiedoelen en CO 2-reductiemaatregelen

CO 2-reductiedoelen en CO 2-reductiemaatregelen CO 2 -reductiedoelen en reductiemaatregelen Roosendaal, 20-06-2014. Auteur(s): H. Schrauwen, Energie & Technisch adviseur. Geaccordeerd door: M. Soenessardien, Organisatie INHOUDSOPGAVE 1. CO 2 -REDUCTIEBELEID

Nadere informatie

ENERGIECONCEPTEN. Advies op maat. vandorp.eu

ENERGIECONCEPTEN. Advies op maat. vandorp.eu ENERGIECONCEPTEN Advies op maat ENERGIE- KOSTEN Stelt u zich eens voor dat u 1,- per m 2 aan energiekosten kunt besparen in een pand van 5.000 m 2. In een tijd van stijgende energiekosten zal dit in 10

Nadere informatie

Milieubarometerrapport 2012

Milieubarometerrapport 2012 Milieubarometerrapport 2012 Klomp Beheer Amsterdam BV Technisch Buro Klomp BV Milieubarometer - 2012 Klomp Beheer Amsterdam BV Inhoud De Milieubarometer vertaalt gegevens zoals elektriciteitsverbruik en

Nadere informatie

Bouwen is Vooruitzien

Bouwen is Vooruitzien Bouwen is Vooruitzien Energie van visie tot projecten Peter Op t Veld Inhoud Waar staan we? Europees energie en klimaatbeleid Tegenstelling collectief belang individueel belang Waar gaan we naar toe?

Nadere informatie

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele Datum: 11-09- Versie: 2 3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 (1) Ter Riele A.J.J ter Riele Directeur 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Ter Riele B.V. (Ter Riele) de voortgang op de CO 2 reductiedoelstellingen

Nadere informatie

4 Energiebesparingsadvies

4 Energiebesparingsadvies 4 Energiebesparingsadvies 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het energiebesparingsadvies voor het gebouw gepresenteerd. Allereerst wordt een inventarisatie gegeven van de reeds getroffen en onderzochte

Nadere informatie

ENERGIE ENQUÊTE VOORJAAR 2012

ENERGIE ENQUÊTE VOORJAAR 2012 ENERGIE ENQUÊTE VOORJAAR 2012 2 INHOUD Management samenvatting... 3 Respondenten... 3 Conclusies... 4 1. Inleiding... 6 2. Uitkomsten per vraag... 6 2.1 Energie en energiebesparing binnen de organisatie...

Nadere informatie

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk De Lokale Duurzame Energie Coöperatie EnergieCoöperatieBoxtel Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk WWW.ECBOXTEL.NL LDEC: Waarom en waartoe leidt het Samen met leden realiseren van betaalbare, duurzame,

Nadere informatie

Datum 29 september 2011

Datum 29 september 2011 Beleidsnotitie duurzame openbare verlichting 2011-2016 Kerngegevens Projectleider Afdeling B.I.C. Stolk Ruimte 3 Datum 29 september 2011 3 Behandeling Gemeenteraad Planstatus Casenummer Vastgesteld AB11.00502

Nadere informatie

Duurzaam, mvo, energiezuinig & klimaatneutraal

Duurzaam, mvo, energiezuinig & klimaatneutraal Duurzaam, mvo, energiezuinig & klimaatneutraal Huidge situatie aarde Het klimaat verandert, de aarde warmt op Huidge situatie energie Energievoorraad stagneert Huidge situatie bevolking De arbeidsmarkt

Nadere informatie

3 Energiegebruik huidige situatie

3 Energiegebruik huidige situatie 3 Energiegebruik huidige situatie 3.1 Het Energie Prestatie Certificaat In het kader van de Europese regelgeving (EPBD) bent u verplicht om, bij verkoop of verhuur van de woning, een energiecertificaat

Nadere informatie

Energiezuinig wonen. GEDRAG en GEBOUW Cothen 18 december 2012 Corina Onderstijn & Arno Harting

Energiezuinig wonen. GEDRAG en GEBOUW Cothen 18 december 2012 Corina Onderstijn & Arno Harting Energiezuinig wonen GEDRAG en GEBOUW Cothen 18 december 2012 Corina Onderstijn & Arno Harting 1)Waarom energie besparen? 2)Hoe kunt u energie besparen? 3)En de volgende stap! 1) Het klimaat verandert!

Nadere informatie

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2011

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2011 Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2011 Dienst Stadsbeheer Milieu en Vergunningen Juni 2012 2 Aanleiding De gemeente Den Haag wil in 2040 een klimaatneutrale en -bestendige

Nadere informatie

De Energiezuinige Wijk - De opdracht

De Energiezuinige Wijk - De opdracht De Energiezuinige Wijk De Energiezuinige Wijk De opdracht In deze opdracht ga je van alles leren over energie en energiegebruik in de wijk. Je gaat nadenken over hoe jouw wijk of een wijk er uit kan zien

Nadere informatie

Oplossingenboek Energie besparen in de praktijk van het MKB metaal

Oplossingenboek Energie besparen in de praktijk van het MKB metaal Oplossingenboek Energie besparen in de praktijk van het MKB metaal De oplossingen Electromotoren Hergebruik van restwarmte Verwarming Verlichting Perslucht Toepassing PV Warmtepomp WKK installatie Isolatie

Nadere informatie

Wijk bij Duurstede, 16 september 2013. Betreft: Plan van aanpak duurzaamheid. Memo. Van: Wethouder Robbert Peek. Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 16 september 2013. Betreft: Plan van aanpak duurzaamheid. Memo. Van: Wethouder Robbert Peek. Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede, 16 september 2013 Betreft: Plan van aanpak duurzaamheid. Memo Van: Wethouder Robbert Peek Aan: Gemeenteraad Wijk bij Duurstede behandeld door Jelger Takken toestelnummer 609 bijlagen

Nadere informatie

Hartelijk welkom! Uniek nieuw initiatief Transition Town Breda Energie coöperatie: Brabants Eigen Energie (BREE)

Hartelijk welkom! Uniek nieuw initiatief Transition Town Breda Energie coöperatie: Brabants Eigen Energie (BREE) Hartelijk welkom! Uniek nieuw initiatief Transition Town Breda Energie coöperatie: Brabants Eigen Energie (BREE) Peter Nuijten Mob: 06-22811585 E-mail: peter.nuijten@hotmail.nl 1 Concept Energie coöperatie

Nadere informatie

buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net

buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net 3 juli 2010, De Ruijter Energy Consult Energie- en CO 2 -emissieprestatie van verschillende energievoorzieningsconcepten voor Biologisch Tuinbouwbedrijf gebroeders Verbeek in Velden Gebroeders Verbeek

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 30 januari 2015 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie... 2 2.2

Nadere informatie

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory.

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Een uitdagend klimaat 20 20 2020 In 2020 moet de uitstoot van CO 2 in de EU met 20% zijn teruggebracht ten opzichte van het 1990 niveau.

Nadere informatie

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015

DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 DE OPMAAK VAN EEN SEAP VOOR DE GEMEENTE KLUISBERGEN KLIMAATTEAM 1 12.10.2015 Agenda Welkom door de Schepen Lode Dekimpe Inleiding SEAP door Kim Rienckens (provincie Oost-Vlaanderen) Nulmeting en uitdagingen

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan CO 2 -Prestatieladder

Energiemanagement Actieplan CO 2 -Prestatieladder Bijlage D Energiemanagement Actieplan CO2- Prestatieladder Energiemanagement Actieplan CO 2 -Prestatieladder Sarens Nederland Pagina 26 van 39 D.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk is kenbaar gemaakt dat

Nadere informatie

Tabellenbijlage. Michiel Hekkenberg (ECN) Martijn Verdonk (PBL) (projectcoördinatie) Oktober 2014 ECN-O--14-052

Tabellenbijlage. Michiel Hekkenberg (ECN) Martijn Verdonk (PBL) (projectcoördinatie) Oktober 2014 ECN-O--14-052 Tabellenbijlage Michiel Hekkenberg (ECN) Martijn Verdonk (PBL) (projectcoördinatie) Oktober 2014 ECN-O--14-052 Verantwoording Dit rapport is de tabellenbijlage bij de Nationale Energieverkenning 2014 verschenen

Nadere informatie

Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5

Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5 Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 1/5 Bijlage 2 Potentieelberekening energiestrategie 2/5 Toelichting bij scenario-analyse energiebeleid Beesel Venlo Venray Deze toelichting beschrijft wat

Nadere informatie

Startadvies Energiebesparing

Startadvies Energiebesparing Startadvies Stephanusplein 1, 7772 BR Hardenberg Startadvies : Op basis van de besparingscheck (zie bijlage) heeft uw woning een indicatief energielabel F. Het energielabel voor woningen loopt van A tot

Nadere informatie

Rabin Baldewsingh. 27 juni SBR congres

Rabin Baldewsingh. 27 juni SBR congres Samen op weg naar een klimaatneutraal Den Haag Rabin Baldewsingh wethouder duurzaamheid gemeente Den Haag 27 juni SBR congres Den Haag Ambitie Den Haag klimaatneutraal in 2040 CO 2 -emissie reduceren door:

Nadere informatie

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte in Nederland Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte kost veel energie Warmtevoorziening is verantwoordelijk voor bijna 40% van het energiegebruik in Nederland.

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Nationaal Expertisecentrum Warmte maakt duurzame warmte en koude mogelijk Warmte in Nederland Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk In opdracht van 1 Warmte kost veel energie

Nadere informatie

reating ENERGY PROGRESS

reating ENERGY PROGRESS reating ENERGY PROGRESS 2012 ENERGIE EN MILIEU: Opwarming van de aarde: Drastische vermindering CO 2 -uitstoot Energie: De energiekosten fluctueren sterk en zullen alleen maar stijgen Behoud van het milieu

Nadere informatie

Onderverdeeld naar sector bedraagt het energieverbruik procentueel: 32% 18%

Onderverdeeld naar sector bedraagt het energieverbruik procentueel: 32% 18% Aan: gemeenteraad Van: B&W Datum: 9 november 2009 Betreft: Motie 134 "Meetbare stappen Duurzame Energie" In de raadsvergadering van 22 april 2009 is naar aanleiding van het onderwerp Duurzaamheidsplan

Nadere informatie

Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting

Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting DUTCH Wedstrijd Correspondentie en notuleren De wedstrijdtekst bevindt zich in de derde kolom van de lettergrepentabel in art. 19.1 van het Intersteno

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

P. DE BOORDER & ZOON B.V.

P. DE BOORDER & ZOON B.V. Footprint 2013 Wapeningscentrale P. DE BOORDER & ZOON B.V. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien 31 maart 2014 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. K. De Boorder 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Gemeentelijk besluit Energiebesparing bij Openbare Verlichting (OVL)

Gemeentelijk besluit Energiebesparing bij Openbare Verlichting (OVL) Gemeentelijk besluit Energiebesparing bij Openbare Verlichting (OVL) Inleiding De primaire functie van openbare verlichting is een bijdrage te leveren aan verkeersveiligheid en de sociale veiligheid op

Nadere informatie

E-commerce in de industrie 1

E-commerce in de industrie 1 E-commerce in de industrie 1 Vincent Fructuoso van der Veen en Kees van den Berg 2 Het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) door industriële bedrijven ligt in vergelijking met andere

Nadere informatie

Duurzaamheid in gebouwen hoe pak ik dat aan en wat levert het op? M.G.E. Som Amsterdam Arena, 12 oktober 2011

Duurzaamheid in gebouwen hoe pak ik dat aan en wat levert het op? M.G.E. Som Amsterdam Arena, 12 oktober 2011 Duurzaamheid in gebouwen hoe pak ik dat aan en wat levert het op? M.G.E. Som Amsterdam Arena, 12 oktober 2011 Inleiding Trias Energetica Besparen van energie, monitoring gedrag techniek Duurzame toepassingen

Nadere informatie

Duurzaamheid is meer dan emotie het levert ook geld op

Duurzaamheid is meer dan emotie het levert ook geld op 1. Wat is het gemiddelde water-, elektra- en gasverbruik voor een huishouden en wat kost dat per jaar, per maand? Hoeveel betaalt u daarvan aan belasting? Bij een gemiddeld huishouden van 2,2 personen

Nadere informatie

Notitie energiebesparing en duurzame energie

Notitie energiebesparing en duurzame energie Notitie energiebesparing en duurzame energie Zaltbommel, 5 juni 2012 Gemeente Zaltbommel Notitie energiebesparing en duurzame energie 1 1. Inleiding Gelet op de ambities in het milieuprogramma 2012-2015

Nadere informatie

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo Maak werk van zon & wind Tynaarlo Aanleiding Najaarsnota 2008 aankondiging plannen voor duurzame energie Voorjaar 2009 ontwikkelen scenario s Mei 2009 raadpleging inwoners Tynaarlo Juni 2009 voorstellen

Nadere informatie

Adviesrapport Energiekostenbesparing DVV Duiven

Adviesrapport Energiekostenbesparing DVV Duiven Adviesrapport Energiekostenbesparing DVV Duiven Auteurs: Casper van Benthem, Jikke Bosveld, Eugène Terbonssen en Menno Veer Docent: Otto van Driel Periode: augustus november 2014 VWO 4 Opdrachtgever: Dhr

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

De strijd voor energiebesparing en vermindering van CO 2 -uitstoot:

De strijd voor energiebesparing en vermindering van CO 2 -uitstoot: Energiebesparing bij de Gemeente Heusden: plan van aanpak Datum: 26 mei 2016 Status: versie 2, definitief De strijd voor energiebesparing en vermindering van CO 2 -uitstoot: De gemeente geeft het voorbeeld,

Nadere informatie

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement.

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. Belan rike toelichtin bi het E C attest! NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. De hoge score is meestal te wijien aan het teit dat er met elektdcileii verwarmd

Nadere informatie

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Status: Definitief Datum van uitgifte: 16-08-2015 Datum van ingang: 07-09-2015 Versienummer: 1.0 Inhoud 1. INLEIDING... 3 2. CO 2 EMISSIES 1E HALFJAAR 2015... 4 2.1

Nadere informatie

Frisse Lucht GREEN PACKAGE. Energie uit de lucht - 100% duurzaam

Frisse Lucht GREEN PACKAGE. Energie uit de lucht - 100% duurzaam GREEN PACKAGE Energie uit de lucht - 100% duurzaam Het comfort van vloerverwarming, koeling en warmtapwater in een duurzaam energiesysteem voor bij u thuis. Frisse Lucht Green Package, duurzame energie

Nadere informatie

ROMS interieur & display makers

ROMS interieur & display makers Gespreksverslag januari 2013 Duurzaamheid ROMS interieur & display makers Waarderveldseweg 97 Dhr. O. Meijer 023-5347284 oscar@roms.nl Rinco Bakker 06 532 95 684 energiecoach@parkmanagement.nl Aanleiding:

Nadere informatie

Cleantech Markt Nederland 2008

Cleantech Markt Nederland 2008 Cleantech Markt Nederland 2008 Baken Adviesgroep November 2008 Laurens van Graafeiland 06 285 65 175 1 Definitie en drivers van cleantech 1.1. Inleiding Cleantech is een nieuwe markt. Sinds 2000 heeft

Nadere informatie

Kansen voor duurzame opwekking van energie bij Waterschap De Dommel

Kansen voor duurzame opwekking van energie bij Waterschap De Dommel Page 1 of 5 Kansen voor duurzame opwekking van energie bij Waterschap De Dommel Auteur: Anne Bosma, Tony Flameling, Toine van Dartel, Ruud Holtzer Bedrijfsnaam: Tauw, Waterschap De Dommel Rioolwaterzuiveringen

Nadere informatie

Feiten en Cijfers Energie Gemeente Berg en Dal

Feiten en Cijfers Energie Gemeente Berg en Dal Feiten en Cijfers Energie Gemeente Berg en Dal Raadsbijeenkomst Edward Pfeiffer, Claudia Algra 7 april 2016 Gemeente Berg en Dal Programma Tijd Onderwerp Verantwoordelijke 21:30 21:35 Opening Wethouder

Nadere informatie

Inleiding Basisbegrippen Energie Materialen Vormgeving Bruikbaarheid Binnenklimaat Kosten

Inleiding Basisbegrippen Energie Materialen Vormgeving Bruikbaarheid Binnenklimaat Kosten Bruikbaarheid Binnenklimaat Kosten Wat kan er gebeuren in de wereld als de productie niet kan voldoen aan de stijgende vraag? Fossiele brandstof en delfstoffen zijn eindig. Probleemstelling is dus eenvoudig

Nadere informatie