Machtafstandreductie; een confrontatie tussen twee theorieën

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Machtafstandreductie; een confrontatie tussen twee theorieën"

Transcriptie

1 Machtafstandreductie; een confrontatie tussen twee theorieën H. Kuipers A.R.W.-02-T~H.E.

2 INHOUD I Inleiding 11 De rivaliserende theorieën 111 Het experimentele ontwerp IV Operationalisatie; de drie experimenten V Resultaten; verschillen tussen de vier condities VI Conclusie en discussie Referenties 22 A.R.W.-02-T.H.E.

3 - 1 - H. Kuipers ) MACHTAFSTANDREDUCTIEI EEN CONFRONTATIE TUSSEN TWEE THEORIE!N I. Inleiding In dit artikel wordt verslag gedaan van een serie van drie experimenten, waarin de machtafstandtheorie van Mulder (1972, 1977) op een essentieel onderdeel geconfronteerd wordt met de "Expectancy Valence" theorie (vroom, 1964), toegepast op macht. De exper imenten vonden plaats in het kader van een practicum "probleemoplossen in groepen" voor,e jaars bedrijfskunde studenten. Gedurende drie opeenvolgende jaren werd één van de oefeningen benut voor een experiment. Eerst wordt de kern van beide rivaliserende theorieën uiteengezet en wordt aangegeven op welke punten deze theorieën v~rschillen. Dan wordt een ontwerp voor een "crucial experiment" geschétst. Daarna wordt aangegeven hoe dit ontwerp werd geoperationaliseerd. Vervolgens worden de resultaten gepresenteerd. Het artikel wordt afgesloten met een nabespreking. 11. De rivaliserende theorieën Bij een confrontatie tussen de machtafstandreductietheorle en de "Expectancy Valence" theorie stuit men al onmiddellijk op het volgende probleem: De "hoeksteen" van de MAR-theorie is dat uitoefeni~g van macht voldoening geeft. Machtsuitoefening heeft waarde op zich. De MAR-theorie is dus in de kern een inhoudstheorie, maar doet uitspraken over MAR-processen. De EV-theorie daarentegen, is in de kern een procestheorie. Ze doet geen uitspraken over de inhoud van motieven of nastrevenswaardige resultaten. '." Bij de uitwerking van het idee voor deze serie experimenten waren de discussies met dr. P.M. Bagchus, drs. P.M. Janssen en dr. H.F.J.M. van Tuijl van onschatbare waarde. Als practicumleiders van het l e jaars Bdk-practicum waren zij betrokken bij de daadwerkelijke afname van de experimenten.

4 - 2 - Onze experimenten zullen zich richten op een vergelijking van MAR-theorie en E.V.-theorie wat betreft de voorspelling van cruciale machtafstandreductieprocessen. Toch kan bij vergelijking de inhoud van het machtsmotief niet genegeerd worden. Er zijn wat betreft de EV-theorie twee inhoudelijke standpunten mogelijk: 1. We kiezen stelling A (uitoefening van macht geeft voldoening) van de oorspronkelijke MAR-theorie ook als inhoudelijke hoeksteen voor een E.V.-perspectief op machtafstandreductie. 2. We accepteren deze stelling ~ als inhoudelijk uitgangspunt. Het ligt in de lijn van de EV-theorie te veronderstellen dat de waarde van machtuitoefening bepaald wordt door de kosten en baten die aan machtuitoefening worden toegekend. De balans van kosten en baten bepaalt in elk concreet geval hoe aantrekkelijk of aantrekkelijk een bepaalde machtspositie is. Bij bepaalde posities zal de balans negatief uitvallen en bij andere positief In feite zal in dit onderzoek de machtafst~ndreductie-theorie van Mulder (de MAR-theorie) geconfronteerd worden met" deze twee varianten van de nexpectancy-valence n theorie. In de eerste variant wordt de hoeksteen van de MAR-theorie, uitoefening van macht geeft voldoening, als uitgangspunt genomen (de EVM-theorie). In de tweede variant wordt er niet a priori van uitgegaan dat macht voldoening geeft (de algemene EV-theorie). De MAR-theorie De kern van de machtafstand-reductie theorie van Mulder (de MAR-theorie) kan worden samengevat in de volgende vijf stellingen: A. De uitoefening van macht geeft voldoening. B. Machtigen willen de machtafstand t.o.v. minder machtigen vergroten. C. Ze willen dit sterker naarmate de machtafstand groter is. o. Minder machtigen willen de machtafstand t.o.v. machtigen verkleinen. E. Ze willen dit sterker naarmate de machtafstand kleiner is. Stelling A is de hoeksteen van Mulders theorie. De kernstellinqen B, C, 0 en E maken de MAR-theorie volgens Mulder tot een verslavingstheorie: Hoe meer macht iemand heeft, des te meer macht hij wil en hoe minder hij heeft, des te minder de behoefte aan macht.

5 - 3 - Naast deze "kernstellingen" ke.nt de theor ie nog een aantal "nevenstellingen". Deze worden hier niet systematisch gepresenteerd. Voor zover nodig zullen ze in de verdere discussie aan de orde komen. Volgens de kerntheorie van Mulder wordt de kracht van het MAR-streven in principe bepaald door één variabele 1 de machtafstand (zie stelling C en E). In de realiteit spelen volgens Mulder de kosten van feitelijke machtovername echter ook een rol. Naarmate feitelijke macht dichterbij komt gaan volgens Mulder die kosten zwaarder wegen en kunnen een temperende werking op feitelijke MAR hebben. Men zou ook kunnen stellen: Naarmate de kans op feitelijke macht toeneemt, zal het feitelijke machtstreven afnemen. Let wel, we doelen hier uitsluitend op het feitelijke streven naar macht: Mulder noemt dit MAR op hoog niveau van rea1.1teit. Naast het feitelijk machtstreven onderkent Mulder nog "fantasie MAR" op laag niveau van realiteit. Voorlopig blijft "fantasie MAR" buiten deze discussie. Indien we ons bovendien beperken tot machtafstandreductie en dus ook machtafstandvergro- ting buiten beschouwing laten, kunnen we uit,de theorie van Mulder de volgende stelling afleiden: Uitoefening van macht geeft voldoening: De kracht van het streven naar machtafstandreductie op hoog niveau van realiteit wordt sterker naarmate de afstand tot de meer machtige kleiner is en wordt zwakker naarmate de kans op feitelijke machtsovername toeneemt. De E.V.M.-theorie De basisformule van de "Expectancy-Valence" theorie_<de E.V.-theorie) luidt als volgt: MF=ExV MF E V = Motivational Force: de motivationele kracht waarmee een bepaald resultaat wordt nagestreefd - Expectancy, de geschatte waarschijnlijkheid dat het streven gericht op dat resultaat succes zal hebben = Valence: de waarde die gehecht wordt aan het resultaat waarop het streven gericht is.

6 - 4 - Laten we er nu, zoals Mulder, van uitgaan dat uitoefening van macht voldoening geeft. Een expectancy valence theorie over machtafstandreductie afgeleid van de basisformule MF - E x V luidt dan als volgt: MF.M m E.M x V.M. MF.M - De kracht van het streven tot machtafstandreductie van de minder machtige t.o.v. de meer machtige. E.M - De geschatte kans dat het streven naar machtafstandreductie succes zal hebben. V.M. m De waarde die aan het resultaat, de reductie van machtafstand, wordt toegekend. (Die waarde neemt toe naarmate meer macht kan worden gereduceerd, want uitoefening van meer macht geeft meer voldoening.) We noemen dit de E.V.M.-theorie Volgens de E.V.M.-theorie wordt de kracht v.an het machtafstand reductiestreven bepaald door twee variabelen: de geschatte kans op succes en de valentie van de uitkomsten. Evenals in het voorgaande beperken we ons tot een feitelijk machtstreven (dus op hoog niveau van realiteit). De E.V.M. theorie gaat uit van dezelfde basis als de MAR-theorie. Uitoefening van macht geeft voldoening, heeft dus valentie en uitoefening van meer macht geeft meer voldoening, heeft dus meer valentie. Dit betekent dat in principe het reduceren van een grote machtafstand meer waarde (valentie) heeft dan het overbruggen van kleine machtafstand. Uit de E.V.M.-theorie kan nu de volgende stelling w~rden afgeleid: Uitoefening van macht ge.eft voldoening: De kracht van het streven naar machtafstandreductie op hoog niveau van realiteit wordt zwakker naarmate de afstand tot de meer machtige kleiner is en wordt sterker naarmate de kans op feitelijke machtovername toeneemt. Deze stelling staat zoals blijkt haaks op die afgeleid uit de MAR-theorie. Toch is veel MAR-gedrag in "real life" situaties goed uit beide theorieën te verklaren omdat daar beide variabelen, machtafstand en kans op macht, doorgaans sterk gecorreleerd zijn. In de sociale werkelijkheid is de kans om zeer grote machtafstanden ineens te overbruggen doorgaans zo gering dat een actief streven tot machtafstandreductie zich beperkt tot kleine afstanden.

7 - 5 - OOk al wordt, gezien vanuit de E.V.M.-theorie, het overbruggen van grote afstanden van meer waarde geacht, in de praktijk zal men zich sterker richten op kleine afstanden, zoals ook de MAR-theorie (stelling El voorspelt (zie ook Lawler, 1979). De situatie verandert indien zich wel kansen voordoen om in één klap de top van een bepaalde machtshiërarchie te bereiken. In dat geval voorspelt de EVM-theorie dat (bij gelijkblijvende kansen) de feitelijke reductie-tendens van de minder machtige sterker is naarmate de afstand, d.w.z. de valentie, groter is. De algemene E.V.-theorie Volgens de MAR-theorie kunnen de kosten van macht verdisconteerd worden. Als de last van feitelijke macht dreigt zal het machtstreven op hoog niveau van realiteit afnemen. Toch wordt daardoor de "hoeksteen" van de theorie: "De uitoefening van macht geeft voldoening" niet aangetast in de redenering van Mulder. Men kan altijd nog "vluchten" in fantasie MAR als surrogaat In de E.V.M.-theorie, zoals hierboven uitgewerkt, zijn die kosten niet meer te verrekenen. Acceptatie van Mulder's uitgangspunt, uitoefening van (meer) macht schenkt (meer) voldoening impliceert in dat geval a priori een positieve belans, ongeacht de kans op macht: Uiteoefening van macht heeft waarde en uitoefening van meer macht heeft meer waarde in de E.V.M.-theorie. wil men wel rekening houden met de mogelijkheid dat uitoefening van macht zowel positieve als negatieve uitkomsten kan hebben, dan valt men automatisch terug op de algemene, inhoudelijk neutrale, E.V.-theorie. Toch is ook een confrontatie tussen de MAR-theor ie en de algemene E.V. theorie van belang. De MAR-theorie calculeert de kosten van macht in, in connectie met de feitelijke kans op macht. Volgens de E.V.-theorie wordt een afweging gemaakt van kosten en baten, los van de kansen. Als, die balans positief uitvalt voor een specifieke machtspositie geldt voor die positie dat er met meer kracht naar gestreefd wordt naarmate de kans groter is en naarmate de balans meer in positieve zin doorslaat, ongeacht de feitelijke machtafstand. Volgens de algemene E.V.-theorie kan dus de volgende stelling worden geformuleerd.

8 - 6 - Uitoefening van macht kan leiden tot voldoening of tot ontevredenheid afhankelijk van de balans van kosten en baten: De kracht van het streven naar machtafstandreductie op hoog niveau van realiteit wordt sterker naarmate de valentie toegekend aan een specifieke machtspositie positiever is en wordt sterker naarmate de kans op feitelijjke machtsovername van die positie toeneemt. Deze theorie doet geen uitspraken over de aard van de kosten en baten die tegen elkaar worden afgewogen. Natuurlijk kan een al te grote verandering van machtspositie ervaren worden als een kostenfactor van belang. In die zin kan de machtafstand ook volgens deze theorie wel een rol spelen. In principe kan echter de balans afhankelijk van het precieze karakter van de machtspositie (en van de potentiële machtsbekleder) steeds weer anders uitvallen. Zoals reeds gesteld zullen de theorieën in veel praktijksituaties dezelfde implic'ties hebben. De kansen om bepaalde treden van de machtsladder over te slaan zijn doorgaans gering. Toch dient een confrontatie niet louter een theoretisch belang. In de meest recente publicaties probeert Mulder bv. via een aantal "nevenstellingen" vergaande uitspraken te doen over verschijnselen als solidariteit, verzet en revolutie. Een EV-perspectief zal leiden tot een andere visie op dergelijjke verschijnselen. In de discussie komt dat aan de orde Het experimentele ontwerp Volgens de MAR-theorie: wordt de kracht van de MAR* groter naarmate de machtafstand kleiner isf - wordt de kracht van de MAR* kleiner naarmate de kans op macht groter is. Volgens de EVM-theorie: - wordt de kracht van de MAR* kleiner naarmate de machtafstand kleiner is: - wordt de kracht van de MAR* groter naarmate de kans op macht groter is. *Steeds wordt bedoeld MAR op hoog realiteitsniveau.

9 - 7 - Volgens de algemene E.V.-theorie: - wordt de kracht van de MAR* bepaald door de valentie (balans van + en - uitkomsten) van de specifieke machtspositie ongeacht de machtafstand, wordt de kracht van de MAR* groter naarmate de kans op een gewaardeerde machtspositie groter is. In een experimenteel design met twee onafhankelijke variabelen, nl. de machtafstand en de kans op reële overname van een machtpositie kan men deze theorieën onderling confronteren. Schema 1 geeft het design weer. Schema 1. Experimenteel design G.M. K.M. G.K. MAR MAR 41 conditie 1 conditie 3 K.K. MAR conditie 2 I MAR conditie 4 I G.M. Grote machtafstand tussen leider en ondergeschikten K.M. Kleine machtafstand tussen leider en ondergeschikten G.K. = Grote kans tot reële overname van de machtpositie K.K. = Kleine kans tot reële overname van de machtpositie MAR = De bereidheid de machtpositie over te nemen. De cruciale afhankelijke variabele in dit design is de bereidheid om de leiderspositie over te nemen. Dit is een MAR-indicatie met een hoge realiteitsgraad. De ~R-theorie voorspelt:. "' MAR is het kleinst bij grote machtafstand (G.M.) en grote kans op machtovername (G.K.). MAR is het grootst bij kleine machtafstand (K.M.) en kleine kans op machtovername (K.K.). De E.V.M.-theorie voorspelt: MAR is het kleinst bij kleine machtafstand (K.M.) en kleine kans op machtovername (K.K.).

10 - 8 - MAR is het grootst bij grote machtafstand (G.M.) en grote kans op machtovername (G.K.). De algemene EV-theorie voorspelt: MAR is het kleinst bij de positie met de minst positieve valentie (G.M. of K.M.) en de kleinste kans (K.K.). MAR is het grootst bij de positie met de meest positieve valentie (G.M. of K.M.) en de grootste kans (G.K.). (Dit is overigens alleen het geval als de valentie naar de positieve kant van de balans doorslaat. Is de balans negatief dan is er geen sprake van MAR.) IV. OperationalisatieJ de drie experimenten Achtereenvolgens zullen de volgende punten worden toegelicht: - de proefpersonen in de drie experimenten~ - de experimentele opdrachten, de onafhankelijke variabelen, de afhankelijke variabelen~ - de statistische bewerkingen. De proefpersonen in de drie experimenten Binnen het practicum problem solving voor,e jaars BedrijfsKundestudenten werden drie experimenten uitgevoerd: één in 1980, één in 1981 en één in Dit practicum omvatte meerdere groepsoefeningen, voor groepen van vijf of zes studenten, verspreid over drie practicummiddagen. Eén van die oefeningen werd benut voor deze experimenten. De studenten wisten vóóraf niet dat ze aan een experiment deelnamen. Aan het eerste experiment namen 171 studenten deel, ingedeeld in 30 groepen, aan het tweede namen 113 studenten deel, ingedeeld in 23 groepen, aan het derde 169 studenten, ingedeeld in 30 groepen. De experimentele opdrachten Voor het eerste experiment werd gebruik gemaakt van een rollenspel. Vijf of zes bedrijfsfunctionarissen moeten zich buigen over het probleem van een verliesgevend nieuw product.

11 - 9 - Het gaat om een bedrijf voor landbouwmachines. Een van de rollen is die van Algemeen Directeur. Elke rol beschikt uit hoofde van de gespeelde functie over bepaalde informatie. De vraaq aan de groep is te ontdekken wat de echte probleemoorzaken zijn. Na afloop van een discussieronde van een uur krijgt men een lijst met 24 potentiële oorzaken. De opdracht na afloop van de discussie aan de groep is om aan te geven welke van de 24 potentiële oorzaken de 'echte oorzaken zijn en welke van deze 24 toekomkstige problemen, symptomen of niet relevant zijn. Voor een volledige beschrijving van deze oefening, genaamd Farm EZ, wordt verwezen naar Pfeiffer & Jones (1974). In het tweede en derde experiment werd gebruik gemaakt van het ftsimulatiespel Verzuimcommissieft. Ook dit is een rollenspel waarin vijf of zes bedrijfsfunctionarissen zich buigenbver een probleem, in dit geval ziekteverzuim. Een van de rollen is ook hier die van Algemeen Directeur. Uit een groot aantal potentieel verzuimbeperkende maatregelen dient men er vijf te kiezen. Elke rol beschikt weer over specifieke informatie. De rollen zijn bovendien politiek gekleurd. Zo heeft bv. het OR-lid van de commissie een andere ideologische visie op de verzuimoorzaken dan de.directeur. De opdracht begint met een vrije discussie van een uur. Voordat men als commissie besluiten moet nemen, krijgen alle leden in beperkte mate de gelegenheid een databank ft met wetenschappelijke kennis over verzuim te raadplegen. Dit spel werd ontwikkeld door Kuipers en Draaisma (1975). De onafhankelijke variabele Ope~ationalisatie van de machtafstand variabele: De algemeen directeur is in alle drie de experimenten de meer machtige, terwijl de andere groepsleden de minder machtigen zijn. In de K.M.-conditie is de algemeen directeur uitsluitend discussieleider, hij heeft geen bijzondere stem in de besluitvorming. In de G.M.-conditie is de algemeen directeur niet alleen discussieleider, hij heeft ook een beslissende stem in de besluitvorminq.

12 Dat betekent dat hij uiteindelijk bepaalt welke van de potentiële oorzaken als echte oorzaken worden aangemerkt (in expo 1) en welke verzuimmaatregelen genomen worden (in expo 2 en 3). De groepen werden, voor zover mogelijk, gelijk over de beide condities verdeeld. Operationalisatie van de kansvariabele: Reeds bij aanvang van de practicummiddag werd de studenten medegedeeld dat ze eerst een rollenspel zouden spelen en dat daarna het rollenspel zou worden voortgezet in gewijzigde rolbezetting_ Nadat het eerste deel van het rollenspel was afgerond kregen de deelnemers nadere instructies. In experiment 1 kreeg men te horen dat om de opvolging van de directeur geloot zou worden. Het lot zou bepalen dàt sommigen een (zeer) grote en anderen een (zeer) kleine opvolgingskans kregen. Daarna werden de loten uitgedeeld. De proefpersonen wisten niet dat de helft van hen een lot met een opvolgingskans van 90% ontving. De andere helft ontving een kans van 2%. De kansen ~ar~n gelijk verdeeld over de verschillende rollen. De rollen zelf werden per toeval over de groepsleden verdeeld. In experiment 2 en 3 werd de opvolgingsprocedure enigszins gewijzigd. De indruk werd gewekt dat de groepsleden in een door toeval bepaalde rangorde in aanmerking kwamen voor het voorzitterschap. De proefpersonen wisten niet dat wederom de helft het rangnummer één kreeg. De andere helft kreeg het rangnummer zes of vijf (afhankelijk van de groepsgrootte). In de G.K.-conditie verkeerden de proefpersonen dus in de veronderstelling een overbruggingskans van 90% te hebben of als eerste op de nominatie te staan voor het voorzitterschap. In de K.K.-conditie verkeerden ze in de veronderstelling slechts een kans van 2% te hebben of als zesde resp. vijfde op de nominatie te staan. In de context van dit practicum stuitte de hier geschetste procedure niet op achterdocht. Men vertrouwde erop dat de procedure paste in de "problem solving" oefening en dat het nut wel zou blijken tijdens het verdere verloop van de oefening.

13 Stel je je kandidaat voor het voorzitterschap, en doe je dus mee aan de selectie-opdracht? 1. Ja, zeer zeker 2. Ja ik voel er wel iets voor 3. Het maakt me niet uit 4. Nee, ik doe het liever niet S. Nee, ik voel er niets voor 2. Ben je van plan alles op alles te zetten om bij de selectie-opdracht je kans op het voorzitterschap te verdedigen? 1. Ja, ik zet alles op alles 2. Ja, ik zet me redelijk in 3. Ik zie het nog wel 4. Nee, het is maar spel 5. N.v.t., ik doe niet mee 3. Wat zou je doen als je de rol van voorzitter zonder aan de selectieopdracht deel te nemen zou krijgen aangebóden? 1. Zeker accepteren 2. Wel accepteren 3. Accepteren met enige tegenzin 4. Liever niet accepteren 5. Niet accepteren De (actieve) bereidheid de leiderschapspositie over te nemen is de afhankelijke variabele op basis waarvan zo mogelijk een keuze gemaakt moet worden tussen de rivaliserende theorieën. In de vragenlijst werden naast de bovengenoemde vragen die de (actieve) bereidheid meten nog een aantal andere vragen gesteld. Deze worden hier niet letterlijk weergegeven. Zij waren gericht op beoordeling van de volgende onderwerpen. (Vrijwel al deze vragen dienden op een S-punt schaal te worden beantwoord. ) 1. Eigen geschiktheid als leider 2. Geschiktheid van de zittende leider 3. Weerstand tegen de leiding 4. Aantrekkelijkheid van de leiderspositie 5. Tevredenheid met de invloedverdeling 6. Tevredenheid met het groepsproces en groepsresultaat 7. De ervaren invloedsverdeling.

14 Sommige van deze metingen kunnen worden beschouwd als MAR-indicaties op een laag realiteitsniveau (1, 2, 3 en 4). Andere kunnen beschouwd worden als controle metingen op de basishypothese dat uitoefening van macht voldoening schenkt (4, 5 en 6). Vraag 7 werd gehanteerd als "manipulatie check". Overigens kunnen bepaalde vragen vanuit de verschillende theorieën verschillend worden geïnterpreteerd. Zo zal de MAR-theorie de neiging samen te werken met de leider opvatten als een MAR-indicatie en weerstand tegen de leiding (3) als teken van onmacht. Zoals in de discussie nog zal blijken kan men gezien vanuit het E.V. (M.) perspectief weerstand tegen de leiding ook opvatten als een MAR-strategie. De E.V. (M.)-theorie zal de aantrekkelijkheid van de leiderspositie opvatten als een pure valentie-meting. Volgens de MAR-theorie uit zich in het oordeel over die aantrekkelijkheid evenwel de identificatie met deze positie en is dus een maat voor psychologische afstandreductie. De statistische bewerkingen Op de variabelen gemeten in de vragenlijst werden variantie-analyses uitgevoerd. De variantie-analyses op de cruciale afhankelijke variabele(n) zijn bedoeld om de theorieën met elkaar te confronteren. De variantie-analyse op de variabelen die daarnaast in de vragenlijst zijn opgenomen zijn van belang voor de interpretatie van de resultaten. V. Resultaten, verschillen tussen de vier condities De ervaren invloedsverdeling als manipulatiecheck Naar het oordeel van de groepsleden heeft onder G.M. condities de voorzitter in vergelijking met de groepsleden meer invloed dan onder K.M.-condities. Dit geldt vooral voor de invloed op de gemaakte keuzes 'en minder voor de invloed op de discussie zelf. Keuzes: Exp. 1: G.M. = 3.3, K.M. = 4.1, P.001 Exp. 2: G.M. = 2.9, K.M. = 4.3, P.001 Exp. 3: G.M. = 3.1, K.M. = 3.7, P.05

15 Discussies & procedures: Exp. 1 : G.M. = 3.5, K.M. = 3.9, P.05 Exp. 2: G.M. = 2.8, K.M. == 4.3, P.001 Exp. 3: G.M. = 2.8, K.M. == 4.4, P.001 De ervaren invloedsverdeling is op te vatten als "manipulatiecheck n op de machtafstand-variabele. Men mag uit de resultaten afleiden dat in de G.M.-conditie, zoals beoogd, aanmerkelijk meer invloed werd uitgeoefend door de leider, dan in de K.M.-conditie. De bereidheid de positie van de leider over te nemen Tabel 1 toont gemiddelden en de resultaten van de variantie analyse wat betreft de bereidheid de positie van de leider over te nemen. In experiment 1 werd hierover één vraag gesteld, en in experiment 2 en 3 werden hierover drie vragen gesteld (zie par. IV.). Bij de vragen 1, 3 en 4 kunnen de gemiddelde scores variëren tussen 1 en 5. De score-mogelijkheden van vraag 2 lopen: van 1 tot en met 4. Een lage score duidt steeds op een grote bereidheid de positie van de leider over te nemen. uit alle gegevens van tabel 1 blijkt dat men bij een kleine machtafstand (K.M.) lager scoort dan bij een grote machtafstand (G.M.). De bereidheid de leiderspositie over te nemen is dus groter bij een kleinere machtafstand. Dit schijnt in overeenstemming met de MAR-theorie. Het effect van de kansvariabele toont het volgende Deeld. Indien, zoals bij vraag 3 van tabel 1, expliciet gevraagd wordt naar de bereidheid van de kans op het voorzitterschap te verdedigen, blijkt die bereidheid duidelijk sterker bij een grote kans dan bij een kleine kans. Ook bij de andere vragen is er een tendens in deze richting. Het effect is bij deze vragen echter minder uitgesproken en in enkele gevallen niet significant. In het algemeen schijnt het kanseffect in overeenstemming met de E.V.M. theorie. Van een interactie-effect is nauwelijks sprake. Voor zover men kan spreken van zo'n effect gaat deze, uitgezonderd vraag 2, experiment 2, wel steeds in dezelfde richting: Bij een kleine machtafstand is over het algemeen het kanseffect geringer dan bij grote machtafstand.

16 Tabel 1. Bereidheid de positie van de EXp. 1 leider over te nemen. Exp. 2 Exp. 3 G.M. K.M. 1 Wens de G.K. leiding over te K.K. nemen Fm, , P,..000 Fk,. 2.57, p,..113 Fi , p, Meedoen aan G.K. de selectie opdracht K.K G.M. K.M. G.M G.K K.K. 2.91' K.M Fm,. Fk = Fi , P,..000 Fm = 5.73, 6.73, p =.001 Fk,. 2.57, 1.08, P Fi == 3.98, P =.018 p =.147 p = Verdediging G.K. van de kans op voorzitter- K.K. schap G.M.; K.M. G.M G.K K.K K.M Fm.. Fk = Fi ,.p ==.023 Fm = 7.41, 19.63, p Fk , 0.03, P,..967 Fi,. 1.28, G.M. K.M. G.M. P p p K.M. 4. Voorzitter- G.K. schap accepteren zonder K.K. selectieopdracht G.K K.K Fm.. Fk.. Fi,. 7.14, P,..000 Fm = 8.17, 5.63, p,..002 Fk,. 3.98, 0.00, p =.962 Fi,. 3.98, p P,..048 P =.147 Fm.. F-waarde machteffect Fk... F-waarde kanseffect Fi.. F-waarde interactie-effect

17 Alleen bij vraag 2 experiment 3 is dit effect enigszins significant. Géén der theorieën voorspelt een interactie-effect. De resultaten schijnen nogal verwarrend: De effecten van de machtafstandvariabele zijn in overeenstemming met de MAR-theorie. De effecten van de kans-variabele daarentegen in overeenstemming met de EVM-theorie. Beide resultaten zijn in overeenstemming met de algemene EV-theorie mits aan de K.M.-conditie meer waarde wordt gehecht dan aan de G.M.-conditie. In de volgende paragraaf zal blijken dat dit inderdaad (enigszins) het geval is. Voordat een verdere poging tot interpretatie wodt gedaan, zullen de verschillen op de overige variabelen worden weergegeven. Overige variabelen - Perceptie van eigen geschiktheid voor het leiderschap: In h.t eerste experiment werd één vraag gesteld over de eigen geschiktheid, in het tweede en derde experiment werden 'lij f vragen gesteld. Er blijken géén verschillen van betekenis. - Geschiktheid van de zittende leider: Gemiddeld genomen is men in alle condities middelmatig tevreden over de manier van leidinggeven! Bij grotere machtafstand vindt men dat de leider zicht beter aan deo instructies heeft gehouden dan bij kleine machtafstand. Dit geldt voor het tweede en derde experiment. Exp. 2: G.M. = 2.3, K.M. 2.8, P.05 Exp. 3: G.M. = 2.2, K.M. 2.8, P Weerstand tegen de leiding: Bij een grote machtafstand vindt men gemiddeld dat er meer weerstand tegen de leiding was dan bij kleine machtafstand. Exp. 1: G.M. = 3.6, K.M. = 3.9, P.05 Exp. 2: G.M. = 3.0, K.M. = 3.6, P.05 Exp. 3: G.M. 3.1, K.M. = 3.6, P.05.

18 De aantrekkelijkheid van de leiderspositie wordt in alle drie de experimenten als betrekkelijk matig beoordeeld. Bij kleine machtafstand wordt deze positie echter als aantrekkelijker gezien dan bij grote machtafstand. Exp. 1: G.M.,.. 2.7, K.M.,.. 3.2, P.05 Exp. 2: G.M.,.. 2.6, K.M. 3.3, P.05 Exp. 3: G.M. 2.6, K.M.,.. 3.3, P Tevredenheid met groepsproces en groepsresultaat: In het tweede en derde experiment is de tevredenheid met de werkwijze (het groepsproces) en met het resultaat (het verzuimbeleid) het grootst bij kleine machtafstand. Groepsresultaat: Exp. 2: G.M.,.. 2.8, K.M , P.001 Exp. 3: G.M , K.M , P.05 Groepsproces: Exp. 2: G.M.,.. 2.5, K.M.,.. 2.1, P.05 Exp. 3: G.M.,.. 2.5, K.M. "" 2.0, P.001 Conclusie: Voor zover er verschillen zijn, zijn ze niet moeilijk te interpreteren. - Dat de leider zich in de G.M.-conditie beter aan de instructie houdt kan veroorzaakt zijn door het feit dat het principe -de leider beslist- gemakkelijker te hanteren is dan het principe "de meerderheid beslist". Dit laatste geeft licht aanleiding tot onderhandelingsprocessen, coalitievorming, overtuigingsstrategieën e.d - Dat de G.M.-conditie de meeste weerstand oproept ligt voor de hand en wordt door zowel de MAR-theorie als de EVM-theorie, zij het op andere gronden, voorspeld. - Dat men in de G.M.-conditie minder tevreden is met de invloedsverdeling dan in de K.M.-conditie, klopt met beide theorieën. Hetzelfde geldt voor de gevonden verschillen bij het groepsproces en het groepsresultaat: Meer invloed leidt tot grotere tevredenheid met het proces en het resultaat.

19 Moeilijker te interpreteren is het feit dat de aantrekkelijkheid van de leiderspositie in het algemeen als middelmatig beoordeeld wordt en dat in de kleine machtafstand conditie deze positie iets aantrekkelijker wordt gescoord. In de MAR-theorie is deze variabele op te vatten als een MARindicatie op laag niveau van realiteit (identificatie met de leiderspositie). In de EV(M)-theorie is ze een valentie-maat. Volgens de MAR-theorie zou daarom de K.M.-conditie als aantrekkelijker moeten worden beoordeeld en volgens de E~theorie de G.M.-conditie. Het resultaat stemt in dit opzicht dus overeen met de MAR-theorie. Volgens de algemene EV-theorie dient men deze beoordeling echter op te vatten als een valentie-maat. Dat zou betekenen dat in het geval van deze experimenten de K.M.-conditie een hogere valentie heeft dan de GM-conditie. Volgens de uitgangsstelling van de MAR-theorie en de EVM-theorie: Uitoefenen van macht geeft voldoening- mag een meer dan middelmatige score op deze variabele worden verwacht. Dit is echter niet het geval en dat plei~ weer voor de algemene EV-theorie. De kans op machtafstandreductie bleek op géén van deze var iabelen een significant effect te hebben. Dat ligt ook in de lijn der verwachtingen. Volgens deze interpretatie van de MAR-theorie zal de kans op reële macht wel van invloed kunnen zijn op het MAR-streven op hoog niveau van realiteit maar niet op laag niveau. Voor zover men deze variabelen mag opvatten als MAR-indicaties gaat het om fantasie-mar. VI. Conclusie en discussie Het totaalbeeld van de resultaten is uitsluitend te verklaren uit de algemene E.V.-theorie. De MAR-theorie kan niet verklaren dat een grotere kans op feitelijke macht leidt tot een sterker reductiestreven op hoog realiteitsniveau. De E.V.M.-theorie kan niet verklaren dat aan reductie van kleine machtafstand meer waarde wordt gehecht dan aan reductie van grote machtafstand. De algemene E.V.-theorie laat, zoals hier het geval is, de mogelijkheid open dat relatief weinig macht meer gewaardeerd wordt dan relatief veel macht en dat macht überhaupt slechts matig gewaardeerd wordt. Gezien het feit dat de K.M.-conditie de hoogste valentie heeft zijn de resultaten m.b.t. de bereidheid de leiderspositie over te nemen te verklaren.

20 Die bereidheid is nl. het grootste in de K.M.-conditie (de conditie met de hoogste valentie) en in de G.K.-conditie (de conditie waarin de kans op de leiderspositie het grootst is). De resultaten tonen overigens dat het kanseffect relatief gering blijft. Alleen indien expliciet gevraagd wordt naar de mate waarin men de kans wenst te verdedigen, treedt juist het kanseffect naar de voorgrond en vermindert het machteffect. Een verklaring hiervoor is moeilijk te geven. In ieder geval blijkt dat de aard van de MAR-operationalisatie van invloed is op het resultaat! Het feit dat de leiderspositie in de G.M.-conditie als minder aantrekkelijk werd beoordeeld, stemt wel overeen met bepaalde indrukken tijdens de uitvoering van de experimenten. Het uitoefenen van veel macht, d.w.z. de leider beslist, leidt per definitie tot autoritaire verhoudingen. Dit bleek nogal eens op verzet en weerstand ~e stuiten. Beslissingen werden lang niet altijd voetstoots en zonder protest geaccepteerd. De positie van de vqorzitter was in die gevallen weinig te benijden. Achteraf gezien is het dus wel verklaarbaar dat de kosten de uitoefening van deze vorm van macht minder aantrekkelijk maakten dan het meer democratisch leiderschap in de K.M.-conditie. Kennelijk was de uitgangsstelling "Uitoefening van (meer) macht, leidt tot (meer) voldoening", niet juist. De proefpersonen -waren helemaal niet zo happig op de machtspositie in deze vorm en in deze setting. Met name de autoritaire vorm had kennelijk minder aantrekkelijk~ kanten. Deze resultaten en deze conclusie staan niet geheel op zichzelf. Ook Extra constateert op basis van de onderzoekresultaten van Mulder zelf dat: "de satisfactie-hypothese in het enige onderzoek, waarin de mate van machtsuitoefening inderdaad puur werd gemanipuleerd, in feite weerlegd is" (Extra, 1978, p. 310). Hij verwijst naar een onderzoek van Mulder et. al (19'73) waarin proefpersonen als assistent van de proefleider meer of minder invloed uitoefenen op basis van boetes en beloningen, die twee zgn. uitvoerders kregen. Proefpersonen met meer invloed toonden een grotere weerzin tegen het geven van boetes. Overigens toont Mulder wel aan dat ook als (negatieve sanctie) macht op hoog realiteitsniveau minder aantrekkelijk gevonden wordt, de fantasie-mar wel doorzet.. "."

73 SAMENVATTING In dit proefschrift wordt een empirische toetsing van de machtafstandstheorie (Mulder, 1972, 1977) beschreven. In grote lijnen stelt deze theorie dat mensen macht prettig vinden, en dat

Nadere informatie

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen.

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen. Y-BOCS Algemene instructies Het is de bedoeling dat deze vragenlijst wordt gebruikt als een semi-gestructureerd interview. De interviewer dient de items in de aangegeven volgorde af te nemen en de vragen

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13

Inhoud. 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13 Inhoud 1 Inleiding 9 1.1 Voor wie is dit boek? 9 1.2 Doelstelling 11 1.3 Aanpak 11 1.4 Opzet 13 2 Tevredenheid en beleid 15 2.1 Het doel van tevredenheid 16 2.2 Tevredenheid in de beleidscyclus 19 2.3

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan

Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Case Medewerkerstevredenheiden betrokkenheidscan Hoe tevreden zijn de medewerkers met en hoe betrokken zijn zij bij de organisatie en welke verbeterpunten ziet men voor de toekomst? Wat is medewerkerstevredenheid

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Impulsieve keuzes voor aantrekkelijke opties zijn doorgaans geen verstandige keuzes op de lange termijn (Hofmann, Friese, & Wiers, 2008; Metcalfe & Mischel, 1999). Wanneer mensen zich

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage Stichting Het Lichtpunt Meting april 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Zelfperceptietest teamrol dinsdag 12 november 2002

Zelfperceptietest teamrol dinsdag 12 november 2002 Zelfperceptietest teamrol dinsdag 12 november 2002 Deze test is ontwikkeld om op eenvoudige wijze je eigen teamrol te bepalen. Het jarenlange onderzoek naar teamrollen binnen managementteams is gedaan

Nadere informatie

Marieke de Vries. 20 september 2006. 360 feedback

Marieke de Vries. 20 september 2006. 360 feedback Marieke de Vries 0 september 006 60 feedback Inhoudsopgave Inleiding Basisgegevens van de rapportage Geselecteerde competenties Toelichting overzichten 6 Algemeen overzicht 8 Gedetailleerd overzicht 9

Nadere informatie

Jan Janssen. 25 maart 2008. 360 feedback. Donkere spaarne 14rd 2011 JG Haarlem T 0653123185 I www.spaarnecoaching.nl E info@spaarnecoaching.

Jan Janssen. 25 maart 2008. 360 feedback. Donkere spaarne 14rd 2011 JG Haarlem T 0653123185 I www.spaarnecoaching.nl E info@spaarnecoaching. Jan Janssen maart 008 60 feedback Donkere spaarne 1rd 011 JG Haarlem T 06118 I www.spaarnecoaching.nl E info@spaarnecoaching.nl Inhoudsopgave Inleiding Basisgegevens van de rapportage Geselecteerde competenties

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Management Potentieel Index (MPI)

Management Potentieel Index (MPI) (MPI) deelnemer opdrachtgever HFM 07-11-2014 Dit rapport is gegenereerd met het HFMtalentindex Online Assessmentsysteem. De gegevens in dit rapport zijn gebaseerd op de antwoorden die de deelnemer op één

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Meentschool - Afdeling SO In opdracht van Contactpersoon De Meentschool - Afdeling SO de heer A. Bosscher Utrecht, juni 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent

Nadere informatie

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven CPB Notitie Datum : 6 juli 2006 Aan : Ministerie van Economische Zaken Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven 1 Inleiding Op 5 juli 2006 heeft SEO, in opdracht van

Nadere informatie

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen Goede zorg van groot belang Nederlanders staan open voor private investeringen Index 1. Inleiding p. 3. Huidige en toekomstige gezondheidszorg in Nederland p. 6 3. Houding ten aanzien van private investeerders

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Cliëntervaringsonderzoek

Cliëntervaringsonderzoek Cliëntervaringsonderzoek Hoofdrapportage mei - juni 2014 Uw consultant Carolien Wannyn E: carolien.wannyn@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding en verantwoording...3

Nadere informatie

Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF. 2012 Rapportage. Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs.

Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF. 2012 Rapportage. Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs. Onderzoek tevredenheid medewerkers FICTIEF 2012 Rapportage Walvis ConsultingGroep Amersfoort, maart 2012 Onderzoeker: drs. Ronald Zwart Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding en leeswijzer... 3 1.1 Inleiding:

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van 1 Bedwing je dwang Children s Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale (CY-BOCS) Algemene instructies Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van patiënten met een obsessieve-compulsieve

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans LEADERSHIP IN PROJECT-BASED ORGANIZATIONS Dealing with complex and paradoxical demands Leiderschap

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL

SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL SPEELWIJZE LEKKER BLIJVEN WERKEN SPEL De huidige arbeidsmarkt ziet er heel anders uit dan die van vroeger: we veranderen vaker van baan of de inhoud ervan verandert, banen zijn minder zeker en de groei

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

Toelichting op vraagstuk businessmodel Idensys en SEO rapport voor consultatiebijeenkomst 22 en 23 september 2015

Toelichting op vraagstuk businessmodel Idensys en SEO rapport voor consultatiebijeenkomst 22 en 23 september 2015 Programma Idensys Contactpersoon Huub Janssen Aantal pagina's 5 Toelichting op vraagstuk businessmodel Idensys en SEO rapport voor consultatiebijeenkomst 22 en 23 september 2015 Naar aanleiding van het

Nadere informatie

Ouders/ vertegenwoordigers raadpleging Sector Specialistisch

Ouders/ vertegenwoordigers raadpleging Sector Specialistisch Ouders/ vertegenwoordigers raadpleging Sector Specialistisch Hoofdrapportage Meting oktober 2013 Uw consultant Onno de Wildt E: onno.de.wildt@effectory.com T: +31 (0)20 30 50 100 Inhoudsopgave Inhoudsopgave

Nadere informatie

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D. M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013

Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep. Gemeente Ubbergen Juni 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Wmo 2012 Wmo-hulpmiddelen onder de loep Gemeente Ubbergen Juni 2013 Colofon Uitgave I&O Research BV Zuiderval 70 7543 EZ Enschede tel. (053) 4825000 Rapportnummer 2013/033 Datum

Nadere informatie

MKB-ondernemer geeft grenzen aan

MKB-ondernemer geeft grenzen aan M0040 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Reactie van MKB-ondernemers op wetswijzigingen in sociale zekerheid Florieke Westhof Peter Brouwer Zoetermeer, 0 april 004 MKB-ondernemer geeft grenzen aan Ondernemers

Nadere informatie

DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE

DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE DE INVLOED VAN GELUK, PECH, BIED- EN SPEELTECHNIEK OP DE SCORE BIJ BRIDGE Versiedatum: 30-8-2008 Jan Blaas Blz. 1 van 7 Versiedatum: 30-8-08 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 Hoe groot is de invloed van pech

Nadere informatie

Toenemende zorgvraag versus bezuinigingen Bieden private investeerders soelaas?

Toenemende zorgvraag versus bezuinigingen Bieden private investeerders soelaas? Toenemende zorgvraag versus bezuinigingen Bieden private investeerders soelaas? Onderzoeksvragen Hoe scoort gezondheidszorg in een maatschappelijke issue-ranking? Waaraan dankt de zorg zijn bijzondere

Nadere informatie

KLEURRIJKE EMOTIES psychologie en kleur

KLEURRIJKE EMOTIES psychologie en kleur KLEURRIJKE EMOTIES psychologie en kleur Iedere ouder zal het volgende herkennen: de blauwe en rode potloden uit de kleurdozen van kinderen zijn altijd het eerst op. Geel roept aanvankelijk ook warme gevoelens

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten

Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Netwerkdiagram voor een project. AON: Activities On Nodes - activiteiten op knooppunten Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van

Nadere informatie

In opdracht van De Nieuwste School

In opdracht van De Nieuwste School In opdracht van De Nieuwste School februari 2016 Dit rapport is opgesteld door DUO Onderwijsonderzoek in opdracht van De Nieuwste School. DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Madelon van

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN?

E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN? E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN? Evaluatie-onderzoek van het online stemmen Een kwantitatief onderzoek naar het stemmen via internet van burger@overheid. Uitgevoerd door NetPanel in samenwerking

Nadere informatie

Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord-Groningen

Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord-Groningen Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord-Groningen Eerste resultaten onderzoek aardbevingen en imagoschade Noord- Groningen Auteur: Dr. Karel Jan Alsem Juni 2013 Kenniscentrum Ondernemerschap

Nadere informatie

Rapport. Datum: 16 september 1998 Rapportnummer: 1998/386

Rapport. Datum: 16 september 1998 Rapportnummer: 1998/386 Rapport Datum: 16 september 1998 Rapportnummer: 1998/386 2 Klacht Op 31 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer S. te Houten, met een klacht over een gedraging van het

Nadere informatie

Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging

Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging Oktober 2015 Het Loopbaanlab brengt onderwijsprofessionals in beweging Uitkomsten van meerjarig onderzoek naar de effecten van het Loopbaanlab Leestijd 8 minuten Hoe blijf ik in beweging? De kwaliteit

Nadere informatie

Mobiliteit.nu Rapportage

Mobiliteit.nu Rapportage Mobiliteit.nu Rapportage Erasmus@Work New Worlds of Work Quick-Scan 17-2-2012 Dr. Marcel van Oosterhout Janieke Bouwman Drs. Nick van der Meulen Dr. Jan van Dalen 1 Dr. Peter van Baalen INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave...

Nadere informatie

De kwaliteit van drie typen functiewaarderingssystemen

De kwaliteit van drie typen functiewaarderingssystemen FUNCTIEWAARDERING BIJ GEMEENTEN Vergelijking van drie soorten functiewaarderingssystemen: GFS-achtige systemen, FUWASYS-achtige systemen en het NERF-functiewaarderingssysteem In dit artikel wordt de kwaliteit

Nadere informatie

Samenvatting Westerman_v3.indd 111 Westerman an v3.in _v3.indd dd 11 111 18-07-2007 13:01 8-07-2007 13:01:1 :12

Samenvatting Westerman_v3.indd 111 Westerman an v3.in _v3.indd dd 11 111 18-07-2007 13:01 8-07-2007 13:01:1 :12 Westerman_v3.indd Westerman an_v3.indd v3.indd 111 111 18-07-2007 8-07-2007 13:01 13:01:1 :12 2 112 In de klinische praktijk en met name in de palliatieve geneeskunde wordt kwaliteit van leven als een

Nadere informatie

Marieke de Vries. 21 mei 2007. 360 feedback

Marieke de Vries. 21 mei 2007. 360 feedback Marieke de Vries 1 mei 007 60 feedback 1 Inhoudsopgave Inleiding Basisgegevens van de rapportage Geselecteerde competenties Toelichting overzichten 6 Algemeen overzicht 8 Gedetailleerd overzicht 9 Sterkte

Nadere informatie

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen.

Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van

Nadere informatie

HET PROJECTPLAN. a) Wat is een projectplan?

HET PROJECTPLAN. a) Wat is een projectplan? HET PROJECTPLAN a) Wat is een projectplan? Vrijwel elk nieuw initiatief krijgt de vorm van een project. In het begin zijn het wellicht vooral uw visie, ideeën en enthousiasme die ervoor zorgen dat de start

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Schoolrapportage CBS De Windroos Leerlingtevredenheidsonderzoek In opdracht van Contactpersoon Noordkwartier Mevrouw W. Drenth Utrecht, mei 2014 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Marjan

Nadere informatie

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant RAPPORT PF Van: Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011 Normgroep: Advies de heer Consultant 1. Inleiding Persoonlijke flexibiliteit is uw vermogen om met grote uitdagingen en veranderingen

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas

Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas Onderzoek naar houding en kennis van Nederlandse burgers ten aanzien van schaliegas Inhoudsopgave 1. Doelstelling 2. Onderzoeksverantwoording 3. Samenvatting 4. Resultaten 5. Bijlagen (open antwoorden,

Nadere informatie

Logica en gedrag. mens. idee. doelen

Logica en gedrag. mens. idee. doelen Drijfveren In het menselijk denken en doen zijn veel aspecten te onderscheiden en te meten. Benaderingen en tests te over! De drijfveer is een boeiend aspect, omdat er veel aan te verbinden valt, en hij

Nadere informatie

Performance Improvement Plan

Performance Improvement Plan Performance Improvement Plan Persoonlijke rapportage van B. Smit P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Computerweg 1, 3542 DP Utrecht Postbus 1087, 3600 BB Maarssen tel. 0346-55 90 10 fax 0346-55

Nadere informatie

Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven

Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven Situatie John volgt een opleiding coaching. Hij wil dat vak dolgraag leren. Beschikt ook over de nodige bagage in het begeleiden van mensen, maar

Nadere informatie

Veranderkracht. Doelen / werkwijze. Een genuanceerd beeld van de veranderkracht van jouw team.

Veranderkracht. Doelen / werkwijze. Een genuanceerd beeld van de veranderkracht van jouw team. Test naam Readiness scan Veranderen Datum 10-4-2013 Ingevuld door Peter Jansen Ingevuld voor Peter Jansen Team Testteam Context Studie: werk- of projectgroepen (PGO) Veranderkracht Een genuanceerd beeld

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek CBS Paadwizer In opdracht van Contactpersoon Stichting de Tjongerwerven Christelijk Primair Onderwijs de heer H. van Malsen en de heer A. Vos Utrecht, februari

Nadere informatie

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: Rapportage Competenties Naam: Bea het Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: support@meurshrm.nl Bea het Voorbeeld / 16.06.2015 / Competenties (QPN) 2 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op de competenties

Nadere informatie

VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1

VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1 VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1 Onderstaande diagnostische vragenlijst bestaat uit 12 items. De score geeft weer in welke mate uw organisatie reactief, responsief, pro-actief

Nadere informatie

TMA Talentenanalyse. Kandidaat-rapportage samenvatting. Demo Kandidaat 29 augustus 2011

TMA Talentenanalyse. Kandidaat-rapportage samenvatting. Demo Kandidaat 29 augustus 2011 TMA Talentenanalyse Kandidaat-rapportage samenvatting Demo Kandidaat 29 augustus 2011 Waddenring 24 2993 VE Barendrecht T 0180 848044 I www.priman.nl E info@priman.nl Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3 2. Betekenis

Nadere informatie

MEDEWERKERSTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2004 Resultaten en vervolgtraject

MEDEWERKERSTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2004 Resultaten en vervolgtraject MEDEWERKERSTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2004 Resultaten en vervolgtraject Inleiding In mei van dit jaar is een nieuw medewerkertevredenheidsonderzoek gehouden. De eerste resultaten van dit onderzoek zijn in

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

Reddin s 3D Leiderschap Model

Reddin s 3D Leiderschap Model Reddin s 3D Leiderschap Model stijl van leidinggeven situatie effectiviteit Input actieplan Output effectiviteitsgebieden effectiviteitsmaatstaven doelstellingen W.J.Reddin & Associates Nederland BV 1

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Onderzoek afhandeling bezwaarschriften Juridische Zaken Dymphna Meijneken, Ben van de Burgwal afd. Onderzoek en Statistiek Juni 2011

Onderzoek afhandeling bezwaarschriften Juridische Zaken Dymphna Meijneken, Ben van de Burgwal afd. Onderzoek en Statistiek Juni 2011 Onderzoek afhandeling bezwaarschriften Juridische Zaken Dymphna Meijneken, Ben van de Burgwal afd. Onderzoek en Statistiek Juni 2011 Samenvatting De afdeling Juridische Zaken (JZ) wil een vinger aan de

Nadere informatie

Het toepassen van theorieën: een stappenplan

Het toepassen van theorieën: een stappenplan Het toepassen van theorieën: een stappenplan Samenvatting Om maximaal effectief te zijn, moet de aanpak van sociale en maatschappelijke problemen idealiter gebaseerd zijn op gedegen theorie en onderzoek

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld 1. Inleiding De Inspectie van het Onderwijs voert al lange tijd tevredenheidsonderzoeken uit onder besturen en scholen in de sectoren

Nadere informatie

STABLE LOVE, STABLE LIFE?

STABLE LOVE, STABLE LIFE? STABLE LOVE, STABLE LIFE? De rol van sociale steun en acceptatie in de relatie van paren die leven met de ziekte van Ménière Oktober 2011 Auteur: Drs. Marise Kaper Master Sociale Psychologie, Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Augustus 2011 Waar werknemers onderdeel zijn van een organisatie, wordt beoordeeld.

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting. Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie

Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting. Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie Summary in Dutch Nederlandse Samenvatting Het delen van Affect: Paden, Processen en Prestatie Het delen van gevoelens (emoties of stemmingen) met anderen is bijna onvermijdelijk in ons dagelijks leven.

Nadere informatie

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren.

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren. Samenvatting Inleiding In deze studie wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een toetsbare en bruikbare theorie over wetgeving, in het bijzonder over de werking van wetgeving. Wij weten weliswaar

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2004-I Examenresultaten Voor de invoering van de tweede fase bestonden de vakken wiskunde A en wiskunde B. In 2 werden deze vakken voor het laatst op alle VWO-scholen geëxamineerd. Bij het Centraal Examen wiskunde

Nadere informatie

Wachtdagen en ziekteverzuim

Wachtdagen en ziekteverzuim Wachtdagen en ziekteverzuim 1 Inhoud presentatie Onderzoeksvraag Uitvoering onderzoek Betrouwbaarheid van de gegevens Uitkomsten Hoofdvraag Neveneffect (verlof) Controlevariabelen Stijgers/dalers Conclusie

Nadere informatie

Het effect van doelstellingen

Het effect van doelstellingen Het effect van doelstellingen Inleiding Goalsetting of het stellen van doelen is een van de meest populaire motivatietechnieken om de prestatie te bevorderen. In eerste instantie werd er vooral onderzoek

Nadere informatie

Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming

Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming Raad voor Accreditatie (RvA) Accreditatie van monsterneming Documentcode: RvA-T021-NL Versie 3, 27-2-2015 Een RvA-Toelichting beschrijft het beleid en/of de werkwijze van de RvA met betrekking tot een

Nadere informatie

Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012. 1. Hogeschool der Kunsten

Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012. 1. Hogeschool der Kunsten Samenvatting Medewerkersonderzoek Hogeschool der Kunsten 2012 1. Hogeschool der Kunsten Eind 2012 is in de Hogeschool der Kunsten Den Haag een medewerkersonderzoek uitgevoerd. Voor het Koninklijk Conservatorium

Nadere informatie

College 6 Eenweg Variantie-Analyse

College 6 Eenweg Variantie-Analyse College 6 Eenweg Variantie-Analyse - Leary: Hoofdstuk 11, 1 (t/m p. 55) - MM&C: Hoofdstuk 1 (t/m p. 617), p. 63 t/m p. 66 - Aanvullende tekst 6, 7 en 8 Jolien Pas ECO 01-013 Het Experiment: een voorbeeld

Nadere informatie

Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y

Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y 1 Regressie analyse Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y Regressie: wel een oorzakelijk verband verondersteld: X Y Voorbeeld

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek De Kornalijn

Leerlingtevredenheidsonderzoek De Kornalijn De Kornalijn srapportage In opdracht van De Kornalijn december 2015 Dit rapport is opgesteld door DUO Onderwijsonderzoek in opdracht van De Kornalijn. DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs.

Nadere informatie

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars Management Summary Wat voor een effect heeft de vorm van een bericht op de waardering van de lezer en is de interesse in nieuws een moderator voor dit effect? Auteur Tessa Puijk Organisatie Van Diemen

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt 1 Aanpak analyse van de loterijmarkt 1. In het kader van de voorgenomen fusie tussen SENS (o.a. Staatsloterij en Miljoenenspel) en SNS

Nadere informatie

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN

KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Gepubliceerd in: Maandblad Reïntegratie nr. 9, 2007, p. 6-10 KOSTENEFFECTIVITEIT RE-INTEGRATIETRAJECTEN Drs. Maikel Groenewoud 2007 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Universitair Medisch Centrum Utrecht Verplegingswetenschappen cursusjaar

Nadere informatie

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein 2 2612 CT Delft Postbus 5050 2600 GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO. www.tno.

Memorandum. Technical Sciences Brassersplein 2 2612 CT Delft Postbus 5050 2600 GB Delft. Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO. www.tno. Memorandum Aan Bestuur stichting Pensioenfonds TNO Van Dr. F. Phillipson Onderwerp Risicobereidheidsonderzoek Pensioenfonds TNO Inleiding In de periode juni-augustus 2014 is er een risicobereidheidsonderzoek

Nadere informatie

BECCI: Behaviour Change Counselling Inventory

BECCI: Behaviour Change Counselling Inventory Pagina 1 van 7 BECCI: Behaviour Change Counselling Inventory Voorafgaand aan het gebruik van de BECCI checklist: Maak a.u.b. gebruik van de toegevoegde handleiding met een gedetailleerde uitleg over hoe

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie