Protocol Duurzaamheidslabeling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Protocol Duurzaamheidslabeling"

Transcriptie

1 Protocol Duurzaamheidslabeling Jasper Scholten (Blonk Consultants) Caroline Duivenvoorden (Agrifirm Group) Versie 1.0 Februari 2015

2 Blonk Consultants Gravin Beatrixstraat PJ Gouda The Netherlands Telephone: 0031 (0) Internet: Blonk Consultants helps companies, governments and civil society organisations put sustainability into practice. Our team of dedicated consultants works closely with our clients to deliver clear and practical advice based on sound, independent research. To ensure optimal outcomes we take an integrated approach that encompasses the whole production chain.

3 Protocol Duurzaamheidslabeling Jasper Scholten (Blonk Consultants) Caroline Duivenvoorden (Agrifirm Group) Versie 1.0 Februari 2015 Kwaliteitscontrole uitgevoerd door : Hans Blonk Oranisatie : Blonk Consultants Versienummer van protocol gecontroleerd : 1.0 Datum kwaliteitscontrole : 27 februari 2015 Kwaliteitscontrole akkoord : Ja / Nee Handtekening : # Datum Opmerkingen februari 2015 Definitieve versie t.b.v. kwaliteitscontrole februari 2015 Plaatsen van handtekening 1

4 Inhoudsopgave 1 Introductie en doel Scope Duurzaamheidslabeling Duurzaamheidslabels Factsheet Duurzaamheidsindicatoren Label: Werken aan verantwoorde grondstoffen Label: Klimaat Label: Diergezondheid Label: Recycling Label: Mineralen-efficiëntie Herberekening duurzaamheidsindicatoren Relevante grenzen Landgebruik Carbon footprint % Co-producten Stikstof efficiëntie Fosfaat efficiëntie Herziening van grenzen Uitvoeringsproces Referenties Bijlage 1: Templates ter accordering van duurzaamheidslabels en bijbehorende factheet

5 1 Introductie en doel Agrifirm Feed introduceert medio februari 2015 duurzaamheidslabels voor voerconcepten en -producten van Agrifirm Feed. Agrifirm Feed kiest voor vijf duurzaamheidslabels: mineralenefficiëntie, diergezondheid, klimaat, recycling en verduurzaming grondstoffen. Uit onderzoek van HAS Hogeschool, Sectorraden en workshops tijdens Ledendagen blijkt dat veehouders graag meer informatie over deze thema s ontvangen. Bovendien sluiten de gekozen thema s aan op de duurzaamheidsstrategie van Agrifirm. Elk label heeft een eigen icoon en biedt specifieke informatie over de duurzaamheidsprestaties van het voerconcept of - product. Het doel van dit protocol is het beschrijven van de methodiek om de onderliggende duurzaamheidsindicatoren te berekenen voor het duurzaamheidslabel dat wordt gecommuniceerd aan klanten en leden van Agrifirm Feed. 2 Scope Dit protocol beschrijft de achtergrond en methodiek van de Agrifirm duurzaamheidslabels en de bijbehorende factsheets en is van toepassing op de concepten en producten van zowel Agrifirm feed als Bonda en Nuscience, Het protocol beperkt zich tot de volgende dierlijke sectoren: - Varkenshouderij. - Legkippenhouderij. - Vleeskuikenhouderij. - Melkveehouderij. De doelgroep van dit protocol zijn de actoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van duurzaamheidslabels en factsheets. Dit zijn in ieder geval de: - Corporate Social Responsibility (CSR) group van Agrifirm. - Product Managers Feed. - Agrifirm Innovation Centre (AIC). - Externe controleur. Dit protocol is geen Product Category Rule (PCR) conform ISO (ISO, 2006a). Tevens bevat dit protocol niet de benodigde achtergronddata (bijvoorbeeld emissiefactoren van grondstoffen en mestmanagement) en uitleg van de detail methodologie die nodig is om de indicatoren te berekenen. Het protocol sluit aan op methodiek en achtergronddata die ontwikkeld is in de databases van: - FeedPrint. - Agri-footprint. De meest recente achtergronddata (bv oogstcijfers, allocatiefactoren) moet worden toegepast voor de berekeningen. Deze data moet beschikbaar zijn ten behoeve van de externe controle zoals beschreven in hoofdstuk 6. Er lopen thans een tweetal initiatieven waarin verdere ontwikkeling van methodiek en data plaatsvindt. Het gaat hierbij om de ontwikkeling van de Product Environmental Footprint Category Rule (PEFCR) van Feed for food-producing animals in het kader van de EU PEFCR pilots en de LEAP Feed Guidelines die in het voorjaar van 2015 worden gepubliceerd. Het is belangrijk dat nieuwe inzichten vanuit deze projecten worden verwerkt in dit protocol. 3

6 Dit protocol geeft de basis voor de ontwikkeling en communicatie van de Agrifirm duurzaamheidslabeling en heeft een geldigheidsduur tot eind Na deze termijn is een update zeker noodzakelijk vanwege verwachte ontwikkelingen aangaande LCA databases van voergrondstoffen en Europese standaardisatie van LCA s conform de Europese PEF 1 methodiek (European Commission, 2013) voor mengvoer en dierlijke productiesystemen. De herberekening van duurzaamheidslabels en de herziening van grenzen worden toegelicht in de paragraven 4.6 en Product Environmental Footprint 4

7 3 Duurzaamheidslabeling De duurzaamheidslabeling bestaat uit de duurzaamheidslabels en de bijbehorende factsheet. In dit hoofdstuk worden beide geïntroduceerd. 3.1 Duurzaamheidslabels Figuur 3.1: Voorbeeld van de Agrifirm duurzaamheidslabels De duurzaamheidslabels zijn ontwikkeld door en eigendom van Agrifirm en wordt door Agrifirm gebuikt in externe communicatie-uitingen zoals brochures van het product of concept. Voor elk nieuw product of concept dienen er duurzaamheidslabels ontwikkeld te worden. Dit geldt niet voor producten of concepten die volledig maatwerk zijn zoals specifieke voeders voor één of enkele veehouders. Er zijn vijf soorten labels waar zes indicatoren onder vallen. Dit zijn: o Label: Mineralen efficiëntie Indicator: Stikstof efficiëntie Indicator: Fosfaat efficiëntie o Label: Diergezondheid o Label: Klimaat Indicator: Carbon footprint o Label: Recycling Indicator: % Co-producten o Label: Verduurzaming grondstoffen Indicator: Landgebruik De indicatoren worden in hoofdstuk 4 nader beschreven. 5

8 Een product of concept scoort positief op een indicator wanneer er een significante verbetering is ten opzichte van de referentiesituatie waarbij; o een significante verbetering identiek is aan de ondergrens (de grens van het eerste niveau van verbeterde performance Aanzienlijk ) zoals is beschreven in hoofdstuk 5; o de referentiesituatie identiek is aan de nulsituatie in de bijbehorende dierproef 2. De indicatoren kennen de volgende drie niveaus (zogenaamde impactniveaus) waar positief of negatief op gescoord kan worden: o Aanzienlijk (de score in de weging is -1 of +1) o Hoog (de score in de weging is -2 of +2) o Zeer hoog (de score in de weging is -3 of +3) De duurzaamheidslabels mogen niet worden gebruikt op de brochure van een product/ concept, wanneer de som van de indicatoren niet positief is. Een voorbeeldberekening hoe deze som wordt bepaald, is weergegeven in tabel 3.1. Daarnaast mogen alleen positief scorende indicatoren een duurzaamheidlabel krijgen. De indicator % co-producten telt niet mee in deze weging zodat logischerwijs er geen duurzaamheidslabel mag worden afgegeven wanneer een concept alleen scoort op % co-producten. Tabel 3.1: Voorbeeld weging van Agrifirm product X Indicator Verandering t.o.v. referentiesituatie Verslechtering / verbetering Niveau duurzaamheidslabel Score t.b.v. weging Stikstofefficiëntie -3% Verslechtering Geen duurzaamheidslabel 0 Fosfaatefficiëntie -9% Verslechtering Geen duurzaamheidslabel 0 Carbon footprint +80% Verslechtering Zeer slecht -3 Diergezondheid Onveranderd Onveranderd Geen duurzaamheidslabel 0 % Co-producten +20% Verbetering Zeer hoog 3 Landgebruik -5% Verbetering Hoog 1 Weging -2 Bovenstaande weging zorgt ervoor dat bij een carbon footprint verslechtering van bijvoorbeeld 80% en een landgebruik verbetering van 5% niet alleen de verbetering op landgebruik wordt gecommuniceerd via de duurzaamheidslabels. Wanneer er geen positief duurzaamheidslabel mag worden afgegeven moet er nog wel een factsheet worden ontwikkeld en extern worden gecommuniceerd via de Agrifirm website wanneer het product wordt gelanceerd. Een duurzaamheidslabel op de brochure verwijst altijd naar de factsheet waar alle duurzaamheidthema s van Agrifirm Feed vermeldt staan en zijn onderbouwd met de bijbehorende indicatoren zoals beschreven in de volgende paragraaf. Een duurzaamheidslabel of een gerelateerde claim mag niet worden gebruikt in het afzetkanaal van het dierlijk product na de boerderij tenzij er schriftelijke toestemming is verleend. Het label mag dus alleen door Agrifirm Feed worden gebruikt in communicatie uitingen. 2 Bij uitzondering is het mogelijk om gegevens van praktijkproeven te gebruiken. De voorwaarden hiervoor staan vermeld in hoofdstuk 6. 6

9 3.2 Factsheet Figuur 3.2: Voorbeeld van de Agrifirm factsheet Elk nieuw product of concept bevat een bijbehorende factsheet die online terug is te vinden op de Agrifirm duurzaamheidpagina. In de factsheet worden alle duurzaamheidthema s van Feed en bijbehorende indicatoren zowel kwantitatief als kwalitatief weergegeven zoals te zien is in figuur 3.3. Figuur 3.3: Voorbeeld van de labels op de Agrifirm factsheet 7

10 De factsheet of een gerelateerde claim mag niet worden gebruikt in het afzetkanaal van het dierlijk product na de boerderij tenzij er schriftelijke toestemming is verleend. De factsheet mag dus alleen door Agrifirm Feed worden gebruikt in communicatie uitingen. Publicatie van de factsheet dient altijd begeleid te worden door onderstaande disclaimer: De uitkomsten van duurzaamheidsindicatoren in dit document zijn met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Agrifirm aanvaardt geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke onjuistheden in de getoonde informatie. Toestemming voor het gebruik en/of publicatie van (delen van) deze informatie dient schriftelijk aan ons te worden verzocht. 8

11 4 Duurzaamheidsindicatoren Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de duurzaamheidsindicatoren zoals weergegeven op de duurzaamheidslabels en de bijbehorende factsheet. Tevens bevat dit hoofdstuk beknopte informatie aangaande achterliggende rekenmethoden, data en modellen. De indicatoren van het duurzaamheidslabels zijn altijd gerelateerd aan de hoeveelheid dierlijk eindproduct (kg levend gewicht af boerderij, ei of melk). 4.1 Label: Werken aan verantwoorde grondstoffen Landgebruik De indicator landgebruik is al beschreven in het KPI protocol uit 2009 (Scholten, 2009) en er zijn geen methodologische veranderingen. De indicator wordt uitgedrukt in m 2 gedurende een jaar per kg dierlijk product. De belangrijkste uitgangspunten zijn: o Het land van herkomst van de grondstoffen moet voor minimaal 70% bekend zijn. o Wanneer het land van herkomst onbekend is maar het is zeker dat het een Europese grondstof is dan mag het gewogen gemiddelde landgebruik van Europa worden toegepast. o Wanneer het land van herkomst helemaal onbekend is dan moet het gewogen gemiddelde landgebruik van de wereld worden toegepast. o Oogstcijfers moeten worden bepaald op basis van 5-jaars gemiddelden van FAOstat. o Allocatiefactoren zijn gebaseerd op economische allocatie en allocatiefactoren van Feedprint of Agri-footprint mogen worden gebruikt maar er moet per berekening een keuze worden gemaakt. o De berekening moet minimaal gebaseerd zijn op 80% van de grondstoffen en dient na rato gecorrigeerd te worden naar 100% voor de onbekende grondstoffen. De meest recente achtergronddata (bv oogstcijfers, allocatiefactoren) moet voor de berekening worden toegepast. Deze data moet beschikbaar zijn ten behoeve van de externe controle zoals beschreven in hoofdstuk 6. 9

12 4.2 Label: Klimaat Carbon footprint Carbon footprints betreffen de gehele levenscyclus van de dierlijke producten tot producten af boerderij. De carbon footprints worden berekend met behulp van de Life Cycle Assessment (LCA) methode en bijbehorende standaarden zoals de ISO 14040, (ISO, 2006b, 2006c), PAS2050 (BSI, 2011), Greenhouse gas protocol (WRI-WBCSD, 2011) en de LEAP guidelines (FAO, 2014). Carbon footprints van dierlijke productiesystemen bevatten meerdere bronnen van broeikasgasemissies die door een veelheid van variabelen bepaald worden. Naast broeikasgasemissies vanwege voerproductie en transport zijn dat onder andere lachgas- en methaanemissies uit de mestopslag, methaanemissies uit het dier, CO 2 emissies vanwege energiegebruik en lachgasemissies vanwege mestaanwending. Economische allocatie moet worden toegepast in alle fases van de levenscyclus. Allocatiefactoren van Feedprint of Agri-footprint mogen worden gebruikt maar er moet per berekening een keuze worden gemaakt. Emissies vanwege directe of indirecte land use change (dluc of iluc) mogen niet in de berekening van de indicator worden opgenomen maar mogen eventueel wel inzichtelijk worden gemaakt in de factsheet. Broeikasgasemissies van dierlijke productiesystemen worden voor de belangrijkste posten als volgt berekend 3 : Voer De carbon footprint van de afzonderlijke voedergrondstoffen kan worden bepaald met behulp van emissiefactoren uit Feedprint of Agri-footprint. Stal en mestopslag: De directe lachgasemissie wordt berekend als percentage (afhankelijk van het stalsysteem) van de N-excretie en is gebaseerd op de IPCC methode (IPCC, 2006a). De indirecte lachgasemissie wordt berekend als een vast percentage (1%) van de ammoniakemissie. De ammoniakemissie in een stal/mestopslag per eenheid product wordt bepaald aan de hand van de N-excretie en het stalsysteem. De methaanemissies uit de stal/mestopslag is afhankelijk van vele factoren zoals samenstelling van de mest, opslagduur en temperatuur. De meest simpele benadering om dit te bepalen is het te berekenen met behulp van de zogenaamde IPCC TIER 1 berekening. Deze methode kan worden gebruikt zolang er geen verschil in mestsamenstelling en mestopslag (duur, temperatuur ) wordt verwacht. Indien er wel verschillen zijn op die punten is een gedetailleerdere berekening (TIER 2) gewenst. In dat geval wordt de mestsamenstelling bepaald aan de hand van voereigenschappen en kunnen verschillen in de mestopslag worden verdisconteerd. Energie De carbon footprint vanwege het gebruik van fossiele energiedagers (elektriciteit, aardgas, diesel) wordt berekend door het gebruik te vermenigvuldigen met de emissiefactor van de verschillende energiedragers 3 Zie voor een meer uitgebreide beschrijving de methodiekrapporten van Agri-footprint (Blonk Agri-footprint BV, 2014a, 2014b) en Feedprint (Vellinga et al., 2013). 10

13 per eenheid. De emissiefactor dient alle posten van broeikasgasemissies te bevatten zoals winning, productie/verwerking, distributie en verbranding. Bij het gebruik van alternatieve energiebronnen of eigen productie (zonne-energie, energie uit mestvergisting, warmte van derden) is een op maat toegesneden benadering nodig waarbij de netto vermeden energieproductie en daardoor vermeden emissie van broeikasgassen worden ingeschat. Maag-darm fermentatie (pensfermentatie bij runderen) De methaanemissie vanwege maag-darm fermentatie vormt bij rundvee een grote bijdrage aan de carbon footprint. Om die reden dient deze post afzonderlijk zichtbaar te worden gemaakt in de resultaten. Voor niet herkauwers zoals varkens is het een kleine bron van methaanemissies. In dat geval rekenen we met de IPCC default methaanemissies per dier (IPCC, 2006a). Bij pluimvee telt deze bron in zijn geheel niet mee. Mestaanwending Directe lachgasemissies bij mestaanwending worden berekend door een emissiefactor (afhankelijk van het stalsysteem) te vermenigvuldigen met de aangewende hoeveelheid stikstof. De aangewende hoeveelheid stikstof is de stikstof excretie min de stikstof die via ammoniakemissie in de stal emitteert. De emissiefactor van de directe lachgasemissie bij mestaanwending is afhankelijk van de mestaanwending (bovengronds of emissiearm) en wordt gebaseerd op de IPCC (IPCC, 2006b). De indirecte lachgasemissies worden tevens bepaald met behulp van IPCC (IPCC, 2006b). Overige emissieposten In sommige gevallen kan er sprake zijn van de toepassing van een techniek of specifieke input die een relevante impact heeft op de carbon footprint en die niet standaard in de levenscyclus wordt meegenomen. Bijvoorbeeld verbranding van droge pluimveemest waarbij elektriciteit wordt opgewekt. Voor elke case dient geïnventariseerd te worden of dergelijke extra emissieposten aanwezig zijn. In een volgende stap dient een kwalitatieve inschatting gemaakt te worden of die techniek of maatregel een substantieel effect zou kunnen hebben op de carbon footprint (> groter dan 1% of 5%). Indien de inschatting is dat de impact van substantieel belang is dient het in de berekening te worden meegenomen. De meest recente achtergronddata (bv oogstcijfers, allocatiefactoren) moet voor de berekening worden toegepast. Deze data moet beschikbaar zijn ten behoeve van de externe controle zoals beschreven in hoofdstuk 6. 11

14 4.3 Label: Diergezondheid Het label diergezondheid bevat alleen de indicator diergezondheid. De diergezondheid uitgangspunten zijn in principe beschrijvend (kwalitatief) en eventueel onderbouwd met extern geverifieerde cijfers (WUR of GD) zoals dierengezondheid-dagen (dierdagdosering). Voorbeeld van een kwalitatieve beschrijving voor varkens/leghennen/vleespluimvee: Product/ concept draagt bij aan gezondere dieren : Met een focus op betere maag-/ darmgezondheid, stabiel koppel. Product/ concept draagt bij aan verbeterde leefomgeving : Met een focus op meer mobiliteit en meer natuurlijk gedrag. Voorbeeld van een kwalitatieve beschrijving voor de melkveehouderij: Product/ concept draagt bij aan gezondere dieren : Met een focus op betere maag-/ darmgezondheid, gezonde klauwen, gezonde uiers, langere levensduur. Product/ concept draagt bij aan verbeterde leefomgeving : focus op meer natuurlijk gedrag. 4.4 Label: Recycling % Co-producten De indicator %co-producten is beschreven in het KPI protocol uit 2009 en er zijn geen methodologische veranderingen. Co-producten zijn voedergrondstoffen uit een verwerkingstap waarbij de originele grondstof wordt opgedeeld in verschillende andere grondstoffen. In het rantsoen van runderen (melk) worden gras en maïs van eigen bedrijf niet meegenomen in de berekening, zodat het percentage co-producten alleen betrekking heeft op het voerrantsoen minus ruw voer. 4.5 Label: Mineralen-efficiëntie Stikstof efficiëntie Voor de varkenshouderij en pluimveehouderij is stikstof efficiëntie gedefinieerd als het percentage stikstof dat wordt vastgelegd in het dierlijke productiesysteem ten opzichte van de stikstofinput via het voer in hetzelfde dierlijk productiesysteem. Voor de melkveehouderij is stikstof efficiëntie gedefinieerd als de stikstof aanvoer naar het bedrijf (kunstmest, dieren en voer) ten opzichte van de stikstof afvoer van het bedrijf (melk, kalveren, dieren, dierlijke mest). Wanneer de stikstof efficiëntie is bepaald in een dierproef dan kan deze waarde 1 op 1 worden overgenomen. Wanneer dit niet het geval is dan kan de efficiëntie bepaald worden op basis van onderstaande regels. De stikstofinput in een (intensief) niet grondgebonden systeem (bijvoorbeeld varkens- en pluimveehouderij) is de hoeveelheid stikstof die via het voer wordt aangevoerd. Dit wordt bepaald door van elk afzonderlijk voeder het stikstofgehalte te vermenigvuldigen met de gebruikte hoeveelheid over een bepaalde periode. De gebruikte hoeveelheid dient gecorrigeerd te worden voor voorraadveranderingen op het bedrijf in dezelfde periode. Voor het stikstofgehalte dient in eerste instantie uit te worden gegaan van het werkelijke gehalte in het gevoerde voer. Indien dit gehate niet beschikbaar is, kan teruggevallen worden op het gemiddelde gehalte van dat type voer. Het stikstofgehalte kan indien nodig, worden afgeleid van het ruw 12

15 eiwitgehalte (RE) in het voer. Het stikstofgehalte wordt berekend door het RE gehalte te delen door 6,25. De hoeveelheid minerale N en ureum dient tevens te worden meegenomen in deze berekening. Indien geen directe informatie beschikbaar is over de hoeveelheid gebruikt voer kan dat worden afgeleid van de voederconversie. De stikstof vastlegging in het dierlijk product wordt bepaald door de hoeveelheid product te vermenigvuldigen met het stikstofgehalte. Voor het gehalte in dierlijk product kunnen defaultwaarden worden gehanteerd zoals weergegeven in tabel 4.1. Stikstof vastgelegd in uitval (bijv. van dode dieren) wordt niet meegerekend als vastlegging. Voor de melkveehouderij kan gebruik worden gemaakt van het rekenprogramma Excretiewijzer melkvee oftewel BEX. Dit programma berekent aan de hand van de bedrijfskenmerken en de voerinput de N- en fosfaatexcretie en de efficiency waarmee N- en P- in het voer in het product (melk en koeien en kalveren) wordt vastgelegd. De uitkomst van dit programma kan integraal als resultaat voor stikstof efficiëntie in dit kader worden overgenomen. Tabel 4.1: Stikstof (N) en fosfor (P) gehalten in dieren zoals weergegeven in de jaarlijkse publicatie Dierlijke Mest en Mineralen van het CBS Product g N/kg dierlijk g P/kg dierlijk Levend gewicht product product Vleesvarkens Live weight growth Opfokzeug Live weight growth Zeug Live weight growth Doodgeboren big Dead weight Uitval big Dead weight Afgeleverd big Live weight growth Beer Live weight growth Moederdier vleeskuiken <18wk Live weight growth Moederdier vleeskuiken eind Live weight growth Vaderdier vleeskuiken <18wk Live weight growth Vaderdier vleeskuiken eind Live weight growth Eendagskuiken Live weight growth Vleeskuiken Live weight growth Het percentage verbetering in stikstof efficiëntie is de uiteindelijke indicator waar ook de labelgrenzen in het volgende hoofdstuk op zijn gebaseerd. 13

16 4.5.2 Fosfaat efficiëntie De berekeningsmethodiek van de indicator fosfaat efficiëntie is identiek aan stikstof. Het percentage verbetering in fosfaat efficiëntie is de uiteindelijke indicator waar ook de labelgrenzen in het volgende hoofdstuk op zijn gebaseerd. 4.6 Herberekening duurzaamheidsindicatoren De berekende duurzaamheidsindicatoren hebben een geldigheidsduur van 2 jaar kalenderjaren. Na deze 2 kalenderjaren moet er een semi-kwantitatieve analyse worden uitgevoerd om te bepalen of een herberekening noodzakelijk is. Een herberekening moet worden uitgevoerd wanneer uit deze analyse blijkt dat; - er strategische veranderingen in het product of concept zijn. - er voersamenstellingen drastisch zijn gewijzigd. - er nieuwe dierproeven zijn uitgevoerd met andere resultaten/conclusies. - de methodiek of achtergronddata (bijvoorbeeld emissiefactoren van voedergrondstoffen) zoals beschreven in het protocol zodanig is gewijzigd dat dit waarschijnlijk effect gaat hebben op het resultaat. - bij een herberekening de niveaus, aanzienlijk, hoog en zeer hoog, van de indicatoren niet veranderen. 14

17 5 Relevante grenzen Het in hoofdstuk 3 geïntroduceerde duurzaamheidslabel kent de volgende drie niveaus (zogenaamde impactniveaus) waar een indicator positief of negatief op kan scoren: o Aanzienlijk o Hoog o Zeer hoog Het is van groot belang om voor deze niveaus relevante grenzen te hebben zodat niet alle producten het hoogst aantal impactniveaus gaan scoren of dat het überhaupt niet mogelijk is om positief te scoren. In dit hoofdstuk worden de grenzen per indicator geïntroduceerd en onderbouwd. Een product of concept scoort positief op een indicator wanneer er een significante verbetering is ten opzichte van de referentiesituatie waarbij; o een significante verbetering identiek is aan de ondergrens (de grens van het eerste niveau van verbeterde performance Aanzienlijk ) zoals is beschreven in hoofdstuk 5; o de referentiesituatie identiek is aan de nulsituatie in de bijbehorende dierproef 4. De positieve grenzen zijn identiek aan de negatieve. De werkwijze die is gevolgd is dat er een literatuurstudie is uitgevoerd naar: o Spreidingsgegevens (variabiliteit). o Trends. o Reductiestrategieën. Deze gegevens worden per indicator opgesomd en op basis hiervan worden de grenzen vastgesteld. 4 Bij uitzondering is het mogelijk om gegevens van praktijkproeven te gebruiken. De voorwaarden hiervoor staan vermeld in hoofdstuk 6. 15

18 5.1 Landgebruik Voor landgebruik is er vrij veel informatie beschikbaar voor zowel spreidingsgegevens, trends als reductiestrategieën Spreidingsgegevens Voor de melkveehouderij is het bekend dat 25% reductie in landgebruik in de melkveehouderij haalbaar is op basis van spreidingsgegevens van ongeveer 70 melkveehouders (rapport niet openbaar). Thomassen (2008) geeft een gemiddeld landgebruik van 1,6 m 2 per kg meetmelk met een standaarddeviatie van 0.3. De grens van de standaarddeviatie ligt dus op 1,3 m 2 wat een reductie van ongeveer 19% is Trends Figuur 5.1 geeft het landgebruik weer van Agrifirm voeders wanneer toegepast in verschillende productiesystemen. Figuur 5.1: Historisch landgebruik van de verschillende Agrifirm onderdelen in ha/ton dierlijk product (Agrifirm, 2014) De 6 jarige Agrifirm landgebruik gemiddelden voor Nederlandse productiesystemen zijn; o Varkens: 0.37 ha/ton (SD = 0,02) SD reductie = 4% o Leghennen (ei) 0.46 ha/ton (SD = 0,08) SD reductie = 18% o Vleeskuikens: 0.43 ha/ton (SD = 0,13) SD reductie = 30% o Rundvee (melk) 0.10 ha/ton (SD = 0,03) SD reductie = 17% Het historisch landgebruik laat zien dat er veel variatie is in landgebruik door de jaren heen. Dit feit is van belang wanneer er berekeningen worden uitgevoerd op voeders die een sterke variatie vertonen in grondstoffen door het jaar heen. Voor de varkenshouderij en vleespluimveehouderij hebben Kool, Pluimers en Blonk (2013a)(2013b) een analyse gemaakt van de ontwikkeling in landgebruik van 1990 tot 2010 zoals weergeven in figuur 5.2 en 5.3. In deze figuren is zichtbaar dat de reductie in landgebruik van de laatste 20 jaar voor varkens en vleeskuikens ongeveer 10% is. 16

19 Figuur 5.2: Relatieve trend in milieu-impact van vleesvarkens voor land- en energiegebruik en broeikasgasemissies tussen 1990 en 2010 waarbij de impact van 2010 op 100 is gesteld (Kool et al., 2013a). Figuur 5.3: Relatieve trend in milieu-impact van vleespluimvee voor land- en energiegebruik en broeikasgasemissies tussen 1990 en 2010 waarbij de impact van 2010 op 100 is gesteld (Kool et al., 2013b) Reductiestrategieën Wanneer gekeken wordt naar resultaten die gehaald worden door innovatieve producten of systemen dan zijn er de volgende voorbeelden beschikbaar; Varkenshouderij o Het Nieuw Gemengd Bedrijf realiseerde een reductie in landgebruik van 25% (Kool, Eijck, & Blonk, 2008) en een reductie van gemiddeld 16% van de 8 varkenshouders die waren aangesloten bij dit initiatief (Blonk, 2005). Hierbij moet wel worden gemeld dat het landgebruik aanzienlijk daalt wanneer natte grondstoffen worden gebruikt. Veel meer dan wanneer producten of concepten worden vergeleken met voeren die uit droge grondstoffen bestaan. o De reductie in landgebruik van Air Line is 7.8%. Het landgebruik van het voer Air Line is hoger dan een gangbaar varkensvoer echter door de gunstige voederconversie is er per kg varken minder land nodig geweest voor de teelt van het voer. Leghennen o SOLIQ bevat meer co-producten waardoor het 7,3% minder landgebruik heeft (Agrifirm, 2013e). o Wanneer Line-Up wordt toegepast dan wordt er een overall reductie in landgebruik gerealiseerd van 4,8%. Deze reductie is volledig toe te schrijven aan het specifieke leghennenvoer van Line-Up. o VIGOR bevat meer co-producten waardoor het 5% minder landgebruik heeft. 17

20 o Het Rondeel heeft ongeveer een 5% hoger landgebruik dan gemiddeld door een hogere voederconversie (Scholten & Van der Flier, 2010) Grenzen Op basis van de beschikbare gegevens zoals weergegeven in de vorige paragrafen zijn de volgende grenzen vastgesteld tussen de niveaus: o Aanzienlijk: 4% reductie in landgebruik. o Hoog: 8% reductie in landgebruik. o Zeer hoog: 12% reductie in landgebruik. 5.2 Carbon footprint Voor de indicator carbon footprint is er voornamelijk veel literatuur beschikbaar over reductiestrategieën Spreidingsgegevens Op basis van gegevens van ongeveer 70 melkveehouders is de spreiding in carbon footprint bepaald en loopt uiteen van 0,78 tot 1,60 kg CO 2-eq. / kg melk waarbij de spreiding boven het gemiddelde breder uitwaaiert dan onder het gemiddelde. De maximale carbon footprint ligt ruim 50% hoger, terwijl de minimale een kwart lager ligt (rapport niet openbaar). Spreidingsgegevens van andere dierlijke productiesystemen zijn niet bekend Trends De figuren 5.3 en 5.4 geven de ontwikkeling weer van de carbon footprint van 1990 tot In deze figuren is zichtbaar dat de reductie in carbon footprint van de laatste 20 jaar voor varkens en de vleeskuikens respectievelijk 10% en 5% is geweest Reductiestrategieën Er is veel literatuur beschikbaar omtrent reductiestrategieën. Deze literatuur is uitgesplitst per sector in onderstaande tabellen. Tevens is aangegeven hoe zeker/robuust de opgegeven reductie is. Tabel 5.1: Carbon footprint reductiestrategieën voor de varkenshouderij inclusief indicatie van robuustheid en bron Reductiestrategie CO 2 reductie Robuustheid Bron Verbeterde technische prestaties vleesvarkens o.b.v. 20% beste bedrijven 5% + (Kool et al., 2013a) 18

21 Verbeterde technische 2% + (Kool et al., 2013a) prestaties biggen en zeug o.b.v. 20% beste bedrijven Voeroptimalisatie 5% tot 7.5% 0/+ (Kool et al., 2010) rekening houdende met milieu-impact (10% tot 15% reductie) Teeltoptimalisatie van 5% tot 7.5% + (Kool et al., 2010) individuele grondstoffen (5% tot 15% reductie) Lokale grondstoffen (teelt 1% tot 2% 0 (Kool et al., 2010) op bedrijf of nabij) Natte bijproducten voeren 5% tot 20% + (Kool et al., 2010)(Kool, 2009) Air Line % + (Agrifirm, 2013a; Kool & Blonk, 2008) Tabel 5.2: Carbon footprint reductiestrategieën voor de legkippenhouderij inclusief indicatie van robuustheid en bron Reductiestrategie CO 2 reductie Robuustheid Bron Verbeterde technische prestaties vleeskuikens (5% lagere VC) Digestibility improving enzymes (e.g. xylanase, a- amylase, protease) 5% ++ 2% tot 5% + Amino acids 6% + (Kool, Pluimers, & Blonk, 2013b) (Bundgaard, Dalgaard, Gilbert, & Thrane, 2014) (Oxenboll & Pontoppidan, 2011) (Mosnier, van der Werf, Boissy, & Dourmad, 2011) VIGOR 3% + Factsheet VIGOR SOLIQ 5% + (Agrifirm, 2013e) Tabel 5.3: Carbon footprint reductiestrategieën voor de vleespluimveehouderij inclusief indicatie van robuustheid en bron Reductiestrategie CO 2 reductie Robuustheid Bron Verbeterde technische 5% + prestaties Vigor 3% + (Agrifirm, 2013c, 2013d) Tabel 5.4: Carbon footprint reductiestrategieën voor de melkveehouderij inclusief indicatie van robuustheid en bron Reductiestrategie CO 2 reductie Robuustheid Bron Hoge melkproductie per koe + + (Goselink, Šebek, De Haan, & Evers, 2013) Meer vlinderbloemigen 2% tot 5% + (leguminosen) in het krachtvoer / rantsoen Het voeren van nitraat 5% tot 15% + (Hristov et al., 2013)(Middelaar, Berentsen, Dijkstra, & Boer, 2014)(Klingerman, Hu, McDonell, DerBedrosian, & Kung, 2009) + Onderzoek Blonk 19

22 Toevoeging aminozuren zodat aminozuur/eiwitprofiel dichtbij de dierbehoefte ligt (lagere N 2O emissies) 2013 (niet openbaar) (Pol-dasselaar et al., 2013)(Zijderveld, 2011) ++ (Hristov et al., 2013) Lokale grondstoffen 0% + (Blonk, Kool, & Ponsioen, 2009) Natte bijproducten voeren 1% tot 2% + (Pol-dasselaar et al., 2013) Veel co-producten in rantsoen 0 / + Onderzoek Blonk 2011 (niet openbaar) Zetmeelrijk rantsoen + verhoging pensbestendige nutrienten (vet, bestendig zetmeel, pensbestendig eiwit) 2% tot 5% + (Knapp, Laur, Vadas, Weiss, & Tricarico, 2014)(Hristov et al., 2013)(Tamminga, S., A. Bannink, J. Dijkstra, 2007) (Zijderveld, 2011) (Goselink et al., 2013) Voeroptimalisatie rekening houdende met milieu-impact 2% 0 Onderzoek Blonk 2009 (niet openbaar) Gemengd Voeren % + Factsheet Gemengd Voeren 2.0 Proficorn 1,70% + (Agrifirm, 2013b) Meer krachtvoer -5% tot 5% 0 (Hristov et al., 2013) (Dolle et al., 2011) Onderzoek Blonk 2011 (niet openbaar) Grenzen Op basis van de beschikbare gegevens zoals weergegeven in de vorige paragrafen zijn de volgende grenzen vastgesteld tussen de niveaus: o Aanzienlijk: 2% carbon footprint reductie. o Hoog: 4% carbon footprint reductie. o Zeer hoog: 6% carbon footprint reductie. 20

23 5.3 % Co-producten Voor het percentage co-producten is er alleen informatie beschikbaar van Agrifirm zelf omdat deze indicator Agrifirm specifiek is Spreidingsgegevens Er zijn geen spreidingsgegevens voor het aandeel co-producten Trends Het percentage co-producten van Nederlandse productiesystemen (Agrifirm, 2014) is weergegeven in figuur 5.4. In dit figuur is te zien dat de melkveehouderij hoger scoort dan de andere dierlijke productiesystemen. Reden voor dit hogere percentage is het gebruik van natte bijproducten zoals bierborstel en tarwegistconcentraat. Figuur 5.4: Historisch %co-producten van de verschillende Agrifirm onderdelen (Agrifirm, 2014) De 6 jarige Agrifirm gemiddelden voor Nederlandse productiesystemen zijn; o Varkens: 38,4% (SD = 2,3) SD reductie = 5,9% o Leghennen (ei) 32.5% (SD = 1,2) SD reductie = 3,5% o Vleeskuikens: 43,5% (SD = 6,8) SD reductie = 15,7% o Rundvee (melk) 67,9% (SD = 8.1) SD reductie = 11,9% Reductiestrategieën Agrifirm heeft twee voerconcepten die aanzienlijk meer co-producten bevatten: o SOLIQ voor leghennen bevat 11% meer co-producten (Agrifirm, 2013e). o Robustior voor varkens bevat 12% meer co-producten Grenzen Op basis van de beschikbare gegevens zoals weergegeven in de vorige paragrafen zijn de volgende grenzen vastgesteld tussen de niveaus: o Aanzienlijk: 6% verbetering. o Hoog: 12% verbetering. o Zeer hoog: 18% verbetering. 21

24 5.4 Stikstof efficiëntie Voor stikstof efficiëntie is er vrij veel informatie beschikbaar voornamelijk over trends reductiestrategieën Spreidingsgegevens Er zijn geen spreidingsgegevens voor stikstof efficiëntie. Voor het certificatieschema varkens van SMK (SMK, 2014) zijn er echter wel criteria opgenomen voor stikstof efficiëntie op basis van de huidige stikstofexcretie en het minimaal haalbare wat ongeveer uitkomt op een stikstof efficiëntie verbetering van 20% Trends Figuur 5.5 geeft per dierlijk productiesysteem de verandering in stikstof efficiëntie weer. De verbetering tussen 1990 en 2010 is voor de; o melkveehouderij ongeveer 29%. o varkenshouderij ongeveer 24%. o vleeskuikenhouderij ongeveer 38%. o leghennenhouderij zo goed als ongewijzigd. Figuur 5.5: Stikstof efficiëntie van enkele dierlijke productiesystemen waarbij lichtgrijs de efficiëntie in 1990 voorstelt en donkergrijs de efficiëntie in 2010 (Olsthoorn & Fong, 2012) Reductiestrategieën In tabel 5.5 zijn per dierlijk productiesysteem enkele reductiestrategieën opgesomd met bijbehorende stikstof efficiëntie verbeteringen. Tabel 5.5: Stikstof efficiëntie verbetering strategieën per dierlijk productiesysteem Dierlijk Reductiestrategie N-efficiëntie Robuustheid Bron productiesysteem verbetering Varkens Verbeterde technische 10% + (Kool et al., 2013a) prestaties vleesvarkens o.b.v. 20% beste bedrijven Varkens Verbeterde technische prestaties biggen en 2% + (Kool et al., 2013a) 22

25 Legkippen Vleeskuikens Melkvee Varkens Grenzen zeug o.b.v. 20% beste bedrijven Verbeterde technische prestaties (5% lagere voederconversie) Verbeterde technische prestaties (5% lagere voederconversie) Gemengd voeren 2.0 Air Line 2.0 7% + 3% + (Kool, Pluimers, & Blonk, 2014) 4.5% 20.0% + Factsheet Gemengd voeren + Factsheet Air Line 2.0 Op basis van de beschikbare gegevens zoals weergegeven in de vorige paragrafen zijn de volgende grenzen vastgesteld tussen de niveaus: o Aanzienlijk: 5% stikstof efficiëntie verbetering. o Hoog: 10% stikstof efficiëntie verbetering. o Zeer hoog: 15% stikstof efficiëntie verbetering. 5.5 Fosfaat efficiëntie Voor fosfaat efficiëntie is er vrij veel informatie beschikbaar voornamelijk over trends reductiestrategieën Spreidingsgegevens Er zijn geen spreidingsgegevens omtrent fosfaat efficiëntie. Voor het certificatieschema varkens van SMK (SMK, 2014) zijn er echter wel criteria opgenomen voor fosfaat efficiëntie op basis van de huidige fosfaatexcretie en het minimaal haalbare wat ongeveer uitkomt op een fosfaat efficiëntie verbetering van 30% á 40%. In de melkveehouderij is een reductie van 50% waarschijnlijk het absolute minimum (uit een vertrouwelijke rapportage voor de zuivelsector). 23

26 5.5.2 Trends Figuur 5.6 geeft per dierlijk productiesysteem de verandering in fosfaat efficiëntie weer. De verbetering tussen 1990 en 2010 is voor de; o melkveehouderij ongeveer 44%. o varkenshouderij ongeveer 27%. o vleeskuikenhouderij ongeveer 24%. o leghennenhouderij zo goed als ongewijzigd. Figuur 5.5: Fosfaat efficiëntie van enkele dierlijke productiesystemen waarbij lichtgrijs de efficiëntie in 1990 voorstelt en donkergrijs de efficiëntie in 2010 (Olsthoorn & Fong, 2012) Reductiestrategieën In tabel 5.6 zijn per dierlijk productiesysteem enkele reductiestrategieën opgesomd met bijbehorende fosfaat efficiëntie verbeteringen. Tabel 5.6: Fosfaat efficiëntie verbetering strategieën per dierlijk productiesysteem Dierlijk Reductiestrategie P-efficiëntie Robuustheid Bron productiesysteem verbetering Varkens Verbeterde technische prestaties vleesvarkens o.b.v. 20% beste bedrijven 1% + (Kool et al., 2013a) Varkens Verbeterde technische prestaties biggen en zeug o.b.v. 20% beste bedrijven 3% + (Kool et al., 2013a) Varkens Airline % + (Agrifirm, 2013a; Kool & Blonk, 2008) Legkippen Verbeterde technische prestaties (5% lagere voederconversie) 1% + 24

Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de vleeskuikenketen 1990-2012

Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de vleeskuikenketen 1990-2012 Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de vleeskuikenketen 1990-2012 trends en innovaties Anton Kool Jacomijn Pluimers Hans Blonk Februari 2014 Versie 3.0 Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie

Nadere informatie

Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de kalfsvleesketen 1990-2012

Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de kalfsvleesketen 1990-2012 Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de kalfsvleesketen 1990-2012 trends en innovaties Anton Kool Jacomijn Pluimers Hans Blonk December 2013 Versie 2.0 Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie

Nadere informatie

Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de varkensvleesketen 1990-2012

Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de varkensvleesketen 1990-2012 Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie in de varkensvleesketen 1990-2012 trends en innovaties Anton Kool Jacomijn Pluimers Hans Blonk Februari 2014 Versie 6.0 Fossiel energiegebruik en broeikasgasemissie

Nadere informatie

Ontwikkelen en Testen Carbon- en Water Footprint Module voor MasterLink (49)

Ontwikkelen en Testen Carbon- en Water Footprint Module voor MasterLink (49) Ontwikkelen en Testen Carbon- en Water Footprint Module voor MasterLink (49) Programma Precisie Landbouw Verplichtingennr: 1400007552 Agrifirm Plant Maart 2012 INHOUD INLEIDING... 3 1. CARBON FOOTPRINT...

Nadere informatie

Relevantie van (carbon) footprinting voor telers. Jasper Scholten 23 juni 2011

Relevantie van (carbon) footprinting voor telers. Jasper Scholten 23 juni 2011 Relevantie van (carbon) footprinting voor telers Jasper Scholten 23 juni 2011 Inhoud 1. Blonk Milieu Advies 2. Levenscyclusanalyse (LCA) 3. Carbon Footprinting 4. Footprint van brouwgerst 5. Footprint

Nadere informatie

Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen

Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen Gedetailleerde doelen Duurzame Zuivelketen Inleiding Via de Duurzame Zuivelketen streven zuivelondernemingen (NZO) en melkveehouders (LTO) gezamenlijk naar een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector.

Nadere informatie

Carbon footprints van conventioneel en biologisch varkensvlees

Carbon footprints van conventioneel en biologisch varkensvlees biokennis Carbon footprints van conventioneel en biologisch varkensvlees Uitgebreide samenvatting Analyse van typische productiesystemen in Nederland, Denemarken, Engeland en Duitsland November 2009 Anton

Nadere informatie

Stikstofretentie en -excretie door varkens; verschillen tussen beren en borgen

Stikstofretentie en -excretie door varkens; verschillen tussen beren en borgen Stikstofretentie en -excretie door varkens; verschillen tussen beren en borgen Commissie Deskundigen Meststoffenwet. Notitie opgesteld door Dr. P. Bikker, Livestock Research, Wageningen University Goedgekeurd

Nadere informatie

Klik Studiebijeenkomst. bewerken. Ontwikkelingen op de voermarkt. Klik om de ondertitelstijl van het. R. Tijssens

Klik Studiebijeenkomst. bewerken. Ontwikkelingen op de voermarkt. Klik om de ondertitelstijl van het. R. Tijssens Klik Studiebijeenkomst de stijl te bewerken Ontwikkelingen op de voermarkt Klik om de ondertitelstijl van het model 27 mei 2014 te bewerken R. Tijssens Klik om de stijl te bewerken Klik om de ondertitelstijl

Nadere informatie

Verder verduurzamen melkveehouderij; Pro-actieve aanpak Route2020

Verder verduurzamen melkveehouderij; Pro-actieve aanpak Route2020 Verder verduurzamen melkveehouderij; Pro-actieve aanpak Route2020 0 Experts verwachten een volumegroei van ~20% tot 2020 door het afschaffen van de quota... Nederlandse melkproductie (mln kg/jaar) 14,000

Nadere informatie

Tabel 4 Diergebonden normen

Tabel 4 Diergebonden normen Mestbeleid 20102013: tabellen Tabel 4 Diergebonden normen Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie

Nadere informatie

Invloed voeding op pensfermentatie in melkvee

Invloed voeding op pensfermentatie in melkvee Invloed voeding op pensfermentatie in melkvee André Bannink andre.bannink@wur.nl Animal Sciences Group Wageningen UR in samenwerking met : Jan Dijkstra, Lsg Diervoeding, Wageningen Universiteit Pensfermentatie

Nadere informatie

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: april 2014 Concept Versie 1 Maart 2014 Pagina

Nadere informatie

De duurzaamheid van perspulp

De duurzaamheid van perspulp De duurzaamheid van perspulp Mini symposium OPNV 12 juni 2012 Ad Backx Manager Milieu- en Arbozaken A. Backx Duurzaamheid (vanaf 1-6-2012) Inhoud presentatie 1. Profiel Suiker Unie 2. MVO bij Suiker Unie

Nadere informatie

duurzaamheid in eieren en kippenvlees

duurzaamheid in eieren en kippenvlees duurzaamheid in eieren en kippenvlees Milieu-impact Dierwelzijn november 2011 2 Duurzaamheid in eieren en kippenvlees Algemeen Bij duurzaam produceren is er sprake van een goede balans tussen de elementen

Nadere informatie

P. DE BOORDER & ZOON B.V.

P. DE BOORDER & ZOON B.V. Footprint 2013 Wapeningscentrale P. DE BOORDER & ZOON B.V. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien 31 maart 2014 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. K. De Boorder 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Je hebt het beter in de hand

Je hebt het beter in de hand Je hebt het beter in de hand Uniform koppel Meer eieren per hen Betere voerbenutting SOLIQ is een gezamelijk concept van: SOLIQ Het nieuwe voeren SOLIQ is het nieuwe voeren. Hiermee mengt u droog kernvoer

Nadere informatie

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris 2013 Visser Assen Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien juni 2014 Definitief S.G. Jonker R. van der Veen AMK Inventis Advies en Opleiding 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Een samenvatting van de "Greenhouse Gas Protocol Scope 2 Guidance" Samengevat en vertaald door het EKOenergie-secretariaat, januari

Nadere informatie

Resultaat Toetsing TNO Lean and Green Awards

Resultaat Toetsing TNO Lean and Green Awards ID Naam Koploper Datum toetsing 174 M. Van Happen Transport BV 2-4-2012 Toetsingscriteria 1. Inhoud en breedte besparingen 2. Nulmeting en meetmethode 3. Haalbaarheid minimaal 20% CO2-besparing na 5 jaar

Nadere informatie

Broeikaseffect van tuinbouwproducten

Broeikaseffect van tuinbouwproducten Broeikaseffect van tuinbouwproducten Het protocol in beeld juni 2009 Hans Blonk 23-6-2009 1 Inhoud 1. Ontwikkelingstraject 2. Resultaten: cases 3. Resultaten: methodiek en protocol 1. Ontwikkelingstraject

Nadere informatie

Kringloopdenken. centraal. op elk melkveebedrijf! ir. Frank Verhoeven

Kringloopdenken. centraal. op elk melkveebedrijf! ir. Frank Verhoeven Kringloopdenken centraal op elk melkveebedrijf! ir. Frank Verhoeven Inhoud - Introductie - Duurzame melk en de kringloopwijzer - Wetgeving geeft weinig andere opties - Van kringloopwijzer naar kringloopboer!

Nadere informatie

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 AMK Inventis Stef Jonker Oktober 2012 Definitief (aangepast op ) 1 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 11 februari 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer

Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer. Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Januari 2013 Meten van voerefficiëntie voor betere benutting eigen ruwvoer Herman van Schooten (WUR-LR) Hans Dirksen (DMS) Januari 2013 Inleiding

Nadere informatie

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2015 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2015 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2015 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 AMK Inventis Stef Jonker Januari 2016 Definitief 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 De organisatie...

Nadere informatie

Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste

Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste 29-214 Datum: 27 juli 215 Versie: 1.1 In opdracht van: Opgesteld door: Hendrik Bijker Wecycle Laura Golsteijn Marisa Vieira Dit rapport is geschreven

Nadere informatie

de beste producten mede mogelijk gemaakt door agrifirm

de beste producten mede mogelijk gemaakt door agrifirm de beste producten mede mogelijk gemaakt door agrifirm Onze veehouders zorgen voor prachtige en heerlijke producten. Van melk en kipfilet tot eieren en subliem varkensvlees van eigen bodem. Vele mensen

Nadere informatie

Management samenvatting

Management samenvatting Management samenvatting Onderzoek naar de milieu-impact van natuurlijk grassportvelden Dit rapport beschrijft de milieu-impact van natuurlijke grassportvelden en de mogelijkheden om deze milieu-impact

Nadere informatie

Voortgangsrapportage. Scope 1 en 2 CO2 emissies. Eerste halfjaar 2014

Voortgangsrapportage. Scope 1 en 2 CO2 emissies. Eerste halfjaar 2014 Voortgangsrapportage Scope 1 en 2 CO2 emissies Eerste halfjaar 2014 Wijzigingsblad Versie Datum Auteur Wijzigingen 0.1 18-08-2014 C. de Waard Versie obv 2013. ISO 14064 protocol toegevoegd 0.2 24-02-2015

Nadere informatie

16-3-2011. De nieuwe Agrifirm Group. De nieuwe Agrifirm Group. Duurzaam ondernemen. De nieuwe Agrifirm Group. Duurzaamheid: Iedere dag nieuwe thema s

16-3-2011. De nieuwe Agrifirm Group. De nieuwe Agrifirm Group. Duurzaam ondernemen. De nieuwe Agrifirm Group. Duurzaamheid: Iedere dag nieuwe thema s Duurzaam ondernem binn Agrifirm Ruud Tijsss Directeur R&D CSR Agrifirm Directeur CCL bv 16.000 led Akkerbouwers Veehouders Omzet > 2 Miljard Medewerkers: 3000 Enkele product: - 4,5 miljo ton compleet voer

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 013 Datum: 14 maart 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Erdi Holding B.V. Opgemaakt door Frank van der Tang. Periode: 1 januari t/m 30 juni 2015. 1 van 10. Datum: 2 december 2015

Erdi Holding B.V. Opgemaakt door Frank van der Tang. Periode: 1 januari t/m 30 juni 2015. 1 van 10. Datum: 2 december 2015 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Frank van der Tang Erdi Holding B.V. Periode: 1 januari t/m 30 juni 015 Datum: december 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht T.

Nadere informatie

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Chris E. Dutilh Stichting DuVo/Unilever Benelux Conferentie Winst uit Agrologistiek Monster, 16 februari 2009 Doelstelling DuVo-studie In beeld brengen of, en

Nadere informatie

CO 2 managementplan. Jan Knijnenburg B.V. Auteur: Adviseur MVO Consultants. Versie: 1.0. Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager

CO 2 managementplan. Jan Knijnenburg B.V. Auteur: Adviseur MVO Consultants. Versie: 1.0. Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager CO 2 managementplan Jan Knijnenburg B.V. Auteur: Adviseur MVO Consultants Versie: 1.0 Datum: xx-xx-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Authorisatiedatum: Naam:.. Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

Kansen voor mestscheiding

Kansen voor mestscheiding Kansen voor mestscheiding Studiemiddag Inagro 29 maart 2012 Gerjan Hilhorst Livestock Research De Marke Koeien & Kansen is een samenwerkingsverband van 16 melkveehouders, proefbedrijf De Marke, Wageningen

Nadere informatie

KLIMAAT EN LANDBOUW IN FRYSLAN

KLIMAAT EN LANDBOUW IN FRYSLAN 1 Managementsamenvatting van: KLIMAAT EN LANDBOUW IN FRYSLAN (uitstoot van broeikasgassen) Uitgevoerd door het Centrum voor Landbouw en Milieu, 2009 in opdracht van de provincie Fryslân Inleiding Landbouw

Nadere informatie

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO)

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO) Procedure 07 CO 2 -prestatieladder 24 februari 2013 (FKO) Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Stuurcyclus Energiemanagement 4 2. Methodiek voor de emissie inventaris 6 Procedure 07 CO 2-prestatieladder 2 Inleiding

Nadere informatie

Noordlease. Opgemaakt door Danielle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 9

Noordlease. Opgemaakt door Danielle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 9 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Danielle de Bruin Noordlease Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 7 maart 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht T. 030-36175

Nadere informatie

CO2 impact kringloopbedrijven

CO2 impact kringloopbedrijven CO2 impact kringloopbedrijven CO2 besparing gerealiseerd in 2014 door Stichting Aktief Dhr. G. Berndsen Gildenstraat 43 7005 bl Doetinchem Tel. 0314330980 g.berndsen@aktief-groep.nl Samenvatting Met 1

Nadere informatie

PERIODIEKE RAPPORTAGE 1E HELFT 2015

PERIODIEKE RAPPORTAGE 1E HELFT 2015 PERIODIEKE RAPPORTAGE 1E HELFT 2015 Opdrachtgever : Directie Project : Opgesteld : RBe Gecontroleerd : KvV Vrijgegeven : RBe Referentie : Periodieke rapportage 1e helft 2015 Versie : 1.0 Status : Definitief

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens

Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens Gebruik van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of exploitatietechniek voor de diergroep varkens In het kader van de mestuitscheidingsbalans van het subtype andere voeder- en/of

Nadere informatie

Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij

Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Varianten binnen de wet Verantwoorde Groei Melkveehouderij Carin Rougoor en Frits van der Schans CLM Onderzoek en Advies Achtergrond Begin juli 2014 heeft staatssecretaris Dijksma het voorstel voor de

Nadere informatie

Tabel 4 Diergebonden normen 2016-2017

Tabel 4 Diergebonden normen 2016-2017 01 van 06 Tabel 4 Diergebonden normen 20162017 Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie van

Nadere informatie

De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: Stef Jonker Datum: 26 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 De organisatie... 4 2.1 Verantwoordelijke...

Nadere informatie

VOETAFDRUKKEN VAN NEDERLANDSE CONSUMPTIE

VOETAFDRUKKEN VAN NEDERLANDSE CONSUMPTIE VOETAFDRUKKEN VAN NEDERLANDSE CONSUMPTIE De ecologische effecten van Nederlandse consumptie in het buitenland PBL-Notitie Trudy Rood, Harry Wilting en Aldert Hanemaaijer 22 januari 2016 Colofon Voetafdrukken

Nadere informatie

Kwaliteitsmanagement Plan

Kwaliteitsmanagement Plan Kwaliteitsmanagement Plan Naam Functie Datum Handtekening voor akkoord D.R. van den Berg / M.H.A. Brugman Auteur 18-01-2016 B. Safari Verantwoordelijk directielid 18-01-2016 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

Milieucijfers SuperWijzer

Milieucijfers SuperWijzer Milieucijfers SuperWijzer Achtergrond onderzoek Geert Bergsma en Marieke Head Ketenanalysegroep CE Delft Doelstelling onderzoek CE Delft Wat is de milieubelasting van verschillende eiwitproducten te koop

Nadere informatie

Stikstof- en fosforexcretie van varkens, pluimvee en rundvee in biologische en gangbare houderijsystemen

Stikstof- en fosforexcretie van varkens, pluimvee en rundvee in biologische en gangbare houderijsystemen Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu Stikstof- en fosforexcretie van varkens, pluimvee en rundvee in biologische en gangbare houderijsystemen WOt-werkdocument 347 P. Bikker, J. van Harn, C.M. Groenestein,

Nadere informatie

2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: juli 2015 Versie 3 juli 2015 Pagina 1 van

Nadere informatie

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Daniëlle de Bruin Hesselink Koffie Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 15 december 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage H1-2014

Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Naam Paraaf Datum Steller W.B.R. Weening November 2014 Inhoudsopgave D38.Carbon Footprint Report H1-2014.doc 1. Inleiding... 3 2. Afbakening... 4 2.1 Organisatiegrenzen...

Nadere informatie

HANDBOEK HIER Klimaatneutraal Gegarandeerd

HANDBOEK HIER Klimaatneutraal Gegarandeerd HANDBOEK HIER Klimaatneutraal Gegarandeerd HIER klimaatbureau, 2014 www.hier.nu/klimaatneutraalgegarandeerd 1 1. Inleiding Sinds enkele jaren is klimaatneutraliteit een begrip geworden in Nederland. Inmiddels

Nadere informatie

Voortgangrapportage CO2 rapportage 2013

Voortgangrapportage CO2 rapportage 2013 Voortgangrapportage CO2 rapportage 2013 Contactpersoon: Dhr. F. Hoogenboom Opsteller: Mw. S. Mooij Versie: 1.2 Datum: 21-01-15 Voorwoord Abeko en Lansers Trio nemen hun verantwoordelijkheid met betrekking

Nadere informatie

Footprint 2014. Rollecate Groep. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Footprint 2014. Rollecate Groep. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Footprint 2014 Rollecate Groep Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien Handtekening Juni 2015 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. R. van t Hull AMK Inventis Advies en Opleiding

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies 3 6.1 Berekende

Nadere informatie

2 e webinar herziening ISO 14001

2 e webinar herziening ISO 14001 2 e webinar herziening ISO 14001 Webinar SCCM 25 september 2014 Frans Stuyt Doel 2 e webinar herziening ISO 14001 Planning vervolg herziening Overgangsperiode certificaten Korte samenvatting 1 e webinar

Nadere informatie

CO 2 managementplan. 1 Inleiding

CO 2 managementplan. 1 Inleiding CO 2 managementplan Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Energie meetplan... 4 1.2 Planning meetmomenten... 4 1.3 Cofely Zuid Nederland... 4 Scope 1 emissies... 4 Scope 2 emissies... 4 1.4 Project Renovatie gemaal

Nadere informatie

Voeg hier uw bedrijfslogo in. Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF]

Voeg hier uw bedrijfslogo in. Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Voeg hier uw bedrijfslogo in Lean and Green Award Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Opgesteld door: Versie: Voorwoord Dit is het format voor het Plan van Aanpak dat nodig is voor het behalen van de Lean &

Nadere informatie

working for sustainability

working for sustainability Carbon footprint Houbensteyn Varkensvlees 1 working for sustainability Carbon footprint Houbensteyn varkensvlees Anton Kool Oktober 2009 Blonk Milieu Advies BV Kattensingel 3 2801 CA Gouda Telefoon: 0182

Nadere informatie

Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF]

Lean and Green Award. Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Versie 30-05-2011 Voeg hier uw bedrijfslogo in Lean and Green Award Plan van Aanpak [NAAM BEDRIJF] Opgesteld door: Versie: Voorwoord Dit is het format voor het Plan van Aanpak dat nodig is voor het behalen

Nadere informatie

20-4-2012. Afwegingskader Opstallen - Weiden. Stichting Weidegang (missie) Programma

20-4-2012. Afwegingskader Opstallen - Weiden. Stichting Weidegang (missie) Programma Afwegingskader Opstallen - Weiden Symposium Lekker Buiten: Outdoor Animal Husbandry De kracht en uitdagingen van het buiten houden van vee 19 april Wageningen Ir. Q.G.W. (René) van den Oord sr. adviseur

Nadere informatie

HANDLEIDING PROEFTUIN-BEA VOOR MELKVEEHOUDERS (versie 2015)

HANDLEIDING PROEFTUIN-BEA VOOR MELKVEEHOUDERS (versie 2015) HANDLEIDING PROEFTUIN-BEA VOOR MELKVEEHOUDERS (versie 2015) Mei 2015 Proeftuin Natura 2000 Overijssel wordt mede mogelijk gemaakt door: VOORWOORD De Proeftuin-BEA is een initiatief van Proeftuin Natura

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Rapport 16 oktober 2014

Rapport 16 oktober 2014 CO 2 -EMISSIE INVENTARIS SCOPE 1 EN 2 OVER 2014 AANEMINGSBEDRIJF VAN DER ZANDEN BV EN VAN DER ZANDEN MILIEU BV IN HET KADER VAN DE CO 2 -PRESTATIELADDER Rapport 16 oktober 2014 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING...

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

CO 2 footprint producten Tata Steel Tubes BV

CO 2 footprint producten Tata Steel Tubes BV Tata Steel Nederland Tubes BV CO 2 footprint producten Tata Steel Tubes BV Jan Vroonhof (RHDHV) Paul van Ommen (Tata Tubes) Tata Steel Tubes 1. Environmental Policy Tata Steel 2. Doelstellingen en waarom

Nadere informatie

Landbouw en klimaat in Drenthe

Landbouw en klimaat in Drenthe Landbouw en klimaat in Drenthe Landbouw en klimaat in Drenthe E.A.P. van Well E.V. Elferink CLM Onderzoek en Advies BV Culemborg, oktober 2008 CLM 686 2008 Abstract (Broeikasgasemissie, klimaat, landbouw,

Nadere informatie

Dier- en milieuvriendelijke ketens voor varkens-, pluimvee- en kalfsvlees in 2020

Dier- en milieuvriendelijke ketens voor varkens-, pluimvee- en kalfsvlees in 2020 Dier- en milieuvriendelijke ketens voor varkens-, pluimvee- en kalfsvlees in 2020 Managementsamenvatting Toekomstige ontwikkelingen op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid en de daarbij behorende

Nadere informatie

CO 2 Managementplan Energie meetplan 2.C.2 & 3.B.2 & 4.A.2. Jade Beheer B.V. OFN OFS 2C. Autorisatiedatum: 19-03-2016 Versie: 1.0

CO 2 Managementplan Energie meetplan 2.C.2 & 3.B.2 & 4.A.2. Jade Beheer B.V. OFN OFS 2C. Autorisatiedatum: 19-03-2016 Versie: 1.0 CO 2 Managementplan Energie meetplan 2.C.2 & 3.B.2 & 4.A.2 Jade Beheer B.V. OFN OFS 2C Auteur: Coert van Maren Autorisatiedatum: 19-03-2016 Versie: 1.0 CO 2 management plan 2.C.2 & 3.B.2 & 4.A.2 1 Inhoud

Nadere informatie

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010)

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Opgesteld door: Akkoord: I. Bangma O. Van der Ende 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Steel Protectors Group staat zowel interne als externe duurzaamheid

Nadere informatie

Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV

Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV 3.A.1-2 1 e halfjaar 2015 Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Conform niveau 3 op de CO2- prestatieladder 3.0 Inhoudsopgave 1 Inleiding

Nadere informatie

Mestverwerking in De Peel

Mestverwerking in De Peel Mestverwerking in De Peel Mestverwerking Jan van Hoof, Jeanne Stoks, Wim Verbruggen Maart 2012 Agenda Doel van de avond Wat is mest? Wat is het mestprobleem? Waar komt mest vandaan? Hoeveel mest is er?

Nadere informatie

Carbon footprint Van Raaijen Groep BV. Carbon Footprint 2014. Van Raaijen Groep BV. Mei 2015. Pagina 1 van 13

Carbon footprint Van Raaijen Groep BV. Carbon Footprint 2014. Van Raaijen Groep BV. Mei 2015. Pagina 1 van 13 Carbon Footprint 2014 Van Raaijen Groep BV Pagina 1 van 13 Carbon footprint Van Raaijen Groep B.V. Bedrijfsgegevens Bedrijf: Van Raaijen Groep BV Bezoekadres: De Binderij 54 Postcode en plaats: 1321 EK

Nadere informatie

TKI-KIEM WP1 - Methode voor integrale Energie- en Milieuprestatie. Erik Alsema, David Anink, W/E adviseurs 24 juni 2014

TKI-KIEM WP1 - Methode voor integrale Energie- en Milieuprestatie. Erik Alsema, David Anink, W/E adviseurs 24 juni 2014 TKI-KIEM WP1 - Methode voor integrale Energie- en Milieuprestatie Erik Alsema, David Anink, W/E adviseurs 24 juni 2014 Doel Ontwikkeling van integrale methodiek om de milieueffecten als gevolg van energiegebruik

Nadere informatie

ING Zakelijk. Effecten grondstoffenmarkt en varkenshouderij. Iets over ING. Marktontwikkelingen varkenshouderij figuren en grafieken

ING Zakelijk. Effecten grondstoffenmarkt en varkenshouderij. Iets over ING. Marktontwikkelingen varkenshouderij figuren en grafieken ING Zakelijk Effecten grondstoffenmarkt en varkenshouderij Iets over ING Marktontwikkelingen varkenshouderij figuren en grafieken Cor Bruns Sectormanager landbouw 25 september 2012 ING Agrarisch Agrarisch,12

Nadere informatie

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV.

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon Footprint 1 e half jaar 2015 J.M. de Wit Groenvoorziening BV Pagina 1 van 13 Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening B.V. Bedrijfsgegevens Bedrijf: J.M. de Wit Groenvoorziening BV Bezoekadres:

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies 3 6.1 Berekende

Nadere informatie

CO 2 VOETAFDRUK 2010 SHANKS NEDERLAND BV VOETAFDRUK CONFORM DE CO 2 PRESTATIELADDER

CO 2 VOETAFDRUK 2010 SHANKS NEDERLAND BV VOETAFDRUK CONFORM DE CO 2 PRESTATIELADDER CO 2 VOETAFDRUK 2010 SHANKS NEDERLAND BV VOETAFDRUK CONFORM DE CO 2 PRESTATIELADDER RAPPORT SNL_CO2_2010 D.D. 10 FEBRUARI 2012 INHOUD INLEIDING...1 CO 2 VOETAFDRUK 2010 SHANKS NEDERLAND BV...2 EMISSIES...2

Nadere informatie

Herijking doelen Duurzame Zuivelketen, aanpassingen naar aanleiding van opmerkingen adviesraad 17 december 2014

Herijking doelen Duurzame Zuivelketen, aanpassingen naar aanleiding van opmerkingen adviesraad 17 december 2014 Herijking doelen Duurzame Zuivelketen, aanpassingen naar aanleiding van opmerkingen adviesraad 17 december 2014 Aan: Nadere informatie: Adviesraad Duurzame Zuivelketen Op heeft de adviesraad Duurzame Zuivelketen

Nadere informatie

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland 1 Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland Auteur: Nick Ooms, Margriet de Jong Bedrijf: Traffic Service Nederland Autorisatiedatum: 17-05-2016 Versie: 1.0 Handtekening autoriserend

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2014 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 11-03-2015 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2017. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2012-2017. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2012-2017 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A 5 Scope 1 emissies 5 Scope 2 emissies

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2011 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 19-04-2012 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

Vrije aminozuren als alternatief voor eiwitten in de veevoeding. Studiedag Alternatieve Eiwitbronnen 9 oktober Frana

Vrije aminozuren als alternatief voor eiwitten in de veevoeding. Studiedag Alternatieve Eiwitbronnen 9 oktober Frana Vrije aminozuren als alternatief voor eiwitten in de veevoeding ir. Ludo Segers 1 Frana Federatie van fabrikanten en vertegenwoordigers van toevoegingen voor dierlijke voeding Frana werkt nauw samen -

Nadere informatie

2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020]

2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020] 2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020] Transportbedrijf R.Vels & Zn. B.V. Co2-prestatieladder 3.0 2015 Inhoud Inleiding... 2 1.1. Doelstellingen... 3 1.2. Planning meetmomenten... 3 1.3.

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2013 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 18-03-2014 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

LANDELIJK BIGGENPRIJZENSCHEMA inclusief omzetbelasting

LANDELIJK BIGGENPRIJZENSCHEMA inclusief omzetbelasting LANDELIJK BIGGENPRIJZENSCHEMA inclusief omzetbelasting Ingangsdatum: 1 juli 2013 I. INLEIDING Het landelijk biggenprijzenschema geeft een richtprijs voor de praktijk. Als basis geldt een evenredige verdeling

Nadere informatie

EMISSIE- INVENTARIS 2015. 2-mei 2016, www.dehaasmaassluis.nl

EMISSIE- INVENTARIS 2015. 2-mei 2016, www.dehaasmaassluis.nl EMISSIE- INVENTARIS 015 -mei 016, www.dehaasmaassluis.nl 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Introductie 3 1. Organisatorische grens 3 1.3 Basisjaar 3 1.4 Wijziging berekening ten opzichte van 014 3 1.5

Nadere informatie

VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008

VAN DER MEER. Inwerkingtreding Besluit Huisvesting. Oosterwolde, 11 augustus 2008 Inwerkingtreding Besluit Huisvesting Oosterwolde, 11 augustus 2008 Op 1 april jongstleden is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) inwerking getreden. Het Besluit huisvesting

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2014

Periodieke rapportage 2014 Periodieke rapportage 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie 4 2. Afbakening

Nadere informatie

Duurzaamheidsmetingen

Duurzaamheidsmetingen Duurzaamheidsmetingen 21 april SUSPRO³ werkgroep eco-innovatie Saskia Walraedt Projectleider Eco²Chem en Vlarip Agenda Inleiding Waarom duurzaamheid meten Types meetmethodes Wat meten Hoe meten Voorstelling

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2014

CARBON FOOTPRINT 2014 CARBON FOOTPRINT 2014 HOGESCHOOL UTRECHT 16 april 2015 078353524:A - Definitief C05013.000012.0500 Inhoud 1 Uitgangspunten... 3 1.1 Boundaries... 3 1.2 Scope definitie... 3 1.3 Gehanteerde uitgangspunten...

Nadere informatie

Veehouderij en klimaat

Veehouderij en klimaat Veehouderij en klimaat Lachgas, methaan en ammoniak uit de stal Module over de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak in de veehouderij Docentenhandleiding MBO Groen COLOFON Check it out! tools voor een

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2013-2015 Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 4 3.1. Vestiging Oosterhout 4 Scope 1 emissies 4 Scope

Nadere informatie